Docstoc

2317443406

Document Sample
2317443406 Powered By Docstoc
					                                   Samenvatting normale ZS

Ontstaan van de ZS

De menstruele cyclus: zie pp

ZS symptomen

      Amenorroe =uitblijven v/d menstruatie
        Oorzaak: HCG
        Teken van Hartmann = innestelingsbloeding
      Nausea en braken
        Morning sickness 50%
        Begin 6-8W amenorroe
        Einde: 14W, 16-20W
        Oorzaak: HCG, emotioneel
        Pathologie: hyperemesis gravidarum
        Behandeling: dieet, rust na maaltijd, bepaalde geuren vermijden, frisse lucht, gember
           (4x250mg/dag), P6 acupressuur, in bed licht ontbijt en dan nog even blijven liggen
      Pica gravidarum= ‘veranderende goesting’
      Pyrosis = zure oprispingen
        80% in 3de trimester
        Neemt toe met ZSduur
        Oorzaak: stijgende intra-abdominale druk door verplaatsing maag, verminderde tonus
           maagmond door progesteron
        Behandeling: frequent kleine maaltijden, reductie vetrijke voeding, reductie irriterende
           voeding vb cafeïne en koolzuurhoudende dranken, halfrechtzittende houding, niet
           volledig platliggen bij slapen, medisch voorschrift: antacida (cave resorptie ijzer)
      Mastodynie = spanningsgevoel aan borsten + stijgende gevoeligheid
        Vnl 1e ZSweken
        Oorzaak: volumetoename borsten
      Pollakisurie-nocturie = frequent plassen – ’s nachts moeten opstaan om te plassen
        Oorzaak: meer urinevorming door nieren, oestrogenen en progesteron, groeiende uterus
        Einde ZS: druk voorliggend deel  blaas omhoog duwen  makkelijker urine
           achterblijven in de blaas
        Urgency= onmogelijkheid om mictie uit te stellen eens de drang er is
        Stressincontinentie= ongewild urineverlies
        Blaasontsteking!!! (= cystitis)
        Fysiologisch: hydronefrose rechts (BM zet uit)
        Behandeling: voldoende drinken overdag, cafeïne voor slapengaan beperken, ’s avonds
           drinken beperken, postnatale kiné: bekkenbodemspieroefeningen
      Obstipatie
        Heel de ZS
        Oorzaak: relaxerend effect van progesteron op maagdarmspieren, veranderende
           eetgewoonte, volumetoename BM, verminderde lichaamsbeweging
        Gevolg: hemorroïden (30-40%, vnl 3e trimester)
     Behandeling: vezelrijke voeding, voldoende drinken, beweging, regelmaat, lauwe drank
        op nuchtere maag, voedingssupl. (eventueel), medisch voorschrift : laxantia
   Moeheid
     Vnl 1e 3 maanden ZS, verbetering rond 14e W (2e trimester juist zeer energiek)
     Oorzaak: stress
     Behandeling: vroeg slapen, middagrust, hulp huishouden
   Syncopale neigingen
     Oorzaak: vasomotorische instabiliteit ( BD-val), orthostatische hypotensie,
        hypoglycemie
     Duizeligheid: vena cava syndroom ( zijligging!)
     Behandeling: plots rechtkomen vermijden, frequent kleine maaltijden
   Kindsbewegingen
     Primi: 20W, Multi: 16-18W
     ‘vlinders/belletjes in de buik’
   Basale temperatuur= temp. op laagste punt (’s ochtends)
     Na ovulatie: stijging 0,3-0,5 °C
     Stijging temp. duurt 14D: ZS zeer wrs
   Gewichtstoename
     Tot 12W: 1kg
     Tot 20W: 4 kg
     Tot 30W: 12,5 kg
   Enkeloedeem= opstapeling extravasculair vocht thv de enkels
     Oorzaak: renale retentie van natrium en vocht tgv productie geslachtshormonen,
        verhoogde veneuze druk thv onderste ledematen
     Vnl ’s avonds
     Behandeling: rusten met voeten omhoog
   Haarverandering
     Oestrogenen: haren groeien sneller, androgenen: haarfollikel neemt in omvang toe
     8-16W pp: haaruitval
   Verzwakking van de nagels
     Vanaf 6W
   Vasculaire afwijkingen
     Spider naevi (spinnenkop): algemeen voorkomende goedaardige afwijking van
        bloedvaatjes, verdwijnt spontaan na partus (bij niet zwangere: leverstoornis)
     Palmair erytheem: vorm van jeuk veroorzaakt door talrijke pukkeltjes, laatste maanden
        ZS
   Spierkrampen onderste ledematen
     Na 1ste ZStrimester
     Vnl ’s avonds
     Spontane vermindering laatste maanden
     Oorzaak: mogelijks verhoogde concentratie fosfor en gedaalde concentratie calcium in
        plasma
     Behandeling: calciumsupplementen, magnesiumsupplementen, onmiddellijke
        behandeling; spieren goed uitrekken, masseren en lokale warmte
   Rugpijn
        Oorzaak: verschillende factoren
        Kan leiden tot bekkeninstabiliteit
        Behandeling: houding, rust op harde onderlaag, lokale warmte, massage, aangepast
           schoeisel
      Kortademigheid
        Lichte dyspnoe vanaf 2e trimester
        Verergering einde ZS
        Meer bij roken
        Oorzaak: toename progesteron productie  stimulatie ademhalingscentrum 
           hyperventilatie; stijging intra-abdominale druk  afname ademhalingscapaciteit
      Sialorree (=ptyalisme) = overmatig speekselvloed (werkt nausea en braken in de hand)

