Docstoc

Samenvatting Dat is Architectuur

Document Sample
Samenvatting Dat is Architectuur Powered By Docstoc
					                  Tekst1: Walter Gropius, Programma van het Bauhaus.1919

Walter Gropius verving na WOII Henry van de Velde als directeur van de bauhausschool.
“kunstenaars en handwerklieden moeten het bouwwerk van de toekomst vormgeven”
    de school voor nijverheid en de school voor kunst moeten samen. Dit om werkloze
       kunstenaars te reduceren. De school was méér dan de optelsom van deze 2scholen:
       Maatschappelijk, spirituele en symbolische onderneming.

1st: olv leraren Feinniger en itten: EXPRESSIONISME
vanaf 1923: door opkomst van industrie, ZAKELIJKER

Kathedraal was het voorbeeld van samengaan van kunstwerk en sociale eenheid. (op het titelblad
van het bauhaus manifest, houtbewerking uit een kathedraal)

Beeldende kunst = decoratie
Maar ze moeten samenwerken met werklieden om zo opnieuw de aspecten vd bouw te leren
kennen. -> oude kunstscholen waren hiertoe niet instaat.
   1. handwerk -> 2. Inspiratie -> 3kunst
       = oorsprong van het artistieke proces

doelstellingen:
   - maken van een eenheidskunstwerk
   - alle kunstenaars opleiden tot bekwame ambachtslieden
   - vrije scheppende kunstenaar
         bouwwerken als eenheid realiseren.

Uitganspunten:
    - kunst is niet aan te leren <-> ambacht wél
    - werkplaats staat centraal. Leraren worden ‘meesters en gezellen’ genoemd.
    - Organische vormgeving uit ambacht
    - Vermijden van alles wat star is
    - Bevoorrechting van het creatieve
    - Meesters en leerlingen werken door elkaar. (ze zijn vrienden gaan na school samen naar het
       theater etc.)
    - Contact met het volk (dmv tentoonstelling,.


   Verklaring moeilijke woorden uit de tekst:
   Utopische bouwontewerpen: utopie: onmogelijke werkelijkheid, onbereikbaar, ideaal.
   Zinnebeeld: aanschouwelijke voorstelling van iets niet werkelijks, allegorie
Tekst 2 Le Corbusier
Naar een architectuur-vers une architecture

Inleiding:

Le Corbusier zoekt een synthese tussen vorm en functie,
tussen het absolute en autonome karakter cab de vorm en de voorrang van de logica en
rationaliteit van de functie.
De juiste vorm waar Le Corbusier naar op zoek is moet tegelijk platonisch en industrieel, tegelijk
ideëel en technisch zijn.
Le Corbusier zet zich tegen het formalisme en het functionalisme.
Wat Le Corbusier ons wilt duidelijk maken is dat de archtectuur niet het doel heeft constructies
te benadrukken of een behoefte te bevredigen.
De architectuur heeft als doel het verwezenlijke van een platonische en mathematische orde en
harmonie.

Aan het einde van het artikel zal je zien dat Le Corbusier zal pleiten voor gestandaardiseerde
huizen voor iedereen om zo het sociale evenwicht te bewaren. (Niemand wordt dus
voorgetrokken, iedereen gelijk).
Dit lijdt tot de beroemde slagon van Le Corbusier: ‘architectuur of revolutie’.


We beginnen nu aan de echte tekst, het echte werk ;)
(Ik volg gewoon de titels vanuit het boek, dus als ik van punt 1 naar punt 3 spring is dat omdat het
zo in de boek staat)

Drie oproepen aan de heren architecten:

Eerste oproep: Het volume:
*Architectuur is het vakkundige, nauwkeurige en magnifieke spel van samengevoegde volumen
in licht.
Waarom is architectuur zo? Omdat onze ogen zo gemaakt zijn dat we vormen in het licht kunnen
zien. We hebben dus licht nodig om vormen te kunnen waarnemen en zo ons oordeel te geven
als we bijvoorbeeld naar een kubus kijken.. Is deze kubus mooi ja of nee? Zonder licht kunnen
we de kubus niet goed waarnemen.
      Licht is de bestaansvoorwaarde zelve voor alle beeldende kunst.
(primaire vormen die goed door licht worden onthuld zijn: kubussen, kegels, bollen, cilinders en
piramides).

*De Egyptische, Griekse of Romeinse architectuur is een architectuur van prisma’s, kubussen en
cilinders, drievlakken of bollen.
Deze vormen vinden we terug in hun piramides, de tempel van Luxor, het Parthenon, het
Colosseum, de villa van Hadrianus.

*Gotische architectuur is niet gebaseerd op bollen, kegels en cilinders.
Als we kijken naar gotische kerken kijken vertoont allen het middenschip een eenvoudige vorm.
Een gotische kerk heeft een zeer complexe geometrie en interesseert ons omdat het een
ingenieuze oplossing is voor een moeilijk probleem. Toch vinden we zo een kerk meestal niet
mooi omdat hij niet uitgaat vanuit de voornaamste primaire vormen.
De kathedraal is geen beeldend bouwwerk; het is een drama: de strijd tegen de zwaartekracht, een
sensatie van gevoelsmatige aard.
Door zich eenvoudigweg te laten leiden door de effecten van de berekeningen en door het idee van
een leefbare organische eenheid, maken ingenieurs de dag van vandaag gebruik van de primaire
elementen om zo in ons architecturale emoties los te maken. Zo laat men het werk van de mens
samengaan met de universele orde.

Derde oproep: het stadsplan

Auguste Perret (dichter) vond het woord ‘Torensteden’ uit.
Wat men hiermee wilt bedoelen is dat steden steeds groter worden, steden waar men zaken kan
doen. Vieze steden, vol groezelig stof en veel lawaai.
De Amerikaans wolkenkrabber is een zeer belangrijke gebeurtenis voor het ‘bouwen’.
Men gaat in de hoogte bouwen, gebouwen van maar liefst 60 verdiepingen hoog.
Waarom? Eens je op de 14e verdieping bent, ben je weg van alle drukte en heb je frisse lucht.. Ipv
vele gebouwen op een rij of in een kern bijeen te proppen zetten we torens/wolkenkrabbers ver
van elkaar af. Het verkeer heeft zo aan de voet van de torens meer ruimte (minder
opstroppingen) en men heeft ruimte om parken te bouwen. De torens geven ons daarbij een
indrukwekkend beeld. Het is architectuur die onze tijd waardig is.

Bijschrift van illustratie; Le Corbusier: De steden op pilotis.
De stad wordt op pilotis geplaats, de grond wordt 4-5meter verheven:
Waarom? Ten eerste helpt dit al bij de fundering van huizen.
Door alles op te heven staat de stad op een soort van rooster, onder dit rooster is er plaats voor
water, telefoonkabels, verwarming,…
Alles wordt naar boven verheven, de vieze cafés worden mooie dakterrassen.
Korte loopbruggen boven het verkeer en nieuwe terug gewonnen wijken die gewijd zijn aan
ontspanning in het midden van het groen.
Volgens Le Corbusier is dat realiseerbaar, het zou het verkeersoppervlak vergroten,
beantwoordt aan een behoeften, is minder kostelijk en gezonder.

Ogen die niet zien

Onze tijd legt elke dag zijn tijd vast zonder dat we het zien?
Elke dag krijgen we te maken met nieuwe ‘machines’ in ons moderne leven, de machines leiden
tot een nieuwe orde van arbeid en rust.
Ons tijdperk heeft behoeften aan harmonie.
Dat men de ogen opent: want die harmonie bestaat al, ze is het resultaat van de arbeid die wordt
beheerst door de economie en geconditioneerd door de fataliteit van de natuurkunde.
Wat is de oorzaak van die harmonie?
De harmonie kwam er niet toevallig maar door een logische constructie die in samenhang staat
met de omringde wereld.
Kunst is het dagelijks werk van een hele wereld die consciëntieus te werk gaat.
We moeten dingen met andere ogen leren bekijken. Als we bijvoorbeeld een boot niet langer
gaan bekijken al vervoersmiddel zullen we zien hoe indrukwekkend die boot is.
(…)
Als iets aan behoefte voldoet, is het mooi.
Pardon! Als iets aan een behoeft voldoet, is het niet mooi, maar bevredigt het een heel deel van
onze geest, het meest primaire deel.

Architectuur heeft een andere missie en andere doelen dan constructies te benadrukken en aan
behoeften te voldoen.
Architectuur is de kunstvorm bij uitstek die een toestand van platonische grootheid bereikt, van
mathematische orde, van speculatie, van harmonie, tot stand gebracht door ontroerende
verhoudingen. Dat is het doel van de architectuur.
Als we de behoeften aan een andere achitectuur voelen, komt dat omdat we de huidige situatie
waarnemen als een orde die niet langer mogelijk is, dat dingen niet langer aan behoeften
voldoen, omdat de architectuur geen constructies meer kent.

Het vliegtuig laat ons zien dat er voor en goed gedefinieerd probleem een oplossing kan worden
gevonden. Wij willen allemaal kunnen vliegen. Door zuivere mechanica kan een machine zichzelf
dragen een voortbewegen.

Dus als men het probleem van de huizen nu eens goed bestudeerd zouden we onze huizen snel
zien veranderen. Ook al zullen er misschien rare vormen van huizen onstaan, het zal gezonder
zijn voor ons. Hierdoor zal de ethiek tot uitting komen.

Wat kan men hier aan doen?
Men moet trachten standaards vast te stellen om het probleem van de perfectie tegemoet te
kunnen treden. Wanneer een standaard is vastgesteld begint de heftige concurrentie.
Alle onderdelen moeten dus nauwkeurig bestudeerd worden om zo als beste eruit te komen en
vooruitgang te boeken.
De standaard is een noodzakelijke orde die aan het menselijk werk wordt toegevoegd en wordt
vastgesteld op veilige grondslagen.
Een standaard vaststellen, dat zijn alle praktische en rationele uitputten om zo te komen tot een
erkend type. Dat type beantwoord aan de functies, met een maximum aan rendement en een
minimaal gebruik van middelen zoals arbeidskrachten, materialen, woorden, vormen, kleuren
geluiden,…
Bijvoorbeeld: Een auto heeft als functie rijden, toch worden een heleboel complexe eisen gesteld
zoals comfort, veiligheid,uiterlijk,… De fabriekanten gaan dus ‘standaards’ zoeken die deze
essentiële dingen bevatten. Wanneer men deze standaards heeft vastgesteld moet men nog
proberen te komen tot harmonie, praktische aspecten,…om zo op te kunnen tegen de
concurrentie.

Zo zijn we vooruit gegaan en over gegaan van de primaire bevredigingen (het decor) naar
superieure bevredigingen (de mathematiek).
(…)
Het Parthenon, beetje bij beetje ontstaat de tempel, gaat van een
simpele constructie over in architectuur. Het Parthenon markeert
het hoogtepunt van de stijgende ontwikkeling. Ieder deel ervan is
beslissend, vertoont het maximum aan precisie, aan expressie.
Het Parthenon brengt een categorische waarneming teweeg.

Degene die deze stenen die een Pentelische steengroeven lagen op
deze wijzen heeft weten te groeperen was geen ingenieur maar
een groot beeldhouwer.

