20090626125724 Verslag cooperatief leren

Document Sample
20090626125724 Verslag cooperatief leren Powered By Docstoc
					                                Coöperatief leren




                           Naam: Linde Zweers

                                   Klas: VR3B




Schoolontwikkeling CBS De Enk                       2008-2009
                                Inhoudsopgave


                         “Wat houdt coöperatief leren in?”



   1. Definitie

   2. Wat is de meerwaarde van coöperatief leren?

   3. Interessante weetjes

   4. Zes sleutelbegrippen
   Teams
   Coöperatief management.
   De wil om samen te werken.
   De vaardigheid om samen te werken.
   De basisprincipes.
   Structuren.


   5. Domeinen
   -   Klasbouwer
   -   Teambouwer
   -   Beheersing
   -   Denkvaardigheid
   -   Communicatievaardigheid
   -   Informatie uitwisseling


   6. Structuren

   7. Interessante structuren voor mijzelf

   8. Bronvermelding

   9. Bijlage




Schoolontwikkeling CBS De Enk                                2008-2009
                       Wat houdt coöperatief leren in?

1. Definitie van coöperatief leren:

Coöperatief leren: leren dat plaatsvindt in een (onderwijs)leersituatie waarin de
lerende interactie met één of meer factoren onder gedeelde verantwoordelijkheid een
taak uitvoert met een gemeenschappelijk doel of product dat alle betrokkenen willen
bereiken of maken.



2. Interessante weetjes:


In het traditionele onderwijs is de leerkracht meer aan het woord dan de
leerlingen, gemiddeld 80 %. Er blijft dus weinig tijd over voor de leerlingen.
Tijdens een coöperatieve werkwijze is een leerkracht nooit 40 van de 50
minuten aan het woord, maar gebruikt dezelfde spreektijd als zijn leerlingen.




Kinderen die op coöperatieve wijze samenwerken aan allerlei technische zaken,
krijgen procedures beter onder de knie dan kinderen die alleen studeren.




Door gebruik te maken van coöperatief leren, zijn kinderen erg betrokken en
actief aan het werk. Daardoor is de leeropbrengst groter.




Er zijn tegelijkertijd meer kinderen actief als ze samenwerken binnen teams,
wat bij coöperatief leren een belangrijk uitgangspunt is.




Schoolontwikkeling CBS De Enk                                                 2008-2009
3. Wat is de meerwaarde van coöperatief leren?                        (coöperatief
leren binnen adaptief onderwijs)
Hieronder staan een aantal punten die vertellen waarom coöperatief leren erg belangrijk
is binnen het primair onderwijs. Ik heb ze gehaald uit het boek “coöperatief leren
binnen adaptief onderwijs”.
Coöperatief leren past om verschillende redenen binnen de veranderende samenleving:
 Het verbreedt de handelingsmogelijkheden van leerlingen door middel van interactief
    leren zoals dat in werksituaties plaatsvindt.
   Het biedt verschillende mogelijkheden om communicatie- en sociale vaardigheden
    eigen te maken, vaardigheden waar steeds meer vraag naar is.
   Het geeft een positief voorbeeld van hoe een samenleving met de demografische en
    economische veranderingen omgaat, door het inzetten van de heterogene
    samenstelling van de klas. Kinderen leren rekening met elkaar te houden; er ontstaat
    meer begrip, respect en zorg voor anderen, ook voor anderen die ‘anders’ zijn.
   Het leert kinderen om samen te werken en te communiceren met anderen, binnen een
    brede context van sociale situaties, in situaties die het kenmerk hebben van
    vluchtigheid, verschillen tussen mensen en onafhankelijkheid. Goed functionerende
    organisaties zijn afhankelijk van mensen die goed samen kunnen werken aan een
    gemeenschappelijk doel.
   Het levert een bijdrage aan de verstandelijke ontwikkeling door het inzetten van
    taal. Actief gebruik van de taal is nodig om kennis en begrip te laten ontstaan.
   Het leert dat mensen op elkaar aangewezen zijn in situaties waarbij het resultaat
    afhankelijk is van ieders inzet en de manier van samenwerken en dat je door
    samenwerken meer kunt bereiken dan door een individuele actie.


