Docstoc

Het iQ-kompas

Document Sample
Het iQ-kompas Powered By Docstoc
					                               Het iQ-kompas.
             Visietekst interculturalisering in KSJ-KSA-VKSJ


0      Twee woordjes vooraf

0.1 “iQ”…


                                       …staat       voor      interculturalisering, een
                                       samenwerkingsproject tussen KSJ-KSA-VKSJ en het
                                       Steunpunt Allochtone Meisjes en Vrouwen (SAMV).



Het SAMV is een organisatie die, op Vlaams niveau, allochtone meisjes en vrouwen (en hun
organisaties) ondersteunt. Het SAMV is een gelijke-kanseninitiatief, maar werkt ook aan een
participatie- en communicatie-project voor de Vlaamse minister van jeugd. In dit kader
worden       verschillende   projecten   opgezet     en    ontwikkeld,     waaronder    het
interculturaliseringsproject met KSJ-KSA-VKSJ. Het Steunpunt wil niet alleen het
meisjeswerk en andere initiatieven specifiek naar allochtone jongeren ondersteunen, maar
vindt ook dat deze jongeren een plaats kunnen vinden in het “algemene” jeugdwerk.

De afkorting iQ houdt ook in dat we als jeugdbeweging interculturaliseren op een slimme
manier willen aanpakken; daarom is het nodig een aantal dingen op een rijtje te zetten. Alle
mogelijke acties en initiatieven die we in het kader van interculturalisering willen nemen,
vertrekken vanuit een samenhangende visie.


0.2 “Kompas”

Stel je het beeld voor van een dropping: je groepje
wordt ergens ten velde afgezet, maar zolang je het
niet eens bent over hoe je te oriënteren, zal iedereen
een andere richting in gedachten hebben.
Zelfs een kaart van de streek brengt niet altijd
verduidelijking zolang je niet zeker weet hoe ze te
lezen (“is dat lijntje nu een weg of niet?”), waar je
jezelf of dat dorpje in de verte op de kaart
terugvindt… De weg kwijt of niet? Het kan wel eens
leiden tot een verhitte discussie over waar het nu
precies fout liep…

Als we kijken naar het jeugdwerk en de “interculturele uitdaging” zien we vaak een zelfde
fenomeen: er is al veel uitgeprobeerd – met wisselend resultaat – maar lang niet altijd wisten
we goed waar naartoe. Ervaringen van de reeds afgelegde weg waren bovendien niet altijd
positief, wat ons soms doet twijfelen over de verdere tocht. We hebben nood aan een
duidelijke oriëntatie.
Het iQ-kompas is hierbij ons hulpmiddel: als KSJ-KSA-VKSJ willen we een richting voor de
komende jaren aangeven. Niet omdat de beste stuurlui aan de wal staan, maar omdat we op
het terrein, met onze groepen, duidelijke resultaten willen boeken.
We bekijken hierbij eerst hoe we de kaart moeten begrijpen (1) en wat we herkennen (2).
Ook weten wat we willen (3) en wat interculturaliseren betekent (4), is nodig vooraleer we
een doel kunnen kiezen (5), en onze stappen kunnen plannen (6).


Het iQ-kompas                                                                                1
1       De legende. Hoe lezen we de kaart?
Bij de start van onze tocht kijken we eerst en vooral naar de plattegrond van de omgeving
waarin we op stap gaan. Die plattegrond is niet zo eenvoudig: onze samenleving verandert in
sneltempo en zal dat waarschijnlijk ook blijven doen. Als maatschappijkritische en
maatschappijbetrokken jeugdbeweging willen we mee evolueren, in dialoog en interactie zijn
met die omgeving. Daarom is het niet slecht eventjes naar de legende te kijken. Zo kunnen
we interpreteren wat we rondom ons zien, en merken we welke symbolen en definities we
kunnen en willen gebruiken.
Het woord “interculturaliseren” bijvoorbeeld kan je letterlijk omschrijven als “op weg gaan
naar interculturaliteit”. Ook dat is echter niet echt zo’n duidelijke term: hij kan veel
verschillende invullingen krijgen. Er bestaat in het debat over interculturaliteit een hele
waaier aan begrippen, termen en opvattingen. De begrippen die we in deze legende
omschrijven, zijn niet neutraal: we kiezen er enkele (die we nuttig vinden en zullen
gebruiken) en geven er een interpretatie aan, die kan verschillen met andere omschrijvingen
uit de literatuur of de media.

