BB2_vocabulary_list.xls

Document Sample
BB2_vocabulary_list.xls Powered By Docstoc
					a/an                een                                 1

abbey               abdij                              10

abbreviate (to)     afkorten (van woorden)             16

abbreviation        afkorting (van woorden)            16

about               ongeveer                           10

above               boven                               9

abroad                                                 20

accept (to)         aanvaarden                         17

access              toegang                            10

accident            ongeval                             4

accuracy            nauwkeurigheid                      3

across              doorheen, over                     10

act (to)            acteren                            14

actor               acteur                             14

actress             actrice                            14

ad                  advertentie                        14

add (to)            bij-, toevoegen                     7

adjective           adjectief, bijvoeglijk naamwoord    1

adore (to)          gek zijn op                         6

advantage           voordeel                           16

advertisement       advertentie                        14

advice              advies                             15

advise (to)         adviseren                          15

afloat              drijvend                           15

afraid (of)         bang (van)                          5

after               nadat                               1

afternoon           namiddag                            4

again               weer                                1

against             tegen                               1

age                 leeftijd                            2

agree (with) (to)   akkoord gaan (met)                  6

agreement           akkoord                             6

ahead               rechtdoor, voorop                  10

air                 lucht                              12

air conditioning    air condition                      11

alarm-clock         wekker                              4

all                 alle, allemaal, alles               1

allow (to)          toelaten, toestaan                 11

allowed             toegelaten                         11

almost              bijna                              15

alphabet            alfabet                             1

already             reeds                               1

also                ook                                 1

although            alhoewel                            8

always              altijd                              4

America             Amerika                             2

American            Amerikaans                          2

and                 en                                  1
angry          boos                   17

animal         dier                 3, 19

announcement   aankondiging           10

annoy (to)     ergeren, vervelen      17

annoyed        geërgerd               17

arm            arm (lichaamsdeel)   2, 13

aunt(y)        tante                   4

               bakkerij(winkel)        9

bathroom       badkamer               11

beautiful      mooi                    2

behind         achter                  9

below          onder                  10

Biology        Biologie                8

bit (of)       beetje, stukje          7

blackboard     schoolbord              1

blonde         blondine                2

blow (to)      blazen                 12

body           lichaam                 2

bongos                                 6

bother (to)    lastigvallen         7, 12

boy            jongen                1, 2

brand          merk                    7

break          pauze                   8

breakfast      ontbijt                 7

brick          baksteen               10

bright         helder                 12

broke          platzak                 7

broom          bezem                  11

brown          bruin                   2

bucket         emmer                  11

build (to)     bouwen                 10

bully          pester                  5

bungalow       bungalow               11

bus driver     buschauffeur            4

busker         straatartiest          10

               slagerij                9

buy (to)       kopen                   4


Engels         Nederlands           Unit
bye            tot ziens              16

café           café                    9

cake           cake                    7

calculator     rekenmachine            5

calendar       kalender                1

calf           kalf                   19

campsite       camping                11

can            drankblik               7

can            kunnen                2, 6

capital        hoofdstad            7, 20
car park               parking                            9

card                   kaart                              9

care                   zorg                              17

care for (to)          bezorgd zijn om, inzitten met     17

career                 carrière                          14

careful                voorzichtig, zorgvuldig            9

carrot                 wortel (groente)                   7

carton                 brik                               7

cartoon                tekenfilm                          3

cast                   filmspelers                       14

cat                    kat                               19

cathedral              kathedraal                        10

cause                  oorzaak                            7

cause (to)             veroorzaken                       15

cave                   grot                              18

CD                     cd, compact disk                   6

celebrity              beroemdheid                        2

cell phone             GSM (Amerikaans)                2, 16

cellar                 kelder                            16

Celtic                 Keltisch                          20

central                central, in het midden            20

central heating        centrale verwarming               11

centre                 centrum                           11

certain                zeker                             17

chair                  stoel                              1

chalk                  krijt                              1

chance                 kans                               6

change                 wisselgeld                        10

change (to)            (om)wisselen, veranderen          10

changing room          pashokje                           9

Channel                het Kanaal                        20

chat                   babbel                            15

chat (to)              babbelen                          15

cheap                  goedkoop                           9

check (to)             controleren, nazien                1

cheer (to)             (toe)juichen                       6

cheese                 kaas                               7

                       apotheker                          9

chest                  borst                             17

chick(en)              kuiken                            19

child (mv: children)   kind                               2

                       kinderprogramma                    4

chilli                 chili                              7

chimpanzee             chimpansee                        19

chin                   kin                               13

chips                  frieten                            7

chocolate              chocolade                          7

choice                 keuze                              5
choose (to)      kiezen                               5

church           kerk                                10

cinema           bioscoop, cinema                    14

circus           rond plein                          10

city             grote, oude stad                    20

civil            burgerlijk                          20

class            klas                                 5

classroom        klaslokaal                           5

clean            net, schoon, zuiver                 11

clear            duidelijk, klaar                     1

clever           knap, verstandig                     5

clock            klok, uurwerk                        4

close            dicht                                3

close (to)       sluiten                             10

clothes          kledij                               2

clothes shop     kledingswinkel                       9

cloud            wolk                              8, 12

cloudy           bewolkt                              2

coat             jas                                  2

coffee           koffie                               7

coin             muntstuk                             9

coke             cola                                 7

cold             koud                               3, 7

collapse (to)    in elkaar vallen, ineenstorten      15

collect (to)     verzamelen                           6

collection       verzameling                          6

colour           kleur                                2

combine (to)     combineren, samenvoegen              6

come (to)        komen                                1

comedy           komedie                             14

comfort          comfort, gemak                      11

comfortable      comfortabel                         11

comic            komisch                             14

comic designer   striptekenaar                        8

complain (to)    klagen                               5

complete         compleet                             8

complete (to)    aanvullen                            5

comprehension    begrip                               5

compress         samenpersen                         15

computer         computer                             5

conduct (to)     uitvoeren                            7

confident        overtuigd, zeker                    19

confused         verward                             17

connect (to)     verbinden                        15, 16

connection       verbinding                       15, 16

consonant        medeklinker                          1

contact          contact                             16

contact (to)     contacteren                         16
container         pot                             7

Continent (The)   het vasteland                  20

cook              kok                             2

cook (to)         bereiden, klaarmaken, koken     7

cooker            keukenplaat                    11

cooperate (to)    meewerken                      12

copy              kopij                          15

copy (to)         kopiëren                       15

cork              kurk                            7

corner            hoek                           10

correct           correct, juist, precies         5

correction        verbetering                     5

corridor          gang                           11

cost (to)         kosten                          9

cosy              gezellig                        4

cottage           plattelandshuisje              11

couch potato      luiaard                        18

count (to)        tellen                          9

countable         telbaar                         9

country           land (staatkundig)              2

countrymen        inwoner, landgenoot            20

countryside       platteland                     20

county            graafschap, provincie          20

course            cursus                          5

cow               koe                            19

coward            lafaard                         3

crab              krab                            7

crash             botsing                         4

crash (to)        botsen                          4

crawl             kruipen                        15

creature          schepsel                       19

credits           generiek                       14

crew              filmploeg                      14

crime             misdaad                        15

crisps            chips                           7

cross             kruis                           7

cross (to)        oversteken                     10

cross out         doorhalen, schrappen            5

crossroads        kruispunt                      10

crowd             menigte                        10

crush             verliefdheid, vlam             17

cry (to)          huilen, wenen                  12

cup               kopje                           7

curry             curry                           7

customer          klant                          11

dad               pa, vader                       4

daily             dagelijks                     4, 8

dairy             zuivel                          7
damage            schade                                  16

damage (to)       beschadigen                             16

dance             dans                                     6

dance (to)        dansen                                   6

danger            gevaar                                  16

dangerous         gevaarlijk                              16

dark              donker, duister                          3

daughter          dochter                                  4

day               dag                                      8

daydream (to)     dagdromen                               12

dead              dood                                     5

dear              beste, liefste                          17

death             de dood                                  5

deceive (to)      bedriegen, misleiden                     5

December          december                             8, 12

decide (to)       beslissen                               10

decision          beslissing                              17

deep              diep                                    17

definitely        precies, zeker                          18

degree            graad                                   12

deliver (to)      bezorgen, leveren                    4, 13

departure         vertrek                                 11

depressed         depressief, droevig                      3

depressing        deprimerend                              6

desk              schoolbank                               1

dessert           dessert, nagerecht                       7

destination       bestemming                              11

destroy (to)      vernietigen                             18

detached          afzonderlijk gebouwd                    11

detest (to)       haten, verafschuwen                      6

devastated        kapot, ondersteboven, van streek        17

develop (to)      ontwikkelen                         10, 19

diary             agenda, dagboek                    1, 2, 15

dictionary        woordenboek                            1, 3

didgeridoo        didgeridoo                               6

die (to)          doodgaan, sterven                        5

difference        verschil                                 2

different         anders                                  17

difficult         moeilijk                                 5

dinner            avondmaal                                7

direction         richting                                10

dirty             vuil                                 2, 11

disadvantage      nadeel                                  16

disappoint (to)   teleurstellen                           16

disappointed      teleurgesteld                           16

disco             discotheek                               6

dish              schotel                                  7

dislike (to)      niet graag hebben                        6
distance          afstand                     10

divorce (to)      scheiden                     4

do (to)           doen                         1

doctor            dokter                       4

documentary       documentaire                 7

dog               hond                        19

domestic          van het huis/thuis       10, 19

doodle            droedels tekenen            12

door              deur                        11

double            tweepersoons, dubbel        11

doubt             twijfel                     15

doubt (to)        (be)twijfelen               15

down              (naar) beneden               1

dream             droom                       17

dream (to)        dromen                      17

dress             kleed                        2

dress (to)        aankleden                    2

drink             drank                        7

drink (to)        drinken                      7

drive (to)        rijden (met de auto)       4, 5

drop              druppel                     20

drop (to)         (laten) vallen              20

drums             drums, trom                  6

dry               droog                       12

duck              eend                        15

Dutch             Nederlands                   2

each              elk                          1

eagle             arend                       19

ear               oor                         13

early             vroeg                        4

earn (to)         verdienen                    4

earth             aarde                       12

east              (ten) oosten                20

eastbound         in oostelijke richting      10

easy              gemakkelijk                  5

eat (to)          eten                         7

educate (to)      opvoeden                     5

education         opvoeding                    5

effective         doeltreffend                17

egg               ei                           7

eighth            achtste                      8

eight             acht                         8

eighteen          achttien                     8

elbow             elleboog                    13

electric guitar   elektrische gitaar           6

eleven            elf                          8

embankment        oever                       10

embarrassed       verlegen, verward           17
empty             leeg                                 7

