Ik vind Pendrecht helemaal niet zo n slechte wijk als iedereen zegt en ik woon hier by tjP2ikl

VIEWS: 29 PAGES: 35

									Parels van Pendrecht
Inzet voor een betere wijk
                                        VERANTWOORDING




Dit is een uitgave van:
Universiteit van Tilburg
Tilburgse School voor Politiek en Bestuur
Warandelaan 2
Postbus 90153
5000 LE Tilburg
Tel: + 31 (0) 13 466 2128

In opdracht van:
Deelgemeente Charlois
Rotterdam

Samengesteld door:
Werkgroep ‘Atelier Pendrecht 2005’
Faisel Al Harrak, Firuse Demir, Judith Everaers,
Milouke Heessen, Lisan Kerstens, Anne Kouwenberg,
Dave van Loon, Susan Smits, Maureen Sondag,
Tim Steffens & Jelle van der Wiel

Begeleid door:
Pieter Tops, Hans Hoogvorst & Reza Tabatabaie

Onze dank gaat uit naar:
Alle geïnterviewden
Deelgemeente Charlois
Vitaal Pendrecht
Opbouwwerk Pendrecht



                                            Parels van Pendrecht   1
                                                     INLEIDING

Het boekje dat u voor u hebt liggen, is een verzameling van interviews gehouden door een aantal eerstejaarsstudenten van
de studie Bestuurskunde te Tilburg. Zij hebben deelgenomen aan het ‘Atelier Pendrecht’ en hadden als opdracht om
interviews te houden met actieve mensen in de wijk Pendrecht. Daarmee wilden ze graag te weten komen wie nu eigenlijk
die mensen zijn, die dag in dag uit klaar staan en zich inzetten voor de leefbaarheid van hun wijk. Wat heeft hen hiertoe
aangezet, wat houdt hen draaiende en wie zijn de personen achter deze steunpilaren van de wijk?

Dit atelier is het derde in een reeks van drie. Alle drie waren zij op de een of andere manier gericht op kennis te krijgen van
het hoe en waarom van Pendrecht. Met een praktische insteek wilde de universiteit ook een steentje bijdragen aan de wijk.

Het eerste atelier was vooral een verkennende, waarbij informatie vergaren over de situatie het hoofddoel was. Bij het
kerstfeest van 2004 zijn een aantal studenten zoveel mogelijk bezoekers van dit feest gaan enquêteren met vragen die
varieerden van het kerstfeest tot de organisatie Vitaal Pendrecht. Ze verkregen hierdoor nuttige informatie, zoals de
constatering dat Vitaal Pendrecht toch al bij de helft van de ondervraagden bekend was. Verder werd duidelijk dat de
toekomst van Pendrecht redelijk rooskleurig werd gezien, maar die van Rotterdam en Nederland juist niet.

Het tweede atelier was een vervolg op het eerste. Het werd tijd om iets concreets op tafel te gaan krijgen, letterlijk en
figuurlijk. Het concept van de ‘Pendrecht Diners’ werd geopperd door Frank Belderbos, één van de stadsmariniers die op
onorthodoxe en baanbrekende wijze verbeteringen in de wijk tot stand probeert te brengen. En met succes. Voor de
‘Pendrecht Diners’ werden mensen uit de wijk en andere betrokken deelnemers uitgenodigd. Onder het genot van een
hapje en een drankje zouden de problemen in de wijk en mogelijke oplossingen besproken. De genodigden bestonden niet
alleen uit wijkagenten of ambtenaren die verhaalden over de toenemende criminaliteit en verslechterde
woonomstandigheden van bewoners, maar ook bijvoorbeeld uit bezorgde moeders die zich beklaagden over de
openingstijden van speeltuinen. Na drie van deze Pendrecht Diners te hebben gehad, werd het geheel afgesloten met een
zogeheten ‘expertmeeting’ waarbij nog eens alle bezoekers van de Vitale Diners waren uitgenodigd. Na een avond vol
uitwisselingen van meningen en gedachten, gevolgd door een stemming, werd het duidelijk dat de wijk een drietal dingen
zeer belangrijk vindt: er dient een jongerenraad ingesteld te worden, de jeugd en de ouderen moeten bewust worden
gemaakt van hun rechten en plichten ten opzichte van elkaar en de ‘Pendrecht Diners moeten doorgaan’.

Voor de interviews in dit boekje hebben de studenten van Vitaal Pendrecht een aantal namen gekregen van mensen die
veel connecties hebben in de wijk. Zij hebben deze mensen om twee namen gevraagd. Namen van personen die iets
betekenen voor de wijk maar waarvan sommigen bij de gemeente nog niet duidelijk op de radar zijn verschenen. Met
behulp van deze mensen en hun verhalen hebben wij dit boekje samengesteld. Een boekje wat hopelijk niet alleen
interessant en vermakelijk is om te lezen, maar ook daadwerkelijk iets bijdraagt aan de leefbaarheid van Pendrecht en een
inspiratiebron voor anderen kan zijn.

Hans Hoogvorst




                                                    Parels van Pendrecht                                                     2
Klein kasteeltje

                 “ Je moet vooral goed
                   kunnen luisteren ”




Trees Draaiers


                 Parels van Pendrecht    3
In 1960 kwam Trees Draaiers (81) met haar man (87) vanuit Bergen op Zoom naar Pendrecht. Ze kozen voor
een mooi huis met een voor- en achtertuin in de Middelharnisstraat. “Een ‘klein kasteeltje’ noemden de collega’s
van mijn man het ook wel”. In de wijk woonden toen veel jonge gezinnen en het was er erg gezellig. Een jaar
nadat ze naar de wijk gekomen waren, besloot Trees te beginnen met haar vrijwilligersactiviteiten. De kinderen
gingen naar school en zo had ze de tijd over om iets te doen in de wijk. Ze kwam terecht bij de ‘stichting
Zonnebloem’, die toen net in de kinderschoenen stond. Het begon met de actie ‘Met de Zon in de schoorsteen’.
In het kader van deze actie ging Trees sinterklaascadeaus geven aan mensen die lichamelijk beperkt zijn. Ze
ging op bezoek bij een vrouw die de ziekte MS had en even oud was als Trees zelf. Doordat de vrouw in een
rolstoel zat, kon ze niet zo veel. Op het moment dat Trees bij deze vrouw op bezoek was zei een van de
kinderen (toen 5 jaar) tegen zijn moeder: “Je kan me lekker toch niet pakken”. Ze is toen vaker bij deze vrouw
op bezoek gegaan en zo langzamerhand in de organisatie gerold. De Zonnebloem organiseert excursies en
evenementen voor mensen die lichamelijk beperkt zijn door ziekte, handicap of leeftijd. “Wij noemen ze eigenlijk
gewoon gasten”.

Nu, 45 jaar later, is Trees nog steeds actief bij de Zonnebloem. Ze is een hele lange tijd secretaris en
penningmeester geweest. Ook heeft ze al die jaren een aantal gasten gehad die ze nog regelmatig bezoekt.
Daarnaast gaat ze wel eens mee met de vele activiteiten die ‘de Zonnebloem’ organiseert, bijvoorbeeld een
boottocht. Voor de meeste gasten betekent zo’n boottocht veel. “Een meneer zat buiten op het dek van de
boot”. Het was toen erg koud. Ik vroeg of hij niet naar binnen wilde vanwege de kou. “Nee” zei de meneer, ”Dit
is de enige dag in het jaar dat ik buiten kom”. Ze herinnert zich op zulke momenten waarom ze het werk doet.
Niet iedereen is geschikt om vrijwilliger te zijn bij de stichting Zonnebloem. “Je moet vooral goed kunnen
luisteren”.

