Docstoc

__INHOUD_H.B.S.0. _DIENSTEN

Document Sample
__INHOUD_H.B.S.0. _DIENSTEN Powered By Docstoc
					INHOUD B.S.0.

PERSOONSGEBONDEN ACTIVITEITEN KINDERZORG

ONDERVERDELING VERZORGING

A. GEMEENSCHAPPELIJK GEDEELTE 1. Domein van de talen a. Nederlands ............................................................................... 2 b. Frans of ............................................................................... 8 c. Engels ............................................................................... 10 2. Domein van de humane vakken a. Aardrijkskunde .....................................................................…. 13 b. Geschiedenis .....................................................................…. 18 3. Domein van de wiskunde en de wetenschappen a. Wiskunde .........................................................................….. 21

B. SPECIFIEK GEDEELTE 1. Domein van de richtingsgebonden vakken a. Participatie aan de arbeidswereld ............................................… 23 2. Domein van de technische vakken a. b. c. d. e. Huishoudkunde ..................................................................…... 30 Omgangskunde ....................................................................…. 44 Verzorging ...........................................................................…. 51 Kraamzorg ...........................................................................…. 61 Kinderzorg ...........................................................................…. 62

3. Domein van de praktijk a. Huishoudkunde ....................................................................….. 63 b. Verzorging ...........................................................................…. 67 c. Praktijk - stages ..................................................................…… 72

BIBLIOGRAFIEËN …………………………………………… 80
STAGE EN STAGESCHRIFT (in bijlage)...................................... B1

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

1

A. HET GEMEENSCHAPPELIJK GEDEELTE 1. DOMEIN VAN DE TALEN a. NEDERLANDS
• BEGINSITUATIE De kandidaat moet blijk geven van een minimale beheersing van het Nederlands. • DOELSTELLINGEN EN LEERINHOUDEN  DEEL 1: lees- en schrijfvaardigheid: ° De kandidaat kan een synthese van een korte zakelijke tekst, over een actueel onderwerp schrijven. Hij mag een woordenboek gebruiken. De kandidaat kan de hoofdideeën en de belangrijke nevengedachten inhoudelijk correct weergeven, zonder er evenwel commentaar aan toe te voegen. Hij kan de gedachtegang logisch weergeven en maakt hiervoor gebruik van een goede stijl en zinsbouw om de overgangen tussen de verschillende ideeën te verzorgen en die ideeën persoonlijk te verwoorden. Daarnaast let hij ook op een correct gebruik van de spelling. (60p) De kandidaat kan ook een functionele zakelijke brief schrijven met een reële aanleiding uit het dagelijks leven zoals: een reactie op een advertentie, een vraag om informatie, een reactie op een vertraagde of een verkeerde levering, een aanvraag of een klacht bij openbare besturen en maatschappijen (vb. belastingen, water, telefoon, elektriciteit...). De kandidaat kan zijn ideeën en argumenten op een doeltreffende en volledige manier naar voor brengen. Hij kan zijn ideeën uitwerken in alinea's en maakt hiervoor gebruik van een correcte taal, zinsbouw en spelling. (40p) Er wordt vermeden op het terrein van de handelscorrespondentie te komen, omdat die brieven tot de handelsvakken gerekend worden (vb. sollicitatiebrief).  DEEL 2: Van de kandidaat wordt verwacht dat hij kan lezen en spreken. ° Lees- en spreekvaardigheid (fictie): De kandidaat kiest een oorspronkelijk Nederlandstalig werk (roman, verhalen- of gedichtenbundel of toneelstuk). In het Nederlands vertaalde en / of ingekorte en / of vereenvoudigde werken komen niet in aanmerking.

°

Verwacht wordt dat de kandidaat:
JUNI2009 VERZORGING / KINDERZORG

425.36

2

-

de inhoud kan navertellen, wat betekent dat hij de verschillende hoofdlijnen volledig kan weergeven; de behandelde onderwerpen kan aangeven de belangrijkste personages kan bespreken een persoonlijk oordeel kan verwoorden en motiveren.

Hij kiest een treffende passage en verantwoordt zijn keuze. (30p) ° lees- en spreekvaardigheid (non-fictie): Daarnaast kiest de kandidaat 5 thema‟s uit de reeks verplichte onderwerpen.

1. Algemene wenken - de gekozen teksten worden op een verzorgde manier aangeboden in een map. - ze worden geordend per thema. - bij elke tekst is een verklarende woordenlijst gevoegd - bij elke tekst wordt de bron vermeld. Teksten komen uit tijdschriften, kranten, infoboeken of officiële sites op internet. Teksten waarvan de auteur niet gekend is komen niet in aanmerking. Bijdragen uit de boulevardpers zijn evenmin toegestaan. De teksten moeten voldoende recent zijn (maximum drie jaar oud). - vooraan in de map wordt een geordend overzicht van de gekozen teksten aangebracht (5 thema‟s – 2 teksten per thema) - elke tekst bevat minimum 1000 woorden. Het betreft doorlopende tekst en losse kaderstukjes worden niet meegerekend. - op elke tekst worden de naam van de kandidaat vermeld en de zittijd waaraan hij momenteel deelneemt. Op een volgende zittijd mogen dezelfde teksten opnieuw worden aangeboden, met vermelding van de nieuwe zittijd. - het gekozen boek dient de kandidaat op het examen mee te hebben. 2. Verplichte thema‟s toerisme: enkel teksten die geografische en culturele informatie bevatten komen in aanmerking film: de gekozen teksten behandelen het oeuvre van een regisseur, het verslag van een festival of de recensie van een film gastronomie: recepten komen niet in aanmerking milieu wonen: deze teksten kunnen handelen over wooncultuur, ruimtelijke ordening, architectuur, wooninrichting… financiën: teksten over financiële of economische onderwerpen (komen bijvoorbeeld niet in aanmerking: teksten die de financiële toestand bespreken van bekende personen) mobiliteit: teksten over de mobiliteitsproblematiek (uitgesloten zijn verslagen over

-

-

-

-

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

3

verkeersongelukken en over lokale verkeerssituaties) massamedia: het betreft teksten die handelen over de manier waarop informatie verspreid wordt. Het gaat dus over teksten die het tv-landschap, internet, de pers e.d. als onderwerp hebben. Feiten die in de media verslagen worden horen dus niet onder dit thema thuis.

-

ons politiek bestel: hiervoor komen enkel teksten over het Belgische politieke bestel in aanmerking. Teksten over internationale politiek kunnen dus niet. gezondheid beroepssfeer van de kandidaat: het betreft hier uitsluitend teksten over onderwerpen die verband houden met de studierichting waar de kandidaat examen over aflegt (en dus niet over het beroep dat de kandidaat eventueel uitoefent als dit geen verband houdt met de studierichting waarover hij examen aflegt). Zuiver technische teksten zijn hier echter uitgesloten.

-

3. Verwachte kennis De kandidaten moeten op het examen de inhoud van de aangeboden teksten grondig kennen en kunnen voorstellen en dit zonder gebruik te maken van die teksten. Ze kunnen eveneens de woorden en begrippen uit de voorgelegde teksten uitleggen. (30p)  DEEL 3: luister- en spreekvaardigheid: De examinator leest een fragment uit een zakelijke tekst voor en nadien moet de kandidaat gerichte vragen over de inhoud kunnen beantwoorden. (10p)  DEEL 4: deelvaardigheden: woordenschat: de kandidaat kan de woordenschat uit de voorbereide teksten in de context verklaren en die ook in een andere context gebruiken. (10p) de kandidaat gebruikt een correcte taal en heeft een correcte uitspraak (10p) functioneel taalgebruik (10p): hoe zeg ik iets in bepaalde omstandigheden aan bepaalde personen? (informeren, overtuigen, overhalen, ontroeren, onderrichten)

-

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

4

LECTUURLIJST NEDERLANDS
van Aken Brigitte Aspe Pieter Barst Casino Onvoltooid Verleden Tango Schuilen in regenbogen Zwanger van een droom Calypso Niets was alles wat hij zei Nachtzwemmers Lopen voor je leven Duivelsteen Twee koningskinderen De gele scooter Krassen Als de olifanten vechten Het engelenhuis Straks doet het geen pijn meer Zij & Haar De Antimeid Zwanendrift De vijfde jongen De droogte Mank De hoofdprijs Jeuk Yaka Mama Woestepet, een moffenkind Bloemen op de muur De stille pijn van Luca De prijs van het graan Marlow De hemel is geen huis Een dubbel vuurteken Engel in rood Abélard en Héloise Het huis van eb en vloed Dossier K. Geld Die dag aan zee Het web Loverboy & girl Zwarte engel Blind Date De grap Amira, prinses van Marokko Walewein Boze tongen Als rozenblaadjes vallen

Baetens Rob Bal Vincent Balthazar Nic Bate Lies Beerten Els Bernauw Patrick van den Bogaart Elle Bracke Dirk

Briels Jo Broeckhoven Diane Brooijmans Jacques Brusselmans Herman van Campenhout Herman de Coster Saskia Coudenys Anna van Daele Henri Dieltiens Kristien Enckels Ludo Engelen Theo van Erkel Gerda

Franck Ed Geeraerts Jef van Gestel Peter Heyink Joost

Hoogstraaten Theo Janssens Gerrit van der Kolk Anton Kruijssen Agave Lanoye Tom Minne Brigitte

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

5

Molemaker Rom Mous Mirjam Naegels Tom van Ranst Do Rood Lydia Sax Aline Spillebeen Willy de Sterck Marita Stoffels Karlijn Vandenberghe Marc Vandewijer Ina Vanhoeck Roger Vanlierde Kirstin Verbeke Annelies Verleyen Karel Verstegen Danny Vervaele Katrien Vriens Jacques Westerman Frank •

Gijzeling Doorgeschoten Los Mijn vader zegt dat wij levens redden Anansi‟s web De gebroken harp De muur Het toeval Met huid en haar Een-nul voor de autisten Liefje, monster, liefje De piratenkoningin Brief van goud Het rattenjong Als een spiegel Slaap! Amulet van de dood De poppenspeler Zoen Het Zonnewiel Eindelijk actie El Negro en ik

VERLOOP VAN HET EXAMEN EN EVALUATIECRITERIA:  Wat heeft de kandidaat nodig? De kandidaat mag enkel voor de synthese een woordenboek gebruiken. Op de dag van de mondelinge proef dient de kandidaat zowel het literaire werk (fictie) als de zakelijke teksten (non-fictie) bij zich te hebben.  Hoe verloopt het examen? Van dit literaire werk kan de kandidaat de inhoud navertellen, d.w.z. de verschillende hoofdlijnen volledig weergeven, de behandelde onderwerpen aangeven en de belangrijkste personages bespreken. Daarnaast kan hij ook zijn persoonlijk oordeel i.v.m. het gelezen werk verwoorden en motiveren en kiest hij een treffende passage waarvan hij zijn keuze verantwoordt. Van de zakelijke teksten moet de kandidaat de woordenschat kunnen verklaren, bondig de hoofdgedachten weergeven en terzelfder tijd zijn mening over deze tekst formuleren.  Hoe wordt het examen beoordeeld?

1. schriftelijk gedeelte ° lees- en schrijfvaardigheid: de synthese: 60p inhoud: 30p vorm: geordende weergave gedachtegang: 10p zinsbouw en stijl: 10p spelling: 10p

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

6

-

de zakelijke brief: 20p inhoud: 10p vorm (schikking, zinsbouw, spelling): 10p spelling: 20p

2. mondeling gedeelte ° lees- en spreekvaardigheid: - het literaire werk: 30p - de zakelijke teksten: 30p luister- en spreekvaardigheid: 10p deelvaardigheden: woordenschat: 10p taalgebruik en uitspraak: 10p functioneel taalgebruik: 10p

° °

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

7

b. FRANS
DOELSTELLINGEN: De kandidaten moeten zich op een behoorlijke manier kunnen uitdrukken in het Frans. Zij moeten zich mondeling kunnen behelpen, weerbaar zijn in dagdagelijkse situaties. Zij moeten de basisterminologie eigen aan de specifieke studierichting begrijpen en er mondeling gebruik van kunnen maken. VAARDIGHEDEN: • Luistervaardigheid • Het begrijpen van en het kunnen beantwoorden van vragen in verband met eenvoudige werkelijk voorkomende situaties. Kunnen reageren op mondelinge instructies.

Spreekvaardigheid Een aantal "actes de parole" kunnen (zie verder) formuleren. De communicatie moet gebeuren in volledige, gestructureerde zinnen. Vermijd zeker "ja en neen" antwoorden! Een eigen mening kunnen uitdrukken wordt extra gewaardeerd. Deelnemen aan een rollenspel waarbij courante communicatiesituaties geschapen worden. (eigen aan de gekozen studierichting) Informatie kunnen vragen en verstrekken.(over het eigen domein)

•

Opmerking met betrekking tot de spreekvaardigheid De "actes de parole"stellen de kandidaat in staat bepaalde sociale functies te vervullen : saluer, prendre congé, se présenter, présenter quelqu'un/quelque chose, demander un objet, une information, le chemin, l'heure, un renseignement, renseigner quelqu'un, encourager, approuver, désapprouver, féliciter, remercier, demander de l'aide, un service, acheter, vendre, localiser dans le temps et dans l'espace, communiquer par téléphone, fixer un rendez- vous, décrire le temps, donner un ordre, interdire, exprimer des sentiments agréables, désagréables, rapporter un événement... Woorden en structuren worden gekozen uit de "vocabulaire de base" van +/2.000 woorden alsook uit de specifieke woordenschat eigen aan de gekozen specialiteit (nadere bepalingen :zie bibliografie).

-

HIERTOE dient men de volgende GRAMMATICALE elementen te beheersen en te kunnen gebruiken in GESPREKSVORM: SPRAAKKUNST    Les articles (défini-indéfini-partitif-contracté) : formes et emploi. Les substantifs (le genre et le nombre - le singulier et le pluriel). L'adjectif (le genre et le nombre - le singulier et le pluriel - l'accord de l'adjectif avec le substantif).
VERZORGING / KINDERZORG

JUNI2009

425.36

8

-

les degrés de comparaison. les sortes d'adjectifs : numéral, cardinal et ordinal possessif interrogatif.



Les pronoms (formes et emploi général). - le pronom personnel. La place de 1 pronom personnel. - le pronom possessif - le pronom interrogatif (l'emploi dans la phrase). Le verbe et les conjugaisons.  Les formes : - les verbes réguliers (les verbes en -ER,-IR,-RE et -EVOIR) et les auxiliaires être et avoir. - l'indicatif présent, l‟imparfait, le futur simple, le futur proche, le conditionnel présent (beperkt tot de meest gebruikte structuren als: -je voudrais...-j‟aimerais...-voudriez-vous...-pourriez-vous...), le passé composé, l'impératif, le subjonctif présent, le gérondif et le passé récent. - Les remarques sur la conjugaison des verbes en -er, -ger,-cer,-eler et eter. (uitspraak !). - Les verbes irréguliers : - envoyer - offrir - ouvrir - courir-dormir-mentir-mourir-partir-sortir-venir - voir-recevoir-devoir - boire-dire-écrire-mettre - attendre-entendre-prendre - faire - aller. - Les verbes pronominaux les plus employés. p.e. SE + VERBE.  L'emploi: - L'emploi des modes (indicatif, subjonctif, conditionnel, imperatief, gérondif): - au présent - au passé - et au futur. (sauf passé simple, pl-q-pf, futur antérieur, subjonctif imparfait et passé).





Les différentes sortes de phrases : - la phrase énonciative (affirmative-interrogative-négative). - la phrase interrogative directe.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

9

c. ENGELS
Het examen bestaat uit: • Zichzelf voorstellen (naam en voornaam, woonplaats, leeftijd, hobby's, toekomstplannen). Het lezen van een tekst. Beoordeling van uitspraak en leesvaardigheid. Conversatie over de gelezen tekst (eventueel samenvatting en vertaling) Oefeningen op de spraakkunst. SPREEKVAARDIGHEID  De kandidaat moet zich kunnen uitdrukken in eenvoudige, algemene situaties: beleefd groeten en daarbij gebruik maken van "Sir", "Madam", "Miss", "Mr" en "Mrs". zichzelf voorstellen getallen lezen: hoofd- en rangtelwoorden i.v.m. - datum - het uur vragen en geven - geld (£, $, €) de weg vragen en wijzen praten over het weer, eten en drinken eenvoudige winkelgesprekken een afspraak maken specifieke uitdrukkingen (functions)  iemand danken: thank you , met antwoord: you're welcome/ my pleasure zich verontschuldigen: I'm sorry, met antwoord: that's all right, ... aandacht trekken: excuse me, sir/madam ..... afscheid nemen: goodbye/ see you soon / so long! suggesties maken: how about + -ing / shall we.....?/ shall I ...., waarschuwen: mind the steps! / watch out! beleefd verzoek: could you please ... / would you mind ..(+ ing) een wens uitdrukken (vb.: in het restaurant) I would like to...... correct gebruik van: here you are / please, .................., .... please

-

De kandidaat moet in staat zijn een eenvoudig gesprek te voeren in functie van de te verwachten beroepssituaties: - hotel en keuken;
VERZORGING / KINDERZORG

JUNI2009

425.36

10

-

kantoor, verkoop en etalage; organisatiehulp; Rijn- en binnenvaart; druk- en afwerkingtechnieken…

De kandidaten moeten over een voldoende woordenschat beschikken om eenvoudige zakelijke gesprekken te voeren i.v.m. met hun beroepssituatie: - telefoneren; - hotelreservaties behandelen; - bediening in restaurant (vocabulary food and beverages); - vervoer en reizen - afspraken maken en regelen… • LEES- EN SCHRIJFVAARDIGHEID Een eenvoudige tekst, al dan niet beroepsgericht, kunnen lezen en begrijpen. De kandidaat is in staat de tekst luidop te lezen, in het Engels samen te vatten, in het Engels een eenvoudig gesprek te voeren naar aanleiding van de tekst. De kandidaat moet vakgebonden brieven en / of faxen kunnen lezen en begrijpen. Hij moet in staat zijn vakgebonden documenten en formulieren in te vullen (v.b.: facturen, bestelbons, e.d. ....) Aan de hand van modelbrieven een eenvoudige variant kunnen opstellen (een prijsaanvraag, een reservatie, verzoek om inlichtingen, ..... )

-

Opmerking: in de afdeling BSO Kantoor komt het onderdeel "brieven" uitgebreid aan bod in het aparte vak Engelse correspondentie. • SPRAAKKUNST (oefeningen in communicatieve context)  De werkwoorden: vorming en gebruik van de tijden - present - past - future: simple, continuous, perfect - de hoofdtijden van de frequente onregelmatige werkwoorden - de belangrijkste werkwoorden van modaliteit (must-have to-can-mayshould + past) - het eenvoudig gebruik van het passief  De woordsoorten Zelfst.nw.: meervoud met belangrijkste onregelmatige vormen (man-men / woman-women / sheep-sheep/ etc. ....) onbepaald gebruik: a-an bepaald gebruik: the (met juiste uitspraak) Bijv. nw.: bij zelfst.nw. en als gezegde trappen van vergelijking: -er/-est en more.../most .... Bijwoord: uitgang - ly verschil bijwoord - adjectief - he is a careful driver / he drives carefully
JUNI2009 VERZORGING / KINDERZORG

Lidwoord:

425.36

11

Voorzetsels: het gewone gebruik en ook de belangrijkste werkwoorden met vaste voorzetsels de verschillen met het Nederlands Telwoorden: hoofd- en rangtelwoorden Voornaamwoorden: persoonlijke, bezittelijke, wederkerige, betrekkelijke, vragende (who, which, what, whose en de onbepaalde (someany/much-many) de aanwijzende vnw. this-these / that-those



Zinstructuur Vorming van bevestigende, ontkennende en vragende zinnen (het gebruik van do-forms) Korte antwoorden ( Yes, ...... / No, ........) Question-tag question: You are Belgian, aren't you?

- De plaats van het bijwoord in de zin De plaats van de bijwoordelijke bepaling van plaats en tijd • LUISTERVAARDIGHEID Kennis van het Engels alfabet Engels begrijpen, ook buiten de strikte leerstofcontext. Hulpmiddel: luisteren naar: - BBC World Service (648 kHz, 463 Meter)

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

12

2. DOMEIN VAN DE HUMANE VAKKEN a. AARDRIJKSKUNDE
RICHTLIJNEN EN TIPS I.V.M. HET EXAMEN 1. Het programma Het voorgeschreven programma is de inhoud van de leerstof. Controleer of het handboek dat je gebruikt alle programmapunten bevat. Meestal moet er meer dan één handboek geraadpleegd worden. ( zie bibliografie achteraan)

2. Studie en voorbereiding Begin op tijd en neem het programma punt voor punt door en zoek de leerstof in de gekozen handboeken . - Gebruik bij het instuderen van de leerstof een recente schoolatlas ( zie bibliografie) Je kan die kopen maar je kan die ook lenen. Een atlas is een bron van informatie. Kaarten kunnen lezen is voor aardrijkskunde een must. - Gebruik het internet op een zinvolle manier. - Begin tijdig aan je werk. ( zie richtlijnen hieronder). 3. Het examen De juryleden vertrekken steeds vanuit het voorgeschreven programma voor het opstellen van de vragen. Je krijgt drie vragen gespreid over de verschillende leerstofonderdelen en één vraag in verband met het toeristisch werk. De antwoorden mogen steeds schriftelijk voorbereid worden. Je brengt een recente schoolatlas mee naar het examen. Een duplicaat van het toeristisch werk is niet nodig aangezien het ingediende werk tijdens het examen gebruikt wordt. -

ALGEMENE DOELSTELLING : Op het examen moeten de kandidaten bewijzen dat ze alle onderdelen van het leerplan beheersen. • Energie Doelstellingen : De voornaamste transportwegen, productie- en verbruiksgebieden van aardolie op een wereldkaart lokaliseren. Verklaren waarom we zuinig met energiebronnen moeten omgaan. Alternatieve energiebronnen benoemen en bespreken.

Leerinhouden :

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

13

      

Het groeiend energieverbruik in de wereld ( industrielanden , ontwikkelingslanden, landen in ontwikkeling ) verklaren. De evolutie van de gebruikte energiebronnen beschrijven vanaf 1800 tot nu.( fossiele energiebronnen en alternatieve energiebronnen) De belangrijkste productiegebieden van aardolie op wereldvlak aanduiden op een atlaskaart, benoemen en rangschikken volgens belang. De 3 belangrijkste verbruiksgebieden van aardolie aanduiden op een atlaskaart. De belangrijkste transportwegen en transportmiddelen van aardolie kennen en de mogelijke problemen hieraan verbonden bespreken. Vier alternatieve energiebronnen benoemen en de voor- en nadelen bespreken. De fossiele energiebronnen benoemen en de voor- en nadelen bespreken.

•

België : studie van de bevolking Doelstellingen : Kaarten en grafische voorstellingen van bevolkingsgegevens lezen en interpreteren. Zichzelf situeren in een leeftijdshistogram.

Leerinhouden:      De bevolkingsdichtheidkaart van België beschrijven . De minst dicht bevolkte gebieden en de dichtst bevolkte gebieden verklaren. De kaart met de spreiding van de vreemdelingen in België beschrijven en de vastgestelde concentraties verklaren. De begrippen natuurlijke aangroei, geboorte- en sterftecijfer, migratiesaldo, emigratie en immigratie kennen en hun invloed op het bevolkingsaantal en de bevolkingsevolutie verwoorden. Leeftijdshistogrammen lezen en vergelijken. De actieve bevolking volgens beroep plaatsen in primaire, secundaire, tertiaire en quartaire sector. De betekenis van deze sectoren en de evolutie in de tewerkstelling verwoorden.

•

Weer en klimaat Doelstellingen : Kaarten en grafische voorstellingen betreffende weer en klimaat lezen en interpreteren.

Leerinhouden :   
JUNI2009

Het verschil tussen weer en klimaat omschrijven. De factoren die het weer bepalen , de gebruikte meettoestellen en de eenheden opsommen. De symbolen op een weerkaart toelichten .
VERZORGING / KINDERZORG

425.36

14



Het klimatogram als grafische voorstelling van de temperatuur en de neerslag : bespreking aan de hand van een voorbeeld.  Op de wereldkaart de klimaten en de natuurlijke plantengroei situeren en beschrijven . De begrippen toendra, taiga, steppe, savanne, tropisch regenwoud, loofwoud, gemengd woud en naaldwoud omschrijven.

•

De mens verovert de aarde en de ruimte Doelstellingen: De betekenis kennen en het belang inzien van de bewegingen van de aarde en hun gevolgen. - De opbouw van het zonnestelsel en de plaats van de aarde in het zonnestelsel beschrijven. - Het belang van kunstsatellieten aantonen en enkele praktische toepassingen kennen. Leerinhouden:  De aardrotatie omschrijven : - betekenis, duur, snelheid aan de evenaar. - gevolgen: - dag en nacht (met figuur) - uurgordels (met atlas)  De aardrevolutie omschrijven : - betekenis, duur. - winter en zomer op het noordelijk halfrond verklaren. ( met figuur)  Het zonnestelsel omschrijven : - opbouw: zon - planeten - andere hemellichamen. - verschil tussen planeet en ster.  Het belang van kunstsatellieten omschrijven : - soorten satellieten (geostationaire en polaire). - 3 praktische toepassingen van het gebruik van satellieten. -

•

Toerisme in België en Europa Doelstellingen : Toeristische mogelijkheden binnen Europa onderzoeken.

Leerinhouden :  Persoonlijk werk: studie van een toeristische streek volgens onderstaande richtlijnen.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

15

Maak een zelf geschreven toeristische gids van 10 tot 15 bladzijden over een toeristische streek. Het overnemen of kopiëren van elkaars werk wordt beschouwd als fraude. Dit werk wordt tijdens de eerste week van de zittijd van de afdeling ingediend op de data die vermeld staan in de richtlijnen die elke kandidaat samen met het examenrooster ontvangt. Wie zijn werk niet heeft ingediend verliest hiermee 25% van het puntentotaal. Een laattijdig ingediend werk kan niet gelezen worden. Met een toeristische streek bedoelen we een toeristisch gebied binnen Europa, dus geen stad (vb. Rome) geen Belgische provincie (vb. West-Vlaanderen ) geen land (vb. Frankrijk) Je streek bevat nooit je eigen woonplaats en is er ook niet te dichtbij gelegen. Je moet immers je reisweg van thuis naar de toeristische streek kunnen toelichten in alle facetten!

