schoolgids 1011 insp by 90Eo8VzF

VIEWS: 11 PAGES: 49

									Schoolgids 2010-2011
1 De school [ 4 ]

2 Waar staat de school voor [ 5 ]
2.1 Visie en missie [ 5 ] 2.2 Het klimaat op school [ 8 ]
2.3 Brede School [ ?]

3 De organisatie van het onderwijs [ 9 ]
3.1 De organisatie van de school [ 9 ] 3.2 De verplichte onderwijstijd [ 9 ] 3.3
Samenstelling van het team [ 10 ]
3.4 Bestuur [ 10 ] 3.5 School Advies Commissie [ 11 ] 3.6 Stagiaires [ 11 ] 3.7 Arbo [
11 ] 3.8 Het leren in de
kleutergroep [ 11 ] 3.9 De overgang van kleutergroep naar groep drie [ 12 ] 3.10 Lezen
in groep drie [ 12 ]
3.11 Leren in groep vier t/m acht [ 13 ] 3.12 De vakken [ 13 ] 3.13 Werkvormen en
computeronderwijs [ 15 ]
3.14 Huiswerk [ 15 ] 3.15 Resultaten en het vervolg [ 16 ] 3.16 Groepsindeling [ 16 ]
3.17 Gronden voor
vrijstelling van het onderwijs [ 16 ] 3.18 Contact met ouders over ongepast gedrag van
kind [ 16 ] 3.19 Mobiele telefoon

4 De ouders [ 17 ]
4.1 Contact met ouders [ 17 ] 4.2 Rapportage naar ouders [ 17 ] 4.3
Informatievoorziening gescheiden ouders [ 18 ]
4.4 Rapportpunten [ 18 ] 4.5 Oudervereniging [ 19 ] 4.6 Ouderbijdrage [ 19 ] 4.7
Medezeggen-schaps-raad en GMR [ 19 ]
4.8 Klachtenregeling [ 20 ] 4.9 Het overblijven [ 21 ] 4.10 Maatregelen ter voorkoming
van lesuitval [ 21 ]
4.11 Maatregelen ter voorkoming van verzuim [ 21 ] 4.12 Regels voor toelating van
leerlingen [ 21 ]
4.13 Sponsorstichting Basisschool St. Dionysius [ 21 ] 4.14 Rookbeleid [ 22 ] 4.15
Verzekering [ 22 ]
4.16 Ongewenst agressief gedrag van ouders [ 22 ] 4.17 Voor- en naschoolse opvang [
22 ] 4.18 Time-out en verwijdering [ 23 ]

5 De zorg voor kinderen [ 24 ]
5.1 Het leerlingendossier [ 24 ] 5.1.1 Niveaus van zorg [ ? ] 5.2 Wet bescherming
persoonsgegevens [ 24 ] 5.3 Het leerlingvolgsysteem [ 24 ] 5.4 Interne begeleiding en
Remedial Teaching [ 25 ] 5.5 Het zorgteam [ 26 ] 5.6 Speciale zorg voor kinderen [ 26 ]
5.7 LGF-leerlingen [ 27 ] 5.8 Permanente Commissie Leerlingenzorg [ 27 ] 5.9
Klachtenregeling PCL [ 27 ] 5.10 Hoogbegaafdheid [27 ] 5.11 Protocol voor het
omgaan met (ernstige) vermoedens van kindermishandeling [ 27 ] 5.12
Faalangsttraining en sociale weerbaarheid- en sociale vaardigheidtraining [ 27 ] 5.13
Onderwijs aan zieke kinderen [ 27 ]

6 De identiteit [ 28 ]
6.1 St. Dionysius, een katholieke basisschool [ 28 ]

7 De ontwikkeling van het onderwijs [ 29 ]
7.1 Invoering nieuwe taalmethode groep 4 t/m 8 [ 29 ] 7.2 Samenwerking met
peuterspeelzalen [ 29 ] 7.3 Invoering van nieuwe WO methodes in de groepen 6 , 7 en 8
[ 29 ] 7.4 Schoolslag ( in kaart brengen van veiligheid in school) ???? 7.5 Invoering
van KIJK in de groepen 3 t/m 8

8 Buitenschoolse activiteiten [ 30 ]
9 Nawoord [ 31 ]
10 Adressenlijst [ 32 ]
Voorwoord

Het tevredenheidonderzoek dat afgelopen jaar heeft plaats gevonden, liet een
verbetering zien van een aantal zaken. Op deze verbeteringen hebben we bewust
gestuurd. Het is dan ook fijn dat dit door de ouders is waargenomen en teruggegeven.
Dat is goed voor iedereen die bij de school betrokken is. Met name de communicatie
naar ouders zowel schriftelijk als mondeling scoorde goed. Dat er op gebouwelijke
gebied een verbetering was, is zonneklaar. Maar ook de verkeersveiligheid is
toegenomen. Dat betekent dat de verkeerswerkgroep op de goede zaken heeft ingezet.
Op het gebeid van de communicatie willen we de kwaliteit graag houden als deze nu is.
Aan de kwantitatieve kant willen we graag wat aanpassingen aanbrengen. Door
invoering van het sociaal-emotioneel volgsysteem “KIJK” hopen we dat te bereiken.
Verder zijn we ingeloot voor het innovatieproject “SLIM FIT”. Dit project sluit nauw aan
op onze unit werkwijze. We willen d.m.v. het project de unit werkwijze verder uitdiepen.
Zo kunnen we beter voor elke kind met een specifieke zorgvraag het leerstofaanbod
bieden dat nodig is.
Verder is het een hele opsteker, dat we landelijk ( het SLIM FIT idee) ook die
ontwikkelingen zien, waar wij hier al mee bezig waren. Dat versterkt onze gekozen
richting.
Verder vindt u in de gids de zaken die van belang zijn voor school. Sommige algemene
stukken kunt u vinden op de website. Dit is gedaan om de gids zo leesbaar mogelijk te
houden. In de gids verwijzen we naar de sites. Mochten deze voor u niet bereikbaar zijn,
dan kunt u die informatie altijd via school aanvragen.
Mocht u opmerkingen hebben betreffende de schoolgids dan vernemen wij dat graag.
Behalve deze schoolgids ontvangt u ook de schoolkalender. In de schoolkalender vindt u
veel informatie over de dagelijkse gang van zaken op school, zoals lestijden, gymtijden,
vakanties enz. Verder zijn deze zaken ook te vinden op onze website
www.bsdionysius.nl

Jos Bertrand, directeur
PGO
1 De school


De naam van onze school is St. Dionysius. Dat heeft alles te maken met het feit dat onze
school in Schinnen ligt. Dionysius is namelijk de patroonheilige van de kerk in Schinnen.
En omdat vroeger het kerkbestuur de school heeft gesticht, is de naam Dionysius
verklaarbaar. In het hoofdstukje “St. Dionysius, een katholieke school”, komen we nog
op deze naam terug. Uit de naamgeving is al duidelijk dat onze school een katholieke
school is.

Onze school wordt bezocht door veel kinderen van het dorp Schinnen. Maar ook veel
kinderen van buiten Schinnen bezoeken de school. Ze maken ongeveer 20% van onze
leerlingen uit.

Op 1 oktober 2011 zal onze school 187 leerlingen tellen. Het onderwijs wordt verzorgd
door 10 leerkrachten. Hiervan zijn er 3 fulltime en 7 parttime werkzaam. Deze
leerkrachten hebben niet alleen groepstaken. Naast de leerkrachten is er nog een Intern
begeleidster voor drie dagen en een directeur voor 5 dagen.
De school heeft een administratieve kracht voor 2 dagen en een conciërge die tevens
conciërge is van de hele brede school.
Verder is er een externe logopedist, die de peuters en/of de kleuters screent.


De volledige gegevens zijn:
basisschool St. Dionysius Schinnen

       adres        Oude Markt 15
                    6365 CJ SCHINNEN
       telefoon     046 - 443 1885
       e-mail       info@bsdionysius.nl
       website      www.bsdionysius.nl
       directeur    Jos Bertrand
2 Waar staat de school voor?

2.1    Visie en missie

In het boekje “School..........daar blijf je aan denken”,
kwamen wij het volgende gedicht van Greet Brokerhof -
van der Waa tegen:

Bouwplannen

Wij willen bouwen aan een wereld
waarin muren tussen mensen gesloopt worden.
Waarin mensen elkaar vertrouwen
en elkaar de ruimte geven.

Wij willen bouwen aan een wereld
waarin mensen elkaar niet afbreken,
maar elkaar verder helpen
met stimulansen en opbouwende kritiek.

Wij willen bouwen aan een wereld
waarin elk mens een goede basis vindt
om een bestaan op te bouwen
en een zinvol leven te leiden.

Wij willen bouwen aan een wereld
die een veilig thuis is voor iedereen.
Waarin mensen in vrede samenleven
onder hetzelfde sterrendak.

Dit gedicht geeft kort weer van waaruit
wij willen werken. Doordat kinderen zich
thuis voelen in school en met plezier gaan,
denken we dat ze dat kunnen presteren
wat ze waard zijn en graag presteren.

Dat hebben we in onze slogan korter geformuleerd:

Optimaal presteren door plezier in leren.


Het belang van onze visie
De visie is het beeld van de toekomst dat we met zijn allen willen creëren. Door de visie
te formuleren laten we zien welke richting we willen inslaan. We zien onze visie als het
fundament onder onze school. Ze geeft vorm en richting aan de toekomst van de
organisatie en ze helpt ons om deze toekomst waar te maken. De visie zorgt ervoor, dat
we streven naar gezamenlijke doelen en dat de betrokkenheid van allen daartoe
aanwezig is. Onze visie is een ideaalbeeld, het is niet van belang of de visie ‘haalbaar’ is.
Dat geldt wel voor de doelen, die we uit deze visie afleiden. Bij het formuleren van de
doelen (kleine, haalbare stappen) laten we ons voortdurend inspireren door de visie.
De visie vormt steeds het uitgangspunt voor het maken van beleidskeuzes en geeft de
kaders aan, waarbinnen eigen initiatief van leerkrachten mogelijk is.

De gezamenlijke visie

De basis voor goed leren is voor ons veiligheid en betrokkenheid. Een veilige school- en
klassenomgeving als een soort tweede huis is op onze school erg belangrijk. Daarbij gaat
het niet alleen om de fysieke omgeving, maar vooral om de sfeer, het uitstralen van
warmte, geborgenheid, rust en openheid. We creëren op onze school een omgeving
waarin het kind zichzelf kan zijn en zijn ontwikkeling gestimuleerd en uitgedaagd wordt.
Kortom: waarin groei mogelijk is. Kinderen krijgen de tijd, de ruimte en de
ondersteuning om zichzelf te kunnen ontwikkelen. We willen elk kind laten voelen dat
het meetelt.
Vanuit die veiligheid is passie, plezier en innerlijke betrokkenheid mogelijk. Zowel voor
de kinderen als voor de leerkrachten. Betrokkenheid creëren we onder meer door
middel van activerende werkvormen, en door aan te sluiten bij interesses van kinderen.
We zoeken voortdurend naar kansen om kinderen te motiveren zelf aan de slag te gaan,
zelf te leren en te ontwikkelen. Plezier in het werk en bij het leren zijn voor ons
voorwaarden voor kwaliteit. Dat betekent ook dat we uitdagende leeromgevingen
creëren d.m.v. het inrichten van unit-werken.
Wij willen graag dat ieder kind bij ons op school tot zijn recht komt en dat het kan
presteren naar zijn eigen beste vermogen. Kinderen krijgen kansen om hun talenten te
ontwikkelen. Hierbij houden wij rekening met het gegeven dat kinderen verschillen. Dit
betekent dat wij recht willen doen aan een van de drie visies van meervoudige
intelligentie: het vieren!
Onze school moet een plek zijn waar kinderen graag zijn en waar hun cognitieve en
sociaal-emotionele vaardigheden optimaal worden ontwikkeld. Elke leerkracht op onze
school is erop gericht de talenten van elk kind te erkennen en te benadrukken, zodat
ieder kind zich positief kan ontwikkelen.

Een katholieke school
Onze school is een katholieke basisschool. We willen dat niet alleen formeel zijn, het
moet ook zichtbaar zijn in ons denken en handelen van alledag.

De katholieke identiteit van de school heeft te maken met de eigenheid van de school.
Met identiteit bedoelen we de levens-beschouwelijke visie van onze school, m.a.w.
vanuit welk fundamenteel waarden- en normenpatroon willen wij onderwijs geven op
onze school. Uitgangspunt zal zijn, dat het Christendom als levensbeschouwelijke
inspiratiebron wordt geaccepteerd en in het leven en werken binnen onze gehele school
naar voren komt. De doorgaande lijn is ook hier van belang. Verder wordt in het
schoolklimaat gestreefd naar concretisering van die menselijke waarden welke het
Christendom dierbaar zijn, zoals mensen accepteren en waarderen, mensen vertrouwen
en betrekken bij wat ieder aangaat, mensen helpen vrij te worden, mensen helpen de zin
van het leven te ontdekken, naastenliefde, oog voor de zwakken en solidariteit. Onze
school hecht groot belang aan persoonlijke, maatschappelijke en levensbeschouwelijke
vorming.

We vinden het belangrijk dat elk kind, ongeacht geloof, levensovertuiging, culturele
achtergrond of afkomst op onze school onderwijs kan krijgen. We willen bewust een link
leggen met andere godsdiensten, vooral met de kinderen op zoek gaan naar
overeenkomsten. In onze ogen is de school ook een ontmoetingsplaats, waar
kennismaking en respect voor andere opvattingen, denkbeelden en culturen van
wezenlijk belang zijn. Er wordt actief ingegaan op verschillen om ervan te leren iedereen
in zijn of haar waarde te laten. Er is sprake van erkende ongelijkheid, niet van het
opdringen van één bepaalde overtuiging. De dialoog staat daarbij centraal.

Een school waar mensen samenwerken
Het realiseren van goed onderwijs kan in onze visie alleen in teamverband. Onderlinge
samenwerking vinden we in onze school dan ook wezenlijk. Aansluitend bij de
kenmerken van een katholieke school hebben de medewerkers veel begrip en respect
voor elkaar. Respect voor ideeën, opvattingen en kwaliteiten, maar ook voor knelpunten,
vragen en zwakheden van mensen. We vinden het erg belangrijk, dat alle mensen binnen
de school mogelijkheden krijgen om zich te ontwikkelen en dat er voldoende
bewegingsvrijheid wordt gecreëerd. Groei en ontwikkeling zijn hierbij kernbegrippen.
We streven naar een professionele cultuur.

Samenwerking vormt niet alleen voor de schoolcultuur een belangrijk uitgangspunt,
maar tevens voor het onderwijs in de klas. Kinderen leren samenwerken, met elkaar
communiceren, rekening houden met elkaars sterke en zwakke punten, wederzijds
respect voor elkaar. Daartoe is het voortdurend werken aan sociale vaardigheden
eveneens van belang. Expliciet aandacht schenken aan waarden en normen is daarbij
een van de peilers; ook hierover communiceren we met ouders.


Een lerende school
Er komen vele veranderingen op de school af. Deze willen we niet tegenhouden, we
willen er op een zo goed mogelijke wijze op inspelen. Hiervoor zijn andere benaderingen
nodig, ook een ander gedrag. Al deze veranderingen in de omgeving vragen van de
mensen die in de school werken, dat we dingen gaan doen die ze eerst niet deden en ook
niet konden. De gedragsverandering, die noodzakelijk is, zal op school geleerd moeten
worden. Door te leren kunnen we beter inspelen op de nieuwe ontwikkelingen en de
veranderende eisen die aan ons gesteld worden. Door te leren krijgen we inzicht in de
eigen opvattingen en in het eigen handelen. We willen samen werken om te leren van
ervaringen van anderen.

