Bestrijding van duiven; een combinatie van technieken by 0TX67H3O

VIEWS: 56 PAGES: 51

									 Bestrijden van duiven; een combinatie van
                 technieken




                       DE VLEMINCK Mark
                       Brusselsesteenweg 511
                       9401 MEERBEKE



Student:                Begeleidende docent:
  SOREYN Michaël         Filip Wouters
  Dierenzorg            Mentor:
  Stage 1                DE VLEMINCK Mark
Woord vooraf



Roofvogels hebben mij altijd al weten te fascineren. Hun jachttechnieken, hun dominante
en wilde karakter en hun schoonheid maakt van deze dieren iets bijzonders. Al van jongs
af verdiepte ik me in verwante boeken en volgde ik alle documentaires over deze vogels.
Nu enige tijd terug wist ik niet dat roofvogels legaal mochten gehuisvest worden. Via via
ben ik voor het eerst in contact gekomen met roofvogels en liet de passie me niet meer
los. Dit wou ik ook gaan doen.
En zo geschiede het ook en heb ik er nu een leerrijke en boeiende roofvogelstage opzitten
bij Valkerij Ardanwen van Mark de Vleminck en zijn vrouw Kelly. Wie ik dan ook beide van
harte bedank voor hun tijd, kennis en gastvrijheid die ze meegaven. Tevens ook de
prachtige momenten die ik beleefde tijdens het vliegen, verdelgen en het jagen met de
roofvogels.
Ook gaat mijn dank uit naar iedereen die mij gesteund en bijgestaan heeft bij de realisatie
van deze stage en dit verslag; de voltooiing daarvan was immers onmogelijk geweest
zonder hun medewerking. In het bijzonder mijn dank naar stagebegeleider meneer F.
Wouters en meneer Stanny Gregoir van de firma Bird Control Solutions.
Bedankt ook aan mijn ouders en KATHO Roeselare die het mij mogelijk maakten om deze
richting dierenzorg en deze stage te volgen.




SOREYN Michaël
30 juni 2008
Titel, abstract, trefwoorden                                                           3



Titel
 Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken.


Abstract
 “Vliegende ratten” worden ze ook wel genoemd, onze duiven. Bij vele senioren
 gekend in de duivensport en bij anderen als vredesduif.
 Bedrijven verafschuwen de vogels vanwege de uitwerpselen of smeltsels die de
 hygiëne alvast niet ten goede komt. De duiven zijn tevens in staat om vee- of
 pluimveevoeders van het bedrijf te besmetten en hun karkassen lokken ratten aan.
 Om de soms immense duivenpopulatie in te krimpen werden al vele middeltjes en
 methodes gecommercialiseerd. Duivenvallen kunnen meestal bijkomende jonge
 duiven en nieuwe gasten niet bijhouden en dus ook de populatie niet reduceren.
 Roofvogels zorgen voor een onmiddellijk effect. Maar of een wekelijkse interventie
 met roofvogels alleen al voldoende blijkt is al een bijkomende vraag. Elke methode
 van aanpakken heeft zowel zijn voor- als nadelen. Vandaar de eerder logische
 redenering dat het bestrijden van duiven een combinatie van methodes vergt. Welke
 combinatie het meest efficiënt en financieel realistisch benaderd wordt, blijft een
 moeilijke vraag en hangt af van situatie tot situatie.


Trefwoorden
           Valkerij
           Roofvogel
           Overlast
           Bestrijding
           Verdelging
           Valk
           Demonstratie




SOREYN Michaël
Inhoudsopgave                                                                                                                                                               4



Inhoudsopgave




WOORD VOORAF ........................................................................................................................................... 3

TITEL ................................................................................................................................................................. 3

BESTRIJDEN VAN DUIVEN; EEN COMBINATIE VAN TECHNIEKEN. .............................................. 3

ABSTRACT ........................................................................................................................................................ 3

TREFWOORDEN.............................................................................................................................................. 3

INHOUDSOPGAVE .......................................................................................................................................... 4

TECHNISCHE FICHE STAGEBEDRIJF ...................................................................................................... 5

1       VOORSTELLING VAN HET BEDRIJF ................................................................................................ 6
    1.1         LIGGING............................................................................................................................................... 6
    1.2         ORGANISATIE VAN HET BEDRIJF........................................................................................................... 7
    1.3         VERPLAATSING .................................................................................................................................... 8
    1.4         ARBEIDSBEZETTING............................................................................................................................. 8
2       BESTRIJDEN VAN DUIVEN; EEN COMBINATIE VAN TECHNIEKEN..................................... 10
    2.1     DIERSOORTEN EN -RASSEN ................................................................................................................ 10
       2.1.1 Oehoe ........................................................................................................................................... 10
       2.1.2 Kerkuil .......................................................................................................................................... 11
       2.1.3 Steenuil ......................................................................................................................................... 12
       2.1.4 Bosuil ........................................................................................................................................... 13
       2.1.5 Slechtvalk ..................................................................................................................................... 13
       2.1.6 Woestijnbuizerd ............................................................................................................................ 15
       2.1.7 Gier-sakerhybride ........................................................................................................................ 17
       2.1.8 Steppearend .................................................................................................................................. 17
       2.1.9 Steenarend .................................................................................................................................... 17
       2.1.10    Torenvalk ................................................................................................................................. 18
    2.2     VOEDSEL - VOEDINGSADVIES............................................................................................................. 18
    2.3     VERZORGING EN HYGIËNE ................................................................................................................. 19
    2.4     ZIEKTEPREVENTIE EN –BEHANDELING ............................................................................................... 20
    2.5     VRUCHTBAARHEID EN/OF FOKKERIJ .................................................................................................. 24
    2.6     INFRASTRUCTUUR – HUISVESTING ..................................................................................................... 24
    2.7     AANKOOP- EN VERKOOPSPOLITIEK .................................................................................................... 24
3       PERSOONLIJKE VISIE ........................................................................................................................ 31

4       OVERZICHT VAN DE DAGELIJKSE WERKZAAMHEDEN......................................................... 32

BIJLAGEN ..........................................................................................................................................................I

LIJST MET FIGUREN ......................................................................................................................................I

LIJST MET TABELLEN ...................................................................................................................................I

LIJST MET GRAFIEKEN ................................................................................................................................I

BRONVERMELDING .......................................................................................................................................I




SOREYN Michaël
Technische fiche Stagebedrijf


Naam stagebedrijf:     Valkerij Ardanwen

Adres:   Brusselsesteenweg 511

         9402         Meerbeke

Telefoonnummer: -

GSM-nummer:          0477 / 249 359

Faxnummer: -

E-mail: info@ardanwen.be

Directeur/diensthoofd:     De Vleminck Mark

Stagementor: De Vleminck Mark

Sector: Overlastbestrijding

Afdeling/Groep binnen het stagebedrijf: -

Aantal werknemers:     4

Omzet:

Producten: Roofvogels

Specialisatie: Overlastbestrijding, roofvogeldemonstraties

Twee relevante publicaties    Geen
van het stagebedrijf:

Bijkomende gegevens:       Samenwerkend met de firma Bird Control Solutions
   DEEL 1: Voorstelling van het bedrijf                                                                   6




1 Voorstelling van het bedrijf
  1.1        Ligging

   Het bedrijf van Mark is tevens ook zijn woonplaats. Dit is quasi onontbeerlijk als je met
   roofvogels werkt. Het biedt de mogelijkheid om je vogels van heel nabij op te volgen
   kordaat op te treden in geval van problemen en ze mogelijks ook te beschermen tegen
   ongewilde gasten.
   Het kort nabij opvolgen van de vogels is van belang daar roofvogels een nauwgezette
   verzorging nodig hebben. Je leert je vogels zo ook beter kennen en kan gaan bepalen wie
   in topvorm is om de volgende dag te presteren. Naar problemen toe is het nog belangrijker
   dat je kort op de bal kan spelen. Zo kan de vogel verstrengeld komen te zitten met zijn
   langveter, kan een vogel ziek worden, enz. Nog belangrijker is dat roofvogels duur zijn en
   tegenwoordig ook moeten beschermd worden tegen dieven. In de valkerij is het een
   vereiste om de vogels te onderhouden nabij de woonplaats van de valkenier. Zo wordt het
   kleinste probleem tijdig opgemerkt en worden eventuele dieven op afstand gehouden.


   Het bedrijf “Valkerij Ardanwen” was gelegen tussen de landbouwakkers te Meulebeke wat
   heel toepasselijk is voor een zaak in deze sector. De open en afgelegen omgeving biedt
   vele voordelen in het runnen van het bedrijf. Enerzijds de rust door de afgelegen
   omgeving, anderzijds de mogelijkheid om de roofvogels in alle vrijheid te kunnen trainen
   en conditie bij te brengen zonder enige verplaatsing af te leggen.
   Het eigendom bestond uit een woonhuis met grote achtertuin met volières, een overdekte
   vliegpiste en een bijgebouw. De werkelijke oppervlakte van de zaak bedroeg een 4000m²,
   op het eerste zicht niet fameus groot voor een dierenbedrijf. De hoofdoorzaak ligt bij het
   feit   dat     het    bedrijf     buitenshuis   diensten   verleend,   met   andere   woorden   alle
   dienstverleningen worden ter plaatse aangepakt. Dit in tegenstelling tot andere bedrijven
   die in het bedrijf zelf dieren fokken, honden/paarden trainen, etcetera… Dit vergt logischer
   wijs een groter oppervlakte van de zaak. De dagelijkse werkzaamheden worden over gans
   Vlaanderen uitgevoerd. Dit kan zowel het verdelgingswerk inhouden, het trainen en
   bijbrengen van conditie bij de roofvogels als het showen van demovoorstellingen op de
   meest uiteenlopende locaties. Plaatsen zoals kerken voor huwelijken, scholen,
   kinderkampen, beurzen en zelfs begrafenissen komen hier aan bod.


   De ligging van het bedrijf had slechts een groot nadeel: het lag niet centraal in België. Daar
   het werkterrein zoals eerder aangehaald heel Vlaanderen omvat zijn grote afstanden te
   overbruggen wanneer er bijvoorbeeld naar de Limburg moet gereden worden. Heel
   recentelijk heeft Mark dan ook beslist om zich te gaan vestigen in Vlaams Brabant. Waar


   SOREYN Michaël
 DEEL 1: Voorstelling van het bedrijf                                                          7



 hij de voordelen van de ligging van Meulebeke gaat combineren met het profijt van de
 centrale ligging in Vlaanderen.


1.2        Organisatie van het bedrijf

 Hier wordt de organisatie besproken van het bedrijf te Meulebeke. Hoofdzakelijk vanwege
 het feit dat ik daar precies praktisch al mijn stage daar heb genoten. Een deel van de
 achtertuin bestaat uit volières; zowel bedoelt om kweekkoppels te huisvesten, als
 getrainde roofvogels ‘op blok’ of voor pluimvee. De grotere roofvogels zitten opgetuigd op
 sprenkels in de volière. Qua veiligheid voor zowel onwetende bezoekers; diefstal; als
 uitbraak van de vogels komen de volières dit zeker ten goede. Aan kweken wordt
 eveneens gedaan door het bedrijf. Desondanks het feit dat de meeste kweekkoppels zich
 op andere locaties bevinden dan Meulebeke, wordt alles toch veilig gehuisvest. Dit komt
 doordat de roofvogels bij andere bevriende valkeniers thuis worden gekweekt.


 Naast de volières bevindt er zich ook nog een overdekte vliegpiste die beginnende
 valkenier(ster)s dat tikkeltje meer zekerheid biedt om hun roofvogel voor de eerste maal
 volledig los te laten alvorens aan het echte werk te beginnen. Zo geeft Mark gratis raad en
 begeleiding aan beginnelingen wat ik ten zeerste bewonderenswaardig vind. Op die manier
 worden ongelukken door onwetendheid vermeden zoals het kwijtspelen van roofvogels,
 het verkeerd optuigen van de roofvogel, het losvliegen van roofvogels in de nabijheid van
 andere opgetuigde roofvogels… Deze voorvallen plaatsen de valkerij in een slecht
 daglicht. Vogelbescherming Vlaanderen weet die voorvallen bijeen te verzamelen en te
 publiceren op de website. Op die manier scheren ze alle valkeniers over diezelfde kam van
 dierenmishandelaars die roofvogels hun vrijheid afnemen, de dieren verkeerd huisvesten,
 etcetera.


 Het voedsel wordt in grote hoeveelheden bewaard in een drietal grote diepvrieskisten.


 De roofvogels in Valkerij Ardanwen zijn niet de enige predatoren die dienst doen in de
 overlastbestrijding. Zo worden nog een vijftal fretten gebruikt waarmee eveneens wordt
 gefokt. Ze doen dienst om konijnen uit hun burchten te jagen en zo voor te schotelen aan
 de jagende roofvogel(s).


 Het valkerijmateriaal wordt eveneens in een deel van het bijgebouw gestockeerd en zelfs
 gemaakt. Materiaal zoals de langveter en Aylmeri-schoentjes (zie afbeeldingen) worden
 door     Mark      zelf    gemaakt; de bijhorende attributen zoals valkeniershandschoen,



 SOREYN Michaël
 DEEL 1: Voorstelling van het bedrijf                                                                      8



 valkenierstas, belletjes, huif, wartel, jachtvest, weegschaal, transportkisten met astroturf,
 sprenkel (zie afbeeldingen) en valkenblok worden aangekocht en zijn altijd in grote
 reserveaantallen aanwezig in het bedrijf. Naast het opgesomde materiaal worden tevens
 andere       benodigdheden             opgeslagen   in   het   bijgebouw   zoals   drie   verschillende
 voedingssupplementen die tal van vitaminen, aminozuren, mineralen, plantenextracten en
 gisten bevatten. Er is één voor de ruiperiode, één voor de jachtprestaties en één voor het
 broedseizoen. Het supplement voor het broedseizoen bevat extra vitamine E en het
 aminozuur arginine. Het bevat alsook meer ribose wat voor een hoger energiegehalte zorgt
 tijdens de broedperiode. Naast voedingssupplementen wordt nog een vettige spray voor
 de poten gebruikt namelijk Leucaspray en een zalf met curatieve werking tegen
 bumblefeet met name Leucagel.

