Deze mediabegrippenlijst wordt verzorgd door SRM, h�t

Document Sample
Deze mediabegrippenlijst wordt verzorgd door SRM, h�t Powered By Docstoc
					Begrippenlijst


Bron: www.retriever.nl/vakterm.html
Vakken: toegepaste psychologie, gesprekstechnieken en O-PR-technieken.



AIDA
- Stadia die een prospect doormaakt: van 'attention' (aandacht), via 'interest' (belangstelling) en 'desire'
   (verlangen) tot 'action' (koopdaad ofwel actie). Een hiërarchisch model dat tracht aan te geven hoe
   reclame werkt.
- Formule die de fasering van het verkoopgesprek weergeeft. Aandacht (Attention), Interesse
   (Interest), Drang tot kopen (Desire) en Aanschaffing (Action).

Absolute drempel
In waarnemingsleer: het minimum niveau, waarbij een individu een bepaalde stimulus nog kan
waarnemen. Niveau stijgt door gewenning. Steeds sterkere stimuli nodig.

Actiereclame
Reclame die beoogt een bepaalde promotionele actie kenbaar te maken. Staat tegenover themareclame.

Advertising Manager
Moderne benaming voor reclamechef bij adverteerder. Functie op de marketingafdeling, in de
marketingorganisatie. Is verantwoordelijk voor alle reclame-uitingen; vaak ook voor het contact met het
reclamebureau.

Affectief
Het gevoel betreffend. Vormt samen met cognitief en conatief de attitude.

Affiche
Een aanplakbiljet, dat als reclame-uiting kan worden aangebracht op een daarvoor bestemd officieel
plakbord. Daarnaast is het mogelijk zgn. vrij te plakken op niet-officiële plaatsen.

Agenda setting theorie
Een visie op media (krant, tijdschriften, radio, televisie, etc.), die stelt dat media bepalen waarover wij
praten.

Attitude
Relatief stabiel blijvende grondhouding van kennis-elementen (cognitieve component), gevoels-
elementen (affectieve component) en actie-element (conatieve component).

Attitude-onderzoek
Onderzoek naar het tot stand komen van, de aard van en veranderingen in attitudes jegens
produkten/merken/personen/overheidsmaatregelen en dergelijke. Meestal praktisch gericht onderzoek
met behulp van vragenlijsten.

Attributie
Het veelal op zeer subjectieve gronden toekennen van eigenschappen aan
produkten/personen/objecten/etc. Op grond van subjectieve waarnemingen/ervaringen, etc.



Back-office
Personeel dat de administratieve trajecten in belangrijke mate uitvoert.



AG                                               vaktermen                                                    1
Beeldmerk
Het niet uitspreekbare gedeelte van het merk (kleur, symbool). Teken- of lettercombinatie gebruikt door
een onderneming. Zie: Symbool, teken of vignet.
Behoeftenhiërarchie
Hiërarchische ordening van menselijke behoeften. Maslow onderscheidt: 1) eerste levensbehoeften 2)
behoefte aan veiligheid en zekerheid 3) sociale behoeften 4) behoefte aan erkenning en waardering 5)
behoefte aan zelfontplooiing. Zie: Maslow.

Bekrachtigen
In de klassieke leerpsychologie betekent bekrachtigen dat de waarschijnlijkheid tussen het tegelijkertijd
optreden van een voorwaardelijke en onvoorwaardelijke stimulus wordt vergroot. Zie: Reïnforcement.

Boodschap
1) Een van de elementen van het communicatieproces: zender, boodschap, medium, ontvanger, etc.; 2)
Ook de algemene bewoording van hetgeen men wil communicere

Briefing aan een reclamebureau
Informatie-overdracht en instructie aan het reclamebureau; omvat drie onderdelen: marketingbriefing
(over bedrijf, markt, marketing en produkt), reclamebriefing (richtinggevend voor communicatie-opdracht)
en inhoudsbriefing.

Bron
1) In de communicatieleer wordt meestal de zender bedoeld. 2) In marktonderzoek de informatiebron.
Engelse term: source.



Check list
Ook wel controlelijst. Bij onderzoek is het een hulplijst bij het voeren van open interviews. Op zo'n lijst
staan dan alle onderwerpen, die aan de orde moeten komen. Als begrip komt het in vele andere
varianten voor.

