LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS - Download as DOC by IcwV13A

VIEWS: 97 PAGES: 51

									TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid        1




              LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS

Studierichting                                Integrale veiligheid
                                              2009/16//3/B/SG/1/III3//V10




Onderwijsvorm                                 TSO


Graad                                         Derde graad

Leerjaar                                      3e leerjaar


Leerplannummer                                O/2/2009/221
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                                           2




INHOUD
Visie ..........................................................................................................................................................3
Beginsituatie .............................................................................................................................................4
Algemene doelstellingen ..........................................................................................................................5
Leerplandoelstellingen / leerinhouden ......................................................................................................6
Pedagogisch-didactische wenken ..........................................................................................................45
Minimale materiële vereisten ..................................................................................................................49
Bibliografie ..............................................................................................................................................50
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                   3



VISIE

Met de opleiding ‘Integrale veiligheid’ willen we jongeren optimaal voorbereiden op een job als
bewakingsagent, brandweerman, politieagent of een andere veiligheidsfunctie.
Het nieuwe studiegebied Maatschappelijke veiligheid is een arbeidsmarktsegment met toekomst.
Het inrichten van het specialisatiejaar ‘Integrale veiligheid’ is een antwoord op een aantal
verzuchtingen uit de veiligheidssector.
De creatie van zevende specialisatiejaren Veiligheidsberoepen (BSO) en Integrale veiligheid (TSO) is
een gezamenlijk project van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, de Federale
overheidsdienst justitie, de Federale politie, de Vlaamse Gemeenschap (Ministerie van Onderwijs en
Vorming) en de Franstalige Gemeenschap.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                      4



BEGINSITUATIE

Om toegelaten te worden tot het specialisatiejaar ‘Integrale Veiligheid’ moet de leerling in het bezit zijn
van een diploma secundair onderwijs en ook geslaagd zijn voor de toelatingsproef georganiseerd door
‘Selor’.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                     5



ALGEMENE DOELSTELLINGEN

Het specialisatiejaar ‘Integrale veiligheid’ zal de jongeren een aantal basisvaardigheden aanleren die
ze nodig hebben voor een job in de veiligheidssector. Het gaat om vaardigheden zoals:
       sociale basisvaardigheden en communicatieve ingesteldheid;
       in team kunnen werken;
       stressbestendig en emotioneel stabiel zijn;
       kunnen omgaan met agressie;
       zin hebben voor veiligheid;
       observeren en rapporteren;
       psychologische conflicthantering;
       omgaan met noodsituaties;
       besluitvaardigheid (voor leidinggevende zoals hoofdsteward);
       management (voor leidinggevende zoals hoofdsteward);
       kunnen coachen (voor leidinggevende zoals hoofdsteward).
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                                        6


LEERPLANDOELSTELLINGEN / LEERINHOUDEN


DECR. ET          LEERPLANDOELSTELLINGEN                                                        LEERINHOUDEN
of CURR.          De leerlingen kunnen
BIZA
                  GENERIEKE COMPETENTIES
                                                                       COMPETENTIES ROND SOCIALE VAARDIGHEDEN
                  1           beschikken over een aantal sociale basisvaardigheden             Sociale vaardigheden en communicatieve ingesteldheid
                               noodzakelijk voor het uitoefenen van een veiligheidsfunctie
                               (contact met bevolking, collega’s, hiërarchisch meerderen
                               en overheden) en dit in situaties van toezicht,
                               samenwerking of conflict, met een bijzondere aandacht
                               voor de multiculturele dimensie.
                              beschikken over een open geest en actief luisteren.
                  2           resultaten behalen dankzij de goede contacten die men            Sociaal vaardig zijn
                               heeft met anderen (inclusief collega’s, ondergeschikten,
                               directie, publiek en externe contacten).
                  3           bijdragen tot de praktische realisatie van de nodige             Werken in team
                               groepsgeest.
                              de samenwerking bevorderen met oog op het bereiken van
                               de doelstellingen.
                  4           onder druk in gevaarlijke omstandigheden werken.                 Stressbestendigheid en emotionele stabiliteit
                              koelbloedig zijn en de prioritaire doelstellingen niet uit het          - Bewaren van kalmte
                               oog verliezen.                                                          - Omgaan met conflicten die dreigen te escaleren
                              in staat zijn om te werken in traumatiserende
                               omstandigheden.                                                         - Omgaan met mensen onder invloed van alcohol of drugs
                              sterke emoties onder controle houden.                                   - Op een gepaste manier grenzen kunnen stellen
                              frustraties kanaliseren, kritiek aanvaarden en er iets
                               constructiefs mee doen.
                              de kalmte bewaren bij het team in verschillende situaties.
                              beslissingen nemen en duidelijke instructies geven t.a.v.
                               de medewerkers.
                              niet panikeren bij onverwachte of onbekende problemen.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                                         7


DECR. ET          LEERPLANDOELSTELLINGEN                                                   LEERINHOUDEN
of CURR.          De leerlingen kunnen
BIZA
                  GENERIEKE COMPETENTIES
                                                                       COMPETENTIES ROND SOCIALE VAARDIGHEDEN
                  5          signalen van geweld en agressie herkennen en                 Omgaan met agressie
                              interpreteren.
                             een onderscheid maken tussen frustratie, instrumentele en
                              pathologische agressie.
                             agressie voorkomen.
                             agressie afblokken.
                             technieken van zelfbeheersing hanteren.
                             technieken om anderen te kalmeren toepassen.
                             omgaan met conflicten op straat.
                             omgaan met agresssieve mensen/agressiebeheersing.
                             omgaan met bedreigingen en schelden.
                  6          zorgen voor veiligheid en antciciperen op het vermijden      Zin voor veiligheid hebben
                              van gevaarlijke situaties.
                             eigen handelingen op vlak van veiligheid kritisch
                              onderzoeken om deze indien nodig te corrigeren, tijdige te
                              herkennen wat slecht kan uitdraaien en gepast te
                              reageren.
                  7          een boodschap duidelijk uitdrukken in omgangstaal.           Spreekvaardigheid
                             een complexe situatie duidelijk en bondig samenvatten.             - Bondig samenvatten
                             een diaoloog aangaan a.d.h.v. een genuanceerd                      - Dialoog aangaan
                              woordgebruik.                                                      - Blijk geven van diplomatie
                                                                                                 - Genuanceerd woorgebruik
                                                                                                 - Capaciteit om ideeën uit te wisselen, iets uit te leggen en
                                                                                                     te overtuigen.

                  8          een complexe situatie duidelijk en bondig samenvatten.       Schrijfvaardigheid
                             van een complexe situatie een helder verslag maken.
                  9          in staat zijn om een eenvoudige tekst te lezen, begrijpen    Lezen, begrijpen en samenvatten
                              en samen te vatten.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                         8


DECR. ET          LEERPLANDOELSTELLINGEN                                                   LEERINHOUDEN
of CURR.          De leerlingen kunnen
BIZA
                  GENERIEKE COMPETENTIES
                                                                       COMPETENTIES ROND SOCIALE VAARDIGHEDEN
                  10         in staat zijn om zich snel mentaal en fysiek aan te passen   Flexibiliteit
                              aan nieuwe omstandigheden zonder dat de
                              uitvoeringscapaciteit hieronder lijdt.
                             zich aanpassen aan een veranderd werkritme en daarbij
                              bereid zijn om nieuwe opdrachten uit te voeren.
                             zich aanpassen aan veranderingen inzake inhoud,
                              werkvolume, werkomstandigheden (collega’s,
                              infrastructuur, reglementen ...) en uurrooster.

                  11         zich tijdens de dienst houden aan een strikt discipline.     Tucht en hiërarchie op het werk
                             werken onder het gezag van een hiërarchisch meerdere.
                             zich houden aan de geldende veiligheidsregels en loyaal
                              zijn aan de organisatie.
                  12         verantwoordelijkheid nemen voor een taak of beslissing,      Verantwoordelijkheidszin
                              zelfs indien er bepaalde gevolgen aan verbonden zijn.
                             nauwwgezet handelen volgens de morele en sociale
                              normen, integer en eerlijk zijn, doorzetten in moeilijke
                              situaties en blijk geven van zelfdiscipline.
                  13         de noden van klanten (in het bijzondere fysiek, sociaal of   Empathie
                              psychologisch zwakke klanten) begrijpen.
                             aandachtig luisteren, de gedachten, standpunten en
                              problemen van anderen begrijpen, erover praten en tot
                              een overeenstemming komen.

                  14        het werk ruimdenkend en zonder discriminatie                  Democratische ingesteldheid
                             -t.o.v. de gebruikers van een bepaalde dienst- uitvoeren.
                            de rechten en individuele vrijheden van alle burgers
                             respecteren.
                            geen enkele discriminatie uitvoeren op basis van geslacht,
                             ethische afkomst, politieke, religieuze of filosofische
                             overtuigingen, seksuele geaardheid en taal.
                            objectief denken, zonder vooroordelen en zich aanpassen
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                     9


DECR. ET          LEERPLANDOELSTELLINGEN                                                   LEERINHOUDEN
of CURR.          De leerlingen kunnen
BIZA
                  GENERIEKE COMPETENTIES
                                                                       COMPETENTIES ROND SOCIALE VAARDIGHEDEN
                              aan de gesprekspartner en de situatie.
                  15         het privéleven en de persoonlijke gegevens van klanten of    Discreet zijn
                              collega’s respecteren.
                             de vertrouwelijkheid van bepaalde interventies
                              respecteren.
                  16         de speelruimte binnen de toevertrouwde taken correct         Onafhankelijkheid en zelfstandigheid
                              inschatten (zonder hulp) en erbinnen handelen.
                             aleen beslissingen nemen binnen de grenzen van de
                              functie.
                             handelen zonder dat elk detail van de opdracht wordt
                              uitgelegd.

