eindwerk2004351

Document Sample
eindwerk2004351 Powered By Docstoc
					Voorwoord
Ik deed mijn stage bij BGI (Bormans Grafische Industrie) te Averbode. Ik heb er enorm
veel ervaring opgedaan in verband met accountancy. Daarom wil ik hen hierbij bedanken.
Ik bedank iedereen die er werkt voor de fijne sfeer. Maar in het bijzonder wil ik toch mijn
dank betuigen aan volgende personen:

Mr. Bormans                                                          Algemeen directeur
Mr. Van de Weyer                                                     Financiëel directeur
Mr. Wijckmans                                                        Hoofdboekhouder
Mr. Scheveneels                                                      Boekhouder
Mr. Van De Poel                                                      Boekhouder
Mevr. Peeters                                                        Boekhouder
Mevr. Pairoux                                                        Boekhouder

Deze personen stonden steeds paraat om mij te begeleiden en te antwoorden op mijn
vragen.

Ook voor de hulp bij mijn eindwerk wil ik hen bedanken. En in het bijzonder de heer
Wijckmans, die mijn externe eindwerkbegeleider was.

Uiteraard mag Mevr. Hermans Ernelle niet vergeten worden. Zij was mijn interne
eindwerkbegeleidster en heeft die taak met glans volbracht.




                                                                                              2
Samenvatting

Het voeren van een algemene boekhouding is verplicht in België voor een onderneming.
De wet verplicht elke onderneming dan ook om een jaarrekening op te stellen en deze
openbaar te maken. Hieruit zullen de belanghebbenden al veel informatie kunnen uit halen.
De onderneming zelf zal uit deze jaarrekening niet alle informatie kunnen halen die ze
wenst. De reden hiervan is dat deze informatie slechts betrekking heeft op het registreren
van documenten. Dit wil zeggen dat de er facturen en andere documenten ontvangen en
verstuurd worden, maar het is niet zeker dat deze kosten en opbrengsten wel betrekking
hebben op de productie van de desbetreffende maand en bijgevolg wel verbruikt werden.

De Raad van Bestuur moet beslissingen nemen ten voordele van de onderneming. Maar
aangezien de informatie die de wettelijke jaarrekening weergeeft eigenlijk een verkeerd
beeld geeft, zullen de meeste ondernemingen, naast de algemene boekhouding, nog een
analytische of enige andere vorm van beleidsboekhouding voeren.

Het is dan ook zo dat ik met dit eindwerk wil beschrijven hoe we de juiste
boekhoudkundige gegevens kunnen rapporteren aan de Raad van Bestuur, zodat zij er de
juiste conclusies kunnen uit nemen.

In de eerste plaats worden er enkele systemen uitgewerkt waarmee men de
boekhoudkundige gegevens op een andere manier zal verwerken en dus een beter inzicht al
krijgen in de werkelijk verbruikte kosten en verkregen opbrengsten gedurende een
bepaalde periode.

Vervolgens wordt er besproken hoe men deze boekhouding voert binnen Agora Printing
NV en hoe zij hun analytisch resultaat bepalen.

Tenslotte zal er besproken worden hoe we de resultaten die we bekomen door het
toepassen van dergelijke boekhoudkundige registratie, kunnen rapporteren aan de Raad
van Bestuur. Dit zal gebeuren aan de hand van een toepassing op basis van de rapporten
die men gebruikt binnen Agora Printing NV. Uiteraard wordt er gewerkt met fictieve
cijfers.




                                                                                             3
4
5
Inleiding
De meeste ondernemingen hebben als hoofddoel winst te maken.

De algemene regel stelt : winst = opbrengsten – kosten. Deze regel bevat dus twee
componenten. Enerzijds opbrengsten en anderzijds kosten.

De opbrengsten bestaan voor het grootste deel uit de omzet; m.a.w. de inkomsten van de
onderneming die ze ontvangen uit de verkoop van door hun geproduceerde of bewerkte
goederen of diensten. De verkoopprijs speelt hierin uiteraard een belangrijke rol. Elke
onderneming zal zich moeten afvragen tegen welke prijs men zijn goederen zal verkopen
om toch winst te maken en mee te kunnen spelen op de markt. Zoals eerder vermeld is de
winst het verschil tussen opbrengsten en kosten. Hieruit kunnen we besluiten dat als men
winst wil maken, men zal moeten verkopen tegen een prijs die hoger is dan de kostprijs
van dat product of die dienst.

Daarom is de kostprijs van een product een heel belangrijk gegeven binnen een bedrijf.
Zonder een kostprijs te berekenen, zal men geen prijszetting kunnen doen. Daarom worden
er in deze bundel in de eerste plaats kort enkele systemen uitgelegd om de kostprijs te
berekenen.

Uit enkele van deze systemen kunnen we bijkomende gegevens halen om een beter
management te voeren. En dat is de doelstelling van deze bundel; aantonen via een
praktijkvoorbeeld hoe men vanuit de analytische boekhouding of kostprijsberekening, kan
conclusies nemen in verband met al dan niet te nemen manangementbeslissingen en hoe
deze gegevens gerapporteerd kunnen worden.

Omdat elke onderneming sterk verschilt van elkaar, zijn er geen specifieke toe te passen
regels. Er zijn algemene regels opgesteld door de wetgever, maar elke onderneming kan
hier sterk van afwijken en het analytisch systeem aanpassen aan de eigen normen. Daarom
is het de bedoeling om de werking van de analytische boekhouding en de rapportering uit
te leggen voor het bedrijf waar ik stage deed, nl. Agora Printing NV te Averbode.




                                                                                           6
1 Situering van de analytische boekhouding

In de wereld van de boekhouding spreekt men over 3 soorten boekhouding. Deze worden
gevoerd naargelang men er informatie uit nodig heeft. Enkel de algemene boekhouding is
verplicht in België. De analytische en de beleidsboekhouding zijn optioneel en worden
meestal gebruikt om intern beslissingen te nemen in verband met het beleid van de
onderneming.

1.1. De algemene boekhouding

Elke onderneming heeft tegenover een aantal belangengroepen in onze samenleving een
aantal belangrijke informatieve functies te vervullen met betrekking tot de toestand van
haar vermogen en de realisatie van een ondernemingsresultaat.

Voor de eigenaars, met andere woorden de vennoten of aandeelhouders, moet het duidelijk
zijn dat het door hun aangebrachte vermogen nog in tact is en dat dit een rendement
oplevert. De kredietverstrekkers en leveranciers moeten uit de rapportering van dit
vermogen en van het resultaat kunnen afleiden welke garanties zij hebben voor de
terugbetaling van het door hun verleende krediet. Ook de werknemers verwachten
zekerheid van een inkomen. Zij zullen via de bevoegde organen willen ingelicht worden
over de toekomstverwachtingen van de onderneming. De overheid, die een openbare
infrastructuur ter beschikking stelt en tevens een algemeen economisch en sociaal klimaat
verzorgt, vraagt rapportering van de bijdragen tot de nationale productie, van het
gerealiseerde ondernemingsresultaat en van de vermogenstoestand. Zij zal hieruit haar
besluiten kunnen trekken in verband met de evolutie van de nationale economie en ook aan
de onderneming de vereiste belastingen opleggen ter financiering van het
overheidsinitiatief op economisch en sociaal vlak. Maar we mogen de klanten van de
onderneming niet uit het oog verliezen. En dit is zeker het geval indien het gaat over
producten die langere tijd meegaan, m.a.w. duurzame producten. In dit geval wil de klant
toch enige zekerheid over het verderbestaan van de onderneming. Indien de door de
onderneming verkochte producten enige defecten zouden vertonen, willen de klanten de
zekerheid dat deze vroeg of laat toch verholpen kunnen worden.

Hieruit blijkt dus dat alle belangengroepen informatie wensen over het
ondernemingsgebeuren. Deze informatie kan twee vormen aannemen; ze kan van
kwalitatieve aard zijn en ze kan van kwantitatieve aard zijn. Indien de informatie van
kwantitatieve aard is en een financieel karakter vertoont, zal deze verstrekt worden door de
boekhouding.

De informatie die de onderneming verstrekt, dient dan ook een “waar en getrouw” beeld te
geven. Om dit min of meer te garanderen, heeft zowel de wetgever als enkele practici een
aantal vaste regels opgelegd waaraan de algemene boekhouding moet voldoen. Deze regels
zijn beschreven in de “Wet van 17 juli 1975” en haar “uitvoeringsbesluiten. Ook de
algemeen aanvaarde boekhoudprincipes mogen niet vergeten worden. In België zijn deze
vastgelegd door het Belgisch Centrum voor Normalisatie van de Accountancy en het
Revisoriaat.




                                                                                               7
Uit de “Wet van 17 juli 1975” blijkt dat de onderneming verplicht is om een jaarrekening
op te stellen. Deze geeft dan ook een getrouw beeld weer van de onderneming en bijgevolg
kan hieruit al veel informatie gehaald worden voor de bovenvernoemde belangengroepen.
Deze jaarrekening kan dus beschouwd worden als de rapportering vanuit de algemene
boekhouding.
Deze wet vermeld ook dat grote ondernemingen verplicht zijn om een externe
controledeskundige aan te stellen. Deze dient een verklaring af te leggen over het “waar en
getrouw beeld” van de rapportering.

1.2 De analytische boekhouding
Als men de informatiebehoefte nagaat van de leiding of het bestuur van de onderneming,
stelt men vast dat de informatie van de algemene boekhouding niet volstaat. De
jaarrekening geeft alleen de toestand weer van alle activa en passiva op afsluitingsdatum,
de behaalde resultaten en haar samenstellende componenten en een aantal toelichtingen.
Het bestuur in de onderneming wenst meer te weten. Zij wenste de oorzaken te kennen van
de bepaalde situatie. Deze gedetailleerde analyse van de samenstellende componenten van
het resultaat, worden verkregen in de “analytische boekhouding”. Een analytische
boekhouding heeft als belangrijkste kenmerk dat ze alle kosten en opbrengsten van de
periode die in de algemene boekhouding naar soort gekend zijn, nu ook naar plaats en
verantwoordelijkheid indeelt.
Zo kan men aan kostprijsberekening doen en dus berekenen wat de exacte kostprijs is van
een product of dienst.
Het bepalen van de elementen over dewelke de onderneming meer detailinformatie wenst,
hangt af van de onderneming zelf.

1.3 De beleidsboekhouding
Uit de analytische boekhouding kunnen enkel achteraf gegevens gehaald worden, nadat
alle verrichtingen geboekt zijn. Het gaat dus over historische gegevens.
Meestal heeft het bestuur gegevens nodig om planningen te maken voor toekomstige acties
in de onderneming. Deze kunnen soms niet uit de analytische boekhouding gehaald
worden.
Daarom kan men nog een stap verder gaan; de beleidsboekhouding. Deze techniek wijst
niet op registratie, maar op informatie samenbrengen, analyseren en verwerken ten
behoeve van het toekomstige beleid van de onderneming zoals ook de analytische
boekhouding doet. Voorbeelden van deze techniek zijn o.a. budgettering, standaardkosten,
investeringsanalyse, enz. De analytische boekhouding kan ook beschouwd worden als een
vorm van beleidsboekhouding, aangezien het een hulpmiddel kan zijn voor het
management voor het nemen van beslissingen i.v.m. de onderneming. Dit zal verder in dit
eindwerk duidelijk worden.




                                                                                              8
2 Kostprijscalculatie
Kosten zijn een heel belangrijk begrip binnen de onderneming. Hoe hoger de kosten, hoe
lager de winst. Daarom moet er met de kosten zeer voorzichtig omgegaan worden in de
onderneming. Het is dan ook noodzakelijk om aan kostprijsberekening te doen om een
optimale positie in te nemen op de markt en om zo lang mogelijk te blijven bestaan als
onderneming. Als je de kostprijs van je product niet bepaalt, bestaat de kans dat je onder de
werkelijke kostprijs verkoopt, wat wil zeggen dat je binnen de kortste weken op de rand
van een faillissement staat.

2.1 Soorten kosten
Kosten omschrijft men binnen de bedrijfseconomie als “de in geldwaarde uitgedrukte
offers aan productiemiddelen”. Anders uitgedrukt is dit het verbruik van inputmiddelen
nodig om het exploitatieproces te voltooien.

Kosten worden meestal ingedeeld naargelang de doelstelling waarvoor men ze gebruikt. Ze
zullen dus naargelang de probleemstelling of de vraagstelling anders benaderd worden.
Hieronder worden enkele van deze verdelingen besproken.

