BIJBELEN MET JONGEREN by dZfeOt

VIEWS: 4 PAGES: 29

									        BIJBELEN …
  ‘Bijbelen’ is een werkwoord:

  … je moet het doen, het vraagt om actie en om leven. Een theoretische vorming over het hoe en
  waarom van de bijbel is slechts een eerste stap die moet doorgroeien naar het beleven van de
  bijbel.




1. Bijbelen met groepen
Hoe kan je bij kinderen, jongeren en jongvolwassenen een openheid creëren voor de bijbel? Hoe kan
je met een groep mensen een namiddag samenkomen rond een bijbeltekst en alleman naar huis laten
gaan, zeggende: ’Supernamiddag gehad!’? Vragen waar veel begeleiders mee zitten. Wanneer wordt
er eens zoals in een kookboek geschreven wat nodig is: hoeveel personen er moeten zijn, welke
stappen we eerst moeten zetten, hoe hoog de kamertemperatuur moet zijn, …? Zo’n kookboek kan
hier niet aangeboden worden. Maar goed, durven we zelfs zeggen.

        Beeld je in dat je op de nationale feestdag ’s avonds thuis komt. Je bent vergeten de dag
        voordien inkopen te doen. Je hebt dus weinig in huis. Toch moet er ook die avond eten op
        tafel verschijnen. Wat doe je? Je kijkt eens in de frigo. Je kijkt eens in de kasten. Wat heb je
        eerder toevallig nog liggen? Met de dingen die je op dat moment vindt, ga je aan de slag. Een
        kookboek helpt dan niet. Je improviseert een gerechtje. Het uiteindelijke resultaat mag er
        meestal best zijn en iedereen heeft het buikje rond gegeten.

Het avontuur dat begeleiders, catechisten en jongeren aangaan wanneer ze met de bijbel werken valt
hiermee te vergelijken. Alvorens je van start gaat weet je vaak ook niet wat je in huis hebt. Je kan niet
zelf kiezen welke jongeren of jongvolwassenen er naar je bijeenkomst komen en toch zal je met hen
een weg moeten afleggen. Aan een kookboek, dat uitgaat van een theoretisch perfecte situatie, heb je
in zo’n geval niet veel. Bijbelen is niet vast te leggen in procesmatige stappen, het is een werkwoord
dat leeft. De bijbel komt slechts tot leven in de specifieke groep waarin hij gelezen en beleefd wordt.
En hoewel je die groep niet zelf bepaalt, verlang je als begeleider toch dat ieder op het einde zijn
buikje (lees: hartje) vol heeft kunnen eten.

Een eenduidig antwoord geven op de vraag, “Hoe kunnen we als begeleiders samen met jongeren en
jongvolwassenen in de bijbel grasduinen?”, kan dus niet gegeven worden. Wel kunnen we enkele
richtlijnen geven waar je als begeleider op moet letten. Dat kan je wederom vergelijken met koken. Er
zijn enkele basistechnieken die je helpen alvorens je van start gaat: hoe kan je het best een aardappel
schillen? Hoe houd je je mes het best vast? Hoe laat je water niet aankoken?…


1. De bijbel: … een knipoog van God


Alvorens met kinderen, jongeren of jonge ouders samen te komen rond bijbelse teksten of verhalen, is
het goed dat ze bewust worden van de betekenis van de bijbel. Voor christenen is de bijbel meer dan
louter een historisch boek, het is een levensboek. Een goede metafoor om de betekenis van de bijbel
uit te leggen aan jongeren en jongvolwassenen is een knipoog.




                                                                                                        1
        Beeld je in dat je aan een feesttafel zit met al je familieleden; heel veel drukte en lawaai.
        Op het moment dat je naar je vriend(in) kijkt geeft hij of zij je een knipoog. Een klein
        gebaar, op zichzelf niet veel voorstellend, ’t duurt nauwelijks een fractie van een
        seconde … En toch, ’t is een gebaar dat blijft nazinderen. Het betekent dan ook zoveel
        als: ‘Ik weet dat je het te druk vindt hier en dat je liever rustig thuis zat.’ ‘Ik hou van jou.’
        ‘Ik vind je een toffe!’ ‘Ik ben dicht bij je.’ ‘Ik leef met je mee.’

Een knipoog geeft iedereen zo nu en dan …maar je doet dat nooit zomaar. Je geeft een knipoog ook
niet aan iedereen. Mensen die je niet kent geef je geen knipoog. Meer zelfs, als je een knipoog van
een wildvreemd persoon krijgt, voelt dat vaak als een inbreuk op je eigen integriteit, als ongepast. Er
wordt slechts geknipoogd naar vrienden en vriendinnen. Hij veronderstelt reeds vooraf een band
tussen de twee personen. Het gaat nog verder want een knipoog is nooit gratuit. Hij veronderstelt een
antwoord: een flauw glimlachje, een handkusje, een knipoog, noem maar op! Als je niet antwoordt dan
krijgt de zender al snel het gevoel dat er iets mis is.

Erwin Roosen, leerkracht godsdienst aan de K.H.Limburg, schreef een boekje onder de titel: ‘Een
                   i
knipoog van God’. Hij gebruikt die titel als verwijzing naar de bijbel. De bijbel is als een knipoog van
God, als iets dat Hij je wil toefluisteren en in je hart leggen. De bijbel als knipoog is ook een uitdaging
om elke dag opnieuw antwoord te geven op die knipoog en stilaan op het spoor te komen van een
oneindig lieve en tedere God.




          De knipoog van God…

          … is een treffende omschrijving van de betekenis van de bijbel in het leven van
          zoekende en gelovige jongeren.

          … veronderstelt een relatie tussen God en de lezer van de bijbel. God geeft de bijbel
          als vriend(in) en richt zich daarbij tot ieder mens persoonlijk. De bijbel is niet zomaar
          een boek. Het is een geschenk van een Vriend, specifiek voor jou alleen.

          … geeft de bijbel een funderende betekenis voor de relatie tussen God en de
          jongeren. Een knipoog bestendigt een relatie. Als er niet af en toe een teken van
          liefde is, dan neemt de intensiteit van een liefdesrelatie af. Een man knipoogt niet
          zomaar naar zijn vrouw. Iedere knipoog bevestigt en bestendigt de wederzijdse
          liefde.

          … veronderstelt dat de bijbel een betekenis heeft. De bijbel is niet louter een
          geschiedkundig boek uit een langverleden cultuur. Het is doelgericht aan de mensen
          gegeven. Doorheen het lezen en beleven van de bijbel komen mensen op het spoor
          van God, wordt het mogelijk God in je eigen leven te ontdekken.




2. Harry Potter en het Boek der Wijzen
Harry Potter, de - nu reeds tot puber uitgegroeide - toversnaak uit Engeland kent iedereen. De vijf
boeken die J.K. Rowling totnogtoe schreef werden verslonden door jong en oud. Het is wonderlijk hoe
de hele wereld gefascineerd wordt door de fantasiewereld van de Engelse schrijfster…
En hoewel de boeken zeer goed zijn, is het eigenlijk vreemd dat de hele wereld in de ban van Harry
Potter is. Jongeren en jongvolwassenen lezen vandaag namelijk nog maar heel weinig. De
boekdrukkunst werd ooit onthaald als de grootste uitvinding aller tijden. Maar vandaag lijkt het in een
vergeten hoekje gedrongen te zijn. In de multimediale samenleving hinkt het boek achterop …

        De snelheid waarmee mensen kunnen communiceren op het internet kan geen enkele
        drukpers volgen.




                                                                                                            2
        De statische letters in boeken steken schril af tegen de flitsende beelden op JIMtv, TMF en
        MTV.

        Film heeft het mogelijk gemaakt om je gedurende twee uur onder te dompelen in een verhaal,
        terwijl dat bij een boek een inspanning van minimum enkele dagen vraagt en het bij elke
        onderbreking wordt verstoord.

Harry Potter heeft er niet voor gezorgd dat jongeren en jongvolwassenen wereldwijd opnieuw zijn
beginnen lezen. Dat maakt het er niet gemakkelijker op om met jongeren rond de bijbel te werken. De
bijbel - het Boek der Wijze - is een boek en zou er dus baat bij hebben indien jongeren vandaag
zouden lezen.

Wil dit zeggen dat jongeren de bijbel zouden lezen indien ze minder op beelden gericht waren? Met
zekerheid kan je die vraag niet positief beantwoorden en toch … Als er een film uitkomt over een
bijbels verhaal slaat hij steeds weer aan. ‘The prince of Egypt’ was een kaskraker en de film ‘The
Passion’ van Mel Gibson is nog niet in de zalen en nu reeds berucht en/of beroemd. Bijbelse verhalen
lijken mensen ook vandaag nog te inspireren op momenten dat ze ermee in contact komen...

Als begeleiders moeten we dus op zoek gaan naar wegen om jongeren in contact te brengen met
bijbelse verhalen. Het is noodzakelijk om jonge christenen en zoekende jongeren in contact te
brengen met de Schrift. Daarin en daardoor wordt het mogelijk God te ontdekken in het leven van elke
dag.