1.1 Visies en begrippen

Een multiculturele samenleving (multiculturaliteit)
Je hoort het vaak: onze omgeving, Vlaanderen, is een multiculturele samenleving geworden.
We leven inderdaad in een heel diverse, kleurrijke, Vlaamse maatschappij. Mensen, en
zeker jongeren, hebben heel veel verschillen en gelijkenissen, subculturen, stijlen... De
arbeidsmigranten van enkele decennia geleden en de nieuwkomers van over de hele wereld
die zich recenter in ons land hebben vestigden, hebben een enorme culturele diversiteit
meegebracht. Dit is een realiteit.
Vraag is vooral wat die verschillen en gelijkenissen betekenen; hoe gaan we ermee om nu
we ermee geconfronteerd worden?
Een antwoord op die vraag vertrekt altijd vanuit een visie op: wat voor soort samenleving
willen we? Dat is uiteraard het voorwerp van een discussie, die niet alleen door politici of
wetenschappers mag worden gevoerd. Het gaat immers ook over onze mogelijke rol als
jeugdwerk in de samenleving! Laten we hier eventjes op inzoomen…


                                        Integratie

                                               B
    assimilatie                                                             multiculturalisme
                      A
                                        Diversiteit

(A) De meest gebruikte visies op de multiculturele samenleving kunnen we in een (sterk
vereenvoudigd) schema op een horizontale as plaatsen, een soort continuüm met twee
extremen: assimilatie en multiculturalisme.

   De assimilatie-visie gaat ervan uit dat verschillen het samenleven te veel bemoeilijken en
    steeds weer een bron van conflict zijn. Best verdwijnen die verschillen dan ook zo veel
    mogelijk. De multiculturele samenleving is een smeltkroes, waarin culturen met elkaar
    vermengen tot één (gelijkvormig) geheel, waarin minderheidsculturen opgaan.
    Jeugdbeweging wordt in deze visie al snel een instrument ter aanpassing: allochtone
    jongeren leren omgaan met de verwachtingen van en de heersende waarden in de
    samenleving. Ook is doelgroepspecifiek jeugdwerk (bijvoorbeeld een “allochtone”


Het iQ-kompas                                                                                   2
    jeugdwerking) eigenlijk niet wenselijk. Eén uniform aanbod is immers de beste garantie
    voor het bereiken van alle jongeren. Dus: ofwel kiezen we voor een “neutrale”
    jeugdbeweging waarin elke culturele eigenheid zoveel mogelijk wordt gebannen, ofwel
    gaan we ervan uit dat “ons” model een absolute waarde heeft, en door iedereen moet
    worden overgenomen.

   Het multiculturalisme, dat we daar tegenover kunnen plaatsen, bekijkt culturen in onze
    samenleving als verschillende ingrediënten in een slakom. Elk behoudt zijn eigen smaak
    en kleur, maar de verschillende ingrediënten maken wel het geheel aantrekkelijker, een
    gezond en knapperig mengsel van tegenstellingen. De aanwezigheid van verschillende
    culturen en groepen in onze samenleving is dan niet alleen een feitelijk gegeven, maar
    ook de waarde van elke cultuur op zich. Het motto klinkt hier meer als “vrijheid, blijheid”:
    alles kan en alles mag. Samenleven met minderheden is niet gebaseerd op een vraag of
    wens om te assimileren, maar op tolerantie of zelfs aanmoediging ten opzichte van
    cultureel verschil.
    Voor het jeugdwerk zou dit betekenen dat ieder zich richt op de eigen, duidelijk
    afgebakende, culturele groep, met de eigen waarden en normen, methodes en
    gewoonten. Er is wel een open geest en een streven naar samenwerking, maar vaak
    vanuit een exotische of romantische fascinatie voor de “andere”. Een sterke nadruk ligt
    hier op een waardenkader van verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid.

Beide visies aanvaarden dus eigenlijk een multiculturele realiteit als vertrekpunt. Ze
verschillen echter fundamenteel in de manier waarop die realiteit zich moet vertalen in
“samen-leven”. Tussen de twee bevinden zich dan nog een heleboel mengvormen, theorieën
en stromingen over multiculturaliteit. Daarbij is er niet één fundamenteel juiste of foute
benadering noch een “gulden middenweg”. Wel is het erg belangrijk deze discussies te
kunnen plaatsen en te zien vanuit welke maatschappijmodellen ze vertrekken.

