Ambassade van België Parijs Vlaamse Vertegenwoordiging

Document Sample
Ambassade van België Parijs Vlaamse Vertegenwoordiging Powered By Docstoc
					                                                                    Maandbericht uit Parijs
                                                                                Jan P. ADRIANSENS
                                                                                       Landbouwraad

                                                                             Jorinde VERPOORTEN
                                                                        Adjunct van de Landbouwraad
 Ambassade van België
      Parijs
                                                                      Vlaamse Vertegenwoordiging
Vlaamse Vertegenwoordiging                                                  25 Avenue Pierre I de Serbie
 LANDBOUWDIENST                                                                          75116 PARIJS
                                                                                Tel. (+33) 01 5689 1439
                                                                                Fax (+33) 015689 1438
                                                                               GSM (+33) 06 9801 8656

                                                                 E-mail: jan.adriansens@wanadoo.fr

                                                       27 februari 2007



         Maandbericht februari 2007




  Proloog

  SIA en SIMA begin maart
  De verkiezingen voor de vertegenwoordigers in de Franse landbouwkamers zijn achter de rug.
  Ook in de landbouwwereld gaat er nu meer aandacht naar de presidentsverkiezingen in april
  en de daaropvolgende verkiezingen in juni, ook in twee ronden, voor de wetgevende
  vertegenwoordigingen. De verkiezingen volgen elkaar op, maar zullen de uitslagen in elkaars
  verlengde liggen? Niets is minder zeker.

  In de landbouwkamerverkiezingen behaalde de uittredende meerderheid (vertegenwoordigers
  aanleunend of deel uitmakend van de FNSEA), een klinkende overwinning. Opvallend was de
  afgang van de Confédération Paysanne (vroeger met José Bové) die haar meerderheid in Loire
  Atlantique verloor.

  Uit deze landbouwkamerverkiezingen kunnen de politici duidelijk opmaken wat de wensen
  van de werkende boeren inhouden. Of ze er ook rekening mee zullen houden in de
  verkiezingsdebatten, valt af te wachten, want de wensen van de boeren verzoenen met de
  perceptie en wensen van de modale burger, is voor de schrijvers van de programma‟s en
  speechen van de presidentskandidaten niet altijd een gemakkelijke opgave.

  Begin maart openen SIA (3 maart) en SIMA (4 maart) hun deuren.
  Met de SIA (=“Salon International de l‟Agriculture”) aan de Porte de Versailles creëert de
  Franse landbouwwereld een uitstalraam van het beroep. Er worden meer dan 650.000
  bezoekers verwacht. De organisatoren hebben hun handen vol met de aanvragen van de vele
  politici die het salon willen bezoeken en waarbij moet gezorgd worden dat ze elkaar niet


                                                                                                1
kruisen of voor de voeten lopen. De actualiteit van de beurs wordt via een speciale TV-zender
en vele uitzendingen ruim verspreid. Buitenlanders hebben gratis toegang tot het salon.
Website: http://www.salon-agriculture.com

SIMA (=“Salon International du Machinisme Agricole”) is het tweejaarlijkse internationale
toeleveringssalon voor de landbouw. Het gaat door in Villepinte ten noorden van Parijs. Dit
salon is sinds lang niet meer uitsluitend een machinebeurs. Ook de diergenetica, vooral van
grote en internationale commerciële bedrijven, zoeken er een geïnteresseerd publiek en de
dienstensector is er massaal aanwezig om de bezoekende boeren van hun mogelijkheden te
overtuigen..
http://www.simaonline.com

Een bezoek brengen aan beide beurzen zal ook voor de meeste boeren een moment van
verstrooiing zijn vooraleer ze bij hun thuiskomst geconfronteerd zullen worden met de nieuwe
uitdagingen en hakbijlen die zullen volgen op nieuwe Europese toegevingen in de WHO, met
of zonder Frans veto.




                                                                                              2
Inhoud

Korte inhoud te bereiken met ctrl+klik op de titel                                   (bldz. 5-11)

A Frankrijk ........................................................................................................................... .12

1 ALGEMEEN LANDBOUWBELEID ............................................................................. .12
1.1 Verkiezingen voor de Franse Landbouwkamers ............................................................... 12
1.2 Kritiek van het Franse Rekenhof op bepaalde landbouwsubsidies ................................... 14
1.3 Ségolène Royal: landbouwsubsidies van het GLB voorbehouden voor
agro-milieu en plattelandsontwikkelingsmaatregelen ............................................................. 18
1.4 Kandidaat voor de presidentsverkiezing José Bové veroordeeld ...................................... 19
1.5 Etats Généraux du Paysage op 8 februari .......................................................................... 20
1.6 Strategisch plan : Europees sanitair beleid en crisisbeheersing ........................................ 21
1.7 Oogstverzekeringen: pleidooi voor een betere verzekering tegen
risico‟s in de landbouw ........................................................................................................... 22
2 MTR.................................................................................................................................... .22
2.1 GMO-Fruit en Groenten: Franse professionelen bekritiseren het gebrek
aan financiële middelen voor crisisbeheer .............................................................................. 22
2.2 Randvoorwaarden in Frankrijk.......................................................................................... 23
2.3 Publicatie van het besluit over de toekenning van toelagen en “DPU réserve” ................ 25
3 PLANTAARDIGE PRODUCTIE ................................................................................... .25
3.1 AOC-kazen uit niet-gepasteuriseerde melk ontsnappen aan economische malaise .......... 25
3.2 Congres van FNPF (Fruitproducenten aangesloten bij FNSEA) ...................................... 27
3.3 Aankopen fruit en groenten: 2,2% minder in 2006 ........................................................... 29
3.4 Saladecrisis ........................................................................................................................ 30
4 DIERLIJKE PRODUCTIE .............................................................................................. .31
4.1 Zal de Franse varkensproductie zich stabiliseren in 2007? ............................................... 31
4.2 FNB : Châlons-en-Champagne ......................................................................................... 32
4.3 Arbeidsproductiviteit in de voornaamste EU melkveebekkens ........................................ 35
4.4 Melk: 15.000 aanvragen melkquotaoverdracht zonder grond goedgekeurd ..................... 37
4.5 Vlees: kwaliteitslabels amper gekend ............................................................................... 38
5 VISSERIJ ........................................................................................................................... .38
5.1 Frankrijk verdubbelt visproductie binnen nu en tien jaar ................................................. 38
6 MILIEU .............................................................................................................................. .39
6.1 Ecologische alarmkreet ..................................................................................................... 39
6.2 Frans wettelijk kader voor het gebruik van PPO............................................................... 40
6.3 Water: Frankrijk probeert sancties van Brussel te voorkomen ......................................... 42
6.4 Vervolg financiering milieuvereisten in de plantaardige sector – Frans plan PVE .......... 43
6.5 Bioproducten: een gemiddelde toename van 9,5% per jaar
in de consumptie sinds 1999 ................................................................................................... 44
7 DIERZIEKTEN ................................................................................................................. .44
7.1 Vogelgriep: Franse risicoschalen ...................................................................................... 44
7.2 Vogelgriep: licht verscherpte maatregelen ........................................................................ 45
7.3 Bijenteelt: een uitgelekt rapport van Afssa ....................................................................... 45
7.4 Where have all the bees gone? .......................................................................................... 46
8 ANDERE ............................................................................................................................ .48
8.2 Agri US Analyse nr.132, december 2006 ......................................................................... 48
8.3 Agri US Analyse nr.133, januari 2007 .............................................................................. 51



                                                                                                                                            3
B. Spanje ............................................................................................................................... .56

1 ALGEMEEN LANDBOUWBELEID ............................................................................. .55
1.1 Spaans Actieplan Biologische Landbouw 2007-2010 ...................................................... 56
1.2 Verzekering van de gezamenlijke productie van alle partners van een associatie ............ 58
2 VISSERIJ ........................................................................................................................... .58
2.1 Vissers kijken met argusogen naar verwikkelingen in ansjovisstrijd ............................... 58
3 DIERZIEKTEN ................................................................................................................. .59
3.1 Bijensterfte: is Nosema Ceranae de dader? ....................................................................... 59




                                                                                                                                            4
Korte inhoud

Volledig bericht te bereiken met ctrl+klik op de titel

A. Frankrijk

1 ALGEMEEN LANDBOUWBELEID
1.1 Verkiezingen voor de Franse Landbouwkamers
De verkiezingen in de Landbouwkamers, die om de zes jaar plaatsvinden, maken het mogelijk
om de leden van de 94 departementale Kamers van de metropool en de overzeese
departementen, te vernieuwen. De definitieve resultaten van de verkiezingen van eind januari
2007, geven aan dat de syndicale organisatie FNSEA en de Jeunes Agriculteurs in de grote
meerderheid blijven. De Confédération Paysanne blijft de tweede landbouwvakbond, en de
Coordination rurale ging van 12,2% in 2001, naar 18,7% in 2007. De uitslagen van de
verkiezingen in de Landbouwkamers geven duidelijk blijk van een draai naar rechts.
Afwachten of dit een voorbode is voor de nationale presidentsverkiezingen later op het jaar.

1.2 Kritiek van het Franse Rekenhof op bepaalde landbouwsubsidies
Op 8 februari stelde het Franse Rekenhof in kamer en senaat het traditionele openbare
jaarrapport voor. Het Franse Rekenhof bestaat dit jaar 200 jaar. Dit werd door de voorzitter,
Philippe Séguin, benadrukt, die van de gelegenheid gebruik maakte om de rol van het
Rekenhof en de vele publicaties te verduidelijken. Opvallend in dit jaarverslag is dat de eerste
drie hoofdstukken gewijd zijn aan de efficiëntie van bepaalde bestedingen en subsidies in de
landbouw (rentesubsidies, betalingen van de Offices, verplichte vrijwillige bijdragen). Ook
andere sectoren en maatschappelijk onderwerpen worden onderzocht. In het jaarrapport
worden de opmerkingen met redenen omkleed en is ook het antwoord en de reactie van de
bevoegde administratie opgenomen.

1.3 Ségolène Royal: landbouwsubsidies van het GLB voorbehouden voor agro-milieu en
plattelandsontwikkelingsmaatregelen
Op 11 februari heeft Ségolène Royal, de Franse socialistische presidentskandidate, haar
verkiezingsprogramma voorgesteld in de hallen van Villepinte. De partij noemt het
verkiezingsprogramma “ Pacte Présidentiel”. Het pact bevat 100 beleidsvoorstellen.
Wie zoekt, die vindt dat het pact enkele lijnen wijdt aan het landbouwmilieubeleid.

1.4 Kandidaat voor de presidentsverkiezing José Bové veroordeeld
José Bové, de andersglobalist en voormalig woordvoerder van de duidelijk linkse
landbouwvakbond Confédération Paysanne, stelde zich begin februari officieel kandidaat
voor de Franse presidentsverkiezingen van 2007. Op 7 februari bevestigde het Franse Hof
van Cassatie de veroordeling van José Bové tot vier maanden onvoorwaardelijke
gevangenisstraf voor het vernielen van een GGO-veld. Nog voordat de uitspraak van het Hof
van Cassatie bekend werd, liet Bové weten dat hij sowieso meedoet aan de verkiezingen.

1.5 Etats Généraux du Paysage op 8 februari
Landschapsbescherming op het menu van institutionele en politieke gezagsdragers.
Na afloop van de Etats Généraux du Paysage, die meer dan 500 deelnemers in Parijs bijeen
bracht op de zetel van de Franse “Sociaal en Economische Raad”, stelden de organisatoren
hun aanbevelingen inzake landschapsvernieuwing en -bescherming voor.




                                                                                               5
1.6 Strategisch plan: Europees sanitair beleid en crisisbeheersing
Het Europese instrument voor het beheer van gezondheidscrisissen in de EU wordt hervormd.
Het hervormingsvoorstel zal tegen de herfst van 2007 klaar zijn. Eric Marin, heeft als
vertegenwoordiger van DG Sanco van de Europese Commissie „de pijlers‟ van het nieuwe
beleid voorgesteld op de eerste dag (14/02) van het FNB congres in Châlons-en-Champagne.

1.7 Oogstverzekeringen :
…pleidooi voor een betere verzekering tegen risico’s in de landbouw
In opdracht van de Eerste Minister en Landbouwminister Bussereau, zette UMP-senator van
Dordogne, Dominique Mortemousque, 21 februari in de senaatscommissie voor economische
zaken de grote lijnen van zijn studie over de oogstverzekeringen uiteen. Het doel bestaat erin
om te zien hoe het huidige landbouwverzekeringssysteem geoptimaliseerd kan worden.

2 MTR
2.1 GMO-Fruit en Groenten : Franse professionelen bekritiseren het gebrek aan
financiële middelen voor crisisbeheer
De bestuursraad van Viniflhor voor de sector Groenten en Fruit besprak op 30 januari het
hervormingsvoorstel van de Commissie voor de GMO Groenten en Fruit. De professionals
van de fruit- en groentesector bekritiseerden vooral het gebrek aan specifieke financiële
middelen voor crisisbeheer.

2.2 Randvoorwaarden in Frankrijk
Het Franse Ministerie van Landbouw heeft de technische fiches, betreffende de
randvoorwaarden 2007, gepubliceerd op 8 februari. Benevens de aanpassing van de fiches
2006 zijn er nieuwe fiches met een beschrijving van de punten die op het dierenwelzijn slaan
en die gecontroleerd zullen worden. Bij de plantaardige producties geven de fiches
gedetailleerd de ziektes (fusarioses) of schimmels met toxinogene eigenschappen en die in het
fytoregister geïnventariseerd moeten worden.

2.3 Publicatie van het besluit over de toekenning van toelagen en "DPU réserve"
Met het besluit n° 2007-231 van 21 februari 2007, gepubliceerd op 22 februari 2007, wordt
de toekenning van toelagen en "DPU réserve" (=toeslagrechten uit de nationale reserve)
geregeld voor het komende jaar. De tekst vervolledigt het besluit n° 2006-1440 van 24
november 2006 en preciseert bepalingen over het Franse complementair programma.

3 PLANTAARDIGE PRODUCTIE
3.1 AOC-kazen uit niet-gepasteuriseerde melk ontsnappen aan economische malaise
Een groot aantal AOC-kazen van rauwe melk doet het goed, hoewel het relatief bekeken zeer
dure kazen zijn. Dit blijkt uit een studie van “Agreste Primeur”. Het AOC-kazen segment van
niet-gepasteuriseerde melk is dus dynamisch met een goede productiestijging in 2005.

3.2 Congres van FNPF (Fruitproducenten aangesloten bij FNSEA)
De Franse fruitproducenten aangesloten bij de FNSEA hielden in Bourges (Cher) op 7 en 8
februari hun congres. Op het congres werd onderzocht welke de mogelijkheden zijn om de
toegevoegde waarde van de sector bij het commercialiseren te verbeteren.

3.3 Aankopen fruit en groenten : 2,2% minder in 2006
In 2006 consumeerden de Fransen minder fruit en groenten (-2,2% in volume), maar de
aankoopwaarde steeg met +1,1%. De gemiddelde aankoopprijs steeg met 3,4%.


                                                                                             6
3.4 Saladecrisis
Franse landbouwminister Bussereau reageert op de lage saladeprijzen aan producent.
Met de ontbinding van de kamers is in Frankrijk sedert 22 april officieel de
verkiezingscampagne ook voor de wetgevende verkiezingen in juni gestart.

4 DIERLIJKE PRODUCTIE
4.1 Zal de Franse varkensproductie zich stabiliseren in 2007?
Volgens de Franse statistische diensten zou de Franse varkensproductie, in aantal dieren
uitgedrukt, zich in 2007 moeten stabiliseren. Op basis van de novembertellingen, wordt de
stapel op 25,6 miljoen stuks geschat , d.w.z 0,2% minder dan in 2006. De sector deelt het
gematigd optimisme (stabiliteit) van de ministeriële diensten niet en verwacht dat de situatie
van vele varkenshouders onder de gecombineerde invloed van de lagere varkensprijzen,
hogere voederkosten en hogere milieukosten, onder druk zal komen te staan.

4.2 FNB: Châlons-en-Champagne
Hierbij een verslaggeving over het bijwonen van de jaarvergadering van de Franse
veehouders in Châlons en Champagne op 15 februari. Pierre Chevalier, voorzitter van de
bond, bevestigde in zijn slottoespraak tegenover de aanwezige landbouwminister de
verwachtingen van de sector: behoud van de gekoppelde premies, geen nieuwe hervorming
van het GLB met de health check, administratieve vereenvoudiging van de randvoorwaarden,
geen bijkomende Europese toegevingen in de WTO en tenslotte maatregelen voor het
opvangen van de gevolgen van de FCO. Ook het ondertekenen van een sectoriele
overeenkomst behoorde bij de onderwerpen die in de slottoespraak van de voorzitter aan bod
kwamen en waarop de landbouwminister een antwoord formuleerde.

4.3 Arbeidsproductiviteit in de voornaamste EU melkveebekkens
Het Franse Institut de l‟Elevage heeft samen met INRA de boekhoudkundige gegevens (2003)
uit verschillende Noord Europese melkproductiebekkens geanalyseerd. Met de resultaten is
in januari een rapport (83 bldz) gepubliceerd « Productivité et rémunération du travail dans
les exploitations laitières du nord de l‟UE » dat de productiemodellen in de verschillende
bekkens weergeeft en vergelijkt. Hierbij een kort overzicht van de bevindingen uit de
vergelijkende gegevens met aandacht voor de toekomstmogelijkheden zoals ze in het rapport
naar voren worden gebracht.

4.4 Melk: 15.000 aanvragen melkquotaoverdracht zonder grond goedgekeurd
Na de vergadering van het “Comité de gestion de lait” in februari 2007, kondigde het Office
de l‟élevage aan dat ongeveer 15.000 aanvragen van melkquotaoverdracht zonder grond
(“Acal professionnelle") zullen worden goedgekeurd, en dit voor een bedrag van 22 miljoen
euro. Het comité besprak voorts het beheer van het einde van de melkcampagne.

4.5 Vlees: kwaliteitslabels amper gekend
De officiële kwaliteitslabels blijken slecht gekend te zijn door de consumenten. Dit is het
besluit van een kwalitatieve studie die onlangs werd uitgevoerd bij een aantal huisvrouwen
tussen de 30 en 50 jaar, door de BVA (=institut de sondage en France: Brulé Ville et Associé),
het CIV (=Centre d‟information des viandes) en het Office de l‟élevage.




                                                                                                 7
5 VISSERIJ
5.1 Frankrijk verdubbelt visproductie binnen nu en tien jaar
Als reactie op de groeiende vraag naar vis en schaaldieren, wil Frankrijk in de volgende tien
jaar zijn visteeltproductie verdubbelen. Om het imago van de aquacultuur te verbeteren, zal
de CIPA voor het tweede opeenvolgende jaar de “week van de viskweek” organiseren van 31
maart tot 7 april. In heel Frankrijk zullen een honderdtal viskwekers en verwerkende sectoren
hun deuren openen voor de consument om hun de werkelijkheid te laten ontdekken over het
beroep van viskweker, de verwerkingsketen, de vissen uit de kwekerijen en hun voordelen.

6 MILIEU
6.1 Ecologische alarmkreet
Naar aanleiding van de UNO-conferentie over een mondiaal ecologisch beleid (Conférence
pour une gouvernance écologique mondiale), riep Jacques Chirac in naam van een veertigtal
landen de wereld op om zich te mobiliseren tegen de ecologische crisis die de planeet
bedreigt. De president benadrukte dat de wereld het zich niet langer kan veroorloven om te
wachten, en dat elke dag die voorbijgaat, de ecologische situatie verergert.

6.2 Frans wettelijk kader voor het gebruik van PPO
Deze nota bevat een overzicht van de teksten van de Franse regering die het gebruik van PPO
als brandstof regelen.

6.3 Water: Frankrijk probeert sancties van Brussel te voorkomen
Frankrijk riskeert een forse boete van de EU voor de overschrijding op verschillende plaatsen
van het maximale toegestane nitratengehalte in oppervlaktewater dat gebruikt wordt voor de
productie van drinkwater in Bretagne. Het gaat om negen van de 110 Bretoense bronnen.
Bretagne is nu van plan om "voorlopig" vier van deze negen bronnen te sluiten, om aan de
"zeer dure" sancties van Brussel te ontsnappen. Het voorstel maakt deel uit van een reeks
maatregelen die Frankrijk vóór 20 februari bij de Commissie moet indienen, om te vermijden
dat deze het Europese Hof van Justitie inschakelt.

6.4 Vervolg financiering milieuvereisten in de plantaardige sector - Frans plan PVE
Eind 2006 waren er 2133 dossiers aanvaard voor een steun van gemiddeld iets minder dan
4000 euro in het kader van het PVE. Volgens het landbouwministerie slaan het grootste
aantal aanvragen op fytosanitaire producten. Vanaf 2007 wordt de toegang tot de PVE
beperkt tot één enkel dossier per programmering (2007-2013), behalve als er een nieuwe
jonge landbouwer bijkomt.

6.5 Bioproducten: een gemiddelde toename van 9,5% per jaar in de consumptie sinds
1999
31 januari werden de resultaten van een onafhankelijke enquête over bioproducten aan de
pers voorgesteld. De cijfers geven aan dat 4 Fransen op 10 minstens één keer per maand
bioproducten consumeert, 23% minstens eens per week en 7% elke dag.

7 DIERZIEKTEN
7.1 Vogelgriep: Franse risicoschalen
Zoals medegedeeld in een perscommuniqué van 3 februari heeft de Franse landbouwminister
aan het Franse AFSSA (Agence française de sécurité sanitaire des aliments) een advies
gevraagd over een eventuele herkwalificatie van het vogelgriep risico in de pluimveeteelt
naar aanleiding van de uitbraak in het Britse Suffolk. Sedert 4 oktober 2006 gebruikt de


                                                                                            8
Franse overheid een nieuwe risicoschaal. Aan elke risicograad beantwoorden een serie
veiligheidsmaatregelen.

7.2 Vogelgriep: licht verscherpte maatregelen
AFSSA adviseerde om de vogelgriepmaatregelen te verhogen van Verwaarloosbaar 2 naar
Klein (=niveau 3). Dit betekent onder andere de versterking van het actieve en passieve
toezicht op de sterftegevallen bij wilde vogels en een verbod op het transport van "lokvogels".
Verder is het ook verboden om duiven uit te zetten vanuit of te laten vliegen over landen waar
het virus gedetecteerd werd. Ook moet ook vermeld worden dat de maatregelen die horen bij
het risico Verwaarloosbaar, verschillen volgens het natuurlijke risicokarakter van de streek.

7.3 Bijenteelt : een uitgelekt rapport van Afssa
Tussen 2000 en 2005 volgde een ploeg van Afssa (=Agence Française de Sécurité Sanitaire
des Aliments) de korven van vijf imkers, verspreid over vijf departementen. Zij maakten een
multifactoriële, statistisch betrouwbare analyse. Bepaalde elementen van het rapport
ontkrachten de hypotheses die vaak vooropgesteld worden door de imkers die hiervoor veel
media en zelfs parlementaire aandacht kregen in de voorbije jaren en waarbij
zaadontsmettingsmiddelen geviseerd werden. Het Afssa rapport was vertrouwelijk en niet
bedoeld voor verspreiding, maar het circuleert sinds 25 januari… en kan gelezen en
gedownload worden op de website van de krant Le Figaro.

