Zelfstandig leren met leerobject

Document Sample
Zelfstandig leren met leerobject Powered By Docstoc
					Zelfstandig leren met leerobjecten.

In dit project probeerden we antwoord te krijgen op de volgende vragen:

       Op welke manier kan instructie in leerobjecten vorm krijgen.

       Kunnen kinderen volledig zelfstandig leren met een leerlijn van leerobjecten.

       Hoe kun je leerobjecten zo interactief en motiverend mogelijk maken.

       Kunnen leerobjecten bestaand lesmateriaal en een deel van de interactie tussen leerlingen en
        leerkracht vervangen.

Hieronder wordt verslaglegging gedaan over:

       Fase 1            Voorbereiding

       Fase 2            Externe deskundigen
                         Leerlijnen opzetten
                         Experimenteren

       Fase 3            Praktijk toetsen
                         Leerlijnen uitbouwen
                         Experimenteren

       Fase 4            Toetsingfase
                         Vrij maken voor derden

       Fase 5            Evaluatie en verantwoordingsfase

We zochten naar bevestigingen op de volgende verwachtingen:

       ICT zal daadwerkelijk geïntegreerd worden in het basisonderwijs

       Er zal een verschuiving ontstaan van zelfstandig werken naar zelfstandig leren

       Er zullen door dit voorbeeld op meerdere vakgebieden meer leerobjecten worden ontwikkeld.

       Er zal door dit voorbeeld meer effectieve leertijd over blijven voor een begeleidende rol van de
        leerkracht.

       Overdraagbaarheid:
       Scholen die hun gebruik van de methode ter discussie stellen kunnen gebruik maken van dit soort
        leerlijnen. Scholen kunnen hierdoor niet alleen frontaal onderwijs blijven geven maar zelfstandig leren
        een kans moeten geven.

1 Gegevens project:

Titel: Zelfstandig leren met leerobjecten

Projectleider: Erik van der Saag

2 Samenwerking:

De samenwerking zoals beschreven in vraag 5 van het plan is ongewijzigd gebleven. We hebben onze
deskundigheid wat betreft ELO en Scormnorm niet bij Inge Molenaar maar bij Alex Klijn van Kennisnet
verkregen. Zie bijlage: presentatie Nadira Saab.

3 Doel van het project:

Het doel zoals omschreven bij vraag 3 van het projectplan is bereikt.
We hebben ons op de volgende activiteiten gericht:
        Vraag: Kunnen leerlingen met leerobjecten zelfstandig leren.
        Kennis opdoen over het maken van leerobjecten
        Binnen eigen ontwikkelde software leerobjecten gemaakt. Leerlijnen Breuken en
         Woordenschatuitbreiding.
4 Doelgroep:

We hebben ons gericht op:          Breuken leerlijn groep 6
                                   Woordenschatuitbreiding leerlijn vanaf groep 2

Met de ontwikkelde kennis zijn er middels gebruik van een zelf ontwikkeld softwarepakket leerlijnen gemaakt
voor breuken en woordenschatuitbreiding.
Na experimenteren zijn er voor beide leerlijnen testen afgenomen bij twee groepen leerlingen; een testgroep
die zonder deze digitale leerlijnen zich de stof heeft eigen gemaakt, de andere testgroep heeft dezelfde stof via
Startblok aangeboden gekregen.
Deze twee groepen zijn tijdens hun werk geobserveerd. Er is een enquête afgenomen. (uitslag zie bijlage)
Voorts hebben wij bij de woordenschatuitbreiding leerlijn een interview met een leerling afgenomen.
Uit al deze onderzoeksmomenten kunnen wij concluderen dat wij de beoogde doelgroep hebben bereikt.
We hebben via de ontwikkelde leerlijnen kennis overgedragen. Het programma is voor iedereen toegankelijk via
internet http://startblok.tabijn.nl. En elk leerobject krijgt een scorm-pakket mee.

5 Realisatie:

Product:                                                      Start                     Realisatie
Fase 1           Kennisontwikkeling over het onderwerp        mei 2006
                 Experts benaderd
                 Onderzoek naar software waarbinnen de
                 leerobjecten kunnen worden gemaakt.
Fase 2           Ontwikkelingen met IJsfontein n.a.v.
                 Onderzoek met Mediator
                 Testfase van Starblok
                 Proeftuin woordenschat
                 Proeftuin breuken
Fase 3           Uitbouwen van de leerobjecten
Fase 4           Testen en beschikbaar maken van de
                 Leerobjecten
Fase 5           Conclusies en antwoorden op                                            mei 2007
                 Onderzoeksvragen.

