EWMM congres Passau mei

Document Sample
EWMM congres Passau mei Powered By Docstoc
					EWMM congres Passau 14-16 mei 2009
Het congres wordt bezocht door 180 collega‟s waarvan de helft
fysiotherapeut is en de andere helft arts, chiropractor of manueel therapeut.
Alles wordt in het Duits gecommuniceerd.


Het congres begint met een optionele workshop van Robby Sacher.

Sacher vertelt over de vroege zuigelingreflexen en benadrukt dat de WK
slechts een heel klein projectiegebied op de sensorische cortex heeft, i.t.t.
lippen/mond en vingertoppen, terwijl de sensorische innervatie van de WK
vele malen groter is. Dit betekent dat het uiterst gecompliceerde
sturingsproces van de WK plaatsvindt op een veel basaler niveau, nl. vanuit
de hoge nek. Dit is m.n. interessant bij de behandeling van KISS 2.
De meest comfortabele entree voor de behandeling is in lichte extensie AP
mobiliseren van de atlas. Alles zo zacht dat “er geen vingerafdruk in een
pakje boter blijft staan!”
Het ontstaan van een zuigelingenscoliose berust in eerste instantie op een
biomechanische aanpassing/ tegendraai van het bekken ten gevolge van
cervicale rotatie en is dus niet het gevolg van een (pathologische) reflex.
Sacher geeft aan dat een baby ook recht kan zijn en pas later „scheef‟
wordt. Let dan op alg. pathologie maar ook op de lange schedel met
geprononceerd achterhoofd. Die dwingt het kind in een scheefstand. In
Duitsland zijn speciale kussens (babydorm) met een gat voor baby‟s
ontwikkeld zodat zij comfortabeler op hun rug kunnen liggen. Sacher is hier
mordicus op tegen door de gedwongen anteflexie cervicaal.
Ook dysplasie kan lijden tot een scheefstand/ torticollis. Hier zou je de
plagio/brachycephalie onder kunnen scharen.
Over helmtherapie is Sacher duidelijk: het helmpje verstoort door omvang,
gewicht en warmtebron de ontwikkeling van vooral de hoog cervicale regio.
De nekproblemen worden niet opgelost en verdwijnen zelfs van de agenda.

Sacher demonstreert zijn manier van behandelen bij zuigelingen en jonge
kinderen. Wat opvalt is dat hij zijn onderzoek begint met het bekijken van de
(lig)houding van de blote baby en het testen van de reflexen
ATNR/STNR/MORO.
KIDD kinderen laat hij vanuit ruglig een aantal keren overeind komen om de
asymmetrie van de motoriek te bekijken.
Verder is de fysieke manier waarop hij te werk gaat opvallend. Hij zit en ligt
zelf op de behandelbank met de baby in zijn handen. Er is veel interactie,
geruststelling en dus ontspanning op die manier, aldus Robby.
Sacher behandelt vanaf 3 maanden, uitsluitend met een X foto. Huilbaby‟s
ziet hij echter soms al vanaf 2 weken.
Atlastherapie heeft wat Sacher betreft alleen zin als de rest van de CWK
goed functioneert. Rö kan helpen bij de vroegdiagnostiek van aplasie,
dysplasie, hypoplasie, scheefstand van de dens, atlasassimilatie,
condylasymmetrie, blokwervels etc. Over de Rö belasting zegt hij dat deze
net zo hoog is als een vliegreis naar Mallorca. …
Duitse collega‟s hebben directe toegang tot het maken van X opnamen.
Van 0-2 jaar volstaat een AP opname, vanaf 3 jaar worden ook opnames in
zijlig gemaakt. Na de eerste behandeling wacht Sacher 4-6 weken om de
propriocepsis te laten herstellen.
Hij kleedt de baby‟s zelf uit om alvast een indruk van de tonus te krijgen en
het te laten wennen aan zijn handen. Hij begint altijd zittend met het kind
tussen de benen en doet als eerste de lateroflexietest om te kijken wat het
hoofd doet. In de therapie ligt het accent op de hoogcervicale flexie en
lat.flexie. Hoe ouder het kind is bij de eerste behandeling , deste groter het
risico op recidieven.


