Docstoc

0. Iris tekst bestand

Document Sample
0. Iris tekst bestand Powered By Docstoc
					redactioneel

Iris wil haar talenten benutten. Ze wil ontdekken welke vakken haar liggen, welk beroep bij haar
past en hoe ze op elk vlak haar mogelijkheden kan ontwikkelen. Ook tijdens het buiten spelen,
tijdens werkweken, stages en het studentenleven. Dat gunt ze iedereen. Daarom laat ze niet
alleen deskundigen aan het woord. Iris laat zich vergezellen door leerlingen en studenten met
een visuele beperking. Nét als Iris willen zij zichzelf zijn en blijven.

Iedere keer als mijn kinderen uit school thuiskomen met een afgerond werkboekje, valt me op
hoe „leuk‟ de lesmethoden in het huidige basisonderwijs zijn. Mijn kinderen zijn het daar,
uiteraard, niet helemaal mee eens. Maar toch, de rekenles in een kek geïllustreerd werkboek of
zelfs via een geanimeerd computerprogramma is veel aantrekkelijker dan het droge ruitjesschrift
waar ik het op school mee moest doen. Door het digitale schoolbord in veel leslokalen kunnen
kinderen de stof horen, zien en ervaren. Voor veel kinderen betekent dit een enorme
verbetering. Kinderen met dyslexie, bijvoorbeeld, profiteren van het horen en zien als aanvulling
op te lezen tekst. Voor leerlingen met andere beperkingen zijn deze prikkelende en visuele
methoden vaak niet zo passend.

Momenteel is er in onderwijsland veel te doen over het „Passend Onderwijs‟ dat binnenkort
ingevoerd gaat worden. Kort gezegd betekent Passend Onderwijs dat een school kinderen met
een beperking niet mag weigeren. De school, of het schoolverband, moet zorgen voor een bij
elk kind „passende‟ manier van onderwijs.
Dat betekent nogal wat. De vele vormen van verstandelijke, zintuiglijke en gedragsbeperkingen
maken dat ieder kind zijn eigen benadering en, waar mogelijk, lesmethode nodig heeft. Ga er
maar aanstaan als leerkracht.

En toch. Iris staat voor integratie en inclusie op scholen. Het is voor alle kinderen zo goed om te
ervaren dat er verschillen (mogen) zijn, om te leren rekening te houden met elkaar. Dit zijn
levenslessen. Iris roept het onderwijs op om te focussen op kansen van kinderen met (visuele)
beperkingen. Ook de ontwikkelaars en producenten van lesmethoden roept Iris op om met deze
kinderen rekening te houden. Diversiteit is de norm. Iris roept bovendien de overheid op de
toegankelijkheid van lesmethoden te normeren en om te investeren in goede begeleiding en
ondersteuning voor leerlingen en docenten.

Nu leren en meedoen op school is straks meedoen in de samenleving.

Henriëtte Eijkelenboom
Hoofdredacteur


reactie Roos van Os
„Ik doe overal aan mee. Wat mijn grote broers doen, wil ik ook. Turnen en skiën vind ik leuk en
ik ben clubkampioen met tennis. Op school kochten ze fluorescerende hesjes, zodat ik iedereen
kan zien als we rennen. Maar het is niet leuk om anders te zijn. Ik wil geen schuine tafel op
school, en geen lamp erbovenop. Wel heb ik een eigen beeldscherm. Mijn moeder regelt mijn
boeken. Die hebben grotere letters. Dat is vaak onhandig, want sommige opgaven staan over
twee of drie pagina‟s verdeeld. Kan dat niet korter?‟Roos (9) zit in groep 6 en is slechtziend
(20%)
Column Tobias Witteveen

Een passender weg naar passend onderwijs
Wij vinden het met elkaar heel belangrijk dat kinderen met beperkingen zo enigszins mogelijk
regulier onderwijs volgen. Dat vergroot immers de kans dat zij later normaal aan de
samenleving kunnen deelnemen en niet worden uitgesloten. Speciaal onderwijs moet niet meer
dan een vangnet zijn dat kinderen opvangt als regulier onderwijs voor hen echt niet haalbaar is.
De overheid probeert al jaren deze algemene maatschappelijke opvatting om te zetten in
effectief beleid. Vooralsnog met weinig succes, als we zien dat het speciaal onderwijs van jaar
tot jaar blijft groeien.

De school waarvan ik bestuurder ben, laat een ander beeld zien. Het aantal leerlingen (met een
visuele beperking) dat het speciaal onderwijs volgt, is al jaren stabiel. Terwijl het aantal
leerlingen dat met hun visuele beperking op een reguliere school zit en van ons uit ambulant
wordt begeleid, sterk is toegenomen. De verhouding tussen beide aantallen is inmiddels 20 –
80. Daarmee zijn wij koploper in het speciaal onderwijs. Bereikt met een combinatie van een
duidelijke maatschappelijke opvatting en jarenlang strak en volhardend beleid. Toen de
onderwijsinspecteur haar periodieke toezichtbezoek bracht, meldden we dit dan ook met
gepaste trots. Wij koppelden er de vraag aan of dit wapenfeit en het onderliggende beleid
bijzondere aandacht in het toezichtrapport zouden kunnen krijgen.

Eigenlijk wist ik het antwoord al. Het toezicht van de inspectie, zo legde de inspecteur uit, richt
zich op risico‟s voor de kwaliteit van het onderwijs. Een verhouding tussen leerlingen in het
speciaal onderwijs en in de ambulante onderwijsbegeleiding van 20 – 80 mag dan prachtig
passen in het overheidsbeleid, maar voor de inspectie is dat gegeven niet relevant. De school
mag een oordeel van de inspectie verwachten over (de kans op) tekortkomingen in haar
kwaliteit, maar een algemene beoordeling van het beleid wordt niet gegeven. Ik vind dat een
gemiste kans. Waarom zou een goede score van een school op één van de belangrijkste
beleidsdoelen van de overheid niet in de openbare toezichtrapportage kunnen worden
opgenomen?

De overheid ontplooit inmiddels het zoveelste beleidsinitiatief om het tij van al maar groeiend
speciaal onderwijs te keren. „Passend onderwijs‟ is de nieuwe beleidsmantra. Wie het nieuwe
bureaucratische bouwwerk dat met passend onderwijs wordt opgericht aanschouwt, voelt een
diep gevoel van moedeloosheid opkomen. Waarom zo ingewikkeld? En gaan al die
samenwerkingsverbanden werkelijk voor de beoogde ommekeer zorgen?

Om echt een beweging van speciaal naar regulier onderwijs op gang te brengen, zijn sterke
prikkels nodig die zowel reguliere scholen als speciale scholen hun beleid en gedrag doen
aanpassen. Reguliere scholen kunnen wettelijk worden verplicht een bepaald percentage
(geïndiceerde) leerlingen met beperkingen te hebben, terwijl speciale scholen een soortgelijk
percentage kan worden opgelegd voor de verhouding tussen leerlingen op school en leerlingen
in de ambulante begeleiding. Aan deze indicatoren wordt de bekostiging gekoppeld, met
kortingen al naar gelang de indicatoren niet worden gehaald. Aan deze stuurknoppen kan net zo
lang worden gedraaid tot de beweging van speciaal naar regulier onderwijs zich gaat aftekenen.
De inspectie krijgt de taak de door de scholen gepresenteerde cijfers en hun onderliggende
beleid te toetsen. Zo wordt de realisatie door een speciale school van een 20 – 80 verhouding
tussen leerlingen op school en in de ambulante begeleiding werkelijk relevant, ook voor de
inspectie. Misschien zou zo‟n target langs deze weg voor het gehele speciaal onderwijs nog wel
eens binnen bereik kunnen komen. Is dit niet een passender weg naar passend onderwijs?

Tobias Witteveen is voorzitter van de raad van bestuur van Bartiméus.
onderwijs-op-maat: de tussenstand

leermomenten voor het onderwijs

Iris feliciteert het onderwijs, want al ruim driekwart van de leerlingen met een visuele beperking
maakt gebruik van het regulier onderwijs. Toch is er nog een aantal knelpunten. Iris zet ze voor
u op een rij. Zie ook haar adviezen en actiepunten.