end               einde                                1

engaged           bezet                               16

English           Engels                               2

enjoy (to)        genieten (van)                       6

enlargement       vergroting                          13

enough            genoeg                              17

entrance          ingang                              14

envy (to)         benijden                            12

equal             gelijk                               3

equip (to)        uitrusten (met materiaal)           11

equipment         uitrusting                       3, 11

erase (to)        uitgommen                            1

eraser            gom                                  1

escalator         roltrap                             10

even              zelfs                                3

evening           avond                                4

ever              ooit                                18

every             elk                                  1

examination       proefwerk                            5

example           voorbeeld                            1

exchange (to)     uitwisselen                         15

excited           opgewonden                          17

excitement        opwinding                       15, 17

excuse            excuus                              17

excuse (to)       excuseren, verontschuldigen         17

exercise          oefening                             4

exercise (to)     bewegen, oefenen, sporten            7

exit              uitgang                             10

exit (to)         verlaten                            10

expect (to)       verwachten                      10, 17

expel (to)        uitsluiten                           5

expensive         duur                          9, 15, 16

experience        ervaring                             7

experience (to)   ervaren                              7

explain (to)      uitleggen                            5

eye               oog                              2, 13

face              gezicht                          2, 13

facility          voorziening                         11

fairy tale        sprookje                            20

fake              nep                                 13

fall              herfst (Amerikaans)                 12

fall (to)         vallen                               3

false             onjuist, niet waar                   5

family            familie, gezin                       4

famous            zeer bekend                         14

fan               fan                                  6

far               ver                                 10
farm              boerderij                        19

fashion           mode                              3

fashion item      modegril, -gadget                16

fast              snel                         3, 4, 6

fasten (to)       vastmaken                        15

fat               dik, vet                          7

father            vader                             4

favourite         favoriet                     3, 4, 6

fear              vrees                        17, 18

fear (to)         vrezen                       17, 18

feature           functie, kenmerk                 16

February          februari                      8, 12

feel (to)         voelen                           17

feeling           gevoel                           17

fellow pupil      medeleerling                      5

female            vrouwelijk                        2

fifth             vijfde                            8

fight             gevecht                           1

fight (to)        vechten                           1

fill in           invullen                          5

film              film                             14

film (to)         filmen                           14

finger            vinger                           13

first             eerst                             1

fish              vis                            3, 7

fit (to)          passen                           17

fifteen           vijftien                          8

five              vijf                              8

flag              vlag                             20

Flanders          Vlaanderen                       20

flat              appartement                      11

flavour           geur, smaak                      17

flavour (to)      van geur of smaak voorzien       17

flavoured         van geur of smaak voorzien       17

Flemish           Vlaams                            2

floor             verdieping                       11

flower            bloem                             7

flute             fluit                             6

fly (mv: flies)   vlieg                             7

fly (to)          vliegen                           4

foal              veulen                           19

fog               mist                             12

foggy             mistig                           12

follow (to)       volgen                            5

fond of           dol, gek zijn op               6, 8

food              eten                              7

foolish           gek, onbezonnen, zot             17

foot (mv: feet)   voet                             13
for rent              te huur                   11

for sale              te koop                   11

force                 kracht                    12

forecast              voorspelling              12

forecast (to)         voorspellen               12

foreign               van/uit het buitenland    20

foreigner             vreemdeling              20

forget (to)           vergeten                   5

fork                  vork                       7

form                  vorm                       5

form (to)             vormen                     5

former                vroegere                 10

four                  vier                       8

fourth                vierde                     8

fourteen              veertien                   8

free                  vrij                       8

freezer               diepvries                11

French                Frans                      2

French fries          frieten                    7

Friday                vrijdag                    8

friend                vriend(in)                 1

frog                  kikker                   19

from                  van                        1

front                 voorkant                 10

fruit                 fruit                      7

fruit pie             fruittaart                 7

full                  vol                        7

furnish (to)          bemeubelen               11

furniture             meubels                  11

future                toekomst                 17

gallery               galerij                  10

game                  spel                       2

gap                   opening                    5

garden                tuin                       4

gardener              tuinman                    4

generous              vrijgevig                 17

genetic engineering   genetische manipulatie    18

Geography             Aardrijkskunde             8

German                Duits                      2

Germany               Duitsland                  2

get (to)              krijgen                    1

get up (to)           opstaan                    4

gig                   optreden                   6

girl                  meisje                   1, 2

give (to)             geven                      1

glass                 glas                       7

global                in/van de wereld          20

glue                  gom, lijm                  1
go (to)        gaan                                 1

good           goed                                 1

goodbye        tot ziens                           16

goose          gans                                19

gorgeous       (zeer) knap                         14

gossip         roddel                               1

grab (to)      vastgrijpen                          6

gradually      geleidelijk                         10

grammar        grammatica                           1

grand duke     groothertog                         17

grandfather    grootvader                           4

grandmother    grootmoeder, oma                     4

great          groot                                1

green          groen                                3

greet (to)     groeten                             16

grey           grijs                                3

grid           rooster                              5

               kruidenierswinkel                    9

group          groep                                1

group work     groepswerk                           5

grow (to)      groeien                              2

guest          gast                                11

guide          gids                                10

guitar         gitaar                               6

habit          gewoonte                             4

hair           haar                             2, 13

hairdresser    kapper                               4

half           half                                 1

ham            ham                                  4

hand           hand                                13

handkerchief   zakdoek                             10

handsome       knap                          1, 14, 17

hang (to)      hangen                               4

happen (to)    gebeuren                            18

happy          gelukkig                            17

hard           hard, moeilijk                       8

hardly         nauwelijks                          15

hardly ever    bijna nooit                         15

harp           harp                                 6

hat            hoed, muts                           9

hate           haat                                 6

hate (to)      haten                                6

have (to)      hebben                               1

he             hij                                  1

head           hoofd                               13

head teacher   directeur, hoofdonderwijzer          5

headache       hoofdpijn                            7

headmaster     directeur                            5
health             gezondheid                7, 13

healthy            gezond                    7, 13

hear (to)          horen                         6

heart              hart                     13, 18

heat               hitte                        12

heavy              zwaar                        12

height             hoogte                       18

help               hulp                          4

help (to)          helpen                        4

helpful            behulpzaam                   14

her                haar                          1

herby              kruidig                       7

hers               het hare                      1

hide (to)          verbergen                    11

high               hoog                         10

highlight (to)     aanduiden                     5

hip                heup                         13

his                zijn                          1

history            geschiedenis                 10

History            Geschiedenis                  8

hit                hit                           6

hit (to)           slaan                         6

hobby              hobby                         2

holiday            vakantie                     20

home               huis, thuis                   4

home furnishings   binnenhuisinrichting          9

homework           huiswerk                      3

hope               hoop                         17

horror film        horrorfilm                   14

horse              paard                        19

hospital           ziekenhuis                   10

hot chocolate      warme chocomelk               7

hotel              hotel                        11

hour               uur                           8

house              huis                          4

how                hoe                           1

huge               enorm, reusachtig      2, 11, 14

hungry             hongerig                      7

hurry              haast                     8, 17

hurry (to)         zich haasten              8, 17

husband            echtgenoot, man               4

I                  ik                            1

ice                ijs                          12

ice cream stall    ijskraampje                  12

idea               idee                         17

idol               idool                         6

if                 indien                        1

ill                ziek                          2
important           belangrijk                    1

impossible          onmogelijk                    5

impressed           onder de indruk              17

improve (to)        verbeteren                   10

in                  in                            1

in front of         voor (plaats)                 1

independent         onafhankelijk                17

Indian              Indiaans                      2

infinitive          infinitief                    1

information         informatie                   11

information desk    infokantoor                   9

ink                 inkt                          1

instead of          in plaats van                 8

instrument          instrument                    6

interest            interesse                    17

interested (in)     geïnteresseerd                2

interesting         interessant                   2

international       internationaal               11

invent (to)         uitvinden                 16, 18

invention           uitvinding                16, 18

island              eiland                       20

IT                  ICT                           8

it                  het                           1

itinerary           reis/routebeschrijving       10

jam                 confituur                     7

January             januari                    8, 12

jar                 bokaal                        7

jealous             jaloers                       3

jeans (a pair of)   jeansbroek                    9

job                 baan, job, werk               4

join (to)           meedoen, voegen bij           3

journey             (dag)reis, tocht             10

juice               sap                           7

juicy               sappig                       15

July                juli                       8, 12

jump (to)           springen                      3

junction            knoop-, verbindingspunt      10

June                juni                       8, 12

kangaroo            kangoeroe                    19

keep (to)           (vast)houden                  1

key                 sleutel                       4

kick (to)           schoppen, stampen             3

kind                soort                         7

kind                vriendelijk                   2

kiss                kus, zoen                     2

kiss (to)           kussen, zoenen                2

kitten              jonge kat, poesje            19

knee                knie                         13
knife (mv: knives)   mes                        2, 3, 7

know (to)            kennen, weten                   6

lady                 dame                            3

lamb                 lam                            19

land                 land                           20

language             taal                       16, 20

last                 laatst                          8

late                 laat                           11

laugh (to)           lachen                          3

lazy                 lui                            13

lazy-bones           luierik                        12

lead guitar          eerste gitaar                   6

leading role         hoofdrol                       14

learn (to)           (zelf) leren                    1

leave (to)           verlaten                       11

left                 links                          10

leg                  been                        3, 13

leopard              luipaard                        9

let (to)             laten                           2

letter               brief, letter                   4

library              bibliotheek                    10

lie (down) (to)      neerliggen                     13

life                 leven                           4

lift                 lift                           13

lift (to)            (op)tillen                     13

light                licht                          13

light beam           lichtstraal                    18

like                 als, zoals                      3

like (to)            graag hebben, houden van        2

line                 lijn                           10

lip                  lip                            13

liquid               vloeistof                       7

list                 lijst                           1

listen (to)          luisteren                       1

little               (beetje) weinig                 3

live                                                 6

live (to)            wonen (ook leven)              20

loaf                 brood                           7

lobster              kreeft                          7

lock (to)            sluiten                         4

locked               gesloten                        4

long                 lang                            1

look at (to)         kijken naar                     5

look for (to)        zoeken naar                    15

loose                los, vrij                       7

lose (to)            verliezen                      17

loss                 verlies                        17

lots of, a lot of    veel                            2
lottery ticket   lottobiljet                             9

loud             luid                                    6

lounge           salon                                  11

love             liefde                                  6

love (to)        graag zien, houden van                  6

lovely           lief, leuk                              2

low              laag                                    6

lower (to)       laten zakken                           13

lunch            middagmaal                              7

lyrics           liedjestekst                            6

mail             post                                   15

make             merk                                   16

make (to)        maken                                  16

male             mannelijk                               2

man (mv: men)    man, mens                               3

manage (to)      er in slagen, handelen, leiden   6, 14, 20

manager          manager                                14

manners          manieren                               17

many             veel (telbaar)                          1

map              (land)kaart                             1

March            maart                               8, 12

market           markt                                  10

married          getrouwd                                1

marry (to)       huwen, trouwen                          1

match            match, spel                             3

match (to)       passen, verbinden                       5

Maths            Wiskunde                                8

may              mogen                                   5

May              mei                                 8, 12

me               mij                                     1

meal             maaltijd                                7

meat             vlees                                   7

mechanic         mecanicien                              4

meeting          ontmoeting                             16

member           lid                                     3

memorabilia      aandenken                               6

memory           geheugen                                5

meow to)         miauwen                                19

mess             warboel                                 1

message          boodschap                              16

microwave        microgolf (oven)                       11

middle           midden                                 20

midnight         middernacht                            17

milk             melk                                    7

mind             geest                                  17

mind (to)        oppassen                               10

mine             het mijne                               4

minute           minuut                                  8
miss            juffrouw                    5