Enkele voorbeelden in België Westkust Middenkust Oostkust Kempen Ardennen Vlaamse Ardennen Haspengouw in Europa een Spaanse Costa Bretagne Schotse Hooglanden Toscane Andalusië Zwarte Woud Waddeneilanden

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

16

De toeristische gids moet de volgende elementen en in onderstaande volgorde bevatten: 1. Kaarten met de situering van de gekozen streek, binnen Europa en binnen het land. ( De kaarten moeten voorzien zijn van een duidelijke, bruikbare en juiste schaal .) 2. De reisweg vanuit je woonplaats naar de gekozen streek, op kaart en in woorden uitgelegd. GEEN volledig uitgetypte routeplanner, WEL een selectie van de belangrijkste plaatsen onderweg die je op een kaart, voorzien van een duidelijke bruikbare en juiste schaal, kunt aanduiden. 3. Een aardrijkskundige beschrijving van het landschap van de streek, met name het reliëf, het uitzicht en het bodemgebruik. 4. Een vergelijking van alle mogelijke transportmiddelen van je woonplaats naar je bestemming wat afstand, tijd en prijs betreft en voor verschillende doelgroepen: 0 alleenstaanden 0 gezinnen met kinderen 0 senioren 0 jongeren 5. Uit het toeristische aanbod en de bezienswaardigheden van de streek selecteer je één aanrader voor de volgende doelgroepen: 0 gezinnen met kinderen 0 jongeren 0 natuurliefhebbers 0 cultuurliefhebbers 0 sportliefhebbers Je verantwoordt bij elke doelgroep de gekozen aanrader. 6. Twee positieve en twee negatieve gevolgen van het toerisme voor de bewoners van de streek. 7. Een bibliografie met geraadpleegde boeken, tijdschriften, folders en internetadressen. Enkel internet is onvoldoende.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

17

b. GESCHIEDENIS
RICHTLIJNEN EN TIPS I.V.M. HET EXAMEN GESCHIEDENIS 1 Het programma de inhoud van de leerstof is het voorgeschreven programma elk punt van het programman van het begin tot het einde, is belangrijk! controleer daarom of het handboek dat je gebruikt alle programmapunten bevat. Meestal zal je meer dan één cursus of handboek moeten raadplegen. Consulteer uiteraard de bibliografie die wij u aanreiken.

2 Studie en voorbereiding begin ruim op voorhand; de leerstof is vrij uitgebreid! begin met het verzamelen van de leerstof; dit kan heel wat tijd in beslag nemen, maar zo kom je op het einde niet voor verrassingen te staan. eens de leerstof verzameld, werk dan het programma punt voor punt af. gebruik de programmatekst gerust als werkdocument; d.w.z. : zet b.v. bij het verzamelen van de leerstof een blauw kruisje bij die onderwerpen die je reeds hebt gevonden, bij het studeren een groen kruisje bij die onderwerpen die je kent, een rood kruisje bij die punten die je reeds instudeerde maar nog niet voldoende kent. het programma is een officiële tekst. Lees voor jezelf elk punt als een vraag of een opdracht, b.v. : “Bestuurlijke structuur van een gemeente” wordt: „hoe wordt een gemeente bestuurd?‟. vaak komen in de tekst begrippen voor zoals b.v. : “Federale staat”, … Deze begrippen moet je kunnen uitleggen. zoek voor het verzamelen van de leerstof en voor het instuderen waar nodig hulp. Je vindt zeker een leerkracht geschiedenis of MAVO die je een stuk kan begeleiden of op weg helpen.

-

3 Het examen de juryleden vertrekken steeds vanuit het programma. (zie belang punt 1 !!!) de kandidaten krijgen drie vragen, gespreid over de verschillende delen van de leerstof. De antwoorden mogen steeds schriftelijk voorbereid worden. Na de voorbereiding wordt het geheel mondeling overlopen en waar nodig wordt verdere toelichting gevraagd.

Veel succes!

DOELSTELLINGEN Inzicht verwerven in de eigen tijd en de historische groei.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

18

-

De actualiteit leren inpassen in de langetermijnvisie.

LEES OOK: “RICHTLIJNEN EN TIPS I.V.M. HET EXAMEN GESCHIEDENIS” LEERINHOUDEN DE BELGISCHE SAMENLEVING (1830-heden)  POLITIEK - Van unitaire naar federale staat  Het ontstaan van België: - Oorzaken van de scheiding van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden - België: + een constitutionele, parlementaire monarchie (begrippen) + een zeer liberale grondwet + scheiding der machten  België (1970 - heden): - Een unitaire staat, daarna een federale staat (begrippen) - Het Sint-Michielsakkoord (1993): de federale indeling; gewesten en gemeenschappen en hun bevoegdheden. - De bestuurlijke structuur (instellingen) van: gemeenten, provincies, gewesten en gemeenschappen, de federale overheid.  MAATSCHAPPIJ EN ECONOMIE  België in de 19de eeuw - Kenmerken van de eerste industriële revolutie in België - De sociale gevolgen van de industriële revolutie - Verschillen tussen het noorden en het zuiden van het land

 België (1970 - heden) economisch: - Verschillen tussen Noord - en Zuid - België - De informatica-revolutie en de gevolgen voor onze samenleving * België (1970 - heden) sociaal: - RSZ en VDAB. : doel

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

19

- Aan het werk : + de verschillende arbeidovereenkomsten + de belangrijkste punten in een arbeidsovereenkomt + de overlegorganen binnen een bedrijf + CAO + Werkloosheid : oorzaken - oplossingen  RECHTELIJKE MACHT - België, een rechtsstaat: - Het verschil tussen burgerlijke en strafrechtelijke rechtbanken - De verschillende burgerlijke en strafrechtelijke rechtbanken en hun bevoegdheden DE INTERNATIONALE SAMENLEVING  De Noord-Zuidtegenstelling in de wereld De Derde Wereld - Oorzaken van onderontwikkeling o.a. kolonisatie, dekolonisatie, neokolonisatie, interne kolonisatie (begrippen) - Kenmerken van ontwikkelingslanden - Mogelijke oplossingen voor de ontwikkelingsproblematiek (korte en lange termijn)

 De UNO (Verenigde Naties)  ontstaan, doel, belangrijkste instellingen: Algemene Vergadering, Secretariaat, Veiligheidsraad, Commissariaat voor de Vluchtelingen, UNESCO, UNICEF, WHO, FAO.

 De Europese Unie   ontstaan, doel, belangrijkste instellingen (ministerraad, Europees Parlement, Europese Commissie, Europese raad) Invloed van de Unie op ons dagelijks leven

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

20

3. DOMEIN VAN DE WISKUNDE EN DE WETENSCHAPPEN a. WISKUNDE
DOELSTELLINGEN • Cognitief • Rekenvaardigheden bezitten met en zonder rekenmachine. Methodisch en logisch te werk gaan bij het oplossen van meetkundige problemen. Eenvoudige problemen kunnen mathematiseren door middel van figuren, symbolen en / of getallen. Tekenvaardigheid bezitten (bijvoorbeeld bij het tekenen van meetkundige figuren). Wiskundige terminologie correct kunnen gebruiken. Nauwkeurig en ordelijk kunnen werken.

Affectief Vertrouwen hebben in eigen wiskundig kunnen. Uitkomsten aan een kritisch onderzoek onderwerpen. Bereidheid aanscherpen om een wiskundig probleem op te lossen. De noodzaak en het belang van wiskundige striktheid inzien.

LEERINHOUDEN • Percentrekenen een percent bepalen van een gegeven getal een getal bepalen waarvan het percent gekend is Toepassingen: vraagstukken omtrent: hoofdprijzen: inkoopprijs, verkoopprijs enkelvoudige interestrekening

•

Oplossen van rechthoekige driehoeken som van de hoeken van een driehoek stelling van Pythagoras (toepassing op kwadrateren en vierkantswortels) sinus, cosinus en tangens van een hoek oplossen van rechthoekige driehoeken, definities

•

Verhoudingen de basisbegrippen recht evenredig en omgekeerd evenredig vraagstukken op de regel van drieën
VERZORGING / KINDERZORG

JUNI2009

425.36

21

•

Vergelijkingen en vraagstukken oplossen van eenvoudige vergelijkingen van de eerste graad algebraïsch oplossen van vraagstukken van de eerste graad driehoek, vierkant, ruit, parallellogram, trapezium, cirkel

•

Vlakke figuren -

toepassingen op de formules voor omtrek en oppervlakte toepassingen op het tekenen op schaal

•

Ruimtefiguren - kubus, balk, prisma, piramide, cilinder, kegel, bol toepassingen op de formules van oppervlakte en inhoud

•

Rekenvaardigheid de 4 hoofdbewerkingen met natuurlijke getallen, positieve decimale getallen en breuken met eenvoudige noemers toepassingen op de lengte-, oppervlakte-, inhouds-, tijdsmaten en gewichten

•

Grafieken, diagrammen en tabellen informatie aflezen interpreteren berekenen van een rekenkundig gemiddelde

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

22

B. SPECIFIEK GEDEELTE 1. DOMEIN VAN DE RICHTINGSGEBONDEN VAKKEN a. PARTICIPATIE AAN DE ARBEIDSWERELD
 STRUCTUUR EN ORGANISATIE VAN DE GEZONDHEID  Situeren van het beroep van de verzorgende º Omschrijving verzorgende De kandidaten moeten inzien en kunnen omschrijven waarom, wanneer en waar zij de belangrijkste schakel zijn in de ondersteuning van de ADL van zorgbehoevende kinderen, bejaarden en andere zorgvragers. Zij moeten ook de beroepsmatige grenzen kennen. º Historisch overzicht van de hulp- en zorgverlening In grote lijnen de ontwikkeling van de welzijnszorg door de eeuwen heen kunnen weergeven. º Erecode van verpleegkundigen als basis voor erecode van de verzorgenden. De moraalcode moet gekend zijn en toegepast worden in elk werkveld. º Begrippen zelfzorg, mantelzorg, professionele omschrijven en situeren. en institutionele zorg

De verzorgende moet deze begrippen kunnen toelichten en zichzelf kunnen situeren binnen deze zorgterreinen. º Begripsomschrijving plichten en rechten: Indeling van de plichten: * t.o.v. zichzelf * t.o.v. de maatschappij De kandidaten moeten kunnen uitleggen dat naast maatschappelijke ook persoonlijke plichten bestaan die voor een verzorgende erg belangrijk zijn. º Universele verklaring van de Rechten van de Mens en Rechten van het Kind als basis voor rechten en plichten van de zorgvrager. Rechten zorgvrager: * recht op maximale ontwikkeling * vrije keuze van de zorgverstrekker * recht op informatie * recht op verweer De kandidaat moet inzien dat elkeen recht heeft op leven, lichamelijke en geestelijke ontwikkeling, gezondheid en hij of de plicht heeft om aan deze rechten te voldoen. Een aantal fundamentele rechten van de zorgvrager kunnen omschrijven aan de hand van voorbeelden.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

23

-

Plichten zorgvrager Plicht tot zelfzorg

 Specifieke beroepsattitudes van de verzorgende º Het beroepsgeheim historisch overzicht omschrijving geheimen Kunnen omschrijven wat men onder een geheim verstaat, welke soorten er zijn en hieruit afleiden welke soort het beroepsgeheim is. Inzien dat het beroepsgeheim een plicht maar ook een recht inhoudt bij het uitoefenen van het beroep en concrete voorbeelden kunnen geven. belang en noodzaak beroepsgeheim Beseffen hoe belangrijk en noodzakelijk het beroepsgeheim is voor de bescherming van het individu, de gemeenschap en het eigen beroep; toepassing beroepsgeheim * Wie? * Waarop? Weten wie door het medisch beroepsgeheim gebonden is en waarop dit beroepsgeheim in het beroep van verzorgende van toepassing is; Uitzonderingen De uitzonderingen op het medisch beroepsgeheim via concrete situaties kunnen opnoemen (o.a. aangifte geboorte, kindermishandeling, ...); sancties bij overtreding: * strafrechtelijke * morele * professionele Inzien dat en weten welke sancties er dreigen bij het overtreden van het beroepsgeheim; begrenzing van het beroepsgeheim: * zorgvrager * familie * minderjarige kinderen * gedeeld geheim De begrenzing van het beroepsgeheim t.o.v. de zorgvrager, de familie, de minderjarige kinderen en het instellingspersoneel (gedeeld geheim) kunnen uitleggen. duur van het beroepsgeheim: Begin en duur van het beroepsgeheim kunnen aangeven.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

24

º Verantwoordelijkheid - begripsomschrijving en toepassing Kunnen uitleggen wat verantwoordelijkheid precies betekent en inhoudt;

-

indeling: * wettelijke * professionele * morele De begrippen burgerlijke en strafrechtelijke verantwoordelijkheid kunnen verklaren en weten wat de gevolgen voor de verzorgende kunnen zijn. Inzien dat ze behalve de wettelijke ook nog een professionele en morele verantwoordelijkheid hebben.

-

graden van verantwoordelijkheid Kunnen verklaren waarvan de graad van verantwoordelijkheid afhangt.

-

gevolgen van verantwoordelijkheid De aard en de uitwerking van de sancties kunnen uitleggen.

º Diensten ten behoeve van de zorgvrager • Voorzieningen voor kinderen Algemeen * Kind en Gezin * PMS-centra * MST (Medisch Schooltoezicht) * Spelotheek De doelstellingen, opdrachten en werking van deze diensten kunnen schetsen. Opvangdiensten: * diensten voor opvanggezinnen * buitenschoolse opvang (BKO) * speelpleinwerking De opvangdiensten opnoemen, doelgroep, doelstelling en werking kunnen beschrijven. Hulpverleningsdiensten * oppas voor zieke kinderen * Comité Bijzondere jeugdzorg * Pleeggezinnen Weten waaruit deze hulpverlening bestaat en kunnen aangeven wanneer men er een beroep kan op doen.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

25

• Voorzieningen voor bejaarden Problematiek van het zelfstandig wonen De kandidaten moeten: - aandacht hebben voor het wooncomfort - de eigenschappen van een goede woning bij zelfstandig wonen kunnen opnoemen. - Weten welke aanpassingen aan de woning nodig zijn en de bewoner kunnen informeren over de mogelijkheid tot het bekomen van aanpassingstoelagen. Algemene voorzieningen: * Thuiszorg (gezins- en bejaardenhulp, thuisverpleging maatschappelijk werk, palliatieve zorg aan huis, ...). * Poetsdienst * Maaltijdverstrekking * Uitleendienst (mediatheek, thuiszorgwinkels) De werking en de modaliteiten om er gebruik van te maken kunnen onderkennen. Speciale voorzieningen * * * * * * * oppas zieke bejaarden hersteloorden dienstencentra, e.a. serviceflats rustoorden RVT's, G-diensten, psychogeriatrische diensten, palliatieve dienst, ... Inwonen bij kinderen

De dienstverlenende instellingen en voorzieningen voor oudere zorgdragers kunnen opnoemen, hun doelstellingen en werkwijze kunnen omschrijven. Een lijst kunnen opstellen van deze diensten in de buurt. Sociale voordelen * vrijstelling radio- en TV-taks * vermindering op openbaar vervoer, telefoontarieven, ... * plus 3-pas * pensioen, gewaarborgd minimum inkomen * parkeerkaart mindervaliden Modaliteiten kennen om deze voordelen te verwerven en de oudere zorgvrager erover kunnen informeren.  ARBEIDSRECHT EN SOCIALE ZEKERHEID º Het arbeidsreglement Uurregeling, vakanties, e.a. Het arbeidsreglement begrijpen en kunnen werken volgens de regels van het reglement. º De arbeidsovereenkomst

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

26

-

Arbeidsovereenkomst: * voor onbepaalde duur * voor bepaalde duur * voor duidelijk omschreven werk * vervangingsovereenkomst * stageovereenkomst * voltijds en deeltijds werk * alternatieve stagecontracten: ingroeibaan en werkervaringscontract De soorten overeenkomsten op een eenvoudige manier kunnen uitleggen en zich rekenschap geven van de draagwijdte van de ondertekening van dergelijk document.

º Loon- en vervangingsinkomens Begrippen brutoloon, nettoloon, RSZ, bedrijfsvoorheffing, belastbaar inkomen, ... De structuur van het sociaal zekerheidsstelsel in grote trekken kunnen schetsen en het belang inzien van dit stelsel. Werkloosheidsuitkering Zwangerschap- en bevallingsuitkeringen Invaliditeitsuitkering Pensioen In grote lijnen kunnen omschrijven wanneer iemand recht heeft op deze uitkeringen. º Collectieve arbeidsovereenkomst CAO-onderhandelingen: rol werkgever, werknemers en overheid CAO-elementen: barema's, premies, jaarlijkse vakantieregeling, e.a. Op een eenvoudige manier de arbeidsovereenkomst kunnen uitleggen. betekenis van de collectieve

º Arbeidsgeneeskundige onderzoeken en arbeidsbescherming ARAB Arbeidsgeneeskundige dienst De samenstelling en de taak van de arbeidsgeneeskundige dienst kunnen situeren. Comité voor ziekenhuishygiëne Weten dat een comité voor ziekenhuishygiëne bestaat en de taak kunnen omschrijven. Aanwervingonderzoeken Periodieke onderzoeken De frequentie en de aard van de onderzoeken kunnen omschrijven. Moederschapbescherming De moederschapbescherming met het zwangerschaps- en borst-voedingsverlof

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

27

en overige beschermingsmaatregelen kunnen weergeven. º Organisaties ter ondersteuning arbeid en/of beroepsbelangen VDAB Arbeidsbureaus De organisaties die instaan voor de arbeidsbemiddeling opnoemen en hun functie kunnen omschrijven.

-

Vakbonden Weten dat verschillende vakbonden bestaan, de doelstelling van een vakbond kunnen omschrijven. Beroepsorganisatie voor beoefenaars verzorgende en paramedische beroepen De rol van beroepsverenigingen omschrijven en het nut van hun bestaan kunnen uitleggen.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

28

2. DOMEIN VAN DE TECHNISCHE VAKKEN ALGEMENE DOELSTELLINGEN
De verzorgenden moeten: het streven naar zelfredzaamheid stimuleren door een voorbeeldgedrag en het scheppen van materiële mogelijkheden; de nodige creativiteit aan de dag leggen om flexibel in te spelen op de hulpvraag van elke zorgvrager kind, elke bejaarde die hen wordt toevertrouwd.

De verzorgende is zich bewust van de belangrijkheid van het team, van haar / zijn verantwoordelijkheid en de belangrijkheid van haar / zijn rol in het team om tot een adequate hulpverlening te komen. De verzorgende kan de in team geplande activiteiten uitwerken, organiseren, begeleiden, uitvoeren, aangepast aan de leeftijd en de mogelijkheden van de zorgvrager. Gezien de diversiteit van het werkveld waarmee zij / hij tijdens zijn opleiding kennis maakt, moet de verzorgende een degelijk pakket inzichten worden bijgebracht. De verzorgende moet de zorgkundige termen, begrippen en inzichten kunnen aanwenden en toelichten in zoverre die onontbeerlijk zijn voor de beroepsopleiding. De verzorgende observeert op nauwkeurigheid, objectiviteit, opmerkzaamheid en verantwoordelijkheid. De verzorgende getuigt van luisterbereidheid, assertiviteit, initiatief en zin voor multidisciplinaire samenwerking. De verzorgende weet een sfeer te scheppen van geborgenheid, warmte en veiligheid waar de zorgvrager zichzelf ken zijn. De verzorgende heeft een rustige, verdraagzame, geduldige, discrete houding en streeft naar een affectieve band met de zorgvrager zonder zichzelf te verliezen. De verzorgende kan troosten, gaat in op gevoelens en bezit een grote mate van flexibiliteit. De verzorgende moet efficiënt kunnen samenwerken met collega’s en met andere hulpverleners uit de medische, paramedische en sociale sector. De verzorgende moet in staat zijn een aantal sociale vaardigheden te ontwikkelen om informatie met andere te delen en in te zien dat het bijhouden van vakliteratuur op termijn noodzakelijk is om zichzelf te ontplooien en bijgevolg een degelijke positie op de arbeidsmarkt te kunnen behouden. De verzorgende heeft spontaan aandacht voor de privacy.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

29

a. HUISHOUDKUNDE
 ZORG VOOR LEEF- EN WOONSITUATIE  HUISHOUDVOERING º Visie op huishoudvoering • Organogram van een instelling Overzicht van de verschillende diensten binnen een kinderdag verblijf / rusthuis onder andere: * onderhoudsdienst - technische dienst * verpleging - verzorging * sociale dienst * paramedische dienst * pastorale dienst * vrijwilligerswerk * ... De eigen functie en situatie in een organogram plaatsen: • de structuur van een instelling (kinderdagverblijf en rusthuis), • de plaats van de huishoudelijke diensten binnen deze structuur, • het takenpakket binnen de huishoudelijke dienst, • de functie van de andere diensten met eigen woorden aangeven en met concrete voorbeelden toelichten. Situering van de verzorgende naast de logistieke hulp binnen een kinderdagverblijf/rusthuis * de functie van de verzorgende * het takenpakket van de verzorgende * de verantwoordelijkheid van de verzorgende Een probleem van de zorgvrager kunnen formuleren en doorverwijzen naar de bevoegde persoon. Situeren van de zorg voor woon- en leefsituatie / kinderopvang / intercultureel werken Zelfstandig functioneren (o.a. organisatieplanning kunnen opstellen als onderdeel van totaalzorg, in teamverband werken).

• Doelmatig handelen Doelmatig handelen in een kinderdagverblijf/rusthuis gezien vanuit de: * zorgvrager * instelling - Organiseren van handelingen - Ergonomisch handelen - Veilig handelen - Milieubewust handelen Aan de hand van een casus, het principe van het organiseren van deelopdrachten toelichten: • analyseren, • plannen,

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

30

• uitvoeren, • evalueren, rekening houdend met de zorgvrager en de instelling. De toepassing van de principes in verband met ergonomisch handelen herkennen. Veiligheidsprincipes en maatregelen benoemen en voorstellen ter verbetering formuleren.  EEN LEEF- EN WOONOMGEVING ALS BASISELEMENT VOOR LEVENSKWALITEIT  Kinderdagverblijven º Leefklimaat en sfeer Invloed van de ruimte op het gedrag Aan de hand van concrete voorbeelden aantonen dat het gedrag van kinderen en van de verzorgende mee bepaald wordt door de ruimte waarin ze zich bevinden. º Algemene principes voor de inrichting pedagogische uitgangspunten: * veiligheid en geborgenheid * verscheidenheid en keuze * zelfstandigheid * eigenheid en individualiteit * sociaal gedrag * structuur Pedagogische uitgangspunten voor het inrichten van de leefruimte in het kinderdagverblijf opsommen en met eigen woorden uitleggen. In functie van het inrichten van ruimtes: * de onthaalruimte * de leefruimte • lighoek voor de kleinsten • een rustige plek voor de grootsten • ruimte om te bewegen • de constructiehoek • de fantasiehoek • de eetplek • de opbergruimte • rustige en drukke activiteiten in één lokaal * de slaapruimte * de sanitaire ruimte * de buitenruimte * de speelhal De toepassing van pedagogische uitgangspunten voor de inrichting van leefruimten herkennen en benoemen, de functie omschrijven en de activiteiten kunnen onderbrengen in pedagogisch verantwoorde zones.  Rusthuis º Leefklimaat en sfeer

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

31

-

Een huis, een thuis of een tehuis Voor- en nadelen van deze woonvorm

Wonen omschrijven vanuit het begrip 'thuis zijn’. De woonbehoefte van de oude zorgvrager inventariseren en concretiseren. º Algemene principes voor de inrichting 'Zorgwonen' Bij het inrichten rekening houden met de behoefte aan een huiselijke, gezellige sfeer met respect voor de privacy. Kamer: Belang van de mogelijkheid tot privacy: - eigen kamer: persoonlijke inrichting, eigen meubilair, souvenirs, bloemen, dieren, ... - mogelijkheid tot eigen beslissingen met betrekking tot bezoek op de kamer, telefoon, post, ... Leefruimte: Belang van de mogelijkheid voor sociaal contact. Gemeenschappelijke ruimtes, onder andere: - dagzaal - restaurant - bar - ruimte voor familiefeesten (met de bewoners, de familie, ...) - tuin, ... De behoefte met betrekking tot het bevorderen van een positief leefklimaat en sfeer * vaststellen * analyseren * voorstellen kunnen formuleren in verband met de inrichting van leefruimten met respect voor: • de houding van de zorgdrager, • het beschikbaar budget, • de nood aan sociaal contact, • de nood aan persoonlijke inrichting Aantonen dat bepaalde leefruimtes het gevoel van samenwonen en het gevoel van behoren tot de familie, vriendenkring bevorderen.  ZORG VOOR LEEF- EN WOONOMGEVING VAN DE ZORGVRAGER  Zorg voor de woonomgeving º Kinderdagverblijven / Bejaardentehuizen 1 Leefgewoonten in een kinderdagverblijf 2 Belang van een aangepaste woonomgeving * In functie van de gezondheid van de zorgvrager • verlichting • verwarming • ventilatie • sanitaire voorzieningen Bepalende factoren in functie van de gezondheid herkennen. / bejaardentehuis

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

32

Binnen de eigen bevoegdheid suggesties formuleren ter verbetering. Zelf aangepast handelen, rekening houdend met de specifieke behoeften van de zorgvrager * In functie van de veiligheid van de zorgvrager • ruimtes: inrichting en afwerking • handelingen, onder andere: elektrocutie, vallen, struikelen, brand, … Bepalende factoren in functie van de veiligheid herkennen. Binnen de eigen bevoegdheid suggesties formuleren ter verbetering. Zelf aangepast handelen, rekening houdend met de specifieke behoeften van de zorgvrager. * Reglementen en maatregelen • ARAB (Algemene Reglementering voor Arbeidsbescherming) • Signalering (pictogrammen) • Alarmsystemen • Evacuatieplan Reglementen en maatregelen die van toepassing zijn in kinderdagverblijf / bejaardentehuis omschrijven. Binnen de eigen bevoegdheid op een verantwoorde manier handelen. 3 Reinigen en onderhouden van de verschillende ruimtes Onder andere vloer, muur, ramen, meubilair, bekleding en toebehoren Deelaspecten in verband met reinigen en onderhouden van de verschillende ruimten kunnen organiseren: * analyseren, * plannen, * uitvoeren, * evalueren, rekening houdend met: * de juiste techniek, * de aangepaste middelen, apparatuur, producten, * veilig handelen * ergonomisch handelen. 4 Reinigen en ontsmetten van gebruiksvoorwerpen en specifieke hulpmiddelen voor kinderen / oudere zorgvrager Onder andere: * kinderstoel * speelgoed * Looprek * Rolwagen * prothese * elektrische apparaten 5 Gebruik en bergen van de producten Onderhoud en bergen van: * de apparatuur, * de middelen, Producten : • kiezen, • gebruiken met de aangepaste apparatuur, de aangepaste middelen, het

