TOEZICHT in publieke en private sector by N6U126bw

VIEWS: 9 PAGES: 25

									TOEZICHT in publieke en private sector




 Zevende college Inleidende course governance


 E-mail: ROEL.INT.VELD@RMNO.nl
           Inhoudsopgave
1.   Hoofdvormen van toezicht
2.   Toezicht en vertrouwen
3.   Verticaal en horizontaal
4.   Overlap
5.   Organisaties op Curacao
1.1. Toezicht betreft:



- informatie verzamelen

- beoordelen

- interveniëren
         1.2. doel “toezicht” instrument

• consumentenbescherming
                           • “kwaliteitshandvest”
• handhaving controle op
  taakvervulling
                           • “inspectie”
• kwaliteitszorg
                           • “visitatie” /
                             metakwaliteitszorg
• effectiviteit
                           • “accountantscontrole”
• efficiency
                           • “ARK”

                           • audits
        1.3 Dimensies van toezicht


Signalerend………………………………………………………………
Corrigerend
(info+analyse+beoordeling)        (+interventie)

Preventief……………………………………………………………………Repressief
(goedkeuringsinstrument)          (vernietiging)

Sturend……………………………………………………………………………Werend

Direct………………………………………………………………………………Indirect

Intern…………………………………………………………………………… …Extern


          tussen dimensies bestaan spanningen
             1.4 Opkomst van toezicht 1
• vertrouwen begrensd
• opkomst van parlementaire democratie
        • parlement controleert executieve
        • rekenkamer helpt parlement
        • verantwoording als centraal moment

• opkomst van procedurele rationaliteit
        • verlies ideologie als inspiratiebron politiek
        • functie-verschraling politieke partijen
        • interactie politiek-media
        • ICT als katalysator

• immunisering als stijlfiguur
        • samenhang met procedurele rationaliteit
        • de positie van de expert en contra-expert
        • pervertering van immunisering
        • de strijd om dominantie van de controleurs
          1.5 Opkomst van toezicht 2

• “oprichting” van markten


    • blijvende overheidsinvloed door “regulator”
    • recente mededingingswetgeving



• ideologische voorkeur voor

    • scheiding van bestuur en toezicht
              • tussenpersonen
              • tussenfuncties



• professionalisering van toezicht als functie en als beroep
    1.6 Hoofdvormen van toezicht
                                             RvC
A     • toezicht binnen organisaties
                                             RvT
      • toezicht op organisaties


B     • toezicht van publieke op private organisaties
      • toezicht van publieke op publieke organisaties


C     • toezicht op naleving wet- en regelgeving
      • toezicht op effectiviteit en efficiency
 1.7 Opvattingen over structuur publieke sector


                          publiek = puur publiek


                   dus verbod op hybride organisaties
                                    vs
  hybride organisaties zijn onmisbaar voor maatschappelijke innovatie


• beide opvattingen zijn gelijktijdig gehuldigd
• in beide opvattingen is kruissubsidiëring ongewenst
• van sector tot sector grote verschillen
                           1.8 Toezicht
• op marktwerking
            • mededingingstoezicht

            • marktontwikkelingtoezicht
• op andere bestuurslaag
            • rijk op provincie en gemeenten

• op individuele “publieke” organisaties
            • ZBO’s

            • private rechtspersonen met publieke taak
• op naleving van wetgeving
• op doelmatigheid
• op functioneren als onderneming
2.1
Toezicht, een kwestie van
                ...vertrouwen...
                              een kwestie van toezicht


Toezicht, dus
                ...wantrouwen...
                              dus toezicht
    .
.       .
Omringende      waarden
                emoties
                sentimenten
                              zeer belangrijk
2.2 Vertrouwen

            De verwachting dat de ander niet het voor
            mij nadeligste gedragsalternatief zal kiezen.
MINIMAAL




                     Alle tussen-figuren ook




MAXIMAAL
            De verwachting dat de ander het voor mij
            voordeligste gedragsalternatief zal kiezen.
2.3 Vertrouwen

• Noodzakelijke voorwaarde voor complex economisch verkeer

• Alleen dan transactiekosten beheersbaar

• Vertrouwen institutioneel gestold

• Vertrouwen is dus mede product van professionele activiteit in
  die instituties

• Die professionele activiteit ziet toe op economische processen
2.4 Vertrouwen

• Die professionele activiteit behoeft:
   • codes (protocollen)?
   • certificering (diplomering)?
   • toezicht?
   • encadrering?