Coöperatieve reclame
Gezamenlijke reclame door ondernemers uit opeenvolgende geledingen in de bedrijfskolom. Bijvoorbeeld
door fabrikant en handel tezamen. (Dealer Jansen adverteert Fiat auto's). Dikwijls gedeeltelijk betaald
door fabrikant of importeur.

Cognitie
Dat wat consumenten van produkten/merken weten. Het leer- en kenvermogen van de consument;
attitudes hebben een cognitieve component; cognities hebben vooral in de evaluatiefase en in de
beslissingsfase invloed op het beslissingsproces.

Cognitief
Een gevoel van onbehagen dat ontstaat als er geen balans is tussen de kennis-, gevoels- en
gedragselementen. B.v. roken is slecht en lekker. Consument zal deze dissonantie vermijden of oplossen
door: a) gedragsverandering, b) toevoegen nieuwe kennis, c) aanpassen van ideen.

Collectieve reclame
Reclame die wordt gevoerd in opdracht van en bekostigd wordt door de gezamenlijke ondernemers of
detaillisten uit dezelfde branche. B.v. collectieve kapperscampagne.

Communicatie
Een proces, waarbij een persoon (zender) een boodschap tracht over te brengen naar één of meer
andere personen (ontvangers) rechtstreeks of via een medium, door middel van signalen en tekens.

Communicatie-effect
Het effect van communicatie en dat kan gelegen zijn in a) de confrontatie & aandacht, b) de perceptie, c)
de houding, of d) het gedrag van de ontvanger; ook bedoelde/onbedoelde effecten op groepen en
maatschappelijke verbanden spelen een rol.

AG                                               vaktermen                                                    2
Communicatie-mix
Geheel van instrumenten waarmee onderneming gedragsbeïnvloedend kan communiceren; reclame,
persoonlijke verkoop, (public relaties), displays, verpakking, tentoonstellingen, beurzen, gratis monsters,
etc.
Communicatieproces
Een proces waarbij een persoon, instelling of groep een boodschap tracht over te brengen naar een of
meer andere personen (eventueel via een medium).

Conatief
In welke mate de consument geneigd is te handelen (gedrag). Zie: Conatie(ve component).

Corporate advertising
Reclame die beoogt een positieve houding jegens het bedrijf als geheel te bewerkstelligen.

Corporate image
Het beeld dat een onderneming of een instelling in z'n totaliteit heeft bij consumenten (of afnemers)
oproept.

Curve van Gauss
Ook wel Gauss-kromme. Een curve die een normale verdeling weergeeft. Modus en mediaan vallen hier
samen met het rekenkundig gemiddelde. Hierbij valt 68% van de waarnemingen binnen rekenkundig
gemiddelde plus of min 1x standaarddeviatie, etc.



Demografie
De wetenschap die de aard, omvang en samenstelling van onze bevolking bestudeert.

Demografische criteria
Groep criteria om markten te segmenteren. Eronder vallen: leeftijd, sexe, huwelijkse staat, land van
herkomst e.d.

Desk research
Ook wel bureau-onderzoek. Staat tegenover field research. Desk research is het verzamelen van
gegevens die intern of extern al reeds voor andere doeleinden verzameld waren.

Differentiële drempel
In waarnemingsleer: het kleinste verschil dat een individu tussen twee stimuli kan waarnemen. Hoe groter
de eerste stimulus des te hoger moet de intensiteit van de additionele stimulus zijn.

Direct mail
Veelal per post verspreid (soms ook door verspreidorganisatie) reclamemateriaal (soms brief), persoonlijk
geadresseerd.

Direct marketing
Een marketingstrategie die gericht is op het tot stand brengen van een structurele, d.w.z. duurzame
directe relatie tussen een aanbieder en zijn afnemers, waarbij de aanbieder activiteiten van de
traditionele tussenhandel overneemt.

Display
Standaard of iets dergelijks waarmee men het produkt in de winkel kan uitstallen.

Display materiaal
Reclamemateriaal dat gebruikt wordt op de plaats van aankoop. Engelse termen: Point of purchase en
Point of sale.




AG                                             vaktermen                                                3
Dummy
Prototype of proefexemplaar. Een voorbeeld exemplaar van een nieuw produkt/dienst/verpakking. Van
betekenis in kwalitatief marktonderzoek.



