Van chirurgijn tot huisarts in Deurne by 5B27ypXK

VIEWS: 0 PAGES: 35

									Van chirurgijn tot huisarts in Deurne

Volgens Ouwerling is een volledige lijst van de Deurnese geneesheren “met geen
mogelijkheid te leveren”.1 Daarin heeft hij zeker gelijk als we zoeken naar geneeskundigen
van vóór 1700, maar over de laatste 300 jaar is een tamelijk compleet beeld te geven. Er zal
geprobeerd worden in deze bijdrage een antwoord te geven op de vraag hoe de
achtereenvolgende praktijken elkaar opvolgden en welke artsen zich, recentelijk of langer
geleden, hier vestigden. Tenslotte zullen ook nog de artsen de revue passeren die zich voor
kortere of langere tijd in Deurne ophielden of er incidenteel praktijk uitoefenden.
We willen hier tevens per arts alle ons bekende medische handelingen, althans van vóór 1900,
vermelden, waardoor een beeld ontstaat van een gedeelte van hun werkzaamheden. Vanwege
de aard van de gebruikte bronnen, voor het overgrote deel overheidsarchieven, moet dat beeld
noodzakelijkerwijs vervormd zijn. Over de dagelijkse praktijk van de artsen en chirurgijns
zegt die opsomming bar weinig, wel geeft het enige informatie over bepaalde facetten van hun
beroep, met name op het raakvlak van geneeskunde en justitie. Zo komen tamelijk uitgebreid
de lijkschouwingen aan bod, en daarmee ook de onnatuurlijke dood door verdrinking of
zelfmoord. En ook de vele tientallen vechtpartijen waarbij doden of gewonden vielen zullen
de revue passeren.
Voor zover dat mogelijk is zal ook aandacht geschonken worden aan de plaats van herkomst
der artsen, hun opleiding en hun vestigingsplaats in Deurne.
Wat betreft de kundigheid van de doktoren en chirurgijnen in vroeger eeuwen valt weinig met
zekerheid te zeggen. Evidence based medicine bestond nog niet, veel geneesmethoden waren
gebaseerd op eeuwenoude principes waarvan we nu weten dat ze nauwelijks enige
wetenschappelijke onderbouwing hadden en daardoor ook, als ze al werkzaam waren,
nauwelijks meer dan een placebo-effect uitoefenden. Anderzijds zullen er ook nauwkeurig
waarnemende geneesheren geweest zijn met een gedegen anatomische en fysiologische
kennis, die een juiste diagnose konden stellen maar bij wie het simpelweg nog ontbrak aan de
juiste middelen en technieken om genezing of verlichting te brengen.
Soms, zoals in het geval van dokter Herckenrath, wordt ons een kijkje achter de schermen
gegund. Ook kunnen we een enkele keer een onpartijdige tijdgenoot aan het woord laten,
zoals de uitmuntend observerende Helmondse districtscommissaris Wesselman die in zijn
jaarverslag over 1826 ondermeer schreef: “Aan het getal geneesheeren en heelmeesters
ontbreekt het wel niet, doch over derzelver kunde hoort men dikwils, en naar ik vermeen van
sommigen niet ten onregte, klagen.”2
Kwakzalverij en onbevoegde uitoefening van de geneeskunst waren wijdverbreid. Een enkele
keer komt in dit kader ook een Deurnenaar voor het voetlicht. Zoals de 78-jarige Jozef
Beekers die een 1843 een boete van 25 gulden kreeg omdat hij in Sambeek een lijder aan een
liesbreuk geneeskundige hulp had verleend en zalf en pleisters had toegediend. Deze uit het
Belgische Herentals afkomstige bejaarde man was eigenlijk veehandelaar en slager van
beroep; hij wist dus in ieder geval het mes te hanteren.3
In de tweede helft van de 19de eeuw gaat men het belang inzien van goede hygiëne. Er komen
dan bijvoorbeeld ook wettelijke voorschriften voor het vervoer van personen die een
besmettelijke ziekte hebben en de ontsmetting van de kleding van de hulpverleners.4 Ook
worden dan de opleidingseisen van de artsen flink aangescherpt en daarmee wordt een goede
basis gelegd voor de huidige huisartsgeneeskunde.
Huisartsenpraktijk Gezondheidsplein kan met recht beschouwd worden als de praktijk met de
oudste wortels in Deurne. De achtereenvolgende medische solisten van halverwege de 17de
eeuw tot en met dokter Wennekers waren de rechtstreekse voorgangers van het huidige
artsentrio aan de Fabriekstraat. We zullen hen in chronologische volgorde onder de loep
nemen.


Onderstaand treft u een schema aan waaruit duidelijk wordt hoe de "bloedlijnen" lopen van de
verschillende huisartspraktijken:


                                             Henricus van Baar

                                             Johannes Rousseau

                                             Theodorus
                                             Passtoors

                                             Hendrik Peeters

                                 Hendrik                          Peter van
                                             Sjeng Crobach
                                 Wiegersma                        Noort

                                 Jaap                             Adriaan
           Jan        Hans                   Remi Verhaegen
                                 Wiegersma                        Weijenborg
           Rutten     Reijnen
                      Marcel
           Ulrich                Peter                                          Paul        Frans
                      de                     Dolf Wennekers       Wim Gerrits
           Schultz               Janssen                                        Hoogma      Janssens
                      Bakel
                                             Jules van Uden
                                                                  Kees de                   Ivo
                                                                                Lodewijk-               Pieter
Eimert                                       Pieter Leijte        Kock en                   Bierens
           Huisartsenpraktijk De Poort                                          Jan                     van
Kooijman                                                          Nicoline de               en Fianne
                                             Huisartsenpraktijk                 Doensen                 Hugten
                                                                  Bie                       van Cleef
                                             Gezondheidsplein




Laurens de Louw

Mr. Laurens de Louw werd in 1636 op 24-jarige leeftijd kosterschoolmeester in Deurne. Zijn
vader was chirurgijn en wellicht heeft hij van hem ook enige beginselen van dat vak
meegekregen. Vooral nadat hij in 1648 bij de Vrede van Munster zijn baantje als
kosterschoolmeester verloor omdat een protestant in zijn plaats moest komen, zal hij mede als
chirurgijn de kost voor zijn gezin hebben moeten verdienen. We vinden hem ook een enkele
keer vermeld als bierbrouwer.5 Met meer dan 6 hectaren grond hoorde meester de Louw in
1651 tot de rijkere Deurnenaren.6
In 1660 liep Ansem Wilberts tijdens een ruzie in de herberg van Jan Daniëls op Vreekwijk
flinke snijwonden aan lip, kin en arm op en werd de chirurgijn om hulp gevraagd.7
In augustus 1669 moest hij hulp verlenen aan Claes, de zoon van Philips Claes Martens, die
na een vechtpartij met het mes gewond was aan zijn rechterhand door toedoen van Jelis, de
zoon van Lambert Jansen de timmerman.8
Hij heeft het chirurgijnvak ook doorgegeven aan zijn oudste zoon Paulus, die volgt.

Hendrik Bogaerts
Hendrik Bogaerts was behalve schepen van Deurne tevens dorpsbarbier en herbergier.
Dikwijls zien we dat de barbier tevens chirurgijn is en zo ook hier. Toen in 1670 de beruchte
politieke moordaanslag op Jacob Goorts plaatsvond vroeg zijn jammerende huisvrouw om
medische bijstand van de schepenbarbier Hendrik Bogaerts of van meester Laurens de Louw.9
Hij was protestant maar nauwelijks geschoold, Ouwerling schreef over hem: "hij was
‘ongeleerd’ maar allengs leerde hij zijn naam schrijven".10


Paulus de Louw


Ook voor Paulus de Louw geldt dat hij zowel barbier als chirurgijn was. Hij leerde het vak
van zijn vader en overleed in 1688; hij woonde toen in Vlierden.11
De “barrebier meester Pouwels de Louw” behandelde op 3 november 1683 een aantal hoofd-
en buikwonden, die Jan Marcelissen had opgelopen voor de Liesselse herberg van Jan Peter
Goossens waar de “jonckheijt te bier ging”.12
Na de dood van meester Paulus de Louw schijnt er enige tijd geen geneesheer of chirurgijn in
Deurne te zijn geweest. Na de moord op Evert Cuijpers in de herberg van Daniël van Esch in
Vlierden op 8 september 1698 vond de lijkschouwing plaats door mr. Henrick Canters en mr.
Cornelis van Deurssen, resp. medicinae doctor en chirurgijn te Helmond.13 Ook in 1703 werd
het lijk van Jan Wilberts alias Grootens van Melis, tijdens Deurne-markt op 21 september
doodgestoken, door resp. dr. Van den Grootenacker en chirurgijn mr. Johan Kets uit Helmond
gevisiteerd.14 Bij de visitatie na de dodelijke vechtpartij in 1707, waarbij Jan Caris van Meijl
het slachtoffer was, werd Van den Grootenacker vergezeld door chirurgijn mr. Gerard
Gradth.15


