Docstoc

SQ

Document Sample
SQ Powered By Docstoc
					De politicus privé
Alles over zijn misstappen en schimmigheden

door Jeroen Siebelink

‘Onthullend privé! Onmatig gedrag van anders zo maathoudende
politicus!’ Niet dus. We zien de politicus bijna nooit vreten, vrijen,
vechten. Wel veel vriendelijk & vredig zijn. Vijf redenen waarom de pers
de duistere zijde van zijn privéleven nog steeds ontziet. Plus vijf
redenen waarom dat spoedig afgelopen is.

Zo is het: de trouwjurk van mevrouw Barbara Bos is wit. En Gerrit Zalm houdt
van flipperkasten, vooral die van Indiana Jones vanwege het unieke
minispeelveldje bovenin - waarin de bal zo lekker kan tilten. En Jan-Peter
Balkenende heeft keurig nette ouders.
Daar kon je het mee doen, als geïnteresseerde kiezer, deze winter. Je verlangde
misschien terug naar verhalen als die over Fortuyn‟s voorliefde voor
Marokkaanse pielemuisjes, of Melkert‟s gewillig smeken om billenkoek. Maar dat
was tevergeefs. De politicus denkt anno 2003: laat ik me, in tegenstelling tot de
loser Ad Melkert, maar niet teveel positioneren als knusse huiselijke
multicultureel kokende voetballiefhebber. Gaat de pers ook niet zo wroeten in
mijn andere, meer schimmige heimelijkheden - teneinde dat wazige droombeeld
dat marketeers voor mij bedachten, wat realistischer te maken.
In het exhibitionistische „Model Fortuyn‟ ziet de politicus helemaal niets. Dat leidt
maar tot Amerikanisering en personalisering van de politiek.
Weg van de inhoud.
Zijn vriend, de parlementair journalist, is het er roerend mee eens. Een politicus
heeft ook recht op privacy! Wat de roddelbladen voor schunnigs schrijven,
moeten zij weten. Maar wij van de serieuze pers houden ons daar niet mee
bezig. Daarmee uit.
Of hij zo de burger misschien zijn recht onthoudt op eerlijke informatie over de
politicus aan wie hij zijn stem overweegt te geven? Of hij zo de vrijheid van
nieuwsgaring misschien ondergeschikt maakt aan het beschermen van het
belang van zijn dagelijkse informatiebron?
“Ik wil wel bewezen zien dat de pers de privé-belangen van een politicus
afschermt”, daagt Jos Klaassen, ombudsman van de Volkskrant uit. Volkskrant
hoofdredacteur Pieter Broertjes wil niet reageren op de gewetensvragen. Evenals
die van NRC Handelsblad, Algemeen Dagblad, Trouw, De Telegraaf, Het Parool.
“Ik kan me geen goede reden voorstellen waarom journalisten de ogen zouden
sluiten voor de gesuggereerde belangenverstrengeling en niet zouden overgaan
tot onthulling van de feiten. Jouw stelling vraagt om goede journalistieke
research of zij wel waar is.” De Volkskrant zelf is dat duidelijk niet van plan.
Dan moet het maar. Wat is dat toch met de pers?