miss (to)       missen, ontbreken           5

missing         ontbrekend                  5

mist            mist                       12

mistake         foutje, vergissing          3

misty           mistig                     12

mix (to)        mengen                      6

mixed           gemend                      6

mixture         mengeling                   6

mobile phone    GSM                      2, 16

modern          modern                      6

Monday          maandag                     8

money           geld                        2

monkey          aap                        19

month           maand                    8, 12

moon            maan                       12

more (than)     meer (dan)                  3

morning         morgen                      4

most            meest                      15

motel           motel                      11

mother          ma, moeder                  4

mother tongue   moedertaal                 20

mountain        berg                       20

moustache       snor                        2

mouth           mond                       13

move (to)       verhuizen, verplaatsen     20

much            veel (ontelbaar)            1

mum             ma, moeder                  3

muscle          spier                      13

music           muziek                      9

music shop      muziekwinkel                9

musician        muzikant                    6

must            moeten                      1

name            naam                        5

name (to)       benoemen                    5

nap             dutje                      13

narrow          eng, smal                  10

nation          land, natie                20

nationality     nationaliteit              20

native          in dat land geboren        20

natural         natuurlijk                  2

nature          natuur                      2

near            dicht                      10

necessary       nodig, noodzakelijk        15

neck            hals                       13

need (to)       nodig hebben                6

negative        negatief                    6

neighbour       buur                        1
nerd            saai, oninteressant persoon      15

never           nooit                            18

new             nieuw                           2, 4

news            nieuws                            4

                krantenwinkel                     9

newspaper       krant                             9

next to         vlak naast                        9

next-door       naast de deur                     1

night           nacht                             8

nil             nul, zero                         2

nine            negen                             8

nineteen        negentien                         8

ninth           negende                           8

no              geen, neen                        1

nobody          niemand                           1

noise           lawaai                           16

normal          normaal                          12

north           (ten) noorden                    20

northbound      in noordelijke richting          10

nose            neus                             12

note            bankbiljet                        9

notebook        notitieboekje                     5

nought          nul, zero                         2

noun            naamwoord                         1

November        november                       8, 12

nuisance        vervelend iemand of situatie     12

number          nummer                            8

nut             noot                              7

oats            haver                             7

October         oktober                        8, 12

of              van                               1

of course       natuurlijk, uiteraard             1

off             naast, opzij van, weg van        10

offer           aanbod                           15

offer (to)      aanbieden                        15

office          kantoor                          10

office clerk    kantoorbediende                  10

oil             olie                              7

old             oud                            2, 10

old(er)         oud(er)                           4

old-fashioned   ouderwets                         6

on              op                                9

on behalf of    in naam van                      16

once            eens, ooit                       15

one             een                               8

only            enkel                             2

open            open                             11

open (to)       openen                           11
opinion        oordeel, opinie               17

opposite       tegenover                   9, 10

or             of                             1

orange         appelsien, oranje            1, 7

orange juice   appelsiensap                   7

order          orde                           1

ordinary       gewoon                         4

orphanage      wezenhuis                      4

other          ander                          1

out            buiten, uit                    1

oven           oven                           7

over           over                           1

own (to)       bezitten                      16

owner          eigenaar                      16

P.E            LO                             5

packet         pak, pakket                    7

page           bladzijde                      1

pain           pijn                          13

pair           paar                         1, 5

pair work      partnerwerk                    5

pal            vriend (informeel)            15

palace         paleis                        10

panel          muurplaat, paneel             10

paper          papier                         1

pardon         excuseer                      16

parent(s)      ouder(s)                       4

parliament     parlement                     10

part           deel                           1

party          feest, groep                  16

passionate     hevig                         14

past           verleden                      14

patience       geduld                         3

pay (to)       betalen                        7

pea            erwt                           7

pedestrian     voetganger                    10

peel (to)      schillen                       3

pen            pen                            2

pencil         potlood                        2

pencil case    potloodetui                    2

people         mensen, volk                   2

perform (to)   optreden                      14

perfume        parfum                        12

perhaps        misschien                     18

period         periode                        8

person         mens, persoon                 11

pet            huisdier, troeteldier         19

phobia         fobie                         18

phone call     telefoonbericht, -gesprek     11
photograph              foto, plaat, prent           6

phrase                  uitdrukking                  5

Physical Education      LO                           8

piano                   piano                        6

pick (to)               peuteren                    12

pick up (to)            oprapen                      6

picture                 foto, plaat, prent           1

pig                     varken                      19

piglet                  big, varkentje              19

pilot                   piloot                       4

pink                    roze                         3

place                   plaats                      20

plain                   duidelijk, gewoon, simpel   17

plane                   vliegtuig                   11

plant                   plant                        7

plant (to)              planten                      7

plate                   bord                         7

platform                perron                      10

play (to)               spelen                       2

play area               speelplein                  10

please                  alstublieft (vragend)        5

pleased                 blij, verheugd               1

plural                  meervoud                     1

pocket                  zak                          9

point                   punt                        10

point (at) (to)         wijzen (naar)               10

police                  politie                     10

police office           politiekantoor              10

policeman               politieagent, -man          10

polite                  beleefd                      5

poor                    arm                          5

pop music               popmuziek                    6

pop star                popstar                      6

popular                 bekend, populair             5

porter                  drager, kruier              10

position                positie                     10

positive                positief                     6

possible                mogelijk                     1

post office             postkantoor                  9

poster                  poster                       1

postman                 postbode                     4

pot                     pot                          7

potato (mv: potatoes)   aardappel                    3

pour (to)               gieten                      12

poverty                 armoede                      6

power                   kracht                      13

practice                praktijk                     5

practise (to)           oefenen                      5
precious           kostbaar                        14

prediction         voorspelling                    17

prefer             verkiezen                        6

pregnant           zwanger                         17

present            heden                            1

price              prijs                            9

primary school     lagere school                    5

principal          directeur, schoolhoofd           1

print (to)         (af)drukken, printen            15

private            privaat                         15

probably           waarschijnlijk                7, 18

problem            probleem                         5

produce (to)       produceren                      14

producer           producent                       14

programme          programma                     6, 15

pronounce (to)     uitspreken                       5

pronunciation      uitspraak                        5

prowl (to)         op rooftocht zijn                9

pub                café                            10

public             openbaar                        10

pull (to)          trekken                          3

punctuation        gebruik leestekens              16

pupil              leerling                         1

puppy              jonge hond                      19

purple             paars                            3

purpose            doel                            10

purse              portemonnee                      9

push (to)          duwen                            3

put (to)           plaatsen, zetten                 4

put through (to)   doorschakelen                   16

quality            kwaliteit                       11

quarrel (to)       ruzie maken, discuteren         17

question           vraag                            5

queue (to)         aanschuiven                     10

quick              snel                             3

quiet              rustig, stil                   3, 6

quite              nogal                           17

quiz               quiz                             5

R.E.               Godsdienst (vak)                 5

radio              radio                            6

railway station    spoorwegstation                 11

railways           spoorweg                        11

rain               regen                           12

rain (to)          regenen                         12

raise (to)         opheffen, optillen, stijgen     13

rat                rat                             19

reach (to)         bereiken                        16

reaction           reactie                         17
read (to)             lezen                          1

ready                 klaar                          1

real                  echt                           1

reality               werkelijkheid                  1

reason                reden                          9

reasonable            redelijk                       9

receipt               kasticket                      9

red                   rood                           2

reduce (to)           verminderen, beperken         16



refurbish (to)        renoveren                     10

refuse (to)           weigeren                      15

regular               regelmatige                   14

rehearse (to)         herhalen, repeteren            6

relation              relatie, verhouding           17

reliable              betrouwbaar                   15

religion              godsdienst                     8

Religious Education   Godsdienst (vak)               8

remember (to)         herinneren                    17

repair (to)           herstellen                     4

repeatedly            herhaaldelijk                 13

reply (to)            antwoorden                    15

report                rapport                        5

respect (to)          respecteren                   15

rest                  rust                          13

rest (to)             rusten                        13

restaurant            restaurant                    11

result                resultaat                      5

retire (to)           op pensioen gaan               2

return (to)           terugkeren                     1

revision              her-, nazien                   5

rhythm                ritme                          6

rice                  rijst                          7

ride (to)             rijden (met de fiets)          3

right                 juist                          5

right                 correct, juist, precies        5

right away            (zo) meteen, onmiddellijk     15

ring (to)             opbellen                       3

river                 rivier                       2, 3

road                  weg                           10

rock band             rockgroep                      6

roof                  dak                           11

room                  kamer                         11

round                 rond                           7

roundabout            rond punt, verkeersrotonde    10

rude                  onbeleefd                      5

rule                  regel, voorschrift            11

ruler                 regel                          1
rumble (to)        rommelen, grommen            15

run (to)           lopen                         3

rush hour          spitsuur                     10

Russian            Russisch                      2

sad                droevig                       1

safe               veilig                       11

Sagittarius        Boogschutter                  1

sail               varen                        11

salt               zout                          7

same               zelfde                        1

sand               zand                         12

sandwich           boterham                      4

satchel            boekentas                     5

Saturday           zaterdag                      8

sausage            worst                         7

saxophone          saxofoon                      6

say (to)           zeggen                       20

scare (to)         af-, verschrikken         14, 18

scared             bang                      14, 17

scenery            uitzicht, het landschap      20

school             school                        1

schoolbag          schooltas                     1

science            wetenschap                16, 18

scientist          wetenschapper             16, 18

sea                zee                           7

seafood            vis en schaaldieren           7

search engine      zoekmachine                  15

season             seizoen                      12

second             tweede                        1

secondary school   middelbare school             5

secret             geheim                        3

secretary          secretaris/esse               4

see (to)           zien                          2

seem (to)          blijken, lijken              17

self               zelf                          2

sell (to)          verkopen                      4

semi-detached      koppelwoning                 11

send (to)          sturen, verzenden          3, 15

sentence           zin                           5

separate           apart                        11

September          september                  8, 12

series             reeks, serie                 14

serious            ernstig                       2

seven              zeven                         8

seventeen          zeventien                     8

seventh            zevende                       8

shade              schaduw                   11, 12

shadow             schaduw(beeld)               18
shame (to)          schamen                         17

