Altijd prijs bij Achmed by fjwuxn

VIEWS: 346 PAGES: 41

									Geachte docent

U heeft zojuist een bestand geopend met experimenteel lesmateriaal voor Havo,
dat is gebruikt in de pilot voor het nieuwe economieprogramma. Dit lesmateriaal
kunt u naast uw lesmethode gebruiken om opgaven (of series van opgaven) in te
zetten of bijvoorbeeld als toetsmateriaal te gebruiken. Dit materiaal is "in
ontwikkeling", dat wil zeggen dat hier nog steeds aan wordt gewerkt, zodat we
onze leerlingen beter kunnen bedienen en/of de mogelijkheden van ons
programma nog optimaler kunnen benutten. Wij stellen het dan ook zeer op prijs
indien u uw ervaringen met ons zou willen delen. Verbeteringen, aanvullingen,
noem maar op. U doet ons en uw collega's in het land hier een groot plezier mee.
Vanzelfsprekend stellen wij het ook zeer op prijs indien u ons uw ideeen, toetsen,
PTA's, experimenten etc. laat zien. U kunt al uw ideeën, opmerkingen en/of
bevindingen mailen naar

Peter Voorend:           p.voorend@broklede.nl
Job van Schuppen:        J.vanSchuppen@clv.nl
Sjef Rosier:             SRs@jpthijsse.nl
Marc den Elzen:          marcdenelzen@gmail.com
                                2
Altijd prijs 2A...




                     Altijd prijs bij Achmed

          Consumentengedrag




HAVO
Economie
2008 - 2009
Versie 2
                                                     3
Altijd prijs 2A...


                                                Inhoud
            Inhoud.....................................................................   pag.    2
            Voorwoord...............................................................      pag.    3
    1.1     Economie is kiezen....................................................        pag.    4
    1.2     Schaarste................................................................     pag.    8
    1.3     Budgetlijn................................................................    pag.   10
    1.4     Contextopgaven.........................................................       pag.   14
    2.1     De vraag.................................................................     pag.   17
    2.2     De vraaglijn.............................................................     pag.   20
    2.3     Het consumentensurplus............................................            pag.   22
    2.4     Het consumentensurplus nader bekeken......................                    pag.   27
    2.5     Het verschuiven van de vraaglijn.................................             pag.   36
    3.1     Prijselasticiteit van de vraag........................................        pag.   41
    3.2     Gebruik maken van elasticiteiten.................................             pag.   50
    3.3     Inkomenselasticiteit van de vraag................................             pag.   57
    3.4     Contextopgaven........................................................        pag.   61
                                          4
Altijd prijs 2A...


Voorwoord
Voor je ligt het eerste werkboek 4 havo voor het vak algemene economie.
Dit werkboek en de werkboeken die volgen zijn speciaal geschreven voor het
nieuwe economie programma voor de tweede fase.

Bij het vak economie werken we met een tekst- en werkboek in een.
In dit werkboek staat dus niet alleen de stof die je moet leren voor het proefwerk en
examen maar staan ook de opdrachten die je moet maken voor de volgende les.
Een deel van deze opdrachten kan je in het werkboek maken, een groot deel van de
opdrachten echter dienen gewoon in een schrift (multomap) gemaakt te worden.
Je gebruikt dus een map en deze heb je samen met de lesbrief elke les bij je.
Zonder je economie boek en schrift heb je niets in de les te zoeken. Wie te vaak zijn
spullen 'vergeet' mag zich melden en de les een andere keer overdoen.
Gedurende de periode zijn er controle momenten en toetsjes die je P-cijfer gaan
vormen. Als je je werk verstandig en op tijd doet en je haalt je tussentoetsjes dan
kan je met je P-cijfer je proefwerkcijfer wat ophogen.
De controle momenten staan in je studiewijzer of worden van te voren
aangekondigd en voor de tussentoetsen geld hetzelfde.
Heb je je spullen niet bij je of "wist je niet dat er afgetekend werd?", dan is het
pech gehad. Voor het missen van tussentoetsen kunnen andere regelingen gelden.
                                                    5
Altijd prijs 2A...
1.1 ECONOMIE IS KIEZEN
Hieronder volgen twee voorbeelden van keuzes die mensen maken, alleen of in overleg,
over geld,over tijd of over allebei.


              De familie ……… wint € 12.500 in de postcodeloterij !!!

     Het zal je maar gebeuren dat jouw naam op          "Krijgen wij als kinderen dan niks als jullie
     die puntjes staat. Zoveel geld, wat kun je         wat winnen" vraagt de dochter van zestien,
     daar allemaal wel niet voor doen.                  "ik wil een scooter". "Ja en ik spaar voor
     "Eindelijk een nieuwe keuken" stelt vader          een eigen auto, je had die BMW moeten
     voor.                                              winnen" aldus de zoon van 18.
     "Welnee, we gaan een droomreis maken naar          Binnen enkele minuten is het geld al vier
     Australië met het hele gezin!" roept moeder.       keer uitgegeven.



                                Op vakantie met je vrienden
     Robert, Wilco en Quincy zitten in Havo 5           vakantie want hij wil ook nog met zijn
     en willen na hun examen een weekje op              vriendin gaan kamperen, en om alles te
     vakantie. Met de bus naar Spanje, of nee,          kunnen betalen moet hij ook een aantal
     naar Kroatië dat is goedkoper of zullen we         weken werken. Dit weekje met zijn
     in Nederland blijven en een cottage huren          vrienden kost hem natuurlijk geld en in de
     bij Center Parcs?                                  tijd dat hij weg is met zijn vrienden kan
     Bas, die tot hetzelfde clubje behoort, wil         hij ook niets verdienen, dus dat kost hem
     eigenlijk ook wel mee maar hij twijfelt nog        eigenlijk twee keer geld.
     steeds. Hij heeft een druk programma deze

        Opdracht 1
        a. Wat zou jij kiezen als je in de schoenen van Bas zou staan?
           Leg uit hoe je tot die keuze komt.
           Geef duidelijk aan welke alternatieven er zijn en welke kosten er verbonden zijn
           aan die alternatieven.

        b. Maken meisjes andere keuzes dan jongens met betrekking tot het kopen van
           producten, het kiezen van de soort bijbaan of het besteden van tijd?
           Verklaar je antwoord.

        Opdracht 2
        Je vertelt je ouders dat je wilt gaan werken omdat je over meer geld wilt beschikken.
        Je ouders reageren daarop met de mededeling dat als je toch zelf geld gaat
        verdienen ze ook geen zakgeld/kleedgeld meer hoeven geven.
        Wat kies je, wel of niet gaan werken?
        Motiveer je keuze.
                                                   6
Altijd prijs 2A...

KIEZEN
In ons dagelijks leven maken wij voortdurend keuzes omdat we nu eenmaal niet alles
tegelijk kunnen doen of omdat we ons geld maar een keer kunnen uitgeven. En helaas is
ons wensenlijstje meestal groter dan onze mogelijkheden. Dus moeten we kiezen.
Maar hoe doen mensen dat? Waar letten ze op en wat betekent dat voor hun gedrag?
Met dit soort vragen houdt de economie zich bezig. Deze wetenschap bestudeert hoe
mensen zich gedragen als ze moeten kiezen hoe ze hun beschikbare middelen (tijd, geld)
inzetten om zo veel mogelijk wensen te vervullen.
Dat kan lastige problemen geven, want niet iedereen heeft dezelfde wensen en de keuze van
de een heeft invloed op het kunnen vervullen van de wens van de ander.
Als er geen keuzes gemaakt hoeven te worden of geen middelen nodig zijn dan houdt de
economische wetenschap er zich niet mee bezig. Voor niets gaat de zon op…… of gelukkig
worden door liefde, aandacht enz.


        Opdracht 3
        Onderstaande tekst geeft een situatie aan van een huishouden dat bepaalde keuzes
        gemaakt heeft. Lees de tekst en maak de opgaven.



                     We kunnen met de vakantie weer wat verder

     Henk en Jacqueline hebben het weer wat            om geheel volgens de laatste mode de
     breder deze zomer. Daar waar ze vorig jaar        zomer in te gaan.
     nog besloten om niet te lang op vakantie te       De nieuwe auto moet dit jaar maar even
     gaan, hebben ze nu plannen om met het             wachten, de huidige auto is dan wel niet
     vliegtuig naar zonniger oorden te                 van alle nieuwe snufjes voorzien, maar in
     vertrekken. En bij een vakantie naar de zon       maart is deze nog gekeurd en kan volgens
     hoort ook een geheel nieuwe                       de garagehouder nog jaren mee. Met het
     zomergarderobe.                                   geld dat Henk en Jacqueline ook nog
     Hadden ze in de herfst besloten om                iedere maand opzij zetten zit er voor
     hoogstens in de uitverkoop wat nieuwe             volgend jaar ook nog een verbouwing aan
     kleding voor de winter aan te schaffen, nu        te komen. Dan zal Henk zijn nieuwe
     zijn ze in het voorjaar naar diverse              droomkeuken een feit kunnen zien
     winkelstraten in Amsterdam gegaan                 worden.

    a. Beschrijf de keuzes die Henk en Jacqueline gemaakt hebben tot en met de zomer.
    b. Maak de prioriteitenlijst die Henk en Jacqueline gemaakt hebben en zet de volgende
       wensen in volgorde van belangrijkheid: vakantie, auto, winterkleding, zomerkleding.

    c. Als de keuken ook nog in het bovenstaande rijtje thuis hoort, waar zou die moeten
       staan?
                                                   7
Altijd prijs 2A...


Niet alleen in gezinnen moeten keuzes gemaakt worden ook de Nederlandse samenleving
moet kiezen, zoals blijkt uit het volgende voorbeeld:


             Plasterk keurt de drie kandidaat-steden voor het nieuwe
                          Nationaal Historisch Museum
     Onno Havermans -
     Arnhem, Amsterdam en Den Haag                     museum ook buiten de Randstad zou
     strijden om het Nationaal Historisch              kunnen en dus kwam Arnhem in beeld,
     Museum. Minister Plasterk bezocht                 waar het Nationaal Openlucht Museum
     gisteren de drie steden. Den Haag was in          vooral gezinnen als bezoekers trekt. En
     opperste verbazing, vertelt burgemeester          omdat je in de vaderlandse geschiedenis
     Deetman. Het vorige kabinet had het               niet om Amsterdam heen kunt, biedt ook
     Nationaal Historisch Museum immers aan            de hoofdstad mee.
     de Hofstad toegezegd. Maar enkele weken           „Welke reactie krijg ik als ik op zaterdag
     geleden besloot de nieuwe cultuurminister         thuis voorstel om naar het historische
     Ronald Plasterk twee andere steden te laten       museum te gaan?”, vraagt hij. „Naar
     meedingen naar het museum, dat de canon           alleen een museum krijg ik niemand mee,
     van de Nederlandse geschiedenis moet gaan         denk ik. Dus er moet meer zijn. Wat valt
     verbeelden. „Het automatisme ’Den Haag            er te zien? Waarom hier? Op welke
     heeft wat bedacht en het komt in Den Haag’        termijn? En wat kost het? Natuurlijk is het
     is me te gemakkelijk”, zegt Plasterk.             appels met peren vergelijken, maar wat
     Hij wilde onderzoeken of zo’n belangrijk          maakt uw stad het meest geschikt?”
     Bron: Trouw 9 mei 2007

Als de Minister kiest voor Arnhem lopen Den Haag en Amsterdam de kans mis op een groot
aantal bezoekers voor dit museum. Natuurlijk missen zij ook nog de uitgaven die deze
bezoekers zouden doen in die steden als ze het museum bezocht zouden hebben.

