momentopnamen deel 2 by Zw48Ik7

VIEWS: 68 PAGES: 126

									      De pausen in                                                             voor de verzending, de verzegeling of de registratie van brieven; een
                                                                               belasting bij ieder bezoek van een bisschop aan de curie; belastingen voor


      Avignon
                                                                               het verzenden van de bullen waarmee de paus het pallium verleende;
                                                                               boetegelden, te betalen door clerici of leken die om de een of andere
                                                                               reden door een pauselijk tribunaal veroordeeld waren. De voornaamste
                                                                               bron van inkomsten vormden de zogenoemde `annatae' : de eerste
                                                                               jaaropbrengst van een beneficie diende naar de paus te gaan. Gedurende
                                                                               de tijd dat een bisdom vacant bleef, waren alle inkomsten daaruit voor
      Na een conclaaf dat elf maanden had geduurd omdat de twee                Avignon.
      tegenover elkaar staande partijen - de Italiaanse                        En zo waren er nog vele andere vormen van afpersing. Als dwangmiddel
      kardinalen die de politiek van Bonifatius VIII wilden voortzetten, en    voor het betalen van belastingen en heffingen gebruikte men geestelijke
      de Fransen die zich tegenover koning Filips inschikkelijker wilden       straffen en de belastingambtenaren van Avignon waren berucht om de
      tonen - geen duimbreed wilden toegeven, werd uiteindelijk Clemens V      strenge doorvoering van de maatregelen.
      (1305-1314) tot paus gekozen. Het was een compromis-keuze: hij was       Reacties op de pauselijke financiële
      een Fransman, maar anderzijds overwoog men dat hij de opvattingen
      van Bonifatius deelde. Omdat hij het in Rome niet veilig vond,           politiek
      verlegde hij het centrum van de christenheid van Rome
      naar Avignon. Het was niet de eerste keer, dat een paus buiten Rome      Het ontstemde de mensen, dat de betrekkingen met de H. Stoel nagenoeg
      verbleef en bovendien was Avignon geen bezit van de koning van           alle van financiële aard waren. Men proefde weinig van een
      Frankrijk; niettemin kan moeilijk worden ontkend, dat de christenen
      in het besluit van de paus zich in Avignon te vestigen een al te grote         Gezicht op Avignon met het Pausenpaleis op een rots aan de Rhóne
                                                                                     (uit Seppelt & Hóffler, Papstgeschichte).
      tegemoetkoming tegenover de
      Franse koning zagen.


Johannes XXII (1316-1334)
Het zou onjuist zijn te beweren, dat de `pausen van Avignon' de
verlangens van de Franse vorst zonder meer inwilligden. Sommigen onder
hen hebben zich misschien in een aantal zaken te inschikkelijk getoond
(zoals in het besluit tot opheffing van de Tempeliersorde), maar dat geldt
zeker niet voor allen. Wat men deze pausen vooral kan verwijten is het
invoeren van een al te ver doorgedreven belastingstelsel. Uitblinker op dat
punt was vooral Johannes XXII. Hij was gekozen, nadat de pauselijke
troon twee jaar en drie maanden onbezet was gebleven. Men koos hem als
een overgangspaus: bij zijn verkiezing was hij 72 jaar oud en hij had een
wankele gezondheid - maar dat belette hem niet om nog 18 jaar lang zijn
functie uit te oefenen. Omdat de schatkist nagenoeg leeg was, begon hij
uit te zien naar nieuwe bronnen van inkomsten en daarin bleek hij zeer
vindingrijk, ook al bestonden er al heel wat fiscale verplichtingen die in
vroegere tijden waren ingevoerd. Zo moesten de bisschoppen bij hun
benoeming of overplaatsing een nauwkeurig bepaalde belasting betalen;
men kende een belasting

138                                                                                                                                                 139
bezorgdheid over het geestelijk welzijn. In Engeland bood het parlement       pauselijk paleis in Avignon; Clemens VI (1342-1352), die als een
krachtig weerstand. Men stelde daar niet alleen vast dat er op die manier     `grand seigneur' leefde, maar tijdens de grote pestepidemie
kapitalen uit het land wegvloeiden, maar ook dat de vroomheid afnam. In       van 1348-1349 blijk gaf van organisatietalent en zelfopoffering;
Frankrijk zelf werkten de financiële aanspraken van de paus nog veel          Innocentius VI (1352-1362), een heerser met groot doorzettingsvermogen
nadeliger vanwege de hachelijke toestand van dat land, geteisterd door        die kardinaal d'Albornoz naar Rome stuurde om er de rust te herstellen.
oorlog, hongersnood en pest als het was. Hoe dan ook, van een paus            D'Albornoz slaagde er in de kerkelijke staat weer onder de macht van de
verwacht men dat hij andere doeleinden dan financiële zou nastreven. De       paus te brengen. Zo was de weg bereid voor Urbanus V (1362-1370) die
Kerk heeft zich in die periode gehaat gemaakt en aanleiding gegeven tot       zich, o.m. aangespoord door de H. Brigitta van Zweden, in Rome ging
kritiek. Haar houding heeft weliswaar de protestantse scheuring niet          vestigen. Na de dood van d'Albornoz werd het er echter weer zo onveilig
rechtstreeks veroorzaakt, maar ongetwijfeld kracht bijgezet aan de roep       dat Urbanus zich gedwongen zag opnieuw naar Avignon te vluchten. De
om hervorming.                                                                laatste paus uit deze periode was Gregorius IX. Op aandrang van
                                                                              Catharina van Siena - een tertiarisse van St. Dominicus (uit de derde orde
                                                                              dus), die een groot aanzien had verworven door haar toewijding tijdens de
    Discussies rond het armoedeprobleem                                       grote pestepidemie - besloot hij Avignon te verlaten. Met zijn aankomst in
                                                                              de Eeuwige Stad (1377) kwam de 'babylonische gevangenschap der
Deze discussies hielden verband met de hervorming. Ze speelden zich           pausen' tot een einde. Reeds het jaar daarop echter overleed de paus en
o.m. af in de franciscanerorde tussen de rigoristische spirituelen, die het   voor het eerst na zoveel jaren zou een conclaaf opnieuw in Rome
armoede-ideaal van hun stichter tot het uiterste wilden doorvoeren, en de     plaatsvinden.
meer gematigde conventuelen. Toen de strijd alle perken te buiten leek te
gaan, kwam Johannes XXII tussenbeide. Hij sprak zich tegen de                 Het grote westerse schisma
spiritualen uit en verzocht hen, zich neer te leggen bij de koers van de
conventuelen die de leiding van de orde hadden. Het merendeel                 Het conclaaf van 1378 kende een bewogen verloop. De Romeinse
gehoorzaamde, maar de strijd laaide opnieuw op in verband met de              bevolking sprak een dreigende taal. Ook het stadsbestuur drong er bij de
stelling die door een franciscaan, P. Talon, werd verdedigd, nl. dat noch     kardinalen op aan, dat men een Romein of tenminste een Italiaan zou
Christus noch de apostelen enig persoonlijk of gemeenschappelijk bezit        kiezen. Op 8 april viel de keuze op Prignano, de aartsbisschop van Bari,
hadden gehad. Hoe vinnig dergelijke discussies konden zijn, kan men           die geen deel uitmaakte van het kardinaalscollege en derhalve nog op de
opmaken uit een hoofdstuk uit Eco's meesterlijke roman `De naam van de        hoogte gesteld moest worden. Na een tijd van verwarring en onzekerheid
roos'. De paus besloot de stelling te laten onderzoeken, maar nog voordat     werd het officieel bekend dat Prignano de benoeming aanvaard had en de
de beslissing gevallen was had het generaal kapittel van de Franciscanen      naam Urbanus VI (1378-1389) had gekozen. Niemand opperde bezwaren.
de thesis al aanvaard als een vaststaande waarheid. In 1323 verklaarde de     Zelfs in de brieven die de Franse kardinalen naar de Franse koning
paus haar evenwel tot onjuist. Toen barstte de bom. Enkele invloedrijke       schreven is geen spoor van aarzeling of twijfel terug te vinden. Hierin
franciscanen weigerden zich te onderwerpen. Ze vluchtten naar de grote        kwam verandering nadat op 24 april 1378 kardinaal de la Grange in Rome
politieke tegenstrever van de paus, Lodewijk van Beieren, en zo groeide       was aangekomen; hij had door onvoorziene reisperikelen drie weken tijd
een strijd die eerst alleen binnen de orde was gestreden en waarbij pas       verloren en daardoor het conclaaf niet bijgewoond. Drie dagen na zijn
later de paus werd betrokken, uit tot een politieke strijd.                   aankomst vinden we de eerste sporen van een oppositie tegen de keuze
                                                                              van Urbanus. De weinig tactvolle houding van deze laatste werkte
                                                                              trouwens de oppositie nog in de hand. Urbanus had een onbehouwen en
Terug naar Rome?                                                              impulsief karakter.
                                                                              Hij kondigde forse hervormingen aan en verweet de kardinalen hun grote
Johannes XXII had in Avignon enkele opvolgers die ingrijpend van elkaar       luxe en weelderige levensstijl. Catharina van Siena smeekte hem
verschilden: Benedictus XII (1334-1342), een man van strenge                  tevergeefs, barmhartiger op te treden.
levensopvatting die aanvankelijk plannen maakte om terug te keren naar        De Franse kardinalen trokken zich terug in Anagni om er van
Rome, maar uiteindelijk begon met de bouw van het                             gedachten te wisselen over een mogelijk nieuw concilie. Toen de

3
Italiaanse kardinalen weigerden op de uitnodiging, zich bij hen te
voegen, in te gaan, besloten de Fransen een nieuw conclaaf te houden.
Zo werd op 20 september 1378 te Fondi kardinaal Robert van Genève
                                                                                Herfsttij van
                                                                                de middeleeuwen
tot paus verkozen. Hij koos de naam Clemens VII (1378-1394) en
vestigde zich in Avignon.
De historici oordelen verschillend over de oorzaak van het schisma.
Sommigen leggen de nadruk op de `dwangpositie' waarin het eerste
conclaaf had verkeerd. Anderen stellen de geldigheid van de keuze van
Urbanus boven alle twijfel, vooral omdat de eerste drie weken na de              Johan Huizinga gaf aan zijn bekende cultuurhistorische werk de
verkiezing geen spoor van twijfel te vinden was geweest. Bovendien kan           rake titel `Herfsttij der Middeleeuwen'. Hij poogde daarin de
de geldigheid van een keuze niet afhangen van de niet-gemanifesteerde
intenties van de stemgerechtigden.                                               atmosfeer te schetsen die in Europa heerste van ca.
                                                                                 1300 tot ca. 1500, twee eeuwen waarin duidelijk werd dat de roep
Intussen zat de christelijke Kerk nu met twee pausen, waardoor de                om hervorming steeds scherpere vormen aannam en waarin tegen
gelovigen wel in grote verwarring werden gebracht.                               de privileges van de Kerk steeds heftiger werd geprotesteerd.


Het einde van de scheuring                                                 Wantoestanden
Er werden verschillende vergeefse pogingen gedaan om het schisma
                                                                           Er was een grote echtheid en eenvoud in de beleving van het geloof. De
ongedaan te maken. Clemens kreeg nog een opvolger: Benedictus XIII
                                                                           vroomheid was ontroerend en vol piëteit. Hoe langer hoe meer echter ging
(1394-1417). In 1409 leek een oplossing in zicht te komen. Op het
                                                                           de uiterlijkheid een voorname plaats innemen. Van uiterlijkheid naar
concilie van Pisa, waar zowel Rome als Avignon vertegenwoordigd
                                                                           uitwassen was niet zo'n grote stap. De kwantitatieve uitbreiding van
waren, zette men beide pausen af en ging over tot de verkiezing van een
                                                                           religieuze praktijken vervulde vele theologen met schrik. Ze stelden vast
nieuwe: de franciscaan Alexander V. Maar noch de paus van Rome,
                                                                           dat de tekenen of kanalen van Gods genade hoe langer hoe talrijker
noch die van Avignon wilde hem erkennen en zo werd de christenheid
                                                                           werden; de sacramenten werden verwaarloosd of kregen een mechanisch
met drie pausen opgescheept. De verwarring in de christelijke wereld
                                                                           karakter. Dat was vooral het geval met de biecht, waar het boete-element
was groter dan ooit. Uiteindelijk zou aan de scheuring een einde worden
                                                                           op de achtergrond raakte en de vergeving van de zonden tot een soort
gemaakt op het concilie van Konstanz (1414-1418), waarvan ons een
                                                                           automatisme uitgroeide. Ook de eucharistieviering gaf aanleiding tot
uitgebreid geïllustreerd `dagboek' is nagelaten van de hand van de
                                                                           misbruiken. In de oude Kerk had de actieve deelname aan een
ooggetuige ridder von Reichenthal. De paus van Rome trad uit vrije wil
                                                                           gemeenschappelijk offer centraal gestaan. In de late middeleeuwen zag
af; die van Pisa (Johannes XXIII, opvolger van Alexander V en
                                                                           men een grote toename van privé-missen, waarvoor een stipendium (een
bijeenroeper van het concilie) werd afgezet; de paus van Avignon had
                                                                           bepaalde vergoeding) werd gevraagd. Tijdgenoten klaagden zowel over
na zijn dood geen opvolger gekregen. Op 11 november 1417 werd Otto
                                                                           priesters die reeds een vast inkomen (bijv. uit een prebende of beneficie)
Colonna tot paus van Rome gekozen; hij nam de naam Martinus V
                                                                           hadden en zich tevreden stelden met niet meer dan vier keer per jaar het
(1417-1431) aan en zat vanaf het ogenblik van zijn verkiezing het
                                                                           misoffer op te dragen, als over arme priesters die dit meermalen per dag
concilie voor.
Als een bijzonderheid van dit concilie mag nog vermeld worden, dat daar    deden terwille van de daaraan verbonden giften. Met het verdwijnen van
de klachten tegen de Broeders des Gemenen Levens (de stichting van
Geert Groote van Deventer) aan de orde kwamen en verworpen werden.         de actieve deelname werd ook het communiceren weggelaten. Zo groeide
                                                                           de eucharistieviering uit tot een gebeuren aan het altaar, dat de gelovigen
                                                                           passief meemaakten en waarbij ze vaak zelfs niet aanwezig waren.
De pijnlijke geschiedenis van het schisma van Avignon doet ons ten
overvloede inzien dat het prestige van het pausdom zeer diep gedaald
was, een element dat ook bij het ontstaan van het protestantisme een rol   Naast de sacramenten groeiden overal ook de sacramentaliën en de
zou spelen.                                                                zegens; men vereerde alle mogelijke relikwieën, men ging medailles

142                                                                                                                                               143
en scapulieren dragen (waaraan een overdreven kracht werd
toegeschreven) en er werd op een overdadige wijze omgesprongen met            Protest tegen misbruiken
wijwater. Voor alle gelegenheden werden gebeden en litanieën opgesteld.
Bij gebrek aan authentiek geestelijk voedsel werd de volksvroomheid met       Nicolaas van Clémanges schreef een tractaat tegen de instelling en de
allerlei surrogaten in leven gehouden. De Heilige Schrift was niet langer     viering van steeds nieuwe feesten met een apocrief karakter en hij keurde
een rechtstreekse inspiratiebron. De innerlijke geestelijke behoefte werd     een maatregel van de bisschop van Auxerre goed die een groot aantal van
veeleer gevoed door een overwoekering van devoties en praktijken die          deze nieuwe feestdagen van de kalender had geschrapt.
hun kiemkracht moesten ontlenen aan hevigheid van gevoelens, maar
steeds verder losraakten van de eigenlijke geloofswerkelijkheid. Met de       Pierre d'Ailly schreef een Latijnse studie over de broodnodige
dag won de galerij van heiligen aan kleur en variëteit. Die heiligen gingen   hervorming. Ook hij nam stelling tegen het steeds toenemende aantal
van lieverlee de plaats van Christus innemen en om de een of andere           feesten, de vieringen van heiligen, de overvloed van beelden en
toevallige reden werden zij voorsprekers tegen allerlei ziekten en kwalen.    voorstellingen. In dat boek nam hij eveneens stelling tegen de
De kruisweg, de verering van de vijf wonden, het angelusgebed - het           buitengewone lengte van de officies en tegen het binnendringen van
stamt alles uit de late middeleeuwen. Nu was het niet allemaal zonder         apocriefe geschriften in de liturgie. Diezelfde Pierre d'Ailly schreef
meer te veroordelen, de devotie werd zelfs door een grote oprechtheid         bovendien tegen de toenemende tendens om het gebruik van aflaten te
gekenmerkt, maar er was een overwoekering waartegen onvermijdelijk            vermenigvuldigen. Tot het midden van de dertiende eeuw was de theorie
protest moest komen.                                                          over de aflaten nog vaag en onzeker geweest, maar kerkleraren als
                                                                              Thomas van Aquino zetten de leer systematisch uiteen. Volgens hen
      De middeleeuwse mens was sterk doordrongen van de                       bestond ook de mogelijkheid, de aflaten toe te passen op de zielen in het
      doodsgedachte. Hiervan getuigt deze `dodendans' uit 1493                vagevuur. Voor het verkrijgen van een volle aflaat werd de biecht vereist.
      (Michael Wohlgemut).                                                    Biecht en aflaat samen vergaven zonde en scholden straf kwijt. De
                                                                              misbruiken begonnen echter, toen de zogenoemde aflaatbrieven in omloop
                                                                              kwamen. Oorspronkelijk gaf zo'n geschreven stuk aan de bezitter het
                                                                              recht, zich een biechtvader te kiezen door wie men zich eenmaal in het
                                                                              leven en bij het sterven, na een berouwvolle biecht, kon laten absolveren.
                                                                              Al spoedig ontstond echter een `handel' in dergelijke aflaatbrieven. Na
                                                                              verloop van tijd werd tegen dergelijke misbruiken door niet weinigen
                                                                              geprotesteerd.
                                                                              Ontstaan van een laïcistische
                                                                              mentaliteit
                                                                              Het is niet verwonderlijk dat de uitwassen in het vroomheidsleven die te
                                                                              lang door de Kerk werden geduld en de sterke fiscale instelling waarvan
                                                                              ze blijk gaf, ook aanleiding hebben gegeven tot een anti-clericale
                                                                              laïcistische mentaliteit.
                                                                              Tussen 1297 en 1300 verscheen een anoniem geschrift dat begint met de
                                                                              woorden `Antequam essent clerici' (d.w.z.: voordat er geestelijken
                                                                              waren). De auteur wijst er op dat men goed moet letten op het
                                                                              onderscheid tussen Kerk en clerus. De Kerk omvat alle gelovigen, leken
                                                                              zowel als geestelijken. Welnu, er is geen enkele reden waarom de
                                                                              geestelijken privileges zouden moeten hebben. Ze moeten niet vrijgesteld
                                                                              zijn van het betalen van belastingen, maar - net als alle burgers - het
                                                                              hunne bijdragen tot de verdediging van de staat. De
144                                                                                                                                                145
geldelijke bijdragen die men van de clerus vraagt (en die overigens in           zin van het woord, was een voorstander van een soort
verhouding staan tot hun inkomsten) zijn geen afpersingen, maar een              volkssouvereiniteit, maar dan gezien als leken-maatschappij. Een
rechtvaardige bijdrage tot het algemeen welzijn van het land.                    aantal stellingen van Marsilius, die lange tijd lijfarts van Lodewijk van
In een ander werkje uit die tijd, `Discussie tussen een geestelijke en een       Beieren is geweest, is door Johannes XXII in 1327 officieel
soldaat', wordt dezelfde stelling aangesneden en in bijna identieke termen       veroordeeld.
uitgedrukt. De soldaat, die in feite de opinie van de schrijver zelf vertolkt,   Het boek, dat in het Latijn geschreven was, werd reeds in 1330 in het
antwoordt er op argumenten van de geestelijke, die de opvatting van de           Frans vertaald; in 1363 vanuit het Frans in het Italiaans. Later kwamen
paus weergeeft. De soldaat legt uit dat niemand het recht heeft wetten uit       er ook uitgaven in Engeland en in Duitsland. Naast de
te vaardigen die buiten zijn bevoegdheid liggen. De Franse koning heeft          volkssouvereiniteit verdedigde Marsilius de suprematie van de keizer
geen macht in het Duitse keizerrijk. En zoals wereldlijke vorsten zich niet      tegen de inmenging van de Kerk en de superioriteit van een concilie
met geestelijke zaken moeten inlaten, zo moeten ook de geestelijken zich         boven de paus. Zo zou het boek ook op het ontstaan van de reformatie,
buiten de tijdelijke aangelegenheden houden.                                     met name in het Duitse rijk, zijn invloed uitoefenen.
Een derde tractaat, `De Vredelievende Vorst', behandelt de macht van de
paus. Met allerlei argumenten wordt aangetoond dat wie zich aan d e                   De moderne
                                                                                      devotie
dienst van God wijdt, zich van wereldlijke bezigheden moet onthouden.

Die gelegenheidsgeschriften bewijzen duidelijk, dat de leken hoe langer
hoe meer de geestelijkheid uit haar geprivilegieerde positie wilden
verdringen. Op het concilie van Vienne (1311) deden bisschoppen uit alle
delen van Europa er hun beklag dat de leken zich begonnen te roeren. Te
midden van die langzaam rijpende mentaliteit verscheen een figuur die                 Een periode van verval is nooit geheel zonder een lichtpunt. De
deze laïcistische geesteshouding tot een systeem zou maken en daardoor                veertiende en vijftiende eeuw waren duister en dreigend voor het
een bijzondere betekenis zou krijgen in de geschiedenis van Europa:                   kerkelijk leven; de vroomheidsbeweging kende uitwassen;
Marsilius van Padua, die ook wel eens de uitvinder is genoemd van de                  geloofsonderricht en zielzorg werden verwaarloosd; een degelijke
scheiding tussen Kerk en staat.                                                       priesteropleiding bestond er eigenlijk niet; in vele gevallen
                                                                                      genoten de bisschoppen de inkomsten van meer dan één beneficie;
                                                                                      ketterse sekten waren nauwelijks te onderscheiden van
Marsilius van Padua (ca. 1275-ca. 1343)                                               hervormingsbewegingen die allerwegen de kop opstaken; in vele
                                                                                      kloosterorden trof men naast observanten-communiteiten (groepen
Hij was een zeer veelzijdig man die in Parijs, Orléans en Padua had                   die wel de strenge kloosterregel navolgden) ook gemeenschappen
gestudeerd en vooral bekendheid verwierf door zijn boek `Defensor Pacis'              van niet-observanten aan; de pausen zelf droegen door hun
(d.w.z.: de Verdediger van de Vrede). Die verdediger van                              verblijf in Avignon en door het westerse schisma nog tot de
de vrede was in zijn visie de staat. Tegenover de staat stelde hij de Kerk,           verwarring bij. In die sombere tijd die men niet ten onrechte `het
als de oorzaak van alle getwist. Hij wilde niet, dat de regeringen onder de           herfsttij der middeleeuwen' heeft genoemd, ontstond niettemin een
invloed van de Kerk zouden staan. Maar hij schreef vanuit wat men nu                  hoopgevende beweging die bekend staat onder de naam `moderne
zou noemen een laïcistische mentaliteit. Hij bracht weliswaar de Heilige              devotie'.
Schrift ter sprake, maar zonder liefde en alleen om zijn tegenstanders op
hun eigen terrein te kunnen bestrijden. Daarin was hij duidelijk anders
dan Dante die, niettegenstaande ook hij kritiek op de Kerk uitoefende,           Geert Groote (1340-1384)
steeds eerbied voor haar toonde.
                                                                                 Zoals in de middeleeuwen wel vaker voorkwam kreeg hij, als begaafde
Marsilius, hoewel geen verdediger van de democratie in de moderne                student, een veelzijdige opleiding. In Parijs studeerde hij

146                                                                                                                                                     147
wijsbegeerte, geneeskunde, rechten en theologie. Na een korte tijd in
Keulen, Aken en Utrecht gewoond te hebben, vestigde hij zich rond zijn
dertigste jaar in zijn geboorteplaats Deventer. Hij had toen reeds een
bewogen innerlijke strijd achter de rug. Er was een periode geweest dat
hij naar eer en aanzien had gedongen en er op uit was geweest allerlei
inkomsten te bemachtigen. In Deventer voltrok zich een beslissende
ommekeer in zijn leven. Een ernstige ziekte bracht hem ertoe, zichzelf
vragen te stellen. Op zijn 35e jaar nam hij zijn intrek in het
karthuizerklooster van Monnikhuizen (bij Arnhem), waar een oud-
studiegenoot van hem uit Parijs prior was. Het lag niet in zijn bedoeling
monnik te worden, maar hij wilde de nodige tijd nemen om helderheid te
krijgen over zijn eigen situatie.
Waar ging het in het leven om? Wat waren de echte waarden? Wat was in
het menselijk bestaan essentieel en wat was bijkomstig? Langzamerhand
ontstond bij hem een levenshouding die zou uitgroeien tot een beweging,
een stroming van levensverdieping en geloofsverdieping, een vernieuwde
innerlijkheid.
Als reactie op het in zijn tijd zo gebruikelijke jagen op kerkelijke
inkomsten begon hij zich in te spannen om de mensen attent te maken op
het belang van het innerlijk leven, waarbij de Heer Jezus als voorbeeld
werd genomen: `De wortel van uw studie en de spiegel van uw leven zij
allereerst het evangelie van Christus...'. Het kwam er niet zozeer op aan
uiterlijk de drie traditionele geloften af te leggen, maar wel evangelisch te
leven.
                                                                                     Onderwijzen was een belangrijke opdracht voor de broeders van het
De zusters en broeders                                                               gemene leven (fragment van een houtsnede uit Gemma gemmarum,
van het Gemene Leven                                                                 Keulen 1507).

Geert Groote heeft de innerlijke overtuiging die in hem gegroeid was            Geert Groote een diepe en blijvende indruk maakte en         haar invloed
rondom zich verspreid. In hem leefde een innig gevoelde behoefte om aan         bleef uitoefenen.
het leven van de mensen een christelijke uitdrukking te geven die voor
iedereen bereikbaar kon zijn. In 1374 stelde hij een gedeelte van zijn huis
ter beschikking van vrome vrouwen. Het werd geen begijnhof en evenmin           Tegenstand en steun
een klooster. De toetredende vrouwen dienden leken te zijn en dat ook te
                                                                                Op 39-jarige leeftijd liet Geert Groote zich tot diaken wijden; sindsdien
blijven. Het stond hun vrij het huis weer te verlaten wanneer zij dat
                                                                                trok hij als prediker van stad tot stad. Zijn toespraken trokken veel volk,
wensten. In geen enkel opzicht moesten de 'zusters' zich van andere
                                                                                waarschijnlijk allereerst omdat hij 'anders' preekte dan zijn tijdgenoten uit
christenen onderscheiden; zo mochten ze ook geen afzonderlijke kleding
                                                                                de veertiende eeuw gewend waren: hij sprak met overtuiging en wat hij
dragen.
Later ontstonden er ook broedergemeenschappen. Ze vormden zich                  zei kwam recht uit zijn hart. Hij bestreed - misschien met al te grote
rondom een aantal jonge mannen die Geert Groote samenbracht voor het            hartstocht, want hij kreeg een preekverbod voor enkele jaren - het
copiëren van boeken en handschriften. Deze fraterhuizen werden kernen           overbodige bezit, iets dat hij vooral voor leden van een monnikenorde
van een religieus beleven dat niet gebonden was aan het traditionele            ongeoorloofd vond. Ook de vele misbruiken die hij bij de clerus aantrof
kloosterleven, maar dat innerlijk en oprecht geïnspireerd was door het          stelde hij aan de kaak. De volksmensen luisterden gretig naar wat hij te
evangelie en door de mystiek van Ruusbroec die op                               verkondigen had en

7                                                                                                                                                        149
kwamen onder de indruk van de diep-religieuze gevoelens die hij wist op            historici lange tijd uiteenlopend geoordeeld. Op grond van vooral interne
te wekken en van de `gebrokenheid van hart' die tot bekering moest leiden.         criteria lijkt thans iedereen het er wel over eens te zijn dat Thomas a
De nieuwe levensvorm van de `moderne devotie' vond ook verdedigers                 Kempis (1380-1471) de schrijver is. Misschien is hij niet
onder de intellectuelen. Dirk van Herxen schreef een polemisch tractaat            verantwoordelijk voor de bundeling van de vier boeken waaruit deze
waarin hij systematisch de beschuldigingen die tegen het nieuwe devote             Imitatio Christi in haar huidige vorm bestaat, maar de vier werkjes zijn
leven werden ingebracht weerlegde. Het illustreert de moeilijkheden                van zijn hand. Ze bevatten geestelijke aanwijzingen voor wie zich op het
waarmee de nieuwe religieuze levensstijl, die nog niet op een                      pad van het innerlijke leven begeeft. De nadruk wordt gelegd op
kerkrechtelijke basis rustte, te kampen had (over de op het concilie van           deemoed, diepe overgave en de vrede van het hart. Vaak nemen zijn
Konstanz ingebrachte bezwaren tegen de beweging spraken we in het                  geschriften de vorm aan van een intieme dialoog tussen God en de ziel.
voorgaande hoofdstuk al even).                                                     Omdat zoveel fundamentele punten werden aangeraakt, mag de Imitatio
                                                                                   een onvergankelijk werk genoemd worden. Het thema waarmee het boek
Florens Radewijns (1350-1400)                                                      begint geeft meteen de toon aan van wat er zal volgen: `Wie Mij navolgt,
                                                                                   wandelt niet in de duisternis. Dit zijn de woorden van Christus die ons er
Florens had Geert Groote leren kennen bij een van diens preken in de               toe aansporen Zijn leven en gedragingen na te volgen: zo wij waarlijk
Mariakerk van Deventer. Van dat ogenblik af werd hij Geerts meest                  verlicht willen worden en bevrijd van alle blindheid van het hart, dan
geliefde leerling en vriend en hij zou ook zijn eerste opvolger worden. Het        moet het ons hoogste streven zijn het leven van Jezus Christus te
meest typerende aan Florens was zijn innerlijke vrede. Er ging een kracht          overwegen'. Het zijn woorden die tot het gemoed spreken: het komt er op
van hem uit die allen tot eendracht aanspoorde. Zijn minzaamheid werd              aan wat belangrijk is veilig te stellen en de Heer als de enige echte troost
algemeen erkend. Hij kwam over als een bescheiden en onzelfzuchtig man.            te zien. De Heer neemt graag Zijn intrek bij wie zich van het geschapene
Tegen de geest van zijn tijd in hechtte hij weinig belang aan zijn uiterlijk       wil ontledigen. Het gehele vierde boek is aan de eucharistie gewijd: Gods
voorkomen. Zijn medemenselijkheid was opvallend. Zonder schroom                    liefde die onder mensen tegenwoordig blijft.
zocht hij zieken op en troostte hij hen met hartelijke woorden.
Florens Radewijns heeft een goede samenvatting gegeven van de `moderne
devotie' - en tegelijk ook van het geestelijk evenwichtige waaraan hij             Windesheim
persoonlijk veel belang hechtte: `Op het instrument dat iedere mens is
zitten vier snaren, die alle vier zuiver gestemd moeten zijn: de eerste snaar      Tegen het einde van zijn leven had Geert Groote zich afgevraagd of er
is de liefde - je moet houden van die dingen en mensen van wie het goed is         buiten de bestaande monastieke structuren geen kloosterleven mogelijk
te houden, en wel op de juiste manier; de tweede snaar is de                       was; een klooster dat met soepelheid onderdak zou bieden aan broeders
verantwoordelijkheid - je moet weten wat je te doen staat en wat je moet           die in de wereld werkten, maar zich toch aan God wilden wijden. Aan
nalaten; de derde is blijdschap - blij zijn om dingen waarover je blij mag         deze praktische overweging heeft het beroemd geworden klooster van
zijn, maar ook hier niet overdrijven; de vierde is het verdriet - er zijn altijd   Windesheim (bij Zwolle) zijn ontstaan te danken. Het werd in 1387
dingen die tegenvallen; wees daar echt verdrietig om, maar maak er nooit           ingewijd. Verschillende andere kloosters sloten zich er bij aan en de
een drama van'.                                                                    zuivere geest van de `Congregatie van Windesheim' heeft veel invloed
                                                                                   gehad op de vorming van nieuwe en vooral op de reorganisatie van
                                                                                   bestaande kloosters. Tot aan de Franse Revolutie toe zou de geest van
                                                                                   Windesheim zich hier en daar kunnen handhaven. Thans treft men de
`De Navolging van Christus'                                                        Kanunnikessen van Windesheim alleen nog aan in Soeterbeeck, bij
Van dit werk, dat nu wel algemeen erkend wordt als de rijpste vrucht van           Ravenstein (Nederland).
de `moderne devotie', kan wel degelijk gezegd worden dat het de                    Merkwaardig blijft intussen het verschijnsel dat te midden van het
bekroning vormt van het toenmalige streven naar innerlijke, christelijke           verval en de veruitwendiging van het kerkelijke en godsdienstige
vernieuwing. Na de bijbel heeft geen enkel werk zoveel herdrukken en               leven de `Moderne Devotie' in zo hoge mate voor een authentieke
vertalingen gekend. Over het auteurschap is door de                                verinnerlijking en verdieping heeft gezorgd.

8
       Renaissance en                                                         wereld verdiend om het feit dat ze al deze scheppende krachten en
                                                                              talenten in de Eeuwige Stad hebben samengebracht en die vele


       humanisme
                                                                              kunstwerken die nog steeds de bewondering afdwingen tot stand hebben
                                                                              laten brengen. Men krijgt de indruk van iets groots, iets dat de eeuwen wil
                                                                              trotseren, ook iets dat hulde brengt aan God, iets dat niet mooi genoeg kan
                                                                              zijn. Daarmee is echter nog niets gezegd over de godsdienstige waarde
                                                                              van de renaissance. Het riskante was niet, dat deze kunstenaars naast
                                                                              religieuze ook profane en mythologische thema's behandelden; belangrijk
       Het einde van de middeleeuwen was gekenmerkt geweest door een          was de geest waarmee ze schilderden of beeldhouwden of bouwden. We
       verzwakking van de innerlijkheid van godsdienst en kerkelijkheid.      kunnen niet veroordelen dat de kunstenaars uit de renaissance naast
       Het levensgevoel had geleidelijk aan een werelds karakter              kerken ook wereldse paleizen uit de grond hebben doen verrijzen, maar
       gekregen. De vroomheidsvormen bleven bestaan, maar er groeide          dat ze de geest van het wereldse, de lust van het pronkende en genietende
       een nieuwe mentaliteit waarvan we nu duidelijk inzien dat ze een       leven ook hebben laten binnentrekken in de religieuze gebouwen. De
       nieuwe periode in de geschiedenis heeft ingeluid, die bekend staat     renaissancekerken zijn geen ascetisch-gelouterde, naar God verwijzende
       onder de naam `renaissance'. Het `humanisme' geeft met name het        gebedshuizen meer; het zijn vast op de aarde staande paleizen, weliswaar
       literaire aspect daarvan weer.                                         bedoeld voor godsdienstige, maar dan toch zeer pronkvolle handelingen.
                                                                              Het zijn feestelijke gebouwen die (ondenkbaar op een middeleeuwse
 De eigenlijke renaissance situeert zich in de vijftiende en zestiende eeuw   kathedraal!) op hun voorgevel de naam van hun oprichter dragen.
 en bereikt haar hoogtepunt in het Firenze (Florence) van de Medicis en       Misschien verkondigen ze nog wel de glorie van God, maar ze zijn niet in
 het Rome van de Borgia's. Ze was in de eerste plaats een nationaal-          de eerste plaats oorden van ingetogenheid en bezinning.
 Italiaanse beweging die teruggreep naar de grootheid van de oude Grieks-     Niet alle kunstenaars hebben dat `wereldse' beoogd (Michelangelo zeker
 Romeinse cultuur. Het was een tijdperk van sterke persoonlijkheden die       niet), maar hun scheppingen hebben wel in die richting gewerkt. De
 zich wisten los te maken van de heersende normen en een sterk                pausen hebben hen daartoe uitgenodigd. Er is echter nog een belangrijkere
 zelfbewustzijn aan de dag legden. Men begon belang te hechten aan een        vraag: waren deze pausen voor de kudde van de christenen ook goede
 roemrijke naam. Men ging reizen om te kunnen genieten, terwijl men in        herders? Hier moet het antwoord veel genuanceerder luiden. Als we de
 de middeleeuwen slechts op reis ging omdat men elders moest zijn; de         renaissanceperiode in haar geheel bezien, moeten we zeggen dat de
 reis werd dus van louter middel ook doel. Petrarca wekte grote verbazing     pausen meer door kunst en rijkdom, door genot, soms door nepotisme of
 bij zijn tijdgenoten omdat hij bergen beklom met als enig doel te genieten   politiek beheerst werden dan dat ze zich gedreven voelden door een
 van een mooi vergezicht. In wezen ging het om een profane beweging van       beleving en uitstraling van een evangelische geest. Sommige pausen
 mensen die vanuit een superioriteitsgevoel tegen de middeleeuwse cultuur     hielden er een ware hofhouding op na en het peil van hun zedelijk leven
 aankeken.                                                                    lag zeer laag. De pontificaten van pausen als Innocentius VIII (1484-
Vooral op twee terreinen heeft de invloed van de renaissance op de Kerk       1492) en Alexander VI (1492-1503) vormen op dat gebied dieptepunten
zich laten gelden: 1. op het pausdom; 2. op de theologie en de                en het is volstrekt niet verwonderlijk dat het ergerniswekkende opperste
spiritualiteit.                                                               gezag in de Kerk een weerslag moest hebben op de bisschoppen en de
                                                                              lagere clerus. De stemmen die opgingen om hervorming werden hoe
 De renaissancepausen                                                         langer hoe talrijker en nadrukkelijker.

Met Nicolaas V (1447-1455) kreeg de renaissance burgerrecht aan het            Humanistische theologie en vroomheid
pauselijke hof. Deze paus en zijn opvolgers zijn de grote bezielers van de
beweging geweest. Zonder hun enthousiasme en hun financiële steun zou         Voor de geschiedenis van de Kerk heeft de renaissance vooral betekenis
de renaissance nooit zijn uitgegroeid tot wat ze in feite geworden is. Alle   gekregen door de band die gelegd werd tussen het humanisme en de
grote kunstenaars werden naar Rome uitgenodigd. Op kunstgebied hebben         theologie, met de daarbij behorende weerslag op de vroomheid. Reeds bij
deze pausen de dank van de                                                    de eerste humanist Petrarca (1304-1374) vinden

9                                                                                                                                                    153
we een reactie tegen de traditionele theologie. Zijn `filosofie van Christus'   dat hij zich tot de gewetens richt, de ijdelheid en de misbruiken aan de
werd later systematisch uitgewerkt in de Academia van Firenze, die              kaak stelt, de dikdoenerij en de pseudogeleerdheid. Pausen en
gesticht werd door Marsiglio Ficino (1433-1499). De bedoeling was               bisschoppen, theologen en predikanten, vorsten en hovelingen moesten
onberispelijk: een verdieping van de beleving van het christendom. Het          het ontgelden. Het boek had een immense weerklank. Het zei hardop, wat
nieuwe bestond hierin, dat men terugging naar het antieke en dat de             vele mensen alleen maar dachten; het brak door de dammen die tot dan
scholastieke theologie de rug werd toegekeerd. Deze nieuwe theologie was        toe de verontwaardiging over de misstanden in de Kerk in bedwang
vooral gebaseerd op de bergrede en op Paulus, dus rechtstreeks op de            hadden gehouden en hielp op die manier de weg vrij te maken voor de
Heilige Schrift, terwijl het theoretiseren over verlossing en genade aan        hervorming, al wilde Erasmus zelf niets met Luther te maken hebben. Het
belang inboette. De houding van de gelovige veranderde langzaamaan: in          schreeuwde van de daken wat velen met ongeduld eisten: een hervorming
plaats van toehoorder te zijn en zich ontvankelijk op te stellen, bekeek men    `in hoofd en leden'.
het bestaande vooral met een kritisch oordeel. Die geest van kritiek vindt      Erasmus probeerde door zijn geschriften Kerk en theologie te vernieuwen,
men bij alle grote humanisten terug. Aan een objectieve waardenladder           maar hij was niet sterk genoeg om tegen de stroom op te roeien. Hij
werd weinig belang meer gehecht en de taal van de humanisten (van wie de        schreef te ironisch en joeg daardoor iedereen tegen zich in het harnas. Hij
meesten het overigens goed bedoelden) kreeg een uitgesproken                    klaagde aan, maar stelde er niets opbouwends voor in de plaats. Hij kon
antikerkelijke toon. Men speurt reeds het geestesklimaat waarin Luther en       sterk zijn, maar miste godsdienstige gloed. Bovendien was hij een
de andere reformatoren straks zullen optreden.                                  elitemens, een kamergeleerde die moeilijk naast het gewone volk kon
                                                                                staan. Om al die redenen kon hij zich niet opwerpen als leider van een
Erasmus (1469-1536)                                                             katholiek reveil.
                                                                                Hoe dan ook, zijn invloed was enorm en omdat zijn werken al snel werden
Hij wordt de `prins van de humanisten' genoemd. Aanvankelijk behoorde           vertaald, werd ook het gewone volk erdoor beïnvloed en rijp gemaakt
hij tot de orde van de Augustijner koorheren; daarna trad hij, als seculier,    voor een hervorming.
in dienst van de bisschop van Kamerijk als diens secretaris. Die benoeming
had hij vooral te danken aan zijn roem als latinist. Erasmus verliet de                  Erasmus en zijn secretaris Cognatus, anno   1530 .
bisschop echter en ging verder studeren aan de universiteit van Parijs. In
1499 maakte hij een reis naar Engeland, waar hij met twee andere
beroemde humanisten kennis maakte: John Colet en Thomas More. Vooral
John Colet maakte indruk op hem door zijn collegereeks over de Heilige
Schrift, waarin hij, brekend- met de exegetische methode van de
scholastiek, de klemtoon legde op wat de Schrift in het leven kan               Í_UÍJ
betekenen. Was vóór zijn bezoek aan Engeland Erasmus' aandacht vooral           141,1
naar de literatuur uitgegaan, nadien verlegde hij zijn belangstelling en        R,
                                                                                MF~~l,

voorkeur naar theologische kwesties. In Leuven teruggekeerd, publiceerde
hij een Latijns werkje, getiteld `Handboek van de christelijke strijder'. Men
moet vasthouden aan het essentiële, stelt hij daarin, en alles wat bijkomstig
is kunnen laten voor wat het is. Hij streefde derhalve naar een uitzuivering
van de godsdienstbeleving die in die tijd zovele uitwassen kende.

