Ontwerp leerplan alfa NT2 � versie 15 april 2009 by JenniferBarnes301

VIEWS: 0 PAGES: 288

									Inhoudsopgave ontwerp leerplan Alfa NT2 - R1 AO BE 004

1. Inleiding                                                                                  4
     1.1. Hoe is het leerplan (LP) tot stand gekomen?                                         4
     1.2. Wie werkte er aan mee?                                                              6

2.      Het leergebied Alfabetisering NT2.                                                    6

     2.1. Doelstelling van het leergebied                                                     6

       2.1.1. Visie van het leergebied                                                        7

         2.1.1.1. Alfabetiseren NT2 versus alfabetiseren in de eigen taal                     7
         2.1.1.2. Dé analfabeet bestaat niet                                                  7
         2.1.1.3. Volwassen anderstaligen versus Nederlandstalige kinderen                    7
         2.1.1.4. Hét alfatraject bestaat niet                                                9
         2.1.1.5. Belang van taaltransfer                                                     9
         2.1.1.6. De alfacursist in zijn totaliteit                                          11

       2.1.2. Algemene doelstellingen van het leergebied                                     11

         2.1.2.1. Basis – of Breakthrough – niveau Alfa NT2 R 1.1.                           11
         2.1.2.2. Overleving – of Waystage – niveau Alfa NT2 1.2.                            12

       2.1.3. Beschrijvingskader                                                             12

         2.1.3.1. Kenmerken                                                                  12
         2.1.3.2. Bouwstenen van de basiscompetenties                                        14
         2.1.3.3 Ondersteunende elementen                                                    15
         2.1.3.4 Attitudes                                                                   16
         2.1.3.5. Sleutelcompetenties                                                        16

       2.1.4. Specifieke kenmerken van het alfatraject.                                      16

         2.1.4.1. Aandacht voor lees – en schrijfvoorwaarden                                 16
         2.1.4.2. De technische lees – en schrijfmodules Alfa NT2 Breakthrough module 5 en
         Waystage module 12.                                                                 19

            A. Module 5                                                                      21
            B. Module 12                                                                     24

         2.1.4.3. Vooruitblik op flexibilisering van het alfatraject                         27

     2.2. Organisatie                                                                        27

       2.2.1. Studieduur                                                                     27
       2.2.2. Onderwijsvorm                                                                  27
       2.2.3. Modules (overzicht)                                                            28
       2.2.4. Leertraject (schema)                                                           29

3.       Didactische wenken                                                                  30

     3.1 Cyclische opbouw                                                                    31
     3.2 Het taalverwervingsproces                                                           32
     3.3.        Open Leer Centrum                                                           33
     3.4. Differentiëren in de alfaklas                                                      33




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                       1
    3.4.1. Uitgangspunt.                                                                   33
    3.4.2. Hoe differentiëren in de les ?                                                  34
    3.4.3. Differentiëren en zelfstandig werken : hand in hand                             34

  3.5. Een kader voor leer – en studievaardigheden voor Alfa NT2 – cursisten               35

    3.5.1. De vlag dekt verschillende ladingen.                                            35
    3.5.2. Over leergedrag en leerhouding.                                                 35
    3.5.3. Over concentratie en geheugen.                                                  36
    3.5.4. Over informatieverwerving en – verwerking.                                      36
    3.5.5. Procesbewaking en – evaluatie.                                                  37

  3.6. Feuerstein                                                                          37

  3.7. Belang van taaltransfer: buitenschoolse opdrachten en taalstages                    40

  3.8. Belang van Leesplezier                                                              42

  3.9.. Belang van het stimuleren van een krachtige leeromgeving :        10 actiepunten   42

4. Overzicht modules                                                                       46
  4.1. Beschrijving module NT2 Alfa R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau Start ( M BE 055)    46
    4.1.1. Situering module                                                                46
    4.1.2. Instapvereisten                                                                 47
    4.1.3. Moduleoverzicht                                                                 47
  4.2. Beschrijving Module NT2 Alfa R1 – 1.1/Breakthrough/Basisniveau 1 (M BE 056)         62
    4.2.1. Situering module                                                                62
    4.2.2. Instapvereisten                                                                 62
    4.2.3. Moduleoverzicht                                                                 63

  4.3. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.1. / Breakthrough / Basisniveau 2 (M BE 057)    74
    4.3.1. Situering module                                                                74
    4.3.2. Instapvereisten                                                                 75
    4.3.3. Moduleoverzicht                                                                 75

  4.4. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.1. / Breakthrough / basisniveau3 (M BE 058)     87
    4.4.1. Situering module                                                                87
    4.4.2. Instapvereisten                                                                 88
    4.4.3. Moduleoverzicht                                                                 88

  4.5. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.1. Breakthrough / Basisniveau 4 (M BE O59)      96
    4.5.1. Situering module                                                                96
    4.5.2. Instapvereisten                                                                 97
    4.5.3. Moduleoverzicht                                                                 97

  4.6. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.1. Breakthrough / Basisniveau 5 (M BE O60)      108
    4.6.1. Situering module                                                                108
    4.6.2. Instapvereisten                                                                 109
    4.6.3. Moduleoverzicht                                                                 109
  4.7. Module NT2 Alfa R1 – 1.1 Breakthrough/Basisniveau 6 (M BE 061)                      125
    4.7.1. Situering module                                                                125
    4.7.2. Instapvereisten                                                                 125
    4.7.3. Moduleoverzicht                                                                 126

  4.8. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.1. Breakthrough / Basisniveau 7 (M BE O62)      132
    4.8.1. Situering module                                                                132
    4.8.2. Instapvereisten                                                                 133
    4.8.3. Moduleoverzicht                                                                 133




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                      2
  4.9. Beschrijving module NT2 Alfa R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau 8 (M BE O63)    144
    4.9.1. Situering module                                                           144
    4.9.2. Instapvereisten                                                            144
    4.9.3. Moduleoverzicht                                                            145

  4.10. Beschrijving module NT2 Alfa R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau 9 (M BE 064)   153
    4.10.1. Situering module                                                          153
    4.10.2. Instapvereisten                                                           153
    4.10.3. Moduleoverzicht                                                           154

  4.11. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.2 Waystage 10 (M BE 069)                  162
    4.11.1. Situering module                                                          162
    4.11.2. Instapvereisten                                                           163
    4.11.3. Moduleoverzicht                                                           164

  4.12. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.2 Waystage 11 (M BE 070)                  176
    4.12.1. Situering module                                                          176
    4.12.2. Instapvereisten                                                           177
    4.12.3. Moduleoverzicht                                                           178
  4.13. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.2 Waystage 12 (M BE 071)                  189
    4.13.1. Situering module                                                          189
    4.13.2. Instapvereisten                                                           190
    4.13.3. Moduleoverzicht                                                           191

  4.8. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.2 Waystage 13 (M BE 072)                   199
    4.14.1. Situering module                                                          199
    4.14.2. Instapvereisten                                                           200
    4.14.3. Moduleoverzicht                                                           201

  4.15. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.2 Waystage 14 (M BE 073)                  209
    4.15.1. Situering module                                                          209
    4.15.2. Instapvereisten                                                           210
    4.15.3. Moduleoverzicht                                                           211

  4.16. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.2 Waystage 15 (M BE 074)                  221
    4.16.1. Situering module                                                          221
    4.16.2. Instapvereisten                                                           222
    4.16.3. Moduleoverzicht                                                           223

  4.17. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.2 Waystage 16 (M BE 075)                  239
    4.17.1. Situering module                                                          239
    4.17.2. Instapvereisten                                                           240
    4.17.3. Moduleoverzicht                                                           241

5. Evaluatie leerinhoud

6. Sleutelcompetenties                                                                249

7. Minimale materiële vereisten                                                       257

8. Bibliografie:                                                                      258

9. Bijlagen                                                                           261

  9.1. Raamwerk Alfa NT2 – Technische vaardigheden                                    262

  9.2. Raamwerk alfa NT2 Functionele vaardigheden                                     268

  9.3. Cyclische opbouw mondelinge vaardigheden Alfa NT2 R1.1.                        273

  9.4. Cyclische opbouw schriftelijke modules Alfa NT2 R1.1.                          277

  9.5. Schema sleutelcompetenties uit ‘Taalstages, iets voor u?’                      279



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                 3
  9.6. Portfolio als evaluatie-instrument             282

  9.7. Vergelijking contexten basiseducatie – CVO     286




1. Inleiding


   1.1. Hoe is het leerplan (LP) tot stand gekomen?


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                 4
Als men een leerplan wil ontwerpen, dan bepaalt dit eigenlijk de hele leeromgeving binnen een
bepaald leergebied. Het is daarom van het grootste belang dat men bij het ontwikkelen van
leerplannen kan uitgaan van een gemeenschappelijke visie op het onderwijsleerproces. In die zin is
het voor de werkgroep leerplanontwikkeling (LPO) Alfa NT2 nuttig geweest om te kunnen steunen op
de in de sector basiseducatie breed gedragen visietekst “Alfabetisering in het Nederlands als tweede
taal” (VOCB, november 2002, zie verder).

Voor de ontwikkeling van dit leerplan zijn de centra basiseducatie zelf verantwoordelijk. Het steunt op
het door de overheid (DVO of nu Entiteit Curriculum) verstrekte opleidingsprofiel voor het Leergebied
ALFABETISERING NEDERLANDS TWEEDE TAAL Modulaire opleiding NT2 Alfa – R1 AO BE 004
                            1
(versie september 2007).
Dit staat ook in het nieuwe decreet op het Volwassenenonderwijs (juni 2007):

Art. 14.

§ 1. Met inachtneming van de door de Vlaamse Regering goedgekeurde opleidingsprofielen beschikt elk
centrumbestuur over de vrijheid om de leerplannen vast te stellen en kiest het vrij zijn agogische methodes.

§ 2. De leerplannen bevatten de doelen die het centrumbestuur uitdrukkelijk formuleert voor haar cursisten
vanuit het eigen agogische project in het algemeen of de eigen visie op de opleiding in het bijzonder. In de
leerplannen worden de eindtermen, de specifieke eindtermen of de basiscompetenties op herkenbare wijze
opgenomen.
Het leerplan moet voldoende ruimte laten voor de inbreng van centra, leraren, lerarenteams of cursisten.

§ 3. Met het oog op het waarborgen van het studiepeil keurt de Vlaamse Regering de leerplannen goed volgens
de vooraf door haar bepaalde criteria.

(uit: “ Decreet betreffende het Volwassenenonderwijs”, goedgekeurd op 15 juni 2007, zie ook:
http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/ )




Nog even samengevat de meest relevante doelen van leerplanontwikkeling:

          uitwerken van een visie
          vastleggen van afspraken, uitgangspunten en doelstellingen
          verantwoording van gemaakte en te maken keuzes
          onderlinge afstemming van uitgangspunten en doelen
          onderling op de hoogte zijn van elkaars werk zodanig dat je makkelijk kunt doorverwijzen
          structurering van de programma’s
          gebruik maken van elkaars deskundigheid
          nadenken over beleid van instelling en zo nodig invloed op uitoefenen
          hulpmiddel / houvast bij het lesgeven

Voor de werkgroep leerplanontwikkeling alfa NT2 blijkt vooral het laatste doel het meest relevant,
hoewel men ook graag wil gebruik maken van elkaars werk en ervaringen. Maar men wil dus vooral
een service instrument ontwerpen voor de (nieuwe) educatieve werkers.

Via een leerplan kan je dus doelgerichter werken.
Het aanbod en de programma’s kunnen gemakkelijker beoordeeld en bijgesteld worden. De centra
basiseducatie kunnen hun werk beter verantwoorden naar derden toe. Het is een hulp voor cursist –
en trajectbegeleiding. Een gerichte verwijzing van cursisten wordt duidelijker. De vervanging van
docenten verloopt efficiënter.


1
  Alle opleidingsprofielen die door Entiteit Curriculum (vroeger: DVO) voor de basiseducatie werden ontwikkeld vindt men
via http://www.ond.vlaanderen.be/dvo/volwassenen/inhouden/basiseducatie/index.htm


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                    5
Tenslotte nog even dit: dit leerplan is een ‘lijvig’ naslagwerk geworden, mede dankzij het feit dat de
leden van de werkgroep leerplanontwikkeling enorm veel hebben kunnen putten uit het ‘oude’ leerplan
voor alfa NT2 richtgraad 1.1. (VOCB 2005) en het geconcretiseerde OP Alfa NT2 R1 (versie
september 2007). Maar daarnaast heeft de werkgroep toch ook veel nieuwe elementen willen
toevoegen aan dit leerplan, vandaar nog eens de omvangrijkheid van dit werk.

    1.2. Wie werkte er aan mee?

Leden van de werkgroep leerplanontwikkeling Alfa NT2, zowel actief meewerkend of eerder ‘op
afstand’:

Tine Bryssinck                   CBE Halle – Vilvoorde
Lieve Corneillie                 CBE Antwerpen
Mieke De Middeleir               CBE Zuid – Oost – Vlaanderen
Veerle Dehaene                   CBE Brusselleer
Tania Menten                     CBE Limburg – Zuid
Ellen Prikken                    CBE Limburg – Midden – Noord
Véronique Van Droogenbroeck      CBE Halle – Vilvoorde
Leen Verdonck                    CBE Brugge – Westhoek - Oostende
Bea Verscheure                   CBE Leuven – Hageland
Mimine Vleminckx                 CBE Open School Mechelen – Willebroek



Coördinatie en eindredactie:

Dirk Eggermont                   Vocvo, Mechelen en ook voor CBE Gent – Meetjesland – Leieland.




    2. Het leergebied Alfabetisering NT2.

    2.1. Doelstelling van het leergebied



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                              6
    2.1.1. Visie van het leergebied

        2.1.1.1. Alfabetiseren NT2 versus alfabetiseren in de eigen taal

Leren lezen en schrijven in de moedertaal gaat ongetwijfeld veel gemakkelijker en sneller dan in een
tweede, of voor sommigen zelfs derde taal. Toch hebben wij het in dit leerplan het enkel over
alfabetiseren in het Nederlands. Om anderstaligen in hun moedertaal te alfabetiseren moet je immers
eerst nagaan of er voldoende cursisten zijn per ‘taalgroep’ om hiervoor in aanmerking te komen. Ook
moet je het alfabet uit die moedertaal in beschouwing nemen: enkel als dit schrift sterk overeenkomt
met ons Latijns alfabet, is de stap naar lezen en schrijven in het Nederlands gemakkelijker. Tenslotte
zijn de doelen, leerinhoud, lesmateriaal en didactiek uit de alfabetiseringscursussen in eigen taal, niet
altijd vanuit een vergelijkbare visie bedacht als voor Alfa NT2.

        2.1.1.2. Dé analfabeet bestaat niet

Analfabete volwassenen zijn al jaren zelfredzaam op sociaal, en soms zelfs op professioneel vlak. En
dit zonder voldoende geletterd te zijn.
Het is de taak van het onderwijs aan anderstalige analfabeten, en in de eerste plaats van de
alfabegeleider, om de reeds aanwezige en verworven kennis en vaardigheden bij de cursisten te
herkennen als sterke stimuli om verder te leren. Op die manier kunnen we aansluitend alfacursisten
een voor hen nieuwe redzaamheid aanreiken, namelijk het schriftelijke taalgebruik.

Maar zoals gezegd kan je onmogelijk spreken van dé anderstalige analfabete cursist:

       Volledig analfabete cursisten zijn nooit of weinig naar school geweest. Ze zijn zeer laag
        geletterd, ook in hun moedertaal. Dit zegt op zich niets over hun leerbaarheid. Sommige
        cursisten hebben nooit de kans gehad om naar school te gaan, hoewel ze normale of zelfs
        hoge leermogelijkheden bezitten. Doordat in hun zogenaamde ‘gevoelige (taal)periode’ geen
        beroep is gedaan op bepaalde vaardigheden, kunnen we wel veronderstellen dat het
        leerproces bij hen wat trager zal verlopen.

       Semi – analfabeten zijn weinig naar school geweest. Ze hebben een basis van technisch
        lezen en schrijven in hun moedertaal, maar op gebied van functionele lees – en
        schrijfvaardigheid zijn ze zeer laaggeletterd.

       Andersalfabeten hebben leren lezen en schrijven in hun eigen taal, maar dat schrift verschilt
        enorm van het Latijns alfabet. Denken we maar aan het Arabisch of het Chinees. Omdat ze
        vaak over voldoende schoolse vaardigheden beschikken, en ook omdat zij het systeem van
        klank – letterkoppeling vanuit hun eigen taal kennen, leren zij op relatief korte tijd lezen en
        schrijven in het Nederlands.

       Sommige zeer laag geschoolde cursisten leren zeer traag, of kampen met één of ander
        leerprobleem. Het komt ook voor dat zij stagneren in hun leerproces.

Volwassen anderstaligen doorlopen niet dezelfde leerprocessen als kinderen die in hun moedertaal
leren lezen en schrijven. We mogen van volwassenen ook niet dezelfde verwachtingen koesteren als
bij kinderen. Graag zetten we hieronder enkele verschilpunten tussen beide groepen op een rijtje.




    2.1.1.3. Volwassen anderstaligen versus Nederlandstalige kinderen

                    Kinderen                                            Volwassenen

    -   Kinderen zijn mondeling al heel                   -   Anderstalige volwassenen beheersen de



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                     7
        taalvaardig vooraleer ze beginnen met                mondelinge tweede taal heel slecht,
        leren lezen en schrijven.                            vooraleer ze beginnen met lezen en
                                                             schrijven.

    -   Op die manier krijgen ze vooraf al heel          -   Daardoor kennen ze ook onvoldoende
        wat instructietaal aangereikt                        instructietaal.

    -   Kinderen hebben op een bepaalde                  -   De ‘gevoelige periode’ om een taal te
        leeftijd een veel beter ‘taalgevoel’ en              leren is voorbij. Van volwassenen wordt
        grotere leerbaarheid                                 verwacht dat zij direct kunnen
                                                             functioneren in het schriftelijke
                                                             taalverkeer.

    -   Al van in de kleuterklas verwerven zij leer      -   Volwassenen hebben minder leer – en
        – en studievaardigheden                              studievaardigheden verworven.

    -   Zij hebben een andere, meestal                   -   Zij hebben doorgaans een grotere kennis
        beperktere kennis van de wereld                      van de wereld dan kinderen.

    -   Kinderen worden van thuis uit                    -   Vaak zijn alfacursussen niet intensief
        ondergedompeld in de taal die ze later               genoeg. In hun omgeving treffen ze maar
        leren lezen en schrijven.                            weinig leerstimuli aan, thuis genieten ze
                                                             vaak niet de nodige steun.

    -   Zij leren eerder impliciet, maar dat hangt       -   Impliciet leren lukt vaak alleen als zij
        eerder af van hun leermogelijkheden.                 andersalfabeet zijn. Ze krijgen de klank –
                                                             letterkoppeling alleen onder de knie als
                                                             er expliciet en uitgebreid aan gewerkt
                                                             wordt. Wel kunnen ze na een tijd
                                                             zelfstandig en zelfontdekkend leren
                                                             werken.


Het alfatraject verschilt sterk van dat van de collega’s in het NT2 - spoor, omdat ze een aantal
vaardigheden en attitudes missen. Ook hiervan een beperkte opsomming:

    1. Met betrekking tot leerhouding zijn de alfacursisten niet of nauwelijks vertrouwd met:

    -   zelfstandig werken, samenwerken in groep
    -   systematisch en gestructureerd leren, bijvoorbeeld door een map bij te houden of door iets op
        te zoeken in een tekst
    -   het nieuwe beeld van de leraar als ‘coach’, ze zijn eerder docent – afhankelijk
    -   het kritisch reflecteren op hun eigen taalleerproces
    -   het omgaan met fouten
    -   het belang van individueel werken
    -   kritisch lezen en schrijven, afstand kunnen nemen van een tekst

    2. Met betrekking tot tekstbegrip zijn de alfacursisten niet of nauwelijks vertrouwd met:

    -   de ondersteunende rol van schriftelijke taal bij het leren
    -   tekstsoorten
    -   abstractie maken van het hier en nu, van de eigen persoonlijke situatie
    -   allerlei methodieken en oefenvormen



    3. Met betrekking tot cognitieve vaardigheden zijn de alfacursisten niet of nauwelijks vertrouwd
       met:




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   8
       -    nauwkeurig waarnemen, vergelijken, selecteren, ordenen, concluderen, samenvatten,
            oriënteren in tijd en ruimte

       4. Met betrekking tot opzoekvaardigheid zijn de alfacursisten niet of nauwelijks vertrouwd met:

       -    het raadplegen van plattegronden, internet, naslagwerken en alfabetisch geordende indexen
       -    praktische vaardigheden als klok lezen, raadplegen van kalenders, maten en gewichten, geld
            etc.

       We komen hier later nog op terug bij de didactiek van leer – en studievaardigheden.

2.1.1.4. Hét alfatraject bestaat niet

                Naargelang de leerwensen, de leermogelijkheden en het perspectief van de cursist, zal de
                 invulling van het traject verschillend zijn. In elk geval moet men zo vlug mogelijk de link
                 leggen met het domein waarin de cursist later wil functioneren. Voor velen zal dat
                 maatschappelijke redzaamheid betekenen, maar omdat het steeds vaker gaat om een
                 jongere cursistenpopulatie, willen deze mensen zo snel mogelijk aan de slag op de
                 arbeidsmarkt.
                Omwille van het specifieke karakter van de doelgroep is het noodzakelijk dat het traject
                 gescheiden blijft van de opleiding voor gealfabetiseerde NT2 – cursisten, zolang het
                 alfabetiseringsproces niet voltooid is.

                En tenslotte nog dit: het alfatraject omvat een opeenvolging van te bereiken doelen. Lang
                 niet iedere cursist zal even ver geraken, maar het volledige aanbod moet er wel zijn.

2.1.1.5. Belang van taaltransfer

       Taalstages

                We willen hier graag een pleidooi houden voor transfer in de zogenaamde ‘taalstages’.
                 Overigens willen we hier ook benadrukken dat de transfer zich niet alleen beperkt tot deze
                 taalstages, er is ook heel wat zinvol werk verricht binnen het Equal – project in het kader
                 van tewerkstelling van alfacursisten, binnen ouderprojecten en NT2 – “taalcontact” -
                 projecten zoals Leereiland (CBE Zuid – Oost – Vlaanderen), Ministad (CBE Brusselleer)
                 ,Stad in de school (CBE Gent) en zo meer …(zie verder).

                Het is duidelijk dat het ‘one size fits all’ – denken steeds meer wordt verlaten, men streeft
                 nu eerder naar geïndividualiseerde projecten. Centra basiseducatie moeten steeds meer
                 op zoek gaan naar flexibele systemen met variabele leerroutes.
                 Succesfactor blijkt vaak de koppeling van taaltrajecten aan de eindtermen of
                 basiscompetenties van specifieke taal uit de werk - , woon – en schoolpraktijk in de
                 taallessen. Dat kan gaan over een ouderproject op de school van de kinderen, of het met
                 de cursisten vastleggen van geschreven taal in de onmiddellijke omgeving van de school.
                 Ofwel kiest men voor taalstages.

            
                                                                                                           2
                 In de opdracht van de basiseducatie staat klaar en duidelijk omschreven :…’De
                 basiseducatie omvat een samenhangend geheel van educatieve activiteiten gericht op het
                 aanleren en het verbeteren van de vereiste basiscompetenties om te functioneren in de
                 brede leef- en maatschappelijke wereld’.

                Als men deze opdracht vertaalt naar het doelpubliek van laaggeschoolde cursisten, dan
                 moet men wel functioneel taalonderwijs aanbieden dat gericht is op transfer.
                 De ervaring leert dat een schoolse aanpak in het Nt2-onderwijs voor analfabeten,
                 laaggeschoolden niet altijd werkt. Bovendien is gebleken uit onderzoeken en ervaringen
                 dat ‘laagopgeleide cursisten veel sneller vloeiend Nederlands leren door te oefenen in
                 alledaagse taalcontacten dan de geprogrammeerde en de beperkte oefening in de klas’3.

2
    geciteerd uit: Dossier basiseducatie Vlaanderen – Brussel, Gids sociaal-cultureel en educatief werk, afl.38, december 2003




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                          9
                 Er zijn de laatste jaren veel meer mogelijkheden ontstaan om het taalonderwijs
                 levensechter en functioneler te maken. De lesgever moet blijven zoeken naar een zinvolle
                 ondersteuning van de natuurlijke taalverwerving waarbij de cursist wordt voorbereid om
                 zelf veel te oefenen in eigen taalgebruiksituaties.


Taal en werkstages in de beroepsopleiding of op de school van het kind: geïntegreerd
onderwijs en duale trajecten

           Zoals gezegd neemt taaltransfer ook een heel belangrijke plaats in bij duale trajecten als
                                                                            3
            bijvoorbeeld “Analfabeten, ingeburgerd aan het werk” (‘EQUAL’ ) , een samenwerking tussen
            Karel de Grote Hogeschool Antwerpen, CBE Mechelen, Onthaalbureau Prisma Levanto ( ex –
            Vitamine W) en VDAB Mechelen. Dit project kwam tot stand na een onderzoeksrapport van
            het Centrum voor Taal en Migratie. De onderzoekers vergeleken het onderwijsaanbod in
            Vlaanderen met dat van andere landen. De conclusie luidde dat de alfabetiseringstrajecten in
            Vlaanderen, aangeboden door de centra voor basiseducatie, zich vooral concentreren op
            algemene taalvaardigheid en meestal weinig intensief zijn. Daardoor duurt het lang vooraleer
            een analfabete cursist een zeker niveau van taalvaardigheid bereikt. Veel cursisten haken
            voortijdig af en stromen niet door naar een vervolgopleiding.

           Binnen het project wordt Alfa NT2 gecombineerd met maatschappelijke oriëntatie, intensieve
            trajectbegeleiding, loopbaanoriëntatie en beroepsopleiding. Omwille van de grote vraag op de
            arbeidsmarkt, wordt er gekozen voor de schoonmaaksector. Poetsen is een beroep dat kan
            aangeleerd worden met een minimum aan geschreven lesmateriaal. Bovendien hebben
            cursisten daarin al heel wat thuiservaring. Samengevat kan men stellen dat de deelnemende
            alfacursisten op de werkvloer zowel de rol vervullen van nieuwe werknemer als van
            anderstalige taalleerder.
            Werkstages maken een groot deel uit van het project, zo krijgen de cursisten de kans om hun
            technische verworvenheden te toetsen aan de dagelijkse poetspraktijk van een heuse
            werkplaats. Deze stages stellen de cursisten ook in staat om een vollediger beeld van zichzelf
            als werknemer te krijgen. Daarna is het de beurt aan de eerste stappen naar het vinden van
            ‘echt’ werk via arbeidsbemiddeling en sollicitatietraining. Hoewel de gebrekkige kennis van net
            Nederlands een in het oog springend probleem blijft, kunnen analfabete anderstaligen
            klaargestoomd worden voor de arbeidsmarkt, mits de juiste begeleiding wel te verstaan.

           Geïntegreerd onderwijs kan dus ook op de school van het kind: allochtone (alfa) cursisten en
            basisscholen worden op die manier dichter bij elkaar gebracht.
            Naast taalvaardigheid werkt men er ook aan relevante MO – doelen. De lesinhoud wordt er
            mede bepaald door het authentieke materiaal op de school van het kind en ook door de
                                              4
            leervragen van de cursisten zelf.

Buitenschools leren

                Uiteraard hoeft men niet altijd projecten zoals hierboven vermeld op poten te zetten, om
                 aan buitenschools leren te doen. Alfacursisten moeten ook de mogelijkheid krijgen om
                 voldoende taalcontact te onderhouden via opdrachten buiten de ‘traditionele’ taallessen.

                Via buitenschoolse opdrachten krijgen de cursisten niet alleen de kans om Nederlands te
                 oefenen in taalgebruiksituaties die al aan bod kwamen in de les, “ ze leren ook bewuster
                 luisteren naar gesproken Nederlands op straat, in de winkel … en zelfs thuis, ook la
                 spreekt daar niemand Nederlands. Ze nemen er wel de telefoon op of ze kijken misschien
                                               5
                 naar Vlaamse TV – zenders.”




3
  Meer informatie bijvoorbeeld via http://taalunieversum.org/onderwijs/nt2-beginnersdoelen/analfabeten_ingeburgerd en ook via
artikel “Ingeburgerd aan het werk, een bijzonder Vlaams traject voor analfabeten, gericht op werk” Els Maton, in LES nr. 145 ,
jg. 25 , februari 2007
4
     Zie artikel ‘Taallokaal in profiel, ouderparticipatie in CBE Genk’ Dirk Eggermont, in LES 147, jg. 25 ,juni 2007
5
    ‘Buitenschools leren in Alfa NT2,” Hilde Simoens (CBE Gent), eindwerk VOBE KdG Hogeschool Antwerpen, 2004, p.5



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                     10
                                6
Taalcontact – projecten

Soms betekenen buitenschoolse opdrachten of taalstages een te hoge drempel voor laaggeschoolde
cursisten. Laagdrempelige projecten als ‘Leereiland’ in CBE Zuid – Oost – Vlaanderen, ‘Ministad’ in
CBE Brusselleer en ‘Stad in de school’ in CBE Gent, proberen dagdagelijkse taalgebruiksituaties
dichterbij de taalklas of lesplaats te halen. Leslokalen in de school worden voor één dag omgetoverd
tot ‘taalstad’ met als settings diverse maatschappelijke diensten zoals de VDAB , de gemeente of de
Post. De betrokken ambtenaren en loketbedienden van deze diensten leren zich ook op die manier
aan te passen aan de noden en behoeften van de (alfa)cursisten.

2.1.1.6. De alfacursist in zijn totaliteit

Talige doelen kunnen voorwaardelijk zijn voor het bereiken van sociaal – contextgerichte doelen te
bereiken. Cursussen alfa NT2 worden steeds gezien binnen een context en hebben dus ook een
emanciperend doel. Emancipatorisch werken is mogelijk op twee niveaus:

1. op het niveau van groepen: maatschappelijk, educatief
2. op het persoonlijk niveau: redzaamheid, weerbaarheid

Emancipatorisch werken betekent dat je het individu, in ons geval de alfacursist, met zijn ontplooiing
              7
centraal zet.

2.1.2. Algemene doelstellingen van het leergebied

Dit leergebied bevat twee trajecten. Het basisniveau of Breakthrough wordt aangeduid als 1.1. en het
overlevingsniveau of Waystage als 1.2. De term ‘opleiding’ of ‘het leergebied’ verwijst naar beide
trajecten samen.

2.1.2.1. Basis – of Breakthrough – niveau Alfa NT2 R 1.1.

Het traject 'NT2 Alfa R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau’ hoort thuis in de Basiseducatie.
NT2-opleidingen situeren zich op een bepaald niveau, in het decreet volwassenenonderwijs
'richtgraad' genoemd.
Een richtgraad is "een specifieke graad binnen het secundair onderwijs voor sociale promotie voor
studiegebieden die niet in graden, overeenstemmend met die van het secundair onderwijs, ingedeeld
kunnen worden." (art. 3,42°)
Met het traject 'NT2 Alfa R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau ’ bestaat een NT2-aanbod voor
anderstalige cursisten die ongeletterd zijn of zeer laaggeschoold en die bijgevolg de trajecten van R1,
niveau A1, niveau 1.1 van de Basiseducatie niet kunnen doorlopen.
Het traject werkt aan twee facetten van geletterdheid m.n. PROZAGELETTERDHEID en
DOCUMENTGELETTERDHEID.
Na het traject heeft de cursist een alfabetiseringsniveau bereikt dat zich situeert op het Didactisch
                                      8
IJkpunt van het Geletterdheidskader van de Nederlandse Taalunie.
De taalgebruiker kan dan communiceren in een anderstalige samenleving met zeer beperkte talige
middelen om tegemoet te komen aan concrete behoeften uit zijn onmiddellijke omgeving, d.w.z. dat
hij/zij vertrouwde, alledaagse uitdrukkingen en zeer eenvoudige zinnen kan gebruiken. Hij/zij kan
zichzelf of iemand anders voorstellen en kan vragen stellen en beantwoorden met betrekking tot
persoonlijke gegevens zoals de woonplaats, mensen die hij/zij kent en dingen die hij/zij bezit.
De taalgebruiker is in staat op een eenvoudig niveau te communiceren op voorwaarde dat de
gesprekspartner langzaam en duidelijk spreekt en bereid is te helpen.
‘De taalleerder heeft ook de technische beginselen van het lezen en schrijven onder de knie. Hij/zij
kan bijvoorbeeld (ver)eenvoudig(d)e teksten lezen en beheerst het beginnend schrijven. Hij heeft ook
inzicht in functies en gebruik van geschreven taal. Hij/zij herkent bijvoorbeeld belangrijke documenten
en kan zich een idee vormen van de inhoud van informatieve teksten. Het Didactisch IJkpunt biedt de
taalleerder binnen het maatschappelijk – persoonlijk domein een persoonlijk perspectief.
6
  Zie artikel ‘Spreek Nederlands tegen mij, a.u.b.!’ NT2 buiten het leslokaal, voorbeelden uit Vlaanderen, Dirk Eggermont, in
LES 151, jg. 26 , februari 2008
7
    Zie “Visie op Educatie”, Tania Menten, interne teamnota, CBE Zuid – Limburg, 2002
8
    BOHNENN, E. e.a., Laaggeletterd in de Lage Landen-Hoge Prioriteit voor beleid, Nederlandse Taalunie, Den Haag, 2004.



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                         11
Meer concreet kan de taalleerder na het volgen van het traject 'NT2 Alfa R1 -
1.1/Breakthrough/Basisniveau’ o.a. volgende leeshandelingen uitvoeren:
     hij/zij leest eigen naam en adres;
     hij/zij herkent belangrijke documenten en formulieren (brieven, kaarten, rijbewijs,
        betalingsdocumenten);
     hij/zij begrijpt vertrouwde woorden, zeer eenvoudige zinnen en een kort, eenvoudig voor
        hem/haar geschreven bericht;
     hij/zij kan letterlijk gevraagde informatie halen uit standaardteksten;
     hij/zij kan zich een idee vormen van de inhoud van niet voor hem/haar geschreven
        informatieve teksten mede op basis van illustraties, koppen en bekende woorden.

Wat de schrijfhandelingen betreft, kan de cursist op dit niveau o.a.
    eigen personalia invullen in een formulier;
    een kaartje schrijven;
    een bericht of informatieve tekst schrijven van een paar eenvoudige zinnen;
    gegevens in trefwoorden noteren.

2.1.2.2. Overleving – of Waystage – niveau Alfa NT2 1.2.

Het niveau Waystage wordt door de Raad van Europa als volgt beschreven:
Een taalgebruiker ‘kan zinnen en courante uitdrukkingen met betrekking tot onmiddellijk relevante
domeinen (o.m. persoonlijke en familiale gegevens, winkelen, onmiddellijke omgeving en
tewerkstelling) begrijpen. Hij kan communiceren in eenvoudige routinetaken die gericht zijn op een
eenvoudige en directe uitwisseling van informatie over vertrouwde en routineuze onderwerpen. Hij kan
in eenvoudige bewoordingen informatie geven over zijn achtergrond, zijn directe omgeving en
                                                              9
onderwerpen die van persoonlijk belang zijn’. RVE, 1996,131)

De koppeling van taalverwerving aan alfabetisering brengt met zich mee dat voor de cursisten
NT2 Alfa R1 de taaltaken moeilijker zijn dan voor andere NT2-cursisten. Bijgevolg kan dat het
leerresultaat van een individuele cursist beïnvloeden. Een minimale interpretatie van niveau, taaltaken
en tekstkenmerken is wenselijk.
Grosso modo kan de taalgebruiker na de opleiding NT2 Alfa Richtgraad 1 o.a. volgende
leeshandelingen uitvoeren :

           hij begrijpt binnenkomende post, zoals brieven, uitnodigingen en reclame;
           hij zoekt en vindt informatie in alledaagse teksten zoals folders, advertenties, telefoonboeken
            en dienstregelingen;
           hij begrijpt eenvoudige instructies of mededelingen;
           hij achterhaalt de hoofdgedachte in een artikel uit een krant of tijdschrift.

Wat de schrijfhandelingen betreft kan de taalgebruiker o.a. het volgende:

           hij vult formulieren in;
           hij noteert gegevens bij een gesprek;
           hij schrijft brieven en kaarten aan bekenden;
           hij schrijft eenvoudige formele brieven;
           hij geeft informatie in een boodschap of mededeling;
           hij schrijft een korte beschrijvende tekst over zichzelf, een gebeurtenis of eigen
            leefomstandigheden.



2.1.3. Beschrijvingskader

2.1.3.1. Kenmerken


9
    Opleidingsprofiel Volwassenenonderwijs: NT2 R1 Versie 1.0 BVR p. 18



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   12
De leerplanwerkgroep heeft zich dus gebaseerd op het Opleidingsprofiel NT2 Alfa R 1. Voor het
uittekenen van het opleidingsprofiel werden volgende referentiekaders gebruikt:
                                                                                                     10
1. De Opleidingsprofielen Moderne Talen van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling ;
2. Het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: leren, onderwijzen, beoordelen van
                     11
de Raad van Europa waarop de Opleidingsprofielen Moderne Talen zijn geënt;
                                        12
3. Het opleidingsprofiel Latijns Schrift gebruikt in de Centra voor Volwassenenonderwijs;
                                                          13
4. Het Geletterdheidkader van de Nederlandse Taalunie ;
5. De niveaus van geletterdheid van de International Adult Literacy Survey van de Organisatie voor
                                           14
Europese Samenwerking en Ontwikkeling waar het Geletterdheidkader van de Nederlandse
Taalunie naar verwijst en gebruik van maakt.

Daarnaast werd ook rekening gehouden met de ontwikkelingsdoelen van het kleuteronderwijs en de
eindtermen uit het lager onderwijs. De belangrijkste - d. w. z. de voor de volwassen doelgroep meest
relevante - eindtermen en ontwikkelingsdoelen van het basisonderwijs, zijn gedekt door de
ontwikkelingsdoelen voor de alfabetisering op niveau 1.1 (A1) via het Nederlands als tweede taal
(NT2) van analfabete of zeer laaggeschoolde anderstalige volwassenen.

We staan hier ook even stil bij een terminologische kwestie: volgens de bepalingen van het Decreet
op het Volwassenenonderwijs (juni 2007) kan men de term ‘basiscompetentie’ (BC) gebruiken bij de
beschrijving van de einddoelen, in plaats van ‘eindterm’ (ET) zoals bij andere leergebieden uit de
basiseducatie zoals NT1, Wiskunde of MO. Als het gaat om een leergebied zoals Alfa NT2 of NT2 dat
geen equivalent heeft in het basis – of secundair onderwijs, dan formuleert men dus
basiscompetenties voor de einddoelen. Voor NT1 (Moedertaal) of Wiskunde gelden eindtermen omdat
men deze leergebieden ook terugvindt in het aanbod van bvb. de lagere school. Men dient hierbij wel
niet te vergeten dat basiscompetenties, net zoals eindtermen, een resultaatsverplichting inhouden.
Dat was vroeger niet het geval bij de ontwikkelingsdoelen voor dit leergebied, dan ging het nog om
een inspanningsverplichting.

Het uitgangspunt voor het formuleren van doelen is dat ze voldoen aan de vereisten van
communicatief taalgebruik. Hoofddoel is dat cursisten taal leren gebruiken in diverse
communicatiesituaties en daarbij de juiste attitudes hanteren. Om de basiscompetenties van alfa NT2
te omschrijven is dan ook gekozen voor een beschrijvingsmodel dat uitgaat van dit principe.

Dit beschrijvingssysteem heeft zijn degelijkheid al bewezen bij het formuleren van de doelen
Nederlands in het regulier onderwijs en in het Onderwijs Sociale Promotie.
                                                                    15
Het door de werkgroep gehanteerde beschrijvingsmodel is analytisch. Dit betekent dat een aantal
talige communicatieve vaardigheden los van elkaar worden beschreven. Dat kan verwondering
wekken, aangezien reële communicatiesituaties meestal een mix van taalvaardigheden bevatten. Wil
men echter de doelgerichtheid van de opleiding waarborgen, dan moet men de verschillende
componenten kunnen onderscheiden, trainen en evalueren.
Uiteraard worden de vaardigheden op meso – vlak (onderwijsinstelling) zoveel mogelijk geïntegreerd
aangeboden.

De basiscompetenties zijn gegroepeerd op basis van 4 vaardigheidsdomeinen : spreken, schrijven,
luisteren en lezen. De eerste twee zijn de zogenaamde productieve vaardigheden, de laatste twee zijn
de zogenaamde receptieve vaardigheden.

In elke basiscompetentie vindt men zes deelaspecten of bouwstenen terug met name de taaltaak, de
tekst, het publiek, het verwerkingsniveau, de tekstkenmerken en de context. Deze bouwstenen

10
   Brussel, juli 2001, maart 2003 verbeterde versie: http://www.ond.vlaanderen.be/dvo/volwassenen/index.htm
11
   Common European Framework of Reference for Languages: learning, teaching, assessment, Council of Europe,
http://www.coe.int/T/E/Cultural Cooperation/education/Languages/
12
   Zie website Dienst voor onderwijsontwikkeling:
http://www.ond.vlaanderen.be/dvo/volwassenen/inhouden/sosp/NT2/latijnsschrift/indexlatijnsschrift.htm
13
   BOHNENN, E. e.a., Laaggeletterd in de Lage Landen-Hoge Prioriteit voor beleid, Nederlandse Taalunie, Den Haag, 2004.
14
   Organisation for Economic Co-operation and Development, Paris, the Minister of Industry, Canada, 2000.
15
   we verwijzen naar de formulering van het beschrijvingskader van de Opleidingsprofielen Moderne Talen van de Dienst Voor
Onderwijsontwikkeling (DVO)



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                  13
beschrijven wat een taalgebruiker moet kunnen. Ze dienen ook als parameters om de graad van
moeilijkheid van een taaltaak te vatten. De vaardigheid tot communiceren staat centraal maar om het
einddoel te realiseren kan de taalleerder een beroep doen op een aantal ondersteunende elementen,
met name kennis, leer- en communicatiestrategieën , taalbeschouwing en attitudes. Ook deze
gegevens worden geëxpliciteerd.

Op het eerste gezicht kunnen de voorliggende doelen de indruk wekken vrij algemeen, zo niet vaag te
zijn. Nochtans garandeert juist de combinatie van bouwstenen een genuanceerd beeld van wat men
van een taalgebruiker op een gegeven beheersingsniveau verwacht. Uiteraard moeten deze
vastgelegde doelen door de aanbieders verder in specifieke leerdoelen worden omgezet. In dit
leerplan zijn dus ook moduleoverzichten opgenomen. Daarin worden ook concretiseringen en
voorbeelden vermeld. Indien gewenst kan men die gebruiken om concrete lesdoelen te formuleren
voor de alfaklas.

2.1.3.2. Bouwstenen van de basiscompetenties

Taaltaak
Van een taalgebruiker wordt verwacht dat hij talig kan functioneren binnen bepaalde communicatieve
situaties die voor hem relevant zijn. Met taaltaak bedoelen we datgene wat een taalgebruiker doet met
taal. De kern van een taaltaak is derhalve een operationeel werkwoord bijvoorbeeld gegevens
noteren, informatie vragen, een instructie formuleren.

Tekst en tekstcluster
Tekst is elke boodschap die door de taalgebruiker productief (in geval van spreken en schrijven) of
receptief (in geval van lezen en luistern) verwerkt wordt. Het begrip tekst verwijst dus zowel naar
geschreven als gesproken boodschappen.

Teksten kunnen op grond van inhoudelijke verwantschap worden gegroepeerd tot tekstclusters. We
kunnen vijf types onderscheiden : informatieve, prescriptieve, narratieve, persuasieve en artistieke
teksten. Deze tekstclusters worden gedefinieerd op basis van hun meest dominante kenmerk.

       informatieve teksten mikken op het overbrengen van informatie bv. formulier, schema,
        uitnodiging, afspraak, mededeling, voorstel, verslag, mening, brief

       prescriptieve teksten willen het gedrag van de ontvanger rechtstreeks sturen bv. een
        handleiding, een instructie, opdracht

       narratieve teksten leggen de klemtoon op het verhalend weergeven van gebeurtenissen bv.
        de beschrijving van een gebeurtenis of een ervaring, een verhaal

       persuasieve teksten proberen de ontvanger van iets te overtuigen bv. reclameboodschap,
        advies,oproep,verzoek

       artistieke teksten bevatten een esthetische component bv. een roman, een chanson. Deze
        laatste tekstsoort is niet opgenomen in het leergebied alfa NT2.

De groepering van teksten in tekstclusters heeft voordelen. In een basiscompetentie kan je aangeven
dat een bepaalde opsomming van teksten niet dwingend is of exhaustief; er is wel een inhoudelijke
verwantschap tussen de genoemde teksten. De teksten die opgesomd worden , moeten dus als
prototypische teksten voor een bepaald niveau geïnterpreteerd worden.

Publiek
Bij de omschrijving van een basiscompetentie geeft men aan voor wie een bepaalde tekst bedoeld is.
Het publiek is mede een parameter voor de complexiteit van een taaltaak : naargelang de
taalgebruiker bijvoorbeeld iets opschrijft voor bekenden of onbekenden zijn de eisen van correctheid,
vorm enz. verschillend.
Men onderscheidt drie types publiek, met name de taalgebruiker zelf, de bekende en de onbekende
taalgebruiker.
Een bekende taalgebruiker is een persoon met wie men geregeld communiceert bijvoorbeeld een
familielid, een vriend, de juf van je kind, een collega op het werk.



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                14
Een onbekende taalgebruiker is en persoon die men niet of nauwelijks kent bijvoorbeeld de
loketbediende in het station, de ambtenaar van het gemeentehuis.

Verwerkingswijze
De verwerkingswijze is de mate waarin een taalgebruiker een te produceren of te ontvangen tekst
beheerst. De verwerkingswijzen zijn gesitueerd op een continuüm gaande van eenvoudig naar
complex.

    1. De kopiërende wijze (KW) is het laagste verwerkingsniveau. De taalgebruiker beperkt zich tot
       het letterlijk nazeggen of overschrijven van een tekst. Dit niveau zal voorkomen in de fase van
       de alfabetisering.

    2. De beschrijvende wijze (BW) houdt in dat de taalgebruiker de aangeleverde informatie in zich
       opneemt zoals ze wordt aangeboden of de informatie weergeeft zoals ze zich bij hem heeft
       aangediend. In de informatie wordt geen transformatie aangebracht.

    3. De structurerende wijze (SW) houdt in dat de taalgebruiker een actieve inbreng heeft in de
       wijze waarop hij de aangeboden informatie in zich opneemt of zelf informatie presenteert.
       Naargelang zijn luister- of leesdoel selecteert hij bepaalde elementen uit een geheel, brengt
       hij een nieuwe ordening aan of geeft het geheel in verkorte vorm weer. Naargelang zijn
       spreek- of schrijfdoel zal hij aan zijn tekst een persoonlijke ordening meegeven.

    4. In de evaluerende wijze (EW) confronteert de taalgebruiker de aangeboden informatie met
       een andere bron die hetzelfde onderwerp behandelt of met zijn eigen kennis van de wereld.
       Zo formuleert hij een standpunt dat hij met argumenten onderbouwt of vormt hij zich een
       gefundeerde mening over een aangeboden tekst. Dit verwerkingsniveau komt niet in Alfa NT2
       voor.

Tekstkenmerken
De teksten die de taalgebruiker aangeboden krijgt of zelf produceert vertonen intrinsieke kenmerken.
De tekstkenmerken gaan over inhoudelijke kenmerken (de onderwerpen), formele kenmerken
(tekstsamenhang, zinsstructuur), taalgebruik (woordenschat) en vormgeving (visuele ondersteuning
en lay-out).

Context
Elke taaltaak is ingebed in een concrete taalgebruiksituatie met andere woorden in een context. De
cursist heeft op het basisniveau vooreerst behoefte aan een brede waaier van relevante contexten die
inspelen op wat de taalgebruiker nodig heeft . Ook contexten afgeleid van individuele behoeften van
de cursisten krijgen hun plaats.


2.1.3.3 Ondersteunende elementen

Taalvaardigheiddoelen (productdoelen) verwijzen naar wat een cursist moet kunnen. Binnen Alfa NT2
zijn dit dus de basiscompetenties die dus door de cursisten moeten worden bereikt, vermits er een
resultaatsverplichting aan vast hangt. De ondersteunende elementen (procesdoelen) geven aan wat
een taalgebruiker aan kennis en strategieën moet verwerven om de taalvaardigheiddoelen te
realiseren. Beide (productdoelen en procesdoelen) zijn van elkaar te onderscheiden maar niet te
scheiden.

Toch blijven deze procesdoelen in de basiseducatie wegens de specificiteit van de doelgroep een
optioneel hulpmiddel. Dit wordt aangegeven door de term 'desgewenst'. De taalleerder doet een
beroep op deze procesdoelen als hij dit kan. De lesgever moet nagaan wanneer en voor welke
cursisten het expliciteren van de ondersteunende elementen zinvol is. Men kan hier dus uit afleiden
dat deze ondersteunende elementen zelfs geen inspanningsverplichting inhouden, ze hebben een
puur optioneel karakter binnen dit leergebied.

Kennis
Kennis heeft betrekking op woordenschat en grammatica, spelling en interpunctie, uitspraak en
intonatie, taalregister, socio – culturele elementen en taalreflectie.



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                15
Van al deze elementen heeft de werkgroep geen opsommende lijst gegeven. Immers in
communicatief taalonderwijs is de beheersing van de ondersteunende elementen een
hulpmiddel en geen doel op zich. Deze werkwijze heeft consequenties : de formulering in het
geraadpleegde opleidingsprofiel blijft algemeen en biedt weinig houvast aan de educatieve
medewerkers. In het leerplan worden enkele handvatten (zie concretisering in moduleoverzichten)
aangereikt en wordt aangegeven op welke manier de einddoelen kunnen nagestreefd worden.


Strategieën
In het beschrijvingskader worden twee soorten onderscheiden namelijk leerstrategieën en
communicatiestrategieën.

Leerstrategieën betreffen het leren in brede zin en het reflecteren over het eigen leren.

Communicatiestrategieën hebben betrekking op het sturen van de taaltaak. Ze stellen de cursist in
staat om de communicatie tot stand te brengen, te onderhouden, recht te zetten of om een taaldeficit
te compenseren (de zogenaamde compenserende strategieën).


2.1.3.4 Attitudes

Bij de uitvoering van de taaltaak zijn bepaalde attitudes onmisbaar. De opleiding moet de cursisten de
kans bieden om deze attitudes te oefenen en te ontwikkelen. Voorbeelden zijn spreekdurf, zich
inleven in de tekst, openstaan voor suggesties ten aanzien van het eigen taalgebruik, bereidheid tot
gebruik van het geleerde, kritische ingesteldheid.

2.1.3.5. Sleutelcompetenties

Om het plaatje van de parameters volledig te maken worden deze elementen hier nog even
vernoemd. In de moduleoverzichten en in een speciaal aan hen gewijd hoofdstuk (6) verdienen ze
terecht onze aandacht. Zoals zo vaak herhaald maken de sleutelcompetenties de ‘eigenheid’ uit van
de basiseducatie.

2.1.4. Specifieke kenmerken van het alfatraject.
In dit deel willen we aandacht vragen voor enkele typische aspecten van het alfatraject: de aandacht
voor lees – en schrijfvoorwaarden en de technische lees – en schrijfmodules 5 en 12.
Tenslotte willen we ook even vooruitblikken op de flexibilisering van het huidige opleidingsprofiel met
een aantal voorstellen tot wijziging van het traject, op basis van een bevraging van de centra
basiseducatie in het najaar van 2007.

                                                                      16
2.1.4.1. Aandacht voor lees – en schrijfvoorwaarden
                                                                                           e
Het proces van aanvankelijk lezen en schrijven bij kinderen start in het 1 leerjaar niet vanaf een
nulpunt. Van jongs af aan en doorheen de kleuterschool worden de basisvaardigheden en –
voorwaarden voor dit proces verworven. Het gaat daarbij zowel om meer “technische” voorwaarden,
zoals nauwkeurige visuele en auditieve waarneming, maar ook om meer algemene vaardigheden en
attitudes zoals leren omgaan met schriftelijk materiaal en de functie van geschreven boodschappen :
kinderen leren bv om ’s morgens hun aanwezigheid in de klas te symboliseren door hun kaartje om te
draaien op de aanwezigheidskalender, leren werken met een dag- en weekkalender enz… Al vanaf de
peutertijd zijn boekjes en allerlei schriftelijke ‘boodschappen’ in de omgeving van het kind
voorhanden; daarnaast verwerven kleuters fijne motoriek door scheuren, knippen en tekenen…

Volwassen anderstalige cursisten die nooit of nauwelijks hebben school gelopen , hebben deze
vaardigheden niet op een systematische manier kunnen verwerven. Die zijn nochtans onmisbaar om
met succes te leren lezen en schrijven.


16
     Bron: Curriculum Schoolrijpheid deel 2A ‘ Auditieve training’, H.M.Th. In den Kleef (Malmberg, Den Bosch 1974)



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                               16
In de startmodule voor alfa kan aan deze voorwaarden gewerkt worden; maar het is niet realistisch om
een echt ‘preschool’ traject in te lassen in de leerweg voor volwassen cursisten, die immers zo snel
mogelijk moeten kunnen functioneren in de maatschappelijke context. De ‘voorwaarden’ zullen dus
grotendeels in het alfatraject verweven zijn.

Het blijft echter noodzakelijk dat de educatieven zich bewust zijn van het belang van deze lees- en
schrijfvoorwaarden en van het feit dat deze vaardigheden, voor ons zo evident, bij de “echte”
analfabeten compleet ontbreken.


Technische voorwaarden voor lezen en schrijven :
auditieve, visuele en motorische vaardigheden, nodig bij het proces van aanvankelijk lezen en
schrijven


1. auditieve vaardigheden :

  auditieve identificatie:
    herkennen van een klank of van een woord in een reeks;
    identificatie van de klank of het woord tov andere klanken / woorden ;
    vb. ‘Tik als je ‘ oe’ hoor’t; ‘Tik als je het woord ‘naam’ hoort.’

   auditieve discriminatie :
     het onderscheiden van de ene klank / van het
    ene woord ten opzichte van de andere; ‘Hoor je ‘ie’ of ‘ee’ ?”
    Bij anderstalige beginnende lezers kan het auditieve aspect nooit teveel aandacht krijgen.
     Wanneer men de klanken niet correct ‘waarneemt’, wordt een correcte
     klank/tekenkoppeling moeilijk. Vooral bepaalde middenklanken leveren hier problemen op.
     Klanken die moeilijk onderscheiden worden zijn bv. de ‘e’ en de ‘a’ ( bel/bal), de ‘uu’ en de
     ‘oe’ ( (buur/ boer), de ‘i’, ‘ie’, ‘ee’, en ‘ij’. Dit komt onder andere doordat in de eigen taal van de
     cursist sommige Nederlandse klanken ofwel niet bestaan ofwel geen betekenisonderscheid
     dragen.
     Bij auditieve training vertrekt men van het leren horen van grote verschillen tussen klanken
     zoals tussen /aa/ en /ie/ . Het leren onderscheiden van kleine verschillen zoals bij oo /oe/ uu
     komt pas later aan bod. Hiervoor dient men de klanken te situeren op de klankendriehoek,
     voor de opbouw in auditieve oefeningen.

      auditieve analyse :
       een woord analyseren in zijn samenstellende fonemen
       bv. “Welke klanken hoor je in het woord ‘ b – ee – n ? “


   auditieve synthese :
    verschillende opeenvolgende fonemen
    samenvoegen tot een woord, bv. “ Ik zeg :‘ r–aa–m ‘: welk woord hoor je ?”

    temporele ordening en klankpositie bepalen :
     “ Wat hoor je eerst / op het einde / van dit woord ? “
     Klankpositie bepalen : Waar hoor je ‘r’ ? Vooraan ?
     Achteraan ? In het midden ?

    auditief geheugen : reeksen klanken / woorden / een zin
     vasthouden in het geheugen en nazeggen.



2. visuele vaardigheden :

    visuele identificatie en discriminatie :
     een letter( of cluster van letters)



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   17
      herkennen. vb. zoek de ‘sch’ van ‘school’; zoek het woord ‘ Adres’;
         zoek ‘ oe’ en omcirkel.
        . visuele analyse : een woord analyseren in zijn samenstellende tekens.
        . visuele synthese : de verschillende tekens samenvoegen tot een woord.
        . spatiële ordening en letterpositie bepalen : welke letter zie je eerst ?
        In het midden ? Achteraan ?
      . visueel geheugen : bv bij visueel dictee : reeksen van tekens correct kunnen
         onthouden


3 schrijfvoorwaarden :
Schrijfrichting, schrijfmotoriek, schrijfhouding, pengreep…
De cursist moet de juiste schrijfhouding verwerven, leren in welke richting er geschreven wordt ( niet
vanzelfsprekend voor mensen die notie hebben van een ander alfabet); de correcte pengreep moet
een soepel bewegen van pen op papier toelaten en de fijne motoriek en oog/hand coördinatie dienen
voldoende ontwikkeld te zijn.


Overkoepelende voorwaarden


Naast deze meer technische voorwaarden zijn er nog ‘overkoepelende zaken, zoals :
taalvaardigheid, geheugen, oriëntatie in tijd en ruimte, …
Daarnaast zijn er nog voorwaarden die eerder horen bij de ‘rekenvoorwaarden’ in ruime zin (
getalbegrip, getalvolgorde, rekentaal,…).

4. mondelinge taalvaardigheid :
In het proces van aanvankelijk lezen en schrijven wordt er frequent gebruikt gemaakt van specifieke
instructies en begrippen zoals : eerste, laatste,
begin, midden, einde, vooraan, achteraan, omcirkel, kruis aan, onderlijn, …
De anderstalige cursist dient deze termen te verwerven. Voor een beginnende analfabeet is dit niet
vanzelfsprekend, aangezien de eerste woorden en uitdrukkingen doorgaans te maken hebben met de
onmiddellijke noden van de cursist ( winkel, dokter, …) en niet meteen met dgl abstracte begrippen.

Daarnaast komt er in dit proces ook veel metataal aan bod zoals : letter, klank, zin, woord,tekst,
titel,….

5. studievaardigheden en leerstrategieën ( zie 3.5.)
Omdat lezen steeds een proces is van betekenis geven, moet de lezer, ook de beginnende lezer, al
zijn ‘bagage’, zijn kennis van de wereld, zijn strategieën, inzetten om de boodschap te kunnen
begrijpen en te beoordelen.
De educatieve dient hem hierbij op weg te helpen.

 Vandaar het belang om in de les ook bij aanvankelijk technisch lezen ook meteen het begrijpend
  lezen in te brengen, zelfs op het beginnerniveau.


 zoveel mogelijk de ‘kennis van de wereld ‘ op te roepen; cursisten ook leren om deze kennis actief
 in te zetten door vraagstelling,

 voldoende ondersteuning door illustraties en authentiek materiaal : de cursisten (her)kennen
  veel van deze authentieke materialen ( kassaticket, oproep van VDAB, opschriften, brief van de
  school,….. omdat ze er in hun dagelijks leven mee geconfronteerd worden).

Lees- en schrijfvoorwaarden : consequenties voor de lespraktijk


Ook een anderstalige analfabeet vertrekt niet van ‘nul’ bij het leren lezen en schrijven.
De cursist beschikt doorgaans over een ‘kennis van de wereld’, aangezien hij als volwassene op zijn
eigen manier functioneert in onze maatschappij. Hij kent en herkent heel wat schriftelijke materialen


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                 18
en heeft eigen strategieën ontwikkeld om daarmee om te gaan..
Daarnaast is hij ook bekend met de functie van lezen en schrijven.
Tot zover de positieve kant van de balans.

De ondersteunende auditieve, visuele en motorische vaardigheden heeft de analfabete cursist
echter niet verworven. Daar moet dus aan gewerkt worden in het leertraject. Expliciet. De educatieve
mag niet veronderstellen dat deze deelvaardigheden, voor ons zo evident, bij de cursist aanwezig zijn.
Naar lespraktijk toe houdt dit in : de schriftelijke taaltaken herbekijken op de voorwaarden en
deelvaardigheden die daarin verondersteld worden. Expliciet en stapsgewijs werken aan de
deelvaardigheden die nodig zijn om de taaltaak tot een goed einde te brengen. Dit betekent ook :
afstand nemen van ons eigen ( geschoold, gealfabetiseerd) perspectief en zich kunnen inleven in de
denkwereld van de alfa cursist. Heel systematisch de nodige vaardigheden inbouwen in de lessen.
Doelen expliciteren, deelstappen ontwikkelen, werken aan visuele, auditieve en motorische
vaardigheden en heldere structuren inbouwen : onmisbaar in de alfa klas.

2.1.4.2. De technische lees – en schrijfmodules Alfa NT2 Breakthrough module 5 en Waystage
         module 12.

Module 5 en module 12 in relatie tot de andere modules

Module 5 en 12 hebben een ondersteunende functie ten overstaan van alle andere modules. De
inhouden van deze ‘technische’ modules staan niet los van de lees- en schrijfvoorwaarden van de
mondelinge modules noch van de functionele doelen uit de schriftelijke modules.
Over de grens tussen de technische modules 5 en 12 is men binnen basiseducatie zeker nog lang niet
uitgepraat. Algemeen neemt men wel aan dat module 5 eerder gaat over ‘aanvankelijk lezen’, het
verwerven van inzicht in het alfabetisch principe, terwijl module 12 eerder het ‘begrijpend lezen’
benadrukt. Sommigen zien module 12 nog ruimer, dan beschouwen zij ‘voortgezet lezen’ als
hoofddoel voor deze module. Dit werd ondermeer besloten op de derde Rondetafelconferentie voor
                                 17
NT2 (Brussel, december 2008)
Er zijn waarschijnlijk heel wat gelijkenissen tussen het leer - leesproces van kinderen en (anderstalige
) volwassen. We kunnen heel wat expertise halen uit het reguliere onderwijs. Er is nog steeds weinig
onderzoek naar het leerproces van analfabete anderstalige volwassenen. Maar we zullen steeds
rekening moeten houden met volgende feiten :
      We werken met volwassenen
      We werken met anderstaligen
      We werken met groepen volwassenen met een verschillende voorkennis
      We werken met volwassenen zonder of met beperkte schoolervaringen.


We zouden hier een warm pleidooi willen houden voor een overleg tussen de aanbodverstrekkers van
het alfaspoor in de BE, zodat men gemakkelijker afspraken kan maken over “wat nu thuishoort in
module 5 en wat in module 12”. Een belangrijk referentie – en ijkinginstrument kan het Nederlandse
Raamwerk Alfabetisering NT2 zijn.