Experiment
Proef waarbij de onderzoeker de invloed van een verandering in een instrument tracht vast te stellen. De
overige instrumenten worden constant gehouden. We kennen laboratoriumexperiment (smaak- en
geurtesten) en veldexperiment (winkeltest of testmarkt).



Facilitaire diensten
Het leveren van apparatuur en zonodig deskundig personeel ter ondersteuning van de diensten.

Folder
Selectief en onafhankelijk medium. Selectief - men maakt zelf uit waar wel en waar niet. Onafhankelijk -
men bepaalt zelf de druktechniek enz. Kan in een drukgang worden bedrukt. Door vouwwijze ontstaan
pagina's. Kenmerk: niet gebrocheerd.

Follow-up
Vervolgactiviteit.

Free publicity
Redactionele aandacht waarvoor niet wordt betaald. Door onafhankelijke instanties wordt melding
gemaakt van feiten met zekere nieuwswaarde zoals een nieuw produkt, een nieuw gebouw van een
onderneming. Deze komt daardoor meestal positief in het nieuws.

Full service agency
Een marketingbureau of een reclamebureau dat alle vormen van dienstverlening kan verrichten incl.
marktonderzoek. Full service bureaus beschikken vaak over een eigen veldwerkteam.

Full service reclamebureau
Reclamebureau dat zich naast het maken en plaatsen van advertenties ook bezig houdt met o.a.
marktonderzoek, marketingadviezen, sales promotion en/of merchandising.



Herinneringsfout
Fouten in een onderzoek welke te wijten zijn aan het tekort schieten van het geheugen. Verwisseling van
merken en produkten.

Herinneringstest
Methode om herinneren en vergeten te meten. Op een lijst komen bekende en onbekende begrippen en
woorden voor. De ondervraagde moet aangeven welke woorden en begrippen hij kent en welke niet.

Herkenning
Maatstaf om te bepalen wat er geleerd (en vergeten) is. (Engels: recognition).

Heterogeen
Van verschillende soort of aard. Zich onderscheidend.

Huis-aan-huis blad
Blad dat gratis huis-aan-huis wordt verspreid. Verschijningsfrequentie minder dan 6x per week. De
inhoud van deze nieuwsbladen bestaat vooral uit advertenties en beperkte informatie over het
verzorgingsgebied.



AG                                            vaktermen                                              4
Huis-aan-huis verkoop
Verkoop aan huis via colportage, rijdende winkels, etc

Hypothese
Veronderstelling, voorlopig aangenomen stelling.



Image
De wijze waarop een artikel of onderneming bij derden overkomt.

Image onderzoek
Het onderzoek dat men verricht naar het beeld van een dienst/produkt(groep), merk of onderneming. Men
stuit op het probleem dat kwalitatieve factoren een rol spelen en deze moeilijk kwantitatief zijn vast te
leggen.

Incentives
Een beloning waarmee men iemand een extra prikkel geeft om extra zijn best te doen.

Informatie
Overdracht van kennis en feiten zonder dat de zender daarmee beïnvloeding nastreeft.

Informatieve reclame
Bij deze vorm van reclame staat de informatieverstrekking voorop. Vooral bij nieuwe produkten die nog
niet zo bekend zijn.

Interne informatiebronnen
Interne bronnen zijn ondermeer bezoekrapporten van vertegenwoordigers, verkoopcijfers, administratie,
gesprekken met medewerkers, etc. Staat tegenover externe informatiebronnen.

Interne publieksgroepen
Eigen personeel als doelgroep voor bijvoorbeeld communicatie.

Interpersoonlijke communicatie
Communicatie tussen mensen (face-to-face) en in groepen, waarbij interactieprocessen plaatsvinden

Intrapersoonlijke communicatie
Communicatie die men met zichzelf voert. Zender en ontvanger zijn één persoon.



Klantenbinding
Het verschijnsel, dat ondernemers trachten eenmaal gewonnen klanten te behouden.

Klantenprofiel
Een omschrijving (naar segmentatiecriteria) hoe de eenheden van een doelgroep te identificeren zijn.

Klantentypen
Klanten zijn mensen met verschillende karakters, geaardheden etc. Op grond van verschillende criteria
kunnen indelingen gemaakt worden naar typen klanten.

Klassieke conditionering
Een vorm van leren die plaats vindt in de oudere en lagere delen van de hersenen. Zie: Pavlov.