Zwangerschapstekens

      Huidpigmentatie
        Chloasma gravidarum (zwangerschapsmasker): ZShormonen sporen cellen in het gezicht
            aan pigment meer aan te maken, niet alle cellen kunnen dit evenveel aanmaken =>
            vlekken; verdwijnen in PP; advies: niet al te veel in zon lopen
        Bruine verkleuring tepel(hof)
        Linea alba= vage witte lijn van navel naar schaambeen, vanaf 2e trimester wordt
            donkerder= linea nigra/fusca, verdwijnt paar maanden na bevalling
        Oorzaak: hormoonverandering
      Striae gravidarum
        Bij 90%
        Oorzaak: groeiende uterus  snel rekken van de huid, cortisolproductie  scheurtjes in
            onderhuids weefsel
        Geen behandeling
        Preventie: massage of hydrateren (bodylotion) (voorkomt niet percé)
        Ontkleuring na ZS, wel blijvend
      Tandvleeshypertrofie - Epulis = overdadige groei tandvlees – lokale zwelling van tandvlees
        Behandeling uitgesteld tot na ZS, door overvloedig bloeden bij wegname
      Leucorree = vaginale, vooral slijmerige afscheiding met een witte of gelige kleur, zonder
       irritatie of jeuk
        Oorzaak: toegenomen afschilfering van vaginale epitheelcellen en verhoogde productie
            van cervicaal slijm door verhoogde productie oestrogenen
        Pathologisch: onaangename geur, pijn tijdens mictie
      Borstveranderingen
        Volumetoename en bloedstuwing
        Vorming secundaire areola, verdikking tuberkels van Montgomery
        Behandeling: goed steunende BH, hygiëne
      Volumetoename abdomen
        Vanaf 6W: vergroting BM merkbaar via abdomino-vaginaal onderzoek
        Vanaf 12W: uterus uitwendig voelbaar boven symfyse
        Na 14-16W: welving uterus zichtbaar
      Verandering thv geslachtsorganen
        Teken van Chadwick of Jacquemier= blauwe verkleuring cervix, vagina en vulva tgv
         veneuze stuwing
        Verweking v/d cervix
        Teken van Hegar= corpus uteri en cervix voelen aan als twee gescheiden organen
        Teken van Piscacek= asymmetrie v/h corups uteri (weke uitbochting in de uterus op de
         plaats van nidatie)

Zekerheidstekens

      Zwangerschapstesten
        Innesteling : syncytiotrofoblast produceert HCG (in urine en bloed)
        ZS test: direct na uitblijven menstruatie: HCG in urine (25IE/l, ochtendurine)
        In bloed: 8D na bevruchting
        10W: hoogste HCG-waarden, dalen tot 16W, blijven dan weinig veranderd, en verdwijnt
            totaal na 3-10D PP
      Klinische zekerheidstesten
        Auscultatie v/d foetale harttonen: stetoscoop of hoorbuis van Pinard (vanaf 18-20W),
            Doptone of CTG (vanaf 10-12W)
        Palpatie van de foetus (22-24W)
        Palpatie foetale bewegingen (20-24W), abdomino-vaginaal onderzoek hoofd vaststellen
            (20W)
        Echografie: transvaginaal (5-6W), transabdominaal (7W)

Bepaling van de zwangerschapsduur

      ZS duur= tijd die verlopen is vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie (EDLM)
      Normale ZSduur: 280 dagen, 40 weken, 10 maanmaanden (van 28dagen),
       9kalendermaanden +7dagen
      A terme ZS: 37 W - 41W6D, 239D -293D
      3 trimesters: 1e trimester (tot 14-16W), 2e trimester (tot 26-28W), 3e trimester (tot partus)

Methoden ter bep. v/d ZSduur

      DLM: bevraging cyclus (regelmaat, duur), aantal dagen bloedverlies, voorwaarden (EDLM
       juist gekend, geen onregelmatige cyclus)
        Kalendermethode: EDLM + 40W = VBD
        Regel van Naegele: EDLM + 9 maanden + 7dagen of EDLM +7dagen -3 maanden +1 jaar
      Zwangerschapsschijfje: toch onnauwkeurigheid (tot 5 dagen)
      Klinisch onderzoek
        Evaluatie grootte v/d BM( 1ste trimester)
        Meten v/d fundus (2-3 trimester): aantal W ZS= aantal cm + 4
            Positieve discongruentie: vb. meerlingen, polyhydramnion, grote baby
            Negatieve discongruentie: kleine baby, IUGR
      Echografie
        1ste trimester: transvaginaal, daarna vnl abdominaal
        6-8W: kruinstuitlengte (CRL: crown rump length)  voor vaststelling ZSduur
        BPD= bipariëtale diameter, dwarse afmeting van foetale schedel, tss 12-18W
        14W: BPD, hoofdomtrek (HC), fermurlengte (FL, bovenbeen), buikomtrek (AC)
        Na 18-20W: 1malige meting =onvoldoende, interval van 2-3W = must!

