Inleiding in de Klankleer by 9X14dh

VIEWS: 73 PAGES: 75

									 Inleiding in
de Klankleer
            Dicky Gilbers
       spreekuur op afspraak
         d.g.gilbers@rug.nl
       Harmonie k. 1311-422
           (050) 3635983

                               1
                          Overzicht
EERSTE UUR:
• studiehandleiding
• studie van klanken: fonetiek
• toepassingen fonetiek

TWEEDE UUR:
• de beschrijving en classificatie van spraakklanken:
   – spraakanatomie
   – produktie van klanken in de spraakbuis
   – articulatorische classificatie
• de notatie van spraakklanken: IPA
                                                        2
      Collegestof en Toetsing
• handouts collegestof op Nestor
  https://nestor.rug.nl/webapps/login/
• extra oefeningen op Nestor
• achtergrondliteratuur (niet verplicht):
   – J.G. Kooij & M. van Oostendorp: Fonologie.
     Amsterdam 2003.
   – Papers op Nestor
• webpagina: http://www.let.rug.nl/~gilbers/onderwijs/
• Toetsing: multiple-choicetentamen over collegestof

                                                         3
       Inhoud van de colleges

college 1 : Inleiding in de fonetiek

•   wat is fonetiek?
•   relatie tot andere disciplines
•   spraakanatomie en spraakproduktie
•   classificatie van spraakklanken




                                        4
      Inhoud van de colleges

college 2: Spraakprocessen en IPA transcriptie

• IPA
• klanken (fonemen en allofonen) van het Nl.
• verbonden spraak (assimilatie, coarticulatie, reductie)




                                                        5
   Inhoud van de colleges

college 3: Werkcollege transcripties
          (1 uur, evt. uitloop)

• oefenen transcriberen




                                       6
       Inhoud van de colleges

college 4: Fonologische processen

• wat is fonologie?
• wat zijn fonologische processen?
• insertie, deletie, assimilatie, dissimilatie, metathesis,
  fusie
• onderliggende vorm
• aangeboren taalvermogen


                                                              7
      Inhoud van de colleges

college 5: Features, fonologische regels en syllabes

• feature als kleinste bouwsteen in de fonologie
• natuurlijke klassen
• fonetische features en fonologische features
• de syllabe als fonologische eenheid; domein van
  processen/representatie fonotactische
  restricties/prosodische eenheid
• taalverwerving

                                                       8
      Inhoud van de colleges

college 6: Werkcollege fonologische regels,
          lettergreepstructuur (1 uur, evt. uitloop)

• oefening beschrijving fonologische processen




                                                       9
      Inhoud van de colleges

college 7: Fonetiek: Geluid

• bouw van de larynx
• de aerodynamisch-myoelastische theorie van
  stemvorming
• geluid en spraakgeluid
• spraakmachines




                                               10
        Inhoud van de colleges

college 8: Fonologie: Klemtoon en ritme

•   Is hoofdklemtoon voorspelbaar in het Nl.?
•   accentregels: CSR, NSR
•   cyclische klemtoonafleiding
•   fonologische domeinen: voet; fonologische frase;
    intonatiegroep




                                                       11
        Inhoud van de colleges

college 9: Morfologie

•   wat is een morfeem?
•   classificatie morfemen
•   afleiding; samenstelling en afleidende samenstelling
•   verkleinwoordsvorming in het Nl




                                                           12
      Inhoud van de colleges

college 10: Spelling

• Fonologische invloed op spelling
• Morfologische invloed op spelling
• Historische aspecten




                                      13
      Inhoud van de colleges

college 11: Proeftentamen (2 uur)

• (Proeftentamen zelf thuis doen)
• Bespreken van de antwoorden




                                    14
      Inhoud van de colleges

college 12: Vragenuur (2 uur)




                                15
De onderdelen van Klankleer
                    De spraakketen
Boodschap                                   Boodschap




 Taalvorm                                    Taalvorm
(syntaxis,                                  (syntaxis,
morfologie,                                 morfologie,
fonologie)                                  fonologie)

                       Fonetiek
  Spraakproductie      Spraakgeluid   Spraakperceptie


                                                          16
                     Fonetiek
• De fonetiek is de studie van het spraakgeluid en de
  productie en waarneming van dat spraakgeluid

