Docstoc

Bundel observatieopdrachten 1BAS

Document Sample
Bundel observatieopdrachten 1BAS Powered By Docstoc
					               OBSERVATIEOPDRACHT PARTICIPATIESTAGE

Student: Christiaens Kristof                            Stageschool: KTA Brugge

Vak: Informatica                                        Datum: 20/04/2009

Lesonderwerp:
Les 1,2,3,4: Eenvoudige functies in Microsoft Office Excel 2003 + oefeningen.
(4u parallellessen)



ALGEMENE INFO:

Leerjaar, studierichting, aantal leerlingen:
4 TB: 14 meisjes.
4ATWV: 7 jongens.
3TB: 7 meisjes.
3ASP: 2 meisjes, 7 jongens.
Naam mentor:
B. Vandenbussche


ALGEMENE VRAGEN:

Hoe motiveert de leraar de leerlingen om te antwoorden of te werken?
Het waren de eerste uren de maandag morgen, juist na de vakantie. Van zelfsprekend is dit voor
leerlingen niet het leukste moment om meteen het leerboek in te duiken en te beginnen met de
gewone gang van zaken. Ze zaten nog wat met hun gedachten in de voorbije vakantie en hun
medeleerlingen die ze twee weken niet hebben gezien, eisen ook wel wat meer aandacht dan
normaal.
De klassen Bio - esthetiek bestonden uit allemaal meisjes, en het klinkt misschien cliché, maar de
roddels vlogen ons om de oren. De heer Vandenbussche heeft daar goed op in gespeeld.
Hij vroeg aan alle klassen altijd eerst of ze een goede vakantie gehad hebben om zo het wederzijds
respect toch weer wat aan te wakkeren.
Ik vond dat belangrijk omdat je nadien de motivatie bij hen kan wekken, zodanig dat ze effectief aan
jouw lessen zouden willen deelnemen.
Kort daarna laste hij een geringe herhaling in van de gezien leerstof om zo de les te kunnen
opbouwen.

Wat me wel op viel is dat de leerlingen niet echt het nut van een programma, zoals Excel, wilden
inzien. Ze vonden het nutteloos om dit te kennen. Het is inderdaad minder relevant dan moest je
bijvoorbeeld in een studierichting kantoor of verkoop zitten. De klas die het meest gemotiveerd was,
was 3ATWV. Daar wilden ze allemaal wel meewerken in de les en waren ze bereid vragen van een
hoger denkniveau te aanvaarden. De andere groepen waren minder gewillig.

Wat de heer Vandenbussche goed deed inzake het motiveren van zijn leerlingen was, toen ze aan de
oefeningen mochten beginnen, is ze begeleiden met hun oefeningen en ze ook nadrukkelijk
aantonen waarom iets belangrijk is en waarom niet.
Neem nu de functies in Excel.
Sommige leerlingen schreven klakkeloos de waarden over in de betreffende cel, terwijl er gevraagd
werd dit met een formule en een celverwijzing te doen. Hij merkte dit en wees hen er meteen op om
dat op de correcte manier te verwerken.
Nadien kon hij aantonen dat, wanneer ze een ander waarde in de hoofdcel noteerde, dit een
rechtstreeks gevolg heeft op de berekening van de betreffende cel waarin de uitkomst moest komen.
Ze konden zo het doel begrijpen van een juiste uitvoering van de gevraagde opdracht.

Sommige leerlingen wilden express niet echt mee werken. De ene leerling is nu eenmaal meer
meegaand dan de ander. Als het de spuigaten uitliep gaf de heer Vandenbussche daar meteen een
opmerking op. Hij eiste dan ook de medewerking en gaf hen duidelijk mee dat er eventuele straffen
konden volgen. Soms was dat echt wel nodig.