3. Bijbels-balanceren: tussen voorzichtigheid en creativiteit
Als begeleider moet je steeds weer creatief zijn om jongeren en jongvolwassenen elke bijeenkomst
weer te boeien en uit te dagen dieper te graven. Als je met de bijbel werkt, is het niet altijd gemakkelijk
om een werkvorm of activiteit te bedenken. Het is altijd een balanceren, een evenwicht vinden tussen
voorzichtigheid en creativiteit:

       Voorzichtigheid:
        Het lijkt soms nodig om de bijbelse verhalen te actualiseren, hier en daar aan te passen, een
        woordje weg te laten, het slot meer tot een “happy-end” om te vormen … Toch is
        voorzichtigheid hierbij belangrijk. Gooi het oude niet zomaar helemaal weg, doe het samen en
        in overleg met anderen: een woord dat voor jou irrelevant lijkt, kan op anderen een diepe
        indruk maken. Kijk en luister ook naar wat er gebeurt, naar wat er wordt verteld, … Vaak zit er
        meer in een verhaal dan jij alleen kan zien of horen. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat je moet
        vasthangen aan de letter van de Schrift, maar het betekent ook dat je niet moet dwepen met
        eigen interpretaties.

       Creativiteit: wat je doet moet vanuit de groep komen en vanuit je eigen binnenste. Je kan
        slechts vertellen, getuigen en doen waarin je zelf gelooft. ‘Als er hier (verticaal, tussen God en
        mij) niets gebeurt, dan gebeurt er hier (horizontaal, tussen de voorganger en de
        gemeenschap) ook niets.’, zegt Nico Ter Linden. Daarenboven mag en kan je als begeleider
        heel creatief met de bijbel omgaan en hem toch zijn volle waarde laten behouden. Je kan er
        spelen mee bedenken, weekends mee uitwerken, …

4. Lasagne: een verhaal met drie lagen

Heb je ooit lasagne gegeten die bestond uit maar één laagje? Wellicht niet. En moest het toch zo zijn
dan hou je er waarschijnlijk geen al te positieve herinneringen aan over. Een goede lasagne bestaat
uit drie lagen: een laagje pasta, een laagje tomatensaus en een laagje kaassaus. Slechts die
combinatie van de drie ingrediënten maken het geheel zo lekker dat je al de rest vergeet.

Als je met de bijbel werkt in een groep, dan is de bijbel als lasagne: opgebouwd uit drie laagjes.

        Het eerste laagje: de bijbel is een verhaal over God, over Gods unieke komst doorheen
         menselijke ervaringen. De bijbel is de getuigenis van een volk en een groep mensen die de



                                                                                                          3
         levende aanwezigheid van God in hun leven ervoeren en dit neerschreven opdat de ervaring
         vrucht zou kunnen dragen. Het Oude Testament is één lange getuigenis van mensen die God
         als reisgezel in hun leven aanwezig voelden. Het Nieuw Testament getuigt over het leven van
         Jezus en over zijn blijvende aanwezigheid onder en in de mensen na zijn verrijzenis. Die
         wezenlijk levende ervaring van Gods komst onder de mensen is het eerst laagje in onze
         bijbelse lasagne.
        Het tweede laagje waaruit de bijbel is opgebouwd is het verhaal van de kerk, de catechist en
         de jongerenbegeleider. Het verhaal van de catechist, de begeleider en de kerk is een
         wezenlijk verhaal om thuis te komen in de bijbel. Dit laagje is eigenlijk een bindlaagje. Het
         helpt jongeren om hun persoonlijk levensverhaal te laten verbinden met het bijbelse verhaal.
         Het eerste laagje ‘Gods verhaal’ sluit niet automatisch aan bij het laagje ‘levensverhaal’. De
         bijbelse verhalen zijn niet alleen geschreven in een andere cultuur maar ook met een andere
         Godservaring en een andere theologie. De mensen die de bijbel schreven vertrekken vanuit
         de ervaring van een levende God die mensen voortdurend nabij is. Zo’n persoonlijke God is
         voor vele kinderen, jongeren en jongvolwassenen een vreemde ervaring. Dat kennen ze niet.
         Het getuigenis van de kerk, de begeleider en de catechist, die wel een dergelijke ervaring
         hebben, is dus van wezenlijk belang.
        Het derde laagje dat een wezenlijk deel uitmaakt van de Schrift, is het levensverhaal van de
         kinderen, jongeren en jongvolwassenen uit de groep waarmee we op weg gaan. Natuurlijk is
         het niet zo dat iedereen een vijfde of een zesde evangelie moet schrijven. Wel is het zo dat
         het bijbelse verhaal vandaag verdergaat. ‘De bijbel groeit doorheen de lezer’, zei Gregorius
         de Grote ooit. Het eigen levensverhaal geeft medebetekenis aan de bijbelse verhalen.

Enkel door deze drie laagjes samen te voegen, wanneer je als begeleider met een groep op weg gaat
doorheen bijbelse teksten, krijg je een geheel. Slechts door Gods verhaal en het levensverhaal samen
te laten klinken, gaat God spreken voor jonge mensen vandaag. Laat je een laagje weg, dan ontbreekt
er iets. Dan ervaar je een te kort. De bijbel is dus net als lasagne …


5. Drie klippen voor bijbelse pastoraal

Alsof het nog niet moeilijk genoeg is om met jongeren en de bijbel aan de slag te gaan, heeft elke
bijbelse pastoraal op zichzelf al enkele struikelblokken. Tijdens de eerste vormingsavond maakten we
al kennis met het moraliseren, historiseren, idealiseren en het letterlijk toepassen van bijbelverhalen.
Nu willen we drie klippen aanhalen die in het bijzonder belangrijk zijn wanneer je de bijbel gebruikt in
de begeleiding van groepen kinderen, jongeren en jongvolwassenen:

1. De bijbel aan flarden

Een eerste gevaar is dat we de bijbel lezen in flarden. Via de liturgie zijn we gewend aan de
verbrokkeling van de bijbel in perikopen. Maar bij themavieringen is het nog erger. Men selecteert één
bepaald onderdeeltje dat bij het thema past. Geen wonder dat steeds dezelfde teksten de revue
passeren:
    - In elke bezinning over de vriendschap klinkt het hooglied van de liefde.
    - Voor wereldvrede is er Jezus’ reactie op het machtsmisbruik van de groten der aarde.
    - Op het vlak van migrantenzorg breekt de barmhartige Samaritaan alle records.
Echt bijbels kan je die benadering niet noemen, want je weet al op voorhand wat een bijbeltekst
‘moet’ zeggen. Echte lezing vergt een minimale context. Om God aan het woord te laten, kan men
best een groter stuk aanhoren. Zo komt men ook beter de rode draad van de bijbel op het spoor. De
eenheid doorheen alle meanders van Israëls grillige geschiedenis, is dat het steeds gaat over Gods
verbond.
Je zou zelfs nog verder kunnen gaan en een heel bijbelboek als leidraad gebruiken tijdens een
driedaagse, een kamp of een werkingsjaar. Waarom geen drie dagen op pad gaan met Jona?
Waarom het verhaal van Ruth niet een jaar lang in je eigen werking exploreren? Je kan zowel je
inhoudelijke als ontspannende activiteiten een plaats geven in het geheel …

2. De bijbel als versiering




                                                                                                       4
Nauw verwant met de perikopenselectie is de functionele lezing van de Schrift. Men wil bijbelteksten
laten functioneren in zijn eigen gedachten. De bijbel wordt dan een receptenboek. Men spreekt dan
over God in functie van de mens. Een voorbeeld is de wijze waarop men vaak het Emmaüsverhaal
leest: men keert zich ontmoedigd af. Jezus gaat dan incognito met die mensen mee. Hij weet te
luisteren, hij heeft zoveel geduld, Hij laat hen helemaal uitspreken en Hij zegt niet wie Hij is. Als ze
maar hun verdriet kunnen uiten, en ja hoor, gaandeweg vatten de leerlingen weer moed en ze keren
vol vreugde naar hun vrienden in Jeruzalem terug.
Een dergelijke parafrase is vlot maar niet onschuldig. Ze is duidelijk functioneel: ze staat in functie van
een bepaalde visie: je moet je inleven in de wereld van de mensen en dus mag je niet te snel met
geloof afkomen. Die lezing is niet fout in wat ze zegt. Ze is wel fout in wat ze verzwijgt: Lucas zegt nog
veel meer: Jezus onthult zich in het breken van het brood; bovendien vertelt Hij hen over de Schriften.
Jezus leert ons iets over echte gastvrijheid: mensen verwelkomen zoals ze zijn en luisteren. Maar de
kamer waar je ontvangen wordt, zegt ook veel over wie de gast is en je leert hem/haar kennen.



3. De bijbel in wetenschappelijke handen

Wat is verliefdheid? Je kan op deze vraag twee verschillende antwoorden geven. Ten eerste: je bent
verliefd wanneer je vlinders in je buik voelt. Ten tweede: verliefdheid is het aanmaken van
fenylketonerie door de hersenen, een chemische stof die je een gevoel van gelukzaligheid bezorgt.
Beide zijn waar, maar welk spreekt jou het meest aan?

Ook een al te academische aanpak kan je belemmeren de bijbel te zien als Gods Woord. Men
overdondert je dan met allerlei exegetische, psychologische, historische en filologische
wetenswaardigheden, waardoor geen ruimte meer overblijft voor de levende boodschap van de tekst
zelf. Die weetjes zijn ongetwijfeld een hulp, maar nooit een doel op zich. Het doel blijft dat je de band
tussen bijbel en leven ziet: een levensbetrokken lezing dus. De eerste vormingsavond moet je dus
nooit zomaar herhalen in de groep die je begeleidt. Hij is interessant voor hen die meer interesse
tonen. De tweede vormingsavond was centraal, namelijk de betekenis van de bijbel in het leven van
christenen.