Met coöperatief leren bereik je het volgende:
 Door de heterogene teams verbeteren de prestaties van zowel goed, middelmatige
  als zwakke leerlingen. Ze voelen zich dus competent.
 De vaardigheden om samen te werken worden vergroot.
 Door beloning van goede samenwerking wordt de onderlinge acceptatie vergroot.



Coöperatief leren maakt mij erg enthousiast, omdat je van de leerlingen het volgende
kan verwachten:
 Er worden betere prestaties geleverd.
 Leerlingen onthouden dingen beter.
 Leerlingen hebben een sterker gevoel van eigenwaarde ontwikkeld.
 Leerlingen tonen een betere taak- en werkhouding.
 Leerlingen beschikken over meer samenwerkingsvaardigheden.
 Leerlingen hebben meer respect voor de leerkracht.
 Leerlingen leren gebruik te maken van een hoger denkniveau.




Schoolontwikkeling CBS De Enk                                                  2008-2009
4. Zes sleutelbegrippen                         (structureel en coöperatief leren)
Coöperatief leren is gebaseerd is op de volgende zes sleutelbegrippen.
   1. Teams
   2. Coöperatief management.
   3. De wil om samen te werken.
   4. De vaardigheid om samen te werken.
   5. De basisprincipes.
   6. Structuren.

4.1 Teams
Bij coöperatief leren werken de leerlingen in teams. Een team van vier leden is ideaal,
want kinderen kunnen dan in tweetallen werken, waardoor de betrokkenheid en motivatie
worden versterkt. Binnen een team van vier leden, zijn veel kinderen tegelijk actief en
ontstaat er veel communicatie.
Er zijn vier belangrijke type teams, die ik hieronder kort toelicht. Er bestaan
verscheidene manieren om ze samen te stellen. Door de kinderen zelf of door de
leerkrachten. Beide hebben voor- en nadelen, daarom is het belangrijk om dit af te
wisselen. Elk soort team past namelijk bij verschillende doeleinden.
De vier teams zijn:
    1. Heterogene teams.
    Deze teams worden gemaakt door de leerkracht en bestaan uit één goed
    presterende leerling, 2 middelmatig presterende leerlingen en één zwak presterende
    leerling. Verder wordt geprobeerd het team samen te stellen met leerlingen van
    verschillende seksen en verschillende etnische achtergronden. Heterogene teams
    zijn nuttig, omdat zij de beste mogelijkheid bieden voor tutorbegeleiding en
    ondersteuning, betere gemengde etnische en seksenrelaties opleveren en zo de
    integratie bevorderen en klassenmanagement gemakkelijk maken. Deze teams kunnen
    na 5 tot 6 weken worden veranderd.

   2. Willekeurige teams.
   Kinderen zelf teams laten maken op grond van vriendschap of interesse. Je kunt ook
   leerlingen een nummer laten trekken. Dit brengt het risico met zich mee dat er een
   slecht team kan ontstaan. Daarom is het belangrijk om deze teams regelmatig te
   veranderen.

   3. Teams met dezelfde interesse.
   Door teams te maken van kinderen met dezelfde interesse kunnen er nieuwe
   leermogelijkheden ontstaan. Het is in sommige gevallen een perfecte oplossing. Als
   kinderen een werkstuk moeten maken over hun favoriete sport bijvoorbeeld.




Schoolontwikkeling CBS De Enk                                                 2008-2009
   4. Homogene teams.
   Voor homogene teams wordt vaak gekozen binnen het vak taal. Er bestaat namelijk
   een groot verschil in niveau tussen bijvoorbeeld NT1 en NT2 kinderen. Het is dan
   erg praktisch om kinderen met dezelfde vaardigheden binnen één groep te plaatsen.
   Je kunt dan namelijk gericht begeleiding bieden. Het team wordt heterogeen door
   de verschillen in sekse en etnische achtergrond.

