TD13 PieterReflectie seminarie basistekst by MJJKZn

VIEWS: 36 PAGES: 7

									REFLECTIE                                                      P. Blondelle



1. Reflectie in de ontwikkeling van de professionele leergemeenschap

Bouwen aan een professionele gemeenschap veronderstelt het ontwikkelen van diverse
capaciteiten.
Het gaat om 3 fundamentele capaciteiten:
     De persoonlijke capaciteit: dit betreft het individueel vermogen om op een
       actieve en reflectieve wijze kennis te (re)construeren en toe te passen.
     De interpersoonlijke capaciteit: het vermogen om als groep collectief kennis te
       (re)construeren en toe te passen.
     De organisatorische capaciteit: het vermogen om de organisatie zo in te richten
       dat structuren, systemen en cultuur, de capaciteiten en capaciteitsontwikkeling
       van individuen en groepen bevordert en openheid naar de buitenwereld
       onderhoudt.
De wederzijdse afhankelijkheid van deze capaciteiten veronderstelt een
gelijklopende ontwikkeling. Toch lichten we de individuele capaciteit eruit omdat
binnen de ontwikkeling van deze capaciteit een belangrijke rol toebedeeld is aan
reflectie of reflectief handelen. De nadruk ligt op het reflecteren op het handelen en
het toepassen van de resultaten van die reflectie. Het begrip reflectie wordt dan
verruimd tot: “reflectief handelen” of “ reflecterend handelen”.

Professionele ontwikkeling betekent dan ondermeer: de voortdurende afstemming van
het persoonlijk interpretatiekader op de concrete beroepswerkelijkheid. Via
reflecterend handelen kan de kwaliteit van de professionele kennis toenemen en
daarmee weer de kwaliteit van het professioneel handelen.



2. Reflectie en competentie

Zicht krijgen op en inzicht verwerven in het eigen kunnen, is pas mogelijk door
reflectie. Reflecteren betekent dan
terugblikken op:
          - het handelen (ervaringen – activiteiten )
          - gedachten (kennis – inzichten – opvattingen)
          - houdingen ( emoties – gevoelens),

Zonder reflectie kan iemand zijn bekwaamheden niet gemakkelijk verder ontwikkelen
(aanvullen, verbeteren, vervangen) en laten aansluiten bij of combineren met andere
handelingen, gedachten, houdingen.

Enerzijds is reflectie een belangrijke bekwaamheid, een element van competentie en
anderzijds zijn reflectieve vaardigheden nodig ter ontwikkeling van competentie.
Reflectie is dus de moeite waard om mee bezig te zijn.
Reflectie als vaardigheid om competenties te ontwikkelen, veronderstelt een
activiteit die doelbewust ingezet wordt. Dit vereist:
           - reflectie op jezelf: een metacognitieve vaardigheid
           - leren reflecteren als bewuste activiteit

Reflecteren in de betekenis van terugblikken op handelingen en ervaringen leidt maar
tot verdere competentie- ontwikkeling als er actie aan gekoppeld wordt. Reflectie
moet leiden tot daadwerkelijke veranderingen in denken, handelen, gevoelens,
houdingen, attitudes en opvattingen.



3. Over Reflectie en professionele ontwikkeling

Professionaliseren gaat over een continue ontwikkeling van de beroepsbekwaamheid,
en de beroepsuitoefening. Professionele ontwikkeling resulteert steeds weer in
kwalitatieve veranderingen in het denken en in het handelen. Dit gaat over de wijze
waarop kennis, inzichten, vaardigheden, waarden en opvattingen worden verworven en
ontwikkeld.
In de manier waarop deze continu groeiende professionaliteit wordt ontwikkeld, staat
de reflectie op het eigen functioneren centraal.

Reflectievaardigheid is een essentiële doorgroeicompetentie.

Onder reflectie wordt verstaan: ‘het vermogen om expliciet terug te blikken op en na
te denken over het eigen handelen als professional’. (Schön, 1983)

Mensen kunnen zichzelf en hun eigen handelen, evenals de context waarin dit
plaatsvindt intentioneel en expliciet tot voorwerp van nadenken maken. Reflectie is
dan het nadenkend dialogeren van de professional met de situatie.