                                                          Naar: L. AERTS. Nieuwkomers bij de bron. 2003




6. Met de bijbel aan de slag …
In wat volgt vind je verschillende werkvormen die je in een groep kan gebruiken om rond
bijbelverhalen te werken. Ieder werkvorm heeft zowel zijn sterktes als zijn zwaktes. Toch kan er een
globaal onderscheid gemaakt worden tussen:

    (1) Spel-werkvormen: op eenvoudige speelse manier de diepte van de tekst ontdekken. Dit soort
        werkvormen maakt jongeren vertrouwd met het - voor hun vaak vreemde – boek.
    (2) Diepere lezing: de 3X3-methode, bibliodrama, … gaan een stuk verder dan de spel-
        werkvormen. Tijdens de eerste twee vormingsavonden werden deze twee methoden reeds
        proefondervindelijk op de som genomen. Ze veronderstellen dat er reeds een vertrouwdheid is
        met de bijbel, dat de eerste angst om ermee te werken al overboord gegooid is. De
        werkvormen varen dieper, ze willen Gods Woord op het spoor komen in de tekst en in de
        deelnemers hun eigen leven. Er kunnen in het algemeen drie stappen worden onderscheiden
        in een dergelijke werkvorm:
            a. Lezen > wat zegt de tekst?
            b. Op allerlei manieren overwegen > Wat zegt God doorheen de tekst?
            c. Gebed > Wat is mijn antwoord?




                                                                                                          5
                2. BIJBELEN met
                 WERKVORMEN

                                         uitleg iconen
                         Algemene informatie               Variatie op de werkvorm



                         Uitleg van de werkvorm            verwijzing naar een bijbeltekst



                         Hoe lang duurt het                Benodigdheden



                         Geschikte groepsgrootte




    1. Verhalen vertellen
Mensen vertellen elkaar verhalen. Verhalen willen verteld worden, telkens opnieuw voor mensen
in andere situaties. Wat maar één keer verteld wordt, is nooit waar geweest, was nooit een werkelijk
en werkzaam gebeuren. Het is een anekdote, een nieuwtje, een aardigheidje, maar geen verhaal.
Elk echt gebeuren draagt zaad van toekomst in zich, het ontkiemt en groeit, vestigt zijn wortels
dieper in de grond van het verleden en strekt zijn takken hoger in de lucht van de toekomst. Geen
mens en geen verhaal blijven een dag lang hetzelfde. Verhalen leven, veranderen, groeien mee met
de mensen en hun lotgevallen. Het oude verhaal wordt nieuw, telkens verrijkt met wat wij geworden
zijn. Een oud verhaal kan mijn levenservaring uitspreken.

De echte luisteraar begrijpt het verhaal niet als informatie over een gebeuren, maar neemt het over
als een gebeuren, op zo’n manier dat hij het als een eigen gebeuren kan reproduceren. Het is het
verhaal op je eigen leven leggen.

Nico Ter Linden werd de jongste jaren beroemd met zijn boekenreeks ‘Het verhaal gaat…’. In zijn
boeken tracht hij bijbelse teksten opnieuw hun verhaalkarakter te geven. Het lijkt alsof we vergeten
zijn dat de bijbel een groot verhalenboek is: verhalen die getuigen over God en spreken over het
leven van mensen. Nico Ter Linden wil die ervaring opnieuw naar boven halen want de verhalen
van de bijbel zijn verhalen die niet sterven. Ze verliezen hun geladenheid niet. Hun
figuren en gestalten zijn van alle tijden. De ruimte waarin deze mensen omgaan, zoeken, worstelen
en uiteindelijk zegen vinden, dat is de ruimte waarin ook wij ademen en bewegen. Bovendien staan
zo’n verhalen open naar alle kanten, er is meer dan één interpretatie denkbaar, er zijn vele
inlevingsmogelijkheden. Het lijkt erop dat juist zulke open verhalen het langst leven: het samengaan
van herkenbaarheid en geheimzinnigheid maakt dat ze blijven boeien. Ze slaan aan, de vonk slaat
over naar de hoorders die op hun beurt vertellers worden. Altijd weer iemand die zegt: ‘Ja, dat is het.
Dat ben ik.’ En hij neemt de draad op en begint: ‘Abraham, mijn vader…’
Het verhaal is geen omweg om ons een zedenles te geven, al doet het dit ook. Het verhaal horen
betekent ook het verhaal in praktijk brengen. Van hoorders, daders van het woord worden. Verhalen
vertellen is niet vrijblijvend. Vertellen is praktijk.




                                                                                                       6
De kracht van een verhaal: ‘Waarom bezit een verhaal zo’n kracht en weet het mensen zo aan te
pakken?’ Dat vroeg men aan rabbi Jacob ben Wolf Kranz (1741-1804), de vermaarde verhalenverteller
van Doebno. Hij antwoordde daarop met een verhaal:
        Eens trok de Waarheid door de wereld. Geheel naakt. Niemand wilde hem in zijn huis toelaten. Wie
        hem tegenkwam, vluchtte verschrikt weg. De Waarheid ging gebukt onder zijn verdriet. Op een
        dag liep hij het Verhaal tegen het lijf. Het Verhaal zag er prachtig uit in zijn schitterende bonte
        gewaad. Het Verhaal zag de Waarheid en vroeg: ‘Zeg mij, meester, waarom loop je zo gebogen?’
        ‘Het gaat slecht met mij, broeder’, antwoordde de Waarheid, ‘ik ben oud, zeer oud, en niemand wil
        iets met mij te maken hebben.’ ‘Ik ben ook oud’, zei het Verhaal, ‘zeer oud, maar hoe ouder ik word,
        des te meer gaan de mensen van mij houden. Dus daar kan het niet aan liggen. Ik zal u een geheim
        vertellen, meester, een geheim over de mensen. Zij houden alleen van dingen die versierd en
        vermomd zijn. Ik zal u kleren als de mijne lenen en dan zult u zien dat de mensen evenveel van u als
        van mij houden.’ Vanaf die tijd gaan de Waarheid en het Verhaal hand in hand en de mensen houden
        van hen allebei.
        Uit J.ZEVIN. The parables and the Teacher of Doubno. 1995, 25 (geciteerd in JOTA, oktober 1997, 9.)



        Leeftijd
       Van O tot 100 jaar


        Benodigdheden
       Papier en pen
       Kleurpotloden, verf, …


        Uitleg van de werkvorm

1. Eindredacteur…
Vertel aan de jongeren een verhaal uit de bijbel. Zeg vervolgens aan de jongeren en jongvolwassenen
dat zij eindredacteurs zijn van een grote uitgeverij. Het verhaal dat ze zonet hoorden gaat uitgegeven
worden in boekvorm. Als eindredacteur moet iedere jongere een titel bedenken voor het boek en een
kaft ontwerpen. Belangrijk daarbij is dat zowel de titel als de kaft iets moeten prijsgeven van de
inhoud van het verhaal.
Wanneer alle jongeren het verhaal op deze manier hebben verwerkt, zet iedereen zich in een kring en
verklaart de gekozen titel en het ontwerp van de kaft. Van hieruit kan er een gesprek worden gevoerd
over het bijbelverhaal.

2. Schrijf een biografie…
Lees aan de jongeren een bijbelverhaal voor waarin er duidelijk een bepaald persoon naar voren
komt. Laat de jongeren na het voorlezen van het verhaal zelf de rest van het leven van een bepaald
personage neerschrijven. In het groepsgesprek achteraf zal blijken dat iedereen een verschillende
levensloop heeft uitgetekend. Waarom werden bepaalde keuzes gemaakt? Wat zegt dat over onszelf?

Mogelijke verhalen en personages:           -   Zacheüs                                            Lc. 19,1-10
                                            -   Bartimeüs                                          Mc. 10, 46-52
                                            -   De gestenigde vrouw                                Joh. 8, 1-11
                                            -   Lazarus                                            Joh. 11, 1-46
                                            -   De jongen met de vijf broden en de twee vissen     Mt. 14, 13-21
                                            -   De jongeling die bedroefd naar huis gaat           Mt. 19, 16-30


        Literatuur-tips

Nico TER LINDEN, Het verhaal gaat …(6 delen), Uitgeverij Balans, 2003.
Bart MOEYAERT, De Schepping, Querido, 2003.



                                                                                                                   7
    2. Spelen met Woorden

        Leeftijd
       vanaf 12 jaar


        Benodigdheden
       doeken in verschillende kleuren blauw (van licht naar donker)
       klei


        Uitleg van de werkvorm

Verhaal: vb. “De lamme van Betsaïda” : Joh.5, 1-9
Eerst lezen we het verhaal. Daarna verkennen we enkele woorden.

• water
Voorzie allerlei doeken van verschillende soorten en kleuren, gaande van blauw over groen, tot
wit en zwart… We zullen met alle deelnemers het (water)bad maken. Ieder neemt een doek, gaat
op het speelvlak staan en zegt iets als water. Door op het speelvlak te komen, neemt men de rol
op zich.
Bvb: “Ik ben het zwarte water, heel diep ben ik. Pas als dit diepe in beroering komt, kom ik tot
genezing.” of “Ik ben het schuim op het water, ik verzacht de aanraking, de pijn.” en “ Ik ben het
bewegende water. Met mijn beweging zet ik steeds andere mensen in beweging. Ik werk aanste-
kelijk.” Bij het verlaten van het speelveld, leg je je rol af en word je terug Bart, Hilde, Ilse … jezelf
dus.

