Your Federal Quarterly Tax Payments are due April 15th Get Help Now >>

De Aziaten haken wel aan by c0aAXw

VIEWS: 5 PAGES: 30

									                            Issuepaper




DYNAMIEK VAN INFORMATIESTROMEN IN DE MILIEUWERELD




                            maart 2000

                            Infodrome.




                          Marion de Boo




          Geschreven voor de Workshop Consument en Milieu
              die plaats vond op 13 april 2000 in Utrecht
                     Issuepaper




DYNAMIEK VAN INFORMATIESTROMEN IN DE MILIEUWERELD




                     maart 2000

                     Infodrome.




                    Marion de Boo




                         2
VOORWOORD

Infodrome wil de gevolgen van de ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologie
(ICT) voor de samenleving in kaart brengen. Verschillende leden van de begeleidingscommissie
Infodrome hebben in de inventarisatieronde aangegeven dat binnen de Infodrome domeinstudie
"Milieu" het onderwerp "Consument en Milieu" nadere uitdieping behoeft.
Vragen die daarbij aan de orde komen zijn. Welke invloed heeft ICT op het milieubeleid? Wat is de
waarde van ICT voor een milieukeurmerk? Welke rol moet de overheid spelen als het gaat over ICT
en Milieu?

Vragen genoeg voor een interessante discussie lijkt me. Die discussie willen wij graag met u voeren
tijdens de workshop “Consument en Milieu”, maar ook daarna.

K.W.H. van Beek
Directeur




                                                 3
INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING …………………………………………………………………...                                           5

1.    INLEIDING ………………………………………………………………….                                          6

2.    HET CONSUMENTENPARADIJS …………………………………………                                       7
2.1   Productinformatie verspreiden via ICT ………………………………………                          7
2.2   Kooplust aangewakkerd ……………………………………………………...                                  8
2.3   Ruimere afzet via ICT ……………………………………………………….                                   8
2.4   Consument niet erg kritisch …………………………………………………                                9
2.5   Weinig biologische landbouw ……………………………………………….                                9
2.6   Juist steeds kritischer …………………………………………………………                               10
2.7   Terugtredende overheid ………………………………………………………                                 10
2.8   ICT en de derde wereld ………………………………………………………                                 11
2.9   Stellingen bij het Consumptieparadijs ……………………………………….                       12

3.    INFORMATIE ALS WAPEN ……………………………………………….                                     12
3.1   Milieu-imago ligt gevoelig …………………………………………………..                             13
3.2   Greenpeace, Shell en de Brendt Spar: alleen maar verliezers ………………..         13
3.3   Zelf downloaden ……………………………………………………………..                                    14
3.4   Informatie als wapen …………………………………………………………                                  15
3.5   Stellingen bij informatie als wapen …………………………………………..                       15

4.    STUREN IN MILIEUBELEID ………………………………………………                                    15
4.1   Prikkels nodig ………………………………………………………………...                                   16
4.2   Vooruit denken ……………………………………………………………….                                     17
4.3   Meer openheid ………………………………………………………………..                                     18
4.4   Emissieregistratie ……………………………………………………………..                                 18
4.5   Nieuwe beleidstools …………………………………………………………..                                 18
4.6   Stellingen bij sturen in milieubeleid …………………………………………..                     19

5.    DIGITAAL HANDHAVEN ………………………………………………….                                      19
5.1   Minder vormfouten ……………………………………………………………                                    21
5.2   Knoeien op internet ……………………………………………………………                                  21

6.    EEN MILIEUKEUR ALS MARKETINGINSTRUMENT …………………..                             22
6.1   Straks verplicht ………………………………………………………………..                                  22
6.2   ICT in de markt gebruiken …………………………………………………….                              22
6.3   Overheid moet draagvlak voor milieubeleid scheppen ………………………...              23
6.4   Informatierevolutie ……………………………………………………………                                  24
6.5   ICT als stratechisch instrument ……………………………………………….                          24
6.6   Luisresistente sla ………………………………………………………………                                  25
6.7   Integrale keten zorg …………………………………………………………….                                25
6.8   KLICT …………………………………………………………………………                                           26
6.9   Stellingen bij milieukeur als marketinginstrument in de glastuinbouw ………..   26

STELLINGEN …………………………………………………………………………                                            28
COLOFON …………………………………………………………………………….                                             29




                                             4
SAMENVATTING

Deze notitie, geschreven in opdracht van Infodrome, is gewijd aan de gevolgen van de snelle opmars
van de Informatie- en Communicatietechnologie voor milieu en consument.
Allereerst wordt een bondig overzicht gegeven van de ontwikkelingen op hoofdlijnen. Vervolgens
vertellen mensen die op uiteenlopende wijzen met milieu te maken hebben - van de milieuactivist via
Albert Heijn tot de secretaris informatiebeleid van werkgeversverbond VNO-NCW - over hun dagelijk-
se ICT-ervaringen en hun toekomstverwachtingen.
Om onze blik in de toekomst wetenschappelijk te onderbouwen nemen we een kijkje in de keuken van
de Lange Termijn Verkenningen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Voor het milieuparket van het Arrondissement Alkmaar blijkt ICT onmisbaar. Digitaal handhaven heeft
vele voordelen. In de ingewikkelde, aan snelle veranderingen onderhevige milieuwetgeving zijn elektro-
nische databanken, liefst on line te raadplegen vanuit het veld, een must bij opsporing en handhaving.
Dankzij de moderne communicatietechnieken worden ook ingewikkelde internationale opspo-
ringsonderzoeken, gericht op grensoverschrijdende milieucriminaliteit, haalbaar en betaalbaar. Geauto-
matiseerde verwerking van processtukken in een informatie- en kennissysteem leidt tot grote
arbeidsbesparing, veel minder vormfouten en een betere archivering van duizenden tenlasteleggingen.
Vervolgens zoomen we in op de tuinbouwsector, die voor de Nederlandse economie van groot
economisch belang is en waaraan traditioneel de nodige milieuproblemen kleven. In de moderne
tuinbouw wordt ICT op overtuigende wijze ingezet om de bedrijfsvoering te perfectioneren en de
milieubelasting te minimaliseren. Moderne ICT-technieken zorgen voor een betaalbare kwaliteits-
waarborg van milieukeurmerken voor de teelt van groenten, fruit en siergewassen. Deze keurmerken
worden in de handel gebruikt om de consument - of veeleer de inkopers, die de consument bedienen - te
tonen hoe milieuvriendelijk een partij rozen of tomaten is geteeld en of dat beter had gekund.
Al met al moet deze verkenningstocht genoeg stof tot discussie opleveren voor de workshops van
Infodrome.




                                                  5
1.      INLEIDING

De opmars van de Informatie en Communicatie Technologie kan op diverse manieren winst voor het
milieu opleveren. Het rapport Een Ministerie van Ruimte & Tijd, een toekomstverkenning van het
ministerie van VROM (1999), werpt een blik vooruit.
Volgens deze toekomstverkenning leidt ICT in de eerste plaats tot een veelbelovende efficiencyverbete-
ring en dus tot minder verspilling bij productie, consumptie en transport. Grondstoffen zullen zuiniger
worden gebruikt. Productie en transport zullen gepaard gaan met minder verontreiniging en de
consument krijgt te maken met steeds slimmere, zuinigere apparaten. De intelligente wasmachine weet:
minder was, dan ook minder water. En in de intelligente woning, die vol zit met sensoren, gaan vanzelf
de lampen uit en de apparaten op stand-by als de bewoners de straat op gaan. Maar daar staat tegenover
dat we hoe langer hoe meer apparaten in huis halen, hetgeen automatisch een steeds hoger verbruik van
grondstoffen en een exponentieel stijgend energieverbruik meebrengt. In Japan is dat effect scherp
zichtbaar, daar gebruikte het gemiddelde huishouden in 1998 tweemaal zoveel energie als in 1974.

Het vervoer zal efficiënter worden dankzij intelligente infrastructuur (zoals elektrische road cars en
ondergronds buizentransport) en dankzij een betere ketenlogistiek. Zo kende Albert Heijn tot 1995 maar
liefst 27 logistieke systemen om de winkels te bevoorraden, in 1998 nog maar twee. De planning vindt
niet meer plaats op basis van inkoop, maar op basis van de orders van winkels. Dit is een voorbeeld van
ketenomkering: De klant bepaalt wat hij hebben wil, en wanneer hij het geleverd wil hebben. Door het
scannen van de streepjescode bij de kassa wordt het netwerk geactiveerd en krijgt het distributiecentrum
signalen voor nieuwe bestellingen, die binnen achttien uur weer in de winkel liggen. Dit leidt tot minder
verspilling. Bovendien is het aantal bezorgkilometers scherp gedaald door efficiëntere aanrijdroutes.
ICT kan enerzijds een deel van de mobiliteit overbodig maken, maar maakt anderzijds de wereld steeds
kleiner, waardoor het sociaal-recreatief verkeer en het toerisme flink groeien.
Door dynamische informatie kunnen afvalstromen worden verminderd. Bananenschepen uit
Midden-Amerika worden tegenwoordig digitaal gemonitord, met de rijpheid van de bananen als be-
langrijk criterium. Komt het schip te vroeg aan, dan is dure, energievretende koelcapaciteit nodig.
Arriveren de bananen echter te laat, dan zijn ze overrijp en worden weggegooid. Dit kan worden
voorkomen door het vrachtschip sneller of langzamer te laten varen.

Een ander effect van internet is dat markten doorzichtiger kunnen worden, om te beginnen qua
prijsstelling, maar ook met betrekking tot de kwaliteit. Daardoor zal de consument ook de mate van
milieuvriendelijkheid van producten beter kunnen vergelijken. Deze groeiende markttransparantie kan
op den duur leiden tot een wereldwijde standaard in prijs en kwaliteit.
ICT leidt tot steeds meer diensten op afstand, zoals telewerken, telewinkelen, teleleren en telebankieren,
waardoor mensen minder hoeven te reizen, wat gunstig is voor het milieu. Feit is echter dat het
groeiende legioen PC's en aanverwante apparatuur leidt tot een exponentiële stijging van het energiever-
bruik en een flink verbruik van (deels zeldzame) grondstoffen.

Internet zal organisaties en buitenwereld, leek en professional, klant en bedrijf, burger en overheid met
elkaar verbinden in een netwerksamenleving. In de hightechstad Singapore is nu al vrijwel elk
huishouden aangesloten op het digitale netwerk, al maakt nog lang niet elk huishouden daar enthousiast
gebruik van.
Nederland zit nog in een overgangsperiode. Er zijn aanzienlijke psychologische en organisatorische bar-
rières, waaronder angst voor verlies aan privacy en tempoverschillen in de acceptatie van technologische
innovaties. Bovendien laat de techniek ons nog vaak in de steek. Maar de ontwikkelingen gaan
razendsnel. Volgens het weekblad Intermediair (10 februari 2000) groeit de IT-sector als kool. De omzet
van de Nederlandse IT-sector steeg in 1999 met ruim elf procent tot 24 miljard gulden. In de IT-sector
zijn inmiddels ruim 195.000 mensen werkzaam, eind 2000 zullen dat er 203.000 zijn. De investeringen
van de overheid en het bedrijfsleven in Nederland blijven echter achter bij die van andere landen.
In het dichtbevolkte Nederland gaan steeds meer stemmen op voor ontkoppeling van economische groei
                                                    6
en milieudruk. De economie mag groeien, maar tegelijkertijd moet de milieudruk omlaag. De
verschuiving van een energie-intensieve industriële productie in de richting van een kennis- en
diensteneconomie, met ICT, multimedia en persoonlijke dienstverlening als dominante sectoren, kan
bijdragen aan de ontkoppeling van productie en milieudruk, waarbij de Nederlandse welvaart kan groei-
en, terwijl tegelijkertijd de milieubelasting van de Nederlandse productie daalt.