De burgemeester van Den Haag klinkt teleurgesteld dat zijn stad het museum al niet zeker
toegewezen krijgt.
In de laatste alinea geeft de Minister ons een idee van de vragen die hij zich stelt als hij
moet beoordelen wat de beste plek is.

        Opdracht 4
        Bedenk zelf nog een aantal dingen, die jij belangrijk vindt om op te letten als je een
        keuze voor de stad moet maken die het Nationaal Historisch Museum krijgt.
        Licht toe waarom je deze dingen belangrijk vindt.

Een ander voorbeeld van de overheid die moet keuzes maken staat op de volgende pagina.
De overheid kan de belastinginkomsten maar één keer uitgeven. En naast gratis
schoolboeken zijn er nog vele andere belangrijke zaken waar de overheid geld aan uit wil
geven.
                                                     8
Altijd prijs 2A...


                        Geld gratis schoolboeken niet voldoende

     Het kabinet trekt te weinig geld uit voor de        Ze vrezen dat de kwaliteit van het
     gratis schoolboeken die het beloofd heeft.          onderwijs in gevaar komt.
     Een kleine meerderheid van de scholen               9% van de scholen zegt minder geld
     vindt dat, meldt Trouw. Vooral veel                 nodig te hebben voor het boekenpakket en
     zelfstandige gymnasia en grote                      dus geld over te zullen houden. De
     scholengemeenschappen zeggen met de 308             schoolboeken zullen op z'n vroegst vanaf
     euro per leerling die ze krijgen, niet toe te       2008 gratis worden.
     kunnen

        Opdracht 5
        Noem twee dingen waar de overheid volgens jou direct extra geld aan moet besteden
        en leg uit waarom dat volgens jou belangrijk is.

        Opdracht 6.
        Leg uit dat het voor de overheid erg moeilijk is om de juiste keuzes te maken in de
        ogen van de kiezers of belanghebbenden.

In bedrijven is de situatie niet anders, ook daar moeten keuzes gemaakt worden. Hieronder
zie je een voorbeeld van Spyker Cars.


                          Spyker produceert veel minder auto's

     ZEEWOLDE - Spyker Cars heeft in de                  Daarnaast werden er voorbereidingen
     eerste drie maanden van dit jaar tien auto’s        getroffen om auto's van de typen C8 en
     geproduceerd, veel minder dan de 24 in het          C12 te maken met een langere wielbasis.
     eerste kwartaal vorig jaar. De afname was           Nu het oponthoud achter de rug is,
     voorzien. Dat heeft de autofabrikant vrijdag        verwacht Spyker een "substantiële''
     bekendgemaakt.                                      productiestijging in de tweede helft van
     De productiedaling is te wijten aan een             dit jaar. Het bedrijf verwacht meer
     aantal factoren. Zo moesten aanpassingen            luxe sportbolides te maken dan de 94 in
     worden gemaakt in de in het eerste kwartaal         2006.
     geproduceerde auto's. Die kregen een                Het orderboek nam in de eerste drie
     nieuwe motor die voldoet aan de                     maanden van dit jaar toe tot 346
     wetgeving in de Verenigde Staten.                   bestellingen.
     Bron: AD 27 april 2007

        Opdracht 7
    a. Beschrijf de keuze die Spyker Cars heeft moeten maken.

    b. Leg uit waarom volgens jou Spyker Cars de beslissing heeft genomen om minder
       auto's te produceren.

Je ziet dat ook een bedrijf zich af moet vragen waar ze geld aan uit gaan geven. Kopen we
nieuwe machines of geven we extra geld uit aan reclame. En als we meer reclame gaan
maken, wat voor reclame gaan we dan maken? Of welk(e) product(en) gaan we maken of in
                                              9
Altijd prijs 2A...

ons assortiment opnemen? De hoeveelheid geld dat een bedrijf heeft of kan lenen geeft de
grenzen aan aan de keuze die een bedrijf kan maken.


1.2 Schaarste

BEHOEFTEN EN MIDDELEN

De bovenstaande keuzes die mensen moesten maken komen voort uit hun wensen. In de
economie heten die wensen ook wel behoeften of voorkeuren. Mensen kunnen zelfs zoveel
wensen dat ze deze wensen niet allemaal kunnen realiseren met de middelen die ze hebben.
Bij middelen kun je denken aan geld maar ook aan beschikbare tijd of grondgebied. Deze
middelen kun je dus op verschillende manieren inzetten: je kunt ze alternatief aanwenden.
Dat betekent dus dat je moet kiezen. Kijk naar het voorbeeld van Bas op pagina 1. Gaat hij
met zijn vrienden mee op vakantie, dan heeft hij minder tijd om te werken. Of hij moet
korter op vakantie met zijn vriendin. Hij heeft “maar” zeven weken vakantie dus hij moet
goed nadenken hoe hij zijn tijd besteedt.

De wensen of behoeften zijn voor ieder mens weer anders en kunnen ook in de tijd
veranderen. Je hebt pas behoefte aan een rollator als je heel oud bent of je gaat pas uit als
je veertien bent. Als je op kamers gaat heb je weer andere behoeften zoals, meubilair voor
je kamer of een OV-kaart om af en toe naar huis te gaan. En er zijn natuurlijk ook zaken
waar je wel behoeften aan hebt, maar die je gewoon nog niet mag. Denk maar aan
autorijden: misschien wil jij dat al wel, maar volgens de wet mag je pas autorijden vanaf je
achttiende (dus het heeft weinig zin om nu al een auto te kopen als je nog geen achttien
bent!)

En er zijn natuurlijk mensen die zoveel geld verdienen dat ze eigenlijk alles kunnen kopen
wat ze willen. Denk bijvoorbeeld aan iemand als Bill Gates. Ook deze mensen moeten
keuzes maken. Zij moeten erover nadenken hoe ze hun geld willen beleggen, of hoeveel tijd
ze willen werken en hoeveel tijd ze willen vrijmaken voor hun gezin.

Om een goede keuze te maken moet je dus:
   1. eerst vaststellen welke wensen er zijn.
   2. wat nog belangrijker is welke wensen je bovenaan je lijstje zet. Je moet je wensen
      op volgorde zetten: wat het meest belangrijk is bovenaan.
   3. Weten welke middelen nodig zijn voor de verschillende wensen.

SCHAARSTE

In de economie spreken we van schaarste als er een spanning is tussen de wensen
(behoeften) en de middelen die je beschikbaar hebt.
We spreken van een schaars goed als je er middelen aan op moet offeren. Dit is dus een
ander gebruik van het woord schaars dan in het dagelijks leven.
Als een goed schaars is betekent dat in de economie niet dat er weinig van is, maar dat het
geld, tijd, arbeid of machinetijd kost om het te maken. Voor een vrij goed hoeven we geen
middelen op te offeren.
                                                   10
Altijd prijs 2A...
        Opdracht 8
        In Nederland komt er altijd en overal voldoende water uit de kraan (als er geen
        storing is).
        Leg uit waarom kraanwater een schaars goed is.

        Opdracht 9
        Lees het onderstaande bericht uit Kidsweek.

                                          Birkenstocks
         Birkenstocks zijn eigenlijk
         gezondheidssandalen. En laten we
         eerlijk zijn: die staan niet echt
         bekend als modieus. Maar sinds ze
         op de catwalk worden gedragen, zijn
         de slippers en sandalen helemaal in.
         Birkenstocks prijkten eerder vooral aan
         de voeten van tandartsen, verplegers en
         ander medisch personeel. Maar toen         worden.
         topmodel Heidi Klum ze aan haar            Het populairste model is de Ramses:
         voeten schoof en voor het merk ging        een soort teenslipper met een stevige
         ontwerpen, ging ook de modewereld          zool en een lapje leer erover. Behalve
         overstag. Inmiddels draagt ook het         de Ramses zie je de Arizona (twee
         'gewone voetvolk' de slippers en           bandjes met een gespje) en de Madrid
         sandalen. De rijen bij de Birkenstock-     (één bandje over je tenen) ook
         winkels lijken ieder jaar langer te        regelmatig voorbijkomen.
         Bron: Kidsweek 17 juli 2008

       a.    Zijn slippers in Nederland schaarse goederen?
             Verklaar je antwoord.
       b.    Zijn Birkenstock slippers in Nederland schaarse goederen?
             Verklaar je antwoord.
       c.    Geef een economische omschrijving van het begrip schaarste.
       d.    Is de schaarste in geval van de Birkenstock slipper in Nederland groter of kleiner dan
             in geval van gewone slippers?
             Verklaar je antwoord.

OPOFFERINGSKOSTEN
Als je het één doet moet je het ander laten, hebben we hierboven gezien. Dat hebben we er
dus voor over. In het eerste voorbeeld van de prijs in de Postcodeloterij betekent kiezen
voor de reis naar Australië dat er geen nieuwe keuken komt en geen brommer of auto voor
de kinderen. Dat is de “prijs” die het gezin betaalt voor de reis naar Australië. Dat hebben ze
er kennelijk voor over.
We noemen dit de opofferingskosten: we offeren de wensen die iets lager staan in ons
verlanglijstje op om de wens die we het hoogst waarderen te realiseren. De
opofferingskosten bestaan dan uit het opofferen van datgene wat op plaats twee van je
verlanglijstje staat.
                                                   11
Altijd prijs 2A...

In het voorbeeld van de jongens die op vakantie gaan kunnen we het goed duidelijk maken.
Als Bas meegaat (en dus minder werkt), betekent dat voor hem dat die vakantie behalve de
kosten van de vakantie zelf ook nog de inkomsten kost die hij zou krijgen als hij in die tijd
zou zijn gaan werken. De opofferingskosten kun je dus ook uitdrukken als het gemiste loon
in euro's.
De economie gaat er meestal van uit dat mensen kiezen voor datgene wat hen het meeste
oplevert in verhouding tot de middelen die ze er aan op moeten offeren.
Ze maken dus een verstandige of rationele keuze ook al zijn ze zich daar niet altijd van
bewust!.

1.3 De Budgetlijn
BUDGET EN BUDGETLIJN

Als je verstandig met je geld wilt omgaan is het maken van een begroting of budget een
goed idee. Je gaat van tevoren na wat je plannen (kunnen) gaan kosten en wat je aan
middelen ter beschikking denkt te hebben. Op deze manier voorkom je vervelende
verrassingen, namelijk dat je te veel uitgeeft en met schulden komt te zitten. Het NIBUD,
het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (http://www.nibud.nl/), geeft hierover
adviezen en nuttige tips. Steeds meer Nederlanders, waaronder ook veel jongeren hebben
moeite met het omgaan met geld en komen in schuldproblemen terecht.

        Opdracht 10
       a.   Denk je dat jongens anders met geld omgaan dan meisjes? En hoe komt dat dan?

       b.   Wat is jouw veronderstelling: maken jongens meer schulden of meisjes?

       c.   Bedenk een methode om uit te zoeken of je veronderstelling klopt.
            Let daarbij op de groep die je kiest voor je onderzoek en de betrouwbaarheid van
            je resultaten.

       d.   Vergelijk je resultaten met de landelijke cijfers van het NIBUD en probeer
            conclusies te trekken.


