Leergang IBB Module 9 a egoTekst WW Nannes 23 8 10 by Tj0iyk

VIEWS: 136 PAGES: 21

									Module 9
De werkloosheidswet


De werkloosheidswet                                    Materiaal



* Introductie van het thema                            1.   Consulentengids
* De WW in hoofdlijnen                                 2.   Aanvraagformulier voor een WW-uitkering
                                                       3.   Werkbriefje WW-uitkering
                                                       4.   Folders UWV (te downloaden vanaf www.uwv.nl):
                                                            - Ontslag, en nu? Wat moet u weten als u uw
                                                              ontslag krijgt.
                                                              (Brochurecode: WB110 03929 06-09)
                                                            - Een WW-uitkering, en nu? Wat u moet weten
                                                              als u een WW-uitkering krijgt.
                                                              (Brochurecode: WB110 03930 02-09)
                                                            - Mijn werkgever kan mij niet meer betalen! wat
                                                               moet u doen? Kunt u een uitkering krijgen?
                                                              (Brochurecode: WW110 00961 03-10)
                                                            - Op zoek naar een baan en aan de slag;
                                                              informatie voor werkzoekenden
                                                              (Brochurecode: WB110 14542 01-10)




Informatiebronnen:
FNV Bouw afd. ABB; Websites van: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Onafhankelijke
Arbeidsadviseur; Stichting Advisering Bijstandsgerechtigden; UWV; UWV-WERKbedrijf.


Leerdoelen
De cursisten weten na bestudering van module 9:
*       wie verzekerd zijn voor de WW;
*       wat in de wetgeving wordt verstaan onder ‘werkloosheid’;
*       welke werkloosheidsuitkeringen er zijn en voor wie deze bestemd zijn;
*       de rechten en plichten van werknemers met betrekking tot een WW-uitkering;
*       welke regelingen er zijn op het gebied van werkloosheid, die speciaal gelden voor de bouwsector;
*       hoe zij handelen als zij vragen op het gebied van de WW krijgen; hierin maken zij onderscheid
        tussen informatieve vragen en vragen die leiden tot belangenbehartiging.


9.1. Diapresentatie bij het onderdeel WW
In de tekst bij de ‘toelichting bij de diapresentatie’ (9.2) is steeds de inhoud van de sheets weergegeven. De
pp-presentatie komt ook op de site beschikbaar.


9.2. Toelichting bij de diapresentatie



Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012                                                   1
Dia 2                                    WW
                                         De Werkloosheidswet

Toelichting dia 2: De Werkloosheidswet
De WW heeft tot doel werknemers te verzekeren tegen gevolgen van werkloosheid. Verder geeft de wet aan
werknemers, van wie de werkgever onmachtig is het verschuldigde loon te betalen, recht op vergoeding
van achterstallig loon. Ook bevat de WW regels met betrekking tot re-integratie.

Dia 3                                     Voorwaarden:
                                         * Werknemer zijn in de zin van de WW
                                         * Voldoen aan weken- of referte-eis
                                         * Werkloos en beschikbaar zijn
                                         * Geen uitsluitingsgronden
                                         * Niet verwijtbaar werkloos zijn
                                         * Houden aan voorschriften

Toelichting dia 3: Voorwaarden.
In de volgende dia’s wordt dieper ingegaan op de genoemde voorwaarden.

Dia 4                                     Wie is werknemer in de zin van de WW?
                                         * In dienst van een
                                             - Onderneming
                                             - WSW-bedrijf (WSW = Wet Sociale Werkvoorziening)
                                             - Uitzendbureau
                                         * Of: Personen met ZW/WAO uitkering
                                         * Of: Restgroep (thuiswerken, musicus, persoonlijk in
                                              aangenomen werk

Toelichting dia 4: Wie is werknemer in de zin van de WW?
Werknemer zijn in de zin van de WW, of anders gezegd: verzekerd zijn voor de WW, zijn personen die in
dienstbetrekking werken, inclusief een dienstbetrekking bij de overheid.
Het gaat dan om degene die:
* persoonlijk in aangenomen werk arbeid verricht (er bestaat een arbeidsovereenkomst);
* op grond van de ziektewet, WAO of WW een uitkering ontvangt;
* via een uitzendbureau werkt;
* werkt bij een WSW bedrijf (Wet Sociale Werkvoorziening);
* valt onder een restgroep (thuiswerkers, musicus, artiest).

De werknemer hoeft zich voor de verplichte verzekering niet aan te melden. Het feit dat hij in
dienstbetrekking is, maakt hem van rechtswege verplicht verzekerd. Velen denken dat je verzekerd bent
als er WW-premie is afgedragen. Dat is dus niet zo. Mocht er geen premie zijn betaald, maar je bent wel
werknemer in de zin van de WW, dan kan je toch een beroep doen op de WW.

Dia 5                                    Referte-eis (weken-eis)
                                         * In 36 weken voorafgaand aan werkloosheid, in ten minste 26
                                            weken hebben gewerkt.

Toelichting dia 5: De referte-eis (weken-eis)
De werknemer moet in de periode van 36 weken onmiddellijk voorafgaande aan de werkloosheid ten



2                                            Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012
minste 26 weken als werknemer hebben gewerkt. Een week telt mee als in die week op 1 dag is gewerkt.
Ook weken waarover inkomen wordt toegerekend aan de fictieve opzegtermijn tellen mee.
Voor een werknemer die in de periode onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van werkloosheid
gewerkt heeft als musicus of anderszins als artiest of filmmedewerker geldt een verlaagde referte-eis. Hij
moet in de 39 weken voorafgaand aan de 1e werkloosheidsdag in ten minste 16 weken hebben gewerkt.
De hoeveelheid aan gewerkte dagen in een week of het aantal gewerkte uren op een dag, is niet belangrijk.
Als in een week op 1 dag 1 uur is gewerkt, telt die week mee als gewerkte week.
De referte-eis wordt ook gesteld als er een beroep op de WW wordt gedaan wegens verkort werken. De eis
wordt niet gesteld bij werkloosheid wegens weersomstandigheden (bijv. vorstverlet).

Dia 6                                      Wanneer werkloos?
                                          * Relevant arbeidsurenverlies
                                          * Geen recht op loondoorbetaling
                                          * Beschikbaar stellen voor werk.

Toelichting dia 6: Wanneer ben je werkloos?
Werkloos is iemand die:
* ten minste vijf arbeidsuren per week verliest (of de helft van het gemiddelde aantal arbeidsuren bij een
   werkweek van minder dan 10 uur), én
* over deze verloren uren geen recht heeft op doorbetaling van loon, én
* beschikbaar is voor arbeid.

Voor de berekening van het verlies van arbeidsuren wordt uitgegaan van het aantal uren per week, dat de
werknemer in 26 kalenderweken, onmiddellijk voorafgaande aan het verlies, heeft gewerkt. Voor de
periode van 26 kalenderweken worden niet meegerekend: weken waarin onbetaald verlof is opgenomen
(tot een maximum van 78 kalenderweken) tenzij het gunstiger voor de werknemer is om die weken wel
mee te tellen.

Werkloosheid is ook mogelijk tijdens het dienstverband, namelijk bij onwerkbaar weer of bij verkort werken
(zie hierna bij dia 22: “bijzondere omstandigheden”). In deze situaties heb je geen recht op
loondoorbetaling. Je ziet dus dat werkloosheid niet gekoppeld is aan het hebben of verliezen van een
arbeidsovereenkomst. Andersom kan het voorkomen dat je geen arbeidsovereenkomst meer hebt - en dus
arbeidsuren bent verloren -, maar dat je nog wel recht hebt op loondoorbetaling. In die situatie ben je in de
zin van de WW niet werkloos.

Verder moet je je beschikbaar stellen voor werk. Stel je je voor minder uren beschikbaar dan voor het
aantal uren dat je gewerkt hebt, dan krijg je ook over minder uren WW.

Dia 7                                      Berekening verlies arbeidsuren
                                          * Vaststellen 1e werkloosheidsdag
                                          * De berekening wordt gemaakt over de 26 weken onmiddellijk
                                            voorafgaande aan de 1e werkloosheidsdag

Toelichting dia 7: Berekening verlies arbeidsuren
Het vaststellen van de 1e werkloosheidsdag is erg belangrijk. Het vaststellen van de weken- en jaren-eis is
gekoppeld aan de 1e werkloosheidsdag. Verder gaat de duur van de uitkering in op de 1 e werkloosheids-
dag.
De 1e werkloosheidsdag is de eerste dag waarop één of meer arbeidsuren is verloren én geen recht bestaat
op loondoorbetaling over die verloren arbeidsuren. Het verlies van de arbeidsuren moet ook plaatsvinden in
een kalenderweek waarin zich een urenverlies voordoet van ten minste 5 uur of de helft van het aantal

Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012                                                  3
gewerkte uren.

