Documents
Resources
Learning Center
Upload
Plans & pricing Sign in
Sign Out

Voorstel aan de raad

VIEWS: 52 PAGES: 113

									Voorstel aan de raad
Nummer: B11-14343




Portefeuille:            Financiën, Ruimtelijke Ordening & Gemeentelijke Organisatie
Programma:               2.4 Sterke stad
Programmaonderdeel:      2.4.1 Werken aan de basis

Steller:      M. de Jong
Afdeling:     RP
Telefoon:     0320-278390
E-mail:       m.de.jong@lelystad.nl




Punt 8f van de agenda voor de vergadering van 12 juli 2011.

Onderwerp:
Vaststelling bestemmingsplan Waterwijk-Zuid.

Voorgesteld besluit:

1.   Het bestemmingsplan “Waterwijk-Zuid” vast te stellen overeenkomstig de bij dit besluit
     behorende regels, toelichting en verbeelding zoals opgenomen in het GML-bestand
     NL.IMRO.0995.00017.VG01.
2.   Geen exploitatieplan vast te stellen.

Aanleiding en context:

Het voorontwerpbestemmingsplan Waterwijk Zuid heeft de inspraakprocedure en het wettelijk overleg
met diverse instanties doorlopen. Naar aanleiding van inspraak en overleg is het
voorontwerpbestemmingsplan aangepast tot ontwerpbestemmingsplan.
Het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, het ontwerpbestemmingsplan en de
daarop betrekking hebbende stukken hebben van 24 februari 2011gedurende zes weken ter inzage
gelegen in het Infocentrum in de Stadswinkel. Tevens waren de stukken digitaal te raadplegen op de
gemeentelijke website. De terinzagelegging is gepubliceerd in de Flevopost en de Staatscourant en
digitaal op de gemeentelijke website. Tijdens deze periode van zes weken bestond voor een ieder de
mogelijkheid tot het indienen van schriftelijke of mondelinge zienswijzen bij de gemeenteraad. Binnen
de termijn van terinzagelegging zijn geen zienswijzen ontvangen.

Beoogd effect:

Het bestemmingsplan Waterwijk Zuid biedt een actueel juridisch - planologisch kader en geeft
daarmee de bewoners van Waterwijk Zuid rechtszekerheid, omdat het bestemmingsplan de situatie
voor 10 jaar vastlegt. De voorschriften van het bestemmingsplan voor woonbebouwing sluiten aan bij
het geactualiseerde bestemmingsplan Waterwijk Noord. Hiermee wordt rechtsgelijkheid gecreëerd
voor de bewoners van de Waterwijk.

Argumenten:

1.   Het vaststellen van het bestemmingsplan is de volgende (wettelijke) stap in de procedure na de
     tervisielegging van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Waterwijk Zuid.
2.   Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan
     vaststelt voor gronden waarop bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is
     voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is beschreven wat moet worden
     gezien als een “bouwplan”. Het bestemmingsplan Waterwijk Zuid bevat geen bouwplannen zoals
     bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.




HB1106                                                                             paginanummer 1
Nummer: B11-14343


Financiële aspecten:

Geen.

Kanttekeningen:

Tegen het raadsbesluit kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak
van de raad van State. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan treedt in werking met
ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt, tenzij naast een ingesteld beroep tevens
een verzoek om een voorlopige voorziening is gedaan.


Communicatie en Voortgang:

Conform de bepalingen in de wet ruimtelijke ordening en de algemene wet bestuursrecht wordt het
besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan gepubliceerd en gedurende zes weken ter inzage
gelegd.

Lelystad, 14 juni 2011.

Het college van de gemeente Lelystad,

de secretaris,                       de burgemeester,



N. Versteeg.                         M. Horselenberg.




HB1106                                                                           paginanummer 2
Raadsbesluit

Nummer: B11-14343

De raad van de gemeente Lelystad,

op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 14 juni 2011;

overwegende:
-   dat het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Waterwijk-Zuid met de daarop
    betrekking hebbende stukken met ingang van 24 februari 2011 voor een periode van zes weken
    ter inzage heeft gelegen en tevens digitaal kon worden geraadpleegd;
-   dat die terinzagelegging op 23 februari 2011 op de wettelijk voorgeschreven wijze is
    bekendgemaakt;
-   dat in deze bekendmaking melding is gemaakt van de voor eenieder bestaande mogelijkheid om
    gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk of mondeling zienswijzen omtrent het
    ontwerp bij deze raad naar voren te brengen;
-   dat geen zienswijzen zijn ontvangen;

gelet op de betreffende bepalingen van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet
bestuursrecht;

                                              B E S L U I T:

1.   het bestemmingsplan “Waterwijk-Zuid” vast te stellen overeenkomstig de bij dit besluit
     behorende regels, toelichting en verbeelding zoals opgenomen in het GML-bestand
     NL.IMRO.0995.00017.VG01;

2.   geen exploitatieplan vast te stellen.

Lelystad, 12 juli 2011.

De raad van de gemeente Lelystad,

de griffier,                            de voorzitter,




HB1106                                                                             paginanummer 3
Bestemmingsplan
Waterwijk – Zuid

Ontwerp / september 2010
Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid




Code 043802.02 / 03-09-10
GEMEENTE LELYSTAD 043802.02 / 03-09-10
BESTEMMINGSPLAN WATERWIJK - ZUID

TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE                                blz



1.   INLEIDING                                1
1.   1.   Aanleiding tot het plan             1
1.   2.   Ligging en begrenzing plangebied    1
1.   3.   Vigerende bestemmingsplannen        1
1.   4.   Digitaal bestemmingsplan            1
1.   5.   Opbouw van de toelichting           4

2.   HUIDIGE SITUATIE                         5
2. 1.     Ruimtelijke aspecten                5
2. 2.     Functionele aspecten                7

3.   KADER                                    9
3.   1.   Rijksbeleid                         9
3.   2.   Provinciaal beleid                  9
3.   3.   Gemeentelijk beleid                 9
3.   4.   Wet- en regelgeving                12
3.   5.   Milieuaspecten                     21

4.   UITGANGSPUNTEN WATERWIJK                25
4. 1.     Ruimtelijke aspecten               25
4. 2.     Functionele aspecten               26

5.   PLANBESCHRIJVING                        28
5.   1.   Het juridische systeem             28
5.   2.   Nieuwe Wet ruimtelijke ordening    28
5.   3.   De bestemmingen                    29
5.   4.   Dubbelbestemmingen                 35

6.   MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID        36

7.   ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID             37
043802.02                                                               blz 1



1.   INLEIDING

1. 1. Aanleiding tot het plan

Het gemeentebestuur van Lelystad heeft zich voorgenomen de geldende
bestemmingsplannen te actualiseren. Daarbij sluit zij aan bij verschillende
landelijke doelstellingen op het gebied van de actualisering, standaardise-
ring en digitalisering van bestemmingsplannen. Behalve landelijke ontwik-
kelingen is vanuit de gemeentelijk praktijk het signaal aanwezig om te ko-
men tot actuele bestemmingsplannen, waarbij de regelgeving aansluit op
de huidige ontwikkelingen en waarbij tevens een bepaalde eenduidigheid is
opzet en regelgeving aanwezig is.

De belangrijkste opgave voor het voorliggende bestemmingsplan is om te
voorzien in een actuele en eenduidige regelgeving voor de Waterwijk-Zuid
(het plangebied). Het plan heeft dan ook grotendeels betrekking op de be-
staande situatie. Voor het noordelijk deel van de Waterwijk is een afzonder-
lijk bestemmingsplan opgesteld. In verband met een aantal recente ontwik-
kelingen op het gebied van externe veiligheid (o.a. veranderende wetge-
ving voor lpg-stations) en mogelijk toekomstige ontwikkelingen op het be-
drijventerrein Merwede, is het zuidelijke deel van Waterwijk in een apart
(het voorliggende) bestemmingsplan geregeld.

1. 2. Ligging en begrenzing plangebied

De Waterwijk is gelegen in het zuiden van de stad en wordt omgeven door
de Boswijk, de Landerijen, het Stadshart en de toekomstige nieuwbouwlo-
catie Warande.
Het plangebied heeft betrekking op het zuidelijke deel van de Waterwijk en
wordt begrensd door de Larserdreef, de Slotermeerstraat/Moezelstraat, de
Oostranddreef en de Larservaart. De ligging en begrenzing van het plan-
gebied zijn opgenomen in figuur 1 en 2.

1. 3. Vigerende bestemmingsplannen

Op dit moment is in het plangebied sprake van een tweetal vigerende be-
stemmingsplannen. Daarvan is een groot deel destijds door middel van
uitwerkingsplannen nader geregeld. Met het onderhavige bestemmingsplan
worden de volgende geldende bestemmingsplannen geheel of gedeeltelijk
herzien:
- bestemmingsplan Waterwijk
- bestemmingsplan Rivierenbuurt Zuidoost).

1. 4. Digitaal bestemmingsplan

Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening in werking getreden.
Daarin is de verplichting opgenomen voor het maken, beschikbaar stellen
en raadplegen van digitale plannen, besluiten en visies op basis van de RO
standaarden en regels 2008.




Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                 Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 2                                                              043802.02



De standaarden en regels zijn onder andere verwoord in de Standaard voor
Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2008, deze moet met ingang
van 1 juli 2009 worden gehanteerd.




Figuur 1.    De ligging van het plangebied


Tot die datum hanteert de gemeente Lelystad nog het eigen Handboek Be-
stemmingsplannen 2007. Deze is ook voor het voorliggende bestemmings-
plan als basis gebruikt.

In de nieuwe Wro wordt het verplicht gesteld een bestemmingsplan digitaal
raadpleegbaar te maken. Tot 1 juli 2009 mag dit zowel in PDF als in IMRO
bestandsformaat, vanaf genoemde datum is digitalisering in IMRO be-
standsformaat verplicht.




Buro Vijn B.V.                               Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                   Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                                 blz 3



Dit bestemmingsplan wordt daarom in digitale vorm (IMRO) opgesteld. Dit
betekent dat het plan elektronisch, dus via de computer, kan worden ge-
raadpleegd, uitgewisseld en bijgehouden.
Hierdoor kan de bestemmingsplaninformatie eenduidig en efficiënt worden
beheerd en (eventueel in combinatie met allerhande andere ruimtelijke in-
formatie als kadastrale gegevens, luchtfoto’s, WOZ-gegevens, e.d.) via een
intranet- of internetomgeving beschikbaar worden gesteld aan verschillen-
de gebruikers binnen en buiten de gemeentelijke organisatie.

Er blijft een analoge (papieren) versie van het bestemmingsplan naast het
digitale plan bestaan. Het vaststellen van een digitale versie is vanaf 1 juli
2009 verplicht.




Figuur 2.   De begrenzing van het plangebied




Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                   Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 4                                                                 043802.02



1. 5. Opbouw van de toelichting

Deze toelichting is als volgt opgebouwd;
Na hoofdstuk 1 (Inleiding) wordt in hoofdstuk 2 (Huidige situatie) een beeld
gegeven van de ruimtelijke en de functionele structuur van het plangebied.
In hoofdstuk 3 (Kader) wordt het kader geschetst waarbinnen de ruimtelijke
ontwikkelingen in het plangebied dienen plaats te vinden.
Het kader wordt eerst bepaald door het beleid dat door het rijk, de provincie
Flevoland en de gemeente Lelystad is geformuleerd. Vervolgens worden
de randvoorwaarden benoemd die vanuit de nationale wet- en regelgeving
ten aanzien van water, ecologie, archeologie, externe veiligheid en lucht-
kwaliteit voortvloeien. Tot slot worden de milieuvoorwaarden benoemd die
vanuit het bestaande gebruik aan de ontwikkeling van het plangebied wor-
den gesteld.
In hoofdstuk 4 (Uitgangspunten Waterwijk) wordt ten aanzien van alle
nieuwe ontwikkelingen het gewenste programma in hoofdlijnen aangege-
ven.
Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 (Planbeschrijving) een samenvatting en
een handleiding bij de juridische regeling gegeven.
Tenslotte volgt in hoofdstuk 6 een korte verantwoording van de maat-
schappelijke en economische uitvoerbaarheid.




Buro Vijn B.V.                                  Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                      Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                               blz 5



2.   HUIDIGE SITUATIE

2. 1. Ruimtelijke aspecten

2.1.1. Stedenbouwkundige structuur

De Waterwijk is gelegen in het zuiden van Lelystad en is als woonwijk in de
periode tussen 1980 en 1995 gerealiseerd. De basis van de stedenbouw-
kundige structuur wordt gevormd door een hoofdontsluiting in de vorm van
een assenkruis. Op het snijpunt van dit assenkruis is het centrum van de
wijk gesitueerd, dit ligt echter buiten het plangebied Waterwijk-Zuid.

De hoofdstructuur wordt verder gekenmerkt door een orthogonaal (lood-
recht op elkaar) patroon van woonstraten. In het plangebied komt dit pa-
troon tot uiting in het gebied tussen de Ketelmeerstraat, Rivierenlaan, Slo-
termeerstraat en Moezelstraat. De diagonale langzaam verkeersroutes
vormen een belangrijk ruimtelijk element in de hoofdstructuur van de wijk.
De Nieuwe Waterweg ligt in het verlengde van een dergelijke diagonaal.
Opvallend is dat een groot deel van het plangebied meegaat in de richting
van de Nieuwe Waterweg, dan wel er dwars op staat. De stedenbouwkun-
dige opbouw van het plangebied wijkt qua richting van wegen dus groten-
deels af van de rest van de Waterwijk.

In de opbouw van de Waterwijk zijn verschillende ruimtelijke eenheden
aanwezig die de hoofdfunctie van de wijk (wonen) aanvullen. De wijkvoor-
zieningen zijn aan de Voorstraat, buiten het plangebied, geconcentreerd.
Aan de zuidwestrand van de wijk, langs de Larserdreef en de Oostrand-
dreef, bevindt zich een strook met kleinschalige bedrijvigheid.

2.1.2. Wegenstructuur

De wegenstructuur van Waterwijk is opgebouwd uit twee niveaus, de we-
gen op stadsniveau en de straten op woonbuurt niveau. Het stadsniveau
wordt gevormd door een raster van dreven. Voor het plangebied is in dit
opzicht alleen de Larserdreef van belang.
De dreven worden gekenmerkt door rechte lijnen met een overwegend
landschappelijk beeld. De dreven zijn bedoeld voor gemotoriseerd verkeer,
en bestaan uit 2x2 rijstroken met ruime profielen en (tussen)bermen. Bin-
nen deze structuur van dreven bevinden zich de woonbuurten.
De hoofdontsluitingen van de woonbuurten zijn aan de dreven gekoppeld.
De belangrijkste ontsluitingswegen voor Waterwijk-Zuid worden gevormd
door de Merwede, Nieuwe Waterweg en de Ketelmeerstraat.
Met betrekking tot het langzaam verkeer (voetgangers, fietsers) zijn de dia-
gonalen bepalend.

2.1.3. Groen- en waterstructuur

Een belangrijk kenmerk van de dreven is de ruime groenzone aan weers-
zijden. Daarmee vormt de omringende wegenstructuur van de Waterwijk
tegelijkertijd de basis voor de structuur van het groen en water.


Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                 Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 6                                                               043802.02



Naast de omringende water- en groenstructuur bestaat ook een interne
structuur. In grote lijnen wordt de groenstructuur bepaald door individuele
groenelementen, zoals de groene singels langs de noord-zuid gerichte wa-
terpartij (langs de Tjeukemeerstraat), de volkstuinen (achter Donaustraat
en Moezelstraat) en enkele speel/grasveldjes die aan de diagonale lang-
zaam verkeersroutes zijn gekoppeld. De structuur van het water bestaat
grotendeels uit de omringende waterlopen, de Larservaart en een noord-
zuid lopende waterloop. Figuur 3 laat de groen- en waterstructuur zien.




Figuur 3.    De groen- en waterstructuur



2.1.4. Bebouwingsstructuur en bouwvormen

De in het plangebied gelegen buurten kennen over het algemeen een
rechthoekige structuur, waarbij sprake is van een regelmatige verkaveling.
De bebouwing is projectmatig ontwikkeld en bestaat grotendeels uit rijen-
woningen, uitgevoerd in twee lagen met een zadeldak.



Buro Vijn B.V.                                Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                    Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                             blz 7



Plaatselijk komen ook (half-)vrijstaande woningen voor. De architectuur is
over het algemeen sober. Plaatselijk komen uiteenlopende woonvormen
voor. Het gaat hier vooral om de recent gerealiseerde bebouwing, vaak met
een variatie in materiaal, kleur en hoofdvorm.

2. 2. Functionele aspecten

2.2.1. Wonen en bevolking

De woonfunctie is de overheersende functie in het plangebied. De wijk is
met name in de periode 1980-1995 gerealiseerd. Daarna hebben verschil-
lende herstructureringsprojecten in onder meer de Merenbuurt en de Zee-
ënbuurt plaatsgevonden. Op 1 januari 2007 omvatte de woningvoorraad
van de gehele Waterwijk 4314 woningen. Op ditzelfde moment woonden
11.132 mensen in dit gebied. Van het aantal woningen in Waterwijk is circa
33% huur en 67% koop. Verder wordt de woningvoorraad gekenmerkt door
voornamelijk grondgebonden woningen, waarvan het grootste deel eenge-
zinswoningen. Slecht een klein deel bestaat uit twee-onder-één-kap- en
vrijstaande woningen. Deze verdeling komt overeen met de woningvoor-
raad van heel Lelystad die voornamelijk uit rijwoningen bestaat.

Binnen het plangebied zijn verschillende woonbuurten te onderscheiden,
namelijk de Rivierenbuurt (deels) en de Merenbuurt (deels). Iedere buurt
heeft een eigen identiteit.

2.2.2. Werken

In het plangebied is de bedrijvigheid geconcentreerd op het terrein aan de
Ketelmeerstraat en rond de Merwede. Het gaat hier met name om lichte
bedrijvigheid (categorie 1, 2 en 3.1).
Bedrijfswoningen zijn op het terrein aan de Ketelmeerstraat niet aanwezig.
Het terrein biedt ruimte aan kleine en middelgrote bedrijven, zoals enkele
autodealers c.q. –garages, groothandels, een makelaardij en een verhuur-
bedrijf van (bouw)gereedschap. Op het zuidelijke gedeelte van het terrein
(dat overigens buiten het plangebied valt) is een verkooppunt van motor-
brandstoffen (met LPG) gevestigd.

In de Waterwijk zijn aan de Merwede verder 6 woon-werklocaties gereali-
seerd. De ligging van de bedrijvigheid is aangegeven op figuur 4.

Tot slot komen verspreid in het plangebied verschillende kleinschalige be-
drijfsmatige activiteiten aan huis voor.

2.2.3. Voorzieningen

In de Waterwijk zijn de wijkvoorzieningen (supermarkt, horeca enz.) voor-
namelijk geconcentreerd aan de Voorstraat (Waterwijk-Noord). Verspreid in
het plangebied komen enkele voorzieningen voor. Concreet gaat het hier
om onder andere een complex met woningen en kantoren aan de Rivieren-
laan.


Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                               Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 8                                                                     043802.02



Maar ook bevindt zich op de kruising Rivierenlaan-Rijnstraat een solitaire
supermarkt en is in het pand Rivierenlaan 183 een restaurant gevestigd.

Maatschappelijke voorzieningen zijn gesitueerd aan de Rijnstraat 36 (oplei-
dingscentrum) en Gouwe 29 (school).

De ligging van de voorzieningen is aangegeven op figuur 4.




Figuur 4.    De ligging bedrijvigheid en voorzieningen




Buro Vijn B.V.                                      Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                          Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                                 blz 9



3.   KADER

In dit hoofdstuk komt het relevante beleid van het Rijk, de provincie en de
gemeente, de wet- en regelgeving, alsmede de milieuaspecten aan de or-
de. Deze informatie vormt uiteindelijk het kader waarbinnen de voorgestane
ontwikkelingen in het onderhavige plangebied zullen plaatsvinden.

3. 1. Rijksbeleid

De Nota Ruimte bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikke-
ling van Nederland tot 2020, met een doorkijk naar 2030. Een belangrijk
element in de ruimtelijke visie van het rijk vormt de nationale Ruimtelijke
Hoofdstructuur (RHS). In de RHS zijn de gebieden en netwerken opgeno-
men die in belangrijke mate ruimtelijk structurerend zijn voor Nederland.
Het rijk heeft voor de RHS dan ook in het algemeen een grotere verant-
woordelijkheid dan daarbuiten. Buiten de nationale RHS stelt het rijk zich
terughoudend en selectief op. Voor deze gebieden wordt een basiskwaliteit
nagestreefd. Voor het onderhavige plangebied wordt geconcludeerd dat dit
gebied valt buiten de nationale RHS. Dit houdt in dat het rijk voor dit gebied
een basiskwaliteit wil bereiken. Daarvoor vormt vooral het beleid van de
provincie Flevoland en de gemeente Lelystad het richtinggevende kader,
waarbinnen de ontwikkelingen in Waterwijk plaats dienen te vinden.

3. 2. Provinciaal beleid

In het Omgevingsplan Flevoland 2006 is het beleid gericht op een even-
wichtige groei van Flevoland. Naast kwantitatieve doelstellingen op het ge-
bied van bevolkingstoename en woningbouw, heeft de provincie ook tot
doel om een kwaliteitsslag voor de woonomgeving na te streven. Het beleid
is er op gericht om bij de bouw van nieuwe woningen te zoeken naar een
balans tussen uitbreiding en herstructurering. De provincie ziet op die ma-
nier mogelijkheden om goed in te kunnen spelen op de behoefte aan gedif-
ferentieerde woonmilieus, de verweving van functies en het zoeken naar de
combinaties van wonen, werken en zorg op wijk- en/of buurtniveau. De
verdere invulling van deze opgave laat de provincie aan de gemeenten zelf
over. Specifiek voor Lelystad wordt gestreefd naar een woningvoorraad van
75.000 in 2030.

3. 3. Gemeentelijk beleid

Structuurplan Lelystad 2015
Het "Structuurplan Lelystad 2015" (vastgesteld 7 april 2005) bevat een visie
op de integrale leefomgeving, waarbij behalve het ruimtelijk beleid, ook bij-
voorbeeld duurzaamheid, milieu en verkeer deel van uitmaken. Lelystad
ziet daarbij de handhaving en versterking van de kernkwaliteiten rust, ruim-
te, groen en water als één van de belangrijkste opgaven. Groei is daarbij
noodzakelijk om te kunnen blijven investeren in de stad. Naar verwachting
telt de stad in 2015 80.000 inwoners en heeft het 32.000 arbeidsplaatsen.
Gestreefd wordt naar een diversiteit in woningaanbod, door de ontwikkeling
van woongebieden met een eigen sfeer en uitstraling.



Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                   Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 10                                                              043802.02



Het beleid voor de bestaande woongebieden is in het algemeen gericht op
het handhaven van de kernkwaliteiten en daar waar noodzakelijk het verbe-
teren van de woonomgeving door middel van herstructurering of herontwik-
keling. In het Structuurplan wordt voor elf wooneilanden nader ingegaan op
de gewenste identiteit en de daarbij horende opgaven (transformatie). De
Waterwijk wordt samen met de Boswijk en De Landerijen gerekend tot
wooneiland 3 “De Vier Windstreken”. Voor dit wooneiland is de belangrijk-
ste opgave de verbetering van de woningen en de sfeer van de woonom-
gevingen.
Verder acht de gemeente het van belang om in woningbouwprogramma’s
meer woon-werkcombinaties op te nemen en de bouw van woonruimte.
waar (makkelijker) werkfuncties onder te brengen zijn (maatvoering, uit-
breidingsruimte, etcetera) te stimuleren.

Wat betreft het onderdeel voorzieningen is het gemeentelijk beleid gericht
op het handhaven van de belangrijke voorzieningen in de wooneilanden.
Uitgangspunt is dat elk eiland of cluster van eilanden haar eigen centrum
en basisvoorzieningen op het gebied van bijvoorbeeld onderwijs en eerste-
lijns zorgvoorzieningen, zoals een huisarts en een fysiotherapeut, heeft.
Aandacht wordt gevraagd voor de koppeling van wonen, zorg, welzijn en
sociale veiligheid. Specifiek voor Waterwijk wordt aangegeven dat het win-
kelcentrum (in de Voorstraat) wordt gezien als een steunpunt in aanvulling
op de andere winkelcentra in dit wooneiland. De verbeterslag van het win-
kelcentrum wordt aangekondigd. Mogelijkheden voor woonzorg-concepten
worden niet uitgesloten.

Voor het buurtgroen geldt als speerpunt om meer differentiatie in het groen
aan te brengen om de kwaliteit, duidelijkheid en herkenbaarheid van de
woonomgeving te verbeteren. Daarnaast is het beleid er op gericht om het
snippergroen te verminderen om zo bij te dragen aan de beheersbaarheid
en duidelijkheid van de grenzen tussen privé en openbaar. Deze punten
sluiten aan bij de wens om op stadsniveau meer samenhang tussen de
verschillende groengebieden (als uitwerking van de Groene Stad) na te
streven. Door het water beter te verweven (bijvoorbeeld op basis van de
polderstructuur) met de woongebieden wordt het wonen aantrekkelijker en
verhoogt de toegankelijkheid van het gebied.

Tot slot wordt in het Structuurplan aangegeven dat de hoofdwegenstructuur
van Lelystad opgebouwd is uit een buitenring en radialen. De buitenring
bestaat uit de Larserdreef, de Westerdreef, de Houtribdreef en de Oost-
randdreef. De buitenring wordt voor het autoverkeer geoptimaliseerd om de
centrumring en de radialen te ontlasten en de veiligheid te vergroten. Voor
de buitenring geldt: '70 kilometer per uur waar het kan' (Oostranddreef en
Larserdreef) en '50 kilometer per uur waar het moet' in verband met de ver-
keersveiligheid en de geluidhinder (delen van de Houtribdreef en de Wes-
terdreef). De buitenring heeft een 2 x 2 profiel met enkele kruispunten en
rotondes.
Voor het onderhavige plangebied zijn in dit kader de Larserdreef en Oost-
randdreef van belang. In het zuiden van het plangebied is de aansluiting
van de Larserdreef op de Oostranddreef middels een rotonde gepland.



Buro Vijn B.V.                                Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                    Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                                blz 11



Gemeentelijke Visie Vestigingsbeleid (GVV)
In de GVV geeft de gemeente aan op welke wijze zij invulling geeft aan de
bestaande en toekomstige werklocaties en welke beleidsregels zij daarbij
hanteert. In het plangebied zijn de bedrijventerreinen Merwede en Ketel-
meerstraat gelegen. Daarbij is in de Larserboog een zoeklocatie voor een
kantorenterrein aangegeven.

