PROGRAMMA 0

Document Sample
PROGRAMMA 0 Powered By Docstoc
					Begroting 2011
van de Stadsregio Amsterdam




vastgesteld door het Dagelijks Bestuur
op 22 april 2010
voor de Regioraad van 29 juni 2010
Leeswijzer   ................................................................................................................................................3

Deel 1       De programmabegroting .........................................................................................................5
             01 Openbaar Vervoer ......................................................................................................................... 7
             02 Infrastructuur .............................................................................................................................. 9
             03 Ruimtelijke Projecten en Mobiliteitsbeleid ....................................................................................11
             04 Economie        .............................................................................................................................13
             05 Regionale Woningmarkt ...............................................................................................................15
             06 Jeugdzorg       .............................................................................................................................17
             07 Bestuur en Communicatie ............................................................................................................21
             Paragrafen         .............................................................................................................................23
             a.     Lokale heffingen .....................................................................................................................25
             b.     Weerstandsvermogen ............................................................................................................26
             c.     Onderhoud kapitaalgoederen .................................................................................................31
             d.     Financiering ............................................................................................................................31
             e.     Bedrijfsvoering........................................................................................................................33
             f.     Verbonden partijen .................................................................................................................34
             g.     Grondbeleid ............................................................................................................................34

Deel 2       De financiële begroting .........................................................................................................35
             2.1    Inleiding   .............................................................................................................................37
             2.2    Nieuwe indeling in programma‟s ............................................................................................37
             2.3    Naar een sluitende begroting .................................................................................................38
             2.4    Eerste wijziging begroting 2010 ..............................................................................................39
             2.5    Overzicht van baten en lasten voor resultaatbestemming ......................................................41
             2.6    Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien ..........................................................................41
             2.7    Verdeling BDU Verkeer en Vervoer ........................................................................................42
             2.8    Resultaatbestemming .............................................................................................................44
             2.9    Meerjarenperspectief ..............................................................................................................45

Bijlagen     ..............................................................................................................................................47
             a.        Personeelsbegroting ..............................................................................................................49
             b.        Kostenverdeelstaat .................................................................................................................50




                                                          De specificatie van de gemeentelijke bijdrage is opgenomen in
                                                          paragraaf a. Lokale heffingen van de programmabegroting

                                                          Door afronding kunnen verschillen in totaaltellingen
                                                          voorkomen. Aan genoemde bedragen kunnen geen rechten
                                                          worden ontleend.
Leeswijzer

De begroting van de Stadsregio
De begroting van de Stadsregio volgt de in het          beleid met de daarbij behorende baten en lasten.
Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)               De financiële begroting geeft informatie over alle
voorgeschreven indeling en bestaat daardoor uit         programmatotalen, de algemene dekkingsmiddelen
twee delen: de programmabegroting en de                 en de verrekeningen met de reserves en vooruit-
financiële begroting. In het programmabegroting         ontvangen middelen.
vindt u per programma een beschrijving van het


De Programmabegroting
De begroting 2011 volgt de programma-indeling           Gebiedsagenda Noord-West Nederland op te
zoals deze onlangs gepresenteerd is in de concept-      stellen. Dit mede ten behoeve van de tweejaarlijkse
regionale agenda 2010-2014 en het werkplan 2010.        overleggen die de regio heeft met het Rijk in het
Dit betekent dat de volgende programma‟s                kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur
onderscheiden worden:                                   Ruimte en Transport (MIRT), waar dus de fysieke
01 Openbaar Vervoer                                     ruimtelijke component volledig is geïntegreerd.
02 Netwerken Infrastructuur                             Onderbrengen van projecten als verstedelijkings-
03 Ruimtelijke projecten en Mobiliteitsbeleid           afspraken en woningbouwplanning aan programma
04 Economie                                             5 “Regionale Woningmarkt” leidt ertoe dat dit
05 Regionale Woningmarkt                                programma nu expliciet gaat over zowel vraag
06 Jeugdzorg                                            (kwaliteit) als aanbod (kwantiteit) van de regionale
07 Bestuur en Communicatie.                             woningmarkt.

Bij deze indeling zijn de taken en de daarbij           Het onderbrengen van „ruimtelijke ordeningstaken‟
behorende budgetten die stadsregio vervult op           bij deze 2 programma‟s is ook in financiële zin
terrein van de ruimtelijke ordening ondergebracht bij   (baten en lasten) doorgevoerd voor zowel het
de programma‟s 03 “Ruimtelijke projecten en             begrotingsjaar 2011 als eerdere jaren waarbij in
Mobiliteitsbeleid” en 05 “Regionale Woningmarkt”.       verband met de sterke verwevenheid met mobiliteit
In programma 03 wordt door toevoeging van het           en infrastructuur programma 03 “Ruimtelijke
thema ruimte beter aansluiting verkregen met            projecten en mobiliteitsbeleid” vanaf 2011 geheel
samenhangende (fysieke) opgaven op het terrein          (uitvoeringkosten, onderzoek- en studiekosten en
van mobiliteit en infrastructuur. Steeds meer worden    personeelkosten incl. overhead) ten laste komt van
opgaven integraal gebiedsgericht opgepakt in een        de    BDU.     In   programma     05    “Regionale
„gebiedsontwikkeling‟. Daarnaast ondersteunt de         Woningmarkt” komen onderzoek- en studiekosten
toevoeging van het thema ruimte aan programma           en personeelskosten inclusief overhead ten laste
03 ook de lijn die het Rijk met de metropoolregio       van de ontvangen bijdragen van de gemeenten
heeft ingezet om een samenhangende (ruimte,
mobiliteit economie, verstedelijking, duurzaamheid)


De paragrafen en de gemeentelijke bijdrage van € 2,23 per inwoner
Naast een toelichting per programma zijn in de          beleidsuitgangspunten genoemd die het dagelijks
programmabegroting ook de zes verplichte                Bestuur in acht moet nemen bij de beheerzaken die
paragrafen opgenomen. Elke paragraaf behandelt          in de paragrafen aan de orde komen.
een      beheeronderwerp.      Beheeronderwerpen        In de paragraaf Lokale heffingen wordt de
behoren tot de bevoegdheid van het Dagelijks            gemeentelijke bijdrage per gemeente gegeven. De
Bestuur. Om de raad zeggenschap te geven over           gemeentelijke bijdrage voor 2011 komt uit op € 2,23
het beleid dat het Dagelijks Bestuur voert bij deze     per inwoner ten opzichte van € 2,20 voor 2010. De
beheerzaken zijn er de verplicht voorgeschreven         gemeentelijke bijdrage is uitsluitend aangepast voor
paragrafen. In de paragrafen worden de                  de loon- en prijsontwikkeling. Het gebruikte


                                                                                                          3
indexcijfer, Bruto Binnenlands Product, is volgens                          In de paragraaf Weerstandsvermogen worden de
het ministerie van Binnenlandse Zaken het best                              beschikbare    mogelijkheden  om     financiële
passend bij de ontwikkeling van het gemeentefonds.                          tegenvallers op te vangen geconfronteerd met
                                                                            risico‟s.



De financiële begroting
In de financiële begroting komen de financiële,                             Resultaatbestemmen wordt vaak een moeilijk
programma overschrijdende onderwerpen aan de                                onderwerp gevonden. Resultaatbestemmen gaat
orde.                                                                       over onttrekkingen en toevoegingen aan de
                                                                            reserves. Reserves hebben een bufferfunctie
Een belangrijk onderdeel zijn de algemene                                   waarmee onverwachte tegenvallers opgevangen
dekkingsmiddelen: inkomsten die aan elke uitgave                            kunnen worden maar reserves kunnen ook als
besteed mogen worden. Voor gemeenten is de                                  spaarpot voor grotere uitgaven gebruikt worden.
uitkering uit het Gemeentefonds het belangrijkste                           Reserves kunnen gezien worden als een spaarpot.
algemene dekkingsmiddel, voor de Stadsregio is de
gemeentelijke bijdrage het belangrijkste algemeen                           In de programmabegroting wordt bij elk programma
dekkingsmiddel. De financiële begroting geeft                               een overzicht van de baten en lasten gegeven
inzicht hoe dit algemeen dekkingsmiddel wordt                               inclusief de resultaatbestemming. De financiële
ingezet voor de begrotingsprogramma‟s.                                      begroting geeft het overzicht van al deze
                                                                            verrekeningen en de gevolgen daarvan op de
                                                                            reserves.
.


De planning en controlcyclus van de Stadsregio
In het BBV wordt voorgeschreven dat bij elk                                 verwachten we voor 2011 beantwoord. Met het
programma de volgende drie vragen aan de orde                               Werkplan 2011, dat de regioraad in december 2010
komen:                                                                      ter vaststelling krijgt aangeboden wordt dit
    Wat willen we bereiken                                                 uitgewerkt met een antwoord op de vraag Wat gaan
   Wat gaan we daarvoor doen                                               we daarvoor doen in 2011.
   Wat mag het kosten                                                      De planning en controlcyclus bij de Stadsregio heeft
De vraag Wat gaan we daarvoor doen beantwoordt                              dus een iets andere vorm dan bij gemeenten. In
de Stadsregio in twee stappen. In de begroting                              onderstaand overzicht is de cyclus weergegeven.
wordt de meer kaderstellende vraag Wat

Documenten planning en controlcyclus begroting 2011
Regioraad                     document verslagjaar                                                         documenten van andere jaren


Juni ............. 2010       begroting 2011...................................................            actualisatie begroting 2010 en
                              ..........................................................................   Jaarstukken 2009

Oktober ........ 2010         ..........................................................................   Halfjaarrapportage 2010

December ... 2010             Werkplan 2011 ..................................................             ---

Juni ............. 2011       actualisatie begroting 2011 ................................                 begroting 2012 en
                              ..........................................................................   Jaarstukken 2010

Oktober ........ 2011         Halfjaarrapportage 2011 ....................................                 ---

December .... 2011            ..........................................................................   werkplan 2012

Juni            2012          vaststellen Jaarstukken 2011 ............................                    actualisatie begroting 2012 en
                              ..........................................................................   Begroting 2013




                                                                                                                                            4
Deel 1 De programmabegroting




                               5
6
01 Openbaar Vervoer
Portefeuillehouder:      Openbaar Vervoer
Budgethouder:            N. van Paridon




Waar gaat het over?
De Stadsregio maakt het openbaar vervoer in de       beschouwd met een grotere betrouwbaarheid,
Stadsregio Amsterdam ieder jaar beter voor de        hogere frequenties en kortere reistijden. Het
reiziger. Dit moet zich vertalen in een vergroot     openbaar busvervoer moet toegankelijk zijn voor
marktaandeel van OV ten opzichte van de auto en      alle reizigers, zowel in het materieel als op de haltes
toegenomen klanttevredenheid. De ambitie is een
aantrekkelijk openbaar vervoer, waarbij het OV als
visitekaartje   van  de    Metropoolregio    wordt




Wat willen we bereiken in 2010 - 2014?

Marktaandeel OV: openbaar vervoer en fiets           Klanttevredenheid OV: het openbaar vervoer is
moeten in de spits samen marktaandelen halen van     overal goed herkenbaar en vormt het visitekaartje
70% in hoogstedelijke gebieden, 50% in grote         van de Metropool, en kan de vergelijking doorstaan
kernen en 30% in kleine kernen.                      met het OV in andere Europees metropolen. We
                                                     gaan      naar    een    jaarlijkse toename    van
                                                     klanttevredenheid in iedere concessie (gemeten in
                                                     de jaarlijkse barometer).



Wat verwachten we voor 2011?
Onderstaand een aantal belangrijke taken en          handhaven van het huidige voorzieningenniveau
projecten die in 2011 worden uitgevoerd. In het      een belangrijk streven is.
Werkplan 2011 worden deze taken en projecten
verder uitgewerkt en gedetailleerd gepresenteerd.    Verder zal met name het beheer van de verleende
De Regioraad stelt dit werkplan vast in het najaar   concessies de nodige aandacht vergen.
van 2011.
                                                     -(Toepassing)     nieuw     beleidskader   Sociale
-Verlening van de OV-concessie Amsterdam 2012        Veiligheid.
door middel van onderhandse gunning aan GVB.         -OV marketing d.m.v. gerichte acties van het
Daartoe worden eind augustus 2010 het                Marketingbureau
concessiebesluit en de uitvoeringsovereenkomst       -Uitwerken productformule MRA net
ondertekend.                                         -Verbeteren reisinformatie, waaronder Dynamische
-De huidige concessie Waterland loopt af in          Reis Informatie (DRIS)
december 2011. De komende concessie zal in het       -bestelling van nieuw metromaterieel voor de
teken staan van continueren van de sterke punten     bestaande metro en voor de Noord/Zuidlijn (AMSYS
van de huidige concessie, waarbij minimaal           project)




                                                                                                          7
Wat mag het kosten?
01 Openbaar Vervoer                              Rekening      Vastgestelde      Gewijzigde        Begroting
                                                    2009     begroting 2010   begroting 2010           2011


Baten
         inzet BDU verslagjaar                337.217.728       339.048.900     381.835.900      355.620.600
         inzet BDU voorgaande jaren               165.000                 0               0        5.853.600
         Rente                                  2.146.609         1.469.800       1.205.100        1.819.600
         Overige baten                         11.895.788         7.560.900       8.899.800        8.899.800
         Totaal Baten                         351.425.125       348.079.600     391.940.800      372.193.700

Lasten
         Subsidies Uitvoering                 343.771.627       341.610.400     385.686.800      365.286.800
         Toevoegingen vooruitontvangen          2.299.258         1.242.900         956.400        1.684.400
         Overige lasten                         1.328.888                 0               0                0
         Projecten onderzoek en studie          2.303.344         2.795.000       2.795.000        2.795.000
         Personeel                              1.104.487         1.433.300       1.488.200        1.518.000
         Doorbelaste overhead                     770.171           771.100         765.700          774.200
         Totaal Lasten                        351.577.774       347.852.700     391.692.100      372.058.400

Baten en Lasten vóór resultaatbestemming        - 152.649           226.900         248.700          135.200

Resultaatbestemming
       Vrijval Reserves                           152.649                 0               0                0
       Toevoegingen reserves                            0           226.900         248.700          135.200
       Resultaatbestemming                        152.649         - 226.900       - 248.700        - 135.200

Saldo na resultaatbestemming                           0                  0                0               0



Toelichting op de financiële gegevens
De begroting 2010 is geactualiseerd op basis van            De post Subsidies uitvoering is in de
de BDU beschikking voor 2010 die de minister van            geactualiseerde begroting 2010 incidenteel hoger
verkeer en waterstaat op 28 december 2009 heeft             door toekenning van een incidenteel budget voor
verstuurd. In de geactualiseerde begroting zijn ook         tunnelveiligheid openbaar vervoer
de gevolgen van het Uitvoeringsprogramma 2010               Het belangrijkste deel van de post Subsidies
verkeer en vervoerbeleid verwerkt. De regioraad             uitvoering bestaat uit de openbaar vervoer
heeft het Uitvoeringsprogramma 2010 in de                   concessies van de Stadsregio. De Stadsregio heeft
vergadering van 15 december 2009 vastgesteld.               de volgende 4 concessies.

Concessies openbaar vervoer                      Rekening      Vastgestelde      Gewijzigde        Begroting
                                                    2009     begroting 2010   begroting 2010           2011
         Concessie Amsterdam                  274.980.221       273.119.052     292.255.425      271.855.425
         Concessie Amstelland/Meerlanden       37.317.048        37.124.904      39.603.839       39.603.839
         Concessie Zaanstreek                   9.531.829         9.640.259      10.175.896       10.175.896
         Concessie Waterland                   11.897.009        12.707.188      15.410.351       15.410.351




                                                                                                           8
02 Infrastructuur
Portefeuillehouders:       Verkeer en Openbaar Vervoer
Budgethouder:              A. Colthoff




Waar gaat het over?
-Verbeteren van bestaande netwerken auto,                Ten behoeve van de uitvoering van het
openbaar vervoer en fiets waardoor deze optimaal         mobiliteitsbeleid (RVVP), verricht de Stadsregio
kunnen functioneren en het versterken van de             verschillende activiteiten:
samenhang tussen deze netwerken.
-Betere spreiding van het spitsverkeer door het                  Ontwikkeling van infrastructuurbeleid.
bijsturen van de vraag naar mobiliteit.                          Programmanagement van infrastructuur
-Verbeteren verkeersveiligheid in de regio.                       programma´s.
-Oplossen       van     lokale      en      regionale            Uitvoeren van infrastructuurprojecten.
leefbaarheidproblemen als geluid, uitstoot en
sluipverkeer.