Door Gabriëlle Kuijer


Bartiméus juicht het principe van Passend Onderwijs voor iedereen toe, benadrukt Johan
Berghuis, directeur Bartiméus Onderwijs. „Voorwaarde hierbij is dat het alle betrokkenen een
heldere structuur biedt en dat de ouders keuzevrijheid houden.‟ Ook maakt hij zich zorgen. „We
zijn trots op het hoge integratiepercentage van leerlingen met een visuele beperking. Maar door
het Passend Onderwijs kan de druk op het onderwijs zodanig
toenemen dat “onze” leerlingen misschien wel minder makkelijk een passende plek vinden.‟
Berghuis roept de verantwoordelijke minister en zijn ambtenaren op hiervoor te waken.
Tegelijkertijd zegt hij toe dat Bartiméus haar expertise graag inzet voor een verdere
optimalisering van de toegankelijkheid van het onderwijs. Ook voor leerlingen met een andere
dan visuele beperking, want „er zijn nog veel verbeteringen mogelijk.‟ Iris schetst de huidige
situatie, samen met Berghuis en zijn collega Dorine in ‟t Veld, projectleider bij Bartiméus en
moeder van een zoon die praktisch blind is. Bovendien geeft Iris de politiek en
onderwijsinstellingen een aantal actiepunten en adviezen.


Basisonderwijs: op alle vlakken meedoen
Binnen het basisonderwijs zijn de structuren het meest helder, aldus Berghuis: „Leerlingen
maken deel uit van een vaste groep en elke klas heeft een of twee onderwijzers. Voor leerlingen
met een visuele beperking is een Ambulante Onderwijskundige Begeleider (AOB, in 1980
ingesteld, red.) beschikbaar die ondersteuning biedt aan het kind, de ouders, de onderwijzers
en de school. Deze ondersteuning is procesgericht, maar kan ook de leerstof betreffen,
bijvoorbeeld nadere toelichting aan de leerling of suggesties voor aanpassingen aan de
leerkracht.‟ Op alle vlakken meedoen in de klas is vaak een knelpunt: school-tv, gymlessen,
schoolreisje …. „Niet meedoen‟ en „dat kan niet‟ zouden geen optie mogen zijn; ook de leerling
met een beperking kan een eigen rol vervullen. „Er zijn veel oplossingen mogelijk‟, aldus In ‟t
Veld, „zoals de score bijhouden, een eigen trainingsprogramma met (grond) oefeningen in een
groepje, of af en toe goalball spelen met de hele klas‟.


Voortgezet onderwijs: niet per se de veiligste weg
Leerlingen hebben geen vaste klas meer en voor elk vak is er een andere docent. Bovendien
worden leerlingen geacht zelfwerkzaam te zijn, alleen en in groepsverband. „Dat vraagt veel van
elke brugklasser, laat staan van de brugklasser met een (visuele) beperking‟, aldus In ‟t Veld.
En ga er maar aanstaan als docent wanneer in meerdere van je klassen iemand aanpassingen
nodig heeft. „Scholen coördineren de begeleiding steeds beter, is onze ervaring‟, meldt
Berghuis. „Ik geef ze daarvoor een groot compliment.‟ Ambulante begeleiding voor leerling en
docent is beschikbaar, maar met minder middelen dan in het basisonderwijs en vooral
procesgericht. „Ook is er ruime aandacht voor de assertiviteit van de leerlingen: leer voor jezelf
op te komen en bij docenten aan te geven wat je nodig hebt‟, voegt Berghuis toe. Voor blinde en
zeer slechtziende kinderen blijkt in de tweede fase vaak voor de „veiligste‟ weg te worden
gekozen, weet In „t Veld. „Dan krijg je te horen: “Doe liever iets met talen, dat is gemakkelijker
dan schei- en wiskunde”, terwijl die bètavakken misschien wel beter bij jou passen.‟
Beroepsgericht onderwijs: talenten ontplooien
Met een (visuele) beperking is heel veel mogelijk. Een positieve houding is hierbij van groot
belang, bijvoorbeeld om stageplaatsen te regelen en de stap naar werk te vergemakkelijken.
Berghuis: „Studenten moeten uitgaan van hun talenten bij hun beroeps- en studiekeuze.
Decanen, mentoren en ouders vraag ik ook die insteek te nemen en niet alleen te kijken naar
beroepen waar mensen met een visuele beperking nu al werkzaam zijn.‟ Vanuit het speciaal
voortgezet onderwijs kan een leerling overstappen naar een regulier mbo. Dat is vaak niet
eenvoudig. Het REA College, instituut voor aangepaste beroepsopleidingen, werkt daarom met
de Talentenexpeditie en de Topklas. Hierbij gaan leerlingen op zoek naar hun mogelijkheden en
talenten. Of leren ze de basisvaardigheden voor het beroep van hun voorkeur, zodat ze een
goede start maken bij de beroepsopleiding.


Hoger onderwijs: meer expertise nodig
Binnen het hoger onderwijs worden studenten geacht hun eigen weg te gaan. Studiebegeleiders
en decanen bieden ondersteuning. „Dat is erg waardevol, maar veelal ontbreekt expertise over
de beperking en zijn consequenties‟, aldus Berghuis. In ‟t Veld noemt een veelgehoorde
opmerking van op braille aangewezen studenten over hun statistiek of bètastudie: „Ik doe twee
studies. De ene is mijn eigenlijke studie, de andere is de studie naar alle software en dergelijke
die ik nodig heb om mijn studie te kunnen volgen‟.


Leerlingen, ouders, schoolbesturen en docenten kunnen vragen en opmerkingen naar
aanleiding van dit artikel voorleggen aan jberghuis@bartimeus.nl en ditveld@bartimeus.nl.




reactie Jesse Wienholts
“ik wil dat de verschillen tussen de rest van de klas en mij veel kleiner zijn. Dat ik niet meer met
de hulpjuf de klas uit hoef om sommen of zo door te spreken, omdat ze nog niet omgezet zijn.
Verder heb ik veel plezier op school en ik kan aan best veel dingen meedoen. Maar het
buitenspelen in de pauzes vind ik echt niet leuk. Iedereen is altijd ergens anders en ik verveel
mij dan vaak."
Jesse (10) zit op de Floriant/Leonardo school in groep 7 en is blind.
Iris zet u aan het werk
Print de lijst van onderstaande actiepunten die op u van toepassing is uit.

politiek: creëer kansen
Iris vraagt de politiek om kansen te creëren voor leerlingen met een (visuele) beperking en geeft
de volgende adviezen:

1. Ondersteun landelijke samenwerkingsinitiatieven die passend onderwijs verbeteren.

2. Zorg voor wetgeving die eisen stelt aan de toegankelijkheid van leer en toetsmethoden, zodat
uitgevers en ontwikkelaars veel nadrukkelijker rekening houden met leerlingen met een (visuele)
beperking.

3. Stimuleer deelname aan de cursussen die leerlingen met een beperking een belangrijke
basis geven, zoals braille, typen, mobiliteit en algemene dagelijkse vaardigheden.

4. Stimuleer onderwijsintegratie en inclusie zo breed mogelijk.

5. Voor de extra inspanningen van basisschoolleerkrachten is financiële ondersteuning
beschikbaar. Voor het voortgezet onderwijs is dat veel lager, terwijl ook daar docenten hun
lessen aanpassen. De vergoeding en de AOB ondersteuning moet vooral voor de begeleiding
van zeer slechtziende en blinde leerlingen ruimer worden.

6. Stimuleer onderzoek naar de positie op de arbeidsmarkt van jonge MBO ers met een
(visuele) beperking. Er zijn weinig gegevens over het percentage van hen dat een passende
baan vindt of een vervolgopleiding doet. Ook is onderzoek nodig naar succesfactoren.

7. Voor cluster 3 en 4 studenten zijn job coaches beschik baar; breidt dit uit naar studenten in
cluster 1 en 2.

8. Voor studenten in het hoger onderwijs wordt nu geen ambulante begeleiding bekostigd. De
hogescholen en universiteiten bieden algemene ondersteuning, evenals de organisatie
„handicap + studie‟. Soms is ondersteuning op-maat nodig om succesvol het onderwijs te
kunnen volgen.