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

33

• veilig bergen, Onderhouden en ordenen van het werklokaal Apparatuur en middelen: • veilig gebruiken, • onderhouden, • veilig bergen, Afval en afvalverwerking * soorten * (selectieve) ophaling * afvalverwerking Zin voor: • nauwkeurigheid, • orde, • netheid, stimuleren. Een kritische houding en verantwoordelijkszin ontwikkelen ten aanzien van afvalophaling en afvalverwerking. 6 Verfraaien van de leefruimte Suggesties tot decoratief aankleden van de leefruimte: * voorstellen en formuleren, * analyseren, * plannen, * uitvoeren, * evalueren, Rekening houdend met de behoeften van de zorgvrager. Creativiteit ontwikkelen en stimuleren.  Zorg voor textiel van de zorgvrager binnen een kinderdagverblijf en een rusthuis º Belang van goedgekozen textiel meubeltextiel kledingtextiel verzorgingstextiel

Textiel kunnen beoordelen in functie van: • hygiëne, • comfort van de zorgvrager, • onderhoudsintensiteit. º Reinigen van bevuild textiel Sorteren van linnen naar onder andere: - vuil - kleur - grondstof en daaruit de gepaste onderhoudsbehandeling afleiden Een volledig aangepast reinigings- en onderhoudsproces:

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

34

• kiezen, • organiseren, • geïntegreerd uitvoeren, • evalueren, binnen een bepaalde • tijd, • ruimte, • budget, met zin voor: • zuinigheid, • respect voor het materiaal van de zorgvrager, • kwaliteitszorg. º Kastklaar maken, bergen en bewaren van textiel º Uitvoeren van de meest voorkomende herstellingen op textiel (machinaal, met de hand) º Gebruik en bergen van de producten Onderhouden en bergen van - apparatuur - middelen º Diverse reinigings-, opmaak-, ophaal- en distributiesystemen voor textiel Diverse reinigings-, opmaak-, distributiesystemen kennen. Textiel kunnen klaarmaken voor reiniging buitenhuis.  Zorg voor voeding º Belang en functie van gezonde voeding Belang van gezonde voeding Het belang en de functies van voeding omschrijven. Functies van voeding * energieopname * energieverbruik * energiebehoefte * sociale functie De eigen energieopname, het energieverbruik en de energiebehoeften tegenover elkaar afwegen. De kwaliteit van de energieopname beoordelen. Voedingssymboliek

º Voedingsgewoonten Eigen cultuur Eetgewoonten: * eigen gewoonten * gewoonten in het gezin onder andere tafelregels * persoonlijke stijl

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

35

Het eigen voedingsgedrag (eetgewoonten) en eigen leefstijl in verband met voeding kritisch beoordelen. Een riskant gezondheidsgedrag veranderen en een positief gezondheidsgedrag bevorderen bij zichzelf en bij de anderen. Voedingsgewoonten bij adolescenten: * onder andere verantwoord diëten (de slanklijn) De relatie slankheid, gezonde voeding en beweging omschrijven en gezonde afslanktips formuleren. Traditionele of alternatieve voeding Het begrip alternatieve voeding met eigen woorden omschrijven en voorbeelden geven. Gezond eten met minder vlees De voedingssymboliek hanteren. Fastfood – new food Het begrip fastfood met eigen woorden omschrijven en de voedingswaarde beoordelen. Voedingsgewoonten in andere culturen Voedingsgewoonten uit andere culturen in grote lijnen toelichten. º Voedsel voor de zorgvrager het jonge kind de oudere zorgvrager de zorgvrager op dieet * Optimale voeding * Maaltijdpatroon * Menuplanning * Receptuur * Voedingsmiddelen Uitgaande van optimale voeding voor: • het jonge kind • de oudere zorgvrager • de zorgvrager op dieet . een maaltijdpatroon en een menuplanning opstellen . receptuur kiezen / aanpassen . voedingsmiddelen kiezen / vervangen. º Voedsel bereiden rekening houdend met onder andere Samen met de zorgvrager voedsel bereiden, rekening houdend met de individuele mogelijkheden van de zorgvrager. - hygiënische principes - bereidingsprincipes en -technieken - middelen en apparatuur: * onderhouden * bergen - tijd en ruimte

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

36

- budget met aandacht voor het ganse zorgproces Het zorgproces via een probleemoplossende wijze analyseren, plannen, uitvoeren en evalueren. º Serveren van gerechten en maaltijd tafel dekken serveermethodes sfeer aan tafel verzorgen eetruimte in orde brengen Deelaspecten (dekken van de tafel, wijze van serveren, sfeer aan de tafel, schikken van de eetruimte) organiseren (analyseren, plannen, uitvoeren en evalueren) met zin voor creativiteit. º Bewaren van bereide en niet-bereide voedingsmiddelen producten om te bewaren bederf en bedervingsverschijnselen bewaarmethodes bewaartermijnen Bewaren van bereide en niet-bereide voedingsmiddelen organiseren: • analyseren, • plannen, • uitvoeren, • evalueren. Zin voor onder andere: • zuinigheid, • hygiëne • orde • netheid • nauwkeurigheid stimuleren º Voedselverdeelsystemen en keukenaccommodatie grootkeuken van een instelling thuisbedeling bijvoorbeeld via diensten van het OCMW, traiteurdiensten, ... dienstencentra Inzicht verwerven in diverse verdeelsystemen voor de voeding. Zowel kennismaken met de diensten zelf als met de door de diensten gebruikte systemen.  AANDACHT VOOR PSYCHOLOGISCHE ASPECTEN TOEGEPAST OP ZORG VOOR WOON- EN LEEFSITUATIE Aandacht voor privacy. Belangstelling en respect opbrengen voor de eigen waarden, normen, prioriteiten, gewoonten van gezin / kind / instelling en zich inzetten om binnen dit kader huishoudelijke hulp te bieden. Sfeerschepping waarbinnen het kind zich goed voelt (zorg voor woon- en leefsituatie, aandacht voor aankleding van woon- en leefruimtes...) in onder andere onthaalgezin, ziekenkamer, buitenschoolsverblijf, kindercentrum.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

37

Sociale contacten met ouders: afspraken in verband met voeding o. a. bijbrengen en afhalen van het kind Financiële aspecten, budgettering : berekenen van uitgaven in verband met voeding per kind/per groep kunnen opstellen in functie van beschikbaar budget, gezondheid. Informatie verwerven en verwerken omtrent facturen en omstandigheden die van invloed zijn, op de huishoudvoering en besteding van het inkomen. Faciliteiten waarvan je als onthaalmoeder kan genieten o. a. huur van specifieke hulpmiddelen voor kinderen ( Bond voor Grote en Jonge Gezinnen...). Faciliteiten waarvan je als onthaalmoeder kan genieten o. a. attest fiscale aftrekbaarheid. Huur lokalen voor buitenschoolse opvang.  ZORG VOOR VOEDING EN KLEDIJ º Zorg voor uiterlijk Buitenschoolse opvang: eerste opfrissing, bevuilde kledij De kledij / textiel van het kind kunnen beoordelen en aanpassen in functie van zijn hygiëne en comfort. º Zorg voor voeding / leeftijdfase • Baby Gezonde baby / pasgeborene Behoefte voedingsstoffen en voedingsmiddelen per dag. Doel optimale voeding in het eerste levensjaar omschrijven. Borstvoeding ten opzichte van kunstmatige voeding in verband met nutritionele waarde. Een oordeel vormen in verband met waarde van borstvoeding ten opzichte van kunstmatige voeding. Flesvoeding: onder andere • poedervoedingen • therapeutische voedingen • alternatieve voedingen (soja) • ingedikte voedingen • koemelkvoedingen De kunstmatige voeding kunnen berekenen en bereiden rekening houdend met principes van hygiëne en nauwkeurigheid. Reinigen van flessen en spenen op hygiënische verantwoorde wijze. Diverse sterilisatieprincipes van flessen en spenen kunnen toepassen. Bindmiddelen en suikers kunnen onderscheiden aan de hand van gegevens op verpakkingen en toepassingsmogelijkheden opnoemen. Eerste bijvoeding: fruitsap en -pap • zelfbereid

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

38

Voor de verschillende leeftijden de bijvoedingen samenstellen en uitwerken. kantenklaar • Het marktaanbod in verband met kantenklare bijvoedingen kritisch vergelijken met zelfbereide, onder andere smaak, uitzicht, textuur, prijs, hoeveelheid, voedingsstoffen. Tweede bijvoeding: warme maaltijd • zelfbereid • kantenklaar Dagschema voor een bepaalde leeftijd kunnen verantwoorden. Specifieke zorgsituatie Aanpassen van • flesvoedingen • bijvoedingen • dagschema Bij onder andere • koorts • braken • diarree • constipatie • gebrek aan eetlust • koemelkintolerantie Voor elke specifieke zorgsituatie verantwoorde maatregelen kunnen voorstellen en toepassen uitgaande van normale voeding. • Peuter Gezonde peuter Behoefte aan voedingsstoffen en voedingsmiddelen per dag. Belang van een optimale voeding voor peuter omschrijven. Dagmenu / weekmenu / tijdsplanning Optimaal dag- en weekmenu op verantwoorde wijze kunnen uitwerken. Aantrekkelijke optimale tussendoortjes en nagerechten kunnen bereiden. Optimale feestgerechtjes voor peuters uitwerken. Kantenklare voeding Het marktaanbod in verband met kantenklare bijvoedingen kritisch vergelijken met zelfbereide, onder andere smaak, uitzicht, textuur, prijs, hoeveelheid, voedingsstoffen. Specifieke zorgsituatie Aanpassen van een dagvoeding bij onder andere: • koorts • braken • diarree • constipatie

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

39

• gebrek aan eetlust • koemelkintolerantie Voor elke specifieke zorgsituatie verantwoorde maatregelen kunnen voorstellen en toepassen uitgaande van normale voeding.

• Kleuter en schoolgaand kind Gezonde kleuter / schoolgaand kind Behoefte aan voedingsstoffen en voedingsmiddelen per dag. Belang van een optimale voeding voor peuter omschrijven. Dagmenu / weekmenu / tijdsplanning Optimaal dag- en weekmenu op verantwoorde wijze kunnen uitwerken. Aantrekkelijke optimale tussendoortjes en nagerechten kunnen bereiden. Optimale feestgerechtjes voor kleuters uitwerken. Gezonde lunchpakketten Optimale lunchpakketten samenstellen en bereiden. Warme schoolmaaltijden Een voorstel van een weekmenu warme schoolmaaltijden beoordelen en suggesties formuleren. Menu aanpassen voor alternatieve voeding. Specifieke zorgsituatie Aanpassen van een dagvoeding bij onder andere: • koorts • braken • diarree • constipatie • gebrek aan eetlust • koemelkintolerantie • abesitas • vegetarisme Voor elke specifieke zorgsituatie verantwoorde maatregelen kunnen voorstellen en toepassen uitgaande van normale voeding. Motivatie voor een ideaal gewicht van jongsaf en gevolgen van obsitas omschrijven. • Kind in specifieke opvoedingssituatie Aanpassingen van de voeding voor kinderen met een handicap. Zich kunnen informeren in functie van specifieke maatregelen eigen aan een bepaalde zorgsituatie. • Zieke kind Aanpassingen bij onder andere: • diabetes

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

40

• • • •

glutenintolerantie muco voedingsallergie slikproblemen

Dagmenu kunnen beoordelen en alternatieven voorstellen. Kinderen motiveren en helpen bij het gebruik van deze voeding. º Zorg voor kleding en woontextiel Zorg voor - meubeltextiel - verzorgingstextiel - kledingtextiel in functie van leeftijdsfasen: - kiezen - onderhouden - gebruiken - bergen Binnen de eigen bevoegdheid advies kunnen geven bij de aankoop en het onderhoud van textiel, in functie van: - comfort van de zorgdrager - onderhoudsvriendelijkheid - duurzaamheid - milieuvriendelijkheid Aangepaste zorgprocessen - reinigen Zelfstandig het reinigingsproces kiezen en op een verantwoordelijke wijze kunnen uitvoeren met beschikbare middelen en apparatuur. - gebruik- en kastklaar maken met inbegrip van strijken, vouwen, verstellen Textiel kunnen kastklaar / gebruiksklaar maken met aangepaste hulpmiddelen en apparatuur binnen een beperkte tijd. Een werkorganisatieschema opstellen van de verschillende deeltaken binnen het schema van de totaalzorg van dagindeling en weekindeling. Werken in een wassalon Het reinigen / kastklaar maken kunnen uitvoeren in een wassalon. Vervaardigen van decoratieve en / of functionele voorwerpen onder andere: - spelmateriaal - slaapzak - knuffeldier - speeltapijt Eenvoudige pedagogisch verantwoorde taken kunnen uitvoeren, rekening houdend met: - kind- en milieuvriendelijkheid - veiligheid - hygiëne  ZORG VOOR WOON- EN LEEFSITUATIE º Inrichting, aankleding, verfraaiing en veiligheid van: - onthaalruimte

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

41

- leef- en spelruimte - slaapruimte - sanitaire ruimte - buitenruimte in functie van de gezondheid en de veiligheid van het kind/groep in zijn verschillende leeftijdsfasen. Binnen de eigen bevoegdheid suggesties formuleren / zelfstandig inrichten en aankleden van diverse ruimtes, rekening houdend met: • de specifieke behoeften van het kind • de wensen van de instelling • het budget Scheppen van stimulerende / huishoudelijke sfeer aangepast aan leeftijd en behoefte van het kind door: - indeling van ruimtes, bijvoorbeeld speelruimte met verschillende hoeken ... aanbrengen van structuur - gepast gebruik van licht / kleur / geluid - afwisseling aanbieden in ruimtes onder andere: klim-, loop-, leeshoek, ... - versiering • gedoseerd • aanpassen aan omstandigheden / seizoen • aanpassen aan interesse per leeftijd - inrichting buitenschoolse ruimte afhankelijk van weer / seizoen, onder andere: dieren, zand, speelhuis, klimrek ... º Reinigen en onderhouden van bovenvermelde ruimte: inrichting en aankleding. Reinigen en ontsmetten van gebruiksvoorwerpen en specifieke hulpmiddelen voor het kind in de verschillende leeftijdsfasen: - verzorgingstafel en kussen - bed of wieg - kinderstoel, babysit - park - speelkussen ... De noodzaak van het onderhoud van ruimtes illustreren: • een planning voor het poetsen kunnen opstellen • reinigen en onderhouden zelfstandig kunnen uitvoeren met aangepaste producten, apparatuur en methode, rekening houdend met principes van onder andere kind- en milieuvriendelijkheid, ergonomie. º Veiligheid in het verblijf: - gebruik van materialen: veiligheid- en gezondheidsbevorderend, bijvoorbeeld kindvriendelijke, milieuvriendelijk , natuurlijke materialen, - veiligheid in de binnenruimte: • gebouw • elektriciteit en elektrische toestellen • gasinstallatie • verwarmingsinstallatie • brandveiligheid • gevaarlijke producten - veiligheid in buitenruimtes: • speeltuigen • afsluitingen Binnen de eigen bevoegdheid suggesties formuleren ter verbetering van: • gebruik van veiligheids- en gezondheidsbevorderende materialen en producten

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

42

• veiligheid in binnen- en buitenruimtes, rekening houdend met de specifieke behoeften van het kind. Zelfstandig gebruik kunnen maken van elektrische toestellen, gas- en verwarmingsinstallatie, gevaarlijke producten, brandblusapparaten ... º Verzorgen van kamerplanten Schikken van bloemen Bestrijding van ongedierte Afvalverwerking  WERKORGANISATIEOEFENINGEN º Eenvoudige organisatieoefeningen en tijdsplanning Organisatieschema's schriftelijk opstellen met beschikbare tijd (actief - passief) voor specifieke situaties. Zelfstandig opstellen en uitvoeren van deze schema's. º Uitgebreide organisatieoefeningen en tijdsplanning Organisatieschema's schriftelijk opstellen met beschikbare tijd (actief - passief) voor specifieke situaties. Zelfstandig opstellen en uitvoeren van deze schema's.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

43

b. OMGANGSKUNDE  DE ONTWIKKELING VAN DE MENS  DE LEEFWERELD EN DE ONTWIKKELING VAN HET JONGE KIND º Wat betekent ontwikkeling? Overzicht van de ontwikkelingsfasen De ontwikkelingsgebieden De verschillen tussen kinderen Factoren die invloed hebben op de ontwikkeling van het kind: aanleg, milieu en persoonlijke zelfbepaling. º Fasen in de ontwikkeling • De prenatale fase en de geboorte De invloeden van de prenatale fase en de geboorte op de ontwikkeling • De ontwikkeling van de zuigeling en het pedagogisch handelen Hoe kan een verzorgende een zuigeling helpen/ stimuleren bij zijn lichamelijke ontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. rust, ruimte, spelactiviteiten…. Hoe kan een verzorgende een zuigeling helpen/stimuleren bij zijn verstandelijke ontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. stimuleren van alle zintuigen, spel en speelgoed… Hoe kan een verzorgende een zuigeling helpen/ stimuleren bij zijn sociale ontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. contactname, spelactiviteiten…. Hoe kan een verzorgende een zuigeling helpen/ stimuleren bij zijn taalontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. wat- vragen beantwoorden, taalactiviteiten …. Hoe kan een verzorgende de zuigeling helpen/ stimuleren bij de emotionele ontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. lust- en onlustgevoelens, troosten, hechtingsgedrag, geborgenheid…. • De ontwikkeling van de peuter en het pedagogisch handelen Hoe kan een verzorgende een peuter helpen/ stimuleren bij zijn lichamelijke ontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. boeiend en stimulerende omgeving, spel en spelmateriaal…. Hoe kan een verzorgende een peuter helpen/ stimuleren bij zijn verstandelijke ontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. verschillende soorten spelen, stimuleren van de zintuigen….

-

-

-

-

-

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

44

-

Hoe kan een verzorgende een peuter helpen/ stimuleren bij zijn sociale ontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. positieve bevestiging, contactname met volwassenen en kinderen….. Hoe kan een verzorgende een peuter helpen/ stimuleren bij zijn taalontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. communicatie, taalspelletjes…. Hoe kan een verzorgende een peuter helpen/ stimuleren bij zijn emotionele ontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. ik-bewustzijn, koppigheidsfase, hechting, angsten, belonen, straffen…. • De ontwikkeling van de kleuter en het pedagogisch handelen Hoe kan een verzorgende een kleuter helpen: stimuleren bij zijn lichamelijke ontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. het ontwikkelen van fysieke vaardigheden… Hoe kan een verzorgende een kleuter helpen /stimuleren bij zijn verstandelijke ontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. voorbereiding op de kleuterschool, fantasie en werkelijkheid…… Hoe kan een verzorgende een kleuter helpen/ stimuleren bij zijn sociale ontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. plaats in het gezin, eerste vriendschapsrelaties met leeftijdsgenoten, imiteren van elkaar…. Hoe kan een verzorgende een kleuter helpen/ stimuleren bij zijn taalontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. waarom vragen beantwoorden, vertellen van verhalen, voorlezen….. Hoe kan een verzorgende een kleuter helpen/ stimuleren bij zijn emotionele ontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. zelfbeeld, identificatie….. Hoe kan een verzorgende een kleuter helpen/ stimuleren bij zijn morele ontwikkeling? Belangrijke aspecten hierbij zijn o.a. kennen van gebod en verbod, zich houden aan gebod en verbod….. • De ontwikkeling van het schoolkind Overgang van de kleuterschool naar de lagere school De invloed van de groep op het gedrag en de ontwikkeling van de schoolkind De plaats van de schoolkind in de klasgroep Groepsspel en competitie De plaats van de leerkracht in het leven van het kind.

-

-

-

-

-

-

-

-

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

45

 DE LEEFWERELD EN DE ONTWIKKELING VAN DE JONGERE º Fasen Prepuberteit Puberteit Adolescentie º De ontwikkeling • Lichamelijke ontwikkeling Meest opvallende veranderingen in groei en lichaamsproporties Ontwikkeling van primaire en secundaire geslachtskenmerken • Sociale ontwikkeling Relaties met ouders, volwassenen, leeftijdsgenoten Groepsvorming en vriendschap Eerste verliefdheid Seksualiteit • Cognitieve – en taalontwikkeling Gebruik van abstracte begrippen Abstract denken • Morele ontwikkeling De opbouw van een eigen waardensysteem geconfronteerd met anderen • Emotionele ontwikkeling Zelfacceptatie Identiteitscrisis º Enkele belangrijke aspecten van de leefwereld van de jongere Studiekeuze Verslaving Jongerencultuur  DE LEEFWERELD EN DE ONTWIKKELING VAN VOLWASSENEN Jongvolwassenheid ( 20- 30 jaar) Kenmerken: zijn plaats vinden in het persoonlijk en maatschappelijk leven Middenvolwassenheid ( 30- 45 jaar) Kenmerken: maatschappelijke carrière, trouwen, zorg voor kinderen, midlifecrisis Laatvolwassenheid ( 45- 60 jaar) Kenmerken: levenswijsheid, zorg voor kleinkinderen

-

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

46

 DE LEEFWERELD EN DE SPECIFIEKE ASPECTEN VAN DE OUDERE ZORGVRAGER º Algemene begrippen Bevolkingsveroudering Gerontologie Geriatrie …. º De levensgeschiedenis van de oudere zorgvrager º Positieve aspecten van het ouder worden Vrije tijd Nieuwe bezigheden ….

º Basisattitudes van de verzorgende in het omgaan met de oudere zorgvrager Actief luisteren Empathie Respect Positief zijn Warme zorg Privacy ….

º Specifieke kenmerken • Fysiek aspect Fysieke veranderingen en mogelijke problematiek De verzorgende als actieve animator Specifieke attituden en vaardigheden van de verzorgende Activiteiten voor de oudere zorgvrager • Verstandelijk aspect Verstandelijke veranderingen en mogelijke problematiek De verzorgende als actieve animator Specifieke attituden en vaardigheden van de verzorgende Activiteiten voor de oudere zorgvrager • Sociaal aspect Sociale veranderingen en mogelijke problematiek De verzorgende als actieve animator Specifieke attituden en vaardigheden van de verzorgende Activiteiten voor de oudere zorgvrager

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

47

• Emotioneel aspect Identiteitscrisis Levensdoel Levenseinde

º Enkele belangrijke gedragsafwijkingen bij psychogeriatrische ziektebeelden • Dementie Ontstaan Kenmerken Verloop Hoe omgaan met deze ziekte? • Depressie Ontstaan Kenmerken Verloop Hoe omgaan met deze ziekte? º Verzorgingscollectiviteiten (instellingen) • Begripsomschrijving Positieve aspecten Negatieve aspecten • Benadering van de zorgvragende door de verzorgende Het gedrag van de zorgvragende bij opname Visie op het samenleven in een instelling: eten, collectieve activiteiten, … • Omgang met de familie van de zorgvragende  THEMA’S  THEMA: HET GEZIN º Verschillende gezinsvormen º Belangrijke waarden binnen een gezin º Het gezin in de sociale driehoek voor kinderen ( gezin-school- leeftijdsgenoten) º Gezinnen in crisis en mogelijke gevolgen voor de kinderen Echtscheiding Geweld in het gezin Armoede  THEMA: MULTICULTURELE OPVOEDING
JUNI2009 VERZORGING / KINDERZORG

-

425.36

48

º Begrippen Cultuur Stereotypen Vooroordelen º Gewoonten en opvattingen in andere culturen met betrekking tot … … gezinsleven … gezondheid … relaties º Het multicultureel opvoeden van kinderen Wat is dat? Wat is het belang hiervan? Hoe kan dat? º Allochtonen in een verzorgingsinstelling  THEMA: DE ZORG VOOR PERSONEN MET EEN HANDICAP º Handicap Moment van ontstaan (aangeboren of verworven) Gevolgen voor de ontwikkeling van de persoon º Hoofdkenmerk en omgaan met een van volgende handicaps Syndroom van Down Verstandelijke handicap Fysieke handicap Zintuiglijke handicap Epilepsie Spasticiteit Autisme ADHD Niet aangeboren hersenletsel  THEMA: HET ZIEKE KIND º De individuele ziektebeleving van het kind Effect van het ziek zijn per leeftijdsfase Invloed van de aard en de behandeling van de ziekte Het verblijf in het ziekenhuis Het terminaal zieke kind

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

49

º De ouders De reactie van de ouders op het zieke kind De invloed van het gedrag van de ouders op het gedrag van het kind en het verloop van de ziekte Het omgaan met ouders met zieke kinderen º Spelactiviteiten met zieke kinderen

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

50

c. VERZORGING
1 Inleiding 1.1 Basisbegrippen Andersvaliden Chronische zieken Geriatrie Semi-validiteit De begrippen kunnen verklaren. Inzien dat de zorgbehoevende bejaarde meer aandacht nodig heeft. Gezondheid * Begripsomschrijving * Indeling: • fysieke • psychische • sociale gezondheid * Beinvloedingsfactoren: • erfelijke factoren • omgevingsfactoren • gedragsfactoren * GVO Het begrip gezondheid kunnen omschrijven. De officiële definitie volgens de WGO kennen en kunnen interpreteren. Met voorbeelden kunnen aantonen dat het begrip "gezondheid" op drie vlakken kan opgesplitst worden. De correlatie tussen fysieke, psychische en sociale gezondheid begrijpen en kunnen verwoorden. Factoren die deze gezondheid beïnvloeden kennen. Positieve ingesteldheid tegenover gezonde leefregels bezitten. Ongezonde leefgewoonten vermijden. Begrippen WGO en GVO kunnen omschrijven. Belang en doelstellingen van GVO kennen en continu kunnen toepassen. Gezondheidszorg * Begripsomschrijving Begrip "gezondheidszorg" kunnen omschrijven. * Indeling • preventief • curatief • palliatief * Organisatie • nuldelijn • eerstelijn • tweedelijn • derdelijn De globale structuur van de gezondheidszorg kennen. - Ziekte * Begripsomschrijving volgens WGO

