Bouwen aan de Civil Society met zorgruil - Zorg voor innoveren by babbian

VIEWS: 0 PAGES: 20

									Building The Civil Society
                –
      Zorgruil-initiatieven
   als innovatief instrument
Deze tekst is gemaakt in opdracht van vrijwilligerscentrale Cardanus in Amstelveen.

Het is mede tot stand gekomen dankzij teksten van: Stichting Strohalm; Erik Boele –
de Zeeuw van Cardanus; Rob van Hilten van Qoin; Ben Slijkhuis, John van den Oort,
Etsuhori Ikeda, Günter Hoffmann, Edgar Cahn, Bernard Lietaer, Pete North, Paul
Glover, Richard Douthwaite; The New Economics Foundation; The Wales Institute for
Community Currencies; Zilveren Kracht; Humanitas; Humanistisch Verbond.

Dit document werd mogelijk door een financiële bijdrage van ZOnMW.

De redactie is van Erik Boele – de Zeeuw van de Vrijwilligerscentrale Cardanus in
samenwerking met Edgar Kampers en Marieke Woudstra van Stichting Points.
Management Uittreksel


Management uittreksel
Er komen een aantal maatschappelijke uitdagingen op ons af:
 We vergrijzen en ontgroenen. Hierdoor neemt het beroep op zorg toe, terwijl het
   aantal werkenden afneemt. Tegelijkertijd komen er steeds meer vitale ouderen.
 De gefinancierde professionele zorgverlening staat in toenemende mate onder
   financiële druk. Door de verdergaande professionalisering en toenemende vraag
   van de zorgverlening nemen de kosten exponentieel toe. Hierdoor lijken de
   grenzen van de betaalbaarheid van de zorg in zicht te komen.
 Met de WMO zijn verschillende domeinen van Welzijn en Zorg geïntegreerd in één
   regeling, waarbij de verantwoordelijkheid bij de lokale overheid ligt. De regeling
   heeft tot doel die zorg toegankelijk en betaalbaar te houden. Dit door het
   versterken van de zogenoemde Civil Society: werken aan zelfredzaamheid van
   zorgvragers en hun omgeving. De vorming van de civil society moet een
   kostenbeperkende invloed gaan hebben op de zorgkosten, omdat de gemeenschap
   in toenemende mate zorgdiensten voor haar rekening gaat nemen.
 De traditionele basis van de zorgzame samenleving is verzwakt door de
   individualisering. We hebben nieuwe instrumenten nodig om de civil society vorm
   te geven. Veel zorgverlening wordt gedaan door mantelzorgers en vrijwilligers. De
   druk op mantelzorgers is groot, omdat naast de zorg ook actieve
   arbeidsparticipatie wordt verlangd. Er is steeds meer behoefte aan mantelzorgers
   en vrijwilligers. Het altruïsme (de vrijwilliger die uit intrinsieke motivatie zijn of
   haar diensten beschikbaar stelt) wordt steeds vaker aangevuld met projectmatige
   vrijwillige inzet waarbij het win-win principe centraal staat.

Wij stellen voor de civil society te versterken door het introduceren van zorgruil-
initiatieven. Zorgruil-initiatieven veranderen liefdadigheid in wederkerigheid. Tegen
relatief lage investeringskosten wordt een hoog tot zeer hoog volume aan zorg en
maatschappelijke participatie gerealiseerd. Deze initiatieven zijn nog onvoldoende in
de Nederlandse situatie getest, maar internationale projecten laten zeer hoopvolle
resultaten zien. Er zijn honderden van dit soort projecten, elk met andere kenmerken
en een ander imago. Ze hebben gemeen, dat zowel de hulpvragers als de
hulpaanbieders lid worden van het ruilsysteem.

Zorgruil-initiatieven zijn afgeleid van de in de VS ontwikkelde Time Dollar systemen,
waar nu meer dan 400 systeem actief zijn. Het concept is overgewaaid naar andere
landen, zoals Groot-Brittannië, met meer dan 100 time banks. Verder is het opgepikt
in Japan onder de naam Fureai Kippu, wat letterlijk staat voor zorgrelatie-ticket. Er
zijn meer dan 300 gemeenschappen en 100.000 mensen die gebruik maken van
Fureai Kippu. In Duitsland is het concept onder de naam senioren-genossenschaften
geïntroduceerd

Overeenkomstig kenmerk van dit soort initiatieven is dat zorgtaken worden beloond
met punten. Voor die punten kun je zelf weer iets terug krijgen. Je kunt ze ook
bewaren voor later, wanneer je zelf hulpbehoevend bent, of weggeven aan iemand
anders. Door onderlinge zorg in het ruilsysteem aan te bieden, kun je punten
terugverdienen en ben je niet meer alleen ontvanger maar ook gever. Het
puntensysteem maakt een bredere wederkerigheid mogelijk: iemand die hulp



   Building the Civil Society                                      Pagina 3 van 20
Management Uittreksel

ontvangt, hoeft niet per sé iets terug te doen voor de vrijwilliger die bij hem of haar
komt, maar kan dat doen voor iedere deelnemer aan het systeem. De geboden
diensten zijn in de meeste initiatieven gelijkwaardig: een uur schoonmaakwerk kost
evenveel als een uur conversatie Engels. Mensen die buiten het arbeidsproces staan,
ontdekken weer wat ze kunnen, worden daarin bevestigd, komen uit hun isolement en
ontplooien weer initiatieven. Het geeft een gevoel van waardigheid en
onafhankelijkheid en het daagt mensen uit te kijken naar hun mogelijkheden in plaats
van gefixeerd te blijven op hun beperkingen. Bovendien wordt zo gebruik gemaakt
van het gigantische potentieel aan onbenutte capaciteiten in de samenleving.

Een initiatief start met het organiseren van een community. Iedereen die wil meedoen
krijgt een rekening in de ruilbank. Iedereen die iets doet voor een ander, krijgt daar
punten voor en kan die zelf weer besteden bij de andere leden. De punten kunnen ook
worden weggegeven aan iemand die het harder nodig heeft. Het samen brengen van
vraag en aanbod moet goed worden georganiseerd. Dat kan het beste via actieve
bemiddeling. Betalen kan via een overschrijving via het internet, met de telefoon, of
via cheques en bonnen.

De groep die niet gemakkelijk punten kan verdienen kan maandelijks een
puntenbudget krijgen, dat kan worden uitgegeven aan zorg door de andere
deelnemers. Het aantal verstrekte punten kan door zelforganisatie of professional
worden bepaald. Uiteraard moet er een partij zijn die garant staat voor deze punten.
De deelnemers die veel punten ontvangen kunnen deze sparen, besteden of
weggeven. In veel initiatieven kun je voor de punten ook andere dingen kopen, dingen
waar je anders geld voor uit zou geven. Die extra mogelijkheid bevordert weer de
zorgverlening: mensen worden door het bredere aanbod gemotiveerd hulp te bieden.

