No bouNdaries for future highlights
No bouNdaries for future highlights
NederlaNds iNstituut voor vliegtuigoNtwikkeliNg eN ruimtevaart jaarverslag 2008
1946-2009
jaarverslag 2008 NederlaNds iNstituut voor vliegtuigoNtwikkeliNg eN ruimtevaart
tijdlijN
als eerste Nederlandse astronaut mee met het internationale ruimtestation ISS
1957 certificatie f27 frieNdship
21 juli 1969 Neil armstroNg
zet bij de Apollo-11 vlucht de eerste historische stap op de maan
1974-1975 certificatie airbus a300b2, a300b4
31 okt 1985 wubbo ockels
Eerste Nederlandse astronaut Wubbo Ockels mee met Spacelab
1997 kabiNetsstaNdpuNt
inzake vliegtuigontwikkeling (Airbus en JSF als pijlers)
15 juli 2004 omi-iNstrumeNt
Samen met Finland heeft Nederland het OMIinstrument aan de EOSAURA-missie van NASA toegeleverd
1946-1952 fokker
Fokker’s eerste naoorlogse training modellen worden ontwikkeld S11, S12, 2-engine S13, jettrainer S14
12 apr 1961 joeri gagariN,
Eerste mens in de ruimte
30 aug 1974 aNs
Lancering eerste Astronomisch Nederlandse satelliet ANS
12 apr 1981 eerste space shuttle
1994 certificatie fokker 70
(korte versie van Fokker 100)
1998-2003 jsf
Nederlands voorbereidingsprogramma JSF
14 mei 2009 herschel
Lancering herschel satelliet met Nederlands hIFI instrument
highlights 1945 1950 1955 1960 1965 1970 1975 1980 1985 1990 1995 2000 2005 2009
19 juNi 1947 oprichtiNg Niv/Nivr
1958 Nhi kolibri helikopter
Certificatie van de NhI Kolibri helikopter
1969 certificatie f28 fellowship
1973 sd 330/360
Start van de participatie door Fokker in de ShORtS SD 330/360, een 30 pax turboprop
26 jaN 1983 iras
Lancering Infrarood Astronomische satelliet IRAS (samenwerking NASA, Nederland en UK)
1987 certificatie fokker 50 twiN turboprop
(F27 opvolger)
30 apr 1996 beppo-saX
Lancering Beppo-SAX satelliet (samenwerking Nederland en Italië)
1 mrt 2002 sciamachY
is een van de 10 instrumenten aan boord van de Envisatsatelliet
8 feb 2008 columbus
Lancering Europees ruimtelaboratorium Columbus
1959–1966 atlaNtic mariNe
Ontwikkeling van het Europese Atlantic Marine patrouille vliegtuig
1969 airbus
Start van Nederlandse deelname aan eerste Airbus project medium range wide-body A300B
1983 certificatie airbus a310
1987 certificatie fokker 100
(F28 opvolger)
1996 faillissemeNt fokker
2003 glare
Start NL participatie in Airbus A380 met Glare en thermoplastische componenten door StorkFokker
2008 certificatie airbus a380
en eerste afleveringen
5 juNi 2002 gloveboX
Uitvinding eerste Glovebox (MSG) door Nederland
2003 jsf
Start van de engineering/ development fase van de JSF
tijdlijN
19 apr 2004 aNdré kuipers
inhoud
3 voorwoord
8-11 geworteld in de toekomst
16-35 jaarverslag 2008
40-63 terugblik
68-83 jaarrekening 2008
84 colofon
1
voorwoord
voorwoord
Als een stichting die in 1946 is opgericht na vele succesvolle jaren wordt opgeheven, is dat in zekere zin ‘dramatisch’ te noemen. De enige onafhankelijke organisatie voor vliegtuigontwikkeling en ruimtevaart in Nederland houdt immers op te bestaan. Maar niets gebeurt zonder reden. Sinds enige jaren beschikt de overheid met SenterNovem over een overkoepelende ambtelijke omgeving waarin alle kerngebieden voor technologische innovatie en duurzaamheid zijn vertegenwoordigd. Het handhaven van een exclusieve stichting als het NIVR was daarmee niet langer logisch. Vanaf 1 juli 2009 gaat het NIVR op in de Netherlands Space Office en in het Luchtvaartonderdeel van SenterNovem. Ofschoon daarmee de unieke historische positie van het NIVR verdwijnt, liggen er ook weer volop nieuwe kansen voor vliegtuigontwikkeling en ruimtevaart in Nederland. Verderop in dit Jaarverslag 2008 gaan we daar uitgebreid op in. Dit laatste NIVR-jaarverslag biedt ons een goede mogelijkheid om even terug te blikken. Enkele oud-directeuren belichten verschillende highlights uit de afgelopen 60 jaar. Uiteraard kijken we ook uitgebreid naar de resultaten van het afgelopen verslagjaar. Deze worden toegelicht in een interview met de leden van het managementteam. Ik sluit af met het uitspreken van veel vertrouwen in de nieuwe organisaties voor luchtvaart en ruimtevaart. Het NIVR wenst u veel leesplezier.
2
3
Ben Droste | bestuursvoorzitter NIVR
is er leven op mars? exomars, de eerste esa-exploratiemissie naar de rode planeet, hoopt een tip van de sluier te kunnen oplichten.
4
5
highlight
geworteld in de toekomst
8-11 ook bij senternovem heeft de nivr-expertise een mooie toekomst
6
7
toekomst
> 2009 geworteld in de toekomst
ook bij senternovem heeft de nivr-expertise een mooie toekomst
ben droste, bestuursvoorzitter nivr
NETHERLANDS SPACE OFFICE (NSO) Eind maart 2008 is er een ministerraadbesluit genomen dat heeft geleid tot de opheffing van de Stichting NIVR. Direct daaraan gekoppeld is het voornemen om per 1 juli 2009 de Nederlandse Ruimtevaart organisatie NSO (Netherlands Space Office) op te richten. Deze zal organisatorisch en beheersmatig worden ondergebracht bij SenterNovem. Het NSO gaat een meerjarige programmering voor het ruimtevaartbeleid uitwerken. De inspanningen van 2008 (Keuzeproces Infrastructuur, SRON/NIVR Ruimtevaart-advies en de Kamerbrieven) zijn een solide basis om tot deze programmering te komen. De aankondiging van het Netherlands Space Office is mede het resultaat van de inspanningen die binnen Ruimtevaart Strategie hebben plaatsgevonden. Er is gewerkt aan de richting die volgens het NIVR gekozen moet worden voor het NSO.
In het vorige jaarverslag kondigde Ben droste de organisatorische veranderingen voor het NIvr al aan onder de veelzeggende kop ‘Terug vooruitkijken’. Hij doelde daarmee enerzijds op de lange historie van de succesrijke lucht- en ruimtevaartorganisatie en anderzijds op een van de meest dominante kernkwaliteiten van het NIvr: continu zo ver mogelijk vooruitkijken. “Ik ben ervan overtuigd dat het Netherlands Space office bij SenterNovem een belangrijke sprong voorwaarts is. voor de vliegtuigontwikkeling moeten er de komende jaren nog vergelijkbare stappen worden gezet door meerdere ministeries bij het uitvoeringsprogramma te betrekken.” ZIcHTBaar wordeN De afgelopen tien jaar is er voortdurend gesproken over versterking van de Nederlandse positie van de ruimtevaart. “Er is nu een nieuw mandaat waar de ministeries van EZ, OCW en VenW bij betrokken zijn. Dat ziet er heel positief uit voor de toekomst en schept ook duidelijkheid. Voor ruimtevaart moet men voortaan bij het Netherlands Space Office (NSO) zijn.”
8
“het nivr had een behoorlijk vrije intermediaire rol. daardoor konden we als zelfstandige organisatie prima opkomen voor de belangen van de lucht- en ruimtevaart.”
Voor het luchtvaartonderdeel maakt Ben Droste nog een zeker voorbehoud. “Daarvoor ligt momenteel geen vergelijkbaar mandaat. Wel hopen we dat er met het verschijnen van de nieuwe Kennis- en Innovatie Agenda Duurzame Luchtvaart in 2009 meer duidelijk wordt over onze rol naar Schiphol en KLM. De ambitie is om de uitvoeringsorganisatie te zijn voor alles op het gebied van technologische luchtvaartinnovatie.” Droste vindt het wel jammer dat de onafhankelijke positie verdwijnt. “Het NIVR had in principe een vrije intermediaire rol. Daardoor konden we als zelfstandige organisatie prima opkomen voor de belangen van de lucht- en ruimtevaart, zowel richting de belanghebbende organisaties en bedrijven in de sector als naar de overheid. In het bijzonder onze Raad van Advies versterkte het beleid van de overheid, maar ging daar soms ook tegen in. Dit aspect zal nu door andere organisaties moeten worden overgenomen. Ik hoop dat de toppers die in onze adviesraad zaten ook zitting zullen nemen in de Programmaraad die adviseert over de beleidsprioriteiten.” Vooruitblikkend gaat hij uit van winst in de nieuwe organisatorische constellatie. “De laatste jaren kampte het NIVR nogal eens met een verbrokkeling van aandacht. De ene keer kwam men bij ons voor ondersteuning en advies, de andere keer ging men daarvoor naar een ministerie. Die situatie wordt nu beter. Inhoudelijk krijgt de organisatie meer zeggenschap en autoriteit, al moet dat nog wel worden waargemaakt natuurlijk. Want het succes hangt er mede vanaf of NSO en luchtvaart erin slagen een eigen gezicht te krijgen. Dat moet snel zichtbaar zijn. Lucht- en ruimtevaart kunnen niet makkelijk gelijk-geschakeld worden met andere ontwikkelingen. In feite investeer je altijd in iets wat nog niet bestaat. Je zoekt altijd de grenzen van het mogelijke op. Dat vraagt veel overtuigings- en overredingskracht. Vergelijk maar eens de geringe tijd die de politiek besteedt aan de aanschaf van een schip en de tijd die men sinds 1998 debatteert over de aanschaf van de JSF. Dat zegt alles.” >
9
highlight
10
TOEKOMST RUIMTEVAART Nederlandse astronauten hebben tot nu toe twee keer deelgenomen aan een bemande ruimtevaart. Ben Droste toont zich hiervan een warm pleitbezorger. “Gezien onze financiële inspanning kun je ons als een serieuze partner beschouwen. We proberen nu deel te nemen aan een derde vlucht voor Nederland.” Hij herinnert aan een uitgesproken Nederlandse karaktertrek om van oudsher grenzen te verkennen. “Niet voor niets heeft ons land vele ontdekkingsreizigers voortgebracht en ontelbare mensen die naar verre oorden trokken. Nu de aarde tegen haar eigen grenzen oploopt, is het een logische stap om de ruimte daaromheen te verkennen. Wat heeft die te bieden voor de toekomst van de mensheid? Wat kunnen we leren van Mars en Venus die wellicht ooit ook vruchtbare planeten waren? Bemande ruimtevluchten kunnen extra veel informatie opleveren. Ik hoop dat André Kuipers weer mee kan.” Als erfgenaam van Fokker heeft Stork nog steeds een wereldberoemde naam op het gebied van aerospace. Droste: “Het is evident dat wij daarin moeten blijven investeren. We hebben de competenties ervoor, ook al gaat het industrieel soms om beperkte niches, zoals de motorophanging van de Ariane 5. Ook zijn we goed in de ontwikkeling van zonnepanelen en instrumenten voor atmosfeeronderzoek. Verder zijn we in het programma ‘DutchMars’ momenteel instrumenten aan het ontwikkelen voor onder meer bodemonderzoek op Mars. We hebben echter bovenal een grote internationale reputatie op wetenschappelijk gebied. Dat begon al bij Constantijn Huygens en Anthonie van Leeuwenhoek.” Volgens hem is het wachten op de grote doorbraak op ruimtevaartgebied. “Momenteel gaat het voornamelijk om toepassingsgebieden als telecommunicatie, weersvoorspelling en navigatie. Maar de toekomst van de ruimtevaart ligt in het gebruik van de ruimte voor het welzijn van de mensheid. Dat gaat nog veel verder dan klimaatonderzoek met Tropomi. Denk aan de grote kwetsbaarheid en de beperkte toekomst van de aarde. De atmosfeer die ervoor zorgt dat wij hier kunnen leven, is maar een hele dunne schil rond de aarde.”
toekomst
Nederland voelt zich in zijn uitstraling altijd een stuk groter dan de geografische werkelijkheid, stelt Ben Droste. “Onze grootheid zit ‘m in de internationale exposure, zowel op handelsgebied en logistiek als op wetenschappelijk gebied. Het begon bij de VOC en je ziet het nu aan KLM dat veel groter is dan strikt genomen bij ons land past. We nemen graag initiatief en verantwoordelijkheid, ook op het gebied van duurzaamheid en veiligheid, zowel safety als security. Wat betreft dit laatste is het niet toevallig dat wij relatief sterk vertegenwoordigd zijn in Afghanistan. Op lucht- en ruimtevaartgebied hebben we onze reputatie ruimschoots verdiend door grenzen te slechten. Juist op die terreinen acteer je in internationaal verband en dat zit diep in onze genen. Daarnaast beschikken we over wereldvermaarde astronomen waar niemand omheen kan. Niet voor niets staat het grote European Space Research and Technology Centre (ESTEC) in Nederland. Persoonlijk vind ik overigens dat Nederland best nog ambitieuzer mag zijn. Vergeet niet dat bijvoorbeeld België per inwoner een flink grotere financiële bijdrage levert aan de ruimtevaart dan wij. Kennelijk brengen we onze kwaliteiten nog steeds niet voldoende over het voetlicht.”
“de toekomst van de ruimtevaart ligt in het gebruik van de ruimte voor het welzijn van de mensheid.”
TOEKOMST LUCHTVAART Ben Droste herinnert eraan dat het NIVR in 1946 is opgericht vanwege Fokker. “Na de oorlog zag men de vliegtuigontwikkeling als prioriteit in de wederopbouw. Ondanks het jammerlijke einde in 1996 heeft Fokker vele successen gekend. Gelukkig is er in 1998 een inspirerend nieuw civiel-militair luchtvaartbeleid ontwikkeld rond Airbus en JSF. Nederland draagt met het topproduct ‘GLARE’ sterk bij aan het succes van de Airbus A380.” In dit verband wijst hij op TAPAS (Thermoplastic Affordable Primary Aircraft Structures). “Dat betreft thermoplastische composieten voor toepassing in toekomstige vliegtuigprogramma’s. Hierin ontwikkelen Ten Cate Advanced Composites en Stork samen met de TU Delft en een aantal kleine innovatieve spelers een composiet dat een doorbraak met internationale potentie in de luchtvaart kan betekenen. De unieke kwaliteit is inmiddels erkend door Airbus. De komende jaren gaan we bewijzen dat het product op grote schaal toepasbaar is. Dat is een grote uitdaging en vooral een grote stimulans voor de Nederlandse luchtvaartontwikkeling. Het NIVR is in dit proces vooral een ‘matchmaker’ die bedrijven met de overheid koppelt, en de relatie met Airbus initieert en tot een goed eind brengt.” Ook de technologische bijdrage aan de JSF is van belang, stelt hij. “De Amerikanen komen niet naar ons uit liefdadigheid. Wij hebben daadwerkelijk iets te bieden waar nu al 25 Nederlandse bedrijven in participeren. Potentieel gaat het om meer dan 80 bedrijven. Het is een ‘vliegwiel’ waar zowel onze wetenschappelijke instituten als de industrie de komende decennia profijt van kunnen hebben. Het is een superprogramma waarin we heel behoorlijk mee kunnen doen.”
Droste noemt het Woensdrechtse bedrijf Fokker Elmo als voorbeeld. “Zij zijn specialisten in het produceren van kabelbomen voor vliegtuigen. Hun competentie is heel goed zichtbaar in het JSF-programma, doordat ze het complete bedradingschema van dit toestel verzorgen. Als je bedenkt dat dit een puur elektronisch vliegtuig is, zegt dit voldoende. Intussen hebben ze ook een opdracht bij Airbus en bij een grote Canadese vliegtuigbouwer. Ook in dit geval heeft het NIVR bedrijven bij elkaar gebracht en werd het door de overheid in staat gesteld kredieten te verlenen.” Tot slot noemt hij de komende Kennis- en Innovatieagenda Duurzame Luchtvaart. “Voor ons is dit een uitdaging om een nationaal programma te ontwikkelen waar niet alleen de maakindustrie maar ook Schiphol en KLM in participeren. Het zou geweldig zijn als wij onder de paraplu van SenterNovem de uitvoeringsorganisatie van deze luchtvaartagenda zouden kunnen zijn. Daar ligt onze toekomst op dit gebied.” •
“nederland voelt zich in zijn uitstraling altijd een stuk groter dan de geografische werkelijkheid.”