Cornelis de Loyer


Cornelis de Loyer is rond 1689 in Oss geboren en huwde in 1715 met de Deurnese Antonia
Hurkmans, de dochter van de herbergier van de Roode Leeuw.16 De Loyer had zelf trouwens
ook een herberg.17
Op 15 december 1714 kreeg hij van het corpus van Deurne toestemming om zich hier als
chirurgijn te vestigen en genoot daarbij van de gemeente een jaarlijks terugkerend douceurtje
van 25 gulden.18 Blijkbaar kreeg men al snel spijt van deze toegezegde jaarlijkse toelage want
het jaar daarop werd het bedrag verminderd tot 15 gulden en voor dat bedrag moest hij ook
nog gratis medische hulp verstrekken aan alle arme ingezetenen van Deurne.19 In 1731 werd
zijn jaarsalaris van gemeentewege verhoogd tot 20 gulden, maar men kwam erachter dat de
dokters in steden als Helmond en Eindhoven maar 15 of 16 gulden jaarlijks kregen voor de
armenpraktijk en dus werd besloten om ingaande 1734 het salaris weer terug te brengen tot 15
gulden. Als reden werd bovendien aangevoerd dat de armenkas de laatste jaren zo weinig
inkomsten kende.20 Hoe de toenmalige verhoudingen tussen de plaatselijke geneesheer en het
dorpsbestuur lagen wordt duidelijk uit het feit dat De Loyer in 1739 een klacht indiende
omdat hij al vier jaar lang zijn jaarlijks traktement als dorpsdokter voor de armen niet meer
had ontvangen. Hij wilde weliswaar zijn functie tegen het gestelde salaris blijven uitoefenen,
maar eiste dan wel enkele zekerheden. Allereerst zou zijn verbintenis met de gemeente
gedurende een periode van zes jaar blijven gelden, bovendien zou hij voortaan vrijgesteld
moeten zijn van het houden van nachtwacht, let wel niet als arts maar, zoals alle volwassen
mannen destijds moesten, om periodiek te waken over de veiligheid van zijn slapende
dorpsgenoten. Ook zou hij dan voortaan vrijgesteld moeten zijn van verplichte
graafwerkzaamheden ten behoeve van de gemeente. De plaatselijke bestuurders besloten om
van zijn achterstallige salaris van 60 gulden er 42 uit te betalen en zijn overige eisen in te
willigen.21 Toch rezen daarover in 1747 weer moeilijkheden. In dat jaar werd geloot over de
vraag welke Deurnenaren verplicht waren om werkvolk te leveren bij werkzaamheden voor
het leger en toen De Loyer merkte dat ook hij bij de lotelingen hoorde protesteerde hij
daartegen, immer ook in andere plaatsen waren de chirurgijns daarvan vrijgesteld.
Uiteindelijk ging het Deurnese gemeentebestuur overstag en mocht De Loyer thuisblijven.22
In 1747 kwamen er bij de gemeente klachten binnen dat de armlastigen slecht door De Loyer
zouden zijn behandeld. Men besloot daarom om het jaarcontract te verbreken en de chirurgijn
voortaan per behandeling te betalen.23
In 1715 assisteerde hij dokter Johan van den Grootenacker uit Helmond bij de visitatie van het
lichaam van Gielen Jan Gielens, die tijdens het koren dorsen in de schuur van predikant
Rauwers door Jan Vermeulen alias Engelen met de dorsvlegel was doodgeslagen.24
In 1716 besloot Hendrik Mathijsen van Eijck uit Vlierden om protestant te worden en ging bij
bij dominee Rauwers in de leer. Zijn besluit werd door o.a. Willem Hikspoors niet op prijs
gesteld en hij maakte hem dat ook hardhandig duidelijk. Met een steen gooide hij een gat in
het hoofd van de bekeerling, die besloot om binnen te vluchten bij Cornelis de Loyer om er
veiligheid en behandeling te zoeken. Maar hij werd door Hikspoors weer aan zijn haren naar
buiten getrokken.25
In 1721 visiteerde hij de drenkeling Peter Teunis van Hoof.26
In 1722 moest hij constateren dat Jacob de muldersknecht, die verdronken was in de sloot
tegenover het huis van Hendrik Konings, aan zijn linker schouderblad was blauwgeslagen en
dat meerdere messneden in zijn hand en kleding zaten. Daarvoor had hij tijdens een
bruiloftsfeest ruzie gekregen met Dirk Hikspoors.27
In 1725 werd De Loyer, samen met dokter Van den Grootenacker, geroepen bij het lijk van
Gerrit Hendrik Noijen. Hij was dodelijk gewond door een schot hagel in zijn rechterbuik en in
zijn rechter arm.28 Op dinsdag 6 maart liep Noijen, samen met Adriaan Lambers van Houtem
en enkele anderen, door Meijel. Toen ze bij het huis van de pastoor kwamen, waar een
zogenaamd “heijligenhuijske” stond, verzocht Noijen Van Houtem zijn hoed af te zetten uit
eerbied voor het heiligdom. Deze weigerde dat en daarover kregen ze woorden, waarbij
Noijen hem uitschold: “gij sijt een verdoemde Geus, gij brootgeus, daar gij bent, ik sal U hier
Catolijk maken, en dat ook sijn vrouw scholt, voor een Geuse duyvel, en datse ook een reys,
of driemaal, in de kerk was geweest, en dat se soude branden in de helle, als een pekstok”. Al
ruziënd liepen ze verder richting de Moosdijk en na herhaalde wederzijdse bedreigingen
schoot Adriaan van Houtem het slachtoffer dood met zijn snaphaan. Dries van Rijt, die ook
bij het gezelschap hoorde, werd door beide benen geschoten.29
In 1729 was Adolf van Schaijk, de Deurnese gemeentemeester, het slachtoffer van een
mislukte moordpoging van Willem Jan Melis. Van Schaijk werd, lopend op straat ter hoogte
van Vreekwijk, door Melis aangevallen met een mes en een mesthaak en liep daarbij
meerdere gevaarlijke hoofdwonden op, die door Cornelis de Loyer werden behandeld.30
In 1739 moest De Loyer een bloedende hoofdwonde van Peter Ariaens behandelen. Bij
onderhandelingen over een paardenruil kreeg hij slaande ruzie met Joost Manders.31
In 1741 visiteerde hij het lichaam van een dode soldaat, die gevonden was in een korenveld
op Bruggen en van wie hoofd en handen waren aangeknaagd door ongedierte.32
In 1743 visiteerde hij, samen met dokter Van den Grootenacker en de Astense chirurgijn
Hendrik Halbersmit, het pasgeboren kind van de weduwe Van Bommel. Over het
afschuwelijk drama dat achter deze visitatie schuilgaat heeft Luuk Keunen ons ingelicht in het
artikel “Peternel Sijmons, weduwe van Antoni van Bommel – haar kinderen en haar vlucht”.33
In 1745 had hij de Deurnese soldaat Johannes Groenewalt onder behandeling. Bij de
belegering van de citadel van Doornik was deze aan zijn linkerbeen gewond geraakt.34
In 1746 ontving hij uit de Vlierdense armenkas 12 gulden; dat bedrag was hij
overeengekomen met het armbestuur voor geneesmiddelen en geneeskundige behandeling van
de voet van de dochter van Willem Coolen. Omdat zij in de toen nog zelfstandige heerlijkheid
Vlierden woonde viel zij buiten de normale behandelingsovereenkomst voor armen binnen de
gemeente Deurne.35
In 1747 heerste er op verschillende plaatsen dysenterie, destijds aangeduid als de “roode
loop”, en werden de Deurnenaren verplicht gesteld om, zodra ze merkten dat deze
besmettelijke ziekte in hun omgeving was uitgebroken, onmiddellijk de chirurgijn daarvan op
de hoogte te stellen. Hij zorgde dan voor de nodige geneesmiddelen. Bleef men in gebreke
dan riskeerde men een boete van drie gulden (destijds een weeksalaris). Op zijn beurt was De
Loyer verplicht om een lijst bij te houden van alle ziektegevallen en die iedere zaterdag naar
de gemeentesecretarie te brengen.36 Dat juist enkele maanden daarvoor voor de armenzorg in
Deurne het abonnementssysteem in een declaratie per verrichting kwam bij De Loyer goed te
pas.
In 1748 werd Peter Daniëls door De Loyer voor het gerecht gedaagd omdat de rekening van
11 gulden en 15 st. voor de behandeling van zijn zieke zuster Goortje nog niet betaald was.37
In 1748 visiteerde De Loyer het lichaam van Jan Willemszoon, die als schaapshoeder
werkzaam was bij Claas Welten op de Hertsberg en die verdronken was in de Aa tussen Asten
en Vlierden.38
In 1749 raakte de vorster Michiel van Schaijk gewond door messteken in zijn rechter borst,
boven zijn buiknavel en in “het dik van zijn rechterbeen” toen hij twee Venraijse
vechtersbazen wilde arresteren in de herberg van Hendrik van de Moosdijk. Hij kon daardoor
enkele weken zijn functie niet waarnemen. Cornelis de Loyer moest hem verbinden, maar ook
Christiaan van Bakel, een van de twee boosdoeners, werd gewond en had heelkundige hulp
van De Loyer nodig.39
In 1750 constateerde De Loyer de verdrinkingsdood van het tweejarige kind van Joost
Thomas van de Heuvel in Vlierden aan de Beersdonk.40
Op een novemberavond in 1750 werd de Deurnese drossaard La Forme op brutale wijze door
een roversbende overvallen en van vele honderden guldens aan geld en gouden en zilveren
voorwerpen beroofd. Daarbij raakte hij ernstig gewond aan zijn hoofd, hand en borst. De
Loyer verleende geneeskundige hulp.41 Deze zaak had nogal gevolgen voor de Deurnese
bevolking want zij moest opdraaien voor de schade die de drossaard, de rijkste man van het
dorp nota bene, geleden had. Overigens verklaarde de dominee in de herberg van De Loyer
dat hij het met die claim van zijn geloofsgenoot niet eens was.42
In 1751 visiteerde hij, samen met dokter Van den Grootenacker, het lichaam van Jan
Vermeulen uit Well in de herberg van de weduwe Andries van Bommel. Hij was daar door
Antony Groenewalt tijdens een vechtpartij met een mes doodgestoken.43
In 1752 moest De Loyer constateren dat Gerrit, het driejarig zoontje van Frans van Hugten op
de hoeve de Vorst in Vlierden, enkele uren nadat hij in een kuip met kokend water was
gevallen aan de brandwonden was overleden.44
In 1753 moest De Loyer een messteek aan schouder en borst behandelen van de nachtroeper
en schutter Thomas Timmermans, die in de herberg van Hermanus Manders aan het Haageind
in het holst van de nacht was toegetakeld door iemand uit Gemert.45
In 1757 probeerden de armmeesters van Deurne de chirurgijn tevergeefs zover te krijgen om
weer terug te gaan naar een abonnementstarief van 15 gulden per jaar voor behandeling van
armlastige personen.46
In 1757 viel Dirk Teunis Peels, hoevenaar op de Hazeldonk, vanaf de korentas in de schuur
naar beneden en overleefde zijn val niet omdat hij daarbij zijn hals brak, zo moest De Loyer
constateren.47
In 1761 werd Arnoldus Meulendijcx met drie aangezichtswonden en een gebroken rib op een
kar bij De Loyer gebracht. Jan Wouters de Groot had hem die verwondingen toegebracht bij
een ruzie over die vraag wie eigenaar was van een gevonden bijenzwerm.48
In 1762 viel er weer een driejarige in een ketel met kokend water, deze keer was het Francis
de zoon van Francis Fransen uit Liessel. Ook hier moest De Loyer constateren dat het kind
enkele uren later tengevolge van de opgelopen brandwonden overleed.49
In 1763 daagde Cornelis de Loyer Hendrik Gielens voor het gerecht omdat deze hem nog 5
gld. 5 st. schuldig was wegens behandeling van een “kwaad been” van diens zoon.50
In 1766 constateerde De Loyer dat Elisabeth, het tweejarig dochtertje van Hendrik
Vervoordeldonk uit Vlierden, in een kuipje water, dat bij de put stond, was gevallen en
verdronken.51
Een uiterst merkwaardige gebeurtenis, waarbij Cornelis de Loyer een hoofdrol speelde, niet
als behandelaar maar als dader, speelde zich af op 1 juni 1772, De Loyer was toen dus al een
man van ruim over de 80 jaar oud. Godefridus Sauvé uit Asten was op bezoek in Deurne en
overnachtte er twee dagen in herberg de Zwaan. De Loyer en Sauvé bezochten de eerste
avond meerdere herbergen, ondermeer die van De Loyer zelf, en zij gingen vriendelijk met
elkaar om. De tweede avond zocht De Loyer opnieuw de Astenaar op in herberg De Zwaan en
na enige tijd samen te hebben gedronken nodigde De Loyer hem uit om bij hem te komen
slapen. Sauvé sloeg het aanbod af omdat hij al gereserveerd had in De Zwaan. Wel wilde hij
ingaan op het verzoek van De Loyer om hem, tegen tien uur ‘s avonds, naar huis te
begeleiden. Onderweg hadden beide heren een geanimeerd gesprek “over de chirurgie”.
Plotseling werd Sauvé, volgens eigen zeggen, door De Loyer bij zijn hals gegrepen en kreeg
hij van hem enkele messneden over zijn neus en beide wangen, zeggende: “Gedenk dat ik
sulx gedaan heb”. Daarna gingen beide heren hun eigen weg.52 Was hier sprake van een
“crime passionel”?
Na 60 jaar werkzaam te zijn geweest in Deurne werd Cornelis de Loyer in maart 1775 door de
Deurnese regenten “bedankt als chirurgijn van de arme lieden en zijne gedaane diensten aan
dezelve”. Er was noch een plechtigheid, noch een cadeautje aan verbonden, zelfs namen de
schepenen niet de moeite om hem persoonlijk de hand te drukken: ze stuurden de vorster die
het dankwoord, of liever de opzegging van de dienstbetrekking, namens hen uitsprak.53


Cornelis Johannes Nentwig
Cornelis Johannes Nentwig was opgeleid bij de vakkundige Groningse “operateur” Frederik
Wilhelm Hagen.54 Hij vestigde zich in de winter 1770-1771 in Deurne en nam er de praktijk
waar van de ruim 80-jarige Cornelis de Loyer. Toen zijn vrouw zwanger bleek eiste men van
hem een zogenaamde ontlastbrief, een bewijs dat de plaats van herkomst bij eventuele
armlastigheid voor ondersteuning zou zorgen. Die kon Nentwig niet overleggen en er werd
genoegen genomen met een schriftelijke verklaring dat hij nooit een beroep zou doen op recht
tot ondersteuning.55 In april 1771 kreeg hij toestemming om nog een half jaar in Deurne te
mogen blijven, omdat hij nog patiënten onder behandeling had die hij hoopte te kunnen
genezen.56
In 1774 visiteerde hij het lichaam van Cornelis Mathijs van Bree, een koeienherder die in het
Kerkeind een dodelijke val van de hooischelft maakt.57
In januari 1776 vond men, liggend op het ijs tussen Deurne Helmond, het dode lichaam van
Lambert Soeteriks, met bloed uit zijn neus en mond. Het lichaam werd naar de kerk gebracht
waar Nentwig na onderzoek tot de conclusie kwam dat hij op het ijs een ongelukkige val
moest hebben gemaakt waarbij hij zijn rechter arm had gebroken en door kou bevangen het
leven had gelaten.58
In 1777 kreeg Johannes van den Boomen het, na een bezoek aan de Vlierdense herberg van
Gerrit Welten, letterlijk aan de stok met de plaatselijke herbergier. Gevolg was dat zijn linker
arm uit de kom raakte en zijn linker heupbeen en zijde heel pijnlijk getroffen werden. De
volgende dag zette Nentwig de arm weer in het lid en verbond het been van het van pijn
kermende slachtoffer.59
In 1778 moest de hulp van Nentwig ingeroepen worden nadat Jan Aart Roijackers met zijn
mes het gezicht van Jan Francis Evers had bewerkt. Hij had een snee van zijn linker oor tot op
“de strot van de keel”. Deze vechtpartij mondde uit in een geruchtmakend monsterproces.60


Johannes Theodoor Herckenrath


De vroegste vermelding met betrekking tot dokter Herckenrath in Deurne dateert van 1773
toen hij een rechtszaak aanspande tegen de kinderen en erfgenamen van Jenneke, de weduwe
van Willem van de Mortel, die weigerden zijn torenhoge rekening voor zijn bijstand tijdens
het ziek- en sterfbed van hun moeder te voldoen. Daarbij draaide het ondermeer om de vraag
of Herckenrath verplicht was de samenstelling van het door hem gebruikte geheimmiddel
prijs te geven. Over deze zaak werd eerder gepubliceerd in D’n Uijtbeijndel.61
Van dokter Herckenrath is bekend dat hij een liefhebber was van de plezierjacht. in 1780
pachtte hij de jacht in de Zeilberg en een gedeelte van Vreekwijk.62 Hij woonde in ieder geval
tot 1782 in het Haageind, waar hij een woning huurde van Andries Jan Flipsen. Dat huis stond
op het huidige adres Haageind nr. 7, naast de vermaarde herberg “De Prins”.63 In juli 1788
verliet hij Deurne een kreeg van de schepenen een verklaring mee dat hij ruim 12 jaar in
Deurne had gewoond en zijn dokterspraktijk met groot succes had uitgeoefend en zich steeds
goed en eerlijk had gedragen.64
In 1783 verrichtte Herckenrath de lijkschouwing van de circa 3-jarig kind van de weduwe Piet
de Louw, dat in het Derp in een brand- of plukselkuil was verdronken.65
In 1784 en 1785 declareerde hij visites en medicijnen aan de zieke Dirk Manders in
Vlierden.66
Franciscus Bartholomeus Donkers


Franciscus Bartolomeus Donkers werd op 26 juli 1758 in Gemert geboren en overleed op 24
augustus 1822 in Deurne. Hij trouwde in 1805 op 46-jarige leeftijd met de 28-jarige Deurnese
Maria van Neerven. Waarschijnlijk is hij niet als medicinae doctor afgestudeerd, ofschoon hij
soms wel als zodanig werd aangeduid en met een chirurgijn meerdere lijkschouwingen
verrichtte. Bij de ter visie geving van de medische diploma’s in 1812 komt zijn naam niet
voor. Wel heeft hij vele jaren geneesmiddelen in Deurne verkocht. Toen hij in 1820 zijn
notarieel testament liet maken liet hij zich aanduiden als apotheker. Zijn huwelijk met Maria
van Neerven is kinderloos gebleven.67
Het vroegst bekende optreden van Franciscus Donkers als medinicae doctor is 9 juli 1796
toen hij het lichaam visiteerde van het twee jaar oude kind van Lambert van Rijt uit de
Zeilberg, dat in de put was verdronken.68
In 1801 visiteerde hij, samen met de Meijelse chirurgijn Lambertus van de Kraan, het lichaam
van de 21-jarige Maria van Hugten uit Meijel, die bij het huis van de wed. Willem van Calis
aan de Moosdijk dodelijk werd getroffen door een afgaand geweer dat uit de handen viel van
de 16-jarige Meijelnaar Jacob van de Laar.69
In 1805 visiteerde hij, samen met chirurgijn Josephus Baselaar, het lichaam van de 5-jarige
Antonetta Kolen, die in de Wasberg in een put was verdronken.70
In 1805 visiteerden Donkers en Baselaar ook het lichaam van de 15-jarige Pieter Jacobus
Coolen, die in de Zeilbergse Peel, ter plaatse genaamd de Withorstse Kuijlen, was
verdronken.71
In 1808 visiteerde hij, samen met chirurgijn Baselaar, het lichaam van het eenjarig kind
Francis van Gog, verdronken in een sloot op het Vloeieind.72
In 1807 en 1808 werd hem patent verleend voor het uitoefenen van het apothekersvak.73


Josephus Andreas Baselaar


Jozeph Baselier was katholiek en geboortig van Den Bosch. Hij vestigde zich in of kort voor
1805 in Deurne en trouwde in 1809 hier met de eveneens in Den Bosch geboren Johanna
Francisca Groenewald. In 1807, 1808 en 1809 werden hem patent verleend tot het uitoefenen
van zijn beroep als chirurgijn.74 Hij noemde zich soms ook vroedmeester.75 Na de inlijving
van Nederland bij Frankrijk, waarmee ook de Franse wetgeving van kracht werd, werden de
eisen voor vakbekwaamheid opgeschroefd. Ook Baselier en d’Aumerie moesten in 1812 in
Eindhoven hun diploma’s gaan tonen om als erkend chirurgijn resp. medicinae doctor te
kunnen blijven werken.76 Voor zover we hebben kunnen nagaan werden uit dit huwelijk twee
kinderen geboren, zijn zoon Hubertus Leonardus in 1813 in Deurne en zijn dochter Anna
Ludovica in 1815 in Bakel. Wellicht heeft hij dus ook nog enige tijd in Bakel praktijk
gevoerd, maar moet vandaar naar elders vertrokken zijn.
1805 zie ook onder Donkers.
In 1805 gaf Baselaar een verklaring af met betrekking tot de geestesziekte van Willem
Verberne om hem voor de veiligheid te kunnen opsluiten.77
1808 zie onder Donkers
In 1809 ontving hij 6 gulden voor “het treeteere van een deslocasie an den arm van den soon
van de weduwe Dirk Boumans”. Ook een dislocatie van de onderarm van de dochter van J.
van der Heijden was behandeld en Willem Manders was “gebrandhijd aan het beenen
verbonden” en had geneesmiddelen ontvangen.78
In 1811 behandelde hij de decubitus van Joannes, de zoon van de wed. Johanna Fransen.79


Henricus Theodorus van Baar


Na het vertrek van Andries Baselaar heeft Deurne het waarschijnlijk een aantal jaren zonder
een eigen geneeskundige moeten stellen. Met die situatie was ook Deurnese gemeentebestuur
niet gelukkig, temeer omdat de druk om op systematische wijze pokkenvaccinaties te
                                                        verrichten vanuit de hogere overheid
                                                        steeds toenam, en daarom werd in
                                                        1819 besloten om daarin verandering
                                                        te brengen. Er werd in de Provinciale
                                                        Noordbrabantsche ‘s-
                                                        Hertogenbossche Courant van 16
                                                        november 1819 de volgende
                                                        advertentie geplaatst:
                                                      In de gemeente Deurne en Liessel,
                                                      Provincie Noord-Brabant,
(bevattende eene bevolking van 2550 Zielen) werd verlangd een Medicina Doctor op een
Jaarlijksch Tractement van 200 Gulden, als mede eene chirurgyn en vroedmeester op een
Jaarlijksch Tractement van 100 Gulden, die geenen welke daartoe geneegen zijn, worden
uitgenoodigt om zich voor den 1 December 1819, onder overlegging van voldoende Bewijzen
van Bekwaamheid en goed Gedrag te adresseren aan den Burgemeester derzelve Gemeente,
Brieven Franco.