Fysiologische veranderingen

Fysiologische aanpassing aan de ZS

      Huid
        Versterkte pigmentatie: linea alba, areolae mammae, huid genitaliën, gelaat
        Roodheid palmare: roodheid van de handpalmen, onschuldig, oestrogenen
        Toename activiteit talg- en zweetklieren  warmte intolerantie
      Mammae
        Begin ZS: gevoelige borsten
        Na 2e maand: omvang neemt toe ( striae)
        Voelen gespannen door hyperemie (bloedaandrang) + toename extracellulair vocht en
           ductuli
        Hypertrofie tepel, doorbloeding & pigmentatie tepelhof nemen toe
        Kliertjes Montgomery tekenen duidelijke af
        Venentekening wordt duidelijker  toegenomen doorbloeding
        Druk op areola: enkele druppels vocht te verkrijgen (≠melkproductie) (soms vanaf 16W
           colostrum)
      Genitaliën
        Uterus: door ZS (oestrogenen) weker, groter, sterker doorbloed (50-80g  1000g)
        Toename spiermassa van uterus: 2e helft ZS: foetus groeit sneller dan uterus  wand
           uterus wordt gerekt + dunner; na 20W: bovenste deel cervix opgenomen in corpus uteri
           (OUS); vroegere grens corpus en cervix: ring van Bandl; einde ZS: OUS wordt groter 
           cervix wordt korter
        Vanaf 20W: Braxton Hicks contracties
        Alle weefsels kliene bekken + vagina, vulva, bekkenbodem weker en vochtrijker
        Bekkengewrichten beweeglijker
        Symfyse: verwijdt iets
        Teken van Chadwick: vagina en portio blauwe kleur tgv hyperemie
        Meer vaginale afscheiding (risico infecties)
        Spataders thv vagina en vulva
      Endocriene veranderingen
        Hypofyse: FSH & LH heel ZS laag, minder TSH productie, meer productie prolactine 
           invloed ontwikkeling borstklieren
        Pancreas: scheidt in toenemende mate insuline af, insulinegehalte in ZS verhoogd,
           gevoeligheid van cellen voor insuline neemt af
        Bijnier: productie cortisol & cortisolbindend eiwit (CBG) nemen toe  striae, chloasma,…
        Schildklier: neemt toe in grootte, P en HMV stijgen; 1ste trimester TBG stijgt  T3 en T4
           ook, T4 binnen normale grenzen ; TSH daalt (1ste trimester)
      Hart- en vaatstelsel
        ZS= belasting voor hart
        Toename circulerend volume (37%)
        Slagvolume en hartminuutvolume (30% =1500ml) nemen toe
       RBC volume stijgt 17%  Hb en Hct dalen (fysiologische anemie)
       Algemene vasodilatatie  toename doorbloeding nieren, longen, borsten, huid
       Hartfrequentie stijgt 10-15 bpm
       Hart lichtjes vergroot: wordt naar voren geplaatst en gedraaid, hartgeruis = fysiologisch
       Bloeddruk: DBD daalt (20-22W) = mid pregnancy drop, DBD stijgt in laatste trimester
        weer, SBD wijzigt ook (weinig)
     Vena cava inferior syncroom
     Veneueze afvoer uit benen vertraagd  varices
   Longfunctie
     Ademfrequentie blijft gelijk
     Zuurstofconsumptie neemt toe (20%)
     Ventilatie per minuut neemt toe (40%)
     Ademcentrum gevoeliger voor CO2 (door progesteron)
     Optimale gasuitwisseling
     Fysiologische hyperventilatie
   Nieren en urinewegen
     Sterke doorbloeding nier  omvangt neemt toe met 1,5 cm
     Glomerulusfiltratie neemt toe met 50%
     Vaker glucose in de urine
     Eiwituitscheiding neemt iets toe
     Totale hoeveelheid urine blijft gelijk
     Hydronefrose rechts (fysiologisch)
     Verhoogde gevoeligheid infecties
     Pollakisurie
     Stressincontinentie
   Samenstelling v/h bloed
     Plasmavolume stijgt 40%
     Erytrocytenvolume stijgt 15-20%  Hb en Ht dalen tot 3e trim daarna stijging tot partus,
        laagste Hb rond 26-34W, (6,5mmol/l = normale ondergrens), hoog maternaal Hb, Ht en
        erytrocytengetal: kan samenhangen met laag geboortegewicht
     Aantal trombocyten daalt lichtjes (normaal: 150000-400000, milde trombocytopenie <
        150000, stollingsstoornissen < 50000)
     Aantal leucocyten stijgt (buiten ZS: 3500-11000/µl, ZS: 6000-16000/µl)
     Totale eiwitgehalte daalt
     Stollingsfactoren : afname V en XII, toename fibrinogeen, VII en X
     Daling serumijzegehalte  risico ijzegebreksanemie (extra behoeft ijzer van ongeveer
        850 mg)
   Water- en zouthuishouding
     Hoeveelheid water neemt toe
     Osmolaliteit van het bloed daalt
     Toegediend water in ZS vertraagd uitgescheiden
     Toegenomen huiddoorbloeding  meer transpiratie
   Tractus digestivus
     Tandvlees vaak gezwollen + makkelijk bloeden
     Zwelling = epulis
       Maagontlediging is vertraagd
       Cardia sluit minder goed  regurgitatie
       Obstipatie
       Lever: cholesterolsynthese neemt toe, bilirubinegehalte blijft gelijk

Klachten: (zie ook H1)

   Varices
     Benen, vulva
     > 20% zwangere
     Relaxerende werking progesteron, veneuze druk in benen neemt toe, druk uterus op
        bekkenvaten
     Regelmatig rusten + benen in hoogstand+ steunkousen
   Hoofdpijn:
     Vnl 1ste trimester
     Geen duidelijke oorzaak
     2e helft ZS: hoofdpijn in combinatie met verhoogde bloeddruk  cave PET (pre-
        eclamptische toxicose= ZS vergiftiging)
   Tandvleesbloedingen
     Tandvlees extra doorbloed +zachter
     Belang goede mond - en tandhygiëne

Adviezen en levenswijzen

   Lichamelijke inspanning
     Sporten waarbij gewrichten niet te zwaar belast worden (vb zwemmen)
     Geen: topsport, langdurige rugligging (vanaf 4e maand, vena cava), diepzeeduiken, risico
        op traumata
   Seksualiteit:
     Coïtus kan/mag: geen risico
     1e trimester: minder behoefte, meer behoeft intimiteit/knuffelen
     2e helft ZS: vaak toegenomen behoefte vrijen, masturberen, coïtus
     Coïtus vermijden bij: vruchtwater- /bloedverlies, sterk verhoogde kans op
        vroeggeboorte, vroegtijdig breken v/d vliezen, placenta praevia (2e -3e trim)
   Voeding
     Gezond, gevarieerd, evenwichtig
     Voldoende vochtopname
     Zwanger ≠ eten voor 2
     Marnutritie: IUGR; laag geboortegewicht; prematuriteit; sectio; perinatale dood; foetale
        afwijkingen tgv tekort foliumzuur, vitamine C/B2, infecties, ziektes moeder
     Foliumzuur (vit B11): risico neuraalbuisdefecten, lip-/ gehemeltespleet, miskramen daalt;
        starten voor ZS (4-8W) tot 8-12W ZS; 0,4-0,5 mg / dag (risico: 4-5 mg/dag); groene
        groenten, citrusfruit, volkoren producten
     Listeriose (infectieziekte): bacterie niet bestand tegen verhitting, vaak geen
        ziekteverschijnselen, eet geen voorverpakte gerookte vis, eet geen rauwe producten
        (zoals rauwe vis)
     Geen zuivelproducten obv rauwe melk

   Salmonella (darmbacterie)
     Zorgvuldig en hygiënische omgaan met voedsel
     Eet geen rauwe eieren of bereiding waarin rauwe eieren verwerkt zijn
     Belang VM voldoende verhitten
   Toxoplasmose (kattenziekte), geen antistoffen = volgende maatregelen:
     Geen rauw of halfdoorbakken vlees
     Handen grondig wassen na aanraking/bewerking rauw vlees
     Was en spoel rauwe groenten en fruit zorgvuldig
     ( niet in tuin werken zonder handschoenen, geen kattenbak verschonen ( uit te buurt
        blijven van kattenpoep))
   Alcohol
     2 eenheden/dag= negatief effect
     Best niet drinken (max 1eenheid /dag)
   Sauna en zonnebank
     Effect : discussie
     Meer kans op congenitale afwijkingen
     Eerste trimester ontraden
   Reizen en vaccinaties
     In principe geen kwaad
     Vliegtuig: na 32W afhankelijk van maatschappij (lange vluchten: risico trombose)
     Hooggebergte: > 2150m  zuurstofarme lucht hypoxie foetus
     Tropische gebieden: malaria (specifieke informatie consultatiebureau trop. ziekte)
   Beroepwerkzaamheden
     Ongestoorde ZS: werken tot 34-36W
     Sommige beroepen: risico  aanpassen werk noodzakelijk
     Nachtdiensten: na 20 W niet meer
   Veiligheidsgordel en reizen met de wagen
     Vermijd lange, vermoeiende ritten
     Neem voldoende pauze
     Klik gordel vast
     Stand van stoel aanpassen
     Lange autoritten: vermijden at knieën hoger geplaatst zijn dan bekken
   Zwangerschapscursus
     Zeker nuttig bij eerste ZS
     Vaak ruim aanbod
     Onderzoek: volgen cursus  minder gebruik pijnstilling
   Familiale omstandigheden
     Zwangerschapsbeleving aan bod laten komen
     Stress tijdens ZS
   Medicatiegebruik
     Veiligheid GM tijdens ZS: nooit garanderen
     Compendium
Prenatale voorbereiding