11
Airbus A380
twee van de vijf nieuwe technologieën in de superjumbo a380-800 zijn van nederlandse makelij: cetex® en glare.
12 13
highlight
Airbus A380, foto P. Masclet
jaarverslag 2008
16-19 onze organisatie 20-23 2008 was voor het nivr een bewogen jaar, vooral organisatorisch 24-29 highlights ruimtevaart 2008 30-33 highlights luchtvaart 2008 34-35 ontwikkelingen luchtvaart & ruimtevaart
14
15
oNZe orgaNISaTIe
ORGANISATIE De stichting NIVR bestaat uit een Bestuur, een Raad van Advies en een Bureau. Daarnaast kan het NIVR platforms vormen die over gespecialiseerde expertise beschikken. BESTUUR Dit beslissingsbevoegde orgaan van het NIVR bestaat uit vijf leden,benoemd door de ministers van Economische Zaken, Financiën, Defensie, Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en Verkeer en Waterstaat. Daarnaast heeft het bestuur een onafhankelijke voorzitter, benoemd door de minister van Economische Zaken. In 2008 is het bestuur als volgt samengesteld: RAAD VAN ADVIES Dit adviserende orgaan bestaat uit gezaghebbende personen uit het luchtvaart- en ruimtevaartcluster, ondersteund door diverse platforms. De Raad van Advies kan het bestuur intern adviseren over de manier waarop het NIVR gestalte geeft aan missie, doelstelling en strategie. In 2008 is de Raad van Advies als volgt samengesteld: BUREAU Het Bureau ondersteunt het Bestuur en de Raad van Advies zowel administratief als bij de voorbereiding van beleid, en voert de werkzaamheden uit. Het bestaat in 2008 uit een werkelijke bezetting van 26 medewerkers (25,3 fte’s) en een formatie van 31 medewerkers (begroting 2008: 30,8 fte.).
2008 Voorzitter NIVR
LEDEN B.A.C. Droste Lt-Gen b.d.
PLAATSVERVANGER
2008
LEDEN RAAD VAN ADVIES B.A.C. Droste Lt-Gen b.d. Drs. Sj.S. Vollebregt Drs.Ing. P.F. Hartman Mr. A.P.J.M. Rutten Ir. F.J. Abbink Prof.ir. K.F. Wakker C. van Duyvendijk VAdm b.d Prof.dr.ir. H. Tijdeman Voorzitter NIVR Voorzitter Raad van Bestuur Stork N.V. President-Directeur KLM N.V. Executive Vice President en C.O.O. Schiphol Group Algemeen Directeur Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium Algemeen Directeur SRON Raad van Bestuur TNO Onafhankelijk lid selectiecommissie SRP Voorzitter Netherlands Aerospace Group Voorzitter en Algemeen Directeur Vereniging FME-CWM CEO Dutch Space B.V Algemeen Directeur LVNL Voorzitter Geomatics Business Park Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten
17
Ministerie van Economische Zaken Dr. G.G.A. Biessen Drs. J.B. Lindeman (tot 10 september 2008, hierna opgevolgd door J.B. Lindeman) Ministerie van Defensie Ministerie van Financiën Ministerie van OCW Ministerie van VenW
16
Ir. P.J. Keuning Drs. F. van Haren † (januari 2009) Drs. L.L. Le Duc
Ir. R.F.M.J. Broeders
Drs. R. van Akker
Ir. J.F. Muller J. Kamminga Ir. H.J.D. Reijnen G.H. Kroese Drs. A. Leusink Waarnemer: Lt.-Gen J.H. de Jong
Mr. A . Kappelhof Dr. ir. F.J.J. Brouwer (tot 1 december 2008, hierna opgevolgd door F.J.J. Brouwer)
Fokker 100-Sostar-X
JSF
Columbus
ATV Jules Verne
2008
oNTwIkkelINgeN NIvr
VERSLAG BESTUUR 2008 stond voor het NIVR Bestuur in het licht van de ESA-ministerconferentie op 25-26 november. Ook was er aandacht voor de verbetering van het imago van de ruimtevaart via een versterking van de communicatie naar overheid en burger over nut en noodzaak van ruimtevaartontwikkeling. Voor de luchtvaart was er de start van het Clean Sky Programma waar de nadruk ligt op vergroening van de luchtvaart zowel voor het vliegtuiggebruik als het product vliegtuig. Daarnaast is de voorbereiding voor een Kennis en Innovatie Agenda Duurzame Luchtvaart besproken. Parallel speelde de voorbereiding van de integratie van de stichting NIVR binnen de SenterNovem-organisatie en de daarmee samenhangende oprichting van een Netherlands Space Office (NSO). Na het vaststellen van het Convenant NSO (oktober 2008) door de ministeries EZ (coördinerend), OCW, VenW en NWO en de voorbereiding van een mandaat, heeft de ministerraad op 4 april 2008 dit voorgenomen besluit bekrachtigd en is het overgenomen door het NIVR Bestuur. Bij de formele overgang (zomer 2009) wordt de Stichting in beheer gegeven aan een vereffenaar die zorg zal dragen voor de correcte afwikkeling van de door de Stichting NIVR aangegane verplichtingen. Als gevolg van deze stap wordt aan het Bestuur decharge verleend. De jaarlijks terugkerende activiteiten van het Bestuur zijnde de vaststelling van de Jaarrekening en Accountantsverklaring 2008, de Begroting 2009, het Halfjaar- en Jaarbericht 2008 en het Jaarverslag 2008 zijn ook gepasseerd. VERSLAG RAAD VAN ADVIES De Raad van Advies heeft tweemaal vergaderd. Naast de ontwikkelingen in de luchtvaart en de ruimtevaart in Nederland (zie verslag Bestuur) is de overgang naar SenterNovem uitvoerig besproken met het belang van de Nederlandse luchtvaart- en ruimtevaartsector voorop. Als gevolg van de overgang zal er in plaats van de huidige Raad een Programmaraad worden geformeerd. Deze zal evenwichtig worden samengesteld uit deskundigen uit de kring van wetenschap, industrie en institutionele gebruikers. Het kader voor deze nieuwe raad wordt in het Convenant NSO geschetst. IN MEMORIAM Wij herdenken de waardevolle bijdragen van ons bestuurslid drs. Frans van Haren, Senior Inspecteur van de Inspectie der Rijksfinanciën van het Ministerie van Financiën, voor de luchtvaart en ruimtevaart in Nederland. Wij herinneren ons Frans als een zeer innemend mens.
ook was er aandacht voor de verbetering van het imago van de ruimtevaart via een versterking van de communicatie naar overheid en burger over nut en noodzaak van ruimtevaartontwikkeling.
18
19
Motorframe van Ariane 5 raket
highlight
2008
2008 was voor het nivr een bewogen jaar, vooral organisatorisch
nivr-directeur ger nieuwpoort, plv-directeur henk van leeuwen en nico van putten
voor het managementteam van het NIvr stond het verslagjaar vooral in het teken van de organisatorische overgang richting SenterNovem. “Het was een intensief ‘loslatingsproces’ dat de actualiteit rond de lucht- en ruimtevaart dikwijls ver oversteeg. dat was ook nodig, want het ging over niets minder dan onze toekomst. op dit moment focussen we ons in het managementteam op de kansen die er liggen. Maar duidelijk is, dat dit soort processen de nodige tijd en energie vergen van iedereen.”, concluderen directeur ger Nieuwpoort, plv-directeur Henk van leeuwen en Nico van Putten unaniem. NIEUWE KANSEN In het vorige verslagjaar 2007 was het NIVR ook al druk bezig zijn organisatie te verbeteren. “Toen hebben we een proces in gang gezet om intern de ruimte- en luchtvaart meer te vervlechten en onze communicatie naar buiten te verbeteren. We waren daarmee goed op weg, maar vanwege de overgang naar SenterNovem is onze aandacht verlegd. In het afgelopen jaar hebben we vooral goed nagedacht over de vraag hoe wij zo goed mogelijk zouden kunnen functioneren in een nieuwe ambtelijke context. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat onze specifieke expertise op het gebied van lucht- en ruimtevaart behouden blijft? Op welke manier kunnen onze medewerkers hun werk zo goed en vrij mogelijk voortzetten?” Ger Nieuwpoort schat de nieuwe situatie positief in. “Terugkijkend kun je stellen dat de ‘vorm’ van het NIVR aan verandering toe was, maar de inhoud zeker niet. Daar lag onze zorg dan ook het afgelopen jaar. Maar alles overwegende verwacht ik dat er voor ons in de nieuwe constellatie goede mogelijkheden liggen om kwaliteitswerk te blijven leveren. De voorwaarden zijn daarvoor aanwezig. Het gaat er om hoe alle partijen ermee omgaan.” Programmamanager Ruimtevaartstrategie, Nico van Putten, plaatst nog een kanttekening: “Voor de ruimtevaart is de timing van de reorganisatie goed, doordat er een goed mandaat ligt. Persoonlijk zie ik met het nieuwe NSO veel kansen voor de ruimtevaartontwikkeling in Nederland. De luchtvaart moet echter nog twee jaar verder met de huidige luchtvaartbrief. Dat schept in dit proces bij NIVR-medewerkers en in de luchtvaartsector wel wat onzekerheid.”>
“terugkijkend kun je stellen dat de ‘vorm’ van het nivr aan verandering toe was, maar de inhoud zeker niet.”
20
“persoonlijk zie ik met het nieuwe nso veel kansen voor de ruimtevaartontwikkeling in nederland.”
21
highlight
ESA-MINISTERSCONFERENTIE 2008 was een heel succesvol jaar voor de Nederlandse ruimtevaart. Nico van Putten belicht een aantal markante successen. “Heel belangrijk was de ESA-ministersconferentie. Dat was de afsluiting van het driejarig voorzitterschap van Maria van der Hoeven. Het feit dat die conferentie deze keer in ons eigen land plaatsvond, is natuurlijk bijzonder. Dat bood ons een podium om de maatschappelijke relevantie van ruimtevaart extra in beeld te brengen. Het ministerie van EZ heeft bijvoorbeeld een speciale uitgave gemaakt over de betekenis van ruimtevaart in en voor Nederland. Aangezien er op de ministersconferentie belangrijke besluiten moesten worden genomen over programma’s waar ook Nederland in participeert, hebben we zoveel mogelijk politici erbij betrokken. We hebben ook een leerlingendebat over het belang van ruimtevaart georganiseerd in de oude Tweede Kamer. Dat was ook een groot succes.”
2008
De ministersconferentie was voor Nederland cruciaal, stelt hij. “De ruimtevaartinstrumenten OMI en Sciamachy die gassen meten in de ruimte lopen in 2014 op hun eind. Om de continuïteit van data te garanderen wordt het ruimte-instrument Tropomi gelanceerd. Samen met ESA heeft Nederland voorgesteld om TROPOMI als voorloper van de grotere satelliet Sentinel 5 in het Aardobservatie GMES-programma te laten vliegen. Het NIVR is projectleider van het TROPOMI ruimteinstrument, dat gebouwd gaat worden door een Nederlands industrieel consortium. Het is voor ons land heel belangrijk dat we onze eerder opgebouwde expertise bij OMI en Sciamachy weer kunnen benutten en daarbij internationaal kunnen samenwerken.“ Verder heeft Nederland op de ministersconferentie het initiatief genomen om een klein satellietplatform CX2 te gaan bouwen. “Ook dit zal in ESA-kader plaatsvinden. De hoofdaannemer is Dutch Space, waarbij het NIVR de taak heeft om het budget binnen ESA rond te krijgen. Het platform zal vele toepassingen kennen in de telecommunicatie en technologiedemonstratie.”
TWEE LANCERINGEN Letterlijke hoogtepunten waren in 2008 de lancering van ‘Columbus’ en ‘ATV’. Van Putten: “Columbus is het Europese laboratorium dat gekoppeld is aan het internationale ruimtestation ISS. In Columbus zitten een paar Nederlandse items zoals de gloveboxes van Bradford, die een belangrijke bijdrage gaan leveren aan het wetenschappelijk onderzoek. Een andere lancering betrof de ATV, het bevoorradingsruimteschip voor het internationale ruimtestation ISS. Hiervoor heeft Dutch Space de zonnepanelen geleverd. Samengevat is het goed om te constateren dat Nederlandse bijdragen waar jarenlang door onze industrie aan gewerkt is, nu met succes worden toegepast in de ruimte.“ CAPSULETENTOONSTELLING Het NIVR heeft in 2008 ook fors geïnvesteerd in de organisatie van de ‘Capsuletentoonstelling’. “Deze is in januari geopend door EZ-minister Van der Hoeven, waarmee ze samen met ESA-astronaut André Kuipers tevens het Nederlands ruimtevaartjaar inluidde. Ze onthulden drie multimediale ruimtecapsules met 16 monitoren waar doorlopend films op vertoond worden. Deze geven een goed beeld van de hoogwaardige industriële en wetenschappelijke inspanningen van de Nederlandse ruimtevaartsector en de maatschappelijke relevantie ervan. Je krijgt informatie over het verleden, heden en de toekomst van de ruimtevaart en haar toepassingsgebieden. De Capsuletentoonstelling trekt door Nederland en is tot eind 2009 volgeboekt. Met dit initiatief heeft het NIVR zijn publiekstaak serieus opgepakt en een succesvolle bijdrage geleverd voor het creëren van een breed maatschappelijk draagvlak voor ruimtevaart.”
CLEAN SKy Henk van Leeuwen gaat nader in op enkele highlights in de luchtvaart. “Nederland participeert met vier consortia in het Europese programma ‘Clean Sky’. Dit zevenjarig project moet leiden tot stillere en zuinigere vliegtuigen. Als klein land kunnen we hierin niet zelfstandig opereren, dus door internationale samenwerking versterken we onze kennisbasis en industriële markt. Het NIVR zorgt hierbij voor de matchmaking. We hebben voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd, bijvoorbeeld over de ‘smart wing’. Door consortia te vormen en die te faciliteren kan het Nederlandse bedrijfsleven, en vooral het MKB, in dit kostbare programma participeren.” KENNIS- EN INNOVATIEAGENDA DUURZAME LUCHTVAART Een ander item is de ‘Kennis- en Innovatieagenda Duurzame Luchtvaart’. “Ons ideaal is om de industriële en transportsector van de Nederlandse luchtvaart bij elkaar te brengen. Zonder de verschillen te willen verzwijgen, kun je stellen dat er hiervoor voldoende gemeenschappelijke belangen bestaan. We moeten onze gezamenlijke aandacht richten op niches in de markt. Dat is ook wat de overheid wil. In 2008 is het initiatief genomen om een luchtvaartagenda voor kennis en innovatie op te stellen. Dit wordt ondersteund door drie ministeries.” Het NIVR is hierin vertegenwoordigd door directeur Nieuwpoort. “Enerzijds gaat het erom om samen op de sterk concurrerende internationale luchtvaartmarkt een grotere rol te kunnen spelen. Anderzijds willen we onze kenniscentra meer laten focussen op onderwerpen die hier dienstbaar aan zijn. Alleen in Europees verband kan Nederland dit voor elkaar krijgen, zoals we ook in de ruimtevaartontwikkeling hebben bewezen.” JIST Een ander markant onderwerp was vorig jaar het JSF Industry Support Team (JIST). Van Leeuwen: “Het NIVR is bij het JSF-project betrokken door Nederlandse bedrijven in contact te brengen met Amerikaans bedrijven. JIST is het instrumentarium om dit te faciliteren. Met zijn kennis van de markt speelt het NIVR hierbij een rol van betekenis.” •
22
“ enerzijds gaat het erom om samen op de sterk concurrerende internationale luchtvaartmarkt een grotere rol te kunnen spelen. anderzijds willen we onze kenniscentra meer laten focussen op onderwerpen die hier dienstbaar aan zijn.”
23
“2008 was een heel succesvol jaar voor de nederlandse ruimtevaartontwikkeling.”
het onbemande ruimtevrachtvoertuig atv heeft voor het eerst voedsel,brandstof en goederen bij het iss bezorgd. nederland heeft een belangrijke bijdrage aan dit project geleverd.
