Linking language examinations tot the CEF in a diversified - VVSG
Document Sample


Taalstimulerend
jeugdbeleid op gemeentelijk
niveau : kinderspel?
Kris Van den Branden
Een paar (ontnuchterende) feiten op
een rijtje....
De prestatiekloof in ons onderwijs is in de
eerste plaats socio-economisch bepaald:
leerlingen van laagopgeleide ouders hebben
meer kans op mislukken in onderwijs, en op
onvoldoende beheersing van het Nederlands
(inclusief geletterdheid)
Leerlingen die laag SES én niet-Nederlandstalig
zijn opgevoed, bengelen achteraan in een
aantal onderwijsstatistieken
Feiten op een rijtje (2)
De taalvaardigheid Nederlands van veel
allochtone leerlingen vordert in het
basisonderwijs op hetzelfde tempo als dat van
Nederlandstalige leerlingen, maar
beginachterstand wordt niet ingehaald.
In het secundair onderwijs haken heel wat
leerlingen af, en valt de groei van geletterdheid
van veel BSO-jongeren stil.
800.000 functioneel laaggeletterden in
Vlaanderen – met negatieve gevolgen voor
tewerkstelling en maatschappelijke ontplooiing
De school kan het niet alleen!
Scholen doen veel --- en doen dat steeds
gestructureerder
Taalbeleid = de structurele en strategische poging van
een schoolteam om de onderwijspraktijk aan te passen
aan de taalleerbehoeften van de leerlingen/studenten
met het oog op het bevorderen van hun ontwikkeling (in
functie van relevante doelen) en het verbeteren van hun
onderwijsresultaten (Van den Branden, 2010).
Waar liggen de grenzen voor de school? Waar,
en hoe, kan buitenschoolse taalstimulering
complementair werken?
Vroeg- en voorschoolse
taalstimulering
Doctoraatsonderzoek Machteld Verhelst (2002)
naar vroege-tweedetaalverwerving van het
Nederlands door anderstalige peuters (2.5 à 3
jaar)
Uitgevoerd in een Brusselse Nederlandstalige
school
Doctoraatsonderzoek Verhelst
Receptie gaat vooraf aan productie: kinderen
begrijpen steeds veel meer dan dat ze erin
kunnen produceren (en dat blijft zo….)
Kinderen focussen in hun eigen boodschappen
op betekenis
Ze verwerven zeer geleidelijk en stapsgewijs de
vaardigheid om correcte zinnen te produceren:
fouten zijn geen fouten, maar is taal in
ontwikkeling. Expliciet corrigeren helpt niet!
Snelst verworven woorden
Boekentas (997) • Eerste kleuterklas in Brussel
Trein (297) • Eerste 10 weken van het schooljaar
Kus (691) • ( ) = frequentie in taalaanbod
Sjaal (182)
Plasticine (392)
Kind (1782)
Hoofd (501)
Plaats (193)
Bak (389)
Knippen (94)
Kauwgum (14)
Welke woorden worden het snelst
door kleuters verworven?
Het belang van actie en motivatie i.p.v.
benoemen van woorden bij een praatplaat.
Taal die samenhangt met interessante acties in
de wereld.
Belang van veel taalaanbod en van kansen tot
spreken.
Kortom, TAAL DE HELE DAG!
1
Maar: aantal keer bij naam genoemd
per dag in de kleuterklas
AMINE 80
ADNANE 62
MOHAMED 52
AHLAME 47
AMELINE 39
ELISSA 34
YOUNESS 31
AMIRA 30
ANISSA 27
YASMINA 18
ABDEL 18
Leerlingbeurten in 5 klassen: WO-les
Leerlingbeurten
Klas Min. Max.
1 4 142
2 0 37
3 0 20
4 3 29
5 2 48
Citaat 3: kansen tot participatie
“Taalleren hangt uiteindelijk niet af van een paar
supermomenten, maar van de
aaneenschakeling van duizenden kleine
interacties….” (p. 296)
Belangrijke implicaties voor taalstimulering in
voorschoolse kinderopvang, peutertuinen, voor-
en naschoolse opvang: training verzorgsters
rond het voeren van taalvoedende gesprekken
tijdens spelmomenten en terwijl kinderen allerlei
ervaringen opdoen
Spelen met de pop
(Tweede week van september, jongste kleuters. Vrij spel. De jongste kleuters verkennen de klas. De
kleuterleidster ziet dat Kyran niet tot spel komt. Kyran heeft wel een pop in haar handen. De
kleuterleidster gaat bij Kyran zitten.)