                                Jaarverslag 2006 verschenen
     Het jaar 2006 kenmerkte zich vooral door           problemen komen als ze op zichzelf gaan
     verborgen geldproblemen. Mensen met                wonen.
     geldproblemen, waarbij je dat op het eerste        In 2006 heeft het Nibud zich nadrukkelijk
     gezicht niet verwacht. Geldproblemen die           gericht op het zichtbaar maken van die
     niet altijd ontstaan doordat iemand                verborgen geldproblemen. Om de mensen
     simpelweg teveel uitgeeft, maar waaraan            die daarmee te maken krijgen bewust te
     ook andere oorzaken ten grondslag kunnen           maken, te ondersteunen met goede
     liggen. Ouderen bijvoorbeeld, die in               voorlichting en hulp te bieden bij het
     geldproblemen komen omdat hun vaste                nemen van beslissingen met
     lasten drastisch stijgen. Werknemers die           verstrekkende financiële gevolgen. Het
     schulden hebben waardoor er beslag wordt           jaarverslag geeft daarvan een impressie.
     gelegd op hun loon. Jongeren die in de
     Bron: www.NIBUD.nl
                                               12
Altijd prijs 2A...
VASTE LASTEN
Wat belangrijk is om op te merken, dat heel veel van de uitgaven die de consumenten, de
producenten en de overheid maken gevolgen zijn van keuzes die in het verleden gemaakt
zijn.
Het ligt nu contractueel vast. Of het zijn uitgaven die noodzakelijk zijn om te bestaan in een
samenleving. Dat deel van het inkomen waarover de consument vrij kan beslissen, of
waarover de overheid kan beslissen wordt beperkt door noodzakelijke en contractueel
vastgelegde uitgaven. De overheid is bijvoorbeeld verplicht om geld te betalen aan scholen
die onderwijs verzorgen, aan politieagenten en ga zo maar door. En de consument is een
deel van zijn geld kwijt aan huisvesting, verzekeringen en andere primaire levensbehoeften.

        Opdracht 11
        Het netto inkomen van de familie Katrijnen bedraagt € 2.900 euro per maand. Het
        gezin bestaat uit een man, vrouw en een tweetal kinderen van 8 en 12 jaar (twee
        jongens.) Ze wonen in de stad Utrecht. Beide ouders werken: mevrouw Katrijnen
        voor vier halve dagen in Utrecht, en meneer Katrijnen voor vier hele dagen als
        economiedocent op een school in de Bilt. Hoewel er een treinverbinding is tussen
        Utrecht en de Bilt reist meneer Katrijnen per auto, dat bespaart hem een uur reistijd
        per dag.
        Meneer Katrijnen heeft voor het gezin een budget (per maand) opgesteld.
        Hypotheeklasten voor de woning                           €   650
        Ziektekostenverzekering (inclusief tandarts)             €   350
        Benzine kosten auto                                      €    80
        Vaste lasten i.v.m. de auto                              €   120
        Eten, drinken (aardappelen, groenten etc.)               €   500
        Reservering 3 weken durende zomervakantie                €   100
        Reservering skivakantie                                  €   250
        Abonnementen kranten en tijdschriften                    €    75
        Overige noodzakelijke uitgaven                           €   500
        Reservering andere uitgaven                              €   175
        Sparen                                                   €   100

    a. Noem een voorbeeld van vaste lasten voor de auto.

    b. Noem een tweetal uitgaven voor deze familie die al vastliggen door keuzes uit het
       verleden.

    Meneer Katrijnen rekent onder de overige noodzakelijke uitgaven bijvoorbeeld de
    contributie aan de voetbalclub van zowel zichzelf als zijn twee zoons.

    c. Vind je het terecht dat hij dit ziet als noodzakelijke uitgaven?
       Verklaar je antwoord.

    Meneer Katrijnen heeft ooit de keuze gemaakt om vier dagen te werken.

    d. Kan hij nu nog steeds kiezen om bijvoorbeeld drie of vijf dagen te werken?
       Licht je antwoord toe.
                                              13
Altijd prijs 2A...




Je budget stelt dus grenzen aan je mogelijkheden. Hier gaan we nog wat verder op in.
Stel je hebt 120 euro te besteden en je kan kiezen uit twee goederen.
Je wilt graag naar de bioscoop en dat kost € 6,= per keer, of je wilt spellen voor je nieuwe
spelcomputer aanschaffen en die kosten € 30,= per spel.
Met een budget van 120 euro kan je dus maximaal 20 keer naar de bioscoop of 4 spellen
kiezen. Er zijn echter ook combinaties mogelijk. Als je 2 spellen koopt kan je nog 10 keer
naar de bioscoop, en als je drie spellen koopt kan je nog 5 keer naar de bioscoop.

        Opdracht 12
    a. Bezie het bovenstaande budget en vul met behulp van die gegevens de tabel verder
       in.

         Bioscoopkaartjes     20                                           0
         Spellen              0           1          2          3          4

    b. Wat zijn de opofferingskosten van een spel voor in de computer uitgedrukt in
       bioscoopkaartjes.

    Als we de vijf gevonden punten in een grafiek neerzetten kunnen we daar een lijn
    doortrekken.

    c. Teken de bovenstaande combinaties in een grafiek.
       Benoem de assen.
       Trek een lijn door de vijf punten.

Deze lijn die de beschikbare combinaties van bioscoopkaartjes en computerspellen
weergeeft bij het budget van 120 euro noemen we een budgetlijn.
Opdracht 13 geeft een budgetlijn weer en laat zien wat er met een budgetlijn kan gebeuren
als de prijs van goederen verandert of als het budget van iemand verandert.
                                               14
Altijd prijs 2A...


         Opdracht 13
         De onderstaande figuur geeft de budget lijn weer van iemand die een weekbudget
         heeft van € 50 en keuzes moet maken tussen bundels belminuten en blikjes cola. De
         prijs van een blikje cola is € 1,= en de prijs van een bundel belminuten is
         € 5,=.

         Blikjes cola




                                                 Bundels belminuten


    a. Bereken hoeveel bundels belminuten er worden gekocht als het hele budget aan
       belminuten wordt besteed.

    b. Bereken hoeveel bundels belminuten er worden gekocht als de helft van het budget
       wordt besteed aan cola.
       Teken dit punt op de budgetlijn.

    c. Wat zal volgens jou het meest waarschijnlijke punt op de budgetlijn zijn.
       Motiveer je antwoord.

    d. Wat gebeurt er met de budgetlijn als de prijs van cola wordt verhoogd naar € 2,=.

    e. Wat gebeurt er met de budgetlijn als het weekbudget teruggaat naar € 40,=
    f.   Teken een nieuwe budgetlijn als de prijs van cola stijgt naar € 2,50 en de prijs van
         een bundel belminuten stijgt naar € 10,= (Het weekbudget blijft € 50,=).

Welke combinatie je uiteindelijk kiest is niet af te lezen uit de budgetlijn. Dit hangt niet
alleen af van je (budget)mogelijkheden maar vooral ook van je wensen.
De budgetlijn geeft dus aan welke combinaties mogelijk zijn binnen de grenzen van het
beschikbare budget. Op de lijn liggen de punten die combinaties weergeven waarbij het
gehele budget gebruikt is. Punten binnen de lijn zijn natuurlijk ook mogelijk. Je hebt dan
een combinatie van goederen gekozen en je houdt nog geld over.
In dit voorbeeld van de budgetlijn gaat het maar om twee goederen waar je uit moet kiezen.
In werkelijkheid zijn er veel meer keuzemogelijkheden en het is dus veel lastiger om een
goede keuze te maken.
                                                             15
Altijd prijs 2A...

1.4 Contextopgaven

        Opdracht 14


                                Kleine kapitalen voor foto met handtekening
         ROTTERDAM - Een kaartje van                              ,,De verzamelaars van handtekeningen zijn
         kroonprinses Beatrix en prins Claus,                     particulieren uit de hele wereld,’’ zegt
         gedateerd ’22 Feb. 1969 Drakesteijn’. Het                veilinghouder Paul van Schaijk. ,,Het zijn
         prinselijk paar bedankt de arts en zijn team             serieuze specialisten, die zich op een bepaald
         na de geboorte van prins Friso en stuurt vier            land concentreren, op bijv. Nobelprijswinnaars
         foto’s van henzelf met de kinderen mee.                  of op filmsterren.
         Bijzonder, zo’n kaartje. Maar de waarde                  ,,Twee keer per jaar heb ik een veiling met 500
         wordt hierdoor bepaald: de handtekeningen                tot 600 objecten. Ik krijg ze overal vandaan
         van Beatrix, mét het gekroonde monogram                  aangeboden. Alles gaat door mijn handen. Ik
         B, en Claus staan er op.                                 toets ze op kwaliteit en beschrijf ze in de
         De kaart wordt op 2 juni geveild door het                veilingcatalogus. Bieden kan schriftelijk, via de
         antiquariaat Manuscript in Rotterdam.                    telefoon of via mail.’’
         Antiquaar Paul van Schaijk, kenner van                   Een beginnend verzamelaar zal niet schrikken
         autogrammen (handtekeningen) en hun                      van de taxatiebedragen van Manuscript.
         verzamelwaarde, denkt dat deze kaart en                  Het gaat vaak om enkele tientjes.
         foto’s ongeveer € 400 opbrengen.                         De handtekeningen van Björn, Benny, Agnetha
         Je kunt ook een gesigneerde foto van                     en Anni-Frid van Abba op een hoes van een
         premier Balkendende kopen op de veiling                  single brengen rond € 120 op. Zoveel betaal je
         (schatting € 40) of net zo’n foto van de                 ook voor de handtekening van Rolling Stone
                                                                  Mick Jagger of voor een door alle leden
                                                                  gesigneerde foto van de rockgroep Nirvana.
                                                                  Handtekeningen van filmsterren? Vriendelijk
                                                                  geprijsd: Richard Burton € 90, Claudia
                                                                  Cardinale maar
                                                                  € 30, net als George Clooney, Bill Cosby,
                                                                  Angelina Jolie of Robert DeNiro.
                                                                  Grace Kelly, zeldzaam, is wat duurder:
         Foto met handtekeningen van de leden van Nirvana.        € 120. Helemaal speciaal is Marilyn Monroe,
         Getaxeerd op € 120,=                                     wier handtekening onderop een zwartwit foto
         Britse premier Tony Blair (iets duurder:                 zeker € 250 zal opbrengen.
         € 45). Voor het autogram van de Franse
         presidentskandidaat Sarkozy moet je
         ongeveer € 120 betalen.
         Bron: AD 4 mei 2007

        Ook hier zie je dat schaarste een rol speelt.
        Leg met behulp van de eerder besproken begrippen, waaronder schaarste en
        behoeften waarom de handtekeningen van verschillende personen tegen
        verschillende prijzen verkocht worden.
                                                       16
Altijd prijs 2A...
        Opdracht 15
        Lees onderstaande tekst en maak de opdrachten .


         William heeft bij een radiospelletje twee          helemaal niets voor willen betalen,
         kaartjes gewonnen van een concert van              omdat morgen een wedstrijd van PSV op
         Bob Dylan. Deze kaartjes werden via de             de televisie is. Volgens een vriend moet
         reguliere verkoopkanalen voor 60 euro              hij naar de concerthal gaan en proberen
         aangeboden. William houdt zelf niet van            om de kaartjes te verkopen. De vriend
         de muziek van Bob Dylan. Tegen een                 zegt: Bob Dylan is een muzikant die bij
         vriend heeft hij gezegd: als ik zelf geld          heel veel ouderen enorm geliefd is, en
         zou moeten betalen voor de kaartjes, dan           die hebben er veel geld voor over. Het
         zou ik tien euro per kaartje betalen. Als          zou me niets verbazen als het 100 euro
         het morgen was geweest, had ik er                  per stuk op zou leveren.
       a.    Verklaar met het begrip opofferingskosten dat William op de ene dag meer voor
             het kaartje had willen betalen, dan op een andere dag.
       b.    Is in de tekst sprake van wat economen onder het begrip „schaarste‟ verstaan.
             Licht je antwoord toe.

       c.    De in de tekst geschetste alternatieven voor William zijn: niet gaan, zelf gaan, of
             het ter plekke verkopen van de kaartjes.

       d.    Welke alternatieven heeft William nog meer?

       e.    Breng van alle alternatieven (en ook je bedachte alternatieven) de mogelijke
             kosten en opbrengsten in beeld.