Op welke manier reageert de leraar op foute antwoorden of foute bewerkingen?
Wanneer een leerling een verkeerd antwoord gaf op een gestelde vraag bleef de heer
Vandenbussche daar rustig bij en probeerde hij samen met de leerling de juiste oplossing te
verkrijgen. Dat is belangrijk. Je mag niet meteen overschakelen naar een leerling die gretig zijn hand
opsteekt om het juiste antwoord te geven. Zo geef je aan alle leerlingen het gevoel dat ze kunnen
meewerken in de les en dat hij de intentie heeft om iedereen iets bij te leren, en niet alleen met de
primussen van de klas te willen verder werken.

Bij een foute bewerking bleef de heer Vandenbussche er op hameren wat het doel is van het juist
verwerken van de oefening. Dat deed hij door goed te individueel te coachen. Hij zorgde er wel voor
dat de leerlingen op eigen kunnen de oefening konden oplossen door niet meteen het goede
antwoord voor te schotelen. Ze moesten zelf redenen en dat is belangrijk.

Noteer voor elk vak de bibliografische gegevens van het leerboek en het werkboek die de
leerlingen gebruiken? Noteer ook welk ander materiaal de leerlingen eventueel mogen/moeten
gebruiken?
Handboek:
 C. De Rover, L. Smeulders, L. Vansweevelt & P. Vekemans, Desktopper (2007), Averbode: Altiora
Averbode nv.

Overig materiaal/media:
Smartschool of USB – stick (voor het opvragen van oefenbestanden).

Noteer voor elk lokaal waar je les moet geven, welke didactische uitrusting er is? Ga bij het gebruik
van een PC na of jij kunt inloggen of aan wie je dit moet vragen?
Lokaal:
208.
Didactische uirusting:
        17 computers + 1 hoofdcomputer.
        1 draadloos toetsenbord en muis aan de hoofdcomputer.
        1 server.
        1 projectiescherm en beamer.
        Geluidsapparatuur.
        1 bord.
        1 printer.
Pc – gebruik :
        Inloggen kan met de inlogcode van de betreffende leraar.
Is er nog plaats over op het bord als het projectiescherm wordt gebruikt? Is het bord geschikt om
te gebruiken voor het bordschema en als werkbord?
Het bord is geschikt als werkbord. Het is ook groot genoeg om schematisch iets te gaan voorstellen
en het behoeft niet elke keer te worden schoongeveegd om andere informatie op te schrijven.
Wanneer het projectiescherm naar beneden word gehaald hangt deze wel recht voor het bord.
Dat laat nog maar een halve meter vrij aan de rechter- en linkerkant van het projectiescherm om iets
te noteren.

Voordien hing het projectiescherm in de linkerhoek van het lokaal. Dat was veel beter omdat het
bord dan bijna volledig kon benut worden.
De werklieden hebben echter tijdens de vakantie het nieuwe projectiescherm geplaatst en dit zonder
afweten van de ICT – coördinator.
Er was duidelijk een slechte vorm van communicatie, wetende dat het projectiescherm uiteindelijk
voor een ander informaticalokaal bedoeld was.

Kun je gebruik maken van een computerklas? Zo ja, moet je die reserveren en hoe?
Als stagiair informatica worden de lessen vanzelfsprekend gegeven in een computerklas.
In het geval dat niet zo zou zijn kan je te allen tijde een computerlokaal reserveren in het
secretariaat. Dat doe je best een paar dagen voordien. Er is beneden ook een extra lokaal voorzien
met enkele computers. Het spreekt voor zich dat het daar niet mogelijk is om met een grote klas voor
alle leerlingen een eigen computer aan te bieden.

Kan je het lesmateriaal dat je zelf voor de leerlingen meebrengt op school laten kopiëren of moet
je hier zelf voor zorgen?
Ik mocht kopijen maken, er was geen enkele leerkracht die daar een bezwaar tegen had en met mijn
stagementoren ondervond ik omtrent ook geen problemen.
In de lerarenkamer is een kopieermachine voorhanden. Je hebt wel een inlogsleutel nodig van een
leraar die jou de toegang geeft tot het apparaat.
Ik heb al reeds kopijen gemaakt als voorbereiding op de lessen van volgende week en in de toekomst
zal ik zonder probleem ook gebruik kunnen maken van het apparaat.