Prenatale lessen: minder gebruik analgesie, verhoging aantal spontane bevallingen, verhoogde
kennis ZS arbeid en bevalling, betere perinatale gezondheid, betere omgang met de arbeid

Doel prenatale lessen: actieve deelname aan partus, bewust beleving van de partus

Empowerment:

       Vrouw betrekken bij zorg, eigen beslissingen kunnen maken, gesteund worden in keuzes en
        zichzelf competent beschouwen  empoweren

Geïnformeerde beslissingname:

       Verschillende benaderingen om info te verschaffen
         Menu-benadering: enkel voor- en nadelen opsommen (zorgt voor verwarring)
         Crusader-benadering: info vertekend weergegeven (men hoort wat men wilt horen)
         Geïnformeerde beslissing: met koppel de waarden en normen uitklaren- info geven obv
            onderzoek (deze is te verkiezen, enkel bij deze kan gedragsverandering plaatsvinden)
       Vrouw moet centraal staan, duidelijk geïnformeerd zijn, voldoende tijd krijgen om na te
        denken of op te zoeken
       Definiëren van een probleem, bepalen van de gewenste info, voorstellen en verkennen van
        de verschillende wegen naar het doel, de eigenlijke beslissingname, (evaluatie)
       Hulpverleners beïnvloeden deze beslissing vaak: ze leggen nadruk op ‘juiste’ en ‘foute’
        beslissing

Prenatale informatie:

       Aanbrengen van informatie
       Informatiebronnen
         Borstvoeding: beslissing in vroege ZS meer een succesvolle BV dan beslissing in de late ZS
         Voeding tijdens ZS: info vaak niet (voldoende) opgevolgd
         Stoppen met roken: negatief effect op geboortegewicht en vroeggeboorte, stoppen =
            moeilijk, tabakoloog (terugbetaald)
         Alcoholgebruik
         Pijn:  verminderde uteriene bloedflow  verlengde arbeid
       Mening vrouwen: liefst face-to-face of counseling
       Mannen en prenatale cursussen: indien vrouw goed ondersteund  betere fys. /emot.
        Uitkomsten
       Het bereiken v/d doelgroep: uitdaging bereiken risicogroepen (tienermoeders,
        alleenstaanden,…)

Praktische voorbereiding: cirkel angst-spanning-pijn doorbreken via kennis en relaxatie

       Psychologische methoden: ademhalingstechnieken, sofrologie, hypnose, NLP, Alexander
        techniek, muziek en audio
       Fysieke therapieën: massage, beweging en houdingsveranderingen, haptonomie, yoga,
        kinesitherapie
       Sensorische methoden: hydrotherapie, aromatherapie, lokale warmte en koude
       Aanvullend: acupunctuur, acupressuur (shiatsu), reflexologie, homeopathie, herbalisme
       Spirituele rituelen
       (lees uitbreiding in cursus een paar keer)

Prenatale screening en diagnostiek

Verschillen tussen diagnostiek en screening:

       Screening: KANSBEREKENING; kans op bepaalde afwijking, geen enkel gevaar voor moeder/
        ongeboren kind (vb. 1ste trimesterscreening, triple test)
       Daignostiek: duidelijk antwoord op concrete vragen; sluitend bewijs voor aantal genetische
        en morfologische afwijkingen (niet voor alle), risico voor de foetus (vb. VWpunctie,
        vlokkentest)

Prenatale screening= onderzoek tijdens ZS om te beoordelen of ongeboren kind verhoogde kans
heeft op een aangeboren afwijking

       Geeft geen zekerheid, enkel of er een verhoogd risico aanwezig is
       Kan aanleiding geven tot diagnostiek
       Mogelijkheden: echografie met nekplooimeting (event. Neusbeen), 1ste trimesterscreening,
        combinatietest, triple test, standaard echografie
       Geen indicaties, op vraag van patiënt
       Geen lichamelijke gevolgen; nadenken over opties bij verhoogde kans of onzekere uitkomst;
        verminderde kans ≠ geen kans




Echografisch onderzoek (nekplooimeting en neusbeen):

       Tss 11-13W (CRL tss 45-86mm (crown-rump length (kruin romp lengte)))
       Dikte van nekplooi meten (hoeveelheid vocht thv de nek
         Max dikte afhankelijk van grootte van foetus
         Hoe dikker, hoe groter kans op afwijkingen
       Aanwezigheid van neusbeen nagaan
         Vroege aanwezigheid geeft verlaagde kans op trisomie 21
       Beperkingen:
         Foutieve metingen
         Sterke correlatie tss dikte van nekplooi en voorkomen van chromosomale afwijkingen,
           maar geen uitsluitsel
         Gevoeligheid stijgt wann neusbeen mee nagegaan wordt

Eerste trimesterscreening= combinatie nekplooimeting en maternele bloedtest

       Tss 11-13W
       Maternele serum: 2 merkers nagaan (PAPP-A en vrij β-HCG)  bekijken in functie van
        maternele leeftijd en ZSduur
       Redelijk accuraat voor trisomie 21, indicatief voor trisomie 18
       Grote voordeel: vroeg in de ZS
       Slechts kansberekening, voorafgaand uitvoeren test: gesprek met ouders

Triple test (2de semesterscreening):

       Tss 15-18W
       Materneel serumstaal: AFP (alfafoetoproteïne) (verlaagd T21, verhoogd NBD), HCG, niet-
        geconjugeerd oestradiol, inhibine A
         Correlatie met maternele leeftijd nagaan
       Geeft risico op T21 en neuraalbuisdefect (NBD) weer
       Beperkingen: hoog aantal vals-positieven, test reeds laat in ZS

Echografie:

