Onderwijs- en Examenregeling Masteropleiding Building Services Het
Document Sample


Onderwijs- en Examenregeling Masteropleiding Building Services
Het bestuur van de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Eindhoven , TU/e,
gelet op de artikelen 9.15, eerste lid, onder a, 7.13, eerste en tweede lid, 9.38, onder b, en 9.18,
eerste lid, onder a, van de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek
gelet op de instemming van de faculteitsraad van 3 juli 2009,
gehoord het advies van de opleidingscommissie van 22 juni 2009,
besluit vast te stellen
de Onderwijs- en Examenregeling van de opleiding Building Services
luidende als volgt:
Paragraaf 1 Algemeen
Artikel 1.1 Begripsbepaling
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW);
b. student: hij of zij die als student of extraneus is ingeschreven aan de master
opleiding Building Services;
c. praktische oefening: een onderwijsactiviteit in een van de volgende vormen:
• het maken van een scriptie,
• het maken van een werkstuk of een proefontwerp,
• het uitvoeren van een ontwerp- of onderzoekopdracht,
• het verrichten van een literatuurstudie,
• het doen van een stage,
• het verzorgen van een openbare presentatie,
• het deelnemen aan veldwerk of excursie,
• het uitvoeren van proeven en experimenten,
• het schrijven van een position paper,
• of deelnemen aan een andere onderwijsactiviteit gericht op het
verwerven van bepaalde kennis, inzichten of vaardigheden;
d. STU: het Onderwijs en Studenten Service Centrum van de TU/e.
Artikel 1.2 De opleiding
1. Wat betreft de opleiding zijn in bijlage 1 opgenomen:
a. de studielast van de opleiding en van elk van de daarvan deel uitmakende
onderwijseenheden,
b. de inhoud van de afstudeerrichtingen,
c. het aantal en de volgtijdelijkheid van de tentamens en praktische oefeningen alsmede de
momenten waarop deze afgelegd kunnen worden,
d. de vorm van de opleiding,
e. de vorm van de tentamens en of deze mondeling, schriftelijk of op andere wijze worden
afgelegd,
f. waar nodig, dat het met goed gevolg afgelegd hebben van tentamens voorwaarde is voor
de toelating tot andere tentamens,
g waar nodig, de onderwijseenheden waaruit de student een keuze dient te maken voor de
invulling van de vrije ruimte van de opleiding,
h. de toelatingseisen op grond waarvan een bewijs van toelating kan worden afgegeven,
i. de bachelorgetuigschriften die rechtstreeks toegang geven tot de opleiding,
j. de overgangsregelingen, bedoeld in artikel 8.2.,
k. de voorwaarden op grond waarvan de examencommissie voor eerder met goed gevolg
afgelegde tentamens in het hoger onderwijs dan wel voor buiten het hoger onderwijs
opgedane kennis en vaardigheden, vrijstelling kan verlenen van het afleggen van een of
meer tentamens,
l. een mededeling over de kosten van materiaalgebruik.
2. In bijlage 2 is het schakelprogramma voor HBO’ers opgenomen.
3. In bijlage 3 zijn de in- en doorstroomregels vermeld.
4. De bijlagen 1, 2 en 3 maken integraal onderdeel uit van deze regeling.
Artikel 1.3 Kwaliteiten
Een afgestudeerde master of science:
- is academisch gevormd binnen het domein van ‘science engineering & technology’,
- heeft een wetenschappelijke benadering van problemen en ideeën van complexe aard,
- beschikt over intellectuele vaardigheden en kan kritisch reflecteren, logisch redeneren en tot
oordeelsvorming komen,
- kan op internationaal niveau communiceren over resultaten van eigen leren, denken en
beslissingen,
- is zich bewust van de temporele en maatschappelijke context van wetenschap en technologie
(begrip en analyse) en integreert deze in het wetenschappelijke werk,
- heeft naast een herkenbaar domeinspecifiek profiel een voldoende brede basis om
interdisciplinair en multidisciplinair (samen) te kunnen werken. Multidisciplinair betekent
hier: gericht op andere relevante disciplines die nodig zijn om het (ontwerp- of onderzoeks)
probleem op te lossen,
- zoekt actief naar nieuwe toepassingsmogelijkheden en houdt daarbij rekening met de
maatschappelijke context,
- kan zelfstandig onderzoeken en ontwerpen,
- is in staat en heeft de houding om waar nodig bij het eigen onderzoek andere disciplines te
betrekken,
- is competent in de relevante domeinspecifieke discipline, namelijk: building services,
- is in staat tot multidisciplinair ontwerpen van gebouw en klimaatinstallaties met betrekking
tot de disciplines bouwkunde/architectuur, werktuigbouwkunde, elektrotechniek en ICT,
- heeft inzicht in “state of the art” gebouwinstallaties en hun prestaties,
- heeft kennis van duurzame energievoorzieningen binnen de gebouwde omgeving,
- is in staat tot het ontwerpen van een comfortabele en gezonde leefomgeving.
Artikel 1.4 Inschrijving en toelating
1. Onverminderd hetgeen overigens bij of krachtens de wet is bepaald ten aanzien van de
inschrijving voor masteropleidingen, staat de inschrijving voor de masteropleiding uitsluitend
open voor degene die tot deze masteropleiding rechtstreeks toegang heeft op grond van een
bachelor getuigschrift als genoemd in bijlage 1 onder i, dan wel over een bewijs van toelating
beschikt.
2. Een bewijs van toelating wordt door het faculteitsbestuur verstrekt op grond van de Regeling
Toelating Masteropleidingen TU/e, zoals vastgesteld door het College van Bestuur op 8 juni
2006.
3. De examencommissie kan besluiten dat de student, die is ingeschreven voor een
bacheloropleiding aan de TU/e, kan worden toegelaten tot een daarop aansluitende
masteropleiding voordat deze met goed gevolg het afsluitende examen van voornoemde
bacheloropleiding heeft afgelegd.
4. Met inachtneming van het gestelde in het derde lid zal toelating als aldaar bedoeld in ieder
geval worden verleend indien de student voldoende resultaat behaald heeft voor en/of vrijstelling
verkregen heeft van de onderwijseenheden van het bachelorexamen met een studielast van
2
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
tenminste 160 studiepunten en, indien van toepassing, voldoende resultaat heeft behaald voor de
onderdelen van een op de betreffende masteropleiding voorbereidende afstudeerrichting binnen
de bacheloropleiding en voldaan heeft aan de nadere bepalingen, ten aanzien van
onderwijseenheden die deel moeten uitmaken van voornoemd minimum van 160 studiepunten,
zoals opgenomen in bijlage 1.
5. Wat betreft de volgorde van de tentamens in de masteropleiding wordt bepaald dat de student
niet eerder kan deelnemen aan de tentamens van de onderwijseenheden in het tweede cursusjaar
van de masteropleiding dan nadat het afsluitende examen van de voorafgaande bacheloropleiding
met goed gevolg is afgelegd.
6. Teneinde de doorstroming van studenten van de bacheloropleiding naar de daarop
aansluitende masteropleiding(en) te bevorderen worden de studenten zoveel mogelijk in de
gelegenheid gesteld bij de aanvang van elk semester te beginnen met de masteropleiding(en).
Artikel 1.5 Taal
Conform artikel 7.2. van de WHW wordt het onderwijs gegeven en worden de tentamens en
examens afgenomen in het Engels, tenzij anders aangegeven in Bijlage 1.
Paragraaf 2 Tentamens
Artikel 2.1 Frequentie, vorm en volgorde tentamens
1. Van de gelegenheden tot het afleggen van schriftelijke tentamens wordt jaarlijks door het
college van bestuur een overzicht van tentamenperiodes (rooster) opgesteld dat aan het begin van
het studiejaar wordt bekendgemaakt, met dien verstande dat de interim-periode
(herkansingenweek) voor de onderwijseenheden die onderdeel zijn van de propedeutische fase
plaatsvindt voor aanvang van de INTRO van de TU/e.
2. Het faculteitsbestuur kan in bijzondere gevallen tot uiterlijk twee maanden voordat de
schriftelijke tentamens plaatsvinden, afwijken van het in het vorige lid bedoelde rooster. De
betrokken studenten worden door het faculteitsbestuur onder opgaaf van redenen onverwijld in
kennis gesteld van de wijziging in het rooster.
3. Mondeling en op andere wijze dan schriftelijk af te nemen tentamens worden op een door de
examinator zo veel mogelijk na overleg met de student te bepalen tijdstip afgenomen.
4. Tot het afleggen van de tentamens van de opleiding wordt ten minste twee maal per studiejaar
de gelegenheid gegeven (zie bijlage 1 onder c).
