Docstoc

cbs

Document Sample
cbs Powered By Docstoc
					 MEER SYSTEMATIEK IN DE SOCIOLOGIE
MEER SYSTEMATIEK IN CBS-CIJFERS VOOR
  BINDINGEN EN SOCIALE DYNAMIEK?


              Wout Ultee
     Radboud Universiteit Nijmegen


        Voordracht Sector SAH
             CBS Heerlen
             26 maart 2007
STATISTISCHE REGELMATIGHEDEN ZIJN DE
    BELANGRIJKSTE AANSPORINGEN
  GEWEEST VOOR DE OPKOMST VAN DE
             SOCIOLOGIE
   DE HEDENDAAGSE NEDERLANDSE
  SOCIOLOGIE IS DE WETENSCHAP VAN
 VERANDERINGEN IN DE HEDENDAAGSE
     NEDERLANDSE SAMENLEVING
   VERGELEKEN MET ANDERE HOOG-
   INDUSTRIËLE EN DEMOCRATISCHE
          SAMENLEVINGEN
  DEZE SOCIOLOGIE KAN NIET BLOEIEN
   ZONDER CIJFERS VAN NATIONALE
STATISTISCHE INSTELLINGEN ALS CBS EN
   BOVEN-NATIONALE ALS EUROSTAT
DE OUDE AANSPORINGEN DOOR NAPOLEONS
   BEVOLKINGSBOEKHOUDING UIT 1812:
      VORMING GEMEENTEN MET
PERSOONSREGISTER, GEBOORTEREGISTER,
TROUWREGISTER, OVERLIJDENSREGISTER,
    REGISTRATIE DOODSOORZAKEN
VORMING VAN RECHTBANKEN DIE VONNISSEN
  PER WETSARTIKEL MOESTEN BIJHOUDEN
 EENS IN DE TIEN JAAR EEN VOLKSTELLING
ZELFDODING ZOU EEN UITING ZIJN VAN DE
       VRIJE WIL VAN DE MENS
        MAAR HOE KAN DAT DAN:
    PER JAAR ONGEVEER EVENVEEL
 ZELFDODINGEN VOLGENS STATISTIEKEN
      VOOR DOODSOORZAKEN?
DURKHEIMS BINDINGSTHEORIE UIT 1897 TER
  VERKLARING VAN EEN GROOT AANTAL
 STATISTISCHE REGELMATIGHEDEN IN DE
ZELFDODINGSDCIJFERS VAN EEN VEELHEID
        AAN EUROPESE LANDEN
                   HOE KAN DAT:
     DE STAAT VERBIEDT MOORD ENZOVOORT
     SPOORT MISDADEN OP EN BESTRAFT DIE
MAAR TOCH VAN JAAR TOT JAAR EEN MIN OF MEER
         ZELFDE AANTAL MISDADEN?
HOEZO REGELMATIGHEDEN IN REGELOVERTREDING?


          Pakkans te klein en straf te licht?
  Of geringe binding van overtreders met groepen die
overtreding afkeuren en sterke binding met groepen die
               overtreding goedkeuren?
  Verklaringsvragen over zelfdoding ook nu
 nog betrekkelijk goed te beantwoorden met
telkaarten van het CBS voor elke zelfdoding
    in Nederland sinds 1936 (enige jaren
    geleden oude kaarten gedigitaliseerd)
 Verklaringsvragen over overtredingen van
    wetboek van strafrecht niet goed te
    beantwoorden met CBS gegevens
omdat strafzwaarte niet goed per rechtbank
           wordt bijgehouden en
de pakkans niet goed kan worden berekend
 voor het gebied dat wordt bestreken door
              een rechtbank
      De staat na Napoleon was een
            nachtwakerstaat:
   Een staat heeft het monopolie op de
geweldmiddelen en zou zo het leven en de
 eigendommen van burgers beschermen
  Vandaar een heleboel Napoleontische
statistieken die duidelijk moeten maken in
   hoeverre een staat deze taak meer of
minder goed vervult: justitiële statistieken
Wegens stijgende criminaliteit en gebreken
in justitiële statistieken sinds jaren tachtig
    van de 20e eeuw slachtofferenquêtes
 Met de verstedelijking kwamen er epidemieën en
           steeg de zuigelingensterfte
  Zo werd volksgezondheid een overheidstaak
      Gezondheid lijkt een individueel goed
  maar epidemieën zijn een collectief kwaad en
    volksgezondheid is een collectief goed