Latente behoefte
Een behoefte die onbewust leeft bij de consument en die aangewakkerd moet/kan worden door middel
van bijvoorbeeld reclame of persoonlijke verkoop.

AG                                            vaktermen                                                5
Lay-out
De harmonische rangschikking van de elementen van een advertentie/reclamedrukwerk of de indeling
(plattegrond) van een winkelruimte.

Leads
Aanknopingspunten, die uitgangspunt vormen voor de te stellen vragen in een open interview. Zie
checklist.

Leeftijdsgroep
Een groep mensen in dezelfde leeftijdsklasse. In het marktonderzoek werkt men veelal met een 7-tal
leeftijdsgroepen. Deze zijn: 1) 0 t/m 14 jaar 2) 15 t/m 19 jaar 3) 20 t/m 24 jaar 4) 25 t/m 34 jaar 5) 35 t/m
49 jaar 6) 50 t/m 64 jaar 7) 65 jaar en ouder.

Leertheorie
Theorie die zich met leren bezighoudt. Er worden 2 leertheorieën onderscheiden t.w.: 1) klassieke
conditionering 2) instrumentele conditionering.

Leren
Oefenings- en ervaringsproces waardoor min of meer blijvende gedragsveranderingen plaatsvinden.
Blijvende gedragsveranderingen die optreden door lichamelijk letsel of tijdelijke gedragsveranderingen
door b.v. alcohol vallen erbuiten.

Likert schaal
Een methode om attitude-schalen te construeren, waarbij op basis van sommatie van uitspraken die in
elkaars verlengde liggen een nieuwe schaal wordt geconstrueerd.

Logo
Zie: beeldmerk.



Mailing list
Ook: Adressenlijst. Lijst van afnemers en potentiële afnemers aan wie men direct mail stuurt.

Marketing instrumenten
De gereedschappen waarmee men de marketing doelstellingen tracht te realiseren. Gebruikelijk is het
deze instrumenten in te delen in 4 categorieën, de 4 P's: produkt, prijs, plaats en promotie, samen
genoemd de marketing mix.

Marketing public relations
Een deel van het totaal der Public Relations, waarbij PR middelen worden gebruikt om marketing
doeleinden na te streven. PR wordt hier beschouwd, naast reclame, als onderdeel van de promotiemix.


Marketingdoelstelling
Gewenste eindsituaties die met marketingactiviteiten bereikt kunnen worden, w.o. 1) marktaandeel, 2)
omzetgroei, 3) merkaandeel in een deelmarkt of segment, 4) bruto-winst-marge (voorzover beïnvloedbaar
door marketeer).

Marketingmix van de detailhandel
Bestaat uit de volgende 7 P's: plaats, physieke distributie, produkt, presentatie, personeel, prijs en
promotie.

Marketingplanning
Een continu proces waarin op basis van een uitvoerige in- en externe analyse, marketingdoelstellingen
en strategieën voor de toekomst worden geformuleerd en de strategie operationeel wordt vertaald naar
de in te zetten marketinginstrumenten.


AG                                              vaktermen                                                 6
Massamedia
Media die in principe voor iedereen toegankelijk zijn en een massaal bereik hebben.

Matrix
Een tabel met twee ingangen. Ook wel kruistabel.

Matrixorganisatie
Organisatiestructuur die veel wordt toegepast bij projecten. Voor het project worden mensen
geselecteerd op basis van hun deskundigheid, uit verschillende disciplines binnen het bedrijf.

Merk
Een naam, term, teken, symbool of een combinatie ervan waarmee een aanbieder zijn produkt
identificeert en doet onderscheiden van dat van zijn concurrenten. (Engels: brand)

Mond tot mond communicatie
Spontane (soms echter ook enigszins opgewekte) gesprekken tussen consumenten die niet in dienst van
de producent zijn. Men spreekt met vrienden of kennissen over de eigenschappen van een produkt.

Mond-tot-mond reclame
Reclame die ontstaat doordat consumenten hun tevredenheid over een bepaald produkt/dienst aan
elkaar meedelen.

Motivatie
Een innerlijke drang die mensen aanzet tot actie. Een toestand waarin het individu de noodzaak voelt om
tot actie over te gaan teneinde omstandigheden/dingen te wijzigen, e.d.