Voorbeelden van zorgruil zijn: persoonlijke lichaamsverzorging, sociale ondersteuning,
huishoudelijke hulp, hulp in en rond het huis, vervoer, maaltijden en het bieden van
vrijwilligers op een dagopvang.

Zorgruilinitiatieven bieden mogelijkheden om gebruik te maken van de kennis en
kunde van mensen die hun arbeidzame leven hebben beëindigd. Ze zijn een
betekenisvolle aanvulling op de bestaande traditionele instellingen. Professionele zorg
blijft uiteraard noodzakelijk; zorgruil-initiatieven zijn altijd aanvullend. Maar het
moment dat men de zelfstandigheid moet opgeven, wordt wel uitgesteld. Voor de
professionele zorg- en welzijnssector is het concept financieel gezien erg interessant.
De kosten zijn relatief laag. Door de inzet van de Time Dollar-deelnemers zijn mensen
minder snel op de professionele, door de verzekeraar betaalde zorg aangewezen.


Wij stellen voor om in de komende jaren een aantal projecten op te
zetten om het idee in Nederland te demonstreren. Elk van deze
projecten test een andere context. We stellen voor een aantal
basiskenmerken van de initiatieven gelijk te houden om latere
koppeling mogelijk te maken. Tijdens de demonstraties komen de
projectleiders regelmatig samen met een groep experts om ervaringen
uit te wisselen en van elkaar te leren. Deze aanpak biedt de


   Building the Civil Society                                     Pagina 4 van 20
Management Uittreksel

mogelijkheid om na één jaar conclusies te trekken en te besluiten op
welke wijze de demonstratieprojecten kunnen worden voortgezet.
Definitieve besluiten over voortgang en/of opschaling zouden na het
tweede jaar van de demonstraties genomen kunnen worden.




  Building the Civil Society                        Pagina 5 van 20
Inhoud



Inhoud
Management uittreksel _____________________________________ 3
Inleiding ________________________________________________ 7
Ontwikkelingen in Zorg en Welzijn ____________________________ 8
 Demografische ontwikkelingen __________________________________ 8
 Kosten van de gezondheidszorg __________________________________ 8
 Mantelzorg __________________________________________________ 9
 Vrijwillige Inzet ______________________________________________ 9
 Maatschappelijke solidariteit ____________________________________ 9
 Wet Maatschappelijke Ondersteuning ____________________________ 10
   De huidige praktijk _______________________________________________ 10
 De civil society ______________________________________________ 10
 Participatie als win – win situatie _______________________________ 11
Zorg en aandacht: kun je dat ook ruilen? ______________________ 12
 Geschiedenis en herkomst _____________________________________ 12
 Wederkerigheid _____________________________________________ 14
 Hoe werkt het? ______________________________________________ 15
 Belastingen en uitkeringen ____________________________________ 16
 Geld of punten? _____________________________________________ 17
 Relatie met professionele zorg __________________________________ 17
Zorgruil in Nederland _____________________________________ 19
 Doel ______________________________________________________19
 Organisatie en voortgang ______________________________________ 19
 Gemeenschappelijke basisvoorwaarden __________________________20




   Building the Civil Society                          Pagina 6 van 20
Inleiding


Inleiding
De Nederlandse verzorgingsstaat heeft een goede naam in de wereld. Onze collectieve
voorzieningen voor wonen, welzijn en zorg staan op een hoog niveau. En als het aan
de publieke opinie ligt mag dat zo blijven.

Tegelijkertijd wordt er gediscussieerd over het minimale voorzieningenniveau dat
betaalbaar en bereikbaar kan blijven voor de samenleving. Daarbij worden mensen in
eerste instantie gewezen op hun eigen verantwoordelijkheid: wat kun je zelf regelen,
wat kan je omgeving doen. Pas in tweede instantie, als de eerste twee mogelijkheden
geen oplossing meer bieden, wordt er vanuit de overheid een vangnet geboden.

De directe leefomgeving van mensen zal door de huidige sociaal-economische
ontwikkelingen een steeds belangrijkere rol krijgen bij het bieden van oplossingen;
burgers worden meer en meer opgeroepen elkaar te helpen waar mogelijk. Er wordt
zodoende een steeds grotere rol weggelegd voor de civil society, waarin burgers,
maatschappelijk middenveld en overheid gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de
samenleving.

Maar hoe geven we deze civil society vorm? Het gaat niet puur en alleen om
professioneel geleverde zorg en voorzieningen vanuit welzijnsorganisaties. Er ontstaan
geheel nieuwe vormen en verhoudingen. In die nieuwe situatie is behoefte aan een
passend instrumentarium. Daarbij kunnen we bouwen op bestaande instrumenten,
maar ook zoeken naar nieuwe vormen van gereguleerde interactie die tot een nieuwe
structuur in zorgverlening leiden.

Dit document schetst een aantal nieuwe instrumenten die zijn afgeleid van succesvolle
projecten die elders in de wereld al zijn toegepast. De belangrijkste kenmerken van
deze projecten zijn wederkerigheid en dienstenruil met een vorm van waardebepaling.

Zorg wordt op dit moment geleverd door betaalde medewerkers en vrijwilligers die
zich al dan niet “door de situatie gedwongen” inzetten voor de zorgvrager. In dit
document worden een aantal nieuwe instrumenten beschreven die zich bevinden op
de lijn tussen betaald werk en vrijwilligerswerk. Door het inzetten van hybride vormen
en onbetaalde vormen kunnen we in de toekomst een bijdrage leveren aan het
betaalbaar houden van zorg en welzijn.




   Building the Civil Society                                    Pagina 7 van 20
Ontwikkelingen in Zorg en Welzijn


Ontwikkelingen in Zorg en Welzijn
De uitdaging voor de komende jaren is het betaalbaar en op peil houden van het
voorzieningenniveau dat we nu kennen. Binnen de zorg wordt die uitdaging o.a.
gezocht in het verhogen van de arbeidsproductiviteit in relatie tot de kostprijs. Het
motto is “KOSTENBESPARING”. In welzijn gaat het de komende jaren vooral om het
vergroten van de maatschappelijke participatie. Het motto daar is “MEEDOEN”.

Er zijn een aantal maatschappelijke ontwikkelingen die ten grondslag liggen aan deze
motto’s. Om het ontwikkelen van nieuwe instrumenten in een wat breder perspectief
te plaatsen, beschrijven we in dit hoofdstuk een aantal relevante ontwikkelingen.

Demografische ontwikkelingen
De komende decennia zal een steeds groter deel van de bevolking uit ouderen
bestaan. Was in 2005 14% van de bevolking 65 jaar of ouder, in 2040 zal dit naar
verwachting 24% zijn, een stijging van 2,3 miljoen naar 4 miljoen mensen.

