Historiografie oudheid gedeeltelijke samenvatting cursus

Document Sample
Historiografie oudheid gedeeltelijke samenvatting cursus Powered By Docstoc
					                               [Historiografie in de oudheid]
                                           [2011-2012]




Professor: Prof. Stefan Schorn
Handboek: SCHEPENS, G., Historiografie in de Oudheid, Leuven, 2010.

Gemaakt door: Elise Gazen
Opmerkingen: samenvatting cursus; enkel inleiding en hoofdstukken één en twee.

Noch Project Avalon, noch het monitoraat, noch Historia of eender ander individu of instelling zijn
verantwoordelijk voor de inhoud van dit document. Maak er gebruik van op eigen risico.
           Historiografie van de Oudheid: samenvatting (deel 1)

I . inleiding
1) inhoud en belang
a) de titel ‘historiografie in de oudheid’
definitie?
Historiografie < Historie
        = een vorm van weten die op getuigenissen berust
Van Dale:
    - "historiografie = geschiedschrijving: Athene is de geboorteplaats der historiografie"
    - "het schrijven van geschiedenis, van historische werken"

Vanaf het ontstaan van het historisch onderzoek @ Hellas in de 5de E v.C. hebben
    - Praktijk
    - Kritisch-filosofische reflectie         een lange evolutie achter de rug
Geschiedschrijving @ de tijd van de Grieken en Romeinen
        ≠ een duidelijk omlijnde autonome wetenschap
        = in een pre-institutionele fase van geschschrijven
                Er waren geen opleidingscentra
                               Werkinstrumenten (handboeken, tijdschriften, bibliografieën
     De antieke gesch.schrijvers schreven niet voor een wet. Gespecialiseerd publiek.
                                              ! voor alle sociale lagen lezerspubliek
                               de
                 Polybius (2 E v.C.) die zijn publiek = kleinere kring van pol. Elite.
Binnen de traditie van de ‘antieke’ geschiedschrijving profileren de Griekse en Romeinse
historiografie zich met elk hun eigen kenmerken als zelfstandige entiteiten.
        Rome                  Griekenland
        = R heeft een sterk gevoel van identificatie met de eigen staat
        = R gebruikt het mos maiorum




-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
I. De beginfase van de griekse gesschiedschrijving
1) Kenmerken van historiografie en Historische teksten uit het oude nabije oosten
Voordat men kan spreken van historiografie moet het aan een # kenmerken voldoen:
    1) Waarheid als doelstelling
       Annalen van de Hettitische koning Mursilis II (1350-1320 v.C.)
               = in spijkerschrift & beschrijft de wapenfeiten van hem en zijn generalen
               ! is eigenlijk = verheerlijking van de koning
                                       Wrm? om zijn legitimiteit te verzekeren
                                       ! is daarom niet per se waarheidsgetrouw
                NU: historicus moet waarheid als hoofddoel hebben in zijn werk
    2) Publiek
       Annalen van Thoutmosis III (ca. 1490-1433) op de muren van de tempel van Karnak
               = delen van deze inscriptie stonden op plaatsen die niemand kon lezen
                                       Wrm? religieuse context
                NU: een historicus heeft een publiek nodig
    3) Narratief
       Moeten een verhaal vertellen ipv bevoorbeeld een opsomming
    4) Zin voor wetenschappelijk onderzoek over het verleden; bewustzijn dat de
       overlevering uit veel multisubjectieve waarheden bestaat
       boeken van het Oude Testament: Samuel, Kronieken en Daniel
               = opgeschreven vele jaren na de gebeurtenissen
               ≠ historiografie
                        Wrm? doel = geloofswaarheden
    5) Rationele verklaring van het gebeuren zoeken
       Men moet het verleden op een wetenschappelijke methode benaderen via elke
       gebeurtenis op een rationele manier te achterhalen
        God in het oude testament
               !!! Bij Herodotos wel sprake van (To Theion) het goddelijke
                        Dus er kan sprake zijn gesch.schrijving bij dit punt, maar er moet dan
                        meer in staan dan het goddelijke alleen.
    6) Oorzakelijk verklaren van het gebeuren
    7) Schrijven in proza-vorm
    8) keuze maken tussen vermeldenswaardige en niet vermeldenswaardige informatie
    9) gebruik van ooggetuigenissen; rol van de directheidgraad van de getuigenis
Samenvattend:
zin voor historisch ‘onderzoek’
         Kritische stellingname tegenover de overlevering
               = een kenmerk van de ‘Westerse geschiedschrijving
                        Die ° in de Griekse poliswereld en in de 5de eeuw v.C. doorbreekt

2) het historisch bewustzijn in de poëzie
Historiografie = laatkomer in de Griekse literatuur;
        Wachten tot het midden van de 5de eeuw v.C. voor de 1ste historiografische geschriften
! in een # genres vind men al uitingen voor historische belangstelling en historische methode
1) Homerische epos
   < Ilias & Odyssee
   ° +/- 750 v.C.
   Geschreven door Homerus
   = oudst bewaarde griekse dichtwerk
   Historiografisch?
- Behandeld een historisch thema
                Ilias < bespreekt een aantal dagen van trojaanse oorlog van 10 jaren
                           ! veel kans dat de Trojaanse oorlog daadwerkelijk heeft
                           plaatsgevonden
                Odyssee < de tocht van Odyssee
- Aandacht voor de oorzakelijke samenhang tussen episodes
- Gebeurtenissen objectief beschreven
           Hoe? Probeerd standpunten van de Trojaanse vijand
                                                  Vreemde naties              weer te geven
                                                  Verschillende soc. Rangen
                   Probeerd de vijand (Trojanen) niet als slechten af te beelden
- Chronologisch bewustzijn
           Hoe? Maakt een verschil tussen tegenwoordige tijd en Toen, wnr de mensen
                 sterker waren en men van een goude geslacht kon spreken  nu een
                  zilvere geslacht
- Gebruik van redevoeringen, zoals later in de historiografie
           Hoe? Hoofdfiguren rechtstreeks aan het woord te laten
           Wrm? conflictsituatie door te lichten
           = een criteria voor historiografie toen
- Aanwezigheid van etnografische, geografische en historische beschrijving
            Thycidides: geen etnografie en nauwelijk geografie
- oorzakelijk verklaren van het gebeuren
- focus op militaire geschiedenis
           vele historici uit de oudheid leggen hun focus op militair ipv andere takken van
           de geschiedenis
- maakt een keuze tussen vermeldenswaardige en niet vermeldenswaardige informatie
   ! Toch is de Ilias & Odyssee ≠ historiografie, = poëzie
   Wrm?
- De goden bepalen de geschiedenis
- Het is in verzen geschreven en historiografie moet in proza zijn
           Wrm? maakt het moeilijk om wet. En obj. Te blijven
                   Proza maakt het gemakkelijker zaken te beschrijven en verduidelijken
- niet het resultaat van wetenschappelijk onderzoek
           Zijn bron van waarheid = de Muze
                           Die hij in het begin van zijn werk aanroept
   ! Toch werd Homerus in de oudheid gezien als historicus