Bedrijventerreinen Merwede en Ketelmeerstraat
In de GVV worden de terreinen aan de Merweden en de Ketelmeerstraat
aangemerkt als ‘Binnenstedelijk – A’. De kenmerken van dit bedrijventer-
rein zijn o.a.
• kleinschalige gemengde bedrijvigheid (categorie 1-3.1 (VNG-
     methode));
• zelfstandige kantoren en woonfunctie zijn uitgesloten;
• kantoorhoudendheid is maximaal 30% per bedrijf
• minimaal 25% van de kaveloppervlakte dient bebouwd te zijn.

Verder is de bedrijvenzone buitengewoon geschikt voor detailhandelsvor-
men die baat hebben bij een zichtlocatie. Van groot belang is dat de Ketel-
meerstraat een hoogwaardige inrichting blijft houden met een duidelijke
oriëntatie op de Larserdreef. Een beperkte herprofilering binnen de econo-
mische functies is mogelijk.

Kantorenlocatie Larserboog
Naast de genoemde bedrijventerreinen worden in de GVV ook zoeklocaties
voor binnenstedelijke kantoorlocaties aangegeven. Het gebied in de elle-
boog van de Larserdreef en Oostranddreef (de Larserboog) is hiervoor
aangewezen. Belangrijk bij deze locatie is dat in een deel van de vraag
naar (met de auto) goed bereikbare locaties in de stad wordt voorzien. Voor
de Larserboog zijn de volgende algemene kenmerken genoemd:
• een binnenstedelijk kantorenterrein;
• kantoorhoudendheid is 100%, geen menging van functies tenzij naar
    aard en schaal passend;
• middelgrote kantoorgebruikers;
• 3000 m2 tot 5000 m2 uitgeefbaar bvo.

Detailhandel
Detailhandel in auto’s, boten en caravans is passend, alsmede detailhan-
delsvormen die belang hebben bij een duidelijke presentatie van assorti-
ment door middel van een showroom of toonzaal. In het bestemmingsplan
worden de detailhandelsvormen gespecificeerd tot het thema wonen: keu-
kens, sanitair, meubels en woninginrichting, parket/vloerbedekking (deze
branches tot 600m²) en zonneschermen. Binnen zowel de bedrijventerrei-
nen als de kantorenlocatie is kleinschalige detailhandel uitgesloten. Op be-
drijventerrein Ketelmeerstraat is het wel mogelijk bedrijven in de perifere en
productiegebonden detailhandel te plaatsen. Op Merwede bestaat alleen
de mogelijkheid voor een productiegebonden detailhandel, met uitzonde-
ring van voeding- en genotsmiddelen.




Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                   Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 12                                                                043802.02



Visie op Wonen
In mei 2001 is de nota Lelystad, Visie op Wonen door de gemeenteraad
vastgesteld. Dit is voor de komende 10 jaar het beleidskader voor de ont-
wikkeling van de stad op het gebied van wonen.

De nota geeft een analyse van kansen en mogelijkheden, maar ook be-
dreigingen voor de Lelystadse woningmarkt. Deze analyse is vertaald in
concrete opgaven en geeft vervolgens de beleidsrichting aan die voor de
komende jaren gevolgd wordt.

In het Meerjaren Bouwprogramma 2007-2015 is (mede op basis van de
Koersnotitie 2007-2011) omschreven op welke wijze Lelystad de komende
jaren wil doorgroeien naar een zelfstandige stad van 80.000 inwoners.
Daarbij wordt ingegaan op de beleidslijnen, de huidige en toekomstige wo-
ningmarkt, de keuzen voor de woningbouwlocaties en projecten en de
planning daarvan.

Voor het onderhavige plangebied is de locatie Merwede in het woning-
bouwprogramma opgenomen. Daarbij gaat het om 6 woon-werkpanden
voor het jaar 2007. De panden zijn gerealiseerd aan de noordrand van het
bedrijventerreintje Merwede.

Welstandsnota
De gemeente Lelystad heeft het beleid ten aanzien van welstand in een
Welstandsnota opgenomen. In deze nota is de Waterwijk ingedeeld in ‘Ge-
bied 2: cluster- en woonerfwijken’. De welstandcriteria zijn in hoofdzaak ge-
richt op het bieden van ruimte aan bouwinitiatieven en de vormgeving
daarvan. Het doel is daarmee een kwalitatieve bijdrage te kunnen leveren
aan de levendigheid en de diversiteit in de wijk.

Handhavingsprogramma
Het gemeentelijk handhavingsbeleid is verwoord in het Handhavingspro-
gramma 2006-2011 1). In de beleidsnota beschrijft de gemeente onder
meer de werkwijze, de intensiteit en de prioritering voor de handhavingsta-
ken.

3. 4. Wet- en regelgeving

3.4.1. Water

Deze waterparagraaf is opgesteld in verband met de actualisatie van het
bestemmingsplan. Aangezien het een conserverend plan betreft, waarbij
geen sprake is van grote wijzigingen in de stedelijke inrichting, wordt in de-
ze waterparagraaf met name aandacht besteed aan de toestand van het
watersysteem in de huidige situatie en de uitgangspunten conform het Wa-
terplan Lelystad in geval van toekomstige plannen.



1)
         27 april 2005.


Buro Vijn B.V.                                  Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                      Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                               blz 13



Waterplan en beleid
Voor de gehele gemeente Lelystad is een waterplan (Haskoning, april
2002) opgesteld. Dit plan bevat de vertaling van het gewenste waterbeheer
(‘watervisie’) naar inrichtingsmaatregelen op hoofdlijnen.
Het waterplan is opgesteld waarbij rekening gehouden is met het vigerend
beleid in de Vierde Nota Waterhuishouding (ministerie van V&W), de start-
overeenkomst “Waterbeleid 21e eeuw”, de “Handreiking watertoets” (minis-
terie van VROM), het Provinciaal Omgevingsplan (Provincie Flevoland) en
het Waterbeheersplan 2002 - 2005 “Water in beweging” (Waterschap Zui-
derzeeland). Basisprincipes van dit beleid zijn: meer ruimte voor water en
het voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd.
Dit is in WB21 geconcludeerd in de twee drietrapsstrategieën voor:
- waterkwantiteit (vasthouden, bergen, afvoeren);
- waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren).

Watersysteem
Het oppervlaktewater in Lelystad is een structuurelement voor een veilig en
leefbaar milieu met een hoge belevingswaarde. Het watersysteem in de
Waterwijk maakt onderdeel uit van het stadswater van Lelystad welke be-
staat uit singels en vijvers en staat hiermee in open verbinding via een dui-
ker onder de Zuigerplasdreef. Het watersysteem in de Waterwijk heeft in
het waterplan deels de functie ‘stadswater’ en deels de functie ‘water voor
beleving’ toegekend gekregen. De functietoekenning heeft gevolgen voor
het ambitieniveau voor inrichting, beheer, waterkwaliteit, ecologie en emis-
sies.

Peilbeheer
In het watersysteem in de Waterwijk wordt een vast streefpeil gehanteerd
van NAP -5,40 meter. Het waterplan voorziet in het streven om een flexibel
peilbeheer te voeren. Door het (tijdelijk) verhogen van het waterpeil naar
NAP -5,20 meter wordt de negatieve beïnvloeding van de oppervlaktewa-
terkwaliteit door het grondwater (kwel) voorkomen en wordt de benodigde
inlaathoeveelheid van gebiedsvreemd water beperkt.

Berging
De totale benodigde oppervlakte aan open water voor berging is onder an-
dere afhankelijk van de toegestane specifieke afvoer (1,5 l/s/ha), de peil-
stijging (tot aan maaiveld bij een bui met een herhalingstijd van 1 x per 100
jaar) en het areaal verhard oppervlak. Voor de Waterwijk is de benodigde
oppervlakte open water bepaald met behulp van de regenduurlijnen van
Buishand en Velds. Uitgaande van een percentage netto verhard oppervlak
van 60%, een toegestane afvoer van 1,5 l/s/ha en een maximale peilstijging
van 1,20 m eens per 100 jaar, bedraagt het benodigde percentage open
water circa 3,3%. Het huidige percentage open water in het gebied be-
draagt circa 3,8% en voldoet daarmee aan de eis. Zonodig wordt een even-
tuele toename van verhard oppervlak gecompenseerd door realisatie van
extra bergingscapaciteit of door infiltratie van neerslag van verhard opper-
vlak.




Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                  Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 14                                                                043802.02



Veiligheid
Aangezien het oppervlaktewater in de Waterwijk in open verbinding staat
met het overige oppervlaktewater in Lelystad, is voor de bepaling van het
veiligheidsaspect het gehele watersysteem van Lelystad in beschouwing
genomen.
In de bestaande situatie is in Lelystad een percentage van gemiddeld 3%
open water (singels en vijvers) aanwezig. In het waterplan is de peilstijging
gecontroleerd voor een extreme situatie bij een werkelijk opgetreden bui uit
1998: de Westlandbui. Er viel toen 100 mm in 24 uur, wat ongeveer een
achtste is van de gemiddelde jaarlijkse neerslag in Nederland. In de bere-
keningen is uitgegaan van de werkelijke afvoercapaciteit van het systeem.
De bepaalde peilstijging van maximaal 0,35 meter leidt niet tot inundaties
en heeft géén directe gevolgen voor de interne veiligheid in het gebied. De
afvoercapaciteit is dus voldoende groot.

Wat betreft de bergingscapaciteit is het gehele watersysteem van Lelystad
echter op deze afvoer berekend.

Wateraf- en aanvoer
Het overtollig water (neerslag en kwel) wordt direct afgevoerd onder vrij
verval via vaste (overlaat)stuwen naar de Larservaart. De Larservaart
maakt deel uit van de ‘lage afdeling’ dat wordt bemalen op een peil van
NAP -6,20 meter. Voor de suppletie en de verversing van het open water in
de Waterwijk, wordt onder vrij verval - via de watergangen aan de westzijde
van de Stationsdreef en de Middendreef - water aangevoerd vanuit de Zui-
gerplas (peil: NAP -4,90 meter). Het waterplan voorziet in een streven naar
een toekomstige wateraanvoer vanuit het Museumkwartier waar gebiedsei-
gen water wordt vastgehouden.

Watergangen en oevers
In de huidige situatie hebben de singels in de Waterwijk een watervoerende
breedte variërend van 7 tot 12 meter. De oevers hebben overwegend een
lichte beschoeiing van hout of kunststof en een talud in de verhouding vari-
ërend van 1:2 tot 1:3. In het waterplan zijn, afhankelijk van de toegekende
functie van de wateren, richtlijnen voor de inrichting ervan weergegeven (fi-
guur 14). De taluds voor stadswater kunnen variëren van kademuren of
steile oevers tot taluds in de verhouding 1:4, met eventueel smalle plas-
bermen. Voor belevingswater worden taluds aangegeven variërend in de
verhouding tussen 1:3 en 1:5, tevens met de mogelijkheid van realisatie
van plasbermen. De minimale waterdiepte dient 1,25 meter te bedragen. Er
zijn plannen om binnen afzienbare tijd de oevers aan te passen conform de
uitgangspunten van het waterplan. Eventueel toegevoegd areaal water
wordt als zodanig bestemd.

Kunstwerken
Voor de realisatie van een flexibel peilbeheer in het openwater van de Wa-
terwijk zijn aanpassingen van de peilregulerende kunstwerken benodigd.
Vaste stuwen worden regelbaar gemaakt.




Buro Vijn B.V.                                  Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                      Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                               blz 15



Riolering en afkoppelen
De Waterwijk is voorzien van een gescheiden rioolstelsel. Het (vuile huis-
houdelijke) afvalwater wordt afgevoerd naar de afvalwaterzuiveringsinstal-
latie aan de westzijde van Lelystad. Het regenwater wordt afgevoerd naar
open water.

Neerslag vanaf de Larserdreef wordt in de huidige situatie via een riole-
ringssysteem met straatkolken afgevoerd naar het oppervlaktewater. Dit
voldoet niet aan het uitgangspunt in het waterplan dat de afvoer van neer-
slag van intensief bereden wegen door een zuivering (filtratie/bodem-
passage) wordt geleid alvorens het naar het oppervlaktewater stroomt. Het
is daarom noodzakelijk om afvoer van de neerslag via de berm mogelijk te
maken.

Grondwater
De drooglegging in de Waterwijk bedraagt bij het streefpeil minimaal 1,20
meter. Rekening houdend met de opbolling van de grondwaterstand wordt
een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 meter gewaarborgd.
In het geval van de realisatie van flexibel peilbeheer wordt rekening gehou-
den met de hoogteligging van bestaande drainage. Omdat de verhogingen
van het waterpeil beperkt en van tijdelijke aard zijn, wordt geen (grond)-
wateroverlast verwacht.

Waterkwaliteit
Om de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren voorziet het water-
plan in de beperking van de benodigde aanvoer van gebiedsvreemd water
door de instelling van een flexibel peilbeheer. Daarnaast moet bij plannen
voor herinrichting in de wijken maatregelen worden voorkomen dat veront-
reinigingen in het open water geraken. Deze maatregelen betreffen zowel
materiaaleisen in de nieuwbouw, als voorkoming van waterverontreinigin-
gen via de verharding. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan infil-
tratie van neerslag vanaf wegen in de wegbermen.

3.4.2. Ecologische waarden

Om inzicht te krijgen in de huidige natuurwaarden in en om het plangebied
en de eventuele gevolgen van de geplande ontwikkelingen op de aanwezi-
ge waarden, dient in het kader van het bestemmingsplan een toetsing aan
de Natuurbeschermingswet (gebiedstoets) en de Flora- en faunawet (soor-
tentoets) plaats te vinden.

Gebiedstoets
Op 1 oktober 2005 is de Natuurbeschermingswet 1998 in werking getre-
den. Deze wet regelt de bescherming van (natuur)gebieden. De speciale
beschermingszones in het kader van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn
daarmee in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De Europese
richtlijngebieden vormen samen Natura 2000, het Europees ecologisch
netwerk.




Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                  Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 16                                                                 043802.02



In bestemmingsplannen (met ontwikkelingsmogelijkheden) moet - in ver-
band met de uitvoerbaarheid - een redelijk zicht bestaan op de verleen-
baarheid van een eventueel benodigde vergunning op grond van de Na-
tuurbeschermingswet.

Voor het plangebied Waterwijk kan worden opgemerkt dat het hier gaat om
een gebied dat niet is aangewezen als een Natura 2000-gebied. De meest
nabijgelegen beschermde gebieden zijn het IJsselmeer, Markermeer en
Oostvaardersplassen. Deze gebieden zijn gelegen op een afstand van cir-
ca 4 kilometer.

Omdat er sprake is van een hoofdzakelijk conserverend bestemmingsplan,
waarbij geen grootschalige nieuwbouwprojecten aan de orde zijn, zijn er
geen significante effecten op de nabijgelegen gebieden te verwachten. Op
grond van de nieuwe Natuurbeschermingswet is het in het kader van het
bestemmingsplan niet noodzakelijk een vergunning aan te vragen. Daar-
mee is het onderhavige bestemmingsplan op dit punt uitvoerbaar.

Soortentoets
De werkingssfeer van de Flora- en faunawet is niet beperkt tot of gerela-
teerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft soorten overal in
Nederland bescherming. Op grond van de Flora- en faunawet gelden al-
gemene verboden tot de verwijdering van groeiplaatsen van beschermde
plantensoorten (tenzij een ontheffing is verkregen) en de beschadiging of
verstoring van voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van be-
schermde diersoorten. In artikel 75 van de Flora en faunawet worden de
ontheffingsmogelijkheden weergegeven.

In principe zijn alle zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen en vissen die in
Nederland voorkomen, beschermd. De aanvraag van een ontheffing en de
toetsing aan de Flora- en faunawet gebeurt niet in het kader van het be-
stemmingsplan, maar in de vergunningenfase van een initiatief. Om te be-
oordelen of dit bestemmingsplan ook uitvoerbaar is, wordt hierop vooruitlo-
pend een verwachting uitgesproken over de eventuele gevolgen voor de
beschermde plant- en diersoorten in het plangebied. In de wet is een diffe-
rentiatie aangebracht in:
1. alle soorten opgenomen in Habitatrichtlijn bijlage IV en de Vogelrichtlijn
    zijn beschermd onder het zwaarste regime;
2. de overige soorten vallen onder het lichte beschermingsregime.

De 1e categorie is strikt beschermd. Voor deze soorten wordt alleen onthef-
fing verleend als er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van
instandhouding van de soort, er geen andere oplossingen mogelijk zijn om
de doelstellingen van het project te behalen (mitigerende maatregelen en/of
alternatieven) en als er sprake is van dwingende redenen van groot open-
baar belang (art. 75, lid 5, onder c). Voor de 2e categorie wordt ontheffing
verleend wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van
instandhouding van de soort (art. 75, lid 4). Een uitzondering hierop zijn
vogels.




Buro Vijn B.V.                                   Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                       Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                              blz 17



Voor vogels wordt geen ontheffing verleend. Indien er broedvogels aanwe-
zig zijn dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te vin-
den.

In het plangebied komt een aantal natuurlijke elementen voor (zoals een
waterloop, grasbermen langs de dreven en de oevers en grasvelden langs
de waterloop), die levensvoorwaarden bieden voor een aantal in Lelystad
voorkomende beschermde planten- en diersoorten.

Het betreft vertegenwoordigers uit de groepen amfibieën, zoogdieren, vo-
gels en hogere planten. De volgende soorten komen in het plangebied in
ieder geval voor: brede wespenorchis (Epipactis helle-borine), rietorchis
(Dactylorhiza majalis praetermissa), egel (Erinaceus europaeus), dwerg-
vleermuis (Pipistrellus pipistrellus), Meervleermuis (Myotis dasycneme),
Laatvlieger (Eptesicus serotinus), ware- en woelmuizen, bunzing (Mustela
putorius), Hermelijn, (Mustela erminea) Wezel (Mustela nivalis), bruine kik-
ker (Rana temporaria), groene kikker complex (Rana ridibunda/lessonae),
gewone pad (Bufo bufo) en kleine watersalamander (Triturus vulgaris).
Verder zijn nagenoeg alle in het gebied voorkomende vogelsoorten be-
schermd. Omdat het hier om algemeen voorkomende soorten in een Ne-
derlandse woonwijk gaat, kan gesteld worden dat bij invulling van de ge-
wenste bestemmingen de populatie van deze soorten niet wordt bedreigd.

Er moet rekening gehouden worden met de strikte bescherming van de ge-
noemde vleermuizen (bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn). Gevolg
hiervan is dat voorafgaand aan de sloop van gebouwen onderzocht dient te
worden of er al dan niet verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn.
Als de huidige bebouwing gehandhaafd blijft, is er geen strijdigheid met na-
tuurwetgeving. Als er gebouwen gesloopt worden, is vanwege de vleermui-
zen een zorgvuldige wijze van werken van belang.

Tot slot
Ten behoeve van dit bestemmingsplan is een éénmalig soortinventarisatie
verricht in het plangebied. Bij het in uitvoering brengen van het bestem-
mingsplan dient een detailinventarisatie verricht te worden naar de exacte
lijst van beschermde soorten. Op basis van de effectenbeoordeling dient
vastgesteld te worden voor welke projecten op basis van de Flora- en fau-
nawet ontheffingen aangevraagd moeten worden en kunnen eventueel te
nemen compenserende en/of mitigerende maatregelen in de
(bouw)plannen verwerkt worden. Ook zonder ontheffingsaanvraag geldt de
zorgplicht. Dat houdt in dat niet willens en wetens schade mag worden toe-
gebracht aan beschermde natuurwaarden. Indien tijdens de uitvoering van
de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen, dienen
maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel
mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld vangen en verplaatsen).




Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                 Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 18                                                                043802.02




3.4.3. Archeologische waarden

In 1992 is het Europese Verdrag van Malta door een groot aantal EU-
landen ondertekend, waaronder ook Nederland. Doelstelling van dit ver-
drag is de veiligstelling van het (Europese) archeologisch erfgoed. Dit moet
met name gestalte krijgen in het ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit betekent
dat bij de voorbereiding van bestemmingsplannen meer aandacht wordt
besteed aan de (mogelijke) aanwezigheid van archeologische waarden.
Daarbij moet een beschermende regeling worden opgenomen ten aanzien
van die archeologische waarden. Inmiddels is deze regeling opgenomen in
de Wet voor de archeologische monumentenzorg (Wamz, september
2007).

Flevoland kent een bijzondere ontstaans- en cultuurgeschiedenis. Gewe-
zen wordt op de aanwezigheid van een aantal cultuurhistorische elementen
en op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden in de bo-
dem. In de voormalige zeebodem waar Lelystad op is gebouwd, liggen niet
alleen hier en daar scheepswrakken, het gebied kenmerkt zich ook door de
aanwezigheid van de zogeheten Swifterbantcultuur. De gemeente Lelystad
houdt binnen de ruimtelijke ordening bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk
rekening met de archeologische waarden in een gebied. Het beleidsuit-
gangspunt is om de cultuurhistorische en archeologische waarden in kaart
te brengen en te behouden voor de toekomst.

Op 5 november 2002 hebben Gedeputeerde Staten van Flevoland een lijst
vastgesteld waarop voor de gemeente Lelystad gebieden zijn aangegeven
die van archeologische inventarisatie uitgesloten zijn. Het betreft:
• plangebieden in de bestaande stad (begrenzing 1 januari 2003 met uit-
    zondering van watergangen, hoofdwegen en radialen en markante
    groenstructuren;
• deelplan 1 Structuurmodel Kust voor wat betreft het Museumkwartier;
• Plangebied Noordzoom;
• Plangebied de Landerijen;
• Plangebied Luchthaven Lelystad.

Het onderhavige plangebied Waterwijk valt binnen de bestaande stad. Bin-
nen de bestaande stad is de bodem in het verleden reeds geheel ver-
stoord, als gevolg van bouwactiviteiten. Het is daarom niet noodzakelijk om
een archeologische inventarisatie uit te voeren.

3.4.4. Externe veiligheid

Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in
werking getreden. Het Besluit richt zich primair op inrichtingen in de zin van
de Wet milieubeheer. Bij besluitvorming waar het Besluit op van toepassing
is, met name bij het verlenen van milieuvergunningen en het vaststellen
van bestemmingsplannen, moeten grenswaarden c.q. richtwaarden worden
aangehouden ten opzichte van risicogevoelige objecten (bijvoorbeeld wo-
ningen). Dit met betrekking tot het plaatsgebonden risico (PR).


Buro Vijn B.V.                                  Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                      Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                                          blz 19



De PR-contouren zijn vastgelegd in de Regeling externe veiligheid inrich-
tingen (Revi), waarvan de laatste wijziging in 2009 heeft plaatsgevonden.
Daarnaast moet rekening worden gehouden met het groepsrisico (GR).
Daarvoor zijn in het Bevi geen vaste waarden vastgelegd. Wel geldt een
verantwoordingsplicht, dat wil zeggen dat in de toelichting van het bestem-
mingsplan inzicht moet worden gegeven in de hoogte van het groepsrisico.

Het plangebied is voor het aspect ‘externe veiligheid’ onderzocht op:
a. de aanwezigheid van Bevi-inrichtingen;
b. de aanwezigheid van een route gevaarlijke stoffen;
c. de aanwezigheid van hoofdgastransportleidingen.

BEVI-inrichtingen
In het plangebied is een LPG-tankstation aanwezig, te weten het BP tank-
station aan de Ketelmeerstraat. Vlak buiten het plangebied ligt het Shell
tankstation aan de Larserdreef. Omdat beide tankstations LPG verkopen is
er sprake van een plaatsgebonden risico (PR), de 10-6-contour, en van een
groepsrisico-contour (GR). De omvang daarvan wordt bepaald in het Bevi
en in de bijbehorende Regeling Externe Veiligheid Inrichtingen (Revi).

BP tankstation
Het BP tankstation ligt in het plangebied (Ketelmeerstraat 220). De afstand
tussen het tankstation en de dichtstbijzijnde woning (Rivierenlaan) is circa
70 meter. Die woning ligt binnen het invloedsgebied (150 meter) van het
tankstation. Het is daarom van belang het GR van dat tankstation in beeld
te krijgen. Hiervoor heeft Arcadis onderzoek verricht, deze is opgenomen in
een herijking van de beleidsnota MBVP van de gemeente Lelystad 2). Voor
het BP-tankstation geldt dat in het gebied tussen de PR 10-6 en het GR een
werkelijke personendichtheid van 19,5 personen per hectare geldt. De
maximale personendichtheid wordt geschat op 42 personen per hectare.
Uit de berekening is gebleken dat er geen sprake is van een GR over-
schrijding van de oriëntatiewaarde.

De doorzet van LPG is (nog) niet begrensd in de milieuvergunning van het
BP-tankstation. De inrichting mag daarom niet worden gezien als categoria-
le inrichting in de zin van het Bevi. Echter, van het tankstation is de verkoop
van de afgelopen drie jaren bekend. De verkoop overstijgt de 1.000 m3/jaar.
Omdat het gaat om een bestaande situatie, waarvoor een nieuwe planolo-
gische regeling wordt gemaakt, is de grenswaarde 10-6 per jaar vastgesteld
op 110 meter vanaf het vulpunt. Binnen deze afstand zijn geen (beperkt)
kwetsbare objecten aanwezig. De grenswaarde voor het PR wordt niet
overschreden.
De PR 10-6 contouren voor de afleverzuil en de tank bedragen 15 en 25 m.
Binnen deze contouren zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten aanwezig.
Het tankstation levert geen beperkingen op.




2)
        Arcadis, Herijking beleidsnota MBVP, gemeente Lelystad, 22 januari 2008.


Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                            Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 20                                                                043802.02



Shell tankstation
De afstand van het Shell tankstation tot de dichtstbijzijnde risicogevoelige
objecten in het plangebied bedraagt circa 190 meter. Dit is ruim groter dan
de cirkel van 150 meter rond het vulpunt waarbinnen het groepsrisico moet
worden bepaald.
Ook dit station heeft een hogere doorzet dan 1.000 m3/jaar. Hiervoor geldt,
net als voor het BP tankstation, de grenswaarde (10-6 per jaar) van 110 me-
ter. Binnen deze afstand zijn (beperkt) kwetsbare objecten aanwezig,
waaronder woningen (woongebouw). Nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten
zijn binnen de genoemde contour niet toegestaan. In principe is er voor dit
tankstation dus sprake van een saneringssituatie.
De PR 10-6 contouren voor de afleverzuil en de tank bedragen 15 en 25 m,
deze leveren geen beperkingen op.