5. Indien een vak uit het studieprogramma wordt geschrapt wordt in het eerste studiejaar dat het
onderwijs in dat vak niet meer wordt verzorgd nog tweemaal de gelegenheid geboden het
tentamen in dat vak af te leggen. Dit met uitzondering van projecten. Deze moeten nog tweemaal
worden aangeboden nadat ze geschrapt zijn uit het programma.
6. In afwijking van het bepaalde in lid 4 wordt voor het afleggen van een tentamen in een vak
waarvan het onderwijs in een bepaald studiejaar niet wordt verzorgd, in dat studiejaar ten minste
eenmaal de gelegenheid gegeven.
7. De examencommissie kan besluiten in bijzondere gevallen af te wijken van het aantal malen
dat een tentamen kan worden afgelegd, alsmede van de vorm en de volgorde waarin de
tentamens worden afgelegd zoals beschreven in de vakkengids masteropleiding Building
Services: zie http//owinfo.tue.nl.
Artikel 2.2 Geldigheidsduur tentamens
1. De geldigheidsduur van een tentamenresultaat is in beginsel onbeperkt.
2. De examencommissie kan echter, wanneer een tentamenresultaat ouder is dan zes jaar, een
aanvullend tentamen of een vervangend tentamen opleggen.
3. Voor tentamens die zijn afgelegd voor 1 september 2007 zijn de leden 1 en 2 van
overeenkomstige toepassing.
3
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
Artikel 2.3 Mondelinge tentamens
1. Bij een mondeling tentamen wordt niet meer dan één student tegelijk getentamineerd.
2. Bij het afnemen van een mondeling tentamen is in de regel een tweede examinator aanwezig.
3. Het mondeling afnemen van tentamens is openbaar.
4. De examencommissie kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in de vorige leden.
Artikel 2.4 Uitslag
1. De examinatoren stellen de uitslag van een schriftelijk tentamen zo spoedig mogelijk doch
uiterlijk binnen 15 werkdagen na afloop van het tentamen vast.
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 stellen examinatoren de uitslag van een toets, die buiten
de tentamenperiode wordt afgenomen, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 5 werkdagen na
afloop van de toets vast.
3. Ten aanzien van een op andere wijze dan mondeling of schriftelijk af te leggen tentamen
bepaalt de examencommissie tevoren op welke wijze en binnen welke termijn de student in
kennis wordt gesteld van de uitslag.
4. De examinatoren stellen niet later dan één dag na het afnemen van een mondeling tentamen
de uitslag vast.
5. Indien de desbetreffende examinatoren door bijzondere omstandigheden niet in staat zijn te
voldoen aan het bepaalde in de voorgaande leden, melden zij dit met redenen omkleed aan de
examencommissie. De betrokken student(en) wordt (worden) door de examencommissie
onverwijld van de vertraging op de hoogte gesteld, onder vermelding van de termijn waarbinnen
de uitslag alsnog bekend wordt gemaakt.
6. Van de uitslag van een tentamen wordt door of namens de examencommissie aan de student
schriftelijk dan wel elektronisch een verklaring uitgereikt.
7. Bij de uitslag van een tentamen wordt de student gewezen op het inzagerecht, als bedoeld in
artikel 2.5, en de mogelijkheid tot nabespreking, als bedoeld in artikel 2.6, alsmede op de
beroepsmogelijkheid bij het College van beroep voor de examens.
Artikel 2.5 Inzagerecht schriftelijke tentamens
1. Gedurende ten minste 20 werkdagen na de bekendmaking van de uitslag van een schriftelijk
tentamen krijgt de student op zijn verzoek, dan wel op initiatief van de examinator, inzage in zijn
beoordeelde werk. Indien de student voornemens is administratief beroep aan te tekenen tegen
de beoordeling van zijn schriftelijke werk, dan wordt hem tegen kostprijs een kopie van het
beoordeelde werk verstrekt.
2. Gedurende de termijn genoemd in lid 1 kan elke belanghebbende op zijn verzoek
kennisnemen van de vragen en opdrachten van het desbetreffende tentamen alsmede van de
normen aan de hand waarvan de beoordeling heeft plaatsgevonden.
3. De examinator maakt binnen 5 werkdagen nadat het desbetreffende verzoek is ontvangen,
bekend op welke plaats en tijd de in de leden 1 en 2 bedoelde inzage of kennisneming geschiedt.
4. Indien de student of belanghebbende aantoont buiten zijn schuld verhinderd te zijn of te zijn
geweest op de vastgestelde plaats en tijd te verschijnen, wordt hem een andere mogelijkheid
geboden, zo mogelijk binnen de in lid 1 genoemde termijn.
Artikel 2.6 Nabespreking
1. Zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van de uitslag van een mondeling tentamen vindt op
verzoek van de student dan wel op initiatief van de examinatoren een nabespreking plaats tussen
de examinatoren en de student. Alsdan wordt de gegeven beoordeling gemotiveerd.
2. Indien door of vanwege de examencommissie een collectieve nabespreking wordt
georganiseerd na afloop van een schriftelijk tentamen, worden het tijdstip en de plaats van de
nabespreking door de examencommissie bekend gemaakt.
3. Indien een student buiten zijn schuld verhinderd is of is geweest bij de collectieve
nabespreking aanwezig te zijn dan wel indien geen collectieve nabespreking is of wordt
georganiseerd, kan een student binnen 20 werkdagen nadat de uitslag van het schriftelijke
tentamen aan hem is bekend gemaakt, de examinator (gemotiveerd) verzoeken om een
individuele nabespreking.
4
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
4. De examencommissie kan toestaan dat van het bepaalde in lid 2 wordt afgeweken.
Paragraaf 3 Goedkeuring examencommissie
Artikel 3.1 Vrijstelling
1. Een verzoek tot vrijstelling van het afleggen van een of meer tentamens wordt schriftelijk bij de
examencommissie ingediend uiterlijk twee maanden voordat het tentamen wordt afgenomen.
2. Het verzoek gaat vergezeld van de bescheiden die redelijkerwijze nodig zijn voor de
beoordeling of de desbetreffende student vrijstelling kan worden verleend.
3. De gronden waarop de examencommissie vrijstelling kan verlenen voor het afleggen van een
bepaald tentamen hebben uitsluitend betrekking op het niveau, de inhoud en de kwaliteit van de
eerder door de desbetreffende student behaalde tentamens of examens, dan wel van zijn buiten
het hoger onderwijs opgedane kennis, inzicht en vaardigheden.
4. Een besluit om de vrijstelling niet te verlenen wordt door de examencommissie niet genomen
dan nadat de student in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.
5. De examencommissie besluit binnen vier weken na ontvangst van het verzoek.
6. Het besluit tot het verlenen van vrijstelling van het afleggen van een tentamen wordt
gelijkgesteld met de beoordeling “voldoende” en aangeduid met: VR.
7. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het afleggen van een tentamen tevens begrepen
het deelnemen aan een praktische oefening.
Artikel 3.2 Keuzevakken
1. Een verzoek tot goedkeuring van de door de student te volgen keuzevakken, als bedoeld in
bijlage 1 onder g. wordt schriftelijk bij de examencommissie ingediend uiterlijk twee maanden
voordat het onderwijs van de desbetreffende vakken een aanvang neemt.
2. Een besluit om de goedkeuring niet te verlenen wordt door de examencommissie niet
genomen dan nadat de student in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.
3. De examencommissie besluit binnen vier weken na ontvangst van het verzoek.
4. De examencommissie kan van de onder 1 gestelde termijn afwijken.
Artikel 3.3 Vrij programma
1. Een met redenen omkleed verzoek tot toestemming voor het volgen van een vrij
onderwijsprogramma als bedoeld in art. 7.3c, van de wet, wordt tenminste 3 maanden voor de
aanvang van het desbetreffende onderwijs ingediend bij de examencommissie.
2. Een besluit tot het niet verlenen van de toestemming wordt door de examencommissie niet
genomen dan nadat de student in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.
3. De examencommissie besluit binnen vier weken na ontvangst van het verzoek.
4. Het besluit vermeldt de opleiding waartoe het vrije programma wordt geacht te behoren.
5. De examencommissie kan van de onder lid 1 gestelde termijn afwijken.
Paragraaf 4 Functiebeperking
Artikel 4.1 Studeren met een functiebeperking
1. Een schriftelijk verzoek om aanpassing van het onderwijs, de tentamens of de praktische
oefeningen of om speciale faciliteiten op grond van een blijvende of tijdelijke functiebeperking
dient door de desbetreffende student zo mogelijk drie maanden voordat de student zal
deelnemen aan onderwijs, tentamens of praktische oefeningen, te worden gericht aan het
faculteitsbestuur en/of de examencommissie en te worden ingediend bij het STU.