                  17         een onberispelijk voorkomen (kleding) en gedrag hebben.      Voorbeeldfunctie uitoefenen

                  18         initiatief nemen indien nodig en obstakels overwinnen.       Assertiviteit
                             Ideën en adviezen op constructieve wijze meedelen aan
                              collega’s en aan hierarchisch meerderen.
                  19         een oplossing vinden voor problemen die zich voordoen in     Oplossen van problemen
                              het kader van de functie.
                             nieuwe mogelijkheden vinden om problemen doe zich
                              tijdens de uitvoering van de taken voordoen op het niveau
                              van de functie, op structurele basis oplossen.
                  20         aan zelfreflectie doen m.b.t. het eigen gedrag.              Uitoefenen van zelfkritiek
                             zich bewust zijn van de eigen handelingen en deze
                              voortdurend in vraag stellen.
                             een goede kennis hebben van zichzelf (capaciteiten en
                              beperkingen)
                  21         omgaan met tekstverwerking en spreadsheets.                  Gebruik van technische communicatiemiddelen
                             omgaan met de werking en het gebruik van een
                              radiozender, telefoon, walkitalkie en GSM.
                  22         beschikken over fysiek uithoudingsvermogen.                  Fysieke conditie
                             de fysieke conditie op peil houden om tijdens interventies
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                             10


DECR. ET          LEERPLANDOELSTELLINGEN                                                    LEERINHOUDEN
of CURR.          De leerlingen kunnen
BIZA
                  GENERIEKE COMPETENTIES
                                                                       COMPETENTIES ROND SOCIALE VAARDIGHEDEN
                              over voldoende kracht en uithouding te beschikken.
                  23         op cruciale momenten beslissen (ook indien sommige            Besluitvaardigheid
                              informatie ontbreekt of onvolledig is).
                             juiste beslissingen nemen o.b.v. onvolledige informatie
                              rekening houdend met de voor- en nadelen ervan en met
                              de diverse opties die er zijn.
                             doelgerichte acties initiëren vanuit een idee en gericht op
                              het realiseren van doelstellingen en het uitvoeren van
                              eerder genomen beslissingen.
                  24         duidelijke instructies geven.                                 Coachen
                             resultaten van anderen opvolgen en bijsturen.
                             discipline bewaren.
                             duidelijke instructies geven.
                             ondersteunen en aanmoedigen van anderen.
                             een bepaalde werkwijze motiveren.
                             sterke en zwakke punten analyseren in het functioneren
                              van een team.
                             plannen.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                                    11

AV SPORT

CURR.           LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                                         LEERINHOUDEN
BIZA            De leerlingen

                Motorische competentie                                                   Uithoudingstraining op een zo gevarieerd als mogelijke wijze
                                                                                         aanbieden, zoals:
Luik A, 1.1     1     beschikken over een goede fysieke conditie.
                                                                                              interval (extensief, intensief);
                2     beschikken over goede motorische en fysieke                             Coopertest;
                      basisvaardigheden: kracht, explosieve kracht, lenigheid,                …
                      snelheid, uithouding …                                             Circuitvormen en fitheidactiviteiten zoals:
                                                                                              Hindernisparcours;
                3     kunnen touwklimmen.                                                     conditietraining (al dan niet in fitnesscentrum);
                                                                                              krachttraining (ook met gewichten);
                4     kunnen hoogtevrees overwinnen.                                          klimmen en klauteren;
                                                                                              …
                5     beschikken over een behoorlijke vormspanning en hebben een         Gymnastiek
                      goed gevoel voor evenwicht.                                        Zwemmen
                6     kunnen zwemmen.                                                        200 m (zwemstijl naar keuze);
                                                                                             duiken van op een startblok;
                                                                                             1 min. watertrappen;
                                                                                             basis van reddend zwemmen;

                                                                                         Evenwichtig aanbod van teamsporten waarbij de klemtoon wordt
                7     voeren individueel en in groep bewegingen en acties uit met        gelegd op spelvormen en tactische vaardigheden
                      inzicht.


                8     kunnen claustrofobie overwinnen.                                   Doelgerichte initiatie van volgende sporten:
                9     tonen blijk van zelfbeheersing.                                          Speleologie;
                10    hebben notie van relaxatietechnieken.                                    Muurklimmen;
                                                                                               Verdedigingssporten;
                11    kunnen volgens vooropgestelde criteria bij zichzelf nagaan of ze
                      vorderingen maken bij het uitvoeren van bewegingsopdrachten              Taichi;
                      en hun eigen leerproces bijsturen.                                       Yoga;
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                       12


CURR.           LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                                            LEERINHOUDEN
BIZA            De leerlingen

                12    kunnen op basis van afgesproken criteria, bij zichzelf en             Keuzeaanbod uit vrije tijdsrelevante sporten
                      anderen, aangeven waarom een bewegingsopdracht wel of niet                  Natuurgebonden sporten;
                      lukt en kunnen eenvoudige oplossingen geven.
                                                                                                  Schaatsen, rolschaatsen, skeeleren;
                13    leven afspraken en regels na.                                               Fietsen, mountainbike;
                14    nemen verantwoordelijkheid op in bewegingssituaties en helpen               …
                      medeleerlingen wanneer de bewegingssituatie dit vereist.
                15    tonen bereidheid tot en hebben voldoening aan
                      prestatieverbetering.
                16    kunnen slagen in de sportproeven die rechtstreeks toegang
                      verlenen tot bewakingsagent, gemeenschapswacht en
                      voetbalsteward.
                17    kunnen slagen in de sportproeven opgelegd voor de kandidaat
                      brandweerman/vrouw.
                18    kunnen slagen in de sportproeven opgelegd voor de kandidaat
                      politieambtenaar.
                Gezonde en veilige levensstijl
                19    kennen gepaste bewegingen en correcte houdingen en kunnen
                      ze in werk- en dagelijkse leefomstandigheden integreren.
                20    zijn bereid om zelfstandig aan een trainingsprogramma te
                      werken, bij te sturen en te evalueren.
                21    leven veiligheidsafspraken na en vertonen spontaan veilig
                      gedrag
                22    bij zichzelf en anderen de risicofactoren bij bewegingsactiviteiten
                      herkennen en de nodige preventieve maatregelen treffen.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                                    13


CURR.           LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                                       LEERINHOUDEN
BIZA            De leerlingen

                Zelfconcept en sociaal functioneren
                23    kunnen in bewegingssituaties omgaan met fair play, winst,
                      verlies, succes, faalangst en spanning en integreren in andere
                      contexten.
                24    werken spontaan samen in planning, taakverdeling en het
                      invullen van verschillende rollen.
                25    dragen zorg voor kledij en materiaal en hebben aandacht voor
                      hygiëne en milieu.
                26    kunnen in team werken en respect tonen voor anderen.
                27    kunnen kritisch met nevenverschijnselen van de sport omgaan.
                28    hebben zin voor verantwoordelijkheid.
                29    hebben een sportief gedrag en kunnen hierin een
                      voorbeeldfunctie uitoefenen.
                30    zijn bereid om aan zelfevaluatie te doen.
H3              Competenties met betrekking tot eerste hulpverlening
                31    kunnen verantwoordelijkheid opnemen als eerste hulpverlener.     Basisprincipes van eerste hulp
                32    kunnen een noodsituatie correct inschatten en gepast reageren.
                                                                                       De vier stappen in eerste hulp:
                33    kunnen het slachtoffer en zichzelf zoveel als mogelijk                Stap 1: Zorg voor de veiligheid (+ evacuatietechnieken
                      beschermen tegen infecties.                                              (Rautek))
                34    handelen in kritieke situaties rustig en met zelfvertrouwen.          Stap 2: Beoordeel de toestand van het slachtoffer
                                                                                            Stap 3: Alarmeren van de hulpdiensten
                35    kunnen het officieel erkend brevet van reanimatie halen.              Stap 4: Verlenen van verdere eerste hulp
                36    het officieel erkend brevet van Bedrijfseerstehulp halen.        Hulp verlenen aan een bewusteloos slachtoffer (stabiele zijligging)
                                                                                       Flauwte
                37    kunnen defibrilleren en een AED-toestel correct hanteren.
                                                                                       Verslikking (technieken: slaan op de rug en buikstoten)
                                                                                       Reanimatie
                                                                                       Hantering van een AED-toestel
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                      14


CURR.           LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                       LEERINHOUDEN
BIZA            De leerlingen
                                                                       Bloedingen
                                                                             Inwendige, uitwendige en veruitwendigde;
                                                                             aanleggen drukverband.