1.3        Verplaatsing

 Doordat Mark praktisch de ganse werkdag op verplaatsing werkzaam is spreekt het voor
 zich dat het van noodzakelijk belang is een ordentelijk en gebruiksvriendelijk
 verplaatsmiddel te bezitten. Tijdens mijn stage heb ik in twee wagens meegereden. In het
 begin van de stage reed de zaakvoerder nog met een Dodge RAM 1500; de wagen bood
 vele voordelen zoals laadruimte, 4x4, veel ruimte en comfort. Maar heeft aan de andere
 kant een hoog prijskaartje en een vrij hoog verbruik dat wordt gerelativeerd door te rijden
 op LPG. Door mankementen aan de auto werd een andere auto en meteen ook een
 andere soort wagen aangeschaft. Mercedes Sprinter wordt het nieuwe verplaatsingsmiddel
 van Valkerij Ardanwen. De bestelwagen biedt enorm veel laadruimte en opbergruimtes en
 kan net zoals de Dodge een zestal personen vervoeren. Er bestaat ook de mogelijkheid
 om een aanhangwagen aan de auto’s te bevestigen daar ze beide een trekhaak bezitten.
 Dit kan van toepassing zijn bij het verhuizen van ontzettend veel materiaal en roofvogels
 naar grotere beurzen.




1.4        Arbeidsbezetting


 Het zijn vooral Mark en Kelly die de interventies en roofvogeldemonstraties op hun
 schouders dragen. Hun takenpakket bestaat uit het leiden van de zaak met bijhorend



 SOREYN Michaël
DEEL 1: Voorstelling van het bedrijf                                                          9



papierwerk, het bezoeken van nieuwe klanten, routine-interventies, roofvogeldemonstraties
en het trainen van de roofvogels.


Een andere werknemer is Stéphane, een valkenier in hart en nieren woonachtig in de buurt
van Ninove. Deze man helpt Mark bij het opzetten van een aantal kweekkoppels bij zijn
thuis. Er worden samen na overleg vogels aangekocht en er gehuisvest zoals
jakhalsbuizerds, laplanduilen, sakervalken, prairievalken enzovoort. Stéphane staat ook in
voor sporadische interventies.


Kenny is een jongere valkenier die op interventie gaat doorheen België in opdracht van
Mark. Bij hem thuis worden ook roofvogels gekweekt, deze zijn wel meer alledaags in
vergelijking met de soorten van bij Stéphane. Het betreft roofvogelsoorten zoals kerkuilen,
bosuilen, Amerikaanse torenvalken en woestijnbuizerds.




SOREYN Michaël
   DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                  10




2 Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken

  2.1       Diersoorten en -rassen

   2.1.1 Oehoe
   Doordat de oehoe aan de top van de voedselketen in Europa staat, hoeft hij niet te vrezen
   voor vijanden. De Europese oehoe kan de grootste arenden aan uit ons milieu en staat
   bovenaan de voedselpiramide. Het is geweten dat wanneer een oehoe samen wordt
   gehuisvest met een arend, de oehoe de bovenhand haalt. De jachttechnieken van de
   oehoe zijn net zo gevarieerd als zijn uitgebreid menu aan voedsel. De oehoe jaagt
   merendeels vanaf uitkijkposten op verschillende hoogten; zo verrast hij allerlei prooidieren
   in een lage jachtvlucht of snelle duikvlucht vanaf rotsen. Een minder gebruikte techniek is
   al rennend een slachtoffer grijpen dat de oehoe toepast bij hagedissen, kikkers en
   ongewervelde diersoorten zoals regenwormen en kevers.


   Ondanks zijn lichaamsgrootte is de oehoe heel beweeglijk en behendig in dichtbegroeid
   struikgewas en tussen boomkruinen. Met dit potentieel kan de oehoe probleemloos
   vleermuizen, duiven en gierzwaluwen uit de lucht plukken.
   Met behulp van zijn meedogenloze krachtige klauwen, kan de oehoe volwassen vossen,
   jonge gemzen, reeën en edelherten aan. Dat belet niet dat de oehoe oog heeft voor
   zwakkere of gehandicapte gewervelde dieren die voor hem een stuk makkelijker te
   bemachtigen zijn.
   De geduchte jager kan moeiteloos met één enkele poot een stuk prooi van maar liefst 3 kg
   transporteren naar het nest.


   Doordat de oehoe een honkvaste vogelsoort is gebruikt hij ook meestal vaste eet- en
   plukplaatsen waar hij zijn prooien verorbert. Zo kan men op die plaatsen overblijfselen
   aantreffen zoals braakballen, het stekelomhulsel van de egel, de vacht van grotere
   zoogdieren en de pluimen van geslagen vogels.


   De lijst met prooidieren van de oehoe omvat hoofdzakelijk veldmuizen, jonge hazen en
   egels, terwijl konijnen en patrijzen minder bejaagd worden.




   SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                     11



2.1.2 Kerkuil
Deze kleinere uilensoort heeft de grootte van een zwarte kraai maar is iets meer geblokt in
zijn lichaamsbouw. Vooral het hartvormige witte tot lichtbeige gezichtssluier maakt een
groot deel uit van de lichaamsverhouding. De kerkuil kent drie jachttechnieken:
laagvliegend, al zittend of al biddend. De vluchten al laag vliegend komen het meest voor.
De uil vliegt dan langzaam, met korte glijpauzes, op een hoogte van 1 tot 3 meter en volgt
een vaste route. Met ogen en oren wordt de omgeving nauwkeurig afgezocht op
prooidieren. De jachtvlucht verloopt meestal tegen de wind in. Zo heeft de kerkuil het
voordeel dat hij de geluidsgolven die prooidieren veroorzaken beter kan opvangen en hij
gebruik kan maken van zijn zweeftechnieken die gemakkelijk toe te passen zijn door
tegenwind in te vliegen. Bij minder gunstige weersomstandigheden maakt de kerkuil meer
gebruik van uitkijkposten bij het jagen, dan het jagen tijdens de vlucht omdat de kerkuil
moeilijkheden heeft met geluidsstoornissen veroorzaakt door het slechte weer. Daarnaast
jaagt de kerkuil vanaf vaste punten, zoals paaltjes aan de rand van het weiland,
kilometerpaaltjes langs verkeerswegen of een laaghangende boomtak. Vanaf die plaatsen
wacht hij op zijn prooidieren. Deze "energiezuinige" methode is vooral 's winters voordelig.
Er zijn dan minder muizen, terwijl er veel energie nodig is om het lichaam warm te houden.
Een derde methode is het "bidden": de uil blijft tijdens het laagvliegen als een prooi wordt
opgemerkt, even in de lucht hangen. Wordt de prooi gelokaliseerd, dan stort de uil zich
erop. Een muis wordt met de scherpe klauwen of met een beet in de nek snel gedood. De
prooi wordt met huid en haar naar binnen gewerkt, in een enkel geval in stukken
gescheurd.
Volgende lijst betreft de prooilijst van de kerkuil, in afname van belangrijkheid: woelmuizen,
spitsmuizen, echte muizen, vogels (zwaluw, mus, spreeuw) en amfibieën.


De kerkuil is een van de weinige soorten onder de uilen waarvan het voedsel op grote
schaal wordt onderzocht. Uit de braakballen, die de onverteerbare prooiresten van de
kerkuil bevatten, kan het menu worden vastgesteld. De veldmuis is één van de
belangrijkste prooidieren. Ze komen talrijk voor in korte ruige vegetaties, op lichte
hellingen, zoals slootkanten, in bermen en op dijken. De veldmuizen vertonen met
regelmaat aantalschommelingen om de drie, soms vier of vijf jaar. Een dergelijke cyclus is
allesbepalend voor het broedsucces van de kerkuil. De cyclus begint met een zeer lage
populatiedichtheid van de veldmuis. Als kerkuilen dan al tot broeden komen, hebben ze
maar een beperkt aantal eieren. Het daaropvolgende jaar trekt de muizenstand iets aan en
het derde jaar is een "topjaar", voor veldmuis én kerkuil. Van de vogels staan vooral
spreeuwen en mussen op het menu.




SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                  12



Bij roofvogeldemonstraties worden kerkuilen vaak gebruikt in scholen en huwelijken. In de
valkerij is de kerkuil minder geschikt wat voor alle uilensoorten algemeen bekend staat.
Het uiltje weegt om en bij de 400g. De kleine uilensoort heeft een fraai karakter, is
makkelijk zeeg of tam te krijgen en eenvoudig te trainen. Bovendien zijn er vele weetjes
over te vertellen die kinderen educatief zullen vermaken. Zoals dat bij te fel licht best niet
wordt gevlogen. Aan de ogen te zien die volledig zwart zijn, kan men besluiten dat de uil
nachtactief is. Oranjerode ogen duiden op een schemer- en nachtactieve uil. Gele ogen
zoals die van de steenuil verklaren een hoofdzakelijke activiteit bij schemeravond. Een
ander weetje is dat de ooringangen van de kerkuil verschillen in hoogte. Op die manier kan
de kerkuil met zijn scherp gehoor en het verschil in oorhoogte de prooi lokaliseren in
hoogte en verte.


2.1.3 Steenuil
De steenuil jaagt grotendeels in de schemering. Tijdens de zomers, vooral tijdens de
broedperiode, wordt overdag ook gejaagd. De jaagmethode hangt af van het soort biotoop.
Op plaatsen waar de vegetatie kort is, wordt lopend, huppend en soms rennend gejaagd
op insecten en wormen. Veelal jaagt de steenuil vanaf vaste uitkijkposten, zoals paaltjes
en overhangende takken. Af en toe wordt in lage vlucht, zwevend of biddend gejaagd. De
steenuil is een voedselopportunist: hij heeft een breed voedselpakket en kan zich goed
aanpassen aan de lokale voedselsituatie. Op het menu staan kleine zoogdieren (vooral
veldmuis), vogels, amfibieën, reptielen, insecten, wormen, slakken en zelfs aas.
Regenwormen en insecten vormen met ongeveer 75% het hoogste aandeel van het
voedsel van de steenuil. In de winter worden vooral muizen gevangen. De braakballen van
de steenuil zijn smal en bevatten onverteerbare voedselresten.


In de lente en zomer zijn vooral veldmuizen, insecten en regenwormen een belangrijk
bestanddeel in de prooidierkeuze van de steenuil. Vooral de regenwormen vormen in het
vochtige voorjaar een belangrijke component omdat hun lichaamsgrootte heel wat verschilt
met dat van in de winter.
Bij vorstperiodes blijven de regenwormen ondergronds en gaat de steenuil hoofdzakelijk
“gebruik maken’’ van zangvogels.


De steenuil kan nuttig worden gebruikt bij roofvogeldemonstraties bij regenval binnenshuis.
Het uiltje heeft een compact figuur en zal ideaal dienst doen in een “beperkte” ruimte. Het
gewichtsmanagement van deze uil maakt het iets moeilijker om bij te houden vanwege het
minieme gewicht.




SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                      13



2.1.4 Bosuil
De bosuil is een geboren jager, van jongs af aan bezit de uil al heel wat technieken die als
het ware werden aangeboren. Door hun talloze technieken kunnen ze een breed spectrum
van prooidieren bejagen. De bosuil jaagt vooral vanuit vaste uitkijkposten in zijn territorium.
De exacte kennis van alle hindernissen en dergelijke is een enorm voordeel doordat de
bosuil hoofdzakelijk jaagt in zijn eigen territorium.


De bosuil durft veel risico’s te nemen doordat hij erg weerbare prooien aandurft die hij
slaat vanuit een uitkijkpost. Kleine prooidieren, zoals insecten en regenwormen vangt de
bosuil al lopend op de grond met behulp van zijn gehoor. Het gehoor van de uil is zelfs zo
scherp dat hij de regenwormen uit hun gangen hoort komen.


Als de bosuil op vogeljacht gaat, zijn het meestal nestjongen van zangvogels ofwel
slapende vogels die de uil ontfutselt. De bosuil is zelfs zo meedogenloos dat hij met zijn
wendbare vlucht zelfs vleermuizen in hun chaotische vliegkunsten weet te slaan.


Prooidieren die de bosuil in overmaat heeft worden opgeslagen. Zo worden bijvoorbeeld
nestjongen vastgehaakt aan doorns of worden tal van muizen opgeborgen in rotsspleten.


In de winterperiode, wanneer er minder levend wild te bespeuren valt, verkiest de bosuil
kadavers te eten als alternatief die hij met gans zijn lichaam beschermt tegen
voedselconcurrenten zoals de Buizerd.


Volgende lijst betreft de prooilijst van de bosuil in afname van belangrijkheid: allerlei
muizen, vogels tot 250g, kikkers en padden.


2.1.5 Slechtvalk
Slechtvalken vangen een brede waaier aan vogelsoorten, vooral door erop te stoten vanuit
grote hoogte. Het zal ook prooien aanvallen zittend op een boomtop, steengroeven of
gebouwen. Snelheid in de stoep of duik wordt geschat op 250 km/h.


In het algemeen is de slechtvalk vanwege het jagen vanaf de handschoen, zijn relatief
korte trainingsduur, doorhoudingsvermogen, snelheid en stijl in het veld de meest
begeerde valk sinds eeuwen. Het wordt gevlogen op laagblijvende vogelsoorten zoals
hoenders als op hoogvliegend wild zoals duiven en kraaiachtigen. Sinds kort hebben
valkeniers zich gefocust op het bejagen van hoenders, wat een hoog aanwachtende valk
vergt die kan stoepen met grote snelheden. De slechtvalk is een geboren talent om deze



SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                   14



methode toe te passen en zal met volle overtuiging deelnemen aan de training met de
intentie om aan te wachten. Verrassingsaanvallen lanceren is een andere specialisatie van
de valk, mede door de hoge snelheid en kracht van de stoep kan het kraaien volledig
verrassen. De slechtvalk heeft ook de eigenschap om cirkelvormig boven de uitgekozen
roek of kraai te vliegen wachten op het ultieme moment en door zijn vleugels half te sluiten
en zo een stoep uit te voeren dwingt het de prooi lager te vliegen.


Wanneer de valk de prooi slaat levert het een dodelijke slag op met zijn achterste klauw,
vaak gevolgd door een vrije val van de prooi, waardoor de valk de bewusteloze prooi kan
gaan overmeesteren op de grond.


Door de perfecte aerodynamiek van de slechtvalk is ze capabel om in de meest winderige
omstandigheden toch nog aan voedsel te raken. Bij hoge windsnelheden zal de valk het
maximum van haar mogelijkheden bovenhalen. De relatief korte staart en de hoge
vleugellading (wat haar drijfvermogen reduceert) is uitermate geschikt voor spectaculaire
en snelle vluchten aan een snelheid van 250 km/h en meer.


Slechtvalken zijn zeer nieuwsgierig en hebben een extrovert karakter. Tijdens de vlucht
zullen ze uit zichzelf gebieden verkennen. Daar halen ze veel voordeel uit halen tijdens de
jacht wat ze enorm weten te benuttigen eens ze fit zijn. Ze zijn zeer geschikt in omgang
met de mens waardoor de term ‘valkvriendelijk’ hier erg toepasselijk is.


Deze combinatie aan eigenschappen maken het boeiend om valken te vliegen en om te
jagen.


