studietaak stembandverlamming

Document Sample
studietaak stembandverlamming Powered By Docstoc
					Taak 3.3
vz claire
notulist arlette
bs janine

1. kan uitleggen welke soorten stemplooiverlammingen er zijn.
2. kent mogelijke differentiaaldiagnoses bij de verschijnselen van stemplooiverlamming.
(psychogene afonie/dysfonie).
3. legt uit hoe een stemplooiverlamming kan ontstaan.
4. beschrijft medische en logopedische behandelmethoden en doelen

1.
    a. De externe laryngeus superior bestuurt de cricothyroideus, die bij samentrekking de afstand
        tussen het cricoid en het thyroid vergroot, en daarmee zorgt voor verhoging van de toon.
        Bovendien zorgt de cricothyroideus voor een adductie van de stemplooien. Bij een
        eenzijdige verlamming kan er heesheid (door het openstaan van de stemplooien), ernstige
        schorheid en diplofonie (door het onregelmatge trillinspatroon) ontstaan, maar het
        belangrijkste kenmerk is het onvermogen om hoge tonen te produceren. (zeldzame
        aandoening) De laryngeus superior zorgt ook voor de aansturing van het velum, waardoor
        ook hypernasaliteit een aanwijzing kan zijn van verlamming van de NLS. Bovendien is er
        vaak sprake van supraglottale hyperfunctionaliteit, doordat men extra kracht zet.
        Bij een bilaterale verlamming kan afonie en sterkere hypernasaliteit optreden.
    b. De laryngeus recurrens bedient de vijf interne larynxspieren. De rechtertak splitst
        halverwege de trachea af van de n. X, gaat ter hoogte van de longtoppen weer omhoog. De
        linker splitst nog lager af en gaat door een groef tussen de trachea en de eusofagus omhoog,
        waarna hij door een opening in het thyroid de larynx in gaat. Bij operaties van hart en
        thyroid wordt hij weleens geraakt.
        1. De thyroarytenoideus vormt de stemplooien, en bestaat uit de m. thyromuscularis
            (onder) en de m. vocalis. Contractie zorgt voor adductie en toonhoogtevariatie. Een
            verlamming van deze spier leidt bovendien tot atrofie van de stemplooien.
        2. De cricoarytenoideus posterior is de enige abductor. Hij loopt van het cricoid schuin
            omhoog naar het arytenoid. Door contractie kantelt en verschuift hij het arytenoid naar
            buiten. Als deze spier verlamd is, is dat altijd tegelijk met de adductoren, de door
            dezelfde recurrens worden bestuurd. Omdat de cricothyroideus nog wel functioneert,
            krijg je een paramediane stand van de stemplooien. Unilateraal verlamd: ademnood bij
            belasting, heesheid, soms diplofonie, zwakke stem. Bilateraal verlamd: inspiratore
            stridor, maar vrijwel normale stemgeving.
        3. De cricoarytenoideus lateralis is de belangrijkste adductor. Hij schuift de arytenoiden
            naar elkaar toe.
        4. De arytenoideus transversus ligt tussen de arytenoiden en schuift ze naar elkaar toe.
        5. De arytenoidei obliquus verbinden de toppen van de arytenoiden met de
            tegenovergelegen bases.
Bij verlamming van de adductoren is de ruststand de intermediaire positie. Dit kan leiden tot
aspiratie, en tot hyperventilatie doordat er te veel lucht (en zuurstof) binnenkomt. Door oefenen kan
een paramediane of mediane postitie bereikt worden, maar dat geeft weer ademtekort.
Bij verlamming van de abuctor zie hieronder.


2.
differentiaaldiagnoses:
noduli, (heesheid, wilde lucht) Reinke ( stemverlaging, dysfonie), spastische dysfonie, papilloom
(heesheid, stridor), contactulcus/granuloom: (hees, ruw, diplofonie, lage stem)
psychogene of functionele afonie, spastische disfonie komt het vaakst voor als
differentiaaldiagnose.

3.
Stemplooiverlamming ontstaat door een verlamming van de N. X, die wat de larynxfunctie betreft
afsplitst naar de SLN, de n. laryngeus superior en de RLN, de n. laryngeus recurrens. De
verschijnselen zijn afhankelijk van de plaats waar de zenuw is aangedaan: bilaterale aandoeningen
(in de medulla) of unilateraal (in de medulla of lager). Oorzaken zijn operatietrauma 34%,
neoplasma 32% (bijvoorbeeld longkanker die de recurrens aantast), CZS 7%, mechanisch 11%,
toxisch (medicijnen, aanrechtkastje/infectie: bacterie van kinkhoest, difterie, hondsdolheid, tetanus,
syfilis en botulisme) 6%, idiopathisch 10%.
Aandoeningen van de cricothyroideus kunnen veroorzaakt worden door thyroidectomie en door
virussen.
Abductorverlamming (vaak is de linkerkant verlamd omdat de linkertak de recurrens het langste is)
kan veroorzaakt worden door longkanker, halstrauma of thyroidectomie, infecties, hart-en
bloedvatafwijkingen, ideopatisch.
Ook spierziekten (myastenia gravis en spierdystrofie) kunnen stemplooiverlammingen veroorzaken.
Www.medicinfo.nl, nvlf, ncbi.nlm.nih.gov

4.
Bij stemplooiadductorparalyse moet eerst naar de oorzaak gekeken worden en die moet worden
behandeld. De meeste traumatische paralyses genezen na 9-12 maanden. Dan is het versterken van
de spieren en het verbeteren van de spreektechniek voldoende. Zoeken van de beste hoofdhouding,
inhalatieademing, zucht/geeuw, manuele facilitatie, etc. (boone 106). In andere gevallen kan
chirurgisch worden in gegrepen. Tefloninjecties zijn niet aan te bevelen omdat dit leidt tot
granuloom, tegenwoordig wordt collageen van dieren (of lichaamseigen vet) gebruikt. Een andere
mogelijkheid is thyroplastie, waarbij de stemplooi door een blokje materiaal via een gaatje in de
wand van het thyroid in de richting van de andere wordt gedrukt (Boone 108). Nog een andere
mogelijkheid is het ‘stekken’ van bijvoorbeeld de n. laryngeus superior in de larynxspieren.
Bij bilaterale adductorparalyse kunnen de stemplooien naar elkaar toegebracht worden door een van
de arytenoiden te verwijderen met cauterisatie van de spieruiteinden (Boone 104) of door
laserchirurgie.
Bij unilaterale adductorverlamming door een letsel aan de recurrens (vooral van de
cricothyroideus) blijft een van de plooien in paramediane positie staan. Vooraan is er dan wel wat
sluiting en dus stemgeving mogelijk, en de andere stemplooi trekt een beetje over de helft. In
combinatie met het Bernouilly-effect resulteert dit in een beiderzijdse trilling.
Bij bilaterale stemplooiabductorparalyse moet vaak tracheotomie worden toegepast.
Bij unilaterale abductorparalyse helpt ademtherapie (inspiratory pressure treshold training) of
arytenoidectomie. Stes 141-150

bron: handboek stem/spraak/taalpathologie.
Wanneer operatie: na 9 maanden vanwege spontaan herstel.
Logopedisch: advies aangepaste stembelansting,

adductor: de bodt schema's

Bij een virale verlamming worden corticosteroiden toegediend.

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:186
posted:3/26/2012
language:Dutch
pages:2