                    Hierdoor
rond 1900 statistiek van doodsoorzaken, nu bij de
    Rijksinspectie voor de Volksgezondheid
sinds jaren zestig RIVM-statistieken van inentingen
    sinds jaren tachtig van de 20e eeuw CBS-
              gezondheidenquêtes
     In de jaren dertig van de 20e eeuw ging de
            nachtwakerstaat eronder door
   Hoge werkloosheid en armoede zijn collectieve
      kwaden, net als misdaad en epidemieën
  Tot in de jaren tachtig van de 20e eeuw werden de
   werkloosheidstatistieken geproduceerd door de
arbeidsbureaus van het Ministerie van Sociale Zaken
     Die statistieken bleken in die tijd van hoge
          werkloosheid zo slecht te zijn dat
    de Arbeidskrachtentellingen en de Enquêtes
         Beroepsbevolking van het CBS de
        werkloosheidcijfers gingen leveren
De stijgende welvaart werd ook gedocumenteerd door
         het CBS met de nationale rekeningen
  In de jaren zeventig twee nieuwe overheidstaken:
       Niet alleen welvaart, maar ook welzijn
      Welzijn gemeten door CBS met driejarige
   leefsituatieonderzoeken, later DLSO, nu POLS
 Niet alleen gemiddeld inkomen, ook spreiding van
 inkomen ofwel inkomensongelijkheid, ook minder
               onderwijsongelijkheid
 Inkomensongelijkheid incidenteel bestudeerd door
       Tinbergen en systematisch met IPO
Eerst alleen statistieken van het aangegeven inkomen
 voor heffing inkomensbelasting, later koppeling van
                       bestanden
 Onderwijsongelijkheid sinds 1965 bestudeerd met
              cohortonderzoeken
                    Samenvattend
          Overheidstaken en CBS-statistieken


Geweldvermindering        Justitiële statistieken
                          Veiligheidsmonitor
Volksgezondheid           Statistiek doodsoorzaken
                          Gezondheidenquête
Werkloosheidverlaging     EBB
Welvaartverhoging         Nationale rekeningen
Welzijn                   POLS
Inkomensongelijkheid      IPO
Onderwijsongelijkheid     Cohortonderzoeken
Hoe betere beschrijving van aanleiding voor en resultaten
                 van overheidstaken?
Niet alleen doodsoorzakenstatistiek ook gezondheidsenquêtes
   Niet alleen justitiële statistieken ook slachtofferenquêtes
    Als criminaliteit een gevolg van geringe bindingen is,
               bindingen zelf gaan monitoren
 Als laag inkomen en ‘een dubbeltje wordt nooit een kwartje’
             een gevolg van weinig onderwijs zijn:
               onderwijsongelijkheid monitoren
   Monitoren: niet alleen gegevens voor één tijdstip maar
                   homogene tijdreeksen
Monitoren: niet alleen gegevens over macroveranderingen in
         de tijd maar ook over microveranderingen
Hoe houd je overzicht op de monitor en hoe weet je
          dat alles op de monitor komt?
      Volstrekte duidelijkheid kan niet en
         alles weergeven kan ook niet


Maar misschien een beetje hulp van idee dat de
sociologie drie hoofdvragen heeft en die vragen
     een groot aantal deelvragen omvatten
Van belang zijn hier de ongelijkheidvraag en de
                 cohesievraag
 Ongelijkheid en cohesie als kenmerken van me
Nederlandse samenleving, als verschijnselen die
  zich voordoen in de bevolking van Nederland
 Wilterdink & Van Heerikhuizen zeggen in
   hun leerboek dat het terrein van de
                sociologie
       breed en onoverzichtelijk is