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

51

Vertrouwd geraken met de begripsomschrijving van ziekte. * Indeling volgens de aard en oorsprong Veel voorkomende ziekten kunnen indelen. * Gevolgen op individu en maatschappij Weerslag van ziek zijn op individueel en maatschappelijk vlak kennen. 1.2 Algemene kenmerken van de ontwikkelingsfasen van kinderen Algemeenheden * Omschrijving ontwikkelingsfasen * Basisbehoeften om maximaal te ontwikkelen Belang inzien van de kindzorg in het kader van de opleiding. Inzicht verwerven in de lichamelijke, geestelijke en sociale noden van het gezonde kind in zijn verschillende ontwikkelingsfasen. De pasgeborene * Omschrijving pasgeborene • geboortegewicht • lengte • schedelomtrek • reflexen • uitscheiding Een algemeen beeld hebben van de pasgeborene als uitgangspunt van de ontwikkelingsfasen. De voornaamste kenmerken van een pasgeborene kunnen omschrijven. Kennis hebben van percentielen als eventuele hulp voor de moeder. De zuigeling * Omschrijving zuigeling: • algemeen uitzicht • lengtegroei • gewichtstoename • schedelomtrek • fontanellen • tanden • uitscheiding • werking . hart . ademhaling . temperatuur De typische kenmerken van de zuigeling kunnen omschrijven. De normale ontwikkeling kennen. De geobserveerde parameters kunnen interpreteren. Afwijkende situaties onderkennen en signaleren. De peuter

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

52

* Omschrijving peuter * Lichamelijke ontwikkeling * Werking hart - ademhaling * Temperatuur De typische ontwikkeling van de peuter kennen. De afwijkende patronen onderkennen en signaleren. De geobserveerde parameters kunnen interpreteren. De kleuter * Omschrijving kleuter * Lichamelijke ontwikkeling * Voorbereiding kleuterschool De typische ontwikkeling van de kleuter kennen. De afwijkingen kunnen onderscheiden en signaleren. 1.3 Algemene kenmerken van aandoeningen bij de ouder wordende mens Multipathologie Aspecifiek verloop Prognose

De typische kenmerken van aandoeningen bij bejaarden kunnen opnoemen en illustreren met enkele voorbeelden. 2 Preventie van besmettingen 2.1 De besmetting Omschrijving Soorten Besmettingswegen Weten dat een besmetting rechtstreeks of onrechtstreeks kan tot stand komen. Een nauwkeurige definitie van een besmetting kunnen geven. De besmettingswegen kunnen situeren. 2.2 Micro-organismen als ziekteverwekkers Kenmerken Levensvoorwaarden Indeling: bacteriën, virussen, schimmels, protozoa Effecten Weten wat micro-organismen zijn. De micro-organismen kunnen indelen naargelang hun werking en hun vorm. De levensbelangrijke kenmerken en levensvoorwaarden van micro-organismen kunnen omschrijven. Het schadelijk effect van micro-organismen onderkennen. 2.3 Macroorganismen als ziekteverwekkers Kenmerken Soorten: lintworm, aarsmade, schurftmijt, luizen, vlooien, toxoplasmose Een algemene kennis i.v.m. macroorganismen hebben en bepaalde soorten

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

53

kunnen bespreken. De schadelijkheid van bepaalde macroorganismen onderkennen, De nodige maatregelen kunnen treffen inzake preventie van die macroorganismen. 2.4 Verdedigingsmechanismen (immuniteit) 2.4.1 Natuurlijke afweersystemen De huid en slijmvliezen De witte bloedcellen en het bloed De natuurlijke immuniteit Infectie: begrip, kenmerken De werking van de natuurlijke afweersystemen van het organisme kennen en kunnen verklaren. Nauwkeurig kunnen omschrijven wat de infectie is en welke de kenmerken zijn. Een nauwkeurige begripsomschrijving van immuniteit kunnen geven. Inzien dat onze natuurlijke immuniteit heel belangrijk is in de strijd tegen ziekte. Beseffen dat de mens slechts in bepaalde situaties ziek wordt. 2.4.2 Kunstmatige afweersystemen Hygiënische maatregelen Isolatievormen: aanbevelingen Het belang van hygiënische maatregelen inzien en kunnen verklaren. Isolatievormen kunnen omschrijven als kunstmatige afweermiddel tegen besmetting en aanbevelingen in die zin kunnen geven. 2.4.3 Verdediging tegen besmetting door Asepsis / antisepsis Sterilisatiemethoden Ontsmettingsmiddelen De begrippen asepsis en antisepsis kennen. Het doel van en de efficiënte middelen tot ontsmetten en desinfecteren kennen. Weten welke middelen er beschikbaar zijn om te steriliseren. Medicatie: sulfamiden antibiotica antivirale middelen Weten wat antibiotica, sulfamiden en antivirale middelen zijn en hun werking kunnen uitleggen. Beseffen dat bij gebruik van deze geneesmiddelen bijwerkingen kunnen optreden die niet altijd zonder gevaar zijn. Vaccinatie Sera De betekenis, de voor- en nadelen van vaccinatie en seratherapie onderkennen. Het vaccinatieschema van de meest voorkomende kinderziekten kennen en

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

54

weten dat daarnaast nog andere vaccinaties bestaan.

3 Voorbereiding op complexe zorgsituaties 3.1 Omschrijving en belang van de totaalzorg Inzien dat alle activiteiten steeds gericht zijn op de totale persoon met zijn lichamelijke, geestelijke en sociale behoeften. Inzien dat alle handelingen erop gericht zijn om de zelfzorg van de zorgvrager tot zijn recht te laten komen binnen een sfeer van geborgenheid en veiligheid. Een relatie kunnen aangaan met de verschillende groepen zorgvragers, waarbij de zorgverlener zich aanpast aan elke zorgvrager. 3.2 PDL (Palliatieve Dagelijkse Levensbehoeften) bij zorgbehoevende kinderen en bejaarden PDL kunnen verklaren en de beperkte mogelijkheden van enkele zorgvragers kunnen beschrijven die in deze situatie verkeren. 3.3 Ergonomie Bepalingen en doelstellingen. Ergonomie kunnen verklaren, weten wat het doel is en enkele toepassingen kennen. 4 Zorgbehoeften 4.1 Zorg voor rust en slaap Voorwaarden voor een goede rust en slaap bij kinderen en oudere zorgvragers Vermijden van irriterende prikkels Inrichting van de kamer Kenmerken van een goed bed * Bijbehoren Meubilair van de kamer kennen. De benodigdheden kennen om de bedtechnieken op een correcte manier uit te voeren, zowel bij de jonge als de oudere zorgvrager. Voorwaarden kennen en kunnen scheppen opdat de zorgvrager een goede rust en slaap heeft. Problemen in verband met rust en slaap * Spanning * Ontspanning * Draagkracht * Draaglast Weten welke de voornaamste problemen zijn in verband met rust en slaap en op een gepaste manier kunnen reageren. Vermoeidheid * Oorzaken * Verschijnselen Wiegendood Oorzaak en verschijnselen van vermoeidheid en wiegendood kunnen

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

55

observeren en rapporteren.

4.2 Enkele voorkomende probleemsituaties i.v.m. spijsverteringsstelsel Problemen in verband met: - Eetlust en vertering bij het kind - Aandoeningen van de mond en keel - Reflux - Gastro-enteritis - Maagzweer - Maagbloedingen - Kanker - Afwijkingen in stoelgangpatroon - Aambeien - Het metabolisme: diabetes * Omschrijving * Symptomen * Verwikkeling * Behandeling Het ontstaan, de symptomen en de taak van de verzorgende voor elke aandoening kunnen geven. De problemen met de vochtbalans, de eetlust en de vertering bij de zorgvrager kunnen omschrijven evenals de symptomen, de verwikkeling en de behandeling. De verzorgende moet d.m.v. zijn / haar kennis en vaardigheden, tegemoet komen aan de essentiële noden van de zorgvrager. 4.3 Zorg voor de huid Observatie van de huid als parameter De huid kunnen observeren en veranderingen kunnen rapporteren. Huidproblemen bij het kind en de bejaarde * irritatie * eczema * jeuk * zona * decubitus * ulcus crusis * gangreen De huid kunnen observeren en veranderingen kunnen rapporteren. Weten wat men moet ondernemen bij veranderingen en bij veel voorkomende moeilijkheden. 4.4 Zorg voor kleding, aan- en uitkleden Vereisten van aangepaste kledij bij complexe zorgbehoevenden Gepaste kledij kunnen kiezen bij complexe zorgbehoevenden met aandacht voor esthetiek, voor comfort van dragen maar ook van aan- en uitkleden. 4.5 Zorg voor een goede houding en beweging Houding

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

56

* Kinderen • Correcte houding • Verkeerde gewoonten • Preventie Kunnen verklaren waarom een goede houding en beweging belangrijk zijn. Een verkeerde houding kunnen corrigeren. Belang van sport en beweging inzien. * Bejaarden • Comfortabele houding (liggend, staand, zittend) De bejaarde zorgvrager kunnen aansporen tot lichaamsbeweging. Beweging * Kinderen • Sport en spel * Bejaarden • Ondersteunen van mobiliteit • Gebruik van hulpmiddelen Preventieve maatregelen voor de zorgverlener * Rugsparend werken Gevaren van bedlegerigheid Het kunnen opnoemen van de gevolgen die bedlegerigheid kan hebben op het organisme. Preventieve maatregelen kunnen nemen. Gevaren in thuissituaties: vallen, ... Gevaren bij verminderende mobiliteit kunnen opsporen en ongevallen kunnen voorkomen. Vaak voorkomende houdings- en bewegingsmoeilijkheden: * Osteoporose * Reuma * Artrose * Vallen * CAV. * Parkinson De pathologie (het ontstaan, de symptomen en de behandeling) van het bewegingsapparaat kennen, de invloed ervan op de levenskwaliteit kunnen verklaren en, zo mogelijk, preventieve maatregelen kunnen nemen. 4.6 Zorg voor parameters 4.6.1 Observatie bij het kind * Gewicht * Lengte * Gebit * Hartslag * Lichaamswarmte: koorts - koortsstuipen * Pijn De normale waarden bij het kind kunnen toelichten. Eenvoudige schema's in verband met groei en gewicht kennen Door observatie alarmsignalen herkennen en gepast ingrijpen. Kunnen optreden in noodsituaties: koorts, stuipen, ...

-

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

57

4.6.2 Veel voorkomende aandoeningen * Ademhaling * Verkoudheid * Keelontsteking * Amandelontsteking * Bronchitis * Allergieën * Astma De meest voorkomende aandoeningen kunnen opnoemen. De symptomen herkennen, observeren en kunnen rapporteren. 4.6.3 Besmettelijke kinderziekten * Mazelen * Rode hond * Roodvonk * Winpokken * Bof * Kinkhoest * Polio * De vierde kinderziekte De typische kinderziekten kennen. Bij de verschillende kinderziekten: de mogelijke symptomen herkennen, de besmettingswijze kennen en maatregelen kunnen nemen om complica-ties te voorkomen. 4.6.4 Observatie bij bejaarden * Gewicht * Lengte * Hartslag * Lichaamswarmte: koorts * Pijn De normale parameters bij bejaarden kennen, om in geval van afwijkingen doeltreffend te kunnen rapporteren. Weten wanneer parameters gecontroleerd worden. De oorzaken van koorts kennen. De typische koortsverschijnselen kunnen opnoemen. 4.6.5 Veel voorkomende aandoeningen * Ademhaling • Griep • Cara • Pneumonie • Longoedeem • Tuberculose • Longkanker * Bloedsomloop • Arteriosclerose • Trombose - embolie • Angina pectoris • Hartinfarct • Hartdecompensatie • Ritmestoornissen • Bloeddruk • Anemie

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

58

Voor elke aandoening: het ontstaan, de symptomen en de taak van de verzorgende kunnen aanduiden.

4.7

Zorg bij uitscheiding º Observatie van urine en stoelgang º Globale observatiepunten diarree obstipatie

º Specifieke problemen bij het kind bedplassen Afwijkingen in normale situaties kunnen omschrijven º Specifieke problemen bij bejaarden stoma prostaat incontinentie Aandacht hebben voor incontinentieproblemen 4.8 Zorg voor zintuigen º Gezicht verziendheid bijziendheid glaucoom cataract blindheid slechtziend Een omschrijving kunnen geven van enkele veel voorkomende aandoeningen bij kinderen en bejaarden. Voor elke aandoening, het ontstaan, de symptomen en de taak van de verzorgende in de behandeling kunnen geven. º Gehoor doofheid slechthorendheid De verzorgende moet efficiënt tegemoetkomen aan de behoeften van de zorgvrager 4.9 Hulp bij verpleegtechnische handelingen º Geneesmiddelen Soorten geneesmiddelen

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

59

-

Herkomst Gegevens op verpakking en bijsluiter Bewaring Gevaren Bijwerkingen Geneesmiddelen correct toelichten Gegevens vermeld op de bijsluiter kunnen interpreteren Het belang van de juiste bewaarvorm kennen. Kennis hebben van de dosering en de mogelijke bijwerkingen.

º Huisapotheek Inhoud Bewaren Weten welke genees-, verbandmiddelen en instrumenten thuis horen in een huisapotheek. De geneesmiddelen, de overige inhoud en de bewaarvorm kennen. º EHBO Belang Hulpdiensten verwittigen CPR Eenvoudige wonden Brandwonden Vergiftiging Insecten- en dierenbaten Verstikking Bloedingen Breuken Verstuiking en ontwrichting EHBO kunnen toepassen Bij noodsituatie of ongeval de hulpdiensten kunnen oproepen. Tekens die wijzen op een hart- en ademhalingsstilstand kunnen omschrijven en de gevaren ervan toelichten. De oorzaken van brandwonden onderkennen, de kenmerken van de verschillende graden beschrijven, de ernst kunnen inschatten. De symptomen die op een vergiftiging wijzen onderkennen en hulp kunnen bieden bij vergiftiging door gassen en giftige planten. Het gevaar onderkennen van insecten- en dierenbeten en hulp kunnen bieden. De verschillende bloedingen kunnen beschrijven, onderscheiden en hulp bieden. De kenmerken van verschillende breuken, verstuiking en ontwrichting kennen.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

60

d. KRAAMZORG IN DE THUISZORG
 Betekenis van kraamzorg  Methodisch werken in de kraamzorg kraamcentrum verantwoordelijkheden methodisch werken in de kraamzorg

 Prenatale zorg de zwangere vrouw de babykamer kraamkamers benodigdheden voor de bevalling en het kraambed

 Zorg rondom bevalling (met zorgplannen) Doelstellingen per zelfzorggebied * ontsluitingsperiode * uitdrijvingsperiode * nageboorteperiode * de zorg voor moeder en kind direct na de bevalling

 De kraamperiode verzorging van de moeder verzorging van de baby

 De voeding samenstelling voor- en nadelen begeleiding problemen flesvoeding: idem borstvoeding borstvoeding:

-

 De verzorging van de islamitische kraamvrouw problematiek verzorging tijdens de zwangerschap en in de kraamperiode * voorbereiding op de bevalling * tijdens de bevalling * na de bevalling

 Verzorging van een kraamvrouw met hepatitis B of aids + hygiënische voorzorgmaatregelen  Overzicht verzorgende vaardigheden Doelstellingen - De verzorgende moet essentiële zorgen kunnen toedienen aan moeder en kind in de thuiszorg. - De verzorgende moet kennis hebben, betreffende methodisch werken in functie van samenwerking met een vroedvrouw. - De verzorgende moet kennis hebben van de meest voorkomende aandoeningen bij

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

61

e.

KINDERZORG

kinderen en aan de ouders raadgevingen kunnen geven.

 Het gezonde kind peuter en kleuter normale ontwikkeling in elke levensfase op lichamelijk gebied preventieve ongevallen EHBO Problemen tijdens de normale levensfase

 Het schoolkind normale ontwikkeling van het schoolkind zelfredzaamheid en veiligheid in verband met hygiëne, kleding en voeding

 Het hulphoevende zieke kind º Het hulpbehoevend kind het gehandicapt kind * verzorging en begeleiding voor lichamelijk gehandicapten probleemkinderen * bedplassen * obesitas * slaapproblemen - wiegendood * angstige kinderen zieke kind * noden van het zieke kind * preventie kinderziekten onder andere vaccinaties * observaties, parameters in verband met ziek zijn: temperatuur, ademhaling, pols, … * kinderziekten: symptomen, verloop, preventieve verwikkelingen

-

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

62

3. DOMEIN VAN DE PRAKTIJK a. PRAKTIJK HUISHOUDKUNDE
 ZORG VOOR VOEDING, WOON- EN LEEFOMGEVING  ALGEMENE DOELSTELLINGEN Het pakket ‘Zorg voeding, woon- en leefomgeving’ wil de basiskennis aanreiken die de kandidaten nodig hebben om het zorgproces in beroepsgerichte situaties optimaal te kunnen uitvoeren. Het uiteindelijke doel is dat de kandidaten geleidelijk aan: - bereidheid vertonen en bekwaamheid verwerven tot zelfzorg / zelfredzaam-heid / mantelzorgverstrekking in verband met zorg voor voeding; - bereidheid vertonen en bekwaamheid verwerven tot probleemloos denken en handelen tijdens die zorgprocessen; - prioriteit verlenen aan de gezondheidsbevorderende keuzen. Ze dienen stil te staan bij de gangbare waarden en normen.  ZORG VOOR VOEDING º Leerplandoelstellingen De zorg voor voeding wordt geconcretiseerd in het verzorgen van basisbereidingen: - met inheemse marktproducten representatief voor een voedingsstof, - op basis van eenvoudige basistechnieken. De aandacht gaat systematisch naar: - het verwerken van informatie, - het ergonomisch handelen, - het klantgericht denken en handelen. Hierbij is er aandacht voor: - het als consument verantwoord kunnen kiezen, kopen, gebruiken en verbruiken van de voedingsmiddelen; - het kunnen analyseren en motiveren van de behoefte aan elke voedingsstof; - het uitvoeren van de technieken met aangepaste apparaten en gerei; - streven naar goede eetgewoonten; - het beheersen en hanteren van de vakterminologie in verband met zorg voor voeding; - het beheersen en toepassen van de regels van de etiquette. º Leerinhouden Overzicht Voedingsstoffen Water als bouwstof Mineralen als bouwstoffen; mineralen als beschermende stoffen Voedingsmiddelen - dranken - groenten Thema’s praktijk - Gaar maken met water - ... - Groentes moeten iedere dag - Leg je wintervoorraad aan - ...

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

63

Eiwitten als bouwstoffen

- melk - vlees

- Pudding en room - De kunst is vlees bakken - ... - Het toppunt van zachtheid: aardappelpuree - Deegwaren: bloemrijke fantasie - ... - Gaar maken met vet - Cake, onweerstaanbaar in zijn eenvoud - ... - Voedingsvezelfestival - ... - Fruit en zon een vakantiebron - ...

Vetten als brandstoffen en energieleveranciers

- aardappelen - deegwaren

Koolhydraten als brandstoffen en energieleveranciers Voedingsvezels Vitaminen als beschermende stoffen

- plantaardige en dierlijke vetten

- volkorenproducten - fruit

Basisschema Behoefteontleding en basisinformatie Behoefte aan gezonde voeding analyseren en motiveren Basisinformatie - Voedingsstoffen • voorkomen • functie - Voedingsmiddelen • aankoop . versheid . etikettering • bewaren - Principes Praktische vaardigheden - Deeltaken met klemtoon op onderstaande principes en technieken Principes onder andere: • koken • binden • stoven • pocheren • bakken • braden • stomen • diepvriezen • blancheren • ... Technieken onder andere: • roeren • persen • spuiten • snijden • hakken • mixen • proportioneren • verpakken • etiketteren • ... - Het geheel logisch en zelfstandig uitvoeren

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

64

 ZORG VOOR WOON- EN LEEFOMGEVING º Leerplandoelstellingen - het systematisch verzamelen, klasseren, selecteren en aanwenden van informatie - het ergonomisch verantwoord handelen - het klantgericht denken en handelen - het streven naar waarden van een verzorgde, sfeervolle, gezonde woon- en leefomgeving, rekening houdend met de wensen van de bewoners - het correct en verantwoord aanwenden van de basisprincipes - het stapsgewijs organiseren, methodisch uitvoeren en verantwoorden van de zorgtechnieken - Het opnemen van verantwoordelijkheid i.v.m. het systematisch verzorgen - het leren stilstaan bij de inhoud van gangbare waarden en normen, gewoonten en vanzelfsprekendheden met betrekking tot de zorg voor leef- en woonomgeving - eigen waarden kiezen en hiernaar handelen.  Leerinhouden Overzicht Introductie Ergonomisch handelen Informatie verwerven klantgericht denken en handelen ZORG VOOR De leefruimte Te kiezen: De keuken of leefruimte - bouw, inrichting, uitrusting - systematisch zorgen - facultatieve zorgen Textiel Representatieve stukken kiezen uit: - keuken- en bedtextiel - woning- en tafeltextiel - textiel voor kinderen, jongeren, gezinsleden . textielreiniging . gebruiks- en kastklaar maken

DE DECORATIEVE / FUNCTIEONELE WERKVORMEN Basisschema Behoefteontleding en basisinformatie Behoefteontleding Behoefte aan goed geordende Informatie om er snel en feilloos een Beroep op te kunnen doen Basisinformatie Informatiebronnen voor de diverse vakdomeinen praktische vaardigheden Via een concrete situatie b.v. info van de leraar met verschillende vakken een informatiebestand uitbouwen • interessedomeinen afbakenen binnen de verschillende vakken typisch voor de studierichting • informatie zoeken, verzamelen en referentie noteren • Informatiebestand uitbouwen . hoe klasseren? . opschriften aanbrengen?

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

65

- Referenties - Klassementen Ergonomisch handelen: - werkpostschikking - werkhouding Behoefteontleding Behoefte aan energie- en tijdbesparende arbeidsprocessen Basisinformatie Ergonomie van: - de werkpost - de werkhouding in de kleinhuiskleding Klantgericht denken en handelen Behoefteontleding De behoefte aan producten ( dienstverlening) afgestemd op wens (de behoefte) van gebruiker, verbruiker kwaliteitsvolle producten dienstverlening Basisinformatie - Kwaliteit eerst, dan winst - De wens van de klant bepaalt de kwaliteitszorg - De klant is de afnemer, de verbruiker maar ook elk volgend personeelslid binnen het bedrijf, de instelling, het instituut, de kleinhuishouding is consument en de de  en

. opbergen? • Informatiebestand raadplegen De algemene werkwijze wordt, telkens wanneer zich een arbeidsintensieve situatie voordoet, toegepast bij: - de zorg voor de diverse leefruimten - de zorg voor textiel - het werken aan decoratieve / functionele realisaties

Het klantgericht denken en handelen wordt in zoveel mogelijk situaties/realisaties geïntegreerd en geoefend. Hierbij kunnen situaties/realisaties kaderen in de derdegraads opleidingen

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

66

b. PRAKTIJK VERZORGING
 Voorbereiding stage omschrijving belang van stage aanpassen aan de individuele behoeften van de zorgvrager houding van de kandidaat tijdens de stage: * verwachtingen vanwege : school of examencommissie • de stageplaats • de zorgvrager activiteiten van de verschillende stageplaatsen De noodzaak van een stage inzien. Een positieve houding t.o.v. stage aannemen. Een correcte grondhouding bezitten in alle omstandigheden. Weten dat de houding en het gedrag bepalend zijn in de uiteindelijke evaluatie van de opleiding. Kunnen voldoen aan de verwachtingen van de stageplaats. In staat zijn een positieve uitstraling te hebben naar de buitenwereld. In staat zijn de opleiding op een correcte manier te concretiseren op het werkveld.  Voorbereiding op eenvoudige en complexe zorgsituaties º Systematisch verzorgend handelen (SVH) gegevens verzamelen probleembepaling doelstelling actie evaluatie

-

De kandidaten moeten de verschillende stappen van SVH kennen en kunnen toepassen en de gegeven zorg kunnen evalueren aan de hand van SVH º Hef- en tiltechnieken oefeningen i.v.m. ergonomie, bukken en tillen.