2.      HET CONSUMENTENPARADIJS

In hoeverre is Informatie- en Communicatie Technologie (ICT) goed voor het milieu? ICT maakt de
productie milieuvriendelijker en efficiënter, maar diezelfde ICT brengt ook meer welvaart en consump-
tie. Hoe pakt dat uit? "Een lastige vraag", vindt drs. Paul Basset. Hij is coördinator van de studiegroep
milieu en economie van Stichting Natuur en Milieu, idyllisch gehuisvest in een monumentaal voormalig
weeshuis hartje binnenstad.

        "ICT geeft, net als destijds de stoommachine, een enorme schwung aan de economie", aldus Basset. "Die
        economische groei kunnen we duurzaam besteden door extra geld te pompen in collectieve zaken als
        natuur- en milieubeleid, onderwijs en zorg. Maar die economische groei kan natuurlijk ook leiden tot nog
        dikkere auto's en nog meer consumptie. Consumenten krijgen meer vrije tijd èn meer geld, maar misschien
        zullen ze ook duurdere, maar duurzame producten gaan kopen en vaker de fiets in plaats van de auto
        pakken."


2.1     Productinformatie verspreiden via ICT

De groeiende informatiestroom dwingt producenten betere voorzorgsmaatregelen te nemen met betrek-
king tot gezondheids- en milieurisico's. ICT helpt producenten bij een integrale ketenbenadering, waar-
bij informatie over het productieproces stap voor stap tot in de kleinste details bekend is. Zo kon bij-
voorbeeld opmerkelijk snel worden achterhaald welk veevoer de bron was van de dioxinebesmetting in
de Belgische kippen. Straks wil de consument niet zomaar een tomaat, nee, hij wil precies weten waar
die vandaan komt, met welke milieubelasting hij geteeld is en of dat ook beter had gekund.
Doordat steeds meer productinformatie op internet staat kan de consument veel meer dan vroeger te
weten komen over de herkomst en milieuvriendelijkheid van allerlei producten. "Milieuaspecten van
producten spelen een groeiende rol in het overheidsbeleid en het koopgedrag van de consument", meent
Basset. Producenten proberen hierop in te spelen, bijvoorbeeld door parketvloeren aan te bieden uit
duurzaam beheerde Europese bossen, of tomaten die gegarandeerd onbespoten zijn.
Totnogtoe kan iemand die een milieuvriendelijke, energiezuinige koelkast zoekt, terecht bij Milieu
Centraal, de opvolger van de Milieutelefoon van Milieudefensie. Bij deze telefoonlijn werken overheid,
bedrijfsleven en milieubeweging samen. Steeds meer mensen gaan echter zelf op internet in zulke infor-
matie grasduinen en dat kan leiden tot milieuvriendelijker koopgedrag.

        "Maar", zegt Basset, "daarvoor moet aan drie voorwaarden worden voldaan. De consument moet die
        milieu-informatie ook inderdaad willen, hij moet de weg naar betrouwbare milieu-informatie weten en hij
        moet daar uiteindelijk ook echt iets mee doen. ICT kan bij alle drie deze stappen drempelverlagend
        werken."

Vaak betreft productinformatie op internet vooral de prijs. Bij de milieugegevens valt nog winst te
behalen. "Maar als milieu-informatie die nu op de verpakking staat straks alleen op internet staat, werkt
dat averechts", zegt Basset. "Je moet milieu- en overige productinformatie zo dicht mogelijk bij de
consument brengen."




                                                      7
2.2     Kooplust aangewakkerd

Vaak gebruikt de consument internet voor een vergelijkend warenonderzoek. Als de keus gemaakt is,
stapt hij alsnog naar de winkel. Andersom laten mensen zich soms eerst in de showroom uitgebreid
voorlichten om vervolgens een goedkopere bestelling op een internetadres te plaatsen.
Digitaal winkelen wint snel terrein. Albert Heijn brengt op verzoek de digitaal bestelde boodschappen
bij u thuis. Een boekhandel als Amazon.com, vijf jaar geleden begonnen in de garage van een huurhuis,
is nu het grootste warenhuis op internet, met 5000 medewerkers. Ook DSM liet onlangs in
NRC-Handelsblad (24 februari 2000) weten binnen drie jaar de helft van de omzet via internet te willen
genereren.
Vorig jaar waagden zich 735.000 Nederlanders aan e-commerce, een ruime verdubbeling vergeleken
met het jaar daarvoor. Zo'n zes procent van de bevolking doet nu boodschappen op de elektronische
snelweg, met als resultaat dat er vorig jaar voor bijna 3 miljard gulden aan internetbestellingen werd
gedaan. Voor privé-aankopen geeft de gemiddelde Nederlander echter nog steeds de voorkeur aan het
winkelcentrum om de hoek. Het is vooral de zakelijke markt die inkoopt via internet. Van de genoemde
3 miljard gulden kwam ruim 2 miljard voor rekening van de zakelijke markt.
"Maar dat kan snel veranderen, zoals ook de mobiele telefonie de stoutste verwachtingen overtreft.
e-commerce is enorm in opmars", zegt Mr. Sergej Katus, secretaris informatiebeleid van VNO-NCW.
Vanuit zijn werkkamer op de dertiende etage van het nieuwe hoofdkantoor van het werkgeversverbond,
pal boven de snelweg door Den Haag, heeft Katus een spectaculair panoramisch uitzicht. Met diezelfde
brede blik helikoptert hij over de handel en wandel van de moderne consument. Katus:

        "Iedereen kan nu op internet allerlei productinformatie opvragen, prijsvergelijkingen doen, de goedkoopste
        opties selecteren, zijn eigen computer samenstellen uit los verkrijgbare onderdelen en die laten
        thuisbezorgen. De tussenhandel verliest terrein, de consument kan bestellen wat hij maar wil. En ook
        achter al die papieren informatie waarmee je brievenbus wordt volgegooid zitten onzichtbare IT-processen,
        bijvoorbeeld geadresseerde reclamefolders voor een speciale doelgroep."

Ketenomkering is het sleutelwoord.

        "Henry Ford zei: Je kunt alle kleuren Ford krijgen, als hij maar zwart is. Tegenwoordig bepaalt niet de
        producent, maar de consument het aanbod. Als jij dat leuk vindt kun je een auto bestellen met roze
        wieldoppen en een leuk vachtje als stoelbekleding."

Volgens Katus leidt de opmars van de ICT tot een trend naar confectiemaatwerk: “De producent levert
modules aan, waaruit de klant zijn eigen keuze maakt, bijvoorbeeld voor een reispakket of auto naar
eigen smaak."
Deze trends werken het consuminderen bepaald niet in de hand en doet dus het ergste vrezen voor het
milieu. Katus:

        "Het is niet aan mij om daarover namens VNO-NCW een waardeoordeel uit te spreken. Vast staat dat de
        IT diep ingrijpt in de relatie werkgever-werknemer, in de relatie producent-consument en in de relatie
        burger-bestuur."


2.3     Ruimere afzet dankzij ICT

Met e-commerce zijn nieuwe afzetmarkten aan te boren. Biologische boeren, die traditioneel het pro-
bleem hebben dat hun afnemers dun gezaaid zijn, kunnen daarvan profiteren. Bloembollen bijvoorbeeld
lenen zich uitstekend voor verzending per post. Biologische bollentelers zouden eigen internetsites
moeten opzetten, waarop ze in geuren en kleuren laten zien hoe milieuvriendelijk hun bollen worden
geteeld, hoe ze straks in bloei staan en hoe ze te bestellen zijn.

                                                        8
Volgens sceptici loopt de biologische sector hierbij achter, aangezien veel biologische boeren enigszins
argwanend staan tegenover hightech. Anderzijds zijn er ook al biologische melkveehouders die
enthousiast gebruikmaken van de melkrobot. Hun koeien zoeken zelf meermalen per dag de melkrobot
op, zodat de dieren geen topzware uiers hoeven mee te zeulen en toch meer melk geven dan vroeger,
want de vraag stimuleert het aanbod. Hier pakt hightech diervriendelijk èn productieverhogend uit.
Paul Basset van Natuur en Milieu verhuist binnenkort naar een klein stadje zonder natuurwinkel of
ecologische markt. De grootste natuurwinkel van Nederland zit 20 kilometer verderop.

        "Je zou via internet kunnen proberen om een groep consumenten bij elkaar te krijgen, die elke week hun
        bestellingen bij die winkel plaatsen, waarna het bedrijf dan op een vaste avond een bezorgronde maakt. Als
        je maar genoeg klanten bij elkaar krijgt, kan dat voor een winkelier best aantrekkelijk zijn."

Basset voorziet een groeiende rol voor zogenoemde informatiemakelaars, die vraag en aanbod op
internet snel en professioneel bij elkaar brengen. Deze rol zou de milieubeweging kunnen spelen, voor
milieubewuste consumenten, maar ook bijvoorbeeld voor zusterorganisaties in arme landen.


2.4     Consument niet echt kritisch

Overigens klinken er steeds meer signalen dat de consument last krijgt van milieumoeheid. Volgens het
Centraal Bureau voor de Statistiek ebt de belangstelling voor het milieu enigszins weg. "Mijn indruk is
dat maar een klein percentage van het publiek altijd erg kritisch is over welk onderwerp dan ook", zegt
VNO-NCW-medewerker Sergej Katus. "Dat bleek bijvoorbeeld rond de veelbesproken Bonuskaart van
Albert Heijn, die de privacy zou bedreigen. Twee procent van de klanten was daar echt op tegen." De
kritische consument, die zijn aankoopbeleid ècht helemaal afstemt op de milieuvriendelijkheid van
producten, speelt volgens Katus een marginale rol, maar is wel groeiende.

        "Iets anders is dat mensen tegenwoordig wel gezondere of meer natuurlijke producten willen kopen,
        bijvoorbeeld liever een scharrelei dan een legbatterij-ei. Daarbij speelt mee dat men in deze tijd van
        economische welvaart meer te besteden heeft", zegt Katus. "In ieder geval kun je stellen dat de consument
        kritischer wordt naarmate een product meer in de aandacht staat, zoals destijds het Britse rundvlees."

Maar die aandacht zakt net zo snel weer in, want zo kritisch is die consument nu ook weer niet, en zijn
geheugen is niet erg lang. Katus meent:

        "Mensen willen misschien wel graag kritisch zijn, maar de meeste zijn niet principieel. Ze zijn wel
        voorstander van melk in flessen, maar als puntje bij paaltje komt, kopen ze zelf liever melk in pakken. De
        vraag of een verpakking milieuvriendelijk is staat niet boven aan hun prioriteitenlijstje. Beleidsmakers
        moeten hierin niet sturend willen optreden. Je moet hier een duidelijk onderscheid maken tussen sein en
        sollen"

Volgens Paul Basset van Natuur en Milieu valt het best mee met de milieumoeheid.

        "De belangstelling voor milieuzaken gaat altijd in golven. Milieubewustzijn is gewoon niks nieuws meer,
        en ook vermelding van milieu-informatie op producten is normaal geworden. De consument is hierin zake-
        lijker geworden. Hij weegt bijvoorbeeld het energieverbruik van een aan te schaffen apparaat mee in zijn
        keus. Maar de milieubeweging moet zich wel blijven afvragen hoe je consument èn producent alert houdt."


2.5     Weinig biologische landbouw

De verkoopcijfers van producten van biologische oorsprong, dus geteeld zonder kunstmest of
bestrijdingsmiddelen, suggereren dat de Nederlandse consument inderdaad meer op zijn portemonnee
let dan op het milieu. Feit is echter ook dat de vraag naar biologische producten wel degelijk toeneemt
                                                        9
naarmate het aanbod gemakkelijker verkrijgbaar wordt: niet alleen in een speciaal natuurvoedings-
winkeltje, maar gewoon bij de super om de hoek in het schap.
In Nederland beslaat de biologische landbouw maar 1,15 procent van het totale landbouwareaal. Er zijn
1216 biologische bedrijven, nog eens 280 bedrijven zijn bezig om te schakelen. (Cijfers van Platform
Biologica, in EKO Monitor (jan. 2000).
Volgens het Centraal Bureau voor de Levensmiddelenhandel ligt het marktaandeel van biologische
aardappelen, groenten en fruit nu rond de vijf procent. In de toekomst wordt - al jarenlang - een groei
naar 10 procent voorzien. Bij biologische zuivel is het marktaandeel al gegroeid naar tien procent,
waarbij moet worden aangetekend dat een bedrijf als Albert Heijn zijn biologische melk voor een dub-
beltje per liter goedkoper uit Duitsland laat komen. Daar wordt het Nederlandse milieu dus niet beter
van. Omgekeerd exporteren veel Nederlandse biologische boeren hun producten al jarenlang naar het
buitenland, omdat er in landen als Denemarken, Duitsland en Oostenrijk meer vraag naar is dan op de
binnenlandse markt.
Het marktaandeel van biologisch vlees bedraagt, ondanks alle recente affaires in de bio-industrie rond
gekke koeienziekte, varkenspest en dioxinekippen, maar een à twee procent.