Het is belangrijk om teams na 6 tot 8 weken te veranderen, zodat de kinderen ook met
anderen leren samenwerken. Ook is het verstandig om de teams af te wisselen. Dit om
ongewenste vorming van hiërarchieën te voorkomen.

4.2 Coöperatief management.
Het management binnen coöperatief leren-lessen is anders dan binnen het traditioneel
onderwijs. Het is een middel om een veilige leeromgeving te scheppen.
De volgende punten uit ‘structureel coöperatief leren’ ga ik behandelen:
 een goede inrichting van de klas.
 klassenregels.
 structuur.
 positieve aandacht.
 waarderingssystemen.
Binnen coöperatief leren-lessen werken de kinderen in teams van bij voorkeur vier. Dat
betekent dat de tafels in groepjes staan loodrecht ten opzichte van het schoolbord.
Twee kinderen zitten aan de ene kant en de andere twee zitten daar tegenover. De
groepjes zijn perfect als de kinderen allemaal hun hand op een stuk papier kunnen
leggen. Ook moeten ze zich zonder problemen kunnen richten tot de leerkracht of het
bord.
Klassenregels zijn erg belangrijk. Ze zijn het meest effectief als ze uit de kinderen
komen. Ze denken er dan namelijk zelf bewust over na. Belangrijk voor klassenregels:
 Zorg voor positieve regels.
 Maak ze realistisch.
 Gebruik eenvoudige bewoordingen.
 Beperk het aantal regels tot vijf.
Wat ook essentieel is voor een succesvol coöperatief leren-managementsysteem, is dat
kinderen weten wat er van ze wordt verwacht. De leerkracht moet duidelijke afspraken
maken, consequent zijn en goede structuur bieden. Geef duidelijk aan wat kinderen
moeten doen en welk materiaal ze moeten gebruiken. Dit zorgt voor een beter resultaat.
Verder moeten kinderen gestimuleerd worden anderen te helpen of om hulp te vragen.
Als leerkracht moet je kinderen positieve aandacht geven. Gaat er iets niet naar wens,
corrigeer dit dan op een positieve manier. Het kan gebeuren dat het erg rumoerig
wordt. Spreek ze hier niet negatief op aan, maar loop rustig naar het groepje en geef
het stiltesignaal.
Verder is het erg belangrijk om kinderen uit te dagen en te belonen, waar ik later op
terugkom. (4.3)




Schoolontwikkeling CBS De Enk                                                2008-2009
4.3 De wil om samen te werken.
Er zijn drie manieren waarop de wil om samen te werken tot stand komt en onderhouden
wordt, las ik in structureel coöperatief leren, namelijk: teambouwers, klasbouwers en
het gebruik van coöperatief leren-taakstructuren en –beloningsstructuren met
waarderingssystemen.
Teambouwers: activiteiten die zorgen voor een hecht team. De leden binnen een team
zullen alles voor elkaar over hebben om samen goed te presteren. Bijvoorbeeld:
rondpraat, zoek de valse, tafelrondje,
Klasbouwers: activiteiten die ervoor zorgen dat er een prettige sfeer ontstaat tussen
alle kinderen in een klas. Dat betekent dat ze elkaar respecteren en accepteren.
Kinderen voelen zich dan veilig in de klas. Pas als dit er is, kunnen ze maximale
leerresultaten behalen. Bijvoorbeeld: zoek iemand die, binnen-buiten kring, mix-bevries-
groep.
Taak- en beloningsstructuren: structuur waarbij men activiteiten ontwerpt waarbij de
leerlingen een eigen taak hebben, wil het eindigen in een goed resultaat. Dan wordt de
wil om samen te werken gestimuleerd. Beloningen kunnen gegeven worden aan de klas,
aan teams of aan individuen. Als een beloning aan de beste individuele leerling wordt
gegeven, zal dit tot competitie leiden. Elke leerling zal proberen beter te zijn dan de
andere. Zwakke leerlingen zullen elke keer weer falen en vroeg of laat uitvallen. Daarom
is het belangrijk om een team of de hele klas te belonen. Pas dan is er een coöperatieve
beloningsstructuur gecreëerd waardoor de leerlingen elkaar stimuleren en helpen. Een
manier om het klassenklimaat te verbeteren, is het opnemen van klassendoelen en
klassenbeloningen. Elke leerling voelt dan een verbondenheid met de klas en moedigt de
resultaten van de anderen aan.