Huizen in serie

Het huis zal een werktuig worden net zoals een auto een werktuig wordt.
We komen dus terecht bij het woningwerktuig, een in serie gebouw huis dat voor iedereen
betaalbaar is. Een huis dat veel gezonder is dan het oude huis (ook op moreel gebied), en dat
mooi is met de esthetiek van de werktuigen die ons in ons bestaan begeleiden.

Maar eerst en vooral moeten we een mentaliteit creëren om in de serie gebouwde huizen te
willen wonen.
Ieder mens heeft een verlangen om zich te kunnen schuilen en zich dus vaak van de veiligheid
van hun woning te verzekeren.
Doordat men serie gebouwde huizen gaat bouwen is dit dus onmogelijk.
Als mensen zich dus nergens veilig voelen is de hele situatie onmogelijk, deze schijnbaar
onuitvoerbare droom zorgt voor een heuse sentimentele hysterie.
Je eigen huis bouwen is zoiets als je testament opstellen, een huis is de kroon op een carrière.
(…)
De huidige woonbehoeften kunnen worden vastgesteld en vereisen een oplossing. Men moet
actie ondernemen tegen het oude huis dat misbruik maakte van de ruimte.
Een huis moet als een woonmachine of stuk gereedschap beschouwd worden.
De schoonheid? Die is er als de intentie ertoe aanwezig is en de middelen.
Het hart wordt alleen geraakt wanneer het verstand tevreden is en dat kan zo zijn als zaken
berekend zijn.
Men moet zich niet langer schamen een huis te hebben met niet het volmaakte dak of de ramen
van een fabriek,... Maar men moet trots zijn op het huis omdat het zo handig is als een
schrijfmachine.
(…)
Op alle gebieden van de industrie heeft men nieuwe vraagstukken geformuleerd en werktuigen
gecreëerd die in staat zijn deze op te lossen. Als men dat feit tegenover het verleden plaatst, is er
sprake van revolutie.

Het vraagstuk van het bouwen is de sleutel tot het evenwicht dat vandaag is verbroken:
architectuur of revolutie.
Tekst 3) Piet Mondriaan, 1927
Neo-plasticisme : De woning- de straat- de stad

De kern van het tijdschrift ‘De Stijl’ -> Piet Mondriaan met Theo van Doesburg en Gerrti
Rietveld, vanaf 1917
Het eerste manifest -> (1918 gepubliceerd) nieuw evenwicht tussen het individuele en het
universele + de bevrijding van de kunst uit de traditie en uit haar autonome positie
De Stijl -> een cultuur die niet langer het individu centraal zou stellen, maar de
gemeenschap! -> dmv vormentaal gebaseerd op onveranderlijke en universele wetten ->
utopie kunnen realiseren

Nederlandse wiskundige en filosoof -> ( M.H.J Schoenmaekers)
               1. bedacht voor de vormentaal van de Stijl de term Neoplasticisme
               2. voorzag de beweging van een theoretische onderbouwing -> hiermee de
               beperking tot primaire kleuren en orthogonale elementen legitimeren
Piet Mondriaan -> interpreteerde neoplasticisme als universele basisprincipes, verder
reikend dan bepaalde kunstvorm : de materie, de natuur moest worden
overwonnen/geabstraheerd en geordend in de cultuur.
Kosmisch proces van vergeestelijking -> overgang van chaos naar orde, van het donkeren
naar het lichte element
Beginselen -> niet tactiel van aard en visuele realisatie was daarmee (volgens Piet
Mondriaan) altijd onvolledig en verbeterbaar

Artikel uit 1922 (De realisering van het Néo-plasticisme in verre toekomst en in de huidige
architectuur) -> Mondriaan stelde vast (in tegenstelling tot Van Doesburg) : realisatie van
neoplasticisme in de architectuur bijna onmogelijk
Toekomst : volledig tot uitdrukking kunnen komen maar slechts als basisprincipe van een
totale vormgeving

Artikel ‘Neo-plasticisme. De Woning-De Straat-De Stad’ -> duidelijke weegave hoe
Mondriaan de discrepantie (=het verschil) tussen onmogelijkheid van realisatie van
neoplasticisme en eigen kunstproductie oploste : de schilderkunst kreeg rol van protagonist
De mens -> zelf zijn aardse paradijs scheppen met universele en absolute vormentaal van
nieuwe schilderkunst te beschouwen als grondslag van de totale (ook architectonische)
omgeving
Neoplasticisme pas verwezenlijken -> door geleidelijk ontwikkelingsproces te doorlopen van
schilderkunst tot object, van object naar interieur, van interieur naar architectuur en van
architectuur naar stedelijke (ook sociaal economische) organisatie
-> Mondriaan in de praktijk steeds huiveriger geweest om zich met architectuur in te laten
Oertijd -> het collectieve leven was meer mogelijk door de meerdere gelijkheid der massa
Het volk -> van de veel meer ontwikkelden (zoals de koningen, priester, …) gescheiden
-> ze zochten toen de woning slechts om beschut te zijn tegen de ongerieflijkheden van het
weer en men leefde bij voorkeur buiten
Loop der beschaving veranderde deze toestand -> het natuurlijk en logisch instinct om zich
een eenheid te voelen werd verduisterd : de mogelijkheid van een collectief leven hield op!
-> zo kwam het dat men zich meer en meer geen bezighouden met de woning en het
‘buiten’ werd de plaats van verkeerd (de straat) of de ruimte om een luchtje te scheppen
(het park) -> dat alles in volkomen overeenstemming met de vooruitgang der mensheid en
de ontwikkeling van het individu -> opdat dit zich zou kunnen verdiepen door concentratie
op zichzelf en niet gehinderd of tegengehouden werd door de anderen.
Om die reden -> zelfs in onze dagen individueel zijn, terwijl men het universele zoekt en in
zich ontwikkelt -> LATEN WE ONS DUS VAN DE MASSA LOSMAKEN!!

Piet Mondriaan -> heeft altoos (=telkens/steeds) hetgeen individueel is in de mens
bestreden en getracht de waarde van een universeel te zien aan te tonen -> niet uit
besluiten : dat ik voorstander ben van algemeen collectivisme in de tegenwoordige tijd! ->
het collectivisme in uitgebreide zin -> is voor de toekomst! ( gelukkig kan zelfs één enkel
individu universeel zien!)
In onze dagen -> er zijn groepen met een universele geest, die collectief zouden kunnen
leven -> indien ze niet door afstand gescheiden zouden zijn MAAR van de massa is thans
(=nu/in deze tijd) niets te verwachten

…
Hoe rijper de mens wordt -> meer zelf ‘schepper’ wordt -> meer tegenover de natuurlijke
materie en degene (die er nog door beheerst zijn) komt te staan!
-> zelf zijn omgeving scheppen of uitzoeken -> hij gaat niet het gemis der natuur betreuren
(zoals de massa doet) die tegen wil en dank (=tegen zijn zin) gedreven (=gemotiveerd) wordt
haar te verlaten -> niet meer trachten (=proberen) de straten en parken der stad te
beschutten, hygiënischer te maken of te verfraaien met bomen en bloemen -> hij zal steden
maken die hygiënischer en schoon zijn door evenwichtige tegenstelling van gebouwen,
constructies + lege ruimten -> even tevreden binnen als buiten zijn!!
In onze dagen (ongelukkigerwijze) -> NIET veel te ‘scheppen’ en men is gedwongen te
midden der beeldende uitdrukking van het verleden te leven!
…

Maar, zowel door de krachten van de nieuwe, individuele creatie als door de nieuwe
levenseisen zal de oude architectuur haar eigen dood sterven!
Toekomstige creatie van de stad bekomen -> eerst de nieuwe woning scheppen
Neo-plasticisme -> beschouwt de woning NIET als een plaats om zich af te scheiden of om
zijn toevlucht te zoeken MAAR als een gedeelte van het geheel : als opbouwend element van
de stad !

De grote moeilijkheid van het heden -> de stad is op het ogenblik NIET te veranderen, in
tegenstelling tot de mogelijkheid van de vernieuwde woning! -> Moed en kracht nodig om
door een periode van disharmonie heen te durven gaan -> door de vrees voor disharmonie +
het aanpasen aan het verleden -> komt men tegenwoordig NIET vooruit! -> men moet zich
NIET aanpassen MAAR ‘scheppen’
Men -> helemaal anders met de woning bezig houden dan vroeger -> zolang mens zich
beheersen laat door zijn voorbijgaande individualiteit zoekt hij (in plaats van zijn ware
wezen) zijn individuele ik te cultiveren (=ontwikkelen) -> (in het verleden) de woning de
plaats om het persoonlijke ‘ik’ te cultiveren -> het gevolg : de beeldende uitdrukking van de
woning die weerspiegelde -> voor gehele periode (tot op heden) : is de concentratie op het
uiterlijke, eigen ‘ik’ noodlottig geweest!

Materiële omgeving -> aan zuivere schoonheid voldoen (dus gezond en waarlijk rechtstreeks
aan het nut voldoen) : noodzakelijk niet langer de egoïstische gevoelens van onze kleine
persoonlijkheid te weerspiegelen : zelfs niet langer van enige lyrische (=enthousiaste)
uitdrukking, maar alleen wat zuiver beeldend is

…
Een nieuwe esthetiek -> gebaseerd op zuivere verhouding (=evenredigheid) van zuivere
lijnen en zuivere kleur -> alleen met zuivere verhouding van zuivere, opbouwende
elementen komt men tot zuivere schoonheid
Heden -> de schoonheid niet alleen nog ‘nodig’, maar is het enige middel dat zuiver de
universele kracht manifesteert -> schoonheid hetzelfde als in het verleden onder de naam
het ‘goddelijke’ geopenbaard is en hetgeen ons (arme stervelingen) onontbeerlijk
(=noodzakelijk) is om te leven en evenwicht te vinden -> de dingen op zichzelf stellen zich
tegenover de mens en de meest uiterlijke materie bevecht ons
…

Het karakter van de straat (vooral in de grote stad) -> reeds vervormd door het kunstlicht (in
het algemeen en reclame), door affiches in kleur, door wel ingerichte winkelkasten, door
constructies van praktische aard, … -> de woning eist van binnen een bijzondere, vooruit
gewilde inspanning

Levende invloed van het verleden te overwinnen -> concentreren op de beeldende
uitdrukking van de woning (dus van het huis en de vertrekken)
Ingenieurs -> bezig houden met de techniek van het bouwen
Voor het heden -> geen mogelijkheid om tot een zuiver beeldende uitdrukking te komen al
men enkel het organisme van hetgeen men gaat bouwen te volgen -> uitsluitend bezig
houden met de nuttigheid! -> hiervoor intuïtie niet genoeg ontwikkeld + te veel belast met
verleden. Zeer eenvoudige gebouwen langs deze weg -> zeer moeilijk het evenwicht van
tegenstelling uit te drukken -> in samengestelde gebouwen verliest men evenwicht nog
spoediger!