De achtervolgingsneiging van de slechtvalk kan goed worden gebruikt bij de jacht op
kraaiachtigen. Een groep roeken in het veld zal de neiging vertonen om uit elkaar te
vliegen wanneer de valk komt aangestormd. Wanneer ze opvliegen als ze de
aanwezigheid van de valk hebben waargenomen, zal de slechtvalk ze voor zijn alvorens ze
de kans hebben gehad om een hechte groep te vormen. Op die manier is ze in een veel
betere positie om een selectie te maken en gewoonlijk is dit de laatste die is opgestegen
die ze tracht te slaan. Een nieuw aangekochte of zelfgekweekte valk zal niks afweten van
het wild, maar haar natuurlijk instinct zal de bovenhand krijgen waardoor de valk deels aan
‘zelf-training’ zal doen. Ze is wonderbaarlijk vlot en meewerkend met de valkenier.


De tarsels of mannelijke roofvogels zijn meesters in de wendbaarheid en snelheid. Met
snelheid als hun aangeboren troef zijn ze zeer efficiënt te jagen op patrijs en ekster en


SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                   15



tevens zelfs op de houtsnip. Wegens grootte en weerbaarheid worden de roeken best
overgelaten aan de sterkere vrouwtjes. Met hun korte staart en hoge vleugellading
veroorzaken slechtvalk wijfjes krachtige langdurende vluchten in achtervolging tot hun
prooi. Het vrouwtje is bovendien zeer zeker bestemd tegen sterke windsnelheden.
Slechtvalken zijn niet goed ontwikkeld om bij heet of warm weer te vliegen wegens de
energie die kruipt in de vleugelslagen om omhoog te blijven; veel meer dan woestijnvalken
die beter weten te zweven op thermiek. Koele winderige dagen geven de valk de
mogelijkheid om het beste te presteren.


2.1.6 Woestijnbuizerd
In de vrije natuur kan de woestijnbuizerd of harris (-hawk) gevonden worden in
halfwoestijnen, en occasioneel ook dun begroeid bos. Ze zitten vaak op hoge cactussen en
telefoonpalen in gezelschap van andere soortgenoten. De harris voedt zich normaal met
wintertaling, waterhoen, meerkoet en kleinere vogels met een minimale grootte van
eksters. In additie bejagen ze knaagdieren zoals volgroeide konijnen en in sommige
gevallen wel zwartstaarthazen (Californische haas).


Er is een groot verschil binnenin de soort voor de valkerij, de ondersoorten Parabuteo
unicinctus superior is gekend wegens zijn grootte en kracht. Veel van de vroegere vogels
die werden geïmporteerd naar het Verenigd Koninkrijk, waren van dit kaliber. Deze
ondersoort wordt gevonden in Californië, Arizona en Mexico. Hoe dan ook, het verschil in
gewicht heeft geen invloed op de vogel zijn vliegcapaciteiten en op de grootte van de te
slaan prooien. Klein of groot; het blijven uitstekende jagers.


De meest gekende predatoren jagen individueel en doen het zo ook uitstekend.
Occasioneel wordt in valkerij een groep harris tarsels gebruikt om te jagen op een
bepaalde prooi, maar in het wild zouden ze prefereren om te jagen op eigen houtje. In het
jachtgebied zullen ze zonder vrees voor represailles of onderlinge conflicten in groep jagen
op hetzelfde doelwit.


Dit eigenaardige gedrag voor jagende roofvogels maakt de woestijnbuizerd één van de
gemakkelijkste van de buizerdachtige om te vliegen. Het is een vogel die van nature uit
van gezelschap houdt wat het al heel moeilijk maakt om de vogel nog te verliezen in het
veld. Om het even waar er wordt gejaagd of gevlogen, ze willen steeds weten waar je bent
en zullen de valkenier actief komen zoeken. De harris kan worden gevlogen vanuit de vuist
op lopend wild (wat het een uitstekende konijnvogel maakt) en op een grote variëteit aan
terrein, zowel bos als open terrein.


SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                  16




Ze zijn uitermate efficiënt te noemen. Hun capaciteit om kansen te zien waarvan ze
kunnen profiteren laat hen toe om te duiken in de dichtste begroeiing met de snelheid en
precisie van een havik. Door hun langere poten en gelijkende spanwijdte van voet als de
havik kunnen ze eventueel gevaarlijke prooien zoals grote konijnen onder bedwang
houden zonder al te veel risico op eventuele verwondingen; zelfs in dichte begroeiing.


Zoals alle buizerdachtige kunnen harrissen moeiteloos over heuvelachtige gebieden
zweven op grote hoogte als ze in goede conditie zijn. Ze houden echt van dit zweven op
thermiek en wachten zo aan tot de prooien zich laten zien. Anderzijds en vrij typerend
zullen ze zich keren naar de prooi en dalen met tempo, met de vleugels strak tegen het
lichaam; naar de prooi toe die zich in de beschutting bevindt om deze te grijpen. Ze
hebben de voorkeur tot deze jachttactiek omdat ze niet over de blitse snelheid beschikken
en acceleratie zoals haviken die hebben in achtervolgingen. Gebruikmakend van hoogte
gecombineerd met een kleine stoep kunnen ze makkelijk een rennend konijn stoppen. Ze
kunnen eveneens deze prestatie uitvoeren vanop de vuist op wild die de dekking gebruikt
om de predatoren te mijden. In een rechte lijn kunnen jagende harrissen stoppen en
positie houden kort boven de begroeiing waar het wild zich schuilhoudt. Ze gaan instinctief
af op elke beweging en kantelen zich volledig om zich zo de volle honderd porcent te
geven om de prooi te grijpen in de beschutting.


Harris tarsels zijn al net zo allround als de vrouwelijke tegenhangers. Al van een jonge
leeftijd hebben ze meer de neiging om op pluim te jagen dan vacht. De meeste tarsels zijn
bestand tegen volwassen konijnen en nieuwsgierig in grotere prooien. Maar ze prefereren
fazanten en kleinere vogelsoorten die ze slagen met hun techniek. Ondanks het feit dat ze
de acceleratie van een havik tarsel niet bezitten, kunnen ze zeer nauwkeurig gevogelte
opmerken dat dekking heeft opgezocht zodat ze kortbij in een boom of dergelijke wachten
tot ze beweging zien en kunnen toeslaan.


Harrissen blijken bijzonder vlot in omgang te zijn bij bewegingen en eventueel ook gebaren
van de valkenier. Wanneer de valkenier weet heeft van een konijn die zich in dekking
schuilhoudt en ernaar toe trackt met of zonder jachthond, zal de harris over het gebied dat
wordt getrackt cirkelen. Dit tot een konijn het hazenpad neemt en de vogel kan toeslaan.
Een ander fenomeen waar harrissen goed in zijn is het vertrekken vanuit grondpositie naar
een prooi toe. Dit gebruiken ze veel wanneer ze net een prooi hebben gemist en opnieuw
één of meerdere pogingen wagen. Tracken omvat het opjagen van het wild in zijn dekking.




SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                17



Met de merkwaardige interesse in een wijde variëteit aan prooidieren, is deze veelzijdige
allrounder een veelgebruikte buddy bij veel beginnende valkeniers. Volgens vele ervaren
valkeniers zou er zelfs geen betere jachtvogel bestaan.


2.1.7 Gier-sakerhybride
Van alle giervalkhybrides is deze de meest gelijkend op de giervalk. Sakers en giervalken
zijn en vele standpunten, zowel fysisch als mentaal op elkaar ingestemd, en de combinatie
produceert een iets kleinere, meer geblokte giervalk. Vrouwtjes zijn in staat om grote
prooien te slaan en hun snelheid is best waar te nemen in rechtlijnige achtervolgingen op
grote hoogtes. Ze zijn buitengewoon krachtige vogels te noemen en kunnen volgroeide
fazantenhanen, eenden en hazen aan. Zoals de giervalk hebben ze dagen met veel wind
nodig om ze echt goed te zien presteren en om ze al hun troeven te laten bovenhalen. Ze
gebruiken hun grotere vleugeloppervlakte (in vergelijking met de sakervalk) om te
presteren in stormwinden. In tegenstelling tot de sakervalk zal de gier-sakerhybride
uitmuntend geschikt zijn voor deze betrekking.


Zowel tarsels als vrouwtjes worden gevlogen op lopend wild.


2.1.8 Steppearend
Deze kleinere arendsoort is heel geschikt voor roofvogelshows. De training en gebruik
komt overeen met deze van een buizerd. Enkel het karakter is wat wispelturig tot soms
moeilijk te noemen wat typerend is aan arenden. Al bij al maakt dit een goede vogel die
niet overdreven zwaar weegt, namelijk 2100g. Het wispelturige karakter van de
steppearend verdwijnt voor een groot deel eenmaal de vertrouwensband met de valkenier
is gemaakt. Wanneer een steppearend in conditie verkeert, zorgt deze voor mooie
vluchten en zelfs zweven op thermiek komt voor in het schouwspel.


Vele steppearenden kunnen ook perfect worden gebruikt voor de jacht. Hun grotere
klauwen in vergelijking met de gebruikelijke jachtvogels en de stevige lichaamsbouw
zorgen voor Canadese ganzen, grauwe ganzen en jonge hazen. Al zijn niet alle
steppearenden van hetzelfde oordeel en kiezen vele voor kleinere gemakkelijkere
prooisoorten. Een typerend kenmerk dat men ook terugvindt bij vele buizerdachtigen.
2.1.9 Steenarend
Deze ware kollossen van 4 tot 6,5 kg zijn minder geschikt voor het showgebeuren,
uitzonderingen bevestigen de regel. De steenarend is meer geschikt voor de jacht. De
grote klauwen zullen dit bevestigen en zijn groter in proportie vergeleken met de
steppearend. Steenarenden worden in Mongolië gebruikt bij de jacht op wolven om maar



SOREYN Michaël
 DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                18



 een idee te krijgen. Hun karakter, trainingsmethode en conditieonderhoud zijn niet zo
 vanzelfsprekend als bij de steppearend. Dit kan verholpen worden door intense trainingen
 en dit elk jachtseizoen. Op die manier wordt een superieure jachtpartner ontwikkeld en zal
 men er veel plezier aan beleven. Het spreekt voor zich dat enkel ervaren valkeniers deze
 arendsoort onder zich nemen. Sommige beginnende valkeniers kopen wel eens een
 steenarend als statussymbool en omdat ‘ze zo mooi zijn’. Meestal loopt dit uit op een
 miskoop of op ongelukken.


 2.1.10 Torenvalk
 Deze kleinere inheemse valkensoort van 250g is een ideale showvogel. Qua training,
 karakter en conditieonderhoud kan men geen betere roofvogel voorstellen. Tevens is de
 torenvalk vrij snel en kan het bidden worden aangeleerd om tijdens een demonstratie aan
 het publiek te tonen. Enkel bij het gewichtsmanagement moet extra aandacht worden
 besteed. Een iets te zware torenvalk zal nog steeds goed presteren en evengoed
 terugkomen naar de valkenier. Maar door het hoge metabolisme moet worden gelet dat de
 vogel niet onder het vlieggewicht komt te staan.


 Qua jachtcapaciteiten is hierover in België weinig bekend. Door de veel beschermde
 vogelsoorten is het quasi onmogelijk om te jagen op zijn geliefde prooisoorten zoals
 zangvogels.


2.2       Voedsel - voedingsadvies

 Het voedsel wordt in grote hoeveelheden bewaard in een drietal grote diepvrieskisten. Het
 grootste aandeel aan voedsel zijn diepgevroren eendagskuikens. Deze worden geleverd
 door de firma Kiezebrinck in kartonnen dozen per hoeveelheid van 10kg (soms 8kg). De
 eendagskuikentjes zijn van uitstekende kwaliteit en de dozen zijn makkelijk te stapelen.
 Naast kuikentjes worden duiven en varkenstong en –harten gegeven als voedsel. Af en toe
 worden kleinere hoeveelheden diepvriesmuizen en –ratten besteld. De variëteit in het
 voedsel geeft een zekere stelligheid in de gezondheid van de roofvogels. Om de
 roofvogels in topconditie en in blakende gezondheid te krijgen, hoeft men niet enkel veel te
 trainen maar moet men vooreerst zorgen voor een optimale voedercombinatie en hygiëne.
 De grote voedervariëteit plus het toedienen van vitaminesupplementen komen hierin zeker
 ten goede. Elke avond worden op z’n minst twee dozen ééndagskuikentjes uitgezet. Tegen
 de volgende ochtend is alles fatsoenlijk ontdooid om als voedsel te dienen voor de
 roofvogels. Naast dood voedsel worden nog enkele boerderijdieren gekweekt in het




 SOREYN Michaël
 DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                        19



 bijgebouw zoals cavia’s, konijnen, duiven, kwartels en kippen. Af en toe wordt bejaagd wild
 zoals konijn, haas, fazant en duif gegeven en soms ook slachtafval.



2.3       Verzorging en hygiëne

 Aaibaar zijn ze niet. Lief zijn ze ook niet, want het zijn van nature zeer efficiënte doders. Dit
 klinkt zeer kwalijk, maar zo is het niet bedoeld. Ze moeten uiterst bekwame doders zijn
 willen ze overleven in de wildernis. Van valken die hun prooi met de snavel doden, kan een
 beet flink pijnlijk zijn tot bloedens toe. Buizerdachtigen en haviken doden hun prooien met
 de klauwen. Een "klap" van een klauw kan al voldoende zijn om de arm te perforeren. Een
 valkenier moet dus ook de lichaamstaal van de vogel leren begrijpen om ongelukken te
 voorkomen tijdens zowel het jagen als verzorgen en altijd participeren op wat komen gaat.
 Zo moet voorzichtig worden omgegaan met het onbewust tonen van vlees. Een roofvogel
 die vlees ziet zal er alles aan doen om het te bemachtigen. Vele valkeniers hebben het al
 mogen voelen wanneer hun valk aan de veldtas of de broek hangt. Het verschaft geen
 uitleg dat de verzorging uitstekend geregeld moet zijn.

 De verzorging en hygiëne bij roofvogels gaan zonder twijfel met elkaar samen. Roofvogels
 zijn desondanks het feit dat ze een hoge ranking halen in de voedselpiramide, toch
 gevoelige dieren. Dit komt mede doordat er altijd vers en kwalitatief uitstekend vlees wordt
 gevoederd. De voornaamste voordelen zijn dat de vogels alle voedingsstoffen krijgen die
 nodig zijn om ze in topconditie te houden. De vogels zijn tevens ook beschermd tegen
 giftige stoffen die in wilde gestorven dieren kunnen zitten en/of zieke voederdieren. En ze
 zijn zeker dat ze geen bedorven vlees te eten krijgen. Nadeel daarvan is dat vogels een
 mindere resistentie ontwikkelen tegen allerhande kiemen en bacteriën. Daarom wordt
 geregeld wild gegeven dat bejaagd werd door de jachtvogels. Het is dan ook noodzakelijk
 dat er een strikte en goede hygiëne aangehouden wordt bij roofvogels. Dit is de basis voor
 gezonde vogels in topconditie en dit voor ettelijke jaren.