Vervoer gevaarlijke stoffen
Langs het plangebied loopt de Larserdreef. Deze weg maakt deel uit van
de door het college van Burgemeester en Wethouders vastgestelde route
gevaarlijke stoffen. De veiligheidscontouren van deze route (PR en GR)
hebben geen invloed op het plangebied.

Aan de noordoostzijde van het plangebied ligt de Larservaart. Deze vaart
wordt niet gebruikt ten behoeve van het transport van gevaarlijke stoffen en
levert dus geen risico’s op voor aangrenzende woongebieden.

Buisleidingen
In het plangebied zijn een stadsverwarmingsleiding en een rioolleiding
aanwezig. Het gaat hier dus niet om hogedruk aardgastransportleidingen.
De circulaire “Zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen” van 26
november 1984 is dus niet van toepassing. De leidingen zijn opgenomen
op de ruimtelijke verbeelding.

3.4.5. Luchtkwaliteit

In 2001 is het Besluit luchtkwaliteit van kracht geworden en moet elk be-
stemmingsplan daarop worden getoetst. In 2002 heeft het college van Bur-
gemeester en Wethouders het rapport ‘Luchtkwaliteit Lelystad, 2001’ vast-
gesteld. In dat rapport wordt geconcludeerd dat geen van de in het Besluit
luchtkwaliteit genoemde normen voor emissies wordt overschreden.

In het kader van het voorontwerpbestemmingsplan is het onderdeel lucht-
kwaliteit gebaseerd op het rapport ‘Luchtkwaliteit Lelystad, 2001’. een on-
derzoek verricht naar de ontwikkeling van de luchtkwaliteit in het gebied. In
dat rapport wordt geconcludeerd dat geen van de in het Besluit luchtkwali-
teit genoemde normen voor emissies wordt overschreden.

Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Deze
wet is een onderdeel van de Wet Milieubeheer vervangt het Besluit lucht-
kwaliteit 2005. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedge-
richte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingspro-
gramma Luchtkwaliteit (NSL).


Buro Vijn B.V.                                  Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                      Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                             blz 21



 De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelij-
ke activiteiten en milieugevolgen. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de
Wet luchtkwaliteit geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als:
• er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een
    grenswaarde;
• een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de
    luchtkwaliteit leidt;
• een project is opgenomen in een regionaal programma van maatrege-
    len of in het NSL;
• een project “niet in betekenende mate” bijdraagt aan de luchtverontrei-
    niging;

Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze
“niet in betekenende mate” bijdragen aan de luchtverontreiniging. Een pro-
ject draagt “niet in betekende mate” bij aan de luchtverontreiniging als de
1% grens niet wordt overschreden. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van
de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of
stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 0,4 microgram/m3, voor zowel
PM10 als NO2. Projecten die “niet in betekende mate” bijdragen aan de
luchtverontreiniging zijn onder andere:
- woningbouwlocaties met niet meer dan 1.500 nieuwe woningen bij één
     ontsluitingsweg en 3.000 nieuwe woningen bij twee ontsluitingswegen;
- kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan
     100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 300.000 m2 bij twee ontslui-
     tingswegen;
- bepaalde landbouwinrichtingen.

De bovenstaande projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden
voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Bij de woningen en bedrijven in het
plangebied is uitgegaan van een bestaande situatie. Omdat het aantal ver-
keersbewegingen van en naar de woningen en bedrijven niet wijzigt, kan
worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit hier niet verslechterd.
Voor de kantoren moet eerst duidelijk worden of door de komst ervan de
grenswaarden voor de luchtkwaliteit worden benaderd. Alleen wanneer dit
het geval is, is de regeling Nibm van toepassing. Voor de Larserboog is
maximaal 5.000 m2 bvo gepland. Dit is ruim minder dan de genoemde
voorwaarde vanuit de regeling Nibm. De nieuwe ontwikkeling draagt niet in
betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit, een luchtkwaliteitsonderzoek is
daarom niet nodig.

Ten aanzien van dit aspect zijn geen beletselen voor uitvoering van het be-
stemmingsplan.

3. 5. Milieuaspecten

Diverse milieuhygiënische aspecten in of nabij het plangebied, zoals hinder
door bedrijvigheid, geluidsbelasting, bodemkwaliteit en de aanwezigheid
van kabels en leidingen, kunnen beperkingen opleggen aan mogelijk nieu-
we ontwikkelingen. Ten behoeve van het bestemmingsplan zijn de milieu-
hygiënische aspecten geïnventariseerd en in kaart gebracht.


Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 22                                                               043802.02




3.5.1. Hinder door bedrijvigheid

In Lelystad wordt bij bedrijventerreinen een systeem van inwaartse milieu-
zonering toegepast. De bedoeling is om daarmee een adequate ruimtelijke
scheiding aan te brengen tussen milieubelastende en milieugevoelige be-
stemmingen. In deze vorm van milieuzonering wordt rond een bedrijventer-
rein een denkbeeldige contourlijn getrokken die uitgaat van de te bescher-
men milieugevoelige bestemmingen. Vervolgens wordt het binnen de con-
tourlijn gelegen bedrijventerrein verdeeld in zones voor bepaalde catego-
rieën van bedrijven. Hoe verder die zones van de contourlijn liggen, hoe
zwaarder de categorie van de bedrijven mag zijn. In het verleden werd
daarbij nog onderscheid gemaakt in een sectorale contour en een integrale
contour. De sectorale contour werd bepaald door de afstandscriteria die
gelden voor de afzonderlijke milieuaspecten geluid, stank, stof en gevaar.

Bij de indeling van bedrijven in bedrijfscategorieën wordt de VNG uitgave
“Bedrijven en milieuzonering” (2009) toegepast. Daarin worden op basis
van de SBI-code indicatieve afstanden bepaald voor allerlei vormen van
bedrijfsactiviteiten. De afstandcriteria hebben betrekking op de milieuas-
pecten geluid, stank, stof en gevaar. In Lelystad wordt vastgehouden aan
deze afstandscriteria, tenzij er gegronde redenen zijn om af te wijken.

Het systeem van milieuzonering is een goed instrument om een adequate
ruimtelijke scheiding aan te brengen tussen milieubelastende bedrijvigheid
en gevoelige bestemmingen zoals woningen en natuurgebieden. Bij de ca-
tegorie-indeling van bedrijfstypen wordt gebruik gemaakt van een eigen va-
riant die consequent wordt toegepast.

Bedrijventerrein Ketelmeerstraat
De bedrijvigheid in het plangebied is geconcentreerd op het bedrijventer-
rein aan de Ketelmeerstraat. Het gaat hier grotendeels om relatief lichte
bedrijvigheid in de sfeer van dienstverlening, reparatie en perifere detail-
handel (categorie 1 t/m 3.1). Voor deze bedrijvigheid geldt een afstand tot
de gevoelige functies (woningen) van 50 meter.
Aangezien de woningen op een grotere afstand dan 50 meter zijn gelegen,
wordt aan de milieuafstanden voldaan. Op de bedrijventerrein zijn geen
dienstwoningen toegestaan c.q. aanwezig.

Bedrijventerrein Merwede
Aan de zuidzijde van het plangebied is aan de Merwede een klein bedrij-
venterrein gesitueerd. Op deze locatie is zijn enkele bedrijven met voorna-
melijk een categorie 3.1 gerealiseerd. Op de hoek van de Zaanstraat met
de Merwede, bevindt zich een bedrijf met een categorie 3.1.
Gezien de schaal en omvang van de bedrijven en de afstand tot de be-
staande omliggende woningen (minimaal 40 meter) wordt hier voldaan aan
de milieuafstand.




Buro Vijn B.V.                                 Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                     Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                               blz 23



Kantorenlocatie Larserboog
In de Larserboog (tussen Merwede, Larserdreef en Oostranddreef) is een
kantorenlocatie gepland, waarbij ruimte wordt gecreëerd voor maximaal
5.000 m2 bvo. Kantoren hebben in de VNG-lijst een milieucategorie 1, met
een grootste afstand van 10 meter. De realisatie van de kantoren vormt
vanuit milieu-oogpunt geen belemmering voor bestaande woningen.

3.5.2. Verkeerslawaai

Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) 2007 worden langs wegen ge-
luidszones vastgesteld, waarbinnen bepaalde geluidsgevoelige bestem-
mingen, zoals woningen, niet kunnen worden gerealiseerd. De breedte van
de zone is afhankelijk van de ligging van de weg in (buiten)stedelijk gebied
en van het aantal rijstroken. Wegen waarvoor een maximum snelheid van
30 km per uur geldt, hebben geen zone.

Binnen het plangebied zijn de Larserdreef en Oostranddreef gelegen, die
tot de zoneplichtige wegen behoren. Mogelijk zijn voor deze wegen in het
kader van de beoogde herinrichting van de hoofdwegenstructuur van Lely-
stad reconstructies gepland. De eventuele herinrichting wordt niet in dit be-
stemmingsplan geregeld. Bij de genoemde wegen horen een geluidszones
(aandachtsgebied voor geluid) van 350 meter vanaf de wegas, conform ar-
tikel 74 van de Wgh.

Het gaat in dit plangebied om een herziening van het bestemmingsplan,
met bestaande wegen en geluidsgevoelige objecten (waaronder wonin-
gen). In artikel 76 van de Wgh is hiervoor opgenomen dat de ligging binnen
de zone van de voorkeursgrenswaarde (48 dB) toelaatbaar wordt geacht.
De vaststelling van een hogere grenswaarde is niet noodzakelijk.

3.5.3. Bodemkwaliteit

Op grond van artikel 9 van het Besluit op de ruimtelijke ordening is, wan-
neer sprake is van een nieuwe ontwikkeling, een beoordeling van de haal-
baarheid verplicht. Het bodemonderzoek, en dan met name onderzoek
naar de bodemkwaliteit, maakt onderdeel uit van deze afweging.
Wettelijk is bepaald dat een bouwvergunningsplichtig bouwwerk niet mag
worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of ge-
vaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu.

Bij de verkenning van de mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied
te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in even-
tuele beperkingen aan het bodemgebruik (in verband met milieuhygiëni-
sche risico’s voor mens, plant en dier) is noodzakelijk.
Tevens dienen de mogelijkheden en kosten om deze beperkingen door
middel van actief bodembeheer weg te nemen te worden aangegeven.




Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                  Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 24                                                                043802.02



Naar het historisch bodemgebruik van het plangebied is een onderzoek uit-
gevoerd gebaseerd op de methodiek zoals beschreven in de leidraad bij
het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader on-
derzoek (NVN 5725:1999). De relevante gegevens worden hieronder ver-
meld. Voor dit onderzoek is het archief van de sector Bouwen, Vastgoed en
Milieu geraadpleegd. Tevens zijn gesprekken gevoerd met enkele (voorma-
lige) medewerkers van in het gebied aanwezige bedrijven. Voor dit onder-
zoek zijn geen boringen verricht.

Na de drooglegging zijn de gronden binnen het plangebied als landbouw-
grond in gebruik geweest. In de huidige situatie worden de gronden ge-
bruikt als woonwijk. Daarnaast bevinden zich binnen het plangebied maat-
schappelijk voorzieningen en een aantal bedrijven. Direct om het gebied
liggen wegen en een vaart.

Het gebied is destijds opgehoogd met circa één meter zand. Het in het ge-
bied vrijkomende afvalwater wordt geloosd op de gemeentelijke riolering.
Het regenwater blijft in het gebied. Vanaf de ontwikkeling van de woonwijk
is de warmte- en elektriciteitsvoorziening centraal geregeld. Er zijn geen
huisbrandolietanks aanwezig geweest. Op de locatie zijn op diverse plaat-
sen bedrijven gevestigd. Een aantal daarvan gebruik(t)en bodembedrei-
gende stoffen. Er zijn geen calamiteiten bekend.

Ter plaatse van het tankstation aan de Ketelmeerstraat is een bodemver-
ontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten geconstateerd. Dit is
in 1998 volledig gesaneerd. Er is een zeer kleine restverontreiniging (over-
schrijding streefwaarde: minerale olie, vluchtige aromaten) achtergebleven
die naar verwachting door natuurlijke afbraak verdwijnen. Op de overige
onderzochte locaties zijn licht verhoogde waarden van diverse stoffen aan-
getroffen, deels verklaarbaar uit een algemeen achtergrondniveau in Lely-
stad en omgeving, deels niet verklaarbaar, maar niet verontrustend. De ge-
vonden gehalten leveren geen gevaar op voor volksgezondheid en milieu.
Op basis van de gegevens uit het historisch onderzoek valt te verwachten
dat de bodem geschikt is voor het toekomstige gebruik.

3.5.4. Aanwezigheid kabels, leidingen en straalpaden

In de wijk komt een aantal hoofdpersleidingen, gasleidingen en stadsver-
warmingsleidingen voor. In het plangebied zijn dit een stadsverwarmings-
en rioolleiding. Aan weerszijden van deze leidingen worden beschermings-
zones aangehouden. De breedte van deze zones hangen af van het type
leiding. De ligging en het type van de leidingen zijn op de digitale verbeel-
ding van het plan nader gespecificeerd.




Buro Vijn B.V.                                  Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                      Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                              blz 25



4.   UITGANGSPUNTEN WATERWIJK

In het voorgaande hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling van de ruimtelijke
en functionele structuur voor het plangebied voor de komende tien jaren
aangegeven. Dit wensbeeld wordt in dit hoofdstuk in een aantal concrete
uitgangspunten geformuleerd. Uiteindelijk krijgen deze een juridische verta-
ling in een (digitale) verbeelding van het bestemmingsplan met daarbij
planregels. Deze regelen de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden bin-
nen het plangebied en zijn juridisch bindend.

4. 1. Ruimtelijke aspecten

4.1.1. Stedenbouwkundige structuur

De Waterwijk maakt deel uit van de bestaande stedelijke structuur van Le-
lystad. Het uitgangspunt is dat de hoofdopzet van de stedenbouwkundige
structuur behouden blijft, en daar waar mogelijk wordt versterkt. Bijzondere
verkavelingsprincipes en woningschakelingen worden op blokniveau ge-
handhaafd.

4.1.2. Wegenstructuur

Voor de wegenstructuur geldt als uitgangspunt dat de betreffende wegen
rondom Waterwijk qua inrichting en functie voldoen aan de opbouw van de
hoofdwegenstructuur van Lelystad. Dit houdt in dat de Larserdreef en Oost-
randdreef als onderdeel van de buitenring zijn aangemerkt. Een belangrijk
aandachtspunt daarbij is de aansluiting van de Larserdreef met de Oost-
randdreef (rotonde). Verder geldt als uitgangspunt dat eventuele nieuwe
ontwikkelingen langs de dreven dienen te voldoen aan de voorkeursgrens-
waarde, de situering op voldoende afstand van de weg is van belang.

4.1.3. Groen- en waterstructuur

Op stadsniveau wordt gestreefd naar meer samenhang tussen de verschil-
lende groengebieden (als uitwerking van de Groene Stad). Dit kan worden
bereikt door meer differentiatie in het groen aan te brengen, om de kwali-
teit, duidelijkheid en herkenbaarheid van de woonomgeving te verbeteren.
Het uitgangspunt voor de groen- en waterstructuur van Waterwijk sluit hier
op aan. Dat betekent dat voor Waterwijk wordt gestreefd naar een eendui-
dige, herkenbare groenstructuur, waarbij de essentiële groenelementen,
zoals de groene singels langs de noord-zuid gerichte waterloop, de volks-
tuinen en enkele speel/grasveldjes worden behouden.




Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                 Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 26                                                                043802.02



4. 2. Functionele aspecten

4.2.1. Wonen en erfbebouwing

Bestaande woningen
Voor de Waterwijk is de belangrijkste opgave de verbetering van de wonin-
gen en de sfeer van de woonomgeving. In ruimtelijk opzicht hebben de
veranderingen enerzijds betrekking op de verbetering van de openbare
ruimte op straat- en/of buurtniveau en anderzijds op meer woninggebonden
ontwikkelingen, zoals de plaatsing van aan-/uitbouwen, bijgebouwen, dak-
kapellen. Bij dergelijke wijzigingen of toevoegingen geldt als uitgangspunt
dat deze moeten bijdragen aan het herstel of de versterking van de relatie
tussen de bebouwing en de openbare ruimte.

Daarnaast zijn het vaak de erfafscheidingen (met name schuttingen) in be-
staande woonwijken die gedurende de jaren het ruimtelijk beeld zijn gaan
bepalen. Voor de Waterwijk geldt als uitgangspunt voor erfafscheidingen
dat deze dienen te voldoen aan de standaard eisen van de gemeente. Dat
wil zeggen dat erfafscheidingen, afhankelijk van de plaatsing, tot een be-
paalde hoogte mogelijk zijn, mits ze voldoen aan een aantal eisen ten aan-
zien van de vormgeving. De eisen die ten aanzien van de vormgeving gel-
den, zijn opgenomen in de gemeentelijke welstandsnota.

Verder kan de dynamiek in de woonomgeving worden verbeterd door meer
mogelijkheden te bieden voor de combinatie van de woon- en werkfunctie.
Uitgangspunt in dit bestemmingsplan is om binnen de woonbestemming
kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten mogelijk te maken.

4.2.2. Bedrijven

Ketelmeerstraat
Het uitgangspunt is dat de bedrijvigheid zich blijft concentreren op de be-
staande bedrijvenstrook aan de Ketelmeerstraat. Daarbij wordt uitgegaan
van de bestaande situatie. Dat wil zeggen dat het terrein bedoeld is voor
lichte bedrijvigheid (dienstverlening, reparatie), zodat ten opzichte van om-
liggende milieufuncties geen hinder in de vorm van geluid, geur, stof etce-
tera wordt veroorzaakt. Conform de huidige situatie, biedt het terrein aan
de Ketelmeerstraat ook mogelijkheden voor de vestiging van perifere de-
tailhandel.

Bij perifere detailhandel gaat het om onder andere handel in auto’s en au-
toaccessoires, woninginrichting en keukens en sanitair. Bedrijven die boten
en caravans verkopen/repareren zijn in deze strook niet gewenst, in ver-
band met de ruimtevragende producten en de uitstraling. Het beleid van de
gemeente is erop gericht om dergelijke bedrijven op de grotere bedrijven-
terreinen (bijvoorbeeld Noordersluis, Oostervaart) van Lelystad ruimte te
bieden.




Buro Vijn B.V.                                  Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                      Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                             blz 27



Merwede
Voor het terrein aan de Merwede geldt dat de bestaande bedrijven worden
bestemd. In verband met de nabije ligging bij woningen, worden alleen
nieuwe bedrijven in de lichtere categorieën (1, 2 en 3.1) mogelijk gemaakt.
De combinatie van wonen en werken is op dit terrein mogelijk.

Larserboog
De Larserboog wordt een kantorenlocatie. Voor de invulling ervan worden
de kenmerken uit de Gemeentelijke Visie Vestigingsbeleid (GVV) gehan-
teerd, deze zijn:
• een binnenstedelijk kantorenterrein;
• kantoorhoudendheid is 100%, geen menging van functies tenzij naar
    aard en schaal passend;
• middelgrote kantoorgebruikers;
• 3000 m2 tot 5000 m2 uitgeefbaar bvo.
De kantorenlocatie wordt opgenomen op de ruimtelijke verbeelding.

4.2.3. Voorzieningen

Uitgangspunt is dat de bestaande voorzieningen worden gehandhaafd en
als dusdanig worden bestemd. Eventuele, reeds voorziene, ingrepen wor-
den in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Hiermee wordt onder ande-
re de realisatie van een sportterrein met bijbehorende bebouwing in de ok-
sel van de Zaanstraat en Merwede bedoeld.




Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 28                                                               043802.02



5.   PLANBESCHRIJVING

5. 1. Het juridische systeem

In de voorgaande hoofdstukken zijn de in het plangebied voorkomende
functies, de (eventuele) ontwikkelingen daarbinnen én de uitgangspunten
ten aanzien daarvan aan de orde gesteld. Het in de voorgaande hoofdstuk-
ken beschreven beleid, krijgt zijn juridische vertaling in bestemmingen. De-
ze bestemmingen regelen de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden bin-
nen het plan. De bepalingen die betrekking hebben op de te onderscheiden
bestemmingen, zijn vastgelegd in de regels en op de verbeelding van het
plan.
Het bestemmingsplan geeft dus aan voor welke doeleinden de gronden zijn
bestemd.

5. 2. Nieuwe Wet ruimtelijke ordening

Daarnaast is, met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro, een aantal es-
sentiële onderdelen in het bestemmingsplan veranderd. Het betreffen on-
der meer:
• het vervallen van de gebruiksbepaling en de strafbepaling. Deze is op-
    genomen in de nieuwe Wro;
• een gestandaardiseerde bepaling met betrekking tot het overgangs-
    recht en de anti-dubbeltelregel. De tekst hiervan is integraal overgeno-
    men uit het nieuwe Bro;
• het vervallen van de uitsluiting van de aanvullende werking van de
    Bouwverordening. Bepalingen met betrekking tot bijvoorbeeld erf- en
    terreinafscheidingen die vooreerst aan de Bouwverordening konden
    worden overgelaten, worden nu in het bestemmingsplan geregeld;
• binnenplanse vrijstellingen worden nu ontheffingen genoemd.

De regels bevatten allereerst een bestemmingsomschrijving. Hierin is per
bestemming uitgewerkt voor welk doel of doeleinden de gronden mogen
worden benut. Naast de bestemmingsomschrijving zijn in de regels bouw-
regels, gebruiksregels en aanlegvergunningen opgenomen. In de bouwre-
gels zijn - gerelateerd aan de toegelaten gebruiksfuncties - eisen gesteld
aan de hoogte, aard, nadere situering, diepte, enzovoorts van gebouwen
en bouwwerken.

SVBP 2008 / Handboek bestemmingsplannen Lelystad
Dit bestemmingsplan is nog niet opgesteld volgens de Standaard voor Ver-
gelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2008, omdat de gemeente een ei-
gen handboek hanteert.
Omdat de SVBP 2008 per 1 januari 2010 verplicht wordt, gaat de gemeen-
te het handboek hierop aanpassen. Het handboek maakt het mogelijk om
bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd
en op een zelfde manier worden verbeeld.




Buro Vijn B.V.                                 Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                     Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                                 blz 29



5. 3. De bestemmingen

In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de gebruiks- en be-
bouwingsmogelijkheden van de bestemmingen die in dit plan voorkomen.

Bedrijf - Nutsvoorzieningen
De gebouwtjes ten behoeve van nuts- en andere openbare voorzieningen
(elektriciteitsgebouwtjes, bushokjes, e.d.) zijn overeenkomstig de huidige
situatie bestemd, voorzover ze groter zijn dan 50m3. Voor gebouwtjes met
een kleinere inhoud wordt er van uitgegaan dat ze in het kader van de Wo-
ningwet (2003) bouwvergunningvrij zijn. Een planologische regeling is
daarom niet nodig.

Bedrijventerrein - 2
De bestemming "Bedrijventerrein - 2" is toegekend aan de zelfstandige be-
drijven. Het betreft de bedrijventerreinen aan de Ketelmeerstraat en de
Merwede. De toegestane vormen van bedrijvigheid zijn ontleend aan de
voor Lelystad bekende beleid en de systematiek. In bijlage 2 bij de planre-
gels is de Staat van inrichtingen opgenomen, waarin is aangegeven welke
bedrijven op basis van de categorisering mogelijk zijn. Geluidzonerings-
plichtige inrichtingen ingevolge de Wet geluidhinder, risicovolle inrichtingen
en vuurwerkfabrieken zijn uitgesloten.
In de bestemming “Bedrijventerrein - 2” zijn bedrijven in de - in bijlage 2 bij
de planregels opgenomen - categorieën 1, 2 en 3.1 mogelijk. Uitzondering
vormen de gebieden met de aanduiding Bedrijf van categorie 1 (b=1). In die
gebieden zijn, in verband met nabij liggende woningen, uitsluitend bedrijven
toegestaan die in de Staat van inrichtingen onder categorie 1 vallen.

Op het bedrijventerrein Ketelmeerstraat zijn zowel perifere en productiege-
bonden detailhandel toegestaan. Productiegebonden detailhandel in voe-
dings- en genotmiddelen wordt uitgesloten.

Verder is ook een strook aangeduid waarbinnen bedrijfswoningen mogelijk
worden gemaakt. De betreffende gronden hebben de aanduiding “bedrijfs-
woningen toegestaan”.

Voor Merwede geldt als beleidsuitgangspunt dat in dit gebied alleen pro-
ductiegebonden detailhandel mogelijk is. Hieronder wordt verstaan ‘detail-
handel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of
toegepast in het productieproces’. Deze functie is ondergeschikt aan de
productiefunctie en wordt, gezien de beperkte ruimtelijke en milieuhygiëni-
sche consequenties op de omgeving als een passende functie op Merwede
beschouwd.

Verder is in de gebruiksregels voor beide terreinen (Ketelmeerstraat en
Merwede) opgenomen dat niet meer dan 30% van de bedrijfsvloeropper-
vlakte tot een maximum van 2000m² gebruikt mag worden ten behoeve van
kantoren. In deze bestemming zijn zelfstandige kantoren niet toegestaan.




Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                    Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 30                                                                 043802.02



Hoewel er enkele verschillen in de typen bedrijvigheid zijn, zijn de bebou-
wingsmogelijkheden op beide terreinen op dezelfde wijze vastgelegd. Voor
beide terreinen zijn de bestaande bouwmassa’s door middel van bouwvlak-
ken, een bebouwingspercentage en een maximale bouwhoogte (op het plan)
vastgelegd. Verder is een ontheffingsregeling opgenomen die het, met het
oog op de gewenste flexibiliteit, mogelijk maakt om bedrijven, die qua milieu-
belasting gelijk te stellen zijn met de “bij recht” toegestane categorieën, on-
der bepaalde voorwaarden ook toe te laten.

Wanneer op de bedrijventerreinen zelfstandige kantoren voorkomen, worden
deze specifiek aangeduid met ‘kantoor’. Hetzelfde geldt voor zelfstandige
sportvoorzieningen (zoals een sportschool), deze krijgen de aanduiding
‘sport’.

Groen
De bestemming "Groen" heeft betrekking op de structurele groenelementen
in het plangebied. Het gaat hier om groen dat in de ruimtelijke hoofdopzet
een structurele rol in de Waterwijk vervult. De bij de groenelementen beho-
rende functies (zoals voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, waterlopen
en de daarbij behorende verhardingen) zijn ook onder deze bestemming
gebracht. Binnen de groenbestemming zijn in principe geen gebouwen mo-
gelijk.