(B) De verticale pijl in het schema doorkruist dit scala aan visies en volgt meer een
“historische” lijn, van hoe men in een beleid (niet alleen het beleid van de overheid, maar ook
van organisaties) die samenlevingsmodellen denkt te realiseren.

   Een begrip dat hiervoor nog steeds heel vaak wordt gebruikt is integratie. Het
    integratiedenken heeft doorheen de jaren een wat negatieve bijklank gekregen. De
    verantwoordelijkheid wordt immers impliciet gelegd bij een groep mensen die niet “als de
    norm” is, en dus moet “geïntegreerd” worden. Anderen vinden integratie te “soft” of
    vinden dat het begrip moet worden gekoppeld aan “rechten en plichten”… De discussies
    over het “failliete integratiebeleid” hebben er in elk geval een erg problematische term
    van gemaakt.

   Vandaag wordt diversiteit almaar meer de centrale term. Mensen hebben enorm veel
    verschillen en gelijkenissen, zowel individueel als op groepsniveau. Als individu, als
    jongere, heb je een aantal belangrijke kenmerken die je een plaats en een betekenis
    geven in de samenleving. Zo kunnen leeftijd, gender, etniciteit, klasse, seksualiteit, taal,
    uiterlijk, familie, opleiding… alle in meerdere of mindere mate belangrijk zijn voor het
    vormgeven van je identiteit. Je wordt door anderen én door jezelf tot bepaalde groepen
    en (sub)culturen gerekend op basis van deze kenmerken.                 Je behoort daarbij
    tegelijkertijd tot verschillende gemeenschappen (je bent bijvoorbeeld én mannelijk én
    student én jongere én blank én…): identiteit is dus meervoudig en veelzijdig. Het belang
    van elk van die groepen voor je identiteitsbeleving, is ook afhankelijk van de context
    waarin je je bevindt.
    De identiteit van jongeren is dus heel divers. Bovendien springen ze er heel creatief
    mee om en beslissen ze zelf voor een groot stuk welke aspecten van hun identiteit ze
    belangrijk vinden. Een jongere zonder meer indelen in één (doel)groep op basis van één
    persoonlijk kenmerk (uiterlijk, taal, …) is dus een verenging. Diversiteitsdenken betekent


Het iQ-kompas                                                                                  3
    dan ook: niet in “hokjes” denken en alleen de verschillen zien tussen de “kansengroepen”
    onderling en tussen de “kansengroepen” en de “modale” jongere, maar zich bewust zijn
    van de gelijktijdigheid van gender, etniciteit, leeftijd, klasse, seksualiteit, (in)validiteit…
    Een diversiteitsbeleid gaat ervan uit dat die aanwezige diversiteit een kwaliteit en een
    troef is waaruit maximaal voordeel gehaald moet worden.


1.2 Ons perspectief

Als jeugdbeweging nemen we de rol van ontmoetingsplaats voor kinderen en jongeren op.
We willen de plaats zijn waar ze in al hun verschillen een gemeenschappelijke taal, een
gezamenlijk doel in spel en samenwerking kunnen vinden.

Dit sluit aan bij het diversiteitsdenken. Diversiteit is dan ook het breder perspectief van
waaruit we het interculturaliseringsproject bedenken en waarmee we het willen realiseren.
Dit denkkader maakt het mogelijk op weg te gaan naar “interculturaliteit”.
Intercultureel zien we dus eerder als een ideaal, en niet als hetzelfde als de huidige realiteit
van de “multiculturele” samenleving. Vaak wordt “verschil” vandaag immers negatief
bekeken en is het een rechtvaardiging voor bepaalde vormen van discriminatie.
Minderheden worden misschien passief getolereerd, maar niet noodzakelijk aanvaard en
gewaardeerd.
Interculturaliteit daarentegen veronderstelt geen “gedogen” of “tolereren” van verschillen.
Interculturaliteit veronderstelt interactie waarbij de ene de “andere” niet zomaar wil inlijven in
één belevingswereld, maar waarbij sámen cultuur gemaakt wordt. Bij interculturaliteit zullen
(jonge) mensen ook open en interactieve relaties onderhouden, waardering en wederzijdse
erkenning voor hun respectieve waarden en levenswijzen uitwisselen (bijvoorbeeld in het
kader van één jeugdbeweging, of van een uitwisseling tussen twee jeugdbewegingen met
een eigen, al dan niet “culturele” achtergrond).

