DEEL II BEDRIJFSETHIEK

Document Sample
DEEL II BEDRIJFSETHIEK Powered By Docstoc
					3e Graduaat                                                              Beroepsethiek / 2a1 / p. 31




DEEL II: BEDRIJFSETHIEK



      Een bedrijfsmanager, verantwoordelijk voor de marketing in een verffabriek, had zich met al
      haar krachten ingezet opdat haar bedrijf de recessie van de voorbije jaren te boven zou
      komen. Ze had een nieuwe marketingstrategie met succes uitgeprobeerd en was er, ten koste
      van veel tijd en energie, in geslaagd haar verkopers voor de nieuwe, veel sterker
      klantgerichte benadering te motiveren. Maar juist omdat het marktaandeel van haar bedrijf
      aanzienlijk was gestegen, werd het een interessante kandidaat voor overname. Een veel
      grotere onderneming heeft de activiteiten van het bedrijf gewoon opgeslorpt. Toen het bedrijf
      uiteindelijk werd gesloten, kwam aan de opdracht van die manager en haar personeel een
      einde. Omwille van haar goede contacten met het personeel en de klanten kreeg ze de taak
      toegewezen om de overdracht van het management naar het nieuwe hoofdkwartier te
      coördineren en een groot deel van het personeel, zichzelf inbegrepen, te ontslaan. Zo heeft dus
      deze manager, juist door het succes van haar inspanningen, zichzelf weggerationaliseerd.
      (Naar R. N. Bellah, The good society, 1992).




Inleiding

Ethiek kan onderverdeeld worden in verschillende toepassingsdomeinen of
deelgebieden. Men maakt daarbij onderscheid tussen twee deelgebieden: micro-ethiek
en macro-ethiek. Beroepsethiek heeft met beiden te maken, daarom behandelen we in
dit deel hoofdzakelijk bedrijfsethiek als de context waarbinnen gegradueerden
beroepsmatig (meestal) werkzaam zullen zijn.

  Micro-ethiek: individuele of personele ethiek: mensen nemen t.a.v. een bepaald probleem hun
  persoonlijke, individuele verantwoordelijkheid: bv. i.v.m. abortus, euthanasie, seksualiteit &
  affectiviteit,... Hier situeert zich ook de specifieke beroepsethiek.

  Kenmerken:
  1. De persoon is alleen subject van de ethische overwegingen en handelingen.
   2. De persoon treedt in relatie tot een ander: ik-jij.
   3. De alternatieven liggen binnen de competentie van de persoon.


       bv. De chef geeft toestemming aan één arbeider om 10 minuten later te beginnen en te
      stoppen omwille van problemen met het openbaar vervoer.


  Meso-ethiek: betreft organisaties, collectiviteiten, groepen: identificeerbaar, maar niet
  persoonlijk.
3e Graduaat                                                             Beroepsethiek / 2a1 / p. 32

  Macro-ethiek: Gemeenschaps-, publieke of sociale ethiek: de verantwoordelijkheid ligt niet
  meteen bij 1 persoon, maar wordt collectief gedragen. Het probleem is dan ook dat iedereen
  en niemand nog verantwoordelijk is als er problemen opduiken. Hier situeert zich het
  probleem van bedrijfs-, ondernemings- of zakenethiek.
      bv.: techniek en samenleving, racisme, armoedebestrijding, Noord-Zuidverhouding en
      schuldenlast, probleem van rechtvaardige oorlog, kernbewapening, rechtvaardige verdeling
      van financiële middelen voor stijgend aantal bejaarden, toekennen van dierenrechten,
      milieuheffingen, gebruik van grondstoffen, afval, energiebronnen, genetische manipulatie,...

  Kenmerken:
    1. De relatie tot een ander is onrechtstreeks, via een derde instantie: het georganiseerde,
       gestructureerde samenlevingsverband. Dit kan het bedrijf zijn, de staat, een groep, ...
     2. Het gedrag wordt medebepaald door dit verband. Het morele gehalte wordt bepaald
        door de structuur, de organisatie van het verband. De structuur of constellatie kan het
        ethisch gedrag van het individu daardoor bevorderen of eerder inperken.
     3. Het betreffen meestal collectieve, institutionele of structurele beslissingen die
        genomen moeten worden.


      Bv. Het werk wordt in het éne bedrijf zodanig georganiseerd dat men in overtreding is als
      men wat te laat is en er financiële sancties volgen, en in het andere bedrijf worden glijdende
      werktijden ingevoerd om soepel in te spelen op individuele wensen van de werknemers.
      Bv. Een bedrijf beslist over te schakelen van 8 uren op 5 dagen naar 10 uren op 4 dagen. Het
      kan daarmee extra ploegen inschakelen. Dit lijkt wel verantwoord om mensen aan een baan te
      helpen. Het gaat weliswaar om contracten van bepaald termijn die om de 6 maand moeten
      vernieuwd worden. Gevolgen voor het sociale leven van de werknemers?
      Bv. Gewone werknemers moeten de prikklok gebruiken, maar de brigadiers worden ervan
      vrijgesteld. Is dit rechtvaardig?
      Bv. Een bedrijf voert een nieuwe machine in waarbij er slechts één persoon voor dertig
      machines volstaat. Is dit verantwoord als er zoveel mensen werkloos zijn?



O. Begripsverwarring?

      Het Dioxineschandaal dat in mei 1999 uitbarstte, net voor de verkiezingen van 13 juni, heeft
      duidelijk gemaakt dat bedrijven niet meer volkomen autonoom kunnen handelen. Het
      toevoegen van PCB-olie uit transformatoren in vetten die gebruikt worden in veevoeder heeft
      de ganse vleesproductie in een kwaad daglicht gesteld, de val veroorzaakt van de
      verantwoordelijke ministers, een nederlaag voor de regerende partijen, het wantrouwen van
      de consument verhoogt, leveranciers in een lastig parket gebracht, het imago van het land tot
      ver buiten de landsgrenzen aangetast, heel wat dieren onnodig doen lijden,...
      Sinds enkele jaren is de tabaksindustrie zwaar onder vuur gekomen. Verschillende verwijten
      krijgt ze te slikken: al jaren verduistert ze (eigen!) rapporten die aantonen dat nicotine
      verslavend is; hun reclame richt zich bewust naar jongeren omdat zij de latere klanten zullen
      zijn; in hun zogenaamde 'light' sigaretten is het werkelijke teer- en nicotinegehalte tien tot
      veertig keer hoger dan het opgegeven getal.
      Belangrijke bedrijven, actief in de sportwereld, maken hun producten in landen tegen lage
      lonen, of onderbetaald, door kinderen, in onmenselijke arbeidsvoorwaarden: 72 uur per week,
3e Graduaat                                                              Beroepsethiek / 2a1 / p. 33

        twaalf uur per dag voor een loon van 7 frank per uur. Anderzijds worden budgetten
        uitgetrokken om sportatleten te betalen voor een som die de totale loonkost van al deze
        arbeiders inhoudt. Organisaties als NCOS reageren hier tegen, o.m. via acties 'de lastige
        klant' of Zie ginds komt het onrecht uit Azië weer aan. (http://www.cleanclothes.org)




Ook al is de scheidingslijn niet altijd duidelijk te trekken, toch wordt er een onderscheid
gemaakt tussen:
Zakenethiek (Business Ethics): betreft vooral de zakelijke relaties tussen personen en bedrijven
onderling (klanten, leveranciers, concurrenten): bv. eerlijke handelscontracten, gebruik van smeergeld,
omkoperij of andere 'commissies', relatiegeschenken, misbruik van geprivilegieerde informatie,

Ondernemingsethiek (Corporate Ethics): betreft vooral de verantwoordelijkheid van de ondernemer en de
aandeelhouders t.a.v. de onderneming bij het uittekenen van het algemene beleid ('Corporate
Governance') : wat zijn de (structurele en individuele) gevolgen van bepaalde beslissingen. Bv. de
sociale weerslag op de werknemers en de werkgelegenheid voor de streek, het sluiten van de
onderneming of het fusioneren met een andere, de ecologische gevolgen van een bepaald
productieproces, keuze van de winstmarge vs. werkgelegenheid, productie ten koste van de veiligheid,
geen dierproeven bij cosmetica, een optie als 'Memo-bedrijven': mens- en milieuvriendelijk
ondernemingen.

Bedrijfsethiek: betreft vooral het concrete beleid of technisch management (meestal van de
bedrijfsleider) in het bedrijf t.a.v. werknemers, productieprocessen, arbeidsvoorwaarden,...
De scheidingslijn is niet altijd duidelijk: bv. wie neemt de verantwoordelijkheid om
milieuvriendelijker te produceren of milieuvriendelijker producten op de markt te
brengen? Wie beslist om de productie te verplaatsen naar lageloonlanden?

Anderzijds kan het bedrijf of de onderneming bepaalde beslissingen ook niet helemaal
op eigen houtje nemen. Bv. om de lonen op te trekken, om bepaalde barema's toe te
kennen, om een vierdagenwerkweek in te voeren, om aandelen toe te kennen aan
werknemers i.p.v. loon of als participatie in de winst van het bedrijf, een aanvullende
pensioenverzekering, maaltijd- of dienstencheques...is de onderneming gebonden aan
interprofessionele of sectoriële akkoorden.

Een bedrijf moet dan ook in een globalere context gesitueerd worden:



        Maatschappij                               Mens                         Sociale zijde
                Publieke opinie
                Wetten
                Kapitaal                        BEDRIJF



                              Milieu                                    Machine
                                                                                Systeemzijde
3e Graduaat                                                         Beroepsethiek / 2a1 / p. 34

Bedrijfsbeleid betekent dan dat de bedrijfsleiding zoekt naar een evenwichtige integratie
van de eisen die van diverse zijden op haar afkomen: financiële, juridische, technische
en ethische. De leiding moet dan prioriteiten vastleggen. De ethische invalshoek stelt
dan ook principieel de zorg voor de mens centraal(zie deel I). Concreet betekent dit:
zorg voor de mensen die rechtstreeks met de onderneming te maken hebben
(werknemers, klanten, omwonenden), maar ook de zorg voor de bredere samenleving
(bv. werkgelegenheid, volksgezondheid, het milieu).

Door het uitwerken van verschillende zorgsystemen kan de bedrijfsleiding dan ook
organisatorisch gestalte geven aan de verschillende (ethische) zorgen. Het gaat dan
ook niet meer op slechts holle verklaringen af te leggen of om dit over te laten aan de
goede wil van enkele individuen. Echte ethische zorg voor mens en milieu kan in een
(bedrijfsorganisatie) slechts verzekerd worden indien de goede wil van individuen
ondersteund wordt door een organisatorische of systematische zorg door het treffen
van de nodige voorzieningen, afspraken, reglementen,...Cfr. Wet op Welzijnsbeleid in
de ondernemingen.