Blijkbaar was er voor de vacature, met de voorwaarden zoals door het gemeentebestuur
bepaald, niet veel animo. Henricus Theodorus van Baar werd, ingaande 1 januari 1821, wel
aangenomen, maar kon een salaris van 250 gulden per jaar bedingen, 50 gulden meer dan de
gemeente in eerste instantie offreerde.80 Hij was afkomstig uit een doktersgeslacht, zowel zijn
vader als zijn grootvader waren medicinae doctor, en was geboortig van St.Oedenrode (13-6-
1791). Hij had gestudeerd in Duisburg waar hij in 1817 examen aflegde en vervolgens werd
zijn diploma op 28 januari 1818 in Leiden gelegaliseerd.81 Hij huwde in 1821 met Paulina, de
dochter van Jan Willem van de Mortel. Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren
waaronder de latere burgemeester en bierbrouwer Hendrik van Baar. Toen in 1823 de
nagelaten boedel van dokter d’Aumerie op de Vlierdense Hazeldonk publiek werd verkocht
hoorde ook dokter Van Baar tot de vele kopers. Hij werd ondermeer eigenaar van een bel, een
kist en een partij (medicijn)flesjes. Ook de Astense chirurgijn Sauvé kocht een aantal
flesjes.82 In de nalatenschap van d’Aumerie bevonden zich ondermeer een elektriseermachine,
enige medicinale en chirurgische instrumenten en een grote destilleerpan.83
In 1821 schreef hij een certificaat voor de zieke dienstplichtige verlofganger Christiaan
Bouwmans.84
In 1822 telde Deurne 2709 inwoners en werden er 80 kinderen geboren; bij 60 van hen
verrichtte dokter Van Baar de pokkenvaccinatie. Een kwart van hen kreeg de vaccinatie voor
rekening van het armbestuur. Ook Vlierden, met 578 inwoners, 16 nieuwgeborenen en 13
vaccinaties, werd door dokter Van Baar bediend. Met een inentingspercentage van ruim 75 %
hoorde Van Baar tot de Peellandse dorpen met de hoogste vaccinatiegraad. In dorpen als
Gemert, Lierop, Maarheeze en Mierlo werd toen zelfs nog helemaal niet gevaccineerd. Ook in
1823 haalde hij een hoge vaccinatiegraad met 70 gevaccineerden op 81 geboortes in Deurne
en 15 gevaccineerden op 23 geboortes in Vlierden.85 In 1826 deed hij 114 vaccinaties in
Deurne en in 1827, zijn sterftejaar, waren er dat 53.86 Voor zijn verdiensten bij de
pokkenbestrijding werd hij zelfs postuum door de gouverneur van de koning onderscheiden
met een gouden medaille.87
In 1822 en 1825 had hij Willemijn Martens in Vlierden voor een niet nader genoemd
aandoening in behandeling.88
In 1824 voerde hij samen met chirurgijn Sauvé uit Asten de lijkschouwing uit op de 25-jarige
Cornelia Munsters, die zich in de schuur van het ouderlijk huis had verhangen.89
In 1826 visiteerde hij het lichaam van de 35-jarige Nicolaas Klaasse, een dagloner die dood in
de Peel ter plaatse genaamd Withorst in de sneeuw was gevonden. Hij leed aan
krankzinnigheid en een ernstige vorm van epilepsie en was waarschijnlijk aan dat laatste
overleden.90
In 1827 attesteerde hij de dienstplichtige Pieter Lammers wegens ziekte verhinderd was om
de najaarsexercities bij te wonen.91
In 1827 declareerde zijn weduwe 4 gulden aan het Vlierdens armbestuur voor behandeling,
visites en geneesmiddelen voor Leentje van Neerven.Ook behandelde hij de Vlierdenaar Van
Nieuwenhuizen in dat jaar.92
Na het plotselinge overlijden van dokter van Baar in november 1827 plaatste het Deurnese
gemeentebestuur wederom een advertentie in de Provinciale Noordbrabantsche 's-
Hertogenbossche Courant van 21 maart 1828:
"De post van Medicinae Doctor in de gemeente Deurne en Liessel, district Helmond,
provincie Noord-Braband, door het overlijden van den heer H.T. van Baar vacant zijnde, zoo
worden die genen welke genegen zijn dien post in dezelve gemeente (bevattende een
bevolking van 2900 zielen), op een jaarlijks traktement van f 250,00 te vervullen,
uitgenoodigt zich in persoon of met vrachtvrije brieven aan te melden aan den burgemeester
der gemelde gemeente."

Johannes Francis Hubertus Rousseau


Het zou ruim twee jaar duren een men in Deurne een opvolger voor dokter Van Baar had
gevonden.93 Johannes Francis Hubertus Rousseau, in 1809 geboren in Roermond, was bereid
om met ingang van 1 juli 1830 zijn praktijk in Deurne te gaan uitoefenen tegen een jaarwedde
van 250 gulden.94 Hij was kandidaat in de medicijnen aan de hogeschool te Luik, ongehuwd,
geboren in Roermond en had een broer die huisarts was in Venraij. Uit een rapport van de
districtscommissaris blijkt dat deze Venraijse arts als zeer kundig bekend stond en ook
herhaaldelijk naar Deurne werd geroepen.95 Onze Deurnese Rousseau stond bij zijn
indiensttreding op het punt om in Luik zijn doctoraalexamen te doen en in het najaar van 1830
slaagde hij daarvoor ook. Maar zijn Limburgse afkomst, in combinatie met zijn studie in Luik,
bezorgde hem hier veel ongemak. Nog geen twee maanden na zijn aantreden in Deurne brak
namelijk de Belgische Opstand uit en de huidige provincie Limburg koos daarbij de kant van
de Belgen. Niet alleen was daarmee de grens met Venraij en Meijel tevens landsgrens
geworden, hetgeen de contacten van Rousseau met zijn familie ernstig belemmerde, maar
bovendien werd hij als “buitenlander” met argusogen bekeken en als mogelijke landverrader
behandeld.96 Toen hij in de winter van 1830-1831 zijn Luikse diploma ter visie aanbood aan
het Provinciaal Bestuur werd het als ongeldig beschouwd en diende hij alsnog een Nederlands
diploma te halen en zolang aan die voorwaarde niet was voldaan moest Rousseau uit zijn
ambt moest worden gezet, tenzij de Commissie van geneeskundig onderzoek een andere
beslissing zou nemen. In het najaar van 1831 kwam ook die commissie tot de conclusie dat de
diploma’s van Rousseau hier niet erkend werden en dat hem de uitoefening van de
geneeskunst moest worden ontzegd.97 Zo kwam dus de medische carrière van Rousseau in
Deurne stil te liggen, maar waarschijnlijk heeft hij nog wel het eerste halfjaar van 1831 zijn
praktijk hier uitgeoefend.98 Zelfs zijn er aanwijzingen dat hij ook in de tweede helft van 1831
voortging met de “onbevoegde uitoefening van de geneeskunst”.99 In 1833 verkocht hij zijn
huisje in Deurne, om zijn studie in Leiden (opnieuw) te gaan voltooien.100
Door burgemeester Van Riet en de districtscommissaris werden rapporten opgesteld over de
politieke denkbeelden van de “Belg” Rousseau, waarin geschreven werd dat de dokter al
vanaf het begin van de opstand er openlijk voor uitkwam dat hij sympathiseerde met de
opstandelingen. Dat was overigens niet zo vreemd want waarschijnlijk stond ook het
overgrote deel van de Deurnenaren aan de kant van onze zuider- en oosterburen. Wel werd
gemeld dat “het gedrag, en zoo het schijnt ook de denkwijze” van Rousseau inmiddels
veranderd was, dat er volstrekt niets op hem was aan te merken, dat hij zich zelden of nooit in
publieke gezelschap ophield en een “stil en zedelijk gedrag” had.101 Ondertussen trok
Rousseau zich weinig aan van het verbod en bleef gewoon zijn praktijk uitoefenen. De
burgemeester kreeg het ultimatum om voor 15 januari 1832 de praktijk van Rousseau stil te
laten leggen en daarvan kennis te geven aan Gedeputeerde Staten.102 Dat hij in Deurne op
goede voet stond met de inwoners en bestuur blijkt wel uit het feit dat Rousseau in 1833 door
het gemeentebestuur werd voorgedragen als kapitein van de Landstorm (een plaatselijke
militie van hen die niet waren ingeloot voor de Nationale Militie). Als Belg kon hij geen
dienst nemen in het nationale leger maar zijn nationaliteit was blijkbaar geen belemmering
voor de Landstorm.103
Inmiddels ondernam Rousseau met succes pogingen om alsnog zijn erkenning als arts te
krijgen, op 30 april 1836 haalde hij in Leiden de vereiste papieren en keerde terug naar
Deurne.104 Wel moest hij flink inleveren op zijn jaarsalaris, dat was inmiddels door de
gemeente van 250 gulden teruggebracht naar 150 gulden.105 In dat jaar kreeg hij ook
toestemming om zijn verloofde Jeannette Maes uit het Belgische Hasselt naar Deurne te
halen.106 In een rapport uit 1838 werd over hem gezegd: “is tamelijk geschikt voor zijn
betrekking en neemt zijn functie redelijk waar”.107
In 1839 kocht hij een huis aan de huidige Liesselseweg, even voorbij het huidige restaurant
De Reizende Man. In 1846 kreeg hij een officiële aanstelling als vaccinateur van de
gemeentes Deurne en Vlierden.108 Het leverde hem voor Vlierden 6 gulden per jaar op.109 In
mei 1849 verkocht hij zijn boeltje in Deurne en vertrok hij naar het Belgische Hasselt; zijn
Luiks diploma kwam hem goed van pas.110
In 1830 visiteerde hij het lichaam van 62-jarige krankzinnige Maria Brunas uit Liessel die
zich verhangen had.111
In 1831 visiteerde hij het lichaam van de 69-jarige weduwe Wilhelmina Koppens-van
Neerven die tijdens hevige sneeuwbuien door de vorst bevangen in de Peel stierf van kou.112
In 1837 verrichte Rousseau in Deurne 49 pokkenvaccinaties (op 92 geboortes) en in Vlierden
15 (op 23 geboortes).113
In 1838 visiteerde hij het lijk van Johannis Wilhelmus Roijakkers op Vreekwijk, die al
geruime tijd ziek “en door bijkomende koortssen somwijlen min of meer eilhoofdig” was, en
de voorafgaande nacht bij een van de buren in de put was gesprongen en verdronken.114
In 1838 kregen in Deurne 74 (95 geboortes) en in Vlierden 6 (16 geboortes) kinderen van
Rousseau de pokkenvaccinatie.115
In 1839 werden 114 personen (96 geboortes) in Deurne gevaccineerd. Dat de vaccinaties
destijds nog niet zonder risico waren bleek in dat jaar toen er maar liefst vier personen
overleden tengevolge van de vaccinatie.116
In 1840 gaf hij een schriftelijke verklaring af dat hij in 1837 Johannes van Handel, wonend te
Bakel, had behandeld toen deze leed aan longontsteking met hevige bloedspuwing.117
In 1846 verrichte hij in Deurne 8 vaccinaties (op 82 geboortes).118
In 1848 constateerde hij bij de Liesselse kleermaker Jan Gielen verwondingen aan zijn gezicht
en een gebroken rib dankzij een ruzie met Francis Peters in de tapperij van Johannes van
Hombergh en voor de herberg van Adriaan Smits.119