 Het is altijd aan de vogel(s) van de valkenier te zien hoe het met de verzorging is gesteld.
 Vogels die flinke beschadigingen aan het verenkleed hebben, worden vaak niet juist
 gehuisvest. Uiteraard is er vaak ook geen oorzaak te vinden, er zijn ook voorbeelden van
 vogels waarbij alle omstandigheden perfect zijn en er toch iets mis is gegaan. Een ervaren
 valkenier ontwikkelt een soort van extra zintuig die vertelt hoe het met de gezondheid van
 een vogel is gesteld.




 SOREYN Michaël
 DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                              20



 Een roofvogel kan verder heel goed zichzelf verzorgen. De vogel poetst zelf zijn
 verenkleed zodat het beschermende vetlaagje op de veren behouden blijft en de pluimen
 bij neerslag niet doordrenkt worden. Daarom is het ook uit den boze om roofvogels en in
 feite alle vogels te aaien. Enkel bij het controleren van het borstbeen is aanraking
 toegestaan. Alle andere aanrakingen aan de vederdracht zijn meestal overbodig en niet
 aan te raden.


 Het verenkleed van de jachtvogel kan als heilig worden geclassificeerd. Zelfs een kleine
 beschadiging aan het einde van één enkele slagpen kan voor de vogel al negatieve
 gevolgen hebben bij het vliegen. Het gedeeltelijk of volledig afbreken van een pen kan er
 voor zorgen dat de nabij liggende pennen eveneens breken door de hogere druk die ze
 moeten opvangen. Mocht er onverhoopt toch een slagpen breken, dan heeft een valkenier
 de kennis in huis om deze weer aan te steken, maar zoiets wordt liever verhinderd.


 De snavel en klauwen moeten normaliter niet bijgevijld worden. De roofvogel moet wel de
 mogelijkheid krijgen om het zelf te doen. Een grote rotsblok of het voederen van vlees met
 bijhorende beenderen zoals een konijnenkop is daarvoor een ideale oplossing.
 Tenslotte is er een verschil in de verzorging van roofvogels die op een sprenkel zitten en
 vogels die los zitten in een volière. Die laatste hebben namelijk minder verzorging nodig.
 De vogels in een volière kunnen bijvoorbeeld op meerdere plaatsen zitten in een volière.
 Dat is beter voor de poten. Op een sprenkel worden meestal dezelfde drukpunten in de
 poten belast met kans op bumblefoot. Daarom wordt gemaakt dat opgetuigde roofvogels
 op sprenkel of blok geregeld worden gevlogen en dus verplaatst.


 Transportkisten worden geregeld gepoetst met Dettol. Zo worden de astroturfmatten uit de
 kist gehaald, grondig afgespoten en ontsmet. De overige smeltsels, braakballen en
 pluimpjes worden eveneens verwijderd. Het geregeld poetsen van de transportbakken is
 een noodzakelijke plicht wil men de roofvogels onthouden van een sterk doordringende
 ammoniakgeur met kans op verstikking. Dit maakt ook dat een goede ventilatie doorheen
 de transportbakken moet voorzien worden. Na het kuisen van de transportkisten mogen de
 kisten pas terug afgesloten worden na een nacht verlucht te zijn daar Dettol ook een sterke
 geur heeft.



2.4        Ziektepreventie en –behandeling



      1.     Bumblefoot


 SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                   21



Bumblefoot is een frequent voorkomende aandoening aan de poten bij roofvogels. De
infectie onderscheidt zich in drie verschillende gevallen.
Het eerste geval dat meestal te wijten is aan het gebruikte materiaal is vaak ook het minst
erge geval. Door ongeschikt valkerijmateriaal te gebruiken; daarom niet onhygiënisch, kan
het zijn dat de vogel telkens rust op dezelfde drukpunten van de zool. Dit in combinatie met
een te zware vogel kan voor problemen zorgen en een aanleiding geven tot bumblefoot. Er
ontstaat een kleine rodere of licht glanzende zone op de voet. Bij gebruik van astroturf
zorgt men ervoor dat de voetzool rust op verschillende zones. Als men de vogel ’s
morgens vroeg voedert, voorkomt men ook dat de vogel een ganse nacht in dezelfde
positie zal roesten op het ‘vollere’ gewicht. Men kan de poot ook behandelen door de poten
in te wrijven met aambeienzalf met als actieve stof cortisone.
Een tweede type bumblefoot is eerder te wijten aan de hygiëne van de huisvesting hoewel
het gebruikte valkerijmateriaal hier ook een oorzaak kan zijn. De infectie komt binnen via
wondjes aan de poot die besmet kunnen raken door tal van factoren zoals eigen smeltsel,
contact met besmet vlees, opgelopen beten tijdens het jagen of door ongeschikte Aylmeri-
schoentjes die voor slechte wrijving zorgen. Van zodra geïnfecteerde wondjes worden
opgemerkt wordt best een dierenarts gecontacteerd en zal wellicht zo snel mogelijk een
antibioticakuur gestart worden.
Het derde geval is het meest erge geval en soms een vervolg op het tweede type
bumblefoot. De roofvogel krijgt grote knobbels op voet en tenen die sterk geïnfecteerd zijn.
Vooraleer medicijnen worden voorgeschreven, wordt best een staaltje vocht afgenomen uit
de wonde. Wanneer een zwelling na een zekere tijd niet afneemt, wordt een chirurgische
verwijdering overwogen.


   2.    Pokken
Het virus dat de zo gevreesde pokken of variola bij de mens veroorzaakt, is anders dan de
vogelpokkenvirus, alhoewel ze tot dezelfde familie behoren.
Bij vogels komen twee soorten vogelpokken voor. Enerzijds is er de vogeldifterie in de bek
en anderzijds de pokken op de huid die kunnen gezien worden op dun bevederde delen
van de kop en poten.
De besproken vogeldifterie verloopt veel ernstiger dan de gewone pokken. De gewone
pokken kan men opmerken aan de hand van rode bultjes op de dun bevederde
lichaamsdelen van de vogel die later evolueren tot blaasjes of zweren.
De infectie dringt binnen in de gastheer via besmet drinkwater of voedsel. Maar bij de
meeste gevallen geschiedt de infectie door besmette muggen die van een besmette vogel
vertrekken en zo een nieuwe vogel zullen infecteren.




SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                           22



Men kan de ziekte preventief aanpakken door in de nazomer de vogels in te enten.
Anderzijds is er de curatieve genezing door sulfoliquid te gebruiken. Aangetaste vogels
wordt de bek manueel ontlast van de kaasachtige massa en behandeld met
jodiumglycerine.


   3.    Trichomonose
Trichomonose of in de volksmond ook wel “het geel” genoemd is een ziekte veroorzaakt
door eencellige zweepdiertjes. De trichomonaden die voorkomen bij heel wat vogels
zonder ziekteverschijnselen te uiten. Jonge vogels worden vaak aangetast door de ziekte
wanneer ze twee vier weken oud zijn. Oudere vogels ondervinden nog weinig schade aan
de trichomonaden. Naarmate de ziekte vordert, laten de vleugels zich hangen en ontstaan
er evenwichtsstoornissen.
De ziekte wordt veel verward met pokken vanwege de gele knobbels in en om de bek.
Men kan de ziekte preventief aanpakken door voor de broedperiode de oudervogels een
kopersulfaatoplossing toe te dienen omdat de ziekte het vaakst wordt overgedragen via
het snavelen tussen jong en ouder. Trichomonose kan ook curatief aangepakt worden
door Enheptin (2-amino-5-nitrothiazole) toe te dienen.


   4.    Aspergillose
Aspergillosis is een parasitaire ziekte veroorzaakt door de schimmel aspergillus fumigatus,
die     een    gifstof    bevat     die    kramp-       en     verlammingsverschijnselen   verwekt.   De
schimmelvorming heeft plaats in de longen, de luchtpijp en de luchtzakken en ontstaat
vooral wanneer de vogel sporen heeft ingeademd van de parasiet.
De aspergillus-schimmels komen frequent voor bij bedorven vlees of vochtige bodemgrond
en vormen daar sporen.
De bekendste verschijnselen zijn ademnood met halfgeopende bek en een futloze indruk
van de vogel. Men kan de ziekte preventief voorkomen door te zorgen voor een droog en
hygiënisch onderkomen waar vleesresten en smeltsels of uitwerpselen tijdig worden
verwijderd om schimmelontwikkeling te voorkomen.


   5.    Coccidiose
Coccidiose is een parasitaire ingewandsziekte veroorzaakt door eencellige protozoën. De
coccidiën ontwikkelen zich in het darmkanaal en tasten er de epitheelcellen aan. Deze
zogenaamde dekcellen vormen de celwand, waarin de cellen zich snel vermeerderen,
maar waarin ook een snelle afbraak plaatsvindt. Ze bezitten een hoog metabolisme.




SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                  23



De gevormde cysten, met name de coccidiën die zich in de ingewanden hebben ontwikkeld
verlaten via de mest het lichaam en vormen een nieuw gevaar voor nog onbesmette
vogels.
De ziekte wordt gekenmerkt door uiteenstaande veren en een rode diarree. De rode
diarree is het onverteerd bloed op het einde van het spijsverteringsstelsel. Die is ontstaan
door de aantasting van de epitheelcellen door de coccidiën. Wanneer er geen bloed in de
smeltsels voorkomt is de diagnose moeilijk vast te stellen. Enkel microscopisch onderzoek
kan uitsluitsel geven.
Voor volièrevogels is het van belang om ze een droog onderkomen te geven en een groot
oppervlakte aan zonlicht zodat cysten erdoor worden gedood. Een curatieve aanpak van
coccidiose is sinds “kort” ook van toepassing. Er zijn ondertussen reeds tal van
mogelijkheden zoals Cibazol en sulfamerazine.


   6.     Vogeltuberculose (mycobacterium)
Vogeltuberculose veroorzaakt door mycobacterium tuberculosis is bij grotere vogels vaak
een slepende ziekte, bij kleinere vogels daarentegen gaat een sneller verloop gepaard. De
bacillaire ziekte wordt gekenmerkt door diarree, hangende vleugels, sufheid, verminderde
eetlust, en een chronische achteruitgang van de lichaamsfuncties. De ziekte is niet te
genezen.


   7.     Gewichtsverlies
Bij verzwakte vogels die aan gewichtverlies lijden door de een of andere reden moet men
gaan oppassen bij het volkroppen van de vogel. Doordat de vogel een zodanig
hongergevoel heeft zit, het voeder in de krop en heeft het geen tijd om verder te verteren
naar het spijsverteringsstelsel. Men spreekt dan vaak van een verzuurde krop. Eenmaal
het zover is produceren de aanwezige bacteriën gif die voor de verzuring zorgt. Men kan
het haperende voedsel chirurgisch verwijderen of via een kropsonde vloeistof toedienen.
Het is van groot belang om het gewicht van een roofvogel in het oog te houden. Wegen is
dus de boodschap, als men op het gevoel gaat gokken of de vogel op goed gewicht staat
dan is men fout bezig. Een vogel die goed vol staat in gewicht en twee dagen moet vasten,
heeft vaak een veel groter hongergevoel dan een te magere vogel die elke dag zijn portie
krijgt; terwijl die laatste de volgende dag nog steeds te licht en te zwak zal staan. Enkel
ervaren valkeniers die ten eerste de vogel(s) in kwestie goed kennen en het borstbeen
kunnen “lezen” met behulp van duim- en wijsvinger zijn in staat om een goed
gewichtsmanagement te onderhouden zonder weegschaal.




SOREYN Michaël
 DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                24



2.5       Vruchtbaarheid en/of fokkerij

 In “Valkerij Ardanwen” zelf wordt gekweekt met Amerikaanse en Europese torenvalken,
 kerkuilen, steenuilen en Europese oehoes. Op de andere locaties die eveneens
 toebehoren tot Mark zoals in Lauwe, Eeklo en Ninove worden verder nog woestijnbuizerds,
 Europese buizerds, sneeuwuilen, Afrikaanse oehoes, sakervalken, slechtvalken, bosuilen,
 laplanduilen, roodstaartbuizerds en steppearenden gefokt.


 Mede door de recente verhuis en dus de nieuwe huisvestingen was dit jaar geen succes
 qua kweekresultaten. Andere kweekkoppels bij Kenny en Stéphane hadden tevens een
 mager resultaat. Enkel de woestijnbuizerds en de kerkuilen deden het goed.


2.6       Infrastructuur – huisvesting

 Een deel van de achtertuin bestaat uit volières; zowel bedoelt om kweekkoppels te
 huisvesten, als getrainde roofvogels ‘op blok’ of voor pluimvee. De grotere roofvogels
 zitten opgetuigd op sprenkels in de volière. Qua veiligheid voor zowel onwetende
 bezoekers; diefstal; als uitbraak van de vogels komen de volières dit zeker ten goede.


 De voorziene oppervlakte/dier in rust bedraagt ongeveer 2 vierkante meter indien men
 over een opgetuigde vogel spreekt. Wanneer de vogel mag jagen of getraind worden heeft
 deze alle vrijheid. Een kweekvogel in de volière heeft al snel 25 m² ter beschikking.


 Water is voorzien in de aangrenzende cisterne en aan ventilatie in de vrije buitenlucht is
 eveneens geen tekort. Bodembedekking van de roofvogels is vrijwel altijd gras. Her en der
 kan dood gras resulteren in een aardebodem, dan voornamelijk rond de valkenblok of
 onder de sprenkel.
 Een deel van de verdere huisvesting staat verder beschreven in het dagoverzicht.




2.7    Aankoop- en verkoopspolitiek

 De voornaamste opdrachten waar Valkerij Ardanwen wordt opgeroepen bestaan uit het
 bestrijden van duiven. Een tiental duiven doen een bedrijf of grondeigenaar niet stilstaan
 om geld te besteden aan eventuele overlastbestrijding. Er wordt pas hulp ingeroepen bij
 ernstige overlast zoals bij een melding vanaf vijftig à honderd lokale duiven.


 SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                 25



Om goed te kunnen bestrijden moet men voorzien zijn van voldoende middelen. Wat voor
middelen of methodes er van toepassing zijn hangt af van de situatie. Er moet gelet
worden op de diersoort die de overlast teweegbrengt, de oorzaak van de overlast (voedsel
of nachtrust), de locatie van het gebeuren en de populatie van de te bestrijden diersoort.