Een mooie metafoor is deze: ‘reflection is listening to the backtalk of the situation’
(Schön, 1983) waarmee bedoeld wordt: het handelen van de professional is als
‘spreken’ met een complexe en onvoorspelbare situatie en de reflectieve practicus
koppelt dit met een houding van ‘luisteren’ aan wat er ‘teruggezegd’ wordt.



3.1.   Reflectie als middel tot professionele ontwikkeling: handelen en denken

Professionele ontwikkeling als ‘levenslang leren’ vertaalt zich in kwalitatieve
veranderingen in zowel het denken als het handelen van de professional.

Voor het handelen betekent dit concreet, een grotere effectiviteit van de
professionele activiteiten: ik kan beter beslissen welke activiteiten in de gegeven
situatie het beste effect zullen hebben.
De veranderingen in het denken verwijzen naar wat Kelchtermans in zijn onderzoek
omschreven heeft als het persoonlijk interpretatiekader. (Kelchtermans, 1994)
Binnen dit ‘geheel van cognities dat fungeert als een ‘bril’ waardoorheen professionals
hun beroepssituatie waarnemen, er betekenis aan geven en erin handelen’ ,
onderscheidt hij twee domeinen: het professioneel zelfverstaan en de subjectieve
onderwijstheorie.

Professioneel ontwikkelen betekent dan dat de inhoud van dit persoonlijk
interpretatiekader voortdurend getoetst wordt aan en afgestemd wordt op de
concrete beroepswerkelijkheid.

Het persoonlijk interpretatiekader is ook het resultaat van de individuele levens- of
scholingsgeschiedenis van de professional.         Concreet betekent dit dat een
professional – in welke leersituatie ook – geen onbeschreven blad is, maar op basis van
zijn ervaringen continu bezig is met het ‘opbouwen’ en ‘verbouwen’ van zijn denkkader.



Samengevat: ‘Reflectie is het vermogen om zichzelf en het eigen handelen, evenals de
context waarin dit plaatsvindt, intentioneel en expliciet tot voorwerp van nadenken te
maken. Reflectievaardigheid wordt dus de sleutel om – aansluitend op concrete
ervaringen – het eigen interpretatiekader te expliciteren, te toetsen en eventueel te
optimaliseren en de effectiviteit van het handelen te vergroten.’




3.2. De inhoud van reflectie

Indien reflectie wil bijdragen tot professionele ontwikkeling moet de inhoud ervan
voldoende ‘breed’ en ‘diep’ zijn.



3.2.1. Brede reflectie: voorbij het technisch reductionisme

Men overstijgt het denken over kwesties van kennis en vaardigheid met het oog op
effectiever en efficiënter handelen (Ik zou beter dit doen i.p.v. dat; ik moet nog wat
meer oefenen in …; ik moet de opdracht scherper formuleren; enz).

Deze technische kwesties zijn niet onbelangrijk. Er bestaat evenwel een reëel gevaar
dat de reflectieve aandacht voor het professioneel handelen gereduceerd wordt tot
die technische aspecten.

Van wezenlijk belang voor de professional, zijn de morele, politieke en emotionele
dimensies in zijn professioneel denken en handelen.
Waar de technische reflectie vooral ‘hoe’-vragen stelt, zal een brede reflectie zich
ook richten op ‘zins- en zijns’-vragen.

De morele dimensie in de reflectie verwijst naar de waarom- vraag achter het eigen
handelen. (Waarom doe ik wat ik doe? Welke normen/waarden zijn daarbij in het
geding? In welke mate doe ik recht aan de ander? Enz.)
Het gaat daarbij om de verantwoordelijkheid voor het eigen handelen of voor de
nagestreefde doelen.
Dit opnemen van ‘verantwoordelijkheid’ omvat méér dan ‘aansprakelijkheid’. Het is een
kwestie van ethiek (= het ‘goede’ leven) in een beroep dat (wezenlijk) tussenmenselijk
en intermenselijk wordt uitgeoefend. Onderwijs (opvoeding/scholing/vorming) is een
waardengebonden fenomeen en kan niet worden gereduceerd tot ‘producten’ waarvoor
men ‘aansprakelijk’ is. Verantwoordelijkheid opnemen verwijst in eerste instantie
naar diegenen die aan je professionele zorg zijn toevertrouwd.