                              Theodorus Wilhelmus Passtoors


                                In mei 1849 kocht de medicinae doctor en tevens heel- en
                                verloskundige Theodoor Passtoors het huis van dokter
                                Rousseau en vestigde zich hier. Ook werd hij de gemeentelijke
                                vaccinateur en lijkschouwer in Vlierden en Deurne en zorgde
                                hij voor de keuring der lotelingen voor de Nationale Militie.120
                                Theodorus Wilhelmus Passtoors was op 11 juli 1810 in Zundert
                                geboren als zoon van een belastingambtenaar, had op 9 mei
                                1838 in Den Bosch zijn brevet gehaald als heel- en
                                vroedmeester ten plattelande en kreeg op 14 juni 1848 in
                                Leiden admissie als med. doctor.121 In 1851 vestigde hij zich in
                                het centrum van Deurne aan de Stationsstraat, ongeveer op de
                                plaats waar nu de fietsenzaak van Manders gevestigd is, waar
                                hij een fraai herenhuis had laten bouwen.122 Ongetwijfeld ging
zijn salaris als gemeentearts in de loop der jaren omhoog, dat was ook nodig want hij had een
groot gezin van 14 kinderen te onderhouden. Misschien is het feit dat op één na al zijn
kinderen de volwassen leeftijd bereikten wel het beste bewijs van zijn kunde. De meeste van
zijn kinderen en nazaten zijn over het hele land uitgezworven, maar zijn oudste dochter
Henriëtte bleef in Deurne en huwde hier met bakker Martinus Janssens; zij was de
grootmoeder van de drogist (apothekersassistent) Caspar Peerbooms.
In 1857 was zijn jaarwedde 400 gulden.123 Dat hij in 1860 ook de tolheffing op de eerste
tolpost van de provinciale weg Deurne-Helmond pachtte voor 30 gulden zal eerder een
bijverdienste voor zijn vrouw of een van zijn kinderen geweest zijn dan dat hij het nodig had
om de eindjes aan elkaar te knopen.124 Meer inkomsten verwierf Passtoors uit de ontginning
van grond, de verpachting van zijn landerijen en de verkoop van te velde staande granen.125 In
zijn vrije tijd hield hij zich bezig met de plezierjacht, samen met ondermeer burgemeester Van
Baar en baron De Smeth van Alphen.126 Toen Passtoors in 1874 zijn 25-jarig jubileum vierde
kreeg hij van de gemeente een geschenk ter waarde van 175 gulden.127
In 1879 verzocht hij de gemeente om verhoging van zijn jaarwedde omdat de Deurnese
vroedvrouw wegens haar hoge leeftijd niet meer in staat was haar beroep voldoende goed uit
te oefenen, zodat er geregeld een beroep op hem, hij was zelf inmiddels ook al 69 jaar, werd
gedaan. De gemeente vond het beter dat zij haar ontslag zou nemen zodat er een jongere
vroedvrouw kon worden aangesteld.128 Er kwam een nieuwe vroedvrouw, maar de onderlinge
verhoudingen tussen vroedvrouwen en huisarts werden er niet beter op, getuige de brandbrief
die dokter Passtoors in september 1879 naar de burgemeester stuurde, waarin hij zijn functie
ter beschikking stelde.
       Sedert bijna 35 jaar dat ik de geneeskundige practijk in de gemeente Deurne heb
       uitgeoeffend heb ik nog moeite nog opofferingen gespaard om de functiën aan mij
       toevertrouwd ten stipste te vervullen; zoo zelfs dat ik mij zelden (famille-sterfgevallen
       uitgezonderd) buiten den kring mijner werkzaamheden heb begeven en aan
       vermakelijkheden en uitstapjes, buiten mijn werkkring gelegen, steeds heb
       gerenonceert. De stipte vervulling van mijne plicht en het welzijn mijner patiënten is
       mijn grootste genoegen. Dit genoegen word mij egter in deze dagen gedeeltelijk
       onttrokken, doordien er geen harmonie bestaat tusschen de vroedvrouwen dezer
       gemeente. Hetzij onmagt, hetzij onwil, ik weet het niet, maar dit is zeker, dat de
       verloskundige hulp nog al te wenschen overlaat. Menigwerf heb ik getracht die leemte
       aan te vullen, maar ben daarin telkens te leur gesteld. Daar ik geen deel in die
       onregelmatigheid verkies te hebben, en mijne plichten in alle opzichten stiptelijk
       vervullen en door deze zaak niet gebonden wil zijn, zoo heb ik gemeend het beste te
       zijn mijn tractement ter dispositie van het gemeentebestuur te stellen. De med. doctor
       te Deurne Th. W. Passtoors
Blijkbaar liep het allemaal met een sisser af want Passtoors bleef tot het einde van zijn leven
actief als huisarts, hij stierf op 24 juni 1881 en was toen bijna 71 jaar oud. Negen dagen voor
zijn overlijden maakte hij zijn testament, waaruit blijkt dat zijn dochter Cornelia Lamberta
sinds het overlijden van zijn vrouw in 1878 het huishouden bestierde.129 Na zijn dood werd
zijn herenhuis aan de Stationsstraat, met de daarbij horende tuin en vijver, verkocht aan
gemeenteontvanger Leonard Goossens.130 Dokter Passtoors bezat ook nog een huisje aan de
“weg naar den Bottel”, in de huidige Pastoor Jacobsstraat, dat uiteindelijk verkocht werd aan
Wilhelmus Brouwers.131
-
In 1849 verrichtte dokter Passtoors 38 koepokinentingen op 81 geboortes.132
In 1851 visiteerde hij het lichaam van de 52-jarige timmerman Gerardus van de Mortel, die
zich verhangen had.133
In 1851 visiteerde hij het lichaam van de 59-jarige landbouwer Bernardus Brunas die
vermoedelijk zelfmoord gepleegd had.134
In 1851 leverde hij geneeskundige hulp en medicamenten aan Bouwmans, de vrouw van
Hannes van Hout, Hannes van Someren en zijn vrouw uit Liessel, de zoon van Trui van
Moorsel, de zoon van Bouwmans, de vrouw van Geert Adriaans in de Wiemelstraat , de
vrouw van Dorus van Hout, ene Annemie aan de meulen, Dorus Bouwmans en zijn vrouw,
Dorette Kuijpers, Hanna Strijbosch op Vreek, van Stiphout in het Derp, Dirk Bouwmans,
Dorus Bouwmans, Lambert Vrients uit de Neerkant, Piet van den Heuvel van de Mellenberg,
de vrouw van Joh. Joosten uit de Neerkant, Hendrien Poorden, Maria en Martinus van de
Mortel uit de Zeilberg en de zoon van Davidsveld (=Daverveld) in de Wiemelstraat.135
In 1852 leverde hij geneesmiddelen aan de armlastige familie E. van der Putten, afkomstig uit
Mierlo.136
In 1852 behandelde hij de wonden in de zijde en op de borst van Johannes Aarts, die deze had
opgelopen bij een vechtpartij tijdens het stoken van een steenoven, waarbij veel drank in het
spel was.137
In 1852 visiteerde hij het verdronken lichaam van de tweejarige Arnoldus van Wetten.138
In 1852 leverde hij geneesmiddelen aan Antony Adriaans en Johannes Hendriks.139
In 1853 was de vrouw van Joseph Gielens bekeurd wegens belediging van een
belastingambtenaar, aan de rechtbank werd met bijvoeging van een attest van dr. Passtoors
verzocht om seponering.140 Was zij niet toerekeningsvatbaar?
In 1853 behandelde hij de kneuzingen en verwondingen aan het gezicht van Hermanus
Joosten, die deze had opgelopen tijdens een ruzie in de herberg van de kinderen Truijen (de
Zwaan).141
In 1855-1857 leverde hij geneeskundige hulp aan de volgende Deurnenaren, geboortig van
buiten Deurne: Antonie Bukkems, Wilhelmina van de Mortel en Johannes van Moorsel uit
Lierop, Jacobus Kuiten en Jan den Oude uit Nuenen, Godefridus van de Kerkhof uit Aarle-
Rixtel, Jan van de Westerloo en Hendrik Donkers uit Mierlo, Jan Koppens uit St.Oedenrode
en Jan Winckens uit Someren.142
In 1857 constateerde hij krankzinnigheid bij Pieter van de Kerkhof, die vervolgens in het
krankzinnigengesticht in Den Bosch werd geplaatst.143
In 1858 constateerd hij krankzinnigheid bij de 65-jarige Johannes Jacobs op de Grote Bottel,
die een mislukte poging tot zelfdoding gedaan had.144
In 1860 was de dokter zelf ziek en moest de lijkschouwing van Martinus, het verdronken
bijna 3 jaar oude zoontje van Joachim Hoebergen, plaatsvinden door de Venraijse dokter
Roosmalen, samen met diens collega Van den Bogaert uit Boxmeer.145
Armlastige personen moesten vroeger worden onderhouden in de plaats waar ze geboren
waren of gedurende vele jaren hadden gewoond. Als er (medische) kosten dreigden te komen
voor dergelijke personen werden ze daarom soms naar hun geboorteplaats gedirigeerd. Dat
leidde wel eens tot onacceptabele toestanden, zoals in 1860 toen de Helmondse dokter
Konings constateerde dat de vrouw van J. Wech geneeskundige behandeling nodig had. Op
zijn advies werd de vrouw naar Deurne gebracht, maar dokter Passtoors kwam tot de
conclusie dat het onverantwoord en levensgevaarlijk was dat genoemde vrouw was vervoerd.
De burgemeester van Helmond kreeg vanuit Deurne een brief met malse kritiek.146
Twee keer, over de jaren 1862 en 1863, ontving hij van de Provinciale Commissie van
Geneeskundig Onderzoek en Toeverzigt een erepenning vanwege het hoge aantal door hem
gratis verrichte pokkenvaccinaties.147
In het late najaar van 1864 raakten in Deurne veel mensen bedlegerig door een besmettelijke
ziekte. Het leverde voor dokter Passtoors veel extra werk op, maar hij bleef zijn taak met
grote belangstelling voor de zieken en zorgvuldig uitoefenen. Mede met het oog op zijn niet te
ruime jaarwedde besloot het gemeentebestuur hem daarom een gratificatie van 50 gulden toe
te kennen.148 Het bleek geen reden te zijn om ook zijn jaarwedde wat te verhogen,
integendeel, dat ging in 1866 omlaag van 400 naar 350 gulden.149
In 1864 kon dokter Passtoors geen koepokinentingen geven wegens gebrek aan entstof.150
In 1865 behandelde hij de verwondingen tengevolge van messteken van Johannes Bankers en
veldwachter Francis Althuizen die zij opliepen toen ze probeerden twee vechtersbazen in De
Zwaan uit elkaar te halen.151
In 1875 diende Passtoors een merkwaardig verzoek in bij de gemeente Deurne: hij vroeg een
billijke beloning voor het schouwen van lijken van personen die gedurende hun ziekte niet
door hem waren behandeld.152 Blijkbaar was er sprake van concurrentie van buitendorpse
collega’s, met name aan de gemeentegrenzen. De oplossing werd gevonden door een variabel
tarief in te stellen: lijkschouwingen tussen de Kraaijenhut en de grenzen met Bakel en
Vlierden leverden hem één gulden op, tussen de Vreekwijkse brug en het Broek twee gulden
en tussen de Heijtrak en de Meijelse grens drie gulden.153
In 1875 entte dr. Passtoors in Vlierden: Adrianus van der Burcht 8 jaar, Willem Biemans 1½
jaar, Adriana van Bree 12 jaar, Hendrika van Heugten ½ jaar en Aldegonda van Bree 1½ jaar,
Antoon Kusters 2 jaar, Antonia Vervoordeldonk 2 jaar, Paulina Vermulst 1 jaar, Willem van
Bussel 11 jaar, Wilhelmina van Bussel 9 jaar, Maria van Bussel 7 jaar, Lambert van Bussel 5
jaar en Antoon van Bussel 3 jaar.154
In 1876 werd Passtoors, samen met de Helmondse geneesheer Gerardus de Rijter, opgeroepen
om de verwondingen te onderzoeken die waren toegebracht aan Johannes en Peter van de
Kerkhof en aan de wever Johannes Martens, die zijn na het herbergruzie hadden opgelopen
door messteken en slagen met een geweerloop.155
In 1876 entte dr. Passtoors in Vlierden de volgende personen: Johannes van Bree 5 jaar,
Gordina Jakops 1½ jaar, Hendrik Jakops, 1½ jaar, Willem van de Ven 2 jaar, Francisca Maas
1½ jaar, Frans van de Ven ½ jaar, Hendrik van Bree 1 jaar, Wilhelmina Joosten 1 jaar,
Antoon Coolen 1 jaar, Frans van de water 3 ½ jaar, Wilhelmina Goossens 1 jaar, Hubert
Fransen 1½ jaar en Franciska van Bree ½ jaar.156
In 1877 entte dr. Passtoors in Vlierden de volgende personen: Wilhelmina Goossens 4 jaar,
Johan van den Einden ½ jaar, Hendrik Jakobs 1 jaar, Hendrik Kusters 1 jaar, Lambert Fransen
2½ jaar, Gertruda Jansen 1 jaar, Hendrik van den Boomen 1 jaar, Frans Coolen 1 jaar,
Francisca van Bree 2 jaar, Johanna Adriaans 1 ½ jaar, Katrien de Groot 1 ½ jaar, Franciska
Slagers 0 jaar, Maria Slagers ½ jaar, Johanna Benders 1 ½ jaar, Willem van Bommel 1 jaar,
Jan Biemans ½ jaar, Gordina Jakobs 2 ½ jaar, Anna Koppens 0 jaar, Peter Verhoysen 1
jaar.157
In 1878 entte dr. Passtoors in Vlierden Anna Maria Jansen 5 jaar (revaccinatie), Louisa Jansen
1 jaar.158
Op 23 december 1879 had er in Deurne rond 8 uur ‘s morgens bij mistig weer een ernstig
spoorwegongeluk plaats. Door een menselijke fout reed een goederentrein door het rode
stopsein en reed in op een andere goederentrein. Twee mensen vonden de dood en een aantal
anderen werden verwond. Dr. Passtoors was snel ter plaatse en begaf zich met gevaar voor
eigen leven onder de vernielde wagons om de bekneld zittende conducteurs te kunnen
bereiken. De hele dag bleef de bijna 70-jarige arts op de rampplek om de gewonden medische
hulp te verlenen. Hij kreeg daarbij later ook hulp van zijn opvolger, dokter Peters uit Horst.159
In 1880 onderzocht hij de schaapherder Nicolaas Driessen en het kindje Crommentuijn, die
gebeten waren door een dolle hond.160
In 1880 diagnosticeerde dr. Passtoors krankzinnigheid bij de wever Jan van de Vorst, die
vervolgens ter verpleging in het gesticht te Rosmalen werd opgenomen.161
In 1880 gaf dokter Passtoors aan de rechtbank van Roermond een verklaring af over de
krankzinnigheid van Andries van Neerven.162


Hendrik Peters
                                                 Hendrik Willem Antoon Peters is geboren te
                                                 Boxmeer op 23 december 1818. Hij trouwde
                                                 in 1843 in Wormerveer met Cornelia
                                                 Schermer en na haar dood hertrouwde hij in
                                                 1859 in Venraij met Bernadine Esser. Het is
                                                 niet bekend of uit zijn eerste huwelijk kinderen
                                                 zijn geboren. Uit het tweede huwelijk werden
                                                 acht kinderen geboren. Toen hij in 1884 zijn
                                                 zilveren huwelijksfeest vierde liet hij in het
                                                 Algemeen Nederlandsch Familieblad een
                                                 advertentie plaatsen. Hij startte in oktober
1881 zijn praktijk in Deurne als arts en verloskundige en was toen dus al bijna 63 jaar oud.
Zijn salaris bedroeg 1200 gulden en daarmee aanzienlijk meer dan Passtoors ooit had
gehad.163 Slechts vijf jaar mocht hij hier zijn werkzaamheden verrichten. In september 1886
ging zijn gezondheid snel achteruit en besloot hij zijn geneeskundige praktijk per 1 oktober op
te geven.164 Op 18 december van dat jaar overleed hij. Zijn weduwe verkocht in februari 1887
de paarden en rijtuigen van de dokter, waaronder een Barouchetrijtuig met 9
zitplaatsen.165Zijn zoon Frans studeerde toen medicijnen in Amsterdam, waar hij in september
1887 slaagde voor zijn natuurkundig examen, in 1894 het theoretisch examen geneeskunde II
met succes aflegde en in 1898 zijn artsenbul haalde.166 Hij vestigde zich als arts in Uden.167
De jongste zoon Coenraad werd in laatstgenoemd jaar tot priester gewijd en was ondermeer
pastoor in Goirle en Vlierden.168
Bij zijn komst in Deurne kocht dokter Peters voor 4500 gulden de villa Carelstein van de
weduwe Wijbrandus Gerardus Reddingius vooraan in de Stationsstraat en liet op die plek in
1883 zijn “villa Petersburg” bouwen.169 Dokter Peters was een bemiddeld man en leende
grote sommen geld uit aan particulieren.170 Bij zijn overlijden liet hij voor ruim f 35.000,- aan
roerende goederen en gelden na. De opstand en medicamenten in de apotheek werden
gewaardeerd op 125 gulden.171 Net als zijn voorganger was ook dokter Peters een liefhebber
van de jacht.172
-
In 1881 gaf hij een verklaring af omtrent de krankzinnigheid van mevr. C. Cras, die
vervolgens in het krankzinnigengesticht in Rosmalen belandde.173
In 1882 zorgde dokter Peters voor de isolering van drie roodvonkpatiënten. Het mocht echter
niet baten, ze overleden later alle drie aan die ziekte.174
In 1883 werd de 78-jarige Jan Willem van Grootel enkele dagen voor zijn overlijden
behandeld door dokter Peters, de kosten bedroegen f 7,-.175


Pieter Jan Hubert Crobach
Sjeng Crobach werd in 1851 in Venlo geboren. In 1880 slaagde hij in Amsterdam voor zijn
artsexamen en vestigde zich in Oss. Daar trouwde hij met Anna Maria Fenseling, de dochter
van de burgemeester, en zij kregen er hun zoon Louis (Lodewijk Jan Hubert Hendrik). Louis
trad in de voetsporen van zijn vader en zou later geneesheer-directeur van het ziekenhuis in
Heerlen worden.
                                Na het ontslag van dokter Peters per 1 oktober 1886 zat
                                Deurne zonder arts. Per 1 april 1887 trad dokter Crobach in
                                Deurne in dienst als gemeentelijk geneesheer en werd hij
                                belast met de armenpraktijk. In mei kwamen ook zijn vrouw
                                en zoon vanuit Oss naar Deurne en namen er hun intrek in de
                                dokterswoning annex apotheek aan de Markt bij de kerk. In
                                Deurne werd hun dochter Dolly (Anna Lucretia Gerarda
                                Maria) geboren. Dolly zou later trouwen met mr. Bernard
                                Hanlo en hun zoon Jan zou landelijke bekendheid krijgen als
                                experimenteel dichter. De apotheek werd draaiende gehouden
                                door Mimi Crobach, een zus van de dokter. In 1895 moest de
woning aan de Markt plaatsmaken voor vergrootte Marktplein en het nieuw te bouwen
raadhuis. Het gezin verhuisde naar villa Rozenberg aan de Stationsstraat, door de gemeente
aangekocht van de advocaat mr. Eduard Josephus van den Dungen. Het pand zou bijna een
eeuw als dokterswoning en praktijkruimte gaan dienstdoen. In 1927 werd dokter Crobach bij
gelegenheid van zijn 40-jarig jubileum als arts in Deurne koninklijk onderscheiden als ridder
in de Orde van Oranje-Nassau. Bij zijn afscheid als gemeentearts kreeg hij een niet met name
genoemd cadeau ter waarde van 200 gulden.176
Een van de meest spectaculaire gebeurtenissen in de praktijkperiode van Crobach is
ongetwijfeld de moord op Pietje Munsters in de Wiemel op zondagochtend 10 april 1910. In
het strafdossier van dader Nol van der Zanden wordt nog steeds de tekening bewaard die
dokter Crobach maakte van de halsverwondingen van het slachtoffer. Antoon Coolen vond in
deze dramatische gebeurtenis stof voor zijn roman "De Goede Moordenaar".
In 1911 verscheen een verslag van de hoofdinspecteur van de Volksgezondheid waarin
gewezen werd op het hoge aantal sterfgevallen in een aantal Noord-Brabantse
plattelandsgemeenten, zonder dat geneeskundige behandeling had plaatsgevonden.
Ondermeer in de gemeenten Berghen, Beek en Donk, Berlicum, Deurne, Borkel en Schaft en
Mierlo stierf meer dan 25 % van de mensen zonder dat een arts aan het ziekbed was
verschenen. In Deurne lag het percentage op 32. Natuurlijk kwam dit hier niet alleen door een
eventueel tekort aan geneeskundige hulp maar ook door de uitgestrektheid van de gemeente.
En ongetwijfeld zal ook wel de fatalistische mentaliteit van de mensen een rol hebben
gespeeld.177
De taak werd voor dokter Crobach als solist te zwaar en er kwam ruimte voor een tweede arts
in Deurne. Dokter Wiegersma vestigde zich nogal provocerend schuin tegenover dokter
Crobach.