Lk: Ik ruik precies kaka. Heeft die geen kaka gedaan? (Knijpt neus dicht) Beuh. Ik denk dat die
een propere broek nodig heeft. Ik denk het. Ga jij ze een propere broek aandoen?
Kyran: Ja.
Lk: Ja? Gaan we eens kijken? Voor een propere broek. Die heeft een propere broek nodig, denk
ik.
(Kleuterleidster staat op en gaat naar de poppenhoek. Kyran volgt met pop.)
Lk: Kom, leg ze hier maar eventjes op de tafel. Dan gaan we eens kijken. (Doet hand voor de
mond en kijkt verwonderd.) Oei, die heeft zelfs geen broek aan. Die heeft geen broek aan.
Oh, dat is een baby zonder broek. Zullen we die een broek aandoen? Ja (knikt ja) …of neen
(knikt neen)?
Kyran: Ja
Lk: Ja? We gaan eens kijken in de kast. Wil jij eens kijken? Zet je potje hier eventjes op (wijst
naar de kast). Zet je potje hier eventjes op de kast (wijst opnieuw).
(Kleuter reageert niet.)
Lk: Neen? Dit potje (wijst het potje aan) … daar eventjes opzetten (wijst opnieuw naar de kast).
(De kleuter zet het potje op de kast.)
Lk: Ja. Dan kan je kijken in de kast.
(Flor, een meer taalvaardige kleuter, komt erbij staan.)
Flor: Baby moet knuffel hebben.
Lk: Moet die ook een knuffel hebben? Ja, dat geloof ik. Het is veel leuker met een knuffel. En
waar zijn die lintjes hier? Voila. Nu heeft ze een broek aan. Is dat de knuffel voor de baby? Ja? Dat
moet je aan Kyran geven, Flor. (Flor geeft de knuffel aan Kyran.) OK. Misschien gaat Kyran ze in
bedje leggen of misschien gaat ze ermee wandelen. Ik weet het niet wat ze gaat doen. Ga je ze in bedje
leggen …. of wandelen? In de buggy (wijst de buggy aan). Daar is de buggy. Zie je de buggy? Neen?
Neen? (Kyran knikt neen.) Kies zelf maar.
Pluk
lk: Ai ai, da's toch niet leuk, hé, dat die Torteltuin zo maar moet verdwijnen. Alle bomen
moeten weg, en dan hebben de muisjes geen huisje meer.
ll: Nee. Maa... maa... maa... da mag niet van Pluk, hé.
lk: Nee, dat is juist. Maar wat zou hij kunnen doen, wat zou Pluk kunnen doen om ervoor te
zorgen dat de de diertjes in de Torteltuin mogen blijven wonen?
ll: Ik weet ni.
lk: Ik ook niet eigenlijk. (...) Stel eens voor dat jij Pluk was, en dat jij moest helpen. Wat zou
jij doen?
ll: (...)
lk: Wat zou jij doen?
ll: De muizen... weg... weg doen.
lk: Naar waar?
ll: Naar.... naar de Pettefet.
lk: Hmmm, dat is een goed idee. Je zou de muisjes mee kunnen nemen naar de Petteflet.
Maar, al die andere diertjes dan die daar wonen, de vogels en de eekhoorns en de vlinders
ll: (wijst naar tekening) Daar staan vlinders.
lk: Ja, en die wonen ook in de Torteltuin. Zou je die vlinders ook meenemen naar de
Petteflet.
ll: Ja.
Pluk (2)
lk: (wijst naar tekening) En de egel hier ook?
ll: (..) Nee, maar da... da mag nie van mevrouw Helle hé.
lk: Oh nee, je hebt gelijk. Mevrouw Helderder heeft helemaal niet
graag dat er op de Petteflet dieren wonen. Dus als Pluk al die
dieren meeneemt, dan gaat mevrouw Helderder misschien weer
protesteren bij de portier en dan, en dan... dan moet Pluk
misschien...
ll: Weg.
lk: Weg ja. En dat wil Pluk niet, he?
ll: Nee.
lk: Wat zou Pluk nog kunnen doen? Zou hij nog iets anders
kunnen doen misschien? (...) Ik weet het niet meer. Heb jij nog een
idee?