Nuttigheid -> eist dikwijls te herhaling op de wijze van de natuur (bv in de arbeidswoningen)
-> hier zien we een van gevallen: waar de bouwer het begrip van de beeldende uitdrukking
nodig heeft + de macht om het praktisch beeldend tegen te gaan -> er zijn altoos
mogelijkheden van bouwoplossingen zodat èn het praktisch doel èn het esthetisch aanzicht
bevredigd is

Zuivere beelden en logische opvattingen is altijd in overeenstemming met de praktische
eisen -> kwestie van evenwicht
Onze tijd (de toekomst) -> eist zuiver evenwicht -> niet anders mogelijk dan langs één
enkele weg. Er zijn: oneindig veel wijzen om schoonheid uit te drukken, maar de zuivere
schoonheid, de beeldende uitdrukking van zuiver evenwicht toont zich slechts door zuivere
beeldingsmiddelen -> dit is één van de wetten van het neo-plasticisme -> zeer gewichtig
voor de bouw van de woning, van de straat en dus van de stad! MAAR zuivere
beeldingsmiddelen zonder meer doen nog NIET neo-plasticisme beelding ontstaan -> ze
moeten gecompenseerd zijn (hun individualiteit verliezen en door opheffende en
vernietigende tegenstelling) -> een onafscheidelijke eenheid vormen

1. beeldingsmiddel : rechthoekig vlak of prisma in primaire kleuren (rood, blauw en geel) en
in niet-kleur (wit, zwart en grijs). In architectuur geldt lege ruimte als niet-kleur. De
gedenaturaliseerde materie kan als kleur rekenen
2. gelijkwaardigheid in afmeting en kleur van de beeldingsmiddelen is noodzakelijk.
Verschillende van afmeting en kleur ->, moeten van een gelijke waarde zijn. Het evenwicht:
in het algemeen grote oppervlakte van niet-kleur of lege ruimte en een kleine oppervlakte
van kleur of materie.
3. tegenstellende tweeheid in het beeldingsmiddel -> evenzeer in de compositie geëist
(=verplicht)
4. het onveranderlijke evenwicht bereikt door -> verhouding van stad en uitgebeeld door
rechte lijnen (begrenzing van het zuivere beeldingsmiddel) in principale, dit in rechthoekige,
tegenstelling
5. Het evenwicht (dat de beeldingsmiddelen opheft en vernietigt) -> ontstaat door
verhoudingen van afmeting, waarin deze geplaatst zijn en die het levend ritme tot stand
brengen
6. Natuurlijke herhaling (de symmetrie) moet uitgesloten worden
=> 6 neo-plastische wetten : die het zuivere beeldingsmiddel en zijn gebruik bepalen

…
Beeldende uitdrukking -> bepaald door ons geestelijk en lichamelijk evenwicht
De naturalistische en grillige uitdrukking van schuine lijnen -> niet loochenen (=ontkennen)
Onevenwichtige uitdrukking -> niet door een tegenstellende stand van een andere lijn
ongedaan doen.
Hoewel dit uitdrukking van bestendigheid voortbrengt : blijft de beeldende uitdrukking die
van uiterlijke beweging -> dus die van de natuurlijke verschijning der dingen -> zie hier waar
een oppervlakkig zoeken naar een nieuwe beelding toe leidt -> men komt tot de natuur
terug, zonder het te willen!

Integendeel -> de beeldende uitdrukking van de verticale en horizontale lijnen in hun
verhouding die van kracht en innerlijke rust!
Deze lijnen -> verenigd als een kruis opnieuw (op abstracte wijze) vorm uitbeelden, zijn zij in
de neo-plastische compositie in werkelijke tegenstelling, hetgeen elke vorm teniet doet! ->
daarin beelden zij de innerlijke beweging van gerijpte leven (door een verdiept ritme) ->
product van de verhouding en van maat -> doordat deze verhoudingen een tegenstelling aan
natuur kan bereiken, moet men in deze verhouding alleen de culminering (= het
hoogtepunt) van neo-plasticisme zoeken!
ALGEMENE OPMERKING
Denaturalisering -> voornaamste punt in menselijke evolutie, ook in de neo-plastische kunst
Het gewichtige van deze kunst -> beeldend de noodwendigheid van denaturalisering
aangetoond te hebben

De neo-plastische schilderkunst -> èn het beeldingsmiddel èn de compositie daarvan
gedenaturaliseerd -> daarom abstracte schilderkunst
Denaturalisering = abstraheren (= abstract voorstellen)
Al abstraherende -> bekomt men tot zuivere abstracte beelding
Denaturaliseren = verdiepen -> geschiedt bewust en onbewust
               Voorbeeld : de vooruitgang der mode : niet enkel de vorm der kleding wordt
               zuiverder, maar zich tegenover de natuurlijke vorm stellen. Het maquilleren ->
               afkeer van de natuurlijke huid
…
Toepassing van de wetten -> tragische uitdrukking van de woning, de straat en de stad
ongedaan doen. Vreugde, morele en fysieke, dus die van gezondheid, zich verspreiden door
evenwichtige tegenstellingen van verhouding, maat en kleur, materie en ruimte -> gesteund
door verhoudingen van stand
Goede wil -> niet onmogelijk om een aards paradijs te scheppen
Niet in één dag tot stand brengen -> maar door zijn krachten te concentreren zonder met
tijd te rekenen -> men zal er eindelijk niet alleen toe komen, maar reeds nù in het paradijs
leven!
…

Meest gevorderde uit het oogpunt van techniek en constructie -> hetgeen wat het neo-
plasticisme het meeste nadert
Neo-plastiker -> meer op zijn plaats in de ‘métro’ dan in Notre-Dame, houdt meer van
Eiffeltoren dan van Mont-Blanc
Herhaling -> de woning niet langer beeldend gesloten/ gescheiden zijn + de straat evenmin
Beide een verschillende functie -> toch een eenheid laten vormen. De woning -> niet langer
beschouwen als ‘doos’ en idee ‘tehuis’ (Home sweet home) moet verloren gaan
Net zoals het gewone idee ‘straat’ -> woning en straat beschouwen als de stad -> (die een
eenheid is ->) gevormd door vlakken -> met opheffende tegenstelling gecomposteerd ->
hierdoor alle afgescheidenheid en uitsluiting ongedaan wordt!
Het huis -> niet langer een opeenstapeling van vertrekken gevormd door muren met niets
dan gaten voor deuren en vensters MAAR een constructie van vlakken in kleur en niet-kleur
die samengaan met meubels en gebruiksvoorwerpen -> moeten samenstellende elementen
van het geheel zijn!
De mens -> niets op-zich-zelf zijn en slechts een gedeelte van het geheel zijn! -> wanneer hij
dus niet meer zijn individualiteit voelt -> zal hij gelukkig zijn in het aardse paradijs -> door
hem zelf geschapen
Tekst 4) Walter Benjamin, ‘Ervaring en armoede’, 1933
           Onbekende woorden, begrippen, gebeurtenissen of personages:
              - Avant-garde: Sedert de jaren `20 van de 20e eeuw gebruikte term ter
                  aanduiding van internationaal gerichte groepen revolutionaire
                  kunstenaars die experimenteren met nieuwe kunstvormen en de
                  artistieke procédés van hun voorgangers radicaal afwijzen.
              - Melancholie: zwartgalligheid, zwaarmoedig, somber
              - Ambivalentie: het tegelijkertijd of na elkaar aanwezig zijn van
                  tegengestelde waarden synoniem: tweeslachtigheid, dualisme,
                  tegenstrijdigheid
              - Precair: onzeker, bedenkelijk, hachelijk
              - Gelogenstraft: de onwaarheid van iets aantonen
           Eventuele samenvatting:
              Inleiding:
              - ‘Denken’ van Walter Benjamin is niet te plaatsen binnen een bepaalde
                  filosofische of literaire stroming  hij werd beïnvloed door uiteenlopende
                  denkrichtingen (marxisme, de vroege romantiek, ...).
              - Zijn Habilitationschrift werd in 1925 door de universiteit geweigerd 
                  word zo een zelfstandig schrijver.
              - Machtovername van de nazi’s  wijkt uit naar Parijs, waar de
                  levensomstandigheden uiterst precair (onzeker) waren  1940 pleegt hij
                  zelfmoord.
              - Het Passagenwerk (= zijn hoofdwerk) is onvoltooid gebleven en in die
                  vorm uitgegeven in 1980.
              - Erkend als een van de belangrijkste filosofen van de moderniteit.
              - Vaak word de nadruk gelegd op de AMBIVALENTIE/tegenstrijdigheid in
                  zijn werken D.W.Z. : de teksten getuigen nu eens van melancholie
                  (somberheid) en treurnis over wat verloren is gegaan, maar ook utopisch
                  geloof in de kracht van de avant – garde  deze laatste zorgt voor de
                  verwezenlijking van een humane samenleving
Eigenlijke tekst:
Ervaringen worden ons, dreigend of sussend, meegegeven zolang we
opgroeien: “het groentje, dat wil al meepraten”;”daar kom je nog wel achter”.
Men wist ook precies wat ervaring was: altijd wordt het door de ouderen
doorgegeven aan de jongeren. Maar waar is dat alles gebleven? Wie zal zelfs
maar proberen de jeugd onder de duim te krijgen met een verwijzing naar zijn
ervaring?
De ervaring is in koers gedaald en dat in een generatie die in de jaren 1914-
1918 een van de vreselijkste ervaringen van de wereldgeschiedenis heeft
meegemaakt. Misschien is dat niet zo vreemd als het lijkt, want kon je destijds
de mensen niet met stomheid geslagen zien terug komen van het slagveld?
Onze ervaringsarmoede is een nieuw soort barbarendom. Waartoe brengt de
armoede aan ervaring de barbaar? Ze brengt hem ertoe van voren af aan
opnieuw te beginnen, een nieuw begin maken, van weinig iets maken en
daarbij niet rechts of links te kijken.
Scheerbart, hecht grootse waarde aan zijn lieden te huisvesten in
onderkomens die bij hun soort passen: in glazen huizen, met verschuifbare,
beweeglijke elmenten, zoals Loos en Le Corbusier die ondertussen bouwden.
Glas is niet voor niets zo’n hard en glad materiaal waaraan niets zich hecht.
Dingen van glas hebben geen aura, glas is per definitie de vijand van het
geheim en het bezit.
Scheerbart met zijn glas en het Bauhaus met zijn staal hebben ruimten
geschapen waarin het moeilijk is sporen achter te laten. Scheerbart zegt dat
we van een “glascultuur” kunnen spreken en die cultuur zal de mens totaal
veranderen.
Ervaringsarmoede: dat moeten we niet opvatten als zouden de mensen naar
nieuwe ervaring hunkeren? Nee. Ze verlangen ernaar van ervaringen bevrijd
te worden, ze verlangen naar een omgeving waarin ze hun armoede, de
uiterlijke en ten slotte ook de innerlijke, zo zuiver en duidelijk tot haar recht
kunnen laten komen dat er iets fatsoenlijks uit voort komt. Ze zijn ook niet
altijd onwetend of onervaren. Ze hebben het allemaal “gevreten”,”de cultuur”
en “de mens”, en zijn daarvan onverzadigd en moe geworden.
Tekst 5: 1935 Walter Benjamin
Parijs hoofdstad van de 19de eeuw

Walters Benjamins onvoltooide Magnum Opus over de Parijse galerijen dat werk ,
passagenwerk, graaft configuraties op die tegelijk archaïsch ( een stijlfiguur waarbij de
schrijver terminologie gebruikt die niet meer algemeen gangbaar is.) en modern zijn.
De passage is betoverend omdat zij de wandelaar onderdak bied en het winkelgoed
sprookjesachtig tentoonstelt, gelooft dat deze droom aan het ontwaken is. > elk
tijdperk streeft naar het volgende en streeft al dromend naar het ontwaken. Belang
van drie dingen: Passages, het interieur en de boulevards. Hun verband>
dubbelzinnigheid van het tegelijk straat en interieur zijn.


