Concept Plan van aanpak

Document Sample
Concept Plan van aanpak Powered By Docstoc
					                 Energiebesparing en
               duurzaam (ver)bouwen bij
               gemeentelijke gebouwen
                    en installaties




30 juni 2003
Gemeente Maassluis
Stefan Romijn
Postbus 55
3140 AB Maassluis
Telefoon      010 - 59 31 997
Fax           010 - 59 25 649
Energiebesparing en duurzaam (ver)bouwen gemeentelijke gebouwen en installaties   2
Inhoudsopgave

1       Inleiding……………………………………………………. 5

        1.1     Beleidskader……………………………………………….                                   5

        1.2     Leeswijzer……………………………………………………… 5

2       Begrippen…………..……………………………………… 6

3       Aanpak………….……………………………………..…… 7

        3.1     Nieuwbouw…………………………………….………………. 7

        3.2     Beheer/ renovatie……………………………………………... 8

        3.3     Infrastructurele voorzieningen en installaties ..………….... 9

        3.4     Training en voorlichting..……………………………………... 9

        3.5     Actualisatie……………...…………………………………….. 10

        3.6     Monitoring.……………...……………………………………. 10

4       Kosten………….……………………………………..….. 11

5       Voorbeelden.….…………………………………….…… 11

        5.1     Voorbeeldprojecten…………………………………………. 11

        5.2     Projecten in Maassluis……………………….. ..………….. 12



Bijlagen




Energiebesparing en duurzaam (ver)bouwen gemeentelijke gebouwen en installaties       3
Energiebesparing en duurzaam (ver)bouwen gemeentelijke gebouwen en installaties   4
1       Inleiding

De Gemeente Maassluis is een stad in ontwikkeling. Er worden de komende periode vele
nieuwe woningen gebouwd en verbouwd. De ontwikkelaars krijgen hierbij als opdracht van
de gemeente mee om duurzaam te bouwen en aandacht te besteden aan energiebesparing
en duurzame energie. Om het goede voorbeeld te geven zal de Gemeente Maassluis ook
voor haar eigen gebouwen hier mee aan de slag gaan. Hier is reeds een start mee gemaakt
door de invoering van een Milieuzorgsysteem voor het Stadhuis in 2002 en door het
vaststellen van een Plan van aanpak Klimaatbeleid in februari 2003. In deze notitie wordt
een aanpak uitgewerkt voor duurzaam bouwen en verbouwen van gemeentelijke gebouwen
en installaties. De nadruk zal hierbij komen te liggen op energiebesparing en toepassing van
duurzame energie. De notitie is van toepassing op alle gebouwen die bezit zijn van de
Gemeente Maassluis en/of waarvoor de gemeente de energierekeningen betaalt. Tevens
geldt deze notitie voor diverse civieltechnische installaties, zoals openbare verlichting en
rioolgemalen.


1.1     Beleidskader
Het Stadhuis, maar ook diverse andere gemeentelijke gebouwen vallen onder de AMvB
Woon- en verblijfsgebouwen. Dit zijn algemene regels die de voormalige vergunningen
hebben vervangen. In voorschrift 1.2.2 staat aangegeven dat de inrichtingen alle
energiebesparende maatregelen moeten nemen die rendabel zijn. Rendabel wordt hierbij
omschreven als ‘elke maatregel met een terugverdientijd van minder dan 5 jaar’. Volgens
het ingevoerde milieuzorgsysteem zal de gemeente in elk geval aan alle wetgeving voldoen,
maar zal er ook aandacht worden besteed aan energiebesparing die niet verplicht is.

Het college van B en W heeft op 4 februari 2003 het ‘Plan van aanpak Klimaatbeleid
2003-2006’ vastgesteld. Dit plan omvatte onder andere diverse doelstellingen en
maatregelen op het thema ‘Gemeentelijke gebouwen’, waaronder het hanteren van een
standaard aanpak voor duurzaam (ver)bouwen. Deze notitie is een uitwerking van deze
doelstelling. Het plan van aanpak is ingediend bij het Ministerie van VROM die geld
beschikbaar heeft gesteld voor de uitvoering van de activiteiten. Er zal dan ook
verantwoording gegeven moeten worden over het al dan niet realiseren van gestelde doelen.