• sta op … en loop
Heb je ooit al eens gezien hoe een klein kind komt tot opstaan en lopen? Het duurt een jaar of
soms nog meer. Heb je al eens geprobeerd om dit in een begeleidende oefening te verkennen?
Liggen - iets willen nemen - spartelen met armen en benen - wiegen - draaien - terugdraaien -grijpen,
al bewegend - kruipen - zich optrekken - rechtstaan - vallen - rechtop al schuivend -stappen
terwijl je iets vasthoudt - gaan.

• lam … gebrekkig
Met heel de groep staan we stil bij deze twee woorden. Wat roepen ze allemaal op? We brainstormen
en de begeleider noteert alle woorden. Ieder kiest een woord uit heel het gamma. Elke deelnemer
krijgt een stuk klei en maakt dit woord visueel. Ieder geeft zijn werk een naam. In stilte worden
alle kleiwerkjes bekeken. De deelnemers vertellen wat ze zien. Dan vertelt de maker wat hij erin
gelegd heeft. Vervolgens zegt iemand van de groep tot de maker en zijn werkje: “ Wil je gezond
worden? Sta op, neem je bed op en loop.” De maker krijgt dan de kans om iets aan zijn werkstuk
te veranderen. En zo krijgen heel vaak de werkjes perspectief. Ze komen open, ze krijgen leven.

Uit : Catechetische Informatie – jg.89-nr2 nov-dec 2000 – Liliane Vervoort




                                                                                                            8
    3. Tableau Vivant
De bedoeling van een tableau vivant (een levend schilderij) is - opnieuw - de inleving. De jongeren
nemen de rol van een personage op zich, maar die rol is beperkt in 'tijd': het is een momentopname
zoals op een schilderij of een foto; én beperkt in 'plaats': de personages bewegen niet.


        Leeftijd
       voor jongeren van 11 tot 111 jaar


        Benodigdheden
       bijbeltekst
       enkele religieuze kunstwerken
       eventueel een digitale camera


        Uitleg van de werkvorm

1. Aanzet:
Een fragment uit een verhaal, een foto, één tekening uit een stripverhaal, een bepaalde situatie, …
kunnen aanleiding geven tot een 'tableau vivant'.
Leg de jongeren uit wat een 'tableau vivant' is: het zo getrouw mogelijk nabootsen van wat in een
fragment gezegd wordt of van wat op een foto, een tekening of in een situatie te zien is.
Bepaal samen met de jongeren het fragment dat je gaat uitbeelden.
Vraag wie van de jongeren een bepaald personage wil nabootsen en dus een bepaalde houding wil
aannemen.
Geef de overgebleven jongeren de opdracht zorgvuldig te observeren. Mogelijke observatie-items zijn:
- welke gelijkenissen zijn er met het origineel?
- welke verschillen zijn er met het origineel?
-…

2. Actie:
Het 'tableau vivant' wordt neergezet (gevormd). Je geeft het kind (de jongere) aanwijzingen omtrent
houding, mimiek, lichaamstaal, … Zo bouw je het tableau vivant op. Als iedereen denkt klaar te zijn,
laat je het geheel even stilstaan. Dat is het moment waarop de anderen écht kunnen observeren.

3. Actualisering:
Het 'tableau vivant' wordt verbroken. De kinderen (jongeren) gaan in de kring zitten. Er volgt een
gesprek. Vraag eerst naar de gevoelens van degenen die deelnamen aan het tableau vivant. Daarna
komen de observatoren aan het woord. Vraag ten slotte wat het tableau vivant zoal heeft opgeroepen
bij de kinderen (jongeren).

TIP:
       Het is heel verrassend om hetzelfde 'tableau' door verschillende jongeren te laten neerzetten.
        Eenzelfde fragment of situatie kan daardoor een totaal andere uitstraling krijgen.
       Het 'tableau vivant' echt fotograferen werkt stimulerend.




                                                                                                         9
    4. De lege stoel

        Leeftijd
       Vanaf 11 jaar


        Benodigdheden
       Enkele bijbelteksten
       een lege stoel


        Uitleg van de werkvorm
       Het bijbelverhaal wordt voorgelezen.
       De jongeren zitten in een halve kring.
       Vooraan staat een lege stoel.

1. Aanzet:
Vraag de jongeren de ogen te sluiten en terug te denken aan het bijbelverhaal (over …) dat werd
verteld. Benadruk dat de jongeren niets over het verhaal hoeven te zeggen, maar dat zij enkel
moeten proberen zich te herinneren wat zij nog weten. Na korte tijd mogen zij de ogen weer openen.

2. Actie:
        a) Vertel de jongeren dat een bepaald personage (het kan ook een dier zijn) uit het verhaal
        op bezoek komt in de groep. Haal de ingebeelde bezoeker op aan de deur en stel hem/haar
        voor aan de jongeren. De ingebeelde bezoeker neemt plaats op de stoel die duidelijk zichtbaar
        klaarstaat (en die leeg blijft).
        b) De jongeren mogen vragen stellen aan de bezoeker.
        c) Demonstreer vooraf hoe dat verloopt: "Je gaat voor de stoel staan, je zegt de naam van de
        persoon op de stoel en je stelt je vraag. Luister of je een antwoord krijgt. Als dat het geval is,
        ga je achter de stoel staan; je legt je handen op de rug van de stoel en je geeft het antwoord
        in de ik-vorm. Als je geen antwoord hoort, ga je terug op je plaats zitten. Wie het antwoord
        wél hoort, mag achter de stoel komen staan en het antwoord in de ik-vorm formuleren. Het is
        heel belangrijk dat je deze werkwijze demonstreert. Op die manier weten de jongeren beter
        hoe de vork aan de steel zit én bijt jij meteen de spits af als 'eerste vraagsteller'.
        d) Het gebeurt dat je meer vragen moet stellen vooraleer één van de jongeren het durft. Maar
        eens de drempel overwonnen, slaat de werkvorm erg goed aan bij 6- tot 8-jarigen.
        e) Beëindig de werkvorm als er geen vragen meer zijn. Begeleid de ingebeelde bezoeker terug
        tot aan de deur, terwijl de jongeren hem gedag zeggen.
        f) 'Ontrol' de stoel door die rond te draaien op één van de achterste poten, terwijl je zegt:
        "Kijk, de stoel is leeg; het is weer een gewone stoel."

3. Actualisering:
       a) Ga zelf op de stoel zitten.
       b) In eerste instantie stel je algemene vragen aan de jongeren: "Hoe was het om dat te doen?
       Wat vonden jullie prettig en waarom? Wat vonden jullie niet prettig? Waarom niet?"
       c) Probeer te verkrijgen dat de jongeren de band leggen tussen het verhaal en hun eigen
       leven door vragen te stellen als: "Zijn er dingen waaraan jullie moesten denken toen jullie een
       bepaalde vraag of een bepaald antwoord hoorden? Wie van jullie heeft al eens iets
       meegemaakt dat je in een bepaalde vraag of een bepaald antwoord hoorde? Vertel eens …"
       Het helpt als je eerst zelf verwoordt wat de vragen en antwoorden bij jou hebben
       opgeroepen.
       d) Als alles gezegd is, vertel je het verhaal opnieuw, zodat de jongeren de oorspronkelijke
       versie kunnen vergelijken met de vragen die ze gesteld hebben en de antwoorden die ze
       gegeven hebben. Na het vertellen van het verhaal is de werkvorm ten einde.


                                                                                                       10
    5. Emmaüstocht

        Leeftijd
       vanaf 16 jaar


        Benodigdheden
       stylo’s
       vragenblaadjes


        Hoe lang duurt het
       2,5 uur


        Uitleg van de werkvorm

We lezen het Emmaüsverhaal.

De hele groep vertrekt op tocht. De tocht hoeft niet langer te zijn dan enkele kilometers. Na enige tijd
wordt er gestopt en wordt een deeltje van het Emmaüsverhaal gelezen. De bijhorende vragen
worden samen overlopen. De jongeren vertrekken dan per twee. Ze lopen 10 minuten in stilte om
over de vraagjes na te denken. Dan wisselen ze onder elkaar uit. (ongeveer 10 minuten)
De hele groep verzamelt opnieuw, het volgende stukje evangelie wordt gelezen, de vragen overlopen
en elkeen stapt op met een nieuwe gesprekspartner. Op die manier wordt er ook inhoudelijk gedeeld
met mensen die men niet zo goed kent.

        STAP 1:          Lc. 24,13-14    De weg van de verlorenheid
        Misschien herken jij je in deze Emmaüsgangers… Misschien is dit ook het verhaal van een
        moment uit je leven…
        … Je gelovig zijn betekent niets meer…
        … God is zoek in je leven, opgegaan in de mist van ‘deze wereld-in-beweging’…
        … Je hebt nog wel veel vragen, maar het antwoord zoek je ergens anders…

        STAP 2:         Lc. 24,15-24     Jezus is er! Eerst als vreemdeling
        Jezus komt in je leven, eerst als een vreemde – stilaan wordt Hij je vriend.
        Hij gaat leven voor jou!
        Waar en wanneer is Jezus voor jou een levend iemand geworden, een vriend?