Wat willen we bereiken in 2010 - 2014?
-Netwerk OV: Openbaar vervoer en fiets moeten in         knooppunten binnen de regio wordt verbeterd en
de spits samen marktaandelen halen van 70% in            uitgebreid.
hoogstedelijke gebieden, 50% in grote kernen en          -Verkeersveiligheid:
30% in kleine kernen                                     Reductie van het aantal verkeersslachtoffers met
-Netwerk Fiets: Verhogen fietsgebruik door               het nationale streefbeeld voor het aantal
verbeteringen aan het netwerk van fietspaden.            verkeersdoden     en   ziekenhuisgewonden     als
-Netwerk Weg: Betrouwbaarheid: 95% van de                uitgangspunt.
verplaatsingen in de spits is op tijd (max. 10           -Ketenmobiliteit: Sterkere samenhang tussen de
minuten korter of langer dan de verwachte reistijd).     ketens auto-OV en fiets-OV en verbetering van de
-Verbetering       Knooppunten:      Hoogwaardige        overstap op OV-knooppunten
regionale knooppunten die fungeren als geoliede
overstapmachines. Het stelsel van multimodale



Wat verwachten we voor 2011 ?
Onderstaand een aantal belangrijke taken en              -Ontwikkeling van infrastructuurbeleid
projecten die in 2011 worden uitgevoerd. In het          -Activiteiten Ketenmobiliteit (Actieplan en uitvoering
Werkplan 2011 worden deze taken en projecten             projecten OV-Bureau Randstad)
verder uitgewerkt en gedetailleerd gepresenteerd.        -Opwaarderen OV-knooppunten
                                                         -Verbeteren fietsnetwerk
De Regioraad stelt dit werkplan vast in het najaar
                                                         -Weg-visie 2010-2030
van 2011.
                                                         -Planstudies Rijkswegen
                                                         -Activiteiten Verkeersveiligheid
-Uitvoering Halteplan Toegankelijkheid
                                                         -Programmamanagement van
-Diverse HOV studies
                                                         infrastructuurprogramma´s
-Ombouw Amstelveenlijn




                                                                                                             9
Wat mag het kosten?

02 Infrastructuur                                Rekening      Vastgestelde      Gewijzigde        Begroting
                                                    2009     begroting 2010   begroting 2010           2011


Baten
   inzet BDU verslagjaar                       57.365.808       91.563.000       59.056.800      79.355.400
   inzet BDU voorgaande jaren                           0       69.666.800                0               0
   Rente                                        3.865.742        2.666.800        2.686.700       3.791.800
   Overige baten                                    1.753                0                0               0
   Werk voor derden uitgevoerd                    175.000          175.000          175.000         175.000
   Overige lasten                                       0                0                0               0
   Totaal Baten                                61.408.303      164.071.600       61.918.500      83.322.200

Lasten
   Subsidies Uitvoering                        54.340.866      156.705.300       54.522.000      74.784.000
   Toevoegingen vooruitontvangen                4.576.393        3.243.200        2.158.800       3.878.100
   Projecten onderzoek en studie                1.389.609        2.500.000        2.500.000       2.500.000
   Personeel                                    1.045.480        1.397.000        1.412.600       1.440.800
   Doorbelaste overhead                           766.605          802.500          797.200         805.600
   Totaal Lasten                               62.118.954      164.648.000       61.390.600      83.408.500

Baten en Lasten vóór resultaatbestemming        - 710.651        - 576.400          527.900        - 86.300

Resultaatbestemming
   Vrijval Reserves                               710.651          576.400                0          86.300
   Toevoegingen reserves                                0                0          527.900               0
   Resultaatbestemming                            710.651          576.400        - 527.900          86.300

Saldo na resultaatbestemming                           0                  0               0               0




Toelichting op de financiële gegevens
De begroting 2010 is geactualiseerd op basis van            subsidieaanvragers, dat zijn de wegbeheerders in
de BDU beschikking voor 2010 die de minister van            de Stadsregio, erin slagen voortgang te boeken.
verkeer en waterstaat op 28 december 2009 heeft             Voor de jaren 2010 en 2011 is de verwachting dat
verstuurd. In de geactualiseerde begroting zijn ook         het aan infrastructuur toegedeelde budget niet
de gevolgen van het Uitvoeringsprogramma 2010               volledig wordt besteed. De planning in het
verkeer en vervoerbeleid verwerkt. De regioraad             Uitvoeringsprogramma 2010 laat zien dat vanaf
heeft het Uitvoeringsprogramma 2010 in de                   2013 het BDU budget volledig wordt besteed en de
vergadering van 15 december 2009 vastgesteld.               in voorgaande jaren als niet bestede middelen
                                                            alsnog worden ingezet.
 De besteding van middelen bij dit programma wordt
hoofdzakelijk bepaald door het tempo waarin de




                                                                                                        10
03 Ruimtelijke Projecten en Mobiliteitsbeleid
Portefeuillehouders:      Regionale woningmarkt en ruimtelijke ordening; Verkeer
Budgethouder:             H. de Neef




Waar gaat het over?
Een     goed    samenspel      tussen   ruimtelijke       samenhangende benadering wordt steeds meer in
ontwikkelingen en verkeer en vervoermaatregelen,          de projecten en in de werkwijze van de Stadsregio
waarbij bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid        Amsterdam opgenomen, conform de werkwijze van
van    de    omgeving    centraal   staan.   Deze         het MIRT.



Wat willen we bereiken in 2010 - 2014 ?
Verkeersveiligheid:                                       -Knelpunten geluid en externe veiligheid reduceren
Terugdringen van het aantal verkeersongevallen en         en in nieuwe situaties overlast beperken.
het verbeteren van het verkeersgedrag door het
aanbieden van verkeerseducatie, verbeteren van            Ruimtelijke ontwikkeling rond knooppunten :
veilige infrastructuur en het voeren van gerichte         Optimaal benutten van de potentie van
campagnes in samenhang met handhavingsacties              knooppunten door het creëren van hoge(re)
van de politie.                                           dichtheden, toevoegen nieuwe functies en
                                                          verbeteren van de bereikbaarheid o.a. door
Goederenvervoer:                                          scheppen van kansen voor HOV.
Vlotte   doorstroming    en     afwikkeling  van
goederenvervoer over de weg, het stimuleren van           Gebiedsgericht samenwerken /              beleids-
vervoer over water en spoor en het bereikbaar             ontwikkeling:
houden van bedrijven stedelijke centra en winkels         Meer samenhang tussen ruimtelijke thema's en
ten behoeve van bevoorrading.                             mobiliteit en tussen lokale, regionale en
                                                          rijksprogramma´s door gebiedsgerichte samen-
Monitoren en onderzoek mobiliteit:                        werking en regionale beleidsontwikkeling.
Regionaal verkeersonderzoek en evaluaties op
diverse beleidsonderdelen zodat beleid actueel en         Subsidieverlening:
dynamisch blijft en bijsturing kan plaatsvinden.          hulpmiddel om de programma‟s van de thema‟s
                                                          openbaar     vervoer,  netwerken   infrastructuur,
Duurzame Mobiliteit / Leefbaarheid :                      verkeersveiligheid - gedrag en (deels) ruimtelijke
-Minder CO2-uitstoot, lager energieverbruik en            projecten en mobiliteitsbeleid tot uitvoering te
betere luchtkwaliteit.                                    brengen.



Wat verwachten we voor 2011 ?
Onderstaand een aantal belangrijke taken en               de spits met 5%, zoals telewerken, OV-passen en
projecten die in 2011 worden uitgevoerd. In het           het uitvoeren van een geslaagde proef Anders
Werkplan 2011 worden deze taken en projecten              Betalen voor Mobiliteit uitgevoerd met vrijwillige
verder uitgewerkt en gedetailleerd gepresenteerd.         deelnemers.
De Regioraad stelt dit werkplan vast in het najaar        -Uitvoeren programma Goederenvervoer
van 2010.                                                 -Opleveren en in gebruik nemen van het VENOM
-Uitvoeren van het programma Taskforce Ontspits           verkeersmodel voor de regio.
om te komen tot een reductie van het autogebruik in



                                                                                                        11
-Periodiek voortgang van de uitvoering Regionaal                -Voorbereiding van de halfjaarlijkse MIRT
Verkeer en Vervoerplan in beeld brengen.                        gesprekken tussen rijk en regio.
-Tweejaarlijkse evaluatie RVVP.                                 -Monitoren en begeleiding van gemeentelijke
-Verkenning naar een nadere uitwerking van                      plannen.
duurzaamheid in de thema‟s Bereikbaarheid,                      -Leveren van (financiële) bijdragen aan de realisatie
Verstedelijking en Economische ontwikkeling.                    van    verkeersveiligheidprojecten      binnen      de
-Het verlenen van subsidies en het stimuleren en                Stadsregio Amsterdam.
volgen van projecten uit het actieplan Luchtkwaliteit.          -Afstemmen       bereikbaarheid      en    ruimtelijke
-Programma       Ruimtelijke     ontwikkeling   rond            ontwikkeling op regionale schaal en het borgen van
knooppunten in Metropoolregioverband.                           de    ruimtelijk-regionale     inbreng    in    grote
                                                                ontwikkelingsprojecten als de Zuidas en OV-Saal.


Wat mag het kosten?

04 Ruimtelijke projecten en mobiliteitsbeleid       Rekening       Vastgestelde        Gewijzigde           Begroting
                                                       2009      begroting 2010     begroting 2010              2011


Baten
   inzet BDU verslagjaar                           6.445.312         20.829.000        17.557.000         17.337.000
   inzet BDU voorgaande jaren                              0                  0         3.992.300          4.233.100
   Rente                                             449.957            367.300           328.400            452.800
   Overige baten                                      13.768                  0                 0                  0
   Werk voor derden uitgevoerd                       158.597            311.500           301.400            301.400
   Totaal Baten                                    7.067.634         21.507.800        22.179.100         22.324.200

Lasten
   Subsidies Uitvoering                            4.489.664         18.123.400        18.535.100         18.535.100
   Toevoegingen vooruitontvangen                     502.251            373.900           295.800            448.200
   Overige lasten                                         12                  0                 0                  0
   Projecten onderzoek en studie                   1.253.120          2.125.000         2.085.100          2.085.100
   Personeel                                         541.695            558.700           797.900            813.900
   Doorbelaste overhead                              333.186            333.400           432.500            437.300
   Totaal Lasten                                   7.119.929         21.514.400        22.146.500         22.319.700

Baten en Lasten vóór Resultaatbestemming             - 52.294            - 6.600            32.600              4.500

Resultaatbestemming
   Vrijval Reserves                                  182.793               6.600                 0                  0
   Toevoegingen reserves                             130.498                   0            32.600              4.500
   Resultaatbestemming                                52.294               6.600          - 32.600            - 4.500

   Saldo na resultaatbestemming                            0                   0                  0                 0



Toelichting op de financiële gegevens
De begroting 2010 is geactualiseerd op basis van                de gevolgen van het Uitvoeringsprogramma 2010
de BDU beschikking voor 2010 die de minister van                verkeer en vervoerbeleid verwerkt. De regioraad
verkeer en waterstaat op 28 december 2009 heeft                 heeft het Uitvoeringsprogramma 2010 in de
verstuurd. In de geactualiseerde begroting zijn ook             vergadering van 15 december 2009 vastgesteld.




                                                                                                                  12
04 Economie
Portefeuillehouder:       Economie
Budgethouder:             H. de Neef




Waar gaat het over?
Versterking van de zakelijke dienstverlening,          toeristisch product (meer hotelkamers), meer
aanleg en herstructurering bedrijventerreinen en       internationale     evenementen      (Uitvoeren
versterken van Schiphol, Haven en Greenport.           Economische Agenda van het PRES).
Stimuleren van de creatieve kenniseconomie,
onderwijs en arbeidsmarkt, en verbeteren van het



Wat willen we bereiken in 2010 - 2014 ?
Werklocaties:                                          Toerisme & Recreatie:
Realiseren marktconforme balans tussen vraag en        (Toeristisch Actieplan Metropoolregio Amsterdam -
aanbod van locaties boor bedrijven, kantoren,          TAMA):
winkels binnen de afgesproken regionale ruimtelijke    - Internationale toerisme in de Metropoolregio
kaders.                                                Amsterdam groeit met 3,5% per jaar;
                                                       - In 2015 bezoekt 20% van de bezoekers aan
                                                       Amsterdam een activiteit buiten de stad Amsterdam
                                                       (2007:14%)



Wat verwachten we voor 2011 ?
Onderstaand een aantal belangrijke taken en            -   uitvoering    PRES    agenda,     incl.  PRES
projecten die in 2011 worden uitgevoerd. In het            uitvoeringsstructuur
Werkplan 2011 worden deze taken en projecten           -   implementatie nieuw detailhandelsbeleid
verder uitgewerkt en gedetailleerd gepresenteerd.      -   continuering van het project „Amsterdam
                                                           Bezoeken, Holland Zien’ gericht op toename en
De Regioraad stelt dit werkplan vast in het najaar
                                                           betere spreiding van het toerisme in de MRA.
van 2010.
                                                       -   uitvoeren Pieken in de Delta projecten, o.m.
2011 zal in het teken staan van het uitvoeren van de
                                                           gericht op stimuleren zakelijke toerisme en
afspraken zoals die in 2010 gemaakt zijn. Het gaat
                                                           congressen.
hier m.n. om:
                                                       -   Continueren hotelmonitor, evaluatie van de
-    implementatie nieuwe Plabeka-afspraken m.b.t.
                                                           hotelontwikkeling en aanbevelingen voor het
     balans vraag-aanbod bedrijventerreinen en
                                                           behalen van de doelstellingen voor 2015.
     kantoren
-    uitvoering Plabeka herstructureringsprogramma




                                                                                                    13
Wat mag het kosten?
04 Economie                                      Rekening       Vastgestelde       Gewijzigde         Begroting
                                                    2009      begroting 2010    begroting 2010            2011


Baten
         Rente                                           0                  0                0                0
         Overige baten                               7.050                  0                0                0
         Werk voor derden uitgevoerd             1.021.003                  0                0                0
         Totaal Baten                            1.028.052                  0                0                0
Lasten
         Subsidies Uitvoering                      304.111           510.000           510.000          410.000
         Toevoegingen vooruitontvangen           1.071.892                 0                 0                0
         Overige lasten                              3.000                 0                 0                0
         Projecten onderzoek en studie             347.756           480.000           480.000          387.800
         Personeel                                 217.912           240.200           248.300          253.300
         Doorbelaste overhead                      124.004           123.900           123.300          124.600
         Totaal Lasten                           2.068.674         1.354.100         1.361.600        1.175.700

Baten en Lasten vóór resultaatbestemming       - 1.040.622       - 1.354.100       - 1.361.600      - 1.175.700

Saldo na resultaatbestemming                   - 1.040.622       - 1.354.100       - 1.361.600      - 1.175.700



Toelichting op de financiële gegevens
De post Werk voor derden uitgevoerd in de                    project is een samenwerkingsverband van
jaarrekening 2009 heeft betrekking op bijdragen van          gemeenten binnen en buiten de Stadsregio, twee
voornamelijk medeoverheden voor samenwerkings-               provincies en het rijk.
projecten die door de Stadsregio worden
uitgevoerd.                                                  Omdat de bijdragen van de deelnemers aan de
                                                             samenwerkingsprojecten niet volledig in 2009 zijn
Een voorbeeld is het project „Amsterdam bezoeken,            besteed, zijn deze middelen toegevoegd aan een
Holland zien‟ dat bedoeld is om bezoekers van                voorziening om de lasten in latere jaren te dekken.
Amsterdam langer te laten verblijven door bezoek
aan de omgeving van Amsterdam te stimuleren. Dit




                                                                                                            14
05 Regionale Woningmarkt
Portefeuillehouder:      Regionale woningmarkt en ruimtelijke ordening
Budgethouder:            H. de Neef




Waar gaat het over?
Een evenwichtige regionale woningmarkt; vraag en         zijn gericht op de regionalisering van de
aanbod sluiten goed op elkaar aan.                       woningmarkt, de differentiatie van het woning-
                                                         aanbod, de differentiatie van woonmilieus,
Activiteiten komen voort uit de vastgestelde             woonruimteverdeling, herstructurering en monitoren
regionale woonvisie en uit wettelijke taken op het       van woningmarktontwikkelingen.
gebied van wonen/volkshuisvesting. De activiteiten



Wat willen we bereiken in 2010 - 2014 ?
Stimuleren Kwantiteit en Kwaliteit woningen:             aandachtsgroepen en de gewenste match tussen
Het tijdig toevoegen aan de voorraad van voldoende       vraag en aanbod.
woningen van het juiste type, in de juiste
woonmilieus op de juiste plek.
                                                         Aandacht voor speciale doelgroepen:
Regelgeving Wonen:                                       Kwetsbare en andere belangrijke doelgroepen
Regels die het regionaal functioneren van de             hebben voldoende toegang tot de regionale
woningmarkt ondersteunen en bijdragen aan het            woningmarkt.
realiseren van de beleidsdoelen op het gebied van



Wat verwachten we voor 2011 ?
Onderstaand een aantal belangrijke taken en              -Monitor Plancapaciteit: jaarlijkse monitor van de
projecten die in 2011 worden uitgevoerd. In het          beschikbare plancapaciteit voor woningbouw in de
Werkplan 2011 worden deze taken en projecten             periode 2010-2030.
verder uitgewerkt en gedetailleerd gepresenteerd.        - Aanpassen Regionale Huisvestingsverordening
De Regioraad stelt dit werkplan vast in het najaar       (RHVV) en Convenant Woonruimteverdeling naar
van 2011.                                                aanleiding van de nieuwe Huisvestingswet
                                                         -Opstellen jaarlijkse      Factsheets Woonruimte-
-Opstellen Regionaal Actieprogramma op basis van         bemiddeling over de bewegingen op de sociale
de provinciale woonvisie.                                huurwoningmarkt
-     Vaststellen     Regionaal    kwaliteitskader       -Divers woningmarktonderzoek/analyses
Woningmarkt voor betere afstemming tussen vraag          -Toezichthouderschap      realisatie    gemeentelijke
en aanbod op de woningmarkt                              taakstellingen huisvesting verblijfsgerechtigden .
-Regionaal netwerk woninbouwplanning: Doel is            - Verstedelijkingafspraken 2010-2020: Inbreng
meer zicht op en afstemming over de invulling en         vanuit de regio in het MIRT overleg met het rijk op
voortgang van de regionale woningbouwopgave.             het onderdeel verstedelijking.




