Documents
Resources
Learning Center
Upload
Plans & pricing Sign in
Sign Out

klik hier - ACV Gevangenissen

VIEWS: 9 PAGES: 16

									                                                   C:\Docstoc\Working\pdf\20f3dd5f-5d22-4100-b676-bd2a8fe580c9.doc




A) ALGEMEEN

  1)   Historische context

       De wetgeving die van kracht is dateert slechts uit 1967.

       Voorheen werd de blijvende arbeidsongeschiktheid ten gevolge een arbeidsongeval hersteld door
       de vervroegde op rust stelling, zonder er een minimumduur van diensten vereist was.

       Dit pensioen beliep een kwart van de laatste wedde of een derde wanneer het slachtoffer het bewijs
       geleverd had van uitzonderlijke moed of toewijding.

       In het geval van een dodelijk arbeidsongeval genoten de weduwes en wezen een pensioen of een
       rente die betaald werd door een voorzieningskas die door de wet was ingericht.

       Overigens beschouwde men dat het risico van een ongeval niet zo hoog was. In de risicosectoren
       hadden bijzondere wetten het mogelijk gemaakt de slachtoffers te vergoeden (spoorwegen,
       mijninspectie, vrijwillige redders op zee, Rijksarbeiders, personeel van het technisch onderwijs).

       De tijdelijke arbeidsongeschiktheid geeft aanleiding tot het verlenen van een bezoldigd verlof
       zonder begrenzing van duurtijd (zie de reglementering inzake verloven).

       Tegelijkertijd heeft de sociale zekerheid der loontrekkende zich ontwikkeld en toegelaten het
       economisch nadeel te herstellen dat werd ondervonden ten gevolge het ongeval (verlenen van
       dagvergoedingen en vervolgens van een jaarlijkse toelage van blijvende ongeschiktheid).

       Dit zijn de redenen waarom de wetgever op 3 juli 1967 in een kaderwet het beginsel van de
       vergoeding van de arbeidsongevallen waarvan de ambtenaren het slachtoffer zijn, heeft bepaald.

       Deze wet vindt zijn inspiratie in het stelsel van de privé-sector en verwijst er zelfs naar voor
       bepaalde gedeelten. Zij bevat echter elementen die specifiek zijn voor de overheidssector.

       Wanneer de wetgevingen van de twee sectoren van elkaar afwijken om redenen die niet objectief te
       verantwoorden vallen, vernietigt het Arbitragehof de betwiste bepalingen of verklaart deze in
       tegenstrijd met het beginsel van gelijke behandeling dat door de Grondwet wordt erkend.
       Een hervorming van de wet ligt derhalve ter studie.


  2)   De wet van 3 juli 1967 is een kaderwet

       Dit betekent dat:

       1°)   zelfs indien het toepassingsgebied van de wet de meeste overheidsdiensten insluit (centrale
             besturen, parastatalen, onderwijs, universiteiten, lokale sector), dan nog is het nodig dat
             koninklijke besluiten deze wet uitdrukkelijk van toepassing maken;
                                                                                                       2


     2°)   deze koninklijke besluiten kunnen voor deze toepassing voorwaarden en begrenzingen
           voorzien;

     3°)   deze koninklijke besluiten kunnen modaliteiten vaststellen voor het bepalen van de
           arbeidsongeschiktheid en aldus t.o.v. de wet regels toevoegen.

     Zolang een overheidsdienst niet onderworpen is aan het stelsel dat door de wet van 3 juli 1967 is
     ingesteld, is deze geacht onderworpen te zijn aan de wet betreffende de privé-sector, en is deze
     derhalve gehouden zich bij een verzekeringsmaatschappij te verzekeren, zo niet is deze bijdragen
     verschuldigd aan het Fonds voor Arbeidsongevallen (die in de plaats van de verzekeraar optreedt).

     Drie koninklijke besluiten hebben de wet op de volgende sectoren van toepassing gemaakt:

     - de centrale besturen, de gerechtelijke macht, de Gemeenschappen en Gewesten, het onderwijs
       (koninklijk besluit du 24 janvier 1969);

     - de parastatalen (koninklijk besluit van12 juni 1970);

     - de lokale sector (koninklijk besluit van 13 juli 1970).

     In principe wordt het stelsel steeds van toepassing gemaakt voor het geheel van de
     personeelscategorieën van de betrokken overheid (benoemde personen, personen tijdelijk
     aangewezen bij mandaat, tijdelijken van het onderwijs, personen die via een arbeidsovereenkomst
     in dienst zijn genomen).


3)   De wet is van openbare orde

     Dit impliceert dat:

     1°) de werkgevers zich geen ander stelsel, zelfs gunstiger in de plaats kunnen stellen van het
         wettelijk stelsel; hoogstens kunnen zij aanvullende voordelen toekennen, in de mate dat zij
         zich niet in de plaats van het wettelijk stelsel stellen.

     2°) de rechters die belast zijn zich uit te spreken over de rechten van een slachtoffer dienen
         ambtshalve na te zien of de wet in acht genomen werd.

     3°) de ambtenaar dient in principe de afloop van de bestuurlijke procedure te wachten vooraleer
         stappen naar het gerecht te ondernemen. Wij komen hierop terug.


4)   De wet beoogt niet alleen de arbeidsongevallen

     Zij voorziet eveneens enerzijds het herstel van de beroepsziekten. Anderzijds stelt zij het beginsel
     van een preventiebeleid der arbeidsongevallen en beroepsziekten.


5)   Maakt het wettelijk stelsel deel uit van de sociale zekerheid?

     In eigenlijke zin maakt het er geen deel van uit. De Staat is zijn eigen verzekeraar en dient de
     begrotingskredieten te voorzien om de uitgaven die verbonden zijn met de schadeloosstelling te
     dekken. Nochtans maakt dit stelsel deel uit van het sociaal statuut van de ambtenaar.


                                                  *
                                                                                                          3


B) DE ARBEIDSONGEVALLEN

  1)   Bepaling van een arbeidsongeval

       Het betreft elk ongeval dat zich heeft voorgedaan tijdens en door het feit van de uitoefening van
       zijn ambt en dat een letsel veroorzaakt.