        STAP 3:         Lc. 24,25-29  Het mysterie van het kruis
        Lijden en dood, onmacht… zijn moeilijke klippen in het leven van een mens. Elkeen wordt
        ermee geconfronteerd.
        … Hoe beleef jij dit?
        … Hoe doorleef jij dit?

        STAP 4:          Lc. 24,30-32    Tekenen ter herkenning
        Ontmoet jij de verrezen Heer ook langs deze weg: wanneer je iets doet voor een ander?
        In elke eucharistie wordt Jezus’ aanwezigheid herkend en gevierd.
        Is de eucharistie voor jou ook het echte voedsel voor onderweg?




                                                                                                      11
        STAP 5:          Lc. 24,33-35  Gelovig worden zet in beweging
        De intimiteit en de geborgenheid die Gods liefde je biedt, stuwt je naar de anderen.
        … Waartoe zendt Jezus jou vandaag?
        … Waar ontmoet jij de verlorenen vandaag?

Als de hele groep terug bij de vertrekplaats is, kan er afgesloten worden als volgt. Misschien kunnen
de antwoorden gedeeld worden in de hele groep.

Dit Emmaüsverhaal is een herkenningsverhaal…
Het gebeurt nog vandaag: zoekende, onzekere mensen worden overtuigde christenen. Een ommekeer
die het werk van de verrezen Heer zelf is: van vreemdeling wordt Hij een nabije; aan jou voltrekt zich
een stukje verrijzenis-ervaring. Die ommekeer situeert zich tussen Jeruzalem en Emmaüs:
JERUZALEM: de wereld-in-beweging, waar christenen leven als gist in het deeg
EMMAUS: de plaats van de Godsontmoeting, waar Hij zich kenbaar maakt aan jou als een vriend, als
Iemand die je liefheeft, en die je zendt naar mensen.
Waar situeer jij je op deze weg? Welke etappe op die route?
Wat zijn jouw vragen langs de weg? Jouw twijfels en onzekerheden? Jouw vreugden?




    6. Onderzoeks-methode

                                                                                                        12
        Leeftijd
       vanaf 15 jaar


        Benodigdheden
       pen
       bijbelverhaal: bv. Jakobus 4
       fotokopie met tekst van het bijbelgedeelte


        Hoe lang duurt het
       7 minuten (individueel)


        Uitleg van de werkvorm

Deze werkvorm wil jongeren uitdagen om individueel stil te staan bij bijbelteksten en vervolgens hun
ervaringen in groep te delen.

1. Aanzet
Iedere deelnemer ontvangt een fotokopie van een tekst.

2. Individuele verwerking
Daarop kan ieder reageren d.m.v. vraag- en uitroeptekens, pijlen, onderstreping en commentaar in de
kantlijn bij een vers of een gedeelte van een vers. Om de tekst is voldoende ruimte om dat
commentaar kwijt te kunnen.
         -        Een ? plaatst u als iets onduidelijk is, u het niet begrijpt.
         -        Een ! als er bij u een lichtje gaat branden, nu begrijp ik het!
         -        Een -> plaatst u als een vers of een gedeelte van een vers u raakt.
         Onderstreep wat volgens u de kern is van dat gedeelte.

3. Groepsgesprekje
Bespreek in kleine groepjes (2 - 4 personen) punt voor punt waar tekens zijn gezet en geef
toelichting. Idem voor het onderstreepte.


        Variatie op de werkvorm
Voor de plenaire bespreking kunnen de deelnemers eerst twee aan twee hun commentaar vergelijken
en bespreken.




    7. Schrijf-je-rot


                                                                                                   13
         Leeftijd
        jongeren vanaf 15 jaar


         Benodigdheden
        per persoon: pen, stuk papier
        bijbelverhaal: vb. Filippenzen 1:1-11
        (min/max) 4 - 6 personen per groepje, meerdere groepjes


         Hoe lang duurt het
        15 à 20 minuten


         Uitleg van de werkvorm

1.       De groep wordt verdeeld in groepjes van vier of vijf.
2.       Ieder krijgt een vel onbeschreven papier.
3.       Schrijf op het papier uw reactie op dit bijbelgedeelte of een tekst uit dit bijbelgedeelte, die u
         raakt. Neem hiervoor 4 à 5 minuten.
4.       De blaadjes papier worden vervolgens doorgegeven aan de linkerbuurman/-vrouw.
5.       U leest wat de ander geschreven heeft en u schrijft er direct uw reactie of commentaar onder.
         Schrijf eerlijk wat u ervan vindt.
6.       Na 3 à 4 min. geeft iedereen zijn blad door aan de linkerbuurman/-vrouw. Ieder leest weer voor
         zichzelf de stelling en de reactie en reageert daar weer op.
7.       Stap 4 herhalen we nog één keer. Waarna iedereen zijn eigen blaadje terugkrijgt. Lees alle
         reacties.
8.       Hierna bespreekt u één voor één de resultaten van de schrijfronde. Zorg er met elkaar voor dat
         u in de beschikbare tijd alle papieren bespreekt.
9.       Rond de bespreking af.


         Variatie op de werkvorm
        I.p.v. op een tekst te reageren is het ook mogelijk zelf vragen te stellen.
        Ook kan gereageerd worden op een stelling.

Aanwijzingen voor gebruik:
Een fijne werkvorm om na te gaan wat er onder de leden leeft en een prima aanzet tot een gesprek.




     8. De bijbel in het bos


                                                                                                        14
        Leeftijd
       voor 12 tot 15 jarigen


        Uitleg van de werkvorm

1. Voorbereiding
Ga voor aanvang van de activiteit volgende opdrachten op kaartjes in het bos hangen:
     Opdracht 1: Wie zijn de vier evangelisten? Zoek hun volgorde op in de bijbel aan de startpost.
     Opdracht 2: Zoek “Mt. 19, 16-21” op in je bijbel. Eén van de groep leest het voor. Wat zegt
        dit verhaal over Jezus? Wat zegt Jezus hier over mij?
     Opdracht 3: Zoek welke de zeven sacramenten zijn.
     Opdracht 4: Los volgende rebus op




       Opdracht 5: Zoek in je bijbel “Lc. 10,25-37”. Eén van de groep leest het voor. Wie liep voorbij
        het slachtoffer? Wie hielp het slachtoffer?
     Opdracht 6: Maak op de melodie van “Broeder Jakob” een tekst voor een lied dat je zou
        zingen als je een moeilijke tijd doormaakt op de zoektocht in je leven. (Zing het ook aan de
        startpost.)
     Opdracht 7: Zoek in je bijbel “Lc. 15, 11-32”. Lees het verhaal. Ga naar de beginpost en beeld
        het verhaal uit zonder woorden.
     Opdracht 8: Op tocht gaan is plezant. Je ziet en beleeft vele dingen. Als blinde op tocht gaan
        is minder fijn. Blinddoek één iemand van de groep. De anderen moeten de blinde naar de
        beginpost begeleiden zonder hem of haar aan te raken.
     Opdracht 9: Maak een voorbede of een gebedje, dat we als afsluitende bezinning kunnen
        bidden als samenhorende tochtgenoten.
De groep wordt ingedeeld in groepjes van drie tot vijf personen. Elk groepje krijgt een bepaalde kleur
toegewezen. Van elke kleur hangt men negen ballonnen in het bos. Deze ballonnen zijn genummerd
van 1 tot 9. In elke ballon zit een letter. Daarmee kan later een woord gevormd worden (bv.
volhouden).


2. Verloop
De groepjes moeten het parcours van opdrachten afwerken in verschillende volgorde. (Bv. Groep 1: 1-
2-3-… Groep 2: 9-8-7-…) Het antwoord op elke opdracht wordt binnengebracht bij de begeleiders die
zich op een punt verzameld hebben. Bij de juiste oplossing zoeken ze de ballon in de kleur van hun
groep met het nummer van de opdracht die ze net hebben volbracht.




                                                                                                     15
Eén van de begeleiders is “vanger”. Wanneer die rondlopende vanger een groep tikt, moet men de
ballon afgeven. Men kan de vanger te vlug af zijn door als groep rond een boom te gaan staan (hand
in hand). Wanneer de groep zonder aangetikt te worden terug aan de post met begeleiders geraakt,
mag men de ballon stukprikken en de letter erin bewaren.

Wanneer de jongeren alle opdrachten hebben uitgevoerd en alle ballonnen verzameld, kunnen ze met
de letters een woord vormen.




   9. De ketting


                                                                                                 16
       Leeftijd
      van 12 tot 15 jaar


       Benodigdheden
      Draagbare CD-speler met muziek
      Bijbel: Joh. 9, 1-11


       Uitleg van de werkvorm

Dit spel kan de jongeren helpen, in het begin van het jaar, een groep te vormen zonder vooroordelen,
angst of wantrouwen.

De jongeren lopen geblinddoekt door een zaal. De begeleider zorgt voor muziek. Wanneer de
jongeren de muziek horen begeven zij zich in die richting. Wanneer zij onderweg iemand raken geven
zij elkaar de hand en vormen stilaan één grote ketting. Daarna brengt de begeleider hen naar de
zitplaatsen. Nog steeds geblinddoekt luisteren de jongeren naar het evangelieverhaal van de
blindgeborene: Joh. 9, 1-11.
Nadien worden de blinddoeken verwijderd. Ieder krijgt de kans om zich voor te stellen.

