Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source by sparkunder25

VIEWS: 4 PAGES: 22

									                                                                           INDI-2005-012-49


Verkenning naar mogelijkheden tot
ondersteuning van open source software
en open standaarden in het onderwijs



Project             :   SURFworks Next Generation
Projectjaar         :   2005
Programmalijn       :   Technology Assessments
Onderdeel           :   Project Advanced Services, Contentbeheer
Activiteit          :   Ondersteuning open source community voor ICT & Onderwijs
Deliverable         :   Rapport
Toegangsrechten     :   Publiek
Auteur(s)           :   J. Lahaye, M.J. Prins
Opleverdatum        :   30-1-2006
Versie              :   1.6




Samenvatting

Deze verkenning heeft als centrale vraag: of en op welke terreinen instellingen voor
onderwijs behoefte hebben aan ondersteuning bij het omschakelen naar, gebruiken en
exploiteren van open source software. Welke uitdagingen en kansen voor ondersteuning van
open source software liggen hier voor SURFnet?
Op basis van de interviews wordt geconcludeerd Nederlandse onderwijsinstellingen niet
voorop bij het adopteren van open standaarden en open source software. Er is weinig
aandacht voor de gevolgen van gesloten omgevingen voor de langere termijn. Er wordt een
(groot) gebrek aan kennis over OSS verondersteld en geconstateerd. Op beleidsniveau
ontbreekt het veelal aan een duidelijke visie.
Aanbevolen wordt diverse initiatieven ter bevordering van open source toepassingen binnen
het onderwijs te ondersteunen.
                 Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van

              open source software en open standaarden in het onderwijs




                                       30 januari 2006

                                          versie 1.6

                                            door:

                                     J. Lahaye, M.J. Prins

                                            voor:

                                    Erik Saaman / SURFnet




Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open   1
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
1. Managementsamenvatting


Het gebruik van open source software neemt wereldwijd snel toe. Eind 2005 voorspelde het
toonaangevende onderzoeksbureau Gartner dat in 2008 open source software (OSS) op vrijwel
ieder niveau zal concurreren met closed source software (kans 80%). En in 2010 zal bij ruim
driekwart van de tweeduizend grootste bedrijven ter wereld open source software worden
gebruikt voor “mission critical” toepassingen. De kans dat deze voorspelling uitkomt is 90%,
aldus Gartner.

Ook in Nederland kiezen steeds meer organisaties en bedrijven voor open oplossingen. Vanuit de
overheid wordt voor de publieke sector sterk aangedrongen op het gebruik van open
standaarden in de informatie-technologie. Tevens wordt het gebruik van open source software
gestimuleerd. Door de ministeries van BZK, EZ en OCW zijn hiertoe diverse programma’s in gang
gezet, als bijvoorbeeld “OSS in het onderwijs” en “OSOSS”. Redenen die vaak genoemd worden
voor het inzetten van open source software zijn onder meer: flexibiliteit, samenwerking,
kennisdeling, transparantie, inzichtelijkheid, kostenbesparing, digitale duurzaamheid,
onafhankelijk zijn van leveranciers, met overheidsgeld ontwikkelde software moet ten goede
komen aan de gemeenschap.

1.1 Verkenning

Deze verkenning, uitgevoerd in opdracht van SURFnet, heeft als centrale vraag: of en op welke
terreinen instellingen voor onderwijs behoefte hebben aan ondersteuning bij het omschakelen
naar, gebruiken en exploiteren van open source software. Welke uitdagingen en kansen voor
ondersteuning van OSS liggen hier voor SURFnet?
Bij deze verkenning is gekozen voor een pragmatische, kwalitatieve, aanpak. Er zijn twaalf
vooraanstaande stakeholders uit het onderwijsveld met ‘open source-ervaring’ geïnterviewd.

1.2 Conclusies

Op basis van de interviews kan een aantal duidelijke conclusies worden geformuleerd:
   1. Er wordt een (groot) gebrek aan kennis over OSS verondersteld en geconstateerd.
   2. Op beleidsniveau ontbreekt het veelal aan een duidelijke visie
   3. Kennisuitwisseling vindt niet, of slecht plaats.
   4. De meerwaarde voor het onderwijs wordt slecht belicht.
   5. De (technische) opleidingen besteden veel te weinig aandacht aan OSS, terwijl het
        volgens talloze onderzoeken straks mainstream wordt.
   6. De Nederlandse instellingen voor onderwijs lopen niet voorop in vergelijking tot
        onderzoeks-instellingen, als het gaat om het adopteren van open standaarden en open
        source software. Er is weinig aandacht voor de gevolgen van gesloten omgevingen voor
        de langere termijn.
   7. Ondersteuning van OSS-toepassingen specifiek gericht op onderwijs is gewenst, omdat
        de instellingen aangeven dat samenwerking en schaalgrootte belangrijk zijn (alleen
        ontwikkelen is moeilijk). Juist een netwerkorganisatie als Surfnet kan hier een
        coördinerende rol vervullen.

1.3 Aanbevelingen

   1. Voer aanvullend kwantitatief gebruikersonderzoek uit onder instellingen voor onderwijs
      en onderzoek. Doel hiervan is om de behoeftes aan ondersteuning bij toepassing van
      OSS beter in kaart te brengen en de invulling van de hieronder vermelde aanbevelingen
      beter te onderbouwen.


Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open                2
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
   2. Zorg voor een aanspreekpunt waar instellingen kunnen aankloppen voor informatie.
      Ontwikkel een kennisbank. Werk op dit terrein samen met andere organisaties (zoals
      HOSP en Kennisnet).
   3. Organiseer bijeenkomsten waar ervaringen gedeeld kunnen worden. Zet presentaties,
      use-cases en gehele projecten met source code online.
   4. Benadruk de mogelijkheden tot samenwerking en kennisdeling. Faciliteer die
      samenwerking. Denk aan gebruikersgroepen, afstemming van (vervolg-)ontwikkelingen,
      onderhouden van contacten met de communities, ondersteunen van die communities.
   5. Ondersteun initiatieven van instellingen die willen omschakelen naar open technologie;
      bijvoorbeeld naar een open ELO. Beschrijf het proces en procedures, help met
      migratietools die het voor een volgende instelling “makkelijk” maken.
   6. Steun of initieer initiatieven die zijn gericht op het onderwijs zelf: dat de toekomstige
      (informatie-) managers kennis en ervaring op doen met open technologie. Ook voor onze
      ambitie als kennis-economie is dat - als de voorspellingen enigermate uitkomen - van
      groot belang.




Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open              3
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
2 Inleiding en opzet onderzoek


2.1 Inleiding

De informatie-industrie is in vergelijking tot een groot aantal andere sectoren een “jonge”
bedrijfstak. Om die reden zijn nogal wat werkwijzen en procedures aan sterke veranderingen
onderhevig. In de afgelopen jaren is bij veel organisaties het besef doorgedrongen dat de
afhankelijkheid van ICT-bedrijven ongewenste vormen heeft aangenomen. Noodzakelijke
aanpassingen aan (bedrijfskritische) systemen blijken soms helemaal niet mogelijk, of kunnen
alleen worden uitgevoerd door het bedrijf dat het systeem had gebouwd of geïmplementeerd. En
ook voor het uitwisselen van data bieden systemen vaak geen of beperkte mogelijkheden.
Monopolievorming, eenzijdige licentievoorwaarden en ongekende financiële consequenties waren
en zijn daarvan een gevolg.

In Nederland was het Kees Vendrik, Kamerlid voor GroenLinks, die in 2002 met zijn notitie
“Software open u” het belang van open standaarden en open source software op de politieke en
maatschappelijke agenda zette.

Sindsdien is de discussie over open technologie in Nederland, maar zeker ook daarbuiten, in een
stroomversnelling geraakt. Niet alleen opdrachtgevers realiseren zich dat het gebruik van open
standaarden belangrijk is en serieus gekeken moet worden naar de mogelijkheden die open
source software biedt, ook binnen de ICT-industrie groeit het besef dat de wereld in snel tempo
aan het veranderen is. Alle grote ICT bedrijven hebben om die reden “open source software” op
de beleidsagenda voor de komende jaren staan. Dat betreft niet alleen de bedrijven die vanuit
hun traditie gelieerd zijn aan open technologie als SUN, HP en IBM, maar ook andere
serviceverleners op de Nederlandse markt zoals Ordina, LogicaCMg en Capgemini.

Over de noodzaak van open standaarden is steeds minder discussie: veel grote opdrachtgevers,
zeker in de publieke sector dwingen het gebruik ervan af. De rijksoverheid heeft dit onderwerp
inmiddels belegt “in de lijn” en ziet het in projectvorm promoten ervan niet langer als
noodzakelijk. Het in opdracht van de rijksoverheid ontwikkelde programma OSOSS heeft voor de
komende periode dan ook als primaire taak het stimuleren van de toepassing van open source
software.

Gerenommeerde onderzoeksbureaus en ICT goeroes voorspellen dat open source software bezig
is aan een onstuitbare opmars. Ook al omdat opkomende industrieën als India en China er
massaal op inzetten. Op www.ITManagersJournal.com werd begin 2006 het volgende
gepubliceerd:

At Gartner's recent 2005 Open Source Summit, Mark Driver, a Gartner vice president and
research director and the official host for the conference, made some interesting projections
about open source software in IT. I spoke with Driver and discussed not only the expansion of
OSS into the IT world, but his plans for future conferences. In the interest of brevity and time,
we agreed to utilize portions of the supplied text of his talks to supplement his answers. In his
talk at the conference, Driver made four quantitative predictions:

    •   By 2010, 75 percent of mainstream IT organizations will have formal open source
        acquisition and management strategies. Gartner gave an 80% probability of this
        occurring.
    •   By 2008, open-source software solutions will directly compete with closed source
        products in all software infrastructure markets. Again Gartner attached an 80%
        probability to this assumption.


Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open                    4
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
    •   By 2010, mainstream IT organizations will consider open source software in 80% of their
        infrastructure-focused software investments. This statement had a slightly lower 70%
        probability.
    •   By 2010, open source will be included in mission-critical software portfolios within 75%
        of Global 2000 enterprises. This assumption carried a 90% probability.

Deze en andere onderzoeken maken duidelijk dat op korte termijn een groot aantal
veranderingen in de ICT wereld gaat plaatsvinden. Dat brengt nieuwe kansen en uitdagingen met
zich mee. Belangrijke vraag is of het onderwijsveld op deze ontwikkelingen is voorbereid.


2.2 Vraagstelling

Dit rapport is primair bedoeld een antwoord te geven op de vraag: Liggen er voor SURFnet
uitdagingen en kansen om de toepassing van open source software en open standaarden in het
onderwijs te ondersteunen?

Aan deze rapportage ligt een twaalftal interviews met belangrijke stakeholders uit het
onderwijsdomein met kennis van OSS ten grondslag. In dit rapport wordt - met name - ingegaan
op de volgende vragen:

    1. In welke mate is open source software in gebruik binnen het onderwijs?
    2. Wat zijn belemmeringen voor instellingen om open source software te gebruiken?
    3. Welke problemen ondervinden instellingen bij het uitvoeren van open source software
       projecten?
    4. Welke OSS-projecten zijn er binnen het onderwijs?
    5. Wat zijn de belangrijke organisaties voor open source en onderwijs?