Een groot deel van deze generatie zit er financieel gezond bij. Er zijn echter grote
verschillen: vooral de financiële situatie van alleenstaande vrouwen die nu boven de
65 jaar zijn, is nijpend. Zij hebben vaak relatief weinig gewerkt en een relatief laag
inkomen gehad, zodat zij geen of een klein pensioen hebben opgebouwd. Daardoor
zijn veel alleenstaande vrouwen afhankelijk van de gemeenschap.

De demografische ontwikkeling trekt een zware wissel op de collectieve financiële
middelen. Nu is het aantal werkenden ongeveer gelijk aan het aantal niet-werkenden,
maar in 2020 zal één werkende financieel verantwoordelijk zijn voor twee niet-
werkenden.
Een toenemende hoeveelheid Nederlanders heeft straks in meer of mindere mate
verzorging en verpleging nodig. De uitdaging is om de kwaliteit, toegankelijkheid en
betaalbaarheid van de zorg te waarborgen. Dat kan ondermeer door de
zelfredzaamheid te bevorderen, door mensen met beperkingen te ondersteunen in het
behouden van de regie over hun leven.

Met het toenemend aantal ouderen ontstaat niet alleen een grotere behoefte aan zorg,
ook het aantal vitale ouderen neemt toe. Hierdoor gaat de doelgroep ouderen een
steeds prominentere rol opeisen en meer participeren in de civil society.

Naast de vergrijzing hebben we te maken met een ontgroening. Er komen minder
jongeren bij, waardoor het potentieel aan arbeidskrachten afneemt. Daarnaast is
werken in de zorg onaantrekkelijk en neemt de vraag naar zorg toe. Dit zal er toe
leiden dat het op de langere termijn nog moeilijker zal zijn om in de zorgsector aan de
betaalde vraag te voldoen.

Kosten van de gezondheidszorg
De professionele zorgverlening, van zieken- en bejaardenhuizen tot thuiszorg en
maaltijdenbezorgdiensten, staat in toenemende mate onder financiële druk. Zoals
boven gesteld, valt dat te verklaren uit het feit dat een kleinere werkende bevolking
de premies moet opbrengen, waarvan de zorgvoorzieningen voor steeds meer mensen


   Building the Civil Society                                      Pagina 8 van 20
Ontwikkelingen in Zorg en Welzijn

betaald moeten worden. Tegelijkertijd leidt de steeds verdergaande
professionalisering van de zorgverlening er toe dat de kosten exponentieel toenemen.

Op de huidige weg verder gaan lijkt dus nauwelijks een haalbare oplossing voor de
toenemende vraag naar zorg. Daarnaast is de traditionele basis van de zorgzame
samenleving danig verzwakt door de individualisering en het lijkt niet realistisch te
verwachten dat die basis terugkomt door mensen eenvoudigweg op te roepen zelf die
verantwoordelijkheden weer op zich te nemen.

Bovendien is het aannemelijk, dat er op termijn een extra investering in de beloningen
nodig is om het werken in de zorg aantrekkelijk te houden, hetgeen een verdere
aanslag zal doen op de financierbaarheid.

Het is daarom dat de overheid en maatschappelijke instellingen investeren in
onderzoek naar en experimenten met nieuwe woon-zorgconcepten. Daarbij is men
voornamelijk op zoek naar instrumenten om de zelfredzaamheid van patiënten en
betaalbaarheid van de zorg te verhogen. Daarbij krijgt de ondersteuning van
mantelzorgers steeds meer aandacht.

Mantelzorg
Mantelzorgers leveren een belangrijke en onmisbare bijdrage in het domein van de
langdurige zorg. Mantelzorgers zijn niet te vervangen door professionele
zorgverleners. Ze geven tijd, kwaliteit en aandacht die professionele zorgverleners
vaak niet of in onvoldoende mate kunnen leveren.

De druk op mantelzorgers is groot. Ten eerste is er de persoonlijke druk van de
hulpvrager. Daarnaast wordt van mantelzorgers vaak ook nog verwacht dat ze hun
maatschappelijke verantwoordelijkheden nakomen door te blijven participeren in het
arbeidsproces. En tot slot lijkt er weinig zicht op verlichting in deze situatie, omdat de
kosten van de zorg in de breedte toenemen, waardoor mantelzorgondersteuning via
financiële impulsen tot een minimum beperkt zal blijven. Hier zal binnen de bestaande
middelen gezocht moeten worden naar innovatieve vormen van respijtzorg, om zo de
mantelzorg ook op langere termijn te kunnen ontlasten. De instrumenten in het
volgende hoofdstuk geven daarvoor een aanzet.

Vrijwillige Inzet
Veel zorgverlening wordt gedaan door vrijwilligers. De meeste organisaties die de
inzet van deze vrijwilligers coördineren, zijn blijvend op zoek naar nieuwe vrijwilligers.
Hoewel onderzoeken aangeven dat veel mensen nog steeds bereid zijn zich in te
zetten voor hun medemensen, weten de traditionele vrijwilligersorganisaties die
mensen niet altijd goed te bereiken. Dat kan allerlei oorzaken hebben. Mogelijk speelt
hierin tevens een rol dat de manier waarop vrijwilligerswerk wordt georganiseerd,
tegenwoordig minder aanspreekt.

Maatschappelijke solidariteit
Was er enkele jaren geleden nog sprake van individualisering van de samenleving, nu
lijkt zich hierin een kentering aan te dienen. Er gaan steeds meer geluiden op om op
zoek te gaan naar nieuwe routes. Het altruïsme (de vrijwilliger die uit intrinsieke


   Building the Civil Society                                       Pagina 9 van 20
Ontwikkelingen in Zorg en Welzijn

motivatie zijn of haar diensten beschikbaar stelt) maakt plaats voor projectmatige
vrijwillige inzet waarbij het win-win principe centraal staat. Steeds vaker doen mensen
vrijwilligerswerk, omdat hen dat iets oplevert, zoals werkervaring, alternatief voor
verveling, nieuwe contacten, of het verrijken van de CV. Daarop voortborduren zou
wel eens een succesvolle formule kunnen opleveren. Naast iets betekenen voor een
ander levert het vrijwilligerswerk dan bijvoorbeeld ook nog een rijker sociaal leven op.
En niet alleen individuen maken deze omslag. Er zijn steeds meer bedrijven die op
zoek zijn naar mogelijkheden om hun maatschappelijke rol vorm te geven. Dit
Maatschappelijk Betrokken Ondernemen levert interessante initiatieven op.

Hier liggen uitdaging om instrumenten te ontwikkelen, die deze nieuwe vormen van
maatschappelijke solidariteit kunnen ondersteunen en ontwikkelen.

Wet Maatschappelijke Ondersteuning
Met de WMO is er een nieuwe benadering gekozen in de domeinen Welzijn en Zorg.
Niet alleen zijn deze domeinen nu gedeeltelijk geïntegreerd in één wettelijke regeling,
ook ligt de verantwoordelijkheid nu volledig bij de lokale overheid. Daarnaast wordt de
directe betrokkenheid en verantwoordelijkheid van burgers centraal gesteld.