Remy Verhaegen


In 1926 legde dokter Crobach zijn praktijk in Deurne neer. Drie artsen solliciteerden naar de
vacante plaats: Van Hoek, Vingerhoeds en Verhaegen. De keuze viel uiteindelijk op de jonge
dokter Remy Verhaegen, geb. op 2 oktober 1894 in het Zeeuwse Graauw en overleden in
Bilthoven 14 juni 1955. Officieel trad hij op 1 februari 1927, samen met dokter Wiegersma, in
dienst als gemeentearts, maar hij was zijn werkzaamheden in Deurne al in het najaar van 1926
begonnen.178 Ook dokter Verhaegen betrok de gemeentelijke dokterswoning aan de
                                           Stationsstraat. Er is wel eens geopperd dat hij zijn
                                           villa "Rozenberg" is gaan noemen naar het
                                           gelijknamige gehucht tussen Graauw en Lamsweerd
                                           vanwaar hij geboortig was.179 Maar deze hypothese
                                           moet naar de prullenbak verwezen worden want ten
                                           tijde van zijn voorganger Crobach was de naam
                                           "villa Rozenberg" al in gebruik.180 Het huis raakte in
                                           de meidagen van 1940 zwaar beschadigd toen men
                                           meende de Duitsers te kunnen tegenhouden door
een aantal grote bomen om te zagen. In 1952 stopte hij zijn praktijk en verliet hij Deurne. Na
zijn overlijden werd hij opgevolgd door dokter Wennekers.


Dolf Wennekers


In 1952 werd dokter Verhaegen opgevolgd door Dolf Wennekers, in 1917 geboren te
Gendringen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had hij gevangen gezeten in Westerbork en in
het Poolse Stettin. Ondanks deze nare ervaringen wist hij het positivisme in zijn leven terug te
brengen. Hij woonde evenals zijn voorganger in huize Rozenberg waar hij zich in zijn vrije
tijd ondermeer bezighield met postduiven en rozenteelt. In 1976 haalde hij zijn jonge college
Jules van Uden in de praktijk.
Vanaf 1979 nam ook de in Nijmegen afgestudeerde en van Gemert geboortige huisarts en
huisartsenzoon Pieter Leijte regelmatige nacht- en weekenddiensten waar. In 1981 kwam
dokter Leijte in vaste dienst. Op 5 april 1982 zette het huisartsentrio de praktijk voort aan de
Beerse en spoedig daarna zou dokter Wennekers gaan genieten van zijn welverdiende rust.
Sinds maart 2003 is de in Maastricht afgestudeerde Marian van Montfort als derde arts in
deze praktijk toegetreden, nadat ze daarvoor al tijdens haar huisartsenopleiding hier een
stageplaats had gehad. De praktijk verhuisde in 2007 van de Beerse naar het
Gezondheidsplein aan de Fabriekstraat.181


Hendrik Wiegersma


Met de komst in maart 1917, ruim een maand nadat hij zijn diploma behaald had, van huisarts
Hendrik Joseph Maria Wiegersma kwam er voor het eerst een tweede fulltime arts in
Deurne.182 Hij was de zoon van de Lithse huisarts Jacob Wiegersma. Zijn komst verliep
overigens niet zonder problemen voor het gemeentebestuur. Aan wie moest na het afscheid
van Crobach en de komst van Verhaegen de armenpraktijk en lijkschouwing worden
opgedragen? Er werd herhaaldelijk over gesproken in de raadsvergaderingen en uiteindelijk
werd besloten om beide artsen aan te stellen. Het had in ieder geval als voordeel dat de armen
nog vrijheid van dokterskeuze hadden. Aanvankelijk was dat zeer tegen de zin van
Wiegersma in, want hij meende er als eerstkomende de oudste en eerste rechten te hebben op
de armenpraktijk. Het recht op vrije dokterskeuze was voor de Deurnese bestuurders echter zo
belangrijk dan Wiegersma zijn zin niet kreeg. Wel werd geregeld dat de lijkschouw en
pokkenvaccinaties jaarlijks bij toerbeurt door de artsen zou worden gedaan, waarbij
Wiegersma als oudste het eerste jaar aan de beurt was.183
De vestigingsplaats van dokter Wiegersma, in de Stationsstraat op een steenworp afstand van
villa Rozenberg, maakte meteen aan zijn collega-arts én de Deurnenaren duidelijk dat hij zich
geducht in Deurne wilde laten gelden. Vijf jaar later zou hij door architect Cor Roffelen zijn
monumentale pand "de Wieger" aan de Liesselseweg laten bouwen.


In een interview met "Van Gewest tot Gewest" liet Hendrik Wiegersma zich erop voorstaan
dat met zijn komst in Deurne ook de medische moderniteit hier is gebracht, maar toen de
geneeskundig inspectie in 1932 de toen al bewezen nuttige en veilige difterievaccinatie
probeerde te introduceren werd met name door toedoen van Wiegersma de boot in Deurne
afgehouden. De burgemeester schreef aan de inspecteur van de Volksgezondheid:
"Eerstgenoemde [Wiegersma] was van meening, dat het bovendien geen aanbeveling verdient
om bij jeugdige personen preventieve inspuitingen met serums toe te passen."184


                     Jaap Wiegersma


                     Begin jaren '50 droeg Hendrik Wiegersma zijn ziekenfondspatiënten
                     over aan zijn zoon Jaap, die zich in 1954 huisvestte in een voormalig
                     bankgebouw van de Amsterdamsche Bank aan de Burg. van Beekstraat.
                     Naast de dokterspraktijk was Wiegersma junior ook als keuringsarts
                     aktief en leidde hij EHBO-ers op. Na zijn pensionering trok Jaap
                     Wiegersma zich terug in Engeland, waar hij zich volop kon storten in de
paardensport en waar hij nu in de buurt van Cornwall begraven ligt.


Peter Janssen


Peter Janssen, zoon van een Eindhovense huisarts, nam rond 1976 de praktijk van Jaap
Wiegersma over en vestigde zich aan de Deltasingel. Hij beoefende naast zijn
huisartsenpraktijk ook de wielersport en hield zich intensief bezig met sportgeneeskunde en
de begeleiding van vele nationale en internationale sportcoryfeeën. Hij nam ook als "dummy"
deel aan het televisieprogramma "Wie van de drie" waarbij de profwielrenner geraden moest
worden. In 1997 nam hij met zijn collega-artsen Marcel de Bakker en Ulrich Schultz het
initiatief tot de samenwerking die leidde tot huisartsenpraktijk De Poort.


Hans Reijnen


In mei 1984 kreeg ook de St.Jozefparochie zijn eigen huisarts. Dokter Hans Reijnen,
geboortig van Gennep en afgestudeerd in Nijmegen, streefde naar een kleine
patiëntenpopulatie en vestigde zijn praktijk in genoemd jaar aan de Gerard Doustraat. Na een
aantal jaren gaf dokter Reijnen de huisartsenpraktijk op om zich verder te kunnen verdiepen
in de homeopatische behandelwijze. Marcel de Bakker, als basisarts opgeleid in Nijmegen
en met de huisartsenopleiding in Maastricht, werd zijn opvolger. Hij was daarvoor nog enige
tijd werkzaam als verzekeringsarts.
Jan Rutten


Dokter Jan Rutten vestigde zijn praktijk in 1982 aan de Helmondseweg in de voormalige
woning van burgemeester Roefs. In januari 1997 verliet hij Deurne en werd opgevolgd door
Ulrich Schultz. Schultz was in 1990 afgestudeerd en vestigde zich hier na enkele jaren
praktijkervaring in Engeland, Duitsland en het St. Annaziekenhuis in Geldrop. Samen met
zijn collega's Janssen en De Bakker startte hij in 1998 huisartsenpraktijk de Poort aan de
Dunantweg. In december 1996 nam dokter Schultz, na een tip van studiegenoot Marcel de
Bakker, de praktijk van dokter Rutten over. Na zijn opleiding als basisarts in Nijmegen deed
Schultz tijdens zijn militaire diensttijd praktijkervaring op in Duitsland. Ook werkte hij een
half jaar in een ziekenhuis in Engeland en daarna in het Geldrops ziekenhuis.
In 1997 gingen de praktijken van Janssen, De Bakker en Schultz op in huisartsenpraktijk de
Poort aan de Dunantweg. Het artsenteam is inmiddels versterkt met Kitty van de Kerkhof,
Gabby Naus-van den Heuvel Suzanne Tiggelman.


Peter van Noort


Dokter van Noord vestigde zich op 3 februari 1941 in Deurne.185 Hij huurde van smid Jacob
Verbugt een pand aan het begin van de Molenstraat, dat daarvoor als café in gebruik was
geweest en dat bij zijn komst werd verbouwd tot dokterswoning. Het huis is inmiddels weer
stevig verbouwd en nu is bakkerij Van Ham erin gevestigd.186 Dokter van Noort besloot in
1950 om zich te gaan specialiseren als internist en vertrok naar het noorden van het land. Hij
liet zijn praktijk sinds juni 1949 waarnemen door dokter Luijckx en droeg deze later over aan
dokter Weijenborg. Dokter Luijckx zou daarna ook nog enige tijd waarnemen voor dokter
Verhaegen.187



Adriaan Weijenborg


                        Adrianus E.G.M. Weijenborg, geboren 3 september 1921 te
                        Lichtenvoorde als zoon van een borstelfabrikant en herbergier en
                        overleden 17 januari 1972 te Deurne, vestigde zich in september 1950
                        in Deurne in het pand van zijn voorganger dr. Van Noort aan de
                        Molenstraat. In 1952 deed hij zijn apotheek over aan apotheker Henk
                        Motké, die zich tegelijk met de komst van de dokteren Wennekers en
                        Weijenborg in Deurne aan de Stationsstraat vestigde. Het fenomeen
                        apotheekhoudende huisarts was met de komst van apotheker Motké
                        nog niet uit Deurne verdwenen want Hendrik Wiegersma behield tot
                        het einde van zijn carrière zijn eigen apotheek. Bovendien behield
                        dokter Oomen in Liessel, en ook diens opvolgers, het
huisartsenechtpaar Van Straaten-Scholten de eigen apotheek. Lang zou dokter Weijenborg
niet blijven wonen aan de Molenstraat, hij liet door architect Deltrap een nieuw pand bouwen
aan de Derpsestraat op huisnummer 14.
Weijenborg was in Utrecht studie- en jaargenoot van Adrianus Oomen. Zij startten er hun
studie in 1939 maar door de oorlog gingen enkele studiejaren verloren waardoor ze pas in
1948 afstudeerden. Beiden gingen gelijktijdig als dienstplichtige artsen naar Nederlands Indië
waar in Batavia hun wegen scheidden.
Dokter Weijenborg speelde een leidende rol in de artsenorganisatie, o.a. tijdens
onderhandelingsgesprekken met de ziekenfondsen en was tot januari 1969 ondervoorzitter
van de Landelijke Huisartsenvereniging.
In 1965 kreeg dokter Weijenborg een ernstig hartinfarct en besloot zijn grote praktijk in
maatschap met dokter Wim Gerrits, voort te zetten. In 1970 werd de praktijk gesplitst. In
augustus 1971 werd dokter Weijenborg benoemd tot medisch directeur van het St.
Lambertusziekenhuis in Helmond, waar hij dokter Beaumont opvolgde, en droeg hij zijn
Deurnese praktijk over aan dokter Hoogma. Lang mocht dokter Weijenborg niet genieten van
zijn nieuwe functie want al op 17 januari 1972 overleed hij. Zijn afscheidsreceptie als huisarts
in de zomer van 1971 in De Vierspan werd druk bezocht. Weijenborg nam zijn intrek in huize
De Wieger aan de (inmiddels Oude) Liesselseweg en Hoogma zette de praktijk aan de
Derpsestraat 14 voort.


Wim Gerrits


De van Swolgen geboortige huisarts Wim Gerrits zette aanvankelijk samen met dokter
Weijenborg de grote praktijk voort. Na de praktijksplitsing van 1970 zette Gerrits zijn praktijk
voort aan het door hem gebouwde huis met praktijkruimte aan de Derpsestraat nr. 31. Bij zijn
pensionering droeg hij de praktijk over aan de huisartsen Kees de Kock en Nicoline de Bie.
Deze artsenmaatschap is inmiddels gevestigd aan de Tramstraat nr 27.


Paul Hoogma


De in Nijmegen afgestudeerde dokter Paul Hoogma, qua afkomst streekgenoot van dokter
Weijenborg, kwam vlot tot overeenstemming met zijn voorganger omtrent de
praktijkovername. Aanvankelijk hield hij spreekuur in het pand aan de Derpsestraat en in
december 1972 verhuisde hij met zijn praktijk- en privéwoning naar het adres Mauritsstraat
10. De bekende juriste mevr. Weijenborg-Pot kwam na de dood van haar man weer in het
pand aan de Derpsestraat. Een van de kinderen Weijenborg, Philomeen, koos ook het
artsenberoep en is nu werkzaam als gynaecoloog.
Per 1 januari 2003 droeg Hoogma zijn praktijk over aan Lodewijk Jan Doensen.188


Frans Janssens


                                                  Na dokter Wiegersma in 1917 en dokter Van
                                                  Noort in 1941was Frans Janssens de derde
                                                  arts die zich in 1959 in Deurne vrij vestigde
                                                  zonder een patiëntenbestand van een zittende
                                                  collega over te nemen. Hij kwam in 1959 als
                                                  zoon van een Venlose kinderarts naar
Deurne nadat hij eerst enkele maanden had waargenomen bij dr. Le Lorrain in Sevenum. Zijn
zwager apotheker Henk Motké was zeven jaar daarvoor gestart met zijn apotheek op de hoek
Stationsstraat-Aaltje Reddingiusstraat dat in 1957 verhuisde naar Stationsstraat 25.
Janssens woonde aanvankelijk op de zolderverdieping van huize Landzicht aan de
Stationsstraat, waar ook spreekuur gehouden werd. Na ruim een jaar verhuisde hij naar het
door hem aangekochte vroegere klooster van de zusters Franciscanessen in de Zeilberg.
Aanvankelijk assisteerde hij nog enkele middagen per week bij dokter Mulder in het St.
Jozefheil in Bakel en gaf hij biologieles aan het prille Pius XII-college. Al snel groeide de
praktijk naar een volwaardige omvang en kon hij zijn tijd fulltime besteden aan zijn patiënten.
Van het Zeilbergse kloostergebouw verhuisden praktijk- en privéwoning in 1974 naar de
Wiegershof.189 In de zomer van 1992 zocht en vond Janssens samenwerking met
artsenechtpaar Ivo Bierens en Fianne van Cleef, die hem bij zijn afscheid in november 1992
ook opvolgden. De praktijk van Bierens en Van Cleef was de eerste in Deurne waar in
genoemd jaar de computer zijn intrede deed.