Men kan dan ook vaststellen dat heel wat ondernemingen de laatste jaren de 'ethische'
kaart trekken. Banken openen de mogelijkheden van 'ethisch sparen en bankieren',
ondernemingen publiceren hun visie op 'verantwoord ondernemen'. Bedrijfsleiders gaan
in gesprek met ethici en vragen advies aan filosofen en theologen.

      bv. De Nederlandse kledingketen C&A heeft de contracten met tachtig leveranciers
      opgeschort omdat er kinderarbeid of onaanvaardbare werkomstandigheden werden
      aangetroffen. In dertig van deze gevallen werden de relaties opnieuw hersteld nadat de
      leverancier de toestand had verbeterd. Dit staat in het eerste jaarverslag van de Service
      Organisation for Compliance Audit Management (Socam), de organisatie die C&A op poten
      heeft gezet om de werkomstandigheden bij leveranciers na te gaan. Socam kwam er na
      aanhoudende kritiek van onder meer de Schone Kleren Campagne. Deze actiegroep probeert
      kledingverkopers en hun klanten ervan bewust te maken dat veel kleding onder erg slechte
      werkomstandig heden in de derde wereld wordt gemaakt. (In De Morgen, 29.08.98, zie ook
      http://www.cleanclothes.org/companies.htm)


In dit deel bekijken we systematisch het domein van de ‘bedrijfsethiek’ in functie van de
mogelijke tewerkstelling van technisch gegradueerden.Voor de verdere uitwerking
volgen we hier J. VERSTRAETEN & J. VAN GERWEN, Business en Ethiek. Spelregels
voor het ethisch ondernemen, Tielt, Lannoo, 19901, 19942 (in de bibliotheek aanwezig)
3e Graduaat                                                            Beroepsethiek / 2a1 / p. 35



1. Zakenmoraal en ondernemingsethiek: Algemene kenmerken

      Casus 1: Manville en het asbestprobleem
      Manville Corporation is Amerika's grootste producent van asbest producten. Langdurige
      blootstelling aan asbestvezels kan ernstige ziekten van de ademhalingsorganen veroorzaken:
      longkanker en asbestosis. Het duurt tien tot dertig of veertig jaar voordat de ziekten zich
      manifesteren. In de jaren tachtig ziet Manville steeds meer schadeclaims op zich afkomen van
      werknemers die in de Tweede Wereldoorlog zijn blootgesteld aan wolken asbest. Met name op
      de scheepswerven waar 6 000 nieuwe oorlogsschepen werden gebouwd en 65 000 andere voor
      oorlogsgebruik werden omgebouwd. De gevolgen worden nu zichtbaar. In de zomer van 1982
      komen elke maand vijfhonderd nieuwe eisen tot schadevergoeding binnen. Uit studies blijkt
      dat tot het jaar 2009 nog minstens 32 000 schadeclaims te verwachten zijn. Geschatte kosten:
      tussen de 2 en de 5 miljard dollar, en mogelijk een veelvoud daarvan. Dan neemt op 26 aug.
      1982 de raad van bestuur een drastisch besluit: Manville zet de eerste juridische stap op weg
      naar faillietverklaring, door bij de rechtbank een zogenaamd verzoek tot reorganisatie in te
      dienen. Het verzoek wordt ingewilligd. Gevolg: alle hangende schadeclaims worden voor
      onbepaalde tijd bevroren en geen enkele nieuwe kan meer worden ingediend.


      Casus 2: Goedkopere computer met zelfde kwaliteit?
      Het merk Ordinator behoort in de computermarkt naast bijvoorbeeld IBM, NEC en Apple tot
      de kwaliteitsmerken. In tegenstelling tot menig merkloze 'kloon' is de Ordinator bekend om
      zijn hoge kwaliteit en om de goede service die aan cliënten geboden wordt. Thans verkeert het
      bedrijf Ordinator echter in grote moeilijkheden. Als gevolg van een keiharde prijzenoorlog
      slinken marktaandeel en winstgevendheid als sneeuw voor de zon. Teneinde de
      productiekosten te drukken, bespreekt het management een plan om - zolang de prijzenoorlog
      woedt - goedkopere, maar tevens kwalitatief inferieure componenten te gebruiken in de
      productie van beeldschermen, toetsenborden en printers. Zolang dit niet leidt tot een sterke
      toename van storingen binnen de garantieperiode, is het kwaliteitsverlies aanvaardbaar, zo
      stelt één van de directieleden.
      De bedoeling is voorts dat Ordinator in een publiciteitscampagne zal suggereren dat de
      bestaande lijn Ordinators sterk in prijs wordt verlaagd: "een echte Ordinator voor de prijs
      van een kloon !". Cliënten noch verdelers zullen worden ingelicht dat het hier in feite om
      andere apparaten gaat, althans om apparaten met andere, slechtere componenten, en niet om
      de bestaande lijn. Binnen de directie bestaat nog geen overeenstemming of deze aanpak door
      de beugel kan." (in T. Van Willigenburg, Ethiek in de praktijk, 1993, p. 147)


      Casus 3: Pentium-microprocessor van Intel
      Het Amerikaanse concern Intel, de grootste fabrikant van computerchips ter wereld, lijdt door
      de problemen van zijn Pentiumprocessor een strop van 475 miljoen dollar. De Pentium kwam
      eind november '94 in opspraak omdat de processor fouten zou maken bij ingewikkelde
      berekeningen. Intel bagatelliseerde het probleem aanvankelijk door te stellen dat de
      gemiddelde gebruiker statistisch gezien slechts eens in de 27.000 jaar met een fout te maken
      zou krijgen. IBM betwistte dit en zei dat het defect om de 24 dagen kon optreden en stopte dan
      ook de verkoop van PC's, uitgerust met deze chip. Ondertussen bleef Intel de gewraakte chip
      verder verkopen. De klachten tegen Intel waren van verschillende aard: oneerlijke reclame,
      schending van de bescherming van de consument, inbreuk op de stilzwijgende waarborg en
      onachtzaamheid. Het zwaarst woog wellicht dat Intel de chip verder verkocht, zonder de
      mensen te informeren. Uiteindelijk heeft Intel moeten toegeven dat ze fout waren en hebben de
      schade vergoed ten belopen van 475 miljoen USD. Sindsdien werd Intel opnieuw gedaagd
3e Graduaat                                                            Beroepsethiek / 2a1 / p. 36

      omdat de Pentium-100 10 % trager werkte dan opgegeven, zodat de klant weleen Pentium-100
      kocht, maar in feite slechts met een Pentium 90 werkte. Om hieraan te verhelpen veranderde
      Intel de computer van naam en noemde hem de '586'.
      Casus 4: De DC-10 ramp van 1974
      Reeds in 1969 werd gesignaleerd dat de laaddeuren van de DC-10 tijdens de vlucht konden
      opengaan en een 'Class IV hasard', of levensgevaar voor de passagiers, opleverde.
      McDonnell-Douglas gebruikte een technologie van haar productie van kleinere vliegtuigen.
      Ze bezaten de technologie van de veiligere hydraulische sluitsystemen niet die Lockheed en
      Boeing wel al toepasten. Bovendien wilden ze kosten en tijd sparen om zo snel mogelijk met
      een groot passagiersvliegtuig op de markt te komen. In 1970 ging de cargodeur open en begaf
      de vloer tijdens een druktest in een hangar. In 1972 kon een ongeval net vermeden worden
      door de handigheid van de piloot en het lage aantal passagiers. Enkele lichte verbeteringen
      werden aangebracht, maar niets aan het basisontwerp gewijzigd, ondanks de waarschuwing
      van D. Applegate, directeur van de productieafdeling. In 1974 stijgt een DC-10 op in Parijs.
      De cargodeur valt open, de vloer barst open en het vliegtuig stort neer met 346 passagiers aan
      boord. (in VERSTRAETEN J. & VAN GERWEN J., Business & ethiek. 1990, p. 64-65).


      Casus 5: Ford Pinto in 1978
      In 1978 had het proces plaats tussen de autofabrikant Ford en enkele bezitters van een Ford
      Pinto die het slachtoffer geweest waren van een auto-ongeval. Einde van de jaren zestig wilde
      Ford een kleinere auto op de markt brengen die binnen een bepaald bestek moest blijven.
      Reeds bij het ontwerp en de eerste proeven was duidelijk dat deze wagen gevaren zou
      opleveren bij aanrijdingen achteraan: de benzineleiding was zo geplaatst dat bij een
      aanrijding ze gemakkelijk doorboord werd en in veel gevallen ook tot het ontploffen van de
      benzinetank heeft geleid. Het management had echter beslist de wagen toch op de markt te
      brengen omdat uit berekeningen bleek dat het goedkoper was een schadevergoeding uit te
      betalen aan de verkeersslachtoffers in geval van ongevallen en proceskosten, dan de
      constructie van de wagen te verbeteren. Ze rekenden hiervoor op 180 doden (x 200.000
      dollar) en 180 gewonden per jaar. Ford verloor het proces en heeft alle Ford Pinto's van de
      markt moeten halen. In haar nadeel bleek ook haar acties om een strengere
      veiligheidswetgeving voor auto's tegen te houden. (Zie ook
      http://www.mojones.com/mother_jones/SO77/dowie.html


      Casus 6: Ammoniak en Tabak (DM 15.07.99)
      Onderzoekers van de Britse antirookstichting Action on Smoking and Health, de Britse
      instelling voor kankeronderzoek Imperial Cancer Research Fund en de Amerikaanse staat
      Massachusetts schrijven in een rapport dat tabaksgigant Philip Morris o.m. ammoniak
      toevoegt aan de Marlborro-sigaretten om de nicotinewerking op te voeren. Ammoniak zou de
      opname van nicotine in het bloed bevorderen en zo de verslaving versterken. Andere
      producenten voegen cacao toe omdat dat de longen verder openzet zodat de rokers de rook
      nog dieper zouden kunnen inhaleren. Ondertussen blijft de tabaksindustrie de consument wijs
      maken dat nicotine niet verslavend werkt..


Uit deze verhalen kunnen we enkele algemene kenmerken van de zakenmoraal en
ondernemingsethiek afleiden:
3e Graduaat                                                            Beroepsethiek / 2a1 / p. 37




1.1 De beleidsverantwoordelijken bevinden zich altijd op het snijpunt van
   persoonlijke en institutionele verantwoordelijkheid :

In de USA wordt 'Business Ethics' meestal verstaan als een zaak van de manager of de
bedrijfsleider als persoonlijke verantwoordelijke.

      Bv. In het boek van K. BLANCHARD & N.V. PEALE, Management & Ethiek. Wat iedere
      manager moet weten over bedrijfsethiek, 1988, stellen de auteurs dat de bedrijfsleider
      volgende 'ethiek-toets'vragen moet stellen:
      1. Is het legaal? Zal ik daarbij de wet of het bedrijfsbeleid geweld aandoen?
      2. Is het evenwichtig? Is het rechtvaardig voor alle betrokkenen zowel op korte als op lange
         termijn? Bevordert het win-winrelaties?
      3. Hoe zou ik me erbij voelen? Zou ik er trots op zijn? Hoe zou ik me voelen als mijn besluit
         in de krant werd gepubliceerd? Hoe zou ik me voelen als mijn familie erachter kwam?


