Docstoc

EEN VERZORGD UITERLIJK domeinnaam

Document Sample
EEN VERZORGD UITERLIJK domeinnaam Powered By Docstoc
					t
o
r
e
n                           VIVES-COMITO: PRODUCTEN




                                            Stageplaatsprofiel


       Leidraad                                                             Stage-wijzer


                                                          Begeleidingsteam

                    Stagebegeleider

                       Stage-studiewijzer                             Robinson
                                                                 Video & handleiding



                                     LEERLING-STAGIAIR
                                                                            Post-to-post
    Bege-Leidraad                                                           Logboeken
                                 Stage-doeboek

                                                         Bedrijfsverantwoordelijke
         Stagementor                                                 &
                                                                   Leraar

                                                   Kwaliteitskader


                                Stagegever




                               www.vives-comito.be
De Stage-wijzer en het Stage-doeboek zijn als product onlosmakelijk verbonden.

De Stage-wijzer is een document voor het stagebegeleidingsteam: de
stagecoördinator, de stagebegeleiders, de andere betrokken leerkrachten.
Het eerste deel situeert het Stage-doeboek:
 als product op zich;
 in het proces rondom stage;
 t.o.v. de actoren die in dit proces een rol spelen.
In het tweede deel wordt het theoretisch kader bij de stage-studiewijzer geschetst.
Daarin worden exemplarisch voorbeelden voor de meer zelfstandige leerling-stagiair
uitgewerkt. Dit in functie van levenslang leren en competentiedenken.
Het verduidelijkt ook:
 hoe een begeleidingsteam een Stage-doeboek kan realiseren
 het gebruik van het Stage-doeboek in een begeleidingsproces.

Het Stage-doeboek richt zich tot de (kandidaat) leerling-stagiair.
 Het begeleidt hem doorheen het stagegebeuren als onderdeel van de totale
   opleiding: wat gebeurt er voor, tijdens en na de stage.
 Het bevat opdrachten die de leerling-stagiair een rijkere invulling van zijn stage
   bieden.
 Het dient als communicatiemiddel tussen de diverse betrokken actoren:


             stagecoördinator                             stagegever
             stagebegeleider                             stagementor




                                  leerling-stagiair
                                     en ouders




Robinson is een video met handleiding, kant-en-klare lesbundels voor het stage-
begeleidingsteam incluis, om op niet-zo-theoretische wijze het belang van
sleutelvaardigheden over te brengen bij leerlingen die een ervaring in het leren op de
werkvloer gaan aanvatten (eind tweede, begin derde graad).

Het Stageplaatsprofiel is een instrument dat dient om de opleiding op school en op
de stageplaats op elkaar af te stemmen. Het geeft het stagebegeleidingsteam
inzicht in wat er op de stageplaats kan geleerd worden, hoe er geleerd wordt, en het
bereikbare niveau. Het biedt daarmee een aanzet voor de opmaak van de
stageplanning voor de leerling-stagiair. Het ontwikkelen en up-to-date houden ervan
geldt tevens als kwaliteitsproces om de leeromstandigheden te verbeteren. Tenslotte
geeft het de stagebegeleider zicht op een netwerk van mogelijke stageplaatsen in
relatie tot een opleiding.
De Bege-Leidraad – een handreiking voor de stagementor bestaat uit een
dertigtal fiches. Een twintigtal bevatten aanwijzingen rond concrete
begeleidingsaspecten, geordend volgens het verloop van de stage (voor, begin,
tijdens en einde). Een tiental jokerkaarten geven meer algemene aanwijzingen rond
begeleiding. Tenslotte volgen voorbeelden van een opleidingsplan, van een attest
„bewijs van stage‟, en van evaluatiedocumenten. Deze moeten de stagementor in
de mogelijkheid stellen om leerlingen-stagiairs pedagogisch juist te begeleiden, en
daarbij tevens als mentor te groeien.

Het Kwaliteitskader is een compact zelfbevragingsmodel voor de stagegever in het
iets grotere bedrijf die vertrouwd is met kwaliteitsmeting. Hiermee kan hij nagaan hoe
sterk het concept van stage op dit ogenblik in de visie, de missie en vooral in de
dagdagelijkse praktijk van het bedrijf is doorgedrongen. Hij kan er ook op gezette
tijden hun vorderingen mee nagaan, en er de nog te bewandelen weg mee
uitstippelen.

De Leidraad geeft een omschrijving van het brede proces omtrent stage. Hij is
bestemd voor de stagecoördinator/stagebegeleider. Door zijn cruciale rol in het
ganse stageproces wordt deze de centrale figuur in het stagebegeleidingsteam. Doel
ervan is de samenwerking tussen alle bij de stage betrokken actoren te versterken.
De bovenstaande praktische tools kan hij aanreiken aan de diverse betrokkenen.

De Logboeken bij Post-to-post geven aanwijzingen rond het realiseren van een
ervaringsuitwisseling. Leerkrachten beroepsgerichte vorming participeren - ingebed
in het nascholingsbeleid van de school - gedurende een zekere periode aan een
reeks werkzaamheden in een bedrijf. Bedrijfsverantwoordelijken nemen op hun
beurt deel aan het reilen en zeilen in een school.
Het „Logboek voor de leraar‟ en het „Logboek voor de bedrijfsverantwoordelijke‟ zijn
voor de betrokkenen informatiebron en handleiding. Zij bevatten documenten - onder
meer een model van overeenkomst - die ondersteunend kunnen zijn bij de
voorbereiding, realisatie en opvolging van de uitwisselingsactiviteit.




Kopieerrecht:
Dit cursusmateriaal mag enkel vrij gekopieerd worden voor educatieve doeleinden. Het gebruik voor commerciële doeleinden
is expliciet verboden.
Al het educatief materiaal ontwikkeld in het kader van het VIVES-project blijft eigendom van de Dienst Beroepsopleiding
departement Onderwijs en het Europees Sociaal Fonds.
CONTACTGEGEVENS

Leerling-stagiair:
       Naam en voornaam:
       Adres:
                                                              Foto
                                                         van de leerling
           Tel. - GSM:
           Fax:
           E-mail:
           Studiegebied - Opleiding:
           Leerjaar - Klas - Module:

School:
      Naam:
      Adres:
                                                        Logo of stempel
                                                         van de school
           Vestigingsplaats:

           Tel. - GSM:
           Fax:
           E-mail:
           Stagebegeleider: naam:
           Tel. - GSM:
           Fax:
           E-mail:

Instelling:
        Naam:
         Administratieve zetel                         Logo of stempel
        Adres:                                          van de instelling

           Tel. - GSM:
           Fax:
           E-mail:
            Stageplaats1 zelf:
           Adres:

           Tel. - GSM:
           Fax:
           E-mail:
            Contactpersonen
            Stagegever: naam:
           Tel. - GSM:
           Fax:
           E-mail:
            Stagementor: naam:
           Tel. - GSM:
           Fax:
           E-mail:

1
    Indien verschillend van de administratieve zetel.

                                                              -1-
INHOUD

 Overzicht producten VIVES
 Korte inhoud producten VIVES

Vóór je stage

 Contactgegevens                                         1
 Inhoud                                                  2
 Woord vooraf (voor de stageschool en de stagegever)     4
 Lees dit eerst                                          5
 Waarom stage?                                           6
 Stage: deel van je leertraject                          7
 Mogelijke activiteiten tijdens de stage                 8
 Werk aan de winkel in de weken vóór je op stage gaat    9
 Schriftelijk solliciteren                              10
 Telefonisch solliciteren                               14
 Planning en realisatie                                 16
 Kennis maken met je stagementor                        18
 Leerlingenstageovereenkomst jouw exemplaar             21
 Stagereglement                                         24
 Waar je moet op lettten                                27
 Stage in zicht                                         28
 Taken en opdrachten tijdens je stage                   29

Tijdens je stage

 Een verzorgd uiterlijk                                 30
 TUINAANLEG EN BLOEMENTEELT
 Het gras is altijd groener aan de overkant             32
 Ken je rechten                                         35
 Werkpostfiche                                          39
 Persoonlijke beschermingsmiddelen                      40
 Veiligheidsinstructiekaart elektrische haagschaar      41
 Veiligheidsinstructiekaart bosmaaier                   44
 Nog wat oefenen?                                       48
 BLOEMSIERKUNST
 Het maken van een tafelarrangement                     49
 GROENTETEELT LANDBOUW
 Gelijk gij zaait zult gij maaien                       53
 Gaan we voor biologisch?                               56
 Een rijke oogst tomaten                                59
 FRUITTEELT
 Bioboer oogst nieuwe appelsoort (artikel Metro)        61
 Interview                                              62
 SIERHEESTERTEELT
 Snoeien doet groeien                                   65
 DISTRIBUTIE-GROOTHANDEL
 Hoe geraak ik als plant bij de consument?              68
 De marketingmix 1 product                              69
 De marketingmix 2 prijs                                71
 De marketingmix 3 plaats                               73
 De marketingmix 4 promotie                             75

                                                             -2-
 VEETEELT
 Mestbeleid                               77
 Van varkentje tot karbonaadje            79
 Melk is goed voor elk                    80
 ALGEMENE OPDRACHTEN
 Wie doet wat met wie?                    83
 Het web                                  85
 Veilig lopen op je stageplaats           88
 Zit- en tiltechnieken                    89
 Een dagverslag schrijven                 90

Na je stage

 Zelfevaluatieformulier                    93
 Evaluatieformulier voor de stagementor    96
 Leerpunten                                99
 Een woordje van dank                     100

 Met medewerking van




                                                -3-
WOORD VOORAF (voor de stageschool en de stagegever)

In dit stage-doeboek staan opdrachten die gebruikt kunnen worden voor een stage bij een
bedrijf in de land- en/of tuinbouwsector.
Het is geen volledig doeboek. De sector is zo divers dat het onmogelijk is om volledigheid te
willen nastreven. Hopelijk kunnen de opdrachten u inspireren om er zelf andere bij te maken
toegesneden op uw school en een specifieke stageplaats.
We hebben in dit doeboek een indeling gemaakt met opdrachten voor: tuinaanleg,
bloementeelt, bloemsierkunst, groenteteelt, fruitteelt, sierheesterteelt, distributie/groothandel
en veeteelt.

De opdrachten “vóór je stage”, en de “algemene opdrachten” kunnen, net als de opdracht
“een verzorgd uiterlijk”, voor elke stageplaats worden gebruikt.




                                                                                      -4-
LEES DIT EERST

Beste,

Voor je ligt je stage-doeboek.

Het is een werkboek:
- met opdrachten,
- met vragen en antwoorden,
- met stageregels, naast nuttige tips.

Het is dus een gids in drie delen:
- deel 1: vóór je stage,
- deel 2: tijdens je stage,
- deel 3: na je stage.

Je hebt het samen met je stagebegeleider over het belang van stage als deel van je
opleiding, en je gaat deze stage dan ook grondig plannen en inhoudelijk voorbereiden.

Vervolgens komen je opdrachten: je bereidt die voor in de school, en overloopt ze tijdens
het kennismakingsgesprek met je stagegever/-mentor. Tijdens je stage zul je misschien wel
iets moeten navragen bij je stagementor en/of een collega. Ze moeten ook zeker niet op één
dag af.

Je vindt verder ook een (zelf) evaluatieformulier, en een model van een dankbrief.

Uit je ervaringen op je stageplaats neem je een aantal leerpunten mee: wat gaat al prima en
waaraan moet je nog werken. Ze zijn van belang voor je opleiding op school, een volgende
stage of een tewerkstelling.

Je staat er dus niet alleen voor. Een aantal leerkrachten gaat je begeleiden in de periode
voor en na de stage én je bezoeken op je stageplaats zelf.

Zorg dat je het stage-doeboek steeds bij je hebt, dan verlies je de juiste weg niet!
Wanneer je het voor, tijdens en meteen na je stage goed gebruikt, dan zul je vast heel wat
bijleren. En mag dat nu net de bedoeling zijn.


Veel succes!



Je stagebegeleider




   Louter omwille van de leesbaarheid werden in dit stage-doeboek mannelijke voornaamwoorden gebruikt.
        De samenstellers wensen zich bij voorbaat te verontschuldigen bij wie dit storend zou vinden.




                                                                                            -5-
WAAROM STAGE?

Je koos voor een beroep dat je later wilt uitoefenen, en daar leer je nu voor. Je kunt veel
leren op school, maar je kunt ook leren op de werkvloer: daarvoor dient dan je stage.

Op je stageplaats stel je vast:
- wat je al kent;
- wat je al praktisch kunt;
- en hoe jij je gedraagt op de werkvloer.

Je oefent ook heel wat in.

Je kunt er ook veel bijleren over het beroep zelf.

Je maakt kennis met de werkvloer, hoe het er in het echt aan toe gaat als je met een
werkgever (hier je stagegever of je stagementor) en collega‟s samenwerkt. Je hebt hier echt
wel, sleutelvaardigheden voor nodig.

Omcirkel je oprechte keuzeantwoord

 DOORZETTINGSVERMOGEN
                                      A Herbeginnen dan maar, ik kom er wel.
Ik kreeg een moeilijke taak, en na      Was het een lichtere taak, dan herbegon ik
een tussenkomst van mijn              B meteen, maar dit zie ik niet echt meer zitten.
stagementor blijkt dat ik helemaal      Hélp.
verkeerd bezig ben.                       „k Heb het geprobeerd, „k ben ‟t moe,
                                      C
                                          ‟t zal voor een andere keer zijn. Salut.
FLEXIBILITEIT
                                        Ik ga dat wel doen. Mijn date voor vanavond
Er is vandaag heel veel werk. Mijn    A kan ik verplaatsen. Later zal dat wel vaker zo
stagementor vraagt om een uur           zijn.
langer te blijven.                        ‟t Is tegen mijn zin, maar ik doe het toch maar
                                      B
                                          om geen ruzie te hebben.
                                      C Mij niet gezien.
INZICHT IN DE ARBEIDSORGANISATIE
                                Ik vind het belangrijk alle opdrachten en taken
                              A
De stagementor bespreekt        uit te voeren.
‟s morgens met mij specifieke B Ik beperk mij tot de specifieke opdrachten.
opdrachten. Daarnaast heb ik
routinetaken.
                              C Ik doe alleen wat ik het leukste vind.


Wil je weten welke andere sleutelvaardigheden er zijn?
Surf dan naar www.vives-comito.be/deelprojecten/sleutelvaardigheden.




                                                                                     -6-
STAGE: DEEL VAN JE LEERTRAJECT

Wij zegden het al: je stage vormt een belangrijk onderdeel van je opleiding. Het is heel
belangrijk dat er een zo sterk mogelijk verband bestaat tussen de schoolse opleiding waar
je nu mee bezig bent en je stage.

Je stagebegeleider geeft je hieronder een volledig overzicht van de modulaire of lineaire
structuur van je beroepsopleiding.

Als je een modulaire opleiding volgt, kun je die ook zelf opzoeken:
 ga naar de website: www.ond.vlaanderen.be/dbo
 open de startpagina en klik op „enter‟
 ga naar projecten en selecteer modularisering
 kies jouw modulaire beroepsopleiding
 download de “modulaire beroepsopleidingenmap van het studiegebied”
 klik via de bladnummering, of scroll door naar hoofdstuk 2.4: “modulaire
     beroepsopleidingtrajecten”
 scroll naar de pagina met het beroepsopleidingtraject van je keuze
 druk af.