2.1.1 Verdeling naar aard

De kosten worden gegroepeerd per gebruik van eenzelfde productiemiddel, m.a.w. per
kostensoort. Waar en waarvoor deze kost gemaakt wordt, is hier niet van belang.
Deze verdeling wordt gebruikt in de algemene boekhouding. Men kan deze terugvinden in
het rekeningstelsel onder klasse 6.
Vb.: aankopen grondstoffen, financiële kosten, diensten en diverse goederen

2.1.2 Verdeling naar functie binnen de onderneming

Bij deze verdeling van de kosten gaat men na voor welke dienst de kost gebruikt wordt.
Dit wordt verder besproken bij hoofdstuk 4.

2.1.3 Verdeling naar de relatie tot het volume

Hier wordt het onderscheid gemaakt tussen vaste en variabele kosten afhankelijk van het
feit dat de kost afhankelijk is van het productievolume of enige ander outputfactor.
Vb. van vaste kost: huur van gebouwen, slijtage van gebouwen.
Vb. van variabele kost: grondstoffen, elektriciteit, water

2.1.4 Verdeling naar de toewijsbaarheid tot de output

Hier kan een onderscheid gemaakt worden tussen directe kosten en indirecte kosten.
Bij de directe kosten bestaat er een oorzakelijk verband tussen de kosten en het product;
vb. grondstoffen.
Bij de indirecte kosten daarentegen bestaat er geen direct verband tussen de kosten en het
product; vb. energie voor de machines.
Ook dit wordt verder besproken bij hoofdstuk 4.




                                                                                                9
2.1.5 Verdeling naar de tijdsperiode

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen historische kosten, gebudgetteerde kosten en
standaardkosten.
Historische kosten zijn kosten waarvan men de oorspronkelijke uitgave (op het moment
van aanschaffing) registreert op het moment van het verbruik.
Wanneer de kosten worden geregistreerd aan de hand van de geplande waarde op het
moment van verbruik, spreekt men van gebudgetteerde kosten.
Bij standaardkosten gaat men niet uit van het geplande productieniveau, maar van een
normaal productieniveau.

2.2 De kostprijs
De kostprijs wordt omschreven als de som van alle noodzakelijke uitgaven en offers om
het product of de dienst te vervaardigen of te presteren.

Binnen de analytische boekhouding kunnen we de kostprijs voorstellen in volgend schema:




                                                                                          10
2.3 Doelstellingen van kostprijscalculatie

Zoals eerder vermeld kan de kostprijsberekening gebeuren voor verschillende doeleinden.
Daarom zijn er ook verschillende doelstellingen, waarvan er hier enkele besproken
worden.

2.3.1 Kostenbegroting voor planning en controle

Hier gebeurt de berekening voor een nog te realiseren doel. Men zal het materiaalverbruik,
de directe en indirecte lonen en salarissen, de kosten van energie, onderhoud, transport,
kosten van gebruik van gebouwen, machines, … bepalen in functie van de geplande
productie.
De verkoopkosten zullen bepaald worden in functie van de geplande verkoop.
Dit heeft tot doel een inzicht te krijgen in het totale kostenpakket.

2.3.2 Kostenbeheersing en efficiëntiebeoordeling

Men geeft elke afdeling binnen de onderneming een bepaalde verantwoordelijkheid. Het
zijn dus verantwoordelijkheidscentra. Men kan hier eigenlijk ook spreken van voor- en
nacalculatie. Er worden op voorhand berekeningen gemaakt in verband met de kosten die
zullen uitgegeven worden. Dit is de voorcalculatie. Achteraf zal de werkelijke kost
vergeleken worden met de gebudgetteerde kost. Zo zal de onderneming kunnen bepalen of
de afdeling efficiënt heeft omgegaan met de productiemiddelen.

2.3.3 Hulpmiddel in de besluitvorming

In de hedendaagse economie is het niet meer zo dat de bedrijfsleider beslissingen kan
nemen uit intuïtie. Hij zal dit moeten doen op basis van de gegevens die ter beschikking
zijn in de onderneming. De kostprijs is daar een zeer belangrijk onderdeel van. Hij zal de
juiste informatie moeten verzamelen en deze verwerken en analyseren om tenslotte zijn
besluit te kunnen nemen. Daarom is de analytische rapportering een belangrijk onderdeel
in de onderneming.

2.3.4 Grondslag tot bepalen van offerteprijs of verkoopprijs

Het is overduidelijk dat het resultaat van een onderneming het verschil is tussen
“opbrengsten” en “kosten”. Hieruit blijkt dat het heel belangrijk is om de kostprijs van een
product te kennen alvorens het te verkopen. De meeste prijszettingen gebeuren dan ook aan
de hand van de kostprijs. Men neemt de kostprijs en voegt er een marge aan toe. Ook voor
het opmaken van offertes is het belangrijk te weten wat je kostprijs is. Neem nu
bijvoorbeeld de bouw. De prijzen worden op voorhand met de aannemers afgesproken. Zij
zullen dus op voorhand hun kostprijs moeten bepalen en zorgen dat hij voor die prijs zijn
werk kan afmaken met nog enige winst. Men kan het in dit geval beschouwen als
voorcalculatie.




                                                                                               11
3 De kostprijsfactoren in de analytische boekhouding
In de algemene boekhouding vinden we de kosten terug in klasse 6 van het rekeningstelsel.
We houden dan ook met al deze kosten rekening bij het bepalen van het
exploitatieresultaat.

In de analytische boekhouding, zoals ze in theorie beschreven is, is dit echter niet het
geval. Hier zal men enkel rekening houden met volgende klassen:
            60: Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen
            61: Diensten en diverse goederen
            62: Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen
            63: Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico’s
                   en kosten
            64: Andere bedrijfskosten
De andere kosten worden buiten beschouwing gelaten. Klasse 65 Financiële kosten worden
in sommige gevallen echter wel in rekening genomen. Klasse 66 Uitzonderlijke kosten
worden altijd buiten beschouwing gelaten. Deze zijn echter niet toe te wijzen aan de
normale bedrijfsuitoefening.

We weten nu al met welke kosten we rekening zullen moeten houden in de analytische
boekhouding. Maar dit wil niet zeggen dat hier omtrent geen problemen meer ontstaan.
Sommige van deze kosten zullen moeten gewaardeerd worden of eventueel afgeschreven.
Denk hierbij maar aan het materiaalverbruik of de vaste activa. De wetgever stelde hier
omtrent enkele regels vast, maar naargelang de gekozen regel zal het uiteindelijke
analytische resultaat ook verschillen. Het is dan ook niet zo dat je elk jaar van
waarderingsregel of afschrijvingsmethode mag veranderen zodat het resultaat gunstiger is.
Eénmaal een bepaalde methode gekozen, zal men deze moeten blijven toepassen en kan
men slechts onder streng gereglementeerde voorwaarden van methode wijzigen.

Aangezien het resultaat kan variëren naargelang de gekozen waarderingsmethode en de
gekozen afschrijvingsmethode, is het toch belangrijk deze kort toe te lichten.

3.1 Materiaalverbruik
Bij het materiaalverbruik dient men het onderscheid te maken tussen grondstoffen en
hulpstoffen. Dit is belangrijk omdat grondstoffen directe kosten zijn en dus direct
toewijsbaar zijn aan de kostendrager.
Omdat er vroeger nogal wat verwarring ontstond betreffende dit onderscheid, adviseerde
de Commissie voor Boekhoudkundige Normen het volgende:
      grondstoffen: alle voorwerpen en substanties die de onderneming heeft gekocht om
        ze te verwerken tot fabrikaten of halffabrikaten
      hulpstoffen: alle voorwerpen, stoffen of hulpstoffen die de onderneming koopt om
        ze, onmiddellijk of zo snel mogelijk, te verbruiken bij de productie of de
        bedrijfsuitoefening
      niet-recupereerbare verpakking: kan in één van beide voornoemde categorieën
        ondergebracht worden




                                                                                            12
3.1.1 Samenstelling

3.1.1.1 Hoeveelheidsbepaling

Men kan de werkelijk verbruikte hoeveelheid op twee manieren bepalen:
          directe hoeveelheidsbepaling
          indirecte hoeveelheidsbepaling

Bij de directe hoeveelheidbepaling gaat men over tot telling, weging of meting van de
hoeveelheid. Dit is de meest exacte methode, maar neemt veel tijd in beslag en is in
sommige ondernemingen moeilijk om toe te passen.

Bij de indirecte hoeveelheidsbepaling gaat men een periodieke schatting doen op basis van
de aanwezige voorraad aan het begin van de exploitatieperiode, de gedurende deze periode
aangekochte voorraden en de nog aan het einde van deze periode aanwezige voorraad.
De formule is dus beginvoorraad + aankopen − eindvoorraad = verbruikte hoeveelheid

In plaats van te werken met de werkelijke hoeveelheid, kan men ook gebruik maken van
standaardhoeveelheden.

3.1.1.2 Prijsbepaling

Het materiaal dat bijdraagt tot de productie van een product of dienst, kan ook van prijs
verschillen. De prijs van materiaal kan veranderen. Men kan bijvoorbeeld op 01/03
materiaal aangekocht hebben tegen een prijs van €8,00 per stuk en nu een nieuwe
bestelling toegezonden krijgen aan €7,50, terwijl nog niet alle materialen van de vorige
levering opgebruikt zijn. Niet in elke onderneming kan men uitmaken of de materialen die
verbruikt zijn, aangekocht werden aan €7,50 of aan €8,00. Daarom heeft de wetgever een
aantal systemen voorzien. Als de onderneming voor één van deze waarderingsmethodes
gekozen heeft, dient ze zich daar ook en te houden en kan ze er slecht onder bepaalde
voorwaarden van afwijken. Hieronder vindt je een overzicht van de mogelijke methodes.

              FIFO (First In First Out): de materialen worden verstrekt aan de prijs van de
               eerst binnengekomen materialen. Deze methode is zeer eenvoudig.
              LIFO (Last In First Out): de materialen worden verstrekt aan de prijs van de
               laatst binnengekomen materialen. Deze methode is eigenlijk onrealistisch
               omdat de waarde van de stock deze is van de oudste materialen.
              Voortschrijdend gemiddelde: na iedere aankoop wordt er een nieuwe
               gemiddelde prijs berekend waartegen de verstrekkingen gebeuren. Dit leidt
               tot een meer stabiele kostprijs vermits de externe marktprijs wordt
               afgevlakt.
              Maandgemiddelde: maandelijks wordt een gemiddelde prijs berekend op
               basis van de waarde van de beginvoorraad en de aankopen; de
               verstrekkingen tijdens die maand worden verstrekt tegen die prijs. Men kan
               de verstrekkingen slechts in waarde aanrekenen na het afsluiten van maand.
              Marktprijs: dit is de prijs waartegen men de goederen zou kunnen inkopen
               op de dag van de ingebruikname of verstrekking.
              Vervangingsprijs




                                                                                               13
             Standaardprijs
             …


Men kiest dus één van deze methodes en blijft deze toepassen. De kost van de materialen
hangt dus sterk af van de gekozen methode aangezien elke methode een andere waardering
aan de goederen geeft.

3.2 Vaste activa

Bij het produceren van goederen of leveren van diensten, gaan nog andere kosten gepaard.
Zo zal een onderneming machines hebben die bijdragen tot de productie van de goederen.
Deze machines worden aangekocht en worden jaarlijks voor een gedeelte in kosten
gebracht omdat ze onderhevig zijn aan slijtage. In de bedrijfsterminologie noemt men dit
afschrijven. We kunnen spreken van twee soorten slijtage; technische en economische
slijtage.

Technische slijtage houdt in dat een duurzaam productiemiddel een aantal prestaties kan
leveren en op die manier dan onderhevig is aan slijtage.

Economische slijtage betekent dat machines onderhevig zijn aan veroudering. Na een
aantal jaren zijn machines verouderd en bijgevolg niet meer bruikbaar voor de productie.

Voor de toepassing in de boekhouding zal men zich meestal baseren op de economische
slijtage aangezien deze het grootst is.

Ook hier stelt de wetgever een aantal methodes voor:
       lineaire afschrijving: dit is de eenvoudigste methode en wordt dan ook het
           meest toegepast in de praktijk. Bij het gebruik van deze methode wordt de
           aankoopsom evenredig in het resultaat genomen. Men vertrekt van de
           aankoopwaarde en trekt hier de residuwaarde af. Het bedrag dat men hier
           bekomt deelt men door het aantal jaren van de vermoedelijke gebruiksduur.
       Degressief volgens het fiscaal keuzestelsel: deze methode legt de zwaarste
           kostendruk in de eerste jaren. Men baseert zich hier de aanschafwaarde en trekt
           er de residuwaarde af. Van dit bedrag neemt men 2 maal de lineaire
           afschrijving. Voor het volgende jaar vertrekt men van de nieuwe boekwaarde en
           trekt men de restwaarde er weer af. Hierop berekent men opnieuw de
           afschrijving volgens de degressieve methode. Dit blijft zich herhalen. Indien
           men echter merkt dat de lineaire methode hoger zou zijn dan de degressieve, zal
           men moeten overschakelen op de lineaire methode.
       Progressieve afschrijving: dit is het omgekeerde van de degressieve methode.
           De hoge afschrijvingsdruk komt ten laste van de laatste jaren. Deze methode
           wordt vooral gebruikt in bedrijven waar de investering een hogere capaciteit
           bereikt in de laatste jaren. Voorbeelden hiervan zijn spoorlijnen, gas, tv,
           distributie.
       Afschrijving volgens bedrijfsdrukte: hier wordt de afschrijvingsdruk bepaald
           volgens de prestatie. Hoe meer men presteert, hoe hoger de afschrijvingsdruk.