9. Een half jaar extra studiefinanciering voor studenten met een (visuele) beperking in de
propedeuse schept de mogelijkheid om alle praktische zaken goed te regelen en een goede
studiestart te maken. Versnelde procedures om leerhulpmiddelen aan te vragen voorkomen ook
studievertraging.
onderwijs: gewoon waar het kan, bijzonder waar het moet
Iris wil gewoon onderwijs waar het kan en speciaal onderwijs waar het moet. Dit zijn haar
adviezen en actiepunten voor het onderwijsveld:
1. Zorg dat leerlingen zonder veel rompslomp het persoonlijke cursus en trainingstraject van
leerlingen met een (visuele) beperking kunnen volgen en breng meerdere leerlingen bij elkaar.
Overleg met onderwijsinstellingen voor leerlingen met een (visuele) beperking.

2. Wees creatief om leerlingen op alle vlakken deel uit te laten maken van de groep. Tips en
informatie vindt u op Eduvip en via de ambulant begeleider. Deel uw ervaringen ook met
anderen.

3. Maak gebruik van de kennis en ervaringen die de leerlingen hierbij zelf opdoen en stimuleer
hen deze kennis te delen met andere studenten.

4. In het curriculum van de lerarenopleiding hoort onderwijs aan leerlingen met een beperking
volwaardig aandacht te krijgen. Volg bovendien een cursus over (het begeleiden van leerlingen
en studenten met) beperkingen.

5. Een criterium bij het selecteren van lesmethoden en materialen, en bij de wijze van toetsen
en examineren is dat ook leerlingen met een beperking zo gewoon mogelijk kunnen deelnemen.
De ambulant begeleider kan adviseren. 6. Stap niet in de valkuil leerlingen met een beperking
inhoudelijk anders te toetsen.

7. Wees alert op de talenten en motivatie van leerlingen met een (visuele) beperking. Denk in
mogelijkheden vanuit de leerling. Een blinde fysiotherapeut kan. Een blinde piloot (nog) niet,
maar de luchtvaart en luchthavens bieden ook andere uitdagingen.

8. Breng meer differentiatie in de diplomering, niet alleen binnen het voortgezet onderwijs, maar
ook binnen het beroepsgericht en hoger onderwijs. Bijvoorbeeld: leerkracht zonder bevoegdheid
sport en spel.

Meer weten en doen: zie www.bartimeus.nl, onder [Leren]. Daar vindt u niet alleen Bartiméus-
informatie, maar ook links naar andere organisaties en producten.
iris bezoekt de werkplek van Esther Crombag

Mensen met een visuele beperking doen mee in onze maatschappij, ook op de werkplek. Deze
keer gaat Iris met u op bezoek bij Esther Crombag, universitair docent aan de faculteit rechten
van de Universiteit Maastricht. Bovendien spreekt Iris met drie van Esthers studenten.

Door Maureen Welscher

Esther Crombag (35) is universitair docent aan de faculteit rechten van de Universiteit
Maastricht. In 2008 werd ze in Limburg verkozen tot Vrouw van het Jaar en ze is een succesvol
tandemwielrenster.

Op haar elfde werd Esther blind, binnen drie dagen. „Een cyste op mijn hypofyse was de
oorzaak van mijn plotselinge blindheid. Na verschillende omwegen ben ik uiteindelijk rechten
gaan studeren aan de Universiteit van Maastricht. Behalve dat ik het een heel interessante
studie vond, was er ook een praktische reden: de studie is heel tekstueel, zonder al te veel
grafieken, dus ideaal voor een blind iemand. En eigenlijk ben ik op de universiteit blijven hangen
nadat ik cum laude was afgestudeerd. Ik schreef een open sollicitatiebrief omdat ik wist van een
vacature binnen de rechtenfaculteit. Mijn voordeel was dat mijn voormalige docenten me
moesten beoordelen; zij kenden me van het studentenleven en wisten dat ik een gedreven en
sociaal persoon ben. Dat ik blind ben, is nooit een issue geweest, ook niet voor mezelf. Mijn
secretaresse neemt de post met me door, verder zijn geen aanpassingen nodig. Ik vond het
moeilijker om als 23-jarige universitair docent voor leeftijdgenoten te staan. Daar heb ik echt
mijn weg in moeten zoeken.

Op de eerste dag van een nieuw studiejaar merk ik dat studenten soms overdonderd worden
door het feit dat ik niet kan zien, maar dat vergeten ze vervolgens al snel. Wanneer je
inhoudelijk sterk bent, verdwijnen dat soort futiliteiten naar de achtergrond. Bovendien zorgt mijn
hond Aafke dat het ijs snel breekt. Door mijn visuele beperking moet ik heel goed georganiseerd
zijn. Ik moet op tijd mijn teksten in braille laten omzetten, bijvoorbeeld, omdat anders de hele
planning in de soep loopt. Daardoor kan ik heel goed hoofd- van bijzaken onderscheiden. Dat is
voor mezelf heel prettig, maar ook voor de studenten.

Wie het niet van zijn ogen moet hebben, vertrouwt meer op zijn andere zintuigen. Ik pik heel
snel op wie van de studenten de stof nog niet onder de knie heeft door goed naar hun vragen te
luisteren. Een voordeel van niet kunnen zien, is dat ik niet bevooroordeeld ben. Elk jaar is er wel
een groep studenten die door hun houding aversie opwekken bij andere docenten. Bij mij wordt
zo'n groep een kudde makke schapen. Ik zie niet hoe ze erbij hangen en beoordeel ze daar dus
ook niet op, waardoor er geen spanningen zijn.

Ik denk dat ik door mijn blindheid ook respect afdwing. Dat studenten denken: goh, die heeft het
ver geschopt, ondanks haar handicap. Daardoor motiveer ik ze om ook het onderste uit de kan
te halen.

Elk jaar staat Esther steevast in de top drie van meest populaire docenten aan de Maastrichtse
rechtenfaculteit, vorig jaar eindigde ze zelfs op de eerste plaats. Drie studenten leggen uit
waarom.


Mara Biermans
„Tweemaal heb ik les gehad van Esther en beide keren was het een leuke ervaring. De eerste
keer was ik wel verrast door haar blindheid, maar dat vergeet je eigenlijk meteen, het is zo„n
gedreven mens! Er zijn wat kleine aanpassingen, bijvoorbeeld dat iedereen op een vaste plek
moet zitten zodat Esther snel onze namen kent. Bij andere docenten heeft iedereen een
naambordje voor zich. Ik vond trouwens dat ze heel snel onze namen wist, al na twee dagen!
Verder is er eigenlijk niet zoveel verschil met andere docenten. Of het moet zijn dat haar lessen
een stuk minder chaotisch zijn. Dat komt waarschijnlijk doordat iedereen graag mee wil werken
om Esther haar werk goed te laten uitvoeren. Als er veel geroezemoes is of mensen gaan door
elkaar praten, is het voor haar onmogelijk om les te geven. We houden daar rekening mee.
Voor veel studenten is ze een bewonderenswaardige vrouw. Ondanks haar blindheid heeft ze
onwijs veel bereikt, dat dwingt respect af.‟


Kimberley de Rijke
„Esther Crombag weet heel veel over het onderwerp dat ze doceert en ze kan die stof ook heel
goed uitleggen. Je snapt het direct. Er zijn docenten die een heel lang verhaal houden, waarna
je aan het eind denkt: maar waar ging het nu eigenlijk om?! Esther weet heel goed de
hoofdzaken te duiden en dat is erg prettig. En ze heeft een fantastisch gehoor. Ik herinner me
dat een aantal studenten elkaar onderling iets uitlegden. Ze pikte dat feilloos op en gaf hen een
toelichting op de stof.‟


Jan Swillens
„Vooraf google ik altijd mijn docenten en toen ik de cv van Esther las, was ik heel erg benieuwd.
Ik was onder de indruk van haar kennis over Staats- en Bestuursrecht. Wij kunnen even een
boek openslaan, maar zij moet alles in braille laten omzetten. En ook braille lezen vraagt weer
extra inspanning. Ze heeft een prettige manier van lesgeven. Andere docenten werken veel
meer met schema's. Omdat dit voor haar geen optie is, zet ze de informatie uit een schema om
naar een zeer gedetailleerd en gestructureerd verhaal. Dat vind ik een prettige manier. Ze merkt
het trouwens meteen wanneer iemand de stof niet snapt. Een ziende docent pikt dat op via
gefronste wenkbrauwen of verbaasde blikken van de studenten. Op de een of andere manier
voelt zij precies aan wie de stof nog niet beheerst.
Door Annemarie van den Hoven - Passend onderwijs: illusie of reële mogelijkheid?