Het regionale dubo-convenant is niet meer van toepassing, enkele aspecten zijn opgenomen
in het Bouwbesluit. Dit besluit bevat enkele minimumeisen voor duurzaam bouwen, waaraan
in ieder geval moet worden voldaan. Voor woningbouw is het Rapport Woningkwaliteit
vastgesteld, met als pluspakket ‘duurzaam en gezond’. Voor utiliteitsbouw bestaat nog geen
soortgelijk rapport.

1.2     Leeswijzer
In dit plan van aanpak wordt een standaard aanpak voor duurzaam bouwen bij
gemeentelijke gebouwen vastgelegd. In hoofdstuk 2 worden enkele veel gebruikte begrippen
beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de aanpak beschreven, uitgesplitst naar nieuwbouw,
beheer en infrastructurele voorzieningen. Daarnaast worden andere belangrijke
uitvoeringsaspecten benoemd. Hoofdstuk 4 benoemt de kosten en in hoofdstuk 5 worden
voorbeelden gegeven van uitgevoerde projecten en projecten binnen Maassluis waarop
deze notitie van toepassing is.




Energiebesparing en duurzaam (ver)bouwen gemeentelijke gebouwen en installaties            5
2       Begrippen
Voor enig inzicht in de te volgen aanpak is het noodzakelijk om een korte omschrijving van
veel gebruikte afkortingen en begrippen te geven.

EPC
Energie Prestatie Coëfficiënt
De EPC is een getal dat de energieprestatie van een nieuwbouw woning of utiliteitsgebouw
aangeeft. Deze wordt berekend op basis van de gebouweigenschappen, de
gebouwgebonden installaties en een gestandaardiseerd bewonersgedrag.
Er geldt “hoe lager de EPC, hoe beter de energieprestatie van het gebouw”. De huidige
norm voor kantoorgebouwen bedraagt 1,5. Voor sportgebouwen geldt een EPC van 1,8 en
voor scholen is de EPC 1,4. Deze normen zijn wettelijk vastgelegd in het Bouwbesluit en
mogen niet worden overschreden.

NDPU
Nationaal Pakket Duurzame Utiliteitsbouw
De Stichting Bouwresearch heeft een pakket maatregelen uitgewerkt dat algemeen is
gericht op de nieuwbouw en renovatie van utiliteitsgebouwen. Alle maatregelen zijn op een
cd-rom samengevoegd en toegankelijk gemaakt door een eenvoudige zoekstructuur. Per
project kan een keuze maken uit de maatregelen die overzichtelijk zijn opgenomen in een
matrix. Van elke maatregel is het specificatieblad opgenomen met een uitgebreide
toelichting op de toepassing en een specificatie van de milieuwinst en de kosten.
Naast maatregelen die voor alle vormen van utiliteitsgebouwen van toepassing zijn, bevat de
cd-rom specifieke maatregelen voor kantoren, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen,
sportgebouwen, horecagebouwen en winkels.

Terugverdientijd
De terugverdientijd is de tijd waarbinnen de extra investering die benodigd is voor een
duurzame maatregel is terug verdiend. De terugverdientijd is te berekenen door de extra
investering voor het uitvoeren van de duurzame maatregel ten opzichte van minder
duurzame maatregelen te delen door de jaarlijkse besparing die de maatregel oplevert. Zo
kost de aanschaf van energiezuinige verlichting meer geld dan een minder zuinige versie,
maar wordt er jaarlijks flink bespaard op de energierekening.




Energiebesparing en duurzaam (ver)bouwen gemeentelijke gebouwen en installaties              6
3       Aanpak

3.1     Nieuwbouw

In het Plan van aanpak Klimaatbeleid 2003-2006 is de volgende doelstelling opgenomen
voor nieuwbouw van gemeentelijke gebouwen:

“Toepassen van een met 4-8 % verscherpte EnergiePrestatiecoёfficiёnt (EPC)” (hierbij
wordt uitgegaan van een verscherping ten opzichte van het Bouwbesluit).