Knip jouw specifieke beroepsopleidingtraject uit en breng het hieronder aan.

Kleur of arceer de modules die je al volgde groen, en deze waar je nu mee bezig bent rood.




                                                                                -7-
MOGELIJKE ACTIVITEITEN TIJDENS DE STAGE

Op deze bladzijde moet het verband tussen je leertraject en je stage zo concreet mogelijk tot
uiting komen.

In de stageactiviteitenlijst hieronder noteer je (met hulp van je stagebegeleider) de
voornaamste activiteiten die jij op je stageplaats allicht kunt uitvoeren, en de vaardigheden
die je daarbij eventueel zult inoefenen.

               Activiteiten                                Vaardigheden
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15




                                                                                    -8-
WERK AAN DE WINKEL IN DE WEKEN VOOR JE OP STAGE GAAT

Dit is een checklist voor jou.
Noteer bij elke activiteit de datum wanneer je die uitvoerde. Zo zie je of je niets vergeet.
Heb je vragen? Stel ze aan je stagebegeleider.



                           Activiteiten                                   Datum

Ik schrijf en verstuur mijn sollicitatiebrief ten laatste drie
weken voor mijn stage begint. Of ik solliciteer telefonisch.

Heb ik na één week geen antwoord, dan bel ik even op en
vraag of de stagegever al de kans had om mijn vraag te
behandelen. Ik wacht het antwoord af.

Bij een negatief antwoord: ik verwittig mijn stagebegeleider
en volg zijn instructies.

Bij een positief antwoord: ik verwittig mijn stagebegeleider,
contacteer mijn stagegever of stagementor en spreek
eventueel al af voor het kennismakingsgesprek.

Ik maak voor zover mogelijk met hulp van mijn stagebegeleider
al mijn planning op.


Ik bereid mij voor op het kennismakingsgesprek.


Ik lees zorgvuldig de opdrachten, nog voor ik naar het
kennismakingsgesprek ga. Die kan ik dan daar samen met de
stagementor overlopen.

Ik vul vooraan in mijn stage-doeboek de contactgegevens in
over mijzelf (eventueel pasfoto), mijn school, wat ik al heb van
mijn stageplaats.

Ik voer het kennismakingsgesprek met mijn stagementor, en
vul de ontbrekende stageplaatsgegevens aan. Ik vul ook
eventueel mijn planning aan.

Ik laat – indien mogelijk – nu al mijn leerlingenstage-
overeenkomst tekenen door mijn stagegever of -mentor.




                                                                                      -9-
SCHRIFTELIJK SOLLICITEREN

a Waarom?

Een stageplaats vind je niet zomaar. Jij hebt misschien wel iets in gedachten, maar de keuze
van je stageplaats wordt niet alleen bepaald door je persoonlijke interesse.
Je stagebegeleider beschikt misschien over een stagedatabank. Hij zal je helpen bij de
keuze van de stageplaats die bij jou past. Een goede keuze van de stageplaats is een
eerste kans op slagen.
Je hangt ook af van de goeie wil van de stagegever: hij maakt zelf ook een keuze.
De eerste indruk die de stagegever van je heeft, speelt hierin een grote rol. Daarom is goed
solliciteren belangrijk, of het nu per brief, per e-mail, telefonisch of in een persoonlijk
gesprek gebeurt. Het handigste voor je stagegever is toch meestal de schriftelijke vorm, de
sollicitatiebrief dus.

b Een sollicitatiebrief

Schrijf een sollicitatiebrief met een curriculum vitae (c.v.*) naar je mogelijke stageplaats,
met de vraag of je er stage mag lopen, net zoals je naar een vacante betrekking zou
solliciteren.

Tips voor je sollicitatiebrief:
 vraag na aan wie je de brief moet richten;
 vermeld de volgende persoonlijke gegevens in je brief:
     - je naam
     - je adres
     - de naam van je school;
     - welke opleiding je volgt;
 let op een verzorgde lay-out;
 sla er de BIN-normen eens op na;
 beschrijf:
     - wat het doel is van je stage;
     - wanneer je stage wilt lopen;
     - hoelang je stage wilt lopen;
     - waarom je precies daar stage wilt lopen;
 sluit af met de melding dat je een reactie afwacht, of dat je zelf contact neemt.

Op de volgende pagina‟s vind je een voorbeeld van een sollicitatiebrief en ruimte om dat aan
jouw persoonlijke situatie aan te passen.

Je c.v. moet een aantal vaste gegevens bevatten. Je vindt verderop een model. Toch een
paar verduidelijkingen:
 opleiding die je nu volgt;
 diploma‟s, getuigschriften en (deel)certificaten die je reeds behaalde;
 bij talenkennis vermeld je bij elke taal: zwak, matig of uitstekend;
 bij ICT-kennis vermeld je bij elk programma: zwak, matig of uitstekend;
 werkervaring is wat je al gedaan hebt zoals vakantiejobs, studentenjobs ...;
 je hobby‟s mag je vermelden;
 vrijwilligerswerk mag je ook vermelden.



* Curriculum Vitae of c.v.: levensloop
                                                                                    - 10 -
c Een voorbeeld van een sollicitatiebrief


   Jouw voornaam – naam                                                      datum
   Straat – nummer
   Postnummer – GEMEENTE
   Telefoon – GSM
   >
   >
   >
   >
   >
   >
   De heer/Mevrouw voornaam – naam
   Naam instelling
   Straat – nummer
   Postnummer – GEMEENTE
   >
   >
   Aanvraag stageplaats
   >
   >
   Geachte heer/mevrouw …………
   >
   Ik volg een opleiding voor ………(beroep) in ………(school). Momenteel zit ik in
   …………(leerjaar, module).
   >
   Stage vormt een belangrijk onderdeel van mijn opleiding. Mijn school organiseert deze
   van …….. tot ……. (of op welke dagen …).
   >
   Via mijn stagebegeleider (of via een vriend, een leerkracht, een bericht in de plaatselijke
   krant …, uit persoonlijke kennis van of interesse in uw instelling …) weet ik dat ik heel wat
   zou kunnen bijleren bij u op de werkvloer.
   >
   Wilt u mijn kandidatuur als stagiair overwegen? Als bijlage vindt u mijn c.v..
   Graag wil ik u zelf ook meer informatie geven in een persoonlijk gesprek.
   >
   Mijn stagebegeleider kan u desgewenst rond het verloop van de stage zelf alle verdere
   nodige informatie bezorgen (de heer/mevrouw ….., telefoonnummer).
   >
   Vriendelijke groeten
   >
   >
   >(jouw handtekening)
   >
   >
   >
   jouw voornaam – naam
   >
   >
   Bijlage: c.v.


                                                                                   - 11 -
d Jouw sollicitatiebrief

Maak nu jouw sollicitatiebrief.
Ook op de volgende site vind je ideeën om in je brief te verwerken:
www.vacature.com
www.vdab.be
www.myvdab.be
www.leren.nl/cursus/solliciteren




                                                                      - 12 -
e Jouw c.v.

Maak hier jouw c.v., maak een uitdraai en laat deze nalezen. Breng nadien de eventuele
verbeteringen aan.

Naam:
Voornamen:
Adres:
Telefoon:
GSM:
Fax:
E-mail:
Geboortedatum:
Geslacht:



Opleiding:
Behaalde diploma‟s,
getuigschriften,
(deel)certificaten:
Talenkennis:
ICT-kennis:



Werkervaring:

Hobby‟s:

Vrijwilligerswerk:




                                                                              - 13 -
TELEFONISCH SOLLICITEREN

a Waarom?

  Na het versturen van je sollicitatiebrief wacht je ongeduldig op een positief antwoord.
  Ofwel krijg je tijdig een antwoord, ofwel niet. Wij volgen even dit tweede scenario.
  Nadat je het probleem hebt gemeld bij je stagebegeleider, krijg je van hem de opdracht om
  dan toch maar telefonisch contact op te nemen.
  Opgelet: ga hier niet overhaast te werk. Het is eveneens een sollicitatie!

b Voorbereiding op het telefoongesprek
  - Gebruik bij de voorbereiding van je gesprek je sollicitatiebrief en c.v.
  - Kies een tijdstip dat het meest geschikt is voor de stagementor.
  - Neem pen en papier.
  - Je gaat best te werk aan de hand van de volgende lijst.

Zeg duidelijk wie je bent.
Deel mee wie je wenst te spreken.
Zeg al meteen duidelijk dat je telefoneert met de vraag naar stage.
Vertel dan aan de hand van je sollicitatiebrief waarover het precies gaat.

Het antwoord is:
                                                           geen antwoord, weet het
               positief                  negatief                nog niet, zal later
                  ↓                           ↓                     bevestigen
                                                                         ↓
                                                          Blijf beleefd en vermeld de
 Geef nuttige gegevens. Gebruik Vraag beleefd naar de datum waarop je ten laatste
          hiervoor je c.v.                 reden          een antwoord nodig hebt
                                                          voor de school.
Beantwoord de vragen duidelijk. Bedenk vooraf hoe je
Indien je iets niet weet, zeg dan op een beleefde wijze
                                                             Wacht het antwoord af.
dat je het zal navragen en later het telefoongesprek
zal meedelen. Noteer de vraag. beëindigt.
Stel eventueel zelf vragen.
Vb. wanneer je voor een
kennismakingsgesprek mag
                                       Verwittig je
langs komen.                                              Positief: volg de 1ste kolom.
                                   stagebegeleider en
(Volgende opgaven maken, kan
                                   volg zijn instructies.
je helpen:” Planning en
realisatie”, “Kennis maken met
je stagementor”).
Sluit het gesprek af met een                              Negatief: volg de 2de kolom.
bedanking en begroeting.
Verwittig je stagebegeleider; stel
eventueel de vraag die je niet
kon beantwoorden, en bel in dit
geval terug met het antwoord.

c Het telefoongesprek zelf

  Neem tijdens het gesprek notities, zo vergeet je niets. Gebruik hiervoor de blz. hiernaast.

                                                                                  - 14 -
Notities telefoongesprek




                           - 15 -
PLANNING EN REALISATIE

Hier moet het verband tussen je leertraject en je stage zo concreet mogelijk tot uiting komen.

Het gedeelte „PLANNING‟ vul je in vóór je op stage gaat.

     Vul in de eerste kolom de naam van je stagegever in.
     Vul in de tweede kolom de datum in.
      Zowel bij een blokstage* als bij een alternerende stage* (of de combinatie van de beide) vul je alle data in waarop je dient aanwezig te
      zijn.

Het gedeelte „REALISATIE‟ vul je in tijdens en na je stage.

     In de derde kolom noteer je, in samenspraak met je stagementor, naast de data de voornaamste activiteiten of taken die jij die dag
      uitvoerde. Je kan de nummers overnemen vanuit de opdracht “Mogelijke activiteiten tijdens je stage”.

       Noteer in de vierde kolom de naam van de module of het vak waarin die activiteiten in de schoolse opleiding aan bod kwamen.

       Je kan op het einde van de dag in de vijfde kolom je stagementor laten paraferen.

Als je te weinig plaats zou hebben in het schema, maak dan zelf een uitbreiding.




* blokstage: ononderbroken periode van één of meer weken
* alternerende stage: met vaste tussentijden, gespreid over de trimester, semester of het schooljaar


                                                                                                 - 16 -
   PLANNING                            REALISATIE

Stagegever   Datum   Activiteit/taak                 Naam module(s)/vak waar dit bij hoort   Paraaf




                                            - 17 -
KENNIS MAKEN MET JE STAGEMENTOR

a Voorbereiding

Bij het kennismakingsgesprek is het belangrijk dat je een goede indruk maakt. Zorg dat je
op tijd komt, er verzorgd uitziet en bereid je voor op het gesprek. Laat vooral zien dat je
gemotiveerd bent.

Hoe bereid je je voor?
Maak een telefonische afspraak met je stagementor of de stagegever en noteer hieronder
vooral volgende gegevens. Vraag er eventueel zelf naar.

Naam van de persoon die je wenst te
spreken.
Op welke datum moet je er zijn?
Hoe laat word je verwacht, en hoelang
kan/mag het gesprek duren?
Waar precies moet je zijn?

Heb je gerief nodig?
Moet je bepaalde kledij dragen of bij je
hebben?

Je stagementor of je stagegever zal je allicht ook enkele vragen stellen.

   Waarom wil je stage lopen?             …………………………………………
   Waarom heb je voor dit beroep gekozen? …………………………………………
   Ben je bereid om iets extra te doen?   …………………………………………
   ...

Indien je de leerlingenstageovereenkomst meeneemt, lees ze dan zeker vooraf.

De stagegever of de –mentor zal peilen naar je verwachtingen van deze stage. Denk na
wat je antwoordt. Noteer hieronder. Na de stage kun je nagaan of je verwachtingen werden
ingelost.




Je mag ook zelf vragen stellen. Ook hier kun je je verwachtingen uiten.
Bedenk goed wat je wilt vragen. Check even de lijst op de bladzijde hiernaast of de vraag
niet al voorzien is. Overweeg ook hoe je het vraagt.
Om zeker niets te vergeten: noteer hieronder je vragen. Noteer na (of tijdens) het gesprek op
de bladzijde hiernaast de antwoorden bij de overeenkomende nummertjes.

1
2
3
4
5

                                                                                 - 18 -
b Het kennismakingsgesprek zelf

Vul onderstaande gegevens meteen zelf in.

 Controleer samen met je stagementor de contactgegevens van de instelling vooraan in
  je stage-doeboek. Verbeter indien nodig. Vraag ook om er de stempel van de instelling
  naast te plaatsen. Het logo kan je eventueel zelf zoeken op internet. Of vraag een
  visitekaartje of briefpapier met hoofding.
 Noteer hieronder de afspraken die je maakt met je stagementor
 Neem samen de opdrachten in het stage-doeboek even door.
 Vraag naar het arbeidsreglement. Laat je stagementor de hoofdzaken aanstippen.

                                    Van                  tot
Werktijden
                                    Van                  tot
Prikklok?                            Ja    Neen
Afspraken over je voorkomen
   - werkkledij
   - schoenen
   - juwelen
   - kapsel
   - ...
Afspraken over je stagementor,
wie zal dat zijn?

Stageovereenkomst: wie tekent?
(indien van toepassing) Wanneer
moet je voorbereiding af zijn?

Wie vult je tussentijdse
evaluatie(s) in?

Andere afspraken…?

Datum en uur van het gesprek
aan het einde van je stage en bij
wie?
Vul zo mogelijk ook al de stageplanning in. Zie vroeger in dit stage-doeboek.
Stel nu je eigen vragen en noteer hieronder de antwoorden.

1

2

3

4

5


                                                                                - 19 -
c Na het gesprek: beschrijf je ervaringen

   Vertel hoe het gesprek verliep. Was je zenuwachtig? Werd je op je gemak gesteld?




   Heb je kunnen bespreken wat je verwacht van je stage, en kan je stagegever daaraan
    tegemoetkomen?




   Heb je nu alle nodige informatie om te kunnen starten? Wat ontbreekt er eventueel?




   Ben je iets vergeten? Hoe kwam dat? Hoe ga je dat herstellen?