Binnen de onderneming, bedrijf, firma,... moeten de verantwoordelijken zich echter ook
de vraag stellen of de onderneming/het bedrijf in haar organisatie, haar structuur, haar
regelingen,... een context schept waarin mensen uitgenodigd worden om (ethisch)
verantwoord te handelen of niet.

      Bv. Opdrachten laten uitvoeren die onuitvoerbaar zijn binnen gestelde (wettelijke of ethische)
      normen qua veiligheid, milieuzorg,...; een organisatieschema opstellen voor
      vrachtvervoerders dat maakt dat ze overdreven snel moeten rijden, of met overgewicht op de
      baan moeten, geen rusttijden kunnen respecteren,... allemaal binnen het JIT-denken. Werk
      uitbesteden aan onderaannemers die het met veiligheid, milieuzorg, eerlijkheid of
      rechtvaardigheid niet zonauw nemen.
      Bv. De firma Colruyt heeft in 1998 een 'Transportcharter' uitgewerkt met als doel meer
      hoffelijkheid en veiligheid in het verkeer te bereiken, en dat in samenspraak met de
      vrachtwagenchauffeurs zelf. Het charter bevat ook het engagement van de directie en de hele
      organisatie om een kader te verschaffen waarin de chauffeurs hun engagement werkelijk in de
      praktijk kunnen omzetten. Dit gaat van het plaatsen van snelheidsbegrenzers (max 90 km/u)
      tot het ontwikkelen van computerprogramma's die het toegelaten gewicht berekenen, de
      optimale lading voor verschillende vestigingen, beslissingsmacht geven aan chauffeurs om een
      rit te weigeren indien een vrachtwagen technisch niet in orde wordt bevonden of indien hij niet
      voldoende kan rusten, routeschema's opstellen die de woonkernen zo weinig mogelijk
      doorkruisen, een goede werkorganisatie van vlot laden en lossen zodat de chauffeur
      ontspannen kan rijden, het verschaffen van informatie van wegenwerken en opleidingen voor
      preventief rijden. (Schrijven van 09.02.98)



1.2 Ondernemingsbeleid is altijd ook een sociaal beleid.

Welke beleidsbeslissing ook genomen wordt, het gaat altijd om meer dan een
economische/juridische beslissing. Elke beslissing heeft direct of indirect haar gevolgen
voor mensen. Waar mensen die beslissing als gunstig ervaren, worden ze gemotiveerd,
3e Graduaat                                                            Beroepsethiek / 2a1 / p. 38

bij ongunstige beslissingen raken ze gedemotiveerd of kan dit in het slechtste geval tot
sociale onrust leiden, wat ten koste gaat van de productiviteit, en dus ook de winst.

In de jaren '80 ontstond kritiek op wat men 'casinokapitalisme' is gaan noemen: de
markt wordt als een monopolyspel beschouwd. Uit louter winstbejag werden bedrijven
opgekocht en verkocht om op korte termijn winst te maken. Dit werd bv. verdedigd door
Amerikaanse economist M. Friedman. Hij stelde dat het bedrijfsbeleid slechts één
verantwoordelijkheid had: winst te maken. "There is one and only one social
responsibility of business - to use its resources and engage in activities designed to
increase its profits so long as it stays within the rules of the game, which is to say,
engages in open and free competition without deception or fraud" (In de NYT van
13.09.70). Men kan hierbij opmerken dat Friedman zich geen enkele vraag stelt over
het correcte of rechtvaardige van de 'spelregels'. Scherp werd deze situatie in beeld
gebracht in de film Wall Street van Oliver STONE in 1987.

In België werden we ondertussen geconfronteerd met het plotse sluiten van de
bandenfabriek Michelin in Sint Pieters Leeuw, de autofabriek Renault in Vilvoorde in
feb. 1997, de Levi Strauss vestigingen in 1998,... omdat ze te weinig winstgevend
waren. Bij de bevestiging van de sluiting van Renault Vilvoorde stegen de
beurskoersen.

      Casus 1: Frauduleus failliet
      De Kortrijkse zakenman D. biedt het tegelbedrijf M. te koop aan. Eén jaar geleden verrees dit
      tegelbedrijf uit het as van het failliete bedrijf T. eveneens in handen van D. De schuldenberg
      van 166 miljoen (waarvan 107 miljoen bij de RSZ en slechts 3.3 miljoen bij de leveranciers)
      verdween als sneeuw voor de zon. Van alle personeelsleden werd meer dan de helft afgedankt.
      De overnameprijs bedroeg slechts 45 miljoen, terwijl de ingeschreven waarde van het bedrijf
      142 miljoen beliep. D. heeft cash nodig voor een groot project, het commercieel centrum P. In
      1989 had D. al eens een frauduleuze faillissementsconstructie opgezet. In september 1997
      besloot het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen echter geen steun te verlenen aan de
      overgenomen werknemers omdat D. sinds april 1995 een constructie had uitgewerkt om het
      bedrijf T. failliet te laten verklaren. Daardoor krijgen de 65 werknemers, die bij één van de
      vennootschappen van D. werken, geen enkele wettelijke, conventionele of
      overbruggingsuitkering. (Trends, 22.01.98, p. 10).


      Casus 2: Metaalbouw Vuylsteke - New Vuylsteke (Meulebeke)
      In 1946 werd het smidsenbedrijf opgericht onder de naam Remi Vuylsteke. Toen de eigenaar
      zich terugtrok, werd het bedrijf in 1991 verkocht aan de gebroeders S. In 1994 werd tegen hen
      een aanhoudingsmandaat uitgevaardigd met de betichting van valsheid in geschrifte en
      gebruik van valse stukken, eenvoudige en bedrieglijke bankbreuk en misbruik van
      vertrouwen... Begin juni 1994 verklaarde de rechtbank van koophandel in Kortrijk
      Metaalbouw Vuylsteke uit Meulebeke failliet. De gebroeders verdwenen nadien met de
      noorderzon. Er werkten toen 320 mensen. Begin september 1994 werd Vuylsteke overgenomen
      voor amper 60 miljoen frank Bij New Vuylsteke konden 110 mensen opnieuw aan de slag, en
      in 1996 volgde een uitbreiding naar Frankrijk. (in De Morgen, 12.10.94, Trends, 04.04.96))
3e Graduaat                                                               Beroepsethiek / 2a1 / p. 39



        Casus 3: Hartstichting investeert 360 mjn in Britse tabaksindustrie
        In Groot-Brittannië is opschudding ontstaan rond de Britisch Heart Foundation. De
        hartstichting steekt al jarenlang fortuinen in antirookcampagnes, o.m. met de slogan dat om
        de drie minuten iemand door een hartaanval geveld wordt. Ze reikt prijzen uit aan bedrijven
        die zich extra verdienstelijk gemaakt hebben in hun strijd tegen rookgedrag. Nu blijkt de BHF
        haar gelden voor de pensioenfondsen, gehaald uit giften van particulieren, in aandelen van
        grote tabaksproducenten te hebben belegd via haar bank Scottisch Widows. Zelf zegt SW: "Het
        doel van onze instelling is zoveel mogelijk winst op te strijken voor de cliënten en hun
        investering veilig te stellen. We hanteren daarbij geen ethische criteria". Andere
        liefdadigheidsinstellingen, zoals de Cancer Research Campaign, vinden dat nonsens: "Net
        zoals men kan weigeren om in de wapenindustrie te investeren, kan men weigeren om in de
        sigarettenproductie te investeren. Er zijn genoeg ethische bankiers die die aandelen uit hun
        beursactiviteiten wegscreenen". (De Morgen, 10.12.98




1.3 Van stockholders-model naar stakeholders-model

Sinds de kritiek op het feit dat een onderneming als louter eigendomsbezit van de
aandeelhouders wordt beschouwd, de shareholder of stockholder genoemd, hebben
ondernemingen meer oog gekregen voor hun verantwoordelijkheid t.o.v. hun
stakeholders: All those who are affected and have legitimate expectations and rights
regarding the actions of the company.... Ondernemingsethiek betekent dan: hoe
conflicterende belangen en doelstellingen laten samenspelen, vooral wanneer bepaalde
partijen zich in een zwakkere positie bevinden? Hoe hen een faire en eerlijke
behandeling geven en garanderen?

Hierbij zijn volgende partijen in het geding (volgorde te bepalen volgens de eigen
'mission statement'): 1. aandeelhouders, 2. werknemers, 3. klanten/consumenten, 4.
leveranciers, 5. gemeenschap, 6. milieu (voorzover niet vermeld in 5). Aan de hand van
een social audit1 kunnen ondernemingen hun bedrijvigheid doorlichten op hun
'stakeholdersvalues' en op de realisaties ervan. Dit vermijdt dat een bedrijf zich hult in
mooie slogans, maar zich ook wil laten bevragen over zijn concrete daden en acties. Dit
soort doorlichting kan dan ook heel wat informatie opleveren over de verwachtingen van
de stakeholders en voor de verbetering van de bedrijfsactiviteiten.

Bekijken we de verschillende categorieën stakeholders afzonderlijk:




1
 Zie Els REYNAERT, Handleiding Social Auditing. Een stapsgewijze ontwikkeling naar duurzaam ondernemen,
Leuven, Acco/Hefboom, 1998. Internationaal wordt een SA8000 norm ontwikkeld, die zich spiegelt aan de ISO
9000 (Integrale Kwaliteitszorg) en de ISO 14000 (Milieuzorg) normen. Informatie:
http://www.sgsicsus.com/sa8000.htm
3e Graduaat                                                         Beroepsethiek / 2a1 / p. 40




  1.3.1 Aandeelhouders-eigenaars(= Shareholders)

Hun rechten en verwachtingen vloeien voort uit hun inbreng van kapitaal. In velen
gevallen is hun verwachting winstmaximalisatie. Dit is niet noodzakelijk. Een vzw heeft
juist als doel geen winst op te leveren voor de leden van de algemene vergadering of de
vzw. Er bestaan ook bedrijven met een sociaal doel die enkel winst willen om het bedrijf
leefbaar te houden en een geringe winstmarge die gelijkloopt met de conventionele
spaarrente.
Men kan zich de vraag stellen waarom de shareholders noodzakelijk de sterkste partij
moeten zijn in het bepalen van het bedrijfsbeleid. Is kapitaal de enige inbreng die
legitimeert dat het belang van de kapitaalverschaffers voorrang moet krijgen op alle
andere belangen? Tot welke aberraties dit leidt merkt men wanneer een
beursgenoteerd bedrijf overgaat tot het afdanken van honderden werknemers en de
beurskoers onmiddellijk stijgt (Bv. Renault-Vilvoorde in feb. '97).