2008
HIgHlIgHTS rUIMTevaarT 2008
NEDERLAND EN RUIMTEVAART Op veel gebieden zoals communicatie, navigatie, weerkunde, astronomie, fysica, en geodesie is de invloed van ruimtevaart dagelijks merkbaar. Ruimtevaart draagt bij aan het welzijn, de veiligheid en de welvaart van onze samenleving. De Nederlandse kracht in de ruimte ligt vooral op het gebied van wetenschappelijke instrumenten voor astronomisch en aardgericht onderzoek vanuit satellieten. Onze ruimtevaartbedrijven en -instituten hebben daarmee een internationaal erkende reputatie. Zo heeft de nieuwe ESA-ruimtetelescoop Herschel een Nederlands hart: het instrument HIFI. Ook in de ontwikkeling en het gebruik van ruimteinstrumenten voor aardobservatie heeft Nederland een goede track record. De in ons land gebouwde instrumenten OMI en SCIAMACHy hebben de wereldwijde kennis over uitstoot en verspreiding van luchtvervuiling en broeikasgassen flink vooruit geholpen. Om de continuïteit van de waarnemingen van de aardatmosfeer vanuit de ruimte te waarborgen is het van belang dat in 2014 een nieuw instrument beschikbaar is. De beoogde lancering van het ruimte-instrument TROPOMI in dat jaar kan die continuïteit bieden. Daarnaast kan dit instrument veel gedetailleerder kijken dan OMI en SCIAMACHy. NEDERLANDS RUIMTEVAARTJAAR 2008 In het Nederlands Ruimtevaartjaar 2008 is er veel gebeurd. Zo is het Europese ruimtelaboratorium Columbus aan het internationale ruimtestation ISS gekoppeld. Verder heeft het onbemande ruimtevrachtvoertuig ATV voor het eerst voedsel, brandstof en goederen bij het ISS bezorgd. Aan deze projecten heeft Nederland een belangrijke bijdrage geleverd. Daarnaast zijn in 2008 de GOCE- en HIFI- instrumenten opgeleverd. De lancering van GOCE stond voor 2008 gepland en heeft uiteindelijk succesvol plaatsgevonden op 17 maart 2009. De Herschel/Planck met daarop het HIFI-instrument is op 14 mei 2009 succesvol gelanceerd. Eind november vond in Den Haag de ministersconferentie van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA plaats. Deze conferentie is belangrijk voor het bepalen van onze positie en ambitie in de ruimtevaart. Op dit moment draagt het kabinet per jaar € 100 miljoen bij aan onderzoeken. Dit leidt vervolgens tot opdrachten aan Nederlandse bedrijven en instellingen. MULTIMEDIALE CAPSULETENTOONSTELLING Om te laten zien wat ruimtevaart betekent voor ons dagelijks leven heeft het NIVR de reizende tentoonstelling 'Ruimtevaart in Nederland' ontwikkeld. Deze bestaat uit drie ruimtecapsules waarin bezoekers via 16 monitoren de ontwikkelingen in de ruimtevaart van nabij kunnen volgen. De capsuletentoonstelling is op 23 januari 2008 officieel geopend door minister Maria van der Hoeven van Economische Zaken en ESA-astronaut André Kuipers, en markeerde de start van het Nederlands Ruimtevaartjaar 2008. De tentoonstelling heeft het afgelopen jaar op verschillende locaties gestaan, zoals Aviodrome, Space Expo, Centrale bibliotheek Rotterdam, WTC Amsterdam, de Tweede Kamer en bij de ESA-ministerconferentie. Ook in 2009 is ze op diverse locaties te bezichtigen.
24
25
wat ruimtevaart betekent voor ons dagelijks leven.
highlight
Multimediale capsuletentoonstelling in de Tweede Kamer
SCHOLIERENDEBAT RUIMTEVAART Op 9 oktober 2008 heeft het NIVR samen met SRON, NISO en de dienst communicatie van de Tweede Kamer een debat georganiseerd met VWO 6-leerlingen (profiel Natuur & Techniek) ter stimulering van het specifieke vakgebied Lucht- & Ruimtevaart. Dit jongerendebat in het voormalige Tweede Kamergebouw was een voorproefje op het echte debat dat Kamerleden begin november voerden. Onderwerp is dan de toekomst van de Nederlandse ruimtevaart en de Nederlandse inzet op de ESA-ministerconferentie in Den Haag. De scholieren gingen kritisch in op een fictieve casus over Nederlandse geldbesteding in de ruimtevaart. Investeren we in een satelliet om de aarde te behoeden voor broeikaseffecten en milieurampen? Of moet het geld gaan naar onderzoek van het heelal en zonnestelsel? Vooraf hadden de leerlingen een bezoek aan Space Expo en ESTEC gebracht. Daar kregen ze een masterclass van sterrenkundejournalist Govert Schilling en KNMIklimaatonderzoeker Rob van Dorland.
26
LANCERING COLUMBUS Het uiterst geavanceerde ruimtelaboratorium voor wetenschappelijk onderzoek Columbus is Europa’s belangrijkste bijdrage aan het internationale ruimtestation ISS. In de wanden van het lab is plaats voor tien verschillende experimentenfaciliteiten. Daarmee kunnen astronauten zonder ruimtepak in gewichtloze toestand proeven uitvoeren op allerlei gebieden. Van levenswetenschappen, menselijke fysiologie en biologie tot vloeistoffysica, materiaalkunde, technologie en onderwijs. Daarnaast worden buiten de module experimenten gedaan op het gebied van ruimtewetenschap, aardobservatie, materialen en geavanceerde ruimtetechnologie. Aan boord is een biomedische faciliteit, een fysiologische en één voor vloeistofmechanica. Naast wetenschappelijke experimenten wordt in het lab ook toegepast onderzoek gedaan. Bijvoorbeeld naar nieuwe hightech metalen om vliegtuigturbines lichter en efficiënter te maken. De astronauten werken nauw samen met de operators in het controlecentrum in München en met honderden wetenschappers in heel Europa. Een team van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) ondersteunt de astronauten realtime vanuit ESTEC in Noordwijk als ze werken met de Europese experimentenfaciliteit. Zo worden de unieke omstandigheden van het ruimtelaboratorium dag en nacht optimaal benut. Columbus is op 7 februari 2008 gelanceerd en is een ruimtelaboratorium van wereldklasse voor tien jaar veelbelovend wetenschappelijk onderzoek.
2008
LANCERING ATV Op 9 maart 2008 is vanaf Kourou, (Frans Guyana) het eerste Europese ruimtevrachtschip, de Jules Verne, gelanceerd. Ook Nederlandse bedrijven hebben bijgedragen aan dit Automated Transfer Vehicle (ATV). Zo leverde Dutch Space de zonnepanelen en Bradford Engineering de onderdelen voor het regelen van de druk en de luchtcirculatie. Verder hebben Dutch Space en Atos Origin gewerkt aan projecten waarbij simulaties werden gedaan van o.a. de volautomatische koppeling van ATV aan het ruimtestation. NIVR heeft zich samen met de Europese- en Nederlandse partners ingezet voor de realisatie van de ATV’s. De Jules Verne is gelanceerd op de Europese raket Ariane-5 en volautomatisch aan het International Space Station (ISS) gekoppeld. Nu het Europese laboratorium Columbus succesvol aan dit ruimtestation is toegevoegd, draagt Europa bij aan het in gebruik houden van ISS door regelmatig ATV’s te lanceren. Zo zullen de ATV’s het ruimtestation voorzien van experimenten, onderdelen, brandstof en voedsel, lucht en water voor de astronauten. Ook zal ATV het ruimtestation een duwtje geven, zodat dit op een hoogte van 400 km om de aarde blijft cirkelen. Na zo’n 6 maanden wordt de ATV ontkoppeld van het ruimtestation en verbrandt, met aan boord 6 ton aan afval, in de atmosfeer.
ESA-MINISTERCONFERENTIE 2008 stond in het teken van de voorbereidingen voor de ESA-ministerconferentie in Den Haag eind november. In 2007 zijn aan de infrastructuurkant van de ruimtevaart prioriteiten gesteld en in 2008 is dit keuzeproces afgerond in een gezamenlijk advies van SRON en NIVR. Onderdeel van de voorbereiding was de strategieontwikkeling om in het kader van het Actieplan Ruimtevaart te bepalen in hoeverre ruimtevaartactiviteiten in Nederland bij het beleid passen en bijgevolg steun verdienen. Veel energie is gestoken in het goed informeren van de sector en de ministeries. Zo zijn er in de aanloop naar de ministersconferentie netwerkdagen gehouden waarbij de vele aanwezigen over de laatste stand van zaken zijn geïnformeerd. Voor ons land was een van de belangrijkste gespreksonderwerpen de bouw van een nieuwe aardobservatiesatelliet met daarop het in Nederland te bouwen ruimte-instrument TROPOMI (Tropospheric Monitoring Instrument). De Nederlandse overheid heeft hiervoor € 78 miljoen beschikbaar gesteld. Tijdens de ministersconferentie is het NIVR/SRON-advies in grote lijnen gevolgd. Met name het besluit te komen tot ondersteuning van TROPOMI en de € 45 miljoen inschrijving voor het CX2-platform kan worden gezien als een succesvol resultaat van eerdergenoemde inspanningen.
27
Scholierendebat ruimtevaart
Lancering Columbus
Lancering ATV
ESA-ministerconferentie
TROPOMI Het doel van het TROPOMI-programma is om broeikasgassen te meten op basis waarvan onderzoek naar de bijdrage van de troposfeer in klimaatverandering en naar luchtkwaliteit op lokale schaal kan plaatsvinden. Voor 2008 was het doel een haalbaarheidsstudie uit te voeren naar de ontwikkeling van het TROPOMIinstrument, het grondsegment en de gebruiksaspecten. Deze zgn. fase A-studie toonde aan dat het instrument zorg zal dragen voor de continuïteit van de meetreeks van atmosferische gegevens (die nu o.a. worden geleverd door OMI en Sciamachy). Op de ESA-ministerconferentie is op het GMES SC-programma met 97% ingeschreven, voldoende om alle activiteiten te laten starten. Tevens is vastgesteld dat aan de gestelde voorwaarden voor internationale samenwerking is voldaan en dat ESA bereid is de leiding te nemen bij de ontwikkeling van de missie. TROPOMI gaat als enige instrument mee op de Sentinel-5 Precursor missie.
2008
TROPOMI is een samenwerking tussen KNMI, SRON, TNO en Dutch Space, in opdracht van het NIVR. De wetenschappelijke leiding is in handen van KNMI (hoofdonderzoeker) en SRON. Dutch Space in Leiden geeft leiding aan het team dat het instrument gaat bouwen. TROPOMI wordt gefinancierd door de ministeries van Economische Zaken, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
HERSCHEL EN HIFI De ESA-satelliet Herschel en het Heterodyne Instrument for the Far Infrared (HIFI) zijn in 2008 opgeleverd. De lancering heeft 14 mei 2009 plaatsgevonden. Herschel is de grootste ruimtetelescoop die tot nu toe werd gebouwd en de enige die kan kijken in golflengten van ver infrarood tot submillimeter. Hij is genoemd naar de astronoom Sir William Herschel die in 1800 het bestaan van infrarood licht bewees. Met submillimeterstraling is het mogelijk om dóór grote gaswolken heen te kijken naar stervorming en de ontwikkeling van sterrenstelsels. HIFI is in staat om water te meten in interstellaire gaswolken, maar ook bij kometen, planeten en hun manen. De spiegel van 3,5 meter doorsnee vangt op anderhalf miljoen kilometer van de aarde infraroodstraling op van koude en ver weg gelegen objecten in het heelal. Hiermee onderzoekt hij een vrijwel onontgonnen gebied voor de sterrenkunde.
HIFI is één van de drie wetenschappelijke instrumenten aan boord van Herschel. Het is het meest geavanceerde ruimte-instrument dat ooit in Nederland werd gebouwd. In totaal werkten 25 instituten uit tien verschillende landen eraan, onder leiding van het Nederlands ruimteonderzoekinstituut SRON. Elke partner heeft zijn eigen specifieke en vaak unieke kennis ingebracht in HIFI. Nederlandse partners in de ontwikkeling van HIFI zijn de TU Delft en TNO. Ingenieursbedrijf Mecon heeft de behuizing van HIFI ontworpen en gebouwd. Naast de bijdrage aan het instrument heeft Nederland ook aan de satelliet zelf meegewerkt. Zo was Dutch Space in Leiden verantwoordelijk voor het ontwerpen, bouwen, testen en afleveren van de temperatuurschilden, inclusief de zonnecellen, en voor het zeer belangrijke standregelsysteem, waarmee de satelliet gericht en op zijn plaats wordt gehouden.
28
hifi is het meest geavanceerde ruimte-instrument dat ooit in nederland werd gebouwd.
Maandelijkse meting ozonlaag
29
Troposfeer
Artist's impression TROPOMI
HIFI-montage op triltafel
Ruimtetelescoop Herschel
Herschel is de grootste ruimtetelescoop die tot nu toe werd gebouwd
2008
HIgHlIgHTS lUcHTvaarT 2008
CLEAN SKy Het Clean Sky initiatief is een omvangrijk 7-jarig onderzoeksprogramma (Joint Technology Initiative) van de Europese luchtvaartindustrie en de Europese Commissie, waarin beide partijen elk € 800 miljoen investeren. Doel is een aanzienlijke impuls te geven aan de zogeheten ‘vergroening’ van de Europese luchtvaart Door deze publiekprivate samenwerking versnelt Brussel de toepassing van nieuwe doorbraaktechnologieën voor duurzaam luchtverkeer en luchtvaartproducten. Dit is voor zowel het milieu als de concurrentiepositie van de Europese luchtvaartindustrie van belang . De taakstellende reductie van 40% van de CO2-emissie in Clean Sky loopt parallel met de Nederlandse kabinetsambitie. Ook is er oog voor geluidsreductie. De ambitie is deze nog eens te halveren. Gezien de maatschappelijke relevantie stemde ook de Nederlandse regering in Brussel op 20 december 2007 in met de lancering van Clean Sky. Vier Nederlandse luchtvaartconsortia hebben zich gekwalificeerd om deel te nemen in het Joint Technology Initiative ‘Clean Sky’. In die consortia is met name het MKB actief, met een leidende rol in twee ervan. Dit is mogelijk door het gezamenlijke optrekken van de Nederlandse overheid en de gebundelde inspanningen van de nationale luchtvaartsector. Ook op dit punt vervult Nederland een voortrekkersrol in Europa. De samenstelling van deze consortia kwam tot stand door toedoen van het NIVR. Ze worden gesteund door het ministerie van Economische Zaken.
door publiekprivate samenwerking versnelt brussel de toepassing van nieuwe doorbraaktechnologieën voor duurzaam luchtverkeer en luchtvaartproducten.
De selectie van de vier consortia door de Europese industrie en de EU onderstreept de kracht en unieke kennis die door het Nederlandse luchtvaartcluster is opgebouwd. Maar liefst 80% van de Nederlandse aanbiedingen is gehonoreerd, daar waar het Europese gemiddelde rond de 20% ligt. Door deze deelname hebben de Nederlanders direct invloed op het vaststellen van de onderzoeksagenda voor de verschillende technologiedemonstratieprojecten en de daaraan gekoppelde markt. Tevens raken de Nederlandse deelnemers door een directe relatie met de hoofdaannemers van het project (o.a. Airbus, Saab, Augusta, Eurocopter, Thales, Liebherr, Dassault) steviger ingebed in de Europese luchtvaartindustrie. Dat is één van de doelstellingen van het overheidsbeleid met betrekking tot het Nederlandse luchtvaartcluster.
30
31
reductie van 40% co2-emissie in clean sky loopt parallel met de kabinetsambitie.
foto: H. Goussé
highlight
32
De Nederlandse consortia richten hun inspanningen op vier technologiedemonstratieprojecten: 1. de intelligente vleugel: deze moet zich gedurende de vlucht zo aanpassen dat hij aanzienlijk minder weerstand genereert en daardoor minder energie gebruikt. Voor de Nederlandse inbreng werken onder leiding van Stork, samen: Airborne, Axxiflex, Microflown Technologies, Technische Universiteit Twente, Technische Universiteit Delft, ADSE en NLR. 2. Tiltrotor vliegtuigen: inzet is de ontwikkeling van geluidsarme aanvliegroutes en intelligente rotorbladen voor helikopters. Dit overwegend Nederlandse consortium wordt geleid door Microflown Technologies en bestaat verder o.a. uit Universiteit Twente, NLR, Airborne, de TU-Delft, Eurocarbon en Ten Cate Advanced Composites. 3. Systemen: dit platform richt zich op bijzonder efficiënte energiesystemen en aanvliegroutes . Het door Aeronamic geleide consortium bestaat o.a. uit NLR, Cranfied University, University of Malta, TU Delft en Parker Filtration. 4. eco-design: In dit platform staan milieuvriendelijke productie en recycling centraal. Ook (nieuwe) milieuvriendelijke materialen worden in dit programma toegepast. Onder leiding van Stork participeren hierin o.a. Axxiflex, ADSE, Sergem, NLR, TU Delft en TU Twente.