Bedrijven die bij Mark terecht komen zijn meestal wanhopig en willen kost wat kost verlost
raken van de overlast. Deze (meestal fabrieken) zijn meestal te groot om voorzien te
worden van pennen, zwakstroomdraden en/of netten.
Als we de oorzaak van het probleem achterhalen zien we dat er verschillende factoren van
belang kunnen zijn. Zo zijn er duiven die een veilige nachtrust zoeken en in de hangars
van de bedrijven of in leegstaande gebouwen vliegen. Deze duiven brengen pluimen en
uitwerpselen met zich mee in de buurt van hun overnachtingsplaats. Deze schuilplaatsen
kunnen dikwijls ook ideale broedplaatsen vormen voor de duif.
Andere firma’s lijden onder eerder hongerige duiven die de voederrestjes komen oppikken
en in groten getale aanwezig zijn. Na verloop van tijd levert dit uitwerpselen op de
producten van het bedrijf, karkassen die ratten aanlokken en een besmettend risico voor
eventuele geproduceerde voeders van het bedrijf.
Duiven worden voornamelijk gehaat bij de klanten omwille van uitwerpselen en de
mogelijke ziekteoverdracht naar personeel of naar aangeboden producten toe. Sommige
stadsmensen vervloeken zich dan eerder aan het gekir van de duiven die rond het huis
vertoeven. Hierbij volgen kort de soorten overlast.


Rommel en stankoverlast


Duiven moeten zich net zoals alle andere levende organismen zich ontlasten. In het geval
van de duif bedraagt dit zo’n 14 kg mest per jaar. Duivennesten die vaak worden gebouwd
nabij woonwijken trekken bovendien ander ongedierte aan zoals allerlei insecten als
motten, kevers en mijten. De ammoniakbevattende uitwerpselen van duiven tasten
gebouwen, auto’s en dergelijke aan. Denk maar aan kerkgebouwen of kostbare
monumenten die worden aangetast door duivenmest.
Hygiëne en volksgezondheid


Duiven dragen parasieten bij zich die schadelijk zijn voor de mens. Ze worden daarom ook
wel eens vliegende ratten genoemd. Ook vormen ze een bedreiging voor huisdieren
vanwege de vlooien, zilvervisjes, vogelwandluizen, veerluizen, teken en mijten die schuilen
tussen de pluimen.



SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                 26



Duiven zijn net zoals meeuwen en kraaiachtigen dragers van verschillende ziektes.


Ornithosis:
Veroorzaakt door Chlamydia psitacci; het wordt overgedragen via aanraking met
vogeluitwerpselen en nestmateriaal. De ziekte wordt ook wel papegaaienziekte of
psittacosis genoemd.


Allergische- en infectieziektes:
Veroorzaakt door bacteriën, virussen, schimmels, protozoën en ricketsiae.


Maag- en darminfecties:
Veroorzaakt door Salmonella, Listeria, Escherichia coli.


Newcastle Disease en hersenvliesontsteking:
Veroorzaakt door Toxoplasmosis, Paramyxovirus en Archovirus.


Schimmelziekte Cryptococcosis:
Veroorzaakt door Cryptococcosis neoformans.


Histoplasmosis:
Veroorzaakt door Hystoplasmosis capsulatum.


Al wordt gezegd volgens wetenschappelijk onderzoek dat duiven geen ziektes kunnen
overbrengen tot bij de mens. Enkel de duivenmelkerslong is een allergie dat door duiven
kan worden aangebracht maar is perfect te behandelen.


Geluidsoverlast


Het is algemeen dat duiven heel wat geluid kunnen teweegbrengen, met name het koeren
van de duif. Door het hoge libidogehalte van de gemiddelde duif, is de paringsdrift enorm.
Dit gaat gepaard met veel gekir. Onderzoek heeft uitgewezen dat er 3 typen koeren zijn:
het postkoeren, het nestkoeren en het buigkoeren. Het postkoeren doet een doffer
(mannetjesduif) om zijn territorium af te bakenen. Het nestkoeren heeft alles met de
voortplanting te maken, zowel het mannetje als het vrouwtje brengen elkaar in de
stemming om aan het nest te bouwen.




SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                               27



Ander mogelijke klanten van Mark zijn bijvoorbeeld eigenaars van boomgaarden, die veelal
lijden onder bijvoorbeeld lijsters die de kersen aantasten. Hier is de hoofdoorzaak opnieuw
voedsel.


Als we voorgaande probleemsituaties overlopen beseffen we dat geen enkele methode
alle verschillende problemen kan aanpakken. Vele methodes zullen bij voorgaande
problemen allemaal onmiddellijk helpen, maar hun afschrikeffect zal afnemen na verloop
van tijd.


Om de methodes overzichtelijk te houden zullen de meest voorkomende worden
opgesomd en nader besproken worden. Eveneens zullen voor- en nadelen worden
beraadslaagd.


1. Als eerste en onmiddellijk ook de meest toepasselijke bestrijdingsmethode wordt de
    roofvogelvlucht besproken. Iedereen weet dat aartsvijand nummer één van de duif de
    (slecht)valk is. Een logische denkpiste zou kunnen uitmaken dat deze dé aanpak van
    duivenoverlast is. Niets is minder waar, als men de verschillende methodes op
    tegelijkertijd op hetzelfde tijdstip met dezelfde omstandigheden zou uitvoeren zou men
    wel zien dat roofvogels het allergrootste afschrikeffect op duiven en andere
    vogelsoorten heeft. Om deze methode toe te passen moet men steeds bij de klant
    aanwezig zijn om het effect te onderhouden. De duivenpopulatie zal enorm sterk
    gereduceerd worden, dat is zeker. Maar afwezige duiven tijdens de kortstondige
    interventie in bijvoorbeeld een voederbedrijf, kunnen bij één wekelijkse interventie van
    de valkenier geen weet hebben van de situatie die net gebeurde.
    Bij deze werkwijze vluchten de duiven vanwege visueel en eventueel zelfs fysisch
    contact met roofvogels. Niet alle duiven zijn aanwezig tijdens een interventie van een
    dertigtal minuten, met andere woorden zullen niet alle duiven visueel contact hebben
    gehad met een roofvogel. Vele duiven zijn zich nog van geen kwaad bewust. Indien
    men meerdere interventies per week uitvoert zal het effect des te groter worden maar
    wordt het eventueel financieel duurder voor de klant en minder haalbaar voor de
    uitvoerende valkenier in tijdsnood.
    Sommige klanten zijn autohandelaars; een geliefkoosde plaats voor kauwen die auto’s
    in open lucht ontdoen van rubber. Ruitenwissers en dergelijke moeten eraan geloven.
    Tot ergernis van de handelaars wordt tenslotte dienst ingeroepen van valkeniers. Hier
    creëert men ook onmiddellijk effect bij vluchten van roofvogels. De kauwen zijn in de
    kortste tijd niet meer te bespeuren. Maar efficiënt werken is het niet met vlijmscherpe
    klauwen die durven rusten op de carrosserie van auto’s...


SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                   28



    Een ander nadeel is het killerinstinct van roofvogels. De vogels beseffen niet welke
    diersoort ze moeten verdelgen, ze vliegen enkel achterna wat ze lusten. Daardoor is
    het best een getrainde roofvogel te nemen die weinig jachtervaring heeft maar wel een
    goede conditie om lange vluchten te maken. Het killerinstinct zit dan wel nog steeds in
    de vogels maar zal uitermate veel minder naar boven komen. Woestijnbuizerds die
    bijvoorbeeld ook worden gebruikt voor de jacht moeten tijdens verdelging steeds
    worden bijgestuurd. Wilde kippen, konijnen, waterhoen, meerkoet en dergelijke lusten
    ze ook en zullen bijgevolg dan ook bejaagd worden. Als valkenier moet men trachten
    de situatie op voorhand in te schatten. Ook al zien we een heel stuk minder ver en
    scherp dan roofvogels, moeten er gezorgd worden dat we de situatie steeds onder
    controle hebben tijdens een interventie. Een kip is een makkelijke prooi voor een
    woestijnbuizerd in plaats van duiven die praktisch onmogelijk te vangen zijn in vlucht
    voor de vogel. Het zorgt voor veel tijdsverlies en eventueel voor klachten van buren of
    de cliënt zelf.


2. Een andere tactiek is werken met geluid van natuurlijke vijanden van de te bestrijden
    diersoort. Dit in tegenstelling tot geweerjagers die lokgeluiden produceren met de mond
    om het wild te lokken. Hier is de doelstelling een volledige controverse in vergelijking
    met de geweerjagers. Voordelen aan deze werkwijze zijn er zeker en vast, het effect is
    klaar en duidelijk. De vogels krijgen geen enorme schrikreactie in vergelijking met
    roofvogels, maar ze voelen zich wel ongemakkelijk en onveilig. Meestal wordt besloten
    om elders te eten of te overnachten. Als men met geluidsinstallaties werkt moet men
    eerst de bron van het probleem nagaan. Is dit het voedsel dat wordt gemorst door
    vrachtwagens of dergelijke; is dit het overnachten op een dak of onder een dak? Tal
    van factoren moeten worden afgewogen wil men de installatie efficiënt en doeltreffend
    afstellen. Duiven die enkel een firma komen binnenvliegen in de schemeravond zullen
    sporadisch geluid te horen krijgen in de vooravond die hen verafschuwt. Op andere
    tijdstippen mag geen geluid meer te horen zijn om gewenwording te verhinderen.
    Ook deze opzet heeft zijn nadelen, het bedrijf moet hoge instapkosten betalen voor de
    installatie en het nodige materiaal. Zo heeft een opslagplaats van een winkelketen te
    Roeselare overlast van overnachtende meeuwen op het dak. Het dak bevat maar liefst
    twintig luidsprekers die allemaal leiden naar de complexe software van het
    geluidssysteem. Er kan uit veel gekrijs van verschillende vogelsoorten worden
    gekozen. Zowel de hulp- als aanvalskreten van kauw, kraai, ekster, meeuw, raaf en
    dergelijke zijn up-to-date. De volledige installatie bedraagt gauw € 3000 zonder
    installatiekosten.       Het onderhoud is weliswaar gratis in tegenstelling tot de
    valkerijmethode. Ook heb ik twijfels bij de doeltreffendheid van de installaties. Duiven


SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                         29



    zijn geen domme wezens en worden al snel routineuze zaken gewoon zoals geluid. Er
    moet goede communicatie zijn met de bedrijfsdirecteur of betrokken personeel wil men
    op de hoogte gehouden worden van de uitgelokte reacties van bijvoorbeeld de duiven.
    Op die manier kunnen potentiële alternatieve tijdstippen en mogelijkheden worden
    toegepast.


3. Het plaatsen van vallen maakt dat duiven in aantal afnemen en weliswaar nooit meer
    terugkomen. Hier zijn ook geen roofvogels van toepassing. Er is een optimaal
    rendement bij twee interventies per week wil men zoveel mogelijk duiven invangen. De
    vallen zijn relatief goedkoop in aanschaf, voor één val betaalt men € 75. Ze bezitten de
    capaciteit om vier duiven per “sessie” in te vangen. Grotere groepsvallen worden
    evenzeer gebruikt en worden best voorzien van een lokduif in goede conditie. Alle
    vallen dienen vanzelfsprekend open te staan en verstrekken veel duivenvoer. Alvast
    genoeg om in goede conditie te verkeren tot de volgende komst van de ophalende
    persoon.
    Jammer genoeg zijn lang niet alle duiven bereidbaar om de val in te stappen en wordt
    zo een deel van de populatie ontoereikbaar via deze methode. Doordat hier geen
    afschriksysteem van toepassing is zullen duiven aanwezig blijven en misschien door de
    eventueel lage invangcapaciteit van de vallen tijdelijk toenemen in aantal? Dit kan
    praktisch opgelost worden door middel van heel veel vallen te plaatsen en indien
    mogelijk      tweemaal        op     interventie      te   komen   per   week.   Tijdens   extreme
    weersomstandigheden kunnen duiven het soms begeven in de val. Dode duiven
    kunnen dienst doen als lokvoer voor ratten wat geen prettig gegeven is. Het dak waar
    de vallen geplaatst zijn moet ook geregeld worden gereinigd vanwege de korst faeces
    en de ontkiemende zaden dat eveneens voor ongewenste gasten zorgt zoals maden.
    Ingevangen geringde duiven worden naar de duivenbond gebracht. De bond zal ze
    terug uitleveren aan de gerechtmatige duivenmelkers. Niet-geringde duiven worden op
    een diervriendelijke manier vergast.


4. De minst toepasselijke werkwijze is het simpelweg schieten van duiven. Mark heeft de
    vereiste vergunningen en toelatingen om doorheen het ganse jaar duiven te schieten
    als zijnde voor overlastbestrijding. Overdag kan weinig worden geschoten, duiven
    horen het schot en zullen zich snel uit de voeten maken. Wel kunnen op die manier
    vrouwtjesduiven die zich verschuilen op nest en de kuikens worden geschoten.
    ’s Nachts is deze methode vrij effectief te noemen. Iemand schijnt de zaklamp naar de
    duif terwijl een tweede persoon het geweer richt naar de slapende duif. Na het geloste
    schot wordt het licht onmiddellijk gedoofd zodat geen paniek onder de duiven ontstaat


SOREYN Michaël
DEEL 2: Bestrijden van duiven; een combinatie van technieken                                               30



    en ze niet kunnen wegvliegen. Deze methode is zeer doeltreffend bij bedrijven of
    andere klanten die slechts last hebben van enkelingen die de orde verstoren en hoeven
    te verdwijnen.
    Nadelen kunnen afwijkende kogels zijn die lichte beschadigingen aan nabijliggend
    materiaal      aanbrengen.         Mogelijks      ook      geluidsoverlast   bij   nacht   indien   geen
    geluidsdemper voorzien is aan het geweer.


5. Dierenrechtenorganisatie GAIA is reeds enige tijd voorstander voor het plaatsen van
    duiventillen, men noemt het kortweg duiventilprojecten. Doelstelling is duiven vrijwillig
    te huisvesten in een duiventil, de duiven laten broeden en de eieren vervangen door
    kalkeieren. Deze vorm van eimanipulatie zorgt voor een geboortebeperking in de
    plaatselijke duivenpopulatie. Men beweert dat ondanks de langzame afname van
    duiven via deze methode, de duiven toch voor geen overlast meer zorgen daar ze
    continu vrijwillig in de duiventil zouden zitten? Naar mijn mening hebben duiven
    desondanks het feit dat ze zowel voedsel, rust en een broedgelegenheid genieten in de
    duiventil toch behoefte om te vliegen.