        Opdracht 16
        Lees de onderstaande twee teksten over het Waddengebied en maak de opdracht
        daaronder


                                Miljardendans om Waddengas
         Ron Couwenhoven
         De Waddenvereniging houdt vandaag                  er zeker van is dat dit zonder problemen
         haar jaarvergadering op Texel. De club,            kan. De tegenstanders werden
         met 50.000 leden de grootste                       bovendien geconfronteerd met een
         belangengroep in het kwetsbare gebied,             omstreden brief van Henk Tameling,
         moet zich uitspreken over het onlangs              directeur van de Waddenvereniging. Die
         gepubliceerde rapport Ruimte voor de               kondigde aan dat een dramatische
         Wadden. Daarin worden gasboringen niet             ommezwaai in het beleid van de
         langer uitgesloten.                                vereniging niet uitgesloten is. Zijn
         De oppositie tegen deze voorstellen is fel.        achterban wist van niets en reageert
         Men wil de nu verboden boringen niet               woedend.
         terug, hoewel een reeks wetenschappers
         Bron: Telegraaf 8 mei 2007
                                                   17
Altijd prijs 2A...



         Jantje Zoltwotter uit Warffum is een doodgewone huisvrouw, die zich het liefst bezighoudt
         met de dagelijkse beslommeringen van het leven: een gezellig bloemetje op tafel, een leuk
         huis met een mooi tuintje en een vredig gezinsleven. Maar begin april klom Jantje in de pen.
         Zij schreef een open brief aan koningin Beatrix over hét onderwerp dat vele duizenden
         mensen in het hele land na aan het hart ligt, het ongeschonden behoud van het unieke
         Waddengebied.


         Beste mevrouw de Koningin,

         30 april aanstaande komt u met uw familie een bezoek brengen aan ons leuke dorp
         Warffum.
         Velen van ons vinden het bijzonder dat u benieuwd bent naar ons dorp en leven mee met
         degenen die druk bezig zijn met de enorme organisatie die uw bezoek vereist. Voor onze
         kinderen is het natuurlijk een sprookje dat u met uw familie in hun eigen dorp op visite komt
         en veel van hen gaan hun beste beentje voor u voorzetten.
         Helaas is voor mij de glans van uw bezoek verdwenen.
         U zult de afgelopen periode ook het nieuws hebben gehoord dat men toch van plan schijnt te
         zijn in het unieke Waddengebied te gaan boren, met als argumentatie dat het waarschijnlijk
         geen ecologische schade zal toebrengen aan het gebied en mocht men dat mis hebben, dan
         zou de kraan direct dichtgaan. Het akelige is dat wanneer er schade is aangericht dit niet
         meer kan worden teruggedraaid en dan is het al te laat, is de vernieling ingezet en gaat een
         geweldig uniek natuurgebied verloren! Het gebied is veel meer waard dan de winsten, die
         bepaalde maatschappijen en organisaties ten koste van het Waddengebied denken te winnen.
         Dat het Wad zoveel meer waard is dan zij denken, zou ik u willen laten zien. Ik wil u graag
         zonder gevolg en toeschouwers meenemen het Wad op. Gewoon de kwelders inlopen en het
         Wad bekijken en beluisteren. Er hoeft niets te worden gezegd, besproken of uitgelegd.
         Wanneer u daar staat, zult u ook beseffen dat dit moet blijven voor alle dieren, die hier
         moeten zijn en voor onszelf, onze kinderen en hun kinderen. Als mens tot mens wil ik u
         daarom vragen met gebruikmaking van de positie die u inneemt, mee zorg te dragen voor
         het behoud van het maar éénmaal te verliezen waddengebied.
         Uit zorg voor elkaar, onszelf, onze kinderen en de aarde.
         Met vriendelijke groeten,
         Jantje Zoltwotter


        In de tekst zijn vele begrippen behandeld, enkele zijn: behoeften, keuze, middelen,
        schaarste, opofferingskosten, schaarse goederen, budget en budgetlijn.
        Zet deze begrippen in je schrift en vul achter elk van de begrippen (voor zover
        mogelijk) het concrete voorbeeld uit de teksten in.

In het bovenstaande voorbeeld zie je dat de opofferingskosten niet zo gemakkelijk in geld
zijn uit te drukken. Toch kunnen mensen er voor kiezen om de Waddenzee met rust te
laten. Al kunnen ze daar geen geldwaarde aan toekennen, toch waarderen ze dat hoger dan
de alternatieven die wel in geld zijn uit te drukken, zoals de gasopbrengsten.
De keuze is aan ons en toekomstige generaties in steeds veranderende omstandigheden.
                                                  18
Altijd prijs 2A...

2.1 De Vraag

MARKTPARTIJEN
Consumenten proberen het overgrote deel van hun „behoeften te bevredigen‟ door goederen
en diensten te kopen. Ja, zo noemen economen dat. Consumenten zijn de vragende partij.
Zij zijn de vragers naar goederen en diensten.
Fabrikanten produceren de gevraagde goederen en de gevraagde diensten. Deze worden
geleverd als de aanbieders van goederen en diensten er een prijs voor kunnen krijgen
waardoor ze er wat aan kunnen verdienen. De fabrikanten zijn de aanbieders van goederen
en diensten, de andere partij.
En zo veranderen per seconde miljoenen producten van eigenaar en worden diensten
geleverd en afgerekend. Al die goederen en diensten gaan van de aanbiedende marktpartij
over in de handen van de vragende marktpartij.
Overal waar marktpartijen elkaar ontmoeten is er een markt. Zo is er een markt voor
worteltjes, appeltaarten, cola, scooters, GSM‟s, huizen, etc., etc.. Vroeger waren het
meestal concrete markten. Daar komen de marktpartijen met elkaar oog in oog te staan.
Dat is nu bijvoorbeeld het geval op de Albert Cuyp in Amsterdam of op de (dag)markt in je
woonplaats. Ook voor andere goederen en diensten die je koopt is er een markt. Er is vraag
en aanbod, alleen zie je die niet. Het zijn abstracte markten. Een voorbeeld: overal over de
wereld worden GSM‟s door de fabrikanten ervan aangeboden die door miljoenen mobiele
bellers worden gevraagd.

        Opdracht 17.
       a.   Noem 3 goederen en diensten die op concrete markten vaak worden verhandeld.
       b.   Noem 3 goederen en diensten die alleen op abstracte markten van eigenaar
            wisselen.

        Opdracht 18.
        Uit de krant

                       743 dollarcent voor een schepel tarwe
         De tarwe prijs noteert recordhoogtes     vanuit de Aziatische landen.
         op de grondstoffen beurs van Chicago.    Bovendien staat het aanbod onder druk
         Een schepel tarwe (klassieke             in de belangrijkste exportlanden zoals
         inhoudsmaat voor droge stoffen) met      de VS, Canada en Australië. Canada na
         levering in december kost nu 743         de VS. de grootste exporteur van het
         dollarcent. In het voorbije jaar is de   gewas denkt dat de oogst dit jaar op
         Tarwe prijs verdubbeld. De belang-       het laagste peil in vijf jaar zal komen.
         rijkste oorzaak is de groeiende vraag
                                                  19
Altijd prijs 2A...



                             Spaghetti 30 procent duurder
         Brussel - Als gevolg van een forse       Duurder worden. Directeur Bruno
         stijging van de graanprijzen wordt een   Kuylen van de Vlaamse bakkers-
         pakje spaghetti fors duurder. "In        federatie VeBic voorspelt dat de
         september zullen de prijzen tot 30       bakkers de prijs van een brood met 5 à
         procent stijgen en verdere               10 eurocent zullen verhogen. De
         prijsstijgingen zijn niet uitgesloten"   aangekondigde prijsstijgingen zijn het
         zegt Mathieu Soubry van                  gevolg van het duurdere graan. Een ton
         pastaproducent Soubry uit Roeselare.     graan kost meer dan 200 euro. Bijna
         Ook brood zal de komende weken           een verdubbeling tegenover vorig jaar.
         Bron: De Morgen 25 augustus 2007

       a.   Wie is op de tarwemarkt de vragende partij?
       b.   Wie is op deze markt de aanbiedende partij?
       Je kan je afvragen waardoor spaghetti en andere deegwaren fors duurder worden.
       c.   Geef er een verklaring voor die ligt aan de aanbodkant van deze markt.
       d.   Geef er een verklaring voor vanuit ontwikkelingen bij de vragende marktpartij.

Dit werkboek gaat over de vragende marktpartij. Hoe en waarom gedragen kopers zich zoals
ze zich gedragen? En hoe wordt dat gemeten?
Het volgende werkboek gaat over het gedrag van de aanbiedende marktpartij, de
producenten. Gevolgd door tientallen pagina‟s papier over de confrontatie van beide partijen
met elkaar op de markt. Daar gaat het er soms heet aan toe, want meestal zijn de belangen
van beide partijen natuurlijk tegenstrijdig.
Vragers willen spullen zo goedkoop mogelijk te pakken krijgen en aanbieders willen er
meestal flink aan verdienen. Tegen die tijd zien jullie al wel de krokussen van volgend jaar
verschijnen. ‟t Is maar dat je het weet.
Hier gaat het dus verder over het gedrag van kopers, het vraaggedrag. Consumenten zijn
kopers, maar ook bedrijven zijn meestal kopers. Bijvoorbeeld van grondstoffen voor het
maken van hun aan te bieden producten.

        Opdracht 19.
    a. Noem 5 goederen of diensten die vrijwel alleen door consumenten worden gekocht.
    b. Noem 5 goederen of diensten die vrijwel uitsluitend door producenten worden
       gevraagd.
    c. Noem 3 goederen of diensten die door zowel consumenten als producenten worden
       gekocht.

We spreken af dat in het vervolg de vragende partij met „ consumenten‟ wordt aangeduid.
                                                     20
Altijd prijs 2A...
WAT DRIJFT ONS, CONSUMENTEN ?

Dagelijks veranderen miljarden goederen en diensten van eigenaar. Op miljoenen markten
bieden verkopers hun waren aan en gaan kopers ermee vandoor als ze ervoor hebben
betaald. Wat speelt er door het hoofd van de kopers bij een besluit om te kopen? Hoe ziet
het gedrag van de kopers eruit?


                                      Een broek voor Thijs
         Dit keer ging Thijs alleen naar de               Daar stond hij dan in een bekende
         avondmarkt in de stad. Hij was net 16            gerenommeerde hippe broekenzaak. Hij
         geworden en havo 4 was nog een paar              had immers flink wat te besteden. Passen
         weken te gaan. Op zijn verjaardag is met         maar. Je zult het altijd zien, de leukste
         zijn ouders afgesproken dat het zakgeld          bleek ook de duurste. Hij kende niemand
         ‘leefgeld’ moest gaan heten, het zonder          die ermee liep, en het prijsverschil met de
         noemenswaardige onderhandeling sterk             broeken die de populaire jongens van de
         werd verhoogd, maar dat met het leefgeld         klas dragen viel wel mee. Aan hoeveel
         nu ook kleding en schoenen moest                 geld hij nodig zou hebben om binnenkort
         worden gefinancierd. Een bijbaantje              ook nog andere kleren en schoenen te
         spekt zijn bankrekening iedere maand             kopen dacht hij maar even niet. Met zo’n
         met een extra                                    prijs zouden zijn ouders ook wel niets op
         € 100,=.                                         de kwaliteit van zijn aankoop aan te
         Het feestseizoen stond weer voor de deur.        merken hebben, hoewel hij liever voor
         Hoewel Thijs evenals veel mannetjes niet         zich hield hoeveel hij zou uitgeven.
         van winkelen houdt, had de reis naar de
         stad maar één doel: het kopen van een
         broek.