       Teneinde het voorleggen van het bewijs door het slachtoffer of zijn rechthebbenden te
       vergemakkelijken, bestaan er twee wettelijke vermoedens:

       a)   het ongeval dat zich heeft voorgedaan tijdens de uitoefening van zijn ambt wordt
            verondersteld, behoudens tegenbewijs, zich te hebben voorgedaan door het feit van de
            uitoefening van zijn ambt;

       b)   wanneer het slachtoffer of zijn rechthebbenden naast het bestaan van een letsel het bestaan van
            een plotse gebeurtenis vaststellen, wordt van het letsel vermoed, behoudens tegenbewijs, zijn
            oorsprong in een ongeval te vinden.

       Het verband tussen het ongeval en de uitoefening van arbeidsprestaties is dus vastgesteld zodra de
       gebeurtenis in de natuurlijke, technische en menselijke omgeving voorvalt waar de werknemer
       ertoe geroepen wordt zijn economische en sociale rol te spelen.

       Eén ding is echter origineel, dat men uitleggen kan door het feit dat sommige ambtenaren meer
       blootgesteld zijn dan anderen aan represailles: het personeelslid dat het slachtoffer is van wraak om
       redenen die verband houden met zijn ambt is gedekt zelfs indien het ongeval plaatsvindt buiten de
       uitoefening van zijn ambt.

       Tenslotte veronderstelt de wet dat een ambtenaar zich op de plek van de uitoefening van zijn ambt
       bevindt indien hij deelneemt aan vakbondsvergaderingen, indien hij een vakbondsopdracht vervult
       als vertegenwoordiger van het personeel of indien hij gemachtigd is deel te nemen aan
       werkzaamheden van beroepsopleiding..

       Laten we er eveneens aan herinneren dat geen enkele vergoeding verschuldigd is indien het
       ongeval opzettelijk door het slachtoffer werd veroorzaakt.


  2)   Het ongeval dat zich op de weg van en naar het werk heeft voorgedaan

       Wordt eveneens beschouwd als arbeidsongeval: het ongeval dat zich op het normale traject dat het
       personeelslid dient te volgen om zich van zijn verblijfplaats naar de plek waar zijn werk wordt
       uitgevoerd, heeft voorgedaan en omgekeerd.

       Het traject blijft normaal wanneer het personeelslid door de verschillende verblijfplaatsen en
       werkplaatsen of door de op-en afstapplaatsen, om zich met een voertuig te verplaatsen met één of
       meer personen met het oog op het verwezenlijken van een gemeenschappelijk traject tussen de
       verblijfplaats en de werkplaats, evenals om de kinderen naar de opvang of het school te brengen en
       om ze er af te halen noodzakelijke en redelijkerwijze verantwoordbare omwegen verricht.


  3)   Het herstel van de schade

       1°) De terugbetaling van de kosten:

            a)   kosten voor medische verzorging en prothese:

                 Het slachtoffer heeft de vrije keuze van de arts, de apotheker en het ziekenhuis.
                                                                                                  4

         Derhalve beantwoordt het tarief van de terugbetaling van de kosten voor medische
         verzorging aan het tarief van de erelonen en prijzen die voortvloeien uit de toepassing van
         de nomenclatuur van de prestaties voor gezondheidszorgen opgesteld in uitvoering van de
         wetgeving die betrekking heeft op de verplichte verzekering voor gezondheidszorg en
         vergoedingen.

         Indien er kosten zijn die in deze nomenclatuur niet zijn opgenomen worden zij
         terugbetaald ten belope van hun reële kostprijs in de mate waarin deze kosten redelijk zijn
         t.o.v. het tarief dat in voege is voor gelijkaardige prestaties die in de nomenclatuur zijn
         opgenomen, mits het akkoord van de Administratieve Gezondheidsdienst.

         De kosten voor chiropraxie worden terugbetaald, mits akkoord van de medische dienst en
         voorschrift van de geneesheer, ten belope van maximum 5 beurten, a rato van 33 euro per
         beurt.

         De apothekerskosten worden volledig terugbetaald op voorlegging van een medisch
         voorschrift.

         De hospitalisatiekosten worden terugbetaald ten belope van de normale dagprijs voor de
         hospitalisatie (wetgeving op de ziekenhuizen): de patiënt die een bijzondere kamer kiest
         dient de kosten voor zijn rekening te nemen die boven de normale kostprijs uitstijgen.

         De kosten voor prothese en orthopedie worden totaal terugbetaald, in zoverre het gebruik
         dezer apparaten medisch als noodzakelijk wordt erkend. Hetzelfde geldt voor de kosten
         van herstelling van deze apparaten.

         Al deze kosten worden levenslang uitbetaald, zelfs na de herzieningstermijn voor
         diegenen die er de last van hebben gedragen, hetzij door de Administratieve
         gezondheidsdienst, hetzij door de parastatale of het gemeentebestuur dat de werkgever is.

    b)   de verplaatsingsonkosten:

         Telkens een slachtoffer zich op verzoek van de overheid, de rechtbank, de deskundige of
         op zijn verzoek (met machtiging van de geneeskundige dienst) moet verplaatsen, worden
         zijn verplaatsingsonkosten als volgt terugbetaald:

         -   openbaar vervoer: integraal;
         -   Wagen: 0,2479 €/km met een minimum van 5 km;
         -   Ziekenwagen: integraal;
         -   in het geval van overnachting die kosten met zich meebrengt: maximum, 8,18 €/nacht.

         De terugbetaling geschiedt ten laste van de geneeskundige dienst indien het gaat om
         kosten die veroorzaakt worden door het vervoer van het slachtoffer van de plek van het
         ongeval naar zijn woonplaats of naar een ziekenhuis, door de terugkeer van het
         slachtoffer naar zijn woonplaats of zijn overplaatsing naar een ander ziekenhuis. De
         terugbetaling zal ten laste van de werkgever zijn indien de verplaatsing verband houdt
         met de medische of gerechtelijke expertise.