Pieter van Hugten


                                      Op 1 oktober 1974 vestigde de van Helmond geboortige en
                                      in Nijmegen afgestudeerde huisarts Pieter van Hugten zich
                                      in Deurne in de jonge wijk de Koolhof, aanvankelijk aan
                                      het adres Amer 14 en al spoedig aan de Zaan. Dat hij
                                      Deurne destijds als vestigingsplaats uitzocht heeft vooral te
                                      maken met het feit dat uit een gesprek met dokter
                                      Wennekers en andere huisartsen bleek dat hij van die kant
                                      geen tegenwerking zou ondervinden. Hij koos er bewust
                                      voor om met een kleine praktijk te starten omdat hij als
                                      beginnend huisarts, er was destijds nog geen specifieke
                                      huisartsenopleiding, geen al te zware last op zijn schouders
                                      wilde nemen. Met de vele jonge gezinnen die er zich
vestigden groeide zijn praktijk snel uit tot volwaardige grootte. Dokter van Hugten is nog
steeds actief als huisarts en heeft zijn praktijk inmiddels aan de Swalm aan de andere kant van
de wijk. Zijn taak wordt nu verlicht door een jonge uit Den Haag afkomstige huisarts.190


Eimert Kooijman


Dokter Eimert Kooijman studeerde geneeskunde in Utrecht en vestigde zich in september
1988 te Deurne in de jonge wijk de Heiakker nadat hij zijn opleidingsstage als huisarts in
Meijel had gedaan. Zijn vrouw was daarvoor al in Deurne gestart met een praktijk als
Caesaroefentherapeut. Aanvankelijk was hij tevens arts bij het Rijtven, waar hij de kinderarts
dokter Van der Heijden opvolgde. Inmiddels is zijn praktijk gevestigd aan de Zeilbergsestraat.




Huisarts in Liessel
Er heerste rond 1900 grote onvrede onder de bevolking van Liessel, Helenaveen en Neerkant
over de geneeskundige zorg, niet zozeer om de kwaliteit van de zorg zelf maar om de
financiële consequenties. De dokter vroeg namelijk een hogere vergoeding voor visites in
deze kerkdorpen. Op zich was dat vanuit het gezichtspunt van de arts niet onbillijk, maar de
bewoners uit die dorpskernen vonden terecht dat ze daardoor extra gestraft werden.
In een door 24 Liesselnaren ondertekende petitie werd in 1905 de Deurnese gemeenteraad
verzocht om het tariefverschil door de gemeente te laten bijpassen. In een algemene
verhoging van het salaris van de arts zagen ze weinig heil omdat dan de vrees bestond dat dan
zijn zorg voor de ver weg wonende patiënten zou verminderen. Tevens werd gevraagd om een
“flinke vroedvrouw” aan te stellen. Weliswaar had men de weduwe Hendriks-Maes als
vroedvrouw in Liessel en zij had altijd haar beroep tot volle tevredenheid uitgeoefend, maar
zij werd oud en was er fysiek niet meer tegen opgewassen. In het verzoek werd gesteld: “Het
is ons niet te doen om die weduwe onbarmhartig weg te zenden, […] maar om haar een
verdiend pensioen toe te kennen.”
Wat betreft de vroedvrouw kreeg men in Liessel hun zin, per 1 februari 1907 werd mevr.
Bouwens-van Veluw aangesteld, maar ten aanzien van de gelijktrekking der tarieven kon men
de Liesselnaren niet tevreden stellen. Het leidde ertoe dat in 1909 door de vrijwel complete
Liesselse gemeenschap, onder aanvoering van kapelaan van de Bichelaer, een dringende werd
oproep gedaan aan het gemeentebestuur om zo spoedig mogelijk te zorgen voor een eigen
Liesselse huisarts. Maar liefst 226 Liesselnaren zetten hun handtekening onder de petitie. Er
werd besloten om in te gaan op de vraag van de Liesselnaren en een advertentie te plaatsen in
de Limburger Courier, de Noord-Brabantsche ‘s-Hertogenbossche Courant, het Nieuws van
den Dag en de Telegraaf, maar er meldden zich in eerste instantie geen kandidaten.191
Toch rees er in 1911 weer hoop in Liessel. Dokter van Dillen uit Groesbeek had,
waarschijnlijk via zijn dorpsgenoot en oud-Deurnenaar “gouden” Jan Hermans, vernomen dat
er een vacature voor een huisarts in Liessel was en informeerde bij de burgemeester naar de
daarmee verbonden inkomsten en mogelijkheden tot huisvesting. De burgemeester
antwoordde dat er weliswaar geen geschikte dokterswoning in Liessel beschikbaar was maar
dat de gemeente graag wilde meewerken aan de totstandkoming van een woning als duurzaam
verblijf van de huisarts aldaar verzekerd was. Ook raadde de burgemeester hem aan om eens
een kijkje in Liessel te gaan nemen, hetgeen dokter van Dillen deed. Het deed hem besluiten
om in ieder geval niet in Liessel te gaan wonen. Wel stelde hij voor om vanuit Deurne twee
keer in de week spreekuur te houden in Liessel en Neerkant. Zelfs probeerde hij tevergeefs
het Klein Kasteel in Deurne van baron De Smeth te huren. Na veel heen en geschrijf tussen
Deurne en Groesbeek werden de onderhandelingen gestaakt.192 Het zou nog meer dan 40 jaar
duren eer Liessel zijn huisarts kreeg.
In januari 1950 werd er vanuit Liessel weer een poging ondernomen om er een huisarts te
krijgen. Op verzoek van de beide Liesselse gemeenteraadsleden had over dit onderwerp een
gesprek plaatsgevonden met het bestuur van de plaatselijke afdeling van het Wit-Gele Kruis.
Besloten werd die kwestie voor te leggen aan de geneeskundige inspecteur van de
Volksgezondheid. Hij gaf Liessel niet veel kans maar adviseerde om in gesprek te gaan met
het gemeentebestuur en bood aan daarbij ook zelf aanwezig te zijn. Het verloop van dit
gesprek is ons niet bekend, maar wel is duidelijk dat de inspecteur bij de latere keuze van
dokter Oomen voor Liessel een sturende rol heeft gespeeld.


Adrianus Oomen
Per 1 januari 1951 vestigde Adrianus Oomen zich als eerste huisarts in Liessel. Dokter
Oomen werd op 6 september 1921 in het West-Brabantse Teteringen geboren. Na zijn
afstuderen in Utrecht in 1948 en zijn terugkeer in juli 1950 als dienstplichtig arts in
Nederlands Indië was hij aanvankelijk werkzaam als waarnemend arts in een praktijk in
Kerkrade. Zijn studie- en dienstkameraad Adriaan Weijenborg vestigde zich inmiddels in
Deurne en trof er een praktijk aan die te groot werd voor een arts. Weijenborg vroeg Oomen
om de praktijk samen voort te zetten. Uiteindelijk werd besloten dat Oomen zich als
zelfstandig apotheekhoudend huisarts in Liessel vestigde, van waaruit hij tevens de
Neerkantse en Helenaveense patiënten verzorgde.
Oomen was ook gemeentearts en droeg in die hoedanigheid zorg voor de pokkenvaccinatie
van de hele Deurnese bevolking. Ook trad hij herhaaldelijk als gemeentelijk lijkschouwer op.
Bij zijn komst in Liessel op 1 januari 1951 nam Oomen zijn intrek in een deel van het huis
van de familie Gitzels, waar hij tot september 1952 praktijk en apotheek hield. Door de
contacten met zijn vriend dokter Weijenborg kreeg hij kennis met diens zus met wie hij in
september 1952 trouwde. Het echtpaar verhuisde naar een nieuwgebouwd pand aan het Loon,
dat al snel te klein werd. In oktober 1956 verhuisde het gezin, met inmiddels twee kinderen,
naar het pand waar zijn opvolgers, het artsenechtpaar Van Straaten-Scholten, nu nog wonen.
De weekenddiensten werden in de beginjaren bij toerbeurt gedaan door het koppel
Weijenborg-Oomen en Veeger-Wennekers, wat dus inhield dat dan ook de gemeente Bakel
onder het verzorgingsgebied viel.193
Hoewel geboortig van de andere kant van Noord-Brabant raakte dokter Oomen helemaal
verknocht aan het Oost-Brabantse dorpsleven en besloot hij na zijn pensionering in Liessel te
blijven om er van zijn welverdiende rust te genieten.



Incidenteel vermelde artsen


Smoons


In de Deurnese armenrekening van 1752 wordt een bedrag van 130 gulden uitgetrokken voor
“de chirurgijn Smoons voor cureren en genesen van Handrick vanden Boomen met sijn vrouw
en 4 kinderen van de Spaanse pocken”.194


Hermanus Londun


Van de chirurgijn Hermanus Londun I is bekend dat hij in 1759 enige in Vlierden heeft
ingewoond bij Marten Jans van Bree “tot het excerceeren van sijn kunst”. In genoemd jaar
werd hij in een Brouwhuise herberg op de Weijer door de dronken Jan Verdeuseldonk met
een mes bedreigd.195


Daniël van Grinsven
In 1767 vestigde zich in Deurne de Bossche meester-chirurgijn Daniël van Grinsven, die hier
trouwde met Anneke van der Leen, de weduwe van Pieter Jansen van de Mortel. Na de dood
van zijn vrouw in 1772 schijnt hij Deurne weer verlaten te hebben. Over zijn praktijk in
Deurne is weinig bekend.196
In december 1771 kwam Mathijs Knapen lelijk ten val in de molen van de weduwe van de
Mortel, waarbij hij ondermeer zijn sleutelbeen brak. Hij werd behandeld door dokter Beels uit
Helmond, de Astense chirurgijn Ferdinandus den Dubbelden en door Van Grinsven. Het
mocht niet baten, na vier dagen overleed Knapen aan zijn verwondingen.197


Jan Emanuel Schenk van Reekom


Hij was zowel advocaat als medisch dokter en huurde in 1773 voor een periode van zes jaar
het Klein Kasteel van predikant Hendrik Sluiter.198 Of hij in Deurne ook praktijk heeft
uitgeoefend is twijfelachtig. Zelfs is het de vraag of hij zijn hele huurtermijn in Deurne is
gebleven. Nauwelijks enkele weken na de huurovereenkomst stonden de dominee en de
dokter als partijen tegenover elkaar voor de Deurnese rechtbank.199 Opmerkelijk is dat ene
Jenneke, waarschijnlijk een dochter van de in Deurne aan de galg opgeknoopte misdadiger
Hendrick Naats, nog als huishoudster bij dokter Schenk van Reekom werkte tegen een salaris
van 14 gulden per jaar.200


Franciscus Josephus d’Aumerie


D’Aumerie was in 1781, toen hij de heerlijkheid Vlierden van zijn oom Johan Franciscus
d’Aumerie kocht, medicinae doctor in Aarle-Rixtel. Later zou hij ook praktijk doen in
Boxmeer.201 Hij had zijn opleiding in Utrecht genoten, waar hij op 20 augustus 1772 zijn
bevoegdheid kreeg.202 Hij heeft zich, in tegenstelling tot zijn voorganger, metterwoon in
Vlierden op de Hazeldonk gevestigd. W.A.M. van Heugten heeft deze doktersfamilie
uitgebreid beschreven in “De doktersfamilie d’Aumerie”, waarnaar ik graag verwijs voor
meer achtergrondinformatie.203 In 2005 vertelde de toenmalige bewoonster van de Hazeldonk
dat bij graafwerkzaamheden voor de bouw van een schuur nog vele tientallen oude glazen
medicijnpotjes naar boven kwamen. Ze zijn helaas niet bewaard gebleven.
Er zijn ons geen medische handelingen van deze arts bekend op Vlierdens of Deurnes
grondgebied. Wel weten we dat er in 1807 in Someren een buitenechtelijk kind van hem werd
geboren.204 Dat de familie d’Aumerie ook metterdaad in Vlierden verbleef weten we behalve
door voornoemde buitenechtelijke escapade in deze regio ook door een aantal vermeldingen
in de plaatselijke notariële archieven.205 Hij overleed in 1823 op 74-jarige leeftijd in Vlierden.
Bij de boedelbeschrijving direct na zijn dood is ook sprake van een vertrekje, genaamd “de
Apotheek”.206


Hoerles


Slechts een enkele vermelding kennen we van dokter Hoerles. Hij was chirurgijnmajoor in het
leger van de prins van Waldek en woonde in 1790 in Deurne toen hij het lichaam visiteerde
van het vierjarig kind van Francis Jan Lambers op de Molenhof, dat was verdronken in in
plukselkuil.207


Gerard Ramaer


Hij was de oudste zoon van de Vlierdense schoolmeester Antoni Ramaer en had medicijnen
gestudeerd aan de universiteiten van Duisburg en Leiden.208 Op 22 september 1792 studeerde
hij af aan de universiteit van Leiden.209 In 1793 vestigde hij zich in Deurne en al in februari
1794 werd hij door de vrouwe van Deurne benoemd tot presidentschepen.210 Per 1 mei 1794
vertrok hij naar elders om er zich als geneesheer te vestigen.211
In 1793 visiteerde hij, samen met de chirurgijn Hendrik Boltius, het verdronken lichaam van
de 30-jarige Johanna van Lieshout. Ze was verdronken nabij de brug op het Kerkeind.212
Ook in 1793 moest hij, nu samen met meester-chirurgijn Godefridus Sauvé uit Asten,
constateren dat de 18-jarige Antony Hendriks was verdronken in een turfkuil in de Nieuwe
Peel.213


Hendrik Bolsius


Hij is geboren en getogen in Eindhoven en was behalve chirurgijn ook barbier.214
In 1793 visiteerde hij samen met Gerard Antoni Ramaer het verdronken lichaam van Johanna
van Lieshout. Bij de inval van de Fransen op 17 februari 1793 fungeerde hij als hun tolk en
gids; hij kreeg van hen zelfs een paard ter beschikking. Hij begeleidde de Fransen bij het
leegroven van de wijnkelder van kolonel Leonhardi, die ter hoogte van de huidige Chinees op
de hoek van de Helmondseweg en de Heuvelstraat woonde.215 Toen stadhouder Willem V de
teugels in onze contreien weer in handen had werden hem deze feiten uiteraard gevoelig
ingewreven en uit Deurne verbannen. Hij verbleef later in het Gelderse Driel, waar hij in
1797, ten tijde van de Bataafse Republiek, met succes om genoegdoening verzocht.216


Carel Theodoor van Riet


Carel Theodoor van Riet was de jongste zoon van de Deurnese burgemeester annex notaris
Gerard van Riet, geboren in Deurne op 30 juli 1815. Hij studeerde op 11 juni 1835 af als arts
aan de universiteit van Leiden, waar hij in april 1841 huwde met Elisabeth C. Broekhof en
waar kort daarna hun eerste kind geboren werd.217 Het jonge gezinnetje verhuisde weldra naar
Deurne, waarschijnlijk omdat Carel ziekelijk was. Nog in december 1841 overleed hij en drie
maanden later overleed ook zijn dochtertje Carolina. Er zijn ons geen gegevens bekend met
                         betrekking tot medische handelingen.