                                                                                             14
           Dit wordt voornamelijk gebruikt in ondernemingen waar de productie sterk
           varieert.
          …

Zoals eerder vermeld zijn er nog meer afschrijvingsstelsels zoals vb. Sinking Fund. De
voornaamste zijn hierboven vermeld. Dit zijn ook de enige stelsels die fiscaal aanvaard
zijn.




                                                                                          15
4 Full Costing

4.1 Algemeen

Zoals reeds eerder vermeld, kan niet elke belanghebbende partij zijn informatie halen uit
de verplicht te publiceren jaarrekening. Vooral de interne departementen hebben er alle
voordeel bij om een bijkomende boekhouding te voeren, nl. de analytische boekhouding.

Dit houdt dus in dat men een kostprijsberekening gaat doen om de juiste kostprijs van een
product te bepalen. Maar deze heeft ook nog een andere belangrijke functie. Men kan er
extra informatie uit halen, die ons tevens helpt voor het nemen van beslissingen omtrent
het beleid.

Full costing is dus een eerste methode om aan kostprijsberekening en informatiebenadering
te doen en deze wordt bijgevolg kort toegelicht op de volgende bladzijden.

Door het toepassen van full costing zullen we ook een beter inzicht krijgen in de plaats
waar en voor en door wie deze kosten gemaakt worden. De nadruk zal dus niet liggen op
de ontvangst van goederen, zoals in de algemene boekhouding, maar op het verbruik ervan.

4.2 De bedrijfskosten in de analytische boekhouding
W kunnen de kosten op verschillende manieren onderverdelen.
Bij de methode van full costing zullen we de kosten onderverdelen in directe en indirecte
kosten. Bij de directe kosten is er een direct verband tussen de kosten en het product. Dit is
ondermeer het geval bij grondstoffen en directe lonen. Bij de indirecte kosten is er geen
rechtstreeks verband met het product. Voorbeelden hiervan zijn elektriciteit, machines, …

Nadat we deze kosten verdeeld hebben in directe en indirecte kosten zullen we de indirecte
kosten moeten toewijzen of verdelen naar de plaats en de daarbij horende
verantwoordelijkheid binnen de onderneming; m.a.w. welke kost door wie wordt gemaakt.
Daarom zal men hier spreken van “kostenplaatsen”. We zullen dus moeten bepalen welke
plaatsen kosten maken.

Een kostenplaats is dus een verzameling van indirecte kosten die via een systeem van
verdeelsleutels toegerekend worden aan de kostendragers (producten of diensten), het zijn
m.a.w. organisatorische eenheden met een kostenverantwoordelijkheid.
De onderneming wordt dus opgedeeld in een aantal departementen waarover men
gedetailleerde informatie wenst. Elk departement wordt dus als een kostenobject
beschouwd en verzamelt alle kosten die ze moet dragen.

De directe kosten mogen wel rechtstreeks toegerekend worden aan een kostendrager en
moeten dus niet op een kostenplaats terechtkomen. Een kostendrager is het object
waarvoor je de kostprijsberekening doet. Dit kan een product of dienst zijn, maar het kan
ook een klant zijn.

Naargelang de aard van de onderneming zal dit leiden tot een eenvoudige of een complexe
structuur.




                                                                                                 16
De eenvoudige structuur wordt hier verduidelijkt aan de hand van een voorbeeld.
Een houtbedrijf werkt enkel op bestelling. Ze heeft volgend organigram:
            algemene leiding en administratie: bedrijfsleiders, boekhouder, secretaresse
            atelier: 10 arbeiders
            verkoopdienst: 1 verkoper en 2 chauffeurs
De prestaties worden gemeten naar het aantal directe uren verbonden aan een werk.

Hiervoor zullen drie kostenplaatsen worden voorzien:
           beheerskosten: voor de algemene leiding
           productiekosten: voor de arbeiders in het atelier
           verkoopkosten: voor de verkoopdienst
De kostendrager zal hier het product zijn dat de onderneming maakt of bewerkt.

Er ook een complexe structuur. Hier komen dan ook meestal meer kostendragers voor.
Hier worden meestal volgende kostenplaatsen voorzien:
           hulpkostenplaats: deze departementen of afdelingen hebben meestal een
              dienstverlenend karakter tegenover tal van andere afdelingen en ze zijn
              kwantitatief meetbaar
             voorbeeld: huisvesting, onderhoud, elektriciteitsopwekking, intern transport
           algemene kostenplaatsen: dit zijn eveneens dienstverlenende departementen,
              maar ze zijn niet kwantitatief meetbaar
             voorbeeld: algemene directie, algemeen secretariaat, boekhouding, cafetaria
           technische kostenplaatsen: deze departementen leiden een afzonderlijk
              bestaan, maar ze werken uitsluitend voor een bepaalde andere kostenplaats
             voorbeeld: debiteurenadministratie, crediteurenadministratie als onderdeel
             van de boekhouding, planningsbureau als onderdeel van de
             productieafdeling
           fabricagekostenplaatsen of industriële kostenplaatsen: deze staan zeer dicht
              bij het eindproduct dat zal worden geleverd
             voorbeeld: hoogoven, deegbereiding, bakoven, inpakafdeling
           verkoopkostenplaatsen: deze groeperen alle commerciële kosten, eventueel
              onderverdeeld per dienst
             voorbeeld: commerciële directie, verzending, reclame, marktonderzoek

In de praktijk zal men meestal gebruik maken van de complexe structuur. Deze geeft dan
ook een beter overzicht van de verschillende kostenplaatsen en hieruit zal bijgevolg meer
informatie gehaald kunnen worden om beslissingen te nemen. Uiteraard zal deze verdeling
afhangen van de structuur van de onderneming. Het aantal kostenplaatsen kan dus
uitgebreid worden of verminderd worden. In veel bedrijven zal men de kostenplaatsen nog
verder uitsplitsen.


Meestal zal men voor het verdelen van deze kosten over de verschillende kostenplaatsen en
de verdere uitwerking, gebruik maken van een schema, ook kostenverdeelstaat genoemd.
Een voorbeeld van zo een kostenverdeelstaat vindt je op pagina 19.




                                                                                            17
Nadat alle kosten verdeeld zijn over de kostenplaatsen, zal men de kosten totaliseren per
kostenplaats.

4.3 Van kostenplaats naar kostendrager

De verdeling van de indirecte kosten naar kostenplaatsen is geen einddoel bij de
kostencalculatie. Aangezien we per product een kostprijs en een resultaat wensen te
kennen, dienen we een oorzakelijk verband te zoeken tussen de kostenplaatsen en de
kostendrager. De verdeling van de kostenplaatsen gebeurd via verdeelsleutels. De
verdeelsleutels worden volledig bepaald door de onderneming zelf. Het is wel zo dat men
hier meestal kiest om te verdelen aan de hand van de gebruikte oppervlakte of het aantal
arbeidsuren die men ervoor nodig heeft. Zo zal men voor elke kostenplaats een
verdeelsleutel moeten bepalen. Na het verdelen van een kostenplaats zal men opnieuw een
totaal moeten maken van de volgende overblijvende kostenplaats. Dit totaal zal dan weer
verdeeld worden over de nog resterende kostenplaatsen. Het uiteindelijke resultaat van
deze kostenverdeling is een totale kost voor de kostendrager en verkoopkostenplaats.


Hieronder vindt je een voorbeeld van een kostenverdeelstaat ter verduidelijking waarin de
kostenplaatsen worden verdeeld over de kostendrager en de verkoopkostenplaats:




                                                                                            18
19
De kosten worden dus verdeeld via verdeelsleutels over de verschillende kostenplaatsen.
Zoals blijkt, worden de grondstoffen en de directe lonen onmiddellijk aan de kostendrager
toegewezen. De kostenplaatsen worden getotaliseerd en verder verdeeld over de
overblijvende kostenplaatsen.
Zoals je kan besluiten, bekomt men uiteindelijk een totale kost voor de kostendrager en een
kost voor de verkoopkostenplaats. Het totaal van de kosten op de verkoopkostenplaats, zijn
de kosten die men gemaakt heeft om het product of de dienst te verkopen. Denk hierbij aan
administratie, loon van een vertegenwoordiger, …

4.4 Berekening van de kostprijzen en de resultaatbepaling
Alle productiekosten zijn nu terug te vinden onder de kostendrager. Dit wil nog niet
zeggen dat we de fabricagekostprijs bekomen hebben. Indien er goederen in bewerking
zijn, zal men hier nog rekening mee moeten, houden, zoals ook met eventuele kosten van
afval en kosten van bijproducten of tweede kwaliteitsproducten (bijval).

Onderstaand schema kunnen we volgen om het resultaat te bekomen:

kostendrager
+ beginvoorraad goederen in bewerking
− eindvoorraad goederen in bewerking

− afvalopbrengsten
+ afvalverwerkingskosten
− kostprijs bijproducten of uitval
= fabricagekostprijs van de geproduceerde goederen gereed
product/bijproduct/uitval
+ beginvoorraad gereed product/bijproduct/uitval
− eindvoorraad gereed product/bijproduct/uitval
= fabricagekostprijs van de verkochte goederen gereed product/bijproduct/uitval
+ verkoopkosten
= verkoopkostprijs van de verkochte goederen gereed product/bijproduct/uitval

Om het analytisch resultaat te bekomen, dient men nu de omzet te nemen en hiervan
de verkoopkostprijs van de verkochte goederen af te trekken.

Men heeft nu een analytisch resultaat. Hieruit kan men conclusies trekken. Zo zijn de
kostenplaatsen een grote informatiebron. Indien het totaal van een kostenplaats nogal hoog
uitvalt, zal men deze grondiger kunnen bestuderen en hieruit beslissingen kunnen nemen.
Een voorbeeld zal dit verduidelijken. Stel: de kostenplaats “directie” bevat een kost van
€8 000. Volgens hetgeen verwacht werd is dit nogal hoog. Men kan in dit geval beslissen
om deze kosten nader te bestuderen. Wat blijkt; er zitten voor €4 000 restaurantrekeningen
bij. Zo kan men beslissen dat deze te hoog is en dat er bij de directie bespaard zal moeten
worden.




                                                                                              20
4.5 Meerdere kostendragers

Tot nu toe kwam telkens één kostendrager aan bod. Het is natuurlijk ook perfect mogelijk
dat er twee of meer kostendragers aanwezig zijn binnen de onderneming.

In dit geval blijft het principe hetzelfde. De verdeling van de kostenplaatsen over die
kostendragers zal iets ingewikkelder zijn. Men zal nu een resultaat bekomen voor meerdere
producten of diensten. Het is en blijft een kwestie van zich goed informeren, de juiste
informatie uitzoeken en ze op de juiste manier verwerken. Indien het echter op één of meer
van deze plaatsen misloopt, zal er ook onjuiste informatie gegeven worden en zal de
informatie ook nutteloos zijn.

4.6 Boekhoudkundige verwerking van full costing

We kunnen de praktische oplossing ook boekhoudkundig verwerken. In het MAR vinden
we, los van de rekeningen nodig voor de algemene boekhouding, de rekeningen voor full
costing.
Het gaat hier om de klassen 8 en 9.

We bespreken nu de verschillende stappen die kunnen gevolgd worden bij het voeren van
een analytische boekhouding.

