Competentiegericht opleiden een paradigma shift

Document Sample
Competentiegericht opleiden een paradigma shift Powered By Docstoc
					         Competentiegericht opleiden, een paradigmashift
                       Jos de Kleijn, BDFadviesgroep. www.bdfadvies.nl, maart 2002
                                         Contact: jdk@bdfadvies.nl

Competenties in een beroepsopleiding kunnen niet zonder meer gelijk gesteld worden met
beroepsvaardigheden. Het zijn ook niet de vaardigheden uit de trits kennis - vaardigheden - houdingen.
Een competentie is een klont en geen suikerklontje. Competentiegericht opleiden veronderstelt een
paradigmashift. Speelt in klassieke opleidingen de leerstof een grote rol in het denken over de opleiding,
in moderne opleidingen staan de beroepscompetenties centraal. De leerstof is in zoverre belangrijk als
zij een rol speelt om de competenties te bereiken.

Een beeld
In het klassieke vak- of leerstofgerichte onderwijs wordt het onderwijs voorgesteld als een grote
voorraadkast met vaak vier planken. Op elke plank liggen kaasjes in grote hoeveelheden. In de les
wordt aan muisjes die voor de kast zitten instructie gegeven. Hoe eten ze het beste van de kaasjes?
Aan het einde van een periode wordt getest of de muisjes voldoende kaas hebben gegeten.

In het nieuwe onderwijs stellen we het onderwijs voor als een grote flow, een dynamiek. Deze flow is
gericht op het bereiken van competenties. De flow wordt in beweging gezet door boeiende,
beroepsrelevante opdrachten. Onder de flow hangt de voorraadkast met veel kaasjes. De opdrachten
zijn zo intelligent geconstrueerd dat leerlingen tijdens het uitvoeren van de opdracht de voor die
opdracht relevante kaasjes eten.

De kenmerken
In een vakgericht leerplan is een beroepsbeoefenaar gekwalificeerd als hij de afzonderlijke vakken
beheerst, waarin de beroepskwalificatie is onderverdeeld. Een leerkracht is bijvoorbeeld gekwalificeerd
als hij een schoolvak beheerst, en onderdelen beheerst uit de psychologie, pedagogiek en
groepsdynamica
Vakken laten zich makkelijk beschrijven in begrippen en vaardigheden.
Kwalificaties worden zichtbaar door goede antwoorden op toetsvragen. Elk deel van een kwalificatie kan
omgezet worden in een of meerdere toetsvragen.