WAAROM WIJ DE POLITICUS PRIVE ZO SLECHT KENNEN

1. De pers is bang
“Ik wil niet meewerken aan wat dan ook over het privéleven van politici!” Wouke
van Scherrenburg, de parlementaire pitbull van Nieuwspoort, weigert zonder
verdere toelichting. Dat we niet uit zijn op spannende primeurtjes, alleen op een
gesprek over haar eventuele principes, overreedt haar niet. Het privédomein is
ook voor de minst schuwe journaliste van Nederland no go area.
Wat heeft de journalist te vrezen van de politicus?
Van de Belgische premier Guy Verhofstadt is bekend dat hij schrijvers van
onwelgevallige stukjes voor straf uitsluit van zijn perscommuniqués, als hij hun
hoofdredacteuren niet kan overtuigen ze te ontslaan. In Nederland is het
machtsvertoon van de politicus subtieler. Journalist Jean-Pierre Geelen draaide in
het voorjaar van 1998 enkele maanden mee op het Binnenhof en tekende zijn
ervaringen op in het boek „Het Haagse Huwelijk – Hoe pers en politiek tot elkaar
veroordeeld zijn‟.
Geelen zag tijdens de wekelijkse vragenuurtjes bij Wim Kok hoe de minister-
president journalisten uit zijn hand liet eten. Hooghartig wimpelde hij vragen af,
trommelde ongeduldig met de vingers, zuchtte, maakte grappen ten koste van
kritische vragenstellers. Zij die de euvele moed hadden door te vragen, werden
onthaald op bestraffende blikken van collega‟s: zeur niet zo, die man heeft het al
druk genoeg.
Als het al zo eng is een vraag over beleid te stellen, is het informeren naar de
situatie thuis dan ver weg?
“Politici hebben buitengewoon weinig respect voor journalisten”, zegt Guikje
Roethof, hoofdredacteur van PM Den Haag. Roethof was ooit parlementariër voor
D66. “Politici voelen veel minachting voor journalisten. Ze werken hard aan
wetgeving en beleid en verwerken enorm veel informatie terwijl de weinig
gespecialiseerde journalisten altijd op een informatieachterstand staan en liever
naar „het algemene plaatje‟ kijken. De pers heeft natuurlijk ook een bepaalde
macht, maar opent zeker niet de jacht op privénieuws. Dat zou de achterdocht
van politici alleen maar vergroten.”
Een verstandshuwelijk, concludeerde outsider Jean-Pierre Geelen destijds. Met
weinig wederzijds respect, laat staan liefde. Mogen ze elkaar helemaal niet?
Journalist Gert Hage werkt nog niet lang op het Binnenhof. “Mij valt tot nu toe
juist de amicale dikheid tussen beide op. Na het zomerreces zag ik hoe Toof
Brader, een redacteur van het ANP, Annemarie Jorritsma ontwaarde in de
wandelgang. Meid wat zie jij er goed uit! Ben je soms afgevallen? Hij zat bijna bij
haar op schoot. Zie je het voor je, de ouwe hippie Brader met zijn
paardenstaartje? Toen besefte ik: sympathie voor elkaar is niet te voorkomen.
Ze zien elkaar bijna dagelijks, ze willen elkaar in de ogen blijven kijken. Toch
komen journalisten met zulke warme banden vroeg of laat in een
gewetensconflict. Dat kan niet anders.”
Oprechte sympathie, of angst er niet meer bij te horen? “Er scharrelen 220
parlementair journalisten rond op het Binnenhof”, zegt
communicatiewetenschapper Mark Deuze, die kort geleden promoveerde op
onderzoek naar het gedrag en de principes van de journalist. “Voor hun nieuws
zijn ze aangewezen op 150 Tweede Kamerleden. Beide groepen zouden
afhankelijk van elkaar zijn, zeggen ze altijd. De een misschien iets meer van de
ander.”

De journalist beseft trillend: geen bron, geen stukje.
De politicus en zijn mediastrateeg lachen: journalisten zat.
Melkert‟s seksuele voorkeur voor sadomasochisme was al jaren gerucht in de
Haagse Wandelgang. Niemand píekerde erover het op te schrijven. Weekend, dat
in Den Haag niets te verliezen had, schreef het vorig jaar doodleuk op. Geen
krant nam het over. Jean-Pierre Geelen, tevens mediaredacteur voor de
Volkskrant, was die weken toevallig net bezig met een artikel over de verharding
onder de roddelbladen. “Ik noemde het geval Melkert zijdelings in mijn stuk. Ik
vroeg een voorlichtster van PvdA om een reactie, zij verkrampte. Een half uur
later stampte hier de chef van de parlementaire redactie van de Volkskrant
woedend binnen: Hoe ik het in mijn hoofd haalde! Zij waren hier al weken mee
bezig! Hij was net gebeld. Gewoon bang voor repercussies.”

Een stilzwijgend verbond tussen politicus en journalist. Is dat nou echt zo? “Als
je journalisten vraagt waarom ze nooit privénieuws brengen, zeggen ze steevast:
„Dat doen we nu eenmaal niet‟”, herinnert Deuze zich uit zijn onderzoek. “Dat
noem ik een stilzwijgend verbond.”

En leidt dat verbond nou tot verzwijging van veel persoonlijke misstanden en
misstappen? “In de maanden dat ik op het Binnenhof rondwandelde, vroeg ik het
me vaak af”, zegt Geelen. “Al die coterietjes. Ik zag journalisten met
persvoorlichtsters en dacht: hoe gaat dat zaterdagochtend thuis, als de postbode
een pak paperassen van de partij aflevert? Er bestaan bekende voorbeelden:
Jeltje van Nieuwenhoven was jarenlang getrouwd met een Volkskrantjournalist.
Is nooit een probleem geweest. Jaap van der Ploeg, de voorlichter van de
Rijksvoorlichtingsdienst is enkele jaren geleden getrouwd met de chef van het
Radio 1 Journaal. In een interview vertelden ze dat ze onderling heel duidelijke
afspraken hadden gemaakt. Maar ik denk: zij móet als eerste van hem over
Máxima hebben gehoord. Wat deed ze ermee? Enerzijds het onafhankelijke
journalistje uithangen en anderzijds dik zijn met jouw „tegenpartij‟ – daar lijdt
uiteindelijk de kwaliteit van de nieuwsvoorziening onder.”
Eén partij profiteert van de wederzijdse houtgreep in Den Haag: het roddelblad.
“Onderling hebben parlementair journalisten dan wel de „code‟ dat ze niet lullen
over de Haagse matras”, zegt Evert Santegoeds, hoofdredacteur van Privé. “Toch
zitten ze vol met die sappige verhalen. Dus als ze er zelf niks mee kunnen,
reiken ze het ons aan. Eén keer per maand krijgen we wel iets bruikbaars
doorgebeld. De PvdA wilde het huwelijk van Wouter Bos buiten de pers houden,
maar iemand tipte ons de trouwlocatie. Konden wij er een fotograaf heen
sturen.”