6 Concrete resultaten:

Antwoorden op de volgende verwachtingen:

ICT zal daadwerkelijk geïntegreerd worden in het basisonderwijs.

Het maken van een leerobject heeft effect op het doen en laten van de leerkracht.
Onderdelen van de leerstof kunnen door de computer worden overgenomen wanneer de leerkracht het
vertrouwen heeft dat die leerstof ook op adequate manier wordt aangeboden, verwerkt en getoetst. Omdat de
leerobjecten door de leerkracht zelf en/of door collega’s wordt gemaakt, zal dat vertrouwen er zijn. Het loslaten
van de vertrouwde methodeomgeving naar het geïntegreerd gebruik van deze leerobjecten zal hierdoor
soepeler verlopen

Er zal een verschuiving ontstaan van zelfstandig werken naar zelfstandig leren.

Doordat de leerobjecten de cyclus: voorbewerken, semantiseren, consolideren, toets, herhalen en verrijken,
doorloopt, kan een leerling zichzelf de stof eigen maken.

Er zullen door dit voorbeeld op meerdere vakgebieden meer leerobjecten worden ontwikkeld.
Als leerkrachten ontdekken dat deze leerobjecten of reeds bestaande leerobjecten (gevonden op internet dan
wel in andere software) leermomenten kunnen overnemen waardoor tijd vrijkomt om aandacht te besteden aan
bv de zorg, dan is het onze verwachting dat het gebruik van deze leerobjecten zal toenemen.

Er zal door dit voorbeeld meer effectieve leertijd overblijven voor een begeleidende rol van de leerkracht.
In de tijd dat de leerlingen de beoogde stof via de computer verwerken, zal de leerkracht meer tijd hebben voor
observatie en zorgbegeleiding.

7 Verspreiden van kennis en eventuele producten:

De verkregen kennis zal via de site van Kennisrotonde worden gedeeld met geïnteresseerden.
Het product Startblok waarbinnen leerobjecten kunnen worden gemaakt zal volledig via het internet
beschikbaar zijn. D.w.z. dat geldt voor alle reeds gemaakte lessen. Het onderdeel “zelf maken van
leerobjecten” zal beschikbaar worden wanneer de reeds gemaakte lessen beschermd worden tegen
overschrijving.
8 Duurzaamheid:

Zoals boven omschreven zal het product op internet beschikbaar blijven. In overleg zal ons ontwikkelde product
gehost worden bij Tabijn. Tabijn zal bekijken of de beveiliging van reeds gemaakte lessen gerealiseerd kan
worden. Hierna kunnen meerdere gebruikers ook zelf lessen toevoegen aan het bestand.

9 Financiële verantwoording:

10 Ondertekening:
Test, observatie, enquête en conclusies naar aanleiding van gemaakt leerlijn breuken voor groep 6.

Verslag van de activiteit.
Om antwoord op onze vraag” kan via een leerobject de leerling zonder inmenging van de leerkracht zichzelf
leerstof eigen maken?” te krijgen, hebben we de testleerlingen in twee groepen verdeeld.
Een groep (groep 1) werd de stof via de traditionele manier aangeboden. Aanbieden, verwerken en toetsen.
De andere groep (groep 2)kreeg de stof aangeboden via het leerobject gemaakt in Startblok.

Beide groepen werden tijdens het werk geobserveerd:
Groep 1 kreeg via mondelinge instructie de stof aangeboden, ging vervolgens over tot de schriftelijke
verwerking en maakte aan het einde een toets. Het geheel werd begeleid door de leerkracht.
Groep 2 ging aan de slag met Startblok. Zonder inmenging van de leerkracht werd het gehele leerobject
doorlopen. (voorbewerken, semantiseren, consolideren, toetsen, automatisch over naar herhalen en verrijken)
Beide groepen maakten aan het einde van dit leerstofonderdeel dezelfde toets (papieren en/of digitale versie).