2°) de tijdelijke ongeschiktheid:

    Gedurende de ganse duurtijd van de tijdelijke ongeschiktheid blijft het personeelslid zijn
    wedde ten volle ontvangen. Hij blijft in dienstactiviteit (hij kan derhalve een bevordering
    genieten en zijn tussentijdse geldelijke verhogingen ontvangen). Bovendien wordt aan zijn
    saldo ziekteverlof niet geraakt, behalve voor de vaststelling van de definitieve
    arbeidsonbekwaamheid.
                                                                                                  5

    In de privé-sector wordt de vergoeding begrensd tot 90% van de gemiddelde doch begrensde
    dagsalaris. Het stelsel van de overheidssector is dus gunstiger.

    Het behoud van de bezoldiging wordt gewaarborgd, of de ongeschiktheid totaal dan wel
    gedeeltelijk is.

    De gezondheidsdienst kan menen dat het slachtoffer in staat is zijn werkzaamheden deeltijds
    terug op te nemen: in dit geval, is het gemachtigd een uurschema te verrichten dat ten minste
    aan een halftijdse opdracht beantwoordt, doch zonder begrenzing in tijd.

    Zoals het stelsel van de privé-sector overweegt de wet van 3 juli 1967 dat een verergering van
    de gezondheidstoestand van het slachtoffer, zonder een permanent karakter te vertonen, na de
    consolidatie een tijdelijke ongeschiktheid veroorzaken kan. Deze veronderstelling wordt
    behandeld als de tijdelijke ongeschiktheid als dusdanig (art. 46, § 1 van het koninklijk besluit
    van 19 november 1998; art. 17, 3° van het A.P.K.B. van 22 december 2000).

    Het is interessant op te merken dat indien de arbeidsovereenkomst beëindigd wordt terwijl het
    slachtoffer zich steeds in tijdelijke ongeschiktheid bevindt de vergoeding behouden wordt,
    maar onder de voorwaarden die bepaald zijn bij de wet van 10 april 1971 (art. 3 bis van de wet
    van 3 juli 1967); eventueel wordt deze vergoeding gecumuleerd met een
    verbrekingsvergoeding, bijvoorbeeld als het om een contractueel gaat.

    De vergoedingen voor tijdelijke ongeschiktheid zijn onderworpen aan de werkgeversbijdragen
    en persoonlijke bijdragen voor sociale zekerheid. Dit spreekt voor zich wanneer er behoud is
    van de normale bezoldiging. Indien men zich op art. 3 bis beroept, dan wordt de vergoeding
    geanalyseerd door de bevoegde instellingen als een vergoeding die aanleiding geeft tot
    bijdragen, omdat bij gebrek hieraan zij niet in aanmerking zou kunnen worden genomen voor
    het verlenen van een overheidspensioen. Op gelijkaardige wijze wordt deze redenering
    uitgebreid naar de contractuelen.

3°) blijvende ongeschiktheid:

    a)   Hoe dient deze te worden geëvalueerd?

         Niet alleen op basis van de ernst van het fysiek letsel, van de vaardigheid die vereist is
         voor de uitoefening van zijn ambt, van de aard en de stabiliteit van de betrekking, doch
         eveneens op basis van de vermindering van de economische waarde op de algemene
         arbeidsmarkt. Deze markt zal beperkt of open kunnen zijn (in functie van de leeftijd van
         het slachtoffer en van zijn mogelijkheden om van werkgever te veranderen).

         Indien het slachtoffer de hulp van een derde persoon absoluut nodig heeft, wordt er een
         bijkomende bezoldiging voorzien.

    b)   Deze ongeschiktheid geeft recht tot het toekennen van een rente. Wanneer vangt deze
         aan?

         Op de datum van de consolidatie van het ongeval, dit wil zeggen wanneer het bestaan en
         de graad van ongeschiktheid een permanent karakter aannemen, wanneer het toegestaan
         is te bepalen in welke mate de ongeschiktheid kan worden bepaald waaraan, volgens de
         vooruitzichten die de vooruitgang der medische wetenschappen toelaat, het slachtoffer
         gans zijn leven lijden zal

    c)   De rente wordt berekend op basis van de bezoldiging. Welke?

         Die waarop het slachtoffer op het ogenblik van het ongeval recht heeft.
                                                                                                6

         Deze omvat, naast de wedde, bepaalde toelagen: haard- of standplaatstoelage,
         eindejaarstoelage, vakantiegeld, enz… Dit wil zeggen voordelen die geen werkelijke
         lasten dekken en die verschuldigd zijn wegens het statuut of de arbeidsovereenkomst. Dus
         niet de vervoers- en verblijfskosten, de arbeidskledij, enz…

         In geval van cumulatie van functies worden de bezoldigingen gecumuleerd.

         Opgelet : de bezoldiging is evenwel begrensd tot 21.257,87 €/jaar.

         Indien het slachtoffer op het ogenblik van het ongeval onvolledige prestaties verrichtte
         (deeltijds, enz…), dan wordt de bezoldiging fictief verhoogd met een bezoldiging die
         betrekking heeft op de niet-gepresteerde periode, in die mate dat de normale duurtijd van
         een functie met volledige prestaties wordt bereikt (hetzij 38 u/week).

         Indien het slachtoffer een pensioen genoot maar werkte binnen de grenzen die aan te
         gepensioneerden worden toegestaan, dan neemt men de bezoldiging van dit werk in
         rekenschap.

         De begrensde bezoldiging wordt niet geïndexeerd maar volgt de algemene evolutie van
         de wedden (ten gevolge akkoorden van sociale programmatie). Indien de bovengrens
         tussen de datum van het ongeval en die van de consolidatie toeneemt, dan wordt de
         recentste bovengrens in aanmerking genomen.

         Hoe dient men de rente en zijn wedde te cumuleren?

         a)   indien het personeelslid de uitoefening van zijn ambt behoudt (het meest
              voorkomende geval) dan zal de vergoeding nooit 25 % van de begrensde bezoldiging
              overschrijden. Reden : het personeelslid geniet de vastheid van betrekking.

         b)   indien het personeelslid het voorwerp uitmaakt van een reaffectatie, behoudt hij de
              bezoldiging die hij genoot voor het ongeval en kan hij deze met de rente cumuleren.

         c)   Het personeelslid wordt op pensioen gesteld.

              Indien het hem aan dienstjaren ontbreekt, dan wordt de rente voor ongeval niet
              begrensd tot 25 % van de bezoldiging.