   1. Opnemen van de beginvoorraad grond-en hulpstoffen, gereed product en goederen
      in bewerking

       Permanente inventaris grondstoffen                               xxxx
       Permanente inventaris hulpstoffen                                xxxx
       Permanente inventaris gereed product                             xxxx
       Permanente inventaris goederen in bewerking
             Aan Spiegelrekening van de voorraad grondstoffen                      xxxx
                  Spiegelrekening van de voorraad hulpstoffen                      xxxx
                  Spiegelrekening van de voorraad gereed product                   xxxx
                  Spiegelrekening van de voorraad goederen in bewerking            xxxx

   2. Aankopen van grond- en hulpstoffen

       Permanente inventaris grondstoffen                                  xxxx
       Permanente inventaris hulpstoffen                                   xxxx
             Aan Spiegelrekening van de voorraad grondstoffen                      xxxx
                   Spiegelrekening van de voorraad hulpstoffen                     xxxx

   3. Materiaalverbruik + goederen in bewerking

       Kostendrager                                                        xxxx
              Aan Permanente inventaris grondstoffen                               xxxx
                  Permanente inventaris goederen in bewerking                      xxxx




                                                                                             21
   Hulpkostenplaatsen                                              xxxx
   Algemene kostenplaatsen                                         xxxx
   Technische kostenplaatsen                                       xxxx
   Industriële kostenplaatsen                                      xxxx
   Verkoopkostenplaatsen                                           xxxx
           Aan Permanente inventaris hulpstoffen                          xxxx

4. Diensten en diverse goederen

   Hulpkostenplaatsen                                              xxxx
   Algemene kostenplaatsen                                         xxxx
   Technische kostenplaatsen                                       xxxx
   Industriële kostenplaatsen                                      xxxx
   Verkoopkostenplaatsen                                           xxxx
           Aan Spiegelrekening kostensoorten                              xxxx

5. Personeelskosten

   Kostendrager                                                    xxxx
   Hulpkostenplaatsen                                              xxxx
   Algemene kostenplaatsen                                         xxxx
   Technische kostenplaatsen                                       xxxx
   Industriële kostenplaatsen                                      xxxx
   Verkoopkostenplaatsen                                           xxxx
           Aan Spiegelrekening kostensoorten                              xxxx

6. Spiegelen non-pocket costs (afschrijvingen, voorzieningen, …)

   Hulpkostenplaatsen                                              xxxx
   Algemene kostenplaatsen                                         xxxx
   Technische kostenplaatsen                                       xxxx
   Industriële kostenplaatsen                                      xxxx
   Verkoopkostenplaatsen                                           xxxx
           Aan Spiegelrekening kostensoorten                              xxxx

7. Spiegelen andere bedrijfskosten

   Hulpkostenplaatsen                                              xxxx
   Algemene kostenplaatsen                                         xxxx
   Technische kostenplaatsen                                       xxxx
   Industriële kostenplaatsen                                      xxxx
   Verkoopkostenplaatsen                                           xxxx
           Aan Spiegelrekening kostensoorten                              xxxx




                                                                                 22
8. Spiegelrekening financiële kosten

   Hulpkostenplaatsen                                 xxxx
   Algemene kostenplaatsen                            xxxx
   Technische kostenplaatsen                          xxxx
   Industriële kostenplaatsen                         xxxx
   Verkoopkostenplaatsen                              xxxx
           Aan spiegelrekening kostensoorten                 xxxx

9. Doorberekenen van de hulpkostenplaatsen

   Algemene kostenplaatsen                            xxxx
   Technische kostenplaatsen                          xxxx
   Industriële kostenplaatsen                         xxxx
   Verkoopkostenplaatsen                              xxxx
           Aan Hulpkostenplaatsen                            xxxx

10. Doorberekenen van de algemene kostenplaatsen

   Technische kostenplaatsen                          xxxx
   Industriële kostenplaatsen                         xxxx
   Verkoopkostenplaatsen                              xxxx
           Aan Algemene kostenplaatsen                       xxxx

11. Doorberekenen van technische kostenplaatsen

   Industriële kostenplaatsen                         xxxx
   Verkoopkostenplaatsen                              xxxx
           Aan Technische kostenplaatsen                     xxxx

12. Doorberekenen van industriële kostenplaatsen

   Kostendrager                                       xxxx
          Aan Industriële kostenplaatsen                     xxxx

13. Eindvoorraad goederen in bewerking

   Permanente inventaris Goederen in Bewerking        xxxx
         Aan kostendrager                                    xxxx

14. Afgewerkte producten

   Permanente inventaris gereed product               xxxx
         Aan kostendrager                                    xxxx

15. Verkochte producten: fabricagekostprijs

   Analytisch resultaat                               xxxx
           Aan Permanente inventaris gereed product          xxxx



                                                                    23
   16. Toewijzing verkoopkosten

       Analytisch resultaat                                               xxxx
               Aan Verkoopkostenplaats                                            xxxx
   17. Opbrengsten van de verkochte goederen

       Spiegelrekening van de verkopen                                    xxxx
               Aan Analytisch resultaat                                           xxxx


4.7 Besluit

Wat duidelijk blijkt uit de analytische boekhouding, is dat ze verschilt met de algemene
boekhouding. De analytische boekhouding is niet zo zeer gericht op het ontvangen van
aankoopfacturen en afrekeningen, maar eerder op het verbruik. Hieruit kunnen we
besluiten dat deze boekhouding dan ook toegepast wordt om andere informatie uit te halen
en te rapporteren. We krijgen hier namelijk een overzicht van alle kosten die op een
bepaalde plaats gemaakt worden. De analytische boekhouding binnen de BGI groep is dan
ook voor een groot gedeelte gebaseerd op deze methode. De methode van het toewijzen
van kosten aan kostenplaatsen zal nog verduidelijkt worden door de uitwerking binnen
Agora Printing NV die verder in deze bundel gebeurt.




                                                                                           24
5 Activity Based Costing

5.1 Inleiding
De traditionele kostprijssystemen zijn de laatste jaren aan steeds meer kritiek onderhevig
omdat men de indirecte kosten, die in heel wat ondernemingen uitgegroeid zijn tot
aanzienlijke kosten, te dikwijls toewijst op basis van arbeid of andere volumegerelateerde
verdeelsleutels. Het gevolg hiervan zijn onjuiste kostprijzen, waarbij de kostprijzen van de
grote productievolumes overschat worden en die van de kleine productievolumes
onderschat.

De toenemende concurrentie in bijna alle sectoren, leidt ertoe dat betere kosteninformatie
vereist is om beslissingen te ondersteunen en de efficiëntie en effectiviteit van de
onderneming te verbeteren. Activity Based Costing probeert dit te verwezenlijken door de
indirecte kosten toe te wijzen op basis van kostenveroorzakende factoren. De indirecte
kosten worden dus niet enkel veroorzaakt door het productievolume, maar ook door de
mate van complexiteit en diversiteit van de onderneming.

5.2 Principe
De gedachtegang achter Activity Based Costing schuilt erin dat voor het totstandkomen
van een product, een reeds activiteiten nodig zijn. Men zal dus eerst deze activiteiten
moeten onderscheiden en analyseren. Activiteiten kunnen aanzien worden als een reeks
repetitieve handelingen die gesteld worden om een ondernemingsfunctie te vervullen.
Voorbeelden van activiteiten zijn aankoop van materialen, opslaan van materialen,
instellen van machines, …
Wat ook belangrijk is, is de mate waarin de realisatie van een product of dienst die
bepaalde activiteiten verbruikt. De activiteit “instellen van de machine” verbruikt
bijvoorbeeld arbeid, machines en onbenutte productiecapaciteit. De activiteit aankopen
verbruikt dan weer arbeid, kantoorruimte en computers.

De kosten worden ook hier onderverdeeld in directe en indirecte kosten. De directe kosten
worden ook hier rechtstreeks toegewezen aan de kostendrager. De indirecte kosten worden
toegewezen aan de activiteiten door behulp van “resource drivers”. Hierbij wordt de
resource driver aanzien als de basis voor het berekenen van de mate van het verbruik van
een kostensoort door activiteiten. Kostendragers krijgen vervolgens deze kosten van de
activiteiten toegewezen in de mate dat ze activiteiten verbruiken.

We kunnen binnen Activity Based Costing 4 stappen onderscheiden. In de eerste stap
zullen we, zoals eerder vermeld” de activiteiten moeten onderscheiden. Des te meer
activiteiten, des te beter inzicht we krijgen in de kostprijs en het prductieproces. De kosten
die de onderneming maakt zullen dan ook toegewezen moeten worden aan de activiteiten.
Indien de kost voor slechts één activiteit gemaakt wordt, is het toewijzen eenvoudig.
Wanneer deze echter meer activiteiten ondersteunt, zal men gebruik moeten maken van de
hierboven vermeldde resource drivers. Deze vormt de basis waarop bepaald wordt hoeveel
een activiteit van de kost verbruikt.




                                                                                                 25
Deze activiteiten zijn meestal gegroepeerd per activity center. Een activity center is een
verzameling van gelijkaardige activiteiten. Een voorbeeld van een activity center is de
kwaliteitscontrole-afdeling. Hierin onderscheiden we volgende activiteiten:
        Controle van de inkomende materialen
        Controle van de inkomende onderdelen
        Controle van de geproduceerde goederen
        Controle van de klachten door de klanten
Door het toewijzen van alle kosten aan de activiteiten door middel van de resource drivers,
ontstaat er een “activity cost pool”. Dit kan worden omschreven als het totaal van alle
kosten verbonden aan één bepaalde activiteit van de onderneming.

De tweede stap bestaat erin de kosten die de activity cost pool bevatten, toe te wijzen aan
de kostendragers door middel van activity (cost) drivers. Activity drivers geven aan in
welke mate de activiteiten verbruikt worden voor het tot stand komen van een product of
dienst. Bij de keuze hiervan zal men zich moeten afvragen wat de belangrijkste factor is
die de kosten van de activiteit van de kosten doet variëren. Voor het bepalen van activity
drivers bestaan verschillende mogelijkheden; transaction driver, duration driver en
intensity driver. Deze wijzen zichzelf uit. Dit wordt kort verduidelijkt aan de hand van de
activiteit “instellen van de machine”. De eerste manier is de transaction driver. Zo bekomt
men een gemiddelde kost per instelling. Het grote voordeel van deze manier is de beperkte
registratiekost. Men dient gewoon het aantal registraties op te meten. Een andere manier is
is de duration driver. Deze houdt rekening met de duurtijd van de activiteit m.a.w. het
aanstal instellingsuren. Natuurlijk dient men in dit geval niet alleen het aantal instellingen
te noteren, maar ook de tijd die men nodig heeft per instelling. Deze methode zal een
grotere kost teweegbrengen. De derde manier is de intensity driver. Hier zal men naast de
eerder vermeldde gegevens ook rekening houden met het aantal mensen die hiervoor nodig
zijn. Zo zal er voor het instellen van het ene machine bijvoorbeeld 1 personeelslid nodig
zijn, terwijl er voor een andere machine 3 nodig zijn. Uiteraard zal dit een nog hogere kost
teweegbrengen.
Het bepalen van de activity driver is echter niet zo simpel. Men kan dit o.a. doen door te
praten met de personeelsleden.De mensen die aan een bepaalde activiteit meewerken,
hebben er gewoonlijk het beste zicht op. Ze weten zeer goed welk onderdeel hen veel werk
bezorgt.

Nu de activity driver bekend is, zullen de kosten die vervat zitten in de activiteiten
toegewezen kunnen worden aan de kostendrager.

We kunnen dit samenvatten in volgend schema:

  Middelen (diensten en diverse goederen, materialen, afschrijvingen, bezoldigingen, …)

                                                Resource drivers

                        Activiteiten (vb. orderverwerking, transport)

                                                Activity cost drivers

                        Kostenobjecten (vb. klant, order, product,…)




                                                                                                 26
Tenslotte kan men de kostprijs per product berekenen. Dit gebeurd door het totaal van de
kostendrager te maken. Dit totaal zal men vervolgens moeten delen door het aantal
geproduceerde eenheden van dit product. Men zal ook hier, zoals bij full costing, rekening
moeten houden met de goederen in bewerking, de bijproducten en het afval.

Door het toepassen van activity based costing, ondervond men al snel dat men vanuit deze
optiek niet enkel aan kostprijsberekening kon doen, maar ook aan management. Er
kwamen steeds meer informatiebronnen tevoorschijn uit het activity based costing-
systeem:
             Informatie over de ingezette middelen
               Men zal een overzicht krijgen over alle kosten die gemaakt worden binnen
               de onderneming en voor welke activiteit ze gemaakt worden.
             Informatie over de geleverde activiteiten
               Doordat we de verschillende activiteiten moeten bepalen, krijgen we ook
               meer inzicht en doorzichtigheid in het productieproces. Zo kunnen we ook
               de waarde bepalen die deze goederen geven aan het product. We kunnen de
               activiteiten onderverdelen in waardetoevoegende en niet-
               waardetoevoegende activiteiten.
               Waardetoevoegende activiteiten voegen een waarde toe voor de klant, vb:
               het aanbrengen van een stuur op een wagen.
               Niet-waardetoevoegende activiteiten voegen geen waarde toe voor de klant.
               Voorbeelden hiervan zijn: instellen van de machine, opslag van materialen.
               Een onderneming dient waardetoevoegende activiteiten zo efficiënt
               mogelijk te organiseren en toe te passen. De niet-waardetoevoegende
               activiteiten zal men moeten proberen te elimineren of te reduceren. Door
               deze laatste te elimineren of te reduceren zullen de kosten dalen en zo zal
               dus ook het verbruik van activiteiten door de kostendragers verminderen.
             Informatie over de kostprijs van de kostendragers
               We verkrijgen uiteindelijk een totaal van alle kosten gemaakt per
               kostendrager.
               De kostendrager kan verschillende dingen zijn; producten, diensten, klanten,
               leveranciers, …
             Informatie over de cost drivers
               Cost drivers zijn de factoren die verklaren waarom een activiteit of een
               reeks van activiteiten wordt uitgevoerd.