Het is duidelijk dat geen van alle bestrijdingsmanieren een efficiënte en blijvende uitweg
biedt. Het combineren van zoveel mogelijk werkwijzen levert de beste eindresultaten en zal
vrijwel alle hulphoevende bedrijven uit de nood helpen. Sommige situaties zijn van
chronische duur door de gigantische duivenpopulaties die de Antwerpse haven
overheersen. De mogelijkheid aanbieden en zelf kunnen opteren van verschillende
werkmethodes bezorgt tevreden klanten.
Vandaar ook de keuze van Mark, Mark werkt samen met een mogelijke concurrent op de
markt. Het kon goed zijn dat ze elkaar nooit eerder ontmoet hadden en onderling
concurreerden. In plaats daarvan hebben ze besloten om resultaat te boeken en samen te
werken. Zo heeft Mark verschillende opties binnen handen; met name het vliegen van
roofvogels, plaatsen van vallen en het schieten met een geweer.




SOREYN Michaël
  DEEL 3: Persoonlijke visie                                                             31




3 Persoonlijke visie
  Na mijn stage te hebben genoten bij het bedrijf Valkerij Ardanwen heb ik vernomen
  dat zoiets niet met één enkele vingerknip wordt verwezenlijkt. Het vergt vele jaren
  goede samenwerking met de klanten voor mond-aan-mond-reclame te zorgen.
  Ervaringen met allerhande situaties worden verwerkt in de bedrijfsaanpak met
  betere eindresultaten als gevolg. Communicatief altijd bereikbaar zijn, vlotte en
  stipte afspraken naleven en de vlotte en efficiënte werkmethodes zijn één van de
  vele redenen van het bedrijfsbestaan. Belgen hebben veelal een wantrouwig
  opzicht tegenover de jagende valkenier. Bovendien is de manier van verdelgen
  door velen niet gekend of beschouwd als larie en apekool. Daardoor kiezen vele
  onwetende bedrijven voor andere overlastbestrijdingen. Veelal een stuk duurder en
  minder efficiënt. Maar als iedereen het doet waarom zij dan niet.
  Wetende dat de valkerij nauwlettend wordt bekritiseerd door vogelliefhebbers die
  de passie zien als dierenmishandeling; en het feit dat in de valkerijwereld
  voortdurend met stenen wordt gegooid is een sterke mentaliteit vereist om dergelijk
  bedrijf te leiden en bestaande te houden.


  Betreffende mijn stage bij Valkerij Ardanwen ben ik heel tevreden. De stage bood
  zeker voldoende afwisseling en nieuwigheden aan het licht. Om de vele posten te
  bereiken waren dikwijls lange afstanden te overbruggen, die nuttig werden besteed
  door bij te praten over valkerij en verwante zaken. Valkerij was voor de stage voor
  mij enkel gekend als hobby maar waren de meeste zaken in omgang met
  roofvogels een gekend onderdeel. Valkerij gebruikt voor bestrijding kende voor mij
  nog                                  vele                                 geheimen.


  Toekomstzekerheid in de sector met een diploma Agro- en Biotechnologie is
  redelijk onzeker. Als de wetgeving ongewijzigd blijft is er geen probleem. Een ander
  feit is de opkomende rage van valkerijgebeuren. Onwetende mensen kopen
  roofvogels en sommige proberen verenigingen op te starten. Dit kan in de toekomst
  valkerij in een slecht daglicht plaatsen. Het diploma verschaft bedrijfsbeheer wat
  mogelijk maakt om zelf iets op te starten. Mocht dit er ooit van komen is een
  methode als die van Mark wel aan te raden. De methodiek van roofvogels,
  geluidsinstallaties en het plaatsen van vallen zijn een uitstekende combinatie.


  SOREYN Michaël
  DEEL 4: Overzicht van de dagelijkse werkzaamheden                                           32




4 Overzicht van de dagelijkse werkzaamheden

           Dag 1
  Op vrijdag 9 november werden we verwacht te Hasselt op twee gloednieuwe
  appartementcomplexen; respectievelijk veertien en achttien verdiepen hoog. Het probleem
  is zoals bij vele probleemsituaties duivenoverlast, de hoogste verdiepen van de twee
  complexen zijn nog steeds onafgewerkt en een unieke rust- en overnachtplaats voor de
  plaatselijke duivenpopulatie. De uitgescheiden smeltsels van de duiven zorgen voor een
  ware puinhoop in enkele étages van de complexen.
  Bij aankomst aan de imposante gebouwen werd vooraf afgesproken wie wat zou uitvoeren.
  Vooraleer we vertrekken wordt één van de roofvogels; een woestijnbuizerd tarsel
  gereedsklaar gemaakt. Dit houdt in dat de langveter en draainagel wordt losgemaakt en
  een werkende zender wordt bevestigd aan de ring. Mark gaat naar het dak van het
  hoogste blok, terwijl ik met behulp van de conciërge van dienst mij naar het ander dak
  begeef. Eenmaal we op het dak zijn aangekomen viel me op dat hier werd gebruikgemaakt
  van vele opties. Zo staat er al een geluidsinstallatie met enkele speakers die werd
  geplaatst door de firma Bird Control Solutions; dit in combinatie met een plastic oehoe en
  slechtvalk. Blijkbaar is enkel deze combinatie bij de klant niet toepasselijk genoeg om het
  probleem adequaat op te lossen. Vandaar dat beroep wordt gedaan op een valkenier die
  aan bestrijding doet. Zoals later zal worden aangehaald is bij grote bedrijven en/of
  omvangrijke overlasten vaak een samenspel van verschillende strategieën de beste
  werkwijze.
  Eenmaal dus aangekomen wordt via simpele gebarentaal afgesproken om de vogel te
  lossen zodoende de persoon op het andere gebouw de roofvogel op de hand roept. Al snel
  werd duidelijk dat dit geen evidente klus zou worden. Op een dergelijke hoogte staat de
  wind al wat strakker, bovendien was het deze dag allesbehalve windstil. Daarbij komt het
  feit dat er tussen de twee complexen een afstand van 150m was en het hoogteverschil een
  viertal verdiepen bedraagt. Door het goede appèl en conditie van de vogel en het
  vertrouwen in de zender was deze klus heel doenbaar zonder enig probleem. Al snel werd
  het eerste resultaat zichtbaar van de interventie, een vlucht duiven nam al gauw het
  hazenpad. Na een twintigtal vluchten werd besloten om terug te keren naar de auto en
  alles in te laden. De interventie zat erop.


  In de namiddag werd naar Merksem in de provincie Antwerpen gereden waar de
  wekelijkse interventie plaatsvindt voor het bedrijf Aveve. Het bedrijf is vrij gigantisch



  SOREYN Michaël
DEEL 4: Overzicht van de dagelijkse werkzaamheden                                          33



waardoor er op verschillende locaties moet worden gewerkt om het probleem aan te
pakken. Naar mijn mening zal Aveve blijven lijden onder duivenoverlast, wel kan de
hoeveelheid aan duiven in de omgeving sterk gereduceerd worden wat het probleem
grotendeels zal oplossen. De grootste oorzaak van de duivenoverlast in Aveve is het feit
dat er gewerkt wordt met tal van veevoeders die duiven niet koud laten, integendeel! Er
wordt vaak veevoeding gemorst bij het opvullen van de vrachtwagens waarop duiven
massaal op toestormen. Het is duidelijk; hier lijdt men aan overlast vanwege het riante
aanbod aan voedsel, in tegenstelling tot de appartementsgebouwen te Hasselt die een
veilige overnachtplaats verschaffen. In Aveve worden op verschillende daken vallen
geplaatst om een optimale vangst te verkrijgen. De duiven rusten op de vensterbanken
van de torenhoge zijgebouwen van het Aveve-complex waar ze uitkijken op het grote
binnenplein waar vrachtwagens worden geladen met voeders. Kortom een ideale
uitkijkplaats om voedsel waar te nemen en tevens een veilige locatie. Het grootste aantal
vallen wordt geplaatst op het laagste dak van het gebouw waaronder de vrachtwagens hun
tanks opvullen met voeders en doorrijden. Waarom precies voor het laagste dak wordt
geopteerd is vrij logisch. De lokale duivenpopulatie kijkt uit op het binnenplein dus tevens
op het lage vlakke dak waar geen mens aanwezig is. Het dak vol vallen zorgt bij elke
komst voor een minimum aan dertig ingevangen duiven.
Daarnaast staan nog vallen bovenop het kantoor- en labogebouw (zesde étage) en ook op
een dak verder op in de straat waar de depots van Aveve plaatsvinden. Men kan toch
rekenen op een vijftig duiven per week in laagseizoen bij één wekelijkse interventie, in
hoogseizoen kunnen makkelijk tachtig tot honderd duiven worden ingevangen bij twee
interventies per week.
Het bedrijf Aveve is een routineklus. Eerst worden de vallen op het dak van de depots
leeggemaakt en terug klaargezet. Daarna het lage dak op het binnenplein met de vele
vallen en als laatste het dak op het kantoorgebouw. Wanneer alle vallen worden
leeggemaakt en terug werden voorzien van voedsel en water wordt beneden aan het
onthaal het logboek ingevuld waar tijdstip, ingevangen duiven en speciale opmerkingen
van belang zijn.
In Merksem werken meerdere bedrijven samen aan de duivenoverlast, de grootste
aandeelhouder is Aveve. Daarnaast nemen ook het visvoederbedrijf Hendrix, bloemfabriek
Brabomills Paniflower en maalderij Roossens hieraan deel. Deze bedrijven lopen reeds
onder lange contracttijd en worden momenteel onderhouden. In elk bedrijf staat
momenteel nog één val om nieuwsgierige duiven die de fabrieken naderen in te vangen.


         Dag 2



SOREYN Michaël
DEEL 4: Overzicht van de dagelijkse werkzaamheden                                                 34



Op vrijdag 30 november werd er met een groepje valkeniers afgesproken om te gaan
jagen op het sportdomein te Waregem op konijn. Dit om de vogels hun conditie te
onderhouden en anderzijds het jachtinstinct nog eens boven te halen. Alle gebruikte
roofvogels op dit moment waren woestijnbuizerds, waaronder twee wijfjes en vier tarsels
die gezamenlijk werden gelost. Op een jachtdag zoals deze werd nog eens bewezen wat
voor sociale wezens woestijnbuizerds wel zijn; met name het samen jagen in groep werd
hier duidelijk benadrukt. Vooraleer de vogels werden gelost werd afgesproken hoe we te
werk zouden gaan. Naast zes valkeniers die elk een vogel hanteerden waren nog een
tweetal extra ‘trackers’ aanwezig die het wild zouden opjagen. De vogels zouden op de
vuist blijven en van zodra een konijn of dergelijke het hazenpad koos zou de valkenier die
de prooi het eerst zag de vogel lossen en luidkeels roepen zodat mogelijke vechtpartijen
tussen de vogels wordt vermeden. Het jacht zelf omvat enkele voetbalvelden met een
trimpad er rondom heen die ligt tussen jonge bomen en braamstruiken; een ideaal
leefgebied voor konijnen. Al snel was duidelijk dat de konijnenpopulatie vrij aanzienlijk en
recent was; dit is duidelijk te zien aan de nog vochtige keutels die her en der op de grond
lagen. Een ander zichtbaar kenmerk was de vers omgewoelde aarde die de aanleg waren
van konijnenpijpen. Er werd besloten om de buitenkant van het enorme sportdomein te
tracken; daar waar de meeste dekking was en de nietigste storing van de
sportgemeenschap. Doordat we met een grote groep waren werd besloten om in twee
groepjes kort bij elkaar te jagen; dit mede de grote omvang van het jacht die hierbij geen
probleem vormde. De extra aanwezige trackers bewandelden de moeilijk toegankelijke
stukken jacht doordat ze geen vogel op de vuist hadden terwijl de valkeniers op één lijn
volgens het tempo van de tracker rechtdoor wandelden. Op die manier wordt het
opgejaagde wild gedwongen om voorwaarts te vluchten, dit in het directe zicht en de
meest ideale omstandigheid van de roofvogel. Op die manier hebben alle vogels een bijna
gelijkwaardige kans om het konijn te grazen nemen en zal de meest alerte roofvogel die
het konijn als eerste merkt gelost worden. Na de eerste 25m werden de eerste konijnen
gespot maar nog geen vogels gelost omdat deze sowieso geen kans hadden gemaakt
wegens de te grootte afstand die ze hoefden te overbruggen en de dichte dekking. Het
was al snel duidelijk dat alle vogels in de stemming waren en elkaar motiveerden, er was
zeker sprake van een competitieve ingesteldheid tussen de vogels. Na een kwartier jagen
werd een konijn in dekking van kortbij gespot en werden maar liefst drie woestijnbuizerds
gelost, de eerste twee misten hun kans maar de derde jaarling nam het konijn te grazen.
Door de jonge leeftijd van deze harris tarsel had de vogel nog niet de ervaring om prooien
bij de kop te grijpen, in dit geval had hij het konijn bij de achterpoten. Dit is niet de meest
ideale omstandigheid om een volwassen konijn te slaan, tevens door de tengere
lichaamsbouw van een tarsel met een jachtgewicht van 650g was dit een zware karwei. Na


SOREYN Michaël
DEEL 4: Overzicht van de dagelijkse werkzaamheden                                                   35



het konijn te hebben gelost vertrok de tarsel opnieuw vanuit de grond en nam deze keer
het konijn bij de kop. Het eerste konijn mocht in de veldtas. Na het eerste stukje jacht
getrackt te hebben kwamen we op een talud die de afscheiding vormde tussen een bedrijf
en het sportdomein. Twee valkeniers waaronder ikzelf besloten om op de talud te gaan
wandelen wat een overzichtelijke en ideale hoge startpositie is voor de vogels. De twee
trackers bewandelden de helling van de talud terwijl de andere valkeniers op een verre
afstand op het open stuk van het sportdomein stonden te wachten. Mocht een konijn het
hazenpad kiezen en niet direct voor dekking opteren dan had wellicht één van de vogels
een relatief grote kans om de prooi te slaan. Een eerste konijn sloeg op de vlucht en ik liet
mijn tarsel los, na een mooie lange vlucht nam de tarsel het konijn te grazen iets verder op
het parkeerterrein van het sportdomein. De roofvogel wordt beloond met een stuk vlees
vanwege de puike prestatie wat tevens voor nog meer motivatie zorgt. Daar de vogels al
vrij veel ervaring hebben, ook al zitten er jonge vogels tussen worden ze niet volgekropt bij
het slaan van een prooi. In het beginstadium van de jachttraining wordt bij het slaan van
een konijn of dergelijke de vogel intens beloond wat de motivatie om te jagen moet
opwekken. Meer ervaren vogels worden stapsgewijs minder beloond, de prooi wordt
eveneens sneller weggenomen. Dit doordat hier geen of weinig gebrek meer is aan
motivatie en meer sprake is van een ‘killerinstinct’. Dit komt neer op hetzelfde principe als
dat van het ‘appèlvliegen’ met dat onderscheid dat er meer sprake is van sociale
vertrouwensband tussen roofvogel en valkenier die wordt aangewakkerd zoals bij het
jachtinstinct bij het jagen. Bij het jagen in groep met woestijnbuizerds of eventueel andere
vogels moet men vooral letten op het feit dat wanneer een roofvogel op de grond zit
bijvoorbeeld na het missen van een prooi; geen andere roofvogel meer mag gelost
worden. Wanneer woestijnbuizerds gezamenlijk in de boom zitten beschouwen ze elkaar
als soortgenoten; wanneer één van hen op de grond rust kan het gebeuren dat één van
hen de vogel als prooi aanschouwt en zijn poging onverbiddelijk zal wagen. Er kan in
groep worden gejaagd, zoveel is zeker; maar er moet rekening worden gehouden met het
feit dat het nog steeds wilde roofdieren zijn. De vergelijking met een tam huisdier is hier
ten zeerste uit den boze.
Na een tijdje werd geconstateerd dat een deel van de konijnen gevlucht was naar
konijnenburchten op een afgelegen plaats. Eén iemand van de trackers had een
frettenteefje bij. In de valkerij worden altijd teefjes ingezet bij het fretteren. Dit vanwege de
te grote omvang van de bokken die zonder moeite konijnen in de pijpen zelf doden, wat
voor een enorm tijdverlies kan zorgen tijdens een jachtdag. Teefjes zijn veel slanker
gebouwd en hebben een stuk meer moeite om een volwassen konijn te doden. Eveneens
zijn de konijnen nog in staat om langs de teefjes heen door de pijpen te vluchten mochten
ze vast komen te zitten. Bij het traditionele fretteren worden de gangbare frettennetjes