        Opdracht 20.
        In Thijs‟ hoofd passeren heel wat motieven of redenen om de broek wel of niet te
        kopen.
        Noem ze.

Economen vatten alle koopmotieven en koopredenen samen onder vier verschillende
zogeheten vraagfactoren:
   - A. de prijs van het goed
   - B. het (besteedbaar) inkomen
   - C. de prijzen van andere goederen
   - D. de voorkeuren van de koper (alle andere factoren dan de eerste drie)

We gaan nu op zoek naar hoe consumenten en kopers in het algemeen zich in hun
koopgedrag laten leiden door de prijs en de prijsverandering van het goed. We letten nu
niet op de andere vraagfactoren en stellen dat deze niet veranderen. Economen noemen dit
het toepassen van de „ceteris paribus clausule‟. Ceteris paribus is Latijn en betekent:
"overige factoren blijven constant." Het valt immers niet te onderzoeken hoe consumenten
op prijsveranderingen reageren als tegelijk alles verandert. Je weet immers ook niet of je
                                                      21
Altijd prijs 2A...
hoofdpijn van het vak economie komt als je gisteren naar een groots feest bent geweest.
Dat feestgedrag moet wel constant zijn, om een uitspraak over het verband tussen hoofdpijn
en economie te leggen.


2.2 De vraaglijn

HET KOOPGEDRAG ZICHTBAAR GEMAAKT BIJ PRIJSVERANDERINGEN


                                      Altijd prijs bij Achmed
         De training zit erop. Eerst in de kantine         ‘Afzetter’. Vervolgens vraagt Achmed:
         vocht aanvullen. Jordi en 14 van zijn             ‘Wie wil deze kroket voor € 5,=?’
         maten wensen nog in de snackbar ‘Het              ‘Monopolistische uitbuiter’, krijgt hij naar
         Blaffend Konijn’ om de hoek de grote              zijn hoofd geslingerd. Het ‘afdingen’
         trek te stillen. De rest van het team en          verloopt dus nogal weinig subtiel. Toch
         alles wat erom heen en eraan hangt moet           gaan er al drie maten van Jordi, door de
         nog aan het huiswerk voor de                      knieën. ‘Wie wil er dan dit heerlijke ding
         proefwerken morgen.                               voor € 4,=?’ Nog drie medespelers, bij
         Wat is er beter voor de grote trek dan de         wie het speeksel al een kwartier uit de
         kroket van Achmed, de eigenaar van ‘Het           mond loopt, geven toe. Achmed noteert,
         Blaffend Konijn’.                                 laat nu zes kroketten in het hete vet
         Achmed: ‘Jullie zijn multicultureel, toch?        glijden en vraagt: ‘Wie wil er een voor
         We doen nu even of we in zo’n tent in             slechts drie eurotjes?’ Nu gaan er nog drie
         Marokko zijn. Wie wil er een deze                 handen de lucht in. De resterende spelers
         wereldberoemde kroket van Achmed                  op drie na willen de kroket wel voor € 2,=
         voor                                              per stuk. Drie zijn bereid maar een euro te
         € 6,=?’ Niemand reageert, behalve Jordi:          betalen en nemen liever een patatje.

        Opdracht 21.
        Dit kroketkoopgedrag van dit groepje consumenten kan in een tabel worden
        weergegeven.
        Zet het koopgedrag in „Het Blaffend Konijn‟ in de tabel pagina door het aantal kopers
        achter de verschillende kroketprijzen te zetten die kopers bereid zijn te betalen:

         De prijs van een kroket, in            Het totaal aantal kopers dat bij deze
         euro.                                  prijs een kroket zou willen kopen.

         €   6,=                                0 kopers van kroketten
         €   5,=                                …
         €   4,=                                …
         €   3,=                                …
         €   2,=                                …
         €   1,=                                …
                                                        22
Altijd prijs 2A...
        Opdracht 22.
        Koopgedrag kan ook in een grafiek worden weergegeven. Laat nu in een grafiek zien
        hoeveel consumenten kroketten zullen kopen bij verschillende prijzen van kroketten.
        (zoals weergegeven in bovenstaande tabel) Geef op de verticale as, de y-as, de prijs
        (symbool P) van een kroket weer en op de horizontale as, de x –as, het daarbij
        horende aantal gevraagde kroketten (symbool Q = gevraagde hoeveelheid).
        Wiskundig zuiver ontstaat dan een „trappetje‟, maar door de punten met een lijn te
        verbinden ontstaat de vraaglijn of vraagcurve.


                                          Betalingsbereidheid kroketten
           p = prijs kroket, in euro




                                       Qv = gevraagde hoeveelheid kroketten, stuks



Niet alleen in een tabel en een grafiek, maar ook met een wiskundige vergelijking kan het
koopgedrag worden weergegeven. In de volgende wiskundige vergelijking kan de
betalingsbereidheid voor kroketten bij Achmed worden gevangen:

        Qv = - 3 P + 18, waarbij

        P = de prijs per kroket, in euro
        Qv = de gevraagde hoeveelheid kroketten, stuks.

        Opdracht 23.
        Controleer of deze wiskundige vergelijking de betalingsbereidheid, het koopgedrag
        van de personen in „Het Blaffend Konijn‟ weergeeft. Vul voor P steeds een andere in
        het „ Blaffend Konijn‟ genoemde prijs van een kroket in de vergelijking in en bereken
        de daarbij horende gevraagde hoeveelheid (Qv).
        Klopt het?

        Opdracht 24.
        Omschrijf wat economen bedoelen met „betalingsbereidheid‟.
                                                  23
Altijd prijs 2A...
Zowel met de tabel, de grafiek als de wiskundige vergelijking kan niet alleen worden
gevonden hoeveel kroketten er bij verschillende prijzen zullen worden gekocht, maar ook
hoeveel geld de verkoper, hier Achmed, in het laatje krijgt. Dit ontvangen geldbedrag wordt
de omzet genoemd, het aantal verkochte kroketten is de afzet. De omzet kan dus worden
berekend door de gevraagde hoeveelheid met de prijs te vermenigvuldigen:

        Omzet = Prijs x Afzet (verkochte hoeveelheid ofwel Qv)

        Opdracht 25
    a. Bereken de omzet met behulp van de tabel(bij opdracht 21), bij de prijs van € 4,=
       per kroket.
    b. Bereken met behulp van de wiskundige vraagvergelijking (bij opdracht 23) de omzet
       bij een prijs van € 3,= per kroket.
    c. Geef in de grafiek (bij opdracht 22) door arcering van een oppervlakte de omzet aan
       bij een prijs van € 3,= per kroket.

In ons krokettenvoorbeeld gaat het om het koopgedrag en de betalingsbereidheid van een
groep consumenten. Het is de optelling van alle individueel gedrag. Daarom spreken we over
het collectieve vraaggedrag, collectieve vraagvergelijkingen en de collectieve
vraagcurve.




2.3 Het consumentensurplus

DE MEEVALLERS

         Achmed: ‘Jongens, dit was natuurlijk maar een geintje. We leven in Nederland en in
         ‘Het Blaffend Konijn’ kost die overheerlijke kroket voor iedereen slechts € 2,=’.
         Met de mosterd erbij kan het voor die avond niet meer stuk. Voor de een is het
         koopgeluk nog groter dan voor de ander. Vele, de een nog meer dan de ander, was
         bereid meer dan € 2,= voor de kroket te betalen.

        Opdracht 26.
    a. Hoeveel kroketten sputteren direct volgend op deze mededeling in het vet?
    b. Hoeveel personen gaan er dus over tot de koop van iets anders dan kroketten om de
       lekkere trek te stillen?

Die meevaller, in geld uitgedrukt, van alle consumenten samen wordt het
consumentensurplus genoemd. Het consumentensurplus is het totale verschil wat
consumenten voor goederen bereid zijn te betalen, de betalingsbereidheid, en de werkelijke
prijs die ze moeten betalen
                                             24
Altijd prijs 2A...


        Opdracht 27.

    a. Vul de volgende tabel verder in:

         Prijs       Toename         Totale aantal    Toename          Totale
         van een     aantal          gevraagde        consumenten      consumenten
         kroket,     gevraagde       kroketten (Qv)   surplus bij      surplus bij
         in euro     kroketten bij   bij              verschillende    verschillende
                     verschillende   verschillende    kroketprijzen,   kroketprijzen,
                     kroketprijzen   kroketprijzen    euro             euro
             6              0                 0
             5              3                 3
             4              3                 6
             3              3                 9
             2              3               12
             1              3               15

    b. Hoeveel euro bedraagt het consumentensurplus in „Het Blaffend Konijn‟?
                                                     25
Altijd prijs 2A...

        Opdracht 28.
        Lees de onderstaande bron en beantwoord de vragen.

                                 Apple creëert zijn eigen hype
         van onze redactie economie
         DEN HAAG - De hype rond de
         nieuwe iPhone van Apple, die
         morgen in Nederland op de markt
         komt, is zorgvuldig geregisseerd.
         ,,Door het toestel gedoseerd op de
         markt te brengen, creëert Apple
         schaarste en dus extra vraag'', zegt
         merkendeskundige Paul Moers. ,,Je
         bent er als bezitter trots op dat je 'm      Rotterdam voor over hebben. In de rest
         al hebt en een ander lekker nog              van Nederland gaat de nieuwe iPhone
         niet.''                                      pas morgenochtend in de verkoop.
         Na het wereldwijde succes van de iPod        Zolang de voorraad strekt. Die voorraad
         komt Apple morgen met de iPhone3G            zal, zeker in het begin, niet voldoende
         op de markt in 22 landen, waaronder          zijn om aan de vraag te kunnen
         Nederland. Moers noemt de nieuwe             voldoen, suggereren Apple en T-
         hype ,,het zoveelste knappe staaltje         Mobile, het telecombedrijf dat de
         marketing van Apple''.                       iPhone voorlopig als enige in Nederland
         De telefoon annex minicomputer voor          mag aanbieden. De Rotterdamse T-
         snel internetten is op internet nu al tot    Mobile-winkel heeft voor vannacht
         's werelds meest begeerde gadget             vijfhonderd toestellen beschikbaar. Die
         gebombardeerd.                               zullen snel op zijn. Daarna is het
         De eerste paar honderd Nederlanders          wachten op de volgende leveringen.
         kunnen hem vannacht in ontvangst             Volgens bronnen binnen T-Mobile kan
         nemen. Maar ze moeten daar wel een           de wachttijd de komende weken
         middernachtelijk bezoek aan de T-            oplopen tot zes weken of langer.
         Mobile Shop aan de Lijnbaan in
         Bron: Nederlands Dagblad 10 juli 2008

       a.   Leg uit waarom een i-phone 3G een schaars goed is.

       b.   Leg uit waarom volgens merkendeskundige Paul Moers de betalingsbereidheid
            voor de nieuwe i-phone zo groot is.

       c.   Leg uit waarom er in het bovenstaande artikel sprake is van schaarste.

       d.   Welk verband is er tussen betalingsbereidheid en schaarste.

       Aan schaarste zit een vraag en een aanbod kant. Apple probeert ze alle twee te
       beïnvloeden.

       e.   Leg uit hoe Apple schaarste creëert.
                                              26
Altijd prijs 2A...
        Opdracht 29.
        Vul bij de cijfers de juiste woorden in om economisch juiste zinnen te vormen:

        Als we kijken naar het vraaggedrag van individuele kopers bij prijsverandering van de
        te kopen goederen en we alle andere vraagfactoren niet veranderen, zullen kopers bij
        een prijsverhoging in bijna alle gevallen … (1) … van dat goed kopen.