Fourier of de passages

-1e voorwaarde ontstaan passages: hoog conjunctuur in textielhandel. Merendeel
van Parijse passages ontstaan in 15 jaar na 1822 (hoogconjuctuur) Magasins
nouveautés doen intrede, dit waren eerste zaken die grote hoeveelheden goederen
in voorraad hebben (voorlopers warenhuizen) .

-Passage volgens geïllustreerde Parijse reisgids: een recente uitvinding van de
industriële luxe, met glas overdekte , met marmer betegelde gangen, die door hele
huizenblokken lopen weerszijde van gangen hun licht van boven krijgen.

-2de voorwaarde voor ontstaan van Passages: opkomst ijzerconstructie, ten tijde
van het Empire beschouwde men deze techniek als een vernieuwing van de
bouwkunst in Grieks –classicistische zin.
 Architectuur theoreticus Boetticher , hij zegt dat het Helleens vormprincipe moet
gelden , empire is stijl van revolutionair terrorisme > daardoor onderkenden ook de
bouwmeesters van die tijd het gebruik van ijzer. Deze architecten bouwden fabrieken
In de vorm van woonhuizen , station die doen denken aan chalets… De constructie
krijgt de rol van het onderbewuste.

 Vervolgens wint het begrip ingenieur en begint de strijd tussen constructeurs en
decorateurs tussen de school école Polytechnique en ecole de Beaux-Arts. Ijzer komt
op en is een belangrijke vernieuwing die in de loop der jaren steeds sneller zal gaan.
 Men vermijdt ijzer in de woningbouw maar gebruikt het in passages,
tentoonstellingshallen, stations . Voor de privé persoon bestaat er voor het eerst een
tegenstelling tussen de leefruimte en de werkruimte
Leefruimte:krijgt vorm in het interieur
Werkruimte: complementaire functie, wordt op kantoor geconfronteerd met de
werkelijkheid ,
-hij gaat in zijn interieur illusies vasthouden, hij verzameld het verre, het verleden.
Jugendstil:-doel is verheerlijking van de eenzame ziel.
         -Het mobiliseert alle reserves van het zielenleven, ze komen tot uitdrukking
in de symbolische vormentaal.
         - worstelt met nieuwe elementen van de ijzerconstructie, dragers. In het
ornament probeert hij het terug te re-integreren in de kunst.

-Het interieur wordt het toevluchtsoord van de kunst
-bewoner is verzamelaar > zijn taak > verheerlijken van voorwerpen
Hij kent ze geen gebruikswaarde toe , enkel een verzamelwaarde.

Baudelaire of de straten van Parijs
Bij Baudelaire wordt Parijs voor het eerst een object van lyrische poëzie. Het unieke aan zijn
poëzie is dat de beelden van de vrouw en van de dood zich vermengen met een derde ,
Parijs. Het Parijs uit zijn gedichten is een verzonken stad, een doodse stad. De doodse idylle
van de stad een maatchappelijk substraat verschijnt, iets moderns.

Haussmann of de barricaden
Haussman stedenbouwkundig ideaal bestond uit perspectische vergezichten door lange
rechte straten.
Hij plaatst Parijs onder buitengewone dictatuur en laat de huurprijzen omhooggaan >
verdrijving van proletariaat naar de voorsteden. Hij vervreemd de Parijzenaars van hun stad.
Het ware doel van Haussman was de beveiliging van de stad tegen een eventuele
burgeroorlog.


Balzac sprak als eerste over de ruines van de bourgeoisie , de ontwikkeling van de
productiekrachten vernietigde de droombeelden van de vorige eeuw.
De schepping vanuit fantasie kreeg een eerste praktische toepassing vanuit de reclame > al
deze producten begaven zich op de markt > uit deze tijd stammen passages en de interieurs
, tentoonstellingen en panorama’s. > het zijn overblijfselen van een droomwereld.

Elk tijdperk droomt niet alleen het volgende tijdperk maar streeft ook al naar het ontwaken.
We gaan de monumenten van de bourgeoisie zien als ruinens nog voor ze vervallen zijn. >
dit alles door de wareneconomie.
Tekst 6: Ernst Bloch (1885-1977)
Inleiding:

   -    zijn thema’s: utopie en hoop
   -   1ste publicatie: Geist der Utopie (1918)
   -   hoofdwerk: Das Prinzip Hoffnung (1959)
   -   voor hem was de hoop een constituerende kracht die bepalend is voor elk wezen,
       omdat het ‘zijn’ ernaar streeft zichzelf te voltooien door het nog-niet-zijnde te
       verwezenlijken.
   -   Marxist
   -   Vaak aandacht voor architectuur: geen goed woord over nieuwzakelijke architectuur.
       (= ca 1920, kunstrichting die streefde naar een doelmatige vormgeving, reactie op
       het expressionisme in de architectuur. Sterk verwant aan het Nieuwe bouwen.)
       = was volgende hem:
       -manifestatie van louter burgerlijke cultuur
       -misplaatst beeld van de utopie
       -soberheid en ornamentloosheid
       -niet meer dan de luister van het kapitalisme kracht bijzetten
       -‘koude’ vormgeving
       -machinetijdperk
       -Hij verwijt de Moderne architectuur: het is slechts uiterlijke schijn van rationaliteit
       tentoongespreid, terwijl de opbouw van de maatschappij in feite op de oude leest
       blijft geschoeid.


       Zakelijkheid, Direct
   -   alles wordt opgeklopt en opgepoetst, alles wordt mooier voorgesteld dan dat het is
   -   Nieuwe zakelijkheid = meest onherkenbare vorm van verstrooiing/
   -   Het is hard, koel, onrealistisch
   -   Struisvogelpolitiek, het negatieve wordt weggestoken
   -   Fantasieloos, te realistisch, bedrieglijk, schijnheilig zakelijk en te technisch
   -   Kapitalisme
   -   Achter de gebouwde rationaliteit blijft de anarchie van de winsteconomie ten volle
       bestand.
   -   Puritanisme: bedrog van de opgewektheid
   -   Op het eerste gezicht klopt alles, zolang men maar niet verder kijkt.
   -   Opdringerige opgewektheid, helderheid, nuchterheid en vastheid van de vorm.
   -   Realisme
   -   Haat tegen fantasie: vloedgolf van classicistische rust en strengheid.
    Zakelijk, Indirect
-   aangezien de zakelijkheid het bedrog dient, kan zij voor de kapitalistische economie
    nauwelijks storend zijn, slechts datgene indirect bruikbaar dat in de kapitalistische
    maatschappij zelf al als verdacht of tegenstrijdig herkenbaar is.
-   De ratio scheidt zich af van het : - schijnheilige bedrog
                                         classicistische versteviging
                                         in actieve tegenstelling tot de anarchistische
                                            winsteconomie.
                                         Tegenstelling leidt verborgen leven
-   vernietiging van productiekrachten in het belang van het kapitalistische stysteem.
-   Zogenaamde verborgen bewegingen, namelijk de vele technische-collectieve
    ‘aanzetten’ in het laatkapitalisme.
-   De valse indirectheid:
        o – zij overschat: de neutrale properheid en gerieflijkheid van het Nieuwe
            Bouwen, de herkomst uit de fabriek, uit technische doelmatigheid en
            machinale standaardproductie.
        o – zij onderschat: dat dit ‘evenwichtig hygiënisch wonen’ nog geenzins op een
            klasseloze maatschappij is gericht of zelfs maar potentieel gericht kan zijn. De
            voorstelling die het moderne grootkapitaal zich omgekeerd van zijn
            functionalisme vormt. Het slechte ornament van de soberheid.
            Façadekarakter. De ontzettende leegt die deze gebouwen kenmerkt.
            Ontmythologisering. Afkeer van de bombast van de 19 de Eeuw.
-   Deze architectuur is bereid zijn enthousiasme te laten besmetten door het burgerlijke
    vergif. Vb Stalen bouwwerken van Mussolini.
-   Deze gevoeligheid is des te belangrijker naarmate de oude maatschappij in de nieuwe
    architectuur verdwenen lijkt.
-   Nieuwste russische architectuur, voorzover ze al behoefte heeft aan representatie,
    minder waarde hecht aan de ingenieurskunst dan aan het ‘inheemse classicisme’
-   Als actieve revolutie op gang komt : komen concrete rationele elementen van
    tegenspraak, de elementen van de toekomst in het kapitalisme, onvermijdelijk tot
    een nieuwe synthese, ze bevrijden zich dan uit hun kwade reuk en afgebrokenheid,
    uit hun abstracte verlatenheid en inhoudsloze eentonigheid van hun architectuur.
Artikel 7: 1951 Martin Heidegger Bouwen, Wonen, denken

Inleiding:
Heidegger is die van het Dasein: poging het zijn te expliciteren
Wonen: manier van zijn die te maken heeft met een koesterende houding
Relatie van de wonende tot “Das Geviert”
Seinsvergesselheid: men vat het zijn niet meer
Moderniteit: men staat niet meer open voor “Das Geviert” wel voor nut en efficiëntie

Bouwen wat betekent dit?
Bouwen komt van Buan=wonen, blijven zich ophouden
Heidegger noemt de manier waarop wij mensen op aarde zijn= het buan.

De eigenlijke betekenis van het woord bouwen is verloren gegaan in 2 manieren waarop het
wonen zich voltrekt, nl de activiteiten telen en oprichten.

We wonen niet omdat we gebouwd hebben maar we bouwen voorzover we wonen!

Wonen= wuon=wunian=tevreden zijn, tot vrede gebracht zijn
Vrede= het vrije= frye= behoed tegen schade en bedreiging
Freien= verschonen

De grondtrek van het wonen is verschonen. Het wonen als verschonen bewaart het
vierkant(das geviert)in datgene waarin de stervelingen bij verblijven: in de dingen.

Wat is een gebouwd ding? Heidegger tracht dit aan de hand van een voorbeeld “De Brug” uit
te leggen.

       Een brug verbindt niet slechts de oevers maar laat ze ook uitdrukkelijk tegenover
       elkaar liggen. Ze brengt de stroom, oevers, en het land in een onderling nabuurschap.
       De brug laat de stroom zijn loop en verschaft de stervelingen een weg. De brug
       verzamelt het vierkant door het van een plek te voorzien. De brug creëert een oord.

Alleen als we vermogen te wonen, kunnen we bouwen. Bouwen en denken zijn absoluut
noodzakelijk voor het wonen maar ze moeten naar elkaar luisteren. De eigenlijke
woningnood is niet het tekort aan woningen, maar dat stervelingen eerst moeten leren
wonen. De ontheming is het enige appèl dat de stervelingen oproept tot wonen.