Observatie groep 1:
Het vertrouwde beeld was te zien. Er was verschil in geïnteresseerdheid, tempo, netheid, geconcentreerdheid.
Bij de schriftelijke verwerking van de toets ook het vertrouwde beeld. Na afloop mochten de kinderen, om het
tempoverschil op te vangen, iets voor zichzelf doen.
Het resultaat was voldoende. De leerkracht was bij het gehele proces aanwezig. Op papier kon naderhand de
gemaakte toets nog worden bekeken. Dat wordt altijd als prettig ervaren.

Observatie van groep 2:
De kinderen gingen spontaan aan de slag. Dubbelklik op de klaarstaande les was de enige instructie bij dit
leerobject. Al snel werd duidelijk dat het verschil in tempo keurig werd opgevangen door het object. Het geheel
was zeer uitdagend en niet op de laatste plaats omdat de stem van de leerkracht te horen was in de digitale
instructie. (Voordeel van zelf maken) Het programma sprak voor zich. Enkele gebruikershandelingen moesten
omdat dit de eerste keer was even toegelicht worden. Later waren die handelingen vanzelfsprekend.

Observatie en conclusie m.b.t. het leerobject breuken:
       Digitale verwerking kan zoals reeds gezegd het verschil in tempo opvangen.
       In het object wordt er schriftelijk en tegelijkertijd ook auditieve uitleg en instructie gegeven. Voor de
        “betere”leerlingen is dat soms langdradig. Het programma moet aangepast worden zodat het mogelijk
        wordt om het audiogedeelte per onderdeel over te slaan.
       Bij het maken van de toets bleek dat sommige leerlingen wat moeite hadden bij het slepen van de
        antwoorden naar de juiste plek. De makers van de leerobjecten moeten daarmee rekening houden bij
        het opzetten van een object.
       De manier van aanpak was voor alle leerlingen heel uitdagend. Leuke stijl en de stem van de
        leerkracht. Tijdens het maken van de objecten leerden de kinderen zichzelf het objectgebruik. De
        volgende keer zal dat geen enkele probleem zijn.
       Omdat deze leerlijn door leerkrachten is gemaakt, is de inhoud op maat gesneden.
       Door Startblok is de mogelijkheid om modulair diepgaand te werken aanwezig.
       Opdrachten moeten nog duidelijker worden aangegeven. Alhoewel leerlingen zich heel snel aanpassen
        en direct op onderzoek uitgaan als iets niet helemaal duidelijk is.
       De toets wordt (nog) niet geregistreerd. (Binnen het budget was dat nog niet te realiseren. Het zal
        voor de toekomst van dit soort leerobjecten noodzakelijk zijn)
       De instructie zal didactisch erg strak moeten zijn. Bij mondelinge instructie kunnen altijd herstel
        momenten worden ingebouwd.

Wat vonden de kinderen van groep 2 van hun leerobject?
Enkele opmerkingen:
Het was best leerzaam. Als ik iets niet snapte dan kon ik de uitleg nog een keer horen. Ik weet niet hoe ik de
toets heb gemaakt: ik mocht wel nog wat leuke spelletjes doen met breuken. Op de computer is het leuker
omdat je alles goed kan zien en er ook leuke geluidjes en stemmetjes bij zitten. Met zulke goede uitleg begreep
ik het meteen. Het praten duurde soms wat lang. Wat was het kort. De toets op de computer is leuker omdat je
alles heel goed kunt horen en je het nog een keer kunt laten horen. Leuk al die figuurtjes. Ik weet niet of ik iets
moest herhalen. Op de computer hoef je niet alles op te schrijven en je kunt allemaal dingetjes doen.
Verslag van de uitgevoerde leerlijn Woordenschat-winter.

Verslag van de activiteit.
Om antwoord op onze vraag” kan via een leerobject de leerling zonder inmenging van de leerkracht zichzelf
leerstof eigen maken?” te krijgen, hebben we de testleerlingen in twee groepen verdeeld.
Een groep (groep 1) werd de stof via de traditionele manier aangeboden. Aanbieden, verwerken en toetsen.
De andere groep (groep 2) kreeg de stof aangeboden via het leerobject gemaakt in Startblok.

We hebben de les op de computer door verschillende kinderen laten uitproberen; een nog net niet jongste
kleuter, twee jongste taalzwakke kleuters, een jongste kleuter, een oudste taalzwakke kleuter, twee NT2-ers uit
groep 3.

