Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy Avans+ by hijuney4

VIEWS: 22 PAGES: 35

									         Hbo-ma Master Specialised
                 Physical Therapy
                          Avans+


                              27 juni 2008

NVAO Toets Nieuwe Opleiding   Paneladvies
           Inhoud


           1         Samenvattend advies                                         3

           2         Inleiding en verantwoording                                 5
                     2.1      Werkwijze panel                                    5
                     2.2      Opbouw paneladvies                                 5

           3         Beschrijving van de opleiding                               7
                     3.1     Algemeen                                            7
                     3.2     Profiel instelling                                  7
                     3.3     Profiel opleiding                                   7

           4         Beoordeling per onderwerp                                  11
                     4.1    Doelstellingen opleiding                            11
                     4.2    Programma                                           15
                     4.3    Inzet personeel                                     22
                     4.4    Voorzieningen                                       24
                     4.5    Interne kwaliteitszorg                              26
                     4.6    Continuïteit                                        28

           5         Overzicht advies                                           30

           Bijlage 1: Samenstelling panel                                       31

           Bijlage 2: Programma site visit                                      32

           Bijlage 3: Overzicht van bestudeerde documenten                      33

           Bijlage 4: Lijst met afkortingen                                     34




pagina 2   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
     1 Samenvattend advies

           Dit paneladvies bevat de toetsing van de Master Specialised Physical Therapy voor wat
           betreft de uitstroomprofielen Sportfysiotherapie en Manuele therapie, die aangeboden wordt
           door Avans+ uit Breda. Voor de toetsing heeft het door de NVAO ingestelde panel gebruik
           gemaakt van de informatie uit het aanvraagdossier. Daarop zijn aanvullende vragen
           geformuleerd die door de opleiding zijn beantwoord en mede als leidraad hebben gediend
           bij de gesprekken tijdens het locatiebezoek. Tijdens dit bezoek heeft het panel gesprekken
           gevoerd met het management, de docenten en ontwikkelaars, alsook met studenten en
           alumni.

           Op 16 november 2006 heeft de NVAO reeds een positief besluit genomen voor de
           uitstroomprofielen Pediatrie en Geriatrie van deze professionele masteropleiding. Daarom
           onthoudt het panel zich nu van een diepgravende analyse van generieke cursussen, nadat
           het zich vergewist heeft van het feit dat er geen wijzigingen zijn naar aard en omvang van
           het generieke programma.

           De eindverantwoordelijkheid van de opleiding ligt bij Avans+, die ook de generieke
           mastercourses aanbiedt. Het specialistische gedeelte wordt telkens aangeboden door een
           partnerinstelling: het Nederlands Paramedisch instituut voor de richting sportfysiotherapie
           en de School voor Manuele Therapie Utrecht voor de richting manuele therapie. De
           samenwerkingsovereenkomsten zijn uitgewerkt op papier maar nog niet bekrachtigd. Het is
           in elk geval de bedoeling, zo is het panel zowel in geschrifte als mondeling gebleken, dat
           Avans+ de eindverantwoordelijkheid draagt voor vakinhoud en toetsing van de volledige
           opleiding en dus waar nodig kan interveniëren met betrekking tot het programma, de
           kwaliteitszorg en de inzet van personeel.

           Op basis van het informatiedossier en de gesprekken tijdens de site visit is het panel tot de
           conclusie gekomen dat de opleiding in alle facetten voldoende is uitgewerkt, wat haar
           ertoe leidt over alle onderwerpen een positief oordeel uit te spreken. Zo stelt het panel
           met tevredenheid vast dat:
                •    de beoogde eindkwalificaties ontleend zijn aan de competentieprofielen van de
                     betrokken beroepsverenigingen en dus aansluiten bij de eisen van vakgenoten;
                •    het programma van generieke en specifieke mastercourses samenhangend is en
                     de courses elkaar wederzijds versterken;
                •    de aanvrager voldoende personele capaciteit voorziet van docenten die ook in de
                     beroepspraktijk actief zijn;
                •    de materiële voorzieningen adequaat zijn en de elektronische leeromgeving wordt
                     gebruikt voor zowel informatie- als communicatiedoeleinden;
                •    de studielast weliswaar zwaar is maar door de opleiding voldoende wordt
                     ondervangen door de aanwezige studie- en stagebegeleiding;
                •    het systeem van interne kwaliteitszorg op punt staat en nu ook schriftelijk wordt
                     vastgelegd;
                •    de opleiding een duidelijke visie heeft op het minimum aantal deelnemers om de
                     opleiding financieel en onderwijskundig optimaal door te voeren.

           Deze algemene appreciatie neemt echter niet weg dat bepaalde facetten voor
           verbetering vatbaar zijn en dat het panel heeft vastgesteld dat de afstudeerrichting
           Sportfysiotherapie minder ver is gevorderd in de ontwikkeling van programma,
           toetsing en personeelsbeleid. Gezien de duidelijke afspraken rond taakverdeling en




pagina 3   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
           (eind)verantwoordelijkheid tussen de opleidingspartners, geeft het panel de opleiding het
           voordeel van de twijfel maar roept het tegelijkertijd Avans+ op om de nodige stappen te
           ondernemen op volgende punten:
                •   de verdere ontwikkeling van zowel materiaal, literatuur als visie op de
                    mastercourse sportmedisch diagnostisch handelen;
                •   de wetenschappelijke onderbouwing en pluriforme benadering van sportrevalidatie
                    in de context van de mastercourse;
                •   een gevarieerd toetsbeleid binnen de sportfysiotherapie met summatieve,
                    formatieve en kennistoetsen;
                •   een personeelsbeleid dat via na- en bijscholing de wetenschappelijke achtergrond
                    van de (kern)docenten in de sportfysiotherapie bevordert.

           Op basis van bovenstaande argumenten adviseert het panel de NVAO om positief te
           besluiten ten aanzien van de kwaliteit van de beide afstudeerrichtingen Master Physical
           Therapy in Sports en Master Manual Therapy binnen de Master Specialised Physical
           Therapy van Avans+. Dit positieve advies neemt niet weg dat het, niettegenstaande het in
           Avans+ en het NPi te stellen vertrouwen, wellicht ook voor de aanvrager dienstig is indien
           het bestuur van de NVAO de voortgang van de aanbevolen verbeterpunten aangaande de
           afstudeerrichting sportfysiotherapie tussentijds zou toetsen. Dat zou dan best tussen
           september 2009 en 2010 kunnen geschieden. Voor de eerste lichting studenten komt dat
           nog op tijd.


           Den Haag, 27 juni 2008

           Namens het panel ter beoordeling van de toets nieuwe opleiding Master Specialised
           Physical Therapy van Avans+,




           Drs. C.W. van Seventer                                               Mark Delmartino M.A.
           (voorzitter)                                                         (secretaris)




pagina 4   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
     2 Inleiding en verantwoording

    2.1    Werkwijze panel
           Bij de toetsing van de Master Specialised Physical Therapy (MSPT) heeft het panel de
           criteria uit het Toetsingskader nieuwe opleidingen hoger onderwijs van de NVAO 14 februari
           2003 (verder: Toetsingskader) in acht genomen.

           Het panel heeft, na bestudering van het door de instelling ingestuurde informatiedossier,
           een voorbespreking gehouden ter voorbereiding op een bij de aanvragende instelling af te
           leggen site visit. Dit vooroverleg vond op 15 april 2008 in Antwerpen plaats en bestond
           voornamelijk uit drie delen: een gedachtewisseling over de eerste bevindingen van het
           panel, het inventariseren van openstaande vragen aan de opleiding en de voorbereiding
           van het locatiebezoek.

           Het panel heeft een lijst met 17 onderwerpen opgesteld die een schriftelijk antwoord
           vereisten voor het locatiebezoek. Daarnaast heeft het panel 13 onderwerpen genoteerd
           voor een gedachtewisseling tijdens het locatiebezoek. Het bezoek aan Avans+ zelf heeft op
           29 mei 2008 plaatsgevonden. Tijdens de site visit heeft het panel zich in verschillende
           gespreksronden van nadere informatie voorzien, een en ander aan de hand van de
           vraagpunten die tijdens het vooroverleg waren voorbereid. Bijlage 2 bij dit advies geeft een
           overzicht van het programma van het locatiebezoek.

           Na afloop heeft het panel de bevindingen op basis van het materiaal en de uitkomsten van
           de verschillende gespreksronden onderling besproken en vertaald naar aan het
           Toetsingskader gekoppelde conclusies. Daarbij is eerst per facet afzonderlijk een
           beoordeling uitgesproken en is vervolgens per onderwerp een oordeel gegeven over de
           desbetreffende facetten in onderling verband, uitmondend in een voorlopig eindadvies.
           Waar nodig heeft het panel zijn advies afzonderlijk genoteerd voor elk van beide
           afstudeerrichtingen.

           De secretaris van het panel heeft daarna een concept-paneladvies opgesteld dat, na
           verwerking van de daarop binnengekomen commentaren van de panelleden en een
           eindredactie door de voorzitter, is geworden tot het definitieve advies zoals dat hier voorligt.



    2.2    Opbouw paneladvies
           Kern van het achterliggende advies vormt hoofdstuk 4, waarin het panel de kwaliteit en het
           niveau van de voorgedragen opleiding toetst aan de hand van de zes onderwerpen en de
           negentien facetten die het Toetsingskader daarvoor aanreikt. De opbouw is daarbij zo, dat
           het panel, per facet, onder het kopje bevindingen eerst een samenvatting geeft van de door
           de aanvragende instelling aangeleverde informatie. Het gaat dan om een weergave van
           feiten en argumenten, voorzover vermelding daarvan naar het oordeel van het panel
           relevant is. Daarbij heeft het panel zowel geput uit het informatiedossier als uit de
           mondelinge toelichtingen tijdens het locatiebezoek.




pagina 5   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
           Na de bevindingen volgen de overwegingen van het panel, waarbij wat aan bevindingen is
           gereleveerd wordt beoordeeld en gewogen, uitmondend in een (per facet) afsluitende
           conclusie. Ook per onderwerp geeft het panel steeds een samenvattend oordeel.