Robby Sacher(manualmediziner, Dortmund)

Sacher vertelt over de reflexen die hij test bij zijn onderzoek.

   1. MORO is een senso-emotionele labyrintreflex en wordt onderdrukt
      wanneer de baby iets vasthoudt (wat hij ook doet) of op de buik ligt.
      Reflexen zijn niet alleen motorische/ autonome reacties op een
      sensorische prikkel, maar emotie en innerlijk weten is ook een stimulus.
   2. ATNR: CWK flexie/rechts rotatie geeft extensie van de rechter arm,
      CWK extensie/rechts rotatie geeft extensie van de linker arm.
   3. STNR: flexie CWK> flexie armen+ extensie benen; extensie CWK>
      extensie armen+ flexie benen. Vanaf 5-6 maanden moet een baby de
      voetjes in de mond kunnen doen.
   4. TLR: de tonische labyrintreflex beïnvloedt de stand van de armen en
      benen door de stand van hoofd/ evenwichtsorgaan te veranderen.
   De hoge nekmusc. is een hele grote sensor en bepaalt veel reflexen en
   beperkingen van de WK.

Wanneer KIDD kinderen geen adequate reflexen hebben, kan dat komen
door disfunctionele afferentie of sensibilisering van het compensatoire
systeem. Deze kinderen moeten dagelijks oefenen, langzaam en
leeftijdsadequaat, liefst samen met een ouder ter ondersteuning. De
oefeningen moeten langzaam om alle drie assen worden uitgevoerd en niet
te veel tegelijk. Ogen zijn de grootste sensor!
Wat betreft beenlengteverschil bij KIDD wordt geadviseerd eerst de nek te
behandelen en geen inlays te gaan dragen. Dan zou zelfs op blote voeten
lopen niet meer kunnen.
Wanneer het kind de kruipfase overslaat kan dat aanleiding zijn tot
onderzoek, maar het is niet persé een probleem. “De één doet het gewoon
anders dan de ander!”.
Als een kind echter niet wil kruipen én ook nooit op de buik heeft willen
liggen, wordt het interessant om de hoge nek te onderzoeken.
Onthoud echter dat er over de ontwikkeling en pathologie van 0-3 jarigen
geen wetenschappelijke onderbouwing voor het handelen is.


Heiner Biedermann(manualmediziner, Köln)

Biedermann vertelt over Röntgendiagnostiek.

Voor het kind is de disfunctie van het skelet van belang, een radioloog leest
echter de functie niet af uit een statische X foto.

Argumenten tegen het maken van X- foto zijn:
   1. zo lukt het ook
   2. geeft meestal geen bijzonderheden, 80% onnodige foto‟s
   3. weerstand van radiologen
   4. geen toegang tot het maken van foto‟s
   5. niet nodig bij zachte technieken
   6. pas een overweging als de behandeling niet aanslaat
   7. stralingsbelasting

Argumenten voor het maken van X-foto zijn:
   1. 10% geeft morfologische afwijkingen
   2. essentieel voor techniekkeuze
   3. maximale precisie voor de eerste behandeling
   4. verdiept het begrip voor de aandoening
   5. belangrijke prognostische informatie

NB het is erg moeilijk om een Rö beeld van een baby goed te maken en juist
te interpreteren. Dit zou alleen goed kunnen gebeuren indien er dagelijks
mee wordt gewerkt. Dit is in NL niet zo.
Biedermann behandelt 1 maal en altijd met foto, waarna het kind zich 10
weken na de behandeling moet melden bij de kinderarts of fysiotherapeut.

NB Kinderfysiotherapie bestaat in Duitsland niet als specialisme. Een
basisfysiotherapeut kan een cursus behandelen volgens methode Vojta of
Bobath doen, waarmee dan (ook) kinderen worden behandeld.


Prof. Saternus (patholoog anatoom, Kassel)

Saternus vertelt over SID, wiegendood.

