Docstoc

Godsdienst - portfolio klas 4

Document Sample
Godsdienst - portfolio klas 4 Powered By Docstoc
					Godsdienst



____________________________________

Portfolio 2011 – 2012
   Tara Smit, H4a
Hoofdstuk 1
Aantekeningen
Norm = onuitgesproken gedragsregel die voorschrijft hoe jij je behoort te gedragen
in een groep.
       Voorbeeld: al onze wetten.
 Materiële waarden = waarde toekennen aan materialen. Zoals een iPod.
 Immateriële waarden = waarde toekennen aan zaken die je niet letterlijk kunt
aanraken of zien. Zoals een leuke vakantie.

Waarde = iets dat in een bepaalde cultuur als nastrevenswaardig wordt beschouwd.
     Voorbeeld: huwelijk, respect, eer, onafhankelijkheid.

Morele opvoeding = het aanleren van het onderscheiden tussen goed en kwaad.

Empathie = inleven in een ander.

Adolescentie = volwassenheid (tussen de 10-20 jaar).

Argumentatiemodel
   1. Wat zijn de feiten?
      a. Welke personen zijn erbij betrokken?
      b. Welke belangen hebben de personen?
      c. Welke omstandigheden kunnen een rol spelen?
   2. Wat is het morele probleem?
      a. Welke opvattingen hebben de betrokken personen?
      b. Welke waarden en normen spelen een rol?
   3. Welke keuzes kunnen er gemaakt worden?
   4. Welke argumenten zijn er voor of tegen deze keuzes?
   5. Welke argumenten, en de achterliggende waarden, wegen in deze situatie het
      zwaarst?
   6. Wat zou jij doen als je de hoofdpersoon was?


Opdrachten
Opdracht 1
a. 1, 2, 7, 8, 10.
b. Niet praten met volle mond. Omdat het toch snel gebeurd en het vervelend is om
er op gecorrigeerd te worden.

Opdracht 2
Bij de man blijven zitten en proberen zijn echte zoon met hem in contact te brengen
zodat hij nog tegen zijn vader kan praten.
Opdracht 3
a. “Sorry” zeggen als je iets verkeerd hebt gedaan. Omdat dit gewoon sociaal en
normaal is, ook voor in een groep.
b. Schelden, omdat ik thuis het goede voorbeeld moet geven.

Opdracht 4
a. Nee.
b. Vervelend dat er klasgenoten weg moeten gaan.
c. Ja, je hebt het immers van tevoren aangekondigd.
d. Naar huis sturen.
e. In ieder geval niet nog een keer straf geven, dat hebben ze al flink gehad. Maar
wel eens goed gaan praten samen.

Opdracht 5
- Bij elkaar blijven.
- Eerlijk alles delen.
- Samen meewerken aan een hut bouwen.
- Meewerken.
- Geen ruzie maken.

Opdracht 6
1. Het menselijk leven – je mag geen abortus plegen.
2. Eerlijkheid – je mag geen onwaarheid spreken.
3. Rechtvaardigheid – niet liegen.
4. Vrijheid – vrijheid van meningsuiting.
5. Rekening houden met je medemens – je moet iemand helpen die in nood is.
6. Gezondheid – iedereen moet in het ziekenhuis geholpen kunnen worden.
7. Zorg voor het milieu – gooi geen afval op straat.

Opdracht 7
a. 8, 7, 4.
b. 8, 16, 6.
c. 15, 8, 20.
d. 8, 2, 9.

Opdracht 8
1. 10               4. 13               7. 14
2. 15               5. 20               8. 15
3. 12               6. 20               9. 15

Opdracht 9
1. Veiligheid.
2.   Geen gevangenschap.
3.   Sociaal contact.
4.   Milieu.
5.   Geen geweld.
6.   Vandalisme.

Opdracht 10
1. a. – De zestienjarige Peter.
- Een klasgenoot.
- Een kennis van de klasgenoot die de scooter aanbiedt.
b. – Peter wil een scooter kopen. Die niet al te veel kost.
- De scooterverkoper wil geld krijgen voor de scooter.
- De Klasgenoot heeft er geen belangen bij.
c. – De toestand van Peter, met zijn geldproblemen.
- Of de scooter legaal is.
2. a. – Peter weet niet of de scooter, die hij voor weinig geld kan kopen, legaal is.
- De kennis van de klasgenoot wil z.s.m. van de scooter af.
b. – Waarde: eerlijkheid.
- Norm: is de scooter die de kennis van de klasgenoot wel legaal?
3. – De scooter voor weinig geld kopen.
- Op zoek gaan naar een scooter die wat duurder is maar wel met zekerheid legaal
is.
4. Eerste: Peter heeft weinig geld en wilt een scooter.
Tweede: Peter wilt er zeker van zijn dat hij een eerlijke scooter koopt.
5. Welk argument/waarde het zwaarste weegt weet ik niet.
6. Ik zou een andere scooter kopen, waarvan ik zeker weet dat hij wel 100% eerlijk
is. Stel dat de scooter die Peter aangeboden krijgt illegaal is en de politie komt
daarachter, ben je nog veel meer geld kwijt dan had gehoeven.
Hoofdstuk 2
Aantekeningen
Moreel = waarden en normen van een persoon of groep.
Voorbeeld: waarde – inzet voor de groep.
            Norm – je behoort op tijd te zijn.