                  VANUIT BOUWEN WONEN EN VOOR WONEN DENKEN!!
Artikel 8 :1953 _ Gilles Ivian ( Ivan Chtcheglov)
Een model voor een nieuwe stedenbouw

Inleiding :
    - het internationaal situationisme : het samenkomen van 2 verschillende
       bewegingen genaamd : Het internationaal letterisme en de beweging
       voor bauhaus van de verbeelding .
    - Het internationaal letterisme : vormde een groep die zich afzetten tegen
       de commerciële aanpak van de kunst en zich inspande om creatieve
       situaties te creëren.
    - De beweging voor bauhaus van de verbeelding : een industriëlen
       vormgeving zetten .
    - Door het internationaal situationisme wil hij de stedenbouw helemaal
       veranderen door de fantasie te prikkelen .

Sire, ik kom uit het andere land
Thema : een rangschikking zetten in de stedenbouw op basis van gevoelens .

Gilles Ivian spreekt in deze tekst over het versaaiende effect van de architectuur van het
heden .
Volgens hem zijn alle steden geologisch , en groeien wij op in een gesloten landschap waarin
de herkenningspunten ons voordurend naar het verleden trekken .

Bepaalde bewegelijke hoeken en terugwijkende perspectieven bieden ons weliswaar de
mogelijkheid vluchtig originele opvattingen over de ruimte te ontwaren . Maar dit visioen
blijft fragmentarisch . Iedereen aarzelt tussen het verleden dat voorleeft in de tijd van nu en
de toekomst die daardoor sterft .

Het internationaal situationisme wil dit proberen te voorkomen en zorgen dat we niet
verder gaan met de mechanische beschaving en de kille architectuur die uiteindelijk leidt tot
een vrije tijd vol verveling .

Hij wil door middel van techniek een permanent contact maken tussen individu en
kosmische realiteit .
    - rails onder het huis zodat het altijd naar de gewenste richting kan staan en dat je in
         de morgen kan wakker worden aan zee en de avond kan gaan slapen in een bos .
    - glazen plafond zodat sterren en licht goed te zien zijn .
    - verschuifbare wanden .
Architectuur is het zuiverste middel om tijd en ruimte te articuleren .
de realiteit te modeleren en dromen te stimuleren .
Niet alleen de architectuur van één individu is belangrijk , maar de samenhang van
meerderen .
Zo heeft hij de stedenbouw in zijn visie vertaald naar meerderen steden die ieder op zich
een functie heeft en een bepaald gevoel zal uitstralen .
    - De bizarre wijk
    - De gelukkige wijk : speciaal bedoeld om in te wonen .
    - De edele en tragische wijk (voor de brave kinderen )
    - De historische wijk : musea en scholen
    - De nuttige wijk : ziekenhuis en gereedschapwinkels
    - De onheilspellende wijk
    - …

de wijken van deze stad zouden kunnen overeenstemmen met diverse, geregistreerde
gevoelens waardoor je toevallig getroffen word in het gewone dagelijkse leven .

de onheilspellende wijk bvb zou een goede vervanging zijn voor gapende gaten, opening tot
de onderwereld, zoals vele volkeren vroeger in hun hoofdstad hadden : Zij symboliseerde de
onheilbrengende kracht van het leven . het hoeft geen echte gevaren met zich mee te
brengen . ze moeten moeilijk toegankelijk zijn , gruwelijk versierd (schelle fluitjes ,
alarmklokken, onregelmatig repeterende sirenes , gemotoriseerde mechanische mobielen,…
) zo spaarzaam als zij ’s nachts verlicht is , zo fel is zij overdag verlicht door opzettelijk
verkeerd gebruik van het feromonen weerkaatsing. In het centrum van die wijk bevind zich
“het plein van het monsterlijk mobiel”

Doordat kinderen en volwassenen een tocht zouden nemen door deze wijk zouden ze bvb
leren dat ze niet meer bevreesd moeten zijn voor de angstige kanten van het leven . Maar
dat ze er zelfs plezier uit kunnen hebben .

Het belangrijke aan deze wijken is dat de mensen meer de goesting gaat hebben om te
ontdekken . Omdat er geen mogelijkheid is om alles in 1 oogopslag te kunnen krijgen .
Zij weten dat naarmate een plek gereserveerd is voor de vrijheid van de tocht , de wijken des
te meer invloed hebben op het menselijk gedrag en dat haar aantrekkingskracht des te
groter word .

Het bewijs hiervan is bvb Las Vegas , een constante ontdekkingsreis . een karikatuur van de
vrije liefde . terwijl het enkel om geld gaat .
Deze steden leven ook met een gecontroleerd toerisme zodat het gevoel van de omgeving
contant is .

Deze architectuur is bedoeld om de regeling van de menselijke gevoelens en het sprookjes
gevoel terug in het leven te kunnen plaatsen .
                   Tekst10: Joseph Rykwert, Over Adams huis in het Paradijs.

Inleiding:
     - architectuurhistoricus, auteur van 10tal boeken?
     - Centraal in zijn werk: humanistische vraag naar een bredere betekenis van architectuur
     - Hij onderzoekt het onderliggend proces van betekenisgeving in de architectuur (adhv
         belangrijke kwesties in de architectuur bv. betekenis van ornament,…)
     - Adams’s house in paradise: een pleidooi om de symbolische en sociale betekenis van
         architectuur boven het rationele en het constructieve te stellen.

Een huis voor de ziel.
Thema: constante interesse in de primitieve hut. (deze was bij alle volken aanwerzig, overal niet zo
verschillend)
Hij denkt dat deze betekenis ook in de toekomst zal blijven bestaan
En dat dit implicaties heeft voor tussen gebouw en gebruiker.

Verder speelt het idee van reconstrueren van de grondvorm een belangrijke rol
    zoals het werd geopenbaard door god -> belangrijke rol in leven van vele volken zodat het
        bijna universeel lijkt
    primitieve hutten lijken vaak verbonden met
   - vieren van vernieuwing (nieuwjaar, kronining)
   - overgansritueten (initiatie en huwelijk)
    thema is sterk verbonden met zorg voor de toekomst, projectie, door een andere blik te
        werpen op het feest hebben traditionele feesten een projecterend karakter. Aangezien het
        sterk verbonden is met iedeeen over onsterfelijkheid en hoop.

Feetsen in Soeka, of loofhut: christenen en joden zwartvoetindianen
     voor messiaande god.
     Bruidskamer

Methodius vergelijkt zijn lichaam met de loofhut, de loofhut met de tempel, en de tempel met het
paradijs en christus.

Australische volken hebben zelfs de hut niet nodig, zij gebruiken houten of stenen ‘bull-roarers’ die
ze als schatten koesteren.
Ze beschilderen zichzelf dan met kleurijke patronen, met bont en vogelveren.
Ze maken ook liturgiche objecten, die worden vernietigd na 1x gebruikt ze zijn.
                 I-> nurtunja
                 I-> waninga, stok met 1of2dwars stokken op bevestigd, waar touw         word op
gespannen. Zodat het een rechthoek word met op elke hoek een driehoek.

Joden: maken loofhuttabernakel, om onder te trouwen. Soms worden er hoepa’s gemaakt. (vooral in
slechte tijden) wie zo’n hoepa maakt word vrijgesteld van de verplichting om een
loofhuttabernakel(huwelijksbaldaklijn) te bouwen.
   Rykwart ging op zoek naar de identiteid van van de huwelijksbaldaklijnen
        para-talmoedische legende
           bij het huwelijk van Adam en Eva beloofde God 10baldaklijnen, uit rijke materialen. Ook de
           messiaande koning moet volgens de traditie 10baldaklijnen.
   de hut van takken is nu een enorme constructie van goud en edelstenen. Deze was duidelijk niet
   bedoeld om functionele redenen, de bescherming die de hoepa biedt is denkbeeldig)
   het stond teken voor
                              de wereld die instemde voor hun een wording
                              een geworden lichamen van de geliefde

   huis van adam was geen beschutting, maar als een ruimte die je kon intrepeteren als zijn
   eigen lichaam en een uitbeelding van de plattegrond van het paradijs waar hij in het
   middelpunt staat.

   Gebouwen moeten nu voldoen aan de hutten van toen, weliswaar op een andere manier.

   Barbaren:
   1. Le Corbusier:
        -bouwde omdat ze weten dat ze nadachten
       -ingenieurs bouwden bij hem enkel door te voldoen aan de orde
   2. Loos
       - bouwden goed omdat ze wisten zonder na te denken, alleen door gehoor te geven aan de
       inwendige noodzaak van ingeboren ideeeen.
       -volgt de vroegere opvattingen op de voet: mens is op geen enkele manier losgekoppelt van de
       dierlijke schepping. En dat goed bouwen ook op een bepaalde manier een voorzetting zou
       moeten zijn van de natuur.
       (ruskin: gebouw moet deel zijn van de omgeving)
   3. Durand
       -extreem afgevlakt achtiende eeuws rationalisme geleidelijk aan vervaagt inuilitair
       conventionalisme.
   4. andere
       - nabootsen van de omgeving/natuur. Aansporing om de verwerving van alle vaardigheden (zou
       kunnen dat Le corbusier hiertoe behoort)

 ingenieur = bouwer van vroeger
 geopenbaarde architectuur: gebaseerd op de openbaring = bouwen van een goddelijk model ->
  vernieuwing door terug te keren naar de oorsprong
 bouwen van een huis is al eeuwen oud, en zit verankert in het verlangen van de mens. Sociaal aspect:
  het slaat ook terug volgens psychologen en een wisselwerking van angst en genot (vb: baby wil terug
  naar de baarmoeder)
 het terugkeren naar het begin zal altijd blijven -> vernieuwing en verduidelijking.
 De primitieve hut zal altijd heel belangrijk blijven, oa voor de vragen ‘waarom’ en ‘waarvoor we
  bouwen’
 Verlangen en vernieuwing is eeuwigdurend, blijft terugkeren door sociale en intellectuele
  spanningen
 Opzoek naar vernieuwing in de rituelen rondom de seizoenswisseling en de initiatie van nieuwe
  levensfase
Tekst 11 Architectuur en transgressie, 1976
Bernard Tschumi

Inleiding
Metafoor van piramide en het labyrint wordt gebruikt om de paradoxale eigenheid van
architectuur toe te lichten, architectuur is zowel geconcipieerde ruimte als waargenomen
ruimte, maar deze zijn nooit in balans omdat ze nooit tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn.
Toch ligt volgens Tschumi de erotische kracht van de architectuur in het moment dat deze
paradox kortgesloten wordt. Kracht van architectuur wanneer de subjectieve waarneming
haar concept wordt.

Artikel
Transgressie gaat eigenlijk over het doorbreken van een taboe. Zelden wordt dit gelinkt met
architectuur.

Deel 1: De paradox van de architectuur
Het feit dat er in zijn boek iets geschreven staat wil zeggen dat het behoort tot het domein
van de architectonische representatie. En toch bevinden deze woorden zich buiten de
architectuur, nl buiten de ruimte.
Woorden en plattegronden bevinden zich ver van het zintuiglijke. Alle architectuur is
conceptueel. Moet er in architectuur dan altijd noodzakelijkerwijs of de realiteit of het
concept ontbreken?