Inmiddels woont ze niet meer in de Middelharnisstraat. Haar man en zij hebben zo’n 5 jaar geleden hun
‘kasteeltje’ moeten ruilen voor een flat in de Sliedrechtstraat. Hun oude woning moest worden gesloopt, zodat er
koopwoningen voor in de plaats konden komen, in de hoop dat het een ander soort publiek zou trekken. Trees
heeft de wijk zien veranderen. De wijk verloedert en er komen steeds meer buitenlanders. “Ik heb daar geen
problemen mee, maar ik zie de wijk wel achteruitgaan”. Ze vindt het jammer dat er niet altijd meer gedag wordt
gezegd op straat. Ze verbaasd zich er ook over dat een vrouw haar kind mee moet nemen naar de winkel om te
vertalen, maar er zijn bijvoorbeeld ook twee buitenlandse vrouwen vrijwilliger bij ‘de Zonnebloem’. Wel is het
moeilijk om buitenlandse gasten te bereiken, aangezien deze vaak een cultuur hebben waarbij de familie om je
heen erg belangrijk is.

Tijdens het gehele gesprek heeft Trees met enige bescheidenheid verteld. Toch komt op een gegeven moment
ter sprake dat ze na 40 jaar een koninklijke onderscheiding voor haar werk bij de stichting kreeg. “Maar dat
moet je er niet inzetten hoor”.


                                              Parels van Pendrecht                                            4
       Pleinwacht
                    “ Veel haast heeft de
                   gemeente meestal niet,
                   maar als je weet welke
                      personen je moet
                     hebben, krijg je wel
                      wat voor elkaar ”




Maarten Kruithof


                   Parels van Pendrecht     5
“Dat is geen klein vijvertje hè, om met z’n drieën te onderhouden?” Vanuit zijn nieuwbouwflat wijst de
gepensioneerde Maarten naar de vijver op het Plein 1953. In 2000 is hij samen met zijn vrouw in Pendrecht
komen wonen. Daarvoor hebben ze 34 jaar in Zuidwijk gewoond. Vooral de gloednieuwe riante woning trok hem
aan, met een balkon op het zuiden en uitzicht over het plein en de vijver.

Vanaf het begin dat hij hier kwam wonen waren er al zaken waar hij zich aan ergerde. Om de nieuwe woningen
op het plein te kunnen bouwen moest de vijver gedempt worden, een deel van de vijver zou daarna weer
uitgegraven worden. Het duurde maar liefst 3 jaar, waarin ze in de rotzooi en in de modder zaten, voordat dat
gerealiseerd was. Ook daarna bleef de kant van de vijver een modderboel en de rest van de vijver zat vol met
rotzooi. “Iedereen gooide maar van alles in die vijver: blikken bier, Turkse broden en zelfs winkelwagens!”. Op
een gegeven moment was hij zo gefrustreerd dat hij iedereen wel in de haren wilde vliegen. Zijn vrouw zei
vervolgens:” Je kan wel gefrustreerd blijven, maar je kan er ook wat aan doen”. Hij besloot de wijze raad van
zijn vrouw op te volgen.

Hij regelde een knijper en viste daarmee allerlei dingen uit de vijver. In het begin alleen, maar later kreeg hij
hulp van twee buren. Nu doen ze dit wekelijks. Het is een klein klusje en het geeft veel voldoening. Als hij echter
weer naar boven loopt en vanuit het raam naar de vijver kijkt, ziet hij de eerste blikjes al weer drijven. Maar
daar laat hij zich niet door ontmoedigen!

Maarten krijgt meer voor elkaar; toen hij zich bij een vergadering beklaagd had over de kant van de vijver, heeft
de gemeente gras gepland en zijn er in de zomer palmbomen in potten geplaatst. Ook belt hij wel eens naar de
gemeente als er een lantaarnpaal kapot is of er andere dingen zijn. “Veel haast heeft de gemeente meestal niet,
maar als je weet welke personen je moet hebben, krijg je wel wat voor elkaar”. Maarten heeft een heel mapje
met doorschakelnummers van de gemeente op zijn computer staan en is inmiddels al bekend!

Er was bijvoorbeeld nadat het plein was opgeknapt een stuk beton met betonijzer blijven staan, niemand wist
waar die vandaan kwam en ook niemand kwam het ophalen. Maarten heeft vervolgens meerdere keren naar de
gemeente gebeld, maar het blok werd niet opgehaald. Toen hij maar liefst twee jaar en twintig telefoontjes
verder een man van de gemeente op het plein zag lopen sprak hij hem meteen aan. De man schrok van het
verhaal en beloofde dat het betonblok binnen een dag weg zou zijn. De volgende dag keek Maartens vrouw uit
het raam en het betonblok was inderdaad verdwenen.

Maarten vindt het jammer dat er maar weinig mensen zich betrokken voelen bij de wijk. Iedereen vindt het
geweldig dat ze de vijver zo goed onderhouden, maar niemand die een handje meehelpt. Hij ziet echter wel
vooruitgang bij zowel de gemeente als de medebewoners. Er zijn veel goede initiatieven. Zolang er echter nog
dingen mis zijn blijft Maarten de Pleinwacht!


                                               Parels van Pendrecht                                              6
Brandweerman
                    “ Overal waar
                    problemen zijn
                      in de wijk,
                   proberen wij die
                    op te lossen ”




Kees Brand


             Parels van Pendrecht     7
Werken leek hem niks. Varen, dat was het! Als ‘ketelbink’ deed hij de liefde voor de techniek op, want wanneer
anderen van het uitzicht genoten als het schip kapot was, ging hij helpen om gereedschap aan te geven. Later is
hij als koeltechnicus aan de slag gegaan. Bovendien besloot hij in 1965 bij de Nationale Reserve te gaan.
Inmiddels is hij gepensioneerd en voorzitter van de Bewonersorganisatie Pendrecht (BOP). Nee, van stilzitten
houdt de 68-jarige Kees Brand niet.

Als hij ons met zijn Volkswagen Golf komt ophalen in een klein straatje in de wijk zegt hij: “Zie je wel dat ik het
heb gevonden. Ik ken mijn wijkje goed hoor!”. Ook tijdens het ritje naar het pand van de Bewonersorganisatie
weet hij van alles te vertellen over de buurt. Zijn uitgebreide kennis over Pendrecht heeft hij voor een groot
gedeelte te danken aan zijn werk bij de BOP, waarvan hij medeoprichter is.

In 1985 zag hij de winkel van een bewonersorganisatie elders in de stad en ging eens naar binnen om te kijken
wat men daar deed. Het werk dat deze mensen voor hun medebewoners deden, vond hij zo inspirerend dat hij
zelf ook zoiets wilde doen. Samen met twee anderen besloot hij naar de deelgemeente toe te stappen en te
vragen of zoiets ook in Pendrecht mogelijk was. Daar werd hij met open armen ontvangen, want in andere
wijken bleken bewonersorganisaties zeer nuttig te zijn.