Multiple choice vragen
Vragen of opdrachten waarbij de ondervraagde moet kiezen uit meerdere gepresenteerde antwoorden



Non verbale communicatie
Communicatie zonder woorden of taalgebruik. Het kunnen gebaren of algeheel gedrag zijn die voldoende
zeggen.

Normale verdeling
Een verdeling waarbij aan beide kanten van het gemiddelde evenveel waarnemingen voorkomen.
Rekenkundig gemiddelde, modus en mediaan vallen samen. Zie: curve van Gauss.

Nulnummer
Een proefnummer van een nieuw tijdschrift. In tegenstelling tot een dummy is het exemplaar geheel
gedrukt zodat potentiële kopers/lezers het blad kunnen beoordelen. Bij de komende werkelijke uitgave
kan met opmerkingen dan nog rekening worden gehouden.



Objectief
Onbevooroordeeld.

Objectief criterium
Een norm om een gegeven aan te toetsen. Het objectieve karakter komt voort uit het feit dat de norm
buiten het gebied ligt waarvan het te toetsen gegeven afkomstig is.

Objectiviteit
Het onbevoordeeld zijn.

Omgevingsfactoren
Factoren die van invloed kunnen zijn op het commerciële beleid, maar die niet of slechts in beperkte mate
door de ondernemer beïnvloed kunnen worden.

AG                                             vaktermen                                              7
Ontvanger
Begrip uit de communicatieleer. Degene voor wie een boodschap bestemd is.

Open vraag
Vraag waarop de geënquêteerde zelf de vorm van het antwoord kan kiezen.

Open vraaggesprek
Gesprek aan de hand van een vragenlijst die uitsluitend open vragen bevat.

Organigram
Schematische voorstelling van de organisatorische gang van zaken in een bedrijf.

Organisatie
Een samenstel van mensen en produktiemiddelen dat ertoe moet bijdragen dat specifieke kennis van
bepaalde personen op doelmatige wijze wordt aangewend voor de opstelling en realisering van het beleid
van de onderneming.

Osgood schaal
Een vragenlijst met bipolaire (tegengestelde) antwoordmogelijkheden gebruikt bij attitude onderzoek. B.v.
licht - zwaar. Zie: semantische differentiaal.



Pavlov
Het hondje van Pavlov is een van de bekendste leerexperimenten. Op basis van dergelijke experimenten
zijn regels af te leiden voor de wijze waarop leren plaatsvindt.

Perceptie
Het proces waardoor een individu de wereld om hen heen organiseert, selecteert en interpreteert, zodat
prikkels ingepast worden in betekenisvolle en samenhangende beelden van de werkelijkheid.

Periodiek
1) Tijdschrift. 2) Met regelmaat terugkomend

Positionering
Het verkrijgen van een plaats in de gedachten van de afnemers van een produkt ten opzichte van
concurrerende produkten

Prikkel
Zie: stimulus.

Prikkelgeneralisatie
Een voorwaardelijke reflex kan ook worden uitgelokt door stimuli die lijken op de voorwaardelijke
stimulus. De reflex wordt sterker naarmate de stimulus lijkt op de voorwaardelijke stimulus. Principe uit de
klassieke leertheorie.

Primaire behoeften
Behoeften die ons als mens zijn aangeboren, niet aangeleerd. Zij zijn sterk verbonden met ons lichamelijk
(= fysiologisch) zijn: behoefte aan eten, drinken, sex, onderdak, slaap, beweging, etc. Hangen samen met
onze lichaamsfuncties. Zie: aangeboren behoeften, biogene behoeften en Maslow.

Primaire socialisatie
De socialisatie die plaats vindt in het gezin. Zie: socialisatie.

Product recall
Het terugroepen van produkten naar de fabriek in verband met geconstateerde gebreken, vrijwillig of
onder druk van (consumenten of overheids)instanties


AG                                                vaktermen                                            8
Produkt image
De wijze waarop een produkt bij de potentiële afnemers over komt (het beeld dat zij er zich van vormen).

Produktreclame
Reclame voor produkten of diensten. Het tegengestelde begrip van institutionele reclame.

Proefpersoon
Of een persoon die vrijwillig meewerkt, òf een persoon die zonder dat hij het weet geobserveerd wordt.
Engelse term: subject. Zie: pp.

Profit organisatie
Organisatie die gericht is op het maken van winst.