5.3 Besluit
We kunnen hieruit besluiten dat Activity Based Costing een beter inzicht geeft in de
activiteiten van een onderneming, de kosten die met deze activiteiten samenhangen en het
verbruik van deze activiteiten door de kostendragers. Activity Based Costing kan dus
gezien worden als een diepere uitwerking van full costing. Deze informatie kan men, naast
het gebruik voor kostprijsberekening, ook gebruiken voor het voeren van een beleid. Men
kan bepaalde, niet-waardetoevoegende activiteiten elimineren of verminderen of
waardetoevoegende activiteiten zo efficiënt mogelijk proberen te gebruiken. Zo kan men
de kosten drukken. De toepassing van deze methode brengt echter wel veel kosten met zich




                                                                                              27
mee. Elke onderneming zal voor zichzelf de kosten en de baten moeten afwegen tegenover
elkaar en zo bepalen welke methode ze toepassen of op welke methode ze zich baseren.
Volgend schema geeft de vergelijking weer tussen Full Costing en Activity Based Costing:




                                    Full Costing

                                      Middelen


                                      Producten




                             Activity-based costing

                                      Middelen


                                     Activiteiten


                                    Kostenobject




                                                                                           28
6 Direct costing

6.1 Inleiding

De integrale kostprijsberekening heeft voor het nemen van courante bedrijfsbeslissingen
zowel voor- als nadelen.
Een belangrijk voordeel is dat de integrale kostprijs een inzicht geeft in het totaal van de
kosten die men heeft moeten maken om het gereed product te produceren.
Een belangrijk nadeel dat de integrale kostprijs alle productiekosten moet opnemen.
Zolang er een causaal verband bestaat met de kostendrager is er geen enkel probleem. Als
dit verband ontbreekt, zal men de kosten moeten toerekenen. Meestal maakt men hiervoor
gebruik van verdeelsleutels, hoewel deze niet altijd correct zijn.

Omdat men meestal verouderde verdeelsleutels gebruikte, introduceerde men de methode
van Activity Based Costing. Toch zijn er kosten, zoals het wedde van de algemene
directeur, die moeilijk te verdelen blijven.


Om dit op te vangen creëerde men nog een andere techniek, nl. Direct Costing. Hier maakt
men het onderscheid tussen vaste en variabele kosten. Bij de vaste kosten primeert het
verband “kosten variabel met de output”; bij de variabele kosten “kosten omwille van de
ondernemingsstructuur”.

6.2 Product costs en period costs

Bij direct costing gaat men dus uit van vaste en variabele kosten. Soms gebruikt men voor
deze termen nog andere benaming. Voor de variabele kosten gebruikt men de benaming
“product costs”; voor de vaste kosten “period costs”.

Product costs zijn afhankelijk van de omvang van de productie en afzet; de period costs
zijn dit niet.

6.3 Wat doen we met deze kosten

Bij direct costing (= variabele kostencalculatie) worden alleen de variabele kosten
opgenomen in het resultaat van de kostendrager. De vaste kosten gaan rechtstreeks naar de
resultatenrekening.

We kunnen dit voorstellen in onderstaand schema:

                                                      A           B          C         Totaal
Verkopen van de periode                               X           X          X           X
- Variabele kosten van de verkopen                    X           X          X           X
= Contributie of winstbijdrage                        X           X          X           X
- Vaste kosten van de periode                                                            X
= Resultaat van de periode                                                               X




                                                                                               29
 Uit dit schema kunnen we besluiten dat direct costing kan omschreven worden als een
kostencalculatie waarbij alleen de variabele kosten ten laste van de kostendragers
(producten) worden gebracht. De vaste kosten, welke niet van de omvang van de productie,
maar van de omvang van de beschikbare capaciteit van de verschillende productiemiddelen
afhankelijk zijn, worden, zonder deze te verdelen over de kostendragers, rechtstreeks ten
laste van het resultaat genomen. De bijdrage of contributie bestaat uit het gunstig verschil
tussen de omzet en de variabele kosten.

6.4 Hoe kunnen we besluiten nemen

Als we het systeem van direct costing toepassen, zullen we uit dit resultaat vooral
informatie kunnen halen voor beslissingen op korte termijn. Het is nl. zo dat de vaste
kosten meestal niet op korte termijn kunnen beïnvloed worden. De relevante informatie
wordt gevonden in de contributie. Alle maatregelen om de contributie per eenheid of de
totale contributie te verbeteren, leiden uiteraard tot een betere resultaat, omdat de
contributie een bedrag is dat de vaste kosten helpt dekken. Dit wil uiteraard zeggen dat er
met de vaste kosten wel moet rekening gehouden worden. We moeten er uiteraard voor
zorgen dat de totale marge of contributie, de vaste kosten dekt, anders zullen we verlies
hebben.




                                                                                               30
7 Wie of wat is Agora Printing NV

7.1 De BGI-groep
BGI staat voor Bormans Grafische Industrie NV en is een holdingmaatschappij met
maatschappelijke zetel te Averbode. De stichter en eigenaar is meneer Bormans Jan.

BGI is actief in de grafische sector, de communicatie- en reclamewereld en de
uitgeverijsector en is ook een belangrijke marktspeler op het gebied van pest control,
industriële veiligheid, meetapparatuur en labo-uitrusting. Binnen de BGI-groep zijn in
totaal ca. 220 mensen tewerkgesteld.

De grafische activiteiten zijn gegroepeerd in Agora Printing NV, dat bestaat uit een divisie
Offset in Geel en een divisie Prepress in Averbode. Daarnaast controleert het bedrijf voor
86% de diepdruk-drukkerij Agora Rotogravure NV in Averbode. Agora Printing
participeert ook voor 50% in het reclame- en productiebureau Advertype NV in
Boortmeerbeek.

De activiteiten van W.I.M., Welcome in Mass Media, een belangrijke reclamegroep, zijn
ondergebracht in de firma Cosi Communications NV.

Op het einde van 2003 werden alle uitgeefactiviteiten van de BGI-groep in één
vennootschap ondergebracht, nl. Ad Rem Publications NV.

De activiteiten op het vlak van industriële veiligheid zijn ondergebracht in The Antwerp
Fumigation Company in Merksem. Van Tafco NV maken 5 actieve bedrijven deel uit:
Safety Shop NV, Pikt-O-Norm NV, Bug Busters NV, Scantec Industries NV en Sercolab
BVBA.

Hieronder vindt je een korte beschrijving van de firma’s onder de BGI-groep.
       Agora Printing NV
          Agora Printing bestaat uit de divisie Prepress en Digitaal Drukken te Averbode
          en de Divisie Offset te Geel. De belangrijkste opdrachtgevers zijn momenteel
          Uitgeverij Averbode, Sanoma Uitgevers Nederland, Wegener Arcade en
          Uitgeverij Credits Amsterdam.
       Agora Rotogravure NV
          Agora Rotogravure NV ontstond in april 2000 na een fusie van de toenmalige
          divisie Diepdruk van Agora Printing NV in Averbode met de diepdrukafdeling
          in het mediaconcern Concentra NV. Na een kapitaaloperatie verwierf Agora
          Printing NV in 2002 86% van de aandelen; Concentra behield 14%.
          De diepdruk-drukkerij verzorgt industriëel drukwerk op zeer grote oplagen:
          reclamedrukwerk, tijdschriften en catalogen. De activiteiten zijn volledig
          gecentraliseerd in Averbode.
       Advertype NV
          In februari 2000 werd door Agora Printing NV een belangrijke participatie
          genomen in Advertype NV, een reclame-productiebureau in Boortmeerbeek.
          Eind juni 2001 werd de participatie opgetrokken tot 50%.




                                                                                               31
    Advertype is gespecialiseerd in advies, creatie en productie van publiciteits- en
    marketingcampagnes.
   Ad Rem Publications
    In April 2002 realiseerde Agora Printing NV de overname van Ad Rem
    Editions sarl. Na de lancering van een nieuw blad, Maar Natuurlijk!, een gratis
    magazine over gezondheid verspreid via bakkers, en de overname van Voor en
    door De Visser van BVBA De Scheemaecker werden eind 2003 alle
    uitgeefactiviteiten van de BGI-groep in één vennootschap samengebracht: Ad
    Rem Publications NV.
    ARP staat nu in voor de uitgave van de nichebladen Scootin, ScooterXpress,
    Mountain Bike Plus; 3 bladen die zowel in Vlaanderen als in Nederland
    verschijnen, Maar Natuurlijk! en Voor en door De Visser.
   Cosi Communications NV
    Dit bedrijf heeft de activiteiten van W.I.M. (Welcome In Mass Media), het
    communicatiebureau in Herent rond communicatiegoeroe Wim Schamp,
    opgenomen. W.I.M. is voornamelijk gespecialiseerd in politieke,
    maatschappelijke en institutionele reclame, maar richt zich ook op de
    commerciële markt.
   Safety Shop NV
    Safety Shop is een belangrijke verdeler van persoonlijk beschermingsmateriaal
    (voor ademhaling, brand, anti-val, voeten, handen, lichaam,…), werkkledij,
    signalisatie ,…
   Pikt-O-Norm NV
    Pikt-O-Norm is producent van pictogrammen, signalisatie en markeringen voor
    diverse doeleinden en in verschillende uitvoeringen (zelfklevend vinyl,
    plexiglas, aluminium, glas, …). Tot het gamma behoren bedrijfssignalisatie,
    wegsignalisatie, voertuigsignalisatie, signalisatie van gevaarlijke goederen,
    buismarkering, tekst- en reclameborden, spandoeken, zelfklevers en stickers, …
   Bug Busters NV
    Bug Busters is op de Belgische en Indonesische markt op industrieel niveau
    actief op het vlak van pest control en patrimoniumbescherming. Zij zorgen o.a.
    voor het begassen van containers, ontsmetten van panden, behandeling van
    hout, duivenwering, rattenverdelging, reiniging van vuilnisschachten, …
   Scantec Industries NV
    Dit bedrijf is gespecialiseerd in verkoop, plaatsing, indienstname, calibratie,
    onderhoud en herstelling van analyse- en meettoestellen voor arbeidsveiligheid,
    milieutechniek en procesbewaring. Tot hun vakgebied behoren gasdetectie,
    gasanalyse, lekdetectie, luchtsnelheid-, druk- en debietmeting, temperatuur- en
    klimaatmeting, geluidsmeting en analyse, pollutie- en stralingsmeting,
    stofmeting, licht- en luminantiemeting, beschermingskoffers en aanverwante
    technieken.
   Sercolab BVBA
    Sercolab staat voor ‘Services and Controls for Laboratories’ en is leverancier
    aan ziekenhuizen en laboratoria van apparatuur, toebehoren, referentiestoffen,
    reagentia en methodologie voor chromatografie, downstream processing, life
    sciences, radioprotectie, gasgeneratie, milieuanalyse en luchtbemonstering,
    arbeidsgeneeskunde en osmometrie.
   Tafco NV




                                                                                        32
          Tafco heeft als zelfstandige activiteit de uitreiking van ontsmettingscertificaten
          voor de export van tweedehandse kledij, maar verleent als holding
          hoofdzakelijk administratieve en financiële diensten aan haar dochterbedrijven.

We kunnen de structuur van de BGI-groep voorstellen in volgend organigram:




                                                                                               33
8 De analytische boekhouding binnen Agora Printing NV

8.1 Geïntegreerde analytische boekhouding in de algemene boekhouding

Binnen het bedrijf Agora Printing werkt men met een analytische boekhouding die
geïntegreerd is in de Algemene boekhouding. Zoals eerder vermeld heeft de analytische
boekhouding betrekking op de kosten en de opbrengsten. Daarom zal het systeem je
telkens als je een kost of een opbrengst boekt, je ook verplichten om een kostenplaats in te
voeren. Als je dit niet doet, zal je de bewerking niet kunnen opslaan. Indien je echter een
rekening uit een andere klasse gebruikt, zal je dit niet gevraagd worden en ook niet tot de
mogelijkheden behoren aangezien deze rekeningen niets te maken hebben met het
analytisch resultaat.

8.2 Voorbeeld

Hieronder vind je een voorbeeld van het boeken op een kostenrekening.




We kunnen hier zien dat er geboekt wordt op rekening 600020 “aankopen papier”. We zien
dat er een kostenplaats ingevuld wordt. Als we hier geen kostenplaats zouden ingeven en
we drukken op de knop “bewaar lijn”, zou het systeem deze boeking niet opslaan en de




                                                                                               34
cursor automatisch plaatsen op het veld “Kostenplaats” aangezien dit verplicht dient
ingevuld te worden.