        Het gezamenlijke (collectieve) vraaggedrag laat zien hoeveel goederen in totaal
        gekocht zouden worden door alle kopers bij verschillende prijzen. De totale vraag
        naar goederen bij verschillende prijzen is een kwestie van het individuele gedrag …
        (2) …. Bij een hogere verkoopprijs van goederen zullen doorgaans … (3) … goederen
        worden gekocht en bij een lagere prijs … (4) … .
        De collectieve vraagcurve in een grafiek geeft weer hoeveel alle … (5) …. bij
        verschillende prijzen zullen … (6) … . De gekochte hoeveelheid valt af te lezen op de
        x – as. Bij een hogere verkoopprijs vind je de gevraagde hoeveelheid door naar … (7)
        … „langs‟ de vraaglijn te „lopen‟. Bij een lagere te betalen prijs komen er meer kopers
        op de markt en dat kun je in de grafiek zien door naar … (8) …. langs de collectieve
        vraagcurve te bewegen.
        Het totale verkochte bedrag (bij verschillende prijzen) wordt … (9) … genoemd. De
        omzet kan worden uitgerekend door de verkoopprijs te … (10) .. de … (11) … . De
        afzet wordt uitgedrukt in … (12) … .
        De betalingsbereidheid van consumenten geeft aan … (13) … .
        Het consumentensurplus is de … (14) … van het verschil tussen de
        betalingsbereidheid van alle kopers en de te betalen marktprijs.

        Bij    (1):   meer / minder
        Bij    (2):   optellen / aftrekken.
        Bij    (3):   meer / minder
        Bij    (4):   meer / minder
        Bij    (5):   kopers / verkopers
        Bij    (6):   kopen / verkopen
        Bij    (7):   linksboven / rechtsonder
        Bij    (8):   linksboven / rechtsonder
        Bij    (9):   omzet / afzet
        Bij   (10):   vermenigvuldigen met / delen door
        Bij   (11):   omzet / afzet
        Bij   (12):   goederen / geld
        Bij   (13):   de prijs die de consument moet betalen / de prijs die een individuele
                      consument maximaal zou willen betalen voor een goed.
        Bij (14):     optelling / vermenigvuldiging

(Voor wiskundigen onder ons: het normale vraaggedrag waarbij consumenten meer kopen
bij lagere prijzen en andersom, wordt in de vraagvergelijking met het – teken voor de P
weergegeven. En in de grafiek met de hellingshoek van de vraagcurve die van linksboven
naar rechtsonder loopt.)
                                                27
Altijd prijs 2A...

        Opdracht 30.
        De gemeente heeft je school gevraagd aan alle inwoners boven de 65 jaar te vragen
        hoeveel ze bereid zijn te betalen voor een aan huis te bezorgen maaltijd. Bij
        voldoende belangstelling en wanneer kostendekking kan worden bereikt, zal de
        gemeente deze dienstverlening gaan organiseren. In de volgende tabel staan de
        onderzoeksresultaten:

         Maximaal te betalen prijs per          Aantal ouderen dat bij die prijs
         maaltijd, in euro                      bereid is een maaltijd te gebruiken
                           8                                     100
                           7                                     500
                           6                                     900
                           5                                   1.300
                           4                                   1.700
                           3                                   2.100

    a. Teken de collectieve vraagcurve naar thuisbezorgde maaltijden voor inwoners van de
       gemeente boven de 65 jaar.
        De gemeente denkt maaltijden kostendekkend tegen € 5,= per maaltijd te kunnen
        bezorgen.
    b. Bereken de omzet bij een prijs van € 5,= per maaltijd.
    c. Bereken het consumentensurplus van bejaarde inwoners in de gemeente die van de
       maaltijddienst gebruik maken en volgens het onderzoek bereid waren 6 euro per
       maaltijd te betalen.

        Opgave 31
        Veel wetenschappers menen dat de betalingsbereidheid in de Nederlandse
        samenleving voor dit soort diensten verandert. De mening in de kop van dit
        krantenartikel is een vervolg daarop.


                     Geen plastische ingreep vóór je 18e verjaardag
     De minimumleeftijd voor cosmetische             ...
     chirurgie moet van zestien naar achttien
     jaar. En seksuele voorlichting moet al
     beginnen in de onderbouw van de
     basisschool. …
     Bron: De Pers 30 augustus 2007

    a. Is de betalingsbereidheid in Nederland voor dit soort medische diensten toe- of
       afgenomen?
       Geef twee argumenten als oorzaak daarvan.
    b. Is de betalingsbereidheid bij jezelf voor deze dienst toe – of afgenomen.
       Waarom?
    c. Wat is je mening over het verbieden van esthetische plastische chirurgie onder de
       leeftijd van 18 jaar?
                                               28
Altijd prijs 2A...


        Opdracht 32.
        Op internet staan sites waarmee je kunt kijken bij welke telecomaanbieder je het
        minst per minuut betaalt. Je moet dan je belgedrag opgeven. Je kunt dan ook zien of
        het voordelig is op aanbiedingen van providers in te gaan.
        Het belgedrag van een gemiddelde inwoner van een bepaalde stadswijk is met
        volgende vraagcurve weergegeven:


           Prijs per minuut
           In euro


               0,12


               0,11


               0,10




                                                                                   Beltijd
                                     3uur      4uur   5uur                         per week

        Bereken de omzet voor het telecombedrijf wanneer iemand uit de wijk 5 uur per
        week belt.

        Opgave 33.
        Kaartjes voor het popfestival Lowlands te Biddinghuizen
         Wie, o, wie kan ik hier blij mee maken? (Bieden vanaf 90 euro per stuk,
         alleen verkoop van beide kaarten samen), Groeten Natasja
         Biedingen:
         Bod                     Bieder                 Datum
         € 220,00                Marian                 16-07-07 18:30
         € 210,00                Thijs                  16-07-07 10:05
         € 200,00                Maya Paruz             16-07-07 09:41
        Bekijk bovenstaande bron (via www.marktplaats.nl). Kun je op basis van de
        aanschafprijs van een festivalkaartje à € 125 toelichten of dit festival een goed
        programma qua bandjes heeft of niet?
                                               29
Altijd prijs 2A...

2.4 Het consumentensurplus nader bekeken.
In de opdracht over Achmed en zijn kroketten zagen we dat bij iedere prijsdaling van een
euro de vraag met drie kroketten toenam. In een grafiek kwamen op die manier 6 punten
tevoorschijn. Als je die punten met elkaar verbind ontstaat een lijn die je de vraaglijn zou
kunnen noemen. Met deze lijn is echter iets vreemds aan de hand, als elk punt op die lijn
zou gelden dan zouden er bij een prijs van € 2,50 namelijk 10,5 kroketten worden verkocht.
Hoewel we weten dat halve kroketten niet verkocht worden maken economen toch gebruik
van deze lijnen. Deze lijnen zijn namelijk goed te gebruiken als op de horizontale as grote
getallen staan, bijvoorbeeld in honderden of duizenden stuks.
De vraaglijn wordt dan weergegeven in een wiskundige vergelijking. Het zou immers teveel
werk zijn om al die punten in een tekst weer te geven.

        Opdracht 34.
        Gegeven is de volgende vraagvergelijking:
        Qv = -2p + 30
        Waarbij         p=     prijs in euro‟s
                        Qv =   de gevraagde hoeveelheid in 1.000 stuks.
        a. Bereken de gevraagde hoeveelheid producten als de prijs € 5,= is.
        b. Bereken de gevraagde hoeveelheid producten als de prijs € 2,50 is.
        c. Teken de vraaglijn in de onderstaande grafiek.

        Prijs in euro

           20




           15




           10




            5




                                                              Qv Gevraagde hoeveelheid
                        10            20         30              in duizenden stuks
                                                 30
Altijd prijs 2A...
Als we uitgaan van de vraaglijn zoals die in de vorige opgave in de grafiek hebben getekend,
dan kunnen we het consumentensurplus daar nu ook anders in weergeven. Het surplus is
het verschil tussen de betalingsbereidheid van de consument en de prijs die voor het
product betaald moet worden. Als de prijs € 10,= is dan is de vraag 10.000 stuks. De
consumenten die bereid waren meer te betalen hebben dus een meevallertje. Dit loopt van
die ene consument die bereid was nog net geen € 15,= te betalen tot de consument die het
9.999-ste product wilde kopen voor een klein beetje meer dan € 10,=.
We gaan nu dit consumentensurplus voor ieder verkocht product weergeven in een driehoek
die begrensd wordt tussen de prijs € 10,=, de prijs € 15,= en het punt waar Q v = 10.000 de
vraaglijn snijdt.
(hoe werkte dat ook al weer, de oppervlakte van een driehoek uitrekenen) .

        Opdracht 35.
        We gebruiken nog steeds de vraaglijn uit de vorige opgave.
        a. Bereken het consumentensurplus als de prijs € 10,= is.
        b. Bereken het consumentensurplus als de prijs € 5,= is.

        Opdracht 36.
        De vraag naar geitenkaas is voor te stellen met de volgende vraagvergelijking.
        Qv = -1,5p + 15
        Waarbij         p = prijs in euro per kilo.
                        Qv = de vraag naar geitenkaas in 1.000 kilo‟s.

        a. Hoeveel kilo geitenkaas wordt er verkocht als de prijs van geitenkaas
            € 8,= per kilo is.
        b. Teken in een grafiek de vraag lijn.
        c. Arceer in de grafiek het consumentensurplus als de prijs van geitenkaas
            € 5,= is.
        d. Bereken de toename van het consumentensurplus als de prijs daalt van
            € 6,= naar € 4,=.
                                                 31
Altijd prijs 2A...
        Opdracht 37.

        Dagelijks brood
        Als je in de gelegenheid bent bekijk dan eens de volgende video:
        http://www.dumpert.nl/mediabase/21037/0f401738/index.html
    a. Wat er zou kunnen gebeuren met de bereidheid van consumenten om een prijs voor
       dit goed te betalen?


        Ontwikkeling productie brood naar inwoners

                                  1997                1999         2001       2003

        Inwoners Nederland        15.567.107          15.760.225   15.987.075 16.192.572

        Meel per inwoner in kg    39,80               38,00        37,60      38,50

        Brood per inwoner in kg   63,50               60,60        60,00      61,50
        Ontwikkeling broodconsumptie naar inwoners (bron: CBS, GZP)
        De bovenstaande tabel toont aan dat in 2003 de totale broodconsumptie per hoofd
        van de bevolking met 2,5% is toegenomen en dat de dalende trend in de
        broodconsumptie per hoofd van de bevolking in Nederland dus is gestopt. De
        gemiddelde inwoner van Nederland stopt omgerekend ruim 75 hele broden per jaar
        achter de kiezen. De dalende trend was het gevolg van het op de markt komen van
        aantrekkelijke alternatieven voor brood bij het ontbijt en het overslaan daarvan door
        vooral ook scholieren.
    b. Heeft het op de markt komen van aantrekkelijke alternatieven voor ontbijtbrood de
       betalingsbereidheid voor brood vergroot of verkleind?
        Ook de gemiddelde stijging van het besteedbare inkomen heeft de
        betalingsbereidheid voor brood vergroot.
    c. Leg uit waarom het waarschijnlijk is dat een groter besteedbaar inkomen de
       betalingsbereidheid voor brood vergroot.
        Ook bedrijven die brood verkopen proberen de betalingsbereidheid van
        broodconsumenten te vergroten.
    d. Noem minstens twee manieren waarop bedrijven proberen de betalingsbereidheid
       voor hun brood te vergroten.
        Stel dat de vraag naar brood per gemiddeld hoofd van de bevolking kan worden
        weergegeven met de volgende wiskundige vergelijking:
        Qv = - 2 P + 10,6
        Waarbij:       P = de prijs van een kg brood in euro en
                       Qv = de gevraagde hoeveelheid brood in kilo‟s x 10.
    e. Bereken met behulp van de vraagvergelijking hoeveel de gemiddelde
       broodconsument per jaar aan brood uitgeeft als de gemiddelde prijs van een brood
       1,80 euro bedraagt en een heel brood gemiddeld 0,8 kilo weegt.
                                                     32
Altijd prijs 2A...
        Opdracht 38.
        Vleesconsumenten worden geregeld opgeschrikt door enge dierziektes. Het gaat van
        de al vroeger bekende pest bij varkens, mond- en klauwzeer bij koeien tot nu de
        gekkekoeienziekte, blauwtong bij schapen en het ook voor de mens gevaarlijke
        griepvirus bij vogels.