                                                                       Wettelijk kader
                                                                       Eerstehulplokaal
                                                                       Eerstehulpkoffer
                                                                       Amputatie
                                                                       Huidwonden
                                                                             Types huidwonden;
                                                                             Wondverzorging;
                                                                             Verbanden: scharnier- en spiraalverband, driehoeksverband
                                                                              (hand bedekken);
                                                                           Vreemd voorwerp.
                                                                       Brandwonden:
                                                                             Types;
                                                                             Verzorging;
                                                                            Verbanden (driehoeksverband).
                                                                       Letsels aan botten, spieren en gewrichten
                                                                             Aanleggen kruisverband;
                                                                           Aanleggen draagdoek.
                                                                       Hoofd- en wervelletsel
                                                                       Hersenschudding
                                                                       Vergiftiging
                                                                             CO-vergiftiging (uitgebreid);
                                                                            Rautek (herhaling).
                                                                       Pijn op de borstkas
                                                                       Kortademigheid
                                                                       Hyperventilatie
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                  15


CURR.           LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                       LEERINHOUDEN
BIZA            De leerlingen

                                                                       Beroerte
                                                                       Epilepsie
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                            16

AV NEDERLANDS

CURR.         LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                                       LEERINHOUDEN
BIZA          De leerlingen kunnen

FAC 2         1      op een verbale en non-verbale manier efficiënt communiceren.      Perfectioneren moedertaal en redactionele vaardigheden
E1            2      correcte, leesbare en gestructureerde verslagen van hoge
                     kwaliteit opstellen.
              3      tijdens de uitvoering van zijn opdrachten, indrukken,
                     vaststellingen, observaties in onberispelijk Nederlands, zonder
                     grammaticale fouten of spellingsfouten neerschrijven.
              4
                     op een verbale en non-verbale manier efficiënt communiceren.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                       17

AV FRANS

CURR.         LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                            LEERINHOUDEN
BIZA          De leerlingen kunnen

FAC 3         1      zich voorstellen.
              2      een discussie volgen.
              3      vragen van personen begrijpen.
              4      personen correct inlichten.
              5      een telefoongesprek voeren.
              6      zich correct en genuanceerd uitdrukken.
              7      begrepen worden door een persoon van de andere taal.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                    18

AV ENGELS

CURR.         LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                         LEERINHOUDEN
BIZA          De leerlingen kunnen

              1      een mondelinge basiskennis functioneel aanwenden.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                                         19

TV RECHT

CURR.         LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                                     LEERINHOUDEN
BIZA          De leerlingen kunnen

1.2 Kennis    1       de Belgische instellingen onderscheiden.                       Belgische instellingen
A                                                                                         Principe van de scheiding der machten en inleiding op de drie
                                                                                             machten: samenstelling, organisatie en opdrachten van elke
                                                                                             macht;
                                                                                          De verschillende machtniveaus en hun bevoegdheden:
                                                                                             gemeentelijk, provinciaal, communautair, regionaal en federaal.
                                                                                          Verdeling van de bevoegdheden tussen de verschillende
                                                                                             machtsniveaus betreffende de politiediensten, de penitentiaire
                                                                                             instellingen en de civiele veiligheid.
                                                                                          Organisatietype van een gemeentebestuur.
1.2 Kennis    2       de waarde van burgerzin uitleggen.                             Burgerzin
R                                                                                         Inleiding tot de mensenrechten en maatschappelijke thema’s.
                                                                                          Inleiding tot de collectieve en individuele rechten en vrijheden in
                                                                                             de context van het maatschappelijke leven en op het vlak van
                                                                                             de veiligheid.
B.1.C2        3       de politie en de verhouding tot de politie begrijpen:          Politie
                          - wie verwittigen in welke situatie;                            Kennis van de wet op het politieambt:
                          - weten hoe de verhoudingen zijn tussen                                - politie gestructureerd op 2 niveaus
                               gemeenschapswachten en politie;                                   - verschil tussen de lokale en de federale politie
                          - weten wat men zelf kan afhandelen en wat men moet                    - verschil tussen gerechtelijke en bestuurlijke zuil
                               doorverwijzen.

                      de minimumvereisten voor leidinggevend en uitvoerend                  Minimumvereisten voor leidinggevend en uitvoerend personeel
              4
                      personeel omschrijven.

                      de verschillende constitutieve elementen van het misdrijf             Constitutieve elementen van het misdrijf
              5       opsommen en toelichten.


B.1.A.        6       de juridische aspecten van een oppervlakkige toegangscontrole Voetbalsteward
                      weergeven en in eigen woorden verklaren.                           juridische richtlijnen voor de voetbalsteward
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                                        20


CURR.         LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                                        LEERINHOUDEN
BIZA          De leerlingen kunnen
                                                                                             De voetbalwet
                      de verschillende situaties opsommen waarbij er tot particuliere        Relevante bepalingen uit verschillende KB’s die van
                      vatting kan overgegaan worden.                                              toepassing zijn voor de steward
                                                                                             Particuliere vatting
                      de verschillende situaties wanneer men aan bepaalde personen           Toegang verlenen aan bepaalde personen
                      toegang mag verlenen, weergeven en toelichten.


B.1.B         7                                                                    Bewaking
                      de verschillende situaties opsommen waarbij er tot particuliere
                      vatting kan overgegaan worden.                                   Juridische richtlijnen voor de bewakingsagent
                                                                                       Rechten en plichten van de bewaking (Type B)
              8       de verschillende situaties wanneer men aan bepaalde personen     Toegepaste gemeenrechterlijke rechten en verplichtingen
                      toegang mag verlenen, weergeven en toelichten.                   Minimumvereisten voor leidinggevend en uitvoerend personeel
                                                                                       Particuliere vatting
              9
                      de verschillende constitutieve elementen van het misdrijf        Wanneer mag men toegang verlenen aan bepaalde personen?
                      opsommen en toelichten.                                          Constitutieve elementen van het misdrijf

                      de verschillende situaties opsommen waarbij er tot particuliere
              10      vatting kan overgegaan worden.

                      de verschillende situaties wanneer men aan bepaalde personen
              11      toegang mag verlenen weergeven en toelichten.
    3                  1
              12      de verschillende constitutieve elementen van het misdrijf
                      opsommen en toelichten.
B.1.I.2.      13      de wetgeving rond de fysieke veiligheidstechnieken toepassen.          Wetgeving rond wettige verdediging

B.1.J.2.      14      de functie en rol van de hoofdsteward onderscheiden.                   Verschillende functies: sturende, controlerende, coördinerende,
                                                                                                  adviserende, signalerende, evaluerende, motiverende.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                      21

TV/PV VEILIGHIEDSTECHNIEK (ONDERWIJS)

CURR.         LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                                    LEERINHOUDEN
BIZA          De leerlingen kunnen

E 1,2         1       efficiënt communiceren en communicatieprocedures opvolgen. Communicatie
              2       verschillende communicatie-instrumenten gebruiken en de         Zender, boodschapper,ontvanger
                      werking ervan begrijpen.
                                                                                      Verbale en non-verbale communicatievaardigheden
              3       kennis en inzicht ontwikkelen in de basisregels van de
                                                                                      Communicatietechnieken
                      communicatie.
                      kennis en inzicht ontwikkelen in de verbale en non-verbale
              4
                      communicatie.
                      kennis ontwikkelen en zicht hebben op de invloed van het eigen
              5       gedrag op het gedrag van andere mensen en omgekeerd.
              6       actief luisteren.
              7       in een correcte taal communiceren.
              8       mensen informeren.
              9       iemand aanspreken op zijn/haar gedrag.
              10      zich klantvriendelijk en dienstverlenend opstellen.
G 2,3,4       11      de capaciteit ontwikkelen om de conflicten en zijn machtspositie Psychologische vaardigheden
                      te beheersen.
                                                                                           Psychologische conflicthantering
              12      Signalen van agressie en geweld herkennen en interpreteren.
                                                                                           Massapsychologie
              13      Steeds hun kalmte bewaren.
                                                                                           Psychische stabiliteit
              14      Een onderscheid maken tussen frustratie, instrumentele en
                                                                                           Emotionele beheerstheid/stressbestendigheid
                      pathologische agressie.
                                                                                           Voldoende rationaliteit
              15      Agressie voorkomen en afblokken.
                                                                                           Verantwoordelijkheidszin
              16      Technieken van zelfbeheersing hanteren.
                                                                                           Conflictbeheer
              17      Technieken om anderen te kalmeren toepassen.
                                                                                           Omgaan met agressie
              18      Omgaan met conflicten op straat.
              19                                                                           Inzicht in groepsgedrag
                      Omgaan met agressieve mensen/agressiebeheersing.
              20                                                                           Psychosociale vaardigheden
                      Omgaan met bedreigingen/schelden.
              21      Omgaan met conflicten die dreigen te escaleren.
              22      Omgaan met mensen onder invloed van alcohol en drugs.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                                         22