Propaganda
Communicatie met een ideële doelstelling.

Psychologie
Gedragswetenschap die zich bezighoudt met het gedrag van de mens als individu.

Psychologisch onderzoek
Kwalitatief marktonderzoek waarbij het gaat antwoorden te vinden op vragen als 'hoe' en 'waarom'.

Public affairs
Vorm van belangenbehartiging die zich op basis van systematische waarnemen en analyseren van de
(politiek) maatschapppelijke omgeving (monitoring) richt op het beïnvloeden van
besluitvormingsprocessen. Dit gebeurt door het verstrekken van informatie ne het beargumenteren van
standpunten.

Public relations
Het stelselmatig bevorderen van wederzijds begrip tussen een organisatie en haar publieksgroepen.
Meestal wordt de afkorting PR gebruikt.

Publiciteit
Informatieverstrekking in de meest ruime zin.

Publieksgroep
Een groep mensen die voor een organisatie beleidsrelevant is omdat de organisatie van het denken,
handelen en oordeel van deze groep afhankelijk is.



Reclame
Betaalde communicatie in massamedia door een te identificeren aanbieder.

Ruis
Een storing die optreedt tijdens het overbrengen van een boodschap



Sandwichman
Iemand die met een reclameboodschap op rug en borst in drukke winkelstraten rondloopt.

Secundaire behoeften
Behoeften, die ons als mens zijn aangeleerd, niet aangeboren. Zij houden verband met ons sociaal-zijn.
Denk aan de behoefte aan: erkenning, status, informatie zelfverwezenlijking, etc. Worden ook wel
psychologische behoeften genoemd. Zie: aangeleerde behoeften en Maslow.




AG                                              vaktermen                                           9
Secundaire functies in een onderneming
Dit zijn de functies die gedurende het gehele ondernemingsproces inwerken op de primaire functies.
Voorbeelden: personeel, administratie, financiën, etc. Zie: supportfunctie of staffunctie.

Secundaire gegevens
Onderzoekgegevens, die reeds voor een ander doel waren verzameld en dus reeds beschikbaar zijn.
Staan tegenover primaire gegevens.

Segment
1) Een homogene groep kopers of afnemers 2) Een groep kopers die dezelfde kenmerken vertoont 3)
Een groep kopers die hetzelfde koopgedrag vertoont 4) Een groep kopers die op eenzelfde wijze reageert
op een marketing inspanning.

Segmentatiecriteria
Kenmerken waarmee segmenten kunnen worden beschreven: socio-economische (inkomen, sociale
klasse e.d.), demografische (leeftijd, geslacht, e.d.), psychologische (levensstijl e.d.) en koopgedrags-
criteria (koopfrequentie, winkeltrouw, merkentrouw, etc.).

Selectieve aandacht
Mensen besteden alleen aandacht aan die stimuli die hun interesseveld betreffen of passen in hun
wereldbeeld. Voorbeeld: er zijn maar weinig rokers die aandacht besteden aan artikelen over roken en
gezondheid.

Selectieve confrontatie
Het zich openstellen voor specifieke informatie; dit betekent dus enerzijds een selectieve keuze van de
media en anderzijds een keuze van de informatie in het medium. Men stelt zich van tevoren positief of
negatief op t.o.v. wat op iemand afkomt.


Selectieve herinnering
Van datgene wat men heeft waargenomen herinnert men zich niet alles. Evenals bij selective perception
wordt de herinnering beïnvloed door interesse, attitude, onderwerp enz.

Selectieve perceptie
Bij het luisteren naar sprekers en het lezen van informatie neemt men niet alles waar. Onbewust vindt er
een selectie plaats, welke afhangt van interesse, attitude enz. Zie: selectieve waarneming.

Selectieve waarneming
Zie: selectieve perceptie.

Self fulfilling prophecy
Een voorspelling die uitkomt juist omdat de voorspelling is gedaan en men op basis van die voorspelling
gaat handelen.

Socialisatie
Proces waarbij een individu zich in de omgang met anderen een cultuur eigen maakt. De primaire
socialisatie vindt plaats in het gezin, de secondaire op school, e.d.

Sociologie
Gedragswetenschap die zich bezighoudt met het gedrag van mensen als sociaal wezen: dus in hun
relatie met groepen, sociale klassen, subculturen, de maatschappij en dergelijke.