Kantoor
Voor het gebied in de Larserboog is de bestemming “Kantoor” opgenomen.
Binnen deze bestemming worden kantoren met bijbehorende voorzienin-
gen (bijvoorbeeld pakeervoorzieningen) mogelijk gemaakt. Horeca en de-
tailhandel worden in deze bestemming uitgesloten. Voor de bouw van ge-
bouwen gelden een maximale bouwhoogte en bebouwingspercentage, bei-
den zijn opgenomen op het plan. Ter hoogte van de Oostranddreef is een
hogere bebouwing toegestaan dan in het overige gebied. In de bestemming
is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de wijziging naar de be-
stemming “Bedrijventerrein - 2”, dit echter onder de voorwaarden dat na
wijziging de regels van die bestemming “Bedrijventerrein - 2” van toepas-
sing zijn en de bedrijven naar aard en schaal passend zijn in de directe
omgeving.

Maatschappelijk
Deze bestemming treft een regeling voor de maatschappelijke functies in het
plangebied, zoals scholen en gebouwen met een medische functie. De
bouwvlakken, waarbinnen de gebouwen dienen te liggen, zijn afgestemd op
de bestaande contouren van het gebouw. Specifieke functies, zoals een
kinderdagverblijf, zijn in de verbeelding en regels specifiek aangeduid.
Voor incidentele bebouwing buiten het bouwvlak biedt een ontheffingsrege-
ling de nodige ruimte. De maximale bouwhoogte, welke zoveel mogelijk is
afgestemd op de bestaande situatie, is op de kaart aangegeven. Ten aan-
zien van de regeling van het gebruik, bieden de van toepassing zijnde plan-
regels de nodige ruimte. De bestemming voorziet in een ruime omschrijving
voor maatschappelijke functies.




Buro Vijn B.V.                                   Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                       Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                              blz 31



Sport
Het gebied in de oksel van de Zaanstraat en Merwede heeft de bestem-
ming Sport. Het genoemde gebied is overigens nog niet als zodanig in ge-
bruik.
Bebouwing op de betreffende gronden is mogelijk. Voorwaarde is dat de
bebouwing binnen het op de verbeelding van het plan aangegeven bouw-
vlak wordt gerealiseerd.
Om te voorkomen dat de bebouwing te grootschalig wordt, is een maximale
bouwhoogte en een bebouwingspercentage opgenomen. Het percentage is
in het bouwvlak aangeduid. Daarbij is in de bouwregels rekening gehouden
met lichtmasten. Deze mogen niet hoger zijn dan 15,00 meter. Tot slot zijn
ten aanzien van de overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen
zijnde, ook bouwregels opgenomen.

Tuin
De bestemming “Tuin” is gelegd op de delen van de woonpercelen die als
voor- of zijtuin zijn aan te merken en waar het vanuit stedenbouwkundig
oogpunt niet gewenst wordt geacht erfbebouwing te situeren. De grens van
de bestemming “Tuin” ligt voornamelijk tegen de voorgevel en in hoeksitua-
ties tegen de zijgevel van de woning (hoofdgebouw). Uitstekende bouwdelen
van een woning en aan- en uitbouwen aan de voorkant zijn binnen de woon-
bestemming geregeld.

Verkeer
Onder deze bestemming vallen alle wegen met een externe (doorgaande)
ontsluitingsfunctie. In dit bestemmingsplan zijn dit de Larserdreef en Oost-
randdreef. Om de ontsluitingsfunctie van deze wegen te garanderen, is een
dwarsprofiel voor deze wegen bij het plan opgenomen. Deze profielen mo-
gen niet zonder meer gewijzigd worden.
Binnen deze bestemming staat niet de verblijfsfunctie, maar de afwikkeling
van het verkeer voorop. De inrichting van de wegen is hier ook op afge-
stemd. De aan de weg grenzende bermen en parkeervoorzieningen vallen
ook onder deze bestemming. Informatie- en reclameobjecten aan lichtmas-
ten zijn binnen de bestemmingsomschrijving “bij recht” mogelijk gemaakt.
Aan deze objecten zijn in de planregels geen maximale maten toegekend.
Het uitgangspunt wordt gehanteerd dat deze objecten vanwege de vorm-
geving of de omvang de verkeersveiligheid niet in het geding brengen.

Verkeer - Verblijfsgebied
Voor de gronden waarbij de openbare (verblijfs)functie ten dienste staat
van de woonomgeving geldt de bestemming “Verkeer - Verblijfsgebied”. De
bestemming heeft betrekking op alle (woon)straten en pleinen in de Water-
wijk. Naast (woon)straten is ook de bestemming toegekend aan de veelal
structuurbepalende voet- en rijwielpaden in Waterwijk-Zuid. Ook behoren
de aangrenzende parkeervoorzieningen en de groenvoorzieningen tot de
bestemming. Vrijstaande bergingen en/of garageboxen zijn binnen de be-
stemming aangeduid met “bergingen toegestaan”. Aan de omvang van de-
ze gebouwen zijn standaard maximale maten toegekend (oppervlakte en
hoogte).




Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                 Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 32                                                                  043802.02



Water
De waterlopen en waterpartijen in het plangebied, met bijbehorende oe-
vers, bermen en beplanting, vallen onder de bestemming “Water”. Kleinere
(fiets- en voetgangers-) bruggen, duikers en dammen vallen ook onder de-
ze bestemming. In de bouwregels is geregeld dat de betreffende gronden
onbebouwd blijven, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen
zijnde. Voor deze categorie zijn maximale bouwhoogten vastgelegd.

Wonen 1, 3, 4 en 5
In het plangebied is voornamelijk sprake van projectmatige woningbouw. Er
is op kleine schaal sprake van vrije sectorwoningen (aan de Nieuwe Water-
weg). Om deze reden is er sprake van twee systemen. Bij de projectmatige
woningbouw ligt de stedenbouwkundige structuur en de situering van de wo-
ningen exact vast. In deze gevallen is gekozen voor een systeem, waarbij de
oorspronkelijke hoofdgebouwen zijn vastgelegd in het bouwvlak. Uitstekende
bouwdelen aan de voorgevel van een woning, zoals ingangpartijen en por-
taaltjes worden niet meegerekend. Dit geldt ook voor uitstekende delen van
het hoofdgebouw aan de achterzijde.
Daar waar sprake is van vrijstaande woningen is gekozen voor een systeem
waarbij het bouwvlak iets ruimer om het hoofdgebouw gelegd.

In het plangebied komen uiteenlopende woonvormen voor, die variëren in
bouwmassa, goothoogte, bouwhoogte en dak- en kapvorm. Om al deze
woonvormen in het kader van de digitalisering van passende regelgeving te
kunnen voorzien en bovendien de raadpleegbaarheid van het bestem-
mingsplan te vergroten, is gekozen voor een onderscheid in een vijftal
woonbestemmingen. Hiervan komen de woonbestemmingen 1, 3, 4 en 5 in
het plangebied voor.

Het onderscheid komt bij de verschillende bestemmingen tot uiting in de
bepalingen die betrekking hebben op de uiterlijke verschijningsvorm van
het hoofdgebouw, zoals het aantal bouwlagen (uitgedrukt in goothoogte en
bouwhoogte) en bepalingen ten aanzien van de daken (al of geen verplich-
te kap en dakhelling). Het onderstaande schema geeft een kort overzicht
van de verschillende woonbestemmingen:
Wonen Type                             Goothoogte Bouwhoogte        Dakhelling
    1      één bouwlaag met kap.       max 3,50 m   max 10,00 m     30º- 60º
    2      één bouwlaag zonder kap     -            max 3,50 m      -
    3      twee bouwlagen met kap      max 7,00 m   max 10,00 m     20º- 60º
    4      twee bouwlagen zonder kap   -            max 7,00 m      -
    5      maximaal twee bouwlagen     -            max 8,00 m      max 60º


Om te voorkomen dat de bouwpercelen worden volgebouwd, is bepaald dat
de gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken niet meer dan 50% van het
bouwvlak mogen bedragen.




Buro Vijn B.V.                                  Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                      Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                                  blz 33



Voor elk type woonbestemming gelden dezelfde erfbebouwingsbepalingen,
ontheffingsmogelijkheden en gebruiksregels. Een toelichting op deze bepa-
lingen volgt hierna.
Per hoofdgebouw mag maximaal 50 m² aan erfbebouwing worden gereali-
seerd. Dit maximum geldt voor bouwpercelen met een oppervlakte kleiner
dan 500m². Omdat op grotere bouwpercelen (groter dan 500m²) meer ruimte
is voor erfbebouwing, is voor dergelijke bouwpercelen geregeld dat maxi-
maal 10% van het bouwvlak mag worden bebouwd met erfbebouwing. Om te
voorkomen dat de erfbebouwing te massaal wordt, is daarbij wel een maxi-
mum gesteld van 100 m² voor de gezamenlijke oppervlakte.

In de meeste gevallen (met name bij rijwoningen en twee-onder-één-kap-
woningen) worden uitbreidingsmogelijkheden geboden buiten het bouwvlak.
Bij vrijstaande woningen, waarbij het bouwvlak iets ruimer is gelegd, zijn ook
uitbreidingsmogelijkheden binnen het bouwvlak mogelijk. Voor incidentele
bebouwing buiten het bouwvlak biedt een ontheffingsregeling onder bepaal-
de voorwaarden de nodige ruimte.

Bij de erfbebouwing geldt als uitgangspunt dat door de uitbreiding de
woonsituatie van belendende percelen niet onevenredig mogen worden
aangetast. Om die reden zijn bepalingen opgenomen die een goede ver-
houding tussen het hoofdgebouw en het erf regelen, een aantal voorwaar-
den stellen aan de situering van de erfbebouwing en een regeling treffen
voor de bouwmassa, zoals (goot)hoogte, dakopbouwen en kapconstructies.
Verder geldt ten aanzien van de situering dat niet binnen de bestemming
“Tuin” mag worden gebouwd (zie ook onder het kopje “Tuin”).

Door middel van een ontheffing bestaat de mogelijkheid om, ten behoeve
van de huisvestiging van minder validen en/of het treffen van bijzondere
voorzieningen, een groter oppervlak aan- en uitbouwen de bijgebouwen te
realiseren (80 m² in plaats van de reguliere 50 m²).

Alleen binnen de bestemming Wonen 3 is de aanduiding “dienstverlening
toegestaan” opgenomen. Deze aanduiding heeft betrekking op de zoge-
noemde ‘woon-werkwoningen’ aan de Merwede. Door middel van deze
aanduiding wordt geregeld dat de dienstverlenende functies (bijvoorbeeld
een kapperszaak, schoonheidssalon) alleen op de begane grond kunnen
worden uitgeoefend. In de gebruiksregels bij deze bestemming is geregeld
dat op de begane grond niet gewoond mag worden.

Aan huis verbonden beroep / kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
In toenemende mate bestaat de laatste jaren vraag naar het mogen uitoe-
fenen van kleinschalige bedrijfsactiviteiten binnen een woonbestemming.
Het gaat daarbij meestal om vormen van bedrijvigheid met een dermate
beperkte omvang, dat de woonfunctie van het perceel qua ruimtelijke uit-
straling de hoofdfunctie blijft. Het zijn veelal beroepen die vergelijkbaar zijn
met de bij recht toegestane “aan huis verbonden beroepen”. Dit zijn beroe-
pen als huisartsen, notarissen of advocaten.




Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                     Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 34                                                                043802.02



Deze benadering sluit niet meer aan bij de hedendaagse maatschappelijke
ontwikkelingen, aangezien er vele andere beroepen zijn die aan huis ge-
bonden kunnen zijn en een gelijksoortige invloed hebben op de omgeving
als de voornoemde "aan huis verbonden beroepen".

Door middel van een adequate regeling wordt het in dit bestemmingsplan
mogelijk gemaakt om onder bepaalde voorwaarden kleinschalige bedrijfs-
matige activiteiten binnen de woonbestemming toe te staan. Binnen de be-
stemming “Wonen” is een regeling opgenomen die erin voorziet dat een deel
van de gebouwen op een perceel mogen worden benut voor deze bedrijfs-
vormen. Enerzijds bevat deze regeling een sterke ruimtelijke afbakening,
zodat grootschalige activiteiten bij deze vorm van bedrijvigheid eerder een
halt kunnen worden toegeroepen. Anderzijds leidt de regeling tot een ver-
ruiming van de mogelijkheden om een aan huis verbonden beroep uit te
oefenen. Aan de hand van deze criteria is een lijst opgesteld van toelaatba-
re aan huis verbonden beroepen en bedrijven binnen de woonbestemming
(zie bijlage 1 van de planregels). Daarvoor geldt in eerste instantie een
aantal ruimtelijke criteria en daarnaast criteria die een goede inpassing in
de woonomgeving moeten waarborgen.

Wonen - Woongebouw
De gestapelde woningen zijn onder de bestemming “Woongebouw” ge-
bracht. Dit betreft het woongebouw aan de Rivierenlaan dat als specifiek
ruimtelijk element is aan te merken. Als uitgangspunt voor de bestemming
is de bestaande bebouwing gekozen. Dit is vastgelegd door middel van het
bouwvlak en de hoogtebepaling op de verbeelding van het plan (respectie-
velijk maximaal 6 en 12 meter).

In het bouwvlak van de bestemming Wonen - Woongebouw is een aandui-
ding “bedrijf” aangegeven. Dit betekent dat ter plaatse van die aanduiding,
in de eerste bouwlaag, een combinatie van woongebouw met dienstverle-
ning en/of bedrijven mogelijk is. Bij de bedrijven gaat het om bedrijven in de
categorieën 1 en 2 van de Staat van inrichtingen (bijlage 2 bij planregels).
Uitgezonderd zijn geluidsgevoelige inrichtringen, risicovolle inrichtingen en
vuurwerkbedrijven.

Bij het woongebouw worden (losse) bergingen of stallingen mogelijk ge-
maakt. Deze dienen te voldoen aan maximale maten ten aanzien van de
oppervlakte en de hoogte. Dergelijke gebouwen mogen alleen buiten het
bouwvlak worden gerealiseerd. Het woongebouw is voorzien van trappen-
huizen en/of liftschachten. Om ook eventuele nieuwe trappenhuizen en/of
liftschachten mogelijk te maken, is in de bestemmingsregeling voor de
woongebouwen een algemene regeling voor dit soort bouwwerken opge-
nomen, waarbij beperkingen zijn gesteld aan de oppervlakte en de hoogte.
Bij deze regeling is er van uit gegaan dat dergelijke bouwwerken ook buiten
het bouwvlak kunnen worden gerealiseerd.




Buro Vijn B.V.                                  Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                      Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                               blz 35




5. 4. Dubbelbestemmingen

Leidingen (Riool en Stadsverwarming)
De belangrijkste leidingen zijn door middel van een dubbelbestemming ge-
regeld. In het plangebied zijn dit een rioolleiding (Leiding – Riool) en een
stadsverwarmingsleiding (Leiding – Stadsverwarming). Rond de leidingen
is een zone van 5 meter aangegeven, waarbinnen in principe geen gebou-
wen mogelijk zijn. De realisatie van gebouwen of bouwwerken is alleen
mogelijk als vooraf advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbe-
heerder.

Veiligheidszone LPG
De op de kaart voor “Veiligheidszone LPG” aangewezen gronden zijn be-
stemd voor het tegengaan van een te hoog veiligheidsrisico van kwetsbare
en beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen, scholen, kantoren),
vanwege de aanwezigheid van een LPG-installatie.
In de planregels zijn twee wijzigingsbevoegdheden opgenomen. De eerste
is voor het verwijderen van de dubbelbestemming van de kaart, mits de ri-
sicovolle inrichting ter plaatse is beëindigd. De tweede is voor de wijziging
(verkleining) van de zone, dit echter alleen onder strikte voorwaarden.




Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                  Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 36                                                              043802.02



6.   MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het plan is van belang te achter-
halen of de maatschappij het plan uitvoerbaar vindt. De bestemmingsplan-
procedure kent meerdere momenten waarop de burgers en instanties hun
mening over het bestemmingsplan kenbaar kunnen maken. De bestem-
mingsplanprocedure, zoals opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening
(Wro), is globaal als volgt opgebouwd:

Inspraak
De gemeente Lelystad heeft voor dit bestemmingsplan een inspraakperio-
de gehouden. Deze periode startte op 19 november 2009 en gedurende 6
weken is een ieder in de gelegenheid gesteld een inspraakreactie te geven.
Er zijn geen inspraakreacties binnen gekomen.
De publicatie ten behoeve van de inspraakperiode kan worden aangemerkt
als een publicatie zoals verplicht gesteld in artikel 1.3.1 van het Besluit
ruimtelijke ordening (Bro). De publicatie heeft plaatsgevonden in de lokale
krant en op internet.

Vooroverleg
Het opgestelde voorontwerp-bestemmingsplan wordt aan de wettelijk ver-
plichte overleginstanties en belanghebbenden voorgelegd in het kader van
het Vooroverleg conform 3.1.1 van het Bro. De ingekomen overlegreacties
zijn overwogen en voorzien van een reactie van het college van B&W. De
overlegreacties hebben geleid tot kleine wijzigingen in dit bestemmings-
plan.

Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan volgt de uniforme openbare voorbereidings-
procedure die is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuurs-
recht (Awb). Het ontwerpplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd.
Een ieder wordt daarbij in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of monde-
ling zienswijzen op het plan naar voren te brengen. Eventueel ingediende
zienswijzen worden voorzien van een passend antwoord.

Vervolg
Vervolgens wordt het bestemmingsplan vastgesteld. De publicatie van het
vaststellingsbesluit vindt (over het algemeen) plaats binnen twee weken na
de vaststelling. Tijdens de daarop volgende inzagetermijn (6 weken) is het
mogelijk beroep in te stellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de
Raad van State (ABRvS). Het vaststellingsbesluit treed in werking op de
eerste dag nà de dag waarop de beroepstermijn afloopt.




Buro Vijn B.V.                                Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
                                                    Status: Ontwerp / 03-09-10
043802.02                                                              blz 37



7.   ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Onder de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) was het al verplicht
de financiële haalbaarheid van ruimtelijke plannen aan te tonen. De moge-
lijkheden voor (gemeentelijk) kostenverhaal op particulieren en/of project-
ontwikkelaars waren beperkt. Door middel van de grondexploitatieregeling
in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke orde-
ning (Bro) beschikken de gemeenten over meer mogelijkheden voor kos-
tenverhaal.
Daarnaast heeft de gemeente meer sturingsmogelijkheden, doordat zij in
het geval van grondexploitatie door derden diverse eisen en regels kunnen
stellen. Dit kan gebeuren door middel van het privaatrechtelijke spoor (an-
terieure of posterieure overeenkomsten), dan wel door middel van een ex-
ploitatieplan. Een combinatie van beiden is ook mogelijk.

Overeenkomst / exploitatieplan
Het bestemmingsplan regelt hoofdzakelijk de bestaande situatie. In het be-
stemmingsplan wordt echter de realisatie van bebouwing ten behoeve van
de sportvelden, in de oksel van de Zaanstraat en Merwede, mogelijk ge-
maakt. Daarnaast is de realisatie van de Larserboog geregeld in het be-
stemmingsplan. Dit zijn bouwplannen volgens het Bro, de grondexploitatie-
wet is daarom van toepassing. De gemeente is verplicht in het Bro ge-
noemde kosten voor de ontwikkeling van deze bouwplannen te verhalen.
Daarvoor moet de gemeente bij dit bestemmingsplan een exploitatieplan
vaststellen. Wanneer het kostenverhaal op andere wijze is geregeld, bij-
voorbeeld door middel van een overeenkomst, vervalt deze verplichting.

Verwacht wordt dat, ten behoeve van de bouwplannen die bij recht mogelijk
worden gemaakt, de gemeente en ontwikkelende partij door middel van
een overeenkomst het kostenverhaal regelen. Wanneer dit niet het geval is
moet voor de betreffende percelen alsnog een exploitatieplan worden op-
gesteld.

Uitvoerbaarheid
De kosten voor het voorliggende bestemmingsplan zijn geheel voor reke-
ning van de gemeente. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar. Nadere aan-
vulling hiervoor wordt in het ontwerpbestemmingsplan meegenomen.



                                   ===




Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid                                 Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
GEMEENTE LELYSTAD 04-38-02 / 03-09-10

BESTEMMINGSPLAN WATERWIJK-ZUID


REGELS

INHOUDSOPGAVE                                                      Blz


HOOFDSTUK 1. INLEIDENDE REGELS                                       1
   Artikel 1:     Begrippen                                          1
   Artikel 2:     Wijze van meten                                    9

HOOFDSTUK 2. BESTEMMINGSREGELS                                      10
   Artikel 3:     Bedrijf - Nutsvoorzieningen                       10
   Artikel 4:     Bedrijventerrein - 2                              11
   Artikel 5:     Groen                                             14
   Artikel 6:     Kantoor                                           15
   Artikel 7:     Maatschappelijk                                   17
   Artikel 8:     Sport                                             19
   Artikel 9:     Tuin                                              20
   Artikel 10:    Verkeer                                           21
   Artikel 11:    Verkeer - Verblijf                                23
   Artikel 12:    Water                                             24
   Artikel 13:    Wonen - 1                                         25
   Artikel 14:    Wonen - 3                                         28
   Artikel 15:    Wonen - 4                                         31
   Artikel 16:    Wonen - 5                                         34
   Artikel 17:    Wonen - Woongebouw                                37
   Artikel 18:    Leiding - Riool                                   39
   Artikel 19:    Leiding - Stadsverwarming                         40

HOOFDSTUK 3.         ALGEMENE REGELS                                41
   Artikel 20:    Anti-dubbeltelregel                               41
   Artikel 21:    Algemene bouwregels                               42
   Artikel 22:    Algemene gebruiksregels                           43
   Artikel 23:    Algemene aanduidingsregels                        44
   Artikel 24:    Algemene ontheffingsregels                        45
   Artikel 25:    Overige regels                                    46

HOOFDSTUK 4. OVERGANGS- EN SLOTREGELS                               47
   Artikel 26:    Overgangsrecht                                    47
   Artikel 27:    Slotregel                                         48


BIJLAGEN

Bijlage 1        Lijst van aan-huis-verbonden beroepen en klein-
                 schalige bedrijfsmatige activiteiten

Bijlage 2        Staat van inrichtingen
             04-38-02                                                        blz 1



             HOOFDSTUK 1. INLEIDENDE REGELS

Artikel 1:   Begrippen

             In deze regels wordt verstaan onder:

             1. het plan:
                het Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid van de gemeente Lely-
                stad;

             2. bestemmingsplan:
                de geometrische bepaalde planobjecten als vervat in het GML-
                bestand NL.IMRO.0995.00017.OW01 met bijbehorende regels
                en bijlagen;

             3. aanduiding:
                een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn
                aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld
                ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze
                gronden;

             4. aanduidingsvlak:
                de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

             5. aanbouw:
                een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een
                hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk
                gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het
                hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt
                is aan het hoofdgebouw;

             6. aan-huis-verbonden beroep:
                een dienstverlenend beroep, genoemd in bijlage 1 dat in of bij
                een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwe-
                gende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke
                uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in over-
                eenstemming is;

             7. bebouwing:
                één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen
                zijnde;

             8. bebouwingspercentage:
                een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van
                het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden
                bebouwd, dit met inbegrip van de oppervlakte van (overdekte)
                bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

             9. bedrijfsgebouw:
                een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;




             Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                        Buro Vijn B.V.
             Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 2                                                        04-38-02



10. bedrijfsvloeroppervlakte:
    de totale (bruto)vloeroppervlakte van de ruimte die wordt ge-
    bruikt voor een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige
    bedrijfsmatige activiteiten c.q. een (dienstverlenend of detail-
    handels-) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief
    opslag- en administratieruimten en dergelijke;

11. bedrijfswoning/dienstwoning:
    een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk
    slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens
    huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of
    het terrein noodzakelijk is;

12. bestemmingsgrens:
    de grens van een bestemmingsvlak;

13. bestemmingsvlak:
    een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

14. bijgebouw:
    een op zichzelf staand al dan niet vrijstaand gebouw, beho-
    rende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdge-
    bouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het
    hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt
    is aan het hoofdgebouw;

15. bouwen:
    het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen
    of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

16. bouwlaag:
    een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke
    of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen
    is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met
    uitsluiting van onderbouw en zolder;

17. bouwgrens:
    de grens van een bouwvlak;

18. bouwperceel:
    een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan
    een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegela-
    ten;

19. bouwperceelgrens:
    een grens van een bouwperceel;




Buro Vijn B.V.                         Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                            Statuis Ontwerp / 03-09-10
04-38-02                                                        blz 3




20. bouwvlak:
    een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aange-
    duid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouw-
    werken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

21. bouwwerk:
    elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of
    ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond
    verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de
    grond;

22. dak:
    iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

23. detailhandel:
    het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de
    uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goede-
    ren aan personen die die goederen kopen voor gebruik, ver-
    bruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een be-
    roeps- of bedrijfsactiviteit;

24. dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling:
    bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit
    het verlenen van economische en maatschappelijke diensten
    aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoon-
    heidsinstituten, fotostudio’s en naar de aard daarmee gelijk te
    stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van
    een garagebedrijf en een seksinrichting;

25. dienstverlening:
    het verlenen van economische en maatschappelijke diensten
    aan derden;

26. eerste bouwlaag:
    de bouwlaag op de begane grond;

27. erf:
    het binnen de (woon)bestemming gelegen gedeelte van het
    bouwperceel, met uitzondering van het binnen het bouwvlak
    gelegen gedeelte van het bouwperceel;

28. erotisch getinte vermaaksfunctie:
    een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvin-
    den van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische
    aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub
    en een seksautomatenhal;

29. gebouw:
    elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte,
    geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;


Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                         Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 4                                                        04-38-02



30. geluidsbelasting:
    de geluidsbelasting vanwege een weg;

31. geluidsgevoelige functies:
    in een gebouw of op een terrein aanwezige functies die maken
    dat een gebouw of terrein als geluidsgevoelig object wordt
    aangemerkt;

32. geluidsgevoelige objecten:
    gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoe-
    lige objecten of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhin-
    der en/of het Besluit Geluidhinder;

33. geluidszoneringsplichtige inrichting:
    een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom
    het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone
    moet worden vastgesteld;

34. hoofdgebouw:
    een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste
    bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;

35. horecabedrijf:
    een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor
    gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig
    logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie
    met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch
    getinte vermaaksfunctie;

36. horecabedrijf categorie 1:
    aan de detailhandelsfunctie verwante daghoreca, zijnde een
    kleinschalig horecabedrijf (<150 m²) die in beginsel alleen
    overdag en ’s avonds behoeven te zijn geopend (vooral voor
    verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor
    slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken, zoals
    een automatiek, een broodjeszaak, een cafetaria, een crois-
    santerie, een koffiebar, een lunchroom, een ijssalon, een
    snackbar, een tearoom, een traiteur, een grand-café en/of een
    naar de aard daarmee gelijk te stellen horecabedrijf;

