TIPS en TRICS voor de GARMIN GPS76

Document Sample
TIPS en TRICS voor de GARMIN GPS76 Powered By Docstoc
					                       TIPS en TRICS voor de GARMIN GPS76
Eerst en vooral een kleine opmerkingen over deze GPS. Dit toestelletje zou je een ‘huis tuin en keuken’ GPS kunnen noemen.
Geen dure professionele GPS dus, maar wel erg geschikt voor velen op het IN. Dit toestel is in feite ontwikkeld voor het
gebruik op een boot, vandaar o.a. de leuke eigenschap dat hij kan drijven maar ook enkele exotische functies zoals de ‘man
over boord navigatie’

Dit papier geeft enkele praktische tips en de meest essentiële opties mee voor het werken met de GPS. Neem best ook even de
tijd om de handleiding te lezen en hou de eerste keer eventueel ook de quick reference guide bij de hand. Tussen haakjes
staat steeds het paginanummer in de handleiding.
                                                                                               Laatste wijziging 15 / 12 / 2004


Algemeen gebruik

De batterijen (p. 8)
Achteraan de GPS zitten 2 AA batterijen. Gewone NiCa oplaadbatterijen gaan slechts 6 uur mee, de NiMh
batterijen houden het dubbel zolang uit, maar opgepast: die moeten wel in een speciale lader opladen!

Aan/Uit en enkele basisfuncties (p. 10)
Om het toestel aan of uit te zetten duw je lang op het rode knopje.

Met de page knop blader je door de 5 verschillende schermen. Elk scherm heeft een eigen menu om instellingen
te wijzigen. De belangrijkste pages zijn de ‘information page’ en de ‘map page’.


Information page (handleiding p. 23)
Om de GPS binnen te gebruiken om bijvoorbeeld gegevens over te brengen naar een PC start je best de
simulator: menu -> start/stop simulator’. De GPS geeft nu een artificieel ontvangst weer.

Dit scherm geeft de constellatie van de satellieten weer, elke satelliet heeft een nummer ter identificatie. De
grootste cirkel is de horizon, de kleinste een hoek van 45° boven de horizon. De satellieten die de GPS ontvangt
zijn gemarkeerd (zwarte achtergrond). Rechts wordt de sterkte van elk signaal weergegeven.

Map page (handleiding p. 26)
Op deze kaart wordt je eigen positie weergegeven, de omliggende waypoints en tracks. Met de in en out knoppen
kan je in en uitzoomen. In het menu kan je instellen welke objecten wel of niet getoond moeten worden. Het is
ook mogelijk om afstanden te meten (menu – measure distance).

Tracks (p. 37)
Een track is een lijn die de afgelegde weg weergeeft. De huidige afgelegde weg is steeds de ‘active log’. Deze
‘active log’ kan je wegschrijven in het tracking menu (tweemaal menu – tracks).

Waypoints (p. 39)
Om een waypoint aan te maken druk op enter totdat het waypoint menu verschijnt. Hier kan je een aantal opties
wijzigen. Het geheugen kan maximaal 500 waypoints bevatten.




Tips en Trics voor de Garmin GPS76                                                                                          1/4
(standaard) Instellingen van de GPS.
Hieronder staat een lijstje met standaardinstellingen waarvan ik vermoed dat ze het best zijn voor de meeste
toepassingen op het instituut. Is er met de instellingen geknoeid, stel dan alles terug in zoals hieronder:

Algemene instellingen (druk tweemaal menu, dan setup)
         Genera:l normal; disabled; 15 seconds; messages only; engllish
         Time:24 Hour; Other; UTC +1 (winter) / UTC+2 (zomer)
         Units: meters; meters; metric; Celsius; numeric degrees; auto
         Location: hier zijn twee mogelijkheden: ofwel: hddd.ddddd°, WGS84, ofwel user UTM grid en user
          datum (zie verder), North reference: True
         Alarms: allemaal off
         Interface: garmin (voor normaal gebruik, voor DGPS zie verder)


Instellingen voor de ‘map page’ (druk éénmaal menu)
         General: Normal, North up, off
         Map: on, off, off
         Waypoint beide: small, auto
         Point: alles off
         Line: auto, auto, off, off
         City: onbelangrijk
         Other: on, off



Gebruik in het veld
De GPS signalen hebben erg veel last van begroeiing. Start daarom de GPS altijd op een open plaats met rondom
goed zicht zonder obstakels of begroeiing. Hou de GPS rechtop vast (voor het beste ontvangst) en hoog genoeg,
zodat jezelf niet in de weg staat voor het signaal van een satelliet achter je.

Wanneer de GPS wordt gestart zoekt hij de satellieten op en leest hij gegevens in over hun positie. ‘Acquiring’.
Na een tweetal minuten start de GPS met positiebepaling en schakelt over naar de ‘map page’. Vanaf nu is een
perfect ontvangst minder belangrijk.