In een competentiegericht leerplan is een beroepsbeoefenaar competent als hij in staat is
beroepsproblemen in een beroepscontext aan te pakken door te kiezen uit zijn handelingsrepertoire. De
keuze kan verantwoord worden volgens de normen van de beroepspraktijk. Voor een leerkracht is ‘het
‘kunnen lesgeven’ als zodanig is nog geen competentie. Pas als een leerkracht lesgeven inzet als een
verantwoorde optie, is er sprake van een competentie.
Competenties worden zichtbaar door te kijken naar de resultaten. Resultaten kunnen geformuleerd
worden als beroepsproducten in kenmerkende situaties. In het product staan de in die situatie gemaakte
keuzen en de bijbehorende verantwoording. Vanuit het resultaat kunnen beroepsspecifieke
competenties opgevat worden als de bekwaamheid om een beroepsrelevant product op te leveren,
volgens de normen van de beroepspraktijk. Een competentie wordt integraal geformuleerd. De
formulering bevat:
 Een analysecomponent die de basis vormt. [Op basis van een analyse van de beginsituatie van een
    klas leerlingen.]
 Een productcomponent dat de kern vormt. [Een lesplan voor een jaar ontwerpen, uitvoeren,
    organiseren en evalueren.]
 Een criteriumcomponent. [Opdat zelfstandig leren bevorderd wordt en voldoet aan de eisen van de
    school.]
                    Leerstofgericht                                         Competentiegericht
   Vakken staan centraal                                    Competenties staan centraal
   Er zijn veel stukken aanwezig. De didactiek schrijft     Er zijn gehelen aanwezig. Een competentie is een
    voor een groot geheel in stukken te verdelen.             ondeelbaar vermogen. Naast competenties
                                                              bestaan er hooguit aparte gereedschap
                                                              (werkmodellen)
   Doelstellingen gestuurd. Studiehandleidingen             Opdracht gestuurd. In studiehandleidingen staan
    beginnen met een lange lijst doelstelling                 opdrachten. Doelstellingen worden door
                                                              leerkrachten gebruikt om de opdrachten te
                                                              verantwoorden.
   Doelstellingen laten de eindtermen zien van een          Competenties laten het ambitieniveau van een
    opleiding. Deze dienen te worden gehaald.                 opleiding zien. Het zijn de sterren waarop de
                                                              zeeman koers zet.
   Gericht op bedoelingen. Als leerkrachten vertelen        Gericht op effecten. Als leerkrachten vertellen wat
    wat ze willen, praten ze in termen van bedoelingen.       ze willen, praten ze over te bereiken effecten.
    (bijvoorbeeld in termen van mogelijkheden)                (bijvoorbeeld in termen van leerdynamiek)
   Nadenken over de inhoud van de leerstof wordt            Er wordt een groot onderscheid gemaakt tussen
    gelijkgesteld met nadenken over het leren van die         ambities (de te bereiken competenties) en de wijze
    inhoud. Ambities en vermogen worden                       waarop het vermogen geleerd wordt deze ambities
    gelijkgesteld.                                            te bereiken.
   Eerst vermogen leren, dan de ambitie realiseren.         Eerst een ambitie stellen, dan pas het vermogen
    De ambitie is een functie van het vermogen                leren. Het vermogen is een functie van de ambitie.
   Leerstof heeft een intrinsieke waarde. Kennis als        Leerstof heeft pas waarde als het een functie heeft
    doel.                                                     voor iets anders. Kennis als gereedschap.
   De didactiek is gericht op de inhoud van de              De didactiek is gericht op de ontwikkeling van de
    leerstof:                                                 competenties
    o van eenvoudig naar complex                              o het leren van inhouden is altijd complex. Bij
                                                                   complexe opgaven wordt meer hulp geboden,
                                                                   in plaats van deze in stukken te hakken.
    o   leerstof kent niveaus en opleidingen kennen           o Competenties ontwikkelen zich in de breedte
        fasen                                                      (meer variabelen), in de diepte( meer termen
                                                                   om je verantwoorden) en krijgt meer betekent
                                                                   vanuit de persoon van student.
    o   De hoeveelheid hulp aan leerlingen is grofweg         o De hoeveelheid hulp neemt toe bij complexe
        hetzelfde Een college in het derde jaar kent               opgaven.
        dezelfde hoeveel tijd als en college in het
        eerste jaar
    o   Het leren en je zelf sturen zijn twee aparte          o   In een competentie is het leren en jezelf sturen
        dingen. Onderwijs om meta – of                            onlosmakelijk verbonden
        stuurvaardigheden te leren zijn gescheiden
    o   Het leren en je zelf als persoon ontwikkelen          o   Persoonlijke ontwikkeling en de ontwikkeling
        zijn twee aparte dingen en kunnen apart                   van competenties zijn dezelfde dingen. Je
        worden aangestuurd                                        ontwikkelt je doordat je competenties
                                                                  ontwikkelt
    o   Leerstof kan concentrisch geordend worden.            o   Leren is een ‘wiebel wabbel wobbel‘ proces.
        Steeds een beetje meer van hetzelfde.                     Soms hard soms langzaam, som niet, soms
                                                                  wel, soms vandaag soms morgen. Soms eerst
                                                                  dit en dan weer dat.
    o   Leren voltrekt zich lineaire, eerst dit dan dat       o   Leren kan in elke denkbare volgorde.
    o   Opleidingen kennen dan ook een bepaalde               o   Competenties kunnen aangestuurd worden
        volgorde die belangrijk is,. Geen stage                   met verschillende programmaonderdelen. Het
        bijvoorbeeld als je niet eerst bepaalde                   zijn kansen die benut worden.
            onderdelen hebt afgerond.
       o    Stages zitten altijd aan het einde van de              o   Stages zitten ook aan het begin van een
            opleiding. Je kent immers nog niets als je met             opleiding. In een stage leer je snel je
            en stage begint                                            competenties ontwikkelen.
      De aansluiting tussen opleidingen wordt gezocht            De aansluiting tussen opleidingen wordt gezocht in
       vanuit de metafoor van een boek. Opleiding X doet           de kansen die men kan benutten om een
       tot en met hoofdstuk 4, de andere opleiding begin           competentie aan te sturen. Men verantwoordt zich
       met hoofdstuk 5                                             over deze benutte kansen.
      Programmaonderdelen worden opgevoerd als                   Programmaonderdelen zijn kansen en kunnen
       noodzakelijk voor het bereiken van de kwalificatie          ingeruild worden voor elke andere kans. Er zijn wel
       (deductief)                                                 kansen nodig en de opleiding verantwoord zich
                                                                   daarover.
      Toepassen staat centraal (van leerstof)                    Je verantwoorden staat centraal o.a. met behulp
                                                                   van theoretische termen en argumenten
      Toepassen is het leren van de betekenis van de             Je verantwoorden is het leren zelf betekenis te
       leerstof zoals anderen die er ingelegd hebben.              geven. (constructivistisch)
      De functie van de theorie is leiding te geven aan de       Met theorie kun je je verantwoorden.
       sturing van het handelen
      Er is theorie en praktijk                                  Er is Theorie en theorie en praktijk1
      De wetten van de logica staan centraal                     De wetten van het leren staan centraal
      Dat was ook in de huidige opleiding al het geval.          Studenten kunnen de opleiding verlaten met
       Daar was echter de weg er na toe veelal                     competenties die van elkaar verschillen.
       gemeenschappelijk.
      Onderwijs is vooral aanbodgericht.                         Onderwijs is ook vraaggericht om studenten te
                                                                   leren zelf betekenis te geven aan leerstof
      Toetsen komt na het leren.                                 Toetsen en leren is hetzelfde. Assessments
                                                                   worden ontworpen als integrale beoordeling van
                                                                   competenties. Een assessment wordt gebruikt om
                                                                   na te gaan welke kansen nog benut moeten
                                                                   worden om de competenties te bereiken
      Een portfolio wordt gebruikt als verzamelmap van           In een portfolio geeft een student betekenis aan
       gemaakte producten                                          een competentie door zich te verantwoorden




1   Zie: Dick de Bie, Jos de Kleijn,Wat gaan we doen ISBN 90.313.3638.6 Bohn Stafleu

				
DOCUMENT INFO
Lingjuan Ma Lingjuan Ma
About