Verscherping EPC
Een aanscherping van de EPC betekent dat de volgende maximale EPC gevraagd wordt:
     Kantoren: 1,4
     Sportgebouwen: 1,6
     Scholen: 1,3
Voor andere gebouwen (bijvoorbeeld bibliotheek, gemeentewerf) die niet binnen 1 van de
categorieën vallen zal in principe de EPC voor kantoorgebouwen worden aangehouden. Bij
deze gebouwen zal worden beoordeeld of de EPC-eis realistisch is voor dat project. Het
gaat om hier om een maximale EPC; er moet altijd naar gestreefd worden om zover mogelijk
onder deze EPC te komen bij nieuwbouwprojecten.

Het is nog onduidelijk of het Rijksbeleid de komende jaren verscherpt op dit vlak, bij
aanpassing van de normen zal de gemeente ook nog steeds een verscherping ten opzichte
van de gelden normen blijven vragen.

De verscherpte EPC-eis is niet af te dwingen via de bouwvergunning, het is dus van belang
dat de verscherpte EPC middels een privaatrechtelijke wijze wordt gevraagd. Bij nieuwbouw
van gemeentelijke gebouwen treedt de afdeling Gebouwenbeheer van de gemeente als
opdrachtgever op. In een programma van eisen aan de opdrachtgever zal de gevraagde
EPC worden opgenomen. De opdracht kan dus alleen worden verstrekt als de ontwikkelaar
akkoord gaat met de gestelde voorwaarden.
De opdrachtnemer moet zelf kunnen aantonen dat zijn aanpak aan de EPC-eisen zal
voldoen. Er moet echter vanuit de gemeente getoetst kunnen worden of de opdrachtnemer
daadwerkelijk aan de eisen heeft voldaan.

Nationaal Pakket Duurzame Utiliteitsbouw
Een handig instrument om aan de eis te voldoen is het Nationaal Pakket Duurzame
Utiliteitsbouw (NDPU). Hier zal dan ook naar verwezen worden in het programma van eisen.
In dit pakket is een verschil tussen vaste en variabele maatregelen gemaakt. Vaste
maatregelen hebben een onbetwist milieuvoordeel, zijn algemeen toepasbaar en leiden niet
of nauwelijks tot meerkosten. Zij horen daarom - indien van toepassing - altijd te worden
uitgevoerd. Variabele maatregelen hebben eveneens een onbetwist milieuvoordeel en
verdienen dus serieuze overweging. Zij kunnen echter niet altijd worden meegenomen.
Redenen kunnen bijvoorbeeld zijn: hoge kosten of onvoldoende verkrijgbaarheid. Hierbij zal
gelden dat in ieder geval die variabele energiemaatregelen worden genomen die een
terugverdientijd hebben van minder 5 jaar. Het levert echter geld en milieuwinst op om ook
die maatregelen te nemen die weliswaar een langere terugverdientijd hebben, maar die nog
steeds binnen de helft van de levensduur zijn terugverdiend. Een voorbeeld hiervan zijn
verlichtingsarmaturen, die een zeer lange levensduur hebben.




Energiebesparing en duurzaam (ver)bouwen gemeentelijke gebouwen en installaties          7
De terugverdientijd kan worden berekend door de extra investering (= het verschil tussen de
kosten van het energiezuinige alternatief en het niet nemen van de maatregel, danwel het
kiezen voor een minder energiezuinig alternatief), te delen door de jaarlijks te behalen
besparing. Hierbij moet rekening worden gehouden met waardevermindering en de rente.

Het kan voorkomen dat een vaste maatregel wegens uitzonderlijke omstandigheden in
redelijkheid niet uitvoerbaar is (situering, ontwerpeisen, exorbitante meerkosten). Een
onderbouwde afwijking van de regel dat alle vaste maatregelen worden meegenomen, moet
dan mogelijk zijn. Bij variabele maatregelen is de afwijkingsmogelijkheid niet relevant, omdat
reeds bij het selecteren ervan met deze omstandigheden rekening kan worden gehouden.