In 2012 geven alle basisscholen in Nederland „passend onderwijs‟: onderwijs dat - ook! - past bij
kinderen met een (visuele) beperking. Iedereen doet mee, kan zichzelf zijn en zijn talenten
ontdekken en ontwikkelen. Een illusie of reële mogelijkheid? Iris zit aan tafel met politicus Metin
Çelik en Angelette Akkermans, een gedreven moeder.

Metin Çelik zit voor de PvdA in de Tweede Kamer en is woordvoerder basisonderwijs,
voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en beroepsonderwijs.
„Wij willen investeren! Die twee miljard die voor passend onderwijs gereserveerd staan, daar
komen we niet aan‟
Angelette Akkermans is moeder van een dochter met een visuele beperking en oprichtster van
de Stichting Mi ta stimabo, van en voor visueel gehandicapten en hun omgeving.
„Vaak is wat onmogelijk lijkt, in de praktijk alleen maar moeilijk‟

Stelling 1
Passend onderwijs is een illusie. De grootste gemene deler blijft namelijk het ijkpunt:
beleidsontwikkeling, architectuur, curriculum, activiteiten op school, … alles sluit aan bij 80
procent van de leerlingen, 20 procent heeft pech. Echt passend per individu wordt het nooit.

Metin Çelik „In die stelling zit een kern van waarheid. Maar dat neemt niet weg dat je alles moet
doen wat in je macht ligt om iedereen te bereiken. Mijn stelling luidt daarom: “Als de wil er is,
kan alles”. Het begint met verantwoordelijkheid nemen. Dat is niet altijd makkelijk, ook niet voor
leerkrachten. Maar dan zeg ik: je hebt bewust voor dit beroep gekozen en dit hoort er echt bij.‟

Angelette Akkermans „20 procent buiten de boot is veel te veel! Neem de mogelijkheden van de
kinderen als uitgangspunt en gelóóf daarin. Accepteer dat sommige dingen niet mogelijk of
anders zijn, maar denk niet: dat gaat niet lukken. Dat vraagt enorm veel, van de leerkrachten en
van de ouders. Mijn advies: smeed een bondgenootschap en bespreek de mogelijkheden met
elkaar. Dan kom je er samen achter wat wel kan. Val elkaar niet aan, maar vul elkaar aan. En
zie problemen niet als stoptekens, maar als wegwijzers. Successen op dit vlak laten bij
leerkrachten altijd een enorme indruk achter: wat hebben we met zijn allen veel gepresteerd! Ik
ben wel van mening dat leerkrachten veel meer dan nu het geval is, ondersteund moeten
worden: meer tijd en meer coaching. Hier zie ik een meer uitgebreide rol voor de ambulant
onderwijskundige begeleider. Als ouder heb ik ook altijd van alles aangepakt om leerkrachten
de kracht te geven mijn dochter te ondersteunen. Zo zat ik in de medezeggenschapsraad, de
ouderraad en hielp ik op school met knutselen.‟

Stelling 2
Passend onderwijs is een illusie. Zaken als ambulante onderwijskundige begeleiding en
software om lesmateriaal te digitaliseren en om te zetten in gesproken woord zijn namelijk
voorwaarden voor integratie. Er moet zoveel bezuinigd worden dat dit alleen beschikbaar blijft
voor mensen die het zelf kunnen betalen.

Angelette Akkermans „Vaak is wat onmogelijk lijkt, in de praktijk alleen maar moeilijk.
Bezuinigen kan mensen ook creatief maken. Nu ouders en scholen tot elkaar veroordeeld zijn,
hoop ik dat ze blijven focussen op de mogelijkheden om te voorkomen dat leerlingen tussen de
wal en het schip geraken. Het gaat niet alleen om geld; wilskracht, gedrevenheid en
betrokkenheid spelen een minstens zo grote rol.‟

Metin Çelik „Dit is een politieke vraag. In het verkiezingsprogramma van mijn partij staat: niet
bezuinigen op onderwijs. Wij willen juist investeren! Die twee miljard die voor passend onderwijs
is gereserveerd, daar komen we niet aan. Een grote ambitie - want dat is het - slaagt alleen als
je stand houdt, en niet na twee jaar weer moet opbreken. En vergeet niet: dit idee komt uit het
onderwijs zelf; dat soort initiatieven moet je koesteren.‟

Stelling 3
Onderwijs kan passend gemaakt worden, maar dat betekent nog niet dat de leerling op alle
vlakken deel uitmaakt van de groep…

Metin Çelik „Ik denk dat het vermogen van kinderen om verschillen te accepteren veel groter is
dan we vaak denken. In elke klas zijn er meerdere kinderen die, om welke reden dan ook,
anders zijn. Voorwaarden zijn wel: een goede begeleiding, betrokkenheid en vertrouwen.‟

Angelette Akkermans „Het is goed om van jongs af aan te leren wat diversiteit is. Ieder kind
heeft zijn mogelijkheden en capaciteiten. En inderdaad, de houding van de leerkracht is daarbij
essentieel! Overigens ben ik van mening dat het voor de empowerment van kinderen met een
visuele beperking die regulier onderwijs volgen, goed zou zijn om elk jaar twee of drie weken in
een regionale instelling te verblijven. Om erachter te komen dat zij niet de enige zijn en om
specifieke vaardigheden te trainen, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit en ICT. Als de
ouders de eerste en laatste dag meelopen, kunnen ook zij ervaringen en tips uitwisselen.
Gedreven ouders krijgen veel voor elkaar; zij zijn elkaars voorbeelden. In Noorwegen gebeurt
dit al.‟

Stelling 4
Passend onderwijs zou moeten betekenen: een leven lang passend kunnen leren. In aansluiting
op je wensen, behoeften en talenten en op de eisen die je werk je stelt. Het passend onderwijs
vanaf 2012 is te beperkt om ervoor te kunnen zorgen dat iedereen met een (visuele) beperking
het beste uit zichzelf haalt.

Metin Çelik „De overheid heeft de plicht voor al haar onderdanen te zorgen. Iedereen, ook
mensen met een beperking, moet dezelfde mogelijkheden hebben, of het nu gaat om
toegankelijke trottoirs, openbaar vervoer of onderwijs. Voor het onderwijs ligt de prioriteit nu bij
het kind: laten we ervoor zorgen dat het zo regulier mogelijk onderwijs kan volgen. Ik realiseer
me dat dat kind in zijn volwassen jaren nog steeds met beperkingen zal worden geconfronteerd.
Om die op te heffen, zullen we alle schakels nodig hebben: de overheid, het onderwijs, de
ouders en het kind.‟

Angelette Akkermans „Ik heb steeds moeten vechten om mijn kind op een reguliere school te
krijgen. Want er is leerplicht, maar nog steeds geen leerrecht! Ik ben ervan overtuigd dat als je
op de basisschool de juiste mogelijk heden aangereikt hebt gekregen en je goed geworteld
bent, je ook als volwassene je kansen beter kunt grijpen. En denk nooit: ze weten het wel. Mijn
ervaring als ouder is dat je nooit teveel kunt uitleggen. Onlangs zei een leer kracht tegen mij: ik
ben blij dat jullie er waren; ik heb nu opnieuw een leerling met een visuele beperking en ik zie
kansen.‟

reactie Menno Schaap
Menno Schaap (27), student fiscale economie en recht, is sinds 2005 blind
„Metin Çelik en Angelette Akkermans vinden elkaar op zeer positieve wijze. Beiden zetten wil,
mogelijkheden en vertrouwen centraal. Passend onderwijs hoeft niet te leiden naar een pasklare
oplossing waar iedere burger recht op heeft. Het kan als raamwerk dienen waarbinnen het kind,
de ouders en de leerkracht invulling geven aan goed onderwijs en waarbij de overheid
voorwaardenscheppend optreedt. En dit alles binnen een cultuur waarin denken in
mogelijkheden centraal staat.‟
digitale leermiddelen - die W3C-criteria zijn er niet voor niets!

Door Joke van der Leij
Digitale leermiddelen rukken op in het onderwijs. Ze zijn heel aantrekkelijk, maar meestal niet of
minder goed toegankelijk voor blinde of slechtziende leerlingen en studenten. Iris brengt met
vier experts de knelpunten in kaart en bespreekt hoe de leermiddelen beter moeten én kunnen.