Zo ontstond de BOP en begonnen de vrijwilligers vol enthousiasme met hun werk in een leegstaand schooltje. Al
snel klopten andere organisaties in de wijk bij de BOP aan, om samen te kunnen werken. Na twee verhuizingen
en met het vooruitzicht op nog een verhuizing in het komende decennium, is de organisatie ondertussen aardig
gegroeid. Er werken vijf mensen op beroepsbasis en daarnaast talloze vrijwilligers. De activiteiten van de
organisatie zijn zeer uiteenlopend. Kees vergelijkt het graag met de brandweer: “Overal waar problemen zijn in
de wijk, proberen wij ze op te lossen”. Er wordt bijvoorbeeld elke maand een speciaal wijkkrantje uitgebracht, er
zijn spreekuren waar mensen met al hun problemen terechtkunnen en er worden vergaderruimtes beschikbaar
gesteld.

Toch kan de organisatie niet alles doen wat ze wil. De afgelopen periode is het Dagelijks Bestuur, door
uiteenlopende redenen, teruggelopen van zeven naar twee leden. Hierdoor kan niet meer aan elk onderwerp
evenveel aandacht worden besteed. Daar komt nog eens bij dat er steeds meer werk bijkomt vanuit de
deelgemeente. Kees snapt heel goed dat er jaarverslagen en begrotingen moeten worden gemaakt. Hij heeft in
dat opzicht ook niks te verbergen. Wel vindt hij het jammer dat er ook steeds meer regeltjes komen waar de
organisatie zich aan moet houden. Hierdoor komen ze soms niet toe aan het werk waar het echt om gaat:
mensen helpen. Maar ach, Kees vindt het werk veel te leuk. En wie had gedacht dat Kees, vroeger als ‘jochie-
dat-niet-wilde-werken’, na zijn pensionering nog als ‘brandweerman’ werkzaam zou zijn!




                                               Parels van Pendrecht                                              8
Verstoppertjespelen
                  “ Ze weten dat ik
                   hun moeder ken
                    en als ze een
                grote mond opzetten,
                     dat ze thuis
                 problemen krijgen ”




Agnes Morene


               Parels van Pendrecht    9
Van haar vijfde tot haar drieëntwintigste woonde ze al in de wijk. Toch was dat voor haar niet de reden om elf
jaar geleden terug te komen naar Pendrecht. “Voor een huurhuis kwam ik niet in aanmerking en daarom was ik
aangewezen op een betaalbare koopwoning”. Die vond ze in Pendrecht en op dit moment probeert de 52-jarige
Agnes Morene zich in te zetten voor een wijk waar “de mensen eens normaler met elkaar om zouden moeten
gaan”.

Toen Agnes een aantal jaar geleden in de WAO terechtkwam deed ze eigenlijk weinig meer. Toch wilde ze weer
eens iets te doen hebben. Toen in 2004 de buslijnen 66 en 77 in de wijk werden wegbezuinigd, had ze iets om
zich op te richten: “Die bus komt terug”. Ze greep naar vele middelen om dit voor elkaar te krijgen. Ze zamelde
onder meer handtekeningen in, nam inspreektijd bij vergaderingen en schakelde enkele politieke partijen in. Ze
kwam er hierdoor achter dat je een lange adem moet hebben om zoiets voor elkaar te krijgen, maar die had ze.
Buslijn 67 in Pendrecht was een feit.

De lijn is overigens veel slechter dan de lijnen die er eerst waren, maar Agnes snapt dat ze niet alles kan
bereiken wat ze wil. Ze wilde echter weer strijden voor nieuwe idealen. Ze werd daarom lid van de Partij van de
Arbeid en van een werkgroep binnen de bewonersorganisatie. Daarnaast richtte ze vanuit de Vereniging voor
Eigenaren van haar flat een bewonerscommissie op, die adequaat handelt. Deze zorgt er niet alleen voor dat
technische problemen worden aangepakt, maar ook worden medebewoners meteen aangesproken als zij
bijvoorbeeld hun afval verkeerd aanbieden.

Pas zaten er twee jongens drugs te gebruiken in het portaaltje van haar flat. Ze sprak de jongens op hun gedrag
aan en zij respecteerden dat. “Ze weten dat ik hun moeder ken en als ze een grote mond opzetten, dat ze thuis
problemen krijgen”. Maar ook op andere fronten is ze actief. “De afvalverwerking is een probleem in heel de
wijk”, zegt ze. Daarom probeert ze hier samen met de deelgemeente iets aan te doen. Echter, het bedrijf wat
hier verantwoordelijk voor is, schijnt nogal een log apparaat te zijn. De deelgemeente zit echter vast aan dit
bedrijf, omdat vanuit de gemeente Rotterdam is besloten dat het bedrijf de afvalverwerking in de hele stad mag
verzorgen.

Dit soort gevallen komt ze vaak tegen bij de overheid. De deelgemeente schuift verantwoordelijkheden af op de
gemeente en vice versa. “Soms lijkt het wel of de twee bestuurslagen verstoppertje spelen”. Ze snapt dat een
grote stad als Rotterdam niet vanuit één centraal bestuur aangestuurd kan worden, maar de manier waarop het
bestuur nu in elkaar zit klopt ook niet. De eerste stap die ze zet is zich verkiesbaar stellen voor de deelraad. Ze
hoopt op die manier meer te kunnen bereiken, dan ze nu al doet. Eén ding is zeker, als Agnes ergens voor gaat,
gaat ze er ook écht voor!




                                               Parels van Pendrecht                                              10
  Saampjes gelukkig

                  “ Oude bomen moet je
                     niet verplanten ”




Truus Aarnoudse


                  Parels van Pendrecht   11
Er staan 7 seniorenflats in Pendrecht en mevrouw Aarnoudse woont samen met haar man (86) in een daarvan.
Een beetje tegen haar zin, want liever zouden ze in de buurt van hun dochter in Barendrecht wonen. De
vroegere woning van het echtpaar wordt binnenkort gesloopt. Er komen koopwoningen voor in de plaats, omdat
de gemeente meer middenstand wil in de wijk. Mevrouw Aarnoudse vindt dit een goede zaak, want het betekent
dat mensen aan het werk moeten voordat ze een woning kunnen kopen. Met het grote aantal buitenlanders in
de buurt heeft zij geen moeite, alleen is het jammer dat men elkaar niet meer begroet op straat.

Bejaardenflat Valkensteijn, waar het echtpaar sinds enkele jaren woont, heeft vaak te kampen met leegstaande
kamers. Om dit probleem op te lossen, werd subsidie verstrekt waardoor die kamers konden worden opgevuld.
Patiënten van een psychiatrische instelling die in staat zijn om onder begeleiding op zichzelf te gaan wonen,
krijgen een plaatsje in de flat. Voor de overige bewoners van Valkensteijn is dit geen onverdeeld succes. In het
verleden is er al eens brand uitgebroken en Mevrouw Aarnoudse vreest dat het nog wel een keer zal gebeuren,
wanneer iemand vergeet om zijn sigaret te doven. Op de eerste drie verdiepingen van het hoge flatgebouw
bevindt zich tijdelijk een verpleegafdeling. Wanneer die verpleegafdeling verdwijnt, zou ze graag zien dat
studenten, weliswaar onder bepaalde voorwaarden, in de vrij gekomen kamers worden gehuisvest. Studenten
kunnen zich namelijk nuttig maken door de ouderen een handje te helpen!