2. De pers is ouderwets
De zuinige berichtgeving over het privéleven van de politicus heeft volgens Frans
Verhagen, hoofdredacteur van tijdschrift Amerika, veel te maken met ons
ouderwetse kiessysteem. “Nederland is zeer ondemocratisch. Eigenlijk valt hier
niets te kiezen. Je hebt de keuze uit vele grijze muizen op een vooraf
samengestelde lijst. Die lijst wordt aangevoerd door een lijsttrekker waarvan we
alleen de zonnige zijde te zien krijgen.”
In het districtenstelsel van Amerika voert elke politicus – niet alleen de
presidentskandidaat - campagne voor zichzelf. Verhagen: “Hij heeft één logisch
doel: vertrouwen winnen. Hij bouwt aan een reputatie van betrouwbaarheid en
integriteit. Alles trekt hij daarbij uit de kast. Hij zet zijn privé- en familieleven vol
in. Hij accepteert dan ook dat de media frank en vrij speuren naar dingen die het
nagestreefde beeld wat realistischer maken. Hoort bij het spel. De Nederlandse
politicus vindt „dat gedoe rond de poppetjes‟ maar banaal. Hij heeft het liever
over procenten en coalities. De journalist kakelt dat blind na.”
Verhagen heeft een punt, vindt Mark Deuze. “De Nederlandse parlementair
journalist legt zich er erg gemakkelijk bij neer dat het weinig zin heeft op de
persoon te spelen.” Wat hij vreemd vindt, want Deuze leerde de journalist
kennen als een buitengewoon ambitieuze professional. Hij typeert hem als een
wat moeizame combinatie van de typische Duitse missionaris (die een
hoogstpersoonlijke visie wil uitdragen) en de Britse bloedhond (die uitsluitend op
jacht is naar de scoop). Hij wil jagen, informeren, opiniëren, kritiseren én
preken. Hij wil het laatste nieuws brengen én dit meteen ook interpreteren. Hij is
ook bereid politici veelvuldig lastig gevallen. Politieke of economische informatie
wordt zonder toestemming gebruikt.
“Maar hij is voor één ding zeer huiverig: de persoonlijke levenssfeer schenden”,
zag Deuze. “Daar voelt hij zich ongemakkelijk bij. Zijn collega‟s van de
roddelbladen zitten veel losser in hun vel. Die gebruiken alles wat ze
tegenkomen, associëren vrij. Voor hen bestaat de grens tussen publiek en
privaat domein niet. Ze worden dan ook niet uitgenodigd op de borrel bij
Balkenende, dus ze hebben niets te verliezen.”
Parlementaire redacties zouden een roddeljournalist in dienst moeten nemen,
vindt Deuze. Daar zouden ze veel nieuwe dingen van leren. “Niet hoe je in de
bosjes moet staan bij het Catshuis. Ook niet hoe je een citaat uit de context rukt
en hoe je anonieme bronnen uit je duim zuigt. Wel om bijvoorbeeld te
constateren dat de gossipmethoden eigenlijk niet zo verschillend zijn van die van
„nette‟ journalistiek. Voor beide is een feit een feit zodra het kan worden
toegeschreven aan een bron die beweert dat het een feit is. Beide hanteren
veelvuldig anonieme bronnen.”