shark               haai                            19

shatter (to)        (in stukken) uiteenvallen       17

she                 zij (enk)                        1

sheep               schaap                          19

sheet               blad, vel                        3

sheet of paper      blad, vel (papier)               3

ship                boot, schip                     11

shirt               hemd                        2, 4, 9

shock (to)          shockeren                       19

shock tactics       shocktherapie                   19

shoes (a pair of)   schoenen                         9

shoot (to)          schieten                         2

shop                winkel                           7

shop (to)           winkelen                         7

shop assistant      winkelbediende                   7

shop keeper         winkelier                        7

shopping centre     winkelcentrum                    9

short               kort                             1

shoulder            schouder                        13

shout (at)          roepen (naar)                    2

show (to)           tonen                           10

shower              douche                          11

shut up (to)        je mond houden, zwijgen         17

sick                onwel, ziek                      3

side                kant                            10

sign                teken                           10

simple              eenvoudig                        1

singer              zanger                           6

single              eenpersoons                     11

singular            enkelvoud                        1

sink                wasbak                          11

sister              zus                           2, 4

sitar               sitar                            6

six                 zes                              8

sixteen             zestien                          8

sixth               zesde                            8

size                afmeting, grootte                2

skill               vaardigheid                      3

skin                huid                             2

skirt               rok                              9

sky                 lucht                           12

sleep (to)          slapen                          11

slice               plakje, snee                     7

slim down (to)      vermageren                      13

slip-up             foutje, vergissing              12

slow                traag                         4, 6

small               klein                            2
smart          knap, verstandig         1, 15

smell (to)     ruiken                      7

smile          glimlach                    2

smile (to)     glimlachen               2, 10

smoke          rook                        7

smoke (to)     roken                       7

snake          slang                      19

snow           sneeuw                     12

so             zo                         17

soap opera     soap                        4

soccer         competitievoetbal           3

sofa           sofa                       11

soft           zacht                       2

soldier        soldaat                     4

solid          vast                        7

solution       oplossing                   5

some (of)      sommige (van)               3

son            zoon                        4

song           lied                        6

sorry          excuseer, sorry            17

sort           soort                       7

sound          geluid                      6

soup           soep                        7

south          (ten) zuiden               20

Spanish        Spaans                      2

sparkle (to)   glinsteren, schitteren     17

speak (to)     spreken                    20

special        speciaal                   17

speed          snelheid                    3

spell          periode                    12

spell (to)     spellen                     5

spelling       spelling                    1

spend (to)     doorbrengen, verteren       9

spider         spin                        7

spontaneous    spontaan                   17

spoon          lepel                       7

sports         sport                       3

spread (to)    (zich) verspreiden         15

spring         lente                      12

square         (vierkant) plein           10

square         vierkant                   10

staff          personeel                  11

stamp          postzegel                   9

stand (to)     staan                       3

start          start                       1

start (to)     beginnen (aan)              1

statement      verklaring               5, 15

station        station                    10
stay (to)             (ver)blijven                       11

stay in touch (to)    contact houden                     15

steal (to)            stelen                             11

step                  stap, trap                         17

stepmother            stiefmoeder                         1

stick                 stok, tak                          18

stiff                 stijf                               3

still                 nog altijd                          4

stomach               maag                                7

stone                 steen                              10

stop                  stopplaats                         10

stop (to)             stoppen                            10

storm                 storm                              12

story (mv: stories)   verhaal                             5

straight              recht, hier: heteroseksueel        17

straight on           rechtdoor                          10

strange               vreemd, eigenaardig           3, 7, 20

stranger              onbekende                          20

street                straat                             10

strength              sterkte                             3

strike (to)           slaan                              17

string                snaar                               6

strong                sterk                               3

study (to)            studeren                            8

stuff (to)            volproppen                          7

stumble (to)          struikelen                         17

stupid                dom, dwaas                          5

subject               lesvak                            1, 8

successful            succesvol                       6, 14

such                                                      1

suffer (from) (to)    last hebben van                     7

sugar                 suiker                              7

suggest (to)          suggereren                          9

suggestion            suggestie                           9

summer                zomer                              12

sun                   zon                                12

sunbathe (to)         zonnebaden                         12

Sunday                zondag                              8

sunny                 zonnig                             12

sunshine              zonneschijn                        12

superficial           oppervlakkig                        5

supper                avondmaal                           7

support               steun                              17

support (to)          steunen                            17

surprise              verrassing                         17

surprise (to)         verrassen                          17

survive (to)          overleven                          15

suspicious            wantrouwig, onraad ruikend         15
swamp            moeras                          18

swamp creature   moerasbeest                     18

swap (to)        ruilen, wisselen                18

swear (to)       vloeken, zweren                 16

sweater          sweater                          2

sweet            zoet                             7

swim (to)        zwemmen                         11

swimming pool    zwembad                         11

switch           schakelaar                      11

switch (to)      aan-, in-, schakelen            11

sword            zwaard                          18

synthesiser      synthesizer                      6

table            tafel                          1, 4

tableware        tafeldinges                      7

tabloid          krant v/d rioolpers              1

tail             staart                          19

take (to)        nemen                            7

takeaway         meeneemschotel                   7

talent           talent                           3

talk (to)        spreken (tegen)                 20

talk show        praatprogramma                   4

tall             groot                            2

tambourine       tamboerijn                       6

tan              kleurtje (zonnebruin)           13

tanned           met een kleurtje, zonnebruin     2

taste (to)       proeven                          7

teach (to)       aanleren, onderwijzen            1

teacher          leraar, lerares                  1

team             groep spelers, team              2

tear off (to)    afscheuren, kapotscheuren        6

teenage          tiener...                        6

telephone        telefoon                         4

television       televisie                        4

tell (to)        zeggen (aan)                    20

ten              tien                             8

tenth            tiende                           8

terrace          terras                          11

terraced house   rijwoning                       11

terrible         verschrikkelijk, vreselijk      17

than             dan (vergelijkend)               1

thank (to)       danken                           5

thanks           bedankt, dank                    5

that             dat                              1

their            hun                              1

theirs           het hunne                        1

them             hen                              1

then             dan (tijd)                       1

there            daar                             1
these               deze (hier)          1

they                zij (mv)             1

thick               dik                 19

thigh               bil, dij             7

thin                dun                  2

thing               ding                 2

think (to)          denken               5

third               derde                8

thirteen            dertien              8

this                dit                  1

this                dit                  1

those               die (daar)           1

threaten (to)       bedreigen            5

three               drie                 8

thriller            thriller            14

throat              keel                15

through             doorheen             4

thumb               duim                13

thunder             donder              12

Thursday            donderdag            8

tick (to)           aanvinken            5

ticket              ticket              10

tidy                net                  4

tie                 das                  9

tiger               tijger              19

till                kassa                9

till                tot                  1

time                tijd                 1

timetable           (les)rooster         8

tin                 blik                 7

tip                 fooi                10

tired               vermoeid            13

title               titel             6, 14

to                  tot                  1

today               vandaag              8

toe                 teen                13

together            samen, tezamen       3

toilet              toilet, wc          11

tomorrow            morgen              11

tongue              tong                13

tonight             vannacht             8

too                 ook, te             17

tooth (mv: teeth)   tand                13

top                 bovenste, top        1

touch (to)          aanraken            13

town                stad                20

town hall           stadhuis            10

toyshop             speelgoedwinkel      9
traffic                verkeer                 10

trail                  pad, route              10

trailer                trailer                 14

train                  trein                   11

train station          treinstation            10

translate (to)         vertalen                 1

translation            vertaling                1

transmit (to)          doorgeven, overdragen   17

transport              transport               10

travel                 reizen                   4

tree                   boom                    10

trip                   reisje                  11

trip (to)              (doen) struikelen       17

trouble                probleem                15

trousers (a pair of)   broek                    9

true                   juist, waar              5

trumpet                trompet                  6

try (to)               proberen                 6

tub                    doosje                   7

Tuesday                dinsdag                  8

turn (to)              draaien                 10

TV                     tv                       3

twelve                 twaalf                   8

twenty                 twintig                  8

two                    twee                     8

type                   type                    12

uncle                  oom                      4

uncountable            telbaar

under                  onder                    9

underground            ondergrondse, metro     10

understand (to)        begrijpen                5

unhappy                ongelukkig               1

unit                   eenheid, onderdeel       1

United Kingdom         Groot-Brittannië         2

until                  tot(dat)                 8

up                     omhoog                  10

upstream               stroomopwaarts          10

use                    gebruik                  5

use (to)               gebruiken                5

useful                 nuttig, praktisch       15

usually                meestal                  4

vacuum cleaner         stofzuiger              11

value                  waarde                  17

vegetable              groente                  7

vegetable patch        moestuin                15

verb                   werkwoord                1

very                   erg, zeer                2

victim                 slachtoffer              4
view                  uitzicht                   11

village               dorp                        4

violin                viool                       6

virtual               virtueel                   18

vocabulary            woordenschat                1

voice                 stem                        2

voluptuous            rondborstig                13

vomit (to)            braken                      7

vowel                 klinker                  1, 16

wait (to)             wachten                    10

wake up (to)          wakker worden               4

walk (to)             stappen, wandelen           4

walking trail         wandelroute                10

wall                  muur                        1

wall map              kaart (aan muur)           10

wallet                portefeuille                9

want (to)             willen                      5

wardrobe              kleerkast                  11

warm                  warm                       12

wash (to)             wassen                     13

waste                 verspillen                 13

waste (of time)       (tijds)verspilling          3

watch (mv: watches)   horloge, uurwerk            2

watch (to)            bekijken                    2

water                 water                       7

waxworks (museum)     wassenbeelden-             10

way                   manier, weg                 6

we                    wij                         1

weak                  zwak                       13

wear (to)             dragen (van kleren)         2

weather               weer                       12

weather forecast      weersvoorspelling          12

Wednesday             woensdag                    8

week                  week                        8

weight                gewicht                    13

weirdo                gek, rare snuiter          18

well                  goed, behoorlijk            3

west                  (ten) westen             3, 20

westbound             in westelijke richting     10

wet                   nat                         8

what                  wat                         1

wheelchair            rolstoel                   10

when                  als, wanneer                1

where                 waar (plaats)               1

while                 terwijl                     1

white                 wit                         3

who                   wie                         1

why                   waarom                      1
wicked               boos, slecht        10, 17

wide                 wijd                   10

wife                 echtgenote, vrouw       4

wild                 wild                   19

will (to)            zullen                  1

wind                 wind                    8

window               venster                11

wine                 wijn                    5

winter               winter                 12

wire                 draad                  16

with                 met                     1

without              zonder                  3

wolf                 wolf                   19

woman (mv: women)    vrouw                   2

wonder               zich afvragen          13

wonderful            fantastisch            17

wool                 wol                    19

word                 woord                   1

work                 werk                    4

work (to)            werken                  4

workbook             werkboek                5

worry (about) (to)   bezorgd zijn (om)       5

write (down) (to)    (neer)schrijven         5

wrong                fout, verkeerd          5

year                 jaar                    8

yellow               geel                    3

yesterday            gisteren                8

yoghurt              yoghurt                 7

you                  jij, u                  1

young(er)            jong(er)                4

yours                de jouwe, de uwe        1

youth hostel         jeugdherberg           11

zebra crossing       zebrapad               10

zip                  rits                   15

zip file             zip-bestand            15
à la carte menu       à la carte                             15