2) Hesiodus (+/- 700 v.C.)
 Werken:
- werken & dagen
- Theogonie
  Elementen van Historisch bewustzijn?
  Besef van een onderscheid tussen de wereld van het heden en die van het verleden
  waarin zijn helden opereren. ( zoals bij Homerus)
   @ werken & dagen
          = verhaal over 5 mensengeslachten
                 1) Gouden geslacht (ten tijde van Kronos)
                 2) Zilveren geslacht
                          = dwaas en hooghartig
                          = weigerde offers te brengen aan de goden => vernietigd
                 3) Bronzen geslacht
                          = gingen aan hun eigen gewelddadigheid ten onder
                 4) Geslacht van helden
                          = rechtvaardiger & edeler
                          = Deel kwam om in oorlogen in Thebe en Troje
                            Deel kreeg een woonplaats aan een ver “eilanden van
                            Gelukzaligen”
                 5) Ijzeren geslacht
                          = de generatie van de dichter (Hesiodus)
                          = leven in kommer en kwel
 Hesiodus volgt dus het idee dat mensen vroeger beter waren en gelukkiger leefden dan
  die van zijn eigen tijd.
          = idee van continu neergang van het mensengeslacht
   Theogonie
          = probeerd een genealogische relatie te vinden tussen de helden en de goden
          Hoe? Probeerde orde en chronologie te brengen in de disparate genealogische
                Tradities
                 = mythes op een kritische manier bestuderen
 Dit werk leidde tot het ° van etnische eenheid onder de Grieken.
  ! Toch is nog een aantal zaken waarom het geen historiografie is:
- Ontbreekt het bewustzijn dat men geen echte kennis over zaken kan krijgen als men
  werkt met mythes
- Rekende de tijd in generaties ipv. In cijfers
- Zijn inspiratiebron = de muze (zoals bij Homerus)

3) Lyrische poëzie
   Kende in de archaïsche periode(700-500 v.C.) een grote bloei
   Wat? Behandelde ‘actuele’ historische thema’s en beschrijvingen
          = men begon nu ook recenter verleden te bespreken
   Wie?
- Mimnermus
          Wat? Smyrneïs: veldtocht van de lydische koning Gyges tegen Smyrna.
             Info? Van zijn voorouders, die ooggetuigen waren van deze daad
   -   Panyassis van Halicarnassus
             Wie? Oom van Herodotos
             Wat? Ionica: stichtingsgeschiedenis van een stad
                            de samenhang onderling tussen Ionische poleis
   -   Simonides van Ceos
             Wat? ‘overwinningsliederen = Epinicia
                            = grote veld –en zeeslag van de Grieken  Perzen

   4) Dramatische dichterkunst
      Wie?
   - Aeschylus
               Wat? Persae
                       = historisch thema
                       = had een presentatie en interpretatie die nodis is voor geschschrijven
    ! al deze hebben geen historiografie behandeld: de bedoeling van de auteurs was niet
      (altijd) historisch correcte informatie te overleveren; vaak geen historisch-kritisch
      bewustzijn,
               ! Moest mooi in de oren klinken en vermaken
                 Wilden overwinnaars ophemelen
                 Dichters ipv historici
                 Nog geen historisch bewustzijn

3. de proza-voorgangers van Herodotos
methode van de natuurfilosofen beïnvloedt latere historici:
        Via rationele verklaring van de wereld;
           Filo:      Thales: de oerstof(arché) = water, en dit is overal aanwezig
                             Heeft ook een zonsverduistering kunnen voorspellen
                      Anaximander: de oerstof = substantie (apeiron)
                             Bestudeerde het ontstaan en ondergang van de kosmos
                                           De ontwikkeling van de mensheid
           Al deze filosofen kwamen uit Milete, een kleine stad in Azië, en zo heeft deze stad
           ook een actieve rol gespeeld in dit proces.
               Hoe? Had veel overzeese (handels)relaties
                      Had veel denkers aanwezig die een kritischer visie verbeterde
                             => ° van de historia als onderzoek
                             => historische verbeteringen
                                            Hecataeus van Milete
     deze methode van ‘nieuw & modern‘ denken heeft invloed gehad op de historiografie
                             de logos vervangt de mythos.

De zogenaamde logografen
logografen = ‘schrijvers van logoi’, d.i. schrijvers van prosateksten in tegenstelling tot
             dichters en onderwerpen gebruiken van historisch belang
             = de oudste Griekse ‘geschiedschrijvers’
                 ! weinig bewaard van gebleven, enkel fragmenten
        ! Volgens Thucydides zijn de logografen vertellers van leuke, maar niet altijd juiste
        verhalen. Daarom zijn ze volgens hem gelijk aan de dichters.
         Thuc. 1,21,1 "(Men doet er beter aan de oudste geschiedenis volgens de
             beschikbare ‘aanduidingen’ kritisch te reconstrueren) en geen geloof te schenken
             aan de overdreven voorstellingen van de dichters, zoals zij deze dingen hebben
             bezongen, noch aan de verhalen van de logografen, die liever het oor willen
             strelen dan de waarheid vermelden, onbewijsbare dingen die geen geloof
             verdienen en in de loop van de tijd tot het rijk van de sagen zijn overgegaan."
                 => Negatieve conotatie van deze groep
        de
Wnr? 2 helft 6de E v.C. & de hele 5de E v.C.
Wat? Hebben bijgedragen tot het ontstaan van de geschiedschrijving
        ! zijn nog geen echte historici
                 + : historische thema’s
                 - : behandelen ook de gesch. Van de Goden
        Dankzij Herodotos’ geschiedwerk zijn hun literaire kwaliteiten in de schaduw beland
        ! Toch hebben ze een bepalende rol gespeeld tot de ontwikkeling van Herodotos werk
De rol in het ontstaansproces van de Griekse geschschrijving?
   - Maar weining fragmenten van bewaard gebleven
   - Problemen met de getuigenis van Dionysius van Halicarnassus(historicus < Rom
        keizerrijk)
                 Hij heeft zich uitgesproken over de kenmerken van de oudste Griekse gesch
                 Schrijvers
                         1) De gesch van voor Herodotos & Thucydides zijn (volgens
                             Dionysius) een relaas waarin de historische gebeurtenissen nog niet
                             tot een samenhangend geheel met elkaar verbonden waren
                         2) Maakt een onderscheid tssn de oudere en jongere generatie
                                 Hecataeus van Milete = de belangrijkste vertegenwoordiger van
                                 de oudere generatie voor Herdotos
                             “Vóór de Peloponnesische oorlogen leefden er heel wat oude
                             schrijvers, op veel verschillende plaatsen. Het gaat om auteurs als
                             Eugeon (Euagon?) van Samus, Deiochus van Proconnesus,
                             Eudemus van Parus, Democles van Phygela, Hecataeus van Milete,
                             Acusilaus van Argos, Charon van Lampsacus en Melesagoras van
                             Chalcedon. Auteurs die kort vóór de Peloponnesische oorlog
                             kwamen en leefden tot in Thucydides' tijd waren Hellanicus van
                             Lesbos, Damastes van Sigeum, Xenomedes van Chius, Xanthus de
                             Lydiër en vele anderen."
                         3) Geeft hun behandelde ond en methode van onderzoek weer
                             “ze streefden allen 1 hetzelfde doel na: de publicatie, van de lokale
                             bewaarde tradities en van de geschreven documenten; die brachten
                             ze iedereen ter kennis, in de vorm waarin ze die aantroffen, zonder
                             er iets aan toe te voegen of er iets van weg te laten.”
                       ! deze uitleg geld niet voor alle logografen. Want als we Dionysius
                       theorie volgen, is lokale gesch 1 van de oudste vorm van griekse
                       gesch schrijven.
                        De griekse gesch.schrijving is volgens 5 verschillende subgenres
                       ontwikkeld. (volgens Jacoby, een belangrijke classici < 20ste eeuw)
                       1) Genealogische-mythische geschriften
                       2) Etnografische geschriften
                                   Door kennismaking met vreemdere volkeren
                       3) Zeitgeschichte = eigenlijke geschiedenis
                                   Waaronder Herodotos
                       4) Chronografie
                       5) Horografie
                                   Lokale geschschrijving
A) De periplusliteratuur
   Volgens professor hoort deze NIET bij de logografen, maar moet ze gezien worden als
   een aparte groep  cursus)
   Periplus = de titel van meerdere boeken
                  Ond? Reisgidsen voor zeevaarders, die inlichtingen gaven bij bepaalde
                  koersen.
                  Welke info? Afstanden, havens, drinkplaatsen, gevaarlijke
                  zeestromingen, de bewoners van bepaalde plaatsen met info (bv hun
                  gastvrijheid),...
                  Wrm? in het kader van de kolonisatie en handelstoename van de Gr.
   Wie?
   1)     Scylax van Caryanda
                  = een zeeman
       Rond 515 v.C. door bevel van Darius I van Perzië, een tocht maakte naar de
       monding van de Indus en zo via het arabische schiereinalnd naar de landengte van
       de Suez.
          Deze tocht heeft hij genoteerd in : Dat wat met Heraclides de koning van de
                                               Mylassers te maken heeft
                                                  < vooral uit etnografische + geografische
          = info gebruikt door Hecataeus van Milete voor zijn werk
B) Hecataeus van Milete
   Wnr? +/- 550-475 v.C.)
   Wie? < hoog-adellijke Milesische familie (wiens stamboom terug gaat op een
          goddelijke voorvader)
          Politieke rol gespeeld, doordat hij goed op de hoogte was van de internationale
          geopolitieke machtsverhoudingen
                  Hoe? Heeft verschillende buitenlandse reizen gemaakt (waaronder
                           Egypte) en heeft zo de wereldkaart van Anaximander
                           vervolledigd
   Werken?
   1) Periodos ges/ Perigesis = “reis rond de wereld”
       < 2 boeken
       Info? Namen van steden & rivieren, hun geografische ligging, klimaat, fauna
       en flora, etnografische info, ...
       kan vergeleken worden met de Periploi, maar toch verschillend:
       1) Hij beperkt zich niet tot de kustgebieden  Periploi wel
       2) Hij is niet enkel descirptief, maar steld ook vragen over de geografie
                       Volgens hem bestaat De wereld < grote
                       schijf met oceanus omgeven, die in
                       verbinding staan met rivieren. De schijf
                       < 2 delen, Europa & Azië (=Azië +
                       Afrika)
    Bronnen?
    1) Eigen waarnemingen tijdens zijn reizen
    2) Inlichtingen van reizigers die de drukke havenstad Milete bezochten
       Wereldkaart van Hecataeus van Milete