Het loont daarom de moeite om over het ‘muurtje’’ te kijken naar bvb. Nederland waar men , binnen
                    18
de Portfolio ANT2 , een Raamwerk Alfabetisering NT2 heeft ontwikkeld: een beschrijving van
schriftelijke vaardigheden, zowel op functioneel als op technisch vlak. Net zoals bij ons in Vlaanderen
ervaren onze noorderburen de nood aan ijkpunten om vorderingen in het leerproces van alfacursisten
te meten. In die zin is het Raamwerk dus een bewerking van het Europees Referentie Kader (ERK) of
Common European Framework of Reference for Languages .

In onderstaand schema heeft men de globale kenmerken van deze drie alfaniveaus ondergebracht.

    Kenmerken                             Alfa A                         Alfa B                       Alfa C
Complexiteit                      Leest en schrijft de           Leest en schrijft            Leest en schrijft alle
woorden                           aangeleerde                    aangeleerde                  woorden behalve dan
                                  globaalwoorden, mkm            globaalwoorden, alle         lange en inhoudelijk

R
 Raadpleeg hiervoor: http://www.ond.vlaanderen.be/nieuws/2008p/files/1215-NT2-platformtekst.pdf
18
     “Portfolio Alfabetisering NT2, Willemijn Stockman / Kaatje Daalderop, Cito Arnhem 2005



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                19
                                  – woordjes,                     korte woorden en                 onbekende woorden
                                  klankzuivere woorden            langere bekende
                                  en woorden met                  woorden met alle
                                  tweetekenplanken                tekencombinaties.
                                                                  Deze woorden
                                                                  bevatten
                                                                  medeklinkerclusters en
                                                                  morfologische
                                                                  toevoegingen

Zelfstandigheid                   Alle lees – en                  Bekende of geleerde              Nieuwe taken worden
                                  schriftaken gebeuren            taken worden                     zelfstandig uitgevoerd,
                                  via begeleiding en/of           zelfstandig uitgevoerd           transfer is mogelijk
                                  voorbeelden                                                      naar zaken in andere
                                                                                                   contexten aangeleerd

Vloeiendheid                      Schrijft letter voor letter     Spelt en schrijft in             Analyseert en
                                  en leest spellend               clusters                         synthetiseert in stilte,
                                                                                                   alleen lange
                                                                                                   onbekende woorden
                                                                                                   kunnen problemen
                                                                                                   opleveren. Herkent
                                                                                                   bekende woorden
                                                                                                   direct en schrijft
                                                                                                   woorden als geheel op

Tekstkenmerken                    Zeer kort en met                Speciaal uitgezochte             Korte en eenvoudige
                                  bekende inhoud                  teksten, kort en over            teksten over concrete
                                  Duidelijk lettertype en         bekende onderwerpen.             en vertrouwde
                                  met veel wit in de tekst        Concrete en bekende              alledaagse situaties.
                                  Hoofdletters en                 woorden.                         Hoogfrequente
                                  leestekens komen                Variërende lettertypes.          woorden en korte,
                                  voor, maar ze zijn niet         Handschrift wordt                eenvoudige zinnen.
                                  relevant voor begrip            herkend                          Visuele ondersteuning.
                                                                                                   Duidelijk lettertype.
                                                                                                   Hoofdletters, punten en
                                                                                                   komma’s vormen een
                                                                                                   bron van informatie


De manier waarop het alfabetiseringsproces doorlopen wordt, is voor elke cursist verschillend.
Daarom doet men er goed aan om hiermee rekening te houden in de didactiek. Ook het kiezen voor
een structuurmethode ( cf. 7/43) of een globaalmethode ( cf. Malmberg Alfa Leerlijn) hangt hier nauw
                                                                  19
mee samen. We hernemen het standpunt van de alfa visietekst van 2002: géén enkele methode is
alleenzaligmakend. Een evenwichtige mix van functioneel/technisch en structuur/globaalmethode
garandeert beter dat je inspeelt op de verschillende leerstijlen van de cursisten: wat voor de één
werkt, werkt voor de andere niet; wat voor de ene het ideale moment is om iets op te nemen, is dit
voor de andere niet.
De vraag wanneer de module moet aangeboden worden in het traject, kan dus niet vastgelegd
worden.
Zoals we al eerder aanstipten mag men de leerwens en de leercapaciteit van de cursist niet uit het
oog verliezen. Als de cursist geen behoefte heeft om het technische lezen en schrijven te leren, dan is
het niet zinvol om dit na te streven. Toch kan men de maatschappelijke redzaamheid van de cursist
verhogen door hem of haar te trainen in het uitvoeren van functionele lees- en schrijftaken zonder het
volledig beheersen van de klank – letterkoppeling maar met behulp van compenserende strategieën.
Zo kan men een cursist leren belangrijke post te onderscheiden, de afzender en het doel van een brief
te achterhalen, eigen persoonsgegevens in te vullen op een formulier enzovoort. Andere cursisten


19
     Visie basiseducatie: Alfabetisering in het Nederlands als tweede taal- VOCB, Mechelen, 2002



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                   20
hebben wel degelijk behoefte en ook de cognitieve mogelijkheden om zelfstandige lezers te worden.
Ook dat moet dus in ons aanbod voorzien worden.

Er is niet één maatstaf voor dé alfa cursist. De lat moet niet even hoog liggen voor elke individuele
cursist. Cursisten kunnen de functionele modules doorlopen zonder dat ze de doelstellingen van
module 5 volledig beheersen. Op die manier vermijd je dat cursisten vastlopen in het traject omdat ze
de klank –letterkoppeling niet onder de knie krijgen. Het voorliggende traject met de
nevenschakelende functie van de modules 5 en 12 laat dit ook toe en dat is een sterk punt.

A. Module 5

We verwijzen hier even naar het moduleoverzicht van module 5 met de leerinhouden op gebied van
technisch lezen en schrijven op pp. 117 – 123. De lees- en schrijfvoorwaarden uit het schema van
module 5 komen reeds grotendeels aan bod in de mondelinge modules maar zullen ongetwijfeld nog
doorlopen in niveau 1.2 Waystage en dus ook in module 12. Het schema koppelt ook het technische
aan het functionele. Bijvoorbeeld het kunnen noteren van een telefoonnummer of een tijdstip voor een
afspraak of het invullen van een formulier zijn functionele taken die buiten de module 5 en ervoor of
erna in module 12 kunnen aangeboden en ingeoefend worden.

Dit schema toont de einddoelen van module 5:

                                  Leesvaardigheid                    Schrijfvaardigheid

Algemeen doel:                     de nodige informatie               zelfstandig schrijven van
                                     kunnen halen uit                   gekende, klankzuivere
                                     eenvoudige teksten in              woorden en korte,
                                     veel voorkomende                   eenvoudige zinnen met
                                     situaties uit het dagelijks        bekende, voorspelbare
                                     leven, daarbij gebruik             inhoud
                                     makend van de nodige
                                     kennis van de wereld

Subdoelen                          – overweg kunnen met               – kunnen noteren van een
                                     hoofdletters en                    telefoonnummer
                                     leestekens                       – kunnen noteren van een
                                   – het kunnen lezen van               tijdstip voor een
                                     bekende                            afspraak
                                     meerlettergrepige en             – alle letters zelfstandig
                                     samengestelde woorden              kunnen schrijven
                                   (hoewel dit ook in module          – schrijfhandelingen in het
                                     12 kan worden                      dagelijks leven
                                     verdergezet)                       (bv. kattebelletjes) aan
                                                                        de hand van een model
                                                                      – beginnend gebruik van
                                                                        schrijven in de
                                                                        onderwijssituatie als
                                                                        -ondersteuning bij de
                                                                        andere vaardigheden
                                                                      - een eenvoudige
                                                                        boodschap op een
                                                                        kaartje of een
                                                                        eenvoudige reactie op
                                                                        post aan de hand van
                                                                        een model

Technisch lezen en schrijven       woorden waarvan de                 woorden waarvan de


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             21
(klank – letterkoppeling)           betekenis bekend is,         betekenis bekend is,
                                    kunnen lezen (bekende,       kunnen lezen (bekende,
                                    korte klankzuivere           korte klankzuivere
                                    woorden of bekende           woorden of bekende
                                    globaalwoorden) kunnen       globaalwoorden) kunnen
                                    lezen (ook met               schrijven
                                    tweelettertekens en
                                    ‘sjwa’)                    korte zinnen met deze
                                                                 woorden kunnen
                                  korte zinnen met deze          schrijven
                                    woorden

                                  korte teksten, vertrouwde
                                    inhoud, nog veel visuele
                                    ondersteuning


Situaties en tekstsoorten            • beginnend gebruik       – kort briefje of kaartje
                                       van lezen in de         – gebruik van schrijven in
                                       onderwijssituatie als     de onderwijssituatie als
                                       ondersteuning van de      ondersteuning bij de
                                       andere vaardigheden       andere vaardigheden
                                       (bv. verbinden van        (bv. om beter te
                                       een woord met een         onthouden, zichtbaar
                                       foto of tekening)         maken van het
                                  Naar:                          geleerde)
                                  – alledaagse situaties met
                                    volgende tekstsoorten:
                                    • eenvoudige
                                       mededeling
                                    • eenvoudig formulier
                                    • veel voorkomende
                                       verkeersborden
                                    • naamborden en
                                       opschriften
                                    • rekeningen, kastickets
                                    • kalender, agenda,
                                       uurrooster
                                    • eenvoudige
                                       authentieke teksten

Tekstkenmerken                    geselecteerde, speciaal      teksten bestaande uit
                                    samengestelde teksten        losse bekende woorden
                                    of eenvoudige                of korte zinnen
                                    authentieke teksten, met   – er worden nog veel
                                    veel illustraties            spelfouten gemaakt, er
                                  – eenvoudige structuur         wordt nog fonetisch
                                    (hoofdzin met maximaal       geschreven
                                    één bijzin)                Naar:
                                  – vooral gedrukte teksten,   – er worden schrijffouten
                                    maar ook beperkt             gemaakt maar voor het
                                    handgeschreven teksten       verbeteren wordt hulp
                                  – bekende woorden              gevraagd


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                     22
                                     kunnen vlot gelezen             – eenvoudige
                                     worden, nieuw te lezen            woordenschat
                                     woorden nog aan een             – weinig variatie in de stijl
                                     laag tempo gelezen

Condities t.a.v. het onderwijs     – veel aandacht aan de            – sterk gestuurde en op
                                     introductie van een               reproductie gerichte
                                     tekst: onderwerp                  methodieken
                                     schetsen, voorkennis en         – veelvuldig gebruik van
                                     achtergrondkennis                 ondersteunend
                                     oproepen                          beeldmateriaal
                                   – gevarieerde vormen van          – vaak voorschrijven bij
                                     lezen aanbieden:                  het oefenen van
                                      • hardop lezen om                lettervormen
                                        uitspraak en begrip te
                                        controleren
                                      • tempoverhogend
                                        lezen om de
                                        leestechniek te
                                        oefenen
                                      • globaal radend lezen
                                        (bv. bij authentieke
                                        teksten)
                                      • informatief lezen (om
                                        functionaliteit te
                                        benadrukken)
                                      • ontspannend lezen

Studievaardigheden                 – toetsen van tekstbegrip:        – het schrift kunnen
                                     kunnen omgaan met                 gebruiken ter
                                     vraag- en                         ondersteuning (bv. om
                                     opdrachtvormen,                   te onthouden, om info te
                                     meerkeuze, open                   geven, vragen)
                                     vragen
                                   – instructietaal: hoe
                                     formuleer je een
                                     opdracht
                                   – kritisch kunnen lezen,
                                     bv. klopt het wat er in de
                                     tekst staat (juist/fout)

Attitudes                          combinatie van visuele,           combineren van visuele,
                                     auditieve en motorische           auditieve en motorische
                                     activiteit bij het                vaardigheden bij het
                                     analyseren en                     analyseren en
                                     synthetiseren                     synthetiseren



Er is niet één ideaal moment om module 5 aan te bieden. Vast staat wel dat de alfacursisten eerst
enige mondelinge taalbagage moeten bezitten vooraleer zij met technisch lezen en schrijven
beginnen. In de praktijk gebeurt dit zeker na de startmodule en meestal nog na module 1.
Ten eerste zijn en blijven de onderwijskundige opvattingen over de vraag ‘moet technisch lezen en
schrijven voorafgaan aan functioneel lezen en schrijven?’ uiteenlopend. De ene vindt dat het



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                              23
doorgronden van de klank - letterkoppeling zo vroeg mogelijk in het leerproces moet komen omdat dit
het aanleren van de functionele (schriftelijke, maar ook mondelinge) vaardigheden vergemakkelijkt.
Een argument dat tegenstanders van deze visie vaak aanhalen is dat het moeilijk is om cursisten de
klank - letterkoppeling aan te leren op basis van woorden waarvan ze de betekenis niet vatten (want
hun woordenschat is nog te beperkt). De andere visie is dus dat men beter eerst een stevige focus
legt op luisteren en spreken om daarna in te gaan op de klank - letterkoppeling. In het voorliggend alfa
traject zal dus het tijdstip waarop module 5 wordt aangeboden nauw samenhangen met de visie die
het centrum hieromtrent onderschrijft.
Maar er is méér. Het tijdstip waarop een cursist meest ‘vatbaar’ is voor het ‘kraken’ van de code (de
klank - letterkoppeling) is voor elke cursist anders. Het proces dat de ene cursist moet doorlopen om
het systeem te kraken zal langer of korter duren dan het proces van de andere cursist.

Veel hangt ook af van de leermogelijkheden en – vragen van de cursisten.
De ervaring leert ons dat heel wat alfacursisten nooit tot zelfstandig lezen en schrijven zullen komen.
Deze cursisten zullen eerder behoefte hebben aan de mondelinge modules op 1.1. en 1.2. – niveau.
Ze zullen slechts op een heel elementair niveau korte, eenvoudige en heel frequent voorkomende
schriftelijke teksten kunnen herkennen en interpreteren.
Aan de andere kant weten we ook dat heel wat cursisten – denken we maar aan de vele jonge en
snelle inburgeraars – de techniek van klank – letterkoppeling wél onder de knie krijgen. In de
Waystage – modules treft men veel cursisten aan met de expliciete vraag naar zelfstandig kunnen
lezen en schrijven.

Module 5 kan vroeger of later in het traject gepland worden, al dan niet parallel met andere modules.
Voor andersalfabeten kan het interessant zijn om module 5 intensief aan te bieden terwijl het voor
andere doelgroepen nuttig kan zijn om de module minder intensief dus langer te laten lopen. Daarvoor
bestaat ook het ‘speciaal’ voor deze doelgroep ontworpen opleidingsprofiel (voor de modulaire
opleiding Latijns schrift – R 1 BE AO BE 015).


B. Module 12

Hiervoor verwijzen we nog maar eens naar het Raamwerk voor Alfa NT2 uit Nederland. Alle
vaardigheden worden er zoals al eerder aangegeven beschreven op 3 niveaus: Alfa A, B en C. Na
Alfa A gaat men ervan uit dat de cursist het alfabetisch principe beheerst. Na Alfa B lezen en schrijven
de cursisten effectiever omdat men clusters en morfemen nu als één geheel kan lezen en schrijven.
En na Alfa C is het lezen en schrijven geautomatiseerd en zouden er ook geen stagnaties in het lees –
en schrijfproces mogen voorkomen.

Grosso modo kan men zeggen, zeker als men het raamwerk in detail bekijkt, dat de doelen voor eind
module 5 ergens liggen tussen het eind van alfa A en het ‘midden’ van alfa B. Daarmee willen we
zeggen: we nemen Alfa A als ‘minimaal ijkpunt’ voor de grens tussen 5 en 12 en alfa B als ‘maximale
begrenzer’. Module 12 start dan in de helft van alfa B tot eind alfa C, hoewel men wel kan vaststellen
dat men redelijk ambitieus is geweest qua einddoelen: zeker als men bedenkt dat de drie alfadelen A,
B en C gesitueerd zijn op A1 (Breakthrough) niveau! In Vlaanderen leggen wij de lat lager: volgens
ons loopt alfabetisering nog door op hoger niveau > eindniveau alfabetisering moedertaal (zie hogere
modules 51 tot 54 van NT1) de Lees – en Schrijflijn, leerlijn Spelling / Begrijpend lezen …) Met andere
woorden: volgens ons ligt het eind van alfa C bij het eind van module 54 van het leergebied NT1.
Men mag dus niet de fout maken te beweren dat een cursist op het einde van module 12 alles
zelfstandig kan lezen en schrijven.

Graag willen we hierbij ook voor alle duidelijkheid de einddoelen van niveau alfa C beschrijven, de
volledige schema’s van zowel alfa A, alfa B en alfa C vindt men in bijlage:



                                FUNCTIONEEL LEZEN

Correspondentie lezen              Begrijpt korte, eenvoudige berichten op een ansichtkaartje of
                                   memo




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                               24
                                 Kan de post selecteren en eenvoudige zendingen zelf lezen

Oriënterend / zoekend lezen      Herkent bekende namen, woorden en standaardzinnetjes in
                                 eenvoudige mededelingen in veel voorkomende situaties


Lezen om informatie op te        Kan gedachtegang volgen in eenvoudig infomateriaal en
doen                             beschrijvingen met visuele ondersteuning

                                 Leest verhaal speciaal geschreven op dit niveau

Instructies lezen                Volgt eenvoudige geschreven aanwijzingen op



                              FUNCTIONEEL SCHRIJVEN

Correspondentie                   Welke boodschappen bij welke situaties? Boodschap op kaartje
                                  schrijven, afzender vermelden en kaart adresseren

                                  Meest elementaire briefconventies

Aantekeningen, berichten ,        Formulieren met personalia invullen (ook nationaliteit en
formulieren                       burgerlijke staat), weet ook waarvoor hij moet tekenen

                                  Conventies toepassen m.b.t. doorhalen, aankruisen, omcirkelen,
                                  in vakjes schrijven, in blokletters …
                                  Korte notities in eigen agenda


Vrij schrijven                    Eenvoudige frasen of zinnetjes over zichzelf of denkbeeldige
                                  personen, over waar ze wonen of wat ze doen



                              TECHNISCH LEZEN

Letters en klanken                Klank – letterkoppeling bij alle letters.

                                  Moeilijke klinker/medeklinkercombinaties vormen geen probleem
                                  meer, maar ze kunnen nog wel spellend gelezen worden.

                                  Herkent tweetekenklanken

                                  Herkent moeilijk uit te spreken lettercombinaties

                                  Kent de principes van alfabetisch opzoeken

                                  Herkent hoofd – en kleine letters en handgeschreven letters

                                  Hoogfrequente medeklinkerclusters zijn geautomatiseerd
Woorden                           Alle geleerde en veel voorkomende woorden worden vloeiend
                                  gelezen

                                  Samengestelde, onbekende en niet – klankzuivere woorden
                                  worden soms nog geanalyseerd en gesynthetiseerd

                                  Bezit een groot repertoire frequente en bekende woorden met
                                  directe herkenning woordbeeld
Zinnen                            Leest en begrijpt langere zinnen met onbekende woorden


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            25
Teksten                           Kan een tekst lezen met een enkel onbekend woord erin, over
                                  bekende onderwerpen

                                  Kent de functie van leestekens in een tekst
Leestempo en vloeiendheid         Leest alleen bij lange zinnen en moeilijke woorden spellend

                                  Leest vloeiend, maar nog wel in een rustig tempo, wel nog
                                  problemen bij langere, onbekende woorden

                                  Analyseert en synthetiseert meestal in stilte en in clusters

                                  Herkent bekende woorden direct

Principes van geletterdheid       Leest visueel materiaal, en begrijpt dat een plattegrond een platte
                                  weergave is van een stad

                                  Kent het verschijnsel ‘legende’

                                  Kan alfabetisch gerangschikte woorden opzoeken

                                  Weet dat ongrammaticale en inhoudelijk ‘foute’ zinnen op papier
                                  kunnen staan

                               TECHNISCH SCHRIJVEN

Letters en klanken                Klank – letterkoppeling bij alle klinkers en medeklinkers

                                  Schrijft vloeiend hoogfrequente medeklinkerclusters

                                  Schrijft vloeiend morfemen met sjwa (voor – of achtervoegsels),
                                  maakt analogie in de trant van ‘brief’ > ‘briefje’

Woorden                           Schrijft de met nadruk aangeboden functionele woorden
                                  automatisch en zonder problemen

                                  Schrijft hoogfrequente woorden vanuit een woordbeeld en moet
                                  niet meer spellen

                                  Schrijft mkm – woorden automatisch en analyseert en
                                  synthetiseert in stilte (verklankt in stilte)

                                  Schrijft hoogfrequente medeklinkerclusters en open lettergrepen
                                  vlot

                                  Schrijft langere woorden met voor – of achtervoegsels
                                  automatisch
Zinnen                            Gebruikt correct meest voorkomende leestekens

                                  Schrijft begrijpelijke korte zinnen met soms eens een moeilijk
                                  woord
Teksten                           Schrijft zelfstandig een kort tekstje over eigen persoon / situatie

Schrijftempo en vloeiendheid      Schrijft korte zinnen in één keer over, bij langere woorden wordt
                                  nog eens extra gekeken

                                  Schrijft bekende, frequente woorden vanuit hun woordbeeld

                                  Schrijft in een rustig tempo, maar wel vloeiend

Principes van geletterdheid       Kan herkenbare structuur aanbrengen in cijfers, bvb. een



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                 26
(geschreven taal is een             postcode
neerslag van gesproken woord
                                    Weet dat een tekst uit zinnen bestaat

                                    Weet dat ongrammaticale zinnen en inhoudelijk ‘foute’ zinnen ook
                                    kunnen worden opgeschreven


Zoals gezegd zal men zich binnen de sector basiseducatie dringend moeten positioneren tegenover
het Raamwerk Alfabetisering Alfa NT2, wat betreft de technische en functionele schriftelijke
vaardigheden. De bewering van “Module 5 = “aanvankelijk lezen” en module 12 = “voortgezet lezen”
moet dus in Vlaanderen meer verfijnd en genuanceerd worden.

2.1.4.3. Vooruitblik op flexibilisering van het alfatraject


Hier willen we kort ingaan op enkele voorstellen (november 2007) vanuit de sector BE bij de
flexibilisering van het alfaspoor. Dit moet verder behandeld en besproken worden door de betrokken
partijen uit de basiseducatie en het volwassenenonderwijs, de inspectie en de Vlaamse overheid. Het
is gewoon bedoeld als ‘geheugensteun’ voor alle betrokkenen:


Wat men algemeen als positief ervaart en dus wil behouden:

       De startmodule
       De opsplitsing mondelinge/schriftelijke modules
       Doelen van startmodule op kopiërende wijze
       Technisch lezen en schrijven versus functioneel lezen en schrijven
       Mogelijkheid om moeilijke en tragere taalleerders (uit NT2) vanuit dit traject een aangepast
        aanbod te geven (wel te verstaan zonder dat men dit traject dan gelijk stelt met het alfatraject)


Wat men dan voorstelt:

     administratieve vereenvoudiging van het alfatraject
     voor de module 5: een verdubbeling van duur (60 X 2 = 120), een opsplitsing in 2 modules
    (module 5A en 5B) waarbij men de inhoud wil herbekijken en uitsplitsen
     geen volgorderelatie tussen startmodule en module 5
     volgorderelatie tussen de modules moet verdwijnen: “alle pijlen weg”, alleen de startmodule is
       voorwaardelijk voor elke module (behalve dus voor module 5)




2.2. Organisatie

2.2.1. Studieduur

600 lestijden voor Breakthrough (1.1.) + 360 lestijden voor Waystage (1.2.), met optioneel nog een 60
lestijden.

2.2.2. Onderwijsvorm


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                27
Basiseducatie.




2.2.3. Modules (overzicht)

   a. Voor alfa NT2 1.1. Breakthrough

        Naam module                         Code     Lestijden

NT2 Alfa -                                M BE 055       60
1.1/Breakthrough/Basis-niveau
Start

NT2 Alfa -                                M BE 056       60
1.1/Breakthrough/Basis-niveau
1

NT2 Alfa -                                M BE 057       60
1.1/Breakthrough/Basis-niveau
2

NT2 Alfa -                                M BE 058       60
1.1/Breakthrough/Basis-niveau
3

NT2 Alfa -                                M BE 059       60
1.1/Breakthrough/Basis-niveau
4

NT2 Alfa -                                M BE 060       60
1.1/Breakthrough/Basis-niveau
5
NT2 Alfa -                                M BE 061       60
1.1/Breakthrough/Basis-niveau
6
NT2 Alfa -                                M BE 062       60
1.1/Breakthrough/Basis-niveau
7
NT2 Alfa -                                M BE 063       60
1.1/Breakthrough/Basis-niveau
8
NT2 Alfa -                                M BE 064       60
1.1/Breakthrough/Basis-niveau
9


   b. Voor alfa NT2 1.2. Waystage

        Naam module                        Code      Leertijden


 NT2 Alfa R1 – 1.2./ Waystage             M BE 069      60
              10




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                           28
 NT2 Alfa R1 – 1.2./ Waystage             M BE 070   60
              11

 NT2 Alfa R1 – 1.2./ Waystage             M BE 071   60
              12

 NT2 Alfa R1 – 1.2./ Waystage             M BE 072   60
              13

 NT2 Alfa R1 – 1.2./ Waystage             M BE 073   60
              14

 NT2 Alfa R1 – 1.2./ Waystage             M BE 074   60
              15

 NT2 Alfa R1 – 1.2./ Waystage             M BE 075   60
              16




2.2.4. Leertraject (schema)


        Alfa NT2 R1




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                   29
   3. Didactische wenken



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013   30
Sleutelwoorden bij de didactiek in dit leerplan zijn volgens ons: zo cursistgericht mogelijke
programma’s met mogelijkheid voor educatief maatwerk, voor geïntegreerde en duale trajecten, voor
meer gedifferentieerde opleidingen. Aansluitend willen we de evaluatie van de leerinhoud zo breed
mogelijk houden, zonder één of andere evaluatievorm uit te sluiten. Dat wil dus niet zeggen dat we het
‘klassieke’ lesgeven daarom definitief moeten verlaten, maar dat we voorstellen om ook eens iets
anders te proberen, en vooral om zoveel mogelijk in te gaan op de leervragen van de alfacursisten.

3.1 Cyclische opbouw20
Een belangrijk didactisch uitgangspunt is de cyclische opbouw. De doelen moeten allemaal veelvuldig
herhaald worden en in verschillende contexten voorkomen. In bijlage vind je een voorstel voor een
mogelijk cyclische structuur binnen Alfa NT2 niveau 1.1. (voor de mondelinge en schriftelijke
functionele modules wel te verstaan).

Daartoe zal bij het aanbieden van taken en opdrachten een zorgvuldige opbouw dienen gehanteerd te
worden waarbij de moeilijkheidsgraad zeer geleidelijk toeneemt met betrekking tot bijvoorbeeld:

-het verwerkingsniveau:
het laagste beheersingsniveau is het kopiërende of reproducerend niveau. Hier worden de minste
eisen gesteld aan de actieve verwerking van informatie. De taalgebruiker beperkt zich tot het letterlijk
nazeggen of overschrijven van een tekst.

De startmodule plaatst de vaardigheid spreken op kopiërend niveau. In die zin is dat deel van de
startmodule een aanzet naar het latere en hogere verwerkingsniveau van de teksten dat nodig is om
het niveau 1.1 of basisniveau aan het einde van het traject NT2 Alfa R1 te verwerven.
Omwille van de zeldzaamheid van zijn aanwezigheid in de andere taal - en NT2 -opleidingsprofielen is
het belangrijk dit niveau nader te omschrijven. Dit kan echter niet zonder ook het didactisch terrein
erbij te betrekken.

Spreken wordt op kopiërend niveau verwerkt of beheerst maar toch mag deze vaardigheid zich niet
beperken tot het louter zinloos nazeggen van taaluitingen. Naar het einde van de startmodule zit de
gemiddelde cursist voor het verwerkingsniveau dicht bij het ‘beschrijvend niveau’ maar dan ook weer
net niet op dat niveau. Het is zo dat de cursist zich spiegelt aan het model van de leerkracht of aan het
voorbeeld waarmee de leerkracht de cursist stuurt.

Voor de lesgever is het belangrijk te weten dat het niveau en de taaltaken die hierbij worden
voorgesteld mikken op een zo laag mogelijke interpretatie van het beschrijvend niveau. “Het
beschrijvend niveau houdt in dat de taalgebruiker de aangeleverde informatie in zich opneemt zoals
ze wordt aangeboden, of de informatie weergeeft zoals ze zich bij hem heeft aangediend; in de
informatie als zodanig wordt geen ‘transformatie’ aangebracht. Dat is bijvoorbeeld het geval als men
iemand mondeling uitnodigt en daarbij stereotiepe formules gebruikt of wanneer men een eenvoudige
instructie begrijpt.
De verwachtingen mogen zeker niet te hoog zijn.

-het publiek:
een evolutie van bekende naar onbekende: van medecursist naar meerdere medecursisten; van eigen
lesgever naar andere lesgevers of medewerkers op school; van dichte collega naar meestergast of
meerdere; van ouder van vriendinnetje naar andere ouders enz.

Van één gekende gesprekspartner naar meerdere gekende gesprekspartners; van één gekende naar
een minder bekende gesprekspartner; van één naar verschillende minder gekende of onbekende
gesprekspartners enzovoort



-de gevraagde taalhandelingen



20
     Heel wat punten over didactiek vindt men terug in het eerste leerplan voor Alfa NT2 (VOCB, Mechelen 2005)



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                          31
Van 1-woord antwoorden naar enkele eenvoudige, aangeleerde woorden; van 1-zin (aangeleerde)
dialoogjes naar dialoogjes bestaande uit 2 of 3 (aangeleerde) zinnetjes enz

Van het overschrijven van vertrouwde woorden in de klassituatie (bijvoorbeeld personalia) naar het
overschrijven van vertrouwde woorden in een reële situatie; van het overschrijven van vertrouwde
woorden naar het zonder ondersteuning schrijven van deze woorden

3.2 Het taalverwervingsproces
Zeker in het begin van het taalverwervingsproces (en deze beginperiode kan erg lang duren) ligt de
nadruk op de betekenis en niet op de vorm. De taalleerder is bezig met wat hij hoort en veel minder
met hoe het gezegd wordt. Dit geldt ook als hij zelf iets gaat zeggen; hij zal vooral bezig zijn met wat
hij wil zeggen en pas in tweede instantie met hoe hij het zal zeggen.

Hypothesevorming

Cursisten moeten daarom ook de kans krijgen om hypotheses te vormen over het beluisterde. Op
basis van deze hypotheses komen zij na verloop van tijd tot productie. Op deze productie komt
vervolgens feedback waardoor zij opnieuw hypotheses gaan vormen. Het is juist in de fase van de
hypothesevorming waar het vaak mis gaat. Cursisten worden dikwijls te vroeg tot spreken aangezet
terwijl zij niet voldoende begrijpen wat ze zeggen. Zowel in de klas als in de buitenwereld worden
cursisten snel, en dit ten onrechte, op hun productie beoordeeld.

Receptie komt voor productie
                                                                                                                  21
Er is een "stille" periode waarin het globaal begrijpen centraal staat. Trainen van luistervaardigheid
is voor analfabete cursisten zeer belangrijk aangezien ze in hun leerproces niet kunnen terugvallen op
de schriftelijke ondersteuning. Ze moeten voortdurend luisteren en onthouden.
Het is dan ook van cruciaal belang voor tweede taalleerders in het algemeen en voor analfabete
tweede taalleerders in het bijzonder dat de begeleider voldoende tijd geeft om alles receptief te
verwerken.

Begeleiders moeten zich er ook van bewust zijn dat er een verschil is in tijd die mensen nodig hebben
om een en ander receptief te verwerken; respecteer dit verschil in tijd en verwacht niet dat iedereen
bijvoorbeeld op hetzelfde moment begint te spreken.
In eerste instantie mogen begeleiders hun deelnemers daarom niet aanzetten tot productie; als de tijd
rijp is, komen ze hier zelf wel toe.
Bovendien is het aldus vanzelfsprekend dat de mate van begrip niet afgemeten kan worden van
(correcte) taalproductie.
Fouten zijn in deze beginperiode geen fouten, maar probeersels in het taalverwervingsproces.
Deelnemers zijn in de fase van de hypothesevorming.
Feedback is zeer belangrijk en moet op betekenis gericht zijn, maar in een correcte vorm worden
aangeboden. Op deze manier kan een taalleerder zijn hypotheses bijstellen.

Impliciet - expliciet

Een en ander brengt met zich mee dat men meer impliciet gaat werken (bijvoorbeeld geen expliciete
grammaticale regels aanbrengen). Uit de praktijk blijkt echter dat impliciet werken niet altijd volstaat
en/of niet altijd tegemoetkomt aan de vraag van de cursisten. Expliciet werken aan de klank -
letterkoppeling is voor de meeste cursisten bijvoorbeeld nodig om tot lezen te komen; vereenvoudigde
teksten, aangepaste teksten met klankzuivere woorden helpen om het leesproces door te komen enz.
We hebben ook reeds benadrukt dat alfa cursisten zo veel andere vaardigheden missen bijvoorbeeld
cognitieve. Zonder daaraan expliciet en veelvuldig te werken, komt men niet vooruit. Ook hier willen
we ervoor pleiten dat expliciet werken en impliciet werken complementair kunnen (moeten) zijn, dat


21
  Zie ook in: SCHUURMANS I, VAN HOETEGHEM L. Curriculum alfabetisering in de tweede taal. Mechelen: VOCB, 2003.
Didactische werkvormen voor luisteren p. 151-153




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                            32
noch het ene noch het andere alleenzaligmakend is. Variatie in methodes, werkvormen en materialen
zijn noodzakelijk en een belangrijke sleutel tot succes voor de cursisten.


     3.3. Open Leer Centrum
Als men spreekt over een Open Leer Centrum dan denkt men in de eerste plaats aan het werken met
computers, maar de mogelijkheden van een dergelijke ‘leerwerkplaats’ liggen wel ruimer: zo kunnen
analfabeten, of ruimer nog: zwakke lezers, naar (meelees) cassettes luisteren, naar educatieve video
of DVD – reeksen kijken, werkbladen met auto – correctieve sleutel invullen, of gewoon ook werken
aan hun schrijfmotoriek en schrijftempo.
De PC biedt ook voor beginnende analfabeten veel meer mogelijkheden dan op het eerste gezicht
lijkt. De ervaring leert dat analfabete cursisten heel enthousiast zijn om de PC te gebruiken en dat er
goede resultaten mee bereikt worden. Dit kan gaan over bijvoorbeeld oefenen van de klank -
letterkoppeling, uitbreiden van woordenschat, begrijpend lezen, opdrijven van het leestempo.
Ook hier zijn weer enkele kritische reflecties op hun plaats. Efficiënt werken in een OLC vergt een
zekere graad van zelfstandige handelingsbekwaamheid, aanspreekbaarheid en verstaanbaarheid .
Deze vereisten zijn voor een analfabeet zeker niet evident.
Nog iets anders: om een goede communicatie en informatie – doorstroom tussen alfalesgever en
OLC – begeleider te bewerkstelligen moet het mogelijk zijn om goede afspraken te maken over de
frequentie van OLC – bezoek, de te gebruiken software, het gepaste niveau van de cursist, de manier
van begeleiding en feedback (ook naar de cursist toe).

Daarnaast speelt de computer uiteraard een rol in het gedifferentieerd werken in de klas.

3.4. Differentiëren in de alfaklas
3.4.1. Uitgangspunt.

Alfagroepen zijn doorgaans erg heterogeen. De cursisten verschillen niet alleen op het vlak van
leertempo. Ook hun sociale en schoolse achtergrond, hun motivatie om Nederlands te leren, de
leertijd die ze kunnen uittrekken, … zijn erg uiteenlopend. Om te kunnen inspelen op de verschillende
leervragen en leerbehoeften, om de motivatie warm te houden is een gedifferentieerde aanpak dus
noodzakelijk.

Bij Dijkman vonden we de volgende definitie van interne differentiatie : ‘onderwijs met een
organisatievorm waarbij binnen een heterogene groep de didactische componenten zodanig worden
gevarieerd dat zowel recht gedaan wordt aan de optimale ontplooiing van het individu als aan
                                                              22
optimale ontwikkeling van sociale vorming tussen individuen’.

Dijkman onderscheidt volgende didactische componenten :
1. De leerdoelen : Stellen we voor alle cursisten dezelfde leerdoelen ? Wat zijn de
gemeenschappelijke doelen en welke kunnen verschillen naar gelang het niveau, het leertempo en de
interesse van de cursisten ?
2. De leerstof : Krijgen alle cursisten dezelfde leerstof aangeboden ? Maken we een onderscheid
tussen basisstof en uitbreiding ? Op welke manier kunnen we hierbij rekening houden met het
niveau, het leertempo, de leerstijl en de motivatie van de cursisten ?
3. Tempo : Niet alle cursisten leren even snel of werken op hetzelfde tempo een opdracht af. Hoe
kunnen we daarmee rekening houden in de les ? Kan een opdeling in kleinere groepjes op basis van
het tempo hier een oplossing bieden ?
4. Beginsituatie : Binnen een bepaalde groep hebben een aantal cursisten misschien al voorkennis
opgebouwd. Hun ‘beginsituatie’ verschilt van de andere cursisten. Hoe kan daarmee rekening
gehouden worden ?
5. Didactische werkvormen : Alle cursisten hebben een eigen leerstijl. Die manier van leren bepaalt
sterk welke werkvormen een cursist meer aanspreken en betere resultaten opleveren. Hoe kunnen
we daarop inspelen bij het uitwerken van opdrachten ?
22
          Dijkman, W .M., Didactiek en lerende volwassenen. Leren professionaliseren, Spruyt, Van Mantgem &De Does bv,
Leiden, 1993



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                              33
6. Instructiewijze : Hebben alle cursisten evenveel instructies nodig ? Onder welke vorm zijn de
instructies voor de cursisten het duidelijkst ?
7. Verwerking : Cursisten verwerken de leerstof op hun eigen manier. Bij de ene lukt dat beter in
groep, bij de ander individueel of in duo-werk met een medecursist.
8. Evaluatie/toetsing : Welke criteria hanteren we : letten we meer op het produkt of het proces ?
Kunnen de criteria verschillen naargelang het niveau en het leertempo van de cursist ?
9. Begeleiding : De ene cursist kan snel zelfstandig aan de slag, de andere vraagt om extra
begeleiding, ondersteuning en bevestiging van de docent. Hoe kan daarop in de lespraktijk een
antwoord geboden worden.

Op basis van het groepsprofiel zal de educatieve bepalen naar welke van deze componenten
differentiatie noodzakelijk is.

3.4.2. Hoe differentiëren in de les ?
De vaststelling op welke vlakken zich differentiatie opdringt vormt een eerste stap. Daarna stelt zich
de vraag hoe dat praktisch kan georganiseerd worden in de les. Zonder volledig te willen zijn geven
we hieronder een overzicht van een aantal mogelijke organisatievormen.

Klassikaal werken

Klassikaal werken sluit differentiatie niet uit. Binnen een gezamenlijke opdracht kan je differentiëren
zowel op het vlak van de input als van de output.

Cursisten kunnen dezelfde opdracht krijgen met verschillende ‘hulpmiddelen’. Bij een dictee verwacht
je bijvoorbeeld van de sterke ‘spellers’ dat ze de voorgelezen woorden noteren. Zwakkere cursisten
krijgen een blad waarop de woorden uit het dictee genoteerd zijn. Hier en daar is echter een letter
weggelaten. Die moeten ze aanvullen.

Ook zonder hulpmiddelen kunnen je verwachtingen naar de verschillende cursisten toe variëren. Bij
een praatoefening rond fotomateriaal eis je van sterkere cursisten dat ze vertellen wat ze zien met
volledige zinnen. Voor zwakkere cursisten volstaat een woord.


Het sandwich model

Bij deze werkvorm worden klassikaal werk en gedifferentieerd werken in groepjes of individueel
afgewisseld. Een lesmoment bestaat uit 3 blokken. Het eerste gedeelte van de les werkt de groep
klassikaal bv. rond uitspraak en auditieve discriminatie. Daarna volgt een luik waarin cursisten
individueel of in groepjes aan de slag gaan om bepaalde zaken in te oefenen. Tot slot verzamelen
alle cursisten opnieuw voor een gezamenlijk activiteitenblok.


Circuitmodel of hoekenwerk

Op verschillende plaatsen (‘hoeken’) in het lokaal krijgen de cursisten specifieke opdrachten
aangeboden. Gedurende een bepaalde tijd werken ze individueel of in kleine groepjes aan de
voorgestelde opdracht. Daarna schuiven ze door naar een volgende ‘hoek’. In het circuit kunnen
uiteenlopende werkvormen, vaardigheden en leermiddelen aan bod komen. Ook binnen een
bepaalde hoek kan er gedifferentieerd worden : voor zwakkere cursisten is een vereenvoudigde
versie van de werkbladen voor handen, zwakkere cursisten krijgen extra hulpmiddelen, voor sterkere
cursisten is een extra leestekst voorzien,…

Bij hoekenwerk kan de lesgever instructie geven in 1 bepaalde groep waar de oefenvorm directere
begeleiding vereist. Hij kan er ook voor opteren alle groepen zelfstandig te laten werken en te
circuleren tussen de verschillende ‘hoeken’.

3.4.3. Differentiëren en zelfstandig werken : hand in hand



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   34
Zodra we afstappen van differentiëren binnen het klassikale lesgebeuren wordt zelfstandig leren een
noodzakelijke voorwaarde om gedifferentieerd werken mogelijk te maken. Zelfstandig werken beidt
immers ruimte voor individuele verschillen.
Omdat de meeste alfacursisten niet of nauwelijks naar school zijn geweest kan je niet verwachten dat
ze dit meteen onder de knie hebben. Stapsgewijs moeten ze vertrouwd gemaakt worden met een
aantal studievaardigheden, reflectieve vaardigheden, leerstrategieën, werkvormen en
werkinstrumenten (bvb. Cd-speler, een leerkaart of studiewijzer (cf. 7/43 extra). Stukje bij beetje
wordt de cursist medeverantwoordelijk voor zijn eigen leerproces.

Het zelfstandig werken van de cursist impliceert ook een nieuwe rol voor de ‘docent’. Hij gaat niet
langer het hele lesgebeuren sturen maar stelt zich op als coacht : hij observeert, begeleidt en helpt de
cursisten om hun competenties te realiseren. De lesgever moet zijn cursisten een stuk ‘loslaten’. Dit
betekent echter niet hetzelfde als ‘aan hun lot overlaten’. Tijdens het leerproces kan de cursist bij de
educatieve terecht met vragen en de educatieve spoort deelnemers aan hun tijd nuttig te gebruiken.

3.5. Een kader voor leer – en studievaardigheden voor Alfa NT2 –
cursisten

 3.5.1. De vlag dekt verschillende ladingen23.
Wat men precies bedoelt met leer – en studievaardigheden, hangt af van de invalshoek van waaruit
men het leerproces van een alfacursist bekijkt. Kiest men bijvoorbeeld voor de invalshoek ‘soort
redzaamheid’, dan kan men volgende indeling maken:

     1. Studievaardigheden om de les te kunnen volgen, om mondeling en schriftelijk voldoende
        vaardig te worden, om gealfabetiseerd te worden. Ook de lees – en schrijfvoorwaarden zitten
        hierin vervat.
     2. Studievaardigheden voor in het dagelijkse leven.
     3. Studievaardigheden voor op het werk.
     4. Studievaardigheden voor vervolgopleidingen, voor interne doorstroming naar een
        gealfabetiseerde NT2 – groep, of voor externe doorstroming naar andere opleidingen.

Wat wij hier wil voorstellen is een meer inhoudelijke indeling van studievaardigheden, een
categorisering die ook algemeen gangbaar is in andere opleidingen zoals Maatschappelijke Oriëntatie
(MO).
Men zal merken dat sommige elementen sterk gelieerd zijn aan leerattitudes, strategieën of zelfs
sleutelcompetenties. Veel zaken passen ook in het plaatje van ‘mediëren in de taalklas bij Feuerstein’.

3.5.2. Over leergedrag en leerhouding.
Hier bestaat de taak van de docent erin om de leerdoelen duidelijk te maken voor de cursisten.
Bijvoorbeeld waarom zelfstandig aan een opdracht werken zo belangrijk is, of waarom het goed is om
zoveel mogelijk Nederlands buiten de les te gebruiken. Deze attitude heeft ook met zelfkennis te
maken: de cursist hoort zich af te vragen waarom hij Nederlands wil leren lezen of schrijven. Hij moet
ook weten welke praktische schikkingen het leren soepeler kunnen doen verlopen. Van bij het begin
van een cursus of module moeten cursisten leren om te verwittigen als ze niet naar de les kunnen
komen.
Ook leren ze hun tijd zodanig te plannen dat ze elke les op tijd kunnen komen. Wanneer sta ik op?
Wanneer neem ik de bus? Hoeveel tijd heb ik om mijn kinderen naar school te brengen? Maar ook: ik
maak mijn huistaak aan een lege tafel, zonder TV.
Het emotionele aspect is hier ook aan de orde. Met welke strategieën kan je stress, faalangst of een
negatief zelfbeeld de baas? Heb je genoeg doorzettingsvermogen om je taak af te maken, hoe
moeilijk die ook is? Eerst aan die gemakkelijke oefening beginnen, de rest doe ik later wel. Cursisten
kunnen in een soort ‘studiewijzer’ aanduiden wat ze al gedaan hebben, wat ze nog moeten doen, en
of ze dit moeilijk of gemakkelijk vonden. Achteraf kan de docent dit met hen bespreken.


23
  Zie artikel “Allemaal een beetje hetzelfde? Leer – en studievaardigheden, sleutelvaardigheden en leerattitudes voor ANT2 –
cursisten” Dirk Eggermont, in LES nr. 153, jg. 26, juni 2008.



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                    35
Al van bij de intake in het centrum voor basiseducatie zou het voor een cursist duidelijk moeten zijn
dat leren nu eenmaal een serieus engagement inhoudt. De cursist moet dus leren hoe hij zich beter
kan organiseren. Hoe kan je alles bijhouden in een handige map? Kan ik mijn materiaal efficiënt
opbergen, bijvoorbeeld in een rek in de ‘alfakast’ van het klaslokaal? Cursisten leren ook hoe zij een
zekere systematiek kunnen aanbrengen in het lesmateriaal: het ordenen of pagineren van de
werkbladen, of zaken aanvinken of doorstrepen als je ze al gebruikt of gemaakt hebt.

Ten slotte vermelden we hier ook nog ‘samenwerken’ als vaardigheid. Hoewel laaggeschoolde
cursisten vaak een enorm ‘docentafhankelijke’ leerstijl er op nahouden, moeten zij leren hoe je in
groep van elkaar kunt leren.

Zelfstandig werken lukt vaak na veel bloed, zweet en tranen. Een zo schoolse taak als ‘dictee’ wordt
helemaal anders als de cursisten de woorden of zinnen vooraf in groepjes mogen voorbereiden. De
ene cursist dicteert de woordjes aan de andere, en die schrijft ze dan op. De cursisten worden docent
voor elkaar, en leren het leerproces in eigen handen te nemen. In dit geval leren ze bijvoorbeeld ook
dat ze de woorden zo correct mogelijk moeten uitspreken, zodat hun collega die zo nauwkeurig
mogelijk kunnen neerpennen op papier.

3.5.3. Over concentratie en geheugen.
Cursisten leren opdrachten aandachtig uit te voeren door zich te concentreren op de instructies.
Ervaren docenten weten bijvoorbeeld hoe moeilijk het is om de cursisten iets letterlijk te laten
herhalen, zoals een idioom uit een zopas beluisterde dialoog op CD. Bij een gewone ‘Zeg na’ oefening
vergeten ze vaak die woordjes die geen betekenis dragen, lidwoorden zoals ‘de’ of ‘het’ of ook
voorzetsels.

Zij horen relevante informatie op te slaan in hun geheugen. Zij moeten ook leren gebruik maken van
hun voorkennis. Wat weet ik over dit onderwerp? Heb ik dat al in het journaal gehoord?

3.5.4. Over informatieverwerving en – verwerking.
Hier maken de cursisten kennis met de wereld van het geschreven woord. Zij leren hierbij kritisch te
staan tegenover schriftelijke informatie. Niet alles in een tekst is per definitie juist, wat men daarover
ook mag beweren vanuit de eigen cultuur.
Cursisten moeten ook een passende leesstrategie ontwikkelen om gericht informatie op te zoeken, om
een tekst te ‘bevragen’ en nauwkeurig waar te nemen. Zij leren ook hoe zij mondelinge inzichtvragen
over de tekst kunnen beantwoorden, hoe zij kunnen omgaan met de oefenvorm of de instructietaal.
Elke instructie heeft immers een eigen systematiek.
Als men in een tekst heel gericht wil zoeken naar bepaalde gegevens, dan leest men best eerst de
instructie, en dan pas de tekst. Maar als je dan een globaal beeld wil krijgen van een tekst, dan moet
men misschien beter eerst de tekst goed bekijken, en daarna pas de opdrachten.

Leggen ze daarbij voldoende abstractievermogen aan de dag? Zij moeten zich losmaken van de eigen
situatie, want een vraag over een bepaalde tekst gaat niet noodzakelijk over henzelf. Bovendien
moeten zij voldoende cognitieve vaardigheden bezitten om correcte verbanden te kunnen leggen met
al gekende woorden en begrippen. Nauwkeurig leren waarnemen is hier de boodschap:
woordbeelden, letters, cijfers …
Soms kan het al helpen om de veelheid aan tekst voor de cursist te beperken. Heeft hij problemen
met het opzoeken van gegevens in een rekeningformulier van de energiemaatschappij, dan kan je
een deel van het document eenvoudigweg bedekken, en hem vragen of hij nu wel het te betalen
bedrag vindt of de uiterste datum van betaling.
Foto’s, tekeningen of pictogrammen kan je eigenlijk ook zien als een soort ‘tekst’. Zij moeten weten
dat een tekening de werkelijkheid slechts fragmentarisch weergeeft. Een foto van een woonkamer
geeft niet alles weer, alles wordt gezien uit één bepaalde invalshoek.
Tabellen of schema’s hebben een extra drempel voor de laaggeschoolde lezer: deze tekstvorm ordent
informatie op twee assen, horizontaal en verticaal.

Om informatie beter te verwerken leren de cursisten strategieën hanteren om gegevens te sorteren of
te ordenen. De docent kan daarbij helpen door een bepaalde tekst wat transparanter te maken door
zinnen te nummeren, woorden aan te duiden of te arceren. Uiteraard kan je ook aan de cursisten


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                  36
vragen om vooraf bepaalde ‘sleutelwoorden’ te omcirkelen. Zij moeten immers zoveel mogelijk kunnen
vertrekken vanuit de al gekende materie. Docenten kunnen daarbij weer lijstjes aanleggen van de te
leren woorden, of ze inlezen op CD. Dan kan de cursist ze thuis voor zichzelf nazeggen.

3.5.5. Procesbewaking en – evaluatie.
Een ‘goede taalleerder’ moet zichzelf kunnen beoordelen. Men leert ook een transfer te maken van
het geleerde, om dit dan weer in een nieuwe situatie toe te passen.
Hierbij is ook weer durf nodig: niet bang zijn om buiten de les Nederlands te spreken, of om
verduidelijking te vragen.
Vaak stelt men vast dat cursisten hun eigen leerresultaten niet realistisch beoordelen, het kan gaan
over iemand met een enorm negatief zelfbeeld, of juist over iemand die zichzelf geweldig overschat.
Het begint soms al met zelf een score te geven voor een zo juist gemaakte oefening.
Bij evaluatie is het ook belangrijk dat de cursist de verschillende oefenvormen herkent, en dat hij ook
het waarom van testen begrijpt.
In een voortgangsgesprek met de docent leert de cursist de leerresultaten af te wegen tegen de eigen
inzet. De docent kan daarbij helpen via ‘regulerende of remediërende activiteiten’: extra oefeningen
maken, de doelen wat bijstellen of bijkomende ondersteuning vragen.

3.6. Feuerstein
Veel volwassenen hebben het moeilijk om dingen te leren en te begrijpen. Hun basisvoorwaarden
voor leren zijn onvoldoende ontwikkeld, door een ontwikkelingsstoornis of omdat ze onvoldoende
leerkansen hebben gekregen. Deze volwassenen kunnen leren de nodige cognitieve werktuigen te
ontwikkelen om de wereld te begrijpen en zelfstandig te kunnen leren. De benaderingen van
           24
Feuerstein bieden hierbij zowel inspiratie als concrete hulpmiddelen.

Traditioneel onderwijs is nog steeds hoofdzakelijk bezig met de overdracht van inhoud en het
aanleren van vaardigheden: het is vooral productgeoriënteerd. Dat is op zich niet verkeerd. Het
probleem is echter dat enerzijds niet iedereen op een gemakkelijke, automatische manier leert en
anderzijds dat het kenen van inhouden niet genoeg is omdat kennis altijd verandert.
Daarnaast staat een meer procesgerichte, cognitieve onderwijsstijl. Hierdoor krijgen de leerders de
noodzakelijke werktuigen om beter te leren. Cognitie in de brede zin heeft te maken met verzamelen,
verwerken en produceren van informatie. Deze onderwijsstijl concentreert zich op de manier waarop
kennis vergaard wordt en op de activering van de cognitieve functies.

Feuerstein onderscheidt 29 cognitieve functies. Ze zijn een soort gereedschapskist die de mens in
staat stelt de complexiteit van de wereld te begrijpen en om oplossingen voor problemen te bedenken.

Cognitieve functie                   Definitie                    Voorbeelden van activiteiten en dialogen
1. duidelijk en gericht              Alle zintuigen gebruiken     Wat zie je? Wat is hier? Heb je alles gezien?
waarnemen                            om alle gegevens correct     Waar moet je beginnen kijken? (bovenaan het
                                     en duidelijk waar te         blad, links boven ..)
                                     nemen.                       Luister en kijk tegelijk naar de afbeelding.
                                     De aandacht op één           Kijk naar het gezicht van de persoon en
                                     plaats richten.              luister.
                                     Focussen.
2. systematisch zoeken               De gegevens stap voor        Bij de opdracht ‘omcirkel ‘naam’ systematisch
                                     stap verzamelen op een       zoeken van links naar rechts
                                     systematische manier,        Bij het zoeken in een tabel (bv. de voornamen
                                     zodat er niets verloren      van de cursisten staan op de x-as; de
                                     gaat of tweemaal wordt       telefoonnummers staan op de y-as) het
                                     gebruikt.                    ‘snijpunt’ zoeken tussen de x-as en de y-as
                                     Scannen: in de               Van welke dienst is de factuur? Kijk naar het
                                     leesrichting, horizontaal,   logo? Waar staat het logo?
                                     verticaal, diagonaal.
3. benoemen                          Woordenschat vergroten       Op een blad met letters p en b, omcirkel de p.
                                     om objecten,                 Waarin is de p verschillend van b?
24
     Bouwen aan leren leren, Jo Lebeer, Acco , Leuven, 2003



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                     37
                              gebeurtenissen en              Twee afbeeldingen vergelijken. Waarin
                              ervaringen precies te          verschillen ze? Vorm, afstand, kleur, aantal,
                              beschrijven.                   grootte, richting, enzovoort van de objecten.

4. plaatsaanduidingen         Gebruik concepten om           Waar zit Mimount? Bijvoorbeeld rechts van,
opzoeken                      positie, richting en           links van, naast, tegenover …
                              oriëntatie in relatie tot
                              elkaar of tot het kader aan
                              te duiden.
                              Een ruimtelijk
                              referentiekader gebruiken.
5. tijdsaanduidingen          Kijken naar de gegevens        Afbeeldingen in de juiste volgorde leggen.
opzoeken                      die een aanwijzing zijn        Wat komt eerst en daarna? Hoe weet je dat?
                              van de opeenvolging van        Woorden leren als gisteren, vandaag, morgen
                              dingen en de orde in de        De dagen van de week, de maanden
                              tijd; woorden hebben om
                              verschillen in de volgorde
                              en de tijd te beschrijven.
6. constante kenmerken        Erop letten dat sommige        Wat verandert er en wat blijft hetzelfde?
                              kenmerken van een object       Een object vergelijken met gelijkaardige
                              veranderen terwijl andere      objecten. Een vierkant dat gedraaid wordt,
                              hetzelfde blijven              blijft een vierkant. Een kleine driehoek en een
                                                             grote driehoek zijn allebei driehoeken; het
                                                             verschil zit enkel in de grootte.
7. precisie                   Aandachtig zijn voor           Heb je goed gekeken? Zijn ze echt even
                              verschillen                    lang?
8. gelijk gebruik van twee    Rekening houden met            Waar kunnen we de informatie vinden? Waar
of meerdere                   meerdere kenmerken             is er nog informatie te vinden?
informatiebronnen             tegelijk (hoogte, lengte,
                              breedte, aantal, vorm,
                              enzovoort).
                              De behoefte hebben om
                              informatie te zoeken via
                              verschillende
                              informatiebronnen.
1. probleem zien en           Het probleem helpen            Is er een probleem?
benoemen                      herkennen en definiëren.       Is het correct?
                                                             Wat moeten we doen?
2. selecteren van             Uit een veelheid van           Welke informatie heb je nodig om het
relevante informatie          informatie die gegevens        probleem op te lossen?
                              selecteren die nodig zijn      Wat heb je niet nodig?
                              om een probleem op te
                              lossen en deze negeren
                              die nodig zijn (elimineren).
3. spontaan vergelijkend      De behoefte opwekken           Vergelijken met het vorige blad/taak: waarin
gedrag                        om dingen te vergelijken:      zijn ze gelijk? Verschillend? Wat is er nieuw
                              naar gelijkenissen en          op dit werkblad?
                              verschillen met andere         Deze wens gebruik je om iemand te feliciteren
                              dingen en gebeurtenissen       met een verjaardag. Voor welke
                              kijken.                        gebeurtenissen kan je nog iemand feliciteren?
                              Het repertorium van
                              vergelijkingscriteria
                              uitbreiden.
4.alle informatie bijhouden   Een breed mentaal veld         Wat hoort bij elkaar? Op welke basis?
                              hebben.                        Hoe kunnen we beter onthouden?
                              Een overzicht hebben,          Een agenda bijhouden
                              met zoveel mogelijk            Een visueel opzoeksysteem (ordening van
                              factoren rekening houden.      een map met tabbladen; papier in
                              Efficiënter leren              verschillende kleuren voor huistaken,
                              onthouden.                     klasoefeningen …)



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                 38
                                                              Geselecteerde informatie met een
                                                              markeerstift aanduiden
5.verbinden, verbanden       Dingen met elkaar in             Heb je vroeger nog zo iets gezien?
leggen                       verband zien, niets              Is gebeurtenis A het gevolg van gebeurtenis
                             gebeurt zomaar; oorzaak -        B?
                             gevolg relaties; middel -
                             doel relaties;
                             familierelaties; tijdsrelaties
6. behoefte nastreven aan    Het antwoord kunnen              Hoe weet je dat? Hoe weet je dat je antwoord
logische bewijsvoering       verantwoorden: kunnen            correct is? Waarom is het niet correct?
                             zeggen waarom een
                             oplossing goed is;
                             spontaan op zoek gaan
                             naar gegevens om een
                             bewering te staven.
7. verinnerlijken            Een mentaal beeld maken          Een woordkaart tonen; de kaart wegnemen en
                             van de gegevens; het             de cursist het juiste woord laten aanwijzen op
                             inprenten van de                 een oefenblad
                             gegevens; zich iets in
                             gedachten voorstellen
8.afleidend en               Als - dan denken. Zich           Wat denk je dat er zou kunnen gebeuren?
hypothetisch denken          mentaal voorstellen wat er       Wat zijn mogelijke oplossingen?
                             zou kunnen gebeuren als          Als je dat doet, wat zal er volgens jou dan
                             …                                gebeuren?
                             Afleiden: een conclusie
                             trekken; het ene ding volgt
                             uit het andere
9. strategieën ontwikkelen   Een hypothese in                 Vergelijken met het model
om veronderstellingen te     gedachten controleren:           Een schema maken
toetsen                      wat zou het resultaat van        Naar meer gegevens zoeken
                             een gebeurtenis kunnen
                             zijn?
                             Middelen vinden om een
                             hypothese te controleren
                             en te bevestigen.
                             Als aan een bepaalde
                             mogelijkheid gedacht
                             wordt, de gegevens
                             zoeken om deze te
                             bevestigen of te
                             weerleggen.
10.een oplossingskader       Een kader kiezen                 Waar gaan we zoeken naar de oplossing?
bepalen                      waarbinnen de oplossing
                             gezocht kan worden.
                             Een referentiekader
                             kiezen.
11. planning                 Zich de stappen om tot           Wat zijn de stappen die we moeten zetten om
                             een oplossing te komen           ons doel te bereiken?
                             kunnen voorstellen               Wat gaan we eerst doen? En daarna?
12. woordenschat             Woordenschat                     Appels, peren, druiven … hoe noem je dat
                             ontwikkelen voor                 allemaal? Fruit
                             overkoepelende woorden           Waar zijn we nu mee bezig?
                             om cognitieve groepen
                             (categorieën) en
                             denkhandelingen te
                             beschrijven.
13. telgedrag                Bevorder telgedrag.              Hoeveel woorden heb je juist?
                             Een inventaris maken.
1. je begrijpbaar            Plaats jezelf in de              Een cursist die steeds in één -
uitdrukken                   schoenen van de ander            antwoordzinnen spreekt, aanmoedigen om



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                     39
                              zodat je antwoord             volledige zinnen te gebruiken
                              duidelijker wordt (niet-      De antwoorden in de klas met de hele groep
                              egocentrische                 bespreken
                              communicatie)
2. virtuele relaties          Maak verborgen (virtuele,     Maak relaties visueel duidelijk met stiften,
projecteren                   nog niet manifeste)           schema’s en pijlen
(onderliggende verbanden      relaties expliciet            Van de een naar de ander wijzen en terug
zichtbaar maken)                                            Een familiestamboom tekenen
                                                            Stippen verbinden
3. rustig blijven zoeken      Kalm blijven en opnieuw       Heb je het niet gevonden? Laten we nog eens
                              op een andere manier          kijken. Waar kunnen we nog beginnen?
                              beginnen te zoeken            De boodschap geven dat het oké is om fouten
                              wanneer er niet               te maken
                              onmiddellijk een oplossing
                              is of wanneer de
                              oplossing niet correct is.
4. gissen en missen           Stoppen met raden tot iets    Wat zie je? Wat denk je dat je moet doen?
vermijden                     toevallig gevonden wordt
5. juiste woorden             Om een antwoord correct       Gebruik de juiste woorden om zaken te
gebruiken                     te formuleren, heeft men      benoemen ook al lijken die woorden moeilijk
                              duidelijke woordenschat
                              nodig
6. behoefte om                Behoefte hebben om een        Vraag naar meer nauwkeurigheid
nauwkeurig te zijn            antwoord met voldoende        Zoek naar situaties waar het belangrijk is om
                              details te formuleren om      nauwkeurig te zijn
                              verwarring te vermijden
7. visueel transport          De gegevens en de             Constant vergelijken met het model,
                              gevonden oplossing            teruggaan en verdergaan
                              overbrengen naar de
                              plaats waar de informatie
                              verzameld wordt naar de
                              plaats waar de oplossing
                              uitgedrukt moet worden
                              (getekend - getoond,
                              enzovoort) zonder de
                              eigenschappen ervan te
                              veranderen
8. impulsiviteit afremmen     Denken vooraleer iets te      Ben je zeker van je antwoord? Heb je alles
                              doen                          gecontroleerd?
                                                            Leg je pen neer en neem je pen pas op als je
                                                            het antwoord kent

De onderdelen van het leerproces: concrete ervaringen opdoen, reflecteren, abstraheren en handelen
zitten niet in gescheiden compartimenten maar lopen in elkaar over en door elkaar heen.
Cursisten leren al van bij de startmodule dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun taalleerproces. Dit
wordt stapsgewijze opgebouwd.