SOREYN Michaël
DEEL 4: Overzicht van de dagelijkse werkzaamheden                                             36



gebruikt; in de valkerij wordt enkel een fret in de pijp gestoken en kunnen de konijnen
vluchten wat althans nog voor mooie en onvoorspelbare vluchten zorgt. Ook hier moet
goed worden gelet dat wanneer de fret het hoofd bovensteekt er geen vogel mag worden
gelost. Er wordt ook goed aan gedaan om een volledig witte fret of albino variatie te
gebruiken, deze onnatuurlijke kleur houdt de vogels tegen om de fret te verwarren met een
prooi als konijn. Nadat iedereen op zijn positie stond deed de fret zijn werk, zorgvuldig
werden alle vluchtpijpen in het oog gehouden van de valkenier en natuurlijk van de
roofvogels. Na een kleine vijf minuten werd al snel een derde konijn geslagen. Bij deze zat
de jachtdag erop; al bij al veel mooie vluchten gezien en toch met een geslaagde jachtbuit
naar huis.


         Dag 3
Op zaterdag 8 december werd gepland om naar Oudenaarde kippen in te vangen in
opdracht van het stadsbestuur. De toestand was vooraf niet bekend, alleen was er sprake
van een kippenoverlast die maar steeds toenam. Bij vertrek werden twee woestijnbuizerd
tarsels ingeladen met bijhorende attributen, lokvoer, enkele grote fuiken voor de kippen en
het toen pas geleverde schietnet. Bij aankomst te Oudenaarde werd vooraf de situatie
vanop afstand bestudeerd, er was sprake van ongeveer veertig kippen die op dat ogenblik
werden gevoederd door een oudere dame. Het was duidelijk dat dit probleem zich alleen
maar verder zou gaan uitbreiden en er tijdig moest worden ingegrepen. Na een woordje
uitleg te hebben gegeven aan de dame, vertrok die dan ook en konden we aan de slag
gaan. De plaats waar het probleem zich afspeelde was gelegen tussen twee depots. De
grootste oppervlakte was dicht en relatief laag begroeid met boompjes van drie meter wat
al een goede beschutting vormde voor de kippen mochten ze bedreiging ervaren. Er moest
dus goed worden afgesproken wat er zou gebeuren zodat niets mis kan lopen en we bij de
eerste poging een groot aantal kippen buit konden maken. Er werd geopteerd voor het pas
aangekochte schietnet. Vooraleer het te gebruiken werd het ganse net nog eens
uitgehaald en mooi terug opgevouwd weggestoken in het apparaat. Daar de kippen
gewend waren aan het oude dametje die ze voederde deden wij hetzelfde, al vlug
stormden de kippen naar het pluimveevoer. Door langzaam dichterbij te komen en het
schietnet laag te houden kon een groot aantal worden ingevangen, namelijk een vijftiental
kippen. De overige kippen waren niet meer te bespeuren. De ingevangen exemplaren
werden voorzichtig in de fuiken geplaatst. Nu de resterende kippenpopulatie gevlucht was
en momenteel in stress verkeerde werden de harris hawk tarsels uitgehaald om nog
enkele afgezonderde kippen te slaan. Er werden nog een zestal kippen in de veldtas
opgeborgen wat in combinatie met het schietnet voor een geslaagd resultaat zorgde.



SOREYN Michaël
DEEL 4: Overzicht van de dagelijkse werkzaamheden                                              37



In de namiddag werd naar Mesen gereden, het kleinste stadje van Vlaanderen voor de
bespreking van het contract die de stad aangaat. In Mesen aangekomen viel op dat vrij
veel duiven op de daken rond het stadsplein zaten te rusten; de kerk bleef ook niet
gespaard. Er werd beslist om een slechtvalk tarsel te lossen terwijl een journalist van
Radio 2 een interview met Mark zou afnemen. De valk die werd gelost was een recent
aangekochte vogel die gekend is als een hoge aanwachter wat meteen duidelijk was. Na
een vijftal minuten werd de loer bovengehaald zodat de valk voor de eerste maal kon
duiken naar de loer. Het resultaat was onmiddellijk waarneembaar, de ganse
duivenpopulatie van het kleine stadje sloeg op de vlucht. Door de enorme hoogte die de
vogel nam en het feit dat we middenin het stadje stonden omgeven door rijhuizen en het
stadhuis was de valk niet makkelijk te bespeuren. Na een tijdje werd gevreesd dat de valk
een duif achterna was gegaan en werd het telemetriesysteem bovengehaald. In eerste
instantie kwam geen reactie op het draaien met de loer vanuit de richting die de zender
aangaf. Doordat de journalist van Radio 2 een doorlopend interview afnam besloot ik om
mijn eigen telemetriezender te halen uit de auto, de juiste frequentie aan te duiden en zelf
op zoek te gaan met een loer naar de slechtvalk zodat Mark zich verder kon toespitsen
aan het interview. Zo gezegd zo gedaan, ik ging op zoek naar de slechtvalk terwijl de
journalist Mark verder kon interviewen en hem aan het werk zien met de woestijnbuizerd.
Na een 500m te hebben gewandeld kwam ik uit de stadskern naar een meer open gebied.
Daar had ik een sterker signaal en haalde ik de loer boven met de kans dat de slechtvalk
mij zou zien en de loer zou slaan. Na tweemaal de loer te draaien zag ik in de verte een
troep duiven opvliegen; het was duidelijk dat de valk daar zat en wellicht op dat moment
vertrok. En ja, ik zag ze afstormen met een hoge snelheid naar de loer waardoor ik ze kon
vastmaken aan de handschoen en terugkeren naar Mark. Na wat te vliegen met de
harrissen werden deze ook terug in de transportbakken gestoken en werd het interview
afgesloten.


         Dag 4
Op woensdag 12 december, werd ’s morgens om 8 uur afgesproken bij Mark te
Meulebeke. Zoals gewoonte worden alle vogels gewogen en worden de resultaten
genoteerd in het logboek. Eventuele opmerkingen worden gemeld aan Mark en er wordt
besproken wat moet gebeuren. Terwijl Mark binnen bezig is met papierwerk en versturen
van e-mails resteert voor mij en de andere stagiair nog tijd om de huisvesting van de
dieren te onderhouden. Buiten worden restjes van prooien zoals braakballen, resterende
botjes en pluimen ingezameld rondom de sprenkels van de roofvogels. Ook wordt de vaste
koek van uitwerpselen opgeschept onder de sprenkels. Wanneer er geen sprake is van



SOREYN Michaël
DEEL 4: Overzicht van de dagelijkse werkzaamheden                                                  38



vorst worden de baden van de roofvogels uitgespoeld met water wat een kleine
concentratie bleekwater bevat en terug opgevuld met water. De kleine kweekvolières
worden eveneens gereinigd. De astroturf die op de bodem ligt wordt uitgehaald en grondig
geschuurd en gepoetst net zoals de wanden van de volières. Resterende braakballen en
eetrestjes worden verwijderd. Net zoals de roofvogels die buiten verblijven wordt hun bad
uitgekuist en opnieuw opgevuld met vers water. De verblijfplaatsen van de fretten moeten
minstens één maal per week worden gepoetst. Dit vanwege de vele uitwerpselen die vrij
snel voor de typerende frettenstank zorgen. De fretten verblijven in de gekende
gegalvaniseerde        konijnenhokken.         Hun   eten   bestaat   hoofdzakelijk   uit   uniforme
frettenkorrels en eendagskuikentjes om ze te laten wennen aan rauw vlees zodoende ze
konijn lusten tijdens het fretteren. Bij de fretten moet erop gelet worden dat alles terug
goed afgesloten wordt. Fretten zijn geboren ontsnappers en lusten kleinere uilen- en
roofvogelsoorten. Levende voederdieren zoals duif, konijn, cavia en kwartel worden ook
onderhouden. De duiven krijgen een voedermengsel die duivenmaïs, groene erwten, plata
maïs, gele erwten, milo, dari, kardizaad en andere bestanddelen in kleinere concentratie
bevat. De konijnen en cavia’s krijgen onbeperkt hooi en bikskorrels wat ervoor zorgt dat de
dieren niet selectief kunnen eten. De kwartels krijgen een specifieke kwartelvoeding.
In de namiddag werden de bedrijven Peltracom en GTS gedaan. (idem, zie later)


         Dag 5
Op vrijdag 14 december, bij het volgende bezoek aan Mesen zouden er vallen worden
geplaatst in de kerktorens. Er werd aangebeld bij de conciërge van de kerk die ons zou
begeleiden doorheen de kerk. Al snel waren we ter plaatse op de bezoldering van de kerk.
Aan elke hoek van de kerk waren cirkelvormige zijkamers. Her en der waren smalle ruiten
in de zijkamers die waren gebarsten en openingen hadden. Deze werden voorlopig
hersteld met kippengaas om de “vliegende ratten” te weerhouden om er binnen te vliegen.
Met toestemming van de conciërge mocht Mark enkele gaten in het gaas maken om het de
duiven mogelijk te maken om er te overnachten. De zijkamers werden voorzien van elk
één val die op zich telkens vier duiven kon invangen; een lokduif die andere duiven
uitnodigt en overhaalt om de zijkamers te betreden en als laatste natuurlijk het lokvoer en
watervoorziening.
Na alles te hebben geïnstalleerd gingen we nog naar het stadhuis waar zich op het
gelijkvloerse tevens het politiekantoor bevindt. In samenspraak met de politie en
burgemeester werd overlegd wanneer er bij nacht kon worden geschoten op het
stadsplein. Zo gezegd, zo gedaan werd diezelfde avond bij volledige duisternis geschoten.
Op dat moment slapen de duiven en zien ze geen steek, met als gevolg dat ze niet zo snel



SOREYN Michaël
DEEL 4: Overzicht van de dagelijkse werkzaamheden                                              39



opvliegen. Ikzelf belichtte de duiven met een zaklamp, terwijl Mark de duiven in zijn vizier
plaatste. Wanneer er werd geschoten wordt het licht onmiddellijk gedoofd zodoende de
duiven niet zullen opvliegen en niet beseffen van wat gaande is. Op het einde van de
interventie bij nacht hadden we een resultaat van 23 duiven.


         Dag 6
Op woensdag 19 december, werd naar Falconiformes te Nederland gereden. Er werd
reeds ’s morgens vroeg vertrokken zodat we om 10 uur aanwezig waren. Eerder was ik er
nog nooit geweest, de foto’s van op het net waren me enkel bekend. Er zaten een vijftigtal
vogels in de ruimte ‘voor verkoop’ waaronder roodstaartbuizerds, slechtvalken,
slechtvalkhybriden, enkele kalkoengieren en palmgieren, haviken, bosuilen en sperwers.
Aangeboden arenden zaten afgezonderd in buitenvolières.
De reden van het bezoek was vanwege de plannen om toe te nemen in aantal aan
slechtvalken. Er werden drie slechtvalk tarsels uitvoerig gecontroleerd op eventuele
gebreken en andere gezondheidsproblemen. Na de roofvogels te hebben gecontroleerd
aan poten, pluimen, kop en snavel werd het borstbeen nog gecheckt. Te magere vogels
kunnen wijzen op tal van ziektes of gewoonweg “uithongering”. Te vette vogels zijn ook
niet gezond te noemen, lijden aan ernstige vetzucht en zorgen voor slechte
kweekresultaten. Bij nader inzien was het drietal volledig gezond verklaard en werd een
koopsovereenkomst gemaakt. De slechtvalken werden voorzien van een opgevouwen blad
rond de staart dat werd vastgemaakt. Dit om de staart te beschermen tegen beschadiging
vanwege stress tijdens het transport.
Doordat we toch in Falconiformes waren werd besloten om het valkerijwinkeltje te
bezoeken. Vele boeken en filmmateriaal omtrent valkerij en het kweken van roofvogels
werden er te koop aangeboden. Valkerijmateriaal zoals balgen, loeren, bellen,
handschoenen in alle formaten en kleuren, schilderijen, transportbakken in alle formaten,
jachtjassen, wartels, langveters, aylmeri-schoentjes met bijhorende riempjes, veldtassen,
weegschalen, broedmachines, huiven, staarthouders en kangoeroeleder waren in
overvloed aanwezig. Er werden nog wat attributen gekocht, zowel door Mark als ik.
Eenmaal terug in Meulebeke te Valkerij Ardanwen werden alle vogels nog gewogen en
bijgevoederd omdat daar deze morgen geen tijd voor was. Roofvogels die los in de volière
zitten worden niet gewogen. Simpelweg omdat het niet zo frequent nodig is vermits ze toch
niet op vlieg- of jachtgewicht hoeven te staan. Er moet enkel worden gelet op overvoeding.
Vandaar dat een doorsnee roofvogel slechts behoefte heeft aan een tiende van zijn
lichaamsgewicht aan voedsel per dag. Kleinere roofvogels krijgen meer voedsel in




SOREYN Michaël
DEEL 4: Overzicht van de dagelijkse werkzaamheden                                            40



verhouding. Dit vanwege het feit dat ze een hoger metabolisme hebben, met als gevolg ze
een grotere energiebehoefte vereisen.