Naast de vier consortia levert het NLR een aanzienlijke bijdrage aan de zogeheten Technology Evaluator in Clean Sky. Inzet hiervan is de beoordeling van de ontwikkelde technologie op hun bijdragen aan de doelstellingen van dit project. Clean Sky is in 2008 nog niet operationeel van start gegaan, ondanks de kick off in februari. De deelnemende partijen zijn al wel met onderzoeksactiviteiten begonnen, omdat anders de technologie niet op tijd gereed is voor implementatie. Door het NIVR, dat Nederland vertegenwoordigt in de National States Representatives Group, is er voortdurend op aangedrongen dat de Europese Commissie haast zal maken met de formele regels voor Clean Sky, zodat het project formeel van start kan gaan. Eind 2008 is overeenstemming bereikt met 3 van de 4 Nederlands-Europese clusters over de rol van het NIVR. Deze rol heeft betrekking op het faciliteren van de clusters en assisteren op juridisch en financieeladministratief gebied.
2008
KENNIS & INNOVATIE AGENDA DUURZAME LUCHTVAART De Luchtvaartbrief, waarin het huidige luchtvaartbeleid staat beschreven, loopt af in 2010. Als voorbereiding op een mogelijk vervolg is er in 2008 gewerkt aan een Innovatie Agenda Vliegtuigontwikkeling. Ook afstemming met Europese agenda’s, Innovatie Programma’s en de diverse R&D MoU’s kan makkelijker vanuit een gezamenlijke visie. De Innovatie Agenda bestaat uit een visiedocument met een aantal roadmaps. Op basis van marktkansen wordt een ambitie gedefinieerd en worden er keuzes gemaakt voor onderwerpen die binnen de Innovatie Agenda vallen. Vervolgens wordt er gekeken naar knelpunten die opgelost moeten worden om die ambitie te realiseren. Dit kan breder zijn dan alleen technologische knelpunten. Twee roadmaps zijn opgesteld. De eerste richt zich op Materialen, de tweede op Knowledge Based Engineering. In de loop van 2008 is door het ministerie van Verkeer en Waterstaat gevraagd om o.l.v. dhr. A. Kraaijeveld deel te nemen aan het opstellen van een Kennis & Innovatie Agenda Duurzame Luchtvaart. Vanuit het NIVR is een bijdrage geleverd voor de Maakindustrie en Vliegtuigonderhoud (MRO).
JSF INDUSTRy SUPPORT TEAM (JIST) In februari 2004 richtte het ministerie van Economische Zaken, in een gezamenlijk initiatief met de Koninklijke Luchtmacht, het ministerie van Defensie, het NIID/NIFARP en het NIVR, het ‘JSF Industry Support Team’ (JIST) op. Het doel hiervan is het stimuleren van deelname van de Nederlandse industrie en kennisinstituten in de ontwikkeling en productie van de JSF. Conform de toezegging aan de ICG-JSF stelt het NIVR mankracht ter beschikking aan JIST ter ondersteuning van de industrie. JIST, en daarmee ook de NIVR-vertegenwoordiging, benadert de Nederlandse industrie en instituten om op die wijze een indruk te krijgen van hun competenties die van waarde kunnen zijn voor het JSF-programma. Daarnaast is afgesproken dat het NIVR specifiek de nadruk legt op de mogelijkheden voor de kennisinfrastructuur en de technologieaspecten. Evenals in de voorgaande jaren zal het NIVR zich specifiek richten op het opsporen van concrete mogelijkheden voor de Nederlandse industrie bij met name de Amerikaanse en Britse ondernemingen die betrokken zijn bij het JSF-project. JIST levert bovendien een bijdrage aan de voorbereidingen van de missies van de Bijzonder Vertegenwoordiger Industriële Inschakeling JSF van het ministerie van Economische Zaken.
33
JSF
oNTwIkkelINgeN lUcHTvaarT eN rUIMTevaarT
FEITEN EN CIJFERS LUCHTVAART 2007 Het NIVR voert jaarlijks een enquête uit onder de bedrijven binnen de Nederlandse luchtvaartsector. De feiten en cijfers die hiermee worden verzameld, maken het mogelijk om ontwikkelingen binnen deze sector vast te stellen. De hier gerapporteerde cijfers van 2007 zijn in 2008 verzameld. Dit betekent dat de in het jaarverslag gepresenteerde cijfers altijd een jaar eerder terugkijken.
2.500 2.000 1.500 1.000 1.926 2.235 2.375 2.026 2.020 1.931 500 0
RESEARCH & DEVELOPMENT Zie tabel 2 De Nederlandse luchtvaartsector investeert zo’n 8% van zijn omzet aan R&D. Dit percentage is lager dan het gemiddelde van de Europese luchtvaartsector van 13–14%, omdat Nederland relatief veel onderhoudsgerelateerde omzet heeft waar traditioneel minder R&D-inspanning nodig is.
150
2008
FEITEN EN CIJFERS RUIMTEVAART 2007 Het NIVR voert jaarlijks een enquête uit onder de bedrijven binnen de Nederlandse ruimtevaartsector. De feiten en cijfers die hiermee worden verzameld, maken het mogelijk om ontwikkelingen binnen de sector te volgen. De hier gerapporteerde cijfers van 2007 zijn in 2008 verzameld. Dit betekent dat de in het jaarverslag gepresenteerde cijfers altijd een jaar eerder terugkijken.
WERKEGELEGENHEID Zie figuur 2 en tabel 1 In 2007 waren ongeveer duizend werknemers actief in ruimtevaartprojecten. De werkgelegenheid in de ruimtevaartsector is de laatste jaren stabiel. Ruim driekwart van de werknemers heeft een universitaire of hogere beroepsopleiding. Dit onderstreept het innovatieve en hoogwaardige karakter van het werk. Universitair HBO MBO Ander 51,5% 24,8% 16,3% 7,5%
140,5
134,5
132,5
132,8
0 Tabel 2 Verdeling R&D financiering luchtvaartsector in 2007
132,6
137
Uit eigen middelen 35% Opdrachten overheid 27% Opdrachten luchtvaartindustrie 38%
100 50
2002
2003
2004
2005
2006
2007
Tabel 1 Verdeling werknemers Nederlandse ruimtevaartsector naar opleiding in 2007
Figuur 1 Omzet Nederlandse ruimtevaartsector in 2002-2007 in miljoen euro
2002
2003
2004
2005
2006
2007
Figuur 1 Omzet Nederlandse luchtvaartsector in 2002-2007 in miljoen euro
34
OMZET LUCHTVAARTSECTOR Zie figuur 1 en tabel 1 De omzet van de Nederlandse luchtvaartsector in 2007 bedroeg € 2,4 miljard. Tot 2005 was de omzet min of meer stabiel. Vanaf 2006 is er een groei waarneembaar. De groei van de luchtvaartomzet over de afgelopen 5 jaar was gemiddeld 5% per jaar. Dit komt goed overeen met het groeipercentage van de luchtvaartsector wereldwijd. In 2007 bedroeg de gemiddelde winst van de luchtvaartsector 3,5%. De twee belangrijkste bijdragen aan de omzet zijn het onderhoudssegment (64%) en de maaksector (27%). Slechts 15% van de omzet is gerelateerd aan militaire luchtvaartactiviteiten.
WERKGELEGENHEID Zie figuur 2 De werkgelegenheid binnen de Nederlandse luchtvaartsector in 2007 had een omvang van 15.000 werknemers. De groei die de omzet vanaf 2006 laat zien, is ook waargenomen voor de werkgelegenheid. De groei van de werkgelegenheid over de laatste 5 jaar was gemiddeld 8% per jaar.
15.000 12.000 9.000 6.000 13.669 14.650 10.639 10.896 11.777 11.857 3.000 0
OMZET RUIMTEVAARTSECTOR Zie figuur 1 De omzet van de Nederlandse ruimtevaartsector in 2007 bedroeg € 133 miljoen. Tot 2005 daalde de omzet. Sindsdien is hij min of meer stabiel. De omzet wordt gegenereerd door opdrachten van ESA (50%), opdrachten uit het buitenland (20%) en uit Nederland (30%). De grootste Nederlandse bedrijven hebben ook het grootste aandeel in de omzet (80%). De rest komt voor rekening van het midden- en kleinbedrijf. Voor elke euro die Nederland aan ESA bijdraagt, wordt € 1,16 omzet bij Nederlandse bedrijven gegenereerd. RUIMTEVAART is een sterk innoverende sector. Ruim een derde van de sectoromzet is gerelateerd aan onderzoek en ontwikkeling (O&O). Daarvan wordt de helft gefinancierd door de overheid, 40% wordt ontleend aan opdrachten en 10% besteed op eigen initiatief van de organisaties.
1.000 750 500 1.005 250 0 896 883 922 950 972
2002
2003
2004
2005
2006
2007
Figuur 2 Werkgelegenheid Nederlandse luchtvaartsector (2002 – 2007)
MRO Maakindustrie Kennisinfrastructuur Handel Engineering bureaus
64,3% 27,1% 5,1% 3,1% 0,4%
2002 Tabel 1 Verdeling omzet Nederlandse luchtvaartsector in 2007
2003
2004
2005
2006
2007
VOOR EN DOOR DE RUIMTEVAART Zie tabel 2 De activiteiten in de Nederlandse ruimtevaartsector vallen uiteen in twee typen: voor de ruimtevaart gemaakt – de ontwikkeling van ruimtevaarttechnologie door bedrijven en instituten, bijvoorbeeld voor satellietmissies. door de ruimtevaart mogelijk gemaakt – het gebruik van ruimtevaarttechnologie voor toepassingen op aarde, bijvoorbeeld in de navigatie en telecommunicatie. In de eerste categorie komen de grootste bijdragen voor rekening van de wetenschap, onderdelen van satellieten en de ontwikkeling van lanceervoertuigen. In de tweede is het toepassen van aardobservatiegegevens en plaatsbepaling verreweg het grootste. De verwachting is dat de omzet in de tweede categorie de komende jaren zal toenemen, omdat Nederland erop inzet het gebruik van ruimtevaartgegevens te vergroten. VOOR RUIMTEVAART DOOR RUIMTEVAART Lanceervoertuigen 23,1% Aardobservatie Wetenschap 21,9% Astronomie Telecommunicatie 11,5% Veiligheid Technologie 6,3% Navigatie Navigatie 5,3% Telecommunicatie Bemande ruimtevaart Microgravitatie & exploratie 3,5% Overige 9,8%
Tabel 2 Verdeling omzet Nederlandse ruimtevaartsector in 2007
35
12,5% 2,4% 1,7% 1,6% 0,3% 0,1%
Figuur 2 Werknemeraantallen Nederlandse ruimtevaartsector in 2002-2007
36
37
internationaal ruimtestation iss: ‘thuis’ in de ruimte.
highlight
terugblik
40-41 historie niv/nivr 42-45 de nederlandse lucht- en ruimtevaartontwikkelingen zijn iets om trots op te zijn 46-53 highlights ruimtevaart 54-57 toepassing ruimtevaart 58-61 highlights luchtvaart 62-63 toepassing luchtvaart
38
39
terugblik
HISTorIe NIv/NIvr
Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog was er weinig over van de Nederlandse vliegtuigindustrie. Bovendien liepen de Amerikanen en de Engelsen zo ver voor dat de wederoprichting discutabel was. Niettemin werd op 17 september 1945 een industrieel comité opgericht dat al een half jaar later een voorstel deed aan de regering om de luchtvaartindustrie weer nieuw leven in te blazen. Men zag goede kansen voor de Nederlandse industrie in de wederopbouw en wees op het belang van een onafhankelijke positie op dit terrein. De regering nam het advies onverkort over en gelastte de oprichting van een stichting die de ontwikkelingsfondsen moest beheren. Het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIV) was daarmee een feit. Begin 1970 besloot de regering om de ruimtevaart toe te voegen aan de activiteiten van het NIV. Vervolgens is de naam veranderd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR). Het tijdperk NIV kenmerkt zich door de successen en de uiteindelijke ondergang van de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker. De daaropvolgende decennia waren voor het NIVR vooral succesvol op ruimtevaartgebied, met de lanceringen van ANS en IRAS. In de periode 1990-2009 is het NIVR door het ontbreken van nationale vliegtuigtuig- en ruimtevaartprojecten vooral een netwerkorganisatie die een intermediaire rol vervult tussen wetenschappers, kennisinfrastructuur, gebruikers, bedrijfsleven en overheid op luchtvaarten ruimtevaartgebied. In een (inter)nationale context bevordert het NIVR het maatschappelijk nut en de economische bedrijvigheid van lucht- en ruimtevaart. Ze maakt dit zichtbaar door het geven van (strategische) adviezen, het uitvoeren van het beleid van de ministeries van EZ, OCW, VenW en Defensie, het (doen) uitvoeren van studies, het verstrekken van opdrachten, financiële middelen en informatie, en door het in opdracht van bestuursorganen uitvoeren van relevante subsidieregelingen. Op 1 juli 2009 houdt het NIVR op te bestaan als autonome stichting. De activiteiten worden voortgezet in de ambtelijke context van SenterNovem, het uitvoeringsagentschap van het ministerie van Economische Zaken voor duurzaamheid en innovatie. VOORZITTER VAN DER MAAS Prof. dr. Ir. H.J. van der Maas was heel lang het gezicht van het NIV. Hij is zonder concurrentie de langstzittende voorzitter van het instituut geweest. Op de eerste bijeenkomst op 4 juli 1946 werd hij tot voorzitter gekozen. Hij heeft deze functie tot 1 augustus 1970 vervuld. Na zijn opleiding aan de TH in Delft werkte Van der Maas als ingenieur bij het RSL en het Nederlands Luchtvaart Laboratorium. Daarnaast was hij luchtmachtpiloot in Soesterberg. In Delft werd hij kort voor W.O. II de eerste professor Vliegtuigbouw in Nederland. Tijdens de oorlog moest hij onderduiken. Vanaf 1950 was hij, behalve professor aan de TH in Delft en voorzitter van het NIV, ook voorzitter van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium (NLR). Daarmee bekleedde hij een unieke positie in het onderwijs, en in de ontwikkeling en de research van vliegtuigbouw. Van der Maas heeft vele belangwekkende bijdragen geleverd aan de Nederlandse lucht- en ruimtevaartontwikkeling. Zo kwam onder zijn leiding een hoge snelheid windtunnel tot stand, hij stond aan de wieg van de F27 en F28, en legde de basis voor latere ruimtevaartactiviteiten. Mede door zijn inspanningen werd ESTEC in ons land gevestigd. Ook internationaal stond hij in hoog aanzien en bekleedde vele functies in gezaghebbende organisaties op het gebied van lucht- en ruimtevaart. Hij overleed in 1987.
40
41
men zag goede kansen voor de nederlandse industrie in de wederopbouw en het belang van een onafhankelijke positie op dit terrein.
highlight
Het NIVR bestuur & bureau in 1947. V.l.n.r. A.H. Geudeker, Mr. G.C. Klapwijk, Ir. M. Beeling (Fokker), Ir. L.L.Th. Huls, Prof.dr.ir. H.J. van der Maas
de nederlandse lucht- en ruimtevaartontwikkelingen zijn iets om trots op te zijn
oud-nivr directeuren, peter linssen en ruud roos
Het NIv/NIvr is de afgelopen 63 jaar medebepalend geweest voor de Nederlandse vliegtuigontwikkeling en ruimtevaart. Twee oud-directeuren, Peter linssen en ruud roos, hebben van nabij meegemaakt ‘waarin een klein land groot kan zijn’. “lucht- en ruimtevaart zijn niet meer weg te denken in de hedendaagse maatschappij. Het is heel bijzonder dat Nederland altijd nauw betrokken is geweest bij vele ontwikkelingen waar velen dagelijks van kunnen profiteren. daar mogen we best trots op zijn”
“niet alleen het wetenschappelijk, maar ook het economisch belang van ruimtevaart is dus al vroeg onderkend.”