37. horecabedrijf categorie 2:
    een horecabedrijf dat in beginsel alleen overdag en ’s avonds
    geopend behoeft te zijn (vooral verstrekking van etenswaren
    en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor om-
    wonenden veroorzaakt. Binnen deze categorie worden de vol-
    gende subcategorieën onderscheiden:




Buro Vijn B.V.                         Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                            Statuis Ontwerp / 03-09-10
04-38-02                                                        blz 5



    a. bedrijven met een relatief beperkte verkeersaantrekkende
       werking (categorie 2a), namelijk een restaurant (zonder
       bezorg- en/of afhaalservice), een hotel of horecabedrijven
       in categorie 1 met een bedrijfsvloeroppervlakte van meer
       dan 150 m²;
    b. bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende
       werking (categorie 2b), namelijk een restaurant met een
       bezorg- en/of afhaalservice (onder andere pizzeria, Chi-
       nees of McDonald’s);

38. horecabedrijf categorie 3:
    een horecabedrijf dat normaal gesproken ook delen van de
    nacht geopend is en dat daardoor aanzienlijke hinder voor
    omwonenden kan veroorzaken, zoals een bar-café, een bil-
    jartcentrum, een shoarmazaak/grillroom, zalenverhuur (zonder
    regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-
    /dansevenementen) en/of een naar de aard daarmee gelijk te
    stellen horecabedrijf;

39. kampeermiddel:
    een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of
    een stacaravan, dan wel enig ander voertuig of onderkomen,
    dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of
    kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, en geen
    bouwwerk is waarvoor ingevolge de Woningwet een bouwver-
    gunning is vereist;

40. kantoor:
    een gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve
    werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met
    het dien functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het
    bankwezen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen instel-
    lingen;

41. kap:
    iedere bovenbeëindiging van een gebouw met een zekere hel-
    ling;

42. kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten:
    de in bijlage 1 genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard
    en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrij-
    vigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis
    met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend en
    waarbij:
    a. het uiterlijk van de betreffende woning niet wordt aange-
        tast;
    b. er geen reclame-uitingen worden aangebracht;
    c. het beroep/bedrijf wordt uitgeoefend door in ieder geval
        één van de bewoners van de woning, met dien verstande
        dat sprake mag zijn van maximaal 2 werkplekken;
    d. het niet gaat om vormen van horeca;


Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                         Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 6                                                        04-38-02



    e. er geen onevenredige verkeers- en of parkeeroverlast mag
       ontstaan voor het omliggende woongebied;
    f. het niet gaat om bedrijven waarvoor een milieuvergunning
       of meldingsplicht nodig is;
    g. er geen detailhandel mag plaatsvinden, met uitzondering
       van detailhandel in goederen die ter plaatse worden ge-
       produceerd, bewerkt of hersteld;

43. kunstwerk:
    een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor civieltechnische
    en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam,
    een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan
    wel een daarmee gelijk te stellen voorziening;

44. maatschappelijke voorzieningen:
    educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbe-
    schouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van
    sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van
    openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel
    en horeca ten dienste van deze voorzieningen;

45. meubels:
    huisraad voor het stofferen van een vertrek, zoals tafels, stoe-
    len, kasten en bedden;

46. peil:
    a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de        hoofdtoe-
        gang direct aan de weg grenst:
        - de hoogte van de weg ter plaatse van die         hoofdtoe-
           gang;
    b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de        hoofdtoe-
        gang niet direct aan de weg grenst:
        - de hoogte van het terrein ter hoogte van die     hoofdtoe-
           gang bij voltooiing van de bouw;

47. perifere detailhandel:
    detailhandel volgens een formule die vanwege de aard en/of
    omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig
    heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van auto's, boten,
    caravans, tuininrichtingsartikelen, bouwmaterialen, keukens en
    sanitair, alsmede woninginrichtingsartikelen, waaronder meu-
    belen;

48. productiegebonden detailhandel:
    detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd,
    gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij
    de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunc-
    tie;




Buro Vijn B.V.                         Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                            Statuis Ontwerp / 03-09-10
04-38-02                                                        blz 7




49. prostitutie:
    het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele
    handelingen met een ander tegen vergoeding;

50. risicovolle inrichting:
    een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit Externe Veilig-
    heid Inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het
    risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het
    in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt
    kwetsbare objecten;

51. risicogevoelig bouwwerk c.q. object:
    een bouwwerk c.q. object als bedoeld in het Besluit Externe
    Veiligheid Inrichtingen, dat kan worden aangemerkt in de zin
    van dat besluit als een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object;

52. seksinrichting:
    een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin be-
    drijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, sek-
    suele handelingen worden verricht, of vertoningen van ero-
    tisch/pornografische aard plaatsvinden.
    Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een
    prostitutiebedrijf, alsmede een erotische-massagesalon, een
    seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een
    parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

53. uitbouw:
    een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is
    gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm
    onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in ar-
    chitectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

54. verkoopvloeroppervlakte:
    de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) win-
    kelruimte ten behoeve van de detailhandel;

55. voorgevel:
    de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het
    een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde
    gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aange-
    merkt;

56. vuurwerkbedrijf:
    een bedrijf dat is gericht op de vervaardiging of assemblage
    van vuurwerk of de (detail)handel in vuurwerk, c.q. de opslag
    van vuurwerk en/of de daarvoor benodigde stoffen;

57. winkel:
    een gebouw, dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling
    kennelijk bedoeld is te worden gebruikt voor de detailhandel;


Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                         Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 8                                                       04-38-02



58. woning:
    een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisves-
    ting van één afzonderlijk huishouden;

59. woninginrichtingsartikelen:
    goederen, geen meubels zijnde, die dienen voor de inrichting
    en/of verfraaiing van woningen, zoals vloerbedekking, vitrages
    en lampen;

60. woongebouw:
    een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of ge-
    deeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat met één of
    meer gemeenschappelijke toegangen en dat qua uiterlijke ver-
    schijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

61. woonhuis:
    een gebouw, dat één woning omvat en dat qua uiterlijke ver-
    schijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.




Buro Vijn B.V.                        Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                           Statuis Ontwerp / 03-09-10
             04-38-02                                                         blz 9



Artikel 2:   Wijze van meten

             2.1.    Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

             1. de dakhelling:
                langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

             2. de goothoogte van een gebouw:
                vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druip-
                lijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructie-
                deel;

             3. de inhoud van een bouwwerk:
                tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzij-
                de van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en
                de buitenzijde van daken en dakkapellen;

             4. de bouwhoogte van een bouwwerk:
                vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van
                een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van on-
                dergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes,
                en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

             5. de oppervlakte van een bouwwerk:
                tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de
                scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddel-
                de niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het
                bouwwerk;

             6. de afstand tot de (zijdelingse) bouwperceelgrens:
                de kortste afstand vanaf enig punt van een (hoofd)gebouw tot
                de (zijdelingse) bouwperceelgrens.




             Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                          Buro Vijn B.V.
             Status: Ontwerp / 03-09-10
             blz 10                                                   04-38-02



             HOOFDSTUK 2. BESTEMMINGSREGELS

Artikel 3:   Bedrijf - Nutsvoorzieningen

             3. 1.    Bestemmingsomschrijving
             De voor ‘Bedrijf - Nutsvoorzieningen’ aangewezen gronden zijn
             bestemd voor:
             a. gebouwen ten behoeve van het openbare nut, zoals transfor-
                matorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorzie-
                ning en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen;
             met de daarbijbehorende:
             b. erven en terreinen;
             c. groenvoorzieningen;
             d. paden;
             e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

             3. 2.    Bouwregels

             3. 2. 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende re-
             gels:
             a. de gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden ge-
                bouwd;
             b. de bouwhoogte van een gebouw mag ten hoogste 5,00 m be-
                dragen.

             3. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
             de, gelden de volgende regels:
             a. de bouwhoogte van palen en masten mag ten hoogste 6,00 m
                bedragen;
             b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen
                zijnde, mag ten hoogste 5,00 m bedragen.




             Buro Vijn B.V.                     Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                                     Statuis Ontwerp / 03-09-10
             04-38-02                                                      blz 11



Artikel 4:   Bedrijventerrein - 2

             4. 1.   Bestemmingsomschrijving
             De voor ‘Bedrijventerrein - 2’ aangewezen gronden zijn bestemd
             voor:
             a. bedrijfsgebouwen ten behoeve van:
                1. bedrijven genoemd in bijlage 2 onder categorieën 1, 2 en
                    3.1 met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding
                    “bedrijf van categorie 1”, uitsluitend bedrijven genoemd in
                    bijlage 2 onder categorie 1 zijn toegestaan;
                    met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtin-
                    gen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven, met
                    dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding “ver-
                    kooppunt motorbrandstoffen met lpg”, een verkooppunt
                    van motorbrandstoffen inclusief LPG, is toegestaan;
                2. perifere detailhandel in:
                    - meubels en woninginrichtingartikelen;
                    - detailhandel in auto’s en autoaccessoires;
                    - keukens en sanitair;
                3. dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instel-
                    lingen;
                4. productiegebonden detailhandel, niet zijnde detailhandel in
                    voedings- en genotmiddelen;
                5. kantoren, ter plaatse van de aanduiding “kantoor”;
                6. een sportschool, ter plaatse van de aanduiding “sport”;
                7. bedrijfswoningen, ter plaatse van de aanduiding “bedrijfs-
                    woning”;
             b. het tegengaan van een te hoge gevaarzetting op risicogevoe-
                lige objecten, ter plaatse van de gebiedsaanduiding "veilig-
                heidszone - lpg";
             met de daarbijbehorende:
             c. tuinen, erven en terreinen;
             d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

             4. 2.   Bouwregels

             4. 2. 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende re-
             gels:
             a. de gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden ge-
                bouwd;
             b. het bebouwingspercentage van een bouwvlak dient ten minste
                35% te bedragen;
             c. het bebouwingspercentage van een bouwvlak mag ten hoog-
                ste 70% bedragen, tenzij in het bestemmingsvlak een bebou-
                wingspercentage is aangegeven, in welk geval het ter plaatse
                van de aanduiding “maximum bebouwingspercentage (%)”
                aangegeven bebouwingspercentage als maximum geldt;
             d. het aantal bedrijfswoningen mag per bedrijf ten hoogste één
                bedragen;



             Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                        Buro Vijn B.V.
             Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 12                                                       04-38-02



e. de inhoud van een bedrijfswoning zal ten hoogste 500 m³ be-
   dragen;
f. de bouwhoogte van de gebouwen mag ten hoogste de ter
   plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aan-
   gegeven bouwhoogte bedragen.

4. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
de, gelden de volgende regels:
a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten
   hoogste 2,00 m bedragen;
b. de bouwhoogte van palen en masten mag ten hoogste 6,00 m
   bedragen;
c. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen
   zijnde, mag ten hoogste 5,00 m bedragen.

4. 3.    Specifieke gebruikregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder ge-
val gerekend:
a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor bedrijven
    anders dan bedrijven genoemd in bijlage 2 onder categorieën
    1, 2 en 3.1;
b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bedrijven an-
    ders dan bedrijven genoemd onder categorie 1, ter plaatse
    van de aanduiding “bedrijf van categorie 1”;
c. het gebruik van de gebouwen als bedrijfswoning, met uitzon-
    dering van de gronden ter plaatse van de aanduiding “be-
    drijfswoning”;
d. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor bedrijfsdoel-
    einden anders dan in combinatie met de woonfunctie ter plaat-
    se van de aanduiding “bedrijfswoning”:
e. het gebruik van de gronden als opslagpunt voor LPG ten be-
    hoeve van een verkooppunt van motorbrandstoffen, indien de
    gronden ter plaatse niet zijn voorzien van de aanduiding speci-
    fieke vorm van bedrijf - lpg opslag”;
f. het gebruik van de gronden voor een doorzet van meer dan
    1000 m³ LPG per jaar na drie jaar na de vaststelling van dit
    plan;
g. het gebruik van de gronden als vulpunt voor LPG ten behoeve
    van een verkooppunt van motorbrandstoffen, indien de gron-
    den ter plaatse niet zijn voorzien van de aanduiding "vulpunt
    lpg";
h. het gebruik van de gebouwen voor kantoor over een bedrijfs-
    vloeroppervlakte van meer dan 30% van de totale bedrijfs-
    vloeroppervlakte per bedrijf tot een maximum van 2000 m²,
    tenzij de gronden ter plaatse zijn voorzien van de aanduiding
    “kantoor” in welk geval 100% van de totale bedrijfsvloeropper-
    vlakte voor kantoor gebruikt mag worden;
i. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van
    detailhandel, met uitzondering van:



Buro Vijn B.V.                         Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                            Statuis Ontwerp / 03-09-10
04-38-02                                                         blz 13



    1. productiegebonden detailhandel, niet zijnde detailhandel in
       voedings- en genotmiddelen;
    2. perifere detailhandel in meubels en woninginrichtingartike-
       len, auto’s en autoaccessoires en keukens en sanitair;
    3. detailhandel in motorbrandstoffen en weggebonden artike-
       len, ter plaatse van de aanduiding “verkooppunt van mo-
       torbrandstoffen met lpg”.

4. 4.   Ontheffing van de gebruiksregels
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige
afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, ontheffing verlenen
van:
a. het bepaalde in lid 4.3 sub a en toestaan dat tevens bedrijven
    worden gevestigd die naar aard en de invloed op de omgeving
    gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bijlage 2
    onder de categorieën 1, 2 en 3.1 mits:
    1. het geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle
        inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven betreft;
    2. het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 2,
        maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de be-
        drijven die wel worden genoemd of bedrijven die wel zijn
        genoemd in bijlage 2 onder een hogere categorie dan 3.1,
        maar in een individueel geval feitelijk een lagere milieube-
        lasting kunnen hebben;
b. het bepaalde in lid 4.3 sub b en toestaan dat tevens bedrijven
    worden gevestigd die naar aard en de invloed op de omgeving
    gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in bijlage 2
    onder de categorieën 1, mits:
    1. het geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle
        inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven betreft;
    2. het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 2,
        maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de be-
        drijven die wel worden genoemd of bedrijven die wel zijn
        genoemd in bijlage 2 onder een hogere categorie dan 1,
        maar in een individueel geval feitelijk een lagere milieube-
        lasting kunnen hebben.




Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                           Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
             blz 14                                                     04-38-02



Artikel 5:   Groen

             5. 1.    Bestemmingsomschrijving
             De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
             a. groenvoorzieningen;
             b. bermen en beplanting;
             c. voet- en fietspaden;
             d. speelvoorzieningen;
             e. waterlopen en waterpartijen;
             f. volkstuinen, ter plaatse van de aanduiding “volkstuinen”;
             g. het tegengaan van een te hoge gevaarzetting op risicogevoe-
                lige objecten, ter plaatse van de gebiedsaanduiding "veilig-
                heidszone - lpg";
             met de daarbijbehorende:
             h. verhardingen;
             i. nutsvoorzieningen en andere openbare voorzieningen;
             j. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder kunstobjec-
                ten en kunstwerken.

             5. 2.    Bouwregels

             5. 2. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden
             gebouwd.

             5. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
             de, gelden de volgende regels:
             a. de bouwhoogte van palen en masten mag ten hoogste 6,00 m
                bedragen;
             b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen
                zijnde, mag ten hoogste 5,00 m bedragen.

             5. 3.    Ontheffing van de bouwregels

             Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige
             afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de
             woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden
             van de aangrenzende gronden, ontheffing verlenen van:
             -   het bepaalde in lid 5.2.1 en toestaan dat gebouwen ten be-
                 hoeve van nutsvoorzieningen of andere openbare voorzienin-
                 gen worden gebouwd, mits:
                 1. de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 50 m² be-
                     draagt;
                 2. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 5,00 m be-
                     draagt.




             Buro Vijn B.V.                       Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                                       Statuis Ontwerp / 03-09-10
             04-38-02                                                       blz 15



Artikel 6:   Kantoor

             De voor ‘Kantoor’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
             a. kantoren;
             b. het tegengaan van een te hoge gevaarzetting op risicogevoe-
                lige objecten, ter plaatse van de gebiedsaanduiding "veilig-
                heidszone - lpg";
             met daaraan ondergeschikt:
             c. wegen, straten en paden;
             d. parkeervoorzieningen;
             e. groenvoorzieningen;
             met de daarbijbehorende:
             f. tuinen, erven en terreinen;
             g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

             6. 2.   Bouwregels

             6. 2. 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende re-
             gels:
             a. de gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden ge-
                bouwd;
             b. het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag ten hoogste
                het ter plaatse van de aanduiding “maximum bebouwingsper-
                centage (%)” aangegeven percentage bedragen;
             c. de bouwhoogte van een gebouw mag ten hoogste de ter
                plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aan-
                gegeven bouwhoogte bedragen.

             6. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
             de, gelden de volgende regels:
             a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten
                hoogste 2,00 m bedragen;
             b. de bouwhoogte van palen en masten mag ten hoogste 6,00 m
                bedragen;
             c. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen
                zijnde, mag ten hoogste 5,00 m bedragen.

             6. 3.   Specifieke gebruiksregels
             Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder ge-
             val gerekend:
             a. het gebruik van gronden en bouwwerken als zelfstandig hore-
                 cabedrijf;
             b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van
                 detailhandel.

             6. 4.   Wijzigingsbevoegdheid

             6. 4. 1. Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen oneven-
             redige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld,
             de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de milieusituatie en de ge-


             Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                         Buro Vijn B.V.
             Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 16                                                      04-38-02



bruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, het bestem-
mingsplan wijzigen in die zin dat:
-   de bestemming ‘Kantoor’ wordt gewijzigd in de bestemming
    “Bedrijventerrein - 2”, mits:
    1. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid voor de
       betreffende gronden de regels van artikel 4 van toepassing
       zijn, met dien verstande dat uitsluitend kantoorhoudende
       bedrijven of perifere detailhandelsbedrijven mogen worden
       gevestigd;
    2. de bedrijven naar aard en schaal passend zijn in de directe
       omgeving.




Buro Vijn B.V.                        Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                           Statuis Ontwerp / 03-09-10
             04-38-02                                                    blz 17



Artikel 7:   Maatschappelijk

             7. 1.   Bestemmingsomschrijving
             De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd
             voor:
             a. gebouwen ten behoeve van:
                1. onderwijsdoeleinden;
                2. sociaal-/culturele en welzijnsdoeleinden;
                3. sociaal-/medische doeleinden;
                4. religieuze doeleinden;
                5. een kinderdagverblijf, ter plaatse van de aanduiding “spe-
                    cifieke vorm van maatschappelijk - kinderdagverblijf”;
             b. het tegengaan van een te hoge gevaarzetting op risicogevoe-
                lige objecten, ter plaatse van de gebiedsaanduiding "veilig-
                heidszone - lpg";
             met daaraan ondergeschikt:
             c. wegen, straten en paden;
             d. parkeervoorzieningen;
             e. groenvoorzieningen;
             f. speelvoorzieningen;
             met de daarbijbehorende:
             g. tuinen, erven en terreinen;
             h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

             7. 2.   Bouwregels

             7. 2. 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende re-
             gels:
             a. de gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden ge-
                bouwd;
             b. het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag ten hoogste
                het ter plaatse van de aanduiding “maximum bebouwingsper-
                centage (%)” aangegeven percentage bedragen;
             c. de bouwhoogte van een gebouw mag ten hoogste de ter
                plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aan-
                gegeven bouwhoogte bedragen.

             7. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
             de, gelden de volgende regels:
             a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten
                hoogste 2,00 m bedragen;
             b. de bouwhoogte van palen en masten mag ten hoogste 6,00 m
                bedragen;
             c. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen
                zijnde, mag ten hoogste 5,00 m bedragen.

             7. 3.   Ontheffing van de bouwregels
             Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het
             straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid en de ge-


             Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                      Buro Vijn B.V.
             Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 18                                                      04-38-02



bruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, ontheffing
verlenen van:
- het bepaalde in lid 7.2.1. sub a en toestaan dat gebouwen bui-
    ten het bouwvlak worden gebouwd, mits:
    - ten hoogste 20% van de gebouwen buiten het bouwvlak
        wordt gebouwd.

7. 4.    Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder ge-
val gerekend:
a. het gebruik van gronden en bouwwerken als zelfstandig hore-
    cabedrijf;
b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van
    detailhandel.




Buro Vijn B.V.                        Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                           Statuis Ontwerp / 03-09-10
             04-38-02                                                    blz 19



Artikel 8:   Sport

             8. 1.   Bestemmingsomschrijving
             De voor ‘Sport’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
             a. terreinen ten behoeve een sport- en recreatieve doeleinden;
             met de daarbijbehorende:
             b. gebouwen;
             c. groenvoorzieningen;
             d. wegen, straten en paden;
             e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder lichtmasten.

             8. 2.   Bouwregels

             8. 2. 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende re-
             gels:
             a. de gebouwen zullen binnen een bouwvlak worden gebouwd;
             b. het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag ten hoogste
                het ter plaatse van de aanduiding “maximum bebouwingsper-
                centage (%)” aangegeven percentage bedragen;
             c. de bouwhoogte van de gebouwen mag ten hoogste 5,00 m
                bedragen

             8. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
             de, gelden de volgende regels:
             a. de bouwhoogte van lichtmasten mag ten hoogste 15,00 m be-
                dragen;
             b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen
                zijnde, mag ten hoogste 10,00 m bedragen.




             Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                      Buro Vijn B.V.
             Status: Ontwerp / 03-09-10
             blz 20                                                     04-38-02



Artikel 9:   Tuin

             9. 1.    Bestemmingsomschrijving
             De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
             a. voortuinen en zijtuinen behorende bij de op de aangrenzende
                gronden gelegen hoofdgebouwen;
             met de daarbijbehorende:
             b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

             9. 2.    Bouwregels

             9. 2. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden
             gebouwd.

             9. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
             de, gelden de volgende regels:
             a. de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag
                per bouwperceel ten hoogste 2 m² bedragen;
             b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten
                hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouw-
                hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel(s)
                van het hoofdgebouw ten hoogste 1,00 m mag bedragen;
             c. de bouwhoogte van palen en masten mag ten hoogste 6,00 m
                bedragen;
             d. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen
                zijnde, mag ten hoogste 3,00 m bedragen.




             Buro Vijn B.V.                       Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                                       Statuis Ontwerp / 03-09-10
              04-38-02                                                     blz 21



Artikel 10:   Verkeer

              10. 1. Bestemmingsomschrijving
              De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
              a. wegen en straten;
              b. voet- en rijwielpaden;
              waarbij gestreefd wordt naar een inrichting hoofdzakelijk gericht
              op de afwikkeling van het verkeer;
              c. het tegengaan van een te hoge gevaarzetting op risicogevoe-
                 lige objecten, ter plaatse van de gebiedsaanduiding "veilig-
                 heidszone - lpg";
              met de daarbijbehorende:
              d. groenvoorzieningen;
              e. parkeervoorzieningen;
              f. nutsvoorzieningen en andere openbare voorzieningen;
              g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder informatie-
                 en reclameobjecten aan lichtmasten en kunstwerken.

              10. 2. Bouwregels

              10. 2. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden
              gebouwd.

              10. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
              de, gelden de volgende regels:
              a. de bouwhoogte van palen en masten mag ten hoogste 6,00 m
                 bedragen;
              b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen
                 zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding,
                 beveiliging en regeling van het verkeer, mag ten hoogste 5,00
                 m bedragen.

              10. 3. Ontheffing van de bouwregels

              Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige
              afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de
              woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden
              van de aangrenzende gronden, ontheffing verlenen van:
              -   het bepaalde in lid 10.2.1 en toestaan dat gebouwen ten be-
                  hoeve van nutsvoorzieningen of andere openbare voorzienin-
                  gen worden gebouwd, mits:
                  1. de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 50 m² be-
                      draagt;
                  2. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 5,00 m be-
                      draagt.

              10. 4. Specifieke gebruiksregels
              Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder ge-
              val gerekend:


              Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                       Buro Vijn B.V.
              Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 22                                                      04-38-02



-   het aanleggen van wegen en paden of anderszins inrichten
    van het bestemmingsvlak in afwijking van het ter plaatse van
    de aanduiding "dwarsprofiel" aangegeven dwarsprofiel.

10. 5. Ontheffing van de gebruiksregels
Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van:
- het bepaalde in lid 10.4. en toestaan dat wordt afgeweken van
   het in ter plaatse van de aanduiding "dwarsprofiel" aangege-
   ven dwarsprofiel, mits:
   1. hierdoor geen wezenlijke verslechtering in de geluidssitua-
       tie optreedt;
   2. de verkeersveiligheid hierdoor niet onevenredig wordt
       aangetast.




Buro Vijn B.V.                        Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                           Statuis Ontwerp / 03-09-10
              04-38-02                                                     blz 23



Artikel 11:   Verkeer - Verblijf

              11. 1. Bestemmingsomschrijving
              De voor ‘Verkeer - Verblijf’ aangewezen gronden zijn bestemd
              voor:
              a. (woon)straten en pleinen;
              b. voet- en rijwielpaden;
              c. parkeervoorzieningen;
              d. groenvoorzieningen;
              e. het tegengaan van een te hoge gevaarzetting op risicogevoe-
                 lige objecten, ter plaatse van de gebiedsaanduiding "veilig-
                 heidszone - lpg";
              met de daarbijbehorende:
              f. nutsvoorzieningen en andere openbare voorzieningen;
              g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder kunstwerken.

              11. 2. Bouwregels

              11. 2. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden
              gebouwd.

              11. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
              de, gelden de volgende regels:
              a. de bouwhoogte van palen en masten mag ten hoogste 6,00 m
                 bedragen;
              b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen
                 zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding,
                 beveiliging en regeling van het verkeer, mag ten hoogste 5,00
                 m bedragen.

              11. 3. Ontheffing van de bouwregels

              Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige
              afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de
              woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden
              van de aangrenzende gronden, ontheffing verlenen van:
              -   het bepaalde in lid 11.2.1 en toestaan dat gebouwen ten be-
                  hoeve van nutsvoorzieningen of andere openbare voorzienin-
                  gen worden gebouwd, mits:
                  1. de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 50 m² be-
                      draagt;
                  2. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 5,00 m be-
                      draagt.




              Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                       Buro Vijn B.V.
              Status: Ontwerp / 03-09-10
              blz 24                                                     04-38-02



Artikel 12:   Water

              12. 1. Bestemmingsomschrijving
              De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
              a. waterlopen en waterpartijen;
              b. oevers;
              c. bermen en beplanting;
              d. het tegengaan van een te hoge gevaarzetting op risicogevoe-
                 lige objecten, ter plaatse van de gebiedsaanduiding "veilig-
                 heidszone - lpg";
              met daaraan ondergeschikt:
              e. groenvoorzieningen;
              met de daarbijbehorende:
              f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen,
                 dammen en/of duikers.