   Wat deed je extra goed?




   Wat deed je minder goed, en hoe pak je het de volgende keer aan?




                                                                               - 20 -
                                                          Exemplaar leerling-stagiair



                                  LEERLINGENSTAGEOVEREENKOMST


Tussen de hiernavolgende partijen:

De leerling-stagiair en zijn ouders of voogd
Naam en voornaam:
Studiegebied - Opleiding:
Leerjaar - Klas - Module:
Adres:

Tel. - GSM:
Fax:
E-mail:

De school
Naam:
Adres:

Vestigingsplaats:

Tel. - GSM:
Fax:
E-mail:
Directeur:
Stagebegeleider:

De instelling
Naam:
Adres administratieve zetel:

RSZ-nummer:
BTW-nummer:
Registratienummer:
De stagegever: dhr./mevr.:
Adres:

Adres stageplaats2:

Stagementor3:


wordt overeengekomen als volgt:




2
    Indien verschillend van de administratieve zetel.
3
    Indien verschillend van de stagegever.

                                                                                - 21 -
Artikel 1

De stagegever zal de leerling-stagiair in de instelling toelaten om er stage te lopen in de
volgende periodes/op de volgende dagen/op de volgende momenten:




Artikel 2

In het kader van een leerlingenstage ontstaat geen arbeidsrelatie en wordt geen loon
uitbetaald. De verantwoordelijkheid t.a.v. de leerling-stagiair m.b.t. arbeidswet- en
regelgeving berust bij de stagegever. Volgende regelgeving is concreet van toepassing:
- de wet tot instelling van arbeidsreglementen van 8 april 1965;
- de wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de
    paritaire comités van 5 december 1968;
- de arbeidswet van 16 maart 1971;
- de feestdagenwet van 4 januari 1974;
- de wet betreffende de sociale documenten van 23 oktober 1978;
- de wet betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van
- hun werk van 4 augustus 1996.

Artikel 3

De leerling-stagiair zal zowel vanuit de instelling als vanuit de school opgevolgd worden.
Voor de instelling zal een stagementor aangeduid worden, voor de school een
stagebegeleider. De begeleiding impliceert wederzijds overleg.

Artikel 4

De leerling-stagiair verbindt zich ertoe te werken onder de werkvoorwaarden en
veiligheidsvoorschriften eigen aan de instelling en de sector. De instelling zal de leerling-
stagiair informeren m.b.t. voornoemde gegevens en op de hoogte brengen van de mogelijke
risico‟s verbonden aan het werk (KB betreffende de bescherming van de jongeren op het
werk van 3 mei 1999).

Artikel 5

De schoolverzekering dekt de risico‟s m.b.t. de burgerlijke aansprakelijkheid van de leerling-
stagiair. De schade door voornoemde onopzettelijk toegebracht aan hem
toevertrouwde materialen en materieel wordt gedekt zoals bepaald in de collectieve
bijkomende verzekering door de school afgesloten bij:


onder polisnummer:

                                                                                    - 22 -
Artikel 6

De instelling verbindt zich ertoe:
- de leerling-stagiair te begeleiden bij de stage-activiteiten zoals omschreven in het stage-
   doeboek;
- de leerling-stagiair te begeleiden en te evalueren tijdens en na de stage-periode;
- iedere afwezigheid van de leerling-stagiair meteen te melden aan de school en/of de
   stagebegeleider.

Artikel 7

De school verbindt zich ertoe de begeleiding van de leerling te verzekeren in nauw overleg
met de stagebegeleider van de school en met de stagementor van de instelling.

Artikel 8

De school zal de leerlingenstageovereenkomst onmiddellijk verbreken indien:
- de leerling-stagiair herhaaldelijk de stage- en/of veiligheidsvoorschriften niet naleeft;
- de leerling zich schuldig maakt aan wangedrag;
- de instelling de stage-overeenkomst niet naleeft.

Artikel 9

Alle partijen verklaren de leerlingenstageovereenkomst te kennen en dit en alle aan de stage
verbonden randvoorwaarden te zullen naleven. Partijen verklaren eveneens elk een
exemplaar van deze overeenkomst en van het stagereglement (zie bijlage) te hebben
ontvangen.


Aldus opgemaakt in drievoud te ……………. ……………… op ….…-………-……… .


Voor de instelling                  De leerling-stagiair          Voor de school,
de stagegever                     en zijn ouders of voogd          de directeur




                                  …………………………..*



………………………..*                      …………………………. *                 .………………………..*



*naam en handtekening, ev. instellingsstempel




                                                                                    - 23 -
       BIJLAGE : Stagereglement (bindend voor alle scholen en structuuronderdelen)


                                     STAGEREGLEMENT


Artikel 1. Dit reglement is van toepassing op alle leerlingen van het voltijds secundair onder-
wijs die een stageperiode volbrengen in het kader van hun schoolopleiding, alsmede op de
directeurs van deze onderwijsinstellingen en de stagegevers.

Art. 2. De leerling-stagiair blijft onderworpen aan het gezag van de directeur van de onder-
wijsinstelling of zijn afgevaardigde.

Art. 3. De leerling-stagiair voert stipt doch enkel de in de stageactiviteitenlijst voorgeschreven
opdrachten uit onder leiding en toezicht van de stagementor (*).

Hij heeft het recht de uitvoering te weigeren van taken die niet in de stageactiviteitenlijst
voorzien zijn of die zijn fysische of psychische mogelijkheden te boven gaan of die strijdig
zijn met onderhavig reglement. Hij maakt hiervan omstandig melding in zijn stageschrift. Bij
betwistingen terzake is het oordeel van de stagebegeleider doorslaggevend. De leerling-
stagiair mag steeds contact opnemen met de stagebegeleider.

Art. 4. De prestaties van de leerling-stagiair worden niet bezoldigd (**). Eventueel mogen de
aan de leerlingenstage verbonden kosten terugbetaald worden.

Art. 5. § 1. De leerling-stagiair volgt de werktijden van de stageverlenende organisatie.

§ 2. Hij begeeft zich naar de stageplaats op de gestelde dagen en binnen de gestelde uren,
overeenkomstig de leerlingenstageovereenkomst.

§ 3. Hij verwittigt de directeur van de onderwijsinstelling onmiddellijk van de feiten die de
afwezigheid op de stageplaats kunnen rechtvaardigen. De directeur van de
onderwijsinstelling brengt de stagegever hiervan onmiddellijk op de hoogte. Andere dan de
door de directeur van de onderwijsinstelling gemelde afwezigheden worden zo vlug mogelijk
door de stagegever aan de directeur van de onderwijsinstelling meegedeeld.

Art. 6. De leerling-stagiair dient zich welvoeglijk en voorkomend te gedragen tegenover de
stagegever en zijn werknemers.

Art. 7. § 1. De stagegever zal de leerling-stagiair het nodige materiaal en materieel ter
beschikking stellen en laten gebruiken overeenkomstig de modaliteiten van onderhavig
reglement.

§ 2. Indien het gebruik van bepaalde toestellen niet kan toegelaten worden, wordt dit vermeld
in de bijzondere voorwaarden van de leerlingenstageovereenkomst.

§ 3. De leerling-stagiair is verplicht het hem overeenkomstig dit artikel toevertrouwde
materieel en ongebruikte materiaal in goede staat terug te geven. Hij is niet verantwoordelijk
voor de beschadigingen of de sleet toe te schrijven aan het regelmatig gebruik van het
materieel.
Hij is evenmin verantwoordelijk voor het gebrekkig werk te wijten aan zijn onhandigheid of
onervarenheid. De in deze paragraaf bedoelde schadegevallen zijn ten laste van de
stagegever.
                                                                                     - 24 -
§ 4. De personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige
leerling-stagiair onder hun bewaring hebben of de meerderjarige leerling-stagiair zelf, zijn
persoonlijk verantwoordelijk voor de schade ontstaan uit zijn daartoe opzettelijk gestelde
daden. De overtreding van het stagereglement wordt met opzet gelijkgesteld.

§ 5. Voor andere dan de in de paragrafen 3 en 4 vermelde beschadigingen door toedoen van
de leerling-stagiair veroorzaakt, dient een verzekering gesloten te worden vóór de aanvang
van de stageperiode en waarvan de kosten gedragen worden door de onderwijsinstelling.

Art. 8. De leerling-stagiair houdt een stageschrift bij dat hij op regelmatige tijdstippen laat
viseren door de stagementor en de stagebegeleider.

Art. 9. De leerling-stagiair en de stagebegeleider zijn gehouden het beroepsgeheim eigen
aan de sector waarin de leerlingenstage wordt volbracht, te eerbiedigen en zich te onthouden
van enigerlei handeling die de goede naam of de bedrijvigheid van de stagegever zou
kunnen schaden ; deze verplichting duurt voort na de stageperiode.

Art. 10. § 1. De stagegever of de stagementor staat in voor het onthaal van de leerling-
stagiair op de stageplaats.

§ 2. De leerling-stagiair is verplicht het arbeidsreglement en de voorschriften eigen aan de
onderneming en/of sector na te leven. De stagegever of de stagementor ziet hierop
nauwgezet toe.

Art. 11. § 1. De stagegever is persoonlijk verantwoordelijk ingevolge overtredingen van
zijnentwege van het stagereglement.

§ 2. De stagegever dient de in de sector vigerende bepalingen inzake arbeidsduur te
respecteren in hoofde van de leerling-stagiair.

Art. 12. De stagegever dient het algemeen toezicht van de stagebegeleider op het
stageverloop toe te laten en hem op de overeengekomen wijze de voor de evaluatie van de
leerling-stagiair noodzakelijke informatie te verstrekken (***).

Art. 13. De stagegever heeft het recht om:

1° te informeren naar de reden van afwezigheid van de leerling-stagiair op de stageplaats;
2° een stagementor naar zijn keuze aan te stellen;
3° de leerlingenstageovereenkomst te verbreken:

-   indien de leerling-stagiair opzettelijk zware schade veroorzaakt of herhaald onwettig af-
    wezig is of zware inbreuken pleegt tegen het stagereglement of wangedrag vertoont;
-   bij overmacht;
-   bij onvoldoende begeleiding door de school.

Een verbreking is slechts geldig indien zij gemotiveerd en schriftelijk gebeurt.

Art. 14. De directeur van de onderwijsinstelling dient één of meer stagebegeleiders aan te
duiden, belast met een grondige voorbereiding van en een adequate begeleiding en toezicht
op de leerlingenstages.


                                                                                   - 25 -
Art. 15. De directeur van de onderwijsinstelling, die verplicht is de nodige verzekeringen te
sluiten tot dekking van de risico's van de leerlingenstages, dient onmiddellijk in kennis te
worden gesteld van ongevallen overkomen aan of veroorzaakt door de leerling-stagiair.

Art. 16. § 1. De directeur van de onderwijsinstelling kan, op eigen initiatief of op vraag van de
stagebegeleider, de leerlingenstageovereenkomst opschorten:

-   bij zware inbreuken van de stagegever tegen het stagereglement;
-   wanneer de fysische of geestelijke gezondheid van de leerling-stagiair gevaar loopt;
-   wanneer de leerlingenstage inefficiënt of onnuttig is;
-   bij onvoldoende begeleiding door de stageverlenende organisatie.

§ 2. De directeur van de onderwijsinstelling beslist, na de opschorting, over het al dan niet
verbreken van de leerlingenstageovereenkomst.

Een verbreking is slechts geldig indien zij gemotiveerd en schriftelijk gebeurt.

Art. 17. De leerling-stagiair kan de leerlingenstageovereenkomst niet eigenmachtig
verbreken.

Art. 18. De stagegever mag alle nuttige inlichtingen betreffende de leerling-stagiair inwinnen
bij de stagebegeleider.

Art. 19. In geval van staking, technische of economische werkloosheid, of overmacht, dient
de stagegever de leerling-stagiair terug te sturen naar de school. Hij meldt dit onmiddellijk
aan de directeur van de onderwijsinstelling.



-----------------------------------

(*) voor de studierichtingen verzorging, kinderzorg, thuis- en               bejaardenzorg    en
verpleegkunde vermelden: "de stagementor of de stagebegeleider";

(**) ook indien in de studierichting verpleegkunde een deel van de bezoldigde werktijd als
stagetijd geldt, blijft deze bepaling gehandhaafd;

(***) voor de studierichtingen verzorging, kinderzorg, thuis- en bejaardenzorg en verpleeg-
kunde luidt artikel 12 als volgt: "De stagegever dient aan de stagebegeleider vrije toegang te
verlenen tot de stageplaats, teneinde de activiteiten van de leerling-stagiairs te plannen, te
organiseren, te begeleiden en te bespreken. Hij zal de stagebegeleider op de
overeengekomen wijze de inlichtingen verstrekken die noodzakelijk zijn voor de evaluatie
van de leerling-stagiairs en de stageorganisatie in het algemeen.".




                                                                                    - 26 -
WAAR JE MOET OP LETTEN

Je bent leerling-stagiair. Dat wil zeggen dat je als leerling onder het toezicht van je school
blijft staan, én als stagiair ook de regels en gewoonten van de instelling in ere moet houden.
Je mag uiteraard uitleg vragen aan je stagementor. Goede afspraken maken goede
vrienden!

Zoek in het stagereglement de artikels die overeenstemmen met onderstaande regels.

1 Als leerling-stagiair ben je verplicht het arbeidsreglement na te leven, en ook de
   voorschriften eigen aan de onderneming en de sector (art. ….).
2 Als leerling-stagiair ben je gebonden aan het beroepsgeheim eigen aan de sector waarin
   de stage wordt volbracht. Doe geen uitspraken of handelingen die de goede naam of de
   bedrijvigheid van de stagegever zouden kunnen schaden. Ook na je stage blijft deze
   regel gelden (art. ….).
3 Zorg dat je altijd op tijd bent, en vertrek niet te vroeg. Maak een begonnen werkje bij
   voorkeur af (art. ….).
4 Elke afwezigheid of laattijdigheid (ziek, platte band, bus gemist …) moet je zo snel
   mogelijk en zeker voor aanvang van de werktijd melden aan de school, je
   stagebegeleider en je stagementor. De telefoonnummers vind je vooraan in dit boek
   (art. ….).
5 Houd je stage-doeboek stipt bij: maak elke dag je opdrachten in overleg met je
   stagementor, en laat ze hem ook al eens nalezen. Hij kan je werk mee beoordelen en
   bijsturen. Zorg dat je het stage-doeboek op het afgesproken tijdstip inlevert op school bij
   je stagebegeleider (art. ….).
6 Voer de opdrachten en aanwijzingen van je stagementor zo goed als je kan uit, en
   verwittig hem meteen als je klaar bent. Als je stagementor geen concrete opdrachten voor
   je heeft, dan blijf je actief. Je kunt opruimen, je werkplek schoonmaken, in je stage-
   doeboek werken … Sta zeker niet te lummelen (art. ….).
7 Luister aandachtig naar de uitleg bij het gebruik van producten, gereedschap of
   toestellen. Lees de gebruiksaanwijzing, of vraag bijkomende uitleg als iets je niet zo
   duidelijk is. Verwittig onmiddellijk je stagebegeleider of de school als je op één of andere
   manier schade zou veroorzaakt hebben. Je stagebegeleider zal de zaak helpen
   oplossen. Je bent niet verantwoordelijk voor sleet of schade door normaal gebruik. Als je
   met opzet iets stuk maakt, dan zul je daar wel zelf moeten voor opdraaien (art. ….).
8 Werk overal en altijd veilig en gezond. Informeer je over de gebruikelijke arbeidskledij en
   de eventuele maatregelen voor je persoonlijke lichamelijke bescherming (art. ….).
   Draag ook zorg voor het milieu. Toon je bezorgdheid door te vragen naar de regels, en
   pas ze ook toe.
9 Onthoud goed: je bent er om te leren! Je stapt beter naar je stagementor om
   iets (opnieuw) te vragen, dan dat hij bij jou moet komen om een fout te herstellen,
   voor zover dat nog kan (art. ….).
10 En tenslotte: voor elk probleem dat niet ter plekke kan worden opgelost, neem je steeds
   contact op met je stagebegeleider of de school (art. ….).