3.7. Belang van taaltransfer: buitenschoolse opdrachten en taalstages



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                40
                                        25
Via bewustmakingsopdrachten leren de cursisten de vele mogelijkheden zien om de taal te leren
buiten de les. Hun aandacht wordt gericht naar allerlei dagdagelijkse situaties waar ze Nederlands
kunnen horen, spreken, lezen en schrijven. Deze opdrachten worden meestal voor een
vakantieperiode aan de cursisten gegeven. Tijdens de vakantie kruisen zij naast de respectievelijke
tekeningen (huis, straat, winkel, telefoon …) aan waar ze Nederlands gehoord, gesproken, gelezen en
geschreven hebben.
Bewustmakingsopdrachten kunnen vanaf de startmodule aangeboden worden.

Buitenschools leren is vergroeid met de lespraktijk. De educatieve leert de cursist zelf zijn
verantwoordelijkheid opnemen voor zijn/haar leerproces en leert dat hij/zij overal Nederlands kan
leren. Het buitenschools leren vindt doorgaans plaats zonder hulp van een aanwezige docent.
Daarom is het belangrijk dat de opdracht zichtbaar en duidelijk is voor de cursist.
De educatieve maakt het materiaal functioneel en met veel beeldmateriaal. In module 1 of alfa 7 zal er
meer beeldmateriaal gebruikt worden dan in de richtgraad 1.2.
De opdrachten sluiten aan bij de doelen: informatie vragen, instructies begrijpen …, de 4
vaardigheden bijvoorbeeld (luisteren naar een ‘bustalk’, openingsuren lezen, vragen naar een folder) ,
in alle modules (uitgezonderd technisch lezen en schrijven).

Buitenschoolse opdrachten vragen de nodige tijdsinvestering zowel voor de lesgever als de cursist: de
voorbereiding in de les, het uitvoeren buiten de klas en de evaluatie in de les.

De cursisten ondervinden tijdens het taalleerproces dat ze al heel wat taalkennis in huis hebben en
dat ze moeten leren het Nederlands te gebruiken. Zelfs cursisten met een beperkte taalkennis of
beperkte cognitieve vaardigheden ontdekken dat ze met de juiste duw in de rug tot heel wat meer in
staat zijn. Dit geldt zeker voor analfabete cursisten die door hun ‘beperkte’ schriftelijke vaardigheden
dikwijls blijven steken in hun taalonderwijs en hierdoor kansen op opleiding of werk missen.

Evenwaardig aan de taalverwerving in een natuurlijke (taal)omgeving zijn: het groeiende
zelfvertrouwen van de cursisten; het bewuster omgaan met hun competenties; de toename van de
sociale contacten; het openen van meer perspectieven op de toekomst … Hoewel het werk op zich
niet centraal staat, leren cursisten bepaalde taken uitvoeren en voor zichzelf evalueren of ze dit werk
al dan niet graag willen doen. Ze leren samenwerken, ze leren durven (spreken) en werken aan hun
attitudes. Ze krijgen inzichten in het functioneren van een aantal organisaties, zoals bijvoorbeeld een
school, een rusthuis, een sociaal restaurant… Voor zowel taalstage cursisten als stagementoren en
collega’s geldt dat ze leren op een andere manier naar elkaar kijken: respect voor andere culturen en
gebruiken, het besef dat een tweede taal leren niet vanzelfsprekend is.

Een taalstage geeft aan anderstalige cursisten de mogelijkheid om hun Nederlands taalniveau te
verbeteren door gedurende een periode mee te werken als vrijwilliger in een organisatie waardoor
natuurlijke taalverwerving wordt gestimuleerd.
In een taalstage staat het contact centraal en niet het werk op zich.
Voor alfacursisten is het vaak moeilijk om door te breken naar opleiding of werk. Door de cursist op
het juiste moment een duw in de rug te geven zijn ze vaak tot meer in staat.

Op welk moment binnen de leerloopbaan van de cursist men taalstages zal aanbieden, is uiteraard de
keuze van het centrum basiseducatie zelf. Het is een kans om de stagnatie te doorbreken, om het
schools leren te vervangen door levensecht leren, om in korte tijd het leren aan te zwengelen …

Voor sommige alfacursisten werkt de schoolse aanpak niet en zijn hun mondelinge vaardigheden
beter dan hun schriftelijke. Zij kunnen minimaal hun plan trekken in mondelinge taalsituaties maar met
een beperkt taalgebruik. Deze cursisten hebben veel baat bij een taalstage.

De lesgevers spelen een cruciale rol in het al dan niet toewijzen van een taalstage aan de cursisten.
Het is aangeraden om voldoende tijd te voorzien om alle stappen van voorbereiding en begeleiding te
zetten.



25
  Uit: Taalstages! Ook iets voor u? Handleiding voor begeleiders. Auteurs: Anne Van Cauteren en Mimine Vleminckx i.s.m.
Lieven Van Hoeteghem




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                   41
De cursisten moeten aan een aantal voorwaarden voldoen alvorens ze op taalstage kunnen gaan:
goede leerhouding hebben, lesafspraken nakomen, op tijd komen, verwittigen bij afwezigheid,
gemotiveerd zijn.

Een taalstage dwingt de cursisten tot taalcontact. Ze worden gestimuleerd om in de taalstageplaats
elke communicatieve situatie te gebruiken als een potentiële leersituatie.


Taal en werkstages in de beroepsopleiding: een geïntegreerd tewerkstellingstraject voor
laaggeletterde anderstaligen (EQUAL - project)

Het betreft hier een integratie van (alfa NT2) met maatschappelijke oriëntatie, intensieve
trajectbegeleiding en loopbaanoriëntatie en ten slotte een beroepsopleiding.
Door tegelijk aan verschillende vaardigheden te werken, gaat men ervan uit dat de deelnemers
gemakkelijker greep zullen krijgen op hun leerproces en het geleerde sneller zullen toepassen in het
dagelijkse leven.
De basisuitgangspunten bij de uitwerking van het traject zijn: zo intensief en doelgericht mogelijk,
trajectbegeleiding als essentieel onderdeel, geïntegreerd en heel dicht bij de praktijk.
De ambitie is om de opleiding te starten met mensen die absolute beginners zijn; die nog geen woord
Nederlands spreken en in geen enkele taal kunnen lezen en schrijven. Geïntegreerde trajecten, en
vooral beroepsopleidingen, starten normaal gezien vanaf een bepaald taalvaardigheidsniveau. Dit ligt
voor de hand, omdat men met absolute beginners vooral met taal moet bezig zijn. Hun kennis van het
Nederlands is dan nog te beperkt om aan andere doelen, zoals specifieke beroepsdoelen, te werken.
Voor analfabeten is dit instapniveau echter net het grote knelpunt. Met het huidige aanbod van
beginnerscursussen wordt er te weinig gewerkt aan beroepskeuze en instroom in een
beroepsopleiding .

3.8. Belang van Leesplezier 26
We denken hier speciaal aan de inbreng van fictieve teksten ( verhalen, korte eenvoudige
leesboekjes, of zelfs sprookjes ) in de alfaklas. Misschien moet men eens kijken naar de kenmerken
van de doelgroep, de beginsituatie van je cursisten. In de alfaklas zitten veel vrouwen of ook mannen
met kleine kinderen, of zelfs oma’s en opa’s met kleinkinderen, voor wie eenvoudige kinderverhalen
herkenbaar zijn. En zij willen ook hun schoolgaande kinderen helpen, en ‘leeskilometers’ maken om
niet te blijven stagneren in hun leesproces. Zo voorkomt leesplezier dat beginnende lezers, zowel
groot als klein, te veel blijven spellen, of te voorspellend blijven lezen. Binnen het dagelijks bezig zijn
met de opvoeding van de kinderen spelen allerlei schoolse activiteiten in samenwerking met het kind,
een grote rol. Samen naar de bib, boekjes bekijken, verhalen voorlezen of vertellen, allemaal zaken
die alfacursisten graag willen kunnen.

Hoewel men het lezen van verhalen pas aantreft bij de indicatieve voorbeelden in de alfamodule 13,
kan men dus al veel vroeger met narratieve teksten werken. De narratieve teksten hebben als
voornaamste ondersteunende functie bij module 5, het leveren van de nodige “leeskilometers” aan de
alfacursisten. Daarnaast ervaren de alfacursisten het nodige leesplezier bij het lezen van dergelijke,
herkenbare volksverhalen.




3.9.. Belang van het stimuleren van een krachtige leeromgeving 27:
      10 actiepunten

26
  Zie artikel “Leesplezier: transparante leesteksten maken voor een Alfa NT2 – groep” Dirk Eggermont in Alfa – Nieuws, mei
2007, jg. 10



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                      42
1.Doelen duidelijk maken.

De eerste stap in een les blijft steeds het opwekken van de aandacht van de cursisten. Dit kan gedaan
worden door kort de lesdoelen in begrijpbare taal te formuleren. Ook het geven van een betekenis,
een zingeving geven aan het leren, kan de aandacht wekken. Het verhoogt de betrokkenheid van de
cursisten en wekt een juist verwachtingspatroon. Ze weten waar het in deze les over gaat, wat
belangrijk is, waar ze moeten op letten. De richting van het leren wordt hiermee aangegeven.


2.Goed oriënteren op de opdracht.

Verzorg het begin goed; zorg voor een goed luister- en leerklimaat. Laat de cursisten de opdracht
herhalen, eventueel voor zichzelf neerschrijven. Geef voldoende wachttijd na het stellen van een
vraag. Het snel afvuren van vragen en het snel noemen van een naam na een vraag zorgt ervoor dat
weinig cursisten meedenken; de vraag is bij een deel van de groep nog niet eens overgekomen , laat
staan dat iedereen er al over nagedacht heeft. 'Nu mag je het antwoord zeggen aan je buur, of op een
briefje noteren'.
Overloop alvorens aan de slag te gaan de gemaakte afspraken. Benadruk het belang van nauwkeurig
waarnemen en stimuleer het voor-denken, het denken alvorens aan de opdracht te beginnen. 'Hoe ga
ik eraan beginnen? Hoe zorg ik dat ik geen oefeningen vergeet? Wat zal misschien moeilijk worden?
Waarvoor moet ik opletten?' Dit alles zorgt ervoor dat je op het eerste gezicht allicht wat trager
vordert, maar op langere termijn zal tijd gewonnen worden en het brengt ongetwijfeld erg waardevolle
attitudes bij m.b.t. de SC 'eigen leren en presteren verbeteren'.

Probeer, eens de cursisten bezig zijn, de groep niet teveel meer te storen. Geef bijkomende
instructies in kleine groepjes, of individueel. Wanneer je echter merkt dat een aantal cursisten blijft
hangen en niet verder geraakt, kan het nuttig zijn om alles 'stil te leggen' en samen op zoek te gaan
naar die denkhandelingen die door de cursisten die al tot een goed resultaat zijn gekomen werden
aangewend.

3. Vertel niet alles.

Het is meer denkstimulerend om de cursisten vragen te stellen in plaats van hen weetjes en inzichten
aan te praten. Via vragen betrekken we hen beter bij het lesverloop. Effectieve lesgevers stellen veel
vragen en spreken hun cursisten aan op hun eigen leerkracht.
Laat cursisten elkaars vragen beantwoorden en speel vragen die ze aan jou stellen door aan de
groep.


4. Het leren van elkaar stimuleren.

Maak het mogelijk dat cursisten elkaar helpen, ook bij het individueel werken. Dit heeft veel voordelen.
Zwakke of langzame cursisten profiteren van een uitleg ' in hun woorden' van een medecursist. Ook
goede cursisten leren van wat ze aan anderen uitleggen; wie iets kan uitleggen, begrijpt het nog beter.
Men dient wel te beletten dat het helpen uitmondt in het 'elkaar voorzeggen'. Velen zijn
resultaatgericht. Als lesgever moet je investeren in procesgericht leren.




5. Doe iets met het goede.



27
     Uit : MATHYSSEN / VAN GILS, De genietbare school, Garant 2003




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   43
Nadenken over de oorzaken van lukken, kan ervoor zorgen dat dit lukken herhaald kan worden.
Onderzoek samen welke denkhandelingen aan de basis van succes kunnen liggen. (vergelijken,
instructie goed lezen, tellen, schrappen van gebruikte woorden of gezette stappen, …)
Een goed resultaat is het gevolg van goed denkwerk en voor dat denkwerk zijn zijzelf
verantwoordelijk. Het is nodig en goed om vrij veel en expliciet aandacht aan te geven aan het 'hoe'
en 'waarom' van een correct antwoord. Zet dus de 'effectief denkende cursist' in de kijker. Iedereen
hoort dan hoe hij gedacht heeft en wat voor inspanning hij daarvoor geleverd heeft. Op die manier
creëer je een sfeer waarin men wil en durft leren en draag je bij tot een goed zelfbeeld en
gemotiveerde cursisten. Waardeer vooral hoe cursisten te werk gaan. 'Betrap' hen op goede dingen,
zodat ze het gevoel krijgen dat ze iets kunnen, dat ze de moeite waard zijn.

6. Tijd nemen.

Zwakke cursisten stellen je eigen professionaliteit op de proef en soms ga je zelfs twijfelen aan je
eigen deskundigheid. De tijd nemen om iets goed, rustig en kalm uit te leggen, is de meest efficiënte
en voor de cursist meest krachtgevende manier. Het is voor hem een teken dat hij bemind wordt, dat
hij belangrijk is, wat hem ertoe brengt zijn aandacht te mobiliseren.
Het aanleren gebeurt niet altijd snel. Men zal het mogelijks meermaals moeten uitleggen en vertraging
moeten aanvaarden...


7. Model staan.

Wat mensen van anderen zien, doen ze vaak na, vooral als die ander te vertrouwen is, of iemand is
naar wie ze opkijken. Een lesgever die zijn eigen denken hardop verwoordt en die zijn eigen
verwondering over iets toont is een goed model. 'Als ik zo een brief moet schrijven, dan ga ik eerst.... '
'Als ik niet meer verder geraak, dan …'
Als je je eigen aanpak als probleemoplosser bewust en regelmatig ter sprake brengt, sta je model
voor hen en het zijn vooral de attitudes die een lesgever in zijn klas tentoon spreidt die aanstekelijk
werken. Een lesgever die systematisch en ordelijk te werk gaat, verhoogt de kans dat zijn cursisten
dat evenzeer gaan doen. Een lesgever die niet ontmoedigd raakt wanneer iets niet van de eerste keer
lukt, geeft impliciet de boodschap dat je met volhouden er wel kan komen. Een lesgever die op tijd
kritische vragen stelt en voorbij gaat aan vanzelfsprekendheid roept op tot wakkere burgers. Een
lesgever die niet zenuwachtig , maar geconcentreerd en rustig werkt, geeft cursisten een kans om in
een rustig klasklimaat te werken. Een lesgever die op rustige en normale spreektoon lesgeeft, zorgt
voor een aangenaam leerklimaat.


8. aandacht voor transfer

Verbanden leggen in tijd en ruimte is belangrijk voor transfer. Die komt voor veel cursisten niet vanzelf
aanwaaien. Er dient bijgevolg expliciet aandacht naar uit te gaan tijdens de les.
Breng zoveel als kan de leerstof in verband met vroeger ervaringen om zo de leerstof te kaderen in
een bredere context. Overstijg het hier en nu door ervaringen open te trekken in ruimte en tijd. “Waar
kan je dit gaan gebruiken?” “Heb je dit al eens eerder gedaan?”


9. Fouten mogen maken en er iets mee doen.

Een fout maken is een onvermijdelijk deel van het leerproces. Immers, al doende leert men. Ga niet te
vlug naar iemand met het goed antwoord. Uit de analyse van een fout kan veel geleerd worden.
Beschouw de fout als een kans tot groei.
Kijk genuanceerd naar de gemaakte fout: 'Je bent goed begonnen, maar vanaf hier is het mis
gelopen'.
Geef hen de kans om hun denkweg te verwoorden. En hou, zeker met de zwakkere cursisten,
verhelderinggesprekken. 'Hoe ben je tot dit antwoord gekomen?' Zo krijgen cursisten inzicht in hun
denkproces, leren ze achterhalen waar het is fout gelopen , en leren ze zichzelf bijsturen.


10. Stop op tijd met de les



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                 44
We stellen voor de eigenlijke les tien minuten voor tijd te beëindigen om op die manier het afronden
rustig en goed te kunnen verzorgen. Goed afronden betekent ook steeds de cursisten bevragen over
wat ze gedaan en geleerd hebben. Misschien zal je, tot je eigen verbazing, constateren dat cursisten
met hun mond vol tanden blijven zitten. Help hen op weg. Herhaal aan welke doelen er is gewerkt,
laat hen aan elkaar vertellen of voor zichzelf opschrijven wat ze willen onthouden van de voorbije les:
een nieuw woord, een attitude (bv het belang van nakijken en zichzelf controleren), een stappenplan
voor een schrijfoefening, …
Door tijd te maken voor afronding, verhoog je de beklijving van het geleerde.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                               45
    4. Overzicht modules


4.1. Beschrijving module NT2 Alfa R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau Start ( M BE 055)

4.1.1. Situering module

In de module "NT2 Alfa R1-1.1/Breakthrough/Basisniveau Start" leert de ongeletterde of laaggeletterde taalbehoeftige in een anderstalige omgeving met zeer
beperkte talige middelen hoofdzakelijk mondeling communiceren om tegemoet te komen aan de mogelijkheid om het volledige traject ‘NT2 Alfa R1-1.1’ te
volgen. De cursist oefent zich met andere woorden in de vaardigheden luisteren en spreken binnen het educatieve domein en dan meer bepaald binnen de
context van het opleidingscentrum en de taalles. Om in dit domein binnen deze contexten te kunnen functioneren, leert hij/zij ook al vertrouwde alledaagse
uitdrukkingen en zeer eenvoudige zinnen te gebruiken en begrijpen, gericht op de bevrediging van de allereerste concrete maatschappelijke behoeften zoals
zichzelf voorstellen. Hij/zij leert op een eenvoudig niveau communiceren op voorwaarde dat de gesprekspartner heel langzaam en duidelijk spreekt en bereid
is te helpen.
Terwijl de cursist in deze module werkt aan de verwerving van de vaardigheden spreken en luisteren bereidt hij/zij ook de voorwaarden voor die nodig zijn om
de vaardigheden schrijven en lezen te verwerven.

De context voor deze module is vastgelegd. De module is gesitueerd in de context eigen opleiding.

                                          Mogelijke concretiseringen
1     Locaties                            klaslokaal, open leercentrum, cafetaria
2     Instellingen                        Centrum basiseducatie
3     Personen                            zoals de cursist zelf, de lesgever, het team van lesgevers, medecursisten,
                                          bibliotheekpersoneel, kantinepersoneel, secretariaatspersoneel
4     Voorwerpen                          zoals schrijfmateriaal, lesmateriaal, drank en voeding (te verkrijgen in het
                                          opleidingscentrum), audiovisueel materiaal/toestellen, bord, krijt, stiften,
                                          computers, boekentas … .
5     Evenementen en/of centrum - en      zoals inschrijfmomenten, lesmomenten (dagen van de week, uren),
      klassengroepsactiviteiten en/of     pauzemomenten, huiswerk, groepswerk, examens, evaluatie, rollenspel …
      organisatie van het lesgebeuren
6     Teksten en documenten               zoals inschrijfformulieren, oefenbladen …




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                              46
4.1.2. Instapvereisten
                                                                                                                                  28
De cursist is anderstalig en niet- of laaggeletterd. D.w.z. hij/zij functioneert op niveau 1 van de IALSstudie                         en onder het Didactische IJkpunt van het
                     29
Geletterdheidskader .

Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.

4.1.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.1/Breakthrough/Basisniveau Start (055)
Vaardigheid: LUISTEREN

Tekstkenmerken
     De te beluisteren teksten hebben de volgende kenmerken:
          -    ze zijn waar mogelijk authentiek of semi-authentiek
          -    ze hebben betrekking op concrete, eenvoudige, voorspelbare en vertrouwde inhouden
          -    ze zijn ultra kort en eenvoudig gestructureerd
          -    ze worden duidelijk geïntoneerd en gearticuleerd
          -    ze worden in laag tempo en in standaardtaal uitgesproken




28
     IALS = International Literacy Survey, OESO, 2000.
29
     BOHNENN, E. e.a., Laaggeletterd in de Lage Landen – Hoge Prioriteit voor het beleid, Nederlandse Taalunie, Den Haag, 2004.



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                   47
Basiscompetenties
M BE 055 BC L01: De cursist kan in een gesprekssituatie met bekenden op beschrijvend niveau relevante gegevens selecteren uit herkenbare vragen (informatieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -     Begrijpt een begroeting en een afscheid
                                                      -     Begrijpt de vragen van de lesgever of een medecursist naar personalia: bv. ‘Wie ben jij?’; ‘Waar woon jij?’ …



                                         Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject ( geldt voor de hele module strart)

                                              -    Waar heb je Nederlands gehoord, gesproken?
                                              -    Wanneer heb je Nederlands gesproken en gehoord?




   M BE 055 BC L02: De cursist kan in een gesprekssituatie met bekenden op beschrijvend niveau relevante gegevens selecteren uit antwoorden op herkenbare vragen.

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -     Begrijpt de informatie over personalia van de lesgever of een medecursist: bv. ‘Ik ben …’; ‘Ik woon in …’ …
                                                      -     Begrijpt de lesgever of een medecursist die antwoordt op de vraag naar welbevinden: bv. ‘Goed’; ‘Prima’ …




   M BE 055 BC L03: De cursist kan in een gesprekssituatie met bekenden op beschrijvend niveau relevante gegevens selecteren uit een mededeling (informatieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -      Begrijpt waar een voorwerp in de klas zich bevindt
                                                      -     Begrijpt mededelingen over de lesdagen, het begin/einde van de les/pauze, annulering van de les, benodigdheden.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                 48
   M BE 055 BC LO4: De cursist kan in een gesprekssituatie met bekenden op beschrijvend niveau relevante gegevens selecteren uit een uitnodiging (persuasieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -     Begrijpt de uitnodiging van de lesgever of een medecursist om iets te drinken, pauze te nemen…




  M BE 055 BC LO5: De cursist kan in een gesprekssituatie met bekenden op beschrijvend niveau relevante gegevens selecteren uit een afspraak die gemaakt wordt.

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                     - Begrijpt eenvoudige lesafspraken, wat moet je doen als je niet naar de les kunt komen …




   M BE O55 BC LO6: De cursist kan in een gesprekssituatie met bekenden op beschrijvend niveau relevante gegevens selecteren uit een afspraak die afgezegd wordt.

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -     Begrijpt de lesgever of secretariaatsmedewerker die een lesannulering doorgeeft.
                                                      -     Begrijpt een medecursist die zegt dat hij niet naar de les kan komen




M BE 055 BC LO7: De cursist kan in een gesprekssituatie met bekenden op beschrijvend niveau alle relevante gegevens begrijpen in een enkelvoudige instructie (prescriptieve
teksten).




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                               49
Contexten                               Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                               -     Kan in het kader van een oefening instructies begrijpen: bv. ‘sta recht’, ‘ga zitten’, ‘open’, ‘sluit’, ‘ga naar’ … (TPR)
                                                     -     Kan in het kader van de les de instructies van de lesgever begrijpen: bv. ‘zet een kruisje’, ‘omcirkel’, ‘draai je blad om’, ‘neem’,
                                                           ‘geef’, ‘leg’, ‘toon’ …




   M BE 055 BC LO8: De cursist kan in een gesprekssituatie met bekenden op beschrijvend niveau relevante gegevens selecteren uit een beleving (informatieve teksten).

Contexten                               Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                               -     Begrijpt de lesgever of een medecursist die antwoordt op de vraag naar welbevinden: bv. ‘Goed’; ‘Prima’ …




   M BE 055 BC LO9: De cursist kan in een gesprekssituatie met bekenden op beschrijvend niveau relevante gegevens selecteren uit een mening (informatieve teksten).

Contexten                               Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                               -     Begrijpt wat de lesgever of een medecursist mooi, lelijk, goed, slecht … vindt m.b.t. eenvoudige zaken



                                        Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject




   M BE 055 BC L10: De cursist kan in een gesprekssituatie met bekenden op beschrijvend niveau relevante gegevens selecteren uit een klacht (informatieve teksten).


Contexten                               Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                               -     Begrijpt een eenvoudige klacht bv. ‘het is hier koud’; ‘de koffie is koud’; ‘het toilet is vuil’ …
                                                     -     Begrijpt een klacht van de lesgever in verband met te laat komen, niet maken van huiswerk, niet ordenen van de map …
                                                     -     Begrijpt een medecursist of de lesgever als die zegt: “ ik ben ziek” , ‘Ik heb bvb. keelpijn” , “hoofdpijn” (met non - verbale
                                                           ondersteuning)




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                   50
    M BE 055 BC L11: De cursist kan in een gesprekssituatie met bekenden op beschrijvend niveau relevante gegevens selecteren uit de melding van een probleem.

Contexten                                        Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                        -     Begrijpt de reactie van de lesgever of een medecursist op de vraag naar het welbevinden: bv. ‘ik ben ziek’; ‘mijn kind is ziek’ …
                                                              -     Begrijpt een medecursist die zegt dat hij/zij iets niet begrijpt




Attitudes
Bij de uitvoering van een luistertaak is de cursist bereid:
          grondig en onbevooroordeeld luisteren naar wat de gesprekspartner zegt
          zich in te leven in de socioculturele wereld van de gesprekspartner
          zich niet te laten afleiden als hij in een tekst niet alles begrijpt (weerbaarheid)




  Ondersteunende elementen
                                      1. Kennis

De cursist kan desgewenst de ondersteunende kennis gebruiken die nodig is om de
luistertaak uit te voeren:
                     woordenschat, grammatica / notions en functions;
                     uitspraak en intonatie;
                     taalregister (enkel informeel);
                   de socioculturele aspecten (sociale conventies en gebruiken).



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                          51
                                   2. Leerstrategieën

De cursist kan bij de voorbereiding en de uitvoering van de luistertaak desgewenst volgende
(cognitieve en metacognitieve) leerstrategieën toepassen:
         het luisterdoel bepalen;
         het eerder geleerde oproepen en gebruiken;
         zijn luistergedrag afstemmen op het luisterdoel (skimmen en scannen).



                                   3. Communicatiestrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding en de uitvoering van de luistertaak volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende strategieën) aanwenden:
              gebruik maken van ondersteunend visueel materiaal en aandacht hebben voor niet-verbaal gedrag (mimiek, gebaren, geluid);
              in een luistersituatie om uitleg vragen, vragen om te herhalen en trager te spreken.




Vaardigheid: SPREKEN

Tekstkenmerken
   De te produceren teksten hebben de volgende kenmerken:
            ze hebben betrekking op concrete, eenvoudige, voorspelbare en vertrouwde inhouden
            ze zijn ultra kort en eenvoudig gestructureerd
            ze bevatten stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen
            ze worden in zeer laag spreektempo uitgesproken
            ze worden geproduceerd met de medewerking van een gesprekspartner
            ze kunnen uitspraakfouten bevatten
            foutief taalgebruik komt voor




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                  52
Basiscompetenties
M BE 055 BC SO1: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op kopiërend niveau informatie geven door te reageren op herkenbare vragen (informatieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud (het gaat hier steeds om ‘nazeggen’)
 1. Eigen opleiding                          -    Kan reageren op een begroeting en een afscheid
                                             -    Kan zich voorstellen aan een medecursist: ‘Ik ben …, ik woon in …, ik kom uit …’

                                         Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject (geldt voor alle BC van module start)
                                                        -    Waar heb je Nederlands gehoord, gesproken?
                                                        -    Wanneer heb je Nederlands gesproken en gehoord?




M BE 055 BC SO2: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op kopiërend niveau informatie vragen door eenvoudige en gestandaardiseerde vragen te stellen
(informatieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -     Kan een medecursist/lesgever begroeten en afscheid nemen
                                                      -     Kan een medecursist vragen zich voor te stellen
                                                      -     Kan naar een plaats in het CBE vragen (wc, klas, lokaal…)
                                                      -     Kan hulp vragen
                                         Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject (geldt voor alle BC van module start)
                                                                       Vragen stellen aan collega – lesgever / mensen van onthaal : zich voorstellen, vragen waar het toilet is
                                                                       Cursisten in de cafetaria begroeten




M BE 055 BC S03: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op kopiërend niveau een mededeling formuleren (informatieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -     Kan aan de lesgever zeggen dat hij/zij niet naar de les komt (morgen, overmorgen, volgende week, woensdag)
                                                      -     Kan zeggen dat hij/zij/kind/medecursist ziek is




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                 53
M BE 055 BC S04: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op kopiërend niveau op een mededeling reageren.

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -     Kan reageren op mededelingen in de klas met ‘ja’ of ‘oké’ bv: een mededeling over de lesdagen, het begin/einde van de les/pauze,
                                                            de annulering van de les, de benodigdheden voor de les




M BE 055 BC S05: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op kopiërend niveau een uitnodiging formuleren (persuasieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -     Kan een medecursist/bekende uitnodigen om iets te drinken




M BE 055 BC 06: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op kopiërend niveau op een uitnodiging reageren.

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -     Kan reageren op de uitnodiging van een medecursist/bekende om iets te drinken: bv. ‘Ja, graag’; ‘Goed’; ‘Dank je’ …




M BE 055 BC O7: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op kopiërend niveau een afspraak maken (informatieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                - Kan met de begeleider een afspraak maken, bvb. morgen op tijd komen, altijd verwittigen als je niet kan komen …




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                54
M BE 055 BC SO8: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op kopiërend niveau een afspraak afzeggen (informatieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -     Kan zich afwezig melden voor de les




M BE 055 BC S09: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op kopiërend niveau een eenvoudige instructie formuleren (prescriptieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -     Kan een eenvoudige instructie geven aan een medecursist naar de plaats in de school




M BE 055 BC S10: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op kopiërend niveau een beleving formuleren (informatieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -     Kan reageren op de vraag van een medecursist/lesgever/bekenden naar het welbevinden: bv. ‘goed, dank je’; ‘alles goed’ …

                                         Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject (geldt voor alle BC van module start)
                                         In gesprek met collega – lesgever, secretariaat, poetsvrouw … kunnen antwoorden op vraag ‘Hoe is ‘t?’ ‘Alles goed?”

M BE 055 BC S11: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op kopiërend niveau informeren naar een beleving door eenvoudige en gestandaardiseerde vragen te stellen.

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -     Kan bij bekenden de vraag stellen naar het welbevinden: bv. ‘Hoe gaat het?’; ‘En met jou?’, ‘Alles goed?’ …
                                         Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject (geldt voor alle BC van module start)
                                                      Zelf vraag kunnen stellen aan andere cursisten, collega’s, schoolpersoneel in cafetaria: ‘Alles goed?’ , ‘Hoe is ‘t?’




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                   55
M BE 055 BC S12: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op kopiërend niveau een mening formuleren (informatieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                      -   Kan zeggen wat mooi, lelijk, goed, slecht, lekker is m.b.t. eenvoudige zaken als eten, klas …




M BE 055 BC S13: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op kopiërend niveau een klacht formuleren (informatieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -     Kan een klacht melden: bv. ‘het is hier koud’; ‘de koffie is koud’; ‘het toilet is vuil’ …
                                                      -     Kan zeggen: ‘Ik ben ziek’, ‘ik heb … pijn’ , “ik ben moe”




M BE 055 BC S14: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op kopiërend niveau een probleem formuleren (informatieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                                -     Kan een begripsprobleem aangeven: bv. ‘ik begrijp het niet’; ‘wablief?’; ‘wat is dat?’ …
                                                      -     Kan reageren op de vraag naar welbevinden met een standaardzin: bv. ‘ik ben ziek’; ‘mijn kind is ziek’ …




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                      56
M BE 055 BC S15: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op kopiërend niveau informeren naar een probleem door eenvoudige en gestandaardiseerde vragen te stellen
(informatieve teksten).

Contexten                                     Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                            -    Kan vragen aan medecursisten wat het probleem is met standaardzinnen zoals ‘Wat is er?’, ‘Gaat het?’ …




Attitudes
  Bij de uitvoering van een spreektaak geeft de cursist blijk van:

        spreekdurf;
        bereidheid om de standaardtaal te benaderen;
        doorzettingsvermogen.




  Ondersteunende elementen
                                 1. Kennis

De cursist kan desgewenst de ondersteunende kennis gebruiken die nodig is om de
spreektaak uit te voeren:
                                            woordenschat, grammatica;
                                            uitspraak en intonatie;
                                            taalregister: informele situaties;
                                          de socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken.


                                 2. Leerstrategieën

De cursist kan bij de voorbereiding en de uitvoering van de spreektaak desgewenst volgende



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                   57
(cognitieve en metacognitieve) leerstrategieën toepassen:
         informatie verzamelen en ordenen;
         een beroep doen op het eerder geleerde;



                                 3. Communicatiestrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding en de uitvoering van de spreektaak volgende communicatiestrategieën aanwenden:
         gebruik maken van niet-verbaal gedrag (mimiek, gebaren, geluid);
         compenserende strategieën gebruiken (o.m. vragen om iets te herhalen, vragen om trager te spreken en vragen om uitleg).




Vaardigheid: LEES- EN SCHRIJFVOORWAARDEN

Tekstkenmerken
        De kenmerken van de te lezen en te schrijven teksten zijn als volgt:
               zij zijn ultra kort, ze bestaan meestal op niveau van letter/cijfer, woord;
               ze worden geproduceerd zonder eisen te stellen aan het tempo.




Basiscompetenties na te streven
De cursist ontwikkelt een fijne schrijfmotoriek, d.w.z. dat hij/zij in staat is cirkelvormige, lineaire schrijfbewegingen uit te voeren.

Contexten                                     Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                        lichaamshouding bij het schrijven
                                              knippen en plakken
                                              motorische oefeningen en schrijfpatronen
                                              pengreep oefenen
                                              motorische oefeningen met de PC – muis
                                              Het verdient aanbeveling om heel wat instructies bij deze oefenvormen visueel te ondersteunen met foto’s of pictogrammen.
                                              …




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                     58
De cursist kan zich oriënteren in de tijd.

Contexten                                     Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                        Wat doe je eerst? Wat hoor je eerst?




De cursist kan zich oriënteren in de ruimte

Contexten                                     Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                          Wat zie je eerst?
                                                Wie staat er naast jou?




De cursist kan visueel discrimineren.

Contexten                                     Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                          Welke tekening / vorm / letter is dezelfde? Omcirkel een ‘t’




De cursist kan visueel lezen.

Contexten                                     Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                          Omcirkel hetzelfde woord …




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                        59
De cursist kan klankverschillen visueel discrimineren.

Contexten                                    Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                         Wat is niet hetzelfde?




De cursist kan klanken en woorden auditief discrimineren.

Contexten                                    Concretisering leerinhoud
    1. Eigen opleiding                         Luister: wat is (niet) hetzelfde?




Attitudes
    De cursist geeft bij het werken aan de schrijf- en leesvoorwaarden blijk van :
             lees- en schrijfbereidheid;
             doorzettingsvermogen.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                              60
  Ondersteunende elementen
                                  1. Kennis

De cursist kan de ondersteunende kennis gebruiken die nodig is voor de lees- en schrijfvoorwaarden:
                   woordenschat;
                   uitspraak en intonatie;
                lees- en schrijfrichting.

                                  2. Leerstrategieën

De cursist kan bij voor de lees- en schrijfvoorwaarden desgewenst volgende leerstrategieën toepassen:
         voorkennis oproepen en gebruiken;
         het lees- en schrijfgedrag afstemmen op het aangegeven doel.



                                  3. Communicatiestrategieën
De cursist kan voor de lees- en schrijfvoorwaarden volgende communicatiestrategieën aanwenden:
         in de lees- en schrijfsituatie om uitleg vragen.




Sleutelcompetenties
        Kunnen omgaan met numerieke gegevens
        Kunnen samenwerken
        Kunnen keuzes uitvoeren
        Kunnen omgaan met problemen
        Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                 61
4.2. Beschrijving Module NT2 Alfa R1 – 1.1/Breakthrough/Basisniveau 1 (M BE 056)

4.2.1. Situering module

In de module "NT2 Alfa R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau 1" leert de anderstalige ongeletterde en laaggeletterde taalleerder in een anderstalige omgeving
met zeer beperkte talige middelen hoofdzakelijk mondeling communiceren om tegemoet te komen aan concrete behoeften uit zijn/haar onmiddellijke
omgeving. De cursist oefent zich met andere woorden in de vaardigheden spreken en luisteren binnen het maatschappelijk-persoonlijk domein. Om in dit
domein te kunnen functioneren leert de cursist eenvoudige elementaire taaluitingen als instructies en voorstellen verwoorden aan bekenden en onbekenden
uit zijn/haar nabije omgeving. Hij/zij leert ook ze te begrijpen en ernaar te handelen of er mondeling op te reageren. De cursist leert het globale onderwerp
begrijpen in mededelingen en gesprekken.
Hij/zij leert op een eenvoudig niveau communiceren op voorwaarde dat de gesprekspartner heel langzaam en duidelijk spreekt en bereid is te helpen.
Terwijl de cursist in deze module werkt aan de verwerving van de vaardigheden spreken en luisteren bereidt hij/zij ook de voorwaarden voor die nodig zijn
voor de verwerving van de vaardigheden schrijven en lezen.

De module is gesitueerd in het MAATSCHAPPELIJK-PERSOONLIJK DOMEIN. Het taalaanbod van de module bestaat uit geschikt taalmateriaal uit een
keuze van de volgende contexten:

1 Contacten met officiële instanties
2 Leefomstandigheden
3 Afspraken en regelingen
4 Consumptie
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat

4.2.2. Instapvereisten

De cursist dient verplicht de competenties te bezitten van de module "NT2 ALFA R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau Start” via

       het behalen van een deelcertificaat voor deze module
       het slagen voor een toelatingsproef



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             62
        het succesvol doorlopen van een EVC - procedure


Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.


4.2.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.1/Breakthrough/Basisniveau 1 (M BE 056)
Vaardigheid: LUISTEREN

Tekstkenmerken
  De te beluisteren teksten hebben de volgende kenmerken:
           ze zijn waar mogelijk semi-authentiek of authentiek
           ze hebben betrekken op concrete, eenvoudige en op inhouden die afhankelijk van de doelgroep voorspelbaar en vertrouwd zijn of die met de omgeving en de cultuur ervan vertrouwd
            maken
           ze zijn zeer kort en eenvoudig gestructureerd
           ze worden duidelijk geïntoneerd en gearticuleerd
           ze worden in een laag tempo en in standaardtaal uitgesproken




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                 63
Basiscompetenties
M BE 056 BC L01: De cursist kan op beschrijvend niveau het globale onderwerp bepalen in een mededeling (informatieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
1 Contacten met officiële
instanties                                       Begrijpt mededelingen over een verjaardag, geboorte …
2 Leefomstandigheden                             Begrijpt informatie over opening- en sluitingsdagen/tijden van de school, het OLC, het secretariaat van de school,
3 Afspraken en regelingen                         winkel …
4 Consumptie
                                                 Begrijpt mededelingen die te maken hebben met het klasgebeuren: bv. ‘cursist x is ziek’, ‘cursist x heeft werk’,
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten                           ‘volgende week is het vakantie’, …
7 Vrije tijd                                     Begrijpt mededelingen over de organisatie op school: lesdagen en –uren, benodigdheden, gebruik van
8 Nutsvoorzieningen                               schoolagenda, huiswerk, melden van afwezigheid, gebruik cafetaria …
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal                               Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject (voor alle BC in module 1)
11 Gezondheidsvoorzieningen                      Waar heb je Nederlands gesproken, gehoord?
12 Klimaat                                       Wanneer heb je Nederlands gesproken en gehoord?
                                                 Wat heb je gehoord?
                                                 Met wie heb je gesproken?
                                                 Wat heb je gezegd?
                                         …
                                                 De school verwittigen dat je niet naar de les komt.
                                                 Stel vragen aan iemand die goed Nederlands spreekt:
                                                 Waar is het toilet?
                                                 Mag ik iets vragen? Heb jij kinderen? Heb jij een zoon? Heb jij een zus?
                                                 Welk huisnummer heb jij? Wat is het huisnummer van je buren?
                                                 Mag ik iets vragen? Hoe laat is het?



M BE 056 BC L02: De cursist kan op beschrijvende niveau het globale onderwerp bepalen in een gesprek (informatieve teksten).




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                           64
contexten                                        Concretisering leerinhoud
1 Contacten met officiële
instanties                                                 Begrijpt in een eenvoudige (social talk) gesprek de gekende en vertrouwde elementen m.b.t. persoonlijke gegevens van een medecursist, de
2 Leefomstandigheden                                        lesgever, een collega, een buur (personalia, welbevinden, …)
3 Afspraken en regelingen                                  Begrijpt in een gesprek de eenvoudige vragen naar tijd: bv. ‘hoe laat is het?’, ‘hoe laat begint de pauze?’, ‘wanneer vertrek je?’ …
4 Consumptie                                               Begrijpt eenvoudige gesprekken in winkelsituaties
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten
                                                 Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject (voor alle BC in module 1)
7 Vrije tijd                                     Vragen aan schoolpersoneel, andere cursisten in de cafetaria hoe laat het is
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat



Attitudes
Bij de uitvoering van een luistertaak is de cursist bereid:
          grondig en onbevooroordeeld luisteren naar wat de gesprekspartner zegt
          zich in te leven in de socioculturele wereld van de gesprekspartner
          zich niet te laten afleiden als hij in een tekst niet alles begrijpt (weerbaarheid)




  Ondersteunende elementen
                                      1. Kennis

De cursist kan desgewenst de ondersteunende kennis gebruiken die nodig is om de
luistertaak uit te voeren:
                     woordenschat, grammatica / notions en functions;
                     uitspraak en intonatie;
                     taalregister (enkel formeel en informeel);
                   de socioculturele aspecten (sociale conventies en gebruiken).




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                        65
                                   2. Leerstrategieën

De cursist kan bij de voorbereiding en de uitvoering van de luistertaak desgewenst volgende
(cognitieve en metacognitieve) leerstrategieën toepassen:
         het luisterdoel bepalen;
         het eerder geleerde oproepen en gebruiken;
         zijn luistergedrag afstemmen op het luisterdoel (skimmen en scannen).



                                   3. Communicatiestrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding en de uitvoering van de luistertaak volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende strategieën) aanwenden:
              gebruik maken van ondersteunend visueel materiaal en aandacht hebben voor niet-verbaal gedrag;
              in een luistersituatie om uitleg vragen, vragen om te herhalen en trager te spreken.




Vaardigheid: SPREKEN

Tekstkenmerken
   De te produceren teksten hebben de volgende kenmerken:
            ze hebben betrekking op concrete, eenvoudige en op inhouden die afhankelijk van de doelgroep voorspelbaar en vertrouwd zijn of die met de omgeving en de cultuur ervan vertrouwd
             maken
            ze zijn zeer kort en eenvoudig gestructureerd
            ze bevatten stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen
            ze worden in laag spreektempo uitgesproken
            ze worden geproduceerd met de medewerking van een gesprekspartner
            ze kunnen uitspraakfouten bevatten
            ze kunnen een zekere mate van foutief taalgebruik bevatten




Basiscompetenties


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                  66
M BE 056 BC S01: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden en op beschrijvend niveau een instructie geven (prescriptieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
1 Contacten met officiële
instanties                                        Kan in het kader van een oefening diverse instructies in de klas formuleren zoals ‘kom binnen’, ‘ga zitten’ …
2 Leefomstandigheden                              Kan een eenvoudige instructie van de lesgever herhalen als een medecursist daarom vraagt: bv. map nemen, iets uitknippen, …
3 Afspraken en regelingen                         Kan een eenvoudige instructie aan een medecursist geven m.b.t. de weg naar een plaats binnen de school (toilet, secretariaat, lokaal…)
4 Consumptie
                                         Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject (voor alle BC in module 1)
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten
7 Vrije tijd                                      Waar heb je Nederlands gesproken, gehoord?
8 Nutsvoorzieningen                               Wanneer heb je Nederlands gesproken en gehoord?
9 Ruimtelijke oriëntering                         Wat heb je gehoord?
10 Onthaal                                        Met wie heb je gesproken?
11 Gezondheidsvoorzieningen                       Wat heb je gezegd?
12 Klimaat                                        De school verwittigen dat je niet naar de les komt.
                                                  Stel vragen aan iemand die goed Nederlands spreekt:
                                                  Waar is het toilet?
                                                  Mag ik iets vragen? Heb jij kinderen? Heb jij een zoon? Heb jij een zus?
                                                  Welk huisnummer heb jij? Wat is het huisnummer van je buren?
                                                  Mag ik iets vragen? Hoe laat is het?

                                         …




M BE 056 BC SO2: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op beschrijvend niveau een voorstel verwoorden (persuasieve teksten).

Contexten                                Concretisering leerinhoud
1 Contacten met officiële
instanties                                                 Kan bv. voorstellen samen een cadeau te kopen voor een medecursist voor een speciale gebeurtenis
2 Leefomstandigheden                                       Kan iemand iets aanbieden: bv. ‘Wil je koffie?’, ‘Wil je een koekje?’ …
3 Afspraken en regelingen                                  Kan medecursist vragen ‘Ga je mee naar …?’ (met visuele ondersteuning)




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                67
4 Consumptie                                  Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
5 Openbaar en privévervoer                                     andere cursisten uitnodigen in de cafetaria
6 Voorlichtingsdiensten
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat


M BE 056 BC SO3: De cursist kan in een gespreksituatie met bekenden op beschrijvend niveau op een voorstel reageren.

Contexten                                     Concretisering leerinhoud
1 Contacten met officiële
instanties                                                          Kan reageren op een voorstel om bv. samen een cadeau te kopen voor een medecursist
2 Leefomstandigheden                                                Kan reageren op het aanbod om bv. koffie te drinken
3 Afspraken en regelingen                                           Kan reageren op vraag ‘Ga je mee?’ met ‘Nee, sorry, ik kan niet’
4 Consumptie
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat



Attitudes
  Bij de uitvoering van een spreektaak geeft de cursist blijk van:

                   spreekdurf;
                   communicatiebereidheid;
                   bereidheid om de standaardtaal te benaderen;
                   doorzettingsvermogen.
  -




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                     68
  Ondersteunende elementen
                                 1. Kennis

De cursist kan desgewenst de ondersteunende kennis gebruiken die nodig is om de
spreektaak uit te voeren:
                                            woordenschat, grammatica;
                                            uitspraak en intonatie;
                                            taalregister: informele situaties;
                                          de socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken.


                                 2. Leerstrategieën

De cursist kan bij de voorbereiding en de uitvoering van de spreektaak desgewenst volgende
(cognitieve en meta-cognitieve) leerstrategieën toepassen:
         informatie verzamelen en ordenen;
         een beroep doen op eerdere leerervaringen;



                                 3. Communicatiestrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding en de uitvoering van de spreektaak volgende communicatiestrategieën aanwenden:
         gebruik maken van niet-verbaal gedrag (mimiek, gebaren, geluid);
         compenserende strategieën gebruiken (o.m. vragen om iets te herhalen, vragen om trager te spreken en vragen om uitleg).



                                    4.   Reflecteren
De cursist kan bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de spreektaak desgewenst reflecteren op taal en taalgebruik.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                         69
Vaardigheid: LEES- EN SCHRIJFVOORWAARDEN

Tekstkenmerken
        De kenmerken van de te lezen en te schrijven teksten zijn als volgt:
               zij zijn ultra kort, ze bestaan meestal op niveau van letter/cijfer, woord;
               ze worden geproduceerd zonder eisen te stellen aan het tempo.




Basiscompetenties (na te streven)
De cursist ontwikkelt een fijne schrijfmotoriek, d.w.z. dat hij/zij in staat is cirkelvormige, lineaire schrijfbewegingen uit te voeren.

Contexten                                     Concretisering leerinhoud
    2. Eigen opleiding
                                                        Lichaamshouding bij het schrijven
                                                        Knippen en plakken
                                                        Motoriek en pengreep oefenen
                                                        Cirkelvormige en lineaire schrijfbewegingen oefenen
                                                        Cijfers schrijven
                                                        Aanzet tot een aantal conventies die voorkomen in formulieren en taaloefeningen: bv. aankruisen, schrappen, omcirkelen, …




De cursist kan zich oriënteren in de tijd.

Contexten                                     Concretisering leerinhoud
    2. Eigen opleiding
                                                        - Wat je eerst ziet, lees je eerst; kloklezen; het weekschema: dagen, weekend, deze week, volgende week …




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                     70
De cursist kan zich oriënteren in de ruimte.

Contexten
    2. Eigen opleiding                     Concretisering leerinhoud

                                                   Voor, achter, links, rechts, in het midden, van links naar rechts, van boven naar onder, voorkant, achterkant, hier, daar …




De cursist kan visueel discrimineren.

Contexten                                  Concretisering leerinhoud
    2. Eigen opleiding
                                                   Waarnemen van details bv. grootte, vorm, …




De cursist kan visueel lezen.

Ccontexten                                 Concretisering leerinhoud
    2. Eigen opleiding                       De cursist herkent eigen naam en adres op envelop / op brief aan hem geadresseerd


                                           Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
                                           Breng gepersonaliseerde post mee: omcirkel je naam, je adres …




De cursist kan klankverschillen visueel discrimineren.

Contexten                                  Concretisering leerinhoud
    2. Eigen opleiding
                                                   Beelden vasthouden in het geheugen
                                                   Volgorde in tekens onderscheiden




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                    71
De cursist kan klanken en woorden auditief discrimineren.

Contexten                                    Concretisering leerinhoud
    2. Eigen opleiding
                                                       Klanken in een woord herkennen
                                                       Klanken in het geheugen vasthouden
                                                       Verschillen en overeenkomsten in klanken herkennen
                                                       Volgorden in klanken onderscheiden
                                                       Woorden in een zin herkennen
                                                       Bekende woorden in een tekst herkennen
                                                       Klanken, woorden en intonaties nazeggen
                                                       Aanzet tot samenstellende delen in een samengesteld woord herkennen




Attitudes
    De cursist geeft bij het werken aan de schrijf- en leesvoorwaarden blijk van :
        -     lees- en schrijfbereidheid;
        -     doorzettingsvermogen.




  Ondersteunende elementen
1. De cursist kan de ondersteunende   kennis gebruiken die nodig is voor de lees- en schrijfvoorwaarden:
          woordenschat;
          uitspraak en intonatie;
      lees- en schrijfrichting.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                 72
2. De cursist kan bij voor de lees- en schrijfvoorwaarden desgewenst volgende   leerstrategieën toepassen:
         voorkennis oproepen en gebruiken;
         het lees- en schrijfgedrag afstemmen op het aangegeven doel.

3. De cursist kan voor de lees- en schrijfvoorwaarden volgende   communicatiestrategieën aanwenden:
         in de lees- en schrijfsituatie om uitleg vragen.




Sleutelcompetenties
         Kunnen omgaan met numerieke gegevens
         Kunnen samenwerken
         Kunnen keuzes uitvoeren
         Kunnen omgaan met problemen
         Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                      73
4.3. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.1. / Breakthrough / Basisniveau 2 (M BE 057)

4.3.1. Situering module

In de module "NT2 Alfa R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau 2" leert de anderstalige ongeletterde en
laaggeletterde taalleerder in een anderstalige omgeving met zeer beperkte talige middelen
hoofdzakelijk mondeling communiceren om tegemoet te komen aan concrete behoeften uit zijn/haar
onmiddellijke omgeving. De cursist oefent zich met andere woorden in de vaardigheden spreken en
luisteren binnen het maatschappelijk persoonlijk domein. Om in dit domein te kunnen functioneren
leert hij/zij eenvoudige elementaire taaluitingen zoals uitnodigingen en oproepen verwoorden aan
onbekenden uit zijn nabije omgeving en leert ook ze te begrijpen en ernaar te handelen en/of er ook
mondeling op te reageren. De cursist leert het globale onderwerp begrijpen in een eenvoudig advies
en in de beleving van een spreker.
Hij/zij leert op een eenvoudig niveau communiceren op voorwaarde dat de gesprekspartner heel
langzaam en duidelijk spreekt en bereid is te helpen.
Terwijl de cursist in deze module werkt aan de verwerving van de vaardigheden spreken en luisteren
bereidt hij/zij ook de voorwaarden voor die nodig zijn voor de verwerving van de vaardigheden
schrijven en lezen.
De module is gesitueerd in het MAATSCHAPPELIJK-PERSOONLIJK DOMEIN. Het taalaanbod van
de module bestaat uit geschikt taalmateriaal uit een keuze van de volgende contexten 14 uit dit domein:
De contexten zijn:

1 Contacten met officiële instanties
2 Leefomstandigheden
3 Afspraken en regelingen
4 Consumptie
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                              74
4.3.2. Instapvereisten
Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.


De cursist dient verplicht de competenties te bezitten van de module "NT2 Alfa R1 -
1.1/Breakthrough/Basisniveau 1”.

4.3.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.1.Breaktrough/basisniveau 2 (M BE 057)

Vaardigheid: luisteren

tekstkenmerken
De te beluisteren teksten vertonen de volgende kenmerken:

        Ze zijn waar mogelijk authentiek of semi- authentiek
        Ze hebben betrekking op concrete, eenvoudige en op inhouden die afhankelijk van de doelgroep voorspelbaar en vertrouwd zijn of die met de omgeving en de cultuur ervan vertrouwd zijn
        Ze zijn kort en eenvoudig gestructureerd
        Ze worden duidelijk geïntoneerd en gearticuleerd
        Ze worden in een laag tempo en in standaardtaal uitgesproken




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                  75
  -




Basiscompetenties
M BE 057 BC L01: de cursist kan op beschrijvende wijze het globaal onderwerp bepalen in een advies



contexten                                Concretisering :globaal onderwerp bepalen in een advies

1 Contacten met officiële                        -Begrijpt eenvoudig advies van de lesgever met betrekking tot het eigen leerproces zoals manieren om buiten de les Nederlands te leren
instanties                                       gebruik van OLC …
                                                 -Begrijpt eenvoudig advies van de dokter, apotheker, verpleegster mbt verzorging, medicatie, ziekteverlof …
2 Leefomstandigheden
3 Afspraken en regelingen
4 Consumptie
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen
                                         Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
12 Klimaat
                                           Uit Kijk eens in de doos:
                                         -globaal onderwerp bepalen in een beleving :
                                           - bv. kan je me helpen
                                           -bv.leren
                                         -globaal onderwerp bepalen in een advies
                                           -bv.te koop




M BE 057 BC LO2: De cursist kan op beschrijvende wijze het globale onderwerp bepalen in een beleving

1 Contacten met officiële instanties      Concretisering :globaal onderwerp bepalen in een beleving
2 Leefomstandigheden                              Kan de gelukwensen van een medecursist, de lesgever, bekenden begrijpen voor bv een verjaardag
3 Afspraken en regelingen                         Kan het medevoelen van een medecursist, de lesgever begrijpen bij een onaangename gebeurtenis bv bij ziekte
                                                  Kan een bekende begrijpen die aangeeft wat hij wil eten, drinken




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                               76
4 Consumptie                                              Kan de voorkeur van een medecursist begrijpen mbt eten, drinken, kleding
5 Openbaar en privévervoer                                Kan de reactie van medecursisten, bekenden op een vrijetijdsbesteding begrijpen (bv. leuk, saai, …)
                                                          Kan gevoelens van medecuristen, bekenden begrijpen mbt tot gebeurtenissen (bv blij, boos, triest …)
6 Voorlichtingsdiensten                                   Kan de gelukwensen en het medevoelen begrijpen van anderen bij gebeurtenissen in de persoonlijke levenssfeer
7 Vrije tijd                                              Kan de vraag naar de eigen gevoelens begrijpen bij gebeurtenissen in de persoonlijke levenssfeer
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering                        Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen                        Uit Kijk eens in de doos:
12 Klimaat                                       -globaal onderwerp bepalen in een beleving :
                                                   - bv. kan je me helpen
                                                   -bv.leren
                                                 -globaal onderwerp bepalen in een advies
                                                   -bv.te koop




Attitudes
Bij de uitvoering van de luistertaak geeft de cursist blijk van de volgende attitudes:

         grondig en onbevooroordeeld te luisteren naar wat de gesprekspartner zegt
         zich in te leven in de socioculturele wereld van de gesprekspartner;
         zich niet te laten afleiden als hij in een tekst niet alles begrijpt



  Ondersteunende elementen (desgewenst te gebruiken)

Kennis
De cursist kan desgewenst de ondersteunende kennis gebruiken die nodig is om de luistertaak uit te voeren:

         woordenschat en grammatica / notions en functions;
         uitspraak en intonatie;
         taalregister (enkel informeel);
         de socioculturele aspecten (sociale conventies en gebruiken)




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                    77
2.Leerstrategieën
Bij de voorbereiding en de uitvoering van de luistertaak kan de cursist desgewenst de volgende (cognitieve en metacognitieve) leerstrategieën toepassen:

        het luisterdoel bepalen
        het eerder geleerde oproepen en gebruiken
        zijn luistergedrag afstemmen op het luisterdoel



3.Compenserende strategieën

Bij de voorbereiding en de uitvoering van de luistertaak kan de cursist desgewenst de volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende strategieën) aanwenden:
         gebruik maken van ondersteunend visueel materiaal en aandacht hebben voor niet-verbaal gedrag (mimiek, gebaren, geluid)
         in een luistersituatie om uitleg vragen, vragen om te herhalen en trager te spreken




Vaardigheid: spreken

tekstkenmerken
De te produceren teksten hebben de volgende kenmerken:
         Ze hebben betrekking op concrete, eenvoudige en op inhouden die afhankelijk van de doelgroep voorspelbaar en vertrouwd zijn of die met de omgeving en de cultuur ervan vertrouwd zijn
         Ze zijn kort en eenvoudig gestructureerd
         Ze bevatten stereotiep formuleringen en standaarduitdrukkingen
         Ze worden in laag spreektempo uitgesproken
         Ze worden geproduceerd met de medewerking van een gesprekspartner
         Ze kunnen uitspraakfouten bevatten
         Ze kunnen een zekere mate van foutief taalgebruik bevatten




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                    78
Basiscompetenties
  M BE 057 BC SO1: De cursist kan in een gesprekssituatie en op beschrijvende wijze een uitnodiging verwoorden




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                          79
contexten                          Concretisering uitnodiging verwoorden

1 Contacten met officiële          -kan een bekende(medecursist, vriend(in) uitnodigen voor:
                                                                               een feest,
instanties
                                                                              een bezoekje thuis,
2 Leefomstandigheden                                                          speciale gebeurtenis (huwelijk,geboorte,…
3 Afspraken en regelingen                                                    een koffie te drinken tijdens de pauze,..
4 Consumptie
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten
                                   Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject ( algemeen voor module 2)
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen                Materiaal uit : kijk eens in de doos –
9 Ruimtelijke oriëntering          Zie spreken : een uitnodiging, oproep verwoorden en erop reageren
10 Onthaal                         BV. iemand uit nodigen om naar een feest te gaan
11 Gezondheidsvoorzieningen        Bv. hoe reageren op een uitnodiging
12 Klimaat                         Bv/ op stap met de klas

                                   Stel vragen aan iemand die goed Nederlands spreekt:
                                       - Wat vind jij leuk? Wat vind jij niet leuk?
                                       - Wat vind jij lekker? Wat vind jij niet lekker?
                                       - Waar woon jij? Heb jij een tuin? Heb jij een garage? Hoeveel slaapkamers heb jij?
                                   De school verwittigen dat je niet komt en zeg waarom je niet komt.
                                   Hoeveel kost een pak boter, een pot confituur ….?