Deel 2: Erotiek
Paradoxen zijn misleidend, ze liegen en ze liegen niet. Adhv 2 analogiën is het wellicht
mogelijk om verder tot de paradox door te dringen.
Analogie met de erotiek: Erotiek is niet het exces van het genot, maar het genot van het
exces. Het pure genot van de zinnen constitueert niet de erotiek Integendeel het genot van
het exces vereist bewustzijn zowel als wellust. Erotiek is universeel en tegelijkertijd
persoonlijk.
Analogie met leven en dood: Elke maatschappij verwacht van de architectuur dat deze haar
idealen weerspiegelt en haar angsten beteugeld. De consequente afwijzing van de obscene
janboel is niet zo heel anders dan de algemeen menselijke afschuw van rottende lichamen.
De dode wordt pas getolereerd als zijn botten wit zijn. De vroegste verboden van de
mensheid waren gecentreerd rond de dood en het tegenovergestelde daarvan de
geslachtelijke voortplanting. Als gevolg daarvan ging ieder discours over leven en dood
bijgevolg ook over seks. Maar op het essentiële moment dat het leven naar de dood gaat
kan er geen sprake meer zijn van voortplanting, alleen nog van seks. Seks zonder
voortplanting gaat over erotiek, en dus is de overgang van het leven naar de dood erotisch.
(dit heb ik echt zelf niet uitgevonden, joeng waar blijven ze het halen)Architecten zijn echter
niet zo dol op dat stuk van het leven dat de dood nadert, dit is analoog met gebouwen in
verval. Toch vindt Tschumi zelf de Villa Savoye (van Le Corbusier) nooit ontroerender dan
toen de pleister van de muren begon te vallen.
Het ultieme moment van de architectuur is dat moment waarop ze tegelijkertijd leven en
dood is, als de ervaring van de ruimte haar concept wordt. Het rottingspunt is dat punt waar
de verrotting een brug slaat tussen het zintuiglijke genot en de rede.
Deel 3: Transgressie
Ipv de lezers op dit boeiend punt aan hun lot over te laten is het van groot belang aan te
geven wat de implicaties van deze twee analogiën zijn.
De analogiën zijn aspecten van één en hetzelfde fenomeen: in beide gevallen is het
ontmoetingspunt van het ideële en werkelijke verboden gebied. (nota van de samenvatter:
het is niet pluis te genieten van seks terwijl je erover nadenkt)
Ook mag de plaats waar leven en dood samenkomen, het rottingspunt, sporen nalaten die
de tijd heeft achtergelaten, ze markeren een gebouw.
Ten derde, dit rottingspunt is een bedreiging voor de autonomie van het onderscheid tussen
concept en ruimtelijke praktijk. Regels en theoriën die in architectuurscholen verkondigd
worden blijven verscholen omdat ze nooit tot in het abstracte worden doorgetrokken, ze
blijven verscholen in hun loopgraven. Bijgevolg is de perceptie van architecten vaak even
cultureel bepaald als die van schoolkinderen, ook al verandert de aard van deze
conditionering in de loop van de geschiedenis.
Ten vierde, de ontmoetingsplaats is architectuur. Ze lijkt slechts te floreren daar waar ze
zichzelf ontkent, daar waar ze de vorm die de maatschappij van haar verwacht, afwijst. Dat is
dus geen kwestie van avant-gardistisch subversiviteit maar van transgressie.
Daar waar tot voor kort de regels om een afwijzing van het ornament vroegen, ligt nu de
zuiverheid onder vuur.
Heel simpel gezegd is transgressie niet meer dan het overwinnen van wat gangbaar maar
onaanvaardbaar is.
Tekst 12: CHRISTIAN NORBERT-SCHULZ
‘Genius loci. Naar een fenomenologie van de architectuur’

Inleiding:
CHRISTIAN NORBERT-SCHULZ trachte oorspronkelijk een wetenschappelijke
architetuurtheorie te ontwikkelen, gebaseerd op eigen ervaringen & inzichten uit
gedragswetenschappen (Intensions in Architecture). Later realiseert hij zich dat het
onmogelijk is om de essentie van architectuur puur wetenschappelijk te verklaren
(invloed: existentialistisch denken -> M. Heidegger / fenomenologie -> E. Husserl).
Architectuur is de verwezenlijking van een existentiële ruimte. Elke plaats heeft een
geschiedenis, identiteit en betekenis = eigen karakter = genius loci. Architectuur helpt de
mens verbinden met de identiteit van een plaats.
Deze inzichten werkte hij uit in zijn boek: Genius Loci. (Het boek bevat theoretische
hoofdstukken en 3 fenomenologische beschrijvingen van steden.)


Onze leefwereld bestaat uit waarneembare verschijnselen & minder tastbare verschijnselen
(bv.: gevoelens). De tastbare zaken staan met een complexe manier in verband met elkaar,
sommige verschijnselen omvatten anderen (een bos bestaad uit bomen, een stad uit
huizen,..).
Een aantal verschijnselen vormen een omgeving voor een ander. De omgeving (= plaats)
maakt een belangrijk deel uit van ons bestaan. Het is zinloos een gebeurtenis voor te stellen
zonder te verwijzen naar een plaats.

Genius loci (Romeins), elke plaats heeft een eigen geest. Het was zeer belangrijk om een
goede relatie te hebben met de geest om op die plaats te kunnen overleven.
In Egypte werd vroeger niet alleen rekening gehouden met de fysische verschijnselen zoals
overstroming v/d Nijl maar ook met se sfeer, mensen moesten zich er veilig voelen.
De genius loci is blijven bestaan.

wonen = de relatie tussen mens en plaats. Wanneer je ergens woont bevindt men zich in een
ruimte en wordt men blootgesteld aan een bepaald karakter van de ruimte.
-> 2 psychologische functies bij betrokken:
- orientatie: je moet weten waar je bent
- identificatie: je moet weten hoe een plaats is




existentialisme: zingeving door het bestaan
fenomenologie:De `fenomenologie` is een stroming in de filosofie die uitgaat van de directe en intuïtieve ervaring van
fenomenen (oftewel verschijnselen), en hieruit de essentiële eigenschappen van ervaringen en de essentie van wat men
ervaart probeert af te leiden.
Orientatie & identificatie vormen een geheel(= écht thuis voelen) maar kunnen onderling
toch onafhankelijk zijn van elkaar. Bv.: het is mogelijk te oriënteren zonder te identificeren(je
kunt leven zonder je ‘thuis’ te voelen & je kunt je ergens thuis voelen zonder dat je de plaats
goed kent).
Bij primitieve samenlevingen -> kleinste details in omgeving bekend én van betekenis
Moderne maatschappij-> toegepaste functie van oriëntatie, identificatie is meer toeval.
-> wonen is verdrongen door vervreemding.
identificatie =bevriend raken met omgeving -> Scandinavië: mist & sneeuw moet men leuk
vinden, woestijn -> zand & zon.
Voor moderne mens -> vriendschap met omgeving vermindert tot losse relaties, hij
identificeert zich met door de mens gemaakte dingen.
De mens identificeert zich met een plaats in zijn kindertijd, voornamelijk door zintuigelijke
waarneming -> ze ontwikkelen schemata:
- universeel
- cultuur gebonden aan bepaalde plaats
Identificatie & oriëntatie vormen de basisprincipes voor hoe de mens in de wereld staat.
-> identificatie voor het gevoel dat hij ergens thuishoort
-> oriëntatie stelt hem in staat homo viator te zijn
Vroeger wilde mens een zwerver zijn, dingen ontdekken & vrij zijn; tegenwoordig realiseren
we ons dat échte vrijheid ergens thuis voelt en dat wonen wil zeggen dat men zich op een
concrete plek thuis voelt.

De architectuur is bedoelt om de mens te helpen wonen, het concreet maken van de genius
loci (gebouwen maken waar de eigenschappen van de plaats voorkomen).
Tekst 13: Bernard Tschumi Gebeurtenissen architectuur

Centrale thema in zijn theoretisch werk:
   - onderzoek van de categorieën: vorm en functie in de architectuur.

Hij bekritiseerd zowel het modernisme als het postmodernisme in de architectuur omdat ze
zich beide te weinig hebben ingelaten met de functie, het programma en zich bijna
uitsluitend hebben toegelegde op formele en stilistische vraagstukken.

Hij ging op zoek naar alternatieve definities voor architectuur, zowel de surrealisten als de
futuristen gebruikt hij hierbij als inspiratiebron. Dit onderzoek beschreef hij in ‘Architecture &
limits’ en in ‘The Manhattan Transcripts+’ (deze vormden een poging om de architecturale
interpretatie van de realiteit uit te tekenen in diagrammen, secties en grondplannen die de
bewegingen van een lichaam in de ruimte noteren) Via grafische middelen wil hij op het
spoor komen van de wisselwerking tussen ruimtes en het gebruik ervan. Deze gedachte heeft
hij 10 jaar later geherformuleerd in ‘Event Architecture’.
Bij architectuur gaat het evenzeer om de gebeurtenis die plaats vindt in een ruimte als over
de ruimte zelf.

Wij leren omgaan met de uitzonderlijke mate van onderlinge inwisselbaarheid van vorm en
functie en met het verdwijnen van traditionele of algemeen aanvaarde oorzaak-
gevolgrelaties, zoals die door het modernisme heilig waren verklaard.
Functie volgt niet uit vorm en andersom. Toch werken vorm en functie op elkaar in, al is het
maar om een schokeffect te creëren.

Als de schok niet meer teweeg gebracht kan worden door een opeenvolging of naast elkaar
plaatsen van gevels en portalen, dan kan het misschien wel door het naast elkaar plaatsen
van gebeurtenissen die plaatsvinden achter gevels en portalen.
 Als de verwarring van genres, de nieuwe richting van onze tijd is dan kan deze net zo goed
positief aangewend worden ten voordele van de algemene verjonging van de architectuur.
Als dit een concept ervaring zou zijn, dan zou de architectuur moeten ophouden deze
categorieën te scheiden maar ze laten samensmelten tot ongekende combinaties van
programma’s en ruimten.

Men is er zeker van dat de hiërarchische oorzaak-gevolgrelatie tussen functie en vorm een
van de grootste zekerheden is in het architectonisch denken, het ligt achter het
geruststellende 'idée reçue' van het gemeenschapsleven dat ons voorspiegelt dat we in
huizen wonen die ontworpen zijn ‘om in onze behoeften te voorzien’, of in steden die
ontworpen zijn als machines om in te wonen. En het gevoel van gezelligheid dat dit idee van
‘Geborgenheit’ geeft, gaat zowel in tegen het idee van gezelligheid als plezier van de
architectuur in zijn onverwachte combinatie van termen. Vandaar dat werken zoals
‘Manhattan Transcripts’ de definitie van architectuur niet konden omschrijven in vormen of
muren maar in een combinatie van uiteenlopende en niet in overeenstemming te brengen
termen. Het opnemen van termen zoals: gebeurtenis, beweging is ongetwijfeld gebeurd
zonder invloed van de situationistische vertogen en van de periode rond ’68.
Les événements zoals ze genoemd werden waren gebeurtenissen niet alleen in het handelen
maar ook in het denken.
Bv: een barricade opwerpen (functie) in een Parijse straat (vorm) staat niet direct gelijk aan
als flaneur (functie) door diezelfde straat lopen (vorm).