Mevrouw Aarnoudse is erg sociaal bewogen. Stilzitten heeft er bij haar nooit ingezeten. Toen haar man met de
VUT ging, is ze begonnen met vrijwilligerswerk. Ze zette een stichting voor MS-patiënten op waar ze voorzitster
van werd. Ook heeft ze jarenlang actief vrijwilligerswerk gedaan in het Zuiderziekenhuis waar ze nog steeds
eens in de drie weken helpt bij het bingo. Terwijl ze naar eigen zeggen “zo’n hekel heeft aan bingo”, weerhoudt
dat er haar niet van zich in te blijven zetten voor de patiënten. Daarnaast zou mevrouw Aarnoudse best
administratief werk willen doen voor bijvoorbeeld het verenigingsleven, maar een tijdje geleden heeft ze haar
computer weggedaan. Binnenkort moet ook haar oude autootje weg. Ze zal hem met pijn en moeite naar de
sloop brengen, want met de auto verdwijnt een stukje vrijheid. De auto heeft veel voor haar betekend, omdat ze
daardoor mobiel was en er mensen mee naar het ziekenhuis kon vervoeren.

Toch wil mevrouw Aarnoudse niet klagen. Ze heeft nog maar net 60 kerstkaarten de deur uitgedaan en er nu al
22 terug gekregen. “Dat is aan jullie zelf te danken”, is een uitspraak van één van hun kinderen. Het echtpaar
heeft haar deel aan de maatschappij gegeven door zich vrijwillig actief in te zetten. De wijk hebben ze achteruit
zien gaan, maar toch willen ze er niet weg. Haar man zegt: “Oude bomen moet je niet verplanten. Veel van onze
vrienden zijn vertrokken, maar wij voelen ons getrouwd met Pendrecht”. En mevrouw Aarnoudse: “Er wordt
ontzettend veel gedaan aan de wijk, maar wij zijn net tien jaar te vroeg geboren”. Over tien jaar is alles mooi
opgeknapt. Maar ach, “Zij zijn hier saampies gelukkig”.




                                              Parels van Pendrecht                                             12
  Buurtconciërges

                             “ Klagen doen
                               ze overal ”




Louis Huijgens en
 Lusienne Mekes


                    Parels van Pendrecht     13
Al wonen ze niet in de wijk, toch werken zij al vijf jaar als buurtconciërge in Pendrecht. Zij zorgen ervoor dat het
overdag veilig is in Pendrecht en dat de zaken die gerepareerd dienen te worden gemeld worden. In die vijf jaar
hebben ze een hele goede band met elkaar, maar ook met de bewoners en winkeliers opgebouwd. In de tijd dat
wij met hen aan het praten waren groette iedereen die langs kwam hen, sommige bleven even staan en
vertelden ons wat ze van de buurtconciërges vonden, maar ook wat hun mening over Pendrecht was. En het
bleek dat het merendeel van de bewoners de toekomst voor Pendrecht rooskleurig inziet.

De conciërges zijn er gekomen op het idee van de winkeliers op plein 1953, omdat zij veel last hadden van
criminaliteit, drugs- en alcoholgebruik. Als een winkelier het gevoel heeft dat iemand wat probeert te stelen dan
belt hij hen op en dan komen zij gelijk kijken wat er aan de hand is. Hun visie is dat alleen al mensen op de
vingers kijken helpt, preventief aanpakken is beter dan gewelddadig optreden en de politie iedere keer erbij
halen.

Ze krijgen veel waardering voor hun werk van de winkeliers maar ook van de burgers. Zo vertelt de man van de
slijterij: “Ze doen goed werk. Als je ze belt dan zijn ze er als een speer en als zij hier weg moeten, dan gaan we
met z’n allen protesteren”. Enkele andere winkeliers en bewoners stemden hier mee in”.

In die vijf jaar dat zij hier werken is Pendrecht veel vooruitgegaan. Er zijn natuurlijk nog veel dingen die
verbeterd zouden kunnen en moeten worden. Zo zou plein 1953 beter verlicht moeten worden, meer controle na
6 uur ’s avonds en geen fietsers meer op het plein, want veel bewoners irriteren zich daaraan. Eventueel meer
gezelligheid op het midden van het plein, hierbij kun je denken aan een wekelijkse markt. Zij kaarten dit soort
dingen aan bij de deelgemeente, waar zij samen met de politie en ROTEB, één keer per maand mee vergaderen.

“En Pendrecht is helemaal niet zo slecht, er gebeuren genoeg goede dingen, maar die komen niet in het nieuws.
Pendrecht komt alleen maar negatief in het nieuws, daarmee trek je geen ondernemers aan en die heeft
Pendrecht wel heel hard nodig”.




                                                Parels van Pendrecht                                             14
Kibbelende vrouwen

                    “ We blijven
                  de oren en ogen
                   van de wijk ”




 Elske en
  Rineke


            Parels van Pendrecht    15
Rineke (61) en Elske (65), ook wel bekend van ‘de kibbelende vrouwen’ in het toneelstuk van Pendrecht van het
Rotterdams Wijktheater, wonen pas sinds kort in de Zierikzeestraat. Wel wonen ze al langere tijd in Pendrecht.
Rineke woonde daarvoor 40 jaar in de kerwervesingel. Elske kwam als meisje van 16 met haar ouders in de
Kerkwervesingel te wonen. Nadat ze met haar man in het centrum van Rotterdam gewoond had, kwam ze in
1967 terug naar Pendrecht. In 1988 verhuisde ze terug naar het huis waar ze als kind had gewoond in de
kerwervesingel. Op de vraag waarom ze nu toch weer verhuisd zijn antwoordden ze resoluut “We werden gek
van de overlast”.

Maar toch zullen ze uit Pendrecht niet zo snel meer vertrekken. Ondanks dat de wijk achteruit is gegaan, is het
toch een deel van hen geworden. Ze doen ook veel in de wijk. De activiteiten die zij doen zijn eigenlijk geboren
uit ergernis. Rineke: ”Op een gegeven moment werd het te gek”.

Het begon allemaal zo’n vier jaar geleden met het schrijven van een brief, samen met andere buurtbewoners.
Deze brief werd verstuurd naar de deelgemeente, de Bewonersorganisatie Pendrecht en de huisbaas. Het ging
over de overlast van de buurtbewoners. Elske: “Het maakt niet uit of je nu bruin,wit of zwart bent, je moet
normaal met elkaar om kunnen gaan”.

Het schrijven van de brief resulteerde in het Planteam Kerkwervesingel waar Rineke en Elske deel van uitgingen
maken. Ze zetten zich in voor de buurt, zorgden voor nieuwe sloten op de deuren, lieten de huizen opknappen
en lieten mooie kunstwerken in de portieken ophangen. Aan alles komt een eind, zo ook aan het Planteam
Kerkwervesingel. Het werd opgeheven omdat het doel (een betere buurt) was bereikt. Dit betekende echter niet
het einde van de activiteiten van Rineke en Elske. Ze gingen zich inzetten voor de bewonersgroep van de
Zierikzeebuurt. Ze spreken medebewoners aan op hun gedrag en onderhouden ook contact met de gemeente.
Ze vinden dat de gemeente het na vele jaren nu eindelijk eens goed doet. “Je kunt niet alles in een keer
oplossen, maar ze doen nu veel”.