Tijdens een reis van Italië naar Engeland rijpte bij Erasmus het plan een
boek te schrijven over `De Lof der Zotheid' (met in de Latijnse titel
`Moriae Encomium' een zinspeling op de naam van zijn vriend Thomas
More). In dat boek bekeek hij de wereld als een geheel van volledige
verdwazing. Hij speelde de rol van een nar, en een nar kan men niet
verwijten dat hij een loslippige taal gebruikt,

10                                                                                                                                                     155
       Maarten                                                              daarvoor zijn er niet. In elk geval trad hij twee weken na dit voorval in in
                                                                            het klooster van de Augustijner Eremieten in Erfurt. Dat hij in de strenge

       Luther
                                                                            tak van de orde binnentrad - de zogenoemde observanten - pleit voor de
                                                                            ernst waarmee hij die stap zette. Twee jaar later reeds werd hij priester
                                                                            gewijd en ging hij aan de universiteit van Wittenberg exegese studeren.

                                                                            Toen in 1510 pogingen ondernomen werden om observanten met niet-
                                                                            observanten te verenigen, kwam bij de eerstgenoemden de vrees op dat
      (1483-1546)                                                           door de samenvoeging het peil van het religieuze leven zou dalen en
                                                                            Luther werd door hen afgevaardigd om in Rome tegen het plan te gaan
                                                                            pleiten. Het Rome van de Renaissance maakte weinig indruk op hem.
                                                                            Hij gedroeg zich er als een vrome pelgrim. Hij slaagde er echter ook niet
                                                                            in, de overheid van de voorgenomen hereniging te doen afzien en, wat
      Luther is van oudsher een druk besproken figuur geweest. Voor zijn    meer is, bij zijn terugkeer heeft hij zich klaarblijkelijk aan de zijde van
      oudere katholieke biografen (zijn tijdgenoot Cochlaeus                zijn oversten geschaard.
      en allen die in zijn spoor traden) was hij een instrument
                                                                            Na in 1512 zijn doctoraat in de theologie te hebben behaald, werd hij
      waarvan de duivel zich bediende. Melanchthon en zijn
                                                                            onmiddellijk belast met het geven van colleges in de bijbelse theologie.
      protestantse medestanders zagen in hem een door
                                                                            Zo becommentarieerde hij de psalmen, Paulus' brieven aan de Romeinen,
      God geinspireerde hervormer in een Kerk die van een
                                                                            aan de Galaten en aan Titus, alsmede de brief aan de Hebreeën. Men treft
      authentieke evangeliebeleving afgeweken was.
                                                                            in zijn uitgaven daarvan ideeën aan die weldra tot het typisch
In 1883 hadden twee gebeurtenissen plaats die ertoe bijgedragen hebben,     reformatorische gedachtengoed zullen behoren, maar die, in die tijd van
de standpunten dichter bij elkaar te brengen. Leo XIII stelde het           theologische verwarring, beslist nog niet als `ketters' kunnen worden
Vaticaans archief open voor wetenschappelijk onderzoek en aan               bestempeld.
protestantse zijde begon men met de kritische uitgave van Luthers
geschriften. Het gevolg daarvan was, dat de standpunten van latere
                                                                            De strijd rond de aflaten
historici langzamerhand iets dichter bij elkaar konden komen.               In 1516-1517 kwam Luther in conflict met de aflaatprediking van Tetzel.
Katholieken zouden in Luther een oprechte religieuze bewogenheid            Om een aflaat te verdienen moest men biechten, te communie gaan en - bij
herkennen, terwijl de protestanten zouden toegeven dat de hervormer een     wijze van penitentie - een goed werk
emotioneel mens was geweest, weinig in staat om de zaken te relativeren.
                                                                                    Luther op 63-jarige leeftijd (fragment van een houtsnede).

Een bewogen roepingsgeschiedenis
Na het elementaire lezen en schrijven te hebben geleerd in Mansfeld en
Maagdenburg, studeerde de jonge Luther `artes' (de vrije kunsten) in
Eisenach, en vervolgens filosofie aan de universiteit van Erfurt. In zijn
filosofische vorming werd heel sterk de nadruk gelegd op de kracht van
de menselijke wil, alsook op Gods strenge gerechtigheid, met
verwaarlozing van de genade.
In 1505, bang geworden door de bliksem die vlak naast hem insloeg,
beloofde hij monnik te worden. Misschien was die gedachte ook al
vroeger bij hem opgekomen, maar doorslaggevende bewijzen

11                                                                                                                                                   157
                                                                              discussie in Leipzig heeft aangetoond dat `theoretische orthodoxie' het
                                                                              moet afleggen tegen een dynamische overtuiging. Luther zette zijn
                                                                              strijd voort en enkele maanden later verschenen zijn drie
                                                                              z.g. programmageschriften. Het eerste was gericht `aan de christelijke
                                                                              adel van de Duitse natie'. Daarin riep hij vóór alles op, drie bolwerken te
                                                                              vernietigen: het onderscheid tussen priester en leek, het recht van de Kerk
                                                                              om een bindende interpretatie te geven van de Heilige Schrift, en het recht
                                                                              van de paus om een concilie samen te roepen. Vervolgens ontwikkelde hij
                                                                              een vernieuwingsprogramma. Er moest een einde komen aan de grote
                                                                              weelde van de Kerk, evenals aan het misbruik dat ze maakte van haar
                                                                              geestelijke gezag en aan de grote en overdreven centralisatie in Rome.
                                                                              Een tweede geschrift verscheen in het Latijn, maar werd al snel in het
                                                                              Duits vertaald en droeg als titel `Voorspel over de Babylonische
                                                                              gevangenschap der Kerk'. Daarin werd vooral de visie op de sacramenten
                                                                              behandeld. Met name het feit dat Luther het offerkarakter van de mis
               Spotprent over de aflatenhandel.                               loochende, zette bij de hiërarchie kwaad bloed. Luther minimaliseerde de
                                                                              sacramentele taak van de priester. Het derde geschrift, `Over de vrijheid
                                                                              van de christen', bevatte talrijke vrome aansporingen en is slechts
                                                                              reformatorisch te noemen in die zin dat het accent van de zichtbare naar
                                                                              de onzichtbare Kerk werd verplaatst.

doen. Dit laatste bestond vaak uit een bijdrage aan het algemeen nut, zoals   Tussenkomst van Rome
(in de Nederlanden) bijvoorbeeld meehelpen bij het bouwen van dijken. In
het geval van Tetzel werd echter een bijdrage gevraagd voor de bouw van       Op 15 juni 1520 werd Luther door Leo X via de bul Exsurge Domine met
de Sint-Pieterskerk te Rome en de predikant legde zoveel nadruk op dat        de banvloek bedreigd als hij niet zou herroepen, maar de monnik
financiële aspect dat de praktijk inzake de aflaten daardoor                  weigerde dat te doen en verweet de paus te handelen als een antichrist. Op
scheefgetrokken werd. Luther besloot daartegen te reageren. Hij schreef       3 januari 1521 werd na verloop van de gegeven bedenktijd de banvloek
95 stellingen, zond die aan de bisschoppen en, toen die niet reageerden,      uitgesproken met de bul Decet Romanum Pontificem. Tijdens de
ook aan de bekende theologen van zijn tijd. Bovendien sloeg hij ze, naar      Rijksdag van Worms werd aan Luther nog eenmaal de kans geboden zijn
de academische gewoonte van die tijd, aan de deur van de slotkapel in         stellingen te herzien, maar ook daar hield hij stand `wijl handelen tegen
Wittenberg aan, met de bedoeling op te roepen tot academische discussies      het geweten niet veilig en niet oprecht is'. Zoals afgesproken met
met vakgenoten. Zo raakten ze in een groot deel van de westerse wereld        keurvorst Frederik van Saksen werd Luther tijdens de terugreis uit Worms
bekend. Dat ze instemming vonden, lag o.m. aan het feit dat Luther            door ruiters overvallen en in veiligheid gebracht op de Wartburg, waar hij
wantoestanden aan de kaak stelde; veel van wat hij zei was gegrond en         onder de naam Junker Jorg verbleef. Hij vertaalde er een groot dee l van de
ook anderen hadden zich al tegen die wantoestanden in woord en geschrift      bijbel in het Duits: het mooiste geschenk dat hij aan het christendom heeft
uitgesproken. Het feit dat deze gedachten weerklank vonden heeft Luther       gegeven.
tot `hervormer' gemaakt.
                                                                              Paus Adrianus VI (van afkomst een Nederlander, uit Utrecht) erkende in
In Leipzig moest hij het in 1519 opnemen tegen de theoloog Eck. Hoewel        1522 in het openbaar, dat de curie mede schuld droeg aan de kerkelijke
hij theoretisch het onderspit moest delven - Eck drong hem met de rug         wantoestanden, maar hij stond machteloos. De medestanders van Luther
tegen de muur en Luther zag zich gedwongen de logische                        werden driester en hij zelf ging ongestoord zijn eigen weg: de mis werd
gevolgtrekkingen uit zijn premissen te trekken - kwam Luther toch als de      in het Duits opgedragen, er kwam een nieuwe dooprite en een eigen
overwinnaar uit dat debat te voorschijn, omdat hij met heel zijn              catechismus, en in 1525 trad hij in het huwelijk met Katharina van Bo ra.
persoonlijkheid achter zijn betoog stond. De openbare                         In 1530 kwam, vooral door
12                                                                                                                                                  159
                                                                              pauselijke stoel!), kunnen we proberen de weg van zijn innerlijke
                                                                              ontwikkeling te begrijpen.
                                                                              Vanaf zijn eerste kloosterjaren was Luther sterk doordrongen van de ernst
                                                                              van de zonde en streefde hij ernaar, zich van zijn eigen zondige aard
                                                                              bevrijd te weten. Zijn vergissing lag misschien hierin, dat hij zijn
                                                                              heilszekerheid wilde `ervaren'. Beurtelings scheen de Schrift hem schrik
                                                                              aan te jagen en troost te geven. Die schrik werd vooral veroorzaakt door
                                                                              het feit dat hij Gods gerechtigheid uitsluitend als een straffende
                                                                              gerechtigheid zag. Een oplossing meende hij gevonden te hebben in de
                                                                              brief van Paulus aan de Romeinen: `De rechtvaardige leeft vanuit het
                                                                              geloof' (Rom. 1:17). Mede door zijn temperament interpreteerde hij dit als
                                                                              `het geloof alléén', en onmiddellijk werden alle goede werken, devotie - en
                                                                              boetepraktijken overboord gezet. Hij wilde terug naar de kern van de
                                                                              religiositeit, maar zag zich gedwongen uiteindelijk ook goede dingen
                                                                              vaarwel te zeggen. Men kan hem begrijpen in zijn strijd tegen de
                                                                              uitwassen die de laat-middeleeuwse Kerk overwoekerden, maar het is
                                                                              moeilijker hem te volgen op punten die het geloof raakten. Het
                                                                              `lutheranisme' is uiteindelijk ook veel verder gegaan dan Luther
                                                                              oorspronkelijk heeft bedoeld.
       Luther en Karel V, Rijksdag van Worms, 1521.
                                                                              Voor de reformator zelf kan men eerbied en begrip opbrengen. Zoals
toedoen van Melanchthon, de geloofsbelijdenis van Augsburg tot stand,         Newman het eens formuleerde: `Hoeveel goed had die man niet tot stand
waarin Luthers verspreide gedachten op een meer systematische wijze           kunnen brengen in de katholieke Kerk, als hij zich er niet buiten had
werden uitgedrukt. Luther zelf vond dat zijn ideeën er afgezwakt in waren     geplaatst !'
weergegeven. Alle verdere pogingen om de godsdienstgeschillen te
overbruggen mislukten. In 1546, één jaar na de opening van het concilie
van Trente, zou de Duitse hervormer overlijden.                                 LUTHER OVER HET MAGNIFICAT
                                                                                (een commentaar uit 1521):
                                                                              Hij die machtig is, heeft grote dingen aan mij gedaan!
Luthers ontwikkeling                                                          Zie, dat is God alleen groot maken, van Hem alleen veel houden en
                                                                              niet onszelf iets toeëigenen. Hieruit kan men opmaken, hoe groot de
Een beoordeling geven van een man als Luther is geen gemakkelijke             verleiding tot val en zonde was, waarin [Maria] heeft gestaan. Daarom
opgave. Wie kan een afdoend antwoord geven op de vraag hoe uit die            is het geen geringer wonder dat ze niet trots en aanmatigend is
overernstige monnik die om zijn zieleheil strijdt de reformator is gegroeid   geworden, als haar zulke goede gaven ten deel zijn gevallen. Ziet ge
die zich uiteindelijk buiten de Kerk heeft geplaatst? Allereerst kunnen we    niet wat een wonderlijk hart dit is? Ze ziet zich als Moeder van God
twee factoren vooropstellen die ongetwijfeld hebben meegespeeld: Luther       boven alle mensen verheven en behoudt daarbij toch zo'n eenvoud en
was niet in de eerste plaats een denkerstype, een theoreticus, maar een en    innerlijke vrijheid dat ze een eenvoudig dienstmeisje niet voor minder
al temperament. Vervolgens was hij ook erg subjectivistisch; vandaar dat      gehouden zou hebben. Ach wij arme mensen!... Maar Maria's hart is
hij niet op de werkelijkheid reageerde volgens objectieve normen, maar        standvastig en blijft gelijk in elk moment, ze laat God in haar werken
vanuit zijn subjectieve gesteltenissen. Als we daarmee rekening houden        naar zijn wil en neemt daar voor zichzelf niet meer uit dan een grote
en bovendien bedenken dat de misbruiken in de Kerk maar al te reëel           troost en vreugde en een vast vertrouwen op God. Dat zouden wij ook
waren (en dat ook de politieke verhoudingen van zijn tijd een rol hebben      moeten doen, dan zouden we een oprecht Magnificat zingen.
gespeeld - de competitie tussen de Duitse vorsten en de

160
                                                                              hervormingsgezinde ideeën, waarvan sommige een werkelijk gezonde
                                                                              en broodnodige vernieuwing beoogden, terwijl andere heel dicht
                                                                              bij het in Duitsland veroordeelde protestantisme aanleunden. Al deze
                                                                              `verdachte' opvattingen kregen uiteindelijk een betrekkelijke
                                                                              eenheidsgestalte in de persoon van Jean Cauvin uit Noyon (via zijn
                                                                              verlatijnste naam bekend als Calvijn).


      Calvijn                                                                 Calvijn (1509-1564)

      en het
                                                                              Sinds 1533 begon deze reformatorische ideeën te verkondigen. Om
                                                                              geen hypocriete rol te moeten spelen, besloot hij de twee beneficies
                                                                              die hem als bron van inkomsten waren geschonken op te geven.
                                                                              Zo weigerde hij carrière te maken in de Kerk. Dit betekende meteen ook
                                                                              een breuk met het verleden en een keuze voor degenen die door Rome

      calvinism                                                               veroordeeld waren, ook al is het niet waarschijnlijk dat hij toen reeds met
                                                                              de Roomse Kerk wilde breken. Toen de koning tot het inzicht kwam dat
                                                                              de `hervormden' de eenheid van het land gingen bedreigen en het besluit

      e
      Nadat Luther zich in Duitsland van Rome had losgescheurd, rees de
                                                                              nam tegen hen op te treden, zag Calvijn zich gedwongen de vlucht te
                                                                              nemen. Hij trok naar Bazel, waar hij een eerste uitgave verzorgde van zijn
                                                                              hoofdwerk `Institutio religionis christianae' (1536). Het zou zijn
      grote vraag of het protestantisme ook naar andere landen zou            hoofdwerk blijven, dat hij tot aan zijn dood zou bewerken en aanvullen.
      overslaan. Nagenoeg overal leefde een vernieuwingsdrang en het          Toen Calvijn (na korte reizen naar Ferrara en Parijs) naar Bazel
      was dan ook niet onbelangrijk of deze binnen de Kerk aan haar           wilde terugkeren, was inmiddels de oorlog tussen Frans I en keizer
      trekken zou kunnen komen, dan wel of zij zich, zoals in Duitsland,      Karel V uitgebroken en Bazel was niet langer veilig voor hem. Hij
      buiten de una sancta zou realiseren. Van alle christelijke landen       trok verder naar het zuiden en bleef op uitnodiging van Farel in
      was de weg die Frankrijk zou inslaan van enorm belang, want             Genève, waar men de hervormden gunstig gezind was. De bisschop
      spoedig zou dat land het toonaangevende en wellicht ook
                                                                              had zich er zo gehaat gemaakt dat hij de wijk had moeten nemen. Zo
      invloedrijkste land van Europa worden.
                                                                              hadden de predikanten van de hervorming er vrij spel. Calvijn begon
                                                                              te werken aan een drievoudig programma.
                                                                              Allereerst wilde hij de katholieke cultus door een protestantse vervangen:
Frankrijk                                                                     in de plaats van eucharistievieringen kwamen woorddiensten en
                                                                              psalmgezang, terwijl de traditioneel met beelden versierde kerken tot
Gedurende meer dan vijftien jaar konden reformatorische ideeën                sobere gebedshuizen omgevormd werden. Vervolgens formuleerde hij een
ongehinderd in Frankrijk welig tieren. Ze sijpelden binnen vanuit             leer - gebaseerd op zijn hoofdwerk - die hij in de vorm van een
Duitsland of kwamen op eigen bodem tot stand zonder dat de koning -           catechismus aan alle inwoners wilde opleggen. Tenslotte liet hij een
Frans I - zich er krachtig tegen verzette. Qua karakter was de vorst gekant   strenge controle uitoefenen op het leven en de zeden van de stad. Vooral
tegen radicale tussenkomst in controversen. Door zijn humanistische           door dit laatste programmapunt haalde hij zich de vijandigheid van de
vorming was hij geneigd tot ruimdenkendheid en liet hij de                    bevolking op de hals en zag hij zich gedwongen naar Straatsburg te
vooruitstrevenden hun gang gaan. De universiteit van de Sorbonne (een         vluchten, waar hij burgerrecht verkreeg en met Idelette van Buren huwde.
zeer belangrijk theologisch adviesorgaan) wees het parlement er op, dat       In 1541 werd hij naar Genève teruggeroepen, omdat de stad zonder sterke
in Frankrijk vele stellingen werden verspreid die verwantschap met            hand aan anarchie ten onder dreigde te gaan. Zo kwam hij ertoe een
ketterij vertoonden. Het was moeilijk wegwijs te worden in die doolhof        gereformeerde (=hervormde) gemeente te vormen met een eigen
van                                                                           kerkstructuur. Er waren `pastores' (aan wie een meer pastorale taak
162                                                                                                                                                  163
werd toegewezen), `doctores' (die een theologische opdracht vervulden),       geïnspireerd. Ten eerste de realiteit van de erfzonde, wat tot een somber
`diakens' (die voor caritatief dienstbetoon instonden) en `ouderen' of        pessimisme kan leiden. Ten tweede de rechtvaardiging door het geloof;
`ouderlingen' (een soort raad van wijzen). Voor andersdenkenden toonde        een overtuiging waartoe hij was gekomen door de verheven idee die hij
hij zich zeer intolerant. Tussen 1541 en 1553, een periode van harde          had over de glorie van God. In tegenstelling tot bijv. Ignatius van Loyola
repressie, werden 58 door Calvijn goedgekeurde terdoodveroordelingen          (en in zekere mate zelfs tot Luther) zag hij God echter niet als de
uitgesproken. Een van hen was Michel Servet, die er een afwijkende leer       liefdevolle Vader, maar veeleer als een strenge, veeleisende God. Vanuit
over de Drieëenheid op nahield. Toen Calvijn in 1564 in Genève op zijn        die twee standpunten vloeit dan de sombere leer van de predestinatie
sterfbed lag, verzekerde hij dat hij nooit iets uit haat had gedaan, maar     voort. De volgelingen van Luther hadden begrepen dat een consequent
steeds voor de eer van God had gewerkt. In zijn testament had hij             doorvoeren van hun systeem waarin de vrije wil werd geloochend,
gevraagd, te worden begraven als een arme.                                    uiteindelijk ook onherroepelijk tot een voorbestemmingsleer moest leiden.
                                                                              Dat had hen afgeschrikt. Calvijn daarentegen durfde het aan, met grote

De ernst van het christendom
                                                                              onverbiddelijkheid door te redeneren. Met een zekere hardheid trok hij de
                                                                              conclusies uit zijn premissen: sommige mensen zijn van alle eeuwigheid
                                                                              af voorbestemd voor de hemel, andere echter voor de hel. De
Calvijn was een rigorist in zijn denken; hij hield er een strenge zelftucht   `troosttheorie' van Luther was in de opvatting van Calvijn een
op na, maar was dan ook voor anderen veeleisend. Over wat er innerlijk in     `schijnoplossing'. De bijbel spreekt al te nadrukkelijk over verdoemden.
hem omging weten we - in tegenstelling tot Luther - heel weinig. Hij          Zo komt Calvijn tot een soort willekeur bij God, die onvermijdelijk leidt
verdwijnt achter zijn werk. Terwjl Luther emotioneel kon reageren, treft      tot een God die aan de oorsprong staat van het kwaad.
ons bij Calvijn de koele, intellectuele, sterk-logisch ingestelde
persoonlijkheid, die zijn gevoelens goed verborg. We weten niet precies       Toch heeft Calvijn in de ogen van zijn volgelingen geen fatalisme
hoe hij zich voelde toen hij van Bazel naar Genève en later weer van          gepredikt, want er zijn ook uitverkorenen, nl. allen die voldoende geloof
Genève naar Straatsburg moest vluchten. Evenmin of hij de breuk met           hebben. Voor deze mensen is de predestinatie niet een oorzaak van
Rome als pijnlijk heeft ervaren. Hoewel hij zijn hele leven lang ziekelijk    onmacht of ontmoediging, maar een hefboom tot een schoner en beter
is geweest, heeft hij daar zelden over geklaagd. Als plichtbewust             leven. Zo mag men zeggen dat het Calvinisme een stevige - zij het ook
predikant is het zijn grootste zorg geweest, het Woord van God te             sombere - moraal heeft. Tot op de huidige dag is die toestand in sommige
verkondigen. Wat hij deed en zei, was systematisch en koel beredeneerd.       door het Calvinisme geïnspireerde richtingen blijven voortbestaan: men
Men kan hem bezwaarlijk een gevoelstype noemen, eerder een opvoeder,          denke aan kleinere groepen als de `zwartekousenkerken' in Nederland,
een theologisch en juridisch geschoolde kracht; een organisator die wi st     waar bij sommigen een verbod geldt om naar de radio te luisteren of tv te
wat hij wilde en die kon volhouden totdat hij zijn doel had bereikt. Hij      kijken. Misschien gaan deze mensen verder dan Calvijn zelf ooit heeft
bleef steeds een man die zich bewust was van de ernst van                     bedoeld, maar deze laatste legde zelf ongetwijfeld al te zeer de nadruk op
het christendom. Aan zijn plichtsbesef kan men niet twijfelen. Wel geeft
                                                                              een strenge zedelijkheid, op spaarzaamheid en een werkzaam leven, zodat
hij soms de indruk, een bepaalde barmhartigheid tegenover zijn medemens
te missen.                                                                    het extreme Calvinisme ietwat puriteins aandoet.
                                                                              De betekenis van het Calvinisme is zeer groot geweest. Het is de

Calvinisme
                                                                              calvinistische vorm van het protestantisme geweest die eerst naar
                                                                              Frankrijk, vervolgens naar Zwitserland, naar de Nederlanden en
                                                                              daarna naar Engeland en Schotland is overgebracht. En aangezien de
Met zijn heldere geest wist Calvijn alles veel duidelijker te formuleren      Nederlanden en Engeland al spoedig de grote zeevarende
dan Luther. Net als deze laatste gaf hij aan de Heilige Schrift de grootste   mogendheden van Europa zouden worden, is op die manier het
prioriteit, het Woord van God dat hoog boven alle menselijke                  protestantisme in de overzeese gebieden (ook in Noord-Amerika)
voorschriften en opgelegde verplichtingen staat, maar hij bouwde er een       verspreid. Maar dat is weer een verhaal op zichzelf.
theologisch systeem op, dat in de ruime zin van het woord de
`reformatorische leer' kan worden genoemd.
Het dubbele uitgangspunt van Calvijn was hem door Luther

164                                                                                                                                                 165
     De oorsprong van                                                      troonopvolger zou kunnen geven. Hij was zich er van bewust, dat de paus
                                                                           hem uiteraard nooit toestemming zou kunnen verlenen van zijn eerste


     het anglicanisme
                                                                           vrouw te scheiden. Hij vroeg Rome dan ook niet om toestemming tot
                                                                           echtscheiding, maar om ongeldigverklaring van zijn eerste huwelijk. Om
                                                                           zijn verzoek te staven, baseerde hij zich op een tekst uit de Schrift:
                                                                           `Wanneer iemand de vrouw van zijn broer neemt, bedrijft hij iets
                                                                           afschuwelijks; hij onteert zijn broer: ze zullen kinderloos blijven' (Lev.
                                                                           20:21).
     Men zou de anglicanen kwetsen als men hen rechtstreeks zou
                                                                           Veel zal in deze kwestie voor altijd onbeantwoord blijven. We zouden
     vergelijken met de andere reformatorische stromingen uit de           graag weten, wie zijn aandacht er op gevestigd heeft dat deze bijbeltekst
     zestiende eeuw. Van Luther en Calvijn kan gezegd worden dat ze        misschien een oplossing voor hem zou kunnen betekenen. Wanneer werd
     een theologie verkondigden die hoe langer hoe duidelijker afstand     hij verliefd op Anna Boleyn? Vóórdat hij die tekst vond, of daarna? Hoe
     nam van de traditionele, door Rome verkondigde geloofsleer. De        dan ook, hij botste op de onwil van de paus, waarop hij besloot de Kerk
     Engelse koning Hendrik VIII, die vaak wordt beschouwd als het         van Engeland los te maken van Rome en in eigen Britse omgeving naar
     'brein' van de `Church of England', is in feite op geen enkel         een oplossing te zoeken.
     moment in zijn leven `ketters'
     geweest. Tegen het binnensijpelen van protestantse ideeën             De verwijdering van Rome
     vanuit het vasteland is hij zich tot aan zijn dood blijven            De aartsbisschop van York, kardinaal Wolsey, kreeg van de paus een
     verzetten. In 1521 publiceerde hij zelfs een tegen                    quasi-volmacht om in Engeland die beslissingen te nemen die hij nodig
     Luther gerichte `Verdediging van de Zeven Sacramenten', waarop        zou achten. Wolsey speelde echter dra met de koning onder één hoedje en
     hij van de paus het voorrecht ontving de titel Defensor Fidei (=      hoewel Clemens VII nog een kardinaal-legaat naar Engeland stuurde en
     Verdediger van het geloof) te dragen. Hij heeft de Kerk in Engeland   de schijn van een serieus proces overeindgehouden werd, kwam het niet
     alleen van Rome willen losmaken om een oplossing te bereiken
                                                                           tot een oplossing. Wolsey viel
     voor zijn persoonlijke huwelijksproblemen. Pas na zijn overlijden      in ongenade bij de vorst; zijn plaats als adviseur en vertrouweling
     hebben de reformatorische invloeden zich in Engeland kunnen            werd ingenomen door de ambitieuze Thomas Cranmer, sinds 1533
     doorzetten.                                                            aartsbisschop van Canterbury. Cranmer stuurde gezanten naar een
                                                                            aantal universiteiten, om daar kerkrechtelijke steun voor de koning te
                                                                            zoeken. Ook Hendrik zelf ging in het offensief. Hij riep de clerus
De huwelijksperikelen van Hendrik VIII                                      bijeen en eiste van hen, hem te erkennen als `de opperste heer en
Men zou die zaak eigenlijk geheel op zichzelf kunnen bezien, want zij       hoofd van de Kerk in Engeland'. De geestelijkheid wilde deze
heeft zijn denken over het geloof niet beïnvloed. Omdat de moeilijkheden    formulering pas erkennen en aanvaarden, toen er op voorstel van John
echter in ruime mate hebben bijgedragen tot de breuk met de paus, is het    Fisher, bisschop van Rochester, aan werd toegevoegd: `voorzover dit
goed de gehele situatie nog even in herinnering te brengen.                 niet in tegenspraak is met de wet van God'.
                                                                            In 1534 begon in Engeland een terreurperiode. Het parlement
                                                                           vaardigde een wet uit, waarbij de clerus de opperste suprematie van de
Hendrik was gehuwd met Katharina van Aragón, de weduwe van zijn jong       koning moest erkennen - met weglating van de nuancerende zinsnede die
overleden broer Arthur. De paus had hem daarvoor dispensatie van           door Fisher was voorgesteld. Door de drijverijen van Cromwell, de
aanverwantschap moeten geven. Het was de eerste keer in de geschiedenis    kanselier, werd voorgeschreven dat alle geestelijken dit met een eed van
dat een dergelijke dispensatie was verleend.                               trouw zouden bezegelen. Het is bekend dat o. m. John Fisher en Thomas
Het koninklijk paar zag tevergeefs uit naar een mannelijke                 More de eed weigerden en vanwege die weigering na verloop van tijd
afstammeling. De jongens werden doodgeboren of stierven kort na de         `wegens hoogverraad' werden onthoofd. De repressie tegen al wie zich
geboorte. Alleen een meisje - de latere Mary Tudor - bleef in leven. Nu    tegen de nieuwe orde verzette breidde zich uit. Een groot aantal kloosters
weten we dat Hendrik in 1527 in het huwelijk wenste                        en abdijen, zowel van mannen als van vrouwen, werd opgeheven en
te treden met de hofdame Anna Boleyn, in de hoop dat zij hem een           gesloten.

16                                                                                                                                               167
 De anglicanizering                                                           sporen van protestantisme tot in het hart van het anglicanisme zijn
                                                                              doorgedrongen. De katholieke vormgeving zou dan alleen het uiterlijke
 Het is wel opmerkelijk dat temidden van de anti-roomse agitatie Hendrik      betreffen. Anderen stellen vast, dat naast de katholieke en de orthodoxe
 VIII er steeds voor bleef ijveren dat de orthodoxie onverlet gehandhaafd     Kerk alleen de anglicaanse ook een `katholieke' liturgie heeft bewaard (de
 werd. Ketterse leerstellingen werden veroordeeld, lutherse of                zg. branch theory), waarmee ze onder de reformatorische Kerken een
 calvinistische invloeden geweerd. In 1539 zette de koning de doodstraf op    geheel eigen plaats zou innemen. Velen zijn haar ook blijven zien als een
 ieder die de transsubstantiatieleer zou loochenen. Hij veroordeelde hen      via media, een middenweg, ergens
                                                                              tussen de afdwalingen van Rome en de onaanvaardbare radicaal-
 die - naar het voorbeeld van de reformatoren op het vasteland -
                                                                              protestantse strekkingen. Reeds in de zestiende eeuw onderscheidde
 vasthielden aan het ontvangen van de communie onder twee gedaanten en
                                                                              men tussen een `High Church', die de katholieke elementen zoveel
 die beweerden dat de schuldbelijdenis bij het begin van de
                                                                              en zo gaaf mogelijk bewaarde, en een `Low Church' die eerder bij de
 eucharistieviering het sacrament van de biecht kon vervangen of dat het
                                                                              Reformatie aanleunde. Later, in de tijd van de rationalistische
 opdragen van privé-missen tegen de goddelijke wet indruiste. Hendrik
                                                                              interpretaties in de achttiende en negentiende eeuw, kwam daar nog
 mag dan op moreel vlak een niet onbesproken gedragslijn hebben
 gevolgd, hem kan moeilijk op leerstellig gebied enige ernstige inbreuk ten   een liberaal-theologisch gezinde `Broad
                                                                              Church' bij. Elk van deze tendenzen legt bij de interpretatie van het
 laste worden gelegd.
                                                                              `Bonk of Common Prayer' en in het bijzonder van de 39 Artikelen eigen
Toen Hendrik in 1547 vrij onverwacht overleed, waren er twee
                                                                              accenten.
bisschoppen (die het echter bovendien onderling niet altijd eens waren)
die er sterk toe zouden bijdragen om de orthodoxie verder te laten
ontsporen: de al eerder genoemde Thomas Cranmer, alsmede bisschop

                                                                                    Positieve
Gardiner van Winchester. Al spoedig werden ze door nog twee andere
bisschoppen gesteund: Barlow en Ridley. Hervormingsgezinde ideeën
begonnen nu Engeland binnen te dringen. Hendriks opvolger, Edward VI,
was een kind van negen jaar en toen deze jonge koning na een
regeringsperiode van amper zes jaar stierf, werd hij opgevolgd door zijn
halfzuster, de katholieke Mary Tudor; zij stond echter vrij machteloos
                                                                                    aspecten van de
tegenover de steeds sterker wordende reformatorische invloeden. Mary's
bloedige optreden, haar zeer impopulaire huwelijk met Filips II van
Spanje en vooral het feit dat Engeland de facto reeds opgehouden had een
                                                                                    reformatie
katholiek land te zijn, waren evenzoveel redenen waarom zij in haar                 Het bestuderen van de reformatorische bewegingen uit de zestiende
restauratiepogingen niet slaagde.                                                   eeuw kan ons uiteraard alleen maar treurig stemmen.
                                                                                    Lutheranisme, Calvinisme en Anglicanisme zien hun ontstaan als
Het `Book of Common Prayer'                                                         een terugkeer naar de zuiverheid van het oude geloof en als een
Thomas Cranmer had intussen het initiatief genomen tot het samenstellen             zich afzetten tegen binnengeslopen misbruiken. Katholieken zien ze
van een liturgisch-theologisch werk dat een soort verzameling zou zijn              als bewegingen die zich uit de schoot van de Moederkerk hebben
van het Romeinse Rituale, het brevier, het missaal, het pontificale en de           losgeweekt, ook al is die Moederkerk daarbij niet zonder schuld. In
zogenoemde 39 Artikelen. In 1549, twee jaar na Hendriks dood,                       elk geval zijn ze niet ontstaan als louter willekeurige revoltes tegen
verscheen de eerste uitgave. Deze zou in 1552, 1559 en 1662 herzien
                                                                                    het traditionele geloof. Het protestantisme heeft juist als diepste
worden en afhankelijk van de dan heersende omstandigheden zouden de
                                                                                    oorsprong de bezorgdheid om het veilig stellen van het wezenlijke
accenten ook afwisselend anders komen te liggen. In alle gevallen echter            van het geloof, in een tijd die gekenmerkt was door vele en velerlei
werd er eerbiedige aandacht besteed aan de liturgie. De bisschop bleef - in         devotionele uitwassen en waarin zaken die behoorden tot de
tegenstelling tot wat in het calvinisme gebeurde - zijn jurisdictiemacht            periferie van het geloof op onverantwoorde wijze naar het centrum
behouden. Sommige historici zijn van oordeel, dat                                   van het geloof werden getrokken. Dat daarbij ook tal van

17                                                                                                                                                    169
      menselijke aspecten meegespeeld hebben, is ongetwijfeld juist.            eucharistie, iemand die de pauselijke onfeilbaarheid niet aanvaardt. Maar
      Evenmin kan worden geloochend, dat de hervorming zelf soms veel           wie zo oordeelt, verliest duidelijk uit het oog dat aan de basis van de
      verder is gegaan dan de hervormers hebben bedoeld. Toch is het zo         reformatie ook diep-religieuze en uitgesproken positieve bezorgdheid ligt.
      dat het verlangen naar een terugkeer tot de oorspronkelijke               Zonder een evaluatie van die positieve elementen zou de
      zuiverheid van het evangelie uiteindelijk aan de basis lag van de         geschiedschrijving van de hervorming onvolledig en eenzijdig blijven.
      gehele reformatorische beweging. De afscheiding van Rome is het
      gevolg geweest van een reeks conflicten tussen uiteenlopende
      opvattingen over aard en omvang van de vernieuwingen die men              Ons heil is geschenk van God
      nastreefde.
                                                                                Een ander woord voor 'geschenk van God' is 'genade'. Als reactie tegen de
      Toen de scheuring eenmaal voltrokken was, gingen de twee
      kampen zich hoe langer hoe vijandiger tegenover elkaar
                                                                                veruitwendiging van de devotiepraktijken zoals die zich in de late
      opstellen.                                                                middeleeuwen hadden ontwikkeld, zochten alle reformatorische
                                                                                stromingen naar een duidelijker en meer uitgesproken innerlijkheid. Alle
                                                                                heil kwam van Gods genade. Het heil kan niet gekocht worden door vrome
                                                                                praktijken, door het verdienen van aflaten, door het opzeggen van
Wederzijdse vervreemding                                                        bepaalde gebeden. Het wordt ons gegeven uit pure goedheid, gratis. Zowel
Aan beide zijden bestonden vooroordelen en flagrant onjuiste opvattingen        Luther als Calvijn hebben ons weer aan die gratuiteit van Gods genade
over de andere partij. Tot in onze tijd toe is bij de doorsnee-gelovigen iets   herinnerd. Bij de protestantse mystici, zoals bijv. Gerhard Tersteegen, is
                                                                                die genade de altoereikendheid van God geworden die zich aan de ziel
van die vooroordelen blijven bestaan, al hebben de moderne
                                                                                geeft. In de anglicaanse Kerk was het eenzelfde impuls die aan de basis
communicatiemedia en een groeiende oecumenische beweging er zeker
                                                                                lag van de beweging die John Wesley (1703-1791) in het leven wist te
toe bijgedragen, elkaar beter te begrijpen.
                                                                                roepen ons heil is loutere genade van God in Jezus Christus. In vele
De doorsnee-protestant oordeelt vrij negatief over het katholicisme. De         protestantse en anglicaanse liederen en hymnen komt deze gedachte terug.
heiligenverering wordt gezien als een vorm van afgoderij; niet weinigen         Al is het misschien zo dat de Hervorming te eenzijdig de genade
denken dat men de heiligen 'aanbidt'. Beelden zijn dan ook                      beklemtoonde en de vrije wil onderschatte, ze heeft ons in ieder geval in
vanzelfsprekend uit den boze. De plaats die door de katholieken aan de          herinnering gebracht hoezeer alles in het menselijk leven gave van God en
paus wordt toegekend, vinden protestanten onaanvaardbaar; over de               onverdiende genade is - iets dat men aan het einde van de middeleeuwen
onfeilbaarheid hebben velen een verkeerd begrip. Katholieke                     uit het oog verloren was.
devotievormen noemen ze vaak on-christelijk, omdat ze de overtuiging
toegedaan zijn dat aan bepaalde gebedsvormen, zoals het rozenhoedje,
een werkzaamheid wordt toegekend die los staat van en onafhankelijk is               De absolute soevereiniteit van God
van de geest waarmee ze worden gebeden. In het voetspoor van Luther en
Calvijn veronderstellen vele protestanten, dat de Kerk van oordeel is dat       Dit aspect was met name door Calvijn sterk beklemtoond, maar het werd
de sacramenten het heil geven als een soort `automaten', zonder rekening        een erfgoed van praktisch de gehele reformatie. In de ogen van Calvijn
te houden met de innerlijke gesteltenis. In de zestiende eeuw waren dat         had de Kerk de transcendentie van God uit het oog verloren; God was in
allemaal gangbare opvattingen; helemaal verdwenen zijn ze ook nu nog            de vergeethoek geraakt. Men wendde zich tot de heiligen, vergetend dat
niet.                                                                           God niet een van hun gelijken was, maar de Bron en de Kern van alle
Maar ook de katholieken staan met eenzijdige vooroordelen tegenover de          heiligheid. Alle realiteit, al wat is, komt van God, maar Hij blijft de
reformatie. Het meest opvallende daarbij is wel, dat die vooroordelen bij       verborgen God. Hij past niet in menselijke categorieën. Hij is de
wijze van spreken uitsluitend negatief zijn. Alleen het woord 'protestant'      Absoluut-Transcenderende, die men slechts met schroom benaderen kan.
al roept een notie van weigering op. Wie een doorsnee-katholiek om een          De woorden waarvan wij ons bedienen, zijn zwakke pogingen om de
definitie van een protestant zou vragen, loopt kans als antwoord te             Allerheiligste te vatten, maar aangezien God de `Gans Andere' is, kan men
krijgen: een protestant is iemand die tegen de verering van Maria en de         nooit meer dan slechts vermoeden wat Zijn souvereiniteit inhoudt. Een
heiligen is, iemand die niet gelooft in de werkelijke tegenwoordigheid van      katholiek kan het daar zonder meer mee eens zijn. Zo waren zowel
Christus in de                                                                  Ignatius van
18
Loyola als Sint Jan van het Kruis evenzeer diep doordrongen van Gods            waarin men de Grote God ontdekt die toch in een vertrouwensrelatie met
absolute souvereiniteit. De protestanten hebben de verdienste dat ze daar de    Zijn volk omgaat.
aandacht op hebben gevestigd, in een tijd waarin een welig tierende
heiligenverering Gods majesteit verdrong.                                       In de vijftiende/zestiende eeuw had de Kerk zich al te argwanend
                                                                                opgesteld tegenover bijbelvertalingen in de volkstaal, ook al omdat deze
                                                                                tot een echte wildgroei hadden geleid. Dat het protestantisme zoveel
 Persoonlijk beleefd geloof                                                     waarde aan de Heilige Schrift heeft gehecht, kan alleen maar als positief
                                                                                worden gezien.
Het was Luthers bedoeling, een christendom van het geloof te plaatsen
tegenover een christendom van de werken; een innerlijk beleefd geloof
tegenover uiterlijke praktijken. Volgens de reformatoren kon een christen
slechts van geloof spreken, als zijn innerlijke overtuiging daaraan
beantwoordde. Een godsdienst van de 'goede werken' daarentegen dreigde
altijd te ontaarden in louter conformisme. In navolging van de eerste
reformatoren zal in de negentiende eeuw Kierkegaard als geen ander de
nadruk leggen op de waarde van een persoonlijk beleefd geloof. Vandaar
dat protestanten in de regel afkerig zijn van een godsdienstige opvoeding
die de indruk wekt de persoonlijke vrijheid te verstikken. Dat tot voor kort
de protestanten nog met zoveel vooroordelen stonden tegenover het
opvoedingssysteem van katholieke pensionaten, is misschien onbewust te
wijten aan hun schier aangeboren vrees voor een morele dwang. Wellicht is
daardoor ook op een soortgelijke wijze te verklaren waarom er onder de
hervormden regelmatig stromingen ontstonden die blijk gaven van een
malaise ten aanzien van de kinderdoop. En overdrijven wij, als we de indruk
krijgen dat een overtuigd protestant het ernstiger zal nemen met de wetten
van zijn land dan een katholiek, soms tot in het puriteinse toe? In elk geval
laat hij zich niet graag binden aan formules, maar hecht hij veel waarde aan
persoonlijk gebed en persoonlijk geloof.