              12. 2. Bouwregels

              12. 2. 1. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden
              gebouwd.

              12. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
              de, gelden de volgende regels:
              a. de bouwhoogte van palen en masten mag ten hoogste 6,00 m
                 bedragen;
              b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen
                 zijnde, mag ten hoogste 5,00 m bedragen.




              Buro Vijn B.V.                       Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                                        Statuis Ontwerp / 03-09-10
              04-38-02                                                    blz 25



Artikel 13:   Wonen - 1

              Bestemmingsomschrijving

              De voor ‘Wonen - 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
              a. woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een
                 aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige ac-
                 tiviteiten;
              b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
              c. het tegengaan van een te hoge gevaarzetting op risicogevoe-
                 lige objecten, ter plaatse van de gebiedsaanduiding "veilig-
                 heidszone - lpg";
              met de daarbijbehorende:
              d. tuinen en erven;
              e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

              13. 2. Bouwregels

              13. 2. 1. Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende re-
              gel:
              -   de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken mag ten
                  hoogste 50% van het bouwperceel met inbegrip van de opper-
                  vlakte van de bestemming ‘Tuin’, bedragen.

              13. 2. 2. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgen-
              de regels:
              a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden ge-
                 bouwd;
              b. de hoofdgebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden
                 gebouwd;
              c. de goothoogte van een hoofdgebouw mag ten hoogste 3,50 m
                 bedragen;
              d. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag ten hoogste 10,00
                 m bedragen;
              e. een hoofdgebouw dient te zijn voorzien van een kap, waarvan
                 de dakhelling ten minste 30° en ten hoogste 60° mag bedra-
                 gen.

              13. 2. 3. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen
              gelden de volgende regels:
              a. indien aan- en uitbouwen en bijgebouwen vóór de voorgevel
                 van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, mogen uitslui-
                 tend over de halve aaneengesloten breedte van de voorgevel
                 van het hoofdgebouw aan- en uitbouwen en bijgebouwen wor-
                 den gebouwd, met inachtneming van de volgende regel:
                 - het bebouwingspercentage van het gedeelte van het be-
                     stemmingsvlak gelegen vóór de voorgevel van het hoofd-
                     gebouw dan wel vóór het verlengde daarvan, mag ten
                     hoogste 50% mag bedragen;



              Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                      Buro Vijn B.V.
              Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 26                                                     04-38-02



b. indien aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet vóór de voorge-
   vel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, dienen de
   aan- en uitbouwen en de bijgebouwen ten minste 3,00 m ach-
   ter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daar-
   van te worden gebouwd;
c. de diepte van een aan de achtergevel van het hoofdgebouw
   gebouwde aan- of uitbouw mag ten hoogste 4,00 m bedragen;
d. indien de zijdelingse perceelgrens grenst aan de bestemming
   ‘Verkeer’ en/of ‘Verkeer - Verblijf’, dient de afstand van de
   aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot de zijdelingse perceel-
   grens ten minste 2,00 m te bedragen;
e. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de
   bijgebouwen per hoofdgebouw zal voldoen aan de volgende
   regels:
   1. de gezamenlijke oppervlakte mag ten hoogste 50 m² be-
       dragen, indien de oppervlakte van een bouwperceel 500
       m² of minder bedraagt;
   2. de gezamenlijke oppervlakte mag ten hoogste 10% van de
       oppervlakte van het bouwperceel tot een maximum van
       100 m² bedragen, indien de oppervlakte van een bouwper-
       ceel meer dan 500 m² bedraagt;
   3. de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven mag ten
       hoogste 12 m² bedragen;
f. de goothoogte van een aan- of uitbouw of een aangebouwd
   bijgebouw mag ten hoogste 3,50 m bedragen;
g. een aan- of uitbouw dient voorzien te zijn van een plat dak,
   tenzij een aan- of uitbouw aan de zijgevel van een hoofdge-
   bouw wordt gebouwd, in welk geval een kap is toegestaan,
   met dien verstande dat de bouwhoogte van de aan- of uitbouw
   ten hoogste 5,00 m mag bedragen;
h. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag ten hoogste
   3,00 m bedragen;
i. de bouwhoogte van een bijgebouw mag ten hoogste 5,00 m
   bedragen.

13. 2. 4. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
de, gelden de volgende regels:
a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten
   hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte
   van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel(s) van het
   hoofdgebouw ten hoogste 1,00 m mag bedragen;
b. de bouwhoogte van palen en masten mag ten hoogste 6,00 m
   bedragen;
c. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen
   zijnde, mag ten hoogste 3,00 m bedragen.




Buro Vijn B.V.                       Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                          Statuis Ontwerp / 03-09-10
04-38-02                                                       blz 27



13. 3. Ontheffing van de bouwregels
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige
afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de
woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden
van de aangrenzende gronden, ontheffing verlenen van:
a. het bepaalde in lid 13.2.2 sub b en toestaan dat hoofdgebou-
    wen gedeeltelijk buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits
    een hoofdgebouw niet vóór de bestaande voorgevel van het
    hoofdgebouw wordt gebouwd en de uitbreiding niet meer be-
    draagt dan 3,00 m, gemeten ten opzichte van de bouwgrens;
b. het bepaalde in lid 13.2.3. sub e onder 1 en toestaan dat de
    gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bij-
    gebouwen per hoofdgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 80
    m², mits:
    1. deze ontheffing uitsluitend wordt toegepast ten behoeve
        van de huisvesting van (een) minder valide(n);
    2. de noodzaak ten behoeve van het treffen van bijzondere
        voorzieningen wordt aangetoond.

13. 4. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder ge-
val gerekend:
a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning, aan-
    huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige acti-
    viteiten;
b. het gebruik van gebouwen als dierenverblijf over een opper-
    vlakte van meer dan 12 m²;
c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van
    een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmati-
    ge activiteiten, zodanig dat de bedrijfsvloeroppervlakte:
    1. meer bedraagt dan 30% van de totale begane vloeropper-
        vlakte van het hoofdgebouw, de aan- en uitbouwen en de
        aangebouwde bijgebouwen op het bouwperceel;
    2. meer bedraagt dan 100 m², indien het een aan-huis-
        verbonden beroep betreft;
    3. meer bedraagt dan 50 m², indien het kleinschalige be-
        drijfsmatige activiteiten betreft;
d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van
    detailhandel, met uitzondering van de bij een aan-huis-
    verbonden-beroep of kleinschalige bedrijfsactiviteit toegestane
    detailhandel.




Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                         Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
              blz 28                                                      04-38-02



Artikel 14:   Wonen - 3

              14. 1. Bestemmingsomschrijving
              De voor ‘Wonen - 3’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
              a. woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor:
                 1. een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfs-
                     matige activiteiten;
                 en, voorzover het de eerste bouwlaag betreft:
                 2. detailhandel, ter plaatse van de aanduiding “detailhandel”;
                 3. een horecabedrijf categorie 2, ter plaatse van de aandui-
                     ding “horeca”;
              b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
              c. het tegengaan van een te hoge gevaarzetting op risicogevoe-
                 lige objecten, ter plaatse van de gebiedsaanduiding "veilig-
                 heidszone - lpg";
              met de daarbijbehorende:
              d. tuinen en erven;
              e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

              14. 2. Bouwregels

              14. 2. 1. Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende re-
              gel:
              -   de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken mag ten
                  hoogste 50% van het bouwperceel met inbegrip van de opper-
                  vlakte van de bestemming ‘Tuin’, bedragen.

              14. 2. 2. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgen-
              de regels:
              a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden ge-
                 bouwd;
              b. de hoofdgebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden
                 gebouwd;
              c. de goothoogte van een hoofdgebouw mag ten hoogste 7,00 m
                 bedragen;
              d. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag ten hoogste 10,00
                 m bedragen;
              e. een hoofdgebouw dient te zijn voorzien van een kap, waarvan
                 de dakhelling ten minste 20° en ten hoogste 60° mag bedra-
                 gen.

              14. 2. 3. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen
              gelden de volgende regels:
              a. indien aan- en uitbouwen en bijgebouwen vóór de voorgevel
                 van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, mogen uitslui-
                 tend over de halve aaneengesloten breedte van de voorgevel
                 van het hoofdgebouw aan- en uitbouwen en bijgebouwen wor-
                 den gebouwd, met inachtneming van de volgende regel:



              Buro Vijn B.V.                        Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                                         Statuis Ontwerp / 03-09-10
04-38-02                                                      blz 29



     -   het bebouwingspercentage van het gedeelte van het be-
         stemmingsvlak gelegen vóór de voorgevel van het hoofd-
         gebouw dan wel vóór het verlengde daarvan, mag ten
         hoogste 50% mag bedragen;
b.   indien aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet vóór de voorge-
     vel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, dienen de
     aan- en uitbouwen en de bijgebouwen ten minste 3,00 m ach-
     ter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daar-
     van te worden gebouwd;
c.   de diepte van een aan de achtergevel van het hoofdgebouw
     gebouwde aan- of uitbouw mag ten hoogste 4,00 m bedragen;
d.   indien de zijdelingse perceelgrens grenst aan de bestemming
     ‘Verkeer’ en/of ‘Verkeer - Verblijf’, dient de afstand van de
     aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot de zijdelingse perceel-
     grens ten minste 2,00 m te bedragen;
e.   de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de
     bijgebouwen per hoofdgebouw zal voldoen aan de volgende
     regels:
     1. de gezamenlijke oppervlakte mag ten hoogste 50 m² be-
         dragen, indien de oppervlakte van een bouwperceel 500
         m² of minder bedraagt;
     2. de gezamenlijke oppervlakte mag ten hoogste 10% van de
         oppervlakte van het bouwperceel tot een maximum van
         100 m² bedragen, indien de oppervlakte van een bouwper-
         ceel meer dan 500 m² bedraagt;
     3. de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven mag ten
         hoogste 12 m² bedragen;
f.   de goothoogte van een aan- of uitbouw of een aangebouwd
     bijgebouw mag ten hoogste 3,50 m bedragen;
g.   een aan- of uitbouw dient voorzien te zijn van een plat dak,
     tenzij een aan- of uitbouw aan de zijgevel van een hoofdge-
     bouw wordt gebouwd, in welk geval een kap is toegestaan,
     met dien verstande dat de bouwhoogte van de aan- of uitbouw
     ten hoogste 5,00 m mag bedragen;
h.   de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag ten hoogste
     3,00 m bedragen;
i.   de bouwhoogte van een bijgebouw mag ten hoogste 5,00 m
     bedragen.

14. 2. 4. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
de, gelden de volgende regels:
a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten
   hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouw-
   hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel(s)
   van het hoofdgebouw ten hoogste 1,00 m mag bedragen;
b. de bouwhoogte van palen en masten mag ten hoogste 6,00 m
   bedragen;
c. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen
   zijnde, mag ten hoogste 3,00 m bedragen.




Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                        Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 30                                                      04-38-02



14. 3. Ontheffing van de bouwregels
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige
afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de
woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden
van de aangrenzende gronden, ontheffing verlenen van:
a. het bepaalde in lid 14.2.2 sub b en toestaan dat hoofdgebou-
    wen gedeeltelijk buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits
    een hoofdgebouw niet vóór de bestaande voorgevel van het
    hoofdgebouw wordt gebouwd en de uitbreiding niet meer be-
    draagt dan 3,00 m, gemeten ten opzichte van de bouwgrens;
b. het bepaalde in lid 14.2.3. sub e onder 1 en toestaan dat de
    gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bij-
    gebouwen per hoofdgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 80
    m², mits:
    1. deze ontheffing uitsluitend wordt toegepast ten behoeve
        van de huisvesting van (een) minder valide(n);
    2. de noodzaak ten behoeve van het treffen van bijzondere
        voorzieningen wordt aangetoond.

14. 4. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder ge-
val gerekend:
a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning, aan-
    huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige acti-
    viteiten;
b. het gebruik van gebouwen als dierenverblijf over een opper-
    vlakte van meer dan 12 m²;
c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van
    een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmati-
    ge activiteiten, zodanig dat de bedrijfsvloeroppervlakte:
    1. meer bedraagt dan 30% van de totale begane vloeropper-
        vlakte van het hoofdgebouw, de aan- en uitbouwen en de
        aangebouwde bijgebouwen op het bouwperceel;
    2. meer bedraagt dan 100 m², indien het een aan-huis-
        verbonden beroep betreft;
    3. meer bedraagt dan 50 m², indien het kleinschalige be-
        drijfsmatige activiteiten betreft;
d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van
    detailhandel, met uitzondering van:
    1. de bij een aan-huis-verbonden-beroep of kleinschalige be-
        drijfsactiviteit toegestane detailhandel;
    2. de gronden die ter plaatse zijn voorzien van de aanduiding
        “detailhandel”.




Buro Vijn B.V.                        Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                           Statuis Ontwerp / 03-09-10
              04-38-02                                                    blz 31



Artikel 15:   Wonen - 4

              15. 1. Bestemmingsomschrijving
              De voor ‘Wonen - 4’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
              a. woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een
                 aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige ac-
                 tiviteiten;
              b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
              met de daarbijbehorende:
              c. tuinen en erven;
              d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

              15. 2. Bouwregels

              15. 2. 1. Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende re-
              gel:
              -   de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken mag ten
                  hoogste 50% van het bouwperceel met inbegrip van de opper-
                  vlakte van de bestemming ‘Tuin’, bedragen.

              15. 2. 2. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgen-
              de regels:
              a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden ge-
                 bouwd;
              b. de hoofdgebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden
                 gebouwd;
              c. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag ten hoogste 7,00
                 m bedragen;
              d. een hoofdgebouw dient te zijn voorzien van een plat dak.

              15. 2. 3. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen
              gelden de volgende regels:
              a. indien aan- en uitbouwen en bijgebouwen vóór de voorgevel
                 van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, mogen uitslui-
                 tend over de halve aaneengesloten breedte van de voorgevel
                 van het hoofdgebouw aan- en uitbouwen en bijgebouwen wor-
                 den gebouwd, met inachtneming van de volgende regel:
                 - het bebouwingspercentage van het gedeelte van het be-
                     stemmingsvlak gelegen vóór de voorgevel van het hoofd-
                     gebouw dan wel vóór het verlengde daarvan, mag ten
                     hoogste 50% mag bedragen;
              b. indien aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet vóór de voorge-
                 vel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, dienen de
                 aan- en uitbouwen en de bijgebouwen ten minste 3,00 m ach-
                 ter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daar-
                 van te worden gebouwd;




              Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                      Buro Vijn B.V.
              Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 32                                                     04-38-02



c. de diepte van een aan de achtergevel van het hoofdgebouw
   gebouwde aan- of uitbouw mag ten hoogste 4,00 m bedragen;
d. indien de zijdelingse perceelgrens grenst aan de bestemming
   ‘Verkeer’ en/of ‘Verkeer - Verblijf’, dient de afstand van de
   aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot de zijdelingse perceel-
   grens ten minste 2,00 m te bedragen;
e. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de
   bijgebouwen per hoofdgebouw zal voldoen aan de volgende
   regels:
   1. de gezamenlijke oppervlakte mag ten hoogste 50 m² be-
       dragen, indien de oppervlakte van een bouwperceel 500
       m² of minder bedraagt;
   2. de gezamenlijke oppervlakte mag ten hoogste 10% van de
       oppervlakte van het bouwperceel tot een maximum van
       100 m² bedragen, indien de oppervlakte van een bouwper-
       ceel meer dan 500 m² bedraagt;
   3. de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven mag ten
       hoogste 12 m² bedragen;
f. de goothoogte van een aan- of uitbouw of een aangebouwd
   bijgebouw mag ten hoogste 3,50 m bedragen;
g. een aan- of uitbouw dient voorzien te zijn van een plat dak,
   tenzij een aan- of uitbouw aan de zijgevel van een hoofdge-
   bouw wordt gebouwd, in welk geval een kap is toegestaan,
   met dien verstande dat de bouwhoogte van de aan- of uitbouw
   ten hoogste 5,00 m mag bedragen;
h. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag ten hoogste
   3,00 m bedragen;
i. de bouwhoogte van een bijgebouw mag ten hoogste 5,00 m
   bedragen.

15. 2. 4. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
de, gelden de volgende regels:
a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten
   hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouw-
   hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel(s)
   van het hoofdgebouw ten hoogste 1,00 m mag bedragen;
b. de bouwhoogte van palen en masten mag ten hoogste 6,00 m
   bedragen;
c. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen
   zijnde, mag ten hoogste 3,00 m bedragen.

15. 3. Ontheffing van de bouwregels
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige
afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de
woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden
van de aangrenzende gronden, ontheffing verlenen van:




Buro Vijn B.V.                       Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                          Statuis Ontwerp / 03-09-10
04-38-02                                                       blz 33



a. het bepaalde in lid 15.2.2 sub b en toestaan dat hoofdgebou-
   wen gedeeltelijk buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits
   een hoofdgebouw niet vóór de bestaande voorgevel van het
   hoofdgebouw wordt gebouwd en de uitbreiding niet meer be-
   draagt dan 3,00 m, gemeten ten opzichte van de bouwgrens;
b. het bepaalde in lid 15.2.3. sub e onder 1 en toestaan dat de
   gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bij-
   gebouwen per hoofdgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 80
   m², mits:
   1. deze ontheffing uitsluitend wordt toegepast ten behoeve
       van de huisvesting van (een) minder valide(n);
   2. de noodzaak ten behoeve van het treffen van bijzondere
       voorzieningen wordt aangetoond.

15. 4. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder ge-
val gerekend:
a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning, aan-
    huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige acti-
    viteiten;
b. het gebruik van gebouwen als dierenverblijf over een opper-
    vlakte van meer dan 12 m²;
c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van
    een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmati-
    ge activiteiten, zodanig dat de bedrijfsvloeroppervlakte:
    1. meer bedraagt dan 30% van de totale begane vloeropper-
        vlakte van het hoofdgebouw, de aan- en uitbouwen en de
        aangebouwde bijgebouwen op het bouwperceel;
    2. meer bedraagt dan 100 m², indien het een aan-huis-
        verbonden beroep betreft;
    3. meer bedraagt dan 50 m², indien het kleinschalige be-
        drijfsmatige activiteiten betreft;
d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van
    detailhandel, met uitzondering van de bij een aan-huis-
    verbonden-beroep of kleinschalige bedrijfsactiviteit toegestane
    detailhandel.




Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                         Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
              blz 34                                                    04-38-02



Artikel 16:   Wonen - 5

              16. 1. Bestemmingsomschrijving
              De voor ‘Wonen - 5’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
              a. woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een
                 aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige
                 activiteiten;
              b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
              met de daarbijbehorende:
              c. tuinen en erven;
              d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

              16. 2. Bouwregels

              16. 2. 1. Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende re-
              gel:
              -   de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken mag ten
                  hoogste 50% van het bouwperceel met inbegrip van de opper-
                  vlakte van de bestemming ‘Tuin’, bedragen.

              16. 2. 2. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgen-
              de regels:
              a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden ge-
                 bouwd;
              b. de hoofdgebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden
                 gebouwd;
              c. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag ten hoogste 8,00
                 m bedragen;
              d. de dakhelling van een hoofdgebouw mag ten hoogste 60° be-
                 dragen.

              16. 2. 3. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen
              gelden de volgende regels:
              a. indien aan- en uitbouwen en bijgebouwen vóór de voorgevel
                 van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, mogen uitslui-
                 tend over de halve aaneengesloten breedte van de voorgevel
                 van het hoofdgebouw aan- en uitbouwen en bijgebouwen wor-
                 den gebouwd, met inachtneming van de volgende regel:
                 - het bebouwingspercentage van het gedeelte van het be-
                     stemmingsvlak gelegen vóór de voorgevel van het hoofd-
                     gebouw dan wel vóór het verlengde daarvan, mag ten
                     hoogste 50% mag bedragen;
              b. indien aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet vóór de voorge-
                 vel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, dienen de
                 aan- en uitbouwen en de bijgebouwen ten minste 3,00 m ach-
                 ter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daar-
                 van te worden gebouwd;
              c. de diepte van een aan de achtergevel van het hoofdgebouw
                 gebouwde aan- of uitbouw mag ten hoogste 4,00 m bedragen;


              Buro Vijn B.V.                      Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                                       Statuis Ontwerp / 03-09-10
04-38-02                                                    blz 35



d. indien de zijdelingse perceelgrens grenst aan de bestemming
   ‘Verkeer’ en/of ‘Verkeer - Verblijf’, dient de afstand van de
   aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot de zijdelingse perceel-
   grens ten minste 2,00 m te bedragen;
e. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de
   bijgebouwen per hoofdgebouw zal voldoen aan de volgende
   regels:
   1. de gezamenlijke oppervlakte mag ten hoogste 50 m² be-
       dragen, indien de oppervlakte van een bouwperceel 500
       m² of minder bedraagt;
   2. de gezamenlijke oppervlakte mag ten hoogste 10% van de
       oppervlakte van het bouwperceel tot een maximum van
       100 m² bedragen, indien de oppervlakte van een bouwper-
       ceel meer dan 500 m² bedraagt;
   3. de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven mag ten
       hoogste 12 m² bedragen;
f. de goothoogte van een aan- of uitbouw of een aangebouwd
   bijgebouw mag ten hoogste 3,50 m bedragen;
g. een aan- of uitbouw dient voorzien te zijn van een plat dak,
   tenzij een aan- of uitbouw aan de zijgevel van een hoofdge-
   bouw wordt gebouwd, in welk geval een kap is toegestaan,
   met dien verstande dat de bouwhoogte van de aan- of uitbouw
   ten hoogste 5,00 m mag bedragen;
h. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag ten hoogste
   3,00 m bedragen;
i. de bouwhoogte van een bijgebouw mag ten hoogste 5,00 m
   bedragen.

16. 2. 4. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
de, gelden de volgende regels:
a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten
   hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte
   van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel(s) van het
   hoofdgebouw ten hoogste 1,00 m mag bedragen;
b. de bouwhoogte van palen en masten mag ten hoogste 6,00 m
   bedragen;
c. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen
   zijnde, mag ten hoogste 3,00 m bedragen.

16. 3. Ontheffing van de bouwregels
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige
afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de
woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden
van de aangrenzende gronden, ontheffing verlenen van:




Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                      Buro Vijn B.V.
Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 36                                                       04-38-02



a. het bepaalde in lid 16.2.2 sub b en toestaan dat hoofdgebou-
   wen gedeeltelijk buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits
   een hoofdgebouw niet vóór de bestaande voorgevel van het
   hoofdgebouw wordt gebouwd en de uitbreiding niet meer be-
   draagt dan 3,00 m, gemeten ten opzichte van de bouwgrens;
b. het bepaalde in lid 16.2.3. sub e onder 1 en toestaan dat de
   gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bij-
   gebouwen per hoofdgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 80
   m², mits:
   1. deze ontheffing uitsluitend wordt toegepast ten behoeve
       van de huisvesting van (een) minder valide(n);
   2. de noodzaak ten behoeve van het treffen van bijzondere
       voorzieningen wordt aangetoond.

16. 4. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder ge-
val gerekend:
a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning, aan-
    huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige acti-
    viteiten;
b. het gebruik van gebouwen als dierenverblijf over een opper-
    vlakte van meer dan 12 m²;
c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van
    een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmati-
    ge activiteiten, zodanig dat de bedrijfsvloeroppervlakte:
    1. meer bedraagt dan 30% van de totale begane vloeropper-
        vlakte van het hoofdgebouw, de aan- en uitbouwen en de
        aangebouwde bijgebouwen op het bouwperceel;
    2. meer bedraagt dan 100 m², indien het een aan-huis-
        verbonden beroep betreft;
    3. meer bedraagt dan 50 m², indien het kleinschalige be-
        drijfsmatige activiteiten betreft;
d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van
    detailhandel, met uitzondering van de bij een aan-huis-
    verbonden-beroep of kleinschalige bedrijfsactiviteit toegestane
    detailhandel.




Buro Vijn B.V.                         Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                            Statuis Ontwerp / 03-09-10
              04-38-02                                                       blz 37



Artikel 17:   Wonen - Woongebouw

              17. 1. Bestemmingsomschrijving
              De voor ‘Wonen - Woongebouw’ aangewezen gronden zijn be-
              stemd voor:
              a. woongebouwen;
              b. woongebouwen al dan niet in combinatie met in de eerste
                 bouwlaag ruimte voor:
                 1. bedrijven genoemd in bijlage 2 onder de categorieën 1 en
                     2, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtin-
                     gen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven;
                 2. dienstverlening;
                 ter plaatse van de aanduiding “bedrijf”;
              c. gebouwen ten behoeve van:
                 1. onderhoud en beheer;
                 2. bergingen en stallingen;
              d. trappenhuizen c.q. liftschachten;
              e. het tegengaan van een te hoge gevaarzetting op risicogevoe-
                 lige objecten, ter plaatse van de gebiedsaanduiding "veilig-
                 heidszone - lpg";
              met de daarbijbehorende:
              f. tuinen, erven en terreinen;
              g. wegen, woonstraten en paden;
              h. parkeervoorzieningen;
              i. groenvoorzieningen;
              j. waterlopen en waterpartijen;
              k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

              17. 2. Bouwregels

              17. 2. 1. Voor het bouwen van woongebouwen gelden de volgen-
              de regels:
              a. de gebouwen dienen binnen een bouwvlak worden te ge-
                 bouwd;
              b. de bouwhoogte van een gebouw mag ten hoogste de ter
                 plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aan-
                 gegeven bouwhoogte bedragen.

              17. 2. 2. Voor het bouwen van de in lid 17.1 sub c genoemde ge-
              bouwen gelden de volgende regels:
              a. de oppervlakte van een gebouw mag ten hoogste 20 m² be-
                 dragen;
              b. de bouwhoogte van een gebouw mag ten hoogste 3,50 m be-
                 dragen.

              17. 2. 3. Voor het bouwen van trappenhuizen c.q. liftschachten
              gelden de volgende regels:
              a. de oppervlakte zal per trappenhuis c.q. liftschacht ten hoogste
                 25 m² bedragen;


              Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                         Buro Vijn B.V.
              Status: Ontwerp / 03-09-10
blz 38                                                        04-38-02



b. de bouwhoogte van een trappenhuis c.q. liftschacht zal ten
   hoogste de bouwhoogte van het bijbehorende woongebouw
   bedragen.