Dit alles betekent niet, dat we het ‘oude’ zonder meer overboord zetten; de goede dingen
koesteren we. Met de ‘nieuwe’ willen we ervaringen opdoen en dus ermee aan de slag
gaan.
De vele snelle ontwikkelingen in onze omgeving maken het noodzakelijk en wenselijk
om daarop in te spelen. Regelmatig zullen we ons af dienen te vragen: zitten we nog op
koers? Hoe zijn we nu bezig? Doen we nog wel de goede dingen?
Ontwikkelingen in de samenleving hebben grote gevolgen voor onze school.
Een school met zorg voor goed onderwijs.
We willen graag bereiken, dat alle kinderen, die onze school bezoeken, met plezier naar
school komen. Kinderen voelen zich veilig, zitten goed in hun vel, er is sprake van
geborgenheid. We zijn zeker gericht op cognitieve resultaten, maar er is voldoende
ruimte voor creativiteit, plezier met elkaar, genieten. We besteden aandacht aan
assertiviteit en weerbaarheid van kinderen. We willen op onze school veel aandacht
besteden aan diverse vormen van kunst: toneel, poëzie, zang, dans, beeldende kunst.
Een belangrijk aspect voor ons onderwijs is de wijze waarop we willen omgaan met
verschillen. In de klas is er sprake van een grote diversiteit: elk kind is voor ons speciaal!
We zoeken naar mogelijkheden om zo goed mogelijk om te gaan met deze verschillen.
Wij kiezen voor adaptief onderwijs. In ons onderwijs willen we tegemoet komen aan de
basisbehoeften van kinderen: relatie, competentie en autonomie. We streven ernaar, om
onderwijs op maat voor elk kind te verzorgen.

Een ander wezenlijk aspect voor ons is de innerlijke betrokkenheid van kinderen.
Kinderen leren het beste als ze iets graag willen leren. We zoeken naar mogelijkheden
om deze innerlijke betrokkenheid te vergroten. Daarbij denken we onder meer aan
vormen van betekenisvol leren: andere keuze en ordening van de leerstof meer
koppeling tussen leren en ‘het echte leven’, andere werkvormen, zelfontdekkend leren,
samenwerkend leren.
We willen kinderen medeverantwoordelijk laten zijn voor hun eigen leren.

De school en de ouders
School en ouders zijn bezig met hun eigen deel van de opvoeding van de kinderen, een
bijdrage leveren aan de optimale ontwikkeling. Dit proces verloopt beter, als ze met
elkaar samenwerken, met respect vice-versa, als er sprake is van een open houding t.o.v.
de school en elkaar. We nemen ouders dan ook serieus, ze zijn welkom op school, we
staan open voor kritiek (op de juiste plek en tijd), ideeën en meningen. Er is voldoende
ruimte om mee te denken en voor diverse vormen van inspraak. Communicatie met
ouders willen we dan ook tweezijdig laten verlopen. Ook streven we ernaar, dat
kinderen met hun ouders communiceren over het onderwijs, b.v. door regelmatig te
praten over wat ze geleerd hebben.
Tegelijkertijd heeft onze school een eigen verantwoordelijkheid en deskundigheid:
ouders kunnen niet het beleid van de school bepalen, ze kunnen er wel over meedenken,
er een bijdrage aan leveren.

De leiding van de school
Het voortdurend werken in de richting van deze visie vraagt om betrokkenheid van alle
medewerkers. De leiding van de school neemt daarbij een belangrijke plaats in.
Op onze school streven we naar een situatie, waarin er niet alleen sprake is van goed
management (duidelijkheid, goed zaken regelen, organiseren, plannen, e.d.) maar vooral
ook van leiderschap.
We willen een lerende school zijn. In onze visie heeft dit ook gevolgen voor de wijze,
waarop in de school leiding wordt gegeven. Enkele belangrijke kenmerken van onze
ideale schoolleiding:

De schoolleider als coach en helper
Onze schoolleiding draagt zorg voor een optimaal milieu, voor goede voorwaarden
waaronder de medewerkers zich optimaal kunnen ontwikkelen. Kernwoorden zijn
begeleiden van leerkrachten, herkennen van vragen, ondersteunen, coachen vanuit
situationeel leiderschap, helpen, feedback geven, inspireren, sturen zonder de baas te
spelen, kijken en luisteren, voorbeeldgedrag. Kortom: het bieden van persoonsgerichte
ondersteuning en uitdaging aan leerkrachten in hun professionele ontwikkeling.

De schoolleider als leerling en als leermeester
In de lerende school kan iedereen zowel de rol van leraar als die van leerling aannemen.
Dit geldt ook voor de schoolleider. Als leerling laat de schoolleider zien, dat hij zelf ook
bereid is om te leren. Hij durft zich kwetsbaar op te stellen, onder meer door te
erkennen niet alles zelf te weten en te kunnen.
Als leraar heeft hij onder meer als taak om teamleden te helpen bij het onderzoeken en
veranderen van mentale modellen; hen leren te kijken vanuit meerdere perspectieven,
onder andere die van de klant.

De schoolleider als organisatieontwerper
u     het slechten van leerbarrières: het bestrijden van de leerstoornissen binnen de
organisatie
u     het scheppen van optimale leercondities voor leerkrachten en kinderen
u     het stimuleren en bewaken van dialoog
u     het spreiden van leiderschap naar leerkrachten op sleutelposities



2.2    Het klimaat op school

“Wij willen bouwen aan een wereld die een veilig thuis is voor iedereen”. Veiligheid, je
lekker voelen, goed in je vel zitten, hebben allemaal iets te maken met sfeer. Sfeer kun je
proeven. Kun je zien. Kun je voelen. Iedereen zal beamen dat de sfeer waarin een kind
opgroeit van groot belang is om een volwaardig mens te worden. Als school stellen we
een sfeer van vriendelijkheid en veiligheid dan ook zeer op prijs. We hebben daar in de
loop der tijd steeds over nagedacht en steeds weer, ook door concrete maatregelen, een
fijne sfeer op school proberen te scheppen. Zo vinden wij het prima dat kinderen ’s
morgens niet buiten hoeven te wachten maar vanaf 8.15 uur, elkaar van alles vertellend,
naar binnen mogen.
Samen spelen is geweldig. Op onze speelplaats is dat mogelijk. Speeltoestellen waarop je
kunt klimmen een zandbak een voetbalkooi en basketbalveldje waar je je lekker kunt
uitleven. Maar ook een aantal banken en tafels waar je rustig met elkaar kunt praten.
Leerkrachten spreken leerlingen in de wandelgangen en op de speelplaats veelvuldig
aan om zo een ongedwongen omgang met de leerlingen te bevorderen. Iedere week
wordt vanaf groep 4 de week afgesloten met een viering. In de onderbouw is dat nu een
keer per maand. Deze wordt door de kinderen zelf verzorgd. Toneel, zang, mime en
playback zijn dan te zien en te horen. Rond de grote feestdagen Kerstmis en Pasen
proberen we door middel van maaltijden en vieringen een fijne sfeer op te roepen. En
natuurlijk het allerbelangrijkste: leerkrachten proberen op een vriendelijke wijze met
leerlingen om te gaan.
Als teken van waardering van kinderen wordt het werk van kinderen vaak
tentoongesteld. Dit gebeurt zowel in de klas in de verwerkingsruimten als in de vide.
2.3 Brede School

We zitten nu in een gebouw met de peuterspeelzaal het peutersoosje, de bibliotheek
Biblionova, De BSO De Tovertuin en de gemeente als beheerder van de gymzaal.
Daarmee zijn we een brede school. Maar dat brede komt niet voort uit het feit dat we
samen in een gebouw zitten, maar veel meer in wat we samen doen. We zullen ons
jaarlijks samen presenteren op de open dag. En tweemaal per jaar via de BRESS waarin
we aangeven waar we zoal mee bezig zijn.

Het Peutersoosje
Met de peuterspeelzaal gaan de groepen 1,2 en 3 jaarlijks enkele malen aan de slag met
een gezamenlijk thema. Iedereen werkt op zijn eigen niveau met het thema, maar er
worden ook dingen samen gedaan. De opening, de afsluiting of misschien wel een
bezoek aan het een of ander.
Verder werken we samen met “KIJK” een leerling registratiemiddel dat letterlijk kijkt
naar de ontwikkeling van een kind. Zo wordt dit registratiemiddel nu doorgezet naar de
school en gebruiken we dit samen. Aan de andere kant gebruikt de PSZ nu de toetsen
van Cito en voert deze op dezelfde manier in als school. Op die manier verzamelen we al
in de peuterspeelzaal de nodige informatie en kunnen we een goede doorgaande lijn
naar de basisschool verwezenlijken. Het project “Moelejan” draait in de peuterspeelzaal
en werpt daar al de eerste vruchten af.
Verder gaat het tweewekelijkse informatieblad de Tamtam naar de ouders van de
peuterspeelzaal, zodat alle ouders die informatie krijgen die van belang is voor de brede
school.

Biblionova
De kinderen kunnen onder schooltijd de bibliotheek bezoeken. Zij kunnen boeken lenen
voor in school, maar ook voor thuis. Via een eenvoudig kosteloos abonnement is dit
mogelijk. Verder werkt de school een maal per jaar met het project de Rode Draad en
ondersteunt de bibliotheek de Units in het leesonderwijs.
Ook voor de werkstukken van ZOL staat de bibliotheek ter beschikking.

De Tovertuin
Met de leidster van de BSO is een goed contact. Op die manier zorgen we ervoor dat de
overgang van de BSO naar school of van school naar de BSO soepel verloopt. Daar waar
we elkaar kunnen ondersteunen doen we dat. Dat kan zijn in het gebruik van elkaars
ruimten, maar ook door elkaar goed te informeren over de kinderen die de BSO
bezoeken.
De leidster haalt de kinderen van unit I na school op en zet deze bij het begin van de dag
daar af. De oudere kinderen vinden zelf hun weg in het gebouw.
Ook speelt de BSO in op de taalontwikkeling en biedt zij de kinderen eenmaal in de week
de mogelijkheid om in de gymzaal actief te zijn.

De gemeente/sportzaal
De gemeente is de beheerder van de sportzaal. Wij gebruiken deze intensief onder
schooltijd, maar ook op enkele momenten in het jaar. Samen met de gemeente proberen
we de zaal ook buiten de schooluren in gebruik te hebben. Dat gebeurt nu al door
sportverenigingen als SVO. Maar mogelijk dat we ook nog andere sporten er in kunnen
krijgen, waar kinderen dan na school gebruik van kunnen maken.
Naast de participanten in het gebouw zijn er ook nog organisaties die gebruik van de
brede school maken.
-Jeugdtoneelclub “De Golf”
-Blokfluitles door de fanfare St. Cecilia
-Het JIS gebruikt na school onze speelplaats voor hun activiteiten
-Kids4care gebruikt de speelplaats op de zaterdagen dat zij in Schinnen actief zijn
Al deze organisaties maken gedurende een periode in het jaar gebruik van ons gebouw.
Op deze wijze hopen we dat we voor de kinderen een gevarieerd aanbod na school
kunnen realiseren.



3 De organisatie van het onderwijs

3.1   De organisatie van de school

Onze school werkt niet volgens een bekend schoolmodel. Uit bekende modellen worden
wel elementen gebruikt. Zo is bijvoorbeeld de werkvorm Zelf Organiserend Leren en de
weeksluiting duidelijk afkomstig uit de Jenaplan school. In de onderbouw, groep één en
twee, wordt gewerkt volgens de principes van “basisontwikkeling”. Daarnaast gebruiken
we het welzijn en betrokkenheid uit het ervaringsgericht onderwijs. Elementen daarvan
zijn terug te vinden in de groepen drie t/m acht.
Dit schooljaar hebben we zeven groepen geformeerd. Deze groepen zijn ondergebracht
in drie units. In deze unit werken de betreffende leerkrachten zeer nauw samen om het
onderwijs aan de kinderen in de unit zo goed mogelijk gestalte te geven. Zo maakt men
gebruik van elkaars kwaliteiten, maar kan er op bepaalde momenten ook toezicht
gehouden worden op een grotere groep kinderen. Op deze wijze kan men het zelfstandig
werken efficiënter realiseren, zodat leerkrachten extra instructie kunnen geven aan
kleinere groepen leerlingen. Zo kunnen we leerkrachten optimaal inzetten waarvoor ze
geleerd hebben, kinderen iets leren.
Klassikaal lesgegeven komt voor, maar er wordt ook gewerkt met kleinere groepen of
individuele kinderen. De leerlingen zijn ingedeeld in jaargroepen. Leerlingen van een
zelfde leeftijd zitten bij elkaar in een groep. Maar daar kunnen ook combinatiegroepen
tussen zitten. Instructie krijgen de leerlingen veelal in de jaargroep of in een gedeelte
daarvan. De combinatiegroep zoals hieronder vermeld, is de basisgroep van de leerling.
De leerkracht(en) van deze groep is ook de leerkracht waarmee u de gesprekken voert.
Daarnaast kan een leerling op bepaalde momenten les krijgen van een andere leerkracht
uit de betreffende unit.

Unit I               Unit II             Unit III
Groep 1/2           Groep 3/4            Groep 7
Groep 1/2           Groep 4/5            Groep 8
                    Groep 5/6

Het leerlingaantal ligt tussen de 20n 33 leerlingen.
Dit schooljaar verzorgen wij op de woensdag de zorg. Onder het hoofdstuk zorg kunt u
daar meer over lezen.
3.2 De verplichte onderwijstijd

De school is verplicht om een bepaald aantal uren les te geven. Dat is voor groep één t/m
vier 880 uur per jaar of 3520 uur in het totaal voor groep één t/m vier. Voor groep vijf
tot en met acht is dit 1000 uur per leerjaar of 4000 uur in het totaal. Over 8 jaar
betekent dat minimaal 7520 uur. In onderstaande tabel ziet u hoeveel uren de leerlingen
op onze school per schooljaar gemaakt hebben.

Dit is dus royaal de voorgeschreven hoeveelheid. Om de schooltijd zo goed mogelijk te
gebruiken hebben we een aantal maatregelen genomen.

u      's Ochtends wordt er om 8.25 uur gebeld. Dan komen de
       leerlingen die nog buiten zijn naar binnen. Dit is tevens het teken dat van de
ouders gevraagd wordt om de school te verlaten, zodat de lessen om half negen kunnen
beginnen.
u      De leerkrachten houden zich precies aan de aangegeven
       les- en pauzetijden.
u      Om lesuitval tegen te gaan heeft het bestuur een vervangersbank ingericht waar
we snel een overzicht hebben over de beschikbare vervangers en deze kunnen
oproepen.
u      Leerkrachten worden onder lestijd zo weinig mogelijk gestoord. Geen
telefoontjes of dergelijke.

Regeling schooltijden
Met ingang van 1 augustus 2006 is een nieuwe regeling op het gebied van de
schooltijden van kracht. Deze regeling maakt een andere verdeling van schooltijden
mogelijk. Over de hele basisschoolperiode krijgen de leerlingen echter evenveel lesuren
als voorheen, nl. 7520, waarvan 3520 voor de onderbouw en 4000 voor de bovenbouw.

Uren per jaar
De nieuwe regeling schrijft o.a. voor dat de leerlingen in 8 opeenvolgende schooljaren
minstens 7520 uren les krijgen. Het verschil in lesuren tussen onder- en bovenbouw
mag worden losgelaten.
De school kan er b.v. voor kiezen om alle leerlingen evenveel les-uren aan te bieden met
een minimum van 940 uur per jaar. Het huidige verschil tussen onder- en bovenbouw
kan echter ook worden gehandhaafd. In dit geval heeft de onderbouw ten minste 3520
en de bovenbouw ten minste 3760 uur les en moeten de nog ontbrekende 240 uren aan
één of meer leerjaren worden toegevoegd.
Weken
Voor de leerjaren 3 t/m 8 mogen scholen maximaal 7 keer per jaar een vierdaagse
schoolweek inroosteren. Dat wordt in de kalender en Tamtam vermeld, zodat ouders al
voor de aanvang van een schooljaar hiervan op de hoogte kunnen zijn.
huidig        03/04   04/05    05/06   06/07   07/08    08/09    09/10    10/11    Uren     Vereiste
school-jaar                                                                        tot nu   uren
                                                                                   toe
Groep 1                                                                   850.5    850.5    880
Groep 2                                                          935.5    850.5    1786     1760
Groep 3                                                 924.5    935.5    1006.5   1866.5   2640
Groep 4                                        906.5    924.5    1012.5   1006.5   3850     3520
Groep 5                                1012    906.5    1001.5   1012.5   1006.5   4939     4520
Groep 6                        1113    1012    989      1001.5   1012.5   1006.5   6134.5   5520
Groep 7               1009.5   1113    993     989      1001.5   1012.5   1006.5   7125     6520
Groep 8       1007    1009.5   1113    993     1006.5   1001.5   1012.5   1006.5   8149.5   7520



Lesdag
Het huidige maximum van 5.30 lesuren per dag vervalt. Scholen dienen wel zorg te
dragen voor een evenwichtige verdeling van de activiteiten over de schooldag.