Noteer tijdens elke observatieles wanneer en hoe de leerlingen hun agenda invullen?
De agenda wordt telkens bij het aanvangen van de les ingevuld.
De heer Vandenbussche schrijft keurig het lesonderwerp en de daaraan verbonden oefeningen op
het bord. Hij vraagt ze dan nadrukkelijk om de agenda in te vullen. Zo weten de leerlingen meteen
het lesonderwerp van de les en welke vragen in het handboek er daaraan verbonden zijn.

Noteer tijdens elke observatieles hoe de leraar reageert op leerlingen die storen?
Bij het aanvangen van de les (4TB) komt een leerling te laat in de klas. Het is de gewoonte in het KTA
om dat te melden aan het secretariaat. Zij had dat niet gedaan en dus heeft de heer Vandenbussche
haar teruggestuurd om dit toch te melden.
Een storend element was ook dat meerdere leerlingen hun werkboek en USB-stick niet bij zich
hadden. Dat was spijtig genoeg bij alle klassen zo. De leraar kon alleen maar benadrukken dat ze die
tegen volgende les wel moeten meebrengen. Als ze dat niet doen dan zal er een sanctie aan vast
hangen.

Bij een eerste maal dat een leerling ongewenst stoort, geeft de heer Vandenbussche een korte
opmerking. Hij vroeg de betreffende leerling om aandachtig te blijven en verder deel te nemen aan
de les. Dat kon ook wel op een lichtjes humoristische manier gebeuren.
Meestal zijn het wel dezelfde leerlingen die herhaaldelijk storen.
Hij vraagt ze dan nadrukkelijk waarom ze niet willen meewerken. Daar komt helaas geen redelijk
antwoord uit voort.
Bij een derde keer gaf de heer Vandenbussche een opmerking die meer gebiedend was: “Dit is de
laatste keer of je mag je naar de directeur begeven.” Dat volstond meestal wel.

Ik moet zeggen, je kan het KTA niet vergelijken met een school zoals bijvoorbeeld het SASK. De
normen en waarden van de leerlingen zijn in het KTA iets minder beschaafd, waardoor je wel sneller
iets harder moet gaan optreden.

Worden de leerlingen opgehaald of komen ze zelf naar de klas?
De leerlingen worden opgehaald door de leraar. Elke klas heeft op de speelplaats een eigen vak waar
ze verzamelen na het belsignaal. Eens de leraar is aangekomen bij de groep leerlingen geeft hij een
teken om te mogen vertrekken naar de klas.
Er is wel een nogal chaotische drukte die zich dan gezamenlijk naar de klassen begeeft. Het is niet zo
dat de klassen twee keurige rijen vormen. Alle leerlingen volgen hun leraren in loslopende groepjes.
Uiteindelijk begeeft elke leerling zich wel naar de klas.


VAKGEBONDEN VRAGEN:

Een les informatica verloopt heel anders dan een les van je andere onderwijsvakken. Wat zijn de
grootste verschillen?
De leerlingen maken gebruik van een computer. Je moet rekening houden met praktisch handelingen
vooraleer je de les of een bepaalde oefening kan beginnen.
Enkele van deze handelingen zijn: de computer opstarten, een programma kiezen en die correct
gebruiken, bestanden ophalen en opslaan, de juiste bron- en doelmap gebruiken e.d.
Vooraleer je de les aanvangt moet je vooraf alles praktisch uittesten!
Het is belangrijk dat ze de computer veelvuldig gebruiken. Dit geeft de leerlingen wel veel kans om
af te dwalen van de les. Er moet te allen tijde geobserveerd worden of ze de les volgen en mee doen
aan de activiteiten.
Zomaar functies doceren en aflopen doet je ook liever niet (knopologie).
Tijdens het lesgeven moet je proberen vanuit een probleemstelling te werken.
Zo geef je ze een opdracht en stimuleer je ze om na te denken over een oplossing.
De les moet interactief, constructief en met een zeker denkniveau opgebouwd zijn.
Je moet ook bij het verwerken van oefeningen constant coachen om er zeker van te zijn dat de
leerlingen goed bezig zijn. Er moet dus veel rond gelopen worden in de klas.