Observatie groep 1:
Het vertrouwde beeld was te zien. Er was verschil te zien in geïnteresseerdheid, tempo, netheid,
geconcentreerdheid.
Bij de schriftelijke verwerking van de toets ook het vertrouwde beeld.
Je merkte dat de kinderen snel afgeleid werden door de geluiden uit de omgeving. Bovendien vonden ze het
moeilijk om meerdere dingen te onthouden. Bijvoorbeeld: “zet een geel kruisje bij rollen en een blauw kruisje
bij skiën” voordat de kinderen een potlood hadden gevonden met de goede kleur en een goede punt waren ze
de opdracht weer vergeten. Soms zochten ze het antwoord ook bij de verkeerde rij; de leerkracht moest ze
duidelijk aanwijzen in welke rij ze moesten zoeken.
De leerkracht was bij het gehele proces aanwezig. Op papier kon naderhand de gemaakte toets nog worden
bekeken. Dat werd als prettig ervaren.

Observatie van groep 2:
De kinderen gingen spontaan aan de slag. Dubbelklik op de klaarstaande les was de enige instructie bij dit
leerobject.
We liepen hier bij de twee jongste taalzwakke kleuters tegen twee problemen op. Het ene jongste kind was nog
totaal niet muisvaardig, en beide kinderen waren nog niet zelfstandig genoeg voor het programma. Ze vroegen
continue om bevestiging bij de leerkracht i.p.v. dit uit de computer te halen.
Bij de nog net niet jongste kleuter en de andere jongste kleuter was dit echter geen probleem. Zij waren al
gewend om op de computer te werken en gingen dus moeiteloos aan het werk.
Al snel werd duidelijk dat het verschil in tempo keurig werd opgevangen door het object. Het geheel was zeer
uitdagend en niet op de laatste plaats omdat de stem van de leerkracht te horen was in de digitale instructie.
(Voordeel van zelf maken) Het programma sprak voor zich. Enkele gebruikershandelingen moesten omdat dit
de eerste keer was even toegelicht worden. Later waren die handelingen vanzelfsprekend.
Het was leuk om te zien dat de kinderen uiteindelijk zelf de knop “opnieuw” gebruikten als ze de opdracht nog
eens wilden horen. Er was zelfs een kind die hierna een gemaakte fout herstelde waardoor de fout toch goed
werd gerekend.

Observatie en conclusie m.b.t. het leerobject Woordenschat-winter

       Digitale verwerking kan zoals reeds gezegd het verschil in tempo opvangen.
       De kinderen moeten wel gewend zijn met de computer te werken en dus ook muisvaardig zijn voor ze
        met Startblok kunnen werken.
       Voor jonge kinderen moet de les niet te lang duren; de spanningsboog is maar kort.
       De kinderen zijn erg enthousiast.
       Tijdens het maken van de objecten leerden de kinderen zichzelf het gebruik goed aan. De volgende
        keer zal het gebruik geen enkel probleem meer opleveren.
       De kinderen zijn geconcentreerder achter de computer dan bij de traditionele mondelinge les.
       Na het doorlopen van het leerobject is de woordenschat daadwerkelijk uitgebreid.
       Het meest enthousiast waren de kinderen over de nieuwe, uitdagende onderdelen in het leerobject.
       De toets wordt (nog) niet geregistreerd. (Binnen het budget was dat nog niet te realiseren. Het zal
        voor de toekomst van dit soort leer objecten noodzakelijk zijn)
       De makers moeten wel didactisch vaardig zijn wil het effect van een leerobject optimaal zijn.
       Aan Startblok moet, denken we, een database met illustraties, geluiden en kant en klare teksten
        worden toegevoegd; zodat de tijd om een leerobject te maken aanzienlijk wordt gereduceerd.

Wat vonden de kinderen van groep 2 van hun leerobject?
Voor jonge kinderen is het toch moeilijk om een echte mening te vormen; desondanks hier toch
enkele opmerkingen:
Ik vond alles leuk. De computer is leuker omdat je daar allemaal spelletjes mag doen en geen kruisjes hoeft te
zette. Op papier is leuker omdat het korter is en je kan kleuren. Ik weet het niet meer. Ik heb geleerd dat ijs
smelt door de zon. Ik had alles goed(?). Ik vond het niet zo leuk dat het geluid soms zachter en soms harder
was. Het duurde lang.