Met de WMO is ervoor gekozen de verantwoordelijkheid voor zorgtaken die in het
verleden plaatsvonden via onderlinge relaties op buurt- en wijkniveau, weer terug te
leggen bij die samenleving. Daarmee verdwijnt de vanzelfsprekendheid dat zorg en
welzijn het werkgebied is van duur betaalde professionals. Die vorm van
verzorgingsstaat is op termijn immers niet meer betaalbaar. De burger moet daarom
het publieke domein weer in gaan nemen en daar zijn verantwoordelijkheden nemen.
De overheid is er als vangnet voor hen die niet of onvoldoende in staat zijn hulp en
ondersteuning in eigen kring te realiseren. Iedereen realiseert zich uiteraard dat de
oude situatie van burenhulp en vanzelfsprekende saamhorigheid niet in die
oorspronkelijke vorm terug zal keren. Er zal op actieve wijze gewerkt gaan worden
aan nieuwe maatschappelijke verbindingen die in deze nieuw te realiseren situatie
worden samengevat in de term civil society.

De huidige praktijk
Gemeenten zijn in het domein zorg onder meer verantwoordelijk geworden voor de
levering van enkelvoudige huishoudelijke verzorging, de ondersteuning aan
mantelzorgers en voor de uitvoering van de subsidieregeling diensten bij wonen met
zorg. Het samenvoegen van deze “eenvoudige” zorgtaken met het welzijnsdomein
moet leiden tot een integrale aanpak. De vorming van civil society zal een
kostenbeperkende invloed gaan hebben op de zorgkosten, omdat de gemeenschap
een aantal van deze zorgdiensten voor haar rekening gaat nemen. Wel moet de civil
society vorm krijgen op een manier, die deze onderlinge zorgverlening gaat
stimuleren. Daartoe zullen in dit document een aantal instrumenten worden
gepresenteerd.

De civil society
Met de komst van de WMO is de civil society een veel genoemd begrip. Er zijn vele
definities, en een schets van een gewenste samenleving kan dat verhelderen. De civil
society is een maatschappij waarin alle participanten (burger, overheid en overige


   Building the Civil Society                                    Pagina 10 van 20
Ontwikkelingen in Zorg en Welzijn

organisaties, waaronder ook bedrijfsleven) hun steentje bijdragen aan de sociale
samenhang en maatschappelijke voorzieningen. Dit houdt in dat iedereen mee kan
doen naar vermogen, en dat zij, die dat niet (denken te ) kunnen ondersteund
worden.

Deze omschrijving impliceert een actieve houding van iedere Nederlander, waar het
gaat om onderlinge relaties en dienstverlening. De overheid is niet overal meer
verantwoordelijk voor – het maatschappelijk middenveld wordt nadrukkelijk
uitgedaagd nieuwe verantwoordelijkheden op zich te nemen. En heel veel gebeurt er
al op dit vlak. Miljoenen burgers zijn actief in het vrijwilligerswerk, in de mantelzorg of
zetten zich in voor wijk of buurt. Maar velen doen nog niet mee en het is de uitdaging
die groep te motiveren en te mobiliseren.

De huidige instrumenten zijn ontoereikend en hebben die groepen tot nu toe niet over
de streep kunnen trekken. Intensiveren van die huidige instrumenten kan effect
hebben, maar daarnaast moet gezocht worden naar nieuwe methodieken en
instrumenten. Inzet van deze nieuwe methodieken en instrumenten kan bovendien
leiden tot een toenemende inzet van reeds actieve burgers.

Participatie als win – win situatie
Bij het presenteren van een aantal oplossingsrichtingen zijn we uitgegaan van twee
participatiemodellen, die hun succes bewezen hebben. Dat zijn de participatiemodellen
arbeid en vrijwilligerswerk. Deze modellen bevatten waarden die grote groepen
burgers weten te mobiliseren om te participeren. Veel van die waarden zijn dwingend,
zoals de noodzaak geld te verdienen en sociale druk. Maar een aantal waarden zijn
primair positief en stimulerend van aard, zoals: eigenwaarde en zingeving, waardering
en positieve bekrachtiging, betrokkenheid en inspraak, respect en zelfrespect,
netwerken en relaties aangaan en onderhouden, keuzevrijheid, positief eigenbelang,
etc. Dit zijn waarden die de meesten als heel belangrijk beschouwen en die bijdragen
aan de individuele welzijnsbeleving.

De uitdaging ligt in het ontwikkelen van nieuwe instrumenten die gebruik maken van
bovenstaande motiverende factoren. Deze instrumenten vinden we in het vrijwel
onontgonnen gebied dat ligt tussen betaalde arbeid en vrijwilligerswerk.
In dit spectrum wordt al geëxperimenteerd met instrumenten die van arbeid en
vrijwilligerswerk zijn afgeleid. Denk bijvoorbeeld aan het werken met behoud van
uitkering, of vrijwilligerswerk organiseren met behulp van vrijwilligersvergoedingen.
Beide instrumenten maken gebruik van een financiële component.

Nieuw is het om beloningsmodellen te ontwikkelen waar geld geen rol speelt, of
hybride vormen waar geld en andere beloningsvormen gecombineerd worden. Een
voorbeeld daarvan is het belonen in punten, urenspaar-initiatieven of het ruilen van
diensten.
Deze instrumenten zijn nog onvoldoende in de Nederlandse situatie getest, maar
internationale projecten laten zeer hoopvolle resultaten zien. Tegen relatief lage
investeringskosten wordt een hoog tot zeer hoog volume aan zorg en
maatschappelijke participatie gerealiseerd.



   Building the Civil Society                                       Pagina 11 van 20
Zorg en aandacht: kun je dat ook ruilen?


Zorg en aandacht: kun je dat ook ruilen?
In het vorige hoofdstuk beschrijven we een aantal maatschappelijke veranderingen
waar we momenteel mee te maken hebben, zoals de vergrijzing, bezuinigingen op
sociale voorzieningen en het versterken van de civil society. Deze veranderingen
hebben geleid tot een zoektocht naar nieuwe instrumenten om de zorg te organiseren.
In dit hoofdstuk gaan we in op een van die instrumenten: de zorgruil-initiatieven. Het
doel van deze zorgruil-initiatieven is het stimuleren van onderlinge zorg- en
hulpverlening. Zorgruil-initiatieven veranderen liefdadigheid in wederkerigheid.
Zorgruil-initiatieven beogen dat mensen zichzelf binnen dit systeem (opnieuw) leren
waarderen en geven iedereen de mogelijkheid om weer iets te doen binnen zijn of
haar kunnen.

Maar waarom moet dat met een ruilsysteem? Waarom met punten? Wat is het
voordeel hiervan en is het niet eigenlijk hetzelfde als geld?