17. 2. 4. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
de, gelden de volgende regels:
a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten
   hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte
   van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel(s) van het
   hoofdgebouw ten hoogste 1,00 m mag bedragen;
b. de bouwhoogte van palen en masten mag ten hoogste 6,00 m
   bedragen;
c. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen
   zijnde, mag ten hoogste 3,00 m bedragen.

17. 3. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder ge-
val gerekend:
a. het gebruik van de gronden en bouwwerken ter plaatse van de
    aanduiding “bedrijf” voor bedrijven anders dan bedrijven ge-
    noemd in bijlage 2 onder categorieën 1 en 2;
b. het gebruik van lid 17.1 onder c genoemde gebouwen voor
    bewoning;
c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van
    detailhandel.

17. 4. Ontheffing van de gebruiksregels
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige
afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, ontheffing verlenen
van:
- het bepaalde in lid 17.3. sub a en toestaan dat tevens bedrij-
    ven worden gevestigd die naar aard en de invloed op de om-
    geving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in
    bijlage 2 onder de categorieën 1 en 2, mits:
    1. het geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle
         inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven betreft;
    2. het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 2,
         maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de be-
         drijven die wel worden genoemd of bedrijven die wel zijn
         genoemd in bijlage 2 onder een hogere categorie dan 2,
         maar in een individueel geval feitelijk een lagere milieube-
         lasting kunnen hebben.




Buro Vijn B.V.                          Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                             Statuis Ontwerp / 03-09-10
              04-38-02                                                       blz 39



Artikel 18:   Leiding - Riool

              18. 1. Bestemmingsomschrijving
              De voor ‘Leiding - Riool’ aangewezen gronden zijn, behalve voor
              de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd
              voor:
              a. rioolpersleidingen;
              met de daarbijbehorende:
              b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

              18. 2. Bouwregels

              18. 2. 1. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmin-
              gen (basisbestemming) mag niet worden gebouwd, anders dan
              ten behoeve van deze bestemming.

              18. 2. 2. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden
              gebouwd.

              18. 2. 3. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
              de, geldt de volgende regel:
              -   de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag
                  ten hoogste 2,00 m bedragen.

              18. 3. Ontheffing van de bouwregels

              18. 3. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen one-
              venredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig func-
              tioneren van de leiding, ontheffing verlenen van:
              a. het bepaalde in lid 18.2.1. en lid 18.2.2. en toestaan dat de in
                 de basisbestemming genoemde gebouwen worden gebouwd,
                 mits:
                 - vooraf advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder;
              b. het bepaalde in lid 18.2.3. en toestaan dat de in de basisbe-
                 stemming genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
                 worden gebouwd, mits:
                 - vooraf advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder.




              Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                         Buro Vijn B.V.
              Status: Ontwerp / 03-09-10
              blz 40                                                       04-38-02



Artikel 19:   Leiding - Stadsverwarming

              19. 1. Bestemmingsomschrijving
              De voor ‘Leiding - Stadsverwarming’ aangewezen gronden zijn,
              behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede
              bestemd voor:
              a. leidingen ten behoeve van stadsverwarming;
              met de daarbijbehorende:
              b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

              19. 2. Bouwregels

              19. 2. 1. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmin-
              gen (basisbestemming) mag niet worden gebouwd, anders dan
              ten behoeve van deze bestemming.

              19. 2. 2. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden
              gebouwd.

              19. 2. 3. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijn-
              de, geldt de volgende regel:
              -   de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag
                  ten hoogste 2,00 m bedragen.

              19. 3. Ontheffing van de bouwregels

              19. 3. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen one-
              venredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig func-
              tioneren van de leiding, ontheffing verlenen van:
              a. het bepaalde in lid 19.2.1. en lid 19.2.2. en toestaan dat de in
                 de basisbestemming genoemde gebouwen worden gebouwd,
                 mits:
                 - vooraf advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder;
              b. het bepaalde in lid 19.2.3. en toestaan dat de in de basisbe-
                 stemming genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
                 worden gebouwd, mits:
                 - vooraf advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder.




              Buro Vijn B.V.                         Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                                          Statuis Ontwerp / 03-09-10
              04-38-02                                                    blz 41



              HOOFDSTUK 3. ALGEMENE REGELS

Artikel 20:   Anti-dubbeltelregel

              Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan
              van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan
              worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen
              buiten beschouwing.




              Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                      Buro Vijn B.V.
              Status: Ontwerp / 03-09-10
              blz 42                                                       04-38-02



Artikel 21:   Algemene bouwregels

              Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen
              binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken, worden onderge-
              schikte bouwdelen als erkers, plinten, pilasters, kozijnen, gevel-
              versieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijs-
              ten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de
              bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 1,50 m wordt
              overschreden.




              Buro Vijn B.V.                         Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                                          Statuis Ontwerp / 03-09-10
              04-38-02                                                     blz 43



Artikel 22:   Algemene gebruiksregels

              Tot een gebruik, strijdig met de bestemmingen, wordt in ieder ge-
              val gerekend:
              a. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermid-
                 delen;
              b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van
                 een seksinrichting.




              Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                       Buro Vijn B.V.
              Status: Ontwerp / 03-09-10
              blz 44                                                      04-38-02



Artikel 23:   Algemene aanduidingsregels

              veiligheidszone - lpg

              23. 1. Bouwregels
              In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende
              bestemmingen mogen op of in deze gronden geen kwetsbare of
              beperkt kwetsbare objecten gebouwd.

              23. 2. Ontheffing van de bouwregels
              Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van:
              a. het bepaalde in lid 23.1 en toestaan dat beperkt kwetsbare ob-
                 jecten worden gebouwd, mits:
                 • hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de
                     veiligheid van personen.

              23. 3. Specifieke gebruiksregels
              Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder ge-
              val gerekend:
              - het gebruik van de gronden en bouwwerken als kwetsbaar of
                  beperkt kwetsbaar object.

              23. 4. Wijzigingsbevoegdheid

              23. 4. 1. Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen oneven-
              redige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, het bestem-
              mingsplan wijzigen in die zin dat:
              a. de algemene aanduidingsregel “veiligheidszone - lpg” wordt
                 verwijderd, mits:
                 - de betreffende risicovolle inrichting ter plaatse is beëin-
                    digd;
              b. de algemene aanduidingsregel “veiligheidszone - lpg” wordt
                 gewijzigd (verkleind), mits:
                 1. voor de risicovolle inrichting een vergunning ingevolge de
                    Wet milieubeheer is verleend of gewijzigd;
                 2. de ligging van de zone is afgestemd op de met deze ver-
                    gunning corresponderende veiligheidsafstand ingevolge
                    het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
                 3. zich binnen de gewijzigde zone geen kwetsbare of beperkt
                    kwetsbare objecten bevinden;
                 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veilig-
                    heid van personen.




              Buro Vijn B.V.                        Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                                         Statuis Ontwerp / 03-09-10
              04-38-02                                                         blz 45



Artikel 24:   Algemene ontheffingsregels

              Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige
              afbreuk wordt gedaan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsi-
              tuatie, de verkeersveiligheid, de milieusituatie en de gebruiksmo-
              gelijkheden van de aangrenzende gronden, ontheffing verlenen
              van:
              a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en per-
                  centages, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en
                  percentages;
              b. de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het pro-
                  fiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in gerin-
                  ge mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -
                  intensiteit daartoe aanleiding geeft;
              c. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden
                  overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding
                  geeft;
              d. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van
                  bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de
                  bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
                  wordt vergroot tot ten hoogste 10,00 m;
              e. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van
                  bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de
                  bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten be-
                  hoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten be-
                  hoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot
                  tot ten hoogste 30,00 m;
              f. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van
                  gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen
                  ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorste-
                  nen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, mits:
                  1. de maximale oppervlakte van de vergroting ten hoogste
                       10% van het betreffende bouwvlak mag bedragen;
                  2. de bouwhoogte leidt tot een bouwhoogte welke ten hoog-
                       ste 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffen-
                       de gebouw mag bedragen;
              g. het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouwen bin-
                  nen het bouw- c.q. bestemmingsvlak en toestaan dat de gren-
                  zen van het bouw- c.q. bestemmingsvlak naar de buitenzijde
                  worden overschreden door:
                  1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatieka-
                       nalen en schoorstenen;
                  2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken;
                  3. één erker per (hoofd)gebouw over maximaal de halve ge-
                       velbreedte;
                  4. ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen;
                  mits:
                  - de bouwgrens met niet meer dan 1,50 m overschrijdend.




              Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                           Buro Vijn B.V.
              Status: Ontwerp / 03-09-10
              blz 46                                                       04-38-02



Artikel 25:   Overige regels

              25. 1. Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening
              De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van on-
              derwerpen van stedenbouwkundige aard, blijven overeenkomstig
              het gestelde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing,
              behoudens ten aanzien van de parkeergelegenheid en laad- en
              losmogelijkheden.




              Buro Vijn B.V.                         Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                                          Statuis Ontwerp / 03-09-10
              04-38-02                                                       blz 47



              HOOFDSTUK 4. OVERGANGS- EN SLOTREGELS

Artikel 26:   Overgangsrecht

              26. 1. Overgangsrecht bouwwerken
              a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het
                 bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel ge-
                 bouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt
                 van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang
                 niet wordt vergroot:
                 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
                 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel
                     worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de
                     bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag
                     waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
              b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig ontheffing ver-
                 lenen van sublid a voor het vergroten van de inhoud van een
                 bouwwerk als bedoeld in het sublid a met maximaal 10%.
              c. Sublid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar
                 bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar
                 zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor
                 geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling
                 van dat plan.

              26. 2. Overgangsrecht gebruik
              a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijd-
                 stip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hier-
                 mee in strijd is, mag worden voortgezet.
              b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige ge-
                 bruik, bedoeld in sublid a, te veranderen of te laten veranderen
                 in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze
                 verandering de afwijking naar aard en omvang wordt ver-
                 kleind.
              c. Indien het gebruik, bedoeld in sublid a, na de inwerkingtreding
                 van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt on-
                 derbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of
                 te laten hervatten.
              d. Sublid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in
                 strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan,
                 daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.




              Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid                         Buro Vijn B.V.
              Status: Ontwerp / 03-09-10
              blz 48                                                     04-38-02



Artikel 27:   Slotregel

              Deze regels worden aangehaald als:

              Regels van het Bestemmingsplan Waterwijk - Zuid
              van de gemeente Lelystad.


              Behorend bij besluit van ………………2010.



                                          ===




              Buro Vijn B.V.                       Bestemmingsplan Waterwijk-Zuid
                                                        Statuis Ontwerp / 03-09-10
BIJLAGE 1
LIJST VAN AAN-HUIS-VERBONDEN BEROEPEN EN
KLEINSCHALIGE BEDRIJFSMATIGE (AAN-HUIS-VERBONDEN) ACTIVITEITEN

Aan-huis-verbonden-beroepen

Uitoefening van (para-)medische beroepen, waaronder:
individuele praktijk voor huisarts, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voe-
dingsleer, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie, dierenarts enz.

Advies- en ontwerpbureaus, waaronder:
reclame ontwerp
grafisch ontwerp
architect

(Zakelijke) dienstverlening, waaronder:
notaris
advocaat
accountant
assurantie-/verzekeringsbemiddeling
exploitatie en handel in onroerende zaken

Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

Kledingmakerij
(maat)kledingmakerij en kledingverstelbedrijf

Kantoorfunctie ten behoeve van bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, waaronder:
schoonmaakbedrijf, schoorsteenveegbedrijf, glazenwasserij, maar ook ten behoeve van bij-
voorbeeld een groothandelsbedrijf

Reparatiebedrijfjes ten behoeve van particulieren, waaronder:
schoen-/lederwarenreparatiebedrijf
uurwerkreparatiebedrijf
goud- en zilverwerkreparatiebedrijf
reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen
reparatie van muziekinstrumenten

In ieder geval zijn auto- en motorreparatiebedrijven uitgezonderd.

Overige dienstverlening, waaronder:
kappersbedrijf
schoonheidssalon

Onderwijs, waaronder:
autorijschool
naaicursus
Computercursus

In ieder geval zijn bij onderwijs werkplaatsen en laboratoria uitgesloten.
BIJLAGE 2
VNG-bestand categorale bedrijfsindeling 2009 (planologische selectie)                                                          blz. 1


 SBI-CODE 1993         SBI-CODE 2008        OMSCHRIJVING                                                                       CAT

  01                  01                      LANDBOUW EN DIENSTVERLENING TEN BEHOEVE VAN DE LANDBOUW

  014                 016                     Dienstverlening ten behoeve van de landbouw
                                                                                                         2
                                              1. plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. < 500 m                        2
                                                                                                         2
                                              2. plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o.>= 500 m                       3.1
  0142                0162                    KI-stations                                                                       2

  02                  02                      BOSBOUW EN DIENSTVERLENING TEN BEHOEVE VAN BOSBOUW

  020                 021, 022, 024           Bosbouwbedrijven                                                                 3.1

  05                  03                      VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN

  0501.1              0311                    Zeevisserijbedrijven                                                             3.2
  0501.2              0312                    Binnenvisserijbedrijven                                                          3.1
  0502                032                     Vis- en schaaldierkwekerijen:
                                              1. oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven                                    3.2
                                              2. visteeltbedrijven                                                             3.1

  11                  06                      AARDOLIE- EN AARDGASWINNING

  111                 061, 062                Aardolie- en aardgaswinning:
                      061                     1. aardoliewinputten                                                             4.1
                      062                     2. aardgaswinning inclusief gasbehandeling.instrumenten: < 100.000.000 N m³/d    5.1
                      062                     3. aardgaswinning inclusief gasbehandeling instrumenten: >= 100.000.000 N m³/d   5.2

  15                  10, 11                  VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN

  151                 101, 102                Slachterijen en overige vleesverwerking:
                                              1. slachterijen en pluimveeslachterijen                                          3.2
                      101                     2. vetsmelterijen                                                                5.2
                                              3. bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval                                 4.2
                                              4. vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m 2                       3.2
                                                                                                           2
                                              5. vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m                        3.1
                                                                                                           2
                                              6. vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m                         3.1
                      101, 102                5. loonslachterijen                                                              3.1
  152                 102                     Visverwerkingsbedrijven:
                                              1. drogen                                                                        5.2
                                              2. conserveren                                                                   4.1
                                              3. roken                                                                         4.2
                                              4. verwerken anderszins: p.o. > 1000 m 2                                         4.2
                                                                                        2
                                              5. verwerken anderszins: p.o.<= 1000 m                                           3.2
                                                                                        2
                                              6. verwerken anderszins: p.o. <= 300 m                                           3.1
  1531                1031                    Aardappelproducten fabrieken
                                              1. vervaardiging van aardappelproducten                                          4.2
                                              2. vervaardiging van snacks met p.o. < 2000 m 2                                  3.1
  1532, 1533          1032, 1039              Groente- en fruitconservenfabrieken:
                                              1. jam                                                                           3.2
                                              2. groente algemeen                                                              3.2
                                              3. met koolsoorten                                                               3.2
                                              4. met drogerijen                                                                4.2
                                              5. met uienconservering (zoutinleggerij)                                         4.2
  1541                104101                  Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten:
                                              1. p.c. < 250.000 t/j                                                            4.1
                                              2. p.c. >= 250.000 t/j                                                           4.2
  1542                104102                  Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten:
                                              1. p.c. < 250.000 t/j                                                            4.1
                                              2. p.c. >= 250.000 t/j                                                           4.2
  1543                1042                    Margarinefabrieken:
                                              1. p.c. < 250.000 t/j                                                            4.1
                                              2. p.c. >= 250.000 t/j                                                           4.2
  1551                1051                    Zuivelproductenfabrieken:
                                              1. gedroogde producten p.c. >= 1,5 t/u                                           5.1
                                              2. geconcentreerde producten, verdampingscapaciteit >=20 t/u                     5.1
                                              3. melkproductenfabrieken v.c. < 55.000 t/j                                      3.2
                                              4. melkproductenfabrieken v.c. >= 55.000 t/j                                     4.2
                                              5. overige zuivelproductenfabrieken                                              4.2
VNG-bestand categorale bedrijfsindeling 2009 (planologische selectie)                                                                 blz. 2


 SBI-CODE 1993         SBI-CODE 2008        OMSCHRIJVING                                                                              CAT
  1552                1052                    1. consumptie-ijsfabrieken p.o. > 200 m 2                                               3.2
                                              2. consumptie-ijsfabrieken p.o. <= 200 m 2                                               2
  1561                1061                    Meelfabrieken:
                                              1. p.c. < 500 t/u                                                                       4.2
                                              2. p.c. >= 500 t/u                                                                      4.1
                                              Grutterswarenfabrieken                                                                  4.1
  1562                1062                    Zetmeelfabrieken:
                                              1. p.c. < 10 t/u                                                                        4.1
                                              2. p.c. >= 10 t/u                                                                       4.2
  1571                1091                    Veevoederfabrieken:
                                              1. destructiebedrijven                                                                  5.2
                                              2. beender-, veren-, vis- en vleesmeelfabriek                                           5.2
                                              3. drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap.<10 t/u water                    4.2
                                              4. drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder cap.>=10 t/u water                    5.2
                                              5. mengvoeder, p.c. < 100 t/u                                                           4.1
                                              6. mengvoeder, p.c. >= 100 t/u                                                          4.2
  1572                1092                    Vervaardiging van voer voor huisdieren                                                  4.1
  1581                1071                    Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
                                              1. v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens                                2
                                              2. v.c.>= 7500 kg meel/week                                                             3.2
  1582                1072                    Banket-, biscuit- en koekfabrieken                                                      3.2
  1583                1081                    Suikerfabrieken:
                                              1. v.c. < 2.500 t/j                                                                     5.1
                                              2. v.c. >= 2.500 t/j                                                                    5.2
  1584                10821                   Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
                                              1. cacao- en chocoladefabrieken: p.o. >2.000 m 2                                        5.1
                                              2. cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m 2   3.2
                                                                                                                                 2
                                              3. cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m       2
                                              4. Suikerwerkfabrieken met suiker branden                                               4.2
                                                                                                           2
                                              5. Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden p.o. > 200 m                               3.2
                                                                                                           2
                                              6. Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden p.o. <= 200 m                               2
  1585                1073                    Deegwarenfabrieken                                                                      3.1
  1586                1083                    Koffiebranderijen en theepakkerijen:
                                              1. koffiebranderijen                                                                    5.1
                                              2. theepakkerijen                                                                       3.2
  1587                108401                  Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden                                          4.1
  1589                1089                    Vervaardiging van overige voedingsmiddelen                                              4.1
  1589.1                                      Bakkerijgrondstoffenfabrieken                                                           4.1
  1589.2                                      Soep- en soeparomafabrieken:
                                              1. zonder poederdrogen                                                                  4.1
                                              2. met poederdrogen                                                                     4.2
  1591                110101                  Destilleerderijen en likeurstokerijen                                                   4.2
  1592                110102                  Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:
                                              1. p.c. < 5.000 t/j                                                                     4.1
                                              2. p.c. >= 5.000 t/j                                                                    4.2
  1593 t/m 1595       1102 t/m 1104           Vervaardiging van wijn, cider, e.d.                                                      2
  1596                1105                    Bierbrouwerijen                                                                         4.2
  1597                1106                    Mouterijen                                                                              4.2
  1598                1107                    Mineraalwater- en frisdrankfabrieken                                                    3.2

  16                  12                      VERWERKING VAN TABAK

  160                 120                     Tabaksverwerkende industrie                                                             4.1
  17                  13                      VERVAARDIGING VAN TEXTIEL

  171                 131                     Bewerken en spinnen van textielvezels                                                   3.2
  172                 132                     Weven van textiel:
                                              1. aantal weefgetouwen < 50                                                             3.2
                                              2. aantal weefgetouwen >= 50                                                            4.2
  173                 133                     Textielveredelingsbedrijven                                                             3.1
  174, 175            139                     Vervaardiging van textielwaren                                                          3.1
  1751                1393                    Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken                                                 4.1
  176, 177            139, 143                Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen                             3.1

  18                  14                      VERVAARDIGING VAN KLEDING: BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT

  181                 141                     Vervaardiging kleding van leer                                                          3.1
  182                                         Vervaardiging van kleding en -toebehoren (exclusief van leer)                            2
  183                 142, 151                Bereiden en verven van bont, vervaardiging van artikelen van bont                       3.1
VNG-bestand categorale bedrijfsindeling 2009 (planologische selectie)                                                              blz. 3


 SBI-CODE 1993         SBI-CODE 2008        OMSCHRIJVING                                                                           CAT
  19                  15                      VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCLUSIEF KLEDING)

  191                 151, 152                Lederfabrieken                                                                       4.2
  192                 151                     Lederwarenfabrieken (exclusief kleding en schoeisel)                                 3.1
  193                 152                     Schoenenfabrieken                                                                    3.1

  20                  16                      HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.

  2010.1              16101                   Houtzagerijen                                                                        3.2
  2010.2              16102                   Houtconserveringsbedrijven:
                                              1. met creosootolie                                                                  4.1
                                              2. met zoutoplossingen                                                               3.1
  202                 1621                    Fineer- en plaatmaterialenfabrieken                                                  3.2
  203, 204, 205       162                     1. Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout                     3.2
                                                                                                                               2
  203, 204, 205                               2. Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m       3.1
  205                 162902                  Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken                                              2

  21                  17                      VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN
                                              PAPIER- EN KARTONWAREN

  2111                1711                    Vervaardiging van pulp                                                               4.1
  2112                1712                    Papier- en kartonfabrieken:
                                              1. p.c. < 3 t/u                                                                      3.1
                                              2. p.c. 3 - 15 t/u                                                                   4.1
                                              3. p.c. >= 15 t/u                                                                    4.2
  212                 172                     Papier- en kartonwarenfabrieken                                                      3.2
  2121.2              17212                   Golfkartonfabrieken:
                                              1. p.c. < 3 t/u                                                                      3.2
                                              2. p.c. >= 3 t/u                                                                     4.1

  22                  58                      UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA

  221                 581                     Uitgeverijen (kantoren)                                                               1
  2221                1811                    Drukkerijen van dagbladen                                                            3.2
  2222                1812                    Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)                                       3.2
  2222.6              18129                   Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen                                             2
  2223                1814                    Grafische afwerking                                                                   1
                                              Binderijen                                                                            2
  2224                1813                    Grafische reproductie en zetten                                                       2
  2225                1814                    Overige grafische activiteiten                                                        2
  223                 182                     Reproductiebedrijven opgenomen media                                                  1

                                              AARDOLIE- EN STEENKOOLVERWERKINGSINDUSTRIE BEWERKING SPLIJT- EN
  23                  19                      KWEEKSTOFFEN

  231                 191                     Cokesfabrieken                                                                       5.3
  2320.1              19201                   Aardolieraffinaderijen                                                                6
  2320.2              19202                   Smeeroliën- en vettenfabrieken                                                       3.2
                                              Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie                                              4.2
                                              Aardolieproductenfabrieken niet eerder genoemd.                                      4.2

  24                  20                      VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUCTEN

  2411                2011                    Vervaardiging van industriële gassen:
                                              1. luchtscheidingsinstallatie v.c. >= 10 t/d lucht                                   5.2
                                              2. overige gassenfabrieken, niet explosief                                           5.1
                                              3. overige gassenfabrieken, explosief                                                5.1
  2412                2012                    Kleur- en verfstoffenfabrieken                                                       4.1
  2413                                        Anorganische chemische grondstoffenfabrieken:
                                              1. niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn"                                        4.2
                                              2. vallend onder "post-Seveso-richtlijn"                                             5.3
  2414.1              20141                   Organische chemische grondstoffenfabrieken:
                                              1. niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn"                                        4.2
                                              2. vallend onder "post-Seveso-richtlijn"                                             5.3
                                              Methanolfabrieken:
                                              1. p.c. < 100.000 t/j                                                                4.1
                                              2. p.c. >= 100.000 t/j                                                               4.2
  2414.2              20149                   Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synthetisch):
                                              1. p.c. < 50.000 t/j                                                                 4.2
                                              2. p.c. >= 50.000 t/j                                                                5.1
  2415                2015                    Kunstmeststoffenfabrieken                                                            5.1
  2416                2016                    Kunstharsenfabrieken e.d.                                                            5.2
VNG-bestand categorale bedrijfsindeling 2009 (planologische selectie)                                                             blz. 4


 SBI-CODE 1993         SBI-CODE 2008        OMSCHRIJVING                                                                          CAT
  242                 202                     Landbouwchemicaliënfabrieken:
                                              1. fabricage                                                                        5.3
                                              2. formulering en afvullen                                                          5.1
  243                 203                     Verf,- lak- en vernisfabrieken                                                      4.2
  2441                2110                    Farmaceutische grondstoffenfabrieken:
                                              1. p.c. < 1.000 t/j                                                                 4.2
                                              2. p.c. >= 1.000 t/j                                                                5.1
  2442                2120                    Farmaceutische productenfabrieken:
                                              1. formulering en afvullen geneesmiddelen                                           3.1
                                              2. verbandmiddelenfabrieken                                                          2
  2451                2041                    Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken                                          4.2
  2452                2042                    Parfumerie- en cosmeticafabrieken                                                   4.2
  2461                2051                    Kruit-, vuurwerk- en springstoffenfabrieken                                         5.3
  2462                2052                    Lijm- en plakmiddelenfabrieken:
                                              1. zonder dierlijke grondstoffen                                                    3.2
                                              2. met dierlijke grondstoffen                                                       5.1
  2464                205902                  Fotochemische productenfabrieken                                                    3.2
  2466                205903                  Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken                                             3.1
                                              Overige chemische productenfabrieken n.e.g.                                         4.1
  247                 2060                    Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken                                   4.2

  25                  22                      VERVAARDIGING VAN PRODUCTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF

  2511                221101                  Rubberbandenfabrieken                                                               4.2
  2512                221102                  Loopvlakvernieuwingsbedrijven:
                                              1. vloeroppervlakte < 100 m²                                                        3.1
                                              2. vloeroppervlakte > 100 m²                                                        4.1
  2513                2219                    Rubber-artikelenfabrieken                                                           3.2
  252                 222                     Kunststofverwerkende bedrijven:
                                              1. zonder fenolharsen                                                               4.1
                                              2. met fenolharsen                                                                  4.2
                                              3. productie van verpakkingsmaterialen en assemblage van kunststof bouwmaterialen   3.1

  26                  23                      VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-,
                                              KALK- EN GIPSPRODUCTEN