4.4 De vaardigheid om samen te werken.
Kinderen hebben sociale vaardigheden nodig om te kunnen samenwerken. Hoe kun je
deze bevorderen? Daarvoor zijn verschillende manieren. De leerkracht moet zorgen
voor goed voorbeeldgedrag, je bent immers het voorbeeld voor de kinderen. Geef
positieve feedback, observeer kinderen en oefen specifieke sociale vaardigheden door
middel van gesprekken of spelletjes, zoals het babbelspel. Geef kinderen een eigen rol,
zorg voor structuur en reflecteer met de kinderen. Volgens ‘structureel coöperatief
leren’ zijn er 12 sociale rollen. Binnen coöperatief leren-lessen kun je verschillende
rollen toepassen.
1. Aanmoediger -> probeert het team te motiveren als het dreigt in te zakken, voordat
een leerling geeft gesproken..
2. Complimentgever -> geeft complimenten nadat een leerling heeft gesproken.
3. Gangmaker -> zorgt ervoor dat het team waardering toont voor de prestaties van een
teamlid of van het team als geheel.
4. Werkverdeler -> zorgt ervoor dat de deelname gelijk blijft.
5. Coach -> helpt een leerling om leerstof te beheersen, maar lost de opgave niet voor
hem/haar op.
6. Vraagchef -> stelt vragen aan de leerkacht, als ze er zelf niet uitkomen.
7. Controleur -> let erop dat iedereen de stof beheerst.


Schoolontwikkeling CBS De Enk                                                  2008-2009
8. Taakchef -> zorgt ervoor dat het team taakgericht blijft.
9. Verslaggever -> noteert de groepsbeslissingen en antwoorden.
10. Reflector -> leidt de groep bij het reflecteren en vraagt bijv. : hoe taakgericht zijn
we allemaal gebleven?
11. Rustchef -> zorgt ervoor dat het volume niet te hoog wordt binnen de groep.
12. Materiaalchef -> haalt het materiaal en brengt het weer terug en zorgt ervoor dat
het team weer opruimt.

4.5 De basisprincipes
Coöperatief leren is gebaseerd op het zogenaamde GIPS model. Dit zijn de vier
basisprincipes die centraal staan.. Als één van de vier principes niet toegepast wordt, is
er geen sprake van coöperatief leren. Ik vertel kort wat het inhoudt en vervolgens hoe
je het kunt bereiken.

1. Gelijke deelname.
Er is sprake van gelijke deelname als de rol van ieder lid van een team van 4, even groot
is. Dat wil zeggen dat iedereen even belangrijk is en ook deel moet nemen. Alleen dan
kan de opdracht goed worden uitgevoerd en doen alle leerlingen een succeservaring op.
Leerlingen die deelnemen hebben waarschijnlijk meer plezier in het proces en het leren.
In het algemeen kan gelijke deelname gecreëerd worden door: wisselen van de beurt en
verdeling van werk door het toewijzen van taakrollen bijvoorbeeld.
Tijdens een les pedagogiek op Iselinge van vorig jaar hebben we zelf gewerkt met
rollen. We hadden toen per groepje de volgende verdeling:
Nummer 1: notulist
Nummer 2: tafelkapitein
Nummer 3: tijdbwaker
Nummer 4: rustbewaker.