3. De pers is burgerlijk
“Over het privéleven van politici zeg ik niets. Ranzig onderwerp.” Parlementair
commentator en mediatrainer Ton Elias weigert zijn medewerking.
Is ranzig erg? “Onze berichtgeving mag niet indruisen tegen het maatschappelijk
betamelijke”, luidt het principe van Jos Klaassen, ombudsman van de Volkskrant.
Zijn collega van het Algemeen Dagblad, W.H.K. Ammerlaan, vindt echter dat
politici die er alles voor doen om in beeld te komen, niet moeten zeuren over hun
privacy. “Wil je knuffeldier van het volk zijn, piep dan niet als de camera's ook
eens een kijkje in jouw privébestaan nemen. Toch respecteren wij zo veel
mogelijk de privacy van mensen, als men daar uitdrukkelijk om vraagt.
Natuurlijk, als Balkenende scheidt van zijn Bianca, staat dat morgen bij ons in de
krant.”
Maar, pak hem beet, de escapade van Ad Melkert met de vrouw van Wim Meijer,
het blauwe oog dat hem dit opleverde, evenals zijn scharrel met
fractiemedewerkster Gerdie Verbeet – waarom is dat geen nieuws? Of hoe
staatssecretaris Willem Vermeend zijn woordvoerster op de motorkap van zijn
auto nam, en hoe de volgende ochtend een medewerker van de parkeergarage
de band van de bewakingscamera‟s naar toenmalig minister Zalm bracht die
vervolgens Vermeend gniffelend op zijn hart drukte voortaan wat voorzichtiger te
zijn?
Dat is dus te ranzig?
“Het nieuws moet politiek relevant zijn”, luidt de ethische grens van De
Volkskrant. Ranzig nieuws is dus alleen „politiek relevant‟ als het indruist tegen
het bestaande beeld van een politicus. Relevant is: als juíst de handen van
sociaal-democraat Bos in de gemeenschapskas worden aangetroffen. Relevant is:
als juíst die van familyman Balkenende worden aangetroffen in het bloesje van
collega Maria van der Hoeven. Níet relevant is: de toenmalige escapades van
Ruud Lubbers, De Stier van Kralingen, met onder meer journaliste Maria
Henneman, griffier Carla Pauw en zakenvrouw Sylvia Toth. Redenering: Lubbers
heeft zich nooit sterk gemaakt voor de hoeksteen van de samenleving, dus laat
hem toch. En dan mag Ria Lubbers ook, met fotograaf Vincent Mentzel.
De orgieën in Kralingen waren geen nieuws, behalve voor de bladen.
Maar zelfs die bladen lieten deze winter het hardnekkige hoofdstedelijke gerucht
over Job Cohen liggen. Hij zou, met instemming van zijn invalide vrouw, een
verhouding hebben met Judith Belinfante, voormalig directeur van het Joods
Historisch Museum. Doet het ertoe?
“Als het er níet toe doet, waarom dan verzwijgen?”, blijft Frans Verhagen zich
verwonderen.
“Omdat iedereen recht heeft op privacy. Ook politici. Het is een oerrecht”, vindt
Gert Hage. “Trouwens, dat Cohen voor zijn invalide vrouw zorgt, wil niet zeggen
dat hij niet af en toe buiten de deur mag kijken. Niet politiek relevant dus.”
En dat de niet als briljant bekend staande Verbeet juist ten tijde van haar
verhouding met Melkert op een verkiesbare plek op de lijst van de PvdA kwam te
staan – ook geen nieuws?
“Burgerlijke schroom”, daar houdt Verhagen het op. “Betutteling van de
Nederlandse lezer die zo veel nieuws wordt onthouden. Ergens wordt een grens
getrokken. Ik zeg: er is geen grens.”
“Deze discussie woedt dus al jaren in Nederland”, zegt Mark Deuze. “Wat kan
wel, wat niet. De serieuze Amerikaanse journalist ziet geen enkel probleem in
een goed stuk over het seksleven van een politicus. Dat ziet hij niet als wroeten
in modder. Hij vindt het gewoon objectieve verslaggeving. Lang geleden had in
Amerika al de Penny Press: die voorzag louter in privéinformatie over
gezagsdragers.”
Deuze vindt dat „nette‟ journalisten wat betreft ethiek wel wat kunnen leren van
de roddeljournalisten. “Op de redacties van de dagbladen staan kasten vol
handboeken over ethiek. Maar de redacteuren van Privé voeren onderling
dagelijks de discussie over wat betamelijk is en wat niet.”
Moeten we het dan van de roddelbladen hebben? Welke nieuws is voor Privé te
ranzig? Evert Santegoeds: “In tegenstelling tot Weekend deden wij in Privé niets
met de SM-kelder van Melkert. Was heftig nieuws hoor, wat richt je ermee aan?
Daarbij komt, Melkert had zich in het openbaar nooit uitgesproken tegen dat
soort seks. Als het Kars Veling van de Christenunie betrof, was het wel relevant
geweest.”
Daar gaan we weer: morele journalistieke kaders gekoppeld aan partijpolitieke
posities. Iemand van CDA haalt pas het roddelnieuws als hij iets strijdigs met
familiewaarden doet. Iemand van PvdA als hij iets onverenigbaars doet met
„gemeenschap‟ of „rechtvaardigheid‟. Communicatiewetenschapster Liesbet van
Zoonen onderzocht deze heldere, maar ietwat simpel aandoende moraal van de
bladen. Ze zag één gevaar: “De transformatie van personen van vlees en bloed
tot morele ikonen van deugd en ondeugd. Net als in Engeland worden politici als
ééndimensionale slechteriken afgebeeld. Meestal zijn privélevens ingewikkelder,
maar complicaties passen niet in de schematische opposities van de roddelpers.
Het tragische en ongetwijfeld gecompliceerde drama van de voormalig
staatssecretaris Robin Linschoten, die zijn ongeneeslijk zieke vrouw verliet voor
een ander, veroorzaakte zoveel morele verontwaardiging in de bladen en onder
de lezers dat enig inzicht in of begrip voor de situatie onmogelijk werd.”
“De bladen hanteren misschien nog burgerlijker criteria dan de kranten”, zegt
Deuze. “Maar voor de lezers van de bladen is dat geen probleem, die verwachten
niet anders. Die lezen door de burgerlijkheid heen.”