           Aan het kernhoofdstuk gaat een hoofdstuk 3 vooraf, waarin de voorgedragen opleiding kort
           wordt beschreven. In een afsluitend hoofdstuk 5 wordt met behulp van een tabel een
           samenvattend overzicht van de door het panel uitgesproken oordelen gegeven.

           Aan het advies is een aantal bijlagen toegevoegd, met onder meer informatie over de
           samenstelling van het panel, het programma van het locatiebezoek en een overzicht van
           geraadpleegde stukken.




pagina 6   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
     3 Beschrijving van de opleiding

    3.1    Algemeen

           Land           Nederland
           Instelling     Avans+
           Opleiding      Master Specialised Physical Therapy
           Niveau         master
           Oriëntatie     hbo
           Graad          Master Specialised Physical Therapy, met vermelding van de afstudeerrichting:
                          Master Physical Therapy in Sports of Master Manual Therapy
           Locatie(s)     Breda, Arnhem en Nieuwegein
           Variant        postinitiële opleiding in deeltijd
           Sector         Gezondheidszorg


    3.2    Profiel instelling
           Avans+ is een dochterorganisatie van Stichting Avans Hogescholen en zorgt sinds 1986
           voor een effectieve verbetering van de prestaties van mensen en organisaties. Hiertoe
           ontwikkelt en verzorgt Avans+ onder meer 150 (post)bachelor- en masteropleidingen op het
           gebied van techniek, management, finance en zorg& welzijn. In haar filosofie staat het
           realiseren van synergie tussen het ambitieniveau van mens en organisatie centraal. De
           opleiding is hierbij een middel om prestaties te verbeteren.



    3.3    Profiel opleiding
           Specialised Physical Therapy
           De MSPT is bestemd voor fysiotherapeuten op bachelorniveau die een specialisatie willen
           doen op masterniveau. In het geval van deze toets nieuwe opleiding gaat het om
           specialisaties in sportfysiotherapie (SFT) en manuele therapie (MT).

           De sportfysiotherapeut (SFT) draagt zorg voor preventie, advisering en behandeling van
           patiënten met sportgerelateerde aandoeningen in verschillende leeftijdscategorieën en met
           enkelvoudige, meervoudige of complexe gezondheidsproblematiek. Hij of zij richt zich
           daarbij op het dagelijks functioneren van de sportende patiënt in al zijn facetten, en in het
           bijzonder de sportparticipatie. SFT vindt grotendeels extramuraal plaats, maar voor een deel
           ook intramuraal en op de sportlocatie.

           De specifieke kerntaken van een manueeltherapeut (MT) bestaan uit zorg, voorlichting en
           preventie van problemen met het bewegingsapparaat, met name functiestoornissen van de
           wervelkolom en extremiteiten. De MT werkt grotendeels in de extramurale setting, vaak in
           eerstelijnsvoorzieningen met meerdere specialismen.

           Naast de zorg- en dienstverlening die de SFT en MT leveren aan sporters en patiënten zijn
           zij als professional master breder werkzaam vanuit de eigen organisatie en het beroep.
           Hierbij valt te denken aan het verzorgen van voorlichtingssessies, beroepsinhoudelijke




pagina 7   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
           lezingen en onderwijs, participatie in praktijkgericht onderzoek en projectleiderstaken bij
           innovatieve projecten binnen en buiten het eigen vakgebied.


           Doelstelling
           De afgestudeerde MSPT is in staat beleid te bepalen binnen de directe gespecialiseerde
           fysiotherapeutische zorg. Hij of zij leidt projecten, past resultaten van innovatief
           wetenschappelijk onderzoek toe en integreert ontwikkelingen op het gebied van de
           wetenschap. Ook in complexe situaties en vanuit een interdisciplinaire benadering kan de
           afgestudeerde MSPT diagnostiek en therapie bedrijven. De professional master heeft een
           adviserende, coachende en educatieve rol.

           De eisen ten aanzien van de opleiding MSPT zijn geformuleerd in termen van competenties.
           In het “Beroepscompetentieprofiel sportfysiotherapeut“ van de NVFS uit 2007 worden de
           volgende competenties gedefinieerd en beschreven:
               •    Screenen
               •    Diagnosticeren
               •    Verlenen van eerste hulp bij sportongevallen
               •    Therapeutisch handelen
               •    Preventief handelen
               •    Begeleiden van betrokkenen
               •    Professioneel samenwerken
               •    Wetenschappelijk onderbouwen van SFT handelen
               •    Beroep innoveren
               •    Managen van innovatieprocessen
               •    Sturen van professioneel samenwerken
               •    Deskundigheid bevorderen
               •    Coachen van beroepsgenoten
               •    Verlenen van consultatie

           In het “Opleidingsprofiel manueel therapeut volgens de Utrechtse school” van de SMTU uit
           2007 wordt de rol van de professionele master gedefinieerd en beschreven in volgende
           competenties:
               •    Diagnose stellen
               •    Behandelplan opstellen en uitvoeren
               •    Behandelplan evalueren en afronden
               •    Voorlichten (preventie)
               •    Begeleiden en coachen
               •    Consultaties geven aan professionals in de gezondheidszorg
               •    Educatie verzorgen
               •    Bedrijfsvoeren
               •    Positie bepalen
               •    Wetenschap verbinden met praktijk
               •    Verbeterplan opstellen en uitvoeren


           Programma
           De opleiding is vormgegeven op basis van de competentieprofielen zoals die ontwikkeld zijn
           door het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF). Het beroeps-
           competentieprofiel SFT is opgesteld door de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in
           de Sportgezondheidszorg (NVFS), dat van de MT is opgesteld door de Nederlandse
           Vereniging voor Manuele Therapie (NVMT).




pagina 8   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
           De opleiding MSPT kent een modulaire opbouw. De structuur is voor alle uitstroom-
           differentiaties gelijk, maar de vakinhoudelijke aspecten verschillen per specialisatie. De
           mastercompetenties zijn voor alle uitstroomprofielen identiek. Omdat de beroeps-
           inhoudelijke verdieping voor de verschillende disciplines verschillend is, verschillen de
           uitstroomprofielen in uiteindelijke studielast. Het beroepsinhoudelijke deel wordt verzorgd in
           gespecialiseerde settings. Het betreft een postinitiële opleiding in deeltijd: de opleiding
           wordt over een langere periode (4 jaar) uitgesmeerd om de studielast per week redelijk te
           houden. In elk jaar komen zowel generieke als specialistische onderdelen aan bod. De
           opleiding MSPT heeft een duaal karakter: er is een nauwe relatie tussen de opleiding en de
           werkplek. De beroepspraktijk staat binnen de opleiding steeds centraal. De opleiding staat
           open voor deelnemers die het combineren met actuele werkervaring binnen de
           gezondheidszorg.

           Het programma bestaat uit de volgende onderdelen:
           Generiek masterdeel Specialised Physical Therapy (31,5 ECTS), verzorgd door Avans+:
                    •  Masterclass A: lezen en interpreteren
                    •  Masterclass B: klinisch redeneren
                    •  Masterclass C: innovatiemanagement
                    •  Masterclass D: masterstage

           Specialistisch masterdeel SFT (31.6 ECTS), aangeboden                door   het   Nederlands
           Paramedisch Instituut (NPi) in Papendal:
                    •    Masterclass 1: sportrevalidatie
                    •    Masterclass 2: preventie en gezondheid
                    •    Masterclass 3: beweegprogramma’s
                    •    Masterclass 4: sportmedisch diagnostisch handelen

           Specialistisch masterdeel MT (40,3 ECTS), aangeboden door de School voor Manuele
           Therapie Utrecht (SMTU) in Nieuwegein:
                    •    Masterclass 1: cervicale deelmassa
                    •    Masterclass 2: thoracale deelmassa
                    •    Masterclass 3: lumbale deelmassa


           Nieuwe opleiding voor Nederland
           Volgens het informatiedossier wordt een soortgelijke opleiding SFT ook aangeboden door
           de Hogeschool Utrecht. MT wordt in Nederland ook aangeboden door de Hogeschool
           Utrecht, de Transfergroep Rotterdam en de Stichting Opleiding Manuele Therapie te
           Amersfoort.

           Buitenlandse opleidingen zijn er in de Verenigde Staten van Amerika, maar dan zonder
           vakinhoudelijke specialisatiemogelijkheid. De Vlaamse universiteiten Katholieke Universiteit
           Leuven en Universiteit Gent bieden een overkoepelende (sport + manuele)
           wetenschappelijke master muculoskeletale REVAKI aan. De Vrije Universiteit Brussel biedt
           een wetenschappelijke master musculoskeletale REVAKI aan met uitstroomprofielen MT en
           SFT. Volgens het informatiedossier is er in het buitenland geen professionele master-
           opleiding die deze specialisaties aanbiedt, een bewering die volgens het panel onjuist is.




pagina 9   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            Nieuwe opleiding voor de instelling
            Er bestaat reeds een geaccrediteerde professionele masteropleiding MSPT in twee andere
            uitstroomprofielen: pediatrie en geriatrie. De nieuwe opleidingen in SFT en MT gaan van
            start in september 2008 op drie locaties: Avans+ en Avans Hogeschool in Breda, het NPi in
            Papendal (voor de richting SFT) en de SMTU in Nieuwegein (voor de richting MT).