 Preventie inzake besmetting º Oefeningen in de strijd tegen besmetting het maken van verdunningen het ontsmetten van sanitair materiaal

 Zorgbehoeften º Zorg voor rust en slaap Bedtechnieken * bed afhalen en opmaken (zorgvrager in en uit bed) * aanleggen en verwijderen van afdekdeken * verwisselen van bedlinnen * installeren van de zorgvrager * afhalen en opmaken van een kinderbed

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

67

Een bed op een aangepaste manier kunnen opmaken, rekening houdend met de persoonlijke behoeften. Privacy van de persoon in bed respecteren door het aanbrengen van een afdekdeken. Zorgvragers doelmatig in bed kunnen installeren, rekening houdend met hun persoonlijke behoeften. Installeren in bed / fauteuil * hef- en tiltechnieken toepassen * verbedden * toepassen PDL (Palliatieve Dagelijkse Levensbehoeften) in rust en slaap Technieken kunnen toepassen met aandacht voor veiligheid en zelfbehoud.  Zorg voor eten en drinken º Hulp bij de voeding algemene richtlijnen bij het op- en afdienen voorbereiding verzorgende voorbereiding zorgvrager en omgeving hulp bij maaltijden (kinderen en andersvaliden) observeren en rapporteren

Hygiënische principes kunnen toepassen in verband met het aanbieden en toedienen van de maaltijden De zorgvrager doelgericht kunnen voorbereiden De problematiek in verband met maaltijden onderkennen en gepaste hulp kunnen bieden  Zorg voor de huid º Uitvoeren van een correcte huid- en lichaamsverzorging Het kind * stuitverzorging: algemene en speciale verzorging * kinderbad met detailverzorging van ogen, oren, neus, navel, nagels, haren * wegen * meten van lengte en schedelomtrek * plaatsen van thermometer Een verantwoorde stuitverzorging kunnen toedienen onder de verschillende vormen naargelang de toestand van het kind Huidirritaties herkennen en de nodige zorgen kunnen bieden binnen de grenzen van de bevoegdheid. Op een logische, vlotte manier een kinderbad kunnen toedienen. De aansluitende detailzorgen op een juiste manier kunnen uitvoeren. Correct kunnen wegen en meten. Een thermometer op een correcte manier aanbrengen. Kunnen observeren, rapporteren en registreren. De volwassene * dagelijks toilet * bedbad, stortbad en ligbad * detailverzorging van mond, tanden, neus, ogen, oren, nagels, haren, baard * voetbad * haarwassing

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

68

De kandidaten moeten: - aandacht hebben voor een mogelijk huidprobleem zoals droge en gevoelige huid, snelle afkoeling, … - de logische werkwijze kennen om op een doeltreffende manier een dagelijks toilet toe te dienen. - de logische volgorde van een bedbad, stortbad en ligbad kennen en kunnen uitvoeren met aandacht voor specifieke zorgbehoeften. - de verschillende detailzorgen kunnen uitvoeren. - voetbaden en haarwassingen op een correcte manier kunnen uitvoeren. º Verzorgen van de huid steriel werken intertrigo decubituspreventie preventieve huidverzorging i.v.m. smetten en decubitus De kandidaten moeten: - de huid kunnen observeren en veranderingen kunnen rapporteren; - weten wat zij moeten ondernemen bij veranderingen en bij veel voorkomende moeilijkheden; - materialen steriel kunnen hanteren, een steriele kleine wondverzorging kunnen toepassen; - maatregelen kunnen nemen om intertrigo en decubitus te voorkomen en te verzorgen ( decubitus eerste graad); - correct kunnen aanbrengen van zalven, crèmes, bedekkende verbanden; - tijdig alarmsignalen kunnen opmerken in verband met doorligwonden en preventieve actie kunnen ondernemen.  Zorg voor kleding, aan- en uitkleden º Aan- en uitkleden PDL: aankleden mindervaliden aanbrengen prothesen Gepaste kledij kiezen bij complexe zorgbehoevenden met aandacht voor esthetiek, voor comfort van dragen maar ook voor aan- en uitkleden. De zorgbehoevende kunnen aan- en uitkleden. Prothesen kunnen aanbrengen en verwijderen.  Zorg voor een goede houding en beweging º Het geven van een goede houding installatie van de zorgvrager * in bed * in de fauteuil * in de rolstoel telkens met aandacht voor veiligheid en comfort tillen en verbedden De principes van het tillen en verbedden correct kunnen uitvoeren en terzelfdertijd rugsparend werken.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

69

º Toepassen van correcte houding en beweging PDL-comfort Aandacht voor typische hulpmiddelen Preventieve maatregelen kunnen nemen. Hulpmiddelen correct kunnen gebruiken met voortdurende aandacht voor veiligheid.  Zorg voor parameters º Observatie- en rapporteringstechnieken bij het kind toepassen lengte gewicht schedelomtrtek hartslag lichaamswarmte ademhaling uitscheiding invullen van een percentielblad De parameters kunnen opnemen De gegevens over de parameters kunnen rapporteren en registreren, rekening houdend met de ontwikkelingsfase van het kind º Observatie- en rapporteringstechnieken bij bejaarden toepassen gewicht lengte hartslag lichaamswarmte ademhaling toepassen op het temperatuurblad en kunnen aflezen van een verpleegplan De parameters kunnen observeren en registreren. De verschillende methodes van temperatuurmeting kunnen toepassen. Enkele grafieken en tabellen kunnen interpreteren.  Hulp bij verpleegtechnische handeling Verbanden leggen Hulp bij de uitscheiding * het ledigen en vervangen van de urinecollector * Niet-steriele stalen van urine en faeces identificatiegegevens aanbrengen * aangepaste stomazorg toepassen * incontinentiemateriaal aanbrengen

kunnen

opvangen

en

Op een correcte en doeltreffende manier een niet-steriel urine- en een faecesstaal kunnen opnemen, alsook de identificatiegegevens kunnen aanbrengen en het urinedebiet kunnen bepalen. Naar gelang van het probleem een juiste keuze kunnen maken. De incontinentiematerialen op de juiste wijze kunnen aanbrengen.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

70

 Zorg voor zintuigen Hulp bij de zorg voor zintuigen * inoefenen van het inbrengen van oog- en oordruppels * onderhoud van hoorapparaat

 Zorg voor stervende Kenmerken Omgang Begrip en principe van palliatieve zorg

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

71

c. PRAKTIJK STAGE VERZORGING – KINDERZORG
 ALGEMENE DOELSTELLINGEN VAN DE STAGE Volgende doelstellingen zullen steeds voorop staan: de kandidaten leren handelen vanuit een pluralistische maatschappelijke visie; de totaalzorg in een eenvoudige en complexe zorgsituatie onder begeleiding kunnen toepassen; kunnen observeren en rapporteren; leren werken in teamverband; verantwoordelijkheid opnemen; vlot leren samenwerken en de eigen plaats en functie binnen het team leren waarnemen; leren omgaan met gedragsregels en gewoontes van andere culturen; het uitoefenen van technische vaardigheden verder verfijnen; het helpen uitbouwen en onderhouden van een aangenaam woon- en leefklimaat afgestemd op de bewoner(s) en aansluitend op de lokale situatie; het stimuleren van de zorgvrager tot zelfzorg en het zoveel mogelijk overbodig maken van professionele hulp.

-

De verzorgenden moeten bovendien: spontaan het beroepsgeheim kunnen toepassen; documentatie en naslagwerken kunnen raadplegen en aanwenden teneinde een ruimere beroepsbelangstelling te verwerven; door praktische oefeningen het belang van orde, hygiëne en veiligheid leren inzien en hiertoe hun gehele aandacht besteden aan het rationeel gebruik van materiaal en aan een zinvolle geordende werksituatie.

 STAGEPLAATSEN We suggereren volgende stageplaatsen en doelstellingen voor: º De zorgvrager in eenvoudige zorgsituaties Aanbevolen plaatsen: Kinderdagverblijven, prekleuterklasje en peutertuin Onthaalgezinnen

Specifieke doelstellingen De kandidaten moeten: de vereiste kennis en vaardigheden bezitten om een kwalitatieve, geïndividualiseerde verzorging te kunnen verlenen; de voor de zorgverlening noodzakelijke informatie kunnen inwinnen en begrijpen; de opdracht kunnen organiseren op basis van de verworven kennis en inzichten; de gegeven verzorging kunnen evalueren en rapporteren; op een correcte wijze kunnen omgaan met kinderen, rekening houdend met zelfredzaamheid, hygiëne en zindelijkheidsopvoeding; de taalontwikkeling van het kind stimuleren door correct taalgebruik en luistervaardigheid; op creatieve wijze een opgelegde spelactiviteit kunnen begeleiden; spelmomenten kunnen organiseren rond een bepaald thema.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

72

-

Bejaardentehuizen Specifieke doelstellingen De kandidaten moeten: kunnen inspelen op de behoeften van een gezonde bejaarde; tijdens de dagdagelijkse toiletsituaties aandacht hebben voor zelfzorg, ADL-trainingsprogramma, maar ook eenvoudige communicatietechnieken kunnen toepassen: zichzelf voorstellen, de zorgen verduidelijken, als eerste een gesprek beginnen, ..., observeren en rapporteren; - aandacht hebben voor details; - tijdens het opdienen van de maaltijd bij de senior aandacht hebben voor sfeer en noodzakelijke attitudes; - zelfzorgactiviteiten en ADL-functies kunnen begeleiden;

º De zorgvrager in complexe zorgsituaties Aanbevolen plaatsen: - Psychogeriatrische instellingen, RVT’s, thuiszorg Specifieke doelstellingen De kandidaten moeten: de hulpbehoevendheid bij de bejaarde kunnen inschatten en de gepaste hulp aan de bejaarde kunnen bieden; aandachtspunten bij het benaderen van demente bejaarden kunnen aanzetten in de praktijk; theoretische kennis van dementieel gedrag toetsen aan de eigen observatie en kunnen rapporteren; de bejaarde zo kunnen verzorgen dat zowel comfort als de veiligheid behouden of verbeterd worden; een traditioneel menu aan de behoeften van de zorgvrager kunnen aanpassen en uitvoeren; de zorg voor woon- en leefomgeving kunnen opnemen rekening houdend met de zorgvrager.

- Instellingen en dagcentra voor gehandicapten Specifieke doelstellingen De kandidaten moeten: zich leren inleven in de belevingswereld van de gehandicapte om tegemoet te komen aan de specifieke behoeften; - aandacht hebben voor de specifieke noden van de gehandicapten zoals verzorging, voeding en dagdagelijkse activiteiten; - specifieke aandacht voor hygiëne en veiligheid hebben; - leren correct observeren en rapporteren. -

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

73

 PRAKTISCHE AFSPRAKEN De stages moeten de stagiairs in staat stellen om de theoretisch technische kennis, vaardigheden en attitudes te herkennen en geleidelijk aan toe te passen in concrete praktijksituaties. Stageervaringen kunnen op hun beurt het uitgangspunt zijn voor reflectie en leren. Dit veronderstelt een hoge mate van integratie tussen theorie en praktijk. Een goede supervisie is een absolute noodzaak. Een intense begeleiding is nodig, niet alleen om de veiligheid en kwaliteit van de toegediende zorgen te vrijwaren. De beroepstechnieken worden weliswaar in de praktijklessen aangeleerd, maar het effectief leren zorgen en verzorgen kan niet anders dan tijdens de stage ingeoefend en verworven worden. Dit kan enkel onder toezicht van een stagebegeleider. De praktische voorbereiding is hoofdzakelijk het werk van de stagebegeleider eventueel in samenspraak van de stagementor. Er dienen tijdig afspraken gemaakt te worden in verband met: - beoogde stagedoelen; - de werkopdrachten, nodig om de stagedoelen te helpen realiseren, rekening houdend met het geleidelijk opvoeren van de moeilijkheidsgraad; - de evaluatie. De stageovereenkomst wordt opgesteld volgens de wettelijke bepalingen. Eventueel kunnen ook concrete stagedoelen in de overeenkomst worden opgenomen. De stagebegeleider is verantwoordelijk voor de organisatie en het verloop van de stage. Iedere stageplaats heeft haar specifieke doelstellingen en activiteitenlijsten waarbij zowel de verzorgende, huishoudkundige, en pedagogische facetten als spel- en animatievaardigheden voldoende aandacht krijgen. In samenwerking met de stageplaats kan ernaar gestreefd worden om didactische bezoeken te organiseren waarbij de stagiair nauw betrokken is. Feedback vanuit het beroepsleven, bijvoorbeeld door het aantrekken van gastsprekers, vormt een andere mogelijkheid tot confrontatie met de realiteit van het beroep.  STAGE VERZORGING º Kinderen • Observeren en rapporteren van de noden fysiek psychisch sociaal

De kandidaten moeten via een doelgerichte observatie de noden van de jonge zorgvrager herkennen, observeren en rapporteren. • Onder leiding vaardigheden verwerven in: De waarnemen herkennen rapporteren vereiste kennis en vaardigheden bezitten om een kwalitatieve en

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

74

geïndividualiseerde verzorging te kunnen verlenen. • Hygiënische verzorgingen ADL Veiligheid Zorg voor kledij Wegen Meten Temperatuurmeting

Op een correcte wijze kunnen omgaan met kinderen, rekening houdend met zelfredzaamheid, hygiëne en zindelijkheidsopvoeding. Hygiënische verzorgingen kunnen geven met aandacht voor ADL en veiligheid. Correct kunnen wegen en meten alsook een temperatuuropname kunnen uitvoeren. • Spel en begeleiding het juiste spel kunnen aanbieden en begeleiden.

• Pedagogische begeleiding º Bejaarden • Inzicht in de organisatie van de verzorging en werkmethoden Weten hoe de verzorging binnen de dienst georganiseerd wordt. • Behoeften Observeren van behoeften Leren kennen en herkennen van actiemiddelen Aangepast leren handelen in verband met: * fysieke behoeften: rust, slaap, voeding * dagdagelijkse hygiëne met inbegrip van detailzorgen * veiligheid * kledij * ADL * mobiliteit: ritme en mogelijkheden qua, verplaatsing, onderhoud van hulpmiddelen * uitscheiding: begeleiding bij toiletbezoek - mictietraining * ontspanning: ontspanningsactiviteiten, naargelang van de mogelijkheden van de stageplaatsen, begeleiden * preventie van decubitus * installatie van de zorgvrager * ontsmettingstechnieken Behoeften van een gezonde bejaarde kunnen weergeven. Tijdens de dagelijkse toiletsituaties aandacht hebben voor zelfzorg, ADL, maar ook eenvoudige communicatietechnieken toepassen: zichzelf voorstellen, als eerste een gesprek beginnen, observeren en rapporteren. Aandacht hebben voor details. Toezicht kunnen houden op zelfzorgactiviteiten i.v.m. hygiëne, kleding, mobiliteit, uitscheiding, en zo nodig deze zelfzorgactiviteiten kunnen begeleiden en overnemen. Zinvolle vrijetijdsbesteding kunnen voorstellen. Ontspanningsactiviteiten kunnen begeleiden.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

75

º Gehandicapten en dagcentra observeren en rapporteren De veranderende noden van de gehandicapten kunnen opsporen op het gebied van IQ, mobiliteit, spraak, contact, affectiviteit Leefklimaat aanpassen Veranderingen kunnen aanbrengen in de omgeving naar gelang van de noden en rekening houdend met de behoefte aan veiligheid. Hygiënische verzorging: * algemene hygiëne * voorkomen * kledij * haartooi De gehandicapten ertoe aanzetten de eigen mogelijkheden te gebruiken en daarbij ondersteuning kunnen bieden. Ontspanning Aangepaste ontspanningsactiviteiten kunnen aanbieden en begeleiden. Voeding Maaltijden kunnen toedienen en hulpmiddelen adequaat kunnen gebruiken. Vervoer Efficiënt kunnen verbedden, verplaatsen en vervoeren, steeds gebruikmakend van de mogelijkheden van de zorgvragers. º Bejaarden: intramuraal en extramuraal Kennismaking met de dienst, kennismaking en introductie. Overzicht van de werkorganisatie. Zich kunnen integreren in de dienst. Observeren en rapporteren van de noden in complexe zorgsituaties. De hulpbehoevendheid bij de bejaarden kunnen omschrijven en de gevolgen ervan kunnen weergeven. Omgaan met bejaarden in complexe zorgsituaties: * PDL * mobiliteit * spraak * contact * dementie Aandachtspunten bij het benaderen en de zorg van de andersvalide bejaarden en dementerenden in de praktijk kunnen omzetten.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

76

-

Hygiënische verzorging: aanpassing aan elke situatie. De andersvaliden op een dusdanige wijze kunnen verzorgen dat zowel comfort als veiligheid behouden of verbeterd worden.

-

Observeren en rapporteren van parameters. Op een correcte manier parameters kunnen observeren en rapporteren.

-

Onder toezicht geneesmiddelen toedienen. Geneesmiddelen op een correcte manier kunnen toedienen.

-

EHBO in noodsituaties. Principes van EHBO kennen en kunnen toepassen.

-

Leggen van verbanden. In staat zijn eenvoudige verbanden aan te brengen.

-

Hulp bij uitscheiding en stomaverzorging. Gepaste maar discrete hulp kunnen bieden in verband met de uitscheiding.

-

Hulp bij de zorgen voor zintuigen. Aandacht hebben voor de zorg voor zintuigen: bril, gehoorapparaat, …

-

Ontspanning Aangepaste ontspanningsactiviteiten kunnen begeleiden. Potentiële mogelijkheden van andersvaliden ontwikkelen en oefenen; de therapie onderhouden.

-

Vervoer, verplaatsen, verbedden, heffen en tillen. Op een ergonomische manier de zorgvrager kunnen vervoeren, verplaatsen en verbedden.

-

Onderhoud en ontsmetten van sanitaire materialen. Principes van ontsmetten kunnen toepassen.

-

Aflezen van verpleegplan. Op een juiste manier een verpleegplan kunnen aflezen met het oog op een correcte zorgverlening.

-

Preventieve huidverzorging.

In staat zijn preventieve acties te ondernemen om te ontsmetten en decubitus tegen te gaan.  STAGES KINDERZORG Specifieke doelstellingen

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

77

º Het gezonde kind • Zuigelingen, peuter en kleuter De kandidaten moeten: het normale ontwikkelingspatroon van de zuigeling, peuter en kleuter op lichamelijk vlak kennen; - Een doeltreffende preventie van ongevallen kunnen toepassen; - In noodsituaties een aangepaste EHBO kunnen geven; - Een voortdurende aandacht hebben voor mogelijke problemen die zich kunnen voordoen tijdens de normale leefsituatie zoals zonnebrand, zonne- en voedselallergie … • Het schoolkind De kandidaten moeten: De lichamelijke ontwikkeling van het schoolkind kennen; Het kind kunnen stimuleren tot zelfredzaamheid i.v.m. kleding en voeding (in samenwerking met het vak huishoudkunde).

º Het hulpbehoevend kind • Het gehandicapte kind De kandidaten moeten: Inzicht hebben in de noden van het gehandicapt kind; Via een degelijke kennis en doelgerichte observatie de problematiek bij deze groep kinderen kunnen herkennen; Juiste acties kunnen plannen en uitvoeren binnen de grenzen van hun bevoegdheid; Observaties kunnen aflezen en interpreteren vb. percentielen; Op een correcte manier alle observaties kunnen noteren; Alarmsignalen kunnen onderscheiden in functie van actie en reactie bij de zorgverlening.

• Probleemkinderen De kandidaten moeten: het probleem onderkennen en de gepaste hulpmiddelen kunnen aanbieden.

• Obesitas - Allergie De kandidaten moeten: Het gevaar van verkeerde voedingsgewoonten onderkennen, preventieve acties kunnen ondernemen en de ouders raad geven (in samenwerking met het vak huishoudkunde.

• Slaapproblemen - wiegendood

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

78

De kandidaten moeten: Het belang van rust en slaap inzien en gunstige voorwaarden kunnen scheppen; Frequent optredende slaapproblemen kennen; Het begrip wiegendood kunnen omschrijven; De risicogroepen en de factoren die wiegendood kunnen veroorzaken onderkennen; Preventief kunnen optreden om de risico’s te verminderen zowel op het vlak van observatie als bij de aanwending van bewakingsapparatuur; De noodzakelijke informatie doorspelen aan de ouders.

• Angstige kinderen De kandidaten moeten: Via een grondige observatie aanleidingen tot angst kunnen vaststellen; mogelijke oplossingen kunnen suggereren.

• Het zieke kind Noden van het zieke kind De kandidaten moeten: - Het begrip ‘ziek zijn’ kunnen omschrijven; - Zich kunnen aanpassen aan de specifieke noden van het zieke kind. • Preventie De kandidaten moeten: Inzicht en kennis hebben van de preventieve maatregelen ter bescherming van het kind; - Het schema van de meest voorkomende vaccinaties grondig kennen; - Uitzonderingen op het schema kennen en eventuele problemen na vaccinatie kunnen verklaren. • Observatie parameters De kandidaten moeten: Op een efficiënte manier parameters interpreteren, controleren en rapporteren; Adequaat kunnen handelen in noodsituaties. -

• Kinderziekten De kandidaten moeten: Elke verandering die kan wijzen op een ziekte kunnen observeren en rapporteren; Het normale verloop en de mogelijke verwikkelingen kunnen omschrijven; Preventieve acties kunnen ondernemen binnen de grenzen van de bevoegdheid.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

79

BIBLIOGRAFIEËN
BIBLIOGRAFIE VOOR HET GEMEENSCHAPPELIJK GEDEELTE

NEDERLANDS Er is heel wat degelijk studiemateriaal op de markt. Hieronder vind je enkele voorbeelden van werken en adressen van websites die nuttig kunnen zijn bij de voorbereiding van je examen.

S. Roosen, T. Sleeuwaert e. a. Vitaal Nederlands, Compendium Derde Graad Nederlands, Wolters Plantyn 2006 Taalvaardigheid, taalbeschouwing, literatuur. ISBN 90 301 8907 7 info@woltersplantijn.be www.woltersplantijn.be Eric Tiggeler, Vraagbaak Nederlands, Sdu Uitgevers Den Haag 2008. Van spelling tot stijl : snel een helder antwoord op praktijkvragen over taal. Schrijfwijze, woordkeuze, leestekens, zinsbouw en stijl, brieven. ISBN 90 12 10855 1 www.sdu.nl W. Smedts & W. Van Belle, Taalboek Nederlands, Pelckmans 1996 Grammatica, geschiedenis van het Nederlands, spelling, communicatie, tekstopbouw en stijl. ISBN 90 289 1795 0 www.pelckmans.be

J.P. Steevens & E. Wils, Nederlandse basisgrammatica, Uitg. Die Keure 2006 ISBN 90 6200 525 X educatieve.uitgaven@diekeure.be www.diekeure.be J.P. Steevens, Thuis in taal, Uitg. De Boeck 2007 Een minigrammatica. info@uitgeverijdeboeck.be www.uitgeverijdeboeck.be

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

80

H. Heidbuchel & G. Luyten, Hoe zeg en schrijf ik het, Novum Antwerpen. 1998, 30 ste druk Uitspraak, spelling, spraakkunst en woordenschat. Handboek en werkboek. ISBN 90 520 2216 X : handboek ISBN 90 520 2218 6 : werkboek info@novum.be www.novum.be www.woltersplantyn.be

W. Penninckx, P. Buyse & W. Smedts, Correct taalgebruik, UGA 2006 Duidelijke en betrouwbare antwoorden op vragen die taalgebruikers vaak stellen. Trefwoorden zijn alfabetisch gerangschikt. ISBN 90 676 8808 8 www.uga.be F. Bruffaerts, F. du Mong, M. Van De Putte, Handigram, Uitg. Van In 2006 Naslagwerk over zinsleer, woordleer en spelling. ISBN 90 306 2402 8 uitgeverij@vanin.be www.vanin.be P. Van Der Horst, De taalgids, Sdu 1999. Zinsbouw, woordkeuze, leesbaarheid, interpunctie, stijlfouten enz…. ISBN 90 5797 022 8 www.sdu.nl

J. Renkema, Schrijfwijzer compact, Sdu 2005 Teksten schrijven, formulering, taalkwesties, spelling ISBN 90 12 10826 8 www.sdu.nl H. Aalbrecht, Schrijfstijl, uitgeverij Augustus Antwerpen 2008 De basis voor een goede tekst : zinsbouw, stijlmiddelen, spelling. ISBN 90 457 0150 9 www.augustus.nl L. Permentier, Stijlboek. Voor wie helder wil schrijven, Roularta Books, 2008 ISBN 90 8679 124 8 www.roulartabooks.be M. Klein en M.Visscher, Handboek verzorgd Nederlands, M. Nijhoff Groningen 2002 Contact Amsterdam Spellingregels , stijladviezen. ISBN 90 014 7185 4 www.uitgeverijcontact.nl

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

81

Eric Tiggeler, Check je tekst, Sdu Uitgevers Den Haag, 2006 Tips om beter een tekst te schrijven o.a. indeling van een tekst, een duidelijke structuur aanbrengen enz ….. ISBN 90 12 11553 1 www.sdu.nl

P. Wagenaar, Voor de vorm, uitgeverij Augustus Antwerpen 2008. Zinsbouw, beeldspraak, woordkeuze, stijlmiddelen, spelling. ISBN 90 457 0149 3 www.augustus.nl Jan van Coillie, Klare taal, Davidsfonds 2006 Efficiënt leren schrijven : doelgericht en lezergericht schrijven, exactheid, informatiedichtheid, oefeningen en oplossingen. ISBN 90 6306 440 3 www.davidsfonds.be M. Heerink, Praktische schrijfgids, Pearson Education 2008 Correct Nederlands, logisch en leesbaar formuleren, rapporteren, correspondentie, samenvatten en notuleren. ISBN 90 340 1682 7 www.pearsoneducation.nl W. Kas, Teksten schrijven, Sdu 2006 Schrijfdoelen, structuur, alinea‟s, signaalwoorden, enz… ISBN 90 12 11482 9 www.sdu.nl K. Heij & W. Visser, Schrijven in eenvoudig Nederlands, Sdu 2006 Taalniveaus en teksten structureren. ISBN 90 12 11657 0 www.sdu.nl R. Van Hogen, Samenvatten : een praktische cursus, Uitgeverij Wolters-Noordhoff 1997 Leren structureren kernideeën vatten. ISBN 90 014 0016 3 www.woltersplantyn.be

G. Van Roosbroeck, Praktisch handboek ; schrijven zonder fouten, Deltas 2006 Regels, voorbeelden, oefeningen. Inclusief alle regels van de nieuwe spelling. ISBN 90 243 6512 0 G. Van Roosbroeck, Schrijven zonder fouten, Deltas 2007 Alles over de spelling van de Nederlandse Taal. Regels, voorbeelden en oefeningen. ISBN 90 447 1695 5

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

82

J. Van Coillie, L. Sollie, Spel(l)enderwijs, Uitgeverij Van In 2007 Belangrijkste regels en een beperkt aantal oefeningen. ISBN 90 306 2925 2 uitgeverij@vanin.be www.vanin.be

L. Sollie, H. Janssens e.a., Zo spel je zoo, Uitg. Van In 2006 Complete spellingsmethode met alle regels van de herziene spelling van 2005 aangevuld met oefeningen. ISBN 90 306 3477 5 uitgeverij@vanin.be www.vanin.be J.P. Steevens, Spel correct, Uitg. Die Keure, 2006 Praktisch naslagwerk met meer dan 5500 voorbeelden. ISBN 90 5958 939 4 educatieve.uitgaven@diekeure.be www.diekeure.be M. Bringmans & A. Cooreman, Als spelling een kwelling is 1 en 2, Uitg. De Boeck 2007 Eenvoudige regels en talrijke voorbeelden. ISBN 978 11 640 0091 4 info@uitgeverijdeboeck.be www.uitgeverijdeboeck.be P. Kustermans & F. Melis, Nieuw werkschrift voor spelling 1, Uitg. De Boeck 2006 Handleiding en dictees ISBN 90 455 1669 1 info@uitgeverijdeboeck.be www.uitgeverijdeboeck.be H. Elsinga & J. Van Putten, Struikelblokken, Uitg. Van In ISBN 90 306 2934 4 uitgeverij@vanin.be www.vanin.be

Fr. Michiels, 150 modelbrieven voor persoonlijke en zakelijke doeleinden, Deltas Voor persoonlijke en zakelijke doeleinden. ISBN 90 243 7794 7 A. De Witte, P. Hernalsteen, Bij de zaak, Uitg. Van In 2007 Nederlandse Handelscorrespondentie en zakelijke communicatie ISBN 90 306 2393 9 uitgeverij@vanin.be www.vanin.be F. Vandergraesen, Zakelijk : leerwerkboek, Uitg. De Boeck 2006

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

83

Vaardigheden i.v.m. zakelijke communicatie ISBN 90 455 2073 5 info@uitgeverijdeboeck.be www.uitgeverijdeboeck.be R. Baeckens, P. Meukens, Zakelijke communicatie, Uitg. Pelckmans 2003 Opbouw en stijl van een zakelijke tekst, vorm en schikking van een zakelijk bericht, verslagen en rapporten, solliciteren enz…. ISBN 90 289 2894 7 www.pelckmans.be B. Dussenbroek, R. Debbaut, Markant, Vademecum 3 de graad TSO, Uitg. Pelckmans 2007 Communicatieproces, effectief taalgebruik, GIP : informatie verzamelen, selecteren en verwerken, voorbeelddocumenten, beoordelingsformulieren enz…. ISBN 90 289 3863 2 www.pelckmans.be

BIN-normen : efficiënte communicatie, uitg. Licap ISBN 90 685 8760 9 www.standaardboekhandel.be

Interessante sites : www.taal.vrt.be www.woordenlijst.org www.taaladvies.net www.onzetaal.nl www.taalunieversum.be

FRANS Vocabulaire A votre service (restaurant-hotel) Van In Confiance on est là Pelckmans ISBN 978 90 306 1976 5 ISBN 60 289 1866 3

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

84

Grammatica : voor elke richting volgens leerplan Franse basisgrammatica “Infogram” Van In ISBN 90 306 1751 9 Aanvullende oefeningen “Infogram” Van In ISBN 90 306 1916 3

Interactief oefenen ( voor elke richting !) www.didieraccord.com (livre niveau 1/ 2 ) oefeningen met verbeteringen / woordenschat en grammatica : keuze maken volgen je leerplan

www.lepointdufle.net om vervoegingen te oefenen

www.bonjourdefrance.com site met oefeningen, korte grammaticale uitleg wordt gegeven

ENGELS In deze lijst werden met opzet geen „school‟handboeken opgenomen. Deze zijn in eerste instantie ontwikkeld voor klasgebruik en doen in toenemende mate beroep op multimedia. Daardoor is men voor zelfstudie aangewezen op het dure lerarenpakket. Kandidaten zijn uiteraard vrij ze in de voorbereiding van hun examen te gebruiken. GRAMMAR: MURPHY, Essential Grammar in Use. Cambridge University Press 3rd ed. With answers ISBN 9780521675802 Eigentijds oefenboek met duidelijke grammaticale uitleg MURPHY , Essential Grammar in Use. Supplementary Exercises. Cambridge University Press 2nd ed. With answers ISBN 9780521675420 THOMPSON, AJ & MARTINET, AV, A Practical English Grammar. Exercises. Oxford University Press Book 1 ( with answers ) ISBN 9780194313490 Book 2 ( with answers ) ISBN 9780194313506 Didactisch verouderd, maar met zeer veel oefeningen in 3 moeilijkheidsgraden CLAEYS, G & DENTANT; J. , Grip on Grammar. Wolters Plantyn ISBN 9030163615 Grip on Grammar. Exercises ISBN 9030163623 Handleiding ISBN9030163631

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

85

NN , Grammar Guide. Pelckmans. 2004 ISBN 9789028934764

WOORDENBOEKEN : Van Dale Nederlands-English Beeld Woord & Boek." Van Dale. (specific notions, specifieke woordenschat) Cambridge International Dictionary of English. Cambridge University Press. Verklarend woordenboek (met achteraan een lijst van ongeveer 2000 woorden, i.e. basic notions, de basiswoordenschat): Vertaalwoordenboeken (met gratis online woordenboek): Prisma woordenboeken NederlandsEngels, Engels-Nederlands.