2. Het verzoek gaat vergezeld van de bescheiden die redelijkerwijze nodig zijn voor de
beoordeling van het verzoek. Daaronder wordt in ieder geval begrepen een recente verklaring van
een arts of een psycholoog of van een BIG-, NIB-, of NVO- geregistreerd testbureau. Zo mogelijk
geeft deze verklaring een schatting van de mate en de duur van de functiebeperking.
3. Het STU stuurt het verzoek van de student samen met haar advies aan het faculteitsbestuur
voor zover het verzoek betrekking heeft op aanpassingen. In geval het verzoek betrekking heeft op
5
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
het verlenen van faciliteiten ten behoeve van het afleggen van een tentamen stuurt het STU het
verzoek van de student en haar advies aan de examencommissie, in afschrift aan het
faculteitsbestuur.
4. Het besluit omtrent aanpassing dan wel het verlenen van faciliteiten wordt binnen 4 weken na
ontvangst van het verzoek genomen door het faculteitsbestuur. Het draagt daarbij zorg voor de
bewaking van de kwaliteit en het niveau van het onderwijs, de tentamens of de praktische
oefeningen.
5. De eventuele aanpassing is zoveel mogelijk afgestemd op de individuele functiebeperking. De
te verlenen faciliteiten kunnen bestaan uit een op de individuele situatie afgestemde vorm of
duur van het onderwijs, de tentamens of praktische oefeningen, of het ter beschikking stellen van
praktische hulpmiddelen.
Paragraaf 5 Examens
Artikel 5.1 Tijdvakken en frequentie examen
Tot het afleggen van het MASTERexamen wordt ten minste drie maal per jaar de gelegenheid
gegeven. De data van de zittingen van de examencommissie worden aan het begin van het studie-
jaar bekend gemaakt.
Paragraaf 6 Studiebegeleiding en studievoortgang
Artikel 6.1 Studiebegeleiding
1. Het faculteitsbestuur draagt zorg voor studiebegeleiding van de studenten, mede ten behoeve
van de oriëntatie op studiewegen binnen of buiten de opleiding, zulks ondermeer door middel
van benoeming van één of meer studieadviseurs.
2. De studieadviseur adviseert de student gevraagd of ongevraagd over alle aspecten van zijn
opleiding en draagt, mede aan de hand van de studievoortgang en indien daar aanleiding toe is,
zorg voor adequate verwijzing naar bevoegde organen van de TU/e, naar studentenadviseurs van
STU of vertrouwenspersonen van de TU/e.
Artikel 6.2 Bewaking van de studievoortgang
1. Het faculteitsbestuur draagt zorg voor registratie en tijdige bekendmaking van de
tentamenresultaten van de individuele studenten in het onderwijsinformatiesysteem van de
TU/e.
2. In voorkomende gevallen zorgt het faculteitsbestuur voor bespreking van de resultaten tussen
de student en zijn studieadviseur.
3. Bij studievertraging wijst de studieadviseur de desbetreffende student op de mogelijkheden
voor extra ondersteuning van de student dan wel voor maatregelen die nodig zijn om verdere
vertraging zo beperkt mogelijk te houden.
Paragraaf 7 Bezwaar en beroep
Artikel 7 Bezwaar en beroep
1. Tegen een besluit van het faculteitsbestuur op grond van deze regeling kan binnen zes weken
nadat het besluit aan betrokkene is bekend gemaakt, bezwaar worden aangetekend bij het
faculteitsbestuur. Het bezwaarschrift dient te worden gezonden aan: Faculteitsbestuur fac.
Bouwkunde.
2. Tegen een besluit door of namens de examencommissie op grond van deze regeling kan
binnen vier weken nadat het besluit aan betrokkene is bekend gemaakt, administratief beroep
worden aangetekend bij het College van Beroep voor de examens.
6
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
Paragraaf 8 Slotbepalingen
Artikel 8.1 Wijziging
1. Een wijziging van deze regeling is niet van toepassing op het lopende studiejaar, tenzij de
belangen van de studenten hierdoor redelijkerwijze niet worden geschaad.
2. Een wijziging van deze regeling kan niet met terugwerkende kracht een reeds ten aanzien van
een student genomen besluit beïnvloeden.
Artikel 8.2 Overgangsregeling
1. Indien deze regeling wordt gewijzigd, daaronder begrepen een wijziging van de bijlage, wordt
door het faculteitsbestuur zo nodig een overgangsregeling vastgesteld. De overgangsregeling
wordt indien van toepassing opgenomen in de bijlage.
2. In de overgangsregeling wordt in ieder geval opgenomen:
a. een regeling omtrent vrijstellingen die verkregen kunnen worden op grond van reeds
behaalde tentamens, en
b. de geldigheidsduur van de overgangsregeling.
Artikel 8.3 Inwerkingtreding
Deze regeling vervangt die van 1 oktober 2008 en treedt in werking op 1 september 2009.
Aldus vastgesteld door het faculteitbestuur bij besluit van 9 juli 2009.
7
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
Bijlage 1 bij artikel 1.2, eerste lid, van het Onderwijs- en Examenregeling Building Services
a. Studielast van de opleiding en van elk van de daarvan deel uitmakende onderwijseenheden:
De studielast van de opleiding bedraagt 120 studiepunten.
Course program Master Building Services 2009/2010 (All courses in English)
First year, semester A
code Courses ects Quarter
7Y400 Design methodology 3 1 -
7S532 Heat and moisture transfer in building envelops 5 1 2
7Y900 Health and comfort 4 1 2
State of the art in building performance simulation for
7S750 3 1 -
integrated solutions
7S892 Introduction to CFD in building physics and systems 3 - 2
7YS15 Masterproject 1 14 1 2
Total 32 ects
First year, semester B
7Y320 Building Safety 3 3
Modeling of sustainable building systems
7Y700 3 3 4
matlab/simulink
### optional courses (see list optional courses) 8
7YS25 Masterproject 2 14 3 4
Total 28 ects
Second year, semester A
7Y410 Intelligent Buildings 3 1
### optional courses (see list optional courses) 8 1
7YS35 Masterproject 3 9 1
Total 20 ects
Second year semester A and B
7YY40 Final graduation project 40 2 3 4
Total 40 ects
Optional courses 16
Mandatory courses 27
Master projects 37
Final graduation project 40
TOTAL 120 ects
8
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
b. De afstudeerrichtingen:
De masteropleiding Building Services kent de volgende afstudeerrichtingen:
• Health and comfort;
• Integral building and system design;
• Building performance simulation;
• Sustainable building systems;
• Intelligent buildings;
• Building services and management.
c. Aantal en volgtijdelijkheid van de tentamens en praktische oefeningen:
Zie onder a. en de vakkengids: http://owinfo.tue.nl.
d. Vorm van de opleiding:
De opleiding wordt voltijds, deeltijds en duaal aangeboden.
e. De vorm van de tentamens en of deze mondeling, schriftelijk of op andere wijze worden
afgelegd:
Zie vakkengids: http://owinfo.tue.nl
f. Voorwaarde voor toelating tot de tentamens:
Zie vakkengids: http://owinfo.tue.nl
g. Aantal onderwijseenheden waaruit de student een keuze dient te maken voor de invulling
van de vrije ruimte van de opleiding:
Een student mag 6 ects aan keuzevakken vrij kiezen. Samen met zijn adviserend coach
stelt de student een specialisatieprogramma (10 ects) samen. Keuzevakken kunnen
gekozen worden uit de derde jaar bachelorprogramma’s en masterprogramma’s van de
TU/e en uit onderstaande lijst.