                                                                                  - 27 -
STAGE IN ZICHT



                          Activiteiten                                  Datum

Ik overloop de afspraken gemaakt tijdens het
kennismakingsgesprek en tref de nodige voorbereidingen.

Ik controleer of mijn leerlingenstageovereenkomst
ondertekend werd: stagegever, de directeur van de school, de
stagebegeleider, ikzelf als leerling-stagiair, en eventueel mijn
ouders of burgerlijke verantwoordelijke(n).

Ik lees zorgvuldig het stukje: “ Waar je moet op letten” en
maak de opdracht.

Ik overloop de opdrachten en check of alles duidelijk is.

Reeds gekende gegevens vul ik in.



Je hebt je stage goed voorbereid, je kan nu met een gerust gevoel op stage gaan.




                                                                               - 28 -
TAKEN EN OPDRACHTEN TIJDENS JE STAGE

Tijdens de stage werk je aan de opgelegde taken (zie “Mogelijke activiteiten tijdens de
stage”).

De opdrachten uit je stage-doeboek maak je in overleg met je stagementor.
Deze opdrachten kan je niet altijd in één keer uitvoeren en oplossen.
Al naargelang de werkzaamheden op je stageplaats zie je hoeveel tijd er overblijft voor de
opdrachten. Noteer eventueel „s avonds de zaken die je observeerde of zelf mocht uitvoeren.

Bij moeilijkheden vraag je hulp aan je stagementor.
Je stagebegeleider kan je altijd aanspreken tijdens zijn stagebezoeken.


                                      Activiteiten


Indien mijn leerlingenstageovereenkomst nog niet ondertekend werd, breng ik dit in
orde op de eerste dag van mijn stage.



Ik start mijn dag met een kort overleg met mijn stagementor over wat ik die dag ga
doen (kan ook de avond voordien, zodat ik „s anderendaags meteen kan starten).




Ik bekijk welke opdracht ik in mijn stage-doeboek kan uitvoeren of afwerken.




Ik vul op regelmatige tijdstippen mijn zelfevaluatiedocument in.




Ik laat mijn stagementor regelmatig mijn evaluatiedocumenten invullen.




                                                                                 - 29 -
EEN VERZORGD UITERLIJK
Als je op stage bent dan merk je dat iedereen die in het bedrijf werkt kledij draagt die bij
de functie hoort, dus jij moet ook aangepaste kledij dragen.
1 Wat wordt er van je kledij verwacht op je stageplaats?
   Schrijf in deze tabel zeer beknopt welke werkkledij je moet dragen en waarom dit
   moet.

            Wat draag ik?                                  Waarom?




2 Op de stageplaats is je persoonlijke hygiëne even belangrijk als je kledij. Noteer
  waarop je let als je jezelf verzorgt (lichaam, haren, hygiëne …).

                                               Ik let extra op …
     1 handen

     2 nagels

     3 haar

     4 lichaam

     5 …

     6 …

     7 …

     8 …

     9 …

     10 …


                                                                                     - 30 -
3 Wat verlangt de stagementor van je in verband met make-up, baard, nagellak,
  juwelen, kapsel, haarkleur, gel, piercing, hoofddoek, GSM-gebruik, MP3-player …?
  Plaats bij wat moet, wat mag en wat niet mag de elementen van opmaak en vertel
  erbij waarom.

                Wat moet?                            Waarom moet dit?

    1

    2

    3

                Wat mag?                             Waarom mag dit?

    1

    2

    3

              Wat mag niet?                        Waarom mag dit niet?

    1

    2

    3


4 Heb je al ooit opmerkingen gekregen hieromtrent?
       Ja
       Neen
  Indien ja, waarover, en wat heb je er dan aan gedaan?

                Waarover?                        Hoe heb je het opgelost?
    1

    2

    3




                                                                            - 31 -
                                                            TUINAANLEG EN BLOEMENTEELT


HET GRAS IS ALTIJD GROENER AAN DE OVERKANT
In deze opdracht ga je een gazon manueel zaaien. Je gebruikt dus geen machines.

1 Hieronder de gevraagde gegevens invullen.

   Datum: ……………………………………………………………………………….
   Naam van de klant: …………………………………………………………………
   Verantwoordelijke van de werken: ………………………………………………..
   Uitgevoerde activiteiten:




   Welke grondstoffen ga je gebruiken?




   Arbeidsregistratie.
   Registreer het aantal werkuren van elke werknemer bij het uitvoeren van deze
   opdracht. Maak op het einde de som van de werkuren.


             Werknemer            Aanvangsuur       Einduur        Aantal uren




                                       Totaal aantal werkuren


2 De praktijk.
  Observeer hoe je stagegever zaait.

   Houdt hij daarbij rekening met;
    zaaien bij windstil weer;
    goed mengen van het graszaad;
    de hoeveelheid graszaad varieert van 2,5 à 3 kg /100m 2;
    het zaad moet men verdelen in twee gelijke delen;
    bij afgestoken randen moet men de randen dikker zaaien;
    oppervlakkig inwerken ( +/- 1cm ) van het zaad en bij droge omstandigheden de
     grond met een rol aandrukken om uitdroging van de toplaag te voorkomen;
    voldoende beregenen?


                                                                              - 32 -
   Noteer je bevindingen van de observatie hieronder.




3 Zelf aan de slag.

   Nu is het jouw beurt. Je gaat zelf een gazon inzaaien.
   Voordat je daaraan begint moet je de volgende dingen weten en/of doen:
   Noteer je antwoorden en/of berekeningen in de onderstaande tabel.

                Voorbereidende vragen                     Antwoord of berekening

    Situeer de activiteit in het verloop van de aanleg.

    Welke werken waren reeds uitgevoerd vóór het
    zaaien?

    Wat is het beste tijdstip voor het zaaien?

    Hoe groot was de oppervlakte?
    Bereken het aantal kg graszaad dat je nodig
    hebt?
    Welk type gazon heb je nodig?

    Welke grassoorten gebruik je?

    Hoe noemt men het grasmengsel?

    Waarom moet het zaad goed gemengd worden?

    Waarom moet je het graszaad in twee gelijke
    delen verdelen?

    Welke verschillen stel je vast wanneer je
    vergelijkt met de school?

    Maak een kostprijsberekening van de
    uitgevoerde werken?



                                                                            - 33 -
4 Ga nu aan de slag.
  Bereken je werkuren.

             Datum            Aanvangsuur           Einduur          Aantal uren




                                         Totaal aantal werkuren

   Vergelijk de tabel van de werkuren van de werknemers met je eigen werkurentabel.
   Wat kan je hieruit besluiten?




                       5 Zelfevaluatie
                       Evalueer je werk op deze sterrenschaal. Hoeveel sterren geef je
                       jezelf bij volgende vaardigheden:

                             je inzet

                             je doorzetting

                             je vaardigheid “zaaien“

                             je zelfstandigheid

                             je opruimen

                             je sociale omgang


      Welke aanwijzingen heb je van je mentor tijdens het werken gekregen?




      Wat kan er nog verbeteren?




                                                                               - 34 -
KEN JE RECHTEN!

Omschrijf in het kort de activiteiten die je stagegever uitvoert
(tuinaanleg, tuinonderhoud, bosontginning, tuincentrum, …..):




Heeft je stagegever personeel in dienst?
        Ja
        Neen
Indien ja, beschikt je stagegever over een arbeidsreglement?
        Ja
        Neen
Indien er een arbeidsreglement is, heb je dan een exemplaar gekregen?
        Ja
        Neen
Indien je er één gekregen hebt, voeg het aan je stage-doeboek toe!

Op http://meta.fgov.be/index.htm vind je meer informatie over de arbeidsovereenkomst.
Het is de webstek van de Federale Overheid inzake werkgelegenheid, arbeid en sociaal
overleg. Ga naar deze website en los de volgende vragen op.

1   Geef een korte omschrijving van een arbeidsreglement.




2 Voldoet het arbeidsreglement van je stagegever aan deze omschrijving?
   Ja
   Neen
  Leg uit.




3 Welke vermeldingen moeten zeker opgenomen worden in een arbeidsreglement?




    Zijn deze vermeldingen opgenomen in het arbeidsreglement van je stagegever?
     Ja
     Neen


                                                                              - 35 -
4 Zijn deze vermeldingen opgenomen in het arbeidsreglement van je stagegever?

     Ja
    Duid ze aan.

     Neen
    Welke niet?




5 In heel wat teksten wordt gesproken over een paritair comité. Vraag na op je
  stageplaats wie jou hierover meer uitleg kan geven. Noteer hieronder het antwoord.




    Wie gaf je dit antwoord? …………………………………

6   Weet je wat een CAO is? Vraag bij gelegenheid na wat dit betekent voor de
    werknemers. Maar ook wat het betekent voor de werkgever. Noteer hieronder de
    antwoorden.




    Wie gaf je de antwoorden? …………………………………

7 Som 10 wettelijke feestdagen op.




8 Vraag na welke de wettelijke feestdagen zijn op je stageplaats.




                                                                             - 36 -
9 Wat gebeurt als één van die feestdagen op een zondag valt?
  Hoe compenseert je stagegever een feestdag die op een zondag valt?




10 Wat moet de werknemer doen als hij/zij wegens ziekte niet op het werk aanwezig
   kan zijn?




11 Welke afspraken moet jij nakomen bij ziekte op je stageplaats?




12 Tussen een „gewoon‟ arbeidsreglement en een „stagereglement‟ is er alvast één
   belangrijk verschilpunt. Welk is dat?




   Verklaar waarom dit zo is? Vraag eventueel na bij je stagegever.




13 In het arbeidsreglement zal altijd verwezen worden naar “bescherming op het werk”.
   Ook op je stage word je bloot gesteld aan een aantal risico‟s. Door preventieve
   maatregelen te nemen, ga je proberen de kans op een ongeval te verkleinen en de
   gevolgen van een eventueel ongeval te minimaliseren.
   Laat ons beginnen met een „risicoanalyse‟ te maken.

   Som hieronder 10 mogelijke risico‟s op je stagebedrijf op (vraag hulp aan je
   stagegever).




                                                                                  - 37 -
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10


Meestal worden meer officiële documenten gebruikt om een dergelijke analyse te
maken namelijk het formulier risicoanalyse van de werkplek.
De stagegever is verplicht volgens de stageregelgeving om de leerling-stagiair en de
school een risicoanalyse te bezorgen van je werkplek.

Je kan dit ook samen met je stagegever of stagementor invullen. Dan kan de nodige
uitleg onmiddellijk aan jou gegeven worden.

Indien er een risicoanalyse voor handen is, overloop het samen met je stagegever of
stagementor. Vraag uitleg daar waar het volgens jou nodig is.

Indien er geen formulier is om een risicoanalyse op te stellen vul dan volgende fiche
in samen met je stagegever of je stagementor.




                                                                              - 38 -
                         WERKPOSTFICHE          LEERLING-STAGIAIR
                                         WERKPOST
naam leerling-stagiair:                     klas:                    school:
Onderneming:
Contactpersoon:
Te.l:
In te nemen werkpost/activiteit:


Beschrijving van de werkzaamheden: (waar, welke machine, welke producten … ?)


                                        RISICOANALYSE
Risico-evaluatie: (risico‟s, preventiemaatregelen, instructies …?)


Bedienen van machines:


   Machines                            Gekoppeld aan medisch onderzoek:
   Vallen:                            Risicopost (bestuurder gemotoriseerde voertuigen)
   Uitglijden                         Contact met voedingswaren
   Van hoogte                         Gebruik van beeldschermen
   Snijwonden                         Frequent manueel heffen en tillen
   Verbrijzelingen                    Blootstelling aan chemische agentia:
   Trillingen                         ……………………………………………………………….
   Rondvliegende scherven             Blootstelling aan biologische agentia:
   Brandwonden                        ………………………………………………………………..
   Elektrische risico‟s               Lawaai: ………dB
   Vallende voorwerpen (bijv.         Hoge/lage temperaturen
    strobalen)
   Geïsoleerd werk                  Ioniserende stralingen
   Spatten                          Huidirritaties
   Stof                             Inentingen:
   Gassen / dampen                    Tetanus  Tuberculose  Hepatitis B
   Stoten van dieren                Moederschapbescherming
   Trappen of duwen van dieren      …
    …                               …
    …                               …
    Andere risico‟s:


                            Persoonlijke beschermingsmiddelen
   Overall/broek en vest/stofjas  Masker: type ……………………………….
   Veiligheidsschoenen            Oordopjes/oorkappen
   Handschoenen                   Antival harnas
   Helm/haarnet                   Specifieke uitrusting:
   Veiligheidsbril                …

                                                                               - 39 -
PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN
Om de gevolgen van een ongeval te beperken, gebruik je persoonlijke
beschermingsmiddelen tijdens het uitvoeren van je stageopdrachten.
Vul in onderstaande tabel in welke persoonlijke beschermingsmiddelen je gebruikt
hebt tijdens je stage en voor welke activiteit. Denk aan gehoorbescherming,
hoofdbescherming, handbescherming, voetbescherming, adembescherming,
valbeveiliging, oogbescherming …

       Datum           Beschermingsmiddel(en)                 Activiteit
 1


 2


 3


 4


 5


 6


 7


 8


 9


 10



Voor je met een werktuig aan de slag gaat, moet je in ieder geval de
“veiligheidsinstructiefiche” die bij het werktuig hoort grondig doornemen!
Is je stagegever in het bezit van dergelijke instructiefiches?
                 Ja
                 Neen
Zo ja, neemt de stagegever deze fiche dan door samen met je?
                Ja
                Neen
Op de volgende pagina‟s vind je een paar modellen.
Los de bijhorende vragen op.

                                                                             - 40 -
                           VEILIGHEIDSINSTRUCTIEKAART

         Identificatie: Elektrische haagschaar

        Merk en type:

       Serienummer:

Plaats van bewaring:

             Algemene veiligheidsvoorschriften geldend in de werkplaats
Het gebruik van dit toestel is voorbehouden aan bevoegd personeel en leerlingen-stagiairs
mits toelating van de leerkracht of stagegever. De gebruiker of bediener moet het
werkplaatsreglement kennen en toepassen.


                            VERPLICHT!