SID wordt soms geassocieerd met criminaliteit. Ouders pijnigen zich met
zelfverwijt. Vaststellen van het moment van overlijden is voor hen belangrijk bij
de verwerking, maar de temperatuur geeft een marge van 2,5 uur foutscore.
Roken en drinken van de moeder tijdens de zwangerschap zou met SID in
relatie staan. Te warm aangekleed in een te warme slaapkamer zou ook SID
gerelateerd zijn.
In Duitsland sterven per jaar 5 op de 1000 baby‟s aan SID. Het is hiermee de
grootste doodsoorzaak bij kindersterfte tussen de 7 dagen en 1 jaar. Het is
seizoensgebonden (late herfst, winter) en gebeurt altijd in de slaap. De
verhouding jongen:meisje is 3:2.
Etiologie: SID is altijd een natuurlijke dood. Saternus heeft nooit afwijkingen
gevonden bij de 50 door hem onderzochte SID-gevallen.

Belastende factoren voor SID zijn:
   1. slaaphouding(buik, kangoeroebuidel)
   2. woonplek
   3. voeding
   4. warmte
   5. rugademhaling, bedekking

Van de doodgevonden kinderen lag 80% op de buik.
Bij rotatie van de CWK is de diameter van de contralaterale a.vertebralis
gehalveerd en de homolaterale a.vertebralis is eveneens vernauwd maar
minder extreem. Saternus heeft postmortem angiografieën gemaakt van de
a.vertebralis.
Omdat er ook in ruglig sprake is van (volledige) rotatie cervicaal is ook deze
ligging niet per definitie de juiste ligging. De benige doorgang cervicaal van
de a.vertebralis blijft kwetsbaar en heeft te maken met SID.


Heiner Biedermann (manualmediziner, Köln)

Biedermann vertelt over huilbaby‟s en de onmogelijkheid om te komen tot
(dubbel) blind wetenschappelijk onderzoek.

De definitie die gehanteerd wordt voor huilbaby is dat deze >3 uur,
>3dagen/week gedurende > 3 weken huilt, bij een gezond/ goed gevoed
kind.
Het huilen gaat gepaard met dystonie, vegetatieve tekenen, slaaptekort,
overstrekken, armen opzij, vuistjes en vermijden van oogcontact.
Verklaringen kunnen zijn: fysiologische afwijkingen, infectie, centraal
neurologische problemen, reflux (GORD), pylorisstenose, voedselintolerantie
en interaktieproblemen.
Huilbaby‟s en schoolhoofdpijn is altijd KISS, aldus Biedermann.
De manueeltherapeut zal de hypotone ventrale keten aanpakken door
functionele nekproblematiek op te lossen.
De kinderarts houdt het vaak op koliekpijn bij 3 maanden.
De problemen van deze baby‟s zijn: zuigzwakte, orofaciale hyptonie,
gefixeerde scoliose en schedelasymmetrie.
KISS met dysphorie(huilen) komt voor in de verhouding 57% jongen en 43%
meisje. Hij behandelt 2 maal; 2/3 van de kinderen is binnen 2 weken hersteld.
Een kwart knapt dezelfde dag op, de helft na een week.


Micha Bahr (kinderchirurg, Marburg)

Bahr vertelt over de pectus excavatum.

In 37% van de gevallen van een trechterborst is sprake van een familiaire
aandoening zonder duidelijke etiologie.
Als bijoorzaak worden genoemd een slechte ingezakte houding, mede door
een slecht voorbeeld van de ouders. Kiss is vaak een co-factor.
Opereren gebeurt alleen uit cosmetische overwegingen. Er is geen
hartlongprobleem.
Bij opereren gebruikt met een correctiestang die wordt ingebracht(NUSS).
Verder is er ook een zuignap ontwikkeld door een arts die niet geopereerd
wilde worden. De zuignap heeft een behandeltijd van 30 maanden en moet
dagelijks worden toegepast. Het is best pijnlijk: na verwijdering van de
zuignap ziet men hematomen. Bijmeisjes kan dit na het10e jaar niet meer
worden toegepast.
Bij 45 van de 154 behandelde trechterborsten was ook sprake van
schedelasymmetrie en voorkeursrotatie. Er wordt gedacht aan een link met
KISS.
De zuignap wordt in Duitsland vergoed(700 euro), evenals de NUSS
operatie(7400 euro).