De kennis, de goede houding en vaardigheden… om dit te realiseren moeten verder worden
opgebouwd. Het diversiteitsdenken leert ons dat er een heleboel verschillen en gelijkenissen
zijn onder jongeren. Daaruit halen we met het iQ-project één specifiek element naar voor: we
zullen ons vooral richten op “allochtonen”1 als groep. We moeten ergens beginnen: werken
aan deskundigheid om goed met dié specifieke vorm van gelijkenis en verschil om te gaan
(autochtoon – allochtoon en alle mogelijkheden en spanningen die dit met zich meebrengt),
is een keuze. We willen daarmee stappen zetten op weg naar een ruimer diversiteitsbeleid.

Tegenover de nadruk die het woordje “allochtoon” op die manier krijgt, staat dat we met
interculturalisering tegelijk ook naar ons bestaande, hoofdzakelijk autochtone leden- en
vrijwilligerspubliek werken. Het gaat om een wisselwerking, in beide richtingen, geen
doelgroepenbeleid. Daarnaast erkennen we ook de enorme diversiteit onder (doelgroep-)
jongeren. Er bestaat niet zoiets als dé “allochtoon”, “kansarme”, “gehandicapte” enzovoort,
net zoals dé “jongere” niet bestaat.
Toegepast: allochtone jongeren kunnen heel verschillende motieven hebben voor een keuze
in hun vrijetijdsbesteding. De consequentie is dat ook het jeugdwerk-aanbod divers moet
zijn en geen eenheidsworst mag zijn. Diversiteit en interculturaliteit staan voor ontmoeting
vanuit eigenheid. Zich verenigen op basis vanuit een afgebakende religieuze identiteit, zoals
een moslim-jeugdbeweging doet, is dan ook geen taboe. We staan open voor samenwerking


1
  Allochtoon: Daarmee bedoelen we jongeren van wie minstens één van de ouders of grootouders in een ander
land dan België is geboren en die zich in een achterstandspositie bevinden vanwege die herkomst of vanwege
een zwakke sociaal-economische situatie. We hebben het dus zowel over de kinderen en kleinkinderen van de
vroegere arbeidsmigranten als over asielzoekers en erkende vluchtelingen, ongeacht het feit of ze de Belgische
nationaliteit hebben.




Het iQ-kompas                                                                                                4
met deze organisaties. De mogelijkheid moet bestaan om ook elke allochtone jongere een
keuzemogelijkheid te geven.
 Zo kan zijn Marokkaanse identiteit voor een allochtone jongen erg belangrijk zijn; hij zal
   in zijn vrije tijd dan misschien ook zoeken naar een plaats of vriendengroep waar hij die
   identiteit bevestigd ziet, zoals het jeugdhuis of de voetbalclub waar hij andere
   Marokkaanse jongeren ontmoet.
 In dezelfde buurt kan een andere jongen wonen, eveneens van Marokkaanse origine,
   wiens ouders bijvoorbeeld hoger opgeleid zijn, die minder geïnteresseerd is in sport en
   die naar Studio Brussel luistert. Op school heeft hij gehoord over de jeugdbeweging
   “KSJ” en hij zou best wel eens een kijkje willen nemen, maar waar vindt hij zo’n groep?
 Over een moslimmeisje met hoofddoek bestaan vaak heel wat onwetendheid en
   vooroordelen in een groep met overwegend autochtone jongeren. Zo’n omgeving kan
   voor haar heel bedreigend overkomen en ze zoekt dan misschien ook meer “veiligheid” in
   een meisjeswerking met islamitische inslag, in plaats van in een beweging die gericht is
   op spel en ontspanning.



2      Herkenningspunten. Waar staan we?
Het is niet genoeg te weten wat de kaart van de multiculturele samenleving allemaal bevat
en met welke bril we ze bekijken. We moeten ook onze eigen positie kunnen bepalen. We
gaan dus op zoek naar herkenningspunten: welke wegen hebben we al eerder bewandeld?
Wat hebben we als KSJ-KSA-VKSJ’ers met diversiteit en met interculturaliteit?