                             VERBODEN

-   loshangende kledij te dragen.
-   ringen, armbanden en sierraden te dragen.
-   te roken.
                     Algemeen geldende veiligheidsvoorschriften


                     Noodgeval!                       Actie bij noodgeval!
                 -   Schaarmessen geklemd         -   Motor uitschakelen en netspanning
                     door voorwerp.                   verbreken vóór het verwijderen van
                                                      het voorwerp.
                 -   Beschadiging van het         -   Motor uitschakelen en netspanning
                     netsnoer tijdens het werk.       verbreken. Het verlengsnoer
                                                      vervangen.
                 -   Afbreken van een             -   Motor uitschakelen en mes
                     mestand.                         herstellen.
    Defecten en onveilige situaties altijd melden aan de stagementor of de directe
                                  verantwoordelijke.




                                                                                - 41 -
                                          Risico‟s


                                    RISICO’S
-    Snijkwetsuren van de ledematen.
-    Kwetsuren door wegslingerende stukjes hout.
-    Elektrocutie.
                      Maatregelen om ongevallen te voorkomen.

                                   PREVENTIE
                     -    Werk steeds vanuit een stabiele houding.
                     -    Om beschadiging van het snoer te vermijden door de
                          schaarmessen: begin te werken in de nabijheid van het stopcontact
                          en trek het snoer achter u aan.
                     -    Let erop dat er zich in de haag geen draad of andere metaaldelen
                          bevinden.
                     -    De schaar niet bij regenachtig weer gebruiken.
                     -    Gebruik het toestel niet als het nat is.
                     -    Hou het werkgebied op orde.
                             Inspectie en onderhoudsinstructie
                     -    Controleer de staat van het snoer en van het verlengsnoer.
Vóór het gebruik     -    Controleer of de mesbouten goed afgesteld zijn.
                     -    Controleer het werkgebied op spijkers, draad, zand.

     Tijdens het     -    Olie, bij langdurig werk, regelmatig de messen in.
       gebruik       -    De schaarmessen regelmatig op beschadiging controleren.
                     -    De schaarmessen schoonmaken en invetten.
                     -    De haagschaar zo bewaren dat zich niemand aan de messen kan
    Na het gebruik        verwonden.
                     -    Als de schaarmessen bot zijn geworden, laat deze door een
                          vakman scherpen.
                         Bedieningsinstructies bij normale werking
                     Overtuig u ervan dat de netspanning overeenstemt met de spanning
Vóór het gebruik
                     die op het kenplaatje is aangegeven.
                     -    De haagschaar kan alleen met twee handen bediend worden. Om
                          in te schakelen moet zowel de schakelhendel van de
                          steelhandgreep, alsook het bewegende deel van de
     Tijdens het          beugelhandgreep ingedrukt worden.
       gebruik       -    Let op, bij het werken dicht bij de grond, dat er geen zand of
                          stenen in de schaarmessen kan komen.
                     -    Buiten werken: gebruik alleen goedgekeurde en overeenkomstig
                          gemerkte verlengsnoeren.
                     -    Vóór alle werkzaamheden aan de messen het snoet van de
                          netspanning ontkoppelen.
    Na het gebruik   -    De schaarmessen schoonmaken en invetten.
                     -    Bewaar de haagschaar in de meegeleverde opbergbak, zodat
                          niemand zich kan verwonden aan de schaarmessen.

                                                                                 - 42 -
   Vul de gegevens, van de elektrische haagschaar die je gebruikt op je stageplaats,
    op de vorige fiche, bovenaan verder aan (merk, serienummer, plaats van bewaring).

   Welke persoonlijke beschermingsmiddelen zijn verplicht bij het gebruik van een
    elektrische haagschaar?




   Wat is ten zeerste verboden als je werkt met een elektrische haagschaar?




   Wat ga je doen als de schaarmessen geklemd zijn door een voorwerp?




   Welke risico‟s loop je als je werkt met een elektrische haagschaar?




   Welke maatregelen kun je nemen om ongevallen te vermijden?




   Wat kun je controleren vóór het gebruik (inspectie)?




   Wat inspecteer je best tijdens het gebruik?




   Wat controleer je na het gebruik?




                                                                               - 43 -
                            VEILIGHEIDSINSTRUCTIEKAART
         Identificatie: Bosmaaier

        Merk en type:

       Serienummer:

Plaats van bewaring:

               Algemene veiligheidsvoorschriften geldend in de werkplaats
Het gebruik van dit toestel is voorbehouden aan bevoegd personeel en leerlingen-stagiairs
mits toelating van de leerkracht of stagegever. De gebruiker of bediener moet het
werkplaatsreglement kennen en toepassen.

                            VERPLICHT!




                               VERBODEN

-   loshangende kledij te dragen.
-   ringen, armbanden en sierraden te dragen.
-   te werken aan de machine als deze nog draait.
-   omstanders in de buurt toe te laten.
-   te roken.
                       Algemeen geldende veiligheidsvoorschriften

                     Noodgeval!                     Actie bij noodgeval!
                 -   Defect aan mechanische     -   Machine stilleggen en op de grond
                     onderdelen.                    plaatsen.
                 -   Lichamelijke letsels.      -   Verantwoordelijke verwittigen, indien
                                                    nodig secretariaat verwittigen.
     Defecten en onveilige situaties altijd melden aan de stagementor of de directe
                                   verantwoordelijke.
                                         Risico‟s

                                  RISICO’S
-   Snijwonden aan de scherpe onderdelen.
-   Wegvliegende obstakels (harde stenen, zand …).
-   Kans op neervallende voorwerpen bij opschonen in hoog struikgewas.

                                                                                - 44 -
-   Schadelijke uitlaatgassen.
-   Contact met draaiende onderdelen.
-   Brandwonden.
                         Maatregelen om ongevallen te voorkomen.

                                 PREVENTIE
                  -   Bij herstel aan machine zorg dat deze op verharde ondergrond staat.
                  -   Contact met draaiende delen vermijden.
                  -   Geen omstanders in de buurt van de machine dulden indien deze in
                      werking is.
                  -   PBM dragen .
                  -   De te bewerken grond controleren op obstakels.
                             Inspectie en onderhoudsinstructie
                  -   Brandstofniveau controleren steeds tweetaktmengeling (1/50)
                      gebruiken.
     Vóór het
                  -   Controleer de goede staat van de bosmaaier.
     gebruik
                  -   In een voldoende open ruimte werken.
                  -   Bij afkoppelen de uitlaat van de motor mijden..
                  -   Controleer of de machine goed werkt.
    Tijdens het
                  -   Toerental van de motor constant houden.
      gebruik
                  -   Alle veiligheidsvoorschriften voorhanden blijven.
                  -   Nazien of de machine proper is.
Na het gebruik    -   Machine correct opbergen of veilig wegzetten.
                  -   Gebreken melden aan bevoegde personen.
                        Bedieningsinstructies bij normale werking
                  -   De nodige veiligheidskledij aantrekken bij gebruik van de machine.
                  -   Kijk rond de machine alvorens deze in werking te stellen, zorg voor
                      voldoende zicht.
                  -   Starten met de machine op de grond, voet onderaan op de machine en
     Vóór het
                      één hand op de machine, starten met startkoord met andere hand door
     gebruik
                      eerst langzaam spanning op de koord te brengen en daarna krachtig
                      aan te trekken. Let erop dat je niet meer dan 70 cm aantrekt anders
                      bestaat de kans dat de koord breekt.
                  -   Controleer of alle veiligheidsvoorzieningen werken.
                  -   Afstand houden t.o.v. de machine.
                  -   Zorg dat de draagriemen goed zijn afgesteld, het steungedeelte met de
                      karabijnhaak moet op de rechter heup hangen.
                  -   Hang de bosmaaier in de karabijnhaak.
    Tijdens het   -   De bosmaaier moet zo uitgebalanceerd worden dat de maaikop (zonder
      gebruik         de stuurboom vast te houden) op de grond ligt.
                  -   Hou de motorzeis altijd met beide handen op de handgrepen vast.
                  -   Bij herstelling ten velde steeds de machine op de grond plaatsen.
                  -   Controleer regelmatig de goede werking van de machine.
                  -   Niet in de buurt van de uitlaat van de machine komen bij werking.
                  -   Reinigen van de machine.
Na het gebruik    -   Bij terugplaatsen de machine stabiel plaatsen en de steunvoeten goed
                      borgen.




                                                                               - 45 -
   Vul de gegevens, van de bosmaaier die je gebruikt op je stageplaats, op de vorige
    fiche, bovenaan verder aan (merk, serienummer, plaats van bewaring).

   Welke persoonlijke beschermingsmiddelen zijn verplicht bij het gebruik van een
    bosmaaier?




   Wat is ten zeerste verboden als je werkt met een bosmaaier?




   Wat ga je doen als de bosmaaier geklemd is door een voorwerp?




   Welke risico‟s loop je als je werkt met een bosmaaier?




   Welke maatregelen kun je nemen om ongevallen te vermijden?




   Wat kun je controleren vóór het gebruik (inspectie)?




   Wat inspecteer je best tijdens het gebruik?




   Wat controleer je na het gebruik?




                                                                               - 46 -
   Zorg voor je eigen veiligheid.

    -   Kies een werktuig uit waar je op stage zeer regelmatig mee moet werken.
        Vraag de veiligheidsinstructiekaart aan je stagementor of aan de
        veiligheidsverantwoordelijke.
    -   Lees de kaart na en vul ze eventueel aan.
    -   Voeg de kaart toe aan je stage-doeboek.
    -   Indien er geen veiligheidsinstructiekaart is stel dan zelf een kaart op aan de hand
        van de voorbeelden in je stage-doeboek.
    -   Voeg de veiligheidsinstructiekaart toe aan je stage-doeboek.




                                                                                    - 47 -
NOG WAT OEFENEN?
Op http://hotpot.klascement.net/decleyn.inge/VCA/ vind je een uitstekende mogelijkheid
om je kennis in verband met VCA te testen.
Los de vragen op en noteer hieronder per categorie je behaald resultaat.

             Categorie vragen                             Resultaat
1. Wetgeving
2. Risico‟s en preventie
3. Ongevallen
4. Procedures en werkvergunningen
5. Gevaarlijke producten
6. Brand en explosies
7. Besloten ruimtes
8. Machines en gereedschappen
9. Hijsen, tillen en dragen
10. Struikelen en vallen
11. Werken op hoogte
12. Elektriciteit
13. Persoonlijke beschermingsmiddelen
14. Signalisatie

Vind je van jezelf dat je goed scoorde op deze test?
 Ja
 Neen

Welke 3 rubrieken zijn voor jou het moeilijkst?




In welke 3 rubrieken scoorde je goed?




Vind je van jezelf dat je op stage voldoende aandacht besteed aan veiligheid?
 Ja
 Neen
Verklaar je antwoord hieronder.




                                                                                - 48 -
                                                                       BLOEMSIERKUNST

HET MAKEN VAN EEN TAFELARRANGEMENT
Zeer belangrijk is dat je weet met wat je werkt (nomenclatuur), dat je de basistechniek
van het binden en schikken min of meer beheerst.
Nu mag je inoefenen op je stageplaats.

Kan je een aantal stijlen noemen die op je stageplaats gebruikt worden bij de
bloemsierkunst?




Vraag aan je stagegever na waarom hij deze stijlen voorop stelt. Noteer zijn antwoord.




Naast het opkuisen van snijbloemen en het presenteren (etaleren) ervan, is
waarschijnlijk één van uw eerste opdrachten het maken van een tafelarrangement.

Som de verschillende tafelbloemstukken op die je tijdens je stageperiode maakte.
Noteer telkens voor welke gelegenheid ze bestemd waren. Noteer ook de prijs die de
klant betaalt.


        Tafelbloemstuk             Datum               Gelegenheid                Prijs




                                                                                  - 49 -
 Geef de criteria weer waaraan een tafelversiering moet voldoen volgens je stageplaats.

Volgens de school                                      Volgens het stagebedrijf
niet te groot
niet hinderend
neutraal van geur zijn
bloemen moeten open zijn




 Wellicht zal de bloem of de bloemkeuze gemaakt worden samen met je stagementor.
 Daarnaast zal hij ook bepalen welke materialen zullen gebruikt worden.
 Kies één van de zelfgemaakte bloemstukken uit en beschrijf het hieronder.

   Tafelbloemstuk:
               Stijl:
      Gelegenheid:
            Datum:
              Prijs:
         Bladmateriaal                 Bloemmateriaal               Andere materialen




 Indien je een schets, foto of prent hebt van je bloemstuk kleef het dan hieronder.




                                                                                      - 50 -
Maak een schets van het bloemstuk:

                 horizontaal                                verticaal




Heb je vooraf speciale aandachtspunten meegekregen?
 Ja
 Neen
Verklaar je antwoord.




Heb je op voorhand een voorbeeld gekregen waar je diende naar te werken?
 Ja
 Neen

Hoe heb je het bloemstuk opgebouwd? (Welke materialen eerst en vervolgens …)




Wat was de vooropgestelde kostprijs?


Kan je even narekenen of je in die buurt bent gebleven?




                                                                           - 51 -
Bespreek je realisatie samen met je stagementor en evalueer je werk.

Wat was goed?




Wat was fout?




Waar ondervond je problemen bij de realisatie?




Heb je hulp gevraagd tijdens het maken van je bloemstuk? Waarvoor?




Wie heeft je geholpen?




Hoeveel tijd heb je besteed aan dit bloemstuk?




Welk opmerking(en) neem je zeker mee naar je volgende realisatie?




Wat doe je de volgende keer nooit meer?




                                                                       - 52 -
                                                                GROENTETEELT-LANDBOUW

GELIJK GIJ ZAAIT, ZULT GIJ MAAIEN
Berekenen van:
 het aantal planten/ha;
 de hoeveelheid te bestellen zaai- of pootgoed;
 het opkomstpercentage.

Maak aan de hand van volgend schema een verslag van een perceel dat werd gezaaid
of gepoot.

   1 Algemene gegevens:

                   Teelt:
     Perceelsnummers:
     Totale oppervlakte:
             Voorvrucht:
    Zaai- of plantdatum:
                  Zaaier:


   2 Berekening van het aantal planten/ha gezaaid of gepoot:

         afstand tussen de rijen: 20 , 30 , 45 , 50 , 70 , 75 , 90 cm.

         afstand in de rijen:……………..cm.

         plant neemt …………..cm² in of ………….m².(rijafstand x plantafstand)

         1ha =…………………………m².

         aantal planten /ha= ………………………..m²/ha =…………………….pl/ha
                               ………………………..m²/pl

   3 Hoeveel zaai – of pootgoed moet ik bestellen ?

         één dosis maïszaad:……………………………… zaden
         één dosis bietenzaad:…………………………….. zaden
         één dosis graanzaad:………………………………zaden
         aardappelen potermaat 28 – 35: van 35 tot 42 poters/kg pootgoed

      a zaden:

      ………………ha x…………………..zaden/ha =……………………..zaden


      ……………………..zaden                       =…………………………………..dosissen te
      bestellen.

      ……………………..zaden/dosis


                                                                               - 53 -
  b. pootgoed:

  tel 10 kg (netjes afgewogen ) pootgoed.

  Resultaat:……………..poters/10kg

   =……………………..poters/kg

  Tussen de rij ………………..m
  In de rij………………………m                       = …………………m²/poter


  1ha = …………………………..m²/ha =…………………poters/ha
        ….………………………..m²/poter


  ………………………..poters/ha                =…………………..kg pootgoed/ha
  ………………………..poters/kg



4 Opkomstpercentage berekenen.

  a. berekening van het aantal opgekomen planten/ha.