                                                                                                          15
Wat mag het kosten?
05 Regionale Woningmarkt                          Rekening      Vastgestelde      Gewijzigde         Begroting
                                                     2009     begroting 2010   begroting 2010            2011


Baten
         Rijksbijdrage verstedelijking             180.880        37.399.300       37.399.300                0
         inzet Luchtkwaliteit rijksbijdrage        857.130                 0          469.300           60.000
         Rente                                     574.482           509.200          293.400           15.000
         Overige baten                             105.500                 0                0                0
         Totaal Baten                            1.717.992        37.908.500       38.162.000           75.000
Lasten
         Subsidies Uitvoering                    1.038.010        37.399.300       37.868.600           60.000
         Overige lasten                                  0                 0                0                0
         Projecten onderzoek en studie             418.951           589.000          609.000          442.800
         Personeel                                 497.469           493.700          309.700          315.800
         Doorbelaste overhead                      258.705           258.600          156.000          157.700
         Totaal Lasten                           2.213.134        38.740.600       38.943.300          976.300

Baten en Lasten vóór Resultaatbestemming         - 495.142         - 832.100        - 781.300        - 901.300

Resultaatbestemming
       Vrijval Reserves                            194.000           179.000          199.000                0
       Toevoegingen reserves                       574.482           509.200          293.400           15.000
       Resultaatbestemming                       - 380.482         - 330.200         - 94.400         - 15.000

         Saldo na resultaatbestemming            - 875.624       - 1.162.300        - 875.700        - 916.300




Toelichting op de financiële gegevens
Met het rijk zijn verstedelijkingsafspraken gemaakt          woning zouden krijgen en in 2009 een relatief laag
over de periode 2005 – 2009. Voor het realiseren             bedrag. Daarom is besloten de door het rijk
van die afspraken ontvangt de Stadsregio en                  toegekende middelen voor 2008 en 2009 samen te
rijksuitkering in het kader van het Besluit Locatie-         voegen en te verdelen op basis van de
gebonden Subsidies.(BLS) De van het rijk                     gerealiseerde sociale woningbouw in deze beide
ontvangen jaarlijkse uitkeringen zijn elk jaar               jaren.
uitgekeerd aan de bouwgemeenten van de
Stadsregio. Het rijk kent deze subsidie toe op basis         Het gevolg van deze afspraak is dat in 2010 een
van het totaal aantal gerealiseerde woningen, de             hoog bedrag wordt uitgekeerd en de Stadsregio
Stadsregio verdeelt de rijkssubsidie op basis van            hoge rente inkomsten heeft gehad. Het uitbetalen
het aantal gerealiseerde woningen in de sociale              van de BLS is wel opgenomen in de
woningbouw.                                                  geactualiseerde raming 2010. De verdeling van de
De verhouding tussen het totaal aantal                       opgebouwde rente zal plaatsvinden op basis van de
gerealiseerde woningen en gerealiseerde sociale              afspraken die hierover worden gemaakt en dan als
woningbouw is niet gelijk in de jaren 2008 en 2009.          begrotingswijziging aan de regioraad worden
Jaarlijkse verdeling zou ertoe leiden dat in 2008            voorgelegd.
bouwgemeenten een relatief hoog bedrag per




                                                                                                           16
06 Jeugdzorg
Portefeuillehouder:        Jeugdzorg
Budgethouder:              mw. A. Rotering




Waar gaat het over?
Jeugdzorg is bedoeld voor kinderen en jongeren tot       De regering hanteert in haar standpunt 3
18 jaar met ernstige opvoeding- en opgroei-              uitgangspunten:
problemen waarvoor (alleen) ondersteuning van            -         Wegnemen        van    perverse     prikkels:
algemene voorzieningen - zoals onderwijs,                afwentelingeffecten        tussen       zorgdomeinen
jeugdgezondheidszorg of het maatschappelijk werk         voorkomen, effectieve samenwerking tussen
- niet of onvoldoende helpt. De jeugdzorg is ook         instanties stimuleren.
bedoeld voor de ouders of opvoeders van deze             -         Beperken van aantal bestuurslagen en
kinderen en jongeren.                                    financieringstromen: slagvaardiger zorg voor jeugd
Conform de Wet op de Jeugdzorg, die per 1 januari        zodat een (meer) integrale aanpak tot stand kan
2005 is ingevoerd, functioneert er één Stichting         komen.
Bureau Jeugdzorg in het gebied van de Stadsregio:        -         Kwaliteitsborging: de kwaliteit van de zorg
Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam. De              beter borgen. Een systeem van checks and
Stichting telt 9 locaties, waarvan 5 zijn gevestigd in   balances is nodig bij gedwongen hulpverlening.
de stad Amsterdam, 2 in Zaanstreek/Waterland en 2        Om dit te bereiken zal in het voorstel van de
in Amstelland/Meerlanden. Bureau Jeugdzorg stelt         regering de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor
zorgvuldig vast of de cliënt of het cliëntsysteem        alle vormen van jeugdzorg, inclusief de LVG maar
(cliënt incl. ouders en/of opvoeders) in aanmerking      met      uitzondering       van     de      via     de
komt voor jeugdzorg en zo ja, welke vorm van             ziektekostenverzekering gefinancierde jGGZ , bij de
jeugdzorg het meest in aanmerking komt gezien de         gemeenten komen te liggen.
problemen die moeten worden weggenomen of                Voor de gespecialiseerde vormen van jeugdzorg
verminderd. Dit wordt vastgelegd in een                  zullen de gemeenten op het niveau van de GGD-
indicatiebesluit dat recht geeft op één of meer          regio‟s verplicht samen dienen te werken. Op dit
zorgaanspraken.                                          niveau zal ook de gedwongen jeugdzorg
                                                         (jeugdbescherming en jeugdreclassering) onder
Evaluatie Wet op de Jeugdzorg                            gemeentelijke        verantwoordelijkheid       worden
De Wet op de Jeugdzorg is inmiddels - volgens            gebracht.
afspraak bij de invoering ervan - na 5 jaar
geëvalueerd. Bureau BMC heeft eind 2009 haar             Naar verwachting wordt de toekomst van jeugdzorg
advies aan minister Rouvoet opgeleverd. Als gevolg       onderwerp van de verkiezingsprogramma‟s van de
van de val van het kabinet is besluitvorming door        politieke   partijen  en   onderdeel     van  de
het parlement op de langere baan geschoven. De           coalitieonderhandelingen. Ondertussen gaat de
regering heeft haar standpunt ten aanzien van            instroom van jeugdzorgcliënten natuurlijk gewoon
eventuele consequenties van deze evaluatie voor          door.
de inrichting van het jeugdzorgstelsel niettemin op 9
april 2010 naar de 2e Kamer gestuurd.



Wat willen we bereiken in 2010 - 2014 ?
De Jeugdzorg werkt conform de landelijke Planning-       periode 2009 – 2012. De kern van het beleidskader
en Controlcyclus met een vierjarig beleidskader. Het     is erop gericht om in deze bestuurlijke periode een
vigerende beleidskader jeugdzorg beslaat de              evenwichtige inrichting van verantwoordelijkheden


                                                                                                            17
met een hoog kwalitatief prestatieniveau neer te        aanpak wordt gemonitord. In 2010 worden daarvan
zetten     tussen   stadsregio,     gemeenten    en     de eerste resultaten opgeleverd. Deze zullen benut
jeugdzorginstellingen. Vandaaruit wordt díe zorg        worden om de werkwijze aan te scherpen en de
geboden waar jeugdigen en hun ouders mee uit de         effectiviteit van de ketensamenwerking rond “één
voeten kunnen, ofwel weer zelfstandig, ofwel met        gezin – één plan” te meten.
stut en steun in de buurt. Herstel van de autonomie
is een hoofddoel vanuit de Wet op de Jeugdzorg,         Aansluitingsbeleid
maar in toenemende mate is duidelijk geworden dat       Het aansluitingsbeleid beslaat vijf domeinen: lokaal
dreigende ontsporing snel gesignaleerd wordt en         jeugdbeleid, jeugdgeestelijke gezondheidszorg,
interventies op maat de problematiek van het kind       jeugd-licht     verstandelijke     beperking,     de
centraal stellen. Dat dit laatste betekent dat de       veiligheidsketen en het onderwijs.
focus vooral op ouders gericht moet zijn en op het      Samenhangende werkafspraken tussen deze vijf
organiseren van adequate steunstructuren rond           domeinen dienen het doel dat de juiste cliënten zo
gezinnen, mag gezien worden als een resultante          snel mogelijk op de juiste plek voorzien worden van
van de afgelopen beleidsperiode.                        de juiste zorg. Inhoudelijk uitgangspunt is de „wrap
                                                        around care‟-visie: doorlopende keten waar de
De geïntegreerde aanpak Multiprobleem-gezinnen          cliënten geen hinder ondervinden van de grenzen
is in deze nieuwe beleidsperiode kern van het werk.     tussen de domeinen.
Gezinsgerichte interventies, waarbij Eigen Kracht
Conferenties dan wel het Eigen Kracht-                  Financieel kader / Afsprakenkader IPO-Rijk
gedachtegoed      in   zwaardere     gezinsgerichte     2010 was het voorziene ingangsjaar van de nieuwe
interventies op vanzelfsprekende wijze deel             financieringssystematiek     “Kaiser”.    Daarmee
uitmaken      van    het   handelingskader      van     gepaard gaand is een onafhankelijk orgaan - de
hulpverleners, bieden het beste perspectief op          Commissie Financiering Jeugdzorg (CFJ) - in het
langdurig resultaat.                                    leven geroepen dat een zwaarwegend advies moest
                                                        uitbrengen over het meerjarig financieel kader op
Experimenten decentralisatie Jeugdzorg                  basis van een zo goed mogelijke raming van de
De portefeuillehouder Jeugdzorg heeft op advies         vraagontwikkeling en over de verdeling van de
van de gemeenten in de stadsregio opdracht              middelen over de provincies en stadsregio‟s.
gegeven een aantal experimenten te starten waarin
praktisch werkend wordt onderzocht welke taken          Aan het Sociaal Cultureel Planbureau is in 2008
van BJAA gedecentraliseerd kunnen worden, welke         gevraagd een model jeugdzorg te ontwerpen zodat
randvoorwaarden gerealiseerd moeten zijn en welk        de Commissie Financiering Jeugdzorg, een
resultaat dit oplevert. De gemeenten Zaanstad,          macrobudget kon vaststellen en adviseren over de
Haarlemmermeer, Diemen en Amsterdam nemen               verdeling daarvan over de 15 provinciale en
aan deze experimenten deel.                             stadsregionale overheden.
Deze ontwikkeling sluit goed aan bij het                De drie Stadsregio‟s hebben aangegeven dat het
regeringsstandpunt over de wenselijke inrichting        model “de jeugd een zorg‟ (SCP, februari 2009) van
van het jeugdzorgstelsel waarbij de gemeenten de        het SCP onvoldoende rekening houdt met de
bestuurlijke verantwoordelijkheid krijgen. Gezien de    cumulatie van problematiek zoals die zich vooral in
standpunten van de politieke partijen mag verwacht      de stadsregio‟s voordoet.
worden dat het regeringsstandpunt in grote lijnen       De Commissie Financiering Jeugdzorg heeft maart
overgenomen zal worden. De transitie die hiervan        2009 geconcludeerd dat het ramingsmodel van het
het gevolg zal zijn staat centraal in de komende vier   SCP nog niet voldoende was om een macrobudget
jaar.                                                   vast te kunnen stellen. Daarom moest er opnieuw
                                                        onderhandeld tussen IPO en Rijk over het
Multiprobleemgezinnen                                   macrobudget 2010. Deze onderhandelingen hebben
De aanpak Multiprobleemgezinnen heeft op de             geresulteerd in het tweejarig Afsprakenkader 2010-
eerste plaats tot doel dat kinderen zich zonder         2011.
bedreiging verder kunnen ontwikkelen. De aanpak         Daarnaast heeft het rijk voorjaar 2010 opnieuw
houdt in dat multiprobleemgezinnen eerder en beter      opdracht verstrekt aan het SCP om een nieuw
in beeld worden gebracht en dat voor ieder gezin        ramingsmodel te ontwikkelen dat tegemoet komt
één plan van aanpak wordt gemaakt en uitgevoerd         aan bovenstaande bezwaren.
onder één gemandateerde gezinsmanager. De



                                                                                                        18
Afsprakenkader IPO-Rijk 2010- 2011                       instroom in gespecialiseerde jeugdzorg terug te
In november 2009 zijn Minister Rouvoet en de             dringen.
provincies en stadsregio‟s het Afsprakenkader            Het is de bedoeling dat het financieel kader in de
jeugdzorg 2010-2011 overeengekomen. Deze                 nieuwe financieringsystematiek “Kaiser” voldoende
meerjarige afspraken zijn gemaakt om een zekere          zal zijn om zonder wachtlijsten te werken Daarom
mate van rust te creëren in het jeugdzorgveld tegen      heeft het Rijk in 2008-2009 samen met de
de achtergrond van eventuele stelselwijziging en         provincies en de stadsregio‟s extra geld
onzekerheid over financiële macrokaders.                 beschikbaar gesteld om de wachtlijsten in de
In het kader wordt ruimte geschapen om te                jeugdzorg weg te werken. Eind 2009 blijkt dat als
experimenteren met decentralisatie van een deel          gevolg van hogere groei de wachtlijsten wel veel
van de toegangstaken van de bureaus jeugdzorg,           minder zijn, maar nog niet volledig weggewerkt.
met het werken met gemandateerde indicatiestelling       De beoogde „nulsituatie‟ is hierdoor niet ontstaan en
en met een schuif in de doeluitkering jeugdzorg          deze zal bij gelijkblijvend beroep op de jeugdzorg in
daar waar gemeenten door inzet vanuit lokaal             2010-2011 ook niet ontstaan.
jeugdbeleid er samen met jeugdzorg in slagen de



Wat verwachten we voor 2011 ?
De koers verlegt zich meer naar het versterken van       Er is in ieder geval aandacht voor het dossier
de rol van de gemeenten maar de focus blijft             “experimenten      decentralisatie    toegangstaken
hetzelfde. Het gaat ook in 2011 om de kwaliteit van      bureau jeugdzorg”, voor multiprobleemgezinnen,
de hulp, om de snelheid in het leveren van die hulp      voor het aansluitingsbeleid, voor de 18+
en om de samenhang waarbinnen de hulp wordt              problematiek en de noodzakelijke aansluiting op de
geboden. Kortom: hulp met het oog op de jeugd.           woningmarkt, voor de jeugdigen met een licht
Dat kan gaan van hulp die niet zo zwaar aangezet         verstandelijke beperking, voor samenhang tussen
hoeft te worden en waarbij volstaan kan worden met       de verschillende zorgdomeinen, voor integraal
lichte lokale interventies tot hulp die gezien de aard   indiceren in samenhang met speciaal onderwijs,
en ernst van de problematiek toch eerder uit een         voor Matchpoint - de stadsregionale verwijsindex
geïndiceerd jeugdzorgaanbod betrokken moet               risicojongeren,    voor effectiviteit en prestatie-
worden.                                                  indicatoren,    voor      het      bestrijden    van
                                                         kindermishandeling, voor implementatie van de
In het Stadsregionale beleidskader jeugdzorg 2009        justitiële  methodieken     Delta    en     handboek
– 2012 is deze koers uitgezet. De concretisering         jeugdreclassering,       voor        een        goed
van de kernthema‟s kwaliteit, vraagsturing,              risicomanagement bij Bureau Jeugdzorg en voor
voegsignalering en effectiviteit wordt opgenomen in      verdere vermindering van ervaren bureaucratie en
het Regionaal Uitvoeringsprogramma Jeugdzorg             regeldruk.
2011. De inspraakversie van dit Uitvoerings-
programma is medio juni 2010 gereed.




                                                                                                          19
Wat mag het kosten?

06 Jeugdzorg                                     Rekening      Vastgestelde      Gewijzigde        Begroting
                                                    2009     begroting 2010   begroting 2010           2011


Baten
   Inzet Rijksbijdrage Jeugdzorg              205.522.813      193.765.300      211.117.200     215.325.500
   Rente                                              420           50.000           50.000     - 1.324.100
   Vrijval vooruit ontvangen                    2.112.652                0                0               0
   Overige baten                                2.108.589                0                0               0
   Totaal Baten                               209.744.474      193.815.300      211.167.200     214.001.400

Lasten
   Subsidies Uitvoering                       210.486.416      192.613.400      210.620.200     213.325.300
   Toevoegingen vooruitontvangen                - 229.552                0                0               0
   Overige lasten                                 616.610        1.280.900          701.100         701.100
   Projecten onderzoek en studie                        0           30.000                0               0
   Totaal Lasten                              210.873.474      193.924.300      211.321.200     214.026.400

Baten en Lasten vóór resultaatbestemming      - 1.129.000        - 109.000        - 154.000        - 25.000

Resultaatbestemming
   Toevoegingen reserves                               0             50.000          50.000          50.000
   Resultaatbestemming                                 0           - 50.000        - 50.000        - 50.000

Saldo na resultaatbestemming                  - 1.129.000        - 159.000        - 204.000        - 75.000




Toelichting op de financiële gegevens
1e Wijziging begroting 2010.                                Hierbij is rekening gehouden met de landelijke
De rompbegroting jeugdzorg 2010 is door de                  overeenkomst jeugdzorg 2010 – 2011 tussen
regioraad vastgesteld op 23 juni 2009. De eerste            Minister Rouvoet en het Interprovinciaal Overleg
herziene begroting 2010 is op 16 februari 2010 door         waarbij de onderstaande extra groeigelden
                                                  e
de regioraad vastgesteld en nu verwerkt in de 1             beschikbaar zijn gekomen.
wijziging van de begroting 2010..                                    2010: € 1,6 miljoen incidenteel
                                                                     2010: € 2,9 miljoen structureel
Begroting 2011                                                       2011: € 5,8 miljoen structureel.
De rompbegroting jeugdzorg 2011 is gebaseerd op             De incidentele financiering in 2010 komt
de nu bekende gegevens.                                     vanzelfsprekend niet meer voor in 2011.