Pluk (3)
ll: /boo/
lk: Hmmm?
ll: /Boosei/
lk: Wat zeg je? Boos zijn?
ll: Ja.
lk: Oh ja, da's misschien geen slecht idee. Zo eens goe boos zijn.
Maar op wie moet hij dan boos zijn?
ll: Die meneren.
lk: Ja, hé, op die meneren die de Torteltuin willen wegdoen hé.
Zou jij dat durven, zo boos zijn op die meneren
ll: Nee.
lk: Nee. Maar Pluk misschien wel hé. Weet je wat, volgende keer
gaan we eens verder lezen in dit boek, en dan zullen we het euh te
weten komen, dat die Pluk zich boos maakt, hé, op die stoute
meneren.
Kinderen taal ontlokken
Veilig uitnodigend klimaat
Hoge betrokkenheid bij onderwerp
Taal ingebed in actie, spel, dagelijkse rituelen,
voorleesmomenten, gewone gesprekjes
Wachttijd uitbreiden
Beurten beveiligen
Gevarieerde vraagstelling hanteren: niet alleen
gesloten vragen, maar ook open vragen
Gesprekken aanknopen in kleine kring
Werken met klaspop of medium
Reageren op uitingen van jonge
kinderen
Recasts (terugkaatsen)
Kleuter: Been gebreekt!
Juf:Oei oei! Dat popje heeft haar beentje gebroken!
Uitbreiden
Kleuter: Ik moet naar dokter!
Juf:En waarom moet je naar de dokter? Waar heb je pijn?
Doorvragen
Uitdagen
Kleuter: Kijk,juf, frietjes
Juf: Bwaaa, vies, gooi dat maar snel in de vuilbak…
Een krachtige (taal)leeromgeving
positief & veilig klimaat
Betekenisvolle
activiteiten
interactie,
ondersteuning,
reflectie
Twee vormen van taalleren
Impliciet leren Expliciet leren
Taal leren terwijl je taal Kennis opbouwen over
met anderen gebruikt om hoe de taal in mekaar zit,
allerlei dingen samen te over wat woorden
doen, en allerlei doelen te betekenen, hoe je de taal
bereiken spelt, welke
leesstrategieën je kunt
= de basis van onze gebruiken…
spontane spreek- en Goed inzetbaar bij
luistervaardigheid spelling-, schrijf- en
leestaken
Onderwijs
Bouwt sterk aan expliciete kennis over taal
Kan omwille van praktische belemmeringen niet
alle leerlingen evenveel rijke kansen bieden tot
uitgebreid spreken; niet alle leerlingen
individuele feedback en ondersteuning bieden
Is organisatorisch gericht op groepen die
gelijkmatig groeien
Biedt een beperkt arsenaal aan
gesprekspartners
Kan veel voor leerlingen doen, maar sommige
essentiële dingen voor taalleren minder….
Naar buiten! De klasdeuren open!
Zie artikel blz. 15 voor concrete voorbeelden
Naar de markt
Toeristen gidsen
Buurtonderzoek rond verkeersveiligheid
Digitale toeristische folder
Kenmerken buitenschoolse situaties
Zinvolle, betekenisvolle situaties
Authentieke communicatie
Verschillende gesprekspartners
Verschillende taalcompetenties
Samenspel tussen interactie in de klas en
interactie daarbuiten
Complementariteit van contexten
Geen pure transfer van schoolse methodieken
(van schools expliciet onderwijs) naar
buitenschoolse contexten
Vereist ‘schoolse’ competenties van
buitenschoolse partners
Buit troeven van buitenschoolse omgeving
onvoldoende uit
= Creëren van complementaire lijnen die voor
doorgaande leerervaringen zorgen
Vrije tijd goed besteed…
Voorbeelden blz. 19
Interactieve tentoonstelling
Kunstworkshops in museum
Sportbeurs
Cultuurevenement
Lokaal skatepart
Return voor gemeente: jongeren dragen bij tot
kwaliteit van buurtleven, en leren bij
De Standaard online, 24 maart 2011
"Les Boromites noemen de jongeren zichzelf,
naar hun sociale woonwijk in Schaarbeek.