Twee jaar geleden werden Elske en Rineke gevraagd voor het Rotterdams Wijktheater. Ze speelden in het stuk
‘Pendrecht’ de twee kibbelende vrouwen. “Eigenlijk speelden we gewoon onszelf!”. Zoals Elske en Rineke vaak
praten over wat er beter kan in de wijk en wat er nog veranderd moet worden, zo doen hun toneelpersonages
dat ook. Het stuk geeft een goed beeld van hoe het in de wijk gaat. Het laat de problemen in de wijk zien, maar
ook de goede dingen. Daarnaast vertelt het stuk ook dat de verschillen tussen de autochtonen en allochtonen
echt niet zo groot zijn als ze lijken. Onlangs speelden ze hun laatste voorstelling. Ze vinden het jammer dat de
voorstelling nu ophoudt, maar ze gaan gewoon door met hun anderen activiteiten voor de werkgroep
Zierikzeebuurt. “We blijven de oren en ogen van de wijk!”.




                                              Parels van Pendrecht                                            16
Verplichte studie
                ” Buitenlanders bijten
                      niet. Net als
                Nederlanders hebben
                   mijn kinderen en
                    ik respect voor
                      een ander ”




Hatice Seyyar


                Parels van Pendrecht     17
Haar twee zonen zijn trots op haar. Ze noemen haar de enige actieve Turkse moeder in de buurt. Turks wat
betreft afkomst, maar Nederlands wat betreft het omgaan met andere mensen en gebruiken zoals wij ze kennen
in onze multiculturele samenleving. Een cultuur waar je respect moet hebben voor ieders geloof en leefwijze
zoals Hatice het verwoordt.

Na 20 jaar in Adana in Turkije gewoond te hebben verhuisde ze naar Nederland vanwege haar huwelijk met haar
buurjongen. Via Goes en Oud Charlois is Hatice in Pendrecht terecht gekomen. Inmiddels is ze gescheiden van
haar man en is ze een alleenstaande moeder geworden. Hatice is er de persoon niet naar om bij de pakken neer
te gaan zitten. Geen werk, maar wel een druk bestaan. Naast het opvoeden van kinderen ging ze
vrijwilligerswerk doen in het bejaardentehuis. De tijd dat ze daar gewerkt heeft als activiteitenorganisator is niet
onopgemerkt gebleven. Hatice heeft een band opgebouwd met de bewoners.

Als medewerkster in de speeltuinkantine werd ze als een moeder voor de overblijfkinderen. De kinderen wilden
niet meer naar huis, zo’n plezier hadden ze in de speeltuin. Maar aan deze mooie activiteiten kwam een eind.
Hatice werd door de sociale dienst verplicht om een opleiding te gaan doen. Van daaruit zou ze aan een
betaalde baan geholpen kunnen worden.

Ze heeft gekozen voor het leren schrijven van de Nederlandse taal, wat goed aansluit op haar communicatieve
en sociale vaardigheden vindt ze. Naderhand kan ze dan een vervolgstudie gaan doen. Ze wil graag een baan in
de zorg omdat ze het werk in het bejaardentehuis zo leuk vond.

Voor het deelnemen aan de opleiding moest ze haar vrijwilligerswerk, waarvoor ze een kleine vergoeding kreeg,
stopzetten. Na een jaar lang wachten is er nog steeds geen plaats bij de opleiding. Ze mist het vrijwilligerswerk
wel. Hatice houdt van de wijk en van Rotterdam. Ze is er gewend en heeft er vriendinnen en goede kennissen.
Dit dankzij de vele activiteiten en de centrale ligging van haar woning. Ze zou er niet meer weg willen.

Helaas zal dit niet kunnen want ze woont in een gedeelte van Pendrecht dat ook wel ‘sloppenwoningen’ wordt
genoemd. Deze worden binnen een paar jaar gesloopt, waardoor ze naar een nieuwe woning zal moeten
verhuizen. Hatice is een vrouw die volop in het leven staat. Ze zou graag zien dat haar zonen een goede
opleiding en een goed leven krijgen.

En voor een ieder die het maar wil horen zou ze willen zeggen: ”Buitenlanders bijten niet. Net als Nederlanders
hebben mijn kinderen en ik respect voor een ander”. Hoe kun je jezelf in een land als Nederland anders
multicultureel noemen?




                                                Parels van Pendrecht                                              18
 Zo slecht nog niet

                             “ Geen woorden,
                              maar daden! ”




Nolly Groenendijk
     (links op foto)




                       Parels van Pendrecht    19
Nolly Groenendijk, een lieve en trotse 66-jarige overgrootmoeder die al heel haar leven in Rotterdam Zuid heeft
gewoond, waarvan de afgelopen 33 jaar in Pendrecht. Ze is inmiddels al twee keer verhuisd omdat haar huis
gesloopt of gerenoveerd is maar ze blijft in Pendrecht wonen! “Ik vind Pendrecht helemaal niet zo’n slechte wijk
als iedereen zegt en ik woon hier nu eenmaal. Ik vind dat ik hier lekker moet kunnen blijven wonen dus ik zet
me graag in voor de wijk!”.

Nolly vindt het heel fijn wonen in de Herkingenbuurt in Pendrecht. “Ik woon dicht bij het metrostation, ik kan de
bus nemen en er zijn drie supermarkten”, dus ze heeft alles bij de hand. Zij vindt het alleen jammer dat veel
winkels zijn verdwenen, want daar kwam je de mensen altijd tegen. “Nu trekken veel mensen zich terug in hun
eigen huis met de gordijnen dicht en de rolluiken omlaag”.

Toen in 1992 de Herkingenbuurt werd gerenoveerd, besloten Nolly en een paar anderen hierover te praten en
een groep te vormen: ‘Groep Herkingenbuurt’. Nolly is de secretaris van de groep. De groep zorgt ervoor dat de
buurt netjes is én blijft, kaart problemen aan bij zowel de mensen als bij de gemeente en zet zich actief in om
iets aan de problemen te veranderen. Een paar straten bij haar verderop, bijvoorbeeld, wonen mensen al
anderhalf jaar in het donker in nieuwbouwwoningen omdat er geen lantaarnpalen zijn! De Groep Herkingenbuurt
gaat hier dan achteraan en eist oplossingen van de gemeente.

Daarnaast doet de Groep Herkingenbuurt ook allerlei ‘culturele dingetjes’ voor de buurt; met kerst worden er
bijvoorbeeld leuke gifts uitgedeeld, zijn er altijd nieuwjaarsborrels en ga zo maar door. Voor deze activiteiten
krijgen ze geld van woningbouwcoöperatie de Unie en veel waardering vanuit de wijk.

Als de mensen ideeën of klachten hebben kunnen ze altijd bij deze groep terecht. Om er voor te zorgen dat de
mensen weten bij wie ze terecht kunnen, vermelden ze op uitgedeelde brieven altijd hun contactgegevens. “Ik
vind het namelijk heel erg belangrijk dat de mensen ons weten te vinden”, verteld Nolly. Het is namelijk moeilijk
om contact met de mensen te krijgen, omdat het vaak ieder voor zich is. Hier hoopt zij met de Groep
Herkingenbuurt langzaam verandering in te brengen.