       Standaard echografie vs geavanceerde echografie (ingedeeld volgend inhoud)
       Vaginale of abdominale echografie (ingedeeld volgens uitvoering)
       Vaginaal- abdominaal:
         Vaginaal: 1ste 12W
         Abdominaal: later in de ZS
         Variaties zijn mogelijk (afh gewicht en ligging uterus)
       Routinematig/ standaard echo-onderzoek:
         Berekenen ZSduur (enkel accuraat voor 12W  CRL)
         Ligging van kind en placenta
         Detectie ernstige malformaties
         Monitoring v/d groei door biometrie (femurlengte, BPD en AC)
       Geavanceerd /uitgebreid echo-onderzoek:
         Meer mogelijkheden
         Door expert!
         Gebeurt rond de 20steW
Prenatale diagnostiek

(karyotypering: chromosomen worden in kaart gebracht)  zekerheid over gekende afwijkingen

Wordt uitgevoerd bij: verhoogde kans op chromosomale afwijkingen (prenatale screening, > 38j),
verhoogde kans op NBD (anamnese), verhoogde kans op erfelijke aandoeningen of aangeboren
afwijkingen (eerdere vrucht met afwijkingen, erfelijkheid, dragerschap, echografische bevindingen)

Vlokkentest:

      Tss 11-13W
      Biopsie van chorionvlokken (placenta, 20-50mg)
      Vaginaal (volle blaas nodig) of abdominaal
      Onder echocontrole
      Mogelijkheden: uitgebreid genetisch onderzoek, 1-2% kans dat afwijkingen enkel terug te
       vinden in placenta  iets lager bertrouwbaarheid VWP; volledig resultaat na 2-3W
      Beperkingen: miskraamrisico (gemiddeld 1%, meestal binnen 48u, soms late fetal loss), geen
       garantie op gezond kind (niet alle afwijkingen zijn gekend)

Vruchtwaterpunctie:

      Tss 15-17W
      Punctie van 15-20ml
      Echografische controle
      Mogelijkheden: idem vlokkentest, AFP-gehalte in VW kan bepaald worden  NBD
      Beperkingen: resultaten duren langer, risico foetaal overlijden (0,5%)

Navelstrengpunctie:

      Onder echo controle bloedvat in navelstreng aanprikken (enkel in gespecialiseerde centra,
       uitzonderlijke situatie)
      Vanaf 18W
      Resultaat gekend: afhankelijk van op te sporen aandoeningen, aantal dagen
      1-2% miskraamrisico

Pre-implantatie diagnostiek:

      Onderzoek op embryo nog voor ZS is opgetreden (=embryobiopsie)
      Enkel mogelijk na IVF
      Bij embryo van 8 cellen, 1-2 cellen wegnemen voor OZ
      Opsporen van (beperkte) genetische aandoeningen
      Indien geen aantasting: embryo inplanten in BM

Taak van de vroedvrouw:

      Voorlichting geven  weloverwogen keuze
      Emotionele begeleiding
Risicoselectie

Te verwachten problematiek

Zelfstandige VR/ gynaecoloog?

Best zo vroeg mogelijk (voor 12W)

Niet verplicht, wel aangewezen volgens de wet  aansprakelijkheid!!

(lees casussen op PP)

Sociale kwesties

Wettelijke bescherming v/h moederschap

Bescherming tegen ontslag:

       Wet: beschermt vanaf werkgever op de hoogte is van ZS tot 1 maand postnataal
       Behalve: dringende redenen, redenen vreemd aan lichamelijke toestand (vb. diefstal)
         werkgever moet redenen kunnen bewijzen
       Belangrijk WG snel in te lichten: medisch attest of aangetekend schrijven, of persoonlijke
        overhandiging  verplicht uiterlijk 8 weken voor VBD (formulier: ZSmap)
       Indien ontslag zonder reden: forfaitair loon gelijk aan 6M brutoloon, vergoedingen door
        verbreking arbeidscontract

Opschorting van opzegging:

       Betrekking opgezegd voor of tijdens ZSverlof: opzeggingstermijn opgeschort gedurende 15 W
        (=wettelijke arbeidsonderbreking)
       Betrekking zelf opzeggen: opzeggingstermijn loopt wel door gedurende 15W

Bescherming op het werk:

       Ongezonde werkzaamheden: verboden voor zwangere WN of WN die borstvoeding geeft:
        blootstelling lawaai, hoge temperaturen, scheikundige stoffen, mechanische trillingen,
        gevaar besmetting, dragen zware lasten laatste 3M ZS, arbeid gevaarlijk voor WN of kind
       Indien mogelijk ander werk in de onderneming
       Indien onmogelijk: recht op uitkering = profylactisch verlof (60% brutoloon)
       Algemene risico-evaluatie: bedrijfsarts en CPBW, resultaten evaluatie meedelen aan
        personeel
       Geen verplichting tot nachtarbeid (20u-6u): 8W voor VBD, uitbreiding periode mogelijk, voor
        Zw en BV vrouwen
       Geen overwerk presteren: niet meer dan 39u/week, 9u/dag
       Recht op afwezigheid voor ZS OZ (indien buiten werkuren onmogelijk): WG verwittigen +
        medisch attest binnenbrengen
Pre- en postnataal verlof of moederschapsrust voor WN

      Duur
        Prenataal verlof (ZSverlof): 6 weken, 1 week VERPLICHT; 5 weken over te dragen naar
           postnataal verlof
        Postnataal verlof (bevallingsverlof): 9 weken verplicht
      Meerlingen
        8 weken prenataal verlof: 1 week verplicht, 7 weken over te dragen naar postnataal
           verlof
        2 weken extra postnataal verlof ( 19 weken moederschapsrust)
      Vervroegde en late bevalling
        Vroeger: verlies dagen verplichte week prenataal verlof
        Later: 6 weken prenataal verlof genomen + verlof verlengd met extra dagen tot aan
           bevalling
      Opname kindje in ZH
        Opname van > 7dagen: bevallingsrust kan verlengd worden met de duur gelijk aan
           opnamedagen baby, die eerste 7 d overschrijdt
      Ziekte in 6W (8W bij meerlingen) voor partus
        Valt onder prenatale rust, niet over te dragen naar postnataal verlof
        Uitzondering: personeel federale overheidsdiensten: ziektedagen
      Doodgeboorte of miskraam
        Vanaf 180ste D + officiële geboorteaangifte: recht op pre- en postnataal verlof
      Vaderschapsverlof bij overlijden of ZHopname moeder
        Vader kan resterende moederschapsverlof (MSV) opnemen, bescherming ontslag einde
           verlof
        Overlijden moeder: duur verlof= gedeelte MSV nog niet opgenomen
        ZHopname moeder: pas aanvang na 8D geboorte, baby moet ZH verlaten hebben,
           opname moeder moet langer dan 7D zijn