Eventueel kan men ook nadenken over volgende vragen:
    Wat belemmert ons om de ander te zien zoals hij is?
    Welke zijn onze vooroordelen?




   10.         Beelden die spreken


                                                                                                  17
Als we ‘verkondigen’ horen, denken we onmiddellijk aan woorden, aan een woordenvloed, aan iemand
die het van de daken verkondigt. Maar niet alleen woorden spreken. Ook beelden hebben ons heel
wat te vertellen. Afhankelijk van de leeftijd kan je met beelden een leuke en inhoudrijke werktijd
vullen.


        Leeftijd
       vanaf 12 jaar


        Benodigdheden
       de kaarten,kunstwerken (op de dienst jongerenpastoraal Hasselt is een pakket kunstwerken
        te verkrijgen. Tel. 011/21.16.14 of ijdhasselt@kerknet.be)
       rustige muziek
       enkele bijbels


        Uitleg van de werkvorm

STAP 1.         Je zorgt er voor dat de kaarten met kunstwerken en foto’s verspreid liggen doorheen
het lokaal. Terwijl er rustige muziek draait krijgen jongeren de tijd om alle werken te bekijken. De
bedoeling is dat zij er dat ene werk uitnemen dat voor hen een antwoord biedt op volgende vraag:

       Welk beeld drukt jouw relatie met God uit?

Na een tiental minuten komt iedereen met zijn/haar gekozen kunstwerk opnieuw naar de groep.
Iedereen vertelt waarom ze het werkje kozen en verheldert hoe het bij hen past.

STAP 2.         Vervolgens gaat iedereen opnieuw individueel op pad. Ieder kiest een plekje uit in het
lokaal. Het kunstwerk of de foto wordt nu omgedraaid. Op de achterzijde staat een vers uit de bijbel.
De jongeren gaan deze vers opzoeken in hun bijbel en lezen de tekst waaruit het voortkomt. Volgende
richtvragen dienen als leidraad voor het denkproces:

       Komt de tekst overeen met het beeld dat jij van het kunstwerk had?
       Vormt de tekst een uitdaging aan jouw relatie met God?
       Vind je het bijbelvers een goede titel voor het kunstwerk of kies je een eigen titel? Indien je
        een eigen titel kiest, welke zou het zijn?



        Variatie op de werkvorm
Iedereen kiest een foto die bijv. iets zegt over zichzelf, over zijn verwachtingen, over het voorbije
kamp (evaluatie)… De foto zal een hulp zijn om het eigen antwoord te verwoorden.




    11.         Wie zegt gij dat Ik ben?


                                                                                                          18
        Leeftijd
       vanaf 15 jaar


        Benodigdheden
       kunstwerken van Jezus (zie het boek ‘In de handen van de mensen’ van Peter Schmidt)


        Uitleg van de werkvorm
Deze werkvorm betreft een korte meditatie vanuit één zin uit het evangelie: “Wie zegt gij dat ik ben?”

Kies uit één van de afbeeldingen van Jezus, het beeld dat jou het meest aanspreekt. Probeer dan ook
te verwoorden waarom juist die afbeelding jou aanspreekt. Of vanuit het evangelie Mc. 8, 27- 30 zou
je kunnen proberen zelf een antwoord te zoeken op de vraag ‘Wie zegt gij dat Ik ben?’

Enkele afbeeldingen van de Christusfiguur vind je achteraan in de map (bijlage 2).




    12.         Hongerdoeken
Bekijk met je groep een hongerdoek. Hier zitten heel wat aanzetten in om de bijbel aan de
actualiteit te linken. Op de dienst Broederlijk Delen (Tulpinstraat 75, 3500 Hasselt, 011/23.53.06) zijn
er verscheidene hongerdoeken te ontlenen, telkens met de nodige uitleg erbij, kant en klaar om een
werktijd te stofferen (in de vasten bijvoorbeeld).

Op de dienst jongerenpastoraal is ook de werkmap “Stof tot nadenken.” in te kijken en te kopiëren.




                                                                                                       19
    13.         Bijzondere krantuitgave

        Leeftijd
       alle leeftijden


        Benodigdheden
       Voor iedereen een kopie van het bijbelverhaal dat je gebruikt: bv. Jona, de vijf broden en
        twee vissen (Mt. 14, 13-21), de opwekking van lazarus (Joh. 11, 1-46), …
       Pen en papier voor iedereen.


        Uitleg van de werkvorm

1. Samenkomst
Bij aanvang van de samenkomst lees je, in een stille ruimte of een ruimte waar de jongeren
ontspannen kunnen zitten, samen met de jongeren het verhaal één of twee keer door. De jongeren
krijgen kort de kans om in stilte over het verhaal na te denken.
Vervolgens ga je met de jongeren rond een tafel zitten. Je stelt jezelf voor als hoofdredacteur van de
plaatselijke krant: “Het belang van Plussers” of “Van Nineve tot Tarsus” of … Het verhaal dat de
jongeren zonet hebben beluisterd en gemediteerd dient als basis voor de krant. De jongeren zijn
vanaf nu journalisten. Alvorens ze echter aan de slag kunnen moet er een redactievergadering
plaatsvinden. Eerst dient het verhaal besproken te worden:
                 Wat gebeurt er?
                Wie zijn de personages? Welke personage spreekt je het meest aan?
                Wat vind je het meest bijzondere aan het verhaal?
                Wat betekent het verhaal?
Als dat gebeurd is kan er concreet aan de krant worden gedacht:
                Wie zorgt er voor de foto’s? bv. een leeg graf bij Lazarus
                Wie maakt er een cartoon?
                Wie maakt het kruiswoordraadsel?
                Wie het weerbericht: bv. bij het verhaal van Jona is er storm op zee
                Wie maakt de horoscoop (voor de verschillende personages in het verhaal)
                Welke artikels publiceren we? bv. bij Jona: man overboord!, bijzondere boom ontdekt,
                interview met de schipper die Jona meenam, …
                Sportberichten (Vb. de walvis in het Jona-verhaal doet aan mensen spuwen buiten
                categorie)
                Zoekertjes

Vervolgens gaan de jongeren aan het werk. Ieder verwerkt op zijn of haar eigen manier het verhaal
als bijdrage aan de krant.

2. Nawerking
Na afloop van de samenkomst verzamelt de begeleider alle krantonderdelen en stelt er een krant mee
samen. Indien je dit op computer doet is het eenvoudiger om de krant te verspreiden (tekeningen of
foto’s kan je scannen of digitaal fotograferen). Om het werk minder omvangrijk te maken kan je ook
aan de jongeren vragen dat ieder zijn of haar bijdrage thuis uittypt en doormailt.
Tegen volgende bijeenkomst kan je alle jongeren een krant geven.

leuke extra:
Je kan aan de parochie vragen of zij jullie krant willen steunen. Het zou dan mogelijk zijn om tijdens
de liturgie in de parochie het evangelieverhaal te laten klinken waarrond jullie hebben gewerkt. Op het




                                                                                                     20
einde van de viering kan je dan de krant uitdelen aan de kerkdeur. Misschien moet je de parochie dan
wel vragen om de drukkosten te helpen dragen.
En andere variant zou kunnen zijn dat je de parochie vraagt om een deel van jullie krant te publiceren
in ‘Kerk en Leven’.


       Variatie op de werkvorm
Een variatie hierop is dat je met elkaar een nieuwsuitzending gaat maken. Je moet dan wel over één
of meerdere camera's beschikken, maar dat is wel erg leuk. Als je het laat aansluiten bij het thema
van een kerkdienst dan kan die misschien ook getoond worden.




                                                                                                    21
    14.         Gekke spelen race
Een serie korte spelletjes die gelinkt zijn aan bijbelverhalen. Sommige verhalen of feiten zullen de
jongeren kennen, andere wat minder. Het doel is dat de jongeren een leuke tijd hebben, maar ook om
(voor)kennis te activeren en te leren over de Bijbel.


        Leeftijd
       voor alle leeftijden


        Benodigdheden
       Twee bijbels
       Kaartjes met de bijbelse personages die beneden zijn vermeld
       Ieder spel vereist materiaal: je kan het bij de spelen vinden



        Uitleg van de werkvorm

1. Vooraf
Verdeel de groep in twee teams die het tegen elkaar opnemen. Let daarbij op de verdeling van
krachten, zowel fysiek (kracht) als mentaal (hersens).
Verstop in je lokaal kaartjes waarop de naam van een bijbelpersonage (zie 2. spellen) staat en de
verwijzing naar het bijbelverhaal.

2. Spelen (zie ook bijlage 3)
De Gekke spelen race is een wedstrijd tussen twee teams. Laat ieder team op voorhand dus een
overwinningskreet of dans bedenken die ze bij elk gescoorde punten kunnen roepen of dansen.
Om de beurt mag ieder team op zoek gaan naar een kaartje in het lokaal. Als het kaartje gevonden is
stelt de begeleider volgende vraag:
         Wie kent er het personage? Als iedereen de vraag heeft beantwoord lees je de inleidende
         tekst voor. Je kan de teams ook het verhaal laten opzoeken in de bijbel.
Bij ieder personage hoort een opdracht. De begeleider leest de opdracht voor en de teams maken zich
klaar om tegen elkaar te strijden.
Het team die het spel het beste doet krijgt twee punten. Bij gelijkstand krijgen beide ploegen allebei
één punt. Het is wel handig dat de begeleider scheidsrechter speelt om de doorslag te geven of een
spel eerlijk gespeeld is en wie er het eerst klaar was.