              Indien hij, daarentegen, recht heeft op een pensioen, dan wordt de cumulatie van dit
              pensioen en de rente beperkt tot 100% van de laatste bezoldiging, behalve indien het
              slachtoffer de bijstand vereist van een derde (maximum 150%).

              De eventuele mindering geschiedt op de rente.

4°) Het ongeval is dodelijk: waarop hebben de rechthebbenden van het slachtoffer recht?

    a)   Een vergoeding voor begrafeniskosten en overplaatsing van het stoffelijk overschot:

         Deze beantwoordt aan de laatste maandelijkse uitbetaling (begrensd) tot 2.157,79 €.

         De overheid komt eveneens tussen in de overplaatsing van het stoffelijk overschot op de
         plaats van de begrafenisplechtigheid en belast zich met de administratieve formaliteiten.

    b)   Een rente van overlevende echtgenoot, van wees of van rechthebbende:

         - de echtgenoot die noch uit de echt gescheiden is, noch gescheiden van tafel en bed op
           het ogenblik van het ongeval, verkrijgt 30 % van de bezoldiging; hetzelfde geldt voor
           de echtgenoot die noch uit de echt gescheiden, nog gescheiden is van tafel en bed op
                                                                                                        7

                 het ogenblik van het overlijden in zoverre het huwelijk dat na het ongeval werd
                 aangegaan dateert van ten minste 1 jaar voor het overlijden, of indien er een kind uit
                 dit huwelijk voortvloeit, of een kind ten laste zou zijn voor hetwelk een der
                 echtgenoten kinderbijslag trok.


                 In het geval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed verkrijgt de echtgenoot
                 van het slachtoffer die onderhoudsgeld geniet een rente die niet hoger mag liggen dan
                 dit onderhoudsgeld.

              - Elk kind ontvangt tot aan zijn 18 jaar 15 % van de bezoldiging, zonder dat het geheel
                hoger kan liggen dan 45 %.
                De wezen en geadopteerden verkrijgen 20 % (met een maximum van 60 %)

              - de andere rechthebbenden:

                 cfr. de artikelen 15 tot 20 bis van de wet van 10 april 1971.

              De rente mag worden gecumuleerd met een overlevingspensioen.

     5°) Inkorting van de rentes voor ongeschiktheden die lager zijn dan 10 %

         De rentes voor ongeschiktheden die lager liggen dan 10% en die betaald worden vanaf
         1/08/1986 en op voorwaarde dat het ongeval ten vroegste heeft plaatsgehad op 1/04/1984,
         worden verminderd met 50 % indien de ongeschiktheid lager ligt dan 5% en 25% indien zij
         ten minste gelijk is aan 5% en lager dan 10%

     6°) Betaling van de rente onder de vorm van kapitaal

         Het slachtoffer of de overlevende echtgenoot kunnen de omzetting vragen van de rente a rato
         van 1/3 ten hoogste van zijn waarde en in zoverre de blijvende ongeschiktheid 16 % bedraagt.
         De omzetting kan slechts ten vroegste optreden na het verstrijken van de herzieningstermijn.
         Het akkoord van een rechtbank is niet vereist.

         Het belang van de aanvrager ligt in het feit dat het personeelslid dat een rente geniet, ophoudt
         deze te ontvangen indien zijn pensioen gelijk is aan zijn laatste bezoldiging en dat, in ieder
         geval, de cumulatie van zijn rente en van zijn pensioen wordt beperkt tot 100% van de laatste
         bezoldiging. Dit personeelslid heeft er dus belang bij de omzetting te vragen, voor zijn
         opruststelling.

         Bovendien is de berekeningswijze van de omzetting van de waarde van de rente voordelig
         aangezien men de totale rente in aanmerking neemt en men niet rekening houdt met de
         beperking tot 25 % van de begrensde basisbezoldiging, zoals hierboven reeds uiteengezet.

     7°) Intresten van rechtswege

         De renten en kapitalen dragen intresten van rechtswege vanaf de eerste dag van de derde
         maand die volgt op de maand tijdens dewelke zij opeisbaar worden.

     8°) Indexering

         De rentes worden geïndexeerd zoals de wedden.
         Voor de ongevallen die na 1 januari 1994 geconsolideerd zijn, speelt de indexering echter niet
         indien de blijvende ongeschiktheid lager ligt dan 16 %.


4)   De administratieve procedure
                                                                                                   8


1°) De aangifte van het ongeval

    Elk ongeval dat in aanmerking komt om als een arbeidsongeval te worden beschouwd of een
    ongeval op de weg naar en van het werk dient bij de administratieve dienst aangegeven te
    worden die de betrokken overheid aanduidt, door het slachtoffer of alle belanghebbende
    personen.

    Op dit ogenblik mag geen oordeel over de erkenning van het arbeidsongeval worden geuit.

    Bovendien dient een medisch getuigschrift naar de medische dienst waaronder het
    personeelslid ressorteert worden gericht.

2°) het medisch onderzoek

    De aangewezen dienst maakt in de 48 uren de ongevalaangifte bij de A.G.D. (Administratieve
    Gezondheidsdienst) over.

    De A.G.D. bepaalt het oorzakelijk verband tussen ongeval en letsels, bepaalt de periode die
    gedekt wordt door de tijdelijke ongeschiktheid en (desgevallend) evalueert de graad van
    blijvende ongeschiktheid door zich in het algemeen te beroepen op de BOBI (fysiologische
    ongeschiktheid) en bepaalt de datum van consolidatie.

    De A.G.D. handelt in de hoedanigheid van medisch deskundige.

    Zoals het Hof van cassatie eraan herinnert, kunnen de beslissingen van de A.G.D. door de
    persoon die een ongeval heeft ondergaan, door de persoon die verantwoordelijk is voor het
    ongeval of door de verzekeraar die hiervoor verantwoordelijk is worden betwist.

    Voor de Rijksambtenaren is er geen enkele andere procedure dan de procedure die zojuist
    werd aangeduid.

    Edoch - men zal dit verder zien, kan voor de personeelsleden van de instellingen van
    openbaar nut en voor de personeelsleden van de gemeenten door de openbare werkgever een
    verzekering worden genomen.