Sportsponsoring
Een overeenkomst waarbij de gesponsorde door de sponsor gewenste prestaties levert, direct of indirect
voortvloeiend uit zijn sportbeoefening in ruil voor een (veelal financiële) ondersteuning.

Stereotype
Een niet op eigen ervaring berustende, binnen een sociale groepering algemeen voorkomende, opvatting
over een categorie personen (of zaken). B.v. Twentenaren zijn stug.

AG                                              vaktermen                                              10
Stimulus
Prikkel, een factor in de omgeving van de mens die een proces op gang kan brengen.

Stimulus Organisme Respons model
Een model dat het gedrag (respons) van de consument poogt te verklaren vanuit enerzijds
beïnvloedende stimuli en anderzijds vanuit tussenliggende processen binnen de consument (organisme)
zoals motivatie en cognities.

Stimulus Respons model
Model dat het gedrag (respons) van de consument poogt te verklaren vanuit beïnvloeden de stimuli
zonder dat expliciet wordt gemaakt wat zich in de geest van de consument afspeelt. Staat tegenover het
S-O-R-model. Zie: black-box-model.

Stimulus generalisatie
Een begrip uit de leerpsychologie. Het wordt gebruikt bij produkten die samen een range vormen, waarbij
kennis van en het geleerde over al bestaande produkten wordt overgebracht op het nieuwe produkt, dat
om een of andere reden al op het bestaande lijkt.

Subjectiviteit
Persoonlijke invloeden die de objectiviteit van een onderzoek bedreigen. Kunnen bij de ondervraagde
maar ook bij de ondervrager liggen.

Symbool
Beeldmerk van een artikel of merk.

Teaserreclame
Reclame waarin met opzet essentiële informatie is weggelaten en die dient om de nieuwsgierigheid op te
wekken.

Tertiaire sector
De dienstensector.

Test batterij
De tests die voor een onderzoek worden gebruikt. Kan per onderzoek verschillen. Soms heeft men voor
weerkerende onderzoeken een vaste of permanente test batterij (psychotechnisch onderzoek).

Thema
De centrale gedachte, die als een rode draad door de campagne heen loopt.

Themareclame
Reclame gericht op effect op langere termijn en voortvloeiend uit produktkenmerken en/of voordelen van
het produkt/dienst

Typologie
Persoonlijkheidsbeschrijving waarbij personen worden ingedeeld in klassen aan de hand van één of meer
overeenkomsten. Voorbeeld van een klantentypologie: 'zwijgzame klant', 'arrogante klant', 'betweter' etc.



USP
Unique selling propostion. Exclusief verkoopargument, ofwel een pluspunt dat voor de consument van
doorslaggevend belang kan zijn voor de keuze voor het produkt, en waaraan men in reclame en promotie
een primaire rol geeft.




AG                                            vaktermen                                            11
Vakblad
Periodiek bestemd voor deskundigen op een specifiek terrein en voor bepaalde beroepen. Engelse term:
trade journal.

Variabele
Een bepalende factor in een onderzoek. Variabelen kunnen zijn: leeftijd inkomen, sociale klasse etc.

Veldexperiment
Methode die eruit bestaat dat bepaalde stimuli worden geïntroduceerd in een gecontroleerde omgeving.
Zie: marktlaboratorium.

Verbale communicatie
Communicatie door middel van het geschreven en gesproken woord.

Vergelijkende reclame
Reclame voor een eigen produkt waarbij met name genoemde concurrerende produkten worden
vergeleken met het eigen produkt. Niet toegestaan, tenzij aan zeer stringente voorwaarden wordt
voldaan.

Verkoop
In z'n algemeenheid: afsluiten van een ruiltransactie. In marketing: een onderdeel van het marketing
instrument promotie, nl. de persoonlijke verkoop (verkoop door winkelpersoneel en vertegenwoordigers).

Vignet
Beeldmerk van een produkt. Teken- of lettercombinatie gebruikt door een onderneming.



Waarnemingsleer
Vakgebied dat zich bezighoudt met de wijze waarop mensen visuele informatie waarnemen en
verwerken.



Zender
In de communicatieleer diegene of dat medium dat de transactie voor de bron van de boodschap
verzorgt.




AG                                            vaktermen                                                12

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:32
posted:6/21/2012
language:
pages:12