Medezeggenschap en toezicht
De oudergeleding van de MR heeft instemming bij het vaststellen of wijzigen van de
schooltijden. Een wijziging kan pas plaatsvinden als de mening van alle ouders is
gepeild.
De onderwijsinspectie houdt toezicht op de schooltijden.

De directeur van de school is integraal schoolleider. Dat betekent dat de directeur
verantwoordelijk is voor de onderwijskundige inhoud en vormgeving van het onderwijs,
de verdeling van de beschikbare middelen, de inzet en de ontwikkeling van het
personeel, het beheer van het schoolgebouw en de communicatie met alle bij de school
betrokken geledingen.
De directeuren van de scholen hebben periodiek overleg met het College van Bestuur in
het zogenaamde Directeuren-Be-stuurs-Overleg (DBO). Het DBO is een adviesorgaan in
het boven-schoolse beleidsvormingsproces en biedt mogelijkheden voor het uitwisselen
van informatie en de ontwikkeling van competenties.

Op 1 januari 2005 is INNOVO, stichting voor katholiek onderwijs, ontstaan uit een fusie
tussen KSV Limburg en stichting Ambiorix. Dit betekent dat we dit jaar het eerste
lustrum feest vieren. INNOVO is gebaseerd op een katholieke grondslag en kent als
belangrijkste onderwijskundige peilers het ‘Nieuw Leren’ en ‘Educatief Partnerschap’.

Alle betrokkenen zijn enthousiast en voortvarend bezig om INNOVO prominent in de
markt te zetten, de organisatie in het goede spoor te regisseren, met slechts één doel:
‘verbetering van de kwaliteit van het onderwijs aan onze kinderen’.
3.3   Samenstelling van het team

      Jos Bertrand Directeur

      Ine Deckers       Leerkracht groep 1/2 op maandag, dinsdag
      Kitty Spronk      Leerkracht groep 1/2 op donderdag en vrijdag
                        Op woensdag zorg invulling
      Petra Kleijnen    Leerkracht groep 1/2op dinsdag, donderdag en vrijdag
                        Op woensdag zorg invulling
      Jos Bertrand      Leerkracht groep 1/2 op maandag
      Mariet Mets      Leerkracht groep 3/4 op maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag
      Toiny Lemmerlijn Leerkracht groep 3/4 op woensdag
      Daniëlle Hendrix   Leerkracht groep 4/5 op donderdag en vrijdag
                         Op woensdag zorg invulling
      Ans Strouken       Leerkracht groep 4/5 op maandag, dinsdag en woensdag
      Julius Winkens     Leerkracht groep 5/6

      Peter Vroomen        Leerkracht groep 7/8
      Dana Mullers        Leerkracht groep 7/8 op maandag, dinsdag, woensdag
      Andrea Keijsers      Leerkracht groep 7/8 op woensdag op donderdag en vrijdag.
                           ADV invulling in groep 7/8

      Toiny Lemmerlijn    Intern begeleider op dinsdag en donderdag

      Thei Winkens        Conciërge
      Andre Hahn          Administratie alle ochtenden (Vrijwilliger)
      Els Witsiers        Administratie op woensdag en donderdag


3.4 Bestuur

Onze school valt onder de juridische verantwoordelijkheid van de Stichting INNOVO, een
stichting voor katholiek onderwijs.
Voor vragen of meer informatie kunt u contact opnemen met het stafbureau. Ga naar
www.innovo.nl en klik op SCHOLEN of OUDERS in de menubalk

Adresgegevens
Stichting INNOVO
Ruys de Beerenbroucklaan 29A
6417 CC Heerlen, Postbus 2602
6401 DC Heerlen, Telefoonnummer: 045 - 544 7144
3.5 Schooladviescommissie (SAC)

In het verleden was aan onze school een schoolcommissie verbonden. Deze
schoolcommissie had bestuurlijke taken en zorgde tevens voor een directe inbreng van
ouders bij het te ontwikkelen schoolbeleid. In de nieuwe bestuursvorm is dit voor wat
het bestuurlijke aspect betreft niet wenselijk. Het helemaal wegvallen zou echter
betekenen dat ouders niet meer betrokken zijn bij verder te ontwikkelen schoolbeleid.
Vandaar dat er een schooladviescommissie in de nieuwe bestuursstructuur aan de
school verbonden is. Zij adviseren de directie gevraagd en ongevraagd over het te
ontwikkelen en gevoerde beleid.
Het verschil met de MR zit in het feit dat de MR geformuleerde beleidsvoorstellen toetst
terwijl de SAC bij de ontwikkeling van beleid adviseert.
Het reglement schooladviescommissies kunt u bij de voorzitter van de SAC of de
directeur van de school opvragen.

De leden van de SAC zijn:
u      Mevr. M. Ostendorf u Mevr. G. Lenoir
u      Dhr. M. Zotti      u Dhr. R. Driessen
u      Dhr. P. Jansen     u Dhr. R Ghijsen


3.6   Stagiaires in onze school

Op diverse scholen en opleidingen worden jonge mensen opgeleid voor het werk in het
onderwijs.
Omdat wij vinden dat we als school mede verantwoordelijk zijn voor de opleiding van
nieuwe leerkrachten en andere onderwijsondersteuners, bieden we een aantal
stageplaatsen aan:

u     Pabo-stagiaires, studiejaar 1
u     Pabo-stagiaires, studiejaar 4 (Lio-stagiair )
u     Pabo-stagiaires, deeltijd
u     Sociaal pedagogisch medewerker, niveau 2
      (helpende welzijn)
u     Sociaal pedagogisch medewerker, niveau 3
      (klassenassistent)
u     Sociaal pedagogisch medewerker, niveau 4
      (onderwijsassistent)
u     Sport- en bewegingsstagiaires

Vooral door de plaatsing van een groep studenten zijn we Opleidingsschool. De
studenten worden begeleid door een opleider in school. Hij begeleidt de mentoren en
onderhoudt de contacten met de Pabo. De stage van de eerste jaarsstudenten krijgt
steeds meer de vorm van een leerwerkplek. Dat wil zeggen dat zij vanuit de praktijk
leren. Dat betekent ook dat zij in groepen als extra kracht worden ingezet.
Plaatsing, verdeling en organisatie wordt geregeld door een leerkracht, zij vervult de
taak van stage-coördinator.
3.7   Arbo-werkgroep

Uitgebreide informatie hierover treft u aan via de website van Innovo . Ga naar
www.innovo.nl en klik op SCHOLEN in het uitrolmenu kiezen voor aanvulling schoolgids
2010-2011.
Op de volgende pagina klikken op hier
Kies dan het onderwerp dat u wilt lezen.

Onze school heeft een preventiemedewerker, wie dat komend schooljaar zal invullen is
op dit moment nog niet bekend. In de Tamtam zullen wij dat kenbaar maken.
Daarnaast heeft de school 3 BHV-ers:
u Dhr. Theo Winkens
u Mevr. Dana Muller u Mevr. Andrea Keijsers

Aan de hand van checklijsten wordt jaarlijks de stand van zaken opgemaakt en acties
uitgevoerd.

3.8   Het leren in de kleutergroep

Kinderen komen naar school om te leren. Daar is iedereen het wel over eens. Kinderen
zelf hebben natuurlijk nog heel wat meer redenen waarom ze naar school komen. Spelen
met de vriendjes, of de leuke gymles kan in de beleving van de kinderen zeker zo
belangrijk zijn als het leren. Leren moet dan met deze zaken concurreren. Kan dat wel?
Wij denken van wel. Als leren leuk, uit-dagend en boeiend is, zal het kind ook plezier
beleven aan het leren. De school zal ervoor moeten zorgen dat de leerling dat plezier
kan vinden in het leren.
Het bezig zijn op school moet boeiend en uitdagend zijn. Kinderen moeten zich er bij
betrokken voelen, moeten met plezier bezig zijn. Dit laatste vinden wij een voorwaarde
om veel en goed te leren. Een leerling die geboeid wordt door bepaalde zaken, zal zich
die zaken gemakkelijk eigen maken. Ook zal hij open staan voor aanwijzingen die hij
ontvangt. Deze manier van leren geldt zowel voor de vierjarige kleuter als voor de puber
uit groep acht.
‘Maak je onderwijs uitdagend en boeiend
en kinderen zullen veel leren en met plezier
naar school komen’.

Het is deze stelling die wij door de hele school willen verwezenlijken, beginnend met de
kleutergroepen. Als ouder zult u zich afvragen of het onderwijs in die kleutergroepen
nog steeds hetzelfde is als vroeger. Voor een gedeelte wel: Er is nog steeds een
poppenhoek, bouwmat, zandbak en een aantal materialen die er vroeger ook al waren
bijv. puzzels en kralenplanken. Toch is er ook heel wat veranderd binnen het huidige
onderwijs en dus ook binnen onze school. Natuurlijk zijn er veel nieuwe speelmaterialen
op de markt gebracht, maar ook hierop is onze visie veranderd. We zijn ons meer gaan
verdiepen in het spel van de kleuters en we willen weten wat dat spel oplevert: Is dit
kind wel in ontwikkeling? We hebben ons als team verdiept in basisontwikkeling en
thematisch werken. Met deze nieuwe inzichten zijn we verder aan de slag gegaan.

Deze zaken hebben ook te maken met de inrichting van de klas.
u     de inrichting van de poppenhoeken bestaat gedeeltelijk
     uit levensechte materialen b.v. grote pannen, lepelrek,
     koffiezetapparaat e.d.
u    de poppenhoek verandert geregeld in ziekenhuis,
     bibliotheek enz.
u    binnen de groep wordt meer ingespeeld op individuele
     interesses.
u    kiesbord, waarop kinderen hun activiteit kenbaar kunnen maken.
u    dagritmekaarten en weekkalender zodat de structuur
     van een dag en week herkenbaar wordt.
u    lees en schrijfhoek waarin kinderen op hun eigen niveau hiermee aan de slag
kunnen.
u    bij al deze onderdelen maken we veel gebruik van picto’s
     (plaatjes die een activiteit weergeven)

Bij deze manier van werken vormen welbevinden en betrokkenheid de belangrijkste
uitgangspunten. Met welbevinden bedoelen we, dat kinderen lekker in hun vel zitten,
ontspannen zijn, weerbaar ten opzichte van de omgeving.
Kinderen, die zich lekker voelen komen ook tot betrokkenheid: Ze kunnen zich
concentreren, zijn intens bezig, genieten en stralen iets uit.

Waarom vinden wij welbevinden en betrokkenheid zo belangrijk binnen ons onderwijs
in onze school?
Hoe meer wij dit weten te realiseren, hoe meer wij aan de algehele ontwikkeling van een
kind bijdragen. M.a.w. hoe meer een kind zich thuis voelt (veiligheid), hoe beter een kind
zich kan concentreren en hoe intenser zijn activiteit is. Binnen onze school proberen we
een sfeer te creëren waarin kinderen zich veilig voelen in gemengde kleutergroepen,
waar kinderen van 4-5-6 jaar in een rijk milieu zoveel mogelijk ervaringen kunnen
opdoen om zich te ontwikkelen tot een harmonisch mens.
In de thematische activiteiten, die we samen met de peuterspeelzaal introduceren en
afsluiten, ontdekken de kinderen de cijfers en schrijfsymbolen. Bij het thema “Er op uit”
bijvoorbeeld maken kinderen folders over de camping. Voor het ene kind kan dat nog
een kriebel zijn met tekening, andere kinderen zullen letters en cijfers gebruiken. Ze
krijgen een thema aangeboden dat bij hen past, maar de inhoud hebben de leerkrachten
al goed bedacht. Op die wijze zorgen ze ervoor dat de kinderen in aanraking komen met
belangrijke begrippen van verschillende ontwikkelingsgebieden.
Verder volgen ze de ontwikkeling van de leerlingen via “Kijk” en het “LOVS”.
Kijk is een registratiemiddel dat letterlijk naar de ontwikkeling van het kind kijkt en
daarmee goed aangeeft waar de kinderen zich in de ontwikkeling bevinden en wat de
volgende stap is.
Het LOVS (Leerling- en onderwijsvolgsysteem ) is een toetsmiddel waarmee we de
leerling als wel de groep volgen.
De meeste kinderen ontwikkelen zich prima in een dergelijke omgeving en in zo’n sfeer.
Maar soms is iets extra’s nodig. De leerkracht ontdekt dat de ontwikkeling van een kind
niet verloopt zoals men dat zou wensen. Via observatie en screenen probeert de
leerkracht dan te ontdekken wat precies het probleem is. Vaak zal dat gebeuren in
overleg met de interne begeleider en de andere leerkrachten. In de groep krijgt de
leerling dan speciale aandacht. De leerkracht zal de leerling extra ondersteunen. Dat
gebeurt vaak in een klein groepje.
De verbinding met de peuterspeelzaal kunt u lezen in het hoofdstuk Brede School (2.3).
3.9    De overgang van kleutergroep naar groep drie

Het is en blijft spannend om naar groep drie te gaan. Je leert er lezen, schrijven, rekenen
en nog veel meer. Werkboekjes, schriften en dat allemaal in je eigen laatje. Om de
overgang naar groep drie zo soepel mogelijk te laten verlopen, is er in groep drie nog
genoeg tijd en speelgoed om te spelen. Voorlezen en vertellen in de kring komt ook aan
bod, net zoals muziek en gymnastiek.
Net zoals in groep een en twee proberen we in groep drie aan te sluiten bij de
ontwikkeling van het kind. We houden er rekening mee dat niet alle kinderen even snel
leren. Sommige kinderen hebben extra begeleiding nodig. Hierbij krijgen we
ondersteuning van onze interne begeleider. Door deze manier van werken, willen we
vooral bereiken dat alle kinderen zich thuis voelen in groep drie en plezier beleven aan
alles wat ze er meemaken. En verder kunnen we op deze manier aan ieder kind
onderwijs aanbieden, wat bij hem of haar past.

3.10   Lezen in groep drie

De meeste kinderen die naar groep drie gaan weten al heel veel van lezen en schrijven.
Ze weten waarom er gelezen en geschreven wordt en ze weten dat er woorden zijn en
dat die woorden uit letters bestaan. Bij een letter hoort een bepaalde klank. Ook dat
weten de meeste kinderen, want in groep een en twee is heel veel aandacht geschonken
aan beginnende geletterdheid. D.w.z. dat kinderen op allerlei manieren in aanraking zijn
geweest met taal. De leerkracht heeft voorgelezen. De kinderen hebben zelf voorgelezen.
Ze hebben boekjes gemaakt, maar vooral hebben zij veel gesprekjes gevoerd met de
leerkracht en met elkaar. En sommige kinderen kunnen al lezen. Volgens landelijk
onderzoek is dat ongeveer 9 procent van de leerlingen.
Eigenlijk komen de kinderen dus al met allerlei kennis en vaardigheden op het gebied
van taal naar groep drie.
In groep drie staat taal en lezen net zo als in de kleutergroepen centraal. Maar er is een
verschil. In groep drie gaan alle leerlingen aan de slag met lezen en schrijven. De
leerkracht werkt volgens een bepaalde methode. Alle onderdelen die nodig zijn om te
kunnen lezen en schrijven komen aan bod. Toch is er een duidelijke band met de
werkwijze in de kleutergroepen. In de kleutergroepen gebruikte de leerkracht een
bepaald thema. B.v. ruimtevaart, de baby, ridders of brandweer. De kinderen geven dan
vaak zelf aan wat ze daar mee willen. En naast bouwen en tekenen wordt er dan soms
ook gelezen, of woorden gezocht die bij dat thema passen. Maar alles gebeurt rondom
zaken die kinderen belangrijk vinden. Wij noemen dat betekenisvol leren.
In groep drie willen we graag verder gaan met dat betekenisvol leren. De leerkrachten
van groep drie houden dus de lijn en de inhoud van de methode vast, maar proberen de
thema’s eromheen voor kinderen betekenisvol te maken.
3.11   Leren in groep vier t/m acht

U hebt in een vorig hoofdstuk kunnen lezen hoe de school omgaat met kleuters en de
leerlingen in groep3. Na deze jaren verandert er uiterlijk niet zoveel. Dat kinderen actief
en betrokken zijn, vinden we ook in de hogere leerjaren enorm belangrijk. Ze moeten
goed in hun vel zitten, zelfvertrouwen hebben. Kortom we streven ernaar dat kinderen
graag komen leren. Dat kan natuurlijk alleen maar als er op school veel te beleven valt.
Ook tijdens de rekenlessen of bij begrijpend lezen. En hoewel we moeten toegeven dat
dit niet altijd lukt, zien we toch vaak dat kinderen met veel plezier bezig zijn en
daardoor veel leren. Want laten we duidelijk zijn: Ook wij vinden dat er veel geleerd
moet worden en van hard werken zijn we zeker niet vies.