Voorrang aan Gods Woord: de Heilige
Schrift
Schrift en traditie werden vaak tegenover elkaar geplaatst. We mogen het
niet zo zien dat de reformatie de traditie globaal heeft verworpen, maar in
haar reactie tegen de verwaarlozing van de Schrift ten voordele van de
traditie is ze heel sterk de nadruk op de Schrift gaan leggen. De hervormers
kwamen er toe, te stellen dat God tot ieder mens in het bijzonder spreekt via
de Schrift. De bijbel bevatte een oplossing voor iedere concrete situatie
waarin de mens zich kon bevinden. De katholieken zagen dat enigszins
anders. Voor hen was er de Kerk die de gezaghebbende interpretatie aan de
Schrift moest geven.
Nadruk op de Schrift kan als het verbindende element tussen alle vormen
van protestantisme gezien worden, een bron van spiritualiteit,

19                                                                                                                                                    173
De katholieke                                                              zich als eerste doel stelden aan hun eigen vervolmaking te
                                                                           werken en initiatieven namen om de Kerk van binnen uit tot
                                                                           vernieuwing te brengen, zonder tegen haar in opstand te komen.


hervorming                                                            Het Oratorium van de Goddelijke
                                                                      Liefde
                                                                      De grote plaag van de tijd lag in de verwereldlijking van de clerus. Zo
                                                                      werd de hervorming van de geestelijkheid een van de grote doelstellingen
                                                                      die men ter hand nam. Vastgesteld kan worden dat uitgerekend onder het
                                                                      pontificaat van Alexander VI, de schande van het pausdom, de eerste
                           Adrianus VI                                kiemen van een nieuwe godsdienstige beleving zichtbaar werden. In 1494
                                                                      werd in Vicenza op aansporing van een ijverige volksmissionaris, de
In de geschiedenisboeken wordt meestal gesproken over `contra-        franciscaan Bernardino da Feltre, het zogenoemde `Oratorium van de
reformatie' en dat woord heeft eigenlijk ook burgerrecht gekregen     Goddelijke Liefde' opgericht, een soort broederschap waarin leken, leden
in de geschiedschrijving; strikt gesproken echter is het woord        van seculiere clerus en monniken samenkwamen om naar nieuwe
misleidend omdat het de indruk geeft dat heel de beweging slechts
een reactie tegen het                                                 vroomheidsvormen te zoeken. Er werd nadruk gelegd op een
protestantisme is geweest. In feite waren er reeds vernieuwende       daadwerkelijke christelijke caritas en op een positief apostolaat, waarvoor
krachten aan het werk voor dat de naam van Luther bekendheid          leken zich naast geestelijken inzetten voor de wederopbouw van een
kreeg en heel de zestiende eeuw door waren er mannen en vrouwen       christelijke maatschappij. Men zal te eeuwigen dage bewondering moeten
die ervan overtuigd waren dat ze betere resultaten zouden behalen     hebben voor de volharding waarmee zij, in een tijd waarin het gedrag van
door Christus te zoeken in een zuivere beleving van het evangelie     zovele priesters te wensen overliet, zich hebben onthouden van elke vorm
dan door de reformatoren te bestrijden, laat staan in hun voetspoor   van neerhalende, onvruchtbare kritiek, maar met een vanzelfsprekendheid
te treden. Zowel `katholieke reformatie' als `contra-reformatie'
blijven aanvaardbare termen, als men daarbij maar niet uit het oog    die ons op het eerste gezicht onbegrijpelijk voorkomt spontaan in de Kerk
verliest dat de laatste benaming niet in enge zin geinterpr eteerd    de behoedster hebben gezien van de waarheid. Het vroeg een groot
mag worden. Pas na de openlijke breuk van Luther en Calvijn werd      geloof, om niet te letten op de onwaardigheid van de bedienaars van de
het verwarde karakter van de vernieuwingstendensen langzaam           sacramenten, maar eerbied op te brengen voor de heilbrengende functie.
doorbroken. Het werd duidelijk dat deze meer waren dan louter
defensieve reacties. De innerlijke katholieke groei had haar eigen
wortels en haar aanpak was niet louter defensief. Het was de
positief-opbouwende kracht van het christendom die gestalte gaf        ADRIANUS VI (1522-1523)
aan een katholieke vroomheid en aan tal van uitingen van religieuze
levenskracht. Het protestantisme heeft er toe bijgedragen, de vele     Adriaan Floriszoon Boejens, de enige paus van Nederlandse oor-
braakliggende en sluimerende krachten van het katholicisme te          sprong, werd in 1459 te Utrecht geboren. In 1491 werd hij professor
wekken. Het is een prikkel tot innerlijke vernieuwing geweest die      aan de Leuvense universiteit, maar in 1507 ging hij in op een ver-
op eigen levensdynamisme steunde. Tegenover de verwereldlijking        zoek om de persoonlijke opvoeder van de hertog van Boergondië,
kwam een drang naar ascese te staan. Te midden van de                  de latere keizer Karel V, te worden. In 1522 werd hij tot paus geko-
renaissancetijd en de geest van kritiek waar humanisten en             zen. Hij zette zich af tegen het weelderige hofleven dat te Rome ge-
hervormers blijk van gaven, ontstond een kern van mensen die           leid werd, droeg elke dag het heilig misoffer op en had plannen voor
                                                                       een hervorming van de levensstijl der curieleden. Ingrijpende resul-
                                                                       taten kon hij niet tot stand brengen, omdat hij reeds in 1523, nauwe-
                                                                       lijks één jaar na zijn keuze, overleed.

                                                                                                                                             20
In Vicenza ging het nog maar om een eerste pogen, een zoeken naar een          Bekend is Philippus' belangstelling voor de christelijke cultuur, in het
vernieuwende originele levensvorm. Het initiatief vond navolging. In           bijzonder voor de kerkgeschiedenis van Rome (waarvoor hij de nog steeds
Genua werd door Hector Vernazza een oratorium gesticht. Op een gegeven         bestaande Bibliotheca Vallicelliana oprichtte). Hij organiseerde reeksen
moment (wanneer precies, is niet meer te achterhalen) heeft de stichter de     voordrachten in het oratorium, die vele belangstellenden trokken. De eerste
instelling naar Rome verplaatst, waar verschillende hooggeplaatste             conferencier was Baronius, die later prefect van de Vaticaanse bibliotheek
functionarissen van de curie lid werden. Later vond het initiatief nog         werd en auteur van de Annales Ecclesiastici. De oproep van het
navolging in Verona, Brescia en ander Italiaanse steden. Er waren              humanisme, `Terug naar de bronnen', werd hier op de oorsprong van het
inmiddels algemene statuten opgesteld. Julius 11 had er al kennis van          kerkelijk leven toegepast. De levensvorm van de oratorianen zou later in
genomen, maar door diens voortijdig overlijden konden ze pas in 1514 door      Frankrijk (met o.a. De Bérulle) en in Engeland (met Newman) een nieuwe
Leo X goedgekeurd worden. In elk geval was dit nog drie jaar vóórdat           bloei kennen.
Luther zijn stellingen tegen de aflaten in Wittenberg zou uithangen.
Als we de naamlijst van hen die van het oratorium deel uitmaakten              Heropbloei in Spanje
langslopen, komen we heel wat bekende namen tegen: Luigi Lippomano,
die een van de voorzitters van het concilie van Trente zou worden; Giberti,    De reformatorische bewegingen die vooral door Luther en Calvijn in het
die de pauselijke hofhouding verliet om in zijn bisdom Verona te gaan          leven waren geroepen hadden Spanje onberoerd gelaten. Een hervorming
leven (en niet om er slechts de inkomsten van op te strijken) en daar de       was daar niettemin meer dan gewenst. Ze zou binnen de Kerk plaatsvinden
nodige aandacht te gaan besteden aan de priesteropleiding; Carafa, de latere   en geen schisma veroorzaken. Haar voornaamste bewerker was kardinaal
paus Paulus IV; en Gaetano da Tiene (beide laatsten stichters van de orde      Ximenes de Cisneros. Omdat laatstgenoemde in 1517 overleed, kan ook
van de Theatijnen). Zo kan in zekere zin gezegd worden dat de Theatijnen       hier duidelijk de conclusie luiden dat er van `contra-reformatie' geen sprake
uit het Oratorium van de Goddelijke Liefde gegroeid zijn. Ze beoogden een      kan zijn. De historische context waarin hij leefde, steunde hem in zijn
gemeenschap van priesters die echte zielzorgefs zouden zijn, levend in een     streven: er was een bloeiend kloosterleven en de katholieke koningen
geest van armoede en in waarachtige trouw aan hun roeping.                     spanden zich er voor in, goede bisschoppen te benoemen. De dynamische
                                                                               kracht achter de heropbloei echter was Cisneros. Op 48-jarige leeftijd was
                                                                               hij bij de Franciscanen ingetreden. In 1495 werd hij aartsbisschop van
                                                                               Toledo, in 1507 kardinaal en inquisiteur. Hij was intellectueel zeer begaafd,
Philippus Neri (1515-1595)                                                     maar vóór alles een integer mens en een onvermoeibaar werker. In zijn
Een sympathieke, diep-menselijke figuur, die erin slaagde de                   eigen orde verstevigde hij de observantenbeweging. Als aartsbisschop riep
levensheiliging aantrekkelijk te maken. Hij vond niet onmiddellijk de weg      hij verscheidene synoden samen waarin hij concrete maatregelen liet
die God voor hem had uitgestippeld. Door een regelmatig contact met            treffen. Hij gaf zich veel moeite om de geestelijken een betere opleiding te
zieken groeide in hem het inzicht dat de kern van het christendom lag in       geven en hield streng de hand aan hun verplichting tot prediking en
het beoefenen van de werken van barmhartigheid. Op 36-jarige leeftijd          catechisatie. Hij richtte de universiteit van Alcala op, waar het onderricht
werd hij priester en lid van een priestergemeenschap waarin men, zonder        allereerst op de zielzorg werd afgestemd. De scholastieke theologie werd er
een bepaalde regel te volgen en zonder geloften af te leggen, in               onderwezen, maar er werd tevens veel aandacht geschonken aan een
gemeenschap bad en elkaar bemoedigde.                                          terugkeer naar de kerkvaders, aan de studie van de oude talen en van de
                                                                               bijbel.
In 1564 richtte hij in Rome een `oratorium' op waar deze levensvorm
beoefend werd. Liefde werd als enige bestaansnorm gekozen. Aan de              Naast de universiteit van Alcala bestond ook die van Salamanca, bekend
leden werd een grote persoonlijke vrijheid gelaten. Ieder kon zich             als een burcht van orthodoxie, de trots van de Spaanse Kerk. Op alle
ontwikkelen volgens eigen aard en mogelijkheden. Er hing een blije, frisse     gebieden komt Spanje naar voren als de leidinggevende natie van Europa,
geest in het oratorium. Philippus Neri hield van alles wat mooi was. Alle      niet het minst op kerkelijk gebied. Teresa van Avila en Johannes van het
mensen waren kinderen van God, maar ieder had zijn eigen geschiedenis.         Kruis zorgden voor een vernieuwing in het religieuze contemplatieve
Daarom was hij voorstander van een individuele begeleiding. Van een te         leven. De `Sociëteit van Jezus' werd door een Spanjaard in het leven
strakke binding met kerkelijke structuren verwachtte hij weinig.               geroepen en op het concilie van Trente hadden de Spaanse theologen en
                                                                               canonisten een grote positieve

21                                                                                                                                                     177
inbreng. Zowel de stichting van de orde van de Jezuïeten als het concilie     leven van Jezus en enkele biografieën van heiligen. Wat daarna precies in
van Trente zijn van zo vèrstrekkende betekenis geweest, dat                   hem heeft plaatsgegrepen, weet God alleen. Een feit is dat er na de
we er uitdrukkelijk op moeten terugkomen.                                     gedwongen rustperiode een opmerkelijke ommekeer in hem plaats vond.


     Ignatius
                                                                              In Manresa, niet ver van de bekende abdij van Montserrat, `beleefde' hij
                                                                              wat later de `geestelijke oefeningen' genoemd zouden worden, iets dat
                                                                              tallozen na hem ook zouden doormaken. Het betreft een zoeken naar het


     en de
                                                                              wezenlijke en een bewust kiezen voor wat uiteindelijk van belang is in
                                                                              het leven, om op die manier geestelijk vrij te staan om een beter
                                                                              instrument te zijn in Gods hand.

     Sociëteit                                                                Intellectueel was Ignatius allesbehalve een hoogvlieger. Omdat hij inzag
                                                                              dat hij, om doeltreffend te werk te kunnen gaan, zich de vorming van


     van Jezus
                                                                              zijn tijd eigen moest maken, ging hij op dertigjarige leeftijd nog eens in
                                                                              de schoolbanken zitten om Latijn en Grieks te studeren. Daarna trok hij
                                                                              naar de universiteiten van Alcala en Salamanca en tenslotte nog naar de
                                                                              Sorbonne in Parijs. Van Parijs uit zou hij tijdens een verlofperiode
                                                                              Vlaanderen bezoeken, waar hij in Brugge en Antwerpen contact opnam
                                                                              met rijke kooplui die bereid zouden zijn borg te staan voor de
                                                                              financiering van zijn studies. In 1534 behaalde de wilskrachtige student
                                                                              aan de Sorbonne de graad van `magister artium'.
      De zestiende eeuw was, zoals gezegd, voor Spanje een bloeiperiode.
      Het land was tot een wereldmacht uitgegroeid. De universiteiten
      van Alcala en Salamanca waren alom bekend. Letterkunde en               Invloed
      schilderkunst wisten ongekende hoogte te bereiken. Zowel politiek
      als cultureel was de uitstraling van Spanje groot. Het is een zeer      Het kon niet anders of zijn sterke persoonlijkheid moest andere mensen
      belangrijke factor in de geschiedenis van Europa geweest, dat in de     aantrekken. Een aantal studenten sloot zich bij hem aan. Slechts één van
      woelige hervormingstijd dit toonaangevende land katholiek was en        hen was priester, Pierre Lefèvre (Petrus Faber). Een ander, Francesco de
      bleef. Een van de markantste figuren uit die periode was Ignatius       Xaver, zou later de grote missionaris van het Verre Oosten worden; lago
      van Loyola; de stichting van de Jezuiétenorde was ongetwijfeld een      Laynez zou later generaal van de orde zijn. Nadat ze samen de
      gebeurtenis die heel sterk haar stempel wist te drukken, niet slechts   `geestelijke oefeningen' gehouden
      op de periode van de zogenoemde contra-reformatie, maar ook op          hadden, legden ze in een kerkje in Montmartre (in Parijs) de geloften af.
      de komende eeuwen.                                                      Ze besloten een pelgrimstocht te ondernemen naar het H. Land, om er te
                                                                              werken aan de bekering van de Moslims en – mocht dit plan niet
                                                                              uitvoerbaar blijken - naar Rome te gaan om zich daar beschikbaar te
Ignatius van Loyola                                                           stellen voor de Kerk. In Venetië slaagden ze er in een plaats te krijgen op
                                                                              een pelgrimsschip dat hen naar Jeruzalem bracht. De Franciscaanse
(1491 of 1495-1556)                                                           gardiaan van het klooster op de berg Sion wist hen er van te overtuigen
                                                                              dat het beter was het H. Land te verlaten. Vanwege de vijandige houding
De kleine Bask, die op veertigjarige leeftijd de tonsuur ontving, was eerst   van de Turken waren verblijf en missionering niet opportuun. Ignatius en
niet bepaald een toonbeeld van zedelijk leven en had allerminst een zacht     zijn gezellen keerden noodgedwongen naar Venetië terug en kozen dus
karakter. Zijn opvliegendheid was bekend; zijn vechtlust evenzeer.            voor het tweede alternatief van hun plan: ze zouden zich beschikbaar
Tijdens het beleg van Pamplona, in 1521, werd hij door een Franse             stellen voor de paus. In de beroerde tijden van godsdienstoorlogen en een
kanonskogel in het been geraakt en ter verpleging naar het Torenhuis van      verzwakte geloofsbeleving moest de Kerk onvoorwaardelijk kunnen
Loyola overgebracht. Tijdens de lange maanden van herstel las hij naast       rekenen op mensen die tot elke dienst bereid waren.
wat ridderliteratuur ook een
22                                                                                                                                                   179
De Compania de Jesus                                                          werd kordaat overboord gegooid, ook al druiste zoiets tegen de
                                                                              traditionele kloosternormen in. Tot dan toe waren de kloosterlingen een
De gemeenschap noemde zich `Compania de Jesus'. Het Spaanse woord             aantal uren per dag gebonden aan liturgische gebeden en koorgebed.
`compania' heeft een dubbele betekenis. Het kan gebruikt worden om een        Toen de Jezuïeten in 1540 de oprichtingsbul ontvingen, kregen ze
gezelschap of een sociëteit aan te duiden; het kan ook een meer militaire     daarbij evenveel apostolische armslag als de seculiere geestelijkheid en
betekenis hebben, zoals wanneer men het over een `compagnie' soldaten         waren ze niet langer gehouden tot gemeenschappelijke diensten.
heeft, onderdeel van een bataljon of regiment. In het Latijn draagt de orde   Omwille van de apostolische mobiliteit konden ze ook overal heen gaan
thans de naam `Societas Jesu', maar in het Frans werd de dubbele              waar de nood hen riep, een bewegingsvrijheid die de monniken die in
betekenis behouden in de naam `Compagnie de Jésus'. Wat heeft Ignatius        een abdij traden niet kenden; zij bleven in de abdij waar ze waren
zelf bedoeld? Daarover zijn de auteurs het niet eens. Het zou echter niet     ingetreden (stabilitas loei).
waarschijnlijk zijn dat bij de ex-soldaat Ignatius de soldateske betekenis
van de naam niet zou hebben meegespeeld. In de `geestelijke oefeningen'       Het kan op het eerste gezicht bevreemden dat Ignatius ogenschijnlijk
had hij het bovendien over `de oproep van de aardse koning' en over `de       weinig belang hechtte aan op bepaalde uren te verrichten gebeden en dat
twee standaarden'. In de eerste twee `formulae instituti' (1540, 1550)        hij, in vergelijking met andere orden, de gebedstijden zelfs aanzienlijk
sprak hij over het strijden voor God, over de krijgsdienst voor Jezus         inkortte. Hij begreep dat men zich evenzeer heiligde door het volbrengen
Christus. Aan de studenten van Coïmbra schreef hij dat zij zich als           van de plicht als door het expliciete bidden. Aan zijn priester-studenten
soldaten moesten beschouwen `op bijzondere titel en tegen bijzondere          schreef hij: `Men kàn volstaan met te bedenken dat het verblijf en de
soldij'. Smits van Waesberghe zegt dat Ignatius de nieuwe gemeenschap         studie in het college tot doel hebben dat de student zich wetenschap eigen
zag `als een mobiele garde, een vliegend vendel, een keurbende, een           maakt, waarmee hij God onze Heer kan dienen tot Diens meerdere,glorie
compagnie soldaten, onder kloeke, energieke leiding, paraat tot ieder         en tot hulp aan de naaste, en zulks eist de gehele mens op. En hij zou zich
maneuver'.                                                                    niet geheel aan de studie'geven, indien hij lange tijd besteedde aan het
Niettemin was dat soldateske niet Ignatius' enige interpretatie. Dat kan      gebed'. Tot de Ignatiaanse spiritualiteit behoort de overtuiging dat men
reeds worden opgemaakt uit het feit dat hij zelf het woord `societas' koos    niet slechts door bidden glorie brengt aan God, maar evenzeer door de
als vertaling van het Spaanse `Compania', waardoor ook de religieuze          juiste houding aan te nemen in de omstandigheden waarin men zich
gemeenschap duidelijke nadruk kreeg: een communiteit van mensen die           bevindt en ten opzichte van de gebeurtenissen waarmee men wordt
bereid waren elkaars lasten te dragen als ledematen van hetzelfde lichaam     geconfronteerd.
en, in volstrekte saamhorigheid, in de dienst van Christus te staan.          De strikte gehoorzaamheidsopvatting in de Sociëteit van Jezus is al vaak
In 1540 keurde Paulus 111, niettegenstaande veel tegenwerking, de             voorwerp van discussie geweest. Betekent ze een beknotting van de
nieuwe orde goed met de bul Regimini militantis ecclesiae. Naast de           persoonlijke vrijheid? In ieder geval heeft ze steeds de grote sterkte van
zelfheiliging werd zeer sterk de nadruk gelegd op het aspect van de           de orde uitgemaakt. In de tijd van de Renaissance betekende dat een
zielzorg, de verspreiding van het geloof onder elke vorm: onder heidenen,     kolossale kracht. Het was een totale ommekeer in vergelijking met de
ketters en gelovigen. De leden van de orde moesten mensen zijn op wie         afbrekende kritiek van de humanisten en de reformatoren.
men rotsvast aan kon. Aan sommigen zou worden toegestaan, een speciale
gelofte van gehoorzaamheid aan de paus af te leggen. Door haar gehele         De orde van de Jezuïeten werd niet `tegen' de reformatie opgericht, maar
structuur overigens is de Sociëteit van Jezus als het ware de stoottroep      hun hele instelling bracht hen wel tot een scherpe stellingname tegen de
                                                                              reformatoren. In de tijd van de contra-reformatie vormden ze een
van het pausdom geworden. De generaal werd gekozen voor het leven. De         machtige stuwkracht voor het groeiende katholieke zelfbewustzijn. Hun
leden ontvingen een langdurige vorming waarbij vooral het vormen van          zelfverzekerdheid wist tegen alle aarzelingen en verwarring op te
persoonlijkheden voor ogen werd gehouden.                                     tornen.
                                                                              Bij de dood van Ignatius in 1556 telde de orde reeds duizend leden.
Het originele van de Jezuïeten                                                Vijftig jaar later zouden ze met 13.000 zijn. Dat de geschiedenis van de
                                                                              orde zeer bewogen is geweest, zal vooral bij de behandeling van latere
Al wat een hinderpaal vormde voor het door de Kerk beoogde doel 180
                                                                              tijden blijken.
      Het Concilie                                                           perioden voltrekken: 1545-1547 (met een korte extra zitting in 1549) ;
                                                                             1551-1552 en 1562-1563.


      van Trente                                                             De geloofsvragen
                                                                             De keizer wilde allereerst de hervormingskwestie aan de orde stellen,
                                                                             omdat in zijn oog de kerkelijke wantoestanden de grote oorzaak waren
      Sedert het concilie van Konstanz (1414-1418) was de roep om een        van de algemene ontreddering. De paus daarentegen wilde eerst de
      nieuw algemeen concilie niet meer uit de lucht geweest. De             geloofsvragen behandeld zien, omdat de protestantse scheuring een vaste
      voornaamste reden lag ongetwijfeld in de nog steeds niet opgeloste     vorm had aangenomen en zich snel buiten de moederkerk verspreidde.
      kwestie van de hervorming `in capite et in membris' (in hoofd en in    Ook in deze tegenstelling kwam men tot een compromis: Vanaf de derde
      leden), d. w.z. bij paus en curie enerzijds en het gewone kerkvolk     zitting zouden beide problemen parallel behandeld worden.
      anderzijds. In de tijd van de Renaissancepausen was van een
                                                                             Voor de discussie over de geloofsleer was van groot belang, dat enkele
      hervorming uiteraard niet veel terechtgekomen. Integendeel, de
                                                                             uitstekende theologen en experts in het kerkelijk recht aan het concilie
      misbruiken die het einde van de middeleeuwen hadden gekenmerkt
                                                                             deelnamen; dat waren o.m. de dominicaan Melchior Cano en de jezuïeten
      werden nog sterker. Door de protestantse scheuringen was
                                                                             Lainez en de uit Nederland afkomstige Pieter de Hondt (beter bekend
      bovendien naast de hervormingskwestie ook nog een geloofskwestie
                                                                             onder zijn verlatijnste naam Petrus Canisius) - deze laatste nam aan de
      gerezen. Allen die naar hervorming streefden of wie de eenheid van
                                                                             derde zittingsperiode deel.
      de christenen ter harte ging, klampten zich vast aan de idee van een
                                                                             Uiteraard moesten sommige aspecten van het geloof die door het
      concilie als aan een laatste reddingsplank.
                                                                             protestantisme waren geminimaliseerd of eenzijdig voorgesteld, nader
                                                                             bepaald worden. De reformatie had de rechtvaardigmaking `door het
Aarzelingen                                                                  geloof zonder de werken' verkondigd, terwijl de Heilige Schrift als enige
                                                                             bron van het geloof werd beschouwd. Daartegenover stelde het concilie
Verscheidene zaken stonden het tot stand komen van een concilie in de        dat de goede werken niet zonder waarde waren en dat
weg, of waren er oorzaak van dat de uitvoering op de lange baan werd         Opening van het concilie van Trente (gravure uit Abbé Fleury,
geschoven. Allereerst leefde bij sommige pausen een onuitgesproken           Histoire Ecclesiastique, tome 29, Parijs, 1731).
angst dat ze in hun levenswijze of in die van de curie een en ander zouden
moeten veranderen. Er was ook beduchtheid voor een heropleving van de
conciliaire idee, die het concilie boven de paus wilde plaatsen. Verder
stond men huiverig tegenover de
te verwachten nationaal-politieke drijverijen; immers, elke natie zou wel
zo talrijk mogelijk vertegenwoordigd aanwezig willen zijn om de
doorslag te kunnen geven als het op de een of andere beslissing zou
aankomen. Tenslotte was er de vraag, waar het concilie plaats zou moeten
vinden; een vraag die voorwendsel was tot een voortdurend uitstellen.
Uiteindelijk werd over de plaats van samenkomst een compromis bereikt.
Het zou dienen te gebeuren in de dom van Trente, een Rijksduitse stad,
die echter een voornamelijk Italiaanse bevolking had en bovendien op 46
uur afstand per koerier van Rome was gelegen, zodat men zonodig de
paus snel rapport kon uitbrengen of hem consulteren.
Uiteindelijk werd het concilie in 1545 geopend. Het zou zich in drie

182                                                                                                                                               183
ook de traditie bron van geloof kon zijn. Hoe de verhouding tussen            Uitvoering van de decreten
Schrift en traditie precies moest zijn, werd in het midden gelaten. Op het
Tweede Vaticaans Concilie zou blijken dat het theologisch denken al           Tegen de dogmatische decreten werd door geen enkele katholieke vorst
verder gevorderd was, want toen werd er aan toegevoegd dat de traditie        en geen van de bisschoppen bezwaar gemaakt. Het doorvoeren van de
een weerspiegeling moest zijn van de Schrift.                                 hervormingsdecreten stuitte daarentegen op meer tegenstand. De
                                                                              uitvoering hing tenslotte af van de hervormingsgezindheid van de
In haar reactie tegen de veruitwendiging van devotionele praktijken en de     bisschoppen en de vorsten. In Frankrijk was de Kerk zelf niet zo onwillig;
vaak politieke rol van de hiërarchie had de reformatie ook geijverd voor      de koning en het parlement toonden meer onwil. Na de Staten-Generaal
een meer spiritualistisch en dus ook subjectivistisch begrip van de Kerk.     van 1614 publiceerde de geestelijkheid de decreten zonder de burgerlijke
Daartegenover stelde Trente, dat het alleen aan de Kerk toekwam de            goedkeuring. Dat de koningen deze bisschoppelijke beslissing nooit
authentieke interpretatie van de Heilige Schrift te geven. De Kerk bezat      hebben willen ratificeren en dat derhalve het beneficiesysteem er zou
een specifiek priesterschap, onderscheiden van het algemeen                   blijven bestaan, zou later een verre oorzaak blijken te zjn van de Franse
priesterschap van de gelovigen, en kende zeven sacramenten, die bronnen       Revolutie. In de Nederlanden gaf Filips II na een zekere aarzeling
van genade waren en waarin de eucharistie centraal stond. De                  tenslotte het bevel, alle conciliebesluiten onverkort af te kondigen. Dank
rechtvaardiging was meer dan een toedekken van de zonde, zoals de             zij de (in 1559) nieuw opgerichte bisdommen konden de
reformatoren stelden; ze was een door God geschonken innerlijke               hervormingsbesluiten in onze gewesten beter worden doorgevoerd.
ommekeer.

De hervormingen                                                               De betekenis van Trente
Naast het nader bepalen van geloofsvragen werden ook maatregelen              Elk besluit, zowel die van dogmatische als van disciplinaire aard, was
getroffen inzake de zo noodzakelijke hervorming van het kerkelijk leven.      belangrijk. Maar er is nog een diepere betekenis. Er werd een duidelijke
Uit het moeizame verloop van de besprekingen blijkt, hoe gevoelig deze        stap gezet op de weg naar de herwaardering van het bisschopsambt en er
kwesties lagen. Niettemin werden bepaalde beslissingen genomen die            werd expliciet op gewezen dat een hervorming van de clerus alleen dan
weliswaar diep in het traditioneel gegroeide ingrepen, maar die voor het      mogelijk zou zijn, wanneer de bisschoppen zelf een voorbeeldig leven
verdere verloop van de geschiedenis van enorme betekenis zouden zijn.         leidden. Tegelijkertijd was Trente echter een overwinnnig van het
                                                                              pausdom over het conciliarisme. De voorzitter van het concilie was steeds
Het beneficiesysteem had de clerus in vele gevallen geen goed gedaan.         een pauselijk legaat. Alle genomen besluiten werden ter goedkeuring aan
Omdat deze beneficies soms niet te versmaden bronnen van inkomsten            de paus voorgelegd, nadat ze ook steeds genomen waren onder het
                                                                              voorbehoud van die pauselijke instemming. Talrijke problemen die niet
waren, was van lieverlee een mentaliteit ontstaan die er op uit was zoveel
                                                                              meer tijdens het concilie behandeld konden worden, werden gewoon aan
mogelijk beneficies te bezitten. Trente bepaalde nu dat voortaan alle
bisschoppen er slechts één (dus ook maar één bisdom) mochten hebben e n       de paus ter afdoening overgelaten; enkele voorbeelden zijn: de index van
legde hun de verplichting op, dat bisdom regelmatig te bezoeken en het        de verboden boeken, de nieuwe Romeinse Catechismus, het herziene
contact met zijn priesters en gelovigen te intensiveren. Om het sluiten van   brevier, de verzorging van de Latijnse uitgave van de Heilige Schrift (de
clandestiene huwelijken tegen te gaan werd bepaald, dat een huwelijk, om      Vulgata), enzovoort.
geldig te zijn, ten overstaan van de pastoor en tenminste twee getuigen       Een lacune van het concilie was ongetwijfeld, dat de eenheid van de Kerk
moest geschieden.                                                             niet werd hersteld. Er waren enkele scherpe stellingnemingen tegen de
                                                                              protestanten die een polarisatie verder in de hand werkten. Van geen
Er werd naar een meer gave clerus gestreefd. In dit verband werd van          enkele zijde is een verzoenend gebaar gemaakt en heel de zestiende eeuw
iedere bisschop verlangd, een seminarie op te richten voor de degelijke       door zouden godsdienstoorlogen deze breuk blijven bestendigen.
opleiding van de geestelijken. Een kerkhistoricus heeft ooit geschreven
dat, als Trente niet meer dan dat zou hebben besloten, heel het concilie
alleen daarom al de moeite waard zou zijn geweest.

184                                                                                                                                                 185
     Veroveripq van de                                                                                                      IYegdati
     Nieuwe Wereld                                                                                                          temwtl
                                                                                                                            yn
                                                                                                                            mal .ques.



     Spanje en Portugal waren uitgegroeid tot Europese grootmachten. Aan het
     einde van de vijftiende en in de eerste helft van de ze stiende eeuw wisten beide
     naties, dank zij de ontdekking van overzeese gebieden, een wereldimperium te
     stichten. In 1493 hadden de elkaar beconcurrerende mogendheden een beroep
     gedaan op de paus om een zich voortslepend geschil over het bezit van de
     veroverde gebieden te beslechten. Alexander VI had op een (zeer
     rudimentaire) wereldkaart een demarcatielijn getrokken, van de Azoren
     zuidwaarts. Al wat ten oosten van die lijn ontdekt zou worden, zou aan
     Portugal toegekend worden; wat ten westen ervan werd gevo nden, zou Spaans
     bezit zijn. De beide landen wisten daarmee ook meteen, welke zeeën ze op
     zoek naar nieuwe landen mochten doorkruisen.




Overzeese ontdekkingen
In 1482 had Portugal op het Afrikaanse vasteland reeds de monding van                    en Chili. Vanuit Peru werd stroomafwaarts door Orellana het
de Kongo-rivier ontdekt en vijf jaar later de Kaap de Goede Hoop. In                     Amazonegebied ontdekt.
1497-98 zeilde Vasco da Gama om de zuidelijke punt van Afrika heen en                    Deze veroveringen - door de historici de grote `Conquista' genoemd -
werden nederzettingen gevestigd op de Afrikaanse oostkust. In de loop                    hebben de periode van de grote overzeese missionering ingeluid, maar
van nieuwe reizen werd de Indische Oceaan overgestoken en ontdekten                      tevens de periode van de kolonisatie met haar lichtpunten en
de Portugese zeevaarders andere belangrijke gebieden: Ceylon (het                        schaduwzijden.
huidige Sri Lanka), Goa, Malacca (Singapore). Het Portugese Oosten
kende al spoedig nog belangrijke nederzettingen in Zuid-China en in
Japan.                                                                                   De 'geestelijke conquista'
Columbus, die voor de Spaanse vorst voer, ontdekte Amerika, op zoek
naar een kortere weg naar India en niet op grond van de geniale                          Noch Spanje, noch Portugal hadden van het protestantisme te lijden
hypothese dat de aarde bolvormig was. Zo kwam een groot deel van                         gehad. Beide landen hadden bovendien een religieuze vernieuwing tot
Amerika in Spaanse handen. Magelhaens zeilde om de zuidelijke punt                       stand weten te brengen en waren doordrongen van een sterk
van Amerika de Stille Oceaan binnen en ontdekte op die manier de                         zendingsbesef. Spaans-zijn (of Portugees-zijn) en christen-zijn lagen
Filippijnen. Na de periode van `ontdekkingen' volgde die van de                          onontwarbaar in elkaar verweven. Wanneer de vorsten spraken over een
`veroveringen'. Mexico, het land van de Azteken, werd veroverd door                      verspreiding van het geloof in de nieuw-ontdekte gebieden,
Fernando Cortes, Peru en het gehele Rijk van de Inca's door Pizarro en                   was dit geen ijdel taalgebruik. Ongetwijfeld waren ze ook op
Almagro. Deze laatste veroverde ook Bolivia                                              koloniaal bezit uit en evenmin valt te loochenen dat
26                                                                                                                                                          187
sommige `conquistadores' menigmaal hun boekje te buiten zijn gegaan         In Latijns Amerika werden in de zestiende eeuw ook negerslaven uit
- er waren steeds avonturiers onder hen -, maar het brengen van de          Afrika ingevoerd. We hebben hierover weinig concrete en betrouwbare
blijde boodschap was niettemin een motief dat we telkens opnieuw            statistieken. Misschien kan één cijfer, dat werd opgegeven door een
kunnen vaststellen. De ontdekkingsreizigers waren steeds vergezeld          Portugese gouverneur in Angola, er toch een idee van geven, hoe
van missionarissen.                                                         omvangrijk de transportaties geweest moeten zijn: tussen 1575 en 1591
In Rome hadden de pausen aan Portugal en Spanje het zogenoemde              werden uit Angola alleen al 52.053 slaven naar Amerika uitgevoerd.
`patronaatsrecht' over de nieuwe wereld verleend. Het was een               Venezuela had lange tijd het importmonopolie van de Afrikaanse
overeenkomst die uit plichten en voorrechten bestond. De voorrechten        negerslaven.
waren zeer groot. In de praktijk hielden ze in dat de vorsten, in           Op theoretisch terrein behandelde vooral de theoloog Francisco de Vitoria
uitdrukkelijke opdracht van de Heilige Stoel, de missionering naar hun      kwesties die te maken hadden met wat wij nu koloniale ethiek zouden
beste vermogen mochten organiseren. Zij mochten de missiebisschoppen        noemen. Men stelde zich de vraag, of de inlanders met verstand begaafde
aanstellen en de kerkelijke gebieden afbakenen. In Madrid en Lissabon       wezens waren, dan wel eerder een tussenschakel vormden tussen mens en
was een vertegenwoordiger van Rome gevestigd, aan wie alle rapporten        dier. Andere vragen vloeiden daaruit voort Onder welke voorwaarden kon
werden doorgestuurd.                                                        men een rechtvaardige oorlog tegen hen voeren? Was het geoorloofd, hen
De vorsten namen de verplichting op zich, in te staan voor het bouwen en    als slaven te gebruiken? Moest hun worden toegestaan, eigendom te
onderhouden van de kerken, er voor te zorgen dat de missionarissen          verwerven? Kon men hen leren, te leven als de christelijke arbeiders in
onderhoudsgeld kregen en er tevens voor te waken dat ze zich met ernst      Europa? Was een
van hun taak zouden kwijten.                                                vreedzame kolonisatie mogelijk?
                                                                            Bij dit alles moet rekening worden gehouden met het feit, dat het
                                                                            christendom voor een uitdaging stond zoals het voorheen nooit had
Missieproblemen                                                             gekend. In de ogen van de inlanders zelf waren zowel
Dat er een nieuwe missieproblematiek ontstond, kan nauwelijks               Spanjaarden als Portugezen veroveraars, die hen in hun eigenheid
verwondering wekken: hier stond men voor de eerste keer in de               aantastten. Ook de Kerk had onvoldoende oog voor de eigen geaardheid
geschiedenis van het Europese christendom voor het feit, dat men met        van die volkeren en hun cultuur. Het christendom werd in een westerse
volkeren te maken kreeg die een totaal andere beschaving hadden, een        verpakking aangedragen. De vraag is, in hoeverre haar zoiets terecht
eigen cultuur en ook een eigen godsdienst. In de ogen van het               verweten kan worden. De Spanjaarden wisten het christendom in Amerika
christelijke westen sprak het vanzelf, dat de inboorlingen voor het         en in de Filippijnen (zij het oppervlakkig) in te planten. De Portugezen
christendom gewonnen moesten worden. Toen deze bevolking door de            daarentegen, die met cultureel hoogstaande volkeren te maken hadden,
veroveraars onder dwang te werk werd gesteld, stonden missionarissen        zijn daar niet in geslaagd. Achteraf gezien moet erkend worden dat de
op om tegen de misbruiken te protesteren.                                   missionering van Azië in feite op een mislukking is uitgelopen. Het
Reeds in 1511 hekelde Antonio de Montesino vanaf de kansel de wijze         percentage christenen in India, China en Japan is ook nu nog zeer gering.
waarop de Indianen werden behandeld; maar de grote verdediger van de
rechten van de Indianen was later de dominicaan Bartolomeo de las
Casas, de eerste bisschop van Ciappa (Mexico). Over zijn motieven en        Franciscus Xaverius (1505-1552)
zijn persoonlijkheid wordt op
verschillende manieren geoordeeld. Sommigen zien hem in de eerste           Binnen het kader van de Portugese veroveringsruimte werkte een van de
plaats als beschermer van de inboorlingen tegen de uitbuitingsmentaliteit   meest bekende missionarissen, een van de gezellen van Ignatius in Parijs,
van menige Spanjaard. Anderen onderstrepen zijn missionaire instelling      die samen met hem en enkele anderen op 15 augustus 1534 in een kerkje
en zien in zijn reactie tegen zijn landgenoten het logische gevolg van      in Montmartre de geloften van armoede en zuiverheid hadden afgelegd,
zijn zendingsbesef. In 1963 kwam de historicus Pidal met een nieuwe         alsmede de gelofte om naar het H. Land te trekken of anders - wanneer
stelling naar voren Bartolomeo zou gedreven geweest zijn door het           dat onmogelijk zou blijken - zich ter beschikking van de paus te stellen.
dwangidee, dat de handelwijze van de Spanjaarden uiteindelijk de totale     Toen één van de beide missionarissen die Ignatius naar India wilde
                                                                            zenden ziek werd, nam Xaverius zijn plaats in. Na een zeereis van 13
uitroeiing van de Indianen tot gevolg zou hebben.
                                                                            maanden bereikte hij
27                                                                                                                                               189
Goa. Tien jaren van noeste arbeid volgden; in die tijd legde hij - met de
rudimentaire transportmiddelen van die tijd - ongeveer 100.000 km af.
Xaverius had een rusteloze natuur; hij was doordrongen van een
                                                                                Adaptatiemethode in
                                                                                de jezuieten
kerkelijke geest en bezeten van een heilige onrust. Zo had Ignatius hem
gevormd. Men kan wat hij tot stand heeft gebracht slechts begrijpen, als
men het plaatst tegen de achtergrond van die nieuw opbloeiende sfeer van
kerkelijkheid. Eerst werkte hij in Goa, waar hij talloos velen tot het
christelijk geloof bracht. Later, in Japan, lijkt hij er vrede mee te hebben
gekregen dat hij meer in de diepte moest werken. Uit zijn brieven treedt
hij naar voren als een pionier, die nieuwe wegen openbreekt, maar ook
                                                                                missies
                                                                                Afbeelding van Ferdinand Verbiest,
als iemand die zich bewust is van de tekorten en de beperktheid van zijn        missionaris in China van 1666 tot
activiteit. Uit de biografie van Franciscus - na meer dan vijftig jaar studie   1687.
uitgegeven door pater Schurhammer S.J. - komt hij ons vooral voor als
een man die zich geroepen voelde pionierswerk te verrichten en
vervolgens een beroep te doen op medewerkers om de begonnen arbeid
voort te zetten en uit te werken. Op de plaatsen waar hij heeft gewerkt
zijn belangrijke christenheden ontstaan; het talrijkst wellicht in Goa en
aan de Visserskust in Zuid-India.
Vanuit Japan vertrok hij naar China, maar hij overleed op zee, toen het
land reeds in zicht was - nauwelijks 46 jaar oud. Dat hij over een speciale           Meestal bedienden de eerste westerse missionarissen zich van een
taalbegaafdheid beschikte, behoort tot het rijk van de legenden. Hij                  weinig soepele methode. Ze brachten een westers ingekleed
werkte met behulp van tolken die, door hun onvolmaakte kennis van het                 christendom naar de overzeese gebieden en hadden weinig of geen
Portugees, overigens meer dan eens voor vergissingen hebben gezorgd.                  begrip voor adaptatie aan de volkeren waaronder ze gingen
                                                                                      evangelizeren. De westerse Kerk, met heel haar stelsel van
In de storm van de vervolgingen (die later nog besproken zullen worden)               uiterlijke gebruiken, werd ongewijzigd en zonder enige aanpassing
is, om vele uiteenlopende redenen, veel van wat Xaverius tot stand heeft              op vreemde bodem ingeplant. Op de duur
gebracht weer verloren gegaan. Hoe kan dat ook eigenlijk anders, met                  gaven enkele jezuieten zich er rekenschap van, dat dit westerse
onervaren missionarissen die weliswaar vol ijver                                      systeem barsten vertoonde wanneer men het zonder enige
waren, maar zich het oosters cultuurgoed nooit eigen konden                           noemenswaardige aanpassing in het Oosten ging overplanten. Een
maken?                                                                                tweetal jezuieten heeft het materieel inplanten van een westers
                                                                                      geformuleerd en ingekleed christendom weten te overbruggen, al
                                                                                      hebben zij daarbij met nogal wat moeilijkheden te kampen gehad:
                                                                                      pater Ricci in China en pater de Nobili in India.