Er zijn zeer vele mogelijk maatregelen, waarvan onderstaand enige voorbeelden staan
opgesomd:
     Toepassen van energie-efficiënte verlichting
     Volledig isoleren van leidingen voor warm tapwater en cv- en distributieleidingen
     Optimaliseren van ontwerp van leidinglengtes
     Toepassen van meerdere kleine ketels in plaats van één grote
     Zorg voor een goede inregeling van de verwarmingsinstallatie
     Plaatsen van een zonneboilerinstallatie
     Toepassing van een warmtepomp
     Pas een lage-temperatuurverwarmingssysteem (LTV) toe, bijvoorbeeld voor
        vloerverwarming
     Treffen van waterbesparende voorzieningen
     Gebruik van harde vloerbedekking zoals linoleum, tegels, natuursteen, bamboe of
        hout
     Gebruik bij totale houtverduurzaming producten die milieubewust verduurzaamd zijn

Zie voor een complete lijst van maatregelen de bijlagen 1 en 2. Bijlage 1 bevat de lijst van
vaste maatregelen bij nieuwbouw en bijlage 2 bevat de variabele maatregelen.

Het NPDU is beschikbaar op cd-rom en zal toegankelijk zijn voor de afdeling ROM en de
gebouwenbeheerders. Mocht een opdrachtnemer niet in het bezit zijn van het NPDU, dan
kan een uitdraai van de lijst met mogelijke maatregelen worden meegegeven.

Samenvattend moeten de volgende zaken worden opgenomen in een programma van eisen
bij opdrachtverstrekking voor “Nieuwbouw”:
     1. Maximale EPC
     2. Pas alle vaste maatregelen uit NPDU toe
     3. Neem de variabele maatregelen die binnen 5 jaar zijn terug verdiend


3.2     Beheer/ Renovatie

In het Plan van aanpak Klimaatbeleid 2003-2006 is de volgende doelstelling opgenomen
voor renovatie van gemeentelijke gebouwen:

“Bij renovaties uitvoeren van alle vaste en kostenneutrale energiemaatregelen uit het
nationaal pakket duurzame utiliteitsbouw”

Het NPDU bevat naast een lijst voor nieuwbouw een aparte lijst voor beheer. Bij geplande
grootschalige renovaties zal de eis voor het uitvoeren van alle vaste en kostenneutrale
(energie)maatregelen uit de beheerslijst worden opgenomen in het programma van eisen.
Daarnaast zal in het kader van het milieuzorgsysteem eenmaal per jaar worden onderzocht
of er in het Stadhuis maatregelen mogelijk zijn die kostenneutraal (binnen 5 jaar terug te


Energiebesparing en duurzaam (ver)bouwen gemeentelijke gebouwen en installaties                8
verdienen) uitvoerbaar zijn. Voor kleinere gebouwen zal dit worden meegenomen bij regulier
onderhoud.
Bijlage 3 bevat de lijst van vaste maatregelen bij beheer en bijlage 4 omvat de variabele
maatregelen.


3.3     Infrastructurele voorzieningen en installaties

In het Plan van aanpak Klimaatbeleid 2003-2006 is de volgende doelstelling opgenomen
voor renovatie van infrastructurele voorzieningen en installaties:

“Bij renovaties of vervanging van infrastructurele voorzieningen en installaties uitvoeren van
alle energiemaatregelen met een terugverdientijd korter dan 5 jaar”

De afdeling IBB is verantwoordelijkheid voor aanpassingen aan infrastructurele
voorzieningen en installaties zoals openbare verlichting of rioolgemalen.
Bij aanpassing van de voorzieningen en installaties zullen de energiezuinige alternatieven
moeten worden onderzocht. Hier zullen in ieder geval de maatregelen genomen worden
waarvan de meerprijs ten opzichte van het minder energiezuinige alternatief binnen 5 jaar
kan worden terugverdiend.