WOORDENSCHAT: McCARTHY,M & O‟DELL, F , English Vocabulary In Use. Cambridge University Press. (4 levels) level Elementary with answers and CD-Rom ISBN 9780521614641 with answers ISBN 978052199573 REDMAN , Stuart , English Vocabulary In Use Intermediate level Pre-Intermediate and 978052161465 8 978052101171 6

Edition with answers and CD-ROM Edition with answers

CARLETON,N & GERTSCH , Today’s Words in Context – New edition. Intertaal ISBN 9789054516439 NN , Beknopte thematische woordenschat Engels. Intertaal ISBN 9789054514541 Reeks BACKBONE . Pelckmans: Backbone. Business and Commerce: leerwerkboek Backbone. Techs and Tools: leerwerkboek Backbone 2 Basic: leerwerkboek

ISBN9789028937307 ISBN 9789028937284 ISBN9789028937277

Backbone. Sharing and Caring: leerwerkboek ISBN9789028944769 Voor richtingen verzorging – modern schoolhandboek – weinig teksten Specifiek „business‟ English ( ook voor examen Engelse Handelscorrespondentie ): NN , In Company . MacMillan Education Intermediate ISBN 9780230020580 Upper Intermediate ISBN9780230020627 EMMERSON, Paul, Business Builder. MacMillan Education. Module 1,2,3 ISBN9780333980940 Module 4,5,6 ISBN9780333990957 Module 7,8,9 ISBN9780333990964

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

86

EMMERSON, Paul , Business Grammar Builder. MacMillan Education ISBN978033375492 MASCULL, Bill , Business Vocabulary in Use. Cambridge University Press Intermediate to Upper-Intermediate ISBN9780521775298 LEESVAARDIGHEID: DRISCOLL, Liz , Real Reading . Cambridge University Press. 2008 With answers : level 3 ISBN 9780521705738 Level 4 ISBN 9780521705769 Schooltijdschriften: Uitgeverij Pelckmans: Alquin niveau is hoger dan te verwachten op examen Drive Speakeasy Mary Glasgow: Current niveau is hoger dan te verwachten op examen Club

ON-LINE TEKSTEN EN OEFENINGEN ( vaak gratis ! ): Oxford University Press/Student Sites www.oup.com/elt/global/products/newhotline/ www.oup.com/elt/global/products/solutions/businessbasics/ www.smic.be/smic5022 http://web2.uvic.ca/elc/studyzone/index.htm http://esl.about.com/library www.englishpage.com www.bbc.co.uk http://klascement.net www.macmillanenglish.com/register www.businessenglishonline.net www.nonstopenglish.com www.short-stories.co.uk

AARDRIJKSKUNDE  Atlassen : maximaal 5 jaar oud Wolters‟ Algemene Wereldatlas Plantyn Algemene Wereldatlas Wolters‟ Kleine Wereldatlas De Boeck Atlas (editie 2004 of 2006)  Handboeken : - Wereldvisie T 5/6 Bronnenboek Uitgeverij Pelckmans, Kapellen Wolters Plantyn, Leuven Wolters Plantyn, Leuven ISBN 9789030195627 Wolters Plantyn, Leuven ISBN 9789030184942 De Boeck, Antwerpen ISBN 9789045520223

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

87

ISBN 9789028931824 Wolters Plantyn, Leuven ISBN 9789030180064 De Boeck, Antwerpen ISBN 9789045512273 ISBN 9789045515175 - Geogenie TSO/KSO 5 & 6 Leerboek De Boeck, Antwerpen ISBN 9789045527253 - Geoscoop 5/6 - Terranova 5 en 6 Websites van de uitgeverijen: www.pelckmans.be www.woltersplantyn.be www.uitgeverijdeboeck.be

GESCHIEDENIS Leerboek – Infoboeken We duiden hier de meest recente publicaties aan, maar nog in omgang zijnde edities zijn evengoed bruikbaar. Historia T 5 Infoboek (versie TSO). Uitgeverij Pelckmans, Kapellen, 2008 (vernieuwde uitgave) Historia T 6 Infoboek (versie TSO). Uitgeverij Pelckmans, Kapellen, vernieuwde uitgave voorzien voor augustus 2009 Storia 5 TSO. Wommelgem, Uitgeverij Van In, 2008 (vernieuwde uitgave) Storia 6 TSO. Lier, Van In, vernieuwde uitgave voorzien voor voorjaar 2009 Spiegelbeelden 5 (TSO). Uitgeverij Plantyn, Mechelen, vernieuwde uitgave voorzien voor voorjaar 2009

Spiegelbeelden 6 (TSO). Uitgeverij Plantyn, Mechelen, vernieuwde uitgave voorzien voor voorjaar 2010 Anno 5. Wommelgem, Uitgeverij Van In, 2001 (versie wordt niet meer herwerkt) Anno 6. Wommelgem, Uitgeverij Van In, 2002 (versie wordt niet meer herwerkt) Ontdek geschiedenis 5. Wommelgem, Uitgeverij Van In, 2001 (versie wordt niet meer herwerkt) Ontdek geschiedenis 6. Wommelgem, Uitgeverij Van In, 2002 (versie wordt niet meer herwerkt) Tekens TSO 5.1 leerboek, Uitgeverij De Boeck, Antwerpen, 2006 Tekens TSO 6.1 leerboek, Uitgeverij De Boeck, Antwerpen, 2002 Memo 5 leerboek, Nieuwste Tijden – 19de eeuw. Uitgeverij De Boeck, Antwerpen, 2007 Memo 6 leerboek, Nieuwste Tijden – 20ste – 21ste eeuw. Uitgeverij De Boeck, Antwerpen, 2005

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

88

Historische atlassen X. ADAMS. Historische atlas. Uitgeverij Van In, Wommelgem, 2007 F. HAYT, J. GROMMEN, R. JANSSEN en A. MANET. Atlas van de algemene en Belgische geschiedenis. Uitgeverij Van In, Wommelgem, 2006 H. DE PRINS, P. VANDEPITTE en X. ADAMS. De wereld NU in kaart. Uitgeverij De Boeck, Antwerpen, 2005 R. GEIVERS. Nieuwe Historische Atlas. Uitgeverij De Boeck, Antwerpen, 2002

Websites www.vvlg.be www.geschiedenis.2link.be www.geschiedenis.startpagina.be www.onsverleden.net www.geschiedenis.beginthier.nl www.belgium.be/nlover_belgie/overheid www.fgov.be www.vlaamsparlement.be www.dekrachtvanjestem.be (interessante links over België, VN, Europa) www.un.org http://europa.eu/abc/panorama

WISKUNDE • • Delta-T 2 Antwerpen, Wolters Plantijn 1998. ISBN 90 309 1564 1 Delta-T 5/6 Beknopte ruimtemeetkunde

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

89

Leuven, Wolters, 1994. ISBN 90 309 1598 6 • • Delta-T 4C Leuven, Wolters, 1992. ISBN 90 309 1590 0 Delta-T Financiële Algebra Leuven, Wolters, 1992.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

90

BIBLIOGRAFIE VOOR HET SPECIFIEK GEDEELTE BEDRIJFSBEHEER • H.Snyers, F.Verberckt, ECONOMIE VANDAAG, BEDRIJFSBEHEER, uitg. De Boeck, Nijverheidsstraat 8, B-2390 Oostmalle, e-mail (www.uitgeverijdeboeck.be) K.Smekens, F.Van Caer, BEDRIJFSBEHEER, uitg. De Boeck, Nijverheidsstraat 8, B-2390 Oostmalle, e-mail (www.uitgeverijdeboeck.be) W.Troyer, D. Van Hauwermeiren, BEDRIJFSBEHEER, uitg. Novum, Santvoortbeeklaan 21-25, B-2100 Deurne – Antwerpen Van Istendael, R.Huygebaert, J.Blomme, BEDRIJFSBEHEER, uitg. Wolters, Blijde Inkomststraat , 3000 Leuven, e-mail klantendienst@wpeu.wkb.be D. Debbaut, e.a. , Bedrijfsbeheer voor het beroepsonderwijs , (novum@wpeu.wkb.be) uitg. Novum

•

• • •

HUISHOUDKUNDE • Zorg voor leef- en woonsituatie Algemeen DE GRUYTER, R., Veiligheid, Zaventem, Kluwer Editorial, 1994

Algemeen reglement voor de Arbeidsbescherming UGA Stijn Streuvelslaan 73 8710 Kortrijk-Heule Tel.: (056) 36 32 11 • Zorg voor voeding BERVOETS, e.a., Voedingsleer, dieetleer, Plantyn, Antwerpen 1987

VAN KAATSHOVEN, Voeding en diëten in de verzorging, De Sikkel, Malle 1988 L. Vanhaverbeke, Gids voor goede hygiënepraktijken bij voedselvoorziening in grootkeukens en verzorgingsinstellingen, HACCP een handleiding om zelf uw HACCP-plan uit te werken. 1996, Vereniging van Gemeenschapsrestaurateurs van België,Eikenbergstraat 23, 3020 Winksele Tel. 016 48 97 98 E. Postmus, H.P. Guldemeester, Handboek HACCP Uitg. Kluwer Huybrecht, Van Dyck & Segers, Voedings- en dieetleer voor de zorgbehoevenden, Deel I en Deel II, De Sikkel

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

91

M. Cokelaere, Praktische voedingsleer en praktische dieetleer Amelia Pedagogica, Museumlaan 17, 9831 St-Martens-Latem • Zorg voor textiel DE BRAECKER, DE VLIEGHER, TERRAS, Textieltechnologie, Plantyn, Deurne Het textiel abc voor aankoop en onderhoud van textiel, VTWS (Vereniging textieletikettering voor was- en strijkbehandeling) en ETITEX (Belgisch Comité voor de etikettering der textielwaren), 1989

• Zorg voor woning LANDELIJKE STICHTING OPLEIDING VERZORGENDE EN DIENSTVERLENENDE BEROEPEN (OVDB), Leren in kindercentra: deel 5: zorg voor leefruimtes en spelmateriaal, Nijgh en Van Ditmar Educatief, Rijksweg 1991 Nuttige adressen Voorlichtingsbureau voor voeding IPB Jezusstraat 16 2000 Antwerpen Tel.: (03) 232 88 55 Provinciaal Veiligheidsinstituut Jezusstraat 28-30 2000 Antwerpen Tel.: (03) 231 28 04 OMGANGSKUNDE ADRIAENSEN, P., Opvoeden is een groeiproces. Wegwijzer voor vaders en moeders. Lannoo, Tielt, 1995, 272 blz. BLANKMAN, W.A.P., Verplegen van zorgvragers met een psychiatrische ziekte. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten (NL), 2000, 168 blz. BOLLE, G., Wat met intimiteit na 55 jaar?, Bestendige deputatie van de provincie Limburg, dienst ouderen, Hasselt, 1995, 83 blz. BOUDRY, C., VANDENBROECK, M., Spiegeltje, spiegeltje … Een werkboek voor de kinderopvang over identiteit en respect. SWP, Amsterdam, 2001, 171 blz. CRAEYNEST, P., Psychologie van de levensloop. Inleiding in de ontwikkelingspsychologie. Acco, Leuven, 2005, 349 blz. DE COCK, L., Gerontologie. Aurelia books, Gent, 1977, 173 blz.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

92

DE GROOF, K. & DE GENDT, T. (Red.), Kans op slagen. Een integrale kijk op geweld in gezinnen. Lannoo Campus, Tielt, 2007, 220 blz. EL TERRA, H., Als uw kind ziek is. Lannoo, Tielt, 1996. FLORQUIN, V. & BERTRANDS, E., Speelkriebels voor kleuters. Acco, Leuven, 2000, 447 blz. HERBERT, M., Intro opvoedingsondersteuning (serie). Intro, Baarn, 1999. Deel 1: ABC van gedragsproblemen Deel 2: Hechting Deel 3: Grenzen stellen Deel 4: Ruziën en vechten Deel 5: Verliesverwerking en stervensbegeleiding bij kinderen Deel 6: Echtscheiding Deel 7: Sociale vaardigheidstraining Deel 8: Ongehoorzaamheid Deel 9: Eet- en slaapproblemen Deel 10: Posttraumatische stress bij kinderen JANSSENS, A. e.a. (Red.), Wegwijs in dementia op jonge leeftijd. Een praktische gids voor personen met jongdementie, familie en hulpverleners. Lannoo Campus, Tielt, 2007, 256 blz. KOHNSTAMM, R., Kleine ontwikkelingspsychologie. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten, 2002 (1999). Deel 1: het jonge kind, 437 blz. Deel 2: de schoolleeftijd, 251 blz. Deel 3: adolescentie, 216 blz. LITIÈRE, M., ‘Ik kan dat niet’, zegt mijn kind. Omgaan met faalangst bij kinderen. Een gids voor ouders, leerkrachten en hulpverleners. Lannoo, Tielt, 2001, 236 blz. MENTEN, J., Palliatieve zorg, stervensbegeleiding, rouwbegeleiding. Acco, Leuven, 2004, 304 blz. PACOLET, J. e.a. Vergrijzing, gezondheidszorg en ouderenzorg in België. Synthese. HIVA, Leuven, 2005, 72 blz. PEETERS, J. (eindred.), Kind aan huis. Een handboek voor medewerkers kinderopvang. VBJK, Gent, 1996, 185 blz. PEETERS, L, Ik zie alleen de tranen. Zinvol observeren van kleuters. Acco, Leuven, 1997, 118 blz. STRUYVEN, K. e.a. (Red.), Groot worden. De ontwikkeling van baby tot adolescent. Lannoo Campus, Tielt, 2003, 264 blz. TIMMERS-HUIGENS, D., Observeren en rapporteren in de zorg- en hulpverlening. Van Tricht, Twello, 1999, 168 blz.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

93

VANDENBROECK, M., De blik van de Yeti. Over het opvoeden van jonge kinderen tot zelfbewustzijn en verbondenheid, SWP, Utrecht, 1999, 223 blz. VANDEWYNCKELE, J., Zieke kinderen, Een handleiding voor bezorgde ouders, Standaard uitgeverij, Antwerpen, 2000, 239 blz. VAN DER PLOEG, J.D., Kinderen (z)onder vrienden. Lemniscaat, Rotterdam, 2007, 216 blz. VERLIEFDE E. & BAERTEN H., Loslaten tot leven. Leven en afscheid nemen in het rusthuis. Acco, Leuven, 2004, 144 blz. VERLIEFDE, E., Groeipijnen in sociaal contact. Sociale vaardigheden voor school en ouders, Acco, Leuven, 1999, 232 blz. WAALDIJK, K. & KORCZAK, J., Over klein zijn en groot worden. SWP, Utrecht, 1999, 111 blz.

VERZORGING Participatie in de arbeidswereld AUTEURSCOLLECTIEF, Veiligheid en Gezondheid bij Arbeid, Provinciaal Veiligheidsinstituut, Antwerpen

BANDE-KNOPS, e.a., Wegwijs gezondheid, Leuven, Davidsfonds-Universitaire pers, 1985 COKELAERE M. EHBO Uitgeverij Aurelia, Sint-Martens-Latem 1985 BELIËN J. Kinderverzorging deel 1 Uitgeverij Acco, Leuven 1991 BELIËN J. Kinderverzorging deel 2 Uitgeverij Acco, Leuven 1991 KERCKHOFS M. e.a. Hygiënische verzorging deel 1 Uitgeverij Acco, Leuven 1988 KERCKHOFS M. e.a. Hygiënische verzorging deel 2 Uitgeverij Acco, Leuven 1988 VAN DE PUTTE Kinderverzorging Uitgeverij Aurelia, Sint-Martens-Latem Bejaardenzorg deel 1 Uitgeverij Acco, Leuven Bejaardenzorg deel 2 Uitgeverij Acco, Leuven Algemene hygiëne 1 Uitgeverij Acco, Leuven

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

94

LELEU J. - DOLFEN Hygiënische zorgen Uitgeverij Kluwer editorial - Aurelia Books, Diegem ISBN 90-6716-816-5 LELEU J. - DOLFEN Hygiëne en gezondheid thuis en op het werk Uitgeverij Kluwer editorial - Aurelia Books, Diegem ISBN 90-6716-548-4 BOUTER, L., VAN KEULEN, C., Anatomie en fysiologie, Bohn Stafleu Van Loghum, Alpen a.d. Rijn, 1984

COKELAERE, M., Gezondheidsleer: beter voorkomen dan genezen, Aurelia boeken, Sint-Martens-Latem, 1982 BLOEMENDAL, G., Demente ouderen, Activiteiten en omgang, Intro, Nijkerk, 1986 BLOEMENDAL, G., Thuis in het verzorgingstehuis: wonen en werken: een wereld van verschil. DE VLEESCHOUWER, C., Leven in een verzorgingstehuis, Garant, Leuven Apeldoorn, 1997

DELEU-DOLFEN, J., Bejaardenzorg, Aurelia Books, Sint-Martens-Latem, 1992, 215 blz. VERHAEST, P., Werken aan wonen en leven voor zorgbehoevende ouderen, Acco, Leuven Kinderverzorging: Zwanger - Moeders zwangerschap, Info- , doe- en dagboek, B. Vansina, Uitgeverij Garant, Leuven, ISBN 978-908575-011-6 Praktijkboek Eerste Hulp Rode Kruis Vlaanderen www.rodekruis.be BSO Verzorging 3de graad 1ste jaar, Karin Vos - Marleen Schoeters, Uitgeverij Plantyn Mechelen 2008, ISBN 978-90-301-9413-2 BSO Verzorging 3de graad 2de jaar, Karin Vos - Marleen Schoeters, Uitgeverij Plantyn Mechelen mei 2009 Anatomie, fysiologie en pathologie, Kok,K., Uitgeverij Elsevier/De Tijdstroom, 2000 Borstvoeding geven, N. Mohrbacher & K.Kendall - Tackett, Uitgeverij Garant, Leuven Participatie aan de arbeidswereld, V.V.K.S.O.,Uitgeverij LICAP, Brussel, ISBN 9789068-585612, 2003 Auteurscollectief, Veiligheid en Gezondheid bij Arbeid, Provinciaal Veiligheids instituut, Antwerpen : http://www.provant.be/leren/vormingscentra/provinciaal_veilighe/

-

-

-

-

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

95

-

www.kindengezin.be www.gezondheid.be

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG

425.36

96

STAGE EN STAGESCHRIFT

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B1

ALGEMEEN
STAGES KINDERZORG

LET OP: Om te kunnen deelnemen aan de domeinen Technische Vakken én Praktijk moeten de stage en het stagedossier volledig afgewerkt zijn conform de richtlijnen die opgenomen werden in de hierna bijgevoegde bundel. Het stagedossier wordt bij het begin van de zittijd aan de juryleden afgegeven op de daartoe voorziene datum.

SOORT Zuigelingen (0 – 9 mnd) Kruipers – peuters (10 – 36 maand) Kleuters (2,5 – 6 jaar) Gehandicapte kinderen(3 – 21 jaar) Buitenschoolse kinderopvang (2,5 – 12 jaar)

PLAATS Kinderdagverblijf of kraamafdeling Kinderdagverblijf Kleuterklas M.P.I. of Buitengewoon onderwijs Erkende dienst voor buitenschoolse kinderopvang, ingericht door gemeente, school, kinderdagverblijf, privé initiatief

NTL UREN 65u 65u 65u 65u 70u

Bejaarden in een instelling

Bejaardentehuis met een eenvoudige zorgsituatie Of RVT met een complexe zorgsituatie Totaal

100u

430u

VOLGORDE VAN DOCUMENTEN
JUNI2009 VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B2

1. Voorblad met   naam, adres en examennummer stagiair(e) stageoord

2. Verklaring dat de inhoud valt onder het beroepsgeheim 3. Stageovereenkomst, volledig ingevuld met handtekening van de stagegever en stempel van het stageoord 4. Risicoanalyse met handtekening van de stagegever 5. Attest van geneeskundig onderzoek 6. Aanwezigheidsblad met vermelding van de gepresteerde uren, afgetekend door de stagementor en de verantwoordelijke van het stageoord, en stempel van het stageoord 7. Dagverslag 8. Observatieverslag per stageplaats 9. Spel- / animatieactiviteiten 10. Zelfevaluatie

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B3



Per stage dient men een stageovereenkomst op te maken die door de stagegever en de kandidaat ondertekend wordt. Er dient ook een stempel van de stagegever op te staan. De dagen en de uren waarop stage zal gedaan worden dienen op de stageovereenkomst vermeld te worden.



Risicoanalyse: moet ingevuld en ondertekend worden door de stagegever en de stagiair(e). Dit document dient vergezeld te zijn van een attest van geneeskundig onderzoek, uitgevoerd door een arbeidsgeneeskundige dienst, en van een vaccinatiekaart.

 

De kandidaat zorgt zelf voor de eigen verzekering. Er mag maximaal 6 uur aan één stuk gewerkt worden zonder pauze te nemen. Men mag maximum 10 uur per dag presteren. De pauzes dienen afgetrokken te worden van de gepresteerde uren. De gepresteerde uren worden uitgedrukt in klokuren, d.w.z. uren van 60 minuten.

 

Voor elke stagedag wordt een verslag gemaakt (zie uitleg). Het aanwezigheidsblad wordt dagelijks ingevuld en afgetekend door de stagementor. Op het einde van de stageperiode worden de uren opgeteld en tekent de verantwoordelijke van de instelling dit blad en zet er een stempel op.



Per stageoord worden er spel- / animatieactiviteiten uitgevoerd. Hiervan dient een verslag gemaakt te worden op de bijgevoegde formulieren. o Kinderen: 5 spelactiviteiten: van elk der volgende deelgebieden één:      Fijne motoriek Grove motoriek Cognitief Sociaal Expressief

o Bejaarden: 5 animatietechnieken voor volgende doelgroepen:      1 bejaarde Een kleine groep bejaarden Een grote groep bejaarden Samen met animator of ergotherapeute Dementerende bejaarde(n)

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B4

o Gehandicapten: 5 spel- animatieactiviteiten van elk der volgende deelgebieden één:      Fijne motoriek Grove motoriek Sociaal Expressief Activiteiten i.v.m. zelfredzaamheid

o Buitenschoolse kinderopvang: 5 spelactiviteiten: van elk der volgende deelgebieden één:      Fijne motoriek Grove motoriek Cognitief Sociaal Expressief

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B5

WOORDVERKLARING
De persoon die verantwoordelijk is voor de stageplaats. Dit kan ook een Stagegever: OCMW of een gemeente zijn. Je dient dan een aanvraag bij het gemeentebestuur of het OCMW in te dienen. De stagegever tekent de stageovereenkomst en zet er een stempel van het stageoord op.

De persoon op de stageplaats die je begeleidt en bij wie je terecht kan voor Stagementor uitleg. Dit kunnen verschillende personen zijn.

Stagiair / stagiaire

De persoon die stage doet.

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B6

De inhoud van dit stageboek valt onder toepassing van het beroepsgeheim (art 458 SWB). De personen die eventueel dit boek zouden vinden, worden vriendelijk verzocht er geen kennis van te nemen, maar het terug te bezorgen op onderstaand adres.

Naam: Adres:

…………………………………………… ……………………………………………. …………………………………………….