                                                                                Ricci, de `wijze man uit het Westen'
                                                                                (1578-1610)
                                                                                Deze titel danken we aan het boek van Cronin dat een enigszins
                                                                                geromantiseerd verhaal van Ricci's leven geeft - maar de
                                                                                werkelijkheid is nog boeiender dan de fictie. Na een suggestie van
                                                                                pater Valignani, de visitator van de Jezuïeten in het Verre Oosten,
                                                                                werd zijn napolitaanse ordegenoot Ruggieri in 1579 vrijgesteld

28
voor de studie van het Chinees, meer bepaald het mandarijnen-Chinees.         gaf men Portugese namen; men dwong hen ook te breken met de
Vierduizend lettertekens uit het hoofd leren was geen gemakkelijke            gewoonten van het kastensysteem. In de ogen van de
opdracht voor de niet meer zo jonge Ruggieri en daarom kreeg Matteo           overtuigde hindoes betekende bekering tot het christendom zoveel als
Ricci de opdracht om diens taak over te nemen. Ricci had aanleg voor          verraad van de eigen aard. Door hun evangelische zorg voor de
talen en speelde het klaar om op een meer dan behoorlijke wijze Chinees       armsten onder de armen en de verdrukten zetten de missionarissen
te leren. Hij vertrok naar China en vestigde zich eerst in Peking,            alles op alles om volgelingen te winnen onder de laagste kasten of
vervolgens in Nanking, waar hij zich uitgaf voor een geleerde die uit het     onder de kastelozen, zonder zich er rekenschap van te geven dat ze
Westen was gekomen. Hij paste zich aan bij de formalistische                  door dat feit zelf alle contact met de hogere en invloedrijke kasten
hoffelijkheidsgebruiken                                                       onmogelijk maakten.
van de Chinezen en wist bij de mandarijnen bewondering te wekken door         Toen Roberto de Nobili in 1604 in Madoera (Zuid-India) aankwam,
zijn geleerdheid. Zijn eerste zorg betrof niet de prediking van het geloof,   waren de Jezuïeten er reeds twaalf jaar werkzaam geweest, maar
maar een demonstratie van de westerse wetenschap.                             zonder noemenswaardig resultaat. De Nobili begon met zich grondig
Uit Europa liet hij alles komen dat tot de ontwikkeling van de Chinese        op de studie van de taal toe te leggen en kwam tot de ontdekking, dat
kennis en cultuur zou kunnen bijdragen: klokken die elk uur sloegen,          zijn voorgangers vele christelijke begrippen met verkeerde woorden
astronomische meetinstrumenten, enzovoort. Hij schreef uiteenzettingen        hadden vertaald. Madoera was een centrum van literair en filosofisch
over meetkunde en logica, publiceerde citaten van Europese geleerden,         leven en Roberto's wens was, zich in die kringen thuis te leren voelen.
met inbegrip van sommige kerkvaders. Bovendien was hij zeer bedreven          Zich realiserend welk een enorm prestige de brahmaanse geleerden (de
in de sterrenkunde, een wetenschap die de Chinezen intrigeerde. Gekleed       `sannyasi's') hadden, besloot hij net als zij te gaan leven. Hij zonderde
als een mandarijn, kreeg hij de taak toebedeeld om de keizerlijke             zich van zijn confraters af, kleedde zich als een brahmaan, verzorgde
sterrenwacht te reorganiseren. Toen eenmaal zijn wetenschappelijke faam       zijn haar op dezelfde wijze als zij en voedde zich als het ware
gevestigd was, begon hij meer rechtstreeks over het christelijk geloof te     uitsluitend met groenten. Hij wist zijn kennis van Sanskriet en Tamil
schrijven. Verscheidene mandarijnen die met hem samenwerkten                  zo te vervolmaken, dat zijn publicaties ook nu nog als klassieke
bekeerden zich en vormden een kleine kern christenen, in een gebied dat       werken uit de Tamil-literatuur worden vermeld. Langzamerhand kwam
enkele jaren voordien nog ontoegankelijk had geschenen. Bij Ricci's dood      men hem opzoeken en zijn raad vragen. Een geleerde werd in India ook
waren er zo'n 2.000 christenen, de meesten uit de leidende klasse. Ricci's    als een wijze beschouwd. Beter dan enig andere missionaris uit die tijd
opvolger was de onstuimige Siciliaan Longobardo, die werd bijgestaan          zag hij in, dat het kastenonderscheid niet zozeer een discriminatie was
door een Belgische jezuïet, pater P. Trigault. Later werd het werk            die niet met het christendom te verzoenen was, maar veeleer een
voortgezet door Schall von Bell, die in 1650 de eerste openbare kerk in       sociaal gegeven. De Nobili sloot zich bij de hogere brahmanenkaste
Peking zou bouwen. Na zijn dood deed men een beroep op de uit Pittem          aan; daarbij distantieerde hij zich, uit apostolische overwegingen, van
(West-Vlaanderen) afkomstige jezuïet Ferdinand Verbiest; hij werd in          de andere kasten en van zijn eigen medebroeders, die door
1669 aangesteld tot beheerder van de keizerlijke sterrenwacht waarvoor        hun contact met die lagere kasten als onrein werden beschouwd.
hij zelf moderne instrumenten ontwierp. Over zijn andere activiteiten -       Nooit sprak hij de massa toe en van proselytisme kan hij niet
zoals het gieten van kanonnen of, zoals recentelijk nog is gesuggereerd,      verdacht worden. Hij discussieerde heel rustig in gesprekken van
zijn spioneren voor Rusland - kunnen we hier beter niet te veel uitwijden.    man tot man; hij sprak over sterrenkunde en aardrijkskunde, maar
Dat is een verhaal op zichzelf. In 1683 werd hij, met vorstelijke luister,    ook over de grote levensvragen, het bestaan en het wezen van God,
naast Ricci begraven.                                                         de natuur van de hemelse glorie, de zielsverhuizing, de begrippen
                                                                              `deugd' en `zonde'.
Roberto de Nobili (1577-1656) : een                                           Deze nieuwe aanpak leverde vruchten op. Het kwam inderdaad tot
                                                                              bekeringen, maar nooit eiste hij dat de bekeerlingen afstand zouden
nieuwe missioneringsmethode in India                                          doen van al hun kastegewoonten. Hij aanvaardde het kastensysteem als
In de Portugese nederzettingen werd het christendom als een Portugese         sociale instelling en beperkte zich er toe, sommige gebruiken te weren
godsdienst beschouwd. Aan Indiërs die zich lieten dopen                       die duidelijk als afgodisch moesten worden geïnterpreteerd.

29
                                                                                                                                                     193
Reacties
Zowel Ricci als de Nobili kregen met tegenkanting te maken. Ricci, die            Een
                                                                                  ‘heilig experiment’
wel de steun van zijn bisschop kreeg, werd door medebroeders te Rome
aangeklaagd. Ook dominicanen die het met zijn tactiek niet eens waren en
vonden dat hij in zijn aanpassing te ver ging, deden hun beklag bij het


                                                                                  in Paraguay
Vaticaan. Er werden legaten gestuurd om de zaak te onderzoeken, maar
zij gedroegen zich in die aangelegenheid zeer ontactvol en werden
uiteindelijk door de Chinese keizer het land uitgezet. Naar gelang de
voor- of de tegenstanders van Ricci het in Rome voor het zeggen hadden,
wisselde de houding tegenover het nieuwe experiment. Het is de bekende
`ritenstrijd' geworden, die zich vele decennia lang heeft voortgesleept.
Ook de Nobili zag zich voor een sterke oppositie geplaatst. Die kwam              Eigenlijk is de benaming `Paraguay' een anachronisme, want het
allereerst van sommige hindoes die zich begonnen te realizeren, dat het           experiment waarover het hier zal gaan situeert zich in het gebied
                                                                                  waar de rivieren de Parana en de Uruguay elkaar het dichtst
christendom op sommige plaatsen de burcht van het hindoeïsme
                                                                                  naderen, dus ten zuiden van Asunción; dat betekent wel dat de
bedreigde. Er werd bij de gouverneur op aangedrongen dat deze hem het             grenzen van het huidige Paraguay werden overschreden.
land uit zou zetten, maar de man weigerde daarop in te gaan. Veel
pijnlijker voor de Nobili was het achterbakse gedrag van sommige van              Helemaal nieuw was het experiment dat de Jezuieten er
zijn medebroeders, die zijn methode verdacht vonden en - bewust of                uitprobeerden eigenlijk niet. Dominicanen en Franciscanen hadden
onbewust? - in Rome het gerucht verspreidden dat hij tot de heidense              het op andere plaatsen van Zuid-Amerika al gedeeltelijk toegepast:
                                                                                  in verscheidene gebieden hadden ze zogenoemde `reducties'
godsdienst was overgegaan. Gelukkig vond hij een groot verdediger in de
                                                                                  opgericht, waarvan het aantal inwoners kon schommelen tussen de
bisschop van Cranganore, die zijn werk ter plaatse had weten te                   4.000 en de 15.000. Typerend voor het experiment van Paraguay was
waarderen. Dat neemt niet weg, dat de controverse twaalf jaar duurde.             de omstandigheid dat het als eerste nederzetting de koninklijke
Uiteindelijk deed de inquisitie van Goa een uitspraak, die gunstig voor de        goedkeuring had gekregen, op grond van een decreet dat Filips III
Nobili uitviel. Via een bul maakte Gregorius XV een eind aan de                   in 1610 had uitgevaardigd. Daarbij werden de Indianen vrijgesteld
discussie. In feite betekende het echter slechts een voorlopig einde, want        van alle vorm van dienstbaarheid aan particulieren en rechtstreeks
de `malabaarse ritenstrijd' zou later een tweede en zelfs een derde fase          afhankelijk verklaard van de koning. Het was dan ook in naam van
kennen.                                                                           de koning dat de missionarissen - bijgestaan door een raad van
                                                                                  inboorlingen - rechtstreeks belast werden met het wereldlijk bestuur
Gingen de experimenten ver genoeg?                                                en met de uitoefening van de
                                                                                  rechtsmacht. De nederzettingen lagen doorgaans in de nabijheid
Dit kan een vreemde en overbodige vraag lijken, gezien de sterke                  van de rivieren, op ongeveer tien à twaalf kilometer van elkaar.
oppositie waarmee Ricci en de Nobili te maken kregen. Toch zal het
opgevallen zijn dat ze - niettegenstaande de hoge waardering die ze de
Chinese en de Indiase cultuur toedroegen - de adaptatiemethode vooral
hebben gezien als een tactiek om er op langere termijn het gehele volk
mee voor het christendom te winnen. De missionarissen deden daarmee          De reducties
een stap vooruit in de missioneringsvisie. Niettemin zullen de               Hoe zag zo'n reductie er in werkelijkheid uit? Het grote plein,
missiologen van vandaag vaststellen dat bepaalde vragen niet gesteld         ongeveer 130 bij 100 meter, was omkroond met palm- en
werden, zoals de kwestie welke de heilshistorische waarde kon zijn van       sinaasappelbomen. Aan de zuidkant bevonden zich kerk en
de niet-christelijke godsdiensten; of en hoe de zogenoemde                   begraafplaats, hospitaal, school en moestuin. Oost-,
vervullingstheorie een stapsgewijze ontwikkeling naar het christendom        west- en noordwaarts waren, langs meestal geplaveide lanen, huizen,
kon zijn. Maar tenslotte veronderstelt iedere ontwikkeling een
                                                                             opgetrokken uit stevig materiaal, voorzien van een veranda (eigenlijk
rijpingsproces.
30                                                                                                                                                   195
een schuin aflopend dak, waardoor de warmte werd buiten gehouden of            Aanvallen op het systeem
althans enigszins afgeschermd).
                                                                               Lof en waardering ontbraken niet. Zo schreef de bisschop van Buenos Aires
De huizen, die ter beschikking van de jonge gezinnen werden gesteld,           in 1683 aan de koning van Spanje dat hij een tocht van zes maanden in het
bleven eigendom van de gemeenschap, evenals de grond en de                     gebied had gemaakt, tijdens welke hij vijftien reducties had bezocht en
werkplaatsen. Nooit was er ook maar één stukje grond privé-eigendom. Van       30.000 vormsels had toegediend. Hij drukte zijn tevredenheid uit over de
kopen of verkopen was geen sprake. Daar stond tegenover, dat anders dan
                                                                               goede werking van het systeem.
wat in andere koloniale gebieden wel voorkwam, de mensen niet werden
uitgebuit. Ze behoefden hier niet te werken tegen een hongerloon, maar         Maar ook kritiek en aanvallen bleven niet uit. Men heeft de Jezuïeten
konden ook voor zichzelf geen kapitaal verzamelen.                             verweten dat ze de Indianen te paternalistisch hebben behandeld en hen niet
                                                                               hebben opgeleid tot een zelfstandig volk. Ook werden de missionarissen er
                                                                               van verdacht, dat ze zich aan het experiment hadden verrijkt. Er kan met
Er bestond een gemeenschappelijk verdedigingssysteem. Dat was                  name in het eerste verwijt een grond van waarheid schuilen. Het blijft dan
noodzakelijk gebleken, omdat groepen gedoopte Guarani-Indianen                 echter nog altijd een vraag, welk alternatief even efficiënt zou zijn geweest.
regelmatig door niet-christenen werden aangevallen.                            Bedenkelijker is echter het verwijt, dat de Jezuïeten nooit een van de
Een achturige werkdag was verplicht gesteld. Naast akkerbouw werd ook          Guarani-Indianen tot het priesterschap
ambachtelijk werk aangeleerd en beoefend. Vroeg of laat kwam er meestal         hebben toegelaten. In de republiek van de Jezuïeten was geen
een eigen drukkerij. De vrouwen hielden zich, naast hun huishoudelijke          plaats voor uit het land zelf afkomstige priesters; evenmin voor
arbeid, bezig met weven of borduren. De werklieden kregen geen betaling,        kloosterlingen. Waarschijnlijk waren zij van oordeel, dat dit volk
behalve met fictieve `pesos', d.w.z. bankbiljetten die alleen in de reductie    daartoe intellectueel of moreel niet in staat was, al zijn er
zelf waarde hadden en waarmee ze kleding, voedsel en werkinstrumenten           voorbeelden bekend van inlandse meisjes die, naar het getuigenis
konden kopen. Niemand leed gebrek, maar er was ook geen klasse van              van de Jezuïeten zelf, een moreel hoogstaand leven leidden. Het feit
geprivilegieerden.                                                              dat men
                                                                               de jongens ongeschikt achtte voor het priesterleven zou noodlottige
Er stonden uren genoteerd voor sport en ontspanning, er werd gedanst en        gevolgen blijken te hebben, toen de Jezuïeten eenmaal uit de streek
toneel gespeeld. Er bestaat nog een relaas van een `nachtelijk                 verdreven werden.
spiegelgevecht' op de Parana, een grandioos schouwspel dat door                Het drama van die uitdrijving leidde tot de ondergang van de reducties. Aan
duizenden toeschouwers werd gevolgd.                                           de basis ervan ligt een verraad van de Spaanse koning die een koehandel
                                                                               sloot met Portugal, waarbij zeven reducties aan dat laatstgenoemde land
De kinderen - zowel meisjes als jongens - moesten vanaf hun zevende jaar
                                                                               werden overgedragen. We zijn dan echter reeds in 1750 aangeland. De
tot hun huwelijksleeftijd naar school. Zang was er als opvoedingsmiddel
                                                                               Jezuïeten die toen nog in de reducties actief waren, verzetten zich tegen de
ingevoerd: de gehele christelijke geloofsleer was op muziek gezet. Er werd
                                                                               overdracht omdat ze beseften dat samen met de Portugezen ook de
streng over gewaakt dat er geen `slechte boeken' in de reducties
                                                                               handelaars en de kolonisten zouden komen en dat dan de corruptie haar
binnendrongen. In de familiekring werd uitsluitend geestelijke lectuur
                                                                               intrede zou doen, net als in andere landen van Zuid-Amerika. Het verzet
voorgelezen.
                                                                               tegen de Portugese autoriteiten (waaraan ook de Guarani's deelnamen)
Typerend was wel de apostolaatsmethode. De Jezuïeten waren weinig in           duurde zes jaar. Toen werden de Jezuïeten verdreven. Op dat ogenblik
getal: doorgaans niet meer dan twee per reductie. Maar ze hadden de            verbleven er in de reducties ongeveer 90.000 Indianen. Toen de Sociëteit
handen meer dan vol aan het besturen van de dorpen. Daarom werden de           van Jezus in 1773 opgeheven werd, ging alle hoop op een hervatting in rook
besten onder de Guarani's tot lekenapostel opgeleid en uitgestuurd naar hun    op. Vele Indianen vluchtten de bossen in en een tiental jaren later bleef er
stamgenoten, om daar propaganda voor de christelijke levenswijze te            niet veel meer over dan de herinnering.
maken. Soms slaagden ze erin, verschillende families ineens mee te
brengen. Die werden dan als catechumenen beschouwd, maar hartelijk in de       Een `heilig experiment'?
bestaande gemeenschap opgenomen.                                                  In 1948 schreef Fritz Hochwalder onder bovenstaande titel een

31                                                                                                                                                       197
toneelstuk, waarin hij het gewetensconflict tussen de generaal van de orde,   Anti-katholicisme
die op verzoek van de Spaanse vorst de Jezuïeten vraagt met het
experiment te stoppen, en de provinciaal van Paraguay, die het experiment     Jaffna, in het noorden van het eiland, was de stad die het langst in Portugese
zeer noodzakelijk acht, tot een dramatisch hoogtepunt brengt. Meteen          handen bleef. De inwoners - waaronder een kleine vijftig kloosterlingen die
stelde het stuk zeer scherp de kwestie van de gehoorzaamheidsopvatting bij    daar samengetroept waren - hadden zich in het fort verschanst en hielden
de Jezuïeten tegenover het recht van het eigen geweten. Rond dit probleem     vier maanden stand tegen de druk van de Hollandse troepen. De
werd indertijd een vinnige discussie gevoerd in de pers. Aan de ene kant      voorwaarden voor de capitulatie waren zeer ongunstig voor de
werd gesproken over heldhaftigheid, aan de kant werd aan de orde een          missionarissen: ze moesten het eiland verlaten, met niets dan hun
`cadavergehoorzaamheid' verweten. Recenter is deze probleemstelling, zij      persoonlijk bezit, en het werd hun verboden er ooit nog terug te komen. Een
het vanuit een andere invalshoek, opnieuw in de film `Mission' aan de orde    oude, ziekelijke jezuïet, Joáo Caldero, die in Jaffna achterbleef, werd
geweest.                                                                      onthoofd. Twee maanden na de inneming van het fort vaardigden de
                                                                              Hollanders een van de strengste 'plakkaten' uit die ze ooit tegen de
Het is uiteraard onmogelijk, hier op dit alles nader in te gaan. Volstaan     katholieken hebben laten verschijnen. leder die het zou wagen, een
moge worden met er op te wijzen, dat de tragische afloop van dit reductie-    katholieke priester te herbergen of zelfs na te laten hem aan te geven als hij
experiment niet wegneemt, dat het een unieke episode in de                    ergens werd opgemerkt, was de doodstraf schuldig. We moeten hier
missioneringsgeschiedenis zal blijven.                                        misschien wel voor ogen houden dat deze verordening deel uitmaakte van


     Katholicisme in
                                                                              de noodmaatregelen die met de machtsovername gepaard gingen, maar in
                                                                              elk geval vormde ze het uitgangspunt van een tijdperk, waarin de Ceylonese
                                                                              katholieken het zonder priesters moesten stellen en het, door een hele reeks


     Hollands
                                                                              van discriminerende maatregelen, bijzonder zwaar te verduren hadden. De
                                                                              meer dan 160 katholieke kerken werden ofwel tot protestantse bedehuizen
                                                                              omgevormd, ofwel met de grond gelijk gemaakt. Katholieke scholen


     overzees gebied
                                                                              werden door de gereformeerde geestelijkheid overgenomen, terwijl de
                                                                              ouders die weigerden hun kinderen naar deze scholen te sturen, een zware
                                                                              boete werd opgelegd. Huwelijken waren slechts rechtsgeldig, indien ze voor
                                                                              de protestantse kerkbedienaar waren gesloten.


                                                                              Gelovigen zonder priester
      Holland heeft zijn Gouden Eeuw grotelijks te danken aan de
                                                                              De totale afwezigheid van priesters had tragische gevolgen voor de
      overzeese veroveringen door de Oost-Indische Compagnie. We willen
                                                                              katholieken op Ceylon. Verscheidene orden zochten naar een mogelijkheid
      hier slechts één van die veroverde gebieden bekijken, Ceylon - het
                                                                              om het toegangsverbod tot het eiland te omzeilen, maar slaagden daar niet
      huidige Sri Lanka -; daarbij mogen we bedenken dat de situatie in de
                                                                              in. De Romeinse Congregatie voor de Verspreiding van het Geloof
      andere Hollandse bezittingen met die op Ceylon vergelijkbaar is.
                                                                              probeerde zelfs via de Oostenrijkse keizer de toestemming van de
      Tussen 1638 en 1658 werden de Portugezen uit de kaneellanden
                                                                              Nederlandse autoriteiten te krijgen om missionarissen op Ceylon toe te
      langs de kust verdreven; dit had voor de christenheden die zich daar
                                                                              laten. Het was alles tevergeefs: nog in 1682, vierentwintig jaar na de
      hadden ontwikkeld niet geringe gevolgen. Wat op Ceylon met
                                                                              verovering van het eiland door de Verenigde Oost-Indische Compagnie,
      dekatholieken gebeurde, kan als voorbeeld gelden voor wat in
                                                                              werd een 'plakkaat' uitgevaardigd, waarbij het verspreiden van het
      mindere of meerdere mate het lot was van de katholieken in alle
                                                                              katholieke geloof werd verboden. Ook in het binnenland, in het koninkrijk
      streken die onder Hollands bewind kwamen te staan.                      Kandy, waar een inlandse vorst was blijven regeren die zich tegenover de
                                                                              katholieken niet ongunstig gezind toonde, vervaagde het geloof vanwege de
                                                                              afwezigheid van priesters.

                                                                                                                                                       199
32
Een initiatief uit Goa                                                         katholieke priester ongeoorloofde activiteiten ontwikkelde, wilde hij een
                                                                               valstrik voor hem spannen, maar op het ogenblik dat men wilde toeslaan
                                                                               bleek Vaz alweer verder getrokken te zijn, nu naar Negombo. Opnieuw
José Vaz was een Indiër uit het toen nog Portugese gebied Goa, een priester
                                                                               kwamen de Hollanders hem op het spoor, maar alvorens ook daar weer te
die tot het Oratorium van Philippus Neri behoorde. Toen hem kort na zijn
                                                                               verdwijnen had Vaz gelegenheid gehad een inlander op te leiden, aan wie
priesterwijding het bericht bereikte dat de geestelijke nood van de
                                                                               hij de verantwoordelijkheid over de katholieken in die streek gaf. Eigenlijk
katholieken op Ceylon zeer groot was, nam hij het besluit die verlaten
                                                                               was het een zeer diplomatieke zet van Vaz, want de man in kwestie,
christenheid te hulp te komen. Hij reisde naar het zuiden van India en
                                                                               Affonso Pereira, was tevens burgerlijk districtshoofd en genoot een zo groot
scheepte zich daar in op een kleine schuit, met bestemming Jaffna. Door
                                                                               aanzien, dat men hem niet kon aanpakken zonder een opstand van de
een storm raakte het kleine vaartuig uit de koers. Twintig dagen zwalkte het
                                                                               bevolking te vrezen. Tot in 1710 doorkruiste Vaz het eiland. Voortdurend
rond op zee, alvorens het Mannar, aan Ceylons oostkust, bereikte. In een
                                                                               werd hij gezocht en tientallen keren moest hij de vlucht nemen, omdat men
van zijn brieven vertelt José Vaz van een goedhartige vrouw, die hem na
                                                                               hem op de hielen zat. De strijd met de V.O.C. bloedde in de achttiende
zijn landing dagelijks wat gekookte rijst bracht om hem weer op krachten te
                                                                               eeuw echter dood. Langzamerhand kwam er een grotere tolerantie en vanuit
helpen. Toen begon hij aan een tocht naar het Noorden, in de hoop ergens
mensen te ontmoeten die vroeger ooit katholiek geweest waren. Sinds            Goa konden andere Oratorianen naar Ceylon overkomen.
nagenoeg dertig jaar waren alle uiterlijke tekenen van het katholieke geloof
verdwenen. Padre Vaz, die als Indiër moeilijk van de Ceylonezen te             Zoals gezegd, was het leven in Ceylon vrij representatief voor wat zich
onderscheiden was, trok als bedelaar van deur tot deur, blootsvoets, slechts   afspeelde in andere Hollandse koloniale gebieden. Toevallig zijn er van en
gekleed in een lendendoek. Om zijn hals droeg hij een rozenkrans en hij        over José Vaz enkele tientallen brieven bewaard gebleven, maar
lette scherp op, hoe vooral de oudere mensen bij het zien daarvan zouden       ongetwijfeld zullen er overal wel mensen zijn geweest die toen hun leven
reageren. Op die manier slaagde hij er in, een aantal katholieken op het       waagden voor hun geloof, maar nu in de vergetelheid zijn verzonken. Ook
spoor te komen. Hij ontdekte ook dat het dorp Sillalai, dat buiten de          die anoniemen behoren tot de levende kerkgeschiedenis en verdienen ons
belangstellingssfeer van de Hollanders was gelegen, praktisch geheel           respect.


                                                                                    Missionering
katholiek gebleven was. Hoewel de mensen er dertig jaar van een priester
verstoken waren geweest, waren ze in een gewoon onopvallend woonhuis
blijven samenkomen en hadden ze er een vorm van katholiek ritueel


                                                                                    gecentraliseerd in
behouden.

Gezocht en achtervolgd
Op Kerstmis 1689 voelde José Vaz zich voldoende zelfverzekerd om op
verschillende plaatsen een eucharistische dienst te organiseren. Het
was inmiddels het Hollands gezag ter ore gekomen dat deze ceremoniën
                                                                                    Rome
zouden plaats vinden en een gewapende macht werd uitgezonden om de
diensten te verhinderen en de aanwezigen gevangen te nemen.
Enkelen kregen daadwerkelijke gevangenisstraf en een boete. Acht onder              Portugal en Spanje, de grote zeevarende mogendheden uit de
hen werden gefolterd en tot dwangarbeid veroordeeld. Vaz had weten te               zestiende eeuw, hadden van de paus het zogenoemde
ontkomen. Voor iets langer dan een jaar trok hij zich in de jungle terug;           patronaatsrecht gekregen; eigenlijk een netwerk van rechten en
daarna trok hij naar de koning van Kandy en                                         verplichtingen waardoor de Heilige Stoel weliswaar in principe het
verbleef geruime tijd in zijn rijk. In 1696 was hij opnieuw werkzaam in de          oppergezag over de veroverde gebieden behield, maar
door de Hollanders bezette gebieden. Onopvallend wist hij zich aan te               aan de beide landen bepaalde voorrechten schonk in ruil voor de
sluiten bij het gevolg van een notabele en aldus onopgemerkt de hoofdstad           verzekering dat zowel Lissabon als Madrid er zouden instaan voor
Colombo binnen te dringen. Toen de Nederlandse gouverneur er achter                 de geloofsverspreiding en de organisatie van de Kerk. Met het
kwam dat een                                                                        verstrijken van de decennia werd de

33                                                                                                                                                    201
      verstandhouding tussen de koningen enerzijds en Rome anderzijds       alle nuntii een schrijven te zenden om hun de oprichting van de
      verstoord. Er had een accentverschuiving plaats. De staten            Congregatie te melden en een verslag te vragen over de religieuze
      vergaten hun verplichtingen en kregen steeds meer oog voor de         toestand van het land waar ze verbleven. Ook aan de generaals van de
      eigen rechten en voorrechten waar ze strak aan bleven vasthouden.     kloosterorden werd gevraagd, een rapport op te maken over de missie -
      Op de duur beschouwden ze die als vanzelfsprekend en kenden ze        activiteit van hun orden. Tweemaal in de maand kwam de Congregatie
      aan de koninklijke decreten de waarde van apostolische brieven        bijeen. Pas toen ze goed functioneerde, kwam de officiële canonische
      toe. De pausen (vooral Pius V) wezen er de vorsten van het            oprichting (met de bul Inscrutabili van 22 juni 1622). Krachtens haar
      Iberische schiereiland voortdurend op, dat ze hun christelijke        statuut zou de Congregatie moeten beraadslagen over de grote
      plichten tegenover de vreemde volkeren verwaarloosden, maar ze        missieproblemen waarvoor de Kerk zich geplaatst zag, bepaalde
      vonden weinig gehoor. Zo groeide in Rome de overtuiging, dat het      voorstellen formuleren en die ter goedkeuring aan de paus voorleggen.
      goed zou zijn het missioneringswerk aan de verwaarlozing te           Voor de gewone administratieve aangelegenheden en de lopende zaken
      onttrekken en de missionaire activiteiten in Rome te centraliseren.   zou ze over aanzienlijke volmachten beschikken. De richtlijnen die ze zou
                                                                            uitvaardigen moesten soepel zijn. In de gedachte van de paus mocht de
                                                                            nieuwe Congregatie zich niet laten binden door juridische details. Geen
De eerste plannen                                                           enkele andere reeds bestaande Romeinse congregatie beschikte over een
Francisco Borgia, de generaal van de Jezuïetenorde, had de paus reeds       zo ruime bewegingsvrijheid. Onuitgesproken, maar tussen de regels door
in 1568 gesuggereerd, een speciale congregatie op te richten voor alle      leesbaar, was de intentie aanwezig om het missioneringswerk in eigen
aangelegenheden die de niet-christenen betroffen.                           hand te nemen en de privileges waarvan Spanje en Portugal misbruik
Pius V vond dit een uitstekend idee en stelde twee jaar later een           maakten ongedaan te maken. Het doel
commissie van vier kardinalen in om de zaak te bestuderen. Mogelijk
                                                                                  Wantoestanden in de nieuwe kolonies maakten een Congregatie
werd de paus bij die beslissing mede beïnvloed door de hoogleraar Jean
                                                                                  voor de Verspreiding van het Geloof noodzakelijk. Hieronder twee
Vendeville, later bisschop van Doornik, die hem reeds een memorandum
                                                                                  spotprenten over kerkelijke misbruiken bij de Inca's, gemaakt door
had overhandigd over de vorming en opleiding van kandidaat-
                                                                                  de mesties Poma de Ayalo (Nueva Coronica, ca. 1613).
missionarissen in een daarvoor speciaal ingesteld seminarie. In 1589
richtte Vendeville daarover een nieuw memorandum aan Sixtus V. Tot               COREGIDORMENi_I WIS
                                                                                                                          COmenoer
                                                                                                                     ELCOMEMDEPOL
                                                                             ~OMOLOGISTI(iACRV
een onmiddellijk resultaat kwam het niet, maar de gedachte om tot een
centrale leiding van het missiewerk te komen bleef leven. De karmeliet                                               F o
Thomas a Jesu publiceerde in 1613 een lijvig werk, waarin hij de ideeën                                              7`9~44=.t t   q    v,r
                                                                                                                     w61.,r,J",y^~yv^
van Vendeville overnam en vervolledigde.

Een Congregatie voor de Verspreiding
van het Geloof
De commissie van vier kardinalen die indertijd door Pius V in het leven
was geroepen om te bestuderen hoe men de missionering van de nieuwe
wereld nieuwe impulsen zou kunnen geven, was nooit goed van de grond
gekomen. De gedachte was echter blijven leven en toen kardinaal
Ludovisi als Gregorius XV in 1621 de pausentroon had bestegen, wist
men dat de oprichting van een Congregatie voor de Verspreiding van het
Christelijk Geloof (de Congregatio de Propaganda Fide) een feit zou
worden. En inderdaad, in 1622, werd een congregatie van 13 kardinalen
ingesteld. De paus zat persoonlijk de eerste zitting voor. Op deze
bijeenkomst werd besloten, aan
202                                                                                                                                             203
dat de Congregatie zich had gesteld kwam erop neer, wat uitgegroeid was        moest worden. Daarom moest het missiewerk vrijgemaakt worden van de
tot een `koloniale missie' om te zetten in een `kerkelijke missie'; alle       niet-gewettigde en te zwaar uitgegroeide tussenkomsten van de politieke
missionarissen moesten van Rome hun zending ontvangen en onder haar            machten; ook was het wenselijk dat Kerk en staat samenwerkten.
jurisdictie staan; de missiemethode zou door de Congregatie worden
vastgesteld en deze zou ook instaan voor de oprichting van nieuwe
                                                                               Vervolgens wees hij op het belang van een inheemse clerus en hiërarchie.
bisdommen. Dat dit niet naar de zin van Portugal en Spanje was, valt
                                                                               Hiermee ging hij in tegen de opvatting van velen en vooral tegen de
gemakkelijk te begrijpen. De strijd over het patronaatsrecht zou zich dan
                                                                               heersende praktijken. Het was zijn diepe overtuiging dat de Kerk in de
ook twee eeuwen blijven voortslepen.
                                                                               missielanden nooit zou kunnen groeien en bloeien, als de geestelijkheid
                                                                               niet uit het eigen volk genomen werd. Alleen inlanders waren in staat hun
Francisco Ingoli                                                               volksgenoten volledig te begrijpen. In afwachting daarvan moesten de
                                                                               westerse missionarissen leren, een grote eerbied op te brengen voor de
Gedurende de eerste 27 jaar van het bestaan van de congregatie `de             cultuur van die volkeren en hun taal leren spreken. Het geloof moest
propaganda fide' is Ingoli er de bezielende secretaris van geweest. Hij was    gebracht worden, zonder dat men tevens de Europese beschaving ging
in deze moeilijke tijd een providentiële persoonlijkheid. De eerste jaren na   opdringen.
zijn benoeming besteedde hij aan het verzamelen van gegevens. De               In verband met de missionering onderstreepte Ingoli nog eens het belang
rapporten die uit de verschillende gebieden binnenkwamen stelden hem in        van wat men het apostolaat van de pers zou kunnen noemen. In Rome had
staat zich een beeld te vormen van de werkelijke toestand van de               men de zogenoemde `polygIotta' opgericht (d.w.z. veeltalige), een
wereldmissie. Hij kwam tot de conclusie, dat de patronaatsmissies in een       drukkerij waar in tal van vreemde talen en met vreemde lettertekens
tijdperk van stagnatie waren gekomen. De schuld daarvan lag vooral bij         religieuze boeken werden gedrukt, die in de verschillende missiegebieden
de vertegenwoordigers van de Kroon, die vaak op eigen winstbejag uit           werden verspreid.
waren en de bevolking tyranniseerden. De meeste missionarissen hielden
de ogen gesloten voor deze onduldbare methodes, die allesbehalve een           Ingoli stond er ook op, dat op de mensen geen dwang of geweld werd
                                                                               uitgeoefend. Ze moesten uitsluitend door pastorale benadering en niet
afspiegeling van het evangelie waren. Met uitzondering van de Jezuïeten
                                                                               door proselytisme gekerstend worden.
bleken de meeste religieuzen zelf ook niet een voorbeeldig leven te leiden.
                                                                               Na Ingoli's dood in 1649 stuitten zijn ideeën op heel wat tegenstand. Zijn
Bij het bestuderen van de uitgebrachte rapporten kwam Ingoli tot het           opvolgers hadden noch zijn prestige, noch zijn weerstandsvermogen.
inzicht dat het nodig was de teugels strak in handen te nemen, ook al was      Zonder zijn ruimdenkende, bezielende kracht zou het centrale
daaraan het risico van een confrontatie met Spanje en Portugal verbonden.      missiebestuur dan ook een periode van verstarring tegemoet gaan.