                         Cornelis Morgan van der Meer
Het verblijf van dokter Cornelis Morgan van der Meer in Deurne was kort en in nevelen
gehuld. Hij werd op 7 mei 1870 in Den Helder geboren en was dus al ruim 76 jaar oud toen
hij in de zomer van 1946 spreekuur ging houden in de Zeilberg. Aanvankelijk huurde hij een
kamer bij de familie Weerts aan de Zeilbergsestraat, maar na een anoniem briefje (zie fig.)
werd de kamer door de burgemeester toegewezen aan een gezin. Vervolgens huurde hij een
vertrekje bij de familie Van Ooij. Blijkens een in de archieven gevonden aantekening,
opgetekend uit de mond van Van Ooij, had hij maar zeer weinig patiënten en zou hij daarmee
nauwelijks zijn wekelijkse reis naar Amsterdam kunnen betalen. Van Ooij vermoedde "dat
Dr. v.d. Meer er iets meer bij doet dan alleen dokter-zijn". Het kattebelletje eindigt met de
opmerking "Sympathiseert zeer sterk met Rusland en is Joodsch". Lang hield dokter van der
Meer het in Deurne niet vol; op 7 december 1946 liet hij de burgemeester vanuit Utrecht
weten dat zijn tijdelijke vestiging in Deurne voorbij was.218


Buitendorpse dokters en chirurgijnen


Men moest in Deurne en Vlierden herhaaldelijk zijn heil zoeken bij buitendorpse artsen of
chirurgijns. Soms was dat nodig omdat er eenvoudigweg binnen het eigen dorp geen
geneesheer gevestigd was. Soms was het vanwege de ligging, met name in Vlierden en
Brouwhuis, voor de hand liggend om hulp in Asten of Helmond in te roepen.
In 1655 werd Vreijns Lourens Keijsers door ene Jan de Mulder op Vreekwijk flink met een
stuk hout op zijn hoofd geslagen en moest hij zich laten behandelen door chirurgijn Albert
Kets, die vanuit Helmond naar de ongelukkige werd geroepen.219
In 1656 moest meester Albert Kets een ernstige hoofdwonde van Jan van Aecken, de dienaar
van de heer van Deurne, behandelen, die deze had opgelopen die deze had opgelopen tijdens
een vechtpartij met Gielis Antonis Vogels. Ook had Vogels met een “opsteker” (een lang
mes) de arm van Jasper Willems verwond.220
Dat ook mr. Jan Kets uit Helmond Deurnese klanten had blijkt ondermeer uit de gerechtelijke
procedures over onbetaalde rekeningen tegen Reijnder Janssen Aerts alias den Smet.221 Ook
hij was waarschijnlijk betrokken bij een steekpartij. Zo getuigde mr. de Louw in een proces
tegen Reijnder den Smet dat hij een wonde van Willem den Sneijder met een zalfje had
behandeld, “om niet toe te slijmme”, en dat hij hem niet verder kon behandelen wegens
gebrek aan zalf en het slachtoffer elders geneeskundige hulp moest zoeken.222
In 1774 tekende de Vlierdenaar Marten Verhoeven een schuldbekentenis aan de Helmondse
dokter J.N. Beels in 1774 wegens behandeling van en geneesmiddelen voor diens vrouw.223
De doktersfamilie Beels zou later nog nauw verbonden worden aan Vlierden. Theodoor
Nicolaas, de oudste zoon van voornoemde dokter, studeerde eveneens medicijnen en oefende
zijn praktijk uit in Breda. Na zijn dood werd zijn vermogen deels aangewend voor
ondersteuning van arme personen en daartoe werd de zogenaamde Beelsfundatie opgericht die
haar kapitaal ondermeer belegde in enkele Vlierdense boerderijen op de Hoeven.224
In 1788 werd het vijfjarige in de Aa verdronken kind van Jan Aart Rooijakkers uit Vlierden
gevisiteerd door de Astense chirurgijn Godefridus Sauvé.225
In de voogdijrekeningen van rond 1780 over de minderjarige kinderen van Dirk Arn.
Meulendijk uit Vlierden zitten nota’s voor geleverde medicijnen en visites van de Helmondse
dokter F. Guljé.226
In 1806 visiteerden dokter Michael Jacobus Aertuys en chirurgijn Godefridus Sauvé uit Asten
het lichaam van de 42-jarige Jan Verhoeven in de Vlierdense Haamackers die waarschijnlijk
aan een aanval van de vallende ziekte (epilepsie) was overleden.227
In 1816 visiteerde Sauvé het lijk van Godefridus van Dooren. Hij werd gevonden met zijn
gezicht tegen een slootkant in het water. Waarschijnlijk was hij verdronken na een
epileptische aanval.228
In 1817 visiteerde Sauvé het lijk van de 82-jarige Jan Willem van Bommel, die verdronken
was in een Peelkuil.229
Heelmeester Sauvé maakte een schriftelijk verslag van de verwondingen die de 54-jarige
weduwe Geven-Strijbosch in 1822 opliep toen ze, onderweg naar haar wei genaamd de
Klotterkuijlen in de Zeilberg, met een houweel bewerkt werd door Antony Aarts, die nog een
rekening met haar te vereffenen had.230
In 1823 verbond Sauvé een tweetal flinke snijwonden in het aangezicht van Joseph Beekers,
die hij tijdens een caféruzie met Peter Gregorius van de Mortel had opgelopen.231
In 1826 maakte een niet met name genoemde heelmeester een visitatierapport op over de 3½
jaar oude Willem van den Heuvel die verdronken was in een sloot bij de ouderlijke woning op
de Beersing in Vlierden.232
In 1828 behandelde dokter Keuten uit Asten de 21-jarige dienstmeid Antonetta Martens die
als dienstmeid mishandeld was. Ze kreeg van hem ondermeer een aderlating. De Astense
heelmeester Van den Dries legde een schriftelijke verklaring af over verwondingen die ze had
opgelopen.233
In 1829 behandelde de Astense heel- en vroedmeester C.G. van den Dries een beenbreuk van
Maria Martens uit Vlierden. Hij leverde haar ook medicijnen.234
Op kerstavond 1843 moest de Helmondse heelkundige G. de Ruiter de wonden behandelen
van Willem Martens, die door vader en zoon Van Moorsel met dikke stokken was geslagen.235
In 1876 werd de lijkschouwing op Nicolaas, het driejarig zoontje van Arnoldus van Rooij op
de Hoeven onder Vlierden, dat verdronken was in een waterkuiltje bij het huis, verricht door
dr. Scheppers.236

Paulus Goortzoon de Louw woonde op het Haageind, waar hij in 1606 een huis kocht van Jan
Daniels.237 Hij hoorde tot de Deurnese elite en was vele jaren actief als H.Geestmeester.238
In 1603 moest hij tijdens Liessel-kermis na een duchtige vechtpartij tussen enkele
schutsbroeders hun bloedende koppen verbinden.239

In 1616 woonde er in Deurne ene meester Reinier Jacopsen alias Geurts, die zich operateur,
steen- en breuksnijder, oculist en wondemeester noemde. Hij beoefende zijn vak niet alleen in
Deurne maar trok ook rond in naburige dorpen. Hij had, om zijn vakbekwaamheid daar te
onderstrepen, een aanbevelingsbrief door de schepenen van Deurne laten opstellen, waarin
door een aantal getuigen melding gemaakt werd van enkele opzienbarende genezingen:
diverse patienten met een breuk had hij succesvol geopereerd en ook twee kinderen van Jan
Wilberts, 8 maanden en 5 jaar oud en geboren met een hazenlip, waren door hem
behandeld.240

In 1617 is sprake van een akkoord dat Peter Willems van Helmond in Helmond ten huize van
Nicolaas de Louw sloot met de chirurgijn (cyrrurchyn) over de behandeling van de
verwondingen die Van Helmond had toegebracht aan Goort Corstiaans.241 Waarschijnlijk
woonde Peter de Louw dus in Helmond. De familierelatie met de andere genoemde en
volgende leden van de familie de Louw is onduidelijk, maar het is aannemelijk dat hij een
broer was van de genoemde Deurnese chirurgijn Paulus de Louw en dat hij in Helmond op het
Hoogeind woonde.242