2.3 Interviews

In het kader van het onderzoek zijn interviews uitgevoerd met:

Frank Benneker – onderwijstechnoloog, Universiteit van Amsterdam
Jan Bergstra – lid stuurgroep Amsterdam School of ICT (UvA-HvA)
Frank Kresin – programmamanager, Digitale Universiteit
Jo Lahaye – CEO MMBase Foundation, projectleider WOSI (HvA)
Leen Maas – clusterdirecteur ICT en Elektro, ROC Zeeland
Jeroen Meij – coördinator ICT op school, OSS in het Onderwijs
Piet Hein Minnecré – OSS in het Onderwijs
Cees Segers - Avans Hogescholen
Wouter Tebbens - voorzitter van de werkgroep Vrije Software, Internet Society Nederland
Fred de Vries - onderwijstechnoloog, Open Universiteit
Hans de Vries - bedrijfskundig docent ICT / Multimedia, Saxion Hogescholen.
Michael van Wetering – unit manager Techniek en Beheer, Kennisnet

Aan bovenstaande personen is een groot aantal vragen voorgelegd, die betrekking hadden op de
mate waarin open source producten worden gebruikt binnen het onderwijs, de eigen instelling,
de ervaringen met betrekking tot open source producten en communities rond open source
projecten en open standaarden. Daarnaast is in de interviews ingegaan op knelpunten die spelen
rond de toepassing, de implementatie en het gebruik van open source software.




Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open               5
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
Uiteraard was er ook ruimte om buiten de vragen om opmerkingen en suggesties te doen. Dat
heeft geleid tot een groot aantal ideeën en aanbevelingen. Daarnaast zijn door de stakeholders
producten en organisaties genoemd die van belang zijn voor OSS in het onderwijs. Deze zijn
opgenomen in de bijlages 1 en 2.




Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open                 6
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
3 Betekenis van OSS voor het onderwijs, gebruik van en beleid ten aanzien van OSS

3.1 Betekenis van OSS voor het onderwijs

De argumenten die in het algemeen gelden voor het belang van open source software, gelden
volgens bijna alle geïnterviewden in bijzondere mate voor het onderwijsveld. Een aantal citaten
uit de verschillende interviews maken dat goed duidelijk. “De mogelijkheid software zo te kunnen
aanpassen dat het een cursus of opleiding maximaal ondersteunt”. “Dat je tot op broncode
niveau kunt begrijpen wat er gebeurt”. “Publiek geld”. “ICT is geen doel, maar een middel”.
“Hoge flexibiliteit”. “Dat je kunt samenwerken aan software, zonder dat de toegevoegde waarde
bij één leverancier belandt”. Dat je ongestraft modules en applicaties kunt delen”. “Dat de
grotere instellingen software kunnen ontwikkelen, die daarna ook door anderen te gebruiken is”.

De gegeven argumenten vallen in drie categorieën uiteen: educatieve,
ideologisch/maatschappelijke en business ratio. De laatste categorie geldt feitelijk voor alle
organisaties en ondernemingen. Als een specifiek open source product beter presteert en
bovendien de kosten niet stijgen, dan kan je op basis van puur rationele argumenten (TCO: Total
Cost of Ownership) kiezen voor OSS. In de tweede categorie zijn argumenten te vinden die niet
alleen voor het onderwijs van belang (kunnen) zijn, maar wellicht voor de gehele publiek sector;
bijvoorbeeld dat met publiek geld gewerkt wordt, dat processen transparant en controleerbaar
horen te zijn, dat ict weliswaar de primaire processen ondersteunt, maar geen doel op zich is.

In de eerste categorie worden argumenten genoemd die wel specifiek voor het onderwijs van
belang zijn. Bijvoorbeeld dat het voor onderzoek noodzakelijk is om inzicht te hebben in alle
processen, dat openheid kennisverwerving en kennisdeling bevordert, dat experimenteren de
creativiteit bevordert en niet binnen de kaders van een product of pakket gedacht hoeft te
worden, dat opleidingen (informatie-)managers afleveren die bekend zijn met open technologie
en geleerd hebben om kritisch naar systemen te kijken.


3.2 Gebruik van open source producten en beleid ten aanzien van open source
software in het hoger onderwijs

In hoeverre houdt het door onderwijsinstellingen geformuleerd ict-beleid rekening met de
hiervoor genoemde ontwikkelingen met betrekking tot open source software?
Uit de gesprekken met de stakeholders kan geconcludeerd worden dat binnen het hoger
onderwijs (HBO en universitair) er geen organisaties zijn die een instellingsbreed pro-open source
ict-beleid voeren. Per faculteit of afdeling bestaan grote verschillen in gebruik en benadering van
open source software. Op afdelingsniveau worden open source software projecten uitgevoerd,
vaak zonder dat een beleid inzake open source software geformuleerd is. Op deze wijze ontstaat
discrepantie tussen de facto gebruik en officieel beleid ten aanzien van open source software.

Wat gebruik, ontwikkeling en implementatie van open source producten betreft, lopen
universiteiten en hogescholen zeker niet voorop, terwijl zij dit volgens respondenten wel zouden
moeten doen. Een duidelijke visie ontbreekt. De geïnterviewde stakeholders verlangen actiever
en meer helder beleid. Wat betreft het nemen van initiatief ten behoeve van open source
ontwikkelingen geven zij aan meer te verwachten van overkoepelende organisaties als SURFnet
en Kennisnet.

Het gebruik van open source software is in het hoger onderwijs zeer gering. Zo zijn elektronische
leeromgevingen over het algemeen closed source. Er worden wel proeven genomen met
producten als Moodle. Wat betreft contentmanagementsystemen zijn er zeer weinig open source
producten in gebruik. Voor het ondersteunen van netwerkdiensten gebruiken universiteiten wel
veel linux-servers, dit terwijl hogescholen meer Microsoft-netwerken in gebruik hebben.

Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open                   7
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
4 Problemen ten aanzien van het gebruik van open source software producten

De geïnterviewde stakeholders hebben vanuit beleidsmatige en/of technische invalshoek ruime
ervaring met de uitvoering van open source software projecten binnen het onderwijs. Uit de
interviews kwam een groot aantal knelpunten met betrekking tot het gebruik van open source
software producten naar voren. Die problematiek komt in alle fasen van oss-projecten tot uiting;
van de oriëntatiefase tot de implementatie en doorontwikkeling van een oss-product. Hieronder
worden de belangrijkste gesignaleerde knelpunten nader toegelicht.

Overigens gaat het hier niet in alle gevallen om problemen die typisch zijn voor open source
software; een aantal van onderstaande knelpunten doen zich ook voor bij closed source software
producten.

Imago open source

Het imago van open source software moet verbeterd worden. De geïnterviewde stakeholders
maken melding van wijdverbreide vooroordelen en mythes ten aanzien van open source software
(open source software zou niet gebruikersvriendelijk zijn, etc.) Het marketingveld van closed
source software is vele malen groter.

Gebrek aan kennis

Er bestaat een groot gebrek aan zelfs basiskennis over oss bij beleidsmakers en ict-coördinatoren
in het onderwijs. De bekendheid van open source producten en open standaarden is vooral
binnen kleinere organisaties uiterst gering, zeggen de respondenten. Deze instellingen hebben
dus behoefte aan de meest elementaire kennis (wat is open source software?). Maar ook
instellingen die het belang van oss al onderkennen, weten niet waar te starten. Er bestaat grote
behoefte aan voorbeelden en case studies.

Er ontbreekt diepere kennis over de specifieke eigenschappen van open source technologie, zoals
transparantie (open broncode) en de mogelijkheden ten aanzien van kennisontwikkeling. Terwijl
er juist met betrekking tot het onderwijs zoveel argumenten vóór OSS zijn.

Er is onvoldoende kennis aanwezig over de wijze waarop commerciële processen rondom open
source software functioneren. Welke garanties kan ik krijgen, wat is mijn aanspakelijkheidsrisico,
welke licenties moet ik kiezen, kan ik een SLA afsluiten en dergelijke.

Algemeen wordt onderkend – en als probleem gedefinieerd - dat de toepassing van OSS
technologie vereist dat de eigen organisatie een helder en sturend beleid voert ten aanzien van
ict-ontwikkelingen, zowel in de rol van uitvoerder als opdrachtgever. Instellingen weten echter
niet hoe zij deze rol op een goede manier invulling moeten geven.

Dienstverleners en productvergelijkingen

Het ontbreekt volgens de geïnterviewden aan belangenloze, objectieve informatie over
commerciële dienstverleners, afkomstig van betrouwbare instellingen. Dat maakt het moeilijk om
een geschikte implementatiepartij en support te vinden. Geconstateerd wordt dat er bij de
meeste OSS-producten weinig (toegankelijke) kennis beschikbaar is over dienstverleners en
implementatiepartijen. Ook is er te weinig objectief vergelijkingsmateriaal beschikbaar ten
aanzien van de verschillende OSS-producten.

Projecten en participatie in open source gemeenschap



Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open                   8
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
Door de stakeholders wordt aangegeven dat organisaties binnen het onderwijs onbekend zijn
met de mate waarin andere organisaties open source producten gebruiken, open source
projecten uitvoeren en in OSS-communities participeren.

Er is een gebrek aan inzicht in het functioneren van open source gemeenschappen en
onduidelijkheid over de wijze waarop in open source gemeenschappen geparticipeerd kan en/of
moet worden. Daarbij speelt een gebrek aan kennis, bijvoorbeeld met betrekking tot patches,
bugfixes en updates, een belangrijke rol. Grotere open source gemeenschappen bieden volgens
de respondenten over het algemeen betere regelingen en meer informatie met betrekking tot de
aflevering van nieuwe versies dan kleinere.

Over de betrouwbaarheid, de volwassenheid en de doorontwikkeling van open source software
zou betere informatie beschikbaar moeten komen. Hoe ver is een product ontwikkeld? Daarnaast
zou meer informatie moeten worden verschaft over de looptijd benodigd voor de
doorontwikkeling van open source toepassingen.

Wanneer een organisatie een ontwikkelde toepassing optimaal wil delen met de
onderwijsgemeenschap, dient dit product ontwikkeld te worden conform standaarden voor
koppelvlakken en moet het in meerdere omgevingen passen (platformonafhankelijk). Voor het
product moet goede documentatie beschikbaar zijn. Instellingen ondervinden nu moeilijkheden
bij hergebruik van ontwikkelde open source toepassingen. Een voorbeeld vormt de overname van
open source toepassingen door ROC Zeeland van het Baronie college Breda. ROC Zeeland geeft
aan dat men wegens gebrek aan de juiste documentatie veel ontwikkeltijd moest steken in
reverse engineering (d.w.z. achterhalen van de werking van de broncode).

Juridische vraagstukken

Er is onduidelijkheid ten aanzien van licentievormen in het algemeen (GPL, LGPL, etc.) en men
weet niet welke licentievormen het meest geschikt zijn voor toepassing binnen het onderwijs. Bij
de uitvoering van open source projecten komen juridische vragen blijkbaar altijd naar voren. In
welke mate is bijvoorbeeld de eigen organisatie aansprakelijk is wanneer een ontwikkelde
applicatie door andere partijen in gebruik genomen wordt.

