Your Federal Quarterly Tax Payments are due April 15th Get Help Now >>

wero Carnaval vierde lj by N6U126bw

VIEWS: 6 PAGES: 15

									                                                                                 1




                               Lesvoorbereiding

Student: Karen De Schryver                                 klas: 1 ONd
School: Gemeentelijke basisschool Welle                    leerjaar: 4de
Mentor: Mevr. Wellekens                                    aantal leerlingen:16
Leergebied: wero                                           Datum: 15/03/’01
                                                           Lesduur: 11.10–12u

Precieze omschrijving en situering van het lesonderwerp.
Carnaval is een feest dat ook kinderen beleven. Rond carnaval horen een aantal
zaken, zoals o.a. de historiek, de plaatsen waar carnaval gevierd wordt, de
kenmerken van carnaval,…

Beginsituatie van de leerlingen.
De kinderen hebben allemaal al eens een carnavalstoet gezien en hebben zich
ook al eens verkleed op het carnavalfeest op school. Zij kennen Aalst en
Denderleeuw als plaatsen waar carnaval gevierd wordt.

Bronnen:
Eindtermen: Wij hebben het leerplan wero nog niet gekregen waardoor i het
maandag zal raadplegen in de bib op school

Leerplan: Wij hebben het leerplan wero nog niet gekregen waardoor i het
maandag zal raadplegen in de bib op school


Andere:
  - www.lesidee.nl
  - artiscoop nr. 15 ‘ het carnaval, een eeuwenoud feest’
  - zonnestraal nr. 20, 1999 ; nr. 25/26, 1998 ; nr. 25/26, 1996
  - Alaaf, carnaval in Nederland en België ; Drs. Theo Fransen & Gerrit
     Gommans
  - Nannie kuiper
  - http://mibz.fgov.be
Lesvoorbereiding                                          Wero - carnaval
                                                          2


   -   www.hemaco.be
   -   www.binche.be
   -   www.nato.int
   -   www.aalst.be
   -   http://members.tripod.lycos.nl



Bijlagen:
   - gedicht
   - teksten 1, 2, 3 theoretisch deel
   - werkblaadje




Lesvoorbereiding                        Wero - carnaval
                                                                                   3




                                    Carnaval

Fase : Kennismaking met ‘carnaval’
   - doel:
   kunnen het verband verwoorden tussen het gedicht en carnaval
   - inhoud:
   gedicht: ‘carnaval’ van Nannie kuiper
   vragen: Waaraan denk je als je dit gedicht hoort? Waarover gaat dit gedicht
   volgens jou? Waarom?
   - methode:
   Lkr leest het gedicht op een expressieve manier voor aan de leerlingen.
   Leergesprek.
   - media:
   gedicht (zie bijlage)
   - duur:
   6 min.

Fase 2: Brainstorming
   - doel:
   kunnen begrippen die bij carnaval horen bedenken
   - inhoud:
   vraag: waaraan denk je als je het woord carnaval hoort?
   ‘CARNAVAL’ wordt op het bord geschreven
   - methode:
   Brainstorming
   - media:
   bord, krijt
   - duur:
   6 min.

Fase 3: Theorie omtrent carnaval
   - doel:
   na een gegeven tekst verslag kunnen uitbrengen over wat men gelezen heeft.
   In groep aan de bijhorende vraagjes werken.
   - inhoud:
   Drie teksten ( zie bijlage). Prenten en kaart van België.
   - methode:
   Lln worden in 3 groepen verdeeld. Iedere lln van eenzelfde groep krijgt
   dezelfde tekst. Lln lezen de tekst. Lln overlopen de vraagjes binnen hun
   groepje. Eén lln schrijft de antwoorden op. De lln krijgen ook prenten of een

Lesvoorbereiding                                             Wero - carnaval
                                                                                   4


   kaart van België om deze in hun presentatie te tonen. Eén lln van ieder
   groepje komt vooraan in de klas vertellen aan de hand van de antwoorden
   van de vraagjes. Voor het aanvangen van de presentaties krijgen alle lln alle
   teksten met vraagjes zodat ze deze kunnen aanvullen.
   - media:
   teksten (zie bijlage)
   - duur:
   20 min.