Maar hoe ziet dat leren er dan uit zult u zich afvragen.
In het algemeen kun je stellen dat kinderen beter werken als ze weten wat ze gaan leren.
Dat proberen we de kinderen altijd aan te geven. Daarnaast proberen we kinderen zo te
onderwijzen dat ze ook zelf het gevoel hebben: "Hé, ik leer iets". Wij geven hun
manieren en oplossingen waardoor ze uit de problemen kunnen komen. Heel sterk
gebeurt dat bij spelling en begrijpend lezen, maar ook bij rekenen en andere vakken. U
zult zich afvragen:”Hoe doen jullie dat dan?”.

Heel kort verteld, gaat dat als volgt:
Bij het begin van een les vertellen we de kinderen steeds wat ze vandaag gaan leren. Dan
vragen we ook steeds wat ze al van de nieuwe stof afweten. Daarna leggen we de nieuwe
stof uit. Dit doen we niet door alles voor te zeggen, maar door de kinderen direct mee te
laten doen. Zo zullen de kinderen verschillende oplossingen aandragen. Al die
oplossingen worden door de leerlingen bekeken. Daarna gaan we samen met de meeste
kinderen oefenen. Heel snelle leerlingen, die het al begrijpen, mogen zelfstandig aan de
slag! Als dan blijkt dat bijna iedereen het probleem begrepen heeft, gaan de andere
kinderen ook zelfstandig werken. De leerkracht heeft dan de tijd om leerlingen die toch
nog wat moeite hebben, nog extra aandacht te geven. Op het einde van de les wordt
gekeken of de kinderen inderdaad iets bijgeleerd hebben. Vaak leren de kinderen ook
een aantal stappen om een bepaald probleem op te lossen. Dat gebeurt bij begrijpend
lezen en spelling. Zo zijn ze in staat om telkens op iets terug te vallen en zichzelf te
redden. Nog belangrijker is dat de kinderen in de gaten krijgen dat ze door zelf op zoek
te gaan veel problemen kunnen oplossen. We hopen dat onze manier van werken u een
beetje duidelijk is geworden.
Verder proberen we kinderen nog meer bij de les te betrekken door betekenisvolle
leerstof aan te bieden. Dat moet dan wel een reëel probleem zijn. B.v. hoeveel geld
moeten we opzij leggen voor benzine als we naar Zuid-Frankrijk op vakantie gaan. Dit is
een ingewikkeld probleem. Samen met de leerkracht gaan de kinderen op zoek en
kunnen begrippen als gemiddelde snelheid, benzineverbruik, en afstanden aangeboden
en uitgelegd worden. De leerkracht is in zo’n geval meer coach. Hij maakt gebruik van
wat leerlingen weten en stimuleert de gedachtenwisseling tussen leerlingen. Deze
manier van werken is voor de leerlingen erg motiverend.
Daarnaast hanteren we nog twee werkvormen door de hele school. Uiteraard aangepast
aan de leeftijd van de kinderen. Dat zijn zelfstandig werken en coöperatief leren.
Zelfstandig werken
Hierbij zijn leerlingen zelfstandig aan het werk met de leerstof. Dat kan in een dag- of
weektaak zijn. De stof is van te voren behandeld. De leerkracht geeft de stof aan, wat
moet, wat mag. Verder maakt de leerkracht niet voor elke leerling dezelfde taak. De taak
kan verschillen in hoeveelheid, moeilijkheid of vraag van de leerling. D.w.z. dat een
leerling die goed is in rekenen en moeite heeft met taal, mogelijk meer taal op zijn taak
heeft staan. De kinderen bepalen zelf in welke volgorde zij dit maken en hoeveel tijd zij
hieraan besteden. Zo kan een kind dat meer tijd nodig heeft voor een bepaald onderdeel,
daar ook meer tijd aan besteden. De leerkracht benut die tijd dat de kinderen zelfstandig
werken om extra uitleg te geven aan die leerlingen die dat nodig hebben.
Verder wordt een taak altijd nagekeken en geëvalueerd. Hoe heb je gewerkt? Kreeg je
alles af? Was het te veel of te weinig? Heb je op een slimme manier je werk aangepakt?
Natuurlijk stelt de leerkracht per kind passende vragen, waardoor het kind weer een
stapje verder komt in zijn manier van leren.

Bij coöperatief leren ligt het accent op het samenwerken. Het benutten van elkaars
kwaliteiten. De structuur waarbinnen dat gebeurt, wordt door de leerkracht aangeven.
Na verloop van tijd kennen de kinderen de structuren. Daarna kunnen ze die ook
onderling in vrije momenten gebruiken. Coöperatief leren bewerkstelligt een
saamhorigheidsgevoel binnen het groepje en uiteindelijk ook binnen de klas.

Leren is niet iets wat rechtlijnig gaat. Kinderen leren niet elke dag evenveel. Soms
boeken ze veel vooruitgang in een korte tijd, soms lijkt het of ze stilstaan of terugvallen.
Het geloof in het kind, gepaste hoge verwachtingen geuit door school en ouders, dat het
uiteindelijk dat zal leren wat het wil en kan, is de belangrijkste steun voor het kind.

3.12   De vakken

Lezen: De school hecht zeer veel waarde aan lezen. Ons grote doel bij het leesonderwijs
is dat alle kinderen op den duur lezen plezierig vinden. De school beschikt daarom over
een groot aantal goede leesboeken. En met de mogelijkheid om wekelijks onder
schooltijd in de bibliotheek een passend leesboek te vinden, doen we er alles aan om alle
kinderen goed te leren lezen. Naast het lezen voor je plezier besteden we ook veel
aandacht aan het begrijpend lezen en het studerend lezen. Twee onderdelen die
kinderen heel goed van pas komen in het vervolgonderwijs. We gebruiken hiervoor de
methode Ondersteboven van lezen en Nieuwsbegrip
Voor het technisch lezen na groep 3 gebruiken we de methode Estafette.

Taal: Het kernvak in het basisonderwijs is taal. Komend schooljaar werken we met een
nieuwe taalmethode. Taalonderwijs wordt eigenlijk de hele schooldag gegeven. De
belangrijkste onderdelen van het taalonderwijs zijn spreken, luisteren, lezen en
schrijven. Bij alle vakken zijn deze zaken van belang en komen volop aan bod.
De school zoekt ook bewust naar lessituaties waarbij de genoemde onderdelen heel
belangrijk zijn. Bij het onderdeel Zelf Organiserend Leren wordt daar verder op
ingegaan.

Rekenen: Rekenen leer je niet zomaar. Zomaar een staartdeling maken heeft eigenlijk
weinig relatie met de werkelijkheid. Bij rekenen willen we kinderen vooral inzicht geven
in verhoudingen tussen getallen. Daarom ook dat schatten, alledaagse probleempjes
oplossen en kunnen vertellen wat je nu eigenlijk doet bij het maken van een som, heel
belangrijk zijn. Buiten het realistisch rekenen blijven de basisvaardigheden erg
belangrijk ook automatiseren hoort daarbij. We gebruiken hiervoor de methode
Pluspunt.

De Wereldoriënterende Vakken: In de groepen 7 en 8 werken we met de methodes
Brandaan Naut en Meander. Deze methodes bieden een heel stuk basiskennis en biedt
daar naast de mogelijkheid via opdrachten tot verdieping. Verder is er een rijk digitaal
aanbod.


Voor het Verkeersonderwijs wordt naast de lessen uit de methode gebruik gemaakt van
buitenverkeerslessen. Iedere groep organiseert er daar een paar van per jaar en
daarnaast zijn er dan nog drie keer per jaar verkeersdagen voor de hele school.
Verder hebben we het “Limburgs Verkeersveiligheid Label”. Dat wil zeggen dat, school,
ouders en gemeente er voor zorgen dat de verkeerssituatie rond de school zo optimaal
mogelijk is.

Vakoverstijgend; Zelforganiserend leren:
Dit heeft alles te maken met leren leren .
In groep zes t/m acht werken de kinderen in groepjes van twee of drie aan door hen zelf
gekozen onderwerpen. Een onderwerp kan slechts uitgevoerd worden, indien ze een
externe deskundige over dat onderwerp kunnen interviewen. Dit gebeurt buiten
schooltijd onder begeleiding van een ouder. Het interview wordt op school schriftelijk
uitgewerkt. Daarnaast bestuderen de leerlingen boekjes of halen informatie van het
internet. Dit vatten ze dan in hun eigen woorden in korte hoofdstukjes samen. Ten slotte
presenteren ze in een spreekbeurt hun onderwerp aan de hele klas. Je ziet dat nu steeds
vaker in de vorm van een PowerPoint presentatie, maar het kan ook op andere
manieren. Naast het feit dat kinderen over bepaalde onderwerpen veel te weten komen,
is het vak taal erg belangrijk bij Z(elf) O(rganiserend) L(eren). Kinderen vinden ZOL heel
leuk en dat komt vooral omdat kinderen met onderwerpen bezig zijn die passen bij hun
belevingswereld. Daarbij proberen we kinderen een eigen verantwoordelijkheid te
geven bij het leren. Ze moeten zelf kiezen, zelf plannen en zelf corrigeren.

Expressievakken en Lichamelijke Oefening: Iedere groep besteedt per week een uur aan
tekenen en een uur aan handenarbeid. De school beschikt over een goed
handenarbeidlokaal. Werkstukken van kinderen kunt u in de lokalen en op allerlei
andere plekken in de school tegen komen.

De Gymlessen worden bij ons op school gegeven volgens de methode Basislessen
Bewegingsonderwijs. Bij de kleuters is er veel aandacht voor alle basisvormen van
bewegen om zo een goede motorische ontwikkeling te stimuleren. Zij hebben elke dag
een gymles in de kleuterspeelzaal. Basisvormen zijn: vrij spel, materialen, danslessen,
kringspelen en gymlessen zonder materialen.
Alle andere groepen gaan twee keer per week naar de gymzaal en krijgen daar allemaal
dezelfde les uit de methode, maar natuurlijk op hun eigen niveau! Alle vormen van
bewegen en héél veel sporten komen zo ieder jaar weer systematisch aan de orde. Er is
iedere week één spelles en één toestelles. De eerste groep (een hogere) zet alle
toestellen klaar, iedereen gebruikt het, en de laatste groep (ook weer een hogere) ruimt
alles op. Door de goede opbouw van de lessen wordt de lestijd optimaal benut.
Leefstijl: In het schooljaar 05/06 jaar zijn we gestart met de invoering van de methode.
De methode functioneert op schoolniveau en tweemaal per jaar is er een
ouderworkshop. Op deze manier leggen we de link tussen thuis en school. En u kunt als
ouders goed kennis maken met de inhouden en werkwijze van de methode.

Gehanteerde methodes:
u     Rekenen                    Pluspunt
u     Taal                       nieuwe taalmethode, Veilig leren lezen, Estafette
u     Spelling                   Taaljournaal
u     Begrijpend lezen           Ondersteboven van lezen, Nieuwsbegrip
u     W.O.                       Naut, Brandaan, Meander
u     Engels                      Bubbels
u     Lichamelijke oefening       Basislessen Bewegingsonderwijs
                                  (zowel toestellen als spel )
u      Schrijven                 Schrijfdans, pennenstreken
u      Muziek                     Moet je doen
u      Sociale redzaamheid        Leefstijl


3.13 Computeronderwijs
In feite geven we geen aparte computerles. De kinderen leren via het programma Indigo
omgaan met de computer. Hoe sla ik documenten zo op dat ik het naderhand ook weer
goed terug vind. Op welke manier kan ik een eigen website maken. Op deze manier
wordt de computer steeds meer een gereedschap dat de volgende functies kan hebben:
u       Informatie vinden – kennisnet
u       Teksten produceren – tekstverwerker
u       Schrift waarin het producten kan laten zien – website
u       Foto-album ter ondersteuning van spreekbeurten
u       PowerPoint presentatie - Communicatie met leerlingen van de eigen school of
        zelfs leerlingen van een andere school (e-mail)
u       Uiteindelijk zal het zelfs het contact van ouders met het werk van het kind op
        school kunnen worden.

3.14   Huiswerk

Wij zijn ervan overtuigd dat kinderen veel leren op school. Maar zij leren ook heel veel
buiten school. En vaak zijn dat heel andere zaken dan die op school aangeboden worden.
Ook vinden wij dat kinderen voldoende tijd moeten hebben om te spelen.
Om kinderen nu kansen te bieden om te spelen en om ook bezig te kunnen zijn met niet
schoolse zaken, geven wij geen huiswerk. Wij vinden dat een kind dat op school hard
gewerkt heeft, meer dan genoeg geestelijke arbeid heeft verricht.
Daarnaast is huiswerk in een basisschool met zeer diverse leerlingen niet eenvoudig.
Het werk dat mee gaat is voor de ene leerling te gemakkelijk en voor de andere leerling
veel te moeilijk. Wanneer u uw kind thuis regelmatig werkjes laat uitvoeren, helpt u uw
kind om verantwoordelijkheid te nemen voor opdrachten die het krijgt. En dat is een
goede basis voor huiswerk in de middel-bare school.
Om de leerlingen voor te bereiden op de overgang naar het Voortgezet Onderwijs,
krijgen de kinderen van groep acht wel regelmatig huiswerk. Ze leren daarbij ook een
agenda beheren. Vanuit de contacten die wij jaarlijks met de middelbare scholen hebben
blijkt dat onze kinderen niet meer of minder moeite hebben met huiswerk maken dan de
kinderen van andere basisscholen.

Soms krijgen individuele kinderen wel werk mee naar huis. Deze kinderen hebben dan
moeite met bepaalde zaken. De leerkracht spreekt dan met de ouders en het kind af om
thuis een korte tijd te oefenen. Het gaat dan meestal om lezen, tafeltjes leren of sommen
maken.
De leerkracht maakt met de ouders duidelijke afspraken over de hoeveelheid werk, welk
werk en hoe het werk het beste uitgevoerd kan worden.
Binnen het zelfstandig werken moeten leerlingen hun werk plannen over een dag of in
de hogere groepen over een week. Dit verdelen van hun werk heeft alles te maken met
het plannen van je huiswerk op de middelbare school.

Verder is er nog de mogelijkheid om als ouder huiswerk voor uw kind aan te vragen. In
overleg met de leerkracht wordt bepaald wat dit inhoudt en op welke wijze dit wordt
ingeleverd en nagekeken. Bij deze manier van werken wordt van de ouders verwacht
dat zij er ook op toezien dat hun kind de opgaven maakt en op tijd weer inlevert.

3.15   Resultaten en het vervolg

In groep 8 nemen alle leerlingen deel aan de Cito Eindtoets. Dit is een objectieve toets
die je als school nodig hebt bij je aanmelding naar het vervolgonderwijs.
De resultaten van onze school liggen meestal net rond het gemiddelde dat er van onze
categorie scholen wordt verwacht. We zijn daar dan ook tevreden mee.
Onze leerlingenpopulatie is zeer divers en dus levert onze school leerlingen af naar
allerlei soorten vervolgonderwijs, van Prak-tijk-school tot Gymnasium.
Belangrijk is dat een leerling goed uit de voeten komt in het vervolgonderwijs. Het mag
niet te hoog gegrepen zijn. Maar het mag ook niet te eenvoudig zijn, er moet uitdaging
zijn.
We kunnen kinderen goed geplaatst krijgen op de schooltypen waarvan wij denken dat
ze er thuishoren.