CURR.         LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                                      LEERINHOUDEN
BIZA          De leerlingen kunnen
              23      Op een gepaste manier grenzen stellen.
              24      De capaciteit hebben om conflicten en zijn machtspositie te
                      beheersen (macht is een te sterke term op het vlak van                 Ontwikkelen van een passend profiel voor de job
                      bewaking; eerder voorrechten omkaderd door zeer strikte                Massapsychologie, psychische stabiliteit, emotionele
                      regels).                                                                beheerstheid/stressbestendigheid, voldoende rationaliteit,
                                                                                              verantwoordelijkheidszin, conflictheer, omgaan met agressie,
                                                                                              observeren en rapporteren, inzicht in groepsgedrag,
                                                                                              psychosociale vaardigheden ontwikkelen …
1.2 Kennis    25      beroepsdeontologie voor de veiligheidsfuncties die een         Deontologie van de veiligheidsfuncties
                      voorbeeldfunctie vervullen en die en bepaald gezag op de
                      anderen uitoefenen verklaren.                                      Leidinggevende type B
                      inzicht hebben in de brede context van integriteit en
              26
                      beroepsdeontologie in samenhang met algemeen
                      maatschappelijke waarden en bedrijfswaarden in de bewaking.
              27      het belang inzien van een integer en deontologisch verantwoord
                      ondernemersbeleid in de bewakingssector.
              28      omgaan met dilemma’s eigen aan bewakingsondernemingen en
                      interne bewakingsdiensten.
F             29      omgaan met racisme en discriminatie, alcohol en drugs.          Cultuurinzicht en omgaan met diversiteit
              30      kennis ontwikkelen over culturele diversiteit.                         Maatschappij en actualiteit
              31      inzicht verwerven in culturele eigenheid, gedrag, symbolen en               - omgaan met racisme en discriminatie
                      rituelen van verschillende subculturen.                                     - omgaan met alcohol en drugs
              32      ageren met mensen uit verschillende culturen.                          Culturele diversiteit
              33      gedragingen van subculturele eigenheid interpreteren.                  Migrantenculturen
              34      communicatie en onderhandelingsstijlen aan de dag leggen.              Jongerensubculturen


K             35      inzicht hebben in de brede context van integriteit en          Management en leiding geven
                      beroepsdeontologie.
                                                                                         Integriteit en beroepsethiek
              36      opzoeken waar de leidinggevende informatie kan vinden en
                                                                                         Toegepaste veiligheidsanalyse en bewakingstechnieken
                      indien hij zich verder wenst te verdiepen in de materie.
              37      het belang inzien van een integer en deontologisch verantwoord
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                        23


CURR.         LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                                       LEERINHOUDEN
BIZA          De leerlingen kunnen
                      ondernemersbeleid in de bewakingssector.                              Begrippen:
              38      omgaan met dilemma’s vanuit een integriteitsinzicht.                   - Safety;
              39      een integriteitsvisie vertalen naar een operationele code voor         - Security;
                      leidinggevend en uitvoerend personeel.                                 - Risico;
              40      de begrippen met eigen woorden omschrijven.                            - Schade;
                                                                                             - risico-identificatie;
                                                                                             - risico-inventarisatie en risico-evaluatie;
                                                                                             - risicobeheersing;
                                                                                             - algemene bewakingstechnieken.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                                           24

TV/PV VEILIGHEIDSTECHNIEK (VOORDRACHTGEVERS)
Bewaking

CURR.         LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                                       LEERINHOUDEN
BIZA          De leerlingen kunnen

B             1       de verschillende partners kennen, hun werkwijze en de relaties   Professionele context
                      die men met hen onderhoudt.
                                                                                                 Organisatie van de bewakingssector en hun activiteiten
                                                                                                 Sociale verhoudingen in de bewakingssector
                                                                                                 Organisatie en veiligheidsprocedure binnen een voetbalclub
                                                                                                 Kennis van de verschillende actoren op het terrein
1.2 Kennis    2       de essentiële punten van een conversatie of van een situatie     Observeren en rapporteren
                      identificeren en deze correct, mondeling en schriftelijk,
                      weergeven.
D             3       de elementen van een situatie, met inbegrip van de personen,
                        d                                                              Observeren, identificeren en rapporteren
                      identificeren en zijn observaties op correcte wijze kunnen
                      rapporteren:                                                               Een situatieschets
                                                                                                 Bewegingen en gebeurtenissen
                          - bewegingen en gebeurtenissen in de omgeving correct
                               kunnen beschrijven en interpreteren;                              Hulpmiddelen
                          - kunnen gebruiken van hulpmiddelen bij observatie;                    Vooroordelen
                          - leren herkennen van vooroordelen;                                    Accuraat rapporteren
                          - leren accuraat te rapporteren met scheiding van feiten               Meldingen
                               en vaststellingen;                                      O.a.:
                          - een melding maken naar andere instanties toe.                         -   angst voor samentroepende jongeren;
                                                                                                  -   angst voor groep hooligans die rondhangen voor een
                                                                                                      wedstrijd.
                                                                                       Bv.:
                                                                                                  -   politie;
                                                                                                  -   andere diensten.
H1,2          4       omgaan met noodsituaties:                                        Brandveiligheid;
                         - bewaking: gepast reageren bij brand, bomalarm,              Benadering ongevalsituaties
                            rampen;                                                    Immobilisatie, manipulatie- en transporttechnieken: basiskennis van
                         - bewaking: bedrijfseerstehulpverlener;                       voornoemde technieken
                         - toegepaste veiligheidsanalyse en
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                                   25


CURR.         LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                                   LEERINHOUDEN
BIZA          De leerlingen kunnen
                              bewakingstechnieken.

E3            5       efficiënt communiceren en de communicatieprocedures          Analoge en digitale communicatie
                      opvolgen, de verschillende communicatie-instrumenten
                      gebruiken en de werking ervan begrijpen.
1.2 Kennis    6       een algemeen kader betreffende de organisatie en de          Voorstelling van de organisaties
                      opdrachten van de verschillende organisaties schetsen.
                                                                                          Geïntegreerde politie op twee niveaus
                                                                                          Civiele veiligheid
                                                                                          Penitentiaire instellingen
                                                                                          Vreemdelingenzaken
                                                                                          Private veiligheid
                                                                                          Gemeentelijke preventiediensten
                                                                                          Veiligheidsdiensten van de voetbalclubs
1.2 Kennis    7       een basiskennis hebben van de bevoegdheden, actieveld,       Voorstelling van de functies:
                      voorwaarden voor aanstelling in de functie.
                                                                                          Agent
                                                                                          Inspecteur van politie
                                                                                          Penitentiair beambte
                                                                                          Brandweerman
                                                                                          Veiligheidsmedewerker van de gesloten centra en binnen de
                                                                                           diensten van vreemdelingenzaken
                                                                                          Bewakingsagent
                                                                                          Gemeenschapswacht
                                                                                          Voetbalsteward
                                                                                          Calltaker
L             8       werken onder het rechtstreekse gezag van de                       Hoofdsteward in de praktijk
                      veiligheidsverantwoordelijke.
                                                                                            Taken en bevoegdheden
              9       assisteren bij de briefing en debriefing.
              10      actieve en passieve veiligheid assisteren tijdens de wedstrijden.
              11      een centrale functie vervullen bij de evaluatie van kandidaat-
                      stewards.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                  26


CURR.         LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                                       LEERINHOUDEN
BIZA          De leerlingen kunnen
              12      aanwezig zijn tijdens vergaderingen van de LAR als
                      vertegenwoordiger voor de stewards.
              13      de stewards voldoende motiveren in het uitvoeren van de taken.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                                    27

TV/PV VEILIGHEIDSTECHNIEK (ONDERWIJS/VOORDRACHTGEVERS)
Politie

CURR.         LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                                         LEERINHOUDEN
BIZA          De leerlingen kunnen

1.2 Kennis    1       de bevoegdheden, actieveld, voorwaarden voor aanstelling in        Agent en inspecteur van politie
                      de functie van agent en inspecteur van politie uitleggen.
1.2 Kennis    2       basiskennis van de bevoegdheden, actieveld, voorwaarden            Penitentiair beambte
                      voor aanstelling in de functie van penitentiair beambte
1.2 Kennis    3       basiskennis van de bevoegdheden, actieveld, voorwaarden            Veiligheidsmedewerker van de gesloten centra en binnen de
                      voor aanstelling in de functie van veiligheidsmedewerker van       diensten van Vreemdelingenzaken
                      de gesloten centra en binnen de diensten van
                      Vreemdelingenzaken
C             4       inzicht hebben in de werking van politie en justitie.              Kennis van de politie en de verhouding tot de politie
              5       de wet op het politieambt, de structuur op 2 niveaus, het                   Politie en justitie
                      verschil tussen lokale en federale politie, tussen gerechtelijke
                                                                                                  Het politieambt
                      en bestuurlijke zuil weergeven.
                                                                                                  Verhoudingen tussen gemeenschapswachten en politie
              6       aangeven wie ze moeten verwittigen in welke situatie.
                                                                                                  Doorverwijzen
              7       de verhoudingen aangeven tussen de gemeenschapswachten
                      en de politie.
                      steeds correct handelen; wat handelen ze zelf af en waarvoor
              8
                      verwijzen ze door.
              9       de organisatie van de politie met eigen woorden verklaren.         Politie
              10      een introductie in politiewerk en -taken uitvoeren.                         Organisatie van politie, missie …
              11      de verschillende functies bij de politie opnoemen.                          Introductie in politiewerk en politietaken
              12      de ethiek van politiedeontologie toepassen.                                 De verschillende functies bij de politie
              13      zich voorbereiden op de persoonlijkheidsproef.                              Ethiek ven politiedeontologie
                                                                                                  Voorbereiding op de persoonlijkheidsproef
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                      28