Welke onderwerpen werden aangebracht?
Het gebruik van operatoren.
Formules in een cel plaatsen.
Celverwijzing toepassen.
Tabbladen kopiëren.

Van welke inhouden wist je zelf niks of te weinig af?
Elke lesinhoud die aan bod kwam beheers ik zelf ook. Ik moet echter wel een kleine overschakeling
maken omdat het hier om Microsoft Excel 2003 gaat. Thuis en op school maken we gebruik van
Microsoft Excel 2007. De benamingen van de functies zijn hetzelfde maar de plaats waar je ze kan
vinden, zijn wel verschillend.




Zou je die les zelf (inhoudelijk) kunnen geven?
Inhoudelijk zou ik er geen problemen mee hebben om de les te geven.
Je moet echter wel rekening houden met de compatibiliteit van je oefenbestanden. Bij het opmaken
van een document in Microsoft Excel 2007 is het mogelijk dat in Microsoft Excel 2003 niet leesbaar is
of lichtjes vervormd gepresenteerd wordt. Microsoft Excel 2007 heeft ook nieuwere mogelijkheden
vergeleken met de oudere versie. Dat vraagt iets meer voorbereiding vooraf, zodat je niet voor
verassingen komt te staan tijdens het lesgeven zelf.

Wat is de rol van de leerkracht tijdens deze les?
Leraar als instructor:
        Vooraleer de leerlingen de opdracht mochten uitvoeren op de computer
        gaf de heer Vandenbussche altijd uitleg over wat en hoe ze het konden verwerken.
        Er moest wel een basis aan leerinhoud voorhanden zijn om de leerlingen actief aan de
        probleemstellingen te kunnen laten werken. Herhaling van eerdere leerstoffen was dus
        nodig.
Leraar als coach:
        Wanneer de leerlingen zelfstandig aan hun oefening werkten keek de heer Vandenbussche
        altijd over de schouder mee. Zo kon hij coachen indien nodig.
        Hij liep daarvoor regelmatig rond in de klas. Dat gaf hem de mogelijkheid om de leerlingen te
        evalueren en bij te sturen alsook het tempo van de les te bepalen. Doordat er wel heel
        individueel gewerkt werd, was het wel niet evident om elke leerlingen op hetzelfde tempo
        te laten deelnemen, rekening houdende met de heterogeniteit in intellegentie van de
        groepen.
Middelen om te evalueren:
        De leraar evalueerde wanneer hij de klas observeerde en coachte tijdens een
        opdracht. Voor de nieuwe leerinhouden die aan bod kwamen paste hij een
        onderwijsleergesprek toe. Zo kon hij ook de kennis van vooraf gegeven leerstoffen evalueren.

Hoe gaat de leraar te werk? Hou de timing bij? Wanneer komen de leerlingen aan het woord?
Welke activiteiten worden aan de leerlingen opgelegd?
De heer Vandenbussche laste in het begin van de les een herhaling van vooraf geziene leerstof in.
Dat duurde ongeveer een vijftal minuten. Hij gebruikte daarvoor het bord. Hij liet deze informatie op
het bord staan zodanig dat leerlingen dit later nog eens terug konden bekijken.

Voor het aanleren van nieuwe leerstof paste hij vooral een onderwijsleergesprek toe. Iedere leerling
kwam wel eens aan het woord. Er was veel interactie. Dat duurde ongeveer een kleine tien minuten.
 Toen hij vond dat de leerlingen het snapten schakelde hij over naar het verwerken van de
oefeningen. Dat nam de rest van de tijd in beslag.