Aan de hand van inlichtingen die hem van overal bereikten, stelde
Ingoli drie memoranda op ten behoeve van de kardinalen die deel
uitmaakten van de congregatie `de propaganda fide'. Het
laatste memorandum, dat waarschijnlijk niet vóór 1640 is opgesteld, was
duidelijk de vrucht van veel ervaring en nadenken; het getuigt van een
trefzekere intuïtie en kan in zekere zin als zijn geestelijk testament
beschouwd worden.
Voor de geschiedenis van de missionering zijn Ingoli's opvattingen
beslist opmerkelijk. Samengevat kunnen ze als volgt beschreven
worden.
Allereerst was hij ervan overtuigd geraakt, dat het `koloniale tijdperk'
van de missies een einde moest nemen en dat de missieactiviteit
opnieuw een louter kerkelijke en geestelijke beweging

204                                                                                                                                                   205
     De tragedie van                                                        Hoe dan ook, de innerlijke beroering van een klein aantal
                                                                            vooruitstrevenden mondde uit in een uitgesproken sympathie voor het

     de godsdienst-                                                         protestantisme en leidde uiteindelijk tot een reeks burgeroorlogen: de zg.
                                                                            Hugenotenoorlogen. Men onderscheidt er vijf.


     oorlogen
                                                                            De eerste brak uit toen Catharina de Medici, die het regentschap
                                                                            waarnam voor haar 11-jarige zoon koning Karel IX, na het
                                                                            godsdienstgesprek van Poissy de calvinisten in 1562 toestond
                                                                            godsdienstige bijeenkomsten te houden buiten de steden. De hertog de
                                                                            Guise kwam hiertegen in verzet. Ook al leden de calvinisten de
                                                                            nederlaag, men zag zich gedwongen hun de vrijheid te geven in de
                                                                            steden waar ze vroeger bestonden.
                                                                            De tweede Hugenotenoorlog (1567-1568) brak uit toen de calvinisten
     Terwijl de nieuw-ontdekte overzeese gebieden door katholieke           hoorden dat Catharina besprekingen had aangeknoopt met Alva en
     missionarissen gekerstend werden, woedde in Europa zelf een hevige     begonnen te vrezen, dat de tolerantiebepalingen weldra ingetrokken
     strijd tussen katholieke en protestantse vorsten en kwam op een        zouden worden. De Hugenoten zagen zich door de uitslag van de strijd
     weinig vreedzame en ook weinig christelijke manier de religieuze       gedwongen een voor hen nadelige vrede te sluiten.
     landkaart tot stand zoals wij die globaal nu nog kennen. Die periode   Voor de derde oorlog nam Catharina het initiatief, maar na afloop
     van de 'godsdienstoorlogen' kwam officieel tot een eind bij de Vrede   schonk ze de calvinisten vrijheid van geweten in heel het rijk, vrijheid
     van Westfalen in 1648. Het zou een versimpeling zijn te stellen dat    van godsdienst in verschillende steden, toegang tot alle ambten en het
     alleen godsdienstige motieven in de strijd hebben meegespeeld.         eigen gezag over vier versterkte steden.
     Godsdienst en politiek zaten veelal onontwarbaar in elkaar             Daardoor stonden ze zeer sterk en Catharina, die begreep dat ze te ver
     vervlochten. Verder moet vooropgesteld worden dat niet alle            was gegaan, wist in een kroonraad de koning er toe te bewegen, de
     voorvechters van het katholicisme voorbeeldige christenen waren,       Hugenoten als verstoorders van de openbare orde en als verraders van de
     evenmin als trouwens alle protestanten zich uitsluitend door           staat te laten veroordelen. Dat leidde tot de afschuwelijke
     religieuze motieven lieten inspireren.                                 Bartholomeusnacht (24 augustus 1572): de poorten van Parijs werden
                                                                            gesloten, soldaten opgeroepen en talrijke vooraanstaande Hugenoten
                                                                            (onder wie Gaspard de Coligny) gedood. Drie dagen lang werd er
De Hugenotenoorlogen                                                        geplunderd en gemoord. Dat de paus mede de hand in het spel heeft gehad
                                                                            is onjuist, maar dat de Kerk allesbehalve christelijk heeft gehandeld, kan
In Frankrijk kon vanaf het begin van de zestiende eeuw vastgesteld
worden dat de reformatorische bewegingen steeds meer invloed kregen,        moeilijk geloochend worden.
al zijn ze op geen enkel ogenblik tot massabewegingen uitgegroeid. Er       De vierde Hugenotenoorlog (1572-1573) eindigde met het voor de
was een groep christelijke humanisten die door de studie en de              Hugenoten ongunstige edict van La Rochelle.
verspreiding van de Heilige Schrift naar een innerlijke vernieuwing van     De vijfde oorlog (1574-1589) tenslotte kende wisselende kansen, maar
het christendom streefden. De grootste onder hen was ongetwijfeld de        toen de calvinistische Hendrik van Navarra in 1589 koning Hendrik IV
Parijse humanist Lefèvre d'Etaples (bekend als Faber Stapulensis). Er       werd, begreep hij dat hij als calvinist niet zonder strubbelingen koning
verschenen werken die de misbruiken van het christendom hekelden,           over het katholiek gebleven Frankrijk zou kunnen zijn; hij zwoer in 1593
zoals het geruchtmakende boek van Marcourt, het Livre des marchands.        het calvinisme af. Dat hij daarbij de uitspraak in de mond genomen heeft
Die `kooplui' waarover de titel spreekt zijn dan de priesters die voor      `Paris vaut bien une masse' (Parijs is wel een mis waard), behoort tot de
alles geld vragen. De massa van de gelovigen bleef echter trouw aan het     legende. De godsdienstige aangelegenheden werden geregeld door het
katholicisme; de terreinverschuiving vond vooral plaats onder de            Edict van Nantes (1598): de katholieke godsdienst zou overheersend zijn
intellectuelen, in de kringen van de humanisten. In enkele steden           in de staat, maar de Hugenoten ontvingen vrijheid van geweten en
(waaronder Montpellier, Montauban en La Rochelle) ontstonden
calvinistische kernen.
36                                                                                                                                                207
mochten hun godsdienst uitoefenen op de plaatsen waar dit in 1597 al het     tegen het verspreiden van ketterse geschriften uitgevaardigd. Een tweede
geval was. Ze kregen toegang tot alle ambten, hun predikanten werden         volgde het jaar daarop. Daarbij werd o.m. ook het verbranden van ketterse
door de staat bezoldigd en als onderpand kregen ze voor een periode van      boeken verplicht gesteld. Ketterij zou worden beschouwd als een aanslag
acht jaar 84 `zekerheidsplaatsen', waaronder enkele zeer sterke steden. In   op de veiligheid van de staat. Naast de reeds bestaande bisschoppelijke en
de zeventiende eeuw zou kardinaal Richelieu door de inneming van La          pauselijke inquisitie werd er ook een keizerlijke ingesteld. De Kerk
Rochelle een einde maken aan de politieke macht van de Hugenoten.            verzette zich daartegen, omdat het een moeilijk te rechtvaardigen zaak zou
Hoezeer Richelieu ook politicus geweest mag zijn, hij werkte met ernst       zijn als clerici door leken zouden worden geoordeeld en gevonnist. De
aan de bekering van de protestanten. Zo is Frankrijk in haar geheel gezien   keizer zag zich genoodzaakt een compromis te zoeken met de paus: in het
een katholiek land gebleven.                                                 vervolg zouden de inquisiteurs door de paus benoemd worden, op
                                                                             voordracht van de keizer - maar de keizer was wel verplicht uitsluitend
                                                                             theologen voor te dragen. Deze theologen-inquisiteurs hebben de
De Nederlanden                                                               kettervervolging in zekere mate weten af te remmen. Enkele jaren voor
                                                                             zijn dood (in 1550) vaardigde keizer Karel nog een berucht 'plakkaat' uit,
Dat de roep om hervorming zich ook in de Nederlanden liet horen, is reeds
                                                                             een bedroevend stuk wetgeving waardoor alle voorgaande plakkaten nog
ter sprake gekomen. Zowel op het morele als op het devotionele vlak
                                                                             werden verscherpt.
bestonden er niet geringe misbruiken. De visitatierapporten die de
Spaanse autoriteiten lieten opmaken bieden een treurig beeld van de          Filips II was minder sympathiek dan zijn vader. Hij had niet dezelfde
situatie. Dat ook hier hervormingstendenzen omsloegen in protestantisme      band met zijn Nederlandse onderdanen en verbleef meestal in Spanje. De
en dat ook politieke en nationale motieven een rol speelden, is voldoende    door hem aangestelde landvoogden maakten zich gehaat. Zij eerbiedigden
bekend. Een rechtstreekse invloed van het lutheranisme was hier slechts      geen gewetensvrijheid, maar daarbij moet wel aangetekend worden dat
sporadisch merkbaar. Calvijns invloed was groter, evenals trouwens die       zulks in die tijd nog niet een teken van fanatisme of wreedheid behoefde
van Menno Simonsz en andere doopsgezinden. Keizer Karel trad er streng       te zijn. Alle Europese vorsten waren verdeeld in twee kampen: enerzijds
tegen op. Reeds in oktober 1520 werd een 'plakkaat' tegen de ketterij en     zij die de afval van het katholicisme verboden; anderzijds zij die deze
                                                                             afval voorschreven. Beide partijen waren even radicaal. Pluralisme was
                                                                             een nog onbekend begrip. In het ene land werd men opgehangen als men
      De beeldenstorm (detail van een houtsnede).                            protestant werd; in het andere, omdat men weigerde het te worden.
                                                                             Margareta van Parma, na het vertrek van haar halfbroer Filips
                                                                             landvoogdes van de Nederlanden, werd bijgestaan door een Raad van
                                                                             State (waarin een aantal bekende edelen zetelden, zoals o.m. Oranje,
                                                                             Egmont en Hoorne) en door een `Consulta' (waarin o.m. aartsbisschop
                                                                             Granvelle zitting had). Het kwam al snel tot conflicten inzake de houding
                                                                             die men moest aannemen ten opzichte van de protestantse invloeden die
                                                                             vooral via de Engelse vluchtelingenkerken binnensijpelden (Vlissingen
                                                                             was daarvoor de toegangshaven). De edelen die verdraagzaamheid
                                                                             voorstonden moesten het ontgelden. De feiten zijn bekend uit de
                                                                             vaderlandse geschiedenis. In april 1566 hadden deze edelen het
                                                                             `Eedverbond der Edelen' gesloten. Enkele maanden later trok de
                                                                             beeldenstorm over het land. In Vlaanderen alleen al werden 400 kerken
                                                                             verwoest of beschadigd. Om de orde te handhaven, stuurde Filips de
                                                                             hertog van Alva naar de Nederlanden met een sterk expeditieleger. Om de
                                                                             adel af te schrikken, liet deze Egmont en Hoorne na een kort proces
                                                                             onthoofden. Uit de publicatie van Alva's correspondentie is wel duidelijk
                                                                             geworden, dat men hem vaak te eenzijdig heeft voorgesteld

37                                                                                                                                                 209
                                                                           betrokken. De protestantse vorst van dat land wilde zich meester maken
                                                                           van enkele Duitse katholieke bisdommen, maar de keizer kon dat met de
                                                                           hulp van de legeraanvoerder Wallenstein voorkomen. Hij
                                                                           vaardigde in 1629 een restitutie-edict uit, waardoor aan de
                                                                           katholieken alle onroerende goederen die hun na 1555 waren
                                                                           afgenomen teruggeschonken moesten worden. Dat gaf aanleiding tot
                                                                           een enorme verwarring, want zeer vele goederen waren al
                                                                           herhaaldelijk van eigenaar veranderd. Daardoor kreeg de keizer
                                                                           iedereen tegen zich: de vijanden van de keizer en die van het
                                                                           katholicisme werden in elkaars armen gedreven.
                                                                           In 1630 viel Gustaaf-Adolf van Zweden Duitsland binnen. Het is
                                                                           denkbaar dat economische redenen daarvoor de doorslag hebben
                                                                           gegeven, maar in elk geval was het resultaat dat Pommeren
                                                                           aan de katholieke invloedszone werd ontrukt. Toen Richelieu, de minister
                                                                           van de Franse koning Lodewijk XIII, begreep dat Duitsland zwakker
                                                                           stond dan ooit, rook hij zijn kans en achtte het ogenblik gekomen om zelf
                                                "4'111111!11111
                                                                           in het strijdperk te treden, om de macht van de Habsburgers voorgoed te
                                                                           kunnen breken. Scrupules kende hij niet. Om de grootheid van Frankrijk
      Koning Filips II (1.) en Willem de Zwijger (r.).                     te bestendigen, had hij reeds een bondgenootschap met de Turken
                                                                           gesloten. Nu wist hij, door diplomatieke activiteit, alle landen aan de
als de man van de `Bloedraad'. Hij was ook een groot diplomaat, zelfs      Duitse invloedssfeer te onttrekken, om daarna de aartsvijand met de
voorstander van een gematigde politiek, maar tevens een man van            wapens te verslaan. De eindoverwinning heeft hij niet meer mogen
plicht. Willem van Oranje voelde zich tegen Alva’s leger niet              beleven, omdat hij in 1642 overleed en de oorlog zich nog tot 1648 zou
opgewassen en trok zich in de noordelijke provincies terug. In die         voortslepen.
donkere dagen weerklonken voor het eerst de strofen van het                Het was een van de gruwelijkste oorlogen van die tijd, zowel voor de
Wilhelmus. De strijd kreeg hoe langer hoe meer een nationaal en            soldaten als voor de bevolking. Richelieu ging een bondgenootschap
politiek karakter. Ook Alva's opvolgers (Requesens, Don Juan,                    Kopergravure over het oorlogsgeweld tijdens de Dertigjarige
Farnese) zijn er niet in geslaagd, de noordelijke Nederlanden opnieuw            Oorlog (Jacob van der Heyden, Straatsburg).
onder Spaans gezag terug te brengen. De grenzen tussen Noord en
Zuid kenden wel enkele schommelingen, maar de scheiding - die zich
ook in het religieuze vlak aftekende - bleef bestaan.

De Dertigjarige Oorlog (1618-1648)
Eigenlijk is de discussie nog niet beslist over de vraag in hoeverre de
Dertigjarige Oorlog een godsdienstoorlog genoemd kan worden, omdat er
zovele politieke factoren mee verweven zijn. De oorlog begon in
Bohemen, naar aanleiding van twee kerken die de protestanten er in
katholiek gebied hadden gebouwd. De keizer gaf het bevel, een ervan af
te breken en de tweede te sluiten. De protestanten kwamen daartegen in
verzet, maakten zich meester van het slot van Praag en wierpen de
stadhouder van de keizer door het venster in de slotgracht. Uiteindelijk
ging de eerste overwinning naar de katholieken. Maar toen werd
Denemarken in de strijd
38
aan met de protestanten in zijn land en offerde daarmee het welzijn van      tolerantie. Een protestant die onderdaan was van een katholiek vorst kon
de Kerk op aan de grootheid en de macht van Frankrijk.                       uitwijken naar het gebied van een protestants vorst, om daar in vrijheid
Een herstel van de vrede in Duitsland zou een versterking van de macht       zijn godsdienst te belijden. Omgekeerd mocht ook een katholieke
van de Habsburgers betekenen en dat wilde hij tot elke prijs voorkomen.      onderdaan uitwijken naar een katholiek vorst. In ieder geval werd het
De keizer, die geïsoleerd stond, leed een zware nederlaag. De Duitse         protestantisme aanvaard en kreeg het dezelfde rechten als het
macht was gebroken en Frankrijk was nu goed op weg om het                    katholicisme. Het betekende de definitieve afsluiting van de
invloedrijkste land van Europa te worden.                                    middeleeuwse levensopvatting; een nieuw tijdperk werd ingeluid. Men
                                                                             kan hier reeds aanvoelen, dat de confessionele mentaliteit plaats moest
De Westfaalse Vrede (1648)                                                   maken voor het utilitarisme van de moderne staat.
De vredesonderhandelingen (die reeds in 1641 voorzichtig waren
begonnen) duurden jaren. Met zoveel aspecten moest rekening worden
gehouden en aan beide zijden was men zo wantrouwend en zo weinig tot
                                                                             De nieuwe religieuze landkaart
toegevers geneigd, dat een vredesverdrag pas in 1648 tot stand kon           van Europa
komen. Eerst werd veel tijd verspeeld aan zinloze onderhandelingen over
procedurekwesties. De te behandelen zaken waren zelf van groot belang.       Hoe zag Europa er uit, nu eenmaal de godsdienstoorlogen geluwd waren
Welk religieus statuut moest er bijvoorbeeld aan Europa gegeven              en de toestand zich enigermate had gestabiliseerd? Voor die tijd kunnen
worden? Welke constitutie moest het Duitse Rijk krijgen? Van 343 steden      we geen beroep doen op officiële statistieken, want die werden toen nog
en vorstendommen samen moesten de grenzen worden vastgesteld.                niet opgemaakt. In het Vaticaans archief bevindt zich echter een
Daarbij kwam nog het complicerende feit dat Frankrijk in de                  onuitgegeven manuscript uit het eind van de zeventiende eeuw; het werd
godsdienstige aangelegenheden een tegenstander van Zweden was, maar          opgesteld door een onbekende, die verslag uitbracht van wat hij na 18
op het politieke vlak een bondgenoot.                                        jaar reizen door Europa meende te kunnen vaststellen.
De Vrede van Westfalen bestond uit bepalingen die voor een lange tijd het    Spanje, Portugal en Italië waren integraal katholieke landen gebleven. Op
uiterlijk van Europa zouden uitmaken. De politieke besluiten laten we hier   de 8 miljoen inwoners van Groot-Brittannië waren tenminste zeven en een
onbesproken. Volstaan moge worden met aan te stippen dat de droom van        half miljoen anglicanen. In de Nederlanden, die 3 à 4 miljoen inwoners
Richelieu, de oostgrens van Frankrijk te doen samenvallen met de Rijn,       telden, bleef het aantal katholieken onder het miljoen. Scandinavië was
werkelijkheid werd. Het zijn echter vooral de religieuze bepalingen die      volledig protestants. In Duitsland waren de katholieken nog ongeveer
ons hier interesseren. Twee belangrijke kwesties werden beslecht.            even talrijk gebleven als de lutheranen. Polen was overwegend katholiek.
Allereerst de restitutie van de katholieke eigendommen. Het restitutie -     In Frankrijk waren, volgens de anonieme auteur, bijna geen protestanten
edict (dat bepaald had dat teruggekeerd moest worden naar de toestand        meer - een uitspraak die te betwijfelen valt en het vermoeden doet rijzen
zoals die in 1555 bestond) werd door de protestanten afgewezen, terwijl      dat de auteur om de een of andere reden het katholieke karakter van
hun eigen voorstel (nl. om 1618 - het begin van de Dertigjarige Oorlog -     Frankrijk in de verf heeft willen zetten. In ronde cijfers sprekend kunnen
als referentiejaar te nemen) door de katholieken werd afgewezen. Als         we zeggen dat na de Westfaalse Vrede tweederde van Europa (als we
compromis kwam het zogenoemde `normaaljaar 1624' uit de bus: alle            Rusland en de Balkan buiten beschouwing laten) katholiek gebleven was.
privileges, rechten en bezittingen zoals die in 1624 bestonden, zouden       Een derde van de Europese christenheid behoorde tot een of andere
opnieuw van kracht worden.                                                   reformatorische kerkgemeenschap.
Vervolgens werd een oplossing gezocht en gevonden voor wat de                Wel zouden we hierbij nog een speciale kanttekening willen maken. De
uitoefening van de godsdienst in de verschillende landen betrof. Waar        glorietijd van Spanje was aan het uitdoven en de Noordnederlandse
de toestand onduidelijk was, mochten de vorsten hun eigen                    Republiek, met een handelsvloot van meer dan 10.000 schepen, was aan
godsdienst aan de onderdanen opleggen. Dat werd uitgedrukt in het            haar opgang begonnen. In 1602 was de Verenigde Oost-Indische
adagium `cujus regio, illius religio' (= tot wiens gebied men behoort,       Compagnie opgericht.
diens godsdienst kleeft men aan). Het was nog wel geen pluralisme,           Noord-Nederland ging zijn gouden eeuw tegemoet. Dat alles zou ook op
maar toch een duidelijke stap in de richting van de                          de missionering zijn weerslag hebben.

39                                                                                                                                                213
     Volksvroomheid,                                                         de akkers en de dieren te zegenen, de gewassen, spijs en drank en het huis
                                                                             dat men bewoonde. Er werd veelvuldig gebruik gemaakt van wijwater. Er


     bijgeloof en
                                                                             was een geest geschapen van eerbied voor de heilige mysteriën, maar
                                                                             tegelijkertijd bestond het gevaar dat de vroomheid zich te uitsluitend tot
                                                                             het uiterlijke zou beperken.


     hekserijen                                                              Bijgeloof
                                                                             De grens tussen volksgeloof en bijgeloof is soms moeilijk te trekken.
                                                                             Dat men vaak ongemerkt van het ene in het andere gleed is
                                                                             begrijpelijk, wanneer we voor ogen houden dat de mensen in een
      De geschiedenis van het christendom is niet alleen de                  psychologisch klimaat van angst en onzekerheid leefden. Daarbij denken
      geschiedenis van grote gebeurtenissen of het opsommen van              we niet alleen aan de godsdienstoorlogen, maar ook aan de regelmatig
      namen van pausen en bisschoppen die door het nemen van                 terugkerende perioden van hongersnood en epidemieën. Er werden
      bepaalde maatregelen een stempel hebben gedrukt op                     processies gehouden voor beter weer, voor een rijke oogst; ook
      het kerkelijke leven; evenmin het sublimeren van de levenswijze van    boeteprocessies om eigen zondigheid. Onbewust geloofde men in duistere
      grote heiligen; het is ook de geschiedenis van het gewone godsvolk,    krachten; men zag de duivel overal roet in het eten gooien. God kon de
      van heiligen en zondaars, de eenvoudige lieden                         mensen naar hun gevoel zwaar beproeven en men bad tot de heiligen om
      wier naam niet tot ons is gekomen, maar die op eigen wijze hun         op hun voorspraak en door hun bemiddeling bevrijd te worden van alle
      vroomheid hebben beleefd en geuit.                                     vorm van onheil. Er bestond een wijdverbreide praktijk van het
                                                                             'overlezen' van zieken (het uitspreken van bezweringsformules over hen).
Volksvroomheid                                                               Aan het dragen van scapulieren of medailles werd een afwerende kracht
                                                                             toegeschreven.
                                                                             Bepaalde devoties naderden dicht de grens van het superstitieuze. Een
De barok was vanuit Rome een zegetocht begonnen naar alle windstreken        kapelaan uit het Westvlaamse Izenberge noteerde in het begin van de
en slechts met grote moeite konden de romaanse of gotische kerken van        achttiende eeuw enkele gebruiken die in de westhoek bestonden. Om de
het westen zich handhaven. De sierlijkheid en de praal van de barok          koorts te doen verdwijnen moest gedurende negen opeenvolgende dagen
waren evenwel slechts uiterlijkheden. Men kan ze zien als uitdrukking        een aantal onzevaders en weesgegroeten worden gebeden, elke dag een
van een heroplevend kerkelijk idealisme, maar men zal ook moeten             minder. Ging een huismoeder naar de kerk, dan bracht ze daarna een
toegeven dat aan de overdadige weelde van de vormen niet steeds een          vingerhoed wijwater mee 'om dat de kijnders niet en souden quijlen'. Om
inhoudelijke geloofsrijkdom beantwoordde.                                    wratten te doen verdwijnen, moest men een kerk binnengaan waar men
Zo nam ook de volksvroomheid nieuwe uiterlijke vormen aan. Boven de          nooit eerder was geweest en daar de hand in het wijwater steken.
altaren, tegen de zuilen en in aangebrachte nissen verschenen                Bepaalde dagen (o.m. 22 juli - het feest van Maria-Magdalena) werden
heiligenbeelden. Sierlijk bewerkte reliekschrijnen werden voor de            als ongeluksdagen beschouwd. Wanneer een vrouw moeite had bij het ter
eenvoudige gelovigen tot voorwerp van devotie. Retabels, soms verguld,       wereld brengen van een kind, las men over haar het 'krachtig gebed van
soms met fraai houtsnijwerk versierd, verheerlijkten de tegenwoordigheid     Keizer Karel'. Voor datzelfde doel bestond er ook een 'gebedt van het
van Christus in de eucharistie. Vooral de Capucijnen wisten op dit           Cruis Christi in het welcke datter menighvuldige cruisen worden
volksgeloof in te spelen. Hun franciscaanse spiritualiteit sprak de mensen   gemaakt'. was de ceremonie van het uitdrijven van duivels en
                                                                              Al heel oud
aan. De kerststal en de kribbe werden in de periode rond Kerstmis            demonen. Men ging immers uit van de zekerheid dat de ziekte het werk
piëteitsvol vereerd. De passie van de Heer werd in de lijdenstijd            van de Satan was. Op het derde provinciaal concilie van Mechelen
uitgebreid herdacht. Kruiswegen en calvariebergen gingen een grote           (1607) werd er reeds op gewezen dat men zonder bisschoppelijke
plaats innemen in het vroomheidsleven. De landelijke kapelletjes             toestemming niet mocht exorciseren, wat er op wijst dat de duivel te pas
vermenigvuldigden zich. Er ontstonden druk bezochte bedevaartplaatsen.       en te onpas werd uitgedreven. Dat alles maakt
Het werd gebruik,
40                                                                                                                                                 215
duidelijk, dat geloof en bijgeloof elkaar in velerlei omstandigheden
raakten. Mede hieruit zal de reactie van de Verlichting verklaard kunnen
worden.

Hekserijen
Het meest tragische aspect van die tijdsgeest is ongetwijfeld de heksenwaan
geweest, die in sommige gevallen tot heksenprocessen en ook wel tot
executies leidde...

De heksenwaan is eigenlijk niet veel meer dan de reputatie die sommige
mensen (doorgaans vrouwen) kregen dat ze over bovennatuurlijke krachten
zouden beschikken om andere mensen kwaad te berokkenen of voorspoed te
bezorgen. Sommige vrouwen kregen de reputatie een heks te zijn alleen al
vanwege licht afwijkend gedrag of uit jaloezie. Erger was het heksenbegrip
in de strikte zin van het woord, waarbij de heks werd beschouwd als een
wezen dat rechtstreeks in contact stond met de duivel. Door (gedwongen of         Heksenterechtstelling in Derneburg (houtsnede uit Nurnberg, 1555).
gezochte) sexuele omgang met hem (op de zogenoemde heksensabbat)              en hun houding werd beïnvloed door de demonologische literatuur die
zouden ze een verbond hebben gesloten. Als `bewijs' van dat verbond droeg     overal in de zestiende eeuw een grote bloei zal kennen. Bij de katholieken
de heks een teken (een wrat of een moedervlek) op haar lichaam, waaraan       werd de onzalige Malleus Maleficarum (Heksenhamer), geschreven in
ze als heks herkenbaar zou zijn. In de jaarlijkse Walpurgisnacht (1 mei)      1487 en waarin de heksenbul van Innocentius VIII was opgenomen, steeds
verzamelden de heksen zich dan voor de vernieuwing van hun belofte.           opnieuw herdrukt. Tot 1669 beleefde dit tractaat niet minder dan 29
                                                                              uitgaven. Ook verschillende andere werken verwierven een zekere autoriteit
De mythe van de heks als dienares van de duivel had zich reeds in de late     en sommige daarvan geven blijk van fanatisme. We volstaan hier met het
middeleeuwen gevormd, maar de eigenlijke heksenprocessen vinden, in           noemen van de Disquisitiones magicae uit 1599, opgesteld door de
West-Europa, plaats tussen het einde van de zestiende eeuw en het jaar        Leuvense hoogleraar Martinus Delrio, een Jezuiet van Spaanse afkomst.
1640. Het hoogtepunt viel niet in alle streken in dezelfde jaren en ook de    Eerlijkheidshalve moet hieraan worden toegevoegd dat er ook werken
frequentie van de veroordelingen varieerde in de loop van de tijd.            verschenen die de praktijk van de heksenprocessen zeer kritisch
                                                                              beoordeelden. Het meest bekende werk was de Cautio criininalis (te
De heksenprocessen roepen veel vragen op. Enerzijds kan worden gesteld,       vertalen als 'Strafrechtelijke voorzichtigheid') uit 1631 van de Jezuïet
dat de rechters - doorgaans kwam deze functie toe aan de schepenen - de       Friedrich von Spee, die door zijn zielzorg- en biechtstoelpraktijk
normale procedure inzake de rechtspleging volgden (zeker sinds 1619) :        in Paderborn van de onschuld van de gefolterde en tot de vuurdood
                                                                              veroordeelde 'heksen' overtuigd was geraakt.
men mocht alleen diegenen veroordelen die tot bekentenissen overgingen.
Anderzijds was een duivelspact (en hetzelfde geldt voor de heksensabbat)      Vaak vormden de rechters zich een oordeel op grond van hun lezing van de
nooit een empirisch vaststelbaar feit. Ondervraging op de pijnbank was        demonologische literatuur. Zo groeide bij sommigen de tendens om
derhalve gewettigd als er enige verdenking op de beklaagde rustte. De         tegenover de populaire hekserij een eerder symbolische straf uit te spreken,
bekentenis vormde immers de juridische grondslag voor het opleggen van        zoals het geven van een ernstige vermaning, het verordenen van een
een eventuele straf. De rechters geloofden, dat God de onschuldigen wel       geseling, de verplichting om openlijk om vergiffenis te vragen en
kracht en sterkte zou geven om de folteringen te kunnen doorstaan (in de      dergelijke, terwijl anderen, voor wie de mogelijkheid van een 'pact met de
lijn van het middeleeuwse denken over het 'godsoordeel') en daarom            duivel' vast stond, de vermeende heksen naar de brandstapel verwezen
bleven ze, bij gebrek aan ander bewijsmateriaal, de folteringen handhaven.    (doorgaans na wurging).
                                                                              Overigens mag van de reformatorische gemeenschappen, die met veel van
     Uiteindelijk lag de veroordelingsbevoegdheid dus wel bij de rechters     de als bijgeloof betitelde gebruiken hadden afgerekend, juist op

41                                                                                                                                                     217
het terrein van de heksenvervolging het blazoen evenmin onbezoedeld          optreden in het menselijk hart; Gods werking in ontvangst nemen,
genoemd worden, al vormde de Nederlandse Republiek een                       innerlijk verwerken en tot een levenshouding uitbouwen, zich gewonnen
gunstige uitzondering (bij de heksenwaag in Oudewater werden op enkele       geven, blij zijn om Zijn aanwezigheid, leren omgaan met God. De Bérulle
gevallen na alle 'heksen' na bepaling van het lichaamsgewicht                steunde evenwel op de overtuiging dat men zover alleen kan komen door
vrijgesproken; men kwam daarvoor zelfs van ver uit het                       een beoefenen van deugden, door zelftucht en gebed.
buitenland voor het verkrijgen van een vrijbrief); de beruchte
heksenprocessen in het Amerikaanse Salem aan het einde van de                Na de Bérulles dood kwam het Oratorium onder de leiding te staan van
zeventiende eeuw spreken wat dat betreft boekdelen.                          Charles de Condren (1588-1641), een vroom en toegewijd priester,
In een maatschappij waar geloof en bijgeloof zo nauw met elkaar
                                                                             hoewel misschien minder dan zijn voorganger een leidersfiguur. Toch
vervlochten waren, waren 'hekserijen' een bijna onvermijdelijk
                                                                             was hij een bijzonder gewaardeerd geestelijk leidsman, die er diep van
uitvloeisel. Het is een weinig benijdenswaardig aspect uit die
                                                                             overtuigd was dat de Kerk reëel behoefte had aan heilige priesters. De
anderzijds zo bloeiende tijd van de Contrareformatie.
                                                                             Oratorianen preekten volksmissies om de parochieclerus bij te staan. Het


     De Franse school
                                                                             was de droom van Condren, een seminarie voor toekomstige priesters op
                                                                             te richten, maar door een soort besluiteloosheid kwam de stichting niet
                                                                             van de grond. Doordat hij vrij onverwacht overleed, beschikken we

     van spiritualiteit
                                                                             slechts over een aantal notities waarin hij zijn visie op de
                                                                             priesteropleiding heeft uiteengezet.

                                                                             In 1641 trok een van de Oratorianen, M. Picoté, naar Vaugirard (bij
                                                                             Parijs) en vestigde zich daar. Hij ving er de jonge priesterkandidaten op
                                                                             en gaf hun een opleiding in de zielzorg. Hierin werd hij bijgestaan door
                                                                             M. Olier (1608-1657), die weldra de voornaamste pijler van de
     Dat geloof en bijgeloof in de tijd van de Contrareformatie vaak         nieuwe stichting zou worden. Allen volgden hetzelfde dagritme, hielden
     dooreengestrengeld lagen en dat de hekserijen een jammerlijke           zich aan hetzelfde reglement en zegden gemeenschappelijk het officie; dat
     maar niet te loochenen uitwas vormden, zal nu wel duidelijk             alles echter zonder de bedoeling kloosterling te worden. De jongeren
     geworden zijn. Ook dat een sfeer van angst de gelovigen omringde,       zouden gevormd worden door contact met de ouderen. Het was dus een
     zal niet betwijfeld behoeven te worden. Maar toch zou de                eigen manier van priesteropleiding, verschillend van wat tot dan toe tot
     geschiedenis van het kerkelijk leven in de zeventiende eeuw             stand was gebracht, te weten het klassieke seminarie, zoals het in Trente
     onvolledig weergegeven zijn, als nietiets gezegd werd over wat men      was opgevat.
     de `Franse school van spiritualiteit' is gaan noemen, een geestelijke   Olier wilde dat het seminarie nauw verbonden zou zijn met de parochie.
     stroming die er enorm toe heeft bijgedragen het geloof te verdiepen     De kandidaten leerden de liturgische diensten verzorgen en hielden
     en de geest van het concilie van Trente te bevorderen.                  contact met de mensen. Om in de theologische scholing te voorzien werd
                                                                             een beroep gedaan op een theoloog, die zich weldra ook bij de groep
                                                                             aansloot. Olier zelf legde zich er op toe, de jongeren de elementen van het
                                                                             geestelijk leven bij te brengen. Nadruk werd gelegd op onthechting als
De grondleggers van het Oratorium                                            voorwaarde om tot de innerlijke vrijheid te komen en te leven vanuit God.
Kardinaal de Bérulle (1575-1629) mag als de stichter van het Oratorium
beschouwd worden. Hij bracht er priesters bij elkaar die een heilig leven
wensten na te streven, zonder echter aan een kloosterorde te denken. Zijn    Het seminarie van Saint-Sulpice
spiritualiteit kan typisch worden samengevat in het door hem zo vaak
gebruikte woord: 'adhérence'. Hij bedoelde daarmee een                       In 1642 werd het seminarie van Vaugirard overgeplaatst naar de
aanhankelijkheid, een aannemen van de gewoonte zich actief met God           parochie van Saint-Sulpice in Parijs. Olier werd pastoor van deze
bezig te houden en God actief te laten                                       parochie en bleef daarnaast directeur van wat later bekend zou

42                                                                                                                                                 219
worden als het seminarie van Saint-Sulpice. De parochie werd beschouwd
als de praktische oefenschool voor de toekomstige priesters. Ze leerden er
catechese geven, preken, zich bezig houden met verzorgde liturgie. Het
seminarie straalde een geest uit en langzamerhand kreeg het bekendheid.
Olier toonde zich een man met grote zorg voor het geestelijk leven van de
seminaristen. Sterke nadruk legde hij op de devotie tot Christus in de
eucharistie en tot Maria. Die innige omgang met God was typerend voor
wat men de berulliaanse of sulpiciaanse school van spiritualiteit is gaan
noemen. De seminaristen kregen vaak voordrachten te horen over de
grootheid en de verhevenheid van het priesterschap. In zijn Traité des
Saints Ordres heeft Olier duidelijk uiteengezet hoe hij de priesterlijke
heiligheid zag: de priester moest een man van God zijn, devoot, middelaar
tussen God en mens, trouw aan paus en bisschop.                                    Omwille van zijn bekommernis om de zwakken wordt Vincentius a
Om de toekomst van zijn initiatief zeker te stellen, stichtte Olier een            Paulo dikwijls met kinderen voorgesteld.
congregatie van priesters die zich voortaan uitsluitend zouden wijden aan
het leiden van seminaries: de Congrégation de Saint-Sulpice. De geest van    Monsieur Vincent (1576-1660)
Saint-Sulpice vond navolging, in en buiten Frankrijk. Iets van het
sulpiciaanse priestertype zou men weldra in de meeste seminaries             Tot zijn dertigste jaar ongeveer had Monsieur Vincent een vrij bewogen
terugvinden. Dat was o.m. ook te danken aan de geschriften van de derde      leven gekend. Daarna was hij priester geworden en had hij, door
generaal-overste Louis Tronson (1622-1700). Geïnspireerd door de             achtereenvolgende benoemingen, kennis kunnen maken met allerhande
spiritualiteit van de Bérulle en Olier, legde hij sterk de nadruk op het     ellende in zeer uiteenlopende kringen. Omstreeks 1610 moet hij een
inwendig gebed en op het streven naar volmaaktheid.                          geestelijke ervaring hebben doorgemaakt die een mijlpaal in zijn leven
                                                                             heeft betekend. Verder was er ook de invloed geweest van de Bérulle en
Achteraf beschouwd laat deze vorming de indruk na van een zekere             evenals de meeste priesters had hij de Introduction à la vie dévote van
wereldvreemdheid, die men alleen kan begrijpen vanuit het bezorgde           Franciscus van Sales gelezen, een boek dat een diepe indruk op hem had
streven dat zij wilde zijn om de priesters te bevrijden van een al te        gemaakt omdat hij de goedheid van God er in ontdekte, zoals die ook uit
wereldse instelling. Het levensprogramma dat hun werd meegegeven doet        het evangelie naar voren komt. Hij kende vervolgens jaren van rijping en
ons nu wat kunstmatig en eenzijdig aan, maar moet gezien worden als een      groei. Pas toen hij 45 jaar was, begon de lange lijst van zaken die hij
reactie op de verwereldlijking van de clerus. Praktisch zal het              tot stand heeft gebracht. Het is opvallend dat hij geen theorieën
sulpiciaanse priestertype zich handhaven tot aan de Tweede                   heeft verkocht, niet moraliseerde, maar handelde door concrete
Wereldoorlog: met de klemtoon op de vroomheid, de geestelijke                noden te lenigen. Al wat hij in het leven riep was het resultaat van
                                                                             de grootste kwaliteit die hem kenmerkte: hij kon zich laten
oefeningen, de regelmaat en matigheid, het ongerepte leven, de zielzorg,     beroeren door een acute nood en dan onmiddellijk in actie komen.
het besef van de grootheid van het priesterschap, maar ook met
onvoldoende aandacht voor de studie van de theologie en het gevaar van
een bepaald dualisme (de wereld van het bovennatuurlijke tegenover de        Zijn eerste stichting was de 'Congrégation de la Mission'. Die zou
wereld van het natuurlijke; de tegenstelling tussen lichaam en ziel).        bestaan uit zes geestelijken die, vrij van parochiedienst en onder
Alleen in Duitsland, waar de Sulpicianen weinig of geen invloed hadden,      supervisie van de bisschoppen, onder de religieus onwetende bevolking
stond men positiever tegenover 'de wereld' en minder argwanend               van het platteland volksmissies zouden prediken. Toen Monsieur
tegenover een wetenschappelijke vorming aan een universiteit.                Vincent het domein van Saint-Lazare als schenking ontving, breidde de
                                                                             groep zich uit en 'les prétres de la Mission' zouden dan ook sindsdien de
                                                                             `Lazaristen' heten. Naast de traditionele kloostergeloften legden ze
                                                                             bovendien de gelofte af, zich aan de armen te wijden. Vanuit zijn
                                                                             ervaring kwam Vincent tot de
                                                                                                                                                   221
43
slotsom, dat veel mensen gewoon onwetend waren omdat ze van hun
parochiepriesters weinig of niets meekregen. Zo kwam hij er toe, ook te
werken aan de hervorming van de clerus, retraites te prediken in de
seminaries en weldra ook de leiding van seminaries op zich te nemen.

Een nieuw initiatief werd in 1633 genomen, in samenwerking met               VIERDE HOOFDSTUK
Louise de Marillac (1591-1660): de stichting van de 'Filles de la
Charité' of 'Dochters van Liefde'; deze verbonden zich er toe volledig
in dienst van de armen te staan. Ze waren geen religieuzen, want in de
zeventiende eeuw kon men zich religieuzen alleen voorstellen als
slotzusters (dat had Franciscus van Sales al ervaren met de Zusters van      HET TIJDPERK
de Visitatie en Mary Ward met haar stichtingen in Engeland,
Frankrijk, Italië en Duitsland). Ze gingen de zieken aan huis en in de
hospitalen bezoeken, gaven onderricht aan arme meisjes en zouden
                                                                             VAN
Vincent ook bijstaan in zijn werk onder de gevangenen. Ze richtten
bovendien een werk voor vondelingen op en openden verblijven voor
                                                                             VERLICHTING
bedelaars en sukkelaars. Maar het feit dat zij buiten de juridische
normen van het traditionele kloosterleven vielen leverde ook
moeilijkheden voor hen op.

Over Vincent en zijn vele initiatieven ten bate van de armen zou nog veel
meer te zeggen zijn. Hij is een van de invloedrijkste heiligen geweest en
het is niet toevallig dat zovele nieuwe religieuze stichtingen uit de        ENCYCLOPÉDIE,
negentiende eeuw zich naar hem zullen noemen. Ook zij zullen hun                                        U

ontstaan danken aan concrete antwoorden op concrete noden, vanuit de         DICTIONNAIRE RAISONNÉ
inspiratie door een evangelische liefde. Het probleem van de armen als
een kwestie van sociale rechtvaardigheid zal, zowel voor de staat als voor
de Kerk, pas later duidelijk naar voren komen. En de ene benadering sluit
de andere niet uit.




                                                                               M .   D C C .   L 1 . AFEC AP PR0BAT10N ET
                                                                                               PR1V 1LE CE DU RCl-




222
      Middelpunt-                                                              bekende jurist Pierre Pithou uitgewerkt in 84 stellingen, die herleid
                                                                               kunnen worden tot de volgende twee principes: l. In Frankrijk is het altijd


      vliedende krachten
                                                                               zo geweest dat de paus in wereldlijke aangelegenheden geen zeggenschap
                                                                               heeft; 2. hoewel de paus een spiritueel gezag heeft, wordt in Frankrijk de
                                                                               uitoefening daarvan volgens de aanvaarde canones geregeld. In 1650


      in de Kerk
                                                                               werd dit boek, voorzien van nieuw commentaar, opnieuw uitgegeven. Zo
                                                                               zou dit gallicanisme onder Lodewijk XIV (1638-1715) en diens opvolgers
                                                                               een hoogtepunt bereiken. In 1682 stemde de Algemene Vergadering van
                                                                               de Clerus, op aandringen van Bossuet, in met de vier zogenoemde
                                                                               Gallicaanse Artikelen. Ze typeerden het nationale zelfbewustzijn van de
                                                                               Fransen in de kerkpolitieke sfeer. De artikelen kwamen hierop neer: 1. In
                                                                               wereldlijke zaken heeft de paus geen rechten; 2. hoewel hij de volheid
      Toen na de godsdienstoorlogen de rust in het christendom                 van de geestelijke macht heeft, staan de oecumenische concilies toch
      langzamerhand was teruggekeerd, gingen de katholieke vorsten zich        boven hem; 3. hij mag zijn autoriteit in Frankrijk slechts uitoefenen
      hoe langer hoe meer als heersers over de Kerk gedragen. In               volgens de regels, de privileges en de instellingen van de gallicaanse
      verscheidene landen was dat de bisschoppen zelf niet geheel              Kerk; 4. hij is alleen onfeilbaar in zijn uitspraken wanneer hij daarbij de
      onwelkom, ook al omwille van de materiële voordelen die daaraan          consensus van de universele Kerk heeft.
      verbonden waren. Er was echter ook een theologische reden. In
                                                                               Nu was niet alles daarin zonder meer af te keuren. De lokale Kerken
      Rome hadden de pausen alles zozeer gecentraliseerd, dat de rechten
                                                                               hebben eigen rechten en die waren in de middeleeuwen wel vaker
      van de lokale Kerken vaak over het hoofd werden gezien. Er
                                                                               verdrongen, maar de kern van het gallicanisme was toch een kerkelijk
      ontstonden dan ook tendensen die zich tegen de Roomse
                                                                               particularisme, dat op zijn beurt tot scheve verhoudingen zou leiden. Het
      centralisatie afzetten en meer waarde wensten te hechten aan het
                                                                               was allereerst een praktisch, vervolgens ook een theoretisch compromis
      bisschoppelijk gezag. Er waren vele schakeringen, ze waren
                                                                               tussen het Franse patriotisme en het universalisme van de katholieke
      ontstaan in onderling sterk uiteenlopende omstandigheden,
                                                                               godsdienst. Men kan het gallicanisme misschien nog het best bestempelen
      brachten hun eigen situatie mee en hadden verschillende motivaties,
                                                                               als een beweging die de Franse Kerk trachtte te nationaliseren, voorzover
      maar één punt hadden ze gemeen: ze vormden middelpuntvliedende
                                                                               dat mogelijk zou zijn zonder op te houden nog katholiek te zijn.
      krachten. Zo beschouwden ze zichzelf en zo beoordeelde Rome ze.
      Alleen over de twee voornaamste willen we hier iets zeggen.              In feite groeide het politieke gallicanisme in de achttiende eeuw uit tot
                                                                               een staatsabsolutisme. De Kerk kreeg wel voordelen, maar ze werd in de

Het gallicanisme
                                                                               machteloosheid gedrongen. Ze had wel een bevoorrechte positie, maar
                                                                               was tegelijk niet meer vrij.