De morele dimensie sluit nauw aan bij wat Kelchtermans de taakopvatting noemt,
namelijk míjn persoonlijke opvatting over wat ík belangrijk vind om een goed
professional (leraar, schoolleider, …) te zijn.

In de politieke dimensie gaat het over de vraag wie wordt er beter van wat ik doe of
laat? Wie heeft er belang bij?
Hier komen we op elementen van controle, invloed en macht in de beroepspraktijk,
maar ook in de structurele of organisatorische context van de beroepssituatie.
Illustraties van politieke reflecties zijn o.a.: Gaat het bij het kiezen voor
zelfevaluatie op school om de meerwaarde ervan voor het ontwikkelingsproces van de
school, of om het ‘scoren’ bij de onderwijsinspectie? Doe ik bepaalde dingen omdat ze
‘voorgeschreven’ zijn en ‘gecontroleerd’ worden, ook al ben ik niet overtuigd van hun
relevantie?
De emotionele dimensie tenslotte komt na de technische misschien wel het meest aan
bod tijdens reflectiemomenten, ook al ervaart men deze dimensie vaak als een wat
vervelend bijproduct van nervositeit of onzekerheid over hetgeen men ervaren heeft.

Het gaat om de vraag: hoe beleef ik de situatie gevoelsmatig? Waarbij het accent
ligt op het inzicht dat emoties geen ‘nevenproduct’ zijn, maar wezenlijk deel uitmaken
van de beroepsuitoefening en de professionele ontwikkeling.
Relevante vragen zijn dan bijvoorbeeld: Welke emoties brengt die bepaalde ervaring
bij mij teweeg en wat vertellen ze over mezelf? Angst, twijfel, enthousiasme,
sympathie, genegenheid, afkeer, schuldgevoel, machteloosheid, … Op welke wijze
interfereren ze met mijn dagelijkse praktijk?

Het gaat in de onderwijssector om het in relatie zijn met anderen, waarvoor men
verantwoordelijkheid draagt.     Dit betekent een vorm van engagement en dus
emotionele betrokkenheid (‘niet-onverschilligheid).
Wanneer men reflectief leren in de breedte recht wil doen zullen de vier dimensies
(technisch, moreel, politiek en emotioneel) uitdrukkelijk meegenomen moeten worden.
Dit impliceert zowel het min of meer gestuurd individueel reflectief expliciteren van
die verschillende aspecten, maar ook het delen en confronteren van de eigen
reflecties met anderen.



3.2.2. Reflectie in de diepte: voorbij het niveau van het handelen

Reflectie moet verder reiken dan een efficiënte uitvoering van de beroepspraktijk.
Reflectie moet niet alleen voldoende breed zijn, maar dient ook door te stoten tot op
het niveau van de impliciete onderliggende opvattingen, waarden en normen. Of met
andere woorden: het niveau van het persoonlijk interpretatiekader en de eigen
opvattingen kritisch te toetsen.
Reflectie is er dan op gericht om de geldigheid van dat persoonlijk
interpretatiekader te verhogen.

Zonder deze diepgang is reflectie niet meer dan een procedure, een werkvorm, een
copingstrategie of een oplossingsmethode die het ‘status quo’ bestendigt: de
feitelijke situatie, het actueel handelen en denken worden wel geregistreerd, maar
verder kritiekloos bevestigd.

Groeien in een functie, écht professioneel ontwikkelen en dus levenslang leren, vereist
een vorm van confrontatie zoals alleen kritische reflectie die kan leveren.

Hulpmiddelen hiertoe zijn o.a. het bijhouden van een logboek of portfolio, de
leercyclus van Kolb, oefeningen/werkvormen als het kiezen van een metafoor voor het
professioneel zelfverstaan, het verdedigen en motiveren van stellingen, het
uitschrijven van een levenslijn, het prioriteren van opdrachten en taken en de
motivatie ervan, enz.