  1.3.2 Werknemers

Niet alleen vanuit morele overwegingen erkent men meer en meer de inbreng van ook
andere 'stakeholders' in de 'gezondheid' van een onderneming. De inbreng van
werknemers bestaat uit kostbare arbeid, kennis, en ervaring. Bedrijven die te vlug
oudere werknemers afdanken beseffen soms te weinig (en soms te laat) welke ervaring
ze weggooien. De verwachtingen van werknemers zijn: billijk loon, veilige en zinvolle
arbeid, sociale status en erkenning, goede werksfeer, leer- en groeimogelijkheden...
Door hun productiviteit dragen ze in niet geringe mate bij tot de winst van de
onderneming, wat door de kapitaalverschaffers nogal eens vergeten wordt.
Vakverenigingen hebben hiervoor in het verleden duchtig gestreden. Via een goed
personeelsbeleid (HRM) probeert een onderneming de belangen van de werknemers
èn de onderneming zo goed mogelijk in harmonie te brengen. Via deelname in de winst
of het aanbieden van aandelen-(opties) proberen bepaalde ondernemingen de winst
'rechtvaardiger' te verdelen.

      Casus Ikea geeft dagomzet van 09 okt. 1999 (ca 2.2 miljard BEF) aan zijn 40.000 voltijdse
      werknemers wereldwijd om hen te bedanken voor hun inzet, omdat ze al die jaren samen Ikea
      hebben opgebouwd, zegt Ikeastichter Ingvar Kamprad. Iedereen krijgt evenveel: Het bedrag
      zou ongeveer een maandloon van 57.000 Bef bedragen. (DS, 06.08.99)




  1.3.3 Klanten / consumenten

                                         Ergens gelezen: Onze klanten zijn onze eerste werkgevers
3e Graduaat                                                                Beroepsethiek / 2a1 / p. 41

Zonder klanten worden geen producten verkocht en dus ook geen inkomsten
ingebracht. Daarom is het ook belangrijk dat een onderneming tegemoet komt aan de
verwachtingen van de klanten (al dan niet verwoord door consumentenorganisaties en
andere drukkingsgroepen): een goede prijs/kwaliteit-verhouding van producten of
diensten bekomen. Te vlug bepaalt een onderneming zelf wat goed is voor een
consument.
In de loop der jaren werden echter marketingtechnieken ontworpen om beter naar de
consument te luisteren. Ook ontdekt men het belang van specifieke doelgroepen die
specifieke eisen stellen: bv. de veiligheidseisen voor speelgoed dat een CE-label moet
dragen omdat het hier over een extra kwetsbare (klanten-)groep gaat. Dat
ondernemingen hierbij hun verantwoording moeten opnemen blijkt uit volgende
gevallen:



         Bv. In 1998 lanceerde Netwerk Vlaanderen vzw2) een kaartencampagne waarbij je als kritische
         consument ofwel een onderneming kon feliciteren ofwel afkeuring kon uiten.
          Spijtig. Uw onderneming stelt mij zwaar teleur.
         Zoals zoveel consumenten maak ik mij zorgen over het milieu en de samenleving. Mijn hart
         gaat uit naar ondernemingen die hun verantwoordelijkheid voor onze wereld ernstig nemen.
         Uw bedrijf schiet daarin tekort. Ik heb begrepen dat u
            mens-, dier- en milieuvriendelijke initiatieven negeert
            geen oog hebt voor de mensenrechten
            banden hebt met de wapenindustrie
            oneerlijke reclame voert of onvolledige informatie geeft
            geen respect betoont voor uw werknemers
            een beleid voert dat getuigt van racisme en/of seksisme
            mensen en milieu in de Derde Wereld uitbuit
            het milieu om zeep helpt
            de rechten en het welzijn van dieren aan uw laars lapt
            enkel uit bent op kortzichtig winstbejag
         Ik vind dat onaanvaardbaar.


         Gefeliciteerd! Uw onderneming is een zaak naar mijn hart.
         Ik heb begrepen dat u uw verantwoordelijkheid voor de samenleving ernstig neemt. U kan er
         dan ook zeker van zijn dat ik uw producten en diensten blijf aanbevelen. Ik stel het vooral op
         prijs dat u ijvert voor:
            eerlijke relaties met uw leveranciers en klanten
            het optimaal informeren van uw consumenten
            milieubewuste productie- en distributiemethoden
            het welzijn en de participatie van werknemers
            tewerkstellingskansen voor kansarmen en minderheidsgroepen

2
    http://www.xs4all.be/~netwvl/frame.htm
3e Graduaat                                                                   Beroepsethiek / 2a1 / p. 42

           steun aan mens- en milieuvriendelijke initiatieven
           een duurzaam evenwicht tussen zakelijke belangen en principes
           eerlijke handelsrelaties met de Derde Wereld
           het welzijn en de rechten van dieren.
        U verdient mijn steun.


        casus 1 : "Alliantie 349 " (DS, 05.12.94)
        Eén van de grootste en actiefste massabewegingen van de Filippijnen is de "Alliantie 349".
        Doelwit : Pepsi Cola. Dat bedrijf organiseerde vorig jaar een campagne met op de flesdopjes
        een nummer waarmee grote prijzen te winnen waren. Het winnende nummer was 349. Door
        een fout van een computerbestuurder werden honderdduizend dopjes met 349 gemaakt en
        verspreid. Er waren dus honderdduizend winnaars. Bedrogen winnaars, want Pepsi weigerde
        uit te betalen omdat het om een vergissing ging. Prompt richtten de bedrogen winnaars een
        vereniging op : "Alliantie 349". Zij organiseert sindsdien betogingen waarvoor ze gemakkelijk
        5000 mensen op straat krijgt. Pepsi-reclames worden overschilderd, vrachtwagens worden
        geblokkeerd en aangevallen... "349" is nu op weg een soort radicale verbruikersorganisatie te
        worden.
        casus 2 : Met een stofzuiger naar New York (FET, 01.04.93)
        Hoover begon vorig jaar augustus met het uitdelen van gratis vliegreizen naar New York bij
        iedere aankoop van een stofzuiger met een waarde van 119 dollar. Het bedrijf draaide voor
        het verschil van 500 dollar op . Het kostte de Britten niet veel tijd voordat ze ontdekten dat de
        goedkoopste route naar NY niet via het reisbureau, maar via Hoover liep. Het gevolg was een
        stormloop van Britse consumenten op stofzuigers, wasmachines en magnetrons die niemand
        nodig had. Een geschatte 100 000 consumenten meldden zich de afgelopen maanden aan. En
        dat waren er veel meer dan verwacht. Het bedrijf had aanvankelijk berekend alle benodigde
        tickets bij goedkope reisorganisaties in te kunnen slaan. Maar die konden hun contractuele
        verplichtingen niet nakomen. ... De voorzitter van het moederbedrijf heeft beloofd met 20
        miljoen dollar alle beloftes van vliegreizen na te komen.
        casus 3 : McDonald's ziet af van piepschuim (DS, 02.11.90)3
        De fastfoodketen McDonald's geeft toe aan milieugroepen en gebruikt de komende 60 dagen
        haar voorraad op van plastiekverpakkingen in piepschuim voor hamburgers. De
        wegwerpverpakkingen zijn volgens sommige milieudeskundigen schadelijk voor de natuur en
        duurt het tientallen jaren vooraleer ze vergaan zijn. Het bedrijf zegt dat wetenschappelijk
        onderzoek piepschuimverpakking niet schadelijk vond, maar het geeft toe aan het verzet
        "omdat haar klanten er zich niet goed bij voelen".
        casus 4 : (Speelgoed)wapens (DM, 27.04.94, DS, 11.10.97)
        De speelgoedwinkelketen Toys 'R' Us, zet een punt achter de verkoop van speelgoedwapens.
        Dit gebeurde nadat een politieman een kind van dertien jaar doodschoot dat hem bedreigde
        met wat later een speelgoedwapen bleek te zijn. Enkele uren later schoot een ander agent een
        knaap van zestien neer die rondliep met een nepgeweer (1994).
        De belangrijkste Amerikaanse wapenfabrikanten hebben ermee ingestemd revolvers uit te
        rusten met een speciaal kinderslot. Dat is een veiligheidssysteem dat moet helpen voorkomen
        dat kinderen per ongeluk door kogels worden getroffen. In de VS belanden jaarlijks ongeveer
        1.500 kinderen in het ziekenhuis met schotwonden. In 1994 stierven 185 kinderen aan de


3
 Ondertussen is McDonald’s ook meer in het visier van het ALF dat op gewelddadige manier het bedrijf probeert te
overtuigen te stoppen met dierlijke voeding. (Zie http://www.animalliberationfront.com/ )
3e Graduaat                                                                  Beroepsethiek / 2a1 / p. 43

         gevolgen van hun verwondingen. In heel de VS zijn er 22 miljoen geladen vuistwapens zonder
         veiligheidssysteem in bezit van particulieren.(1997)
         Casus5: GB en GGO‟s: Persbericht (Evere, 2 augustus 2000)4
         GB Group verzekert, op basis van de nodige bewijzen, dat alle eigen merk producten vrij zijn
         van GGO's.
         Wegens een gebrek aan onweerlegbare wetenschappelijke informatie over de eventuele
         risico's van GGO's op het milieu, is GB Group - sinds 1998 - begonnen met verschillende
         vervangingsmethodes en heeft zich officieel uitgesproken, naar aanleiding van de publicatie
         van Greenpeace in maart laatstleden, tegen het gebruik van GGO's voor haar eigen merk
         producten. GB Group heeft zich toen verbonden geen enkel eigen merk product meer te
         hebben die GGO's bevatten.
         Dit is nu gebeurd ….. Vandaag kan GB Group bevestigen, op basis van de nodige bewijzen,
         dat alle eigen merk producten van GB - GB product, Wit product, s'Lands Souvenirs, GB BIO,
         …. - geen GGO's bevatten noch derivaten voortgekomen uit genetisch gemodifieerde planten.
         Op de 3.500 eigenmerk producten van GB, werden de 7 producten die nog GGO's bevatten uit
         de verkoop gehaald.
         Hiervoor heeft GB Group systematisch ingrediënten en/of additieven van genetisch
         gemodifieerde planten vervangen. Dit werd zowel op Belgisch als op Europees vlak in werking
         gesteld.
         " Om de juistheid van onze bevestigingen zowel bij onze klanten als bij Greenpeace te
         verzekeren, hebben wij ons niet tevreden gesteld met enkel uitspraken, maar hebben wij bij
         elke leverancier attesten geëist, die ons in staat stelden te bevestigen dat op het geheel van het
         productieproces de eigen merk producten geen ingrediënten en/of derivaten bevatten van
         genetisch gemodifieerde planten. Deze strikte aanpak werd aangevuld met tracabiliteitstesten
         en laboratorium analyses " verduidelijkt Dr. Pascal Léglise, Total Quality Manager van GB.
         Het systematisch onderzoek naar informatie van dergelijke complexiteit heeft tijd gevraagd en
         heeft zich vertaald door een intense samenwerking tussen de GB-kwaliteitsdienst en elke
         fabrikant.
         Naar aanleiding van de gekregen attesten en door na te gaan dat geen enkel eigen merk
         product nog GGO's in haar winkels bevat, heeft GB Group aan Greenpeace alle documenten
         overhandigd om op de groene lijst vermeld te worden.
         Een stap verder …..
         Steeds overeenstemmend met haar wil om te beschikken over alle nodige garanties op het vlak
         van risicobeheer voor het milieu en de zorg om vooruit te zijn op de verwachtingen van haar
         klanten, heeft GB Group besloten zich uit te spreken tegen het gebruik van GGO's in
         dierenvoeding.
         GB Group gaat hierdoor in dezelfde richting als Greenpeace.
         Als eerste distributeur in België, acht GB Group dat ze een belangrijke verantwoordelijkheid
         draagt op het vlak van milieuveiligheid en heeft ze de wil om aan de verwachtingen van haar
         klanten te beantwoorden.