Het is een wedstrijd: bedenk dus ook een trofee om aan het winnende team te overhandigen! Dat
maakt de uitdaging des te groter. Misschien kan je een oude voetbalbeker omtoveren in een
wisselbeker “bijbelen” waar jaarlijks om gestreden kan worden. Maar het vooruitzicht op een snoepje
of een zakje chips doet vaak ook al wonderen.




                                                                                                    22
    15.          Bijbel en film
Het bekijken van een bijbelse film is een alternatieve manier om rond bijbelse verhalen te werken.
Hoewel het bekijken alleen voldoende is om jongeren met het verhaal in aanraking te laten komen, is
het toch verstandig om ook een nabespreking van de film te doen. Enkel door in groep met elkaar te
spreken over hetgeen er te zien en te beleven was, is het mogelijk om de diepere betekenis van het
verhaal op het spoor te komen voor ons eigen leven.

Mogelijke werkmethoden zijn:
    Na het bekijken van een film probeer je aan de hand van een beeld dat je trof te vertellen wat
        je van de film vond.
    Met welke personage kan jij je het best identificeren en waarom?
    Op welk moment kwam God aanwezig in de film?
    Welk Godsbeeld straalt de film uit?

Het is ook goed om als nawerking tijdens een gebedsmoment het echte verhaal of een deel ervan te
lezen uit de bijbel zelf. Dit verdiept de samenkomst.

Voorbeelden van te gebruiken films:



Jozef

De makers vanlde Oscar-winnende De Prins van Egypte brengenleen compleet nieuw tekenfilm-epos:
Jozef De Dromenkoning. Dit inspirerende muzikale avontuur, één vanlde meest geprezen films vanlhet
jaar, verteltlhet klassieke verhaal overleen jongen metlde bijzondere gave omlde toekomst te zien in
zijnldromen.

Duur: 75 min.

Prince of Egypt

De prins van Egypte vertelt het verhaal van Mozes en Aaron. Het islhet bijzondere verhaal van
tweelheldhaftige broers. De één is van koninklijke afkomst,lde anderlheeftleen mysterieuzer verleden.
Inlhun jeugd zijn ze onafscheidelijklenlleidtlhun gezonde rivaliteit totlhachelijke avonturen.
Maarldanldrijftlhet noodlotlhen uitlelkaar. De één wordtlleider vanlhet machtigste keizerrijk ter wereld.
De andere wordt tot uitverkorene van zijnleigen volk uitgeroepen. Deze confrontatie
zallhunllevenlenlde toekomst vanlde wereld voor altijd veranderen.

Duur: 99 min

Dancer in the Dark

Voor 17+jongeren

Selma (Björk) isleen Tsjechische immigranteldie samen metlhaar zoontje Genelergens oplhet
platteland in Amerika woont. Hoewel zelelkeldag geconfronteerd wordt metlhaar verminderende
gezichtsvermogen, besluit ze ook 's nachts te gaan werken omlhaar zoontje vanldezelfde oogziekte te
kunnenllaten genezen. Selma's grote passie is muzieklenldansen zoals inlde klassieke musicals.
Tijdenslhet ééntonige werk inlde fabriekldroomt Selma samen metlhaar vriendin Kathy (Catherine
Deneuve) weg, inleen wereld van muzieklen geluk waarbijlhetllawaai vanlde machineslde basisbeat
vormt. Maar alslhaar buurmanlhaar spaargeld steelt, wordt Selma'sllevenleen tragedielenlde
verwachte 'happylending' is opeenslheel onzeker... Pas heel op het einde van dit verhaal wordt
duidelijk dat het eigenlijk een analoog verhaal aan het Christusverhaal is.

Duur: 135 min.


                                                                                                       23
    16.         Visioenen: ‘Bijbelse graffiti’

        Leeftijd
       Voor jongeren vanaf 13 jaar


        Benodigdheden
       een lege muur of een houtenpaneel van 2 X 1 meter
       verf en verfborstels
       bijbel: Ezechiël 37,1-14
       pen en papier


        Hoe lang duurt het
       2 uur


        Informatie
       De werkvorm is heel toepasselijk in de veertigdagentijd omdat het gaat over toekomstdromen
        en de overgang van lijden naar hoop.


        Uitleg van de werkvorm

1. Verkennen van je wereldbeeld

Verzamel een hoop tijdschriften en kranten. Laat alle jongeren gedurende enkele minuten zoeken
naar foto’s, cartoons of slogans die volgens hen typisch zijn voor de wereld waarin we leven. Laat
iedere jongere vervolgens kort zeggen wie hij of zij is en waarom ze voor de uitgeknipte beelden
hebben gekozen.

    Enkele richtvragen:
       - Hoe zit de verhouding tussen positieve en negatieve beelden?
       - Welke uitleg geven de jongeren daar zelf aan?

Vraag aan iedere jongere welk beeld of welk nieuws ze nog zouden willen toevoegen aan de
gevonden beelden en waarom.

    Enkele richtvragen:
       - Geven de media de wereld weer zoals jongeren die vandaag ervaren?
       - Zouden je zelf nog iets willen toevoegen aan de beelden die je hebt gevonden?

2. Bijbelgesprek:

Nadat we beelden hebben gezocht van onze leefwereld, maken we het even stil bij een bijbelverhaal.
Vaak dromen jongeren van een andere wereld, dat is ook de droom van God. Het is de droom van het
Rijk Gods hier op aarde. Op verschillende plaatsen in de bijbel zijn er teksten te vinden over de droom
op een andere wereld. Wij kozen voor een –wellicht voor vele onbekende en een beetje ‘vreemde’ –
tekst van Ezechiël.



Ezechiël 37,1-14        Het visioen van de beenderen


                                                                                                    24
       De hand van de HEER kwam over mij; in een sterke wind nam Hij mij mee en zette mij neer
       in het vallei die vol beenderen lag. Hij leidde mij er in alle richtingen doorheen en ik zag
       hoeveel er over de hele vallei lagen en hoe dor ze waren. Daarop vroeg Hij mij: `Mensenkind,
       kunnen die beenderen tot leven gewekt worden?' Ik antwoordde: `Heer GOD, dat weet U
       alleen.' Toen zei Hij: `Spreek dan tot deze beenderen en zeg: "Dorre beenderen, luister naar
       het woord van God. Zo spreekt de Heer GOD tot deze beenderen: Ik ga mijn Geest over u
       brengen, en gij zult leven. Ik leg spieren op u, bekleed u met vlees en overtrek u met een
       huid; dan schenk Ik u de levensgeest en u komt weer tot leven.'' '
       Ik profeteerde precies zoals mij bevolen was. En zodra ik begon, ontstond er een gedruis: de
       beenderen voegden zich aaneen, elk op zijn plaats. En ik zag hoe er pezen op kwamen en
       vlees en hoe ze met een huid overtrokken werden. Maar de levensgeest was er nog niet in.
       Toen zei Hij tegen mij: `Spreek tot de levensgeest, spreek, mensenkind, en zeg tegen de
       levensgeest: "Zo spreekt de Heer GOD: Kom van de vier windstreken, levensgeest, en blaas in
       deze gevallenen zodat ze weer leven.'' ' Ik profeteerde zoals mij opgedragen was en de
       levensgeest kwam erin. Ze werden weer levend en gingen overeind staan: een immens groot
       leger.
       Daarop zei Hij tegen mij: `Mensenkind, deze beenderen zijn het volk Israël. Bij hen leeft de
       gedachte: "Onze beenderen zijn verdord, onze hoop is vervlogen, het is met ons gedaan.''
       Profeteer daarom en zeg tegen hen: "Zo spreekt GOD: Ik ga uw graven openen; in massa’s
       zal ik u uit uw graven wegvoeren en breng u naar Israëls grond. En als Ik uw graven open en
       in grote aantallen uit uw graven wegvoer dan zult u erkennen dat Ik uw God ben. Ik schenk u
       mijn geest, zodat u weer leeft, en laat u op uw eigen grond wonen. Dan zult u erkennen dat
       Ik, de HEER, doe wat Ik zeg'' - godsspraak van de HEER.'

In een visioen wordt gebruik gemaakt van beelden. De dorre beenderen drukken een wereld uit
waarin er onrecht heerst, een wereld waar de liefde zoek is. De beenderen die opnieuw tot leven
komen drukken nieuw leven, nieuwe toekomst, een nieuwe dynamiek uit … De overgang van Goede
Vrijdag naar Pasen is de overgang van lijden en onrecht naar hoop op nieuw leven en nieuwe
toekomst. Goede vrijdag zijn de dorre beenderen. Pasen is het leven, de nieuwe toekomst. Met de
verrijzenis van Christus verrijst ook de wereld. Het Rijk Gods, de nieuwe solidaire wereld, is geen
toekomstmuziek meer.