Individuele moraal = de normen en waarden van één persoon.
Groepsmoraal = de normen en waarden van een groep.

Persoonlijk moraal = het individuele moraal en groepsmoraal. Het kenmerkende van
een persoonlijk moraal is dat die voor een beperkt aantal mensen geldt en niet
algemeen aan anderen mag worden voortgeschreden.

Gemeenschappelijk moraal = het moraal van de hele samenleving, zoals de wetten
binnen een land. Hier behoort iedereen zich aan te houden, er zijn geen
uitzonderingen.



                Thuis


         School         Sport




Opdrachten
Opdracht 1
1. G                6. G                11.   G          16.   G
2. G                7. P                12.   P          17.   P
3. P                8. G                13.   G          18.   P
4. G                9. P                14.   G          19.   G
5. P                10. P               15.   G          20.   G

Opdracht 2
a. 1. Ouderencentrum.
2. In het organisatieteam helpen.
3. Spelletjes spelen met ze.
4. Afval opruimen in de natuur.
5. Mensen begeleiden in musea.
6. Huis-aan-huis installatie van computers.
7. Sport en activiteiten.
b. Om andere mensen te helpen en een goede daad te verrichten.

Opdracht 3
1. F
2. E
3. B
4. A
5. C
6. D

Opdracht 4
1. Nee.                   6. Nee.
2. Nee.                   7. Ja.
3. Nee.                   8. Ja.
4. Ja.                    9. Ja.
5. Ja.                    10. Nee.

Opdracht 5
Ik vind dat de overheid vaccinatie tegen polio wel moet verplichten, omdat je er
alleen maar profijt van hebt. En iedereen wilt toch een goede gezondheid.

Opdracht 6
Mee oneens. Het is hun eigen kus om politici te zijn en dus moet het voor hun ook
als “normaal” voelen dat ze deze standpunten hebben.
Hoofdstuk 3
Opdrachten
Opdracht 1
Jodendom – hou net zoveel van je naasten als van jezelf.
Christendom – heb lief en behandel gelijk.
Islam – niet teveel vrijheid want dat leidt tot onrust.
Hindoeïsme – niet te veel waarde aan aardse dingen geven.
Boeddhisme – de mens zit in de kringloop van de wedergeboorte.

Opdracht 2
1. F                3. D               5. G                7. E
2. A                4. C               6. B

Opdracht 5
In zo’n geval geef ik meestal niets. Mijn vader, moeder niet, geeft soms wel eens
wat. Maar eigenlijk ook maar zelden. Dit om dezelfde reden in het verhaal, ik ben
bang dat ze er verkeerde dingen van het gegeven geld gaan kopen. Waar ik
inderdaad wel eens over na heb gedacht is de bedelaar zelf een broodje of flesje
drinken te geven. Dan weet je in ieder geval dat ze écht er wat aan hebben.

Opdracht 10
It’s easy if you try
Above us only sky
Imagine all the people
Living for today
Living life in peace
And the world will be as one
No need for greed or hunger
A brotherhood of man
Sharing all the world
And the world will live as one

Opdracht 11
1. Rechtvaardigheid.       2. Gematigdheid.   3. Voorzichtigheid. 4. Moed.