    In dat geval wordt de toestand van het slachtoffer door de raadgevende geneesheren van de
    verzekeraars opgevolgd.

    Men dient op te merken dat deze raadgevende geneesheren van de verzekeraars, in
    tegenstelling tot de artsen van de A.G.D., pogen de economische ongeschiktheid te evalueren.

3°) Het administratief onderzoek

    In principe is de « aangewezen dienst » gebonden door de beslissing van de A.G.D., wat
    betreft de blijvende ongeschiktheid maar niet wat betreft de tijdelijke ongeschiktheid. Hij moet
    echter wel nazien of de voorwaarden tot toekenning verenigd zijn: betreft het een
    arbeidsongeval in de wettelijke betekenis? Is het wel degelijk een ongeval op de weg naar en
    van het werk? Is het bewijs van het ongeval geleverd?

    Voor de Staat betekent het feit in het bezit te zijn van een ongevalaangifte, van het dossier bij
    de A.G.D. over te maken en door aldus een medische procedure te doen opstarten niet dat hij
    definitief en zonder voorbehoud het recht erkent op vergoeding van het slachtoffer. Het kan
    blijken na het aanhangig maken bij deze gezondheidsdienst dat de overheid vaststelt, bij het
    beschouwen van aanvullende elementen die intussen verzameld werden dat het niet om een
    arbeidsongeval gaat. De medische vaststellingen waarvan de overheid in kennis wordt
                                                                                                  9

    gebracht kunnen nuttig blijken wat bijvoorbeeld het oorzakelijk verband betreft tussen letsel
    en ongeval.

    Indien de overheid dergelijke vaststelling doet, dan heeft de overheid de plicht onmiddellijk de
    A.G.D. te waarschuwen teneinde deze laatste in staat te stellen de aangegane kosten terug te
    winnen.

    Met andere woorden, de overheid kan zelfs de A.G.D. niet aanspreken indien haar overtuiging
    vaststaat bijvoorbeeld dat er klaar en duidelijk geen sprake is van een arbeidsongeval.

    In principe, hebben we gezegd, is de aangewezen dienst gebonden door de beslissing van de
    A.G.D. wat de graad van blijvende ongeschiktheid betreft

    En het klopt dat in de werkelijkheid de graad die door de A.G.D. wordt bepaald zelden wordt
    gewijzigd.

    We hebben echter gezien dat de A.G.D. zich beperkte tot de evaluatie van de fysiologische
    ongeschiktheid, terwijl het de arbeidsongeschiktheid is die in aanmerking dient te worden
    genomen.

    Voor de Rijksambtenaren en voor de personeelsleden van de instellingen van openbaar nut,
    leest men in het verslag aan de Koning dat voorafgaat aan het koninklijk besluit van 24 januari
    1969 dat de aangewezen dienst, indien hij meent dat het past de graad van de P.O. te wijzigen,
    vooraleer een voorstel te doen aan het slachtoffer het akkoord verkrijgen moet van de
    Ministers waarvan de ambtenarenzaken en de begroting afhangen.
    Voorbeeld : het verlies van 2 vingers bij een handarbeider kan een ongeschiktheid met zich
    meebrengen die hoger ligt dan de ongeschiktheid die in het BOBI vermeld staat.

    Zelfde opmerking voor de provincies en gemeenten. Zie het verslag aan de Koning dat
    voorafgaat aan het koninklijk besluit van 13 juli 1970. Maar in de praktijk zijn de provincies
    en gemeenschappen verzekerd en we hebben gezien dat de raadgevende geneesheren van de
    verzekeraars de economische ongeschiktheid trachten te evalueren.

4°) De administratieve beslissing

    In tegenstelling tot de privé-sector worden de akkoorden noch gehomologeerd, noch
    bekrachtigd.

    Men moet een onderscheid maken naargelang het ongeval al dan niet een blijvende
    ongeschiktheid veroorzaakt heeft.

    a) Eerste veronderstelling: het ongeval heeft geen enkele blijvende ongeschiktheid
    veroorzaakt.

         In dit geval stelt de « aangewezen dienst » de uitslag van zijn onderzoek dat besluit tot
         geen enkele vermindering van geschiktheid aan het akkoord voor van het slachtoffer (of
         van zijn rechthebbenden) via aangetekend schrijven bij de post.

         In geval van niet akkoord kan het slachtoffer alleen nog de zaak aanhangig maken bij de
         rechterlijke macht voor het verstrijken van de verjaringstermijn.

    b)   Tweede veronderstelling: het ongeval veroorzaakt een blijvende ongeschiktheid.

         In dit geval stelt de « aangewezen dienst » de betaling van een rente aan het slachtoffer
         (of zijn rechthebbenden) voor.

         - Ofwel gaat het slachtoffer akkoord
                                                                                                       10


                  Voor de Rijksambtenaren en de leden van de instellingen van openbaar nut stelt een
                  ministerieel besluit dit akkoord vast en vermeldt het:

                  - de basisbezoldiging;
                  - de aard van de letsels;
                  - de vermindering van de geschiktheid;
                  - de consolidatiedatum;
                  - het bedrag van de rente.

                  Voor de personeelsleden van de provincies en gemeenten wordt de beslissing
                  betekend aan het slachtoffer of zijn rechthebbenden onder aangetekend schrijven bij
                  de post. Deze beslissing bevat de vermeldingen die hierboven zijn opgenomen.

              - Ofwel gaat het slachtoffer niet akkoord

                  In dit geval kan het slachtoffer alleen nog de zaak aanhangig maken bij de rechterlijke
                  macht voor het verstrijken van de verjaringstermijn.

5)   De gerechtelijke procedure

     Het zijn de arbeidshoven en arbeidsrechtbanken die bevoegd zijn.

     Het slachtoffer dient, naargelang het geval, de Staat, de voogdijminister of het beheersorgaan van
     zijn parastatale of het plaatselijk bevoegd orgaan dagvaarden.
     Hij kan nooit rechtstreeks de verzekeraar van de parastatale of van de plaatselijke overheid
     noch de A.G.D. dagvaarden.