7.4 Where have all the bees gone?
Een veertigtal parlementsleden in Frankrijk dienden op 20 februari 2007 in de Assemblée
nationale een ontwerpresolutie in voor de oprichting van een onderzoekscommissie rond het
hogere sterftecijfer bij honingbijen in het land. In Frankrijk stoppen sinds de laatste twintig
jaar elk jaar 1500 imkers met hun activiteiten, en 5000 jobs die verbonden zijn aan de
bijenteelt, staan op de tocht. De Franse honingproductie is in tien jaar tijd gedaald met
10.000 ton, waardoor de import van honing gestegen is. Als de massale bijenontvolking niet
tegengehouden wordt, zullen ook bepaalde landbouwproducties bedreigd worden.

8 ANDERE
8.1 Agri US Analyse nr.132, december 2006
Editoriaal: evenwichtsoefening
Risicobeheer in de landbouw: de V.S. koploper
Akkerbouw: na de boom van 2006-2007…
…welke marktprijzen in 2007/2008
Sterke stijging in de inkomsten van de maïs-sojaproducenten in 2006
De productiekosten in de akkerbouw van 2007
Naar een drastische vermindering van de Amerikaanse maïsexport?
Canada tegen de steunprogramma‟s van de VS in de akkerbouw
De riem aanhalen: het budgettair kader voor de volgende farm bill
Stijging van de premies voor inkomstverzekeringen in 2007
Melk: de mogelijkheden voor de volgende farm bill
SPECIAAL: farm bill - voorstellen van de USDA
Smithfield stopt met zeugenteelt in individuele stallen
Paarden worden niet geslacht in Texas
De federale regering moedigt de productie van biogas aan
Energierendement van ethanol als biobrandstof: een vals debat?
Biobrandstoffen: altijd meer!



                                                                                                  9
8.2 Agri Us Analyse nr.133, januari 2007
Editoriaal: euforie
Verwachte expansie van bio-ethanol
In 21 jaar tijd, heeft de VS meer dan 8 miljoen hectaren landbouwgrond verloren
Prijzen blijven hoog voor akkerbouwgewassen
Naar een betere integratie van ethanolproductie en veeteelt
Kalkoenproducenten optimistisch voor 2007
USDA verwacht dure olieprijzen en de opwaardering van de dollar
Op middellange termijn wordt er een stijging verwacht van de VS landbouwexport
Gunstige perspectieven voor de mondiale graanmarkten
Zuid-Amerika wordt machtiger
Farm bill 2007: voorstellen van de sojaproducenten
Moet men de oogstverzekering opdoeken?
Indexfondsen, doorslaggevende actoren op termijnmarkten
Bescherming van veehouders bij “contractveeteelt”
Steun aan de fruit- en groentesector in de VS
Gezonder eten: wat zijn de implicaties voor de landbouwproductie?
Biologische landbouw groeit snel
Waarom farmers gebruik maken van transgene teelten
Energierendement van ethanol als biobrandstof: een vals debat (2)?
En nu, het rund en de kip met omega 3

B. Spanje

1 ALGEMEEN LANDBOUWBELEID
1.1 Spaans Actieplan Biologische Landbouw 2007-2010
22 februari 2007 stelde de Spaanse Minister van Landbouw, Elena Espinosa, het Actieplan
Biologische Landbouw voor (=”Plan Integral de Actuaciones para el Fomento de la
Agricultura Ecológica”) voor de periode 2007-2010. Het budget dat MAPA (Spaans
landbouwministerie) hierin zal investeren, bedraagt 35,8 miljoen euro over een periode van
vier jaar.

1.2 Verzekering van de gezamenlijke productie van alle partners van een associatie
Eind januari werden de voorwaarden vastgelegd waaraan associaties moeten voldoen om als
verzekerde te kunnen handelen bij het afsluiten van een landbouwverzekeringspolis. Het
Spaans Plan voor Landbouwverzekeringen 2007, dat goedgekeurd werd door de regering op
7 december 2006, voorziet bovendien een aparte subsidie voor de polissen die worden
afgesloten door associaties.

2 VISSERIJ
2.1 Vissers kijken met argusogen naar verwikkelingen in ansjovisstrijd
De Spaanse secretaris-generaal van Maritieme Visserij bekwam eind januari een compromis
met de ansjovissector: het landbouwministerie zou bij de EU een verzoek indienen opdat de
experimentele ansjovisvangsten tussen 15 april en 15 juni 2007 in de Golf van Biscaje, geen
commercieel karakter zouden krijgen. De ansjovissector wil er zich kost wat kost van
verzekeren dat de vangsten een louter wetenschappelijk doeleinde hebben en dat het gebruik
van pelagische boten niet zal worden toegestaan. De sector blijft dan ook argwanend ten
opzichte van de kwestie.



                                                                                             10
3 DIERZIEKTEN
3.1 Bijensterfte: is Nosema Ceranae de dader ?
Het regionale centrum voor bijenteelt van Castilla-La Mancha (Spanje) signaleerde als
eerste, twee jaar geleden, de aanwezigheid van een nieuwe honingbijenparasiet van
Aziatische oorsprong: Nosema ceranae. Zoals zijn “neefje”, de Nosema apis zander, die
reeds lang gekend is in Europa, nestelt dit protozoön zich in de cellen van de darmen van de
honingbijen. Het is echter onmogelijk om zonder laboratoriummateriaal de ziekte vast te
stellen. Nosema ceranae is volgens de auteurs van een rapport over de ziekte bij bijen “zeer
pathogeen” voor de gewone honingbij (=de Apis mellifera). Tevens spreken ze over een
mogelijk verband tussen de massale ontvolking van honingbijen en deze ziekte.


                                       ********




                                                                                           11
Volledig bericht

A. Frankrijk

1 ALGEMEEN LANDBOUWBELEID
1.1 Verkiezingen voor de Franse Landbouwkamers
In de Franse landbouw zijn de “Landbouwkamers” belangrijk. Zij vertegenwoordigen o.a de
landbouwsector in de overheidsinstellingen en adviesraden en vormen de tussenschakel tussen
het beleid en de uitvoering op het terrein. De Landbouwkamers zijn zowel spreekbuis voor de
landbouwers en de rurale bevolking naar de overheid toe, alsook een Kamer die
ondersteunende diensten levert aan de landbouwsector.

De APCA (Assemblée Permanente des Chambres d‟Agriculture) vertegenwoordigt 94
departementale Landbouwkamers en 21 regionale Landbouwkamers. In totaal zijn er 4.200
verkozenen in de Kamers. Er zijn 7.750 betaalde medewerkers in dienst. De APCA beschikte
in 2006 over een budget van ongeveer € 600 miljoen. De financiering gebeurt door een
aanvullende heffing op de grondbelasting op niet-bebouwde gronden (voor een globale som
van 265 miljoen euro). De departementale Kamers ontvangen ook overheidssubsidies (186
miljoen euro) en de vergoeding voor diensten aan en betaald door de landbouwers bedraagt
188 miljoen euro.

Verder maakt APCA deel uit van COPA, de lobbyorganisatie voor landbouw die in 1958
werd opgericht, om zo haar stem ook op Europees niveau te laten gelden.

De verkiezingen in de Landbouwkamers, die om de zes jaar plaatsvinden, maken het mogelijk
om de leden van de 94 departementale Kamers van de metropool en de overzeese
departementen, te vernieuwen. In functie van het resultaat van deze verkiezingen ontvangen
de verschillende vakbonden overheidssteun. Bij de verkiezingen van 20 tot 31 januari 2007
was de deelname groot: 66,4% tegenover 61,2% in 2001. Een grote nieuwigheid dit jaar was
het stemmen via correspondentie.

De definitieve resultaten van deze verkiezingen, die woensdag 7 februari vaststonden, geven
aan dat de syndicale organisatie FNSEA (Fédération nationale des syndicats d'exploitants
agricoles) en de Jeunes Agriculteurs in de grote meerderheid blijven (56,8% tegenover 54,2%
in 2001). Hierbij werd de lijst “apparentés FNSEA” meegerekend. De Confédération
Paysanne blijft de tweede landbouwvakbond, met 19,6% (tegenover 26,8% in 2001). De
Coordination rurale ging van 12,2% in 2001, naar 18,7% in 2007. De Confédération Paysanne
heeft haar stemmen vooral verloren aan de CR, aangezien de som van de stemmen van de
twee vakbonden samen, een gelijkaardig resultaat oplevert als in 2001.

De uitslagen van de verkiezingen in de Landbouwkamers geven duidelijk blijk van een draai
naar rechts. Afwachten of dit een voorbode is voor de nationale presidentsverkiezingen later
op het jaar.

De FNSEA is een syndicale organisatie die 320.000 mensen die actief zijn in de landbouw
vertegenwoordigt. De FNSEA overkoepelt in totaal 20.000 (plaatselijke) syndicaten uit 94
departementen en 22 regio‟s. De belangen van de jonge Franse landbouwers worden
vertegenwoordigd door de Jeunes Agriculteurs. Deze organisatie is vergelijkbaar met de
Groene Kring in Vlaanderen en is actief op internationaal, nationaal, departementaal en


                                                                                           12
regionaal niveau. Beide organisaties maken deel uit van de Europese koepelorganisatie voor
jonge landbouwers (CEJA). De FNSEA en de JA sleepten meer dan de helft van de stemmen
in de wacht. Het is de eerste keer sinds 1995 dat de FNSEA en JA in plaats van een daling,
terug een stijging kunnen noteren.

De (socialistische) syndicale organisatie Confédération paysanne, werd in 1987 opgericht en
wilde een alternatief bieden voor de bestaande landbouworganisaties. De confederatie verzet
zich tegen de “industriële landbouw” en stelt een “agriculture paysanne” als alternatief voor.
De vakbond kreeg vooral bekendheid met José Bové, die de stichter is van de Confédération
paysanne. Volgens sommigen zou het feit dat José Bové zich kandidaat stelt voor de nationale
presidentsverkiezingen van 2007, in het nadeel gespeeld hebben van de vakbond.
De Confédération paysanne verliest twee Landbouwkamers (die van Loire-Atlantique en die
van Guyane), maar sleept de Landbouwkamer van la Réunion in de wacht, waardoor de
vakbond zijn positie op de tweede plaats behoud. De CR zit hem echter op de hielen.

Even leek het erop dat de anti-Europese en eerder rechts georiënteerde Coordination rurale de
tweede grootste landbouwvakbond zou worden, maar de organisatie eindigde met 18,7% van
de stemmen. Toch betekent dit een verbetering tegenover 2001, toen de vakbond 12,2% van
de stemmen haalde. De CR zal geen nieuwe Landbouwkamer in de wacht slepen, maar
behoudt wel de twee in 2001 verworven Landbouwkamers: Lot-et-Garonne en Calvados.

MODEF (Le mouvement de Défense des Exploitants Familiaux) is een landbouwvakbond die
ontstond in april 1959, toen een veertigtal boerenmilitanten van de departementen van het
zuiden en het centrum van Frankrijk in Toulouse bijeenkwamen om een coördinatiestructuur
te creëren. MODEF staat historisch dichtbij de Communistische Partij, en deelt vaak ook de
standpunten van de Confédération Paysanne. MODEF droeg 2,6% van de stemmen weg,
tegenover 2,9% in 2001.

Blijven over: de “Union CP/MODEF” met 0,8% van de stemmen (1,4% in 2001); “Divers”
1,4% (2,4% in 2001) en “Union FNSEA/Autres” met 0,1%.

20 maart 2007 zullen de voorzitters van de 94 departementale Landbouwkamers en 21
regionale Landbouwkamers in Parijs samenkomen om de voorzitter van de APCA te kiezen.
Luc Guyau, uitgaande voorzitter en voormalige voorzitter van de FNSEA, is tot nu toe de
enige kandidaat.

Met deze verkiezing hebben de landbouwers een boodschap willen overbrengen: niet alleen
een professionele, maar ook een algemene boodschap. In een context van naderende
presidentiële verkiezingen, hebben de boeren hun voorkeur uitgedrukt voor een “agriculture
d‟entreprise”, iets waar zowel de FNSEA, als de JA en de CR achter staan. Zonder twijfel
richt deze boodschap zich ook tot de kandidaten voor de presidentsverkiezingen.

Naar aanleiding van de eerste resultaten verklaarde landbouwminister Bussereau dat niemand
verwacht had dat er een dergelijke overdracht van stemmen zou plaatsvinden tussen de
vakbonden van links en die van rechts. Dit weerspiegelt zich ook in de eerste peilingen
omtrent de presidentsverkiezingen waarbij Nicolas Sarkozy van de gematigd rechtse partij
UMP (Union pour un Mouvement Populaire) in de plattelands- en landbouwsector op kop zou
staan, na Ségolène Royal, presidentskandidaat voor de linkse Parti Socialiste. In Charente
verloor de linkse Confédération Paysanne tien procentpunten, toevallig of niet één van de
departementen van de regio Poitou-Charentes, die voorgezeten wordt door Ségolène Royal.


                                                                                             13
Voor meer gedetailleerde uitleg omtrent deze verkiezingen, zie:
http://www.agriculture.gouv.fr/spip/actualites.chambresagriculture2007_a6741.html

(5-6-7/02/2007)

1.2 Kritiek van het Franse Rekenhof op bepaalde landbouwsubsidies
Op 8 februari stelde het Franse Rekenhof in kamer en senaat het traditionele openbare
jaarrapport voor.

Het Franse Rekenhof bestaat dit jaar 200 jaar. Dit werd door de voorzitter, Philippe Séguin,
benadrukt, die van de gelegenheid gebruik maakte om de rol van het Rekenhof en de vele
publicaties te verduidelijken.

De verscheidene rapporten worden uitgewerkt om nuttig gebruikt te worden, niet alleen bij de
debatten in kamer en senaat, maar ook, en vooral, bij de maatschappelijke debatten.
Het algemene imago van het Rekenhof, dat ervaren wordt als een “jager” op misbruiken en
verspild overheidsgeld, klopt niet met de werkelijkheid. Het Rekenhof heeft als taak bij te
dragen tot de verbetering van de efficiëntie en de doelgerichtheid van de verschillende
overheden. Het Rekenhof kan zeker geen vrede nemen met de rol van onderzoeksrechter die
achter de schermen nauwgezet onregelmatigheden opspoort en die dan eenmaal per jaar aan
de schandpaal spijkert. Het Rekenhof wil een hefboominstrument zijn dat de overheid
dagdagelijks bijstaat om beter te functioneren, waarbij de dialoog voorrang krijgt op het
veroordelen.

Bij haar acties heeft het Rekenhof drie gesprekspartners/medespelers.
- de regering met de bijhorende administraties, die het voorwerp zijn van de Rekenhof
controles met de daaruit voortvloeiende aanbevelingen,
- het parlement dat door het Rekenhof geholpen wordt in de grondwettelijke controle-
opdrachten,
- het publiek waarvoor het Rekenhof regelmatig rapporten opstelt over de openbare financiën.
Dit publiek doet ook beroep op het Rekenhof als blijkt dat er geen andere middelen zijn om
weerstand tegen bepaalde hervormingen op te heffen.
Het voorgestelde jaarverslag richt zich tot de drie vermelde medespelers, maar in hoofdzaak
tot de bevolking. Het verslag wordt sinds 200 jaar voorgesteld aan de soevereine overheid, in
1807 was dit de keizer, vandaag is dat de burgergemeenschap.
De toespraak van Philippe Séguin is te lezen op:
http://www.ccomptes.fr/actualite/discours/07-rpa2006.pdf

Opvallend in dit jaarverslag is dat de eerste drie hoofdstukken gewijd zijn aan de efficiëntie
van bepaalde bestedingen en subsidies in de landbouw. Het vierde hoofdstuk behandelt de
werking van de landbouwkamers in Corsica.

In het jaarrapport worden de opmerkingen met redenen omkleed en is ook het antwoord en de
reactie van de bevoegde administratie opgenomen.

Philippe Séguin gaf in zijn toespraak ook de korte samenvatting van de gemaakte
opmerkingen. Hiernavolgend worden de landbouwgegevens weergegeven, maar ook voor
andere onderwerpen, zoals financiële steun aan KMO‟s, onderzoek, onderwijs, sociale
voorzorg e.a., geeft het rapport voor iedere geïnteresseerde relevante informatie.


                                                                                                 14
Voor de landbouwsector zijn er te veel verschillende subsidies. Dit is het resultaat van
verschillende en verscheidene beslissingen in de het verleden (historische sédimentatie) die op
dicht bij elkaar aansluitende objectieven slaan of zelfs dubbel gebruik betekenen. De
voorzitter van het Rekenhof meent dat de 13 miljard euro landbouwsubsidies (EU en Franse
uitgaven samen) een te groot bedrag betekent voor het maatschappelijke belang van de sector.
De uitspraak “Impossible d‟évaluer l‟efficacité des dispositifs. En d‟autres termes, impossible
de vérifier avec certitude si ces dépenses sont utiles. C‟est souvent le cas dans le secteur
agricole, secteur qui représente en France un enjeu financier majeur –environ 13 milliards
d‟euros de dépenses cumulées du budget européen et du budget de l‟Etat- enjeu sans
commune mesure avec le poids de l‟agriculture dans la population“ zal in de sector niet in
dank afgenomen worden.

In het eerste hoofdstuk worden de intrestsubsidies op leningen (installatieleningen) op de
korrel genomen. De Franse overheid betaalde in 2004 bijna 200 miljoen euro intrestsubsidies
op een totale gewaarborgde intrestlast van 600 miljoen eurovoor 7 miljard euro aangegane
leningen. Het Rekenhof wijst erop dat voor de banken de gesubsidieerde leningen een
interessante klantentrekker zijn en dat zij wel de eerste begunstigden zijn met de betaalde
commissies. De leningen zorgen voor ingewikkelde, moeilijk te controleren en uiteindelijk
dure procedures voor de staatsfinanciën. In het rapport is te lezen dat, ondanks de subsidies,
de aangegane leningen de bedrijfsrekeningen gedurende vele jaren zwaar belasten. Evenveel
jaren waarvoor aan de banken en de overheidsinstelling CNASEA, die de subsidiebetalingen
uitvoert, beheerskosten betaald worden.…

Volgens het Rekenhof heeft de daling van de intrestvoeten het voordeel van de gesubsidieerde
leningen sterk verminderd. Gesubsidieerde leningen waren wellicht belangrijk toen er 15%
intrest betaald werd, maar op dit ogenblik zijn de gesubsidieerde leningen geen essentieel
element meer bij de installatie van jonge boeren en kunnen deze van andere maatregelen
genieten.

In het tweede hoofdstuk krijgen de subsidies die door de Offices (OFIVAL en ONILAIT)
betaald worden, kritiek. Het Rekenhof oordeelt dat de vele soorten subsidies van de Offices
uitbetaald worden met betwistbare betalingsprocedures via betwistbare organismen (via door
professionele organisaties hiervoor opgerichte instellingen). Het rapport bevat onverholen
kritiek op het gebruik van “lettres interministérielles” om “betwistbare praktijken”(= pratiques
contestables) te dekken.

Het verslag geeft een gedetailleerd overzicht van de betaalde subsidies en van de wijze
waarop de uitbetalingen gebeuren, en suggereert dat de vele soorten geëvalueerd moeten
worden op hun nut en efficiëntie… maar eerst is er een inventaris nodig. In totaal werden in
2005 door Ofival en Onilait 3 129 miljoen euro Europese subsidies uitbetaald en 334 miljoen
euro nationale steun voor een wildgroei van complexe maatregelen, schrijft de rapporteur.

In het derde hoofdstuk wordt de financiering van de “interprofessionele filièreorganisaties”
onderzocht. Het betreft de CVO‟s (Contribution Volontaire Obligatoire). De betaalde
bijdragen in 2005 werden op 300 miljoen euro geschat. Het Rekenhof oordeelt dat de
Interprofessionele filièreorganisaties, die opgericht werden met een wet van 1975, goed
aangepast zijn aan de specificiteit van de landbouwwereld. De rol van de overheid kan en mag
niet beperkt worden tot het goedkeuren van de financieringen en tot het betalen van de
overheidsbijdrage. Het Rekenhof meent dat de overheidsbijdrage gemoduleerd kan worden


                                                                                             15
(= verminderd) in functie van de eigen middelen van de interprofessionele filièreorganisaties.
Voorts heeft het Rekenhof vragen bij de huidige ruime interpretatie van de artikelen in de
Franse “Code rural”. Ook dringt het Rekenhof aan op een betere evaluatie van het risico dat
de Franse overheid neemt door de vrijwillige verplichte bijdragen niet bij de EU te notificeren
in afwachting dat het Europese gerechtshof hierover een oordeel velt.
Het Rekenhof heeft ook vragen bij de gelijkheid van de taken van de interprofessionele
filièreorganisaties van particulier recht en de landbouwdiensten bij openbare instellingen. Dit
punt is zeker actueel met de recente evolutie in de reorganisatie van de Franse Offices, de
hervorming van de Landbouwkamers en de grotere regionale bevoegdheden.

Naast de opmerkingen bevatten de hoofdstukken ook een schat aan informatie over de
bedoelde sectoren.
Het rapport is opgedeeld in hoofdstukken beschikbaar op:
http://www.ccomptes.fr/FramePrinc/framerp-2006.htm

Hierna is de inhoudsopgave van het rapport gevoegd (met links).


  1ère partie : Les observations des juridictions financières - 2,5 Mo

          La situation des finances publiques
          1 - Les prêts bonifiés à l'agriculture
          2 - Les aides nationales payées par l'OFIVAL et l'ONILAIT
          3 - Les cotisations volontaires obligatoires prélevées par les interprofessionele
          filièreorganisaties agricoles
          4 - Les chambres d'agriculture de Corse
          5 - Les aides nationales destinées à favoriser la création, le développement et la
          transmission des PME
          6 - Le crédit d'impôt recherche
          7 - La recherche en faveur des sciences et technologies de l'information et de la
          communication
          8 - Les marges d'initiative des établissements publics d'enseignement du second
          degré
          9 - La gestion du régime d'indemnisation des intermittents du spectacle
          10 - La collecte de la contribution des entreprises à la formation professionnelle
          11 - La gestion de l'association nationale pour la formation permanente du
          personnel hospitalier (ANFH)
          12 - Les urgences médicales : constats et évolution récente
          13 - La politique des soins palliatifs
          14 - Les aides personnelles au logement
          15 - La rétention des étrangers en situation irrégulière
          16 - Trois aménagements à vocation culturelle et de loisirs
          17 - Les marchés de construction et de rénovation de l'office public d'HLM de
          Montereau
          18 - La commune de Bussy Saint-Georges (Seine-et-Marne)



                                                                                               16
       19 - La commune de Santa Maria Poggio (Haute-Corse)
       20 - La gestion des fonds publics par la Polynésie française

 2èmepartie : Les suites données aux observations des juridictions financières - 1,2
Mo

        1 - La Banque de France
        2 - L' activité internationale d'EDF de 2003 à 2005
        3 - Le Centre national d'enseignement à distance (CNED)
        4 - Le GIP EduFrance et l'accueil des étudiants étrangers en France
        5 - Les Ecoles françaises à l'étranger (les Ecoles françaises de Rome et d'Athènes,
        la Casa Velasquez et l'Ecole française d'extrème-orient)
        6 - Le contrat d'objectifs et de moyens de Radio-France
        7 - L' association pour la gestion du fonds pour l'insertion professionnelle des
        personnes handicapées (AGEFIPH)
        8 - L‟union nationale des associations familiales (UNAF)
        9 - La gestion de Météo-France
        10 - Le service des essences des armées
        11 - Le syndicat mixte central de traitement des ordures ménagères de
        l'agglomération parisienne (SYCTOM)
        12 - La gestion du Centre national de la fonction publique territoriale
        13 - La revalorisation des pensions des anciens combattants ressortissants de
        pays autrefois sous la souveraineté française
14 - Les interventions en faveur des rapatriés gérées par la mission interministérielle aux
rapatriés

       15 - Le réseau des missions locales et permanences d'accueil, d'information et
       d'orientation des jeunes
       16 - Deux dispositifs de l'assurance-chômage
       17 - Les dispositifs d'évaluation des politiques d'aides à l'emploi de l'Etat
       18 - Les libéralités, produits de la générosité publique
       19 - L'information en temps réel sur le trafic routier
       20 - Le fonds de soutien à l'expression radiophonique locale
       21 - La politique sanitaire de lutte contre l'alcoolisme
       22 - Le démantèlement des installations nucléaires et la gestion des déchets
       radioactifs
       23 - Les pensions des fonctionnaires de l'Etat
       24 - La protection judiciaire de la jeunesse
       25 - L'accueil des immigrants
       26 - La vie avec un handicap

 Rapport d'activité des juridictions financières



                                                                                          17
    Rapport d'activité de la Cour de discipline budgétaire et financière


(09/02/07)

1.3 Ségolène Royal: landbouwsubsidies van het GLB voorbehouden voor agro-milieu en
plattelandsontwikkelingsmaatregelen
Op 11 februari heeft Ségolène Royal, de socialistische presidentskandidate, haar
verkiezingsprogramma voorgesteld in de hallen van Villepinte. De partij noemt het
verkiezingsprogramma “ Pacte Présidentiel”. Het pact bevat 100 beleidsvoorstellen.