2) Genealogiae = stambomen
      < 4 boeken
      Info? Hecataeus geeft zijn persoonlijke visie van de verhalen met betrekking
              tot de Griekse ontstaansgechiedenis, waarin helden en half-goden een
              rol speelden
              => doel: Hij wil de ware versie van de mythes weergeven
                       = zelfbewustzijn van de historicus
      ! toch liet hij zich leiden door een persoonlijke & subjectieve kritiek
              Hoe?
               1) Het schrappen van zuiver mythische informatie
                   “Zo spreekt Hecataeus van Milete: ik beschrijf de dingen zoals ze
                   mij waar toeschijnen, want de verhalen van de Grieken zijn talrijk
                   en, naar ik meen, belachelijk.”
                       Hij schrijft over zichzelf in de 1ste persoon + de 3de persoon (heel
                                 typisch toen)
                         2) Reduceren van abnormale gegevens tot meer redelijke proporties
                             Vb: Hecataeus beweerd dat Aegyptus geen 5O zonen had, maar
                             “naar zijn persoonlijke overtuiging zelfs geen 2O”
                                 Hij banaliseert de overlevering
                 ! toch probeerde hij volgens Herodotos heel ernstig zijn eigen stamboom zo te
                 schikken dat die terug ging op een godelijke voorvader
                         = hier ontbreekt nog het kritisch bewustzijn
                 ! toch probeerd hij een chronologisch systeem op te bouwen, dat een element
                 heeft gespeeld in de verdere ontwikkeling van de verantwoorde chronologie
              MAAR men mag Hecataeus nog niet bestempelen als de 1ste griekse historicus, al
              betekend zijn kritische houding tegenover de traditie een belangrijke verworven-
              heid voor het ontstaan van de echte historiografie

   C) Lokale en regionale ‘geschiedschrijvers’
      1) Xanthus van Lydië
          Werk? Lydiaca (=wat met Lydië te maken heeft)
                      = de oorsprong + gesch. Tot ondergang onder de Croesus
          Methode? Geografische + klimatologische + fysiologische + linguïstische + volkse
                      sagen => zo historisch mogelijke conclusies (geprobeerd) te komen
          Bronnen? Zou gebruik gemaakt hebben van officiële bronnen
          Wie? = ouder dan Herodotus
                Hij bezorgde Ephorus aan Herodotus
                      = Herodotus gebruikte Xantus’ werk als bron
      2) Charon van Lampsacus
          = ouder dan Herodotus
          Werken?
          1) kroniek van Lampsacus
          2) een chronografisch werk over Sparta (Prytaneis van Sparta)
              Heeft persoonlijk onderzoek geleverd in Sparta voor zijn werk
              Vermeld gebeurtenissen die ook Herodotus behandeld, maar in minder detail
              dan Herodotus
                      => aannemen dat Herodotus Charon als bron kan gebruikt hebben, maar
                      door de meerdere details niet uitsluitend hem heeft gebruikt
          3) etnografische werken over Afrika en Creta
          4) geschiedenis van de Perzische Oorlog
          5) Hellenica (= eigentijdse griekse geschschrijving)
   Conclusie: wie is nu de eerste geschiedschrijver van de Grieken?
    misschien Scylax
    Xanthus en Charon zeer waarschijnlijk historiografen
    kwalitatieve sprong voorwaarts door Herodotus: interpretatie van de Perzische oorlog
      in een wereldhistorische context

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
II. De historiografie van de 5de eeuw v.C.
1) Herodotus
a) leven en werk
Geboren +/- 485 v.C. – gestorven +/- 425 v.C.
        Te Helicarnassus
        < aanzienlijke familie in een Carisch milieu
Doordat hij tegen het beleid van de Tiran Lygdamis was, verliet hij
Helicarnassus
     verbleef een lange tijd op Samos(eiland tegen de kust van
        Turkije)
        (een verklaring voor zijn overdreven belangstelling voor
        Samische aangelegenheden)
Reisde veel:
        1) Egypte
               Tot Elephantine
        2) Afrika
               Zoals de griekse kolonie Cyrene
        3) Groot deel klein-Azië
               Waaronder: Fenicië, Syrië, Palestina, Babylon & Macedonië
        4) Eilanden in de Egeïsche zee
        5) Steden op het Griekse schiereiland
               Waaronder Athene
                        Door zijn contact met Athene is Herodotus overgestapt van geografie en
                        volkenkunden + Historicus! En heeft hij zo het zwaartepunt van zijn
                        onderzoek naar de Perziche oorlog hebben verlegd.
Uiteindelijk zal hij uitwijken naar Thurii in Zuid-Italië, waar hij het burgerrecht verkreeg