TV/PV VEILIGHEIDSTECHNIEK (VOORDRACHTGEVERS)
Brandweer

CURR.         LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                       LEERINHOUDEN
BIZA          De leerlingen kunnen

              1       Module 1: Brandbestrijding en hulpverlening:     Zie module 1 Brandweer (bijlage)
                      - Organisatie van de brandweerdiensten
                      - Brandweer en het wegverkeer
                      - Welzijn op het werk (arbeidsveiligheid)
                      - Brand en brandbestrijding
                      - Materialen voor de brandbestrijding
                      - Communicatie
                      - Verloop van een interventie
                      - Tactiek en techniek van een brandinterventie
                      - Brandtypes
                      - Brandbestrijdingsvoertuigen
                      - Hulpverleningsopdrachten
                      - Hulpverleningsmaterieel
              2       Module 2: Persoonlijke bescherming:              Zie module 2 Brandweer (bijlage)
                      - Wettelijk kader gebruik PBM’s (Persoonlijke
                         Beschermingsmiddelen)
                      - PBM’s
                      - Adembescherming
                      - Bescherming tegen chemische incidenten
                      - Bescherming tegen radioactiviteit
                      - Wespenverdelging
                      - Valbeveiliging
              3       Module 3: Levensreddende handelingen:            Zie module 3 Brandweer (bijlage)
                      - Algemene interventieprocedures
                      - Reanimatietechnieken en verstikking
                      - Stelpen van ernstige bloedingen
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                            29


CURR.         LEERPLANDOELSTELLINGEN
                                                                       LEERINHOUDEN
BIZA          De leerlingen kunnen
                      -   Brandwonden
                      -   Eerste hulp bij botbreuken
                      -   De vergiftigingen
                      -   Shock
                      -   Wondzorg
              4       Module 4: Geïntegreerde praktijkoefening         Zie module 4 Brandweer


TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                      30



ADDENDEM BRANDWEER
TV/PV VEILIGHEIDSTECHNIEK (VOORDRACHTGEVERS)
Brandweer
DEEL 1
Initiatie brandweerman; brandbestrijding en ontzetting
(30 uren)

                                                                        Geschatte
                                                                        tijdsduur
Doelstellingen                   Leerinhouden                            in uren Plaats            Lesgever
                                 Brand en brandbestrijding / Kleine
                                 blusmiddelen

                                 1        Brand
De diverse aspecten van het      1.1      De vuurdriehoek
ontstaan van een brand           1.1.1    Componenten
kennen.                                  Warmte
De vuurdriehoek en                       Zuurstof
vuurvijfhoek kunnen                      Brandbare stof
toepassen.
                                         Mengverhouding
                                         Katalysator

                              1.2         De verbranding
De soorten verbranding en hun
                              1.2.1       Definitie
fysische en scheikundige
                              1.2.2       Soorten verbranding
verschijnselen kunnen
                              1.2.3       Fysische verschijnselen
benoemen en verklaren.
                              1.2.4       Scheikundige verschijnselen

                                 1.3      Ontwikkeling van een brand
                                 1.3.1    Smeulstadium                                             Theorie (3 uur) 1
Het brandverloop in al zijn
                                 1.3.2    Vlamstadium                                              instructeur
aspecten kunnen omschrijven.
                                 1.3.3    Gloeistadium                                             Praktijk (3 uur) 2
                                                                        6u                         instructeurs voor 12
                                                                                 brandweerschool   leerlingen
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid               31


                                  1.4     Rook
De schadelijkheid en de           1.4.1   Verschijnselen
gevaren van rook kunnen           1.4.2   Beïnvloedingsfactoren
herkennen.                        1.4.3   Samenstelling

                                  1.5     Explosies
Het onderscheid tussen
fysische en scheikundige
explosie kunnen geven.
De gevaren en het verschijnsel
van de explosie kennen.
Veilig kunnen handelen bij
brandende gasflessen en
drukhouders die opgewarmd
zijn.
                                  1.6     Branduitbreiding
De vormen van                     1.6.1   Convectie
warmtevoortplanting kunnen        1.6.2   Conductie
verklaren.                        1.6.3   Straling

                                  1.7     Brandklassen
De verschillende brandklassen     1.7.1   Klasse A
en de bijbehorende etikettering   1.7.2   Klasse B
correct interpreteren.            1.7.3   Klasse C
                                  1.7.4   Klasse D
De verschillende types van
branden en hun
aggregatietoestanden kunnen
uitleggen.
                                  2       Brandbestrijding
                                  2.1     Blusprincipes
De diverse aspecten van de        2.1.1   Verlagen van de temperatuur
blussing kunnen uitleggen.        2.1.2   Afsluiten van de zuurstof
                                  2.1.3   Wegnemen van de brandbare         stof
                                  2.1.4   Negatief katalytische werking

                                  2.2     Indeling en werking blusstoffen
De werking van de kleine          2.2.1   Groepen
blusmiddelen kennen en            2.2.2   Werking
kunnen toepassen.                 2.3     Soorten blusstoffen
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                   32

                                 2.3.1    Water
                                 2.3.2    Schuim
                                 2.3.3    Poeder
                                 2.3.4    Koolstofdioxide CO2
                                 2.3.5    Overzichtstabel

                                 2.4      Blusvoorzieningen
                                 2.4.1    Muurhaspel met axiale voeding
                                 2.4.2    Draagbare blustoestellen
                                 2.4.3    Poederblustoestel
                                 2.4.4    CO2-blustoestel
                                 2.4.5    Water-schuimblustoestel

                                 2.5      Gebruik van een blustoestel


Het werkingsprincipe, de
onderdelen en
veiligheidsvoorzieningen van
een adembeschermingstoestel
kennen.
                                 Initiatie perslucht / blindlopen
Het adembeschermingstoestel
kunnen gebruiken volgens de   1           Adembescherming                                       Briefing en praktijk
voorgeschreven gedragsregels.                                                                   1 instructeur voor 6
                                                                          6   brandweerschool   leerlingen
                                 Materialen voor brandbestrijding /
                                 Straalpijptechnieken
Alle soorten van                 1        Bluswatervoorziening
bluswatervoorziening             1.1      Het waterleidingnet
herkennen.                       1.1.1    Ondergrondse hydranten
                                 1.1.2    Bovengrondse hydranten
                                 1.1.3    Aanduiding hydranten

Kunnen helpen bij                1.2      Open water
waterwinning in een
aflegsysteem.                    1.3      Waterreservoirs
                                                                                                Briefing en praktijk
                                 1.4      Watertank van een autopomp                            1 instructeur voor 6
                                                                          6   brandweerschool   leerlingen
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid          33

                                 1.5      Tankwagen


                                 2        Materieel voor watertransport
                                 2.1      Pompen
Elementaire kennis van           2.1.1    Elementaire kennis van hydraulica
hydraulica in het watertransport         Druk en debiet
kunnen verklaren.                        Drukverliezen
                                         Reactiekrachten
De werking en de plaats van de           Waterslag
soorten pompen kennen en         2.1.2    De aanzuiging
kunnen toepassen.                        Principe
                                         Materieel
                                 2.1.3    Soorten pompen
                                         Centrifungaalpomp
                                         Ledigingspomp

                                 2.2     De slangen
                                 2.2.1 Zuigslangen
                                      Types
                                      Koppelingen
                                      Toebehoren
                                 2.2.2. Persslangen
                                      Hoge druk slangen
                                              Types
                                              Koppelingen
                                      Lage druk slangen
                                              Types
                                              Koppelingen
                                              Toebehoren




                                 3        Watervoerende armaturen
                                 3.1      Standpijp
De werking en de plaats van de
waterdoorvoerende armaturen 3.2           Tweeverdeelstuk
kennen en kunnen toepassen.
                               3.3        Drieverdeelstuk
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                           34

                                 3.4      Straalpijpen
                                 3.4.1    Straalpijpen hoge druk
                                 3.4.2    Straalpijpen lage druk

                                 3.5      Straalpijp voor waterschermen

                                 3.6      Waterkanon

                                 3.7      Toebehoren
                                 3.7.1    Verminderingsstuk
                                 3.7.2    Overgangsstuk


De belangrijkste procedures      Werken op hoogte (valbeveiliging /
mbt valbeveiliging kunnen        arbeidsveiligheid)
toepassen volgens alle
wettelijke procedures in de      1        Valbeveiliging
codex.                           1.1      Materieel
                                 1.2      Knopen maken
Basistechnieken met              1.3      Oprollen van een touw
betrekking tot het werken op     1.4      Verankeren
hoogte kunnen toepassen.         1.5      Procedures
De risico’s en persoonlijke      1.6      Valfactor
verantwoordelijkheid bij         1.7      Krachten van een val                                          Briefing en praktijk
valbeveiliging correct kunnen    1.8      Hangtrauma                                                    1 instructeur voor 6
inschatten.                      1.9      Persoonlijke verantwoordelijkheid   6       brandweerschool   leerlingen




Elementaire kennis hebben van Basis ontzetting / hefkussens / technische
het hulpverleningsmaterieel en hulpverlening
het gebruik ervan.             Hulpverleningsmaterieel
                               1     Reddingsgereedschap
                               1.1   Driepikkel voor redding uit de diepte
                               1.2   Bootbrancard
                               1.3   Springzeil en -matras                                              Briefing en praktijk
                                                                                                        1 instructeur voor 6
                                 2        Materieel om te trekken                 6   brandweerschool   leerlingen
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid               35