Onze leerlingen stroomden dit jaar als volgt door.
6 % naar VMBO basisberoeps, 9 % naar VMBO kader, 15% naar VMBO-T, 6% naar
VMBO TL+, 18 % naar HAVO, 12% naar Havo VWO en 33% naar VWO.

Verder volgen wij onze leerlingen twee jaar in het vervolgonderwijs. Bij de overgang van
het tweede jaar naar het derde jaar,
kijken we of ons advies nog altijd klopt. Deze cijfers leren ons, dat onze adviezen in een
groot aantal gevallen uitkomen. De leerlingen doen het goed op de brugklas en houden
stand in het tweede jaar.
Uit de laatste gegevens over drie jaar blijkt dat 94% van de leerlingen het afgegeven
advies na twee jaar heeft gehaald.
We zijn daar tevreden over. We horen dat onze kinderen het goed doen, en dat ze vooral
in sociaal opzicht opvallen als zeer vaardig!
Veel leerlingen die jarenlang in de extra hulp hebben gezeten halen in groep 8 ten slotte
toch het beoogde eindresultaat.
3.16   Groepsindeling

Onze school zal gezien de grootte altijd moeten werken met combinatiegroepen. Dat
betekent ook dat een groep gedurende de hele schoolloopbaan niet constant blijft in
samenstelling. Groepen functioneren altijd binnen een unit. De leerkrachten in een unit
kijken samen naar het onderwijsaanbod voor de kinderen in de unit. Ook in de
uitvoering ondersteunen leerkrachten elkaar. Een kind kan ook les krijgen van een van
de leerkrachten in de unit.
Bij een indeling wordt naar vele factoren gekeken, o.a. leren, gedrag, en sociaal
emotionele aspecten.
Het belangrijkste is dat de groep zo wordt samengesteld dat deze evenwichtig is. De
verdeling van de leerlingen over de groepen is een beslissing die bij de school ligt.
Wensen van ouders zijn in deze niet leidend.


3.17   Gronden voor vrijstelling
       van het onderwijs

Uitgebreide informatie hierover treft u aan via de website van Innovo . Ga naar
www.innovo.nl en klik op SCHOLEN in het uitrolmenu kiezen voor aanvulling schoolgids
2010-2011.
Op de volgende pagina klikken op hier
Kies dan het onderwerp dat u wilt lezen.

3.18   Contact met ouders over ongepast gedrag van kind

Om duidelijk te maken dat ongepast gedrag gesignaleerd is en er sancties op zijn gezet,
krijgen kinderen een briefje mee naar huis. Dit ongepaste gedrag kan een vorm van
fysiek geweld zijn, maar ook ongepast taalgebruik.
Aan de ouder de vraag om het briefje te ondertekenen en mee te geven naar school en
indien hierom gevraagd wordt contact op te nemen met school. Het briefje spreekt geen
waardeoordeel uit, slechts de constatering. Zo willen we u meteen op de hoogte stellen
van het voorval. Op deze wijze heeft u en de school zicht op hoe vaak dit voorkomt. Bij
herhaaldelijk meegeven van een briefje kan het zowel voor u als ouders als ook voor
school reden zijn om er samen eens nader naar te kijken.
Daarnaast heeft het briefje ook een direct corrigerend effect omdat zowel school als
thuis kunnen aangeven dat dit niet mag.


3.19 Mobiele telefoon

Vele kinderen hebben een mobiele telefoon. Om te voorkomen dat deze de les storen of
dat ze gebruikt worden voor spelletjes of als fotoapparatuur, worden deze bij aanvang
van de dag bij de leerkracht ingeleverd. Op het einde van de dag kan uw kind de telefoon
weer meenemen. Het meenemen van de telefoon geschiedt op eigen risico.
Indien uw kind onder schooltijd moet bellen, wordt gebruik gemaakt van de
telefooncentrale van de school.
4 De ouders


4.1   Contact met ouders

Wij willen op onze school heel zorgvuldig omgaan met ouders en kinderen. Dat willen
we vanaf de eerste kennismaking t/m de laatste schooldag. Wij stellen het ook ten
zeerste op prijs als ouders bewust voor onze school kiezen vanwege de aanpak zoals die
door de school gerealiseerd wordt. We proberen alle ouders er van bewust te maken dat
een goed contact tussen school en ouders heel belangrijk is. Hoe doen we dat nu?

u      Voor nieuwe ouders organiseren we een open dag.
u      Nieuwe ouders worden daarna uitgenodigd voor een
       kennismakings- en informatieavond.
u      Voor elke definitieve aanmelding vindt een intakegesprek plaats met de
directeur.
u      Kleuters kunnen voordat ze vier jaar worden komen
       kennismaken.
u      Ouders mogen hun kinderen altijd ‘s morgens in de klas brengen en daar even
       rondkijken;
u      Iedere ouder kan in de groep een kijkje komen nemen.
u      Voor iedere groep is er een klassikale ouderavond in het begin van het schooljaar.
u      Bij alle ouders komen we op verzoek minstens één keer per jaar
       op huisbezoek.
u      De ouders kunnen tweemaal per jaar tijdens een z.g.
       rapportagegesprek met de leerkrachten over de resultaten van hun kind praten.
u      Verslagen van gesprekken die het leerling-dossier ingaan, worden aan ouders
       getoond voordat deze vastgesteld worden. Op deze wijze zijn ouders op de
       hoogte van het dossier, kunnen zij aanvullingen geven en zijn zij ook in het bezit
       van het dossier van het kind. Daarmee is de inhoud van het dossier ook een
       verantwoordelijkheid van de ouders.
u      Ook ouders kunnen zaken laten opnemen in het dossier.
u      Ouders kunnen te allen tijde een afspraak maken met
       de leerkracht voor een gesprek buiten de schooltijden.
u      De directeur kan u meestal direct te woord staan als u
       erom vraagt of zal een afspraak met u maken op een
       zo kort mogelijke termijn.


u     De leerkracht gaat op elke vraag van de ouder in.
u     Iedere ouder ontvangt de schoolgids en de schoolkalender.
u     Elke twee weken ontvangt u op donderdag de TamTam,
      het informatieblad van de school.
4.2   Rapportage naar ouders
Kinderen ontwikkelen zich op school. Ze leren er allerlei zaken. Ouders vinden het
belangrijk om een goed beeld te hebben van die ontwikkeling. De school wil de ouders
daarover goed informeren. Dat gebeurt door:

u     Contact op te nemen met de ouders indien er iets aan de hand is in de klas.
u     Huisbezoek
u     Iedere leerkracht komt ( op verzoek) bij iedere leerling 1 x per jaar op
      huisbezoek.
u     De huisbezoeken vinden plaats rond november.
u     Voor de 4-jarige instromers (tot november) zijn er
      huisbezoeken in januari
u     Een huisbezoek duurt 30 minuten.
u     Hoofdthema is het welbevinden van het kind.
u     Er wordt kort verslag gedaan van punten/prestaties.
u     Het huisbezoek wordt door de leerkracht schriftelijk
      voorbereid.
u     Indien er meer tijd nodig is, wordt een vervolgafspraak gemaakt.
u     Afspraken gemaakt tijdens het huisbezoek worden
      genoteerd. Ouders ontvangen een verslag, waarop
      zij nog kunnen reageren.
u     Bij dit gesprek is het kind niet aanwezig.


Welke uitgangspunten liggen hieraan ten grondslag:
u     Na de herfstvakantie dient de leerkracht de leerling
      voldoende te kennen en duidelijk zicht te hebben op
      het welbevinden en sociaal functioneren.
u     De leerkracht maakt in de thuissituatie nader kennis
      met de ouders en hun kijk op hun kind.
u     Voor ouders eenvoudig om beiden aanwezig te zijn.
u     Prettiger voor ouders omdat ze in hun eigen omgeving zijn.
u     Voldoende tijd om zaken te bespreken.

3     Het rapportagegesprek

u      Het rapportagegesprek is een aanvulling op de schriftelijke rapportage en vindt
voor alle ouders plaats in de week
       na de schriftelijke rapportage.
u      Tweemaal per jaar eind januari en eind juni.
u      Een rapportagegesprek duurt 10-15 minuten.
u      Bij het rapportagegesprek wordt gebruik gemaakt van
       het Leerling Onderwijs Volg Systeem (LOVS) om de groei
       duidelijk te maken.
u      Aspecten als werkhouding, zelfstandigheid en
       samenwerking worden besproken.
u      Het rapportagegesprek wordt door de leerkracht
       schriftelijk voorbereid.
u      Bij onvoldoende tijd wordt een vervolgafspraak gemaakt.
u     Afspraken gemaakt tijdens het rapportagegesprek worden genoteerd. Ouders
ontvangen een verslag, waarop zij nog kunnen reageren.
u     De leerkracht heeft het rapport al met uw kind besproken.

Welke uitgangspunten liggen hieraan ten grondslag:
u      Wij vinden het noodzakelijk om de groei van de leerling
       duidelijk te maken.
u      Sociaal emotionele aspecten moeten mondeling worden overgebracht en niet op
het rapport staan.
u      Het rapportagegesprek vindt plaats na het uitreiken van
       het rapport, omdat we vinden dat de leerling recht heeft
       als eerste geïnformeerd te worden over zijn/haar resultaten. Het rapport wordt,
voordat het mee naar huis gaat, met elk kind individueel besproken.
u      Het gesprek moet kort en duidelijk zijn.

Van deze gesprekken ontvangt u verslagen. Op deze wijze heeft u het dossier van uw
kind compleet. Dit dossier willen we niet alleen vanuit het gezichtspunt van school
opbouwen. Ook aan het standpunt van de ouders hechten wij waarde. Uw standpunt
wordt dan ook expliciet in het verslag opgenomen. U krijgt het verslag en kunt erop
reageren. Staat alles zoals het besproken is in het verslag? Indien er zaken ontbreken,
kunt u dat aangeven om op deze wijze het dossier compleet te maken. Let er dan ook op
of uw standpunt helder is opgenomen.

4.3   Informatievoorziening
      gescheiden ouders

Uitgebreide informatie hierover treft u aan via de website van Innovo . Ga naar
www.innovo.nl en klik op SCHOLEN in het uitrolmenu kiezen voor aanvulling schoolgids
2010-2011.
Op de volgende pagina klikken op hier
Kies dan het onderwerp dat u wilt lezen.


4.4   Rapportpunten

De school heeft om verschillende redenen de rapportpunten beperkt tot vijf, zes, zeven
en acht. Deze keuze heeft te maken met het uitgangspunt van de school: Ieder kind moet
zich thuis voelen op school. Daarom wil de school de competitie tussen kinderen
beperken en kinderen door cijfers niet ontmoedigen. Hoe moet nu het rapport bekeken
worden? Een acht wil zeggen dat de leerling de leerstof zeer goed beheerst. Ook
moeilijke toepassingen zijn voor het kind geen probleem. Een zeven betekent dat de
leerstof goed beheerst is, maar dat er soms bij moeilijke toepassingen nog wel vragen
zijn. Een zes geeft aan dat de basisleerstof beheerst is. Moet de leerling deze leerstof
toepassen bij moeilijke vraagstukken dan ontstaan er nog vaker problemen. Wel heeft
de leerling voldoende basis om nieuw aangeboden leerstof te kunnen volgen. Een vijf wil
zeggen dat de basisleerstof onvoldoende wordt beheerst. Voor deze leerlingen is dan
ook extra hulp noodzakelijk. Bij het geven van de rapportpunten kijken de leerkrachten
naar de resultaten die de leerlingen behalen op de toetsen van het Cito Leerling
Volgsysteem. Ook de toetsen van de methoden en het schriftelijke werk dat de leerlingen
maken, spelen een rol bij het bepalen van het punt. Het werk van de leerlingen wordt
door de leerkracht steeds nagekeken. Dit is nood-zakelijk om te weten in hoeverre de
leerling de leerstof beheerst. Onder het werk van de leerling worden echter geen punten
geplaatst.
Indien uw kind een apart programma volgt en het wordt getoetst op het niveau waarop
het werkt, dan komt het punt voor dat niveau op het rapport. Dit wordt onder aan het
rapport vermeld.

4.5    Oudervereniging

De afgelopen jaren is er op onze basisschool een goede samenwerking tot stand
gekomen tussen enerzijds het team en anderzijds de ouders/verzorgers. Het is in de
ogen van beide partijen noodzakelijk om goed contact te houden met elkaar, over zowel
de vorderingen en prestaties als over het welzijn van onze kinderen.
De ouders/verzorgers worden in het schoolleven van alledag zoveel mogelijk in staat
gesteld om mee te denken en mee te doen. Allerlei vormen van ouderparticipatie zijn
mogelijk en ook doorlopend gewenst: helpen bij spellen, handvaardigheid, lezen,
advieswerk, projecten en feesten. Weet dat al uw inzet en belangstelling uiteindelijk ten
goede komt aan uw kinderen.

Een ieder kan meningen en vragen betreffende voor hem of haar belangrijke zaken
kenbaar maken bij de leerkrachten, maar ook bij het bestuur van de oudervereniging. De
oudervereniging is namelijk bedoeld om de gezamenlijke belangen van ouders te
behartigen.
Te denken valt aan informatievoorziening van de school richting ouders, verkeerszaken
of aan gezamenlijke sociaal-culturele activiteiten.
Hoe is de vereniging opgebouwd? U, als ouder/verzorger van uw kind op onze school,
bent automatisch lid van de oudervereniging.
U betaalt een keer per jaar een ouderbijdrage, waarvan de hoogte afhankelijk is van het
aantal kinderen uit uw gezin op onze school. Deze ouderbijdrage wordt voornamelijk
voor activiteiten voor de leerlingen gebruikt, zoals b.v. het Sinterklaasfeest, carnaval, het
schoolverlaterskamp, eindejaarsfeest, ouderavond, enz.
De contributiebedragen luiden als volgt:
1 kind uit het gezin op school € 10,00.
2 kinderen uit het gezin op school € 13,00.
3 of meer kinderen uit het gezin op school € 15,00.
Het bedrag dient in de maand september van het lopende schooljaar samen met het
overblijfgeld betaald te worden op 14.65.01.012 Innovo inz. Dionysius.
Zoals gezegd behartigt de oudervereniging de gezamenlijke belangen van de ouders
binnen de school. Het bestuur van de vereniging vergadert een vijftal keer per jaar en
coördineert de jaarlijks terugkerende activiteiten. Ook is er regelmatig contact met team
en directie. Het dagelijks bestuur bestaat op dit moment uit:
Petra Soons, voorzitter, 06-15017059
Audrey Bouwens, secretaris, 046 – 443 5255
Esther Henderickx, penningmeester, 046 – 443 3261

Leden zijn: Marjo Jansen , Carla Keulen, Marion Frissen, Ton Berendsen, Annemiek,
Hawinkels, Sharina Proost, Robert Cuijpers, Femke Dings
Naast het bestuur van de oudervereniging zijn er ook klassenvertegenwoordigsters.
Klassenvertegenwoordigsters (of klassenvertegenwoordigers natuurlijk) zijn ouders die
zowel voor de leerkracht als voor de ouders van die klas aanspreekpunt in hun klas
fungeren op allerlei gebieden. Ook ondersteunt de klassenvertegenwoordigster de
leerkracht vaak bij de organisatie van allerlei activiteiten. Vaak is de functie van
klassenvertegenwoordigster tegenwoordig - heel modern - een duobaan, dat wil zeggen:
twee ouders geven zich samen op en verdelen de activiteiten.
De klassenvertegenwoordigsters komen 2 of 3 keer per jaar bij elkaar, samen met een
delegatie van het bestuur van de oudervereniging. Zij bespreken wat er leeft in de
klassen en onder de ouders. De vergaderingen van de klassenvertegenwoordigsters
worden voorbereid door het bestuur van de oudervereniging. In het begin van elk
schooljaar kunt u zich opgeven als klassenvertegenwoordigster; er wordt dan een
oproep in de Tamtam geplaatst.
De oudervereniging wil graag open en toegankelijk zijn voor alle ouders. Het bestuur
kan pas goed functioneren als het weet wat ouders belangrijk vinden. Zij staan dan ook
open voor alle vragen en/of opmerkingen. Ook kunnen zij u misschien op weg helpen als
u graag actief iets zou willen bijdragen op school, maar u overziet nog niet alle
mogelijkheden. Aarzel dan niet om iemand van het bestuur of uw eigen
klassenvertegenwoordigster te vragen. Zij helpen u graag verder.