Geschiedenis en herkomst
In verschillende Westerse landen zijn de laatste decennia zorgruil-initiatieven gestart.
Er zijn honderden van dit soort projecten, elk met andere kenmerken en een ander
imago. Wat ze gemeen hebben is, dat het allemaal ruilinitiatieven zijn waarin zorg en
aandacht voor elkaar centraal staan. Sommige werken met een gids, andere doen aan
bemiddeling. Sommige gebruiken waardebonnen, andere doen alles per computer. De
meeste zijn gesubsidieerd en werken met betaalde krachten, andere alleen met
vrijwilligers. Maar wat ze allemaal gemeen hebben, is dat zowel de hulpvragers als de
hulpaanbieders lid worden van het ruilsysteem.

Eén van de concepten is Time Dollar, ontwikkeld door de sociaal bewogen advocaat
Edgar Cahn en zijn Time Dollar-Institute in Washington. Momenteel zijn er ruim 400
Time Dollar initiatieven in de VS. Het concept van de Time Dollar is overgewaaid naar
andere landen. In Groot-Brittannië is het idee opgepikt door the New Economics
Foundation (NEF), Time Banks UK en The Wales Institute for Community Currencies.
Er zijn daar nu meer dan 100 time banks actief. The London Time Bank is het grootste
systeem en is opgezet door de NEF.

In Japan is het idee gestart onder de naam Fureai Kippu. Japan loopt 20 jaar voor op
de Nederlandse vergrijzingsgolf. In tegenstelling tot Amerika bestaat in Japan een
nationaal zorgsysteem dat gefinancierd wordt uit belastingen en dus uiteindelijk door
de burgers. Door de toenemende vergrijzing zijn ook de kosten van dit systeem
gestegen. Tot de zeventiger jaren had Japan een cultuur waarin onderlinge hulp
centraal stond. Gemeenschappen waren klein en zeer hecht en burenhulp was
vanzelfsprekend. Sinds de economische opbloei in de jaren zeventig en tachtig heeft
echter ook in Japan een verandering plaatsgevonden. Veel jongeren verhuisden naar
de grote steden en individualisering deed zijn entree in de Japanse samenleving.
In 1973 richtte een groep vrouwen de Vrijwillige Menskracht Bank op. In dit project
bestonden twee soorten vrijwilligers. Enerzijds waren er de conventionele vrijwilligers
die gratis hulp boden aan gehandicapten, ouderen, wezen en anderen die hulp nodig
hadden. Anderzijds waren er vrijwilligers die punten ontvingen voor de uren die zij in



   Building the Civil Society                                    Pagina 12 van 20
Zorg en aandacht: kun je dat ook ruilen?

het systeem stopten. Deze punten konden worden aangewend voor hulp aan familie of
zichzelf. Sinds de jaren tachtig is het systeem steeds wijder verbreid geraakt onder de
naam Fureai Kippu, wat letterlijk staat voor zorgrelatie-ticket. In 1985 richtte Mr.
Hotta het Sawayaka Instituut op, dat de zorgrelatie-tickets introduceerde. Met deze
tickets kun je zorg inkopen en opsparen. Verschillende diensten hebben een
verschillende waarde. Boodschappen doen of eten koken voor een oudere hebben
bijvoorbeeld een lager uurtarief dan lichamelijke hulp zoals haren wassen. Op dit
moment zijn er vele non-profitorganisaties die dezelfde standaardeenheid gebruiken
voor hun diensten. Er zijn meer dan 300 gemeenschappen en 100.000 mensen die
daadwerkelijk gebruik maken van Fureai Kippu. Mensen kunnen hun opgespaarde
krediet bijhouden op een zorgsysteem-spaarrekening. Hun punten kunnen ze
opnemen op het moment dat ze zelf zorg nodig hebben, of ze kunnen de punten
overdragen aan bijvoorbeeld een familielid aan de andere kant van het land. Het
systeem moet gezien worden als een aanvulling op het bestaande systeem. Veel
mensen maken hun krediet over naar hun ouders, die vaak ergens anders wonen.

In Duitsland is het concept onder de naam senioren-genossenschaften geïntroduceerd
door Lothar Späth, de toenmalige minister president van de deelstaat Baden-
Württemberg. De eerste tien Senioren-genossenschaften zijn in deze deelstaat
opgericht in 1991. Er zijn inmiddels vele senioren-genossenschaften, zowel geïnitieerd
door de overheid als door groepen actieve burgers. Een mooi voorbeeld is het zeer
succesvolle Seniorenhilfe Dietzenbach in Landkreis Offenbach.
In de laatste jaren heeft vooral de Seniorengenossenschaft in Riedlingen (10.000 inw)
veel aandacht gekregen in Nederland. Deze senioren-genossenschaft startte 15 jaar
geleden. De Genossenschaft Riedlingen wijkt op 1 punt sterk af van de meeste andere
zorgruilinitiatieven. Voor de ondersteuning die wordt geleverd, betalen de leden een
Eurovergoeding. Alles wat de ouderen niet meer zelf kunnen, wordt gedaan door de
leden die het nog wel kunnen. De leden verdienen geld (6,15 euro per uur) voor het
uitvoeren van diensten, waarvoor de gebruikers betalen. Dit geld kan worden
gespaard op de bankrekening van de coöperatie in een fonds voor toekomstige zorg.
Je kunt je vervolgens als je zelf hulp nodig hebt laten uitbetalen in diensten; voor elk
uur verleende zorg wordt een uur te ontvangen zorg gegarandeerd door de
coöperatie. Dienstverlenende ouderen kunnen er ook voor kiezen om het geld uit te
laten betalen.

Er zijn een aantal ruilconcepten die lijken op Time Dollars. De bekendste is LETS
(Local Exchange Trading System), een ruilsysteem waarin de deelnemers goederen en
diensten met elkaar uitwisselen zonder dat daar geld aan te pas komt. De meeste
LETS ruilen niet met uren maar met punten die een waarde hebben die gelijk is aan de
nationale valuta. Het eerste LETSysteem ontstond in 1983 in Canada. Nu zijn er
wereldwijd enkele duizenden initiatieven die in omvang variëren van twintig
deelnemers tot meer dan duizend. Het eerste systeem in nederland was Noppes in
Amsterdam, opgericht door Rob van Hilten. Momenteel zijn er zo’n 80 LETSystemen in
Nederland.
Aanvankelijk werden LETSystemen voornamelijk opgezet met de doelstelling
economische veranderingen te bewerkstelligen. In de praktijk bereikten de meeste
initiatieven slechts een marginaal economisch effect. Tegelijkertijd versterkt LETS wel
de sociale structuur. Die versterking bestaat er vooral in dat mensen elkaar via LETS


   Building the Civil Society                                    Pagina 13 van 20
Zorg en aandacht: kun je dat ook ruilen?

weten te vinden en elkaar kunnen vragen als ze ergens hulp bij nodig hebben. In veel
LETSystemen vindt allerlei zorgverlening plaats. Mensen doen boodschappen voor een
deelnemer die slecht ter been is, een gehandicapte kan weer uitgaan omdat LETS-
deelnemers met hem meegaan enzovoorts.
De Rotterdamse LETS-ruilwinkel is een bijzondere vorm van LETS. Het startte in 1997
door de vrijwilligerscentrale SVR. De deelnemers ruilen diensten en spullen met
elkaar. Centraal staat een bemiddelaar die vraag en aanbod helpt ontstaan. De
bemiddelaar kent de deelnemers en kan zo heel specifiek en persoonsgericht vraag en
aanbod bij elkaar brengen. Bovendien zorgt de bemiddelaar voor extra
betrouwbaarheid, en kan de kwaliteit van de diensten beter in de gaten worden
gehouden.