Dia 8                                      Geen uitsluitingsgrond (1)
                                           Zoals:
                                          * Ziek en ZW ontvangen (zieke is werkloos)
                                          * Eén van de volgende uitkeringen ontvangen:
                                            - WAZO
                                            - IVA of loongerelateerde WGA
                                            - 80-100% WAO
                                          * Genieten van vakantie

Toelichting dia 8: Geen uitsluitingsgrond (1)
Als eenmaal is vastgesteld dat je werkloos bent, is de volgende stap het bekijken of er redenen zijn om je
van het recht op een uitkering uit te sluiten. In de wet worden diverse uitsluitingsgronden genoemd. Zo is
het recht op WW uitgesloten als je een andere uitkering ontvangt.
Het genieten van vakantie is ook een uitsluitingsgrond. De wet biedt de minister de mogelijkheid om bij
ministeriële regeling regels te stellen met betrekking tot het begrip “vakantie genieten” en met betrekking
tot de vaststelling van de periode gedurende welke de werknemer met behoud van zijn uitkering vakantie
kan genieten. Van deze mogelijkheidheeft de minister gebruik gemaakt.
Op grond van deze regeling hebben uitkeringsgerechtigden in het kader van de WW recht op 20 dagen per
kalenderjaar, waarop zij met behoud van uitkering met vakantie mogen gaan. Op dit aantal wordt in
mindering gebracht het aantal vakantiedagen welke de werknemer in hetzelfde kalenderjaar tijdens het
dienstverband al heeft opgenomen of bij het einde van het dienstverband zijn uitbetaald.
De oudere werknemer die op grond van de Regeling vrijstelling verplichtingen WW blijvend is vrijgesteld
van de verplichtingen gericht op arbeidsinpassing, heeft recht op 65 dagen (dertien weken) per
kalenderjaar vakantie met behoud van uitkering.

Dia 9                                      Geen uitsluitingsgrond (2)
                                              * 65 jaar
                                              * Verblijf in buitenland anders dan vakantie
                                              * Dreigende uitzetting in kader Vreemdelingenwet
                                              * Detentie
                                              * Werkstaking of uitsluiting

Toelichting dia 9: Geen uitsluitingsgrond (2)
Bij het verblijf in het buitenland, anders dan vakantie, kun je denken aan het verlenen van hulp bij rampen,
of een zakenreis e.d. Je wordt tijdens het verblijf in het buitenland uitgesloten van WW. Je bent immers niet
beschikbaar voor werk. Voor hulpverlenen bij de toenmalige Tsunami-ramp heeft de minister een speciale
Maatregel van Bestuur afgekondigd zodat men toch hulp kon verlenen met recht op WW.
Als je werkloos bent geworden wegens een werkstaking (relevant urenverlies én geen recht op
loondoorbetaling) ben je ook uitgesloten van WW. Dat geldt ook voor de werkwilligen die door de staking
uitgesloten worden voor werk.

Dia 10                                     Niet verwijtbaar werkloos zijn
                                           Er is sprake van verwijtbaar werkloos:
                                          *dusdanig gedrag, dat voortzetting dienstverband niet van
                                            werkgever verlangd kan worden;
                                          * dienstverband geëindigd door, of op verzoek, van de
                                            werknemer.




4                                              Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012
Toelichting dia 10: Niet verwijtbaar werkloos.
Tot oktober 2006 was het regel dat je er alles aan moest doen om je werk te behouden. Dat betekende dat
je altijd tegen je ontslag moest protesteren. Deed je dat niet, dan stelde het UWV zich op het standpunt dat
je verwijtbaar werkloos was. In die tijd was er geen sprake van verwijtbare werkloosheid, indien het ontslag
gegeven is wegens economische redenen. Dit laatste geldt nog steeds.
De gewijzigde WW voorziet in een soepeler toets of de ontstane werkloosheid de werknemer te verwijten is.
Het wordt de werknemer niet langer aangerekend als hij zich neerlegt bij zijn ontslag.

Het versoepelen van de verwijtbaarheidstoets ontlast werkgevers, werknemers, UWV-WERKbedrijf en de
rechterlijke macht. Tot de wijziging in 2006 werden er veel pro-forma procedures gevoerd.
Bij pro-forma procedures bestaat tussen de werknemer en de werkgever overeenstemming over de
beëindiging van de arbeidsovereenkomst, maar wordt desondanks een ontslagprocedure gevoerd. De
formele bekrachtiging van het ontslag, in de vorm van een ontslagvergunning, dan wel een
ontbindingsbeschikking, dient bij het overgrote deel van deze procedures om te kunnen aantonen dat de
werkloosheid niet aan de werknemer te verwijten is. Hiermee wordt dus uitsluitend beoogd de aanspraak
van de werknemer op een WW-uitkering veilig te stellen.
Met de gewijzigde WW is er duidelijkheid over de toets op verwijtbare werkloosheid. In de WW is
nadrukkelijk bepaald dat instemming met een ontslag of het nalaten van een verweer tegen een
(aangezegd) ontslag als geen grond meer kan zijn voor verwijtbare werkloosheid. Hiermee wordt duidelijk
dat een pro-forma ontslagprocedure voor aanspraak op een WW-uitkering geen enkele functie heeft.

Na 1 oktober 2006 ontstaat dus de volgende situatie
Heeft de werkgever het initiatief genomen voor het ontslag en zijn werkgever en werknemer het met elkaar
eens, dan kan de werkgever opzeggen en gelden de opzegtermijnen uit de wet, cao of
arbeidsovereenkomst. Vervolgens wordt de WW-uitkering niet geweigerd met als reden dat de werknemer
heeft ingestemd met het ontslag. Het nalaten van verweer is dus niet langer een benadelingshandeling. Dit
geldt ook voor het nalaten van het inroepen van de vernietigbaarheid van de opzegging.

Uitzonderingen
Een uitzondering geldt voor ontslag wegens dringende reden waarbij de werknemer een verwijt kan worden
gemaakt. Hiervan is sprake als de werknemer zich dusdanig ernstig heeft misdragen dat van de werkgever
niet kan worden gevergd dat hij de arbeidsovereenkomst voortzet. In het geval van ontslag op staande voet
of omdat een arbeidsovereenkomst om dringende redenen wordt ontbonden brengt het recht op een WW-
uitkering wel degelijk in gevaar.
Er kan echter ook sprake zijn van verwijtbare werkloosheid als de dienstbetrekking anders dan door middel
van een ontslag op staande voet of een ontbinding wegens dringende redenen is beëindigd. Uit enige
rechterlijke uitspraken is gebleken dat er sprake is van verwijtbare werkloosheid, indien de werknemer zich
verwijtbaar heeft gedragen waarbij hij wist dat zijn gedrag tot ontslag zou leiden.

Wel is het achterwege laten van een ontslag op staande voet, of een schorsing met onmiddellijke ingang,
op zichzelf een indicatie dat geen sprake is van een dringende reden, en dus ook niet van (mogelijke)
verwijtbare werkloosheid. Het voorgaande houdt tevens in dat er in de regel ook geen sprake zal zijn van
verwijtbare werkloosheid als de arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV-WERKbedrijf
(voorheen CWI) wegens verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer wordt opgezegd, dan wel door
(of op initiatief van) de werkgever met wederzijds goedvinden wordt beëindigd en daaraan voorafgaand
geen sprake is geweest van een schorsing met onmiddellijke ingang.

Zelf ontslag nemen
Dit is voor risico van de werknemer zelf. Deze werknemer zal meestal verwijtbaar werkloos zijn.


Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012                                                5
Is iemand verwijtbaar werkloos als hij een vaste baan opzegt voor een nieuwe met een tijdelijk contract?
Afhankelijk van de omstandigheden kan dit een probleem zijn. Zo schrijft het UWV op haar website:
“Natuurlijk is men altijd vrij om van werkkring te wisselen. Maar als de werknemer kan voorzien dat deze
wisseling op korte termijn tot werkloosheid leidt, heeft dat consequenties voor de WW.
Er is in de regel wel recht op een WW-uitkering als men op het moment van ontslag uit de nieuwe functie
ook in de oude functie ondertussen werkloos zou zijn geweest. Bijvoorbeeld als men een nieuwe baan
aanneemt voordat iemand vanwege een reorganisatie ontslagen zou worden.
Afzien van een vergoeding wegens een te korte opzegtermijn is nog wel een benadelingshandeling die
effect heeft voor de WW-uitkering.
De zieke werknemer moet wel bezwaar maken tegen een ontslag in de periode waarin recht bestaat op
loondoorbetaling wegens ziekte. Anders is er sprake van een benadelingshandeling in het kader van de
Ziektewet. De werknemer heeft immers een inspanningsverplichting tot re-integratie en dat gaat het beste
bij de eigen werkgever.

Kortom, het UWV toetst bij een WW-aanvraag:
- of er sprake is van een dringende reden die aan de werknemer te wijten is, en
- of de werknemer een benadelingshandeling heeft gepleegd.