Wie zoekt, vindt ook dat het pact enkele lijnen wijdt aan het landbouwmilieubeleid.
Enkele citaten*:
- “Zij die een inspanning leveren om anders te produceren, moeten erkend worden en als
zodanig vergoed worden”.
-“De kwaliteit moet primeren op de kwantiteit, het milieu moet geëerbiedigd worden en de
landschappen beschermd worden”.
-“Degenen die dat doen moeten meer subsidies krijgen, omdat zij werken om de
volksgezondheid en het algemene belang te beschermen.”
De socialistische kandidate stelt “een heroriëntering van het GLB” voor. De kandidate wenst
een omschakeling naar agro-milieu en plattelandsontwikkelingsmaatregelen met een
aanpassing van de premies en waarborgen voor transparantie.

Ségolène is de mening toegedaan dat biobrandstoffen en de ontwikkelingen van biomassa
zullen bijdragen tot een nieuwe en meer eervolle perceptie van het platteland. Ook de
ontwikkeling van de hout en de bio-bouw sector zal bevorderd worden. Verder meent de
presidentskandidate dat de hernieuwbare energiebronnen massaal gesteund moeten worden
om 20% van het verbruik in 2020 te bereiken.

Andere vermelde maatregelen zijn: de toewijzing aan de regionale besturen van de
beleidsmaatregelen die slaan op de rechtstreekse inkomenssteun; en de bevordering van
alternatieve energieproductie bij landbouwers (biomassa, agro-brandstoffen, biogas,
windmolenparken). Ségolène is voorstander van een stopzetten van de GGO veldproeven, in
afwachting op de resultaten van een groot openbaar debat dat het te voeren GGO beleid zal
bepalen. Dit om de conventionele culturen niet te benadelen en de ontwikkeling van de
biologische landbouw te vrijwaren. In het voorstel met nummer 67, overweegt de
socialistische kandidate de uitvoering van een nationaal programma om het gebruik van
pesticiden te verminderen.

Ségolène Royal wil zich eveneens inzetten voor een Wereld-GLB om een meer evenwichtige
marktwerking te organiseren en om de landbouw in de ontwikkelingslanden een echte kans te
geven.

* Franse teksten van de geciteerde passages:
 « Ceux qui font un effort pour produire autrement seront reconnus et rémunérés comme
tels », a t-elle affirmé. « La qualité doit primer sur la quantité, l‟environnement doit être
respecté, les paysages préservés. » « Ceux qui font cela doivent recevoir davantage d‟aides,
tout simplement parce qu‟ils agissent pour protéger la santé publique et l‟intérêt général ».



                                                                                                18
- « refondation de la politique agricole commune » pour la réorienter vers les aides agro-
environnementales et vers le développement rural, « en modifiant les primes et en assurant
leur transparence ».
- « Une nouvelle fierté rurale sera développée grâce aux biocarburants, à la valorisation de la
biomasse, au développement de la filière bois et de la bio-construction ».
Le transfert « aux Régions de la gestion des aides directes à l‟agriculture »,
« l‟encouragement des agriculteurs à la fourniture d‟énergie (biomasse, agro-carburants,
biogaz, fermes éoliennes) »
 - l‟arrêt des essais OGM en plein champ « dans l‟attente des résultats d‟un grand débat public
qui définira la politique à mettre en œuvre pour ne pas handicaper les cultures
conventionnelles et préserver le développement de l‟agriculture biologique ».
 « Pac mondiale » pour « organiser les marchés de manière plus équilibrée et donner une vraie
chance à l‟agriculture des pays en développement ».

(12/02/07)

1.4 Kandidaat voor de presidentsverkiezing José Bové veroordeeld
José Bové, de andersglobalist en voormalig woordvoerder van de duidelijk linkse
landbouwvakbond Confédération Paysanne, stelde zich begin februari officieel kandidaat
voor de Franse presidentsverkiezingen van 2007.

Bové is een Franse landbouwer die vooral gekend is om zijn strijd tegen genetisch
gemanipuleerde gewassen. Of hij nog tijd vrijmaakt om landbouwer te zijn is niet zeker maar
dat zal de sensatiepers een zorg wezen. Op 7 februari bevestigde het Franse Hof van Cassatie
de veroordeling van José Bové tot vier maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor het
vernielen van een GGO-veld in Menville (Haute-Garonne) in juli 2004. De maïs variëteit was
een variëteit die toegelaten werd onder de socialistische regering van Jospin. Nog voordat de
uitspraak van het Hof van Cassatie bekend werd, liet Bové weten dat hij sowieso meedoet aan
de verkiezingen: „Mijn burgerrechten worden door een gevangenisstraf niet aangetast. Ze
weten waar ik woon, ik verberg me niet.‟

Bové stelt zich voor als de “woordvoerder van de mensen zonder stem” en voegt eraan toe dat
duizenden personen hem voorgesteld hadden om kandidaat voor de presidentsverkiezingen te
worden, waarbij hij verwees naar een petitie met 30.000 handtekeningen. Hij behoort naar
eigen zeggen niet tot een partij en wil een alternatief bieden binnen de linkervleugel. Zijn
voornaamst campagnepunten zijn milieubescherming en de strijd tegen globalisering. De
vijftiger had gehoopt om als eenheidskandidaat van de anti-liberale bewegingen naar voren te
kunnen treden, maar dit is niet gelukt. Andere kandidaten langs de extreem linkse kant zijn
Marie-George Buffet (Parti Communiste Français of PCF), Olivier Besancenot (LCR of Ligue
Communiste Révolutionnaire), Arlette Laguiller (Lutte Ouvrière) en Gérard Schivardi (PT of
Parti des Travailleurs).

De Confédération Paysanne kondigde aan dat ze José Bové niet zou ondersteunen, maar ook
geen enkele andere kandidaat, omdat de vakbond beweert sinds de oprichting onafhankelijk te
zijn ten aanzien van politieke partijen. In de statuten van de organisatie is vastgelegd dat er
onverenigbaarheid bestaat tussen een mandaat van vakbondsverantwoordelijkheid en een
mandaat van politieke verantwoordelijkheid. De nederlaag bij de verkiezingen in de
Landbouwkamers eind januari van de Confédération Paysanne, die duidelijk links gericht is,
wordt door sommigen toegeschreven aan de kandidatuurstelling van Bové voor de



                                                                                            19
presidentsverkiezingen. De CF verloor haar enige landbouwkamermeerderheid op het
vasteland, in het departement Loire-Atlantique.

Iedere presidentskandidaat in Frankrijk moet 500 handtekeningen van burgemeesters
verzamelen om zich officieel als kandidaat te kunnen registreren. Bové zei begin februari 200
handtekeningen verzameld te hebben, dus nog 300 te gaan. Frankrijk telt 36.000
burgemeesters.

(7/02/2007)

1.5 Etats Généraux du Paysage op 8 februari
Landschapsbescherming op het menu van institutionele en politieke gezagsdragers.

Na afloop van de Etats Généraux du Paysage, die meer dan 500 deelnemers in Parijs bijeen
bracht op de zetel van de Franse “Sociaal en Economische Raad”, stelden de organisatoren
hun aanbevelingen inzake landschapsvernieuwing en -bescherming voor.

De tussenkomsten wezen op een verontrustende vaststelling “de territoria met de
landschappen dragen de littekens van de versnelde technologische vooruitgang, van de
individualisering van het gedrag, van de stadsuitbreiding en van een overmatige verkwisting
van landbouwgronden”.

Met de vaststelling werden ook aanbevelingen gegeven. De aanbevelingen waren opgesteld
door vier werkgroepen die tussen juni 2006 en februari 2007 eraan hadden gewerkt.
De aanbevelingen geven de krachtlijnen aan om eigentijdse kwaliteitsvolle landschappen te
creëren; om de ingrepen op het landschap te coördineren; om het landschappelijk erfgoed te
beschermen; en om zuiniger met de landschapselementen om te gaan. Wat dit laatste punt
aangaat, werd erop gewezen dat jaarlijks 36.000 hectaren landbouwgrond door de péri-
urbaine druk verdwijnen. Er werd dan ook aangedrongen op het stopzetten van de verspilling
ten voordele van urbanisatie en industriële doeleinden, van landbouwgronden en andere
waardevolle landschappen.

Één van de prioriteiten van de organisatoren is eveneens “een concrete invulling te geven”
aan de Europese Landschapsconventie die door Frankrijk in maart 2006 werd geratificeerd.
Zij vragen dat deze ook door de Europese Commissie wordt ondertekend. In het bijzonder
wordt erop aangedrongen dat het beleid bij de uitwerking van grote infrastructuurwerken en
energieprojecten met de Conventie rekening zou houden

Op nationaal niveau is het de bedoeling dat van de presidents- en wetgevende verkiezingen
gebruik gemaakt wordt om iedereen die bij de landschapsordening actief betrokken is, te
wijzen op de problematiek.

Alle discussiedocumenten en verslagen, alsook bijkomende documentatie is nu beschikbaar
op de volgende website: http://www.etatsgenerauxdupaysage.org/documentation.htm

Wie er belang in stelt doet er goed aan om de documenten op een elektronische drager te
bewaren. Het is niet bekend hoelang de website actief zal blijven.

(14-02-2007)



                                                                                             20
1.6 Strategisch plan: Europees sanitair beleid en crisisbeheersing
Het Europese instrument voor het beheer van gezondheidscrisissen in de EU wordt hervormd.
Het hervormingsvoorstel zal tegen de herfst van 2007 klaar zijn.

Eric Marin, heeft als vertegenwoordiger van DG Sanco van de Europese Commissie „de
pijlers‟ van het nieuwe beleid voorgesteld op de eerste dag (14/02) van het FNB congres in
Châlons-en-Champagne. Volgens Marin werkt de Commissie in zeer nauw overleg met de
lidstaten en partners en zal het nieuwe voorstel in september of oktober door de Commissie
kunnen voorgesteld worden en ook besproken worden in het Europees Parlement. Het
Europese beleid met betrekking tot de diergezondheid, heeft tot doel de humane
volksgezondheid te verbeteren, de economische gevolgen van ziektes in te schatten op
bedrijfs- en handelsniveau en tenslotte de milieu en dierwelzijnsnormen toe te passen.
Volgens Marin heeft de Commissie in ruime mate alle Europese partners en professionele
vertegenwoordigers van de verschillende landen geraadpleegd vooraleer te beginnen met de
uitwerking van het sanitair strategisch plan..

Het sanitair strategisch plan zal op 4 pijlers gebaseerd zijn om de aangehaalde doelstellingen
in te vullen.
1) Eerst moet er een classificatie komen van de ziektes, in categorieën die rekening houden
met hun ernst en prioriteiten waaronder ook de financiële prioriteiten belangrijk zijn. Marin
stelde dat de prioriteiten goed moeten uitgewerkt zijn en haalde het voorbeeld aan van
bepaalde serotypes van “blue tongue” of FCO die weinig invloed blijken te hebben en
waarvoor de algemene voorzorgsmaatregelen duidelijk te zwaar uitvallen.
2) Het vastleggen van een wettelijk kader voor dit beleid dat zo eenvoudig mogelijk zal
gehouden worden, samen met een billijke spreiding van de kosten en de
verantwoordelijkheden. Dit wettelijk kader zal de indirecte kosten, die door de crisissen
veroorzaakt worden, moeten in aanmerking nemen en de concurrentie distorsies voorkomen,
benadrukte Eric Marin.
3) De preventie van ziekte-uitbraken (risico‟s) vormt de derde pijler. “Die preventie is
gekoppeld aan de ontwikkeling van de bioveiligheid in de Europese veeteelt, vertelde Marin,
die verder voor de gelegenheid benadrukte dat in Frankrijk de veehouders reeds een lengte
voorsprong hebben (longueur d‟avance). De controles op de intracommunautaire
dierentransporten, met name met de ontwikkeling van het systeem „Trace‟ en het uitwerken
van een compatibiliteit tussen de verschillende databases, zal de bioveiligheid ten goede
komen.
4) Uiteindelijk zal de vierde pijler van de hervorming slaan op de innovatie en het
wetenschappelijke onderzoek op de diergezondheid die meer middelen ter beschikking
moeten krijgen.

De veehouders, en niet alleen de veehouders, bleven beteuterd wachten op enige
aankondiging of melding over de financieringsprocedure voor het mogelijks invoeren van een
specifieke verzekering voor de veehouders. Marin kon of wilde op de gestelde vragen
hierover geen antwoord geven. De veehouders zullen dus nog wat moeten wachten om meer
te weten te komen over dit programma… en de eventuele invoering ervan. Zou voorzitter
Pierre Chevalier gelijk kunnen hebben toen hij op de slotvergadering smalend vermeldde dat
de EU-Commissie zodanig in haar bureaucratische wespennest verstrengeld is, dat ze de
werkelijkheid van het terrein en de echte noden niet meer ziet?

Na de uitleg van Eric Marin had voorzitter Pierre Chevalier de vraag gesteld of er een kans is
dat de strenge en voor de producent dure Europese regels in de WTO onderhandelingen


                                                                                             21
erkend zullen worden zodat ze ook op derde landen toepasbaar worden. Eric Marin
antwoordde dat DG Sanco niet de opdracht heeft om barrières uit te werken voor de Europese
markttoegang en ontweek een antwoord op de vraag over de garanties (dierenwelzijn etc) die
de Europese verbruiker mag verwachten bij ingevoerde producten. Zou het kunnen dat Marin
zijn lesje in Brussel bij het Belgische Voedselagentschap geleerd heeft dat ook beweert dat er
geen „economische‟ referenties in zijn veiligheidsreferenties voorkomen?

(16-02-2007)

1.7 Oogstverzekeringen :
…pleidooi voor een betere verzekering tegen risico’s in de landbouw
In opdracht van de Eerste Minister en Landbouwminister Bussereau, zette UMP-senator van
Dordogne, Dominique Mortemousque, 21 februari in de senaatscommissie voor economische
zaken de grote lijnen van zijn studie over de oogstverzekeringen uiteen. Het doel bestaat erin
om te zien hoe het huidige landbouwverzekeringssysteem geoptimaliseerd kan worden.

Volgens de senator is het systeem van openbare vergoedingen voor landbouwrampen en
natuurrampen te complex geworden en bieden ze niet voldoende bescherming voor de
landbouwers.

De regelgeving over de oogstverzekering van februari 2005 (vrijwillige aansluiting,
gesubsidieerd door de overheid bij dekking van verschillende risico‟s), zal het mogelijk
maken om de landbouwers sneller en beter te vergoeden. Hoewel de landbouworiëntatiewet
van 5 januari 2006 voorziet dat deze bepaling zich progressief zou moeten uitbreiden tot alle
teelten, blijven er verschillende vragen onbeantwoord: moet de landbouwverzekering, die nu
nog vrijwillig is, verplicht worden voor alle landbouwers voor een betere mutualisering van
de kosten? In welke mate moet de overheid, die in 2007 een bedrag van 30 miljoen euro zal
besteden aan de oogstverzekering, daarna financieel tussenkomen? En: hoe kan de onmisbare
herverzekering gegarandeerd worden?

De senator zal in zijn rapport aandringen op drie punten:
-de Europese dimensie van dit dossier dat imperatief tegen 2013 in voege moet treden en
waarbij Frankrijk al een grote rol gespeeld heeft met het indienen van voorstellen;
-de noodzaak dat dit dossier unaniem gesteund zal worden om de goede afloop ervan te
verzekeren, en in het bijzonder op Europees niveau;
-de noodzaak om een duurzame samenwerking vast te leggen met de territoriale overheden bij
de preventie van landbouwrisico‟s.

Voor meer informatie zie: http://www.senat.fr/presse/cp20070221.html

(21/02/2007)

2 MTR
2.1 GMO-Fruit en Groenten : Franse professionelen bekritiseren het gebrek aan
financiële middelen voor crisisbeheer
De bestuursraad van Viniflhor voor de sector Groenten en Fruit besprak op 30 januari het
Commissie hervormingsvoorstel voor de GMO Groenten en Fruit. De professionals van de
fruit- en groentesector bekritiseerden vooral het gebrek aan specifieke financiële middelen
voor crisisbeheer.



                                                                                              22
De Commissie stelt voor dat de mogelijke crisisfinancieringen zouden betaald worden uit de
globale financiering die de producentenorganisaties (PO) ontvangen voor hun operationele
programma‟s. De PO wensen dat de Europese fondsen vooral gebruikt worden voor de
uitvoering van projecten.

De Franse overheid herinnert er regelmatig aan dat de Commissie bij het Compromis van
Luxemburg van 2003 beloofde om een speciaal fonds op te richten voor het crisisbeheer in de
sectoren Fruit en Groenten, Varkens en Pluimvee. De Franse professionelen wensen dat er
een afzonderlijke financiering komt voor het crisisbeheer. De Franse overheid stelt voor om
hiervoor een gedeelte van de toeslagrechten-modulatie aan te wenden.
Ter herinnering: het crisisbeheer was een onderdeel van de commissiebeloftes om het Franse
akkoord voor de geplande hervorming –MTR- in 2003 te verkrijgen. Frankrijk herinnert
regelmatig aan dit akkoord zoals trouwens aan andere akkoorden, want het kan niet ontkend
worden dat Europese Commissarissen, en zij niet alleen, als het hun past, een heel kort
geheugen blijken te hebben.

(1/02/2007)

2.2 Randvoorwaarden in Frankrijk
Het Franse Ministerie van Landbouw heeft de technische fiches, betreffende de
randvoorwaarden 2007, gepubliceerd op 8 februari. Benevens de aanpassing van de fiches
2006 zijn er nieuwe fiches met een beschrijving van de punten die op het dierenwelzijn slaan
en gecontroleerd zullen worden. Bij de plantaardige producties geven de fiches gedetailleerd
de ziektes (fusarioses) of schimmels met toxinogene eigenschappen en die in het fytoregister
moeten geïnventariseerd worden. De fiches zijn in bijlage aangeduid met de website waar ze
kunnen gevonden worden.

Het bekendmaken van de verkiezingsuitslagen van de Franse Landbouwkamers
op 8 februari, heeft de publicatie van de fiches voor randvoorwaarden bijna onopgemerkt
gelaten.

In de komende weken zullen de Franse landbouworganisaties zeker reageren op de nieuwe
complexe verplichtingen en voorziene controles. Het is bekend dat de officiële
verantwoording van de randvoorwaarden aansluit bij de bedoeling om de landbouwsubsidies
te legitimeren en de legitimiteit duidelijk zichtbaar te maken voor de landgenoten. Het is nu
wel een open vraag of de burgers een boodschap zullen vinden in de complexe regelgeving.
De Franse regering had ook een vereenvoudiging van de regels op de randvoorwaarden
beloofd. De betrokken boeren zullen daar wel hun terechte vragen bij hebben.

Op de laatste landbouwministerraad hadden een aantal Europese landen vragen bij de
voorliggende, te vage regels voor dierenwelzijn. Het kan niet ontkend worden dat deze
vaagheid teveel ruimte laat voor persoonlijke appreciatie van de controleurs die dan ook
zullen blootstaan aan het vermoeden van willekeur. Het zal dan ook niet moeten verwonderen
dat de sector uit de voorliggende regels zal afleiden dat het hoofdzakelijk de bedoeling zal
zijn om de subsidies te korten. Bij de fiches voor plantaardige producties kan eenzelfde
opmerking gemaakt worden.

Bij de plantaardige producties moet de boer een register bijhouden waarop hij het al of niet
voorkomen moet aangeven van enkele vermelde ziekten: Fusarium graminearum, Fusarium



                                                                                               23
culmorum, Fusarium tricinctum, Fusarium spp, Fusarium proliferatum, Aspergillus
parasiticus, Aspergilus flavus en andere.

Is het wel redelijk om van de boer een dergelijke gespecialiseerde kennis van de pathologie te
verwachten?

Bijlage
Franse randvoorwaarden (februari 2007)

Conditionnalité 2007:
Grilles nationales des exigences et des anomalies (dont le nouveau domaine du bien-être
animal)

- Domaine Environnement et BCAE
  http://www.agriculture.gouv.fr/spip/IMG/pdf/environnement_bcae_2007.pdf

- Identification porcine
  http://www.agriculture.gouv.fr/spip/IMG/pdf/bien_etre_animal_2007.pdf

- Bien-être animal
  http://www.agriculture.gouv.fr/spip/IMG/pdf/bien_etre_animal_2007.pdf

- Identification bovine
  http://www.agriculture.gouv.fr/spip/IMG/pdf/identification_bovine_2007.pdf

- Identification ovine /caprine
  http://www.agriculture.gouv.fr/spip/IMG/pdf/identification_ovine__ce5d6.pdf

- Paquet hygiène : productions animales
  http://www.agriculture.gouv.fr/spip/IMG/pdf/paquet_hygiene_animal2007.pdf

- Paquet hygiène produits primaires d'origine végétale - Produits phyto
  http://www.agriculture.gouv.fr/spip/IMG/pdf/paquet_hygiene_vegeta_ce5d8.pdf

Les fiches techniques "conditionnalité 2007"

     Informations complémentaires modifiant les fiches techniques (8 mars 2006 )
http://www.agriculture.gouv.fr/spip/IMG/pdf/paquet-erratum_8-03-06.pdf

• 1 Introduction, domaine "environnement", domaine "BCAE" (pdf )
   http://www.agriculture.gouv.fr/spip/IMG/pdf/intro_vf-2.pdf
   Algemene toelichting bij de matregelen.