                                                                                                        20
07 Bestuur en Communicatie
Portefeuillehouder:   Voorzitter
Budgethouder:         J. van der Linden




Waar gaat het over?
Ondersteunen      en    organiseren    van     de    informatie-uitwisseling tussen de organisatie van de
besluitvorming in de Stadsregio Amsterdam via de     Stadsregio en de gemeenten van de Stadsregio.
periodieke bijeenkomsten van de Regioraad en de      De Stadsregio neemt ook deel in grotere
regioraadscommissies, het Dagelijks Bestuur en de    samenwerkingsverbanden. In het bijzonder levert
adviezen     van    de    overleggen    van    de    de organisatie van de Stadsregio een bijdrage aan
portefeuillehouders. Voor de Stadsregio als          de samenwerking in de Metropoolregio Amsterdam
samenwerkingsverband van gemeenten is het van        op het terrein van verkeer & vervoer, ruimtelijke
groot belang dat er goede mogelijkheden zijn voor    ontwikkelingen en economie.



Wat willen we bereiken in 2010 - 2014 ?
   Het leveren van facilitaire en personele             bekendmaking, de acceptatie en de uitvoering
    ondersteuning voor een adequate besluit-             van het beleid.
    vorming van de Stadsregio Amsterdam.                Het behartigen van de belangen van de
   Het uitvoeren van de communicatie ter                gemeenten van de Stadsregio in de
    bevordering van de deelname aan de beleids-          samenwerking in Metropoolregioverband en
    voorbereiding en de communicatie gericht op de       richting het Rijk.




Wat verwachten we voor 2011 ?
   Het verzorgen en voorbereiden van de                 verslagen over activiteiten en besluiten van de
    vergaderingen (regioraad, de raadssessies, het       stadsregio.
    dagelijks    bestuur,  de    commissies     en      Het ondersteunen van portefeuillehouders en
    portefeuillehouders) en het in brede zin             beleidsmedewerkers over de communicatie van
    ondersteunen van raadsleden.                         beleidsprogramma‟s en projecten.
   Informeren van raadsleden en bestuurders over       Het organiseren van bijeenkomsten, workshops
    de Stadsregio Amsterdam                              en dergelijke voor raadsleden en andere
   Het publiceren en toegankelijk maken van             belanghebbenden en deskundigen.
    openbare stukken van de stadsregio.                 De behandeling van bezwaarschriften en
   Het intern (binnen de gemeenten) en extern           klachten.
    bekendmaken van, en uitleg geven over,
    aangelegenheden van de stadsregio onder
    andere door persberichten, nieuwsbrieven en




                                                                                                      21
Prestatie-indicatoren
        Het ontbreken van signalen (klachten en                    worden zich over de besluitvorming in de
         opmerkingen van bestuurders) waaruit                       Stadsregio te informeren (subjectief
         blijkt dat de vergaderfaciliteiten een                     oordeel: wordt niet gemeten).
         belemmering vormen voor een adequate                      Aantal persberichten per jaar: circa 25
                                                                   Aantal uitgaven Regiojournaal per jaar:10
         besluitvorming.
                                                                   Aantal abonnees Regiojournaal: 1500
        De mate waarin betrokkenen (bestuurders
                                                                   Aantal abonnees op verslagen uit het DB
         en ambtenaren uit de gemeenten van de
                                                                    en de Regioraad: circa 600
         Stadsregio) via de door de Stadsregio
                                                                   Aantal bezoekers website: circa 50 000
         uitgegeven middelen in staat gesteld



Wat mag het kosten?
07 Bestuur en Communicatie                      Rekening      Vastgestelde       Gewijzigde        Begroting
                                                   2009     begroting 2010    begroting 2010           2011


Baten
   Overige baten                                      0                   0                0               0
   Totaal Baten                                       0                   0                0               0

Lasten
   Overige lasten                                  1.075                  0               0                0
   Bestuur                                       131.029            186.200         186.200          186.200
   Communicatie                                  155.954            245.000         245.000          205.000
   Personeel                                     349.258            379.100         418.600          453.300
   Doorbelaste overhead                          194.127            213.700         212.700          215.000
   Totaal Lasten                                 831.443          1.024.000       1.062.500        1.059.500

Baten en Lasten vóór resultaatbestemming       - 831.443      - 1.024.000       - 1.062.500      - 1.059.500

Saldo na resultaatbestemming                   - 831.443      - 1.024.000       - 1.062.500      - 1.059.500




Toelichting op de financiële gegevens
In de post communicatie is in 2010 een incidenteel         regioraadsleden opgenomen. Dat verklaart de
budget van € 40.000 voor de regiodag voor nieuwe           afname van deze begrotingspost in 2011.




                                                                                                         22
Paragrafen




             23
24
a.       Lokale heffingen
De Stadsregio Amsterdam int geen heffingen                          De werkelijk verschuldigde bijdrage wordt conform
rechtstreeks van burgers. De enige lokale heffing                   artikel 60 lid 2 berekend op basis van de
van de Stadsregio is de gemeentelijke bijdrage.                     bevolkingscijfers per 1 januari van het boekjaar
Voor de berekening van de begrote gemeentelijke                     waarop de bijdrage betrekking heeft. De tweede
bijdrage wordt conform artikel 54 lid 2 van het                     termijn van de gemeentelijke bijdrage wordt
Statuut van de Stadsregio uitgegaan van het                         gebaseerd op de werkelijk verschuldigde bijdrage
inwoneraantal op 1 januari van het jaar,                            waarbij een teveel of te weinig in rekening gebracht
voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage                          bedrag bij de eerste termijn wordt verrekend. De
verschuldigd is.                                                    tweede termijn wordt in het derde kwartaal
                                                                    verstuurd.


Gemeentelijke bijdrage                                                           definitieve      begrote       begrote
                                      aantal inwoners per 1 januari                bijdrage      bijdrage       bijdrage
                                 2009          2009*              2010*               2009          2010           2011


Aalsmeer                      28.006          28.026         29.182                 60.493        61.657         65.076
Amstelveen                    79.768          79.828         80.722                172.299       175.622        180.010
Amsterdam                    755.605         757.861        767.849              1.632.107     1.667.294      1.712.303
Beemster                       8.564           8.581          8.592                 18.498        18.878         19.160
Diemen                        24.361          24.366         24.630                 52.620        53.605         54.925
Edam-Volendam                 28.483          28.482         28.520                 61.523        62.660         63.600
Haarlemmermeer               142.042         142.110        142.882                306.811       312.642        318.627
Landsmeer                     10.139          10.155         10.240                 21.900        22.341         22.835
Oostzaan                       9.201           9.209          9.152                 19.874        20.260         20.409
Ouder-Amstel                  13.107          13.113         13.094                 28.311        28.849         29.200
Purmerend                     78.862          78.850         79.035                170.342       173.470        176.248
Uithoorn                      27.660          27.681         28.088                 59.746        60.898         62.636
Waterland                     16.954          16.951         17.058                 36.621        37.292         38.039
Wormerland                    15.900          15.901         15.873                 34.344        34.982         35.397
Zaanstad                     144.055         143.837        145.282                311.159       316.441        323.979
Zeevang                        6.297           6.296          6.306                 13.602        13.851         14.062
Totaal                     1.389.004       1.391.247      1.406.505              3.000.250     3.060.743      3.136.506

Bijdrage per inwoner                                                                   2,16          2,20          2,23


Een * bij het jaartal geeft aan dat het voorlopige cijfers zijn

De gemeentelijke bijdrage voor 2011 is uitsluitend                  het gemeentefonds van het ministerie van
nominaal aangepast op basis van het prijsindexcijfer                Binnenlandse Zaken het beste de nominale
Bruto Binnenlands Product dat ontleend is aan het                   ontwikkeling van het gemeentefonds. Door dit
centraal Economisch Plan 2010 van het Centraal                      indexcijfer te gebruiken wordt de gemeentelijke
Plan Bureau. Het gehanteerde indexcijfer is 1,5%.                   bijdrage dus op dezelfde grondslag als de uitkering
Dit indexcijfer benadert volgens de circulaires over                uit het gemeentefonds gebaseerd.




                                                                                                                    25
b.       Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen van een organisatie wordt         toezegging mag pas gedaan worden indien er
bepaald door de weerstandscapaciteit in relatie tot      duidelijkheid is over de financiering en alle kosten
de risico‟s die de organisatie loopt. De                 bij de afweging betrokken worden. Het gaat bij
weerstandscapaciteit bestaat uit de mogelijkheden        voorstellen niet alleen om mogelijke investerings-
om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat       kosten maar ook de gevolgen voor de exploitatie
een directe noodzaak tot bezuinigen optreedt. Een        moeten bij de afweging en de dekking meegenomen
beschrijving van de risico‟s geeft een beeld van de      worden.
aard van mogelijke financiële tegenvallers. Bij het      Zijn er onverhoopt toch financiële tegenvallers dan
benoemen van concrete risico‟s kan het nuttig zijn       is het uitgangspunt voor de dekking dat de
een risicoprofiel van de organisatie op te stellen       financiële gevolgen binnen het programma opgelost
waarin wordt nagegaan welk soort risico‟s de             worden door compensatie: een overschrijding op
organisatie op de verschillende werkterreinen kan        een begrotingspost moet gecompenseerd worden
lopen.                                                   door onderschijding op andere begrotingsposten
                                                         binnen het programma. Alleen bij calamiteiten,
De       Stadsregio       Amsterdam        is     een    gebeurtenissen die onvoorzien, onvermijdelijk en
samenwerkingsverband van gemeenten. De                   onuitstelbaar zijn, kan er sprake zijn van een risico
belangrijkste taken zijn subsidiëren van regionale       dat gedekt kan worden uit een reserve of
projecten en beleidsondersteunende taken. Direct         voorziening binnen een programma .
uitvoerende taken heeft de Stadsregio niet. Het
risicoprofiel van de Stadsregio Amsterdam is             Risico’s     subsidieverstrekking      voor   Infra-
daardoor heel anders dan het risicoprofiel van           structurele projecten
andere decentrale overheden die wel een veelvoud         Overschrijdingen bij infrastructurele projecten
aan direct uitvoerende taken hebben.                     komen voor rekening van de aanvrager van de
De betrokkenheid van de Stadsregio bij de aanleg         subsidie. Doet zich een overschrijding voor dan
van infrastructurele projecten, de exploitatie van het   staat het de aanvrager vrij een aanvullende subsidie
openbaar vervoer en de uitvoering van de jeugdzorg       aan te vragen maar er bestaat geen recht op
is beperkt tot die van subsidieverstrekker. Dat houdt    aanvullende subsidie. Besluit de Stadsregio tot het
in dat de Stadsregio formeel risico loopt tot het        toekennen van een aanvullende subsidie voor een
bedrag van de subsidie en de risico‟s bij de             substantieel bedrag dan kan dekking gevonden
subsidieontvangers liggen. Alleen bij jeugdzorg is er    worden binnen de middelen voor infrastructurele
een bijkomende risico dat het recht van cliënten op      projecten door verschuiving in de planning van
zorg tot financiële gevolgen voor de Stadsregio kan      projecten.
leiden wanneer de financiële middelen voor een
voldoende aanbod niet toereikend zijn.                   Risico’s exploitatie Openbaar Vervoer
                                                         De     Stadsregio      geeft    een    bijdrage  aan
Ook al is het risico van de Stadsregio beperkt bij       vervoerbedrijven op basis van twee soorten
infrastructuur en openbaar vervoer, de Stadsregio        contracten: prestatiegericht of kostengericht.
heeft vanzelfsprekend wel belang bij het tot stand       Bij prestatiegerichte contracten heeft de vervoerder
komen van de producten en de continuïteit van de         toegezegd een bepaalde reizigersopbrengst te
dienstverlening die de subsidieontvangers moeten         realiseren. Wordt de toegezegde reizigersopbrengst
realiseren. Het risico is daarom niet beperkt tot het    gehaald of overtroffen dan ontvangt de vervoerder
formele risico. Met een toelichting voor                 een vooraf vastgestelde maximumbijdrage. Is de
infrastructuur, openbaar vervoer en jeugdzorg wordt      gerealiseerde reizigersopbrengst lager dan wordt
ingegaan op deze materiële risico‟s. De reserves en      een percentage van het maximale subsidiebedrag
de nog niet bestede, vooruitontvangen doel-              uitgekeerd. Dit type contracten is afgesloten met
uitkeringen van de betreffende programma‟s zijn          vervoerders      in     de    streekconcessies.   Bij
bedoeld om deze risico‟s op te vangen.                   kostengerichte contracten wordt een vergoeding per
                                                         dienstregelinguur verstrekt. De door de Stadsregio
Risico’s voorkomen                                       te betalen bijdrage wordt bepaald door het aantal
De gevolgen van risico‟s voor de Stadsregio kunnen       gerealiseerde       dienstregelinguren.     Voor  de
beperkt worden door het uitgangspunt dat financiële      concessie Amsterdam is dit type contract
tegenvallers voorkomen moeten worden. Een                afgesloten.



                                                                                                          26
Bij het ingaan van een nieuwe concessieperiode in       Risico’s uitvoeren Jeugdzorg
een gebied kan blijken dat er wijzigingen in de         Uitvoering jeugdzorg.
lijnvoering of haltes worden ingevoerd die              Bij de jeugdzorg is er een risico met de invoering
maatschappelijk niet gewenst blijken te zijn. Het       van de wet op de jeugdzorg per 1 januari 2005.
ongedaan maken hiervan kan leiden tot hogere            Onder de nieuwe wet kunnen cliënten recht op zorg
uitgaven voor de Stadsregio.                            afdwingen indien de zorg niet wordt geëffectueerd
De vervoerbedrijven worden maandelijks bevoor-          binnen 13 weken na indicatie. Het is nog onduidelijk
schot. Gaat een vervoerbedrijf failliet dan is het      in hoeverre het Rijk hierin haar verantwoordelijkheid
directe financiële risico beperkt. Wat blijft is een    neemt door het beschikbaar stellen van extra
risico in de continuïteit van de dienstverlening. Een   middelen indien dit (veelvuldig) voor gaat komen.
oordeel over het belang van dit risico vraagt om een    Het      ministerie     van      Justitie    financiert
bestuurlijke afweging en is zeker niet louter een       jeugdbescherming en jeugdreclassering in principe
financiële zaak.                                        op basis van een t-1 financiering. De productie 2010
Voor het opvangen van de risico‟s in verband met        is in die zin bepalend voor de financiering in 2011.
de nieuwe landelijke verdeelsleutels van de Brede       Daarnaast kan in 2011 (jaar t) een beroep worden
Doel Uitkering Verkeer en Vervoer wordt bij de          gedaan op de zogenaamde hardheidsclausule,
voorziening Fonds Openbaar Vervoer een                  gebaseerd op een groeiprognose in dat jaar.
bodembedrag aangehouden dat gelijk is aan 2%            Men verdisconteert nu wel de groei van het aantal
van het BDU aandeel van programma 07 Openbaar.          cliënten in jeugdbescherming en reclassering in
                                                        voorgaande        jaren     in    het     uiteindelijke
Risico inbesteding concessie Amsterdam                  financieringsbesluit, maar een en ander kan er toe
Op donderdag 11 maart heeft de Tweede Kamer de          blijven leiden dat de Stadsregio (delen van)
lijst met controversiële onderwerpen vastgesteld.       eventuele verschillen tussen feitelijke groei en
Eén van de onderwerpen op deze lijst, betrof het        financiering voor eigen rekening moet nemen.
wetvoorstel wijziging Wet personenvervoer 2000          Specifieke risico‟s bij Jeugdzorg zijn verder
(Wp2000). Deze wetswijziging moet het mogelijk          genoemd bij de toelichting van dit programma in het
maken om de Concessie Amsterdam 2012                    programmadeel van de begroting. De twee
onderhands aan GVB te kunnen gunnen. De                 belangrijkste zijn hieronder gekwantificeerd.
consequenties van het controversieel verklaren voor
de concessieverlening Amsterdam zouden dan ook          Landelijk Werkende Instellingen (LWI)
groot zijn.                                             De Stadsregio is penvoerder en budgethouder voor
Op 30 maart jl. heeft de Kamer met een                  twee landelijk werkende jeugdzorgorganisaties: de
meerderheid van stemmen besloten (SP, de PvdA,          William Schrikker Groep (WSG) en het Joods
GroenLinks, D66, de PvdD, de PVV en het lid             Maatschappelijk Werk. Ten aanzien van de
Verdonk) om de wetswijziging van de lijst               noodzakelijke uitbreiding van de pleegzorgcapaciteit
controversiële onderwerpen te verwijderen. Ook          van de WSG - ter voorkoming van wachttijden -
heeft mevr. Roefs de regering verzocht “onverwijld      bestaat       er   bekostigingsproblematiek.       De
het voorstel tot wetswijziging Wp2000 naar de           Rijksoverheid wijst voor de oplossing daarvan naar
Kamer te sturen.” Een datum waarop de                   het Convenant Decentralisatie Landelijk Werkende
wetswijziging behandeld zal worden is echter nog        Instellingen waarin staat dat de Provincies hun
niet bekend.                                            huidige doeluitkering zorgaanbod dan wel de
                                                        incidentele groeigelden moeten aanwenden voor
Het “nee, tenzij” bij de aanpassing van de Wp2000       het bestrijden van de wachttijden. Het IPO heeft
verandert daarmee in feite weer in een “ja, mits”.      zich hieraan gecommitteerd en de provincies die als
Het DB heeft, gegeven de controversieelverklaring,      penvoerders optreden verzocht om dit te gaan
 op 1 april jl. reeds besloten om de procedure van      uitvoeren. De penvoeders voeren hierover jaarlijks
onderhandse gunning voorlopig voort te zetten. In       overleg     met    de    gezamenlijke      provincies.
de concessiedocumenten is opgenomen dat ervan           Tegelijkertijd heeft de stadsregio de WSG
uit wordt gegaan dat bij inwerkingtreding van de        opgedragen zijn jaarlijkse exploitatie in balans te
concessie, te weten op 1 januari 2012, de wet is        houden met de (verwachte) inkomsten. Wanneer
aangepast.                                              provincies bovenop de vastgestelde landelijke
                                                        capaciteitsplaatsen niet tot extra inkoop overgaan
                                                        ter bestrijding van de wachtlijst heeft dat dus het
                                                        voortbestaan van de wachtlijst tot gevolg.