Nee, nieuw is het allemaal niet. Al in 2006 luidde de stichting Accessibility de noodklok bij het
Ministerie van OC&W over de ontoegankelijkheid van online studie-informatie in het hoger
onderwijs. En in 2008 bracht Viziris de ontoegankelijkheid van digitale leermiddelen in het
basisonderwijs onder de aandacht van toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma met het
manifest „Samen lezen, samen leren, samen werken‟. Accessibility startte eind 2009 opnieuw
een onderzoek naar de toegankelijkheid van onderwijs, mede vanwege de wel erg gunstige
uitkomsten van onderzoeken van de Onderwijsinspectie en het Kohnstamm-instituut.

Achteruitgang
De uitkomsten van dit laatste Accessibility-onderzoek bleken schokkend: in 2010 voldoet geen
van de 59 onderzochte publieke web-sites en onderwijssystemen van alle openbare
onderwijsinstellingen voor hoger onderwijs aan de minimale toegankelijkheidseisen van het
World Wide Web Consortium (W3C). „De situatie is nog erger dan in 2006‟, stelt Eric Velleman,
technisch directeur van de stichting Accessibility. „Al in 2006 beloofde de toenmalige minister
van OC&W dat ze de problemen in twee jaar zou oplossen. Dat is dus niet gebeurd. En voor het
basis- en voortgezet onderwijs is de situatie al niet veel beter. Daarom lopen studenten en
leerlingen nog steeds enorme studievertragingen op, kiezen zij noodgedwongen voor een studie
of schooltype op een lager niveau of haken zelfs helemaal af.‟

De standaard: filmpjes en plaatjes
De belangrijkste problemen vloeien voort uit recente ontwikkelingen in het onderwijs waarin de
zogenaamde elektronische leeromgeving (ELO) een centrale rol speelt. In zo‟n omgeving
maken leerlingen en studenten bijvoorbeeld gebruik van online leermiddelen als webpagina‟s,
plaatjes, filmpjes, pdf-documenten of externe bronnen zoals websites. „Daarbij wordt gewerkt
met een digitaal schoolbord‟, legt Roel van Houten uit. Hij is beleidsmedewerker ICT en
Lectuurvoorzieningen bij Viziris. „Met zo‟n bord kun je via een beamer beeld laten zien. Zo kan
een docent in de klas bij een aardrijkskundeles een filmpje laten zien over een stad in Duitsland.
Leerlingen moeten dan bijvoorbeeld antwoord geven op de vraag hoeveel uitvalswegen je ziet
als je naar de kaart kijkt. Zo‟n opdracht is voor een blinde of ernstig slechtziende leerling zonder
alternatieve presentatiewijze niet uit te voeren.‟
Velleman: „Uitgevers van leermiddelen concentreren zich tegenwoordig bijna uitsluitend op de
ontwikkeling van webbased leermateriaal. Met links naar externe bronnen zoals webpagina‟s en
online leerstof, dit alles vaak voorzien van animaties, simulaties en videomateriaal. Allemaal
zeer visueel gericht en dus niet of minder toegankelijk voor blinde of slechtziende leerlingen.
Probleem is ook dat webbouwers en ontwikkelaars die deze webbased leermiddelen maken,
meestal niets van toegankelijkheid weten. En áls ze er al van gehoord hebben, dan bestaat hun
kennis meestal uit negatieve vooroordelen. Dat toegankelijke webbased leermiddelen en sites
alleen maar saai worden bijvoorbeeld, of dat blinden en slechtzienden uitsluitend gebruik maken
van browsers uit het stenen tijdperk.‟

Geen druk
„Probleem is ook dat de overheid het gebruik en de productie van toegankelijke digitale leer
middelen niet verplicht stelt‟, vult Henk Snetselaar aan. Hij is ICT-adviseur en coördinator bij
Bartiméus Onderwijs en geeft via Eduvip digitale ondersteuning aan blinde of slechtziende
leerlingen en studenten in het reguliere en speciaal onderwijs. „Uitgeverijen laten
toegankelijkheid dus liggen.‟ „Het kost natuurlijk ook geld‟, stelt Van Houten op zijn beurt.
„Uitgevers moeten hun productieproces aanpassen en extra investeren. En daartoe zullen zij
zeker in onze huidige economische crisis niet vanzelf bereid zijn.‟ Leerlingen en studenten
moeten ook steeds meer samen werken op elektronische onderwijssystemen. Een extra risico
voor toegankelijkheid, vindt Velleman: „En dan hebben we het alleen nog maar over het nu. Op
het digitaal schoolbord van de toekomst kunnen meerdere leerlingen tegelijk werken op een
multitouchscreen en verschillende media tegelijk gebruiken. Bij diezelfde aardrijkskundeles van
daarnet zoekt de ene leerling een topografische kaart, kijkt de andere leerling of er
onlinelivebeelden van een bepaalde omgeving beschikbaar zijn en zet een derde de gevonden
informatie alvast in een onlinedatabase. Op dat soort ontwikkelingen moet je nu al inspelen.‟

Scholing en voorlichting
Knelpunten genoeg dus. Maar wat moet er gebeuren om de huidige situatie te verbeteren?
Velleman: „De overheid moet actief gaan aansturen. Zorg dat je aan schoolleiders, uitgevers,
websitebouwers en -ontwikkelaars van digitale leermiddelen uitlegt wat het recht op
toegankelijkheid betekent voor de inrichting van die leermiddelen. In feite zou je webbouwers al
tijdens hun opleiding en bijscholing vertrouwd moeten maken met de W3C-
toegankelijkheidseisen. Zodat ze deze eisen standaard in hun werk toepassen.‟
„Belangrijk voor de toegankelijkheid van digitale leermiddelen is ook dat de vormgeving los staat
van de inhoud‟, aldus Van Houten. „Voor blinde en slechtziende leerlingen is een sobere
presentatie nodig waarbij je stap voor stap werkt aan het bereiken van leerdoelen. Het mooie is
dat leerlingen met adhd, een autistische spectrumstoornis of dyslexie daar ook baat bij hebben.‟
Velleman: „En er zijn meer voordelen als je W3C-richtlijnen toepast. Een applicatie of website
werkt dan beter voor iedereen en is ook direct klaar voor gebruik in andere browsers en
modaliteiten zoals smartphone of iPad. Door standaarden te volgen, werkt alles over vijf jaar
nog, ook op nieuwe apparaten. Dat scheelt weer in onderhouds- en beheerkosten. Eigenlijk
vreemd dat toegankelijkheid in tijden van crisis niet bovenaan de agenda van elke ICT-afdeling
staat.‟

Op naar een landelijk kennisnet
Nog een advies voor de overheid: „Faciliteer de oprichting van één landelijk kennisnet voor ICT
en onderwijs voor leerlingen en studenten met een visuele beperking‟, zegt Henk Snetselaar.
„Met een helpdesk waar mensen met verstand van zaken concrete ondersteuning kunnen
bieden. Zodat scholen en instellingen niet alles zelf hoeven uit te vinden en alle kennis over ICT
en onderwijs op één plek beschikbaar is.‟
Dick Lunenborg is het daarmee eens. Hij is onderwijstechnoloog bij Bartiméus en
kennisnetambassadeur. „Op zo‟n landelijk kennisnet kun je bijvoorbeeld een overzicht geven
van welke methodes je voor welke vorm van slechtziendheid kunt gebruiken. En hoe je
methodes kunt aanpassen. Daarmee help je scholen en vergroot je tegelijkertijd de
bewustwording rond toegankelijkheid.‟
De vier experts pleiten hier dus voor meer druk vanuit de overheid. „Leg de verantwoordelijkheid
voor toegankelijkheid niet uitsluitend bij het werkveld. Regel dit bij wet en zorg daarnaast voor
slimme acties. Je kunt als overheid bijvoorbeeld besluiten alleen digitaal lesmateriaal te
vergoeden dat voldoet aan de internationale W3C-criteria voor toegankelijkheid. En biedt vooral
ook concrete ondersteuning in de vorm van voorlichting en scholing. Zo stimuleer je uitgevers
om toegankelijke digitale leermiddelen te produceren en onderwijsinstellingen om deze te
gebruiken.‟

Aan de slag
„In het in maart 2010 verschenen rapport van de Commissie-Maatstaf staan concrete
aanbevelingen om toegankelijker onderwijs te verwezenlijken‟, vertelt Velleman. „Behalve voor
de oprichting van een landelijk kenniscentrum en zorg voor goede scholing en voorlichting pleit
de commissie ook voor een accreditatiestelsel. Toegankelijkheid wordt dan een van de
elementen waarop een school of universiteit wordt getoetst voor de accreditatie. De uitvoering
van alle aanbevelingen uit dit rapport zou een enorme stap vooruit zijn. Aan goede bedoelingen
heeft het tot nu toe niet ontbroken. Nu komt het aan op daden.‟

reactie Marloes Denekamp
Marloes Denekamp (23), Pabostudent, heeft sinds haar zevende een kunstoog. Met haar
linkeroog ziet ze 80%.
“Colleges volg ik op digitale school borden en ik werk met ELO, zoals beschreven in dit artikel.
Die website is voor mij goed toegankelijk. Twee dagen per week loop ik stage bij een basis
school. Daar geef ik les met een digitaal schoolbord. Dan zorg ik dat ik geen last heb van mijn
blinde hoek; ik heb over zicht over het bord en kan goed communiceren met de leerlingen."