4.6   Ouderbijdrage

Uitgebreide informatie hierover treft u aan via de website van Innovo . Ga naar
www.innovo.nl en klik op SCHOLEN in het uitrolmenu kiezen voor aanvulling schoolgids
2010-2011.
Op de volgende pagina klikken op hier
Kies dan het onderwerp dat u wilt lezen.

De school kent geen specifieke ouderbijdrage. Wel wordt er een vergoeding per jaar
gevraagd voor het overblijven. Deze vergoeding bedraagt dit schooljaar €25.00 of
€35.00 afhankelijk of het overblijven iets anders inrichten. Deze regeling vindt u in de
schoolkalender. De ouders van de leerlingen van groep acht dragen bij aan de kosten
van het schoolkamp en wel €40.-- per kind. In de loop van het jaar mag aan de ouders
maximaal 7,– per leerling worden gevraagd als bijdrage voor uitstapjes, zowel educatief
als recreatief. Bij de organisatie en planning hiervan wordt vaak samengewerkt met de
klassenvertegenwoordiger. Iedere leerkracht zorgt wel dat er in de laatste week
financieel nog ruimte is voor een uitstapje naar speeltuin of zwembad.

4.7   Medezeggenschapsraad
      en de GMR

De MR
Een andere mogelijkheid waarmee ouders invloed kunnen uitoefenen op het beleid van
de school is lid worden van de medezeggenschapsraad. De MR bestaat uit zes leden. Drie
ouders en drie leerkrachten. De oudergeleding wordt om de twee jaar gekozen voor een
periode van vier jaar. Op diverse zaken heeft de school of het schoolbestuur (Innovo)
advies of instemming nodig van de MR. Adviesrecht heeft de MR in zaken als nieuwbouw
van de school, de organisatie van de school en vakantieregeling. Instemmingsrecht heeft
de MR in zaken als fusie van de school met een andere instelling, vaststelling of wijziging
van het school-leerplan en vaststelling of wijziging van het zorgplan.
De MR toetst voortdurend dit beleid.

De leden van de MR zijn:
ouders                        leerkrachten
u Dhr. Constan Custers         u Mevr. Mariet Mets
u Mevr. Trudy van Waterschoot u Dhr. Peter Vroomen
u Mevr. Monique van Heeswijk   u Mevr. Dana Mullers

De GMR
Uitgebreide informatie hierover treft u aan via de website van Innovo . Ga naar
www.innovo.nl en klik op SCHOLEN in het uitrolmenu kiezen voor aanvulling schoolgids
2010-2011.
Op de volgende pagina klikken op hier
Kies dan het onderwerp dat u wilt lezen.

4.8    Klachtenregeling

Waarom een klachtenregeling?
De onderwijswetgeving is met ingang van 01 augustus 1998 gewijzigd in verband met
de invoering van het schoolplan, de schoolgids en het klachtrecht, ook wel de
Kwaliteitswet ge-noemd. Het klachtrecht heeft een belangrijke signaalfunctie met
betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs. Door de klachtenregeling ontvangen het
bestuur en de school op eenvoudige wijze signalen die hen kunnen ondersteunen bij het
verbeteren van het onderwijs en de goede gang van zaken op school.

Met de regeling wordt beoogd een zorgvuldige behandeling van klachten, waarmee het
belang van de betrokkenen wordt gediend, maar ook het belang van de school (een
veilig schoolklimaat). Overige informatie over de klachtenregeling vindt u via de website
van Innovo. Ga naar www.innovo.nl en klik op SCHOLEN of OUDERS in de menubalk.

Contactpersoon
u Dhr. J. Meijs, Stationsstraat 58 C
       6365 CK Schinnen, 046 - 443 2959


Vertrouwenspersonen
u Drs. P.M.H. Nijpels, Burg. v. Laarstraat 22
       6267 ET Cadier en Keer, telefoon 043 - 407 82 82 /
       gsm 06 – 46345916, e-mail: paul.nijpels@home.nl
u Drs. L.J.J. van Oosterbosch
       ’t Park 19, 6373 AR Landgraaf, telefoon 045-5312981
       fax 045-5330301, e-mail: bertvanoosterbosch@zonnet.nl

De Stichting INNOVO is aangesloten bij de landelijke klachtencommissie voor het
katholiek onderwijs van de Bond KBO
(Bond Katholiek primair Onderwijs)
Postbus 82324, 2508 EH Den Haag, tel. 070-3925508.
u     De vertrouwensinspecteur
      Voor de vertrouwensinspecteur neemt u contact op met
      het rijksinspectiekantoor Eindhoven, tel. 040 - 219 7000


4.9    Het overblijven

Algemeen beleid INNOVO
Met ingang van 1 augustus 2006 wordt het bestuur verantwoordelijk voor het
overblijven op alle scholen die onder de Wet Primair Onderwijs (WPO) vallen. Het
overblijven moet dan op alle (speciale) basisscholen als faciliteit worden aangeboden.
De directeur is verantwoordelijk voor de uitvoering.

Overblijven binnen onze school
Onze school werkt al sinds jaren met een z.g. continurooster. De middagpauze is maar
kort, 3 kwartier en de school is om 14.45 uur uit. Dit heeft vele voordelen voor ouders,
leerlingen en leerkrachten. Het gevolg hiervan is dat bijna alle leerlingen overblijven.
Dat gebeurt gewoon in de klas, in groep 1 t/m 7 onder toezicht van een overblijfouder
en in groep 6, 7 en 8 onder toezicht van één van de leerkrachten.
De ouders betalen hiervoor een vergoeding per jaar. Voor ieder kind bedraagt dit € 25,–
of €35.00. Afhankelijk van de inrichting van het overblijven. Mogelijk dat we komend
schooljaar gaan werken met meerdere vaste overblijf ouders. Dit geld is een bijdrage in
de overblijfkosten. Doordat vele ouders vrijwillig toezicht houden, kunnen we de prijs zo
laag houden. Van dit geld kunnen vaak ook nog wat extra zaken voor de leerlingen
worden aangeschaft zoals spellen, buitenspeelgoed en boeken.
Er is een betaalde overblijf coördinatrice van uit de Tovertuin. Zij regelt de praktische
zaken tijdens het overblijven, is steun- en vraagpunt voor ouders en leerkrachten en
onderhoudt de contacten met de directeur betreffende het overblijven. Zij checkt bij
overblijfouders of het overblijven volgens afspraak verloopt. Zij registreert problemen.
Mogelijk dat dit schooljaar daar nog twee vaste overblijfouders bijkomen. Ook deze
werken vanuit de Tovertuin.

De overblijfcoördinator voor dit jaar is
u Mw. Margo van der Leeuw, tel. 046 - 850 0459

Verder biedt de school alle overblijfouders een training aan die afgestemd is op de
specifieke situatie op onze school.
De werkgroep lunch organiseert een drietal lunches voor de kinderen (Kerst, Pasen en
schoolverlaterslunch).
De financiële afwikkeling van het overblijven, ligt bij de administratie en directeur van
de school. De leerlingen vallen ook tijdens het overblijven onder de (wettelijke)
aansprakelijkheid van school.
4.10   Maatregelen ter voorkoming
       van lesuitval

Onze school heeft bij ziekte van één van de leerkrachten de procedure, dat allereerst
getracht zal worden een vervanger te benaderen. Mocht dit onverhoopt niet lukken, dan
wordt bekeken of dit intern kan worden opgelost.
Het kan echter ook voor komen, dat beide mogelijkheden niet lukken, waardoor wij
genoodzaakt zullen zijn één of meerdere combinaties te maken, hetgeen uiteraard ook
voor ons niet de meest ideale oplossing is.
Als combinaties om de een of andere reden niet mogelijk blijken te zijn, rest ons alleen
nog de kinderen van de leerkracht die afwezig is, in groepjes te verdelen over de
aanwezige groepen, voorzien van zelfstandige werkopdrachten.
Als het door onvoorziene omstandigheden, zoals een calamiteit of onverwacht ziekte
verzuim van leerkrachten, niet mogelijk mocht zijn om de leerlingen gedurende de (rest
van de) dag op te vangen, door middel van combinaties en/of verdeling voor de
aanwezige groepen, dan zal er pas sprake kunnen zijn van naar huis sturen van
leerlingen, nadat er contact is gelegd met de ouders/verzorgers.

4.11   Maatregelen ter voorkoming
       van verzuim

Onze school heeft weinig last van ongeoorloofd verzuim. We proberen te zorgen dat
kinderen zich bij ons goed voelen. Competent, maar ook veilig. We denken dat ze
daardoor niet snel geneigd zullen zijn tot verzuim.
Bij constatering van ongeoorloofd verzuim, wordt hiervan door de school melding
gemaakt bij de leerplichtambtenaar, die daarvan een proces-verbaal kan opmaken.
Onder ongeoorloofd verzuim valt ook het thuishouden van de leerlingen door de ouders
zonder toestemming of geldige reden.
De leerkracht houdt iedere ochtend een absentielijst bij en als een leerling afwezig is
zonder afmelding moet er worden nagevraagd wat er aan de hand is. Dit is erg storend
voor de lessen. Meld uw kind altijd zelf vóór half negen af! Navragen kost veel tijd en is
alleen bedoeld om spijbelen te voorkomen.
Vanuit de absentielijsten wordt maandelijks het verzuim gecheckt. Bij een hoge mate
van verzuim neemt de directeur contact op met de ouders om te bekijken hoe dit kan
worden teruggebracht.
In sommige gevallen kan verzuim toegestaan zijn. Hiervoor moet altijd schriftelijk
toestemming van de directie gevraagd worden. U kunt op de administratie het
betreffende formulier afhalen. Of via een e-mail ( info@bsdionysius.nl) vragen voor het
betreffende formulier. In de schoolkalender staat de regeling beschreven.
Bij het ongeoorloofde verzuim hoort ook het op tijd beginnen. Wij vragen u ervoor te
zorgen dat uw kind aanwezig is om 08.30 uur als de lessen starten. Mocht u te laat zijn,
laat het kind rustig alleen naar binnen gaan, zodat dat de les niet meer gestoord wordt
dan noodzakelijk.
De verlofregeling kunt u terugvinden in de schoolkalender.

Wilt u gebruik maken van verlof buiten de schoolvakantie dan dient u dit schriftelijk aan
te vragen. Deze formulieren kunt u op de administratie afhalen, of via een e-mail (
info@bsdionysius.nl) vragen voor het betreffende formulier. Let wel, dit verzoek moet
drie weken voor aanvang aan de directeur worden voorgelegd.
u.   www.rbl-westelijkemijnstreek.nl
       Bezoekadres: Hub Dassenplein1
      6130 AA Sittard, tel. 046 – 4777492

4.12   Regels voor toelating van
       leerlingen

Uitgebreide informatie hierover treft u aan via de website van Innovo . Ga naar
www.innovo.nl en klik op SCHOLEN in het uitrolmenu kiezen voor aanvulling schoolgids
2010-2011.
Op de volgende pagina klikken op hier
Kies dan het onderwerp dat u wilt lezen.

4.13   Sponsorstichting Basisschool
       St. Dionysius

Uitgebreide informatie hierover treft u aan via de website van Innovo . Ga naar
www.innovo.nl en klik op SCHOLEN in het uitrolmenu kiezen voor aanvulling schoolgids
2010-2011.
Op de volgende pagina klikken op hier
Kies dan het onderwerp dat u wilt lezen.

Voor onze school is er in 1998 een sponsorstichting in het leven geroepen. Dit is een
zelfstandige stichting met als doel: gelden inzamelen om zaken in school te bekostigen,
die gewenst zijn, maar niet uit het reguliere budget betaald kunnen worden. Alle
activiteiten om geld in te zamelen, te krijgen of er tegenpres-taties voor te verrichten
lopen via de sponsorstichting. De sponsorstichting kan nooit een actie organiseren of
een tegenprestatie aangaan waarbij leerlingen of leerkrachten betrokken zijn, zonder de
toestemming van de directie. Ook zij houden zich aan de afgesproken gedragscode.
Als we in de sponsorstichting over sponsoring hebben, spreken we regelmatig over
grotere bedragen. Het bestuur is hiervan op de hoogte.

Indien u geïnteresseerd bent in de inhoud van de gedragscode sponsoring of op een of
andere manier wilt meedoen, kunt u zich wenden tot de sponsorstichting. Hierin zitten
vertegenwoordigers van diverse geledingen.

namens het team
u Jos Bertrand           tel. 046 – 4431885
namens de ouders
u Mevr. Sonja Thoma
u Dhr. Maurice Goessens
u Mevr. Esther Henderikx
u Dhr. René Gijsen

Verder is er een comité van aanbeveling waarin zitting hebben:
Deken Schreurs, burgemeester Link en wethouder Adriaans
4.14   Rookbeleid

Onze school was al enige jaren een rookvrije school. Het bestuur heeft in het kader van
de tabakswet het rookbeleid van haar scholen vastgesteld. Voor onze school komen er
een aantal nieuwe regels bij. Wij vermelden ze hier.
u      Roken op de speelplaats in het zicht van de kinderen is niet toegestaan.
u      Bij alle activiteiten die ondernomen worden (uitstapjes, sportdagen,
carnavalsmiddag etc.) is het niet toegestaan
       te roken in het zicht van de kinderen.
u      Zijn er volwassenen die in een pauze willen roken, dan kan dat buiten op het
balkon.

4.15   Verzekeringen

Uitgebreide informatie hierover treft u aan via de website van Innovo . Ga naar
www.innovo.nl en klik op SCHOLEN in het uitrolmenu kiezen voor aanvulling schoolgids
2010-2011.
Op de volgende pagina klikken op hier
Kies dan het onderwerp dat u wilt lezen.

4.16   Ongewenst (agressief) gedrag
       van ouders

Het omgaan met ongewenst of agressief gedrag behoort tot de verantwoordelijkheid van
de directie.
Het gedrag van de ouders kan een reactie zijn op de aanpak van het gedrag van hun kind,
omdat de vertrouwensrelatie tussen ouder en school is verstoord, omdat de ouders niet
akkoord gaan met een maatregel van de school of als reactie op het gedrag van andere
kinderen naar hun eigen kind. In het omgaan met ernstig ongewenst of agressief gedrag
van ouders is het noodzakelijk om de grenzen van wat acceptabel is duidelijk te trekken.

Voorbeelden van duidelijk ongewenst gedrag:
u       Handtastelijkheden jegens leerlingen en leerkrachten;
u       Dreigen met fysiek geweld;
u       Verbaal geweld;
u       Ongepast aanspreken van andere kinderen waarbij de relatie ‘groot tegenover
klein’ is ingezet;
u       Schelden/vloeken
u       Zonder afspraak aanspreken van leerkrachten in het bijzijn van andere ouders of
leerlingen en waar een bijzonder
        negatieve gesprekslading is.

Is deze grens overschreden, dan kan (binnen de kaders van het vastgestelde beleid ten
aanzien van de schorsing en verwijdering van leerlingen) worden besloten tot:
u      Het geven van een waarschuwing aan de ouders – leerlingen;
u      Het schorsen van de leerling;
u      De ouders verzoeken een andere school voor hun kind te zoeken;
u      De leerling te verwijderen;
u      De ouders een schoolverbod te geven.
Een schoolverbod houdt in dat de ouders niet zonder toestemming van de directie op
het terrein van de school komen. Noodzakelijk bij het handhaven van gedragsregels is:
u      Een goede registratie van de voorvallen;
u      De rijksinspectie informeren;
u      Zo nodig de wijkagent informeren;
u      Zo nodig melding te doen bij de leerplichtambtenaar;
Bij ernstig ongewenst gedrag van leerlingen en of ouders, is het van groot belang om te
registreren wat er is gebeurd, welke af-spraken er zijn gemaakt en welke besluiten zijn
genomen. De rapportage wordt opgeslagen in het leerlingendossier. Ouders hebben het
recht van inzake in het leerlingendossier van hun kind.

4.17   Voor- en naschoolse opvang

Uitgebreide informatie hierover treft u aan via de website van Innovo . Ga naar
www.innovo.nl en klik op SCHOLEN in het uitrolmenu kiezen voor aanvulling schoolgids
2010-2011.
Op de volgende pagina klikken op hier
Kies dan het onderwerp dat u wilt lezen.