4
    http://www.maxigb.be/fram2nl.html
3e Graduaat                                                            Beroepsethiek / 2a1 / p. 44




  1.3.4 Leveranciers

Ondernemingen beseffen ook meer en meer dat ze afhankelijk zijn van hun
leveranciers. De Just-in-time methode en de strenge kwaliteitseisen (ISO 9000, ISO
14000) schuiven heel wat verantwoordelijkheid naar hen toe. De inbreng van een
correcte levering maakt dan ook dat ze een vlotte samenwerking en een correcte
behandeling mogen verwachten.

      Bv. Nadat een chauffeur, die slechts twee uren geslapen had, in Borgworm inreed op een
      stilstaande wagen, voorziet de regering een wetsontwerp dat niet alleen de chauffeur zelf of
      zijn transportfirma, maar ook de opdrachtgever van een goederentransport mee
      verantwoordelijk stelt voor eventuele overtredingen. Wanneer na een overtreding kan worden
      bewezen dat de opdracht niet kon worden uitgevoerd binnen de wettelijke normen, zal ook de
      opdrachtgever in de toekomst kunnen veroordeeld worden. Dit geldt voor zowel overdreven
      snelheid als te zwaar beladen vrachtwagens.


      Casus: Firestone en Ford wisten dat er iets mis was met autobanden (sept. 2000)

      WASHINGTON - De Bandenfabrikant Firestone en autofabrikant Ford wisten al ten minste
      twee jaar dat er iets mis was met de autobanden van de Amerikaanse dochter van de Japanse
      fabrikant Bridgestone. Televisiestation CBS haalde deze informatie uit juridische documenten
      die te maken hebben met de zaak van de Amerikaan Danny Van Etten. Deze kwam om het
      leven door een ongeluk met zijn Ford Explorer-terreinwagen. Ford monteerde
      standaardbanden van Firestone onder dat type auto.Firestone besloot in augustus in de
      Verenigde Staten 6,5 miljoen banden terug te halen, nadat bij ongelukken met auto's die op
      Firestone-banden reden sinds 1991 101 mensen waren omgekomen. Tweederde van die
      ongelukken gebeurde met een Explorer op Firestonebanden. In een van de documenten
      waaruit CBS citeerde, is sprake van 2332 gevallen waarin de buitenste laag van de banden
      losliet. Volgens een expert is dat een abnormaal aantal, wat erop wijst dat de banden inferieur
      waren. Ford zou ook toegang hebben gehad tot de documenten. President-directeur Jaques
      Nasser van Ford verklaarde begin september voor het Congres dat moederbedrijf Bridgestone
      al sinds medio 1997 wist van de problemen. Ford zou pas in juli zijn geïnformeerd.

      Firestone biedt zijn excuses aan voor klapbanden
      ROTTERDAM, 7 SEPT. Directeur Masatoshi Ono van bandenfabrikant Bridgestone/Firestone
      heeft gisteren publiekelijk zijn excuses aangeboden voor de problemen met Firestone-banden,
      die in de Verenigde Staten alleen al hebben geleid tot 88 doden. De top van autofabrikant
      Ford liet weten ”niet te rusten voordat elke slechte band is vervangen". De topmannen van de
      in opspraak geraakte bedrijven werden gisteren ruim 13 uur lang aan de tand gevoeld door
      een commissie uit het Amerikaanse Congres. Het management van Ford nam tijdens de
      verhoren duidelijk afstand van Firestone, dat al 96 jaar lang een partner is van de
      Amerikaanse autofabrikant Directeur Jacques Nasser van Ford zei dat zijn bedrijf lange tijd
      niet op de hoogte is geweest van defecten aan de Firestone-banden. Pas deze zomer zou Ford
      de beschikking hebben gekregen over nauwkeurige informatie van Firestone en schadeclaims
      van gedupeerde consumenten. "Na onderzoek van de gegevens hebben we Firestone meteen
      gevraagd de banden terug te halen", zei Nasser. Ford en Bridgestone/Firestone kondigden op
      9 augustus het terughalen van 6,5 miljoen Firestone-banden aan. Inmiddels zijn zo'n 2 miljoen
      banden geretourneerd. De gewraakte banden behoren tot de standaarduitrusting van de Ford
      Explorer. En juist deze populaire terreinwagen komt regelmatig terug in de statistieken van
3e Graduaat                                                            Beroepsethiek / 2a1 / p. 45

      auto-ongelukken. De Japanse directeur Masatoshi Ono weet de problemen met de Firestone-
      banden aan wat hij noemde "onzorgvuldig handelen" van de consument.Direct na het
      terugroepen van de banden stelden deskundigen van Firestone een forensisch [= medisch,
      strafrechterlijk] onderzoek in. "Daaruit kwam naar voren dat de problemen met de banden niet
      veroorzaakt zijn door ontwerp- of productiefouten", zo deelde Ono mee. Ford daarentegen
      blijft volhouden dat de problemen geheel te wijten zijn aan defecten aan de Firestone-banden.
      Het autobedrijf is inmiddels in gesprek met de belangrijkste concurrent van Firestone,
      Goodyear Tire & Rubber. Dit bedrijf moet de Ford Explorer van nieuwe banden gaan
      voorzien.




  1.3.5 Gemeenschap

De gemeenschap is een vaak onderschatte stakeholder. Nu de lokale en/of nationale
overheden het niet langer meer nemen dat bedrijven hun lasten op de gemeenschap
afwentelen, en op deze manier kosten voor de gemeenschap maken, en daarbij nog
van de overheid verwachten tegemoetkomingen te krijgen om bv. werkgelegenheid te
creëren of milieuoverlast te verminderen, beseffen ondernemingen dat ze ook ten
aanzien van de gemeenschap verantwoordelijkheid dragen. De inbreng van een
gemeenschap kan zeer ver gaan: van het toestaan dat een bedrijf zich op een bepaalde
plaats inplant, desnoods er bepaalde voorzieningen voor treft via industriezones of
bedrijfsterreinen, tot het creëren van zogenaamde vrijhandelszones waar speciale
wetten gelden: verminderde belastingen, winsten weghalen naar het moederland,
verbod op vakbondswerking of stakingsrecht,... De inbreng kan ook onrechtstreeks zijn:
via onderwijs en gezondheidsinfrastructuur draagt de gemeenschap bij tot 'goede
werknemers'. In heel wat Derde Wereldlanden zijn bedrijven immers verplicht zelf in te
staan voor de gezondheidszorgen voor hun werknemers of voor de scholing van hun
kinderen.
Een gemeenschap doet deze inbreng niet voor niets. Ze verwacht ook dat er daardoor
werkgelegenheid voor de omwonenden wordt gecreëerd, dat de streek zich ontwikkelt,
dat bedrijven een inspanning doen op vlak van veiligheid, gezondheid en leefmilieu.
Sommige bedrijven gaan hun bijdrage uitdrukkelijk in een 'charter' aan de
gemeenschap benadrukken.

      Bv.1 Uit de beleidsuitgangspunten van Shell
      Jegens de samenleving
      Het uitoefenen van het bedrijf als verantwoordelijke leden van de samenleving, het naleven
      van de wetten van de landen waarin zij werken, het uiting geven aan hun steun voor
      fundamentele mensenrechten voor zover dat binnen de legitieme rol van het bedrijfsleven past
      en het in acht nemen van normen voor gezondheid, veiligheid en milieu conform hun streven
      om bij te dragen aan duurzame ontwikkeling.
      Deze vijf verantwoordelijkheidsgebieden worden gezien als onverbrekelijk verbonden.
      Daarom heeft de leiding van elke maatschappij de plicht om in onderlinge afweging
      voortdurend prioriteiten vast te stellen en op grond van die vaststelling naar beste vermogen
      overeenkomstig haar verantwoordelijkheden te handelen.
      (http://www.shell.be/nl/belgium/index_e.html )
3e Graduaat                                                                Beroepsethiek / 2a1 / p. 46

       De Shell-groep draagt bij tot het welzijn van de landen waarin zij gevestigd is, en dit door
       middel van energielevering, schepping van werkgelegenheid of investeringen. Zij is zich ook
       bewust van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid tegenover de samenleving waarin zij
       actief is. Daarom zijn de bedrijven van de Royal Dutch/Shell dan ook de verbintenis
       aangegaan om bij te dragen tot duurzame ontwikkeling, door overal ter wereld diverse
       projecten te steunen ten gunste van de maatschappelijke en economische ontwikkeling en het
                            milieu.
                            Deze hulp kan velerlei vormen aannemen, zoals onder meer
                            aanmoedigingsprogramma‟s voor educatieve projecten in Zuid-Afrika of
                            de Verenigde Staten. In Nigeria heeft Shell deelgenomen aan een
                            inentingscampagne om zowat 100.000 kinderen te beschermen tegen
                            kinderziekten zoals polio. De aanleg van natuurreservaten zoals Tapyca
                            in Paraguay, de schenking van land voor natuurbehoud in Canada of
                            herbebossingsprogramma‟s in IJsland vormen evenveel belangrijke
       bijdragen tot een betere bescherming van het milieu. In Nederland, Groot-Brittannië en
       Zweden staat Shell aan de basis van projecten zoals „LiveWire en “Jobs in Society” die de
       ondernemingszin en werkgelegenheid bevorderen.
       Voor concrete voorbeelden van de door Shell verleende steun op sociaal, economisch en
       milieugebied over heel de wereld, kunt u volgende publicaties raadplegen:
      “Sharing a Vision - Shell’s investment in Society"
       (http://www.shell.be/nl/community/index_a.html)


       Bv. 2 Volvo Cars Europe International-Beleidsnota/Toelichting, 1997, p. 28-29)
       Een onderneming heeft er op termijn belang bij in een samenleving te werken die voorspoed
       en ontwikkeling kent. Een samenleving die goed onderwijs, goede ontspanning op lichamelijk
       en geestelijk vlak mogelijk maakt, en die de burgers ontplooiing biedt in hun persoonlijk en
       familiaal leven. Dergelijke samenleving biedt aan de ondernemingswereld goed geschoolde
       werkkrachten die naar lichaam en geest gezond zijn. Dergelijke samenleving biedt ook alle
       mogelijke diensten waarop de onderneming een beroep kan op doen en in dergelijke
       samenleving tenslotte is er plaats om goede producten op de markt te brengen...
       Wij vinden dat een onderneming niet buiten de samenleving mag staan maar zich als een deel
       ervan moet gedragen. Dit inpassen in het groter geheel rondom ons kunnen we integratie
       noemen. Wekelijks komen er tientallen initiatieven uit de samenleving in de onderneming
       binnen. ... Het zijn dikwijls vragen naar financiële of logistieke steun of soms alleen maar
       morele steun. Heel veel vragen naar inlichtingen, documentatie, studiemateriaal. En
       uitnodigingen allerhande om aan de meest uiteenlopende gebeurtenissen deel te nemen door
       bijvoorbeeld personeelsleden af te vaardigen, door het ter beschikking te stellen van
       producten of andere materialen, door publiciteit en noem maar op. Sponsoring is hier het
       modewoord geworden...
       Het respect voor al deze initiatiefnemers noopt er ons toe elk initiatief ernstig op te vangen, te
       overwegen en te beantwoorden. Onze onderneming heeft er baat bij deel uit te maken van deze
       gezonde en evenwichtige Gentse, Vlaamse en Belgische samenleving. Het is dan ook niet
       meer dan fair deze samenleving mee vooruit te helpen en zeker in die gebieden waarin we met
       onze kennis en ervaring meerwaarde kunnen scheppen.
3e Graduaat                                                               Beroepsethiek / 2a1 / p. 47