Opdracht 12
Te veel                      Deugd                       Te weinig
Opvliegens                   Kalm                        Sloom
Arrogant                     Bescheiden                  Verlegen
Vleiend                      Spontaan                    Nors
Verkwistend                  Vrijgevig                   Gierig
Roekeloos                    Moedig                      Laf
Betweterig                   Wijs                        Dom
Hoofdstuk 4
Opdrachten
Opdracht 1
                                                                                      Eens Letter
1    Uitgaan in het weekeinde is voor mij een onmisbare waarde in het leven.
2    Ook al hebben mensen zeer afwijkende meningen, je moet ze in hun waarde          V    D
     laten.
3    Ik wil nu genieten van het leven, want later kan het misschien niet meer.        V    A
4    Als je met elkaar naar bed gaat, heb je de plicht voorbehoedsmiddelen te         V    C
     gebruiken.
5    Als ik zie dat iemands leven bedreig wordt, zal ik zeker helpen.                 V    D
6    Ook al is er geen conducteur in de trein, dan moet je toch een kaartje           V    B
     kopen.
7    Lekker eten en drinken maakt het leven pas echt plezierig.                       V    A
8    De boeken van je literatuurlijst Nederlands moet je wel echt gelezen
     hebben.
9    Vandalen moeten verplicht aan het werk gezet worden, om te herstellen wat        V    B
     ze hebben vernield.
10   Als iemand je om hulp vraagt, mag je geen excuses verzinnen om ervoor
     weg te lopen.
11   Prostitutie moet je nooit verbieden; er zijn altijd mensen die er behoefte aan   V    B
     hebben.
12   Als ik weet dat in een gezin een kind mishandeld wordt, zal ik dat melden.       V    C
13   Mijn ideale baan zal die zijn, waar ik veel geld mee verdien.
14   Je gaat niet eerder met elkaar naar bed, dan wanneer je daar beiden aan          V    D
     toe bent.
15   Boeken lezen doe ik vooral voor mijn eigen algemene ontwikkeling.
16   Mensen die ooit dronken een auto besturen, moeten verplicht een tijdje
     werken in een revalidatiecentrum.
17   Stelen is verwerpelijk, want je hebt niet het recht een ander te benadelen.
18   Als er verkiezingen zijn, is elke burger verplicht zijn stem uit te brengen.
19   Naar bed gaan met een vakantievriendje/-vriendinnetje is voor mij heel
     normaal.
20   Als de meerderheid van de bevolking het wil, moeten de winkels op zondag         V    B
     open kunnen zijn.
21   Je moet enkel dingen doen, waarvan je vindt dat anderen die ook mogen            V    C
     doen.
22   Voor mijn literatuurlijst Nederlands kies ik uitsluitend dunne boeken.           V    A
23   Ook al kost het veel geld, we hebben als samenleving de plicht arme              V    D
     mensen te helpen.
24   Heb je een ander iets beloofd, dan moet je je daar ook aan houden.               V    C

A – 3 keer.            B – 4 keer.             C – 4 keer.              D – 4 keer.

Opdracht 2
Ze willen meer dan dat strikt noodzakelijk is.

Opdracht 3
a. Klein Orkest: lachen met elkaar en dat vriendschap moet lopen.
Het Goede Doel: als hij begon te vechten, dan vocht ik met hem mee.
Toon Hermans: die als het erop aan komt voor je bidt of voor je vecht.
b. Vriend van Toon Hermans. Hier zit een echt diepe betekenis in, namelijk wat een
echte vriend is. Mooi omschreven en naar mijn idee ook helemaal waar.

Opdracht 6
a. Ja, want het is goed voor diegene die het orgaan krijgt en dat willen utilitaristen.
b. Ik weet het niet. Aan de ene kant wil ik graag mensen helpen, maar vind het ook
niet een heel erg fijn idee om mijn eigen lichaam(sdelen) af te staan aan vreemde of
andere mensen.

Opdracht 7
a. Voor de vijf-minuten omdat dit minder is dan een heel uur.
b. Nummer 1. Als iedereen het tweede doet gaat het alsnog mis.

Opdracht 8
a. Niet, want je benadeelt andere mensen ermee.
b. Getuigen, de mens wordt nu als middel gebruikt voor de dader om niet opgepakt
te worden.
c. Het zou niet goed uitpakken als alle mensen geen treinkaartje zouden kopen in
deze situatie, de treinen verdienen niks meer. Dit mag dus niet volgens Kant.

Opdracht 9
1. a. - De vrachtwagenchauffeur.
- De baas.
b. Chauffeur: wilt zijn goede salaris houden.
c. Chauffeur: je hebt net een nieuw huis en wilt die nog kunnen betalen.
2. a. Baas: je mag best sjoemelen met de milieuwet.
Chauffeur: weten we nog niet.
b. Waarde: milieu.
Waarde: eerlijkheid.
3. – Klokke luiden.
- Niks doen.
4. Voor: je handelt volgens het categorisch imperiatief.
Tegen: dat je je baan verliest.
5. ?
6. Wel klokke luiden.

Opdracht 11
a. Vriendin vergeven, ze komt het namelijk melden. Vriend niet vergeven, hij komt
het niet melden.
b. Die vriendin zou een kans krijgen.

Opdracht 12
a. - De overweging om een schijnhuwelijk aan te gaan.
- Of ze de verantwoordelijkheid neemt over Azis.
b.
1. a. Vera en Azis.
b. Azis: in Nederland blijven.
Vera: Azis helpen.
c. Oorlog, veiligheid voor Azis. Hij kan amper terug.
2. a. Allebei: ondergedoken illegalen helpen.
b. Hulpvaardigheid.
3. - Vera kan met Azis een schijnhuwelijk aangaan.
- Geen schijnhuwelijk met Azis aangaan, waarnaar hij weer terug moet naar
Bangladesh.
4. Voor: je helpt een vluchteling in Nederland te blijven.
Tegen: ?.
5. Dat Azis is Nederland kan blijven, door de hulp van Vera. Waarde: plicht.
6. Ik zou geen schijnhuwelijk aangaan om een vluchteling te helpen. Ik vind
schijnhuwelijken maar niks en een beetje een schending tegenover het echte
huwelijk.
Hoofdstuk 5

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:5
posted:11/19/2012
language:Dutch
pages:15