Frankrijk mag dan al `la fille aïnée de l'Eglise' - de oudste dochter van de
Kerk - genoemd worden, het land heeft al vrij vroeg spanningen met             Het episcopalisme
Rome gekend. Het verblijf van de pausen in Avignon en het westerse
schisma zijn daarvan duidelijke uitingen. De weigering van Frankrijk om        Een soortgelijk fenomeen deed zich voor in Oostenrijk (en dus ook in
de hervormingsdecreten van Trente te publiceren is nog een ander               de Oostenrijkse Nederlanden), vooral onder de regeringen van Maria -
voorbeeld.                                                                     Theresia (1740-1780) en haar zoon Jozef II (1780-1790).
AI vrij snel kon men een dubbele vorm van gallicanisme onderscheiden.          In Leuven had de kerkrechtspecialist Febronius een leer uitgewerkt die de
In de eerste plaats in kerkelijke zin: het zocht de macht van de paus te       macht van de paus wilde beknotten. Zijn ideeën waren van gallicaanse
verminderen ten gunste van de Franse bisschoppen. Daarnaast ook in             oorsprong, maar opgenomen in een Aufklarungsmentaliteit. Beweren dat
kerkelijk-politieke zin, wat er op neerkwam de Franse staat te                 de macht van de paus niet groter was dan die van de bisschoppen
beschouwen als opperste autoriteit ook in kerkelijke zaken. Deze laatste       betekende in het tijdperk van het staatsabsolutisme een regelrecht
vorm was reeds in 1544 door de                                                 indruisen tegen de eenheid van

224                                                                                                                                                  225
de Kerk, want de facto werden dan de bisschoppen uitgeleverd aan de
willekeur van de vorsten. Wat dit alles concreet betekende, kunnen we
misschien het best begrijpen wanneer we de gebeurtenissen in onze
gewesten van dichterbij bekijken.


 M aria-Theres ia (1 740 -178 0)
Toen deze vorstin in 1750 alle vrome stichtingen van de erflanden onder
toezicht van een daartoe opgerichte commissie plaatste, beriep ze zich op
het recht van de staat om over alles het opperste toezicht uit te oefenen. De
wet van 1756 over het beheer van de inkomsten van de kloosters is een
logisch uitvloeisel van de rol die zij zichzelf toekende. Op 17 oktober 1770
maakte de koningin een decreet openbaar over het afleggen van de eeuwige
geloften: dit mocht niet gebeuren voordat iemand 24 jaar oud was, omdat
die daad eenzelfde volwassenheid en rijpheid veronderstelde als andere op
het recht gefundeerde handelingen. Op 31 augustus 1771 werd een nieuw
decreet afgekondigd. Daarmee werd de kloosterkerker afgeschaft en kregen
de kloosterlingen het verbod opgelegd, zich buiten hun klooster te vestigen.
Als motivatie werd aangegeven dat er niet van een gemeenschapsleven                   Maria-Theresia en Jozef II.
gesproken kon worden als er niet tenminste drie kloosterlingen                  mildheid, werd voor Jozef 11 het zich mengen in kerkelijke
samenwoonden. Het jaar 1774 bracht twee verordeningen inzake het                aangelegenheden tot een echte obsessie. Enkele voorbeelden mogen hier
onderwijs. Tot eer van Maria-Theresia strekt de verordening waardoor ze         volstaan. Het werd de bisschoppen verboden, nog langer rechtstreeks met
het volksonderwijs verplicht stelde en zo de grote organisatrice van de         Rome te corresponderen. Ze moesten zelf de nodige dispensaties verlenen
volksscholen is geworden (niet - zoals soms wel wordt beweerd - van de          (decreet van 15 maart 1780). De bullen In coena Domini en Unigenitus
lekescholen). Zij was gewoon van oordeel dat het staatsplicht was het           moesten uit alle ritualen verwijderd worden, omdat ze de pauselijke macht
onderwijs te bevorderen, maar het zou een anachronisme zijn te denken dat       te sterk beklemtoonden (decreet van 4 mei 1780). Niet-nuttige kloosters
zij een net van laïcistische scholen nastreefde.                                (zoals die van de beschouwende orden) werden opgeheven (17 maart
Tot algemeen inspecteur van het onderwijs benoemde zij de vrome                 1783). Het geld dat de verkoop van die kloosters opbracht werd in de
benedictijnerabt uit Sagan, Ignaz von Felbiger, die er op toezag dat alle       zogenoemde 'religiekasse' gestort en moest dienen voor het instellen van
leerkrachten godsdienstig zouden zijn en die vroomheid ook bij hun              nieuwe parochies. Op 11 februari 1786 decreteerde de keizer, `alle
leerlingen zouden inprenten. Maria-Theresia was zeker niet                      kermissen of kerkwijdingen, zo in de steden als ten platten lande, voortaan
antigodsdienstig, maar beïnvloed als ze was door de staatsabsolutistische       op denzelfden dag te houden, te weten op den tweeden zondag na Pasen' -
tendensen die haar tijd kenmerkten namen haar maatregelen tegenover de          een maatregel die bij de Vlaamse kermisvierders in slechte aarde viel.
Kerk het karakter van voogdij aan. Zij had het oog op een autonome              Verder werden de tarieven van begrafenisdiensten vastgelegd en zelfs het
landskerk, die wel met Rome verbonden zou zijn, maar waar het de paus           aantal kaarsen dat op het altaar mocht staan (14 juni 1786). De meeste
niet toekwam zich in alle kerkelijke aangelegenheden te mengen.                 opspraak werd gewekt door een decreet inzake de priesteropleiding: vier
                                                                                generaal-seminaries werden opgericht, waarvan één in Leuven, waar alle
                                                                                kandidaat-priesters gedurende zes jaar het onderwijs moesten volgen. De
Jo zef 11 (178 0-1790)                                                          docenten werden door de staat benoemd en de voorgeschreven handboeken
                                                                                waren doordrenkt van episcopalisme.
Waar Maria-Theresia, naast het sterke besef van haar waardigheid en haar
staatsverantwoordelijkheid, nog blijk gaf van een zekere                            Jozef 11 was een weinig soepel man, die er nooit in geslaagd is de

226                                                                                                                                                      227
sympathie van het volk te winnen. Toch hebben sommige van zijn             Jansenius (1585-1638)
maatregelen duurzame resultaten gehad en kunnen ze zelfs positief
genoemd worden, zoals de uitbreiding van het aantal parochies,             Jansenius (Cornelis Jansen) was in Acquoy in Zuid-Holland geboren,
degelijker studies voor toekomstige priesters, verhoging van het           maar kwam in Leuven studeren, omdat er in de noordelijke Nederlanden
cultureel peil van de priesterkandidaten en een versobering van het        geen mogelijkheden voor katholieke hogere studies waren. In 1609, na het
godsdienstig leven dat vele uitwassen had gekend.                          behalen van zijn baccalaureaat, trok hij naar Parijs om er verder te
Terwijl het absolutisme van de vorsten hoogtij vierde, was het gezag van   studeren, omdat daar meer aandacht werd geschonken aan de leer van de
de paus tot een dieptepunt gedaald.
                                                                           kerkvaders. Het probleem van de genade was in die tijd een belangrijk
                                                                           discussiethema en uiteraard werd daarbij veel aandacht besteed aan de
                                                                           leer van Augustinus. In Parijs sloot hij vriendschap met Jean Duvergier de
                                                                           Hauranne, later bekend geworden onder de naam abbé de SaintCyran.
                                                                           Tijdens een reis naar Nederland kwam hij op doortocht door Leuven, waar
                                                                           hij op verzoek van de kerkelijke overheid bleef, om er de leiding op zich
                                                                           te nemen van het 'Hollands College', waar men seculiere geestelijken voor
                                                                           de Hollandse missie wilde vormen. In 1630 verwierf hij een leerstoel in de
                                                                           theologie. De genadeleer van Augustinus bleef zijn voornaamste
                                                                           aandachtspunt, maar in 1636 werd hij benoemd tot bisschop van leper.
                                                                           Daardoor was hij niet langer in staat zijn studie op intense manier voort te
                                                                           zetten. Zijn boek Augustinus (dat in 3 delen postuum in 1640 in Leuven
                                                                           verscheen) was niet zozeer een theologisch tractaat, als wel een historisch
                                                                           werk over de genade bij de grote Latijnse kerkvader. Het bevatte ook


     veelzijdig
                                                                           kritiek op de genadeleer van Luis de Molina S.J., waardoor Jansenius zich
                                                                           de bittere vijandschap van de Jezuïeten op de hals haalde. Zij
                                                                           beoordeelden het werk van Jansenius niet als een historische studie met

     gelaat van het                                                        materiaal voor een speculatieve theologie, maar juist als een theologisch
                                                                           tractaat dat ze, vanuit de visie van Molina, verwierpen. We staan hier aan


     Jansenisme
                                                                           het begin van een onchristelijke theologische strijd die officieel tot 1748
                                                                           zou duren: een eeuw vol onvruchtbare, rampzalige twisten die Jansenius
                                                                           zelf nooit voorzien of gewild had en waarbij van christelijke liefde en
                                                                           eerbied voor andere opvattingen nauwelijks meer sprake kon zijn.

                                                                           De ontwikkeling van die zo complexe strijd hier kort te schetsen is niet
                                                                           mogelijk. Volstaan moge worden er aan te herinneren, dat vooral (hoewel
     Over het Jansenisme schrijven is niet bepaald gemakkelijk, maar       niet uitsluitend) Frankrijk het toneel is geweest van een liefdeloze strijd
     zonder er even bij stil te staan zou een overzicht van de             tussen voor- en tegenstanders van wat men als de leer van Jansenius
     kerkgeschiedenis onvolledig zijn. Het is immers een stroming die      beschouwde. Pascal heeft er een rol in gespeeld, evenals de Zusters van
     sinds de zeventiende eeuw in het spirituele en kerkelijke leven een   Port- Royal en ook Paschasius Quesnel, die het Jansenisme in brede
     zo diep spoor heeft nagelaten, dat veel van wat later in de Kerk is   kringen bracht en er, door een samengaan met het gallicanisme, ook een
     gebeurd niet te begrijpen zou zijn als men het over het hoofd ziet.   anti-pauselijk karakter aan gaf. De Jezuïeten oefenden druk uit in Rome
     'Jansenisme' is bovendien een zeer rekbaar begrip, al naar gelang     en verloren daarbij uit het oog, dat de Jansenisten door de klemtoon die
     men de invloed er van nagaat op het gebied van het geloof, van het    ze op de genade legden, in feite de ernst van het christendom veilig
     kerkelijke recht of van de spiritualiteit.                            wilden stellen en tegen het laxisme wilden ingaan. Sommige pausen
                                                                           hadden
47
begrip voor de complexiteit van de kwestie, andere spraken
veroordelingen uit.                                                       Jansenisme in moraal en spiritualiteit
                                                                          De ingewikkelde theologische strijd rond de vraag van de genade had
Het schisma van Utrecht                                                   uiterlijk ook haar weerslag op de moraal en, naar gelang de invloed zich
                                                                          bij zielzorgers en gelovigen deed gelden, ook op de spiritualiteit. Het
In de Noordelijke Provinciën van de Nederlanden zou Jansenius een         jansenisme zoals dat leefde bij een Saint-Cyran, een Antoine Arnauld, een
niet voorziene rol spelen. De katholieken waren er als een kudde          Pascal, een Quesnel was in de eerste plaats een leer die het christendom
zonder herders, omdat het priesters verboden was hun geestelijke          ernstig wilde nemen en die dit theologisch baseerde op Augustinus.
functie uit te oefenen. Met de aanstelling van de Apostolische            Onder invloed van de polemiek die rond het probleem werd gevoerd
Vicarissen - eerst Sasbout Vosmeer, vervolgens Philippus Rovenius
- begon een opleving van het geloofsleven. Bij Neercassel (1663-          drong een strenge levensopvatting door, die uiteindelijk op het geestelijke
1686) waren reeds duidelijk jansenistische tendensen merkbaar en          leven een funeste invloed zou uitoefenen.
ook van Codde (1688-1704) is bekend dat hij het Jansenisme
                                                                          Het rigorisme in de moraal trad al vrij spoedig op de voorgrond. Onder
begunstigde. In 1701 werd Codde ter verantwoording naar Rome
opgeroepen, terwijl Theodoor de Cock als pro-vicaris zijn functie in      theologen werd gedebatteerd over 'probabilisme' (men mag een
Holland overnam. De paus ontbond de kapittels van Haarlem en              waarschijnlijke opinie volgen, ook als het tegenovergestelde iemand als
Utrecht, die tot dan toe altijd, als verworven recht, inspraak in de      waarschijnlijker voorkomt - mits men zich op uitspraken van oudere
benoeming van bisschoppen hadden gehad. De vicarissen die daarna          kerkleraren kan beroepen) en 'probabiliorisme' (men mag alleen de meest
door Rome werden opgedrongen werden niet aanvaard. Toen het               waarschijnlijke volgen). Het betrof hier technisch-theologische vragen,
kapittel van Utrecht in 1723, tegen de wil van de paus in, Cornelis       die echter ook andere twistvragen opriepen. Is bijvoorbeeld het berouw,
Steenoven tot aartsbisschop van de stad had gekozen, was het zg.          dat alleen gebaseerd is op de vrees voor straffen, voldoende om vergeving
`Schisma van Utrecht' een feit. Steenoven werd geldig gewijd door de
Franse missiebisschop Dominique Varlet, die zich enkele                   te ontvangen in de biecht? Of is er ook een begin van een authentiek
jaren daarvoor - na zijn schorsing in Frankrijk - in Holland had          berouw nodig? Zulke vragen waren trouwens ook op het concilie van
gevestigd. Steenoven staat aan de oorsprong van de nog steeds             Trente (als de begrippen attritio en contritio) uitgebreid aan de orde
bestaande Oud-Katholieke Kerk, ook bekend onder de officiële naam         geweest en dus allerminst nieuw. Nog andere vragen werden hiermee in
`Roomsch Katholieke Kerk van de Oud-Bisschoppelijke Clerezy'.             verband gebracht: moet de paasbiecht bij de eigen pastoor worden
                                                                          afgelegd? Moeten de gelovigen 's zondags in hun eigen parochie de mis
                                                                          bijwonen? Mag men dagelijks communiceren? Met name in de praktijk
                                                                          van biecht en communie gaven de Jansenisten blijk van een strak
Voor alle duidelijkheid is het goed er op te wijzen, dat heel het         rigorisme. Men kwam er toe, een scrupulositeit in de hand te werken; de
conflict in de Noordelijke Nederlanden niet tot het Jansenisme            communie werd beschouwd als een beloning voor een deugdzaam leven,
alleen kan worden herleid. Zeker heeft het meegespeeld in                 inplaats van allereerst als voedsel tot versterking of als God die in liefde
het ontstaan van het schisma en in het voortduren van het conflict,       de mens nabij komt. Als een gevolg van steriele discussies werden de
maar de bekende canonist van Espen en verschillende hoogleraren van       mensen door angst- en schuldgevoelens gekweld. Nog in de negentiende-
o.m. Leuven en Parijs hadden reeds gesteld dat het recht van het          eeuwse spiritualiteit zullen jansenistische tendensen aanwezig zijn,
kapittel van Utrecht op grond van vroeger verleende privileges            waarmee in de volksmissies afgerekend moest worden. Sommige
kerkrechtelijk aanvaardbaar was. In die zin is de pijnlijke episode een   predikanten stelden zich jansenistisch, andere anti-jansenistisch op.
duidelijke uiting geweest van de spanningen tussen de universele Kerk
en de lokale Kerken, een zeer typerend fenomeen in de achttiende eeuw     Wat oorspronkelijk als een reactie tegen een te lakse houding bedoeld
(we komen er later nog op terug). Toch bleef het Jansenisme een rol       was, is uitgegroeid tot een weinig evangelisch rigorisme. Uiteindelijk
spelen: alle pogingen om het schisma te beëindigen leden schipbreuk       zou de Kerk duidelijk afstand nemen van het Jansenisme. Pius X zou de
op de eis, de formule van Alexander VII (1656) en de bul Unigenitus       veelvuldige communie aanmoedigen en de leeftijd voor de eerste
(1713) te ondertekenen, twee documenten die het Jansenisme                communie verlagen. Het strakke legalisme is vervangen door een
veroordeeld hadden.                                                       grotere nadruk op de barmhartigheid van God.


48                                                                                                                                               231
     De grote droom van                                                        de vanzelfsprekende kerkelijkheid van het middeleeuwse leven hadden
                                                                               ondermijnd en in de richting van een secularisatie werkten. De


     de `Verlichting'
                                                                               humanisten hadden over God, het hiernamaals en de deugd gesproken,
                                                                               maar de openbaring was meestal buiten beschouwing gebleven. Dogma's
                                                                               waaraan men te strak vasthield werden als oorzaak van verdeeldheid
                                                                               beschouwd en de nadruk werd gelegd op wat de godsdiensten gemeen
                                                                               hadden.
                                                                               Tenslotte was daar ook nog de rationalistische filosofie die ontstaan was
      Geen enkele periode in de geschiedenis heeft een duidelijke begin -      als een reactie tegen de enge binding van geloof en wetenschap.
      of einddatum. Als er al een jaartal opgegeven wordt, heeft dat           Descartes (1596-1650) kan gezien worden als de grondlegger van dit
      slechts een symbolische waarde, want geestesstromingen kennen            rationalisme in de filosofie.
      een voortdurend groeiproces. Nooit verloopt een tijdperk in              Uitgangspunt van zijn denken is niet langer God, maar het individu `Je
      horten en stoten; het wordt voorbereid, kent een logische                pense, donc je suis' (Ik denk, dus ben ik). `Penser' staat hier trouwens
      innerlijke ontwikkeling, een tijd van bloei en grootheid, ook van        niet zonder meer voor denken, maar voor het vermogen bezitten om aan
      teloorgang en verval. Bepaalde ideeën nemen gestalte aan;                alles te twijfelen. Descartes zelf was een
      meestal gebeurt dat geruisloos, maar soms ook leiden ze tot een          gelovig man, maar wat zijn tijdgenoten van hem hebben onthouden is
      uitbarsting die de bestaande orde aan het wankelen brengt. Zo is         niet zijn geloof geweest, maar zijn rationalistisch-individualistische
                                                                               denkwijze. Zijn werken werden op de index geplaatst. Daardoor werd
      ook het verloop van de 'Verlichting' geweest.
                                                                               zijn invloed weliswaar enigszins afgeremd, maar niet definitief
                                                                               tegengehouden.
De wortels
                                                                               Nadruk op de natuur
Met het perspectief dat we thans op de voorbije eeuwen hebben, is het
mogelijk enkele elementen aan te geven die tot het ontstaan van de ideeën      Al deze elementen zullen in de `Verlichting' - de Aufklizrung - tot
van de Verlichting hebben bijgedragen. Allereerst was daar de gruwel           uitdrukking komen. Meer en meer ging men de nadruk leggen op de
van de godsdienstoorlogen, die overal eindeloos veel ellende hadden            natuur. Termen als natuurrecht, natuurstaat kwamen in zwang;
gezaaid. Was het niet begrijpelijk dat die bittere, onchristelijke strijd de   er werd gesproken van de rede als hoogste uiting van de menselijke
mensen die er het slachtoffer van waren tot het stellen van vragen bracht      natuur. Het mensbeeld werd buiten de sfeer van het boven-natuurlijke
? Toen na enkele generaties de onmiddellijke pijn was weggeëbt, bleek er       opgevat. Deugdzaam zijn had niet langer iets met het geloof te maken,
een latente onverschilligheid gegroeid te zijn. Op uitgesproken of             maar was een rationeel-verantwoorde levenswijze volgens de wetten
onuitgesproken wijze groeide het besef, dat de godsdienst de aanleiding        van de natuur.
was geweest tot deze soms barbaarse onmenselijkheid. Er rezen bezwaren         Eigenlijk was het niet toevallig, dat juist in deze periode de bewondering
die tot nadenken stemden. Wat was het nut geweest van die vele                 voor de natuur zo sterk toenam. Door de natuurwetenschappelijke
theologisch-kerkelijke discussies? Misschien hadden ze het                     ontdekkingen groeide in de mens het besef dat hij een verlengstuk van de
redeneervermogen verscherpt, maar tot een vrede onder de volkeren o f tot      natuur kon zijn, dat hij er met de rede in kon doordringen en de wetten
hun economische of sociale ontwikkeling hadden ze niet bijgedragen,            daarvan kon ontdekken. De Aufklarungsmens leefde in een roes. In alle
integendeel zelfs. Konden godsdienstgeschillen, waarbij elke partij            domeinen van de wetenschap werden ontdekkingen gedaan: in de zuivere
hardnekkig aan haar eigen standpunt vasthield, wel ooit opgelost worden?       wiskunde, in de astronomie, in de fysica, in de techniek. Het droeg er
Was het niet beter, a priori een godsdienstig pluralisme te aanvaarden?        allemaal toe bij dat men in de onvoorwaardelijke macht van de rede ging
De discussies over geloofskwesties hadden het levensniveau van de              geloven. Het zou nog tot in de tijd van de Romantiek duren, voordat de
mensen niet verhoogd. Er groeide een scepticisme.                              mens zou gaan inzien dat de moderne uitvindingen niet alleen een
                                                                               verlengstuk van zijn lichaam vormden, maar dat hij ook zelf
Vervolgens waren er in het humanisme enkele klemtonen gelegd die               gevaar liep een verlengstuk van de machine te worden, waarbij

49                                                                                                                                                  233
                                                                            vorm van scepticisme en evenmin als een vorm van onverschilligheid ten
                                                                            aanzien van godsdienstige kwesties, maar als een positief waarderen van
                                                                            wat anderen geloofden. Zo was althans de ideale opvatting, want in de
                                                                            praktijk werden waarheid en dwaling soms op dezelfde hoogte geplaatst
                                                                            en dat leidde in veel gevallen tot een bedenkelijk relativisme. Men kwam
                                                                            tot de opvatting dat alle godsdiensten objectief even deugdelijk en juist
                                                                            waren. Alles werd herleid tot een subjectieve keuze. De
                                                                            ontdekkingsreizigers hadden de horizon opengetrokken; ze waren in
                                                                            contact gekomen met andere religies en de mensen die deze religies
                                                                            aanhingen schenen ook gelukkig. Zo kwam men van lieverlee
                                                                            gemakkelijk tot de conclusie dat `de absolute waarheid' niet bestond; er
                                                                            ontstond verwarring tussen subjectieve oprechtheid en objectieve
                                                                            waarheid. In Engeland stond men vrij ongedifferentieerd tegenover een
                                                                            religieus pluralisme, maar in Frankrijk ontwikkelde die houding zich tot
                                                                            een anti-clericale intolerantie. Dit moet echter als een ontsporing
                                                                            beschouwd worden, want het oorspronkelijke
      Natuurwetenschap en techniek krijgen voorrang tijdens de              verdraagzaamheidsideaal was zuiverder dan wat er bij sommige
      Verlichting (gravure uit de Encyclopédie van Diderot en               aanhangers van terecht werd gebracht.
      d'Alembert).
niet-redelijke houdingen (zoals gevoel, ritueel, tederheid, eerbied en      De werkelijkheid achter de fagade
ontzag) overbodig waren gemaakt. Maar in afwachting van deze
ontnuchtering ging men alles vanuit de rede benaderen; ook de               Historici die de geestesgeschiedenis van de achttiende eeuw behandelen
godsdienst. Men geloofde graag in een God als schepper van                  spreken bij voorkeur over het verlichtingstype. Het is inderdaad een
het wereldgebeuren (`le grand horloger de 1'univers' - de grote             fenomeen dat heel sterk zijn stempel heeft gedrukt op de ontwikkelde
klokkenmaker van het heelal -, zou Voltaire zeggen), maar dat was een       mens van toen en een belangrijke schakel is in de
God die niets met het wereldgebeuren te maken had. Alles voltrok zich       mentaliteitsgeschiedenis. l'Europe des Lumières had voorgoed
volgens vaste wetten. Uiteraard was in zo'n levensopvatting, waarin         afgerekend met de middeleeuwen en hun droom van een universele en
alleen het proefondervindelijke telde, geen plaats voor het mirakel. God    uniforme christenheid. Toch is het goed er op te wijzen, dat de nieuwe
had de wereld geschapen, maar die vervolgens aan haar eigen vaste ritme     stroming zich vooralsnog tot een elite beperkte en dat in het leven van
onderworpen; het levensproces volgde voortaan zijn eigen patroon. De        alledag van de doorsneemens weinig veranderde. Nog altijd bleef er een
inmenging van God zou een verlies van berekenbaarheid betekenen. De         mengeling van geloof en bijgeloof bestaan; nog altijd was de verstarring
christelijke idee van de voorzienigheid werd uitgehold en geformuleerd in   van de twee hogere standen, adel en clerus, niet doorbroken; nog steeds
termen van harmonie. God was niet langer meer op elk ogenblik               bestonden er onvoorstelbare toestanden op het platteland waar het leven
scheppend werkzaam. En door dit alles werd er een bres geslagen in het      doorvlochten was van angst en hoop op wonderbaarlijke tussenkomsten
traditionele denken. Later zal de theologie wel moeten toegeven dat niet    van hogere heilige krachten in de vorm van mirakels. Er was weliswaar
alles wat op aarde gebeurt rechtstreeks door God gewild is, maar soms het   nu een vage verwachting die bij het gewone volk langzamerhand tot
gevolg van de vrije wil van de mens of van zuiver toeval.
                                                                            leven en gisting kwam, maar pas met de Franse Revolutie zou de grote
                                                                            uitbarsting komen die het maatschappijbeeld grondig door elkaar zou
                                                                            gooien en meer openheid in het denken zou brengen.
Verdraagzaamheid
Nog een ander aspect is typerend voor de Aufklarung: de verlichte mens
was verdraagzaam. Hij zag de tolerantie niet per se als een

50                                                                                                                                               235
     De tenoren van                                                          het monopolie van de waarheid te bezitten. Zoals er geen enkele wet is
                                                                             die universeel voor alle mensen geldt, zo is er ook geen universeel


     de Verlichting
                                                                             geldende godsdienst: Arabieren zijn gelukkig met de Islam, Indiërs met
                                                                             het Hindoeïsme, Noord-Europese volkeren met het protestantisme,
                                                                             Midden- en Zuid-Europese met het katholicisme.
                                                                             Maar Montesquieu was nog slechts een voorloper van wat onder
                                                                             Voltaire (1694-1778) zijn hoogtepunt zou bereiken. Zijn oeuvre is
                                                                             zeer gevarieerd: naast poëzie en toneel schreef hij filosofische en
                                                                             wereldbeschouwelijke tractaten. Hij werd echter vooral bekend
     De ideologie van de Verlichting is vooral wijd verbreid dankzij het
                                                                             door de tientallen pamfletten waarmee hij inspeelde op alles wat
     prestige van auteurs die zich in Frankrijk naam wisten
                                                                             hem ergerde: toestanden in de Kerk, devotionele praktijken,
     te maken. Sinds de tijd van Lodewijk XIV (t 1715) was de
                                                                             religieuze onverdraagzaamheid, kerkelijke schandalen. Van 1758
     Franse cultuur tot een wereldcultuur geworden. Het was
                                                                             tot aan zijn dood, 20 jaar later, woonde hij in Ferney (dichtbij
     de klassieke tijd voor Frankrijk, de periode waarin het Frans de
                                                                             Genève in Zwitserland), als de invloedrijkste van alle zogenoemde
     diplomatieke taal werd en waarin de verfransing van de Europese
                                                                             'philosophes'. In zijn Traité sur la tolérance (1763) betoogde hij dat
     burgerij begon. Met name dank zij dit culturele prestige wisten de
                                                                             tolerantie nooit de oorzaak was geweest van oorlog of wreedheid;
     verlichtingsideeën zich over het grootste deel van Europa te
                                                                             intolerantie daarentegen had tot bloedige godsdienstoorlogen
     verspreiden, al lagen de accenten in de verschillende landen wel
                                                                             geleid. In navolging van een stelling van John Locke in diens
     uiteenlopend.
                                                                             Epistula de tolerantia beklemtoonde hij dat iedere burger de keuze
                                                                             moest hebben te geloven wat hij wilde, op voorwaarde echter dat de
De tolerantie-idee                                                           gebruiken van het land geëerbiedigd
Het zal wel bij Montesquieu (1689-1755) zijn dat de idee van de
verdraagzaamheid voor het eerst duidelijk op de voorgrond kwam. In           Voltaire en Frederik de Grote (gravure van P.L. Baquoy, ca. 1795).
1721 publiceerde hij zijn boek Lettres persanes, fictieve brieven van twee
Perzen die hij een reis door Europa liet maken en brieven naar huis liet
schrijven waarin ze de politieke en godsdienstige toestanden bekeken die
ze in katholieke landen aantroffen: een geloofsbeleving die zich uitte in
bijgelovige gebruiken en devotionele uitwassen, een ontbreken ook van
gewetensvrijheid. Over Zwitserland daarentegen werd niets dan lof
verteld, want de godsdienstige tolerantie was daar geen kwestie van
discussie - een religieus pluralisme werd als een ideale
levensbeschouwing beschreven. In een later werk, gewijd aan de oorzaken
van de grootheid en decadentie van het oude Rome, betoogde hij dat
Rome's grootheid vooral te danken was geweest aan de waardering die
men er had gehad voor de geestelijke vrijheid. In de tussen de regels door
geweven beschouwingen werden de landen geprezen die dit klimaat van
geestelijke vrijheid weer hadden ingevoerd. Het werk was niet anti-
religieus, maar ademde niettemin een sfeer van godsdienstig
indifferentisme. Montesquieu's hoofdwerk verscheen pas in 1748: !'Esprit
des lois. Men heeft het ooit de bijbel van het toekomstige liberalisme
genoemd. De auteur stelt daarin, dat godsdienst de mensen gelukkig kan
maken, maar is tevens van oordeel dat geen enkele godsdienst er
aanspraak op mag maken
51                                                                                                                                                    237
zouden worden. Repressie was alleen toegestaan, wanneer iemand de
maatschappij bedreigde door zijn fanatisme. Steeds komt bij Voltaire ook
                                                                               De grote Encyclopédie
de 'honnête homme' ter sprake, de man die 'rede-lijk' moet zijn in alles,      De aankondiging van het verschijnen van de eerste grote encyclopedie uit
beschikken moet over deugd en wetenschap, maar ook aangenaam moet              de geschiedenis (26 delen tekst, 12 delen illustraties en 2 delen registers)
zijn in zijn voorkomen en bekoorlijk door zijn 'modestie voilée'.              was een gebeurtenis zonder weerga. Het werk zou een afspiegeling
                                                                               worden van de wetenschap op alle terreinen.

Het deïsme
                                                                               Twee bekende figuren uit de tijd en de sfeer van de Verlichting hadden er
                                                                               de leiding van: Diderot, die zelf 1139 artikelen zou schrijven (waaronder
                                                                               de voornaamste van godsdienstig standpunt gezien: 'christianisme, foi,
Voltaire mag niet als een atheïst beschouwd worden. Het bestaan van God        providence'...) en d'Alembert, die vooral verantwoordelijk was voor wat
was voor hem evident (zo uit hij zich ook in een ander werk, de                de wiskunde of de natuurwetenschappen betrof. Er waren echter nog tal
Henriade). Dat bestaan kon hij opmaken uit de doelmatigheid en de orde         van andere medewerkers, onder wie ook Voltaire en Rousseau. Maar ook
van alles wat zich in de natuur afspeelde. Alleen een opperste                 katholieken werkten mee. Mogelijk was het een handige commerciële zet
werktuigkundige - 'un mecanicien supreme' - kon verantwoordelijk zijn          van de uitgevers om zo ook in kerkelijke kringen een afzetgebied te
voor het mechanisme van het Universum en alleen een intelligent wezen          veroveren. Hoe dan ook, de katholieke medewerkers konden slechts over
kon de grond voor het menselijke intellect zijn. Een van zijn geliefde         een beperkte ruimte beschikken en de onderwerpen die zij kregen
uitspraken was : 'Dien, ('architecte de 1'univers'. Wat hij niet aanvaardde,   toegewezen waren van secundair belang.
was de geopenbaarde God. Soms krijgt men de indruk dat God voor hem
niets anders was dan het vertrekpunt van een natuurlijk proces, een            Pas in 1772 was de Encyclopédie voltooid, maar reeds in 1759 werd ze op
noodzakelijk academisch postulaat, onderworpen aan de wetten                   de lijst van verboden boeken geplaatst. Dat had echter een averechtse
van de natuur; een intellectuele macht die door het bestaan van de             uitwerking, want de artikelen die na de veroordeling verschenen, waren
wereld wordt voor-ondersteld, maar op die wereld geen verdere invloed          nog vijandiger dan de voorgaande. Rond die tijd ontstonden er dan ook
uitoefent. Hij zag God in geometrische termen. Voltaires deïsme leidde         duidelijk-twee kampen in de samenleving: degenen die zich de
tot scepticisme, want als God aan de buitenkant van het leven bleef            'verlichten' noemden, alles van de rede verwachtten en hoe langer hoe
staan, kon niets meer met zekerheid gesteld worden. De Kerk bekeek hij         openlijker tegen Kerk en geloof gekant waren; en degenen die zich
met antiklerikale ogen en deze mentaliteit zou in de negentiende eeuw          godsdienstig noemden, de Aufklarungsideeën bekritiseerden en erdoor
nog sterkere nadruk krijgen.                                                   gealarmeerd werden.
                                                                               Hoe de reacties ook geweest mogen zijn, de Encyclopédie was een
Ook bij J. J. Rousseau (1712-1778) was het deïsme een
                                                                               werk van echt wetenschappelijk gehalte, waar de Franse verlichte
vanzelfsprekendheid. Hij drukte het anders uit dan Voltaire, was minder
                                                                               geesten niet zonder recht en reden trots op waren. De publicatie van
cynisch, maar juist door zijn mooie romantische manier van schrijven was
                                                                               het werk heeft er in elk geval enorm toe bijgedragen de 'Verlichting' in
hij niet minder gevaarlijk. In zijn boek Emile (1762) werd het probleem
                                                                               en buiten Frankrijk bekend te maken.
van de opvoeding in verhaaltrant behandeld. Aangezien alles dat uit de
handen van de Schepper komt goed is en pas ontaardt in de handen van de        De Kerk leek onvoldoende gewapend om met gezag tegen deze
mens, werd Emile zoveel mogelijk aan de invloed van de mensen                  verlichtingsgeest te reageren. Dat de rede en de verdraagzaamheid
onttrokken. Hij werd toevertrouwd aan een opvoeder, ergens op het              waarden waren die bij het voortschrijden van de geschiedenis ook
platteland, zonder met de godsdienst in contact te komen. Op de drempel        voor haar belangrijk waren, heeft ze te laat ingezien.
van de volwassenheid wordt hij dan voor een keuze gesteld. Verschillende
vormen van godsdienst en godsdienstigheid worden hem voorgelegd en
hij kiest voor de godsdienstvisie van een kapelaan die eigenlijk een
deïstische levensbeschouwing aanhangt. Deze, aldus Emile, is voldoende,
aangezien men er God mee dient en vereert volgens het licht en het
inzicht dat Hij in het menselijk hart heeft gelegd. Alle boeken mag men
sluiten, als men het boek van de natuur maar openhoudt.