Indien partijen overeenstemming hebben over het ontslag, dat op initiatief van de werkgever tot stand
komt, zal de beëindiging van de arbeidsovereenkomst plaatsvinden ‘met wederzijds goedvinden’. Hiervoor
is geen vergunning van het UWV-WERKbedrijf vereist.
Mocht je als vraagbaak geconfronteerd worden met een lid dat vragen heeft over een voorgenomen
ontslag, laat het lid dan weten dat de afspraak over de beëindiging op papier moet worden vastgelegd. In
dit document dienen ook aanvullende afspraken te worden opgenomen. Zo’n document wordt
beëindigingsovereenkomst of vaststellingsovereenkomst genoemd. Natuurlijk kunnen leden, voordat zij
zo’n overeenkomst tekenen, dit ter beoordeling aan hun bond voorleggen.
Wees voorzichtig met het adviseren van leden om de vaststellingsovereenkomst op de website van het
UWV-WERKbedrijf klakkeloos over te nemen!!

Wil een vakbondslid niet instemmen met ontslag? Dan staat het zijn werkgever open een
ontslagvergunning bij het UWV-WERKbedrijf aan te vragen of een ontbindingsverzoek aan de rechter voor
te leggen. Aan deze procedures is niets veranderd.

Dia 11                                    Lengte van de uitkering
                                         * Voldaan aan weken-eis:
                                           dan basisuitkering van 3 maanden.
                                         * Ook voldaan aan jaren-eis:
                                           dan afhankelijk van arbeidsverleden 4 tot 38 maanden recht
                                           op uitkering

Toelichting dia 11: Lengte van de uitkering
Als aan alle voorwaarden (dus ook aan de referte-eis) is voldaan en men houdt zich aan de voorschriften,
dan is er recht op 3 maanden WW-uitkering. Als daarnaast ook is voldaan aan de jaren-eis, dan kan de
uitkeringstermijn oplopen tot maximaal 38 maanden.
Een klein aantal, uitstervend oude uitkeringsgerechtigden (werkloos geworden vóór 11 augustus 2003)
kunnen nog recht hebben op vervolguitkering van 2 jaar.

Dia 12                                    De weken-eis
                                         * In 36 weken voorafgaand aan werkloosheid, in ten minste 26
                                           weken hebben gewerkt


6                                             Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012
Toelichting dia 12: De weken-eis
Zie toelichting bij dia 5

Dia 13                                    De jaren-eis
                                         Voldoen aan de 4 uit 5 eis, d.w.z.:
                                         In de 5 kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin werkloos
                                         geworden, gedurende ten minste 4 kalenderjaren loon hebben
                                         ontvangen (of gelijkstelling).



Toelichting dia13: De jaren-eis.
Er wordt voldaan aan de jaren-eis als in de 5 jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin men werkloos is
geworden, in ten minste 4 jaar ten minste 52 dagen per jaar in loondienst is gewerkt.
Met loondagen worden gelijkgesteld, dagen waarover iemand een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft
ontvangen, gewerkt heeft als ambtenaar, of onbetaald verlof heeft opgenomen (tot een maximum van 18
maanden).
Onder bepaalde voorwaarden kan de tijd dat zorg is gegeven aan jonge kinderen, meegeteld worden als
gewerkte tijd. Evenals tijd besteedt aan mantelzorg (= intensieve zorg aan zieken of gehandicapten, bij wie
er veelal een sociale relatie bestaat tussen de zorgverstrekker en de zorgontvanger).

Dia 14                                    Berekening arbeidsverleden
                                          Fictief arbeidsverleden plus feitelijk arbeidsverleden
                                         * Fictief arbeidsverleden:
                                            aantal kalenderjaren vanaf kalenderjaar waarin men 18 jaar is
                                            geworden tot 1998

Toelichting dia 14: Berekening arbeidsverleden
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een fictief (niet werkelijk) arbeidsverleden en een feitelijk
(werkelijk) arbeidsverleden. Dit onderscheid wordt gemaakt omdat het streven is om de uitkeringsduur te
koppelen aan het aantal jaren dat daadwerkelijk gewerkt is.
Sinds 1989 worden dienstverbanden geregistreerd. Vanaf 1996 is de registratie sluitend. Met een marge
van 2 jaar (voor de zekerheid dat de dienstverbanden correct geregistreerd zijn) is gekozen voor een
scheiding tussen fictief en feitelijk in 1998.

UWV houdt de gegevens over het arbeidsverleden bij. Het is belangrijk dat zij de juiste gegevens hebben. Je
kunt de gegevens over je arbeidsverleden controleren in het digitaal verzekeringsbericht (DVB). Dat kun je
inzien via de website van het UWV. Je hebt daarvoor een DigiD-code nodig.

Dia 15                                    Berekening arbeidsverleden
                                         Fictief arbeidsverleden plus feitelijk arbeidsverleden
                                         * Feitelijk arbeidsverleden:
                                            aantal kalenderjaren vanaf 1998 tot en met het jaar
                                            voorafgaand aan aanvang werkloosheid, waarin over 52
                                            dagen of meer loon is ontvangen



Dia 16                                   Berekening arbeidsverleden (een voorbeeld)
                                         Het arbeidsverleden van een 38 jarige (geboren in 1972)
                                         werknemer, in 2010 werkloos geworden, is :

Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012                                               7
                                           a. Fictief: het jaar waarin hij/zij 18 werd (=1990) tot en met
                                           1997, dus 8 jaar;
                                           b. Feitelijk: aantal kalenderjaren vanaf 1998 tot en met 2009;
                                            dus 12 jaar;
                                           c. totaal a+b = 8 + 12 = 20 jaar

Dia 17                                      De hoogte van de uitkering
                                           * Eerste 2 maanden: 75% van dagloon
                                           * Vanaf de 3e maand: 70% van dagloon;
                                           * Toeslagenwet is van toepassing indien het inkomen lager is
                                             dan het sociaal minimum

Toelichting dia 17: De hoogte van de uitkering
De uitkering is loongerelateerd. Dit wil zeggen dat er een relatie bestaat tussen de hoogte van de uitkering
en de hoogte van het laatst verdiende loon. We zien dit terug in het dagloon.
De WW-uitkering is tijdens de eerste 2 maanden 75% van het dagloon, daarna 70%.
Het aldus berekende bedrag is een bruto daguitkering, inclusief vakantietoeslag. Door de bruto
daguitkering te vermenigvuldigen met 100/108 krijgen we de bruto daguitkering zonder vakantietoeslag.
Op deze bruto daguitkering wordt vervolgens de wettelijke premie voor de Zorgverzekeringswet en de
Loonheffing ingehouden. Wat dan overblijft is de netto daguitkering.

De Toeslagenwet is een wet waarin het recht op toeslag is geregeld. Met deze toeslag kan UWV een
uitkering aanvullen. Je hebt recht op een toeslag als het totale (gezins)inkomen onder het sociaal minimum
komt. Hoe hoog dit sociaal minimum is, hangt af van je leeftijd en leefsituatie. De WW-uitkering en toeslag
samen kunnen nooit hoger zijn dan het inkomen dat werd verdiend voordat je werkloos werd.

Dia 18                                      Het dagloon
                                           In formule:
                                           ( A – B – C + D + E ) : 261

Toelichting dia 18: Het dagloon
Hoe het dagloon moet worden berekend, is vastgelegd in het Besluit dagloonregels werknemers-
verzekeringen. Het uitgangspunt is het loon dat de werknemer heeft verdiend in het refertejaar.
Het refertejaar is het jaar voorafgaand aan de salarisperiode (of zoals het in het dagloonbesluit staat: “het
loonaangiftetijdvak”) waarin de werknemer werkloos is geworden.
Stel dat een werknemer werkloos is geworden op 10 augustus 2010, dan loopt het refertejaar van 1
augustus 2009 tot 1 augustus 2010.

De letters die in de formule zijn vermeld, staan voor:
A: het loon dat de werknemer in het refertejaar heeft genoten;
B: de vakantietoeslag die de werknemer in het refertejaar heeft genoten;
C: de extra periodieke uitkeringen (denk aan de 13 e maand) die de werknemer in het refertejaar heeft
genoten;
D: het bedrag dat de werknemer in het refertejaar heeft opgebouwd aan vakantietoeslag;
E: de extra periodieke uitkringen die de werknemer in het refertejaar heeft opgebouwd.

Het op deze wijze berekende jaarloon wordt vervolgens gedeeld door 261, ook als men op minder dan 261
dagen heeft gewerkt!
Er zijn bijzondere dagloonregels voor bepaalde groepen werknemers (starters, herintreders, zieke
werklozen {zij die tijdens de WW-uitkering ziek worden} en zij die onder de no-riskpolis vallen.


8                                              Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012
De hoogte van het dagloon is wettelijk gemaximeerd. Mochten je verdiensten leiden tot een hoger dagloon
dan het wettelijk maximum, dan zal je WW-uitkering gebaseerd worden op dat wettelijk maximum-dagloon.