Zeven jongens en vier meisjes tussen veertien
en achttien jaar kregen de kans om in een
lokaaltje in hun woonblok radio te leren maken
en reportages voor de jongerenzender Radio
KIF in elkaar te boksen. Zij kregen daarbij hulp
van twee animatoren van de Franstalige vzw
Gsara."
Brede School
"Een Brede School is een samenwerkingsverband
tussen verschillende sectoren waaronder een of
meerdere scholen die samen werken aan een
brede leer- en leefomgeving in de vrije tijd en op
school met als doel het creëren van maximale
ontwikkelingskansen voor álle kinderen en
jongeren." (www.vlaanderen.be/bredeschool)
Omgaan met meertaligheid
Europees talenplan: Mother tongue plus two +
Raad van Europa (Charter voor
Minderheidstalen)
Vlaanderen: focus op Nederlands
Tijdsargument
Integratie-argument
Ook voorstanders van meertaligheid in onderwijs
gebruiken dezelfde argumenten
Positieve effecten transitiemodel
“When students are given the opportunity to
develop academically and cognitively through
both their primary language and a second
language, this accelerates their learning. But
when students are denied use of their primary
language in school, they lose several years of
cognitive and academic growth while focussing
on acquiring the second language, and we find
that very few can make up the lost time (so drop
out of school or graduate at the 10th percentile)”
(o.a. Thomas & Collier, 2000: 32; Garcia, 2002,
Baker, 2006)
Effecten van meertalig onderwijs?
Gemengde onderzoeksresultaten
Effect zeer sterk afhankelijk van
implementatievoorwaarden:
- Competente leerkrachten
- Heldere doelstellingen en curriculum
- Kwaliteitsvolle lesmethoden en materialen
- Afstemming curricula
- Samenwerking/overleg leerkrachten
- Beleid school
- Betrokkenheid ouders
Thuistaal als socio-emotionele factor
Positief omgaan met thuistaal op school
bevordert:
welbevinden en betrokkenheid
identiteitsontwikkeling
de kans dat emotionele kloof tussen thuis-school
verkleint
Sterke variant: transitiemodel
Minder sterke variant: tolereren/stimuleren van
thuistaalgebruik op speelplaats, in de klas,
tijdens groepswerk
Voorbeelden blz. 22
Taalstimulerend jeugdbeleid
Een taalstimulerend jeugdbeleid is de
structurele en strategische poging van een
lokaal beleid om maximaal tegemoet te komen
aan de taalleerbehoeften van de leerlingen met
het oog op het bevorderen van hun algehele
ontwikkeling
Gemeente voert regie
Gemeentediensten organiseren diverse
diensten die cruciale rol kunnen spelen in
taalstimulerend jeugdbeleid
Gemeentebestuur kan schooloverstijgend
perspectief innemen
Gemeente beschikt over infrastructuur en
materiële middelen
Gemeente kan zorgen voor continuïteit in
beleidsvoering
Procesmatige tips
Betrek cruciale stakeholders van in den beginne bij het denk- en
doeproces. Informeer alle partijen uitvoerig over de doelstellingen,
acties en verloop van het taalbeleid.
Werk vanuit duidelijke doelstellingen.
Benadruk geboekte successen; leer niet alleen uit mislukkingen,
maar zeker ook uit goede praktijken. Denk vanuit sterktes en
troeven die omgevingen bieden, en voer van daaruit een positief,
ambitieus, eigen-zinnig taalbeleid.
Combineer top-down denkwerk en impulsen met bottom-up werk
aan de basis.
Werk met een kernteam of actieve regisseur, en vanuit duidelijke
doelstellingen en finaliteiten.
Zet waar nodig externe expertise in, en leer van ervaringen van
andere gemeenten en regio's.
Evalueer permanent hoe acties verlopen, en stuur bij waar nodig.
Conclusies
Vind geen wielen uit; laat de wielen rollen!
Onderwijs en gemeentediensten kunnen sterk
complementair optreden
Laat jongeren actief participeren aan
taalstimulerend jeugdbeleid: participeren doet
leren!
Integratie is langdurig proces: werk plannen uit
die de verschillende leeftijden (van peuters tot
adolescenten) bedienen
Bronvermelding citaten
Meer info en bestellen bij
www.uitgeverijacco.be
Bedankt voor uw
aandacht!
Get documents about "