4. De pers is hypocriet
De vrouw van Marnix van Rij – in 1999 nog voorzitter van het CDA - was lesbisch
geworden. Om er zeker van te zijn dat het netjes in de krant kwam en niet
verknipt in een roddelblad, organiseerde zijn voorlichter een persconferentie om
journalisten in te lichten. Deze luisterden beleefd en schreven het niet op. Hoort
niet in de krant thuis, vonden ze. Later verbeten ze zich, terwijl de bladen er
alsnog mee aan de haal gingen.
Het huwelijk van Neelie en Bram ging kapot, en alle parlementair redacteuren
verstopten zich onder hun bureau. “Maar dit heeft De Volkskrant uiteindelijk toch
wel opgeschreven”, zegt Jean-Pierre Geelen. “Er was een legitieme reden: kort
daarvoor had het duo veelvuldig in allerlei interviews verteld hoe goed hun
huwelijk wel niet was. Daarom mochten we, vonden we.”
“Nee, dan NRC Handelsblad”, vervolgt Geelen. “Daar negeerden ze het nieuws,
maar ze lieten wel op de achterpagina Frits Abrahams in zijn column andere
kranten te kijk zetten hoe klef die wel niet omgingen met het nieuws van Neelie
en Bram. Hij zette, tussen de regels door, vraagtekens bij het niveau van het
stukje in Volkskrant. Maar ondertussen had hij toch maar mooi het nieuwsfeit
vermeld. Dat noem ik hypocriet.”
Cultuurhistoricus en voormalig verslaggever Robert Darnton schreef eens dat
journalisten eigenlijk alleen maar geïnteresseerd zijn in de erkenning door
vakgenoten. Mark Deuze berekende dat dit trekje in Nederland het meeste
voorkomt. “Hebben in de andere landen journalisten ongeveer evenveel contact
met collega‟s als met lezers, in ons land krijgt 64 procent geregeld feedback van
zijn vakgenoten. Slechts 34 procent heeft wel eens een lezer, luisteraar of kijker
aan de telefoon. De angst door collega‟s verstoten te worden is groot.”
Mark Deuze herkent dat. “Onmiddellijk als een als serieus bekend staande
journalist zich in het verraderlijke fluistercircuit rond het Binnenhof begeeft en
geruchten op goed geluk in zijn stukken gebruikt, wordt hij neergehaald. Dan is
het prijsschieten.” Merkte ook Stan de Jong, verslaggever van HP/De Tijd. Voor
zijn portret van toenmalig Tweede Kamerlid Marjet van Zuijlen sprak hij met vele
bronnen rond het Binnenhof, die hem bevestigden dat Van Zuijlen een relatie
heeft met Rikkie „Pik‟ van der Ploeg en hem tevens influisterden dat zij zich
daarnaast „ook niet onbetuigd laat op de Haagse matras‟.
De Jong mocht niemand citeren, schreef het toch op. Een kort geding volgde
omdat De Jong geen namen kon noemen, daarna een rectificatie. Daarmee was
hij aangeschoten wild. Onder meer Parool, Opzij, De Journalist en Carp nagelden
hem aan de schandpaal. En zijn bronnen op het Binnenhof droogden op. De Jong
kreeg maandenlang niemand meer aan de telefoon. “Zo zie je maar weer: het
systeem corrigeert zichzelf onmiddellijk. De rijen sluiten zich”, zegt Deuze.