Werk?
Zijn werk heeft geen eigenlijke titel.
     Men gebruikt daarvoor nu de beginwoorden van zijn onderzoek:
               historias apodeixis = verslag van het onderzoek => HISTORIAI
                       = het 1ste griekse prozawerk dat bewaard gebleven is
                       < 9 boeken, elk boek draagt de naam van een Muze
       (zie blz. 55 voor zijn 9 boeken, elk hun naam en wat ze behandelen)
       Hoofdonderwerpen: opgang lydische & Perzische rijk
                               Gesch van Egypte
                               Regeringsjaren van Darius
                                       Tocht  Scythen
                                       Ionische opstand
                               Slag Perzen  Grieken
                                       Slag bij Marathon
                               Xerxes  Grieken
                                       Griekse overwinning
                               = perzische oorlogen
                                  ?DE RODE DRAAD? De expansie van het Perzische rijk
                “Bij mijn weten is deze Kroisos, en geen ander, de eerste niet-Griek geweest
                die rechtstreeks met de Grieken in aanraking kwam door hen te onderwerpen
                of een verbintenis met ze aan te gaan. Zo legde hij de Ioniërs, Aioliërs en
                Doriërs in Azië schatting op en sloot hij een verdrag met Sparta. Vóór zijn tijd
                waren alle Grieken onafhankelijk geweest…" (1,6)
      Herodotos beschouwde de Lydische koning Croesus als eerste niet-griek die in
        conflict kwam met de grieken
 ste
1 hoofdstuk? Prooemium (zie artikel 1)
         Begin? “Herodotos is mijn naam, ik kom uit Halikarnassos en maak hierbij het
            verslag wereldkundig van het onderzoek dat ik heb verricht om de herinnering aan
            het verleden levend te houden en de grootste, indrukwekkende prestaties van de
            Grieken en andere volkeren te vereeuwigen. Ik stel bij dit alles voornamelijk aan
            de orde door welke oorzaak zij met elkaar in conflict zijn gekomen.”
                -> hierin staat duidelijk beschreven wat Herodotus gaat behandelen als ond.
                         - wil het verleden schilderen
                         - het is een gesch van mensen (niet van Goden)
                         - ruime conceptie van de inhoud van gesch. Schrijven
                         - wil de prestaties vereeuwigen
                         - wil de oorzaak van de oorlog achterhalen (maakt hem een historicus)
                         - de mythos wordt aan de kant geschoven
                         - heeft een cyclische conceptie van geschiedenis
        “Tot nu toe heb ik de Perzen en de Feniciërs aan het woord gelaten, maar ik heb er
        zelf ook wel wat over te zeggen. Ik spreek geen oordeel uit of ze al dan niet gelijk
        hebben. Nee, ik ga op mijn eigen kennis af en zal met naam en toenaam de man
        noemen die de werkelijke aanstichter van het kwaad jegens de Grieken is geweest.
        Daarna zet ik mijn relaas voort en bezoek ‘de mensensteden’, groot of klein, dat maakt
        niet uit. Want wat ooit groot is geweest, is vaak klein geworden en wat indertijd klein
        was, blijkt nu groot. Uit ervaring weet ik dat het menselijke geluk onbestendig is en
        daarom hoor je mij geen onderscheid maken tussen belangrijk of niet.”
Leidinggevende gedachten & motieven in de Historien
     1) Religieuze concepten
                Er zijn nog goddelijke elementen aanwezig, maar hij maakt toch duidelijk dat
                hij is beïnvloed door rationalisten (oa de sophisten)
                         To theion = het goddelijke
                         Hybris = overmoed
     2) Vrijheid despotisme
     3) De Griekse wereld
                Hij bewonderde de Atheense democratie
                Had een afkeer van het imperialisme
     4) Niet-grieken
                Hij was niet tegen alles wat barbaars was (= uitzonderlijk)
                         Bv: had veel bewondering voor Egypte
               => schreef zonder kritiek en systematisch de culturele identiteit van alle
               volkeren
Gebruikt in zijn werk de DIGRESSIE-TECHNIEK
                               = binnen zijn chronologisch raamwerk zijn er allerlei
                               uitweidingen die niet altijd over het thema gaan
Gebruikte Bronnen van Herodotus
Doordat de orale cultuur van de Grieken, Herodotus nog bepaald hebben, heeft hij niet alle
informatie uit geschriften van voorgangers gehaald.
Belangrijkste bronnen?
    1) Hecataeus van Milete
               Wat gebruikt? Informatie over het geografische
    2) Pherecydes
               Wat gebruikt? Informatie over genealogie
    3) Dionysius van Milete & Charon van Lampsacus
               Wat gebruikt? Informatie over historische gegevens over de Perzische oorlog
    4) Xanthus van Lydië
               Wat gebruikt? Zijn werk Audiaka voor de Lydische geschiedenis
       !MAAR: Herodotus zijn versies = gedetailleerder en uitvoeriger dan zijn ‘bronnen’
     Hij heeft ook elders info gehaald
       Waar?
    5) Informatie uit Poëtische literatuur (waaronder Homerus)
    6) Orakel(documenten)
    7) ! Uit Persoonlijk onderzoek tijdens zijn vele reizen heeft hij de meeste informatie
       gehaald
               Hoe? Archeologische overblijfselen
                               Opschriften, inscripties, ...
                       Taalkunde
                       Volksgebruiken
                       reisgidsen
                       MONDELINGE TRADITIE
                               = het belangrijkste deel van zijn onderzoek
                               Gebruikte individuele getuigen + ‘collectieve’ informatie
                                      Zoals Archias van Sparta              * < bewoners van
                                              Thresander v Orchomenoi verschillende landen
                                              Tymnes                        * Logioi: “degene
                                                                            die zich met de
                                                                            overlevering over
                                                                            het verleden bezig
                                                                            houden”
                                                                            * politieke en
                                                                            intellectuele elite
     Conclusie: Herodotus probeede zoveel mogelijk soorten bronnen te gebruiken die hij
       probeerde zo goed mogelijk te bekritiseren.
     “Het is mijn taak alles door te geven wat er wordt verteld, maar dat betekent niet dat
     ik ook alles moet geloven. Dit is mijn stelregel in het hele boek en om die reden vertel
     ik tot slot nog het volgende gerucht...”
    DAAROM IS HERODOTUS 1 VAN DE BELANGRIJKSTE BIJDRAGERS AAN
     DE ONTWIKKELING VAN DE GESCHIEDWETENSCHAP
                                                                         Wereld v. Herodotus
                                                                         Doordat Herodotus
                                                                         geloofde ‘waar bron-
                                                                         nen ontbreken, houdt
                                                                         ook de kennis op.’ Is
                                                                         zijn kaart minder
                                                                         volledig dan die van
                                                                         Heceataeus v.Milete
                                                                         (infra) (vb: zee rond
                                                                         Europa)




 Kritiek
 (zie artikel 2: A.Rijksbaron; Herodotus, de vader van geschiedvervalsing?)
 ((voorbeeld examenvraag over artikel: geef de Argumenten van Fehling?))
 Herodotos’ kritiek op zijn bronnen       = onsystematisch
                                              Alleen betrekking op details
        ! toch probeerd hij de de waarde van de bronnen te achterhalen
                = een belangrijke stap in de bronnenkritiek  werkwijze v voorgangers
 Hoe?
 1) Authenticiteitskritiek
 2) Datering van bronnen
 3) Rekening gehouden met karakter van literaire bronnen
 4) Directheidsgraad (van de getuigenissen)
         Hij maakt een duidelijk onderscheid tssn eigen waarnemingen (opsis) 
            mondelinge overlevering (akoe)
 5) gebruikte recentere gesch  logografen
     maakt een onderscheid tssn mytische voortijd  de echte historische periode
 6) Maar negatief: hij had geen kennis van vreemde talen