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                         80
M BE 057 BC S02: De cursist kan in een gesprekssituatie en op beschrijvende wijze reageren op een uitnodiging

contexten                               Concretisering : reageren op een uitnodiging

1 Contacten met officiële                        -kan reageren op de uitnodiging van een medecursist bv om tijdens de pauze naar de cafetaria te gaan, een stuk taart/koekje te nemen
instanties                                        voor een verjaardag …daarbij gebruik makend van standaarduitingen zoals ja graag, dank je, proficiat
                                             -    kan reageren op de uitnodiging van een medecursist, een vriend(in), een collega voor een bezoekje thuis, voor een feestje, speciale
2 Leefomstandigheden                              gebeurtenis (huwelijk, geboorte …) met standaardzinnen zoals ja, graag/goed; sorry, ik kan niet …
3 Afspraken en regelingen                    -    kan reageren op de uitnodiging van een klasgenootje van het eigen kind voor een verjaardagsfeestje met standaardzinnen zoals ja,
4 Consumptie                                     graag/goed; sorry, zij/hij kan niet …
5 Openbaar en privévervoer                       -kan instemmend of afwijzend reageren op de uitnodiging van de lesgever voor een activiteit op school (opendeurdag, uitstap …), op de
                                                  uitnodiging van een medecursist, een bekende voor een feest
6 Voorlichtingsdiensten
                                                 -kan reageren op de uitnodiging van de juf/meester om over de leerresultaten van het kind te praten
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen                     Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal                              Materiaal uit : kijk eens in de doos –
11 Gezondheidsvoorzieningen             Zie spreken : een uitnodiging, oproep verwoorden en erop reageren
12 Klimaat                              BV. iemand uit nodigen om naar een feest te gaan
                                        Bv. hoe reageren op een uitnodiging
                                        Bv/ op stap met de klas, bvb. bij uitstap in onmiddellijke omgeving van school, of naar supermarkt




M BE 057 BC SO3: De cursist kan in een gesprekssituatie en op beschrijvende wijze een oproep verwoorden

1 Contacten met officiële               Concretisering : een oproep verwoorden
instanties
2 Leefomstandigheden                                  kan aan een collega/meerdere hulp vragen als iets niet duidelijk is met standaardzinnen
                                                      kan bij instanties, diensten hulp vragen als iets niet duidelijk is met standaardzinnen
3 Afspraken en regelingen                             kan op de school van de kinderen hulp vragen als iets niet duidelijk is met standaardzinnen zoals:
4 Consumptie                                          Wat is dat? Kan je dat herhalen? Kan je me helpen? Hoe moet dat? ….
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten
7 Vrije tijd



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                  81
8 Nutsvoorzieningen                     Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal                              Materiaal uit : kijk eens in de doos –
                                        Zie spreken : een uitnodiging, oproep verwoorden en erop reageren
11 Gezondheidsvoorzieningen
                                        BV. iemand uit nodigen om naar een feest te gaan
12 Klimaat
                                        Bv. hoe reageren op een uitnodiging
                                        Bv/ op stap met de klas


M BE 057 BC S04: De cursist kan in een gesprekssituatie en op beschrijvende wijze op een oproep reageren

1 Contacten met officiële               Concretisering : reageren op een oproep
instanties
                                                kan reageren op de oproep voor hulp van een medecursist als iets niet duidelijk is
2 Leefomstandigheden
                                                kan reageren op een oproep van de lesgever voor een gesprek met de cursistenbegeleider met standaardzinnen zoals ja,goed; sorry, ik kan
3 Afspraken en regelingen                        niet …
4 Consumptie                                    kan reageren op de oproep van de lesgever om de pauze te eindigen en terug naar de klas te gaan met standaardzinnen zoals ja, goed…; ja,
5 Openbaar en privévervoer                       sorry;
6 Voorlichtingsdiensten                         sorry, ik kan niet ….
                                                kan reageren op de oproep om documenten voor te leggen zoals paspoort, diploma’s ….
7 Vrije tijd
                                                kan reageren op de oproep van een collega voor hulp als iets niet duidelijk is
8 Nutsvoorzieningen                             kan reageren op de oproep van de werkgever om de werkplek netjes te houden, afval te sorteren in de cafetaria …. met
9 Ruimtelijke oriëntering                       kan reageren op de oproep van instanties en diensten om een afspraak af te bellen in geval van ziekte, andere reden,
10 Onthaal                                      kan reageren op een eenvoudige oproep van de winkelier zoals wie is er aan de beurt? Aan wie is het? Kan ik u helpen?, anders nog iets?
11 Gezondheidsvoorzieningen                      Hebt u soms 10 cent? Hebt u niets kleiner? Mag het iets meer zijn
                                                -kan reageren op de oproep om documenten en formulieren te ondertekenen bij diensten en instanties zoals bij de bank, de post, de
12 Klimaat
                                                 verzekering, de mutualiteit, het OCMW,gemeentehuis
                                                -kan reageren op de oproep in een winkel om documenten en formulieren voor te leggen en te ondertekenen zoals een bestelbon, een factuur
                                                 …
                                                kan reageren op een oproep in het openbaar vervoer om documenten te tonen zoal vervoerbewijs,

                                        Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject

                                        Materiaal uit : kijk eens in de doos –
                                        Zie spreken : een uitnodiging, oproep verwoorden en erop reageren
                                        BV. iemand uit nodigen om naar een feest te gaan
                                        Bv. hoe reageren op een uitnodiging
                                        Bv/ op stap met de klas




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                             82
Attitudes
  Bij de uitvoering van de taak is de cursist bereid om:

Bij de uitvoering van de spreektaak geeft de cursist blijk van de volgende attitudes:
          spreekdurf
          communicatiebereidheid
          bereidheid om de standaardtaal te benaderen
          doorzettingsvermogen



  Ondersteunende elementen (desgewenst te gebruiken)
1.Kennis
de cursist kan desgewenst de ondersteunende kennis gebruiken die nodig is om de
spreektaak uit te voeren:

         woordenschat, grammatica;
         uitspraak en intonatie;
         taalregister: informeel en formeel;
         de socioculturele aspecten :sociale conventies en gebruiken;

2.Leerstrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding en de uitvoering van de spreektaak desgewenst
volgende cognitieve en metacognitieve) leerstrategieën toepassen:
         informatie verzamelen en ordenen;
         een beroep doen op eerdere leerervaringen;


3.Communicatie strategieën
De cursist kan bij de voorbereiding en de uitvoering van de spreektaak volgende communicatiestrategieën aanwenden:

         gebruik maken van niet-verbaal gedrag;
         compenserende strategieën gebruiken (o.m. vragen om iets te herhalen, vragen om trager te spreken en vragen om uitleg);

De cursist kan bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de spreektaak desgewenst reflecteren op taal en taalgebruik.


                              spreekdurf




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                         83
Vaardigheid: Lees- en schrijfvoorwaarden

tekstkenmerken
De te lezen en schrijven teksten hebben de volgende kenmerken:
        Ze zijn ultra kort
        Ze bestaan meestal op niveau van letter/cijfer, woord
        Ze worden geproduceerd zonder eisen te stellen een het tempo




Basiscompetenties na te streven
De cursist ontwikkelt een fijne schrijfmotoriek, d.w. z. dat hij/zij in staat is cirkelvormige,lineaire schrijfbewegingen uit te voeren
De cursist :
     kan zich oriënteren in de tijd;
     kan zich oriënteren in de ruimte;
     kan visueel discrimineren;
     kan visueel lezen;
     kan klankverschillen visueel discrimineren
       kan klanken en woorden auditief discrimineren.



contexten                                    Concretisering leerinhoud
1 Contacten met officiële                                          kan zich oriënteren in de tijd
instanties                                                         kan zich oriënteren in de ruimte
2 Leefomstandigheden                                               kan visueel discrimineren
3 Afspraken en regelingen                                          kan visueel lezen
4 Consumptie                                                       kan klankverschillen visueel discrimineren
5 Openbaar en privévervoer                                         kan klanken en woorden auditief discrimineren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                    84
6 Voorlichtingsdiensten
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat


Attitudes
Bij het werken aan de schrijf- en leesvoorwaarden geeft de cursist blijk van de volgende attitudes:
         lees- en schrijfbereidheid
         doorzettingsvermogen




  Ondersteunende elementen

1.Kennis
De cursist kan de ondersteunende kennis gebruiken die nodig is voor de schrijf- en leesvoorwaarden:
         woordenschat
         uitspraak en intonatie
         lees- en schrijfrichting


2.Leerstrategieën
De cursist kan voor de schrijf- en leesvoorwaarden desgewenst volgende leerstrategieën toepassen:
         voorkennis oproepen en gebruiken
         het lees- en schrijfgedrag afstemmen op het aangegeven doel


3.Compenserende strategieën
De cursist kan voor de schrijf- en leesvoorwaarden volgende communicatiestrategieën aanwenden:
                         -      in de schrijf- en leessituatie om uitleg vragen




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                               85
Sleutelcompetenties
      Kunnen omgaan met numerieke gegevens:
      Kunnen samenwerken
      Kunnen keuzes uitvoeren
      Kunnen omgaan met problemen
      Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013             86
4.4. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.1. / Breakthrough / basisniveau3 (M BE 058)

4.4.1. Situering module

In de module "NT2 Alfa R1 – 1.1/Breakthrough/ Basisniveau 3" leert de anderstalige laaggeletterde taalleerder in een anderstalige omgeving met zeer beperkte
talige middelen hoofdzakelijk mondeling communiceren om tegemoet te komen aan concrete behoeften uit zijn/haar onmiddellijke omgeving.
De cursist oefent zich met andere woorden in de vaardigheden spreken en luisteren binnen het maatschappelijk-persoonlijk domein. Om in dit domein te
kunnen functioneren leert hij/zij eenvoudige elementaire taaluitingen richten aan onbekenden uit zijn/haar nabije omgeving zoals het verwoorden van
belevingen en ernaar vragen, het maken en afzeggen van afspraken en het formuleren van problemen. Hij/zij leert ook een uiting van een klacht globaal
begrijpen en alle gegevens uit eenvoudige instructies.
Hij/zij leert op een eenvoudig niveau communiceren op voorwaarde dat de gesprekspartner heel langzaam en duidelijk spreekt en bereid is te helpen.
Terwijl de cursist in deze module werkt aan de verwerving van de vaardigheden spreken en luisteren bereidt hij/zij ook verder de voorwaarden voor die nodig
zijn voor de verwerving van de vaardigheden schrijven en lezen.
De module is gesitueerd in het MAATSCHAPPELIJK-PERSOONLIJK DOMEIN. Het taalaanbod van de module bestaat uit geschikt taalmateriaal uit een
keuze van de volgende contexten15 uit dit domein:
De contexten zijn:

1 Contacten met officiële instanties
2 Leefomstandigheden
3 Afspraken en regelingen
4 Consumptie
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            87
4.4.2. Instapvereisten
De cursist dient verplicht de competenties te bezitten van de module "NT2 Alfa R1 -1.1/Breakthrough/basisniveau 2”.

Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.

4.4.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – M BE 058 Breakthrough/Basisniveau 3

Vaardigheid: Luisteren

Tekstkenmerken
      ze zijn waar mogelijk semiauthentiek of authentiek;
      ze hebben betrekking op concrete, eenvoudige, voorspelbare en
      vertrouwde inhouden;
      ze zijn zeer kort en eenvoudig gestructureerd;
      ze worden duidelijk geïntoneerd en gearticuleerd;
      ze worden in een laag tempo en in standaardtaal uitgesproken.



Basiscompetenties

Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             88
M BE 058 BC L01: De cursist kan op beschrijvend niveau het globale onderwerp bepalen in een klacht;



contexten                              Concretisering leerinhoud
1 Contacten met officiële              begrijpt een eenvoudige klacht over :
instanties                                 de orde in de klas, school.
2 Leefomstandigheden                       het niet op tijd komen.
3 Afspraken en regelingen                  het gebrek aan respect voor de medecursisten
4 Consumptie                               het niet reageren op de oproep om een afspraak af te bellen in geval van ziekte, andere reden.
5 Openbaar en privévervoer                 de netheid op de werkplek
6 Voorlichtingsdiensten                    het niet naleven van het arbeidsreglement (rustpauze respecteren, beschermingskledij gebruiken
7 Vrije tijd                           begrijpt een eenvoudige klacht van :
8 Nutsvoorzieningen                        de conducteur zoals het niet geldig zijn van een vervoerbewijs, het bevuilen van zitbanken…
9 Ruimtelijke oriëntering
                                           de verpleegster in het ziekenhuis over het niet respecteren van bezoekuren, lawaaioverlast.
10 Onthaal
                                           de buren en/of huisbaas over bijvoorbeeld lawaaihinder, onderhoud, deur sluiten,….
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat                                 de leerkracht van de kinderen over het niet naleven van de schoolregels zoals op tijd komen, indienen
                                                doktersattest.
                                           de leerkracht over het niet uitvoeren van instructies zoals huiswerk maken, agenda ondertekenen.
                                       begrijpt een eenvoudige klacht in de winkel over het niet respecteren van de beurtvolgorde



                                       Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject : geldt voor heel module 3

                                        Stel vragen aan iemand die goed Nederlands spreekt:
                                          - Wat vind jij van dansen? Wat vind jij van mosselen? Wat vind jij van een poes?
                                          - Wat vind jij van het weer in België?Wat vind jij van de mensen in België? Wat vind jij van de frieten in België?
                                              Wat vind jij van de Nederlandse taal?
                                       Wanneer is het gemeentehuis open?


M BE 058 BC L02: De cursist kan op beschrijvend niveau alle gegevens in een eenvoudige instructie begrijpen.

contexten                               Concretisering inhoud:
1 Contacten met officiële instanties    Begrijpt eenvoudige instructies :
2 Leefomstandigheden
3 Afspraken en regelingen                       van de lesgever in het kader van de les


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                         89
4 Consumptie                                 van de lesgever mbt tot een geplande buitenschoolse activiteit.
5 Openbaar en privévervoer                   bij het onderzoek, de behandeling van de dokter, tandarts, verpleegster, apotheker
6 Voorlichtingsdiensten                      mbt veiligheid en hygiëne gerelateerd aan eigen werk.
7 Vrije tijd                                 mbt het gebruik van het openbaar vervoer zoals neem bus X
8 Nutsvoorzieningen                          ivm geselecteerd huisvuilophaling
9 Ruimtelijke oriëntering                    mbt de plaats van goederen zoals ‘leg de dweil vanonder in de kast’, neem de groene tang uit de bak..
10 Onthaal                                   mbt tot ruilen van en waarborg van goederen (hou het kasticket bij)
11 Gezondheidsvoorzieningen
                                             over het het naleven van impliciete of expliciete sociale conventies (je moet daar aanschuiven, je moet een
12 Klimaat
                                              nummertje nemen)
                                             begrijpt een eenvoudige routebeschrijving in een vertrouwde omgeving.
                                    Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject : geldt voor heel module 3
                                             Begrijpt instructie van poetsvrouw op school m.b.t. het deponeren van afval in de juiste zak (PMD …)
                                             Begrijpt secretariaatsmedewerker m.b.t. aanduidingen waar zich iets bevindt, hoe zich in te schrijven voor OLC
                                              …



Attitudes
De cursist is bij de uitvoering van de luistertaak bereid:
     grondig en onbevooroordeeld te luisteren naar wat de gesprekspartner zegt;
     zich in te leven in de socioculturele wereld van de gesprekspartner;
       zich niet te laten afleiden als hij in een tekst niet alles begrijpt


 Ondersteunende elementen

1. Kennis
De cursist kan desgewenst de ondersteunende kennis gebruiken die nodig is om de luistertaak uit te voeren:
     woordenschat en grammatica / notions en functions;
     uitspraak en intonatie;
     taalregister (enkel formeel en informeel);
     de socioculturele aspecten (sociale conventies en gebruiken);




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                    90
2. Leerstrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding en de uitvoering van de luistertaak desgewenst volgende
(cognitieve en metacognitieve) leerstrategieën toepassen:
     het luisterdoel bepalen;
     relevante voorkennis oproepen en gebruiken;

       zijn luistergedrag afstemmen op het luisterdoel (skimmen en scannen);



3. Compenserende strategieën
bij de voorbereiding en de uitvoering van de luistertaak volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende
strategieën) aanwenden:
      gebruik maken van ondersteunend visueel materiaal en aandacht hebben voor niet-verbaal gedrag;
      in een gesprekssituatie om uitleg vragen, vragen om te herhalen en trager te spreken.




Spreken:

Tekstkenmerken
De te produceren teksten hebben de volgende kenmerken:
       ze hebben betrekking op concrete, eenvoudige, voorspelbare en vertrouwde inhouden;
       ze zijn zeer kort en eenvoudig gestructureerd
       ze bevatten stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen;
       ze worden in een laag spreektempo uitgesproken;
       ze worden geproduceerd met de medewerking van een gesprekspartner;
       ze kunnen uitspraakfouten bevatten
       ze kunnen een zekere mate van foutief taalgebruik bevatten.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                        91
Basiscompetenties
                      cursist kan in een gesprekssituatie en op beschrijvend niveau zijn beleving (d.i. zijn wensen, noden en gevoelens) verwoorden;
M BE 058 BC S01 / SO2: De
vragen naar de beleving van de gesprekspartner; (omdat het dezelfde tekstsoort betreft hebben we deze BC geclusterd)


contexten                              Concretisering leerinhoud
1 Contacten met officiële              de cursist :
instanties
2 Leefomstandigheden                           reageert beknopt op de vraag van een medecursist, lesgever, vrienden, naar het welbevinden.
3 Afspraken en regelingen                      Verwoordt gelukwensen verwoorden tav een medecursist, de lesgever, een collega zoals voor een verjaardag,
4 Consumptie                                    een speciale gebeurtenis.
5 Openbaar en privévervoer                     Verwoordt medeleven tav een medecursist, de lesgever, een collega bij onaangename gebeurtenissen zoals een
6 Voorlichtingsdiensten                         overlijden, ziekte, ongeval, werkverlies
7 Vrije tijd                                   Kan de lesgever vragen het werk na te kijken
8 Nutsvoorzieningen                            Kan de lesgever vragen naar buiten te gaan, de les vroeger te verlaten
9 Ruimtelijke oriëntering                      Kan de lesgever vragen om het raam, deur, verwarming open te zetten.
10 Onthaal                                     Kan aan een medecursist vragen om geld te wisselen voor de automaat, parkeermeter.
11 Gezondheidsvoorzieningen
                                               Kan de nodige papieren vragen die nodig zijn om in orde te zijn met vdab, ocmw, sociale huisvesting
12 Klimaat
                                               Kan aan een collega vragen van ploeg te wisselen.
                                               Kan aan de werkgever een dag verlof vragen.
                                               Kan in de cafetaria op school, op werk..; aangeven wat hij wil eten of drinken
                                               Kan in het ziekenhuis aangeven wat hij nodig heeft.
                                               Kan in de supermarkt vragen om geld te wisselen voor de winkelkar.
                                               Kan op een eenvoudige wijze gevoelens verwoorden zoals blij, boos ,triest…
                                               Kan een positieve en negatieve reactie op gedrag en activiteiten verwoorden zoals , leuk plezant, saai..;




M BE 058 BC S03 / S04: De cursist kan in een gesprekssituatie en op beschrijvend niveau een afspraak maken en die ook afzeggen (ook hier
hebben we geclusterd)


contexten                               Concretisering leerinhoud:
1 Contacten met officiële instanties


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             92
2 Leefomstandigheden                   de cursist :
3 Afspraken en regelingen                   kan in het olc een afspraak maken en een afspraak afzeggen
4 Consumptie                                kan zich afwezig melden voor de les bij het secretariaat van de school
5 Openbaar en privévervoer                  Kan reageren op een voorgestelde datum/dag voor een afspraak met de dokter, tandarts
6 Voorlichtingsdiensten                     Kan een afspraak maken met de huisbaas en deze afzeggen
7 Vrije tijd                                Kan een afspraak maken met de VDAB, het OCMW, de sociale huisvestingsmaatschappij
8 Nutsvoorzieningen                         Kan een afspraak maken met een vakman en deze afzeggen
9 Ruimtelijke oriëntering                   Kan een afspraak maken met de schooldirectie, de taakleerkracht, de logopediste
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen            Buitenschoolse opdracht:
12 Klimaat
                                       Naar de huisarts bellen om een afspraak te maken, af te zeggen of te verplaatsen:
                                          1. eerst rollenspel / dialoog voorbereiden in de klas
                                          2. kies zinnen die buiten de les te gebruiken zijn
                                          3. zeg de zinnen na, oefen ze in
                                          4. eerst oefenen met lesgever of collega
                                          5. daarna ‘echt’ oefenen met huisarts
                                          6. beoordeling en evaluatie in de klas: met ook feedback van betrokken arts

M BE 058 BC S05: De cursist kan in een gesprekssituatie en op beschrijvende wijze een probleem formuleren

contexten                                     Kan op de vraag naar welbevinden reageren met een standaardzin zoals ik ben ziek, mijn baby is ziek, ik voel
1 Contacten met officiële instanties           mij niet goed.
2 Leefomstandigheden                          Kan aan de lesgever in eenvoudige woorden zeggen waarom hij/zij niet naar de les kan komen
3 Afspraken en regelingen                     Kan aan de lesgever zeggen dat iets niet duidelijk is met standaardzinnen zoals ik versta het niet, kan je
4 Consumptie                                   herhalen, wablieft
5 Openbaar en privévervoer                    Kan aan de lesgever een probleem van lesorganisatie verwoorden zoals de lesdagen, uren, kinderopvang
6 Voorlichtingsdiensten                       Kan aan de lesgever een probleem verwoorden met de klas (het is koud, donker, de tafel is vuil)
7 Vrije tijd
                                              Kan aan de lesgever een probleem met medecursisten verwoorden zoals een conflict.
8 Nutsvoorzieningen
                                              Kan aan de lesgever zeggen dat hij/zij iets kwijt is.
9 Ruimtelijke oriëntering
                                              Kan aan een werkgever, collega een probleem op het werk verwoorden zoals het niet begrijpen van de
10 Onthaal
                                               instructie
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat                                    Kan aan een werkgever, collega een probleem op het werk van organisatie verwoorden zoals de lesdagen,
                                               uren, kinderopvang
                                              Kan aan een werkgever een probleem met de werkkleding melden.
                                              Kan bij de vdab een probleem verwoorden zoals niet begrijpen van geschreven documenten.
                                              Kan een eenvoudig gezondheidsprobleem verwoorden bij de dokter, de tandarts, de apotheker



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             93
                                              Kan een eenvoudig probleem met een gekocht product verwoorden in de winkel zoals een defect, te weinig
                                               wisselgeld..
                                              Kan een eenvoudig probleem verwoorden ivm de woning aan de huisbuis, het verhuurkantoor.
                                              Kan een eenvoudig probleem verwoorden voor een vakman.
                                              Kan een probleem van het kind verwoorden tav de leerkracht zoals niet deelname aan bepaalde activiteiten.
                                              Kan een probleem verwoorden tav de leerkracht met het gesproken of geschreven Nederlands.



Attitudes
De cursist geeft bij de uitvoering van de spreektaak blijk van
     spreekdurf;
     communicatiebereidheid;
     bereidheid om de standaardtaal te benaderen;
     doorzettingsvermogen.


  Ondersteunende elementen

1. Kennis
desgewenst de ondersteunende kennis gebruiken die nodig is om de spreektaak uit te voeren:
    woordenschat, grammatica;
    uitspraak en intonatie;
    taalregister: informeel en formeel;
    de socioculturele aspecten :sociale conventies en gebruiken;);



2. Leerstrategieën
bij de voorbereiding en de uitvoering van de spreektaak desgewenst volgende ( cognitieve en metacognitieve) leerstrategieën toepassen:
      informatie verzamelen en ordenen;
      een beroep doen op eerdere leerervaringen;



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             94
3. Compenserende strategieën
bij de voorbereiding en de uitvoering van de spreektaak volgende communicatiestrategieën aanwenden:
      gebruik maken van niet-verbaal gedrag;
      compenserende strategieën gebruiken (o.m. vragen om iets te herhalen,
      vragen om trager te spreken en vragen om uitleg);


4. bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de spreektaak desgewenst reflecteren op taal en taalgebruik.

Sleutelcompetenties
      Kunnen omgaan met numerieke gegevens:
      Kunnen samenwerken
      Kunnen keuzes uitvoeren
      Kunnen omgaan met problemen
      Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                      95
4.5. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.1. Breakthrough / Basisniveau 4 (M BE O59)

4.5.1. Situering module

In de module "NT2 Alfa R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau 4" leert de laaggeletterde anderstalige
taalleerder in een anderstalige omgeving met zeer beperkte talige middelen hoofdzakelijk mondeling
communiceren om tegemoet te komen aan concrete behoeften uit zijn/haar onmiddellijke omgeving.
De cursist oefent zich met andere woorden in de vaardigheden spreken en luisteren binnen het
maatschappelijk-persoonlijk domein. Om in dit domein te kunnen functioneren leert hij/zij eenvoudige
elementaire taaluitingen verwoorden zoals klachten gericht naar aan onbekenden uit zijn nabije
omgeving. Hij/zij leert ook informatie zelfstandig vragen en geven. De cursist leert de informatie in
uitnodigingen en afspraken zelfstandig begrijpen.
Hij/zij leert op een eenvoudig niveau communiceren op voorwaarde dat de gesprekspartner heel
langzaam en duidelijk spreekt en bereid is te helpen.
De module is gesitueerd in het MAATSCHAPPELIJK-PERSOONLIJK DOMEIN. Het taalaanbod van
de module bestaat uit geschikt taalmateriaal uit een keuze van de volgende contexten 16 uit dit domein:

De contexten zijn:

1 Contacten met officiële instanties
2 Leefomstandigheden
3 Afspraken en regelingen
4 Consumptie
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                              96
4.5.2. Instapvereisten
Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.

De cursist dient verplicht de competenties te bezitten van de module "NT2 Alfa R1 -1.1/Breakthrough/basisniveau 3.


4.5.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.1. Breakthrough/Basisniveau 4

Vaardigheid: Luisteren

Tekstkenmerken
De te beluisteren teksten vertonen volgende kenmerken:

      ze zijn waar mogelijk semiauthentiek of authentiek;
      ze hebben betrekking op concrete, eenvoudige, voorspelbare en vertrouwde inhouden;
      ze zijn zeer kort en eenvoudig gestructureerd;
      ze worden duidelijk geïntoneerd en gearticuleerd;
      ze worden in een laag tempo en in standaardtaal uitgesproken.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                               97
Basiscompetenties
M BE 059 BC L01
De cursist kan op structurerend niveau de informatie op overzichtelijke en persoonlijke wijze ordenen in een uitnodiging;


Contexten                          Concretisering leerinhoud

1 Contacten met officiële                                         Begrijpt de uitnodiging van de lesgever voor een uitstap, de opendeurdag …
instanties
2 Leefomstandigheden                                              Begrijpt de uitnodiging van een medecursist om op bezoek te komen
3 Afspraken en regelingen
4 Consumptie                                                      Begrijpt de uitnodiging van de cursistenbegeleider voor een opvolgingsgesprek
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten                                           Begrijpt de uitnodiging van het interim-kantoor om een werkaanbieding te bespreken
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen                                               Begrijpt het dwingende karakter van een uitnodiging van de VDAB
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal                                                        Begrijpt de uitnodiging van Kind en Gezin om naar een voorlichtingsavond te komen
11 Gezondheidsvoorzieningen                                        zoals over zwangerschap, verzorging en voeding van de baby …
12 Klimaat
                                                                  Begrijpt het dwingende karakter van een uitnodiging van het OCMW

                                                                  Begrijpt de uitnodiging om deel te nemen aan de activiteiten van de oudergroep zoals
                                                                   meehelpen aan het schoolfeest …

                                                                  Begrijpt de uitnodiging van de CLB medewerker om over de resultaten, de studiekeuze
                                                                   van het kind te praten




M BE 059 BC L02: De cursist kan op structurerend niveau de informatie op overzichtelijke en persoonlijke wijze ordenen in een afspraak.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                           98
                                                                          Begrijpt de afspraak van de cursistenbegeleider voor een opvolgingsgesprek
1 Contacten met officiële instanties
2 Leefomstandigheden                                                      Begrijpt de afspraak van het interim-kantoor om een werkaanbieding te bespreken
3 Afspraken en regelingen
4 Consumptie                                                              Begrijpt de afspraak met de VDAB
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten                                                   Begrijpt de afspraak met het OCMW
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen                                                       Begrijpt de afspraak met de CLB medewerker om over de resultaten, de studiekeuze
9 Ruimtelijke oriëntering                                                  van het kind te praten
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat



Attitudes
De cursist is bij de uitvoering van de luistertaak bereid:

       grondig en onbevooroordeeld te luisteren naar wat de gesprekspartner zegt;
       zich in te leven in de socioculturele wereld van de gesprekspartner;
       zich niet te laten afleiden als hij in een tekst niet alles begrijpt (weerbaarheid).


  Ondersteunende elementen

                              1. Kennis

       woordenschat en grammatica / notions en functions;
       uitspraak en intonatie;
       taalregister (enkel formeel en informeel);
       de socioculturele aspecten (sociale conventies en gebruiken);



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                 99
                           2. Leerstrategieën

      het luisterdoel bepalen;
      relevante voorkennis oproepen en gebruiken;
      zijn luistergedrag afstemmen op het luisterdoel (skimmen en scannen);



                           3. Communicatieve (compenserende) strategieën

      gebruik maken van ondersteunend visueel materiaal en aandacht hebben voor niet-verbaal gedrag;
      in een gesprekssituatie om uitleg vragen, vragen om te herhalen en trager te spreken.




Vaardigheid: Spreken

Tekstkenmerken
De te produceren teksten vertonen volgende kenmerken:

      ze hebben betrekking op concrete, eenvoudige, voorspelbare en vertrouwde inhouden;
      ze zijn zeer kort en eenvoudig gestructureerd;
      ze bevatten stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen;
      ze worden in een laag spreektempo uitgesproken;
      ze worden geproduceerd met de medewerking van een gesprekspartner;
      ze kunnen uitspraakfouten bevatten;
      ze kunnen een zekere mate van foutief taalgebruik bevatten.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                      100
Basiscompetenties
M BE 059 BC S01
De cursist kan in een gesprekssituatie en op beschrijvend niveau een klacht formuleren.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                   101
Contexten                          Concretisering leerinhoud

1 Contacten met officiële                                         Kan een eenvoudige klacht formuleren zoals de koffie is koud, het is hier koud, vuil …
instanties
2 Leefomstandigheden                                              Kan een klacht aan de lesgever verwoorden zoals lange wachttijden voor het gebruik
3 Afspraken en regelingen                                          van het OLC
4 Consumptie
5 Openbaar en privévervoer                                        Kan een klacht aan de lesgever verwoorden zoals het gebrek aan respect van een
6 Voorlichtingsdiensten                                            medecursist
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen                                               Kan een klacht verwoorden over de netheid op de werkplek zoals atelier, douches, …
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal                                                        Kan de klacht verwoorden over het gebrek aan propere werkkledij of beschermingskledij,
11 Gezondheidsvoorzieningen                                        werkverzuim van collega’s, tijdsdruk, overwerk …
12 Klimaat
                                                                  Kan de klacht verwoorden met betrekking tot gezondheid en hygiëne

                                                                  Kan de klacht aan een meerdere verwoorden over de gebrekkige samenwerking met
                                                                   collega’s, niet uitvoeren van taken door collega’s

                                                                  Kan de klacht verwoorden aan een collega over het niet uitvoeren van taken, niet willen
                                                                   ruilen van shift …

                                                                  Kan een eenvoudige klacht aan de buren verwoorden zoals lawaaihinder …

                                                                  Kan een eenvoudige klacht aan de huisbaas verwoorden zoals het niet keurig
                                                                   onderhouden van de woning, het niet uitvoeren van herstellingen, het stijgen van de
                                                                   huurprijs ….

                                                                  Kan een eenvoudige klacht verwoorden aan de verpleegster, de kamergenoot in het
                                                                   ziekenhuis zoals over de bezoekuren, de lawaaioverlast, het eten, …

                                                                  Kan een eenvoudige klacht verwoorden aan de leerkracht zoals verlies/diefstal van
                                                                   schoolgerei, ruzie met klasgenoten …




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                          102
                                       Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject (doorheen module 4)

                                               Melden aan secretariaat dat men zijn paraplu, tas, pet … kwijt is.
                                               Kijk in je ijskast/kast! Wat is lang houdbaar/niet lang houdbaar!
                                               Stel vragen aan iemand die goed Nederlands spreekt:
                                               Naar welk programma kijk jij vanavond? Is het grappig/droevig/spannend/ griezelig/saai?
                                               Luister naar het weerbericht van morgen en kruis aan: het gaat sneeuwen, het gaat waaien, het gaat regenen …



M BE 059 BC S02: De cursist kan in een gesprekssituatie en op structurerend niveau informatie vragen;

                                                                           Kan allerlei eenvoudige vragen stellen in de persoonlijke levenssfeer van
1 Contacten met officiële instanties                                        medecursisten (personalia, familie, thuisland, interesses ...)
2 Leefomstandigheden
3 Afspraken en regelingen                                                  Kan vragen naar de plaats van materiaal dat in de klas gebruikt wordt
4 Consumptie
5 Openbaar en privévervoer                                                 Kan bijkomende informatie vragen bij een jobaanbieding van de VDAB zoals over de
6 Voorlichtingsdiensten                                                     aard van het werk, over de werktijden, over de vakantieregeling, over het vervoer, over
7 Vrije tijd                                                                het loon …
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering                                                  Kan in een winkel naar (de plaats van) een product vragen
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen                                                Kan informatie vragen over diverse winkels zoals locatie, afstand, producten …
12 Klimaat
                                                                           Kan in het station informatie vragen bij het kopen van een ticket, vertrekplaats en –tijd,
                                                                            spoor, perron, overstapplaats …

                                                                           Kan in post en bank informatie vragen bij het stellen van eenvoudige handelingen zoals
                                                                            postzegels kopen, een brief of pakje versturen, geld afhalen of storten …

                                                                           Kan in een winkel informatie vragen over de prijs, de aard, de beschikbaarheid van een
                                                                            product

                                                                           Kan in een winkel informatie vragen over garantie en ruilvoorwaarden
                                                                           Kan bij een sportclub of vereniging informatie vragen over de activiteiten




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                      103
                                             Kan bijkomende informatie vragen bij een uitnodiging van het OCMW

                                             Kan informatie vragen over een huis bij de sociale huisvestingsdienst, het
                                              verhuurkantoor, de eigenaar

                                             Kan informatie vragen over zoekertjes uit de krant

                                             Kan informatie vragen aan een vakman over een herstelling zoals prijs, dag en uur …

                                             Kan een kaartje kopen in het kader van vrijetijdsbesteding zoals in de bioscoop,
                                              pretpark, zwembad …

                                             Kan in een café, restaurant iets bestellen en bijkomende vragen stellen over eten en
                                              drinken

                                             Kan bij diensten en instanties informatie vragen over bij welke dienst, op welke plaats
                                              men precies moet zijn

                                             Kan in het ziekenhuis vragen naar de juiste afdeling, naar de kamer van een zieke …

                                             Kan bij de inschrijving van het kind op school informatie vragen zoals lestijden,
                                              maaltijden, voor- en naschoolse opvang, busdienst …

                                             Kan in de kinderopvang, bij de onthaalmoeder informatie vragen over de opvanguren,
                                              de maaltijden, de prijs, de vakantie …

                                             Kan aan de leerkracht informatie vragen over het kind zoals het meewerken in de klas,
                                              het gedrag, de vooruitgang, de moeilijkheden …
                                             Kan tijdens het oudercontact informatie vragen over de resultaten van het kind, de
                                              opmerkingen over het kind …

                                             Kan als nieuwe werknemer informatie vragen over de plaats van voorwerpen en
                                              locaties

                                             Kan als toekomstige werknemer vragen stellen zoals over de aard van het werk, over
                                              de werktijden, de vakantieregeling, het vervoer, het loon …




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                     104
                                       Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
                                       Buitenschoolse opdrachten in winkel of supermarkt, ook bvb. doe – het - zelfcenter: info vragen over artikelen, bvb. in
                                       welke kleuren iets leverbaar is, in welke maten, iets bestellen …
                                       Een brochure gaan vragen bij de gemeente of een andere maatschappelijke dienst
                                       Info vragen aan de balie van de bibliotheek, de bank, de post, de gemeente, het OCMW, het ziekenhuis …
                                       Uitstap naar ziekenhuis of station: allerlei opdrachten m.b.t. info vragen …


M BE 059 BC S03: De cursist kan in een gesprekssituatie en op structurerend niveau informatie geven

1 Contacten met officiële instanties                                        Kan eenvoudige informatie geven over het thuisland
2 Leefomstandigheden
3 Afspraken en regelingen                                                   Kan op allerlei eenvoudige vragen antwoorden in de persoonlijke levenssfeer
4 Consumptie
5 Openbaar en privévervoer                                                  Kan informatie geven over de plaats van materiaal dat in de klas gebruikt wordt
6 Voorlichtingsdiensten
7 Vrije tijd                                                                Kan bijkomende informatie geven aan de VDAB bij het zoeken naar een geschikte job
8 Nutsvoorzieningen                                                          zoals de aard van het gewenste werk, de werktijden, de afstand naar het werk, het
9 Ruimtelijke oriëntering                                                    gewenste loon …
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen                                                 Kan informatie geven over de reden om een jobaanbieding van de VDAB aan te
12 Klimaat                                                                   nemen of te weigeren zoals de aard van het werk, de werktijden, de afstand naar het
                                                                             werk, het loon, …

                                                                            Kan informatie geven aan anderen over opening- en sluitingstijden van instanties,
                                                                             diensten en winkels

                                                                            Kan in het station informatie geven bij het kopen van een ticket, vertrekplaats en –tijd,
                                                                             spoor, perron, overstapplaats …

                                                                            Kan in post en bank informatie geven bij het stellen van eenvoudige handelingen zoals
                                                                             postzegels kopen, een brief of pakje versturen, geld afhalen of storten …

                                                                            Kan in het OCMW informatie geven over het (vervanging)inkomen, de financiële
                                                                             situatie

                                                                            Kan bij de inschrijving van het kind op school informatie geven over gewenste
                                                                             maaltijden, voor- en naschoolse opvang, busdienst, schoolmateriaal …



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                     105
                                                                       Kan in de kinderopvang, bij de onthaalmoeder informatie geven over de gewenste
                                                                        opvanguren, de maaltijden, de medicatie …

                                                                       Kan aan de leerkracht informatie geven over het kind zoals het gedrag thuis, de
                                                                        interesses, de moeilijkheden …

                                                                       Kan als werknemer informatie geven over de plaats van voorwerpen en locaties

                                                                       Kan als toekomstige werknemer informatie geven over de gewenste job, de gewenste
                                                                        werktijden, de manier van verplaatsing, het gewenste loon, de vroegere job, de
                                                                        ervaring …

                                                                  Voor buitenschoolse opdrachten: zie vorige BC.


Attitudes
De cursist geeft bij de uitvoering van de spreektaak blijk van

       spreekdurf;
       communicatiebereidheid;
       bereidheid om de standaardtaal te benaderen;
       doorzettingsvermogen.


  Ondersteunende elementen

                           1. Kennis

       woordenschat en grammatica / notions en functions;
       uitspraak en intonatie;
       taalregister (enkel formeel en informeel);
       de socioculturele aspecten (sociale conventies en gebruiken);



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            106
                         2. Leerstrategieën

       informatie verzamelen en ordenen;
       een beroep doen op eerdere leerervaringen;



                         3. Communicatieve strategieën

       gebruik maken van niet-verbaal gedrag;
       compenserende strategieën gebruiken (o.m. vragen om iets te herhalen, vragen om trager te spreken en vragen om uitleg);


Sleutelcompetenties
       Kunnen omgaan met numerieke gegevens:
       Kunnen samenwerken
       Kunnen keuzes uitvoeren
       Kunnen omgaan met problemen
       Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         107
4.6. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.1. Breakthrough / Basisniveau 5 (M BE O60)

4.6.1. Situering module

In de module “NT2 Alfa R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau 5” leert de cursist de vorm van de letters
van het schrift reproduceren in druk – en koordschrift en de klanken van het Nederlands omzetten
naar die letters. Hij/zij leert de letters van het druk- en koordschrift omzetten naar klanken en hij/zij kan
veel gebruikte woorden, woordgroepen en zinnen herkennen en begrijpen. Hij/zij leert ook cijfers
schrijven. De cursist is na de module in staat tot auditieve discriminatie en beschikt over
uitspraakvaardigheden. Met andere woorden, hij/zij leert (voor hem/haar al dan niet-vertrouwde)
klanken onderscheiden en produceren, hij/zij leert (voor hem/haar niet-vertrouwde) klanksequenties
waarnemen, vatten en aan mekaar schakelen om het Nederlands technisch te kunnen lezen en
schrijven.

De module is gesitueerd in het EDUCATIEVE DOMEIN. Het taalaanbod van de module bestaat uit
een keuze van geschikt taalmateriaal uit de volgende met een * aangeduide contexten uit dit
domein:

CONTEXT:                                                                             CONCRETISERING:


1. Locaties                                                                          zoals school/*centrum, *klaslokaal, *open ruimte, *gangen,
                                                                                     cursistenvereniging, *open leerruimte, *kantine … .

2. Instellingen                                                                      zoals het* centrum voor volwassenenopleiding … .


3. Personen                                                                          zoals de * cursist zelf (personalia), *de lesgever, *het team van
                                                                                     lesgevers, *collega’s cursisten, bibliotheekpersoneel,
                                                                                     *kantinepersoneel, *secretariaatsmensen … .


4. Voorwerpen                                                                        zoals *schrijfmateriaal, *lesmateriaal, *voedsel (te verkrijgen in het
                                                                                     opleidingscentrum), *audio-visueel materiaal/toestellen, *bord, *krijt,
                                                                                     *stiften, computers, boekentas … .



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                  108
5. Evenementen en/of centrum- en klasgroepactiviteiten en/of organisatie        zoals *inschrijfmomenten, *lesmomenten (dagen van de week, uren),*
van het lesgebeuren                                                             pauzemomenten, *bezoeken en uitstappen, *huiswerk, gesprek,
                                                                                discussie, *groepswerk, examens, evaluatie, rollenspel … .


6. Teksten en documenten                                                        *zoals inschrijfformulieren, *tekstboeken, *handboeken, lezers,
                                                                                referentiewerken, geprojecteerde tekst (met OHP/via beamer),
                                                                                computerschermtekst, *oefenboeken, *oefenbladen, artikels uit
                                                                                kranten en tijdschriften, woordenboeken … .


4.6.2. Instapvereisten
Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.

De cursist dient verplicht de competenties te bezitten van de module "NT2 Alfa R1 -
1.1/Breakthrough/Basisniveau START”.

4.6.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.1. Breakthrough/Basisniveau 5

Vaardigheid: Technisch lezen

Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            109
Tekstkenmerken
De te lezen teksten vertonen volgende kenmerken:

      ze hebben betrekking op de directe leef- en leersituatie van de cursist;
      ze zijn concreet, eenvoudig en voorspelbaar;
      ze zijn zeer kort en eenvoudig gestructureerd, de zinnen zijn kort, de teksten kunnen bestaan uit geïsoleerde woorden/cijfers,
       woordgroepen/cijferreeksen en zinnen;
      ze bevatten alledaagse en internationaal –doorzichtige woorden, stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen;
      ze kunnen visueel ondersteund zijn;
      ze worden in een traag tempo gelezen.




Basiscompetenties
   De cursist kan op kopiërend niveau:

       M BE 060 BC R01
      alle morfemen in druk – en koordschrift min of meer correct omzetten naar overeenkomstige klanken op letter- en woordniveau. Er kunnen
       nog verkeerde klankletterkoppelingen voorkomen vooral bij die klanken die in de taal van de cursist niet onderscheiden worden;

      M BE 060 BC R02: cijfers min of meer correct lezen.

   De cursist kan op beschrijvend niveau:

       M BE 060 BC R03
      direct veel gebruikte woorden, woordgroepen en zinnen automatiseren en herkennen.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            110
Attitudes
De cursist is bereid bij de uitvoering van de leestaak :

       zich te concentreren op de leestaak;
       zich niet te laten afleiden wanneer hij in een tekst niet alles begrijpt.


  Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                              1. Leesstrategie

       De cursist kanbij de voorbereiding en de uitvoering van de leestaak de analyse/synthese - leesstrategie desgewenst toepassen;


                              2. Leerstrategieën (cognitief en metacognitief)

       relevante voorkennis oproepen en gebruiken;
       een beroep doen op eerdere leerervaringen;



                              3. Communicatieve strategieën

       gebruik maken van ondersteunend visueel materiaal;
       om hulp en verduidelijking vragen.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         111
Vaardigheid: Technisch schrijven

Tekstkenmerken
De te schrijven teksten vertonen volgende kenmerken:

      ze zijn kort en zeer eenvoudig, de zinnen zijn kort; de teksten bestaan vooral uit geïsoleerde woorden/cijfers en woordgroepen/cijferreeksen;
      ze bevatten alledaagse woorden, stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen en zoveel mogelijk internationaal-transparante woorden;
      ze worden in grote mate nog fonetische gespeld, foutief taalgebruik komt geregeld voor;
      ze worden in een zeer laag schrijftempo geproduceerd.




Basiscompetenties
De cursist kan op kopiërend niveau voor een bekende:


      M BE 060 BC W01 alle morfemen correct vormgeven in druk- en koordschrift in kleine letters op letter-, woord- en zinniveau;
      M BE 060 BC W02 cijfers correct vormgeven.

De cursist kan op beschrijvend niveau:

      M BE 060 BC W03 eenvoudig mondeling taalaanbod op woord- en zinniveau omzetten in schriftelijke taal;
      M BE 060 BC W04 aanbod van eenvoudige cijfers omzetten in hun schriftbeeld.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         112
Attitudes
De cursist is bereid bij de uitvoering van de schrijftaak :

       bereidheid om enige correctheid na te streven;
       schrijfdurf;
       doorzettingsvermogen.


  Ondersteunende elementen

                              1. Vaardigheden

       De cursist kan om de schrijftaak uit te voeren desgewenst de visuele, auditieve en motorische vaardigheden combineren bij het analyseren en
        synthetiseren;


                              2. Leerstrategieën (cognitief en metacognitief)

       relevante voorkennis oproepen en gebruiken;
       een beroep doen op eerdere leerervaringen;




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         113
Vaardigheid: Ondersteunend luisteren

Tekstkenmerken
De te beluisteren teksten vertonen volgende kenmerken:

       ze hebben betrekking op de directe leef- en leersituatie van de cursist; M BE 060 LT 01
       ze hebben betrekking op concrete, eenvoudige en voorspelbare inhouden;
       ze zijn zeer kort en eenvoudig gestructureerd; de zinnen zijn kort; de teksten kunnen bestaan uit geïsoleerde woorden, woordgroepen en zinnen;
       ze bevatten alledaagse en internationaal-doorzichtige woorden, stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen;
       ze worden in een laag tempo en in standaardtaal uitgesproken.




Basiscompetenties
De cursist kan op kopiërend niveau

       M BE 060 BC L01 alle fonemen (consonanten, vocalen en diftongen) correct discrimineren en identificeren op letter-, woord- en zinniveau.

De cursist kan op beschrijvend niveau

       M BE 060 BC L02 direct veel gebruikte woorden, woordgroepen en zinnen automatiseren en herkennen;


Attitudes
De cursist is bereid bij de uitvoering van de luistertaak:

       grondig en onbevooroordeeld te luisteren naar wat de gesprekspartner zegt;
       zich niet te laten afleiden wanneer hij in een tekst niet alles begrijpt (weerbaarheid).




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            114
 Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                           1. Communicatiestrategie:

                                      De cursist kan bij de voorbereiding en de uitvoering van de luistertaak om hulp en verduidelijking vragen




Vaardigheid: Ondersteunend spreken

Tekstkenmerken
De te produceren teksten vertonen volgende kenmerken:

      ze zijn zeer kort en eenvoudig gestructureerd; de zinnen zijn kort; de teksten kunnen bestaan uit geïsoleerde woorden, woordgroepen en zinnen;
      ze bevatten alledaagse en internationaal-doorzichtige woorden, stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen;
      ze worden in een laag spreektempo uitgesproken;
      ze kunnen worden geproduceerd met de medewerking van een gesprekspartner;
      ze kunnen uitspraakfouten bevatten, vooral bij die klanken die in de moedertaal niet voorkomen.




Basiscompetenties
      M BE 060 S01: De cursist kan op kopiërend niveau alle fonemen (consonanten, vocalen en diftongen) min of meer correct imiteren op klank-
       ,woord- en zinniveau;




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                           115
    Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                             1. Leerstrategie:

               De cursist kan bij de voorbereiding en de uitvoering van de spreektaak desgewenst een beroep doen op eerdere leerervaring .


Sleutelcompetenties
       Kunnen omgaan met numerieke gegevens:
       Kunnen samenwerken
       Kunnen keuzes uitvoeren
       Kunnen omgaan met problemen
       Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Concretisering leerinhouden module 5


Module 5 heeft een ondersteunende functie voor de modules 1 t.e.m 4 en 6 t.e.m 9, die respectievelijk functionele mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid
beogen en heeft aldus een nevenschakelende functie in het traject.

Functionele doelen vormen de basis voor het lees- en schrijfonderwijs. Om sommige doelen te kunnen realiseren is het nodig dat de cursist zelfstandig kan
lezen en schrijven. Het technische lezen en schrijven is dus geen doel op zich maar een middel.

Schrijven blijft echter voor de doelgroep een moeilijk gegeven. Toch kunnen we niet zonder meer stellen dat schrijven louter ter ondersteuning van het
leesproces wordt gebruikt. Als voor veel cursisten geldt dat de stap naar het zelfstandig lezen en schrijven niet het einddoel is of niet binnen het bereik ligt,




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                116
hebben andere cursisten wel degelijk meer verwachtingen ten aanzien van het schrijfonderwijs. Zij willen wél de stap zetten naar echt zelfstandig schrijven.
Daarom werd dit voorzien in het alfatraject.

Het volgende overzicht geeft een beeld van de mogelijke opbouw van het lees- en schrijfproces. Het basisschema vindt men in “ Schuurmans I., Van
Hoeteghem L. : Curriculum alfabetisering in de tweede taal. Mechelen: VOCB, 2003. p. 23-27”. De vakgroep Alfa NT2 2005 – 2006 (VOCB) bewerkte dit
schema, onder begeleiding van Lieve Van Hoeteghem.


Gemarkeerd in grijs : kan al eerder aan bod komen
Cursief: kan later aan bod komen (voorts ook in module 12)

                        aanvankelijk lezen                                                    aanvankelijk schrijven
     algemeen doel       Vertrekkende van:                                                     Vertrekkende van:
                         – bekende woorden in speciaal                                         – woorden, letters en cijfers
                           uitgezochte of                                                        overtrekken en naschrijven
                           geconstrueerde teksten en                                           Ziet kenmerkende verschillen
                           uit het dagelijks leven                                             tussen letters en maakt daar
                           kunnen herkennen en                                                 gebruik van bij het schrijven
                           leestechnisch kunnen                                                dan die letters.
                           ontsleutelen
                         – de inhoud van die teksten                                           Kan alle lettertekens
                           globaal kunnen begrijpen                                            herkenbaar schrijven.
                         Naar:
                         – de nodige informatie kunnen                                         Over:
                           halen uit eenvoudige teksten                                        – overschrijven van
                           in veel voorkomende                                                   woorden, letters, cijfers …
                           situaties uit het dagelijks
                           leven                                                               - is in staat bekende
                                                                                                  eenlettergrepige woorden
                                                                                                  visueel te analyseren, is in
                                                                                                  staat deze enige tijd vast te
                                                                                                  houden in het geheugen
                                                                                                  en weer te
                                                                                                  reproduceren.(visueel
                                                                                                  dictee)



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            117
                                                                               Naar:
                                                                               – schrijft nieuwe korte,
                                                                                 klankzuiver woorden
                                                                                 (mkm)woorden) die
                                                                                 samengesteld zijn uit
                                                                                 geleerde letters. Hierbij
                                                                                 komen fouten nog voor,
                                                                                 maar het principe van
                                                                                 klankletterkoppeling wordt
                                                                                 begrepen


          subdoelen     Vertrekkende van:                                      Vertrekkende van:
                        – leesrichting kennen           In mondelinge          – een juiste schrijfhouding    In mondelinge
                          kent de kenmerkende           modules bij lees- en   – een goede hantering van      modules bij lees- en
                          verschillen tussen letters.   schrijfvoorwaarden       pen en papier                schrijfvoorwaarden
                          Weet wanneer een teken een                           – schrijfrichting kennen
                          andere letter is of wanneer                          – eigen personalia kunnen
                          het een variant is van                                 naschrijven van een
                          dezelfde letter                                        voorbeeld
                        kan in een voorgelezen zin de                          – werken met blokschrift
                          afzonderlijke woorden                                Over:
                          aanwijzen;                                           – op een regel schrijven,      Motorische
                                                                                 tijdig op een nieuwe regel   oefeningen: op een
                        – visuele waarneming om                                  beginnen                     lijn schrijven;
                          vormverschillen te kunnen                                                           witruimte tussen
                          onderscheiden:                                       – naam zelfstandig kunnen      woorden
                          • woordbeelden in een tekst                            schrijven of in bepaalde
                             kunnen herkennen                                    moeilijke
                          • woordbeelden kunnen                                                               Bv met behulp van
                                                                                 situaties overschrijven      letterdoos woorden
                             herkennen, in geheugen     Opmerking:
                             vasthouden en              Functionele woorden                                   leggen
                             reproduceren (= opnieuw                           Naar:


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                            118
                             herkennen) en in een zin      Niet in gebonden      – kunnen noteren van een
                             kunnen lezen                  schrift                 telefoonnummer
                           • overeenkomsten kunnen                               – kunnen noteren van een
                             zien tussen beelden op                                tijdstip voor een afspraak
                             letter-, woord- en            Opmerking: niet in    – alle letters zelfstandig
                             zinsniveau (bv. woorden       gebonden schrift        kunnen schrijven
                             met eenzelfde beginletter)                          – schrijfhandelingen in het    Functioneel (kan
                           • letters van een                                       dagelijks leven              vroeger of later)
                             verschillend lettertype       Opmerking:              (bv. kattebelletjes)
                             kunnen herkennen, lezen       herkennen van zulke   – beginnend gebruik van
                                                           woordbeelden            schrijven in de
                                                                                   onderwijssituatie als
                        Naar:                                                      -ondersteuning bij de        Later (zie module 12)
                        – herkent hoofd- en kleine                                 andere vaardigheden
                          letters als variant van een                                                           optioneel
                          letter.
                        - Leest korte zinnen met
                          klankzuivere of geleerde
                          woorden

              klank-                                      Typisch module 5
                        Vertrekkende van:
     letterkoppeling    – eenlettergrepige woorden
                          waarvan betekenis en klank
                          bekend zijn, visueel en
                          auditief kunnen analyseren
                          en synthetiseren
                        Over:
                        – het automatiseren van het
                          voorgaande, aangevuld met:
                          tweeklanken en moeilijke
                          lettercombinaties, aanzet tot
                          doffe ‘e’ en d als ‘t’
                          uitgesproken aan het einde



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                              119
                          van een woord
                        Naar:
                        – woorden waarvan de
                          betekenis bekend is, kunnen
                          lezen

         situaties en   Vertrekkende van:                                          Vertrekkende van:
        tekstsoorten    – speciaal samengestelde                                   – naschrijven van losse
                          teksten:                                                   woorden
                          • kort                                                   Over:
                          • herkenbaar naar inhoud                                 – bekende woorden invullen
                          • groot letterformaat                                      in een eenvoudig formulier
                          • blokschrift                                            – noteren van een tijdstip
                        – voorbereiding, aanzet tot:                                 voor een afspraak (datum,
                          • het lezen van dagen,                                     uur)
                            maanden
                          • het lezen van een klok                                 Naar:
                                                                                   – kort briefje of kaartje
                        Over:                                                      – gebruik van schrijven in de
                        – authentieke teksten om                                     onderwijssituatie als
                          visuele herkenning te                                      ondersteuning bij de
                          oefenen:                                                   andere vaardigheden
                          • het lezen van een                                        (bv. om beter te
                             kalender/agenda                                         onthouden, zichtbaar
                          • het lezen van de digitale                                maken van het geleerde)
                             klok
                          • beginnend gebruik van
                                                         Kan vroeger en later
                             lezen in de
                             onderwijssituatie als       bv. om ‘uitingen’ beter
                                                         te onthouden
                             ondersteuning van de
                             andere vaardigheden (bv.    (streepjeszin)
                             verbinden van een woord
                             met een foto of tekening)
                        Naar:                            Ook bij functionele


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                               120
                        – alledaagse situaties met        modules
                          volgende tekstsoorten:
                          • eenvoudige mededeling
                          • eenvoudig formulier
                          • veel voorkomende
                             verkeersborden
                          • naamborden en
                             opschriften
                          • rekeningen, kastickets
                          • kalender, agenda,
                             uurrooster
                          • eenvoudige authentieke
                             teksten

   tekstkenmerken2      Vertrekkende van:                                     Vertrekkende van:
                        – woorden geselecteerd op                             – schrijven in blokschrift
                          basis van analysekwaliteit:                         – woorden, zinnen en
                          concreet, bekend en                                   teksten zijn
                          klankzuiver                                           voorgeschreven in
                        – teksten zijn kort, herkenbaar                         eenvoudig en duidelijk
                          naar inhoud en de woorden                             lettertype
                          verwijzen naar bekende                              – schrijfvoorbeelden worden     Vroeger
                          begrippen                                             aan de inhoud van
                        – authentieke teksten om          Vroeger               leesteksten of dagelijkse
                          visuele herkenning in te                              situaties ontleend
                          voeren                                              – schrijftempo ligt laag
                        – in duidelijk lettertype, nog                        Over:
                          veel wit in de tekst                                – teksten bestaande uit losse
                        – hoofdletters en leestekens                            bekende woorden of korte
                          kunnen gelezen worden           later                                               later
                                                                                zinnen
                        Naar:                                                 – er worden nog veel
                        – geselecteerde, speciaal         module 5 of later     spelfouten gemaakt, er
                          samengestelde teksten of                              wordt nog fonetisch
                          eenvoudige authentieke                                geschreven


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                          121
                          teksten, met veel illustraties    Naar:
                        – eenvoudige structuur              – er worden schrijffouten
                          (hoofdzin met maximaal één          gemaakt maar voor het
                          bijzin)                             verbeteren wordt hulp         later
                        – vooral gedrukte teksten,            gevraagd
                          maar ook beperkt                  – eenvoudige woordenschat
                          handgeschreven teksten            – weinig variatie in de stijl
                        – bekende woorden kunnen
                          vlot gelezen worden, nieuw
                          te lezen woorden nog aan
                          een laag tempo gelezen

 condities t.a.v. het   Vertrekkende van: (voor heel het    Vertrekkende van:
          onderwijs                              traject)   – het vormen van de letters
                                                              op de juiste manier
                        – nieuwe woorden altijd in een        aanleren
                          context aangeboden                – schrijfpatronen groot
                        – concrete situaties,                 aanbieden
                          voorwerpen en illustraties        – ze worden herhaald en
                          ondersteunen het leer-proces        geoefend tot men ze
                        – sterk gestuurde opdrachten          beheerst
                          met een herkenbare                – nieuwe lettervormen
                          methodiek kunnen onder              worden aangeleerd met
                          begeleiding uitgevoerd              begeleiding van
                          worden                              mondelinge tekst die de
                        – er worden nog geen eisen            schrijfrichting beschrijft
                          aan het tempo gesteld             – er worden geen eisen aan
                        – cursisten krijgen onmiddellijk      het tempo gesteld
                          feedback                          Naar:
                        Over:                               – sterk gestuurde en op
                        – samenwerking en                     reproductie gerichte
                          tijdsgebonden opdrachten            methodieken
                                                            – veelvuldig gebruik van
                        Naar:                                 ondersteunend


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                         122
                        – veel aandacht aan de              beeldmateriaal
                          introductie van een tekst:      – vaak voorschrijven bij het
                          onderwerp schetsen,               oefenen van lettervormen
                          voorkennis en
                          achtergrondkennis oproepen
                        – gevarieerde vormen van
                          lezen aanbieden:
                           • hardop lezen om uitspraak
                             en begrip te controleren
                           • tempoverhogend lezen om
                             de leestechniek te oefenen
                           • globaal radend lezen
                             (bv. bij authentieke
                             teksten)
                           • informatief lezen (om
                             functionaliteit te
                             benadrukken)
                           • ontspannend lezen

studievaardigheden      Vertrekkende van:                 Vertrekkende van:
                        – kunnen memoriseren,             – kunnen hanteren van
                          geheugentraining                  methodieken
                        – zich kunnen concentreren        – zich kunnen concentreren
                        – foto’s en tekeningen kunnen     – kunnen vergelijken
                          lezen                           Over:
                        – oefenvormen, methodieken        – het kunnen oriënteren op
                          kunnen hanteren                   een blad en indelingen in
                        – bladzijden kunnen omslaan         een map kunnen hanteren
                        – auditief geheugen trainen         (opbergen, ordenen,
                        Naar:                               opzoeken)
                        – toetsen van tekstbegrip:        Naar:
                          kunnen omgaan met vraag-        – het schrift kunnen
                          en opdrachtvormen,                gebruiken ter                Later: module 12 en
                          meerkeuze, open vragen                                         later


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                       123
                        – instructietaal: hoe formuleer     ondersteuning (bv. om te
                          je een opdracht                   onthouden, om info te
                        – kritisch kunnen lezen,            geven, vragen)
                          bv. klopt het wat er in de
                          tekst staat (juist/fout)

           attitudes    Vertrekkende van:                 Vertrekkende van:
                        – via leesplezier kunnen          – schrijfplezier, tot een
                          komen tot een positieve           positieve houding komen
                          attitude tegenover lezen          tegenover schrijven
                        – relevante voorkennis kunnen     – durven schrijven
                          oproepen                        – enige correctheid kunnen
                        – niet afhaken als men in een       nastreven
                          tekst niet alles begrijpt       – niet afhaken
                        – openstaan voor feedback         – openstaan voor feedback
                        – het geleerde kunnen             – het geleerde kunnen
                          gebruiken (transfer)              gebruiken (transfer)
                        – zijn persoonlijke waardering    – zich kunnen concentreren
                          en voorkeur voor bepaalde       – de lat voor zichzelf niet te
                          teksten kunnen uitspreken         hoog leggen
                        – respect voor materiaal          – kunnen samenwerken
                          hebben
                                                          Naar:
                        – kunnen samenwerken
                                                          – combineren van visuele,
                        Naar:                               auditieve en motorische
                        – combinatie van visuele,           vaardigheden bij het
                          auditieve en motorische           analyseren en
                          activiteit bij het analyseren     synthetiseren
                          en synthetiseren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                       124
4.7. Module NT2 Alfa R1 – 1.1 Breakthrough/Basisniveau 6 (M BE 061)

4.7.1. Situering module

In de module ‘NT2 Alfa R1 – 1.1/Breakthrough/Basisniveau 6’ leert de laaggeletterde taalleerder in een anderstalige omgeving met zeer beperkte talige
middelen hoofdzakelijk schriftelijk communiceren om tegemoet te komen aan concrete behoeften uit zijn/haar onmiddellijke omgeving. De cursist oefent zich
met andere woorden in de vaardigheden schrijven en lezen binnen het maatschappeljik-persoonlijk domein. Om in dit domein te kunnen functioneren leert de
cursist eenvoudige elementaire taaluitingen als het invullen van een formulier en een document met personalia. Hij/zij leert ook informatie herkennen in
alledaagse formulieren.

De module is gesitueerd in het maatschappelijk-persoonlijk domein. Het taalaanbod van de module bestaat uit geschikt taalmateriaal uit een keuze van de
volgende contexten uit dit domein :

1. Contacten met officiële instanties                                          7. Vrije tijd
2. Leefomstandigheden                                                          8. Nutsvoorzieningen
3. Afspraken en regelingen                                                     9. Ruimtelijke oriëntering
4. Consumptie                                                                  10. Onthaal
5. Openbaar en privé-vervoer                                                   11. Gezondheidsvoorzieningen
6. Voorlichtingsdiensten                                                       12. Klimaat


4.7.2. Instapvereisten

Zie nieuw decreet:

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.