• 2 Domaine "santé publique, santé des animaux et des végétaux" :
productions végétales (pdf)
    http://www.agriculture.gouv.fr/spip/IMG/pdf/paquetvegetalvf.pdf

• 3 Domaine "santé publique, santé des animaux et des végétaux" :
productions animales (pdf)
   http://www.agriculture.gouv.fr/spip/IMG/pdf/paquet_animal_vf.pdf


                                                                                            24
(08/02/07)

2.3 Publicatie van het besluit over de toekenning van toelagen en "DPU réserve"
(=toeslagrechten uit de nationale reserve)
Met het besluit n° 2007-231 van 21 februari 2007, gepubliceerd op 22 februari 2007, wordt de
toekenning van toelagen en "DPU réserve" (=toeslagrechten uit de nationale reserve) geregeld
voor het komende jaar. De tekst vervolledigt het besluit n° 2006-1440 van 24 november 2006
en preciseert bepalingen over het Franse complementair programma ( zie ook 2.2 in
maandbericht december 2006).
http://www2.vlaanderen.be/ned/sites/landbouw/downloads/eu/06_12_parijs.doc

De tekst van het nieuwe besluit leest echter niet vlot waardoor men bijna vergeet dat het gaat
om een administratieve vereenvoudiging bij de berekeningen van de toekenning van de
rechten.

Om in aanmerking te komen voor een toelage uit de nationale reserve, moet de landbouwer
aan drie voorwaarden voldoen: het bedrag van zijn ontkoppelde steun in 2006 moet minstens
10% lager liggen dan het bedrag van zijn ontkoppelde toelagen 2004-2005; het
eenheidsbedrag van zijn ontkoppelde steun 2006 ligt minstens 10% lager dan het
eenheidsbedrag van zijn ontkoppelde toelagen 2004-2005; geen enkele van zijn
steunaanvragen tijdens één van de campagnes 2000, 2001 of 2002 mag geweigerd geweest
zijn omwille van een weigering van de landbouwer om zich te onderwerpen aan een controle
ter plaatse.

Het bedrag van de toelage is gelijk aan het verschil tussen 90% van het bedrag van de
ontkoppelde steunmaatregelen 2004-2005 en het bedrag van de ontkoppelde steun 2006.
Hierbij wordt een compensatietarief (“taux de compensation”) gevoegd alsook een
perimetercoëfficiënt (“coefficient d‟ajustement de périmètre”), zoals aangegeven in artikel 3
van het besluit.

Eenvoudig, of niet?

Het besluit n° 2007-231 van 21 februari 2007
http://www.legifrance.gouv.fr/WAspad/UnTexteDeJorf?numjo=AGRP0700458D

Het besluit n° 2006-1440 van 24 november 2006
http://www.legifrance.gouv.fr/WAspad/UnTexteDeJorf?numjo=AGRP0602353D

(26-02-2007)

3 PLANTAARDIGE PRODUCTIE
3.1 AOC-kazen uit niet-gepasteuriseerde melk ontsnappen aan economische malaise
Een groot aantal AOC-kazen van rauwe melk doet het goed, hoewel het relatief bekeken zeer
dure kazen zijn. Dit blijkt uit een studie van “Agreste Primeur”.

Het AOC-kazen segment van niet-gepasteuriseerde melk is dus dynamisch met een goede
productiestijging in 2005. Dit is het geval voor comtékaas (51,4 miljoen ton in 2005, +21%
tussen 1997 en 2005), camembert van Normandië (15,5 miljoen ton, +55%) en reblochon
(15,1 miljoen ton, +11%).


                                                                                             25
Nochtans heeft de markt van deze kazen geen grote reikwijdte. Het aandeel van deze kazen in
2005 bedroeg slechts 15,6% van het geheel van gerijpte kazen. De groei van de AOC-kazen
van rauwe melk deed zich voor in 2005 in een ongunstige conjunctuur. De vervaardiging van
kazen steeg slechts met 0,7% in 2005, in vergelijking met 2003.

De harde kazen van gekookte zuivel (“fromages à pâte pressée cuite”) zijn de kazen uit niet-
gepasteuriseerde melk, die het beste scoren. Met 77.000 ton in 2005, is de productie van deze
kazen gestegen met 3,7% in vergelijking met 2003. De productie van niet-gepasteuriseerde
melkkazen blijft evenwel beneden de niveaus van 1999 en 2001. De kazen van rauwe melk
vertegenwoordigen 24 tot 25% van de harde kazen van gekookte zuivel. Het zijn kazen zoals
beaufort, gruyère en emmental.

De productie van harde kazen van niet-gekookte zuivel (“fromages à pâte pressée non cuite”)
uit rauwe melk, daalt sinds enkele jaren. De 40.500 ton die in 2005 werden vervaardigd,
betekenen een daling van 6000 ton ten opzichte van 1997. De productie van gepasteuriseerde
melkkazen steeg met 30.000 ton, en bijgevolg is het aandeel van de kazen uit niet-
gepasteuriseerde melk gedaald. De vervaardiging van zachte kazen uit rauwe melk daalde van
41.000 ton in 1997 naar minder dan 34.000 ton in 2005. Maar de AOC-kazen, en vooral die
uit niet-gepasteuriseerde melk, scoren goed. De (blauwe)schimmelkaas uit rauwe melk kende
slechts een productie van 870 ton in 2005, of drie keer minder dan in 1997. 40% van de
schapenkazen in 2005, werd vervaardigd uit niet-gepasteuriseerde melk, tegenover 46% in
1997. Deze terugval is te wijten aan de stagnatie in de vervaardiging van roquefort. Een en
ander heeft te maken met de uitvoerbeperking naar de Verenigde Staten. De productie van
geitenkaas uit rauwe melk is wel aan het stijgen, maar met minder dan 10.000 ton in 2005,
vertegenwoordigt ze maar 14,1% van de geitenkazen in 2005. (Zie onderstaande tabel).




                                                                                           26
                    Harde kaas van gekookte zuivel en geitenkazen in opmars

                    Productie van gerijpte kazen van de zuivelhandel (in tonnen)

Kaas van…           rauwe of                         gepasteuriseerde melk   Aandeel van kazen uit
                    niet-gepasteuriseerde melk                               niet-gepasteuriseerde
                                                                             melk (in %)
                           1997              2005       1997         2005       1997          2005
Koeienmelk:
Harde kaas van            73.398            76.759    213.325      235.771      25,6         24,6
gekookte zuivel
of “à pâte
pressée cuite”
Koeienmelk:               46.681            40.453    161.972      191.492      22,4         17,4
harde kaas van
niet-gekookte
zuivel of “à pâte
pressée non
cuite”
Koeienmelk:               40.899            33.839    423.232      438.688         8,8        7,2
zachte kaas “à
pâte molle ou
filée”
Koeienmelk:                2.126             870       33.349       36.047         6,0        2,4
blauwe
schimmelkaas of
“à pâte
persillée”
Geheel van                163.104          151.922    831.878      901.999      16,4         14,4
kazen van
koeienmelk
Schapenkaas of            21.323            22.045     25.060       34.471      46,0         39,0
“brebis”
Geitenkaas of              7.177             9.777     33.464       59.787      17,7         14,1
“chèvre et mi-
chèvre”
Andere kazen                 -               201         -            -          -            -
Geheel van                191.604          183.944    890.402      996.257      17,7         15,6
gerijpte kazen

De drie grootste regio‟s voor de vervaardiging van kazen uit niet-gepasteuriseerde melk zijn
Franche-Comté, Rhône-Alpen en de Midi-Pyreneeën. Met 40% van de nationale productie, is
la Franche-Comté de eerste regio: 71.216 ton in 2005 ofwel 4000 ton meer dan in 1997.
Rhône-Alpen is de tweede grootste regio, met iets meer dan 40.000 ton in 2005. De Midi-
Pyreneeën vormen de derde regio met 27.150 ton.

(31/01/2007)

3.2 Congres van FNPF (Fruitproducenten aangesloten bij FNSEA)
De Franse fruitproducenten aangesloten bij de FNSEA hielden in Bourges (Cher) op 7 en 8
februari hun congres.

Op het congres werd onderzocht welke de mogelijkheden zijn om de toegevoegde waarde van
de sector bij het commercialiseren te verbeteren. Zij willen af van het imago dat ze enkel



                                                                                                27
toeleveranciers zouden zijn van de grootdistributie. Bedrijfsverkoop, betere
kwaliteitsaanduidingen, smaakinformatie en oorsprongsinformatie zijn enkele mogelijkheden.

Zich inzetten voor het vermarkten van fruit op grote schaal, was een eerste voorstel dat
besproken en gevalideerd werd tijdens dit congres. De ervaring van Grand Frais (30 winkels
in 2002, die er 100 zullen zijn in 2008), alsook van de “Union de coop Cosama-Dorléane”, in
Cher, heeft de waarde van dergelijke inzet bewezen: een betere beheersing van het
beheerscircuit en een beter inspelen op de consumentenverwachtingen, resulteren in een
grotere beschikbare toegevoegde waarde.

Er werd ook gewezen op het belang van de structurering van het aanbod. In Comté heeft de
filière, dankzij gratis verdeling van de producten, de plaatselijke producten in de kijker
kunnen zetten, met een goede financiële return achteraf. Voor de gratis verdelingen werden
eigen middelen ingezet (620 M€ of 60% van het jaarlijkse budget). Op het congres werd
gewezen op de noodzaak om de concurrentieregels waarop Brussel toeziet, goed te
respecteren. Dit kan bij de concentratie van het aanbod, om economisch sterker te staan, voor
problemen zorgen.

Verder kunnen contracten tussen de actoren de prijzen garanderen. Op het congres werd
benadrukt dat als de producenten niet willen dat de contracten opgezegd worden als de prijzen
laag zijn, zij ze ook bij hoge prijzen moeten respecteren. De vraag bleef gesteld of zelf de
commercialisering ter hand nemen, de rust in de filière zal herstellen.

Het verbruik van fruit verhogen, en een duurzame handel in fruit en groenten creëren, waren
de inzet van de debatten van de tweede ronde tafel. Hier kan nog veel vooruitgang geboekt
worden. De deelnemers wezen erop dat overal het belang van fruit en groetenconsumptie voor
de gezondheid wordt benadrukt, zoals bij bestrijding van de zwaarlijvigheid, van kanker,… en
dat gebeurt terwijl tezelfdertijd de kinderen 4 keer minder dergelijke producten eten dan hun
ouders.
De promotie van groenten en fruit kan gebruik maken van de belangstelling voor duurzame
handel: dat wil zeggen door het bij de plaatselijke producties te houden en deze te stimuleren.
Hoe minder producten reizen, hoe beter ze zijn. Dat bevordert ook de plaatselijke economie
onder de slogan “Onze aankopen zijn onze werkgelegenheid“. Experimenten die beide
concepten gebruiken, werden met succes in Nîmes uitgetest.

Op de slotvergadering werden de bovenstaande vaststellingen gebracht. De landbouwminister
had zich op het congres laten vertegenwoordigen door directeur-generaal Aurand, die de
uitvoering van het beleid toelichtte. De FNPF verantwoordelijken uitten ongenoegen over de
gebrekkige uitvoering van het Plan, dat verleden jaar werd voorgesteld en waarvan de
uitvoering beloofd werd door zowel de Minister van Landbouw, als door de Eerste Minister
op het FNSEA congres van maart 2006 (Metz). Enkel de helft van het plan werd uitgevoerd.
Van de beloofde fiscale maatregelen, zoals minder belastingen bij seizoensarbeid, meer
subsidies voor de oogstverzekeringen, aanpassing van de belastingsvrijstellingen bij de
grondbelastingen, kwam er voor de fruitsector weinig in huis.

Er zal meer nodig zijn dan een goed commercialiseringsproject en een eigen label, om aan de
meeste actoren van de sector terug vertrouwen en ondernemingslust te geven…

(12/02/2007)



                                                                                            28
3.3 Aankopen fruit en groenten : 2,2% minder in 2006
In 2006 consumeerden de Fransen minder fruit en groenten (-2,2% in volume), maar de
aankoopwaarde steeg met +1,1%.1 De gemiddelde aankoopprijs steeg met 3,4%.

Deze gegevens werden bekend gemaakt door het onderzoeksbureau TNS Sofres2, voor wie dit
onderzoek gefinancierd werd door de sectorgroeperingen Viniflhor (=L'Office National
Interprofessionnel des Fruits, des Légumes, des Vins et de l'Horticulture); Ctifl (=Centre
Technique Interprofessionnel des Fruits et Légumes), Interfel (=Interprofession des fruits et
légumes frais) en Fedecom (=Fédération des Comités Economiques de Bassins, représentant 8
bassins régionaux de production).

De daling in de hoeveelheid fruit en groenten die in 2006 gekocht werden, betreft zowel het
fruit als de groenten (-1,9% voor vers fruit, en -2,5% voor verse groenten). Bij de prijzen is de
stijging lichtjes groter voor verse groenten (+3,9%), dan voor vers fruit (+2,9%).

Globaal genomen kopen de Fransen minder fruit en groenten: de gekochte hoeveelheden per
aankoop bleven stabiel, maar de huishoudens verminderden het aantal aankopen in het jaar
met gemiddeld twee aankopen, waardoor de dalende tendens die reeds waargenomen wordt
sinds 1998, nogmaals bevestigd wordt en nu 10 aankopen minder per huishouden en per jaar
bedraagt. Voor de sector wordt deze evolutie echter gecompenseerd door de constante
toename van het aantal huishoudens.

De daling in de aankoop van groenten “die nog schoongemaakt en bereid moeten worden”,
komt ten goede aan de groenten van het vierde gamma, die een groei optekenden van 12,6%
in één jaar tijd. De groei in 2006 sluit aan bij de spectaculaire stijging in de aankopen van
“verbruiksklare groenten” waarvan de volumes verdrievoudigd zijn sinds 1998. De
verbruiksklare groenten zien gelijktijdig hun gemiddelde prijs dalen met 3,3% over een
periode van één jaar.

Op vlak van fruit, kochten de huishoudens in 2006 een beetje minder Frans fruit en
citrusvruchten (een daling van ongeveer 2%). De aankopen richtten zich meer op exotisch
fruit, dat een stijging kende van 2%. Over een periode van een aantal jaren, wordt enkel een
daling geregistreerd in de aankoop van citrusvruchten.

Wat betreft de aankoopplaatsen, wordt de tendens die zich voordoet sinds 2004 bevestigd: de
verkoop van groenten en fruit op de markten blijft dalen, in het voordeel van de hypermarkten
(hypermarchés), terwijl ook de verkoop van fruit en groenten in de supermarkten
(supermarchés) daalt en die in de hard discountwinkels stabiliseert.

Persbericht: http://www.fruits-et-legumes.net/consommation/document/Achats2006FL.pdf

(8/02/2007)




1
  Met uitzondering van aardappelen en groenten van het vierde gamma of groenten die “klaar zijn voor
consumptie”. Zie verder in de tekst.
2
  « TNS Sofres est le leader français et le deuxième groupe mondial des études marketing et d'opinion », zie :
http://www.tns-sofres.com/sofres/tns-sofres-qui-sommes-nous.php



                                                                                                                 29
3.4 Saladecrisis
Op 22 februari liet landbouwminister Bussereau weten dat hij bereid was om actie te
ondernemen aangaande de saladesector. Aan de producenten worden extreem lage prijzen
betaald terwijl in de grootdistributie de saladeprijzen niet gedaald zijn. Als de groothandel
geen correcte prijzen voorstelt aan de producenten, zal hij de “coéfficient multiplicateur”3
invoeren. Dit systeem beperkt de marges van de distributeurs en kan toegepast worden indien
een product zich in een crisissituatie bevindt.

De minister ontmoette op 22 februari saladeproducenten in Arles, die niet te spreken zijn over
de grote verschillen in de prijs die aan hen betaald wordt door de groothandel, en de
verkoopprijs aan de consument in de grootdistributie4. Bussereau gaf aan dat de filières
(producenten en distributeurs) van de saladesector woensdag bijeengekomen zijn en
verbintenissen zijn aangegaan. Indien die verbintenissen niet nagekomen worden, zal de
landbouwminister zich vanaf maandag (25-02) wenden tot zijn collega van Economie en
Financiën en voor de eerste keer sinds het bestaan ervan, de “coefficient multiplicateur”
invoeren. De bal ligt nu in het kamp van de groothandel.

Minister Bussereau beloofde eveneens 1 @ 1,5 miljoen euro steun voor de producenten van
Bouches-du-Rhône. Honderdvijftig saladekwekers waren verzameld op de grossiersmarkt van
Chateaurenard om te protesteren tegen de afwezigheid van een reactie van de overheid op de
voortdurende lage saladeprijzen. De prijzen die aan de producenten betaald worden variëren
tussen de 0,05 en 0,12 euro, terwijl de kostprijs op 0,35 euro geschat wordt. Op de “Service
des nouvelles de marché” van het landbouwministerie bevindt de saladeprijs zich sinds meer
dan een maand officieel in de (wettelijk bepaalde) crisiszone.

De voorzitter van de FCD (Fédération du commerce et de la distribution), Jérôme Bédier, liet
weten dat hij geschokt was door het voorstel van de minister. Bédier zei dat het probleem alle
wintergroenten treft, die op hetzelfde moment op de markt komen door de klimatologische
omstandigheden. Volgens Bédier zijn de voorstellen van Bussereau contra-productief. Er
moet op gewezen worden dat voor Bédier iedere maatregel die aan de producenten ten goede
komt contra-productief zal zijn.

De FNPL (Fédération nationale des producteurs de légumes) had op 16 februari nogmaals
verzocht dat alle bestaande openbare middelen onmiddellijk aangewend zouden worden,
zowel reglementaire als financiële middelen, om de ondernemingen te helpen. Volgens de
FNPL moeten er ook snel beslissingen genomen worden op middellange termijn, om opnieuw
concurrentievermogen en perspectieven aan de producenten te bieden. Maatregelen zoals
sociale BTW of lastenvermindering wordt vooropgesteld.

Te noteren valt dat bij de discussies bij de goedkeuring van de wettelijke bepalingen over de
“coefficient multiplicateur” ( april 2005) zowel producenten als de handel erop wezen dat het
toepassen van de coëfficiënt meer nadelen dan voordelen zou hebben en o.m. de instabiliteit
in de sector zou verhogen.

( 22-23/02/2007)



3
  Décret n° 2005-769 du 8 juillet 2005 relatif à la mise en oeuvre d'un mécanisme de coefficient multiplicateur
entre l'achat et la vente de fruits et légumes http://www.admi.net/jo/20050709/AGRP0501088D.html
4
  In de detailhandel en op de markten is de prijs van de sla aanzienlijk gedaald.


                                                                                                                  30
4 DIERLIJKE PRODUCTIE
4.1 Zal de Franse varkensproductie zich stabiliseren in 2007?
Volgens de Franse statistische diensten zou de Franse varkensproductie, in aantal dieren
uitgedrukt, zich in 2007 moeten stabiliseren. Op basis van de novembertellingen, wordt de
stapel op 25,6 miljoen stuks geschat , d.w.z 0,2% minder dan in 2006.

Volgens Agreste zou de daling zou zich in het 1ste kwartaal (- 1,5%) situeren, als gevolg van
het minder aantal jonge varkens in de novembertelling. Daarna zou de productie zich
stabiliseren in het tweede kwartaal, en een kleine opleving zou in de tweede helft van het jaar
verwacht kunnen worden, als de hypothese van een verdere verbetering van de vruchtbaarheid
van de zeugen uitkomt.

De varkensproductie daalde met 0,9% in 2006 vergeleken met 2005 en was meer dan 5%
lager dan de top van 1999.

De Franse varkensstapel is tussen november 2005 en november 2006 met 0,8% verminderd..
Met 1,26 miljoen stuks zijn er iets minder zeugen dan vorig jaar (- 0,7%) maar de daling is
kleiner dan de voorgaande jaren, en het aantal drachtige zeugen blijft stabiel ten opzichte van
november 2005. http://agreste.agriculture.gouv.fr/IMG/pdf/porcin0702note.pdf

De sector deelt het gematigd optimisme (stabiliteit) van de ministeriële diensten niet en
verwacht dat de situatie van vele varkenshouders onder de gecombineerde invloed van de
lagere varkensprijzen, hogere voederkosten en hogere milieukosten onder druk zal komen te
staan.

De varkenssector is bijzonder gevoelig voor de internationale conjunctuur. In 2007 zou de
varkensstapel in de wereld blijven toenemen, vooral bij de voornaamste producenten die
eveneens de voornaamste concurrenten of klanten van de Europese Unie zijn: de Verenigde
Staten, Brazilië en Rusland. Het gevolg van deze groei in de varkensstapel zal duidelijk een
verhoogd internationaal aanbod van varkensvlees zijn.

In de USA wordt een productietoename van 3% verwacht, met een grotere beschikbaarheid
van varkensvlees voor de uitvoer. Rekening houdend met de pariteit euro/dollar, zal het
Amerikaanse varkensvlees meer competitief zijn op de internationale markten.

In Brazilië zou de productie weer kunnen aantrekken. De Braziliaanse operatoren waren een
tijdje afwezig van de Russische en internationale markten als gevolg van een MKZ epidemie
Hun terugkeer op de Russische en internationale markten zou ten koste van de Europese
exporteurs op deze markten kunnen gebeuren.

De Franse Office de l‟Elevage rekent op een productietoename van 1% in de Europese Unie,
met name in Polen, maar ook in Duitsland, Spanje en Italië.

Deze gegevens zouden tot een daling van de prijzen kunnen leiden, zowel in de USA als in
Europa. De USDA verwacht dat in de USA de prijsdaling groter dan 10% zal zijn. Voor
Europa verwacht het Amerikaanse landbouwministerie een daling die over het gehele jaar
gemiddeld 5 en 10% kan bedragen.

Bovenop de voorziene prijsdalingen moet de sector afrekenen met de stijgende prijzen van de
veevoeders. De productie van biobrandstoffen zorgt voor een grote stijging van de


                                                                                               31
maïsprijzen in Amerika, wat de rentabiliteit van de veeteelt negatief beïnvloedt met een
gelijkaardig scenario in Europa. De veehouders zullen in 2007 gelijktijdig met de prijsdaling
van varkens en met de stijgende prijzen van het veevoeder, met hogere graanprijzen
geconfronteerd worden. Met een verminderde competitiviteit op de wereldmarkten zullen de
Denen ook de Europese markten onder druk zetten.

In een dergelijke context heeft de Franse varkensproductie weinig troeven uit te spelen.
De Franse productie zal verminderen doordat deze steeds meer zal lijden onder de
concurrentie van de meer efficiënte landen van het noorden van Europa (Denemarken,
Nederland, Duitsland) maar ook van Spanje. De onafgebroken verslechtering van het
handelsverkeer met deze landen toont dit aan.

(14-02-2007)

4.2 FNB: Châlons-en-Champagne
Het jaarlijks congres en de algemene vergadering van de Franse rundveehoudersbond, het
FNB, ging door in Châlons-en-Champagne op 14 en 15 februari.

Pierre Chevalier, voorzitter van de bond, bevestigde in zijn slottoespraak tegenover de
aanwezige landbouwminister de verwachtingen van de sector: behoud van de gekoppelde
premies, geen nieuwe hervorming van het GLB met de health check, administratieve
vereenvoudiging van de randvoorwaarden, geen bijkomende Europese toegevingen in de
WTO en tenslotte maatregelen voor het opvangen van de gevolgen van de FCO. Ook het
ondertekenen van een sectorale overeenkomst behoorde bij de onderwerpen die in de
slottoespraak van de voorzitter aan bod kwamen en waarop de landbouwminister een
antwoord formuleerde.