2.6     Juist steeds kritischer

Grootgrutter Albert Heijn etaleert juist een groot vertrouwen in de milieubewuste, kritische consument.
Het woord milieumoeheid komt in hun vocabulaire niet voor.

        "Consumenten worden steeds kritischer over wat ze eten en krijgen daarbij steeds meer gevoel voor de
        vraag of producten diervriendelijk en milieuvriendelijk zijn geteeld, dat is absoluut een feit",

zegt een woordvoerster van het hoofdkantoor in Zaandam.

        "Kijk maar naar ons assortiment Albert Heijn Biologisch: Dat loopt heel succesvol, er zitten nu al meer
        dan 200 producten in. Die producten zijn weliswaar iets duurder, omdat de teelt vaak wat arbeidsinten-
        siever is, maar een groeiende groep klanten heeft dat er voor over. Informatie verstrekken aan de
        consument is heel belangrijk."

Productinformatie via internet kan ook een uitkomst zijn voor allerlei speciale doelgroepen.

        "Denk bijvoorbeeld eens aan patiënten met een glutenvrij dieet […] In Nederlandse winkels hangen soms
        scanners, waarmee de klant een productprijs kan controleren. Ik heb horen vertellen dat men in Franse
        winkels een zelfde soort scanners gebruikt om na te gaan of verpakt rundvlees van Franse dan wel Britse
        komaf is. Je kunt daar dus veel meer mee doen."

Aldus VNO-NCW-man Katus.


2.7     Terugtredende overheid

De groeiende informatie-uitwisseling tussen producenten en consumenten heeft zijn weerslag op de rol
van de overheid, die haar positie ziet verschuiven van wetgever en handhaver naar een rol als
"consumentenman van het milieu".
Voorheen was de overheid de best geïnformeerde, voorschrijvende en controlerende partij. Maar zij
heeft het steeds moeilijker om de vernieuwingen, de variëteit en de dynamiek bij te benen en dreigt naar
de zijlijn te worden gemanoeuvreerd.
Een voorbeeld: de overheid zou graag exact voorschrijven hoe een varken moet worden opgefokt en wat
er al dan niet in het vlees mag zitten. Tegelijkertijd echter blijkt op internet een levendige handel te
bestaan in verboden hormoonpreparaten voor de veehouderij, compleet met bijsluiters, voederschema's
en maskeringprogramma’s om ontdekking te voorkomen. De veehouder kan ze zo laten thuisbezorgen.
                                                       10
De rijkskeurmeesters hebben het nakijken.
In het ICT-tijdperk is de overheid niet langer automatisch de best geïnformeerde partij. Basset:

        "Maar dat besef leeft al langer. In het milieubeleid was dat juist een reden voor meer overleg tussen
        overheid en bedrijfsleven. Steeds meer middelenvoorschriften maakten plaats voor doelvoorschriften. De
        overheid wist bijvoorbeeld niet wat er in de Volgermeerpolder was gedumpt. Het betrokken bedrijf wist
        dat wel degelijk."

"Grenzen en afstanden vallen weg op internet. Veel E-commerce transacties zijn internationaal", zegt
Katus. "Dat roept de vraag op wat de overheid nog pretendeert te kunnen doen. Deze vraag staat ook
centraal in het WRR-rapport Staat zonder land en in de kabinetsnota Wetgeving voor de Elektronische
Snelweg." Anderzijds vereist het algemeen belang volgens Katus dat de overheid ondanks het wegvallen
van deze grenzen in de gaten blijft houden welke fysieke producten en diensten in ons land worden
aangeboden. De overheid moet optreden tegen ongewenste ontwikkelingen door schadelijke producten
uit de markt te nemen.
Ook het zelfcorrigerend mechanisme van de markt speelt volgens Katus mee.

        "Een goed geïnformeerde consument zal geen producten kopen die echt slecht voor hem zijn. Hoewel,
        mensen blijven sigaretten kopen. De overheid moet door neutrale voorlichting zorgen dat de consument
        goed geïnformeerd blijft, zonder hem te overdonderen met informatie waarop hij niet zit te wachten. Al
        met al denk ik dat de rol van de overheid bij ICT uiterst beperkt is en dat moet ook. We leven immers in
        een vrije markteconomie. De overheid is maar al te vaak geneigd om dingen te willen bereiken via
        wetgeving, maar in veel gevallen denk ik dat goede voorlichting effectiever is."

Volgens Katus zou de overheid in samenspraak met andere landen op het internet veilige gebieden
kunnen creëren, waar kinderporno geweerd wordt en waar privacy en betrouwbaarheid van digitale
betalingen gegarandeerd zijn. Ook Basset ziet voor de overheid op weg naar een kennismaatschappij
nieuwe taken weggelegd.

        "Transparantie, bijvoorbeeld door te zorgen dat de enorme overvloed aan informatie op internet in de
        praktijk toegankelijk blijft voor iedereen. Ten tweede moet de overheid monopolievorming (zoals in de ge-
        vechten rond Microsoft) tegengaan. En vooral ook goed onderwijs, zodat iedereen de ontwikkelingen naar
        een kennismaatschappij kan bijbenen. Via het onderwijs moeten zoveel mogelijk mensen ICT leren
        gebruiken, dat is ook een economisch belang."

Verder kan de overheid ICT inzetten om doelgerichter belasting te heffen, meent Basset:

        "Rekeningrijden betekent zeer selectief belasting heffen over in de spits gereden autokilometers. Deze
        heffing over een schaars goed - namelijk ruimte op een overvolle weg in de drukke, lawaaiige Randstad - is
        een alternatief voor de verdere verhoging van de benzineaccijns per liter. Voor zo'n specifieke milieu-
        heffing in de spits zal het draagvlak wellicht groter zijn dan voor een generieke heffing via de benzi-
        neprijs"

2.8     ICT en derde wereld

Ook vraagt hij zich af of armere werelddelen, zoals Azië en Afrika, tijdig inhaken op de nieuwe
economie.

        "De Aziaten haken wel aan. Een land als India heeft een opkomende software-industrie en een groeiende
        dienstensector. Je ziet bijvoorbeeld dat Amerikaanse artsen hun gesprekken met patiënten aan het eind van
        de werkdag doorzenden naar India. Daar wordt de bandopname dan diezelfde nacht, als het in India dag is,
        uitgetikt - een mooi voorbeeld van milieuvriendelijke werkgelegenheid. De volgende ochtend heeft de arts
        in de V.S. het transcript al op zijn bureau. Bij Afrika echter krijg je juist de indruk dat ze nu definitief de
        boot missen."


                                                        11
Voorwaarden om de boot niet te missen zijn beschikbaarheid over technologie, een stabiele
energievoorziening en een cultuur om mee te willen gaan in trends als tempo, just-in-time levering,
maatwerk en andere snelle processen. Basset: "Ik denk dat het beter bij Aziatische dan bij Afrikaanse
culturen past om mee te willen gaan in die gekte."


2.9     Stellingen bij het consumentenparadijs:

1.      De groeiende informatiestroom van producenten naar klanten en omgekeerd vermindert de
        milieubelasting door producenten. Ze nemen betere voorzorgsmaatregelen met betrekking tot
        gezondheids- en milieurisico's. De beschikbaarheid van (milieu-)informatie levert een
        zelfregulerend mechanisme op.

2.      Dankzij ICT is de consument beter geïnformeerd dan ooit. Toch is maar een klein percentage
        van de consumenten echt kritisch, zeker als het om milieuaspecten gaat. Bovendien heeft de
        gemiddelde consument een geheugen als een zeef.

3.      Digitaal winkelen leidt niet tot consuminderen, integendeel. Meer dan ooit wordt de klant
        koning. Niet de producent, maar de consument bepaalt het aanbod. Dat is aanlokkelijk en roept
        nieuwe kooplust op.

4.      ICT maakt ons steeds rijker. De consument krijgt steeds meer ruimte om zijn spending need uit
        te leven. Dat pakt in veel gevallen slecht uit voor het milieu.

5.      De biologische landbouw lijdt aan technofobie èn aan logistieke problemen. Men zou veel meer
        van moderne ICT-technieken moeten profiteren om de markt te veroveren.

6.      De consument leidt aan milieumoeheid. Hij let vooral op zijn portemonnee.

7.      De consument leidt juist helemaal niet aan milieumoeheid. Hij wordt vooral steeds kritischer op
        wat hij eet.

8.      De milieubelasting van landbouwproducten is nauwelijks in de prijs verrekend. Onkruiden
        doodspuiten met gif is goedkoper dan milieuvriendelijk wieden. De milieuschade wordt niet
        doorberekend in de landbouwprijzen, maar afgewenteld op de samenleving. Daardoor ontstaat
        de paradoxale situatie dat het meest vervuilende product in de winkel vaak het goedkoopste en
        dus het aantrekkelijkst is. De overheid dient hier in te grijpen.

9.       In het ICT-tijdperk dreigt Afrika definitief de boot te missen.


3.      INFORMATIE ALS WAPEN

Door ICT wordt de wereld een dorp. En in een dorp moet je extra zuinig zijn op je goede naam, want er
wordt aan alle kanten op je gelet. Producenten en consumenten wisselen via nieuwe ICT-technieken
steeds meer informatie uit. Daardoor moeten producenten steeds zuiniger worden op hun reputatie, ook
op milieugebied. Hun bedrijf kan vroeg of laat in de publiciteit komen en daar houden ze rekening mee.
Ze zullen er dan ook naar streven hun milieubelasting te verlagen en brengen daarover verslag uit in
glossy milieujaarverslagen, bedoeld voor de buitenwereld.
PR-problemen moeten koste wat kost worden vermeden. Een van de ergste dingen die een producent
kan overkomen is mikpunt te worden van een mediahype of consumentenboycot. De milieubeweging
kan informatie over producenten en producten inzetten om campagne tegen bedrijven te voeren en tot
een consumentenboycot op te roepen. Voor de milieubeweging is zo'n campagne een machtig wapen,
                                                   12
die met behulp van ICT-technieken gemakkelijker uitvoerbaar wordt. Een milieubeweging kan op haar
eigen website oproepen om product X van fabrikant Y te boycotten. De milieubeweging kan als actie-
middel ook hackers inzetten om de website van een tegenstander te blokkeren. Maar de meeste consu-
menten hebben een slecht geheugen, en echt kritisch zijn ze niet.

3.1     Milieu-imago ligt gevoelig

Milieuactiegroepen zoals Greenpeace en Milieudefensie houden de automobilist, die benzine moet
tanken, op de hoogte van het milieugedrag van oliemaatschappijen. Niet alleen dichtbij huis, maar
wereldwijd. Discussies gaan bijvoorbeeld over het afzinken van boorplatforms zoals de Brent Spar,
rampen met olietankers op zee, gedrag van multinationals in ontwikkelingslanden, zoals Shell in
Nigeria. Grote bedrijven zijn uiterst gevoelig voor hun milieu-imago en beducht voor het wapen van de
consumentenboycot. Zie ook de discussies over de vraag of Pepsi en Heineken al of niet naar Myanmar
mogen, de betrokkenheid van Ikea bij kinderarbeid en de arbeidsomstandigheden in de Aziatische
Nike-fabrieken.
"Vooral bedrijven in sectoren die regelmatig onder vuur liggen, zoals oliemaatschappijen en
mijnbouwbedrijven, evenals bedrijven met productievestigingen in de derde wereld worden steeds
alerter", denkt Paul de Clerck van Milieudefensie. "Sommigen zullen ook echt hun werkwijze
verbeteren, anderen breiden vooral hun pr-inspanningen uit."
De Clerck is projectleider van Earth Alarm, de brievencampagne die de Vereniging Milieudefensie
sinds 1992 voert tegen wereldwijd milieubederf. Elke dag slaan mensen ergens in de wereld
milieualarm, of het gaat nu om plannen voor een nieuwe stuwdam in Zuid-Amerika, om chemische
afvallozingen in de Rijnmond of om de dreigende kaalkap van een Siberisch woud.