    Dit alles maakt dat Herodotus dus een ‘scheidsrechter’ was die, na elke partij zijn
        verhaal gehoord te hebben, zijn oordeel velt
Leidende gedachten?
Religie: (volgens Herodotos)
   1) De gesch loopt volgens Herodotus met een op –en neergang
                                                    Wordt bepaald door To Theion (=een
                                                     transcenderende kracht)
      To Theion zorgt ervoor dat de natuurlijke orde door menselijke daden niet w
      overschrijden!
         Bv: Xerxes is door zijn ‘overmoed’ daarom tenonder gegaan
   2) Het goddelijke komt ook tussen wanneer iemand te rijk, te gelukkig of te machtig is
   3) De goden zorgen er ook voor dat goed met goed & kwaad met kwaad blijft
      vervlochten
     Anderzijds: is ook kritisch tegenover het tussenkomen van goden in onze wereld
    Herodotus neemt dan ook afstand van de traditionele voorstelling van Goden

Menselijke vrijheid (volgens Herodotus)
Bij belangrijke beslissingen zijn menselijke en goddelijke motivering sterk vervlochten(zoals
bij Homerus)

Politieke voorkeur (van Herodotus)
Hij had bewondering voor de democratie van Athene
Maar hij heeft ook lof voor de prestaties van andere Griekse steden, vooral voor Sparta
Hij wijst in zijn werk ook op de zwakke punten van de Grieken:
        = onenigheid + onderlinge rivaliteit tssn de griekse ‘stadstaten’.
     Daarom is Herodotus een voorstander van een panhelleense eenheid
Herodotus had ook een respect voor de eigenheid van de verschillende (andere) volkeren
    - Hij waardeerde grote verwezenlijkingen van andere cultuurgebieden
    - Legde vreemde volksgebruiken, die door grieken barbaars waren, zeer zakelijk uit.
    - Veel bewondering voor de Egyptische beschaving
        ((zie artikel Rijksbaron -> vergelijking met Kolchiërs & Egyptenaren))
     Alle volkeren die door Perzië werden geregeerd, worden op een systematische en
        gedetailleerde manier verklaard.
     Herodotus verwerkt het politieke (perzische oorlogen) + culturele (volkeren
        beschrijven)

Taal en stijl
   1) Opvallende bouw
       Hij heeft verschillende inhoudelijke niveau’s
         Daarom kan men zijn werk bestempelen als EXKURSTECHNIK
              = bij bepaalde gebeurtenissen, onderbreekt hij het verhaal en verwijst hij naar
                 uitweidingen van verschillende aard en lengte (soms 1 heel boek, zoals over
                 Egypte)
   2) Hij verbind veel ‘losse’ verhalen tot 1 groter geheel
              Hierbij komt zijn filosofische gedachten over gesch zeer goed tot uiting
   3) Herodotus w in de Oudheid al gezien als “Homerus van het historisch proza”
   4) Zijn taal en stijl zijn even gevarieerd als de inhoud van zijn werk
   5) Gebruikt een literaire stijl ipv een Ionisch dialect(spreektaal)
   6) Gebruikt een aaneengrijgende stijl(= een aan elkaar verbinde stijl) ivm met de
       zinnenopbouw
   7) Gebruikt veel spreekwoorden en zegswijzen
    8) Schrijft op een zeer spontane en soepele manier (zoals wij tegen elkaar zouden praten)

Chronologie
   - elke Griekse stadstaat had zijn eigen kalender
      men maakte gebruik van maand en/of zonnejaren
      ! elke stad had andere namen voor zijn maanden
        elke stad heeft zijn eigen kalender
        moeilijk om een gesch van heel griekenland te maken
   - hoe dan toch chronologie?
      * Via genealogische chronologie
      dus dat men een datering doet adhv generaties
      * Via namen van ambtenaren
      Elke ambtenaar zette zijn ambt een jaar/aantal jaren uit, en linkte men de datering dus
      aan de naam van deze ambten en hun ambtstermijn
      * Via regeringsjaren
      Vooral van toepassing in Egypte, die de datering gebruikte die de regeringsperiode
      van de Farao’s volgde
      = Veel verschillende manieren + deze lijsten waren niet altijd correct
    moeilijk om een wereldgesch te schrijven
    ook omdat veel info niet gedateerd was, moest hij een +/- datum geven, die dus niet
      exact was maar ongeveer juist was
    Moest een keuze maken welke datering hij zou volgen:
              Hij gebruikt de lijst van de Medisch-Perzische koningen als chronologische
      ruggengraat

 Betekenis als historiograaf
- Voor verschillende gebeurtenissen(exapansie Perzische rijk) en episodes uit Griekse
   steden(zoals Athene, Sparta,...) is Herodotus DE BASIS VAN ONZE HISTORISCHE
   KENNIS. Andere soort bronnen(zoals epigrafische, archeologische,...) kunnen hem
   aanvullen, maar nooit vervangen.
- Voor de cultuurgeschiedenis van verschillende volkeren (waaronder Egypte, Babylon, ...)
   heeft hij ook een grote ‘schat’ nagelaten. De betrouwbaarheid hiervan w door verschillende
   archeologische vondsten bevestigd.
- Werd zeer uiteenlopend gewardeerd in de Oudheid en later
       Bv:      Ctesias noemde Herodotus een leugenaar
                Plutarchus zie dat Herodotus de waarheid uit woede soms vervormde (zoals de
                houding van de Beotiërs tijdens de Perzische oorlogen)
       Bv:       Laatste decenia begint men Herodotus te revevalueren (positief)
                ! zijn nog critici(zoals Fehling (artikel 2)) die Herodotus zijn bronnen
                onbetrouwbaar vinden en dus zijn geloofwaardigheid betwijfelen.
                ! Reacties hierop zijn ook gekomen (van oa. C. Dewald): Herodotus heeft vaak
                aangegeven dat informatie schaars en waardevol is
     Toch is Herodotus de basis geweest voor het openbloeien van de Griekse
       historiografie
             Was de eerste die een complex geheel van historische feiten beschreef
             De oorsprong en samenhang wilde verklaren
             Gebruikte ruim bronnenmateriaal
                    Dat hij probeerde kritisch te beoordelen
              Een onderzoek in literaire vorm (proza)

2) Hellancius van Lesbus (p 47)
= jongere tijdgenoot van Herodotus
       ! Maar was niet zo wetenschappelijk dan Herodotus
Behoort tot de groep: Logografen (lokale & regionale gesch. Schrijving)
Heeft +/- 25 titels van werken
       < verschillende aard
       ! fragmentarisch bewaard gebleven
Wat?
    1) Griekse mythen en sagen: Phoronis, Deukalioneia, Atlantis, Asopis, Troika
                ! door zijn drang naar een vast systeem in zijn werk, probeerde hij
                verwarringen op te lossen door nieuwe personages toe te voegen
                Hij vindt dus personen uit zodat zijn stambomen zouden kloppen
    2) Geografisch-etnografische geschriften: over Lesbos, Aiolis, Beotië, Thessalië, Argolis,
       Egypte, Cyprus, Stichtingsverhalen van volkeren en steden, Over volkeren, Over de
       namen van volkeren, Zeden der barbaren, Atthis
                ! vooral belangstelling voor de etymologie(zoekt de herkomst van woorden)
                         Sage nog een grote rol spelen
                Heeft ook een gesch van Athene geschreven: Atthis
                Behandeld van de oorsprong – Peloponnesische oorlog
    3) Chronografische werken: Hiereiai en Karneonikai
                Hij past een nieuwe chronologie toe
                        = rol gespeeld in de ontwikkelingen van de historiografie
                Hoe? Probeerde een vaste chronologie voor heel de Griekse gesch te krijgen

Bronnen? Vooral bestaande literatuur en officiële documenten ipv rond te reizen
             = een kamergeleerden
Zijn werken werden in de Oudheid veel gebruikt voor mythologie