De ontkoppeling van de steunmaatregelen in de rundveeteelt, kan volgens de voorzitter, Pierre
Chevalier, geen optie zijn. Hij wees erop dat veehouders vooral verlangen om van de
veeprijzen te kunnen leven, maar dat kan nu niet zonder de bestaande steunmaatregelen. De
veehouders wensen een gekoppelde premie voor de zoogkoeien te behouden. Met de
aangehaalde argumenten is een ontkoppeling voor de Franse sector ook niet bespreekbaar.
Na de zopas doorgevoerde GLB hervorming is stabiliteit voor de komende jaren tot 2013 een
absolute noodzaak. De aangekondigde MTR-healthcheck waarvan gesproken wordt voor
2008, mag geen nieuwe hervorming inhouden.

De Europese verantwoordelijken zouden moeten beseffen dat hun hervormingsbezetenheid
(frénésie de reforme) hun Brusselse bureaucratie nog meer in diskrediet brengt. Bij het
rondetafeldebat eerder in de voormiddag had Jean-Marie Aurand, directeur generaal op de
DGPEI van het landbouwministerie erop gewezen dat de geplande tussentijdse balans in 2008
van de hervorming van 2003, geen aanleiding mag zijn tot een nieuwe hervorming van het
GLB. De Europese commissie heeft nog altijd de bedoeling om een totale ontkoppeling van
de steunmaatregelen te bekomen en heeft niet opgehouden om op dit onderwerp terug te
komen. Volgens Aurand is de koppeling essentieel voor behoud van bepaalde producties en
zeker in de veeteelt. In zijn tussenkomst antwoordde Aurand ook op de bemerkingen over
nieuwe en verdergaande Europese WTO toegevingen en bevestigde het Franse verzet. Aurand
wees erop dat in Frankrijk dit verzet een regeringsstandpunt is dat door alle ministers wordt
verwoord, wat duidelijk niet het geval is in andere EU landen waar landbouwministers wel de
landbouw verdedigen maar andere regeringsleden dan weer niet..



                                                                                            32
In zijn slottoespraak bevestigde de landbouwminister het gekende Franse standpunt dat door
Aurand verwoord was. In Brussel zal Frankrijk een hervorming van de rundvee-regels bij
nieuwe hervormingen onder het mom van een gezondheidsbalans, niet aanvaarden. De
coördinatie van de bestaande GMO-regelingen in een marktordening, kan wel een
vereenvoudiging zijn voor de Commissie en haar administratie, maar niet voor de
landbouwers. De commissie vergeet te dikwijls dat ze moet werken voor de sector en niet
omgekeerd. De Franse landbouwminister stelde ook dat het niet kan dat de
beslissingsbevoegdheid die nu toekomt aan de politiek gekozenen die aan de ministerraden
deelnemen, in de toekomst bij de bureaucraten van de commissie, die geen politieke of
democratische verantwoordelijkheid kennen, zou komen te liggen.
Over de EU en de WTO zei Bussereau: “Ik zal niet aanvaarden dat men de toekomst van
ganse sectoren uit de communautaire landbouw zal schaden met een betreurenswaardige
onderhandelingstactiek en onbezonnen concessies. Het moet voor iedereen duidelijk zijn dat
de communautaire voorkeur één van de hoekpijlers van het landbouwbeleid moet blijven. De
minister bevestigde dat hij in Brussel uiterst kritisch en hard afwijzend was geweest ten
aanzien van de pogingen van de Europese Commissaris voor Handel, Peter Mandelson, om de
onderhandelingen weer op gang te brengen. Er kan geen sprake van zijn dat Europa aan de
disproportionele eisen van bepaalde landen toegeeft, zoals de Europese Commissaris bereid
zou zijn om te doen. Mandelson heeft en geeft ook duidelijk een verkeerde inschatting van de
Amerikaanse schoonheidsaanpassingen in het dossier van de interne steun. De zogezegde
Amerikaanse concessies (in de nieuwe farm bill) aan de WTO, kunnen geen bijkomende
inspanningen van onze kant rechtvaardigen. Ze beantwoorden nog niet eens aan de
voorwaarden van oktober 2005. Mandelson is in het dossier “markttoegang” bereid om de
Europese Unie ertoe aan zouden zetten om twee keer te betalen en om de rol van betalende
bankier op de EU landbouwsector te leggen, herhaalde Dominique Bussereau . Op enkele
weken van de presidents- en wetgevende verkiezingen zal Frankrijk op dit punt niet toegeven.
Het tegendeel mag verwacht worden.

Op de algemene vergadering kwam de FCO ( Fievre catarhale Ovine) ruim aan bod. De
veehouders in Champagne-Ardenne hebben af te rekenen met de voorzorgsmaatregelen.
Pierre Chevalier hekelde de “uiterst strenge” Franse gezondheidsmaatregelen die niet
evenredige en buitensporige economische gevolgen meebrachten voor een marginaal
gezondheidseffect. Volgens Chevalier worden er getroffen veehouders uitgesloten van
steunmaatregelen die onaangepast zijn en die verleend worden via een zeer ingewikkelde
procedure. Hij hekelde de EU Commissie die met de akkoorden van Luxemburg uitdrukkelijk
een crisisbeheersingsinitiatief beloofd had en er slechts schoorvoetend werk van maakt. De
voorzitter hoopte, maar bleef sceptisch, dat het ontwerp waaraan DG Sanco werkt en dat in
het najaar van 2007 zou voorgesteld worden, crisisbeheersing in de veehouderij zal mogelijk
maken (zie afzonderlijk verslag: crisisbeheer). “Het ontbreken van reële communautaire
mechanismen voor crisisbeheer, die het mogelijk zouden moeten maken om de
inkomensverliezen in de veehouderij schadeloos te stellen, maakt dat ik helaas niet volledig
aan de verwachtingen kan tegemoetkomen”, antwoordde Dominique Bussereau in zijn
afsluitende toespraak. De minister bevestigde dat een eerste enveloppe, 1,5 miljoen euro, voor
het vergoeden van de kosten voor het blokkeren van dieren op bedrijven, volledig uitbetaald
was. De minister voegde eraan toe dat hij zopas de beslissing genomen had om deze steun
voor dieren in de verbodsperimeters te verlengen zolang de reglementaire verbodsmaatregelen
een steun zullen rechtvaardigen. Een bijkomende 9 miljoen euro zal door het Office de
l‟élevage uitbetaald worden in de komende weken. Die vergoedingen zullen betaald worden
aan bedrijven die hun meerkosten op boekhoudkundig vlak kunnen aantonen (transparantie bij
de GAEC). Een tweede maatregel slaat op de vergoeding van omzetverliezen als gevolg van


                                                                                           33
sanitaire maatregelen. Dominique Bussereau heeft toegegeven dat het om een complex
mechanisme ging dat hij in de komende weken wil aanpassen, om de 9 miljoen euro te
kunnen uitbetalen die in de begroting voor het Office is ingeschreven.

De landbouwminister kreeg applaus met de aankondiging van de goedkeuring van een
protocol dat export van runderen ook uit geblokkeerde zones naar Italië toelaat. De nodige
testen zullen door en ten laste van de overheid uitgevoerd worden. Dieren afkomstig uit
gereglementeerde zones zullen nu ook in Frankrijk naar andere vrije zones kunnen
overgebracht worden, zonder voorafgaande test, noch voorafgaande sanitaire attesten.

De aanwezige veehouders in Châlons-en-Champagne hebben twee grote mappen met
ondertekende petities van veehouders overhandigd aan de minister. In de petities vragen de
veehouders nationale solidariteit bij het opstellen van een steunprogramma voor de
kalverkwekers, die op dit ogenblik aan lage prijzen het hoofd moeten bieden.

In zijn toespraak wees de minister ook op de grote inspanningen die de Franse overheid doet
om de veehouders te helpen bij het invullen van de randvoorwaarden. Het betreft het
“Gebouwenplan voor de veeteelt”. Dit plan bestaat al sedert de jaren 2000-2001, en werd
uitgebreid in 2005 - 2006 met het vrijmaken van 300 miljoen euro voor 11.000
veeteeltbedrijven. De minister kondigde aan dat het plan voor de periode 2007-2013 verder
gezet zal worden. In totaal zal er dan meer dan 1 miljard euro aan de modernisering van de
veeteeltexploitaties besteed zijn.

Op het congres bevestigde de minister het hernemen van de Franse subsidiebetalingen in het
kader van het nieuwe plattelandontwikkelingsprogramma zonder op de goedkeuring van de
Europese Commissie te wachten. Sedert het begin van het jaar werden de betalingen, bij
gebrek aan akkoord in Brussel, opgeschort. De minister wees erop, zoals Aurand voordien
ook al gedaan had, dat de Europese betalingen maar op een beperkt gedeelte max 1/3) van de
betrokken subsidies slaan. De subsidies zelf slaan op een beperkt gedeelte van de uitgaven…
de toehoorder kon verstaan dat de Europese tussenkomst eigenlijk marginaal is en in de
wandelgangen werd de vraag gesteld en de twijfel geuit of de Europese tussenkomst de
administratieve meerkost wel dekt.

Interprofessioneel akkoord voor de vleesketen.
In Châlons-en-Champagne, was er ook heel wat te doen over het nog steeds niet ondertekende
professioneel akkoord. Het thema kwam dan ook in alle tussenkomsten terug. De
betrekkingen binnen de sector tussen veehouders en slachters zijn sinds lang een probleem.
Het huidige geschil slaat op de ondertekening van het interprofessioneel akkoord waarin de
slachthuisinformatie aangaande de netheid van de dieren, karkas- en vleeskwaliteit,
teruggekoppeld wordt naar de veehouder. Vooral het feit dat de veehouder verantwoordelijk
zou worden voor de kosten van het proper maken van levende dieren, alsook voor afgekeurde
dieren en afgekeurd vlees, blijkt problemen te stellen.

Dominique Langlois, die nu voorzitter is van de FNICGV, de nationale Fédératie van de
vleesindustrie en –groothandel, zei zijn handtekening onmiddellijk te kunnen plaatsen naast
die van de veehouders. Maar niet alle slachters spreken gelijkluidend. De veehouders
verwijten Jean Paul Bigard en zijn industrieën dat hij weigert positief bij te dragen bij het
zoeken naar een oplossing. Jean Paul Bigard heeft op zijn eentje een eigen syndicaat (SNIV)
dat echter wel 50% van de Franse slacht- en verwerkingscapaciteit vertegenwoordigt. “De
houding van het SNIV binnen de beroepsorganisatie kan betreurd worden, maar ik zal me niet


                                                                                             34
veroorloven om een concurrerende vakbond te kritiseren“, zei Dominique Langlois, voorzitter
van FNICGV. De voorzitter van InterBev, Denis Sibille, besloot dat het interprofessioneel
akkoord desnoods maar zonder de SNIV moet ondertekend worden.

Een uitgebreide persmap met het standpunt van de FNB tegenover de WTO en andere
sectorale documenten is beschikbaar op de dienst.

(16-02-2007)

4.3 Arbeidsproductiviteit in de voornaamste EU melkveebekkens
Het Franse Institut de l‟Elevage heeft samen met INRA de boekhoudgegevens (2003) uit
verschillende Noord-Europese melkproductiebekkens geanalyseerd.

Met de resultaten is in januari een rapport (83 bldz) gepubliceerd « Productivité et
rémunération du travail dans les exploitations laitières du nord de l‟UE » dat de
productiemodellen in de verschillende landen weergeeft en vergelijkt.
http://www.inst-elevage.asso.fr/html1/article.php3?id_article=10930

Hierbij een kort overzicht van de bevindingen uit de vergelijkende gegevens met aandacht
voor de toekomstmogelijkheden zoals ze in het rapport naar voren worden gebracht.

Algemeen
Buiten het Verenigd Koninkrijk, waar een dalende tendens duidelijk is, slagen de
voornaamste landen van de Europese Unie erin om de toekomstkansen van hun zuivelsector
redelijk goed te vrijwaren zoals een analyse van de beschikbare gegevens over zwakke en
sterke punten in Denemarken, Nederland, in Noord-Duitsland, in Engeland en in West- en
Noord Frankrijk aantoont.

De structuur van de melkveebedrijven verschilt duidelijk in de onderzochte
zuivelproducerende landen zoals de gemiddelde melkproducties per bedrijf in die landen
aantoont. 753.000 liter melk per bedrijf in Denemarken, 638.000 liter in het Verenigd
Koninkrijk, 494.000 liter in Nederland, 258.000 liter in Duitsland en 232.000 liter in
Frankrijk. Uit de productiviteitscijfers blijkt dat het Franse model niet bedreigd wordt en over
troeven beschikt.

Per Land
Denemarken
Met een melkquota van 4,45 miljoen ton, verzekert Denemarken op 5900 bedrijven 3% van
de Europese zuivelproductie (27 lidstaten). Ter vergelijking: Denemarken produceert net
zoveel melk als Bretagne, waar er drie keer meer exploitaties zijn.

In Denemarken is de herstructurering verre van beëindigd. De Deense overheid rekent op een
vermindering van helft van het aantal exploitaties waarbij er in 2015 nog 3000 eenheden
zouden overblijven. Het overheersende model met een melkveestapel van een veertigtal
koeien per stal en bijhorende graasmogelijkheden, is aan het verdwijnen. Een model met
grotere kuddes van 100 tot 120 koeien in open loopstallen met uitsluitend stalvoedering, lijkt
het dominante model te worden. Op korte termijn wegen de investeringen zwaar door op de
exploitatierekeningen, maar volgens het rapport zou deze evolutie op termijn het inkomen van
de veehouders positief beïnvloeden. De investeringen zijn vaak groter dan wat nu nodig is.



                                                                                              35
Maar voor de dag waarop de melkquota zullen verdwijnen, zoals de Denen verwachten,
stellen die investeringen hun groeimogelijkheden veilig.

Nederland
Nederland telde in 2005, 23.500 melkveebedrijven met een gemiddelde oppervlakte van 41ha.
Nederland heeft een melkquotum van 10,7 miljoen ton, of 7% van de Europese
zuivelproductie. De Nederlandse melkveebedrijven zijn zeer productief en de veehouders
realiseren gemiddeld een bevredigend inkomen, dankzij de hoge ontvangen melkprijzen.
Zoals de Denen investeerden de Nederlanders aanzienlijk in hun bedrijven. Ook al wegen
deze investeringen vandaag op de bedrijfsrekeningen en het bedrijfsresultaat, toch geloven de
bedrijfsleiders dat ze veelbelovend zijn in het vooruitzicht van een liberalisering van de
zuivelproductie waartegenover ook de Nederlandse overheid positief staat. Het is zeker een
nadeel voor de Nederlandse zuivelsector dat de activiteit zich moet ontwikkelen in een klein
land met een grote bevolkingsdichtheid en met steeds strengere milieuverplichtingen die de
wel eens een uitbreiding van de melkproductie in de weg zou kunnen staan.

Duitsland
Duitsland heeft een jaarlijkse productie van 28,5 miljoen ton. Daarmee staat Duitsland op de
eerste plaats bij de Europese landen. In het noorden van Duitsland heeft de melkveehouderij
karakteristieken die halfweg liggen tussen die van Nederland en Denemarken enerzijds en die
van het noorden van Frankrijk anderzijds. Het betreft melkveeveestapels met intensieve
voedersystemen en voornamelijk familiale arbeid, een vrij goede arbeidsproductiviteit en een
beperkte schuldpositie bij de bedrijven. De melkprijs aan producent is er lager dan in
Denemarken en Nederland. Ondanks deze gegevens bestaan er duidelijk mogelijkheden voor
een groei van de productie, zoals de ontwikkeling van grote veeteeltbedrijven en de komst van
migrerende veehouders uit Nederland aantonen.

Verenigd Koninkrijk
In het Verenigd Koninkrijk is het inkomen van de veehouders bij de hoogste van de
verschillende bekkensproductie van de Europese Unie, doordat de productiekosten bij de
laagste zijn. Met een melkquotum van 14,5 miljoen ton, d.w.z 10% van de Europese Unie,
ziet het land zijn productie sinds 1995 achteruitgaan. Volgens het rapport is deze situatie het
gevolg van de verouderde staat van de melk- en vee-infrastructuur, de veroudering van de
bedrijfsleiders en wellicht ook een meer fundamentele onverschilligheid van de Britse
overheid en bevolking tegenover de landbouw.

Frankrijk
Frankrijk beschikt over een veel meer homogene melkveesector. De invloed van de
reglementeringen in verband met de melkquota's (gecontroleerd en overheidsgestuurd
melkquotumbeleid met grondgebonden quota), is er niet vreemd aan. Die overheidscontrole
op de quota heeft ook als gevolg dat de groei van de bedrijven, vaak in een juridische Gaec-
constructie, minder dan in andere landen tot een arbeidsproductiviteitsstijging aanleiding
geeft. Dit verklaart ook het groter aantal arbeidsplaatsen in de sector die voorts een zekere
levenskwaliteit behoudt.

Het rapport van het Institut de l‟Elevage, wijst op de voordelen van het Franse systeem. De
variabele kosten zijn er lager en de kosten van bepaalde productiefactoren, zoals gronden of
het verkrijgen van quota's, zijn veel minder hoog dan elders. De vaste kosten bij de Franse
bedrijven zijn hoog. Deze zijn het gevolg van grote investeringen voor de modernisering en
de melkvee-infrastructuur. Hieruit blijkt ook het vertrouwen in de toekomst. De grote


                                                                                                36
investeringen gebeurden de laatste jaren vooral om aan de milieunormen te voldoen, waardoor
Frankrijk ten opzichte van bepaalde landen zoals het Verenigd Koninkrijk en Duitsland zeker
beter scoort.

De studie kan in beveiligde versie gedownload worden van het net of bekomen worden op de
dienst.

(20-02-2007)

4.4 Melk: 15.000 aanvragen melkquotaoverdracht zonder grond goedgekeurd
Om in bepaalde melkproductieregio‟s een structuurverbetering te begeleiden, heeft de Franse
overheid de specifieke overdracht van melkquota's zonder grond mogelijk gemaakt, mits
betaling. De tekst van het besluit werd in de Journal Officiel van 29 augustus 2006
gepubliceerd. Het besluit voorziet een betaling, die wordt berekend en gelijk is aan de
bedragen van de barema‟s (ACAL of “programme d'aide à la cessation d'activité laitière”) die
bij de stopzetting van de melkactiviteit gehanteerd worden voor de valorisatie van de
gerecupereerde melkquota.

De regeling vult de ACAL uitstapregeling met vergoeding van de melkquota aan. De regeling
is facultatief en kan in de departementen slechts per prefectoraal besluit na advies van de
Commission Départementale van Orientation Agricole (CDOA) toegepast worden. Na het
eerste jaar van experimentele toepassing zal de maatregel geëvalueerd en aangepast worden
en eventueel verlengd om beter aan de behoeften van de melksector te beantwoorden.

In oktober (zie maandbericht oktober 2006) werd bekend dat de aanvragen tot stopzetting van
de melkactiviteit (Acal) sterk toenamen. In 44 departementen kunnen de producenten quota
zonder grond kopen/verkopen aan 15 eurocentimes per liter, die afkomstig zijn van de nu
toegelaten en gereglementeerde betalende quota-overdracht (beschikking genaamd "Acal
professionnelle"). Een buitenkansje voor geïnteresseerde quotumkopers die nu superheffingen
moeten betalen van 30 centimes per liter.

Na de vergadering van het “Comité de gestion de lait” in februari 2007, kondigde het Office
de l‟élevage aan dat ongeveer 15.000 aanvragen (op 19.800) van melkquotaoverdracht zonder
grond (“Acal professionnelle") zullen worden goedgekeurd, en dit voor een bedrag van 22
miljoen euro. Het lijkt er dus op dat het moeilijk zal worden om de maatregel af te schaffen,
zelfs al zijn er enkele kleine aanpassingen nodig.

De producentenvakbond FNPL (=Fédération Nationale des Producteurs de Lait) blijft
voorzichtig, en bevestigt dat “Acal professionnelle" in geen enkel geval de gratis herverdeling
moet vervangen. De bond wacht met het geven van zijn standpunt tot de volledige balans is
opgemaakt. Er is echter geen haast bij voor de FNPL, aangezien de naderende verkiezingen
toch alle belangrijke beslissingen verhinderen.

Het comité besprak voorts het beheer van het einde van de melkcampagne, en in het bijzonder
de stijging van 1,5% van de nationale quota verdeeld over drie jaar, waarover beslist werd bij
de hervorming van het GLB in 2003. De eerste toewijzing van 0,5% zorgde voor veel
problemen in 2005-2006. Om de procedure te vereenvoudigen, wordt er een systematische
stijging van 0,5% overwogen van elke individuele quota voor de volgende campagne.

(zie ook maandberichten 2006 voor meer uitleg over de Franse melkquota)


                                                                                            37
(21/02/2007)

4.5 Vlees: kwaliteitslabels amper gekend
De officiële kwaliteitslabels blijken slecht gekend te zijn door de consumenten. Dit is het
besluit van een kwalitatieve studie die onlangs werd uitgevoerd bij een aantal huisvrouwen
tussen de 30 en 50 jaar, door de BVA (=institut de sondage en France: Brulé Ville et Associé),
het CIV (=Centre d‟information des viandes) en het Office de l‟élevage.

Het logo “Label rouge” is het best gekend, gevolgd door AB (=Agriculture Biologique) en
AOC (=Appellation d‟origine contrôlée), terwijl die van de Europese Unie amper of helemaal
niet gekend zijn. Met uitzondering van het label “Agriculture européenne”, worden de labels
zoals STG (=Spécialité traditionnelle géographique), IPG (=Indication géographique
protégée) en AOP (=Appellation d‟origine protégée), niet goed begrepen.

Voor meer informatie over de officiële labels maandbericht Parijs januari 2007 of een website
van het CIV: http://www.laqualitecasesigne.com/

(20/02/2007)

5 VISSERIJ
5.1 Frankrijk verdubbelt visproductie binnen nu en tien jaar
Als reactie op de groeiende vraag naar vis en schaaldieren, wil Frankrijk in de volgende tien
jaar zijn visteeltproductie verdubbelen.

De huidige Franse sector van vis en schelp- en schaaldieren, produceert in het totaal 900.000
ton per jaar, waarvan 500.000 ton voor de export bestemd is. 1,9 miljoen ton wordt
geïmporteerd, en dit voor een consumptie die boven de 2 miljoen ton ligt.

Het grootste deel van de productie is afkomstig van de zeevisserij. In het totaal
vertegenwoordigt de viskweek of aquacultuur slechts 43.500 ton, een productie die sinds
enkele jaren stagneert. Dominique Duval, voorzitter van de CIPA of het « Comité
interprofessionnel des produits d‟aquaculture”, gaf aan dat deze productie de volgende tien
jaar verdubbeld zal worden.

In 1989 bedroeg het gedeelte van de viskweek 8% van de totale consumptie, en vandaag de
dag 12%. Zeven soorten worden gekweekt in visteeltbedrijven (“fermes piscicoles”): de
zeebaars, de goudbrasem, de steur, de ombervis (soort zeebaars of “le maigre”), de zalm, de
forel en de tarbot. Hierbij werden nog niet de vissen meegerekend die in vijvers gekweekt
worden, met als voornaamste soort de karper.

Week van de viskweek van 31 maart tot 7 april
Hoewel de helft van de visteeltbedrijven werden opgericht tussen 1985 en 1989, werd er
praktisch geen enkele gecreëerd sinds 1997, omwille van het ontbreken van de nodige
vergunningen. Om het imago van de aquacultuur te verbeteren, zal de CIPA voor het tweede
opeenvolgende jaar de “week van de viskweek” organiseren van 31 maart tot 7 april. Het
negatieve beeld dat men soms heeft van de sector is te wijten aan de aanwezigheid ervan in de
kuststreken en de eventuele reukhinder van het visvoeder.