Af en toe vindt ze het wel moeilijk om met de deelgemeente samen te werken omdat ze vaak alleen luisteren en
beloven maar verder niks concreets ondernemen. Maar juist om die reden zet ze ook door. “Je moet volhouden,
als je iets wil bereiken”. En dat wil ze, dit is immers haar wijk en dat wil ze ook graag zo houden! “Het is
overigens niet alleen maar idealisme, ik vind het ook heel erg leuk om te doen”. En daar moet ze vooral mee
door blijven gaan want ook de wijk waardeert hetgeen wat zij allemaal doet!




                                              Parels van Pendrecht                                            20
     ‘Praatpaal’
                        “ Zo los je
                      de problemen
                      niet op, maar
                     verplaats je ze ”




Joke Huissen


               Parels van Pendrecht      21
“Ze noemen mij ook wel de praatpaal van Pendrecht”, vertelt Joke Huissen (62 jaar) vrolijk, terwijl ze gastvrij
een drankje aanbiedt. Deze rol is haar niet vreemd gezien ze iedere donderdagavond Pendrechtenaren ontvangt
in het BOP-gebouw voor een gezellig etentje. “Ik vind het belangrijk mensen samen te brengen, en dit is daar
één manier voor”, en wie kan dáár nu niet mee instemmen?

Joke behoort tot de zogenoemde oude garde van Pendrecht. Ooit verliet zij haar Zeeuwse stadje voor het
Pendrechtse om een nieuw bestaan op te bouwen. “Toen was Pendrecht nog een prachtige wijk om in te wonen,
er kwamen zelfs buitenlandse architecten vol bewondering de wijk fotograferen”, vertelt ze terwijl de nostalgie
uit haar ogen af te lezen valt. Pendrecht was voor Joke liefde op het eerste gezicht. Nu nog koestert ze warme
gevoelens voor haar wijk. Sinds de dood van haar man, alweer vijf jaar geleden, steekt ze al haar tijd en energie
om saamhorigheid te creëren in haar, hoe slecht de omstandigheden soms ook mogen zijn, gezellige buurt.

De woningbouwverenigingen in Pendrecht zijn mede schuldig aan het verlies van de allure van de wijk. “Hun
grootste fout is nog altijd geweest dat ze de allochtonen bij elkaar hebben geplaatst en nu kampen we met het
probleem van kliekjesvorming”. Het liefst zou Joke dit fenomeen willen doorbreken. Zo voelt ze er veel voor om
eens in de week multicultureel te gaan koken. “Je weet wel, dan kookt er om de beurt een Surinaamse,
Marokkaanse of Nederlandse vrouw”. Ook lijkt het haar een uitstekend initiatief als er een discussiegroep
Pendrecht wordt opgericht waar mensen van verschillende culturen bij elkaar kunnen komen om gedachtes uit
te wisselen. “Je kent elkaars cultuur niet waardoor begrip moeilijk gekweekt kan worden, maar als men wel weet
heeft van de verschillende culturen die in deze wijk samenleven, zou hier dus verandering in kunnen komen”.
Daarom vindt ze ook dat kinderen al op scholen over de verschillende culturen onderwezen moeten worden. “Als
allochtonen een activiteit organiseren dan komen daar geen autochtonen op af en andersom is hetzelfde het
geval.” Deze projecten zouden dan ook goed van pas komen. Helaas ontbreekt het Joke aan tijd om dit klusje te
klaren. Bovendien weet ze niet waar ze precies moet zijn om zoiets voor elkaar te kunnen krijgen.

Joke heeft op dit moment haar handen vol aan een aantal nieuwe projecten. Zo gaat ze bijvoorbeeld binnenkort
de Pendrechtse straten op om interviews over de wijk te gaan houden. Ook heeft ze zich opgegeven om
buitenlandse vrouwen de Nederlandse taal te leren spreken. “Als er goede initiatieven zijn en men mij vraagt om
hierin een handje mee te helpen dan grijp ik dit met beide handen aan. Alleen de hoofdorganisatie op mij nemen
is mij te moeilijk”. Dat ze hart heeft voor de wijk is niet alleen uit haar woorden en ogen te bemerken maar
vooral ook aan haar daden. Haar enige vrees is nu, dat door de sloop van een groot aantal woningen omwille
van duurdere nieuwbouw er vele Pendrechtenaren de wijk moeten verlaten. “Zo los je de problemen niet op,
maar verplaats je ze”.




                                              Parels van Pendrecht                                            22
De ‘verlichting’
                “ Ze zouden het dit
              keer binnen zes weken
                plaatsen, er zijn nu
              al zeven weken voorbij
                en ze zijn er nu nog
                    steeds niet ”




R. Balkaran


              Parels van Pendrecht   23
De heer Balkaran heeft al een hoop van de wereld gezien. Reizen is zijn passie. Misschien ook niet al te vreemd
als we verklappen dat hij geboren en getogen in Suriname, en nu al 22 jaar woonachtig in Nederland is. Voor hij
naar Pendrecht verhuisde, een jaar geleden, woonde hij nog in Schiedam waar zijn woning niet meer
comfortabel genoeg was. Het gezin Balkaran (bestaande uit vader, moeder en hun vijfjarige zoontje) zocht zijn
heil in de prachtig nieuwe Herkingenbuurt. Hun verwachtingen om hier rustig en relaxed te kunnen wonen zijn
nu helaas als sneeuw voor de zon verdwenen.

De heer Balkaran zet zich nu al ruim een jaar in voor het verkrijgen van lantaarnpalen in zijn straat. “Ze zouden
het dit keer binnen zes weken plaatsen, er zijn nu al zeven weken voorbij en ze zijn er nog steeds niet”.
Radeloosheid is uit zijn gedragingen af te lezen. “Zo moeilijk is het toch niet om die palen hier te plaatsen?”.
Door gebrek aan verlichting en overvloed aan leegstaande koopwoningen is de buurt nu een broedplaats voor
junks geworden. “Laatst had er één mijn auto opengebroken. Toen ik hem bij de kraag had gevat om vervolgens
de politie te bellen kreeg hij een proces verbaal en werd ik op het matje geroepen vanwege mishandeling”.
Gezien de woning naast het zijne leeg staat, is de heer Balkaran bijna iedere avond zoet met het verjagen van
de junks die het pand gekraakt hebben. De politie bellen helpt niet echt. Zelfs zijn buurman die ook agent is
geeft toe dat er weinig aan te doen valt. Ook wij mogen dit aanschouwen. Bij betreding van het bewuste
kraakpand bemerkt de heer Balkaran een tas, die hij demonstratief op zijn kop houdt zodat de inhoud ervan op
de grond terecht komt. Tussen de spullen bevinden zich onder andere een fototoestel, portemonnee en een
adresboek. “Deze tas moet weer terug naar zijn eigenaar, dit hebben ze dus gewoon meegenomen. Alles zit er
nog in, behalve het geld”, zegt Balkaran op een geïrriteerde toon.