3) Stesimbrotus van Thasus (p. 50)
≠ logograaf
Was in Athene actief als rhapsode
                               = gedichten voordragen op verschillende locaties
Zijn werk kan beschouwd worden als een voorloper van latere historische subgenres
        Zoals: Autobiografie & biografie
Wat?
Enkel zijn titels zijn bewaard gebleven (info over werk via Plutarchus)
    1) Over Themistocles, Thucydides en Pericles
        (deze Thucydides ≠ de historicus
                         = een tegenstander van Perikles in de politiek
                             Is uiteindelijk verbannen)
      Stesimbrotus geeft hierin verslag over hun politiek en priveleven
      = partijdige pamflet of biografie?
   2) over politiek en het privéleven
   3) Plutarchus:“eigentijdse navorsing (historia)over de daden en de levens”

4) Thucyides (p. 67)
A) Leven van Thucydides
Informatie over zijn leven vooral < zijn werk.
° in +/- 460 v.C.
Zoon van Olorus
        <Threcische familie
                 = verwant met de Atheense Philaïdengeslacht
        < hoogadellijk geslacht
                 = een rijke familie, waardoor Thucydides zich heeft
                 kunnen bezig houden met het schrijven van gesch.
                 werken
Werd in 424 naar de noord-Egeïsche gebieden gezonden als
Atheense strateeg  Spartanen
! kon een spartaanse inval op Amphipolis niet voorkomen
     Thucydides werd verbannen (voor 20j.
         Waar hij allemaal heeft gewoond tijdens zijn ballingschap is niet duiedelijk
         Hij geeft zijn balling zelf aan in een van zijn teksten:
         “Ik heb de hele oorlog beleefd. Ik was volwassen en heb de gebeurtenissen met
         aandacht gevolgd, want ik wilde nauwkeurig op de hoogte zijn. Bovendien was ik
         twintig jaar lang uit mijn stad verbannen, na mijn commando bij de poging
         Amphipolis te heroveren. Door die verbanning kon ik volgen wat beide partijen
         probeerden te bereiken, in het bijzonder ook de Peloponnesiërs. Ik had alle
         gelegenheid daar meer over te weten te komen.”
         Hij zal tijdens zijn balling dus veel gereisd hebben om info over zijn werk, de oorlog,
         te weten te komen.
Keerde wrschnlk in 404 terug naar Athene
Stierf in +/- 397 v.C. (heeft zijn gesch werk niet kunnen voltooien)

B) Inhoud en aard/opbouw van het werk
Hij schreef de gesch van de Peloponnesische oorlog (die
liep van 431-404 vC @ Griekse wereld)
Waarom juist deze benaming gebruikt?
    - vanuit het perspectief van de overwinnaar? Neen
    - vanuit het perspectief van degene met wie de
        historicus sympathiseerde? Ja
        want bekeek de oorlog < perspectief v.d Atheners
           Andere historici zijn het ook gaan bekijken uit perspectief van Athene
Zijn werk < 8 boeken
          Stopt ineens in het jaar 411 v.C.
Rangschikking? Grotendeels chronologisch
       Maakt gebruik van winter –en zomerseizoen
              Wrm? Door het militaire karakter van zijn werk
Opbouw en inhoud van de verschillende boeken
    1) Boek 1
    - Inleiding (prooemium)
              “Thucydides uit Athene heeft in dit boek de oorlog beschreven die de
              Peloponnesiërs en de Atheners tegen elkaar gevoerd hebben. Hij is daar direct
              mee begonnen toen die oorlog op gang kwam, want hij verwachtte dat het een
              grote oorlog zou worden, meer de moeite waard om te bespreken dan enige
              vroegere oorlog. Dat dacht hij omdat beide partijen een bloeitijd beleefden en
              volledig op oorlog waren voorbereid. Ook zag hij dat de andere Grieken zich
              bij een van de twee partijen aansloten; sommigen deden dat direct, anderen
              overwogen het nog. Er ontstond dan ook een enorme beroering onder de
              Grieken en zelfs onder een deel van de niet-Griekse volkeren, men mag wel
              zeggen: onder een groot deel van de mensheid.”

   -   Archeologie
   -   Methodenkapittel
   -   Pentekontaëtie
             = gebeurtenissen tussen Perzische en Peloponnesische oorlogen
   -   Aanleiding tot de oorlog = aitiai
              “Die oorlog begon toen de Atheners en de Peloponnesiërs de Dertigjarige
              Vrede verbraken, die ze na de val van Euboea gesloten hadden. Hoe het kwam
              dat zij die vrede verbraken, welke aanleidingen daarvoor bestonden en welke
              conflicten ze hadden, dat zal ik nu eerst beschrijven, dan hoeft niemand zich af
              te vragen hoe de Grieken in zo’n grote oorlog terechtgekomen zijn. Maar de
              meest wezenlijke oorzaak blijft naar mijn mening door zo’n uiteenzetting
              geheel in het duister. Die berustte op de groeiende macht van de Atheners, die
              de Spartanen bang maakte en dwong oorlog te gaan voeren. De redenen die de
              twee partijen openlijk uitspraken voor hun besluit een einde te maken aan de
              vrede en een oorlog te beginnen, waren de volgende.”
   -   Bepaalde evenementen die een onmiddelijke aanleiding werden voor ° van de oorlog

   2) Boek 2-5(24)
   - Behandeld de ‚10-jarige oorlog‘ / ‚de archidamische oorlog‘.

   3) Boek 5,25 – einde boek 5
   - Behandeld een schijnvrede tssn Athene & Sparta(421-415 v.C.)
   - Hoogtepunten:
            Slag bij Mantineia
             Atheense optreden tegen het eiland Melos
   4) Boek 6 – 7
   - Behandeld vooral de Atheense expeditie naar Sicilië
             “de grootste van alle gebeurtenissen die in deze oorlog plaatsvonden en van
             alle gebeurtenissen waarvan de Griekse geschiedenis melding maakt: de
             schitterendste voor de overwinnaars, de rampzaligste voor de overwonnen.“
   5) Boek 8
   - Behandeld de Deceleïsche oorlog tot 411

Samenvatting: zijn werk kan gezien worden als Historische Monografie over eigentijdse
poltieke-militaire gebeurtenissen.

C) Kritiek
((Artikel 3: methodenkapitel (1,20-23) door Klaus Meister – zie notities in schrift))
   Voor het eerst een diepgaande reflexie over de taak van een historici
   Thucydides geeft een theoretische verklaring voor de historisch-kritische problemen in zijn
   ‚METHODENKAPITEL‘(p. 73 in schrift)
       1) Wat zegt hij over het verleden (historici)?
    - Hij had kritiek op:
                de dichters
               de kroniekenschrijvers (logographoi),
                        Wrm? “want die vonden het belangrijk om met een verhaal te komen
                                 dat prettig in het gehoor lag” (1,21,1)
    - Hij maakt een verschil tussen
               tekmeria: “tekenen, bewijzen“  semeia, “tekenen, aanwijzingen”
    - Gebruikte bronnen?
               archeologische bronnen
                        bv: overblijfselen van de stad Mycene
               literaire bronnen
                        bv: het epos van Homerus
               onomastische bronnen
               mondelinge tradities (mneme, pheme) en ooggetuigen
                        ! ooggetuigen spraken elkaar regelmatig tegen in hun versie van een
                        verhaal, deze citeert hij soms.
                        ! ook duid hij op de beperkingen van ooggetuigen in zijn tekst:
                        “... Bij daglicht zijn de dingen duidelijker, maar ook dan zien de
                        ooggetuigen niet alles en weet eenieder niet veel meer dan wat in zijn
                        onmiddelijke omgeving gebeurt. Maar in een gevecht in de nacht, hoe
                        kan iemand zich daarvan een duidelijk beeld vormen?”
               Pentecontaëtie: Hellanicus, Antiochus van Syracuse
       2) Contemporaine geschiedenis: Het Principes bij de weergave van redevoeringen
        “Bij de weergave van de toespraken ben ik daarom uitgegaan van wat de sprekers
       naar mijn mening gezegd moeten hebben, gegeven de op dat moment bestaande
     situatie. Daarbij ben ik over het geheel genomen zo dicht mogelijk gebleven bij de
     strekking van wat er werkelijk is gezegd.”
      Redevoeringen zijn een belangrijke bron voor Thucydides.
  !Waarom weten we dat hij de exacte redevoeringen niet letterlijk heeft weergegeven?
   - Ze zijn korter dan een normale gemiddelde redevoering
              Maakt hij een samenvatting?
   - Ze zijn in zijn stijl geschreven
               elke politici heeft zijn eigen stijl
   - Verwijst vaak naar anonieme personen/redevoeringen
              Vb: de Atheners zeiden dat...
   - Volgen vaak de redenering van Thucydides zelf
   - Is in een moeilijke taal geschreven en is dus moeilijk te begrijpen
               een politici moet makkelijker spreken om zijn publiek te kunnen overtuigen
    De bedoeling van de gesch. = “een bezit voor alle tijden.”