Verder zijn er in Nederland enkele ruilinitiatieven die werken met urenruil. Tijd geldt
bij deze dienstenruilcentrales als ruileenheid en ieders tijd is evenveel waard. Het idee
voor een dienstenruilcentrale is afkomstig uit Canada. Een voorbeeld hiervan is Over
en Weer uit Amsterdam. Het principe houdt het midden tussen een
vrijwilligervacaturebank en een ruilsysteem. Op kantoor of via het internet kun je de
kaartenbakken inzien en vervolgens de mensen bellen waarmee je een ruil wilt
aangaan. Het hoeft geen directe (tijds-)ruil te zijn, omdat er gewerkt wordt met
strippenkaarten: een kant met strippen voor ontvangen diensten en een kant voor
verrichte diensten. Een uur staat gelijk aan een strip.

Wederkerigheid
Overeenkomstig kenmerk van dit soort initiatieven is dat zorgtaken worden beloond
met punten. Voor die punten kun je zelf weer iets terug krijgen. Je kunt ze ook
bewaren voor later, wanneer je zelf hulpbehoevend bent, of weggeven aan iemand
anders. Door onderlinge zorg in het ruilsysteem aan te bieden, kun je punten
terugverdienen en ben je niet meer alleen ontvanger maar ook gever. Deze
wederkerigheid is vaak terug te vinden in de namen van de verschillende
genootschappen, zoals Over en Weer, Geben & Nehmen, Member to Member. Mensen
zijn niet alleen patiënt, niet alleen afhankelijk, niet alleen ontvanger. En de vrijwilligers
blijven niet enkel gevers, maar zullen zichzelf ook moeten definiëren als vragers. Het
puntensysteem maakt een bredere wederkerigheid mogelijk: iemand die hulp
ontvangt, hoeft niet per sé iets terug te doen voor de vrijwilliger die bij hem of haar
komt, maar kan dat doen voor iedere deelnemer aan het systeem. Zo kan een
bejaarde die aan huis gekluisterd zit en iemand nodig heeft om de boodschappen te
doen, een trui breien voor iemand anders of voorlezen aan kinderen uit de buurt. De
wederkerigheid ontstaat ook tussen de generaties. “Ich helfe jetzt, Ihr helft mir
später!” Als je jonger bent kun je meer zorg geven, en als je ouder wordt meer zorg
ontvangen.

Deelnemers hebben verschillende voordelen. Zo kun je dingen doen of laten doen
waar je anders geen geld voor hebt. Voor de zorgvrager zit de winst in meer tijd en
aandacht en de beschikbaarheid op afroep. Het is een soort burenhulp, maar je bent
onafhankelijker doordat je niet steeds dezelfde mensen hoeft te vragen en je altijd
iets terug kunt doen.




   Building the Civil Society                                        Pagina 14 van 20
Zorg en aandacht: kun je dat ook ruilen?

De geboden diensten zijn in de meeste initiatieven gelijkwaardig: een uur
schoonmaakwerk kost evenveel als een uur conversatie Engels. Mensen die om wat
voor reden dan ook buiten het arbeidsproces staan, ontdekken weer wat ze kunnen,
worden daarin bevestigd, komen uit hun isolement en ontplooien weer initiatieven.
Kortom, men draait weer mee en de beurs blijft gesloten.

In een samenleving waarin zoveel mensen zich 'nutteloos' voelen, kun je het belang
van wederkerigheid nauwelijks overschatten. Het geeft een gevoel van waardigheid en
onafhankelijkheid en het daagt mensen uit te kijken naar hun mogelijkheden in plaats
van gefixeerd te blijven op hun beperkingen. Bovendien wordt zo gebruik gemaakt
van het gigantische potentieel aan onbenutte capaciteiten in de samenleving.

Hoe werkt het?
Een initiatief start met het organiseren van een community. Meestal wordt een
ruilbank geopend, en krijgt iedereen die wil meedoen een rekening. Iedereen die iets
doet voor een ander, krijgt daar punten voor en kan die zelf weer besteden bij de
andere leden. De punten kunnen ook worden weggegeven aan iemand die het harder
nodig heeft. Deze laatste optie zorgt ervoor dat de tijd van de vrijwilliger tweemaal
verzilverd wordt: ten eerste door de verleende hulp, en vervolgens ook nog voor een
ander.

Een belangrijk aspect van de zorgruil-initiatieven is het samen brengen van vraag en
aanbod, van behoeften en capaciteiten. Dat kan via actieve bemiddeling, een
telefoonsysteem, via het internet, een magazine, etc. Betalen kan via een
overschrijving via het internet, met de telefoon, of via cheques en bonnen.

Bij de waardebepaling is een belangrijke keuze te maken: een uur voor een uur of
onderhandelbaar. Beide modellen worden gebruikt. Er zijn ook hybride initiatieven die
combinaties hebben van uren en geld. Een zuiver tijdsysteem kent geen inflatie: een
uur dienstverlening nu is ook een uur over 20 jaar. Het heeft het karakter van een
soort individuele verzekering. De duurzaamheid zal in de toekomst moeten blijken, als
groeiende groepen zorg vragende senioren hier gebruik van willen maken.

Een ruilsysteem moet zo georganiseerd zijn, dat de uren daadwerkelijk circuleren.
Mensen mogen niet zodanig ‘negatief’ komen te staan dat ze het vertrouwen in de
ruileenheden verliezen. En mensen die veel ruileenheden verdienen, moeten
aangemoedigd of verleid worden hun ruileenheden in omloop te brengen. Er zijn een
aantal manieren bedacht om dit te sturen. Meestal is er een limiet aan het aantal
punten dat je negatief en soms ook positief mag staan.
De groep die niet gemakkelijk punten kan verdienen kan maandelijks een
puntenbudget krijgen, dat kan worden uitgegeven aan zorg door de andere
deelnemers. Het aantal verstrekte punten kan door zelforganisatie of professioneel
worden bepaald. Uiteraard moet er een partij zijn die garant staat voor deze punten.
Dat kan een verzekeraar zijn, de gemeente of een groep buren.
De deelnemers die veel punten ontvangen kunnen deze sparen, besteden of
weggegeven. De spaaroptie moet bij voorkeur worden gegarandeerd; wat gebeurt er
als het initiatief na 5 jaar stopt? Het besteden kan eventueel bijvoorbeeld door het




   Building the Civil Society                                   Pagina 15 van 20
Zorg en aandacht: kun je dat ook ruilen?

betrekken van lokale bedrijven waar betaald kan worden met ruileenheden; zij kunnen
producten en diensten sponsoren.