52                                                                                                                                                     239
      De geestelijkheid in                                                   dan op de verdiensten van Jezus Christus; dat zij zich meer gelegen
                                                                             lieten liggen aan de voorschriften van een of andere broederschap dan

      de Verlichtingstijd                                                    aan het onderhouden van Gods geboden. De aartsbisschop was van
                                                                             oordeel dat in de sermoenen te weinig werd gesproken over de grote
                                                                             geloofswaarheden, maar te veel over heiligen, bedevaarten,
                                                                             aflaten en vrome gebruiken. Men verkondigde de lof van miraculeuze
                                                                             beelden, maar zweeg over Christus, bron van alle genade.
                                                                             Ook de aartsbisschop van Salzburg benadrukte in 1782 de centrale
      De houding van de Kerk ten aanzien van de ideeën van de                betekenis van God in het devotionele leven en zette zich af tegen een
      Verlichting was, globaal gezien, afwijzend. Toch waren er              overdreven Maria- en heiligenverering. Geen herderlijk schrijven uit die
      kringen die er begrip voor opbrachten en er van                        tijd is zo wijd verspreid als deze pastorale brief, die ook in
      overtuigd waren, dat niet alle verwijten die de verlichte geesten      het Frans en het Italiaans is vertaald.
      aan het adres van de Kerk richtten ongegrond waren. Mannen als         Over de bisschop van Augsburg zou eveneens veel te schrijven zijn. Zo is
      Voltaire en Rousseau hadden vaak het superstitieuze in                 er een herderlijk schrijven uit 1783 waarin ClemensWenceslaus zijn
      de godsdienstbeleving aan de kaak gesteld. Was het niet                priesters vraagt, niet toe te geven aan de drang naar amuletten,
      inderdaad zo, dat het godsdienstige leven zich vaak aan de rand        wonderkruiden, brieven en voorwerpen waarover allerlei kruisjes worden
      van de grote heilswaarden bewoog en dat het geloof een tendens         gemaakt en zegeningen worden uitgesproken.
      naar bijgeloof vertoonde?                                              Hij vroeg hun, dat ze zich zouden beperken tot de zegeningen die in het
                                                                             'Rituale' stonden vermeld. Toen Jozef 11 een jaar voordien een tolerantie -
Drie Duitstalige bisschoppen                                                 edict had uitgevaardigd - iets dat tegen de bevoorrechte status van de
                                                                             katholieke Kerk indruiste -, had hij aan zijn priesters geschreven dat ze het
Trautson, de aartsbisschop van Wenen, Colloredo, die van Salzburg en         edict in zijn gunstigste zin moesten interpreteren: de opvattingen van
Clemens-Wenceslaus, bisschop van Augsburg, waren de overtuiging              anderen positief eerbiedigen en dat niet slechts in preken vanaf de kansel,
toegedaan dat het zwaartepunt van het geloofs- en vroomheidsleven niet       maar ook in de persoonlijke omgang.
lag waar het had moeten liggen. De doorsneechristen beperkte zich tot        De houding van deze prelaten is te begrijpen, maar misschien kan toch
een devotie die cirkelde rond medailles, scapulieren, vermeende mirakels     ook de vraag worden gesteld, of ze, met iets meer begrip voor wat nu
en verschijningen. Het minste wat men kan zeggen is, dat de                  volksvroomheid wordt genoemd, niet meer hadden bereikt.
heiligenverering de plaats van de verering van God had ingenomen en
bovendien soms wansmakelijke vormen vertoonde. De echte liturgie
ontbrak in het volksleven. Al kan worden vastgesteld dat vele gelovigen      Franse auteurs
door hun volkse devotievormen tot een oprechte vroomheid werden
gebracht, het is anderzijds ook begrijpelijk dat een aantal intellectuelen   In Frankrijk, dat bekend stond als het paradijs van de verlichte auteurs,
een zeker misprijzen aan de dag legde voor het godsdienstige leven zoals     stond de Kerk veel minder open voor de vernieuwing die de
het in feite werd beleefd. Ze begrepen dat de vroomheid zich niet tot die    Aufklarungsmentaliteit meebracht. Tal van schrijvers zetten zich af tegen
volkse vormen mocht beperken. Zonder zich dat uitdrukkelijk bewust te        het beklemtonen van de rede en van de verdraagzaamheid
zijn, sloten ze zich aan bij de kritiek van de Verlichting op de Kerk.       die maar al te vaak in een vinnig antiklerikalisme ontaardde.
                                                                             Het is niet verwonderlijk dat ook hier een groot aantal werken verscheen
In 1752 deed Trautson een oproep uitgaan voor een zuiverder                  van schrijvers die het tegen de Verlichtingsgeest opnamen. Tussen 1715
devotieleven. Hij liet zijn priesters ook weten, dat preken over             en 1789 werden ongeveer 900 boeken geschreven die men als
heiligenverering en miraculeuze beelden weliswaar niet zonder meer te        apologieën voor het traditionele christendom kan bestempelen. Alleen al
veroordelen waren, maar dat hij toch moest vaststellen dat de gelovigen      in 1770 verschenen er 90. Sommige van die boeken zijn niet zonder
meer hoop schenen te stellen op de verering van een heilige                  talent geschreven en kenden verschillende heruitgaven; aldus de
                                                                             Dictionnaire anti-philosophique van
53
                                                                                                                                                    241
abbé Mayeul Chaudon (1767, 7 edities) en de Catéchisme philosophique          Scripturisticae en heeft vele herdrukken gekend. Voor de kennis van de
van de Jezuïet Feller (minstens 3 edities vóór 1789 en talrijke andere tot    auteur zelf is zijn driedelige (geromantiseerde) autobiografie van belang:
in 1825). Van aanpassing aan de ideeën van de Verlichting was in              Wonderbaer en rugtbaer leven van den ex-pater Auxilius van Moorslede
Frankrijk weinig sprake. Ook katholieke natuurkundigen probeerden de          alias Pieter-Francis-Dominiq Vervisch..., een boek dat door zijn cynische
band tussen natuurwetenschappen en theologie te verdedigen. Fabricius         kritiek op de geestelijkheid als zeer antiklerikaal overkomt en, zoals ook
schreef een Théologie de Peau en Lesser een Théologie des insectes. Dat       in Frankrijk het geval was, afbreuk doet aan het verdraagzaamheidsideaal
waren geen sterke betogen en Voltaire liet geen kans onbenut om ze            dat de Verlichtingsauteurs zo ostentatief in hun vaandel voerden.
belachelijk te maken.
                                                                              Overigens kunnen de hier aangestipte priesters beslist niet als
                                                                              representatief voor de Vlaamse geestelijkheid worden beschouwd. De
In het Vlaamse land                                                           Verlichting had haar aanhangers vooral onder de bourgeoisie en over het
De clerus als geheel zette zich hier af tegen de ideeën van de Verlichting,   algemeen stelde de clerus in Vlaanderen zich minder vragen
die vooral in de kringen van de gegoede burgerklasse ingang vonden. Wel       dan die burgerij; van de bisschoppen vernemen we niet de kritische
waren er enkele priesters die zich vooruitstrevend opstelden. Ze              geluiden over de volksvroomheid zoals dat in Wenen, Salzburg en
beklemtoonden de rede en de verdraagzaamheid, schreven vrijmoedig             Augsburg het geval was. In de achttiende eeuw kenden onze gewesten
over de liefde en trokken zich weinig aan van de richtlijnen die hun door     overigens nog een bloeiende volksvroomheid. Gelovigen die hun
de geestelijke overheid werden gegeven.                                       paasplicht niet vervulden, bleven uitzonderingen. Ook het verzuimen van
                                                                              de zondagse mis was vrij beperkt. Of men de liturgie begreep en daar mee
Zo was er in Gent Joos de Wolf (afkomstig uit het Oostvlaamse
                                                                              meeleefde, is een andere vraag.
Nazareth), die in 1777 Den Geest der Reden, behelsende


                                                                                    Ontstaan en groei
deftige aanvallen en overtuygingen tegen de onkundige leraers liet
verschijnen. Twee jaar later publiceerde hij in twee delen Den
Onderzoeker des Gemoeds ofte Verzaemling van nieuwe fabelen. In een


                                                                                    van de
anoniem schrijven aan de kardinaal van Mechelen werden over dit boek
om velerlei redenen klachten ingediend, o.m. om de deïstische strekking
ervan. Van Beughem, hoofd van het Teresiaans College, kreeg blijkbaar
een brief van de kardinaal, want er is een antwoord van hem bewaard
waarin hij zegt met De Wolf gesproken te hebben. Deze is van goede wil;
de boeken zullen uit de handel worden genomen. Zijn bekering is niet van
lange duur geweest, want hij liet nog verschillende boeken verschijnen
                                                                                    vrijmetselarij
waarin met de tegen hem gemaakte opmerkingen geen rekening werd
gehouden. Uit het geheel van zijn werk kan worden opgemaakt dat hij de
openbaring niet aanvaardde. In Den Geest der Reden... had hij
geschreven: 'Wilt u noyt aen 't Geloof, maer aen de Reden geven'.                  Over de vrijmetselarij is al heel wat onzin verteld. Dat is
                                                                                   gedeeltelijk te wijten aan de vrijmetselaars zelf, die over hun
De capucijn Dominicus Vervisch (geboren in Moorslede, West-                        bijeenkomsten en activiteiten vaak een waas van geheimzinnigheid
Vlaanderen) had een bewogen leven. Zijn verstand was groter dan zijn               laten hangen (al lijkt daar enige verandering in te komen), maar
wijsheid. Mede daardoor kwam hij voortdurend in conflict met zijn                  het is mede toe te schrijven aan de starre vooroordelen van vele
oversten. In het klooster moet hij een buitenbeentje geweest zijn.                 gelovigen die in alle vrijmetselaars zonder onderscheid
Beïnvloed door de auteurs van de Verlichting kwam hij tot de overtuiging           uitgesproken antiklerikalen zien. Men kan de vrijmetselarij pas
dat de Oostenrijkse hervormingsmaatregelen gunstig zouden zijn voor de             goed begrijpen wanneer men haar oorsprong kent en voor ogen
Kerk. Door zijn traditioneel denkende oversten werd dit gezien als                 blijft houden dat zij een typisch product van de Verlichting is.
verraad tegenover de gevestigde waarden. Zijn belangrijkste
wetenschappelijke werk is getiteld Quaestiones
54                                                                                                                                                 243
Oorsprong
                                                                             werden misschien aangetrokken door de vermeende oude geheimen die in
                                                                             de loges bewaard werden; anderen mogelijk door de geest van
                                                                             broederschap en tolerantie die er in hoge ere werd gehouden, bijna als een
Over de precieze oorsprong van de vrijmetselarij tast men enigszins in het   reactie op de onverdraagzaamheid die aan de basis van de bloedige
duister. Meestal wordt aangenomen dat zij in Engeland is ontstaan. De        godsdienstoorlogen had gelegen. Het is ook mogelijk dat de
namen die in dat verband worden genoemd zijn die van Payne, Anderson         gezelligheidsfactor een rol heeft gespeeld; Engeland was tenslotte bij
en Desaguliers. In 1717 zouden zij in Londen de eerste groot-loge hebben     uitstek het land van de 'clubs'.
opgericht. Terminologie en symbolen waren ontleend aan de Engelse en         In elk geval wordt doorgaans het jaar 1717 aangehouden als het jaar
Schotse metselaarsgilden waaruit zij voortsproten. Men werd daar             waarin in Londen vier loges voor het eerst samensmolten tot een groot-
achtereenvolgens leerling, gezel en meester. De metselaars vormden een       loge, die met de eigenlijke metselaarspraktijk niets meer te maken had,
hoogstaand beroep, want alleen kastelen, kathedralen en stadhuizen           maar er ging uitzien als een filantropische, tolerante gemeenschap die haar
werden in steen opgetrokken. Arbeiderswoningen werden van goedkoper          activiteiten niet openbaar maakte.
materiaal vervaardigd. In ieder geval veronderstelde het werken met steen
een kennis van bepaalde meetkundige en technische bouwkunstgeheimen,
die zorgvuldig werden bewaard. Slechts de meesters hadden toegang tot        Verspreiding
de bouwhut (in het Engels 'lodge' : vandaar het woord 'loge'). Het           In de eerste jaren was van antiklerikale activiteiten niets te bespeuren.
bewerken van een bepaalde soort zachte steen ('free stone'                   Evenmin echter van enig dogmatisme. In de constitutie die in 1723 door
geheten) was bijzonder moeilijk, en de metselaars daarvan, de 'free          Anderson werd opgesteld kan men een belijdenis van deïsme vaststellen.
stone masons', stonden dan ook hoog in aanzien. De samentrekking van         `Een vrijmetselaar', zo leest men daar, `is uiteraard verplicht de zedenwet
dit laatste Engelse woord zou geleid hebben tot 'freemasons' ofwel           te onderhouden en... hij zal nooit een dwaze godloochenaar of
vrijmetselaars. Er bestaan nog andere hypothesen over de oorsprong van       ongodsdienstige vrijdenker zijn. Maar, hoewel de traditionele vrije-
het woord 'vrijmetselaar', maar die lijken meer omstreden.In de              metselaars eertijds verplicht waren in elk land de godsdienst van dat land
zeventiende/achttiende eeuw raakte het middeleeuwse model leerling-          te belijden, nu wordt het doelmatiger geacht hen slechts te verplichten tot
gezel-meester op de achtergrond en begonnen de Schotse loges ook             die godsdienst waarin alle mensen overeenstemmen en ieders eigen
niet-metselaars in hun gilden op te nemen, vooral mensen uit de adel of      mening buiten beschouwing te laten.
cultureel dan wel sociaal vooraanstaanden: kooplui, professoren,             Dat betekent: goede en oprechte mannen te zijn, of mannen van eer en
geestelijken. Het is moeilijk te zeggen, wat die mensen er toe aanzette      rechtschapenheid. Zo wordt de vrijmetselarij een bindpunt en een middel
zich bij die gilden aan te sluiten. Sommigen                                 om oprechte vriendschap te stichten onder mensen die anders in
      Inwijdingsritueel bij een vrijmetselaarsloge ca. 1745 (Hennin          voortdurende verwijdering van elkaar zouden blijven'.
      Collectie vol. 109, Prentenkabinet, Parijs).                           Dit humanitaire ideaal geeft voorrang aan de rede, maakt elke
                                                                             openbaring tot abstractie, distancieert zich van elke vorm van geloof
                                                                             (dat bijgeloof wordt genoemd), erkent God als de Grote Bouwmeester
                                                                             van het heelal en benadrukt verdraagzaamheid, broederlijkheid en
                                                                             oprechte goedheid.
                                                                             Het kon in de tijd van de Verlichting niet anders of het
                                                                             vrijmetselaarsideaal moest, vooral in bepaalde kringen, wel bijval
                                                                             oogsten. In 1721 waren reeds 12 Engelse loges bij de Engelse groot-loge
                                                                             aangesloten; in 1725 waren dat er 138. In België was de eerste
                                                                             waarschijnlijk die van Brussel, in of omstreeks 1740; in de Republiek in
                                                                             Noord-Nederland werd de eerste loge in 1743 in Den Haag gesticht.
                                                                             De tweede helft van de achttiende eeuw moet voor zo goed als alle
                                                                             landen de bloeitijd van het logeleven geweest zijn. Allen die zich

244                                                                                                                                                  245
'geëmancipeerd' voelden, begonnen elke vorm van dogmatisch geloof
vanuit een bepaald superioriteitsgevoel te beoordelen. Dogma werd gezien
als fanatisme en fanatisme druiste in tegen de tolerante tijdgeest.
Weinigen hadden er bezwaar tegen zich bij een vrijmetselaarsloge aan te
sluiten, omdat men er tenslotte toch een zeker godsidee huldigde en
bovendien een schoon menselijk ideaal nastreefde: eerlijkheid,
deugdzaamheid en verdraagzaamheid.
Kerk en vrijmetselarij                                                        IkU NOM DU GRAND AaëiIITECTE DE L UNIVERS                                   r


De Kerk is tegen de vrijmetselarij opgetreden. Maar laat vooraf                            Salut,foie et Prospértté .'. .'. .'.
gezegd worden, dat niet alleen de Kerk wantrouwig stond. Er zou een                    Hoofding van een Brusselse vrijmetselaarsloge (arch.JrAbdij van
imposante reeks van maatregelen op te sommen zijn die                                  Averbode).
door burgerlijke autoriteiten tegen de vrijmetselarij getroffen werden. De   +rt s l lilJt • r~>/ W~rr~zr v l ) J77/.1.. ~l7J1.1 rr! ~ •~~/J/ 771 L n re/r/uer • r i ~ L ~ ~rzr 1~ vr.rre/s~ l .3L.
reden schijnt vooral te liggen in de geheimzinnigheid waarin haar
activiteit gehuld was, een zaak die met het absolutisme van de vorsten te    Van antiklerikalisme tot dialoog?
enenmale onverzoenbaar was.
Maar ook Rome trad op. Reeds op 28 april 1738 verscheen de
bekende bul In eminenti, waarin het de gelovigen op straffe van
excommunicatie verboden werd deel uit te maken van een loge of               Als gevolg van haar grote verspreiding is in de vrijmetselarij een
ook de vrijmetselarij op enigerlei wijze te bevorderen. In de bul            onvermijdelijke verscheidenheid ontstaan. Daarbij hebben politieke
worden de volgende redenen als rechtvaardiging voor deze maatregel           factoren meegespeeld. In Engeland werd de oorspronkelijke geest van
opgegeven: in de loges komen mannen van verschillende                        verdraagzaamheid het best bewaard. In Frankrijk werd de vrijmetselarij
godsdiensten en levensopvattingen samen en vergenoegen er zich               bij de stichting van de 'Grand Orient' (het 'Groot-Oosten') draagster van
met een soort natuurlijke eerbaarheid, hetgeen tot religieus                 een uitgesproken antiklerikalisme. Heel de negentiende eeuw door greep
indifferentisme leidt; de geheimhouding van de activiteit van de             ze in het politieke leven in. De gegeven parolen hadden meestal
logebroeders schaadt het algemeen nut; er is gevaar voor ketterij            betrekking op onderwijs en opvoeding.
(waarschijnlijk wordt een syncretisme bedoeld dat elementen
uit verschillende godsdiensten integreert). Tenslotte wordt de               De ongrijpbare macht die de vrijmetselarij vormde, lijkt thans over haar
vrijmetselarij nog veroordeeld `om andere juiste en verantwoorde             hoogtepunt heen. Bovendien zijn er schuchtere pogingen tot toenadering
motieven die ons bekend zijn', een wat merkwaardige uitdrukking die ons      tussen haar en de Kerk. In 1972 schreef de grootmeester van de 'Grand
naar de juiste bedoeling slechts laat gissen. Het is mogelijk dat de paus,   Orient' verzoenende taal. Van katholieke zijde moet hier gewezen worden
zonder het expliciet uit te spreken, een einde wilde maken aan het           op de boeken van Alec Mellor. In 1974 verscheen in Brussel een boek
lidmaatschap van priesters en kloosterlingen.                                waarin door een vrijmetselaar aan zelfkritiek werd gedaan. Verwacht
Het staat inderdaad vast dat niet weinig seculiere en reguliere              werd dat het tekenend voor het vernieuwde post-conciliaire klimaat zou
geestelijken tot de loge hebben behoord. Studies hebben uitgewezen dat       zijn dat in het nieuwe kerkelijke wetboek het lidmaatschap van de
in Frankrijk zo goed als alle loges priesters onder hun leden telden.        vrijmetselarij niet langer met name verboden zou worden. Kardinaal
Hetzelfde geldt voor Spanje en België. Zo doet het bepaald vreemd aan        Seper, Prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, had dat ook al te
om bijvoorbeeld te lezen dat `de loge van Aalst om 11.30 u. de mis           verstaan gegeven. Maar op 26 november 1983 vaardigde zijn opvolger
bijwoonde in de kerk van de Capucijnen'.                                     kardinaal Ratzinger een decreet uit, waarin hij uiteenzette dat, hoewel in
Een dergelijke situatie stelt ons voor een probleem. Enerzijds staat het     de codex niet uitdrukkelijk over de vrijmetselarij werd gesproken, het
vast dat leden van de clerus tot de vrijmetselarij hebben behoord;           verbod op het lidmaatschap bleef gehandhaafd. Blijkbaar zijn
anderzijds is daar de pauselijke veroordeling. Uit deze paradoxale           van beide zijden nog steeds niet alle vooroordelen uit de weg
gegevens moet in elk geval geconcludeerd worden dat het prestige en het      geruimd.
gezag van de paus zeer gering waren.
56                                                                                                                                                                                              247
      De Jezuliëtenorde                                                     financieel en economisch vlak stond de orde zeer sterk. In dit verband
                                                                            moet herinnerd worden aan de 'crash' van P. La Valette in Martinique.
                                                                            Om de missie waarvan hij overste was leefbaar te maken, had hij

      door de paus                                                          handelsmonopolies weten te organiseren. Tijdens de oorlog met
                                                                            Engeland werden alle schepen met hun lading door de Engelsen gekaapt,
                                                                            hetgeen een onverwachte schadepost van vele miljoenen opleverde,


      ontbonden
                                                                            waarvoor de orde aansprakelijk werd gesteld. De huizen en bezittingen
                                                                            in Frankrijk werden verbeurd verklaard om de schuldeisers te kunnen
                                                                            betalen. De gehele aangelegenheid maakte de orde in vele kringen
      (1773)                                                                impopulair.
                                                                            Er moet ook gewezen worden op de vijandige houding van de
                                                                            jansenisten. Op theologisch vlak was de strijd al beslecht in 1713, met
                                                                            de bul Unigenitus, maar na de veroordeling verspreidde de
                                                                            jansenistische mentaliteit zich nog verder in België, Spanje, Oostenrijk
      Men kan zich terecht afvragen, hoe het mogelijk is dat een orde       en Italië. Op die manier werd ook de oppositie tegen de Jezuïeten in al
      die als speciale gelofte de gehoorzaamheid aan de paus in haar        die landen uitgedragen. De parlementaire kringen in Frankrijk, met hun
      regel had opgenomen en in de zogenoemde Contrareformatie een          meestal gallicaanse sympathieën, zagen het ultramontanisme van de
      zo eminente rol had gespeeld, in de tijd van de Verlichting door      Sociëteit van Jezus eveneens ongaarne.
      het hoogste kerkelijke gezag werd opgeheven. De historische           Tenslotte is er nog een andere factor die de vijandschap tegen de orde
      context moet daarbij van dichtbij bekeken worden, wil men             heeft aangescherpt. Daarop is gewezen door een tijdgenoot van de
      begrijpen hoe het tot een                                             gebeurtenissen, een historicus van de orde zelf. Pater Cordara spreekt
                                                                            over `peculiare vitium nostrum, id est superbia' (dat merkwaardige gebrek
      dergelijke maatregel kon komen.                                       van ons, te weten de voortreffelijkheid). `Superbia' moet hier
                                                                            waarschijnlijk niet door het gebruikelijke `hoogmoed' vertaald worden; er
Mikpunt                                                                     moet eerder gedacht worden aan een soort zelfbewustzijn, een
                                                                            zelfverzekerdheid, een aanmatiging die voortsproot uit het besef tot de
In alle polemieken van de zeventiende/achttiende eeuw waren de              sterkste en invloedrijkste orde van de Kerk te behoren. Die houding kan
Jezuïeten het mikpunt geworden van de antikerkelijke en antipauselijke      in sommige kringen een zekere weerzin gewekt hebben.
tendensen die die tijd beheersten. Ongetwijfeld waren er Jezuïeten die
jansenistisch of gallicaans dachten, maar dat waren enkelingen. De orde

                                                                            Portugal
als zodanig was kerkelijk en pausgezind.
Die instelling wekte bij velen een natuurlijke wrevel tegen hen op. Er
kunnen echter nog andere redenen aangegeven worden die de groeiende
vijandschap tegen de Jezuïeten mede helpen verklaren. Sommige factoren      Uit het voorgaande is duidelijk geworden, dat om velerlei redenen een
kunnen in het kerkelijke leven zelf gevonden worden. Allereerst kan men     klimaat van vijandschap tegen de Jezuïeten aan het groeien was. Hoe
wijzen op de machtspositie die de orde zich in de Kerk had weten te         heeft die vijandschap zich toegespitst en hoe werd uiteindelijk de paus er
verwerven. Zij had het grootste gedeelte van het onderwijs en van de        bij betrokken? Rechtstreekse aanstokers tegen de Jezuïeten waren de
opvoeding in handen. Verder waren de biechtvaders aan koninklijke           zogenaamde verlichte ministers van de Zuideuropese vorstenhuizen. Het
hoven meestal Jezuïeten, vooral in Frankrijk, en daardoor hadden ze niet    begon in Portugal, waar sinds 1750 de markies de Pombal de
alleen prestige en invloed op de politiek weten te veroveren (zij het dan   oppermachtige minister van Jozef I was. Op kerkelijk gebied wilde hij tot
langs indirecte weg), ze hadden zich ook van verscheidene kanten            een nationale Kerk komen, die minder afhankelijk van Rome zou zijn.
vijandschap op de hals gehaald. Bovendien kan er op gewezen worden dat      Aangezien hij wist dat hij, om dat te verwezenlijken, er rekening mee
de Spaanse Kroon veel privileges had verleend aan de Indianenreducties      moest houden de pausgezinde Jezuïeten op zijn weg te vinden, probeerde
in Paraguay, die eveneens door Jezuïeten werden geleid. Ook op              hij op velerlei wijze hun aanzien aan te tasten. Eerst werden ze ervan
                                                                            beschuldigd,
248                                                                                                                                               249
fabelachtige rijkdommen te hebben bijeenverzameld bij het uitbaten van       onverbiddelijke stroming die de politiek van de paus wilde voortzetten en
geheime goudmijnen in Paraguay; daarna van het op ongeoorloofde wijze        bijgevolg niet wilde toegeven aan de druk van de Bourbonstaten. Er was
handel drijven; tenslotte van medeplichtigheid bij een aanslag die in 1758   ook een andere richting, die oordeelde dat men zonder op enige wijze toe
op de koning werd gepleegd. Het jaar daarop werden de Jezuïeten              te geven niet uit de heersende verwarring zou kunnen geraken.
veroordeeld: hun bezittingen werden in beslag genomen; 180 ordeleden         Uiteindelijk werd de conventueel Ganganelli gekozen, die de naam
                                                                             Clemens XIV aannam. Tijdens het pontificaat van zijn voorganger was hij
gingen de gevangenis in (waarvan er 115 in de kerker stierven); 1091         op goede voet gebleven met de Bourbon-vorsten, zonder zich evenwel te
anderen werden in de Kerkelijke Staten zonder middel van bestaan aan         vervreemden van de voorstanders van de onverbiddelijke lijn. Hij stond
wal gezet. De paus protesteerde tevergeefs.                                  voor een zware opgave; hij probeerde af te remmen, deed hier en daar een
                                                                             concessie, in de hoop dat het tij zou keren, maar publiceerde tenslotte op
                                                                             21 juli 1773 de breve Dominus ac Redemptor noster, waarmee hij de
Frankrijk                                                                    Sociëteit van Jezus ophief, `omdat het bijna onmogelijk is dat de Kerk een
                                                                             duurzame vrede geniet zolang de orde bestaat'. De jurisdictie van de
In 1761 begon de hetze in Frankrijk, waar koning Lodewijk XV                 oversten werd aan de plaatselijke bisschoppen overgedragen. De Sociëteit
Madame de Pompadour als minnares had. De Jezuïet-biechtvader                 telde toen ongeveer 20.000 leden.
weigerde de koning de absolutie te geven, als hij haar niet                  De historici hebben over deze pauselijke maatregel verschillend
meteen van het hof zou laten verwijderen. Dat was niet naar de zin van de    geoordeeld. Sommigen zijn van mening dat de paus zijn macht te buiten is
koning en nog minder naar die van de dame, die haar haat jegens de           gegaan en uit menselijke schrik tegen zijn geweten heeft gehandeld.
biechtvader nu op de gehele orde overdroeg. Minister de Choiseul werd        Anderen stellen, dat hij de moed heeft gehad een ongezonde plek uit het
ermee belast, maatregelen tegen de Jezuïeten uit te werken. De koning        kerkelijke lichaam weg te snijden. Misschien laat zich een tussenpositie
stelde een commissie samen om de ongelukkige zaak van pater La Valette       denken. Men kan stellen, dat de Jezuïeten (bewust of onbewust) ergernis
op Martinique te laten onderzoeken; maar nog voordat de commissie haar       hebben gewekt. Men kan eveneens stellen dat de paus als hoofd van de
werkzaamheden kon beginnen, nam het parlement een reeks maatregelen:         Kerk het recht had de orde op te heffen. Maar evenzeer moet gesteld
de Jezuïeten mochten geen novicen meer aannemen en geen les meer             worden dat Clemens XIV een onhandige en weinig moedige verdediger
geven. Men verweet hen verder, dat ze absolute gehoorzaamheid                van de Jezuïeten is geweest en bovendien in het algemeen een zwakke
beloofden aan iemand die in het buitenland verbleef en doorgaans geen        persoonlijkheid.
Fransman was. De koning zelf, die niet zo ver wenste te gaan, probeerde
nog te bemiddelen en publiceerde een edict waarin gedecreteerd werd dat
de Franse provinciaals niet langer van de generaal van hun orde
afhankelijk waren, maar voortaan onderworpen waren aan de Franse
                                                                             De Kerk zonder de Jezuïeten
bisschoppen. Het parlement stemde daar evenwel niet mee in en                In feite heeft de orde nooit helemaal opgehouden te bestaan. In Pruisen en
publiceerde een eigen decreet, dat na eindeloze discussies in 1764           in Rusland weigerden respectievelijk Frederik 11 en Catharina 11 de
bekrachtigd werd en waardoor de orde in Frankrijk werd opgeheven.            pauselijke breve af te kondigen, vooral omdat ze de bloeiende colleges,
De Bourbonstaten (het Koninkrijk der Beide Siciliën, Spanje en Portugal)     die in handen van de Jezuieten waren, niet wensten op te offeren. Maar
stelden de gehele zaak op een bredere basis, nl. het recht van de vorst om   overal elders bleek het verdwijnen van de orde rampzalig te zijn, vooral
tussenbeide te komen in het leven van de nationale Kerken. De paus werd      voor de opvoeding van de jeugd, maar al snel ook voor de toevoer van
onder druk geplaatst; men vroeg hem de Sociëteit van Jezus op te heffen,     jonge krachten in de missie. In 1801 verleende Pius VII officieus
maar tot aan zijn dood heeft hij geweigerd op die eis in te gaan.            toestemming voor het voortbestaan van de orde in het Russische Rijk en
                                                                             in 1804 in het Koninkrijk der Beide Siciliën. In 1814 werd de orde voor
                                                                             de gehele wereld weer officieel opgericht. In België kwam ze pas in 1830
De nieuwe paus heft de orde op                                               weer van de grond, na de rijksdeling. In Nederland moest het tot 1853
                                                                             duren, voordat de Jezuïeten zich weer konden vestigen.
Het conclaaf van 1769 duurde vier maanden en stond geheel in het teken       In de negentiende eeuw was de Nederlander pater Roothaan
van de Jezuïetenkwestie. Aan de ene kant was er de                           gedurende vele jaren generaal-overste van de orde.

250                                                                                                                                               251
      Kerk en                                                                 Bisschoppen en adel wensten echter hun voorrechten niet zomaar prijs te


      Franse
                                                                              geven en pleitten ervoor dat men, zoals traditioneel altijd gebeurd was,
                                                                              per stand zou stemmen. De derde stand (die vreesde dat de twee-een
                                                                              verhouding steeds in haar nadeel zou uitvallen) stuurde aan op een


      Revolutie
                                                                              stemming per hoofd. Na zeer verhitte discussies verklaarde de derde stand
                                                                              zich eenzijdig tot de rechtmatige vertegenwoordiging van de gehele natie.
                                                                              Ze noemde zichzelf 'Assembleé Nationale' en verbond zich ertoe, het land
                                                                              een nieuwe constitutie te geven. Met de inname door het volk van de
                                                                              Franse staatsgevangenis (de Bastille) op 14 juli van dat jaar was het lot
                                                                              van het `Ancien Régime' bezegeld.


                                                                              Kerk en Revolutie
      Jaartallen zijn niet het belangrijkste in de geschiedenis, maar toch    Na de veertiende juli volgde voor de Kerk een korte periode van bijna
      komt het soms voor dat een bepaald jaar uitgroeit tot een begrip.       bevreemdende edelmoedigheid. Een pathetische oproep van burggraaf de
      Dat is het geval geweest met 1789, een jaartal dat symbool is
                                                                              Noailles om iets voor het volk te doen bracht de geestelijkheid er toe,
      geworden voor een van de meest markante verschuivingen die
      zich in Europa hebben voorgedaan. De periode die voorafging             vrijwillig afstand te doen van de tienden en de stoofrechten (die voor haar
      wordt in Frankrijk het Ancien Régime' genoemd, maar ze kreeg die        tot dan toe de voornaamste bronnen van inkomsten waren geweest). Zij
      naam pas toen ze eenmaal voorbij was.                                   aanvaardde ook de 'Verklaring van de Rechten van de Mens' en het ideaal
                                                                              van 'vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid', zoals o.m. Rousseau dat had
                                                                              voorgehouden. Een kerkelijk comité zou bovendien noodzakelijk geachte
                                                                              kerkelijke hervormingen uitwerken. Toen dit comité zich sinds februari
Oorsprong                                                                     1790 in antiklerikale zin ontwikkelde en steeds meer onder de invloed van
                                                                              de verlichte revolutionaire clubs in Parijs kwam te staan, trok een aantal
Aan de oorsprong lag de sociale situatie in Frankrijk. Er bestonden (buiten   gematigden zich terug; daarmee kregen enkele radicale elementen het
de persoon van de koning) twee bevoorrechte klassen: de adel en de            voor het zeggen en bleek een confrontatie met de Kerk op de duur
hogere clerus (alle 130 residerende bisschoppen behoorden overigens tot       onvermijdelijk.
de adel). Daarnaast was er de zogenoemde derde stand (tiers-état), voor
                                                                              In oktober 1790 werd beslag gelegd op al het kerkelijke bezit. De staat
het grootste deel bestaande uit de verarmde burgerij, waartoe trouwens
                                                                              verplichtte zich weliswaar aan de geestelijken een wedde uit te betalen,
ook de lagere clerus behoorde. In 1789 telde Parijs alleen al 120.000
                                                                              maar de Kerk werd in de praktische onmogelijkheid geplaatst nog langer
noodlijdenden, terwijl ongeveer 200.000 mensen een inkomen hadden dat
                                                                              de verantwoordelijkheid te dragen voor ziekenen armenzorg, zoals ze dat
het levensminimum niet overschreed. De groeiende ontevredenheid van de
                                                                              tot dan toe had gedaan. De katholieke tijdgenoten moeten de maatregel
derde stand dreigde uit de hand te lopen en daarom was reeds in 1787
                                                                              ook als een verlies van prestige hebben ervaren. De verkoop van de
besloten een staten-generaal bijeen te roepen, waarin de derde stand
                                                                              kerkelijke eigendommen heeft overigens veel minder opgebracht dan
dubbel zo veel vertegenwoordigers zou hebben als elk van de twee andere
                                                                              werd verwacht : er werd teveel ineens op de markt gegooid, waardoor de
standen, namelijk 600 tegenover tweemaal 300. In mei 1789 kwam deze
                                                                              prijzen werden gedrukt. Bovendien werden kopers van `zwart goed', zoals
staten-generaal in Versailles bijeen. De vicaris-generaal van Chartres,
                                                                              men ze noemde, lange tijd met de vinger nagewezen.
Siéyès, schaarde zich aan de zijde van de derde stand. Zijn pamflet Qu'est-
ce que le tiers-état? (`Wat is de Derde Stand?') maakte veel ophef. Het       Nog in datzelfde jaar verscheen een decreet waarbij alle contemplatieve
antwoord op de titelvraag kan met één woord worden samengevat: `Niets.'       orden werden opgeheven. Maar dat was nog maar één maatregel onder
De verdere vraag luidde: `Que doit-il être?' (`Wat moet zij zijn?'). Het      de vele die de leidende figuren van de revolutie wisten door te voeren.
antwoord: `Alles!'

252                                                                                                                                                 253
                                                                             kwamen innemen. Die terugkeer leidde echter tot ernstige
Het burgerlijk statuut van de clerus                                         binnenkerkelijke spanningen: enerzijds waren daar de mensen die de eed
Door het afkondigen van de 'Constitution civile du clergé' op 12 juni 1790   hadden afgelegd, anderzijds zij die dat geweigerd hadden en de gevolgen
werd de Kerk in feite tot een staatskerk omgevormd. Ze moest een             van hun weigering hadden moeten dragen.
handelbaar instrument worden in de handen van de Franse staat. In
werkelijkheid kwam dit alles neer op een poging om alles wat nog met de
grote katholieke wereldkerk in verband stond te onderdrukken: de grenzen     Betekenis van de Franse Revolutie
van de bisdommen liet men samenvallen met die van de departementen;
de kapittels werden, als nutteloze instellingen, opgeheven; de               Tijdens het Ancien Régime waren Kerk en staat nauw met elkaar
parochiepriesters moesten door de gewone (ook niet-katholieke - dus          verbonden. Voortaan zullen beide gescheiden naast elkaar moeten leven,
bijvoorbeeld protestantse en joodse) kiesgerechtigden gekozen worden,        een ideaal dat ook in andere landen zal worden nagestreefd. Meer en
terwijl de bisschoppen benoemd werden door de kiesgerechtigden in de         meer zal blijken dat die scheuring ook voordelen had. Het zuiver
departementen. Bovendien mochten de op die manier gekozen                    religieuze zal beter tot bloei komen. Wie geen roeping heeft, zal niet
bisschoppen hun benoeming niet aan de paus vragen; ze mochten hem hun        langer geneigd zijn verantwoordelijkheid in een geestelijk ambt te
benoeming slechts meedelen. De aanstelling moest gebeuren door de            zoeken waaraan geen privileges meer vast zitten. Maar misschien is het
metropolieten.                                                               belangrijkste gevolg van de Franse Revolutie wel de omstandigheid dat
De echte tragedies begonnen, toen van alle priesters geëist werd de eed      de bisschoppen nu los kwamen te staan van het koninklijk hof en dat ze
van trouw aan deze 'Constitution civile du clergé' af te leggen. Dat         zich in de wereldkerk begonnen te integreren. Zo heeft de Revolutie
bevel kwam op 27 november 1790. Het groeide uit tot een schisma;             zelf, zonder het oorspronkelijk te bedoelen, de mogelijkheid geschapen
tegenover de beëdigden die een constitutionele Kerk vormden (al              om het kerkelijk particularisme te overwinnen. Men begon in de Kerk
veranderden ze niets aan de geloofsleer) stonden de niet-beëdigden die       inspiratie te zoeken aan de andere zijde van de Alpen - ultra montes - in
al snel aan veroordelingen, verbanning en vervolging blootgesteld            Rome. In de negentiende eeuw zal dat 'ultramontanisme' een belangrijke
zouden worden. Om en nabij de 40.000 priesters weken uit Frankrijk           rol gaan spelen.
uit. Op 21 januari 1793 werd koning Lodewijk XVI - `le citoyen


                                                                                  De Kerk in
Capet' (de burger Capet), zoals hij sinds de Revolutie werd genoemd -
onthoofd. In juli van datzelfde jaar werd Robespierre de centrale
figuur. Drie maanden later werd de grondwet buiten werking gesteld


                                                                                  Vlaanderen onder
en begon een schrikbewind, dat de naam 'la Terreur' heeft gekregen.
Vooral de zogenoemde Septembermoorden heeft de geschiedenis
onthouden: twee bisschoppen en 115 priesters werden terechtgesteld.


                                                                                  Frans bewind
Ook in de provincies hadden moordpartijen plaats, terwijl kerkschatten
geroofd werden. In de Parijse Notre-Dame werd officieel de godin van
de Rede (een Parijse zangeres) gehuldigd en werd het christendom
vervangen door de 'Culte de la Raison' (de godsdienst van de Rede); in
de plaats van de kerkelijke kalender kwam een nieuwe tijdrekening,
een poging om met de christelijke geschiedenis en traditie te breken.

Pas in het najaar van 1795 werd, aanvankelijk met vele beperkende                 Het kon niet anders of de Franse Revolutie moest ook haar
bepalingen, weer vrijheid van godsdienst toegestaan. De macht kwam                invloed doen gelden in de Nederlanden. Het bleef overigens niet
toen in handen van het zogenoemde `Directoire', dat uit vijf antiklerikale        bij een ideologische invloed. De Franse troepen vielen
verlichte geesten bestond. Aangezien het principe van de scheiding tussen         herhaaldelijk België binnen. Het land werd zo goed als geheel
                                                                                  bij Frankrijk ingelijfd en de anti-kerkelijke wetten werden er
Kerk en staat in de constitutie was neergelegd, kon men niet verhinderen          eveneens van kracht. De verovering van het grondgebied voltrok
dat de ondergedoken, gevluchte of verbannen priesters langzaamaan hun             zich praktisch tussen de jaren 1792 en
plaats in de zielzorg weer

60                                                                                                                                                 255
      1795. In het leger van de republiek bevonden zich commissaires du
      peuple (volkscommissarissen) en allerlei ambtenaren,
      belast met het voorlopige bestuur van de veroverde gebieden.
      Naarmate de Fransen het land in bezit namen, werd de
      toestand van de Kerk er steeds hachelijker.


Franse invloeden
 De halfpolitieke, halfculturele 'clubs' waren in Frankrijk een
 modeverschijnsel geworden, typische uitingen van de verlichtingsgeest.
 De meest bekende was de zogenoemde 'Jacobijnenclub', die haar naam
 ontleende aan het feit dat de leden in Parijs samenkwamen in het
 voormalige klooster van de Paters Jacobijnen (Dominicanen) in de rue
 Saint-Honoré. Dit voorbeeld werd in België nagevolgd. Dadelijk na
 aankomst van de Franse troepen in 1792 in Brugge hadden de
 republikeinsgezinde Jacobijnen - doorgaans afkomstig uit de burgerij -
 een club naar Frans model gesticht. De leden kwamen eerst bijeen in de
 'Chambre littéraire' op de Grote Markt, later in een gebouw dat aan de
 Jezuïeten had toebehoord. Dergelijke clubs kwamen in zo goed als alle              De St. -Michielsabdij in Antwerpen werd door de Fransen gesloten
 steden op en waren oorzaak van de republikeinse, rationalistische,                 en omgebouwd tot een scheepswerf (uit Gevers, Anvers).
 antiklerikale invloed die vooral onder de burgerij toenam, maar nooit echt
 de volksklasse heeft bedreigd.                                               Nederlanden verboden op straat de priestertoog te dragen. Op 15
Ook de in Frankrijk ingevoerde nieuwe tijdrekening werd op 28 juli 1794       Fructidor, an IV (1 september 1796) werden in de Belgische
aan België opgelegd. Het nieuwe tijdperk had men laten beginnen op 22         departementen de kloostergemeenschappen ontbonden, met uitzondering
september 1792. Het betekende een radicale breuk met de christelijke          van de orden die zich uitsluitend met ziekenzorg of onderwijs
traditie. Alle feestdagen, zondagen, heiligendagen moesten plaats maken       bezighielden. De kloostergoederen werden voor de belasting aangeslagen
voor perioden die namen kregen die waren ontleend aan de natuur,              en er werden 'bons' uitgeschreven waarmee men zulke genationaliseerde
ontsproten aan het brein van een romanticus die rijk aan verbeelding was.     eigendommen kon kopen. Zo kwam de vraag op of dergelijke 'bons' wel
In de herfst kende men drie maanden (Vendémiaire, Brumaire, Frimaire);        mochten worden aangenomen, omdat dat impliciet de erkenning van de
evenzovele in de winter (Nivóse, Pluvióse, Ventóse), in de lente (terminal,   dwangmaatregel zou inhouden. De uitdrijving van contemplatieve
Floréal en Prairial) en tenslotte in de zomer (Messidor, Thermidor en         religieuzen leidde op vele plaatsen tot hartverscheurende tonelen. Op 7
Fructidor). Veel namen werden ook gewijzigd. Zo werd Charleroi, een           Pluvióse, an V (26 januari 1797) werd een eed van trouw voor de
naam die te 'royalistisch' klonk, veranderd in Libreville. De Sint-           Republiek verplicht gesteld. De geestelijken probeerden een formulering
Maartensplaats in Brugge werd de 'Place Voltaire', het Begijnhof Te des       te vinden die voor allen aanvaardbaar zou zijn. Werbrouck, deken van de
Cygnes' en de Grote Markt de 'Place Napoléon'. Sommige fanatici die aan       O.L.Vrouwekathedraal in Antwerpen, stelde drie formuleringen voor,
hun kinderen geen heiligennamen wensten te geven, noemden hun zoon of         maar tegen alle drie werden bezwaren geopperd, zodat besloten werd dat
dochter 'Artichaut' (Artisjok) of 'Chou-fleur' (Bloemkool). Al wat aan het    men liever zou proberen toestemming te krijgen om ontslagen te worden
christendom herinnerde, moest tot elke prijs verdwijnen.                      van de eedsaflegging. Nadat in Parijs een staatsgreep had plaatsgevonden,
                                                                              werd van alle bedienaren van de eredienst gevraagd, een eed van haat
Moeilijke jaren                                                               tegen het koningschap af te leggen. Een wet van 19 Fructidor, an V (5
                                                                              september 1797) schreef deportatie voor als straf voor de eedweigeraars.
                                                                              Hier ligt nog een taak voor de historici weggelegd. Het aantal onopgeloste
De geestelijkheid had het in die jaren bijzonder moeilijk. Vanaf 7
                                                                              vragen is groot. Hoe groot was het aantal van hen die onderdoken omdat
Vendémiaire, an IV (ofwel 29 september 1795) was het in de
                                                                              ze die eed
61                                                                                                                                                  257
weigerden? De voorstelling van zaken alsof de beëdigde priesters onder       voorgeschreven. Huleu, de vicaris-generaal van Mechelen, had zorg
de beschermende hand van de politie moesten officiëren en dat dit meestal    gedragen voor de Nederlandse vertaling. Verschillende bisschoppen,
in een lege kerk plaatsvond, berust niet op voldoende bewijsmateriaal.       onder wie Fallot de Beaumont, bisschop van Gent, hadden hun
Was het fiasco wel zo algemeen? Geldt het ook voor de gehele periode?        goedkeuring er aan gehecht, maar de publicatie gaf niettemin aanleiding
Was er een wisselende aanhang van beëdigden en niet-beëdigden                tot nogal wat polemiek. De tegenstanders van de publicatie
gedurende al de jaren van de 'Beloken Tijd'? In ieder geval heeft deze       onderstreepten dat het godsdienstig leerambt aan de Kerk toekwam en
generatie priesters gekend die hebben geleden voor hun trouw aan de          niet aan de burgerlijke overheid. Aangezien nu de catechismus door een
Kerk en dat zal op het leven van de clerus in de eerste decennia van de      keizerlijk decreet was opgelegd, moest hij verworpen worden. Wat de
negentiende eeuw zijn stempel drukken. Na het uitvaardigen van de            mensen vooral ergerde was, dat zo sterk de nadruk gelegd werd op de
conscriptiewet (1798) kwam de Vlaamse boerenbevolking in opstand en          plicht tot aanhankelijke gehoorzaamheid aan de keizer. Ook in Italië
de Boerenkrijg werd gevoerd onder het motto 'Voor Outer en Heerd'. De        ontstond een heftige polemiek. Een door de paus ingestelde
opstand werd na enkele maanden onderdrukt.                                   onderzoekscommissie kwam tot de conclusie dat de catechismus niet die
                                                                             van de Kerk was, maar van de Franse regering.
Napoleon                                                                     Toen in 1809 de Kerkelijke Staat bij Frankrijk werd ingelijfd, sprak Pius
Napoleon, die door de staatsgreep van 18 Brumaire (9 november 1799)          VII over 'allen die zich vergrepen hadden aan de rechten van de Heilige
een einde had gemaakt aan het Directoire - de regeringsvorm waardoor         Stoel' de excommunicatie uit. Op bevel van Napoleon
Frankrijk door vijf 'Directeurs' werd geregeerd -, beschikte over een zo     werd daarop de paus gevangen genomen en naar Savona gevoerd. Na een
goed als dictatoriale macht. Als pragmatisch politicus begreep hij dat hij   mislukte poging van de keizer om van een nationaal concilie (in 1811)
zonder godsdienstvrede geen sociale rust tot stand zou kunnen brengen.       gedaan te krijgen de door de keizer benoemde, maar niet door de paus
Daarom sloot hij in 1801 een concordaat met de Heilige Stoel. Het was        erkende bisschoppen canonisch te bevestigen, werd Pius naar
duidelijk een 'verstandshuwelijk': beide partijen moesten water in de wijn   Fontainebleau overgebracht.
doen. Voor de Kerk was het voornaamste winstpunt dat bereikt werd de         Inmiddels was Napoleon aan zijn veldtocht naar Rusland begonnen. Een
omstandigheid, dat haar bestaansrecht weer officieel erkend                  reeks militaire nederlagen sindsdien leidde tot zijn uiteindelijke val in
werd, onder de omschrijving dat ze 'de godsdienstvorm van de                 1815.
                                                                                  Napoleon kroont zichzelf tot keizer (gravure naar een schilderij van
meerderheid van het Franse volk vertegenwoordigde'. Tegelijk met het
                                                                                  David).
concordaat werden door Napoleon 77 uitvoeringsbesluiten (de
zogenoemde 'Organische Artikelen') gepubliceerd, waarbij sommige
gedane concessies in het voordeel van de staat werden geïnterpreteerd.
In België heeft een groep gelovigen, onder aanvoering van Cornelis
Stevens, vicaris-generaal van Namen, zich niet bij de stipulaties van
het concordaat willen neerleggen. Ze woonden vooral in de omgeving
van Halle en in het Westvlaamse Gits en hebben zich tot 1957 weten
te handhaven.
Nog verschillende andere voorvallen leidden tot een verstrakking van de
relatie tussen Napoleon en de Kerk. In 1804 wenste hij zijn kinderloos
gebleven huwelijk met Joséphine de Beauharnais te verbreken en een
nieuwe verbintenis aan te gaan met Marie-Louise, de dochter van de
Oostenrijkse keizer. Pius VII protesteerde tegen de onregelmatige
procedure, zonder zich echter uit te spreken over de rechtsgeldigheid van
Napoleons eerste (slechts burgerlijk gesloten) huwelijk.
Begin 1806 werd in België de catechismus in gebruik genomen, die
Napoleon aan alle onderdanen van zijn keizerrijk had