Voor openbare verlichting bestaat een vervangingsplan waarbij lampen gemiddeld na 2 jaar
vervangen worden om een voldoende lichtniveau vast te houden. Bij vervanging wordt
standaard gekozen voor energiezuinige lampen. Waar nodig leidt dit tot vervanging van
armaturen. De mogelijkheden voor toepassing van zonne-energie voor openbare verlichting
zullen nader worden onderzocht.
Bij verkeersregelinstallaties zal worden onderzocht in hoeverre toepassing van LED mogelijk
is. LED zijn halfgeleiders die licht van slechts 1 kleur uitstralen, waardoor deze lampen 70 tot
90 % minder stroom verbruiken. Daarnaast hebben deze lampen een hogere
betrouwbaarheid dan de traditionele lampen en een langere levensduur (15 tot 20 jaar).
Hierdoor zijn de onderhoudskosten ook vele malen lager dan bij de traditionele lampen, het
energieverbruik is ook minimaal.
Bij rioolgemalen wordt ook aandacht besteedt aan energiebesparing, maar hier heeft de
pompcapaciteit hoogste prioriteit. Bij vervanging van oude en/of plaatsing van nieuwe
gemalen zal onderzocht moeten worden of er energiezuinigere alternatieven bestaan die
binnen 5 jaar terug verdiend kunnen worden. Bij rioolgemalen valt echter aan te bevelen om
voor een langere terugverdientijd te kiezen, vanwege de zeer lange levensduur. Dit levert
per saldo dan nog steeds geld en vooral milieuwinst op.


3.4     Training en voorlichting

Om de betrokken medewerkers van Gebouwenbeheer en IBB te trainen op het vlak van
energiebesparing en duurzaam (ver)bouwen zal een bijeenkomst worden georganiseerd.
Deze bijeenkomst zal uit een theoretisch deel en een praktisch deel bestaan en zal worden
uitgevoerd door een gespecialiseerd advies/trainingsbureau. De bijeenkomst zal op het
Stadhuis worden gehouden. Het doel is dat de medewerkers op de hoogte zijn van de eisen
en dat een schatting kan worden gemaakt in hoeverre de plannen van opdrachtnemers aan
gestelde eisen voldoen. Ook zullen de medewerkers in grote lijnen leren omgaan met het
pakket. Medewerkers hoeven geen diepgaande kennis op te doen over duurzaam bouwen,
deze kennis is binnen de afdeling ROM aanwezig, in specialistische gevallen zal een externe
adviseur worden geraadpleegd.




Energiebesparing en duurzaam (ver)bouwen gemeentelijke gebouwen en installaties                  9
Om de voortgang te waarborgen zullen er heldere instructies komen voor nieuwe
medewerkers die te maken krijgen met energiebesparing bij gemeentelijke gebouwen en
voorzieningen.

Er zal informatiemateriaal ontwikkeld danwel aangeschaft worden, voor de medewerkers die
betrokken zijn bij de uitvoering en de opdrachtnemers die opdrachten uit gaan voeren met
betrekking tot gemeentelijke gebouwen.


3.5     Actualisatie

De EPC-eis is procentueel gesteld, waardoor aanpassing bij strenger wordende wetgeving in
principe niet nodig is.
Het NPDU wordt door Stichting BouwResearch (SBR) jaarlijks bijgewerkt naar de laatste
stand der techniek. Hiertoe zal een onderhoudsabonnement afgesloten te worden.


3.6     Monitoring

Jaarlijks wordt aan het college van B en W en NOVEM een voortgangsverslag aangeboden
van het klimaatbeleid. In deze rapportage zal een apart hoofdstuk komen over de
vorderingen met betrekking tot de gemeentelijke gebouwen en installaties. Medewerkers van
de afdeling gebouwenbeheer en civiele werken zullen hiervoor overzichten moeten leveren
van uitgevoerde bouw/renovatie/vervangingsprojecten en wat er bij deze projecten is gedaan
met energiebesparing en duurzaam bouwen. Bij nieuwbouw zal ook de gerealiseerde EPC
worden vermeld, bij overige projecten concreet welke duurzame maatregelen zijn genomen.
Bij projecten waar de in deze notitie beschreven aanpak niet is gehanteerd en waar geen
duurzame maatregelen zijn genomen moet een verklaring worden gegeven.
De resultaten worden tevens meegenomen in het GIM-jaarverslag.




