Structuur Belgische Ontwikkelingssamenwerking by xfpXVUwB

VIEWS: 25 PAGES: 5

									                Structuur Belgische Ontwikkelingssamenwerking.

Toelichting instanties en begrippen

Inhoud:

DGOS- DGCD
Bilaterale hulp- Multilaterale hulp- ngo’s- 4-de pijler
11.11.11- CNCD
Coprogram- Acodev
Millenniumdoelstellingen
Verklaring van Parijs




DGOS- DGCD: (http://www.dgci.be/)
DGOS (Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking)
DGCD (Direction générale de la Coopération au Développement)

De Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking (DGOS) is de federale administratie voor
ontwikkelingshulp. DGOS is een aparte DG binnen de FOD Buitenlandse Zaken,
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, maar valt rechtstreeks onder de
bevoegdheid van de minister van Ontwikkelingssamenwerking.

18 partnerlanden: De 18 partnerlanden van de gouvernementele samenwerking werden
geselecteerd op basis van o.a. de graad van armoede, aspecten van goed bestuur en de
mogelijkheden voor België om betekenisvolle hulp te bieden.
Partnerlanden: Algerije, Benin, Bolivia, Burundi, DR Congo, Ecuador, Mali, Marokko,
Mozambique, Niger, Palestijnse gebieden, Peru, Rwanda, Senegal, Tanzania, Uganda,
Vietnam, Zuid-Afrika
Als gevolg van deze concentratiepolitiek heeft DGOS zich intussen als donor uit een aantal
landen teruggetrokken, maar de aangegane bilaterale akkoorden worden wel nageleefd en
afgerond.
Het is de bedoeling om langdurige samenwerkingsrelaties met deze partnerlanden te kunnen
onderhouden. Dit wordt vastgelegd in meerjarenprogramma's (ISP), onderhandeld met het
land in kwestie.


BTC- CTB: (http://www.btcctb.org)
BTC: Belgische Technische Coörperatie
CTB: Coöperation Technique Belge

BTC is in de partnerlanden aanwezig met "plaatselijke vertegenwoordigers", belast met het
toezicht op de uitvoering van de programma's en projecten.


BTC is het Belgisch agentschap voor ontwikkelingssamenwerking. In opdracht van de
Belgische regering helpen wij de ontwikkelingslanden in hun strijd tegen de armoede. Naast
deze taak van openbare dienstverlening voeren zij ook opdrachten uit voor rekening van
andere nationale en internationale organisaties die werken aan duurzame menselijke
ontwikkeling.

BTC beheert ruim 200 projecten in een twintigtal landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika.
Het agentschap heeft 650 personeelsleden, van wie 180 in het hoofdkantoor in Brussel en 470
in de landen waar projecten en programma’s worden uitgevoerd. BTC heeft 17
landenkantoren in het buitenland.

BTC beheert ook de studie- en stagebeurzen die door de Directie-generaal
Ontwikkelingssamenwerking worden toegekend (1000 per jaar),

BTC kan naast de opdrachten voor de Belgische staat ook taken uitvoeren voor derden. Het
betreft hier meer specifiek opdrachten voor alle Belgische (bijvoorbeeld de gemeenschappen,
gewesten, provincies en gemeenten), buitenlandse (bijvoorbeeld DFID) of
internationale (zoals de Europese Unie en de Wereldbank) publieke rechtspersonen.


Bilaterale hulp- Multilaterale hulp- NGO’s- 4-de pijler
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Ontwikkelingssamenwerking#Bilaterale_ontwikkelingshulp)


Ontwikkelingshulp wordt via meerdere routes verstrekt: via overheden, multilaterale
instellingen en non-gouvernementele organisaties. In België spreekt men van drie 'pijlers' in
ontwikkelingssamenwerking. Naast deze traditionele kanalen of pijlers is een vierde route
voor ontwikkelingshulp in opkomst: ontwikkelingshulp via particulieren, bedrijven, kerken,
vakbonden, scholen, et cetera. In België spreekt men van Vierde Pijler-initiatieven.

Bilaterale ontwikkelingshulp

Bilaterale hulp is hulp van het ene land aan het andere, bijvoorbeeld van België aan D.R.
Congo. De Belgische overheid doet zelf aan ontwikkelingssamenwerking in achttien
partnerlanden. Dat heet bilaterale samenwerking of samenwerking van staat tot staat. Het
Belgische beleid wordt aangestuurd door een minister van
ontwikkelingssamenwerking, ondersteund door de Directie-Generaal voor
ontwikkelingssamenwerking (DGOS).
De uitvoering van het bilateraal ontwikkelingsbeleid is toevertrouwd aan de Belgische
Technische Coöperatie (BTC).