Gewenning aan closed source software

Respondenten maken melding van gewenning (‘verslaving’) aan bepaalde closed source software
producten bij medewerkers van onderwijsinstellingen. Dit zou de introductie van open source
software bemoeilijken Sommige closed source toepassingen hebben de status van de facto
standaard verworven. Zo wordt de argumentatie om geen open documentformaat te gebruiken
meestal gekoppeld aan de opmerking dat (in dit geval) Word nou eenmaal de standaard is. Bijna
alle geïnterviewden geven aan binnen de instelling zowel closed source software als open source
software te gebruiken. Zo gebruiken Kennisnet en ROC Zeeland de open source producten met
name aan de ‘onderwijskant’, terwijl voor de bedrijfsvoering vooral closed source software wordt
ingezet.

Ontwikkelkosten vs. licentiekosten

Bij de toepassing van open source software voor complexe applicaties valt in eerste instantie
vaak weinig financieel voordeel te halen. Ontwikkel- en zeker ook migratiekosten maken dat een
omschakeling naar open technologie niet ‘meteen’ leidt tot lagere kosten. Dit geldt met name
voor complexe applicaties waar veel fine-tuning noodzakelijk is (bijvoorbeeld portals en content
management), maar in mindere mate voor ‘uitgekristalliseerde’ toepassingen (bijvoorbeeld office
applicaties). Geen van de respondenten schat overigens in dat open source oplossingen


Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open               9
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
structureel duurder zijn dan closed source toepassingen. In dit opzicht is een keuze voor OSS een
keuze met het oog op toekomstige ontwikkelingen.




Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open              10
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
5 Redenen die worden gegeven om voor open source software te kiezen:

Tijdens de interviews zijn diverse redenen genoemd waarom (onderwijs)instellingen kiezen of
zouden moeten kiezen voor open source software. De argumenten kunnen worden
onderverdeeld in drie categorieën: puur zakelijke argumenten, overwegingen van educatieve
aard en argumenten met een ideologisch karkater.

Het ligt buiten de vraagstelling van dit onderzoek alle argumenten voor of tegen het gebruik van
open source software te evalueren. Er wordt derhalve alleen kort ingegaan op de redenen die
volgens de respondenten bij uitstek van belang zijn voor het maken van een keuze voor open
source software.

Educatief voordeel open source technologie

Open source technologie sluit beter aan bij wetenschappelijke werkwijzen en leermodellen,
aangezien samenwerking en van elkaar leren centraal staan. Elementaire onderdelen van de
technologie kunnen worden bestudeerd en naar eigen inzicht of behoefte worden aangepast en
doorontwikkeld. Er kan worden geëxperimenteerd, waardoor ook het creatieve proces en het
leerproces worden versterkt. Open source software kan ontwikkeld en aangepast worden om
optimaal aan te sluiten bij de educatieve visie van instellingen.

Het gebruik en de ontwikkeling van open source software door instellingen levert daarmee een
bijdrage aan het onderwijs zelf en aan de software-expertise van medewerkers, studenten en
docenten. Zo laat de Hogeschool van Amsterdam studenten diepgaan kennis verwerven van open
source ontwikkelmethodiek middels het WOSI-project (Woningcorporaties Open Source
Inititatief). Dit project wordt in samenwerking met drie grote woningbouwcorporaties uitgevoerd.
En een belangrijke reden voor ROC Zeeland om de open source leeromgeving Didactor verder te
ontwikkelen, was dat het ROC op deze wijze tegelijkertijd leermiddelen creëerde voor de eigen
ict-opleidingen. Ook Saxion Hogescholen geven aan voor open source software gekozen te
hebben primair met dit doel voor ogen.

Open source software biedt de mogelijkheid om in samenwerkingverbanden
softwaretoepassingen verder te ontwikkelen. Er komt know-how beschikbaar voor instellingen
binnen de (onderwijs-) gemeenschap. Participatie van andere organisaties kan tevens leiden tot
kostenbesparing.


Businessratio

De stakeholders geven bijna allemaal aan leveranciersonafhankelijkheid als een belangrijke
motivatie te beschouwen om te kiezen voor open source software.

Ook wijzen ze op het strategisch voordeel van open source technologie: het ontwikkelen van
kennis (van medewerkers) binnen de eigen onderwijs organisatie. Hier moet wel een onderscheid
gemaakt worden tussen organisaties die zelf participeren in het ontwikkelen van software en
instellingen die voor implementatie van open source toepassingen een commerciële partij in de
arm nemen.

In tegenstelling tot closed source toepassingen biedt open source software de afnemer/gebruiker
controle over de werking van het product. Er kan ‘onder de motorkap gekeken worden’. Open
source software kent de mogelijkheid om (onderdelen van) het product zelf door te ontwikkelen
en te verspreiden. Er zijn geen ‘verplichte’ upgrades. Open source software biedt de mogelijkheid



Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open              11
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
om eigen integraties te bewerkstelligen, die in anders duur, onmogelijk of licentietechnisch niet
toegestaan zouden zijn.

Als reden om voor open source software te kiezen, worden ook financiële argumenten genoemd,
zoals het uitsparen van licentiekosten. Zo geeft Kennisnet aan bij een aantal projecten met zeer
grote aantallen gebruikers te maken te krijgen. Zelfs lage kosten voor een licentie per gebruiker
vormen dan reden voor een keuze voor open source software.

Respondenten geven aan vanuit de communities vaak snel geholpen te worden wanneer er zich
problemen voordoen. Deze goede ervaringen met support zijn reden om (ook) in de toekomst
voor een open source oplossing te kiezen.

Overwegingen van ideologische aard

Maatschappelijke instellingen en overheden zouden vanwege het publiek belang van
transparantie en digitale duurzaamheid open source producten moeten gebruiken.