42
VAN NIV NAAR NIVR Het NIV heeft bestaan van 1946 tot 1970. Dat markeert exact het tijdperk van de langstzittende voorzitter en luchtvaartpionier prof. dr. ir. H.J. van der Maas. Onder zijn energieke leiding verwierf de Nederlandse vliegtuigindustrie een eigen plaats in de wereld. Een jaar voordat men de R van ruimtevaart aan de naam NIV toevoegde, trad Peter Linssen er in dienst als hoofdingenieur. In 1981 werd hij directeur van het NIVR. “Er was een ambitie om in Nederland mee te gaan doen aan de ontwikkeling van een militair vliegtuig als opvolger van de F104. Als vliegtuigontwikkelaar en later bedrijfsleider van Aviolanda in Woensdrecht voldeed ik blijkbaar aan het profiel van ‘ervaren man’. Het doel van het NIV was destijds vooral mogelijkheden voor de Nederlandse vliegtuigindustrie te bevorderen. Dat streven had onder meer geleid tot de succesvolle ontwikkeling van de Fokker F27 Friendship en de F28 Fellowship.” Op 8 januari 1970 besloot de regering de ruimtevaart toe te voegen aan de activiteiten van het NIV. “Vermaarde Nederlandse astronomen waren uiteraard al veel langer bezig met het bestuderen van de ruimte. Maar vanaf de aarde ziet alles er anders uit dan vanuit de ruimte. De dampkring houdt immers heel veel tegen wat buitengewoon interessant is. Het hedendaagse besef van hoe de ruimte eruit ziet, is radicaal anders dan in 1970. Dankzij de ruimtevaart konden onze astronomen internationaal mee blijven doen. Zo mochten ze bijvoorbeeld initiatieven nemen om instrumenten mee te laten liften met een Amerikaanse ruimtevlucht. De NASA stond daar voor open.
terugblik
In diezelfde tijd was er ook al overleg op Europees niveau in ESRO. Daarin waren ook de Nederlandse overheid en wetenschappers vertegenwoordigd. Daaraan meedoen ging naar rato van bruto nationaal product. Zo participeerde ons land ook in de ontwikkeling van Europese satellieten. Voor de Nederlandse industrie was het niet gemakkelijk om daarvoor interessante deelopdrachten te verwerven, doordat men vooral moest opboksen tegen vliegtuigindustrieën in de grote Europese landen, die al ervaring met ruimtetechnologie hadden opgedaan. Fokker en Philips drongen er dan ook sterk op aan om in Nederland een eigen ruimtevaartproject op te starten. ” ANS Internationaal was de ruimtevaartontwikkeling sterk verbonden met de vliegtuigindustrie en met de elektronische industrie. Linssen: “Bij ons waren dat vooral Fokker en Philips. Hun bewezen kwaliteiten, gecombineerd met onze excellente astronomen, leverde uiteindelijk het eerste nationale ruimtevaartproject op, de Astronomische Nederlandse Satelliet (ANS). Het was een samenwerkingsprogramma met het Amerikaanse ruimtevaartbureau NASA. Het NIVR voerde daarbij het beheer over de Nederlandse activiteiten, terwijl NASA dat deed voor het Amerikaanse deel.” Hij wijst nog op een andere rol die van oudsher bij het instituut past. “Om dergelijke kostbare projecten te kunnen realiseren, moet je vooraf natuurlijk flink lobbyen. Dat is dan ook met veel succes gebeurd bij het toenmalige ministerie van Onderwijs en Wetenschappen en dat van Economische Zaken. Zij hebben veel geïnvesteerd, op voorwaarde dat het bedrijfsleven zoals Fokker, Philips en Holland Signaal, flink meedeed. Niet alleen het wetenschappelijk, maar ook het economisch belang van ruimtevaart is dus al vroeg onderkend. Door ANS kon het Nederlandse bedrijfsleven ervaring opdoen met ruimtevaartopdrachten, die door de grote internationale concurrentie elders in Europa niet verkrijgbaar waren. En voor de Nederlandse astronomen ging er met ANS een nieuwe wereld open.”
Linssen concludeert dat de investering voor ANS heel waardevol is geweest. “In plaats van de geplande 6 maanden heeft de satelliet maar liefst 16 maanden lang ruim 7000 banen rond de aarde beschreven. Dat was een duidelijk bewijs van Nederlands wetenschappelijk en technisch kunnen. Niet alleen astronomen zijn er een stuk beter van geworden vanwege de vele metingen die gedaan zijn, maar ook de industrie was vele ervaringen rijker en kon er voortaan haar visitekaartje van deskundigheid en degelijkheid mee afgeven.” IRAS In het verlengde van het ANS-succes rijpten bij het NIVR en de Nederlandse industrie, ondersteund door de wetenschappers, plannen voor het vervolgproject IRAS. “Dat hebben we samen met NASA opgezet als twee gelijkwaardige partners, waarbij zowel Amerika als Nederland een gelijk aandeel aan industriële en wetenschappelijke inspanning leverde. Die positie krijg je niet zomaar. In de ruimtevaartwereld moet je als land af en toe je gezicht laten zien om serieus genomen te worden. Daar waren we met ANS al aardig in geslaagd.” De samenwerking met NASA was heel logisch, vertelt Peter Linssen. “Door de goede ervaringen met ANS was er aan beide zijden een positieve opstelling. Verder konden we door deze samenwerking toegang verkrijgen tot de Amerikaanse technologie. En we hadden zo geen extra kosten voor de lancering. Maar bovenal bood de samenwerking ook veel nieuwe kansen voor hoogwaardige Nederlandse werkgelegenheid.” >
43
Peter Linssen
Ruud Roos
IRAS bij Fokker
“nasa was altijd heel goed op de hoogte van ontwikkelingen in nederland.”
Hij kijkt met veel voldoening en trots terug op deze mijlpaal. “Toen IRAS in 1984 de eerste metingen uitvoerde, kreeg ik in Washington van de baas van NASA de hoogste onderscheiding die hij aan een niet Amerikaan kon uitreiken, als blijk van waardering voor onze NIVR-inspanningen en de constructieve samenwerking. Diverse leden van het Nederlandse IRAS-team werden eveneens onderscheiden.” Peter Linssen is na zijn pensionering in 1995 nog geregeld ‘ingevlogen’ in diverse commissies voor het Europese ruimteagentschap. “In een daarvan hebben we een visie ontwikkeld voor de ruimtevaart in de komende 20 jaar. Ik was vooral geboeid door een voorgesteld concept voor een elektrische zonne-energiecentrale in de ruimte. Die zou die energie door microgolven naar een of meer ontvangststations op aarde kunnen sturen. Er ligt een mooie toekomst voor ons.” FOKKER Toen hoofd Luchtvaart Ruud Roos in 1995 directeur werd van het NIVR, verkeerde de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker economisch in zwaar weer. “Als vliegtuigliefhebber pur sang word je daar natuurlijk niet vrolijk van. Te meer omdat ik zelf had meegewerkt aan het tot stand komen van de ontwikkeling van Fokkervliegtuigen.”
44
Zijn eerste activiteiten bij het NIVR lagen op het gebied van technologieontwikkeling voor de vliegtuigbouw, toentertijd het Algemene Research Programma. “Daar zaten veel onderwerpen in van aerodynamica tot innovatieve materialen en constructies. Vanwege mijn brede kennis, vooropleiding en werkactiviteiten op vliegtuiggebied had ik daarmee bij het NIVR een boeiende technologische job. Er waren vanuit de overheid veel fondsen beschikbaar om onderzoek te doen, gericht op toekomstige Nederlandse vliegtuigbouw. De ontwikkeling van de Fokker F50 was toen al aan de gang, maar ik heb wel actief meegewerkt aan de voorbereiding van de F100.” Roos kijkt met name tevreden terug op de bijdrage die hij aan de ontwikkeling van de F70 heeft kunnen leveren. “Dat was een afgeleide van de F100, maar de ontwikkeling van de F70 hebben we vanuit het NIVR anders aangepakt dan eerdere projecten. Zo konden we zonder noemenswaardige technische tegenslagen binnen het budget blijven. Dat betekent heel wat in de vliegtuigontwikkeling.” Het is daarom extra jammer dat Fokker het uiteindelijk niet gered heeft, stelt hij. “Daarbij hebben meerdere factoren een rol gespeeld. Zo hebben de F50 en F100 veel meer ontwikkelingskosten gevergd dan begroot. Tegelijkertijd was er een enorme waardedaling van de dollar, waardoor er veel meer vliegtuigen verkocht moesten worden om de ontwikkelingskosten terugbetaald te krijgen.
terugblik
Bovendien heerste er ook een economische malaise die de afzet van vliegtuigen stagneerde. Dat bij elkaar opgeteld was niet te dragen voor Fokker. Ik betreur het nog steeds, want zowel de F100 als de F70 waren concepten die hun tijd ver vooruit waren. Dan gaat het niet alleen over de technologie, maar ook over vliegveiligheid en economische vervoerprestatie.”Hij onderstreept het belang van de rol die het NIVR bij vele kostbare vliegtuigprojecten heeft gespeeld. “Een nieuw vliegtuig ontwikkelen vraagt heel veel onderzoek. Fokker alleen kon onmogelijk die ontwikkelingskosten opbrengen, dus daar kwam een forse overheidsimpuls aan te pas. Als NIVR moesten wij onder meer het budget bewaken, wat natuurlijk niet altijd gemakkelijk was in een speelveld van verschillende belangen. Zeker in de laatste jaren van Fokker was het dikwijls heftig.” Hij beseft terdege dat de vliegtuigontwikkeling anno 2009 in een heel andere positie verkeert dan in zijn tijd. “Er is uiteraard geen sprake meer van het ontwerpen van een nationaal vliegtuig. Wel constateer ik dat, mede dankzij het feit dat Fokker in een vroeg stadium in staat gesteld is deel te nemen aan de ontwikkelingen van Airbus, producenten en leveranciers van vliegtuigonderdelen in Nederland het nu vaak goed doen. Ik noem hier Stork Aerospace, waarvan bijvoorbeeld Elmo producten levert aan Airbus, Boeing en aan verschillende militaire projecten. Voor deze activiteiten zie ik absoluut een toekomst voor het Nederlandse bedrijfsleven.”
SCIAMACHy EN OMI Als directeur van het NIVR kreeg Ruud Roos beroepshalve ook veel te maken met de ruimtevaart. “Dat was in het tijdperk van de neergang van Fokker een welkome uitdaging. In die tijd waren er nauwelijks nog ruimtevaartprojecten van eigen bodem. Vanwege de hoge kosten werd er samenwerking gezocht met andere landen of in ESA-verband. Dat is goed gelukt, zoals bij de röntgensatelliet BeppoSAX, een Italiaans/Nederlandse coöperatie, en bij de internationale samenwerkingsprojecten Sciamachy en OMI. Bij die laatste twee ging het om aardobservatie en atmosfeerchemie. Op die gebieden hebben we de afgelopen decennia een wereldnaam opgebouwd.” Persoonlijk heeft hij ervaren dat ze bijvoorbeeld bij NASA altijd heel goed op de hoogte waren van wat er in Nederland aan ontwikkelingen plaatsvond. “Mede daardoor konden wij met het OMI-instrument een plaats op hun satelliet verwerven. En vervolgens konden we door dat programma de positie van onze vooraanstaande atmosfeerwetenschappers versterken. Zo bezien, brengt het ene succes het volgende voort.” Ruud Roos is in 2002 met de VUT gegaan. “In de daaropvolgende jaren ben ik nog nauw betrokken geweest bij industriële ruimtevaartactiviteiten en bij verschillende programma’s in ESA-verband, zoals bij de ruimtevlucht van André Kuipers. Het was heel bijzonder om als Nederlandse programmamanager aanwezig te mogen zijn bij de lancering in Kazachstan en in het vluchtleidingscentrum.”•
45
“ik betreur het nog steeds, want zowel de f100 als de f70 waren concepten die hun tijd ver vooruit waren.”
Cityhopper
Fokker 70
terugblik
HIgHlIgHTS rUIMTevaarT
in plaats van de geplande 6 maanden heeft de satelliet ans maar liefst 16 maanden lang ruim 7000 banen rond de aarde beschreven. dat was een duidelijk bewijs van nederlands wetenschappelijk en technisch kunnen.
ANS De eerste Astronomische Nederlandse Satelliet (ANS) is gelanceerd op 30 augustus 1974. Het werd een heel succesvol project. ANS vervoerde een UV-telescoop en twee instrumenten voor röntgenstraling. Verder bevatte ANS een groot aantal hoogwaardige en geavanceerde componenten. Ze bevorderden de innovatie en technologische ontwikkeling in Nederland. Door ANS kon het Nederlandse bedrijfsleven (Fokker, Philips en Holland Signaal) ervaring opdoen met ruimtevaartopdrachten, die door de grote internationale concurrentie elders in Europa niet verkrijgbaar waren. En voor de Nederlandse astronomen ging er een nieuwe wereld open. In plaats van de geplande 6 maanden heeft de satelliet maar liefst 16 maanden lang ruim 7000 banen rond de aarde beschreven. Dat was een duidelijk bewijs van Nederlands wetenschappelijk en technisch kunnen. Het NIVR verzorgde daarbij het kwaliteitsmanagement en het ruimtevaartbeheer voor de overheid en had de supervisie over het project. IRAS In het verlengde van het ANS-succes rijpten bij het NIVR en de Nederlandse industrie plannen voor het vervolgproject ‘Infra Rood Astronomische Satelliet’ (IRAS). Deze is gelanceerd op 25 januari 1983 vanaf de Western Test Range in Californië. Voorheen gebeurde infraroodmeting met behulp van ballonnen die tot ongeveer 10 km in de stratosfeer reikten. Deze metingen waren verre van ideaal. Dit leidde tot het idee van IRAS, waarbij net als bij ANS de wetenschap en industrie nauw betrokken werd. Bovendien was het een internationaal samenwerkingsproject waarin ook NASA en het Britse Science Research Council betrokken waren. Terugblikkend was het een voor Nederland succesvol project. De wetenschappelijke opbrengsten worden nog steeds gebruikt bij onderzoek. Ook voor het bedrijfsleven had IRAS een positief resultaat.
46
47
highlight
Eerste presentatie ANS
IRAS bij Fokker
BEPPOSAX De Nederlands-Italiaanse BeppoSAX-satelliet heeft tussen 30 april 1996 en 30 april 2002 veranderlijke bronnen van röntgenstraling kunnen waarnemen. SAX staat voor het Italiaanse Satellite per Astronomia di raggi X. De satelliet had twee buitengewoon variabele röntgencamera's aan boord, met elk een ruimtehoek van maar liefst 40 bij 40 graden. Deze door SRON ontwikkelde groothoekcamera's waren, in combinatie met de gunstige satellietbaan, in staat om binnen enkele uren en tot op een paar hoekminuten nauwkeurig de positie van een röntgenbron te bepalen.
In totaal heeft de BeppoSAX 54 explosies op miljarden lichtjaren afstand waargenomen. Daarnaast heeft de satelliet een schat aan informatie opgeleverd over diverse veranderlijke röntgenbronnen in ons eigen Melkwegstelsel. Het succes van BeppoSAX is mede te danken aan de Nederlandse industrie. Onder leiding van het NIVR ontwierp en bouwde Fokker Space (tegenwoordig Dutch Space) het standregelsysteem en waren NLR, TNO-TPD en Stork Product Engineering ook betrokken bij de bouw van de satelliet. Tevens leverde Fokker Space de zonnepanelen.
terugblik
bepposax heeft vooral bekendheid gekregen door de rol die de satelliet speelde bij het achterhalen van de herkomst van gammaflitsen. dat zijn kortstondige kosmische uitbarstingen van hoog-energetische gammastraling, die lang een raadsel zijn geweest.
48
49
in totaal heeft de bepposax 54 explosies op miljarden lichtjaren afstand waargenomen.