Diversiteit gaat eigenlijk over heel alledaagse groepsprocessen die in een leidings- en
ledengroep spelen. Jongeren vinden, doorheen hun individuele verschillen,
gemeenschappelijke doelen en uitdagingen in het spel. We willen dat het fantastische “wij”-
gevoel dat je in jeugdbeweging kan ervaren, niet ten koste gaat van anderen maar juist leidt
tot meer samenwerking en respect voor elkaars eigenheid.
De voorbeelden zijn onuitputtelijk:
 Het meisje met astma, die in de jongste groep telkens weer haar grenzen lijkt te
    verleggen omdat de andere kinderen haar meetrekken en motiveren.
 Twee knimmers die het hele kamp ruziën, kunnen in een volleybalmatch tegen de oudste
    groep plots wel heel goed samenwerken.
 De leider die een hekel heeft aan vergaderen en niet meer tussenkomt in het “gezever”
    op bondstaf, maar heel goed in de groep ligt door zijn onmisbare inzet bij lastige klusjes
    aan het lokaal
 Als leidingsploeg pas je je voortdurend aan je ledengroep aan: wat vinden “onze gasten”
    leuk? Kan iedereen wel meedoen met dat spel? Het maakt niet uit of het nu gaat om
    een allochtoon of autochtoon, een kind uit een rijk of zwak/kansarm gezin, een jongen of
    een meisje, een verstandig of een minder verstandig kind, een sportief kind of een jongen
    in een rolstoel…. Je wil iedereen laten genieten van een geslaagde activiteit.
 …

Ook in de grotere organisatie KSJ-KSA-VKSJ zien we die diversiteit terug. Verschillen én
gelijkenissen tussen onze groepen en provinciale werkkringen zijn er in overvloed. Want
zelfs in wat ons allemaal bindt, het behoren tot KSJ-KSA-VKSJ, verschillen we van elkaar: in
de manier waarop we vergaderen of ons kamp voorbereiden, in de kleurtint van ons uniform,
in de manier waarop we de “K” invulling geven… We zijn inderdaad een heel diverse
beweging.

Bovendien erkennen we al meer dan 10 jaar dat de multiculturele samenleving een uitdaging
vormt voor onze beweging. Met de werkgroepen “multicultureel” en “open en solidair


Het iQ-kompas                                                                                5
samenleven” hebben we al een heleboel initiatieven ontplooid: werken aan een open
houding via intercultureel spelmateriaal en vormingsmappen, bijvoorbeeld. Met het sjokamp
konden we een uitwisseling met allochtone en autochtone jongeren concreet vorm te geven.
Het waren meer dan zomaar wat “multiculturele oefenpasjes”: er is een dynamiek gecreëerd,
ervaring opgebouwd, al liep het pad zeker niet altijd over rozen. Met iQ willen we zeker
verderbouwen op de basis die door deze projecten is gelegd.



3      De route. Waarom gaan we op weg?
Er zijn altijd verschillende routes mogelijk, dus je vraagt je af: wat voor tocht willen we?
Willen we een avontuurlijke of afwisselende reis, langs bergpaadjes of door de velden, een
route die zoveel mogelijk de moeilijkheden vermijdt of lopen we het risico dat we natte
voeten krijgen, omdat we een beek over moeten zonder brug in de buurt?

Zeggen wat we willen, waarom we “op weg gaan” met interculturalisering is dus belangrijk,
voor onszelf en voor de buitenwereld. Het helpt voor een stuk de richting te bepalen waarin
we willen gaan en het geeft onze omgeving een idee wat ze van ons mogen verwachten,
waar we voor willen gaan.

We hebben belang bij interculturaliseren, het geeft ons een meerwaarde. Dit heeft ook te
maken met durven dromen. We zien het immers als een ideaal voor onze jeugdbeweging…

    … dat onze leden en begeleiding interculturele vaardigheden hebben die ze in hun
      dagelijkse omgang met diversiteit kunnen gebruiken.
    … dat ze verrijkt wordt met nieuwe talenten en visies. In de ontmoeting met de jongeren
      die we vandaag nog niet bereiken, krijgen we wellicht een nog beter beeld van
      onszelf, van wie we zijn en wat we aan jongeren te bieden hebben.
    … om in interactie te zijn met onze multiculturele en diverse samenleving.

Dat laatste is meteen ook een maatschappelijk ideaal:

    Jongeren zouden op basis van gelijke kansen een keuze moeten kunnen maken voor het
    jeugdwerkmodel dat hen het meeste aanspreekt, dus ook voor een jeugdbeweging
    waarin ze zich kunnen ontplooien in diversiteit. We willen in een divers
    jeugdwerklandschap die mogelijkheid bieden.
    Door te interculturaliseren kunnen we zo ook een pioniersrol spelen en een voorbeeld
    stellen naar de bredere maatschappij. Als jeugdbewegers experimenteren we immers
    graag, we willen een voorbeeld stellen...