     De gerechtelijke procedure kan niet worden aangevat, op straffe van tergend en roekeloos te
     worden verklaard, voor de afloop van de hiervoor beschreven administratieve procedure, behalve
     indien het slachtoffer de manier betwist waarop er te werk werd gegaan of het gebrek van de
     A.G.D.
     Zij heeft als uitwerking de stuiting van de verjaringstermijn waarover later meer.

     De saisine van de rechtbank stelt in staat een gerechtelijke expertise te eisen en de A.G.D. kan zijn
     medewerking aan de deskundige niet weigeren.

     De procedurekosten zijn normaal ten laste van de Schatkist, de parastatale of de plaatselijke
     overheid, behalve indien de procedure tergend en roekeloos wordt verklaard.

6)   De herziening

     Er kan om een herziening van de vergoedingen worden gevraagd indien deze gegrond is op een
     verergering of verzwakking van het gebrek van het slachtoffer of op het overlijden ervan ten
     gevolge de nasleep van het ongeval.

     a.   Indien er geen enkele blijvende ongeschiktheid meer overblijft en indien het slachtoffer zich
          akkoord heeft verklaard over de beslissing die hem betekend werd.

          In dit geval is het vertrekpunt van de herzieningstermijn de betekening van het aangetekend
          schrijven dat het akkoord van het slachtoffer vaststelt.

          Indien er geen enkele blijvende ongeschiktheid overblijft en het slachtoffer zijn akkoord niet
          verleent, dan kan het slachtoffer alleen nog de gerechtelijke macht aangrijpen voor het
          verstrijken van de verjaringstermijn.
                                                                                                   11

     Ten slotte, indien het slachtoffer zich op het gerecht beroept, dan zal het vertrekpunt van de
     herzieningstermijn het ogenblik zijn waarop de gerechtelijke beslissing in kracht van gewijsde
     is gegaan.

b.   Indien er een blijvende ongeschiktheid overblijft en indien het slachtoffer zich akkoord heeft
     verklaard, dan is het vertrekpunt van de herzieningstermijn:

          ofwel het ministerieel besluit dat het akkoord vaststelt (voor de Rijksambtenaren en de
     personeelsleden van de instellingen van openbaar nut)

          ofwel de betekening door de overheid aan het slachtoffer van het aangetekend schrijven
     dat het akkoord vaststelt (voor de personeelsleden der provincies en gemeenten).

     Indien er een blijvende ongeschiktheid overblijft en het slachtoffer zich niet akkoord verklaart,
     kan het slachtoffer alleen nog de zaak aanhangig maken bij de rechterlijke macht voor het
     verstrijken van de herzieningstermijn.

     Ten slotte, indien het slachtoffer zich op het gerecht beroept, dan zal het vertrekpunt van de
     herzieningstermijn het ogenblik zijn waarop de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde
     is gegaan.

     Indien de herziening uitmondt in een gunstige beslissing, begint de betaling van de
     vergoedingen de eerste dag van de maand die volgt op de indiening van de aanvraag.

     Hoe verloopt de procedure?

     Zij varieert naargelang het personeelslid tot één van de drie koninklijke uitvoeringsbesluiten
     behoort.

     1°) Rijksambtenaren (Koninklijk besluit van 24 januari 1969)

         a.   Aanvraag

              - Het personeelslid richt zijn aanvraag via aangetekend schrijven bij de post naar
                de aangewezen dienst. Hij zal deze vergezellen van alle bewijsstukken.

              - indien het de Minister is die de aanvraag tot herziening indient, zal hij het doen
                via aangetekend schrijven bij de post, gericht tot de « begunstigde ».

         b.   Medisch onderzoek

              - Binnen 48 uren zal dezelfde Minister een exemplaar van de aanvraag tot
                herziening aan de A.G.D. overmaken.

              - Ten laatste drie maand na de indiening van de aanvraag onderzoekt de A.G.D. het
                slachtoffer.

         c.   Beslissing

              De beslissing van de A.G.D. is overgenomen in een ministerieel besluit en aan het
              slachtoffer betekend.

     2°) Personeelsleden van de instellingen van openbaar nut (Koninklijk besluit van 12 juni
         1970)

         - De Minister onder wiens gezag de instelling van openbaar nut A geplaatst is
                                                                                                       12

                 - of het beheersorgaan voor de instellingen van openbaar nut B en D

                 oefenen de bevoegdheden uit die toegekend zijn aan de Minister bij koninklijk besluit van
                 24 januari 1969 en wijzen de medische dienst aan die ertoe geroepen wordt de
                 bevoegdheden van de A.G.D. uit te oefenen. Deze medische dienst kan de A.G.D. zijn.

         3°) Provincies en gemeenten (Koninklijk besluit van 13 juli 1970)

                 - De aanvraag vergezeld van de bewijsstukken wordt naar de door de overheid
                   aangewezen dienst gestuurd. De overheid brengt het personeelslid hiervan op de
                   hoogte.

                 Indien het gaat om een aanvraag tot afzwakking dan is het de overheid die het
                 personeelslid hiervan op de hoogte brengt.

                 - De « medische dienst » betekent zijn beslissing aan de overheid.

                 - In geval van akkoord wordt de beslissing overgenomen in een beslissing van de
                   overheid.

                    Wat gebeurt er indien geen enkele aanvraag tot herziening ingediend wordt?

                    Zes maand voor het verstrijken van de termijn vragen de Minister, het beheersorgaan
                    (instelling B en D) of de overheid aan de A.G.D. om het slachtoffer te onderzoeken.

                    De medische besluiten worden aan de Minister meegedeeld of aan het beheersorgaan
                    of het orgaan van de overheid, ten minste drie maand voor het verstrijken van de
                    termijn.

                    Op basis van deze besluiten kunnen het slachtoffer of de Minister of het
                    beheersorgaan een aanvraag tot herziening indienen.

                    Wat gebeurt er indien het slachtoffer zich nog bij de A.G.D. noch bij de medische
                    dienst aanbiedt?

                    In het geval dat, zonder geldige redenen, en, na twee opeenvolgende oproepen via bij
                    de post aangetekende brief, het slachtoffer zich noch bij de A.G.D. noch bij de
                    medische dienst aanbiedt, dan wordt de uitbetaling van de vergoedingen en rentes
                    opgeschort,

                    - vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de tweede oproep (voor de
                      rijksambtenaren en de instellingen van openbaar nut);

                    - vanaf de eerste maand die volgt op het verstrijken van de termijn voorzien in § 1
                      van artikel 13 van het koninklijk besluit van 13 juli 1970 (voor de provincies en
                      gemeenten)

                    en dit, tot op het ogenblik dat het slachtoffer zich aanbiedt.