Voorbeelden van zorgruil zijn:
 Persoonlijke lichaamsverzorging. Hier is de grens tussen professionele hulp,
   mantelzorg en zorgruil niet scherp. Denk aan hulp bij alledaagse bezigheden, zoals
   aankleden, wassen, etc.
 Sociale ondersteuning. Speciale aandacht, een bezoekje, een goed gesprek.
 Huishoudelijke hulp. De diensten lopen uiteen van boodschappen doen, tot wassen
   en schoonmaken.
 Hulp in en rond het huis. Vooral vrouwen hebben behoefte aan de inzet van een
   klusjesman voor kleine technische reparaties, hulp bij het tuinonderhoud, etc.
 Vervoer. Met de vervoersdienst worden ouderen tegen bijvoorbeeld een uur- en
   kilometervergoeding naar de plaats van bestemming gebracht, zoals het station,
   de huisarts, de winkel of iemand die zij willen bezoeken.
 Maaltijden bereiden, tafeltje-dekje, en het organiseren van gezamenlijke
   maaltijden, waardoor contact tot stand komen.
 Het bieden van vrijwilligers op een dagopvang. Het primaire doel is partners of
   familieleden te ontlasten, zodat zij de dag op eigen wijze kunnen besteden.
   Nevendoel is de patiënten te activeren. Door de inzet van een relatief groot aantal
   begeleiders kan een hoge kwaliteit worden gegarandeerd.

Belastingen en uitkeringen
Vrijwel altijd komt de vraag naar voren of er over de punten die in de ruilinitiatieven
worden verdient geen belasting betaald moet worden, of dat deelname aan de
ruilinitiatieven gevolgen kan hebben voor iemands uitkering.

In de Verenigde Staten heeft de belastingautoriteit IRS officieel verklaard dat
verdiende Time Dollars niet hoeven te worden belast. Time dollar Initiatieven hebben
een liefdadigheidsdoelstelling, de doelgroep bestaat uit hulpbehoevenden, en de
punten die de deelnemers ontvangen dienen als motivatie om interactie tussen de
deelnemers te stimuleren. Daarbij is het van belang dat er geen contractueel
vastgelegde rechten zijn wat betreft de besteding van de verdiende punten: je kunt
niemand verplichten je punten te accepteren voor verleende diensten, het blijft een
kwestie van onderling vertrouwen.

In Duitsland blijven de verdienende deelnemers onder wettelijke grenzen voor
belastingbetaling.

In Nederland zullen zorgruilinitiatieven vanwege de nadrukkelijke sociale doelstelling
van onderlinge hulp- en zorgverlening op dezelfde behandeling kunnen rekenen als
LETS. Hier zijn vriendendiensten en tweedehands goederen die niet op een
beroepsmatige manier worden verhandeld, niet belastbaar. Bovendien is het
onwaarschijnlijk dat iemand de inzet van vrijwilligers voor hulpbehoevenden in de
samenleving wil belasten.




   Building the Civil Society                                     Pagina 16 van 20
Zorg en aandacht: kun je dat ook ruilen?

Geld of punten?
De punten zijn in feite een vorm van geld, geld dat je verdient door iemand te helpen.
Net als geld kun je ze verdienen en vervolgens weer uitgeven. Maar in veel opzichten
zijn ze heel anders dan het gangbare geld. De geldeconomie gaat niet uit van
waardering voor zorg, steun en vriendschap. Geld is anoniem en is ook bedoeld om
een zekere anonimiteit te waarborgen: je hoeft de persoon waarmee je handelt niet
echt te kennen en vaak zelfs niet eens te vertrouwen om iets van hem of haar te
kopen of verkopen. Met deze ruilinitiatieven is dat anders. Je kunt er niet mee kopen
wat je voor geld kunt krijgen. Je kunt er wel andere zaken mee kopen, zaken die voor
geld niet te koop zijn, zoals steun, betrokkenheid en zorg. In de zorgruilinitiatieven
zijn dit juist de zaken waar het om gaat.

In veel initiatieven kun je voor de punten ook andere dingen kopen, dingen waar je
anders geld voor uit zou geven. Die extra mogelijkheid bevordert weer de
zorgverlening: mensen worden door het bredere aanbod gemotiveerd hulp te bieden.
Zo is er een Time Dollar-project in de VS waar scholieren hergebruikte computers
kunnen verdienen door allerlei dienstverlening te verrichten. Bovendien kan op deze
manier de dienstverlening aan de hulpbehoevenden worden uitgebreid, bijvoorbeeld
met het verrichten van reparaties of loodgieterswerk voor bejaarden die een
professionele technicus niet kunnen betalen. Zo vormt het nieuwe 'betaalmiddel' een
motor voor de betrokkenheid binnen de lokale gemeenschap, zoals geld een motor is
voor economische interactie.

Relatie met professionele zorg
Zorgruilinitiatieven bieden mogelijkheden om gebruik te maken van de kennis en
kunde van mensen die hun arbeidzame leven hebben beëindigd. Ze zijn een
betekenisvolle aanvulling op de bestaande traditionele instellingen. Professionele zorg
blijft uiteraard noodzakelijk; zorgruil-initiatieven zijn altijd aanvullend. Maar het
moment dat men de zelfstandigheid moet opgeven, wordt wel uitgesteld. Naarmate de
zorgbehoefte toeneemt, zullen professionele zorgverleners een steeds grotere rol gaan
spelen in het leven van betrokkene.

Voor de professionele zorg- en welzijnssector is het concept financieel gezien erg
interessant. De kosten zijn relatief laag: goede software (open source!), een
bemiddelaar tussen vraag en aanbod, regelmatige bijeenkomsten. Door de inzet van
de Time Dollar-deelnemers zijn mensen minder snel op de professionele, door de
verzekeraar betaalde zorg aangewezen. Bovendien kunnen mensen eerder uit het
ziekenhuis ontslagen worden. Uit onderzoek is gebleken dat de deelnemers zelf
minder aanspraak maken op professionele hulp. Op een aantal plaatsen hebben
verzekeraars en professionele zorginstellingen dit onderkend en zijn zij actief in de
Time Dollar-projecten gaan deelnemen.