1
  H.N. Ouwerling – Geschiedenis der dorpen en heerlijkheden Deurne, Liessel en Vlierden;
herdruk 1974 blz. 317
2
  BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12212 31-12-1826
3
  BHIC – Arch. Arrond.rechtbank Den Bosch toeg.nr. 24 inv.nr. 12 rol 211
4
  BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 6165 24-4-1873
5
  RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 693/1 circa 1657
6
  RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 1006 13-3-1651
7
  HIC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 42; inv.nr. 97 fol. 20 vs. 8-9-1660; de chirurgijn wordt
hier niet met name genoemd.
8
  HIC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 43a 27-8-1669
9
  H.N. Ouwerling – a.w. blz. 481
10
   H.N. Ouwerling – a.w. blz. 456
11
   H.N. Ouwerling – a.w. blz. 547-549
12
   HIC-E- Recht. arch. Deurne inv.nr. 44b 17-11-1683
13
   RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 11 8-9-1698
14
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 45 doos 60 nr 37 22-9-1703
15
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 45 doos 3 nr 78 1193 18-1-1707
16
   H.N. Ouwerling – a.w. blz. 318
17
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 134 fol. 290 vs 12-11-1751
18
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 70 fol. 92-92vs. 15-12-1714
19
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 70 fol. 120 20-12-1715
20
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 90 fol. 108 verso 18-11-1733; id. fol. 126 vs. 25-5-
1735
21
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 90 fol. 185 6-8-1739
22
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 90 fol. 296
23
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 90 fol. 296
24
   BHIC – Arch. Raad van Brabant toeg.nr. 19 inv.nr. 466.67 18-5-1715
25
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 37 fol. 20 16-7-1716
26
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 37 fol. 44 15-12-1721
27
   BHIC – Arch. Raad van Brabant toeg.nr. 19 inv.nr. 466.116 22-1-1722 e.v.; RHC-E Recht.
arch. Deurne inv.nr. 45 doos 56 nr. 5 7-3-1722
28
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 46A doos 53 nr. 3 10-3-1722
29
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 46A doos 53 nr. 3 7-3-1725 e.v.; Collectie Frits Slaats
Recht. arch. Asten inv.nr. 33-52 9-3-1725
30
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 46 map 45 16-6-1729; inv.nr. 128 fol. 9 vs 8-9-1729.
31
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 130 fol. 226 12-3-1739
32
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 131 fol. 82 vs 14-7-1741
33
   in: D’n Uijtbeijndel nr 42, voorjaar 1999
34
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 132 fol. 110 21-9-1745
35
   RHC-E – Oud adm. arch. Vlierden inv.nr. 412 18-3-1746
36
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 1138 7-10-1747
37
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 23 fol. 104 19-6-1748
38
   RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 29 gol. 58 vs. 23-6-1748
39
   Documentatie uit onbekende bron, ontvangen van Driek Smits – 20-12-1749
40
   RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 29 fol. 77 30-5-1750
41
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 39 12-12-1750
42
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 23 fol. 174 1-12-1751; H.N. Ouwerling – a.w. blz.
504-505
43
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 39 fol. 75 vs. 1-12-1751 e.v.
44
   RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 29 fol. 98 vs. 16-5-1752
45
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 39 fol. 114 vs. e.v. 26-2-1753
46
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 73 fol. 54 vs. 26-1-1757
47
   RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 29 fol. 184 4-12-1757
48
   RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 30 fol. 2 25-8-1761; id. fol. 3 vs. 9-9-1761
49
   RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 30 fol. 10 13-1-1762
50
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 24 fol. 153 27-10-1763
51
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 30 fol. 111 vs. 3-7-1766
52
   Coll. Frits Slaats – Recht. arch. Asten inv.nr. 123 fol. 160 vs 5-6-1772
53
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 74. fol 29 vs 22-3-1775
54
   W. de Blécourt e.a. – Grensen van genezing 1993 blz. 142, 144
55
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 73 fol. 189 8-2-1771
56
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 73 fol. 193 10-4-1771
57
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 139 fol. 287 30-9-1774
58
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 140 fol. 4 vs 29-1-1776
59
   RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 32 fol. 17
60
   RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 10; id. inv.nr. 32 fol. 42 31-3-1778; Recht. arch.
Deurne inv.nr. 141 fol. 60 26-8-1779; zie ook Beijers-Koolen – Vlierdens Verleden blz.95-96
61
   Pieter Koolen – “Het arcanum van dokter Herckenrath” in D’n Uijtbeijndel nr 52 (zomer
2003) blz. 18-26.
62
   BHIC – Heerlijkheidsarchief Deurne en Liessel toeg.nr. 289 inv.nr. 17 20-6-1780, 16-5-
1981
63
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 142 fol. 137 vs. juli 1782; J. Bakens – Beschrijving
panden Haageind (z.j.)
64
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 144 fol. 33 14-7-1788
65
   BHIC – Arch. Raad van Brabant toeg.nr. 19 inv.nr. 466.617 6-10-1783
66
   RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 59 18-3-1784, id. 30-10-1785
67
   RHC-E – Not. arch. Deurne inv.nr. 12 akten 384-385 11-11-1820
68
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 147 fol. 242; BHIC – Arch. Raad van Brabant toeg.nr.
19 inv.nr. 466.780 9-7-1796
69
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 150 fol. 89 vs 25-8-1801
70
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 151 fol. 169 30-10-1805
71
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 151 fol. 174 5-12-1805
72
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 152 fol. 89 24-6-1808
73
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 1263 16-5-1807; id. inv.nr. 1265 a 16-5-1807; id.
inv.nr. 1266 15-1-1808
74
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 1265a 1-8-1807; id. inv.nr. 1264 13-1-1808; id.
inv.nr. 1269 13-3-1808 en 18-2-1809
75
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 1489 20-6-1811
76
   BHIC – Rechtbanken in Noord-Brabant 1811-1838 toeg.nr. 21 inv.nr. 661
77
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. onbekend (oud: XXXVII map 1441) 6-12-1805
78
   RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 1489 1809
79
   RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 1489 20-6-1811
80
   RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 33/8 18-1-1822; id. inv.nr. 33/9 20-8-1822
81
   Provinciaal Blad 1826; BHIC – Rechterlijke Archieven toeg.nr. 21 inv.nr. 762 30-1-1827;
In W.A.M. van Heugten – Deurne en de Peel blz. 89 zou hij nog in het Noord-Franse Douai
hebben gestudeerd, maar wij hebben daarvoor geen nadere aanwijzingen gevonden.
82
   RHC-E – Notarieel arch. Deurne inv.nr. 15 akte 758/183 24-9-1823
83
   Blijkens een advertentie die notaris Van Riet had laten zetten in de Prov. N.Br. ‘s-
Hertogenbossche Courant van 16-9-1823.
84
   BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 239 23-8-1821
85
   BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 19 inv.nr. 12207 6-9-1824
86
   RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/13 brief 5 9-1-1827; id. brief 59 9-1-1828
87
   RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/2 brief 28 13-10-1828; id. inv.nr. 19/13 brief
98 20-11-1828; BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 494 29-10-1828
88
   RHC-E – Nieuw adm. arch. Vlierden inv.nr. 631 1-12-1822; id. 13-8-1825
89
   BHIC – Rechterlijke archieven 1811-1838 toeg.nr. 21 inv.nr. 756 18-7-1824
90
   BHIC – Rechterlijke archieven 1811-1838 toeg.nr. 21 inv.nr. 759 17-1-1826
91
   RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/13 brief nr 41 27-8-1827
92
   RHC-E – Nieuw adm. arch. Vlierden inv.nr. 631 1827 en 4-4-1827
93
   BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12218 31-12-1829
94
   RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 32/4 1830; id. inv.nr. 19/13 brief 178 30-11-
1830
95
   BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12236 23-5-1833
96
   RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/13 brief 178 30-11-1830
97
   RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 69/4 1-7-1831; id. inv.nr. 19/2 brief 22 24-7-
1831; id. inv.nr. 69/4 19-9-1831, id. 11-10-1831; id. inv.nr. 19/1 15-10-1831
98
   RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 32/5 1831; inv.nr. 33/16 21-4-1831 en 1-6-1831
Hij ontving over het eerste halfjaar van 1831 nog wel zijn salaris van 125 gulden.
99
   RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 69/4 23-12-1831; id. inv.nr. 19/2 brief 28 31-12-
1831
100
    RHC-E – Not. arch. Deurne inv.nr. 26 akte 1077 27-2-1833
101
    BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12221 3-8-1831 en 5-8-1831; zie ook
P.Koolen – Die bedroefde plagen … Deurne tijdens de Belgische Opstand 1830-1839 2002
102
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 69/4 23-12-1831; id. inv.nr. 19/2 brief 28 31-
12-1831
103
    BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12224 15-2-1833
104
    Provinciaal Blad 1849 blz. 6; Volgens het Album Studiosorum Academiae Lugdunum
Bataviae 1575-1875 (cd CBG) is hij als Med. Cand. afgestudeerd op 14 april 1836; BHIC
Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12232 31-12-1836
105
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 32/6 1837; BHIC Arch. Provinciaal Bestuur
toeg.nr. 17 inv.nr. 8617 11-12-1837
106
    BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12231 8-7-1836; RHC-E Nieuw
adm. arch. Deurne inv.nr. 56/39 2-8-1836
107
    BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12252 ca 1838
108
    BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12446 9-6-1846; RHC-E Nieuw
adm. arch. Vlierden inv.nr. 29 brief 365 23-6-1846
109
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Vlierden inv.nr. 1 4-12-1846
110
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Vlierden inv.nr. 362 1849; RHC-E - Not. arch. Deurne inv.nr.
43 akten 2735 en 2736 8-5-1849
111
    BHIC – Rechterlijke Archieven 1811-1838 toeg.nr. 21 inv.nr. 766 verbaal 276 10-9-1830;
RHC-E Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 12/1 10-9-1830; id. inv.nr. 19/13 brief 166 11-9-
1830
112
    BHIC – Rechterlijke Archieven 1811-1838 toeg.nr. 21 inv.nr. 767 verbaal 49 28-1-1831
113
    BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12233 31-12-1837
114
    HIC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 12/2 blz. 62 t/m 65 24-5-1838
115
    BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12233 31-12-1838
116
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/14 brief 13 30-1-1840
117
    BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 10675 19-5-1840 en 3-6-1840
118
    BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12448 31-12-1846
119
    BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12450 11-5-1848
120
    RHC-E – Not. arch. Deurne inv.nr. 43 akte 2738 14-5-1849; Nieuw adm. arch. Vlierden
inv.nr. 362 9-10-1849; id. inv.nr. 29 brief 515 15-10-1849; Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr.
4/2 12-6-1862; BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12453 20-7-1849
121
    Provinciaal Blad 1857; BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 5869 1863
122
    RHC-E – Not. arch. Deurne inv.nr. 93 akte 64 15-12-1851; in 1859 maakte hij bezwaar
tegen de vestiging van een patentoliefabriek in huize Landzicht omdat hij bang was dat
daardoor de verzekeringspremie van zijn huis, dat op een afstand van 78 meter van de op te
richten fabriek lag, omhoog zou gaan. Toen zijn verzekeraar aangaf dat dit niet het geval zou
zijn trok hij zijn bezwaar in. BHIC - Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 5809 11-3-
1859; RHC-E – Not. arch. Deurne toeg.nr. 3182 inv.nr. 96 akte 151 17-8-1881
123
    F. Martens – Wetenswaardigheden uit de gemeenteverslagen van Deurne 1851-1929.
124
    BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 5835
125
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/7 brief 662 9-1-1862; id. brief 930 19-5-
1864; id. inv.nr. 51/5 fol. 41 3-8-1865; Not. arch. Deurne inv.nr. 93 akte 107 19-7-1860; akte
112 24-7-1861; akte 113 10-7-1862; akte 77 21-7-1863; akte 7 15-1-1864; akte 110 1-8-1864;
akte 238 12-8-1865; akte 104 24-4-1866; akte 160 2-8-1866; akte 224 t/m 226 30-10-1866;
akte 240 13-11-1866; akte 168 26-7-1867; akte 164 9-7-1868; akte 154 27-7-1869; akte 175
22-7-1870; akte 169 4-8-1871; akte 130 10-7-1872; akte 163 18-7-1873; akte 93 9-7-1874;
akte 118 10-7-1875; akte 113 15-7-1876; akte 94 5-7-1877; akte 15010-7-1878; akte 125 12-
7-1879; akte 115 24-7-1880
126
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/14 brief 354 11-5-1856; id. brief 378 14-5-
1857; id. brief 459 29-5-1860; id. brief 604 12-6-1861; inv.nr. 19/16 brief 3 11-1-1879
127
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 4/2 26-2-1874 en 27-3-1874
128
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 4/2 15-11-1879
129
    RHC-E – Not. arch. Deurne toeg.nr. 3182 inv.nr. 95 akte 109 15-6-1881
130
    RHC-E – Not. arch. Deurne toeg.nr. 3182 inv.nr. 97 akte 26 18-2-1882
131
    RHC-E – Not. arch. Deurne toeg.nr. 3182 inv.nr. 102 akte 126 5-7-1886
132
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/14 brief 102 22-3-1850
133
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/14 brief 162 en 163 25-4-1851
134
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/14 brief 173 15-7-1851
135
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne aanvullingen doos IX map 340 1851
136
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/6 brief 104 9-3-1852
137
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/14 brief 203 en 204 9-9-1852; id. brief 206
15-9-1852; BHIC – Hof en arr. rechtbank Eindhoven toeg.nr. 25 inv.nr. 19 rol 1997 14-10-
1852
138
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/14 brief 210 13-12-1852
139
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/6 brief 103 27-2-1852
140
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/14 brief 238 3-6-1853
141
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/14 brief 240 13-6-1853; BHIC – Hof en arr.
rechtbank Eindhoven toeg.nr. 25 inv.nr. 21 rol 2259 4-7-1853
142
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne aanvullingen doos XVIII sept. 1855, jun. 1856, 1-1-
1858, 11-1-1858
143
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/14 brief 380 26-5-1857 en brief 381 3-6-
1857
144
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/14 brief 396 11-6-1858
145
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/14 brief 476 4-7-1860
146
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/14 brief 500 5-9-1860
147
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 68/2 30-5-1863 en 22-7-1864
148
    BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 5936 23-6-1865
149
    F. Martens – Wetenswaardigheden uit de gemeenteverslagen van Deurne 1851-1929 1866
150
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/7 brief 1027 en 1028 8-2-1865
151
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 51/5 fol. 36-39
152
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 4/2 10-2-1875
153
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 4/2 18-3-1875
154
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Vlierden inv.nr. 357 21-7-1875, 11-8-1875 en 17-5-1878
155
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 51/5 fol. 129 1-6-1876; BHIC Arch. arr.
rechtbank toeg.nr. 8 Eindhoven 1838-1877 inv.nr. 62 rol. 8161 nr 8050 17-7-1876
156
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Vlierden inv.nr. 357 5-7-1876
157
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Vlierden inv.nr. 357 25-7-1877
158
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Vlierden inv.nr. 357 26-8-1878 en 2-9-1878
159
    RHC-L – Arch. arr. rechtb. Roermond inv.nr. 54 vonnis 205 23-12-1879; RHC-E – Nieuw
adm. arch. Deurne inv.nr. 19/16 brief 89 29-12-1879; Niuewsblad van Roermond 27-12-1879.
160
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/16 brief 105 26-2-1880
161
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/16 brief 124 2-3-1880
162
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/16 brief 172 9-8-1880
163
    F. Martens – Wetenswaardigheden uit de gemeenteverslagen van Deurne 1851-1929 1881;
RHC-E – Niew adm. arch. Deurne inv.nr. 4/3 20-10-1881
164
    BHIC – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 4/4 30-9-1886; RHC-E Nieuw adm. arch.
Deurne inv.nr. 69/3 15-10-1889 en 20-11-1889
165
    Nieuws van de Week nr 15 19-2-1887
166
    Nieuws van de Week nr 76 1-10-1887; id. nr 451 16-6-1894; id. nr 559 12-5-1897; id. nr
604 13-6-1898
167
    Nieuws van de Week nr 615 24-9-1898
168
    Bidprentje met foto van hem in de documentatie van heemkundekring HN Ouwerling
169
    Nieuws van de Week nr 78 20-10-1883
170
    Not. arch. Deurne inv.nr. 141 akte 8 11-1-1883; id. akte 129 3-8-1883; id. akte 66 10-5-
1885; id. akten 74 en 75 16-5-1885; id. akte 76 22-5-1885; id. akte 80 31-5-1885; id. akte 105
13-7-1885; id. akte 116 3-8-1885; id. akte 23 16-2-1886; akte nr 62 11-6-1887; akte 88 30-7-
1887
171
    Not. arch. Deurne inv.nr. 141 akte 28 3-3-1887; id. inv.nr. 677 akte 28 3-3-1887
172
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/16 brief 437 9-1-1883
173
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/16 brief 302 23-12-1881
174
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/16 brief 345 14-4-1882
175
    BHIC – Memories van successie kanton Helmond toeg.nr. 558 inv.nr. 99 memorie 58 13-
8-1883
176
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 4/26 31-12-1926
177
    Het Volk 22-5-1911
178
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 4/26 31-12-1926
179
    Mededeling in december 2007 van onze eveneens uit Zeeuws-Vlaanderen afkomstige
voormalige voorzitter van de heemkundekring Theo van Daele.
180
    In het telefoonboek van 1915, dat op internet raadpleegbaar is, wordt villa Rozenberg al
genoemd.
181
    telef. interview met Pieter Leijte op 7 januari 2008.
182
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 69/1 8-10-1917
183
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 4/26 31-12-1926
184
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 71/1 17-3-1932
185
    RHC-E Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 69/1 5-2-1941
186
    Bakens, J – Beschijving panden Molenstraat (z.j.)
187
    RHC-E Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr 69/1 10-6-1949, 2-3-1951 en 10-4-1951
188
    Telef. interview met Paul Hoogma op 27 december 2007.
189
    telef. interview met Frans Janssens op 28 december 2007.
190
    Interview met Pieter van Hugten 7 januari 2008
191
    RHC-E Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 69/3 2-4-1909
192
    RHC-E Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 69/3 6-9-1911, 7-9-1911, 12-9-1911, 13-9-1911,
23-9-1911, 30-9-1911, 3-10-1911, 5-10-1911, 16-10-1911, 18-10-1911, 28-10-1911, 30-10-
1911, 3-11-1911, 9-12-1911.
193
    Interview met dokter Oomen op 24-11-2007.
194
    RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 1505 1752
195
    RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 29 fol. 199-200 vs 25-8-1759; Beijers-Koolen –
Vlierdens Verleden 1996 blz. 88
196
    RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 138 fol. 59 30-1-1767
197
    Coll. Frits Slaats – Recht. arch. Asten inv.nr. 123 fol. 136 vs. 16-12-1771
198
    RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 139 fol. 237 vs. 29-6-1773; id. fol. 270 28-1-1774
199
    RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 24 fol. 243 vs. 7-7-1773
200
    RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 74 fol. 18 23-3-1774
201
    RHC-E – Arch. notarissen Deurne inv.nr. 2 16-9-1812
202
    BHIC – Rechtbanken in Noord-Brabant 1811-1838 (toeg.nr. 21) inv.nr. 661
203
    W.A.M. van Heugten – Deurne en de Peel 1979 blz. 168-174; zie ook diens artikel “De
Hazeldonk”in Nieuwsblad van Deurne jrg 21 nrs. 33 en 34 19 en 26-9-1942
204
    Aantekening in Somerens doopboek, meegedeeld door dhr. v.d. Eijck – Someren.
205
    RHC-E – Arch. notarissen Deurne inv.nr. 2 16-9-1812; id. 25-11-1812; inv.nr. 8 16-3-
1816; id. 21-5-1816; id. 26-11-1816; inv.nr. 9 19-5-1817; id. 22-12-1817; inv.nr. 10 10-9-
1818; inv.nr. 11 5-1-1819; inv.nr. 11 10-1-1820; id. 28-11-1820; inv.nr. 13 29-4-1822l id. 14-
11-1822; inv.nr. 14 10-3-1823
206
    BHIC – Arch. Vredesgerecht Asten toeg.nr. 21 inv.nr. 1248 fiche 2 akte 63 19-6-1823
207
    BHIC – Arch. Raad van Brabant toeg.nr. 19 inv.nr. 466.703 4-1-1790
208
    Beijers en Koolen – Vlierdens Verleden 1996 blz. 137
209
    Nederlandse alba studiosorum en promotorum, verschenen op cd 2007; uitgave CBG
210
    RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 75 fol. 98 15-1-1794
211
    H.N. Ouwerling – a.w. blz. 730
212
    RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 146 fol. 166 vs 16-2-1793
213
    RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 146 fol. 187 vs 19-6-1793
214
    RHC-E – Oud adm. arch. Deurne inv.nr. 160 4-2-1795
215
    RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 40 fol. 137 28-5-1793; id. fol. 138 vs 30-5-1793
216
    RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 147 fol. 265 18-11-1796; collectie Annie Klerks
Helenaveen 5-1-1797; BHIC arch. Raad van Brabant toeg.nr. 19 inv.nr. 1255 2-5-1797; id.
inv.nr. 1234 fol. 135 22-12-1796; id. inv.nr. 1235 9-5-1797; id. arch. Bestuursinstellingen
1795-1814 toeg.nr. 16 inv.nr. 134 fol. 254 22-9-1796; id. fol. 260 26-9-1796; id. fol. 298 vs
20-10-1796; id. fol. 303 24-10-1796; id. fol. 318 2-11-1796; id. fol. 323 4-11-1796; id. fol.
325 7-11-1796; id. fol. 333 15-11-1796; id. fol. 371 vs. 13-12-1796; id. inv.nr. 74 fol. 360
30-9-1796; id. inv.nr. 108 volgnr. 4 24-10-1796; id. inv.nr. 139 fol. 418 vs 15-12-1796
217
    Album Studiosorum Academiae Lugduno-Batavae 1575-1875 (uitgave op cd door CBG)
218
    RHC-E Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 69/1 26-6-1946, 1-7-1946, 3-7-1946, 23-7-1946,
12-8-1946 en 7-12-1946.
219
    HIC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 42 4-6-1655
220
    HIC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 42 10-3-1655 en 27-9-1656
221
    HIC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 15 1664-1668 fol. 111-114
222
    HIC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 43a 15-12-1666
223
    RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 58 17-9-1774.
224
    W.A.M. van Heugten – Deurne en de Peel 1979 blz. 101-110
225
    RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 33 fol. 53 vs. 19-9-1788
226
    RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 59 15-1-1780
227
    RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 34 fol. 150 18-4-1806
228
    BHIC – Rechtbanken in Noord-Brabant 1811-1838 toeg.nr. 21 inv.nr. 738 15-6-1816
229
    BHIC – Rechtbanken in Noord-Brabant 1811-1838 toeg.nr. 21 inv.nr. 741 8-3-1817
230
    BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12203 4-9-1822
231
    BHIC – Arch. Provinciaal Bestuur toeg.nr. 17 inv.nr. 12205 11-8-1823
232
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Vlierden inv.nr. 27 30-12-1826
233
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 12/1 8-8-1828; id. inv.nr. 19/13 brief 87 8-8-
1828
234
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Vlierden inv.nr. 632 1829
235
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Deurne inv.nr. 19/14 brief 69 en 70 25-12-1843; BHIC Hof en
arr.rechtbank Eindhoven toeg.nr. 8 rol 544 25-1-1844
236
    RHC-E – Nieuw adm. arch. Vlierden inv.nr. 40 26-5-1876
237
    RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 87 fol. 127 vs. 28-10-1606
238
    RHC-E – Recht. arch. Deurne inv.nr. 91 fol. 165 en parochie-archief St.Willibrordus
inv.nr. I-IV.B.1 11-7-1631
239
    H.N. Ouwerling – a.w. blz. 316
240
    H.N. Ouwerling – Geschiedenis der dorpen en heerlijkheden Deurne, Liessel en Vlierden;
herdruk 1974 blz. 315-316
241
    RHC-E – Recht. arch. Vlierden inv.nr. 1 24-10-1617
242
    RHC-E – Recht. arch. Helmond inv.nr. 262 akte 1 coll. Simon v Wetten

								
To top