• Professies door overheden i.s.m. onderwijs-instellingen
  bevestigd

• Professies in voortdurende strijd om macht met politiek
  gewikkeld
2.5


Burger heeft tal van uiteenlopende vertrouwensrelaties


abstract                           concreet
met organisaties                   met mensen
minimaal                           maximaal
met overheden                      met professionals
  2.6 Toezicht en hybride organisaties
                            Beleidsorgaan
                       Minister c.q.wethouder


             bekostiging                           verantwoording
             taakstelling




                               Taakorganisatie



                            Ook marktorganisatie



“eigen” klanten                                       “klanten”
                                                      (gedefinieerd door
                                                      beleidsorgaan)
2.7 Toezicht en uitvoeringsorganisatie
                       Parlement
                       c.q. staten
                                              ARK
Registratiekamer                              c.q.
                                              ERK
                        Minister
                          c.q.
  accountants           gedepu-
                         teerde
                                            Inspectie
                        Raad van
                        Toezicht


                          Directie
                   uitvoeringsorganisatie
    3.1. Verticaal en horizontaal

Verticaal:
     Directie aan RvC / RvT
     Comptabel aan rijk
     Inspectie


Horizontaal:
     Kwaliteitszorg (INK, etc.), bijv. Ook HKZ
     Certificering
     Kwaliteitshandvest
      3.2. Aanvulling voor ZBO’s in NL:
     Handvest Publieke Verantwoording
o Parallel met zbo’s ook voor overheids nv’s en stichtingen
  interessant:
o Doelstelling: meervoudige verantwoording
            o Verticale verantwoording in de richting van institutionele macht, voorzover nodig
              voor beleving ministeriële verantwoordelijkheid
            o Horizontale verantwoording aan klanten en samenleving

o Leerproces staat voorop
            o Zelfevaluatie, visitatie en rapportage zijn geen strafexercitie, maar bedoeld als
              leerervaring
            o Ontwikkelperspectief organisatie in specifieke omgeving is te optimaliseren
            o Diversiteit en variëteit dus motto’s


o Visitatie is element van leerproces
            o Periodiciteit
            o Peer review – karakter
            o Sober
        3.3. Componenten van verantwoording

o Kwaliteit
    o   Eisen
    o   Metingen
    o   Uitkomsten
    o   Zorgsystemen
o Prijs – prestatie                          geconcretiseerd
    o Beoordelen producten
    o Dienstverlening volgens specificatie   in
    o Afspraken prijs/prestatie
o Transparantie                              “Tastbaar
    o Inzicht organisatie
    o Toedeling verantwoordelijkheden        Arrangement”
o Responsief handelen
    o Externe klanten
    o samenlevingsontwikkeling
       3.4 Ervaringen met de eerste visitaties

o Sensitiviteit gevisiteerde
    o Zelfevaluatie
             o   Procedure
             o   Verantwoordelijkheden
             o   Bestuurlijke verhoudingen
             o   Verspreiding
    o Rapportage
             o Reikwijdte
             o Externe relaties
             o Openbaarheid

o Momentopname vs dynamiek
    o Fixatie van oordeel
    o “intussen”
    o Repercussies
o Openbaarheid rapportages
4.1Overlap:extern en intern tozicht
 Richt externe toezichthouder zich tot
  interne toezichthouder: meestal niet!
 Afstemming tussen externe
  toezichthouders: single audit principes
                 4.2 Overlap:
        verbreding van verantwoording
   Toezicht en kwaliteitszorg vormen een dreigend teveel
   Wie is daarvoor verantwoordelijk?
   RvC / RvT zou zich kunnen opstellen als schild tegen het teveel
   Waarover gaat mogelijkerwijze bredere verantwoording?
          Toegekende functies toezicht
          Gekozen dimensies toezicht
          Respectering verantwoordelijk management
          Ingezette instrumenten
          Gekozen intensiteit
          Gekozen verhouding tot ander toezicht
          Toegepaste andere interventies dan advies:
           redengeving, aard, effecten
     4.4 de NL rijksbrede visie op
               toezicht
 Onderscheid in nalevingstoezicht,
  uitvoeringstoezicht en interbestuurlijk toezicht
 Betreft resp. burgers en ondernemers,
  uitvoeringsorganisaties en andere overheden
 6 principes goed toezicht: selectief, slagvaardig,
  samenwerkend, onafhankelijk, transparant en
  professioneel
 Wat ik mis: de optie van zelfverdwijning
     5. Organisaties op Curacao
   Zeer complexe politieke omgevingsrelaties
   Overheidsbeleid niet erg expliciet geformuleerd
   Vluchtigheid en wispelturigheid
   Marktwerking gebrekkig
   Markttoezicht afwezig
   Dus toezicht en bestuur passend vormgeven,
    mede ter beteugeling van complexiteit

								
To top