        Bv 3. Bedrijven Netwerk voor de Sociale Cohesie gelanceerd.5
        Dag Allemaal 14 december 1999
        Christian Leysen (45) is voorzitter van de Raad van Bestuur van het maritieme en logistieke
        bedrijf Ahlers NV en actief in nog een rits andere ondernemingen. We ontmoeten elkaar dan
        ook in het hart van de oude Antwerpse stadswijk Stuyvenberg. Een buurt die de voorbije jaren
        herhaaldelijk negatief in het nieuws kwam, maar die, mede dankzij de inspanningen van
        ondernemers van het type Christian Leysen, opnieuw een plek wordt waar het aangenaam
        leven en werken is. In een oud schoolgebouw dat met respect voor de architectuur van toen
        perfect werd gerestaureerd, is het zenuwcentrum van het NOA-project ondergebracht (Noord-
        Oost-Antwerpen, nvdr). De renovatie van het gebouw wordt goeddeels gefinancierd met
        Europese centen, teneinde verloederde probleemwijken hun trots, veiligheid, bedrijvigheid en
        menselijke samenhang terug te geven. Het werkkapitaal komt van een aantal bedrijven die de
        mening zijn toegedaan dat een onderneming niet enkel geld moet opbrengen, maar tevens voor
        een sociale meerwaarde moet zorgen.
        Is het een bezorgdheid om de duale samenleving die uw engagement heeft geïnspireerd?
        Ik ben een geboren optimist, ik blijf altijd in beterschap geloven. Het is natuurlijk zo dat
        veranderingen zich steeds sneller voordoen. Dat dwingt ons continu tot aanpassen, opnieuw
        leren, nieuwe kansen aangrijpen. Sommigen hebben het hier bijzonder moeilijk mee. Hoe
        kunnen we ervoor zorgen dat iedereen aan zijn trekken komt? We evolueren hoe dan ook naar
        een samenleving waarin we met aanhoudende veranderingen zullen moeten leren leven.
        Degenen die daar minder goed in zijn, mogen we niet laten vallen. Het is noch voor de
        economie, noch voor de samenleving goed wanneer een groeiende groep mensen zich niet
        meer bij het geheel betrokken weet. Met dit project willen we daar een steentje toe bijdragen.
        Weinig ondernemers bekommeren zich om het groeiende leger afhakers. Ze zijn al lang blij
        dat het met de koers van hun aandelen goed gaat.
        Die indruk heb ik niet, wel integendeel. Steeds meer bedrijven worden zich ervan bewust dat
        ze ook een maatschappelijke rol moeten spelen. Het bedrijf als burger, zou je kunnen zeggen.
        Een bedrijf heeft er alle belang bij dat het met het geheel van de samenleving goed gaat. Een
        bedrijf in een veilige buurt werkt makkelijker dan een bedrijf in een relletjesbuurt. Bovendien
        zijn er steeds meer consumenten die bedrijven taxeren op hun maatschappelijk engagement.
        Bedrijfsleiders zijn erachter dat hun eigen engagement bepalend kan zijn voor het koopgedrag
        van de consument. Toen Shell zijn olieplatform wenste te dumpen, vergat het na te gaan of niet
        alleen in Engeland maar ook elders de publieke opinie dit aanvaardde. In Duitsland kon het
        geen benzine meer kwijt: er kwam een boycot.
        Een bedrijf is voor u méér dan een gebouw waar geld voor de aandeelhouders wordt verdiend.
        Een bedrijf is in de allereerste plaats een organisatie van mensen. Een zorgzame ondernemer
        heeft oog voor zijn medewerkers. Hij wil dat ze zich goed voelen, blij zijn in de onderneming,
        trots zijn op het verrichte werk. Natuurlijk moeten bedrijven winst maken. Maar de wereld en
        de samenleving omvatten toch iets meer dan de inhoud van de beurspagina's. Het valt me op
        dat de media ontzettend veel aandacht aan dat soort financieel nieuws zijn gaan besteden en
        veel minder aan een project zoals wij er hier een hebben opgezet. Toch gebeurt op het terrein
        heel veel. Wij hebben een enquête de deur uitgestuurd met de vraag: `Doen jullie als bedrijf
        iets aan projecten die de sociale samenhang kunnen versterken?' Vijfentwintig procent bleek
        met zo'n project bezig en, nog belangrijker, vijftien procent wil er wel aan, maar weet niet
        goed hoe dat moet worden aangepakt. Met die wetenschap in het achterhoofd hebben we dit
        steunpunt, dit netwerk opgestart.

5
 Zie ook het Europees Netwerk van Bedrijven voor Sociale Cohesie op
http://195.74.198.21/ebnsc/members.htm
3e Graduaat                                                              Beroepsethiek / 2a1 / p. 48

      Er zijn de voorbije decennia lange beleidsnota's over deze problematiek volgeschreven en
      honderden buurtwerkers het veld ingestuurd. Is het bedrijfsleven beter geplaatst om in deze het
      voortouw te nemen?
      Bedrijven gaan natuurlijk niet alles oplossen, maar ze moeten een correcte speler tussen de
      overheid en de samenleving willen zijn. Het gaat niet om de vraag of bedrijven beter of
      slechter zijn geplaatst, maar zij kunnen op basis van hun ervaring en expertise de initiatieven
      meer succesvol maken en zorgen dat het geld zinvol wordt besteed. Iedereen weet dat deze
      buurt vele lange jaren een slechte reputatie heeft gehad. Vandaag zitten we hier in een
      centrum waarin zo'n 25 bedrijven en bedrijfjes zijn gehuisvest. Er zijn hier honderd
      medewerkers aan de slag. Er worden nieuwe initiatieven ontwikkeld. NOA ligt ook aan de
      basis van een callcenter. Eén bedrijf is al elders De wereld wordt opener, de mobiliteit
      vergroot. Daar zitten ontzettend veel positieve mogelijkheden en kansen in. Maar we moeten
      dat ingewikkelde proces goed begeleiden.


      Andere voorbeelden: Benetton wil via zijn publiciteit de mensen een geweten schoppen (en
      'toevallig' ook nog kleding verkopen): bv. Actie tegen de doodstraf
      (http://www.benetton.com/deathrow/) . De Body-Shops willen via de verkoop van
      milieuvriendelijke cosmetica de Indianen beschermen of de strijd voor de mensenrechten
      ondersteunen (http://www.int.the-body-shop.com/) Max-Havelaarkeurmerk wil een
      rechtvaardige prijs betalen aan de producenten van koffie, cacao, bananen om de lokale
      economie een impuls te geven (http://www.maxhavelaar.com/nl/).




Belangen tussen onderneming en gemeenschap kunnen soms tot conflicten leiden.
Denken we maar aan de productie van alcohol, tabak, wapens, drugs en andere
schadelijke producten voor het leefmilieu of de volksgezondheid, aan de problemen van
toenemende automatisering die werkloosheid creëert bij laaggeschoolden, delokalisatie
die werkgelegenheid wegtrekt naar lageloonlanden,...Meer en meer is er sprake van
corporate citizenship: het bedrijf probeert zich als goede en voorbeeldige burger te
gedragen in de omgeving waar het werkzaam is.

      casus 1 : Monsanto-Antwerpen luistert naar omwonenden (Het Volk, 03.10.92)
       De Antwerpse vestiging van de chemiereus Monsanto heeft een externe adviesgroep
      opgericht met bewoners uit de onmiddellijke omgeving van het bedrijf. Bedoeling is een
      dialoog aan te gaan over veiligheid, leefmilieu en dienstverlening. Het idee past in de filosofie
      van het bedrijf om een open politiek te voeren. Volgens de directeur kan alleen een constante
      dialoog met de bevolking zorgen voor een positieve relatie tussen industrie en omwonenden.
      Het initiatief is een primeur in ons land.
      Ondertussen wordt Monsanto ook bekritiseerd over het zogenaamde „frankensteinvoedsel‟.
      Meer informatie op http://www.monsanto.com/ en http://fightfrankenfood.com/


      casus 2 : Janssen Pharmaceutica helpt aids-patiënten in Afrika (F.E.T., 27.11.93, Vacature,
      28.08.99) Zie ook http://www.jnj.com/who_is_jnj/sr_index.html
      Janssen Pharmaceutica België schenkt ongeveer één derde van de geneesmiddelen die nodig
      zijn voor de behandeling van twee 'invaliderende aandoeningen' die vaak voorkomen bij aids-
      patiënten in Afrika. Het bedrijf sloot daarover een overeenkomst met de
      Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Concreet gaat het om Daktarin en Nizoral, twee
3e Graduaat                                                              Beroepsethiek / 2a1 / p. 49

      antimyotica die ontwikkeld werden voor de behandeling van candidosen. Binnen het jaar
      nadat ze aids ontwikkeld hebben, lijdt 90 procent van de Afrikaanse patiënten aan orale
      candidose en 25 tot 30 procent aan oesofagale candidose. Door de schenking (met een
      waarde van vijf miljoen dollar) kunnen over een periode van vijf jaar 300.000 mensen
      worden behandeld. De donatie is de eerste grote schenking voor HIV- en aids-patiënten in de
      ontwikkelingslanden.
      Jaarlijks schenkt JP voor 8,5 miljoen BEF aan sociale projecten in de streek, o.m. voor
      buitengewoon onderwijs, gehandicaptenzorg, Aids Foundation, mishandelde vrouwen, enz...
      Daarnaast stelt JP ook gebouwen en infrastructuur ter beschikking bv. voor het palliatieve
      netwerk uit de streek. In 1998 schonk JP ook voor 52 miljoen BEF geneesmiddelen voor een
      ontwormingscampagne bij 1.4 miljoen kinderen in Centraal-Amerika.