                               2.1        Tirfor en kabels
Materieel om te trekken kunnen 2.2        Toebehoren
gebruiken.
                               3          Hydraulisch redgereedschap
                               3.1        Aandrijfunit en handpomp
                               3.2        Schaar, spreider, rammen en vijzels
Hydraulisch gereedschap
bedienen.                      4          Pneumatisch reddingsgereedschap
                               4.1        Hefkussens en toebehoren

Hefkussens kunnen gebruiken. 5            Verlichtings- en signalisatiematerieel


In de functie van beveiliger
verlichtings-en
signalisatiemateriaal kunnen
opstellen.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                     36



DEEL 2
Werkplekleren
(17 uren)

                                                                         Geschatte
                                                                         tijdsduur
Doelstellingen                   Leerinhouden                             in uren Plaats                  Lesgever

De organisatie van een lokaal
brandweerkorps kunnen
analyseren.
Het operationeel materieel
kunnen herkennen en de
werking ervan kunnen                                                              brandweerkazerne-       lid of leden
beschrijven.                     Voorstelling materieel brandweerkorps      3     werkplekleren           brandweerkorps

De verschillende soorten
beschermingsmiddelen kunnen
beschrijven en correct                                                            brandweerkazerne-       lid of leden
aandoen.                    Types beschermingsmiddelen                      3     werkplekleren           brandweerkorps

Basistechnieken
brandweermaterieel kunnen
toepassen.                                                                        brandweerkazerne-       lid of leden
                                 Basistechnieken brandweermaterieel         3     werkplekleren           brandweerkorps

Een vrijstaande brandladder
van 25 m met een hellingshoek
van 70° binnen de 45          Beklimmen van brandladder 25 m                      brandweerkazerne-       lid of leden
seconden kunnen beklimmen. (voorbereiding ingangsproeven)                   2     werkplekleren           brandweerkorps
                                                                                  vb. ziekenhuis,         3 uren theorie en 3 uren
Pictogrammen kunnen lezen in                                                      rusthuis, ander groot   plaatsbezoek preventionist,
functie van evacuatie.        Evacuatie: lezen pictogrammen, nut                  gebouw waar veel        veiligheidsverantwoordelijke
Het nut en de werking van     branddeuren met bezoek aan ziekenhuis               mensen wonen of         of ander competent
branddeuren kunnen verklaren. of rusthuis                                   6     werken.                 persoon.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                               37



DEEL 3
Module levensreddende handelingen
(20 uren)

Brandweerschool beschikt over lesmateriaal
Les kan in brandweerschool of in secundaire school
verpleegkundige of rode kruis of instructeur brandweerschool of competent persoon
                                                                                      Geschatte
                                                                                      tijdsduur
Doelstellingen                   Leerinhouden                                          in uren Plaats   Lesgever

                                 Algemene interventieprocedures
De bouw, functies en werking     1       Bouw en functies van het
van het menselijk lichaam                menselijke lichaam
kunnen toelichten.

                                 2      Algemene interventieprocedure
                                 2.1 De eerste minuten

                                 2.2      Algemene veiligheid en eigen   veiligheid
Basisprincipes van EHBO
kunnen toepassen.                2.3      Eerste snelle beoordeling:
                                 2.3.1    Bij een volwassen persoon
                                 2.3.2    Bij een kind

                                 2.4      Efficiënte melding

                                 2.5      Veiligheidshouding

                                 2.6      Thoraxcompressies en beademingen

                                 2.7      Snelle (dringende) evacuatie
                                 2.7.1    Diverse soorten
                                          gewondentransport
                                 2.7.2    Rautek-greep
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid          38

                                 2.7.3    Gebruik van brancard




Signalen van stress kunnen       3       Stress
herkennen.                       3.1 Stress
                                 3.2     Posttraumatische stress          3


                                 Reanimatietechnieken en verstikking

                                 1       Controle van het slachtoffer


                                 2        ABC – techniek
                                 2.1      Vrijmaken van de luchtwegen

                                 2.2      Ademhaling controleren
Reanimatietechnieken kunnen
toepassen bij volwassenen en     2.3      Mond-op-mond beademing
kinderen.
                                 2.4      Is er nog circulatie in de
                                          bloedsomloop?


                                 3        Alarmeren van de
                                          ziekenwagendienst en de MUG


                                 4       Cardio-pulmonaire resuscitatie
                                         (CPR) met één persoon


                                 5       Cardio-pulmonaire resuscitatie
                                         (CPR) met twee hulpverleners


                                 6        Algemeen schema CPR
                                 6.1      Volwassene
                                 6.2      Kind
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                  39



Hulp kunnen bieden bij           7        Hulp bij ademhalingsproblemen
verstikking van een slachtoffer.                                               5


                                 Stelpen ernstige bloedingen

De soorten bloedingen kunnen     1       De bloedsomloop
herkennen.

Correct kunnen handelen bij      2       De hypovolemische shock
uitwendige en inwendige
bloedingen.
                                 3       De soorten bloedingen


                                 4        Controletechniek van de bloedingen   1,75


                                 Brandwonden

De ernst en de diepte van        1       Opbouw en functie van de huid
de brandwonden kunnen
bepalen.                         2       Oorzaken van brandwonden

EHBO bij brandwonden        3            De typen van brandwonden en de
kunnen toepassen in functie              factoren van de ernst
van de oorzaak.
                            4             Algemene regels: hoe te handelen     1,75
                                          bij brandwonden?


                                 Eerste hulp bij botbreuken

Soorten botbreuken kunnen 1              Functie en opbouw van het geraamte
herkennen.
                                 2       Soorten en kenmerken van botbreuken
Eerste hulp bij botbreuken
                                 3       Wat te doen bij botbreuken?
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                    40

kunnen toepassen.
                                  4       Spalktechnieken bij rugletsels
Een halskraag kunnen
aanleggen.                        5       Assisteren bij het gebruik van een
                                          vacuümmatras
Kunnen assisteren bij het         6       Verwijderen van een motorhelm
gebruik van de
schepbrancard,                    7       Hulp bieden bij het aanleggen een
vacuümspalk en –matras,                   KED
                                               1

bevrijdingsharnas.                                                               5,25
De verschillende
aggregatietoestanden waarin       Vergiftigingen
een gif kan optreden en de
manieren waarop het in ons        1       De werking van giftige stoffen
lichaam kan binnendringen
herkennen.                        2       Koolmonoxide (CO)?
                                  2.1     Wat is CO?
De kenmerken van CO en de         2.2     Symptomen van een CO -intoxicatie
symptomen van CO-intoxicatie      2.3 Hulp bij een CO – intoxicatie
kunnen verklaren.
                                3         Vergiftiging via de luchtwegen en de
Kunnen optreden bij en                    huid
behandelen van CO-intoxicatie.
eerste hulp kunnen bieden bij   4         Vergiftiging via de spijsvertering
vergiftiging via de luchtwegen,
huid of spijsverteringsstelsel.                                                  1,5




                                  Shock
Oorzaken en symptomen van
shock kunnen herkennen.           1       Definitie en mechanisme van shock

Eerste hulp kunnen bieden bij     2       Oorzaken van shock
shock.
                                  3       Symptomen van shock                    1

1
    Kendrick Extrication Device
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                                             41


Een snelverband correct
kunnen aanbrengen.               Wondzorg
                                                                                      0,75

Toegevoegde materie aan deel 3
(8 uren)

                                                                                 Geschatte
                                                                                 tijdsduur
Doelstellingen                   Leerinhouden                                     in uren Plaats                       Lesgever

Een automatische defibrilator    Gebruik defibrilator                                                                  verpleegkundige of rode
kunnen gebruiken.                                                                8                                     kruis of instructeur
                                                                                                                       brandweerschool of
                                                                                                                       competent persoon
                                 Totaal uren                                     75




           Het betreft hier uren van 60 minuten.
De school neemt contact op met de brandweerschool van de desbetreffende provincie. De lesgever dient verbonden te zijn aan de brandweerschool.
Iemand met het diploma van verpleegkundige mag het onderdeel levensreddende handelingen geven.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid   42
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid



STAGE

Het is noodzakelijk regelmatig de schoolopleiding bij te sturen dank zij de betrokkenheid van de
bedrijfsverantwoordelijken en de stagementoren. In het perspectief van een voortdurende afstemming van
de schoolopleiding op de arbeidswereld is het voorzien van een ‘leerkrachtenstage’ aangewezen.
Doelstellingen van de stage
De tewerkstellingskansen verhogen, onder meer door:
-   inzicht te krijgen in de structuur, de werking van de bewakingssector;
-   kennis te maken met het werkmilieu, de sfeer, het werkritme;
-   nieuwe werkmethodes aan te leren en te leren werken met apparatuur die een school zich niet kan
    aanschaffen;
-   zich passend te leren gedragen in het werkmilieu (taal, houding, kleding);
-   verantwoordelijkheid te dragen en samen te werken met anderen;
-   kritiek te leren aanvaarden en positief te verwerken;
-   zelfstandigheid te verwerven bij het uitvoeren van opdrachten.