able to (to)          kunnen                                  8

access                toegang                            13 & 16

accessories           toebehoren, accessoires                14

account               bankrekening                            2

accountant            boekhouder                              2

accounts              boekhouding                            13

accounts department   afdeling boekhouding                   13

accuse (to)           beschuldigen                            9

acoustic              akoestisch                             18

action                actie                                  19

addiction             verslaving                              6

adjective             adjectief, bijvoeglijk naamwoord        1

administrator         bediende, beheerder                    13

admission             entreeprijs                             4

adventurous           avontuurlijk                            5

advertisement         advertentie                            19

aerosol can           spuitbus                               12

affectionate          hartelijk, warm, teder                  5

afloat                drijvend                                9

age suitability       leeftijdgeschikt                        4

ailment               kwaal                                   5

airing cupboard       droogkast (niet elektrisch)            10

aisle                 gangpad                                 4

aisle                 gang (bijv. in een supermarkt)         14

alarm clock           wekker                                Pr3

album                 album                                  18

allow (to)            toelaten                                8

aluminium foil        alumiumfolie                           10

amount                bedrag                                  2

ancient               oud                                     9

angry                 boos                                   20

ankle                 enkel                                   5

apartment             flat                                   10

appetite              appetijt, lust                          8

apple                 appel                                  15

apply (to)            solliciteren                            1

appointment           afspraak                               13

approximately         ongeveer                           10 & 16

apricot               abrikoos                               15

architect             architect                               1

armchair              zetel                                  10

armpit                oksel                                   5

arms                  arm                                     5
arrange (to)              regelen                    3

arrangement               planning                   3

artichoke                 artisjok                  15

article                   artikel                   17

artist                    artiest                1 & 18

asparagus                 asperge                   15

assignment                taak, opdracht            20

assistant                 assistent                 16

astronomical              astronomisch, enorm       17

atmosphere                atmosfeer                 12

attach (to)               vastmaken aan             13

attachment                aanhangsel                13

attention                 aandacht                   5

aubergine                 aubergine, eierplant      15

auction                   veiling                   10

author                    auteur                     4

available                 beschikbaar                4

average (on)              gemiddeld              3 & 17

avocado                   avocado                   15

avoid (to)                vermijden                 17

B&B (Bed and breakfast)   kamer & ontbijt           16

back                      rug                        5

bad                       slecht                     6

baker                     bakker                     1

baker's                   bakkerswinkel             14

balcony                   balkon                 4 & 10

ballad                    ballade                   18

banana                    banaan                    15

bandage                   verband, zwachtel          5

bank                      bank                       2

bank clerk                bankbediende               2

banshee                   kwaadaardige bosfee        8

bar                       stuk (bijv. zeep)         14

bargain                   koopje                    14

barn                      schuur                    11

basket                    mand                      14

bath                      bad(kuip)                 10

bather                    bader                      1

bathrobe                  badkamerjas               10

bathroom                  badkamer                  10

be able to (to)           in staat zijn te          16

be addicted to (to)       verslaafd zijn aan         6

be down (to)              in de put zitten          20

be wound up (to)          opgefokt zijn              7
beach                           strand                                1

beam                            balk                                 10

bean                            boon                                 15

bear with me (to)                                                    16

beat (to)                       slaan                                18

bed                             bed                                  10

beefsteak                       steak                                15

belly button                    navel                                 5

betray (to)                     verraden                              9

biblical                        bijbels                               9

bicycle                         fiets                                12

bid (to)                        kopen bij opbod                      10

bikini bottoms                  bikini broekje                        7

birthday card                   verjaardagskaart                     14

biscuit                         koekje                               10

bitter                          bitter                               15

black pudding                   bloedworst                           15

bladder                         blaas                                 5

blade                           mes (van een machine)                13

blank                           blanco, onbeschreven                 13

blanket                         deken                                10

blister                         blaar                                 5

block of flats                  appartementsgebouw, flatgebouw       11

bloke                           vent                                 16

blow (to)                       blazen                               18

blow someone a kiss (to)        een kusje werpen                      7

blow someone's socks off (to)   weggeblazen worden (informeel)        4

boar                            beer (varken)                        11

boil (to)                       koken                                15

bold                            vetjes                               20

bone                            graat                                15

book (to)                       boeken, reserveren                    4

booking                         boeking                              16

bookshelf                       boekenrek                            10

border                          kantlijn                             20

borrow (to)                     lenen van                             2

bottle                          fles                                 14

bottle opener                   flessenopener                        10

box office                      loket, kassa                          4

brain(s)                        hersenen                              5

braise (to)                     smoren                               15

brake                           rem                                  12

branch                          afdeling                              2

bread                           brood                            14 & 15
breakfast                         ontbijt                                         10

breakfast room                    ontbijtkamer                                    10

breast(s)                         borst(en)                                        5

broadcast (to)                    uitzenden                                       17

broadsheet                        kwaliteitskrant                                 17

broccoli                          broccoli                                        15

bruise                            kneuzing, blauwe plek, buil                      5

Brussels sprouts                  spruiten                                        15

build (to)                        bouwen                                           1

builder                           metser                                           1

bull                              stier                                           11

bullet point                      opsommingsteken                                 20

bump into someone (to)            tegen iemand aanlopen, tegen 't lijf lopen      12

bungalow                          bungalow                                        10

bunged up nose                    verstopte neus                                   5

bus stop                          bushalte                                        11

butcher                           slager                                           1

butcher's                         slagerswinkel                                   14

butter                            boter                                           15

butter dish                       botervlootje                                    10

butterfly / butterflies           vlinder                                          9

buttocks / bum                    achterwerk (informeel)                           5

button                            knop                                            10

buy (to)                          kopen                                            1

cab                               taxi                                            20

cabbage                           kool                                            15

cabinet                           kastje                                          10

calf (mv: calves)                 kalf                                         9 & 11

cancellation                      annulering                                      16

canteen                           kantine, refter                                 13

capital punishment                doodstraf                                        9

caption                           titel, onderschrift                             17

cardboard                         karton                                          11

carpet                            tapijt                                          10

carrot                            wortel                                          15

cartridge                         vulling (bijv. inktpatroon van printer)         13

cash                              contant geld                                    15

cash point / cash machine / ATM   geldautomaat (in de muur)                       14

cashier                           kassier, kassierster; loketbediende          2 & 13

cast                              acteurs, bezetting                              19

cast spells (to)                  betoveren                                        9

cattle ranch                      veeboerderij                                     3

cauliflower                       bloemkool                                       15

cavort (to)                       rondhangen                                      12
CD-player                     cd-speler                                        Pr3

ceiling                       plafond                                           10

celeb                         beroemdheid (afk. v. celebrity)                    7

celebrity (mv: celebrities)   beroemdheid

celery                        selder                                            15

century                       eeuw                                              10

cereal bowl                   granenkom                                         10

cereals                       granen                                            15

chain-saw                     kettingzaag                                       12

chair                         stoel                                             10

chalk                         krijtje                                           13

changing cubicle              pashokje                                           7

channel                       kanaal                                            19

character                     personage                                         19

charge someone (to)           iemand beschuldigen                               17

charity                       goed doel, liefdadigheid                          11

chart list                    platenlijst                                       18

chart position                positie                                           18

chart show                    muziekshow                                        18

check-in                      check in                                          16

checkout (till)               kassa                                             14

cheek                         kaak                                               5

cheese                        kaas                                              15

chef                          chef-kok; chef, baas                      1 & 13 & 16

                              apotheek                                          14

cherry                        kers, kriek                                       15

chest                         borst(kas)                                         5

chicken                       kip, kuiken                                  11 & 15

chief inspector               hoofdinspecteur (bijv. van politie)               13

chilled                       gekoeld                                            0

chin                          kin                                                5

chocolates                    pralines                                          14

chop (to)                     hakken                                            15

chunky                        dik, gedrongen                                    10

chute                         stortkoker                                        10

circulation                   oplage                                            17

city (the)                    stadscentrum                                      11

city life                     stadsleven                                        11

claim (to)                    opeisen                                            3

clothes drier                 droogkast voor kledij (niet elektrisch)           10

club music                    club muziek                                       18

cock                          haan                                              11

cocktail                      cocktail                                           1

coconut                       kokosnoot                                         15
cod                   kabeljauw                      15

coffee table          koffietafel                    10

colander              verzuip(kom)                   10

cold                  koud                           10

colony                kolonie                         3

column                rubriek                        17

columnist             rubriekschrijver               17

commercial            reclame programma              19

communal ground       gemeenschappelijke             10

company               bedrijf                        13

compare (to)          vergelijken                     6

competition           wedstrijd                      17

complaint             klacht                         15

compose (to)          muziek componeren              18

compost               compost                        12

compost box           compostbak                     12

computer              computer                      Pr3

concert               concert                         4

conduct (to)          dirigeren                      18

confectionery         snoepgoed(winkel)              14

conference room       vergaderzaal                   13

confess (to)          bekennen                        9

confidence            vertrouwen                      8

confident             zelfverzekerd                   8

confirm (to)          bevestigen                     16

conniving             achterbaks, samenzwerend        9

conservatory          veranda                        10

consider              beschouwen                      9

consist of (to)       bestaan uit                    16

construction worker   bouwvakker, bouwarbeider       13

contemporary          hedendaags                      4

content               inhoud                         17

contestant            kandidaat, deelnemer           19

contribution          bijdrage                        4

cooker                kookplaat                      10

cooking utensils      kookgerief                     10

cooling tower         koeltoren                      12

copy                  kopiëren                       20

corkscrew             kurkentrekker                  10

corn                  maïs                       11 & 15

corner shop           winkel om de hoek              14

cosmetics             cosmetica                      14

costume               kostuum                        19

cosy                  gezellig                        6
cot                        kinderbedje                                     16

cottage                    huisje                                          10

cotton wool                watten                                           5

cough (to)                 hoesten                                          5

counter                    loket                                            2

country life               plattelandsleven                                11

countryside (the)          platteland                                      11

courgette                  courgette                                       15

course                     cursus                                           4

court                      veld (bij sport)                                 4

cover                      omslag, voorpagina                              17

cow                        koe                                             11

crack (to)                 kraken                                          15

crash (to)                 crashen                                         20

cream                      room                                            15

credit card                kredietkaart                                     2

credits                    credits, medewerkerslijst (filmproductie)       19

crème fraîche              verse room                                      15

criticism                  kritiek                                          8

crockery                   aardewerk, gleis, vaatwerk                      10

crop                       gewas, oogst                                 9 & 11

crumple (to)               ineenkrimpen                                     8

culture                    cultuur                                          7

cunning                    listig                                           7

cup                        tas                                             10

cupboard                   keukenkast                                      10

currency                   munteenheid                                      2

current                    stroming                                         1

current affairs            actualiteit                                 17 & 19

cursor                     cursor                                          20

cushion                    kussen (in zetel)                               10

customer                   klant                                           14

cut (to)                   knippen                                         20

cutlery                    bestek                                          10

cybercafé                  cybercafé                                        4

dangerous                  gevaarlijk                                   6 & 19

dare (to)                  durven                                          17

data                       gegevens                                        20

date (to)                  verkeren met                                     7

dawn                       dageraad, ochtendgloren                         11

deal with something (to)   behandelen                                       1

decorate (to)              versieren; schilderen, behangen             16 & 19

dehydrate (to)             uitdrogen                                       15

deli                       afkorting v. delicatesse                        14
delicatessen       fijne eetweren                 14