Hier houden alle hiërarchische relaties tussen vorm en functie op met bestaan. Deze
onwaarschijnlijke combinatie van gebeurtenissen en ruimten kreeg een lading van
subversieve potentie, want zij stelde zowel de functie als de ruimte ter discussie. Deze
combinatie treffen we tegenwoordig in Tokio aan, waar de veelsoortige programma’s
verspreid zijn over verdiepingen van flatgebouwen: warenhuis, museum, fitnessclub, … En we
zullen haar ook aantreffen in programma’s van de toekomst, waar vliegvelden tegelijkertijd
ook amusementscentra zullen zijn, met bioscopen, winkelcentra, … Ongeacht de vraag of ze
ontstaan door toevallige combinaties of onder druk van constant stijgende grondprijzen gaan
zulke confrontaties verder dan poëtische bondgenoten. Foucault sprak over gebeurtenissen
van het denken. Ik zou willen voorstellen dat de toekomst van de hedendaagse architectuur
ligt in het construeren van zulke gebeurtenissen, Foucault beschouwt een gebeurtenis als ‘het
moment waarop de veronderstelling van de setting, waarin een drama kan plaatsvinden,
afbrokkelen of ineenstorten in vraag word gesteld of geproblematiseerd om zo ruimte te
creëren voor de kans of de mogelijkheid te kunnen komen voor een nieuwe setting’ (citaat
Rajchman). De gebeurtenis wordt hier beschouwd als het keerpunt, niet als het begin of het
einde. Van even groot belang is het scheppen van ruimten die bij de gebeurtenis horen. Om
Foucault te citeren: ‘Er zijn gebeurtenissen in de ruimte die door onszelf gebouwd wordt om
in te wonen: heterotopia’. Een dergelijk concept verschilt natuurlijk hemelsbreed van het
ethos van de moderne beweging, die in tegenstelling tot de veelsoortige, gefragmenteerde
en ontwrichte terreinen waarmee we ons tegenwoordig bezighouden, er juist op uit was om
zekerheden te bevestigen in een een-geworden Utopia. Na Foucault breidde Derrida de
definitie van een gebeurtenis nog verder uit: ‘de opkomst van een veelvoud van
ongelijksoortige dingen’.

Architectuur bevindt zich inderdaad in een unieke situatie: zij is de enige discipline die per
definitie een combinatie is van concept en ervaring, beeld en gebruik, beeld en constructie.
Filosofen kunnen schrijven, wiskundige kunnen virtuele ruimten ontwikkelen maar
architecten zijn de enige gevangenen van de hybride kunst waar het beeld vrijwel alleen
maar bestaat in combinatie met een activiteit. Ik ben ervan overtuigd dat architectuur in
plaats van een domein dat lijdt onder de bekwaamheid de eigen structuren, beginselen ter
discussie stelt, juist het domein is waar in de loop van de volgende eeuw de grootste
ontdekkingen zullen plaatsvinden. De heterogeniteit zelf van de definitie van architectuur –
ruimte, actie en beweging – maakt haar tot die gebeurtenis, plaats van schok, die plaats
waar we onszelf uitvinden. De gebeurtenis is de plaats waar de verschillende elementen van
architectuur opnieuw gedacht en geformuleerd worden en zo tot een oplossing kunnen
leiden. Architectuur is per definitie de plaats van de combinatie van het verschil. Ik geloof niet
dat het mogelijk is om gebouwen te ontwerpen die vormen vertonen die ergens tussen
abstractie en figuratie liggen. Of die om reden van esthetiek in stukken zijn gehakt. Bij
architectuur gaat het niet om de voorwaarden van het ontwerp maar om het ontwerpen van
de voorwaarden. Strategie is een sleutelwoord in de hedendaagse architectuur. Geen
totaalplannen meer, geen vestigingen meer op een vastgestelde plaats maar een nieuw
heterotopia. Hiernaar zijn onze steden op weg en hierbij moeten wij, de architecten, hun
helpen door de verrijkende confrontatie tussen ruimten en gebeurtenissen te versterken.
 Artikel 14             1992: Anthony Vidler

-Het Unheimliche in de architectuur:

Anthony Vidler:Architectuurhistoricus verbonden aan belangrijke Amerikaanse
universiteiten als Princeton,Cornell en Univ of California LA.

Redactie tijdschrift:’opposition’:samen met Peter Eiseman
Dit ‘kleine blad’:introduceerde tussen 1973&1982 ‘een nieuwe denkwereld in de
amerikaanse architectuurscholen door een platform te bieden aan Europese
intellectuele architecten.

Eigen werken:’vooral gericht op de franse architectuur uit de 2de helfd van de 18de
eeuw&19de eeuwneemt hij deel aan de theoretische ontwikkeling van het
vakgebiedpublicatie van belangrijke teksten over typologie die bijdragen aan de
theoretische onderbouwing van de neorationalisme.

Recente boek: ‘The Architectural Uncanny’: verzameling van een reeks
architectuurhistorische& -kritische essays, met als gemeenschappelijke thema:
‘het Unheimliche’: in de inleiding probeert hij dit begrip te onleiden vanaf Ernst
Hoffmann& Edgar Allan Poe, in de literatuur via Freud& een reeks belangrijke filosofen,
tot in de recente architectuur(theorie).


Inleiding:
Tegenwoordig:
gevoeligheid van onheid uitbarsting in : lege parkeerterreinen rond verlaten of vervallen
winkelcentra, verdekte trompe-l’oeil van gestimuleerde ruimte  vervallen
grensgebieden en oppervlakteverschijnselen van de postindustriele cultuur.
 Oosprong van deze gevoeligheid:
oorsprong &cliché : in aangename & volkomen normale plekken , huiselijke & enigszins
ordinaire decors , naar bruikbaarheid als middel om een reeds afgestompt publiek te
doen griezelendit allemaal markeert deze gevoeligheid als de erfgenaam van een
gevoel van onbehagen dat voor het 1st werd vastgesteld aan het eind van de 18de eeuw.

Verspreiding:
Langzaam verspreide als een aandoening van de moderne angst, een vervreemding die
via individuele& poetische wortels is verbonden met de romantiek, openbaarde het
onheilspellende zich uiteindelijk in de grote stad.
Als gevoel bleef het niet langer beperkt tot het burgelijke interieur waar het traditionele
vanuitging dat het onheil gebeurde.
Het onheil had even weinig respect voor klassengrenzen als epidemieën & plagen
Waarschijnlijk verklaart dit waarom in 1870 het onheilspellende van de metropool
steeds vaker gepaard ging met de ‘ziekte van de metropool’
een aandoening die door de kortverhaal ontstaan is (griezel verhalen van Hoffmann of
Edgar Allan Poe).
 Dit onheilsgevoel werd nu geassocieerd met al die fobieën die gepaard gingen met
ruimtevrees, ‘la peur des espaces’ of operafobie
spoedig gevolgd door tegenhanger : claustrofobie.
19de Eeuw:gepsychologiseerd doemde het onheislsgevoel : een bijzonder gevoel onder
de vele ziekten , van fobieën tot neurosen psychologen en filosofen verklaring: een
manier van afstand nemen van de werkelijkheid onder druk van de werkelijkheid.

De ruimte van onheil:altijd een interieur Maar nu :’de geest van het interieur‘ =een
interieur dat onbegrensde speelruimte bood aan projectie of introversie.

Symptomen:O.A uit ruimtevrees die mensen verlamde in hun bewegingen en tijdsvrees
die tot geheugenverlies leidde
ontstond het onheilspellende gevoel  Freud:uit de transformatie van iets heel
vertrouwd leek te zijn tot iets wat allesbehalve vertrouwd was: van het
HeimlichUnheimliche.

IN 1919 Freud:essay over dit onheilsgevoel als vertrekpunt onderzoek naar
persoonlijke& esthetische vervreemind koos hij de complexe betekenissen van het
Duitse woord voor ‘onheilspellende’: ‘Das Umheimliche’: letterlijk: ‘Het onhuiselijke’.
Voor Freud ‘onhuiselijkheid’: meer dan het eenvoudige gevoel zich niet thuis voelen =
het fundamentele vermogen van het vertrouwde zich tegen zijn bezitters te
keren&plotseling onvertrouwd,onwerkelijk te worden,als in een droom.

WO2:moment dat geschiedenis met geweld leek te zijn stilgezet,,versterkte het
‘umheimliche’, zijn traditionele banden met de nostalgie& ging daarmee samen op in
wat veel schrijvers na de oorlog zagen als de ‘transcedentale dakloosheid’door Georg
Lukas omschreven :aandoening van de moderne tijd.
Tegenover de massale ontwortelling van de oorlog &de daaropvolgende crisistijd komt
het ‘heimwee’ opnostalgisch verlangen naar het ware geboortehuis,de mentale
&psychologische tegenhangers van de werkelijke dakloosheid.
In deze context:filosofen weemoedig het (verloren)karakter van het ‘wonen’
overdrachten via een nostalgisch herlezen van de dichters van het oorspronkelijke
romantische onheisgevoel weerbrachten.

Tijdsgeest:dit vallen samen in een tijdgeest van ballingschap ,zowel intellectueel als
existentieel, met het gedwongen zwerverbestaan&de werkelijk bestaane dakloosheid .
Tijdens depressie:verstrekte het groeiende vevoel dat moderne mens
wezenlijk&fundamenteel ontheemd was.
Heidegger:’Thuisloosheid zal de bestemming van de wereld wordenschreef hij in
‘Uber den Humanismus’.

Modernistische Avant-gardes:het onheilspellende werd aangegrepen als een instrument
van ostranemie of ‘vreemdmaking’=alsof een wereld die vervreemd was en los geraakt
van zijn eigen wezen alleen maar d.m.v een schok tot zichzelf geroepen kon worden ‘
door de uitwerking van dingen die met opzet ‘vreemd gemaakt’ waren.


Adorno:’vervreemding van de wereld’=moment van kunst
geheime beweging van het onheilspellende de enige manier om uit te leggen waarom
:de heftige reactie en lijken van vervreemding die uit de moderne kunst voortkomen ,
seismogrammen van een algemene :onotkoombare manier van reageren,
dichter bij ons staan dan kunst uit verleden die slechts dichtbij lijken te staan door haar
historische verdinglijking.
Volgens hem :de artistieke technieken van vervreemding maakten de kunst minder
vervreemdend dan de realitieit die zij aan de orde trachtte te stellen.

Unheimliche:als veelbetekennend psychoanalytisch& esthetisch ontwikkeldde op de
werkelijke schock van het moderne leven: een trauma dat verergerd werd door de WO2
dat de hedendaagse verbeeldingswereld nog altijd achtervolgt.
Vervreemding&onhiuselijkintelectuele sleutelbegrippen van onze eeuw, met een
politieke kracht die regelmatig opnieuw werd gevoed door de heropleving van de
werkelijk bestaande thuisloosheiddie haar oorzaken soms : oorlog, soms: ongelijke
verdeling van de welvaart.

Jaren 60:hernieuwde opkomst van het Unheimliche als esthetisch gevoel,
enerzijds:voortzetting van de bevoorrechte positie van het onheilspellende in ‘negatieve
dialectiek( redeneervorm die tracht door het gebruik van tegengestelden achter de
waarheid tracht te komen)’ van de modernalistische avant garde- een rol die 2x zo sterk
werd door het zelfbewuste ironiseren van het modernisme door het postmodernisme.
Anderzijds: het onheilsgevoel zoals het wordt opgeroepen door de nieuwe
technologische voorwaarden van de culturele representatie.