 Ultee, Arts & Flap zeggen in hun leerboek
dat de sociologie overzichtelijk is te maken
    met behulp van de gedachte dat de
                 sociologie
    drie hoofdvragen heeft en dat die
   hoofdvragen met nieuwe deelvragen
        steeds verder uitwaaieren
   Ongelijkheid en cohesie niet eenvoudig
      hoofdvragen van de sociologie
  Ongelijkheid en cohesie zijn ook politieke
                  kwesties
Ongelijkheid een kwestie die vooral door PvdA
        en linkser op de agenda blijft
Cohesie een kwestie die vooral door het CDA
 en delen van rechtser op de agenda komt
   De VVD is goed in het vergeten van het
ongelijkheidprobleem en vindt bemoeienis met
 cohesie snel strijdig met individuele vrijheid
                (dis)cohesie



   geweld                           onverbondenheid


mensen      m   s staten         huis-    zelf-    vrijwillige
 tegen      t   t tegen        houdens   doding   organisaties
mensen      s   m staten

                            opkomst lidmaat- lid kerk-
                                      schap sport- lid-
 huishoud-   later  sneller         politieke club maat-
                                       partij      schap
verdunning trouwen scheiden
                                     en vak-
                                      bond
                           ongelijkheid


           één persoon
            één tijdstip                  openheid
            scheefheid


absoluut       relatief        meer tijdstippen   twee personen
armoede       decielen           mobiliteit         connubium

                           intergene-       intragene-
                            rationeel        rationeel


                absoluut            relatief
              percentages         odds ratio’s
 In Ultee, Arts & Flap, Sociologie, 1992
             derde druk 2003
   wordt aan de hand van deze twee
            vragenplaatjes
    een sociale kaart van Nederland
               geschetst
   daarbij worden CBS cijfers benut
en deze beschrijvingen worden verklaard
 met enige theorieën uit de sociologie,
    zoals Durkheims bindingstheorie
     Ik ga nu vertellen over onze
 moeilijkheden bij deze beschrijvingen
    Deze staan niet in het leerboek
 Ik ga hierbij in op de beschikbaarheid van meer data bij
      het CBS door de komst van de Gemeentelijke
       Basisadministratie (de virtuele volkstelling)
En de koppeling aan de GBA van één jaar van de door het
  CBS in dat jaar verzamelde gegevens als EBB en IPO
En de koppeling van dit olifantbestand voor een bepaald
 jaar aan de olifantbestanden voor andere jaren tot een
                    mammoetbestand
            Laatste taak in Heerlen bij SAH?
            Koppeling per jaar in Voorburg?
       Naast dataverzameling en data-analyse is er
  databewerking: data gereed maken voor analyse door
bijvoorbeeld van personenbestand een echtparenbestand
        te maken of een personen-jaren bestand
   Het ongelijkheidprobleem zou moeten zijn:

                   Ongelijkheden
                 in welke opzichten
                 tussen wie en wie?


Niet alleen ongelijkheden
wat betreft inkomen gemeten met bijvoorbeeld
inkomensdecielen voor huishoudens
ook wat betreft opleiding: hoeveel procent van de
bevolking van een land neemt hoeveel procent
van alle opleidingsjaren voor hun rekening
En ook wat betreft wel of niet betaalde arbeid
En beroepshoogte
   Het ongelijkheidprobleem zou moeten zijn:

                   Ongelijkheden
                 in welke opzichten
                 tussen wie en wie?


Niet alleen tussen alle inwoners van een land of alle
huishoudens in een land
Ook tussen zelfstandigen en werknemers
Werknemers met een lagere of hogere opleiding
Vrouwelijke en mannelijke werknemers met een
hogere of lagere opleiding
Allochtone en autochtone vrouwelijke en mannelijke
werknemers met een hogere of lagere opleiding
Het CBS heeft mooie tijdreeksen wat betreft relatieve
inkomensongelijkheid waarbij inkomens over een jaar
worden gerekend
Behalve decielaandelen, nu voor politieke debat
inkomensaandelen rijkste 5% en rijkste 1% gewenst
Zowel voor personen       voor belasting
Als voor huishoudens      ongestandaardiseerd
                                na belasting
                          gestandaardiseerd
                          een enkele keer:
                          gestandaardiseerd en
                                teruggewogen naar
                                personen
                          laatste is beste
De breuk in de tijdreeks door de belastingwijzigingen van
           2001 is nog niet goed beschreven
  Wat gebeurt er met studenten die niet bij hun ouders
         wonen, verwijderd uit de steekproef?