Dia 19                                   Houden aan de voorschriften
                                        1. Registratie UWV-WERKbedrijf (voorheen CWI)
                                        2. Uitkering tijdig aanvragen
                                        3. Houden aan controlevoorschriften
                                        4. Tijdig doorgeven van wijzigingen
                                        5. Actief zoeken naar werk
                                        6. Passend werk accepteren
                                        7. Meewerken aan re-integratie
Toelichting dia 19: Houden aan de voorschriften
Om het recht op WW te krijgen en om de toegekende rechten te behouden, moet aan de voorschriften
worden gehouden.

1. Registratie bij het UWV-WERKbedrijf.
Inschrijven of registreren is al 3 maanden voor aanvang van de werkloosheid mogelijk, maar moet in ieder
geval uiterlijk de 2e dag van de werkloosheid gebeuren.
Je kunt je via internet laten registreren. Ga daarvoor naar www.werk.nl om het digitale formulier 'Inschrijven
werk’ in te vullen. Dit duurt ongeveer 20 minuten. Daarna moet er een afspraak gemaakt worden met een
werkcoach van het UWV-WERKbedrijf. Lukt het niet om het digitale formulier in te vullen? Bel dan naar een
vestiging van het UWV-WERKbedrijf in je woonomgeving om een afspraak te maken voor een inschrijving.

2. Uitkering tijdig aanvragen.
Om een WW-uitkering aan te kunnen vragen moet je eerst ingeschreven zijn bij UWV-WERKbedrijf (zie 1).
Als je al bent ingeschreven door een werkcoach, of heb je het digitale formulier voor 'Inschrijven werk'
ingevuld en verzonden, dan kun je via internet verder gaan met het aanvragen van een uitkering. Als het je
niet lukt om langs digitale weg een uitkering aan te vragen, bel dan naar een vestiging van het UWV-
WERKbedrijf om een afspraak te maken voor een uitkeringsaanvraag.
Nadat de WW-aanvraag via internet is ingevuld en verstuurd, ontvang je van het UWV een e-mailbericht dat
de aanvraag is ontvangen. Binnen 1 week na ontvangst van de aanvraag belt een medewerker van UWV je
op om de aanvraag met je te bespreken.
De (voorlopige) beslissing over de aanvraag wordt uiterlijk vier weken na de eerste werkloosheidsdag
ontvangen. Wel moet de aanvraag voor de eerste dag van werkloosheid zijn ingediend. Wordt de aanvraag
later ingediend, dan komt de (voorlopige) beslissing over de aanvraag uiterlijk vier weken nadat het UWV de
aanvraag heeft ontvangen.
Als je een voorschot wilt ontvangen, vraag dit dan aan gelijk bij het indienen van de aanvraag. Op het
verzoek moet het UWV binnen 4 weken reageren.

3. Houden aan de controlevoorschriften.
Tijdens het eerste gesprek met de werkcoach worden afspraken gemaakt over wat er verwacht wordt, waar
en wanneer je je moet melden e.d. Verder moet je alle informatie verstrekken die van belang is voor het
recht en hoogte van de uitkering. Denk daarbij aan het houden van vakantie, of verblijven in het
buitenland, al dan niet betaalde werkzaamheden verrichten, of ziek worden.
De meeste van de informatie wordt door de werkloze verstrekt via het zogenaamde werkbriefje (zie hierna
punt 4). Verder heb je bij het eerste gesprek met de werkcoach een wijzigingsformulier ontvangen. Dat
formulier vind je ook op de website van het UWV (www.uwv.nl). Zie ook hierna punt 4: tijdig inleveren van
het werkbriefje.


Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012                                                  9
4. Tijdig doorgeven van wijzigingen.
Vanaf januari 2009 is er iets veranderd in de betaling van de uitkering. Vanaf dat moment wordt de WW-
uitkering automatisch op je rekening gestort. Het werkbriefje WW en het mutatieformulier wordt niet meer
gebruikt. Veranderingen in je situatie geef je door met het Wijzigingsformulier WW en het
Inkomstenformulier welke te vinden zijn op de website van het UWV of te krijgen is bij een vestiging van het
UWV-WERKbedrijf.
De volgende wijzigingen moeten doorgegeven worden:
- ander telefoonnummer;
- ander rekeningnummer;
- wijziging in leefvorm of gezinssituatie;
- vakantieperiode;
- nieuwe baan;
- wijziging in aantal arbeidsuren;
- wijziging in inkomsten.

5. Actief zoeken naar werk.
Je bent werkloos en krijgt een uitkering van het UWV. Het UWV verwacht dat je er alles aan doet om de
uitkering zo snel mogelijk te laten eindigen. Je moet dus solliciteren naar werk.
Met de werkcoach worden afspraken gemaakt over het solliciteren. Deze afspraken worden schriftelijk
vastgelegd. Dit gebeurt voordat de uitkeringsaanvraag wordt behandeld. Het UWV gaat er vanuit dat de
afspraken worden nagekomen. De werkcoach zal regelmatig vragen naar bewijzen van de
sollicitatieactiviteiten. Bewaar daarom kopieën van de sollicitatiebrieven en uitnodigingen voor
sollicitatiegesprekken of tests.
Na maximaal 3 maanden bekijkt de werkcoach hoe de terugkeer naar werk (re-integratie) verloopt. Ook
kijkt hij of de ondersteuning van het UWV-WERKbedrijf zinvol is geweest en maakt hij afspraken voor de
volgende periode.

Voorbeelden van sollicitaties zijn:
- een sollicitatiebrief (op papier of via e-mail) versturen;
- telefonisch contact opnemen met een bedrijf over een vacature;
- een sollicitatiegesprek voeren waarvoor u bent uitgenodigd;
- een test doen waarvoor u bent uitgenodigd;
- solliciteren via een uitzendbureau of website.
Let op: een website met vacatures doorzoeken telt niet als sollicitatie.

Wanneer is solliciteren niet verplicht?
In sommige gevallen bestaat er geen sollicitatieplicht. Bijvoorbeeld als je:
- op de eerste dag van werkloosheid 64 jaar of ouder bent;
- met vakantie bent (met toestemming van het UWV);
- met toestemming van UWV bezig bent met de start van een eigen bedrijf;
- niet kunt werken wegens onwerkbaar weer of werktijdverkorting of deeltijd-WW;
- een opleiding volgt die met het oog op je re-integratie als noodzakelijk is beoordeeld ;
- werkt op basis van een proefplaatsing;
- met instemming van UWV mantelzorg verleent of vrijwilligerswerk doet;

Overleg altijd eerst met UWV als je denkt dat je niet hoeft te solliciteren. En zorg, om latere misverstanden
te voorkomen, dat de gemaakte afspraken op papier komen te staan.

Wanneer kan er vrijstelling of ontheffing verleend worden verleend voor mantelzorg of vrijwilligerswerk?
Mantelzorg is de noodzakelijke zorg voor een zieke of gehandicapte in uw naaste omgeving. Bijvoorbeeld


10                                               Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012
een familielid. Hierbij gaat het om zorg die meer tijd en energie kost dan normale ziekenzorg.
Vrijwilligerswerk is onbetaald werk voor bijvoorbeeld een liefdadigheidsinstelling.

Als je als vrijwilliger of mantelzorger actief bent, of dit wil gaan doen, dan kan je vrijstelling van
sollicitatieplicht krijgen als je voldoet aan de volgende voorwaarden:
- geboren vóór 1 juli 1946;
- minstens 1 jaar een WW-uitkering ontvangt;
- gemiddeld ten minste 20 uur per week aan vrijwilligerswerk of mantelzorg besteedt;
- het vrijwilligerswerk of de mantelzorg duurt langer dan 3 maanden;
- geen loon ontvangt voor dit werk. Er mag wel een onkostenvergoeding worden ontvangen;
- je neemt niet deel aan een re-integratietraject.

Ontheffing.
In overleg met je werkcoach kan je misschien voor een halfjaar ontheffing van de sollicitatieplicht krijgen
als je:
- langer dan 1 jaar een WW- uitkering hebt ontvangen;
- gemiddeld ten minste 20 uur per week besteedt aan vrijwilligerswerk;
- geen loon ontvangt voor dit vrijwilligerswerk;
- niet in een re-integratietraject zit.