Keuzevakken Building Services 2009/2010
Algemene vorming
Vakcode Vaknaam ects
0T400 Academic skills in English 1 3
0T500 Academic skills in English 2 3
0K350 Beoordeling van technologische ontwikkelingen 3
0C903 Energy and consumer 3
Wiskunde
Vakcode Vaknaam ects
2DE08 Functional analysis 3
2IF25 Formal methods 5
2N460 Numerieke methoden 3
2DN08 Numerieke methoden 4
2DE09 Nonlinear optimization 3
2DE11 Numerical mathematics 3
2P450 Sequencing and scheduling 3
9
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
Fysica
Vakcode Vaknaam ects
3CC60 Fysische verschijnselen 2 3
3T280 Turbulente stromingsverschijnselen 3
4P570 Energy Conversion 3
4B680 Warmteoverdracht 3
4L810 Fundamentals of systematic low noise 3
4P710 Micro-heat Transfer 3
4S580 Chemie en transport in energie conversie 3
processen
4L810 Basiskennis geluidsarm construeren 3
8S020 Materiaalkunde 3
5MJ20 Electromagnetic compatibility 3
Modelvorming en
regeltechniek
Vakcode Vaknaam ects
2IP80 Object- georiënteerd programmeren 4
4A550 Regeltechniek 3
4K560 Modelling in Systems and Control 3
4K140 Capita Selecta in Control 3
4J820 Advanced Control 3
4J100 Regelen van niet-lineaire mechanische systemen 3
4K160 Modeling, analysis and control of hybrid 3
dynamical systems
4K580 System theory for control 3
5CC70 Adaptieve Systemen 3
5SC21 Modeling and Predictive control 3
Energie en
Duurzaamheid
Vakcode Vaknaam ects
3P250 Energie en duurzaamheid 3
4P510 Renewable Energy Sources 3
4S610 Energy from Biomass 4
5P510 Elektrische energie en milieu 3
5FF00 Underground power systems 4
5N510 Decentrale energieopwekking 4
5N480 Duurzame ontwikkeling voor E 3
0C943 Reflecties op duurzaamheid 4
0C944 Ontwikkelpatronen van energiesystemen 3
7S815 Design of sustainable energy systems for the built 4
environment
0LM10 Energy, production and process integration 5
10
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
Management
Vakcode Vaknaam ects
7T750 Productontwikkeling (industrie en bouwmarkt) 3
1A350 Bedrijfseconomie voor technici 4
0C940 Systeem innovaties en strategisch niche 3
management
0C941 Systeem innovatie: governance of transitions 3
0C942 Industriële ecologie 3
1L100 Bedrijfsethiek 3
1J210 Inleiding in de organisatiepsychologie 3
Gebouwbeheer
Vakcode Vaknaam ects
4J530 Engineering optimization: concepts and 3
applications
4L160 Introduction robotics 4
7y910 Robotics and home automation 3
5JJ90 Computernetwerken 3
1BM31 Multi-agent systems for e-business 5
0H610 Agents and interfaces 3
Ontwerpen
Vakcode Vaknaam ects
7S815 Design of sustainable energy systems for the built 3
environment
7y420 Climatic Design 3
7X272 Beeldende kunst en architectuur 2
7S510 Akoestiek 3
7T205 Bouwsystemen en productontwikkeling 3
7X700 Architectuur en Filosofie 3
7R603 Kostenbeheersing in de ontwerpfase 3
7X200 Architectuurgeschiedenis 2
7S670 Gevels en daken 3
h. Toelatingeisen op grond waarvan een bewijs van toelating kan worden afgegeven
Een bewijs van toelating kan worden afgegeven aan:
• HBO afgestudeerden van Algemene Operationele Technologie, Autotechniek,
Bouwkunde, Elektrotechniek, Technische Natuurkunde, Scheepsbouw, de Hogeschool
voor Installatietechniek (HIT, ATO) en Werktuigbouwkunde, die aan de TU/e een
doorstroomminor of een schakelprogramma met succes hebben afgelegd.
• Studenten van alle andere opleidingen in binnen- en buitenland dienen een verzoek tot
toelating in bij de Facultaire Toelatingscommissie.
i. Bachelorgetuigschriften die toegang geven:
De volgende bachelorgetuigschriften van de daarbij genoemde instellingen voor hoger
onderwijs geven rechtstreeks toegang tot de masteropleiding:
- Installatietechnologie (TU/e)
11
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
- Civiele Techniek (TUD, UT)
De volgende bachelorgetuigschriften van de daarbij genoemde instellingen voor hoger
onderwijs geven toegang tot de masteropleiding met maximaal 30 studiepunten deficiëntie:
- Bouwkunde (TUD, TU/e*)
- Biomedische Technologie (UT, TU/e)
- Life Science & Technology (TUD)
- Elektrotechniek (TUD, UT, TU/e*)
- Maritieme Techniek (TUD)
- Technische Natuurwetenschappen (UT)
- Technische Innovatiewetenschappen (TU/e)
- Technische Natuurkunde (TUD, UT, TU/e*)
- Scheikundige Technologie (TU/e*)
- Werktuigbouwkunde (TUD, UT, TU/e*)
*) rechtstreeks toegang als minor Climatic Design is gevolgd. Zie major-minorsite
http://w3.tue.nl/nl/diensten/stu/onderwijs/major_minor/ .
j. Overgangsregelingen:
N.v.t
k. Aanvullende voorwaarden voor vrijstellingen:
N.v.t
l. Bijdrage kosten materiaalgebruik:
Met ingang van het studiejaar 2009-2010 wordt voor een deel van de in de
studentenwerkplaats verkrijgbare materialen een bijdrage in de kosten gevraagd.
12
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
Bijlage 2 Schakelprogramma voor studenten met een HBO-diploma
De HBO afgestudeerden Werktuigbouwkunde, Bouwkunde, Elektrotechniek, Technische
Natuurkunde, Scheepsbouw en de Hogeschool voor Installatietechniek (HIT, ATO) hebben
toegang tot een schakelprogramma van 30 sp.
Schakelprogramma Building Services 2009/2010
Semester A
Vakcode Vaknaam ects kwartiel
2IP70 Basis Informatica 3 1 - - -
2DL03 Basiswiskunde 3 1 - - -
2DL06 Lineaire algebra 3 1 - - -
2DL04 Calculus A 3 - 2 - -
4B440 Thermodynamica 3 - 2 - -
7Y116 Schakelproject 6 1 2 - -
Semester B
Vakcode Vaknaam ects kwartiel
2DL05 Calculus B 3 - - 3 -
3B470 Fysische transportverschijnselen 3 - - 3 -
7Y100 Elektriciteitsleer voor BS 3 - - 3 -
Totaal 30
Bijlage 3
In- en doorstroomregels voor de programma’s:
Masteropleiding Building Services 2009-2010
Schakelprogramma zij-instromers 2009-2010
1. (Eigen instroom) studenten mogen aan het tweede jaar van de master beginnen als zij hun
bachelordiploma hebben.
2. Studenten die een schakelprogramma volgen, mogen aan het tweede jaar van de master
beginnen als zij hun schakelprogramma hebben afgerond.
3. Studenten mogen aan hun afstudeerproject beginnen als zij het overige masterprojectwerk
hebben behaald.
4. Studenten mogen hun tussencolloquium houden als alle masteronderdelen, met
uitzondering van de afstudeeropdracht, zijn afgerond.
NB. Aan de doorstroomregel(s) moet voldaan zijn uiterlijk op de datum dat de aanmelding voor het te
volgen onderdeel sluit.
13
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
Toelichting Onderwijs- en Examenregeling van de masteropleiding Building Services.
Algemeen
Ingevolge artikel 9.15, eerste lid van de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek
(WHW) dient de decaan de onderwijs- en examenregeling (hierna: OER) vast te stellen, waarvan de
inhoud wordt bepaald in artikel 7.13, tweede lid, van diezelfde wet. Met de onderhavige regeling
wordt aan beide artikelen uitvoering gegeven.
Voorts is in artikel 9.38, van de WHW, voorgeschreven dat het faculteitsbestuur voorafgaande
instemming behoeft van de faculteitsraad voor de vaststelling of wijziging van de OER, met
uitzondering van de onderwerpen genoemd in de onderdelen a. tot en met g., van het tweede lid van
artikel 7.13, van de wet. Dat betekent dat de faculteitsraad haar instemming heeft verleend met de
onderhavige regeling met uitzondering van de onderdelen a. tot en met d. van de bijlage, en artikel
1.3. Ook het advies van de faculteitsraad is door het faculteitsbestuur bij de vaststelling van de
regeling ter harte genomen.
Tevens heeft de opleidingscommissie conform het bepaalde in artikel 9.18, eerste lid, van de wet
advies uitgebracht. Ook dat advies is door het faculteitsbestuur bij de vaststelling in de overwegingen
betrokken.
In de onderhavige OER is ten behoeve van de transparantie en helderheid, met name voor de
studenten, gekozen voor zover als mogelijk opname van uitwerking en regeling van de bevoegdheden
van en opdrachten aan de examencommissie, zoals die verspreid over een groot aantal artikelen van de
wet voor deze commissie zijn opgenomen. Dat betekent dat het bij deze opleiding behorende
Examenreglement slechts regelingen bevat van de in artikel 7.12 van de wet aan deze commissie
toegekende bevoegdheden en opdrachten en van die onderwerpen, die vanwege hun inhoud niet
thuishoren in deze OER.
De onderhavige regeling en het examenreglement, inclusief alle bijlagen, liggen in elkaars verlengde
en dienen dan ook in samenhang te worden gehanteerd.
Paragraaf 1 Algemeen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
De begripsbepaling van deze regeling is beperkt gehouden tot die begrippen die voor de opstelling van
de regeling noodzakelijk zijn. Dat laat onverlet dat helderheid dient te worden verschaft over de
exacte betekenis van de verschillende – soms wettelijk gedefinieerde – begrippen die in dit reglement
worden gebruikt. Daartoe is een verklarende woordenlijst toegevoegd, die verschil van mening over
de betekenis van de gehanteerde begrippen moet voorkomen.