Verloop van het gesprek
      Nodig alle jongeren uit om ergens rustig te gaan zitten en lees hen vervolgens het visioen van
       Ezechiël voor. Het is een vreemde tekst, op het eerste zicht weinig toegankelijk, daarom is het
       misschien goed om de tekst twee keer voor te lezen.
      Ga vervolgens met de jongeren in gesprek over de tekst om de diepere betekenis ervan op
       het spoor te komen:
           o Wat is het eerste waaraan je denkt bij het horen van dit verhaal?
           o Wat gebeurt er in het verhaal?
           o Waarover denk je dat het verhaal gaat? (de overgang van lijden naar hoop en nieuw
               leven)
           o    Als jij vannacht eenzelfde visioen zou meemaken als Ezechiël; welke betekenis kreeg
                het in je leven? Welke betekenis kan het verhaal vandaag hebben in onze wereld?
           o Wat bedoelt God op het einde van het visoen? (lees het nog een keer voor)
      Visoenen werken met beelden. Daarom is deze tekst een goede aanzet om over te gaan naar
       het schilderen van een mural.
           o Welke beelden gebruikt de tekst om de wereld en de toekomst te omschrijven?
           o Ken je nog andere beelden uit de christelijke traditie die dezelfde evolutie
                beschrijven? (vb. de verrijzenis van Jezus)
           o Welke andere beelden zouden de groepjes gebruiken om deze wereld te omschrijven?
                Welke beelden zouden ze gebruiken om een solidaire wereld, solidair met de Andes
                en met elkaar, te beschrijven? Wat symboliseert voor hen een solidaire toekomst?
                Maak een inventaris van de verschillende beelden die de jongeren uit de verschillende
                groepjes hebben.

3. Schilderen van een mural:


                                                                                                   25
Graffiti bestaat al sinds mensenheugenis. Denk maar aan de eeuwenoude muurschilderingen en de
Griekse en Romeinse fresco’s. De eerste ‘graffiteur’ uit de moderne geschiedenis was de Amerikaanse
militair Kilroy die in de tweede wereldoorlog de plaatsen waar hij kwam markeerde met ‘ Kilroy was
here’. In de jaren ’80 , toen de hiphopcultuur opkwam, ontdekten jongeren graffiti als vorm van
persoonlijke uitdrukking. Graffitikunstenaars geven met beelden hun huidige kijk op de wereld weer
maar ook hun dromen voor de toekomst.

In de Andes is de graffiti ande®s dan bij ons. Daar wordt er gesproken over murales of
muurschilderingen. Het zou zelfs niet juist zijn om de vergelijking met graffiti te maken. Het verschil
zit ‘m hierin:

                   MURALES                                              GRAFFITI
- door een groep van mensen gemaakt                 - door één iemand gemaakt
- resultaat van een lang denkproces                 - in allerijl gemaakt in het diepst van de nacht
- gekende kunstenaar                                - anoniem
                                  vorm van persoonlijke uitdrukking
                                           muurschildering
                                        geeft toekomstdromen
                toont wat ons drijft om te werken aan een nieuwe en ande®e wereld
                                          politiek statement


Murales worden gemaakt door een groep mensen en zijn het resultaat van een lang denkproces. De
beelden die op de muren worden getekend zijn een uitdrukking van hun dromen op een andere
wereld en de keuzes die ze maken om tot die wereld te komen. In deze werkbundel willen jongeren
uitdagen om na te denken over de wereld waarin zij leven, waarin de mensen in de Andes leven, … en
van daaruit laten dromen van een andere wereld en de keuzes die zij kunnen maken om daaraan te
werken. Het uiteindelijke resultaat van de bijeenkomst met jongeren zal dan ook een mural zijn. Een
visualisatie van onze gemeenschappelijke (jouw jongerengroep en de Andes) toekomstdroom. De
verfborstel op de voorpagina is niet voor niets een bloeiend twijgje: we schilderen omdat de Andes en
de jongeren willen groeien naar een gezamenlijke toekomst, een andere wereld.

Enkele aandachtspunten:
    -   een mural is het resultaat van een groepsproces. Overleg dus voldoende zodanig dat iedereen
        zich kan terug vinden in de uiteindelijke muurschildering.
    -   maak eerst een kladversie op een A4-blad. Als iedereen het eens is over het ontwerp kan je
        beginnen te schilderen.

Vraag ergens bij jou in de buurt een muur (aan de gemeente, op jullie lokalen, in school, …) en
schilder jullie eigen mural van de toekomst. Als je geen muur hebt, kan je schilderen op een houten
bord van 2 meter op 1 meter.



        Variatie op de werkvorm
Ga met je mural eens langs bij de priester of diaken in je buurt. Wie weet mag je met Pasen ( het
feest van een nieuwe toekomst, een nieuw begin) in de kerk wel een woordje uitleg komen doen bij
jullie ontwerp…



    17.         Een jongerenweekend

                                                                                                       26
Samen op weekend gaan versterkt vaak de groepssfeer, de vriendschappen, … Steeds meer zie je dan
ook plussergroepen, vormelingen … er een weekendje op uit trekken naar een of andere kampplaats
in het weidse Limburg. Niets verhindert volwassenen trouwens om hetzelfde te doen! Op zo’n
weekend kan de bijbel een bijzondere plaats krijgen. Als voorbeeld nemen we hier de tweedaagse die
enkele parochies jaarlijks samen organiseren voor hun misdienaars. Ze werken een heel weekend uit
op basis van één bijbels verhaal of personage. In 2003 kwam men twee dagen bij elkaar met als gids
Jozef uit het Eerste Testament. In 2004 komt men samen rond het verhaal van Jona.

Het uitgewerkte programma met gebeden, liederen en teksten die aansluiten bij de thema’s kunnen
als voorbeeld ontleend worden op de Dienst Jongerenpastoraal in Hasselt. Toch geven we hier al een
klein schema van hoe zo’n weekend eruit kan zien. Het betreft een tweedaagse in de abdij van
Herckerode met als thema het verhaal over Jozef.

                             “Zie daar komt de grote dromer”
                                         JOZEF

Maandag 3 maart 2003

 9u00          aankomst en ontbijt
 9u40          afwas en kamers inrichten
10u00          induiken in het verhaal van Jozef
               (de figuur van Jozef voorstellen)
               Iemand brengt het verhaal, een toneelstuk spelen. Het verhaal speelt zich af op
               verschillende locaties. De verteller neemt ons mee naar verschillende locaties.

               Het verhaal:
               1. Achtergrond van Jozef, zijn thuissituatie
               (in de keuken van het kasteel) de droom en de put.
               2. Ten huize Potifar: in de groene zaal
               hij maakt het goed, veel toevertrouw in de gevangenis (in de crypte), uit de
               gevangenis en voor Potifar uitleg van de droom voor Farao
               3. Een nieuwe naam, een nieuw leven (de tiendenschuur), ontmoeting met de broers
11u00          kennismaking na het verhaal
               Er worden t-shirts aangekocht. Elke deelnemer kiest een symbooltje dat hem of haar
               typeert en tekent dat op de t-shirt van de andere deelnemers.
12u30          middageten, afwas en ontspanning
14u00          bibliodrama: het verhaal van de put.
16u00          vieruurtje
16u30          aanleren liederen
18u00          eucharistie
19u00          avondeten en ontspanning
20u00          gezelschapspelen, versnapering
22u00          fakkeltocht:
               Een vraagje meegeven om na te denken over wat we deze dag hebben beleefd en
               aansluitend avondgebed in de crypte. Eén begeleider en drie deelnemers wandelen
               samen en babbelen wat en eindigen in de kapel.




Dinsdag 4 maart 2003

 7u30          Opstaan
 8u00          Ontbijt
 9u00          Morgengebed
10u00          Creatieve werkwinkels rond het Jozefverhaal Schilderen, kleien, wandelen
12u00          Middageten, afwas en ontspanning


                                                                                                 27
14u00   Verderzetten van werkwinkels
17u00   Einde werkwinkels
17u30   Getuigenis en het aanleren van de liederen en psalmen uit het laatavondgebed.
19u00   Avondeten
20u30   Laatavondgebed
21u00   Einde weekend




  18.   Gezelschapsspelen


                                                                                        28
GANZENSPEL: OP WEG NAAR EMMAÜS

           Leeftijd
          voor jongeren en volwassenen


           Uitleg van de werkvorm
          Iedereen moet aankomen in Jeruzalem om het geweldige nieuws te horen van de leerlingen
           van Emmaüs: Jezus is verrezen!
          Klassiek ganzenbord aangevuld met richtlijnen die een uitdrukking zijn van de
           gemeenschapsgeest die er heerste onder de leerlingen van Jezus van Nazaret. Hij zond hen
           uit, twee aan twee, en durfde beklemtonen dat de eersten de laatsten zouden zijn. Dit spel
           kan gekocht worden in het Pastoraal Informatie Centrum, Tulpinstraat 75, 3500 Hasselt,
           011/21.29.46. Dit en andere spelen zijn ook verkrijgbaar bij AVIMO.

2000 JAAR LATER …
Het grote spel van het christelijke geloof

           Leeftijd
          voor jongeren van 6 tot 96 jaar


           Uitleg van de werkvorm
          Dit is een spel voor iedereen die spelenderwijs het christen-zijn wil leren begrijpen en
           beleven. Of van het Oude Testament tot nu aan de hand van vragen, het herkennen van
           tekening, mime, bezinning en strategie.
          Dit gezelschapsspel kan ontleend worden bij de dienst MISSIO, Tulpinstraat 75, 3500 Hasselt,
           011/21.24.96.


i
    ROOSEN E., Een knipoog van God. Dag- en gebedenboek, Averbode, 1998.




                                                                                                        29

								
To top