             Pluimvee bedrijven moeten hun kippen binnen houden
     Van onze verslaggever Marc Peeperkorn                Ook voor mensen is het virus gevaarlijk.
     DEN HAAG Al het pluimvee op                          Tevens bestaat de kans dat het
     commerciële bedrijven moet voorlopig                 vogelgriepvirus zich met een gewoon
     binnenblijven. Met deze maatregel hoopt              griepvirus vermengt tot een nieuwe
     minister Verburg van Landbouw een                    levensgevaarlijke variant.
     vogelgriepepidemie te voorkomen. Volgens             Het is niet de eerste keer dat het pluimvee
     Verburg is er een verhoogd risico op een             wordt afgeschermd. Om besmetting door
     uitbraak van de besmettelijke dierziekte, die        wilde vogels te voorkomen, gold zo'n
     is aangetroffen Frankrijk, Duitsland en              verplichting al tijdens de vogeltrek.
     Tsjechië.                                            Brancheorganisatie PVE
     De ophokplicht geldt niet voor reeds                 (Productschappen Vee, Vlees en Eieren)
     gevaccineerde en hobbydieren. De minister            adviseerde haar leden vorige week al de
     acht de risico's op besmetting hier geringer.        dieren binnen te houden. De meeste
     Bovendien is economische schade beperkt,             bedrijven gaven daar gehoor aan. Volgens
     mocht de ziekte bij iemand zijn huiskippen           de PVE is er geen reden voor paniek,
     toeslaan.                                            maar is de vondst van dode dieren in Metz
     Donderdag werd bevestigd dat in het                  wel zorgwekkend. De organisatie raadt
     Noord-Franse Metz meerdere zwanen zijn               toeristen in de betrokken landen af naar
     bezweken aan de H5N1-variant van de                  gebieden met veel vogels te gaan, uit
     vogelgriep. Recent dook hetzelfde virustype          vrees voor de import van het virus bij
     op bij twee bedrijven (kalkoenen en                  terugkeer naar Nederland.
     vleeskuikens) in Tsjechië en bij wilde
     vogels in Duitsland. H5N1 is dodelijk voor
     dieren.
    Bron De Volkskrant 6 juli 2007


                         Weer dode door vogelgriep in Vietnam
     HANOI - In Vietnam is voor de tweede keer            Daarvoor was er bijna twee jaar niemand
     in twee weken iemand overleden aan                   aan ziekte overleden in het land. De
     vogelgriep. Het slachtoffer is een 28-jarige         afgelopen maand zijn er vijf gevallen van
     vrouw uit de provincie Ha Nam, die ziek              vogelgriep onder mensen geregistreerd.
     werd na in aanraking te zijn geweest met             Twee patiënten zijn inmiddels hersteld,
     besmet pluimvee. Op 10 juni overleed een             een patiënt ligt nog in het ziekenhuis.
     20-jarige man uit een ander deel van
     Vietnam aan vogelgriep.
    Bron De Volkskrant 21 juni 2007
                                                    33
Altijd prijs 2A...


       a.    Beschrijf welk effect het rondwarende griepvirus (H5N1) bij kippen op de
             betalingsbereidheid van consumenten heeft die gewend zijn regelmatig
             kippenvlees te kopen.
       b.    Beschrijf de gevolgen van het rondwarende griepvirus bij kippen op de
             betalingsbereidheid van consumenten bij de aankoop van vis(producten)




        Opdracht 39.

                                          De iPhone gekte
         De typische iPhone-koper is een jonge           Verenigde Staten.
         man met een hoger dan normaal jaarlijks         Ondanks het dure prijskaartje is ook
         inkomen, volgens een online onderzoek.          Laura Knoll, 25, bereid om de rekening te
         De iPhone, die tussen de $ 500,- en $           betalen. "Het is alles in één. Ik ben er
         600,- kost, zal voorlopig alleen                helemaal opgewonden van, ik kan niet
         verkrijgbaar zijn via Apple en AT&T             wachten om hem te krijgen," zei Knoll.
         winkels in de


                                          Succesnummers
         iPod (2001)                                     iPhone (2007)
         In 2001 bestonden er al mp3-spelers met         Geen toetsen, ingebouwde iTunes en web-
         de zelfde capaciteit als de eerste iPod,        brouwser Safari en een scherm dat naar
         maar dankzij zijn gebruiksgemak                 believen horizontaal of verticaal kan
         veroverde het toestel snel harten               worden gehouden. Apple lanceerde zijn
                                                         idee van hoe een mobiele telefoon er
                                                         uitziet.
         Bron: De Morgen 27 juli 2007

        De iPhone moet een nieuwe boost geven aan de winst van Apple na het grote succes
        van de iPod. Apple probeert de betalingsbereidheid van consumenten voor de iPhone
        te vergroten.
       a.    Op welke manier probeerde Apple de betalingsbereidheid voor een nieuwe
             iPhone te bewerkstelligen?

       b.    Noem minstens drie kenmerken van de eerste groep consumenten van de
             iPhone, die bij de lancering een hoge betalingsbereidheid hebben?

       c.    Wat valt je op als je dit krantenbericht vergelijkt met het bericht van opgave 28.

        Aanvankelijk was de betalingsbereidheid voor de iPod van Apple ook zeer groot. Die
        is inmiddels veel minder geworden en is een van de redenen waarom de iPod nu
        goedkoper is dan bij de introductie ervan.
                                              34
Altijd prijs 2A...




             Prijs iPhone


                                      2.
                            1.




                                 3.



                                 4.




                                                            Qv (is gevraagde hoeveel-
                                                               (heid iPhones)



    Hier staan in een grafiek verschillende vraagcurven naar de iPhone, die alle de
    betalingsbereidheid ernaar weergeven. Vraagcurve (1) is de die van nu bij de introductie
    van de iPhone. De anderen geven zijn de mogelijke curves van over 5 jaar weer.
        d.       Geef een argument waardoor de betalingsbereidheid van de eerste
                 aanschaffers van de iPod van Apple nu minder groot is geworden.
        e.       Geef een argument waarom de betalingsbereidheid voor de iPod ook voor
                 andere consumenten 6 jaar na de introductie minder groot is geworden.
        f.       Welke van de 3 andere vraagcurven is de mogelijke vraagcurve naar de
                 iPhone over 5 jaar? Motiveer je antwoord.

        Voor een extra indruk van de koopgekte rondom de iPhone, bekijk het RTL Z filmpje,
        via onderstaande link:
        http://www.rtl.nl/(channel=yorin,progid=rtlz,zone=rtlgemist.rtl.nl/rtlz,vm=/financien
        /rtlz/home/,ord=1183652569042)/system/video/wvx/components/actueel/rtlnieuws/
        miMedia/2007/week26/za_1930_iphone.avi_plain.xml/805.wvx
                                                35
Altijd prijs 2A...


                        Daphne Deckers verslikt zich in een lolly
         Daphne Deckers had een leuke            dat er suiker in snoep zit. En voor de
         schnabbel: het aanprijzen van           moeders die daar niet van houden,
         'gezonde' lolly 's (chupa chups).       zijn er zelfs suikervrije lolly's. Dat
         Maar wat blijkt deze lolly's zijn       ik, net als andere moeders met
         helemaal niet zo gezond, want           gezond verstand, en zonder te
         volgens de Consumentenbond zit er       overdrijven - wel eens een lolly
         per lolly maar 3% vruchtvlees in en     uitdeel, so be it.'
         het is drap met weinig vitaminen.       Ach, wat maakt het haar uit dat niet
         Daarbij bestaat elke lolly uit 83%      iedereen haar ironie en zelfspot
         suiker en dit suiker wordt weer         oppikt uit het spotje, zij heeft de
         omgezet in vet. Misleidend stelt de     centjes weer binnen. Ik hoor al:
         Consumentenbond.                        'Geef jij kinderen alweer een lolly?'
         Zelf zegt Daphne Deckers, een           'Nou dat kan echt geen kwaad hoor,
         moeder met een voorbeeldfunctie,        er zit echt fruit in en ze vinden nog
         in het AD: 'Het is geen verrassing      lekker ook.'
         Bron: RTL nieuws 13 november 2004

Opdracht 40


                                       Ongezonde lolly's
         DEN HAAG - De Reclame Code                  In het spotje vertelt de schrijfster
         Commissie vindt de tv-reclame voor ‘        Daphne Deckers dat de lolly’s
         gezonde’ lolly’s misleidend. De             vruchtvlees bevatten en daarom te
         consumentenbond had een klacht              vergelijken zijn met fruit..
         ingediend over het tv-spotje
         Bron: De Volkskrant 7 december 2004
        Nog laat in de pauze lopen leerlingen liever likkebaardend
        even naar de supermarkt naast de school om nog een lekkere
        lolly te scoren dan tussen medeleerlingen te laveren om zeker
        op tijd in de les te komen. „ Likken hoort nu eenmaal bij de
        jeugd‟ lispelt een leraar op de docentenvergadering waar dit
        laakbare gedrag aan de orde komt.
        De vraag naar lekkere lolly‟s in Nederland kan met de volgende wiskundige
        vergelijking worden weergegeven:

                       Qv = - 5 P + 500

        Waarbij:       P = de prijs per zakje van 5 lolly‟s in eurocenten
                       Qv = de gevraagde hoeveelheid zakjes lolly‟s x 1 miljoen.

    a. Bereken het aantal verkochte lekkere lolly‟s in Nederland als de prijs van een zakje
       0,60 euro bedraagt
    b. Bereken de omzet van de lekkere lollyverkopers bij een verkoopprijs van 0,60 euro
       per zakje.
                                                        36
Altijd prijs 2A...
    Opgave 41.

                                                   Fitness

           … Het profiel van de doorsnee                     aspecten, zoals plezier en sociaal
           verenigings-sporter is ‘mannelijk,                contact.Fitnessers stellen hogere eisen aan
           jongere of oudere, minder opleiding,              de dienstverlening dan de verenigings-
           plattelandsbewoner’, dat van de fitnesser         sporters. Leden van verenigingen vinden
           ‘vrouwelijk, midlifer, beter opgeleid,            dat de dienstverlening kan verbeteren
           stedeling’. Fitnessers zijn meer                  door iets te doen aan de netheid van
           gezondheidsgericht, terwijl verenigings-          douches en kleedruimten…
           sporters ook belang hechten aan andere
           Bron: SCP 9 juni 2006

        Een flink fitnesscentrum in een stad, „ Dr. Feel Good‟ , heeft marktonderzoek laten
        doen onder potentiële klanten. Dat leverde de volgende grafiek met vraagcurve op:

 Prijs van een maand -
 abonnement in euro

     100




      60


      50


      40



                                                                              Aantal verkochte
                                      1.750     2.000           2.250         maandabonnementen

             a. Hoeveel bedraagt de maximale betalingsbereidheid van een klant?
             b. Bereken met behulp van de grafiek de verwachte afzet en omzet van dit
                fitnesscentrum bij een abonnementenprijs van 50 euro.
             c. Arceer in de grafiek het consumentensurplus bij een prijs van 60 euro voor
                een maandabonnement.
             d. Beredeneer of het consumentensurplus voor deze potentiele klanten toe of
                afneemt als er vlak in de buurt van dit fitnesscentrum een gloednieuw
                centrum wordt geopend.
                                               37
Altijd prijs 2A...