4 jaar lang toezeggingen leveren: 6 jaar achteruitgang!

2006
Onderzoek geeft aan dat een groot deel van de studie-websites voor het hoger onderwijs
ontoegankelijk zijn, Stichting Accessibility alarmeert het Ministerie OC&W

2008
Viziris manifest: „Samen lezen, samen leren, samen werken‟ naar staatssecretaris van
onderwijs Sharon Dijksma

2010
Stichting Accessibility: geen één van de 59 onderzochte publieke websites en
onderwijssystemen voldoen meer aan de minimale toegankelijkheidseisen van het W3C!


Meer weten over de toegankelijke elektronische leeromgeving? Kijk op www.eduvip.nl
Alles over de Commissie Maatstaf, toegankelijkheid en de criteria van W3C vindt u op
www.accessibility.nl

reactie Malmberg - Financiën knelpunt
„Bij het ontwikkelen van onze methoden houden we veel rekening met de verschillende
leerniveaus van leerlingen. Zo krijgen leerlingen op hun eigen niveau reken- en leesoefeningen
aangeboden en ze worden ook op hun eigen niveau getoetst. Hierbij volgt de les- en toetsstof
hun ontwikkeling. Waar mogelijk houden we ook rekening met beperkingen. Zo zijn er Daisy-
reader aanpassingen en binnen de Lekker Lezen-methode bestaat de mogelijkheid om teksten
voorgelezen te krijgen. We hebben een contract met Dedicon waardoor zij onze materialen
eenvoudig kunnen omzetten voor kinderen met een visuele beperking. Er blijven echter zaken
die we niet kunnen oplossen, omdat ze te duur zijn. Een landkaart met hoogtelijnen in reliëf
uitvoeren, bijvoorbeeld, is niet haalbaar. De ontwikkelingen rondom digibordsoftware gaan snel.
Leesbaarheid is een groot aandachtspunt en daar hebben we al veel kunnen verbeteren. Voor
wat betreft de vormgeving en kleurkeuze in boeken en voor de beeldschermen streven we naar
optimale leesbaarheid. Zo vermijden we in teksten de combinatie rood en groen. Bij applicaties
voor digiborden spelen ook zaken als contrast, lichtinval en de eigenschappen per merk bord.
Dergelijke zaken nemen we mee in onze testen. We overleggen af en toe met het ministerie van
OCW over leermethoden en nieuwe ontwikkelingen. We staan daarbij ook positief tegenover
verdergaande aanpassingen voor leerlingen met een (visuele) beperking, maar dat moet op alle
vlakken wel haalbaar blijken en blijven.„
Jan Willem Besselaar, marketing manager basisonderwijs bij Malmberg
nieuw
Website Microsoft Toegankelijk
Microsoft lanceert de website Microsoft Toegankelijk. Hiermee wil het bedrijf in Nederland de
komende tijd laten zien hoe Microsoft-producten op ieders situatie zijn aan te passen. Iedereen,
ongeacht leeftijd of beperking, kan de software dan optimaal gebruiken. Daarnaast gaat
Microsoft web- en softwareontwikkelaars helpen en stimuleren om toegankelijke eindproducten
te creëren. Door best practices te delen en kennis te vergroten over
toegankelijkheidsvoorzieningen in Microsoft-technologie en door samen met Nederlandse
partners te werken aan toegankelijkere ICT. De website speelt hierin een centrale rol, door het
bieden van voorlichting, hulp en praktische tips aan gebruikers, ontwikkelaars en partners.
Microsoft is de eerste marktpartij met een website die volledig voldoet aan de Webrichtlijnen
zoals opgesteld door de Nederlandse overheid. Deze gaan nog een stap verder dan de in het
artikel genoemde W3C-richtlijnen.
www.microsoft.nl/toegankelijk



reactie Open Universiteit
Aanpassen aan het individu „Als we studiematerialen ontwikkelen kijken we naar de leerdoelen
en hoe we die kunnen verwezenlijken. In dat stadium is er nog geen specifieke aandacht voor
studenten met een beperking. Dat doen we op individueel niveau, via onze Adviseur Studeren
met een functiebeperking. Voor studenten met een visuele beperking betekent dit bijvoorbeeld
dat zij zich via e-mail of chat kunnen laten begeleiden, dat studiemateriaal (via Dedicon) wordt
omgezet in braille, vergroot, gedigitaliseerd of ingesproken en dat zij tentamens mondeling
kunnen afleggen. Wat betreft de elektronische leeromgeving en onze website hebben we in
2003 de intentieverklaring Drempels weg van het ministerie van VWS ondertekend en het letten
op de toegankelijkheid van onze websites is in onze organisatie geïntegreerd. Onze filosofie is
dat we wetenschappelijke opleidingen toegankelijk maken voor mensen die niet aan het
reguliere onderwijs kunnen deelnemen. Bijvoorbeeld omdat zij een studie moeten combineren
met werk en gezin, vaak in het buitenland zitten of omdat de reguliere universiteiten niet
voldoende toegankelijk zijn. Voor de ondersteuning die wij bieden, ontvangen wij geen
specifieke subsidie van het Rijk. Zouden we een dergelijke subsidie wel krijgen, dan zouden we
bijvoorbeeld computers met een voorleesfunctie in onze studiecentra kunnen plaatsen zodat
studenten niet meer hun eigen laptop hoeven mee te nemen als ze tentamen doen. Er blijven
natuurlijk knelpunten bij het aanbieden van een studie-op-maat aan studenten met een
beperking. De Open Universiteit biedt zelfstudie, de mogelijkheden voor persoonlijke
begeleiding zijn dus beperkt. En bij cursussen op het gebied van informatica of kunst kan
gewoon niet alles voorgelezen worden. Het blijft bijzonder dat er altijd studenten zijn die er in
slagen om de cursus dan toch te volgen.‟

Miranda de Kort, woordvoerder Open Universiteit
Menno Schaap werd begin januari 2005 door een erfelijke oogaandoening visueel gehandicapt.
Dat was voor hem geen reden om een punt te zetten achter zijn studentenleven.
Door Maureen Welscher

„als ik straks ga solliciteren, heb ik een voorsprong‟

Toen Menno Schaap (27) plotseling vrijwel zijn gehele gezichtsvermogen verloor, zag hij dit als
reeks nieuwe uitdagingen. Een van die uitdagingen was hoe hij zijn studie opnieuw moest
oppakken, want grafieken en statistieken waren ondoenlijk voor hem geworden. Daarom stopte
hij met zijn studie finance en hij ging fiscale economie en recht studeren.
Menno: „Vijf jaar geleden kreeg ik ineens moeite met het lezen van kleine letters. Toen ik
uiteindelijk bij een oogarts terecht kwam, bleek het om een erfelijke aandoening van mijn
oogzenuw te gaan. De zenuw was dermate aangetast dat ik na vier maanden nog slechts een
gezichtsscherpte van drie procent had. Ik ben iemand die niet snel bij de pakken neer gaat
zitten, ik denk niet in problemen maar in oplossingen. Dus als eerste stelde ik me ten doel
mezelf wegwijs te maken binnen de wereld van blinden en slechtzienden. Dat betekende dat ik
vier maanden lang bij Visio Het Loo Erf braillelessen volgde en leerde lopen met een stok.
Natuurlijk heb ik af en toe een dip gehad, mezelf zitten afvragen waarom juist mij dit moest
overkomen. Maar eigenlijk heb ik mijn visuele handicap nooit als een zware last gezien. Nee,
het is niet leuk om niet te kunnen zien, maar het schept wel nieuwe uitdagingen om je leven
opnieuw in te richten.