: GSM:

…………………………………………….. ……………………………………………..

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B7

STAGEOVEREENKOMST
Tussen:  De heer/mevrouw ……………………………….… voor handelende in hoedanigheid , gelegen van te

…………………………………. ………………………………,

……………………………………….. ………………………………………

(stageplaats),

telefoon

………………………………… , verder als stagegever aangeduid; en  ……………………………………………………………………………, hierna aangeduid als stagiair(e) wonende te,

………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………..…….. wordt het volgende overeengekomen:

Art. 1
De stagegever zal de stagiair(e) toelaten op de hierboven genoemde stageplaats een stage door te brengen van ……………………….. tot ……………………………….. . De stageactiviteiten vinden plaats van …….……..(beginuur) tot ……………(einduur) en van (beginuur namiddag)………..tot ………..(einduur namiddag). De stage vindt plaats op ……………………………………………………………………………………………(datum)

Art. 2
De begeleiding van de stagiair(e) wordt toevertrouwd aan ……….…………………..(verantwoordelijke van de afdeling) en aan ………………………………………… (stagementor).

Art. 3
De stagiair(e) sluit de nodige verzekeringen af tot dekking van de stagerisico‟s.

Art. 4
Ondergetekenden verklaren dat de toestanden of feiten die niet zouden geregeld zijn, zullen opgelost worden op een wijze die het goede verloop en het nut van de stage ten goede komen.

Art. 5
De betrokken partijen verklaren één exemplaar van deze overeenkomst te hebben ontvangen.

Art. 6
Er zal voor elke stagiair(e) een risicoanalyse opgesteld worden, in overleg tussen de stagegever en de stagiair(e).

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B8

De stagegever ondertekent deze voor akkoord.

Art. 7
De stagegever vertrouwt het gezondheidstoezicht toe aan de dokter gekozen door de stagiair(e). Indien de stagegever dit niet wenst, mag hij zijn eigen preventiedienst inschakelen, weliswaar op zijn kosten. Opgemaakt in tweevoud te …………………………………………………op …………………………. De stagegever (naam + handtekening) (stempel) De stagiair(e) (naam + handtekening)

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B9

RISICOANALYSE

Het verzamelen van informatie om een risicoanalyse (RA/RIE) mogelijk te maken over de stageplaats. Hieruit wordt nadien een werkpostfiche opgesteld. De werkpostfiche wordt daarna samen met de stageovereenkomst ondertekend door alle betrokkenen. De checklist en de werkpostfiche zijn instrumenten om op een gestructureerde manier informatie te geven over de stageplaats. Inlichtingen aangaande preventie en welzijn worden op deze manier schriftelijk uitgewisseld tussen de stagegever en de stagiair. Deze checklist, in te vullen door de hiërarchische lijn,  wordt éénmalig ingevuld per stageplaats  blijft geldig zolang de stageomstandigheden niet wijzigen.

Doel van dit document:

Stagegever: identificatiegegevens De stagegever (bedrijf of organisatie) Naam verantwoordelijke (stagementor) …………………………………………………………………… ……………………………………………………………………. …………………………………………………………………… …………………………………………………………………… Adres: …………………………………………………….. Functie: ……………………………………………………. ………………………………………………………………….. Tel: ……………………………………………………………. ………………………………………………………………….. E-mail: ………………………………………………………. Stageplaats voor (beroepveld of studierichting): 6 VERZORGING………………………

Benaming werkpost of algemene functieomschrijving: Activiteit: …………………………………………………………………………………………………………………………… Beschrijving van de werkzaamheden (stageactiviteiten): 1. 2. 3. 4. 5. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B 10

Inlichtingen
1. Stage: in de onderneming:  op verplaatsing:  buiten:  binnen:  2. Dag/ week/ maand – rooster: ……………………………………………………………………………………………………………………. 3. Dagarbeid:  Ploegenarbeid:  Nachtarbeid:  neen:  soms:  meestal:  neen:  ja:  ja: 

4. Stagiair werkt altijd onder begeleiding:

5. Gebruik beeldscherm gedurende > 4uur/dag: 6. Tillen van personen: neen:  ja: 

 volume: ……… gewicht: ……… frequentie: ………..  volume: ……… gewicht: ……… frequentie: ……….. welke?

7. Tillen van zware lasten: neen:  ja:  8. Besturen van auto: neen:  ja: 

9. Gebruik van chemische agentia (stof, gassen, dampen) en biologische agentia neen:  ja:  1. 2. 3. 4. welke? desinfecterende producten ……………………………………………………………………………………………………………………………… ……. ……………………………………………………………………………………………………………………………… …….. ……………………………………………………………………………………………………………………………… …....

10. Blootstelling aan fysische agentia  laserstralen  lawaai: ……………dB (A)  trillingen  ioniserende stralen  hitte (krultang, haardroger,…)  koude < - 10° C 11. Blootstelling aan biologische agentia  Sociaal contact  Nauw speekselcontact  Contact bloed (mogelijk bij scheeropdrachten)  Contact stoelgang  Spatten  Contact urine  Tuberculoserisico 12 Contact met voeding: neen:  ja: 

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B 11

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B 12

13. Profiel stagiair
 geen hoogtevrees  geen claustrofobie  behendigheid  grote spierkracht, uithouding  hoog ritme  grote mentale belasting  abnormale houdingen en bewegingen  afgezonderd werk  zwembrevet  CPR (Cardiopulmonaire Resuscitatie)  hygiënisch kunnen werken  rijbewijs type: ………………  EHBO opleiding  rookverbod  niet eten tijdens werkzaamheden  …………………………………………………………..

Omschrijving
Steile trappen/ hoge werkplatformen Enge ruimtes Smalle doorgangen, andere Langdurig staand werk, tillen van personen

Beperkte bewegingsruimte Nabijheid van water Reanimatietechniek Voeding en personenzorg Eerste hulp bij ongevallen Een algemene maatregel Een algemene maatregel

14. Blootstelling voor de stagiair
 val op begane grond  snijwonden  verbrijzeling, klemming  prikken van naalden  rugbelasting  sociaal contact  brandwonden  elektrische risico’s  val van voorwerpen  lawaai  trillingen  hitte  koude  vochtigheid

Omschrijving (te specificeren)
Gladde vloer (olie, water, ijs, …) Handwerktuigen, machines, scherven, ………… Machine - gereedschap Besmettingsgevaar (diabetescontrole) Tillen van personen Agressie Contact met warmte of koude Werken aan elektriciteit Machines, omgeving: meer dan 80 dB (A) Uitrusting, installaties, zon, klimaat Koelkamers, omgeving Uitrusting, installaties, buiten

15.
JUNI2009 VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B 13

Onthaal, EHBO, preventie en bescherming
 Stagegever / werkgever  Info noodprocedures, EHBO e.d. worden bij het onthaal gegeven  EHBO – post op de stageplaats / instelling Preventieadviseur werkgever of contactpersoon Naam: …………………………………………………………………………………….Tel: …………………………………… E-mail: ………………………………………………………………………………………………………………………………… Externe dienst voor bescherming en preventie op het werk ………………………………………………………………………………………………………………………………… Tel: ………………………………… E-mail: …………………………………………………………………………………………………………………………………. Naam arbeidsgeneesheer: ……………………………………………………………………………………………………………………………… Vertrouwenspersoon Naam: ……………………………………………………………………………………………………………………. Tel: ………………………………….. E-mail: ………………………………………………………………………………………………………………………………….

16. Werkkledij / PBM’s (persoonlijke beschermingsmiddelen)
Omschrijving Duid aan welke PBM’s van toepassing zijn en vul eventueel aan met type of bijzonderheden  aangepaste werkkledij (broekpak, veilig schoeisel)……………..  voorbinder of schort ……………………………………………………………………..  halsdoek ……………………………………………………………………………………………  broek ………………………………………………………………………………………………..  werkhandschoenen ………………………………………………………………………….  veiligheidshandschoenen …………………………………………………………..….  veiligheidsschoenen ………………………………………………………………………..  hoofddeksel (tok, kapje, haarnetje, e.a.)……………………………………  oogbescherming ……………………………………………………………………………  gehoorbescherming ………………………………………………………………………..  gelaatsbescherming ……………………………………………………………………  ademhalingsbescherming (mondkapje, e.a.)…………………………………
JUNI2009 VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

Vul de verantwoordelijke in: S = stagegever LS = leerling stagiair LS ………………. ………………. ………………. ……………….. ……………….. ……………….. ………………… ……………….. ……………….. ………………... ………………..
425.36

B 14

 thermische kledij ………………………………………………………………………….  alle andere ……………………………………………………………………………………….  alle andere ………………………………………………………………………………………. …………………………………………………………………………………………………………………..

………………… S S

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B 15

17. a) Voorafgaand gezondheidstoezicht  neen  ja Arbeidsgeneesheer - preventieadviseur: …………………………………………. Handtekening: ……………………………………………….
Vereiste inentingen vrouwelijke stagiair moet worden verwijderd:  Hepatitis A en B  vanaf 1° tot … maand van de zwangerschap  Tetanus  laatste drie maanden van de zwangerschap  Turberculosetest  tijdens borstvoeding  Andere  of ………………………………………………………………………………………

b) Passende gezondheidsbeoordeling

 Niet vereist  Vereist omwille van:contact met stoelgang en urine, contact met voedingswaren

c) Specifieke gezondheidsbeoordeling
 Niet vereist  Vereist omwille van leeftijd (< 18 jaar)  Vereist omwille van nachtarbeid  Vereist omwille van specifiek risico:

 gebrek aan ervaring  niet bewust van de risico’s  ander: ………………………………………

18.
Preventieadviseur/ contactpersoon: …………………………………………………………………………………………………………………………………………….

Advies preventiedienst en comité (interne stages)

Advies aangaande de werkpost rekening houdende met de verkregen informatie via de ingevulde checklist. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. Handtekening:

19.
Preventieadviseur/ contactpersoon: …………………………………………………………………………………………………………………………………………….

Advies preventiedienst en comité stagegever – werkgever (externe stages)

Advies aangaande de werkpost rekening houdende met de verkregen informatie via de ingevulde checklist. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. Handtekening: Naam en handtekening stagegever/afgevaardigde ………………………………………………………………. ………………………………………………………………. Datum: …………………………………………………. Naam en handtekening Stagiair(e) ……………………………………………………………………. ……………………………………………………………………. Datum: ………………………………………………………

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B 16

AANWEZIGHEIDSBLAD
Naam stagiair(e) : ............................................................................. Stageperiode Stageplaats: Naam Adres : ............................................................................. : .............................................................................. : ..............................................................................

tel : .............................................................................. Verantwoordelijke van de instelling : ..............................................................................

UREN DATUM VOOR MIDDAG VAN TOT NA MIDDAG VAN TOT DAG TOTAAL STAGE MENTOR

VERANTWOORDELIJKE INSTELLING

TOTAAL

Naam, handtekening + stempel Verantwoordelijke van de instelling

JUNI2009

VERZORGING / KINDERZORG / STAGE

425.36

B 17

Stageverslag
1. DAGVERSLAG:
  Opsomming van de activiteiten per stagedag. Bij 2 activiteiten (voor een ganse stagedag) of 1 activiteit (per halve stagedag): o Doel van de activiteit o Waarneming bij de activiteit o Reacties van de zorgvrager (evaluatie)

Linkerpagina Datum Zorgactiviteiten Problemen – aandachtspunten

Rechterpagina Actie Evaluatie

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 18

425.36

Datum …………

Zorgactiviteiten …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. ……………………………………..

Problemen – aandachtspunten …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. ……………………………………..

…………

…………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. ……………………………………..

…………

…………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. …………………………………….. ……………………………………..

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 19

425.36

Actie …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. ……………………………………………..

Evaluatie …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. …………………………………………….. ……………………………………………..

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 20

425.36

2. OBSERVATIEVERSLAG:
 Één verslag per stageperiode: er wordt gedurende de ganse periode één zorgvrager gevolgd

Volgend overzicht kan je helpen om een volledig verslag te maken en aan observatiepunten aandacht te geven. Gebruik de punten die je zelf nodig acht. Belangrijk is zoveel mogelijk eigen observaties te gebruiken. Denk er ook aan om in je verslag geen familienamen te gebruiken (beroepsgeheim), gebruik enkel de voornaam. Indien er personen zijn met dezelfde voornaam, gebruik dan ook de eerste letter van de achternaam.

Het is de bedoeling om onderstaande gegevens als hulp te gebruiken om je observatie te maken, en dus niet slaafs te volgen.

Denk eraan: een OBSERVATIE moet  CONCREET zijn: alles staven aan de hand van concrete, reëel geziene situatie. Geef zoveel mogelijk voorbeelden van hetgeen je gezien hebt.  OBJECTIEF zijn: dit wil zeggen dat je geen subjectieve interpretatie geeft

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 21

425.36

2.1.

OBSERVATIEVERSLAG BABY’S EN PEUTERS

2.1.1. Technisch verslag
        2.1.1.1. Identificatiegegevens Voornaam Geboortedatum Leeftijd Nationaliteit Opnamedatum kinderdagverblijf Gewicht bij opname Lengte bij opname Rangorde in het gezin 2.1.1.2. Fysieke ontwikkeling: dit zijn objectieve waarnemingen, hetgeen je kan zien Gelaat: vorm, kleur van de wangen Lengte en gewicht op curve gezet (percentiel waarde cf. K & G) Bij de zuigeling: o Geboortegewicht o Geboortelengte o Schedelomtrek Huid: kleur, ev. aanwezige geboortevlek of andere opvallende kenmerken Ogen: kleur, groot / klein, glanzend / dof, … Gehoor: is wel of niet goed ontwikkeld, b.v. hoe merk je dit? Nagels: vorm, kleur Tandvorming: aantal, juiste benaming, welk gebit Fontanellen, grote, kleine, welke kan je nog voelen, wat merk je op? Navel Zichtbare lichamelijke afwijkingen of bijzonderheden 2.1.1.3. Voeding Borstvoeding / flesvoeding: hoeveelheid, samenstelling, welke voeding Ontbijt / middagmaal / vieruurtje of fruitpap: samenstelling, hoeveelheid vorm Dieetvoeding: wat, waarom, … Houding van het kind bij het eten: gedragingen, eetlust, zelfredzaamheid, … 2.1.1.4. Kleding: Verzorgd / slordig / aangepast aan de weeromstandigheden / afwisseling, … Geschikt om te spelen Bijzonderheden? 2.1.1.5. Speciale zorgen Inentingen: welke, wanneer Medicatie: welke, wanneer, waarvoor Koorts: hoeveel, wanneer, oorzaak, actieplan Diarree: idem Braken: idem Andere: b.v. rode stuit, allergische reacties, huiduitslag, … oorzaak, actieplan
VERZORGING / KINDERZORG - 22 425.36

  

                    

september 2009



Doorgemaakte (besmettelijke) kinderziekten: wat, wanneer, …

2.1.2. Psychisch – opvoedkundig verslag (kinderen tussen 0 en 18 maanden
2.1.2.1. Omgang met anderen 2.1.2.1.1. De verzorgende Hoe reageert het kind bij het toekomen in het kinderdagverblijf? Voelt het zich veilig? Hoe merk je dit? Voorbeeld! Vraagt het veel aandacht? Voorbeeld! Is het aanhankelijk of niet? Voorbeeld! Heeft het hulp nodig bij het spelen? Andere activiteit? Voorbeeld!

    

    

2.1.2.1.2. De ouders Hoe reageert het kind als de ouders het brengen? Heeft het behoefte aan een iets van thuis? Stukje speelgoed? Iets anders? Hoe reageert het als de ouders het kind komen halen? Voorbeeld! Blijft het verder spelen? Betrekt het zijn ouders bij het spel? Voorbeeld! Reactie tegenover ouders van andere kinderen? Angstig, verlegen, vriendelijk, nieuwsgierig? Voorbeeld! 2.1.2.1.3. De andere kinderen Gaat de aandacht vlug naar de andere kinderen bij het brengen? Speelt het graag met andere kinderen? Voorbeeld! (echt samenspel bestaat niet op die leeftijd) Toont het zekere vriendschap of vreugde in aanwezigheid van andere kinderen? Voorbeeld! Heeft het voorkeur of afkeer van bepaalde kinderen? Voorbeeld! Houdt het zich afzijdig? Zit het graag alleen? Voorbeeld! Is het bazig tegenover andere kinderen: slaan, speelgoed afnemen? Voorbeeld! Stoort het andere kinderen in het spel? Voorbeeld! Is het vlug gestoord? Laat het zich doen? Voorbeeld!

       

Observatie tijdens de verzorging  Geduldig, angstig, hulpvaardig, passief? Voorbeeld!  Reactie op jou tijdens het verzorgen? Voorbeeld!  Behoefte aan speelgoed? 2.1.2.2. Motorische ontwikkeling 2.1.2.2.1. 3 tot 6 maanden Welke spontane bewegingen maakt de baby? Speelt het met handen en voeten? Kan het voorwerpen vasthouden? Grijpt het met beide handjes? Richt het hoofdje op in buikligging? Volgt het voorwerp met de ogen? Reageert het op geluiden? Hoe?
VERZORGING / KINDERZORG - 23 425.36

      

september 2009

        

Hoe ligt het in bed? Welke bewegingen maakt het? Wat doet het tijdens de verzorging? 2.1.2.2.2. 6 tot 9 maanden Kan het zitten met of zonder steun? Kan het kruipen? Hoe? Trekt het zich recht? Grijpt het naar voorwerpen? Wat doet het ermee? Doet het eenvoudige bewegingen na? Kan het weggestopt speelgoed terug vinden?

              

2.1.2.2.3. 9 tot 12 maanden Zit het kind volledig zonder steun? kan het zich alleen oprichten in bed? Op het verzorgingskussen? Kan het zich rechttrekken? Heeft het hulp nodig? Probeert het te stappen? Hoe? Voorbeeld! Legt het blokjes in een doos? Haalt het blokjes uit een doos? Wat doet het ermee? Stapelt het blokjes op elkaar? Reactie? Kan het een voorwerp met een touwtje naar zich toe trekken? 2.1.2.2.4. 12 tot 18 maanden Kan het kind lopen? Alleen? Valt het veel? Hoe valt het? Tracht het ergens op of af te kruipen? Voorbeeld! Kan het springen? Hurken? Voorbeeld! Kan het iets wegschoppen? Weggooien? Hoe doet het dit? Kan het lepel, beker, … gebruiken? Hoe? Voorbeeld! Wat doet het met speelgoed? Voorbeeld! Vertoont het tekenen van zelfredzaamheid? Voorbeeld! Hoe stimuleer jij dat?

2.1.2.3.    

Spel en bezigheden

2.1.2.3.1. Ontdekken Hoe speelt het kind met handen, voeten, kledij? Kan het voorwerpen bekijken? Betasten? Luistert het naar geluiden? 2.1.2.3.2. Experimenteren Wat doet het kind met zijn speelgoed? o Bekijken? o Betasten? o Ronddraaien? o Overnemen van de ene hand in de andere? o Naar de mond brengen? o Weggooien? o Terughalen?.
VERZORGING / KINDERZORG - 24 425.36

september 2009



2.1.2.3.3. Nabootsten Bootst het kind bepaalde handelingen na? o In de handen klappen? o Blokjes op elkaar zetten? o Blokjes omver gooien? o Blokjes in de doos gooien? 2.1.2.3.4. Beweging Speelt het kind rustig? Met geweld? Voorbeeld! Hoe gaat het om met speelgoed? Kloppen? Gooien? Betasten? Heeft het veel ruimte nodig? Speelt het lang met hetzelfde? Is het alles rap beu? Voorbeeld! 2.1.2.3.5. Belangstelling Heeft het kind voorkeur voor bepaald speelgoed? Welk? Wat doet het ermee? Heeft het belangstelling voor het spel van andere kinderen? Speelt het graag buiten? Blijft het liever binnen? Houdt het van zand? Water? Wandelt het graag?

        

2.1.2.4.     

Taal

2.1.2.4.1. Begrijpen Luistert het kind naar de menselijke stem? Heeft het graag dat je ertegen praat? Hoe merk je dit? Wat doet het dan? Voorbeeld! Geeft het blijk van herkenning? Voorbeeld! Begrijpt het je gelaatsuitdrukking? Voorbeeld! Begrijpt het wat je vraagt? Voorbeeld!

        

2.1.2.4.2. Uitdrukken of behoefte om zich uit te drukken Hoe maakt het kind duidelijk wat het wil? Voorbeeld! Lacht het als je ermee speelt? Lacht het hardop? Kraait het? Doet het moeite om te antwoorden op je vraag? Hoe? Voorbeeld! Welke klanken brengt het uit? Tracht het klanken na te bootsen? Hoe maakt het zich verstaanbaar? Voorbeeld! Zegt het woordjes? Welke? Hoe spreekt het die uit? Kent het de betekenis ervan? Stelt het vragen?

  

2.1.2.5. Slaap Slaapt het kind veel of weinig? Slaapt het gemakkelijk in? Heeft het nood aan een voorwerp om te slapen? Welk? Wat doet het ermee?
VERZORGING / KINDERZORG - 25 425.36

september 2009

  

Slaapt het vast? Wordt het snel wakker? Hoe ligt het in bed? Rustig? Onrustig? Wat is de reactie bij het ontwaken?

2.1.3. Psychisch – opvoedkundig verslag (kinderen tussen 18 en 36 maanden
           2.1.3.1. Motorische ontwikkeling Doet enkele pasjes? Loopt overal overheen? Loopt zonder hulp, valt veel? Valt weinig? Wil overal op klauteren? Maakt verschil tussen lopen en stappen? Stopt voor een hindernis? Loopt en houdt iets vast? Kan tegen een bal schoppen. Loopt op de tenen? Staat op de tenen? Kan springen? Tuimelen? Bewaart goed zijn evenwicht? 2.1.3.2. Spel en bezigheden

Binnen:  Heeft het voorkeur voor bepaald speelgoed? Welk?  Toont het kort belangstelling? Lang? Waarvoor?  Speelt het liefst alleen? Samen met anderen? Wie? Hoelang?  Houdt niet van ruw spel? Hoe merk je dit?  Laat zich makkelijk doen door anderen? Voorbeeld!  Is nooit rustig? Altijd rustig? Soms rustig?  Heeft veel speelgoed nodig? Welk? Buiten     

Speelt graag in de zandbak? Water? Klimrek? Loopfietsje? Wordt niet graag vuil? Vind het fijn vuil te worden? Speelt lang alleen? Hindert andere kinderen? Toont aandacht voor de natuur? Hoe? Voorbeeld! Maakt onderscheid tussen geleid en vrij spel? 2.1.3.3. Taalontwikkeling

     

2.1.3.3.1. Begrijpen Begrijpt wat van hem verlangd wordt als je er veel gebaren bij maakt Begrijpt wat van hem verlangd wordt door gebruik van eenvoudige zinnen Begrijpt wat van hem verlangd wordt zelfs met ingewikkelde zinnen 2.1.3.3.2. Uitdrukking Kan zich alleen verstaanbaar maken door te huilen Kan zich verstaanbaar maken door uitdrukkingen en gebaren Vertelt van alles zonder dat iemand er iets van begrijpt
VERZORGING / KINDERZORG - 26 425.36

september 2009

    

Met wat goede wil begrijpt je wat hij zegt Spreekt enkele woorden goed uit Kan enkele woorden zinvol na mekaar plaatsen Kan reeds eenvoudige zinnetjes maken Begint met “ik” te gebruiken en vervoegt werkwoorden op de juiste manier

   

2.1.3.3.3. Behoefte zich uit te drukken Drukt zich voornamelijk uit als hij iets nodig heeft Gebruikt enkel de taal om te antwoorden Babbelt om handelingen of spel te illustreren Babbelt de hele dag

                

2.1.3.4. Slaap Slaapt de hele tijd en wordt levendig wakker Lijkt zeer moe, moet wakker gemaakt worden, heeft behoefte aan meer rust Is vlug wakker en lijkt voldoende uitgerust Is rustig zonder te slapen Woelt veel tijdens het slapen Gebruikt fopspeen? Duim? Speelgoed? Blijft niet stilliggen, stoort anderen 2.1.3.5. Zindelijkheid Blijft rondlopen met vuile broek, wordt hier niet door gestoord Begrijpt niet wat van hem verlangd wordt Huilt als hij een natte broek heeft, wil niet op het potje Doet meestal in zijn broek, per toeval op het potje Doet telkens op het potje als je hem erop zet, vraagt niet zelf Waarschuwt VZ als het in zijn broek heeft gedaan Waarschuwt op tijd, vindt het fijn als de VZ erbij is Is zindelijk behalve tijdens de middagrust Hoe ga je tewerk met de zindelijkheidstraining? Voorbeeld! Hoe ziet de stoelgang eruit? Normaal, vast, dun? Kleur? Geur? Frequentie?

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 27

425.36

2.2.Observatieverslag kleuters 2.2.1. Technisch verslag
        2.2.1.1. Identificatiegegevens Voornaam Geboortedatum Leeftijd Nationaliteit Opnamedatum kinderdagverblijf Gewicht bij opname Lengte bij opname Rangorde in het gezin

  

     

2.2.1.2. Fysieke ontwikkeling Gelaat: vorm, kleur van de wangen Lengte en gewicht op curve gezet (percentiel waarde cfr. K & G) Bij de zuigeling: o Geboortegewicht o Geboortelengte o Schedelomtrek Huid: kleur, ev. aanwezige geboortevlek of andere opvallende kenmerken Ogen: kleur, groot / klein, glanzend / dof, … Gehoor: is wel of niet goed ontwikkeld, b.v. hoe merk je dit? Nagels: vorm, kleur Tandvorming: aantal, juiste benaming, welk gebit? Zichtbare lichamelijke afwijkingen of bijzonderheden

          

2.2.1.3. Voeding Dagmenu Observatie van de kleuter tijdens de maaltijd: hoe eet hij, gebruik van eetgerief, drinken, hoeveelheid, …. Variatie in de voeding? Wat merk je? 2.2.1.4. Kleding Aangepast aan weersomstandigheden? Verzorgd? Slordig? Zuiver? Vuil? Modisch? Is de kleding geschikt voor het spel? Is het kind fier op zijn kleding? Schoenen? Wat kan je waarnemen? 2.2.1.5. Zindelijkheid Is het kind graag proper? Heeft het een hekel aan vuile handen? Voeten? Kleding? Hoe is de hygiënische gewoontevorming? Hoe stimuleer je zindelijkheid?