   De Wereldbank geeft in 2002 World Development
 Indicators voor Nederland in 1994 de rijkste 20% een
 inkomensaandeel van meer dan 40% gegeven en de
              rijkste 10% meer dan 25%
Zulke hoge inkomensaandelen heb ik in CBS statistieken
                  nog nooit gezien
  Het CBS moet meer doen tegen zulke slechte cijfers
 De uit de nationale en Brusselse
   politiek komende vraag naar
inkomens die op armoede duiden
     is een verkeerde vraag


Marx ging het om hongerlonen dat
        lijkt nog absoluut
 Een bestaansminimum is echter
            relatief


 Er is geen goede gepubliceerde
 tijdreeks voor inkomen of loon
 naar opleiding en naar geslacht
               Intragenerationele inkomensmobiliteit

Ontvangen per brief van
25-1-1990 van J.T.M. Van
Laanen, CBS, Hoofd
hoofdafdeling Statistieken
van inkomen en
consumptie
Ik kreeg meer jaren
Mijn vraag ging terug op
Koopkracht in kaart
gebracht
De gegevens daarin kon
ik niet naar kwartielen
omrekenen
Topgroep meer gesloten
dan onderste groep
          Intragenerationele inkomensmobiliteit
 Waarom decielen bij inkomensverdeling op één
 tijdstip en waarom kwartielen bij inkomensmobiliteit?




Gegevens voor huishoudens; er zijn nog geen tijdreeksen verschenen
            Topgroep meer gesloten dan ondergroep
Van intragenerationele inkomensmobiliteit
        naar inkomensconnubium
  Het CBS heeft een enkele maal gegevens
 gepubliceerd waarin voor (echt)paren het
inkomen van de meestverdiendende helft is
      afgezet tegen het inkomen van de
           minstverdienende helft
  Beter ware het het inkomen van de man
    tegen dat van de vrouw af te zetten
En voor homostellen bij toeval één helft van
 het stel tot het andere geslacht te rekenen
      Als er relatieve intragenerationele
inkomensmobilteit is, is de inkomensverdeling
gerekend over meer dan één jaar minder scheef
           Hoeveel minder scheef?