Mijn voornaamste zorg was: hoe gaat het nu met mijn studie verder?! Hoe ga ik studeren en wat
ga ik studeren. Tot mijn verbazing waren er maar heel weinig blinde jongeren die aan een
universiteit studeren. Geen flauw idee waar dat aan ligt. Gelukkig hoorde ik via via over een
aantal jongens dat in mijn richting en op mijn niveau had gestudeerd en die heb ik benaderd
voor tips. Een ander probleem was de software waar je als visueel gehandicapte mee kunt
werken. Je bent afhankelijk van de ervaring van anderen en dan neem je dat over. Er is heel
weinig informatie over hulpmiddelen die je leven makkelijker en praktischer maken. Samen met
een eveneens visueel gehandicapte vriend heb ik daarom het project wikiblind.org opgestart. Dit
is een online platform waar visueel beperkte gebruikers ervaringen en kennis kunnen delen. Ik
heb mijn studie omgegooid en ben fiscale economie en recht gaan studeren. Dat lag heel dicht
bij mijn interessegebied en de studie bevatte nauwelijks grafieken en statistieken. In mijn ziende
periode had ik al twee vakken wiskunde afgerond maar voor mijn curriculum moest ik nog een
wiskundevak volgen. Dat was een probleem, want al die statistische formules waren ondoenlijk
en er bestond geen brailleboek van. Uiteindelijk heb ik via Dedicon iemand bereid gevonden om
de formules om te zetten in tekst. Mijn tentamen werd vervolgens voorgelezen door de docent.
Uiteindelijk ben ik met een negen geslaagd. Ik wil hiermee maar zeggen dat een visuele
beperking geen beperking hoeft te zijn. Je moet je natuurlijk dubbel zo hard inzetten als iemand
die niet visueel gehandicapt is en ik heb heel hard moeten werken om te zijn waar ik nu ben. Ik
heb twee afgeronde bachelors economie en rechten en zit nu in de afrondingsfase van mijn
masteropleiding fiscale economie en recht. Ik werk momenteel aan mijn scriptie. Achteraf ben ik
verbaasd over wat eigenlijk nog mogelijk is met of ondanks deze handicap. Ik fitness nog
steeds, wil straks het roeien weer oppakken en ga af en toe samen met een vriend hardlopen. Ik
ben heel gelukkig met het leven dat ik nu leid. Ik doe de dingen die ik wil doen en heb een groot
sociaal netwerk. Ik ben ook niet zo'n voorstander van een lotgenotenclub hoewel ik wel lid ben,
zij het passief. Het woord heeft iets slachtofferigs in zich en zo ik voel me absoluut niet. Ik denk
dat ik straks een voorsprong heb op andere jongeren die op dezelfde baan solliciteren, want ik
heb van mijn zwakke punt een heel sterk punt gemaakt. Oké, ik kan niet zien, maar ik kan des
te beter luisteren. In het vak waar ik straks wil werken, de fiscale advieswereld, is dat een enorm
pluspunt. Ik heb laten zien dat ik over doorzettingsvermogen beschik en ik heb een stuk
levenservaring die andere jongeren missen.‟
Iris ziet…

wandelen in de Biesbosch
Vanuit het Biesbosch Museum in Werkendam kunnen ook mensen met een visuele beperking
het natuurgebied De Pannekoek beleven. De route van 600 meter staat aangegeven op een
reliëfkaart. Het pad bestaat uit betonnen platen; struikelen is geen optie en met de stok is de
route eenvoudig te volgen. Wie wil, maakt gebruik van een geluidsdrager met extra informatie
en opdrachten.
www.biesboschmuseum.nl onder [wandelroutes]


Week van de Toegankelijkheid: sport en bewegen voor iedereen!
Sport en bewegen: dat is leuk en gezond. De Week van de Toegankelijkheid (8 t/m 15 oktober
2010) maakt zich daarom sterk voor een optimale toegankelijkheid van sportaccommodaties en
sportclubs. Vrijdag 15 oktober is de Dag van de Witte Stok. Bartiméus laat deze dag van zich
horen, samen met sporters met een visuele beperking. En als afsluiting van de Week van de
Toegankelijkheid organiseert Bartiméus op zaterdag 16 oktober de Bartiméus Fit Loop. U bent
van harte welkom op atletiekbaan Atverni in Nieuwegein - ook als hardloop-buddy.


Catherine Field is doof, blind en moeder
De Britse Catherine Field heeft er nooit aan getwijfeld dat ze moeder zou worden. Ook al was
ze doof en verloor ze langzaam maar zeker haar gezichtsvermogen. Haar partner Simon, ook
doof, had wel zijn twijfels en Catherines ouders, zo vertelt ze, konden zich er niets bij
voorstellen. Inmiddels zijn de dochters van Catherine en Simon zeven en tien jaar oud, beiden
zonder beperking.
Catherines verhaal leest u via www.express.co.uk/posts/view/182704/


een dagje weg?
Een willekeurige zondagochtend. „Wat gaan we doen vandaag?‟ De website www.dagjeweg.nl
biedt inspratie en geeft vervolgens informatie over binnen- en buitenactiviteiten, een dagje uit in
stad, op het platteland of op het water. Voor elke activiteit staat ook omschreven wat bekend is
over de toegankelijkheid. Niet vermelde informatie of correcties daarop kan iedereen melden bij
de webmaster.


openbare bibliotheek altijd dichtbij
De Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) en de Nederlandse Luister- en Braillebibliotheek
(NLBB) zijn de oprichters van het Loket aangepast-lezen. Dit loket maakt de voorzieningen van
de openbare bibliotheek toegankelijk voor mensen met een visuele beperking of leeshandicap.
Bovendien stelt het openbare bibliotheken in de gelegenheid deze mensen van dienst te zijn.
Het Loket is digitaal toegankelijk via www.aangepast-lezen.nl en www.leeshandicaps.nl
de beste combi studie en beperking
Op www.studiekeuze123.nl (zie de snelvergelijker „Handicap en studie‟) staat een overzicht van
de instellingen die volgens studenten met een beperking het beste scoren op bijvoorbeeld
voorlichting en hulpmiddelen. Vanuit de Nationale Studentenenquête krijgen degenen die
aangeven een beperking te hebben, extra vragen voorgelegd. Per onderwerp, zoals „Curriculum
aanpassing‟ of „speciale begeleiding‟ gaven zij een rapportcijfer.
Ook via www.keuzegids.org [Extra studiekeuze-informatie] en [Studeren met een handicap] is
dergelijke informatie te vinden.


meer geld voor meer werkplekken
Minister Donner heeft een half miljoen euro subsidie toegekend aan Maatschappelijk
Verantwoord Ondernemen Nederland (MVO Nederland). Hiermee moet deze organisatie meer
mensen met een arbeidsbeperking aan werk helpen. MVO Nederland is door de werkgevers
organisaties VNO NCW en MKB Nederland aangewezen om duurzaam ondernemen te
stimuleren. Het heeft een netwerk van ruim 100.000 ondernemers. Onder hen bevinden zich 16
grote ondernemingen die deelnemen aan het project „Toonaangevende werkgevers‟. Zij helpen
Wajongers en Wsw‟ers aan het werk en stellen hun praktijkervaringen beschikbaar. Het is de
bedoeling dat MVO Nederland dat aantal volgend jaar uitbreidt naar minimaal 24 en ook
ondernemingen uit het midden en kleinbedrijf weet te betrekken bij dit project.
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, www.szw.nl


hebt u de beste ogen van Nederland?
Nog tot en met eind oktober kunt u op de website van het Oogfonds uw ogen testen. Met deze
ludieke test vraagt het Oogfonds aandacht voor de vroegtijdige ontdekking van een
oogaandoening. Vision 2020 Netherlands heeft namelijk berekend dat in Nederland vroegtijdige
ontdekking en behandeling bij naar schatting 70 procent van de gevallen ernstige
slechtziendheid en blindheid kan afremmen of voorkomen. Het Oogfonds roept op
veranderingen in het gezichtsveld (zoals: flitsen of vlekken, dubbelzien met een oog) serieus te
nemen en een oogarts te consulteren.
www.oogfonds.nl


iris feliciteert

sportschool Fytac Fit met haar geslaagde spinningmarathon
Op 14 augustus jl. fietsten 28 deelnemers van Fytac Fit Zwartewaterland gedurende 3 uur in
totaal 529 euro bij elkaar voor KNGF Geleidehonden. Het was mooi weer, dus de deelnemers
konden de inspanning op hun stilstaande fi etsen buiten leveren, aan de Kaai in Hasselt.