                                                                                              38
In heel Frankrijk zullen een honderdtal viskwekers en verwerkende sectoren hun deuren
openen voor de consument om hun de werkelijkheid te laten ontdekken over het beroep van
viskweker, de verwerkingsketen, de vissen uit de kwekerijen en hun voordelen.

(2/02/2007)

6 MILIEU
6.1 Ecologische alarmkreet
Naar aanleiding van de UNO-conferentie over een mondiaal ecologisch beleid (Conférence
pour une gouvernance écologique mondiale), riep Jacques Chirac in naam van een veertigtal
landen de wereld op om zich te mobiliseren tegen de ecologische crisis die de planeet
bedreigt. De president benadrukte dat de wereld het zich niet langer kan veroorloven om te
wachten, en dat elke dag die voorbijgaat, de ecologische situatie verergert.

In navolging van deze conferentie werd een pioniersgroep opgericht “Amis de l‟Organisation
des Nations Unies pour l‟environnement of Onue”, die een veertigtal landen groepeert,
voornamelijk lidstaten van de EU, en die voor de eerste keer zullen samenkomen in het
voorjaar in Marokko. Het doel van deze organisatie is om de internationale inspanningen op
het gebied van milieubescherming te centraliseren en om andere landen te overtuigen om mee
te werken, waaronder de Verenigde Staten. De Onue is echter nog ver van het beoogde doel.
Er bestaat nog geen consensus over de financieringen, bevoegdheden en zelfs de naam van de
organisatie. Mogelijk zal de Onue zich baseren op het model van de huidige
wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization). De Onue zou een instrument
moeten worden om de ecologische schade te evalueren en oplossingen voor te stellen. De
organisatie zou een middel moeten zijn om de uitvoering van milieubeslissingen op mondiaal
niveau te ondersteunen.

In zijn campagne als voorstander van dit initiatief, werd de Franse president gesteund door
enkele belangrijke persoonlijkheden zoals Kenyane Wangari Maathai5, die de nobelprijs van
de vrede won, en de voormalige Amerikaanse vice-president Al Gore.

Het 4de wetenschappelijk rapport van GIEC (« Groupe Intergouvernemental d‟Experts sur
l‟Evolution du Climat ») dat begin februari gepubliceerd werd bij de conferentie van de groep,
moet de ecologische acties van de internationale gemeenschap in de volgende vijf jaar
ondersteunen. De experten van GIEC verwachten een toename in de temperatuur tussen de
1,8 en 4 graden tegen het jaar 2100, in vergelijking met 1980-1999, op voorwaarde dat de
CO2-concentraties in de atmosfeer zich stabiliseren. Dit zou een stijging in de zeespiegel met
zich meebrengen van 18 tot 59 centimeter. De CO2-emissies die reeds in de atmosfeer werden
uitgestoten, en de toekomstige CO2-uitstoot, zullen nog voor meer dan duizend jaar bijdragen
aan de opwarming en aan de stijging van de zeespiegel, gezien hun lange levensduur in de
atmosfeer. Het rapport waarschuwt meer dan ooit voor een toenemende opwarming.




5
 “Wangari Maathai is momenteel staatssecretaris voor Leefmilieu in de regering van Kenia, voor de groene
partij Mazingira Green Party.” Het boegbeeld van de 'Green Belt Movement' ontving in 2004 de Nobelprijs voor
de Vrede voor haar werk, zoals het planten van meer dan 25 miljoen bomen, projecten van duurzame landbouw
en empowerment van vrouwen. “In 1976 startte Wangari Maathai haar boomplantacties om, én het milieu te
beschermen én om de levenskwaliteit van de Keniaanse vrouwen te verhogen. Dat idee is intussen succesvol
overgenomen in Tanzania, Oeganda, Malawai, Lesotho, Ethiopië en Zimbabwe.” Bron:
http://users.swing.be/charles.lemaire/green_wangari.html


                                                                                                         39
Volgens de experten is het „zeer waarschijnlijk‟ dat de opwarming van de aarde haar
oorsprong vindt in menselijke activiteiten. Met 'zeer waarschijnlijk' wordt bedoeld dat met
een zekerheid van meer dan 90 % kan gezegd worden dat de mens verantwoordelijk is voor
het broeikaseffect van de laatste vijftig jaar. Dit in tegenstelling met het vorige rapport uit
2001, waarin men nog sprak over 66 % zekerheid („waarschijnlijk‟).

(4/02/2007)

6.2 Frans wettelijk kader voor het gebruik van PPO
Deze nota bevat een overzicht van de teksten van de Franse regering die het gebruik van PPO
als brandstof regelen.

De basiswettekst is de landbouworiëntatiewet van 5 januari 2006 (1). Die wettekst is
aangevuld in de gewijzigde begrotingswet voor 2006 voor wat betreft de taksvrijstellingen.
Aanbevelingen van het landbouwministerie over koeken (met o.a. sanitaire verplichtingen) en
de productie van PPO, werden door het ministerie in het Officieel Bulletin van 22 september
2006 gepubliceerd (2) . De douanedirectie publiceerde een aantal toepassingsbesluiten met
voorwarden voor de opslag en gebruik van PPO (3 en 4).

(1) Landbouworientatiewet: Loi n° 2006-11 du 5 janvier 2006 d'orientation agricole.pdf
(artikel 49)

Article 49
I. – Le code des douanes est ainsi modifié :
1o La première phrase du 1 de l‟article 265 bis A est remplacée par trois phrases ainsi
rédigées :
« Compte tenu du bilan environnemental global, notamment en termes de lutte contre les
émissions de gaz à
effet de serre, de leur production et de leur consommation, les produits désignés ci-après,
élaborés sous
contrôle fiscal en vue d‟être utilisés comme carburant ou combustible, bénéficient, dans la
limite des quantités
fixées par agrément, d‟une réduction de la taxe intérieure de consommation dont les tarifs sont
fixés au
tableau B du 1 de l‟article 265. Cette réduction est modulée en fonction de l‟évolution des
cours des matières
premières agricoles et des énergies fossiles et de la productivité des filières agro-industrielles
concernées. Elle
doit permettre d‟assurer la compétitivité des biocarburants par rapport aux carburants fossiles
sans toutefois
aboutir à une surcompensation de l‟écart de prix de revient entre ces produits. » ;
2o Le second alinéa du 2 du même article est supprimé ;
3o L‟article 265 ter est ainsi rédigé :
« Art. 265 ter. − 1. Sont interdites l‟utilisation à la carburation, la vente ou la mise en vente
pour la
carburation de produits dont l‟utilisation et la vente pour cet usage n‟ont pas été spécialement
autorisées par
des arrêtés du ministre chargé du budget et du ministre chargé de l‟industrie.
« Sans préjudice des interdictions ou pénalités qui pourraient résulter d‟autres dispositions
législatives, les


                                                                                                  40
produits utilisés ou destinés à être utilisés en violation des prescriptions du premier alinéa sont
assujettis à la
taxe intérieure de consommation selon les modalités prévues au premier alinéa du 3 de
l‟article 265.
« 2. L‟utilisation, comme carburant agricole, d‟huile végétale pure par les exploitants ayant
produit les
plantes dont l‟huile est issue est autorisée.
« On entend par huile végétale pure l‟huile, brute ou raffinée, produite à partir de plantes
oléagineuses sans
modification chimique par pression, extraction ou procédés comparables.
« Les huiles végétales pures utilisées dans les conditions prévues au présent article et à
l‟article 265 quater
bénéficient d‟une exonération de la taxe intérieure de consommation.
« Un décret détermine les conditions d‟application du présent article. » ;
4o L‟article 265 quater est ainsi rétabli :
« Art. 265 quater. − La vente d‟huile végétale pure en vue de son utilisation comme carburant
agricole ou
pour l‟avitaillement des navires de pêche professionnelle ainsi que cette utilisation sont
autorisées à compter du
1er janvier 2007. Un décret précise, au vu du bilan de l‟application du 2 de l‟article 265 ter,
les modalités de
production, de commercialisation et d‟utilisation de ce produit. »
II. − Dans le 3o bis de l‟article 278 bis du code général des impôts, les mots : « à usage
domestique » sont
supprimés.
III. − Des recommandations relatives aux méthodes de production des huiles végétales pures
et aux usages
des tourteaux produits à cette occasion sont rendues publiques par l‟autorité administrative.

(2) Uit het Bulletin Officiel van 22 september 2006

DGPEI : aanbevelingen over het gebruik van PPO (september 2006)
http://www.agriculture.gouv.fr/spip/IMG/pdf/dgpeir20064002z.pdf

DGPEI : aanbevelingen over het gebruik van koeken (september 2006)
http://www.agriculture.gouv.fr/spip/IMG/pdf/dgpeir20064001z.pdf

(3) Eigen verbruik van PPO: Frans decreet dat de voorwaarden vaststelt die door de
producenten (landbouwer, Machinekringen, enz) moeten vervuld worden om zich te laten
registreren (fiscaal) voor de opslag van PPO (besluit n° 2006-1574) van 11 december 2006.
Het besluit slaat op het eigen verbruik van PPO.
http://www.legifrance.gouv.fr/texteconsolide/RDHFB.htm

(4) Experimenteel protocol voor de plaatselijke overheden die PPO in hun wagenpark willen
gebruiken. Het vermeldt de verplichting voor deze overheden om zich uitsluitend bij
producenten van PPO te bevoorraden die een fiscale erkenning hebben voor de opslag van
PPO:
Protocole HVP pour les collectivités locales

Tot slot een overzicht van het Franse beleid in verband met biobrandstoffen :


                                                                                                41
http://www.agriculture.gouv.fr/spip/ressources.themes.environnement.biomasse.biocarburants
_r926.html

(19-02-2007)

6.3 Water: Frankrijk probeert sancties van Brussel te voorkomen
Frankrijk riskeert een forse boete van de EU voor de overschrijding op verschillende plaatsen
van het maximale toegestane nitratengehalte in oppervlaktewater dat gebruikt wordt voor de
productie van drinkwater in Bretagne. Gedurende meer dan 10% van het jaar bedraagt het
nitratengehalte in dat water meer dan 50 mg/liter.

Negen van de 110 Bretoense bronnen voor de productie van drinkwater overschrijden de
Europese nitratennorm. Bretagne is nu van plan om "voorlopig" vier van deze negen bronnen
te sluiten, om aan de "zeer dure" sancties van Brussel te ontsnappen. Het voorstel maakt deel
uit van een reeks maatregelen die Frankrijk vóór 20 februari bij de Commissie moet indienen,
om te vermijden dat deze het Europese Hof van Justitie inschakelt. Parijs werd reeds in 2001
door het Hof van Justitie veroordeeld, toen 37 Bretoense bronnen de nitratennorm
overschreden. Van de 37 bronnen werden er voor 2005 al 22 gesaneerd en nog eens 6 tegen
eind 2006. Het sluiten van 4 captatiepunten zal de aanvoer van drinkwater uit andere
winningspunten noodzakelijk maken.

Behalve de uitschakeling van de vier “slechtste” bronnen, stelt Frankrijk een afbouw voor van
de veestapel om de productie van stikstof afkomstig van mestspreiding, te verminderen. Deze
regelgeving treft 400 boeren. Voor de bekkens van de negen niet-conforme bronnen, stelt
Frankrijk voor om het toedienen van organische stikstofhoudende meststof te beperken tot
140 kg/ha (170 kg/ha voor groenten) per jaar op verplichte basis, vanaf 2008. Anorganische
stikstof zal beperkt worden tot 40 kilo per hectare en per jaar. Laatstgenoemde regeling treft
nog eens 1880 landbouwbedrijven.

De FRSEA (Fédération Régionale des Syndicats Exploitants Agricoles), die de belangrijkste
vakbond in Bretagne is, en de Bretoense Landbouwkamers, zijn niet te spreken over deze
beperkingsmaatregelen van de prefect van de regio Bretagne. De Landbouwkamer van
Finistère gaf aan dat elke boer in Bretagne in tien jaar tijd reeds gemiddeld 30.000 euro
geïnvesteerd heeft om aan de normen te voldoen. Voor de negen betrokken bronnen, 6 in de
Côtes-d‟Armor, 2 in Finistère en 1 in Ille-et-Vilaine, kunnen de maatregelen wel eens zware
gevolgen hebben, vrezen de landbouwverantwoordelijken.

De vzw “Eaux et Rivières de Bretagne” ligt aan de basis van de procedure van Europa tegen
Frankrijk (klacht ingediend in 1992). De organisatie reageerde ironisch over de tijdelijke
opschorting van het gebruik van het water met een te hoog nitratengehalte. Volgens “Eaux et
Rivières” is de Franse staat serieus in de fout gegaan door de vervuiling niet vroeger aan te
pakken. De organisatie is van plan om in april een grote manifestatie te houden tegen het
overheidsbeleid en wil ook overgaan tot nieuwe juridische acties tegen de staat.

Lees ook: http://www.waternunc.com/fr/dg11eu77_2003.htm

(14/02/2007)




                                                                                            42
6.4 Vervolg financiering milieuvereisten in de plantaardige sector - Frans plan PVE
(Zie ook het maandbericht van oktober 2006)

Met het PVE of Plan Végétal pour l‟Environnement kan de uitrusting in de plantaardige
sector gemoderniseerd en aangepast worden aan de milieuvereisten. Het plan bevat
aanbevelingen voor het gebruik van fytosanitaire producten en materiaal, zoals ook voor
meststoffen en irrigatie. Hiervoor werden 20 miljoen euro subsidies voorzien. Andere
instellingen, zoals de wateragentschappen en de regio‟s, kunnen dit fonds aanvullen. Het PVE
trad in werking in oktober 2006.

Het belangrijkste punt van het plan is de verbetering van de waterkwaliteit. Vier voorname
elementen hierbij zijn:
· de vermindering van de vervuiling door fytosanitaire producten d.m.v. het “Plan de
Réduction des Pollutions des Produits Phytosanitaires”;
· de vermindering van vervuiling door meststoffen;
· een beter beheer van het water;
· de bestrijding van erosie

Verder kan het PVE tussenkomen op vlak van energiebesparende maatregelen voor de
bestaande serres en biodiversiteit (aanplantingen in het kader van milieumaatregelen).

Eind 2006 waren er 2133 dossiers aanvaard voor een steun van gemiddeld iets minder dan
4000 euro (totale som: 8.394.312 €) in het kader van het PVE. Volgens het
landbouwministerie slaan het grootste aantal aanvragen op fytosanitaire producten. De eerste
begunstigden kunnen binnen drie jaar terug in aanmerking komen voor een nieuwe PVE-
steun. Vanaf 2007 wordt de toegang tot de PVE beperkt tot één enkel dossier per
programmering (2007-2013), behalve als er een nieuwe jonge landbouwer bijkomt.

Volgens het landbouwministerie zouden de subsidies voldoende zijn voor de financiering van
zo‟n 9000 dossiers, temeer daar de aanvaardingsvoorwaarden versoepeld werden. Bepaalde
criteria zoals vakbekwaamheid of economische levensvatbaarheid, worden niet langer in
rekening gebracht. Hagen kunnen op PVE gefinancierd worden en de machineringen (Cuma)
kunnen voortaan in aanmerking komen voor al het materiaal dat voorkomt op de nationale
lijsten. Enkele specifieke uitrustingen kunnen ook in aanmerking komen (aanplantings- en
onderhoudsmateriaal voor hagen bijvoorbeeld). De maximale steunbedragen werden
aangepast binnen de bestaande enveloppe. De regio‟s hebben wel de mogelijkheid om de
steunbedragen aan te passen en om prioriteit te geven aan collectieve investeringen.

Wat betreft de subsidiëring van de hagen, komt plantaardig materiaal, het aanplanten, en het
werk in aanmerking. Het subsidiëren van de gebruikte uitrusting zal enkel in aanmerking
genomen kunnen worden in het kader van collectief gebruik. De instructies in verband met de
MAE (mesures agri-environnementales) zullen de mogelijkheden nader bepalen.

Bij de bestaande serres en serres gebouwd vóór 31 december 2005, worden energiebesparende
maatregelen gefinancierd. Het betreft warmtepompen, thermische schermen, opslag van warm
water en computergestuurde regelsystemen.

(24/01/2007)




                                                                                             43
6.5 Bioproducten: een gemiddelde toename van 9,5% per jaar in de consumptie sinds
1999

               31 januari werden de resultaten van een onafhankelijke enquête over
               bioproducten aan de pers voorgesteld. De cijfers uit de enquête geven aan dat 4
               Fransen op 10 minstens één keer per maand bioproducten consumeert, 23%
               minstens eens per week en 7% elke dag.

In Frankrijk bedroeg de markt van biologische voedingsproducten bijna 1,6 miljard euro in
2005 (of ongeveer 1% van de markt van conventionele producten). De markt van
bioproducten is voorturend aan het stijgen: elk jaar sinds 1999 werd er een toename
geregistreerd van gemiddeld 9,5%, tegenover 3,6% voor het geheel van de voedselmarkt.
Ondanks de procentueel belangrijke stijging van het verbruik, geven de winkelcijfers aan dat
de consument in de enquête zijn gedrag anders aangeeft dan zijn werkelijk koopgedrag, maar
dat staat in het Bio enquêteverslag niet te lezen.

92% van de consumenten beweert dat ze meer bioproducten zouden kopen moesten deze
producten minder duur zijn. De prijs van bioproducten ligt gemiddeld 15 tot 20% en meer
hoger dan die van conventionele producten.

Fruit en groenten zijn de meest geconsumeerde bioproducten (74% van de consumenten),
vervolgens komen de zuivelproducten, eieren en brood.

De groei van het verbruik in absolute cijfers uitgedrukt, is duidelijk te beperkt om voor de
landbouwbioboeren veel perspectieven te bieden. De verantwoordelijken van het
Bioagentschap wijzen er ook op dat de meerkost die de verbruiker betaalt meestal niet aan de
producent ten goede komt.

(02-02-2007)

7 DIERZIEKTEN
7.1 Vogelgriep: Franse risicoschalen
Zoals medegedeeld in een perscommuniqué van 3 februari heeft de Franse landbouwminister
aan het Franse AFSSA (Agence française de sécurité sanitaire des aliments) een advies
gevraagd over een eventuele herkwalificatie van het vogelgriep risico in de pluimveeteelt naar
aanleiding van de uitbraak in het Britse Suffolk.

Sedert 4 oktober 2006 gebruikt de Franse overheid een nieuwe risicoschaal. Aan elke
risicograad beantwoorden een serie veiligheidsmaatregelen.

Een en ander is te lezen op
http://www.agriculture.gouv.fr/spip/IMG/pdf/061107_dispositif2006_2007.pdf.

Om verwarring met de pandemie risico-meldingen te vermijden, worden er sedert 4 oktober
2006 in de pluimveeteelt drie dubbele = 6 niveaus gehanteerd: Verwaarloosbaar (waarbinnen
er twee niveaus zijn) = Négligeable 1 et 2, Klein = Faible, Gematigd =Modéré, en tenslotte
Hoog = Elevé en Zeer Hoog =Très Elevé. Bij ieder niveau horen er een reeks maatregelen die
cumulatief bovenop de maatregelen van lagere niveaus moeten samengevoegd worden.




                                                                                             44
Het is duidelijk dat het risico Verwaarloosbaar slechts verwaarloosbaar is als de bijhorende
maatregelen gerespecteerd worden.

Er kan aan herinnerd worden dat in de Franse benadering het risico dat in aanmerking wordt
genomen, het risico op besmetting is (het risico op epizoötie) voor het gevogelte. Het betreft
besmettingen die door de wilde fauna kan worden doorgegeven.

Wanneer in een veeteeltbedrijf een besmetting wordt vastgesteld dan komt er een nieuwe
risico-evaluatie als er een mogelijkheid bestaat dat de besmetting afkomstig is van wilde
vogels ofwel eventueel wilde vogels zou kunnen besmetten.

Op basis van beschikbare gegevens uit Oost-Engeland onderzoekt AFSSA of er redenen zijn
om het risico dat nu nog op Verwaarloosbaar gekwalificeerd wordt te herzien.

(5-02-07).

7.2 Vogelgriep: licht verscherpte maatregelen
Na de vaststelling van het H5N1 virus in een kalkoenenkwekerij in Engeland, vroeg
Landbouwminister Bussereau aan het Franse AFSSA een advies over een eventuele
herkwalificatie van het vogelgrieprisico in de pluimveeteelt. AFSSA adviseerde om de
maatregelen te verhogen van Verwaarloosbaar 2 naar Klein (=niveau 3). Dit betekent onder
andere de versterking van het actieve en passieve toezicht op de sterftegevallen bij wilde
vogels en een verbod op het transport van "lokvogels" (=watervogels, vooral eenden,
gekweekt door jagers om ze te gebruiken in de jacht om hun wilde soortgenoten aan te
trekken). Verder is het ook verboden om duiven uit te zetten vanuit of te laten vliegen over
landen waar het virus gedetecteerd werd. Ook moet ook vermeld worden dat de maatregelen
die horen bij het risico Verwaarloosbaar, verschillen volgens het natuurlijke risicokarakter
van de streek.

De aanwezigheid van het H5N1 virus in Engeland werd officieel bevestigd. Het bedrijf
van 159.000 kalkoenen behoort tot het Britse voedingsmiddelenbedrijf Bernard Matthews.
Het gaat om het eerste Britse bedrijf dat door het virus getroffen wordt. Over de herkomst van
het virus en de manier waarop het bedrijf besmet werd, zijn er nog geen precieze gegevens.

Eind januari meldde de Europese Commissie dat het H5N1 virus aangetroffen werd in een
ganzenkwekerij in het zuiden van Hongarije. Bernard Matthews heeft ook pluimveebedrijven
in Hongarije, maar een verband tussen Hongarije en de besmetting in Engeland werd tot nu
toe nog niet bewezen.

(5-6-7 februari 2007)

7.3 Bijenteelt : een uitgelekt rapport van Afssa
Tussen 2000 en 2005 volgde een ploeg van Afssa (=Agence Française de Sécurité Sanitaire
des Aliments) de korven van vijf imkers, verspreid over vijf departementen (Eure, Gard, Gers,
Indre, Yonne). Zij maakten een multifactoriële, statistisch betrouwbare analyse. Bepaalde
elementen van het rapport ontkrachten de hypotheses die vaak vooropgesteld worden door de
imkers die hiervoor veel media en zelfs parlementaire aandacht kregen in de voorbije jaren en
waarbij zaadontsmettingsmiddelen geviseerd werden. Het Afssa rapport was vertrouwelijk en
niet bedoeld voor verspreiding, maar het circuleert sinds 25 januari… en kan gelezen en



                                                                                               45
gedownload worden op de website van de krant Le Figaro.
http://www.lefigaro.fr/medias/pdf/RapportConfidentielAFSSA.pdf

Het hoofd van de dienst “pathologie van de honingbij” binnen Afssa, Jean-Paul Valk, schrijft
in het verslag dat er noch tijdens de nectarperiodes van zonnebloemen, noch op geen enkel
ander moment van het bijenseizoen (buiten één geval), sterftecijfers of massale ontvolkingen
van bijenkorven werden vastgesteld. In het enige geval waarbij een massale sterfte van
honingbijen zich voordeed, wees het onderzoek naar residuen van fytosanitaire producten in
de dode honingbijen op de aanwezigheid van endosulfan (insecticide gebruikt in de
akkerbouw, en bij fruit en groenten) en fluvalinate (insecticide gebruikt bij fruitbomen, maar
ook bij de bestrijding van varroa, een parasiet van honingbijen).