In Brooklyn, New York, kun je een deel van je ziektekostenverzekering in Time Dollars
betalen. Voor de deelnemers is dit een goede beloning voor hun inzet, vooral omdat
voor veel van hen die verzekering anders nauwelijks betaalbaar zou zijn. In Duitsland
werkt een aantal van de Senioren-genossenschaften op soortgelijke wijze samen met
de officiële zorgverzekeraars en zorginstellingen. Op sommige plaatsen, zoals in
Köngen in Duitsland en in enkele staten in de VS, ondersteunt de gemeente het


   Building the Civil Society                                   Pagina 17 van 20
Zorg en aandacht: kun je dat ook ruilen?

initiatief door de deelnemers te garanderen dat zij hun verdiende tijd-punten ook in
zorg uitgekeerd kunnen krijgen wanneer het project ter ziele zou gaan.




   Building the Civil Society                                   Pagina 18 van 20
Zorgruil in Nederland


Zorgruil in Nederland
In het vorige hoofdstuk is beknopt beschreven hoe zorgruilinitiatieven wereldwijd
werken. In dit hoofdstuk gaan we kort in op een proces om ook in Nederland te
starten met het concept.

Wij stellen voor om in de komende jaren een aantal projecten op te zetten om het
idee in Nederland te demonstreren. Elk van deze projecten test een andere context.
We stellen voor een aantal basiskenmerken van de initiatieven gelijk te houden om
latere koppeling mogelijk te maken. Tijdens de demonstraties komen de projectleiders
regelmatig samen met een groep experts om ervaringen uit te wisselen en van elkaar
te leren. Na de demonstraties kunnen uit alle ervaringen 1 of meer succesvolle
basissystemen worden gedestilleerd. Deze kunnen dan worden ingevoerd in heel
Nederland.

Doel
Het introduceren van zorgruilinitiatieven in Nederland met de bedoeling de civil society
te ondersteunen. Dit doen we door de werkzaamheid van zorgruil in Nederland te
demonstreren in een aantal demonstratieprojecten binnen een gemeenschappelijk
leerkader, zodat verschillende benaderingen en uitwerkingen worden getest. Elk van
de projecten kan plaatsvinden in een andere maatschappelijke context. Door een
aantal basiskenmerken gelijk te houden is een latere koppeling mogelijk, kunnen de
projecten maximaal van elkaar leren, is de output te onderzoeken en zijn de
resultaten te meten. Dit moet leiden tot een of meer modellen die geschikt zijn voor
heel Nederland.

Inhoudelijke doelen zijn:
 Het opvangen van de vergrijzing en de ontgroening.
 Het vergroten van de maatschappelijke participatie.
 De kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg waarborgen.
 Het bevorderen van de zelfredzaamheid van mensen met beperkingen.
 De ondersteuning van mantelzorgers.
 Het bieden van nieuwe kansen voor het vrijwilligerswerk met nieuwe vormen en
   nieuwe groepen.

Organisatie en voortgang
Wij stellen voor separate projecten te starten, elk binnen de doelstellingen van de
deelnemers. Elk demonstratieproject kan worden opgezet door een lokaal
samenwerkingsverband. Dit samenwerkingsverband wordt aangestuurd door een
lokale stuurgroep waarin de lokale dragers zitten, samen met inhoudsdeskundigen.
Afstemming tussen de lokale stuurgroepen kan plaatsvinden door een beperkt aantal
gezamenlijke bijeenkomsten die worden voorbereid door de projectleiders. De
uitwisseling van ervaringen kan plaatsvinden in een uitwisselingsgroep met de
projectleiders en inhoudsdeskundigen. Het geheel kan worden begeleid door een ter
zaken kundig bureau.

Deze aanpak biedt de mogelijkheid om na één jaar conclusies te trekken en te
besluiten op welke wijze de demonstratieprojecten kunnen worden voortgezet.


   Building the Civil Society                                    Pagina 19 van 20
Zorgruil in Nederland

Definitieve besluiten over voortgang en/of opschaling zouden na het tweede jaar van
de demonstraties genomen kunnen worden.

Gemeenschappelijke basisvoorwaarden
De volgende basisvoorwaarden zouden de voorgestelde aanpak van de
demonstratieprojecten moeten kenmerken:

   We gaan het wiel niet opnieuw uit vinden. De uitvoering van de
    demonstratieprojecten zullen gebaseerd zijn op de ervaringen in het Verenigd
    Koningkrijk, Japan, de VS en Duitsland, zoals thans bekend.
   Monitoring van de demonstraties moet gericht zijn op het verkrijgen van
    wetenschappelijke plausibiliteit. Het is de bedoeling om de uitvoering van de
    demonstratieprojecten te verbinden aan een theoretisch paradigma dat in de
    praktijk getest gaat worden. Hierdoor zal het mogelijk zijn om
    waarschijnlijkheidsuitspraken te doen.
   Bij de waardering van het werk in de demonstraties zal gekozen worden voor het
    gelijkwaardigheidsprincipe: oftewel 1 uur = 1 uur. Dit principe wordt maximaal
    gehandhaafd, ook indien de uren besteedbaar worden gemaakt op plaatsen waar
    ook euro’s worden geaccepteerd. Bijvoorbeeld: twee uur bioscoopbezoek kost 2
    uur.
   Het samenbrengen van vraag en aanbod, behoeften en capaciteiten zal actief tot
    stand worden gebracht door professionals, of door vrijwilligers die worden begeleid
    door professionals.
   Er zal een goede aansluiting plaatsvinden op specifieke problemen van de
    betrokken doelgroepen. Dit gebeurt door het betrekken van deze groepen bij de
    demonstratie.
   De demonstraties zullen een omvang hebben die het mogelijk maakt goede
    uitspraken te doen.
   Voor aanvang zullen diverse randvoorwaarden én de realisering van de
    financiering eenduidig georganiseerd en gegarandeerd dienen te zijn.
   Stabiel partnership is een kenmerk van de betrokken partijen. Gedurende de
    demonstratieprojecten kan er geen sprake zijn van ’tussentijds uitstappen’.
   De demonstraties zullen aansluiten op bestaande en toekomstige beleidslijnen en
    praktijken van de deelnemende professionele partijen in de domeinen wonen,
    welzijn, zorg en werk. De belangen van alle partijen zijn hierbij op voorhand
    bekend.
   Het plan van aanpak van de demonstratieprojecten zal worden gekenmerkt door
    onderlinge coherentie en afstemming. De gekozen aansturing en afstemming
    maakt deel uit van het proces van monitoring.
   Indien ook elders een dergelijk demonstratieproject zou worden geïnitieerd, zal dit
    de besluitvorming rond financiële of maatschappelijke rentabiliteit, continuïteit en
    solvabiliteit van de gerealiseerde demonstratieprojecten niet beïnvloeden.
   De proefprojecten zullen tot duurzame projecten kunnen ontwikkelen.




    Building the Civil Society                                    Pagina 20 van 20

								
To top