De cursist dient verplicht de competenties te bezitten van de module NT2 Alfa R1-1.1 Breakthrough Basisniveau Start



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            125
4.7.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.1 Breakthrough/Basisniveau 6 ( M BE 061)

Vaardigheid: Lezen

Tekstkenmerken
De te lezen teksten vertonen volgende kenmerken :
         ze zijn waar mogelijk authentiek of semi-authentiek
         ze hebben betrekking op de directe leefsituatie van de cursist
         de inhouden zijn concreet, eenvoudig en vertrouwd
         ze zijn zeer kort en eenvoudig gestructureerd
         ze bevatten stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen
         ze kunnen visueel ondersteund zijn
         ze worden in een traag tempo gelezen




Basiscompetenties
M BE 061 BC R01: De cursist kan op beschrijvend niveau de informatie herkennen in teksten zoals belangrijke formulieren, documenten en
alledaagse papieren (onder meer rijbewijs en identiteitskaart)




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                  126
contexten                         Concretisering leerinhoud
                                             Onderscheiden van brieven en documenten van officiële instanties zoals OCMW, VDAB, de mutualiteit, de
 2. contacten met officiële                   post, het sociaal verhuurkantoor,… (bv. op basis van herkenbare logo’s) en het onderscheid maken tussen
     instanties                               rekeningen, brieven en reclame van deze instellingen.
 3. leefomstandigheden                       Eigen personalia en datum terugvinden op bovengenoemde correspondentie.
 4. afspraken en regelingen                  De eigen personalia herkennen op documenten zoals een identiteitskaart, rijbewijs, bankkaart…
 5. consumptie                               Herkennen van documenten die nauw verboden zijn met de eigen school en die van de kinderen : agenda,
 6. openbaar en privé-vervoer                 rapport aanwezigheidslijst, schoolkalender, formulier voor reservatie van het OLC,…
 7. voorlichtingsdiensten                    Onderscheiden van brieven, documenten en folders van vertrouwde winkels en het onderscheid maken
 8. vrije tijd                                tussen reclame en rekeningen.
 9. nutsvoorzieningen                        De eigen personalia en die van gezinsleden herkennen op documenten zoals lidkaart van de videotheek, de
 10. ruimtelijke oriëntering                  bibliotheek,…
 11. onthaal                                 In de persoonlijke post postkaarten en wenskaarten voor verschillende gebeurtenissen onderscheiden
 12. gezondheidsvoorzieningen                 (geboorte, huwelijk, verjaardag,…)
 13. klimaat
                                             In de persoonlijke post aankondigingen van allerlei gebeurtenissen onderscheiden (huwelijk, geboorte,
                                              overlijden,…)
                                             Onderscheiden van brieven en documenten van water,-gas, elektriciteit, en kabelmaatschappijen en het
                                              onderscheid maken tussen rekeningen, informatieve brieven en reclame van deze instanties.
                                             Onderscheiden van een voorschrift, een kleefbriefje van de mutualiteit, een afsprakenkaartje van de dokter,…
                                             Eigen personalia en die van de gezinsleden herkennen op SIS - kaart, kleefbriefjes van de mutualiteit,…
                                             Kan allerlei formulieren van het werk herkennen zoals een vakantieaanvraag, een bestelformulier voor
                                              werkkledij, een medische vragenlijst, een aanvraag tot terugbetaling van abonnement, een afpuntlijst van
                                              uitgevoerde taken, …
                                             Kan in de persoonlijke post allerlei soorten wens- en ansichtkaarten kaarten onderscheiden zoals
                                              wenskaarten voor allerlei gebeurtenissen (geboorte, verjaardag, huwelijk, overlijden …), vakantiekaarten en
                                              lezen van wie de kaart afkomstig is




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         127
                                     Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject



                                                Herkennen van allerlei formuleren die te maken hebben met de opleiding of taalstage zoals bv. een
                                                 lesrooster, een werkrooster, een opleidingskalender, een takenlijst,…
                                                De persoonlijke post thuis ordenen in categorieën : rekeningen, wenskaarten, reclame, informatieve brieven
                                                 en ter controle meebrengen naar de les.


Attitudes
 Bij de uitvoering van deze taak geeft de cursist blijk van volgende attitudes :
       zich concentreren op de leestaak
          zich niet laten afleiden wanneer hij in een tekst niet alles begrijpt.


 Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                            1.Kennis
                                De cursist kan desgewenst de ondersteunende kennis gebruiken die nodig is om de schrijftaak uit te voeren :
                                 - woordenschat en grammatica / notions en functions
                                 - spelling en interpunctie
                                 - taalregister (beperkt tot formeel en informeel)
                                 - de socioculturele aspecten (sociale conventies en gebruiken)


                            2.Leerstrategieën
                            De cursist kan bij de voorbereiding en de uitvoering van de schrijftaak desgewenst volgende leerstrategieën toepassen :
                                - relevante voorkennis oproepen en gebruiken ;
                                - een beroep doen op eerdere leerervaringen ;



                            3.Communicatiestrategieën
                            De cursist kan bij de uitvoering van de leestaak volgende communicatiestrategieën toepassen :



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                     128
                                  - gebruik maken van ondersteunen visueel materiaal
                                  - om hulp en verduidelijking vragen
   -


Vaardigheid: Schrijven

Tekstkenmerken
De te schrijven teksten vertonen volgende kenmerken :
        ze bevatten alledaagse, eenvoudige woorden, korte zinnen en zinnen met stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen ;
        ze hebben betrekking op concrete en op eenvoudige inhouden en op inhouden die van persoonlijk belang zijn en vertrouwd ;
        foutief taalgebruik komt geregeld voor ;
        ze worden in een zeer laag schrijftempo geproduceerd.




Basiscompetenties
M BE 061 BC W01: De cursist kan op beschrijvend niveau een formulier en een document met betrekking tot personalia invullen.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                       129
contexten                            Concretisering leerinhoud
 1. Contacten met officiële             invullen van eigen personalia op
     instanties                           formulieren van officiële instanties zoals bv. het OCMW, de VDAB
 2. Leefomstandigheden                    formulieren van de sociale huisvestingsmaatschappij
 3. Afspraken en regelingen               formulieren van winkels zoals een bestelbon, een aanvraag voor een klantenkaart, een aanvraag voor het
 4. Consumptie                                toesturen van reclamefolders,…
 5. Openbaar en privé-vervoer             formulieren van het openbaar vervoer zoals een aanvraag voor een abonnement.
 6. Voorlichtingsdiensten                 inschrijvingsformulieren van sportclubs, verenigingen, de bibliotheek,…
 7. Vrije tijd                            inschrijvingsstrookje van het CBE voor een uitstap, sportdag,…
 8. Nutsvoorzieningen                     aanvraag formulieren van de gas-, water-, elektriciteit, of kabelmaatschappij
 9. Onthaal
                                          een inschrijvingsformulier of reservatieformulier van het ziekenhuis.
 10. Gezondheidsvoorzieningen
                                     Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject

                                     Invullen van eigen personalia op
                                                 een sollicitatieformulier of vakantieaanvraag, een medische vragenlijst van de werkgever
                                                 een inschrijvingsformulier van de opleidingsinstelling
                                                 infoformulieren van de stageplaats


Attitudes
  Bij de uitvoering van deze taak geeft de cursist blijk van volgende attitudes :
        Bereidheid om enige correctheid in de formulering na te streven
        Schrijfdurf
          Doorzettingsvermogen


  Ondersteunende elementen

                             1.Kennis
                                De cursist kan desgewenst de ondersteunende kennis gebruiken die nodig is om de schrijftaak uit te voeren :
                                         woordenschat en grammatica / notions en functions



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                     130
                                         taalregister (enkel formeel en informeel)
                                         de socioculturele aspecten (sociale conventies en gebruiken)


                           2.Leerstrategieën
                           De cursist kan bij de voorbereiding en de uitvoering van de schrijftaak desgewenst volgende leerstrategiPen toepassen :
                                        relevante voorkennis oproepen en gebruiken ;
                                        een beroep doen op eerdere leerervaringen ;



                           3.Compenserende strategieën
                           De cursist kan bij de uitvoering van de schrijftaak desgewenst compenserende strategieën gebruiken om zich in zeer eenvoudige
                           taal uit de slag te trekken.



Sleutelcompetenties
     Kunnen omgaan met numerieke gegevens
     Kunnen samenwerken
     Kunnen keuzes uitvoeren
     Kunnen omgaan met problemen
     - Kunnen eigen leren en presteren verbeteren.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                          131
4.8. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.1. Breakthrough / Basisniveau 7 (M BE O62)

4.8.1. Situering module

In de module “NT2 Alfa R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau 7” leert de laaggeletterde taalleerder in
een anderstalige omgeving met zeer beperkte talige middelen hoofdzakelijk schriftelijk communiceren
om tegemoet te komen aan concrete behoeften uit zijn/haar onmiddellijke omgeving. De cursist oefent
zich met andere woorden in de vaardigheden schrijven en lezen binnen het maatschappelijk - persoonlijk
domein. Om in dit domein te kunnen functioneren leert de cursist eenvoudige elementaire
taaluitingen als een kort informatief berichtje schrijven. De cursist leert ook gegevens selecteren uit
allerlei informatieve teksten zoals tabellen, advertenties, brochures en schema’s.

De module is gesitueerd in het MAATSCHAPPELIJK-PERSOONLIJK DOMEIN.
Het taalaanbod van de module bestaat uit geschikt taalmateriaal uit een keuze van de volgende contexten uit dit domein:
De contexten zijn:

1 Contacten met officiële instanties
2 Leefomstandigheden
3 Afspraken en regelingen
4 Consumptie
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                          132
4.8.2. Instapvereisten
Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.

De cursist dient verplicht de competenties te bezitten van de module "NT2 Alfa R1 -1.1/Breakthrough/basisniveau 6” door middel van een

       het behalen van een deelcertificaat voor deze module
       het slagen voor een toelatingsproef
       het succesvol doorlopen van een EVC-procedure

4.8.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.1. Breakthrough/Basisniveau 7

Vaardigheid: Lezen

Tekstkenmerken
De te lezen teksten vertonen volgende kenmerken:

       ze zijn waar mogelijk authentiek of semiauthentiek;
       de inhouden hebben meestal betrekking op de directe leefsituatie van de cursist;
       ze zijn meestal concreet, eenvoudig, voorspelbaar en vertrouwd;
       ze zijn zeer kort en eenvoudig gestructureerd;



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            133
      ze kunnen visueel ondersteund zijn;
      ze bevatten stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen;
      ze worden in een traag tempo gelezen.




Basiscompetenties
M BE 062 BC R01: De cursist kan op beschrijvend niveau relevante gegevens selecteren uit informatieve teksten zoals tabellen




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                     134
Contexten                          Concretisering leerinhoud

1 Contacten met officiële                                         Kan in het lesrooster de dagen en uren van de eigen les halen
instanties
2 Leefomstandigheden                                              Kan in de agenda de gegevens halen (les, taak, toets, iets meebrengen, …)
3 Afspraken en regelingen
4 Consumptie                                                      Kan uit de aanwezigheidslijst, de adreslijst de eigen naam halen
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten                                           Kan uit een tabel met persoonsgegevens van medecursisten de gevraagde informatie
7 Vrije tijd                                                       halen van zichzelf en anderen zoals telefoonnummer, woonplaats, aantal kinderen …
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering                                         Kan op een kalender de les- en vrije dagen halen
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen                                       Kan op een verjaardagkalender de eigen verjaardag en die van medecursisten halen
12 Klimaat
                                                                  Kan in een takenrooster de eigen taken selecteren

                                                                  Kan de openingsuren van het OLC, de bib, het secretariaat begrijpen

                                                                  Kan in een werkrooster de eigen diensturen halen

                                                                  Kan in een rooster de uit te voeren taken halen

                                                                  Kan aan de hand van een menukaart een keuze maken zoals in de kantine

                                                                  Kan uit een werkaanbieding de gegevens selecteren (soort werk, plaats, contactpunt)

                                                                  Kan de openingsuren van instanties, diensten, winkels … lezen

                                                                  Kan een telefoonnummer opzoeken in een (persoonlijk) telefoonboek, gouden gids

                                                                  Kan de meterstand van gas, elektriciteit, water aflezen

                                                                  Kan de gegevens uit een factuur, rekening … begrijpen (bedrag, periode, aard van de
                                                                   kosten)




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                          135
                                             Kan allerlei borden interpreteren bijvoorbeeld pictogrammen, straatnaamborden,
                                              verkeersborden

                                             Kan aan de hand van een menukaart een keuze maken zoals in het ziekenhuis

                                             Kan uit een lijst van ingrediënten de gegevens halen

                                             Kan uit een geboortelijst een gepast geschenk kiezen

                                             Kan uit een schema de dagen en uren van sporttrainingen en –wedstrijden halen

                                             Kan uit een overzicht van het filmaanbod de gegevens halen (uur, datum, locatie)

                                             Kan de spreekuren van de dokter lezen

                                             Kan uit een bankuittreksel de gegevens halen (bedrag, datum, saldo …)

                                             Kan uit het TV blad de gewenste programma’s halen

                                             Kan uit de lijst met schoolbenodigdheden de aan te kopen materialen halen

                                             Kan het lesrooster van de eigen kinderen begrijpen

                                             Kan uit de agenda van de kinderen de gegevens halen (les, taak, toets, iets
                                              meebrengen, iets ondertekenen, een nota …)

                                             Kan het schoolrapport van de eigen kinderen interpreteren

                                             Kan uit de tabel van bus-, opvangregeling de gegevens halen (uur, plaats)

                                             Kan uit de schoolrekening de gegevens halen (bedrag, periode, aard van de kosten)

                                             Kan uit de maandkalender de geplande activiteiten voor de eigen kinderen halen (aard
                                              activiteit, datum, plaats, uur, kosten)




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                     136
                                       Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
                                               Kan openingsuren vragen in bibliotheek, winkels en aanduiden op een meegekregen folder
                                               Kan belangrijke telefoonnummers thuis opzoeken: huisarts, tandarts, K & G …
                                               Kan tabel van veelgebruikte buslijn of treinroute meebrengen naar de klas
                                               Kan meterstanden van gas, water en elektriciteit meebrengen en invullen op een formuliertje
                                               Kan thuis leuke TV – programma’s opzoeken in overzichten TV – zenders
                                               Kan tabelletje meebrengen op verpakking medicijnen: dosering …
                                               Kan aan dokter, tandarts, advocaat een afspraakkaartje vragen en afspraken opzoeken en aanduiden

M BE 062 BC R02: De cursist kan op beschrijvende wijze relevante gegevens selecteren uit informatieve teksten zoals advertenties en brochures

                                                                          Kan op het prikbord van de school een advertentie lezen zoals een te koop
1 Contacten met officiële instanties                                       aangeboden product (prijs, plaats, contactpunt)
2 Leefomstandigheden
3 Afspraken en regelingen                                                 Kan op het prikbord van het werk een advertentie lezen zoals een te koop aangeboden
4 Consumptie                                                               product (prijs, plaats, contactpunt)
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten                                                   Kan in de koopjeskrant het gewenste product vinden (prijs, plaats, contactpunt)
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen                                                       Kan in de reclamebrochures van winkels de gewenste gegevens halen (prijs,
9 Ruimtelijke oriëntering                                                  hoeveelheid, datum)
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen                                               Kan in de krant de advertenties voor huurwoningen begrijpen (prijs, plaats, contactpunt,
12 Klimaat                                                                 soort woning)

                                                                          Kan in de brochure van de school de aangeboden opleidingen vinden

                                                                          Kan in de schoolkrant het gevraagde artikel terugvinden

                                                                          Kan uit de brochure van de school enkele belangrijke schoolregels begrijpen (uren, vrije
                                                                           dagen, aanwezigheid, data rapporten …)

                                       Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
                                                    o    Thuis allerlei brochures, advertentiebladen … functionele woordbeelden opzoeken en aanduiden
                                                         (markeren) en meebrengen naar de klas




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                     137
M BE 062 BC R03: De cursist kan op beschrijvende wijze relevante gegevens selecteren uit informatieve teksten zoals garantiebewijzen

                                                                          Kan uit het garantiebewijs van apparaten de gegevens halen (periode waarborg,
1 Contacten met officiële instanties                                       belangrijke voorwaarden zoals factuur als bewijs)
2 Leefomstandigheden
3 Afspraken en regelingen                                                 Kan de ruilvoorwaarden op een kassaticket begrijpen ((periode waarborg, belangrijke
4 Consumptie                                                               voorwaarden zoals kassaticket meebrengen …)
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten                Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
7 Vrije tijd                                        o    Van thuis uit allerlei garantiebewijzen opzoeken en meebrengen naar de klas. Kunnen opzoeken of ze
8 Nutsvoorzieningen                                      nog gelden (wanneer zijn de garantievoorwaarden verlopen?) , volgens dit criterium deze documenten
9 Ruimtelijke oriëntering                                sorteren.
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat


M BE 062 BC R04: De cursist kan op beschrijvende wijze relevante gegevens selecteren uit informatieve teksten zoals schema's die
ten dienste van de bevolking geschreven zijn.


1 Contacten met officiële instanties                                      Kan een eenvoudige dienstregeling van trein, tram, bus raadplegen
2 Leefomstandigheden
3 Afspraken en regelingen                                                 Kan uit de regeling van de afvalophaling de gegevens halen (datum, dag, aard vuilnis, )
4 Consumptie
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten                Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
7 Vrije tijd                                        o    Thuis op de afvalkalender opzoeken: wanneer zijn er ophalingen voor PMD, papier en glas, tuinafval…?
8 Nutsvoorzieningen                                      Wanneer is het containerpark open? …
9 Ruimtelijke oriëntering                           o    Bij de lijn brochures aanvragen over bepaalde regelingen …
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                     138
Attitudes
Bij de uitvoering van de leestaak is de cursist bereid:

       zich te concentreren op de leestaak;
       zich in te leven in de socioculturele wereld van de tekst;
       zich niet te laten afleiden als hij in een tekst niet alles begrijpt (weerbaarheid).


  Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                              1. Kennis

                                      -    woordenschat en grammatica / notions en functions;
                                      -    spelling/interpunctie;
                                      -    taalregister (beperkt tot formeel en informeel)
                                      -    de socioculturele aspecten.(sociale conventies en gebruiken);


                              2. Leerstrategieën

       relevante voorkennis oproepen en gebruiken;
       de tekstsoort herkennen
       het leesgedrag afstemmen op het leesdoel;


                              3. Communicatieve strategieën

       gebruik maken van ondersteunend visueel materiaal;
       om hulp en verduidelijking vragen.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                              139
Vaardigheid: Schrijven

Tekstkenmerken
De te schrijven teksten bevatten de volgende kenmerken:

      ze behandelen onderwerpen die vertrouwd of van persoonlijk belang zijn
      ze zijn qua taalgebruik zeer eenvoudig en bestaan vooral uit zeer korte zinnen en met stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen;
      ze kunnen fouten bevatten;
      ze worden in een laag redactietempo geproduceerd.




Basiscompetenties
M BE 062 BC W01: De cursist kan op beschrijvend niveau een korte informatieve tekst zoals een berichtje schrijven.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                          140
Contexten                          Concretisering leerinhoud (opmerking: het gaat gaat hier vooral nog over het overschrijven van formules en idiomen vanuit een model of
                                   vanuit woordbeelden)
1 Contacten met officiële
instanties                                                             Kan een berichtje van afwezigheid voor de lesgever schrijven zoals dat je kind ziek is,
2 Leefomstandigheden                                                    dat je naar de tandarts moet …
3 Afspraken en regelingen
4 Consumptie                                                           Kan een wenskaart schrijven voor een medecursist, lesgever, collega, vriend(in) … voor
5 Openbaar en privé-vervoer                                             diverse gelegenheden zoals een geboorte, verjaardag, huwelijk, ziek …Belangrijk hierbij
6 Voorlichtingsdiensten                                                 is dat de cursist vertrouwd geraakt met brief – en kaartconventies, hij leert een aantal
7 Vrije tijd                                                            formules correct over te schrijven
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering                                              Kan een vakantiekaart schrijven voor een medecursist, lesgever, collega, vriend(in)De
10 Onthaal                                                              cursist weet hoe naam en adres van de geadresseerde op de juiste plaats te schrijven,
11 Gezondheidsvoorzieningen                                             ook de eigen naam op de juiste plaats
12 Klimaat
                                                                       Kan een berichtje voor een collega schrijven zoals persoon x belt terug, …

                                                                       Kan een briefje aanbrengen op een defect apparaat zoals defect, kapot …

                                                                       Kan een kort berichtje opmaken om iets te koop aan te bieden

                                                                       Kan een berichtje voor de leerkracht schrijven zoals dat je kind ziek was, niet mag
                                                                        turnen, vandaag in de opvang moet blijven, naar de tandarts moet …




                                   Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject

                                           Met een groepje cursisten of individueel een wenskaartje schrijven naar een zieke, bedlegerige cursist, of ook
                                            naar pas bevallen cursiste
                                           Een postkaartje opsturen naar school vanuit vakantieland.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   141
Attitudes
Bij de uitvoering van de schrijftaak is de cursist bereid:

       bereidheid om enige correctheid in de formulering na te streven;
       schrijfdurf;
       doorzettingsvermogen.


  Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                              1. Kennis

                                       -   woordenschat en grammatica / notions en functions;
                                       -   taalregister (beperkt tot formeel en informeel)
                                       -   de socioculturele aspecten.(sociale conventies en gebruiken);


                              2. Leerstrategieën

       relevante voorkennis oproepen en gebruiken;
       een beroep kunnen doen op eerdere leerervaringen


                              3. Compenserende strategieën


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                              142
       Zich met zeer eenvoudige taal kunnen uit de slag trekken




Sleutelcompetenties
       Kunnen omgaan met numerieke gegevens:
       Kunnen samenwerken
       Kunnen keuzes uitvoeren
       Kunnen omgaan met problemen
       Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                            143
4.9. Beschrijving module NT2 Alfa R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau 8 (M BE O63)


4.9.1. Situering module

In de module “NT2 Alfa R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau/ 8” leert de laaggeletterde taalleerder in een anderstalige omgeving met zeer beperkte talige
middelen hoofdzakelijk schriftelijk communiceren om tegemoet te komen aan concrete behoeften uit zijn/haar onmiddellijke omgeving. De cursist oefent zich
met andere woorden in de vaardigheden schrijven en lezen binnen het maatschappelijk-persoonlijk domein. Om in dit domein te kunnen functioneren leert de
cursist eenvoudige elementaire taaluitingen als het zelfstandig noteren van eenvoudige gegevens uit schriftelijke informatie. De cursist leert ook alle gegevens
begrijpen in eenvoudige instructies.


4.9.2. Instapvereisten
Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.


Voor deze module dient de cursist verplicht de basiscompetenties te bezitten uit NT2 Alfa R1 – 1.1. / Breakthrough/ Basisniveau 7.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             144
4.9.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.1./Breakthrough/basisniveau 8

Vaardigheid: Lezen

Tekstkenmerken
      Ze zijn waar mogelijk authentiek of semi – authentiek.
      De inhouden hebben meestal betrekking op de directe leefsituatie van de cursist.
      Ze zijn meestal concreet, eenvoudig, voorspelbaar en vertrouwd.
      Ze zijn zeer kort en eenvoudig gestructureerd.
      Ze kunnen visueel ondersteund zijn.
      Ze bevatten stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen.
      Ze worden in een traag tempo gelezen.




Basiscompetenties
M BE 063 BC R01: De cursist kan op beschrijvend niveau alle gegevens in een eenvoudige instructie (prescriptieve teksten) begrijpen.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                    145
contexten                       Concretisering leerinhoud: prescriptieve teksten rond bvb. veiligheid en brandpreventie, gebruik van automaten,
   1. contacten met officiële   bancontact, recepten, opschriften in ziekenhuizen … Steeds kan men wijzen op aanwezigheid van
       instanties               pictogrammen, visuele info, authentiek materiaal uit de onmiddellijke omgeving.
   2. leefomstandigheden
   3. afspraken en regelingen                             Kan instructies begrijpen in allerlei opschriften in en om de klas zoals lichten uit na
   4. consumptie                                              gebruik, computer afzetten , verboden te roken, gelieve de toiletten netjes te houden,
   5. openbaar en privé-vervoer                               glazen en kopjes in de afwasmachine zetten, geen waardevolle voorwerpen in de klas
   6. voorlichtingsdiensten                                   laten…Let wel: de opschriften dienen wel eenvoudig geformuleerd te zijn.
   7. vrije tijd
                                                          Kan de eenvoudige instructies in het OLC begrijpen zoals voor opstarten en afsluiten van
   8. nutsvoorzieningen                                       de computer, gebruik van materiaal, instructies in een software programma …
   9. ruimtelijke oriëntering
   10. onthaal                                            Kan de instructies begrijpen i.v.m. opdrachten in de les.
   11. gezondheidsvoorzieningen
   12. klimaat                                            Kan opschriften als ‘Pas geverfd!’, ‘Lift buiten gebruik’ of ‘geen fietsen voor het raam’
                                                              begrijpen.

                                                               Kan instructies begrijpen in allerlei opschriften in openbare gebouwen en ziekenhuizen.

                                                               Kan eenvoudige veiligheidsinstructies begrijpen: veiligheidspictogrammen en opschriftjes
                                                                op schoonmaakproducten, verf etc.

                                                               Kan wasvoorschriften op kleding begrijpen.

                                                               Kan instructies begrijpen in allerlei opschriften in en om de werkplek zoals lichten uit na
                                                                gebruik, machine afzetten na gebruik, verboden te roken, …

                                                               Kan eenvoudige veiligheidsinstructies begrijpen zoals voor gebruik van machines,
                                                                gebruik van beschermingskledij, evacuatie ….

                                                               Kan eenvoudige instructies voor het werkverloop begrijpen.

                                                               Kan eenvoudige instructies voor bediening van machines en automaten begrijpen, bvb.
                                                                broodautomaat in supermarkt, drankautomaat, snoepautomaat, geldautomaat,
                                                                betaalautomaat in een winkel…

                                                               Kan een eenvoudige veiligheidsinstructie voor gebruik van een huishoudelijk toestel of
                                                                schoonmaakproduct begrijpen.


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                       146
                                                               Kan eenvoudige instructies begrijpen in werkaanbiedingen of woonadvertenties zoals
                                                                met betrekking tot de manier van reageren (ondersteuning via picto – zin of pictogram).
                                                                        Kan instructies begrijpen op facturen en rekeningen zoals voorschriften omtrent
                                                                         ruilvoorwaarden, betaaldatum …

                                                                        Kan eenvoudige instructies met betrekking tot bereiding op een verpakking begrijpen, in
                                                                         functie van een eenvoudig recept.

                                                                        Kan instructies begrijpen in schooldocumenten zoals wijze van betaling van de
                                                                         schoolrekening, verbodsbepalingen (geen snoep, frisdrank, zakgeld, waardevolle
                                                                         voorwerpen bij een uistap …), afwezigheid melden, controle op luizen …

                                                                        Kan instructies begrijpen met betrekking tot opvolging van het kind zoals agenda
                                                                         dagelijks nakijken; agenda, rapport en toetsen ondertekenen …


                                      Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject

                                                  Thuis of op het werk zoekt men een schoonmaakproduct op, of zoiets als ‘white spirit’. Men dient dan bvb. de
                                                   naam van het product over te schrijven op een werkblad, opzoeken waarvoor het gebruikt wordt, het
                                                   pictogram op de verpakking aankruisen of omcirkelen,…

                                                  Op zoek gaan naar allerlei opschriften, pictogrammen en veiligheidsvoorschriften in gebouw zoals een
                                                   ziekenhuis, station, supermarkt …




Attitudes

De cursist geeft bij de uitvoering van de leestaak blijk van volgende attitudes:

       zich te concentreren op de leestaak
       zich in te leven in de socioculturele wereld van de tekst
       zich niet te laten afleiden als hij in een tekst niet alles begrijpt (weerbaarheid)



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                147
 -

 Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken


                      1.       Kennis

              woordenschat en grammatica / notions en functions
              spelling/interpunctie
              taalregister (beperkt tot formeel en informeel)
              de socioculturele aspecten.(sociale conventies en gebruiken)



                           2. Leerstrategieën

      relevante voorkennis oproepen en gebruiken
      de tekstsoort herkennen
      het leesgedrag afstemmen op het leesdoel




                           3. Compenserende strategieën

                                   o   gebruik maken van ondersteunend visueel materiaal
                                   o   om hulp en verduidelijking vragen




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                    148
Vaardigheid: Schrijven

Tekstkenmerken
De te schrijven teksten vertonen volgende tekstkenmerken:

      ze behandelen onderwerpen die vertrouwd of van persoonlijk belang zijn;
      ze zijn qua taalgebruik zeer eenvoudig en bestaan vooral uit zeer korte
      zinnen en zinnen met stereotiepe formuleringen en
      standaarduitdrukkingen;
      ze kunnen fouten bevatten;
      ze worden in een laag redactietempo geproduceerd.




Basiscompetenties
M BE 063 BC WO1: De cursist kan op structurerend niveau uit schriftelijke informatie eenvoudige, concrete gegevens noteren.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                   149
contexten                              Concretisering leerinhoud:
            1. contacten met                                   Kan in het eigen agenda of op de kalender gegevens noteren in verband met schriftelijk
                officiële instanties                              ontvangen informatie zoals op basis van de uitnodiging voor het schoolfeest, deze
            2. leefomstandighed                                   activiteit noteren; op basis van een afspraakkaartje, een afspraak in het OLC noteren, op
                en                                                basis van de openingsuren van het secretariaat, een datum noteren voor een afspraak;
                                                                  op basis van een aankondiging op het prikbord, gegevens noteren …
            3. afspraken en
                regelingen                                         Kan op de klaskalender gegevens noteren zoals op basis van een lijst met
            4. consumptie                                           persoonsgegevens van medecursisten de verjaardagen noteren van de medecursisten;
            5. openbaar en                                          op basis van de lijst met vrije dagen, de lesvrije dagen aanduiden; op basis van de
                privé-vervoer                                       uitnodiging voor het schoolfeest, deze activiteit aanduiden op de klaskalender …
            6. voorlichtingsdiens
                ten                                                Kan in het eigen agenda gegevens noteren in verband met schriftelijk ontvangen
                                                                    informatie zoals op basis van de uitnodiging voor de nieuwjaarsdrink, deze activiteit
            7. vrije tijd
                                                                    noteren; op basis van een aankondiging op het prikbord, gegevens noteren …
            8. nutsvoorzieninge
                n                                                  Kan noteren welke activiteiten er afgewerkt zijn zoals op basis van een afpuntlijst, welke
            9. ruimtelijke                                          taken er afgewerkt zijn (zoals bij studiewijzer of bij contractonderwijs)
                oriëntering
            10. onthaal                                            Kan in het eigen agenda gegevens noteren in verband met schriftelijk ontvangen
            11. gezondheidsvoor                                     informatie zoals op basis van een brief van een instantie of dienst, een afspraak noteren
                zieningen
                                                                   Kan in het eigen agenda gegevens noteren in verband met schriftelijk ontvangen
            12. klimaat
                                                                    informatie zoals op basis van een afspraakkaartje van een dokter/specialist/tandarts, een
                                                                    afspraak noteren; op basis van het spreekuurbordje van een dokter/specialist/tandarts,
                                                                    de consultatie-uren noteren als geheugensteun

                                                                   Kan op basis van een recept, een reclame een boodschappenlijstje opstellen

                                                                   Kan op basis van een schoolbrief een boodschappenlijstje : bv. benodigdheden voor
                                                                    bos- en zeeklassen, schoolbenodigdheden, wat moet nog aangekocht worden ?

                                                                   Kan op basis van een afvalkalender een memobriefje maken.

                                                                   Op basis van bus of treintabel uren van eigen trein noteren op kaartje




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            150
                                                                       Kan op basis van een aankondiging zoals een woonadvertentie gegevens noteren als
                                                                        geheugensteun of een aantal punten opschrijven waarover men info wil vragen bij een
                                                                        contact met de eigenaar

                                                                       Kan op basis van de uitnodiging voor het schoolfeest, de aankondiging van de bosklas
                                                                        de gegevens noteren in het agenda of op de kalender

                                                                       Kan op basis van een schema voor maaltijden, drank, busvervoer de gewenste regeling
                                                                        aanduiden

                                                                       Kan op basis van een uitnodiging voor een verjaardagsfeestje, de gegevens noteren in
                                                                        het agenda of op de kalender

                                      Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject

                                             Eigen telefoonlijstje samenstellen op basis van Streekkrant, afsprakenkaartjes …: de huisarts, tandarts,
                                              noodnummers, familie …
                                             Waar heb je Nederlands gelezen/geschreven? Wanneer heb je Nederlands gelezen/geschreven? Wat heb je
                                              gelezen/geschreven? Cursisten noteren op een studiewijzer voor zichzelf.




Attitudes
De cursist geeft bij de uitvoering van de schrijftaak blijk van volgende attitudes:

       bereidheid om enige correctheid in de formulering na te streven
       schrijfdurf
       doorzettingsvermogen



    Ondersteunende elementen



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                              151
                           1. Kennis

              woordenschat en grammatica / notions en functions
              spelling/interpunctie
              taalregister (beperkt tot formeel en informeel)
              de socioculturele aspecten.(sociale conventies en gebruiken)



                           2. Leerstrategieën

     relevante voorkennis oproepen en gebruiken
     een beroep doen op eerdere leerervaringen



                           3. Compenserende strategieën

Sleutelcompetenties
      Kunnen omgaan met numerieke gegevens:
      Kunnen samenwerken
      Kunnen keuzes uitvoeren
      Kunnen omgaan met problemen
      Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                       152
4.10. Beschrijving module NT2 Alfa R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau 9 (M BE 064)


4.10.1. Situering module

Na het volgen van de module “NT2 Alfa R1 - 1.1/Breakthrough/Basisniveau 9” kan de cursist voor
hem/haar geschreven korte en eenvoudige teksten lezen; de cursist kan al langere, niet speciaal voor
hem/haar geschreven teksten herkennen op het doel dat zij beogen, zich een beeld vormen van de
inhoud van de tekst op basis van illustraties en koppen en specifieke informatie selecteren. Zo kan
hij/zij informatie in uitnodigingen, voorstellen en oproepen persoonlijk verwerken. Hij/zij kan hulp
vragen bij het lezen van teksten die de cursist (nog) niet kan lezen. De lezer/cursist is (nog) sterk
afhankelijk van anderen en leest veel op herkenning.
De cursist kan zijn/haar naam, adres en andere personalia schrijven. De cursist kan notities maken
(enkele woorden) of een kort bericht of korte tekst (enkele zinnen) schrijven; hij/zij kan eenvoudige
gegevens noteren uit mondelinge informatie. De teksten voldoen nog niet altijd aan de vereiste
conventies. De cursist kan bij het schrijven hulp vragen.

4.10.2. Instapvereisten
Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding, zoals deze module 046 voor het leergebied NT1.


Voor deze module dient de cursist verplicht de basiscompetenties te bezitten uit NT2 Alfa R1 – 1.1. / Breakthrough/ Basisniveau 8.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            153
4.10.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.1./Breakthrough/basisniveau 9

Vaardigheid: Lezen

Tekstkenmerken
      Ze zijn waar mogelijk authentiek of semi – authentiek
      De inhouden hebben meestal betrekking op de directe leefsituatie van de cursist
      Ze zijn meestal concreet, eenvoudig, voorspelbaar en vertrouwd
      Ze zijn zeer kort en eenvoudig gestructureerd
      Ze kunnen visueel ondersteund zijn
      Ze bevatten stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen
      Ze worden in een traag tempo gelezen




Basiscompetenties
M BE 064 BC R01 / RO2 / R03: De cursist kan
op structurerend niveau informatie overzichtelijk ordenen in persuasieve teksten zoals een uitnodiging, een voorstel of een oproep.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                     154
contexten                            Concretisering leerinhoud: oproep
 14. contacten met officiële                                 Kan de informatie (plaats, datum, uur, reden) in een oproep van de VDAB, interim-
     instanties                                                 bureau, uitbetalinginstelling, opleidingscentrum … begrijpen.
 15. leefomstandigheden
 16. afspraken en regelingen                                    Kan de informatie begrijpen van de personeelsdienst voor een medisch onderzoek.
 17. consumptie
                                                                Kan de informatie (plaats, datum, uur, reden) in een oproep van een instantie, dienst
 18. openbaar en privé-vervoer                                   begrijpen zoals van de gemeente, het OCMW, bib, de uitleendienst van de mutualiteit,
 19. voorlichtingsdiensten                                       de videotheek …
 20. vrije tijd
 21. nutsvoorzieningen                                          Kan de informatie in een oproep van het sociaal verhuurkantoor begrijpen.
 22. ruimtelijke oriëntering
 23. onthaal                                                    Kan de informatie van het nutsbedrijf begrijpen om de meterstand op te nemen, de
 24. gezondheidsvoorzieningen                                    facturen te voldoen via een domiciliëringsopdracht, …
 25. klimaat
                                                                Kan de oproep van de gemeente begrijpen om de gewijzigde regeling van de
                                                                 huisvuilomhaling te respecteren.

                                                                Kan de oproep begrijpen voor allerlei inzamelingen zoals kledij, bloed,…

                                                                Kan de oproep van de school begrijpen voor allerlei inzamelingen voor het goede doel.

                                                                Kan de oproep van de school begrijpen voor veilig verkeer in de omgeving de school.

                                                                Kan de oproep van de school begrijpen om mee te helpen bij activiteiten op school.

                                                                Kan berichten op het prikbord van de school of in de supermarkt begrijpen : verloren
                                                                 dieren, voorwerpen …

                                                                 uitnodiging:

                                                                Kan de informatie begrijpen in een uitnodiging voor activiteiten op school zoals een
                                                                 schoolfeest, een open deur, een filmavond, een uitstap …

                                                                Kan de informatie begrijpen in een uitnodiging voor activiteiten op het werk zoals een
                                                                 feest, een open deur …




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         155
                                                                Kan de informatie begrijpen in een uitnodiging voor buurtactiviteiten zoals een buurtfeest,
                                                                 …
                                                                        Kan de informatie begrijpen in een uitnodiging van vrienden en kennissen voor een feest
                                                                         zoals een verjaardag, huwelijk, …

                                                                        Kan de informatie begrijpen in een uitnodiging van de gemeente, de bib … voor een
                                                                         infoavond, voor de kinderboekenweek,…

                                                                        Kan de informatie begrijpen in een uitnodiging van een winkel voor de (her)opening.

                                                                        Kan de informatie begrijpen in een uitnodiging van de school voor een infoavond, een
                                                                         activiteit, oudercontact …

                                                                        Kan de informatie begrijpen in een uitnodiging voor buurtactiviteiten zoals een buurtfeest
                                                                         …( multicultureel, Sinterklaas, Paasfeest …)


                                      Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject :

                                              Cursisten gaan in hun eigen post op zoek naar een uitnodiging voor een bepaalde activiteit en tonen aan dat ze
                                               de belangrijkste elementen hierin begrijpen.




Attitudes

De cursist geeft bij de uitvoering van de leestaak blijk van volgende attitudes:

       zich te concentreren op de leestaak
       zich in te leven in de socioculturele wereld van de tekst
       zich niet te laten afleiden als hij in een tekst niet alles begrijpt (weerbaarheid)




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                156
 Ondersteunende elementen


                           1. Kennis

              woordenschat en grammatica / notions en functions
              spelling/interpunctie
              taalregister (beperkt tot formeel en informeel)
              de socioculturele aspecten.(sociale conventies en gebruiken)



                           2. Leerstrategieën

     relevante voorkennis oproepen en gebruiken
     de tekstsoort herkennen
     het leesgedrag afstemmen op het leesdoel




                           3. Compenserende strategieën

                                   -   gebruik maken van ondersteunend visueel materiaal
                                   -   om hulp en verduidelijking vragen




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                    157
Vaardigheid: Schrijven

Tekstkenmerken
De te schrijven teksten vertonen volgende tekstkenmerken:

      ze behandelen onderwerpen die vertrouwd of van persoonlijk belang zijn;
      ze zijn qua taalgebruik zeer eenvoudig en bestaan vooral uit zeer korte
      zinnen en zinnen met stereotiepe formuleringen en
      standaarduitdrukkingen;
      ze kunnen fouten bevatten;
      ze worden in een laag redactietempo geproduceerd.




Basiscompetenties
BE 064 BC W01De cursist kan op structurerend niveau uit mondelinge informatie eenvoudige, concrete gegevens noteren.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                158
contexten                              Concretisering leerinhoud:
            1. contacten met
                officiële instanties                               Kan in de eigen agenda mondeling ontvangen informatie noteren zoals de datum van het
            2. leefomstandighed                                     schoolfeest; de lesdagen; de datum van een toets; de afspraak in het OLC; de afspraak
                en                                                  op het secretariaat; de dag dat een medecursist bezocht wordt in het ziekenhuis …
            3. afspraken en
                                                                   Kan op de klaskalender mondeling ontvangen informatie noteren zoals de verjaardagen
                regelingen
                                                                    van de medecursisten; de lesvrije dagen; de datum van het schoolfeest …
            4. consumptie
            5. openbaar en                                         Kan in de eigen agenda gegevens noteren in verband met mondeling ontvangen
                privé-vervoer                                       informatie over de nieuwjaarsdrink,…(datum, plaats, uur,…)
            6. voorlichtingsdiens
                ten                                                Kan in de eigen agenda gegevens noteren op basis van een telefoongesprek met een
            7. vrije tijd                                           instantie of dienst( bv. i.v.m. een afspraak, openingsuren, mee te brengen documenten
            8. nutsvoorzieninge                                     …).
                n
                                                                   Kan in de eigen agenda gegevens noteren op basis van een telefoongesprek met de
            9. ruimtelijke                                          dokter/specialist/tandarts. (bv. een afspraak noteren, spreekuren,…)
                oriëntering
            10. onthaal                                            Kan op basis van een mondeling gegeven recept, een lijstje met ingrediënten opstellen
            11. gezondheidsvoor                                     (boodschappenlijstje).
                zieningen
            12. klimaat                                            Kan op basis van een mondelinge uitnodiging voor een verjaardagsfeestje, de gegevens
                                                                    noteren in de agenda of op de kalender.

                                                                   Kan als geheugensteun ter voorbereiding van het gesprek bij een instantie of dienst de
                                                                    vragen noteren die men wil stellen.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                           159
                                                                       Kan als geheugensteun ter voorbereiding van een raadpleging de vragen noteren die
                                                                        men wil stellen aan de arts.

                                                                       Kan ter voorbereiding van een (telefonisch) gesprek met de huisbaas als
                                                                        geheugensteun de vragen noteren die men wil stellen.

                                      Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject

                                      Kan eigen afspraken i.v.m. een stage of doktersbezoeken noteren in de agenda.


Attitudes

De cursist geeft bij de uitvoering van de schrijftaak blijk van volgende attitudes:

       bereidheid om enige correctheid in de formulering na te streven
       schrijfdurf
       doorzettingsvermogen
       het beginnend gebruik maken van schrijven in de onderwijssituatie als ondersteuning bij de andere vaardigheden.


    Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken


                             1. Kennis

                woordenschat en grammatica / notions en functions
                spelling/interpunctie
                taalregister (beperkt tot formeel en informeel)
                de socioculturele aspecten.(sociale conventies en gebruiken)




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                              160
                           2. Leerstrategieën

     relevante voorkennis oproepen en gebruiken
     een beroep doen op eerdere leerervaringen



                           3. Compenserende strategieën

Sleutelcompetenties

      Kunnen omgaan met numerieke gegevens:
      Kunnen samenwerken
      Kunnen keuzes uitvoeren
      Kunnen omgaan met problemen
      Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                   161
4.11. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.2 Waystage 10 (M BE 069)

4.11.1. Situering module

In de module “NT2 Alfa R1 – 1.2/ Waystage 10” leert de anderstalige laaggeletterde communiceren in
eenvoudige routinetaken over vertrouwde onderwerpen die voor hem van persoonlijk belang zijn of
betrekking hebben op zijn directe omgeving. Het is het overlevingsniveau.
De cursist oefent zich met andere woorden in de vaardigheden spreken en luisteren binnen het ruime
veld van het maatschappelijk-persoonlijk domein. Daartoe behoren bijvoorbeeld ook het
maatschappelijk-persoonlijk functioneren op het werk en in de opleiding. Hij leert in eenvoudige
bewoordingen met regelmatig voorkomende zinnen en uitdrukkingen, een instructie geven, een voorstel of een oproep doen, iemand uitnodigen tot iets en er
op reageren.
Hij leert luisterend de gedachtegang volgen in een informatieve tekst. De gesprekspartner houdt rekening met zijn beperkte taalvaardigheid.

Nr. Koepelcontexten van de opleidingsprofielen talen                         NT2 IN de contexten van de basiseducatie

1. Contacten met officiële instanties                                        Maatschappelijke diensten
                                                                             Wonen
                                                                             Kinderen en school
                                                                             Werk en werkloosheid

2. Leefomstandigheden                                                        Wonen
                                                                             Werk en werkloosheid

3. Afspraken en regelingen                                                   Alle contexten van de basiseducatie

4. Consumptie                                                                Economische consumptie

5. Vervoer: openbaar en privé                                                Maatschappelijke diensten

6. Voorlichtingsdiensten                                                     Sociale consumptie

7. Vrije tijd                                                                Sociale consumptie
                                                                             Economische consumptie

8. Nutsvoorzieningen                                                         Maatschappelijke diensten




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         162
9. Ruimtelijke oriëntering                                                     Alle contexten in de basiseducatie

10. Onthaal                                                                    Alle contexten in de basiseducatie

11. Gezondheidsvoorzieningen                                                   Gezondheid en welzijn

12. Klimaat                                                                    Sociale consumptie


In de loop van de opleiding moeten de 12 koepelcontexten aan bod komen. De spreiding ervan over
de modules is vrij. De omzetting van de koepelcontexten naar bepaalde contexten van de
basiseducatie geeft aan dat de overeenkomst voor de hand ligt, maar het is niet de enig mogelijke
combinatie.

4.11.2. Instapvereisten
Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.

De cursist beheerst de ontwikkelingsdoelen die overeenstemmen met Alfa NT2 R1 - 1.1, module 4.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            163
4.11.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.2. Waystage 10

Vaardigheid: Luisteren

Tekstkenmerken
Kenmerken van de aangeboden teksten:

      Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn, voldoende redundantie
      Tekstsamenhang: kort en eenvoudig gestructureerd
      Uitspraak: duidelijk geïntoneerd en gearticuleerd
      Spreektempo: aangepast
      Authentiek of semiauthentiek, eventueel met visuele ondersteuning
      Aantal gesprekspartners: 1




Basiscompetenties
M BE 069 BC 003
De cursist kan het globale onderwerp bepalen en de gedachtegang volgen in informatieve teksten zoals fragmenten van een radio- en tv-
programma en narratieve teksten zoals fragmenten van een tv-feuilleton (beschrijvend niveau) Net zoals in het OP hebben wij hier ook de twee
tekstsoorten samengevoegd




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         164
Contexten                          Concretisering leerinhoud: de concretiseringen met een * suggereren een sleutelcompetentie ( zie onderdeel SC)

1 Contacten met officiële                  item van het tv-nieuws
instanties                                 weerbericht
2 Leefomstandigheden                       boodschap van algemeen nut
3 Afspraken en regelingen                  politiebericht
4 Consumptie                               fragment uit een documentaire
5 Openbaar en privévervoer                 uitleg van een lesgever over de centrumwerking
6 Voorlichtingsdiensten                    verslag van een activiteit, gebeurtenis of gesprek
7 Vrije tijd
                                           scène uit een toneelstuk voor anderstaligen
8 Nutsvoorzieningen
                                           de verschillende items van het tv-journaal onderscheiden*
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal                                 in een uiteenzetting over een projectweek in de school van zijn kinderen de opzet ervan volgen: thema, de aard
11 Gezondheidsvoorzieningen                 van de activiteiten, de periode en de plaats, …*
12 Klimaat                                 de grote lijnen van een informatieve video over de zorgverzekering volgen
                                           bij een rondleiding in een bedrijf de grote lijnen van de uitleg volgen
                                           de kernboodschap verkregen tijdens een gesprek met een medewerker van een bepaalde dienst of school
                                            bijvoorbeeld gemeente, RVA, VDAB, OCMW, CVO, Huis van het Nederlands, Onthaalbureau, school van de
                                            kinderen weergeven

                                           De cursist begrijpt in een radio-programma over welke hobby de mensen praten en wat ze daar zo tof aan
                                            vinden.
                                           De cursist begrijpt de grote lijnen van een weerbericht
                                           De cursist kan de verschillende items van het sportnieuws onderscheiden en begrijpt over welke sportdiscipline
                                            het gaat
                                           De cursist begrijpt in de uiteenzetting van het start-to-run programma de opzet; het waarom en hoe het
                                            programma kan gevolgd worden
                                           De cursist begrijpt de grote lijnen in het verhaal dat mensen doen over feesten in hun eigen cultuur.
                                           De cursist begrijpt de grote lijnen in een uiteenzetting over het werk van de stadswachten
                                           De cursist begrijpt de grote lijnen van een eenvoudig verhaal
                                           De cursist begrijpt in een kookprogramma hoe het recept dat getoond wordt moet klaargemaakt worden
                                           De cursist begrijpt bij een onderbreking van het gewone tv-programma dat het om iets ernstigs gaat en begrijpt
                                            ook de grote lijnen van dit nieuws (vliegtuigen in het WTC gebouw ingevlogen; bomaanslag enz….)
                                           De cursist kan bij verkeersinfo begrijpen of het hem al dan niet aanbelangt.
                                           De cursist kan de verschillende items van het tv-nieuws onderscheiden
                                           De cursist kan de grote lijnen van een eenvoudige soap volgen;(bv. Hotel Minerva)




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   165
                                       Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject

                                                Waar heb je Nederlands gesproken, gehoord?
                                                Wanneer heb je Nederlands gesproken en gehoord?
                                                Wat heb je gehoord?
                                                Met wie heb je gesproken?
                                                Wat heb je gezegd?
                                                De cursist kan gedachtegang volgen in diverse TV – programma’s in het Nederlands: zowel actualiteit,
                                                 documentaire als fictie, ook bvb. kinderprogramma’s …




Attitudes
Bij het luisteren is de cursist bereid om:

                                 onbevooroordeeld te luisteren;
                                 niet af te haken als hij niet alles begrijpt;
                                 de gesprekspartner te laten uitspreken;
                                 zich in te leven in de socioculturele wereld van de gesprekspartner;
                                 te overwegen of bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van een taaltaak een korte notitie maken zinvol is.


  Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

    1. Kennis

De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:

                                 woordenschat, grammatica / notions en functions;


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                       166
                               uitspraak en intonatie;
                               taalregister: formeel en informeel taalgebruik;
                               socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken.


    2. Leerstrategieën

De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende leerstrategieën gebruiken:

                               taalmateriaal verzamelen, ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen;
                               eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en
                                inzetten;
                               andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten;
                               de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen;
                               in functie van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve
                                vaardigheden toepassen, praktische schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken;
                               zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen;
                               zijn luisterdoel bepalen en zijn luistergedrag erop afstemmen.



    3. Communicatieve (compenserende) strategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende
strategieën – ook via niet-verbaal gedrag) gebruiken:

                               van ondersteunend visueel materiaal gebruik maken;
                               voor niet-verbaal gedrag aandacht hebben;
                               vragen om trager te spreken;
                               in beperkte mate de betekenis van woorden uit de context afleiden;
                               om verduidelijking van kernwoorden en zinnen die hij niet begrijpt vragen met behulp van een beschikbaar repertoire;
                               om herhaling vragen als hij iets niet begrijpt;
                               vragen of hij iets juist begrijpt door er naar te wijzen;
                               zeggen of aangeven met gebaren en mimiek dat hij de tekst wel of niet volgt;
                               op een andere wijze een teken geven als de communicatie vastloopt.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             167
Sleutelcompetenties
                                                                               Suggesties voor praktijkopdrachten

Kunnen omgaan met numerieke gegevens                                            in een nieuwsitem de stijging van de stookolieprijs duiden
-numerieke gegevens interpreteren                                               in de uitleg van de projectweken het systeem van de gespreide betaling
-tijd realistisch inschatten en indelen                                          voor de bosklas
-zich ruimtelijk oriënteren

Kunnen samenwerken

Kunnen keuzes uitvoeren

Kunnen omgaan met problemen


Kunnen eigen leren en presteren verbeteren                                            het stappenplan gebruiken dat aangereikt werd door de lesgever en
                                                                                       de visuele ondersteuning (beelden, kaarten …) als hulp om de
                                                                                       hoofdpunten van het TV nieuws te begrijpen (wat, waar, wanneer)




Vaardigheid: Spreken / gesprekken voeren

Tekstkenmerken
Kenmerken van de te produceren teksten:

                              Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn
                              Tekstsamenhang: kort en eenvoudig gestructureerd
                              Zinsstructuur: enkelvoudige zinnen, nog systematisch basisfouten die – over het algemeen – het begrip niet in de weg staan
                              Woordenschat: frequente woorden, stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen
                              Uitspraak en taalgebruik: nog fouten die – over het algemeen – het begrip niet in de weg staan
                              Spreektempo: laag, met medewerking van een gesprekspartner



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         168
                              Aantal gesprekspartners: 1




Basiscompetenties
M BE 069 BC 001: De cursist kan in een gesprekssituatie een instructie geven (beschrijvend niveau)




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                    169
Contexten                          Concretisering leerinhoud: de concretiseringen met een * suggereren een sleutelcompetentie (zie ook onderdeel sleutelcompetenties)

1 Contacten met officiële          een enkelvoudige instructie m.b.t.
instanties                               de te volgen weg
2 Leefomstandigheden                     het te gebruiken vervoermiddel
3 Afspraken en regelingen                het gebruik van een toestel
4 Consumptie                             te respecteren regels
5 Openbaar en privévervoer               een recept
6 Voorlichtingsdiensten                  veiligheid
7 Vrije tijd                             een bankverrichting
8 Nutsvoorzieningen
                                         een klus in huis
9 Ruimtelijke oriëntering
                                         een nieuwe cursist in het centrum basiseducatie uitleggen dat er enkel buiten wordt gerookt
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen              aan een bankbediende de opdracht geven een domiciliëringsopdracht te annuleren
12 Klimaat                               een vakman of klusjesman een instructie geven over de aard, plaats en tijdstip van een herstelling
                                         een nieuwe werknemer in het bedrijf de weg uitleggen naar de cafetaria*
                                         in het CBE de werking van de drankautomaat uitleggen (bv gepast bedrag inwerpen) aan een nieuwe cursist
                                         aan een nieuwe medecursist vertellen hoe je de belbus kan gebruiken
                                         in de eigen omgeving de weg uitleggen aan een toevallige voorbijganger*
                                   tijdens een projectweek op de lagere school van het eigen kind aan onbekende kinderen een eigen recept uitleggen
                                         De cursist kan aan een nieuwe cursist uitleggen hoe hij naar het secretariaat, de toiletten, de cafetaria, enz …
                                            kan gaan.

                                           De cursist kan aan een medecursist het schema van het start-to-run programma uitleggen

                                           De cursist kan aan een medecursist een eenvoudig spel uitleggen om het daarna te spelen

                                           De cursist kan uitleggen hoe je van het centrum basiseducatie naar de bushalte, het station,enz… kan geraken.

                                           De cursist kan aan een medecursist uitleggen hoe hij een bepaald eenvoudig gerecht kan klaarmaken

                                           De cursist kan uitleggen hoe je een schaafwonde, insectenbeet, … enz kan verzorgen

                                           De cursist kan bij een verhuis uitleggen aan de helpers waar de meubelen moeten gezet worden
                                            (leefomstandigheden)

                                           De cursist kan aan een andere persoon uitleggen hoe haar kind moet verzorgd worden

                                       2. De cursist vraagt aan een mede-cursist hulp om een verloren voorwerp te zoeken (portefeuille, sleutels, pen,
                                          handboek, enz…)
Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   170
                                       Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject

                                                  Bij een klasuitstap in de onmiddellijke omgeving van de school en eigen buurt de weg kunnen uitleggen aan een
                                                   toevallige voorbijganger
                                                  Bij een klasuitstap naar het station de treinregeling kunnen uitleggen aan een medereiziger


M BE 069 BC 002: De cursist kan in een gesprekssituatie een uitnodiging, een voorstel en een oproep verwoorden en erop reageren (beschrijvend
niveau)

1 Contacten met officiële instanties               uitnodiging voor een receptie
2 Leefomstandigheden                               uitnodiging voor een schoolfeest
3 Afspraken en regelingen                          uitnodiging voor een ouderavond
4 Consumptie                                       uitnodiging voor een gesprek met een (vak)leerkracht
5 Openbaar en privévervoer                         voorstel tot gepast betalen
6 Voorlichtingsdiensten                            voorstel tot wijziging van een afspraak
7 Vrije tijd                                       voorstel voor een stageplaats
8 Nutsvoorzieningen
                                                   oproep aan de huiseigenaar
9 Ruimtelijke oriëntering
                                                   oproep voor een cursus
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen                        oproep voor een gesprek met een instantie
12 Klimaat                                         oproep voor een ambulance
                                                   oproep voor een medische wachtdienst
                                                   telefonisch een ambulance oproepen voor zijn kind
                                                   in een noodsituatie, bijvoorbeeld bij een waterlek, de huiseigenaar oproepen
                                                   aan de postbode voorstellen even binnen te komen
                                                   voorstellen om de tafels in het leslokaal anders te schikken*
                                                   reageren op een voorstel van de Electrabelbediende tot gespreide betaling.
                                                   reageren op een oproep van de wijkagent om naar het politiebureau te komen
                                                   reageren op de oproep van de cursistenbegeleider, om op een bepaalde dag en uur naar de eerste les te
                                                    komen*
                                                   reageren op een oproep van een vakbondsafgevaardigde tot staking
                                                   in een vraag-antwoord vorm reageren op het voorstel van de cursistenbegeleider voor een taalstageplaats
                                                    bijvoorbeeld waarom hij een stageplaats (niet) ziet zitten*
                                                   reageren op het voorstel voor een bepaalde activiteit en redenen verwoorden (met vraag en antwoord) voor de
                                                    eigen keuze (een sportdag, een activiteitenweek, jaarafsluiting, een bezoek aan medecursist, aan educatieve
                                                    tentoonstellingen, een bezoek aan een instantie, …) *



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                       171
                                             aangeven dat het lesmoment tijdens een bepaalde periode (vb. de ramadan, periode uit persoonlijke
                                              levenssfeer) niet haalbaar is en waarom *
                                             reageren op een telefonische oproep en verwoorden of hij interesse heeft voor een werkaanbieding of niet
                                             reageren op de oproep van de juf om samen met de kinderen tijdens de multiculturele week op school een
                                              typisch gerecht van het herkomstland te maken
                                             oproep van een medecursist om hulp bij het oplossen van een persoonlijk probleem
                                             De cursist kan aan een medecursist voorstellen om na de les samen iets te doen (broodje eten, iets drinken,
                                              naar het station te gaan,.. enz) en hij kan ook reageren op een voorstel van een medecursist
                                             De cursist vraagt aan een medecursist hulp om een verloren voorwerp te zoeken (portefeuille, sleutels, pen,
                                              handboek, enz…)
                                             De cursist kan vragen om een foto te nemen en kan daarbij uitleggen hoe zijn toestel werkt
                                             De cursist kan reageren op een oproep om een cursus te volgen
                                             De cursist kan een medecursist uitnodigen om een spel te spelen en hij kan ook adequaat hierop ingaan
                                             De cursist kan bellen naar de dokter; het probleem uitleggen en vragen om langs te komen
                                             De cursist kan bij een ongeluk de 100 opbellen en vragen om hulp
                                             De cursist kan met een probleem met zijn huis (waterlek, probleem met de boiler, enz…) de huisbaas bellen en
                                              vragen om hulp
                                             De cursist kan voorstellen om tijdens de les de gsm af te zetten, een taart meebrengen na 4 keer te laat naar de
                                              les te komen, enz…
                                             De cursist kan aan een medecursist voorstellen om mee te gaan naar een bloedinzameling.
                                             De cursist begrijpt een oproep van het interim-kantoor voor een job en kan hier op een adequate wijze op
                                              reageren
                                             De cursist begrijpt dat iemand zijn hulp vraagt (helpen een trap op te gaan, een tas te dragen, de weg te wijzen)
                                              en kan daar op een gepaste wijze op reageren
                                             De cursist kan hulp vragen bij de verhuis of op de juiste wijze reageren als iemand hem om hulp hierbij vraagt
                                             De cursist kan adequaat reageren op een vraag om te reageren op een werkaanbieding




Attitudes
   Bij het spreken / gesprekken voeren is de cursist bereid om:

                              de standaardtaal te benaderen;



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             172
                              vol te houden;
                              voor zichzelf op te komen;
                              om de spreekangst te overwinnen



 Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                           1. Kennis
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:

                              woordenschat, grammatica / notions en functions;
                              uitspraak en intonatie;
                              taalregister (beperkt tot formele en informele aanspreking);

                              socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken.



                           2. Leerstrategieën
   De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende leerstrategieën gebruiken:

                              taalmateriaal verzamelen, ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen;
                              eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en
                               inzetten;
                              andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten;
                              de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen;
                              in functie van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve
                               vaardigheden toepassen, praktische schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken;
                              zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen;
                              zijn spreekdoel bepalen en zijn spreekgedrag erop afstemmen.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                           173
                           3. Communicatieve (compenserende) strategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende
strategieën – ook via niet-verbaal gedrag) gebruiken:

                              om aandacht vragen;
                              voor niet-verbaal gedrag aandacht hebben;
                              eenvoudige technieken gebruiken om een kort gesprek te beginnen, te laten voortduren en te beëindigen;
                              aangeven dat hij het gesprek volgt;
                              zeggen dat hij niet mee is;
                              om verduidelijking van kernwoorden en zinnen die hij niet begrijpt vragen met behulp van een beschikbaar repertoire;
                              vragen om trager te spreken;
                              om herhaling vragen als hij iets niet begrijpt;
                              een passende reeks zinnen of uitdrukkingen uit zijn repertoire oproepen en inoefenen;
                              aangeven wat hij bedoelt door er naar te wijzen;
                              een minder geschikt woord uit zijn repertoire gebruiken en gebaren gebruiken ter verduidelijking van wat hij bedoelt;
                              op een andere wijze opnieuw beginnen als de communicatie vastloopt;
                              om een bevestiging vragen bij correct taalgebruik;
                              kernwoorden, uitdrukkingen en zinnen uit een tekst selecteren en herhalen.