Lancering van BeppoSAX-satelliet op 30 april 1996
highlight
BEMANDE RUIMTEVAART De eerste ruimtevaarder van Nederlandse afkomst was Lodewijk van den Berg (Sluiskil, 24 maart 1932). Hij studeerde chemische technologie aan de Technische Hogeschool in Delft. Daarnaast studeerde hij aan de universiteit van Delaware (VS) en specialiseerde zich in het 'kweken' van kristallen waarmee gammastraling kan worden gedetecteerd. Doordat dit werd beschouwd als een spionagegevoelige vinding moest hij in 1975 Amerikaans staatsburger worden. Hij vroeg NASA om kristallen te kweken bij gewichtloosheid. NASA dacht dat het gemakkelijker zou zijn om een kristallenkweker op te leiden tot ruimtevaarder dan andersom. Zo werd Van den Berg op 29 april 1985 gelanceerd aan boord van de Space Shuttle Challenger, missie STS-51-B. Na ruim 168 uren in de ruimte landde hij op 6 mei weer op aarde. Zes maanden later ging Wubbo Ockels de ruimte in, eveneens met de Challenger. Hij is officieel de eerste ruimtevaarder die tijdens zijn vlucht daadwerkelijk de Nederlandse nationaliteit bezat. Wubbo Ockels (Almelo, 28 maart 1946) werd in 1978, als buitengewoon hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen verbonden wetenschapper, geselecteerd om mee te werken aan het Spacelab-programma, een samenwerkingsproject van de ESA en de NASA.
terugblik
Tijdens de eerste Spacelabvlucht in 1983 onderhield hij vanuit het vluchtleidingscentrum contact met de wetenschappers onder de bemanning. Van 31 oktober tot en met 6 november1985 was hij tijdens zijn ruimtevlucht en verblijf in het Spacelab D-1 verantwoordelijk voor de vele meetapparatuur, waarmee allerlei proeven moesten worden uitgevoerd. De eerste ruimtevlucht van ESA-atronaut André Kuipers (Amsterdam, 5 oktober 1958) vond plaats in het kader van de DELTA-missie (Dutch Expedition for Life science, Technology and Atmospheric research). Kuipers ondersteunde het grondteam in het Russische vluchtleidingscentrum tijdens de Odisse-missie van de Belgische ruimtevaarder Frank De Winne (oktober 2002) en tijdens de Cervantes-missie van de Spaanse ruimtevaarder Pedro Duque (oktober 2003). Tevens trainde hij als reserve voor Duque. In december 2002 is Kuipers geselecteerd als boordingenieur voor een vlucht naar het Internationale Ruimtestation. Hij heeft aan boord van het ISS een aantal wetenschappelijke experimenten uitgevoerd op het gebied van biologie, geneeskunde, technologische ontwikkeling, natuurkunde en aardobservatie.
OMI Sinds 1998 beheert het NIVR namens de ministeries van EZ, VenW en OCW het Ozone Monitoring Instrumentprogramma (OMI). Doel hiervan is het helpen beantwoorden van wetenschapsvragen over het herstel van de ozonlaag, luchtvervuiling in de troposfeer en klimaatverandering. Vanwege de unieke eigenschappen van OMI kunnen de wetenschappers betere modellen ontwikkelen die ten grondslag liggen aan de meerdaagse weersverwachting en de zonkracht- en smogverwachting. Het NIVR is opdrachtgever voor de ontwikkeling en bouw van dit uiterst innovatieve instrument door Dutch Space en TNO, de ontwikkeling van het grondsegment en gegevensverwerking door het KNMI, en van de wetenschappelijke ondersteuning na lancering door het KNMI. OMI is ontwikkeld en gebouwd tussen 1998 en 2004. Samen met Finland heeft Nederland het instrument aan de EOS-AURA-missie van NASA geleverd. De lancering vond plaats op 15 juli 2004 vanaf Vandenberg AFB in Californië (VS). Sindsdien levert het instrument waardevolle gegevens die o.a. gebruikt worden om de periodieke rapportage van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) over klimaatverandering te ondersteunen.
Met de gedetailleerde OMI-metingen, die nog dezelfde dag kunnen worden verwerkt, is het mogelijk om een lokale zonkrachtverwachting uit te brengen die de mens in staat stelt om tijdig beschermende maatregelen te nemen. Ook luchtvervuilers zoals ozon, stikstofdioxide, zwaveldioxide en kleine stofdeeltjes zoals zand en roet in de onderste 5 km van de atmosfeer kunnen nu plaatselijk worden gemeten. De operationele fase van OMI zal naar verwachting tot 2010 duren. Het KNMI wordt in deze fase ondersteund door SRON, Dutch Space en het softwarebedrijf TriOpSys uit Maarssen. Het Fins Meteorologisch Instituut (FMI) heeft de bouw van de OMI-elektronica door Patria Advanced Solutions Oy en het onderzoeksinstituut VTT laten uitvoeren en is lid van het wetenschappelijk team dat onder leiding staat van het KNMI. Voor de uitvoering hebben NIVR en FMI een gezamenlijk programmabureau ingericht.
50
51
Lodewijk van den Berg
Wubbo Ockels
André Kuipers
André Kuipers met glovebox
OMI totaal ozon KNMI/NASA
Dikte ozonlaag bepaald uit OMI Europa metingen van het OMI instrument
Lancering OMI instrument
SCIAMACHy Het door Duitsland, Nederland en België ontwikkelde instrument SCIAMACHy (SCanning Imaging Absorption SpectroMeter for Atmospheric CHartography) is onderdeel van de aardobservatiemissie met de ENVISATsatelliet van ESA. SCIAMACHy neemt belangrijke sporengassen zoals ozon in de atmosfeer waar. Deze zijn essentieel bij de afbraak van de natuurlijke ozonlaag en bij het mondiale broeikaseffect. SCIAMACHy meet elke zes dagen de totale atmosfeer. Zo levert het unieke gegevens over de samenstelling van de stratosfeer. SCIAMACHy volgt nauwlettend essentiële componenten van luchtvervuiling zoals in het bijzonder stikstofdioxide veroorzaakt door het verkeer, door elektriciteitsopwekking, zware industrie en landbouw. Stikstofdioxide is hiermee een belangrijke indicator van luchtvervuiling en is een van de oorzaken voor het ontstaan van zomersmog. In de afgelopen jaren is door SCIAMACHy een sterke toename van stikstofdioxide waargenomen in landen zoals China met een explosief groeiende economie. Boven West Europa laten de waarnemingen een stabilisatie zien van de stikstofdioxideconcentraties, een gevolg van de Europese regelgeving voor de uitstoot van auto’s en vrachtverkeer.
52
SCIAMACHy levert ook unieke informatie over de toestand van de ozonlaag en over het ozongat boven Antarctica. Andere waarnemingen hebben geleid tot nieuwe inzichten in de uitstoot van methaan door tropische regenwouden en moerasgebieden, en in de seizoensgang en regionale variaties in kooldioxide boven land. Dit is een mijlpaal voor atmosferische metingen vanuit de ruimte en voor de wetenschappelijke kennis van het systeem aarde. SCIAMACHy is het eerste en tot nu toe enige satellietinstrument dat deze broeikasgassen vanaf de grond – waar de uitstoot plaatsvindt – tot aan de top van de atmosfeer kan meten. De financiering voor SCIAMACHy is gegarandeerd tot 2010. Binnen het Global Monitoring for Environment and Security-programma (GMES) werkt Europa aan toekomstige operationele waarnemingen van de samenstelling van de atmosfeer vanuit de ruimte door de zogenaamde Sentinel satellieten. SCIAMACHy is een blauwdruk voor de instrumenten aan boord van deze Sentinels. Om continuïteit van de metingen te garanderen na SCIAMACHy zijn additionele satellietmissies vereist.
terugblik
sciamachy is het eerste en tot nu toe enige satellietinstrument dat broeikasgassen vanaf de grond tot aan de top van de atmosfeer kan meten.
53
SCIAMACHY
Dikte ozonlaag
Luchtvervuling West Europa
Aardobservatiemissie met de ENVISAT-satelliet van ESA
terugblik
ToePaSSINg rUIMTevaarT
ZLTO/MIJNAKKER.NL De Zuid-Nederlandse Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) en het bedrijf Basfood hebben een overeenkomst gesloten voor het ontwikkelen van praktische toepassingen voor de akkerbouw. Met satellietgegevens worden digitale kaarten vervaardigd die de akkerbouwer als managementinstrument kan gebruiken. Het NIVR heeft zowel ZLTO als Basfood geassisteerd bij het tot stand komen van samenwerkingsverbanden. Een satelliet in de ruimte ziet behalve voor mensen zichtbaar licht bijvoorbeeld ook infraroodstraling. Met de combinatie van beide is heel goed te onderzoeken hoe een gewas ervoor staat. Krijgt het graan voldoende vocht? Hoeveel stikstof zit er in de uien? En hoeveel kilo aardappelen zit er onder de grond? Deze en nog zeven andere grootheden worden nu vastgesteld met een precisie van tien bij tien meter nauwkeurig, dankzij satellietgegevens.
‘Mijnakker.nl’ is een laagdrempelig instrument waar elke agrariër zich op kan abonneren. Met de daaruit verkregen meetgegevens bepaalt men exact waar meer moet worden bemest of beregend. Dat is niet alleen efficiënter, maar ook beter voor het milieu, omdat er niet meer water en mest wordt gebruikt dan strikt noodzakelijk is. Misschien wordt het in de toekomst zelfs mogelijk om de satellietmetingen volautomatisch te vertalen naar de juiste bemesting en beregening op het land. GOOGLE EARTH Een nog steeds minder bekende kant van ruimtevaart is aardobservatie, communicatie en navigatie, terwijl juist deze kant grote impact heeft op ons dagelijks leven. Zo lopen tv-beelden en een deel van de telefoon- en internet-verbindingen via communicatiesatellieten. Ze ontsluiten zelfs de meest afgelegen gebieden op de wereld. Een ander voorbeeld is Google Earth. Het aanbod op de woningmarkt, routebeschrijvingen en toeristische attracties zijn alle gekoppeld aan satellietwaarnemingen van de aarde. De grootste ruimtevaarttoepassing in het dagelijks leven is zonder twijfel satellietnavigatie. Een slimme ontvanger berekent met de signalen van minimaal vier satellieten zijn exacte positie op aarde.
sinds de komst van google earth is de belangstelling voor geo-informatie sterk toegenomen. denk bijvoorbeeld aan funda waar met kaartjes wordt aangegeven waar huizen te koop zijn.
54
55
de grootste ruimtevaart-toepassing in het dagelijks leven is zonder twijfel satellietnavigatie.
highlight
Ruimtevaart-toepassingen voor de akkerbouw www.mijnakker.nl
Laag water satellietbeeld
GALILEO De Europese Commissie werkt samen met ESA aan een nieuw, civiel satellietnavigatiesysteem onder de naam Galileo. Het maakt zeer nauwkeurige plaatsbepaling overal ter wereld mogelijk, mede dankzij extreem nauwkeurige tijdmeting (atoomklokken). Het systeem is vergelijkbaar met het al bestaande GPS systeem. Galileo kan worden gebruikt door automobilisten, maar ook door de scheepvaart en luchtvaart waar exacte plaatsbepaling van levensbelang is. Een speciaal Search & Rescue-pakket op de satellieten maakt het mogelijk om mensen in nood snel te signaleren en te helpen.
terugblik
Galileo zal bestaan uit 30 satellieten, 40 sensorstations die signalen doorsturen naar 2 controlecentra en 10 up link-stations die zorgen voor de communicatie vanuit de communicatiecentra richting de satellieten. Het systeem biedt Europa onafhankelijkheid en daarnaast een significante verbetering van de mogelijkheden op navigatiegebied die GPS niet levert. Eind 2007 is door de Council van de Europese Commissie besloten om het geheel vanuit EU-middelen te betalen. Hiermee is een bedrag gemoeid van € 3,4 miljard. Het NIVR is betrokken bij zowel de totstandkoming van de infrastructuur door o.a. te participeren in overlegorganen van de ESA, alsmede door stimulering van de innovatie door nieuwe applicaties.
GAMES Satellietnavigatie is de basis voor een nieuw genre computergames. In die games komen de echte wereld en de virtuele wereld bij elkaar. Een voorbeeld hiervan is het concept Real-Time Games. In elke raceauto komt een GPS-ontvanger die informatie verzamelt over de plaats van de auto op het circuit en zijn snelheid. Dat kan zelfs live, waardoor een gamer bijvoorbeeld meeracet in de A1 Grand Prix of de Formule 1. Het concept Real-time Games won eind 2006 de Nederlandse Galileo Masters van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. TRAINEN MET POSITIEBEPALING Positiebepaling via satellietnavigatie kan tegenwoordig ook worden ingezet op het sportveld. Onderzoeksinstituut TNO ontwikkelde samen met voetbalclub PSV een systeem dat continu alle posities van de spelers meet en doorgeeft aan een centrale computer. Achteraf kan de trainer heel nauwkeurig bepalen waar het gat in de defensie ontstond, en waarom die ene aanval niet leidde tot een doelpunt.
Het systeem werkt met zenders langs het veld die radiosignalen uitzenden. Ontvangers in de shirts van de spelers ontvangen die signalen. Anders dan een GPS-ontvanger zenden de shirts zelf ook. Het resultaat is een onverbiddelijk, maar uiterst objectief trainingssysteem. OFFSHORE WEERBERICHT Het Nederlandse bedrijf ARGOSS bedient de offshore industrie en de scheepvaart met nauwkeurige informatie over onder meer wind, diepte, golfslag, getijden en de steeds veranderende vorm en positie van zandbanken. Deze informatie is gebaseerd op modellen die voortdurend worden aangescherpt met behulp van de meest recente satellietgegevens. ARGOSS is één van de ondernemingen van het Geomatics Business Park in Marknesse, een verzamelpunt voor bedrijven en kennisinstellingen die aardobservatie, geo-wetenschappen en informatietechnologie combineren. Met als resultaat talloze innovatieve producten en diensten.
56
zeer nauwkeurige plaatsbepaling overal ter wereld, dankzij extreem nauwkeurige tijdmeting (atoomklokken).
57
Real-Time Games
Systeem dat posities van spelers meet
Nauwkeurige informatie over wind, diepte, golfslag, getijden en de vorm en positie van zandbanken
terugblik
HIgHlIgHTS lUcHTvaarT
FOKKER F27 FRIENDSHIP Kort na de Tweede Wereldoorlog besloten het NIV, Fokker en KLM om parallel aan de ontwikkeling van militaire trainingstoestellen te beginnen met de ontwikkeling van civiele vliegtuigen. In 1951 lag er een ontwerp voor een tweemotorige F27 voor 40 passagiers en met een bereik van 1700 km. Op 24 november 1955 maakte het prototype, de PH-NIV, zijn eerste vlucht. Vervolgens is besloten een ontwerp voor serieproductie te maken. Ook is er een ‘Combiplane’-versie ontwikkeld voor zowel vracht als passagiers. In 1967 maakte de verlengde F27-500 (52 passagiers) zijn proefvlucht.
De Friendship F27 was een heel populair vliegtuig dat ruim 25 jaar is geproduceerd. In 1967 was het zelfs het best verkochte propellervliegtuig ter wereld. Hij had 2 Rolls Royce-motoren en kon hoger en sneller vliegen dan menig concurrent. Door het gebruik van gelijmde huidpanelen was het toestel ook lichter. Al in 1956 bemachtigde het Amerikaanse Fairchild een licentie voor de productie van het toestel. Fokker produceerde zelf niet minder dan 581 F27’s. Daarmee was dit vliegtuig het meest succesvolle uit haar bestaan. FOKKER F28 FELLOWSHIP Sinds 1961 was het NIV, samen met het NLR en Fokker bezig met de ontwikkeling van een straalvliegtuig voor 65 passagiers en een range van 2200 km, de F28. Vanwege de hoge ontwikkelingskosten werd internationale samenwerking gezocht met Hamburger Flugzeugbau, Vereinigte Flugtechnische Werke en Harland Ltd. Op 9 mei 1967 maakte de F28 Fellowship zijn eerste testvlucht. Uiteindelijk heeft Fokker er 241 gemaakt. In 1986 eindigde de productie.