Als concept:reden in architectuur:
1st in het huis(spookhuis),
vervolgens:stand ,door het bolwerk van de gemeenschapszin door de ruimtelijke
invallen van de moderniteit vreemd is gemaakt.
 In beide: Unheimliche=geen eigenschap van de ruimte zelf&kan niet worden
opgeroepen door enige specifieke ruimtelijke configuratie.
Het is zijn ethische dimensie:de representatie van een psychische staat van projectie die
de grenzen tussen de werkelijkheid&de ontwikkeling opheft &zo glijden tussen waken
en dromen.

Architecturaal Unheimliche:moeilijk als literair of psychologisch unheimliche Te
sprekenonmogelijk om een bepaald gebroouw of speciaal ontwerpeffect in te zetten
als instrument om een gevoel van onheil teweeg te brengen.
Gebouwen die een psychologische impact hebben gehad bij het unheimliche Zijn
voorzien geweest van herkenbare kenmerken.
Meest bekende:spookhuizen in griezelverhalen
niets onheilspellends in zich, toch als emblemisch voor het unheimliche
vroege psychologie:de ruimte als oorzaak van angst of vervreemding
vroegere sociologen:’ruimtelijke vervreemding’:niet slecht een hersenspinsel,maar:
vertegenwoordigde de vermenging van psychische projectie&ruimtelijke eigenschappen
die geassocieerd werd met het unheimliche
vanuit dit concept unheimliche=dubbelzinnig concept samengesteld uit: aspect van
geschiedenis in de fictie, psychologische analyse& zijn culturele manifestaties.

Wanneer werkelijke gebouwen of ruimten door deze bril bekeken: een historische of
culturele rol spelen als presentaties van vervreemding .
Moderne cultuur: unheimliche architectuur bestaat niet ! Wel:een architectuur waaraan
van tijd tot tijd & voor verschillende doelen onheilspellende eigenschappen aan zijn
toegeschreven.

Theoretische analyse door Freud&later door Heidegger: stelt het unheimliche centraal
te midden van categorieën die aangevoerd om de moderniteit te interpreteren
(ruimtelijk,stedelijke&architectonische condities).

Als referentie:verlangen naar een thuis worsteling om een huiselijke
geborgenheid&thuisloosheid&tegelijkertijd de onderliggende samenhang tussen beide
onthult.

Door theorie van unheimliche:
Gender& subject in verband met aanhoudende discours rond de vervreemding& rond de
Ander in de sociale& politieke context va de maatschappelijke uitsluiting van
raciale,ethische&andere minderheidsgroepenN
Probleem over oplaaiende probleem van dakloosheidkapitalistische verzorgingsstaat
systematisch worden afgebrokenplaats elke vorm van reflectie op het moderne
onhuiselijke tegen de achtergrond van een dringend bestaan probleem.

Esthetische theorie van de vervreemding:op proef gestelt bij confrontatie
sociale&politieke praktijk.
1ste avant-garde: formele & kritische expressie van vervreemding:
sluit niet altijd aan bij het werk om vervreemdende omstandigheden in de praktijk te
transformeren of zelfs te verbeteren.

Formele experimenten:gericht op vreedmaking gebaseerd op carnavaleske omkeringen
van esthethische normenmeer op te vatten als decoratie of karikatuur.
onaanvaardbare feit van de werkelijke thuisloosheid:transcendente of psychologische
thuisloosheid gevaar van een trivalisering of bevoogding van politieke of sociale actie.

Dit boek: opmerken dat hedendaagse architectuur:onophoudelijk verwijst naar de
avant-gardetechniekdeze zijn ontdaan van ideologische impuls waarvan ze
afstamdengeleid naar:voltooide esthetische revolutie ontdaan van haar belofte van
sociale bevrijding.
Hedendaagse architectuur:condities die neigen in de richting die naar Freuds
inschatting de voedingsbodem zijn voor unheimliche gevoelens.
Freud ‘Umheimliche’:is immers werkelijk niets nieuws of vreemds:iets dat zieleleven
van oudsher vertrouwd is en slecht door het verdringins proces ervan is vervreemd.
Het ‘Unheimliche’ is iets dat in het verborgen had moeten blijven en toch tevoorschijn is
getreden.
Tekst 15: De generische stad, Rem Koolhaas 1995

Situering van de tekst: Koolhaas is naast architect ook nog altijd scenario-schrijver. Hij
schreef “Small, medium, large” een lijvig boek dat zowel zijn werk als al zijn essays van de
jaren 80-90 verzamelt. Hij omschrijft Atlanta en later Singapore zoals het werkelijk is en niet
zoals het had moeten zijn. Zo komt hij tot de term “De generische stad”, steden zoals
luchthhavens zonder identiteit, zonder geschiedenis, zonder centrum. Het einde van de
metropool. “The city is no longer, we can leave the theatre now.”

Samenvatting artikel:
Inleiding
De hedendaagse stad als de hedendaagse luchthaven – overal dezelfde?
Misschien verliezen steden hun identiteit door de toename van de bevolking en wordt het
stukje stad dat we per persoon ter beschikking hebben zo klein dat er moeilijk nog sprake
kan zijn van een identiteit.
De generische stad is bevrijd uit haar gijzeling door het centrum, dit is een stad bevrijd uit
haar dwangbuis van identiteit, als ze te klein is breidt ze gewoon uit, als ze te oud wordt
breekt ze zichzelf gewoon af en begint opnieuw, ze is overal even opwindend als saai.
Statistieken
Deze stad is nu overal in alle werelddelen. Ze is ontstaan door de beweging van het
platteland naar de stad, weg van de landbouw en is zo overheersend dat ze het platteland
heeft ingenomen.
Algemeen
Delen van het stedelijk leven zijn overgegaan naar cyberspace. Ze is verdoofd. In plaats van
concentratie –gelijktijdige aanwezigheid- zijn er in de generische stad afzonderlijke ver uit
elkaar gelegen momenten die een trance doen ontstaan van bijna onmerkbare esthetische
ervaringen. Het gebrek aan intensiteit en aandrang werkt als een krachtige drug met als
effect de hallucinatie van het normale. Niet business is het kenmerk van deze stad –zoals dat
pleegde te zijn- maar de overheersende ervaring van kalmte en rust. Deze rust is te danken
aan de evacuatie van het publieke domein. Het stedelijke vlak biedt plaats voor mobiliteit. Ze
is fractaal, een eindeloze herhaling van steeds dezelfde module, te reconstrueren vanuit zijn
kleinste eenheid, de computer misschien zelfs een discette.
Luchthaven
Vroeger de meest neutrale zone van een stad, nu de meest kenmerkende. Ze is
hyperglobaal, je kan er producten kopen die zelfs in de stad niet te koop zijn, maar ze is ook
hyperlokaal in die zin dat je er producten kan kopen die je nergens anders vindt. Ze worden
groter en groter, trekken steeds meer voorzieningen aan en zullen als deze tendens zich
voortzet de stad gaan vervangen. De in-transit conditie wordt universeel.
Stedenbouw
De generische stad is de post-stad die wordt ontwikkeld op de plaats van de ex-stad, ze is
primitief en futuristisch. (opgeven wat niet werkt en alles accepteren wat er voor in de
plaats komt)
Wat de generische stad bijeenhoudt is het residuele. (niet het publieke zoals vroeger de
Agora of nu de winkelstraat)
De straat is dood – openbare kunstwerken, winkelwandelstraten hebben niet mogen baten.
Horizontaliteit wordt vervangen door verticaliteit – de wolkenkrabber is het ideaalbeeld-
welliswaar op een geïsoleerde afstand van elkaar zodat ze niet interageren.
Huisvesting is geen probleem. Legaal verschijnt ze geheel opgelost, illegaal als een korst van
krotten. De ene oplossing gebruikt de hemel, de andere de aarde. Gek genoeg gebruiken de
armsten het duurste(zeldzaamste) goed en de rijkste dat wat gratis is de lucht!
De generische stad is de apotheose van het multiple-choiceconcept: een bloemlezing van
alle mogelijkheden. Ze wordt gewoonlijk gepland, niet op een bureaucratische manier, maar
zoals een willekeurige verzameling genen die af en toe wonderbaarlijke resultaten
voortbrengt. De generische stad betekent de dood van de planning, niet omdat het niet
gebeurt maar de planning maakt geen enkel verschil. Wat er bloeit en wat precies wegkwijnt
valt niet te voorspellen. Oorzaak en gevolg zijn niet meer te achterhalen, ze werken dat is
alles.
Ze neigt tot tropicaliteit, ze moet open en meegaand zijn als een mangrovewoud.
Wijken
Lippendienst, BijNaderInzien, is een uitgekiend stukje mythevorming, het viert het verleden
zoals alleen het onlangs geconcipieerde dat kan. De geschiedenis blijft de belangrijkste
bedrijfstak van de stad, evenredig met de uitvlakking van het verleden worden steeds meer
hotels gebouwd om de toenemende stroom toeristen te herbergen. De generische stad
genereert een generische herinnering. De geschiedenis herhaalt zich als dienstverlening.
Programma
De enige activiteit is winkelen. Moest dit vervangen worden door bibliotheken, musea,
badhuizen en universiteiten, dan zouden ze ons met hun grandeur doen verstommen. Hotels
worden de generische accomodaties van de stad. De mensen hierin hebben alles wat ze
nodig hebben en moeten zich hiervoor niet verplaatsen, dit staat symbool voor de
geïmplodeerde dichtheid van de generische stad.
Architectuur
De architectuur is per definitie mooi. 51% van het volume van de generische stad bestaat uit
Atrium, waarmee inhoud gegeven wordt aan het inhoudloze. Het volume wordt gewoon
opgepompt. Paradoxaal genoeg is het juist deze uitholling die zijn fysieke présence uitmaakt.
De stijl is bij voorkeur postmodern en zal dat altijd blijven, het is de enige stijl die het tempo
van de uitbreiding kan volgen. Het is een pilletje voor de pep van de modernisering. Elk
verzet ertegen is antidemocratisch, het omgeeft de architectuur met een verpakking die
haar onweerstaanbaar maakt zoals een cadeau van een liefdadigheidsinstelling.
Geschiedenis
Het gemis aan geschiedenis en de droefnis hierom impliceert de onuitgesproken consensus
dat geschiedenis moet aanwezig zijn. Maar geschiedenis werkt belemmerend. De generische
stad als je ze zou vergelijken met een schets wordt niet verbeterd, maar opgegeven.
Infrastructuur
In plaats van netwerk en organisme creëert de nieuwe infrastructuur enclave(ingesloten stuk
land) en impasse (onbeweeglijkheid).
Cultuur
Alleen het overbodige telt. Ooit was de stad het seksuele jachtterrein, de generische stad is
eerder een dating bureau. Het orgasme in de plaats van agonie (de doodstrijd).
Einde
De stad bestaat niet meer, we kunnen het theater nu verlaten…

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:415
posted:7/12/2011
language:Dutch
pages:38