Toepassingen ontwikkeld met overheidsgeld zouden aan de gemeenschap ten goede moeten
komen. Door maatschappelijke en overheidsinstellingen ontwikkelde open source toepassingen
kunnen worden aangeboden voor breed gebruik door de gemeenschap.

Respondenten geven aan er moeite mee te hebben dat studenten van onderwijsinstellingen leren
werken met alleen closed source toepassingen en willen hun studenten alternatieven aanbieden.
Studenten moeten leren tekstverwerken in plaats van omgaan met Word en tabelcalculatie in
plaats van leren werken met Excell.




Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open                    12
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
6. Aanbevelingen van de respondenten


Bij de stakeholders leeft de sterke overtuiging dat SURFnet een uitstekende partij zou zijn om
ontwikkelingen binnen de open source gemeenschap te ondersteunen. Er is er een groot
vertrouwen in de capaciteiten, de middelen en het vermogen van SURFnet om een stimulerende
invloed uit te oefenen op de ontwikkeling van open source software, projecten en producten.

Uit de interviews kwam een aantal aanbevelingen naar voren met betrekking tot het
ondersteunen van open source software en open standaarden.
Deze aanbevelingen kunnen worden ondergebracht binnen de volgende categorieën:

        Versterk de open source gemeenschap middels een platform
        Start een platform voor open source ontwikkelingen in het onderwijs, breng open source
        ontwikkelingen samen (zie 6.1)
        Verleen technische, zakelijke en juridische expertise
        Steun open source ontwikkelingen door het aanbieden van technische, zakelijke en
        juridische expertise (zie 6.2)
        Voer aanvullend kwantitatief onderzoek uit (zie 6.3)
        Steun het onderwijs
        Draag door middel van het onderwijs bij aan het verbeteren van de kennis en know how
        van open source technologie (zie 6.4)
        Versterk marketing van open source producten
        Bevorder de bekendheid en het gebruik van open source software producten door
        informatie over deze producten te verspreiden (zie 6.5)
        Overige
        Oefen politieke druk uit ter stimulering van het gebruik open source software, bied
        technische ondersteuning bij het ontwikkelen van specifieke producten, initieer open
        source software projecten of participeer in deze projecten, zet een platform op voor
        softwareontwikkelaars (zie 6.6)

6.1 Richt een platform op voor open source projecten in het onderwijs

Het platform zou zich moeten richten op het uitwisselen van ervaringen tussen
onderwijsinstellingen en zou samenwerking en vraagbundeling op het gebied van open source
software moeten bevorderen. Zo wordt er op gewezen dat veel instellingen gebruik maken van
verschillende administratiesystemen, terwijl dit niet altijd strikt noodzakelijk is. In de wet is
voorgeschreven wat deze systemen moeten vastleggen, voor de instellingen zijn er geen redenen
om zich op dit gebied van elkaar te onderscheiden. Hier liggen kansen voor samenwerking en
bundeling van krachten tussen overheden, bedrijven en kennisinstituten.

Het platform zou zich er dus op moeten richten om organisaties bij elkaar te brengen rondom de
ontwikkeling van open source producten en bijdragen aan draagvlak en continuïteit.
Het platform kan daarnaast bijeenkomsten organiseren waar ervaringen gedeeld kunnen worden
en presentaties geven. Ten behoeve van kennisuitwisseling kunnen use-cases worden
uitgedragen en eventueel gehele projecten met source code online gezet.

Er wordt gewezen op de noodzaak dat SURFnet een coördinerende rol speelt in
samenwerkingsverbanden. Zorg ervoor dat software op een dusdanige manier wordt ontwikkeld,
dat andere instellingen er ook iets aan hebben. Sla een brug naar de wereld buiten het
onderwijs.




Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open              13
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
Het platform zou een antwoord kunnen geven op vragen als: wat zijn specifiek voor het
onderwijs interessante open source toepassingen? Er zou een kennisbank kunnen worden
ontwikkeld. Hierdoor kan het platform fungeren als aanspreekpunt waar instellingen kunnen
aankloppen voor informatie, met bijvoorbeeld informatie kunnen leveren over het stadium waarin
een bepaald OSS-product verkeert.


6.2 Versterk de open source gemeenschap met juridische en zakelijke expertise

Volgens respondenten zou SURFnet een waardevolle bijdrage kunnen leveren middels het
verlenen van juridische bijstand, bijvoorbeeld op het gebied van aansprakelijkheid. Dit zou
kunnen via garantstellingen. Daarnaast zou SURFnet expertise ter beschikking kunnen stellen ten
behoeve van inkoopbemiddeling en het opstellen van SLA’s (service level agreements).
Softwareproducenten zouden beter ondersteund kunnen worden bij het maken van een keuze
voor een bepaalde licentievorm.

6.3 Aanvullend kwantitatief onderzoek

Voer aanvullend kwantitatief gebruikersonderzoek uit onder instellingen voor onderwijs en
onderzoek. Doel hiervan is om de behoeftes aan ondersteuning bij toepassing van OSS beter in
kaart te brengen en de invulling van de hier vermelde aanbevelingen beter te onderbouwen.

6.4 Vergroot de kennis van open source software middels het lesprogramma van
onderwijsinstellingen

De ondervraagden geven eigenlijk zonder uitzondering aan dat open source software thuishoort
in het normale curriculum van (ict-)opleidingen, zowel in het gebruik van elektronische
toepassingen ten behoeve van het onderwijs, als in de opleidingen zelf. Gewezen wordt op het
educatieve voordeel van open source software, bijvoorbeeld dat deze software geheel kan
worden aangepast ter ondersteuning van de educatieve visie.