5. De pers heeft geen nieuws
Story liet deze winter alle lijsttrekkers van de zes grote politieke partijen
uitgebreid kritiekloos aan het woord. Medewerking van politici aan zulke
interviews vergroot de kans op een goede pers in de toekomst én de
mogelijkheid tot agendasetting - als het maar past in roddelbladenproblematiek.
Vroeger had Story alleen aandacht voor CDA en VVD, partijen die duidelijke
opvattingen over gezin en huwelijk uitdragen, maar nu mochten ze zich allemaal
van hun gezelligste kant laten zien.
Weekend had tijdens de verkiezingen, behalve een zeer voordelig portret van
Mat Herben, ook nieuws. De redactie speurde cameraman Robert Oey op, de
geheime vriend van Femke Halsema. Verder maakte Joao Varela van LPF het uit
met de dochter van staatssecretaris Phoa („te druk met de verkiezingen‟) en
Haitske van de Linde gaf toe dat ze nog maagd is. Was er geen belangwekkender
nieuws dit jaar? “Vorig jaar hadden we de primeur van Melkert en zijn kelders,
en we deden destijds ook wat betreft Fortuyn een duit in het zakje”, zegt Wim
Schaap. “Maar ons lezerspubliek is al dat SM en clubs en andere rotzooi een
beetje moe. Daarbij komt, ik vind de huidige kopstukken niet zulke boeiende
persoonlijkheden. Natuurlijk, bij het eerste barstje in Bos‟ huwelijk staan we
vooraan. Scheidingen en vreemdgaan zullen we altijd blijven doen. De affaires
die wij behandelen, moeten emotionele hoogtepunten hebben. Die zijn er op dit
moment niet in Den Haag.”
In Privé onthulde Gerrit Zalm op 23 januari te stoppen met roken. Verder bood
de marktleider onder de bladen weinig private informatie van de lijsttrekkers.
Dat was ooit wel anders. “Sinds begin jaren tachtig is de politiek een van onze
belangrijkste terreinen”, aldus hoofdredacteur Evert Santegoeds. Onder zijn
voorganger Henk van der Meyden leidde dat tot een leugenachtige aanval op
vermeende snoepreisjes en luxueuze buitenverblijven van Joop den Uyl die
daartoe gemeenschapsgeld zou misbruiken.
Santegoeds zelfs was als verslaggever verantwoordelijk voor een vergeten
Haagse klassieker. “Ik ontdekte dat PvdA-voorman Thijs Wöltgens tegenover het
Binnenhof een pied à terre huurde, boven McDonalds. De cateraar van
Nieuwspoort bracht hem daar dagelijks twee kratjes Limburgs bier. s„Avonds
deelde hij het bed beurtelings met partijgenotes Eveline Herfkens, Jeltje van
Nieuwenhoven en Elske ter Veld. „Jetskelientje‟ werd het Trio van Thijs wel
genoemd, dat ook bij andere streken en poetsen samen optrok. Op een nacht
marcheerden ze naar het Ministerie van Sociale Zaken – en smeerden daar met
hun lippenstift „en Vrouwenzaken!‟ achter.”
Kijk eens aan. Waarom brengt Privé dergelijk nieuws niet structureel? “De bladen
hebben geen geld voor een aparte verslaggever in Nieuwspoort”, zegt Mark
Deuze die onderzoek deed op de roddelredacties. Behalve royaltyverslaggevers
kennen ze geen specialisaties. Ze krijgen veel aangeleverd door stringers,
exclusieve freelance leveranciers.” Volgens Santegoeds valt in
in Nieuwspoort sowieso maar weinig nieuws te halen. “Daarvoor moeten we zijn
op feestjes en gala‟s. We horen veel, maar slechts weinig roddels hebben
coverwaarde. Dus die laten we dan maar voor wat ze zijn. We vinden het veel
leuker om af en toe plaagstootjes te geven. Om zo de Haagse Matras te laten
weten: we weten heus wel wat er zich bij jullie afspeelt, hoor.”

WAAROM WIJ DE POLITICUS PRIVE BETER ZULLEN
KENNEN

1. De kiezer wil het
“De kiezer: voor veel politici en journalisten op zijn best een raadsel, en op zijn
slechtst een teleurstelling en een zorg”, constateerde Liesbet van Zoonen in haar
onderzoek naar de politieke betekenis van roddelbladen. Daarin probeerde ze het
Haagse onbegrip voor de kiezer en de angst voor de bladen te analyseren. De
politicus gelooft graag in rationaliteit en vooruitgang, zag ze. En in de
mogelijkheid van mensen om hun lot in eigen handen te nemen. In een
geïnformeerde burgerij die zich op feiten en rationele argumenten baseert om tot
politieke oordeelsvorming te komen. Maar in de folkloristische wereld van de
populaire pers heerst toeval, in plaats van controle. Bijgeloof en opwinding, in
plaats van rationaliteit en argumentatie.
“Zij die bang zijn voor de populaire inkadering van politiek veronderstellen een
incompatibilité d'humeurs van de populaire cultuur en de politiek”, aldus Van
Zoonen. “In hun ogen verliest de politiek zo aan waarde.”
Een schrikbeeld voor de politiek was destijds de bemoeienis van Weekend met de
val van Eelco Brinkman. „Haat en nijd tussen Ria en Janneke. Daarom moest
Eelco weg.‟ Geïllustreerd met foto‟s van een bierdrinkende Ria en een
sherrydrinkende Janneke toonde het blad aan wat „de werkelijke reden‟ was van
het CDA-drama. De dames konden elkaar niet uitstaan. Nou ja, in elk geval
stonden ze verschillend in het leven. Ria zag de baan van haar man als storende
factor in het huwelijk en vond al die borrels maar kouwe drukte. Janneke genoot
juist van de pracht en praal en zag de baan van haar man als wezenlijk deel van
haar leven. Het leverde haar veel aandacht op voor haar aquarelletjes.
Nota bene Frits Wester, de campagnestrateeg van de gevallen Brinkman,
glimlachte erom. Hij vroeg zich openlijk af of een blad dat wekelijks door
miljoenen mensen wordt gelezen, werkelijk zo verschrikkelijk is.
“De bladen zijn heel nuttig. Kiezers stemmen op een combinatie van een imago
én een verkiezingsthema dat ze na aan het hart ligt”, zegt Mark Deuze.
“Toegegeven, dat imago is grotendeels een gevoel. Maar dat gevoel mag best
geïnformeerd zijn.”
“Zo won Wouter Bos de verkiezingen: met hetzelfde programma waar Melkert
mee verloor”, zegt Gert Hage. “Dat was imago waar zelfs geen roddelblad bij aan
te pas kwam.”
“En toch is privé-informatie niet interessant”, vindt Guikje Roethof. “Omdat het
er zo weinig toe doet. Alle kleine beetjes helpen om een totaalbeeld van de
politicus te krijgen? Wat een onzin. Al die foto‟s en niemendalletjes die ik
inmiddels over Willem-Alexander tot mij genomen heb – en ik weet nog steeds
niks van die jongen. Sterker, ze verhullen wie hij echt is.”
Die vergissing wordt vaker gemaakt, zag Van Zoonen. “Lezers beoordelen de
bladen helemaal niet op het waarheidsgehalte. Ze weten precies wat ze lezen.
Getrouwde politici halen de bladen met de kwaliteit van hun huwelijk. Zijn ze niet
getrouwd, dan houden ze er ongetwijfeld een geheim liefdesleven op na. En er
wordt altijd veel beloofd in de kop, wat in de tekst zelden wordt waargemaakt.
Lezers doorzien die praktijken heus wel.”
“Allerlei weldenkende mensen hebben ook behoefte aan privénieuws”, voegt
Geelen met een knipoog toe. “Ik ben vervent Groenlinks stemmer, maar ik vind
Femke verdacht. Ze is mij te keurig. Alles wat ik over haar te weten kom, telt
mee in mijn stem.”