Vergoedingsregeling pre- en postnataal verlof voor WN

      MSuitkering: organisatie via ziekteverzekering
      Tijdig relevante info doorgeven aan ziekenfonds: uiterlijk 6W voor bevalling, zeker voor start
       ZSverlof
      WN: eerste 30D 82% loon, vanaf 31ste D 75% loon, volledig loon: overheidspersoneel

MSV voor zelfstandigen

      Maximaal 8W moederschapsrust (9W meerling)
      Voorwaarden: 6m aangesloten bij ziekenfonds, vrijgesteld van wachttijd
      Verplicht 3W nemen: 1W ervoor, 2W na bevalling
      Voor bevalling uitkering aanvragen bij ziekenfonds

MSV voor werklozen

      RVA op hoogte brengen
      6W prenataal verlof, 9W postnataal verlof
      Uitkering: eerste 30 D basisuitkering + 19,5% begrensd loon, vanaf 31ste D basisuitkering
       +15% begrensd loon, verlenging rust na 15W: basisuitkering +15% begrensd loon

Diverse tegemoetkomingen

      Verlening postnataal verlof vanwege BV:
        Profylactisch BVverlof (medische redenen): uitkering= 60% begrensd loon
        Individuele toestemming: onbezoldigd verlof, duur afhankelijk van CAO
      BV pauzes op het werk
        1-2 X/dag werk onderbreken om BV te geven of af te kolven
        Aantal pauzes afhankelijk van gewerkte uren: 2x30min of 1x1uur bij een werkdag van
           min 7u30, 1x 30min bij een werkdag van 4u-7u30
        Werkgever: goed verwarmd en goed verluchte ruimte
        Recht tot 7M na geboorte
      Reizen met de trein
        Vanaf 6M ZS: ticket tweede klasse te gebruiken in eerste klasse zonder kosten

Kennisgeving en aangifte van de geboorte

Kennisgeving:

      Bij ambtenaar burgerlijke stand
      Wie?
        Bevalling kraamkliniek: persoon die leiding heeft of afgevaardigde
        Andere gevallen: arts, VRVR of persoon aanwezig bij partus
      Wanneer: uiterlijk eerste werkdag volgend op bevalling (schriftelijk/mondeling)

Aangifte:

      Binnen 15D bij ambtenaar burgerlijke stand v/d geboorteplaats
        Vader, moeder, beiden
        Laatste dag termijn: zat-, zon- of feestdag: termijn verlengd naar eerstvolgende werkdag
      Nodig: identiteitskaart, geboorteattest, trouwboekje of akte erkenning
      Uittreksels geboorteakte: ziekenfonds, kinderbijslagfonds, ambassade/consulaat (indien
       vader geen B nationaliteit)
      Miskraam (180D)/ doodgeboorte: aangifteplicht, vanaf 180D: naamgeving bij doodgeboorte
       kan (niet verplicht)

Afstamming:

      Moederszijde: vermelding naam moeder in geboorteakte (is verplicht in belgië)
      Vaderszijde:
        Gehuwd: vaderschapsregel: kind geboren binnen huwelijk of binnen 300 dagen na
          ontbinding ervan  echtgenoot = vader
          Kind geboren 300 dagen na ontbinding + nieuw huwelijk  nieuwe echtgenoot = vader
        Ouders niet gehuwd: vader kan kind erkennen (mits toestemming moeder), samen naar
          gemeentehuis (identiteitskaart + attest VBD meenemen), erkenning kan vanaf 6e M ZS
Geldelijke voordelen

Gezinsbijlagen:

       Kraamgeld
         = voor WN privé, openbare sector, zelfstandigen
         Vader doet aanvraag, moeder krijgt kraamgeld: vanaf 6M ZS, uitbetaling ten vroegste 2M
            voor VBD
         1e kind: 1129,95 euro – vanaf 2de kind: 850,15 euro (meerlingen: x meer kraamgeld, ook
            bij doodgeboorte of miskraam na 180D)
       Adoptiepremie: 1129,95 euro (bedragen voor volgende kinderen)
       Kinderbijslag:
         = maandelijkse bijdrage in kosten opvoeding kind
         Loopt trapsgewijs op van 1ste-3e kind
         Meerlingen (loopt op als 1ste, 2de, 3e kind)
         Kinderbijslagfonds
         Tot 18j: zonder voorwaarden
         18-25j: indien verder zetten studies
       Gewaarborgde gezinsbijslag: bep. Kinderen die niet automatisch recht hebben op
        kinderbijslag en waarvoor geen voldoende bestaansmiddelen voorhanden zijn

BVpremie: sommige ziekenfondsen  tijdig informeren ziekenfonds

Ziekenhuis en bevallingskosten:

       WN privé, overheidsdienst, werklozen:
         In orde betalen bijdragen ziekenfonds, bevallen in ZH met overeenkomst RIZIV:
            ligdagprijs gemeenschap. Kamer terug betaald, 1- of2- persoonskamer: vooraf
            besprekenn met ZS ivm prijs
       Zelfstandigen: verplicht aansluiten verzekeringsfonds: betaalt medische en verloskundige
        verzorgingskosten terug

Bescherming van het gezin:

Privé-sector

       Vaderschapsverlof:
         Nieuwe term= geboorteverlof
         10 dagen
         Op te nemen binnen 4m volgend op dag geboorte (hoeft niet aaneensluitend)
         Eerste 3dagen behoud loon, volgende 7 dagen : uitkering 82% brutoloon
         Aanvraag via werkgever en ziekenfonds
       Wie mag geboorteverlof nemen? Vader (indien gekend), persoon die gehuwd is of wettelijk
        samenwoont met moeder als vader niet gekend is, persoon die minstens 3j voor geboorte
        samenwoont met moeder (indien vorige niet van toep zijn)
       Aanvraag en procedure:
         Aanvraag bij werkgever
        Vader doet aanvraag: kopie uitreksel geboorteakte
        Verklaring op erewoord (ondertekend moeder)
        Tevens bevestigen geen bloedverwantschap die leidt tot verbod huwelijk
      Familiaal verlof of verlof om dwingende redenen: onbezoldigd, per jaar max 10 dagen
      Ouderschapsverlof: moeder/vader gedurende bepaalde periode loopbaan onderbreken om
       voor opvoeding kind te zorgen, tot kind 12j is (idem voor adoptie)