        "Via internet gaan heel veel algemene oproepen om ondersteuning rond", zegt De Clerck. "Wij zoeken
        daar dan elk jaar een tiental zaken uit waarbij Nederlandse partijen betrokken zijn en roepen op tot een
        Earth Alarm actie."

Deelnemers aan Earth Alarm ontvangen tienmaal per jaar een 'alarm', dat is een beschrijving van een
milieuprobleem, steeds met een voorbeeldbrief. Daarin wordt niet alleen domweg geëist om te stoppen
met houtkap of vervuiling, maar komt ook een milieuvriendelijk alternatief aan bod. Elke maand
versturen Nederlandse leden van Milieudefensie zo'n 3000 van dergelijke brieven.
"Voorlopig is het versturen van brieven de simpelste manier van actievoeren", aldus De Clerck. "We
geven onze brievenschrijvers wel altijd naast het postadres ook het e-mailadres, en we zijn ook wel
bezig om e-mailadressen van onze brievenschrijvers te verzamelen, maar dat is nog een hele klus."
Een e-mailbombardement is niet de bedoeling van Earth Alarm acties, al sluit De Clerck die werkwijze
niet principieel uit. "Maar bij Earth Alarm gebruiken wij de brieven en e-mails vooral om bedrijven en
instanties te laten merken dat ze in de gaten worden gehouden. Daarmee versterken we ook de activitei-
ten van lokale milieu-activisten."
Ter discussie stonden bijvoorbeeld de betrokkenheid van ABN-AMRO en ING bij financiering van de
controversiële Chinese Drieklovendam en de betrokkenheid van Shell, Esso en Elf bij een nieuwe
oliepijpleiding door het tropisch regenwoud van Tsjaad en Kameroen. Ook kwam Earth Alarm in actie
nadat bekend was geworden dat Kwantum illegaal gekapt hout uit Cambodja via Vietnam naar
Nederland haalt.
Volgens Milieudefensie heeft een op de drie Alarms resultaat. Zo kon in Noorwegen een belangrijk
vogelreservaat worden gespaard en in Nigeria kwam een milieuactivist, die zonder aanklacht was
opgepakt, na een Earth Alarm campagne op vrije voeten. Vanzelfsprekend betekenen de moderne
communicatiemiddelen, zoals internet en mobiele telefonie, een enorme vooruitgang bij dergelijke
internationale campagnes.

3.2     Greenpeace, Shell en de Brent Spar: alleen maar verliezers

In de affaire rond de plannen van Shell om het afgedankte olieplatform de Brent Spar af te zinken in de
                                                       13
Noordzee waren er achteraf bezien alleen maar verliezers, zo bleek onlangs uit een
VPRO-documentaire. Shell zag te laat in dat een in technisch opzicht tamelijk solide plan
maatschappelijk gezien volstrekt onhaalbaar was. Daardoor haalde de oliegigant zich zo'n vijf jaar
geleden de woede van de benzinetankende consument op de hals. Het vuurtje werd aangewakkerd door
de milieuorganisatie Greenpeace, die campagne tegen het afzinken voerde en opriep tot een
consumentenboycot. Greenpeace kreeg zijn zin, de Brent Spar werd niet afgezonken. Maar uiteindelijk
liep Greenpeace een flinke deuk in zijn imago op toen bleek dat de berekeningen over nog in de Brent
Spar aanwezige olie en andere vermeende milieubezwaren schromelijk overdreven waren geweest. Van
twee bijna verdronken actievoerders, die door een bootje van Shell uit zee werden gered, beweerde
Greenpeace later dat Shell ze juist in zee had gesmeten. De media vroegen zich achteraf beteuterd af
waarom ze al die propaganda voor zoete koek hadden geslikt.


3.3     Zelf downloaden

Bij Stichting Natuur en Milieu in Utrecht is drs. Jelka Both verantwoordelijk voor de internetsite. "Twee
jaar geleden zijn we begonnen met een simpele, sobere site, maar nu steeds meer mensen binnen onze
doelgroep over internet beschikken hebben we hem vernieuwd en uitgebreid." Tot de doelgroep behoren
professionals bij bedrijven, andere maatschappelijke organisaties en de overheid. Op de vernieuwde site
staan onderzoeksrapporten van de stichting of samenvattingen daarvan, evenals brochures, waaronder
een veelgevraagde brochure over het handhaven van milieuvergunningen. "Dat is erg handig, het
bespaart ons een heleboel werk", zegt Jelka Both. "Nu kunnen mensen veel dingen zelf downloaden.
Bovendien kun je links aanleggen naar andere interessante sites, bijvoorbeeld van de milieuwetswinkels,
of verwijzen naar wetteksten."
Zelf zit Natuur en Milieu in een overgangsfase. Oudere medewerkers zitten nog verscholen achter
enorme stapels boeken, de jongste collega's hebben een bijna lege kamer. Boeken vinden ze niet nodig,
want ze zoeken alles op internet op.
Natuur & Milieu overweegt haar site behalve voor informatieoverdracht ook als discussieplatform te
gaan gebruiken. "Maar", zegt Jelka Both,

        "je moet wel uitkijken wat je op je hals haalt. Op zo'n discussieplatform krijg je ongetwijfeld naast serieuze
        reacties ook allerlei onzinreacties, die je eruit moet zeven. Bovendien werkt een internetsite drempelver-
        lagend, en dat is mooi, maar het kan ook lastig zijn. Je krijgt als organisatie heel veel e-mailreacties binnen
        en als je die allemaal moet gaan beantwoorden, kost dat ontzettend veel tijd. Je wilt natuurlijk niet alleen
        zender zijn, maar ook ontvanger, daarom hebben we ook een contactpagina. Maar we willen niet alle
        namen en e-mailadressen van onze medewerkers op de site, anders komen die niet meer aan hun werk toe."

De site van Stichting Natuur en Milieu heeft een klein Engelstalig gedeelte met veel aandacht voor
luchtvaart. Dat kan voor buitenlandse zusterorganisaties interessant zijn. Andere documenten - zoals
draaiboeken voor campagnes - zal men eerder rechtstreeks naar de betrokkenen mailen dan ze op een
openbare site te zetten.
Dankzij ICT krijgen non-gouvernementele organisaties wereldwijd steeds betere contacten. Zo werkt
Natuur en Milieu steeds meer samen met relatief jonge milieubewegingen in Oost-Europa of in
Zuidoost-Azië. ICT technieken helpen enorm om zwakkere organisaties te ondersteunen, hun kennis te
verbreden en hun slagkracht te verhogen. Ook de Vereniging Milieudefensie, lid van Friends of the
Earth, breidt haar internationale contacten steeds verder uit. "Op allerlei terreinen wordt het makkelijker
om informatie snel uit te wisselen", aldus Paul de Clerck van Milieudefensie. "Bij de Multilateral
Agreement on Investments, de MAI, konden NGO's wereldwijd snel informatie aan elkaar doorspelen
over wat de standpunten van bepaald elanden waren en daardoor konden ze veel effectiever lobbyen."
Maar andere partijen kunnen dat natuurlijk ook. Als bedrijven heel snel hun kennis bundelen over hoe
men zich het beste kan wapenen tegen consumentenboycots, dan raakt de milieubeweging juist achterop.
"Dat is ten dele waar, maar er is ook veel onderlinge concurrentie tussen bedrijven", aldus De Clerck,
"daardoor zullen ze elkaar minder snel informatie doorspelen."
                                                        14
15
3.4     Informatie als wapen

Volgens Sergej Katus (VNO-NCW) kan informatie vrij gemakkelijk als wapen worden ingezet.

        "ICT leent zich voor het verspreiden van informatie, maar ook van desinformatie. Zeker in de milieusector
        lopen radicale types rond, die er niet voor terugdeinzen om benzineslangen aan de pomp door te snijden of
        via internet allerlei fabeltjes over hen ongevallige producenten te verspreiden."

Bedrijven doen dat ook onderling. Een voorbeeld van een bedrijf dat geteisterd wordt door ongunstige
informatie is Microsoft. "Concurrenten verspreiden ongunstige informatie over Microsoft, bij voorkeur
als men daar net een nieuw product lanceert", aldus Katus.
Ook de Intelaffaire was zo'n voorbeeld.

        "Ineens bleek dat je met zo'n Intel-Pentium III computer over internet aan het surfen was alsof je een
        nummerbord op je voorhoofd had, je was overal herkenbaar. Dat bericht in de media was een ramp voor
        de producent. Dit kan iedere producent overkomen, en of de afzender van de informatie betrouwbaar is, is
        maar de vraag. Een goed product kan als slecht worden bestempeld. Via internet kunnen allerlei groepen
        gemakkelijk inspelen op de angstgevoelens van de consument."

Ook kan sprake zijn van gerichte aanvallen op bedrijven of overheidsorganisaties. Denial of service is
een tactiek in opmars. Sommige hackers bestoken websites van bedrijven met enorme bergen
informatie, waardoor het hele systeem tijdelijk plat gaat en dat betekent inkomstenderving, doordat de
toegang tot de digitale winkel tijdelijk wordt gebarricadeerd. "Dit is een vorm van computercrimi-
naliteit", aldus Katus.
Campagnes zoals het saboteren of hacken van de tegenpartij of het loslaten van computervirussen horen
beslist niet tot de huisstijl van Natuur & Milieu. Jelka Both:

        "Dat is meer iets voor harde actievoerders. Voor zo'n actie zou onze achterban trouwens ook niet groot
        genoeg zijn. Het Wereld Natuur Fonds bijvoorbeeld heeft veel meer donateurs. Als die oproepen tot een
        e-mailbombardement, heeft dat veel meer effect dan wanneer wij het doen."


3.5     Stellingen bij informatie als wapen

1.      De milieubeweging kan ICT gebruiken voor het verspreiden van desinformatie onder het motto
        "Het doel heiligt de middelen".

2.      Je hebt maar een paar diehards nodig om de informatiemaatschappij grote schade te
        berokkenen.


4.      STUREN IN MILIEUBELEID

ICT kan op allerlei manieren bijdragen aan een beter milieubeheer, maar dat gaat niet vanzelf. De
consument wil nu eenmaal vrijheid, blijheid, gemak en mobiliteit. Geen autofabrikant zal op eigen
houtje met een intelligente snelheidsbegrenzer komen.

Dankzij de vooruitgang in de techniek bestaan er tegenwoordig superzuinige spaarlampen. Keerzijde
van de medaille is, dat mensen daar nu 's avonds feestelijk hun tuin mee verlichten, iets wat ze vroeger
niet in hun hoofd hadden gehaald vanwege de hoge stroomkosten. Dr.ir. Annemarth M. Idenburg is
senior onderzoekster bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven. Zij
zegt:


                                                      16
        " In de economie noemen ze dat rebound effecten. En precies zo is het ook met de vraag wat ICT voor het
        milieubeleid betekent. Enerzijds biedt ICT tal van mogelijkheden voor een beter milieubeheer. Straks kun
        je in principe op elke schoorsteen sensoren zetten en die meteen on line naar de vergunningverleners
        koppelen. Big Brother is watching you! Maar de ICT kan ook allerlei onverwachte marktontwikkelingen
        meebrengen, zoals die spaarlampen voor nachtelijke tuinverlichting."

Haar collega drs. Rob J.M. Maas, hoofd van de Milieu- en Natuurverkenningen, knikt instemmend.

        "ICT kan goed zijn voor het milieu, maar dat is niet vanzelfsprekend. Het is eerder een 'nee, tenzij'. Als je
        de dingen hun gang laat gaan, zal de markt vooral vragen om dingen waardoor mensen vrijer zijn en zich
        sneller kunnen bewegen."