De heer Vandenbussche deelde de leerlingen mee waar ze de oefeningen konden vinden op
smartschool.
Afgezien van wat instructies vooraf, konden de leerlingen de opdracht in het werkboek ook aflezen.
De leerlingen wisten dus precies wat hen te doen stond. Ze moesten formules en functies toepassen
in Excel. Tijdens het verwerken van de oefeningen coachte de heer Vandenbussche de leerlingen
individueel. Toen de leerlingen klaar waren met de opdracht heeft hij klassikaal enkele oefeningen
verbetert. Er werden nadien enkele taken aan de leerlingen meegegeven. Daar werd wel niet zo
positief op gereageerd spijtig genoeg. Enkel klas 3ATWV had daar blijkbaar minder problemen mee.




PERSOONLIJKE AANVULLING:
Ik vond de observatie van de informaticalessen in het KTA zeer interessant omdat ik een goede
vergelijking kon maken met eerder verworven informatie die ik heb opgedaan in het SASK.
Er was toch wel een groot verschil in de methode die de leraren hanteerden en de middelen die
voorhanden waren bij het geven van de lessen.

In het SASK kon je bijvoorbeeld gebruik maken van een Smartboard, wat ze in het KTA niet hadden.
Eens je als leraar het gebruik van het smartboard onder de knie hebt kan je die op een leuke manier
integreren in je lessen. Een meer interactieve vorm kan worden toegepast. Ik ben wel voorstander
van het smartboard. In het KTA werd dit opgelost door te werken met een draadloze muis en
toetsenbord die je aan de leerlingen kan doorgeven. De leerlingen blijven dan wel eerder passief op
hun werkbank zitten.

De heer Leemans (SASK) werkte tijdens zijn lessen vanuit een probleemstelling, waardoor hij de
leerlingen meer kon betrekken in zijn les. Telkens als een leerling het antwoord wist vroeg hij ze aan
het smartbord te komen om te tonen wat ze wilden zeggen.
Hij werkte de ganse les volgens dat principe. Er was ook wel plaats voor individuele verwerking maar
dat werd veel meer gestuurd door onderbrekingen die hij inlaste. De oefeningen werden dus meer
klassikaal opgelost vergeleken met de lessen in het KTA. Ik vond dat wel beter.
De leerlingen waren toen veel meer op het zelfde tempo de les aan het mee volgen.
Bij een zuiver individuele verwerking van de oefeningen zoals in het KTA zag je duidelijk dat bepaalde
leerlingen veel sneller klaar waren dan de andere, of dat er leerlingen waren die het gewoon
overnamen van hun buur die sneller klaar was. Ze deden soms de moeite niet om na te denken.
Je kon minder goed weten in hoever de leerlingen mee waren met de leerinhoud.
De leerlingen deden ook meer onderonsjes die niks met de les te maken hadden.

Wat me ook is opgevallen is de motivatie bij de leerlingen. In het SASK wordt les gegeven aan ASO
richtingen. In het KTA zijn dat hoofdzakelijk TSO en BSO richtingen, er zijn wel enkele
topsportklassen die onder ASO vallen. Toch vallen ze meer onder een beginsituatie zoals beschreven
in leerplannen voor het TSO en BSO. Dan heb ik het vooral over de motivatie om mee te werken aan
opdrachten, de moeilijkheidsgraad die je kan toepassen in de lessen en ook het aanvaarden van
huistaken, die een groot verschil maken tussen de twee scholen.
Het gaat hem niet zo zeer over wat nu slecht of goed is, wel over de manier waarop je jouw lessen
moet aanpakken en de houding die je tegenover jouw leerlingen moet aannemen.
In het SASK kan je een iets lossere manier toepassen bij het lesgeven. Een gepaste opmerking kan al
vlug een storend element wegwerken. In het KTA daarentegen zijn die storende elementen eerder
permanent. Je moet blijven kordaat optreden. Soms met sancties al gevolg.
Ik ben blij dat ik die twee verschillende doelgroepen eens heb mogen observeren en zo een beeld
kan gaan vormen over de verschillende aanpakken die je kan hanteren. Het was een interessant
leerproces.

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:18
posted:4/18/2010
language:Dutch
pages:6