8.3 Kostenplaatsen binnen Agora Printing NV

Binnen Agora Printing kunnen we verschillende kostenplaatsen terugvinden. De
belangrijkste worden hieronder besproken.

Eerst wil ik even terug verwijzen naar wat eerder in dit eindwerk vermeld werd. Bij de
analytische boekhouding gaat het niet om het binnenkomen van facturen, maar wel om het
verbruik van goederen en diensten. Dit wil echter niet zeggen dat de inkomende grond- en
hulpstoffen niet op een analytische kostenplaats bijgehouden worden. Voor de aankoop
van deze goederen werd een speciale kostenplaats gecreëerd, nl. “aankopen printing”. Elke
kostenplaats heeft een code die moet ingegeven worden in de algemene boekhouding.
Voor “aankopen printing” is deze code AAP. Wat we kunnen besluiten is dat alle
aankopen van grond– en hulpstoffen op deze kostenplaats terechtkomen.

Andere kostenplaatsen zijn:
       code                           Omschrijving
       A100                           Algemene diensten
       A101                           Bestuur en directie
       A102                           Receptie
       A103                           Personeelszaken
       A104                           Financiën en administratie
       A105                           Veiligheid
       A106                           Chauffeurs
       A107                           Onderhoud
       A108                           Investeringen en Techniek
       A110                           Huisvesting

       O100                           Offset
       O101                           Huisvesting offset
       O102                           Offset montage
       O103                           Offset persen
       O104                           Snij- en vouwmachines offset
       O105                           Orderbegeleiding offset
       O106                           Commerciële dienst offset
       O107                           Offset transport en uitbestedingen
       O108                           Offset papier en kwaliteit

Dit is een overzicht van de kostenplaatsen die gebruikt worden wanneer men boekt op een
rekening uit de groep 61,62,63 of 64. Naargelang op welke rekening men boekt in de
algemene boekhouding, zal men ook de juiste kostenplaats moeten zoeken om de
analytische boekhouding te voeren.

Zoals eerder vermeld zal de ene onderneming de Financiële kosten wel opnemen in de
analytische boekhouding en de andere onderneming niet. Bij Agora printing heeft men
voor deze kosten echter een aparte kostenplaats gecreëerd, nl. 9050. Deze kosten worden




                                                                                            35
los bijgehouden van de andere kosten. Dit wil eigenlijk zeggen dat men de financiële
kosten en opbrengsten op deze kostenplaats zal boeken, los van de andere kostenplaatsen.

Ook de Uitzonderlijke kosten en opbrengsten hebben een aparte kostenplaats, nl. 9060.

De kosten uit de groep 67,68 en 69; respectievelijk belastingen op het resultaat,
overboekingen naar de uitgestelde belastingen en de belastingvrije reserves en de
resultaatverwerkingskosten; hebben ook hun eigen kostenplaats die los staat van het
analytisch resultaat aangezien deze niet in rekening gebracht worden voor de berekening
ervan. Met deze kostenplaats word uiteindelijk geen rekening gehouden.

8.4 Kostendrager

De onderneming produceert niet één drukwerk, maar meerdere. Daarom zal men ook het
analytisch resultaat willen kennen van elk drukwerk afzonderlijk. Om dit te kunnen
realiseren, zal men meerdere kostendragers moeten voorzien. Elk drukwerk wordt aanzien
als een job. Daarom zal er per job een kostendrager voorzien worden die alle kosten en
opbrengsten voor die job zal dragen. Ook indien er meerdere uitgaven gedrukt worden van
een bepaald magazine, zal men per uitgave een job creëren. Een voorbeeld hiervan is het
magazine “Break out”. Dit is een magazine dat elke maand verschijnt en bijgevolg ook
elke maand gedrukt wordt. Uiteraard is dit voor elke uitgave anders. Daarom zal er voor
elke uitgave een nieuwe kostendrager gecreëerd worden.

8.5 Welke kosten boeken we op welke kostenplaats

Een onderneming ontvangt zeer veel facturen. Deze facturen zijn dan ook zeer verschillend
van aard. De ene factuur heeft betrekking op grond- of hulpstoffen, de andere op een dienst
of een divers goed. Naargelang de aard en het antwoord op de vraag “waar en voor wie”,
zullen we de kosten moeten toewijzen aan de gepaste kostenplaats.

Zoals eerder vermeld, wordt de aankoop van grond- en hulpstoffen toegewezen aan de
kostenplaats AAP. Dit is omdat we op voorhand niet weten of we de gefactureerde
goederen daadwerkelijk integraal nodig hebben voor een bepaald werk. Het is dan ook
logisch dat we de kosten pas kunnen toewijzen aan een bepaalde kostendrager op het
moment van verbruik of als het drukwerk af is. De verbruikte grondstoffen, in dit geval
papier, zullen exact kunnen gemeten worden. Ook de hoeveelheid verbruikte inkt wordt
via de directe methode berekend. Aan de machines zijn meters geplaatst waarop we direct
kunnen aflezen hoeveel inkt er verbruikt is.

Een tweede soort kosten zit vervat in de groep 61. Dit is dan ook de ingewikkeldste groep
op gebied van het bepalen van de kostenplaats. De oorzaak hiervan is dat de rekeningen in
deze groep op meerdere kosten betrekking hebben. Het is dan ook onmogelijk aan deze
kosten kostenplaatsen te linken. Het is echter wel mogelijk om enkele voorbeelden te
geven met een korte uitleg.
        Verzekering van een auto: bij het boeken van deze kost zal er rekening
           gehouden worden met wie er met die specifieke auto rijd en voor welke dienst
           hij werkt. Zo kan de auto gebruikt worden door de direct en zal de kost
           bijgevolg toegewezen worden aan de kostenplaats “Bestuur en Directie”. Maar




                                                                                              36
         het kan ook zijn dat deze auto gebruikt wordt door een medewerker van de
         commerciële dienst, m.a.w. een vertegenwoordiger. In dit tweede geval zal de
         kost een andere kostenplaats als bestemming hebben.
        Huur: huur is echter niet zo ingewikkeld. We weten dat het bedrijf ingedeeld is
         in twee delen. We hebben enerzijds Averbode en anderzijd de afdeling Offset te
         Geel. Het is dan ook zo dat als we de huurkost binnen krijgen, dat we
         onmiddellijk weten voor welke afdeling dit is. Het is duidelijk dat huur een
         onderdeel is van huisvesting. Het is nu nog alleen de kwestie van de juiste
         kostenplaats te selecteren om deze huur toe te wijzen; Averbode of Geel.

Een derde soort kosten waar we rekening mee moeten houden zijn de personeelskosten.
Elk personeelslid is op de afdeling Personeelsdienst toegewezen aan een kostenplaats.
Bijgevolg als er loon wordt uitbetaald, weten we direct aan welke kostenplaats dit moet
toegewezen worden.

Afschrijvingen volgen het principe van de diensten en diverse goederen. Men zal nagaan
waar in welke afdeling de machine zich bevindt. De machines worden afgeschreven
volgens de lineaire methode.

Ook de andere bedrijfskosten volgen dit principe.

De kosten die behoren tot de groep 65 hebben, zoals eerder vermeld, een eigen
kostenplaats, nl. 9050 Financiële kosten en opbrengsten.

Ook de groep 66 heeft een eigen kostenplaats, nl. 9060 Uitzonderlijke kosten en
opbrengsten.

8.6 Welke opbrengsten boeken we op welke kostenplaats

Ook de opbrengsten worden in de analytische boekhouding verwerkt. De opbrengsten die
rechtstreeks aan een bepaald werk of een bepaalde job toewijsbaar zijn, zullen dan ook
rechtstreeks aan de kostendrager van deze job toegewezen worden.

De financiële opbrengsten zullen samen met de financiële kosten, zoals eerder vermeld, op
een aparte kostenplaats geboekt worden. Deze kostenplaats zal dan ook niet rechtstreeks
verbonden zijn met de andere kostendragers en zal voor een eigen analytisch resultaat
zorgen. Dit is ook het geval voor de uitzonderlijke opbrengsten.

8.7 De boekhouding

Uiteraard zijn er in de algemene boekhouding 4 dagboeken die men zal bijhouden, nl.
aankoopdag, verkoopdagboek, financieel dagboek en diversendagboek. In elk van deze
journalen zullen kosten of opbrengsten voorkomen. Zoals eerder vermeld hoort er bij elke
opbrengst of kost een analytische kostenplaats. Omdat de analytische boekhouding bij
Agora Printing NV geïntegreerd is in de algemene boekhouding, zal men dus ook telkens
de juiste kostenplaats moeten invullen.

Daarom worden de boekingen in deze journalen toch even kort toegelicht:




                                                                                            37
We lichten kort het aankoopdagboek toe. Als we een inkomend factuur willen ingeven,
zullen we moeten beginnen met het invullen van onderstaand scherm.




We beginnen met de datum die vermeld is op de inkomende factuur. Met de tabtoets gaan
we naar het volgende vak dat we moeten invullen. Dit is de verantwoordelijke. In ons
geval is dit de afdeling boekhouding. Bij referentie vermelden we het factuurnummer. Dit
doen we om het ons achteraf te vergemakkelijken. Als we achteraf een overzicht van de
ingegeven documenten afdrukken, zal de referentie vermeld worden op dit overzicht. Als
er zich dan problemen voordoen, zullen we de desbetreffende factuur makkelijker
terugvinden.
Vervolgens wordt ons gevraagd om een omschrijving in te vullen. We nemen hier de naam
van de leverancier. Dit is echter nog geen toewijzing aan de leverancier. Het gaat hier
enkel om een vermelding. De toewijzing aan de leverancier gebeurt in het volgende
invulvak. Het systeem vraagt hier een leverancierscode. Deze codes kunnen we opzoeken,
maar dit wordt in dit eindwerk niet uitgelegd omdat dit in deze context geen belang heeft.
Vervolgens zullen we de vervaldatum nog moeten vermelden en tenslotte het totale
factuurbedrag.

Met de toets “F4” gaan we naar het volgende scherm:




                                                                                             38
Hier zal de boeking op rekeningen plaatsvinden. We zullen dus eerst de gepaste rekening
moeten kiezen. Ofwel geven we onmiddellijk het correcte rekeningnummer in, ofwel een
deel ervan. Indien we de tweede methode kiezen, kunnen we met de toets “F4” een
overzicht krijgen van alle rekeningen die overeenstemmen met de gekozen combinatie. In
dit geval kiezen voor een rekening uit de klasse 6, m.a.w. een kostenrekening. Met de
tabtoets kunnen we naar het volgende invulvak. In het vak “referentie” geven we opnieuw
het factuurnummer in. Het volgende vak dat we tegenkomen is het vak “kostenplaats”. Dit
is voor ons een belangrijk vak. Ook hier kunnen we de gepaste kostenplaats opzoeken met
de toets “F4”. Het is echter mogelijk om een kostenplaats toe te wijzen aan een bepaalde
rekening. In dat geval zal de kostenplaats automatisch verschijnen als men die bepaalde
rekening ingeeft. Dit is o.m. het geval als je een rekening gebruikt uit de groep 65. Dit is
een financiële kost. Zoals ik eerder vermeldde, boeken we alle financiële kosten en
opbrengsten op de kostenplaats 9050 financiële kosten en opbrengsten. Indien er geen
vaste kostenplaats toegewezen werd aan een rekening zullen we deze dus zelf moeten
selecteren. Uiteraard is het niet de bedoeling dat we onbewust een kostenplaats selecteren,
maar we zullen hiervoor moeten analyseren waar en voor wie de kost gemaakt werd. Meer
informatie omtrent dit probleem vinden we terug onder punt 7.5 Welke kost op welke
kostenplaats.

De werking van het systeem van kostenplaatsen in het diversendagboek en het financieel
dagboek is in principe hetzelfde.




                                                                                               39
Ook in het verkoopjournaal is de werking hetzelfde. Het enige verschil is dat men hier
meestal zal boeken op de kostendrager; in dit geval een werk of een job. Enkel voor de
financiële en de uitzonderlijke opbrengsten is dit niet het geval. Hier zal men boeken op de
kostenplaats 9050 of 9060.

8.8 Aanmaken van kostenplaatsen
Telkens we boeken op een rekening uit de klasse 6 of 7, zullen we dus de gepaste
kostenplaats moeten selecteren. Alvorens we op een kostenplaats moeten boeken, zullen
we deze moeten aanmaken. Agora Printing bestaat echter al meerdere jaren, dus de meeste
kostenplaatsen zijn reeds aangemaakt in de loop der jaren. Toch zou het kunnen dat een
bepaalde kostenplaats nog niet bestaat of dat we een nieuwe willen integreren om een nog
betere inzicht te krijgen in de verschillende departementen van de onderneming. Daarom
zal hieronder de procedure beschreven worden die moet gevolgd worden voor het
aanmaken van een kostenplaats.