Multilaterale ontwikkelingshulp

Multilaterale hulp wordt verstrekt via multilaterale instellingen, zoals de Wereldbank, de
Verenigde Naties en de Europese Unie. Multilaterale instellingen ontvangen contributies van
overheden. Zij voeren daar op hun beurt ontwikkelingsprogramma’s mee uit.

DGOS werkt via de multilaterale ontwikkelingssamenwerking ook rechtstreeks samen met 21
internationale organisaties (UNICEF, WHO, het Internationale Rode Kruis, UNAIDS, enz.)
en met de Europese Unie (Europees Ontwikkelingsfonds).
Ontwikkelingshulp via niet-gouvernementele organisaties

Niet-gouvernementele organisaties (NGO's) zijn particuliere, onafhankelijke hulporganisaties.
Hun inkomsten bestaan uit donaties van particulieren, bedrijven en maatschappelijke
organisaties. Soms ontvangen zij subsidie van de overheid.

Vierde pijler-initiatieven (http://www.4depijler.be/)

Naast NGO's zijn ook burgers, sociale organisaties, stichtingen, scholen, ziekenhuizen,
sportclubs, vriendengroepen en bedrijven actief. In België spreekt men van de vierde pijler
van de ontwikkelingssamenwerking. Belangrijk is dat het hier gaat om 'niet-domeinspecifieke
organisaties'. Ze zijn met ontwikkelingssamenwerking bezig, maar zijn er niet voor opgericht
en niet in gespecialiseerd, in tegenstelling tot de drie andere kanalen of pijlers.

11.11.11- CNCD
(http://www.11.be/)

11.11.11 is de naam van de koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging. Bij 11.11.11 zijn
340 gemeentelijke comités en een 70-tal organisaties aangesloten. Zo is ook Memisa lid van
de koepel 11.11.11. Op de site www.11.be zie je de lijst van aangesloten organisaties.

11.11.11 is tevens de naam van de grootste pluralistische campagne en deur-aan-deur-actie in
België, die jaarlijks op 11 november wordt gehouden.

Door waardevolle programma's en organisaties (in Noord en Zuid) financieel te steunen, en
door onderling overleg te stimuleren, wil 11.11.11 bereiken dat de organisaties hun
activiteiten beter op elkaar afstemmen zodat die meer effect hebben. De laatste jaren treden de
Vlaamse ontwikkelingsorganisaties uitdrukkelijk samen naar buiten om bij de politici meer
gewicht in de schaal te leggen, ten voordele van de mensen in het Zuiden.

CNCD, de Franstalige koepel (Centre National de Cooperation au Développement)
http://www.cncd.be/



Coprogram- Acodev
http://www.coprogram.be

http://www.acodev.be/

Coprogram is de federatie van Vlaamse ngo's die door de overheid erkend zijn.

Ngo’s – niet-gouvernementele organisaties - werken onafhankelijk van de overheid. Zij
stellen hun eigen programma’s op en ontwikkelen hun eigen initiatieven. Maar vaak is het
nuttig om de krachten te bundelen en in naam van heel de sector op te treden.

Ngo’s doen dat via koepels (in Vlaanderen 11.11.11, voor de Franstalige ngo’s CNCD) en
federaties (in Vlaanderen Coprogram, voor de Franstalige ngo’s Acodev). De koepels
verdedigen de politieke belangen van het Zuiden. De federaties verdedigen de belangen van
de ngo’s zelf, werken aan kwaliteit en onderhandelen over bestuurlijke aspecten.

11.11.11 en Coprogram zijn twee aparte verenigingen, maar hun secretariaat werkt intens
samen. Ze hebben immers vaak dezelfde ngo’s als lid. Ook met Acodev is er geregeld overleg
en samenwerking.

Acodev: is de Franstalige federatie van ngo's voor ontwikkelingssamenwerking.