• Drie deelgebieden van fonetiek:
   – Articulatorische

   – Akoestische

   – Perceptieve


                                                        17
     Toepassingen Fonetiek
• Hulpwetenschap bij taalbeschrijving




                                        18
      Toepassingen Fonetiek
• Hulpwetenschap bij taalbeschrijving
• Basisvak logopedie, zangonderwijs




                                        19
      Toepassingen Fonetiek
• Hulpwetenschap bij taalbeschrijving
• Basisvak logopedie, zangonderwijs
• Onderwijs vreemde talen




                                        20
       Toepassingen Fonetiek
•   Hulpwetenschap bij taalbeschrijving
•   Basisvak logopedie, zangonderwijs
•   Onderwijs vreemde talen
•   Codering van spraak bij communicatietechniek




                                                   21
        Toepassingen Fonetiek
•   Hulpwetenschap bij taalbeschrijving
•   Basisvak logopedie, zangonderwijs
•   Onderwijs vreemde talen
•   Codering van spraak bij communicatietechniek
•   Spraaksynthese
                                        De Voder (1939)
    m.b.v. computers
    (vroeger ook mechanisch)



                                                          22
                                                           terug
       Toepassingen Fonetiek
•   Hulpwetenschap bij taalbeschrijving
•   Basisvak logopedie, zangonderwijs
•   Onderwijs vreemde talen
•   Codering van spraak bij communicatietechniek
•   Spraaksynthese
•   Omzetting tekst in spraak en v.v.
    – commercieel gerichte toepassingen

                                     DECTALK
                                     Female Voice 1987
                                                         23
       Toepassingen Fonetiek
•   Hulpwetenschap bij taalbeschrijving
•   Basisvak logopedie, zangonderwijs
•   Onderwijs vreemde talen
•   Codering van spraak
•   Spraaksynthese
•   Omzetting tekst in spraak en v.v.
•   Hulpmiddelen gehandicapten



                                          24
       Toepassingen Fonetiek
•   Hulpwetenschap bij taalbeschrijving
•   Basisvak logopedie, zangonderwijs
•   Onderwijs vreemde talen
•   Codering van spraak
•   Spraaksynthese
•   Omzetting tekst in spraak en v.v.
•   Hulpmiddelen gehandicapten
     voor blinden:
                                   300 w/m
                                   120 w/m

                                             25
       Toepassingen Fonetiek
•   Hulpwetenschap bij taalbeschrijving
•   Basisvak logopedie, zangonderwijs
•   Onderwijs vreemde talen
•   Codering van spraak
•   Spraaksynthese
•   Omzetting tekst in spraak en v.v.
•   Hulpmiddelen gehandicapten
    voor doven:



                                          26
       Toepassingen Fonetiek
•   Hulpwetenschap bij taalbeschrijving
•   Basisvak logopedie, zangonderwijs
•   Onderwijs vreemde talen
•   Codering van spraak bij communicatietechniek
•   Hulpmiddelen gehandicapten
•   Spraaksynthese m.b.v. computers
•   Hulpmiddelen gehandicapten
•   Technologische toepassing sprekerherkenning


                                                   27
     Toepassingen Fonetiek




• Technologische toepassing sprekerherkenning
  (stemafdruk vgl. vingerafdruk) (Klankleer II)
                                                  28
Fonetiek bij Nederlands & ATW
• Hulpwetenschap bij de fonologie
  – Hulpmiddel bij de beschrijving van de
    klankeninventaris van een taal (hier: het Nederlands)
    met een reeks symbolen (International Phonetic
    Alphabet) (deze collegereeks)
  – Transcriberen van taal (deze collegereeks)
  – Spraakanalyse m.b.v. oscillogrammen en
    spectrogrammen (vervolgcolleges)


                                                     29
                 Fonologie
• De fonologie is een subdiscipline van de
  taalkunde die de klanksystemen bestudeert

    • wat is de functie van een klank in de taal?
    • in welke combinaties met andere klanken kan die klank
      voorkomen in de taal?
    • etc.


      onderwerp colleges 4-5-6-8

                                                         30
                      Fonologie
                  De spraakketen
boodschap                                       boodschap




 taalvorm                                        taalvorm
(syntaxis,                                      (syntaxis,
morfologie,                                     morfologie,
fonologie)                                      fonologie)


    spraakproduktie     spraakgeluid   spraakperceptie

                          fonetiek

                                                              31
  Verschil Fonologie-Fonetiek
• Fonologen zijn geïnteresseerd in de rol van een
  klank, bijvoorbeeld /r/, in het systeem van de taal,
  bijvoorbeeld het Nederlands

     bijvoorbeeld /r/ is betekenisonderscheidend: rook
     betekent iets anders dan kook, maar geen verschil
     in betekenis tussen rook gerealiseerd als [:k]
     of als [:k]