Ten eerste zullen we in de map Fimacs moeten kiezen voor het onderdeel analytische
boekhouding.

We krijgen dan volgend menu:




Ook hier kunnen we weer kiezen uit de 4 hoofdmenu’s. Om een kostenplaats te creëren
dienen we ons echter te baseren op het menu basisgegevens, wat hierboven onmiddellijk




                                                                                               40
weergegeven is. Aangezien het hier gaat om een kostenplaats, is het dan ook logisch dat
we hier kiezen voor de functie “ Beheer kostenplaatsen”.

Vervolgens krijgen we onderstaand scherm:




In dit scherm zullen we een nieuwe kostenplaats creëren. In de eerste plaats zullen we de
naam van de kostenplaats moeten ingeven. Bij Agora Printing gebruikt men hier een code.
Dit is dan ook de code die men ingeeft als men daadwerkelijk op een kostenrekening
boekt. Meestal begint deze code met een A of een O, naargelang de plaats waartoe ze
verwijst. De letter A staat voor Averbode; de letter O voor Offset. Deze is gevestigd in
Geel. Deze letter wordt dan meestal gevolgd door een combinatie van 3 cijfers. Vervolgens
zullen we een omschrijving moeten ingeven die ons meer vertelt over de kostenplaats,
alsook een verkorte naam.

De twee volgende invulvakken zijn om een kostenplaats toe te wijzen aan een bepaalde
groep van rekeningen of een aparte rekening. Een voorbeeld hiervan is de kostenplaats
9050. Deze kostenplaats vertegenwoordigt alle financiële kosten en opbrengsten. In dat
geval zal er bij rekeninggroep “65” ingevuld worden. We hebben zelfs de mogelijkheid om
een bepaalde kostenplaats toe te wijzen aan een partner.

Vervolgens zullen we kunnen bepalen of we een kostenplaats slechts gedurende een
bepaalde periode gebruiken. Opteren we voor deze optie, dan zullen we na het verstrijken
van deze periode, geen kosten meer kunnen toewijzen aan deze kostenplaats.




                                                                                            41
Ook het vak “types” zal ingevuld moeten worden. Bij de kostenplaatsen zal men hier 4
vakken invullen: REMAXTP, SOORT, HOOFDAFDELING, FIRMA.

Hier vind je een voorbeeld van de kostenplaats “Bestuur en directie”:




We kunnen hier besluiten dat deze kostenplaats een onderverdeling is van de “Algemene
kostenplaats”.

Ook de kostendrager zal op deze manier aangemaakt worden. De aanmaak hiervan gebeurd
uiteraard vaker, want de kostendrager is uiteraard voor elk werk anders. Bij de aanmaak zal
men wel de vakken factmaand en factjaar invullen. Men gebruikt hier de combinatie 99
voor de maand en de combinatie 9999 voor het jaartal. Achteraf, op het moment dat het
werk afgesloten is en alle kosten en opbrengsten bekend en toegewezen zijn, worden deze
gegevens aangepast naar de juiste periode waarin deze werken afgesloten zijn, vb. periode
03; jaar 2004. We zullen hier ook een partner toewijzen aangezien we meestal wel weten
voor welke klant het desbetreffende werk gedrukt wordt.

Tenslotte vind je hier nog een voorbeeld van een kostendrager:




                                                                                              42
Hier zie je dat de kostendrager toegewezen is aan een bepaalde periode, nl. maart 2004.

8.9 Het verbruik van kosten

Zoals eerder vermeld gaat het in de analytische boekhouding niet om het ontvangen van
goederen en diensten, maar om het verbruik ervan. In het geval van Agora Printing NV
zullen we het verbruik moeten meten van het papier en de inkt om deze te kunnen
toewijzen aan een bepaalde kostenplaats, m.a.w. de hoeveelheid papier en inkt die voor een
bepaald werk nodig zijn. Aangezien de rapportering gebeurd op het einde van de maand,
zullen we het werkelijke verbruik kunnen nemen. Dit zal genoteerd worden bij het drukken
van dat bepaalde werk. Voor het verbruikte papier kunnen we ons baseren op het
verbruikte aantal rollen. De hoeveelheid verbruikte inkt zal uiteraard ook genoteerd
worden. Dit wordt gemeten aan de hand van meters die aanwezig zijn op de machines die
de inkt verbruiken. Zo kan men exact bepalen hoeveel inkt er verbruikt is. Uiteraard zal het
verbruik er van niet uitgedrukt worden in hoeveelheden, maar in waarde.

Zoals eerder vermeld zullen we de aankoop van papier en inkt boeken op de kostenplaats
AAP. De aangekochte goederen worden ontvangen in het magazijn. In dit magazijn
worden deze aankopen ook geregistreerd met behulp van een boekhoudkundig programma;
nl. Rimses. Aangezien de goederen ontvangen worden in het magazijn, zullen ze van
hieruit ook naar de helio, m.a.w. de plaats waar men deze goederen verbruikt, vervoerd
worden. Hiervoor worden verstrekkingsbons opgemaakt. Tegelijk dient er vermeld te
worden voor welk werk deze goederen nodig zijn. Zo kan men dit in Rimses verwerken en



                                                                                               43
toewijzen aan het juiste werk. Achteraf zullen de resultaten die uit Rimses voortvloeien,
overgebracht worden naar de analytische boekhouding in Fimacs.

8.10 Resultaat op de kostenplaatsen en de kostendragers

Op de kostenplaatsen staan nog steeds de indirecte kosten en opbrengsten die we hebben
toegewezen bij het boeken op een rekening uit de klasse 6 en de klasse 7. Per kostenplaats
kunnen we nu een resultaat berekenen.

Op de kostendragers staan de directe kosten en opbrengsten die verbruikt zijn voor een
bepaald werk. Het gaat hier ondermeer om volgende kosten: papier, inkt, transport en
commissie. De opbrengst is het totale factuurbedrag exclusief BTW. We kunnen het
resultaat van de kostendrager in volgend schema voorstellen:

                   Verkoop
              - papier
              - inkt
              - transport
              - commissie
              ---------------------------------------
                  Resultaat op de kostendrager

We hebben nu een resultaat op de kostendrager en een resultaat op de kostenplaatsen. We
zouden m.a.w. kunnen stellen dat we tot nu toe ons baseerden op de methode van “Full
Costing” met uitzondering van de directe lonen. Alle andere directe kosten werden
onmiddellijk aan de kostendrager toegewezen.

Als we ons nu verder zouden baseren op het systeem van Full Costing zouden alle
indirecte kosten die zich op de kostenplaatsen bevinden, doorberekend moeten worden via
verdeelsleutels tot we uiteindelijk een resultaat bekomen op de kostendrager. Een
verkoopkostenplaats wordt bij Agora Printing NV niet gebruikt. In het geval van Agora
Printing NVgebeurd deze doorberekening echter niet. Hoofdstuk 10 zal duidelijk maken
waarom.




                                                                                             44
9. De rapportering naar de Raad van Bestuur

9.1 Wat is de Raad van Bestuur
Een naamloze vennootschap wordt geleid door een collegiaal orgaan, nl. de Raad van
Bestuur. Dit houdt in dat de minderheid van de stemmen zich steeds moet neerleggen bij
de beslissingen van de meerderheid.

De bestuurders worden door de algemene vergadering van aandeelhouders met gewone
meerderheid benoemd.

De Raad van Bestuur heeft een residuaire bevoegdheid, wat wil zeggen dat ze alles mogen
doen wat strekt tot de bevordering van het statutair doel en wat niet expliciet aan de
algemene vergadering is voorbehouden. Een voorbeeld hiervan is dat zij de beslissing
moeten nemen of een bepaalde investering doorgaat of niet. Daarom is het belangrijk dat
zij de juiste boekhoudkundige gegevens krijgen.

Aangezien een NV een volkomen rechtspersoon is, zijn de bestuurders niet persoonlijk
aansprakelijk t.a..v. derden voor schulden die in naam en voor rekening van de
vennootschap werden aangegaan.

9.2 Rapportering

9.2.1 Inleiding

De Raad van Bestuur zal boekhoudkundige gegevens opvragen. Zij zullen zich op deze
gegevens baseren om beslissingen te nemen i.v.m. het beleid van de onderneming.
Hieruit kunnen we besluiten dat deze gegevens een “waar en getrouw” beeld moeten geven
van de werkelijkheid. Indien men zich op foutieve gegevens baseert, zullen er verkeerde
beslissingen genomen worden. Uiteraard kan dit leiden tot een slecht resultaat en een
eventueel faillissement.

In sommige ondernemingen zijn er voor het opstellen van rapporten speciale afdelingen die
zich met niets anders bezighouden dan analyseren en verwerken van bepaalde gegevens.
Bij Agora Printing NV is het de afdeling boekhouding die de rapportering opstelt. Zij zijn
dan ook diegene die het meeste inzicht in de gegevens hebben aangezien zij ze al
verwerken. Uiteraard neemt dit enige tijd in beslag.

9.2.2 Hoe stellen we een rapport op

Rapporten opstellen kunnen we op verschillende manieren doen. Elke onderneming doet
dit op de manier die ze zelf wilt. Een analytische boekhouding kan hierbij een handig
hulpmiddel zijn. Zoals eerder vermeld kan ook hier elke onderneming een aangepaste
methode toepassen. De keuze van de analytische boekhouding is dus vrij.

Binnen Agora Printing NV baseert men zich volledig op de analytische boekhouding voor
het opstellen van de rapportering naar de Raad van Bestuur. Zoals eerder vermeld is elke
onderneming vrij in het kiezen van de wijze van rapportering. Ook binnen Agora Printing



                                                                                             45
NV heeft de directie een bepaalde manier ontwikkeld. Deze zal verder uitgelegd worden in
de volgende hoofdstukken.




                                                                                           46
10. Concrete toepassing van de rapportering binnen Agora Printing NV

10.1 De basis voor de rapportering

Om een rapport op te stellen voor de Raad van Bestuur, baseert men zich binnen Agora
Printing NV op de analytische boekhouding.

Tot nu toe hebben we in de analytische boekhouding voor elke kostenplaats een resultaat,
alsook voor elke kostendrager. Van deze basis vertrekken we dan ook voor het opstellen
van een rapport.

10.2 Het niet doorberekenen van de kosten

Binnen Agora Printing NV zal men de resultaten die zich op elke kostenplaats bevinden
niet doorberekenen, hoewel we dit wel doen bij het systeem van Full Costing.

De reden hiervan is dat men binnen Agora Printing NV alle kosten van de groep 61, 62, 63,
64,65 en 66 als vast beschouwd. Ook sommige kosten van de groep 60 worden als vaste
kosten beschouwd. Dit is o.a. het geval voor hulpmaterialen, filmen en verpakking. Men
veronderstelt dat de capaciteit elke periode volledig benut is en bijgevolg worden die
kosten elke maand opnieuw gemaakt. Dit is weer een bewijs dat elke onderneming vrij is
in het toepassen van de analytische boekhouding.

We kunnen dus besluiten dat Agora Printing NV een systeem toepast dat gebaseerd is op
twee systemen van analytische boekhouding, nl. “full costing” en “direct costing”.

10.3 Het opsplitsen van de kostendragers

Men zal de kostendragers opsplitsen in 3 soorten: bestellingen in uitvoering, gefactureerd
en na facturatie.

Bestellingen in uitvoering zijn de werken waarvoor er al kosten gemaakt zijn, maar nog
geen facturen gemaakt zijn aan klanten.

Gefactureerde werken zijn de werken waarvoor deze maand facturen aan de klanten zijn
gemaakt en dus volledig kunnen toegewezen worden aan deze maand. Dit zal dan ook in
de analytische boekhouding moeten verwerkt worden.

Na facturatie houd in dat er op bepaalde werken nog kosten zijn binnengekomen nadat we
de facturatie aan de klant hebben uitgevoerd. M.a.w. zijn dit werken die aan een voorbije
maand toegewezen zijn, maar waar de afgelopen maand nog kosten voor zijn ontvangen.




                                                                                             47
11 Documenten waarmee men rapporteert binnen Agora Printing NV

11.1 Algemeen

Dankzij het voeren van een analytische boekhouding hebben we nu een ander zicht op de
boekhoudkundige gegevens.

We konden eerder al besluiten dat er resultaten zullen zijn op de kostendragers en de
kostenplaatsen. Maar wat doen we er nu mee?