6. Passend werk accepteren.
Wie in verband met werkloosheid recht heeft op een WW-uitkering heeft ook enkele verplichtingen waaraan
voldaan moet worden om dat recht ook te blijven houden. Een van die verplichtingen is solliciteren.
Solliciteren, liefst op een functie die bij je hoort is daarbij dan het uitgangspunt. Waarvoor je bent opgeleid,
of waarin je al heel veel ervaring hebt opgedaan. Graag ook nog zo dicht mogelijk in de buurt van waar je
woont. En graag ook nog een loon dat toch minimaal gelijk is aan dat wat je eerder al hebt verdiend. Kort
om, het moet passend voor je zijn!
Over het accepteren van passend werk doen vele verhalen de ronde. Zo horen wij aan onze tafel vaak het
verhaal dat je passend werk drie maal zou mogen weigeren voordat het leidt tot gevolgen. Niets is minder
waar! De eerste de beste weigering kan leiden tot het tijdelijk gedeeltelijk beëindigen van de uitkering (zie
hierna punt 8: “wat gebeurt er als je je niet aan de voorschriften houdt”.)
Veel discussie geeft ook het begrip passende arbeid. Wanneer is arbeid in de zin van de WW passend?
Voor degene die werkloos is geworden en op zoek is naar werk, is het wensenlijstje zoals hier boven vaak
het uitgangspunt. De werkelijkheid is dat het vaker dan je lief is voorkomt dat niet aan alle wensen in het
rijtje kan worden voldaan. Het loon valt tegen, de reisafstand is nogal groot. de functie is ook niet helemaal
wat je zocht, etc. In zo'n geval zal je de baan al gauw niet passend vinden en weer verder zoeken. Een
begrijpelijke opstelling, zeker als je nooit eerder werkloos bent geweest en denkt de tijd te moeten nemen
om een nieuwe passende baan te vinden. Afhankelijk van de omgeving waar je woont en het werkaanbod
in die omgeving zul je al dan niet snel een naar jouw opvatting 'passend baan’ vinden. Zonder nadere
afspraken over wat nu wel- en niet als passend mag worden beschouwd kunnen zich ongewenste situaties
voordoen. Daarom heeft de wetgever zelf maar vastgesteld in welke situaties arbeid als voor jou passend
moet worden beschouwd, de zogenaamde 'richtlijn passende arbeid'. Aan die richtlijn toetst het UWV of de
werkloze voldoende solliciteert en het aangeboden passende werk ook daadwerkelijk accepteert.




Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012                                                   11
Normen
De ‘richtlijn passende arbeid’ bevat normen over wat men redelijk vindt om van de werkloze werknemer te
verlangen bij het zoeken naar werk, het aanvaarden en behouden van werk. Rekening wordt gehouden
met:

1. het vroegere beroep, opleiding en werkervaring;
2. de beloning;
·3. de reisduur.

1. vroeger beroep
Met betrekking tot het beroep is het uitgangspunt dat de werknemer voor het vinden van werk een half jaar
de tijd heeft om zich volledig te richten op het 'oude' beroep en de daarbij behorende verdiensten. De
richtlijn noemt dat hetzelfde niveau (zie schema hierna) als waaruit men werkloos werd. Voor de
'academicus' (iemand met een universitaire opleiding) is een uitzondering gemaakt. Voor een academicus
geldt dat arbeid op HBO- niveau in het eerste half jaar wel als passend wordt aangemerkt.
De daarop volgende 6 maanden (langer dan 6 maanden werkloos) geldt dat werk op een niveau lager als
passend wordt gezien en na 12 maanden van werkloosheid is in principe al het aangeboden werk op alle
niveaus voor alle werklozen passend.
2. de beloning.
Ook voor beloning geldt dat de werkloze zich het eerste half jaar van werkloosheid kan richten op het
niveau van inkomen dat in de oude dienstbetrekking werd verdiend. Ook met betrekking tot het loon is het
echter zo dat naar mate de werkloosheid voortduurt, ook daarin “minder loon” als passend wordt
beschouwd. Dan moet gedacht worden aan het loonniveau dat in het (lagere) beroepsniveau gangbaar is.
Arbeid waarvan het loon minder bedraagt dan het uitkeringsniveau is in beginsel niet passend, tenzij het
dagloon waarnaar de uitkering is berekend belangrijk afwijkt van wat in de regel in het beroep van de
werkloze wordt verdiend. Van de WW-gerechtigde wordt in beginsel niet verlangd dat hij zich door
werkhervatting financieel benadeelt.
Voor de werknemer op wie inkomstenverrekening (zie hierna dia 20 “Weer aan het werk”) van toepassing
is, levert werkhervatting altijd een financieel voordeel op, ongeacht de hoogte van het loon. Het loonniveau
vormt dan geen belemmering meer om arbeid als passend aan te merken. Voor hen is arbeid op alle
loonniveaus passend. De beloning dient wel in overeenstemming te zijn met het voor betrokkene geldende
wettelijk minimumloon of de geldende CAO, of met het gebruikelijke loon in het beroep van de werknemer.
Bij de beoordeling van de passendheid kan rekening worden gehouden met te maken reiskosten, voor
zover deze substantieel van aard zijn.
3. de reistijd.
Een vaak problematische norm gezien de hedendaagse traag voortschrijdende autostroom op de
snelwegen, of het openbaar vervoer dat niet in verplaatsingen naar alle werklocaties voorziet. De norm in
het eerste half jaar van werkloosheid is dat arbeid dat op een reisafstand van 2 uur heen/terug van de
woning ligt, als passend wordt beschouwd. Tenzij in de oude functie langere reistijden al gebruikelijk waren.
Na die 6 maanden wordt zelfs 3 uur reistijd per dag als passend beschouwd. Ook hier geldt: als in de vorige
functie de reistijd langer was, dan is die langere reistijd de norm. Bij voortdurende werkloosheid wordt werk
waarvoor verhuisd moet worden, passend geacht.

Zoals je ziet gaat het hier niet om wettelijke definities maar om “normen” die het UWV hanteert om te
bepalen of aan de sollicitatieplicht en het zoeken naar passend werk wordt voldaan. Bij zo'n beoordeling
spelen naast de normen de specifieke omstandigheden in de individuele situatie een rol.
De richtlijn passende arbeid is recent aangepast en geldend voor iedereen die op of na 1 juli 2008
werkloos is geworden. Voor de 'oude' gevallen geldt de oude regeling die nog uitgaat van een iets ruimere
periode voor de hoger (academisch) opgeleide werkloze werknemer waarin gezocht mag worden naar
passende arbeid.


12                                              Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012
Als de normen in schema worden gezet ziet dat er als volgt uit:

Iemand met een opleiding en/of werkervaring op onderstaand niveau (linkerkolom) kan op nevenstaand niveau
zoeken gedurende het aangegeven aantal maanden.
                          Academisch/HBO             MBO               VMBO              Basisschool
Academisch/HBO            0-6 maand                  6-12 maand        na 12 maand       na 12 maand
MBO                                                  0-6 maand         6-12 maand        na 12 maand
VMBO                                                                   0-6 maand         na 6 maand
Basisschool                                                                              0-6 maand


7. Meewerken aan re-integratie.
Het UWV wil graag dat je weer snel aan het werk komt. Daarbij kan je hulp krijgen van een werkcoach van
het UWV-WERKbedrijf. De werkcoach kan je helpen bij het zoeken naar werk dat past bij jouw kennis en
vaardigheden én jouw mogelijkheden. De werkcoach staat al tot je beschikking vanaf het moment dat je je
laat inschrijven bij het UWV-WERKbedrijf.
Mocht je na 6 maanden nog geen werk hebben gevonden, dan nodigt het UWV-WERKbedrijf je uit voor een
gesprek met de werkcoach. De werkcoach zal met je bekijken waarom het je niet lukt om nieuw werk te
vinden. Ook zal hij samen met jou zoeken naar andere manieren om werk te vinden.
Het kan zijn dat er extra hulp nodig is. Dan kan de werkcoach een re-integratietraject voorstellen. Je krijgt
dan begeleiding van een re-integratiebedrijf. Samen met een begeleider van het re-integratiebedrijf wordt
gekeken naar mogelijkheden die je hebt en eventuele hindernissen die je tegenkomt bij het zoeken naar
werk.
Als je langer dan 6 maanden werkloos bent, zijn er bovendien extra mogelijkheden. Bijvoorbeeld een
proefplaatsing. Je kunt dan 3 maanden proefdraaien bij een werkgever. Op die manier kan je ervaring
opdoen die van pas kan komen bij het solliciteren. Maar misschien bevalt het ook zo goed bij die werkgever
dat je daar wilt (en kunt) blijven werken.
Ook bestaat de mogelijkheid dat je je re-integratie in eigen hand wil houden. Dan is het mogelijk om een
Individuele Re-integratieovereenkomst (IRO) aan te vragen. Je kiest dan zelf een re-integratiebedrijf en stelt
samen met dat bedrijf een plan op om weer aan het werk te gaan. Het UWV betaalt de kosten van het re-
integratiebedrijf.