Energiebesparing en duurzaam (ver)bouwen gemeentelijke gebouwen en installaties         10
4       Kosten
Ten eerste zijn er kosten voor de aanschaf en het onderhoud van het Nationaal Pakket
Duurzame Utiliteitsbouw. De cd-rom kost bijna € 400 en is reeds aangeschaft.
Onderhoudskosten bedragen circa € 100 per jaar. Deze kosten worden gedekt door het
budget voor Klimaatbeleid.

Voor de training is een bedrag van € 5.000 beschikbaar voor de inhuur van een extern
bureau. Tevens zal er een klein budget beschikbaar zijn om voorlichtingsmateriaal te
ontwikkelen, dan wel aan te schaffen voor interne betrokkenen en opdrachtnemers. Deze
kosten zijn reeds gereserveerd voor Klimaatbeleid en zijn deels afkomstig uit een subsidie
van VROM.

Aangezien de maatregelen kostenneutraal zijn of in ieder geval binnen 5 jaar terug verdiend
moeten zijn, zijn er geen of nauwelijks meerkosten te verwachten voor de afdeling
gebouwenbeheer. Tot en met 2002 waren er diverse subsidies beschikbaar voor de
uitvoering van maatregelen, deze zijn in 2003 echter voor een groot deel verlaagd of zelfs
afgeschaft en worden de komende jaren waarschijnlijk nog verder teruggedrongen. De
subsidie voor Klimaatbeleid is enkel bestemd voor advieskosten en loonkosten, deze
subsidie kan dus niet worden aangewend voor de uitvoering van maatregelen.


5       Voorbeelden

De aanpak zoals die in onderliggende notitie is beschreven heeft zich in de praktijk reeds
vele malen bewezen. Ter illustratie wordt een drietal uitgevoerde projecten beschreven.
Tevens wordt aangegeven welke kansen er binnen Maassluis bestaan om uitvoering te
geven aan het klimaat- en duurzaam bouwen beleid bij gemeentelijke gebouwen.


5.1     Voorbeeldprojecten

In de gemeente Leersum is basisschool “Meander” gebouwd met een gebruiksoppervlakte
van 869 m2, waarin diverse duurzaam bouwen aspecten zijn toegepast. Enkele van deze
maatregelen waren toepassing van HR++-glas, warmteterugwinning uit ventilatielucht, HF-
verlichting met daglichtregeling en beperking van de leidinglengtes. Er wordt regenwater
opgevangen dat gebruikt wordt om de toiletten te spoelen. Daarnaast zijn er zonnepanelen
op het dak geplaatst en geeft een energiespiegel in de hal aan hoeveel energie er verbruikt
wordt. Met name deze laatste 2 aspecten dragen naast een energiebesparing ook bij aan de
bewustwording van zowel de docenten als de leerlingen en hun ouders. De meerkosten
bedroegen circa € 35 per m2 gebruiksoppervlakte.

In Wageningen is een nieuw sportcomplex gebouwd met een gebruiksoppervlakte van
       2
5.546 m . Hier zijn warmtepompen toegepast voor de basisverwarming van het gehele
gebouw en de vloeren zijn gedeeltelijk voorzien van vloerverwarming (Lage Temperatuur
Verwarming). Verder is gebruik gemaakt van warmteterugwinning, HR++-glas, zonneboilers
                                                                                      2
en zonnepanelen. De meerkosten van de extra voorzieningen bedroegen circa € 70 per m .
Een deel hiervan is echter al terugverdiend door ontvangst van subsidies.