Openbare sector: verschillend naargelang statuut werknemer, best wenden tot personeelsdienst
voor correcte info

Werklozen: vaderschapsverlof (3dagen binnen 12dagen na geboorte)

Zelfstandigen: recht op moederschapshulp (105 gratis dienstencheques, 8 maanden geldig)

Anamnese en intakegesprek: lezen in curcus

Prenatale controles

Frequentie:

      Primipara zonder complicaties: 10 raadplegingen
      Multipara zonder complicaties: 7 raadplegingen
      Tot 32 weken: maandelijks
      Vanaf 32 weken: om de 2 weken
      Laatste 2-4W: wekelijks
      Bij grotere risico’s of pathologie frequenter

Het algemeen lichamelijk onderzoek

      De inspectie: voorkomen, gelaat (oedemen, chlaosma), handen (oedemen), rug (scoliose,
       lordose,kyfose), onderste ledematen (varices, oedeem)




      Metingen:
        Lengte: <1,55m (risico op bekkenvernauwing)
        Gewicht: steeds onder dezelfde omstandigheden, gewichtsverandering is belangrijk,
           aandacht voor extreem onder- of overgewicht, BMI: <18 kg/m2 of 35 kg/m2 verhoogd
           risico op verwikkelingen (laag: meer kans groeivertraging en foetale sterfte, hoog: meer
           kans op (zw)diabetes en HT)
      Bloeddruk: hypertensie bij ZW: SBD ≥ 140mmHg en/of DBD ≥ 90mm, 2x gemeten met 4u tss
      Onderzoek van thorax…:
        Hart: bij sommige hartgeruis en extra tonen (wijst niet op hartgebrek), controle bij
           belastende anamnese
        Longen: ademfrequentie blijft gelijk, controle bij belastende anamnese
      …. en borsten: twee functies
        Ter bevordering BV
        Opsporing borstkanker: liefst voor of begin ZS

Obstetrisch onderzoek:

      Voorbereiding
      Inspectie abdomen en vliezen: striae, pigmentatie, littekens, herniae?
      Uitwendig obstetrisch onderzoek:
        Bij 1ste onderzoek: ZS niet ver genoeg gevorderd om uterus uitwendig te palperen
        Palpatie: letten op stand fundus uteri/ consistentie uterus
        Auscultatie: FHT 110-160 bpm
      Inspectie van de uitwendige genitaliën: inspectie vulva en schaamstreek, inspectie perineum
       (rupturen? Epi?) inspectie aars (hemoroïden?)
      Spectulumonderzoek: inspectie van vaginawand en portio (uitstrijkje,….)
      Bimanueel onderzoek van de genitalia: beoordelen ligging, consistentie, oppervlakte,
       mobiliteit en gevoeligheid van inwendige genitalia (minder betrouwbaar na 1ste trimester)
      Inwendig bekkenonderzoek (zie extra papieren): bekkenafwijkingen opsporen

Bloedonderzoek

      Bloedgroep en rhesusfactor: indien nog niet gekend, nuttig bij bloedtransfusies, rhesusfactor:
       tijdig rhesusantagonisme op te sporen
      Indirecte coombs of kleihauer betke test
        = opsporen van irreguliere antistoffen tegen RBC in het serum van de vrouw
        Ter preventie van hemolyse bij de pasgeborene
      Wanneer: preconceptioneel of eerst raadpleging, op indicatie (vb val, VWP), op 28 weken
       preventief toediening anti-D, postnataal voor toediening anti-D gammaglobulines
      Directe Coombs= opsporen van maternele antistoffen tegen foetale RBC
      Opsporen anemie:
        Hb, Hct, RBC, MCV (gem volume/RBC), MCH (gem hoeveelheid Hb/RBC), MCHC (gem Hb
            concentratie/RBC), ferritine
        Herhalen begin derde trimester voor aanpassing beleid bevalling en postpartum
        Complet: Hb,RBC (=erythrocyten), Hct, Leucocyten, thrombocyten, voor opsporen van
            hematologische afwijkingen
      Syfilis (lues)
        SOA, veroorzaakt dor treponema pallidum
        Recente infectie kan vroeg in ZS leiden tot abortus of IUVD
        In later stadium of volgende ZS: geboorte kind met congenitale lues
        Soms kind jaren asymptomatisch, soms skeletmisvorming, lymfeklierzwelling,..
        Iedereen testen (toedienen AB)
        Partner waarschuwen +behandelen
     TPHA: titer minder 1/80= negatief, positieve TPHA: sterke aanwijzing infectie (recent of
        oud)
     Indien vrouw onbehandeld: 70-100% pasgeborene geïnfecteerd, 1-3 doodgeboren
   Rubella:
     Virus
     Ziekteverloop volwassene= mild
     Infectie embryo <17W): congenitale afwijkingen (oog, binnenoor, hart, CZS (spontane
        abortus))
     Serologisch onderzoek (HAR test) naar antistoffen tenzij gekende immuniteitsstatus:
        bepaling igG, eventueel gecombineerd met igM antistoffen
     Referentiewaarden: immuniteit vanaf igG 15 IE, borderline immuniteit bij igG 10-14 IE,
        niet immuun bij igG < 10IE
     Hertesten niet aanbevolen
     Risico op transmissie: neemt af met ZSduur ( <13W 80%, 13-16W 55%, >16W 40%)
     <12W: cataract, doofheid, hartafwijkingen, neurologische afwijkingen
     >12W-16W: bijna uitsluitend doofheid
     >17W: geen sekwellen
     Vaccinatie in PP!!
   Toxoplasmose:
     Protozoön
     Risico transmissie neemt toe met ZSduur
     Risico congenitale toxoplasmose (visusstoornissen en hersenschade): 14-27%
     Congenitale toxoplasmose: waterhoofd, verkalking thv hoofd, hartspierontsteking,
        vergrote milt, kleine bloeduitstortingen, geelzucht, vergrote lever, vertroebeld zicht,
        ontsteking achterste deel v/h oog, stuiptrekkingen
     Serologisch onderzoek naar igM en igG: motiveren tot preventieve maatregelen
     Immuun: igG > 10IE en <240 IE; igM negatief
     Niet immuun: igG negatief; igM negatief
     Mogelijke acute infectie: ofwel igG> 240IE en/of igM positief
     Preventie: geen rauw vlees eten, verhit vlees tot het van kleur verandert, goed gebraden
        of gestoofd vlees is veilig, handen wassen na contact rauw vlees, grondig alle groenten
        en fruit wassen (invriezen tot -20), handschoenen bij werken in tuin, kom niet aan
        kattenbak
   Cytomegalie
     50% van Zw heeft antistoffen
     Eenmalig serologisch onderzoek om vrouwen te motiveren tot preventieve maatregelen
     Congenitale CMV: microcefalie, chorioretinitis, doofheid, leermoeilijkheden
     Maatregelen: frequent handen wassen, handschoenen bij verluieren, vermijden mond-
        op-mond contact en drinken uit hetzelfde glas
     Verhoogd risico bij kinderverzorgsters, kleuterleidsters, moeder van jonge kinderen
     Therapie niet beschikbaar
     Immuniteit: igG ≥ 5IE en igM negatief
     Geen immunitiet: IgG negatief (<4IE) en igM negatief
   Hepatitis B: opsporen HBsAg
     Indien positief: HBeAg opsporen en levertesten bepalen
        HBsAg+ en HBeAg +: 95% transmissierisico en 90% dragerschap ontwikkelen zonder
           ingrijpen
        HBsAg+ en HBeAg -: 25% transmissierisico en 12,5% dragerschap
        Pasgeborene actief (vaccin) en passie (HBIg) immuniseren
        Partner vaccineren
      HIV (humaan immunodeficiëntie virus)
        Risico op transmissie: 26%, door toediening anti- retrovirale therapie gereduceerd tot
           8%
        Implicaties: ZS afbreken, indien gewenste ZS: zorgvuldige opvolging, BV afraden,
           Neonaat aspireren en wassen met antisepticum
      Kinkhoest (pertusis)
        Zeer besmettelijke ziekte van de luchtwegen
        Boostrix vaccin (elke 10 jaar herhalen)
      Hormonale bepaling: HCG (= humaan choriongonadotrofine)