            Studieomvang
            Het curriculum van de MSPT wordt aangeboden in deeltijd en is gebaseerd op een
            studielast van 63,1 ECTS voor de afstudeerrichting MPTS en 71,8 ECTS voor de richting
            MMT.




pagina 10   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
      4 Beoordeling per onderwerp

     4.1    Doelstellingen opleiding

            Voor de beschrijving van de doelstellingen wordt verwezen naar het voorgaande hoofdstuk
            3.

   4.1.1    Domeinspecifieke eisen (facet 1.1)
            De beoogde eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij de eisen die door
            (buitenlandse) vakgenoten en de beroepspraktijk gesteld worden aan een opleiding in het
            betreffende domein (vakgebied/discipline en/of beroepspraktijk).

            Bevindingen
            De eisen ten aanzien van de opleiding MSPT zijn geformuleerd in termen van competenties.
            De opleidingsprofielen zijn opgesteld door de bij het KNGF aangesloten specialistische
            verenigingen. Om de afstemming tussen de profielen en de inhoud van de opleiding te
            bewaken is een Raad van Advies opgericht met daarin vertegenwoordigers van de
            beroepsverenigingen. De competenties zijn per course vertaald in leerdoelen. In de
            formulering van de leerdoelen is getracht de internationale ontwikkelingen op de
            desbetreffende vakgebieden te integreren.

            De leerdoelen voor de Master of Physical Therapy in Sports (MPTS) zijn direct afgeleid van
            het beroepscompetentieprofiel ‘sportfysiotherapeut’ uit 2007. Dit profiel is getoetst aan het
            competentieprofiel dat door de International Federation of Sports Physiotherapy is
            opgesteld. De ontwikkelingen op nationaal en internationaal niveau worden door de nauwe
            contacten met de NVFS gevolgd. Daarnaast hebben de docenten en coördinatoren van de
            opleiding de nodige contacten op het terrein van de sport en de sportgezondheidszorg.

            De leerdoelen van de Master Manual Therapy (MMT) zijn direct afgeleid van het
            beroepscompetentieprofiel ‘manueeltherapeut’ van de NMVT. Op basis van dit profiel is in
            2007 het opleidingsprofiel ‘manueeltherapeut volgens de Utrechtse school’ samengesteld.
            In het aan het informatiedossier toegevoegde conversiedocument wordt aangegeven op
            welke manier de in het beroepscompetentieprofiel genoemde competenties zijn
            gegroepeerd in het opleidingsprofiel.

            Overwegingen
            De beoogde eindkwalificaties voor de afgestudeerde master in de SFT en MT zijn letterlijk
            ontleend aan de competentieprofielen van de betreffende beroepsverenigingen en sluiten
            derhalve aan bij de eisen die door vakgenoten in Nederland aan zulke opleiding worden
            gesteld. Bovendien hebben leden van de beroepsverenigingen ook zitting in de Raad van
            Advies van de opleiding.

            Hoewel het panel vaststelt dat er, conform de internationale ontwikkelingen, vooralsnog
            weinig sprake is van een geïntegreerde zienswijze onder de vorm van musculoskeletale
            fysiotherapie, kan het panel zich vinden in de pragmatische aanpak van Avans+. Tijdens het
            locatiebezoek gaf het opleidingsmanagement aan dat een professionale master deelnemers
            opleidt tot beroepsbeoefenaar en dat Avans+ niet de behoefte voelt om voorop te lopen op




pagina 11   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            het werkveld. De beroepscompetentieprofielen vormen het vertrekpunt voor de leerdoelen
            en indien deze profielen wijzigen, zullen de leerdoelen worden aangepast.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 1.1 ‘Domeinspecifieke eisen’ als voldoende.



   4.1.2    Master (facet 1.2)
            De beoogde eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij algemene, internationaal
            geaccepteerde beschrijvingen van de kwalificaties van een master.

            Bevindingen
            In het informatiedossier wordt aangegeven hoe de opleiding MSPT is gereflecteerd in de
            beschrijving van de Dublin descriptoren. Die reflectie wordt voorts concreet uitgewerkt met
            voorbeelden voor elke van beide afstudeerrichtingen SFT en MT.
                      •   Kennis en inzicht: de opleiding bouwt voort op de kennis die deelnemers in de
                          bacheloropleiding fysiotherapie hebben opgedaan. Deze kennis wordt verdiept
                          en verbreed. Daarnaast is er in de opleiding aandacht voor vakoverstijgende
                          vaardigheden zoals innovatiemanagement. De deelnemers dienen in
                          opdrachten te tonen in staat te zijn bepaalde aangrenzende vakgebieden te
                          kunnen begrijpen en interpreteren, eigen onderzoek in een multidisciplinair
                          kader te kunnen plaatsen en in een multidisciplinair team te kunnen werken.
                      •   Toepassen kennis en inzicht binnen de beroepspraktijk staat centraal in de
                          MSPT, via praktijkopdrachten maar bovenal door het duale karakter van de
                          opleiding. De deelnemers leren problemen te plaatsen in de context van
                          verschillende visies op behandeling en tegen een brede maatschappelijke
                          achtergrond zoals ontwikkelingen in de gezondheidszorg, gevolgen voor de
                          financiering en veranderingen in de samenleving. Ze leren toegepast
                          onderzoek op prakrijkrelevantie te beoordelen en inhoudelijke materie vanuit
                          meerdere invalshoeken te benaderen zodat een goede analyse kan worden
                          gemaakt van de probleemstelling.
                      •   De ontwikkeling van een kritisch wetenschappelijke oordeelsvorming en
                          reflectie op het therapeutisch handelen vormt een belangrijk onderdeel van de
                          opleiding. De deelnemers leren effectief gebruik te maken van (digitale)
                          bronnen voor het verkrijgen van de gewenste informatie voor een probleem,
                          zijn in staat de verschillende gevonden oplossingen onderling te vergelijken
                          om vervolgens te beargumenteren waarom juist voor een bepaalde oplossing
                          gekozen wordt.
                      •   Communicatie: in de discussies en opdrachten wordt een beroep gedaan op
                          de verbale en interactieve vaardigheden van de deelnemers. In de mondelinge
                          verdediging van de afsluitende dissertatie worden de verbale vaardigheden
                          nogmaals expliciet getoetst. Om het werken in teamverband aan te moedigen,
                          voeren deelnemers bij verschillende courses groepsopdrachten uit waaraan
                          mensen uit verschillende werkgebieden deelnemen. Op die manier leert men
                          kennis vanuit diverse invalshoeken te benaderen.
                      •   Leervaardigheden: in de opleiding is er aandacht voor kritische reflectie op
                          eigen denken, handelen en functioneren, alsook ten aanzien van bestaande
                          en nieuwe theorieën en behandelmethodes. Met name tijdens de opdrachten
                          en bijeenkomsten met de tutor wordt expliciet een beroep gedaan op deze
                          metacognitieve vaardigheid door peer review, door het aanleren van
                          opbouwende kritiek te geven en te verwerken en door het leren discussiëren
                          op argumenten.




pagina 12   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            Overwegingen
            Het masterniveau van de opleiding MSPT werd reeds bij de accreditatieprocedure in 2006
            voldoende bevonden. Op vraag van het panel gaf de opleiding aan dat er sinds de lancering
            van de opleiding MSPT geen wijzigingen zijn doorgevoerd aan de vier generieke
            masterclasses. Het panel is derhalve van mening dat de eindkwalificaties van de beide
            nieuwe varianten SPT en MT aansluiten op de Dublin-descriptoren en daarmee voldoen aan
            de kwalificaties voor een masteropleiding. Ook is voldoende aantoonbaar dat de opleiding
            studenten opleidt tot een beroep waarin ze in een zelfstandige en/of leidinggevende functie
            kunnen functioneren. Er is wat dit betreft een duidelijke verdieping en verbreding waar te
            nemen ten opzichte van de bacheloropleiding.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 1.2 ‘Master’ als voldoende.



   4.1.3    Oriëntatie hbo (facet 1.3)
            De beoogde eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij de volgende beschrijvingen
            van een master in hbo:
            – De beoogde eindkwalificaties zijn mede ontleend aan de door (of in samenspraak met)
              het relevante beroepenveld opgestelde beroepsprofielen en/of beroepencompetenties.
            – Een hbo-master heeft de kwalificaties voor het niveau van een zelfstandig en/of
              leidinggevend beroepsbeoefenaar in een beroep of spectrum van beroepen, dan wel het
              niveau van het functioneren in een multidisciplinaire omgeving waarvoor een hbo-
              opleiding vereist is of dienstig is.

            Bevindingen
            De opleiding is gebaseerd op beroepscompetentieprofielen die ontwikkeld werden door de
            landelijk erkende specialistische beroepsverenigingen NVFS en NVMT die ook het initiatief
            voor deze masteropleiding ondersteunen. In de contacten met het werkveld zijn relevante
            groeperingen vertegenwoordigd. Zowel in de Raad van Advies als in het
            (kern)docententeam zijn vertegenwoordigers vanuit diverse disciplines en instellingen
            opgenomen die over een ruime ervaring beschikken en voeling hebben met internationale
            ontwikkelingen binnen het werkveld. Voor de specialisaties SFT en MT wordt samengewerkt
            met het NPi en de SMTU, die hun docentencorps betrekken van een groot aantal
            organisaties in het werkveld.