Er spelen ook meer praktische redenen mee. Zoals reeds gezegd, we evolueren ook mee
met onze samenleving.

    De sociale context waarin we werken is, zeker in de steden, sterk veranderd. We willen
    de boot niet missen want voor sommige van onze groepen is het een kwestie van
    overleven om een diverser doelpubliek aan te kunnen spreken.
    We zien ook dat steeds meer nadruk wordt gelegd op toegankelijkheid en diversiteit op
    de verschillende beleidsniveaus die voor jeugdwerkbeleid belangrijk zijn (Vlaanderen, de
    provincies en gemeenten). We gaan die uitdaging uiteraard graag aan!




Het iQ-kompas                                                                              6
4      Een overzicht. Interculturaliseren is…
De kaart ligt open, de veters van onze stapschoenen zijn aangespannen, de motivatie is
duidelijk… Het wordt tijd om een overzicht te krijgen en een aantal knopen door te hakken:
waar gaan we nu naartoe met die interculturalisering? Dat zetten we hier in een paar
kernbegrippen uiteen.


4.1 Interculturaliseren is… leren

Interculturaliseren is erkennen: we kunnen altijd nog beter. Beter omgaan met diversiteit is
iets wat we kunnen leren. Maar waar halen we die kennis en die vaardigheden?
 Wat onze groepen vandaag reeds doen, maar waar we weinig zicht op hebben.
 Samenwerking met jeugdwerkorganisaties die wel een “ander” publiek bereiken. Ook van
    hen kunnen we dingen opsteken.
 Door nieuwe projecten op te zetten, dingen die nog niet zijn geprobeerd.

Wat we daaruit kunnen halen, willen we zoveel mogelijk verspreiden. De leereffecten
kunnen we vermenigvuldigen en vergroten (als een steen die kringen maakt in het water)
door:
 Goed te communiceren over acties en projecten.
 Projectgroepen te maken die divers zijn samengesteld, met mensen die die kennis uit de
   eerste hand op verschillende plaatsen en niveaus in de beweging kunnen doorgeven.
 Vrijwilligers op te leiden en ervaringen door te geven.
 Goede links te behouden met andere organisaties.


4.2 Interculturaliseren is… verandering

We veranderen op die manier in een “lerende organisatie”: wat we leren wordt gedeeld
doorheen de verschillende niveaus en structuren van onze jeugdbeweging. Eigenlijk wil dit
zeggen dat we het “kapitaal” aan mensen, ervaringen en materiaal dat we uit de projecten
halen zo goed mogelijk “investeren” om er zelf beter van te worden.
Interculturalisering is immers een onderdeel van een algemeen kwaliteitsbeleid: meer
verscheidenheid zal onze werking verbeteren, zeker in een steeds diversere omgeving.

“Veranderen” is niet zo makkelijk: wat we als onze KSJ-KSA-VKSJ-eigenheid en -identiteit
zien, heeft te maken met onze normen en waarden, onze gewoontes, met dingen die we
vanzelfsprekend vinden of die gewoon meestal op een zelfde manier gebeuren. Acties en
projecten in het kader van interculturalisering zullen dit steeds een beetje in vraag stellen. Zo
hopen we gaandeweg een draagvlak te creëren dat groot genoeg is, omdat we de noodzaak
voor verandering inzien.


4.3 Interculturaliseren is… een proces doorlopen.

“Gaandeweg”: het is in de vorige zin een sleutelwoord. Voor een stuk zullen we nog moeten
ondervinden wat interculturaliseren voor ons betekent, want er is geen lijstje met “goede
praktijken” of dingen die zeker zullen werken. Interculturalisering is iets wat specifiek is voor
elke afzonderlijke organisatie.
We doen echter ook niet zomaar iets, we maken een keuze. In ons iQ-project komen die
keuzes voort uit een wisselwerking tussen:




Het iQ-kompas                                                                                   7
          Een “Bottom-up” dynamiek enerzijds – de signalen vanuit de groepen, individuele
           leden en begeleiding moeten we goed proberen te begrijpen en er gepast op
           inspelen.
          Een “top-down” dynamiek anderzijds – vanuit de “leidende” organen van onze
           beweging, de structuur van de provinciale en nationale secretariaten en vrijwilligers,
           zetten we een lijn uit. Het stappenplan iQ is hiervan de neerslag.
          Een speciale rol is er voor de projectmedewerker, die dit proces mee sturing geeft.
           Hij levert deskundigheid en materiaal aan (in beide richtingen), verzorgt contacten,
           motiveert mensen, …

Niet alles is dus “trial and error”. Het experimenteren is waardevol, maar wel met het oog op
wat we willen bereiken. De verschillende projecten worden steeds opgezet in het kader van
een groter, algemeen doel.