Lange tijd werd volgens Maas gedacht dat ICT tot meer thuiswerken en dus tot minder mobiliteit zou
leiden.

        "Maar zelf merk ik bijvoorbeeld dat ik dankzij ICT juist veel meer en makkelijker reis voor mijn werk. Ik
        ben mobieler dan ooit. Het is veel makkelijker geworden om vanaf een afstand je bureau in de gaten te
        houden en je managementtaken te doen. Iedereen is steeds minder aan zijn bureau gebonden."

Een andere verrassing van ICT is volgens Maas dat de papierstroom gigantisch toeneemt. "Ook dat was
niet voorzien. We hadden het over het papierloze kantoor, maar de papieromzet en de informatiestroom
nemen gigantisch toe. Je moet ook veel sneller over allerlei zaken oordelen."
Kortom, vindt Maas, als er geen sturing in de richting van een beter milieu optreedt, zal de ICT gewoon
leiden tot een vergroting van de kenniseconomie en de niet-materiële, dienstverleningssector boven op
de gewone materiële economische ontwikkelingen. Maas:

        "ICT betekent een enorme versnelling van de economie, met als snelst groeiende activiteit de mobiliteit in
        de vorm van vliegen en autorijden. Ik zie niet in dat ICT dat beperkt, integendeel. Natuurlijk kun je ICT
        prima inzetten voor bijvoorbeeld schonere auto's. Je kunt auto's verzinnen die niet harder rijden dan 50 of
        80, maar bij een vrije markt en een terugtredende overheid zal geen fabrikant daar vanzelf mee komen. De
        vrije markt zoekt niet vanzelf naar de schoonste, veiligste technieken, maar probeert het de consument zo
        gemakkelijk mogelijk te maken. Dat zelfregulerende mechanisme van de markt, daar geloof ik niet zo in
        als het om milieuaspecten gaat. De filosoof Hans Achterhuis heeft gezegd dat niet de overheid maar de
        techniek moraliserend zou moeten worden."

Volgens Maas zouden apparaten je moeten waarschuwen als je het milieu bederft. Maar zulke apparaten
komen niet vanzelf op de markt.

        "Het is toch eigenlijk absurd dat ik eerst in de kelderkast moet duiken om mijn energiegebruik te
        registreren en vervolgens de oude kranten naslaan om te zien hoe koud het precies is geweest om er achter
        te komen of ik zuinig genoeg gestookt heb. Waarom hangt er niet een slim apparaatje dat dit meteen voor
        me uitrekent?"


4.1     Prikkels nodig

Weliswaar kan internet er toe bijdragen dat mensen het milieuvriendelijkste product kopen, maar
tegelijkertijd wekt datzelfde internet meer kooplust op en het is maar de vraag of steeds meer informatie
over milieuvriendelijke producten ook automatisch het koopgedrag zal veranderen. "En trouwens, wat is
het milieuvriendelijkste product?" vraagt Annemarth Idenburg zich af. Dat is nog niet zo eenvoudig te
zeggen."
Ze verwijst naar de redenering van internetboekwinkel Amazon.com. Die claimt een boek bij jou thuis
te kunnen bezorgen tegen minder energiekosten dan wanneer je zelf naar de boekwinkel zou rijden.
Goed voor het milieu? "Toch niet", zegt Idenburg, "want nu bestellen mensen meteen vier boeken tege-

                                                        17
lijk. Weg is de energie-efficiency."
Beide RIVM-ers zijn het erover eens dat een verandering naar milieuvriendelijk koopgedrag niet vanzelf
zal gaan. De overheid zal hier met prikkels moeten komen: ecotaksen bijvoorbeeld. Maas:

        “Je ziet wel dat de overheid steeds meer kanalen zoekt om de consument te informeren. In plaats van al die
        Postbus 51 spotjes kan de overheid veel meer gerichte informatie voor diverse groepen consumenten op
        het internet zetten. Maar dat alles vereist een actieve en geen afstandelijke overheid."

Zo wordt in kantoren en winkels nog veel licht en warmte verspild. En auto's zouden veel energie-
zuiniger kunnen zijn.
Op het gebied van afvalverwerking valt te denken aan duidelijk gemarkeerde plastics die gemakkelijker
te recyclen zijn, of aan intelligente vuilniswagens, die de met chips gemarkeerde bakken wegen en de
eigenaar een rekening per kilo sturen. En uiteraard is ook het rekeningrijden gemakkelijker uitvoerbaar
via ICT.
Annemarth Idenburg:

        "Je kunt allerlei milieuvriendelijke, energiezuinige producten bedenken, zoals auto's die meteen aangeven
        wanneer je rijstijl niet energiezuinig is, of een auto die niet verder rijdt als de katalysator het begeven heeft.
        Of slimme lichtschakelaars en volautomatische klimaatsbeheersing in huis. Zo'n systeem kan worden
        aangestuurd door sensors, die opletten of er iemand thuis is. En ook het hergebruik van tweedehands
        spullen kan via internet enorm worden opgekrikt. Maar de overheid moet daarvoor dan wel met prikkels en
        stimulansen komen, het gaat niet vanzelf."


4.2     Vooruit denken

Waar moet de overheid prioriteit aan geven? Het beste zou men kunnen beginnen met producten die nu
al een hoog elektronicagehalte hebben wat moraliserender te maken. "Zoals de intelligente auto, die zelf
weet waar welke maximumsnelheid geldt en zich daar netjes aan houdt", zegt Annemarth Idenburg.
"Rijkswaterstaat experimenteert daar mee in Brabant."
Volgens Rob Maas is de truc ook om vooruit te denken.

        "Met behulp van ICT worden voortdurend nieuwe producten bedacht en op de markt gebracht, door
        allerlei kleine bedrijfjes met leuke ideeën. Ze verzinnen systemen waarmee je de oven al kunt opstarten en
        je huis voorverwarmen terwijl je nog in de auto zit, of je autoruiten ontdooien terwijl je nog aan het ontbijt
        zit. Als de overheid die producten dan gaat bekritiseren is men een stap te laat. De uitdaging is om al in de
        ontwerpfase mee te denken over innovatieve ontwikkelingen en daarbij ook aan het milieu te denken, ook
        al heeft de overheid zelf maar een klein budget voor innovatie."

Volgens Annemarth Idenburg zullen ICT-ontwikkelingen op de consumentenmarkt voornamelijk
averechts werken. Licht en verwarming kunnen weliswaar doelmatiger worden ingesteld, maar
daarnaast komen er leuke mogelijkheden om het huis vol te zetten met beeldschermen, draadloze
communicatiesystemen tussen apparaten, schoonmaakrobots en noem maar op.

        "Dat vergt allemaal extra materiaal en energie voor dingen die mensen vroeger gewoon zelf deden. Ik zie
        de milieuwinst door ICT dan ook niet zozeer op de consumentenmarkt, maar veeleer bij een betere
        logistiek en scherper afgestelde productieprocessen, die het milieurendement verhogen en de vervuiling
        verminderen."

Op dit gebied zijn al grote klappers gemaakt, maar er zijn altijd weer nieuwe ideeën uit onverwachte
hoek. "Maar de grootste afvalstroom gaat de bedrijfspoort uit als product, nietwaar", vat Maas het
milieuprobleem bondig samen.



                                                          18
4.3     Meer openheid

Voor de overheid, voor de consument en ook voor het werk van het RIVM zelf geldt dat informatie
steeds makkelijker en goedkoper te vergaren wordt. In twee jaar tijd is alleen al het aanbod van
informatie op internet explosief gestegen. Maas:

        "Ik geloof niet dat de overheid door de toenemende informatie-uitwisseling tussen consument en producent
        aan de zijlijn zal belanden. De overheid weet per definitie altijd minder dan een bedrijf, dat was altijd al zo
        en dat verandert niet. Het is ook maar net de vraag hoe groot je de overheid maakt. Als bedrijven opener
        worden over hun milieubeheer en de risicocontouren voor omwonenden en als ze daarover meer informatie
        aan de consument gaan geven, dan kan de overheid die informatie ook krijgen. Daar wordt de overheid
        alleen maar wijzer van. Overigens wordt binnen bedrijven natuurlijk zeer verschillend gedacht over de
        vraag hoe open je moet zijn. Binnen elke branche zijn het nu eenmaal altijd de piepers met de kleine
        winstmarges die de toenemende openheid van grotere, modernere bedrijven in de branche proberen af te
        remmen."

Iets anders is dat de bedrijfsprocessen inmiddels zo ingewikkeld zijn geworden, dat de techneuten van
de overheid daaraan weinig kunnen toevoegen. Vroeger gingen RIVM-medewerkers nog regelmatig op
inspectie, of gaven bedrijfsadviezen. Nu beperkt het instituut zich tot globale overzichten over de
toestand van het milieu en beleidsadvisering, werk dus op een abstracter niveau. Maas: "Het is heel
moeilijk om als overheid precies bij te houden wat er binnen een bedrijf gaande is en dus kun je dat als
overheid ook steeds moeilijker aansturen. Dat staat los van de ICT-discussie."


4.4     Emissieregistratie

Vast staat dat er in het milieubeheer flinke verbeteringen te verwachten zijn door betere, goedkopere
meettechnieken, die een betere registratie van emissies mogelijk maken. Emissies worden gemeten en
teruggekoppeld naar de veroorzaker. Bedrijven en consumenten krijgen een jaaroverzicht gepresenteerd.
"Wellicht zou men hierdoor ook tot een betere toedeling van emissierechten ('milieugebruiksruimte')
kunnen komen", oppert Rob Maas. "Geef die totale gebruiksruimte bijvoorbeeld aan VNO-NCW en
laten zij dat dan maar verdelen over de bedrijven."
"Maar er zijn ook mensen die het begrip emissierecht afwijzen omdat elke emissie in feite een slecht
gebruik van je grondstoffen is", werpt Annemarth Idenburg tegen. "Door de grondstoffen flink duurder
te maken zullen bedrijven vanzelf minder verspillen."
Door een betere logistiek en optimalisatie van technieken kunnen afvalstromen worden teruggedrongen
en milieurendementen van industriële processen verhoogd. Zo kan de voortgaande inzet van ICT leiden
tot een lagere milieudruk. Maas:

        "Voor luchtkwaliteit zijn modelberekeningen redelijk goed te interpreteren. Bij bodembepalingen zijn de
        onzekerheden al veel groter, vanwege de enorme kleinschalige variatie. Daar moet je gaan schatten en
        onzekerheden interpreteren. Om daarover meer duidelijkheid te verschaffen, zet het RIVM steeds meer
        informatie over modellen en meetresultaten op internet (www.rivm.nl)."


4.5     Nieuwe beleidstools

Annemarth Idenburg: "De beschikbaarheid van kennis die openbaar is, is explosief gestegen. Maar
daarnaast houden bedrijven ook veel kennis voor zichzelf, juist als het om slimme nieuwe milieufoefjes
gaat. Kennis wordt een steeds belangrijker commercieel product."
Maas tekent daarbij aan dat het informatieaanbod overdonderend is en ook verslavend kan werken, maar
dat het nog niet meevalt om daarin goed te selecteren.

                                                        19
        "Wèl wordt het oneindig veel makkelijker om te communiceren. Voordat wij 's avonds naar huis gaan,
        mailen we nog even een document naar collega's in de V.S. Die geven commentaar en sturen het meteen
        door naar Japan. De volgende morgen ben ik dan al weer twee versies verder. Samenwerking en
        informatie-uitwisseling tussen mensen die dat willen gaan sneller dan ooit, ook in kwesties van bewaking
        van milieu- en voedselkwaliteit."

Voor een instituut als het RIVM roept dat tegelijkertijd ook de vraag op wat nog hun eigen toegevoegde
waarde is.