Sleutelcompetenties
                                                                                Suggesties voor praktijkopdrachten

Kunnen omgaan met numerieke gegevens                                             Zich ruimtelijk oriënteren bij het uitleggen van de weg
    numerieke gegevens interpreteren                                            Zich ruimtelijk oriënteren bij het opstellen/inrichten van een klaslokaal
    tijd realistisch inschatten en indelen                                      Zich bewust zijn van de eigen beschikbaarheid mbt de lesmomenten
    zich ruimtelijk oriënteren

Kunnen samenwerken                                                               in het openleercentrum met een andere cursist aan een taak werken en
                                                                                  hierover duidelijke afspraken maken

Kunnen keuzes uitvoeren                                                          in het aanbod van oefenmogelijkheden in het openleercentrum een keuze
                                                                                  maken met hulp van de begeleider
                                                                                 meedenken en beslissen over keuzemogelijkheden bij een geboden
                                                                                  activiteit (een sportdag, een activiteitenweek, jaarafsluiting, een bezoek
                                                                                  aan medecursist, aan educatieve tentoonstellingen of –instanties, …)



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                           174
                                              in een aanbod van stageplaatsen kiezen welke plaats voor hem het meest
                                               geschikt is met hulp van de lesgever

Kunnen omgaan met problemen                  bij technische problemen met de computer in het openleercentrum de hulp
                                                inroepen van de begeleider

Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                       175
4.12. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.2 Waystage 11 (M BE 070)

4.12.1. Situering module

In de module “NT2 Alfa R1 – 1.2/ Waystage 11” leert de anderstalige laaggeletterde communiceren in
eenvoudige routinetaken over vertrouwde onderwerpen die voor hem van persoonlijk belang zijn of
betrekking hebben op zijn directe omgeving. Het is het overlevingsniveau.
De cursist oefent zich met andere woorden in de vaardigheden spreken en luisteren binnen het ruime
veld van het maatschappelijk-persoonlijk domein. Daartoe behoren bijvoorbeeld ook het
maatschappelijk-persoonlijk functioneren op het werk en in de opleiding. Hij leert in eenvoudige
bewoordingen met regelmatig voorkomende zinnen en uitdrukkingen, mondeling zijn beleving
verwoorden en vragen naar de beleving van zijn gesprekspartner. Hij kan ook in een gesprek een
probleem en een klacht formuleren. Hij leert uit informatieve en persuasieve teksten zoals
respectievelijk een telefoongesprek of een reclameboodschap relevante gegevens selecteren. Zijn
gesprekspartner houdt rekening met zijn beperkte taalvaardigheid.


Nr. Koepelcontexten van de opleidingsprofielen talen                         NT2 IN de contexten van de basiseducatie

1. Contacten met officiële instanties                                        Maatschappelijke diensten
                                                                             Wonen
                                                                             Kinderen en school
                                                                             Werk en werkloosheid

2. Leefomstandigheden                                                        Wonen
                                                                             Werk en werkloosheid

3. Afspraken en regelingen                                                   Alle contexten van de basiseducatie

4. Consumptie                                                                Economische consumptie

5. Vervoer: openbaar en privé                                                Maatschappelijke diensten

6. Voorlichtingsdiensten                                                     Sociale consumptie

7. Vrije tijd                                                                Sociale consumptie
                                                                             Economische consumptie



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         176
8. Nutsvoorzieningen                                                           Maatschappelijke diensten

9. Ruimtelijke oriëntering                                                     Alle contexten in de basiseducatie

10. Onthaal                                                                    Alle contexten in de basiseducatie

11. Gezondheidsvoorzieningen                                                   Gezondheid en welzijn

12. Klimaat                                                                    Sociale consumptie


In de loop van de opleiding moeten de 12 koepelcontexten aan bod komen. De spreiding ervan over
de modules is vrij. De omzetting van de koepelcontexten naar bepaalde contexten van de
basiseducatie geeft aan dat de overeenkomst voor de hand ligt, maar het is niet de enig mogelijke
combinatie.

4.12.2. Instapvereisten
Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.

De cursist beheerst de ontwikkelingsdoelen die overeenstemmen met Alfa NT2 R1 - 1.1, module 4.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            177
4.12.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.2. Waystage 11

Vaardigheid: Luisteren

Tekstkenmerken
Kenmerken van de aangeboden teksten:

      Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn, voldoende redundantie
      Tekstsamenhang: kort en eenvoudig gestructureerd
      Uitspraak: duidelijk geïntoneerd en gearticuleerd
      Spreektempo: aangepast
      Authentiek of semiauthentiek, eventueel met visuele ondersteuning
      Aantal gesprekspartners: 1




Basiscompetenties
M BE 070 BC 003: De cursist kan relevante gegevens selecteren uit
    informatieve teksten zoals een gesprek, een telefoongesprek, een weerbericht en verkeersinformatie
    persuasieve teksten zoals een reclameboodschap (beschrijvend niveau).




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         178
Contexten                          Concretisering leerinhoud:

1 Contacten met officiële                  formeel gesprek met een instantie
instanties                                 formeel gesprek met de school van zijn kind
2 Leefomstandigheden                       formeel gesprek op het werk
3 Afspraken en regelingen                  omgeroepen mededelingen,weerbericht en verkeersinformatie over de radio of op televisie
4 Consumptie                               omgeroepen reclameboodschappen of radioreclame
5 Openbaar en privévervoer                 oproep van de vakbond
6 Voorlichtingsdiensten
7 Vrije tijd                       Informatieve teksten:
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering            in een weerbericht de voorspellingen voor een bepaalde regio of over een uitzonderlijke weersomstandigheid
10 Onthaal                            selecteren
11 Gezondheidsvoorzieningen
                                     uit een gesprek met de arbeidsconsulent voor hem relevante gegevens over een vacature halen: de naam van het
12 Klimaat
                                      bedrijf, contactpersoon, de ligging …
                                     De cursist kan in een nieuw werk bij de kennismaking de belangrijkste afspraken onthouden.
                                     De cursist weet na een bezoek aan de huurdersbond wat deze organisatie doet en wanneer zij beroep op hen kan
                                      doen
                                     De cursist kan uit een voicemail bericht van de lesgever begrijpen dat de les verplaatst is naar een andere datum of
                                      lokaal.
                                     De cursist begrijpt uit een omroep in het treinstation dat de trein vertraging heeft, op een ander spoor zal aankomen
                                      enz….
                                     De cursist kan uit een gesprek met een arbeidsconsulent voor hem relevante gegevens selecteren over een vacature:
                                      naam van het bedrijf, contactpersoon, telefoonnummer, adres, afspraak,…
                                     De cursisten weet na een gesprek met een arbeidsconsulent van de VDAB wat deze organisatie doet en wanneer en
                                      hoe zij op hen een beroep kunnen doen
                                     De cursist kan in een weerbericht de voorspellingen voor een bepaalde regio en voor een bepaalde dag selecteren.
                                     De cursist weet uit de verkeersinformatie of hij voor een bepaald traject al dan niet in de file zit.
                                     De cursist begrijpt uit een bericht dat omgeroepen wordt dat een kind verloren gelopen is.
                                     De cursist begrijpt in een gesprek met de leerkracht hoe het met zijn kind op school gaat; hij begrijpt wat er goed loopt
                                      en waar de problemen zijn.
                                     De cursist kan aan de hand van een verhaal van iemand over zijn land activiteiten selecteren waarover de persoon
                                      verteld heeft




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                           179
                                       Persuasieve teksten
                                         in een omroepbericht in de supermarkt welke minimumhoeveelheid hij van een product moet kopen om van de
                                          promotie te genieten
                                         De cursist begrijpt in een omroepbericht in de supermarkt welke minimumhoeveelheden hij van een product moet
                                          kopen om van de promotie te genieten.
                                         De cursist begrijpt uit een reclame- filmpje over kanker, 11.11.11, artsen zonder grenzen dat er een oproep gedaan
                                          wordt om geld te storten.
                                         De cursist kan uit een reclameblok ivm geneesmiddelen het juiste medicijn voor de juiste kwaal selecteren
                                         De cursist kan adhv een reclamespot op de radio over een vakman weten welk huishoudelijk probleem deze man kan
                                          oplossen
                                         De cursist kan uit een reclameblok over gsm’s de minst dure kiezen.
                                         De cursist kan aan de hand van een reclamespot over de taaltelefoon weten dat je met vragen over de Nederlandse
                                          taal terecht kan
                                         De cursist horen een reclamespot op de radio over de trein-tram en busdag . Adhv van de info die ze horen kunnen
                                          ze weten of ze die dag een uitstap naar een stad maken door al dan niet gebruik te maken van deze promotie
                                         De cursist begrijpt in een omroepbericht in het zwembad tot wanneer de promotie geldig blijft.


                                       Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject

                                                Met de klas op uitstap gaan naar bvb. bibliotheek of justitiehuis, waarbij cursisten een plenaire uitleg krijgen over
                                                 de werking van de dienst.
                                                De cursist laten kijken en luisteren naar diverse reclameboodschappen op (Nederlandstalige) radio en TV.
                                                Luisteren naar plenaire uitleg van personeelsdienst op stageplaats of werkplek (huishoudelijk reglement)




Attitudes
Bij het luisteren is de cursist bereid om:

                                 onbevooroordeeld te luisteren;
                                 niet af te haken als hij niet alles begrijpt;
                                 de gesprekspartner te laten uitspreken;



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                       180
                               zich in te leven in de socioculturele wereld van de gesprekspartner;
                               te overwegen of bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van een taaltaak een korte notitie maken zinvol is.


  Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                            1. Kennis

De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:

                               woordenschat, grammatica / notions en functions;
                               uitspraak en intonatie;
                               taalregister: formeel en informeel taalgebruik;
                               socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken.


                            2. Leerstrategieën

De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende leerstrategieën gebruiken:

                               taalmateriaal verzamelen, ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen;
                               eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en
                                inzetten;
                               andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten;
                               de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen;
                               in functie van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve
                                vaardigheden toepassen, praktische schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken;
                               zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen;
                               zijn luisterdoel bepalen en zijn luistergedrag erop afstemmen.



                            3. Communicatieve (compenserende) strategieën

Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             181
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende
strategieën – ook via niet-verbaal gedrag) gebruiken:

                              van ondersteunend visueel materiaal gebruik maken;
                              voor niet-verbaal gedrag aandacht hebben;
                              vragen om trager te spreken;
                              in beperkte mate de betekenis van woorden uit de context afleiden;
                              om verduidelijking van kernwoorden en zinnen die hij niet begrijpt vragen met behulp van een beschikbaar repertoire;
                              om herhaling vragen als hij iets niet begrijpt;
                              vragen of hij iets juist begrijpt door er naar te wijzen;
                              zeggen of aangeven met gebaren en mimiek dat hij de tekst wel of niet volgt;
                              op een andere wijze een teken geven als de communicatie vastloopt.


Sleutelcompetenties
      Kunnen omgaan met numerieke gegevens:
      Kunnen samenwerken
      Kunnen keuzes uitvoeren
      Kunnen omgaan met problemen
      Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Vaardigheid: Spreken / gesprekken voeren

Tekstkenmerken
Kenmerken van de te produceren teksten:

                              Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn
                              Tekstsamenhang: kort en eenvoudig gestructureerd
                              Zinsstructuur: enkelvoudige zinnen, nog systematisch basisfouten die – over het algemeen – het begrip niet in de weg staan



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                          182
                              Woordenschat: frequente woorden, stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen
                              Uitspraak en taalgebruik: nog fouten die – over het algemeen – het begrip niet in de weg staan
                              Spreektempo: laag, met medewerking van een gesprekspartner
                              Aantal gesprekspartners: 1




Basiscompetenties
M BE 070 BC 001: De cursist kan in een gesprekssituatie zijn beleving(d.i. zijn wensen, noden en gevoelens) verwoorden en vragen naar de
beleving van zijn gesprekspartner (beschrijvend niveau).


Contexten                          Concretisering leerinhoud: de concretiseringen met een * suggereren een sleutelcompetentie (zie ook onderdeel sleutelcompetenties)

1 Contacten met officiële                                             conversatie over de eigen (woon)situatie bij een toevallig contact
instanties                                                            conversatie over vrijetijdsbesteding bij een toevallig contact
2 Leefomstandigheden                                                  gericht gesprek over een dienst of product
3 Afspraken en regelingen                                             klus in huis
4 Consumptie                                                          conversatie over de lesinhouden/thema’s
5 Openbaar en privévervoer
6 Voorlichtingsdiensten                  bij een bushalte in een gesprekje met een andere wachtende persoon zijn ontevredenheid uiten over het feit dat te
7 Vrije tijd                              bus te laat is en aan de gesprekspartner vragen of hem dat ook stoort
8 Nutsvoorzieningen                      op een contactavond op school aan wie toevallig naast hem zit vragen hoe die ouder het vindt als zijn kind op
9 Ruimtelijke oriëntering                 bosklassen gaat
10 Onthaal
                                         aan de arbeidsconsulent zijn voorkeur voor een bepaalde job duidelijk maken en aangeven welke randvoorwaarden
11 Gezondheidsvoorzieningen
                                          hij belangrijk vindt zoals afstand en werkuren
12 Klimaat
                                         wensen en noden i.v.m. de huur van een woning duidelijk maken in het sociaal verhuurkantoor of een immokantoor*
                                         aan een winkelier zijn wensen aangeven t.a.v. een bepaald product zoals grootte, prijs, vorm, kwaliteit…
                                         aan de lesgever zeggen dat hij/zij een bepaald thema in de les niet wil bespreken en waarom
                                         na een burenfeest de informatie navertellen die hij/zij achterhaald heeft over de Belgische cultuur (vb. verschillen in
                                          gewoonten, religie, gastvrijheid, man-vrouwverhouding, gebruiken, …)
                                         verwoorden wat moeilijk is als je gaat solliciteren
                                         op kritiek van de ploegbaas reageren ivm afwezigheden




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   183
                                                    De cursist kan zijn verwoorden waarom hij Nederlands wil leren en wat daarbij nog moeilijk is. De cursist
                                                     kan ook aan een medeleerling vragen wat hij fijn en / of moeilijk vindt aan het leren van het Nederlands
                                                    De cursist kan samen met zijn medecursisten afspraken maken ivm klasregels en daarbij op een gepaste
                                                     wijze zeggen wat hem stoort.
                                                    De cursist kan aan een arbeidsconsulent, een bediende van het interim-kantoor vertellen welke jobs hij
                                                     leuk vindt en kan ook uitleggen waarom. Hij kan ook aangeven welke randvoorwaarden hij belangrijk
                                                     vindt zoals afstand en werkuren.
                                                    De cursist kan aan een winkelier zijn wensen duidelijk maken tav een bepaald product zoals prijs,
                                                     kwaliteit, grootte, kwaliteit, …
                                                    De cursist kan in een informeel gesprek met een buur; een vriend; een collega;…. vertellen wat hij vond
                                                     van een bezoek aan de zee; de zoo; een stad; …..
                                                    De cursist kan zijn wensen en noden ivm de huur van een woning duidelijk maken in het sociaal
                                                     verhuurkantoor of immokantoor.
                                                    De cursist kan bij een bezoek aan de dokter, tandarts of opname in het ziekenhuis duidelijk maken dat hij
                                                     bang is
                                                    De cursist kan bij een opname in het ziekenhuis duidelijk maken dat hij geen varkensvlees eet; vegetariër
                                                     is,……
                                                    De cursist kan aan de school duidelijk maken dat zijn kind niet mag gaan zwemmen; geen varkensvlees
                                                     mag eten;….
                                                    De cursist kan op een contactavond een gesprek aanknopen met ouders van andere kinderen en vragen
                                                     hoe het gaat.
                                                    De cursist kan bij een babybezoek vragen naar hoe de bevalling is verlopen een hoe het met de baby
                                                     gaat en kan ook antwoord geven op deze vragen

                                   Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject

                                         ten overstaan van een medecursist aangeven welke rol, welk aspect van een duo-buitenschoolse opdracht hij graag
                                          zou uitvoeren en waarom*
                                         verwoorden hoe hij/zij zich voelt na een bijeenkomst en/of taak
                                         verwoorden dat een schooluitstap interessant was en waarom
                                         De cursist kan vertellen naar welke tv-programma’s hij graag kijkt en wat hij leuk vindt aan die programma’s.
                                         De cursist kan bij het plannen van een uitstap duidelijk maken welke activiteiten hij leuk vindt en wat hij dan graag
                                          zou doen.
                                                                     Waar heb je Nederlands gesproken, gehoord?
                                                                     Wanneer heb je Nederlands gesproken en gehoord?
                                                                     Wat heb je gehoord?
                                                                     Met wie heb je gesproken?
                                                                     Wat heb je gezegd?
                                                                     …
                                    
Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   184
M BE 070 BC 002: De cursist kan in een gesprekssituatie een probleem en een klacht formuleren (beschrijvend niveau).

1 Contacten met officiële instanties   Concretisering:
2 Leefomstandigheden                   Een probleem met of een klacht over een:
3 Afspraken en regelingen                                           consumptieartikel
4 Consumptie                                                        dienst
5 Openbaar en privévervoer                                          afspraak
6 Voorlichtingsdiensten                                             medische behandeling
7 Vrije tijd                                                        eigen opleiding
8 Nutsvoorzieningen                                                 huiseigenaar
9 Ruimtelijke oriëntering                                           werkgever
10 Onthaal
                                         aan een verkoper zeggen dat hij een aangekocht, maar beschadigd product wil ruilen voor een onbeschadigd
11 Gezondheidsvoorzieningen
                                          exemplaar
12 Klimaat
                                         aan een verkoper zeggen dat hij niet vindt hoe een aangekocht toestel werkt
                                         voor een arts ziektesymptomen opsommen
                                         aan de nieuwe ploegbaas melden waar en wanneer een machine is stil gevallen
                                         De cursist kan aan de winkelier een probleem met een product duidelijk maken zoals te klein/ te groot, een
                                          verkeerde prijs, het werkt niet, …..
                                         De cursist kan ook op een gepaste manier reageren als hij het gepaste bedrag niet terugkrijgt, of de rekening niet
                                          klopt.
                                         De cursist kan aan de winkelier vragen om een bepaald product te ruilen
                                         De cursist kan op een beleefde manier aan zijn buren een klacht formuleren zoals de radio staat te hard; de
                                          vuilbakken stinken; er staat te veel rommel in de gang; …
                                         De cursist kan in een noodsituatie zoals het drinken van ammoniak; een brandwonde;….. bellen naar de gepaste
                                          hulpverleningsdienst en het probleem zo formuleren dat de hulpverlener hem kan helpen.
                                         De cursist kan aan een werknemer in een winkel; in een pretpark; …. of een voorbijganger op straat duidelijk maken
                                          dat zijn zoon/dochter… verloren gelopen is.
                                         De cursist kan aan zijn huisbaas; de huurdersbond ; een vakman duidelijk maken wat het probleem is in zijn huis.
                                         De cursist kan aan een lesgever, sociaal assistente, advocaat duidelijk maken dat hij een probleem heeft met zijn
                                          papieren
                                         De cursist kan aan de lesgever duidelijk maken dat hij een probleem heeft om een bepaalde dag naar de les te
                                          komen.(zoals opvangprobleem; afspraak met dokter, advocaat, werk,..
                                         De cursist kan aan de lesgever duidelijk maken dat hij zijn gsm niet kan afzetten want dat hij een belangrijk
                                          telefoontje verwacht.
                                         De cursist kan voor een dokter ziektesymptomen opsommen zodat de dokter hem kan helpen
                                         De cursist kan op zijn werk uitleggen waarom hij te laat is gekomen.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            185
Attitudes
   Bij het spreken / gesprekken voeren is de cursist bereid om:

                              de standaardtaal te benaderen;
                              vol te houden;
                              voor zichzelf op te komen;
                              om de spreekangst te overwinnen



 Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                           1. Kennis
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:

                              woordenschat, grammatica / notions en functions;
                              uitspraak en intonatie;
                              taalregister (beperkt tot formele en informele aanspreking);

                              socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken.



                           2. Leerstrategieën
   De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende leerstrategieën gebruiken:

                              taalmateriaal verzamelen, ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen;
                              eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en
                               inzetten;



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                           186
                              andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten;
                              de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen;
                              in functie van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve
                               vaardigheden toepassen, praktische schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken;
                              zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen;
                              zijn spreekdoel bepalen en zijn spreekgedrag erop afstemmen.


                           3. Communicatieve (compenserende) strategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende
strategieën – ook via niet-verbaal gedrag) gebruiken:

                              om aandacht vragen;
                              voor niet-verbaal gedrag aandacht hebben;
                              eenvoudige technieken gebruiken om een kort gesprek te beginnen, te laten voortduren en te beëindigen;
                              aangeven dat hij het gesprek volgt;
                              zeggen dat hij niet mee is;
                              om verduidelijking van kernwoorden en zinnen die hij niet begrijpt vragen met behulp van een beschikbaar repertoire;
                              vragen om trager te spreken;
                              om herhaling vragen als hij iets niet begrijpt;
                              een passende reeks zinnen of uitdrukkingen uit zijn repertoire oproepen en inoefenen;
                              aangeven wat hij bedoelt door er naar te wijzen;
                              een minder geschikt woord uit zijn repertoire gebruiken en gebaren gebruiken ter verduidelijking van wat hij bedoelt;
                              op een andere wijze opnieuw beginnen als de communicatie vastloopt;
                              om een bevestiging vragen bij correct taalgebruik;
                              kernwoorden, uitdrukkingen en zinnen uit een tekst selecteren en herhalen.


Sleutelcompetenties
                                                                                Suggesties voor praktijkopdrachten (zie * concretiseringen bij
                                                                                basiscompetenties)
Kunnen omgaan met numerieke gegevens
    numerieke gegevens interpreteren                                            Zich ruimtelijk oriënteren bij het uitleggen van de regio/gemeente waar je
    tijd realistisch inschatten en indelen                                       een huis zoekt
    zich ruimtelijk oriënteren                                                  Cijfergegevens zoals huurprijs, waarborg, bijkomende kosten …begrijpen
                                                                                  bij het huren van een woning




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                           187
Kunnen samenwerken                           Bij het uitvoeren van een duobuitenschoolse opdracht de taken verdelen

Kunnen keuzes uitvoeren

Kunnen omgaan met problemen


Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                       188
4.13. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.2 Waystage 12 (M BE 071)

4.13.1. Situering module

In de module “NT2 Alfa R1 – 1.2/ Waystage 12” werkt de cursist verder aan technisch lezen en
schrijven. Hij zet de klanken van het Nederlands om naar letters en oefent verder in het schrijven in
druk- en blokschrift. Hij zet de letters van het druk- en koordschrift om in klanken en oefent verder in
het lezen. Hij leert eenvoudige woorden, zinnen en uitdrukkingen, tekstjes ook, schrijven en lezen.
Daartoe kan hij enerzijds analyseren en synthetiseren. Anderzijds kan hij ook andere technieken
toepassen zoals een beroep doen op zijn geheugen en woordbeelden herkennen en weergeven. Hij
doet dat aan de hand van tekstmateriaal over vertrouwde onderwerpen die voor hem van persoonlijk
belang zijn of betrekking hebben op zijn directe omgeving. Het gaat om het overlevingsniveau.
De cursist oefent de technische vaardigheden schrijven en lezen binnen het ruime veld van het
maatschappelijk-persoonlijk domein. Daartoe behoren b.v. ook het maatschappelijk- persoonlijk
functioneren op het werk en in de opleiding.
Oefenen in technisch lezen en schrijven, kan verbonden worden aan alle inhouden die in de andere
modules aan bod komen. Daarom werden bij deze module geen indicatieve voorbeelden of
voorbeelden in een context toegevoegd.

Nr. Koepelcontexten van de opleidingsprofielen talen                              NT2 IN de contexten van de basiseducatie

1. Contacten met officiële instanties                                             Maatschappelijke diensten
                                                                                  Wonen
                                                                                  Kinderen en school
                                                                                  Werk en werkloosheid

2. Leefomstandigheden                                                             Wonen
                                                                                  Werk en werkloosheid

3. Afspraken en regelingen                                                        Alle contexten van de basiseducatie

4. Consumptie                                                                     Economische consumptie

5. Vervoer: openbaar en privé                                                     Maatschappelijke diensten

6. Voorlichtingsdiensten                                                          Sociale consumptie




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                               189
7. Vrije tijd                                                                  Sociale consumptie
                                                                               Economische consumptie

8. Nutsvoorzieningen                                                           Maatschappelijke diensten

9. Ruimtelijke oriëntering                                                     Alle contexten in de basiseducatie

10. Onthaal                                                                    Alle contexten in de basiseducatie

11. Gezondheidsvoorzieningen                                                   Gezondheid en welzijn

12. Klimaat                                                                    Sociale consumptie


In de loop van de opleiding moeten de 12 koepelcontexten aan bod komen. De spreiding ervan over
de modules is vrij. De omzetting van de koepelcontexten naar bepaalde contexten van de
basiseducatie geeft aan dat de overeenkomst voor de hand ligt, maar het is niet de enig mogelijke
combinatie.

4.13.2. Instapvereisten
Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.

De cursist beheerst de ontwikkelingsdoelen die overeenstemmen met NT2 Alfa R1 - 1.1, module 5.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            190
4.13.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.2. Waystage 12

Vaardigheid: Technisch lezen

Tekstkenmerken
Kenmerken van de aangeboden teksten:

      Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn
      Tekstsamenhang: kort en eenvoudig gestructureerd, eventueel met visuele ondersteuning
      Woordenschat: veel gebruikte woorden en standaardformuleringen
      Authentiek of semi-authentiek, in oorspronkelijke lay-out
      Leestempo: rustig




Basiscompetenties
      M BE 071 BC 005: De cursist kan eenvoudige woorden, zinnen en teksten lezen (beschrijvend niveau).
      M BE 071 BC 006: De cursist kan getallen lezen (beschrijvend niveau).
      M BE 071 BC 007: De cursist kan visuele en auditieve vaardigheden combineren bij het analyseren en het synthetiseren (beschrijvend
      niveau).
      M BE 071 BC 008: De cursist kan technieken toepassen die leiden tot automatiseren zoals inschakeling van het geheugen en het
       onmiddellijk herkennen van woordbeelden (beschrijvend niveau).




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             191
Contexten                          Mogelijke concretisering leerinhoud:
                                   Maakt zonder aarzelen de klankletterkoppeling bij alle klinkers en medeklinkers, ook als deze uit tweetekens bestaan
1 Contacten met officiële          Tweetekenklanken en moeilijke medeklinkerclusters vormen geen problemen meer. Deze kunnen nog wel spellend
instanties                         gelezen worden.
2 Leefomstandigheden
3 Afspraken en regelingen          Leest vloeiend frequente gebonden morfemen zoals : -en, ge- ster- -je –pje
4 Consumptie
5 Openbaar en privévervoer         Herkent hoofd- en kleine letters als variant van een letter
6 Voorlichtingsdiensten            Herkent verschillende lettertypen
7 Vrije tijd                       Herkent de letters in duidelijke handgeschreven teksten.
8 Nutsvoorzieningen
9 Ruimtelijke oriëntering          1. Woordniveau :
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen
                                                          -   automatiseren van het elementaire leesproces
12 Klimaat
                                                          -   leest alle mkm woorden vloeiend leest behandelde en vertrouwde woorden vloeiend

                                   Besteed ook nog genoeg aandacht aan de klank-letterkoppeling
                                   (de basiswoorden, bordprenten, letterkaarten kunnen nog steeds gebruikt worden)

                                   is in staat om alle klankzuivere woorden en ook samengestelde woorden te analyseren en te synthetiseren
                                   lange medeklinkerclusters kunnen nog problemen opleveren (barst, langst, spruitjes
                                   samengestelde, onbekende en niet klankzuivere woorden worden soms nog geanalyseerd en gesynthetiseerd
                                   leest behandelde en vertrouwde woorden vloeiend.


                                   2. zinsniveau :

                                   - cursisten leren niet alleen losse woorden lezen, maar ook zinnen lezen.
                                   - Explicietere aandacht voor hoofdletters en kleine letters.
                                   - expliciete aandacht voor het gebruik van leestekens : punt, vraagteken, uitroepteken.
                                   - leest en begrijpt korte zinnen over alledaagse zaken
                                   - kent de functie van frequente leestekens zoals punt en vraagteken.
                                   - Weet dat een zin begint met een hoofdletter en eindigt met een punt
                                   - Leest en begrijpt een zeer korte eenvoudige tekst met bekende woorden en over een alledaags onderwerp. Hier bij valt
                                   te denken aan speciale voor deze doelgroep geconstrueerde onderwijsteksten.
                                   - Kent de functie van frequente leestekens in een tekst
                                   - Kan de afkomst van een tekst tenminste duiden.
                                   - Start na een eerste oriëntatie op de tekst met lezen in plaats van met gokken om de tekst verder te begrijpen.
                                   Wet dat uit de context blijft of cijfers naar bijv. geld, dat of telefoonnummers verwijzen.

Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                          192
                                       Leesplezier: werken met transparante teksten, volksverhalen, de Wablieft.

                                       Zie ook : een representatief voorbeeld van leerinhouden uit ‘Alfaflex 1C, ROC Ter AA Afdeling Educatie; Stefanie Laan
                                       2002, docentenhandleiding pp. 19 – 25

                                       En ook verwijzen we nog eens naar 2.1.4.2. De technische lees – en schrijfmodules Alfa NT2 Breakthrough module
                                       5 en Waystage module 12, B. Module 12




Attitudes
Bij het technische lezen is de cursist bereid om:

       zich te concentreren op de leestaak;
       zich in te leven in de socio - culturele wereld van de tekst;
       zich niet te laten afleiden als hij in een tekst niet alles begrijpt;
       de leesangst te overwinnen;
       door te zetten.


  Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                              1. Kennis
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:


       Woordenschat, grammatica / notions en functions;
       Uitspraak en intonatie;
       Taalregister: formeel en informeel taalgebruik;
       Socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                              193
                            2. Leerstrategieën

De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende leerstrategieën gebruiken:

       taalmateriaal verzamelen, ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen;
       eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en inzetten;
       andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten;
       de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen;
       in functie van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende
       technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve vaardigheden
       toepassen, praktische schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken;
       zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen;
       zijn leesdoel bepalen en zijn leesgedrag erop afstemmen;
       de tekstsoort herkennen;
       van ondersteunend visueel materiaal zoals foto’s gebruik maken;

       lay-out en tekststructurering zoals een tabel herkennen.


Sleutelcompetenties
       Kunnen omgaan met numerieke gegevens:
       Kunnen samenwerken
       Kunnen keuzes uitvoeren
       Kunnen omgaan met problemen
       Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             194
Vaardigheid: Technisch schrijven

Tekstkenmerken
Kenmerken van de te produceren teksten:

      Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn
      Tekstsamenhang: kort en eenvoudig gestructureerd
      Zinsstructuur: enkelvoudige zinnen
      Woordenschat: frequente woorden en standaardformuleringen
      Schrijftempo: langzaam
      Spelling en interpunctie: correcte spelling van vertrouwde woorden, fonetisch juiste spelling van korte woorden en basisinterpunctie




Basiscompetenties
      M BE 071 BC 001: De cursist kan eenvoudige woorden, zinnen en tekstjes schrijven (beschrijvend niveau).
      M BE 071 BC 002: De cursist kan getallen in cijfers schrijven (beschrijvend niveau).
      M BE 071 BC 003: De cursist kan visuele, auditieve, en motorische vaardigheden combineren bij het analyseren en het synthetiseren
       (beschrijvend
      niveau).
      M BE 071 BC 004: De cursist kan technieken toepassen die leiden tot automatisering zoals inschakeling van het geheugen, het oproepen en
       het weergeven van woordbeelden (beschrijvend niveau).




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            195
Contexten                          Mogelijke concretisering leerinhoud:

1 Contacten met officiële          1. Woordniveau :
instanties
2 Leefomstandigheden
3 Afspraken en regelingen          - automatiseren van het elementaire leesproces, maw automatiseren van mkm woorden
4 Consumptie                       cursisten moeten de stap maken van het analyseren en synthetiseren van de woorden naar het direct lezen van de
5 Openbaar en privévervoer         woorden evt door het lezen met verlenging van klanken.
6 Voorlichtingsdiensten            (oa door niveaulezen)
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen                Besteed ook nog genoeg aandacht aan de klank-letterkoppeling
9 Ruimtelijke oriëntering          (de basiswoorden, bordprenten, letterkaarten kunnen nog steeds gebruikt worden)
10 Onthaal                         De letter f en j worden nog expliciet aangebracht.
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat                         - aandacht voor de klinkers : zowel auditief als bij het lezen;
                                   zeker hier kan je sterk verwijzen naar de basiswoorden :
                                   vb is het de ee van peer of de ie van tien

                                   - tweeklanken :
                                   aanbrengen van ij/ei
                                   aanbrengen van ou

                                   - het lezen van eindclusters
                                   - het lezen van beginclusters
                                   - het lezen van samengestelde woorden van het type mmkm/mkm , mkm/mmkm ,mmkm/mmkm
                                   - het lezen van tweelettergrepige klankzuivere woorden
                                   - het lezen van verkleinwoorden
                                   - lezen van voor- en achtervoegsels

                                   2. zinsniveau :

                                   - cursisten leren niet alleen losse woorden lezen, maar ook zinnen lezen.
                                   - Explicietere aandacht voor hoofdletters en kleine letters.
                                   - expliciete aandacht voor het gebruik van leestekens : punt, vraagteken, uitroepteken.

                                   3. Tekstniveau :

                                   Aandacht voor structuur in een tekst en voor verschillen in tekstsoorten

                                   Leesplezier
                                   Transparante teksten, de Wablieft
Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                              196
                                    Leesplezier: werken met transparante teksten, volksverhalen, de Wablieft.

                                    Zie ook : een representatief voorbeeld van leerinhouden uit ‘Alfaflex 1C, ROC Ter AA Afdeling Educatie; Stefanie Laan
                                    2002, docentenhandleiding pp. 19 – 25

                                    En ook verwijzen we nog eens naar 2.1.4.2. De technische lees – en schrijfmodules Alfa NT2 Breakthrough module
                                    5 en Waystage module 12, B. Module 12




Attitudes
   Bij het technische schrijven is de cursist bereid om:

      zich te concentreren op de schrijftaak;
      enige correctheid na te streven, maar zich niet te laten afremmen als hij niet alles kan schrijven;
      zijn schrijfangst te overwinnen;
      door te zetten;


 Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                            1. Kennis
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:

      Woordenschat, grammatica/notions en functions;
      Spelling en interpunctie;
      Taalregister: formeel en informeel taalgebruik;
      Socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                              197
                            2. Leerstrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende leerstrategieën gebruiken:

       taalmateriaal verzamelen, ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen;
       eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en inzetten;
       andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten;
       de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen;
       in functie van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve vaardigheden
       toepassen, praktische schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken;
       zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen;
       zijn schrijfdoel bepalen en zijn schrijfgedrag erop afstemmen; aan een Nederlandstalige taalgebruiker met behulp van een
       beschikbaar repertoire vragen de tekst na te lezen met het oog op juistheid en eigen competentieverhoging.


Sleutelcompetenties
       Kunnen omgaan met numerieke gegevens:
       Kunnen samenwerken
       Kunnen keuzes uitvoeren
       Kunnen omgaan met problemen
       Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             198
4.8. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.2 Waystage 13 (M BE 072)

4.14.1. Situering module

In de module “NT2 Alfa R1 – 1.2/ Waystage 13” leert de anderstalige communiceren in eenvoudige
routinetaken over vertrouwde onderwerpen die voor hem van persoonlijk belang zijn of betrekking
hebben op zijn directe omgeving. Het gaat om het overlevingsniveau.
De cursist oefent zich met andere woorden in de vaardigheden schrijven en lezen binnen het ruime
veld van het maatschappelijk-persoonlijk domein. Daartoe behoren bijvoorbeeld ook het
maatschappelijk-persoonlijk functioneren op het werk en in de opleiding. Hij leert in eenvoudige
bewoordingen met regelmatig voorkomende zinnen en uitdrukkingen, schriftelijk informatie vragen en
geven in een korte tekst. Hij leert relevante gegevens selecteren in een eenvoudige informatieve of
narratieve geschreven tekst zoals een verslag.

Nr. Koepelcontexten van de opleidingsprofielen talen                          NT2 IN de contexten van de basiseducatie

1. Contacten met officiële instanties                                         Maatschappelijke diensten
                                                                              Wonen
                                                                              Kinderen en school
                                                                              Werk en werkloosheid

2. Leefomstandigheden                                                         Wonen
                                                                              Werk en werkloosheid

3. Afspraken en regelingen                                                    Alle contexten van de basiseducatie

4. Consumptie                                                                 Economische consumptie

5. Vervoer: openbaar en privé                                                 Maatschappelijke diensten

6. Voorlichtingsdiensten                                                      Sociale consumptie

7. Vrije tijd                                                                 Sociale consumptie
                                                                              Economische consumptie

8. Nutsvoorzieningen                                                          Maatschappelijke diensten




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                          199
9. Ruimtelijke oriëntering                                                     Alle contexten in de basiseducatie

10. Onthaal                                                                    Alle contexten in de basiseducatie

11. Gezondheidsvoorzieningen                                                   Gezondheid en welzijn

12. Klimaat                                                                    Sociale consumptie


In de loop van de opleiding moeten de 12 koepelcontexten aan bod komen. De spreiding ervan over
de modules is vrij. De omzetting van de koepelcontexten naar bepaalde contexten van de
basiseducatie geeft aan dat de overeenkomst voor de hand ligt, maar het is niet de enig mogelijke
combinatie.

4.14.2. Instapvereisten
Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.

De cursist beheerst de ontwikkelingsdoelen die overeenstemmen met NT2 Alfa R1 - 1.1, module 4, module 5 en module 9.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            200
4.14.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.2. Waystage 13

Vaardigheid: Lezen

Tekstkenmerken
Kenmerken van de aangeboden teksten:

      Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn
      Tekstsamenhang: kort en eenvoudig gestructureerd, eventueel met visuele ondersteuning
      Woordenschat: standaardformuleringen
      Authentiek of semiauthentiek, in oorspronkelijke lay-out
      Leestempo: rustig




Basiscompetenties
M BE 072 BC 002: De cursist kan relevante gegevens selecteren uit informatieve teksten zoals een folder, een catalogus en een bericht; narratieve
teksten zoals een verslag (beschrijvend niveau).




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             201
Contexten                          Concretisering leerinhoud: de concretiseringen met een * suggereren een sleutelcompetentie (zie ook onderdeel sleutelcompetenties)

1 Contacten met officiële                  Een garantiebewijs, een reisgids, een uurtabel, een regionale treingids, een werkrooster.
instanties                                 Een informatieve folder van een ziekenfonds over een aspect van gezondheid, van het plaatselijke postkantoor,
2 Leefomstandigheden                        van de stad.
3 Afspraken en regelingen                  Een informatieve folder over speelpleinwerking, sportkampen.
4 Consumptie                               Een weerbericht of
5 Openbaar en privévervoer                 televisieprogramma in een krant of televisieblad.
6 Voorlichtingsdiensten                    Een kortverhaal of artikel in een cursistenblad, in Wablieft.
7 Vrije tijd
8 Nutsvoorzieningen                  uit het wekelijkse werkrooster van zijn bedrijf de gegevens selecteren die voor hem van belang zijn*
9 Ruimtelijke oriëntering
                                     uit een nota over de leerhouding van zijn kind de verbeterpunten halen
10 Onthaal
                                     uit een educatieve folder over zelfborstonderzoek met verklarende tekeningen begrijpen hoe vaak zij zichzelf best
11 Gezondheidsvoorzieningen
                                      onderzoekt
12 Klimaat
                                     uit een commentaar van een cursist in de cursistenkrant over het schoolfeest halen wat over de nieuwe coördinator
                                      werd meegedeeld
                                     in het agenda van het kind begrijpen welk materiaal het moet meebrengen voor de knutselles
                                     de informatie van het te huur bericht aan een raam begrijpen bv kamers, prijs, beschikbaarheid*
                                     een korte commentaar van een cursist in de cursistenkrant begrijpen: gebeurtenis, plaats, tijd, beleving
                                     uit een infofolder begrijpen wat hij moet doen als hij luizen bij zijn kind vindt
                                     begrijpen hoe lang de garantie loopt en waarop ze van toepassing is*
                                     een kortverhaal, genoteerd door de lesgever op basis van een cursistenverhaal begrijpen
                                     een verhalend en sterk vereenvoudigd krantenartikel begrijpen (gebeurtenis, tijd, plaats, beleving)
                                     het bericht op het mededelingenbord op het werk ivm een syndicale vergadering (tijd, plaats, thema)




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   202
                                         Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
                                         De cursisten stimuleren om ook thuis bvb. de Wablieft te lezen, of een korte verhalende tekst (bvb. verhalen uit eigen
                                         land, volksverhalen …) Leesplezier is hierbij belangrijk doel.
                                            een kortverhaal, genoteerd door de lesgever op basis van een cursistenverhaal begrijpen
                                            een verhalend en sterk vereenvoudigd krantenartikel begrijpen (gebeurtenis, tijd, plaats, beleving)
                                                                        Waar heb je Nederlands gelezen/geschreven?
                                                                        Wanneer heb je Nederlands gelezen/geschreven?
                                                                        Wat heb je gelezen/geschreven?




Attitudes
Bij het lezen is de cursist bereid om:

       zich te concentreren op de leestaak;
       zich in te leven in de socioculturele wereld van de tekst;
       zich niet te laten afleiden als hij in een tekst niet alles begrijpt.


  Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                              4. Kennis

De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van een taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:

       Woordenschat, grammatica / notions en functions;
       Spelling en interpunctie;



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                         203
       Taalregister: formeel en informeel taalgebruik;
       Socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken.


                            5. Leerstrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende leerstrategieën gebruiken:

       De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak volgende leerstrategieën gebruiken: taalmateriaal verzamelen,
        ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen;
       eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en inzetten;
       andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten;
       de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen;
       in functie van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve vaardigheden toepassen,
        praktische schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken;
       zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen;
       zijn leesdoel bepalen en zijn leesgedrag erop afstemmen;
       de tekstsoort herkennen.


                            6. Communicatieve (compenserende) strategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende
strategieën – ook via niet-verbaal gedrag) gebruiken:

       van ondersteunend visueel materiaal gebruik maken;
       om verduidelijking van kernwoorden en zinnen die hij niet begrijpt vragen met behulp van een beschikbaar repertoire;
       de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden op basis van een idee over de betekenis van het geheel.


Sleutelcompetenties
       Kunnen omgaan met numerieke gegevens:
       Kunnen samenwerken
       Kunnen keuzes uitvoeren
       Kunnen omgaan met problemen
       Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             204
Vaardigheid: Schrijven

Tekstkenmerken
Kenmerken van de te produceren teksten:

      Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn
      Tekstsamenhang: kort en eenvoudig gestructureerd
      Zinsstructuur: enkelvoudige zinnen, nog systematisch basisfouten die - over het algemeen - het begrip niet in de weg staan
      Woordenschat: standaardformuleringen
      Taalgebruik: nog systematisch basisfouten die - over het algemeen - het begrip niet in de weg staan
      Schrijftempo: langzaam
      Spelling en interpunctie: fonetisch juiste spelling van korte woorden en basisinterpunctie




Basiscompetenties
M BE 072 BC 001: De cursist kan informatie vragen en geven in informatieve teksten zoals een persoonlijk briefje, een mededeling, een dankbriefje,
een formulier, een memo en een ziektemelding (beschrijvend niveau).




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                          205
Contexten                          Concretisering leerinhoud: de concretiseringen met een * suggereren een sleutelcompetentie (zie ook onderdeel sleutelcompetenties)

1 Contacten met officiële                  Een vraag of een mededeling op een ansichtkaart of een visitekaartje.
instanties                                 Een inlichting vragen of geven op een (inschrijving)formulier van de school van zijn kind, in de schoolagenda voor
2 Leefomstandigheden                        een
3 Afspraken en regelingen                  (vak)leerkracht.
4 Consumptie                               Een vraag of een mededeling op een memo aan een verantwoordelijke op het werk.
5 Openbaar en privévervoer                 Een bestelformulier.
6 Voorlichtingsdiensten
7 Vrije tijd                           in de schoolagenda vragen in welke winkel hij bepaalde schoolbenodigdheden kan kopen
8 Nutsvoorzieningen                    in een briefje informeren naar de gezondheid van een zwangere medecursist
9 Ruimtelijke oriëntering
                                       de reden van afwezigheid van zijn kind op een schoolformulier invullen
10 Onthaal
                                       op een bestelformulier gegevens noteren zoals artikelnummer, maat, kleur, eenheidsprijs, totaalprijs, vorm van
11 Gezondheidsvoorzieningen
                                        betaling*
12 Klimaat
                                       in een briefje aan de VDAB schrijven waarom hij niet op een uitnodiging kan ingaan
                                       een berichtje schrijven als: ‘Kloppen a.u.b., de bel is kapot’; ‘Niet parkeren voor mijn garage a.u.b.’
                                       op een inschrijvingsformulier van het CBE voor een uitstap naam, adres, klas, aantal deelnemende personen op de
                                        juiste plaats invullen
                                       een inschrijvingsformulier voor deelname zeeklas / bosklas van de kinderen invullen met de gevraagde
                                        persoonsgegevens - de gepaste gegevens aanduiden en/of schrappen
                                       in een kort briefje informeren naar de gezondheid van een zwangere medecursist
                                       op een ansichtkaart schrijven hoe de vakantie bevallen is
                                       in een kaartje naar de klas bedanken voor het ontvangen cadeau
                                       in een briefje naar een andere NT2 cursist uit een andere groep in het CBE zichzelf voorstellen en aan de andere
                                        personalia vragen


                                   Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
                                     op een ansichtkaart schrijven hoe de vakantie bevallen is
                                     in een kaartje naar de klas bedanken voor het ontvangen cadeau
                                     in een briefje naar een andere NT2 cursist uit een andere groep in het CBE zichzelf voorstellen en aan de andere
                                      personalia vragen




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   206
Attitudes
Bij het schrijven is de cursist bereid om:

       zich te concentreren op de schrijftaak;
       enige correctheid in de formulering na te streven, maar zich niet te laten afremmen als hij niet alles kan schrijven.


  Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                              1. Kennis
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:

                woordenschat, grammatica / notions en functions;
                spelling en interpunctie;
                taalregister: formeel en informeel taalgebruik;
                socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken.



                              2. Leerstrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende leerstrategieën gebruiken:

       taalmateriaal verzamelen, ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen;
       eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en inzetten;
       andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten;
       de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen;
       in functie van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve vaardigheden toepassen,
        praktische schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken;
       zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen;



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                               207
      zijn schrijfdoel bepalen en zijn schrijfgedrag erop afstemmen;
      aan een Nederlandstalige taalgebruiker met behulp van een beschikbaar repertoire vragen de tekst na te lezen met het oog op juistheid en eigen
       competentieverhoging.


                            3. Communicatieve (compenserende) strategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende compenserende strategieën gebruiken:

      een minder geschikt woord uit zijn repertoire gebruiken ter verduidelijking van wat hij bedoelt;
      kernwoorden, uitdrukkingen en zinnen uit een gelijkaardige tekst selecteren en overschrijven


Sleutelcompetenties
                                                                                  Suggesties voor praktijkopdrachten (zie * concretiseringen bij
                                                                                  basiscompetenties)
Kunnen omgaan met numerieke gegevens
    numerieke gegevens interpreteren                                              De cursist kan de onderscheiden numerieke gegevens in een catalogus
    tijd realistisch inschatten en indelen                                         van elkaar onderscheiden zoals artikelnummer, prijs, maat,
    zich ruimtelijk oriënteren                                                     verzendkosten, korting, bankrekeningnummer

Kunnen samenwerken

Kunnen keuzes uitvoeren

Kunnen omgaan met problemen


Kunnen eigen leren en presteren verbeteren                                         De cursist gebruikt bij het schrijven van een kaartje of briefje het door de
                                                                                    lesgever aangereikt ‘schrijfplannetje’ om een structuur in het geheel aan te
                                                                                    brengen (datum, aanspreking, midden, afsluitende groet, handtekening).

                                                                                   De cursist gebruikt bij het schrijven van een kaartje of briefje een door de
                                                                                    lesgever aangereikt aandachtslijstje als hulp bij het schrijven (zoals begint
                                                                                    elke nieuwe zin met een hoofdletter? Eindigt elke zin met een
                                                                                    leesteken?…)




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                              208
4.15. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.2 Waystage 14 (M BE 073)

4.15.1. Situering module

In de module “NT2 Alfa R1 – 1.2/ Waystage 13” leert de anderstalige communiceren in eenvoudige
routinetaken over vertrouwde onderwerpen die voor hem van persoonlijk belang zijn of betrekking
hebben op zijn directe omgeving. Het gaat om het overlevingsniveau.
De cursist oefent zich met andere woorden in de vaardigheden schrijven en lezen binnen het ruime
veld van het maatschappelijk-persoonlijk domein. Daartoe behoren bijvoorbeeld ook het
maatschappelijk-persoonlijk functioneren op het werk en in de opleiding. Hij leert in eenvoudige
bewoordingen met regelmatig voorkomende zinnen en uitdrukkingen, een schriftelijke beschrijving te geven en een boodschap voor zichzelf te noteren.
Hij leert gegevens begrijpen in een eenvoudige informatieve tekst zoals een zakelijke brief of in een prescriptieve tekst zoals een gebruiksaanwijzing.


Nr. Koepelcontexten van de opleidingsprofielen talen                           NT2 IN de contexten van de basiseducatie

1. Contacten met officiële instanties                                          Maatschappelijke diensten
                                                                               Wonen
                                                                               Kinderen en school
                                                                               Werk en werkloosheid

2. Leefomstandigheden                                                          Wonen
                                                                               Werk en werkloosheid

3. Afspraken en regelingen                                                     Alle contexten van de basiseducatie

4. Consumptie                                                                  Economische consumptie

5. Vervoer: openbaar en privé                                                  Maatschappelijke diensten

6. Voorlichtingsdiensten                                                       Sociale consumptie

7. Vrije tijd                                                                  Sociale consumptie
                                                                               Economische consumptie

8. Nutsvoorzieningen                                                           Maatschappelijke diensten




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            209
9. Ruimtelijke oriëntering                                                     Alle contexten in de basiseducatie

10. Onthaal                                                                    Alle contexten in de basiseducatie

11. Gezondheidsvoorzieningen                                                   Gezondheid en welzijn

12. Klimaat                                                                    Sociale consumptie


In de loop van de opleiding moeten de 12 koepelcontexten aan bod komen. De spreiding ervan over
de modules is vrij. De omzetting van de koepelcontexten naar bepaalde contexten van de
basiseducatie geeft aan dat de overeenkomst voor de hand ligt, maar het is niet de enig mogelijke
combinatie.

4.15.2. Instapvereisten
Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.

De cursist beheerst de ontwikkelingsdoelen die overeenstemmen met NT2 Alfa R1 - 1.1, module 4, module 5 en module 9.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            210
4.15.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.2. Waystage 14

Vaardigheid: Lezen

Tekstkenmerken
Kenmerken van de aangeboden teksten:

      Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn
      Tekstsamenhang: kort en eenvoudig gestructureerd, eventueel met visuele ondersteuning
      Woordenschat: standaardformuleringen
      Authentiek of semiauthentiek, in oorspronkelijke lay-out
      Leestempo: rustig




Basiscompetenties
M BE 073 BC 003: De cursist kan alle gegevens begrijpen in
    informatieve teksten zoals etiketten en een zakelijke brief
    prescriptieve teksten zoals een instructie en een gebruiksaanwijzing (beschrijvend niveau)




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             211
Contexten                          Concretisering leerinhoud: de concretiseringen met een * suggereren een sleutelcompetentie (zie ook onderdeel sleutelcompetenties)

1 Contacten met officiële                  teksten op verpakkingen
instanties                                 etiketten op gereedschappen, toestellen en werkmateriaal
2 Leefomstandigheden                       mededelingen op een scherm in de spoorwegstations
3 Afspraken en regelingen                  elektronische verkeersborden op de weg
4 Consumptie                               dieetvoorschriften
5 Openbaar en privévervoer                 doktersbriefje
6 Voorlichtingsdiensten                    opnamebrief voor ziekenhuis
7 Vrije tijd
                                           veiligheidsinstructies
8 Nutsvoorzieningen
                                           waarschuwingsborden
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal                                 werkrooster
11 Gezondheidsvoorzieningen                takenlijsten
                                           schoolrapport




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   212
12 Klimaat
                                       op het etiket de wasvoorschriften voor een kledingsstuk aflezen
                                       op een bijsluiter alle gegevens lezen die bij de inname van het medicijn nodig en van belang zijn*
                                       een zakelijke brief van een energieleverancier over het opnemen en doorgeven van de meterstand, opvolgen
                                       de veiligheidsinstructies op een machine waar hij mee werkt, aflezen
                                       in de opnamebrief van het ziekenhuis begrijpen wanneer en waar hij zich moet aanmelden, welke documenten hij
                                        moet meebrengen*
                                       in het bericht van de energieleverancier begrijpen op welke manieren de meterstand kan doorgegeven worden
                                       de evaluatie bij het rapport van het kind begrijpen*
                                       uit een wikkel de voedingswaarde, het aantal calorieën van een product aflezen*
                                       in de bijsluiter van een medicijn belangrijke contra-indicaties begrijpen zoals alcoholgebruik, besturen van voertuigen,
                                        gevaar voor zwangere vrouwen*

                                   De cursist kan aan de hand van een gebruiksaanwijzing behangerslijm maken

                                   De cursist kan aan de hand van een gebruiksaanwijzing een (ikea) meubel in elkaar zetten

                                   De cursist weet aan de hand van de instructies op een brandblusapparaat hoe hij dit toestel moet gebruiken

                                   De cursist begrijpt de pictogrammen op de etiketten van poetsproducten,gevaarlijke producten.

                                   De cursist weet aan de hand van het etiket op de verpakking van een medicijn wanneer, hoeveel keer en hoe hij dit moet
                                   innemen en ziet ook of het product al dan niet al vervallen is

                                   De cursist weet aan de hand van de informatie op de verpakking van een etenswaar hoe hij dit moet bereiden, wanneer
                                   dit product vervalt enz..

                                   De cursist weet aan de hand van het wasetiket van een kledingsstuk hoe hij dit moet wassen

                                   De cursist kan aan de hand van etiketten op etenswaren begrijpen of een persoon met specifieke allergieën, diabetes
                                   enz…. dit product mag eten.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   213


                                   Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
                                      De cursist weet wat hij moet doen wanneer hij een brief krijgt van officiële instanties zoals het OCMW, de VDAB, de
                                      bibliotheek,het sociaal verhuurkantoor,enz…..

                                      De cursist weet aan de hand van een les- en /of werkrooster wanneer hij moet werken

                                      Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
                                      De cursist kan aan de hand van een eenvoudig recept (wafels, pannenkoeken, taart, enz…) het recept klaarmaken

                                      De cursist begrijpt aan de hand van het veiligheidsplan van de school; van het werk wat hij moet doen bij brand

                                      De cursist begrijpt aan de hand van pictogrammen op een machine waarop hij moet letten (paneelzaag, cirkelzaag)

                                      De cursist kan bepaalde vlekken verwijderen aan de hand van een gebruiksaanwijzing van Tante Kaat.
                                                                   Waar heb je Nederlands gelezen/geschreven?
                                                                   Wanneer heb je Nederlands gelezen/geschreven?
                                                                   Wat heb je gelezen/geschreven?




Attitudes
Bij het lezen is de cursist bereid om:

       zich te concentreren op de leestaak;
       zich in te leven in de socioculturele wereld van de tekst;
       zich niet te laten afleiden als hij in een tekst niet alles begrijpt.


  Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                              1. Kennis

De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van een taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                       214
       Woordenschat, grammatica / notions en functions;
       Spelling en interpunctie;
       Taalregister: formeel en informeel taalgebruik;
       Socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken.


                            2. Leerstrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende leerstrategieën gebruiken:

       De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak volgende leerstrategieën gebruiken: taalmateriaal verzamelen,
        ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen;
       eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en inzetten;
       andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten;
       de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen;
       in functie van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve vaardigheden toepassen,
        praktische schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken;
       zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen;
       zijn leesdoel bepalen en zijn leesgedrag erop afstemmen;
       de tekstsoort herkennen.


                            3. Communicatieve (compenserende) strategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende
strategieën – ook via niet-verbaal gedrag) gebruiken:

       van ondersteunend visueel materiaal gebruik maken;
       om verduidelijking van kernwoorden en zinnen die hij niet begrijpt vragen met behulp van een beschikbaar repertoire;
       de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden op basis van een idee over de betekenis van het geheel.


Sleutelcompetenties                                                             Concretisering:

Kunnen omgaan met numerieke gegevens                                               de numerieke gegevens mbt aantal calorieën op een wikkel in verband
-numerieke gegevens interpreteren                                                   brengen met aanbevolen aantal dagelijks op te nemen calorieën
-tijd realistisch inschatten en indelen                                            bij het opstellen van een te-koop advertentie de nuttige numerieke
-zich ruimtelijk oriënteren                                                         gegevens noteren zoals een telefoonnummer, een prijs, een type, een


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             215
                                                                                  aantal, een afmeting
Kunnen samenwerken

Kunnen keuzes uitvoeren

Kunnen omgaan met problemen                                                      bij het lezen van een bijsluiter advies vragen aan de apotheker als er
                                                                                  twijfel is over de mogelijke bijwerkingen

Kunnen eigen leren en presteren verbeteren                                           bij het lezen van een opnamebrief van het ziekenhuis het door de
                                                                                      lesgever aangereikte ‘leesplannetje’ gebruiken om de belangrijke
                                                                                      informatie terug te vinden




Vaardigheid: Schrijven

Tekstkenmerken
Kenmerken van de te produceren teksten:

      Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn
      Tekstsamenhang: kort en eenvoudig gestructureerd
      Zinsstructuur: enkelvoudige zinnen, nog systematisch basisfouten die - over het algemeen - het begrip niet in de weg staan
      Woordenschat: standaardformuleringen
      Taalgebruik: nog systematisch basisfouten die - over het algemeen - het begrip niet in de weg staan
      Schrijftempo: langzaam
      Spelling en interpunctie: fonetisch juiste spelling van korte woorden en basisinterpunctie




Basiscompetenties
M BE 073 BC 001: De cursist kan een beschrijving geven (beschrijvend niveau)



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                          216
Contexten                          Concretisering leerinhoud: de concretiseringen met een * suggereren een sleutelcompetentie (zie ook onderdeel sleutelcompetenties)

1 Contacten met officiële          beschrijving van een:
instanties                             persoon
2 Leefomstandigheden                   omgeving
3 Afspraken en regelingen              een voorwerp
4 Consumptie                           leefomstandigheden
5 Openbaar en privévervoer             gebeurtenis
6 Voorlichtingsdiensten
7 Vrije tijd                          in een advertentie de belangrijkste kenmerken geven van wat hij te koop aanbiedt, zoals aard, merk, type, kleur, prijs
8 Nutsvoorzieningen                   op een formulier van een dienst verloren voorwerpen een beschrijving geven van een op de trein achtergelaten
9 Ruimtelijke oriëntering              voorwerp
10 Onthaal
                                      de belangrijkste handelingen die hij uitvoerde voor een opdracht op het werk duidelijk maken
11 Gezondheidsvoorzieningen
                                      zichzelf beschrijven in enkele korte woorden in een briefje aan een andere NT2 cursist
12 Klimaat
                                      op een vakantiekaart een korte beschrijving geven van de omgeving
                                      in een te koop advertentie (vb. een huis, auto, puppy, …) de belangrijkste items van het te verkopen object
                                       omschrijven (aard, merk, type, prijs, kleur, telefoonnummer …)*
                                      als oefening in de klas bij een afbeelding een zin schrijven


                                   De cursist kan bij verlies van zijn portefeuille aan de hand van een hulpblad noteren wat er op dat moment in zijn
                                   portefeuille zat


                                   De cursist kan aan de hand van een voorbeeld een zoekertje maken voor iets dat hij wil verkopen (jas, poes, tv, zetel,
                                   enz…)

                                   De cursist kan aan de hand van een materialenlijst aankruisen wat er ontbreekt

                                   De cursist kan aan de hand van een voorbeeld een raamposter maken voor het te koop stellen van zijn kamer,
                                   appartement of huis




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   217
                                   Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
                                     zichzelf beschrijven in enkele korte woorden in een briefje aan een andere NT2 cursist
                                     op een vakantiekaart een korte beschrijving geven van de omgeving
                                     De cursist kan aan de hand van een hulpblad zijn kind in woorden beschrijven


M BE 073 BC 002: De cursist kan een boodschap voor zichzelf noteren (beschrijvend niveau).

Contexten                         Concretisering leerinhoud: de concretiseringen met een * suggereren een sleutelcompetentie (zie ook onderdeel sleutelcompetenties)

1 Contacten met officiële                 notitie in zijn agenda
instanties                                memo op het eigen prikbord
2 Leefomstandigheden                      memo voor bij eigen telefoon
3 Afspraken en regelingen                 een boodschappenlijstje opschrijven
4 Consumptie                              een aantal gegevens uit een koopadvertentie of een item uit een catalogus opschrijven zoals de naam van het
5 Openbaar en privévervoer                 voorwerp zelf, het merk, de afmetingen, ….*
6 Voorlichtingsdiensten                   een vraag die hij de huisarts of een arbeidsconsulent wil stellen opschrijven
7 Vrije tijd                              een adres en/of telefoonnummer uit de cursistenlijst overnemen
8 Nutsvoorzieningen
                                          een aantal gegevens uit een te koop-advertentie in de supermarkt opschrijven (telefoonnummer, prijs, merk …)*
9 Ruimtelijke oriëntering
                                          De cursist kan een verjaardag op een verjaardagskalender noteren
10 Onthaal
11 Gezondheidsvoorzieningen               De cursist kan een afspraak met de dokter, de tandarts, het OCMW, de school enz in een agenda noteren
12 Klimaat                                De cursist kan een datum voor een schoolfeest, buurtfeest, enz…. noteren in een agenda
                                          De cursisten noteren wat zij voor de picknick gaan kopen voor een klasuitstap.
                                          De cursisten noteren hun score bij het invullen van een vereenvoudigde enquête over bv. gezond leven ,
                                           waterverbruik, energiebesparen enz…
                                          De cursisten noteren hun lengte en gewicht om daarna hun BMI in een tabel te kunnen aflezen
                                          De cursisten noteren wat zij moeten kopen om een bepaalde vlek op de kleding te verwijderen
                                          De cursist meet de kamer op die hij wil behangen en noteert de afmetingen om de juiste hoeveelheid verf of
                                           behangpapier te kunnen kopen
                                          De cursisten noteren noodnummers op een sticker die ze daarna thuis kunnen ophangen

                                  Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
                                          De cursist kan een verjaardag op een verjaardagskalender noteren
                                          De cursist kan een afspraak met de dokter, de tandarts, het OCMW, de school enz in een agenda noteren
                                          De cursist kan een datum voor een schoolfeest, buurtfeest, enz…. noteren in een agenda
                                          De cursisten noteren wat zij voor de picknick gaan kopen voor een klasuitstap.
                                          De cursisten noteren hun score bij het invullen van een vereenvoudigde enquête over bv. gezond leven ,


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   218
                                             waterverbruik, energiebesparen enz…




Attitudes
Bij het schrijven is de cursist bereid om:

       zich te concentreren op de schrijftaak;
       enige correctheid in de formulering na te streven, maar zich niet te laten afremmen als hij niet alles kan schrijven.
       Zijn schrijfangst te overwinnen


  Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                              1. Kennis
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:

                woordenschat, grammatica / notions en functions;
                spelling en interpunctie;
                taalregister: formeel en informeel taalgebruik;
                socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken.