De eerste posities die bepaald worden kunnen erg onnauwkeurig zijn, ook al geeft de ‘accuracy’ al snel een
goede waarde aan. Wacht best een vijftal minuten vooraleer punten in te meten. Veelal is er in het begin een
verschuiving in één enkele richting (dit geldt ook voor de hoogte). Wacht in ieder geval totdat zowel de positie
als de hoogte aanduiding min of meer constant blijft en schommelt rond een bepaald waarde. Ter controle kan je
een gekend punt in de omgeving inmeten.

Tijdens het wandelen kan de GPS ook posities bijhouden (tracking), de nauwkeurigheid is echter veel lager. Blijf
minstens één volle minuut stilstaan vooraleer een nieuw waypoint in te meten.


Accuracy
De nauwkeurigheid van de positiebepaling hangt sterk af van het aantal ontvangen satellieten, de configuratie
van die satellieten en de kwaliteit van het ontvangst. De GPS schat de nauwkeurigheid en geeft die weer in
‘accuracy’. Die waarde is echter indicatief en het is zeker niet uitgesloten dat de fout groter is dan aangegeven.
Je kan op voorhand de configuratie van de satellieten checken op deze site:
http://augur.ecacnav.com/Augur_Visibility_Selection.htm

Wacht altijd tot 3D GPS mode (vier satellieten). 2D GPS (slechts drie satellieten) geeft meestal slechts een
accuracy van 15m of meer. 2DGPS gebruikt een trukje om bij onvoldoende satellieten toch een positie te
bepalen, de nauwkeurigheid is echter beperkt.




Tips en Trics voor de Garmin GPS76                                                                                   2/4
Accuracy
4m – 7m                 De beste situatie zonder. Op een open plaats is deze precisie normaal geen probleem
8m – 15m                Onder open begroeiing is de nauwkeurigheid niet meer optimaal. Satellieten lager dan 20°
                        boven de horizon zijn veelal niet meer te ontvangen.
15m – 30m               Onder dichte begroeiing is het soms erg moeilijk positie te bepalen. Het helpt soms de GPS
                        een beetje te verplaatsen of later terug te komen wanneer de satelliet constellatie beter is.
> 30m                   De accuracy in 2D GPS mode loopt soms op tot 30m of meer. Tip: Kom terug in de winter,
                        dan zitten de bladeren minder in de weg.

Tijdens het wandelen is de positiebepaling minder nauwkeurig. Om een punt in te meten kan je best een
minuutje wachten en het ontvangst van de satellieten in het oog houden. Zijn er sterke schommelingen in de
‘accuracy’ of valt het ontvangst van enkele satellieten regelmatig uit, verplaats dan de antenne enkele
centimeters tot er beter ontvangst is.


Averaging
Averaging houdt in dat een punt verschillende keren wordt gemeten en daarna het gemiddelde ervan wordt
bijgehouden.

Maak een waypoint door langere tijd op enter te duwen. Druk nu op menu. Nu kan je de averaging starten. Elke
seconde wordt éénmaal gemeten. Hoe langer hoe beter, maar één of twee minuten is ok. Zolang de estimated
accuracy gelijk blijft of iets verbeterd heeft de middeling zin, zodra deze terug sterk stijgt is het best te stoppen,
dan is het ontvangst minder goed.

Opgelet: eens de averaging gestopt is kan die later niet meer verder gezet worden, de meting begint dan opnieuw!

Nog beter is averaging over langere termijn. De fouten die de GPS bij één meting per seconde maakt zijn
namelijk niet onafhankelijk. Door bij elk veldbezoek hetzelfde punt opnieuw in te meten en achteraf manueel
een gemiddelde te berekenen wordt de nauwkeurigheid veel hoger (eventueel outliers verwijderen).


Externe antenne
Het is mogelijk een externe antenne aan te sluiten. De antenne op zich ontvangt niet beter, maar het is wel
mogelijk om deze in de hoogte te steken tot boven de begroeiing. Met de externe antenna kan je de GPS ook
ergens anders neerleggen.


Differentieel GPS(DGPS).
De differentieel antenne (een witte paddestoel) ontvangt een signaal uit Oostende dat corrigeert voor
atmosferische storingen. Het signaal werkt tot minstens 150km van Oostende, maar is niet overal evengoed te
ontvangen en de verhoogde nauwkeurigheid is niet indrukkwekkend. DGPS is iets complexer waardoor de
verhoogde nauwkeurigheid veelal niet zal opwegen tegen de extra moeite die het vergt.

Installatie:
      De DGPS antenne heeft een aparte batterij (gaat een hele dag mee). Deze batterij moet opgeladen
          worden met een speciale lader.
      Sluit de datakabel aan de GPS (achterkant) en de seriële connecter aan het kastje van de DGPS antenne.
          En schakel de antenne aan.
      Start de GPS in DGPS mode. (tweemaal menu  setup – interface - Garmin DGPS).
      baudrate: 4800; beacon: user; frequency: 293kHz; bit rate: 200.
      SNR (signal to noise ratio): geeft de kwaliteit van het ontvangst weer (0 = onbruikbaar, 10 = OK en 30
          = perfect.).
      Distance geeft de afstand tot het DGPS baken (in Oostende) weer (dit werkt niet altijd).