                                                     32
  Verschil Fonologie-Fonetiek
• Als je een ‘muzikale’ analogie wilt gebruiken zou
  je kunnen zeggen dat de fonetiek zich bezighoudt
  met de uitvoering van muziekstukken

• Je zou dan kunnen zeggen dat een fonologische
  beschrijving staat tot een spraakuiting zoals een
  partituur tot een uitvoering




                                                      33
    Klankleer in de (taal)wetenschap
                                              (neuro)fysiologie
                   fysica
                                fonetiek


          taal- en
     spraaktechnologie          fonologie
                                               psycholinguistiek



socio- en ethno-
   linguistiek                                       dialectologie




                   morfologie   syntaxis    semantiek
                                                             34
Articulatorische Fonetiek



                          geluid




            articulatie

                                   35
            De produktie van klanken
 spierkracht (aanslag)       snaar(trilling)     (trilling van) klankkast




      energiebron             geluidsbron                 filter            geluidsgolf




voornaamste              toonhoogte, amplitude    timbre (‘klankkleur’)
perceptieve attribuut




                                                                         36
               Hoe verkrijg je geluid met een gitaar; hoe met een klarinet?
                        De produktie van
                         spraakklanken
subglottale component    glottale component     supraglottale component




      energiebron             geluidsbron                   filter




voornaamste              toonhoogte,amplitude   timbre (‘klankkleur’)
perceptieve attribuut



                 hoofdfuncties van de drie componenten
                                                                          37
           Anatomie van de
           spraakproduktie
Hoofdcomponenten van het spraakproduktieapparaat




                                                   38
           Anatomie van de
           spraakproduktie
Hoofdcomponenten van het spraakproduktieapparaat
• het subglottale systeem: de longen met
  bijbehorende spieren en de luchtwegen onder de
  larynx




                                                   39
           Anatomie van de
           spraakproduktie
Hoofdcomponenten van het spraakproduktieapparaat
• het subglottale systeem: de longen met
  bijbehorende spieren en de luchtwegen onder de
  larynx
• het glottale systeem: het strottehoofd
   (de larynx) met de stembanden




                                                   40
            Anatomie van de
            spraakproduktie
Hoofdcomponenten van het spraakproduktieapparaat
• het subglottale systeem: de longen met
  bijbehorende spieren en de luchtwegen onder de
  larynx
• het glottale systeem: het strottehoofd (de larynx)
  met de stembanden
• het supraglottale systeem: de mond-
  keelholte en de neusholte



                                                       41
Articulatorische classificatie van klanken
initiatiekenmerken:

• richting van de luchtstroom
  De meeste talen kennen alleen klanken die met een naar
  buiten gerichte (egressieve) luchtstroom worden
  geproduceerd,

• … maar er bestaan ook klanken die worden gemaakt op
  basis van een naar binnen gerichte (ingressieve)
  luchtstroom

                                                     42
Articulatorische classificatie van klanken
initiatiekenmerken:

• richting van de luchtstroom

   – egressieve klanken:    [b d   g]

   – ingressieve klanken:   [    ]




                                              43
Articulatorische classificatie van klanken
initiatiekenmerken:

• luchtstroommechanisme
  De luchtstroom voor de meeste klanken is pulmonisch
  (wordt voortgebracht door de longen)

• De twee andere luchtstroommechanismen maken gebruik
  van de glottis (ejectieven) of de compressie van een
  kolom lucht voor een afsluiting achter in de mondholte
  (clicks)

                                                        44
Articulatorische classificatie van klanken
initiatiekenmerken:

  – ejectieven:      [’ ’ k’ ’ ’ ’
    ’]

  – clicks (resp. dentaal, retroflex, lateraal): [     ]

                                                           (Xhõsa)




                                                                 45
 Xhosa: Miriam Makeba – The Click Song
 Zuidafrikaanse Bantu taal    met dank aan Nienke Spanjer




[     ]
http://www.youtube.com/watch?v=2Mwh9z58iAU
http://www.youtube.com/watch?v=OHxkiXALQjU




                                                        46
Articulatorische classificatie van klanken

  laryngale kenmerken:
  • stemhebbendheid               [a ba]
    Een klank kan worden gemaakt met of zonder trilling
    van de stembanden. In het eerste geval spreken we
    van stemhebbende klanken, in het laatste van
    stemloze klanken


  • aspiratie                    [a ha]
  • stemkwaliteit:   breathy:    [ a ]
                     creaky:     [ a ]
                                                     47
Articulatorische classificatie van klanken