De Millenniumdoelstellingen 2015
(http://nl.wikipedia.org/wiki/Millenniumdoelstellingen)

Aan het begin van het nieuwe millennium (2000) heeft de internationale gemeenschap de
stellige beslissing genomen om de strijd aan te binden tegen de armoede. In de
Millenniumverklaring hebben de 189 lidstaten van de Verenigde Naties zich ertoe verbonden
tegen het jaar 2015 acht doelstellingen te realiseren: de Millennium-
ontwikkelingsdoelstellingen (MOD).

De doelstellingen zijn niet nieuw. Wat uniek is in de geschiedenis van de
ontwikkelingssamenwerking, is de algemene consensus over de agenda en de concrete
resultaten die moeten worden behaald. Alle landen moeten maatregelen nemen. De
ontwikkelingslanden hebben de verantwoordelijkheid om een hervormingsbeleid uit te
werken en het bestuur te versterken om de creatieve energie van hun bevolking vrij te maken
en de zeven eerste MOD’s te halen. Ze kunnen daar echter niet in slagen zonder een nieuwe
inbreng van de ontwikkelde landen op het vlak van hulp, eerlijke handelsregels en
schuldverlichting (MOD 8).

België levert een actieve bijdrage aan de realisatie van de Millennium
ontwikkelingsdoelstellingen. In 1999 heeft ons land zich ertoe verbonden de middelen voor
ontwikkelingssamenwerking elk jaar te verhogen, om ze uiterlijk tegen 2010 op ten minste
0,7% van het BNP te brengen.

De 8 millenniumdoelstellingen zijn:

 1.     De armoede halveren en minder mensen honger
      Het aantal mensen dat in extreme armoede leeft, moet in 2015 tenminste tot de helft zijn
      teruggebracht ten opzichte van 1990.
 2.     Alle kinderen naar school
      In 2015 moeten alle kinderen in alle landen basisonderwijs volgen.
 3.     Mannen en vrouwen gelijkwaardig
      Gendergelijkheid en empowerment van vrouwen moet worden gerealiseerd, ondermeer
      door gelijke participatie van jongens en meisjes in onderwijs te realiseren.
 4.     Minder kindersterfte
      De sterftecijfers van kinderen onder de vijf jaar moeten in 2015 in elk ontwikkelingsland
      zijn teruggedrongen met tweederde ten opzichte van 1990.
 5.     Verbetering van gezondheid van moeders
      Het niveau van moedersterfte moet in 2015 in elk ontwikkelingsland zijn
      teruggedrongen met driekwart ten opzicht van 1990.
 6.   Bestrijding van hiv/aids, malaria en andere dodelijke ziekten
    Voor het jaar 2015 zal een halt worden toegeroepen aan de verspreiding van hiv/aids,
    malaria en andere ziekten.
 7.   Iedereen schoon drinkwater
    Waarborgen van een duurzaam milieu voor 2015 door het integreren van duurzame
    ontwikkeling in nationaal beleid en programma's, het keren van het verlies van
    natuurlijke hulpbronnen en halvering van het aantal mensen zonder toegang tot veilig
    drinkwater. Voor 2020 moeten de levensomstandigheden van tenminste 140 miljoen
    bewoners van krottenwijken aanzienlijk zijn verbeterd.
 8.   Toegang tot de betaalbare medicijnen en een eerlijk handelssysteem , minder
    schulden voor ontwikkelingslanden
    Er wordt een mondiaal samenwerkingsverband (partnerschap) voor ontwikkeling
    gesloten, met afspraken over goed bestuur, de ontwikkeling van een open en eerlijke
    handels- en financieel systeem, het bevorderen van jongerenwerkgelegenheid, een
    oplossing voor het schuldenvraagstuk en de overdracht van nieuwe technologieën


De landen spraken af om telkens na 5 jaar samen te komen om te kijken wat al bereikt is en
wat er nog moet gebeuren. De eerste bijeenkomst was de Millennium+5-top, in 2005. Elk
land moet ook jaarlijks een rapport binnenbrengen met de resultaten van hun land.

Verklaring van Parijs

Kwaliteit van ontwikkelingshulp: De kwaliteit en effectiviteit van
ontwikkelingssamenwerking is een voortdurend onderwerp van discussie. Binnen de
internationale donorgemeenschap is over een aantal uitgangspunten consensus bereikt. Deze
zijn in 2005 vastgelegd in de Verklaring van Parijs. De kern van ‘Parijs’ is dat
ontwikkelingslanden meer zeggenschap krijgen over de hulp, en dat donoren en ontvangers
samenwerken op basis van vertrouwen.

								
To top