58
59
de friendship f27 was een heel populair vliegtuig dat ruim 25 jaar is geproduceerd.in 1967 was het zelfs het best verkochte propellervliegtuig ter wereld.
highlight
Windtunnelmodel F100 in de NLR windtunnel
Fokker S13, Fokker S14
Fokker F27 Friendship, 1960
Fokker F28 & F27
60
F50/F100 Halverwege de jaren ’70 was het NIVR samen met het NLR en Fokker betrokken bij de ontwikkeling van een groter civiel vliegtuig voor 100 tot 120 passagiers, gebaseerd op de F28. Dit leidde tot het ontwerp voor de F28 Super. Al snel vroeg de markt echter om nog grotere toestellen, waarbij 6 in plaats van 5 passagiers naast elkaar konden zitten. Dit leidde tot de studie voor de F29 die 150 passagiers zou kunnen vervoeren. Doordat dit een ander en veel kostbaarder concept betrof, zocht Fokker samenwerking met McDonnell Douglas, wat resulteerde in een ontwerp voor de MDF-100. Om diverse redenen gingen al deze projecten niet door. De voorstudies leidden echter wel tot de ontwikkeling van de F50 en F100. In feite was de F50 (50 passagiers) qua concept een vervolg op de succesvolle F27, maar dan een stuk geavanceerder qua techniek. Dit technische hoogstandje betekende helaas geen commercieel succes. Hij is geproduceerd vanaf 1886 tot 1997. Begin jaren ’80 ontstond het plan voor de opvolging van de F28. Dit werd de F100. Ook dit toestel is ontwikkeld in internationaal verband. In 1984 werd het eerste toestel verkocht aan Swiss Air. Nadat is overwogen een nog grotere versie te ontwikkelen, de F130, bleek dat de markt begin jaren ’90 meer behoefte toonde voor kleinere vliegtuigen. Daarom werd vanaf 1992 de F70 ontwikkeld in samenwerking met DASA. Toen DASA uiteindelijk de samenwerking beëindigde in januari 1996, had Fokker nog een aanzienlijke orderportefeuille voor de F70. Helaas mocht dat niet baten.
AIRBUS In 1965 ontstond het eerste Europese samenwerkingsverband in de vliegtuigindustrie tussen Duitsland, Frankrijk en Engeland. Hieruit ontstond het Airbusproject, dat als eerste de A300 opleverde. Vanaf 1970 was Nederland hierin via het NIVR en met een bijdrage van € 100 miljoen bij betrokken. Engeland had het project intussen verlaten. De Nederlandse industrie heeft in de ontwikkeling van de A300 geparticipeerd. Zo ontwikkelde Fokker alle bewegende delen van de vleugels. De rol van het NIVR was vaak die van intermediair, vooral door in de continue competentiestrijd tussen Frankrijk en Duitsland, alternatieven aan te dragen. Vanaf 1975 nam de verkoop van het toestel geleidelijk toe, vooral in Azië. In de jaren ’80 trok Nederland zich terug uit het Airbus-project, onder andere vanwege de investering in de eigen F50 en F100 van Fokker. Wel bleef het NIVR en andere Nederlandse bedrijven betrokken bij de levering van onderdelen.
terugblik
GLARE Vanaf 1996 heeft Airbus naar een alternatief gewerkt voor de Boeing 747. Dit resulteerde in de Airbus 380. Inmiddels zijn er al vele bestellingen voor de A380-800. Het NIVR heeft zich erg ingespannen om de Nederlandse vliegtuiggerelateerde industrie te laten participeren in Airbusprojecten. Dat heeft er in geresulteerd dat twee van de vijf nieuwe technologieën in de superjumbo A380-800 van Nederlandse makelij zijn: CETEx® en Glare. Glare is een vezelmetaallaminaat dat is ontwikkeld in samenwerking door TU Delft en Stork Fokker AESP. Het materiaal levert veel gewichtswinst op en is bestand tegen metaalmoeheid.
CETEx®, ontwikkeld door Ten Cate Advanced Composites en TU Delft, levert veel voordelen op voor vliegtuigcomponenten, doordat het kan worden gelast. Het wordt onder andere gebruikt in de vleugelneuzen van de A340-500 en -600 en de A380. Het internationaal economisch potentieel van deze twee nieuwe superproducten is heel groot. Niet alleen in de vliegtuig-, maar ook in de auto-industrie.
de rol van het nivr was vaak die van intermediair, vooral door de competentiestrijd tussen frankrijk en duitsland.
61
KLM Cityhopper Fokker 70
Airbus A300
Glare wordt op grote schaal toegepast in de Airbus A380
terugblik
ToePaSSINg lUcHTvaarT
TAPAS In 2008 is het initiatief genomen om op uitnodiging van Airbus samen een demonstrator te bouwen in thermoplastisch composiet. Een cluster van Nederlandse bedrijven, groot en klein, heeft samen met kennisinstellingen een projectvoorstel gemaakt dat eind 2008 aan het NIVR is aangeboden. Samen met Airbus bouwt men een huidpaneel, waarin o.a. Nederlandse las- en vervormingstechnologie wordt toegepast. Daarnaast komt er een torsiebox met uitsluitend Nederlandse technologie. Ook de ontwikkeling van een nieuw thermoplastisch composiet maakt deel uit van het ‘Thermoplastic Affordable Primary Aircraft Structures’-project (TAPAS). Met het onderzoeksprogramma thermoplastische composieten komen nieuwe wereldmarkten binnen handbereik. Het betreft een nieuwe generatie kunststof composietmaterialen, die vooral belangrijk zijn voor het op termijn realiseren van een meer duurzame luchtvaart. Thermoplasten worden gekenmerkt door o.a. korte cyclustijden, lage productiekosten, betere corrosieresistentie, goede mogelijkheden tot hergebruik en een hogere taaiheid met als resultaat producten met een lager gewicht. De toepassing van deze nieuwe generatie vliegtuigmaterialen in hoogbelaste, dragende vliegtuigdelen maakt vliegtuigen dus lichter, sterker, veiliger, zuiniger en kostenefficiënter. Ook voor andere industriële sectoren zijn deze technologische ontwikkelingen van belang zoals de medische, maritieme, olie & gas en automotive sector.
Dit onderzoeksprogramma is een samenwerking van de Nederlands bedrijven en kennisinstellingen Stork Fokker, Ten Cate Advanced Composites, Airborne, KVE Composites Group, Dutch Thermoplastic Components, Technobis, TU Delft, Universiteit Twente en NLR met het Europese vliegtuigconsortium Airbus. Airbus heeft duidelijk gemaakt dat ze de productie en het gebruik van thermoplastische composieten als een belangrijke ontwikkeling ziet voor nieuwe vliegtuigprogramma’s. Op 26 maart 2009 is in Toulouse een aanvullende samenwerkingsovereenkomst getekend met een aantal Nederlandse bedrijven.
62
de toepassing van de nieuwe generatie vliegtuigmaterialen maakt vliegtuigen lichter, sterker, veiliger, zuiniger en kostenefficiënter.
63
een nieuwe generatie kunststof composietmaterialen, die vooral belangrijk zijn voor het op termijn realiseren van een meer duurzame luchtvaart.
highlight
Gelaste thermoplastische torsiebox
64
65
thermoplastische composieten zijn belangrijk voor het op termijn realiseren van een meer duurzame luchtvaart.
Foto: H. Goussé
highlight
jaarrekening 2008 68 toelichting bij jaarrekening 69 balans per 31 december 2008 70 resultatenrekening over 2008 71 toelichting behorende tot de balans en resultatenrekening 72-76 specificaties bij de balans per 31 december 2008 77 niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
66
78-81 specificaties bij de resultatenrekening over 2008 83 accountantsverklaring
67
ToelIcHTINg BIJ JaarrekeNINg
VERDELING FINANCIëLE MIDDELEN Het NIVR heeft in 2008 aan bedrijven en instituten € 16,3 miljoen toegekend in de vorm van kredieten, subsidies en projectbijdragen. Ten opzichte van 2007 is het volume aan verplichtingen gelijk gebleven. Van deze verplichtingen is € 6,6 miljoen (ca. 40%) toegekend aan het luchtvaartcluster. In 2007 was dit € 7,4 miljoen (ca. 46%). Aan het ruimtevaartcluster is € 9,7 miljoen (ca. 60%) toegekend. In 2007 was dit € 8,9 miljoen (ca. 54%). BETALINGEN Het NIVR heeft in het verslagjaar € 14,8 miljoen aan kasbetalingen verricht. In 2007 was dit nog € 17,9 miljoen. De verklaring voor de daling is het achterblijven van grote ontwikkelingsprojecten voor het luchtvaartcluster en dat de grotere ontwikkelingsprojecten voor ruimtevaart in 2008 zijn opgestart. In het algemeen blijkt de tijd tussen het verstrekken van subsidies, kredieten en projectbijdragen en de daadwerkelijke bijbehorende kasbetaling aanzienlijk. Er is continu strakke sturing nodig van de financieeltechnische aspecten van projecten. De ruimte tussen de aangegane verplichtingen en de gerealiseerde betalingen bedraagt ca. € 37,1 miljoen.
68
jaarrekening
BalaNS Per 31 deceMBer 2008
BESTEMMING BESCHIKBAAR GESTELDE BELEIDSMIDDELEN Binnen het luchtvaartcluster is 100% van de verplichtingen toegekend aan kennisinstituten voor het Strategic Research Program (SRP). In het ruimtevaartcluster is aan kennisinstituten 40% toegekend voor de regeling Prekwalificatie ESA-Programma (PEP) en grote projecten. Bedrijven met minder dan 250 werknemers ontvingen 22% voor met name PEP. Aan bedrijven met meer dan 250 werknemers is 38% toegekend voor PEP en grote projecten.
verdeling van het beleidsgeld dat via NIvr is toegekend in 2008 x e 1.000
SRP 6.616 PEP 5.826 SciaMachy 1.264 Tropomi 1.811 Dutch Mars 768
(Na verwerkINg BaTIg Saldo 2008)
2008 par Vaste activa Materiële vaste activa Som der vaste activa 3 e 1.000 e 1.000
2007 e 1.000 e 1.000
-
Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen Som der vlottende activa 4 5 56.370 37.728 94.098 31.826* 34.277 66.103 *
Eigen vermogen Stichtingskapitaal Eigen middelen NIVR Revolving Fund 6 7 8 10.313 10.313 4.299 4.299
Het toegekende beleidsgeld luchtvaar en ruimtevaart naar bedrijfscategorie in 2008
Luchtvaart
Voorzieningen
9
43.954
22.121
69
Projectcommitteringen
10
33.689
33.990
Ruimtevaart aangegane verplichtingen en verrichtte betalingen in 2003 t/m 2008 in e 1.000
35.000 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 2003 2004 2005 2006 2007 2008
Langlopende schulden
11
434
-
Bestemming van de kasmiddelen luchtvaart en ruimtevaart naar bedrijfscategorie in 2008
Kortlopende schulden
12
5.708 94.098
5.693 * 66.103 *
*aangepast wegens vergelijkingsdoeleinden Luchtvaart
Ruimtevaart
>250 Kennis <250
verplichtingen betalingen
reSUlTaTeNrekeNINg over 2008
Realisatie 2008 Goedgekeurde begroting 2008
par E 1.000 E 1.000 E 1.000
jaarrekening
ToelIcHTINg BeHoreNde ToT de BalaNS eN reSUlTaTeNrekeNINg
Realisatie 2007 1 ALGEMEEN doel van de stichting De stichting heeft ten doel het in een internationale context bevorderen van wetenschappelijke, industriële en dienstverlenende activiteiten in Nederland op het gebied van vliegtuigbouw, vliegtuiggebruik en ruimtevaart. 2 WAARDERINGSGRONDSLAGEN algemeen De grondslagen die worden toegepast voor de waardering activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten. Voor zover niet anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen de nominale waarde. In overeenstemming met artikel 5 van de raamovereenkomst tussen de Staat en het NIVR wordt ten aanzien van de beleidsbudgetten het geïntegreerd kas- en verplichtingenstelsel, in overeenstemming met de eisen van de Comptabiliteitswet, gehanteerd. Ten aanzien van de overige budgetten wordt het stelsel van baten en lasten gehanteerd. vaste activa De materiële vaste activa worden in het jaar van aanschaf volledig afgeschreven.
71
Baten Projectbijdrage ministeries Bedrijven i.k.v. Basisonderzoek SRP Projectbijdrage NIVR Revolving Fund Bijdrage in organisatiekosten Vergoedingen uit projecten Overige opbrengsten Totaal baten 13 13 14 14 15 16 11.499 685 2.653 4.463 1.549 1.085 21.933 35.221 833 4.505 1.141 650 42.350 14.404 3.657 4.754 1.137 1.106 25.058
Pensioenen Het NIVR kent een toegezegde pensioenregeling. De verantwoorde pensioenlasten betreffen de door de pensioenverzekeraar in rekening gebrachte premies. Hiermee wordt de toegezegde pensioenregeling verantwoord als zijnde een toegezegde bijdrage regeling. Verplichtingen die voor de stichting NIVR (nog) voortvloeien uit de toegezegde pensioenregeling, die uitstijgen boven de reeds in rekening gebrachte premies, zijn niet opgenomen in deze jaarrekening. Momenteel wordt een berekening uitgevoerd door een derde partij om de omvang van deze verplichting te bepalen. De uitkomst is nog niet bekend. kredieten De aflossingen op de door het NIVR toegekende kredieten worden jaarlijks op basis van de terugbetalingsverplichtingen als opbrengst verantwoord.
lasten Onderzoeksopdrachten 1) Ontwikkelingsopdrachten 2) NIVR organisatiekosten Eigen middelen/onttrekking Totaal lasten
70
17 18 19 7
13.730 1.106 4.456 542 19.834
22.802 13.252 4.505 549 41.108
14.766 3.294 4.715 438 23.213
Saldo
2.099
1.242
1.845
verdeling saldo Toevoeging Revolving Fund Toevoeging eigen middelen 8 7 2.641 5422.099
1) Het verschil in de gerealiseerde lasten versus de begrote lasten voor onderzoeksopdrachten is ontstaan doordat er enerzijds minder voorschotaanvragen op de bestaande programma's (PEP,SRP,CVO) zijn ingediend en anderzijds nieuwe projecten (Tropomi en Dutchmars) later zijn gestart. 2) Het verschil in de gerealiseerde lasten versus de begrote lasten voor ontwikkelingsopdrachten is ontstaan doordat er enerzijds minder voorschotaanvragen op de bestaande programma's
1.791 5491.242
2.283 4381.845
vorderingen Vorderingen worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor openbaarheid. Voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de inbaarheid van de vordering. vUT-regeling Uitkeringen en pensioenpremies in het kader van de VUT-regeling, die per 1 januari 2006 is beëindigd, komen ten laste van een voorziening. Toekomstige verplichtingen (2009-2013) uit hoofde van de VUT-regeling komen eveneens ten laste van genoemde voorziening.
( OMI, Sciamachy, FRC-EDR) zijn ingediend en anderzijds zijn door de vertraging van de A350 in het Airbus programma geen projecten in het kader van CVO toegekend. Het verschil tussen de gerealiseerde versus de begrote lasten werkt door op de stand van een aantal posten binnen de jaarrekening, waardoor verschillen ontstaan tussen gerealiseerd en begroot. Dit komt met name voor bij de posten vorderingen, voorzieningen en projectbijdragen.
SPecIfIcaTIeS BIJ de BalaNS Per 31 deceMBer 2008
3 Materiële vaste activa
31-12-2008
E 1.000
31-12-2007
E 1.000
jaarrekening
diverse vorderingen en vooruitbetaalde kosten
31-12-2008
E 1.000
31-12-2007
E 1.000
kantoorinventaris
De materiële vaste activa worden in het jaar van aanschaf volledig afgeschreven.