            In de opleiding wordt gewerkt met wetenschappelijke artikelen. De deelnemers leren deze
            artikelen zoeken en beoordelen. Ze leren ook de wetenschappelijke kennis toepassen in
            hun praktijk, het effect te vergelijken met de in de literatuur beschreven effecten en hier
            conclusies uit te trekken. Met name de actieve inbreng van ervaringen uit de eigen
            praktijksituatie van de deelnemers ligt beduidend hoger dan op bachelorniveau. Het gaat
            daarbij om het vermogen tot analyseren, het komen tot een heldere conceptualisering, de
            durf om creatieve oplossingen uit te proberen en daarover op verantwoorde wijze met
            collega’s en cliënt/patiëntgroepen te communiceren.

            Overwegingen
            De professionele oriëntatie van de opleiding MSPT werd reeds bij de accreditatie-procedure
            in 2006 voldoende bevonden. De beoogde eindkwalificaties voor de afgestudeerde master
            in de SFT en MT zijn letterlijk ontleend aan de competentieprofielen van de betreffende
            beroepsverenigingen en sluiten derhalve aan bij de eisen die door vakgenoten in Nederland




pagina 13   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            aan zulke opleiding worden gesteld. In de opleiding wordt niet alleen aandacht besteed aan
            praktijkgerelateerd onderzoek, maar ook aan de zakelijke kant van het werken als
            zelfstandige. Multidisciplinariteit komt niet alleen tot uiting in de doelstellingen, maar ook in
            de opzet van de opleiding waarbij studenten uit meerdere disciplines bij elkaar worden
            gebracht. Tijdens de site visit bleek dat studenten dit aspect van de opleiding erg
            waarderen.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 1.3 ‘Oriëntatie hbo’ als voldoende.



   4.1.4    Samenvattend oordeel onderwerp 1 Doelstellingen opleiding
            Het panel beoordeelt de facetten ‘Domeinspecifieke eisen’, ‘Master’ en ‘Oriëntatie hbo’ van
            het onderwerp ‘Doelstellingen opleiding’ als voldoende. Daarmee is het samenvattende
            oordeel over dit onderwerp positief.




pagina 14   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
     4.2    Programma

            Voor de beschrijving van het programma wordt verwezen naar het voorgaande hoofdstuk 3.

   4.2.1    Eisen hbo (facet 2.1)
            Het beoogde programma sluit aan bij de volgende criteria voor het programma van een hbo-
            opleiding
            – Kennisontwikkeling door studenten vindt plaats via vakliteratuur, aan de beroepspraktijk
              ontleend studiemateriaal en via interactie met de beroepspraktijk en of (toegepast)
              onderzoek.
            – Het programma heeft aantoonbare verbanden met actuele ontwikkelingen in het
              vakgebied/de discipline.
            – Het programma waarborgt de ontwikkeling van beroepsvaardigheden en heeft
              aantoonbare verbanden met de actuele beroepspraktijk.

            Bevindingen
            De opleiding heeft in samenspraak met kerndocenten en specialisten actuele en relevante
            boeken en wetenschappelijke artikelen geselecteerd. Zowel in de literatuur als in de
            colleges worden deelnemers geconfronteerd met recente ontwikkelingen binnen het
            vakgebied. Daarnaast gaat de opleiding uit van een grote mate aan zelfstandig werken van
            de deelnemer, zowel bij het verwerken van aangereikte informatie als bij het zelfstandig op
            zoek gaan naar aanvullende informatie. Stages spelen een belangrijke rol: in de
            beroepsinhoudelijke stage voert de deelnemer onder begeleiding van een supervisor
            zelfstandig een aantal opdrachten uit terwijl in de wetenschappelijke stage een toegepast
            onderzoek of innovatieproject wordt opgezet en uitgevoerd.

            De opleiding is in deeltijd en dat betekent dat de deelnemers tijdens de opleiding werkzaam
            zijn in de beroepspraktijk. Deze werkpraktijk wordt nadrukkelijk betrokken in de opleiding.
            De deelnemer brengt kennis uit de beroepspraktijk in de opleiding en past zijn (nieuwe)
            kennis en vaardigheden zoveel mogelijk direct toe in de dagelijkse werkpraktijk. Individuele
            ontplooiing staat centraal: iedere cursist zal voor zichzelf leerdoelen opstellen en een deel
            van de verantwoordelijkheid dragen voor het verloop van het leerproces. De opleiding blijft
            eindverantwoordelijk voor het niveau van de uitstroom.

            Overwegingen
            Wat betreft de afstudeerrichting SPT is het panel van mening dat er nog moet gesleuteld
            worden aan Masterclasses 1 (sportrevalidatie) en 4 (sportmedisch diagnostisch handelen).
            De kennisontwikkeling van sportrevalidatie moet beter worden onderbouwd: het panel is
            met name bezorgd om de eenzijdige belichting van de Rehaboom, die een prominente rol
            speelt in de eerste Masterclass. Het ziet ernaar uit dat dit model aan de deelnemers wordt
            aangeboden zonder al te veel wetenschappelijke reflectie en zonder alternatief. Het panel
            heeft tijdens het locatiebezoek reeds de noodzaak aangegegeven om dit model
            wetenschappelijk te onderbouwen en in een breder perspectief te plaatsen. De opleiding is
            er zich van bewust dat er meer wetenschappelijke reflectie nodig is.

            Het panel heeft er begrip voor dat Masterclass 4, dat slechts in het derde leerjaar aan bod
            komt, nog niet is uitgewerkt, maar stelde tijdens het locatiebezoek ook vast dat een
            volwaardige visie op sportmedisch diagnostisch handelen nog ontbreekt bij de opleiding. Er
            is volgens het panel derhalve nood aan een stevige ontwikkelingsaanpassing in zowel




pagina 15   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            materiaal als literatuur, vanuit een aan te scherpen visie op het thema sportmedisch
            diagnostisch handelen.

            Hoewel er in formele zin interactie is met de beroepspraktijk, is die in realiteit betrekkelijk
            zwak georganiseerd. Bovendien heeft de opleiding te weinig voeling met de
            beroepsverenigingen, een probleem waar de opleiding actief een oplossing voor zoekt. Wat
            betreft de actuele ontwikkelingen in het vakgebied moeten er betere verbanden met deze
            ontwikkelingen in het vakgebied tot stand komen, ook voor wat betreft de vaardigheden en
            met name op het vlak van de sportmedische behandeling.

            De interactie met toegepast onderzoek staat op een laag pitje: van studenten wordt de
            minimum vaardigheid verwacht elders verricht onderzoek te kunnen implementeren. Het
            panel waardeert het voornemen van de richting om studenten in te schakelen in toegepaste
            onderzoeksprojecten rond de toekomstige ontwikkelingen van het programma.

            Hoewel de formeel beschikbare informatie op dit ogenblik niet overtuigt, spreekt het panel
            op grond van zijn positieve herinnering aan de gevoerde gesprekken, in het bijzonder dat
            met het opleidingsmanagement, het vertrouwen uit dat Avans+ zijn eindverantwoordelijkheid
            zal opnemen om de situatie tijdig en duurzaam recht te zetten. Een midterm review van de
            afstudeerrichting SFT zou in dit opzicht nuttig kunnen zijn.

            Wat betreft de afstudeerrichting MT is het panel van mening dat de vakliteratuur de actuele
            stand van de wetenschap in het vakgebied weerspiegelt. Bepaalde elementen in het
            studiemateriaal moeten nog worden uitgewerkt, maar over het algemeen is het reeds
            beschikbare materiaal voldoende. Hoewel dit niet bleek uit het informatiedossier, hanteert
            de opleiding tot grote tevredenheid van het panel een meer pluriforme benadering dan
            alleen maar het model Van der Bijl. Wat betreft de interactie met onderzoek, gaat het bij de
            richting MT niet alleen om het implementeren van elders verricht onderzoek, maar nemen
            studenten zelf deel aan bestaand onderzoek via projecten. Hoewel volgens het panel ook in
            deze richting een sterkere band gewenst is met de beroepsverenigingen, zijn er bij MT wel
            aantoonbare individuele verbanden met de beroepspraktijk.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 2.1 ‘Eisen hbo’ als voldoende. Wat betreft de
            afstudeerrichting MT is de appreciatie positief, de richting SFT krijgt het voordeel van de
            twijfel van het panel op grond van zijn vaststelling dat Avans+ doordrongen is van het besef
            van hetgeen hier nog aangevuld dient te worden.



   4.2.2    Relatie tussen doelstelling en programma (facet 2.2)
            Het beoogde programma, het didactisch concept, de werkvormen en de wijze van toetsing
            weerspiegelen de te bereiken eindkwalificaties van de opleiding.
            De te bereiken eindkwalificaties zijn aantoonbaar vertaald in leerdoelen van (onderdelen
            van) het beoogde programma.

            Bevindingen
            De inhoud en opbouw van het programma zijn onderbouwd van uit de beroepscompetentie-
            profielen en de eindtermen. De eisen van het werkveld zijn verschillend wat betreft aspecten
            van directe patiëntenzorg maar niet voor specialisatie overstijgende vaardigheden op het
            gebied van wetenschappelijke vorming en innovatiemanagement. De opleiding heeft deze




pagina 16   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            eisen vertaald in leerdoelen en belicht gedurende de opleiding zoveel mogelijk aspecten die
            deelnemers kunnen gebruiken om hun beroepstaak in de verschillende werkvelden zo goed
            mogelijk te kunnen uitvoeren.

            De opleiding kent een duaal karakter en hanteert action learning als didactisch
            basisprincipe: deelnemers doorlopen gedurende de opleiding steeds de cyclus van
            gemeenschappelijk naar de theorie kijken, plannen, handelen en reflecteren op de
            resultaten van dat handelen. Leren binnen de opleiding is nadrukkelijk gekoppeld aan leren
            in de beroepspraktijk.