                                                                                                           27
                                                        weinig      middelen     om       de    noodzakelijke
Voor de Stadsregio betekent dit concreet de             pleegouderbegeleiding          en -vergoeding te
volgende extra subsidiebedragen (claims):               bekostigen. Met als gevolg 100 wachtende
        2010: € 0,65 miljoen incidenteel (50%)          pleegouders en a.s. pleegkinderen langer dan 9
        2011: € 1,30 miljoen structureel (100%)         weken eind eerste kwartaal.
                                                        Om vanaf tweede kwartaal 2010 zonder wachtlijsten
Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA)          te kunnen gaan werken is begroot dat een bedrag
Al jaren krijgt BJAA voor haar toegangsfuncties, etc.   van € 660.000 noodzakelijk is. Door de
eenzelfde bedrag via rijkssubsidiering ondanks 1.       portefeuillehouder jeugdzorg is een incidenteel
de toenemende groei van het aanmeldingen en             bedrag van € 360.000 beschikbaar gesteld vanuit
indicaties bij het bureau en 2. de toename in het       de egalisatiereserve dat bovenop het al verleende
aantal wettelijke taken in de afgelopen jaren.          subsidiebedrag van ruim € 12 miljoen voor de
Uitzondering hierop is het AMK dat in 2010 voor het     pleegzorg in 2010 komt.
eerst een structurele verhoging kreeg.                  Spirit zelf vult aan met een bedrag van € 300.000
Uitgaande van wat de Stadsregio incidenteel             door de geplande uitbreiding van het project Verblijf
gefinancierd heeft in 2010 is het minimaal te           in Driehuis naar 2011 uit te stellen. Daarnaast is per
verwachten tekort voor de Toegangsfuncties van          pleegzorgwerker de caseload verhoogd om vanaf
BJAA voor 2010 als volgt te berekenen:                  2010 budgettair neutraal extra begeleidings-
€ 500.000 Advies- en Meldpunt Kindermishandeling        capaciteit te creëren.
(AMK)                                                   De portefeuillehouder wenst echter vanaf 2011 de
€ 200.000 Eigen Kracht Conferenties (EKC)               financiering zodanig structureel te regelen dat er
€ 400.000 Multiprobleemgezinnen (MPG)                   geen sprake meer is van wachtlijstproblematiek,
€ 1.100.000 Totaal                                      wachtenden korter dan 9 weken daarbij inbegrepen.
                                                        Voorlopige becijfering wijst uit dat vanaf 2011
In 2009 heeft bureau BMC als onderdeel van de           structureel ruim 1,5 miljoen euro extra nodig zal zijn
schriftelijke aanwijzing van de portefeuillehouder      (de hiervoor genoemde incidentele middelen voor
aan BJAA, de verschillende onderdelen van BJAA          2010 meegerekend) om in kwantitatief en kwaliteit
onderzocht     op    bedrijfsvoering. Door    deze      opzicht aan de vraag naar pleegzorg te kunnen
onderzoeken is duidelijk geworden dat BJAA op tal       voldoen.
van onderdelen ten aanzien van de bedrijfsvoering
een inhaalslag moet maken. Deze is door BJAA in         Begeleid wonen 16+ zonder wachtlijst
een Investeringsplan begroot op € 8 mln. Gezien de      Er bestaat per januari 2010 een wachtlijst van 69
naderende stelselwijziging zal geen uitvoering          jongeren die wachten op woonruimte met
worden gegeven aan genoemd Investeringsplan.            begeleiding bij HVO Querido. HVO Querido biedt
Om de eerste nood te lenigen is door de gemeenten       woonbegeleiding op indicatie van jeugdzorg aan
Amsterdam en Diemen in 2010 een bijdrage van            jongeren tussen de 18 en 23 jaar. De capaciteit van
€1,04 mln. beschikbaar gesteld. Om deze                 HVO betreffende jeugdzorgplekken blijkt te beperkt
investeringen te kunnen borgen zal ook in 2011 en       om het aantal aanmeldingen zonder wachtlijst te
in latere jaren investeringsruimte van nog              kunnen verwerken. Dit leidt tot wachttijden van meer
onbekende omvang, maar minder dan €8 mln.,              dan 1 jaar. Tevens zorgt dit ervoor dat de
nodig zijn.                                             doorstroom en uitstroom uit vooral 16+ zorg van
                                                        Spirit stagneert. In het Inkoopadvies BJAA 2009
Pleegzorg zonder wachtlijst                             was gevraagd om een uitbreiding van minimaal 25
Met incidentele middelen uit de prestatie-              plaatsen BWA. Dit heeft geresulteerd in een
overeenkomst 2008-2009 is fors ingezet op het           uitbreiding van 6 plaatsen in 2009. Dit is
terugdringen van de wachtlijst      bij pleegzorg-      onvoldoende om deze problematiek structureel op
aanbieder Spirit.                                       te lossen. Om de deze wachtlijst op te lossen is met
De wachtlijst langer dan 9 weken bedroeg eind           de woningcorporaties in Amsterdam 30 extra
2009 32 wachtenden..                                    woningen voor 60 plaatsen overeengekomen die in
Met het aflopen van de incidentele middelen - en        2010 en 2011 zullen worden bezet. Een productie
daarmee het wegvallen van de extra formatie - loopt     kost gemiddeld €18.750 per jaar. Dit betekent dat
de wachtlijst in 2010 weer fors op.                     er, verdeeld over 2010 en 2011, een extra bedrag
De onverkwikkelijke situatie is dat er genoeg           nodig is van ca. €1.125.000. Tevens zal dit leiden
pleeggezinnen zijn binnen de stadsregio, maar te        tot een structureel hogere capaciteit



                                                                                                          28
Risico’s projectbeheerschap                               programma‟s.        Reden hiervoor is dat een
Steeds vaker neemt de Stadsregio als penvoerder           aanzienlijke taakvermindering bij één programma
van      projecten      het    budgetbeheer      van      niet noodzakelijkerwijs zal leiden tot een gelijke
samenwerkingsprojecten op zich. Dat betekent in           taakvermindering       bij   Bedrijfsvoering:     veel
financieel opzicht een nieuw element in de taken          activiteiten bij de afdeling Bedrijfsvoering zijn niet
van de Stadsregio.                                        continue schaalbaar maar aanpassing verloopt
Bij subsidieverstrekking is de Stadsregio gehouden        sprongsgewijs.
aan maximaal de toegezegde subsidie. Bij het
penvoerderschap veranderen de risico‟s.           De      De Stadsregio is onderhuurder van het pand
Stadsregio wordt verantwoordelijk voor het                Weesper Arcade in Amsterdam. De ambtelijke
realiseren van de inkomsten die de partners in het        organisatie van de Stadsregio heeft momenteel
project hebben toegezegd. Ook wordt de Stadsregio         behoefte     aan     aanvullende      kantoor-   en
verantwoordelijk voor het budgetbeheer en de              vergaderruimte vanwege de groei van de
rechtmatigheid van de begrote uitgaven voor een           organisatie. Omdat uitbreiding op de huidige locatie
project. Dat brengt risico‟s met zich mee die beperkt     niet mogelijk is, wordt actief gezocht naar andere
kunnen en moeten worden met een strak                     huisvesting.    Voor    de    verhuizing, die  naar
budgetbeheer.                                             verwachting eind 2011 plaats zal vinden, wordt
                                                          vooralsnog rekening gehouden met een bedrag
Risico’s organisatie Stadsregio                           van 1 miljoen euro dat uit de algemene reserve kan
De Stadsregio is een kleine organisatie met veel          worden voorzien.
specialistische functies. Dit geeft een aantal
specifieke risico‟s in de bedrijfsvoering. Uitval van
een medewerker is in een kleine organisatie met           Renterisico bij de BDU programma’s
veel specialistische functies niet op te vangen terwijl   Naast het organisatierisico kennen de BDU
er grote risico‟s kunnen optreden wanneer taken           programma‟s nog het renterisico. De wet BDU
niet of beperkt worden uitgevoerd. Een veranderd          schrijft voor dat rente toegevoegd moet worden aan
takenpakket leidt eveneens tot grotere risico‟s in de     de BDU middelen over het saldo stand per 1 januari
bedrijfsvoering. Taakvermindering zal leiden tot          van het jaar en dat het te gebruiken
personele frictiekosten. Bij taakuitbreiding kan het      rentepercentage de door de Nederlandse Bank
noodzakelijk zijn vooruit te lopen op de financiering     vastgestelde herfinancieringrente per 1 januari van
met het risico dat uiteindelijk minder vergoed wordt.     het verslagjaar moet zijn. Door dit voorschrift kan er
Zolang de discussie over de organisatie van het           een renteresultaat ontstaan:
middenbestuur in Nederland aanhoudt moet ook
rekening gehouden worden met de mogelijkheid dat           Verschil in rentepercentage
in een nieuwe opzet van het middenbestuur geen              Wanneer het saldo van de BDU middelen
stadsregio‟s voorkomen. Ook is denkbaar dat er              weggezet kan worden tegen een hogere
een aanzienlijk taakvermindering kan optreden,              marktrente dan de herfinancieringrente ontstaat
bijvoorbeeld de discussie over een openbaar                 er een positief renteresultaat dat wordt
vervoer autoriteit zou kunnen leiden tot een forse          toegevoegd aan bestemmingsreserves bij de
wijziging in de omvang van de ambtelijke                    BDU programma‟s. Daalt de marktrente in de loop
organisatie.                                                van het jaar sterk en zijn er relatief veel
                                                            kortdurende uitzettingen dan kan het
Het uitgangspunt voor de reserves is dat de                 renteresultaat negatief worden.
minimale omvang van de bestemmingsreserve bij
elk programma voldoende is om tenminste één                Toename van de BDU middelen in het jaar
maal het jaarbedrag van de personeelskosten van             Wanneer het eindsaldo van de BDU middelen
het betreffende programma te kunnen financieren.            hoger is dan de beginstand zal bij een
De algemene reserve is bedoeld voor het afdekken            gelijkblijvend marktrente meer rente worden
van risico‟s ten aanzien van de personeelskosten bij        ontvangen dan toegevoegd moet worden. Het
programma       04    Economie,     05    Regionale         gemiddelde saldo is immers hoger dan het
woningmarkt, 07 Bestuur en Communicatie en het              beginsaldo. Bij inzet van de BDU middelen zal het
personeel van de kostenplaats Bedrijfsvoering. Wat          saldo en daarmee de te realiseren rente-
betreft het afdekken van risico‟s worden de kosten          opbrengsten afnemen en kan er een negatief
van Bedrijfsvoering dus niet verdeeld over de



                                                                                                            29
  renteresultaat ontstaan dat onttrokken wordt aan             nodig. Beleidsmatig is het gewenst dat er geen
  de bestemmingsreserve.                                       vooruitontvangen doeluitkeringen zijn want dan
                                                               wordt de van het ministerie ontvangen BDU
 Combinatie van rentepercentage en saldo BDU                  uitkering ook daadwerkelijk besteed. Stel dat die
  middelen                                                     situatie in één jaar bereikt wordt doordat naast de
  Wijzigingen in de marktrente en wijzigingen in het           voor dat jaar toegekende BDU uitkering ook het
  saldo van de BDU middelen kunnen elkaar                      totaal van de vooruitontvangen en nog niet bestede
  versterken, in negatieve of in positieve zin, of             BDU gelijkmatig over het jaar besteed wordt. Dan
  elkaar juist compenseren. Wat het effect op het              worden renteinkomsten gerealiseerd over de helft
  renteresultaat zal zijn, hangt af van de omvang              van het saldo van de vooruitontvangen doeluitkering
  van de wijzigingen.                                          per 1 januari terwijl rente toegevoegd moet worden
                                                               over het hele saldo. Het renterisico is dus gelijk aan
Raming risico’s en weerstandcapaciteit                         het rentepercentage over de helft van het saldo
Het organisatierisico en het renterisico bij de BDU            wanneer het percentage van de herfinancierings-
programma‟s kunnen berekend worden. De                         rente gelijk is aan het rentepercentage van de
berekening van het organisatierisico is betrekkelijk           inkomsten. Is de herfinancieringsrente hoger dan
eenvoudig doordat de loonsom per programma in                  het rente-percentage voor berekening van de
de begroting is opgenomen.                                     renteinkomsten dan moet het verschil in
Voor berekening van het renterisico bij de BDU                 rentepercentages over het hele saldo erbij geteld
programma‟s zijn gegevens nodig over het saldo                 worden en wordt het renterisico groter.
van de vooruitontvangen doeluitkeringen, het
percentage van de herfinancieringsrente, het                   In de volgende tabel is een indicatieve berekening
percentage voor de renteinkomsten en de                        gemaakt van de risico‟s die de Stadsregio heeft in
geraamde bestedingen. Voor een beeld van het                   relatie tot de reserves
renterisico zijn geen ingewikkelde berekeningen


Reservepositie                                     Eind 2009        Renterisico       Organisatie         Eind 2011
                                                                                        en overig


Algemene reserve                                   3.998.022                   0       -3.004.200           993.822

Bestemmingsreserves
   Reserve Openbaar Vervoer                   6.067.078              -1.912.743        -1.433.000         2.721.335
   Reserve Infrastructuur                     8.118.759              -4.317.559        -1.397.000         2.404.200
   Reserve Verkeer en Vervoerbeleid             236.900                -591.701          -558.700          -913.501
   Reserve Besluit Locatiegebonden Subsidies 4.603.454                        0        -4.603.454                 0
   Reserve automatisering                       278.362                                   278.362                 0
   Totaal bestemmingsreserves                19.304.553              -6.822.003        -7.992.154         4.490.396


Renterisico                                                    een reservering voor andere huisvesting voor een
Het renterisico voor de BDU programma‟s is                     bedrag van € 1 miljoen.
berekend door uit te gaan van volledige besteding
van de vooruitontvangen middelen in een jaar.                  Bij de BDU programma‟s is als organisatie risico
Daarbij moet 2% rente worden toegerekend en                    weer berekend op basis van 1 maal het jaarsalaris
wordt geen rente over nog uitstaande middelen                  van de betreffende afdelingen.
ontvangen.
                                                               Met de bouwgemeenten in afgesproken dat de
Organisatie en overig                                          ontvangen rente over de nog niet uitgekeerde
Het risico voor de algemene reserve bestaat uit het            Besluit Locatiegebonden Subsidies bij het eindigen
organisatierisico dat gelijk gesteld is aan 1 maal het         van deze regeling wordt uitgekeerd aan de
jaarsalaris voor de programma‟s 04 Economie, 05                bouwgemeenten dan wel (deels) beschikbaar wordt
Regionale      woningmarkt,      07      Bestuur    en         gehouden voor projecten in het kader van de
Communicatie en het personeel van de                           regionale woningmarkt.
kostenplaats Bedrijfsvoering. Ook is meegenomen


                                                                                                                 30
De bestemmingsreserve automatisering fluctueert           Reservepositie toereikend
van jaar op jaar, afhankelijk van de aan te schaffen      Het beeld dat deze indicatieve berekening geeft is
automatiseringsapparatuur en –programmatuur.              dat de reservepositie aan de Stadsregio toereikend
                                                          is om verwachte risico‟s en uitgaven op te vangen.




c.       Onderhoud kapitaalgoederen
De Stadsregio is gehuisvest in een gehuurde               een jaarlijkse dotatie aan de bestemmingsreserve
kantoorruimte. Voor de huisvesting is het onderwerp       vervanging automatiseringsapparatuur. De dotatie
van deze paragraaf dus niet aan de orde. Voor de          maakt het mogelijk de apparatuur na 3 tot 4 jaar te
kantoorautomatisering is een onderhoudscontract           vervangen. Andere kapitaalgoederen heeft de
afgesloten. Periodieke vernieuwing is geregeld door       Stadsregio niet.