  261                 231                     Glasfabrieken:
                                              1. glas en glasproducten, p.c. < 5.000 t/j                                          3.2
                                              2. glas en glasproducten, p.c. >= 5.000 t/j                                         4.2
                                              3. glaswol en glasvezels, p.c. < 5.000 t/j                                          4.2
                                              4. glaswol en glasvezels, p.c. >= 5.000 t/j                                         5.1
  2615                231                     Glasbewerkingsbedrijven                                                             3.1
  262, 263            232, 234                Aardewerkfabrieken:
                                              1. vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW                                         2
                                              2. vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW                                       3.2
  264                 233                     Baksteen- en baksteenelementenfabrieken                                             4.1
                                              Dakpannenfabrieken                                                                  4.1
  2651                2351                    Cementfabrieken:
                                              1. p.c. < 100.000 t/j                                                               5.1
                                              2. p.c. >= 100.000 t/j                                                              5.3
  2652                235201                  Kalkfabrieken:
                                              1. p.c. < 100.000 t/j                                                               4.1
                                              2. p.c. >= 100.000 t/j                                                              5.3
  2653                235202                  Gipsfabrieken:
                                              1. p.c. < 100.000 t/j                                                               4.1
                                              2. p.c. >= 100.000 t/j                                                              5.1
  2661.1              23611                   Betonwarenfabrieken:
                                              1. zonder persen, triltafels en bekistingstrillers                                  4.1
                                              2. met persen, triltafels of bekistingstrillers, p.c. < 100 t/d                     4.2
                                              3. met persen, triltafels of bekistingstrillers, p.c. >= 100 t/d                    5.2
  2661.2              23612                   Kalkzandsteenfabrieken:
                                              1. p.c. < 100.000 t/j                                                               3.2
                                              2. p.c. >= 100.000 t/j                                                              4.2
  2662                2362                    Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken                                                3.2
  2663, 2664          2363, 2364              Betonmortelcentrales:
                                              1. p.c. < 100 t/u                                                                   3.2
                                              2. p.c. >= 100 t/u                                                                  4.2
  2665, 2666          2365, 2369              Vervaardiging van producten van beton, (vezel)cement en gips:
                                              1. p.c. < 100 t/d                                                                   3.2
                                              2. p.c. >= 100 t/d                                                                  4.2
VNG-bestand categorale bedrijfsindeling 2009 (planologische selectie)                                                            blz. 5


 SBI-CODE 1993         SBI-CODE 2008        OMSCHRIJVING                                                                         CAT
  267                 237                     Natuursteenbewerkingsbedrijven:
                                                                                                 2
                                              1. zonder breken, zeven en drogen p.o. > 2.000 m                                   3.2
                                                                                                 2
                                              2. zonder breken, zeven en drogen p.o. <= 2.000 m                                  3.1
                                              3. met breken, zeven of drogen v.c. < 100.000 t/j                                  4.2
                                              4. met breken, zeven of drogen v.c. >= 100.000 t/j                                 5.2
  2681                2391                    Slijp- en polijstmiddelenfabrieken                                                 3.1
  2682                2399                    Bitumineuze materialenfabrieken:
                                              1. p.c. < 100 t/u                                                                  4.2
                                              2. p.c. >= 100 t/u                                                                 5.1
                                              Isolatiematerialenfabrieken (exclusief glaswol):
                                              1. steenwol p.c. >= 5.000 t/j                                                      4.2
                                              2. overige isolatiematerialen                                                      4.1
                                              Minerale productenfabrieken n.e.g.                                                 3.2
                                              1. Asfaltcentrales p.c. < 100 ton/uur                                              4.1
                                              2. Asfaltcentrales p.c.>= 100 ton/uur                                              4.2

  27                  24                      VERVAARDIGING VAN METALEN

  271                 241                     Ruwijzer- en staalfabrieken:
                                              1. p.c. < 1.000 t/j                                                                5.2
                                              2. p.c. >= 1.000 t/j                                                                6
  272                 245                     IJzerenbuizen- en stalenbuizenfabrieken:
                                              1. p.o. < 2.000 m²                                                                 5.1
                                              2. p.o. >= 2.000 m²                                                                5.3
  273                 243                     Draadtrekkerijen, koudbandwalserijen en profielzetterijen:
                                              1. p.o. < 2.000 m²                                                                 4.2
                                              2. p.o. >= 2.000 m²                                                                5.2
  274                 244                     Non-ferro-metaalfabrieken:
                                              1. p.c. < 1.000 t/j                                                                4.2
                                              2. p.c. >= 1.000 t/j                                                               5.2
                                              Non-ferro-metaalwalserijen, -trekkerijen en dergelijke:
                                              1. p.o. < 2.000 m²                                                                 5.1
                                              2. p.o. >= 2.000 m²                                                                5.3
  2751, 2752          2451, 2452              IJzer- en staalgieterijen, -smelterijen:
                                              1. p.c. < 4.000 t/j                                                                4.2
                                              2. p.c. >= 4.000 t/j                                                               5.1
  2753, 2754          2453, 2454              Non-ferro-metaalgieterijen, -smelterijen:
                                              1. p.c. < 4.000 t/j                                                                4.2
                                              2. p.c >=4.000 t/j                                                                 5.1

  28                  25, 31                  VERVAARDIGING EN REPARATIE VAN PRODUCTEN VAN METAAL
                                              (EXCLUSIEF MACHINES EN TRANSPORTMIDDELEN)

  281                 251, 331                Constructiewerkplaatsen:
                                              1. gesloten gebouw                                                                 3.2
                                              2. gesloten gebouw, p.o. <200 m 2                                                  3.1
                                              3. in open lucht, p.o.    < 2.000 m²                                               4.1
                                              4. in open lucht, p.o. >= 2.000 m²                                                 4.2
  2821                2529, 3311              Tank- en reservoirbouwbedrijven:
                                              1. p.o. < 2.000 m²                                                                 4.2
                                              2. p.o. >= 2.000 m²                                                                5.1
  2822, 2830          2521, 2530, 3311        Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels                     4.1
  284                 255, 331                Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven                                       4.1
                                              Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen, en dergelijke                         3.2
  2851                2561, 3311              Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:
                                              1. algemeen                                                                        3.2
                                              2. scoperen (opspuiten van zink).                                                  3.2
                                              3. thermisch verzinken                                                             3.2
                                              4. thermisch vertinnen                                                             3.2
                                              5. mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten).                        3.2
                                              6. anodiseren, eloxeren                                                            3.2
                                              7. chemische oppervlaktebehandeling                                                3.2
                                              8. emailleren                                                                      3.2
                                              9. galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen, en dergelijke).   3.2
                                              10. stralen                                                                        4.2
                                              11. metaalharden                                                                   3.2
                                              12. lakspuiten en moffelen                                                         3.2
  2852                2562, 3311              Overige metaalbewerkende industrie                                                 3.2
                                              Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200 m 2                        3.1
VNG-bestand categorale bedrijfsindeling 2009 (planologische selectie)                                                                     blz. 6


 SBI-CODE 1993         SBI-CODE 2008        OMSCHRIJVING                                                                                  CAT
  287                 259, 331                Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken:
                                              1. p.o. < 2.000 m²                                                                          4.1
                                              2. p.o. >= 2.000 m²                                                                         5.1
                                              Overige metaalwarenfabrieken niet eerder genoemd                                            3.2
                                                                                                                          2
                                              Overige metaalwarenfabrieken niet eerder genoemd: inpandig p.o. <200 m                      3.1

  29                  27, 28, 33              VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN

  29                  27, 28, 33              Machine- en apparatenfabrieken inclusief reparatie:
                                              1. p.o. < 2.000 m²                                                                          3.2
                                              2. p.o. >= 2.000 m²                                                                         4.1
                      28, 33                  3. met proefdraaien verbrandingsmotoren >= 1 MW                                             4.2

  30                  26, 28, 33              VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS

  30                  26, 28, 33              Kantoormachines- en computerfabrieken inclusief reparatie                                   3.1

  31                  26, 27, 33              VERVAARDIGING VAN OVERIGE ELEKTRONISCHE MACHINES, APPARATEN EN
                                              BENODIGDHEDEN

  311                 271, 331                Elektromotoren- en generatorenfabrieken inclusief reparatie                                 4.1
  312                 271, 273                Schakel- en installatiemateriaalfabrieken                                                   4.1
  313                 273                     Elektrische draad- en kabelfabrieken                                                        4.1
  314                 272                     Accumulatoren- en batterijenfabrieken                                                       3.2
  315                 274                     Lampenfabrieken                                                                             4.2
  316                 293                     Elektrotechnische industrie niet eerder genoemd                                              2
  3162                2790                    Koolelektrodenfabrieken                                                                      6

  32                  26, 33                  VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -
                                              BENODIGDHEDEN

  321 t/m 323         261, 263, 264, 331                                                                                                  3.1
                                              Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur, en dergelijke inclusief reparatie
  3210                2612                    Fabrieken voor gedrukte bedrading                                                           3.1

  33                  26, 32, 33
                                              VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

  33                  26, 32, 33              Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten, e.d. incl. reparatie          2

  34                  29                      VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS

  341                 291                     Autofabrieken en assemblagebedrijven
                                              1. p.o. < 10.000 m²                                                                         4.1
                                              2. p.o. >= 10.000 m²                                                                        4.2
  3420.1              29201                   Carrosseriefabrieken                                                                        4.1
  3420.2              29202                   Aanhangwagen- en opleggerfabrieken                                                          4.1
  343                 293                     Auto-onderdelenfabrieken                                                                    3.2

  35                  30                      VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCLUSIEF AUTO'S EN
                                              AANHANGWAGENS)

  351                 301, 3315               Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:
                                              1. houten schepen                                                                           3.1
                                              2. kunststof schepen                                                                        3.2
                                              3. metalen schepen < 25 m                                                                   4.1
                                              4. metalen schepen >= 25 m en/of proefdraaien motoren >= 1 MW                               5.1
  3511                3831                    Scheepssloperijen                                                                           5.2
  352                 302, 317                Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:
                                              1. algemeen                                                                                 3.2
                                              2. met proefdraaien van verbrandingsmotoren >= 1 MW                                         4.2
  353                 303, 3316               Vliegtuigbouw- en -reparatiebedrijven:
                                              1. zonder proefdraaien motoren                                                              4.1
                                              2. met proefdraaien motoren                                                                 5.3
  354                 309                     Rijwiel- en motorrijwielfabrieken                                                           3.2
  355                 3099                    Transportmiddelenindustrie niet eerder genoemd                                              3.2

  36                  31                      VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN VERVAARDIGING VAN OVERIGE GOEDEREN
                                              NIET EERDER GENOEMD.

  361                 310                     1. meubelfabrieken                                                                          3.2
                      9524                    2. meubelstoffeerderijen b.o.< 200 m 2                                                       1
VNG-bestand categorale bedrijfsindeling 2009 (planologische selectie)                                                          blz. 7


 SBI-CODE 1993         SBI-CODE 2008        OMSCHRIJVING                                                                       CAT
  362                 321                     Fabricage van munten, sieraden, en dergelijke                                     2
  363                 322                     Muziekinstrumentenfabrieken                                                       2
  364                 323                     Sportartikelenfabrieken                                                          3.1
  365                 324                     Speelgoedartikelenfabrieken                                                      3.1
  366                 32991                   Sociale werkvoorziening                                                           2
  366                 32999                   Vervaardiging van overige goederen niet eerder genoemd                           3.1

  37                  38                      VOORBEREIDING TOT RECYCLING

  371                 383201                  Metaal- en autoschredders                                                        5.1
  372                 383202                  Puinbrekerijen en -malerijen:
                                              1. v.c. < 100.000 t/j                                                            4.2
                                              2. v.c. >= 100.000 t/j                                                           5.2
                                              Rubberregeneratiebedrijven                                                       4.2
                                              Afvalscheidingsinstallaties                                                      4.2

  40                  35                      PRODUCTIE EN DISTRIBUTIE VAN ELEKTRICITEIT, AARDGAS,
                                              STOOM EN WARM WATER

  40                  35                      Elektriciteitsproductiebedrijven (vermogen >= 50 MWe):
                                              1. kolengestookt (inclusief meestook biomassa), thermisch vermogen > 75 MWth     5.2
                                              2. oliegestookt, thermisch vermogen > 75 MWth                                    5.1
                                              3. gasgestookt (inclusief bijstook biomassa), thermisch vermogen > 75 MWth, in   5.1
                                              4. kerncentrales met koeltorens                                                   6
                                              5. warmtekrachtinstallaties (gas), thermisch vermogen > 75 MWth                  5.1
                                              Bio-energieinstallaties, elektrisch vermogen < 50 MWe:
                                              1. covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen
                                              voedingsindustrie                                                                3.2
                                              2. vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa                    3.2
                                              Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:
                                              1. < 10 MVA                                                                       2
                                              2. 10 - 100 MVA                                                                  3.1
                                              3. 100 - 200 MVA                                                                 3.2
                                              4. 200 - 1000 MVA                                                                4.2
                                              5. >= 1000 MVA                                                                   5.2
                                              Gasdistributiebedrijven:
                                              1. gascompressorstations, vermogen < 100 MW                                      4.2
                                              2. gascompressorstations, vermogen >= 100 MW                                     5.1
                                              3. gas: reduceer-, compressor-, meet- en reglinstallatie categorie A              1
                                              4. gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), categorie B en C            2
                                              5. gasontvang- en -verdeelstations, categorie D                                  3.1
                                              Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:
                                              1. stadsverwarming                                                               3.2
                                              2. blokverwarming                                                                 2
                                              Windmolens:
                                              1. wiekdiameter 20 m                                                             3.2
                                              2. wiekdiameter 30 m                                                             4.1
                                              3. wiekdiameter 50 m                                                             4.2

  41                  36                      WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER

  41                  36                      Waterwinning-/ bereidingsbedrijven:
                                              1. met chloorgas                                                                 5.3
                                              2. bereiding met chloorbleekloog en dergelijke en / of straling                  3.1
                                              Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:
                                              1. < 1 MW                                                                         2
                                              2. 1 - 15 MW                                                                     3.2
                                              3. >= 15 MW                                                                      4.2

  45                  41, 42, 43              BOUWNIJVERHEID
                      41, 42, 43              Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2000 m 2                                          3.2
                                                                                         2
                                              Bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2000 m                                           3.1
                                                                                                    2
                                              Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m                                 3.1
                                                                                                    2
                                              Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. < 1000 m                                  2

  50                  45, 47                  HANDEL IN EN REPARATIE VAN AUTO'S EN MOTORFIETSEN,
                                              BENZINESERVICESTATIONS

  501, 502, 504       451, 452, 453           Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven                  2
VNG-bestand categorale bedrijfsindeling 2009 (planologische selectie)                                                                   blz. 8


 SBI-CODE 1993         SBI-CODE 2008        OMSCHRIJVING                                                                                CAT
  502                 451                     (Groot)handel in vrachtauto's (inclusief import en reparatie)                             3.2
  5020.4              45204                   Autoplaatwerkerijen                                                                       3.2
                                              Autobeklederijen                                                                           1
                                              Autospuitinrichtingen                                                                     3.1
  5020.5              45205                   Autowasserijen                                                                             2
  503, 504            453                     Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires                                    2
  505                 473                     Benzineservicestations:
                                              1. met LPG > 1000 m 3/jr                                                                  4.1
                                                                    3
                                              2. met LPG< 1000 m /jr                                                                    3.1
                                              3. zonder LPG                                                                              2

  51                  46                      GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

  511                 461                     Handelsbemiddeling (kantoren)                                                              1
  5121                4621                    Groothandel in akkerbouwproducten en veevoeders                                           3.1
                                              Groothandel in akkerbouwproducten en veevoeders met een verwerkingscapaciteit >= 500
                                              ton per uur.                                                                              4.2
  5122                4622                    Groothandel in bloemen en planten                                                          2
  5123                4623                    Groothandel in levende dieren                                                             3.2
  5124                4624                    Groothandel in huiden, vellen en leder                                                    3.1
  5125, 5131          46217, 4631             Groothandel in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen                      3.1
  5132, 5133          4632, 4633              Groothandel in vlees, vleeswaren, zuivelproducten, eieren en spijsoliën                   3.1
  5134                4634                    Groothandel in dranken                                                                     2
  5135                4635                    Groothandel in tabaksproducten                                                             2
  5136                4636                    Groothandel in suiker, chocolade en suikerwerk                                             2
  5137                4637                    Groothandel in koffie, thee, cacao en specerijen                                           2
  5138, 5139          4638, 4639              Groothandel in overige voedings- en genotmiddelen                                          2
  514                 464, 46733              Groothandel in overige consumentenartikelen                                                2
  5148.7              46499                   Groothandel in vuurwerk en munitie:
                                              1. consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton                                           2
                                              2. consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton                                     3.1
                                              3. professioneel vuurwerk, netto expliciet massa per bewaarplaats < 750 kg ( en > 25 kg
                                              theatervuurwerk)                                                                          5.1
                                              4. professioneel vuurwerk, netto expliciet massa per bewaarplaats 750 kg tot 6 ton.       5.3
                                              5. munitie                                                                                 2
  5151.1              46711                   Groothandel in vaste brandstoffen:
                                              1. klein, lokaal verzorgingsgebied                                                        3.1
                                              2. kolenterminal, opslagoppervlakte >= 2.000 m²                                           5.1
  5151.2              46712                   Groothandel in vloeibare en gasvormige brandstoffen:
                                              1. vloeistoffen o.c. < 100.000 m³                                                         4.1
                                              2. vloeistoffen o.c. >= 100.000 m³                                                        5.1
                                              3. tot vloeistof verdichte gassen                                                         4.2
  5151.3              46713                   Groothandel in minerale olieproducten (exclusief brandstoffen)                            3.2
  5152.1              46721                   Groothandel in metaalertsen:
                                              1. opslagoppervlakte < 2.000 m²                                                           4.2
                                              2. opslagoppervlakte >= 2.000 m²                                                          5.2
  5152.2 /.3          46722, 46723            Groothandel in metalen en -halffabrikaten                                                 3.2
  5154                4673                    Groothandel in hout en bouwmaterialen
                                              1. Algemeen: bebouwde oppervlakte > 2000 m 2                                              3.1
                                              2. Algemeen: bebouwde oppervlakte <= 2000 m 2                                              2
  5153.4              46735                   Zand en grind:
                                                                                             2
                                              1. algemeen: bebouwde oppervlakte > 200 m                                                 3.2
                                                                                             2
                                              2. algemeen: bebouwde oppervlakte < = 200 m                                                2
                      4674                    Groothandel in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur
                                                                                              2
                                              1. algemeen: bebouwde oppervlakte > 2000 m                                                3.1
                                                                                              2
                                              2. algemeen: bebouwde oppervlakte <= 2000 m                                                2
  5155.1              46751                   Groothandel in chemische producten                                                        3.2
  5156                4676                    Groothandel in overige intermediaire goederen                                              2
  5157                4677                    Autosloperijen: bebouwde oppervlakte > 1000 m 2                                           3.2
                                                                                                 2
                                              Autosloperijen: bebouwde oppervlakte < = 1000 m                                           3.1
                                                                                                                         2
  5157.2 /.3                                  Overige groothandel in afval en schroot: bebouwde oppervlakte > 1000 m                    3.1
                                                                                                                         2
                                              Overige groothandel in afval en schroot : bebouwde oppervlakte <= 1000 m                  3.2
  5162                466                     Groothandel in machines en apparaten:
                                              1. machines voor de bouwnijverheid                                                        3.2
                                              2. overige                                                                                3.1
  517                 466, 469                Overige groothandel (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.)                    2

  60                  49                      VERVOER OVER LAND

  6021.1              493                     Bus-, tram- en metrostations en -remises                                                  3.2
  6022                                        Taxibedrijven en taxistandplaatsen                                                         2
VNG-bestand categorale bedrijfsindeling 2009 (planologische selectie)                                                       blz. 9


 SBI-CODE 1993         SBI-CODE 2008        OMSCHRIJVING                                                                    CAT
  6023                                        Touringcarbedrijven                                                           3.2
                                                                                                                        2
  6024                494                     Goederenwegvervoersbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m        3.2
                                                                                                                        2
  6024                                        Goederenwegvervoersbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. <= 1000 m       3.1
  603                 495                     Pomp- en compressorstations van pijpleidingen                                  2

  61, 62              50, 51                  VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT

  61, 62              50, 51                  Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)                                       1

  63                  52                      DIENSTVERLENING TEN BEHOEVE VAN HET VERVOER

  6311.1              52241                   Laad-, los- en overslagbedrijven ten behoeve van zeeschepen:
                                              1. containers                                                                 5.1
                                              2. stukgoederen                                                               4.2
                                              3. ertsen, mineralen, e.d., opslagopp. >= 2.000 m²                            5.3
                                              4. granen of meelsoorten, v.c. >= 500 t/u                                     5.1
                                              5. steenkool, opslagopp. >= 2.000 m²                                          5.2
                                              6. olie, LPG, e.d.                                                            5.3
                                              7. tankercleaning                                                             4.2
  6311.2              52242                   Laad-, los- en overslagbedrijven ten behoeve van de binnenvaart:
                                              1. containers                                                                 4.2
                                              2. stukgoederen                                                               3.2
                                              3. ertsen, mineralen, en dergelijke, opslagoppervlakte < 2.000 m²             4.2
                                              4. ertsen, mineralen, en dergelijke, opslagoppervlakte >= 2.000 m²            5.2
                                              5. granen of meelsoorten v.c. < 500 t/u                                       4.2
                                              6. granen of meelsoorten v.c. >= 500 t/u                                      5.1
                                              7. steenkool, opslagoppervlakte < 2.000 m²                                    4.2
                                              8. steenkool, opslagoppervlakte >= 2.000 m²                                   5.1
                                              9. olie, LPG, en dergelijke                                                   5.2
                                              10. tankercleaning                                                            4.2
  6312                52102, 52109            Distributiecentra, pak- en koelhuizen                                         3.1
                      52109                   Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)                                          2
  6321                5221                    1. Autoparkeerterreinen, parkeergarages                                        2
  6321                                        2. Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties)                           3.2
  6322, 6323          5222                    Overige dienstverlening ten behoeve van het vervoer (kantoren)                 1
  6323                5223                    Luchthavens                                                                    6
  6323                                        Helicopterlandplaatsen                                                        5.1
  623                 791                     Reisorganisaties                                                               1
  634                 5229                    Expediteurs, cargadoors (kantoren)                                             1

  64                  53                      POST EN TELECOMMUNICATIE

  641                 531, 532                Post- en koeriersdiensten                                                      2
  642                 61                      Telecommunicatiebedrijven                                                      1
  642                                         Zendinstallaties:
  642                                         1. LG en MG, zendervermogen < 100 kw (bij groter vermogen: onderzoek!)        3.2
  642                                         2. FM en TV                                                                    1

  71                  77                      VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES,
                                              ANDERE ROERENDE GOEDEREN

  711                 7711                    Personenautoverhuurbedrijven                                                   2
  712                 7712, 7739              Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (exclusief personenauto's)            3.1
  713                 773                     Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen                                  3.1
  714                 772                     Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.                                 2

  72                  62                      COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE

  72                  62                      Computerservice- en informatietechnologie-bureaus, en dergelijke               1
  72                  58, 63                  Datacentra                                                                     2

  74                  63, 69 t/m 71, 73,      OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING
                      74, 77, 78, 80 t/m
                      82
                                                                                                                             1
                      63, 69 t/m 71, 73,      Overige zakelijke diensverlening: kantoren
                      74, 77, 78, 80 t/m
  74                  82
  747                 812                     Reinigingsbedrijven voor gebouwen                                             3.1
  7481.3              74203                   Foto- en filmontwikkelcentrales                                                2
  7484.3              82991                   Veilingen voor landbouw- en visserijproducten                                 4.1
  7484.4              82992                   Veilingen voor huisraad, kunst, en dergelijke                                  1
VNG-bestand categorale bedrijfsindeling 2009 (planologische selectie)                                                                blz. 10


 SBI-CODE 1993         SBI-CODE 2008        OMSCHRIJVING                                                                             CAT
  90                  37, 38, 39              MILIEUDIENSTVERLENING

  9001                3700                    RWZI's en gierverwerkingsinrichting, met afdekking voorbezinktanks:
                                              1. < 100.000 i.e.                                                                       4.1
                                              2. 100.000 - 300.000 i.e.                                                               4.2
                                              3. >= 300.000 i.e.                                                                      5.1
                                              Rioolgemalen                                                                             2
  9002.1              381                     Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven, en dergelijke                                   3.1
                                              Gemeentewerven (afval-inzameldepots)                                                    3.1
                                              Vuiloverslagstations                                                                    4.2
  9002.2              382                     Afvalverwerkingsbedrijven:
                                              1. mestverwerkingskorrelfabrieken                                                       5.1
                                              2. kabelbranderijen                                                                     3.2
                                              3. verwerking radio-actief afval                                                         6
                                              4. pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen)                                       3.1
                                              5. oplosmiddelterugwinning                                                              3.2
                                              6. afvalverbrandingsinrichtingen thermisch vermogen > 75 MW                             4.2
                                              7. verwerking fotochemisch en galvano-afval                                              2
                                              Vuilstortplaatsen                                                                       4.2
                                              Composteerbedrijven:
                                              1. niet belucht v.c. < 5.000 t/j                                                        4.2
                                              2. niet belucht v.c. 5.000 tot 20.000 t/j                                               5.2
                                              3. belucht v.c. < 20.000 t/j                                                            3.2
                                              4. belucht v.c. > 20.000 t/j                                                            4.1
                                              5. GFT in gesloten gebouw                                                               4.1

  93                  96                      OVERIGE DIENSTVERLENING

  9301.1              96011                   Wasserijen en strijkinrichtingen                                                        3.1
                                              Tapijtreinigingsbedrijven                                                               3.1
                                              Chemische wasserijen en ververijen                                                       2
  9301.2              96013                   Wasverzendinrichtingen                                                                   2
  9301.3              96013                   Wasseretten, wassalons                                                                   1
  9302                9602                    Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten                                                1
  9304                9613, 9604              Fitnesscentra, badhuizen en saunabaden                                                   2
  9305                9609                    Dierenasiels en -pensions                                                               3.2
                      9609                    Persoonlijke dienstverlening niet eerder genoemd, exclusief bordelen, prostituees en
                                              sexclubs                                                                                 1



                                            Afkortingen:

                                            cat. categorie
                                            o.c. opslagcapaciteit
                                            v.c. verwerkingscapaciteit
                                            p.c. productiecapaciteit
                                            p.o. productieoppervlak
                                            e.d. en dergelijke
                                            n.e.g. niet elders genoemd
                                            t      ton
                                            kl     klasse
                                            u      uur
                                            d      dag
                                            w      week
                                            jr     jaar
                                            =     is gelijk aan
                                            <     kleiner dan
                                            >     groter dan

								
To top