D) Synthese
1) de ideeënwereld van Thucydides
Zijn vorm & inhoud zijn beïnvloed door
    - Sofistiek
    - De methoden & inzichten < de natuurwetenschappen en geneeskunde van toen
   a) Sofistiek
        De invloed van deze denkers is sterk aanwezig in Thucydides‘ werk.
        Wat? Hun maatschappij-kritische theorieën
                      Nomos  physis
                      Recht van de sterkste
                 Hun kennisleer
                      Relativisme
                      Religieuse agnosticisme
                 Hun retorische argumentatietechnieken
     Zoals de historicus stelt de sofist “de mens de maat van alle dingen „(Protagoras)
     Invloed van hun retoriek: „over alle dingen bestaan er twee elkaar tegengestelde
        uitspraken.” (Protagoras)
                  Thucydides probeert deze twee kanten te belichten in zijn werk
 ! is het niet altijd eens met de sofisten, en dan grijpt hij naar de wetenschap
        Bv: de sofisten menen dat men de waarheid niet kan kennen
                 ! Volgens Thucydides is dit wel mogelijk,
                         hoe? via wetenschap
   b) De methoden & inzichten < de natuurwetenschappen en geneeskunde van toen
       Achterhalen van de waarheid is mogelijk
                 Hoe? Als men zich berust op een methodisch zorgvuldig onderzoek
                            Daarom hecht Thucydides groot belang aan nauwkeurige
                              observatie & interpratatie van waarneembare gegevens.
                                Hierdoor is zijn discour gekenmerkt door een sterke vorm
                                   van rationaliteit
                               Herodotus maakt geen gebruik van het religieuze bij het
                                  verklaren van gebeurtenissen ( Herodotus)
                                       Vb: volgens hem is de pest een gevolg van verschillende
                                       symptomen ipv een straf van de goden voor de begonnen
                                       oorlog
! mits de invloeden van andere denkers en wetenschappers heeft Thucydides zelf ook een
orginele, waardevolle bijdrage geleverd tot de intellectuele cultuur van zijn tijd.
        Wat? 1) Hij creërde een bewonderd model van wetenschappelijke versalggeving over
               het verleden
               2) doordat hij ook het politieke + psychologische + sociologische +
               antropologische beschrijft in zijn zoektocht naar verklaringen = kan zijn
               onderzoek gezien worden als de kiem van de verschillende ‚humane‘
               wetenschappen die zich later zouden ontwikkelen (antropologie, sociologie en
               psychologie)
               3) de ‘menselijke natuur‘
               Volgens hem is zijn werk niet gewoon een uniek verloop van feiten,
               maar een toont een ‘modelconflict‘ < waaruit volgende generaties uit
               kunnen leren.
                 Mensen kunnen hem steeds gebruiken wanneer ze een duidelijk inzicht
                    willen krijgen in gebeurtenissen die op deze lijken.
                    “... mijn werk is door mij geschreven niet als een pronkstuk om één x te
                    aanhoren, maar als een bezig voor alle tijden“.

Krachtlijnen van Thucydides‘ historische synthese
1) de representatie van zijn historische onderzoek deelt hij op in 2 groepen, die voor hem even
belangrijk zijn:
        Logoi = redevoeringen
        Erga = feiten
Logoi:
Ook zijn voorgangers gebruikten redenvoeringen in hun werken (zoals Herodotus en
Homerus) maar die van Thucydides zijn toch speciaal door het aantal en de omvang ervan.
        Wrm? In Athene van Thucydides (5de eeuw v.C.) stond het ‚woord‘ en de
                vaardigheid om het woord te voeren in het centrum van het politieke leven.
                  Men geloofde daarom dat woorden niet minder belangrijk waren dan
                    daden
                  Thucydides gebruikte maar liefst 43 redevoeringen in zijn werk
Voor hem zijn de logoi ook een goed instrument van historisch onderzoek
! hij past ze ook aan:
Hoe? Soms voegde hij verschillende redevoeringen tot 1
        Verbeterde soms de argumentatie
                Wrm? Wanneer de redevoerders niet datgene hadden gezegd wat volgens
                Thucydides in die omstandigheden had moeten gezegd worden
      Hierdoor kunnen we Thucydides eigen visie op de gebeurtenissen ook te weten komen
                ! waar weet je dat Thucydides “aan het woord“ is en waar de redevoerder?
Conclusie:
Thucydides maakt in zijn historisch onderzoek een onderscheid op 2 punten:
       1) Discussiërende burgers en politici
               Toont de achtergrond, de motieven, de ideeën en de verwachtingen
       2) Het verloop van de feiten
               Toont of de verwachtingen van 1) zijn uitgekomen of niet en hoe het dan wel
               verlopen is
     Spanning tussen 1) en 2) doorheen het hele verhaal
     Volgens Thucydides was een goede politici iemand die op lang termijn een goede
       prognose kon maken. (zoals bv Themistocles & Pericles)
Erga:
Ook bij de feiten sijpelt Thucydides‘ visie in.
Thycidides laat op het eerste gezicht aantonen aan zijn lezers dat zijn verhaal objectief is,
maar toch heeft zijn historisch onderzoek van de feiten ook een subjectieve stempel door
(re)constructie vande feiten.
Hoe? Door chronologische dislocatie
       Selectiviteit
       Over –en onderbelichten van bepaalde episodes

Facoren ter verklaring van de gebeurtenissen
Thucydides zijn doel is om de gebeurtenissen zo begrijpbaar en duidelijk mogelijk weer te
geven. Om dit te bekomen herleid hij alle gebeurtenissen tot hun belangrijke oorzaak:
       Het streven naar macht dat eigen is aan de menselijke natuur.
De drijfveren van het menselijke handelen:
   - Eer/eerzucht = philotimia
   - Vrees = phobos
   - Eigenbelang = pleonexia (letterlijk “het meer-willen-hebben“)
               Een mens wil altijd meer willen
    Daarom ontstaan er oorlogen, omdat ze deze drijfveren willen verdedigen
        Bv: de motieven van de Atheners voor het uitbreiden van hun machtspositie