Annemiek met haar boek „+23, een revalidatieproces in beeld‟
Ruim drie decennia lukte het Annemiek van Munster om te ontkennen dat ze een beperking
had. Haar oververmoeidheid maakte haar uiteindelijk duidelijk dat kijken haar zoveel energie
kostte, dat ze
op een andere manier zou moeten gaan leven. Dat startte met het accepteren van haar
beperking en ze leerde veel handelingen te doen zonder te kijken. Hiervoor verbleef Annemiek
in een revalidatiecentrum. Die periode beschrijft ze in haar boek „+23, een revalidatieproces in
beeld‟. Vijf dagen per week kreeg ze er computertraining, mobiliteits- en oriëntatielessen, advies
over hulpmiddelen en psychosociale ondersteuning. U kunt Annemieke‟s boek lezen en
beluisteren als Daisyboek, voorgelezen door actrice Isa Hoes. Annemieke‟s debuut is
gerealiseerd door een jonge stichting: Zicht in Zicht. Deze organisatie wil meer bekendheid
geven aan slechtziendheid en slechtzienden.
www.zichtinzicht.nl

Achmea met haar inzet voor „diversiteit‟
Verzekeringsmaatschappij Achmea heeft te kennen gegeven met haar 22.000 werknemers
meer een afspiegeling te willen zijn van de samenleving. Zo is er een project om vluchtelingen
aan het werk te krijgen en zijn 30 werkervaringsplekken gecreëerd voor mensen met een
arbeidsbeperking. Bovendien heeft Achmea geregeld contact met Visio Het Loo Erf in
Apeldoorn om gezamenlijk meer blinden en slechtzienden aan een baan te helpen.
Bron: De Stentor, Apeldoorn

Sander met zijn Cappies Award 2010
Sander Smale (10) uit Markelo won de Cappies Award 2010. Dit talentenprogramma van de
TROS geeft kinderen met een beperking de kans te laten zien wat ze allemaal willen en kunnen.
Sander wil graag zanger worden, ondanks dat hij vanaf zijn geboorte blind is. Hij heeft laten zien
en horen dat hij dit talent bezit en zette een indrukwekkend optreden met Thomas Berge neer.
Deze beloofde hem een gezamenlijk optreden. Sander is het komende jaar NSGK Kinder
ambassadeur. Hij zou graag willen dat musea hun collecties beter toegankelijk maken voor
kinderen zoals hij.
www.cappies2010.nl


deelnemers en organisatie van WK Zwemmen in Eindhoven
Aansluitend op het WK Zwemmen in Boedapest, startte op 15 augustus in Eindhoven het WK
Zwemmen voor gehandicapten. Omdat de ver scheidenheid aan beperkingen groot is, maakt de
gehandicaptensport gebruik van een (functioneel) classifi catiesysteem. Dit moet garant staan
voor een gelijkwaardige strijd. Het Nederlandse team veroverde elf medailles, waaronder twee
gouden van Marlou van der Kulk.
Bron: www.gehandicaptensport.nl


Iris 4 staat voor sport
Sport en bewegen is voor iedereen gezond. Iris ervaart sporten als een sociale gebeurtenis
waarbij ze middenin de samenleving staat. Veel mensen met een (visuele) beperking staan
sportief gezien aan de kant. Zij doen niet mee. Goed dus dat van 8 tot en met 15 oktober de
Week van de Toegankelijkheid als thema heeft „Sport en bewegen voor iedereen‟, inclusief de
Dag van de Witte Stok op de 15e. In het verlengde hiervan gaat Iris voor het volgende nummer
op deze plek al uit de startblokken met de vraag om mee te denken en oplossingen en goede
voorbeelden aan te dragen. Hebt u ideeën over hoe mensen met een (visuele) beperking
gemakkelijker aan sportactiviteiten kunnen deelnemen? Hebt u voorbeelden van activiteiten
waar iedereen aan deel kan nemen? Bent u bij een vereniging betrokken waar mensen met en
zonder (visuele) beperking lid van zijn?
Stuur Iris per omgaande uw ideeën en voorbeelden, in tekst en/of beeld (deadline: 30 oktober).
Uw bijdrage ziet u wellicht terug in de komende Iris en u maakt bovendien kans op een van de
tien exemplaren van het boek „+23, een revalidatieproces in beeld‟ van Annemiek van Munster
(zie artikel op deze pagina).
iris@bartimeus.nl
column vincent bijlo

opstel
datum: 8 december 1978

Ik ben Vincent Robert Bijlo en ik zit in klas 1A van het St. Vituscollege in Bussum. Dat is een
brugklas, we hebben twee brugklassen en dan ga je naar het HAVO of het VWO. Naar het
MAVO kan ook, maar dan moet je van school af, want die is hier niet.
Ik ga nooit meer naar de MAVO, dat weet ik zeker. Ik kom er net af. Ik zat op het blindeninstituut
op het MAVO, dat was niet zo leuk, heel erg saai ook en ik had niet zoveel te doen maar toch
zeiden ze dat ik steeds huiswerk moest maken. Dat deed ik niet, maar ik heb wel allemaal
dictaten geleerd, de rechterhandregel van Maxwell en de wet van Ampère en zo, nou, die ken ik
dan vast.

Het is hier echt heel anders. Daar zaten we met 3 kinderen in de klas, hier met 30. Je hebt hier
ook geen blinde leraren. Dat is jammer, want die waren leuk. Dan liepen we heel zacht de klas
uit, terwijl de leraar gewoon bleef doorpraten, en de laatste gooide dan heel hard de deur dicht.
Dat was echt lachen, maar dat kan hier dus niet, omdat ze kunnen zien. Ik heb al een tien en
vier negens, dat vind ik niet zo leuk want de anderen doen daar stom over. Ik probeer echt zo
laag mogelijke cijfers te halen mar dat lukt gewoon niet.
Ik zit naast Barbara, die is heel lief maar ze wipt wel de hele dag, op haar stoel. Gisteren viel ze
achterover, maar ik had net mijn arm achter haar stoel dus ik ving haar op. Ik ben geloof ik
verliefd op haar, tenminste, dat zegt iedereen. De jongens zeggen dat ze heel lelijk is, maar dat
maakt mij niet uit. De jongens zijn belachelijk. Die doen nog tikkertje in de pauze. Daar kan ik
niet aan meedoen, maar ik wil het ook niet want het is kinderachtig. Ik ga altijd bij de meisjes
staan, die doen tenminste normaal.
Ik heb Barbara braille geleerd en zij mij ziendenschrift. Ik heb haar naam op alle tafels
geschreven waar we aan hebben gezeten.
Alle boeken zijn ook in braille en de profwerken ook. Die brailleren ze op het blindeninstituut. Ik
maak ze op de piegt, zo heet de braillemachine, en dan zetten ze ze daar weer om in het
ziende.
Ik vind dat alle blinden naar de ziendenschool moeten eigenlijk, want dat is veel beter voor ze
omdat ze dan tussen de normale kinderen zitten. Maar ze moeten zich niet laten pesten, dat
doe ik ook niet. Als een jongetje mij een klap geeft en keihard lachend wegrent zeg ik: “Wat ben
jij een miezerig klootzakje, ik zie je niet eens.” Daar moeten de anderen erg om lachen.
Ik wil later journalist worden, en Jood, maar dat schijn je niet te kunnen worden, dat ben je of
dat ben je niet. Ik wilde Jood worden omdat ik het allemaal zo zielig voor ze vond, wat ze
hadden meegemaakt. Toen dacht ik, als ik er nou een ben, dan kan ik de anderen beter
troosten.
Ik ben echt heel blij dat ik naar de ziendenschool mocht, maar ik ben vorige wek wel in de vijver
gevallen hier, de Kom van Biegel, zo heet die vijver, die is een soort park waar we ons brood
opeten. Toen mocht ik naar huis en Nescafé. Ik heb nu een tussenuur want meneer Sperma, o
nee Bersma is ziek. Ik hou van Barbara en ik ga nu een gedicht voor har schrijven, daarom kap
ik er nu mee. Daaaaaaaag!!!!!

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Stats:
views:33
posted:11/28/2010
language:Dutch
pages:19