d.       Financiering
                                                          •         de Stadsregio Amsterdam heeft een
De Stadsregio Amsterdam ontvangt rijksgelden en
                                                          beperkte eigen inzet voor het treasurybeleid. Die
keert deze in de vorm van subsidies voor ruimtelijke
                                                          capaciteit moet      voldoende moet zijn om de
ordening infrastructuur, openbaar vervoer en
                                                          adviezen van de huisbankier te kunnen beoordelen
jeugdzorg uit. Tussen de ontvangst van rijksgelden
                                                          in relatie tot de liquiditeitenplanning die de
en uitkering daarvan kan enige tijd zitten. De nog
                                                          Stadsregio zelf opstelt. Een eigen treasury afdeling
niet uitgekeerde middelen werden op rekening-
                                                          is niet aan de orde.
courant basis belegd bij de gemeente Amsterdam.
De gemeente Amsterdam vergoedt de 1 maand
                                                          In 2006 is een voorzichtig begin gemaakt met het
Euribor rente minus 2 basispunten en brengt dit
                                                          uitzetten van middelen bij BNG Vermogensbeheer
tarief ook in rekening bij een tekort.
                                                          in 2008 zijn opnieuw middelen uitgezet. Per 31
                                                          december 2009 was ruim een derde van de op die
Sinds 2 augustus 2006 zijn er ook gelden uitgezet in
                                                          datum totale liquide middelen belegd bij BNG
de beleggingsfondsen BNG Fido Geldmarktselect
                                                          Vermogensbeheer en het daarop toegepast
voor uitzettingen tot 12 maanden en BNG Fido
                                                          treasurybeleid       is    gebaseerd      op      de
Kapitaalmarktselect voor uitzettingen van een
                                                          liquiditeitenplanning van Infrastructuur. Bewust is
langere duur. Beide zijn vastrentende fondsen
                                                          een beperkt deel van de middelen belegd omdat de
waarop een actief beheer wordt toegepast. Dat
                                                          onzekerheden voor een goede liquiditeitenplanning
houdt in dat op basis van de verwachte rente-
                                                          nog groot zijn. Om het treasurybeleid te
ontwikkeling de BNG Vermogensbeheer, de
                                                          optimaliseren is een goed inzicht noodzakelijk in de
beleggingsmaatschappij van de Bank voor
                                                          factoren die de voortgang en het daarbij behorende
Nederlandse Gemeenten, middelen uitzet in de
                                                          uitgavenpatroon van projecten bepalen. In dit
markt of juist weer aan de markt onttrekt. De
                                                          verband is de Stadsregio afhankelijk van informatie
beleggingen voldoen aan de eisen die in de wet
                                                          van wegbeheerders die de projecten uitvoeren. In
FIDO (Financiering decentrale overheden) worden
                                                          2010 zal de inspanning worden doorgezet om aan
gesteld.
                                                          een betere liquiditeitenplanning te komen en om de
Het treasurybeleid van de Stadsregio Amsterdam is
                                                          verdeling van de uitzetting van middelen tussen
gebaseerd op twee uitgangspunten:
                                                          BNG       Vermogensbeheer      en    de   gemeente
•        de eerste prioriteit in het treasurybeleid van
                                                          Amsterdam meer in evenwicht te brengen.
Stadsregio Amsterdam was, is en blijft zekerheid
over de uit te zetten middelen. Daarom is het
                                                          Als er rekening wordt gehouden met de per 31
zoeken naar het hoogst mogelijke rendement
                                                          december geschatte marktwaarde van alle
binnen de wettelijke marges niet het doel. Dat is ook
                                                          obligaties heeft de beleggingsportefeuille van de
de reden dat is gekozen voor de BNG als
                                                          Stadsregio een cumulatief rendement van 15.02 %
huisbankier;
                                                          sinds het begin van het mandaat behaald. Dit


                                                                                                          31
cumulatief rendement houdt een bijzonder hoog                 plannen voor stimulering van de economie van
rendement     over     2009    van    6.03%      in.          centrale overheden hebben eerst een dempend
Kapitaalmarktuitzettingen rendeerden dankzij de               effect op de daling van de lange rente gehad maar
daling van de credit spreads per saldo over geheel            de nominale lange rente (10 jaars) is sinds de
2009 uitzonderlijk. Deze rendementen zijn netto van           zomer 2009 relatief laag (onder 3,5%). De inflatie is
alle kosten.                                                  zelden zo laag geweest. Credit spreads van
                                                              financials zijn na een historische hoogtepunt in
Vanaf november 2008 zijn de rentes op de geld- en             maart 2009 gedaald maar zijn nu nog altijd hoog.
kapitaalmarkt van de Europese Monetaire Unie flink            Op het moment is 2/3 van de uitgezette middelen in
gedaald. Vooral op de geldmarkt was de daling                 het obligatiefonds met een duur van 2 tot 3 jaar
aanzienlijk. De rentecurve is versteild. Dat heeft te         belegd (BNG Fido Kapitaalmarktselect). Op basis
maken met de economische crisis, de wijziging van             van de begroting voor 2011 zou deze belegging
het beleid van de Europese centrale Bank en de                voortgezet en zelf uitgebreid kunnen worden. Het
reddingsacties van centrale overheden. Het                    restant van de uitgezette middelen is op de
overslaan van de kredietcrisis op de reële economie           geldmarkt belegd. Sinds februari 2009 vinden
maakte dat de ECB haar prognoses voor de groei                herbeleggingen in deze deelportefeuille met hoge
en de inflatie naar beneden bijstelde en overging op          opslagen boven Euribor plaats (tussen 50 en zelf 80
een beleid van renteverlagingen. In meerder                   basispunten in het eerste kwartaal 2010).
stappen is de officiële herfinancieringsrente                 Samenvattend is de portefeuille t.o.v. de rentemarkt
verlaagd waardoor de Euribor sinds de zomer 2009              redelijk optimaal verdeeld
nog nooit zo laag is geweest. De reddingsacties en



Wat mag het kosten?
Renteverdeelstaat                                  Rekening      Vastgestelde       Gewijzigde           Begroting
                                                      2009     begroting 2010    begroting 2010              2011


Baten
   Rente kortlopende middelen                     3.743.135         2.670.450         2.461.200         2.461.200
   Rente langlopende middelen                     3.598.639         2.682.650         2.472.400         2.472.400
   Totaal Rente                                   7.341.774         5.353.100         4.933.600         4.933.600

Toedeling
   Beheerkosten                                  308.382              250.000           330.000           330.000
   Rente 01 Openbaar vervoer                   2.025.609            1.469.800         1.205.100         1.205.100
   Rente 02 Infrastructuur                     3.865.742            2.666.800         2.686.700         2.686.700
   Rente 03 Ruimtelijke projecten en mob beleid 449.956               367.300           328.400           328.400
   Rente 05 Regionale woningmarkt (BLS)          574.482              509.200           293.400           293.400
   Rente algemene middelen                       117.603               90.000            90.000            90.000
   Lasten                                      7.341.774            5.353.100         4.933.600         4.933.600

   Saldo voor resultaatbestemming
      = saldo na resultaatbestemming                     0                   0                 0                 0



Toelichting op de financiële gegevens

In de raming van de rente-inkomsten is voor 2010
uitgegaan van een rendement van 1,1% en voor
2011 van 1,5%.




                                                                                                               32
e.       Bedrijfsvoering
Deze paragraaf gaat in op de voorgenomen                 Facilitaire zaken
activiteiten ter handhaving en verbetering van de        De Stadsregio Amsterdam maakt voor de
bedrijfsvoering. De bedrijfsvoering betreft alle         ondersteuning veelal gebruik van de diensten van
activiteiten die gericht zijn op de organisatie van de   anderen. Het betreft de inkoop van (een deel van
activiteiten die het bestuur vraagt, en op het zo        de) facilitaire dienstverlening, de catering, de
effectief en efficiënt mogelijk uitvoeren ervan en ten   automatisering en de personeelsadministratie. De
dienste stellen aan de gemeenten. De belangrijkste       ambtelijke organisatie van de Stadsregio heeft
criteria voor de bedrijfsvoering zijn doelmatigheid,     momenteel behoefte aan aanvullende kantoor- en
betrouwbaarheid en klantgerichtheid.                     vergaderruimte. In de komende periode zal de ICT
                                                         omgeving worden aangevuld met een DMS systeem
Financiën                                                voor een goed informatiebeheer als ondersteuning
Het doel van de financiële afdeling is het bestuur en    van de werkzaamheden.
de ambtelijke organisatie ondersteunen bij een
gezond financieel beheer van de stadsregio en het        Communicatie en juridische ondersteuning
leveren van financiële verantwoordingen. De              Communicatie           en       bestuurlijk-juridische
stadsregio volgt daarbij de eisen die het Besluit        ondersteuning     zijn    beschreven    onder      het
Begroten en Verantwoorden aan provincies en              programmaonderdeel Bestuur en Communicatie.
gemeenten stelt                                          Deze activiteiten zijn echter tevens ondersteunend
                                                         voor de uitvoering van de overige programma‟s door
Personeel                                                inbreng van expertise.
De stadsregio heeft een kleine en slanke ambtelijke
organisatie met medewerkers die goed geschoold           Post- en archiefzaken
zijn, tamelijk zelfstandig opereren met directe          Voor de functie documentaire informatievoorziening
contacten met bestuurders voor wie zij werken en         is het doel het bereiken van een niveau van
met de ambtenaren van de gemeenten waarmee zij           informatiebeheer dat voldoet aan de wettelijke
samenwerken. Er is een systematiek van functies,         voorschriften. De wettelijke voorschriften op het
inclusief      beschrijvingen,        geformuleerde      gebied van zorg, bewaring en beheer zijn: de
competenties en functiewaarderingen, en een              archiefwet 1995, het besluit informatiebeheer 1997,
daarop       aansluitende      functionering-    en      de archiefverordening 1997 en deels de wet
beoordelingsystematiek. Er wordt veel belang             openbaarheid van bestuur. Het (papieren) archief is
gehecht     aan      opleidingsmogelijkheden.    De      goed op orde. Een tekortkoming, waarvoor nog
ambtelijke organisatie van de stadsregio kent een        steeds een oplossing moet worden gevonden, is dat
laag ziekteverzuim en een gering verloop van             de huidige archiefruimte niet voldoet aan de
personeel.                                               bouwkundige eisen die zijn gesteld in de
                                                         ministeriele   regeling    “bouw     en    inrichting
                                                         archiefruimten en archiefbewaarplaatsen”.




                                                                                                           33
Wat mag het kosten?
Kostenplaats 99 Bedrijfsvoering                  Rekening         Vastgestelde      Gewijzigde         Begroting
                                                    2008        begroting 2009   begroting 2009            2010



Baten
   Overige baten                                   33.840                    0                0                0
   Doorbelastingen                              2.446.798            2.503.200        2.487.300        2.514.400
   Totaal Baten                                 2.480.638            2.503.200        2.487.300        2.514.400
Lasten
   Overige lasten                                 203.278               13.000           13.000           13.000
   Personeel                                      876.686              891.200          875.300          898.700
   Algemene zaken                                 997.879              937.000          937.000          940.700
   Personeel en Organisatie                       272.867              421.300          421.300          421.300
   Financiën                                       69.929              180.800          180.800          180.800
   Totaal Lasten                                2.420.638            2.443.200        2.427.300        2.454.400

Baten en Lasten vóór resultaatbestemming              60.000            60.000           60.000           60.000

Resultaatbestemming
   Toevoegingen reserves                            60.000              60.000           60.000           60.000
   Resultaatbestemming                            - 60.000            - 60.000         - 60.000         - 60.000

     Saldo na resultaatbestemming                         0                  0                0                0



Toelichting op de financiële gegevens
De kosten van de afdeling Bedrijfsvoering worden               is het aantal formatieplaatsen per programma en de
over de programma‟s verdeeld op basis van het                  kostenverdeling weergegeven.
aantal formatieplaatsen per programma. In bijlage 1




f.       Verbonden partijen
Verbonden partijen zijn partijen waarmee de                    afdwingbaar dan wordt de partij genoemd bij het
Stadsregio een bestuurlijke relatie heeft en waarin            betreffende programma.
de Stadsregio een financieel belang heeft. Van een             De Stadsregio Amsterdam kent geen verbonden
financieel belang is in dit verband sprake als er              partijen op peildatum 1 april 2008.
juridisch afdwingbare financiële verplichtingen
bestaan. Zijn de verplichtingen niet juridisch




g.       Grondbeleid
De ontwikkeling van nieuwe woongebieden en                     geen bouwterreinen ontwikkelt is deze paragraaf
bedrijfsterreinen wordt uitgevoerd door de                     niet van toepassing voor de Stadsregio Amsterdam.
gemeenten. Omdat de stadsregio Amsterdam zelf




                                                                                                             34
Deel 2 De financiële begroting




                                 35
36
2.1      Inleiding

De vaste punten in dit hoofdstuk zijn de                                  tot een sluitende begroting te komen. Vervolgens
onderwerpen die in het Besluit Begroting en                               wordt in paragraaf 2.4 het uitgangspunt voor de
Verantwoording voorschrijft:                                              begroting 2011 bepaald door actualisatie van de
   het overzicht van baten en lasten voor                                begroting 2010. De actualisatie is vastgelegd in de
                                                                            e
    resultaatbestemming                                                   1 begrotingswijziging 2010.
   het overzicht van de algemene dekkings-
    middelen en onvoorzien                                                Paragraaf 2.5 geeft het overzicht van baten en
   de resultaatbestemming                                                lasten. Paragraaf 2.6 geeft het overzicht van de
   de meerjarenraming                                                    algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien. Voor
Naast deze verplichte onderwerpen zijn er                                 de Stadsregio is de Brede Doel Uitkering verkeer en
specifieke onderwerpen van de Stadsregio. De                              vervoer een belangrijk programmaoverschrijdend
indeling van dit hoofdstuk is niet gebaseerd op                           dekkingsmiddel. Niet verplicht volgens het BBV
groepering van de verplichte en specifieke                                maar zo belangrijk dat de uitgangspunten voor de
onderwerpen maar de volgorde van onderwerpen is                           verdeling van de BDU in een aparte paragraaf 2.7
zo gekozen dat er een logisch opgebouwd                                   toegelicht worden. Na dit uitstapje volgt de
hoofdstuk ontstaat.                                                       paragraaf 2.8 de resultaatbestemming. Het
                                                                          meerjarenperspectief in paragraaf 2.9 laat zien dat
Paragraaf 2.2 geeft de essentie van de nieuwe                             de begroting vanaf 2012 sluitend is.
indeling in programma‟s. In paragraaf 2.3 wordt
geschetst welke maatregelen genomen worden om



2.2      Nieuwe indeling in programma’s
De indeling naar programma‟s in de begroting 2011
is gebaseerd op de regionale agenda voor de                               Het nieuwe programma Regionale woningmarkt
bestuursperiode 2010- 2014. Deze indeling is al                           bestaat uit het voormalige programma Wonen en
verwerkt in het Werkplan 2010 dat de regioraad op                         het deel van het voormalige programma Ruimtelijke
15 december 2009 heeft vastgesteld. Daarom wordt                          Ordening dat betrekking heeft op verstedelijkings-
ook de begroting 2010 volgens de nieuwe indeling                          afspraken en woningbouwplanning. Het deel van
gepresenteerd. Ter wille van de vergelijkbaarheid is                      Ruimtelijke Ordening dat betrekking heeft op
de nieuwe indeling ook gebruikt voor het weergeven                        gebiedsontwikkeling en de gebiedsagenda Noord-
van de rekeningcijfers 2009.                                              West Nederland in relatie tot mobiliteit wordt samen
De belangrijkste inhoudelijke wijziging is dat het                        met het voormalige programma Verkeer en
thema ruimte nu beter is ingepast in de nieuwe                            vervoerbeleid het nieuwe programma Ruimtelijke
programma‟s Regionale woningmarkt en Ruimtelijke                          projecten en mobiliteit.
projecten en mobiliteitsbeleid.                                           In schemavorm ziet dit er als volgt uit:

Nieuwe indeling                                                    oude indeling

01 Openbaar vervoer         ----------------------------------- 07 Openbaar vervoer

02 Infrastructuur     ----------------------------------------- 05 Infrastructuur

03 Ruimtelijke projecten en mobiliteit          ---------------- 01 Ruimtelijke ordening gebiedontwikkeling
                                               ----------------- 04 Verkeer en vervoerbeleid

04 Economie         -------------------------------------------- 03 Werken en economie

05 Regionale woningmarkt           ----------------------------- 01 Ruimtelijke ordening onderdeel verstedelijking
                                   ----------------------------- 02 Wonen