deodorant          deodorant                       1

department         afdeling                       13

department store   grootwarenhuis                 14

deposit account    spaarrekening                   2

description        beschrijving                   10

desperate          wanhopig                        6

dessert            dessert                        15

destroy (o)        vernietigen                     9

detached           gescheiden (woning)            10

detention          nablijven, straf (op school)   12

dinner plate       eetbord                        10

director           regisseur                      19

disappointment     teleurstelling                  8

disco              disco                           1

dishcloth          schoteldoek                    10

dishonest          oneerlijk                       6

dishwasher         vaatwasser                     10

disk               disk                           10

disk tray          disk lader                     10

dislocate (to)     ontwrichten                     5

disobedient        ongehoorzaam                    9

dissolve (to)      oplossen                       10

DIY store          doe-het-zelfzaak               14

docker             dokwerker                      13

documentary        documentaire                   19

dog                hond                           11

donation           gift

donkey             ezel                           11

double             dubbel                         10

Dover sole         zeetong                        15

drain (to)         laten uitlekken                15

drainer            afdruiprekje                   10

drawer             lade                           13

drawing            tekening                       19

drawing pin        punaise                        13

dreadful           vreselijk                      16

dressing           verband (met zalf)              5

drug-free          drugsvrij                       6

drum               trom                           18

drunk              dronken                         8

duvet              donsdeken                      10

DVD player         Tv-spelen                      10

Earth (the)        de aarde                       12
editor                                  redacteur, samensteller                17 & 19

editorial                               hoofdartikel                               17

eel                                     paling                                     15

egg yolk                                eidooier                                   15

elbow                                   elleboog                                    5

electric toothbrush                     elektrische tandenborstel                 Pr3

embarrassed                             beschaamd                                   7

emergencies                             nooddienst                                  1

employee                                werknemer                                  13

endangered                              bedreigd                                    3

energetic                               vol energie, actief                         5

energy-saving                           energiebesparing                           12

enquiry                                 verzoek om inlichtingen                    16

en-suite                                kamer met (eigen) badkamer en toilet   10 & 16

ensure (to)                             verzekeren                                 16

entertainment                           amusement                                   4

entrance                                toegang, entree (fysiek)                    4

environment                             (leef)omgeving                             12

environmentally-friendly                milieuvriendelijk                          12

equator                                 evenaar                                     3

event                                   evenement, gebeurtenis                      4

evil                                    boos, kwaadaardig                           7

ewe                                     ooi                                        11

exceed (to)                             overtreffen                                14

exceptional                             buitengewoon                               16

exhaust fumes                           uitlaatgassen                              12

exhausted                               uitgeput                                 1&5

exhibition                              tentoonstelling                             4

exist (to)                              bestaan                                    19

exterior                                buitenkant                                 10

extraordinary                           buitengewoon                                4

eye                                     oogst                                       5

face cloth / (face) flannel             washandje                                  16

face the day (to)                       de dag tegemoet zien                       15

facility (meestal als mv: facilities)   voorzieningen / faciliteiten               16

factory                                 fabriek                                12 & 13

factory worker                          fabrieksarbeider                           13

fair share                              eerlijk deel                               12

famous                                  bekend, beroemd                             6

fancy someone (to)                      iemand leuk vinden                          9

fare                                    prijs van vervoersticket                    3

farm                                    boerderij                                  11

farmhouse                               boerderij (het gebouw)                     11

fault                                   fout                                       20
fax machine            fax machine                           16

fear                   angst                                  8

feature                hoofdartikel, speciale reportage      17

feed (to)              voederen                              11

feel down (to)         slecht voelen                          8

fennel                 venkel                                15

fever                  koorts                                 5

fickle                 wispelturig                            9

field                  veld                                  11

file                   dossier, ook bestand!                 13

filing cabinet         dossierkast                           13

finger                 vinger                                 5

fire (to)              ontslaan                               1

fire place             haard                                 10

fitting room           paskamer                              14

five and dime          goedkope winkel in de VS               0

fizzy                  bruisend                              15

flare out (to)         uitwaaieren                            7

flat screen            flatscreen                           Pr3

flee (to) fled, fled   vluchten                              17

flight of stairs       trap                                  10

flipchart              flipchart, flip-over                  13

flog (to)              verkopen (informeel)                  16

Flood (the)            zondvloed                              9

floor                  vloerkleed                            10

                       bloemenzaak                           14

flower                 bloem                                 14

fluid                  vloeistof                             15

flute                  fluitglas                             10

foal                   veulen                                11

folder                 map                                   13

folk                   folk                                  18

food poisoning         voedselvergiftiging                   16

food processor         mixer                                 10

foot                   voet                               5 & 18

football player        voetbalspeler                         13

footwear               schoeisel                             14

forehead               voorhoofd                              5

foreign                vreemd                                19

fork                   vork                                  10

four-leaf clover       klavertje vier                         9

fracture (to)          breken                                 5

freebie                weggevertje                           17

free-range                                                   14
freezer                diepvriezer                       10

fridge                 koelkast                          10

frightening            angstaanjagend                    19

front page             voorpagina                        17

frown (to)             fronsen                            7

fruit and vegetables   fruit en groenten                 14

frying pan             braadpan                          10

full-time              voltijds                           1

funk                   funk                              18

future                 toekomst                          19

fuzzy                  draaierig                          7

fuzzy                  donzig, kroezelig                 15

gallon-guzzler         benzineslikker                    12

garage                 garage                            13

garbage                vuilnis                            7

garden                 tuin                              12

garden centre          tuincentrum                       14

gardener               tuinman                            1

garnish (to)           garneren, versieren                0

gear                   gerief                             1

gender                 geslacht (van woord)               2

generous               vrijgevig                          9

genre                  genre, soort                  18 & 19

gentle                 zacht (als adj.)                  15

gently                 zacht (als bijw.)

gents toilet           herentoilet                       13

gesture (to)           wijzen naar                       14

get clean (to)         van de verslaving afgeraken        6

get off (to)           afstappen                         16

get the sack (to)      ontslaan (informeel)               1

gift voucher / token   cadeaubon                         14

gig                    optreden                          18

global warming         opwarming van de aarde            12

go (to)                gaan                               1

go the library (to)    naar de bib gaan                   2

goat                   geit                              11

good                   goed                               6

gossip                 roddel                            17

goth                   gothic                             7

grab (to)              grijpen                            7

grape                  druif                             15

grapefruit             pompelmoes                        15

grated cheese          geraspte kaas                     15

grater                 keukenrasp                        10
great                  prachtig                       6

greengrocer's          groentewinkel                 14

grill (to)             grillen                       15

ground coffee          gemalen koffie                10

guest                  gast                          19

guest house            pension                       16

guide                  gids                          13

guillotine             papiersnijmachine             13

guilt-free eating      eten zonder schuldgevoelens   17

guilty                 schuldig                       9

gun                    geweer                        13

hair                   haar                           5

hair drier             haardroger                    16

hallway                hal                           10

halve (to)             in tweeën verdelen            15

hamburger              hamburger                     14

hand                   hand                           5

handle (to)            aankunnen                      1

hangover               kater                          5

happen (to)            gebeuren                       1

happiness              geluk                          9

harbour                haven                         13

hard                   hard                          15

harvest                oogst                         11

harvest (to)           oogsten                       11

harvester              pikdorser                     11

have a sense of (to)   een notie hebben van           8

hay                    hooi                          11

headache               hoofdpijn                      5

headline               krantenkop                    17

heart                  hart                           5

heartbroken            met een gebroken hart          6

heavy                  zwaar                          6

helmet                 helm                          13

hen                    hen                           11

herb                   kruid                         15

hip                    heup                           5

hit the sack (to)      naar bed gaan (informeel)     11

hit-and-run            vluchtmisdrijf                17

hole-punch             perforator                    13

holiday                vakantie                      14

home cinema            thuiscinema                   10

homeless               dakloos                       11

homeless person        thuisloze                     11
hooked               verslaafd                        6

horn                 hoorn                           18

hospital             ziekenhuis                      13

host                 gastheer                        19

hot                  warm, heet                      10

hotplate             schotelverwarmer                10

housekeeping staff   onderhoudspersoneel             16

huge                 enorm groot                     11

hum (to)             neuriën                         18

ice cube             ijsblokje                        1

ignore (to)          ontkennen, niet letten op       14

ill                  ziek (langdurig, ernstig)       20

impatient            ongeduldig                      14

imposter             bedrieger                       18

imprint              afdruk                          16

improvise (to)       improviseren                    18

in advance           op voorhand                     16

in the red           in 't rood                       1

inconvenience        ongemak                         16

increase (to)        vermeerderen, stijgen            9

indifferent          onverschillig                    9

indoor               binnenhuis                      10

influence            invloed                         18

informal             omgangs-, niet formeel          16

ingredient           ingrediënt                   1 & 15

inhaler              ademhalingstoestel               5

injure (to)          kwetsen                          5

inn                  herberg                         16

innocent             onschuldig                       9

inside               binnenkant                      10

instrument           instrument                      18

insurance            verzekering                     17

interesting          interessant                      6

interior             binnenkant                      10

interview (to)       interviewen, ondervragen         1

intestines           darmen, ingewanden               5

invoice (to)         factureren                      16

iPod                 iPod                           Pr3

iron                 strijkijzer                 10 & 16

iron (to)            strijken                        16

ironing board        strijkplank                     16

issue                exemplaar, uitgave              18

italics              schuin                          20

itch (to)            jeuken                           9
jacuzzi                      jacuzzi                             Pr3