            Gehanteerde onderwijsvormen zijn cases, projecten, probleemgestuurd en/of thematisch
            onderwijs, waarin het probleemoplossende vermogen, het analytisch denken, en de
            integratie van kennis en vaardigheden centraal staan. In het curriculum wordt gebruik
            gemaakt van case studies om het probleemoplossende vermogen, het analytisch denken en
            de integratie van kennis en vaardigheden van de cursist te ontwikkelen en te testen.

            De diverse didactische werkvormen en studieactiviteiten die in combinatie en afwisseling
            tijdens de opleiding worden gehanteerd, dragen ertoe bij dat de deelnemers leren
            zelfstandig:
                 •   theoretische concepten te begrijpen, te interpreteren, te analyseren en in de
                     praktijk toe te passen;
                 •   praktijkcases in een theoretisch kader en op een hoger abstractieniveau te
                     plaatsen om parallellen, tegenstrijdigheden en richtinggevende principes te
                     distilleren;
                 •   theoretische en praktische concepten met elkaar te vergelijken, te confronteren en
                     toe te passen in een nieuwe praktijksituatie of in een nieuw theoretisch concept.

            De opbouw van de opleiding is zodanig dat een grote mate van zelfstudie nodig is voor het
            bestuderen van de literatuur en het uitvoeren van de case studies en opdrachten. Daarbij
            maken deelnemers gebruik van de elektronische leeromgeving Blackboard. De
            werkvormen, leeractiviteiten en leervormen stimuleren tot zelfstandig en onder eigen
            verantwoordelijkheid handelen.

            De verschillende inhouden en invalshoeken die in de courses van het opleidingstraject aan
            bod komen vereisen een verschillende manier van toetsen. Als toetsingsvormen worden
            gehanteerd: papers, case studies, portfolio’s, coursegebonden opdrachten, poster-
            presentaties en mondelinge presentaties. Na iedere course vindt een toets plaats in de
            vorm van een coursegebonden opdracht die aansluit bij de leerstof die in de course is
            aangeboden. De toetsing van praktische vaardigheden gebeurt door individuele beoordeling
            door de docent of course-coördinator op basis van een door de deelnemer geleverd
            product. Als afsluitende integrale toetsing volgt de meesterproeve, de thesis. Het toetsbeleid
            van de opleiding is vastgelegd in het Onderwijs- en examenreglement. De opleiding
            evalueert jaarlijks het toetsbeleid onder de deelnemers en de docenten. De uitkomsten
            daarvan worden door de examencommissie gebruikt voor het bijstellen van de lesstof en
            werkvormen en het aanscherpen van het toetsbeleid.

            Op vraag van het panel werd verduidelijkt dat bij sommige onderdelen van de opleiding
            sprake is van toetsing door twee docenten. De studenten worden doorheen de hele
            opleiding getoetst door verschillende docenten. De gehele thesisfase staat onder
            begeleiding van een ervaren docent, terwijl de eindbeoordeling wordt gedaan door de
            voorzitter van de examencommissie die expliciet niet uit het vakgebied zelf komt.




pagina 17   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            Overwegingen
            Wat betreft de richting SFT zijn de eindkwalificaties over het algemeen goed omgezet in
            leerdoelen. Uit de mondelinge toelichting bleek dat er ook aandacht wordt besteed aan
            competenties die te maken hebben met attitude. Tijdens het gesprek met studenten en
            alumni kwam duidelijk naar voor dat het didactisch concept goed hanteerbaar is en de
            leervormen aanspreken. Wat betreft de toetsing, geeft het panel Avans+ de raad om zich
            goed te bezinnen over het al dan niet organiseren van kennistoetsen. In tegenstelling tot de
            praktijk binnen de richting MT is dit niet het geval bij SFT. Ook de manier waarop praktische
            vaardigheden worden getoetst, is niet geheel duidelijk. Het panel dringt er daarom bij
            Avans+ op aan om het toetsbeleid aan te scherpen.

            Ook voor wat betreft de richting MT heeft het panel tijdens het locatiebezoek de nodige
            informatie verkregen over de omzetting van eindkwalificaties in leerdoelen. Wat betreft de
            toetsing, hanteert de richting MT een zorgvuldig gekozen mix van summatieve en
            formatieve toetsen, waar tot tevredenheid van het panel ook kennistoetsen aan bod komen.
            Het panel waardeert het initiatief om deelnemers een patiëntenexamen te laten afleggen.
            Aangezien de rest van de evaluatie aan het werkveld wordt overgelaten, legt dit volgens het
            panel een grote verantwoordelijkheid bij de stageplaats: dit is zeker mogelijk indien er
            duidelijke criteria zijn vastgelegd en er goed wordt toegezien op de navolging van die
            criteria.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet ‘Relatie doelstellingen en programma’ als voldoende, met
            dien verstande dat het panel ervan uitgaat dat Avans+ het toetsbeleid verder zal
            aanscherpen voor wat betreft de afstudeerrichting SFT. Wat betreft de richting MT wordt er
            volgens het panel voldoende recht gedaan aan zowel opleidings- als toetsingsprogramma.



   4.2.3    Samenhang programma (facet 2.3)
            Het beoogde programma is inhoudelijk samenhangend.

            Bevindingen
            Vakinhoudelijke elementen en beroepsgerichte vaardigheden worden in samenhang met
            elkaar aangeboden. Theoretische en praktische aspecten worden in elke course
            afwisselend aangeboden. Daarnaast wordt de praktijk van een theoretisch kader verwerkt in
            de opdrachten die de deelnemers maken. Er wordt gewerkt met een gestructureerd
            stappenplan, waarvan elk jaar een ander deel wordt uitgewerkt en beproefd:
                •    eerste leerjaar: formuleren van een praktijkprobleem (-vraag), informatie zoeken en
                     beoordelen;
                •    tweede leerjaar: informatie toepassen op de vraag (klinische vraagstelling);
                •    derde leerjaar: antwoord/oplossing formuleren door het schrijven van een
                     implementatieplan en/of toegepast onderzoeksvoorstel
                •    stage: uitleggen / toepassen
                •    vierde leerjaar: het implementatieplan en/of toegepast onderzoeksvoorstel
                     uitvoeren en het vastleggen in een thesis.

            Overleg tussen het hoofd van de opleiding, de coursecoördinatoren en het docententeam
            staat garant voor de onderlingen afstemming van het curriculum. Tevens zullen alle
            docenten de eerste keer dat het curriculum draait de onderwijsbijeenkomsten in het eerste




pagina 18   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            jaar bijwonen en direct feedback geven. Verder vindt uitgebreid geautomatiseerde
            terugkoppeling plaats over het geëvalueerde studentenoordeel naar de betrokken docenten.

            Overwegingen
            In het gesprek met studenten en alumni is het panel overtuigd geraakt dat studenten de
            generieke cursussen gebruiken als handvatten voor specifieke competenties. Er is duidelijk
            een samenhang tussen de onderdelen en die samenhang wordt door de opleiding
            bevorderd. De docenten zijn er zich van bewust dat zij als coach of stagebeleider ook zelf
            een bijdrage aan het verwerven van de generieke competenties leveren.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 2.3 ‘Samenhang programma’ als voldoende.



   4.2.4    Studielast (facet 2.4)
            Het beoogde programma is studeerbaar doordat factoren die betrekking hebben op dat
            programma en die de studievoortgang belemmeren zoveel mogelijk worden weggenomen.

            Bevindingen
            De MPTS is berekend op 1764 studiebelastinguren (sbu) en de MMT op 1988 sbu. Dit komt
            overeen met een gemiddelde studielast van respectievelijk 10 en 12,5 uur per week, à rato
            van 40 weken per jaar gedurende vier jaar. Het is een bewuste keuze van Avans+ om de
            opleiding uit te spreiden over vier jaar: op die manier kunnen deelnemers de opleiding
            combineren met een actief beroepsleven. Omdat de opleiding een duaal karakter heeft,
            hebben de deelnemers ook een relevante werkplek waar de praktijkaspecten aan de orde
            komen.

            De begeleiding van de deelnemers bestaat enerzijds uit het hanteren van een strakke
            structuur (noodzakelijk vanwege de vele groepsopdrachten) en duidelijke indicaties voor de
            tijd die deelnemers aan een opdracht moeten besteden. Anderzijds is er begeleiding door
            de projectleider en zijn het hoofd van de opleiding en de coursecoördinator op afgesproken
            tijden online en/of per email te bereiken. Daarnaast worden deelnemers gemotiveerd om
            elkaar te raadplegen als ze vragen of problemen hebben. Binnen de opleiding bestaat een
            systeem voor de rapportage van studievoortgang van deelnemers in de vorm van een
            individueel dossier. Eventuele studieproblemen kunnen hiermee in een vroeg stadium
            gesignaleerd en aangepakt worden.

            Overwegingen
            Het panel is van mening dat er sprake is van een studeerbaar programma. Avans+ is zich
            ervan bewust dat de studielast als zwaar wordt ervaren en heeft voldoende maatregelen
            getroffen om de studeerbaarheid te waarborgen. In het gesprek met studenten van andere
            MSPT afstudeerrichtingen kwam naar voor dat de studielast soms iets zwaarder uitvalt dan
            wat oorspronkelijk aangekondigd was, maar dat de kerndocenten doorgaans goed
            bereikbaar zijn voor de studenten zodat eventuele problemen snel worden opgepakt.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 4.2 ‘Studielast’ als voldoende.




pagina 19   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
   4.2.5    Instroom (facet 2.5)
            Het beoogde programma sluit qua vorm en inhoud aan bij de kwalificaties van de
            instromende studenten: hbo-master: bachelor en eventueel (inhoudelijke) selectie.