De arbeidsadviseur.
Naast de hulp die het UWV-WERKbedrijf biedt, kan je ook informatie en advies krijgen van een
onafhankelijke arbeidsadviseur.
De arbeidsadviseur geeft je onafhankelijk advies. Hij/zij geeft uitleg over de re-integratiemogelijkheden
zodat je de touwtjes steviger in eigen handen kunt nemen. Hij of zij geeft je advies over wat je wel, en beter
niet kunt doen, van welke regelingen je gebruik kunt maken en waar je eventueel voorzieningen kunt
aanvragen. Je krijgt gegevens en informatie van organisaties die je kunnen helpen bij je re-integratie.
De arbeidsadviseur kan zowel voor als tijdens het re-integratietraject ondersteuning bieden. De
arbeidsadviseur kan je bijvoorbeeld uitleggen hoe je een re-integratieplan kunt opstellen (IRO) en welke re-
integratiebedrijven er zijn. Je kunt je met deze informatie goed voorbereiden op het gesprek met de
werkcoach van het UWV.
Je beslist zelf wat je doet met de ontvangen informatie.
Je stelt zelf je re-integratieplan op. Je gaat zelf op zoek naar een baan. Je maakt zelf afspraken met je
werkcoach.

Alles wat je met de arbeidsadviseur bespreekt is vertrouwelijk. Je kunt vrijuit praten en hoeft niet bang te
zijn dat uw informatie bij de uitkeringsinstantie terecht komt. De arbeidsadviseur houdt geen dossier van je
bij.


Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012                                                 13
Wat gebeurt er als je je niet aan de voorschriften houdt?
Het UWV verstrekt je een tijdelijk inkomen. Dan heb je te maken met rechten en plichten. Zo heb je het
recht om bijvoorbeeld je gegevens in te zien. En het recht iemand mee te nemen naar een afspraak.
Naast rechten heb je ook plichten. Zo moeten bijvoorbeeld wijzigingen in je situatie meteen doorgeven
worden. Ook bent je verplicht mee te werken aan uw re-integratie. Als je je niet aan deze regels houdt, kan
dat gevolgen hebben voor je uitkering. Die kan tijdelijk of blijvend worden verlaagd of (in zeer ernstige
gevallen) worden stopgezet. Hieronder heb ik aangegeven wat er met je uitkering gebeurt als je je niet aan
de regels houdt.

Zware en lichte overtredingen.
Te laat melden dat je ziek bent is natuurlijk iets anders dan frauderen met je uitkering. Daarom worden de
verschillende soorten overtredingen ingedeeld in 4 groepen. In de eerste groep zitten lichte overtredingen,
in de vierde groep de zwaarste.
De verlagingen in de tabel kunnen afwijken van het werkelijke percentage van de verlaging. Als je
bijvoorbeeld de regels overtreedt terwijl je dat had kunnen voorkomen, dan kan je uitkering extra omlaag
gaan. Ook kan besloten worden de uitkering niet (of minder) te verlagen. Dit wordt gedaan als de
overtreding niet (of maar gedeeltelijk) je eigen schuld is. Bijvoorbeeld wanneer je een goede reden had om
een afspraak te missen.




Groep 1
     Soort overtreding                                    Wat betekent dat voor uw uitkering?
     Bijvoorbeeld:
     u kunt geen geldig legitimatiebewijs laten           U krijgt minimaal 1 maand 5% minder
     zien;                                                uitkering.
     u meldt zich te laat ziek.


     Groep 2
                                                                          Wat betekent dat voor uw
     Soort overtreding
                                                                          uitkering?
     Bijvoorbeeld:
     u komt niet naar een afspraak en heeft ook niet afgebeld, of u
                                                                          U krijgt minimaal 2 maanden
     heeft wel afgebeld, maar zonder geldige reden;
                                                                          10% minder uitkering.
     u werkt niet mee aan een afspraak of onderzoek;
     u verlengt uw inschrijving bij UWV WERKbedrijf niet.


     Groep 3
     Soort overtreding                              Wat betekent dat voor uw uitkering?
     Bijvoorbeeld:
     u weigert een opleiding te gaan volgen;
     u werkt niet mee aan uw re-integratie;         U krijgt minimaal 4 maanden 25% minder uitkering.
     u volgt medische adviezen niet op;
     u accepteert passend werk niet.




14                                                Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012
    Groep 4
                                                                   Wat betekent dat voor uw
    Soort overtreding
                                                                   uitkering?
    Bijvoorbeeld:
    u heeft een uitkering ontvangen terwijl u er geen recht op
                                                                   U krijgt geen uitkering meer.
    had;
    u bent opzettelijk arbeidsongeschikt geraakt.


Als je je niet aan de regels houdt, kan het UWV voor korte of langere tijd je uitkering verlagen. Maar
daarnaast kan het UWV ook een boete opleggen. Bijvoorbeeld als je fraudeert met je uitkering. Een
voorbeeld van fraude is het (bewust) achterhouden van informatie. Een boete wordt opgelegd in de vorm
van een geldbedrag. Ook bestaat de kans dat het UWV aangifte doet bij de Officier van Justitie.

Dia 20                                    Weer aan het werk

Toelichting dia 20: Weer aan het werk
Als je weer (gedeeltelijk) aan het werk gaat, wordt er bekeken of je nog recht kunt houden op een WW-
uitkering. Afhankelijk van hoelang je al WW krijgt, kan er sprake zijn urenaftrek of inkomstenaftrek.

Urenaftrek
Als je korter dan 1 jaar zonder onderbreking een WW-uitkering hebt gekregen, en je gaat minder uren
werken dan het aantal uren waarvoor je een WW-uitkering ontvangt, dan ben je dus nog een aantal uren
werkloos. In de meeste gevallen ontvang je nog een uitkering over de uren die je nog werkloos bent.
      Ben je 10 uur of meer per week werkloos? Vind je werk waardoor je minder dan 5 uur werkloos
         blijft? Dan stopt uw WW-uitkering.
      Ben je minder dan 10 uur per week werkloos? Je krijgt geen WW-uitkering meer als je weer deels
         gaat werken en minder dan de helft van het aantal uren werkloos blijft.

Inkomstenaftrek
Als je langer dan 1 jaar zonder onderbreking een WW-uitkering hebt gehad en je bent volledig werkloos in
de week voordat u weer aan het werk gaat, dan stopt de uitkering pas als je inkomen hoger is dan 125%
van je WW-uitkering per week. Deze regeling heet inkomstenaftrek.
Bij inkomstenaftrek wordt er gekeken naar het brutoloon dat wordt verdiend in de nieuwe baan. Is het
brutoloon lager dan 125% van de bruto WW-uitkering, dan wordt 70% van uw inkomsten van de WW-
uitkering afgetrokken. Je krijgt dus gedeeltelijk WW en je mag 30% van je loon houden.

Voorbeeld:
Je hebt een baan gevonden. Je hebt al langer dan 1 jaar WW. In de laatste week voordat je aan het werk
gaat, ben je volledig werkloos. Er is dan sprake van inkomstenaftrek.
De WW-uitkering is € 500 per week.
Dan is 125% van de weekuitkering € 625.
Je verdient in je nieuwe baan € 600 per week.
Je loon van € 600 is dus lager dan € 625 per week.
70% van je loon gaat van de WW-uitkering af. In dit voorbeeld is dat een bedrag van €420 (70% van € 600
loon).
De WW-uitkering per week is dan € 80 (€500 WW - € 420 loon). Het totale inkomen (loon en WW) komt dan
op € 680 per week.
Deze regeling levert dus een behoorlijk voordeel op.


Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012                                                15
Als er sprake is van inkomstenaftrek, dan wordt vanaf het moment dat er weer gewerkt wordt de uitkering
als voorschot betaalbaar gesteld. Voor de juiste uitbetaling van de uitkering moet het UWV weten hoe hoog
het SV-loon (of premieloon) is. Het SV-loon is het bedrag dat wordt gebruikt voor het berekenen van de
premies werknemersverzekeringen. Het is meestal nog niet bekend op het moment dat de werkzaamheden
zijn hervat.
Als je SV-loon bekend is, wordt de uitkering opnieuw berekend. Dit is uiterlijk 14 maanden nadat de
werkzaamheden zijn hervat. Op dat moment kan de uitkering pas ‘definitief’ worden vastgesteld. In de
tussentijd gaat het UWV voor de betaling van de WW-uitkering uit van het verdiende brutoloon.
De hoogte van het SV-loon kan afwijken van het brutoloon. Als dit zo is, zal er een correctie plaatsvinden.

Als je niet het volledige aantal uren werkzaam bent als waar je WW-uitkering op is gebaseerd, dan gelden
voor de uren die je werkloos blijft, nog steeds dezelfde verplichtingen als bij volledige werkloosheid. Dus je
moet ingeschreven blijven staan bij het UWV-WERKbedrijf en je moet je sollicitatieverplichtingen na blijven
komen.
Als je zoveel uur aan het werk gaat dat je niet meer werkloos bent, dan hoef je niet meer te solliciteren of
op zoek te gaan naar een andere baan. Je hoeft je inschrijving bij UWV-WERKbedrijf niet meer te verlengen.