Aan het eind van de straat is een schuurtje, dat vaak onderhevig is aan een vlammenzee. “Het is nu al een
aantal keren in brand gestoken, ik snap niet waarom men dit pand niet gewoon met de grond gelijkmaakt”,
vertelt hij. De heer Balkaran wil zich nu nog meer in gaan zetten voor zijn buurt “Want zo is het hier niet echt
leefbaar”. Tot nu toe heeft hij alleen het gevoel van machteloosheid kunnen beproeven. Zijn initiatieven hebben
geen vruchten afgeworpen en dat dit niet aan hem ligt is overduidelijk. Alleen dit vrijwilligerswerk combineren
met zijn fulltime baan in de beveiliging gaat wat moeizaam. “Ik wil niet gebonden zijn aan vaste tijden en data
om iets te doen voor de wijk.”




                                              Parels van Pendrecht                                            24
Liefde voor kinderen
                      “ Maar nadat de
                       organisatie op
                       poten is gezet,
                         trekken ze
                        zich terug ”




Silla Pollak


               Parels van Pendrecht      25
Silla Polak en haar dochtertje Ashley zijn nu 5,5 jaar woonachtig in Pendrecht. Twee weken geleden is haar
nichtje Eden uit Frans-Guinea ook nog overgekomen en bij hen ingetrokken. Silla brengt het liefst haar tijd door
met de kinderen. Naast haar baan als administratief medewerkster helpt ze dan ook vaak mee met activiteiten
voor de kinderen. “Volgende week gaan we met de kinderen kerstkransjes maken op het plein”. Meestal zijn het
kleine activiteiten waar je de kinderen heel blij mee kunt maken. Samen met de organisatie Opzoomeren zorgt
ze voor activiteiten met Halloween, suikerfeest en Sinterklaas.

In het verleden heeft Silla een meisjesclub gehad in de garage. In samenwerking met ThuisOpStraat (TOS)
konden de meisjes bij haar terecht. Heden ten dage is de garage echter vies en zijn er lekkages waardoor deze
niet meer bruikbaar is voor de meisjesclub. Silla heeft weliswaar geen papieren of diploma’s, maar wanneer er
een andere locatie komt, zou ze het meteen weer doen. TOS is echter niet bereid om een nieuwe locatie te
financieren. Dit vindt Silla bezwaarlijk. Deze trend is ook merkbaar bij de pleinevenementen. In het begin
organiseerden ze deze samen met TOS. “Maar nadat de organisatie op poten is gezet, trekken ze zich terug”.
Zonder financiële middelen verdwijnen deze activiteiten, die ze vaak samen met Sjannie organiseert. Ze zijn
altijd bereid om mee te helpen met de TOS, maar “De liefde moet wel van twee kanten komen”, zegt ze. Mede
door het gebrek aan geld zijn ook andere activiteiten als de barbecue verdwenen.

De meeste activiteiten organiseert Silla binnen de straat. Volgende week gaat ze weliswaar meehelpen koken op
plein 1953 maar meestal heeft ze voor activiteiten daarbuiten simpelweg te weinig tijd. Met twee meisjes thuis,
een geestelijk gehandicapte zoon en een zoon woonachtig in Schiedam heeft ze haar handen vol. Silla heeft
altijd prettig gewoond in Pendrecht. “Deze kant van Pendrecht is nog behoorlijk rustig” zegt ze. De laatste tijd
hebben zich echter een paar problemen voorgedaan. Het zijn vooral de junks op het bruggetje op de hoek van
de straat die zorgen voor overlast. Ze gooien de troep bij haar in de container en “ze pissen overal tegenaan”,
zegt ze. “Het maakt me niet uit wat ze doen, als ze maar van mijn spullen afblijven”. Vaak jaagt ze de junks
weg. De politie bellen doet ze niet, “want dan is haar beltegoed in een keer op”, zegt ze. Ashley durft ook niet
meer alleen naar school. Mede hierdoor en de voorvallen die zich hebben voorgedaan met betrekking tot haar
geestelijk gehandicapte zoon in de speeltuin, heeft Silla er wel eens over nagedacht om een andere woonplaats
te zoeken. Ze heeft namelijk de buik vol van de jongeren die overdag drugs gebruiken in de speeltuin. Haar zoon
is al vaak door hen gepest en dat wil ze niet meer. Deze redenen staan echter in schril contrast met de wens
om, hoe kan het ook anders, dicht bij haar zoon in Schiedam te wonen. Gelukkig voor Pendrecht woont ze er
nog steeds met veel plezier, want het vertrek van Silla en haar familie zou een groot verlies zijn.




                                              Parels van Pendrecht                                           26
Passie van een fysio

                       “ Je moet dan
                     juíst doorzetten ”




Rene Erkelens


                Parels van Pendrecht      27
Rene Erkelens, dé fysiotherapeut van Pendrecht. En dat al 25 jaar. Deze fysio is via zijn vriendin, inmiddels zijn
vrouw, die hier jarenlang met haar ouders heeft gewoond, in aanraking gekomen met Pendrecht. Op dit moment
woont Rene samen met zijn vrouw en twee dochters in Capelle aan de IJssel, maar is hij nog steeds iedere dag
vol enthousiasme werkzaam in Pendrecht!

Al negen jaar liep Rene met plannen om een gezondheidscentrum op te richten. Het heeft enige tijd geduurd,
maar sinds tien maanden heeft hij met anderen een eigen praktijk in Gezondheidscentrum Zuiderkroon weten te
realiseren en daar mogen ze trots op zijn! Veel huisartsen die de wijk achteruit hebben zien gaan, hadden de
hoop in Pendrecht namelijk opgegeven en verlieten de wijk. Rene is juíst om die reden gebleven. “De wijk
behoefde veel hulp. Als een wijk steeds verder achteruitgaat, is het juist belangrijk dat de zorg wél goed is. Op
zo’n moment moet je juíst doorzetten”.

En het is maar goed ook, dat Rene zo’n passie en doorzettingsvermogen voor Pendrecht heeft. Als wij bij zijn
praktijk aankomen, zien we een prachtig gebouw dat modern ingericht is met nieuwe apparatuur en allerlei
oefen- en fitnessruimtes.

De patiënten spreken vol lof over de fysio en zijn praktijk. Zij komen immers wekelijks bij hem over de
werkvloer. Hierdoor weet hij wat er onder de mensen speelt en probeert hij hierop in te springen. Zo zijn er
bijvoorbeeld veel allochtone vrouwen met een slechte gezondheid omdat ze te weinig bewegen. Hiervoor wordt
op dit moment een speciaal programma ontwikkeld. Dergelijke activiteiten worden overigens gerealiseerd met
behulp van de andere eerstelijns disciplines in het gezondheidscentrum, de BOP en een cliëntenraad, welke
bestaat uit burgers die hun mond open durven te trekken en iets aan de problemen willen doen. “Dit is een
goede zaak, want zo kunnen deze vertegenwoordigers de informatie weer doorgeven van en aan hun eigen
achterban ”, aldus Rene.

In de toekomst hoopt hij ook buiten het centrum meer te kunnen betekenen voor de mensen. Maar eigenlijk
betekent de praktijk al veel meer buiten Pendrecht want als wij bij Rene op bezoek zijn laat hij trots een
krantenartikel zien. Hierin staat dat medewerkers van het gezondheidscentrum samen met werknemers van zijn
praktijk een programma hebben ontwikkeld, speciaal voor COPD-patienten. (COPD staat voor Chronic
Obstructive Pulmonary Disease, een aandoening van de luchtwegen waarbij kleine vertakkingen van de
luchtwegen in de loop der jaren beschadigd raken waardoor de longen minder goed werken.) Met een brede
glimlach op zijn gezicht zegt hij, “Dat is toch geweldig? Pendrecht is hiermee koploper van heel Nederland!”