            Bevindingen
            De opleiding is bedoeld voor fysiotherapeuten op bachelorniveau. Tijdens de intake komt
            aan de orde waarom de deelnemer de opleiding wil volgen en wat de verwachtingen ten
            aanzien van de opleiding zijn, evenals de mogelijkheden voor stage en onderzoek binnen
            de eigen organisatie. Alle deelnemers moeten over een werkplek beschikken waar het
            aanbod aan patiënten zodanig gevarieerd en omvangrijk is dat de aangereikte lesstof,
            praktijkopdrachten en innovaties direct en gestructureerd kunnen worden toegepast. Eerder
            verworven kwalificaties kunnen leiden tot vrijstellingen op basis van het betreffende
            scholingsprogramma met de daaraan verbonden leerdoelen en/of competenties.

            Overwegingen
            Hoewel dit niet bleek uit het informatiedossier, heeft de opleiding tijdens het locatiebezoek
            bevestigd dat ook deelnemers aan de MMT over een relevante werkplek moeten
            beschikken. Na de gesprekken heeft het panel een positieve indruk van zowel de
            instroomeisen als de gehanteerde selectieprocedure.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 2.5 ‘Instroom’ als voldoende.



   4.2.6    Duur (facet 2.6)
            De opleiding voldoet aan formele eisen m.b.t. de omvang van het curriculum:
            hbo-master met minimaal 60 studiepunten.

            Bevindingen
            Zoals reeds vermeld in het vorige hoofdstuk, komt de studieduur van de MPTS op 63,1
            ECTS en die van de MMT op 71,8 ECTS, waarbij de mastercompetenties ten belope van
            31,5 ECTS voor beide uitstroomprofielen identiek zijn.

            Overwegingen
            Voor beide afstudeerrichtingen wordt ruimschoots voldaan aan de formele eis van 60 ECTS
            voor een hbo-masteropleiding.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 2.6 ‘Duur’ als voldoende.



   4.2.7    Samenvattend oordeel onderwerp 2 Programma
             Het panel beoordeelt de facetten ‘Eisen hbo’, ‘Relatie doelstellingen en programma’,
            ‘Samenhang programma’, ‘Studielast’, ‘Instroom’ en ‘Duur’ als voldoende. Ten aanzien van
            MMT geldt dit oordeel zonder voorbehoud. Aangaande MPTS is, zoals uit verspreide
            kritische kanttekeningen in het voorafgaandelijke blijkt, naar het oordeel van het panel nog
            een extra ontwikkelingsinspanning nodig. Het zou naar de mening van het panel echter
            disproportioneel zijn om ten aanzien van het programma van de richtnig MPTS negatief te
            concluderen. In de gesprekken is zijdens Avans + namelijk een positieve grondhouding
            jegens de kritische opmerkingen van het panel gebleken. Dit gevoegd bij het, ook bij de




pagina 20   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            samenwerkingspartner, gebleken besef van eindverantwoordelijkheid en daarmee samen-
            hangende bevoegdheden van Avans+ heeft het panel er toe gebracht het schenken van de
            zegen van de twijfel aan te bevelen. Het panel heeft er zich overigens van vergewist dat de
            bedoelde positie van Avans+ bevestigd zal worden in de tussen haar en het NPi te sluiten
            overeenkomst van samenwerking. Tevens is het panel van mening dat het mogelijk is de
            nodige verbeteringen in het programma van MPTS tijdig aan te brengen. Daarmee is het
            samenvattende oordeel over dit onderwerp in zijn geheel positief.




pagina 21   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
     4.3    Inzet personeel


   4.3.1    Eisen hbo (facet 3.1)
            De opleiding sluit aan bij de volgende criteria voor de inzet van personeel van een hbo-
            opleiding: Het onderwijs zal voor een belangrijk deel worden verzorgd door personeel dat
            een verbinding legt tussen de opleiding en de beroepspraktijk.

            Bevindingen
            De opleiding wordt verzorgd door het hoofd van de opleiding, course-coördinatoren,
            (kern)docenten en freelance docenten. Course-coördinatoren hebben alle inhoudelijke
            activiteiten in een course onder hun hoede; kerndocenten beschikken over een inhoudelijk
            totaaloverzicht van de opleiding, moeten gastsprekers instrueren over een optimale
            aansluiting van hun onderwijsactiviteiten bij de al behandelde stof, en hebben een rol als
            supervisor bij de thesis; freelancers verzorgen vaak korte specialistische onderwerpen
            binnen de opleiding.

            De criteria waaraan docenten moeten voldoen zijn direct gekoppeld aan de eindtermen van
            de courses die zij moeten verzorgen. De docenten hebben allemaal actuele kennis en
            relevante ervaring in een gezondheidszorgsetting, alsook aantoonbare ervaring met
            toepassingsgericht onderzoek en/of project management. Naast hun onderwijstaak
            participeren ze in onderzoek en/of advisering.

            Overwegingen
            Het panel stelt met tevredenheid vast dat het onderwijzend personeel in beide afstudeer-
            richtingen ook in de beroepspraktijk actief is.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 3.1 ‘Eisen hbo’ als voldoende.



   4.3.2    Kwantiteit personeel (facet 3.2)
            Er wordt voldoende capaciteit vrijgemaakt om de nieuwe opleiding te kunnen starten.
            Er wordt voldoende capaciteit vrijgemaakt om de nieuwe opleiding te kunnen continueren

            Bevindingen
            De opleiding heeft een opleidingshoofd (0,8 fte), een projectleider per uitstroomprofiel (0,6
            fte), course-coördinatoren, kerndocenten en overige docenten ter beschikking. De
            coördinatie en administratie worden uitgevoerd door personeel dat contractueel verbonden
            is aan Avans+ of één van de partners.

            Overwegingen
            Het panel deelt de mening van de aanvrager dat de opleiding met deze capaciteit op
            adequate wijze en op langere termijn kan uitgevoerd worden.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 3.2 ‘Kwantiteit personeel’ als voldoende.




pagina 22   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
   4.3.3    Kwaliteit personeel (facet 3.3)
            Het in te zetten personeel is gekwalificeerd voor een inhoudelijke, onderwijskundige en
            organisatorische realisatie van het programma

            Bevindingen
            Een overzicht van betrokken docenten en/of hun CV is opgenomen in een bijlage van het
            informatiedossier. Volgens dit dossier hebben kerndocenten een wetenschappelijk
            opleidingsniveau en freelancers minimaal een hbo-opleidingsniveau binnen de eigen
            specialisatie. De indruk van het panel dat van kerndocenten minimaal een MSc
            opleidingsniveau wordt verwacht, blijkt onjuist: vanwege het feit dat het een nieuwe
            opleiding betreft wordt de kwaliteit van het personeel geborgd door gebruik te maken van
            docenten met een wetenschappelijke achtergrond. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat het
            corps wordt uitgebreid met docenten die zelf de MSPT hebben gevolgd. Op dit ogenblik zijn
            een aantal voorgestelde docenten MT zelf nog aan de masterclasses bij Avans+ bezig. Na
            afstuderen wordt bezien in welke mate deze docenten inzetbaar zijn bij de masterclasses.

            Overwegingen
            Op basis van enkele CVs en de vraag aan de opleiding wordt het panel bevestigd in zijn
            vermoeden dat niet alle docenten SPT voldoen aan het verwachte masterniveau. Dit is ook
            het geval voor de richting MT, maar daar is reeds een actief beleid in gang gezet dat
            gefaciliteerd wordt door de SMTU om kerndocenten de generieke mastercompetenties te
            laten volgen voor eigen bijscholing.

            Het locatiebezoek toont aan dat Avans+ nog stappen te zetten heeft met betrekking tot de
            kwaliteit van het in te zetten personeel. Het panel adviseert de aanvrager dan ook om een
            personeelsbeleid te voeren dat de noodzaak van na- en bijscholing benadrukt zodat de
            wetenschappelijke achtergrond van de (kern)docenten wordt bevorderd. Het panel heeft er
            vertrouwen in dat Avans+ en de samenwerkingspartners hun verantwoordelijkheid zullen
            nemen en geeft de opleiding daarom krediet voor dit facet.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 3.3 ‘Kwaliteit personeel’ als voldoende.



   4.3.4    Samenvattend oordeel onderwerp 3 Inzet personeel
             Het panel beoordeelt de facetten ‘Eisen hbo’, ‘Kwantiteit personeel’ en ‘Kwaliteit personeel’
            van het onderwerp ‘Inzet personeel’ als voldoende, zij het dat aangaande de vereiste
            kwaliteit, in het bijzonder voor de richting MPTS, alerte aandacht zijdens de aanvrager nodig
            blijft. Het panel heeft tijdens het locatiebezoek kunnen vaststellen dat de samenwerkings-
            partners zich hier van bewust zijn. Tevens heeft het panel voldoende vertrouwen in de
            eindverantwoordelijkheid van Avans+ ook op dit punt verworven. Daarmee is het
            samenvattende oordeel over dit onderwerp uiteindelijk positief.




pagina 23   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
     4.4    Voorzieningen


   4.4.1    Materiële voorzieningen (facet 4.1)
            De beoogde huisvesting en materiële voorzieningen zijn toereikend om het programma te
            realiseren.

            Bevindingen
            De opleiding maakt gebruik van de onderwijsfaciliteiten van Avans+ en Avans Hogeschool
            in Breda, de onderwijsfaciliteiten van Hotel- en Congrescentrum Papendal nabij Arnhem en
            de lesruimtes van de School voor Manuele Therapie Utrecht in Nieuwegein. Daarnaast
            hebben deelnemers toegang tot de bibliotheek van de Radboud Universiteit in Nijmegen.