5          Streefdoelen. Waar gaan we naartoe?
Het kompas geeft ondertussen steeds duidelijker een richting aan. We zien het doel van
interculturalisering op langere termijn.

De begeleidingsploegen van onze lokale groepen zijn met hun sterke engagement het
kloppend hart van KSJ-KSA-VKSJ. Maar die verantwoordelijkheid nemen voor je plaatselijke
groep en voor de ruimere beweging is niet iets wat zomaar uit de lucht komt gevallen. Je
bent er meestal ingerold: je wil het spel, de ontmoeting, de opwindende en waardevolle
momenten die je zelf als lid hebt ervaren, doorgeven aan een nieuwe lichting kinderen en
jongeren, aan jouw leden. Ons model van jeugdbeweging is er immers een waarin jongeren
geleidelijk aan kunnen doorgroeien, zelf engagement opnemen en beslissingen gaan nemen.

Werken aan diverse en interculturele (vrienden)groepen in onze beweging zal dan ook het
proces moeten volgen dat kinderen en jongeren er doorlopen. Tien jaar is ongeveer het
leeftijdsverschil tussen onze jongste leden en onze jongste begeleiding. Vandaar dat we een
antwoord formuleren op de vraag “waar willen we met KSJ-KSA-VKSJ als diverse en
interculturele beweging staan over 10 tot 15 jaar?“ Het antwoord hierop valt uiteen in drie
streefdoelen, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

I.         Onze begeleiders en vrijwilligers hebben een open houding naar diversiteit onder
           jongeren en beschikken ook over de vaardigheden om met die diversiteit om te gaan.
II.        In interactie treden met een diverse omgeving betekent ook dat we kinderen en
           jongeren uit diverse groepen bereiken. We zien dat leden uit die verschillende
           doelgroepen ook doorstromen naar begeleiding en naar een engagement in de
           ruimere beweging. Uiteindelijk zien we dus ook een grotere diversiteit in ons bestand
           van nationale en provinciale vrijwilligers en zelfs personeel.
III.       Dit alles komt ook tot uiting in het imago van KSJ-KSA-VKSJ en in onze interne
           communicatie. Diversiteit is een belangrijk deel van onze eigenheid als
           jeugdbeweging en we profileren ons dan ook zo in onze publicaties en activiteiten, in
           onze visie en standpunten…




Het iQ-kompas                                                                                   8
6      Onze stappen plannen
Dit algemene toekomstbeeld is een hele boterham. Om die streefdoelen te realiseren, is het
nodig strategisch en planmatig te werk te gaan.

In de verdere loop van het iQ-project zullen we aan één aspect van diversiteit werken: de
culturele diversiteit tussen en onder allochtone en autochtone jongeren. Dit is de strategie,
hieruit willen we lessen trekken om verder op weg te gaan. De strategische doelen van het
iQ-project worden dus een vertaling van de algemene streefdoelen naar dit aspect van
diversiteit.

We motiveren onze leden, begeleiders, vrijwilligers, vrijgestelden… door deze doelstellingen
verder in kleinere stappen te knippen, die haalbaar en concreet zijn. Via welbepaalde acties
zullen we aan bruikbare methodieken en producten werken. Acties zullen zowel van
onderuit (“bottom-up”) als van bovenaf vertrekken (“top-down”).

Strategische doelen en acties worden gebundeld in een stappenplan. Het stappenplan is
een document dat jaarlijks wordt geëvalueerd en besproken door de Verruimde NAR van
KSJ-KSA-VKSJ. We bekijken daar welke doelstellingen en acties goed lopen of niet goed
lopen, welke prioriteit krijgen en waarom. We overleggen ook hoe de groepen, begeleiding,
provinciale werkkringen, vrijgestelden… van onze beweging kunnen meestappen in de iQ-
tocht.

Op weg dus!




Het iQ-kompas                                                                               9

				
DOCUMENT INFO