En met dit citaat is ook meteen zijn persoonlijkheid geschetst. Het is een man met passie voor zijn werk, maar
vooral ook een man met een passie voor Pendrecht!



                                               Parels van Pendrecht                                            28
   Kritische blik
                           “ Het is toch van
                        de gekke dat je zoveel
                         voorwaarden moet
                      scheppen om het leefbaar
                              te houden ”




Sjannie de Mooy
    (links op foto)




                       Parels van Pendrecht   29
48 jaar geleden kwam Sjannie de Mooy met haar ouders naar Pendrecht en zij is nooit meer weggegaan. Zij
vindt niet dat Pendrecht achteruitgegaan is in die jaren. “Maar het is anders geworden, je moet je normen
bijstellen, je moet meer moeite doen. Er zijn zeker slechte stukken, maar die heb je overal. Vroeger had je
alleen niet zoiets als een opvangplek voor drugs- of alcoholverslaafden op de hoek van je straat. Zorg er alleen
voor dat als je iets op zet dat het ook continuïteit heeft, je moet zaken begeleiden”.

Met Pendrecht is het ‘fout’ gegaan toen de kinderen van de Pendrechtenaren hier geen huis konden vinden. Zij
vertrokken naar de VINEX-locaties met als gevolg dat de ouderen ook vertrokken, zij gingen dichterbij bij hun
kinderen wonen. Daarvoor in de plaats kwamen allochtonen, die geen notie hadden van de cultuur in Pendrecht,
zij hadden daardoor ook geen band met Pendrecht. “Als de mensen die hier nieuw kwamen zich zouden hebben
aangepast, zou het allemaal niet zo erg zijn geweest”.

Om saamhorigheid in de Halsterenstraat te kweken organiseert Sjannie allerlei activiteiten in de straat. Als eerste
activiteit zijn ze met de hele straat naar de Efteling geweest, het thema van die dag was: ‘Zeg elkaar gedag’. De
bedoeling was dat als je iemand uit de straat tegen kwam, dat je diegene gedag zei en er een praatje mee
maakte. De dag was een heel groot succes en de mensen die niet mee waren geweest hadden enorme spijt.

Zij werkt samen met Opzoomeren en de TOS, Opzoomeren levert spullen voor Halloween, Kerstmis, etc. Als
Sjannie zelf het initiatief neemt zijn er altijd mensen op wie ze kan rekenen. Er zijn natuurlijk ook altijd mensen
die niet mee doen aan de activiteiten, “Maar die werken me gelukkig niet tegen”, vertelt ze. Zij heeft dan ook al
heel veel ervaring op dit gebied, ze heeft vroeger in een buurt- en clubhuis gewerkt. Sjannie geeft inmiddels al
10 jaar les op het VMBO, ze doceert het vak sociale vaardigheden. Door deze ervaring kijkt ze met een kritisch
blik naar de ontwikkelingen in Pendrecht.

Sjannie zet zich actief in de voor de buurt, omdat ze er graag wil blijven wonen. Ze vindt het jammer dat “de
deelgemeente denkt te weten wat goed is voor de burgers, maar ze weet niet hoe het is om junks op de hoek
van je straat te hebben die in je tuin plassen en de boel verstoren”.




                                               Parels van Pendrecht                                             30
      Bescheiden
                        “ Samen krijg
                       je een leuke en
                       gezellige wijk! ”




Tanja Heijnen


                Parels van Pendrecht       31
Tanja Heijnen woont nu al zeven gelukkige jaren met haar gezinnetje in Pendrecht. Haar man is hier geboren en
getogen maar toen hij Tanja leerde kennen, besloten ze, samen met hun twee kindjes, in Bloemhof te gaan
wonen. Daar woonden zij in een buurt met veel criminaliteit en omdat de huizen daar gesloopt werden zijn ze
naar Pendrecht verhuisd. En niet zomaar een gedeelte van Pendrecht, maar “Het beste stukje van Pendrecht!”
aldus Tanja. Vergeleken met Bloemhof is ze er in ieder geval op vooruit gegaan, maar ze vind het wonen in deze
straat, naar eigen zeggen “Echt fantastisch! De Stellendamstraat is een mooie en leuke straat waar iedereen
goed en gezellig met elkaar omgaat en daar ben ik ontzettend blij mee!”

Sinds kort zijn er allerlei leuke initiatieven in de straat: in de zomer is er een barbecue, met kerst hangt er overal
kerstverlichting, met Halloween gaan de kinderen samen langs de deuren en het hele jaar door groet iedereen
elkaar vrolijk gedag! “De buurt is de laatste tijd echt aan het opfleuren”, zegt Tanja. “Je ziet meer kinderen op
de straat, alle huizen worden bewoond en er worden steeds meer gezamenlijke dingen gedaan. De mensen
krijgen steeds meer een saamhorigheidsgevoel en we hebben gemerkt dat dit gevoel overslaat op andere
straten”. Mensen willen graag meedoen aan de activiteiten in de Stellendamstraat en daar is Tanja blij mee:
“Hoe meer zielen, hoe meer vreugde!” Bovendien probeert ze anderen aan te sporen hetzelfde te organiseren
voor hun eigen straat, zodat er een dominoeffect optreedt naar andere straten.

Dit optimistische gevoel over de wijk is ook gedeeltelijk aan haarzelf te danken, ook al is zij er zelf vrij
bescheiden over. “Nou, ik doe eigenlijk niet zo veel hoor.” Tanja is namelijk initiatiefneemster voor de
Stellendamstraat met behulp van de organisatie OpZoomeren, die geld en middelen levert voor initiatieven van
burgers voor bepaalde activiteiten. De organisatie en alles eromheen komt grotendeels op Tanjas schouders
terecht. Zo heeft zij al meerdere feestdagen tot een enorm succes gemaakt!

Daarnaast is zij op dit moment ook actief bij de TOS, waar zij zich actief inzet om een speeltuin in de wijk te
krijgen, voor zowel haar eigen als de andere kinderen in de straat. Het vergt toch wel wat meer tijd en energie,
dat heeft ze inmiddels zelf ook wel gemerkt en soms zou ze willen dat meer mensen zich ‘actief zouden inzetten’
dan alleen maar ‘mee te doen’. Maar ondanks de rompslomp die er soms bij komt kijken vindt ze het toch heel
leuk om te doen en wil ze er vooral mee door blijven gaan!

Volgens Tanja brengt OpZoomeren mensen bij elkaar en het lijkt haar een geweldig idee voor andere straten.
“Als mensen zich samen inzetten, krijg je een leuke en gezellige wijk!”. Ze ziet de toekomst voor Pendrecht
daarom ook positief in, “Ook al beginnen we klein, het gaat de goede kant op met Pendrecht, want het zijn
immers de kleine dingetjes die het hem doen!”.




                                                 Parels van Pendrecht                                              32
 Pendrecht




Parels van Pendrecht   33

								
To top