         Supplement 1991 / 5
    De vergelijking van Nederlandse
        gegevens voor relatieve
   inkomensscheefheid met die voor
    andere landen wordt niet alleen
bemoeilijkt door verschillen in de definitie
              van inkomen
   Maar ook en vooral door grotere en
     kleinere steekproeven (grotere
steekproef door schevere verdeling meer
              ongelijkheid)
En door inkomens over andere periodes
          (week, maand jaar)
Van inkomen als dimensie van ongelijkheid naar werk-
   werkloos-buiten arbeidsmarkt als dimensie van
                    ongelijkheid
   Het CBS publiceert niet geregeld tabellen waarin de
 arbeidsmarktpositie van de man van een paar is afgezet
 tegen de arbeidsmarktpositie van de vrouw van dat paar
Het CBS publiceert wel cijfers over werkloosheid naar duur
 Maar geen tabel waarin de arbeidsmarktpositie van een
 persoon is afgezet tegen die positie drie maanden, een
               half jaar en een jaar eerder
    Tijdens de hoge werkloosheid begin jaren tachtig
   bagatelliseerde de VVD deze met de stelling dat de
    mobiliteit tussen werk en werkloosheid groot bleef
      Tijdreeksen tabellen over de
 arbeidsmarktpositie van de mannelijk
  helft van een paar afgezet tegen de
arbeidsmarktpositie van de vrouwelijke
 helft van een paar zijn te halen uit de
             AKTs en EBBs
 Werken kan naar aantal uren worden
          onderscheiden
De politiek heeft te veel aandacht voor
         voltijdwerkende paren
De (vrouwen)emancipatie is voltooid als
er evenveel deeltijdwerkende gehuwde
mannen als deeltijdwerkende gehuwde
             vrouwen zijn
   Van inkomen als dimensie van ongelijkheid naar
       onderwijs als dimensie van ongelijkheid
In navolging van tabellen over wie is met wie getrouwd
 wat betreft godsdienst uit de volkstelling van 1947 en
                         1960
 Heeft het CBS uit de volkstellingen van 1960 en 1971
  tabellen gehaald over wie is met wie getrouwd wat
               betreft opleidingsniveau
 Nieuwe tabellen voor opleidingshomogamie kunnen
   worden gehaald uit elke AKT en EBB omdat het
               huishoudenquêtes zijn
Publiceer de laatste tijdreeks relationele gegevens in
                       STATLINE
    Het verband tussen het inkomen
(uurloon) van partners is groter dan kan
  worden verwacht op grond van hun
        opleiding en hun leeftijd
         Het verband tussen de
  arbeidsmarktpositie van partners is
  groter dan kan worden verwacht op
 grond van hun opleiding en leeftijd en
 op grond van de werkloosheid in hun
              woongebied
       Inkomenshomogamie en
  arbeidsmarktpositiehomogamie zijn
     meer dan een bijproduct van
        opleidingshomogamie
      Er bestaan partnereffecten
 Hypothesen over partnereffecten zijn
 het beste te toetsen met dynamische
               gegevens
 Het is twijfelachtig of het CBS dit kan
  ook als koppelingen zijn voltooid
Het IPO van het CBS heeft dynamische
  inkomensgegevens maar het heeft
 (nog?) geen opleidingsgegevens van
             de partners
De AKTs en EBBs van het CBS hebben
    het opleidingsniveau van beide
      partners maar ze bevatten
 onvoldoende dynamische gegevens
     over hun arbeidsmarktpositie
 Nijmeegse sociologen verzamelden in 1993, 1998,
2000 en 2003 gegevens voor geheel Nederland van
   beide wederhelften in een paar wat betreft hun
 opleidingsloopbaan, hun arbeidsmarktloopbaan en
          hun beroepsloopbaan (één maal
 inkomensgeschiedenis gevraagd bij einde oud en
                begin nieuw beroep)
Als een man een hogere opleiding heeft, is de kans
  dat zijn niet-werkende vrouw gaat werken groter
           en onafhankelijk daarvan is
als het inkomen van een man hoger is, de kans dat
   zijn niet-werkende vrouw gaat werken kleiner
         Intergenerationele mobiliteit


Sociologen bestuderen stijging en daling op de
          maatschappelijke ladder
 Dat zouden ze graag met inkomensgegevens
                   doen
Maar er zijn nauwelijks bestanden met inkomen
       vader, moeder, dochter en zoon
   Daarom bestudering intergenerationele
        beroepsprestigemobiliteit
   Laat eens in de zoveel jaar een
 steekproef van 500 of 1000 mensen
  beroepstitels beoordelen naar het
  aanzien dat ze in de maatschappij
               genieten
Kies de titels zo dat er één is voor elke
twee of drie digits van de CBS- of ILO-
         beroepenclassificatie
    Beroepsprestige is een goede
   benadering voor het permanente
 inkomen dat de uitoefening van een
           beroep oplevert
Vraag in een andere enquête met enige duizenden
 respondenten naar iemands beroep en naar dat
   van iemands vader (nu ook moeder) toen de
           persoon een jaar of 14 was
    Codeer de beroepstitels volgens de CBS-
beroepenclassificatie en de beroepsprestigeladder
       (of een andere tenminste ordinale
 beroepsindeling, zoals het klassenschema van
             Goldthorpe & Erikson)
De analyse van een tijdreeks van de deze tabellen
 voor Nederland en voor andere West-Europese
  landen laat zien dat het stratificatiestelsel van
    deze samenlevingen opener is geworden
  Mijn vuistregel is dat de correlatie
tussen beroep vader en beroep zoon
 in deze landen van 1950 tot 2000 is
               gedaald
          van 0,6 naar 0,4
Ook de samenhang tussen opleiding
 vader en opleiding zowel zoon als
       dochter is afgenomen
  Door toedoen van het Panel of Income
 Dynamics zijn voor de Verenigde Staten
    gegevens over intergenerationele
 inkomensmobiliteit berekend geworden
Eerst werden correlaties van 0,2 gevonden
  Nu gaat men van hogere correlaties uit
Mern moet niet inkomen 1965 met in komen
             2000 correleren
 Maar gemiddeld inkomen 1964-1966 met
     gemiddeld inkomen 1999-2001
   De correlatie lijkt dan op die tussen
     beroepsprestige vader en zoon
       De verwachting was dat de
 intergenerationele inkomensmobiliteit
is de Verenigde staten veel groter zou
   zijn dan in West-Europese landen
          Dit bleek niet zo te zijn
Gary Solon, ‘Cross-country differences
in intergenerational earnings mobility’,
   Journal of Economic Perpectives,
            16(2002)59-66
VS             0,5     Zweden         0,13
Finland        0,13    Canada         0,23
Duitsland      0,34    Nederland      ??
CBS, Jaarboek Welvaartsverdeling 2000, blz. 65
          waarom nu 20% groepen?
                      Hergegroepeerde gegevens
                             kind 1998
                1=l    2     3     4     5=h
        1=l     30     28    19    12    11         20
        2       21     21    21    26    12         20
Vader
        3       19     21    22    19    18         20
1981
        4       18     15    22    21    24         20
        5=h     13     15    16    21    35         20