2. Individuele verantwoordelijkheid.
Individuele aanspreekbaardheid wil zeggen dat ieder lid van een team verantwoordelijk
is voor een eigen taak en het eigen leren, maar ook verantwoordelijk is voor het geven
van hulp aan een ander. Kinderen mogen op het werk worden aangesproken.
Individuele aanspreekbaarheid stimuleer je door te belonen. Dit element motiveert
leerlingen tot actief deelnemen aan het groepsproces en zorgt voor betere
schoolresultaten. Individuele verantwoordelijkheid kan verschillende vormen aannemen,
afhankelijk van de inhoud en de werkwijze. Er is sprake van
resultaatverantwoordelijkheid als iedere leerling een individuele toets moet maken en
de groepsuitslag bestaat uit een optelling van alle individuele scores of een gemiddelde
ervan.
Er is sprake van taakverantwoordelijkheid als een leerling verantwoordelijkheid krijgt
voor een deeltaak.
Van te voren weet de groep waar het accent op ligt bij de individuele
verantwoordelijkheid, dus de kinderen weten wat er van ze wordt verwacht.
Als individuele verantwoordelijkheid ontbreekt, voelen leerlingen niet dat ze ‘aan een
kant staan’. Er zullen dan zogenaamde ‘eenlingen’ en/of ‘allesdoeners’ ontstaan. Een



Schoolontwikkeling CBS De Enk                                                    2008-2009
‘eenling’ is iemand die wel deel wil uitmaken van een groep, maar er niet in wil werken.
Een ‘allesdoener’ is iemand die juist meer doet dan nodig is. Zo raken zij op een gegeven
moment de motivatie kwijt, omdat ze merken dat ze al het werk verrichten.

3. Positieve wederzijdse afhankelijkheid.
Er is sprake van positieve wederzijdse afhankelijkheid als het succes van elk lid afhangt
van het succes van alle leden. Als er positieve wederzijdse afhankelijkheid aanwezig is,
hebben de leerlingen het subjectief gevoel ‘aan dezelfde kant te staan’ en zullen zij zich
naar elkaar coöperatief gedragen. Als ik namelijk weet dat ons team een cijfer voor ons
teamrapport krijgt, dan hoop ik dat mijn teamgenoten een goed cijfer halen en dan ben
ik bereid om ze te stimuleren en te helpen.
Dit principe kan in sterke vormen als in zwakke vormen voorkomen.
Sterke vorm:
Als het succes van alle teamleden afhangt van het succes van elk lid (als er één faalt,
falen ze allemaal), dan is er een zeer sterke vorm van positieve wederzijdse
afhankelijkheid gecreëerd en zijn de teamleden zeer gemotiveerd om ervoor te zorgen
dat elke leerling goed presteert. Als er een sterkte positieve wederzijdse
afhankelijkheid is, volgt de samenwerking vanzelf.

Zwakke vorm:
Hier is sprake van als een team toch nog een beloning ontvangt, terwijl één lid slecht
presteert. Het is dan de kunst dat de andere teamgenoten deze slechtpresterende
leerling begeleiden. Dit is soms best moeilijk. Daardoor komt de samenwerking komt
moeizaam op gang en is er geen sprake van coöperatief leren.

Positieve wederzijdse afhankelijkheid kan gecreëerd worden door:
    De taakstructuur aan te passen: een overzichtelijke groepsindeling inclusief de
       werk- of taakverdeling tussen de groepen of individuen;
    De beloningsstructuur aan te passen: de score van elk lid van een team is
       belangrijk voor de totale teamscore;
    Beperkte informtatiebronnen te geven;
    De doelen aan te passen: een gezamenlijk product eisen.
    De regels aan te passen: een team mag pas verder als iedereen klaar is met
       zijn/haar opdracht.

4. Simultane actie.
Er is sprake van simultane actie als de leerlingen binnen een team met elkaar overleggen,
elkaar helpen en steunen. Er zijn tegelijk meerdere kinderen actief bezig. Er is minimaal
25 % en maximaal 50 % van de kinderen actief.
Kinderen leren het meest wanneer ze actief zijn. Ook leren ze veel van ervaringen van
klasgenoten.