Artikel 1.2 De opleiding
In dit artikel wordt verwezen naar bijlage 1, die integraal onderdeel uitmaakt van deze regeling en
waarin de opleidingsspecifieke zaken wat betreft de opleiding nader zijn omschreven en geregeld. Het
betreft die onderwerpen van de in artikel 7.13, tweede lid, van de WHW, voorgeschreven inhoud van
de OER, die alleen betrekking hebben op de inhoud, vorm en omvang van het onderwijs en de
tentamens in de opleiding waarop deze regeling betrekking heeft.
De overige voorschriften van deze OER zijn algemeen van aard en gelden niet alleen voor deze
opleiding, maar hebben ruime TU/e-brede toepassing gevonden. Daarmee wordt eenheid van
regelgeving en zekerheid gewaarborgd. De studenten kunnen er van op aan dat de OER van elke
opleiding van de TU/e, voor zover die betrekking heeft op de niet opleidingsgebonden onderdelen,
gelijkluidende voorschriften bevat.
Behoudens de opleidingsgebonden onderwerpen, genoemd in de onderdelen a tot en met g, bevat de
bijlage twee andere belangrijke zaken die de onderhavige masteropleiding betreffen en wel onder h en
i: de toelatingseisen op grond waarvan een bewijs van toelating kan worden afgegeven, die op grond
van artikel 7.30a, derde lid, en artikel 7.30b, eerste lid, van de wet, in de regeling dienen te worden
opgenomen. De bachelorgetuigschriften die rechtstreeks toegang geven tot de masteropleiding zijn
opgenomen in de bijlage onder i. Zie ook de toelichting bij artikel 1.4. Verder zijn in de bijlage onder j
de overgangsregeling zoals bedoeld in artikel 8.2 nader uitgewerkt en is onder k de mogelijkheid
opgenomen om regels ten aanzien van het verlenen van vrijstelling door de examencommissie op te
14
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
nemen. Denk bijvoorbeeld aan de voorwaarde dat niet meer dan 60 ects aan vrijstelling kan worden
verleend.
Artikel 1.3 Kwaliteiten
De wet geeft in artikel 7.13, tweede lid, onder c aan dat in de OER dienen te worden opgenomen de
kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden, die een student zich bij de beëindiging
van zijn opleiding moet hebben verworven. De in dit artikel opgenomen kwaliteiten zijn vastgesteld
door het college van bestuur en gepubliceerd in het Instellingsplan 2004-2007 en de Onderwijsvisie
zoals vastgesteld in juni 2005. Deze kwaliteiten hangen nauw samen met de academische criteria
zoals vastgelegd in de gezamenlijke uitgave ‘Criteria voor Academische Bachelor en Master
Curricula’ van de Technische Universiteit Eindhoven, Technische Universiteit Delft en de Universiteit
Twente (uitgave 2005).
Artikel 1.4 Inschrijving en toelating
Hoewel de inschrijving voor een masteropleiding formeel geen onderdeel uitmaakt van de OER is
voor de leesbaarheid en voor de volledigheid van de onderhavige regeling in dit artikel omschreven
voor welke studenten inschrijving in de masteropleiding openstaat. In de bijlage wordt in het
onderdeel l aangegeven welke bachelorgetuigschriften rechtstreeks toegang geven tot de
masteropleiding, dus voor welke bacheloropleiding de onderhave masteropleiding een zogenaamde
aansluitende masteropleiding is. Daarenboven is er sprake van een aantal bachelorgetuigschriften van
andere universiteiten en hogescholen, die eveneens rechtstreeks toegang geven, zulks op grond van
een overeenkomst die door het college van bestuur met die andere instellingen van hoger onderwijs is
afgesloten. Voor diegenen die niet over de eerder genoemde bachelorgetuigschriften beschikken staat
slechts inschrijving open, indien zij beschikken over een zogenaamd bewijs van toelating. De
procedure die voor het verkrijgen van een bewijs van toelating dient te worden gevolgd is neergelegd
in de door het college van bestuur op 6 juni 2006 vastgestelde Regeling toelating masteropleidingen
TU/e.
In het derde tot en met zesde lid in de richtlijn van het college van bestuur opgenomen (vastgesteld op
21 november 2002, inwerking getreden op 1 september 2002) met betrekking tot de doorstroming van
studenten, die hun bachelor nog niet hebben behaald.
Artikel 1.5 Taal
In dit artikel is uitvoering gegeven aan het besluit van het college van bestuur van 6 februari 2003, de
Gedragscode buitenlandse talen TU/e, waarin aan de faculteiten is opgedragen in de OER vast te
leggen in welke taal het onderwijs wordt verzorgd en de tentamens en examens worden afgenomen. In
het kader van het internationaliseringbeleid van de TU/e is instellingsbreed overeengekomen dat het
onderwijs en de tentamens en examens van de masteropleidingen worden verzorgd, respectievelijk
worden afgenomen in de Engelse taal, met uitzondering van de educatieve masteropleidingen. Een en
ander is wettelijk mogelijk indien de kwaliteit van het onderwijs en de specifieke expertise op het
vakgebied ertoe noodzaken niet-Nederlandstalige docenten aan te trekken en indien het onderwijs
mede is gericht op niet-Nederlandstalige studenten. Een en ander geldt voor alle masteropleidingen
van de TU/e.
Het voorschrift van artikel 1.5 laat onverlet dat het faculteitsbestuur in bijzondere gevallen kan
besluiten dat het onderwijs toch wordt verzorgd in het Nederlands. Zo’n bijzonder geval doet zich
bijvoorbeeld voor indien alle studenten van het desbetreffende onderdeel van de opleiding en ook de
docent Nederlandstalig zijn en er geen andere aanleiding is voor een andere dan de Nederlandse taal te
kiezen.
Paragraaf 2 Tentamens
Artikel 2.1 Frequentie, vorm en volgorde tentamens
Door het college van bestuur wordt jaarlijks aan het begin van het studiejaar bekend gemaakt in welke
periodes de schriftelijke tentamens aan de TU/e worden afgenomen, zodat studenten ruim op tijd op
de hoogte zijn van de data waarop tentamens worden afgenomen.
Het tweede lid van dit artikel geeft het faculteitsbestuur de mogelijkheid om in bijzondere gevallen tot
uiterlijk twee maanden voordat de tentamens plaatsvinden wijzigingen aan te brengen in het rooster.
15
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
Een dergelijk bijzonder geval kan zich bijvoorbeeld voordoen bij langdurige ziekte van docenten of
wisseling in de personele samenstelling van de opleiding. In een dergelijk geval rust de verplichting
op het faculteitsbestuur de studenten onder opgaaf van de redenen waarom van het rooster wordt
afgeweken, onverwijld in kennis te stellen van de wijziging.
Voor de mondelinge tentamens geldt uiteraard, dat deze niet centraal kunnen worden vastgesteld,
redenen waarom in het derde lid is voorgeschreven dat het tijdstip zoveel mogelijk in overleg tussen
student en examinator wordt bepaald.
Het vierde lid geeft aan wat voor alle opleidingen van de TU/e geldt: dat tenminste twee maal per jaar
gelegenheid wordt geboden om tentamens - schriftelijk, mondeling of op andere wijze - af te leggen.
In het geval dat een vak uit het studieprogramma komt te vervallen, wordt in het eerste studiejaar dat
het onderwijs in het vak niet meer wordt verzorgd, nog twee maal de mogelijkheid geboden het
tentamen in dat vak af te leggen. Een en ander geldt voor alle vormen waarin het tentamen in een vak
wordt afgelegd zoals voorgeschreven in de bijlage bij deze regeling onder g, dus zowel schriftelijk als
mondeling als op andere wijze.
De regels wat betreft frequentie, vorm en volgorde van de tentamens laten onverlet de bevoegdheid
van de examencommissie in bijzondere gevallen af te wijken van de regels (zevende lid). De
examencommissie kan, desgevraagd of uit eigen beweging, besluiten dat in een bepaald studiejaar nog
een extra maal gelegenheid wordt gegeven een bepaald tentamen af te leggen, zowel ten aanzien van
alle studenten, als ten aanzien van individuele studenten. Ook kan de examencommissie in bijzondere
gevallen besluiten – indien daar gegronde redenen voor zijn – een schriftelijk tentamen om te zetten
in een mondeling tentamen of anderszins. Indien daar gegronde redenen voor zijn kan de
examencommissie tenslotte ook afwijken van de in de bijlage bij deze OER voorgeschreven volgorde
van de tentamens.
Bij deze afwijkingsmogelijkheden moet helder zijn dat een dergelijk besluit over wijziging van
frequentie, vorm of volgorde van de tentamens niet ten nadele van de student kan plaatsvinden.