Haymo Thiel (chiropractor, Bournemouth, UK)

Thiel vertelt over chiropraxie in Engeland.

Hij werkt in Bournemouth samen met Joyce Miller en Maria Browning in het
AECC (Anglo European College of Chiropraxie), een opleidingsinstituut voor
chiropractoren met 600 voltijds studenten (5 jaar), 100 post-graduates en 90
Bachelors.
Zij diagnosticeren, behandelen, doen voor-en nazorg van het kind.
Het is een zelfstandig beroep in Engeland en wordt beoefend door 2500
chiropractors in de UK(en 65 in Duitsland).
Er wordt gewerkt volgens het biopsychosociaal model en vindt zijn oorsprong
in 1895.
Per jaar zien ze in Bournemouth 4500 kinderen voor de eerste keer en geven
50.000 behandelingen per jaar. 80% is ouder dan 16 jaar en van de overige
20% zijn de meesten ongeveer 4 weken oud, hiervan is 60% een jongetje.
De meeste klachten betreffen een huilbaby(63%) en soms ook
zuigproblemen.
Bij de kinderen >3 jaar gaat het vooral om hoofdpijn, coördinatieproblemen
en musculo-skelettale problematiek van de WK.
Op verzoek van de vereniging van Radiologen in de UK is het aantal X-foto‟s
van kinderen erg afgenomen, nl tot 10-15% van de aanmeldingen.
Flexie, extensie en rotatietechnieken worden vermeden. Als de kinderen
jonger dan 12 maanden zijn worden zgn. touch&hold technieken gebruikt. Bij
deze techniek wordt zacht gedrukt en de druk wordt 5 tellen aangehouden
en weer losgelaten. Rotatietechnieken worden thv T1-2 toegepast omdat de
cervicale rotatie doorloopt tot T4.
Na 2-3 behandelingen slaapt 94% van de kinderen beter en huilen zij minder.
Na 4 weken/ 3 behandelingen is er 65-70% verbetering opgetreden.
Het AECC is bezig met een dubbelblind onderzoek naar het effect van de
behandeling door de chiropractor bij baby‟s.
Niemand oefent na de behandeling met de kinderen. Over advisering en
hantering thuis wordt geen uitspraak gedaan.


Lutz Koch ( manual-allgemeinmediziner, Hamburg)

Koch vertelt over de relatie tussen KISS en KIDD.

KIDD staat voor Kopfgelenk Induzierte Dysgnosie en Dyspraxie.
Vanuit de zeer hoog geïnnerveerde musculatuur rond C0-1-2 kan veel sturing
misgaan in het kinderlijf. De sensorische zenuwen zijn direct verbonden met
de kopzenuwen in de hersenstam.
Het klachtenbeeld van KIDD bestaat uit: hoofdpijn, concentratiestoornissen,
motorische stoornissen, spraakachterstand, tics, achterblijvende emotionele
ontwikkeling.
Koch heeft in 78% van de gevallen voldoende aan 1 behandeling, slechts 3%
krijgt 3 behandelingen. Oefeningen komen niet er sprake, maar worden naar
alle waarschijnlijkheid niet meegegeven. Hiervoor zijn de Vojta en Bobath
fysiotherapeuten.
Koch ziet als trend dat een onbehandeld KISS kind later problemen met
dysgnosie en dyspraxie zal krijgen. Of en hoezeer de klachten tot uiting zullen
komen wordt bepaald door de mate waarin het kind beschikt over
compensatietechnieken.


Prof. Saternus (patholoog anatoom, Kassel)

Saternus vertelt over het Shaken Baby Syndrome.