Schoolontwikkeling CBS De Enk                                                   2008-2009
Wat we echter zien in het onderwijs is dat de leerkracht veel meer aan het woord is
dan de leerlingen. Uit onderzoek is gebleken dat leerkrachten 80% van de tijd besteden
aan praten en dat er dus 20% overblijft voor leerlingen om wat te zeggen. Dat betekent
dat leerlingen erg veel moeten luisteren en maar heel weinig mogen zeggen, want er
zitten namelijk nog 25 anderen in de klas! Niet gek dat veel leerlingen, die traditioneel
onderwijs volgen, zich gaan vervelen en niet meer gemotiveerd zijn om te luisteren.
Met simultane interactie worden de sociale vaardigheden (luisteren naar elkaar)
getraind, net als verbale vaardigheden (praten) en logisch nadenken (hoe druk ik mijn
gevoelens uit).




Schoolontwikkeling CBS De Enk                                                   2008-2009
5. Domeinen
Coöperatief leren is gebaseerd op 6 domeinen. Het is goed om regelmatig te wisselen
van domein. Zo worden kinderen uitgedaagd om op verschillende terreinen met elkaar te
werken en worden verschillende vaardigheden gestimuleerd en getraind.
Dit zijn de 6 domeinen:
    1. Klasbouwer
    2. Teambouwer
    3. Beheersing
    4. Denkvaardigheid
    5. Communicatievaardigheid
    6. Informatie uitwisseling

1. Klasbouwers
Met klasbouwers creëer je een prettige omgeving waarin de kinderen zich veilig voelen.
Het zijn korte activiteiten waardoor de kinderen elkaar beter leren kennen. Een
gesprek over het weekend of de vakantie bijvoorbeeld. Het kan ook diepgaander, praten
over gevoelens om emoties bijvoorbeeld. Kinderen zullen zich wel veilig moeten voelen,
willen ze hierover kunnen praten met klasgenoten. Het is verstandig om twee keer per
week een klasbouwer te doen.

2. Teambouwers
Teambouwers zijn activiteiten die ervoor zorgen dat de kinderen in een groepje,
oftewel een team, elkaar beter leren kennen. Verder leren kinderen elkaar te
respecteren en accepteren. Dit vergroot de wil tot samenwerken. Je zult zien dat
kinderen binnen een team voor elkaar willen opkomen en samen willen werken aan een
goed resultaat.

3. Beheersing
Beheersing van de stof is voor kinderen soms moeilijk. Coöperatief leren kan kinderen
daarbij helpen. Ze kunnen namelijk ontzettend veel van elkaar leren. Creëer tijdens
lessen overlegsituaties. Kinderen worden geïnspireerd door elkaar, wat ze kan helpen bij
het leren beheersen van stof.

4. Denkvaardigheid
De denkvaardigheid van kinderen wordt gestimuleerd door het stellen van open vragen.
Het voordeel van open vragen is, is dat er geen eenduidig antwoord op te geven is.
Meerdere antwoorden zijn goed. Kinderen kunnen elkaar dus aanvullen. Je zou kinderen
eerst individueel bedenktijd kunnen geven, laat ze daarna overleggen in het groepje en
laat tot slot één lid het antwoord geven.

5. Communicatievaardigheid
De communicatievaardigheid wordt door coöperatief leren ook gestimuleerd. Er worden
namelijk veel overlegsituaties geleerd. Kinderen leren hun gedachten om te zetten in
woorden. Ze leren tegelijkertijd naar elkaar te luisteren en elkaar te voorzien van
feedback. Het is bovendien een vaardigheid die erg belangrijk is voor de toekomst.


Schoolontwikkeling CBS De Enk                                                  2008-2009
6. Informatie uitwisseling
Binnen een team zorgen kinderen voor informatie uitwisseling. Kinderen krijgen de kans
om te praten over onderwerpen waarin ze geïnteresseerd zijn en veel over weten.
Kinderen voelen zich in een team vaak veiliger, en durven dus meer te zeggen dan in een
klassikale situatie. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen veel van elkaar leren. Ook
door het verwoorden van eigen kennis leren ze veel.