                              2. Leerstrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende leerstrategieën gebruiken:

       taalmateriaal verzamelen, ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen;
       eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en inzetten;
       andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten;
       de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen;



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                               219
      in functie van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve vaardigheden toepassen,
       praktische schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken;
      zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen;
      zijn schrijfdoel bepalen en zijn schrijfgedrag erop afstemmen;
      aan een Nederlandstalige taalgebruiker met behulp van een beschikbaar repertoire vragen de tekst na te lezen met het oog op juistheid en eigen
       competentieverhoging.


                            3. Communicatieve (compenserende) strategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende compenserende strategieën gebruiken:

      een minder geschikt woord uit zijn repertoire gebruiken ter verduidelijking van wat hij bedoelt;
      kernwoorden, uitdrukkingen en zinnen uit een gelijkaardige tekst selecteren en overschrijven


Sleutelcompetenties

Kunnen omgaan met numerieke gegevens                                              cijfergegevens in te koop advertenties interpreteren (prijs, hoeveelheid, type,
    numerieke gegevens interpreteren                                             ‘ouderdom’ van het goed …)
    tijd realistisch inschatten en indelen
    zich ruimtelijk oriënteren

Kunnen samenwerken

Kunnen keuzes uitvoeren

Kunnen omgaan met problemen


Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                              220
4.16. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.2 Waystage 15 (M BE 074)

4.16.1. Situering module

In de module “NT2 Alfa R1 – 1.2/Waystage 15” leert de anderstalige communiceren in eenvoudige
routinetaken over vertrouwde onderwerpen die voor hem van persoonlijk belang zijn of betrekking
hebben op zijn directe omgeving. Het gaat om het overlevingsniveau.
De cursist oefent zich met andere woorden in de vaardigheden spreken/gesprekken voeren, luisteren,
schrijven en lezen binnen het ruime veld van het maatschappelijk-persoonlijk domein. Daartoe
behoren bijvoorbeeld ook het maatschappelijk-persoonlijk functioneren op het werk en in de opleiding.
Hij zet een stap naar een eigen inbreng in de wijze waarop hij de aangeboden informatie in zich
opneemt of zelf presenteert. Hij doet dat in eenvoudige bewoordingen met regelmatig voorkomende
zinnen en uitdrukkingen. Hij maakt met andere woorden, de overgang van beschrijvend naar
structurerend niveau – en dat voor de 4 vaardigheden.
De cursist leert zo o.a. mondeling informatie vragen en geven zoals in een telefoongesprek. Daartoe
kan hij voor zichzelf voorbereidend aantekeningen maken. Hij kan ook uit een mondeling gegeven
instructie of aankondiging de informatie ordenen. Schriftelijk leert hij dat met een informatieve tekst
zoals een persoonlijke brief of een persuasieve tekst zoals een voorstel of een oproep.
Zijn gesprekspartner houdt rekening met zijn beperkte taalvaardigheid.

Nr. Koepelcontexten van de opleidingsprofielen talen                            NT2 IN de contexten van de basiseducatie

1. Contacten met officiële instanties                                           Maatschappelijke diensten
                                                                                Wonen
                                                                                Kinderen en school
                                                                                Werk en werkloosheid

2. Leefomstandigheden                                                           Wonen
                                                                                Werk en werkloosheid

3. Afspraken en regelingen                                                      Alle contexten van de basiseducatie

4. Consumptie                                                                   Economische consumptie

5. Vervoer: openbaar en privé                                                   Maatschappelijke diensten

6. Voorlichtingsdiensten                                                        Sociale consumptie



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             221
7. Vrije tijd                                                                  Sociale consumptie
                                                                               Economische consumptie

8. Nutsvoorzieningen                                                           Maatschappelijke diensten

9. Ruimtelijke oriëntering                                                     Alle contexten in de basiseducatie

10. Onthaal                                                                    Alle contexten in de basiseducatie

11. Gezondheidsvoorzieningen                                                   Gezondheid en welzijn

12. Klimaat                                                                    Sociale consumptie


In de loop van de opleiding moeten de 12 koepelcontexten aan bod komen. De spreiding ervan over
de modules is vrij. De omzetting van de koepelcontexten naar bepaalde contexten van de
basiseducatie geeft aan dat de overeenkomst voor de hand ligt, maar het is niet de enig mogelijke
combinatie.

4.16.2. Instapvereisten
Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.

De cursist beheerst de ontwikkelingsdoelen die overeenstemmen met NT2 Alfa R1 - 1.2, modules 10, 11, 12, 13 en 14.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            222
4.16.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.2. Waystage 15 (M BE 074)

Vaardigheid: Luisteren

Tekstkenmerken
Kenmerken van de aangeboden luisterteksten:

       Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn, voldoende redundantie
       Tekstsamenhang: kort en eenvoudig gestructureerd
       Uitspraak: duidelijk geïntoneerd en gearticuleerd
       Spreektempo: aangepast
       Authentiek of semiauthentiek, eventueel met visuele ondersteuning
       Aantal gesprekspartners: 1




Basiscompetenties
M BE 074 BC 002 De cursist kan de informatie overzichtelijk ordenen in
    informatieve teksten zoals een aankondiging, een klacht en een waarschuwing
    prescriptieve teksten zoals een instructie (structurerend niveau).




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         223
Contexten                              Concretisering leerinhoud: de concretiseringen met een * suggereren een sleutelcompetentie (zie ook onderdeel sleutelcompetenties)

1 Contacten met officiële                       slechtnieuwsgesprek op school, op het werk, bij instanties
instanties                                      veiligheidsinstructies
2 Leefomstandigheden                            werkinstructies
3 Afspraken en regelingen                       instructies in de eigen opleiding
4 Consumptie                                    in een gesprek met zijn baas de precieze aard van de klacht met betrekking tot zijn afwezigheid begrijpen: de
5 Openbaar en privévervoer                       reden van zijn afwezigheid, de duur, het niet tijdig op de hoogte brengen, …*
6 Voorlichtingsdiensten                         de instructies van de veiligheidsverantwoordelijke in het centrum basiseducatie tijdens een evacuatieoefening
7 Vrije tijd                                     volgens hun belang ordenen
8 Nutsvoorzieningen                             in een gesprek met de leerkracht begrijpen wat goed gaat in de les en waar nog aan gewerkt moet worden
9 Ruimtelijke oriëntering
                                                de uitleg van de loketbediende in het gemeentehuis over de vernieuwing van zijn identiteitskaart opmaken wat hij
10 Onthaal
                                                 moet doen
11 Gezondheidsvoorzieningen
                                                bij een schoolprobleem van het kind de aard van de sanctie begrijpen indien het probleem zich herhaalt
12 Klimaat
                                                een gesprek over storende factoren in de groep begrijpen en interpreteren en er gepast op reageren
                                                a.h.v. uitleg van een instructeur een werkstuk in elkaar kunnen zetten
                                                a.h.v. instructies die de instructeur geeft over de veiligheid van een machine (zaagmachine, slijpschijf) deze
                                                 machine veilig kunnen bedienen

                                       Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
                                                    Luisteren naar informatieve radio – oproepen: wat moet je doen als er een grote (industriële) brand in de
                                                     buurt is (rampenplan): ramen gesloten houden …, wat te doen bij griepepidemie, …?




Attitudes
Bij het luisteren is de cursist bereid om:

            onbevooroordeeld te luisteren
            niet af te haken als hij niet alles begrijpt
            de gesprekspartner te laten uitspreken
            zich in te leven in de socioculturele wereld van de gesprekspartner




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                       224
 Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                               1. Kennis
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:
     woordenschat, grammatica/notions en functions
     uitspraak en intonatie
     taalregister (beperkt tot formele en informele aanspreking)
     socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken


                               2. Leerstrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak volgende leerstrategieën gebruiken:
     taalmateriaal verzamelen, ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen
     eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en inzetten
     andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten
     de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen
     van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve vaardigheden toepassen, praktische
        schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken
     zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen
     zijn luisterdoel bepalen en zijn luistergedrag erop afstemmen
     de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden op basis van een idee over de betekenis van het geheel


                               3. Communicatieve (compenserende) strategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende strategieën –
ook via niet-verbaal gedrag) gebruiken:
     van ondersteunend visueel materiaal gebruik maken
     voor niet-verbaal gedrag aandacht hebben
     vragen om trager te spreken
     in beperkte mate de betekenis van woorden afleiden uit de context
     om verduidelijking van kernwoorden en zinnen die hij niet begrijpt vragen met behulp van een beschikbaar repertoire
     om herhaling vragen als hij iets niet begrijpt
     vragen of hij iets juist begrijpt door ernaar te wijzen
     zeggen of aangeven met gebaren en mimiek dat hij de tekst wel of niet volg;



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                          225
       op een andere wijze opnieuw een teken geven als de communicatie vastloopt



Sleutelcompetenties                                                          Concretisering:

Kunnen omgaan met numerieke gegevens
-numerieke gegevens interpreteren
-tijd realistisch inschatten en indelen
-zich ruimtelijk oriënteren

Kunnen samenwerken

Kunnen keuzes uitvoeren

Kunnen omgaan met problemen                                                     met de leerkracht van het kind diverse manieren bespreken om de
                                                                                 achterstand van het kind bij langdurige afwezigheid te beperken

                                                                                bij de klacht over afwezigheid het probleem zien en benoemen
Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Vaardigheid: Spreken / gesprekken voeren

Tekstkenmerken
Kenmerken van de te produceren teksten:

       Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn
       Tekstsamenhang : kort en eenvoudig gestructureerd
       Zinsstructuur: enkelvoudige zinnen, nog systematisch basisfouten die over het algemeen het begrip niet in de weg staan
       Woordenschat: stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen
       Uitspraak en taalgebruik: fouten die – over het algemeen - het begrip niet in de weg staan



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         226
       Spreektempo: laag, met medewerking van een gesprekspartner
       Aantal gesprekspartners: 1




Basiscompetenties
M BE 074 BC 001
De cursist kan in een gesprekssituatie informatie vragen en geven in informatieve teksten zoals een mededeling, een mening, een vraaggesprek,
een telefoongesprek en een afspraak (structurerend niveau)


Contexten                          Concretisering leerinhoud: de concretiseringen met een * suggereren een sleutelcompetentie (zie ook onderdeel sleutelcompetenties)

1 Contacten met officiële                  afspraak of telefoongesprek met de leerkracht van zijn kind
instanties                                 afspraak of telefoongesprek met zijn eigen lesgever
2 Leefomstandigheden                       vraaggesprek met diverse maatschappelijke diensten
3 Afspraken en regelingen                  straatenquête
4 Consumptie                               personeelsenquête
5 Openbaar en privévervoer                 interview met kinderen uit een lagere school over hun personalia
6 Voorlichtingsdiensten                    interview met de bewoners van een rusthuis over hun familie en hun land
7 Vrije tijd
                                           in een telefoongesprek met de leerkracht aan de hand van vraag en antwoord de reden en de duur van de
8 Nutsvoorzieningen
                                            afwezigheid van zijn langdurig ziek kind op school geven - vragen wat hij moet doen om met alles in orde te
9 Ruimtelijke oriëntering
                                            blijven, of zijn kind thuis les kan krijgen of oefenen, …
10 Onthaal
                                           afspraak maken met de specialist als de huisarts hem doorverwijst
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat                                 in een gesprek met de intaker of met de leerkracht van zijn kind zijn mening over respectievelijk gemengde
                                            groepen / gemengd zwemmen duidelijk maken*
                                           in een straatenquête zijn mening geven over de openingsdagen en –tijden van de warenhuizen en de winkels
                                           in een enquête op het werk zijn mening geven over de kwaliteit van de kantinemaaltijden
                                           vragen naar vegetarische of andere maaltijden
                                           de eigen mening verantwoorden ivm beslissingen die hem/haar aangaan vb waarom een mannelijke
                                            begeleider/medecursist al dan niet aanvaard wordt in de groep*
                                           aan een nieuwe cursist uitleg geven over reeds behandelde leerstofonderdelen, over de groep, over de
                                            groepsdoelen




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   227
                                        a.h.v. foto’s vertellen over zichzelf en vragen stellen aan de kinderen
                                        a.h.v. foto’s vertellen over zijn familie en zijn land en vragen stellen aan de bewoners

                                     Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject

                                              Meedoen aan enquête op straat of in een winkel, terug rapporteren in de klas, documentatie daarover weer
                                               meebrengen
                                              Gesprek aanvragen met medewerkers van Justitiehuis m.b.t. één of ander juridisch probleem
                                              Deelnemen aan activiteit op school van het kind: sensibilisering bvb. meer veiligheid aan de schoolpoort, of ook
                                               bij campagne ter bestrijding van luizen op school.
                                              Deelnemen aan bewonersraad, buurtcomité: hoe de buurt, de flat meer bewoonbaar maken, hoe appartement
                                               beveiligen tegen criminaliteit




Attitudes
Bij het spreken is de cursist bereid om:

       te spreken (spreekangst overwinnen)
       de standaardtaal te benaderen
       vol te houden
       voor zichzelf op te komen


  Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                             1. Kennis

De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:
     woordenschat, grammatica/notions en functions


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                     228
       uitspraak en intonatie
       taalregister (beperkt tot formele en informele aanspreking)
       socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken




                            2. Leerstrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak volgende leerstrategieën gebruiken:

       taalmateriaal verzamelen, ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen
       eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en inzetten
       andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten
       de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen
       in functie van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve vaardigheden toepassen,
        praktische schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken
       zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen
       zijn spreekdoel bepalen en zijn spreekgedrag erop afstemmen


                            3. Communicatieve (compenserende) strategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende strategieën - ook
via niet-verbaal gedrag) gebruiken:
      om aandacht vragen
      voor niet-verbaal gedrag aandacht hebben
      eenvoudige technieken gebruiken om een kort gesprek te beginnen, te laten voortduren en te beëindigen
      aangeven dat hij het gesprek volgt
      zeggen dat hij niet mee is
      om verduidelijking van kernwoorden en zinnen die hij niet begrijpt vragen met behulp van een beschikbaar repertoire
      vragen om trager te spreken
      als hij iets niet begrijpt om herhaling vragen
      een passende reeks zinnen of uitdrukkingen uit zijn repertoire oproepen en inoefenen
      aangeven wat hij bedoelt door ernaar te wijzen
      een minder geschikt woord uit zijn repertoire gebruiken en gebaren gebruiken ter verduidelijking van wat hij bedoelt
      op een andere wijze opnieuw beginnen als de communicatie vastloopt



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             229
       bij correct taalgebruik om een bevestiging vragen
       kernwoorden, uitdrukkingen en zinnen uit een tekst selecteren en herhalen




Sleutelcompetenties

Kunnen omgaan met numerieke gegevens
    numerieke gegevens interpreteren
    tijd realistisch inschatten en indelen
    zich ruimtelijk oriënteren

Kunnen samenwerken

Kunnen keuzes uitvoeren                                                            De cursist kan bij een oproep van het buurtcomité waarbij gevraagd wordt
                                                                                    om een ‘protestaffiche’ aan het raam te hangen voor zichzelf kiezen of hij
                                                                                    hierop ingaat
                                                                                   De cursist kan voor zichzelf een reden aangeven waarom zij beter
                                                                                    functioneert in een vrouwengroep.

Kunnen omgaan met problemen


Kunnen eigen leren en presteren verbeteren



Vaardigheid: Lezen

Tekstkenmerken
    Kenmerken van leesteksten:

       Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            230
       Tekstsamenhang: kort en eenvoudig gestructureerd, eventueel met visuele ondersteuning
       Woordenschat: standaardformuleringen
       Authentiek of semi-authentiek, in oorspronkelijke lay-out
       Leestempo: rustig




Basiscompetenties
M BE 074 BC 004
De cursist kan de informatie overzichtelijk ordenen in
    informatieve teksten zoals een persoonlijke brief
    persuasieve teksten zoals een uitnodiging, een voorstel en een oproep (structurerend niveau)




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         231
Contexten                          Concretisering leerinhoud: de concretiseringen met een * suggereren een sleutelcompetentie (zie ook onderdeel sleutelcompetenties)

1 Contacten met officiële                  brief van de school over het gedrag van zijn kind
instanties                                 oproep van een buurtcomité aan de bewoners
2 Leefomstandigheden                       uitnodiging van een jeugdhuis
3 Afspraken en regelingen                  voorstel van de school tot deelname aan activiteiten
4 Consumptie                               oproep op het werk tot respecteren van allerhande afspraken en regels
5 Openbaar en privévervoer                 opnamebrief voor ziekenhuis
6 Voorlichtingsdiensten                    veiligheidsinstructies
7 Vrije tijd
                                           waarschuwingsborden
8 Nutsvoorzieningen
                                           werkrooster
9 Ruimtelijke oriëntering
10 Onthaal                                 takenlijsten
                                           schoolrapport
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat                                 in een oproep van een buurtcomité begrijpen waarover het gaat en begrijpen dat gevraagd wordt om een
                                            protestaffiche uit te hangen*
                                           op een snelweg een mededeling over verkeershinder met een oproep tot snelheidsbeperking begrijpen
                                           uit een brief van een elektriciteitsmaatschappij besluiten wanneer er werken zullen zijn en wanneer juist de
                                            stroom wordt afgesloten
                                           in een brief van de school over verkeersveiligheid in de schoolomgeving begrijpen waar de ouders veilig kunnen
                                            stationeren bij het afzetten/ophalen van hun kinderen
                                           in een persoonlijke brief begrijpen wat het doel is van de schrijver (iets vertellen, iets vragen …) en de reactie
                                            daarop afstemmen
                                           uit een uitnodiging de nodige informatie afleiden zoals reden van de uitnodiging, plaats, dag en uur, wijze van
                                            reageren
                                           begrijpen welke producten in reclame zijn bij het doornemen van de wekelijkse reclamefolders en zijn eventuele
                                            aankopen hierop afstemmen
                                           de instructies mbt de netheid en het gebruik van het OLC lokaal in het CBE begrijpen - legt hierbij het verband
                                            tussen de tekst en de bijhorende pictogrammen of tekeningen
                                           waarschuwingsmededelingen in het verkeer bv snelheidsbeperking op de autoweg wegens file of werken - het
                                            belang van de boodschap inschatten

                                   Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
                                                    Brochures, oproepen, affiches verzamelen van buurtcomité en meebrengen naar de klas




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   232
Attitudes
Bij het lezen is de cursist bereid om:

                zich te concentreren op de leestaak
                zich in te leven in de socioculturele wereld van de tekst
                zich niet te laten afleiden als hij in een tekst niet alles begrijpt


  Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                              1. Kennis
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:
             Woordenschat, grammatica/notions en functions
             Uitspraak en intonatie
             Taalregister: formeel en informeel taalgebruik
             Socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken


                              2. Leerstrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende leerstrategieën gebruiken:
     Taalmateriaal verzamelen, ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen
     eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en inzetten
     andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten
     de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen
     in functie van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve vaardigheden toepassen,
        praktische schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken
     zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen
     zijn leesdoel bepalen en zijn leesgedrag erop afstemmen
     de tekstsoort herkennen




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         233
                           3. Communicatieve (compenserende) strategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende strategieën –
ook via niet-verbaal gedrag) gebruiken:
     van ondersteunend visueel materiaal gebruik maken
     om verduidelijking van kernwoorden en zinnen die hij niet begrijpt vragen met behulp van een beschikbaar repertoire
     de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden op basis van een idee over de betekenis van het geheel


Sleutelcompetenties                                                          Concretisering

Kunnen omgaan met numerieke gegevens
-numerieke gegevens interpreteren
-tijd realistisch inschatten en indelen
-zich ruimtelijk oriënteren

Kunnen samenwerken                                                             Kunnen functioneren in groep van betrokken buren: luisteren naar meningen
                                                                               van anderen, vergelijken met je eigen mening, je mening aanpassen in de
                                                                               groep …
Kunnen keuzes uitvoeren                                                        Kunnen beslissen of een bepaalde actie in de buurt verantwoord is, samen
                                                                               met buren bespreken.
Kunnen omgaan met problemen


Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Vaardigheid: Schrijven

Tekstkenmerken
Kenmerken van de te produceren teksten:




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                          234
       Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn
       Tekstsamenhang : kort en eenvoudig gestructureerd
       Zinsstructuur: enkelvoudige zinnen, nog systematisch basisfouten die - over het algemeen - het begrip niet in de weg staan
       Woordenschat: standaardformuleringen
       Taalgebruik: nog systematisch basisfouten die - over het algemeen - het begrip niet in de weg staan
       Schrijftempo: langzaam
       Spelling en interpunctie: fonetisch juiste spelling van korte woorden en basisinterpunctie




Basiscompetenties
M BE 074 BC 003
De cursist kan voor zichzelf aantekeningen maken ter voorbereiding van een gesprek (structurerend niveau)


Contexten                          Concretisering leerinhoud: de concretiseringen met een * suggereren een sleutelcompetentie (zie ook onderdeel sleutelcompetenties)

1 Contacten met officiële                    Steekwoorden over wat te vragen, wat zelf te zeggen in een formeel gesprek met een instantie, de school, de
instanties                                    huiseigenaar
2 Leefomstandigheden                         formulering voor begin en afsluiting van gesprek, voor vraag naar herhaling of uitleg
3 Afspraken en regelingen                    voor een gesprek met de leerkracht uit het schoolrapport en de schoolagenda van zijn kind steekwoorden
4 Consumptie                                  noteren
5 Openbaar en privévervoer                   kan om het voortgangsgesprek met de cursistenbegeleider voor te bereiden, steekwoorden noteren bij de
6 Voorlichtingsdiensten                       vragen die als leidraad dienen*
7 Vrije tijd                                 steekwoorden noteren over de vragen die hij aan de infobalie in het spoorwegstation wil stellen
8 Nutsvoorzieningen                          gegevens noteren die hij moet zeggen (bv. leeftijden van de kinderen, vertrekuur en –dag, …).
9 Ruimtelijke oriëntering                    voor zichzelf een openingszin en steekwoorden noteren voor bijkomende vragen die hij de arbeidsgeneesheer
10 Onthaal                                    wil stellen
11 Gezondheidsvoorzieningen
                                             lijstje maken van wat hij gaat kopen voor het werk, de les
12 Klimaat
                                             opschrijven van wat hij wil meebrengen naar het werk, de les,…
                                             lijstje met wat hij gaat kopen voor een picknick in de klas, op het werk
                                             opschrijven dat hij de post moet meebrengen naar de les
                                             opschrijven dat hij geld en sportkledij moet meebrengen naar een sportdag van het werk, de les




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   235
                                      Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
                                                aan de hand van een zelfgemaakt stappenplannetje vragen opstellen voor een huisbaas als voorbereiding van
                                                 een telefoongesprek: wat weet ik al? welke informatie wil ik nog te weten komen? Wat ga ik doen?




Attitudes
Bij het schrijven is de cursist bereid om:

        zich te concentreren op de schrijftaak
        enige correctheid in de formulering na te streven, maar zich niet te laten afremmen als hij niet alles kan schrijven
        te schrijven


  Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                              1. Kennis

De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:
             Woordenschat, grammatica/notions en functions
             Uitspraak en intonatie
             Taalregister: formeel en informeel taalgebruik
             Socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken




                              2. Leerstrategieën

Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                      236
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak volgende leerstrategieën gebruiken:
     taalmateriaal verzamelen, ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen
     eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en inzetten
     andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten
     de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen
     in functie van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve vaardigheden toepassen,
        praktische schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken
     zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen
     zijn schrijfdoel bepalen en zijn schrijfgedrag erop afstemmen
     aan een Nederlandstalige taalgebruiker met behulp van een beschikbaar repertoire vragen de tekst na te lezen met het oog op juistheid en eigen
        competentieverhoging


                           3. Communicatieve (compenserende) strategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende strategieën - ook
via niet-verbaal gedrag) gebruiken:
     een minder geschikt woord uit zijn repertoire gebruiken ter verduidelijking van wat hij bedoelt
     kernwoorden, uitdrukkingen en zinnen uit een gelijkaardige tekst selecteren en overschrijven



Sleutelcompetenties

Kunnen omgaan met numerieke gegevens
    numerieke gegevens interpreteren
    tijd realistisch inschatten en indelen
    zich ruimtelijk oriënteren

Kunnen samenwerken

Kunnen keuzes uitvoeren

Kunnen omgaan met problemen


Kunnen eigen leren en presteren verbeteren                                            Beseffen dat notities nemen, bepaalde belangrijke woorden, het


Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                          237
                                                 leerproces positief kan beïnvloeden
                                                Weten dat het soms nuttig kan zijn om een stappenplan op te
                                                 stellen:
                                          1. Wat weet ik al? Wat wil ik weten?
                                          2. Hoe ga ik het aanpakken?
                                          3. Evalueren van de uitvoering: wat ging goed? Wat kan ik er nog aan
                                             verbeteren voor een volgende keer?




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                    238
4.17. Beschrijving module NT2 Alfa R1 – 1.2 Waystage 16 (M BE 075)

4.17.1. Situering module

De module “NT2 Alfa R1 – 1.2/Waystage 16” biedt de cursist die omwille van een bewuste keuze of
omwille van beperkingen de modules over schrijf- en leesvaardigheden niet volgt, de mogelijkheid
toch voor spreken en luisteren op structurerend niveau verder te gaan.
In deze module leert de anderstalige laaggeletterde communiceren in eenvoudige routinetaken over
vertrouwde onderwerpen die voor hem van persoonlijk belang zijn of betrekking hebben op zijn directe
omgeving. Het gaat om het overlevingsniveau.
De cursist oefent zich met andere woorden in de vaardigheden spreken/gesprekken voeren en
luisteren binnen het ruime veld van het maatschappelijk-persoonlijk domein. Daartoe behoren
bijvoorbeeld ook het maatschappelijk-persoonlijk functioneren op het werk en in de opleiding. Hij zet
een stap naar een eigen inbreng in de wijze waarop hij de aangeboden informatie in zich opneemt of
zelf presenteert met eenvoudige bewoordingen, met regelmatig voorkomende zinnen en
uitdrukkingen. Hij maakt met andere woorden, de overgang van beschrijvend naar structurerend
niveau voor spreken en luisteren.
De cursist leert zo o.a. mondeling informatie vragen en geven zoals in een telefoongesprek. Hij kan
ook uit een mondeling gegeven instructie of aankondiging de informatie ordenen.
Zijn gesprekspartner houdt rekening met zijn beperkte taalvaardigheid.

Nr. Koepelcontexten van de opleidingsprofielen talen                           NT2 IN de contexten van de basiseducatie

1. Contacten met officiële instanties                                          Maatschappelijke diensten
                                                                               Wonen
                                                                               Kinderen en school
                                                                               Werk en werkloosheid

2. Leefomstandigheden                                                          Wonen
                                                                               Werk en werkloosheid

3. Afspraken en regelingen                                                     Alle contexten van de basiseducatie

4. Consumptie                                                                  Economische consumptie

5. Vervoer: openbaar en privé                                                  Maatschappelijke diensten




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                           239
6. Voorlichtingsdiensten                                                       Sociale consumptie

7. Vrije tijd                                                                  Sociale consumptie
                                                                               Economische consumptie

8. Nutsvoorzieningen                                                           Maatschappelijke diensten

9. Ruimtelijke oriëntering                                                     Alle contexten in de basiseducatie

10. Onthaal                                                                    Alle contexten in de basiseducatie

11. Gezondheidsvoorzieningen                                                   Gezondheid en welzijn

12. Klimaat                                                                    Sociale consumptie


In de loop van de opleiding moeten de 12 koepelcontexten aan bod komen. De spreiding ervan over
de modules is vrij. De omzetting van de koepelcontexten naar bepaalde contexten van de
basiseducatie geeft aan dat de overeenkomst voor de hand ligt, maar het is niet de enig mogelijke
combinatie.

4.17.2. Instapvereisten
Zie nieuw decreet art.35

Het door het Vlaamse parlement op 6 juni 2007 goedgekeurde Decreet met betrekking tot het Volwassenenonderwijs, heeft het in de artikelen 31 en 35 over
de toelatingsvoorwaarden tot de leergebieden in de basiseducatie.
In artikel 31 wordt gesteld dat cursisten toegelaten worden tot een opleiding in de basiseducatie, als zij hebben voldoen aan de deeltijdse leerplicht. Voor
cursisten binnen de leergebieden NT2, Alfa NT2 en Talen geldt de bepaling dat zij voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.

Artikel 35 bepaalt dan dat er, behoudens de toelatingsvoorwaarden vermeld in artikel 31, er geen aanvullende toelatingsvoorwaarden opgelegd worden om
als cursist te worden toegelaten tot de aanvangsmodule van een opleiding.

De cursist beheerst minimaal de basiscompetenties die overeenstemmen met NT2 Alfa R1 - 1.2, de modules 10 en 11.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            240
4.17.3. Moduleoverzicht

Module NT2 Alfa R1 – 1.2. Waystage 16 (M BE 075)

Vaardigheid: Luisteren

Tekstkenmerken
Kenmerken van de aangeboden luisterteksten:

       Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn, voldoende redundantie
       Tekstsamenhang: kort en eenvoudig gestructureerd
       Uitspraak: duidelijk geïntoneerd en gearticuleerd
       Spreektempo: aangepast
       Authentiek of semiauthentiek, eventueel met visuele ondersteuning
       Aantal gesprekspartners: 1




Basiscompetenties
M BE 075 BC 002 De cursist kan de informatie overzichtelijk ordenen in
    informatieve teksten zoals een aankondiging, een klacht en een waarschuwing
    prescriptieve teksten zoals een instructie (structurerend niveau).




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         241
Contexten                              Concretisering leerinhoud: de concretiseringen met een * suggereren een sleutelcompetentie (zie ook onderdeel sleutelcompetenties)

1 Contacten met officiële                       slechtnieuwsgesprek op school, op het werk, bij instanties
instanties                                      veiligheidsinstructies
2 Leefomstandigheden                            werkinstructies
3 Afspraken en regelingen                       instructies in de eigen opleiding
4 Consumptie                                    in een gesprek met zijn baas de precieze aard van de klacht met betrekking tot zijn afwezigheid begrijpen: de
5 Openbaar en privévervoer                       reden van zijn afwezigheid, de duur, het niet tijdig op de hoogte brengen, …*
6 Voorlichtingsdiensten                         de instructies van de veiligheidsverantwoordelijke in het centrum basiseducatie tijdens een evacuatieoefening
7 Vrije tijd                                     volgens hun belang ordenen
8 Nutsvoorzieningen                             de uitleg van de loketbediende in het gemeentehuis over de vernieuwing van zijn identiteitskaart opmaken wat hij
9 Ruimtelijke oriëntering                        moet doen
10 Onthaal
                                                in een gesprek met de leerkracht begrijpen wat goed gaat in de les en waar nog aan gewerkt moet worden
11 Gezondheidsvoorzieningen
                                                bij een schoolprobleem van het kind de aard van de sanctie begrijpen indien het probleem zich herhaalt
12 Klimaat
                                                een gesprek over storende factoren in de groep begrijpen en interpreteren en er gepast op reageren
                                                a.h.v. uitleg van een instructeur een werkstuk in elkaar kunnen zetten
                                                a.h.v. instructies die de instructeur geeft over de veiligheid van een machine (zaagmachine, slijpschijf) deze
                                                 machine veilig kunnen bedienen

                                       Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject
                                                    Luisteren naar informatieve radio – oproepen: wat moet je doen als er een grote (industriële) brand in de
                                                     buurt is (rampenplan): ramen gesloten houden …, wat te doen bij griepepidemie, …?




Attitudes
Bij het luisteren is de cursist bereid om:

            onbevooroordeeld te luisteren
            niet af te haken als hij niet alles begrijpt
            de gesprekspartner te laten uitspreken
            zich in te leven in de socioculturele wereld van de gesprekspartner




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                       242
 Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

       1. Kennis
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:
     woordenschat, grammatica/notions en functions
     uitspraak en intonatie
     taalregister (beperkt tot formele en informele aanspreking)
     socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken


       2. Leerstrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak volgende leerstrategieën gebruiken:
     taalmateriaal verzamelen, ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen
     eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en inzetten
     andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten
     de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen
     van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve vaardigheden toepassen, praktische
        schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken
     zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen
     zijn luisterdoel bepalen en zijn luistergedrag erop afstemmen
     de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden op basis van een idee over de betekenis van het geheel


       3. Communicatieve (compenserende) strategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak de volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende strategieën –
ook via niet-verbaal gedrag) gebruiken:
     van ondersteunend visueel materiaal gebruik maken
     voor niet-verbaal gedrag aandacht hebben
     vragen om trager te spreken
     in beperkte mate de betekenis van woorden afleiden uit de context
     om verduidelijking van kernwoorden en zinnen die hij niet begrijpt vragen met behulp van een beschikbaar repertoire
     om herhaling vragen als hij iets niet begrijpt
     vragen of hij iets juist begrijpt door ernaar te wijzen
     zeggen of aangeven met gebaren en mimiek dat hij de tekst wel of niet volg;



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                          243
       op een andere wijze opnieuw een teken geven als de communicatie vastloopt



Sleutelcompetenties                                                          Concretisering:

Kunnen omgaan met numerieke gegevens
-numerieke gegevens interpreteren
-tijd realistisch inschatten en indelen
-zich ruimtelijk oriënteren

Kunnen samenwerken

Kunnen keuzes uitvoeren

Kunnen omgaan met problemen                                                     met de leerkracht van het kind diverse manieren bespreken om de
                                                                                 achterstand van het kind bij langdurige afwezigheid te beperken

                                                                                bij de klacht over afwezigheid het probleem zien en benoemen
Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Vaardigheid: Spreken / gesprekken voeren

Tekstkenmerken
Kenmerken van de te produceren teksten:

       Inhoud: vertrouwde, alledaagse onderwerpen die voor de cursist van persoonlijk belang zijn
       Tekstsamenhang : kort en eenvoudig gestructureerd
       Zinsstructuur: enkelvoudige zinnen, nog systematisch basisfouten die over het algemeen het begrip niet in de weg staan
       Woordenschat: stereotiepe formuleringen en standaarduitdrukkingen
       Uitspraak en taalgebruik: fouten die – over het algemeen - het begrip niet in de weg staan



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                         244
       Spreektempo: laag, met medewerking van een gesprekspartner
       Aantal gesprekspartners: 1




Basiscompetenties
M BE 075 BC 001
De cursist kan in een gesprekssituatie informatie vragen en geven in informatieve teksten zoals een mededeling, een mening, een vraaggesprek,
een telefoongesprek en een afspraak (structurerend niveau)


Contexten                          Concretisering leerinhoud: de concretiseringen met een * suggereren een sleutelcompetentie (zie ook onderdeel sleutelcompetenties)

1 Contacten met officiële                  afspraak of telefoongesprek met de leerkracht van zijn kind
instanties                                 afspraak of telefoongesprek met zijn eigen lesgever
2 Leefomstandigheden                       vraaggesprek met diverse maatschappelijke diensten
3 Afspraken en regelingen                  straatenquête
4 Consumptie                               personeelsenquête
5 Openbaar en privévervoer                 interview met kinderen uit een lagere school over hun personalia
6 Voorlichtingsdiensten                    interview met de bewoners van een rusthuis over hun familie en hun land
7 Vrije tijd
                                           in een telefoongesprek met de leerkracht aan de hand van vraag en antwoord de reden en de duur van de
8 Nutsvoorzieningen
                                            afwezigheid van zijn langdurig ziek kind op school geven - vragen wat hij moet doen om met alles in orde te
9 Ruimtelijke oriëntering
                                            blijven, of zijn kind thuis les kan krijgen of oefenen, …
10 Onthaal
                                           afspraak maken met de specialist als de huisarts hem doorverwijst
11 Gezondheidsvoorzieningen
12 Klimaat                                 in een gesprek met de intaker of met de leerkracht van zijn kind zijn mening over respectievelijk gemengde
                                            groepen / gemengd zwemmen duidelijk maken*
                                           in een straatenquête zijn mening geven over de openingsdagen en –tijden van de warenhuizen en de winkels
                                           in een enquête op het werk zijn mening geven over de kwaliteit van de kantinemaaltijden
                                           vragen naar vegetarische of andere maaltijden
                                           de eigen mening verantwoorden ivm beslissingen die hem/haar aangaan vb waarom een mannelijke
                                            begeleider/medecursist al dan niet aanvaard wordt in de groep*
                                           aan een nieuwe cursist uitleg geven over reeds behandelde leerstofonderdelen, over de groep, over de
                                            groepsdoelen




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                   245
                                        a.h.v. foto’s vertellen over zichzelf en vragen stellen ad kinderen
                                        a.h.v. foto’s vertellen over zijn familie en zijn land en vragen stellen aan de bewoners

                                     Concretisering buitenschoolse opdracht, taalstage, duaal of gecombineerd traject

                                              Meedoen aan enquête op straat of in een winkel, terug rapporteren in de klas, documentatie daarover weer
                                               meebrengen
                                              Gesprek aanvragen met medewerkers van Justitiehuis m.b.t. één of ander juridisch probleem
                                              Deelnemen aan activiteit op school van het kind: sensibilisering bvb. meer veiligheid aan de schoolpoort, of ook
                                               aan een campagne ter bestrijding van luizen op school.
                                              Deelnemen aan bewonersraad, buurtcomité: hoe de buurt, de flat meer bewoonbaar maken, hoe appartement
                                               beveiligen tegen criminaliteit




Attitudes
Bij het spreken is de cursist bereid om:

       te spreken (spreekangst overwinnen)
       de standaardtaal te benaderen
       vol te houden
       voor zichzelf op te komen


  Ondersteunende elementen desgewenst te gebruiken

                             1. Kennis

De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak desgewenst de volgende ondersteunende kennis gebruiken:



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                     246
       woordenschat, grammatica/notions en functions
       uitspraak en intonatie
       taalregister (beperkt tot formele en informele aanspreking)
       socioculturele aspecten: sociale conventies en gebruiken




                            2. Leerstrategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak volgende leerstrategieën gebruiken:

       taalmateriaal verzamelen, ordenen, selecteren, opslaan, inkijken en ernaar teruggrijpen
       eerder verworven inhouden, vaardigheden en contextgebonden elementen uit aanpalende gebieden herkennen, oproepen en inzetten
       andere taalvaardigheden bij een taaltaak inzetten
       de tijd die hij nodig heeft voor de taaltaak inschatten en stap voor stap bepalen wat hij eerst moet of wil doen
       in functie van leertempo en leerresultaat voor hem bevorderende technieken herkennen en toepassen zoals cognitieve vaardigheden toepassen,
        praktische schikkingen treffen, hulpmiddelen gebruiken
       zijn leergedrag en leerresultaat inschatten, erop reflecteren en het bijstellen
       zijn spreekdoel bepalen en zijn spreekgedrag erop afstemmen


                            3. Communicatieve (compenserende) strategieën
De cursist kan bij de voorbereiding, de uitvoering en de controle van de taaltaak volgende communicatiestrategieën (o.m. compenserende strategieën - ook
via niet-verbaal gedrag) gebruiken:
      om aandacht vragen
      voor niet-verbaal gedrag aandacht hebben
      eenvoudige technieken gebruiken om een kort gesprek te beginnen, te laten voortduren en te beëindigen
      aangeven dat hij het gesprek volgt
      zeggen dat hij niet mee is
      om verduidelijking van kernwoorden en zinnen die hij niet begrijpt vragen met behulp van een beschikbaar repertoire
      vragen om trager te spreken
      als hij iets niet begrijpt om herhaling vragen
      een passende reeks zinnen of uitdrukkingen uit zijn repertoire oproepen en inoefenen
      aangeven wat hij bedoelt door ernaar te wijzen
      een minder geschikt woord uit zijn repertoire gebruiken en gebaren gebruiken ter verduidelijking van wat hij bedoelt



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             247
       op een andere wijze opnieuw beginnen als de communicatie vastloopt
       bij correct taalgebruik om een bevestiging vragen
       kernwoorden, uitdrukkingen en zinnen uit een tekst selecteren en herhalen




Sleutelcompetenties

Kunnen omgaan met numerieke gegevens
    numerieke gegevens interpreteren
    tijd realistisch inschatten en indelen
    zich ruimtelijk oriënteren

Kunnen samenwerken

Kunnen keuzes uitvoeren                                                            De cursist kan bij een oproep van het buurtcomité waarbij gevraagd wordt
                                                                                    om een ‘protestaffiche’ aan het raam te hangen voor zichzelf kiezen of hij
                                                                                    hierop ingaat
                                                                                   De cursist kan voor zichzelf een reden aangeven waarom zij beter
                                                                                    functioneert in een vrouwengroep.

Kunnen omgaan met problemen


Kunnen eigen leren en presteren verbeteren




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                            248
5. Evaluatie leerinhoud
De evaluatie is het middel om het leren bij cursisten te verbeteren. Ze moet opgevat worden
                                                                               30
als een leerkans voor cursisten en niet louter als een beoordelingsinstrument.

Drie functies van evaluatie
    de formatieve evaluatie (de feedback functie) heeft te maken met de sturing van het leerproces
     en het onderwijsleerproces
    de summatieve evaluatie (de controlerende functie) waarbij de gegevens dienen voor de
     plaatsing, oriëntatie en selectie van de cursisten of voor een resultaatsbepaling
    de feed-forward (de sturende functie) heeft invloed op de manier waarop de cursisten zullen
     studeren


De voorkeur gaat duidelijk uit naar de formatieve evaluatie, omdat de feedback aan de cursisten zeer
belangrijk wordt gevonden. De cursisten worden actief betrokken bij hun leerproces. Ze krijgen
informatie over hun leerproces en leren leren vanuit de feedback die ze krijgen. Ze maken plannen
voor een verdere competentieontwikkeling.
De leerkracht krijgt informatie over het leerproces van de cursisten en over de eigen lespraktijk : moet
het materiaal worden aangepast, was de inhoud goed, moeten er nog bijkomende oefeningen zijn,…
Zo kan hij eventueel bijsturen.

Procesevaluatie
Cursisten moeten niet alleen aan de eindmeet weten of ze “het gehaald” hebben, maar ze moeten
tijdens de module informatie krijgen over hun leren. Met deze informatie kunnen ze hun leerproces
sturen. Er zal dus op verschillende momenten (breedte) en op verschillende niveaus (diepte)
geëvalueerd worden. De resultaten worden met de cursisten besproken.
Een procesevaluatie met tussentijdse producten als tussenstappen naar de uiteindelijke competentie.

Eindtoetsen
Indien tijdens de module voldoende gegevens verzameld werden rond het behalen van een eindterm,
wordt er geen eindtoets meer afgenomen. Indien nog bijkomende gegevens nodig zijn, kan een
eindtoets worden afgenomen. Maar men mag nooit uit het oog verliezen dat het in de eerste plaats
gaat om feedback tijdens en over het leerproces. Daarom is een eindtoets niet voldoende en niet
geschikt als enige vorm van evaluatie.




30
  Struyf, Elke, Evalueren. Een leerkans voor leraren en leerlingen. Internet, 17/02/2006
(http://www.doelpunt.be/1_visie/4_struyf.htm)



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                             249
Leren leren
Door procesmatig te evalueren ontwikkelen cursisten tijdens dit proces vaardigheden als kritisch leren
kijken en zelfreflectie. Deze vaardigheden kunnen ze ook in hun dagelijks leven gaan gebruiken.
De cursisten zullen actief betrokken worden, waardoor verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces
kan gedragen worden.



Doelstellingen
“De einddoelen zijn geformuleerd als competenties … De essentie van een competentie is dat het
gaat om handelingsbekwaamheid. Deze handelingsbekwaamheid ontstaat uit het samenspel van
                                                                               31
verschillende elementen, nl.: kennis en inzichten, vaardigheden, attitudes…”
Tijdens de bijeenkomsten wordt er gewerkt binnen een specifieke context. Het uiteindelijke doel is dat
cursisten de transfer maken naar andere contexten.
Om te weten of een cursist een doelstelling heeft behaald, wordt er niet enkel naar de kennis en
vaardigheden gekeken. Ook de transfer en de motivatie of houding zullen onder de loep genomen
worden. Ze geven namelijk belangrijke informatie over de cursist.

Vijf criteria waaraan een goede evaluatie moet voldoen

Aangepastheid
Cursisten beschikken niet allemaal over dezelfde voorkennis en capaciteiten. Het is mogelijk om
cursisten taken te laten kiezen met een moeilijkheidsgraad die het best aansluit bij hun actuele
capaciteiten.

Integratie van evaluatie en instructie
De grenzen tussen instructie en evaluatie vervagen en verlopen geïntegreerd. Evaluatie vindt niet
steeds plaats na een afgerond lesonderdeel. De evaluatie is verweven met het onderwijsproces en
staat ten dienste van het leren van de cursisten. Met andere woorden: een evaluatie is een
leerinstrument. Met de ontvangen feedback krijgt de cursist de kans om zich verder te ontwikkelen,
alvorens het lesonderdeel afgelopen is.

Constructiegerichtheid
Het evalueren van vaardigheden en attitudes staat voorop, reproductie van kennis is ondergeschikt.
Cursisten construeren een antwoord of een product waarmee ze hun kennis en vaardigheden kunnen
aantonen bij het oplossen van nieuwe problemen.

Levensechtheid
Levensechte taken zijn motiverend en garanderen een betere transfer. Hierbij is het belangrijk dat de
taken aansluiten bij de activiteiten die de cursisten in hun huidige en latere leven zullen moeten
uitvoeren. De keuze van deze activiteiten wordt in de mate van het mogelijke gemaakt door de
cursisten zelf.

Betrokkenheid van de cursist
De evaluatie is de verantwoordelijkheid van de leerkracht en de cursisten. De cursisten worden actief
betrokken bij de evaluatie. Dit kan op verschillende manieren en zowel voor, tijdens als na de
eigenlijke evaluatie. (zie ook de verschillende vormen van assessment)


31
     Ceulemans, Christine, Evalueren van competenties. Mechelen, VOCB, 2003.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                           250
                             32
Soorten assessment

Het leerdomein MO is zeer geschikt om bij evaluatie met een combinatie van verschillende soorten
assessment te werken.
Het is beter dat cursisten feedback krijgen vanuit verschillende hoeken. (Zo kan je voorkomen dat
cursisten zich systematisch over/onderschatten)
Elke vorm van assessment heeft zijn/haar eigen voordelen en nadelen. Door deze vormen door elkaar
te gebruiken, kan je de nadelen van de ene vorm opvangen door de voordelen van een andere vorm.
Sommige vormen van assessment zijn niet altijd even vanzelfsprekend. Veel cursisten zijn het niet
gewoon om over zichzelf of hun handelen te reflecteren. Daarom moet de implementatie geleidelijk
aan gebeuren. Als de cursisten niet vertrouwd zijn met deze methoden, zal de informatie ook niet
betrouwbaar zijn.

Leerkracht assessment
De leerkracht stelt de doelen en de evaluaties met de criteria zelf op. De evaluatie gebeurt door de
leerkracht. De cursist is hier weinig betrokken.

Co-assessment
De cursisten worden meer betrokken bij het leerproces door de leerdoelen gezamenlijk (de leerkracht
én de cursisten) op te stellen. Zo kunnen ze meebeslissen over de verwachtingen die aan hen gesteld
worden en weten ze ook wat er precies van hen verwacht wordt. De evaluatie gebeurt dan ook door
de leerkracht én de cursisten.

Peer-assessment
De cursisten, die hetzelfde leerproces doormaken, evalueren elkaar. Ze hebben de mogelijkheid om
de anderen bezig te zien tijdens het leerproces en hebben daardoor vaak meer gedetailleerde kennis
over het werk van anderen dan de leerkracht. Het gaat hier niet alleen om de uiteindelijke evaluatie
maar vooral ook om de cursisten te ondersteunen bij hun leerproces. Ze evalueren elkaar volgens
vooraf afgesproken criteria, die opgesteld werden door henzelf en/of door de leerkracht. De
leerkrachtrol verschuift van instructeur naar begeleider en monitor van het proces.

Self-assessment
Cursisten worden betrokken bij het proces van het bepalen van de criteria van goed werk. Hierdoor
werken cursisten aan het zelfgestuurd leren en leren hun eigen inzet en vooruitgang te beoordelen.
Dit is van groot belang voor het proces van levenslang leren.

Feedback
Bij de verschillende vormen is het belangrijk om de gegevens terug te koppelen naar de cursist,
samen te kijken hoe hij zichzelf kan verbeteren en samen met hem afspraken maken voor de
toekomst. Dit kan resulteren in een (haalbaar) ‘contract’. Later wordt hier met de cursist op
teruggekomen. Dit is zeer belangrijk voor het ontwikkelen van goede attitudes met betrekking tot het
eigen leren.

Rol leerkracht
De leerkracht creëert een leersituatie waarin cursisten zelfstandig kennis en vaardigheden kunnen
verwerven en toepassen. Hierbij krijgt hij een observerende rol. Hij is een coach voor de cursisten. Hij
zal hen stimuleren om zelf na te denken over hun leerproces, zelf de verantwoordelijkheid op te
nemen, te leren leren. (Dit is ook een proces dat geleidelijk aan wordt opgebouwd).


32
     Van Petegem, Peter en Vanhoof, Jan, Een alternatieve kijk op evaluatie. Begeleid Zelfstandig leren,Mechelen, Wolters
Plantyn, 2002.



Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                                                     251
Mogelijke vormen van evaluatie
    observaties
       (authentieke) producten
       conversaties (mondeling of schriftelijk) over leren die kunnen uitmonden in een stappenplan of
        contractje
       criteriumgericht interview
       contractwerk
       portfolio : zelf bewijzen aanleveren waarin voortgang, inspanningen worden aangetoond. Ook
        reflectie op het werk is essentieel.(zie bijlage voor voorbeeld)
       buitenschoolse opdrachten en opdrachten zoals in taalstages en taaltransfer – trajecten (cf.
        Leereiland in Aalst, CBE Zuid – Oost - Vlaanderen)

Concrete vertaling naar Alfa NT2


Er bestaat een verscheidenheid aan evaluatievormen. Al naargelang de te evalueren doelstellingen en
de functie van de evaluatie moet er een keuze gemaakt worden
Evalueren kan via schriftelijke toetsing, maar ook via voortgangsgesprekken en observaties tijdens de
les, stages enz… Op dit moment wordt het belang van formele toetsing bij de afronding van een
leerstofgeheel vaak overbeklemtoond. Zeker voor traaglerende cursisten is deze werkwijze niet
bruikbaar en is het gebruik van observatieschema’s meer aangewezen.

Immers de vorderingen die alfa cursisten maken zijn klein in het oog van de buitenwereld maar voor
de leerder zelf zijn ze enorm. Voor alfa cursisten zal de evaluatie van het proces minstens zo niet
belangrijker zijn dan de evaluatie van het product.
Het proces dat de cursisten doorlopen en hun vooruitgang moet ‘toonbaar’ gemaakt worden en in
kaart worden gebracht.

Alternatieve evaluatievormen zoals zelfevaluatie, portfolio, groepsevaluatie … komen meer en meer
op de voorgrond en vereisen specifieke aandacht.
Het is steeds de bedoeling cursisten handelingsbekwaam te maken buiten de lescontext. Daarom is
het zinvol ook bij evaluatie de ‘buitenwereld’ naar binnen te brengen. Bv. via echte
praktijkopdrachten, simulaties.
Enkele voorbeelden: cursisten leren hun personalia invullen op een formulier, cursisten leren
belangrijke post onderscheiden van reclame, cursisten leren de instructies op het medicijndoosje
begrijpen, …..
Soms moeten cursisten bepaalde vaardigheden demonstreren, hierbij worden zij geobserveerd door
de educatieve werker. De lesgever gaat dan mee en observeert de cursist. Bijvoorbeeld de cursisten
moeten in het ziekenhuis vragen naar het kamernummer van een familielid. Soms moet men een
bepaalde opdracht uitvoeren die uitmondt in een product, bijvoorbeeld een wenskaartje schrijven voor
een medecursiste die bevallen is. Ook in dit laatste geval wordt het proces mee beoordeeld,
bijvoorbeeld door samen met de cursisten te overlopen hoe ze tot dit product zijn gekomen.

De rapportering naar de cursist toe gebeurt bij voorkeur kwalitatief. Nabespreken en feedback geven
vormt een essentieel onderdeel van het evalueren. Immers, wie samen met cursisten zoekt naar
andere manieren van oplossen doet cursisten leren.




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                           252
6. Sleutelcompetenties

Wat zijn sleutelcompetenties ?

SC zijn een set van vaardigheden, attitudes en kennis die essentieel zijn op een aantal terreinen.
Het zijn basisvaardigheden die absoluut nodig zijn om te komen tot succesvol handelen in leer- of
werksituaties en in het dagelijks leven.
Het zijn de bouwstenen voor het leren en het voor het leven.
Ze vergroten de handelsbekwaamheid van de cursist en zijn gericht op algemeen persoonlijke
vorming.
Mits voldoende aandacht, brengen ze de cursisten nét de stap verder ze nodig hebben.

Sleutelcompetenties hebben de volgende kenmerken :
Ze zijn :
          - Opleidingsoverstijgend
          - Transfereerbaar en toepasbaar in verschillende contexten en situaties
          - Multifunctioneel
Ze :
          - Vergroten de handelingsbekwaamheid in verschillende contexten
          - Verhogen de flexibiliteit
          - Verbreden de opleidingen
          - Waarborgen dat de opleidingen in de basiseducatie voldoen ‘ruim’ blijven

Binnen de opleiding ANT2 dient er aantoonbaar gewerkt te worden aan SC.
Dit betekent dat de SC vrij verspreid kunnen worden over de verschillende modules en dat ze enkel
na te streven zijn.

Voor ANT2 selecteren we volgende SC :

        -   Kunnen omgaan met numerieke gegevens
        -   Kunnen samenwerken
        -   Kunnen keuzes uitvoeren
        -   Kunnen omgaan met problemen
        -   Kunnen eigen leren en presteren verbeteren
        -   Kunnen communiceren
        -   Kunnen omgaan met informatietechnologie (zie LP NT1)

Het is aanbevolen om systematisch aan de SC ‘Kunnen eigen leren en presteren verbeteren’ te
werken doorheen alle modules.
Cursisten krijgen zo immers een beter zicht op zijn eigen leren, hij wordt gestimuleerd om het geleerde
toe te passen, ook buiten de cursus en het zelfstandig leren verbetert. (Cf LP NT1).
Men kan zien dat we ook ICT opgenomen hebben, het is volgens ons wenselijk om dit in de toekomst
in een toekomstig nieuw opleidingsprofiel op te nemen, zoals dat inderdaad bijvoorbeeld ook staat in,
het OP en LP van NT1.


In onderstaande tabel vindt men expliciteringen en concretiseringen van de geselecteerde
sleutelcompetenties, zoals men dat ook in het LP van NT1 vindt. Voor verdere concretiseringen
verwijzen we naar de moduleoverzichten van het alfatraject 1.2. Waystage (aangeduid met * en met
meer uitleg bij het onderdeel sleutelcompetenties) en tenslotte ook naar de voorbeelden uit
‘Taalstages, ook iets voor u?’ (zie bijlage)




Ontwerp LP Alfa NT2 – versie: 17-4-2013                                                              253
Sleutelcompetenties       Opgesplitst / expliciet         Suggesties voor de praktijk
Kunnen omgaan met             Tijd realistisch               informatie halen uit tabellen
numerieke gegevens              inschatten, indelen,            en schema’s
                                ordenen en hanteren             (openingsuren, kalender,
                              Zich ruimtelijk                  bijsluiters, uurtabellen,
                                situeren, oriënteren            klimaatgegevens …)
                                en verplaatsen                Afspraken kunnen maken
                              Numerieke informatie             (agenda, klok, kalender)
                                (zoals prijzen, data          Zich kunnen oriënteren
                                en uren), al dan niet           (lesplaats, stratenplan,
                                grafisch voorgesteld,           woon- werkomgeving,
                                kunnen interpreteren            wegenkaart , …)


Kunnen samenwerken              Afspraken maken met            Afspraken maken en
                                 de educatieve en de             nakomen rond : de pauze,
                                 medecursisten tijdens           luisteren naar elkaar,
                                 de lessen                       gebruik GSM, uitstap, …
                                Afspraken nakomen               Groepswerk als vaste
                                Kunnen en willen                werkvorm tijdens de
                                 samenwerken met                 lesactiviteit
                                 medecursisten :                …
                                 begrijpen dat je van
                                 anderen kan leren
                                Kunnen en durven
                                 vragen naar
                                 informatie
                             
Kunnen keuzes uitvoeren         Verschillende                  Cursisten bewust maken
                                 keuzemogelijkheden              van hun eigen leertraject :
                                 kunnen                          kunnen uitstippelen,
                                 inventariseren                  uitvoeren en evalueren
                                Een keuze maken
                                De gemaakte keuze
                                 toetsen in functie van
                                 het bereikte resultaat
Kunnen omgaan met               Een probleem                   Gepaste oplossingen
problemen                        verkennen                       zoeken ifv het volgen van
                                Verschillende                   de lessen : kinderopvang,
                                 oplossingen                     vervoer, afspraken met
                                 inventariseren                  derden (dokter, tandarts,
                                De gepaste oplossing            familie),
                                 kiezen                         Gepaste oplossingen
                                Voor de                         zoeken voor conflicten met
                                 probleemoplossing               medecursisten
                                 een stappenplan                Hulp durven, willen en
                                 volgen                          kunnen vragen
                                Bij de                         Problemen durven, willen
                                 probleemoplossing               en kunnen signaleren aan
                                 de keuze uitvoeren              de educatieve
                                 en bijsturen




Over Raamwerk ANT2                                                                        254
Kunnen eigen leren en      De cursist kan de          leerdoelen individueel
presteren verbeteren        aangereikte                 bespreekbaar maken en
                            afgebakende                 concretiseren
                            leerdoelen begrijpen       Bij elke opdracht het doel
                           De cursist kan het          duidelijk verwoorden
                            voorgesteld actieplan      Bij elke opdracht alle
                            volgen en het               stappen doorlopen om tot
                            presteren verbeteren        een goed resultaat te
                           De cursist kan de           kunnen komen – belang
                            eigen leerresultaten        van stappenplannen !!
                            evalueren                  Koppel oefeningen aan
                                                        voorbeelden uit het
                                                        dagelijks leven
                                                       Aanreiken van leer- en
                                                        hulpstrategieën
                                                       diverse vormen van
                                                        (tussentijdse) zelfevaluatie
                                                        inbouwen
                                                       evaluatie bespreekbaar
                                                        maken zowel in groep als
                                                        individueel : concreet
                                                        verwoorden waar het
                                                        probleem ligt
                                                       kritisch leren omgaan met
                                                        het eigen leren : eigen
                                                        sterktes en zwaktes
                                                        kunnen/willen zien
                                                       concentratie- en
                                                        geheugenoefeningen :
                                                        aanreiken van
                                                        hulpstrategieën
                           De cursist leert het       Werken aan leerhouding :
                            eigen leerproces in         op tijd en regelmatig naar
                            handen nemen                de les komen, map
                                                        ordenen, Nederlands
                                                        spreken buiten de les
                                                       Werken aan zelfvertrouwen
                                                        en assertiviteit
                                                       Doorzetten, taak afmaken
                                                       Verantwoordelijkheid
                                                        opnemen voor eigen
                                                        handelen
                                                       Stipt uitvoeren van
                                                        huisopdrachten


Kunnen communiceren        de cursist kan             individuele evaluatie- of
(niet alleen voor de        deelnemen aan               vorderingsgesprekken met
mondelinge modules          gesprekken over             de educatieve en de cursist
                            alledaagse                 ongeacht het
                            onderwerpen                 taalniveau,(informele)
                           een gesprek durven          gesprekken tussen
                            voeren                      cursisten stimuleren
                           de regels van de           schriftelijke info (vb
                            communicatie                foldertjes) samen lezen en
                            kennen, kunnen en           bespreken
                            willen toepassen           luisterbereidheid stimuleren
                           begrijpen van non-          : anderen laten uitspreken
                            verbale                    cursisten stimuleren om



Over Raamwerk ANT2                                                               255
                            boodschappen              vragen te stellen
                           schriftelijk             complimenten geven en
                            communiceren              krijgen !
                                                     aandacht voor correcte
                                                      omgangsvormen : bijsturen
                                                      indien nodig
                                                     boodschappen (vb
                                                      afmelden voor groep,
                                                      aankondiging van een ‘feit,
                                                      …-) duidelijk leren
                                                      overbrengen
                                                     formulieren durven invullen
Kunnen omgaan met          de cursist kan op        gebruik maken van
informatietechnologie       basis van één             educatieve software
( Cf leerplan NT1))         procedure via ICT        internet raadplegen :
                            gegevens opzoeken,        informatie opzoeken van vb
                            invoeren, verwerken       openingsuren, prijzen, …
                            en eventueel             gebruik bankkaart
                            uitprinten               introductieoefeningen
                                                      muiswerk
                                                  




Over Raamwerk ANT2                                                            256
7. Minimale materiële vereisten

      Bord
      CD-speler.
      DVD-speler.
      T.V.
      Woordenboeken
      Op geregeld tijdstip kunnen gebruik maken van de computerklas.

Voor een optimale werking kan men in het centrum desgewenst gebruik maken van:

      Gebruiksvriendelijke CD – en video / DVD – spelers
      Een aantal computers beschikbaar met internet – aansluiting (voor online –
       taaloefenprogramma’s)
      Een OLC in het centrum
      Educatieve software
      Een lokaal waar de cursist door de omgeving wordt gestimuleerd om te leren, maar waar hij /
       zij zich ook veilig voelt in de groep. Er kan gekozen worden om de stoelen en tafels van de
       cursisten in U – vorm te zetten, of in groepjes voor hoekenwerk – praktijk.
       Handig zijn ook een aantal kasten waar cursisten bvb. leren hun materiaal op ordelijke wijze
       op te bergen. Eigenlijk opteert men dan voor een aantal ‘vaste’ alfaklassen.
      Authentiek materiaal (folders, actuele reclameblaadjes, allerhande foto’s, kalenders,
       formulieren, brieven, kaartjes, verpakkingen, gebruiksaanwijzingen, plannetjes en
       plattegronden, afspraakkaartjes. En niet te vergeten allerlei kranten zoals de Wablieft en de
       Streekkrant.
      Opzoekmateriaal: woordenboeken, stadsgidsen, gouden gids, kookboeken, stadsplannen,
       agenda’s…
      een prikbord waarop plaats is voor aankondiging allerlei activiteiten, verjaardagen, feestjes en
       uitstappen …
      een handig bord / white board …
      een wisselcollectie van de plaatselijke bibliotheek in het centrum (leesplezier)
      letterdozen, LOCO – sets …




Over Raamwerk ANT2                                                                                  257
8. Bibliografie:
Een lijst van bruikbare lesmaterialen, achtergrondmateriaal, tijdschriftartikelen, websites … (weliswaar
niet exhaustief)



        -   BAKKER AD – Alfabetisering Anderstaligen Plan (AAP), Boom Amsterdam 2008


        -   BOHNENN E. – Laaggeletterd in de Lage Landen, hoge prioriteit voor beleid, Nederlandse
            Taalunie Den Haag 2004


        -   CEULEMANS CHRISTINE, Evalueren van competenties, VOCB Mechelen 2003


        -   D’HERTEFELT GERDA / VAN TENDELOO TINE, Kader voor evaluatie in de BE, VOCB
            april 2007


        -   D’HERTEFELT GERDA, Sleutel tot succes, VOCB Mechelen 2006


        -   DAS ALEXANDRA – Een dag van Fatima Tas Nederlands spreken en begrijpen, Coutinho
            Bussum 2005


        -   DE KRUYF D. – Zelfstandig leren en differentiëren bij Alfa NT2, RBO Rijnmond,
            Rotterdam 2003


        -   DOCHY FILIP / SCHELHOUT WOUTER & JANSSENS STEVEN, Anders evalueren –
            Assessment in de onderwijspraktijk, Heverlee-Leuven, LannooCampus, 2003.