Wanneer in dit artikel niet de volgorde van de tentamens is opgenomen, dan betekent dit dat de
opleiding geen volgtijdelijkheid van tentamens kent.
Artikel 2.2 Geldigheidsduur tentamens
Dit artikel bepaalt de geldigheidsduur van een met goed gevolg afgelegd tentamen, namelijk dat de
geldigheidsduur onbeperkt is. In verband met de snelle ontwikkeling van de verschillende
wetenschapsgebieden de laatste jaren komt aanpassing en herformulering van het
onderwijsprogramma zo veelvuldig voor, dat over het algemeen gezegd kan worden dat na een
periode van zes jaren de onderwijsinhoud en derhalve de eindtermen van een opleiding zodanig zijn
gewijzigd dat niet zonder meer uitgegaan mag worden van de actualiteit en waarde van zes jaar eerder
met goed gevolg afgelegde tentamens. Dat is de reden dat de examencommissie een aanvullend of
vervangend tentamen kan opleggen als een tentamenresultaat ouder is dan zes jaar. Aangezien vorig
jaar een andere regel gold, bepaalt het derde lid dat de nieuwe bepaling ook van toepassing is op
tentamens die vóór 1 september 2007 zijn behaald.
Artikel 2.3 Mondelinge tentamens
In dit artikel wordt bepaald dat mondeling niet meer dan een student tegelijk wordt getentamineerd.
Voorts is in dit artikel voorgeschreven dat in de regel de mondelinge tentamens worden afgenomen
door twee examinatoren. Een en ander om te garanderen dat de beoordeling van een mondeling
tentamen volgens de daarvoor geldende regels en normen geschiedt en ter zekerstelling van de goede
gang van zaken gedurende het mondelinge tentamen.
Ten slotte is – in overeenstemming met het bepaalde ter zake in de wet - bepaald dat mondelinge
tentamens in het openbaar worden afgenomen. Daarop kan door de examencommissie in bijzondere
gevallen een uitzondering worden gemaakt. Die uitzondering kan bijvoorbeeld zijn grond hebben in
overwegingen van de examencommissie op het punt van de orde tijdens het tentamen, dan wel in een
verzoek van de student die het tentamen aflegt.
Artikel 2.4 Uitslag
De termijnen waarbinnen en de manier waarop uitslagen van tentamens bekend worden gemaakt,
worden in dit artikel vastgelegd.
16
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
In alle gevallen krijgt de student een schriftelijke dan wel elektronische verklaring door of namens de
examencommissie uitgereikt. Voor een toets (voorheen: deeltentamen) (tweede lid) geldt een andere
termijn, aangezien studenten belang hebben bij een snelle terugkoppeling. De toets is van belang voor
het tentamen van het betreffende blok of vak, juist omdat de toets halverwege het blok of vak valt en
de student de kans krijgt zich gedurende de rest van het blok of vak zich te verbeteren.
Artikel 2.5 Inzagerecht schriftelijke tentamens
Het inzagerecht van de student heeft tot gevolg dat de student zich een oordeel kan vormen over de
beoordeling van zijn werk door de examinator. De student moet wel uitdrukkelijk een verzoek richten
aan de examinator voor een dergelijke inzage.
De wet schrijft in artikel 7.13, tweede lid, onder q, voor dat in de OER moet worden geregeld op
welke manier en binnen welke termijn - in het algemeen – kan worden kennisgenomen van vragen of
opdrachten, gesteld of gegeven in het kader van een schriftelijk tentamen alsmede van de normen aan
de hand waarvan de beoordeling heeft plaatsgevonden. Dit voorschrift, dat iedere belanghebbende en
niet alleen de student aangaat, is gegeven in het kader van de door de overheid voorgeschreven
openbaarheid en toetsbaarheid van beoordelingen. Het faculteitsbestuur heeft er voor gekozen deze
openbaarheid vorm te geven in het kader van de regeling van het inzagerecht van studenten, en is
derhalve geregeld in het tweede lid van dit artikel.
De termijn waarbinnen een verzoek tot inzage aan de examinator dient te worden gericht, is open
gelaten, maar in verband met het feit dat de examinator binnen 5 werkdagen nadat het verzoek om
inzage is ontvangen, bekend dient te maken waar en wanneer de inzage zal plaatshebben, en het feit
dat de inzage binnen 20 werkdagen, nadat de uitslag bekend is gemaakt, moet worden georganiseerd,
ligt het in de rede dat de student (of belanghebbende) zo spoedig mogelijk na het bekend maken van
de uitslag een dergelijk verzoek aan de examinator doet. Ook de wijze waarop een dergelijk verzoek
moet worden ingediend is hier niet geregeld, ook om het bijvoorbeeld mogelijk te maken dat een
mondelinge afspraak wordt gemaakt tussen student(en) en examinator of een en ander wordt geregeld
via e-mailverkeer tussen student(en) en examinator.
Artikel 2.6 Nabespreking
Het eerste lid van het onderhavige artikel regelt de nabespreking van een mondeling tentamen. Bij een
dergelijke nabespreking zullen niet alleen de vragen en de daarbij behorende antwoorden aan de orde
worden gesteld, maar ook de wijze waarop de beoordeling van het door de student afgelegde tentamen
heeft plaatsgevonden.
Het tweede lid van dit artikel regelt de wijze waarop na het afnemen van schriftelijke tentamens een
nabespreking wordt georganiseerd. Het is aan de examencommissie om te bepalen of een collectieve
nabespreking wordt georganiseerd dan wel of gekozen wordt voor individuele nabesprekingen op
verzoek van de student.
Indien de examencommissie een collectieve nabespreking organiseert maakt zij tijd en plaats van deze
nabespreking bekend op grond van het bepaalde in het derde lid. Voor een dergelijke nabespreking is
in het onderhavige artikel geen termijn aangegeven waarbinnen die nabespreking wordt gehouden of
bekend gemaakt, om de examencommissies in de gelegenheid te stellen zoveel mogelijk maatwerk te
leveren en rekening te houden met de omstandigheden en mogelijkheden ter plaatse. Het ligt wel in de
rede een dergelijke nabespreking tenminste binnen een termijn van 20 werkdagen te laten
plaatsvinden.
Alleen indien geen collectieve nabespreking wordt georganiseerd of indien een student kan aantonen
dat hij buiten zijn schuld niet in de gelegenheid is of is geweest om aan de collectieve bespreking deel
te nemen, kan hij een verzoek indienen voor een individuele nabespreking. Hier is een termijn van 20
werkdagen genoemd waarbinnen een dergelijk verzoek moet worden ingediend; niet is bepaald of dat
verzoek mondeling, schriftelijk dan wel elektronisch moet worden ingediend.
Helder is dat een student, die niet in de gelegenheid is of was aan de collectieve bespreking deel te
nemen, zijn verzoek om een individuele nabespreking schriftelijk of elektronisch indient, aangezien
hij moet aangeven waarom hij niet in de gelegenheid is of was daaraan deel te nemen.
Indien geen collectieve nabespreking is of wordt georganiseerd behoeft uiteraard het verzoek van de
student niet met redenen te worden omkleed en zal redelijkerwijs zijn verzoek om een individuele
nabespreking worden gehonoreerd.
17
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
Paragraaf 3 Goedkeuring examencommissie
Artikel 3.1 Vrijstelling
In het geval een student reeds eerder bij een andere opleiding aan de TU/e of een andere instelling
voor hoger onderwijs tentamens of examens met goed gevolg heeft afgelegd, of buiten het hoger
onderwijs relevante kennis en vaardigheden heeft opgedaan, kan de desbetreffende student de
examencommissie verzoeken hem vrijstelling te verlenen van het afleggen van een of meer tentamens
van de onderhavige opleiding.
De gronden waarop de examencommissie een vrijstelling kan verlenen hebben uitsluitend betrekking
op het niveau, de inhoud en de kwaliteit van de eerder behaalde tentamens of examens dan wel de
buiten het hoger onderwijs opgedane kennis en vaardigheden. Een en ander is vastgelegd in het derde
lid van het onderhavige artikel en ziet er op dat de examencommissie er in haar beslissing zorg voor
draagt dat aan de eindtermen van de opleiding volledig recht gedaan wordt. De examencommissie kan
alvorens te beslissen advies vragen aan de examencommissie van de desbetreffende onderwijseenheid.
Het vierde lid van het onderhavige artikel schrijft voor dat de examencommissie, indien zij
voornemens is de vrijstelling niet te verlenen, de desbetreffende student in de gelegenheid moet
stellen te worden gehoord om zijn verzoek mondeling toe te lichten. De desbetreffende student kan
uiteraard besluiten af te zien van deze mogelijkheid.