6. Structuren
Er zijn veel coöperatief leren-structuren. Ze zijn allemaal interessant, want ze zijn zeer
divers en passen dus bij bepaalde leerdoelen.
 Binnen-buiten kring.
 Genummerde koppen bij elkaar.
 Laat zien.
 Mix bevries groep.
 Mix en Koppel.
 Mix tweetal gesprek.
 Praatkaartjes.
 Rondpraat.
 Schud en Pak.
 Simultaan tafelrondje.
 Tafelrondje.
 Tafeldrondje per tweetal.
 Team doe mee & vertel.
 Tweetalgesprek op tijd.
 Tweetalcoach.
 Tweepraat.
 Twee vergelijk.
 Zoek de valse.
 Zoek iemand die.



7. Interessante structuren voor mijzelf
Ik heb me verdiept in de verschillende structuren. Voor dit onderzoek ga ik lessen
ontwerpen voor wereldoriëntatie waarbij ik gebruik maak van coöperatief leren. Ik ga
aan de slag met de volgende structuren:
 Mix en Koppel.
 Schud en pak.
 Zoek iemand die.
 Genummerde koppen bij elkaar.
 Tweepraat.
 Tweetalcoach.
 Tafelrondje per tweetal.
In de bijlage vindt u meer informatie over deze structuren.



Schoolontwikkeling CBS De Enk                                                   2008-2009
8. Bronvermelding

Cursus
‘borging van coöperatief leren’ op 21-10-2008, 13.00 uur – 17.00 uur.



Literatuur:
 Coöperatief leren binnen adaptief onderwijs; Joep M.C.G van Vugt. HBuitgevers,
   Baarn. Eerste druk, eerste oplage. ISBN: 90.5574.319.4.

 Structureel coöperatief leren; Dr. Spencer Kagan. RPCZ Educatieve Uitgaven,
  Middelburg. Derde druk, 2005. ISBN: 90.74233.13.9.

 Bouwen aan klasklimaat; Miguel Kagan, Laurie Kagan, Spencer Kagan, Dook Kopmels.
  RPCZ Educatieve Uitgaven, Middelburg. Vierde druk, 2005. ISBN: 90.74333.09.0.



Sites:
 http://home.tiscali.nl/~cb002448/coopleren/index.htm
 http://www.denakker.nl/index.php?section=9&page=98
 http://www.dos-
   iselinge.nl/pages/kennisomgeving_publicatie.php?groep_id=416&school_id=&pub_id=2
   134




Schoolontwikkeling CBS De Enk                                               2008-2009
9. Bijlage

 Mix en Koppel.
Dit is een klasbouwer. De leerlingen mixen, stellen vragen aan verschillende partners en
ruilen kaarten. Na afloop gaan ze snel naar een partner die een passende kaart heeft.

 Schud en pak.
Dit is een teambouwer. Nummer 1 pakt een kaart uit de stapel. Nummer 2 leest de vraag
voor. Nummer 3 krijgt bedenktijd en geeft het antwoord. Nummer 4 vat het samen.
Nummer 3 zegt of de samenvatting klopt of corrigeert. Vervolgens begint het opnieuw
en pakt nummer 2 een kaart.

 Zoek iemand die.
Dit is een klasbouwer. Leerlingen lopen door de klas en zoeken een partner die hen kan
helpen met bepaalde inhouden, of vaardigheden, of die bepaalde eigenschappen heeft.

 Genummerde koppen bij elkaar.
Dit is een teambouwer. Teamgenoten werken samen om ervoor te zorgen dat iedereen
het begrijpt; een willekeurig teamlid wordt gekozen om de vraag te beantwoorden.

 Tweepraat.
De leerlingen werken in tweetallen en geven om de beurt mondelinge reacties. (ping-
pongen)

 Tweetal coach.
De leerlingen werken in tweetallen en lossen om de beurt een probleem op, terwijl de
ander meekijkt.

 Tafelrondje per tweetal.
De leerlingen werken in tweetallen om de beurt, schriftelijk aan een antwoord op een
vraag of oplossing van een probleem.




Schoolontwikkeling CBS De Enk                                                  2008-2009

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:415
posted:6/24/2012
language:
pages:14