7)   Verjaring

     De verjaringstermijn bedraagt 3 jaar.

     Het Hof van Cassatie had beslist dat het vertrekpunt voor de aanvang van de termijn het begin was
     van de tijdelijke ongeschiktheid, dit wil zeggen, meestal, de dag van het ongeval.
                                                                                                     13

     Rekening houdende met de problemen die zich hebben gesteld gedurende de administratieve
     procedure (verplichting de werkelijkheid van de blijvende ongeschiktheid door de bevoegde
     medische dienst te laten nazien) leest men voortaan artikel 20, eerste lid, van de wet op de
     volgende manier:

     « De uitbetalingshandelingen van de vergoedingen verjaren per drie jaar te beginnen vanaf de
     betekening van de betwiste juridische administratief daad. »

     Hieronder begrijpt men elke beslissing die door de werkgever of de medische dienst gedurende de
     duurtijd van de administratieve procedure zou zijn genomen.

     Gezien deze administratieve beslissingen voorbereidende handelingen blijven, begrijpt men dat zij
     nog steeds niet van die aard zijn dat zij aan de censuur van de Raad van State kunnen worden
     onderworpen.

     De termijn kan worden gestuit:

     - via aangetekend schrijven bij de post;

     - door een uitbetalingsvordering uit hoofde van het arbeidsongeval, gesteund op een andere
       oorzaak: bijvoorbeeld, de vordering van het slachtoffer tegen de derde verantwoordelijke; de
       verjaring wordt hervat vanaf het definitieve vonnis;

     - volgens de regels van het burgerlijk recht.

     In deze context is het feit dat een overheid vrijwillig vergoedingen uitbetaalt, te beschouwen als
     een uitdrukkelijke of stilzwijgende erkenning van het slachtoffer en dus als een oorzaak voor de
     stuiting van de verjaringstermijn.

8)   De verzekering

     - De Staat is zijn eigen verzekeraar. Het is derhalve de Schatkist die volledig de last van de
       schade draagt (medische kosten, bezoldigingen, rentes, procedurekosten, verplaatsingsonkosten
       en rechterlijke uitgaven).

     - De parastatalen en de lokale sector kunnen zich verzekeren bij een verzekeringsmaatschappij
       (zie een heel recent koninklijk besluit dienaangaande) maar blijven rechtstreekse schuldenaars
       t.o.v. het slachtoffer.
       De werkgever blijft zijn eigen verzekeraar indien de dekking van de polis niet exhaustief is.
       De eventuele conflicten tussen de werkgever en zijn verzekeraar zijn vreemd aan het slachtoffer.

        De rol van de maatschappij werd aldus verduidelijkt:

        1°) de maatschappij die de herverzekering voor zijn rekening heeft genomen heeft in de
            toepassing van de wet van 3 juli 1967 een zuiver financiële rol. Zij blijft een derde t.o.v.
            het slachtoffer en is geenszins in de plaats gesteld in de verplichtingen en rechten van de
            werkgever die de wettelijke verzekeraar voor het personeelslid blijft;

        2°) bijgevolg dient de aangifte van het ongeval steeds gebeuren bij de administratieve diensten
            van de werkgever en niet bij het herverzekeringsbedrijf. Dit dossier dient aan de
            Administratieve Gezondheidsdienst te worden overgemaakt of aan het orgaan die zijn
            verplichtingen heeft overgenomen maar die nooit de medische dienst van de herverzekeraar
            is;

        3°) alleen de betrokken werkgever is bevoegd om te beslissen over de erkenning van het
            ongeval en de beroepsprocedures dienen te passeren langs de Administratieve
            Gezondheidsdienst en niet via de herverzekeringsmaatschappij;
                                                                                                      14


        4°) een eventuele klacht van het slachtoffer kan alleen worden gericht tegen zijn werkgever en
            niet tegen de herverzekeringsmaatschappij. De personeelsleden dienen geen enkel gevolg
            te geven aan waarschuwingsbrieven of aanmaningsbrieven die hen rechtstreeks van de
            herverzekeringsmaatschappij zouden bereiken: deze laatste heeft alleen de werkgever als
            gesprekspartner en eventueel de Administratieve Gezondheidsdienst, in het bijzonder in
            geval van medische expertise van de A.G.D. Wij herinneren eraan dat de eventuele
            raadgevende geneesheer van de herverzekeringsmaatschappij geen enkel medisch gezag
            uitoefent t.o.v. het slachtoffer;

        5°) wat dit betreft is het belangrijk zich te herinneren dat het de Administratieve
            Gezondheidsdienst is die beslist over het eventuele percentage van blijvende invaliditeit en
            over de consolidatiedatum van het ongeval.

            Het is nuttig eraan te herinneren dat artikel 9, eerste lid, van voornoemd koninklijk besluit
            van 13 juli 1970 voorziet dat de plaatselijke overheid zich kan uitspreken over het feit dat
            het past het percentage invaliditeit dat door de A.G.D. erkend wordt verhoogd dient te
            worden;

        6°) Ten slotte mag de herverzekering niet tot gevolg hebben dat de rechten die aan het
            slachtoffer door de wet van 3 juli 1967 worden toegekend worden verminderd of uitgewist.
            met andere woorden, de openbare werkgever kan zich niet verschuilen achter het advies
            van zijn herverzekeraar om zijn weigering tot toekenning van bepaalde uitkeringen aan het
            slachtoffer te rechtvaardigen.

            Het schiet ons te binnen dat in het bijzonder in de provinciale en lokale besturen de
            terugbetaling van farmaceutische kosten regelmatig geweigerd wordt: deze handelwijze is
            onwettelijk.

9)   Burgerlijke verantwoordelijkheid en subrogatie

     Het slachtoffer kan een rechtsvordering aangaan tegen de verantwoordelijke derde.
     Zelfs indien de verantwoordelijkheid van de derde vanzelfsprekend is, dient het slachtoffer de
     wettelijke uitkeringen te ontvangen.
     Ten slotte mag het slachtoffer het herstel van gemeen recht hiermee niet cumuleren.