Afssa stelde eveneens de aanwezigheid vast van residuen van fytosanitaire producten van
landbouwoorsprong in bijenwas, honing en stuifmeel. Afssa vond imidaclopride, fipronil,
endosulfan, deltaméthrine en methyl-parathion. De gemiddelde gehaltes van de
pesticidenresiduen die in stuifmeel in 2003 gevonden werden, overschreden nooit 1 mg/kg
maar deze residuen zouden subletale gevolgen veroorzaakt kunnen hebben. Het agentschap
heeft verder ook residuen van behandelingsproducten van varroase gevonden: coumaphos
(niet meer gehomologeerd) en fluvalinate.

De auteurs van het verslag wijzen op onaangepaste imkerpraktijken, in het bijzonder het
gebruik van verboden producten voor de behandeling van varroase. Verder maken ze ook
melding van problemen die mogelijk veroorzaakt worden door voedselschaarste: de
bijenkorven van imkers in akkerbouwzones worden geconfronteerd met lange periodes van
schaarste tussen de nectarperiodes van koolzaden en zonnebloemen. De activiteit van de
koninginnen kan hierdoor beïnvloed worden: de koninginnen stoppen met het leggen van
eitjes.

Unaf (=Union nationale de l‟apiculture française of nationale unie van de Franse bijenteelt),
hield op dinsdag 13 februari een persconferentie. Unaf gaf geen commentaar op de Afssa
studie. De organisatie riep wel op tot de grootste waakzaamheid ten opzichte van de Europese
procedure omtrent het opnieuw toestaan van het gebruik van fipronil en imidaclopride en
tegenover het gebruik van nieuwe actieve stoffen. Unaf is zeker niet gelukkig met de
resultaten die bewijzen dat noch fipronil noch imidaclopride de rechtstreekse oorzaak zijn van
de vastgestelde problemen bij de bijenteelt zoals de imkerbond enkele jaren terug beweerde.
De imkervakbond zet zijn nationaal programma "L‟abeille, sentinelle de l‟environnement"
verder. Het is een sensibiliseringscampagne die gebaseerd is op de vestiging van bijenkorven
in het stadsmilieu en die zich richt tot de communicatie met het grote publiek.

(13/02/2007)

7.4 Where have all the bees gone?
… Franse parlementairen wensen onderzoekscommissie voor een grondig onderzoek
Verschillende landen ter wereld worden geconfronteerd met niet alleen een aanzienlijke
daling in de diversiteit aan bijen, maar ook massale ontvolkingen van kolonies. Hierdoor zou
het voortbestaan van bepaalde plantensoorten bedreigd kunnen worden. In de landbouw hangt
wereldwijd 60% van de akkergewassen af van bestuiving door insecten. De verdwijning van
honingbijen heeft dus gevolgen zowel op economisch en sociaal vlak als op vlak van het
milieu en biodiversiteit.



                                                                                            46
Sinds een tiental jaren stellen de imkers vast dat er zich een abnormale verdwijning voordoet
van de bijen in Frankrijk, en ook in de rest van Europa, die uiteraard gepaard gaat met een
sterke daling in de honingproductie. In Frankrijk werd het centrale aandachtspunt de laatste
jaren vooral gelegd op insecticiden.

Het regionale centrum voor bijenteelt van Castilla-La Mancha (Spanje) signaleerde als eerste,
twee jaar geleden, de aanwezigheid van een nieuwe honingbijenparasiet van Aziatische
oorsprong: Nosema ceranae. Onlangs werd hierover een rapport gepubliceerd waarin wordt
gesproken over een mogelijk verband tussen de massale ontvolking van honingbijen en de
Nosema ceranae. Deze ziekte zou ook in Frankrijk geregistreerd geweest zijn, maar er werden
geen middelen vrijgemaakt om de geografische spreiding en prevalentie van de Nosema
ceranae in het land op te tekenen.

Volgens Henri Clément, voorzitter van de UNAF (=Union nationale de l‟apiculture
française), is het hoger sterftecijfer vooral te wijten aan insecticiden en aan de
klimaatsopwarming. Maar hij vestigt ook de aandacht op de komst in het zuiden van
Frankrijk, van een Aziatische insect: de vespa velutina, een horzel die de werkbijen verslindt.

Een rapport van de Afssa (=Agence Française de Sécurité Sanitaire des Aliments), dat eind
januari 2007 uitlekte, ontkracht echter de hypotheses die vaak vooropgesteld worden door de
imkers die hiervoor veel media en zelfs parlementaire aandacht kregen in de voorbije jaren en
waarbij zaadontsmettingsmiddelen geviseerd werden. UNAF gaf geen commentaar op de
Afssa studie, en is zeker niet gelukkig met de resultaten die bewijzen dat noch fipronil noch
imidaclopride (Gaucho en Regent TS ) de rechtstreekse oorzaak waren van de vastgestelde
problemen bij de bijenteelt zoals de imkerbond enkele jaren terug beweerde en nog altijd
beweert.

Een veertigtal parlementsleden in Frankrijk dienden op 20 februari 2007 in de Assemblée
nationale een ontwerpresolutie in voor de oprichting van een onderzoekscommissie rond het
hogere sterftecijfer bij honingbijen in het land. De vier grote lijnen van de ontwerpresolutie
zijn:
1) evalueren van de beslissingen die de laatste tien jaar werden genomen om het hoge
sterftecijfer van honingbijen in Frankrijk een halt toe te roepen;
2) oordelen over het goede gebruik van de Europese fondsen door de bijenteeltsector;
3) bepalen van de graad van verantwoordelijkheid van de verschillende factoren die het
sterftecijfer van de honingbijen beïnvloeden;
4) bepalen van instrumenten voor een ambitieus nationaal beleid voor de bijenteelt en de
bescherming van de honingbijen.

Het feit dat officiële studies aantonen dat het sterftecijfer hoog blijft ondanks de afschaffing
twee jaar geleden van de insecticiden Gaucho en Regent TS, maakt dat er verder onderzoek
nodig is. Er moet ook van dichterbij bekeken worden hoe dit dossier behandeld werd, zowel
op technisch als wetenschappelijk vlak als de manier waarop de budgetten i.v.m. onderzoek in
de bijenteelt toegekend en beheerd werden in Frankrijk, in het bijzonder door het “programme
d‟orientation apicole”. Een van de parlementsleden heeft ook een schriftelijke vraag gericht
aan Minister van Landbouw Dominique Bussereau, om een verklaring te krijgen waarom het
Afssa rapport nog niet officieel gepubliceerd werd.

In Frankrijk stoppen sinds de laatste twintig jaar elk jaar 1500 imkers met hun activiteiten, en
5000 jobs die verbonden zijn aan de bijenteelt, staan op de tocht. De Franse honingproductie


                                                                                              47
is in tien jaar tijd gedaald met 10.000 ton, waardoor de import van honing gestegen is. Als de
massale bijenontvolking niet tegengehouden wordt, zullen ook bepaalde landbouwproducties
bedreigd worden.

Indien dergelijke onderzoekscommissie er komt, zal het gezien de context van de
verkiezingen, echter zeker nog een jaar duren eer de resultaten van het onderzoek gekend
zullen zijn.

(20-21/02/2007)

8 ANDERE
8.1 Agri US Analyse nr.132, december 2006
Editoriaal: evenwichtsoefening (pag:1)
De voorstellen van de Amerikaanse Minister van Landbouw, Mike Johanns, voor de farm bill
2007, zijn een pure evenwichtsoefening. Belangrijke hervormingen in de steunprogramma‟s
verwezenlijken, zonder de structuur en het evenwicht van het systeem aan te tasten, zoals de
landbouworganisaties het graag hebben, is niet gemakkelijk. De toekomst zal uitwijzen of het
Congres deze voorstellen zal overnemen of niet. Er kunnen alvast twee opmerkingen gemaakt
worden.
Eerst en vooral de bedragen: het beschikbare budget voor steunmaatregelen in 2008-2017 zal
duidelijk lager liggen dan dat van de huidige landbouwwet, die van kracht ging in 2002. Toch
moet dit genuanceerd worden aangezien het budget gebaseerd is op de verwachte
marktprijzen voor de landbouwproducten en dan vooral die van de akkerbouw, die toch
moeilijk te voorspellen vallen. De steun zou dus toch nog omhoog kunnen gaan moest de
markttendens omslaan. Het is wel zeker dat de voorziene lagere steun in de nieuwe farm bill
de bespreking in het parlement zal bemoeilijken.
De tweede bemerking slaat op bepaalde voorstellen van USDA die in de richting gaan van een
vermindering van marktverstorende steun die ter discussie staat in de WTO. Het gaat met
name om de vermindering van de gewaarborgde prijzen ( oranje doos) en de toename van de
inkomensteun voor de akkerbouw (groene doos). Maar de vermindering van de steun t.a.v. de
gewaarborgde prijzen (marketing loan), zal afhangen van de marktprijzen. En er werd geen
enkele serieuze hervorming aanbevolen voor de suiker en de melk, terwijl de kost van deze
programma‟s die genotificeerd worden bijde WTO ( 5 tot 6 miljard dollar per jaar) veel hoger
ligt dan de steun van marketing loan die de USDA voorziet voor 2008-2017 (0,4 miljard
dollar per jaar).
Belangrijk in de volgende farm bill betreft de behandeling van melk, suiker, katoen en rijst,
die “witte producten “ genoemd worden. Rekening houdend met het politiek gewicht van de
betrokken lobby‟s, zullen de voorzitters van de landbouwcommissies van het Congres blijk
moeten geven van een groot acrobatentalent, om een hervorming op gang te trekken.
Vermoedelijk kan een WTO akkoord hen positief beïnvloeden.

Risicobeheer in de landbouw: de V.S. koploper (pag:2)
De overheidssteun voor het risicobeheer in de landbouw ligt drie tot vier keer hoger in de VS
dan in de EU. Ongeveer tweederden van de Amerikaanse uitgaven op dit vlak, bestaan uit
oogst- en inkomensverzekeringssubsidies. Bij de Amerikaanse WTO genotificeerde steun zijn
dan nog de subsidies voor de administratieve betalingen (commissies op premiebetalingen)
niet inbegrepen.




                                                                                            48
Economische actualiteit
Akkerbouw: na de boom van 2006-2007…(pag:3)
Uit het maandelijkse conjunctuurverslag, dat dateert van 12 januari, blijkt dat het
Amerikaanse Ministerie van Landbouw (USDA) opnieuw een stijging verwacht in de
maïsprijs in de VS voor de campagne 2006-2007. Dit vanwege een vermindering in de
productie. De prijs die aan de maïstelers deze campagne betaald zal worden, zou met 60%
stijgen ten opzichte van 2005-2006. Voor tarwe en soja zou de stijging respectievelijk 26% en
8% bedragen.

…welke marktprijzen in 2007/2008 (pag:3)
In 2007/2008 zullen de maïs- en sojaprijzen blijven aantrekken. Volgens de eerste zaai
schattingen en op basis van de gemiddelde opbrengst van de laatste drie jaar, zouden de
Amerikaanse voorraden op het einde campagne nog kunnen dalen in vergelijking met 2006/07
door de bio-ethanol boom.

Sterke stijging in de inkomsten van de maïs-sojaproducenten in 2006 (pag:4)
De netto-opbrengst van de akkerbouwbedrijven in Illinois in 2006 werd geschat op 90.000 tot
95.000 dollar tegenover 57.700 dollar in 2005. Oorzaken van deze stijging: de toename in de
opbrengsten van maïs en soja en de hogere prijzen die betaald werden aan de producenten.

De productiekosten in de akkerbouw van 2007 (pag:4)
Volgens Doanes‟ Agricultural Report (22/12/06), zou de productiekost in de Amerikaanse
akkerbouw in 2007, berekend op basis van de gemiddelde opbrengst en buiten vergoedingen
voor familiaal werk, rond de 18,73 $/q (q=kwintaal) liggen voor tarwe, 9,49 $ voor maïs en
20,97 $/q voor soja.
In het artikel is een gedetailleerde kostentabel overgenomen.
(http://www.doane.com/).

Internationale markten en commercieel beleid
Naar een drastische vermindering van de Amerikaanse maïsexport? (pag:5)
Als een kwart van de nieuwe ethanolfabrieken die gepland zijn in het Midwesten van de
Verenigde Staten ook effectief gebouwd zullen worden, zal de helft van de maïs die op dit
moment door de VS geëxporteerd wordt, gebruikt worden voor de Amerikaanse productie van
bio-ethanol. Dit staat te lezen in een rapport van het Institute for Agriculture and Trade Policy
(IATP). Dit gegeven zou de moderniseringsprojecten van de transportinfrastructuur ( sluizen)
op de Mississippi met het oog op de export van granen in vraag kunnen stellen. Volgens IATP
moet de volgende farm bill rekening houden met het feit dat Amerika zich terug meer zal
richten op de interne markt, in plaats van op de uitvoer. In 2007/2008 zullen de Verenigde
Staten zonder twijfel voor de eerste keer minder maïs exporteren, dan dat ze maïs zullen
verwerken tot bio-ethanol.
E-link beschikbaar op de dienst document “Staying home: How ethanol will change US Corn
exports”.

Canada tegen de steunprogramma‟s van de VS in de akkerbouw (pag:5)
8 januari vroeg Canada officieel aan de WTO overleg met de VS over de subsidies die
toegekend worden aan de Amerikaanse maïsproducenten en over enkele andere elementen
van de Amerikaanse steunmaatregelen. De consultatievraag is de eerste stap bij een officiële
aanklacht bij de WTO. De kritieken van Ottawa steunen de oproep van de Amerikaanse
Minister van Landbouw, Mike Johanns, die een aanzienlijke hervorming van het Amerikaanse
landbouwbeleid voorstaat om het meer compatibel te maken met de WTO-regels.


                                                                                              49
Landbouwsteun
De riem aanhalen: het budgettair kader voor de volgende farm bill (pag:6)
De laatste voorspellingen van het CBO of Congressional Budget Office, die eind januari
bekend gemaakt werden, geven aan dat het beschikbare budget voor de volgende farm bill
2007 duidelijk lager zal liggen dan dat van de huidige landbouwwet, die van kracht werd in
2002.

Stijging van de premies voor inkomstverzekeringen in 2007 (pag:6)
Het bedrag van de premies voor de inkomstverzekeringen voor de maïs in 2007, zou 40%
hoger kunnen liggen dan de premies die betaald werden in 2006. Oorzaak is de stijging in de
maïsprijs. Maar, rekening houdend met de geboden garanties, blijft het toch zeer interessant
voor de landbouwers om zich te verzekeren.

Melk: de mogelijkheden voor de volgende farm bill (pag:7)
Producenten en verwerkers van melk zijn ervan overtuigd dat er een hervorming nodig is in
de steunprogramma‟s, maar hebben een verschillende mening over de invulling ervan. Toch
hebben ze een gemeenschappelijk doel: de groeimogelijkheden op de wereldmarkten
benutten. Het artikel geeft een overzicht van de verscheidene gesubsidieerde
melkprogramma‟s en van de problemen in de melksector.

SPECIAAL: farm bill - voorstellen van de USDA (pag:8)
De voorstellen van het Amerikaanse Ministerie van Landbouw (USDA) omtrent de farm bill
2007, die 31 januari bekend gemaakt werden, beogen een landbouwbeleid dat rechtvaardiger
en meer voorspelbaar is voor de producenten en tevens meer beantwoordt aan de WTO-
regels. Ook moet het beleid minder wegen op het federale budget. De vraag is wat het
Congres (Amerikaanse Kamer) zal doen, dat a priori weinig hervormingsgezind is.
Het artikel geeft een ruime samenvatting van de voornaamste voorgestelde maatregelen.
E- link beschikbaar.

Kwaliteit en Milieu
Smithfield stopt met het houden van zeugen in individuele boxen (pag:10)
Grote verbazing in de varkenssector: Smithfield Foods, wereldwijd de grootste producent en
verwerker van varkensvlees, met zetel in Smithfield, Virginia, kondigde aan dat het de kweek
van drachtige zeugen in individuele stallen, geleidelijk aan zal afbouwen. De directeur van het
bedrijf gaf aan dat deze beslissing enkel een antwoord is op de “bezorgdheden” van zijn
klanten, en niet betekent dat Smithfield Foods ervan overtuigd is dat het houden van drachtige
zeugen in groep beter zou zijn voor de dieren. De overgang zal plaatsvinden over een periode
van tien jaar in de bedrijven van Smithfield; de producenten die onder contract werken voor de
onderneming krijgen twintig jaar de tijd om deze beslissing in praktijk om te zetten.

Paarden mogen niet afgeslacht worden in Texas (pag:10)
Op 19 januari 2007 bevestigde het Hof van Beroep in New Orleans in Louisana, de geldigheid
van een Texaanse wet die het slachten van paarden verbiedt voor de productie van vlees
bestemd voor menselijke consumptie. De wet dateert van 1949 en werd tot nog toe nooit
toegepast.
Het verdict heeft echter een beperkte impact want het vonnis verbiedt noch het slachten van
paarden op zich, noch de productie van paardenvlees voor de export. De quasi totaliteit van
het vlees dat geproduceerd wordt door de drie bestaande paardenslachthuizen in de VS,



                                                                                             50
waarvan er twee zich in Texas bevinden, wordt verkocht aan het buitenland, voornamelijk aan
Europa en Japan.
De twee slachthuizen( met Belgische aandeelhouders) die zich in Texas bevinden zullen
echter wel beroep aantekenen tegen het vonnis van 19 januari. De zaak heeft namelijk een
nationale wending gekregen: in 2006 keurde de kamer van volkvertegenwoordigers een
federaal wetsontwerp goed dat de slacht van paarden illegaal maakt, voor welk motief dan
ook. Het wetsontwerp werd echter verworpen in de senaat. Een nieuw wetsontwerp, dit keer
ondersteund door zowel de republikeinen als de democraten, werd begin 2007 bij het Congres
ingediend.
Deze zaak vormt een nieuw voorbeeld van de toenemende bezorgdheid rond dierenwelzijn
aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Volgens de Humane Society of the United
States, een dierenrechtenorganisatie, was de quasi totaliteit van de 100.000 paarden die vorig
jaar in de VS geslacht werden, noch gehandicapt, noch oud.

De federale regering moedigt de productie van biogas aan (pag:10)
Het Amerikaanse agentschap voor milieubescherming EPA (Environmental Protection
Agency) heeft in samenwerking met de USDA en andere partners, een gestandaardiseerde
methode uitgewerkt om de efficiëntie van verschillende productiesystemen van biogas uit
mest te vergelijken.
E- link beschikbaar.

Onderzoek en Innovaties
Energierendement van ethanol als biobrandstof: een vals debat? (pag:11)
Volgens een Amerikaanse onderzoeker levert een ton petroleum die gebruikt werd voor de
productie van ethanol op basis van maïs, 22 keer meer vloeibare brandstof op, dan een ton
petroleum voor de productie van benzine, in constante energiewaarde.
Dit zou, naast de bijdrage die deze soort brandstof levert aan de vermindering van het
broeikaseffect, het echte belang zijn van ethanol als biobrandstof. Ethanol zou het dus
mogelijk maken om de petroleumreserves duurzamer te maken. De besluiten van
verschillende studies over het energierendement van bio-ethanol, lopen uiteen.

Biobrandstoffen: altijd meer! (pag:11)
In zijn State of the Union, de jaarlijkse toespraak tot het Amerikaanse Congres, op 23 januari,
stelde president Bush voor om een minimum vast te leggen omtrent de verplichte bijmenging
van “hernieuwbare en alternatieve” brandstoffen. Dit minimum zou 1.325 miljoen hectoliter
moeten bedragen in 2017. Dit is vijf maal meer dan het huidige minimum. Velen zijn van
mening dat dit niveau irrealistisch hoog ligt. Veehouders vrezen dat de maisprijzen hierdoor
hoog zullen blijven.
Twenty in Ten is een initiatief van het Witte Huis waarbij de consumptie van benzine 20% zou
dalen in tien jaar tijd.

(10/02/2007)

8.2 Agri Us Analyse nr.133, januari 2007
Editoriaal: euforie (pag:1)
Als de nieuwe verwachtingen van het Amerikaanse landbouwministerie (USDA) ook
werkelijkheid worden, zal de hoeveelheid maïs die in de VS verwerkt zal worden tot bio-
ethanol vanaf de campagne 2007/2008, het geheel van de mondiale maïsexport overtreffen.
(lees ook p.2) Het volume sojaolie dat gebruikt zal worden voor de vervaardiging van
biodiesel, zal hoger liggen dan de hoeveelheid sojaolie geïmporteerd door China of India.


                                                                                            51
De expansie van biobrandstoffen bijna overal in de wereld; de groei van de voedselvraag en in
het bijzonder van vlees door de demografische groei en door de grotere koopkracht in de
ontwikkelingslanden; de stijging van de handel voornamelijk door het onvermogen van Azië
en noordelijk en middenoostelijk Afrika om in hun behoeftes te voorzien: al deze elementen
zorgen voor een aanzienlijke en blijvende stijging van landbouwprijzen. (lees ook p.3)

De Amerikaanse veehouders zullen wel nog enkele jaren de impact van de hogere prijzen
voor veevoeder voelen. Ze zullen hun productie echter aanpassen en voordeel halen uit de
sterke buitenlandse vraag. De impact van de steun aan biobrandstoffen moet gerelativeerd
worden: enerzijds leveren deze laatsten bijproducten (draf en veekoeken) die rijk zijn aan
proteïnen, en anderzijds tonen simulaties in de VS aan dat als de importbescherming en
fiscale steun voor de incorporatie van bio-ethanol afgeschaft zouden worden, de gemiddelde
maïsprijs in de volgende tien jaar duidelijk hoger zou blijven dan de prijs die in de laatste tien
jaren werd opgetekend.

Dit zijn natuurlijk slechts projecties, onderhevig aan onzekerheden i.v.m. hypotheses over de
economische groei, de olieprijzen of de stijging van de rendementen. En ook klimatologische
rampen kunnen niet uitgesloten worden. Volgens de USDA is de vraag naar ethanol erg
onelastisch. In geval van een productietekort van maïs, kan men een grotere volatiliteit van de
markten verwachten.

Deze euforische sfeer is de ideale context voor de hervorming van het landbouwbeleid, zowel
op nationaal vlak als in de WTO-onderhandelingen. Voor de voorstanders van de
liberalisering van de handel en de vermindering van landbouwsteun, is het nu of nooit.

Verwachte expansie van bio-ethanol (pag:2)
De voorspellingen op lange termijn van de USDA, die op14 februari gepubliceerd werden,
geven melding van een verdubbeling van de hoeveelheid maïs die verwerkt zal worden tot
brandstof in de VS, tussen 2006/07 en 2016/17. Deze stijging zal een invloed hebben op de
export en de maïsprijzen (die de hoogte zullen ingaan).
Het artikel behandelt zowel de bestaande situatie als de verwachte evolutie in de gebruikte
volumes voor ethanolproductie als de verwachte uitvoer met de eraan verbonden
oppervlakten.
Voorspellingen op lange termijn te vinden op de link van Baseline. Ook te gebruiken bij de
hiernavolgende artikels die verwachte evolutie behandelen.
http://www.usda.gov/oce/commodity/ag_baseline.htm

Economische actualiteit
In 21 jaar tijd, heeft de VS meer dan 8 miljoen hectaren landbouwgrond verloren (pag:3)
De cultiveerbare grond in de Verenigde Staten is van 170 miljoen hectaren in 1982, gedaald
naar 162 miljoen hectare in 2003. Dit blijkt uit het laatste NRI (=National Resources
Inventory), dat op 16 januari gepubliceerd werd. De gecultiveerde oppervlakte is nog meer
gedaald, in het bijzonder door het milieuprogramma voor braak of CRP (=Conservation
Reserve Programme), dat in 1985 werd opgericht om bodemerosie te bestrijden en om
overtollige producties in te perken.