Voor status zijn er vier verschillende mogelijkheden:
    No signal: de DGPS werkt, maar ontvangt geen signaal
    Receiving: De DGPS ontvangt het signaal voor de differentieel correcties
    Check Wiring: De bedrading is niet correct (bijvoorbeeld de batterij is niet aangesloten)
    Tuning: Stelt de frequentie in.


Tips en Trics voor de Garmin GPS76                                                                                   3/4
Als de DGPS correctie werkt komt er op de satelliet informatie page ‘3D DGPS reception’ en in de balkjes voor
het ontvangst een ‘D’. De accuracy wordt onmiddellijk aanzienlijk kleiner, maar ook hierbij is het nodig
minstens 1 of 2 minuten te wachten tot de locatie stabiel (positie en hoogte). Het ontvangst van de
correctiesignalen moet ook continu zijn (Hou hiervoor de SNR in de gaten, die mag niet regelmatig op 0 komen).

Hou de DGPS antenne ver van je af, minstens 1m (of armlengte). De frequentie is erg gevoelig voor storingen
door motoren, of hoogspanning en dergelijke. Indien de status ‘receiving’ weergeeft, maar SNR = 0, dan is het
signaal te zwak om de DGPS correcties uit tevoeren. Soms moet je de antenne enkele keren verplaatsen
vooraleer er goed ontvangst is. DGPS is bijna onmogelijk tijdens het wandelen, het ontvangst valt dan
regelmatig uit.


Interface met PC

Het programma ‘dnrgarmin’ (Minnesota, departement of natural resources) laat toe waypoints en tracks te
converteren naar shapefiles en vice versa. Arview of ArcGis heb je hier niet voor nodig. Het programma is
zodanig aangepast dat het correct werkt voor typisch Belgische projecties: Lambert72 en UTM31.

Installatie van het programma dnrgarmin
         De installatie files vind je op de ftp server: ftp://www.instnat.be/GPS/dnrgarmin/. Kopieer alle files naar
          een lokale temporary directory en start Garminsetup.exe (Je hebt hiervoor geen administrator toegang
          nodig).
         Het setup programma vraagt o.a. naar de locatie waar de software geïnstalleerd moet worden. Gebruik
          gewoon alle standaard instellingen.
         Kopieer nu de files epsg en esri naar c:\program files\dnrgarmin\proj\nad\ en overschrijf de
          bestaande files (Deze twee files bevatten de juiste projectieparameters, de oorspronkelijke parameters
          zijn niet correct!!).
         Verbind de datakabel met de GPS (achterkant) en aan de andere kant op de COM1 poort van de PC en
          zet de GPS aan in ‘simulator mode’.
         Controleer de landinstellingen van je computer. Dit moet zijn: Engels (Verenigd Koninkrijk), punt als
          decimaal teken en komma als lijstschijdingsteken.
         Start het programma dnrgarmin (staat in de lijst met programma’s).
         Als de verbinding lukt geeft het programma het type GPS weer staat er links onderaan connected.
         Geef eerst en vooral op welke projectie je wil gebruiken. File  Set projection. Allicht is dat gewoon
          Lambert72.

Indien geen connectie:
    Mogelijk werd de kabel niet op COM1, maar op COM2 aangesloten. Versteek de kabel of stel het programma in op
     COM2 (GPS  assign port  port 1, 2, 3,…)
    Als dit niet lukt is de kans groot dat de interface van de GPS niet goed is ingesteld. Ga naar setup (tweemaal menu
     drukken) en selecteer het tablad ‘interface’. Selecteer daar uit de lijst ‘Garmin’.


GPS  Shapefile
Klik op ‘waypoint’ en ‘download’. Alle waypoints van de GPS worden ingelezen. Klik op ‘advanced’ om de
tabel met deze waypoints te bekijken. Het is mogelijk waypoints toe te voegen, aan te passen en te verwijderen.
Klik nu op ‘File  Save to  File en kies het type ‘projected shapefile’. Voor tracks is de procedure analoog.

Shapefile  GPS
Het is mogelijk een shapefile punten of lijnenbestand naar de GPS in te lezen.

         Kies waypoint, track of route
         Voor alle zekerheid: File  Clear Table
         File  load from  arcview shapefile
         Selecteer welk veld van attribute tabel als ID kan dienen
         Klik Waypoint  Upload. De GPS biept wanneer de upload klaar is.
         De tracks worden aan de GPS toegevoegd als ‘active log’ die je nu kan wegschrijven onder een
          bepaalde naam. (zie tracks)

De interface bevat een uitgebreide en duidelijke helpfile.



Tips en Trics voor de Garmin GPS76                                                                                         4/4

				
DOCUMENT INFO