Werkplekleren
Het gaat hier over het aanleren en toepassen van competenties in concrete werksituaties.
Het biedt voor alle partijen voordelen, zowel op korte als op lange termijn. Dit op voorwaarde dat het
kwaliteitsvol gebeurt.
Vooraleer met kwaliteitsvol werkplekleren te starten, dienen een aantal inhoudelijke en structurele
randvoorwaarden voldaan te zijn.

Waarom werkplekleren?
        Doelstellingen die je op school niet kan realiseren omwille van:
        -    gebrek aan het gepaste materieel
        -    specifieke lesgevers
        -    reële situaties

        Toegevoegde waarde naast de stage
        Tijdens de uren PV wordt de les op de stageplaats/instelling gegeven
        Vooraf goed afspreken met de bedrijven/stageplaatsen
        Jaarplanning afstemmen volgens de mogelijkheden v/d stageplaatsen/instellingen

Aanpak van werkplekleren
       Op de werkplek, in de huidige of toekomstige werkomgeving van de lerende.
        Gericht op het opbouwen, onderhouden of verbeteren van de competenties van nieuwe of
         bestaande medewerkers.
        Heeft betrekking op de competenties waarvoor de betreffende medewerker verantwoordelijk is of
         dient te worden.
        Verloopt volgens een vooraf opgesteld, gestructureerd plan (formuleren van leerdoelen, actieplan,
         evaluatie).
       De opleidingsactiviteiten worden in de tijd gepland.
       De lerende wordt opgeleid/begeleid door een ervaren collega en de leraar.
       Er wordt gebruik gemaakt van materiaal dat speciaal hiervoor ontwikkeld werd.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid


Stappen om te starten met werkplekleren
       Informeren
       Inventariseren en analyseren
       ‘Begeleid leren op de werkplek’: hoe begin ik?
       Is de stageplaats/instelling klaar voor de begeleiding van werkplekleren?
       Wie helpt mij ter plaatse als begeleider? Erken hen en stel een functiebeschrijving op
       Zorg voor een goede communicatie tussen de directies, leraren en begeleiders
       Stimuleer een positieve houding t.o.v. werkplekleren bij begeleiders, stagementoren, collega’s
        leraren en de collega’s op de werkvloer
       Tracht rekening te houden met de verschillende competenties van de studenten binnen de groep

Stijlen van werkplekleren
       Opleiden
       Coachen
       Begeleiden
       Zelfstudie
       Peterschap
       Intervisie
       Praktijkervaring

Wanneer lukt het?
       Bepaal de concrete doelstellingen vanuit het leerplan; geef de student de kans om mee te sturen
       Mentoring en coaching, samen
       Heldere afspraken met alle betrokkenen
       Zorg voor een doorgaande lijn
       Gerichtheid op bekwaamheden
       Zelfevaluatie toepassen en regelmatig bijsturen
       Wees flexibel
       Voorzie meerdere manieren en momenten om competenties aan te leren
       Pas de groepsgrootte aan volgens de oefening
       Volg de kwaliteit van het werkplekleren op via een checklist

Hoe evalueren?
       Evalueer op basis van de doelstellingen die samen werden vastgelegd, jij bent de
        eindverantwoordelijke.
       Voorzie ook een zelfevaluatie voor de leerling.
       Evalueer tijdens en na het werkplekleren.
       Duid op een lijst met competenties aan welke de student al bereikt heeft.
       Laat de leerling een portfolio samenstellen zodat de evoluties zichtbaar worden.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                    45


PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN

1          ALGEMENE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN
1.1       ICT-INTEGRATIE
1.1.1     Wat?
Onder ICT-integratie verstaan we het gebruik van informatie- en communicatietechnologie ter
ondersteuning van het realiseren van leerplandoelstellingen.
1.1.2     Waarom?
Maatschappelijke ontwikkelingen wijzen op het belang van het verwerven van ICT-competenties.
Jongeren moeten niet alleen in staat zijn om nieuwe media te gebruiken, zij moeten net zo goed kunnen
inschatten wanneer deze efficiënt en effectief kunnen worden ingezet. Het gebruik van nieuwe media sluit
zeer goed aan bij de leefwereld van de jongeren en speelt in op hun vertrouwdheid met de beeldcultuur.
Er wordt meer en meer belang gehecht aan probleemoplossend denken, kritisch selecteren, het
zelfstandig of in groep werken, het kunnen verwerven en verwerken van enorme hoeveelheden
informatie.
Deze ontwikkelingen zijn ook merkbaar in het onderwijs. In de meeste vakken of bij het nastreven van
vakoverschrijdende eindtermen vervult ICT een ondersteunende rol. Door de integratie van ICT kunnen
leerlingen:
     het leerproces zelf in eigen handen nemen;
     zelfstandig en actief leren omgaan met les- en informatiemateriaal;
     op eigen tempo werken en een eigen parcours kiezen (differentiatie en individualisatie).
1.1.3     Hoe ICT integreren ter ondersteuning van het realiseren van de leerplandoelstellingen?
Zelfstandig oefenen in een leeromgeving
Nadat leerlingen nieuwe leerinhouden verworven hebben, is het van belang dat ze voldoende
mogelijkheden krijgen om te oefenen bijv. d.m.v. specifieke pakketten. De meerwaarde van deze vorm
van ICT-integratie kan bestaan uit: variatie in oefenvormen, differentiatie op het vlak van tempo en
niveau, geïndividualiseerde feedback, mogelijkheden tot zelfevaluatie.
Zelfstandig leren in een leeromgeving
Een mogelijke toepassing is nieuwe leerinhouden verwerven en verwerken, waarbij de leerkracht
optreedt als coach van het leerproces (bijv. in een open leercentrum). Een elektronische leeromgeving
(ELO) biedt hiertoe een krachtige ondersteuning.
Creatief vormgeven
Leerlingen worden uitgedaagd om creatief om te gaan met beelden, woorden en geluid. De leerlingen
kunnen gebruik maken van de mogelijkheden die o.a. allerlei tekst-, beeld- en tekenprogramma’s bieden.
Opzoeken, verwerken en bewaren van informatie
Voor het opzoeken van informatie kunnen leerlingen gebruik maken van o.a. cd-roms, een ELO en het
internet.
Verwerken van informatie houdt in dat de leerlingen kritisch uitmaken wat interessant is in het kader van
hun opdracht en deze informatie gebruiken om hun opdracht uit te voeren.
De leerlingen kunnen de relevante informatie ordenen, weergeven en bewaren in een aangepaste vorm.
Voorstellen van informatie aan anderen
Leerlingen kunnen informatie aan anderen meedelen of tonen met behulp van ICT-ondersteuning onder
de vorm van tekst, beeld en/of geluid d.m.v. bijv. een presentatie, een website, een folder ...
Veilig, verantwoord en doelmatig communiceren
Communiceren van informatie betekent dat leerlingen informatie kunnen opvragen of verstrekken aan
derden. Dit kan o.a. via e-mail, internetfora, een ELO, chatten, blogging.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                    46

Adequaat kiezen, reflecteren en bijsturen
De leerlingen ontwikkelen competenties om bij elk probleem keuzes te maken uit een scala van
programma’s, applicaties of instrumenten, al dan niet elektronisch. Daarom is het belangrijk dat zij
ontdekken dat er meerdere valabele middelen zijn om hun opdracht uit te voeren. Door te reflecteren op
de gebruikte middelen en de bekomen resultaten te vergelijken, maken de leerlingen kennis met de
verschillende eigenschappen en voor- en nadelen van de aangewende middelen (programma’s,
applicaties …) en kunnen ze hun keuzes bijsturen.


1.2      BEGELEID ZELFGESTUURD LEREN
1.2.1    Wat?
Met begeleid zelfgestuurd leren bedoelen we het geleidelijk opbouwen van een competentie naar het
einde van het secundair onderwijs, waarbij leerlingen meer en meer het leerproces zelf in handen gaan
nemen. Zij zullen meer en meer zelfstandig beslissingen leren nemen in verband met leerdoelen,
leeractiviteiten en zelfbeoordeling.
Dit houdt onder meer in dat:
       de opdrachten meer open worden;
       er meerdere antwoorden of oplossingen mogelijk zijn;
       de leerlingen zelf keuzes leren maken en verantwoorden;
       de leerlingen zelf leren plannen;
       er feedback wordt voorzien op proces en product;
       er gereflecteerd wordt op leerproces en leerproduct.
De leraar is ook coach, begeleider.
De impact van de leerlingen op de inhoud, de volgorde, de tijd en de aanpak wordt groter.
1.2.2    Waarom?
Begeleid zelfgestuurd leren sluit aan bij enkele pijlers van ons PPGO, o.m.
       leerlingen zelfstandig leren denken over hun handelen en hierbij verantwoorde keuzes leren
        maken;
       leerlingen voorbereiden op levenslang leren;
       het aanleren van onderzoeksmethodes en van technieken om de verworven kennis adequaat te
        kunnen toepassen.
Vanaf het kleuteronderwijs worden werkvormen gebruikt die de zelfstandigheid van kinderen stimuleren,
zoals het gedifferentieerd werken in groepen en het contractwerk.
Ook in het voortgezet onderwijs wordt meer en meer de nadruk gelegd op de zelfsturing van het leer-
proces in welke vorm dan ook.
Binnen de vakoverschrijdende eindtermen, meer bepaald “Leren leren”, vinden we aanknopingspunten
als:
       keuzebekwaamheid;
       regulering van het leerproces;
       attitudes, leerhoudingen, opvattingen over leren.
In onze huidige (informatie)maatschappij wint vaardigheid in het opzoeken en beheren van kennis
voortdurend aan belang.
1.2.3    Hoe te realiseren?
Het is belangrijk dat bij het werken aan de competentie de verschillende actoren hun rol opnemen:
       de leerling wordt aangesproken op zijn motivatie en “leer”kracht;
       de leraar krijgt de rol van coach, begeleider;
       de school dient te ageren als stimulator van uitdagende en creatieve onderwijsleersituaties.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                      47