        "Misschien moeten we veel meer interactief ondersteunen in beleidsprocessen en bij elke mogelijke stap in
        de onderhandelingen tussen ministeries aangeven: Als jullie dit besluiten, dan gebeurt er dat met het
        milieu. Bovendien kun je ICT uitstekend gebruiken om meer inspraak van de burgers te regelen, zoals die
        actie geefmijderuimte.nl van minister Pronk. Misschien geldt daarvoor dat je mensen alleen een tevreden
        gevoel van inspraak geeft. Maar je zou ook een rekenmodelletje op internet kunnen zetten waarmee
        Jan-in-de-Straat zelf kan uitrekenen hoe hoog de benzineaccijns moet zijn om het fileprobleem op te
        lossen."

Met ICT kunnen allerlei nieuwe tools worden ontwikkeld om problemen in de ruimtelijke ordening op
te lossen, de inspraak te verbeteren en aan te geven wat er allemaal meespeelt bij de planning van een
nieuw industrieterrein. Annemarth Idenburg:

        "Bij al die nieuwe informatiestromen blijven instanties nodig die al die verschillende informatie bij elkaar
        weten te brengen en kunnen interpreteren, ook voor de beleidsmakers. Als je de beleidsmaker confronteert
        met een enorme berg gegevens over een bedrijf kan dat de vergunningverlening compleet lam slaan. Hier
        blijft dus een taak weggelegd voor het RIVM."


4.6     Stellingen bij sturen in milieubeleid

1.       ICT zal voor wat de consumentenmarkt betreft het milieu meer kwaad dan goed doen.

2.       De grootste afvalstroom van een bedrijf gaat als product de poort uit.

3.       ICT zal de mobiliteit niet indammen, integendeel. Dankzij ICT zijn we mobieler dan ooit.

4.      Niet de overheid, maar de technologie moet moraliserend zijn.

5.      Overheid weet per definitie minder dan bedrijf, dat was altijd al zo. Ook zonder ICT stond de
        overheid al aan de zijlijn, aangezien de procesvoering binnen bedrijven te ingewikkeld en
        ondoorzichtig is geworden.

6.      Overheid moet ICT inzetten om inspraak van de burgers te bevorderen.

7.      Overheid holt achter de marktontwikkelingen aan in plaats van tijdig mee te praten over
        innovatie.

8.      Overheid moet ICT inzetten om een markt voor verhandelbare emissierechten in te stellen.


5.      DIGITAAL HANDHAVEN

"U dacht zeker dat in al deze bureaukasten alleen maar strafzaken zitten", zegt Officier van Justitie Mr.
Pieter Groenhuis op zijn werkkamer bij het Arrondissementsparket Alkmaar. Hij opent een van de
                                                       20
beukenhouten kastdeuren. Daarachter staat zijn liefdevol gekoesterde verzameling oude Apple
computers.
"Ze doen het allemaal nog!", zegt Groenhuis. "Kijk, dit was mijn allereerste, uit de vroege jaren tachtig,
nog met een roze beeldscherm. Ik ben altijd een Apple-freak gebleven." Automatisering is Groenhuis'
passie. Naast Officier van Justitie, met milieubeheer in zijn portefeuille, is hij tevens docent milieurecht
aan de Hogeschool Amsterdam.
Groenhuis:

        "De milieuportefeuille staat bij mijn collega's niet hoog genoteerd. Zaken rond moord en doodslag of
        drugscriminaliteit spreken veel meer aan en het strafrecht is daarover helder en duidelijk. Zelf vind ik die
        milieuportefeuille juist heel boeiend, we draaien een aantal grote zaken."

De milieuwetgeving is nu eenmaal bijzonder ingewikkeld, met allerlei onderverdelingen in algemene
maatregelen van bestuur en ministeriële, provinciale en gemeentelijke verordeningen, regels en
vergunningen en voorschriften. Bovendien is deze wetgeving nog voortdurend in beweging. Daarom zou
het buitengewoon handig zijn om wetboeken e.d. on line te kunnen raadplegen. "Al die wetgeving zou
op internet moeten staan", vindt Groenhuis. "We hebben wel een deel op Cd-rom gezet, maar je kunt
nog verder gaan."
Hij zou bijvoorbeeld graag zien dat de verbalisant, die bezig is met een veldcontrole, bijvoorbeeld van
een vrachtwagen met koelinstallatie, via de enterknop van zijn laptop in een programma door een soort
vraag- en antwoordspel wordt geleid, waarbij steeds wordt aangegeven welke wetten en regels in dit
specifieke geval van toepassing zijn en waar de verbalisant dus op moet letten. Zo'n programma, op te
zetten volgens een 'boomstructuur', zou het controleren en handhaven van de ingewikkelde milieure-
gelgeving aanmerkelijk vereenvoudigen. Maar het is natuurlijk een hele klus om zoiets te maken en
vervolgens actueel te houden. De vraag of een bepaalde regel nu al wel of nog niet van kracht is blijft
ook voor insiders lastig. Daarom zou men vanaf een centrale plaats de nieuwste aankondigingen in de
Staatscourant op milieugebied moeten bijhouden en op internet zetten.
Groenhuis: "Je kunt het milieurecht strafrechtelijk handhaven, maar ook bestuursrechtelijk en
civielrechtelijk. Het leukste is het als je samen optrekt, ieder op zijn eigen deelterrein. Dan heb je ook
het grootste succes." Deze aanpak vergt heel veel overleg met bestuurders en soms ook burgers, die
civielrechtelijk optreden. "Zo ontstaan allerlei nieuwe samenwerkingsverbanden.", zegt Groenhuis.
"E-mail is dan een uitkomst."
Het Arrondissementsparket Alkmaar heeft een druk bezochte milieuwebsite
(http://home.wxs.nl/~greenhou) die zich niet alleen op vakbroeders richt, maar ook op mensen van
universiteiten en het gewone publiek. Toekomstige zittingen over strafzaken op milieugebied worden
aangekondigd en na elke zitting komen de rechterlijke uitspraken meteen op de internetsite te staan.
"Soms leidt dat ook tot reacties van gewone burgers over milieuproblemen in hun eigen omgeving",
aldus Groenhuis.
Bovendien spelen steeds meer milieudelicten op internationaal niveau. Daarbij zijn snelle
communicatiemiddelen essentieel. Zo werkt Groenhuis momenteel aan een zaak rond de export van
houtsnippers van gewolmaniseerd hout, die in Zweden zouden worden verbrand om er energie uit te
winnen. Dit is in strijd met de Europese Verordening voor Overbrenging van Afvalstoffen (EVOA). Als
zo'n partij onderweg is, seint Groenhuis de Zweedse autoriteiten in. Via internet weet hij de
e-mailadressen van de betreffende Scandinavische handhavers of het betrokken gerechtelijk
laboratorium gemakkelijk op te sporen. "Dan heb je binnen vijf minuten contact met de juiste persoon
en kun je ook afspreken om hetzelfde soort opsporingsonderzoek te gaan doen. Het is absoluut waar dat
ICT tot betere handhaving leidt!"
Een andere internationale milieuzaak betreft de illegale export van CFK-houdende koelkasten naar
Nigeria, eveneens in strijd met de EVOA.

        "En aangezien de Nederlandse afvalwetgeving in een aantal opzichten minder streng is dan de Duitse, zie
        je ook dat steeds meer afvalstromen eerst naar Duitsland gaan en vervolgens verder worden geëxporteerd.
        Dat is fout, wij moeten die afvalstromen hier zelf verwerken, maar dat kost nu eenmaal geld."
                                                        21
Tot voor kort gaf de Algemene Inspectie Dienst zestien grote mappen met regelgeving uit via een
losbladig systeem, dat de gebruiker steeds zelf moest aanvullen. Vanaf maart gebeurt dat via internet,
zodat het systeem steeds up-to-date blijft. Ook de databank van het College voor de Toelating van
Bestrijdingsmiddelen staat op internet. Als je het nummer van een bestrijdingsmiddel weet, kun je
meteen opzoeken of een middel nog toegelaten is en onder welke voorwaarden.


5.1     Minder vormfouten

In de jaren tachtig was Groenhuis landelijk projectleider van het Compassysteem, het Communicatiesys-
teem en Parket Administratie Systeem van het Openbaar Ministerie. Groenhuis: "We hebben daar een
jaar of acht aan gesleuteld en aan hardware en software heeft het ruim 100 miljoen gulden gekost, maar
nu draait het voortreffelijk."
Compas wordt nu op elk parket gebruikt. Elk procesverbaal, afkomstig van de politie, wordt voor een
deel automatisch in het systeem ingeboekt en vervolgens in het kennissysteem verwerkt. Groenhuis: "De
wetgeving is razend ingewikkeld. Als je iets in dat dossier wilt doen wat volgens de wet niet mag, dan
wijst het systeem je daar op. Hierdoor horen vormfouten bijna tot het verleden." In het systeem staan
ook duizenden voorbewerkte tenlasteleggingen, zoals die vroeger steeds weer met de hand
overgeschreven of getypt moesten worden. Het systeem wordt binnen de rechtbank van hoog tot laag
gebruikt, ook officieren van justitie maken er veel gebruik van. Uiteraard heeft de beveiliging van
vertrouwelijke informatie in deze branche topprioriteit. Daarom heeft Groenhuis twee Pc’s op zijn
bureau staan. Via de ene heeft hij toegang tot internet, een stand-alone. Voor zijn dagelijks werk
gebruikt hij de andere, die dus niet door de buitenwereld gekraakt kan worden. "Overigens ben ik hier in
Alkmaar de enige officier van justitie die internet op zijn eigen tafel heeft, ik gebruik het echt de hele
dag."
Onmisbaar noemt hij ook het Politie Milieu Net, een besloten netwerk van de politie. Dit net wordt veel
gebruikt voor digitale uitwisseling van handhavinggegevens. Via dit netwerk valt te achterhalen wie
bijvoorbeeld al eens een bepaald onderzoek gedaan heeft en welke jurisprudentie daarover bestaat. Ook
mensen met wisselende diensten, avondroosters enzovoorts zijn nu perfect bereikbaar. Bovendien
kunnen politiemensen op het internet terugvinden hoe de strafzaken waaraan ze hebben meegewerkt zijn
afgelopen en dat werkt stimulerend.

5.2     Knoeien op Internet

Groenhuis wijst op een grote stapel dossiers op zijn bureau:

        "Kinderporno. Internet wordt nu eenmaal ook voor slechte dingen gebruikt. Dat moet de overheid in de
        gaten houden, strafbare feiten opsporen en handhaven. Hier ligt de overheid ver achter. De politie is nog
        helemaal niet systematisch bezig met surveilleren op internet, integendeel. Er zijn nog steeds groepen die
        zich afvragen of de politie wel màg surveilleren op internet. Voor mij is dat een achterhaalde vraag, ik vind
        dat het landelijk Expertisebureau Milieubeheer in Den Haag hier snel werk van moet maken."

In de betrokken pornozaak waren de gegevens alleen toegankelijk voor "klanten" die eerst middels hun
creditkaartgegevens moesten inloggen. Over de vraag of de politie in dat geval een pseudo-koop mag
plegen wordt verschillend gedacht.
Groenhuis:

        "Er wordt heel veel geknoeid op internet. Bestrijdingsmiddelen ben ik nog niet tegengekomen, maar wel
        hele circuits van illegale diergeneesmiddelen. Ook zie je Nederlandstalige sites waarop illegaal vuurwerk
        wordt aangeboden, en waarvan de server dan ergens in Zuid-Amerika blijkt te staan. Daar loop je soms
        toevallig tegenaan."


                                                       22
6.      MILIEUKEUR ALS MARKETINGINSTRUMENT IN DE GLASTUINBOUW

Steeds meer tuinders streven er naar hun producten onder een milieukeurmerk op de markt te brengen.
Ze nemen deel aan het project Milieubewuste Teelt voor de Voedingstuinbouw (MBT) of aan het
Milieuproject Sierteelt (MPS). Twee onafhankelijke stichtingen controleren de keurmerken. Hun
geloofwaardigheid staat of valt met een betrouwbare registratie van het gebruik van bestrij-
dingsmiddelen, water en energie op de betrokken bedrijven. Dat levert een stortvloed van gegevens op,
die snel en betrouwbaar verwerkt moeten worden.
"Zonder ICT-technieken zou dat onbetaalbaar zijn", zegt ir. Henk P. Zwinkels van Agritect Advies in
Waddinxveen. Hij is als adviseur en projectleider betrokken bij het project Milieubewuste Teelt voor de
Voedingstuinbouw. Zwinkels:

        "Dat brengt twee grote uitdagingen mee. Ten eerste moet het werken met het milieukeurmerk
        kosteneffectief zijn, en toch de kwaliteit van de producten waarborgen. De milieubewuste teler moet waar-
        maken wat hij belooft. Ten tweede moeten ITC-technieken worden ingezet naar de markt toe."