     De schuldenaar die de last van de rente draagt, wordt van rechtswege in de plaats gesteld in al de
     rechten, vorderingen en middelen dat het slachtoffer of zijn rechthebbende gemachtigd zouden zijn
     tegen de verantwoordelijke te doen gelden, ten belope van het bedrag van de wettelijke rentes en
     uitkeringen en het bedrag dat gelijk is aan het representatieve kapitaal van deze rentes.

     Hetzelfde geldt voor de bezoldigingen die betaald worden gedurende de periode van tijdelijke
     ongeschiktheid.
     Om de medische medewerking van de A.G.D. kan worden verzocht.

     Bijzonder geval: verkeersongevallen

     Artikel 45 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen heeft in de wet van 21
     november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen een
     artikel 29bis ingelast krachtens hetwelk elk slachtoffer van een verkeersongeval of zijn
     rechthebbenden, met uitzondering van de bestuurders en passagiers van een motorrijtuig, recht
     hebben op een integrale schadeloosstelling, bij uitzondering van de materiële schade, bij elk
     verkeersongeval waarbij een motorrijtuig betrokken is, en dit ten laste van de verzekeraar die de
     aansprakelijkheid dekt van de eigenaar of bezitter van het motorrijtuig of, bij gebrek aan
     verzekering, ten laste van het Gemeenschappelijk waarborgfonds.
                                                                                                           15

       Overigens heeft men daar voorzien dat de verzekeringsinstellingen in de betekenis van de wet van
       9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een stelsel van verplichte verzekering tegen
       ziekte- en invaliditeitsverzekering die voornoemde slachtoffers hebben schadeloosgesteld
       vervangen worden in de rechten dezer slachtoffers.

       Men heeft echter nagelaten een vergelijkbare uitbreiding te voorzien van het subrogatierecht in
       hoofde van de verzekeraar tegen de arbeidsongevallen die voornoemde slachtoffer van een
       verkeersongeval of hun rechthebbenden schadeloos heeft gesteld. Bovendien is er voor de
       handeling die de slachtoffers of rechthebbenden kunnen instellen tegen de autoverzekeraar
       krachtens het nieuw artikel 29 bis van voornoemde wet van 21 november 1989 geen enkel verbod
       op de cumulatie met de uitkeringen voor arbeidsongeval en men heeft evenmin de orde bepaald
       waarin de slachtoffers of hun rechthebbenden de vorderingen kunnen uitoefenen die gesteund zijn
       op voornoemd artikel 29 bis en op de wet van 3 juli 1967.

       Om deze lacunes te dichten, werd een nieuw artikel 14 bis in de wet van 3 juli 1967 ingelast. Het
       regelt de cumulatie van het herstel van de wet over de arbeidsongevallen met de uitkeringen die
       zich steunen op artikel 29 bis van voornoemde wet van 21 november 1989 op een gelijklopende
       wijze aan hetgeen reeds het geval is op dit ogenblik voor de cumulatie met het herstel dat wordt
       verleend krachtens het gemene aansprakelijkheidsrecht.


C) DE BEROEPSZIEKTEN

   Voornoemde wet van 3 juli 1967 regelt het voorkomen en het herstel der beroepsziekten.
   Alle bepalingen die voorafgaan zijn hierop van toepassing behalve de specificiteit die hierna volgen.

   Onder beroepsziekten begrijpt men de ziekten die als dusdanig worden erkend in uitvoering van de
   vigerende wetgeving in de privé-sector.

   Een beroepsziekte is een moeilijk te bepalen ziekte omdat de schade zich lang na de blootstelling aan
   het risico kan voordoen. De duur van de blootstelling die schadelijke gevolgen met zich meebrengt kan
   lang of kort zijn, de band tussen de ziekte en de blootstelling kan delicaat zijn om te bewijzen en de
   oorsprong van de ziekte kan onzeker zijn.

   Dit is de reden waarom een lijst met vergoedbare ziekten werd opgesteld.
   Negatief gevolg: indien de ziekte in de lijst niet is opgenomen, kan het slachtoffer geen aanspraak
   maken op enig herstel, zelfs indien de band met het werk bewezen is. Indien het overlijden van het
   slachtoffer niet in verband is met de beroepsziekte worden de rechthebbenden uitgesloten uit het
   voordeel van het herstel.

   Deze lijst geeft geen enkele aanduiding van blootstelling noch enige medische aanduiding van de ziekte.

   Positief gevolg: indien de ziekte in de lijst opgenomen is, geniet het slachtoffer 2 vermoedens:

   1°) het oorzakelijk verband tussen de ziekte en het beroep is van rechtswege verondersteld, indien het
       aantoont blootgesteld te zijn geweest aan het beroepsrisico en aangetast te zijn door een ziekte die
       in de lijst opgenomen staat.

   2°) een vermoeden van blootstelling aan het risico indien het in een van de nijverheden heeft gewerkt
       die in een koninklijk besluit opgesomd zijn.

   Deze lijst werd onlangs aangevuld met een « systeem buiten de lijst »: het betreft elke ziekte die, hoewel
   die niet op de lijst vermeld staat, haar bepalende en rechtstreekse oorzaak vindt in de uitoefening van
   zijn ambt. Hier kan geen enkel vermoeden worden ingeroepen.

   De A.G.D. kan een beroep doen op de deskundigheid van het Fonds voor Beroepsziekten.
                                                                                                    16

Dit Fonds, dat een parastatale is, komt evenwel niet tussen om de slachtoffers schadeloos te stellen,
behalve voor de LOKALE sector. In deze laatste sector zijn de lokale overheden die bij de RSZPPO
aangesloten zijn ertoe gehouden bij voornoemd Fonds bij te dragen (0,17%) en deze stelt de slachtoffers
schadeloos.

De personeelsleden die bedreigd zijn door een beroepsziekte en die ertoe worden gebracht tijdelijk hun
ambt niet meer uit te oefenen, worden voor de nodige duur ambtshalve in verlof geplaatst. Het kapitaal
aan ziekteverlof wordt hierdoor niet verminderd.

								
To top