De Nederlandse uitgeverij Hermaion _geschenk van Hermes_ vondst by wuxiangyu

VIEWS: 40 PAGES: 2

									De Nederlandse uitgeverij Hermaion (geschenk van Hermes, vondst, winst, buitenkansje) staat al
jaren garant voor degelijke handboeken Latijn en Grieks.

Voor Latijn in de “basisvorming” (klas 1 - 2 - 3) hebben zij momenteel twee methodes: “Roma” 1 en 2
(sinds 1996) en “Lingua Latina” 1 en 2 (sinds 2002).

Roma 1 en 2 bestaan telkens uit twee delen: een tekstboek met Latijnse teksten en antieke cultuur;
een taalboek met grammatica, oefeningen, stamtijden en woordenlijsten. Daarbij heeft de leraar nog
een handleiding in boekvorm en een cd-rom met o.a. opgaven voor proefwerken.

Lingua Latina is van Duitse origine, maar bewerkt voor Nederland. Hier duiken dus de thermen van
Heerlen en Archeon op (I, p. 46-47). Het heeft al minstens twee voordelen t.o.v. “Roma” en
handboeken zoals “Phoenix”: de leerlingen moeten maar één, stevig gekaft boek meebrengen. Ze
vinden er ook beter hun weg in. In dat ene boek staan cultuur, grammatica, Latijnse teksten,
oefeningen, woordenlijst. De nieuwe, aan te leren woorden staan in de les zelf, tegenover de tekst
waar ze bij horen. De woordenlijst achteraan is alfabetisch en verwijst naar de les waarin het woord
het eerst behandeld is. Bij Roma, Phoenix e.a. staan ze in het taalboek of in een apart uitgegeven
woordenlijst, waardoor de leerlingen bij het vertalen twee boeken naast elkaar moeten leggen. Idem
voor de oefeningen.

In elk deel van Lingua Latina staan 12 lessen. Elke les heeft dezelfde opbouw:
a) antieke cultuur : in deel I aspecten van het leven in Rome, in deel II gaat men ook buiten Italië en
leert men ook over Troje, Carthago, Griekenland, Gallië. Deze cultuurblokken staan niet los van de
inhoud van de leesteksten: ze leveren de voorkennis om de tekst te begrijpen;
b) een Latijnse tekst : eerst een vervolgverhaal over een16-jarige Romein ten tijde van Trajanus,
daarna de geschiedenis van Aeneas tot Augustus en de overname van de Griekse cultuur. Behalve
de woorden staan er ook grammaticale en inhoudelijke vragen bij. De tekst is dus ook een training in
begrijpend lezen;
c) grammatica: deze is aantrekkelijk voorgesteld met zinsstructuren en tabellen in kleur;
d) oefeningen;
e) na elke vierde les een vertaalblok en extra oefenblok, met vertaalstrategieën en tips om vaardiger
te worden in vertalen;
f) repeteerblok (ook na les 4 etc.): een korte herhaling van de tot dan toe besproken grammatica;
g) speelse oefeningen op de site www.hermaion.nl (vervolgens kies je het menu “spelen”).

Deze volgorde komt helaas niet overeen met de aanbevolen werkwijze (I, p. 6): na cultuur neem je
grammatica en dan pas de tekst. Deze opstelling gebeurde blijkbaar omwille van de lay-out: het
tekstblok moet altijd op twee overstaande pagina’s staan, want anders staan de woorden niet naast de
tekst.

De nieuwe woorden bij elke les komen uit frequentietabellen: ze worden dus zeer dikwijls gebruikt in
de oude teksten. Ze komen in de volgende teksten en oefeningen herhaaldelijk terug, zodat de
leerling ze grondig inoefent.

De auteurs geven ook aan hoe de leerling dit schitterende handboek kan gebruiken om zelfstandig en
in eigen tempo te werken.

De docentenhandleiding verantwoordt opzet en didactiek, beantwoordt alle vragen en oefeningen die
bij de teksten staan, geeft hulp en toetsmateriaal bij elke les. Ze is ook uitgegeven in handige
boekvorm, dus niet losbladig en vergezeld van een diskette.

Vergeleken met de handboeken in Vlaanderen, is het aandeel antieke cultuur hier veel groter en ook
veel rijker voorzien van kleurenfoto’s. Het aantal oefeningen is kleiner, maar ze zijn veel
aantrekkelijker gepresenteerd. Qua grammatica ziet men in deel I o.a. alle naamvallen, de tijden
presens, imperfectum en perfectum actief, de persoonlijke, vragende en aanwijzende
voornaamwoorden; in deel II o.m. de andere tijden, a.c.i. , conjunctief, indirecte vraag, telwoorden,
andere voornaamwoorden.

De bruikbaarheid in de klas is een groot probleem: de Nederlandse scholier heeft gemiddeld slechts 7
uur Latijn (2 + 2 + 3) in I – II – III, de Vlaamse ongeveer het dubbel: 15 (5 + 5 + 5). Men zou Lingua
                                                                          e
Latina dus kunnen invoeren voor 1 en 2, maar dan moet men voor het 3 jaar op zoek naar een ander
handboek dat bij Lingua Latina aansluit. Tenzij men het waagt met het boek dat deze uitgevers voor
     e
het 4 jaar zullen maken.

Nog twee details: de pagina’s zijn niet altijd genummerd: de toch wel belangrijke p. 1-8 in I en p.1-6 in
II moet je zelf een nummer geven. Typografen hebben daar een andere mening over dan ik en
voorzien de pagina’s van het voorwerk van een boek helaas bijna nooit van nummers. Dat geldt soms
ook voor sommige minder belangrijke bladzijden verspreid over beide boeken, en dit om esthetische
redenen, nl. om de fraaie illustraties niet te ontsieren.
De totale woordenlijst bevat “1400” woorden (I, p. 6) of ongeveer “30” per les. Als je 1400 deelt door
24, kom je echter op 58!
(J. Abbeel // In: Nova et Vetera. - 2003-2004 nr. 4)

								
To top