De vragen voor een diepgaande, kritische reflectie zijn eigenlijk een verfijning van de
vragen die bij het technisch en moreel handelen worden geformuleerd: Hoe? en
Waarom zo? Waarom niet? Wat houd je tegen om dit of dat te doen of niet te doen?
Wie ben ik in mijn beroep? Hoe zie ik mijn taak? Wat zou ik zeker (niet) doen en
waarom? Wat gaat mij goed af en waarom? Waarom wordt ik daar nu nerveus van?
Wat wil ik morgen kunnen en waarom? Enz.

Alleen wanneer reflectie doorstoot tot het niveau van het persoonlijk
interpretatiekader en de politieke en morele agenda’s in hun professionele context
kan reflectie ook kritische reflectie zijn en een bijdrage leveren aan de
professionele groei.
Reflectie die wil bijdragen tot professionele ontwikkeling moet inhoudelijk een
voldoende brede en voldoende diepe reikwijdte hebben.



4. Kenmerken van Reflectie

Volgende elementen zijn kenmerkend voor reflectie:

      Terugblikken
       Om de concrete ervaring terug in herinnering te brengen, kun je jezelf vragen
       gaan stellen: Hoe? - Waarom? – Wat had anders gekund? – Wat voelde ik
       daarbij?

      Betrokkenheid
       De ervaring waarop je terugblikt bevat altijd een persoonlijke handeling of
       actie: een persoonlijke betrokkenheid, iets dat je je aantrekt. Bij reflectie is
       ook steeds een emotionele factor betrokken.

      Doelgericht
       Zoals reeds eerder gezegd: reflectie kan niet zonder actie. Reflectie leidt naar
       een nieuw inzicht, een plan, een nieuwe handeling

      Aanleiding
       Er is altijd een gebeuren, een actie een ervaring waarop je gaat reflecteren
       maar de aanleiding tot reflectie ligt er meestal naast:
           - een oplossing zoeken voor een probleem
           - een opdracht
           - een ontevredenheid over een gebeuren
           - …

      Bewust
       De ervaring die terug opgeroepen wordt bevat bewuste en onbewuste
       elementen. Deze kunnen beide essentieel zijn. Dikwijls heb je specifieke ‘tools’
       nodig om je dat onbewuste bewust te worden. Waar reflectie een
       groepsactiviteit wordt, gaan de anderen je daar precies in ondersteunen.

       Reflectie kan dus een geïsoleerd gebeuren zijn: alleen voor de betreffende
       persoon maar kan ook plaats vinden met hulp van een ander of meerdere
       anderen. Reflectie kan eventueel ook gebeuren met hulpmiddelen vb een
       logboek, een opname, uittekenen van een verloop, een metafoor tekenen of
       beschrijven…
In dit seminarie gaan we door:

           -   op reflectie als individueel gebeuren en hanteren we een aantal
               specifieke tools

           -   op reflectie als groepsgebeuren. Hiervoor kunnen een aantal
               methodieken of tools gehanteerd worden: puntreflectie,
               brainstormreflectie, metafoorreflectie, scenarioreflectie,
               spiraalreflectie, waarderende reflectie, lijnreflectie, VESIt model, e.a.
               De methodiek waar we concreet mee doorgaan is gebaseerd op het
               spiraalmodel van Korthagen.




Literatuur:
    Verbiest Eric (2004) Samen Wijs; Bouwstenen voor professionele
      leergemeenschappen in scholen
    Schön D (1987) Educating the reflective practioner
    Korthagen F (1998) …Reflectie als basis voor professionele ontwikkeling in het
      onderwijs
    Kolb D (1984) …Experiental learning

Bronnen:
    Henk Vos univ. Twente
    Helma Vlas: Dinkel Instituut
    Lectoraat Reflectie: HVA
    Lut Creemers: VSKO APB: Over reflectie en professionele ontwikkeling ( zie
      3)
      Een   bijdragen    van:   APB/LC/Permanente          vorming/Praktijkbegeleiding/
      Reflectief ervaringsleren
      Uit:
      Deketelaere, A., Francken, L., Joris, C., Kelchtermans G. & Robben, D., (2000) De
      begeleiding van reflectief ervaringsleren in het perspectief van professionele
      ontwikkeling. Paper gepresenteerd op de Onderwijs Researchdagen te Leiden, mei
      2000. Centrum voor Onderwijsbeleid en –vernieuwing, K.U.Leuven.

								
To top