In het vijfde lid wordt aangegeven, dat de examencommissie binnen vier weken een besluit dient te
nemen op een verzoek om vrijstelling. Dat laat onverlet de bevoegdheid van de examencommissie om
bijvoorbeeld in verband met de academische vakanties verzoeker tijdig te laten weten dat de termijn
van vier weken wordt verlengd. Uiteraard dient deze verlenging te worden gemotiveerd en te voldoen
aan de eisen van redelijkheid en billijkheid.
Het besluit van de examencommissie om de vrijstelling te verlenen wordt op grond van het zesde lid
gelijk gesteld met de beoordeling voldoende en wordt aangeduid met de afkorting VR. Een en ander is
van belang voor de vaststelling van de uiteindelijke examenuitslag en het daarbij aan de student uit te
reiken supplement.
Het zevende lid van het artikel maakt duidelijk dat het niet alleen gaat om vrijstelling van het afleggen
van een bepaald tentamen, maar dat een vrijstelling ook betrekking kan hebben op alle vormen van
praktische oefeningen die aan de opleiding verbonden zijn.
Het laatste lid biedt de examencommissie de mogelijkheid om het verlenen van vrijstelling aan
voorwaarden te verbinden.
Artikel 3.2 Keuzevakken
In de bijlage bij deze regeling is onder g. een lijst opgenomen van de verschillende onderwijseenheden
waaruit de student een keuze dient te maken voor de invulling van de vrije ruimte binnen de opleiding.
Die keuze behoeft de goedkeuring van de examencommissie. Het tweede lid van het onderhavige
artikel schrijft voor dat de examencommissie, indien zij voornemens is de goedkeuring niet te
verlenen, de desbetreffende student in de gelegenheid moet stellen te worden gehoord om zijn verzoek
mondeling toe te lichten. De desbetreffende student kan uiteraard besluiten af te zien van deze
mogelijkheid.
Wat betreft de termijn van vier weken geldt ook in dit geval dat de examencommissie bij voorbeeld in
verband met academische vakanties de student - tijdig - kan laten weten dat het besluit niet binnen
deze termijn kan worden genomen. Uiteraard dient deze verlenging te worden gemotiveerd en te
voldoen aan de eisen van redelijkheid en billijkheid.
Artikel 3.3 Vrij programma
Dit artikel geeft aan hoe de procedure luidt voor een student die van de examencommissie
toestemming wenst te krijgen voor het volgen van een zogenaamd vrij onderwijsprogramma. In de
wet is in artikel 7.3c aan studenten de mogelijkheid geboden zelf een onderwijsprogramma samen te
stellen uit de verschillende onderwijseenheden die door de TU/e worden verzorgd, in plaats van het
programma te volgen van een in het Croho op naam van de TU/e opgenomen opleiding. In dat artikel
is tevens opgenomen dat de desbetreffende student zich dient te wenden tot de examencommissie “die
daarvoor het meest in aanmerking komt”. In die gevallen waarin het niet helder is welke
18
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
examencommissie het meest in aanmerking komt om goedkeuring te verlenen aan een vrij
onderwijsprogramma, wijst het college van bestuur een examencommissie aan.
Een verzoek van een student voor het volgen van een vrij onderwijsprogramma dient volgens het
eerste lid van dit artikel bij de examencommissie te worden ingediend uiterlijk drie maanden voordat
het onderwijs dat hij wil volgen begint. Dat verzoek dient met redenen te worden omkleed; de student
moet in dat verzoek uitleggen waarom het programma van de in het Croho geregistreerde opleiding
niet aan zijn wensen tegemoet komt.
Het tweede lid verplicht de examencommissie de student in de gelegenheid te stellen te worden
gehoord, indien de commissie voornemens is negatief te besluiten op het verzoek van de student. De
student kan afzien van die mogelijkheid.
Het is aan de examencommissie te bepalen of zij toestemming verleent voor het volgen van een vrij
programma. Helder is dat de examencommissie er van overtuigd dient te zijn dat het door de student
voorgestelde vrije programma voldoet aan de eisen van de wet in artikel 7.3, tweede lid, wat betreft
een opleiding: het dient een samenhangend geheel van onderwijseenheden te zijn, gericht op de
verwezenlijking van welomschreven doelstellingen op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden,
waarover de student bij voltooiing van zijn opleiding dient te beschikken. Ook voor het overige dient
aan alle eisen die door de wet aan een opleiding worden gesteld, te worden voldaan.
Op grond van het derde lid neemt de examencommissie binnen vier weken na ontvangst een besluit op
het verzoek, onder vermelding van – lid 4 - de opleiding waartoe het vrije programma wordt geacht te
behoren. Een en ander is onder andere van belang voor de vraag welke OER op de desbetreffende
student van toepassing is, en welk examenreglement. Voorts dient de studievoortgang van de student
te worden geregistreerd op naam van een in het Croho geregistreerde opleiding en zal op het
getuigschrift van de student die naam van de in het Croho geregistreerde opleiding moeten worden
vermeld. Wat betreft de termijn van vier weken geldt ook in dit geval dat de examencommissie bij
voorbeeld in verband met academische vakanties de student - tijdig - kan laten weten dat het besluit
niet binnen deze termijn kan worden genomen. Uiteraard dient deze verlenging te worden
gemotiveerd en te voldoen aan de eisen van redelijkheid en billijkheid.
In het onderhavige artikel is niet geregeld dat het ook kan gaan om bepaalde onderdelen van de
onderhavige opleiding die de student wil vervangen door onderdelen van andere opleidingen van de
TU/e, omdat het voor zich spreekt. De examencommissie dient ook daarvoor toestemming te verlenen
op grond van dit artikel.
Paragraaf 4 Functiebeperking
Artikel 4.1 Studeren met een functiebeperking
Voor studenten met een blijvende functiebeperking, waaronder begrepen worden alle aandoeningen
die chronisch of blijvend van aard zijn en die de student structureel beperken bij het volgen van
onderwijs of het op de gebruikelijke wijze doen van tentamens of deelnemen aan praktische
oefeningen, is er een mogelijkheid het faculteitsbestuur te verzoeken om aanpassingen, dan wel
speciale faciliteiten. Het gaat daarbij uitdrukkelijk om functiebeperkingen van blijvende aard.
Een verzoek van de student om aanpassingen dan wel faciliteiten dient zo mogelijk drie maanden
voordat sprake is van deelname aan het desbetreffende onderwijs, praktische oefeningen of tentamen,
te worden gericht aan het faculteitsbestuur en te worden ingediend bij het STU. De woorden “zo
mogelijk” in het eerste lid van dit artikel houden rekening met het feit dat studenten die zich voor de
eerste maal willen inschrijven bij de TU/e hun verzoek over het algemeen eerst zullen indienen op het
moment dat zij daadwerkelijk hun verzoek tot inschrijving doen. Ook die verzoeken worden uiteraard
behandeld. De termijn van drie maanden betekent daarmee dat de student niet kan verwachten dat in
een kortere termijn dan drie maanden speciale voorzieningen of faciliteiten door de faculteit kunnen
worden gerealiseerd.
Door een medewerker van het STU wordt een gesprek gevoerd met de desbetreffende student over de
inhoud van zijn verzoek, dat vervolgens, met een advies van het STU, wordt doorgestuurd aan het
faculteitsbestuur of de examencommissie.
Bij het verzoek dienen alle bescheiden te worden gevoegd, die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor
de beoordeling van het verzoek. In ieder geval valt daaronder een recente verklaring van een medicus
19
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
of van een psycholoog, dan wel van een BIG-, NIB-, of NVO- geregistreerd testbureau. Het gaat er
daarbij om dat een ter zake formeel erkende deskundige op het gebied van de specifieke
functiebeperking van de desbetreffende student een verklaring afgeeft omtrent de aard en de duur van
de functiebeperking, die van invloed zijn op mogelijkheden van de student voor het volgen van
onderwijs en praktische oefeningen en het afleggen van tentamens.
Het faculteitsbestuur beslist binnen vier weken nadat het verzoek om aanpassing en het advies van het
STU is ontvangen. Het faculteitsbestuur heeft in deze de taak om af te wegen of in redelijkheid aan
het verzoek van de student tegemoet kan worden gekomen, waarbij de kosten die de faculteit zou
moeten maken voor eventuele aanpassingen in verhouding dienen te staan met het doel dat daarmee
beoogd wordt. De examencommissie beslist eveneens binnen vier weken nadat het verzoek om
faciliteiten ten behoeve van het afleggen van een tentamen en het advies van STU is ontvangen. De
examencommissie dient daarbij uitdrukkelijk te waarborgen dat de kwaliteit en het niveau van de
onderwijsactiviteiten van de opleiding in stand blijven.
Paragraaf 5 Examens
Artikel 5.1 Tijdvakken en frequenties examens
Wat betreft het masterexamen worden de data van de zittingen van de examencommissie aan het
begin van het studiejaar bekend gemaakt. In ieder geval wordt gedurende het studiejaar drie maal de
gelegenheid gegeven het examen af te leggen.