2.2.2. Psychisch – opvoedkundig verslag
september 2009 VERZORGING / KINDERZORG - 28 425.36

                 

2.2.2.1. Redzaamheid Is het kind zelfstandig? Op welk gebied? Wat kan het alleen? Hoe ga je tewerk in verband met zelfredzaamheid? 2.2.2.2. Motorische ontwikkeling Hoe is de grove motoriek? Bewegingen: stappen, lopen, hinken, klimmen, schommelen, loopfietsje? Fijne motoriek? Vingervaardigheid: links of rechts gericht? Teken, kleuren, knippen, kralen rijgen, lepel – vork - gebruiken, drinken, … 2.2.2.3. Spraakontwikkeling Taal? Correct? Kindertaal? Dialect? Zinsconstructie? Opnoemen naam, voorwerp, begrip, kleur, … Zichzelf benoemen? Geluiden nabootsen Vragen stellen? Vertellen verhaaltje? Gebeurtenis? … 2.2.2.4. Rust Hoe? Hoeveel? Wanneer? 2.2.2.5. Omgang met anderen Vast personeel Ouders? Stagiair(e)s? Andere kindjes? o Domineert? o Laat zich betuttelen? o Speelt met anderen? o Heeft vaste vriendjes? o Laat zich opmerken in de groep? … 2.2.2.6. Spelen Tekenen? Hoe? Wat? Gebruik van blad papier? Vrij spel Opvoedend spelen Constructiespelen Waarnemingsspelen Denkspelletjes Associatiespelletjes Nabootsingsspelletjes Expressiestimulerend spelen o Manueel o Verbaal o Lichamelijk o Muzikaal 2.2.2.7. Aanpassing aan school Hoe gedraagt het kind zich de eerste dag?
VERZORGING / KINDERZORG - 29 425.36

        



september 2009

         

Kan het goed afscheid nemen van ouder? Hecht het zich aan de kleuterleidster? ……. 2.2.2.8. Gewoontevorming Omvat de morele, sociale vorming, opvoeding tot veilig wegverkeer, hygiëne, sanitaire opvoeding Gewoontevorming moet leiden naar een spontaan gedrag. Het kind leren waarnemen, nabootsen, met de nadruk op positieve stimulatie Sanitaire opvoeding: nadruk op lichamelijke reinheid Verwerven goede voedingsgewoonten Aandacht voor veiligheid, voorkomen van ongevallen Ordelijkheid en reinheid lokalen, materialen, speelgoed Zonder angst aanvaarden van doktersonderzoek, tandarts, …

Hygiënische gewoontevorming is zeer belangrijk
Leer de kindjes:  Handen wassen. Netjes op zichzelf zijn. Tanden poetsen  Mond en neus reinigen, neus snuiten, hoesten, niezen, gebruik zakdoek  Toiletbezoek  Netjes eten

2.2.3. Opvoedende activiteiten
2.2.3.1. Taalactiviteiten

Kleuterbibliotheek, luisteren naar cassettes, cd‟s, video kijken, poppenkast, vertellen, videospelletjes, … 2.2.3.2. Plastische activiteiten

Tekenen, bordtekenen, schilderen, vingerverf, stempelen, boetseren, scheuren, knippen, kleven, vrij knutselen, groepswerk, spatten, met zand tekenen, … 2.2.3.3. Constructiespel

Lego, autobaan, noppers, houtblokken, duplo, mobilo, treinset, auto‟s, …

2.2.3.4.

Opvoedend spel

Puzzelen, identificatieoefeningen, domino, kleurenspel, begripsvorming, gehooroefening, voeldoos, lottospel, voorbereidend rekenen, schrijven, memorie, gezelschapsspel b.v. ganzenbord, … 2.2.3.5. Manipulatiespel

Zandbak, waterbak, parels, mozaïek, plasticine, maïsbak, schilderen, tekenen, timmeren, …
september 2009 VERZORGING / KINDERZORG - 30 425.36

2.2.3.6.

Rollenspel

Poppenhuis, winkel, garage, verkleedhoek, kapper, ziekenhuis, schminkpop, … 2.2.3.7. Lichamelijke expressie

Dramatisering, rollenspel, creatief spel, zich verkleden, personage of voorwerp uitbeelden, bewegen op muziek, turnen, … 2.2.3.8. Verbale expressie

Gesprekken (vertrouwelijk, klas- , leer- , groepsgesprek), vertellen door de kleuter, poppenspel, raadseltjes, voordragen, … 2.2.3.9. Dagelijkse en occasionele activiteiten

Praktische oefeningen (drinken, eten, …) orde oefeningen, herkenningstekens gebruiken, feest vieren, gezelschapsspel, sanitaire en hygiënische opvoeding, verkeersopvoeding, uitstapjes, vrij spel, …

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 31

425.36

2.3.OBSERVATIEVERSLAG KINDEREN (BKO) 2.3.1. Technisch verslag
      2.3.1.1. Identificatiegegevens Voornaam Geboortedatum Leeftijd Nationaliteit Rangorde in het gezin Komt naar de opvang sinds … 2.3.1.2. Fysieke ontwikkeling: dit zijn objectieve waarnemingen, hetgeen je kan zien Gelaat: vorm, kleur van de wangen Fysiek voorkomen Huid: kleur, ev. aanwezige geboortevlek of andere opvallende kenmerken Ogen: kleur, groot / klein, glanzend / dof, … Gehoor: is wel of niet goed ontwikkeld, b.v. hoe merk je dit? Nagels: vorm, kleur Zichtbare lichamelijke afwijkingen of bijzonderheden 2.3.1.3. Voeding Wat eet het kind? Hoe eet het? Beleefd, propt mond vol, eet met mes en vork, hanteert het eetgerief op een goede manier. Kan zelf boterhammen smeren, vlees snijden, … Snoept 2.3.1.4. Kleding: Verzorgd / slordig / aangepast aan de weeromstandigheden / afwisseling, … Geschikt om te spelen Bijzonderheden? 2.3.2. Psychisch – opvoedkundig verslag 2.3.2.1.     Omgang met anderen

             

Vast personeel Ouders? Stagiair(e)s? Andere kinderen? o Domineert? o Laat zich betuttelen? o Speelt met anderen? o Heeft vaste vriendjes? o Laat zich opmerken in de groep? …
VERZORGING / KINDERZORG - 32 425.36

september 2009

2.3.2.2.    

Motorische ontwikkeling

Hoe is de grove motoriek? Bewegingen? Fijne motoriek? Vingervaardigheid: links of rechts gericht? 2.3.2.3. Spel en bezigheden

   

Speelt veel, niet Zoekt altijd dezelfde kinderen Is liever alleen Speelt steeds rustige spelletjes, is altijd wild, houdt van actie, kijkt graag tv, … 2.3.2.4. Taal

  

Taal? Correct? Dialect? Zinsconstructie? Praat graag, veel, met iedereen, met vriendjes, …. Praat niet veel, heeft woordvindingsproblemen, 2.3.2.5. Slaap

  

Wordt in de namiddag moe Wil graag nog slapen. Heeft geen tijd om te slapen 2.3.2.6. Aanpassing aan school

   

Hoe gedraagt het kind zich in de klas? Kan het goed afscheid nemen van ouder? Hecht het zich aan de begeleider? ……. 2.3.2.7. Gewoontevorming

      

Omvat de morele, sociale vorming, opvoeding tot veilig wegverkeer, hygiëne, sanitaire opvoeding Gewoontevorming moet leiden naar een spontaan gedrag. Het kind leren waarnemen, nabootsen, met de nadruk op positieve stimulatie Sanitaire opvoeding: nadruk op lichamelijke reinheid Verwerven van goede voedingsgewoonten Aandacht voor veiligheid, voorkomen van ongevallen Ordelijkheid en reinheid lokalen, materialen, speelgoed Zonder angst aanvaarden van doktersonderzoek, tandarts, …

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 33

425.36

2.4.OBSERVATIEVERSLAG BEJAARDEN / THUISZORG 2.4.1. Technisch verslag
         2.4.1.1. Identificatiegegevens Voornaam Geboortedatum Leeftijd Nationaliteit Opnamedatum bejaardentehuis / RVT Gewicht bij opname Lengte bij opname Burgerlijke stand Eventueel vroeger uitgevoerd beroep 2.4.1.2. Fysieke ontwikkeling: dit zijn objectieve waarnemingen, hetgeen je kan zien Gelaat: vorm, kleur van de wangen Lengte en gewicht Huid: kleur, ev. aanwezige vlekken of andere opvallende kenmerken, dehydratatie, elasticiteit, vlekken, … Ledematen: oedeem, spataders, stand voeten, soepelheid gewrichten, contracturen, … Ogen: kleur, groot / klein, glanzend / dof, … Gehoor: is wel of niet goed aanwezig, b.v. hoe merk je dit? Nagels: vorm, kleur Tanden: aantal, uitzicht, prothese Zichtbare lichamelijke afwijkingen of bijzonderheden 2.4.1.3. Houding en mobiliteit De bejaarde kan zichzelf verplaatsen / niet verplaatsen o Gaat nog naar buiten, de markt, vrienden, familie o Wandelt in de tuin: alleen, met familie, personeel o Loopt vrij rond in het tehuis o Kan zich nog verplaatsen in de kamer, wandelt in de gang o Kan zich niet meer verplaatsen omwille van… De bejaarde gebruikt: wandelstok, driepoot, rolwagen, ander middel De bejaarde beeft De vingermotoriek is verminderd, moeilijkheden bij het grijpen, vasthouden van kleine voorwerpen Bejaarde zit steeds in de zetel met/zonder steun arm/been Bejaarde is volledig/gedeeltelijk bedlegerig. Houding in bed is: o Rechtzittend, rugligging, wisselhouding, andere Gebruikt hulpmiddelen in bed voor gepaste houding b.v. kussens, waar? Evolutie in de houding: is ziek geweest, is nu beter, is slechter, … Wordt er gebruik gemaakt van een tillift? Welk systeem?

         

       

2.4.1.4.
september 2009

Algemene toestand
VERZORGING / KINDERZORG - 34 425.36

                   

Voelt de bejaarde zich goed? Gezond? Uit de bejaarde klachten? Hoest de bejaarde? Wanneer? Veel? Is de bejaarde kortademig? 2.4.1.5. Voeding en voedingsgewoonten Ontbijt / middagmaal / vieruurtje of fruitpap: samenstelling, hoeveelheid vorm Dieetvoeding: wat, waarom, … Houding van de zorgvrager bij het eten: gedragingen, eetlust, zelfredzaamheid, … 2.4.1.6. Kleding: Bejaarde hecht zeer veel/ geen belang aan de kleding. Maakt bewust de keuze. Is onverschillig Draagt steeds pet, hoed, sjaal, das, … Verzorgd / slordig / aangepast aan de weeromstandigheden / afwisseling, … Bijzonderheden? 2.4.1.7. Uitscheiding (ontlasting, urine, transpiratie) Transpireert bejaarde veel? Wanneer? Overdag, ‟s nachts, altijd. Heeft altijd kou De bejaarde gebruikt: toilet, nachtstoel, bedpan, urinaal De bejaarde is incontinent voor urine, stoelgang Doet men aan mictietraining? Wordt er een luier gebruikt, welke, wanneer? Heeft de bejaarde af en toe een ongelukje, wanneer? Bij het hoesten, lachen. Geeft de bejaarde aan wanneer hij naar het toilet wil? Kan hij zelf gaan? Wordt een tillift gebruikt?

     

2.4.1.8. Rust en slaap Waar rust de bejaarde? Bed, zetel, … Welke houding neemt de bejaarde aan? Gebruikt hij kussens/dekens? Hoeveel? Waar? Slaapt gemakkelijk/moeilijk in Gebruikt slaapmiddelen Er moeten onrusthekkens geplaatst worden

   

2.4.1.9. Pijn De bejaarde heeft pijn: veel, zelden nooit. Hoe merk je dit? Is de bejaarde angstig? Praat hij erover? Wat zijn de specifieke klachten

 

2.4.1.10. Speciale zorgen Medicatie: welke, wanneer, waarvoor Koorts: hoeveel, wanneer, oorzaak, actieplan
VERZORGING / KINDERZORG - 35 425.36

september 2009

    

Diarree: idem Obstipatie: idem Braken: idem Andere: b.v. rode stuit, allergische reacties, huiduitslag, … oorzaak, actieplan Doorgemaakte ziekten: wat, wanneer, …

2.4.2. Zintuiglijke observatie
2.4.2.1.    Ogen

Het zicht is goed, minder goed, slecht, wazig, kleurenblind, volledig blind, …hoe merk je dit? Heeft de bejaarde een bril, draagt hij die ook. Leest de bejaarde met een loep of ander hulpmiddel? 2.4.2.2. Oren

 

Het gehoor is goed, minder goed, slecht, doof, … hoe merk je dit? Heeft de bejaarde een hoorapparaat, draagt hij het, wat is het resultaat? 2.4.2.3. Smaak

   

Zegt dat het eten lekker is. Proeft geen verschil. Herkent hij/zij de gerechten? Heeft nog behoefte aan, geniet nog van de “geneugten” van het leven. 2.4.2.4. Reuk



De reukzin is nog goed aanwezig, is niet aanwezig. Hoe merk je dit? 2.4.2.5. tastzin

 

Voelt nog goed het verschil tussen koud en warm, voorbeeld. Is verlamd aan één zijde, heeft hier geen gevoel meer in, … Hoe merk je dit?

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 36

425.36

2.4.3. Psychisch – sociale observatie
2.4.3.1.      Verstandelijk

Begrijpt nog zeer goed, minder goed, niet wat je hem/haar vraagt of wat je voor hem/haar kan doen. De bejaarde heeft nog een goed, mindergoed, slecht geheugen; hij/zij weet niet goed wie je bent en wanneer je op stage komt. De bejaarde vertelt vaak, nooit, zelden hetzelfde verhaal De waarneming is nog volledig intact; de bejaarde kan zich nog goed oriënteren (plaats, tijd, persoon) De belangstelling voor bijkomende activiteiten is zeer groot; de bejaarde is steeds te vinden voor een uitstap, een ontspanningsnamiddag, … 2.4.3.2. Gevoelsleven

     

De bejaarde voelt zich gevoelsmatig betrokken, leeft zich in in bepaalde situaties. Is erg gevoelig, weent vlug, is erg weemoedig. Is erg gehard, komt onverschillig over. De stemming wisselt zeer vlug, lacht uitbundig en gedraagt zich even nadien eerder depressief. Kan bepaalde gevoelens niet beheersen, is soms handtastelijk, heeft weinig controle over zichzelf. De bejaarde is zeer angstig. 2.4.3.3. Gedragspatroon

2.4.3.3.1. Algemeen   Sociaal voelende bejaarde, weet met iedereen goed op te schieten, vb. Teruggetrokken iemand, zoekt niet het minste contact 2.4.3.3.2. T.o.v. bezoek   Kijkt uit naar komst van familie of vrienden. Hoe merk je dit? Er is een hechte band met de familieleden, vb. 2.4.3.3.3. T.o.v. verzorgende   Bejaarde kan goed omgaan met personeel. De bejaarde weet verzorgende te waarderen, maakt er graag een praatje mee. 2.4.3.3.4. T.o.v. andere bejaarden   De bejaarde maakt graag een praatje met andere bejaarden Bejaarde heeft helemaal geen contact met medebewoners. Hoe komt dit?

2.4.3.3.5. T.o.v. residentie
september 2009 VERZORGING / KINDERZORG - 37 425.36

  

Bejaarde voelt zich goed in het home De bejaarde heeft zich nog niet aangepast. De bejaarde went zeer moeilijk, wil zich niet integreren. 2.4.3.3.6. T.o.v. stagiair

  

De bejaarde vindt het aangenaam dat er stagiairs zijn. Wil graag de stagiair helpen Begrijpt dat stagiairs het nog moeten leren.

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 38

425.36

2.5.OBSERVATIEVERSLAG GEHANDICAPTENZORG 2.5.1. Technisch verslag
        2.5.1.1. Identificatiegegevens Voornaam Geboortedatum Leeftijd Nationaliteit Opnamedatum instelling Gewicht bij opname Lengte bij opname Rangorde in het gezin 2.5.1.2. Fysieke ontwikkeling: dit zijn objectieve waarnemingen, hetgeen je kan zien Gelaat: vorm, kleur van de wangen Lengte en gewicht Huid: kleur, ev. aanwezige geboortevlek of andere opvallende kenmerken Ogen: kleur, groot / klein, glanzend / dof, … Gehoor: is wel of niet goed ontwikkeld, b.v. hoe merk je dit? Nagels: vorm, kleur Tandvorming: aantal, juiste benaming, welk gebit? Zichtbare lichamelijke afwijkingen of bijzonderheden 2.5.1.3. Voeding Ontbijt / middagmaal / vieruurtje of fruitpap: samenstelling, hoeveelheid vorm Dieetvoeding: wat, waarom, … Houding van het kind bij het eten: gedragingen, eetlust, zelfredzaamheid, … 2.5.1.4. Kleding: Verzorgd / slordig / aangepast aan de weeromstandigheden / afwisseling, … Geschikt om te spelen Bijzonderheden? 2.5.1.5. Speciale zorgen Medicatie: welke, wanneer, waarvoor Koorts: hoeveel, wanneer, oorzaak, actieplan Diarree: idem Braken: idem Andere: b.v. rode stuit, allergische reacties, huiduitslag, … oorzaak, actieplan Doorgemaakte (besmettelijke) kinderziekten: wat, wanneer, …

                   

2.5.2. Psychisch – opvoedkundig verslag
september 2009 VERZORGING / KINDERZORG - 39 425.36

2.5.2.1.

Psycho-motoriek

Geef een beschrijvend beeld van de mentaal gehandicapte zoals je hem ziet functioneren in gewone dagdagelijkse situaties, maar ook bij de kiné, logo, psycho-motoriek en eventueel lichamelijke opvoeding Hou rekening met volgende gegevens die dienen aangepast te worden aan de reële situatie:  Grove motoriek / fijne motoriek o Gestoord, houterig, stijf geremd, zwak, te beweeglijk o Rechtshandig / linkshandig o Ritmiek o …. 2.5.2.2. Aanpassing aan de school

Alleen indien je stageplaats zich in een school situeert. Interesse voor het schoolse gebeuren:  Stelt vragen  Zet zich in voor bepaalde activiteiten  Herpakt zich bij mislukkingen  Werkt nauwgezet  Is fier bij goed eindresultaat  …. 2.5.2.3.      Sociale aanpassing

Houding tegenover leerkrachten, opvoeders, stagiairs, maar vooral houding in CRISISSITUATIES Houding tegenover medeleerlingen, medebewoners, groepsgenoten, personen van de andere sekse. Welke plaats neemt hij/zij in binnen de groep: populair, meeloper, leidersfiguur, … Houding tijdens vrije en geleide groepsmomenten Reactie op kritiek, straf, … 2.5.2.4. Zelfredzaamheid

Wat kan hij/zij zelf in verband met:  Kleding: aan- uitkleden, wat, hoe, welke hulp  Lichaamshygiëne: wassen aan lavabo, bad, tanden poetsen, …  Zindelijkheid: overdag, ‟s nachts, welk incontinentiemateriaal wordt gebruikt?  Tafelmanieren: eet zelfstandig, kan mes, lepel, vork gebruiken, moet volledig geholpen worden, …. 2.5.2.5. Taalgebruik

Bespreek uitvoerig de verbale en non-verbale communicatie.  Woordenschat  Articulatie  Zinsconstructie Niet alleen tijdens activiteiten in klas of groepsverband, maar ook vrije activiteiten of tijdens
september 2009 VERZORGING / KINDERZORG - 40 425.36

logopedie. 2.5.2.6. Karakter en gedrag

Geef een totaalbeeld van de verschijningsvorm van de mentaal gehandicapte, met al zijn verschillende facetten en gedragingen. Richt je op de verschillende verschijningsvormen in verschillende situaties 2.5.2.7. Bijzondere omstandigheden

Tijdens bijzondere activiteiten een duidelijke beschrijving geven van zijn gedrag in al zijn aspecten, b.v. bezoek aan grootwarenhuis, markt, bezoek handelsbeurs, toneelvoorstelling, sportactiviteit, … 2.5.2.8. Eindevaluatie

Afsluiten met een persoonlijke evaluatie van de geobserveerde gehandicapte en jezelf.

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 41

425.36

SPELACTIVITEIT KINDEREN
Activiteit: (naam van de uit te voeren activiteit) ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………… Doelgroep: (leeftijd van de kinderen) ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………… Doel van de activiteit: (wat wil je bereiken) ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………… Aantal kinderen: ……………………………………………………………………………………………… Welk materiaal heb je nodig: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………

Voorbereiding
 Thuis ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………  Lokaal ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………  Kinderen ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………… Inleiding: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 42

425.36

Uitvoering: (hoe ga je te werk) ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………… Afronden: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………… Duur van de activiteit: ……………………………………………………………………………………………… Je taak als verzorgende tijdens de activiteit: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………… Nazorg: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………… Evaluatie: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 43

425.36

ANIMATIEACTIVITEIT BEJAARDEN
Activiteit: (naam van de uit te voeren activiteit) ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………… Doelgroep: (welke bejaarden) ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………… Doel van de activiteit: (wat wil je bereiken) ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………… Aantal bejaarden: ……………………………………………………………………………………………… Welk materiaal heb je nodig: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………

Voorbereiding
 Thuis ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………  Lokaal ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………  Bejaarden ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………… Inleiding: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 44

425.36

Uitvoering: (hoe ga je te werk) ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………… Afronden: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………… Duur van de activiteit: ……………………………………………………………………………………………… Je taak als verzorgende tijdens de activiteit: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………… Nazorg: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………… Evaluatie: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 45

425.36

SPEL- ANIMATIEACTIVITEIT GEHANDICAPTEN
Activiteit: (naam van de uit te voeren activiteit) ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………… Doelgroep: ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………… Doel van de activiteit: (wat wil je bereiken) ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………… Aantal deelnemers: ……………………………………………………………………………………………… Welk materiaal heb je nodig: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………

Voorbereiding
 Thuis ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………  Lokaal ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………  Gasten ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………… Inleiding: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 46

425.36

Uitvoering: (hoe ga je te werk) ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………… Afronden: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………… Duur van de activiteit: ……………………………………………………………………………………………… Je taak als verzorgende tijdens de activiteit: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………… Nazorg: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………… Evaluatie: ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 47

425.36

ZELFEVALUATIE
Naam stagiair(e) : ............................................................................. Stageperiode : ............................................................................. Stageplaats : ..............................................................................

Hoe verliep het contact met de zorgvrager? Wat merkte ik op? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………… Hoe verliep het contact met het personeel? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………… Kon ik voldoende informatie verzamelen, hoe deed ik dat? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………… Ben ik in staat om duidelijk te rapporteren? Waaruit blijkt dit? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………… Gedraag ik mij op een verantwoordelijke manier? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 48

425.36

Ben ik genoeg gemotiveerd? Waaruit blijkt dit? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………… Hoe ga ik om met kritiek. Vraag ik voldoende feedback? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………… Neem ik initiatief? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………… Kan ik mij goed aanpassen? Hoe kan men dit merken? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………… Wat heb ik geleerd tijdens deze stage? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………… Wat zijn mijn werkpunten? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………
AGODI-01-080507

Evaluatie van de stagiair kinderzorg
september 2009 VERZORGING / KINDERZORG - 49

425.36

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten Examencommissie 3e afdeling Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15, 1210 BRUSSEL Tel. 02 528 09 35 - Fax 02 528 09 45

In te vullen door de behandelende afdeling
ontvangstdatum

E-mail: annemarie.vandenbussche@ond.vlaanderen.be E-mail: marjan.deboeck@ond.vlaanderen.be E-mail: paul.bontinck@ond.vlaanderen.be E-mail: lieve.verbruggen@ond.vlaanderen.be
Waarvoor dient dit formulier? Met dit formulier wordt de stagiair kinderzorg van de derde graad bso beoordeeld. Wie vult dit formulier in? Dit formulier is opgenomen in het leerplan van de stagiair. De stagiair laat het invullen door zijn stagementor bij de instelling waar hij stage heeft gelopen. De stagementor en de stagiair ondertekenen dit formulier.

Identificatiegegevens
1 Vul de gegevens van de stage in. voor- en achternaam stagiair stageplaats begindatum stageperiode einddatum stageperiode verrichte prestatie voor- en achternaam stagementor
dag dag maand maand jaar jaar klokuren

Evaluatie van tact en attitudes
2 Beschrijf op welke manier de stagiair zich met de nodige tact heeft ingewerkt.

3 Beoordeel de attitudes van de stagiair.
Gebruik daarbij de volgende cijfers: 1: de stagiair beantwoordt helemaal niet aan de verwachtingen: zeer zwak, 2 à 3 op 10; 2: de stagiair voldoet nog niet, maar hij groeit duidelijk: zwak, 4 op 10; 3: de stagiair voldoet, maar het is wenselijk dat hij nog wat evolueert: voldoende, 5 op 10; 4: de stagiair functioneert goed: goed, 6 à 7 op 10; 5: de stagiair heeft zich volledig geïntegreerd en de samenwerking verloopt spontaan: zeer goed, 8 à 9 op 10.

attitudes
voorkomen taalgebruik tegenover het personeel en de zorgvrager interesse voor de doelgroep
september 2009 VERZORGING / KINDERZORG - 50 425.36

beoordeling

bereidheid om informatie op te zoeken en op te nemen leerbereidheid en goede verwerking van feedback observatiezin orde en netheid stiptheid algemeen engagement verantwoordelijkheidszin respect voor de bewoner of de cliënt kennis van de technieken nauwkeurige en vlotte uitvoering van de technieken samenwerking doorzettingsvermogen stressbestendigheid naleving van de deontologische code

Aanvullende commentaar bij de evaluatie
4 Geef aanvullende commentaar bij de attitudes waarvoor u het cijfer 1 hebt gegeven.

5 Geef aanvullende commentaar bij de attitudes waarvoor u het cijfer 2 of 3 hebt gegeven.

6 Geef aanvullende commentaar bij de attitudes waarvoor u het cijfer 4 of 5 hebt gegeven.

Ondertekening
7 Vul de onderstaande verklaring in.
Ik bevestig dat alle gegevens in dit formulier naar waarheid zijn ingevuld.

Druk in het vak hiernaast de stempel van uw instelling af.
datum handtekening stagementor handtekening stagiair
dag maand jaar

september 2009

VERZORGING / KINDERZORG - 51

425.36


				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Stats:
views:2047
posted:12/19/2009
language:Dutch
pages:147