6.1     Straks verplicht

Volgend jaar worden alle tuinbouwbedrijven onder glas verplicht tot een basisregistratie van bestrij-
dingsmiddelen, energie en meststoffen. Hierop vooruitlopend zijn veel tuinders hun verbruik al vrij-
willig gaan registreren om een beter zicht te krijgen op de milieuknelpunten op hun bedrijf.
Zwinkels:

        "Het gaat erom dat het keurmerk op een goede manier gewaarborgd in de markt staat. De kwaliteit van het
        keurmerk moet tegen redelijk acceptabele kosten geborgd zijn. Zonder automatiseringstechnieken zou dat
        peperduur zijn! Nu bedragen de totale kosten van het keurmerk maar 1000 à 1500 gulden per teler per jaar,
        deels betaald door de veiling en deels door de teler."

De meeste tuinders leveren hun gegevens voor de verplichte registraties van hun bedrijfsvoering nu nog
op papier aan, maar de elektronische verwerking komt eraan. Bedrijven en producten worden
steekproefsgewijs gecontroleerd. Daarbij worden registratiegegevens vergeleken met inkoopbonnen van
bestrijdingsmiddelen in de bedrijfsboekhouding, met de middelen die in de bestrijdingsmiddelenkast
staan enzovoorts. Voor lichte overtredingen krijgt de tuinder een waarschuwing, voor zware
overtredingen een rode kaart: de teler mag dan bijvoorbeeld een jaar lang niet onder het keurmerk
aanleveren. Er doen al 2000 telers mee, zo'n 85 procent van de doelgroep. Zwinkels:

        "Het milieu is daarbij gebaat. Nauwkeuriger registreren betekent beter beseffen wat je als ondernemer
        doet. Je kunt je situatie beter vergelijken met die van andere jaren, of van andere ondernemers, via
        studieclubs. Ook uitschieters in je bestrijdingsmiddelenverbruik kun je beter verklaren en een volgende
        maal voorkomen."

Ook kan men via productregistratie calamiteiten voorkomen, of op zijn minst in de kiem smoren. Zo
ontstonden er vorig jaar problemen over gebruik van groeiremmers (CCC) in de perenteelt. Dankzij de
registratie van MBT kan men van een willekeurige partij peren in een koelhuis meteen de herkomst en
de teeltwijze achterhalen en ze desnoods uit de markt nemen.


6.2     ICT in de markt gebruiken

"Een tweede vraag is hoe men ICT kan gebruiken richting markt, en naar de consument toe", zegt
Zwinkels. "ICT-technieken bieden allerlei nieuwe mogelijkheden voor informatievoorziening van de

                                                       23
markt naar de consument en weer terug naar de producent."
Internationale grootwinkelbedrijven vragen naar de milieukeurmerken. Ze willen steeds meer weten
over de oorsprong en teeltwijze van producten. Zo liet de directie van Interflora, een grote exporteur van
Nederlandse bloemen, in een interview in een veilingblad weten dat men voor de Zweedse markt liefst
alleen nog MPS-bloemen zou aankopen als het aanbod op de veiling dat toeliet. Begin 1999 voerde 58
procent van de kwekers op de Bloemenveiling Aalsmeer hun producten aan met een MPS-vermelding.
Winkelketens stellen steeds scherpere eisen aan hun leveranciers. Milieubewuste teelt wordt een
randvoorwaarde. Telers die er niet aan meedoen, vallen straks buiten de boot. Over het handhaven van
de regels moet duidelijkheid bestaan. Een overheid die vervuilers tolereert, schept ongelijkheid. Consu-
ment èn tuinders hebben baat bij een goede controle. Men kan het milieubeleid niet blijven afstemmen
op de achterblijvers, want dat frustreert de milieubewuste telers.

Toch zie je in de supermarkt geen MBT-tomaten. Zwinkels:

        "Het is geen keurmerk voor de consument, maar vooral voor de handel. In de winkel worden de producten
        immers weer omverpakt: dan worden Greenery-tomaten ineens Super de Boer tomaten, en hartje winter is
        een Spaanse tomaat ineens òòk een Super de Boer tomaat. Het gaat ons vooral om de kwaliteitsborging tot
        aan de detaillist. Daarmee kunnen we ons profileren ten opzichte van buitenlandse producties en ons
        marktaandeel op zijn minst stabiliseren."

Ebt de belangstelling van de consument voor milieuzaken enigszins weg? Zwinkels:

        "De Nederlandse consument let vooral op de prijs. De inkoper van de supermarkten ook. Als een minder
        milieuvriendelijk product vijf cent goedkoper is, heeft men dat liever. Trend is wel dat Engelse, Zwitserse
        en Oostenrijkse inkopers meer naar milieukwaliteit kijken dan in Nederland. Supermarkten stellen geen
        milieukeur als basiseis voor al hun inkopen. Wèl hebben de Europese supermarkten nu samen richtlijnen
        opgesteld."


6.3     Overheid moet draagvlak voor milieubeleid scheppen

Geleidelijk verschuift het milieubeleid van een middelenvoorschriftenbeleid naar een doelvoorschrif-
tenbeleid. Waar de overheid vroeger tot in alle detail voorschreef wat een tuinder moest doen en laten,
wordt nu aangegeven welke milieudoelstellingen een tuinder op welk tijdstip op zijn bedrijf moet zien te
halen. Hoe de ondernemer dat aanpakt moet hij zelf weten.
Dat de overheid zich terugtrekt is volgens Zwinkels een goede zaak.

        "Bij milieubeleid gaat heter vooral om of er voldoende draagvlak is. De overheid sluit een convenant met
        de sector, zoals het Milieuconvenant Glastuinbouw, en stelt daarvoor het wettelijke kader. Maar de uitvoe-
        ring van zo'n convenant wordt toevertrouwd aan de betrokken partijen. Vaak wordt er wel gesputterd bij de
        invoering van nieuwe milieueisen, maar vijf jaar later heeft niemand er meer spijt van, omdat het je toch
        een groot voordeel in de markt blijkt te geven. De voorlopers in de teelt kunnen al lang en breed voldoen
        aan de richtlijnen die volgend jaar voor gewasbescherming gaan gelden."

Als knelpunt ziet hij vooral het energieverbruik. Kunstmatige belichting in donkere dagen is economisch
aantrekkelijk, maar kost wèl extra energie. Overigens kunnen automatiseringstechnieken het kasklimaat
en de ketelsturing flink verbeteren en daarmee veel energie besparen.
Zwinkels:

        "Negen van de tien tuinders hebben al een kasklimaatcomputer, maar er komen steeds betere modellen. In
        plaats van het kasklimaat achteraf bij te sturen op grond van metingen, kun je het al vooraf aansturen op
        grond van voorspellingen over de groei van jouw gewas. Dat kan nog wel 10 procent energiebesparing
        opleveren. En energie is een grote kostenpost!"


                                                       24
Ook bij het minimaliseren van het bestrijdingsmiddelenverbruik kunnen computerprogramma's helpen.
Zo levert de firma Koppert in Berkel niet alleen beestjes die in de kas voor biologische plaagbestrijding
zorgen, maar ook bijbehorende computerprogramma's. De teler voert gegevens in over waar een plaag in
de kas begint op te treden, hoeveel spintmijten hij bijvoorbeeld op een bepaalde plek ziet. Het
programma geeft dan aan wat in deze situatie de beste en milieuvriendelijkste bestrijdingstechniek is.


6.4     Informatierevolutie

Al met al is er volgens Zwinkels inderdaad een informatierevolutie gaande in de tuinbouw.

        "Technisch gezien is er nog heel veel mogelijk, ook bij het vastleggen van gegevens en het waarborgen
        van de kwaliteit. Economische factoren zijn doorslaggevend. Je ziet een trend naar steeds grootschaliger
        groenteteelt. Voor grote, moderne bedrijven van 10 hectare of voor clusters van samenwerkende bedrijven
        is automatisering relatief goedkoop."

Tuinders boren nieuwe kennisbronnen aan. Via Groeinet, het systeem van de studieclubs voor
bedrijfsvergelijking, kunnen ze dagelijks onderling gegevens uitwisselen en zien hoe hun buurman
vandaag de klimaatcomputer heeft ingesteld. Deze werkwijze raakt dankzij ISDN en internet steeds
meer ingeburgerd. De tuinder kan deze informatiestroom koppelen aan slimme programmaatjes om de
gegevens voor zijn eigen bedrijf - dat bijvoorbeeld in een extra winderige hoek van de polder ligt - te
interpreteren. Zwinkels:

        "Ook is een steeds grotere rol weggelegd voor voorlichters, kennismakelaars en dergelijke. Een tuinder
        moet zelf geen uren kwijt zijn aan het afstruinen van internet op zoek naar literatuurgegevens over nieuwe
        onderzoeksresultaten voor zijn bedrijf. Zulke kennis kan hij veel beter inkopen."

Wat de toegankelijkheid van informatie betreft is Zwinkels' indruk dat de sector wat meer gesloten
wordt dan vroeger. In de potplantenteelt gold al langer dat een teler niet via de veiling, maar via zijn
eigen bemiddelingsbureaus verkoopt en probeert exclusieve rassen te telen, waar anderen geen toegang
toe hebben. Zo'n keten laat bijvoorbeeld onderzoek bij proefstations doen om specifieke
bedrijfsproblemen op te lossen en wil dan deze kennis niet algemeen beschikbaar stellen.
Zwinkels denkt dat het steeds meer deze kant uit gaat.

        "Aan de andere kant zie je de laatste jaren een enorme toestroom van grote internationale ICT-bedrijven
        naar Nederland. De telefoontarieven zijn in korte tijd spectaculair gedaald, dat alles werkt stimulerend op
        de verdere ontwikkeling van de informatietechnologie, waarvan wij de vruchten kunnen plukken."


6.5     ICT als strategisch instrument

In het Agro Business Park in Wageningen is ing. Harry Schmeitz, managing consultant en
mededirecteur van Agri Information Partners, het levende bewijs van de razendsnelle
ICT-ontwikkelingen in de land- en tuinbouw. Hij zit sinds twee weken in een nagelnieuw kantoorpand.
De vloerbedekking oogt nog onbetreden en de tuin moet nog aangelegd. Schmeitz:

        "Agri Information Partners is een jong bedrijf. We zijn drie jaar geleden met zijn vijven begonnen.
        Sindsdien is er gemiddeld elke maand wel iemand bijgekomen, vrijwel allemaal mensen met een land-
        bouwkundige achtergrond, die het ICT vak erbij hebben geleerd. Met 45 medewerkers waren we uit ons
        jasje gegroeid, vandaar de verhuizing."

Agri Information Partners ontwikkelt ICT-systemen die op allerlei vlakken worden ingezet om
processen in agrarische ondernemingen te verbeteren en toegevoegde waarde te creëren. "ICT wordt ook
als strategisch instrument ingezet naar de omgeving, de klanten, de consument toe", aldus Schmeitz.
                                                       25
Hoofdterreinen zijn markt & product, keten & logistiek en teelt & kwaliteit.
Tot de activiteiten van het bedrijf hoort een informatieproject om de veredeling van nieuwe rassen te
versnellen. Schmeitz:

        "Niet alleen om het selectieproces efficiënter te maken, maar ook om er toe bij te dragen dat
        ziekteresistente rassen, die minder bestrijdingsmiddelen nodig hebben en dus milieuvriendelijker geteeld
        kunnen worden, sneller beschikbaar komen."