            Alle informatie over de mastercourses wordt op de elektronische leeromgeving, Blackboard,
            gepresenteerd. Blackboard wordt ook gebruikt voor communicatie en discussie. Per halfjaar
            wordt een planning gemaakt van de onderwijsactiviteiten en de benodigde accommodaties.

            Overwegingen
            Het panel stelt vast dat de materiële voorzieningen adequaat zijn. Dit oordeel is mede
            gebaseerd op de zeer uitgebreide inventarisatie die de opleiding heeft bezorgd naar
            aanleiding van een vraag van het panel. De studenten gaven bovendien aan dat Blackboard
            niet alleen als informatie-, maar ook als communicatiemedium wordt gebruikt. In die context
            adviseert het panel dat ook informatie over de specialistische masterclasses MT op
            Blackboard wordt aangeboden.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 4.1 ‘Materiële voorzieningen’ als voldoende.



   4.4.2    Studiebegeleiding (facet 4.2)
            Er is voorzien in personele capaciteit voor studiebegeleiding en informatievoorziening aan
            studenten die adequaat zijn met het oog op de studievoortgang.

            De studievoortgang van deelnemers aan de opleiding MSPT wordt op een aantal manieren
            gefaciliteerd: voordat kandidaten toegelaten worden tot de opleiding vindt een inventarisatie
            van reeds gevolgde opleidingen en persoonlijke leerdoelen plaats. Tijdens de
            stagebegeleiding zijn een aantal gesprekken met de stagebegeleider over kwaliteit en
            studievoortgang standaard ingepland. Bij problemen of studievertraging is er een gesprek
            tussen de deelnemer en de projectleider en/of het hoofd van de opleiding. Waar mogelijk en
            nodig wordt de opleiding aangepast aan de persoonlijke omstandigheden (flexibele
            studieroute). Buiten de aanwezige capaciteit aan begeleiders, worden uit de groepen
            afgestudeerde professional masters bijkomende mensen gerecruteerd.

            Overwegingen
            Het panel is van mening dat zowel studie- als stagebegeleiding voldoende omkaderd zijn en
            dat de opleiding de nodige stappen onderneemt om de studievoortgang te bevorderen.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 4.2 ‘Studiebegeleiding’ als voldoende.




pagina 24   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
   4.4.3    Samenvattend oordeel onderwerp 4 Voorzieningen
            Het panel beoordeelt de facetten ‘Materiële voorzieningen’ en ‘Studiebegeleiding’ van het
            onderwerp ‘Voorzieningen’ als voldoende. Daarmee is het samenvattende oordeel met
            betrekking tot dit onderwerp positief.




pagina 25   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
     4.5    Interne kwaliteitszorg


   4.5.1    Systematische aanpak (facet 5.1)
            Er is voorzien in een systeem van interne kwaliteitszorg, waarbij mede aan de hand van
            toetsbare streefdoelen en periodieke evaluaties verbetermaatregelen worden getroffen.

            Bevindingen
            Avans+ hanteert een cyclisch proces van kwaliteitsbepaling,-bewaking en -verbetering.
            Deelnemers vullen per course een evaluatieformulier in en evalueren tevens tussentijds in
            groepsverband de voortgang samen met de desbetreffende docent. Door het zeer
            regelmatig online zijn van projectleider, opleidingshoofd en course-coördinatoren probeert
            het opleidingsmanagement zoveel mogelijke educatieve signalen van docenten en
            deelnemers op te vangen. De kwaliteit van de opleiding wordt verder bewaakt door:
                •    de competentieprofielen voortdurend als uitgangspunt te nemen;
                •    de kwaliteit van docenten streng op te volgen;
                •    de kwaliteit van projectleider en back-office op te volgen;
                •    de kwaliteit van de leermiddelen apart te evalueren;
                •    de praktijkrelevantie van de opleiding op te volgen.

            Avans+ heeft streefcijfers/normen geformuleerd voor het kwantitatieve rendement van de
            MSPT opleiding. De maximale doorlooptijd van de masteropleidingen is zeven jaar met een
            maximaal uitvalpercentage van 25%.

            Overwegingen
            De systematische aanpak van interne kwaliteitszorg werd reeds bij de accreditatie-
            procedure in 2006 voldoende bevonden. Waar het panel in 2006 nog de indruk had dat
            kwaliteitszorg op operationeel niveau wel liep maar dat er nog weinig op papier stond, stelt
            het nu met genoegen vast dat er uitvoerige evaluatieformulieren van studenten in omloop
            zijn en dat de suggesties van studenten ook al geleid hebben tot zichtbare verbeteringen,
            bijvoorbeeld wat betreft de accommodatie. Naar verluidt wordt er bovendien gewerkt aan
            een systematische boekstaving van de interne kwaliteitszorg. Tijdens het gesprek met het
            opleidingsmanagement werd bevestigd dat het interne kwaliteitszorgsysteem van Avans+
            voorrang heeft op dat van de partners wanneer het gaat om de opleiding MSPT.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 5.1 ‘Systematische aanpak’ als voldoende.



   4.5.2    Betrokkenheid (facet 5.2)
            Bij de interne kwaliteitszorg zullen medewerkers, studenten, alumni en het afnemend
            beroepenveld van de opleiding actief worden betrokken.

            Bevindingen
            De relatie tussen de opleiding en het werkveld wordt getoetst tijdens het
            kerndocentenoverleg, dat minimaal twee keer per cursusjaar plaatsvindt en het jaarlijkse
            overleg van de Raad van Advies. Uitkomsten van evaluaties worden besproken met het
            management, docenten, deelnemers, werkveldvertegenwoordigers en alumni. Het contact
            met de alumni zal deels plaatsvinden via het internet en de beroepsverenigingen. Naar
            aanleiding van evaluaties kan de cursusleiding in overleg met het kerndocententeam dan




pagina 26   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            wel met een individuele docent besluiten aanpassingen in het curriculum of de werkvormen
            door te voeren. De opleidingspartners richten regelmatig studiedagen in voor alumni en
            specialistenverenigingen organiseren allerlei verplichte en niet-verplichte bijeenkomsten.

            Overwegingen
            Op basis van wat studenten van andere afstudeerrichtingen MSPT meldden, kan het panel
            besluiten dat studenten en docenten actief betrokken worden bij de opleiding. Op vraag van
            het panel liet de opleiding weten dat de Raad van Advies bestaat uit een onafhankelijke
            voorzitter en uit vertegenwoordigers van de beroepsverenigingen NVFK, NVFG, NVFS en
            NVMT. Tijdens het gesprek met het opleidingsmanagement kwam naar voor dat er via de
            Raad van Advies weliswaar een formele band is tussen de opleiding en de beroeps-
            verenigingen, maar dat de reële betrokkenheid van de verenigingen te beperkt is. Het panel
            stelt met tevredenheid vast dat de opleiding zelf pogingen doet om die betrokkenheid te
            vergroten en dat Avans+ door de respectievelijke beroepsverenigingen en het KNGF met
            regelmaat gevraagd wordt te participeren in grotere en kleinere bijeenkomsten.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 5.2 ‘Betrokkenheid’ als voldoende.



   4.5.3    Samenvattend oordeel onderwerp 5 Interne kwaliteitszorg
            Het panel beoordeelt de facetten ‘Systematische aanpak’ en ‘Betrokkenheid’ van het
            onderwerp ‘Interne kwaliteitszorg’ als voldoende. Daarmee is het samenvattende oordeel
            met betrekking tot dit onderwerp positief.




pagina 27   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
     4.6    Continuïteit


   4.6.1    Afstudeergarantie (facet 6.1)
            De instelling geeft aan studenten de garantie dat het programma volledig kan worden
            doorlopen.

            Bevindingen
            Avans+ geeft aan de deelnemers formeel op papier de garantie dat het programma volledig
            kan worden doorlopen. De opleiding gaat echter alleen van start bij minimaal 20 deelnemers
            voor de afstudeerrichting SPT en 15 deelnemers voor de richting MT. Deze getallen gelden
            ook voor elke nieuwe lichting.

            Overwegingen
            Het panel stelt vast dat de opleiding de nodige afstudeergaranties biedt en onderschrijft de
            zakelijke aanpak van de opleiding met betrekking tot het minimum aantal deelnemers.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 6.1 ‘Afstudeergarantie’ als voldoende.



   4.6.2    Investeringen (facet 6.2)
            De voorziene investeringen zijn toereikend om de opleiding (inclusief voorzieningen) tot
            stand te brengen.

            Bevindingen
            De twee afstudeerrichtingen zijn professional masteropleidingen die op uitdrukkelijk verzoek
            van de branche ontwikkeld zijn en aangeboden worden. De exploitatiebegrotingen zijn
            bijgevoegd bij het informatiedossier.

            Overwegingen
            De voorgelegde berekeningen geven aan dat de voorzieningen toereikend zijn.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 6.2 ‘Investeringen’ als voldoende.



   4.6.3    Financiële voorzieningen (facet 6.3)
            De financiële voorzieningen voor de gecalculeerde negatieve resultaten zijn voldoende voor
            dekking van de aanloopverliezen.

            Bevindingen
            Avans+ heeft voldoende financiële reserve om eventuele aanloopverliezen af te dekken. De
            opleiding wordt in de komende jaren bekostigd vanuit de cursusgelden. In de exploitatie is
            voorzien dat hiertoe jaarlijks minstens 20 deelnemers per curriculum moeten instromen. Op
            vraag van het panel werd bevestigd dat bij kleinere studentenaantallen enigszins bezuinigd
            wordt op de opleidingskosten, zoals de inzet van één in plaats van twee docenten bij de
            praktijklessen. Er zijn naar verluidt voldoende reserves om met minder studenten aan te




pagina 28   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            vangen maar om didactische redenen – interactie binnen de studentengroep, samenstelling
            van de oefengroepen – is dat niet opportuun.