                20    20    20     20    20         100
            Topgroep meer gesloten dan ondergroep
              Hoe groot is de r voor Nederland?
      Voor Nederland      r= 0,24
   Voor andere landen r’en met log
          inkomensbedrag


    Als ik het goed heb moeten de
Nederlandse gegevens terecht komen in
  het boek dat Atkinson redigeert en
    waarbij XX uit Amsterdam voor
      Nederland bij betrokken is
Het is mogelijk voor Nederland niet met
        jaarinkomen te werken
Maar met gemiddeld inkomen voor twee
            of drie jaren
Hoe lang zal het duren voor het
 CBS voor intergenerationele
      inkomensmobiliteit
net zo’n lange tijdsreeks hebben
als sociologen voor vader-zoon
      beroepsprestige- of
    beroepsklassemobiliteit?
Het CBS en de SAH over discohesie en geweld


 De justitiële statistieken van het Ministerie van
             Justitie zijn een puinhoop
  Zijn de gegevens over sterfte door moord en
        doodslag als doodsoorzaak uit de
doodsoorzakenstatistiek te koppelen aan de GBA
           en andere CBS bestanden?
  Het CBS en de SAH over discohesie en geweld
Geweld blijkt niet alleen uit de doodsoorzakenstatistiek
           maar ook uit slachtofferenquêtes
Als vragen over wie trouwt met wie van belang zijn voor
                     de sociologie
Zijn naast vragen over wie wordt slachtoffer van geweld
Ook voor het beleid vragen van belang over wie wordt
                slachtoffer van wie?
Nieuwbeerta van het NSCR maakte een tabel voor wie
vermoordde wie wat betreft etniciteit voort Nederland in
                    1991-2000
Zijn met de laatste slachtofferenquêtes vragen van het
   soort wie deed wat tegen wie te beantwoorden?
    Het CBS en de SAH over cohesie en bindingen


Het is zeer wel mogelijk dat alle leden van een samenleving
 hechte banden hebben met andere personen en allerlei
                maatschappelijke instellingen
     En de cohesie van deze samenleving beperkt is
 De cohesie van een samenleving in zijn geheel is beperkt
 als mensen vooral banden hebben met mensen van hun
 eigen soort en met instellingen waartoe vooral hun soort
                     mensen behoren
Het verzuilde Nederland was een samenleving
  waarvan de leden hechte banden hadden
Maar de samenleving als geheel gespleten was