Fase 4: Verwerking
   - doel:
   kunnen op individuele manier verwerkingsblad invullen
   - inhoud:
   verwerkingsblad (zie bijlage)
   - methode:
   lln werken individueel
   - media:
   verwerkingsblad (zie bijlage)
   - duur:
   12 min.

Fase 5: Evaluatie
   - doel:
   kunnen eigen oplossing aan de anderen meedelen en luisteren naar de
   oplossingen van anderen
   - inhoud:
   oplossingen van de lln
   vragen: wat heb je gevonden voor oefening 1, 2, 3, 4? Heeft er iemand een
   andere oplossing?
   - methode:
   leergesprek. Bij vraag 2 worden de steden nogmaals aangeduid door een lln.
   - media:
   verwerkingsblad, kaart van België
   - duur: 6 min.




Lesvoorbereiding                                           Wero - carnaval
                                                                               5




   Tekst 1 theoretisch deel:

   Historiek:
   Vanwaar carnaval precies komt kan men niet met zekerheid zeggen. De
   oorsprong ervan zou gelegen zijn in Italië. De Italianen spreken van ‘carne –
   vale ‘ wat wil zeggen ‘ vaarwel vlees’. Carnaval wordt gevierd voor de
   vasten. Tijdens de vasten mocht men geen vlees eten. Vroeger was de vasten
   zeer streng, de christenen moesten zich zuiveren van zonden als
   voorbereiding op Pasen. Pasen is het feest van de verrijzenis van Jezus
   Christus.
   Niet alleen de christenen kennen de vasten maar ook veel andere volkeren en
   godsdiensten kennen deze periode. Omdat er tijdens de vasten geen bier of
   vlees op tafel mocht komen, vonden onze voorouders dat ze nog eens goed
   konden feesten voor aan de vasten te beginnen. Vanuit deze gewoonte is
   carnaval gegroeid.




 Vragen: (schrijf je antwoord steeds in een zin)
 1. Vanwaar komt het woord carnaval?
……………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………….


 2. Wanneer wordt carnaval gevierd?
……………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………….


   3. Wat mocht / mag niet tijdens de vasten?



Lesvoorbereiding                                          Wero - carnaval
                                                6


……………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………….


 4. Welk feest komt na de vasten?
……………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………….


 5. Wat doen mensen voor de vasten begint?
……………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………….




Lesvoorbereiding              Wero - carnaval
                                                                              7


Tekst 2 Theoretisch deel

Plaatsen:
In België wordt op verschillende plaatsen carnaval gevierd. Aalst is de
carnavalsstad met de grootste stoet. Op hun praalwagens lachen ze graag met
bekende mensen of met dingen die het voorbije jaar gebeurd zijn. In de stoet
lopen er veel mannen die verkleed zijn als vrouw. Het carnaval in Binche is
wereldberoemd, er dansen steeds Gilles door de straten. Zij dragen hoofddeksels
met struisvogelveren. Ook in Eupen en Oostende viert men carnaval. In
Dendermonde heeft men zijn Ros Beiaard met de vier heemskinderen. Maar ook
hier, in Denderleeuw wordt carnaval gevierd.




Vragen:
   1. Welke stad heeft de grootste stoet? Wat kan je over deze stoet
      zeggen? Duidt de stad aan op de kaart.
……………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………….


 2. In welke stad komen er met carnaval Gilles op straat? Hoe zien ze
    eruit? Duidt deze stad aan op de kaart.
……………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………….




Lesvoorbereiding                                         Wero - carnaval
                                                                     8


 3. Noem nog 3 andere carnavalplaatsen in België en duidt ze aan op de
    kaart.
…………………………………………………………………………………….



 4. Wat is typisch voor Dendermonde? Duidt ook dendermonde aan op
    de kaart van België.
……………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………….