6.6     Luisresistente sla

Onlangs kwam Rijk Zwaan Zaadteelt en Zaadhandel bv met een nieuw slaras op de markt, dat resistent
is tegen bladluizen. "Daar zit een heel stuk ICT achter", aldus Schmeitz, "Informatietechnologie levert
een bijdrage om beter om te gaan met je genetische materiaal en daardoor kun je veredelingsprocessen
beter sturen." Vroeger keek de slaselecteur in de eerste plaats naar een mooie ronde krop, met een platte
onderkant, die gemakkelijk in het kistje paste. Schmeitz:

        "Luisresistentie was vroeger een van de tientallen non-trade items waar niet of nauwelijks op gelet, werd
        omdat de selecteur dat in zijn grijze cellen nou eenmaal niet allemaal kon behappen. Door goede rekenpro-
        gramma's in te zetten kunnen dergelijke eigenschappen tegenwoordig òòk worden meegenomen in het ver-
        edelingsproces."

De gegevens van een wereldwijd netwerk van proefvelden om te zien hoe de rassen zich in de praktijk
houden worden door de veredelaars gebruikt om een nieuw ras veel sneller een bepaalde hoek in te
sturen om daar commercieel voordeel te behalen. Als er bijvoorbeeld vraag komt naar milieuvriendelijk
geteelde sla, kan de veredelaar daar sneller op inspelen dankzij ICT.


6.7     Integrale Keten Zorg

In het project Integrale Keten Zorg (IKZ), bekroond met de tuinbouwondernemersprijs, houdt Agri
Information Partners zich, eveneens in opdracht van Rijk Zwaan, bezig met het monitoren van de manier
waarop een product door de keten gaat. Er wordt bijvoorbeeld gekeken of de Nederlandse tomaten er in
het Duitse supermarktvak nog fris genoeg bij liggen en die gegevens worden teruggekoppeld naar de te-
lers.
Ook wordt gewerkt aan ketenbewakingssystemen conform het Hazard Analysis Critical Control Point
Concept (HACCP): door het meten en analyseren van de juiste meetpunten moet men kunnen garan-
deren, dat er uiteindelijk een voedselveilig product op de markt komt, zoals een krop sla waar niet te
veel nitraat in zit. Schmeitz:

        "Twee jaar geleden is de wet ketenaansprakelijkheid in Nederland van kracht geworden, waarin staat dat
        een producent ook aansprakelijk is voor fouten van leveranciers die vòòr hem in de productieketen zitten.
        Daarom willen leveranciers zich in toenemende mate indekken tegen allerlei risico's."

In het voorbeeld van de sla zullen ze razendsnel willen kunnen uitzoeken waar die krop geteeld is en
door wie. Of stel dat een varken ziek blijkt te zijn, dan wil men achteraf precies kunnen terugzoeken met
welke andere varkens het beest in een hok of vrachtwagen heeft gezeten, welk voer het heeft gekregen
enzovoorts. Ook in de bierbrouwerij wil men precies kunnen nagaan welke partij brouwgerst bij welke
teler vandaan is gekomen en langs welke weg die bij welke brouwerij terecht is gekomen. "Tracking and
tracing is het motto door de hele keten heen", aldus Schmeitz. "Dankzij ICT kun je een regelend
mechanisme in de keten inbouwen. Je kunt van de keten leren om je proces te perfectioneren."
Agri Information Partners is ook betrokken bij het project Milieu Project Sierteelt (MPS). Schmeitz:

        "Zo'n zes of zeven jaar geleden was op de tv te zien hoe mensen van Greenpeace zich op de
                                                      26
        bloemenveiling in Aalsmeer in de kopersbanken hadden vastgeketend om te protesteren tegen die gifrozen,
        zoals zij ze noemden. MPS is van start gegaan om de teelt over de hele linie milieuvriendelijker te maken."

De teler moet zelf uit zoeken hoe hij zijn primaire bedrijfsvoering kan optimaliseren aan de hand van
een puntensysteem. Er wordt niet simpelweg voorgeschreven dat men bestrijdingsmiddel A in plaats van
B moet gebruiken of andersom, maar het gaat erom over de hele linie milieuvriendelijker te produceren.
Soms kan de teler bijvoorbeeld door één zwaardere bespuiting uit te voeren een reeks volgende bespui-
tingen overbodig maken, of kan hij door een zwaardere bemesting zorgen voor een sterker gewas dat
minder snel ziek zal worden. En ook met afvalscheiding zijn punten te verdienen. Schmeitz:

        "Elk bedrijf is anders. MPS is een model met wegingsfactoren om elk individueel bedrijf door te rekenen
        en te komen tot een stukje sturing in de primaire bedrijfsvoering. Om zo'n model elke drie maanden voor
        3500 siertelers door te rekenen zou ondenkbaar zijn zonder ICT. En datzelfde geldt voor het
        communiceren van de resultaten van die berekeningen naar de telers. Datzelfde geldt voor andere
        kwaliteitsprojecten. Met het ICT-instrumentarium wordt het mogelijk èn betaalbaar om de keten te
        bewaken tot op het niveau van het individuele dier, of om het kasklimaat optimaal aan te sturen zonder
        elke zondagmiddag drie keer de kas in te moeten, of om in de kas plaatselijk in plaats van generiek te
        spuiten."


6.8     KLICT

Schmeitz is lid van het bedrijfsclusterteam van KLICT (Ketennetwerken, Clusters & ICT). KLICT is
een overheidsproject voor verbetering van ketens via ICT, gefinancierd met ICES-gelden (de pot met
aardgasbaten). Via KLICT zal de komende jaren fors worden geïnvesteerd in verbetering van ketens en
clusters, waarbij ICT een belangrijke rol speelt. Schmeitz:

        "Productieverliezen en ketenuitval leiden nu nog tot forse verliezen. Kijk naar de tomatenteelt: Als je een
        afzet hebt voor drie hectare tomaten, worden er voor alle zekerheid vijf geteeld, want de productie in de
        kas wisselt nu eenmaal nogal, afhankelijk van het weer. Zo wordt een kunstmatig overschot gecreëerd om
        aan de vraag van de consument te kunnen voldoen. Als je dat overschot van 40 procent zou kunnen terug-
        dringen naar 20 procent door productiepatronen beter te fitten op consumptiepatronen, valt daar een
        enorme milieuwinst te behalen. Dat kan onder andere door met behulp van ICT betere groeimodellen te
        ontwikkelen. Ook kan met behulp van GIS-satelliettechnologie de wereldproductie van allerlei gewassen
        op het veld beter en sneller worden ingeschat. Voor de Europese tarweoogst gebeurt dat al en de subsidies
        die de telers krijgen worden daarop afgestemd. Bovendien kan men de keten efficiënter organiseren en
        zorgen voor minder productuitval.
        Je zou het personeel van de supermarkt bijvoorbeeld cursussen via internet kunnen geven om te zorgen dat
        men de planten in het verkooptraject beter gaat verzorgen. En als er dan toch nog veel planten verleppen is
        het interessant om na te gaan of dat nu keer op keer de Ficussen van teler Jansen zijn, en zo ja, waarom.
        Uiteindelijk komt de klant in de winkel echt niet vragen of er al dan niet met bestrijdingsmiddel X is
        gewerkt. Maar hij wil wèl vertrouwen hebben in de keten waar hij koopt en daar horen ook milieuaspecten
        bij. Voor de teler brengt milieuvriendelijk produceren economisch gezien nog heel weinig op, MPS en
        MBT hebben dat althans nog niet laten zien. Maar vroeg of laat komen we op een punt dat de supermark-
        ten eenvoudig niet anders meer willen dan producten met deze milieukeurmerken. Daar hebben de telers
        zich dan maar aan te houden, en dat kunnen ze ook best. MPS is een mooi voorbeeld van een
        zelfregulerend milieusysteem."


6.9     Stellingen bij milieukeur als marketinginstrument in de glastuinbouw


1.      Naarmate de samenleving kritischer wordt, zullen ook de milieunormen moeten worden
        aangescherpt. De overheid moet de piketpaaltjes op tijd verzetten.

                                                       27
2.   De controle van bedrijven door de overheid wordt steeds meer overgenomen door de markt, de
     overheid trekt zich terug.

3.   De geloofwaardigheid van milieubewuste teelt staat of valt met de controle en daarin is ICT
     onmisbaar.




                                              28
STELLINGEN

1.    De groeiende informatiestroom van producenten naar klanten en omgekeerd vermindert de
      milieubelasting door producenten. Ze nemen betere voorzorgsmaatregelen met betrekking tot
      gezondheids- en milieurisico's. De beschikbaarheid van (milieu-)informatie levert een
      zelfregulerend mechanisme op.

2.    Dankzij ICT is de consument beter geïnformeerd dan ooit. Toch is maar een klein percentage
      van de consumenten echt kritisch, zeker als het om milieuaspecten gaat. Bovendien heeft de
      gemiddelde consument een geheugen als een zeef.

3.    Digitaal winkelen leidt niet tot consuminderen, integendeel. Meer dan ooit wordt de klant
      koning. Niet de producent, maar de consument bepaalt het aanbod. Dat is aanlokkelijk en roept
      nieuwe kooplust op.

4.    ICT maakt ons steeds rijker. De consument krijgt steeds meer ruimte om zijn spending need uit
      te leven. Dat pakt in veel gevallen slecht uit voor het milieu.

5.    De biologische landbouw lijdt aan technofobie èn aan logistieke problemen. Men zou veel meer
      van moderne ICT-technieken moeten profiteren om de markt te veroveren.

6.    De consument leidt aan milieumoeheid. Hij let vooral op zijn portemonnee.

7.    De consument leidt juist helemaal niet aan milieumoeheid. Hij wordt vooral steeds kritischer op
      wat hij eet.

8.    De milieubelasting van landbouwproducten is nauwelijks in de prijs verrekend. Onkruiden
      doodspuiten met gif is goedkoper dan milieuvriendelijk wieden. De milieuschade wordt niet
      doorberekend in de landbouwprijzen, maar afgewenteld op de samenleving. Daardoor ontstaat
      de paradoxale situatie dat het meest vervuilende product in de winkel vaak het goedkoopste en
      dus het aantrekkelijkst is. De overheid dient hier in te grijpen.

9.    In het ICT-tijdperk dreigt Afrika definitief de boot te missen.

10.   De milieubeweging kan ICT gebruiken voor het verspreiden van desinformatie onder het motto
      "Het doel heiligt de middelen".

11.   Je hebt maar een paar diehards nodig om de informatiemaatschappij grote schade te
      berokkenen.

12.   Naarmate de samenleving kritischer wordt, zullen ook de milieunormen moeten worden
      aangescherpt. De overheid moet de piketpaaltjes op tijd verzetten.

13.   De controle van bedrijven door de overheid wordt steeds meer overgenomen door de markt, de
      overheid trekt zich terug.

14.   De geloofwaardigheid van milieubewuste teelt staat of valt met de controle en daarin is ICT
      onmisbaar.




                                                29
COLOFON

Bij het tot stand gekomen van deze tekst zijn wij zeer erkentelijk voor de enthousiaste en bereidwillige
medewerking van de volgende personen:

Mr. Sergej Katus,
Secretaris informatiebeleid VNO-NCW
Postbus 93002
2509 AA Den Haag

Drs. Paul Basset en drs. Jelka Both,
Stichting Natuur en Milieu
Donkerstraat 17
3511 KB Utrecht

Paul de Clerck
Vereniging Milieudefensie
Postbus 19199
1000 GD Amsterdam

Dr.ir. Annemarth M. Idenburg
senior onderzoeker
Laboratorium voor Afvalstoffen en Emissies
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Postbus 1
3720 BA Bilthoven

Drs. Rob Maas
Hoofd Milieu- en Natuurverkenningen
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Postbus 1
3720 BA Bilthoven

Mr. P. Groenhuis,
Officier van Justitie,
Openbaar Ministerie Arrondissement Alkmaar
Postbus 94
1800 AB Alkmaar

Ir. Henk Zwinkels,
Agritect Advies
Coenekoop 4a
2741 PG Waddinxveen

Ing. Harry Schmeitz,
Agro Information Partners
Agro Business Park 67
6708 PW Wageningen




                                                   30

								
To top