                                                                                                52
Prijzen blijven hoog voor akkerbouwgewassen (pag:3)
Volgens het Amerikaanse landbouwministerie zullen de prijzen die de volgende jaren betaald
worden aan de akkerbouwproducenten hoog blijven, voornamelijk door de boom in
biobrandstoffen (zie ook: De verwachte expansie van bio-ethanol op p.2)

            Corn, wheat, and soybean prices

            Dollars per bushel

             8
                                                                                    Soybeans
             7

             6

             5                                                                      Wheat
             4

             3
                                                                                    Corn
             2

             1

             0
             1980          1985         1990        1995         2000        2005          2010   2015

                 Source: USDA Agricultural Projections to 2016, February 2007.
                 Economic Research Service, USDA.
Naar een betere integratie van ethanol en veeteelt (pag:4)
Twee maïs-ethanolfabrieken werden opgericht nabij feedlots waarbij gebruik wordt van de
mogelijkheid om biogas op basis van mest te produceren en om de maïsdraf (veevoer) die
daarbij als nevenproduct beschikbaar wordt zonder kosten als veevoeder te kunnen
gebruiken.
Onderzoekers van de universiteit van Iowa beschreven deze producties in de Iowa Ag Review
(winter 2007) http://www.card.iastate.edu/iowa_ag_review/winter_07/article3.aspx.
De twee fabrieken testen uit of de ethonalproductie bij de feedlots voordeliger is. Tot op
vandaag waren de ethanolproducenten vooral gesitueerd in zones waar maïs geteeld werd en
waren de kosten voor het gebruik van draf als veevoeder hoog.

Kalkoenproducenten optimistisch voor 2007 (pag:4)
Recordhoge productie en prijshoudende markt: na de uitstekende resultaten in 2006,
verwacht de Amerikaanse kalkoensector ook een zeer goed jaar in 2007. De stijgende
binnenlandse vraag in 2006 voor kalkoenvlees (+2 à 3%), was vooral te danken aan het
toenemende gebruik van kalkoen in sandwiches. In 2007 wordt er eveneens een stijging in de
binnenlandse vraag verwacht, voornamelijk dankzij de lagere consumptie van rundsvlees, dat
te duur zou uitvallen. Hierdoor en mede dankzij het relatief lage volume van de voorraden,
zou de productie van kalkoen voor het derde jaar op rij stijgen. Er wordt tevens een toename
in de export verwacht.

Internationale markten en commercieel beleid
USDA verwacht dure olieprijzen en de opwaardering van de dollar (pag:5)
De vooruitzichten van het Amerikaanse landbouwministerie op middellange termijn,
(Baseline die 14 februari werden gepubliceerd) zijn gebaseerd op de hypothese van een
relatieve stabiliteit van de reële olieprijzen en een lichte opwaardering van de reële
wisselkoers van de dollar.




                                                                                                         53
Op middellange termijn wordt er een stijging verwacht van de VS landbouwexport (pag:5)
USDA verwacht een stijging van 38% in de waarde van de Amerikaanse landbouwexport
tussen 2006 en 2016, voornamelijk dankzij de toename in de verkoop van verwerkte
producten of dankzij een forse toegevoegde waarde. Het commerciële landbouwsurplus zou
echter dalen.

Gunstige perspectieven voor de mondiale graanmarkten (pag:6)
Het Amerikaanse landbouwministerie verwacht voor de volgende tien jaar meer handel in
tarwe en andere graansoorten, ondanks de toenemende hoeveelheden die in een groot aantal
landen gebruikt worden voor de vervaardiging van biobrandstoffen.

Zuid-Amerika wordt machtiger (pag:6)
Volgens het jongste baselinedocument van USDA, zouden Brazilië en Argentinië
marktaandelen winnen bij de uitvoer van maïs en soja op de wereldmarkten. De Brazilianen,
die over goedkoop voeder beschikken, zullen tevens gevreesde concurrenten worden op de
varkens- en gevogeltevlees markten.

Landbouwsteun
Farm bill 2007: voorstellen van de sojaproducenten (pag:7)
De ASA of “American Soybean Association” wil een beter evenwicht tussen het niveau van
de gewaarborgde prijzen en de anticyclische betalingen in de akkerbouw. De ASA is ook
een voorstander van steunmaatregelen voor de vervaardiging van biodiesel op basis van
Amerikaanse plantaardige olie.
De wensen van ASA voor de volgende farm bill, gepubliceerd op 9 februari, zijn te vinden
op: http://www.soygrowers.com/policy/2007FarmBill/ASA2007FB.PDF

Moet men de oogstverzekering opdoeken? (pag:7)
Met het oog op de volgende farm bill wordt er druk gedebatteerd over het vervangen (volledig
of gedeeltelijk) van de federale verzekeringsprogramma‟s, door een automatische
schadevergoeding bij oogstverliezen te wijten aan natuurlijke catastrofen.
De landbouworganisaties vinden dat de verzekeringen geen geschikt instrument zijn om de
rampvergoedingen en het inkomensverlies te vervangen. De overheid wil wel een betere
vergoeding voor rampen uitbetalen als de fondsen in andere landbouwprogramma‟s gevonden
worden. Te noteren valt dat meer dan de helft van de subsidiering vergoedingen zijn voor de
verzekeringsmaatschappijen.
Voor een overzicht van de farm bill proposals:
http://www.usda.gov/wps/portal/!ut/p/_s.7_0_A/7_0_1OB?navid=FARM_BILL_FORUMS

Indexfondsen, doorslaggevende actoren op termijnmarkten (pag:8)
De CFTC (=Commodity Futures Trading Commission) gaf nieuwe informatie vrij over de
grote invloed op de Amerikaanse termijnmarkten van de indexfondsen. Het gaat om fondsen
die in grondstoffen investeren en speculeren (olie, natuurlijke gas, metalen, koffie, tarwe,
vee,...) door termijncontracten te kopen.

De prijzen van de landbouwproducten op de termijnmarkten worden niet langer bepaald door
de gewone vraag en aanbod-dynamiek, maar door de activiteit en manipulaties van financiële
fondsen die massaal tussenkomen op deze markten. De grote multinationale ondernemingen
die vroeger op deze markten tussenkwamen voor de reële aankopen van hun grondstoffen,
zijn overgegaan op andere technieken om hun risico‟s te beheersen. Daarenboven is het


                                                                                           54
gedeelte van de kost van de grondstof in de creatie van toegevoegde waarde verwaarloosbaar
in de prijs van het eindproduct. (zie ook Agri US Analyse nr.124 of maandbericht april 2006).

Nu pas is duidelijk geworden in welke mate de indexfondsen een invloed hebben op de
termijnmarkten.
Het artikel maakt duidelijk dat de referentieprijzen die gebaseerd zijn op de
termijnmarktprijzen van Chicago uiteindelijk nog weinig te maken hebben met vraag en
aanbod van de betrokken goederen.
Tot nu toe blijft het bij de vaststelling, verbanden met nodige inkomensbescherming voor
niet-conforme marktprijzen, zijn nog niet gemaakt.
 http://www.cftc.gov/)

Bescherming van veehouders bij contractveeteelt (pag:8)
De voorzitter van de landbouwcommissie van de senaat, Tom Harkin, heeft op 9 januari een
wetsontwerp ingediend dat de afschaffing voorziet van de contractuele verplichting om
geschillen enkel via een bemiddelingsprocedure te regelen, in plaats van voor de rechtbanken
De afschaffing slaat op de contracten tussen veehouders en verwerkende sectoren.
Bij arbitrage wordt het geschil geregeld door een bemiddelaar die over het algemeen door de
partij van de verwerkende sector gekozen wordt, waardoor de producenten vaak benadeeld
worden ten opzichte van de verwerkende sector. Een groot deel van de landbouwproductie in
de VS wordt verwezenlijkt of verkocht onder contract.

Steun aan fruit- en groentesector in de VS (pag:9)
Het Amerikaanse landbouwministerie zou de steunmaatregelen voor fruit en groenten in de
volgende farm bill sterk willen doen toenemen. De sector geniet echter al van een niet-
verwaarloosbaar aantal steunmaatregelen die in het artikel vermeld en gedetailleerd worden.

Kwaliteit en Milieu
Gezonder eten: wat zijn de implicaties voor de landbouwproductie? (pag:10)
Indien de Amerikanen de officiële voedingsaanbevelingen naar de letter zouden volgen, de
moet volgens USDA de oppervlakte besteed aan fruit en groenten meer dan verdubbelen, en
de tarwe-oppervlakte zou met een kwart moeten dalen. De melkproductie zou met twee derde
moeten stijgen.
“Possible Implications for U.S. Agriculture From Adoption of Select Dietary Guidelines”,
ERS No 31, november 2006,
http://www.ers.usda.gov/Publications/ERR31/

Biologische landbouw groeit snel (pag:10)
In 2005 werden er in de VS ongeveer 1,6 miljoen hectaren gewijd aan “bio”. De
professionelen verwachten in de volgende farm bill verschillende maatregelen om de
ontwikkeling van de sector te stimuleren.
Het artikel geeft een kort overzicht van de biologische landbouw in de USA en een verwacht
initiatief in het House.

Onderzoek en Innovaties
Waarom farmers gebruik maken van transgene teelten (pag:11)
De redenen waarom Amerikaanse landbouwers GGO‟s gebruiken, zijn verschillend per
gewas. Voor maïs ligt de belangrijkste motivatie in de toename van de winst omdat de
maisboorderverliezen beperkt worden. Voor soja is de vermindering in arbeidstijd en kost, bij



                                                                                           55
de onkruidbestrijding, de voornaamste beweegreden om GGO te gebruiken. In het geval van
katoen, spelen beide factoren een rol.
Een studie van de universiteit van Illinois, onderzoekt het succes van GGO‟s (“Genetically
Modified Crops and Labor Savings in US Crop Production”,
www.farmgate.uiuc.edu/archive/000398print.html).

Energierendement van ethanol als biobrandstof: een vals debat (2)? (pag:11)
Volgens Bruce Dale, professor in chemie aan de universiteit van Michigan, heeft de
controverse rond het energierendement van ethanol, dus het verband tussen de energie in een
liter ethanol en de energie die nodig is om het te produceren, niet veel zin (zie Agri US
Analyse nr.132).
Belangrijk is dat de energie geproduceerd wordt in de vorm dat ze gebruikt kan worden, in
geval van het transport dus in vloeibare vorm. Uit een studie van de universiteit van
Californië in Berkeley, die gepubliceerd werd in Science op 27/01/2007, concludeert hij dat
ethanol niet de vloeibare brandstof is die het meeste olie uitspaart, en volgens hem is dit het
criterium, samen met de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, dat het beste het
belang van ethanol meet in de transportsector, veel meer dan het energierendement.
De studie is beschikbaar op: http://rael.berkeley.edu/EBAMM/

En nu, het rund en de kip met omega 3 (pag:11)
De vleesindustrie wil gebruik maken van de voorliefde van de consumenten voor producten
die rijk zijn aan omega-3 vetzuren, bekend om hun heilzame werking op de gezondheid. Het
geheim zit in het veevoeder.

(23/02/2007)

B. Spanje

1 ALGEMEEN LANDBOUWBELEID
1.1 Spaans Actieplan Biologische Landbouw 2007-2010
De biologische landbouw is in opmars, en ook Spanje ziet hierin een uitdaging. Met een
oppervlakte van 926.390 hectare gewijd aan biologische landbouw in 2006, oftewel 14,7%
meer dan in 2005, doet Spanje het niet slecht. Australië is met 11,8 miljoen hectare het land
met het grootste areaal voor biologische landbouw ter wereld, daarna volgen Argentinië (3,1
miljoen hectare), China (2,3 miljoen ha) en de Verenigde Staten (1,6 miljoen hectare).
Duitsland bevindt zich op de zevende plaats en is hiermee het eerste Europese land op de
wereldranglijst.

Kenmerkend voor de Spaanse biologische landbouwproductie is de diversiteit, te danken aan
de verscheidenheid in het klimaat, productiesystemen,… De biologische landbouw is
aanwezig in alle Autonome Gemeenschappen. Vooral in Andalusië is de oppervlakte die voor
biologische landbouw gebruikt wordt, sterk gestegen (537.000 hectare). Daarna volgen
Aragon (70.515 ha), Extremadura en Cataluña met respectievelijk 64.557 ha en 55.355 ha,
Castilla-La Mancha (46.335 ha), en de Comunidad Valenciana met 30.797 hectare.

De grootste categorieën biologische producten zijn peulvruchten en granen (113.304 ha),
gevolgd door olijven. In de Spaanse biologische veeteelt zijn vooral runderen en schapen
belangrijk. Ruim 95 % van het in Spanje geproduceerde biologische voedsel, dient voor de
export.



                                                                                              56
22 februari 2007 stelde de Spaanse Minister van Landbouw, Elena Espinosa, het Actieplan
Biologische Landbouw voor (=”Plan Integral de Actuaciones para el Fomento de la
Agricultura Ecológica”) voor de periode 2007-2010. Het budget dat MAPA (Spaans
landbouwministerie) hierin zal investeren, bedraagt 35,8 miljoen euro over een periode van
vier jaar. Enkele acties van het Plan om de productie en de consumptie van biologische
producten in Spanje te bevorderen, zijn het versterken van de banden tussen de sector van de
biologische landbouw en Plattelandsontwikkeling; stimuleren van het onderzoek; de
verbetering van de kennis van deze landbouw; de verbetering van de structuur en de
samenwerking binnen de sector; deelname aan nationale en internationale vakbeurzen,…

Drie doelstellingen staan centraal: ten eerste de ontwikkeling van de biologische landbouw;
ten tweede het stimuleren van de interne vraag d.m.v. het informeren van de consument en
tegelijkertijd de commercialiseringsstructuren van biologische producten verbeteren. Een
derde doelstelling bestaat erin om de institutionele samenwerking te bevorderen teneinde de
beschikbare middelen voor de sector zo optimaal mogelijk te gebruiken.

Om de ontwikkeling van de biologische landbouw te bevorderen, wil MAPA de band met
Plattelandsontwikkeling intensiveren, in samenwerking met de Autonome Gemeenschappen.
Het Plan wil eveneens de biodiversiteit en het gebruik van biologische zaden bevorderen,
alsook de certificatie- en controlemechanismen verbeteren. Voorts beoogt het Plan een meer
gunstige regeling voor de biologische productie in de landbouwverzekeringen.

Wat betreft het stimuleren van de vraag, heeft MAPA een campagne geïmplementeerd die de
consument wil informeren over labels van biologische producten, en zal het ministerie ook de
bestrijding van fraude versterken bij voedselproducten die van een biolabel voorzien zijn
maar die niet biologisch geteeld werden. Ook zal het gebruik van biologische producten in de
horeca aangemoedigd worden, door middel van samenwerkingskaders tussen MAPA en deze
instanties.

Bovendien komt er een officieel gemeenschappelijk label voor alle Spaanse producten
afkomstig uit de biologische landbouw, zoals ook Frankrijk en Duitsland met succes gedaan
hebben.

Om de commercialisering van biologische producten te verbeteren, zal MAPA de concentratie
van het aanbod bestuderen door de levensvatbaarheid van markten van biologische producten
te evalueren en de aanwezigheid ervan in het netwerk van MERCAS (zie:
http://www.mercasa.es/nueva/_html/01.php). Ook de kleinhandelaars zullen ondersteund
worden dankzij het “Plan de Mejora de la Calidad del Comercio Interior” (Plan voor de
verbetering van de kwaliteit van de binnenlandse handel) alsook via de oprichting van
verkoopcoöperatieven.

Verder zal het Actieplan Biologische Landbouw ook de uitwisseling van informatie tussen
MAPA en de Autonome Gemeenschappen verbeteren, door te zorgen voor een grotere
institutionele samenwerking. Het Ministerie zal eveneens de dialoog met de sector vergroten
en in dit kader een werkgroep oprichten voor regelgeving, opvolging en controle.

En last but not least zal er een officieel tijdschema opgemaakt worden van bijeenkomsten met
vertegenwoordigers van de sector, alsook de oprichting van specifieke werkgroepen om het
Actieplan op te volgen.



                                                                                              57
De belangrijkste cijfers voor biologische landbouw in Spanje (2006), kunnen geraadpleegd
worden op de site van het Spaanse landbouwministerie (pdf link aanklikken):
http://www.mapa.es/gabinete/nota.asp?codi=6328_AT220207&p=1
Het Actieplan Biologische Landbouw is beschikbaar op de website van MAPA.

(22/02/2007)

1.2 Verzekering van de gezamenlijke productie van alle partners van een associatie
Sinds 1978 heeft Spanje een wet op landbouwverzekeringen. Het afsluiten van een
oogstverzekeringscontract in Spanje is vrijwillig. Het geheel van de plantaardige productie en
het voornaamste deel van de dierlijke productie zijn verzekerbaar en de overheidssubsidie
schommelt tussen de 5 en 49 %.

Eind januari werden de voorwaarden vastgelegd waaraan associaties moeten voldoen om als
verzekerde te kunnen handelen bij het afsluiten van een landbouwverzekeringspolis. Het
Spaans Plan voor Landbouwverzekeringen 2007, dat goedgekeurd werd door de regering op 7
december 2006, voorziet bovendien een aparte subsidie voor de polissen die worden
afgesloten door associaties.

Op vraag van het Ministerie van Landbouw, Visserij en Voeding, legde de “Dirección
General de Seguros y Fondos de Pensiones” (directoraat-generaal voor Verzekeringen en
Pensioensfondsen) de voorwaarden vast die de landbouwassociaties (“Entidades Asociativas
Agrarias”) moeten vervullen om zich gezamenlijk te kunnen verzekeren, waarbij de productie
van alle partners dus verzekerd wordt. De vereisten voor dergelijke verzekering zijn:
deelname aan het productieproces dat uitgewerkt werd door de partners en de uitdrukkelijke
verplichting om al zijn/haar producten bij de associatie aan te bieden, waarbij hij/zij door de
associatie uitbetaald wordt.

Tevens voorziet het Spaans Plan voor Landbouwverzekeringen 2007 een bijkomende subsidie
voor de polissen die werden afgesloten door landbouwassociaties. Deze subsidie betreft een
extra steun die 5% hoger ligt dan de maximale subsidie die voor elke verzekering vastligt.

(31/01/2007)

2 VISSERIJ
2.1 Vissers kijken met argusogen naar verwikkelingen in ansjovisstrijd
Naar aanleiding van de beslissing om experimentele vangsten van ansjovis toe te staan in de
Golf van Biscaje tussen 15 april en 15 juni 2007, eisten de Cantabrische vissers een
onderhoud met Minister van Visserij, Elena Espinosa. De toelating tot experimentele vangsten
werd bij de EU Commissie gevraagd en bekomen door Spanje en Frankrijk. Dit ondanks het
feit dat wetenschappelijke verslagen aanraden om het visgebied te sluiten voor
ansjovisvangsten.

De secretaris-generaal van Maritieme Visserij bekwam eind januari een compromis met de
ansjovissector: het Spaanse landbouwministerie zou bij de EU een verzoek indienen opdat de
experimentele campagne geen commercieel karakter zou krijgen. De sector wil er zich kost
wat kost van verzekeren dat de vangsten een louter wetenschappelijk doeleinde hebben en dat
het gebruik van pelagische boten niet zal worden toegestaan.




                                                                                             58
De secretaris-generaal van Maritieme Visserij verzocht de ansjovissector om half februari
deel te nemen in de werksessies van het Wetenschappelijk en Technisch Comité van de
Visserij, een raadgevende instantie van de Europese Commissie, die de experimentele
campagne zal uitwerken.

De ansjovissector blijft argwanend ten opzichte van de kwestie.

(31/01/2007)

3 DIERZIEKTEN
3.1 Bijensterfte: is Nosema Ceranae de dader ?
Het regionale centrum voor bijenteelt van Castilla-La Mancha signaleerde als eerste, twee jaar
geleden, de aanwezigheid van een nieuwe honingbijenparasiet van Aziatische oorsprong:
Nosema ceranae. Zoals zijn “neefje”, de Nosema apis zander, die reeds lang gekend is in
Europa, nestelt dit protozoön zich in de cellen van de darmen van de honingbijen. Het is
echter onmogelijk om zonder laboratoriummateriaal de ziekte vast te stellen, terwijl er bij de
Nosema apis zander wel herkenbare sporen optreden: namelijk een diarree die zich
manifesteert als bruine uitwerpselen in de bijenkorf.

Nosema ceranae zou ook in Frankrijk geregistreerd geweest zijn, maar doordat het centrale
aandachtspunt de laatste jaren vooral lag op insecticiden die in zonnebloemen en maïs werden
aangetroffen, werden er geen middelen vrijgemaakt om de geografische spreiding en
prevalentie van de Nosema ceranae op te zoeken.

Nosemose vormt een van de vier ziektes die wettelijk geregistreerd zijn in Frankrijk als zijnde
besmettelijk voor bijen, naast acariose, Amerikaans en Europees vuilbroed. Het enige middel
om deze ziekte te bestrijden is fumagilline, maar dit product is niet langer legaal in het
gebruik bij honingbijen. De ziekte treedt hoofdzakelijk op aan het einde van de winter, vooral
bij een lange en vochtige winter, en veroorzaakt aanzienlijke schade bij honingbijen en zelfs
de dood van hele kolonies.

Het centrum voor bijenteelt van Castilla-La Mancha besmette twintig bijenkolonies in het
laboratorium met Nosema ceranae. Na drie dagen werd de duidelijke aanwezigheid van
sporen van de ziekte in de darmepitheelcellen van de honingbijen vastgesteld, en na acht
dagen waren alle geïnfecteerde kolonies gedecimeerd.

In hun rapport beschrijven de wetenschappers Mariano Higes en Martin-Hernandez Raquel
van het regionale centrum voor bijenteelt van Castilla-La Mancha en Garcia-Palencia Pilar en
Meana Aranzazu van de faculteit voor veterinaire geneeskunde van de universiteit van
Madrid, Nosema ceranae als “zeer pathogeen” voor de gewone honingbij (=de Apis
mellifera). Tevens spreken ze over een mogelijk verband tussen de massale ontvolking van
honingbijen en deze ziekte. De samenvatting van het rapport “Experimental infection of Apis
mellifera with Nosema ceranae (Microsporidia)” is beschikbaar op de site
http://www.sciencedirect.com. Het volledige artikel (in het Engels), is verkrijgbaar tegen
betaling (30 dollar).

(20/07/2007)




                                                                                            59
Bronnen : Landbouwministerie Frankrijk, MAPA (landbouwministerie Spanje), Bimagri,
Agrafil, Actuagri, El País, France Agricole Express, Agrodigital, Agrisalon, Le Figaro,
Agricultura: revista agropecuaria en andere.




                                                                                          60