Paragraaf 6 Studiebegeleiding en voortgang
Artikel 6.1 Studiebegeleiding
In de wet is, in artikel 7.13, tweede lid, onder u, aangegeven, dat in de OER dient te worden
vastgelegd hoe de studiebegeleiding van individuele student is geregeld. Het onderhavige artikel
maakt duidelijk dat het faculteitsbestuur in dat kader dient te zorgen voor benoeming van
studieadviseurs/coaches/mentoren . Het is duidelijk dat het faculteitsbestuur daarbij tevens moet
zorgen dat deze studieadviseurs/coaches/mentoren makkelijk toegankelijk zijn voor studenten en
berekend op hun taak te zorgen voor individuele studiebegeleiding. In het eerste lid van dit artikel is
aangegeven, dat die begeleiding in ieder geval is gericht op oriëntatie van de student op zijn
studiemogelijkheden binnen of buiten de TU/e. Voor het overige is afgezien van formulering van
specifieke doelstellingen, aangezien het gaat om begeleiding van individuen, die zich met een scala
aan vragen en verzoeken tot een studieadviseur/coach/mentor zullen wenden. Helder dient wel te zijn
dat een studieadviseur/coach/mentor geen beslissingen kan nemen en dat zijn werkzaamheden zijn
beperkt tot het uitbrengen van advies aan de individuele student. De student zal zich daar terdege van
bewust moeten zijn.
Het tweede lid maakt helder dat in ieder geval de studievoortgang van een student aanleiding kan zijn
voor contact tussen studieadviseur/coach/mentor en student, maar het is daartoe uiteraard niet beperkt.
Tevens is voorgeschreven dat een studieadviseur/coach/mentor dient te zorgen voor adequate
doorverwijzing van een student naar bevoegde organen een en ander uiteraard indien daar aanleiding
voor bestaat en afhankelijk van de kwestie die de student aan hem of haar voorlegt.
Artikel 6.2 Bewaking van studievoortgang
De bewaking van de studievoortgang is noodzakelijk voor de student persoonlijk, onder andere in
verband met zijn studiefinanciering, maar ook voor de opleiding als zodanig. Het is van belang voor
de faculteit zogenaamde struikelvakken in een vroeg stadium te identificeren en zonodig maatregelen
te nemen. De studievoortgang van de studenten is een belangrijke aanwijzing voor een dergelijke
identificatie.
In het eerste lid van dit artikel is geregeld dat centraal alle tentamenresultaten van de individuele
studenten worden bijgehouden en geregistreerd in het onderwijsinformatie-systeem van de TU/e, dat
toegankelijk is voor iedere individuele student. De student is derhalve gedurende zijn opleiding steeds
op de hoogte van de actuele stand van zijn tentamenresultaten. Tentamengegevens kunnen naar
aanleiding van een verzoek daartoe door een derde worden verstrekt, mits wordt voldaan aan de eisen
die de Wet Bescherming Persoonsgegevens aan een verstrekking van gegevens stelt.
Het tweede lid van het onderhavige artikel regelt dat in voorkomende gevallen, bijvoorbeeld bij een
significatie studievertraging, de desbetreffende student wordt uitgenodigd voor een persoonlijk
20
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
gesprek met zijn studieadviseur/coach/mentor onder andere ter bespreking van de oorzaken van de
studievertraging. Op grond van het derde lid van dit artikel wordt in dat gesprek de student in ieder
geval op de hoogte gesteld van de mogelijkheden die er binnen de faculteit bestaan voor eventuele
extra ondersteuning en overlegd over welke maatregelen nodig zijn om verdere vertraging te
voorkomen. Het is uiteraard aan de student om te bepalen of hij een dergelijk gesprek wil aangaan en
of hij van de mogelijkheden gebruik wil maken.
Paragraaf 8 Slotbepalingen
Artikel 8.1 Wijzigingen
Het artikel legt vast dat wijzigingen van deze regeling, daaronder begrepen wijzigingen van de inhoud
van het onderwijsprogramma, zoals neergelegd in de bijlage, niet gedurende een studiejaar kunnen
worden ingevoerd, tenzij de studenten daardoor redelijkerwijs niet in hun belangen worden geschaad.
Voor het overige is in dit artikel helder vastgelegd dat een wijziging van deze regeling nimmer een
eerder ten aanzien van een student genomen besluit kan beïnvloeden.
Artikel 8.2 Overgangsregeling
Deze bepaling garandeert dat het faculteitsbestuur zich er bij wijziging van de regeling van vergewist
of een overgangsregeling noodzakelijk is teneinde de belangen van studenten zeker te stellen.
In de meeste gevallen zal bij wijziging van het onderwijsprogramma een overgangsregeling moeten
worden getroffen voor de zittende studenten ten behoeve van de voltooiing van hun opleiding. Daarbij
behoort tevens voor die studenten die besluiten over te stappen naar het nieuwe onderwijsprogramma,
aangegeven te worden voor welke eerder met goed gevolg afgelegde tentamens in het nieuwe
programma vrijstelling wordt verleend.
Een dergelijke overgangsregeling kan niet van onbeperkte duur zijn, reden waarom de
overgangsregeling nadrukkelijk de duur daarvan van dient te bevatten.
21
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
Verklarende woordenlijst
ECTS Studiepunt volgens het European Credit Transfer System. Zie studielast en
studiepunt
Examen Een onderzoek door de examencommissie naar de vraag of de student de
tentamens van de opleiding met goed gevolg heeft afgelegd.
Examencommissie De door het faculteitsbestuur voor elke opleiding (of groep van opleidingen)
ten behoeve van het afnemen van examens en ten behoeve van de
organisatie en coördinatie van de tentamens benoemde commissie. (Artikel
7.12, eerste lid, van de wet)
Examinator Een door de examencommissie aangewezen lid van het personeel dat met
het verzorgen van het onderwijs in de desbetreffende onderwijseenheid is
belast of een deskundige van buiten de universiteit, ten behoeve van het
afnemen van tentamens. (Artikel 7.12, derde lid, van de wet)
Getuigschrift 1) Een door de examencommissie aan de student uitgereikt bewijsstuk ten
bewijze dat het examen met goed gevolg is afgelegd. (Artikel 7.11, van de
wet)
2) Een door de desbetreffende examinator(en) aan de student uitgereikt
bewijsstuk ten bewijze dat een tentamen met goed gevolg is afgelegd.
(Artikel 7.11, van de wet)
Keuzevakken Een overzicht van onderwijseenheden, opgenomen in de bijlage bij artikel
1.2, waaruit de student een keuze moet maken ter invulling van de vrije
ruimte binnen zijn opleiding. Die keuze behoeft de goedkeuring van de
examencommissie. (Artikel 3.2, van deze regeling)
Opleiding Een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op de
verwezenlijking van welomschreven doelstellingen op het gebied van
kennis, inzicht en vaardigheden, waarover degene die de opleiding voltooit,
dient te beschikken. (Artikel 7.3, tweede lid, van de wet)
Dit geldt zowel voor de bachelor- als voor de masteropleidingen van de
TU/e zoals die zijn opgenomen in het Centraal register opleidingen hoger
onderwijs (Croho)
Onderwijseenheid Een onderdeel van een opleiding waaraan een tentamen is verbonden, zoals
omschreven in de bijlage bij de OER van de opleiding. Ook aangeduid als
‘vak’.
Onderwijsperiode De periode waarin het onderwijs in de opleidingen wordt verzorgd, zoals
vastgesteld door het college van bestuur bij de aanvang van ieder studiejaar.
Student Een conform de Regeling inschrijving en beëindiging inschrijving van de
TU/e formeel door het college van bestuur aan een opleiding van de TU/e
als zodanig ingeschreven persoon.
Studielast De studielast van elke opleiding en van elke onderwijseenheid van die
opleiding wordt uitgedrukt in (hele) studiepunten (Artikel 7.4, van de wet)
Studiepunt Een studiepunt is gelijk aan 28 uren studie. 60 studiepunten is gelijk aan
22
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
1680 uren studie (Artikel 7.4 van de wet)
Tentamen Een onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de
student, alsmede de beoordeling van de uitkomsten van dat onderzoek
(Artikel 7.10, eerste lid, van de wet)
Toets Voorheen deeltentamen. Een toets is een onderdeel van een tentamen en
wordt meegenomen bij de eindbeoordeling van een tentamen. Een toets is
individueel gemaakt en individueel beoordeeld.
Vak Zie onderwijseenheid.
Werkdag Maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van de door de Nederlandse
overheid als zodanig erkende feestdagen.
23
OER Masteropleiding Building Services 2009-2010
Related docs
Get documents about "