         Dag 7
Op woensdag 23 januari, werden GTS en een compostbedrijf Peltracom bezocht om er de
wekelijkse verdelging te doen. GTS is een graanopslagplaats gelegen aan de Gentse
zeehaven waar grote containerschepen en vrachtwagens laden en lossen. Graan is één
van de geliefkoosde voeders van duiven met alle gevolgen van dien. Er wordt tewerk
gegaan met geluidsystemen in combinatie met valken en/of harrissen. Omdat de situatie
niet volledig kan worden opgelost met een wekelijkse interventie en vanwege de zeer hoge
populatie aan duiven aan de haven wordt gekozen voor de combinatie. Ieder half uur
worden kreten verspreid van bijvoorbeeld aanvallende kraaien of meeuwen die de duiven
angst injagen. Nu en dan worden de kreten periode uitgesteld om gewenwording te
vermijden. Boven deze methode komen nog eens de vrije vluchten van vijand nummer één
van de duif, met name de slechtvalk. Bij aankomst aan het bedrijf moet een code worden
ingegeven om de poort te laten openen. Na de lange oprit op te rijden komen we in het
bedrijf dat uit enkele aaneensluitende depots bestaat en aanlegplaatsen voor de
containerschepen. Duiven zitten er op de daken en onder het afdak die voor de depots
plaatsvindt. Door voorzichtig naar de plaats te rijden worden de duiven nog niet verschuwt
door lawaai van de wagen. Dat zou ze na een vijftal minuten terug het idee geven om terug
te vliegen. Maar nee, er wordt zo voorzichtig mogelijk de roofvogel uitgehaald en gelost.
Op die manier vliegen de duiven ook weg maar weten ze dat ze na die vijftal minuten toch
nog kans maken om gedood te worden.
Duiven die op nest zitten onder het afdak worden afgeschoten met een luchtdrukgeweer.
Het luchtdrukgeweer bevat een ‘scope’ om nauwkeurig te richten en een geluidsdemper.
Het kan eveneens afgesteld worden al naargelang de afstand van het schot en het
materiaal dat zich op de achtergrond bevindt. Op die manier kunnen eventueel dakpannen,
golfplaten en muren gespaard blijven van schade van eventueel doorborende kogels.
Zo dus wordt eerst de slechtvalk gelost, die doet enkele vluchten in de omgeving en is
bedoeld zo hoog mogelijk te vliegen, om zoveel mogelijk duiven op de hoogte te brengen
van de verraderlijke situatie. Enkel duiven die na de vluchten nog steeds op nest zitten
broeden; wellicht omdat ze de valk niet gezien hebben gekregen, worden afgeschoten en
verwijderd.




SOREYN Michaël
DEEL 4: Overzicht van de dagelijkse werkzaamheden                                                41



Nadien werd naar Peltracom gereden, een compostverwerkingsbedrijf eveneens aan de
Gentse zeehaven gelegen. Bij aankomst werden ik en de andere stagiair attent gemaakt
op het feit dat er aandachtig moet worden gelet op de voorbijrijdende “bulks”. Dit zijn grote
graafmachines die met compost voortdurend binnen en buiten rijden. Om ongevallen te
voorkomen doet iedereen er fluorescerende jassen aan. Hier wordt enkel gewerkt met
roofvogels en geen vallen en/of geluidsinstallaties. Het betreft eerder een relatief kleine
groep duiven die rust onder de daken van de hangars. Hier wordt gevlogen met harrissen.
Deze roofvogels zijn meer bestemd tegen stress komende van de luidruchtige bulks. Ook
zijn ze veel beter gebouwd om binnenshuis te vliegen vergeleken met slechtvalken, vooral
vanwege hun lagere snelheid. Net zoals het feit dat ze zoveel ruimte niet vereisen daar ze
niet voortdurend vliegen maar enkel bij het tevoorschijn halen van vlees. De roofvogels
worden ‘afgeworpen’ naar een hoek van de hangars. Er worden zo groot mogelijke
afstanden gemaakt zodat de roofvogels lange vluchten maken, of er wordt gemaakt dat de
roofvogels volgen daar waar de valkenier wandelt. Bij Peltracom huizen de duiven op een
heel grote hoogte, de meeste buizerdachtige roofvogels zijn relatief gemakzuchtig van
aard. Met als gevolg ze niet hoog genoeg zullen vliegen willen ze de duiven schrik
aanjagen. Een van de manieren om ze hoogte te doen maken is door de vogel te roepen
op de hand en wanneer de harris een twintig meter voor “aankomst” bereikt het vlees heel
hoog werpen. Op die manier vangen ze het vlees en vliegen ze door naar de plaats waar
de duiven rusten. Het is niet zo simpel als het lijkt; veelal zal een onervaren vogel ook naar
het vlees grijpen maar het opeten op de grond. Meer ervaren vogels zullen het creatief
vangen en doorvliegen naar een zo hoog mogelijke bestemming en eventueel de duiven
achterna vliegen. Een andere moeilijkheidsfactor is wanneer duiven in paniek raken, ze
niet direct de weg naar buiten weten. De hangars hebben wel heel grote fabriekspoorten
maar de duiven hebben eerder de neiging om door de hoge glazen dakkoepels te willen
vliegen. Dat maakt dat de harrissen in de goede richting moeten worden gevlogen en ze
voortdurend dienen te worden bijgestuurd om de duiven buiten te krijgen. Het bedrijf
Peltracom telt een drietal grote hangars die bestrijdt moeten worden tegen de duivenplaag.
Na elke interventie wordt aan het onthaal het logboek ondertekend en eventuele
opmerkingen bij genoteerd.
Aan de havens wordt best binnen gevlogen met harrissen of worden ze kortbij in het oog
gehouden. Harrissen zijn “broadwings” en nemen veel wind wat zeker niet ontbreekt aan
de zeehavens, tevens speelt het probleem zich hier in de hangars zelf af. Slechtvalken zijn
meer bestemd om te vliegen bij hoge windsnelheden, deze worden ook wel de “longwings”
genoemd daar ze langere maar fijnere vleugels hebben. Hun figuur is meer
aerodynamisch te noemen waardoor ze hoge snelheden halen en extreem snelle




SOREYN Michaël
DEEL 4: Overzicht van de dagelijkse werkzaamheden                                            42



bewegingen kunnen maken. Een ander voordeel van de fijne spitse vleugels is dat ze niet
ongewild worden meegesleurd door een sterke storm.
De bedrijven Peltracom en GTS worden altijd samen genomen. Het bespaart veel
brandstof en tijd uit en er is tenslotte bij beide bedrijven nood aan roofvogels en een
wekelijkse interventie.




         Dag 8
Op vrijdag 25 januari, werd van ’s morgens afgesproken in Meulebeke om vroeg te
vertrekken naar het sportterrein van Eeklo. Enkel harrissen werden ingeladen omdat het
een konijnenoverlast betreft. In Eeklo wordt reeds dienst gedaan op een plaatselijke
valkenier Kurt, die het sportterrein als jachtgebied kan verschaffen. Zo wordt de
konijnenpopulatie in het nauw gedreven en is iedereen gelukkig. Deze interventies kan
men ook gewoon jagen noemen, er moet namelijk gejaagd worden om resultaat te
boeken. Konijnen hebben ondergrondse burchten en zullen er in schuilen bij gevaar. Dit in
tegenstelling tot duiven die weg vliegen en hoogstwaarschijnlijk niet meer zullen opdagen.
Hiervoor bestaat maar één oplossing en dat is de konijnen bejagen. Het gebied omvat een
sporthal, voetbalvelden met omringend trimpad, aangrenzend park met lokalen van de
lokale jeugdbeweging. Alles samen ongeveer goed voor een 40 ha. Doordat we enkel met
harrissen vliegen die elkaar kennen worden de roofvogels in groep gevlogen. Mark,
stagiair Manuël, Kurt en ikzelf hebben elk een harris ter beschikking. Er wordt tewerk
gegaan zoals in het sportterrein te Waregem, de snelst reagerende harris wordt gelost.
Maar hier worden de vogels niet onmiddellijk terug op de handschoen geroepen. Doordat
er geen trackers aanwezig zijn moet er zelf worden getrackt. Wanneer een konijn wordt
gespot vertrekt de roofvogel vanuit de boom. Op het einde van de dag werd één konijn
geslagen.


         Dag 8 en 9
Op zaterdag 2 februari en zondag 3 februari zijn idem als vrijdag 25 januari. Op het
sportterrein werden respectievelijk telkens terug één konijn geslagen.


         Dag 10 tot 14
Op 12, 15, 19, 22 en 29 maart werd zoals eerder de bedrijven GTS en Peltracom aan de
Gentse zeehaven behandeld en ook de bedrijven van Merksem.


         Dag 15



SOREYN Michaël
DEEL 4: Overzicht van de dagelijkse werkzaamheden                                            43



Op woensdag 2 april werd naar Colruyt te Tielt gereden. De firma had er last van kippen
op de omringende parking. Het betrof een groep van zestig wilde kippen. Doordat de
probleemsituatie volledig op te lossen was op korte termijn werd door de firma besloten om
per interventie te betalen. Het is dus pas rendabel voor Mark als hij bij het eerste bezoek al
aan de slag kan en zo de brandstofkosten kan onderdrukken. Op die manier werd
vooraleer we de situatie en omgeving duidelijk konden inschatten al aan het nodige
materiaal gedacht. Zo werden reeds vele fuiken, een gigantisch net, twee harrissen, het
luchtdrukgeweer en tenthaken ingeladen. Eenmaal aangekomen werd het probleem eerst
vanop afstand bestudeerd. Het aantal kippen werd geschat op vijftig stuks. Vooraleer de
roofvogels worden ingeschakeld wordt getracht een zo groot mogelijk aantal kippen in
groep te vangen. Er werd besloten om de kippen in een scherpe hoek te drijven en ze te
omsluiten. Er werd een hoek gevormd met een groot net aan de ene zijde van de hoek en
anderzijds de omheining van de Colruytcatering. Het grote net werd bevestigd met behulp
van piketten in de grond en bovenaan met spanriempjes aan de omheining. Eenmaal de
val compleet was uitgerust werd nog voeder in gestrooid. Daarna konden de kippen in
groep worden gebracht door ze te omsingelen en licht op te jagen. Opnieuw werden de
kippen opgejaagd, deze keer langs de omheining. Eén iemand liep de kippen na, langs de
afsluiting terwijl de ander de kippen weerhield om terug het open veld in te lopen. Zo liep
telkens een groot aantal kippen in de val en nam ik of Mark ze te grazen en staken ze in
grote transportmanden. Het geheel vond driemaal plaats waarbij in totaal bij benadering
een 45 kippen werden ingevangen.
Nu de resterende kippen reeds in paniek waren werden de roofvogels nog ingeschakeld.
Er werd getrackt in de beschutting terwijl Mark de harris op de vuist hield en loste wanneer
een kip uit de dekking vluchtte. Bij deze methode werden nog een viertal kippen geslagen.
Het probleem werd hierbij grotendeels in één interventie opgelost.


         Dag 16
Op woensdag 9 april werd opnieuw de Colruyt te Tielt bezocht. Het net hing er nog steeds
en er werd een overgebleven groepje kippen gespot van ongeveer twaalf stuks. Net zoals
de vorige week werd de net goed gebruikt en werden alle kippen gevangen.
Bij thuiskomst werden alle vogels gewogen en mochten ze nog jump-ups doen. Dit is een
conditieoefening waar de vogel verticaal omhoog moet vliegen om eten te krijgen op de
handschoen. Telkens worden kleine stukjes voorgeschoteld, en moet de vogel veel
inspanning leveren om telkens opnieuw omhoog te vliegen.


         Dag 17



SOREYN Michaël
DEEL 4: Overzicht van de dagelijkse werkzaamheden                                        44



Woensdagmorgen 16 april werden ’s morgens vroeg de vogels onderhouden zoals een
routine poetsdag.
In de namiddag werd naar Merksem gereden voor wekelijkse interventie van de bedrijven.


         Dag 18 tot 25
Ook op 7, 10, 14, 17, 21, 24, 28 en 31 mei werden routineuze verdelgingsopdrachten
voltooid in zowel Mesen, Gent zeehaven als Merksem.




         Dag 26
Op woensdag 4 juni werd naar Kortrijk gereden voor een nieuwe bijkomende klant. Met
name BMW-garage Monserez. De garage heeft te kampen met kauwen die rubberen
onderdelen van de gloednieuwe BMW’s toetakelen en pikken in de voorruit. Een dure grap
die koste wat kost moet vermeden worden. De firma Bird Control Solutions was reeds
geweest om het probleem aan te pakken. Dat was te zien aan de typerende plastic oehoe
op het dak en de vele luidsprekers. Blijkbaar was dit nog niet genoeg en heeft Stanny
Gregoir de gegevens van Mark doorgespeeld naar de BMW-garage. De situatie werd bij
aankomst eerst bekeken en besproken. De klauwen van de roofvogels waren direct al een
probleem voor de lak van de auto’s. De topjes van de klauwen konden een stuk botter en
zachter gemaakt worden met behulp van een zachte kleisoort. Er werd nog niet gevlogen
op die dag.


         Dag 27 tot 29
Op woensdag 11, 18 en 25 juni werd naar Kortrijk gereden en het kleinste stadje van
Vlaanderen Mesen. (routine)


         Dag 30
Maandag 30 juni werd afgesloten met wekelijkse interventie in Gent zeehaven en de
bedrijven te Merksem.




SOREYN Michaël
Bijlagen         I



Bijlagen




SOREYN Michaël
Lijst met figuren                                                                          I



Lijst met figuren




                      Figuur 1 Woestijnbuizerd (harris hawk) op sprenkel




       Figuur 2 Riempjesset, bestaande uit riempjes en aylmerieschoentjes met zeilringen




SOREYN Michaël
Lijst met figuren                                          II




                     Figuur 3 Traditionele duivenvallen




                    Figuur 3 Tinyloc telemetrieontvanger




SOREYN Michaël
Lijst met figuren                                   III




                    Figuur 4 Draainagel of wartel




SOREYN Michaël
Lijst met tabellen   I



Lijst met tabellen




SOREYN Michaël
Bronvermelding        I



Lijst met grafieken




SOREYN Michaël
Bronvermelding                                                                        I



Bronvermelding

M. Hollinshead. Harris hawk days, 2005

K. Vanommeslaeghe. Dit is valkerij. Theorie en praktijk, lulu.com, 2007

D. Durman-Walters. The modern falconer, UK, Swann Hill Press, 2002

B. Kimsey & J. Hodge. Falconry Equipment, Encinita, Kinsey/Hodge Publications, 2002

P. Glassier, Falconry and Hawking, Batsford, 2006

A. Walker, The encyclopedia of falconry. The Derrydale Press, 2000

www.geavet.com
www.valkeniers.com
www.valkeniers1.nl
www.valkeniers.be
www.owlpages.com
http://www.gaia.be/ned/downloads/rapporten/plan_goed_duivenbeleid.pdf, vzw GAIA




SOREYN Michaël

								
To top