Enkele geinterviewden wijzen op het grote potentieel aan studenten die kunnen participeren in
OSS-communities en kunnen leren software te ontwikkelen. De kennis van open source software
zou vergroot kunnen worden, door het geven van workshops en trainingen aan studenten bij
(ict-)opleidingen en het ontwikkelen van leermiddelen.

6.5 Ondersteun marketing van open source software producten

Aangegeven wordt dat nog veel werk verzet moet worden met betrekking tot het verbreiden van
kennis over open source software producten en dat met name binnen kleinere instellingen in het
onderwijs hierover een zeer gebrekkige kennis bestaat.

Kleinere instellingen zouden voornamelijk behoefte hebben aan ondersteuning bij het maken van
zakelijke afwegingen. Gedacht kan worden aan een symposium voor kennisverbreiding van open
source software.

6.6 Overige

SURFnet zou ervoor kunnen kiezen om, wat levering van diensten betreft, zoveel mogelijk open
source software in te zetten (“kiezen voor open source tenzij”). Eén respondent is van mening
dat SURFnet politieke druk zou moeten uitoefenen ten behoeve van de open source
gemeenschap en zo min mogelijk medewerking moet verlenen aan het verspreiden van closed
source software.


Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open             14
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
Respondenten geven aan dat SURFnet de ontwikkeling van onderwijs-toepassingen zou kunnen
coördineren. Als meerdere organisaties als ELO kiezen voor Moodle of Didactor, zorg dan voor
afstemming van de ontwikkelingen en een eenduidig contact met de communities (lever input en
bijdragen namens het samenwerkingsverband). Naar voorbeeld van de Digitale Universiteit
zouden ook producten of projecten (zoals de Educatieve contentketen) geïnitieerd of
ondersteund kunnen worden.

Respondenten zijn van mening dat het bundelen van inspanningen en het bij elkaar brengen van
projecten, managers en ontwikkelaars voor het onderwijsveld van groot belang is.
Andere respondenten zien meer in een platform dat zich richt op beleidsmakers in het onderwijs
(zie 6.1)




Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open            15
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
7. Conclusies


De geïnterviewde stakeholders hebben een groot aantal ideeën aangeleverd met betrekking tot
mogelijkheden van ondersteuning van open source gemeenschappen en producten door
SURFnet.

De aanbevelingen die het meest sterk naar voren werden gebracht en waarop door het grootste
aantal respondenten werd aangedrongen, betroffen de verspreiding van kennis over open source
software (met name middels lesprogramma’s in het onderwijs) en het oprichten van een platform
ten behoeve van kennisuitwisseling en samenwerking.


7.1 Stimuleren onderwijs

Waar respondenten sterk de nadruk op leggen is het ondersteunen van de ‘ontwikkelkant’ van
open source software, dat wil zeggen het ondersteunen van communities, softwareontwikkelaars
en leerprocessen op het gebied van open source software. Waar meerdere respondenten op
aandrongen, is studenten en docenten leren omgaan met open source software.
Het onderwijs wordt door deze respondenten genoemd als hét middel om een doorbraak van
open source software te forceren. Een groot deel van de gesignaleerde knelpunten (zie 4) zou
direct of indirect het gevolg zijn van een gebrek aan onderwijs op het gebied van open source
software. Respondenten geven overigens wel aan dat een dergelijk initiatief niet zinvol is
wanneer hetgeen dat geleerd wordt niet gebruikt wordt of direct toepasbaar is.

Respondenten benadrukken dat grotere instellingen (universiteiten, HBO’s), geringere behoefte
hebben aan technische of zakelijke ondersteuning op het gebied van open source. Bij kleinere
instellingen is de kennis over open source bijzonder gering. Deze instellingen hebben vooral
behoefte aan ondersteuning bij het maken van zakelijke beslissingen (welk product, welke
implementatiepartij?).


7.2 Platform

De volgende ideeën werden aangedragen met betrekking tot functies van een platform voor open
source software:

   -   het platform zou zich moeten richten op het samenbrengen en informeren van met name
       beleidsmakers en ict-coördinatoren binnen het hoger en universitair onderwijs
   -   het platform zou kansrijke projecten kunnen adopteren en onder de aandacht brengen
   -   door middel van samenwerking kan het platform ontwikkelingen binnen de open source
       gemeenschap versnellen en continuïteit verzekeren
   -   naar voorbeeld van JISC (Engelse zusterorganisatie van SURF) zou het platform best
       practices kunnen uitdragen, bijvoorbeeld met betrekking tot open standaarden,
       referentiearchitectuur en koppelingen tussen deelsystemen
   -   het platform zou faciliteiten kunnen bieden aan communities in wording

Voor SURFnet lijken de meest voor de hand liggende partijen om een samenwerking mee aan te
gaan voor het ontwikkelen van een dergelijk platform Kennisnet en Holland Open Software
Platform (HOSP). Kennisnet vanwege betrokkenheid bij een aantal open source projecten in het
onderwijs en kennis van open source producten, HOSP vanwege het feit dat dit
samenwerkingsverband wat aanpak en doelstellingen dicht bij het beoogde platform aansluit.



Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open            16
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
Er zijn reeds de nodige initiatieven binnen Nederland, op het gebeid van open source en
onderwijs maar er bestaat (nog) geen platform specifiek voor beleidsmakers en ict-coördinatoren
in het HBO en universitair onderwijs. Respondenten hebben aangegeven een dergelijk platform
als een nuttige bijdrage aan de ontwikkeling van open source software producten en projecten te
beschouwen.

OSS watch van JISC (Engelse zusterorganisatie van SURF) is een initiatief wat inzake
uitgangspunten sterk op dit beoogd platform lijkt. Er zou derhalve geleerd kunnen worden van de
ervaringen van JISC.




Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open            17
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
Bijlage 1: Een aantal belangrijke producten binnen de wereld van open source en
onderwijs


De volgende producten werden genoemd als zijnde belangrijk binnen de ontwikkeling van open
source software voor het onderwijs. Hier worden voornamelijk producten genoemd die specifiek
voor het Nederlands hoger onderwijs interessant zijn, zoals educatieve leeromgevingen.

Moodle
Open source ELO (elektronische leeromgeving). Wordt ontwikkeld ten behoeven van
leeromgevingen door hogescholen en universiteiten. Lectoraat van Fontys expirimenteert met
Moodle, middelbare scholen werken met Moodle (stedelijk gymnasium Enschede).

Sakai
Initiatief van Amerikaanse universiteiten om te komen tot een open source elektronische
leeromgeving. Universiteit van Amsterdam participeert in Sakai.

Didactor
De e-learning omgeving Didactor is een open source ELO, ontwikkeld door de MMBase
community en de Mediator Group. In gebruik bij Open Universiteit, Trimbos Instituut, ROC’s,
omroepen, etc.

Linupedia
Doel van dit project is voor het onderwijs leermiddelen ontwikkelen over Linux en toepassingen
eromheen. Ontwikkeld door

MILK
MILK (Meer Informatie over Lerende Kinderen) is een centraal ‘schakelbord’ tussen
administratieve en educatieve systemen, een leerkrachtenmodule voor alle educatieve en
administratieve software in een school. Vanaf 1 december 2005 is een stabiele productie versie
van MILK beschikbaar.

Davindi
Een door Kennisnet ontwikkelde zoekmachine voor het onderwijs. Deze zoekmachine doorzoekt
bronnen (websites, afbeeldingen, videoclips en documenten) die door en voor het onderwijs
geselecteerd zijn.

E-Groupware
Kennisnet paste open source software product E-Groupware aan ten behoeve van project
‘Groepen’ bedoeld voor het onderwijs, om in groepsverband contact te leggen.

A select
A-Select (SURF) is sinds 2004 beschikbaar als open source authenticatietool voor betrouwbare
online-authenticatie met persoonsgebonden middelen.

MMBase
Applicatie voor het ontwikkelen van contentmanagementsystemen.




Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open                 18
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
Bijlage 2: Organisaties die een belangrijke rol spelen met betrekking tot open source
software

De volgende projecten en organisaties spelen volgens de respondenten een belangrijke rol bij de
ontwikkeling van open source binnen het onderwijs. Hier gaat de aandacht voornamelijk uit naar
voor het Nederlands hoger onderwijs belangrijke organisaties.

Kennisnet
Kennisnet speelt een rol bij een aantal grote open source projecten binnen het onderwijs.

Holland Open Software Platform
Opgericht begin 2005. Doelstelling is onder meer het bepleiten van open standaarden in alle
vormen van informatietechnologie, het bevorderen van open informatieverwerking, alsmede het
stimuleren van het gebruik van open source software. Richt zich op een brede doelgroep
waaronder open source gemeenschap, overheid en bedrijfsleven.

OSOSS
OSOSS is een tijdelijk project voor open standaarden en open source software voor de overheid.
Dit programma wordt uitgevoerd door de ICTU, de uitvoeringsorganisatie ICT van de overheid.
Richt zich voornamelijk op kennisverspreiding van open source binnen gemeentes.

Programma OSS in het onderwijs
Programma van Kennisnet en ICT op school. Doel van het Open Source en Standaarden (OSS)
programma is om binnen het onderwijsveld de kennis over open source software te bevorderen
en het gebruik van open standaarden te stimuleren.

Uitwisselplatform voor open source software
Het Uitwisselplatform is een open source software website. Gratis hosting voor Open Source
Software ontwikkelprojecten. Richt zich op ontwikkelaars, binnen Nederlandse (semi-)overheden.
Een initiatief van OSOSS, SURFnet en Kennisnet, van start gegaan december 2005.

Disc
Disc is een samenwerkingsproject van Stichting Nederland Kennisland en de Waag Society en
richt zich op maatschappelijke organisaties die aan de slag willen met open source software.
Disc zal worden ondergebracht bij het Holland Open Software Platform.

Educatieve contentketen
Programma van de Digitale Universiteit. Het programma educatieve contentketen tracht bij te
dragen aan het stimuleren van webgebaseerde educatieve content.

OSSL
Voor particulieren en non-profit organisaties. OSSL heeft zich tot doel gesteld organisaties met
beperkte middelen te ondersteunen. Vervolgactiviteiten zullen plaatsvinden binnen het Holland
Open Software Platform.

Sourceforge
Website voor software ontwikkeling. Heeft repositories voor open source software. Documentatie
open source projecten, onder meer elektronische Leeromgevingen en e-Learning software.

JISC
Engelse zusterorganisatie van SURF. JISC heeft een OSS watch, Open source advisory service
voor het hoger onderwijs. Levert op objectieve basis advies over open source software. Geeft



Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open                   19
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye
informatie over best-practices, publiceert onderzoeken en rapportages voor beleidsmakers,
software developers en eindgebruikers.

Creative Commons Nederland
Samenwerking tussen Creative Commons International (CCi), het Instituut voor Informatierecht
(IVIR), Nederland Kennisland en Waag Society loopt nog minimaal voor een jaar. Stimuleert
gebruik en bekendheid creative commons licenties.

VOSN
De Vereniging Open Source Nederland (VOSN) is opgericht ter stimulering van het professioneel
gebruik van Open Source. De VOSN overweegt zichzelf op te heffen en onderdeel te worden van
Holland Open Software Platform.




Verkenning naar mogelijkheden tot ondersteuning van open source software en open            20
standaarden              versie 1.6 - januari 2006 - M.J. Prins & J. Lahaye

								
To top