Ideeën over politiek, macht en oorlog
Politiek:
Thucydides vermeld in zijn tekst amper zijn politieke standpunten maar we weten:
    - (-) Dat hij tegen de radicale democratie was.
    - (-) Dat hij hij de politiek na de dood van Pericles bekritiseerde
              Wrm? Omdat ze de raad van Pericles niet opvolgde, die zei dat men in
                      oorlogstijd geen machtsuitbreiding mag doen.
    - (+) Voorstander van Pericles als persoon
              “zolang hij in vredestijd de leiding van de stad had, bestuurde hij haar
              gematigd en handhaafde hij haar veiligheid en onder hem werd zij groot; toen
              de oorlog uitbrak had hij blijkbaar haar kracht hiervoor juist berekend … Na
              zijn dood bleek de juistheid van zijn vooruitziende blik op de oorlog nog
              duidelijker…”
   -   (-) Maar toch tegen de democratie voor en ten tijden van Pericles omdat:
               “in naam een democratie was, maar in werkelijkheid de regering van
               de eerste onder de burgers”
   -   (+) Voor hem kon de machtige Pericles de terkotkomingen van deze democratie
       verhelpen:
               “machtig door aanzien en door zijn insicht en ontwijfelbare omkoopbaarheid,
               hield hij het volk in vrijheid in bedwang.”
   -   (-) toch wijst Thucydides ook op het feit dat Pericles gematigd imperialisme 1 van de
       basissen is voor de ondergang van Athene (omdat hij na de 2 invallen van Sparta op
       Attica geen vrede wil sluiten)
   -   (+) Dat hij het timocratische bestuur van het jaar 411 v.C. ophemelt

Oorlog
Oorzaken van de oorlog?
de oorzaak is de stijgende macht van Athene
   Spartanen voelde zich bedreigd hierdoor en grepen naar de wapens
   Daarom was volgens hem de oorlog van Sparta en Athene noodzakkelijk en moest die
     worden uitgevochten.
     “de oorzaak is naar mijn mening de stijgende macht van de Atheners, die de Spartanen
     beangstigden en naar de wapens deed grijpen.”
Ook zag Thucydides via Pericles’ redevoeringen de oorlog als onvermijdelijk, de
machtspositie die Athene ha opgebouwd moest nu worden veilig gesteld worden:
“Wij moeten de noodzaak van deze oorlog beseffen en hoe bereidwilliger wij dat aanvaarden,
met des te minder geestdrift zullen onze tegenstanders ons aanvallen.”

Heel dit oorlogsdenken laat een evolutie zien in het denken van de Atheners:
                             1) De oorlog werd eerst gezien als een legitimatie van hun
                         hegemonie
                             2) Geleidelijkaan werd hij gezien als een middel om hun macht
                         en rijkdom te vergroten via ‘het recht van de sterksten’.
                                       Vb: Het dialoog van de Atheners & de Meliërs (het
                         rode landdeel op de kaart= eiland Melos) waarbij de Atheners de
                         macht-is-recht ideologie/’het recht van e sterksten’ verdedigen.
        De Atheners wilde dit eiland, dat neutraal was in de oorlog, aan hun machtsblok
           toevoegen. De onderhandelingen hierover geeft Thycidides weer in een dialoog:
       “De Atheners: Welnu, wij van onze kant zullen niet aankomen met het verschonende
       voorwendsel dat wij recht hebben op onze heerschappij, omdat wij de Perzen hebben
       vernietigd of terecht nu hier komen om onrecht dat ons werd aangedaan, te wreken:
       een omhaal van woorden die geen geloof vindt. Maar wij verlangen van uw kant dat
       gij u niet moet verbeelden indruk op ons te maken door te zeggen dat gij, al zijt gij een
       kolonie van Sparta, Sparta niet hebt gesteund in de oorlog of dat gij ons nooit enig
       onrecht hebt aangedaan. Wij zijn van oordeel dat wij beiden moeten bereiken wat
       mogelijk is volgens ons werkelijk inzicht, omdat gij evengoed weet als wij, dat in de
       menselijke verhoudingen het recht geldt, als de noodzaak daartoe voor beide partijen
 gelijk is, maar dat de sterkere doet wat in zijn macht ligt en dat de zwakkere het zich
 laat welgevallen.”
     Uiteindelijk zouden de onderhandelingen van Athene mislukken omdat de Meliërs
     onafhankelijk wilde blijven, waardoor de Atheners het eiland kort daarna
     veroverden.
Conclusie: de oorlog evalueerde van een rationele onderneming  tot een uit de hand
gelopen, nog nauwelijks door de mens te controleren catastrofe.
        oorlog meer en meer tot een om-zich-heen-grijpend kwaad dat aan de
           menselijke controle ontsnapt
                 *Vb:de terroristische actie van Atheense huurlingen die het dorp
                 Mykalessos binnevielen. Ze verwoeste alles en moorde het hele volk
                 uit. “Zo trof een ramp, groter dan alle rampen, de gehele stad,
                 onverwacht en afgrijselijk.”
                 *Vb: Tijdens een belegering van de stad Poteidaia de inwonders zo
                 uithongerde dat ze zelfs mensen begonnen opeten.
                 *Vb: de burgeroorlog in Corcyra die plaatsvond door de oorlog zelf:
                 “Er was moord in elke vorm en zoals in dergelijke omstandigheden
                 pleegt te gebeuren, men ging tot het uiterste en nog verder. Vaders
                 doodden hun zonen, velen werden van de altaren weggesleurd en daar
                 gedood; sommigen werden in de tempel van Dionysus ingemetseld en
                 stierven daar. Men hield zich ook niet meer aan de gebruikelijke
 betekenis van de woorden. Als de feiten daarom vroegen, veranderde men de betekenis
 naar eigen goeddunken. Daden van roekeloze waaghalzerij werden beschouwd als een
 blijk van moed en trouw aan zijn kameraden. Voorzichtig afwachten gold als een
 fraaie omschrijving van lafheid. Een gematigd standpunt was een dekmantel voor
 gebrek aan moed. Wie inzicht toonde in alle kanten van een zaak, liet daarmee zien
 dat hij elke daadkracht miste. Felle emoties kenmerkten een echte man”
 Thucydides geeft ook de oorzaak van dit onmenselijke gedrag: “oorzaak van dit alles
 was macht omwille van de bevrediging van hebzucht en eerzucht... Het licht in de aard
 van de menselijke natuur steeds te heersen over hem die zwicht, en zich te hoeden voor
 hem die aanvalt”
          =oorlog en rampen zullen dus blijven bestaan, zolang de aard van de mens
          hetzelfde blijft.
             Eer, vrees en eigenbelang leiden tot blokvorming tssn staten en leiden
                uiteindelijk tot oorlog
 De oorlog onthuld wat in vredestijd onder het omhulsel van beschaving verstopt is. De
 oorlog is dus een geweldadige leermeester:
 “Als er vrede en welvaart heerst, stellen zowel steden als individuele personen zich
 wat milder op. Ze verkeren dan immers niet in een situatie waarin ze wel gedwongen
 zijn tot handelingen die ze vrijwillig niet zouden verrichten. Maar oorlog maakt het de
 mensen onmogelijk om op een gemakkelijke manier in hun dagelijkse behoeften te
 voorzien. Daardoor is oorlog een strenge leermeester. Zij veroorzaakt bij de meeste
 mensen emoties die overeenstemmen met hun omstandigheden.”
Objectiviteit
Wel objectief?
   - Omdat hij probeert alle bronnen objectief probeert te controleren naar hun juistheid
Niet objectief?
   - Hoewel hij zegt dat hij zijn eigen persoonlijkheid zou uitschakelen, doet hij dit niet!
       Hij toont regelmatig zijn eigen visie op de feiten (zoals bij de oorzaken van de
       Peloponnesische oorlog)

Taal en Stijl
Thucydides probeert zijn stijl zo abstract mogelijk te maken, waardoor het lezen ervan niet
altijd even makkelijk is.
Hoe? Via Antithese
        Via Variatio

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:48
posted:9/12/2012
language:Unknown
pages:26