Bij Agora Printing NV wordt de analytische boekhouding hoofdzakelijk gevoerd om te
rapporteren aan de Raad van Bestuur. Zij kunnen hieruit op hun beurt conclusies trekken
i.v.m. al dan niet te nemen beslissingen. Uiteraard mogen we een ander doel van de
analytische boekhouding niet uit het oog verliezen, nl. kostprijsberekening. Binnen Agora
Printing NV zal men de kostprijs wel op een analytische manier berekenen, maar de
resultaten op de kostenplaatsen worden niet verdeeld over de kostenplaatsen. Ze worden
als vast beschouwd. Meer uitleg hierover vindt je in hoofdstuk 8 en hoofdstuk 10.

Wat ik in dit eindwerk wou beschrijven, is de manier waarop men binnen Agora Printing
NV deze analytische gegevens zal rapporteren naar de Raad van Bestuur. Het is belangrijk
om de juiste gegevens te selecteren, te verwerken en op een correcte en overzichtelijke
manier te rapporteren. De Raad van Bestuur zal zich immers op deze gegevens baseren om
beslissingen te nemen i.v.m. de onderneming.


11.2 Op te maken documenten vanuit de algemene boekhouding
In de analytische boekhouding baseert men zich op de kosten van de groepen 60 tot 65.
Daarom zal men deze kosten ook op een gepaste manier moeten rapporteren. In de eerste
plaats zal er per groep een document opgemaakt worden dat deze kosten gedetailleerd
weergeeft. Vervolgens worden de kosten weergegeven op basis van de kostenplaatsen. En
tenslotte wordt een analytisch resultaat bepaald voor de hele maand.

De gebruikte gegevens komen niet overeen met de werkelijke cijfers van Agora Printing
NV en dit op aanvraag van het bestuur. Er werd mij immers gevraagd geen werkelijke
cijfers te gebruiken omdat Agora Printing NV o.a. een vestiging heeft in Geel en daarom
zou er misbruik van kunnen gemaakt worden.

11.2.1 De werkingskosten

Een eerste document detailleert de grond- en hulpstoffen en de diensten en diverse
goederen. Uiteraard gaat het hier over het werkelijke verbruik en niet over de ontvangsten
ervan.

Een voorbeeld van dergelijk document vindt je op pagina 50.




                                                                                             48
Voor de grond- en hulpstoffen kunnen we vaststellen dat de verdeling gebeurd op basis van
die van de algemene boekhouding. Het gaat hier dus om een verdeling naar aard, zoals we
die terugvinden in het rekeningstelsel van de onderneming.

Ook de diensten en diverse goederen vinden we terug op dit document. We kunnen
vaststellen dat deze op een analytische wijze gerapporteerd worden op dit document. Ze
zijn m.a.w. verdeeld over 5 kostenplaatsen, nl. “nutsbedrijven en energie”, “onderhoud”,
“huisvestingskosten”, “verkoopkosten” en “andere bedrijfskosten”. Deze kostenplaatsen
worden op hun beurt nog onderverdeeld om een duidelijker beeld te krijgen van waar de
kosten voor gemaakt werden.

Als we de kosten van de diensten en de diverse goederen optellen bij de grond-en
hulpstoffen, bekomen we de werkingskosten.

We kunnen ook vaststellen dat de gegevens van de twee voorafgaande jaren van de
desbetreffende maand worden weergegeven. Zo kan men deze makkelijk met elkaar
vergelijken en hoeft men niet steeds tussen meerdere bladen te zoeken.

Er wordt tenslotte nog een cumulatie van de werkingskosten gerapporteerd. Het document
heeft dezelfde lay-out, maar de weergegeven cijfers zijn anders. Het gaat hier immers om
de werkingskosten van de eerste maand van het boekjaar tot en met deze van de
desbetreffende maand. Het gaat m.a.w. hier om het totaal van de werkingskosten die tot op
het desbetreffende ogenblik gemaakt werden sinds de start van het boekjaar. Ook hier
worden de 2 voorafgaande jaren weergegeven. Van dit document wordt echter geen
voorbeeld weergegeven, omdat dit dezelfde lay-out heeft als het document op pagina 50.




                                                                                            49
50
11.2.2 Personeelskosten

Een tweede document is dat van de personeelskosten. Ook hier wordt alles in detail
weergegeven.

We onderscheiden 2 delen: uren en kosten.

Bij het gedeelte van de uren vinden we het aantal gepresteerde uren en het aantal
bezoldigde uren terug. Het gaat hier om het aantal gepresteerde uren van de arbeiders.

We kunnen vaststellen dat het aantal gepresteerde en bezoldigde uren gedurende de drie
opeenvolgende jaren gestegen is. Als we dat vergelijken met het totaal van de kosten, is het
logisch dat deze ook gestegen zijn.

Ook hier wordt de cumulatie gemaakt. Het principe van deze cumulatie is hetzelfde als die
van de werkingskosten.




                                                                                               51
11.2.3 Financieel resultaat

Tenslotte wordt er ook een rapport opgemaakt dat de financiële resultaten van de
onderneming gedetailleerd weergeeft. Hierin worden zowel de financiële kosten, als de
financiële opbrengsten beschreven.

We totaliseren eerst de financiële kosten. Vervolgens totaliseren we de financiële
opbrengsten en trekken we deze van de financiële kosten af. We bekomen dan het
financieel resultaat, wat in de meeste gevallen een kost zal zijn.

Om de Raad van Bestuur nog beter te informeren, zal het financieel resultaat nog verdeeld
worden in financiële lasten op korte termijn, financiële lasten op lange termijn en
wisselresultaten.

Voor de financiële kosten en opbrengsten worden ook budgetten bepaald. Deze zullen door
de Raad van Bestuur uiteraard vergeleken worden en er zal een verklaring moeten
gevonden worden voor deze verschillen.

Ook hier wordt de cumulatie gemaakt.

Hieronder vinden we een voorbeeld van dit rapport.




                                                                                            52
11.2.4 Kosten per afdeling

We weten dat de financiële kosten en opbrengsten op een aparte kostenplaats worden
geboekt, nl. 9050 Financiële kosten en opbrengsten. Dit is ook het geval voor de
uitzonderlijke kosten.

De kosten uit de groepen 60 tot en met groep 63 worden in een volgend rapport analytisch
weergegeven. Dit houd in dat men deze gaat splitsen in 3 delen, nl. offset , prepress en
divers. Prepress en Offset zijn afdelingen van Agora Printing. Offset is gevestigd in geel,
Prepress in Averbode. De kosten die we direct aan deze afdelingen kunnen toewijzen,
zullen dan ook hieraan toegewezen worden. De andere kosten, m.a.w. de indirecte kosten,
zullen op kostenplaatsen geboekt zijn.

Het zijn dan ook deze kostenplaatsen die hier weergegeven zijn met de desbetreffende
kosten erop. Elke kost op een kostenplaats wordt nog onderverdeeld over 4 onderdelen:
personeel; afschrijvingen; grondstoffen en diensten.

Dit is één van de belangrijkste documenten waarop de Raad van Bestuur zich baseert voor
het nemen van beslissingen. Hier kan je zien welke kosten door welke afdeling gemaakt
worden. Het is de directie die gevraagd heeft om op deze manier te rapporteren. Bijgevolg
kan dit dus voor elke onderneming verschillend zijn.

Dit document vinden we terug op de pagina 54. De totalen die we terugvinden onder
“personeel”, “grondstoffen” en “diensten”, kunnen we ook terugvinden in de hiervoor
besproken rapporten. We kunnen hier echter wel zien dat de kostenplaatsen van offset en
prepress samengeteld zijn.




                                                                                              53
54
11.2.5 Analytisch resultaat

Een volgend document dat we vanuit de boekhouding rapporteren naar de Raad van
bestuur, is de berekening van het analytisch resultaat.

We berekenen eerst de contributie. Deze bestaat uit de omzet – de variabele kosten. Deze
benadering komt overeen met het systeem van Direct Costing. Onze contributie is dan het
totaal van de winst op alle afgewerkte orders, zonder rekening te houden met de vaste
kosten. De kosten die nog niet in rekening werden gebracht, worden beschouwd als vaste
kosten omdat men ervan uitgaat dat de volledige productiecapaciteit benut is. Dit is beslist
door de directie om deze methode te gebruiken. Van die totale contributie trekken we dan
de vaste kosten af. Deze kunnen we halen uit de voorgaande rapporten. Het resultaat dat
we dan bekomen, is het analytisch resultaat van de onderneming van die bepaalde maand.
Dit resultaat houdt dus rekening met het werkelijk verbruik van kosten en de werkelijke
opbrengsten die gemaakt zijn voor de gedrukte en gefactureerde werken. Dit is echter niet
het geval in de algemene boekhouding.




                                                                                               55
11.2.6 De jaarrekening

De jaarrekening mag uiteraard ook niet vergeten worden. Dit document wordt ook
voorgelegd aan de Raad van Bestuur. De jaarrekening vloeit voort uit de algemene
boekhouding. Deze geeft ook alle kosten en opbrengsten weer die genoteerd werden
gedurende die maand, maar houdt echter geen rekening met het werkelijk verbruik. Dit wil
niet zeggen dat dit document geen juiste informatie bevat. Hieruit kunnen we vaststellen
welke kosten we werkelijk gemaakt hebben en welke opbrengsten we verkregen hebben.

11.3 Besluit

We kunnen uit dit hoofdstuk besluiten dat de rapportering op verschillende manieren kan
gebeuren. In de eerste plaats werd er gerapporteerd per rekeninggroep. Vervolgens per
kostenplaats en tenslotte werd het analytisch resultaat bepaald.

Als we deze rapporten bekijken, kunnen we besluiten dat we via de analytische
boekhouding een ander inzicht krijgen in de kosten en opbrengsten van de onderneming.
Uit deze rapporten kan de Raad van Bestuur nu besluiten trekken. Zo zullen ze de hoge
kosten gedurende de volgende periodes proberen te drukken om zo meer winst te behalen.
Welke kosten nu als hoog gedefinieerd kunnen worden, kunnen we uitmaken door te
vergelijken met de twee vorige jaren.




                                                                                           56
Besluit
De onderneming kan niet alle informatie halen uit de verplicht op te stellen jaarrekening.
Daarom zal er in veel ondernemingen een bijkomende boekhouding gevoerd worden, nl. de
analytische boekhouding. Aangezien de structuur en de activiteiten verschillen van
onderneming tot onderneming, zal men deze boekhouding aanpassen naar eigen normen.

De analytische boekhouding geeft ook de mogelijkheid om aan kostprijsberekening te
doen. Hiervoor bestaan verschillende methodes, waarvan er 3 besproken worden. De meest
uitgebreide methode is Activity Based Costing. Uiteraard neemt deze methode ook het
meeste tijd in beslag. Elke onderneming zal bijgevolg de kosten en baten die de methodes
met zich meebrengen moeten afwegen en dan beslissen welke methode ze toepassen.

Bij het bespreken van deze boekhouding, konden we besluiten dat deze boekhouding ons
veel meer informatie biedt dan de algemene boekhouding. Waar het in de algemene
boekhouding gaat over het registreren, gaat het in de analytische boekhouding over het
werkelijk verbruik van kosten en werkelijk verkregen kosten.

Bij de bespreking via een toepassing van de gebruikte methode bij Agora Printing NV,
konden we zien dat het echter niet zo moeilijk is om deze gegevens te verwerken. In een
grote onderneming is het wel noodzakelijk om een dergelijke boekhouding te voeren
aangezien dit een ander zicht geeft op de boekhoudkundige gegevens. Het zal zeker een
noodzakelijk hulpmiddel zijn voor het nemen van beslissingen, aangezien het bestuur niet
meer kan beslissen uit intuïtie, maar zich goed zal moeten informeren.

De boekhoudkundige gegevens worden op de financiële afdeling verwerkt. De accountants
hebben dan ook het beste zicht op deze gegevens. Daarom zullen zij deze gegevens moeten
rapporteren aan de Raad van Bestuur. Hoe dit rapport er zal uitzien, hangt af van de
verlangens van het bestuur en de directie. Daarom zal ook dit verschillen van onderneming
tot onderneming. In dit eindwerk werd beschreven hoe men dit concreet doet binnen Agora
Printing NV.




                                                                                             57
Literatuurlijst
JORISSEN Ann, ROODHOOFT Filip, VAN LIEDEKERKE Christine, WALRAEVENS
Guy, 2004. Cost accounting. Vierde druk, Antwerpen, De Boeck, 366 p.

DE LEMBRE E., GEORGES W., PAEMELEIRE R., VAN GEYT E., 1980. Analytisch
boekhouden en kostencalculatie. Tweede druk, Brussel, Ced Samsom, 480 p.

BRUGGEMAN W., DE LEMBRE E., EVERAERT P., GEORGES W., PAEMELEIRE R.,
VAN GEYT E., 2002. Analytisch boekhouden en kostencalculatie. Tiende druk, Wolters
Plantyn, 553 p.




                                                                                     58

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:9
posted:10/4/2012
language:Dutch
pages:57