06 Jeugdzorg        --------------------------------------------   Jeugdzorg

07 Bestuur en communicatie            -------------------------- 00 Bestuur en communicatie


                                                                                                                          37
2.3     Naar een sluitende begroting
Aan het begin van de bestuursperiode 2006 -2010      van de sociale agenda worden uitgevoerd door
had de Stadsregio een ruime algemene reserve.        gemeenten.
Dat bood de mogelijkheid elk jaar een deel van de    Bij programma 06 Jeugdzorg wordt incidenteel in
algemene reserve in te zetten voor de begroting.     2010 en 2011 een bedrag van € 75.000 beschikbaar
Omdat hiermee structurele uitgaven incidenteel       gesteld voor een tijdelijke uitbreiding van de
gefinancierd werden, heeft het Dagelijks Bestuur     formatie om personele wisselingen beter op te
ervoor gekozen deze incidentele financiering         kunnen vangen.
beperkt te houden. Daardoor kan de overgang naar     Ook de personeelsbegroting is geactualiseerd op
een structureel sluitende begroting zonder grote     basis van de uitkomsten over het jaar 2009.
ingrepen gerealiseerd worden.                        Per saldo leveren deze maatregelen € 195.730 op
Met de onttrekking aan de algemene reserve in        zodat de onttrekking aan de algemene reserve
2009 van € 1 miljoen voor het wegwerken van de       verlaagd kan worden van € 548.730 tot € 353.000.
wachtlijsten bij jeugdzorg komt de algemene
reserve op een niveau dat een sluitende begroting    De uitkomsten voor de begroting 2011 worden
nodig wordt.                                         bepaald door een aantal autonome wijzigingen en
                                                     door maatregelen om in 2012 tot een sluitende
Het dekken van een incidenteel tekort kan door       begroting te komen.
verhogen van de inkomsten of het verlagen van de     De meest kenmerkende autonome wijziging is de
uitgaven. Verhogen van de inkomsten betekent een     ontwikkeling van het inwoneraantal. Elk jaar neemt
verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Daarvoor    het inwoneraantal van de Stadsregio toe. Dat leidt
heeft het Dagelijks Bestuur niet gekozen.            tot een hogere gemeentelijke bijdrage. Voor 2011 is
De gemeentelijke bijdrage wordt uitsluitend          het effect € 33.600. De nominale aanpassing van
aangepast voor de loon- en prijsstijgingen op        de gemeentelijke bijdrage leidt tot een verhoging
vergelijkbare wijze als het Gemeentefonds nominaal   van € 42.200.
wordt aangepast. Uit de circulaires over het         Voor de aanpassing van de personeelsbegroting
Gemeentefonds kan opgemaakt worden het               wordt uitgegaan van 2%. Dit is het percentage voor
indexcijfer Bruto Binnenlands Product het beste de   de loonontwikkeling bij de overheid dat het Centraal
nominale ontwikkeling van het Gemeentefonds          Plan Bureau heeft opgenomen voor 2011 in het
weergeeft. Het Centraal Plan Bureau raamt de         Centraal Economisch Plan 2010. In de circulaires
indexcijfer voor het BBP het in het Centraal         van het Gemeentefonds wordt deze index als best
economisch plan 2010 voor het jaar 2011 op 1,5%.     passend genoemd.
Dat leidt tot een aanpassing van de gemeentelijke
bijdrage van € 2,20 in 2010 naar € 2,23 in 2011.     Het Dagelijks Bestuur heeft drie beleidsmaatregelen
                                                     genomen. Het budget voor projecten onderzoek en
Geen reële verhoging van de inkomsten betekent       studie bij de programma‟s 03 Economie en 04
dat de uitgaven verlaagd moeten worden. Die          Regionale woningmarkt is verlaagd.
richting is in deze begroting uitgewerkt.            Voor Jeugdzorg heeft de Stadsregio in 2007 een
                                                     bijdrage toegezegd voor de zogeheten Eigen Kracht
De eerste stap is gezet in de actualisatie van de    Conferenties. Deze bijdrage is toegezegd om de
begroting 2010.                                      start van deze aanpak mogelijk te maken totdat
Door de nieuwe programmaindeling worden de           binnen de reguliere middelen volledige dekking
personeelslasten en de daarbij behorende             geregeld is. De bijdrage vervalt in 2011.
doorbelasting van bedrijfsvoering ten laste van de   Het effect van deze maatregelen is dat de begroting
algemene middelen € 286.600 lager.                   met ingang van 2011 sluitend is. Door het vervallen
De tweede maatregel in 2010 is het laten vervallen   van de tijdelijke uitbreiding van de formatie bij
van het budget voor de sociale agenda bij            jeugdzorg ontstaat vanaf 2012 een positief saldo
programma 06 Jeugdzorg. Activiteiten in het kader    van € 75.000. In onderstaande tabel is dit pakket
                                                     aan maatregelen samengevat.




                                                                                                     38
Maatregelen sluitende begroting                          2010         2011       2012          2013        2014

I. Maatregelen algemene middelen
   Begroot tekort zonder maatregelen                  -548.730    -353.000           0       75.000       75.000
   Gem. bijdrage: aanpassing inwoneraantal                   -      33.600           >            >            >
   Gem. bijdrage: nominale aanpassing                        -      42.200           >            >            >
   div. Aanpassing personeelsbegroting                 -45.870     -51.200           >            >            >
   03 Verlaging budget Werken en economie                    -     192.200           >            >            >
   04 Incidentele onttrekking BLS vervalt                    -    -199.000           >            >            >
   04 Verlaging budget Regionale woningmarkt                 -     166.200           >            >            >
   04 Wijziging taken nieuwe programma's               286.600           >           >            >            >
   06 Tijdelijke verhoging formatie jeugdzorg          -75.000           >      75.000            >            >
   06 Verlaging bijdrage jeugdzorg                           -     129.000           >            >            >
   06 Vervallen budget sociale agenda                   30.000           >           >            >            >
   07 Incidenteel budget regiodag vervalt                    -      40.000           >            >            >
   Totaal effect op begrotingstekort                   195.730     353.000      75.000            0            0

  Nieuw begroot tekort na maatregelen                 -353.000            0     75.000       75.000       75.000

  Stand algemene reserve                             3.998.022   3.998.022 4.073.022      4.148.022 4.223.022

II. Maatregelen BDU programma geen effect op algemene middelen
    03 Wijziging taken nieuwe programma's       -286.600                  >          >             >           >




2.4     Eerste wijziging begroting 2010
De eerste stap bij het opstellen van de begroting
2011 is de actualisatie van de begroting 2010.              Openbaar vervoer
                                                                      e
De ramingen van de personeelskosten zijn                    In de 1 begrotingswijziging zijn de ramingen bij
geactualiseerd op basis van de uitkomsten bij de            programma 01 Openbaar Vervoer, 02 Infrastructuur
jaarrekening 2009.                                          en 03 Ruimtelijke projecten en mobiliteitsbeleid
                                                            geactualiseerd op basis van het Uitvoerings-
BDU Verkeer en vervoer                                      programma 2010 verkeer en vervoer. Bovendien
De minister van verkeer en waterstaat heeft in een          zijn de lasten voor programma 01 Openbaar vervoer
brief van 28 december 2009 de beschikking BDU               aangepast op basis van de jaarlijkse beschikkingen
                           e
2010 gezonden. Met de 1 begrotingswijziging is              die de Stadsregio opstelt voor de openbaar vervoer
deze beschikking verwerkt. De uitkering voor de             bedrijven die de concessies uitvoren.
Stadsregio is € 11 miljoen hoger uitgevallen dan
verwacht mocht worden op grond van de bekende               Infrastructuur
gegevens. Omdat volgens het Uitvoerings-                    Bij 02 Infrastructuur is de raming voor het uitkeren
programma 2010 verkeer en vervoer, de regioraad             van subsidies aan wegbeheerders fors verlaagd. Dit
heeft het Uitvoeringsprogramma 2010 op 15                   is een gevolg van het meer realistisch ramen van de
december 2009 vastgesteld, voor de jaren na 2011            voortgang van projecten en daarmee de uitgaven
onvoldoende middelen beschikbaar zijn voor de               voor subsidies. Dit betekent een verschuiving in de
uitvoering van alle plannen, wordt de extra € 11            tijd naar latere jaren van uitgaven omdat met de
miljoen beschikbaar gehouden voor latere jaren.             beschikkingen het toegezegde totaalbedrag vast
                                                            ligt. Minder uitgaven betekent dat de Stadsregio
De raming van de rente-inkomsten is ook                     over een hoger saldo aan middelen rentedragend
geactualiseerd    waarbij    voor de   verplichte           kan wegzetten. Dat verklaart bij 02 Infrastructuur de
rentetoevoeging bij de BDU programma‟s het                  verbetering van het saldo dat wordt toegevoegd aan
geldende percentage van de herfinancieringsrente            de bestemmingsreserve infrastructuur.
per 1 januari 2010 is verwerkt.



                                                                                                             39
Jeugdzorg                                                   € - 875.700 in de nieuwe raming.
 De actualisatie van de begroting 2010 Jeugdzorg is         De forse daling van zowel baten als lasten markeert
op 16 februari 2010 door de regioraad vastgesteld           het aflopen van de besluit Locatiegebonden
en nu opgenomen in de geactualiseerde begroting             Subsidie regelingen van het rijk over de periode
2010. Ook de maatregelen om tot een sluitende               2005 – 2009. Conform de afspraken met de
begroting te komen zijn verwerkt in de wijziging.           bouwgemeenten in de Stadsregio wordt de van het
                                                            rijk ontvangen uitkering over 2008 en 2009
Programma‟s algemene middelen                               uitgekeerd aan de bouwgemeenten in 2010.
Bij de wijziging in programma 05 Regionale
woningmarkt wordt de herschikking van de taken op           Maatregelen sluitende begroting
                                                                   e
het gebied van de ruimtelijke ordening, die mede            In de 1 begrotingswijziging zijn ook de maatregelen
heeft geleid tot de nieuwe programma indeling,              verwerkt om tot een sluitende begroting te komen
zichtbaar als een verbetering van het saldo: het            zoals beschreven in de vorige paragraaf.
oude saldo van € -1.162.300 neemt af naar




1e wijziging begroting 2010    Saldo oude        +              -      = Wijziging      +        =   Saldo
                                raming na      Wijziging     Wijziging  saldo voor Wijziging nieuwe raming
                                 Resultaat   Inkomsten       Uitgaven    Resultaat  Resultaat na resultaat
                              bestemming                               bestemming bestemming bestemming


01 Openbaar vervoer                   0    43.861.300      43.839.400       21.800    - 21.800           0
02 Infrastructuur                     0 - 102.153.100               -    1.104.400 - 1.104.400           0
03 Ruimtelijke projecten en           0       671.300         632.100       39.200    - 39.200           0
04 Economie                 - 1.354.100             0           7.500      - 7.500           0 - 1.361.600
05 Regionale woningmarkt - 1.162.300          253.500         202.700       50.800     235.800   - 875.700
06 Jeugdzorg                  - 159.000    17.352.000      17.397.000     - 45.000           0   - 204.000
07 Bestuur en communicatie - 1.024.000              0          38.500     - 38.500           0 - 1.062.500
Algemene dekkingsmiddelen 3.699.500                 0               0            0   - 195.700   3.503.800
Totaal programma's                    0    28.007.300      26.882.100    1.125.300 - 1.125.300           0

Bedrijfsvoering                         0      - 15.900      - 15.900             0            0             0

Totaal programma's                      0     - 435.400     - 435.400            0           0               0
Totaal begrotingswijziging              0    27.571.900    26.446.700    1.125.300 - 1.125.300               0




                                                                                                           40
2.5       Overzicht van baten en lasten voor resultaatbestemming

Baten en lasten voor resultaatbestemming           Rekening      Vastgestelde        Gewijzigde           Begroting
                                                      2009     begroting 2010     begroting 2010              2011
Baten
         01 Openbaar Vervoer                   351.425.125       348.079.600        391.940.800        372.193.700
         02 Infrastructuur                      61.408.303       164.071.600         61.918.500         83.322.200
         03 Ruimtelijke projecten en             7.067.634        21.507.800         22.179.100         22.324.200
         04 Werken en Economie                   1.028.052                 0                  0                  0
         05 Regionale woningmarkt                1.717.992        37.908.500         38.162.000             75.000
         06 Jeugdzorg                          209.744.474       193.815.300        211.167.200        214.001.400
         Algemene dekkingsmiddelen               3.117.853         3.150.700          3.150.700          3.226.500
         Totaal Baten                          635.509.434       768.533.500        728.518.400        695.142.900

Lasten
         01 Openbaar Vervoer                   351.577.774       347.852.700        391.692.100        372.058.400
         02 Infrastructuur                      62.118.954       164.648.000         61.390.600         83.408.500
         03 Ruimtelijke projecten en             7.119.929        21.514.400         22.146.500         22.319.700
         04 Werken en Economie                   2.068.674         1.354.100          1.361.600          1.175.700
         05 Regionale woningmarkt                2.213.134        38.740.600         38.943.300            976.300
         06 Jeugdzorg                          210.873.474       193.924.300        211.321.200        214.026.400
         07 Bestuur en Communicatie                831.443         1.024.000          1.062.500          1.059.500
         Totaal Lasten                         636.803.382       769.058.100        727.917.800        695.024.400

Baten en Lasten vóór resultaatbestemming       - 1.293.948         - 524.700             600.600           118.500


Kostenplaatsen
      99 Bedrijfsvoering baten               2.480.638             2.503.200           2.487.300         2.514.400
      99 Bedrijfsvoering lasten              2.420.638             2.443.200           2.427.300         2.454.400
      Baten en Lasten vóór resultaatbestemming 60.000                 60.000              60.000            60.000

Saldo van baten en lasten                      - 1.233.948         - 464.700             660.600           178.500



Het overzicht van baten en lasten geeft het                   baten en lasten weer maar ook een indicatie van het
overzicht van de jaarlijkse baten en lasten. Tekorten         al dan niet sluitend zijn van de begroting. Het is een
of overschotten in de jaarlijkse exploitatie kunnen           indicatie omdat bij de Brede Doel Uitkering verkeer
verrekenend worden met de reserves of                         en vervoer het expliciet de bedoeling is van het rijk
doeluitkeringen die nog niet volledig besteed                 dat de BDU ontvanger kan „sparen‟ voor grote
worden of besteed zijn. Het overzicht van baten en            projecten.
lasten geeft daarmee niet alleen de hoogte van




2.6       Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Het belangrijkste algemeen dekkingsmiddel van de              programma's    04 Economie, 05 Regionale
stadsregio Amsterdam is de gemeentelijke bijdrage.            woningmarkt en 07 Bestuur en Communicatie.
De gemeentelijke bijdrage is hoofdzakelijk ingezet            Ook wordt tot en met 2011 een bijdrage uit de
voor programma‟s met taken waarvoor geen                      algemene middelen aan programma 08 Jeugdzorg
rijksbijdrage beschikbaar is. Dat zijn de                     beschikbaar gesteld.




                                                                                                                41
De gemeentelijke bijdrage wordt geïndexeerd voor               in de programma‟s 04 Economie, 05 Regionale
de loon- en prijsstijgingen en komt uit op € 2,23 per          woningmarkt en 07 Bestuur en Communicatie zijn
inwoner; de verhoging bedraagt € 0,03 per inwoner.             ook een algemeen dekkingsmiddel. De rente-
Voor indexering is gebruik gemaakt van indexcijfers            inkomsten voor 2010 en 2011 zijn op hetzelfde
die het Centraal Plan Bureau in het Centraal                   niveau gehandhaafd.
Economisch Plan publiceert. Gekozen is het                     De rente-inkomsten bij de BDU programma‟s
indexcijfer Bruto Binnenlands Product omdat dit                worden aan die programma‟s toegerekend.
indexcijfer volgens de circulaires Gemeentefonds
het best passend is bij de nominale ontwikkeling               De bijdrage uit de algemene middelen van € 1
van het gemeentefonds. Daarmee sluit de                        miljoen voor jeugdzorg in 2009 komt in het overzicht
ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage voor de             tot uitdrukking in de post vrijval reserves. Voor de
Stadsregio goed aan bij de nominale ontwikkeling               begroting geldt dat de post vrijval reserves het
van het Gemeentefonds                                          begrotingstekort aangeeft dat gedekt wordt uit de
                                                               algemene reserve.
Het aantal inwoners per gemeente is gespecificeerd
in paragraaf a. Lokale heffingen van de                        In de begroting van de Stadsregio is één post
programmabegroting. De geraamde baten voor de                  onvoorzien opgenomen van € 100.000 die bij de
gemeentelijke bijdrage voor 2011 zijn € 3.136.500.             kostenplaats bedrijfsvoering is begroot.
De rente-inkomsten die gerealiseerd worden over
de algemene reserve en over het betalingsverkeer



Algemene dekkingsmiddelen                          Rekening       Vastgestelde       Gewijzigde          Begroting
                                                      2009      begroting 2010    begroting 2010             2011


Gemeentelijke bijdragen                           3.000.250          3.060.700         3.060.700         3.136.500
Rente                                               117.603             90.000            90.000            90.000
Vrijval Reserves                                  1.000.000            548.700           353.000                 0
Saldo na resultaatbestemming                      4.117.853          3.699.400         3.503.700         3.226.500


Saldo 04 Werken en Economie                       -1.040.622         -1.354.100       -1.361.600        -1.175.700
Saldo 05 Regionale woningmarkt                      -875.624         -1.162.300         -875.700          -916.300
Saldo 06 Jeugdzorg                                -1.129.000           -159.000         -204.000           -75.000
Saldo 07 Bestuur en Communicatie                    -831.443         -1.024.000       -1.062.500        -1.059.500
Totaal saldi programma‟s                          -3.876.689         -3.699.400       -3.503.700        -3.226.500

Saldo algemene dekkingsmiddelen                     241.164                   0                 0                0




2.7     Verdeling BDU Verkeer en Vervoer
De Brede Doel Uitkering verkeer en vervoer (BDU)               beantwoordt aan de doelen van het Regionaal
is een programma-overschrijdend dekkingsmiddel                 Verkeer- en Vervoer Plan en de jaarlijkse
voor de BDU programma‟s 01 Openbaar vervoer,                   Uitvoeringsprogramma‟s verkeer en vervoer.
02 Infrastructuur en 03 Ruimtelijke projecten en
mobiliteitsbeleid. De BDU is voor de Stadsregio                04 Verkeer en Vervoerbeleid            2,0%
veruit de belangrijkste inkomstenbron.                         05 Infrastructuur                     22,0%
                                                               07 Openbaar Vervoer                   76,0%
De verdeling van de BDU over de verkeer en
vervoer programma‟s is gebaseerd op een                        Deze verdeling geldt alleen voor het relatieve deel
historisch ontstane verdeling die goed voldoet en              van de BDU. Het relatieve deel van de BDU is het


                                                                                                               42
deel dat met verdeelsleutels zoals inwoneraantal                wijziging in het absolute deel van de BDU wordt
wordt verdeeld over de provincies en stadsregio‟s.              direct verrekend met het betreffende programma.