(supra)laryngale kenmerken:
constrictie (vocaal vs. consonant)
   Consonanten/medeklinkers: klanken die gemaakt worden
   door ergens in de mond-keelholte (bijvoorbeeld met de
   tong) een zodanige vernauwing aan te brengen dat de
   luchtstroom turbulent of zelfs voor korte perioden
   onderbroken raakt

  Vocalen/klinkers: klanken waarbij de vernauwing afwezig
  of gering is, zodat de luchtstroom ononderbroken en
  gelijkmatig blijft voor de duur van de klank
                                                       48
Articulatorische classificatie van klanken




        vocaal             consonant


                                       49
Anatomie van de spraakproduktie
                                                                  tandkassen
                                                 neusholte
                                                                   (alveolen)

                                           hard gehemelte
                                              (palatum)

                               mondholte


                  zacht
                gehemelte
                 (velum)
                                                                                lippen
                keelholte
                (pharynx)                          tong


                 strotklep
                (epiglottis)

               strottenhoofd
 Stemspleet       (larynx)
   (glottis)
                                                      schildkraakbeen
               stembanden                                (Thyroid)

                Slokdarm
                                                      luchtpijp
               (esophagus)                           (trachea)

                                            ATW/College 1                                50
Anatomie van de spraakproduktie
                                                         tandkassen
                                        neusholte
                                                          (alveolen)

                                  hard gehemelte
                                     (palatum)

                      mondholte


         zacht
       gehemelte
        (velum)
                                                                         lippen
       keelholte
                                          tong
       (pharynx)

        strotklep
       (epiglottis)

      strottenhoofd                                  tongrug           tongblad   tongpunt
         (larynx)

                                             schildkraakbeen
     stembanden                               tongwortel
                                                (Thyroid)

      Slokdarm
                                             luchtpijp
     (esophagus)                             (trachea)

                                                         tongbeen
                                                                                             51
Anatomie van de spraakproduktie
                          actieve articulatoren




                zacht
              gehemelte
               (velum)


                                                                   lippen

                           tongwortel        tongrug    tongpunt


        strotklep               faryngale wand
       (epiglottis)

      strottenhoofd
         (larynx)


     stembanden




                                        ATW/College 1                       52
Articulatorische classificatie van
          consonanten
            uvulair   velair      palataal     postalveolair       alveolair    dentaal




                                                                                          bilabiaal


                                     dorsaal                                           labiodentaal


     faryngaal                 radicaal      laminaal                        apicaal


                                                               sub-apicaal



       glottaal




                                     College 1                                                        53
                                         Consonanten
               bilabial   labiodental   dental   alveolar   postalveolar   retroflex   palatal   velar   uvular   pharyngeal        glottal

  plosive
                                                          d                                  k                             
                 b                                                                             g        
   nasal
                                                                                                       
                
    trill
                                                     
                                                                                                          
 tap or flap
                                                      
                                                                             
  fricative
                                                                                                                          h
                                                                                                                            
   lateral
  fricative
                                                           
approximant
                 (w)                                                                              
                                                                                       
   lateral
approximant
                                                                                                   
                                                                                        




                                                                                                                               54
Articulatorische classificatie van klanken
   kenmerken voor consonanten

 • plaats
   De locatie in de spraakbuis waar de constrictie die de
   luchtstroom hindert wordt gemaakt, en indien nodig,
   het gedeelte van de tong waarmee de constrictie
   wordt gemaakt




                                                       55
Articulatorische classificatie van klanken
   kenmerken voor consonanten

 • plaats
 • stemhebbendheid




                                       56
Articulatorische classificatie van klanken
   kenmerken voor consonanten

 • plaats
 • stemhebbendheid
 • wijze
   de mate, sterkte, en vorm van constrictie in de keel-,
   neus- en mondholte




                                                        57
Articulatorische classificatie van klanken

  wijzekenmerken (mate en sterkte van constrictie)

• (ex)plosieven
  of plofklanken zijn klanken waarbij de luchtstroom voor
  korte tijd volledig wordt onderbroken, waarna de lucht
  weer vrijkomt met een klein plofje (release burst)




                                                            58
Articulatorische classificatie van klanken
   wijzekenmerken (mate van constrictie)
 • fricatieven
   of wrijfklanken worden gemaakt door twee
   articulatoren zeer dicht bijelkaar te brengen zodat de
   luchtstroom turbulent wordt en een ruisgeluid
   voortbrengt.