In het Stadsdeelhuis Amsterdam-Noord wordt gebruik gemaakt van warmte- en koudeopslag
in de bodem, via warmtepompen. Deze techniek wordt steeds vaker toegepast en wordt met
name veel gebruikt bij grote kantoren. De terugverdientijden liggen hierbij altijd binnen de 5
jaar. Verder wordt gebruik gemaakt van warmteterugwinning bij de ventilatie, is HR++-glas
geplaatst en is gekozen voor een combinatie van daglichtafhankelijke verlichting en


Energiebesparing en duurzaam (ver)bouwen gemeentelijke gebouwen en installaties              11
aanwezigheidsdetectie. Ook wordt gebruik gemaakt van een grijswatercircuit, waarbij
regenwater wordt opgevangen en wordt toegepast voor toiletspoeling. De totale meerkosten
bedroegen circa € 90 per m2 gebruiksoppervlakte, maar worden binnen 5 jaar terugverdiend.


5.2     Projecten in Maassluis

De komende jaren wordt een tweetal brede scholen ontwikkeld. Bij deze 2 projecten kan de
in deze notitie beschreven aanpak voor nieuwbouw worden toegepast. Het is van belang dat
de verlaagde EPC en de toepassing van het NPDU worden opgenomen in het programma
van eisen op basis waarvan een ontwikkelaar aan de slag gaat. In de Duurzame
EnergieScan die wordt uitgevoerd wordt de mogelijkheid van duurzame energie voor de
brede scholen onderzocht. In deze zelfde scan worden ook de mogelijkheden voor het
Stadhuis bekeken, in samenhang met de renovatie van Koningshoek. Hierbij is de in
paragraaf 5.1 genoemde warmte-koude opslag nader uitgewerkt.

De Wethouder Smithal wordt in 2004 voorzien van een nieuw verlichtingssysteem. Hierbij
moet een zo energiezuinig mogelijk systeem worden gekozen. Hierbij geldt dat de
meerkosten van de energiezuinige verlichting binnen 5 jaar terug verdiend moet kunnen
worden, ten opzichte van de aanschaf van een minder zuinige versie.

Het nieuwe NME-centrum is voorzien van slechts enkele lichtschakelingen, waardoor het
licht op enkele plekken in het centrum continu aan staan, terwijl er niemand in die ruimte
aanwezig. Ook op een grote kamer op de derde verdieping van het Stadhuis brandt door
dergelijke lichtschakeling het licht vaak onnodig. Onderzocht dient te worden of deze
lichtschakelingen op een rendabele wijze aangepast kunnen worden. Verder brandt in het
gemeentemuseum in de tentoonstellingszalen de hele dag het licht, ook als er geen
bezoekers zijn. Door de verlichting op een andere wijze te schakelen kan een flinke
energiebesparing worden gerealiseerd.

In Maassluis worden de komende jaren enkele grootschalige woningbouwprojecten
uitgevoerd, zoals het Balkon en de Loggia. Hier zal nieuwe openbare verlichting benodigd
zijn en tevens zullen rioolgemalen worden aangepast. Deze projecten bieden goede kansen
om een energiezuinige infrastructuur te realiseren. Ook kan worden gedacht aan autonome
zonne-energiesystemen voor straatverlichting bij achterpaden.
De toepassing van LED-systemen voor Verkeersregelinstallaties (VRI) is een nieuwe
ontwikkeling. Naast milieuwinst levert dit ook een besparing op onderhoud op, aangezien
deze lampen veel langer meegaan. Deze lampen zijn momenteel nog vrij prijzig, maar
worden in snel tempo goedkoper vanwege het feit dat LED steeds gangbaarder wordt. Het
valt aan te bevelen om de ontwikkelingen op de voet te volgen en om LED uiteindelijk ook
toe te passen bij de VRI’s in Maassluis.

Het is van belang dat de afdeling Milieubeheer altijd in een vroeg stadium, in principe in de
initiatieffase, wordt betrokken bij geplande nieuwbouw en/of renovatie van gemeentelijke
gebouwen, zodat voldoende ondersteuning kan worden geboden op het gebied van
duurzaamheid.




Energiebesparing en duurzaam (ver)bouwen gemeentelijke gebouwen en installaties                 12
                                               Bijlagen




Energiebesparing en duurzaam (ver)bouwen gemeentelijke gebouwen en installaties   13

				
DOCUMENT INFO
Shared By:
Categories:
Tags:
Stats:
views:36
posted:3/16/2012
language:Dutch
pages:13