2.5 Het verschuiven van de vraaglijn

HET KOOPGEDRAG ZICHTBAAR GEMAAKT BIJ INKOMENSVERANDERINGEN

Naast de prijzen van goederen worden kopers bij hun aankoop ook beïnvloed door de hoogte
van hun (besteedbaar) inkomen. Om te weten of kopers meer of minder gaan kopen
wanneer hun inkomen verandert, moeten we nu alle andere vraagfactoren niet laten
veranderen. Dus nu ook de prijs van de goederen niet meer.

Wat zal er gebeuren als de spelers na de training in Achmed‟s „Het blaffend Konijn‟ allemaal
€ 20,= per week meer te besteden hebben? De
meeste zullen bij de door Achmed voorgestelde verkoopprijs eerder toehappen. Bij elke
verkoopprijs zullen meer kroketten worden verkocht.
‘Doe voor mij er ook maar een in het vet’, zul je sneller horen. De betalingsbereidheid neemt
toe als de (besteedbare) inkomens stijgen en af, als die dalen.
Laten we er eens vanuit gaan dat als gevolg van de inkomensstijging bij elke prijs voor een
kroket er twee meer worden gekocht. Van verzadigingsverschijnselen is bij deze jeugd
duidelijk geen sprake. Hoe kunnen we dat dan zien in a. de tabel, b. de vraagcurve in de
grafiek en c. de wiskundige collectieve vraagvergelijking?

        Opdracht 42.
    a. Neem de ingevulde tabel bij opdracht 5 over en voeg een kolom toe waarin bij elke
       prijs 2 kroketten meer worden verkocht.
    b. Maak van deze tabel een grafiek, zoals bij opdracht 6, waarin nu ook de grotere
       krokettenverkoop te zien is.
    c. Is door de inkomensstijging de collectieve vraagcurve in de grafiek naar links of naar
       rechts verschoven?

        Opdracht 43.
        De nieuwe collectieve vraagcurve naar kroketten na de inkomensstijging ziet er als
        volgt uit:

        Qv = - 3 P + 20

        waarbij       Qv = de gevraagde hoeveelheid kroketten, stuks en
                      P = de prijs van een kroket, in euro

        Controleer door de verschillende prijzen in de vergelijking voor P in te vullen of deze
        vergelijking het vraaggedrag weergeeft na de inkomensstijging van de spelers.
                                             38
Altijd prijs 2A...

        Opdracht 44.
        Door een inkomensstijging zullen kopers bij alle verschillende prijzen … (1) …
        goederen kopen. Door een inkomensstijging neemt de betalingsbereidheid van kopers
        … (2) … . Als gevolg van een inkomensstijging zal de collectieve vraagcurve … (3) …
        verschuiven.
        Bij een inkomensdaling … (4) … de betalingsbereidheid van kopers en verschuift de
        collectieve vraagcurve naar … (5) … omdat kopers bij elke prijs … (6) … goederen
        zullen willen kopen.

        Wat moet bij de cijfers worden ingevuld om een economisch correcte zin te krijgen:
        Bij (1): meer / minder
        Bij (2): toe / af
        Bij (3): naar links / naar rechts / niet
        Bij (4): stijgt/ daalt
        Bij (5): links / rechts
        Bij (6): meer / minder

Bij een inkomensstijging gaan consumenten bij dezelfde prijzen doorgaans dus meer
goederen en diensten kopen. Maar dat gebeurt niet bij het kopen van alle goederen en
diensten even sterk. En een verdubbeling van inkomen betekent nog niet dat er twee keer
zoveel van alle producten wordt gekocht. Een hoger inkomen van de spelers die bij Achmed
over de vloer komen leidt niet tot het steeds maar meer wegwerken van die heerlijke
kroketten. Dat de derde echt niet meer zo lekker is als de eerste hoef ik jullie niet te
vertellen. En de tiende, zelfs gratis aangeboden, komt je neus of ergens anders uit.
Bij het kopen van het ene goed eerder dan het andere, er treden verzadigings-
verschijnselen op.

        Opdracht 45.
        Als voorbeeld voeren we een zelfstandig in een huurhuis wonende jongere op van een
        jaar of 28 die een flinke salarisverhoging krijgt.
        Bepaal (door discussie met je buurman) een rangorde van de volgende goederen en
        diensten waarbij het eerst en waarbij later verzadiging optreedt.

        a.   huurhuis                             e.   GSM
        b.   ontbijtproducten                     f.   fitness
        c.   kippenvlees                          g.   lolly‟s
        d.   hotelvakantie in Turkije             h.   kaartjes concerten

In uitzonderlijke gevallen leidt een hoger inkomen zelfs tot minder kopen. Rijkere mensen
gaan bijvoorbeeld eerder op restaurant en kopen minder voedsel om zelf te bereiden. Ze
kopen meer duur vlees en minder goedkoop vlees als spek en gehakt. Dergelijke goederen
worden inferieure goederen genoemd. Niet omdat ze van slechte kwaliteit zijn (en de
maden uit het gehakt kruipen), maar gewoon omdat er minder van gekocht wordt als het
inkomen stijgt. Ze worden lager gewaardeerd dan andere goederen.
                                             39
Altijd prijs 2A...
        Opdracht 46.
    a. Leg uit hoe de kroketten bij Achmeds „Het Blaffend Konijn‟ inferieure goederen
       kunnen worden.

    b. Noem nog drie andere voorbeelden van inferieure goederen of diensten bij een
       inkomensstijging van de Nederlandse bevolking. Motiveer je antwoord.

    c. Wat moet er bij de cijfers worden ingevuld om er een correcte economische zin van
       te maken: Inferieure goeden zijn goederen of diensten waarvan als gevolg van een …
       (1) … ervan ... (2) … worden gekocht.
       Bij (1): prijsstijging / inkomensstijging
       Bij (2): meer / minder

Dan zijn er nog de twee andere vraagfactoren, waardoor de vraag naar goederen kan
veranderen. Daar zijn het vraagfactoren voor. Net als bij een inkomensverandering kunnen
ook de prijzen van andere goederen en de voorkeuren van consumenten de collectieve
vraagcurve naar links (minder kopen) of naar rechts (meer kopen) doen opschuiven.
We kunnen hier tot een soort samenvatting komen.
De collectieve vraagcurve laat de betalingsbereidheid van een groep consumenten zien.
Want de curve geeft het verband weer tussen de prijs van een goed of dienst en hoeveel
ervan door consumenten zal worden gevraagd. (Dit verband kan ook met een wiskundige
vergelijking worden weergegeven, waarvan de curve de weergave is). De vraagcurve laat
zien dat bij een prijsstijging er consumenten zullen afhaken en minder zullen kopen en dat
consumenten zich bij een prijsdaling precies andersom gedragen. (Je kunt dat ook met de
wiskundige gedragsvergelijking berekenen).
Een stijging van het besteedbare inkomen verleidt consumenten (behalve bij inferieure
goederen) tot meer aankopen, ondanks dat de prijzen ervan niet stijgen. Bij ongewijzigde
prijzen gaan consumenten bij een inkomensdaling minder kopen. In een grafiek verschuift
dan de vraagcurve. Bij een inkomensstijging naar rechts; er worden bij elke prijs meer
gekocht. Bij een inkomensdaling naar links, want er wordt bij alle prijzen minder producten
gevraagd. Dezelfde redenering als bij inkomensverandering geldt ook voor de overige twee
vraagfactoren.
Daarom wordt de stelregel: "dat bij een prijsverandering het meer of minder kopen in de
grafiek kan worden afgelezen door LANGS de collectieve vraagcurve te „lopen‟ en dat bij alle
ANDERE veranderingen de vraagcurve naar LINKS OF RECHTS verschuift. Bij andere
oorzaken van koopverandering dan de prijs is er een verschuiving VAN de vraaglijn. Er is
meer of minder vraag bij alle prijzen."
                                               40
Altijd prijs 2A...


        Opdracht 47.




                              1.



                                                            2.

                                     4.




                                                                         3.



        De middelste vraagcurve in bovenstaande grafiek geeft de vraag van alle klanten van
        Achmed naar zijn kroketten weer. Hij verkoopt ze voor € 2= per stuk en dat wordt
        door het 0-punt op deze middelste grafiek weergegeven.
        Bij onderstaande gebeurtenissen is dit punt op de middelste lijn steeds het
        uitgangspunt.
        Beoordeel wat er in de grafiek gebeurt (In welke richting wordt er bewogen?) als
        gevolg van onderstaande gebeurtenissen en geef dit met de cijfers 1 t/m 4 weer.

        a.   Achmed is jarig en verkoopt zijn kroketten voor slechts € 1,=.

        b.   De kranten staan vol met verhalen dat kroketten eigenlijk juist zeer gezond zijn.
             In echte kroketten zit bijvoorbeeld immers paardenvlees. En paardenvlees is erg
             mager en bevat erg veel ijzer. (Aan te bevelen voor zwangere vrouwen)
        c.   In het noorden van het land zijn 5 mensen gestorven na waarschijnlijk het eten
             van kroketten.

        d.   Achmed moet meer betalen voor de inkoop van zijn kroketten en verhoogt
             daarom zijn prijzen.

        e.   De meeste klanten van Achmed zijn arbeiders van een fabriek in de buurt. Om
             dreigend ontslag te vermijden hebben de vakbonden met de werkgever afspraken
             gemaakt dat er wat loon wordt ingeleverd.

        f.   De aardappelprijzen zijn sterk gestegen en daarmee de prijzen van patat / frites.

        g.   De kroketten van Achmed zijn een hype geworden. Ze zijn in het hele land
             bekend geraakt door een televisie-uitzending en nu is zijn zaak vaak overvol.
                                                41
Altijd prijs 2A...


         Opdracht 48.
         Het o – punt op de middelste vraaglijn (collectieve vraaglijn) in de volgende grafiek
         geeft de huidige situatie op de markt voor vliegtickets weer.


          Prijs van vlieg-
          tuig tickets in €




                              1.


                                               2.
                                   o



                                   4.

                                                     3.



                                                                   Qv (= gevraagde hoeveelheid
                                                                         vliegtuigtickets)


    Welke verandering in de grafiek, richting 1, 2, 3 of 4, vindt er plaats als gevolg van
    onderstaande gebeurtenissen? Bij elke verandering is de startsituatie op de
    vliegticketmarkt het o-punt.
    a. Vliegmaatschappijen rekenen stijgende olieprijzen en dus kerosineprijzen (kerosine =
       vliegtuigbrandstof) door in de ticketprijzen.

    b. Binnen een week crashen 3 grote passagiersvliegtuigen.

    c. Als gevolg van de economische hoogconjunctuur stijgen alle inkomens.

    d. De TGV – verbindingen in Europa worden goedkoper.

    e. Als gevolg van grotere concurrentie op de vliegticketmarkt door prijsvechters als
       Ryanair, dalen de prijzen van alle vliegtickets.

    f.   De TGV wordt als prettiger ervaren dan vliegen. Je hoeft niet twee uur voor vertrek
         aanwezig te zijn en in TGV‟s is meer luxe zoals meer bewegingsruimte.


    f.   De TGV wordt als prettiger ervaren dan vliegen. Je hoeft niet twee uur voor vertrek
         aanwezig te zijn en in T GV‟s is meer luxe zoals meer bewegingsruimte.

								
To top