                                                        59
Articulatorische classificatie van klanken

   wijzekenmerken (mate van constrictie)

 • nasaal
   Net als genasaliseerde vocalen worden nasale
   consonanten met een lage velumstand geproduceerd

     De mondholte is altijd volledig afgesloten: er lijken geen
     talen te bestaan die gebruik maken van nasale fricatieven




                                                                  60
Articulatorische classificatie van klanken
    wijzekenmerken (vorm van constrictie)

  • lateralen
    zijn klanken waarbij de (meeste) lucht langs de zijden
    van de tong ontsnapt




                                                        61
Articulatorische classificatie van klanken

  wijzekenmerken (mate en sterkte van constrictie)

• trilklanken
  of ratelaars zijn series van zeer korte afsluitingen die
  gemaakt worden door twee articulatoren (waarvan er
  tenminste één een geringe massa moet hebben) bijelkaar
  te brengen en er een luchtstroom door te voeren




                                                       62
Articulatorische classificatie van klanken

   wijzekenmerken (mate van constrictie)

 • approximanten
   of halfvocalen zijn in feite nauwelijks van vocalen te
   onderscheiden, behalve in duur (lengte) en positie in
   de syllabe. Er is sprake van een constrictie, maar de
   luchtstroom wordt niet- of nauwelijks verstoord




                                                        63
Articulatorische classificatie van klanken
    wijzekenmerken (vorm van constrictie)

  • taps
    of flaps zijn zeer korte volledige afsluitingen zonder
    waarneembare release




                                                             64
Articulatorische classificatie van klanken




                                                      65
http://www.chass.utoronto.ca/~danhall/phonetics/sammy.html
Articulatorische classificatie van klanken
      ARTICULATIEPLAATS                PLAATS IN SPRAAKBUIS   BEWEGENDE ARTICULATOR

      1. bilabiaal                     labiaal                onderlip

      2. linguo-labiaal                labiaal                tongblad

      3. labiodentaal                  dentaal                onderlip

      4. interdentaal                  dentaal                tongblad

      5. apicaal dentaal               dentaal                tongpunt

      6. laminaal dentaal-alveolair    dentaal en alveolair   tongblad

      7. apicaal-alveolair             alveolair              tongpunt

      8. laminaal-alveolair            alveolair              tongblad

      9. apicaal retroflex             post-alveolair         tongpunt

      10. laminaal palato-alvelolair   post-alveolair         tongblad

      11. sub-apicaal-retroflex        palataal               tongonderblad

      12. palataal                     palataal               tongblad

      13. velair                       velair                 tongrug

      14. uvulair                      uvulair                tongrug

      15. faryngaal                    faryngaal              tongwortel

      16. glottaal                     glottaal               stembanden


     *naar Ladefoged & Maddieson 1996

     Onderstreept = in gebruik in Nederlandse klanken                                 66
Articulatorische classificatie van vocalen


             close        front    central   back


           close-mid


           open-mid


             open




    het klassieke schema voor tongpositie in vocalen

                                                       67
Articulatorische classificatie van vocalen


           close        front     central   back


         close-mid


         open-mid


           open




       mate van constrictie: gesloten vs. open

                                                   68
Articulatorische classificatie van vocalen




       mate van constrictie: gesloten vs. open

                                                 69
Articulatorische classificatie van vocalen


            close         front     central   back


          close-mid


          open-mid



            open




       plaats van de constrictie: voor vs. achter

                                                     70
Articulatorische classificatie van vocalen




       plaats van de constrictie: voor vs. achter

                                                    71
Articulatorische classificatie van klanken

      kenmerken voor vocalen

  •   mate van constrictie: gesloten vs. open
  •   plaats van de constrictie: voor vs. achter
  •   ronding: gerond vs. ongerond (gespreid)
  •   lengte: lang vs. kort




                                                   72
                    Vocalen
            front           central            back
close                                            


close-mid

                                      
open-mid




open                 a
                                                     73
http://phonetics.ucla.edu/vowels/chapter11/tongue.html
                                Vocalen
               front                   central             back
    close                                                 
                                                     

   close-mid
                                                       
                                             
    open-mid                                            
                               
                                                  
    open                           a                       
                                                                   74
http://www.sil.org/computing/speechtools/ipahelp/IPAprvw2.htm
                    Huiswerk
• Neem de collegestof door van dit college
• Leer de termen uit je hoofd!
• (Achtergrondliteratuur: tekst 1 van Slis (1988) (zie
  Nestor))




                                                         75

								
To top