        -   DOSSIER BE – Vlaanderen – Brussel, Gids sociaal en educatief werk, afl. 38, december
            2003


        -   EGGERMONT DIRK – Allemaal een beetje hetzelfde? Leer – en studievaardigheden,
            sleutelvaardigheden en leerattitudes voor ANT2 – cursisten, in LES 153, jg. 26, juni 2008


        -   EGGERMONT DIRK – Leesplezier: transparante teksten maken voor een Alfa NT2 –
            groep, in Alfa – Nieuws, jg. 10, mei 2007


        -   EGGERMONT DIRK – Taallokaal in profiel, ouderparticipatie in CBE Genk, in LES 147,
            jg., juni 2007


        -   ENTITEIT CURRICULUM (voorheen DVO) – Leergebied Alfabetisering Nederlands
            Tweede Taal, opleidingsprofiel modulaire opleiding NT2 Alfa – R1 AO BE 004 (september
            2007)


        -   ENTITEIT CURRICULUM (voorheen DVO) – Leergebied Alfabetisering Nederlands
            Tweede Taal, opleidingsprofiel modulaire opleiding Latijns Schrift – R1 BE AO BE 015
            (september 2007




Over Raamwerk ANT2                                                                                  258
       -   GATTHIER M. DE KRUYF D. – Beter lezen, cursus voor beginnende volwassen lezers in
           het Nederlands, Bussum Coutinho 1996


       -   GEHRE HELGA – Alfabetisering NT2 in Antwerpen, Alfa – Nieuws nr.1 februari 2009


       -   GODDERIE MARIDA – Hoekenwerk in Alfa Start, zo geef je les tot 65, eindwerk VOBE
           KdG Hogeschool Antwerpen 2007


       -   HILDERINK ANK & VAN ROSSENBERG LENY – Spreek Actief!, leerlijn spreken en
           luisteren, Steva CA 2004


       -   HOUWEN TRUUS / BRUSSAARD INEKE, Leerplanontwikkeling in de praktijk van
           de BE en Volwasseneneducatie – een handleiding, Bureau
           Volwasseneneducatie Gelderland, Arnhem 1995


       -   IN DEN KLEEF H.M.TH. – Curriculum Schoolrijpheid deel 2A – Auditieve training
           (Malmberg Den Bosch, 1974)


       -   KURVERS JEANNE – Met ongeletterde ogen, kennis van taal en schrift van Analfabeten
           (Aksant 2002)


       -   KURVERS JEANNE & VAN DER ZOUW KIM – In de ban van het schrift, over
           analfabetisme in een tweede taal, Swets & Zeitlinger, Amsterdam / Lisse 1990


       -   LAAN STEFANIE – Alfa flex 1a 1b 1c (update 2002), ROC Ter AA Helmond


       -   LEBEER JO – Bouwen aan leren leren, Acco Leuven 2003


       -   LEERPLAN BASISEDUCATIE (ontwerp) - Alfabetisering tweede taal (alfa NT2)
           Richtgraad 1.1. (VOCB, Mechelen 2005)


       -   LEERPLAN NT1 (ontwerp) – Vocvo Mechelen, 2009


       -   MATHYSSEN & VAN GILS – De genietbare school, Garant 2003


       -   MATON ELS – Ingeburgerd aan het werk: een bijzonder Vlaams traject voor analfabeten,
           gericht op werk, in LES nr. 145, jg. 25, februari 2007


       -   MENTEN TANIA – Centrumvisie op Evalueren, CBE Limburg – Zuid


       -   MENTEN TANIA – Visie op educatie, interne teamnota CBE Limburg – Zuid 2002


       -   RAAMWERK ALFABETISERING NT2 – Cito Arhem 2008


       -   SCHUURMANS INGE & VAN HOETEGHEM LIEVE – Curriculum Alfabetisering NT2,
           VOCB Mechelen 2003



Over Raamwerk ANT2                                                                            259
       -   SIMOENS HILDE – Buitenschools leren in Alfa NT2, eindwerk VOBE, Karel de Grote
           Hogeschool Antwerpen 2004


       -   STOCKMAN WILLEMIJN & DAALDEROP KAATJE – Portfolio AlfabetiseringNT2, CITO
           Arnhem 2005


       -   STRUYF ELKE, Evalueren: een leerkans voor leraren en leerlingen, Internet, 17/02/2006
           (http://www.doelpunt.be/1_visie/4_struyf.htm)


       -   VAN CAUTEREN ANNE & VLEMINCKX MIMINE – Taalstages, ook iets voor u?
           Handleiding voor begeleiders, Vocvo Mechelen 2008


       -   VAN DER ZOUW KIM (eindred.) – Alfa, leren lezen en schrijven in NT2 niveaus 1 – 3,
           Malmberg (1997 e.v.)


       -   VAN HOETEGHEM LIEVE (red.) – Alfabetisering in het Nederlands als tweede taal (Alfa
           NT2) Visie basiseducatie, VOCB, Mechelen 2002


       -   VAN PETEGEM PETER / VANHOOF JAN, Een alternatieve kijk op evaluatie. Begeleid
           Zelfstandig leren. Mechelen, Wolters Plantyn, 2002.


       -   VEENSTRA UKE & ROOS MARJOKE (red.) – Extra 7/43 Indiflex ANT2(ROC Amsterdam
           / NCB)


       -   WARNEZ JOHAN – Mediërend Agogisch Handelen, een cognitieve benadering van
           volwassenen met verstandelijke beperkingen, Acco Leuven 2002


       -   WAUTERS LOU & VAN MECHELEN VEERLE – Leesplezier en leesbevordering door
           narratieve teksten, eindwerk VOBE KdG – Hogeschool Antwerpen 2006




Over Raamwerk ANT2                                                                              260
       Websites / links:
       ( Sommige online programma’s zijn eerder gericht naar NT1 – of NT2 – cursisten, maar
       soms ook geschikt voor alfacursisten )



       - http://brusselleer.vgc.be/carlo/

       - http://oefenen.cbegent.be/instructies/index.html


       - http://taalunieversum.org/onderwijs/nt2-beginnersdoelen/analfabeten_ingeburgerd


       - http://www.hennyjellema.nl/taal/taalpagina.htm
       - www.abcd.eigenstart.nl

       - www.alfabetiseren.nl

       - www.etv.nl


       - www.hetbegintmettaal.nl


       - www.leesenschrijf.nl
       - www.mijnabc.nl

       - www.taalklas.nl


       - www.taalplek.nl




9. Bijlagen



Over Raamwerk ANT2                                                                         261
9.1. Raamwerk Alfa NT2 – Technische vaardigheden
LEZEN

               Technisch lezen alfa        Technisch lezen alfa B       Technisch lezen alfa C
               A
Letters en     Onderscheidt visueel        Zonder aarzelen klank –      Klank – letterkoppeling bij alle
klanken        alle letters                letterkoppeling bij alle     letters.
                                           klinkers, medeklinkers
               Onderscheidt                en                           Moeilijke
               gelijkvormige letters als   tweelettertekenklinkers.     klinker/medeklinkercombinaties
               d/b/p of m/n of n/u                                      vormen geen probleem meer,
                                           Soms nog wel                 maar ze kunnen nog wel
               Maakt klank –               problemen met moeilijk       spellend gelezen worden.
               letterkoppeling bij alle    uit te spreken
               klinkers, medeklinkers      lettercombinaties (ook       Herkent tweetekenklanken
               en tweeletterteken –        tweelettertekens)
               klinkers. Aarzelingen                                    Herkent moeilijk uit te spreken
               zijn toegestaan.            De sjwa in voor – en         lettercombinaties
                                           achtervoegsels worden
               Herkent getallen tot 50.    vloeiend gelezen.            Kan alfabetisch opzoeken

                                           Kent onderscheid hoofd       Herkent hoofd – en kleine
                                           – en kleine letter           letters en handgeschreven
                                                                        letters
                                           Herkent hoogfrequente
                                           medeklinkerclusters als      Hoogfrequente
                                           ‘st’, ‘kr’ , ‘br’ en ‘nt’.   medeklinkerclusters zijn
                                                                        geautomatiseerd
                                           Herkent verschillende
                                           lettertypes en
                                           handgeschreven
                                           varianten

                                           Herkent getallen tot 100.

Woorden        Herkent bekende             Leest alle mkm –             Alle geleerde en veel
               woordbeelden in een         woorden vloeiend             voorkomende woorden worden
               tekst                                                    vloeiend gelezen
                                           Leest bekende en
               Analyseert en               vertrouwde woorden           Samengestelde, onbekende en
               synthetiseert mkm –         vloeiend                     niet – klankzuivere woorden
               woorden                                                  worden soms nog
                                           Alle klankzuivere,           geanalyseerd en
               Herkent bekende             langere of                   gesynthetiseerd
               globaalwoorden in één       samengestelde woorden
               oogopslag                   geanalyseerd en              Bezit een groot repertoire
                                           gesynthetiseerd,             frequente en bekende woorden
                                           sommige clusters             met directe herkenning
                                           kunnen nog wel voor          woordbeeld
                                           problemen zorgen

                                           Vlotte herkenning van
                                           geleerde
                                           globaalwoorden

                                           Herkent open
                                           lettergrepen, dubbele
                                           medeklinkers in het


Over Raamwerk ANT2                                                                                    262
                                           midden van een woord

Zinnen           Wijst in een              Leest en begrijpt korte     Leest en begrijpt langere
                 voorgelezen zin de        zinnen over alledaagse      zinnen met onbekende
                 afzonderlijke woorden     zaken                       woorden

                                           Weet dat zin begint met
                                           een hoofdletter en
                                           eindigt op een punt

Tekst                                      Leest en begrijpt een       Kan een tekst lezen met een
                                           zeer korte eenvoudige       enkel onbekend woord erin,
                                           tekst met bekende           over bekende onderwerpen
                                           woorden over een
                                           alledaags onderwerp         Kent de functie van leestekens
                                           (een semi – authentieke     in een tekst
                                           tekst)

Leestempo        Aangeboden                Leest vloeiend korte        Leest alleen bij lange zinnen
en               globaalwoorden            klankzuivere woorden,       en moeilijke woorden spellend
vloeiendheid     worden meteen             alleen langere woorden
                 gelezen                   kunnen nog spellend         Leest vloeiend, maar nog wel
                                           gelezen worden              in een rustig tempo, wel nog
                 Mkm – woordjes            Clusters worden nog         problemen bij langere,
                 worden verklankt, leest   gespeld                     onbekende woorden
                 vaak nog spellend
                                           Leest behandelde en         Analyseert en synthetiseert
                                           vertrouwende woorden        meestal in stilte en in clusters
                                           vloeiend
                                                                       Herkent bekende woorden
                                                                       direct

Principes van    Weet dat je van links     Weet waar frequente         Leest visueel materiaal, en
geletterdheid*   naar rechts leest, en     logo’s naar verwijzen       begrijpt dat een plattegrond
                 van boven naar                                        een platte weergave is van een
                 beneden                   Kan afkomst van een         stad
                                           tekst tenminste duiden
                 Weet dat logo’s,                                      Kent het verschijnsel ‘legende’
                 pictogrammen …            Weet dat woorden en
                 ergens voor staan         beelden elkaar              Kan alfabetisch opzoeken
                                           aanvullen op bvb.
                                           bordjes                     Weet dat ongrammaticale en
                                                                       inhoudelijk ‘foute’ zinnen op
                                           Na een eerste oriëntatie    papier kunnen staan
                                           op de tekst start hij met
                                           lezen en niet met
                                           gokken

                                           Weet uit de context dat
                                           cijfers in een tekst
                                           ergens naar verwijzen

                                           Weet dat een woord de
                                           neerslag is van een
                                           combinatie van klanken



   * Weet de cursist of geschreven taal een neerslag is van gesproken taal? Weet jij iets over
   relatie beeld en info, en herkent hij tekstsoorten?



Over Raamwerk ANT2                                                                                   263
SCHRIJVEN

               Technisch schrijven        Technisch schrijven           Technisch schrijven alfa C
               alfa A                     alfa B
Letters /      Ziet verschillen tussen    Schrijft alle lettertekens    Klank – letterkoppeling bij
klanken        letters en maakt           vloeiend en herkenbaar        alle klinkers en medeklinkers
               daarvan gebruik bij het
               schrijven                  Schrijft zowel in hoofd –     Schrijft vloeiend
                                          als in kleine letters         hoogfrequente
               Kan alle letters                                         medeklinkerclusters
               herkenbaar                 Klank – letterkoppeling bij
               (over)schrijven, soms      de meeste klinkers en         Schrijft vloeiend morfemen
               zijn er wel nog            medeklinkers, minder          met sjwa (voor – of
               problemen met              vertrouwde klanken of         achtervoegsels), maakt
               ‘gelijkende’ letters       fonemen vanuit de             analogie in de trant van
                                          moedertaal leveren            ‘brief’ > ‘briefje’
               Kan een ontbrekende        problemen op
               beginletter invullen bij                                 Schrift getallen tot 1000
               gegeven woorden            Cijfers tot 100 zonder        zonder voorbeeld
                                          voorbeeld
               Schrijft ook
               tweelettertekens, maakt
               gebruik van klank –
               letterkoppeling, soms
               wel nog met fouten

               Schrijft cijfers tot 50
               zonder voorbeeld

Woorden        Foutloos overschrijven     Schrijft de met nadruk        Schrijft de met nadruk
               van woorden                aangeboden functionele        aangeboden functionele
                                          woorden automatisch en        woorden automatisch en
               Schrijft aangeboden        zonder problemen              zonder problemen
               globaalwoorden
                                          Kan bekende woorden           Schrijft hoogfrequente
               Kan mkm – woorden          visueel analyseren en         woorden vanuit een
               analyseren en              synthetiseren, even           woordbeeld en moet niet
               synthetiseren, vast te     vasthouden in het             meer spellen
               houden in het              geheugen en weer
               geheugen en weer te        reproduceren (visueel         Schrijft mkm – woorden
               reproduceren (visuele      dictee)                       automatisch en analyseert
               dictee), fouten komen                                    en synthetiseert in stilte
               voor, maar men begrijpt    Schrijft nieuwe korte mkm     (verklankt in stilte)
               het principe van klank –   – woorden (auditief
               letterkoppeling            dictee), minder in de         Schrijft hoogfrequente
                                          moedertaal voorkomende        medeklinkerclusters en open
               Schrijft mkm – woorden     klanken of fonemen            lettergrepen vlot
               bij auditief dictee,       vanuit de moedertaal
               weliswaar met fouten       kunnen fouten                 Schrijft langere woorden met
               maar met begrip van        veroorzaken                   voor – of achtervoegsels
               klank – letterkoppeling                                  automatisch



Zinnen         Schrijft korte zinnetjes   Gebruikt bewust witruimte     Gebruikt correct meest
               met “ ik ben …(naam)”      tussen woordjes               voorkomende leestekens

                                          Begint een zin met een        Schrijft begrijpelijke korte
                                          hoofdletter en eindigt met    zinnen met soms eens een



Over Raamwerk ANT2                                                                                     264
                                           een punt                        moeilijk woord

                                           Schrijft zinnen over
                                           alledaagse zaken (visueel
                                           of auditief zinsdictee)

Teksten                                    Schrijft op de lijn en deelt    Schrijft zelfstandig een kort
                                           tekst in volgens                tekstje over eigen persoon /
                                           overzichtelijke                 situatie
                                           bladspiegel

                                           Schrijft met behulp van
                                           voorbeeldzinnen een kort
                                           tekstje over eigen
                                           persoon

Schrijftempo    Schrijft aangeboden        Schrijft korte woorden in       Schrijft korte zinnen in één
/               globaalwoorden vlot        één keer over                   keer over, bij langere
vloeiendheid                                                               woorden wordt nog eens
                Schrijft nog spellend      Schrijft de met nadruk          extra gekeken
                                           aangeboden functionele
                                           woorden vlot en zonder          Schrijft bekende, frequente
                                           aarzeling                       woorden vanuit hun
                                                                           woordbeeld
                                           Bij spellend schrijven kan
                                           in clusters worden              Schrijft in een rustig tempo,
                                           geschreven                      maar wel vloeiend


Principes van   Schrijft Nederlands van    Groepeert cijfers op de         Kan herkenbare structuur
geletterdheid   links naar rechts en van   juiste manier bij het           aanbrengen in cijfers, bvb.
(geschreven     boven naar beneden         noteren van data,               een postcode
taal is een                                telefoonnummers en
neerslag van    Schrijft met de juiste     bedragen                        Weet dat een tekst uit zinnen
gesproken       schrijfhouding en een                                      bestaat
woord)          goede penbeweging          Weet dat een woord uit
                letters, woorden en        letters bestaat, hij ‘tekent’   Weet dat ongrammaticale
                cijfers over               geen letters meer               zinnen en inhoudelijk ‘foute’
                                                                           zinnen ook kunnen worden
                                           Weet dat een zin uit            opgeschreven
                                           woorden bestaat

                                           Weet dat van gesproken
                                           taal elk woord kan
                                           worden opgeschreven

                                           Weet dat geschreven taal
                                           een neerslag is van het
                                           gesproken woord

                                           Weet dat letters en
                                           woorden een neerslag is
                                           van klanken




AUDITIEVE VAARDIGHEDEN




Over Raamwerk ANT2                                                                                        265
               Technische auditieve      Technische auditieve        Technische auditieve
               vaardigheden alfa A       vaardigheden alfa B         vaardigheden alfa C
Klanken in     Herkent aangeleerde       Herkent alle klanken en     Kan alle klanken en
een woord      klanken in een mkm –      isoleert ze in mkm –        medeklinkerclusters
               woord                     woord, de ‘nk’ is nog       herkennen en isoleren in een
                                         moeilijk en ook mmmkm       woord
               Kan eerste klank          – woorden of mkmmm –
               isoleren in een woord     woorden                     Kan medeklinkerclusters
                                                                     nazeggen
               Kan bekende klanken       Kan alle klanken
               nazeggen                  nazeggen                    Kan aangeven welke klank
                                                                     verschillend is in twee
               Kan horen of              Kan van losse klanken       gelijkende woorden
               beginklanken in           een mmkmmm – woord
               woorden dezelfde zijn     maken (synthese)            Kan een woord in klanken
                                                                     analyseren en die ook
               Hoort of bekende          Hoort of klanken in         benoemen
               woorden dezelfde zijn     woorden dezelfde zijn

               Synthetiseert auditief    Kan een mkmmm –
               een mkm – woord           woord in klanken opdelen
                                         en benoemen
               Analyseert mkm –          (klankanalyse)
               woord in klanken en
               benoemt die ook

Woorden in     Herkent aangeboden        Kan korte en ook            Zowel klankzuivere als
een zin        globaalwoorden            samengestelde woorden       minder klankzuivere
                                         nazeggen                    woorden kunnen worden
               Kan korte onbekende                                   nagezegd
               en langere bekende        Herkent de met nadruk
               woorden nazeggen          aangeboden                  Herkent de met nadruk
                                         functiewoorden in een zin   aangeboden woorden in een
               Kan bekende, korte                                    zin
               woordjes in een korte     Kan bekende korte en
               zin isoleren              lange woorden isoleren in   Kan woorden isoleren in een
                                         een korte zin               lange zin
               Kan woordaccent in
               korte zin nazeggen        Onderscheidt de delen in    Kan lettergrepen benoemen
                                         een samengesteld woord

                                         Kan bekende woorden
                                         nazeggen

Zinnen         Kan woorden isoleren      Kan woorden isoleren in     Kan zinnen vasthouden zen
               in een korte zin          een lange zin               reproduceren

               Kan aantal woorden        Kan het aantal woorden      Hoort intonatie en kan die
               tellen in een korte zin   tellen in een lange zin     imiteren

                                         Kan korte zinnen
                                         vasthouden en
                                         reproduceren

                                         Kan het woordaccent in
                                         een lange zin imiteren


Gesprekken     Hoort in gesprekken het   Hoort in gesprekken         Kan kernwoorden isoleren in
               verschil in intonatie     intonatieverschillen        een gesprek



Over Raamwerk ANT2                                                                                266
               bvb. tussen vragen en   tussen mededelingen of
               waarschuwingen          instructies              Herkent de “toon” in een
                                                                gesprek
                                       Herkent bekende
                                       woorden in een tekst




Over Raamwerk ANT2                                                                         267
9.2. Raamwerk alfa NT2 Functionele vaardigheden
FUNCTIONEEL LEZEN

Voorbeelden in blauw:

 Subvaardigheid                        Alfa A                                   Alfa B                                           Alfa C
Correspondentie      Ziet of een brief aan hem               Maakt gebruik van context of kennis van de      Begrijpt korte, eenvoudige berichten op
lezen                geadresseerd is                         wereld om zich een idee te vormen over de       een ansichtkaartje of memo
                                                             inhoud van een kaart of eenvoudige brief.
                     Herkent al dan niet gepersonaliseerde   Zoekt, vindt en begrijpt relevante woorden      Kan de post selecteren en eenvoudige
                     post                                                                                    zendingen zelf lezen
                                                             Herkent logo’s of namen van afzenders
                     Herkent Dhr. En Mevr., voornaam,                                                        Opvoeding: uitnodiging ouderavond,
                     naam, eigen adres                       Weet wat al dan niet belangrijke post is        verjaardagsfeestje, afsprakenkaart CLB,
                     Bekende logo’s van winkels …,                                                           geboortekaartje
                     reclame, facturen, persoonlijke post    Opvoeding: uitnodiging ouderavond of voor
                     Wenskaarten                             kinderfeestje                                   Maatschappelijke participatie: uitnodiging
                                                                                                             bijeenkomst of cursus, kaartje
                                                             Maatschappelijk participeren:                   energiebedrijf, ansichtkaartjes, rouwkaart,
                                                             ansichtkaartje, rouwkaart, meteropname          kaartje van leverancier, informeel briefje
                                                             energiebedrijf, poststukken, uitnodiging voor   met korte mededeling, post selecteren op
                                                             bijeenkomst of cursus                           relevantie, poststukken, facturen

                                                             Werk: schriftelijke uitnodiging bij             Werk: uitnodiging werkoverleg of
                                                             personeelsdienst, oproep voor bedrijfsarts,     bedrijfscursus, memo met korte mededeling
                                                             loonstrookje

Oriënterend /        Herkent frequent voorkomende            Herkent bekende namen, woorden en               Herkent bekende namen, woorden en
zoekend lezen        tekstsoorten en weet waarvoor ze        standaardzinnetjes in eenvoudige,               standaardzinnetjes in eenvoudige
                     dienen, kan er mee omgaan               alledaagse mededelingen                         mededelingen in veel voorkomende
                                                                                                             situaties
                     Kan info over tijd, datum of prijs      Gebruikt numerieke gegevens om info uit
                     aanwijzen in tekst                      een tekst te halen                              Opvoeding: telefoonnummer van school in
                                                                                                             infobrochure, namen van lokalen in de
                     Begrijpt veel voorkomende borden in     Opvoeding: personalia op eenvoudig              school, vakantie opzoeken in
                     openbare ruimtes                        formulier, telefoonnummers uit adressenlijst,   schoolagenda, telefoonnummer van dokter
                                                             eenvoudig weekrooster kind, logo’s van TV       zoeken in lijst met belangrijke nummers



Over Raamwerk ANT2                                                                                 268
                     Herkent dagen van de week, maanden      – zenders
                     in agenda en kalenders                                                                  Maatschappelijke participatie: begrijpt nut
                     Eenvoudige inschrijvingsformulieren,    Maatschappelijk participeren: bustijden,        van bepaald formulier, nummers en
                     borden en opschriften, kassatickets,    openingstijden winkels en diensten,             postcode in telefoongids, overzicht TV –
                     afsprakenkaartje, prijzen               personalia eenvoudig formulier, datum en        programma’s, rekeninguittreksels, kleine
                     reclameblaadjes                         aanvangstijd feestje, saldo op                  advertenties, agenda, weekenddienst
                                                             rekeninguittreksel, adres in adressenlijst,     apothekers, vertrektijden treinen, index
                                                             prijzen in reclames                             plattegrond

                                                             Werk: adressenlijsten, datum en                 Werk: werkroosters, openingstijden
                                                             aanvangstijd werkoverleg, ploegenrooster,       diensten in bedrijfsgids, folder van
                                                             namen en telefoonnummers afdelingen,            personeelsdienst
                                                             personalia, frequent voorkomende borden
                                                             (‘verboden te roken, ingang, pas op
                                                             brandgevaar’)


Lezen om             Leest eenvoudige schema’s, ken          Kan gedachtegang volgen in eenvoudige           Kan gedachtegang volgen in eenvoudig
informatie op te     gebruik van x – en y – as               infomateriaal (veel afbeeldingen, weinig        infomateriaal en beschrijvingen met visuele
doen                                                         tekst)                                          ondersteuning
                     Leest semi – authentieke tekstjes
                                                             Leest semi – authentieke tekstjes               Leest verhaal speciaal geschreven op dit
                     Openingsuren dokter, door de lesgever                                                   niveau
                     eenvoudige tekstjes, telefoonnummers    Opvoeding: Affiche op de deur van de klas,
                                                             briefje met foto (welke kleding op uitstap of   Opvoeding: gedachtegang volgen in bericht
                                                             tijdens turnles?), leeftijdsaanduiding bij      schoolkrant, verhaaltjes voor en over
                                                             speelgoed, eenvoudig tekstje over               kinderen, kinderboeken, folders CLB
                                                             dagelijkse gebeurtenissen
                                                                                                             Maatschappelijke participatie:
                                                             Maatschappelijke participatie: controleren      volksverhaaltjes, makkelijk – leesboeken,
                                                             kassaticket, eenvoudige tekstjes, bepaalt       eenvoudige krantenberichten, korte
                                                             relevantie van een tekst (nog meer info         mededelingen op prikbord, aankondiging
                                                             vragen?)                                        activiteiten, korte weerberichten

                                                             Werk: eenvoudige mededeling op prikbord         Werk: korte teksten over werk, activiteiten
                                                                                                             personeel, dagmenu’s in de kantine,
                                                                                                             posters over kwaliteitszorg en veiligheid,
                                                                                                             artikel in de personeelskrant, berichtje over
                                                                                                             nieuwe collega in personeelsblad, korte


Over Raamwerk ANT2                                                                                 269
                                                                                                                  memo van de chef

Instructies lezen    Herkent eenvoudige instructies op            Begrijpt eenvoudige aanwijzingen                Volgt eenvoudige geschreven aanwijzingen
                     medicijnen en voeding                                                                        op
                                                                  Begrijpt eenvoudige visuele representaties
                     Instructies op medicijnen (‘3 X daags 1                                                      Opvoeding: spelregels bij spelletjes,
                     tablet’), houdbaarheidsdatum,                Opvoeding: stripverhaaltje op brochure over     waarschuwingen op gevaarlijke stoffen
                     instructies in klas ‘Omcirkel’ of ‘Vul in’   behandeling luizen, afbeeldingen bij etiket
                                                                  hoe men babyvoeding klaarmaakt                  Maatschappelijke participatie: korte
                                                                                                                  routebeschrijving, instructies bij microgolf,
                                                                  Maatschappelijke participatie: eenvoudig        medicijnen, borden bij omleidingen,
                                                                  recept met foto’s, wasvoorschriften,            onderdelen van apparaten op foto’s,
                                                                  houdbaarheidsdata, aanwijzingen op              eenvoudige routebeschrijvingen,
                                                                  medicijnen, verkeersborden bij omleidingen,     aanwijzingen op scherm herladen GSM,
                                                                  kan bij handleiding apparaten onderdelen        bacontact
                                                                  van een toestel aantonen, eenvoudige
                                                                  routebeschrijving                               Werk: aanduidingen op machine, instructies
                                                                                                                  bij verlofaanvraag of ziektemelding,
                                                                  Werk: handleiding apparaten, korte              instructies koffieautomaat
                                                                  aanwijzingen bij telefoneren, korte
                                                                  veiligheidsvoorschriften


FUNCTIONEEL SCHRIJVEN

Subvaardigheid       Alfa A                                       Alfa B                                          Alfa C
Correspondentie      Adresgegevens overschrijven                  Eenvoudige boodschap op kaartje                 Welke boodschappen bij welke situaties?
                                                                                                                  Boodschap op kaartje schrijven, afzender
                     Eigen naam schrijven                         Eenvoudige reactie op post                      vermelden en kaart adresseren

                     Eigen naam op voorgedrukte kaart             Opvoeding: naam en adres eigen kind op          Meest elementaire briefconventies
                     (geboorte, verjaardag …)                     invulstrookje schoolbrief, vakantiekaart naar
                                                                  vrienden en kennissen, felicitaties bij         Opvoeding: kind schriftelijk ziek melden,
                                                                  geboorte, samen met kind een                    geboortekaartje, kort briefje voor de leerkracht
                                                                  verjaardagskaart naar een vriendje sturen       (mag niet zwemmen van de dokter), kind
                                                                                                                  schriftelijk afmelden van activiteit (voetbalclub)
                                                                  Maatschappelijke participatie: vakantiekaart
                                                                  met groet en afzender, kaart adresseren,        Maatschappelijke participatie: kort briefje ter
                                                                  kaartje innige deelneming                       bedanking voor cadeautje, kort briefje bij


Over Raamwerk ANT2                                                                                      270
                                                                                                              gebeurtenis (geboorte, huwelijk, overlijden …),
                                                             Werk: vakantiekaart naar collega’s van de        zichzelf schriftelijk afmelden voor cursus of
                                                             afdeling, felicitaties bij geboorte kind,        afspraak
                                                             rouwkaartje naar collega
                                                                                                              Werk: kaartje voor collega (geboorte, huwelijk
                                                                                                              …)

Aantekeningen,       Nummers en data, eigen naam, adres,     Nummers, data, eigen naam, nationaliteit,        Formulieren met personalia invullen (ook
berichten ,          postcode en woonplaats (eventueel met   adres op formulier, (met spiekbriefje)           nationaliteit en burgerlijke staat), weet ook
formulieren          voorbeeld)                                                                               waarvoor hij moet tekenen
                                                             Lesrooster in agenda overschrijven
                     Naam, adres op eenvoudige                                                                Conventies toepassen m.b.t. doorhalen,
                     aanmeldingsformulieren                  Korte mededelingen in huiselijke kring           aankruisen, omcirkelen, in vakjes schrijven, in
                                                                                                              blokletters …
                     Telefoonnummers noteren, data op        Opvoeding: belangrijke data op                   Korte notities in eigen agenda
                     kattebelletjes, …                       huiskalender (bvb. inentingen op school),
                                                             steekwoorden opschrijven ter voorbereiding       Opvoeding: noteren van vakanties en verlof op
                     Van een voorbeeld dagen van week en     gesprek (school)arts, persoonlijke gegevens      kalender of agenda, inschrijven kind voor
                     maanden van het jaar overschrijven      van zichzelf en eigen kinderen, aanmelding       sportvereniging
                                                             kind voor bos – of zeeklas op strookje,
                     Formulieren dateren en tekenen          inschrijven voor sportdag op school              Maatschappelijke participatie: afspraken,
                                                                                                              adressen en telefoonnummers noteren in
                                                             Maatschappelijke participatie: personalia        agenda, voor kennis of buurvrouw iets noteren
                                                             met ook geboortedatum, - plaats,                 bij telefoon, overschrijving invullen, korte
                                                             nationaliteit, burgerlijke staat, maar wel       routebeschrijving noteren
                                                             kunnen afschrijven van een voorbeeld,
                                                             boodschappenlijstje maken, kort                  Werk: werkrooster in agenda noteren,
                                                             kattebelletje voor huisgenoten, gemaakte         eenvoudig stortingsformulier invullen, voor
                                                             afspraken in eigen agenda of op                  collega notitie maken voor een afspraak ,
                                                             huiskalender, personalia op                      eenvoudige advertentie schrijven voor op
                                                             antwoordstrookje, invullen van                   prikbord in de kantine of in personeelskrant (iets
                                                             meterstanden op kaartje energiebedrijf           te koop aanbieden), afspraken, adressen en
                                                                                                              telefoonnummers noteren in agenda, korte
                                                             Werk: werkrooster in agenda overnemen,           geheugensteuntjes voor zichzelf noteren bvb.
                                                             belangrijke afspraken in agenda, voor            ter voorbereiding van een
                                                             collega’s een korte notitie opschrijven bij de   functioneringsgesprek, korte e-mail naar
                                                             telefoon, steekwoorden opschrijven ter           collega’s bvb. om een afspraak te maken of af
                                                             voorbereiding gesprek met bedrijfsarts,          te zeggen
                                                             controleformulier voor kwaliteitszorg met


Over Raamwerk ANT2                                                                                 271
                     vaste codes, inschrijven voor
                     personeelsuitstap via strookje

Vrij schrijven       Eenvoudige woorden over zichzelf of          Eenvoudige frasen of zinnetjes over zichzelf of
                     iemand anders schrijven                      denkbeeldige personen, over waar ze wonen of
                                                                  wat ze doen
                     Opvoeding: losse woorden over eigen kind
                                                                  Opvoeding: kort verslag over activiteit van kind
                     Maatschappelijke participatie: losse         op school, iets over de eigen jeugd schrijven
                     woorden over eigen hobby’s, wensen,          (bvb. in eigen portfolio), iets over het
                     kwaliteiten …, persoonlijke tekst als        schoolleven van het kind (bvb. in de
                     onderdeel van groepsboekje                   schoolkrant)
                     (voorgeprogrammeerde standaardtekst),
                     losse woorden over zichzelf als men zich     Maatschappelijk participeren: enkele zinnen
                     inschrijft voor activeringsprogramma         over zichzelf pennen in een clubblad, schriftelijk
                                                                  vragen als “Waar woon je?” kunnen
                     Werk: losse woorden over eigen hobby’s,      beantwoorden, eenvoudig verhaaltje over
                     kwaliteiten …, losse woorden over zichzelf   zichzelf of over een bekende
                     m.b.t. loopbaan oriëntatieprogramma
                                                                  Werk: enkele zinnen over zichzelf in de
                                                                  personeelskrant, een kort stukje over een
                                                                  excursie of uitstapje, enkele zinnen over de
                                                                  werkplek of stageplaats




Over Raamwerk ANT2                                      272
9.3. Cyclische opbouw mondelinge vaardigheden Alfa NT2 R1.1.

Einddoelen uit het opleidingsprofiel / leerplan (te evalueren, gemarkeerd in groen) en aanvullingen (ter voorbereiding/opbouw van de
einddoelen, schuin gedrukt).

     LUISTEREN                  LUISTEREN                  LUISTEREN                   LUISTEREN                   LUISTEREN

  STARTMODULE                    MODULE 1                   MODULE 2                    MODULE 3                    MODULE 4
Informatief (BW,            Informatief              Informatief                 Informatief                  Informatief
bekende)                    Globaal onderwerp in     Globaal onderwerp in
Relevante gegevens uit      mededeling, gesprek (BW) beleving (BW)
herkenbare vragen en
antwoorden, mededeling,     Globaal onderwerp in       Globaal onderwerp in      Globaal onderwerp in
beleving, mening, klacht,   klacht (BW- mod 3)         klacht (BW- mod 3)        klacht (BW)
probleem, uitnodiging,
afspraak (BW)               Relevante gegevens uit     Relevante gegevens uit    Informatie ordenen in       Info overzichtelijk ordenen
                            uitnodiging selecteren     uitnodiging selecteren    uitnodiging, afspraak (BW – in uitnodiging, afspraak
                            (BW-bekende- spreken       (BW – spreken mod 2)      mod 4)                      (BW, SW)
                            mod 2)
                                                       Relevante gegevens uit    Relevante gegevens uit       Relevante gegevens uit
                            Relevante gegevens uit     herkenbare vragen en      herkenbare vragen en         herkenbare vragen en
                            herkenbare vragen en       antwoorden (BW –          antwoorden (BW – spreken     antwoorden (BW –
                            antwoorden (BW –           spreken mod 4)            mod 4)                       spreken mod 4)
                            spreken mod 4)
                            Persuasief                 Persuasief                Persuasief                   Persuasief
                            Globaal onderwerp in       Globaal onderwerp in      Globaal onderwerp in         Globaal onderwerp in
                            advies (bekende), oproep   advies (BW)               advies(BW -optioneel-        advies (BW- optioneel-.
                            (BW – mod 2)                                         onderhouden – mod 2)         onderhouden – mod 2)
                                                       Globaal onderwerp in
                                                       oproep (BW – spreken
                                                       mod 2)
                            Globaal onderwerp in
                            voorstel (KW, BW,          Globaal onderwerp in



Over Raamwerk ANT2                                                                   273
                              bekende)(voorbereiding        voorstel BW,
                              mod 1 spreken)                bekende)(optioneel:
                                                            uitbreiding mod 1
                                                            spreken)

Prescriptief (BW,             Prescriptief                  Prescriptief              Prescriptief
bekende)                      Alle gegevens in instructie   Alle gegevens in          Alle gegevens in instructie
Alle gegevens in instructie   (BW – mod 3)                  instructie (BW – mod 3)   (BW)

Lees- schrijfvoorwaarden:

Schrijfmotoriek
Oriëntatie in de tijd
Oriëntatie in de ruimte
Visuele discriminatie, analyse en synthese
Auditieve discriminatie, analyse en synthese




Over Raamwerk ANT2                                                                        274
      SPREKEN                     SPREKEN                    SPREKEN                    SPREKEN                      SPREKEN

  STARTMODULE                    MODULE 1                    MODULE 2                   MODULE 3                    MODULE 4
Informatief (KW,            Informatief                 Informatief               Informatief                  Informatief
bekende)                    Informatie vragen (KW) en   Informatie vragen en      Informatie vragen en geven   Informatie vragen en
Info vragen en geven        geven (BW) (mod 4)          geven (BW – mod 4)        (BW – mod 4)                 geven (BW, SW)
(KW)
                            Afspraak maken en           Afspraak maken en         Afspraak maken en
Mededeling, uitnodiging,    afzeggen (KW – mod 3)       afzeggen (KW & BW –       afzeggen.(KW, BW)
beleving, mening, klacht,                               mod 3)
probleem formuleren (KW)
                            Probleem formuleren (KW     Probleem formuleren       Probleem formuleren. (KW,
Op mededeling,
                            – mod 3)                    (KW & BW – mod3)          BW)
uitnodiging reageren (KW)
Informeren naar beleving
                            Uitnodiging formuleren      Uitnodiging formuleren
probleem (KW)
                            (KW) en erop reageren       en reageren (KW, BW)
Afspraak maken en           (BW) (mod 2)
afzeggen (KW)
                                                        Beleving formuleren en    Beleving formuleren en
                                                        vragen (KW – mod 3)       vragen. (KW,BW)
                                                                                  Klacht formuleren (KW-       Klacht formuleren (BW)
                                                                                  mod 4)
                            Mededeling formuleren en
                            erop reageren (BW –
                            uitbreiding start)
                            Persuasief                  Persuasief
                            Voorstel formuleren en      Voorstel formuleren en
                            erop reageren (KW, BW)      erop reageren (BW)
                                                        (optioneel: uitbreiding
                                                        mod 1)
                            Oproep formuleren (KW-      Oproep formuleren en


Over Raamwerk ANT2                                                                    275
                            mod 2)                       erop reageren (KW, BW)


                                                         advies formuleren
                                                         (optioneel - luisteren mod
                                                         2)
Prescriptief (KW,           Prescriptief                                                    Prescriptief
bekende)                    Instructie formuleren (KW,                                      Instructie formuleren (BW)
Instructie formuleren       BW)                                                             (optioneel uitbreiding
                                                                                            module 1)
Lees- schrijfvoorwaarden:

Schrijfmotoriek
Oriëntatie in de tijd
Oriëntatie in de ruimte
Visuele discriminatie, analyse en synthese
Auditieve discriminatie, analyse en synthese




Over Raamwerk ANT2                                                                    276
9.4. Cyclische opbouw schriftelijke modules Alfa NT2 R1.1.

Module 6                                    Module 7                                    Module 8                                    Module 9
LEZEN                                       LEZEN                                       LEZEN                                       LEZEN
Informatief                                 Informatief                                 Informatief                                 Informatief
Informatie in documenten en papieren                                                    Info overzichtelijk ordenen in een          Info overzichtelijk ordenen in een
herkennen (KW) (bij lees- en                                                            uitnodiging (BW) (voorbereiding mod 9)      uitnodiging (BW)
schrijfvoorwaarden)
                                                                                                                                    Info overzichtelijk ordenen in een
Informatie in documenten en papieren                                                                                                uitnodiging (SW)
herkennen (BW)

Relevante gegevens selecteren in tabel,     Relevante gegevens selecteren in tabel,
garantiebewijs, schema (KW) (bij lees-      garantiebewijs, schema (KW)
en schrijfvoorwaarden)(voorbereiding
mod 7)                                      Relevante gegevens selecteren in tabel,
                                            garantiebewijs, schema ( BW)


Relevante gegevens selecteren in een        Relevante gegevens selecteren in een
advertentie (KW) (voorbereiding mod 7)      advertentie (BW)
Persuasief                                  Persuasief                                  Persuasief                                  Persuasief
Relevante gegevens selecteren in een        Relevante gegevens selecteren in een
advertentie met persuasief karakter (KW)    advertentie met persuasief karakter (BW)
(voorbereiding mod 7)
                                            Info overzichtelijk ordenen in een          Info overzichtelijk ordenen in een          Info overzichtelijk ordenen in een
                                            voorstel, oproep (KW) (voorbereiding        voorstel, oproep (KW) (voorbereiding        voorstel, oproep (KW)
                                            mod 9)                                      mod 9)
                                                                                                                                    Info overzichtelijk ordenen in een
                                                                                                                                    voorstel, oproep (BW)

                                                                                                                                    Info overzichtelijk ordenen in een
                                                                                                                                    voorstel, oproep (SW)
Prescriptief                                Prescriptief                                Prescriptief
Alle gegevens begrijpen in een instructie   Alle gegevens begrijpen in een instructie   Alle gegevens begrijpen in een instructie
(KW) (voorbereiding mod 8)                  (KW) ) (voorbereiding mod 8)                (BW)




Over Raamwerk ANT2                                                                                           277
Einddoelen uit het opleidingsprofiel / leerplan (te evalueren, gemarkeerd in groen) en aanvullingen (ter voorbereiding van de einddoelen, schuin
gedrukt).


Module 6                                   Module 7                                   Module 8                                   Module 9
SCHRIJVEN                                  SCHRIJVEN                                  SCHRIJVEN                                  SCHRIJVEN
Informatief                                Informatief                                Informatief                                Informatief
Formulier mbt personalia invullen (KW)

Formulier mbt personalia invullen (BW)

Berichtje schrijven (KW) (voorbereiding
mod 7)
                                           Berichtje schrijven (BW)
Concrete gegevens uit schriftelijke info
noteren (KW) (voorbereiding mod 8)
                                           Concrete gegevens uit schriftelijke info   Concrete gegevens uit schriftelijke info
                                           noteren (BW) (voorbereiding mod 8)         noteren (BW)

                                                                                      Concrete gegevens uit schriftelijke info
                                                                                      noteren (SW)
                                           Concrete gegevens uit mondelinge info
                                           noteren (KW) (voorbereiding mod 9)         Concrete gegevens uit mondelinge info      Concrete gegevens uit mondelinge info
                                                                                      noteren (BW) (voorbereiding mod 9)         noteren (BW)

                                                                                                                                 Concrete gegevens uit mondelinge info
                                                                                                                                 noteren (SW)




Over Raamwerk ANT2                                                                                          278
9.5. Schema sleutelcompetenties uit ‘Taalstages, iets voor u?’




Over Raamwerk ANT2                                               279
Over Raamwerk ANT2   280
Over Raamwerk ANT2   281
9.6. Portfolio als evaluatie-instrument
I. Eigenschappen:

1. Het portfolio is een verzameling van bewijsmateriaal: het toont de vorderingen in het
   leerproces van de deelnemer.
2. De deelnemers hebben de vrijheid: zij beslissen zelf wat er al dan niet opgenomen wordt in
   het portfolio.
3. Het zelfgekozen bewijsmateriaal wordt door de deelnemer in kwestie geëvalueerd.
4. Er is een eindgesprek over deze zelfevaluatie van het portfolio.


II. Voordelen:

     1.    Portfolio is een authentieke evaluatiewerkvorm.
     2.    De evaluatie is geïntegreerd in het leerproces.
     3.    De portfolio geeft op elk moment zicht op de voorkennis.
     4.    Het leerproces wordt letterlijk zichtbaar gemaakt.
     5.    Heterogeniteit wordt op een natuurlijke wijze gehanteerd.
     6.    Het zelfvertrouwen neemt toe door het tonen van succeservaringen.
     7.    Verantwoordelijkheidszin wordt gestimuleerd.
     8.    Reflectie op het eigen leerproces wordt gestimuleerd.
     9.    Portfolio’s stimuleren het zelfgestuurd leren.
     10.   Het emancipatorisch proces wordt gestimuleerd.
     11.   De portfolio is generaliseerbaar: het geeft aan of de deelnemer het getoetste kan toepassen in
           concrete, reële situaties.

III. Nadelen:

1. Betrouwbaarheid? Betrouwbaarheid is van relatief belang.
2. Reflecteren over het eigen leerproces is moeilijk.

Oorzaak:
      Ik schets hieronder wat ikzelf als meest essentiële oorzaak beschouw van dit probleem:
      In het vormingsproces hebben we te maken met een spanningsveld tussen twee wereldvisies
      (de wereld van het gezin en de culturele identiteit enerzijds en de wereld van de groep en de
      Belgische normen anderzijds. Wildemeersch spreekt in dit verband van ‘grenssituaties’ waarin
      het ‘vanzelfsprekende wereldbeeld’ bij deelnemers verstoord wordt (Wildemeersch, Smeyers
                  33
      1994: 71-4) .
      Vele allochtone vrouwelijke deelnemers bijvoorbeeld zijn het niet gewoon om op te komen
      voor zichzelf als hun eigen wensen botsen met de geplogenheden binnen de gezinsstructuur.
      Een ander voorbeeld is het beeld dat vele deelnemers hebben over leer- en schoolomgeving.
      Vanuit hun eigen kennis hierover (al dan niet uit eigen ervaring) zijn velen vertrouwd met het
      concept van de alwetende leraar. Het is voor hen niet evident om dat beeld te vervangen door
      een begeleider die slechts de rol van mediator opneemt en die als zodanig zelfreflectie en
      daarmee samenhangend medeverantwoordelijkheid toelaat en daarenboven stimuleert.

Oplossingen:
1. Didactisch inzicht:
        Inzicht in de oorzaken brengt de begeleider al een stuk verder. Hij/zij zal vertrekken
        van de ervaringen die deelnemers al hebben: deelnemers zijn het niet gewoon dat ze
        medezeggenschap krijgen, laat staan dat zij verwachten dat zij mee het eigen leerproces
        mogen sturen. Zij zijn dan ook totaal niet vertrouwd met (zelf)reflectie op het eigen leerproces.
        Het is dan ook niet realistisch wanneer je als begeleider denkt dat daar op korte termijn
        verandering in kan (en moet) gebracht worden.


33
  Smeyers, Liesbeth; Wildemeersch, Danny, We hebben samen een boom geplant ... .
Vormingsgerichte opvoedingsondersteuning Turkse moeders. Leuven, Sociale Pedagogiek K. U.
Leuven i.s.m. School en Gezin, Provinciaal Integratiecentrum Limburg, 1994.


Over Raamwerk ANT2                                                                                    282
2. Didactisch handelen: begeleidershouding en opbouw:
        Geleidelijk proces:
        Mijns inziens neemt dat echter niet weg dat de begeleider tot taak heeft om de deelnemers te
        ‘stimuleren’ om na te denken over ‘bepaalde situaties en belemmeringen’ (Noordijk, Tubbing
                    34
        1983: 60) in het eigen leerproces –en liefst ook in het eigen leven.
        Dit denkproces moet voorzichtig op gang gebracht worden. Van belang is dat er geleidelijk
        een vertrouwensrelatie ontstaat tussen de begeleider en de deelnemer.
        Gelijkheid:
        Voorwaarde is dat er erkenning is voor de eigenheid van de verschilende culturen in de groep.
        De Belgische cultuur wordt bijgevolg niet tot norm verheven. Deelnemers moeten zich niet
        inpassen of verplicht integreren. Het anders-zijn wordt immers naar waarde geschat en
        ingezet in het leerproces. In tegenstelling tot het deficitmodel dat veelal in het gangbare
        onderwijssysteem gehanteerd wordt, begint het leerproces bij de vaardigheden van
        respectievelijke deelnemers.
        Ook is het van belang dat ongelijkheidsverhoudingen tussen “leraar” en “leerlingen” en
        afhankelijkheidsposities vervagen. Dit gebeurt wanneer de begeleider de rol van alwetende
        leraar inruilt voor een meer kwetsbare rol. Met andere woorden, de begeleider gedraagt en
        voelt zich als een gelijkwaardige participant of hooguit als een structuurbiedende mediator.
        Keuzes maken en samenwerken:
        Er wordt nagedacht over leerwensen en -noden, over werkvormen en activiteiten in
        samenspraak met de individuen in de groep. Nadenken over wat we (ook de begeleider ‘leert’,
        van de deelnemers) al kunnen, uitwisselen van en benoemen van succeservaringen gaan dan
        hand in hand met nieuwe dingen leren. Naarmate de vertrouwdheid met (zelf)reflectie
        toeneemt, krijgen de deelnemers meer en meer inzicht in het eigen leerproces en dat van de
        anderen. Zo kunnen uiteindelijk zelfs de doelen gekozen en omschreven worden door de
        groepsleden. Evaluatiecriteria kunnen eveneens in een gevorderd stadium in samenspraak
        vastgelegd worden.
        Veiligheid:
        Kortom, alleen wanneer de begeleider bewust omgaat met de cyclische en geleidelijke
        opbouw van toenemende medeverantwoordelijkheid is er de ruimte, de sfeer en de veiligheid
        om –tenminste in de groep- te groeien tot vrije, onafhankelijke individuen die kunnen beslissen
        over hun eigen leerproces en daaruit mogelijk voortvloeiend over hun eigen leven.
        Transfer:
        Het emancipatorisch proces wordt op gang gebracht: deelnemers krijgen de gelegenheid om
        in de veilige beslotenheid van de groep te experimenteren met de ‘nieuwe’ of ‘verstoorde
        wereld’ (Wildemeersch, Smeyers 1994:71-4). De groep fungeert als het ware als een parallel
        univerum: er is geen botsing met de wereld thuis, er is geen grenssituatie. Ik durf te hopen dat
        dit vrijer en onafhankelijker handelen in de groep de kans op een succesvolle transfer naar de
        thuissituatie (of tenminste een
        poging daartoe) verhoogt.




34
  Noordijk, Jeanette; Tubbing, Marga, Leren lezen en schrijven is veranderen. Over
ervaringsleren in lees- en schrijfgroepen. Amersfoort, Stichting SVE,1983.


Over Raamwerk ANT2                                                                                   283
IV. Voorbeeld van portfolio voor alfacursisten:

1. Plakboek als portfolio-algemene eigenschappen:
        Verzameling van bewijsmateriaal:
        Het plakboek is een samenvatting van behandelde inhouden enerzijds
        en leerervaringen anderzijds.
        Het plakboek geeft weer wat er gedurende een bepaalde –korte of lange- periode geleerd
        werd. Het aanmaken van het plakboek zorgt ervoor dat er gereflecteerd wordt over een
        voorgaande periode. Enerzijds worden er vragen als Wat hebben we geleerd?, Wat kunnen
        we al goed? beantwoord.
        Anderzijds werkt het plakboek ook als “album” van speciale momenten.
        De deelnemers “zien” als het ware hun leerproces weerspiegeld in het plakboek. Ook de eigen
        rol in het groepsgebeuren maakt daar deel van uit.
        Het geïntegreerd werken tijdens de oefenfase aan vaardigheden, ondersteunende elementen
        en sleutelcompetenties wordt zichtbaar voor elkeen die betrokken is bij dit leerproces, de
        deelnemers, evenals de begeleider.
        Reflectie:
        De reflectie op het leerproces kan op elk moment gebeuren:
                 -wanneer deelnemers onzekerheid uiten over de vorderingen in
                   hun leerproces
                 -wanneer een nieuwe deelnemer zijn/haar intrede doet in de
                   groep.
                 -wanneer er knelpunten zijn in de groep
                 -wanneer er een nieuwe periode aanbreekt
                 -bij sleutelmomenten in de groep
                 -...
        Deze reflectie kan dan ook verschillende doelen hebben:
                 -duidelijkheid aan een nieuwe deelnemer: Wat kan ik verwachten?, Waar
                   situeert mijn eigen voorkennis zich in deze groep?
                 -het brengt eveneens de opbouw van het leerproces in herinnering aan alle
                   groepsleden
                 -groepscohesie
                 -leren reflecteren
                 -geheugentraining
                 -(zelf)evaluatie van vaardigheden
                 -(zelf)evaluatie van sleutelcompetenties
                 -(zelf)evaluatie van ondersteunende elementen
                 -evaluatie van begeleidersrol
                 -(zelf)evaluatie van randvoorwaarden (aanwezigheden, logistiek, ...)
                 -evaluatie van groepsactiviteiten
                 -leervraagpeiling

1. 1. Groepsplakboek:
        Dit is een samenvatting van de behandelde groepsinhouden.

       Fase 1: in eerste instantie worden deelnemers vertrouwd gemaakt met het idee van reflectie
       op het leerproces. De eerste fase is dan ook een collectieve fase. Met andere woorden, het
       gaat om groepsinhouden en groepservaringen.
       De begeleider heeft een sturende rol. Hij/zij geeft na elke bijeenkomst opdrachten die
       gelijkaardig zijn aan de opdrachten tijdens de oefenfase. In die zin fungeert het plakboek niet
       enkel als evaluatie-instrument maar vooral ook als herhalingsmoment.

       Fase 2: in de volgende fase wordt het zelfsturend niveau van de reflectie verhoogt. Immers,
       het plakboek is van de groep en de begeleider distantieert zich er bij elk samenvattend
       moment meer en meer van. Met andere woorden, de groep –en niet de begeleider- beslist
       welke inhouden er samengevat zullen worden. In deze fase vat elke deelnemer nog min of
       meer dezelfde inhouden samen.
       Wel neemt de sturende rol van de begeleider reeds geleidelijk af. Hij/zij heeft de rol van
       mediator daar waar hulp nodig is.




Over Raamwerk ANT2                                                                                  284
       Fase 3: in een volgende fase neemt de sturende rol van de begeleider zeer sterk af.
       Bovendien verhoogt het abstractieniveau van de reflectie.
       De periode waarover gereflecteerd wordt, wordt immers langer. De deelnemers moeten
       terugblikken op de behandelde inhouden en de ervaringen van enkele bijeenkomsten, later
       van enkele weken, nog later van enkele maanden.
       Kernwoorden in verband met het doorlopen leerproces tijdens die periode komen op flappen.
       Deelnemers verdelen voorts de opgeroepen inhouden aan de hand van het “markt”principe: in
       overleg kiezen zij wie welke inhouden zal samenvatten. De overblijvende inhouden worden
       eveneens in overleg verdeeld.
       Dit voorbereidende proces gebeurt klassikaal en in eerste instantie neemt de begeleider
       evenwel nog de leiding in dit klasgesprek.
       De begeleider heeft niettemin slechts een zeer beperkte mediërende rol in de verwerking van
       de opgeroepen inhouden tot een samenvattend geheel. Enkel daar waar echt nodig, zal hij/zij
       hulpvragen stellen. Wel stimuleert de begeleider het zelfontdekkend leren van de deelnemers
       zo veel mogelijk.
       Door deze begeleidersrol aan te nemen krijgt het zelfsturend leren de nodige ruimte.
       Ook als er een nieuwe deelnemer in de groep komt, toont de groep –en niet de begeleider- de
       behandelde inhouden en “speciale groepsmomenten” aan de nieuwe deelnemer.

1.2. Individueel plakboek:
         Dit is een samenvatting van de individueel-geleerde inhouden:

       Fase 4: in deze fase heeft elke deelnemer zijn/haar eigen plakboek. Wel wordt dit plakboek in
       eerste instantie tijdens groepsbijeenkomsten aangemaakt. Het vraaggestuurde leren en de
       reflectie op eigen leerproces en op eigen rol in de groep wordt dus sterk gestimuleerd.

       Fase 5: in deze fase wordt het vraaggestuurde leren optimaal benut. Het plakboek wordt nu
       immers als buitenschoolse opdracht beschouwd. Deelnemers kiezen zelf of, wanneer en hoe
       zij hun plakboek aanvullen.


                                                       Tania Menten
                                                       Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen
                                                       Basiseducatie Zuid-Limburg
                                                       09/05/2006




Over Raamwerk ANT2                                                                                285
9.7. Vergelijking contexten basiseducatie – CVO

Contexten                   Subcontexten         Contexten              Subcontexten
opleidingsprofiel           opleidingsprofiel    opleidingsprofiel en   opleidingsprofiel en
moderne vreemde talen       moderne vreemde      leerplan NT2           leerplan NT2
en alfa NT2                 talen en alfa NT2
1 Contacten met officiële                        Maatschappelijke
instanties                                       diensten

                            1.1 Gemeentehuis     Maatschappelijke       gemeentehuis
                                                 diensten
                            1.2 Ziekenfonds      Maatschappelijke       ziekenfonds
                                                 diensten
                            1.3 OCMW             Maatschappelijke       OCMW
                                                 diensten
                            1.4 Bank             Maatschappelijke       bank
                                                 diensten
                            1.5 Post             Maatschappelijke       post
                                                 diensten
                            1.6 School van de    Kinderen en school     Administratie
                            kinderen                                    Buitenschoolse
                                                                        activiteiten
                                                                        Schoolbegeleiding en -
                                                                        oudercontact
                                                                        Studiekeuze
                            1.7 Hulpdiensten     Maatschappelijke       hulpdiensten
                                                 diensten

2 Leefomstandigheden                             Wonen

                            2.1 Leefruimten      Wonen                  algemeen
                            2.2 Huren            Wonen                  huren
                            2.3 Kopen            Wonen                  kopen
                            2.4.Onderhoud en     Wonen                  Onderhoud en
                            herstellingen                               herstellingen

3 Afspraken en                                   Alle contexten
regelingen

4 Consumptie                                     Economische
                                                 consumptie

                            4.1 Winkelen         Economische            Winkelen
                                                 consumptie             Café en restaurant

5 Openbaar en privé-                             Maatschappelijke
vervoer                                          diensten

                            5.1.Trein            Maatschappelijke       Openbaar vervoer en
                                                 diensten               verkeer
                            5.2.Tram             Maatschappelijke       Openbaar vervoer en
                                                 diensten               verkeer
                            5.3. Bus             Maatschappelijke       Openbaar vervoer en
                                                 diensten               verkeer
                            5.4. Taxi            Maatschappelijke       Openbaar vervoer en
                                                 diensten               verkeer
                            5.5. Eigen vervoer   Maatschappelijke       Openbaar vervoer en
                                                 diensten               verkeer



Over Raamwerk ANT2                                                                             286
6 Voorlichtingsdiensten
                                                   Sociale consumptie     media
7 Vrije tijd                                       Sociale consumptie

                            7.1 Feesten            Sociale consumptie     Feesten
                                                                          Tradities en
                                                                          gewoonten
                            7.2 Sporten            Sociale consumptie     Sport
                            7.3 Hobby’s            Sociale consumptie     Hobby/koken
                            beoefenen
                            7.4 Theater, film,     Economische            Theater, film,
                            tentoonstelling        consumptie             tentoonstelling
                            7.5. Vakantie          Economische            vakantie
                                                   consumptie

8 Nutsvoorzieningen                                Maatschappelijke
                                                   diensten

                            8.1. Gas               Maatschappelijke       Nutsvoorzieningen
                                                   diensten
                            8.2. Water             Maatschappelijke       Nutsvoorzieningen
                                                   diensten
                            8.3. Elektriciteit     Maatschappelijke       Nutsvoorzieningen
                                                   diensten
                            8.4. Telefoon          Maatschappelijke       Nutsvoorzieningen
                                                   diensten

9 Ruimtelijke Oriëntering                          Alle contexten

10 Onthaal                                         Alle contexten

11 Gezondheids-                                    Gezondheid en
voorzieningen                                      welzijn

                            11.1 Ziekenhuis                               (Bezoek) ziekenhuis
                            11.2 Huisarts                                 Dokters en
                                                                          specialisten
                            11.3 Tandarts                                 Dokters en
                                                                          specialisten
                            11.4 Specialisten                             Dokters en
                                                                          specialisten
                            11.5 Kind en Gezin                            Kind en Gezin
                            11.6 Thuisverzorging                          Thuisverzorging en
                                                                          uitleendiensten
                            11.7 Medische                                 Thuisverzorging en
                            uitleendienst                                 uitleendiensten

12 Klimaat                                         Sociale consumptie     Social talk

                            12.1 Het weer

13 sociale communicatie                            Sociale consumptie     Social talk
            35
op het werk


14 opleidings-                                     Werk en
               36
voorzieningen                                      werkloosheid

35
  Deze contexten zijn niet weerhouden voor het niveau Nt2 Alfa R1 -1.1 breaktrough/basisniveau. We
voegen ze toe aan de lijst om de volledige vergelijking van de contexten mogelijk te maken.


Over Raamwerk ANT2                                                                              287
                         14.1                                      Functioneren als
                         werkgelegenheid                           werknemer
                                                                   Solliciteren
                                                                   interimbureaus
                         14.2 werkloosheid                         VDAB
                                                                   uitbetalingsinstellinge
                                                                   n
                         14.3                    Werk en           Cursussen/opleidinge
                         onderwijs/opleidingss   werkloosheid      n in functie van werk
                         tructuren                                 Andere cursussen
                                                 Eigen opleiding   Opleiding in het CBE

15 communicatie op het                           Werk en           Functioneren als
     37
werk                                             werkloosheid      werknemer

                         professioneel
                         taalgebruik




36
     Idem voetnoot 1
37
     idem voetnoot 2


Over Raamwerk ANT2                                                                      288

								
To top