In ons gebouw is de Tovertuin gevestigd. Deze zelfstandige organisatie verzorgt opvang
voor kinderen van 4 – 13 jaar. Tevens kan zij voor opvangzorgen tijdens roostervrije
dagen en schoolvakanties. Op onze administratie kunt u een folder verkrijgen of bezoek
de website www.de-tovertuin.nl
Als school hebben wij onze uitgangspunten afgestemd. Uw kind kan zo in zijn
vertrouwde schoolomgeving blijven.
De kosten voor de opvang worden voor een gedeelte vanuit de belasting terugbetaald.
Daardoor kunnen de kosten bij het gebruikmaken van de BSO best meevallen. De
Tovertuin kan dit voor u berekenen.

4.18   Time-out en verwijdering

Uitgebreide informatie hierover treft u aan via de website van Innovo . Ga naar
www.innovo.nl en klik op SCHOLEN in het uitrolmenu kiezen voor aanvulling schoolgids
2010-2011.
Op de volgende pagina klikken op hier
Kies dan het onderwerp dat u wilt lezen.
5 De zorg voor kinderen


5.1    Het leerlingendossier

Alle activiteiten op school zijn gericht op het bieden van een zo goed mogelijke zorg aan
kinderen.
Die zorg bestaat uit heel veel kleine dingen die iedere dag zo-maar gebeuren. Een
vriendelijk woord voor een kind dat verdriet heeft of een opmerking over de mooie
nieuwe schoenen. Er be-staat ook een georganiseerde zorg. Hiermee probeert het team
om ieder kind gedurende zijn schoolloopbaan te volgen en eventueel extra hulp te
bieden.
De georganiseerde zorg voor het individuele kind wordt vastgelegd in een leerling-
dossier. Daarin worden gegevens opgenomen over het gezin, de leerling-besprekingen,
gesprekken met ouders, speciale onderzoeken, handelingsplannen, toets- en
rapportgegevens van de verschillende jaren.
Vanaf schooljaar 07/08 bouwen we het dossier samen met de ouders op. Dat betekent
dat in het dossier het gezichtspunt van de school staat, maar ook het standpunt van de
ouders. Op deze wijze willen wij er zorg voor dragen dat het standpunt van ouders een
volgend schooljaar ook beschikbaar is voor de volgende leerkracht. En dat de ouder er
zeker van is dat zijn standpunt gehoord is. Deze gezamenlijke opbouw geeft meer
draagkracht aan het dossier en zorgt ook voor duidelijkheid voor ouders en school en
biedt de mogelijkheid om samen het beste voor uw kind te doen.
Elk verslag dat in het dossier wordt opgenomen, krijgt u als ouder ter inzage. Indien u
het verslag niet compleet vindt kunt u hierop binnen twee weken reageren. Het verslag
zal dan worden aangepast en opnieuw ter inzage worden aangeboden. Liefst wisselen
we deze verslagen per e-mail uit.

5.1.1 Niveaus van zorg

Om de zorg voor de kinderen zo goed mogelijk vast te leggen en de kwaliteit daarvan
vast te houden, zijn binnen het samenwerkingsverband Sittard-Geleen afspraken
gemaakt. Dit resulteert in 5 niveaus van zorg. Wil onze school gebruik maken van zorg
van buiten onze school, dan conformeren wij ons aan de volgende stappen die dan ook
voor het desbetreffende kind doorlopen moeten zijn.
Voor de meeste kinderen in school zal het betekenen dat zij op zorgniveau 1 en 2 blijven
gedurende hun hele basisschoolperiode.

Niveau1
De leerkracht geeft kwalitatief goed passend onderwijs aan een groep leerlingen en
realiseert een positief werkklimaat.
De algemene zorg heeft een preventieve functie.

Niveau 2
De leerkracht besteedt extra zorg aan één of meerdere leerlingen die op grond van
observatie-/ signaleringsgegevens de leerstof nog niet in voldoende mate beheersen of
beduidend hoger scoren, of die gedragsmatig opvallen. De extra zorg heeft als functie de
leerling(en) d.m.v. efficiënt klassenmanagement en planmatig handelen terug te
brengen naar zorgniveau 1.
Niveau 3
 Als de geboden hulp ontoereikend is, vraagt de leerkracht een gesprek aan met de
intern begeleider. De leerkracht kan de leerling inbrengen in de leerlingbespreking.
Als de leerkracht weer vooruit kan blijft het kind in niveau 2 of kan terug naar niveau1.
Als alle interne vormen van hulp ontoereikend zijn, gaat de leerling naar niveau 3.




Niveau 4
                                        Niveau 4:
Speciale zorg in overleg met interne deskundigen en gebruik makend van deskundigheid
            van externe deskundigen in de vorm van een begeleidingstraject

De leerkracht bespreekt de leerling met de intern begeleider en andere interne en/of
externe deskundigen op consultatieve basis. Op basis van een analyse en een voorlopige
diagnose van de systematisch verzamelde informatie stellen de betrokkenen samen een
plan van handelen op. De speciale zorg heeft als doel de leerlingen d.m.v. specifieke
begeleiding terug te brengen naar zorgniveau 2 of 1.

Niveau 5
                                      Niveau 5:
                          Externe ondersteuning of verwijzing

 Als de geboden hulp ontoereikend is, overlegt de leerkracht met de intern
begeleider, of de leerling naar niveau 5 gaat of teruggaat naar niveau 3.
Leerkracht en intern begeleider maken een voorstel te aanzien van het vervolgniveau
en bespreken dit met de leidinggevende.
Op niveau 4 is er sprake van een individueel handelingsplan ondertekend door ouders.

Voor een meer gedetailleerde weergave verwijzen wij u naar de website van de school.

5.2    Wet bescherming persoons-
       gegevens

Uitgebreide informatie hierover treft u aan via de website van Innovo . Ga naar
www.innovo.nl en klik op SCHOLEN in het uitrolmenu kiezen voor aanvulling schoolgids
2010-2011.
Op de volgende pagina klikken op hier
Kies dan het onderwerp dat u wilt lezen.
5.3    Het leerlingvolgsysteem

De school gebruikt al lang een leerlingvolgsysteem. Dat is een systeem van toetsen die
op vastgestelde tijden worden afgenomen en die aangeven op welk niveau de leerstof
beheerst wordt. De school gebruikt het Cito leerlingvolgsysteem. Op dit moment worden
de toetsen van begrijpend lezen, rekenen, technisch lezen, spelling en taal voor kleuters,
Ordenen en Ruimte en Tijd van het Cito gebruikt. Incidenteel gebruiken we ook
woordenschat en luisteren. Behalve toetsen geeft het Cito ook hulpboeken uit. Na de
afname van de toetsen bieden o.a. deze boeken leerwegen aan om zwak scorende
leerlingen op de juiste manier te helpen. Tot nu toe zijn er hulpboeken verschenen voor
rekenen voor groep 3 t/m 6 en begrijpend lezen groep 4 t/m 8. Onze uitgebreide
orthotheek bevat verder hulp voor elk onderwijsgebied.
Behalve het Cito leerlingvolgsysteem gebruikt de school voor de kleutergroepen “Kijk”.
Dit is een registratiemiddel dat letterlijk naar de ontwikkeling van een kind kijkt, en
voor leerkrachten en ouders heel goed zichtbaar maakt waar kinderen zich bevinden in
hun ontwikkeling en wat de volgende stap is die gaat komen. Dit wordt samen met de
peuterspeelzaal gebruikt zodat we ook daar een doorgaande lijn krijgen.
In de overige groepen wordt “Kijk” dit schooljaar ingevoerd.
Het leerlingvolgsysteem en Kijk vormen een vast onderdeel in de
rapportagegesprekken.

5.4    Interne begeleiding en
       Remedial Teaching

Ondanks alle zorg komt het toch nog voor dat het niet zo goed gaat met sommige
kinderen. We willen u hier graag iets vertellen over de manier waarop we dan te werk
gaan. We weten en we zien iedere dag dat alle kinderen verschillend zijn. We zien ook
grote verschillen in de manier waarop kinderen leren. Er zijn kinderen waar het
leerproces heel regelmatig verloopt. Die kinderen hebben veel aan de lessen die ze
volgen. Iedere dag leren ze wel iets nieuws. Het is heel leuk om hun kennis en
vaardigheid langzaam te zien groeien. Er zijn ook kinderen waar het leerproces niet zo
regelmatig verloopt. Er zijn periodes dat ze veel leren, maar er zijn ook tijden dat het
lijkt of er niets gebeurt. Andere kinderen nemen zaken erg langzaam op. Weer andere
kinderen zitten niet lekker in hun vel en komen daardoor niet verder. En weer andere
kinderen leren versneld.
En ten slotte zijn er kinderen die niet zo veel zelfvertrouwen hebben en daardoor niet
durven te laten zien wat ze al beheersen. Als er iets aan de hand is met een kind is de
klassenleerkracht meestal de eerste die dat ziet. Hij merkt bijvoorbeeld dat een leerling
“niet lekker in zijn vel zit” of hij ziet aan de (toets)uitslagen dat het leerproces stagneert.
Binnen onze school hebben we een aantal afspraken gemaakt over wat er dan moet
gebeuren. Het zijn afspraken die ervoor moeten zorgen, dat kinderen die dat nodig
hebben, de juiste hulp krijgen. Een van onze leerkrachten heeft een scholing gevolgd tot
Intern Begeleider. De uitvoering van zorg aan individuele leerlingen op remedial terrein
wordt uitgevoerd door een leerkracht in de unit op vastliggende tijdstippen.
Het hele systeem van zorg voor leerlingen binnen onze school noemen we een systeem
van interne leerlingenzorg. De Intern Begeleider heeft als taak om de klassenleerkracht
en ouders te ondersteunen in het zoeken naar oplossingen.
We hebben het jaar in drie periodes verdeeld. Aan het begin /einde van een periode
worden de gegevens en ervaringen met leerlingen besproken met alle leerkrachten van
de unit en de IB-er. Aan de hand van de gegevens wordt bekeken welke leerlingen in
aanmerking komen voor hulp en welke leerlingen het reguliere programma volgen. We
delen de leerlingen in aan de hand van de vijf niveaus van zorg. ( zie 5.1.1)
Zo kunnen er kinderen zijn die verlengde instructie krijgen of begeleide inoefening
(niveau 2). Daarvoor maakt de leerkracht dan een groepsplan.
Mochten er kinderen zijn die na deze aanpak onvoldoende vooruit gaan dan wordt er
gekeken naar een aanpak op individueel niveau. Dit kan uitgevoerd worden door de
leerkracht of op de zorgdag (woensdag) in de unit. We spreken dan van zorg op niveau
3. Op dit niveau wordt met ouders het handelingsplan besproken en gevraagd om het te
ondertekenen voor gezien.
Indien deze hulp nog niet het gewenste resultaat oplevert, wordt er gezocht naar hulp
buiten de school. Dit kan bijvoorbeeld een preventief ambulante begeleider zijn van het
SBO. Deze bespreekt samen met de leerkracht en de IB-er welke mogelijkheden er zijn
en wat uitgevoerd gaat worden. Ook dit wordt samen met de ouders besproken en
ondertekend. We spreken dan van hulp op niveau 4.
Mocht er blijken dat een kind zo een specifieke hulp nodig heeft dat dit met hulp van de
ambulante begeleider niet uit te voeren is, dan kan er verwezen worden naar het
speciaal onderwijs. Dit is dan zorg op niveau 5

Het is dus een cyclisch proces, waarin school telkens probeert een kind terug te brengen
in een zo laag mogelijk niveau van zorg. Natuurlijk krijgt een kind, dat zorg nodig heeft
op een hoger niveau die zorg. Drie keer per jaar wordt in de zorgbijeenkomst met de
unit de resultaten geëvalueerd en vandaar uit nieuwe stappen gepland. De manier
waarop we de plannen vorm geven noemen we handelingsgericht werken.


5.5   Zorgteam

Het zorgteam heeft als doel de zorg rondom kind, ouders en school beter te coördineren
en te begeleiden. Doordat het zorgteam uit meerdere disciplines bestaat, kan de zorg
beter op elkaar worden afgestemd en is onnodig lang wachten niet nodig. Daarnaast
kunnen we elkaar om advies vragen.

Het zorgteam wordt vertegenwoordigd door:
u      Thuiszorg/consultatiebureau
u      Partners in welzijn (maatschappelijk werk)
u      GGD (schoolarts)
u      Bureau Jeugdzorg (schoolcoördinator)
u      Logopedie
u      Wijkagent/schooladoptieagent
u      Intern begeleider van de scholen in Oirsbeek en Schinnen

Het team komt ongeveer 5 keer per jaar bij elkaar. Alle medewerkers van dit zorgteam
moeten zich houden aan de wettelijke voorschriften rondom persoonsgegevens.
Leerlingen van de school worden alleen met schriftelijke toestemming besproken in het
team. Natuurlijk wordt u als ouder op de hoogte gehouden van de laatste stand van
zaken en altijd blijft u de persoon die beslissingen neemt voor uw kind. Het zorgteam
heeft alleen een adviserende functie, geen beslissende.

We vinden het als school erg belangrijk om aan het zorgteam mee te werken, omdat:
u       de school door deze ondersteuning betere zorg/begeleiding kan bieden aan kind
en ouders;
u       de school advies kan vragen aan professionals. Binnen school is deze kennis niet
altijd aanwezig;
u       de school binnen het zorgteam meteen kan aangeven waar externe hulpverlening
naar wens verloopt of juist stagneert;
u       door mee te werken aan een zorgteam, we willen voorkomen dat kinderen van de
noodzakelijke zorg verstoken blijven.

5.6    Speciale zorg voor kinderen

Soms is het zo, dat ondanks alle zorg en alle hulpplannen, het toch niet goed gaat met
een leerling. Het kan zijn dat de leerling behoefte heeft aan veel extra hulp gedurende
lange tijd. Het kan ook zijn dat onze school niet de kennis in huis heeft om een bepaalde
leerling goed te helpen. Soms is het nodig om een leerling gedurende een bepaalde tijd
te plaatsen op een school voor speciaal basisonderwijs.
Als ouders en school van mening zijn, dat een kind extra zorg nodig heeft van een school
voor speciaal basisonderwijs, dan kan het kind aangemeld worden bij de zogenaamde
Permanente Commissie Leerlingenzorg. Deze commissie bepaalt op verzoek van ouders
of plaatsing van een leerling op een Speciale school voor Basisonderwijs noodzakelijk is.
Ook bekijkt deze commissie welke zorg onze school al heeft geboden aan de leerling.

Er zijn in onze regio twee scholen voor speciaal basisonderwijs:
u Het Mozaïek, Valkstraat 2, 6135 GC Sittard.
u sbo De Blinker, Eloystraat 1a, 6166 MX Geleen

Bij een mogelijke plaatsing op een school voor speciaal basisonderwijs worden de
volgende stappen ondernomen:

1.      Onze school vult een z.g. onderwijskundig rapport in. In dit rapport wordt precies
beschreven wat onze school al gedaan heeft om het probleem op te lossen. Ook worden
alle toetsgegevens vermeld.
2.      De Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) kan nu twee dingen doen:
        •     Ze geeft direct een z.g. beschikking af, d.w.z. de leerling
              mag geplaatst worden op een school voor speciaal onderwijs.
        •     Ze vindt dat er onvoldoende reden is om de leerling te
              plaatsen op een school voor speciaal onderwijs en geeft
              geen beschikking af.
        •     Ze vindt dat verder onderzoek nodig is om een goed besluit te nemen en
              verwijst naar een instantie die dit onderzoek kan verrichten.

Als de PCL een positieve beschikking afgeeft worden de ouders uitgenodigd voor een
gesprek op de school voor Speciaal Basisonderwijs en worden er verdere afspraken
gemaakt.
Hoe de zorg voor leerlingen op onze school precies georganiseerd is, hebben we
vastgelegd in de Werkplan Leerlingenzorg 2007-2008. De zorg die het
samenwerkingsverband Sittard/Geleen wil verwezenlijken in de komende jaren is ook
vastgelegd in een zorgplan. Samen met de andere scholen in de regio proberen we om
steeds meer zorg aan de leerlingen te bieden. Ook dit zorgplan kunt u op school inzien.