 De CBS gegevens over de kerkelijke cohesie
    van Nederland zijn slechter geworden
Eens jaarlijks tabellen over wie trouwt met wie
 wat betreft kerkelijke gezindte en tabellen uit
                 volkstellingen
Nu soms een artikel dat gezindten nog altijd in
           eigen groep trouwen
 De kwestie is echter hoe sterk dit verband is
  Het verband nam af tussen 1957 en 1986
  De paradox van sterke individuele integratie en
        zwakke maatschappelijke cohesie
 Onlangs niet gezien door Putnam in Bowling alone
  Daarin betoogt hij dat in de Verenigde Staten het
wederzijds vertrouwen en het vertrouwen in de politiek
                      beperkt is
omdat mensen steeds minder in clubverband bowlen
      en het lidmaatschap van andere vrijwillige
         verenigingen sterk is terug gelopen
       Hoe is wat betreft
dataverzameling de kwestie van
      Bowling with others
  maar toch Bowling apart te
         vermijden?
         Ga na in hoeverre
         kerklidmaatschap
       vakbondlidmaatschap
  lidmaatschap politieke partij
     lidmaatschap sportclubs
           schoolbezoek
   Wat betreft dimensies van
ongelijkheid HETEROGEEN dan
     wel HOMOGEEN zijn
 Ga niet alleen na of sporten samenhangt met opleiding
                 en inkomen en etniciteit
Stel in individuele enquêtes de vraag of een persoon lid
   is van een sportclub en zo ja hoe heterogeen die
          sportclub wat samenstelling betreft is
Doe dat ook als het om deelname aan zangkoren gaat
  Ga in onderzoek met schoolloopbaancohorten na in
hoeverre scholen of schoolklassen heterogeen zijn wat
       betreft de sociale herkomst van leerlingen
    Ga na hoe heterogeen wat inkomen betreft het
    postcodegebied is waar een persoon nu woont
 Ga na in hoeverre iemands beroep een beroep is dat
           heterogeen wat betreft etniciteit is
 Het CBS beschikt
op dit ogenblik over
 veel gegevens om
   Bowling alone
      vragen te
   beantwoorden
En weinig gegevens
 om Bowling apart
    vragen te
  beantwoorden
Van de aanwijzingen voor kerkelijke cohesie
 en cohesie door vrijwillige organisaties
Naar de aanwijzingen voor huishoudcohesie
Hierbij onderscheiden tussen gegevens voor
 volwassenen en gegevens voor jeugdigen
  Voor volwassenen door stopzetten reeks
onderzoeken gezinsvorming minder gegevens
Koppel de gegevens over de paren uit een
           jaar voor de GBA
Aan de gegevens voor de helften van deze
         paren uit latere GBA’s
       Doe dat per geboortecohort
 Van macrogegevens over huwelijken en
echtscheidingen naar individuele gegevens
         over partnerwisselingen
 Van macrogegevens over geboortecijfers
naar individuele gegevens over (half)broers
              en (half)zusters
  Maak voor iedere volwassene van een bepaald
geboortecohort in Nederland een rechte telling als


Bij 18 jaar alleenstaand bij 25 en 35 jaar nog steeds
Bij 18 jaar alleenstaand bij 25 partner bij 35
alleenstaand en ex ook
Bij 18 jaar alleenstaand bij 25 partner bij 35
alleenstaand en ex nieuwe partner
Bij 18 jaar alleenstaand bij 25 partner bij 35 nieuwe
partner en ex ook
  Maak voor iedere jeugdige in Nederland van een
   bepaald geboortecohort een rechte telling als


Op 3 jaar geen broer of zus en bij 18 jaar niet en ook
geen halfbroer of halfzus
Op 3 jaar broer of zus en bij 18 jaar halfbroer of –zus
van moederszijde en geen halfbroer of –zus van vaders
zijde
Op 3 jaar broer of zus op 18 geen halfbroer of –zus van
moeders zijde en wel halfbroer of –zus van vaders zijde
Op 3 jaar broer of zus en op 18 halfbroer of –zus van
moeders zijde en halfbroer of –zus van vaders zijde
Zo zicht op wat de Franse socioloog
 De Singly de ‘famille recomposé’
               noemt


En zo gegevens waar een minister voor
 gezins- en jeugdzaken wat aan heeft
   De schoolprestaties van kinderen
    hangen af van scheiding ouders,
    hertrouwen vader of moeder en
misschien ook van krijgen halfbroers of
halfzusters van vaders of moeders zijde
Ik hoop een goede
 ‘trouble shooter’
  te zijn geweest
 Deze powerpoint op mijn website
     Te vinden door in Google
            Wout Ultee
            In te tikken


Ik laat de powerpoint hier ook achter
voor interne verspreiding binnen het
                CBS

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:0
posted:4/3/2013
language:German
pages:66