Dia 21                                     Einde uitkering
                                           * Volledig werkzaam
                                           * Maximale uitkeringsduur
                                           * Recht op een andere uitkering
                                           * 65 jaar

Toelichting dia 21: Einde uitkering
In de volgende situaties stopt de WW-uitkering:
* Je bent weer volledig aan het werk. Dit wil zeggen dat je nog voor minder dan 5 uur werkloos bent (of
voor minder dan de helft van het aantal uren, als je uitkering is gebaseerd op minder dan 10 uur per week).
Hierop is één uitzondering: Bent je langer dan 52 weken onafgebroken werkloos en je gaat weer aan het
werk, dan hoeft de uitkering niet te stoppen (zie dia 20, vooral de tekst over Inkomstenaftrek).
* De uitkeringsduur eindigt.
* Je krijgt voor het volledige aantal uren een andere uitkering, bijvoorbeeld een Ziektewetuitkering, een
uitkering bij zwangerschap of een WIA-uitkering.
Als je tijdens de WW-uitkering ziek wordt, moet je dit melden bij het UWV. De eerste 13 weken krijgt de
zieke werkloos nog gewoon WW. Dus geen Ziektewetuitkering. Pas na 13 weken vangt een
Ziektewetuitkering aan.
* Je wordt 65 jaar.

Dia 22                                      Bijzondere omstandigheden
                                           1. Betalingsonmacht;
                                           2. Werktijdverkorting;
                                           3. Verlet wegens weersomstandigheden
                                           4. Deeltijd-ww

Toelichting dia 22: Bijzondere omstandigheden

1. Betalingsonmacht
Het komt helaas voor dat het bedrijf waarin je werkzaam bent, financiële problemen kent waardoor het
loon van de werknemers helemaal niet meer betaald kan worden. Dan is er misschien sprake van blijvende
betalingsonmacht. De werknemers kunnen dan tijdelijk een uitkering van het UWV krijgen. Dit heet ook wel


16                                              Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012
een uitkering wegens betalingsonmacht en is gebaseerd op de artikelen 61 t/m 68 van de
Werkloosheidswet. In vakbondsland hebben we het over een “artikel 61/68 uitkering”.
Er zijn 4 vormen van betalingsonmacht:
  1. De rechter heeft de werkgever tijdelijk uitstel van betaling (surseance) gegeven en wijst iemand
      aan die het financieel beheer overneemt (een bewindvoerder).
  2. De rechter verklaart de werkgever failliet en wijst iemand aan die het financieel beheer
      overneemt (een curator).
  3. Het bedrijf kan niet meer uit de problemen komen en de werkgever krijgt van de rechtbank een
      regeling om de schulden af te lossen (een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen).
  4. Een andere situatie waarbij de werkgever blijvend niet meer betaalt. En waarbij het volgende
    geldt:
          - er is geen uitzicht op herstel van de betalingen;
          - (vrijwel) alle werknemers zitten in deze situatie;
          - meer schuldeiser worden niet betaald;
          - er is geen uitspraak van de rechter.

Zie verder de brochure “Mijn werkgever kan mij niet meer betalen!” (uitgave van het UWV)

2. Werktijdverkorting
Het kan voorkomen dat de werkgever buiten zijn schuld tijdelijk geen werk heeft voor zijn personeel. Als dit
verband houdt met de aard van het bedrijf, dan is dat een normaal bedrijfsrisico en zal de werkgever het
loon onverminderd moeten doorbetalen.
Sommige buitengewone omstandigheden worden niet tot het normale ondernemersrisico gerekend.
Bijvoorbeeld brand of een overstroming. Als de werkgever door die omstandigheden minder arbeidskracht
nodig heeft, dan kan hij een vergunning voor werktijdverkorting aanvragen bij het ministerie van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid.
Als het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een vergunning voor werktijdverkorting heeft
verleend, dan krijgen de werknemers voor de niet-gewerkte uren misschien een tijdelijke WW-uitkering. De
loonkosten worden hierdoor beperkt, terwijl de werknemers volledig in dienst blijven. De vergunning geldt
maximaal 6 weken. Als de situatie binnen die termijn verbetert, dan kan het personeel weer gewoon aan
het werk. Als er geen verbetering is kan de vergunning verlengd worden.

De werknemers krijgen een tijdelijke WW-uitkering als ze voldoen aan de eisen van de Werkloosheidswet.
Het UWV betaalt de WW-uitkering aan de werkgever. Die betaalt in de meeste gevallen het volledige loon
uit. In de cao of arbeidsovereenkomst kan geregeld zijn hoe werkgever en werknemers moeten handelen.
Net als bij de “gewone” WW moeten de werknemers met een tijdelijke uitkering het UWV op de hoogte
stellen van belangrijke wijzigingen in hun situatie. Dat geldt ook voor ziekte, vakantie en neveninkomsten.
Als het tekort aan werk langer dan 6 weken blijft aanhouden en de werkgever heeft een nieuwe vergunning
voor werktijdverkorting gekregen, dan moeten de werknemers met een WW-uitkering op zoek gaan naar
een (tijdelijke) baan bij een andere werkgever. Dat geldt vanaf het moment van de verlenging. UWV-
WERKbedrijf kan hen hierbij ondersteunen. Werknemers moeten zich uiterlijk op de tweede dag na
verlenging van de vergunning inschrijven bij UWV-WERKbedrijf.

Bijzondere regeling werktijdverkorting
Werkgevers die door de economische crisis acuut omzetverlies hebben geleden, hebben ook
werktijdverkorting kunnen aanvragen. Dit was een speciale regeling die kort heeft geduurd. De regeling is
opgevolgd door de regeling voor Deeltijd-WW (zie hierna).

3. Verlet wegens weersomstandigheden
Bij extreme weersomstandigheden kan het bedrijf stil komen te liggen. Bijvoorbeeld bij strenge vorst, hoog

Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012                                               17
water of harde wind. Als er een direct verband is tussen het werk en de extreme weersomstandigheden,
dan krijgen de werknemers de mogelijkheid een WW-uitkering wegens onwerkbaar weer aan te vragen.
Werknemers kunnen WW wegens onwerkbaar weer ontvangen als aan de volgende voorwaarden is
voldaan:
- De werkgever moet er alles aan gedaan hebben om te voorkomen dat er niet gewerkt kan worden.
- De werknemers moeten werknemer zijn volgens de Werkloosheidswet.
- De werknemer kan alleen door onwerkbaar weer niet werken. Er zijn dus geen andere redenen
  waarom hij niet kan werken.
- De werknemer kan per week minimaal 5 uur niet werken. Als de werknemer normaal minder dan
  10 uur per week werkt, dan moet hij per week minimaal de helft van zijn uren niet kunnen werken.
- Het onwerkbare weer valt niet meer onder uw normale bedrijfsrisico.

De werknemers moeten normaal voldoen aan de voorwaarden voor WW, behalve aan de wekeneis. Het kan
zijn dat er in de CAO speciale afspraken zijn vastgelegd. Denk bijvoorbeeld aan onze bouwsector.
Het onwerkbare weer moet door de werkgever bij het UWV worden gemeld op de eerste werkdag waarop de
werknemers niet kunnen werken. Dit geldt ook als de werkgever de eerste dagen het loon van de
werknemers nog moet doorbetalen (zogenaamde wachtdagen).
De financiële gevolgen van onwerkbaar weer horen gedeeltelijk bij het normale bedrijfsrisico. Daarom moet
de werkgever het loon eerst zelf doorbetalen. Duurt het onwerkbare weer langer dan wat voor het bedrijf
onder het normale bedrijfsrisico valt, dan hoeft de werkgever het loon niet meer door te betalen. De
werknemers krijgen dan een uitkering.

Wanneer krijgen de werknemers géén WW wegens onwerkbaar weer? In periodes met onwerkbaar weer
tellen de volgende dagen niet mee:
- feestdagen;
- bijzonder verlof;
- rustdagen;
- atv-uren en roostervrije dagen;
- vakantiedagen, verlofdagen en verplichte snipperdagen;
- al vastgestelde ‘extra verlofdagen’ voor oudere werknemers;
- dagen waarop de werknemer in detentie is.

4. Deeltijd-WW
Tijdens de huidige economische crisis kan het voorkomen dat de werkgever minder werk voor zijn
werknemers beschikbaar heeft. De werkgever kan mogelijk gebruikmaken van deeltijd-WW. Dit is een
tijdelijke regeling waardoor de werkgever zijn werknemers in dienst kan houden tijdens deze moeilijke
periode. De werknemers werken dan tijdelijk minder, zonder dat ze ontslagen worden. Als de economische
situatie verbetert, kunnen de werknemers weer volledig aan de slag.

Van 23 juni 2009 tot 20 juli 2009 kon geen deeltijd-WW worden aangevraagd. Op 23 juni 2009 was het
beschikbare budget op. Vanaf 20 juli 2009 is er weer geld beschikbaar, dus vanaf 20 juli 2009 kan er weer
aanvragen ingediend worden. De regeling is met ingang van die datum wel veranderd.
Werknemers kunnen maar 1 keer gebruikmaken van de regeling.
Na 1 januari 2010 kan geen nieuwe aanvraag meer worden gedaan. Als al vóór 1 januari 2010 gebruik
wordt gemaakt van de regeling, dan nog wel vragen om verlenging worden gevraagd.
Voor de regeling is een maximum bedrag beschikbaar. Is dit bedrag al vóór 1 januari 2010 toegewezen,
dan stopt de regeling en geen aanvraag meer worden gedaan.