5.7    LGF-leerlingen
       (LeerlingGebonden Financiering)

Uitgebreide informatie hierover treft u aan via de website van Innovo . Ga naar
www.innovo.nl en klik op SCHOLEN in het uitrolmenu kiezen voor aanvulling schoolgids
2010-2011.
Op de volgende pagina klikken op hier
Kies dan het onderwerp dat u wilt lezen.

5.8    Permanente Commissie
       Leerlingenzorg

Wie is de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL)?
De PCL heeft als wettelijke taak een toestemmingsverklaring af te geven voor plaatsing
tot een School voor Speciaal Basis-onderwijs (SBO). Voor meer informatie zie onze
website www.bsdionysius.nl zorg voor kinderen, PCL.

5.9    Klachtenregeling PCL

Indien u het niet eens bent met de uitspraak van de PCL, kunt u gebruik maken van de
klachtenregeling. Voor meer informatie zie onze website www.bsdionysius.nl zorg voor
kinderen, PCL, klachtenregeling.

5.10   Hoogbegaafdheid

(hoog)Begaafde kinderen verdienen extra zorg!
Nadat we al enkele jaren gericht aandacht besteedden aan deze groep leerlingen, zijn we
vanaf afgelopen schooljaar gestart met het Digitaal Handelingsprotocol
Hoogbegaafdheid. Hierin wordt een compleet beeld vastgelegd van een leerling waarbij
het vermoeden van hoogbegaafdheid bestaat. Dit beeld wordt tijdens de signaleringsfase
zowel door de leerkracht als door ouder en kind gevormd. Van hieruit
worden vervolgens afspraken gemaakt over eventueel verder onderzoek en de manier
van werken.
De aanpak wordt per individueel kind in samenspraak met ouders vastgesteld. Want ook
voor deze kinderen vinden wij vanuit onze visie dat er uitdaging en plezier in het leren
moet zijn.
Vaak is het zo, dat deze leerlingen slechts een klein deel van de basisstof hoeven te
verwerken, waarna ze door kunnen gaan met verrijkingsmateriaal of heel andere
opdrachten. Een nadelige bijwerking van (hoog)begaafdheid in het basisonderwijs is dat
deze kinderen te weinig worden uitgedaagd door de gewone lesstof. Dat heeft tot gevolg
dat ze geen oplossingsstrategieën ontwikkelen. Daarom is het erg belangrijk dat deze
kinderen moeilijkere opdrachten aangeboden krijgen die ze niet zomaar kunnen
oplossen en waarvoor ze dus een beroep moeten doen op oplossingsstrategieën. De
school beschikt over extra materiaal voor rekenen, taal en begrijpend lezen. Daarnaast
werken de kinderen aan gestuurde projecten en krijgen ze heuse Spaanse les van een
vrijwilliger uit het dorp. Op deze manier hopen we niet alleen dat deze kinderen zinvol
bezig zijn, maar hen ook te leren hoe je moet leren. Dat is iets dat ze zonder deze
bezigheden immers nooit leren. Het leren gaat dan vanzelf en het is intussen bekend dat
dit nou juist het probleem is waardoor veel van deze kinderen op de middelbare school
vastlopen. Dat proberen we naast plezier in leren en zinvol bezig zijn met onze manier
van werken te voorkomen.


5.11   Protocol voor het omgaan met
       (ernstige) vermoedens van
       kindermishandeling

De school heeft i.s.m. ‘De opvoedpraktijk’ een protocol ontwikkeld voor het omgaan met
vermoedens van kindermishandeling.
Dit protocol is de richtlijn voor het handelen van leerkrachten en directie. De school zal,
indien zij dit nodig acht, met ouders hierover in gesprek gaan om samen naar
oplossingen te zoeken.
Worden ouders en school het hier niet over eens, dan heeft de school nog altijd de
mogelijkheid om, al dan niet in overleg met ouders, een melding te maken bij het A.M.K.
(Advies- en Meldpunt Kindermishandeling). Daarnaast is er ook preventief beleid: De
lessen leefstijl, boeken over dit onderwerp, de kindertelefoon.

5.12   Faalangst reductietraining
       en sociale weerbaarheid- en
       vaardigheidtraining

De aandacht die wij als school besteden aan het pedagogische klimaat, zorgt ervoor dat
de meeste kinderen goed functioneren. Toch hebben sommige kinderen behoefte aan
extra ondersteuning om zich op school goed te voelen. In overleg met ouders wordt dan
bepaald of het kind in aanmerking komt voor een van de twee trainingen. Sinds enkele
jaren is er de mogelijkheid voor leerlingen om een faalangst reductietraining binnen
school te volgen. De kinderen raken hun faalangst niet kwijt, maar leren er zo mee om te
gaan,dat het minder hindert in hun functioneren. Tijdens deze cursus wordt gewerkt
met de training “ik ben een kei” en er zijn ook een drietal verplichte ouderavonden bij.
De training wordt gegeven door de intern begeleider.

Daarnaast wordt er een of twee maal per jaar een training sociale weerbaarheid en -
sociale vaardigheid gegeven. Wil een kind deelnemen aan deze training, dan moeten de
ouders deelnemen aan een aantal ouderbijeenkomsten. De training wordt gegeven door
een leerkracht die hiervoor gecertificeerd is. Of het dit jaar mogelijk is de training onder
schooltijd te geven is op het moment van drukken van deze gids nog niet duidelijk. Aan
deze training zijn in elk geval kosten voor het materiaal verbonden.
Om in aanmerking te komen voor een van de twee trainingen, moet u als ouder(s)
samen met de leerkracht het aanmeldingsformulier invullen. Aan de hand van dit
formulier wordt bekeken of uw kind in aanmerking komt voor de training. U wordt van
de uitslag op de hoogte gebracht. Ook de verdere procedure is
vastgelegd. U kunt deze procedure bij de intern begeleider aan-vragen. Mogelijk dat dit
schooljaar de training door personen van buiten onze school gegeven wordt.

5.13   Onderwijs aan zieke kinderen

Wanneer een leerling ziek is dient dit door de ouders/verzorgers bij de school gemeld te
worden. Het is daarbij belangrijk om aan te geven hoe lang de ziekte waarschijnlijk gaat
duren. Het is de verantwoordelijkheid van ouders en school samen om te zorgen dat de
leerling ook tijdens de ziekte het onderwijsproces zoveel mogelijk blijft volgen. Scholen
kunnen hierbij ondersteuning
vragen. Zie www.ziezon.nl
6.1    St. Dionysius,
       een katholieke basisschool

Ieder kind op onze school heeft zijn eigen verhaal. Naar dat verhaal willen wij luisteren.
Zo gaan er op school heel veel verhalen. Verhalen van kinderen, ouders en leerkrachten.
Die verhalen willen wij opmerken, erop inspelen. Het zijn de verhalen van de mensen en
die verhalen vertellen ons iets over die mensen. Ze vertellen ons of die mensen blij of
verdrietig zijn, tevreden of ontevreden, gelukkig of ongelukkig, vrij of vol zorgen. Al die
verhalen bepalen ons handelen. Dat handelen wordt bepaald door het besef dat de
school moet bijdragen aan het geluk van mensen. Het geluk van de kinderen dat
verstoord wordt door leer-problemen, zet ons aan tot het zoeken naar betere leerwegen.
En ouders die zich ongerust maken, proberen we een weg te laten zien om hun
ongerustheid weg te nemen. Zo vertelt de school iedere dag haar eigen verhaal. Wij
hopen dat het een verhaal is van bemoediging of in onderwijstermen vertaald: een
verhaal van uitdagende ondersteuning. Voor al haar bezoekers. Zo’n verhaal wordt en
werd natuurlijk door heel veel mensen waargemaakt. Voor ons zijn al die mensen een
voorbeeld. Een van die mensen is de Heilige Dionysius. Hij was in het begin van de zesde
eeuw bisschop van Parijs. Verhalen over hem vertellen over doorzettingsvermogen. Hij
stond voor zijn zaak en van opgeven wilde hij niet weten. Zo sterk dat hij toen hij
onthoofd werd, met zijn hoofd in zijn handen terug liep naar Parijs. Onze kerk is naar
hem genoemd en zo ook de vroegere jongensschool die nog door het kerkbestuur is
gesticht. Als teken van "staan voor je taak" vinden wij Sint Dionysius best een goede
naam voor onze school. Een van onze grootste voorbeelden van uitdagende
ondersteuning vinden we in Jezus van Nazareth. De kinderen, de zwakken, de vrouwen
en de zieken stak hij een hand toe. Van hem wordt in de bijbel gezegd dat hij het
geknakte riet niet zal breken en de kwijnende vlaspit niet zal doven. Anders gezegd: hij
schrijft het zwakke, het onbetekenende niet af. Als school willen wij dat ook proberen
waar te maken. Tegelijkertijd willen wij de kinderen ook bekend maken met de persoon
van Christus. Dat gebeurt aan de hand van katecheseprojecten uit de methode
Trefwoord. In de weken dat die projecten draaien krijgen de leerlingen bijna dagelijks
15 – 30 minuten godsdienstonderwijs. Een project loopt 4 – 6 weken. Er zijn 3 projecten
per jaar. In die projecten wordt uitgegaan van de belevingswereld van kinderen.
Verhalen over veel verschillende mensen worden daarbij gebruikt en ook het verhaal
van Jezus Christus. Wij vinden het heel belangrijk dat de kinderen iets beleven aan deze
projecten en dat er niet iets opgelegd wordt. Daarom lukt het ons ook om kinderen die
niet verbonden zijn met de kerk toch te boeien. Ten slotte wordt datgene wat op school
in de projecten besproken is, in de kerk gevierd tijdens een gezinsviering. Deze
gezinsvieringen komen tot stand door de inspanning van de werkgroep gezinskatechese.
Hierin zitten leerkrachten, ouders en vertegenwoordigers van de plaatselijke parochie.
De vieringen worden vaak opgeluisterd door ons schoolkoor. Als school zijn we er ons
van bewust dat de plaats van religie in onze wereld een heel andere is dan 20 jaar
geleden. Om echter in onze wereld veel zaken te kunnen begrijpen en niet alleen zaken
van deze tijd, maar ook onze eigen cultuur, is kennis over religies belangrijk. Daarom
willen we kinderen ook met andere religies in aanraking brengen en laten ervaren dat
opvattingen van andere mensen uit andere culturen zeer inspirerend kunnen zijn.
Er is een protocol opgesteld rond de communievoorbereiding en viering.
7 De ontwikkeling van het onderwijs



7.1 Invoering nieuwe taalmethode groep 4 t/m 8

7.2   Samenwerking met peuterspeelzalen

7.3   Invoering van nieuwe WO methodes in de groepen 6 , 7 en 8

7.4   Schoolslag ( in kaart brengen van veiligheid in school)

We gaan voor een gezonde en veilige school!

Steeds meer kinderen zijn te dik. Ze zitten veel achter de computer of slaan het ontbijt
over. Kinderen drinken op steeds jongere leeftijd alcohol. Ook worden regelmatig
kinderen gepest…. zomaar enkele maatschappelijke ontwikkelingen die vast
niemand ontgaan.
De school wil zich graag inzetten voor een gezonde en veilige school(omgeving) en
genoemde problemen uiteraard zoveel mogelijk voorkomen.
Schooljaar 2010-2011 gaan we - samen met de andere scholen in de gemeente Schinnen
- van start met de zogenaamde schoolslag-werkwijze (meer informatie kunt u vinden
op www.schoolslag.nl).
Onder begeleiding van de GGD Zuid Limburg zullen we allereerst inventariseren wat we
nu al doen en vervolgens gaan we onderzoeken aan welke thema’s behoefte is bij
leerlingen, ouders en team. Wat is het meest belangrijk om aan te pakken? Nadat er een
thema is gekozen gaan we hiermee aan de slag en wordt het onderdeel van het
schoolbeleid. Op deze manier werken we samen aan een gezonde en veilige school, voor
iedereen die er komt, leert en werkt!

7.5   Invoering van KIJK in de groepen 3 t/m 8
8 Buitenschoolse activiteiten



Een school hoort bij een gemeenschap en maakt daar een belangrijk deel van uit. Een
gemeenschap mag van een school verwachten dat deze actief betrokken is bij die
gemeenschap.
Als school willen wij meeleven met het wel en wee van het dorp Schinnen en wij willen
daar ook onze bijdrage aan leveren. Maar niet alleen het dorp is belangrijk. De hele
wereld komt de school binnen en vraagt aan de school om actie. De St. Dionysiusschool
wil daarop inspelen en daarom doet ze aan de volgende zaken mee.

Jantje Beton-loterij: De leerlingen van de groepen 5 t/m 8 verkopen in september aan
familie, vrienden en kennissen Jantje Betonloten en steunen hiermee speelplekken voor
kinderen die minder fortuinlijk zijn als zijzelf. Dit levert elk jaar ongeveer
E 750,- op voor Jantje Beton, maar daarnaast nog eens datzelfde bedrag voor de school,
omdat de helft van de opbrengst voor onszelf is.

Unicef-loop: De leerlingen van groep 8 nemen deel aan de Unicef-loop en zoeken
sponsors die daar een bijdrage aan willen geven. Dit levert ieder jaar een groot bedrag
op.
Carnaval: Deelname en medewerking aan het jeugdcarnaval en de kinderoptocht. In
samenwerking met de carnavalsvereniging probeert de school de prinsuitroeping en de
kinderoptocht tot een leuk feest te maken.

Kunstclub: Tweemaal per jaar start de kunst-club een cursus waaraan kinderen kunnen
deelnemen.
Kijk op www.yvettedevries.nl

Blokfluiten: Via de fanfare kunnen kinderen die dit willen na school blokfluitles volgen.

Onderhouden verzetsmonument.
De kinderen van groep 6 onderhouden het verzetsmonument op de Oude Markt en
nemen deel aan de veteranendag in de gemeente Schinnen.



Voor de leerlingen zelf zijn er ook buitengewone activiteiten. Zo kunnen de leerlingen op
school blokfluitles krijgen. Kinderen die graag zingen, kunnen lid worden van het
schoolkoor. Dit koor luistert alle gezinsvieringen in de kerk op. En ten slotte kunnen de
kinderen na school blijven voetballen of spelen op onze speelplaats. Van deze
mogelijkheid maken kinderen gebruik.
9. Nawoord

Dit is de twaalfde schoolgids die door de basisschool St. Dionysius is uitgegeven. In deze
schoolgids zijn een aantal beschrijvingen duidelijk anders dan in de vorige schoolgids.
Ons eerste volledige jaar in het nieuwe gebouw zit erop. We merken dat het werken in
units hier meer tot zijn recht komt. Dat doet ons goed.
Maar u heeft ook kunnen lezen dat er volop werk ligt, waarvan we hopen dat het voor
alle betrokkenen bij onze school, kinderen, ouders, leerkrachten en bestuur bijdraagt
aan een verbetering.
We hopen dat deze schoolgids u daar een goed beeld van heeft gegeven.



10 Adressenlijst

Onze school valt onder het bestuur van de stichting INNOVO

Ruys de Beerenbroucklaan 29a
Postbus 2602
6401 DC Heerlen
045 - 544 7144
045 - 544 7145 (fax)
mail@innovo.info


schooladviescommissie
Voorzitter
Machteld Ostendorf

contactpersoon
KLACHTENCOMMISSIE
Dhr. J. Meijs
Stationsstraat 58 C
6365 CK Schinnen
046 - 443 2959


medezeggenschapsraad
Voorzitter
Constan Custers
Geerweien 5
6447 CC Merkelbeek
046 - 442 4710
Secretaris
Mariet Mets
p.a. Oude Markt 15
6365 CJ Schinnen
046 - 443 1885

vertrouwenspersonen
Drs. L.J.J. van Oosterbosch
’t Park 19
6373 AR Landgraaf
045 - 531 2981
045 - 533 0301 (fax)
bertvanoosterbosch@zonnet.nl

Drs. P.M.H. Nijpels
Burg. v. Laarstraat 22
6267 ET Cadier en Keer
043 - 407 8282
06 - 463 45916
paul.nijpels@home.nl


oudervereniging
Voorzitter
Petra Soons, 06-15017059

secretaris
Audrey Bouwens     046 – 443 5255

Penningmeester
Esther Henderickx 046 - 443 3261
basisschool st. dionysius schinnen
Oude Markt 15, 6365 CJ Schinnen.
T. 046 - 443 1885 , info@bsdionysius.nl

								
To top