      casus 3 : Ahlers verhuist als Blok aan macht komt (DS, 13.10.94)
      De topman van de rederij Ahlers in Antwerpen, C. Leysen, zou overwegen de activiteiten van
      zijn bedrijf buiten Antwerpen te vestigen als het Vlaams Blok in de havenstad aan de macht
      zou komen. In zijn brief aan F. De Winter schrijft hij dat hij "alleszins behoort tot de groep
      bedrijfsleiders die een relocatie van haar activiteiten buiten de stad Antwerpen zou
      overwegen."... " Het amalgaam dat uw partij maakt tussen een - al dan niet terecht -
      onveiligheidsgevoel en de ontevredenheid over het huidig stedelijk beleid enerzijds en de
      oproep tot onverdraagzaamheid tegenover delen van de bevolking anderzijds, strookt niet met
      mijn ethiek en is voor mij een uiting van demagogie. Het schaadt het imago van onze stad en
      van de bedrijven die er werkzaam zijn. Welvaart wordt niet geschapen door intolerantie en
      onbegrip te kweken in een gemeenschap."


      casus 4: Geen schandalen aan mijn voeten (DM, 22.09.97)
      In 1997 lanceerde de 11.11.11 campagne van het NCOS een aanklacht tegen de makers van
      sportschoenen omdat ze enerzijds topvedetten als Michael Jordan 707 miljoen per jaar geven
      om als basketbalster het uithangbord te zijn van hun merk, en anderzijds tolereren ze dat in de
      fabrieken van hun onderaannemers meisjes tussen 15 en 20 jaar tegen 7 frank per uur, 10 tot
      12 uren per dag, minimaal 6 dagen per week, de schoenen in elkaar stikken die hier voor
      enkele duizenden franken over de toon bank gaan. Daarbij hebben de snijmachines geen
      veiligheidsknop zodat er regelmatig vingers worden afgesneden, is er ontzettend veel stof,
      hangen er lijmgeuren en is er oorverdovend lawaai om gek te worden.) (Zie ook
      http://worldshake.ngonet.be/fairtrad.htm )


      casus 5: AI wijst bedrijfswereld op verantwoordelijkheid (FET 16.01.99)
      Organisaties als Amnesty International wijzen traditioneel vooral regeringen en politiek
      actoren op hun verantwoordelijkheid voor mensenrechtenschendingen in hun land. Meer en
      meer zoomen ze ook in op de rol die multinationale ondernemingen spelen in landen waar met
      die rechten een loopje wordt genomen. Het laatste jaarrapport is daarvan een goed voorbeeld.
      Denk maar aan de acties tegen Shell omwille van de mensenrechtenschendingen in Nigeria.
      Onder druk van de internationale publieke opinie heeft Shell ondertussen haar standpunt
      bijgeschaafd en openlijk haar steun toegezegd aan mensenrechtencampagnes
      http://www.aivl.be/ (Amnesty International Vlaanderen, met aandacht bedrijfsleven)
      http://www.shellnigeria.com/ (Shell in Nigeria)
3e Graduaat                                                                Beroepsethiek / 2a1 / p. 50



         casus 6 : Colruyt en het wegverkeer (bedrijfsmededeling van 25.08.99)6
         In het kader van het milieuprogramma GreenLine wil Colruyt inspanningen leveren om het
         verkeer zo weinig mogelijk te belasten. Dit gebeurt door twee initiatieven: 1. Voor de ligging van
         nieuwe winkels zoeken ze zoveel mogelijk plaatsen aan de rand van het stadscentrum om de
         afstand die de klanten moeten afleggen zo klein mogelijk te houden. Uiteraard moet de winkel wel
         goed bereikbaar zijn voor de klant en voor de vrachtwagens. 2. Voor het transport van de
         goederen proberen ze zo weinig mogelijk kilometers af te leggen. De leveranciers leveren hun
         goederen per volle vracht aan centrale stapelplaatsen. Van daaruit worden ze verdeeld met grote
         (24 ton) en volle vrachtwagens aan de winkels (wat ook brandstofbesparing betekent). Bij het
         opstellen van de routeschema's wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van autosnelwegen en
         hoofdwegen en wordt het doorkruisen van dichtbevolkte woongebieden vermeden. Verder werden
         inspanningen geleverd voor de veiligheid door een Transport-Charter uit te werken en de
         chauffeurs een cursus 'preventief rijden' te laten volgen. Voor het woon-werkverkeer werd een
         bedrijfsvervoerplan uitgewerkt op basis van een carpoolbank


         Casus 7: Levi Strauss7: Local communities all over the world face some tough problems. We
         help them create their own solutions. Levi Strauss & Co. and the Levi Strauss Foundation act
         as catalysts for positive change in our communities by awarding grants, encouraging
         employees to volunteer their time and standing behind critical, controversial issues. This
         commitment is part of our investment in the future of our communities.We donate more than
         $16 million dollars annually in combined charitable gifts to organizations in over forty
         countries.
         Casus 8: Danone group: zie
         http://www.danonegroup.com/Social_Responsibility/index.html
         Casus 9: Diageo: http://www.diageo.com/ccdiageo/home/index2.html
         Diageo has a considerable impact on society. Our brands are part of the everyday life of
         millions of people around the world. 72,000 people work for Diageo and many more are
         indirectly associated with our business. Our many businesses in over 200 countries are all
         part of the communities in which they operate. We believe it is essential to the long-term well
         being of Diageo that we are sensitive and responsive to the wider world in which we exist.
         Companies are part of society as much as individuals, just on a larger scale.
         What is corporate citizenship?
         Companies are part of society. They enjoy certain rights to trade freely but, like individuals,
         they also have certain responsibilities for the wider public good. What is understood by
         corporate citizenship has evolved significantly in recent years. It is no longer seen as just
         charitable giving; it is now viewed as encompassing all the ways in which a business and its
         products and services interact with society. In the broadest sense it is an attitude of mind
         which informs behaviour and decision-making throughout a company.
         Increasingly, companies need to make public their policies and actions in corporate
         citizenship. Consumers, special interest groups, governments and others feel they have the
         right and need to judge how companies operate. What they think matters, and companies need
         to be responsive to this.
         Corporate citizenship is viewed in different ways by different companies. It can include ethics,
         corporate governance, employee relations, customers, consumers, suppliers, pensions,
         communities, health and safety, the environment and many other areas of business activity.
         Diageo is involved in all these areas, and in all of them we aspire to best practice. In many
         cases, we benchmark ourselves against a relevant peer group. However, while all these areas

6
    http://www.colruyt.be/NEDERLANDS/MILIEU/MILIEUTRANSPCHART/transport_nl.html
7
    zie http://www.levistrauss.com/index_community.html over hun gemeenschapsprogramma’s
3e Graduaat                                                                 Beroepsethiek / 2a1 / p. 51

         are, and will remain, important to us, we believe that corporate citizenship at Diageo should
         be particularly focused on those areas where we have the greatest impact on society at large



     1.3.6 (Leef)milieu:

Deze laatste stakeholder wordt meestal vertegenwoordigd door omwonenden of
actiegroepen. Ze wijzen op de schade (nu, maar ook voor toekomstige generaties) door
te sterk ingrijpen op het milieu door pollutie van bodem, lucht, en/of water. Of men
beschouwt het milieu als een complex ecosysteem waarbij de emissies en imissies het
systeem uit evenwicht brengen.Meer en meer bedrijven beginnen er mee rekening te
houden en stellen voor zichzelf een milieucharter op.

         Casus 1 : Spaanplatenbedrijf Interlin krijgt miljoenenboete (DS 21.01.99)
         De bedrijfsleiding van Interlin getuigde van arrogantie over de milieulast die de buren
         ondervonden en paait de buren met de belofte dat het bedrijf in 2002 verhuist naar een
         industriezone, zo chargeerde de rechter tegen de beheerder van Interlin. Hij kreeg een boete
         van 2 miljoen BEF en het bedrijf moet aan 48 burgerlijke partijen elk 45.000 BEF betalen.
         Jarenlang dienden omwonenden klachten in over stof- en geluidshinder. Die klachten werden
         systematisch bijgehouden door de politie. Het werd al eerder in 1989 veroordeeld. Het
         geluidsniveau mocht 's nachts de 15 decibel niet overschrijden, maar er werd zelfs 53 dBa
         gemeten. De vergunning verbood te produceren op zondag, maar Interlin hield zich daar nie
         aan. De buren hadden af te rekenen met stofhinder. Die was niet accidenteel, maar eigen aan
         het bedrijf. Interlin is een zeef met een verouderd machinepark uit de jaren zestig. Het bedrijf
         reageerde verrast over de zware veroordeling en overweegt in beroep te gaan.
         Casus 2: Engagement van Volvo Cars Europe t.a.v. het leefmilieu8:
         “Autos produceren vervuiling, lawaai, afval” Dit riepen we 10 jaar geleden toen we besloten
         om milieubewust te gaan opereren.Nu belasten auto's nog steeds het milieu. Maar er is
         vooruitgang en we doen er alles voor om auto's te maken die tijdens het rijden en bij recyclen
         minder milieubelastend zijn.Volvo staat voor een bewuste visie op het milieu. Aandacht voor
         de leefomgeving komt bij de ontwikkeling van elk Volvo-concept uitgebreid ter sprake. In
         samenwerking met milieuexperts heeft Volvo het Environmental Priority System (EPS)
         ontwikkeld, dat aangeeft in welke mate een product of component het milieu belast. Studies
         over de invloed hiervan op gezondheid, flora en fauna, vormen samen met esthetische normen
         het uitgangspunt voor de Volvo-ontwerpers en -ingenieurs. De zorg voor een schone en
         leefbare wereld is een van grondslagen van Volvo. Dit komt tot uiting in ondermeer:
         - Lakbehandelingen in milieuvriendelijke lakstraten en lakken op waterbasis.
         - Het uitschakelen van milieubelastende oplosmiddelen waar het technisch mogelijk is.
         - 95% Absorptie van schadelijke stoffen uit de uitlaatgassen.
         - De mogelijkheid om onze modellen voor zo'n 85% te recyclen




         Casus 3: Greenline-Charter van Colruyt 9
         Op 21 februari 1990 maakte Colruyt zijn Green Line-programma bekend aan de buitenwereld.
         Met dit milieuprogramma bevestigt de firma Colruyt dat ze zich daadwerkelijk wil inzetten
         voor het leefmilieu. In dit Green Lineprogramma besteedt Colruyt vooral aandacht aan