Urineonderzoek

      Opsporing asymptomatische bacteriurie
        Indien onbehandeld, verhoogd risico op preterme geboorte en pyelonefritis)
        Mid stream urinecultuur
        Wanneer? Eerste raadpleging
      Bij mictieklachten: urine onderzoeken + kweek
      Dipstick (elke raadpleging)
        Albumine: albuminurie altijd pathologisch (urinaire infectie, hyperlordose door tractie op
           nierader, pre-eclampsie (gepaard met hypertensie), bloed in urine, gebroken vliezen,
           nier- en vaatafwijkingen, contaminatie met fluor vaginalis)
        Glucose: indien glucosurie : recent gegeten? Of fysiologische glucosurie of Aandacht voor
           ZSdiabetes  glucose challenge test ( 50g glucose na 1 u glycemiebepaling), orale
           glucose tolerantie test (OGTT) (nuchtere glycemiebepaling, nadien 100 g glucose, na
           1,2,3 uur glycemiebepaling)  opsporing ZSdiabetes aan te bevelen tussen 24-28W

Technische onderzoeken

      Echografisch onderzoek: 1ste trimester onderzoek (bepaling ZSduur, meerlingen? , lokalisatie
       zwangerschap)
      Doptone (vanaf 12W)
      Opsporen syndroom van Down (te bespreken met Zw): nekplooimeting (11-14W),
       combinatie test (PAPP-A, HCG, nekplooimeting, neusbeentje; 11-14W), tripletest (HCG, AFP,
       oestriol; 15-17W)

Vervolgcontroles

      Iedere controle: klachten/problemen/meldingen vorige consultatie!!
      BD: minder stabiel en rond 16-20W daling , stijging in 3de trimester tot normale waarden 
       midpregnancy drop
      Gewicht:
        Normaal gewicht: +11,5-16kg
          Ondergewicht: +19kg
          BMI 25-30: +7-11kg
          BMI> 30: max 5-9kg
          1ste trimester; vrij geringe toename, 2de trimster: sterkere toename, 3de trimester: iets
           minder sterke toename
      Fundushoogte
        Vanaf 24W (NH)
        Positieve of negatieve discongruentie
        ZSduur = FH+4
      Palpatie
        Bepalen perimeter (buikomtrek)
        Handgrepen van leopold (vanaf 28W), op 36W ligging beïnvloed beleid, bij
           liggingsafwijking; laten bevestingen door echo
      Auscultatie: frequentie, regelmaat, variabiliteit; rond 14W geen FHT  vrouw doorsturen
      Vaginaal toché (VT):
        Niet routinematig
        Doel: schatting ZSduur, evaluatie bekken, voorspelling preterme geboorte, opsporing
           ovariële cyste
        Tot 20W bimanueel

Laboratoriumonderzoek (vervolgcontrole)

      Urine-onderzoek:
        Bij iedere ZScontrole
        Albumine en glucose
        pH: opsporen infectie, vruchtwater
        nitrieten: bepalen of er voldoende vochtopname is ( gehoord in les: sommige bacteriën
           maken nitrieten aan)
      Bloedonderzoek:
        Hemoglobine, hematocriet, erytrocyten, ferritine, MCV,MCH, MCHC: begin 3de trimester
        Irreguliere AS: niet nuttig indien profylaxie op 28W
        Toxoplasmose: enkel bij niet immune zwangere op 20-30 weken
        Stollingsfactoren: indien epidurale anaesthesie rond 36 W
        Opsporing ZSdiabetes: 24-28W: glucose challenge test of eerste consult glucose bepaling
           niet nuchter;
           <110 mg/dl = geen actie
           110-124mg/dl= nuchtere glucose bepaling
               <110 mg/dl= geen actie
               110-124mg/dl= 100g OGTT
               >124mg/dl: diabetes
           >198 mg/dl: diabetes
      GBS-screening
        Onderzoek naar dragerschap GBS
        Komt voor in keel, rectum of vagina
        5-15% zw in België drager
        Gevolg verticale transmissie: sepsis en meningitis (eerste symptomen: kreunen,
         AHproblemen, slecht drinken, wisselende temperatuur)
        35-37W
        Wissers koel bewaren (2-8°C), max. 48 u, of direct naar labo
        Resultaat gekend binnen 24-48u

Medicatie: anti-D gammaglobulinen : 1500IU, preventief Rh – vrouwen met negatieve indirecte
coombs, op 28W

Technieken (vervolgcontroles)

      Echografie:
        18-22W: systematisch alle organen nagekeken worden, groei, placentalocalisatie
        32-34W: groei, ligging kind
        Bij twijfel over ligging foetus en laagliggende placenta: 36W
      Doptone: FHT beluisteren elke raadpleging (vanaf 12W)

CPR  lezen in cursus

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:10
posted:3/28/2013
language:Dutch
pages:22