  We tellen het aantal planten per 10 meter afstand in de rij op 10 verschillende

  Plaatsen in het perceel.

  Resultaat:………………………….planten/100 meter.

  Dit komt overeen met 100m x…………………..m rijafstand =……………….m²

  Van m² naar ha    ? (toepassen van regel van drie)

  …………m²         geeft     ……… planten

  één       m²     geeft    …… planten
                           …….m²

  10000 m² geeft      …………planten x 10000 m²            =……… opgekomen pl./ha
                         ……………m²


  b. opkomstpercentage.

  Opkomst% = opgekomen planten/ha x100           =………………… %opkomst
                gezaaide planten /ha




                                                                             - 54 -
5 Noteer je eigen ervaring.

Wat is het vroegste tijdstip voor het tellen van planten?




Heb je goed het onderscheid gemaakt tussen onkruid en cultuurplant ?




Wat is typisch aan uw cultuurplant t.o.v. onkruid ?




Wat is de kostprijs van het zaai- of plantgoed/ha ?




6 Zelfevaluatie.

Beoordeel zelf volgende vaardigheden. Duid aan hoeveel bloemen je verdient.

                        Vaardigheid                                         
 Voor mijn inzet
 Voor mijn zelfstandigheid
 Voor mijn doorzettingsvermogen
 Voor mijn teamwerk
 Voor mijn ….. (mag je zelf kiezen)




                                                                           - 55 -
GAAN WE VOOR BIOLOGISCH?
Opbrengst gaat voor alles. Is dit wel zo?
Ga op onderzoek uit op je stageplaats. Vraag na welke stappen er ondernomen worden
om zo veel mogelijk opbrengst te hebben.
Vraag ook of men wel eens werkt of nadenkt te werken volgens biologische land- en
tuinbouwprincipes.

Naar welke teelt doe je dit onderzoek?


Werd het                      Heb jij aan het zaaien/poten meegewerkt?
  gezaaid of                   ja
  gepoot                       nee


Wat is het vroegste tijdstip voor het tellen van planten?


Waarom dient de telling te gebeuren?


Werd de telling uitgevoerd? Heb jij hieraan meegewerkt?
  ja                         ja
  nee                        nee

                              Indien ja, heb je goed onderscheid gemaakt tussen de
                              cultuurplant en onkruid?
                                ja
                                nee

                              Welke zijn de typische kenmerken van de cultuurplant?




                              Welke onkruiden ben je tegengekomen?




                              Welke aanwijzingen kreeg je van je stagementor?




                                                                                - 56 -
Wat was het opbrengstpercentage?


Wat werd er als conclusie getrokken?


Werd er beslist om in te           Heb jij hieraan   Welke was je taak?
zaaien of in te planten?           meegewerkt?
  ja                                ja
  nee                               nee

Werd er beslist om te              Heb jij hieraan   Welke was je taak?
sproeien?                          meegewerkt?
  ja                                ja
  nee                               nee

Indien ja, welke sproeistoffen
werden gebruikt?



Vraag de
verdunningen/verhoudingen
na.




Welke is de kostprijs per liter?



Werd er beslist om te              Heb jij hieraan   Welke was je taak?
bemesten?                          meegewerkt?
  ja                                ja
  nee                               nee

Indien ja, welke meststoffen
werden gebruikt?



Vraag de verdunningen
of verhoudingen na.




                                                                          - 57 -
Welke is de kostprijs per liter
of kg?



Werd er nog iets anders           Heb jij hieraan   Welke was je taak
beslist om de teelt te            meegewerkt?
bewerken?                           ja
    ja                             nee
    nee
Indien ja, beschrijf hieronder.




Waren er bij de beslissing        Heb jij hieraan   Welke was je taak
redenen die er mee te maken       meegewerkt?
hadden biologisch te willen         ja
telen?                              nee
     ja
     nee
Beschrijf hieronder.




Moest er als er niet gesproeid    Heb jij hieraan   Welke was je taak
werd meer worden gewied?          meegewerkt?
    ja                            ja
    nee                           nee

Beschrijf hieronder.                                Was dit een zware taak?
                                                     ja
                                                     nee

Zou jij het anders aanpakken?
    ja
    nee
Beschrijf hieronder.




                                                                          - 58 -
EEN RIJKE OOGST TOMATEN
Misschien krijg je op je stageplaats de gelegenheid om deel te nemen aan de oogst.
Geef een weergave van de teelt die is geoogst.

Vul volgende gegevens in:

Datum:       ……………………………………………………………………………….

Plaats:      ………………………………………………………………………………..

Duur:        ………………………………………………………………………………..

Wetenschappelijke benaming van de plant:      ………………………………………….

Tomaten worden in ons land meestal gekweekt

  in open lucht;

  onder plastiek kap;

  onder glas;

  ….

Tegenwoordig worden op de veiling verschillende typen van tomaten aangevoerd.
Duidt aan welke typen op het bedrijf worden gekweekt.

  trostomaat

  kerstomaat

  losse tomaat

  … tomaat

  …

Welke tros(sen) moeten geoogst worden?        ……………………………………………

Welk materiaal ga je gebruiken om te oogsten? ……………………………………………

Vergelijk de materialen op het bedrijf met deze op de school:

                 Bedrijf                                    School




                                                                               - 59 -
Geef aan hoe je de tomaten moet plukken (knippen) en waarom op je stageplaats.




Hoe dikwijls wordt er per week geoogst? …………………………………………….

Merk je een verschil in rijpheid (kleur) in het oogsten op het stagebedrijf t.o.v. deze in de
school?
    Ja, welk verschil: ………………………………………………………………….
    Neen

Hoe gebeurt het intern transport:

                 In de school                               Op het bedrijf




Wat gebeurt er met de vruchten na het oogsten?

                 In de school                               Op het bedrijf




Bereken hoeveel kg je kan oogsten aan de hand van de plukeenheid per uur
    1ste dag




      5de dag




Heb je een idee hoe lang het duurt van bloem tot oogstbaar product (in weken )?




                                                                                     - 60 -
                                                                              FRUITTEELT




Dit artikel was in 2005 te lezen in de METRO.
Lees dit artikel goed, het kan je helpen bij het oplossen van de vragen bij de volgende
opdracht (interview).




                                                                                  - 61 -
INTERVIEW
Om meer over het werken bij een fruitteler te weten te komen, ga je de fruitteler,
zaakvoerder of een collega interviewen.

1 Kies een collega en maak een afspraak.

Wie ga je interviewen?
Spreek duidelijk dag en uur af, zodat je collega de tijd heeft voor het gesprek. Dit kan
ook tijdens de middagpauze, eventueel onmiddellijk na het werk …
Vertel erbij hoeveel tijd dit zal duren (zeker niet langer dan een 1/2 uur).
Zeg kort wat de bedoeling is van je interview.

2 Bereid je gesprekje goed voor.

    Wat kan je bijvoorbeeld vragen?
     Welke opleiding heb je vroeger gevolgd?
     Volg je geregeld een bijscholing?
     Hoe laat begint je werkdag?
     Hoe laat eindigt je werkdag?
     Hoeveel dagen in de week werk je in de fruitteelt?
     Wat verwacht je dat een leerling-stagiair al kan?
     Heb je nog vrije tijd?
     Wat vind je het leukst aan je werk?
     …

3   Werk je interview uit.
     De volgende bladzijde kan je gebruiken voor de voorbereiding, het uitwerken
      en het uitschrijven van je interview.
     Bedenk eerst zelf nog enkele vragen en vul ze in op de volgende bladzijde.
     Tijdens je interview kan je deze bladzijde gebruiken om enkele trefwoorden te
      noteren.
     Na het interview kan je met behulp van de trefwoorden een verslagje
      schrijven.

4   Richtlijnen voor je interview.

     Vertel ter herinnering kort de bedoeling van je interview: namelijk …
     Stel duidelijke vragen, kijk geregeld naar je voorbereiding.
     Om meer informatie te krijgen, kan je bijkomend vragen stellen zoals:
      “Kan je een voorbeeld geven? Hoe bedoel je? …”
     Laat je gesprekspartner uitpraten.
     Luister aandachtig en kijk je gesprekspartner aan.
     Vergeet niet de fruitteler, zaakvoerder of je collega te bedanken voor het
      interview.




                                                                                     - 62 -
Datum:
Naam geïnterviewde:
Functie:


                         Antwoorden
               Vragen
                        (trefwoorden)
1



2



3



4



5



6



7



8



9


10




                                        - 63 -
VERSLAG INTERVIEW
       Naam van de school:
Naam van de stagebegeleider:
Naam van de leerling-stagiair:
                   Opleiding:
       Naam van het bedrijf:
   Naam van de stagementor:

 Schooljaar:
   Module:

    Datum:                       Activiteit:

Verslag/beschrijving: Interview van




Datum:                       Stagementor:


Datum:                       Stagebegeleider:




                                                - 64 -
                                                                   SIERHEESTERTEELT

SNOEIEN DOET GROEIEN
Tijdens de stage zal je beslist ook de gelegenheid krijgen om te
snoeien. Op school leerde je daarvoor bepaalde technieken,
materialen en producten gebruiken. Op de stageplaatsen wordt er
misschien wel op iets andere wijze gewerkt. Ga op onderzoek uit.

Vul eerst volgende gegevens in:

    Datum:            …………………………………………………………………
    Plaats :          …………………………………………………………………
    Snoeien van:
      bomen
      heesters
      hagen
      …
    Wetenschappelijke benaming en afbeelding




    Heb je mogen snoeien op een andere locatie dan je stageplaats.
        Ja, hoe bereik je deze plaats?




          Neen, wat was de reden?




    Welke voorbereidingen worden er getroffen?
      de vrachtwagen laden
      op de aanhangwagen plaatsen
      afdekken met
      plaatsen van ladders
      vullen met benzine van de kettingzaag
      ……
      ……


                                                                             - 65 -
Welk materiaal wordt er op je stageplaats gebruikt?
Welke verschillen stel je vast wanneer je vergelijkt met de school? Probeer er ten
minste 3 vast te stellen.

      Materiaal op de stageplaats                 Verschillen die je vaststelde




Welke technieken worden er op je stageplaats gebruikt? Welke verschillen stel je vast
wanneer je vergelijkt met de school? Probeer er ten minste 3 vast te stellen

     Technieken op de stageplaats                 Verschillen die je vaststelde




Welke producten worden er op de stageplaats gebruikt? Welke verschillen stel je vast
waanneer je vergelijkt met de school? Probeer er ten minste 3 vast te stellen.

     Producten op de stageplaats                  Verschillen die je vaststelde




Geeft je mentor je bepaalde instructies of aanwijzingen vooraf, tijdens of na het
snoeien?
 Ja, welke en wanneer?




 Neen, beschrijf de werkwijze (d.m.v. stappenplan, tekeningen …)




                                                                                    - 66 -
Wat gebeurde er na afloop met het snoeisel?

    De stagegever neemt het mee en brengt het naar het gemeentelijk
     containerpark.
    De stagegever neemt het mee maar doet er verder niets mee.
    De stagegever neemt het mee en verhakselt het om te composteren.
    De stagegever neemt het mee en verhakselt het om nadien te gebruiken tussen
     planten, voor paden …
    De stagegever verhakselt het en laat het bij de klant op een hoop liggen.
    De stagegever verhakselt het en verwerkt het tussen de planten bij de klant.
    De stagegever laat het liggen op een centrale plaats.
    …
    …

Wat mocht jij na afloop van de werkzaamheden doen?

      Het materiaal proper maken.
      Het materiaal opbergen in de wagen.
      Het snoeisel bijeenharken
      …
      …

Vond je het opruimen een leuke opdracht?

 Ja, waarom?




 Nee, waarom niet?




Behoort het opruimen tot een van de alledaagse taken?

 Ja, waarom?




 Nee, waarom niet?




                                                                           - 67 -
                                                            DISTRIBUTIE – GROOTHANDEL

HOE GERAAK IK ALS PLANT BIJ DE CONSUMENT?
Verwerk deze opdracht met de computer tot een mooi document. Voeg het toe aan je
stage-doeboek.

  1 Bespreking van de plant.

  Bespreek de plant waar je gedurende je stage het meest aan gewerkt hebt.

                     Wetenschappelijke naam.

                     Nederlandse naam.

                     Engelse en de Franse benaming.

                   Zoek op internet passende foto‟s van je plant en maak een kleine
                    fotoreportage van maximaal 1 pagina.

  Situeer je plant binnen de diverse plantengroepen op het bedrijf.


              Deze opdracht kan je bijvoorbeeld aan de hand van een plattegrond van
              het bedrijf uitwerken. Teken een plattegrond en situeer duidelijk je plant.



  Situeer je plant binnen de top10 van de meest verkochte planten.

             Geef de top10 van de planten weer aan de hand van foto‟s en de
             wetenschappelijke naam en situeer je eigen plant.




  2   Verwerkingsmogelijkheden binnen het bedrijf.

                  Geef aan de hand van een schema het levensverhaal van je plant
                  binnen het bedrijf.
                  (Komt het bedrijf binnen  alle tussenstappen binnen het bedrijf 
                  verlaat het bedrijf.)


      Geef het tijdsverloop van alle tussenstappen vb. etikettering, verpakking,
      verwerking in plantenschalen …
      Bereken het totaal aan tijd gespendeerd aan deze plant.




                                                                                   - 68 -
DE MARKETINGMIX OF DE 4 P‟S
In de lessen toegepaste economie heb je al gesproken over de marketingmix.
Sommigen vertalen dit in de 4 P‟s. Ken je ze nog?
P……………………….
P……………………….
P……………………….
P……………………….

Met de volgende opdrachten proberen wij te weten te komen hoe je stagebedrijf met
deze factoren omgaat. Een aantal opdrachten zal je moeten navragen bij je stagegever
of stagementor. Deze opdracht kan je spreiden over verschillende dagen.

   1 Product
    Welke producten vormen het belangrijkste aanbod in de bloemenzaak of in het
     tuincentrum waar je stage loopt (assortiment)?




      Heeft je stagebedrijf veel aandacht voor de kwaliteit van het assortiment?
       Hoe merk je dat? (Vb. rekening houden met houdbaarheidsdatum, elke dag
       aankoop van vers materiaal, materiaal dat niet meer vers is wordt verwijderd … )
       Som er twee op.




    Denk je dat je stagegever voordeel haalt uit die aandacht voor kwaliteit? Hoor je
     hierover reacties (positief of negatief) bij de klanten? Noteer er minsten twee.




    Besteedt de zaakvoerder veel aandacht aan de verpakking? Moeten de
     verkopers/verkoopsters veel tijd steken in het verpakken van producten of van
     bloemstukken? Beschrijf hieronder hoe het op je stageplaats moet.




                                                                                - 69 -
 Heb je zelf al eens een bloemstuk of een ander product moeten inpakken? Welke
  punten hebben dan extra aandacht gekregen?




    Beschrijf hieronder welke de reactie van de klant was?