Naast het relatieve deel kent de BDU ook een                    Het is uitdrukkelijk de bedeling van het rijk dat BDU
absoluut deel waarin middelen voor specifieke                   ontvangers een deel van de BDU kunnen „sparen‟
doelen zijn opgenomen. Voorbeelden hiervan zijn                 voor grotere projecten. Bij vertraging in de
middelen voor BDU-ontvangers met een metronet of                uitvoering van grote projecten is er sprake van
tramnet. In 2010 ontvangt de Stadsregio                         gedwongen „sparen‟. In latere jaren worden de
bijvoorbeeld een incidentele bijdrage van € 20,4                middelen besteed.
miljoen voor tunnelveiligheid van openbaar vervoer              In enig jaar kan voor een programma dus meer of
infrastructuur. Ook de middelen voor invoering van              minder worden uitgegeven dan met de BDU
de OV-chipkaart zijn als specifieke posten                      verdeelsleutels wordt toegekend. Onderstaand
opgenomen in het absolute deel van de BDU. Elke                 overzicht geeft dit per programma weer.




BDU als programma overschrijdend                    Rekening       Vastgestelde       Gewijzigde           Begroting
dekkingsmiddel                                         2009      begroting 2010    begroting 2010              2011


Beschikbaar
  Beschikte BDU
  01 Openbaar vervoer                             341.750.300       339.048.900       387.309.300       355.620.600
  02 Infrastructuur                                90.968.500        91.563.000       110.604.700       105.022.700
  03 Ruimtelijke projecten+mobiliteitsbeleid       16.443.200        20.829.000        17.557.000        17.337.000
  subtotaal beschikte BDU                         449.162.000       451.440.900       515.471.000       477.980.300

Inzet BDU voorgaande jaren
  01 Openbaar vervoer                                165.000                  0                 0         5.853.591
  02 Infrastructuur                                        0         69.666.800                 0                 0
  03 Ruimtelijke projecten en mobiliteitsbeleid            0                  0         3.992.281         4.233.081
  subtotaal inzet BDU voorgaande jaren               165.000         69.666.800         3.992.281        10.086.672

  Totaal beschikbare BDU                          449.327.000       521.107.700       519.463.281       488.066.972

Bestemming
Bestede BDU
  01 Openbaar vervoer                           337.217.728         339.048.900       381.835.890       361.474.191
  02 Infrastructuur                              57.365.808         161.229.800        59.056.800        79.355.400
  03 Ruimtelijke projecten en mobiliteitsbeleid   6.445.312          20.829.000        21.549.281        21.570.081
  Totaal bestede BDU lopend jaar                401.028.848         521.107.700       462.441.971       462.399.672

BDU voor komende jaren
 01 Openbaar vervoer                                4.697.572                  0        5.473.410                 0
 02 Infrastructuur                                 33.602.692                  0       51.547.900        25.667.300
 03 Ruimtelijke projecten en mobiliteitsbeleid      9.997.888                  0                0                 0
 Totaal BDU voor komende jaren                     48.298.152                  0       57.021.310        25.667.300

  Totale bestemde BDU                             449.327.000       521.107.700       519.463.281       488.066.972

  Saldo beschikbaar min bestemd                            0                   0                 0                 0


De beschikbare BDU bestaat uit de voor het jaar                 bestede deel dat naar komende jaren wordt
door het rijk beschikte BDU plus, voor zover nodig,             doorgeschoven.
inzet van BDU middelen uit voorgaande jaren. De                 De systematiek is als volgt: de beschikte BDU voor
bestemde BDU bestaat uit bestede BDU en het niet                enig jaar wordt door het ministerie bepaald. De



                                                                                                                 43
Stadsregio bepaalt elk jaar hoeveel BDU nodig is                 komende jaren dan is duidelijk dat de BDU van het
voor het uitvoeren van projecten. Is er meer nodig               verslagjaar geheel wordt ingezet.
voor projecten dan het ministerie heeft beschikt dan
worden BDU middelen uit voorgaande jaren ingezet.                In dit overzicht is bij de baten de beschikte BDU
Is er in enig jaar minder nodig dan beschikt door het            verkeer en vervoer voor 2010 opgenomen. In de
ministerie dan wordt het niet bestede deel onder                 raming voor 2011 is het vervallen van de incidentele
BDU komende jaren opgenomen.
                                                                 posten in 2010 verwerkt: dit betreft het budget voor
                                                                 tunnelveiligheid bij 01 Openbaar vervoer en de in
Het Besluit Begroting en Verantwoording bepaalt
                                                                 2010 laatste tranche voor het toegankelijk maken
dat van doeluitkeringen alleen het deel mag worden
opgenomen dat daadwerkelijk wordt ingezet.                       van openbaar vervoer haltes bij infrastructuur.
Daarom geeft de post inzet BDU verslagjaar geen                  De beschikte BDU voor 2010 is € 11 miljoen hoger
uitsluitsel of het gaat om de totale BDU van het                 dan werd verwacht. Deze verhoging is niet
verslagjaar voor het programma. Het kan zijn dat en              meegenomen in de raming voor 2011 maar volgens
deel van de BDU naar komende jaren wordt                         de bovengenoemde procentuele verdeling als
doorgeschoven.                                                   verlaging van de BDU over de programma‟s
Het overzicht in deze paragraaf geeft dat inzicht                verdeeld.
wel. Is geen bedrag opgenomen bij de post BDU




2.8     Resultaatbestemming

Resultaatbestemming                  Baten              Lasten     Resultaat voor         Resultaat           Saldo na
Begroting 2010                                                       bestemming         bestemming         bestemming


01 Openbaar Vervoer         372.193.700         372.058.400               135.200         - 135.200                  0
02 Infrastructuur            83.322.200          83.408.500              - 86.300            86.300                  0
03 Ruimtelijke projecten en  22.324.200          22.319.700                 4.500           - 4.500                  0
04 Werken en Economie                 0           1.175.700           - 1.175.700                 0        - 1.175.700
05 Regionale woningmarkt         75.000             976.300             - 901.300          - 15.000          - 916.300
06 Jeugdzorg                214.001.400         214.026.400              - 25.000          - 50.000           - 75.000
07 Bestuur en Communicatie            0           1.059.500           - 1.059.500                 0        - 1.059.500
Algemene dekkingsmiddelen     3.226.500                   0             3.226.500                 0          3.226.500
  Totaal programma‟s        695.142.900         695.024.400               118.500         - 118.500                  0

  Bedrijfsvoering                2.514.400        2.454.400                60.000           - 60.000                  0



De lasten van de kostenplaats Bedrijfsvoering                    Bij met renteverrekening geldt dat een negatief getal
worden doorbelast naar de programma‟s. Daarom is                 in de kolom resultaatbestemming aangeeft dat er
een totaal van baten en lasten inclusief de kosten               sprake is van een uitgave voor het programma in de
van Bedrijfsvoering niet van toepassing.                         vorm van een toevoeging aan de bestemmings-
                                                                 reserve.
De resultaatbestemming van de begroting 2011                     Een positief getal betekent een verbetering van het
heeft bij alle programma‟s betrekking op rente-                  saldo van het betreffende programma die
verrekening met de bestemmingsreserves.                          gefinancierd wordt door een onttrekking aan de
Bij de kostenplaats bedrijfsvoering gaat de                      bestemmingsreserve.
verrekening om een toevoeging aan een
bestemmingsreserve voor een specifiek doel: er                   Bij infrastructuur is er een relatief grote onttrekking
wordt    €     60.000   toegevoegd    aan   de                   aan de bestemmingsreserve. De renteinkomsten bij
bestemmingsreserve Automatisering.                               dit programma zijn niet voldoende om de wettelijk
                                                                 verplichte rentetoevoeging te dekken. De reden is


                                                                                                                    44
dat er uitbetalingen van grote subsidiebijdragen       doeluitkering afneemt en daarmee ook de
voor infrastructuurprojecten worden verwacht           renteinkomsten die over dit saldo gerealiseerd
waardoor het saldo van de vooruitontvangen             kunnen worden.




2.9     Meerjarenperspectief

Meerjarenperspectief Algemene dekkingsmiddelen
Bedragen in miljoenen €                        2010        2011          2012         2013          2014


Geraamde baten
 04 Werken en Economie                         0,00        0,00          0,00         0,00          0,00
 05 Regionale woningmarkt                     38,16        0,08          0,08         0,08          0,08
 06 Jeugdzorg                                211,17      214,00        214,00       214,00        214,00
 07 Bestuur en Communicatie                    0,00        0,00          0,00         0,00          0,00
 Algemene dekkingsmiddelen                     3,15        3,23          3,23         3,23          3,23
    totaal baten                             252,48      217,30        217,30       217,30        217,30

Geraamde lasten
 04 Werken en Economie                         1,36        1,18          1,18         1,18          1,18
 05 Regionale woningmarkt                     39,04        0,99          0,99         0,99          0,99
 06 Jeugdzorg                                211,37      214,08        214,00       214,00        214,00
 07 Bestuur en Communicatie                    1,06        1,06          1,06         1,06          1,06
 Algemene dekkingsmiddelen                     0,00        0,00          0,00         0,00          0,00
    totaal lasten                            252,83      217,30        217,23       217,23        217,23

Saldo
  04 Werken en Economie                        -1,36       -1,18        -1,18         -1,18         -1,18
  05 Regionale woningmarkt                     -0,88       -0,92        -0,92         -0,92         -0,92
  06 Jeugdzorg                                 -0,20       -0,08         0,00          0,00          0,00
  07 Bestuur en Communicatie                   -1,06       -1,06        -1,06         -1,06         -1,06
  Algemene dekkingsmiddelen                     3,15        3,23         3,23          3,23          3,23

Saldo te verrekenen met algemene reserve       -0,35        0,00         0,08          0,08         0,08




Het overzicht in paragraaf 2.3 geeft een               toenemend inwoneraantal en nominale bijstelling
meerjarenperspectief van de door het Dagelijks         van de gemeentelijke bijdrage toereikend zal zijn
Bestuur     genomen     maatregelen.  Andere           voor de uitvoering van de bestaande taken. Daarom
ontwikkelingen voor het meerjarenperspectief           geeft dit meerjarenperspectief eenzelfde uitkomst,
worden nu niet verwacht. Dat houdt in dat de           nu echter met de programma‟s als invalshoek.
begroting gebaseerd is op de aanname dat een




                                                                                                     45
Meerjarenperspectief BDU middelen
Bedragen in miljoenen €                          2010           2011          2012          2013          2014


Beschikbaar
  01 Openbaar Vervoer                          368,90         346,90        348,50        353,70        359,00
  02 Infrastructuur                             91,30          89,70         92,90         86,60         86,00
  03 Mobiliteitsbeleid                          20,30          19,90          8,54          8,64          8,74
     subtotaal beschikbaar                     480,50         456,50        449,94        448,94        453,74

Geraamde lasten
 01 Openbaar Vervoer                           353,20         341,50        343,20        349,10        352,20
 02 Infrastructuur                              50,80         118,50        168,90        195,40        195,80
 03 Mobiliteitsbeleid                           20,30          19,90          8,54          8,64          8,74
    subtotaal lasten                           424,30         479,90        520,64        553,14        556,74

Saldo
  01 Openbaar Vervoer                           15,70            5,40          5,30         4,60          6,80
  02 Infrastructuur                             40,50          -28,80        -76,00      -108,80       -109,80
  03 Mobiliteitsbeleid                           0,00            0,00          0,00         0,00          0,00
     subtotaal BDU                              56,20          -23,40        -70,70      -104,20       -103,00

Renteresultaat
 01 Openbaar Vervoer                                 0,25        0,14          0,18          0,22          0,64
 02 Infrastructuur                                   0,53       -0,09         -0,59         -1,16         -1,30
 03 Mobiliteitsbeleid                                0,03        0,00          0,01          0,01          0,09
    subtotaal renteresultaat                         0,81        0,05         -0,40         -0,93         -0,57




Met ingang van 2011 neemt het saldo van de BDU              De ramingen in het Uitvoeringsprogramma laten
programma‟s sterk af omdat bij het meerjaren-               zien wat het effect op de rentebaten en –lasten is.
perspectief verwachte projecten ook opgenomen               Vanaf 2012 ontstaat er een negatief renteresultaat
zijn. In de begrote bedragen zijn uitsluitend de            dat gedekt kan worden uit de bestemmingsreserves
verplichte projecten geraamd. Dat is de reden dat           bij de BDU programma‟s. Het is daarmee niet nodig
de begroting en het meerjarenperspectief voor 2011          in de algemene reserve van de Stadsregio rekening
verschillen.                                                te houden met het renteresultaat bij de BDU
Het meerjarenperspectief is gebaseerd op het                programma‟s.
Uitvoeringsprogramma 2010 dat de regioraad in
december 2009 heeft vastgesteld.




                                                                                                           46
Bijlagen




           47
48
a.       Personeelsbegroting
De in de begroting geraamde personeelskosten zijn gebaseerd op de volgende formatie:



Personeelskosten                     Formatie                             Ramingen in €
                                     begroting     actueel begroting          begroting      actueel   begroting
                                         2010        2010      2011               2010         2010        2011


01 Openbaar vervoer                     19,44       19,44       19,44         1.433.300    1.488.200   1.518.000
02 Infrastructuur                       19,35       19,35       19,35         1.397.000    1.412.600   1.440.800
03 Ruim. Proj. + Mobiliteitsbeleid       8,41       10,96       10,96           558.700      797.900     813.900
04 Economie                              3,13        3,13        3,13           240.200      248.300     253.300
05 Regionale woningmarkt                 2,13        3,96        3,96           171.000      309.700     315.800
07 Bestuur en Communicatie               5,40        5,40        5,40           379.100      418.600     453.300
vervallen                                4,40           -           -           322.700            -           -
Totaal excl. bedrijfsvoering            62,24       62,24       62,24         4.502.000    4.675.300   4.795.100
Bedrijfsvoering                         13,20       13,30       13,30           891.200      875.300     898.700
Totaal Stadsregio                       75,44       75,54       75,54         5.393.200    5.550.600   5.693.800


Het voormalige programma 01 Ruimtelijke ordening                  programma zijn ondergebracht bij 03 Ruimtelijke
is bij de overgang naar de nieuwe programma                       projecten en Mobiliteitsbeleid en 05 Regionale
indeling vervallen. De gewijzigde taken van dit                   woningmarkt

De verdeling van het personeel naar salarisschalen
en de gemiddelde personeelskosten per schaal zijn
opgenomen in de volgende tabel.


Personeelskosten naar     Formatie                                        Ramingen in €
gemiddelde per            begroting          actueel        begroting         begroting      actueel   begroting
salarisschaal                 2010             2010             2011              2010         2010        2011


13+                            6,00               6,00          6,00            112.096     117.283     126.766
13                             4,00               4,00          4,00             88.551      82.837      84.493
12                            19,77              17,77         17,77             81.403      80.980      82.600
11                            21,76              23,76         23,76             69.287      63.846      65.520
10                            13,12              12,12         12,12             57.922      60.839      55.158
9                              4,00               5,00          5,00             53.878      49.987      50.986
8                              2,89               2,89          2,89             53.095      53.869      54.947
7                              4,00               4,00          4,00             49.227      41.081      41.903




                                                                                                              49
b.      Kostenverdeelstaat

Het totaal van de kosten Bedrijfsvoering wordt          aantal formatieplaatsen per programma. Deze
doorbelast naar de programma‟s op basis van het         kostenverdeling is opgenomen in de volgende tabel.


Kostenverdeling                             aandeel in %                                  Ramingen in €
                          begroting    actueel   begroting           begroting       actueel   begroting
                              2010       2010          2011              2010          2010        2011


01 Openbaar vervoer             0,31     0,31         0,31             771.058      765.700       774.200
02 Infrastructuur               0,31     0,31         0,31             767.489      762.200       770.600
03 Mobiliteitsbeleid            0,14     0,18         0,18             333.372      432.500       437.300
04 Economie                     0,05     0,05         0,05             123.948      123.300       124.600
05 Regionale woningmarkt        0,03     0,06         0,06              84.286      156.000       157.700
07 Bestuur en Communicatie 0,09          0,09         0,09             213.731      212.700       215.000
vervallen: Ruimtelijke ordening 0,07     0,00         0,00             174.322            0             0
Totaal voor kostenverdeling     1,00     1,00         1,00           2.468.206    2.452.400     2.479.400
Kostenplaats bedrijfsvoering 13,30      13,30        13,30

Gemiddeld per formatieplaats                                            39.656       39.390        39.823



De regiefunctie voor Jeugdzorg wordt uitgevoerd         Amsterdam. Daarom is er in bovenstaand overzicht
door de afdeling Jeugd van de Dienst                    het aantal formatieplaatsen en het begrote bedrag
Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente           nul.




                                                                                                      50

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:33
posted:7/28/2011
language:Dutch
pages:52