De eerste stappen in begeleid zelfgestuurd leren zullen afhangen van de doelgroep en van het moment in
de leerlijn “Leren leren”, maar eerder dan begeleid zelfgestuurd leren op schoolniveau op te starten is
“klein beginnen” aan te raden. Vanaf het ogenblik dat de leraar zijn leerlingen op min of meer zelfstandige
manier laat
         doelen voorop stellen;
         strategieën kiezen en ontwikkelen;
         oplossingen voorstellen en uitwerken;
         stappenplannen of tijdsplannen uitzetten;
         resultaten bespreken en beoordelen;
         reflecteren over contexten, over proces en product, over houdingen en handelingen;
         verantwoorde conclusies trekken;
         keuzes maken en verantwoorden
is hij al met een of ander aspect van begeleid zelfgestuurd leren bezig.


2            SPECIFIEKE PEDAGOGISCH-DIDACTISCHE WENKEN
2.1          AV SPORT
Lessenrooster
Voor een optimaal rendement worden de lestijden Sport opgesplitst in 3 blokuren, evenwichtig verspreid
over de gehele schoolweek. Recuperatie na fysieke inspanningen moet voorzien worden.
Om veiligheidsredenen (risicobeheersing, blessures…) kunnen 3 lesuren sport na elkaar niet.



Organisatorische uitgangspunten: verdeling van de lesuren over de verschillende disciplines.
Voor een praktische organisatie worden volgende blokken gesuggereerd:


    Blok 1                         Uithouding, conditie, fitness, gymnastiek           50 lt.

    Blok 2                         Teamsporten                                         25 lt.
                                   EHBO (modulair aan te bieden)                       25 lt.

    Blok 3                         Zwemmen                                             10 lt.
    per bewegingsactiviteit        Muurklimmen/speleo                                  10 lt.
    in een aaneengesloten
                                   Zelfverdediging                                     10 lt.
    pakket aan te bieden
                                   Taichi en/of Yoga                                   10 lt.



Samenwerking met de politie en brandweer
          Bepaal bij aanvang van het schooljaar de beginsituatie van de fysieke conditie van de leerlingen
           d.m.v. relevante en meetbare sportproeven. Vraag de leerlingen om de vorderingen van hun
           eigen prestaties en competenties bij te houden.
          Biedt ondersteuning bij het opmaken van een individueel trainingsprogramma op maat van elke
           individuele leerlingen om vooropgestelde, haalbare doelen te kunnen realiseren.
          Vertrek steeds vanuit de te bereiken lesdoelen, leerinhouden zijn een middel om die
           vooropgestelde doelen te realiseren!
          Hou de einddoelen die je wenst te bereiken steeds voor ogen.
          Persoonsgebonden doelen zijn net zo belangrijk als de motorische competentie en prestaties!
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                   48

       De spel- en wedstrijdvormen zijn een middel. Winnen is geen doel op zich maar een streefdoel.
        Winnen of verliezen zal steeds verwerkt worden in een geest van fair play.
       Het aanbod kent een goede mix van leraargestuurde als leerlinggestuurde werkvormen.
       Een vlotte samenwerking met de collega’s onderling is primordiaal!
       Waar mogelijk kunnen leerinhouden ook modulair worden aangeboden.
       Zelfevaluatie, sociale en communicatieve vaardigheden maken een zeer belangrijk deel uit van
        deze opleiding.
       Het regelmatig volgen van nascholingen is een must.
       Stel eigen waarnemingen in vraag en toets die aan waarnemingen van anderen.


Voorwaarden tot het uitreiken van bijkomende attesten
Het uitreiken van de in dit leerplan vermelde attesten is gekoppeld aan een aantal voorwaarden:


Brevet Bedrijfseerstehulp
    1) De leerkrachten geven de lessen bedrijfseerstehulp. Ter ondersteuning:
           a. Ze kunnen zich inschrijven voor een open aanbod BEH in de provinciale zetels van Rode
               Kruis-Vlaanderen
           b. Ze kunnen dit via e-learning aanleren (via Rode Kruis-Vlaanderen- vanaf het najaar)
    2) Beroepslesgevers Bedrijfseerstehulp komen het examen afnemen en reiken het diploma uit.

        De school dient bij aanvang van het schooljaar de namen van de lesgever(s) en de leerlingen,
        door te geven aan het Rode Kruis.

Attest sportproeven politie




De specifieke pedagogisch-didactische wenken voor de andere vakken zullen later worden toegevoegd.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                                        49


MINIMALE MATERIËLE VEREISTEN1

Specifieke richtlijnen voor AV Sport
Scholen zijn verplicht ervoor te zorgen dat ze gebruik kunnen maken van accommodaties die voldoen om
de leerplandoelstellingen en de leerplaninhouden voor het vak Sport te realiseren en deze ook effectief te
gebruiken.




Voor de andere vakken is nog geen informatie bekend omtrent de minimale materiële vereisten die
noodzakelijk zijn om de leerplandoelstellingen te kunnen verwezenlijken.




1
          Inzake veiligheid is de volgende wetgeving van toepassing:
    -   Codex
    -   ARAB
    -   AREI
    -   Vlarem.
    Deze wetgeving bevat de technische voorschriften die in acht moeten genomen worden m.b.t.:
    -   de uitrusting en inrichting van de lokalen;
    -   de aankoop en het gebruik van toestellen, materiaal en materieel.
    Zij schrijven voor dat:
    -   duidelijke Nederlandstalige handleidingen en een technisch dossier aanwezig moeten zijn;
    -   alle gebruikers de werkinstructies en onderhoudsvoorschriften dienen te kennen en correct kunnen toepassen;
    -   de collectieve veiligheidsvoorschriften nooit mogen gemanipuleerd worden;
    -   de persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig moeten zijn en gedragen worden, daar waar de wetgeving het vereist.
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                        50


BIBLIOGRAFIE
BOEKEN
AV Sport
Uitgaven van het Rode Kruis (zie hun website > cursusmateriaal)
         Oefenboek eerste hulp
         Help! Eerste hulp voor iedereen
         Themales eerste hulp op zomervakantie
         Themales eerste hulp bij alcohol en drugs-incidenten
         Themales eerste hulp bij verkeersongevallen
         Themales Preventie en eerste hulp bij CO-intoxicatie
         Reanimeren en defibrileren
         Oefenboek eerste bedrijfshulp
         Eerste hulp voor leerkrachten



INTERESSANTE WEBSITES
Politie
         www.jobpol.be


Brandweer
         http://brandweer.start.be/


Voetbalsteward
         http://www.footbel.com/nl/test2/veiligheid___stewarding.html


Sport
         www.fitness.be
         www.fitness.org
         www.cjsm.vlaanderen.be/sport/
         www.vlaamsesportfederatie.be
         www.sporttalent.be
         www.boic.be
         www.gezondsporten.be


Rode Kruis - Vlaanderen, Dienst Gezondheidspromotie, Motstraat 40, 2800 Mechelen
http://www.rodekruisvrijwillger.be en http://vrijwilliger.rodekruis.be/NL/Diensten/opleidingen/cursussen/
http://www.jeugdrodekruis.be en http://www.rodekruis.be/ en http://www.hartveilig.be/ en
http://www.rodekruis.be/NL/Activiteiten/Opleidingen/Bedrijven/Bedrijven.htm

Reanimatiepoppen: http://www.actar.nl/

GO! onderwijs van de Vlaamse gemeenschap, E. Jacqmainlaan 20, 1000 Brussel
http://www.gemeenschapsonderwijs.be/gezondheid/
TSO – 3e graad 3e leerjaar – Specifiek gedeelte Integrale veiligheid                                 51

BLOSO, Arenbergstraat 5, 1000 Brussel www.bloso.be
Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie, G.Schildknechtstraat 9, 1020 Brussel
http://www.vigez.be

SVS (Stichting Vlaamse schoolsport), Leopold II- laan 184D, 1080 Brussel
http://www.svs.be


Bond voor Lichamelijke Opvoeding, Waterkluiskaai 16, 9040 Gent/Sint-Amandsberg
http://www.bvlo.be

Federatie van de Voedingsindustrie, Kortenberglaan 172, 1000 Brussel
http://www.fevia.be

Nutrition Information Center, Treurenberg 16, 1000 Brussel
http://www.nicevzw.be

Nutriënten België, Esplanadegebouw, lokaal 11.04, 1040 Brussel
http://www.nubel.com

Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD), E. Tollenaerestraat 15, 1020 Brussel/Laken
http://www.vad.be



Noot: voor de andere vakken wordt de bibliografie later aangevuld.

								
To top