2. De uitgever wil het
“De economische strijd om de lezer verhardt al jaren”, zegt Deuze. “De drie
grote roddelbladen hadden al concurrentie gekregen van het nog veel vrijer
associërende Party. En nu schuift de 'kwaliteitspers' qua onderwerpen en stijl
steeds meer op in de richting van de infotainment. Maar liefst drie nationale
dagbladen brachten de scheiding van Neelie en Bram. Nu de dagbladen steeds
vaker shownieuws als regulier nieuws brengen, benadrukken de roddelbladen
meer het showelement in de politiek.”
Santegoeds voelt echter nog niet echt de hete adem van De Volkskrant. “Ze
schrijven nu de eerste roddelstukjes, zonder bronvermelding. Maar hoe toon je
werkelijk aan dat iemand overspel pleegt? Niet door het die persoon te vragen.
Wel met een goeie, geduldige fotograaf. Die hebben ze niet.”

3. De politicus wil het
De moderne politicus weet dat roddels zijn gezag niet hoeven te ondermijnen,
zoals zijn collega‟s uit de zestiende eeuw dat wel vreesden.
Publicitaire aandacht voor de persoonlijke handel en wandel van politici gaat ver
terug. Schotschriften met perversies waren vroeger een belangrijk middel voor
politieke strijd. Zo deinsden in het conflict tussen Reformatie en Contrareformatie
de protestanten er niet voor terug details uit het seksleven van pausen en
heiligen te openbaren. Anderzijds maakte Maarten Luther zich aan orgieën
schuldig, aldus katholieke bronnen.
Ook het seksuele onvermogen van Lodewijk de Zestiende was een favoriet
onderwerp. „Le pauvre Sire‟ zou zijn uitgerust met een orgaan dat niet dikker is
dan een grashalm „en ook nog altijd slap hangt‟. Marie-Antoinette zou daarom
haar genoegen elders zoeken. Historici vermoedden dat dergelijke pamfletten het
gezag en prestige van Lodewijk's koningschap ondermijnden; het verband tussen
seksuele en politieke impotentie is immers snel gelegd. Zo bekeken is in het
Victoriaanse Engeland nog altijd het licht niet aangegaan. De obsessie van de
Britse tabloids voor het seksuele leven van politici is archetypisch – een
onthulling over homoseksualiteit leidt er tot aftreden.
De Nederlandse politicus heeft niet veel te vrezen van de roddelbladen. De deal
die zij bieden is hard maar eerlijk: jij mag je positieve campagneverhalen aan
ons vertellen, maar als wij iets vinden dat stinkt, pakken we je ook. Frits
Bolkestein ondervond dat als eerste. Tijdens de verkiezingen van 1994 mat hij
zichzelf een sterrenstatus in de bladen aan met allerhande klinkende
verkoopargumenten, van Tweede Wereldoorlog tot huwelijk. Een jaar later vulde
zijn naam dezelfde kolommen met twee „schandalen‟ – zijn zoon zat in de
gevangenis wegens misbruik van de sociale zekerheid, en zijn broer zou ooit een
melkkar hebben gestolen. Bolkenstein haalde er zijn schouders over op. Hij wist:
If you can’t stand the heat, stay out of the kitchen.
Nog een reden voor de politicus om van zijn hart geen moordkuil te maken: hij
maakt zich minder chantabel. De Commissie Van der Haak, die onderzoek deed
naar de beveiliging van Pim Fortuyn, verwijst in haar rapport verhuld naar zijn
„chantabele privépraktijk‟. De politie zou hem daarvoor hebben gewaarschuwd.
Vier maal gaf Fortuyn gevallen van afpersing aan, twee civiele vorderingen liet
hij van de rol halen. Het is bekend dat toen zijn succes onafwendbaar leek, De
Telegraaf hem heeft geprobeerd te chanteren met onthullingen over zijn
privéleven. Toen verschenen plots in andere media de meest pikante details uit
zijn nachtleven, volmondig bevestigd door Fortuyn. Zo was hij met zijn
exhibitionisme iedereen te slim af en nam vooral de pers de wind uit de zeilen.
“Achteraf kan je hem vergelijken met de fabrikant van groenten achter glas die
weet dat er misschien een paar scherfjes tussen de bonen zitten en dat
onmiddellijk openlijk vertelt in een paginagrote waarschuwing in de kranten”,
zegt Jean-Pierre Geelen. “Heel verstandige, voortijdige crisismarketing, lijkt me.
Als jij het niet vertelt, doet Radar het en ben je failliet.”
LPF-leider Mat Herben, in die tijd secretaris van Fortuyn: “Pim Fortuyn is altijd
open geweest over alle aspecten uit zijn privéleven - al ver voor hij enige
bekendheid kreeg. Dat blijkt ook uit zijn eerste boeken. Zijn openheid was geen
strategie, hij was gewoon zo.”
Ad Melkert was niet zo.
Uit het boek „De strijd om de Macht‟, van zijn campagnestrateeg Jacques
Monasch, blijkt dat hij verlamd van angst was dat de kranten de verhalen over
zijn SM-capriolen zouden overnemen van de bladen. Hij heeft ze ontkend, noch
bevestigd. Zo smeulen ze nog steeds.