 Heb je het al eens meegemaakt dat klanten een gekocht product terugbrengen?
  Hoe reageert je stagegever hierop? Wordt het product teruggenomen? Krijgen
  de klanten hun geld terug of krijgen zij een aankoopbon? Hoe zou jezelf
  reageren?




 Levert het bedrijf goederen aan huis? Vragen de klanten dat? Wordt een
  meerprijs aangerekend?




   Heeft je stagebedrijf een grote voorraad aan goederen? Vraag eens na hoe groot
      de omvang van de begininventaris is.




   Vraag na hoe het opnemen van de inventaris in de praktijk georganiseerd wordt
       (wanneer?, wie?, hoeveel tijd wordt eraan besteed?, wat gebeurt er met de
       resulaten?). Vraag of je bij de volgende inventarisopname mee mag helpen!




                                                                           - 70 -
2 Prijs
     Vraag eens aan je stagegever hoe hij/zij de prijs van de producten bepaalt!




     Zijn er wel eens klanten die een factuur vragen? Krijgen zij dan (indien
      gevraagd) een uitstel van betaling of moeten zij altijd contant betalen?




     Verkoopt je stagebedrijf ook aan groothandelaars? Indien ja, welke prijs
      betaalt de groothandel dan in vergelijking met de consument?




     Kunnen de klanten betalen met Bancontact? Indien wel, vraag eens aan je
      stagegever wat de installatie van een dergelijke terminal kost en welke
      bijkomende kosten er zijn? Indien niet waarom er dan geen dergelijke
      terminal geïnstalleerd wordt.




     Kunnen de klanten betalen met een VISA-kaart (of eventueel met een andere
      kredietkaart) Vraag eens aan je stagegever welke de voor- en de nadelen
      hiervan zijn.




     Misschien krijgen sommige klanten een korting. Welke kortingen worden er in
      je stagebedrijf gegeven? Wordt er gewerkt met een klantenkaart?




                                                                                 - 71 -
   Als er kortingen gegeven worden, denk je dan dat je stagegever hieruit een
    voordeel haalt. Of is het enkel een verliespost (minder inkomen) voor
    hem/haar?




   Gebeurt het wel eens dat je van een klant een fooi krijgt? Hoe heb je
    gereageerd?




                                                                            - 72 -
3 Plaats
   Waar is je stageplaats gelegen? Geef een gedetailleerde omschrijving (stad,
    dorp, op de buiten, toeristisch centrum, verkoop op de markt, aan huis, via
    internet ....)




   Is de zaak gemakkelijk bereikbaar? (te voet, openbaar vervoer,
    parkeergelegenheid …)




   Welk soort publiek komt in de zaak hoofdzakelijk langs?




   Is er volgens jou een verband tussen de ligging van de zaak, de bereikbaarheid
    en het soort publiek dat klant is?




   Als er problemen zijn qua bereikbaarheid, heb jij dan ideeën om die problemen
    op te lossen?




                                                                            - 73 -
   Besteedt je stagegever veel aandacht aan de inrichting van de zaak? Ligt de
    zaak er altijd netjes bij? Eist je stagegever ook van jou dat je voordurend
    aandacht hebt voor orde en netheid of heb je het gevoel dat het er niet zo nauw
    aan toegaat? Hoe sta je zelf tegenover orde en netheid in de zaak?




   Heeft de zaak een etalage? Hoe dikwijls wordt die etalage vernieuwd? Doet je
    stagegever dat zelf of is er iemand van het personeel dat zich daarmee bezig
    houdt? Heb je zelf al meegewerkt aan de inrichting van de etalage? Komt er
    misschien een extern iemand om die etalage in te richten?




   Vraag eens na bij je stagegever hoeveel de inrichting van de etalage hem/haar
    jaarlijks kost.




   Neem contact op met een bedrijf dat etalages verzorgt en vraag eens een
    vrijblijvende prijsofferte. Voeg je aanvraag en de offerte toe aan dit stage-
    doeboek.

   Neem ook eens contact met een glazenwasser en vraag ook hier een
    vrijblijvende prijsofferte. Voeg je aanvraag en de offerte toe aan dit stage-
    doeboek.

   Geef hieronder 2 voordelen en 2 nadelen van de “plaats” van je stagebedrijf .
    Wat zou jij zeker behouden? Wat zou je anders aanpakken?




                                                                                    - 74 -
4 Promotie
     Hoe maakt je stagegever reclame voor zijn/haar zaak? Zet een kruisje indien
      van toepassing.
       Mond aan mondreclame.
       Deelname aan beurzen.
       Zeer verzorgde etalage.
       Neonreclame.
       Eigen website.
       Mailing naar klanten per brief.
       Mailing naar klanten d.m.v. elektronische post.
       Publiciteitsblaadjes zelf in de brievenbussen stoppen.
       Publiciteitsblaadjes door de Post laten bestellen.
       Publiciteitsborden in stad of gemeente.
       Publiciteitsborden op bussen van de Lijn.
       Spotjes op vrije radio.
       Publiciteit in de “Metro”.
       Publiciteit in dag- of weekbladen.
       Publiciteitspot op regionale Tv-zender.
       …
       …

     Welk budget heeft hij/zij beschikbaar om reclame te maken? (%)




     Vraag zelf eens een vrijblijvende offerte voor de volgende reclame:

       Maak zelf een tekstje dat je gepubliceerd wil krijgen en vraag bij de
        “Metro” (het krantje dat ‟s morgens gratis aan het station bedeeld wordt)
        wat de kostprijs is. Noteer het gewenste tekstje hieronder.




  Prijs: ………………….

                                             Neem eens contact met een
          weekblad uit je eigen regio en vraag ook daar wat publiciteit kost.

  Prijs: ………………….



                                                                                - 75 -
   Schrijf een tekstje voor een spotje op een lokale radio en een regionale
    TV-zender. Vraag ook hier een vrijblijvende offerte.




Prijs: ………………………

                                        Vraag bij de Post hoeveel het kost om
      in alle bussen van de gemeente of van de stad een publiciteitsfolder te
      deponeren.

Prijs: ……………………….

   Heeft het bedrijf een website? Welk internetadres heeft het?




      Hoeveel kost het om je eigen domeinnaam te laten registreren? Bij wie
      kun je hiervoor terecht?




      Wat zou het kosten om een website te laten ontwerpen en die ook up-to-
      date te houden? Vraag eventueel na bij je stagegever.




      Wat is volgens jou de meest efficiënte vorm van reclame voeren? Hoe zou
      jij je reclamebudget aanwenden?




                                                                        - 76 -
                                                                            VEETEELT

MESTBELEID
Wordt er aandacht besteed aan het mestactieplan op je stageplaats?
Zoek volgende gegevens op of vraag na bij je stagegever.

De EU stelt dat Vlaanderen in zijn geheel kwetsbaar gebied is en daarom is een
aanscherping van het mestactieplan nodig.
    Wat is de afkorting voor het mestactieplan?


Als de regering nieuw beleid maakt, bestellen ze soms eerst een studie om beter
beslissingen te kunnen nemen. De milieu- en natuurraad van Vlaanderen beslist over
de milieuzaken.
    Wat is de afkorting van deze raad?


Boeren hebben nogal wat formulieren nodig waarop ze bijhouden hoeveel mest hun vee
produceert en hoe ze dat verwerken. Tegenwoordig kan dat via de pc bij het
mestinternetloket.
    Wat is de afkorting van dit online loket?


In Vlaanderen mag nergens mèèr bemest worden dan 170kg per hectare stikstof uit
dierlijk mest. Dat komt overeen met een mestproductie van 2 koeien per hectare.
Vraag na op je stagebedrijf hoeveel koeien er zijn. Vraag ook na hoeveel hectare
grasland de veehouder heeft en hoeveel mest een koe produceert.
Reken uit hoeveel mest de veehouder moet afvoeren.

Aantal koeien                Hectare grasland             Mest afvoeren



Welke gevolgen heeft dit voor je stagegever?




Is het mestactieplan enkel van toepassing op de melkveehouderij?




                                                                                 - 77 -
Vraag na op je stagebedrijf wat de gevolgen voor de veehouder zijn van het
mestactieplan.




Vraag ook hoe men op je stagebedrijf denkt over het verklaren door de EU van
Vlaanderen als kwetsbaar gebied. Heeft de stagegever een alternatief voor de
mestverwerking?




                                                                               - 78 -
VAN VARKENTJE TOT KARBONAADJE
Voor de varkensfokker is het dier zijn kapitaal. Hij zal een zo hoog mogelijke prijs voor
het dier willen krijgen tegen een zo laag mogelijke kost. Maar ook het welzijn van de
dieren speelt mee. Hoe ziet het varkensleven eruit?
Observeer en vraag na op je stagebedrijf hoe het leven van een varken verloopt zodat
je de volgende vragen kunt beantwoorden.



                                                           Op je stageplaats
Met welke methode worden de zeugen
bevrucht?
Hoelang is een zeug drachtig?
Hoe vaak per jaar kan een zeug drachtig
zijn?
Hoeveel kilo voer eet een zeug per dag?
Hoeveel biggen werpt een zeug ongeveer
per toom?
Hoeveel tepels heeft een zeug?

Hoelang is de zoogtijd voor een big?

Hoe heet een big die niet meer zoogt?
Hoeveel weegt een big ongeveer als hij 10
weken oud is?
Hoeveel voer eet een vleesvarken per
dag?
Hoelang verblijft een vleesvarken
ongeveer in de fokkerij?
Hoeveel gram groeit een vleesvarken per
dag?
Hoeveel weegt het varken gemiddeld als
hij de fokkerij verlaat?
Hoeveel voer eet een varken gemiddeld in
zijn leven?




                                                                                  - 79 -
MELK IS GOED VOOR ELK
Om meer over de melkproductie te weten te komen, ga je de melkveehouder,
zaakvoerder of een collega interviewen.

1. Kies een collega en maak een afspraak.

Wie ga je interviewen?
Spreek duidelijk dag en uur af, zodat je collega de tijd heeft voor het gesprek.
Dit kan ook tijdens de middagpauze, eventueel onmiddellijk na het werk …
Vertel erbij hoeveel tijd dit zal duren (zeker niet langer dan een 1/2 uur).
Zeg kort wat de bedoeling is van je interview.

2. Bereid je gesprekje goed voor.

    Wat kan je bijvoorbeeld vragen?
     Hoeveel stuks vee heb je?
     Welk melksysteem gebruik je?
     Waarom heb je voor dit systeem gekozen?
     Heb je voor het gebruik een bijscholing gevolgd?
     Hoe hoog ligt de melkproductie per koe?
     Hoe lang is de wachttijd voor een koe?
     Hoe vaak per dag worden de koeien gemolken?
     Hoe laat begint je werkdag?
     Hoe laat eindigt je werkdag?
     Hoeveel dagen in de week werk je?
     Wat verwacht je dat een leerling-stagiair al kan?
     Heb je nog vrije tijd?
     Wat vind je het leukst aan je werk?
     …

3. Werk je interview uit.
    De volgende bladzijde kan je gebruiken voor de voorbereiding, het uitwerken
     en het uitschrijven van je interview.
    Bedenk eerst zelf nog enkele vragen en vul ze in op de volgende bladzijde.
    Tijdens je interview kan je deze bladzijde gebruiken om enkele trefwoorden te
     noteren.
    Na het interview kan je met behulp van de trefwoorden een verslagje
     schrijven.

4. Richtlijnen voor je interview.

       Vertel ter herinnering kort de bedoeling van je interview: namelijk …
       Stel duidelijke vragen, kijk geregeld naar je voorbereiding.
       Om meer informatie te krijgen, kan je bijkomend vragen stellen zoals:
       “Kan je een voorbeeld geven? Hoe bedoel je? …”
       Laat je gesprekspartner uitpraten.
       Luister aandachtig en kijk je gesprekspartner aan.
       Vergeet niet de veehouder, zaakvoerder of je collega te bedanken voor het
        interview.




                                                                                   - 80 -
Datum:
Naam geïnterviewde:
Functie:


                         Antwoorden
               Vragen
                        (trefwoorden)
11



12



13



14



15



16



17



18



19


20




                                        - 81 -
VERSLAG INTERVIEW
       Naam van de school:
Naam van de stagebegeleider:
Naam van de leerling-stagiair:
                   Opleiding:
       Naam van het bedrijf:
   Naam van de stagementor:

 Schooljaar:
   Module:

    Datum:                       Activiteit:

Verslag/beschrijving: Interview van




Datum:                       Stagementor:


Datum:                       Stagebegeleider:




                                                - 82 -
WIE DOET WAT MET WIE?
In een bedrijf moeten er een heel groot aantal taken uitgevoerd worden door
verschillende mensen.
Die verschillende mensen zijn ieder op zich afhankelijk van andere of moeten rekening
houden met informatie die van anderen komt.
Die anderen kunnen zowel mensen van in als buiten het bedrijf zijn.
Om inzicht te krijgen wie wat doet en met wie er zoal rekening moet gehouden worden,
voer je de volgende opdracht uit.


1 Selecteer uit het bedrijf 2 tot 5 medewerkers met een verschillende taak.

2 Plan gedurende je stage een afspraak voor een kort vraaggesprek.

3 Bereid in de les of thuis dit vraaggesprek voor, zorg dat je de juiste vragen stelt
  om de volgende tabellen te kunnen invullen.

4 Vul de verkregen gegevens in de tabellen in.

5 Vul op het einde van je stage eenzelfde tabel in voor jezelf. Met wie ben jij zoal in
  contact gekomen? Van wie krijg jij je opdrachten, aan wie moet je uitleg vragen, wie
  heb jij kunnen helpen?

6 Je kan deze tabel ook omzetten in een figuur. Op die manier krijg je duidelijk te
  zien hoe iedereen afhankelijk is van iedereen. Maak de opdracht: „HET WEB“.




                                                                                 - 83 -
                                    Is voor die taak betrokken met Is voor die taak betrokken met
    Functie   Uit te voeren taken
                                     volgende interne personen … volgende externe personen …



1




2




3




4




5




                                              - 84 -
HET WEB
Om op je stageplaats zo goed mogelijk al werkend te leren, is het van belang zicht te
hebben in het reilen en zeilen op je stageplaats.
Tijdens de eerste kennismaking kan je al zeer veel ontdekken.
Hoe langer je er werkt, hoe beter je de onderlinge contacten ontdekt.
Hoe ervaar je de onderlinge contacten tussen de verschillende mensen op je
stageplaats?


1 Noteer de namen van personen bij de verschillende functies.

2 Schrap of vul aan indien de personen op jouw stageplaats niet aanwezig of
  aanwezig zijn.

3 Plaats pijlen op onderstaand schema. Maak duidelijk welke personen nauw
  samenwerken om alles vlot te laten verlopen. Dit zijn de formele contacten.



                                       Werktijd




        Stagegever                                             Stagementor

                                        Klant



       Leverancier                                            Andere leerling-stagiair




                                           Jij
                                                                 Verkoper/Ver-
                                                                tegenwoordiger



                                    Andere vaklui

                                                             Onderhoudstechnicus




                                  Veiligheidscoörd.




                                                                                 - 85 -
4 Duid met een pijl de personen aan die tijdens de informele momenten met elkaar
  contact hebben (tijdens de middag, de carpooling, op feestjes …).