jaw                          kaak                                  5

jet airliner                 jet, vliegtuig                       12

journalist                   journalist                           17

joy                          geluk, vreugde                        9

jug                          kruik                                10

juicy                        sappig                               15

keep track of (to)           bijhouden, contact houden met         3

kettle                       (water)ketel                         10

kick monster ass (to)        iemand verslaan                       8

kick up a fuss (to)          luidruchtig protesteren              16

kidding                      gek doen                              1

kidney                       nier                                  5

king-size                    groot bemeten                        10

king-size bed                groot bed                           Pr3

kitchen                      keuken                               10

kitchen dispenser            keukenrekje (met hulpmiddelen)       10

kitten                       poes                                 11

kiwi                         kiwi                                 15

knee                         knie                                  5

knife (mv: knives)           mes                              10 & 14

Knights of the Round Table   Ridders van de Ronde Tafel            4

knit (to)                    breien                               18

laboratory                   laboratorium                          1

lack (to)                    gebrek aan iets hebben, missen        1

lad                          jongen (informeel)                    7

ladies toilet                damestoilet                          13

lager                        pils                                 15

laidback                     ontspannen, relaxed                   5

lamb                         lam                                  15

lamb cutlet                  lamkotelet                           15

lamp                         lamp                                 10

lap                          schoot                               12

laptop                       laptop                              Pr3

large                        groot                                 6

Last Supper (the)            het Laatste Avondmaal                 9

latest                       recentste, jongste                    1

laundry                      was(goed)                            16

laundry basket               linnenmand                           10

lavatory paper               WC papier                            10

law                          wet                                   9

lay (to)                     leggen                               15

leaf / leaves                blad                                  9

leave (to)                   laten                                15
leek                  prei                         15

left-overs            restjes                      12

leisure (adj.)                                      4

leisure (nmw)         vrije tijd                   17

lemon                 citroen                      15

lemon juice           citroensap                    1

lend (to)             lenen aan                     2

lettuce               sla                          15

librarian             bibliothecaris                1

lick your lips (to)   lippen likken                 7

life guard            redder                        1

lifestyle             levenswijze                  11

lift                  lift                         13

light                 licht                         6

light bulb            gloeilamp, peertje           12

limb                  ledemaat                      5

lingerie              ondergoed                    14

liquid                vloeistof                    15

listings              programmagids                19

liver                 lever                         5

living room           leefkamer, living            10

loaf (mv: loaves)     rijst                        15

loan                  lening                        2

lobster               kreeft                       15

local                 plaatselijk                  17

location              locatie, plaats              10

lorry driver          vrachtwagenbestuurder        13

lost property         verloren voorwerpen          14

loyal                 trouw, betrouwbaar            5

luck                  geluk (bijv. in spel)         9

luggage               bagage                       16

lungs                 longen                        5

luxurious             luxueus                   1 & 16

lyrics                liedjestekst                 18

main course           hoofdgerecht                 15

make a face (to)      een gezicht trekken           7

mall                  winkelgalerij                11

mammal                zoogdier                      3

                      bureau van de directeur      13

mango                 mango                        15

mansion               herenhuis                    11

maple syrup           ahornstroop                  10

mare                  merrie                       11

marker                markeerstift                 13
market                   markt                  11 & 14

marsupial                buideldier                  3

masher                   pureemaker                 10

matinee                  namiddagvoorstelling        4

meadow                   weide                      11

mean                     gemeen                      7

measurement              maat                       10

meat                     vlees                      14

meat mincer              vleesmolen                 10

mechanic                 mecanicien                 13

media                    media                      17

medicine                 geneesmiddelen             14

medium                   medium                     15

medium-rare              bleu                       15

meet (to)                ontmoeten                   1

mend (to)                maken, repareren           16

microwave                microgolf (oven)           10

Middle Ages              middeleeuwen                9

milk                     melk                       15

mirror                   spiegel                    10

mispronounce (to)        verkeerd uitspreken        17

mix (to)                 stoer doen                  1

modest                   bescheiden                  8

moisten (to)             bevochtigen                15

mole                     moedervlek                  5

monitor                  beeldscherm                20

moody                    humeurig                    6

mother-in-law            schoonmoeder               13

mouth                    mond                        5

mug                      mok, grote tas             10

multicultural            multicultureel              7

murder (als naamwoord)   moord                       9

murder (to)              vermoorden                  9

muscle                   spier                       5

muscley                  gespierd                   18

museum (mv: museums)     museum                  4 & 13

mushroom                 paddenstoel                15

music producer           muziek producer            18

mysterious               mysterieus                 19

nasty                    laag, gemeen                7

national                 nationaal                  17

naughty                  ondeugend                   8

neck                     hals                        5

neighbourhood            buurt                       7
network                    netwerk                              20

newsagent                  krantenverkoper                      14

newsagent's                krantenwinkel                        14

newspaper                  krant                                20

newspapers and magazines   kranten en tijdschriften             14

newsstand                  krantenkiosk                     11 & 14

nice                       aangenaam                             6

nip (to)                   wippen, snellen, rennen              14

nod (to)                   knikken                               5

noose                      strop                                 9

nose                       neus                                  5

nosebleed                  bloedneus                             5

notice board               notitiebord                          13

nurse                      verpleger, verpleegster              13

nursery                    kinderdagverblijf, kinderoppas       14

obituary                   overlijdensbericht                   17

occupancy                  bezetting, bewoning                  16

odour                      geur, reuk                            1

off (a week off)           vrijaf                               20

office                     bureau, kantoor                  11 & 13

off-licence                slijter                              14

off-peak season            laagseizoen                           3

onion                      ajuin                                15

online                     online                                4

only child                 enig kind                             8

open a file (to)           bestand openen                       20

opportunity                gelegenheid, kans                    18

opposite                   tegenovergestelde                     6

optimist                   optimist                              8

orange                     sinaasappel                          15

orchestra                  orkest                               18

outback                    binnenland                            3

outdoor                    buitenhuis                           10

outside                    buitenkant                           10

overall                    overal                               13

overweight                 te zwaar                             15

pack up (to)               vertrekken                           20

pain relief                pijnbestrijding                       5

painkiller                 pijnstiller                           5

papaya                     papaja                               15

park                       park                                 11

part-time                  deeltijds                             1

pasta dish                 pastaschotel                         10

paste                      plakken                              20
pastime              vrijetijdsbesteding, hobby            4 & 17

patio                binnenhof, terras                         10

pea                  erwt                                      15

peach                perzik                                    15

peacock              pauw                                      11

peak season          hoogseizoen                                3

pear                 peer                                      15

pelvis               bekken                                    17

pen holder           pennenhouder                              13

penis                penis                                      5

pepper               peper/paprika                             15

perfectionist        perfectionist                              8

perform (to)         optreden                                  18

performance          optreden, voorstelling            4 & 18 & 19

perfume              parfum                                    14

periodical           tijdschrift                               17

permanently          voortdurend                               13

personal column      persoonlijke advertentierubriek           17

personal organiser   agenda                                    13

pessimist            pessimist                                  8

photo booth          fotocabine                                14

photocopier          fotokopiemachine                          13

photocopying room    fotokopiekamer                            13

physiotherapy        fysiotherapie, kine                       17

piece of music       muziekstuk                                18

pig                  varken                                    11

piglet               big, speenvarkentje                       11

pillow               kussen (in bed)                       9 & 10

pilot                piloot                                    13

pineapple            ananas                                    15

pitch                veld                                       4

place (to)           plaatsen                                  15

plaice               pladijs                                   15

plaster              pleister                                   5

plastic wallet       plastic mapje                             13

plate                bord                                      10

play                 toneelstuk                                 4

play (to)            spelen                                    18

play button          speelknop                                 10

playground           speelplein, -tuin                         11

playstation          playstation                              Pr3

plot (to)            plannen smeden                             9

plug                 stekker                                   20

plum                 pruim                                     15
poach (to)                  pocheren                                     15

poet                        dichter                                       1

poke your tongue out (to)   je tong uitsteken                             7

police station              politiekantoor                               13

pollution                   vervuiling                                   12

popular                     populair                                      6

pork                        varkensvlees                                 15

porter                      kruier                                       16

posh                        sjiek                                         1

potato (mv: potatoes)       aardappel                                    15

pouch                       buidel                                        3

poultry                     gevogelte                                    15

pound cake                  viervierdengebak                             15

pour (to)                   gieten                                        1

power button                stroomknop                                   10

power cut                   stroompanne                                  20

prawn                       (steur)garnaal                               15

prequel                     film over het voorafgaande                   19

presenter                   presentator                                  19

press (to)                  drukken, duwen                               10

print (to)                  afdrukken, printen                           20

printer                     printer                                 Pr3 & 13

prison                      gevangenis                                   13

private                     privé                                        16

youth club                  jeugdvereniging                               4

probably                    waarschijnlijk                               18

project                     project                                       1

properly                    behoorlijk                                   17

property                    eigendom, onroerend goed                     10

proprietor                  eigenaar                                     17

props                       rekwisieten                                  19

protest (to)                protesteren                                  12

proud                       trots                                         2

prove (to)                  bewijzen                                     16

provide (to)                voorzien van                                 16

psychic                     helderziend                                   9

public transport            openbaar vervoer                             10

punter                      klant (informeel)                            16

pup                         puppy                                        11

purchasing                  aankoop                                      13

purchasing department       aankoopdienst                                13

qualification               vereiste waar iemand moet aan voldoen        18

quarrel                     ruzie                                         9

queen                       koningin                                     11
quid            pond (informeel)                        1

racist          racist                                  7

radish          radijs                            14 & 15

raise (to)      kweken                                  3

raisin          rozijn                                 15

ram             ram                                    11

rare            halfrauw, saignant                     15

rarely          zelden                                  4

rash            (huid)uitslag                           5

raspberry       framboos                               15

rate            tarief                                  3

realist         realist                                 8

reasonable      redelijk                                5

rebellious      rebels                                  6

reception       receptie                      10 & 13 & 16

receptionist    receptionist(e)                     1 & 16

recipe          recept                              1 & 15

recycle (to)    recycleren                             12

recycling       recyclage                              12

reduced         verminderd                              4

reduction       korting, vermindering                  14

refer to (to)   verwijzen naar                         17

reference       verwijzing                              9

refreshing      verfrissend                            15

rehearsal       repetitie                               4

release         datum van uitbrengen                   18

rent (to)       huren                                  10

reporter        journalist, reporter                   17

request         verzoek                                13

reservation     reservatie                             16

resign (to)     ontslag nemen                           1

resistance      weerstand                               1

re-sit          herexamen, bijkomende proef            17

restaurant      restaurant                             13

restriction     beperking                               7

retail          kleinhandel                            14

retail outlet   kleinhandelszaak                       14

rhythm          ritme                                  18

rice            rijst                                  15

ridiculous      belachelijk                            14

rip off (to)    stelen, jatten                          4

ripe            rijp                                   15

risk (to)       riskeren                               12

rolling pin     deegrol                                10
romantic (als naamwoord)   romantische ziel                       8