4. De journalist wil het
De ingewijde parlementair journalist kent de waarheid achter de geruchten, en
doet er niks mee. De buitenstaande roddeljournalist weet alleen van horen
zeggen, en doet maar wat.
“Maar een jonge generatie journalisten staat te trappelen om de persoonlijke
misstanden en misstappen van politici mét kennis van zaken góed op te
schrijven”, zegt Deuze. “Ze zijn heel serieus, maar kennen geen scheiding tussen
publiek en privé domein. Van de 220 parlementair journalisten in Den Haag, zit
meer dan tweederde al langer dan tien jaar in het vak. Een flink deel van die
ouwe stempel gaat binnen tien jaar met pensioen. Nu hangt het hele „Haagse
huwelijk‟ nog aan elkaar van pappen en nathouden, maar je ziet de eerste
scheurtjes al. Banjert er een journalist van HP/De Tijd of van Weekend dwars
door alle regeltjes heen, is iedereen meteen van de leg. De rijen sloten zich tot
nu toe, maar er komt gegarandeerd een moment dat daar de revolutie
uitbreekt.”


5. De journalist kan het
Elke roddeljournalist zijn eigen moraal, zag Van Zoonen, en die van de
Nederlandse bleek zo kwaad nog niet. “De Amerikaanse roddeljournalist is in de
regel conservatief, nationalistisch en puriteins. Hij negeert etnische
minderheden, homo‟s zijn pervers en vrouwen zijn alleen interessant als ze
moeder zijn of kinderwens hebben. De Britse roddeljournalist is ook conservatief,
maar hanteert een dubbele moraal als het gaat om seks – geen cover zonder
naakte pin up.”
De Nederlandse roddeljournalist laat zich leiden door de moraal van de politici
zelf. “Verder is er hier alle ruimte voor - en geen afkeuring van – bijvoorbeeld
het seksueel afwijkende.” Ria‟s affaire met Vincent Mentzel was „begrijpelijk‟ met
zo‟n echtgenoot, net als de escapades van Ed Nijpels, en net als het moeizame
liefdesleven van Hedy d‟Ancona. “Alle hadden een hoge nieuwswaarde, maar het
traditionele vingertje ontbrak. Er „mag‟ hier heel veel. Nederlandse lezers
veroordelen bijna niets, maar willen het wel allemaal weten.”
De roddelpers laat politici zien als gewone mensen, met al hun
dubbelzinnigheden en onzekerheid. “Met een beetje overdrijving zou ik willen
zeggen: de roddeljournalistiek kan met zijn nadruk op persoonlijkheden en hun
gedragingen en misdragingen nog wel eens de avant-garde worden van de
postmoderne politieke cultuur.”

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Stats:
views:90
posted:4/19/2010
language:Dutch
pages:10