                                      Pauze




         Stagegever                                          Stagementor

                                       Klant



        Leverancier                                        Andere leerling-stagiair




                                         Jij
                                                              Verkoper/Ver-
                                                             tegenwoordiger



                                   Andere vaklui

                                                           Onderhoudstechnicus




                                 Veiligheidscoörd.




                                                                            - 86 -
5 Bespreek deze schema‟s met je stagementor.

6 Vul deze aan of breng de nodige wijzigingen aan.

7 Vergelijk beide schema‟s.

8 Welke verschillen zijn er tussen de informele en de formele contacten?




                                                                           - 87 -
VEILIG LOPEN OP JE STAGEPLAATS
Het aspect veiligheid op je stageplaats is een belangrijk punt.
Waarom zal de bedrijfsleiding veel belang hechten aan veiligheid op de werkplek?
Vraag na bij je stagementor.

Waarom?




Op je stageplaats zullen daarom op verschillende plaatsen veiligheidsmaatregelen
getroffen worden.
Kijk eens goed rondom jou en je merkt al vlug een aantal pictogrammen, lijnen,
materialen … die je vertrouwd overkomen.

Opgelet! Rondlopen op je stageplaats kan gevaren inhouden.

Je wordt automatisch op een aantal aandachtspunten gewezen.
Vind jij deze aandachtspunten terug? Weet je ook wat ze betekenen? Wat als jij of een
collega zich niet houden aan deze regels?

1 Om een overzicht te krijgen van deze gevaren vul je volgend schema in.

  Welke aandachtspunten                                        Welke risico‟s zijn eraan
                                   Wat betekenen ze?
         zijn er?                                                   verbonden?




2 Vraag eens na!
  Is er op jouw stageplaats al eens een zwaar ongeval gebeurd?
   Neen
   Ja

   Indien ja, beschrijf kort wat er gebeurde, bij welke machine, wie hulp bood.




   Welke maatregelen werden er sindsdien genomen?




                                                                                  - 88 -
ZIT- EN TILTECHNIEKEN
1 Weet je nog wat ergonomie betekent?

   Ergonomie betekent


   Jij gaat dus je
       aanpassen zodat je zo weinig mogelijk hinder ondervindt.

2 Kijk op je stageplaats naar de ergonomische voorzieningen.
  Noteer ze en leg kort uit wanneer en waarom ze worden gebruikt.

                                Wanneer wordt het
           Voorziening                                     Waarom wordt het gebruikt?
                                   gebruikt?
       1

       2

       3

       4

       5


3 Welke voorzorgsmaatregelen tref jij om een ganse werkdag te doorstaan?

   1
   2
   3

   Vraag eens aan een collega waar hij de ganse dag op let.

   1
   2
   3

4 Na een lange stagedag heb je het meeste last met
  Beschrijf kort waar je hinder van hebt en hoe je je verzorgt.

                                    Ik verzorg dit door
       1
                                    Ik ga
       2
                                    Ik laat
       3

       4



                                                                             - 89 -
EEN DAGVERSLAG SCHRIJVEN
Als je stage loopt dan is elke dag weer anders.
Schrijf over minimum drie gebeurtenissen die voor jou speciaal waren een verslagje
(je eerste dag, een mooie verpakking, een drukke dag, een vriesdag, een regendag,
een keizersnede, een nieuwe collega een vertegenwoordiger op bezoek, een nieuw
product …).

Hoe schrijf je zo‟n verslagje? Hierna enkele mogelijke tips.

   Je noteert eerst de datum van de dag van de gebeurtenis die je beschrijft.
   Geef een titel aan de gebeurtenis, activiteit …
   Welke was je dagindeling/programma/werkplanning?
   Verliep de dag zoals gepland?
   Wat had je nog nooit eerder uitgevoerd?
   Hoe heb je een probleem aangepakt?
   Welke hulp heeft je stagementor of je collega geboden?
   Wat zul je nooit meer vergeten?

   Schrijf korte zinnen.
   Raadpleeg een woordenboek.
   Laat het verslagje eens nalezen door een collega, stagementor, …
   Voeg eventueel documentatie toe (folders, foto‟s …).

Gebruik het model op de volgende bladzijde.




                                                                                 - 90 -
DAGVERSLAG
        Naam van de school:
      Naam van de instelling:
Naam van de leerling-stagiair:
   Naam van de stagementor:
Naam van de stagebegeleider:

                  Schooljaar:
                    Module:

Datum:                           Activiteit:


Verslag/beschrijving:

Dagindeling/werkplanning:




Datum:                          Stagementor:


Datum:                          Stagebegeleider:




                                                   - 91 -
- 92 -
ZELFEVALUATIEFORMULIER
   Naam van de leerling-stagiair:

         Studiegebied/Opleiding:

           Leerjaar/Klas/Module:

     Naam van de stagementor:

      Naam van de stageplaats:

                         Datum:

a Sleutelvaardigheden

Mijn werk als leerling-stagiair                    nvt
Ik werk zorgvuldig.
Ik maak mijn werk af.
Ik organiseer mijn eigen werk goed.
Ik zie werk en neem zelf initiatief.
Ik werk samen met andere collega‟s.
Ik help mijn collega‟s.
Ik werk aan het verwachte tempo.
Ik werk zuiver, net …




                                                       - 93 -
Ik werk veilig.
…

Mijn leren als leerling-stagiair                                             nvt
Ik ben leergierig en stel vragen.
Ik pas mij aan de manier van werken aan.
Ik begrijp instructies en handel ernaar.
Ik kan wat ik op school leerde, toepassen.
Bij kritiek verbeter ik mezelf tot de gewenste verandering.
…

Mijn houding als leerling-stagiair                                           nvt
Ik ben gemotiveerd.
Ik kan tegen kritiek.
Ik voel mij verantwoordelijk.
Ik werk zelfstandig.
Ik ben bereid tot luisteren.
Ik accepteer leiding.
Ik verzorg mijn persoonlijke hygiëne.
Ik verzorg mijn kleding.
Ik gebruik de gepaste taal.
Ik ben vriendelijk tegenover de klanten.
Ik ben vriendelijk tegenover de collega‟s.
Ik hanteer de juiste omgangsvormen.
…

b Vaktechnische activiteiten

  Bij „Mogelijke activiteiten tijdens de stage‟ (een opdracht vooraan in je stage-
  doeboek) vind je de activiteiten en vaardigheden die je op je stage zou uitvoeren en
  leren. Op basis hiervan kun je hieronder noteren wat je effectief deed, én hoe goed je
  jezelf daarin vond.

                  Activiteiten/vaardigheden           Uitgevoerd              




                                                                                - 94 -
Opmerkingen:




               - 95 -
EVALUATIEFORMULIER VOOR DE STAGEMENTOR
   Naam van de leerling-stagiair:

         Studiegebied/Opleiding:

           Leerjaar/Klas/Module:

      Naam van de stagementor:

       Naam van de stageplaats:

                          Datum:

a Sleutelvaardigheden

Het werk van de leerling-stagiair                     nvt
De leerling-stagiair werkt zorgvuldig.
Hij maakt zijn werk af.
Hij organiseert zijn werk goed.
Hij ziet werk en neemt zelf initiatief.
Hij werkt samen met andere collega‟s.
Hij helpt zijn collega‟s.
Hij werkt aan het verwachte tempo.
Hij werkt zuiver, net …




                                                          - 96 -
     Hij werkt veilig.
     …

     Het leren van de leerling-stagiair                                        nvt
     Hij is leergierig en stelt vragen.
     Hij past zich aan de manier van werken aan.
     Hij begrijpt instructies en handelt ernaar.
     Hij kan wat hij op school leerde, toepassen.
     Bij kritiek verbetert hij zich tot de gewenste verandering.
     …

     De houding van de leerling-stagiair                                       nvt
     Hij is gemotiveerd.
     Hij kan tegen kritiek.
     Hij voelt zich verantwoordelijk.
     Hij werkt zelfstandig.
     Hij is bereid tot luisteren.
     Hij accepteert leiding.
     Hij verzorgt zijn persoonlijke hygiëne.
     Hij verzorgt zijn kleding.
     Hij gebruikt de gepaste taal.
     Hij is vriendelijk tegenover de klanten.
     Hij is vriendelijk tegenover collega‟s.
     Hij hanteert de juiste omgangsvormen.
     …
…




                                                                                   - 97 -
b Vaktechnische activiteiten

 Bij „Mogelijke activiteiten tijdens de stage‟ (een opdracht vooraan in dit stage-
 doeboek) vindt u de activiteiten en vaardigheden die de leerling-stagiair op stage zou
 uitvoeren en leren. Op basis hiervan kan u hieronder noteren wat hij effectief deed, én
 hoe goed u hem daarin vond.

            Activiteiten/vaardigheden               Uitgevoerd                




Opmerkingen:




Handtekening stagementor:




                                                                                 - 98 -
LEERPUNTEN
Welke leerpunten neem je mee naar het vervolg van je leertraject op school, naar een
volgende stage of naar een mogelijke tewerkstelling?

1 Kijk al je evaluaties na. Zowel die van jezelf als die van je stagementor en
  stagebegeleider.
2 Maak gebruik van onderstaande lijst om een overzicht te maken van je positieve en
  te verbeteren punten.

               Positieve punten                        Te verbeteren punten




3 Welk(e) besluit(en) trek je hieruit?




4 Wat vindt het stagebegeleidingsteam daarvan? Vraag dit na op school.




5 Hoe en wanneer neem je ze op in je verdere schoolse leertraject, volgende stage of
  een mogelijke tewerkstelling?




6 Voldeed deze stage aan je verwachtingen?




                                                                              - 99 -
EEN WOORDJE VAN DANK
Aan het einde van je stage is het belangrijk om de mensen die je begeleid hebben
persoonlijk te bedanken. Denk hierbij niet alleen aan je stagementor maar ook aan je
collega‟s.
Je kan dit op verschillende wijzen doen. Bedank je stagementor en je collega‟s
mondeling of schriftelijk (met een briefje of kaart). Beide manieren moet je
voorbereiden! En… denk misschien ook eens aan een kleine attentie.

1 Mondeling bedanken van je stagementor en collega‟s

   Schrijf hieronder op hoe je de stage ervaren hebt en schrijf erbij van wie je
   hulp en/of ondersteuning hebt gekregen.
   Vertel dit als je afscheid neemt.

                    Ervaringen                                   Hulp van …




2 Schriftelijk bedanken van je stagementor en collega‟s

   Je kunt naast het mondeling bedanken ook een dankbrief of kaart sturen.
   Wat je schrijft, kan je dan rustig thuis voorbereiden.

   Wat schrijf je in deze brief of op deze kaart?

   Enkele tips:
     je ervaring;
     je wens om misschien later terug te komen;
     je stagegever, mentor en toffe collega‟s bedanken;
     de bereidheid van de residenten of patiënten.
     …

   Je moet ook aan je toekomst denken.
   Misschien is het wel nuttig om je resultaten mee te delen. Je weet maar nooit!

   Op de volgende pagina vind je een voorbeeld van een brief die je aan jouw
   persoonlijke situatie kunt aanpassen.




                                                                                   - 100 -
Een voorbeeld van een dankbrief


Jouw voornaam – naam                                                              datum
Straat – nummer
Postnummer – GEMEENTE
Telefoon – GSM
>
>
>
>
>
>
De heer/Mevrouw voornaam – naam
Naam instelling
Straat – nummer
Postnummer – GEMEENTE
>
>
Dankbrief
>
>
Geachte heer/mevrouw …………
>
Van ……. tot ……. mocht ik bij u stage lopen. Het was voor mij een heel fijne tijd: ik
kon er heel wat zaken die ik op school leerde in de praktijk brengen, zoals ………
………………………………………………………………………………………………… .
>
Ik leerde ook nogal wat nieuwe zaken bij: …………………….……………………………
………………………………………………………………………………………………… .
>
Zonder twijfel ga ik het er op school nog over hebben, zodat wat ik bij u leerde mij echt
helpt om mijn opleiding te versterken.
>
Het werken met de klanten vond ik heel fijn, ook omdat ze mij goed aanvaardden.
>
U/De stagementor/De collega‟s heeft/hebben mij echt goed geholpen om zoveel
mogelijk te leren. Daar wil ik u echt voor danken.
>
Ik zou het wel zien zitten om later nog terug te komen, als leerling-stagiair of als
werknemer, als dat ook voor u gaat natuurlijk.
>
Tenslotte geef ik u nog mijn resultaat voor de stage die ik bij u liep: …………………. .
>
Nog eens vriendelijke dank, en misschien tot ziens,
>
>
> (jouw handtekening)
>
>
>
Jouw voornaam - naam


                                                                                  - 101 -
3 Jouw dankbrief

  Schrijf nu je eigen dankbrief, voor je hem laat nalezen en in het net schrijft.




                                                                                    - 102 -
De Stage-doeboeken kwamen tot stand met de medewerking van
- partners van het VIVES-COMITO project
- expertisecentrum Ervaringsgericht Onderwijs (ECEGO)
- leden van de inspectie van het departement Onderwijs
- leden van de pedagogische begeleidingsdiensten
- leraars en stagebegeleiders
- bedrijfsverantwoordelijken
- AGORIA-Vlaanderen
- Carestel
- COBOT
- DaimlerChrysler
- EDU+
- EDUCAM
- FEBIAC
- FVB
- GRAFOC
- Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA)
- HORECA-vorming
- OpleidingsCentrum Hout (OCH)
- VIVO
- Voka – Kamer van Koophandel Limburg
- VORMELEK

Volgende stage-doeboeken werden gerealiseerd voor het studiegebied

   Hout                               interieurbouwer
   Lichaamsverzorging                 kapper
   Voeding                            keukenmedewerker
   Personenzorg                       logistiek assistent in ziekenhuizen en zorginstellingen
   Auto                               mecanicien personen- en lichte bedrijfswagens
   Bouw                               metselaar
   Grafische technieken               offsetdrukker
   Mechanica-elektriciteit            residentieel elektrotechnisch installateur
   Textiel                            tufter
   Handel                             winkelbediende
   Voeding                            zaalmedewerker
   Handel                             secretariaatsmedewerker
   Sport                              lichamelijke opvoeding en sport
   Land- en tuinbouw                  land- tuinbouw en veeteelt
   Personenzorg                       jeugd- en gehandicaptenzorg
   Mode                               moderealisatie en verkoop

Bronnen
- Diverse convenants
- Diverse beroepsprofielen (Sociaal Economische Raad Vlaanderen – SERV)
- Leitfaden Betriebspraktikum AutoBerufe - Chancen für Könner
- Leefsleutels vzw
- Hoe werkt het in de kapsalon? - Stageboek vmbo april 2002 - KOC Nederland
- Werken aan leren - Hoger Instituut voor de Arbeid
- Evaluatieformulieren zoals gebruikt door VDAB in het kader van Leonardo da Vinci stages
- Evaluatieformulieren zoals gebruikt door VIZO in het kader van de opleidingen metselaar-
   betonwerker basis ruwbouw en offsetdrukker
- Omgaan met diversiteit - Interculturele communicatie - AGORA vzw vormingscentrum



Dit stage-doeboek kwam tot stand met medewerking van: Adri Van Den Broeck,
Geert Glorie, Hector Van Den Eynde, Johan De Ruyck, Kathleen Massant, Michel
Huyghens,

				
DOCUMENT INFO