            Overwegingen
            Het panel deelt de mening van de opleiding dat enkel bij voldoende aanmeldingen een
            nieuwe cursus moet worden opgestart en dus dat er niet verder moet worden geraakt aan
            de financiële reserve. Het panel apprecieert de reden van didactiek als grondslag. Het te
            verwachten aantal deelnemers is volgens het panel realistisch.

            Conclusie
            Het panel beoordeelt het facet 6.3 ‘Financiële voorzieningen’ als voldoende.



   4.6.4    Samenvattend oordeel onderwerp 6 Continuïteit
            Het panel beooordeelt de facetten ‘Afstudeergarantie’, ‘Investeringen’ en ‘Financiële
            voorzieningen’ van het onderwerp ‘Condities voor continuïteit’ als voldoende. Daarom is het
            samenvattende oordeel over dit onderwerp positief.




pagina 29   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
      5 Overzicht advies

            De onderstaande tabel geeft per onderwerp en per facet het oordeel van het panel uit
            hoofdstuk 4 weer. Bij de facetten met * heeft het panel zijn oordeel apart geformuleerd voor
            elk van beide afstudeerrichtingen.




            Onderwerp                         Oordeel       Facet                                     Oordeel

            1 Doelstellingen                      V         1.1 Domeinspecifieke eisen                  V
                                                            1.2 Master                                  V

                                                            1.3 Oriëntatie hbo                          V
            2 Programma                           V         2.1 Eisen hbo*                              V

                                                            2.2 Relatie doelstellingen – programma*     V

                                                            2.3 Samenhang programma                     V

                                                            2.4 Studielast                              V

                                                            2.5 Instroom                                V

                                                            2.6 Duur                                    V
            3 Inzet personeel                     V         3.1 Eisen hbo                               V

                                                            3.2 Kwantiteit                              V

                                                            3.3 Kwaliteit*                              V
            4 Voorzieningen                       V         4.1 Materiële voorzieningen                 V

                                                            4.2 Studiebegeleiding                       V
            5 Interne kwaliteitszorg              V         5.1 Systematische aanpak                    V

                                                            5.2 Betrokkenheid                           V
            6 Continuïteit                        V         6.1 Afstudeergarantie                       V

                                                            6.2 Investeringen                           V

                                                            6.3 Financiële voorzieningen                V




            V = voldoende
            O = onvoldoende




pagina 30   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            Bijlage 1: Samenstelling panel

            Drs. C.W. van Seventer, voorzitter
            Chris van Seventer is voormalig vice-voorzitter van het College van Bestuur van de Open
            Universiteit Nederland. Hij is ook de voormalige directeur van het voormalig nationaal
            instituut voor onderwijsresearch SVO. Chris Van Seventer was eerder voorzitter van
            verschillende accreditatiecommissies en bekleedt diverse maatschappelijke bestuurs-
            functies.


            Prof. Dr. L. Danneels, panellid
            Lieven Danneels studeerde fysiotherapie aan de Universiteit Gent (1993) waar hij in 2001
            promoveerde in de motorische revalidatie en kinesitherapie. Sinds 2003 is hij voltijds docent
            aan de UGent, vakgroep revalidatiewetenschappen en kinesitherapie. Zijn interessedomein
            is de musculoskeletale revalidatie.



            Dr. R.E.H. van Cingel, panellid
            Robert van Cingel heeft de sportopleiding CIOS gevolgd (1985). Vervolgens studeerde hij
            fysiotherapie (1991) en specialiseerde zich in sportfysiotherapie en manuele therapie. In
            2007 promoveerde hij aan de Universiteit van Maastricht op het onderwerp Dynamic joint
            stability in athletes, the value of isokinetic dynamometry. Sinds 2004 is hij directeur van het
            Sport Medisch Centrum Papendal in Arnhem.


            Mark Delmartino M.A., secretaris
            Mark Delmartino richtte in 2005 een adviesbureau op voor EU aangelegenheden na
            ervaring als beleidsmedewerker en projectmanager bij Europese NGOs op het vlak van
            onderwijs en sociale zaken. Mark Delmartino treedt vaak op als extern secretaris bij NVAO
            panels.


            Drs. Niek Pronk, NVAO procescoördinator
            Niek Pronk is beleidsmedewerker bij de NVAO sinds 2003. Hij was voorheen werkzaam bij
            de HBO-Raad, HBO Samenwerkingsverband Deventer (1976), Open Universiteit Nederland
            (1982) en als projectmanager/consultant bij EADTU/EC Brussel (1995). Niek Pronk is
            afgestudeerd als bedrijfskundige.



            Alle panelleden hebben een onafhankelijkheidsverklaring ingevuld en ondertekend.




pagina 31   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            Bijlage 2: Programma site visit

            Het panel heeft op 29 mei 2008 een bezoek gebracht aan AVANS+, gelegen aan de
            Heerbaan 14-40 te 4817 NL Breda, voor de toetsing van de nieuwe opleiding Master
            Specialised Physical Therapy. Het programma zag er als volgt uit:

            09.00u      Aankomst panelleden en intern beraad

            09.45u      Gesprek met directie Avans+ en (opleidings)management
                              •   Dhr. C. Toebosch, directeur Avans+
                              •   Prof. Dr. B. Engelsman, hoofd masteropleidingen Avans+
                              •   Dhr. H. Askes, hoofd deskundigheidsbevordering NPi
                              •   Dhr. H. Leopold, directeur SMTU
                              •   Dhr. B. Stegwee, opleidingsadviseur Avans+

            11.00u      Gesprek met studenten en alumni
                              •   Dhr. M. Barendrecht, alumnus sportfysiotherapie
                              •   Dhr. H. Lezeman, alumnus manuele therapie
                              •   Dhr. H. Kropman, student manuele therapie upgrade
                              •   Mevr. R. Burggraaf, student kinderfysiotherapie
                              •   Mevr. J. Bom, student kinderfysiotherapie

            12.00u      Lunch en intern beraad

            13.00u      Gesprek met ontwikkelaars, (kern)docenten en coördinatoren SFT
                              •   Prof. Dr. B. Engelsman, hoofd masteropleidingen Avans+
                              •   Dhr. H. Bult, opleidingscoördinator / kerndocent NPi
                              •   Drs. M. Edelaar, kerndocent
                              •   Dhr. T. van den Goolberg, kerndocent

            14.15u      Gesprek met ontwikkelaars, (kern) docenten en coördinatoren MT
                              •   Prof. Dr. B. Engelsman, hoofd masteropleidingen Avans+
                              •   Dhr. H. Leopold, kerndocent
                              •   Drs. J. Pijnenburg, kerndocent
                              •   Mevr. C. Boeve, opleidingscoördinator

            15.30u      Intern afsluitend beraad panel




pagina 32   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            Bijlage 3: Overzicht van bestudeerde documenten

            AVANS+, Master Specialised Physical Therapy
               •  Informatiedossier (41 pp.) ten behoeve van de Toets Nieuwe Opleiding NVAO

                 •     Afzonderlijke bijlagen bij het informatiedossier:
                           o beroepscompetentieprofielen
                           o structuur en programma specialisaties
                           o overzicht onderwijzend personeel
                           o boekenlijst
                           o exploitatiebegroting

                 •     Bijkomende informatie (met bijlagen) op vragen van het panel


            Documenten beschikbaar gesteld tijdens locatiebezoek
               •  opleidingsbrochure MSPT, Avans+
               •  studiemateriaal MT: masterclasses 1, 2 en 3
               •  studiemateriaal SFT: masterclasses 1, 2, 3 en 4
               •  stageverslagen
               •  boeken generieke mastercompetenties
               •  evaluatieformulieren
               •  interne kwaliteitszorg
               •  nieuwe boeken kinderfysiotherapie


            Overige documenten
               •    Toetsingskader nieuwe opleidingen hoger onderwijs, NVAO 2003.




pagina 33   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            Bijlage 4: Lijst met afkortingen

            ba                   bachelor

            CvB                  College van Bestuur

            ECTS                 European Credit Transfer System

            hbo                  hoger beroepsonderwijs

            KNGF                 Koninklijk Nederlands Genootschap in de Fysiotherapie

            ma                   master

            MMT                  Master Manual Therapy (= afstudeerrichting MSPT)

            MPTS                 Master Physical Therapy in Sports (= afstudeerrichting MSPT)

            MSPT                 Master Specialised Physical Therapy

            MT                   manuele therapie / manueeltherapeut

            NPi                  Nederlands Paramedisch Instituut

            NVAO                 Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie

            NVFS                 Nederlandse Vereniging Fysiotherapie in de Sportgezondheidszorg

            NVMT                 Nederlandse Vereniging voor Manuele Therapie

            SFT                  sportfysiotherapie / sportfysiotherapeut

            SMTU                 School voor Manuele Therapie Utrecht

            Toetsingskader Toetsingskader nieuwe opleidingen hoger onderwijs, NVAO 2003

            wo                   wetenschappelijk onderwijs




pagina 34   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |
            Het paneladvies is tot stand gekomen in opdracht van de NVAO met het oog op toetsing
            van de nieuwe opleiding hbo-master Master Specialised Physical Therapy van Avans+.

            Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)
            Parkstraat 28
            Postbus 85498 | 2508 CD DEN HAAG
            T   31 70 312 23 30
            F   31 70 312 23 01
            E   info@nvao.net
            W www.nvao.net


            Aanvraagnummer             # 2649




pagina 35   NVAO | Hbo-ma Master Specialised Physical Therapy | 27 juni 2008 |

								
To top