De urenvermindering is minimaal 20% en maximaal 50% van het volledige aantal uren van een werknemer.
Bij het maken van de afspraken hoeft er geen rekening te houden met een opzegtermijn voordat de


18                                            Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012
urenvermindering ingaat.
Het dienstverband van werknemers die minder gaan werken mag tijdens de urenvermindering niet
eindigen. Dit geldt ook voor werknemers die met pensioen zouden gaan of voor werknemers met een
tijdelijk contract dat niet verlengd zou worden.
De urenvermindering duurt 13 kalenderweken. Er moet (!!) meteen worden vastgelegd dat de werkgever
van plan is om deze periode minimaal 1 keer met 13 weken te verlengen. Het verlengen kan maximaal 4
keer gebeuren, ieder keer voor 13 weken.
Er worden afspraken gemaakt voor een aaneengesloten periode, dus zonder onderbreking.
Na afloop van de urenvermindering gaan uw werknemers weer hun volledige aantal uren werken. Zij
kunnen in een periode van 13 weken aansluitend aan de deeltijd-WW niet ontslagen worden. Gebeurt dat
toch, dan moet de werkgever de ontvangen deeltijd-WW-uitkering terug betalen (zie hierna). Als de
urenvermindering langer dan 39 weken heeft geduurd, dan moeten zij minstens 1/3 van de periode van de
urenvermindering weer hun volledig aantal uren werken en kunnen in deze periode niet ontslagen worden.

Scholing en detachering
Ook worden er afspraken gemaakt over scholing van de werknemers. De werknemers die een scholing
volgen vergroten zo hun kans op werk. Niet alleen het krijgen van scholing kan worden geregeld. Ook
kunnen werknemers aangewezen worden om andere werknemers te scholen.
Zij moeten dan scholing geven aan werknemers die korter dan een jaar bij de werkgever in dienst zijn of
werken op basis van een stageovereenkomst. Werknemers die scholing geven hoeven geen scholing te
volgen. Het aantal werknemers dat scholing geeft mag niet hoger zijn dan het aantal werknemers en
stagiairs dat scholing volgt. Ook moet de werkgever het mogelijk maken dat werknemers tijdelijk bij een
andere werkgever gaan werken (detachering).

Uitkering en loon
De werknemers krijgen over de uren waarvoor zij deeltijd-WW aanvragen een WW-uitkering, als zij aan de
voorwaarden daarvoor voldoen. Zij krijgen geen loon over de uren die zij niet werken volgens de
afsprakenovereenkomst. Als de werknemer niet aan de voorwaarden voor een WW-uitkering voldoen, moet
de werkgever het volledige loon betalen.

De verplichtingen van de werkgever
- Tijdens de urenvermindering moet de werkgever in ieder geval het loon betalen over het afgesproken
  aantal uren dat de werknemer nog werkt. Het gaat hierbij om het totaal aantal uren per periode van
  13 weken.
          Bijvoorbeeld: er wordt afgesproken dat de werknemer 20 uur per week werkt. De werkgever moet
          dan in een periode van 13 weken loon betalen over (13 x 20 =) 260 uur. De uren mogen zo
          verdeeld worden dat de werknemer een aantal weken helemaal niet werkt en een aantal weken
           40 uur, als er maar loon betaald wordt over die 260 uur.
- De werkgever moet UWV een vergoeding betalen als hij zich niet houdt aan de voorwaarden voor
  deeltijd-WW.

De verplichtingen van uw werknemer
Als de werknemers WW krijgen, hebben zij verplichtingen. Een aantal van de gewone WW-verplichtingen
geldt niet als zij deeltijd-WW krijgen. Zij hoeven:
- niet te solliciteren.
- zich niet bij het UWV-WERKbedrijf in te schrijven als werkzoekende.
- geen ander (deeltijd)werk te accepteren dan u hun aanbiedt.
- geen andere opleiding te volgen dan u hun aanbiedt.

De afspraken over de urenvermindering, scholing en detachering, gemaakt tussen werkgever en een

Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012                                               19
vertegenwoordiging van de werknemers: vakbonden, ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging,
worden vastgelegd in een afsprakenovereenkomst. Daarvoor is een standaard formulier beschikbaar, maar
de betrokken partijen kunnen ook zelf een overeenkomst opstellen.
Als de werkgever en de vertegenwoordiging van de werknemers het niet eens kunnen worden dan kan het
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om bemiddeling worden gevraagd. Worden de partijen
het ook niet eens na bemiddeling, dan kan de werkgever, na toestemming van het ministerie, afspraken
maken met de individuele werknemers zelf.

De urenvermindering / deeltijd-WW kan verlengd worden. Hoe vaak dat kan, hangt af van het aantal
werknemers dat gebruikmaakt van deeltijd-WW. Voor een verlenging wordt een nieuwe
afsprakenovereenkomst opgesteld. Verder moet aangegeven worden wat er zoal is gedaan aan scholing en
detachering, en wat er de komende periode daaraan gaat gebeuren.
Als een werkgever gebruikmaakt van deeltijd-WW, moet zij zich houden aan de voorwaarden. Anders moet
de werkgever aan UWV een vergoeding betalen. De hoogte van deze vergoeding hangt af van de uitkering
die UWV aan een of meer van de werknemers heeft betaald. Hierbij gaat het om de uitkering over hele
periode van deeltijd-WW, of over (een deel) van de uitkering over een periode van 13 weken van deeltijd-
WW.
In het schema hieronder ronder staat vermeld welke vergoeding de werkgever moet betalen in de
verschillende situaties.


Situatie                                                  Vergoeding die u moet betalen
                                                          De gehele uitkering van die werknemer over de
Het dienstverband van een werknemer eindigt tijdens
                                                          periode van 13 weken waarin het dienstverband
deeltijd-WW.
                                                          eindigt.
                                                          De gehele uitkering van die werknemer over de
De urenvermindering was in de praktijk meer dan 50%.      periode van 13 weken waarin de
                                                          urenvermindering meer was dan 50%.
                                                       De gehele uitkering van die werknemer over de
De urenvermindering was in de praktijk minder dan 20%. periode van 13 weken waarin de
                                                       urenvermindering minder was dan 20%.
                                                          De gehele uitkering van die werknemer over de
De eerste periode van deeltijd-WW is niet verlengd.
                                                          eerste periode van deeltijd-WW.
De werknemer blijft of wordt (geheel of gedeeltelijk)
werkloos in de 13 weken na afloop van deeltijd-WW.
                                                       De helft van de uitkering van die werknemer
Duurt de deeltijd-WW langer dan 39 weken? Dan duurt de
                                                       over de hele periode van deeltijd-WW.
periode waarin de werknemer niet werkloos mag zijn 1/3
van de totale periode van deeltijd-WW.
                                                          De gehele uitkering die tijdens de hele periode
Een of meer werknemers hebben te veel uitkering
                                                          van deeltijd-WW is betaald aan alle
gekregen omdat zij niet aan UWV hebben doorgegeven
                                                          werknemers, maar zonder de uitkering die te
dat zij meer uren hebben gewerkt dan was afgesproken.
                                                          veel is betaald.
In een verlengde afsprakenovereenkomst staat onjuiste     De gehele uitkering die tijdens de hele periode
informatie over de scholing in de vorige periode van      van deeltijd-WW is betaald aan alle
deeltijd-WW.                                              werknemers.




20                                             Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012
De vergoeding die aan het UWV betaald moet worden, bestaat uit:
* de bruto WW-uitkering;
* de daarover door UWV verschuldigde premies;
* de vergoeding voor de Zorgverzekeringswet.

De werkgever hoeft geen vergoeding te betalen als:
* de werknemer is ontslagen wegens dringende reden (bijvoorbeeld ontslag op staande voet);
* de werknemer zelf ontslag neemt;
* het dienstverband op verzoek van de werknemer wordt ontbonden

Dia 23                                    Bedrijfstak eigen Regeling (BETR)
                                          Extra aanvullingen tijdens WW vanuit de volgende CAO’s:
                                          Afbouw                    Mortel
                                          Bitumineuze               Natuursteen
                                          dakdekking                Schilders
                                          Bouw                      Waterbouw

Toelichting dia 23: Bijzondere omstandigheden
In een aantal CAO’s zijn regelingen opgenomen, speciaal bestemd voor hen die een WW-uitkering
ontvangen. In module 6 is uitvoerig aandacht besteed aan de Bedrijfstakeigen Regelingen.




Leergang IBB – Module 9 – De WW –tekst (aug 2010) 2-10-2012                                         21

								
To top