-
-
De diverse vorderingen en vooruitbetaalde kosten per 31 december 2008 kunnen als volgt worden gespecificeerd: Urenco inzake afleveringen Load Compressors Dutch Space B.V. inzake aflevering Zonnepanelen/Eurosim 50 228 217 355 55 21 10 4 67 52 69 1.128 63 228 92 370 33 28 42 16 2 31 7 9 157 1.077
73
4 vorderingen
31-12-2008
E 1.000
31-12-2007
E 1.000
Fokker AESP B.V. inzake diverse afleveringen Fokker Elmo inzake afleveringen Hawker Horizon/A380 Pylon Schreiner Airways inzake NH90 Fuels system Eldim inzake Trent 892/500/GP7000 Interest bankrekeningen Depot “slaperspensioenen” ex-SPIN medewerkers Fietsregeling
Projectvorderingen Diverse vorderingen en vooruitbetaalde kosten Totaal
55.242 1.128 56.370
30.750 * 1.077 31.826 *
Projectvorderingen
31-12-2008
E 1.000
31-12-2007
E 1.000
Ministerie VROM, validatie tropen Ministerie van VenW uitvoeringskosten GO Dutch Space/CMG/SRON inzake capsuleproject
De post "projectvorderingen" kan als volgt worden gespecificeerd: Projectvordering ministerie van EZ inzake BRP/SRP/CVO Projectvordering ministerie van EZ inzake Kredietfaciliteit Civiele Vliegtuig Ontwikkeling
72
14.968 21.800 10.856 5.750 1.400 468 55.242
11.059 7.800 11.423 468 30.750 *
DLR inzake Sciamachy conferentie Ministerie Verkeer en Waterstaat Ministerie van Defensie Totaal
Projectvordering ministerie van EZ inzake Prekwalificatie ESA-programma's Projectvordering ministerie van EZ inzake Dutch Mars Projectvordering ministerie van VenW inzake OMI Projectvordering ministerie van EZ/VenW inzake overige programma’s Totaal
5 liquide middelen
31-12-2008
E 1.000
31-12-2007
E 1.000
Banksaldi
De post ‘projectvorderingen’ geeft het restant saldo aan van de door de verschillende ministeries (subsidiegevers) beschikbaar gestelde middelen voor diverse subsidieregelingen en programma's, die nog niet door het NIVR als kasmiddelen zijn ontvangen. *aangepast wegens vergelijkingsdoeleinden
37.727 1 37.728
34.276 1 34.277
Kas
6 Stichtingskapitaal Het stichtingskapitaal bedraagt E 227.
7 eigen middelen
31-12-2008
E 1.000
31-12-2007
E 1.000
jaarrekening
9 voorzieningen
31-12-2008
E 1.000
31-12-2007
E 1.000
Bijdrage NIVR Revolving Fund Besteding: Studies, advisering en evaluatie Saldo per 31 december 2008
542 542-
438 438-
Projectvoorzieningen Projectvoorziening Civiele Vliegtuig Ontwikkeling Projectvoorziening kredietfac. Civiele Vliegtuig Ontwikkeling Projectvoorziening GO-programma 83 32.894 174 2.262 189 7.233 20 46 18.894 52 158 1.262 163 19
8 NIvr revolving fund
31-12-2008
E 1.000
31-12-2007
E 1.000
Projectvoorziening Prekwalificatie ESA-programma's Projectvoorziening Sciamachy fase E Projectvoorziening OMI Projectvoorziening Tropomi
Stand op 1 januari 2008
4.299
1.979
Toevoegingen Bestemming resultaat 2008 (1) Vermogensnormering Restitutie onttrekking BRP-VML 2.641 4.025 6.666 onttrekkingen Onttrekking PEP 2007 (2) Onttrekking t.b.v. uitvoeringskosten OMI/Sciamachy Onttrekking t.b.v. huurverplichtingen (3)
74
Projectvoorziening Dutch Mars 2.283 1.540 23 3.845 overige voorzieningen “Slaperspensioenen” ex-SPIN medewerkers Afkoop afschaffen VUT 40705426521.0874381.5254.299 Projectcommittering Civiele Vliegtuig Ontwikkeling Projectcommittering overige Luchtvaartprogramma’s Projectcommittering Prekwalificatie ESA-programma Projectcommittering OMI Projectcommittering GO-programma Projectcommittering Sciamachy fase E Projectcommittering TROPOMI Projectcommittering Dutch Mars Projectcommittering overige Ruimtevaartprogramma’s Totaal VUT-overgangsregeling ( 2009 t/m 2013 zie paragraaf 2) Totaal Projectvoorziening overige Ruimtevaartprogramma’s
10 341 748 43.954
16 483 1.028 22.121
Onttrekking t.b.v. eigen middelen (zie 7)
De post ‘projectvoorzieningen’ geeft het restant saldo aan van de beschikbaar gestelde projectbudgetten door verschillende ministeries (subsidiegevers), waarvoor door het NIVR nog geen verplichtingen jegens derden zijn aangegaan. 75
10 Projectcommitteringen
31-12-2008
E 1.000
31-12-2007
E 1.000
Stand op 31 december 2008
10.313
Het NIvr revolving fund is samengesteld uit: De stand van het NIVR Revolving Fund is hoger omdat enerzijds - terugbetalingen aan het NIVR van de kredieten die door het de inkomsten hoger zijn doordat er meer terugbetalingen zijn NIVR ten behoeve van vliegtuig- en ruimtevaarttechnologie ontvangen en een hoger bedrag uit de vermogensnormering is ontwikkeling aan de industrie ter beschikking zijn respectievelijk ontvangen en anderzijds de onttrekking lager is omdat in 2008 worden gesteld; geen extra middelen voor PEP beschikbaar zijn gesteld. - door de industrie aan het NIVR verschuldigde royalty’s uit hoofde van verkopen van vliegtuigen en onderdelen daarvan en 1. Het resultaat 2008 bestaat uit de ontvangen terugbetalingen producten t.b.v. de ruimtevaart; en royalties, het saldo van de bureaukosten en bureau-inkomsten - rente-inkomsten op ongebruikte gelden van het NIVR Revolving en de ontvangen rente op de ontvangen kasmiddelen. Fund; 2. EZ heeft in 2007 toestemming verleend om additioneel - aanvullende gelden die van overheidswege aan het NIVR ter € 1.086.995,00 aan subsidies , bovenop het reguliere beschikking worden gesteld, hetzij incidenteel, hetzij als Prekwalificatie ESA-programma’s budget, te verstrekken. additionele gelden in de jaren dat de goedgekeurde financiële 3. Dit betreft onttrekkingen die vooruitlopend op de toestemming verplichtingen van het NIVR de beschikbare fondsen in het NIVR van EZ reeds ten laste van het revolving fund zijn gebracht. RevolvingFund overtreffen.
15.579 350 10.932 2.070 1 2.323 1.745 439 250 33.689
16.719 10.075 2.963 1.534 1.651 1.050 33.990
De post ‘projectcommitteringen’ geeft het saldo aan van de door het NIVR aan derden beschikbaar gestelde onderzoeks- en ontwikkelingsgelden, waarvoor nog geen facturen zijn ontvangen.
jaarrekening
NIeT IN de BalaNS oPgeNoMeN recHTeN eN verPlIcHTINgeN
11 langlopende schulden 31-12-2008
o 1.000
31-12-2007
o 1.000
Te betalen rente t.b.v. CVO krediet
Totaal
434 434
-
Na aflossing van de totale hoofdsom van het CVO krediet moet het NIVR over gaan tot aflossing van een opgebouwd rentebedrag. Op basis van werkelijk ontvangen betalingen wordt hier de af te lossen rente weergegeven.
12 kortlopende schulden
31-12-2008
o 1.000
31-12-2007
o 1.000
Projectcrediteuren Ontvangen voorschotten Tropomi/Dutch Mars Ontvangen voorschotten NIVR organisatiekosten 2009 resp. 2008 Nog te betalen algemene kosten en diverse crediteuren Totaal
3.394 1.000 1.314 5.708
2.316 1.500 1.000 876 * 5.693 *
Pensioenen Per 1 januari 2004 is de toegezegde pensioenregeling voor het personeel van het NIVR gewijzigd van een onvoorwaardelijke indexatie naar een voorwaardelijke indexatie. Als gevolg van deze wijziging van de pensioenregeling is een bedrag van circa E 2,3 miljoen vrijgekomen die door Aegon in 2005 in rekening-courant met het NIVR is verantwoord. Het economische eigendom van deze middelen berust niet bij het NIVR maar bij de deelnemers. Met Aegon is een beleggingsmandaat overeengekomen. Het saldo rekening courant (ultimo 2008 E 2,9 miljoen) is niet verwerkt in de jaarrekening. Tevens blijken uit de balans niet verplichtingen die het NIVR heeft inzake de uitoefening van pensioenrechten van gewezen werknemers (deelnemers) gebaseerd op 3 achtereenvolgende pensioenregelementen (tot 1975; tussen 1975 en 2004; na 2004). Momenteel wordt een berekening uitgevoerd door een derde partij om de omvang van deze verplichting te bepalen. De uitkomst is nog niet bekend. Meerjarig financiële verplichtingen De stichting is begin 2003 een langlopende onvoorwaardelijke verplichting (t/m 2012) aangegaan inzake de huur van kantoorruimte. De verplichting voor de jaren 2009 tot en met 2012 is i.v.m. de verhuizing naar Den Haag per 1 februari 2009 afgekocht. Met de verhuurder is afgesproken dat middels betaling van de huur tot 1 juli 2009 het huurcontract nietig wordt verklaard.
Besluit civiele vliegtuigtechnologie ontwikkeling Het ministerie van Economische Zaken heeft het NIVR bij brief van 20 oktober 2006 een bedrag van E 70 miljoen ter beschikking gesteld voor het verlenen van kredieten in het kader van het Besluit civiele vliegtuigtechnologie ontwikkeling. Het krediet wordt, volgens een door EZ vastgesteld schema, uitbetaald aan het NIVR. Het NIVR betaalt 3% rente over het opgenomen krediet en lost dit krediet af over de jaren 2010 tot en met 2024. Voor 2008 is het maximaal te verstrekken krediet door EZ vastgesteld op E 14 miljoen. Hiermee bedraagt het totaal t/m 2008 E 33 miljoen. vermogensnormering In 2004 heeft het ministerie van Economische Zaken in het kader van vermogensnormering een bedrag van E 20 miljoen aan het NIVR Revolving Fund onttrokken. Deze middelen inclusief een rentevergoeding (ca. E 21,9 miljoen) worden in 2005 t/m 2009 weer in overleg ter beschikking gesteld aan het NIVR. In 2008 is van dit bedrag ca. E 4,02 miljoen terugontvangen. Ultimo 2008 is hiermee een bedrag van E 7,0 miljoen terugontvangen, waardoor ultimo 2008 E 14,9 miljoen resteert. Mogelijk nog te ontvangen kredietenbetalingen Van de door het NIVR toegekende kredieten is in 2008 een bedrag van E 1,5 miljoen als aflossing ontvangen. Ultimo 2008 bedraagt de stand van de mogelijke nog te ontvangen kredieten exclusief rente E 40,9 miljoen.
77
Nog te betalen Projectcrediteuren Civiele Vliegtuig Ontwikkeling Prekwalifiactie ESA-programma's Overige Ruimtevaartprogramma’s GO-programma
76
2.564 350 303 177 3.394
1.399 551 263 104 2.316
Sciamachy fase E OMI Totaal
Nog te betalen algemene kosten en diverse crediteuren Personeelskosten incl. langlopende verplichtingen Loonheffing Adviseurskosten Aegon inzake pens.- coll.arb.ong.verz. ISU Afkoop huur Delft Teveel ontvangen van het Ministerie VenW i.h.k.v. het GO programma Totaal
*aangepast wegens vergelijkingsdoeleinden
384 102 252 70 506 1.314
492 95 5 217 25 43 * 876 *
SPecIfIcaTIeS BIJ de reSUlTaTeNrekeNINg over 2008
BaTeN 13 Projectbijdragen realisatie goedgekeurde realisatie 2007 o 1.000 Load Compressor v/d APU t.b.v. Airbus A330/A340, Boeing 9.485 516 1.498 11.499 685 2.653 * 32.292 1.054 1.875 35.221 833 12.276 485 1.644 14.404 3.657 Richtingsroer Gulfstream V Hawker Horizon kabelboomsystemen Junction Boxes Airbus A340-500/600 NH-90 Fuels system Airbus A380 Trent motorenprogramma GP7000 Seals 14 Bijdragen in de organisatiekosten realisatie goedgekeurde realisatie 2007 o 1.000 16 overige inkomsten 3.939 59 54 96 52 67 49 110 38 4.463 4.085 175 125 85 35 4.505 4.142 154 152 89 91 126 4.754 Rente (werkkapitaal incl. CVO-krediet) minus schuld CVO krediet Diversen Totaal realisatie goedgekeurde realisatie 2007 o 1.000 1.097 9 1.106
79
jaarrekening
15 vergoedingen uit projecten realisatie goedgekeurde realisatie 2007 o 1.000 258 144 361 129 36 119 72 20 1.137
2008 begroting 2008 o 1.000 Ministeries Ministerie van Economische Zaken Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ministerie van Verkeer en Waterstaat Totaal Bedrijven i.k.v. Basisonderzoek SRP revolving fund o 1.000
2008 begroting 2008 o 1.000 208 32 551 28 158 91 242 141 98 1.549 o 1.000 200 21 330 8 135 16 281 150 1.141
*Het betreft hier kasbetalingen behorende bij projectfinancieringen die in het verleden door het NIVR vanuit het Revolving Fund zijn gefinancierd.
Totaal
2008 begroting 2008
78
o 1.000 Ministeries Ministerie van Economische Zaken Ministerie van Verkeer en Waterstaat Ministerie van Defensie Bijdrage EU-projecten Bijdrage uit GO-programma Ministerie van VROM Ministerie van LNV Revolving Fund (zie 8) Overige financiering Totaal
o 1.000
2008 begroting 2008 o 1.000 1.085 1.085 o 1.000 650 650
laSTeN 17 onderzoeksopdrachten realisatie goedgekeurde realisatie 2007 o 1.000 18 ontwikkelingsopdrachten realisatie goedgekeurde realisatie 2007 o 1.000
jaarrekening
2008 begroting 2008 o 1.000 o 1.000
2008 begroting 2008 o 1.000 o 1.000
Dit zijn opdrachten in het kader van technologie verkenningen en toepassingen.(bijv. CVO - Industrieel Onderzoek en Fase A /B studies voor ruimtevaart)
Dit zijn opdrachten in het kader van product ontwikkeling (bijv. CVO - Preconcurrentiële Ontwikkeling en Fase C/D en E voor ruimtevaart)
vliegtuigontwikkeling Regeling Civiele Vliegtuig Ontwikkeling Basis Research Programma Algemeen/VML Strategisch Research programma ASTI Totaal 1.178 447 4.666 450 6.741 1.944 125 8.588 350 11.007 2.918 739 3.863 7.521
vliegtuigontwikkeling Regeling Civiele Vliegtuig Ontwikkeling Totaal 10.060 10.060 -
ruimtevaart OMI programma Sciamachy project fase E Facility Responsible Center EDR/NL USOC Totaal 590 516 1.106 1.638 1.054 500 3.192 2.170 485 640 3.294
ruimtevaart Pre ESA kwalificatie Programma ( PEP) Nationaal Programma Gebruikersondersteuning
80
5.096 1.498 66 329 6.989 5.920 875 2.000 3.000 11.795 5.602 1.644 7.246 19 NIvr organisatiekosten realisatie goedgekeurde realisatie 2007 o 1.000 3.066 1.544 105 4.715
81
Totaal ontwikkelingsopdrachten
1.106
13.252
3.294
Tropomi Dutchmars Totaal
Totaal onderzoeksopdrachten
13.730
22.802
14.766 Personele kosten Overige kosten Investeringen Totaal
2008 begroting 2008 o 1.000 3.159 1.287 10 4.456 o 1.000 3.075 1.370 60 4.505
jaarrekening
Aan het bestuur van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart
accoUNTaNTSverklarINg
verklaring betreffende de jaarrekening Wij hebben de jaarrekening 2008 van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart te Den Haag bestaande uit de balans per 31 december 2008 en de winst- en verliesrekening over 2008 met de toelichting gecontroleerd. verantwoordelijkheid van het bestuur Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening in overeenstemming met de door de stichting gekozen en beschreven grondslagen. Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van de jaarrekening, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn. verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht en met in achtneming van de bepalingen van het controleprotocol voor de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van de jaarrekening relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de stichting. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de stichting heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. oordeel Naar ons oordeel is de jaarrekening 2008 van het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart in alle van materieel belang zijnde aspecten opgemaakt in overeenstemming met de door het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart beschreven grondslagen, zoals uiteengezet in de waarderingsgrondslagen van de jaarrekening. Tevens zijn wij nagegaan dat het jaarverslag 2008 voor zover wij dat kunnen beoordelen verenigbaar is met de jaarrekening. Den Haag, 30 mei 2009 KPMG ACCOUNTANTS N.V. L.H. Barg RA
82
83
tekst walter van de calseyde, nivr
ontwerp toelgroep, communicatieen ontwerpbureau, tilburg
beelden airbus bagdrop dutch space esa fred kamphues geospatial data services centre klm kve composites group nlr nlr museum schiphol sron
84
nivr juliana van stolberglaan 3 postbus 93144 2509 ac den haag info@nivr.nl www.nivr.nl
colofon
colofon