Lesvoorbereiding                                   Wero - carnaval
                                                                                 9


Tekst 3 theoretisch deel

Kenmerken carnaval:
Bij carnaval horen een aantal typische kenmerken.
   - een masker:
   Vroeger gebruikten de boeren een masker om de boze geesten te verjagen.
   Nu wil iedereen vooraleer de vasten begint nog eens goed uit de bol gaan.
   Daarom verbergen ze zich liever achter een masker.
   - een prins:
   Ieder jaar wordt in verschillende carnavalssteden een prins verkozen. Deze
   regeert dan over de stad gedurende het carnaval. Deze prins wordt verkozen
   door het volk. Meestal zijn er verschillende kandidaten. Iedere kandidaat
   zingt dan een liedje om zo het volk te overtuigen om op hem te stemmen.
   - de stoet:
   Carnavalgroepen werken maandenlang aan hun praalwagen om deze in de
   stoet te tonen. De stoet volgt een vooraf bepaalde weg. Op de wagens staat
   vaak iets uitgebeeld wat voor de carnavalisten belangrijk is of waarmee ze
   eens kunnen lachen. Vooraan in de stoet rijdt de prins.
   - Het verkleden, kostuums:
   Een groep kiest meestal een bepaald thema om uit te beelden. Alle kostuums
   van de groep verwijzen dan naar dat thema. Vroeger verkleedde men zich in
   historische figuren, nu verkleedt iedereen zich hoe hij of zij dat wil. Vandaag
   wil men door zich te verkleden ook geen boze geesten meer verdrijven.




   vragen:

 1. Waarom droegen boeren vroeger een masker?
……………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………….


 2. Waarom draagt men nu een masker?
……………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………….


Lesvoorbereiding                                            Wero - carnaval
                                                                   10



 3. Wie wordt ieder jaar door het volk verkozen en wat mag hij doen
    tijdens carnaval?
……………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………….


 4. Wat staat er op de wagens meestal afgebeeld?
……………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………….


 5. Hoe verkleed een carnavalgroep zich?
……………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………….


 6. Hoe verkleedde men zich vroeger? En nu?
……………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………….




Lesvoorbereiding                                 Wero - carnaval
                                                                        11


   Gedicht:

                                       Carnaval

   Een optocht door de straten
   met iedereen verkleed,
   dan weet je hoe dat gekke feest
   van al die mensen heet !

   Ga jij alleen maar kijken,
   of doe je liever mee:
   als olifant of muzikant
   of als een toverfee,
   een danseres, een zeepiraat,
   een vlinder die de lucht ingaat,
   een dikke dame, een konijn:
   je kunt van alles zijn !

   Niemand die je dan herkent,
   die kan weten wie je bent
   en dat is juist zo fijn !




                                      Nannie kuiper




Verwerkingsblad:


Lesvoorbereiding                                      Wero - carnaval
                                     12




Lesvoorbereiding   Wero - carnaval
                                                                          13




   A. Los de onderstaande woordpuzzel op




   1.   Dit doen veel mensen met carnaval: zich …
   2.   Eerste woord van de naam van een paard uit Dendermonde.
   3.   Bekende carnavalfiguren uit Binche.
   4.   Carnavalstad met grootste stoet van België.
   5.   De tijd die begint na Carnaval.
   6.   Carnavalstad in België, gelegen in de provincie Namen.
   7.   Over dit thema ging de les.

Lesvoorbereiding                                        Wero - carnaval
                                                                           14


   8. Dit draag je met carnaval om je te vermommen.
   9. Het land waar de naam ‘carnaval’ vandaan komt.




   B.   Zet volgende steden op de juiste plaats op de kaart van België:
   -    Brussel
   -    Aalst
   -    Dendermonde
   -    Eupen
   -    Binche
   -    Denderleeuw




   C. Wat vind je zelf van carnaval? Vind je het leuk of niet? Waarom?
   …………………………………………………………………………………

   …………………………………………………………………………………

   …………………………………………………………………………………




Lesvoorbereiding                                         Wero - carnaval
                                                                           15


   …………………………………………………………………………………

   …………………………………………………………………………………



   D. Zet onder de prentjes de juiste naam van de stad waar ze bijhoren.




   …………………….                         …………………………




   ………………………




Lesvoorbereiding                                      Wero - carnaval

								
To top