rooster                    haan                                  11

rough                      ruw                                   15

row                        rij                                    4

rub in (to)                insmeren                               1

rubbish                    afval, vuilnis                        12

rug                        vloerkleed                            10

ruin (to)                  kapotmaken, vernielen                 12

rule                       regel                                  8

rule of behaviour          gedragsregel                          16

sack (to)                  ontslaan (informeel)                   1

safe                       veilig                                16

safety pin                 veiligheidsspeld                       5

salad bowl                 slakom                                10

sales                      verkoop                               13

sales assistant            verkoper, verkoopster                 14

sales department           verkoopsdienst                        13

salesperson                verkoper, verkoopster                  1

salmon                     zalm                                  15

satisfaction               voldoening                             1

saturated fat              verzadigde vetten                     15

saucepan                   kom, steelpan                         10

saucer                     onderbordje                           10

sauna                      sauna                                 10

sausages                   worsten                               15

save (to)                  sparen, redden                        12

save (to)                  bewaren (vooral in computertaal)      20

scaffolding                stellage, stelling                    10

scanner                    scanner                              Pr3

scare (to)                 angst aanjagen

scary                      angstaanjagend                        19

sceptical                  vol twijfel                            9

schedule                   (dienst)regeling                       3

school gate                schoolpoort                           17

science                    wetenschap                             9

scissors (altijd mv!)      schaar                             5 & 13

scorcher                   snikhete dag                           1

scratch (to)               krabben                                5

scream (to)                schreeuwen                             6

screenplay                 scenario, script                      19

seafood                    zeevruchten                           15

season (to)                kruiden                               15

seat                       zitplaats                              4

seating plan               zaalplattegrond                        4
secluded                 afgesloten, verscholen                        10

secretary                secretaris, secretaresse                      13

sediment                 bezinksel                                     10

selection                keuze, selectie                               16

selection button         keuzeknop                                     10

self-catering            waar men zelf voor z'n eten moet zorgen       16

self-esteem              zelfbeeld                                      8

semi-detached            koppel(woning)                                10

sensitive                gevoelig                                      16

sentence to death (to)   ter dood veroordelen                           9

sequel                   vervolg                                       19

serious                  ernstig, serieus                               7

serve (to)               opdienen                                       1

server                   server                                        20

service charge           bedieningsgeld                                15

session                  sessie                                         4

set of                   setje                                         14

settler                  kolonist                                       3

sew (to)                 naaien                                        16

shampoo                  shampoo                                      Pr3

shank of lamb            lamschenkel                                   15

sheep (mv: idem)         schaap                                        11

sheet                    laken                                         10

shelf / shelves          legplank(en) in een rek                   10 & 14

shit hits the fan        stront aan de knikker                         16

shopping spree           kooptocht                                      8

shoulder                 schouder                                       5

show                     show                                           4

show off (to)            bluffen, pochen, stoer doen                1 & 17

shower                   douche                                        10

shower gel               douchegel                                    Pr3

shower screen            douchescherm                                  10

sick                     ziek (kortstondig) of ongesteld               20

side table               nachtkastje                                   10

sieve                    zeef                                          10

sigh (to)                zuchten                                        7

simmer (to)              sudderen                                      15

sincere                  oprecht                                        5

sing (to)                zingen                                        18

single                   afzonderlijk, enkel                       10 & 16

sink                     afwas-, spoelbak                              10

sitcom                   sitcom, komische tv-serie                     19

situations vacant        vacatures                                     17

size                     afmeting, maat                                10
sketch show               sketch show                   19

skinny                    graatmager                     7

skip (to)                 overslaan                     15

slam on the brakes (to)   hard remmen                   12

sling                     slingerverband                 5

slip (to)                 wegglippen                    12

slop out the bogs (to)    toiletten leegmaken            1

small                     klein                          6

smile (to)                lachen                         7

smoke (to)                roken                         15

smooth                    zacht aanvoelend              15

snatch (to)               weggritsen                     7

sneak into (to)           binnenglippen                 12

sneaky                    gluiperig                      8

sneeze (to)               niezen                         5

soap                      zeep                          14

social                    sociaal                       19

society                   maatschappij                   7

socket                    aansluiting, bus              20

soft                      zacht                         15

solar panel               zonnepaneel                   12

soldier                   soldaat                        1

solo                      solo                          18

song                      lied                          18

songwriter                liedjesschrijver              18

soothe (to)               verzachten                     5

sore throat               keelpijn                       5

soundtrack                geluidsband, filmmuziek   18 & 19

sour                      zuur                          15

source                    bron                          15

sow                       zeug                          11

space                     plaats, ruimte                 4

space                     de ruimte, het heelal         12

spacious                  ruim(bemeten)             10 & 16

spare time                vrije tijd                     8

sparkling water           spuitwater                     1

spend (to)                uitgeven                       2

spice                     kruid, specerij               15

spicy                     gekruid                       15

spin selection            draaiselectie                 10

spinach                   spinazie                      15

spit (to)                 spuwen                         1

spoon                     lepel                         10

sprain (to)               verstuiken                     5
sprinkle (to)          besprenkelen                               15

square                 (vierkant) plein                           11

stable                 stal                                       11

stack of               een stapel                                  8

stage                  podium                                      4

staircase              trap                                        9

stale                  oud                                        15

stall                  stalletje                                  14

stallion               hengst                                     11

stalls (als mv)        stallesplaats                               4

staple                 nietje                                     13

staple (to)            nieten                                     13

stapler                nietjesmachine                             13

star fruit             carambola, stervrucht                      15

starch                 zetmeel                                    15

stare (to)             staren                                      7

start / pause button   start / pauze knop                         10

starter                voorgerecht                                15

state                  staat                                       3

stationery             (winkel) kantoorbenodigdheden          13 & 14

stationery room        bureau met kantoorbenodigdheden            13

stick thin             stokdun                                     7

sticky tape            kleefband                                  13

stir (to)              roeren                                     10

stock (to)             bevoorraden                                16

stock manager          magazijnbeheerder                          13

stocked                gevuld                                     16

stocky                 stevig gebouwd                             18

stomach                maag                                        5

store (to)             opslaan                                    13

story                  verhaal                                    17

strange                vreemd                                     19

strawberry             aardbei                                    15

stretch                stuk, strook                                1

stuntman / woman       stuntman/vrouw                             19

stupid                 dwaas                                       6

suit                   (maat)pak, kostuum                         11

suite                  suite                                      16

sunny                  zonnig                                      1

suntan oil             zonnebrandolie                              1

supermarket            supermarkt                             13 & 14

superstitious          bijgelovig                                  9

superstore             soort grote supermarkt                     14

supplement             extra katern in krant of tijdschrift       17
surrounding      rondom                         7

survive (to)     overleven                     17

suspect          verdachte                      9

swear (to)       vloeken                        1

sweep            vegen, opruimen                9

sweet            zoet                          15

sweets           snoepjes                       8

swim (to)        zwemmen                        1

swimming pool    zwembad                    1 & 10

table lamp       tafellamp                     10

tabloid          roddelpers                    17

tagline          slogan                        19

talented         getalenteerd                  18

tap              (water)kraan                  10

tap (to)         kloppen (met de vingers)      18

task             taak, opdracht                20

taxi driver      taxichauffeur                  1

tea towel        keukenhanddoek                10

teacher          leraar, lerares               13

tear (to)        scheuren                       1

tease (to)       plagen                        17

technology       technologie                    1

tense            gespannen                      5

term             trimester                     17

terraced house   rij(woning)                   10

texture          samenstelling                  1

texture          uitzicht                      15

thatched         met stro bedekt dak           10

theatre          theater                        4

thermometer      thermometer                    5

thigh            dij                            5

thin             dun                            6

thread           draad                         16

throat           keel                           5

thumb            dim                            5

ticket           ticket                         4

tidy (to)        opruimen                      20

timpani          pauk                          15

tiny             zeer klein                     3

tired            vermoeid                       8

tiredness        vermoeidheid                   8

toaster          toaster                       10

                 dagschotel                    15

toe              teen                           5
toilet                  toilet, WC                              10

toiletries              toiletartikelen                         16

token                   fiche, vignet                           14

tomato (mv: tomatoes)   tomaat                                  15

tomcat                  kater                                   11

toner                   toner, inktvulling                      13

tongs (altijd mv!)      tang                                    10

tongue                  tong                                     5

tooth (mv: teeth)       tand                                     5

toothache               tandpijn                                 5

toss (to)               (ver)mengen                             15

tourist                 toerist                                  1

towel                   handdoek                                10

town                    stad                                    11

track                   piste                                    4

traffic jam             verkeerschaos                           11

transmit (to)           uitzenden (technisch)                   17

trap (to)               vangen                                  12

tray                    dienblad; ook brievenmandje         10 & 13

treat (to)              behandelen                              20

treatment               behandeling                           6&9

tree                    boom                                    12

trial                   proces                                   9

trilogy                 trilogie (drieledig boek of film)       19

trolley                 keukenkarretje, winkelkarretje      10 & 14

trout                   forel                                   15

try on (to)             passen, proberen                        14

T-shirt                 T-shirt                                 13

tumbler                 droogkast                               10

tuna                    tonijn                                  15

tune                    deuntje                                 18

turkey                  kalkoen                                 11

twin                    dubbel(bed)                             10

twitch (to)             vertrekken (van een gezicht)             9

two-seater sofa         tweezitsofa                             10

umbrella                paraplu                                  9

unacceptable            onaanvaardbaar                          20

unconscious             onbewust                                17

underground             ondergrondse, metro                     11

underline (to)          onderstrepen                            20

underweight             te licht                                15

undo (to)               tenietdoen                              20

unhealthy               ongezond                                 6

unique                  uniek                                    3
unit                      eenheid (bijv. keukenelement)                      10

universe                  heelal                                             19

unusual                   ongewoon                                           11

urinate (to)              plassen, urineren                                   1

vacancy (mv: vacancies)   onbezette kamer                                    16

vagina                    vagina                                              5

vegetarian                vegetarisch                                        15

verb                      werkwoord                                           1

video game                videospel                                         Pr3

viewer                    kijker                                             19

village                   dorp                                               11

waist                     buikomtrek, lenden                                  5

waiter / waitress         kelner(in)                                 1 & 13 & 16

warder                    cipier                                             13

wardrobe                  kleerkast                                          10

warehouse                 magazijn, opslagplaats                             13

wart                      wrat                                                9

washbasin                 wasbak                                             10

washing machine           wasmachine                                         10

waterbed                  waterbed                                           10

watermelon                watermeloen                                        15

wealthy                   rijk, welstellend                                   1

wedding                   huwelijksfeest                                      9

well-done                 bien cuit                                          15

wheat                     tarwe                                              11

whip (to)                 opkloppen                                          15

whipped cream             opgeklopte room                                    15

whisk (to)                (op)kloppen (bijv. bij voedselbereiding)           10

whisper (als naamwoord)   fluistering                                         8

whiteboard                wit bord voor markeerstift                         13

wicked                    slecht, boosaardig                                  9

wind generator            windturbine                                        12

wind someone up (to)      opwinden, treiteren                                 9

windowshop (to)           kijken zonder kopen                                14

wine, beer and spirits    wijn, bier en sterke dranken                       14

wineglass                 wijnglas                                           10

wink (to)                 een knipoogje trekken                               7

witch                     heks                                                9

wonderer                  twijfelaar                                          9

workshop                  atelier, workshop                                   4

worktop                   werkblad (bijv. van een keuken)                    10

world-wide                wereldwijd                                         12

wrist                     pols                                                5

write (to)                schrijven                                          18
yoghurt        yoghurt     15

youth centre   jeugdclub    8

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:185
posted:7/27/2011
language:Dutch
pages:58