Als patholoog anatoom ziet hij bij het SBS een intracraniele bloeding met
subduraal heamatoom en bloedingen rond de insertie van m.sterno cleido
mastoid.
Duitsland telt 500 gevallen per jaar. Soms gaat reanimatie later zo hardhandig
dat men het ziekenhuis doodslag verwijt. Dit is nooit het geval, de baby is al
overleden aan een intracraniele bloeding.
Prof. Ulrike Holzer-Petsche (apotheker, Graz)

Holzer vertelt over medicijngebruik bij ADHD

Sinds 1937 wordt ADHD met pillen behandeld. Het verbruik van Ritalin is in
Duitsland verdubbeld tussen 2001-2006.
De motorische sturing wordt geregeld vanuit de prefrontale cortex. Hier gaan
dopamine en noradrenaline verbindingen aan met synapsen.
ADHD zou te maken hebben met de neurotransmissie in deze frontale cortex.
Dit kan latent aanwezig blijven, maar door bepaalde uitlokkende factoren
zoals familieomstandigheden tot uiting komen. Op een hersenscan is het
volume van de nucl.caudatus, frontale cortex en het cerebellum
aantoonbaar minder dan bij iemand zonder ADHD.
Ritalin moet 2-3x daags worden geslikt en is 1-4 uur werkzaam. Ieder jaar
wordt geëvalueerd en overwogen de medicatie te stoppen en af te
wachten. In principe is het een medicijn voor het leven, en zou dit
gecombineerd moeten worden met psychotherapie.
De bijwerkingen zijn: slaapstoornissen, remming van eetlust, hoofdpijn,
verhoging van de bloeddruk, tics en epilepsie.
De oudste Ritalinslikkers zijn nu 25-35 jaar.


Peter Borusiak (kinderarts, Wuppertal)

Borusiak vertelt over ADHD.

De kinderen zijn hyperactief, ongeconcentreerd en impulsief.
Deze symptomen openbaren zich in 3 gebieden: thuis bij de familie, op
school en in de vrije tijd. Het begint voor het 6e levensjaar en treedt op bij 9%
van de jongens en 3% van de meisjes. De jongens zijn 2x meer onoplettend
en 5x meer hyperactief dan de ADHD dametjes.
ADHD kent een genetische factor: 15-20% moeder, 25-30% vader.
Alcohol en nicotine tijdens de zwangerschap verhoogt de kans op ADHD.
Ongunstige familieomstandigheden zoals instabiliteit, ongestructureerdheid,
chaotisch en onberekenbaar zijn is eveneens een uitlokkende factor voor het
openbaren van ADHD. De negatieve feedback van de omgeving versterkt
dit proces van ongestuurde reacties nog meer.
Kleurstoffen en suiker zou een negatieve invloed hebben op ADHD. Indien
patiënt dit bemerkt, moet inname afgeraden worden.
Gerhard Fröhlich (filosoof, Linz)

Fröhlich vertelt over de wereld van de wetenschap.

Wat uiteindelijk telt in de gepubliceerde artikelen is wie de rekening betaalt.
Alle uitkomsten kunnen worden gemanipuleerd. De wetenschappelijke
wereld is er een van macht en beloning, aldus Fröhlich. Net als in de
farmaceutische industrie.


Heiner Biedermann (manualmediziner, Köln)

Biedermann vertelt over de behandeling van KIDD.

Alle motoriek gaat min of meer vanzelf bij de gratie van een ongestoorde
propriocepsis.
Wanneer kinderen op de behandeltafel liggen en zich vasthouden dan is de
propriocepsis naar alle waarschijnlijkheid zwak en is het kind angstig.
Gebruik van medicatie (Ritalin) wordt vaak ingegeven door de sociale
omgeving en niet in het belang van het kind.
Bij de behandeling van KIDD beïnvloedt je de propriocepsis/motoriek. Deze
moet even de tijd krijgen om zich aan te passen. De tweede behandeling
zou na 2 weken moeten volgen.
Biedermann gebruikt een evaluatieformulier dat beide ouders moeten
invullen over het gedrag van hun kind. De score wordt aangegeven op een 5
puntschaal van 0-4 en behelst de evaluatie van 8 symptomen.

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:72
posted:3/7/2011
language:Dutch
pages:8