8
    http://vcc.volvocars.se/environment/s80.pdf
9
    http://www.colruyt.be/NEDERLANDS/MILIEU/MILIEUCHARTER/milieucharter_nl.html
3e Graduaat                                                               Beroepsethiek / 2a1 / p. 52

      producten, diensten of realisaties die een positieve bijdrage leveren voor het leefmilieu. Dit
      houdt o.m. in dat, zowel op het vlak van productie, recyclage en afvalverwerking, als door het
      verstandig gebruik van grondstoffen, energie e.d., blijk wordt gegeven van :
      - respect voor het water;
      - respect voor de lucht;
      - respect voor de bodem;
      - aandacht en inzet voor veiliger en milieuvriendelijker verkeer;
      - aandacht en inzet voor beperking van geluidshinder
      - aandacht voor een ecologisch verantwoorde ruimtelijke ordening.
      Het Green Lineprogramma wordt onderschreven door iedereen die deel uitmaakt van de
      Colruytorganisatie. Directieleden en medewerkers op alle niveaus engageren zich om ieder op
      zijn domein milieuvriendelijk(er) te werken en, waar mogelijk, milieuvriendelijke initiatieven
      te nemen. De Raad van Bestuur van de N.V. Colruyt moedigt deze initiatieven van zijn
      medewerkers daadwerkelijk aan en ondersteunt ze. Bij de afsluiting van elk boekjaar
      publiceert Colruyt een 'milieubalans'. Daarin wordt verslag uitgebracht van alle Green
      Linerealisaties van het afgelopen jaar
      In de milieubalans wordt ook melding gemaakt van lopende studies of nieuwe initiatieven die
      nog moeten worden uitgewerkt. Die gebeuren op zeer verschillende technische domeinen,
      zoals:
      - veilig transport;
      - efficiënt energiebeleid;
      - selectieve afvalverwerking en bevordering van recyclage;
      - milieuvriendelijke(re) verpakkingen;
      - voorkomen en beperken van geluidshinder;
      - beperken en maximaal zuiveren van uitgestoten gassen en
      - geloosde afvalwaters.
      Colruyt is bereid overleg te plegen en samen te werken met andere ondernemingen en/of
      overheidsdiensten als dit kan leiden tot effectieve milieuvriendelijke realisaties, binnen het
      kader van onze distributieactiviteiten.
      Green Line omvat het engagement van Colruyt om aan zijn klanten informatie te verschaffen
      over producten, diensten of realisaties die een positieve bijdrage leveren voor het leefmilieu.
      Hiertoe creëerde Colruyt de groene prijsetiketten. Die zorgen voor een gemakkelijke
      herkenning van de Green Line-producten in de Colruyt-winkels en maken ook melding van de
      reden waarom een product een groen etiket heeft gekregen. Een groen prijsetiket wordt door
      Colruyt toegekend aan producten uit het assortiment waaraan een reële verbetering werd
      aangebracht (aan product of verpakking), zodat ze een positieve bijdrage leveren voor het
      milieu. De toekenning van het groene prijsetiket gebeurt op basis van de informatie en de
      garantie die de producent omtrent zijn product communiceert. De producent blijft
      verantwoordelijk voor de juistheid van zijn informatie aan de consumenten. Onze aankopers
      zullen voortdurend aandacht hebben voor het aspect 'milieuvriendelijk' product. Als zij de
      keuze hebben uit gelijkwaardige alternatieven (rekening houdend met kwaliteit, prijs, gebruik
      e.d.), dan geven zij voorrang aan de producten die het vriendelijkst zijn voor het milieu. Om
      onze leveranciers en producenten aan te moedigen om te blijven zoeken naar
      milieuvriendelijke verbeteringen, kennen wij de groene etiketten slechts voor een beperkte
      periode toe. Die beperkte toekenning moet een stimulans zijn om te blijven zoeken naar
      milieuvriendelijke alternatieven en verbeteringen. Van zodra er een officieel Belgisch of
      Europees milieulabel wordt gecreëerd, zullen we dat label graag overnemen als aanduiding
      voor producten die milieuvriendelijker zijn geworden. Een van de belangrijkste doelstellingen
      van het Green Line-programma is: duidelijke informatie verschaffen aan onze klanten, zodat
      ze zelf een bewuste, vrije keuze kunnen maken. Bij Colruyt is informatie aan de klanten
      trouwens altijd al een belangrijk onderdeel van de service geweest. Voor wat de Green Line-
      producten betreft, wordt dit vertaald in:
      - een duidelijke herkenning van milieuvriendelijke producten door middel van de groene
3e Graduaat                                                               Beroepsethiek / 2a1 / p. 53

      etiketten
      - op het etiket ook een duidelijke vermelding van de reden waarom aan het product een groen
      etiket werd toegekend.
      Van het Green Line-programma verwachten wij vooral resultaten op lange termijn. Meer
      aandacht voor het leefmilieu, meer vraag naar milieuvriendelijke producten en meer
      informatie zullen ongetwijfeld een beter productaanbod tot gevolg hebben.We zijn ons ervan
      bewust dat we altijd rekening zullen moeten houden met de realistische context waarbinnen
      wij werken, zoals bv. de economische realiteit, de technische haalbaarheid van oplossingen,
      de huidige consumptiegewoonten e.d. We zullen er echter voor zorgen dat milieuvriendelijke
      initiatieven die zich als 'praktisch uitvoerbaar' aandienen, ten spoedigste worden gerealiseerd.
      Wij zijn er vast van overtuigd dat Colruyt-klanten en -medewerkers binnen enkele jaren zullen
      vaststellen dat zij hun steentje bijdroegen tot een aangenamer en gezonder leefmilieu.




Besluit bij dit stakeholdersmodel:
Het is belangrijk dat het bedrijfsbeleid al deze belangen duidelijk onderkent en er zich
rekenschap van geeft om niet vroeg of laat geconfronteerd te worden met de gevolgen
van een kortzichtig beleid, enkel gericht op winst. Meer en meer wordt immers de vraag
gesteld of de 'vooruitgang' van een onderneming enkel moet gezien worden in functie
van toenemende winstuitkeringen voor de aandeelhouders (en speculanten!), of
vooruitgang in een meer sociale betekenis: dat zoveel mogelijk mensen er beter van
worden.




1.4 Bedrijfscultuur : sfeer, gewoontes, afspraken

                       ".. iedereen kent en respecteert iedereen. Natuurlijk is er een verschil tussen de
             ontwerpafdeling en de arbeiders, maar een groot verschil is het niet : de mensen van het
       ontwerp kan je slechts herkennen aan hun werkkledij. Er heerst dan ook in het bedrijf een zeer
        aparte sfeer: vriendelijkheid, ja een band tussen iedereen. Gebeurt er iets verkeerd, dan zoekt
          men geen zondebok, maar men werkt er samen aan om dit probleem op te lossen. Dit is een
         zeer slimme tactiek of manier van werken. Mogelijk discussiepunt is : Is het verantwoord om
         zo te werken, waar leggen we de grens van het 'vrij' zijn ? 'Bazen' en 'werkmensen' kan je als
       buitenstaander niet herkennen. De 'bazen' steken indien nodig gerust een handje toe en praten
                               ook met deze mensen alsof het familie is..." Uit stageverslag van student.


      “Japanse bedrijven zijn van nature eigenlijk zee mensgeoriënteerd. Heel wat is erop gericht
      door opleiding en begeleiding van onze medewerkers voortdurend te verbeteren. Onze visie is:
      elke dag ietsje beter. Hoewel de Japanse bedrijfscultuur bij de Oostendse onderneming
      duidelijk merkbaar is, is er een harmonie met de West-Europese, ja zelfs de West-Vlaamse
      mentaliteit. Kenmerkend voor ons bedrijf is de langetermijnvisie waarover er binnen de
      onderneming open communicatie bestaat. Wat concreet betekent dat elke medewerker op elk
      niveau weet in welke richting de onderneming gaat. ... De Daikin-medewerkers vormen een
      heuse familie. Als je dit koppelt aan de Vlaamse werkkracht, betrokkenheid en algemene
      geaardheid, kun je je voorstellen dat het succes dat zich nu uit in een groei en een
      expansieprogramma, aan Daikin Europe N.V. niet kon voorbijgaan”. Daikin Europe N.V
3e Graduaat                                                               Beroepsethiek / 2a1 / p. 54

Een belangrijk element in de hedendaagse ondernemingen, is het besef dat ze niet
alleen door kapitaal, mensen, grondstoffen en machines worden geleid, maar dat
doorheen dat alles bedrijfscultuur een belangrijke rol speelt als het cement (of de
smeerolie?) van de organisatie. Bedrijfscultuur bepaalt de 'aard' van het bedrijf. Dit
drukt zich uit in de structuur (hiërarchische / piramidale structuur versus
collegiale/vlakke structuur), in de 'stichtingsverhalen', in de 'helden' die worden
opgevoerd, in 'rituelen' en gebruiken, en meer en meer ook in een eigen één gemaakte
huisstijl van het bedrijf die via o.m. logo's overal verschijnt. Op zoek naar hun
eigenheid aarzelen sommigen organisaties dan ook niet antropologen in te schakelen.
Een bedrijfscultuur vormt immers de (im-)materiële neerslag van hun diepste normen
en waarden waarvan ze verwachten dat deze door hun werknemers gedeeld worden.
Een autoritaire bedrijfscultuur waar men het niet nauw neemt met sociale rechten,
moet dan ook niet verschieten dat hun werknemers liever lui dan moe zijn en via
zijwegen hun 'recht' zoeken. Een participatieve bedrijfscultuur die werknemers correct
probeert te behandelen, mag dan ook meer gemotiveerde werknemers verwachten die
ook correct werk afleveren. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor het Human
Resources Management, of het personeelsbeleid dat probeert de verwachtingen van
de organisatie en van de werknemers op elkaar af te stemmen.




1.5 Bedrijfscodes

Heel wat (vooral internationale) ondernemingen stellen een document op waarin ze hun
'missie', hun 'waarden', hun 'filosofie', hun 'credo', hun 'charter',... neerschrijven. Soms
vind je dit kernachtig neergeschreven in een slogan die ook in advertenties of vacatures
verschijnt:

      Bv.
      Abay TS: Onze Filosofie : Iedere klant, ieder project heeft zijn specifieke kenmerken. Abay
      TS past zich aan en zet zich totaal in om soepel en dienstvaardig te zijn en kwaliteit te leveren.
      Atea : brengt mensen bij elkaar
      Laborelec : Samen kunnen we alles
      LVD : Forming your future
      Philips makes life better
      Picanol rules the waves
      Siemens : Innovatie door talent
      Telindus: creating the communication flows
      Volvo : Enthousiaste inzet. Trots op eigen product. Een streven naar perfektie. Vlot teamwork.
      Dat is de Volvo-spirit die bij ons leeft. En dat merk je.
      Levi Strauss: bedrijfscode vind je op http://www.levistrauss.com/about/code.html
3e Graduaat                                                     Beroepsethiek / 2a1 / p. 55

Men kan bij dit alles terecht de vraag stellen: Betreft het 'imagebuilding',
'windowdressing', 'identity finding' of is het een weerspiegeling van een feitelijk beleefd
waardenkader? Om dit enig 'serieux' te geven werd de SA-8000-standaard ontwikkeld
door de CEPAA (Council on Economic Priorities Accreditation Agency). Aan de hand
van conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie en de Universele Verklaring
van de Rechten van de Mens en de UN Conventie van de Rechten van het Kind worden
normen opgesteld die door een onafhankelijk orgaan gebruikt worden in hun oordeel
over de 'socialiteit' van een bedrijf. De SA-8000 is te vergelijken met de ISO-9000 voor
kwaliteitszorg en de ISO-14000 voor milieuzorgsystemen. Meer informatie hierover op
http://www.qualitydigest.com/feb98/html/cover.html




  Opdracht:


  Zoek zelf een bedrijf via internet: hoe en aan welke „stakeholders‟ wordt aandacht gegeven?
  Je kan hiervoor altijd rond snuisteren op http://195.74.198.21/ebnsc/members.htm en
  er een bedrijf uitpikken.

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:32
posted:9/1/2011
language:Dutch
pages:25