62                                                                                                                                                259
   UIT DE CATECHISMUS VAN NAPOLEON
Vraag: Welke zijn de pligten der christenen tot de princen die hen
bestieren en welke zijn in het bezonder onze pligten ten opzigte van
Napoleo den Eersten, onzen Keyzer?                                        VIJFDE HOOFDSTUK
Antwoord: De christenen zijn schuldig aan de princen die hen bestie-
ren, en wij in het bezonder aan Napoleo den Eersten, onzen Keyzer,
liefde, eerbied, gehoorzaamheyd, getrouwigheyd, krijgsdienst, schat-
tingen tot behoudens en bescherming van het Keyzerrijk en van zynen
throon; en bovendien zyn wy hem nog schuldig vuerige gebeden voor
zyne zaligheyd en voor den geestelyken en tydelijken voorspoed van
den staat.
   Vr.: Waarom zyn wy gehouden aan alle dese pligten wegens onzen
   Keyzer?
A.: Ten eersten, omdat God, die de Koningrijken heeft ingesteld en de
zelve uytdeylt naar zijn welbehaegen, onzen Keyzer met zyne gunsten
zoo in den vrede als in den oorlog verrijkende, hem het oppergezag
over ons gegeven heeft, en hem gemaakt den bedienaar van zyne
magt en zyn beeld op de aarde. Onzen Keyzer eerbieden en dienen is
dan God zelfs eeren en dienen. Ten tweeden, omdat Onze Heer
Jesus-Christus zelf, zoo door zijn leering als door zijne voorbeelden
ons geleert heeft wat wy aan onzen Souvereyn schuldig zijn: hij is
geboren gehoorzaemende aan het bevel van Caesar-Augustus; hij
heeft den tol betaelt die voorgeschreven was, en gelykerwijs hij
bevolen heeft dat men aan God moet geven 't gene aan God toekomt,
zoo heeft hij ook bevolen dat men aan den keyzer moet geven 't gene
toekomt aan den Keyzer.
   Vr.: Zijn er geene bezondere beweegreden die ons meer verbinden
   aan Napoleo den Eersten, onzen Keyzer?
A.: Jae; want het is hij die God in de moeilijke tijds-omstandigheden
verwekt heeft, om den openbaren godsdienst der heylige religie van
onze voor-ouders te herstellen en om er den beschermer van te zijn.
Hij heeft door zijn diep-zinnig en werkend verstand het goed order
doen herleven en hetzelve gehandhaeft; hij verdedight den Staet door
zynen magtigen arm, hij is geworden den gezalfde des Heeren, door
de wijdinge die hij van den paus het hoofd der algemeyne Kerk heeft
ontfangen.
   Vr.: Wat moeten wij denken van degene die zouden te kort blijven
   aan hunne pligt ten opzichte van onzen Keyzer?
A.: Volgens den heiligen apostel Paulus zouden zy wederstaen aan
het order dat God zelf heeft vastgesteld, en zij zouden hun pligtig ma-
ken van de eeuwige verdoemenis.
                   (Uit: Cathecismus tot gebruyk van alle de kerken van
                          het Fransch Keyzerrijk, Mechelen 1807)
63
      De intuitie
                                                                             benoemen, verscheen in 1817 het eerste deel van een werk dat hem
                                                                             beroemd zou maken: Essai sur 1'indifférence en matière de religion, een
                                                                             machtige diagnose van de religieuze situatie in Frankrijk, een aanklacht

      van
                                                                             en een analyse van de godsdienstige onverschilligheid die hij de ketterij
                                                                             van de nieuwe tijd noemde. Het was niet een traditioneel apologetisch
                                                                             werk; de auteur nam een agressieve houding aan en schreef vanuit een

      Lamennais                                                              radicale zelfverzekerdheid. Misschien onderstreepte hij iets te sterk de
                                                                             sociale functie van de godsdienst, maar juist zijn kiezen voor de armen
                                                                             en machtelozen zal de rode draad blijken te zijn waarmee zijn
                                                                             verschillende levensfasen aaneengeregen zijn.
                                                                             In 1824 startte hij met de Mémorial catholique, een ultramontaans
                                                                             maandblad; de publicatie daarvan moet worden gezien als een poging
                                                                             om zich tegen de godsdienstige politiek van de intussen aan de macht
      De Franse Revolutie had een aantal ideeën gelanceerd die zo            gekomen Bourbon-dynastie af te zetten. Tegen het weer opbloeiende
      volledig nieuw waren dat ze bij de aan behoud hechtende krachten       gallicanisme beklemtoonde Lamennais steeds meer dat Rome het
      op heftig verzet stuitten. Vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid     centrum van de christenheid moest zijn en dat de zo enge band tussen de
      waren trefwoorden geweest die tegen de traditionele feodale            Bourbons en de Kerk tot een kortsluiting zou leiden die voor beide
      staatsinrichting indruisten en de indruk wekten, de door God           partijen fataal zou zijn. In 1825-26 en in 1829 wijdde hij daar studies
      gewilde orde omver te werpen. En aangezien de Revolutie een            aan. De revolutie van 1830 gaf hem gelijk, want zij richtte zich niet
      antiklerikale wending had genomen, stond de Kerk tegenover             alleen tegen het vorstenhuis, maar tegelijk tegen de Kerk die zoveel
      begrippen als 'vrijheid' of 'gelijkheid' erg huiverig. De eerste die   nadruk had gelegd op de band tussen Troon en Altaar.
      aanvoelde dat deze begrippen ook voor de katholieken een
      verrijking konden betekenen en zelfs een rechtvaardiging vinden in     Het liberaal-katholicisme
      het evangelie, was de Bretonse priester Hugues Robert-Felicité de
      la Mennais (1782-1854), die in de jaren dertig van de vorige eeuw      Bij het aan de macht komen van het liberaal-gezinde huis van Orléans
      zijn naam op democratische wijze ging schrijven: Lamennais.            meende Lamennais een kans te zien voor de doorbraak van de
                                                                             democratische ideeën. Hij stichtte daarvoor de krant l'Avenir die zich -
                                                                             mede dank zij de inzet van vurige medestanders als Lacordaire en
De ultramontaan                                                              Montalembert - gedurende meer dan een jaar tot de Fransen richtte, om
                                                                             hen te overtuigen van de noodzaak van een radicale scheiding tussen
Zijn leven heeft een bewogen verloop gekend. Onder invloed van vooral        Kerk en staat. De bisschopsbenoemingen mochten niet langer via de
zijn broer Jean-Marie, de latere vicaris-generaal van Rennes, deed hij op    regering plaatsvinden; ze kwamen aan Rome toe. De onafhankelijkheid
22-jarige leeftijd zijn eerste communie en in 1816 werd hij tot priester     van de Kerk lag Lamennais zo na aan het hart dat hij een beroep deed op
gewijd, zonder zich echter daarvoor in een seminarie te hebben               de priesters, de hun bij het concordaat toegekende wedde te weigeren,
voorbereid. Het heeft een tijd geduurd voordat hij ontdekte welke zijn       om op die manier niet langer van de staat afhankelijk te zijn. Hij pleitte
specifieke taak in de Kerk zou zijn. Aangezien hij een goede pen had,        overigens ook voor de afschaffing van het concordaat. De democratische
heeft hij gemeend zijn talenten te moeten gebruiken ter verdediging van      vrijheden, waarop de katholieken zich krachtens de nieuwe grondwet
de Kerk die, zelfs onder Napoleon en niettegenstaande het concordaat,        van 1830 konden beroepen, moesten in de praktijk nog veroverd worden
haar vrijheid niet had teruggekregen. Na (samen met zijn broer) enkele       vrijheid van godsdienst en geweten, vrijheid van onderwijs en pers,
kleinere werken te hebben geschreven over de rechten van de Kerk             vrijheid van vereniging en vergadering. 1'Avenir eiste bovendien het
inzake de benoeming van bisschoppen en over het misbruik dat Napoleon        algemeen kiesrecht en een decentralisatie van de bevoegdheden.
daarvan maakte om alleen gallicaansgezinde bisschoppen te                    Opdat dit alles geen dode letter zou blijven, stichtte hij een Agence

64                                                                                                                                                 26
                                                                                                                                                   3
voor de verdediging van de religieuze vrijheid. In Parij s werd een school   van Lamennais niet voorkwam, maar niettemin de idealen van
opgericht, zonder de toestemming van de zogenoemde 'Université', een         vrijheid die l'Avenir had voorgestaan in weinig sympathieke
semi-overheidslichaam dat zich op onderwijsgebied een monopolie had          bewoordingen werden veroordeeld.
verworven en verantwoordelijkheid had voor zowel het oprichten van           Lamennais beschouwde de encycliek als een disciplinaire maatregel en
scholen als het benoemen van leerkrachten. Een door de staat aangespannen    besloot tot stopzetting van de krant en ontbinding van de Agence. De
proces tegen de school werd door de Agence verloren, maar de katholieken     kerkelijke overheden vonden dat onvoldoende en drongen aan op steeds
hadden hun weerbaarheid getoond en in de ogen van de publieke opinie een     duidelijker uitgesproken onderwerping; daarop gaf Lamennais, moedeloos
punt gescoord. Soortgelijke processen werden herhaaldelijk gevoerd:          geworden, zijn Paroles cl'un croyant uit, een boek dat in bijbelse stijl
sommige werden gewonnen, andere verloren. Belangrijker dan het               was geschreven, maar waarin de mensen die in opstand kwamen tegen
onmiddellijke resultaat was dat de katholieken weer in beweging gekomen      hun vorsten om zich van elk juk te bevrijden werden geprezen. In 1834
waren en opnieuw zelfvertrouwen hadden gekregen.                             werd het werk door een nieuwe encycliek (Singulari nos) veroordeeld en
Bij velen vielen de ideeën en de activiteit van PAvenir niet in goede        dit keer werden boek en auteur bij name genoemd.
aarde. De regering, die aanvankelijk had gehoopt Lamennais als               Recent onderzoek heeft twee zaken duidelijk gemaakt. Allereerst, dat op
bondgenoot te hebben, omdat hij bereid leek het nieuwe regime te             Gregorius XVI nog meer druk werd uitgeoefend dan Lamennais al had
erkennen, was ontgoocheld omdat de Bretoen op een grotere                    vermoed, vooral door Frankrijk en Oostenrijk. De toestand in de
onafhankelijkheid van de Kerk aanstuurde, o.m. wat de benoeming van          Pauselijke Staten zelf was overigens niet van een dergelijk karakter dat ze
bisschoppen betrof. De bisschoppen zelf, van wie de meesten hun              de paus gunstig zou stemmen tegenover Lamennais de voorvechters van
benoeming nog aan de staat te danken hadden, konden                          de Italiaanse eenheid bedreigden die staten en beriepen zich daarbij op de
het moeilijk eens zijn met een priester die, zonder daartoe opdracht te      liberale principes zoals die door Lamennais waren verkondigd. Ten
hebben gekregen, ijverde voor een afschaffing van het concordaat en van      tweede, dat het onjuist is te beweren dat de paus de leer van Lamennais
een staatswedde voor priesters. Vele liberalen van de oude garde waren
antiklerikaal en wantrouwden het liberaal-katholicisme, dat zozeer de        niet zou hebben laten onderzoeken. Het volledige dossier werd in 1982
nadruk legde op zijn katholiciteit. Vele katholieken waren van oordeel       uitgegeven en daaruit blijkt, dat Gregorius' raadgevers hebben gewezen
dat Lamennais onvoldoende realistisch was. Dat alles had als gevolg, dat     op het gevaar dat een principieel aanvaarden van 'vrijheid' inhield.
het aantal abonnementen daalde en het blad in financiële moeilijkheden
kwam.
                                                                             Tragisch
Het beroep op Rome                                                           Lamennais heeft zich na 1834 steeds verder van de Kerk verwijderd en
                                                                             zich ook op zijn sterfbed niet met haar willen verzoenen. De laatste jaren
Toen deze situatie eenmaal was ontstaan, besloot Lamennais alles op alles    van zijn leven heeft hij zich vooral ingezet voor het volk - le peuple, een
te zetten. De publicatie van PAvenir werd geschorst en samen met             woord dat in zijn geschriften zo vaak terugkeert - waarmee hij zich
Lacordaire en Montalembert vertrok Lamennais naar Rome waar hij, om          vereenzelvigde. Achteraf beschouwd kan men zich afvragen wat de paus
alle kritiek in de kiem te smoren, het oordeel van de paus wilde vragen.     erbij verloren zou hebben, als hij de drie pelgrims voor de vrijheid iets
De drie 'pelgrims voor de vrijheid' verlieten Frankrijk eind november        hartelijker had ontvangen, en ook of hij wel voldoende begrepen heeft dat
1831. Kardinaal Pacca, de deken van het Heilig College, vroeg hun een        niet elke vrijheid een antiklerikale vrijheid behoeft te zijn. Lamennais'
memorandum op te stellen waarin zij hun ideeën zouden uiteenzetten. Pas      levenslot is vooral tragisch geweest als men nu vaststelt - maar dat stelt
na lang aandringen verleende Gregorius XVI hun een audiëntie, die echter     men inderdaad nu achteraf vast! - hoe het liberaal-katholicisme, gezuiverd
louter protocollair verliep en waarin het hun niet was toegestaan ook maar   van zijn extremistische stellingen, later werd aangewend voor de
een woord te zeggen over de zaak die hen naar Rome had gebracht.             verdediging van het katholieke onderwijs en voor andere vrijheden.
Lacordaire begreep dat dit een onuitgesproken afkeuring van hun
                                                                             Misschien was Lamennais te radicaal en te impulsief, maar het kan
standpunt betekende en verliet Rome. Lamennais en Montalembert
                                                                             moeilijk ontkend worden dat hij intuïtief heeft aangevoeld dat
volgden enkele maanden later. Tijdens hun terugreis kregen zij de tekst in
                                                                             de principes van de Franse Revolutie niet noodzakelijkerwijs tegen
handen van de encycliek Mirari vos (1832), waarin de naam
                                                                             Kerk en godsdienst dienen te worden uitgespeeld.
264                                                                                                                                                265
     Godsdienst en                                                                     met Rome, een bezoldiging voor de clerus, vrijheid van onderwijs en
                                                                                       vereniging (hetgeen het bestaansrecht van religieuze orden en

     politiek in België
                                                                                       congregaties impliceerde). Onder het Franse en het Hollandse bewind had
                                                                                       men die voordelen moeten missen. Het was niet zonder reden dat
                                                                                       Lamennais naar `la liberté comme en Belgique' (de vrijheid zoals in
                                                                                       België) verwees als naar een ideaal maatschappijbeeld.
                                                                                       In Rome, waar het woord 'liberalisme' een verwerpelijke bijklank had, en
                                                                                       in sommige kerkelijke milieus die er op uit waren het katholicisme
                                                                                       uitsluitend als staatsgodsdienst erkend te zien, stond men huiverig
     Na de val van Napoleon was op het Congres van Wenen (1815) de kaart               tegenover de nieuwe Belgische grondwet. Het heeft van de Méan's
     van Europa opnieuw getekend. België en Nederland waren samengevoegd,              opvolger, kardinaal Sterckx, veel subtiele behendigheid vereist om de
     onder het bestuur van de Nederlandse koning Willem 1. In Belgié waren             curiale kringen er van te overtuigen dat men in België niet zozeer van een
     noch de katholieken, noch de liberalen opgetogen over het nieuwe bewind. De       scheiding tussen Kerk en staat moest spreken, maar veeleer van een
     katholieken moesten ervaren, dat de protestantse vorst te weinig rekening         wederzijdse onafhankelijkheid. Om Rome te overtuigen, onderstreepte
     hield met het katholieke karakter van het zuidelijke deel                         Sterckx dat de Kerk over voldoende prestige beschikte om in de praktijk
     van het Rijk. In feite betreurden ze de bevoorrechte positie die d e Kerk         de privileges te behouden waarvan ze in principe afstand deed.
     eertijds had gehad. Voor de liberalen regeerde Willem te zeer als een
     absolutistisch vorst, die allergisch was voor alles wat naar democratie
     zweemde, de persvrijheid beperkte en België financieel achterstelde bij           Licht en duister
     Nederland. De Belgische katholieken en liberalen vonden elkaar in hun
     verzet tegen de koning en de regering. Een groeiend aantal maatregelen            In 1834 werden de Belgische bisdommen opnieuw opgericht. Bij
     waarover men zich steeds meer ergerde leidde tot een unie tussen beide, die een   koninklijk besluit werd een aalmoezeniersdienst in het leger
     explosieve toestand in het leven riep. Toen de juli-revolutie van 1830 in         georganiseerd; de gemeentelijke en provinciale autoriteiten werden
     Frankrijk losbarstte, sloeg ze van Parijs naar Brussel over en zonder al te       gewezen op hun verplichtingen tegenover kerkfabrieken,
     grote moeilijkheden werd de Belgische onafhankelijkheid uitgeroepen.              bisschoppelijke paleizen en seminaries; de bedienaren van de

                                                                                             Een antiklerikale spotprent uit 1865 met kritiek op "het dubbele ge-
                                                                                             zicht" van de Kerk (Stadsarchief, Antwerpen).

De grondwet
In 1831 werd de nieuwe grondwet voor België goedgekeurd. Hoewel ze
de meest liberale van Europa was, droeg ze de goedkeuring van de
aartsbisschop de Méan weg. De katholieken die deel uitmaakten van de
Constituante hadden ingestemd met de scheiding tussen Kerk en staat.
Uiteraard hadden ze daarbij niet de laïcizering van de maatschappij
beoogd, zoals de doctrinaire liberalen; veeleer hadden ze gehoopt dat ze,
dank zij de vrijheid van pers en onderwijs, de bevolking zo zouden
kunnen beïnvloeden, dat het parlement uitsluitend christelijk
geïnspireerde wetten zou goedkeuren. Op lange termijn was daaraan een
risico verbonden, maar de onmiddellijke concrete voordelen die men wist
te behalen leverden al snel het bewijs dat dit risico gewettigd was: geen
tussenkomst meer van de staat bij de bisschopsbenoemingen, geen
controle op de betrekkingen
266                                                                                                                                                         267
eredienst konden er niet toe worden verplicht, zitting te nemen in een jury;                                                        J3E DIIMPER
                                                                               LA MANIRSTATON LIERE
                                                                                                                                       GEILLUSTREERD WEERBLAD
seminaristen werden vrijgesteld van militaire dienstplicht; aan het Heilig
Sacrament zou de militaire eer worden bewezen; in het lager onderwijs
werd godsdienst een verplicht vak, zodat de clerus de facto het gehele               JOURNAL DES MARCUNVINS
volksonderwijs controleerde. Ook in het middelbaar onderwijs stond meer               Nos   A THLE TES,   ~   .. .   ..R~~.~.a...

dan tweederde van de onderwijsinstellingen onder leiding van de
geestelijken. Zo had de Kerk, in het streven naar een herovering van haar
bevoorrechte plaats in het politieke en maatschappelijke leven (die ze sinds
het concordaat van Napoleon had verloren), weliswaar niet alles gekregen
wat ze wenste, maar toch heel wat! Ze was een macht waarmee rekening
moest worden gehouden.
Uitspraken doen in politieke aangelegenheden vond de Kerk een normale
plicht. Uit de verslagen van de bisschoppenconferenties kan worden
opgemaakt, dat ook politieke vragen op de agenda stonden en dat er
richtlijnen voor een katholiek beleid ten behoeve van de politici werden
uitgewerkt. Wetsvoorstellen werden, vóór hun parlementaire behandeling,
met de bisschoppen besproken. Iedere bisschop moest de visie van het
episcopaat in zijn eigen diocees waarmaken. Nagenoeg overal in de                    Links een antiklerikale spotprent op de nieuwe katholieke regering
bisschoppelijke archieven vindt men sporen van politiek overleg en                   van 1884. Rechts, 'De Domper', het weekblad van de christelijke
beïnvloeding. Over de spanningen tussen de conservatieve katholieken, de             arbeidersbeweging (doc. KADOC - Leuven).
liberaal katholieken en de ultramontanen hoeft hier niet gesproken te          te waken over de moraliteit van de leerkrachten en de orthodoxie van de
worden, omdat ze het doorgaans samen opnamen tegen het altijd wel              schoolboeken. Met de wet van 1850 kwam echter ten aanzien van het
ergens aanwezige antiklericalisme.                                             middelbaar onderwijs de organisatie van een officieel onderwijsnet tot
De liberalen, die zich aanvankelijk om pragmatische redenen met de             stand, dat los zou staan van iedere vorm van kerkelijke inmenging. Door
katholieken hadden verbonden, konden de bevoorrechte situatie en de            een verharding van de standpunten kwam er een polarisatie tot stand: de
feitelijke macht van de katholieken niet blijvend aanvaarden. Vooral de        katholieken ontwikkelden zich naar een (met de letter van de wet niet te
antiklerikalen onder hen zagen met lede ogen, hoe de Kerk haar vroegere        verzoenen) vorm van klericalisme; de liberalen naar een (soms radicaal)
geprivilegieerde plaats weer had veroverd. De geest van het 'unionisme',       antiklericalisme.
dat katholieken en liberalen tegen het einde van de jaren twintig had          Bij de verkiezingen van 1878 behaalden de liberalen de meerderheid. Ze
samengebracht, nam in de jaren na de Belgische onafhankelijkheid               gaven onmiddellijk voorrang aan een 'correctie' van de schoolwet van
geleidelijk af. De negentiende eeuw werd gekenmerkt door een bittere           1842 inzake het lager onderwijs. Met het afkondigen van de zogenoemde
strijd om de macht. Bij het uitwerken van de grondwet hadden de                'ongelukswet' (1879) werd de schoolstrijd pas goed ontketend. Niet alleen
katholieken vooral de inmenging van de staat in kerkelijke                     werd aan het vrije lager onderwijs een belangrijke financiële steun
aangelegenheden willen voorkomen; nu gingen de liberalen echter van            ontnomen; het onderwijs kreeg een uitgesproken laicistisch karakter. Op
lieverlee steeds sterker benadrukken dat de Kerk zich ook diende te            de scholen mocht geen godsdienstonderricht meer worden gegeven. De
onthouden van inmenging in het politieke leven. Zeker vanaf 1837               ouders die dit voor hun kinderen toch wensten, dienden daar schriftelijk
begonnen de conflicten zich te vermenigvuldigen.                               om te verzoeken en dit onderricht zou buiten de lesuren om gegeven
                                                                               moeten worden. De reactie van de kerkelijke autoriteiten kwam
De schoolstrijd                                                                onmiddellijk en was zo radicaal, dat ze zelfs in Rome vragen deed rijzen.
                                                                               De sacramenten zouden worden geweigerd aan ouders die hun kinderen
De vinnigste strijd werd gestreden op het terrein van het onderwijs. Een       naar 'de scholen zonder God' zouden sturen, behalve in gevallen van
wet die in 1842 was aangenomen liet het nog aan de Kerk over,                  overmacht (die van geval tot geval door de bisschoppen dienden te

268                                                                                                                                                             269
worden onderzocht). De onderwijzers werd verboden, aan zulke scholen                geloofsovertuigingen en schonk bijgevolg ook bestaansrecht aan
les te geven. De parochiepriesters moesten ervoor zorgen dat in alle                het katholicisme. In principe konden de katholieken, krachtens de
parochies een katholieke school werd opgericht. In enkele maanden tijd              grondwet die de vrijheid van alle burgers waarborgde, hun rechten
kwam op die manier een net van vrije scholen tot stand. Het getuigde van            opeisen, maar het besef
de organisatorische kracht van de Kerk, maar in hun ijver voor het                  dat zij evenveel betekenden als hun protestantse landgenoten moest
redden van 'de ziel van het kind' hebben de bisschoppen allicht te weinig           nog wakker geschud worden. Twee eeuwen in schuil- en
rekening gehouden met de gevolgen voor de gezinnen van de                           schuurkerken, zonder noemenswaardige activiteit in de
onderwijzers en voor een aantal ouders die moreel gedwongen waren hun               openbaarheid, lieten hun invloed nog op de katholieken gelden.
kinderen op de officiële scholen te laten. Het is overigens ook te                  Van de emancipatiestrijd die een groot deel van de negentiende
simplistisch, de 'goeden' alleen aan de kant van de vrije scholen en de             eeuw in beslag nam, kunnen we hier slechts de voornaamste
'slechten' aan de zijde van het officiële onderwijs te zoeken. Aan beide            mijlpalen behandelen.
zijden waren idealisten; aan beide zijden ook slachtoffers van de situatie.
Door sommige liberale werkgevers werd gedreigd met ontslag; maar ook          Een eerste doorbraak
getuigden sommige geestelijken van een weinig evangelische geest, door
gezinnen te dreigen met inhouding van hulp van het Sint-                      Een schuchtere poging tot het in het leven roepen van een katholieke pers
Vincentiusgenootschap, ingeval zij hun kinderen naar het officiële            ging uit van het driemaandelijkse tijdschrift `Mengelingen voor
onderwijs bleven sturen. de liberalen zich te sterk onverzettelijk
In ieder geval hebben ook                                                     Roomsch-Catholijken', dat verscheen van 1807 tot 1914. Hoofdredacteur
getoond. Bij de verkiezingen van 1884 werden ze zwaar afgestraft. Tot         en bezieler van het blad was eerst de jonge geestelijke J. M. Schrant
aan de Eerste Wereldoorlog zouden de katholieken de opeenvolgende             (1783-1866). Het was zijn bedoeling met het blad, de bewustwording van
regeringen leiden. Van de schoolstrijd zou echter lange tijd iets in de       de katholieken te bevorderen. Om aansluiting te vinden met
geest van de mensen blijven hangen, ondanks het feit dat Leo XIII meer        andersdenkenden, was hij voorstander van interconfessionele
oog voor de realiteit van de Belgische situatie had dan zijn voorganger       verbroedering en onderstreepte hij vooral de punten die katholieken en
en geen bezwaren opperde tegen een meer pragmatische aanpak.                  protestanten gemeen hadden. Omdat het echter zeer moeilijk is in
                                                                              interconfessionalisme maat te houden, kon hij het gevaar niet ontlopen, in


      Emancipatie van
                                                                              een soort dogmatische vaagheid te vervallen, die aan de Verlichting deed
                                                                              denken. Dat bleek ook nog uit zijn Leven van Jezus dat bestemd was voor
                                                                              het onderwijs, maar zo 'algemeen' van karakter was dat men de auteur


      de katholieken in
                                                                              moeilijk als katholiek kon herkennen. Schrants activiteit bedoelde een
                                                                              wekroep te zijn. De katholieken begonnen in te zien, dat zij het recht
                                                                              hadden uit hun minderwaardigheidspositie te treden.


      Nederland                                                               Een rusteloze werker
                                                                              De uit een protestants gezin stammende J. G. Ie Sage ten Broek (1775 -
                                                                              1847), notaris in Loosduinen, was een geestdriftige bekeerling. Zijn
                                                                              overgang in 1806 naar het katholicisme had in protestantse kringen een
      Vóór de Franse Revolutie was de Noord-Nederlandse Republiek             orkaan van verontwaardiging ontketend en die hetze bleef hem het
      officieel protestants. Theoretisch mocht het katholicisme er niet       grootste deel van zijn leven achtervolgen. De moeilijkheden kwamen
      bestaan. De katholieken bevonden zich in een trieste                    van alle zijden op hem af: van de regering, van de niet-katholieke
      minderwaardigheidspositie. Boven de bestaande wetgeving uit             bladen, van sommige katholieken die hem als een fanaticus
      groeide er echter een burgerlijke tolerantie, die het dagelijkse        bestempelden. Een blindheid die hij op 41-jarige leeftijd opliep dwong
      leven draaglijk maakte. De Franse Revolutie bracht                      hem er toe, een beroep op zijn huisgenoten te doen om hem talrijke
      officieel een gelijkberechtiging van alle levensbeschouwingen en        boeken en bladen voor te lezen, zodat hij in
270                                                                                                                                                271
staat zou zijn de duizenden bladzijden te dicteren die zijn oeuvre             bisschoppelijke hiërarchie werd hersteld, werd mgr. Joh. Zwijsen, die
uitmaken. Ondanks die vele moeilijkheden wierp hij zich, op verzoek van        pastoor in Tilburg was en een persoonlijke vriend en tevens adviseur van
zijn geestelijke overheid, op de journalistiek.                                koning Willem 11 (die zelf de katholieken redelijk welgezind was),
In 1818 stichtte hij 'De Godsdienstvriend', een vrij polemisch blad dat        benoemd tot eerste aartsbisschop van Utrecht in de nieuwe tijd. Een van
onder meer ook de verdediging van de katholieke Belgen op zich nam             de zaken die het eerst verwezenlijkt werden was de oprichting van het
toen dezen moeilijkheden kregen met koning Willem 1. Hoewel hiermee            seminarie Rijsenburg, dat in 1857 zijn poorten opende voor de
jaarlijks meer dan 800 bladzijden werden geleverd, waarvan Le Sage het         theologanten die sinds 1854 voorlopig in het Jezuïetencollege te
leeuwenaandeel verzorgde, heeft hij zich nooit tot dat ene blad beperkt.       Kuilenburg ondergebracht waren geweest.
Tegelijk verschenen periodieken die op uiteenlopende milieus afgestemd
waren. In 1822 verscheen het eerste katholieke dagblad van Nederland, de
`Roomsch-Catholijke Courant', die het echter maar twee jaar uithield. In
                                                                               Dr. Schaepman
1826 werd een tijdschrift op de markt gebracht met een titel die in            Om het katholicisme in Nederland tot volle mondigheid te brengen,
calvinistisch Noord-Nederland een uitdagende klank had: `De                    moesten de katholieken ook op politiek gebied tot hun recht komen. Dat is
Ultramontaan', een blad dat te velde trok tegen alles wat de rechten van       in het laatste kwart van de negentiende eeuw gebeurd en de grote
Rome aantastte. In 1830 verscheen `De Morgenster der Toekomst' en in           stuwkracht in dit verband was de priester Dr. H. J. A. M. Schaepman,
1835 `Catholijke Nederlandsche Stemmen voor Godsdienst, Staatkunde,            burgemeesterszoon uit Tubbergen (1844- 1903).
Geschiedenis en Letterkunde'. Vooral in dit laatste blad heeft hij met hand    Het stond voor velen als een axioma vast, dat staatkundige bemoeiingen
en tand het recht van de katholieken verdedigd om vrije scholen op te          buiten het katholieke leven vielen. Schaepman reageerde daartegen met
richten. Precies tien jaar later zullen de Brabantse priester J. Smits en de   zijn stelling dat de katholieken in de hoek gedrukt werden uitsluitend en
Amsterdammer Cramer `De Tijd' oprichten. Le Sage was een rusteloze             juist vanwege het feit dat zij zich buiten de politiek hielden en hun macht
geest die steeds nieuwe initiatieven nam. Het opmerkelijkste was wellicht      niet gebruikten. In zijn politieke optie had hij de Duitse Centrumpartij
het plan, een wereldbond op te richten die katholiek nieuws uit                voor ogen, een christelijk gefundeerde partij, die echter niet op een
verschillende delen van de wereld zou verzamelen en internationaal zou         bepaalde confessie zou steunen. Voor een dergelijke partij zag hij ook een
verspreiden. De latere bisschop van Haarlem, mgr. J. F. van Vree, zei          plaats weggelegd in de Nederlandse samenleving. In 1880 werd hij - tot
over Le Sage: `We moeten erkennen dat deze man een gewichtig                   ontsteltenis van velen - gekozen tot lid van de Eerste Kamer. Zijn
geschenk der Voorzienigheid aan Nederlands katholieken was'.
                                                                                     Links Dr. Schaepman; rechts zijn "leerling" Alfons Ariëns, die zich
                                                                                     vooral inzette voor de arbeidersklasse (zie ook blz. 309).
Herstel van de hiërarchie
De liberale revolutie van 1848 speelde in de kaart van de katholieken, die
hun kans schoon zagen om samen te gaan met de liberalen van Thorbecke
en een einde te maken aan de protestants-conservatieve voogdij. De
belangrijkste vrucht hiervan was het herstel van de bisschoppelijke
hiërarchie in 1853. Voordien was Nederland kerkjuridisch een
missiegebied geweest, dat onder de Congregatio de propagande fide
ressorteerde. In 1833 was C. L. van Wijckerslooth, een hoogleraar aan het
seminarie van Warmond, tot wijbisschop van de Hollandse Zending
geconsacreerd. Hij was een minzaam man, maar - zoals wel eens bleek -
toch niet zonder gevoelige tenen. Bijzonder begaafd was hij niet, maar
niettemin mag gezegd worden dat hij van 1833 tot 1851 Nederland in alle
richtingen heeft doorkruist om honderdduizenden het vormsel toe te
dienen, priesters te wijden en kerken te consacreren. Toen dan in 1853 de

272                                                                                                                                                 273
gespierde redevoeringen maakten indruk. Hij sprak zonder
minderwaardigheidsgevoel en schonk zijn geloofsgenoten hun
zelfvertrouwen en verantwoordelijkheidszin terug.
                                                                                  De Kerk in de
Toen bleek, dat niet-katholiek Nederland niet voor een samengaan met
de katholieken gewonnen kon worden, nam hij in 1883 de beslissing die
zovele gevolgen met zich mee zou brengen: hij richtte een katholieke
                                                                                  Verenigde Staten
partij op. In een manifest legde hij nog eens uitdrukkelijk vast, dat hij
niet een kerkelijke partij wenste te vormen, maar een politieke partij van
katholieken. We kunnen hier moeilijk ingaan op de vele moeilijkheden         In enkele belangrijke kuststreken van Amerika was de Spaanse inslag
waarop hij stuitte, niet in het minst van de zijde van zijn eigen            sinds de zestiende eeuw blijven bestaan. Later hadden ook de Fransen
geloofsgenoten. Het moge voldoende zijn vast te stellen, dat de Rooms        zich in sommige gebieden gevestigd. Het katholicisme was in deze
Katholieke Volkspartij er kwam. Schaepman bleef op de bres in de strijd      'koloniën' de heersende godsdienst. Toen ook Engeland zich op het
voor het schoolvraagstuk, voor de sociale kwestie, voor het algemeen         nieuwe continent een plaats wist te veroveren, gingen de katholieken in
kiesrecht. Hij behoorde beslist niet tot de conservatieven die               die gebieden
krampachtig alle aanpassing en verandering afwijzen omdat ze er een          een gewantrouwde minderheid vormen, die bovendien economisch en
aantasting van de rechtgelovigheid in zien. Aan principes liet hij echter    sociaal weinig sterk was. In de negentiende eeuw zou de religieuze kaart
niet tornen. In weinig andere landen van Europa kan bovendien gewezen        van het Amerikaanse vasteland nogmaals door een grote toevloed van
worden op een zo diepgaande samenwerking met de afzonderlijk .               immigranten grondig gewijzigd worden.
georganiseerde protestantse politieke partijen als juist in Nederland,
mede door toedoen van Schaepman.
Schaepman was geen heilige man Job. Hij kon prikkelbaar zijn, vooral         Nieuwe immigranten
tegen het einde van zijn leven, zelfs sarcastisch, maar hij bleef de grote
                                                                             De immigratie is een belangrijke factor geweest in het bepalen van het
verdediger van de Kerk, trouw aan zijn levensprogramma: `Credo-Pugno'
                                                                             karakter van de katholieke Kerk in de Verenigde Staten. De geschiedenis
(ik geloof en ik strijd). In 1902 reisde hij voor de zoveelste maal naar
                                                                             van de immigratie is eigenlijk een hoofdstuk op zichzelf. Het oversteken
Rome. Hij is er gestorven, eenvoudig en vroom, en zijn humor verliet
                                                                             van de oceaan - van Liverpool tot New York - duurde gemiddeld veertig
hem niet. Zelfs van de priester die hem de sacramenten kwam bedienen
                                                                             dagen en gebeurde doorgaans in allesbehalve prettige omstandigheden.
heeft hij nog een caricatuurportret op rijm gemaakt. Aan de twee
                                                                             Eenmaal aangekomen in de nieuwe wereld, zag de immigrant zich
Nederlandse seminaristen in Rome, die hem in zijn stervensuur
                                                                             geplaatst voor het probleem van de aanpassing. Het kwam ook vaker
bijstonden, verklaarde hij altijd voor de Kerk te hebben geleefd.
                                                                             voor, dat de immigranten door landgenoten bedrogen en afgezet werden
In het begin van de twintigste eeuw was de Kerk in Nederland haar            en uiteindelijk aan hun lot werden overgelaten. Tot omstreeks 1850
minderwaardigheidsgevoel te boven gekomen. Het was een lange en              immigreerden bijna een miljoen leren, die het na de hongersnood in hun
moeizame weg geweest.                                                        land niet meer zagen zitten. De Duitsers vormden rond dat jaar 25% van
                                                                             de vreemdelingen. Volgens de beste kenner van de immigratie
                                                                             (Shaugnessy) zouden tussen 1790 en 1850 in totaal 1,071.000 katholieke
                                                                             immigranten het land zijn binnengekomen, een cijfer dat de natuurlijke
                                                                             aanwas van de katholieken ter plaatse aanzienlijk overtrof. Na de grote
                                                                             cholera-epidemie in Italië emigreerden een paar miljoen Italianen uit het
                                                                             land. Het grote aantal leren echter drukte een sterke stempel op het
                                                                             Amerikaanse katholicisme, te meer omdat geen enkele andere natie
                                                                             zoveel priesters meestuurde. De andere nationaliteiten, die aan hun eigen
                                                                             gewoonten en tradities bleven vasthouden, lieten zich echter niet
                                                                             goedschiks
                                                                                                                                                   275
70
in de Ierse dwangbuis persen. Aangezien de parochies meestal op Ierse          anti-katholieke blad 'The Protestant' gelanceerd en enkele jaren later
leest geschoeid waren en naar Iers model werkten, kwam het bij                 verenigden 94 protestantse en anglicaanse geestelijken zich in de
verschillende groepen tot een nationalistisch getint verzet, terwijl anderen   American Protestant Association (APA), een groepering die de
op zoek waren naar een meer eigen Amerikaans kerkmodel. Ook                    katholieken bestempelde als verderfelijk voor burgerlijke en
ontstonden er meningsverschillen over de houding die men tegenover             godsdienstige vrijheid en de protestantse belangen wenste te verdedigen.
niet-katholieken diende aan te nemen.                                          De actie zweepte de gemoederen van duizenden Amerikanen op. Er
                                                                               ontstond vijandigheid, wantrouwen en soms zelfs geweld. Een jonge
                                                                               advocaat uit Illinois had de moed tegen de stroom in te roeien, al was hij
De hiërarchie                                                                  zelf niet katholiek: Abraham Lincoln, die later president van de V.S. zou
                                                                               worden (1861-1865). Op een bijeenkomst in Springfield in 1834 kwam hij
Er waren bisschoppen die de idee van een Amerikaanse beleving van het
                                                                               op voor de verdediging van de rechten van het geweten `zowel van
katholicisme niet ongenegen waren: o.m. aartsbisschop Gibbons van
                                                                               katholieken als van protestanten'.
Baltimore en aartsbisschop Ireland van Saint Paul.
Anderzijds waren er onder de hiërarchie ook tegenstanders van een              Een nieuwe antikatholieke agitatie verspreidde zich in de tweede helft van
Amerikaanse beleving, zoals aartsbisschop Corrigan van New York en             de negentiende eeuw over Amerika. In 1854 was een nationale beweging
bisschop McQuaid van Rochester, die zich vijandig opstelden tegenover          tot stand gekomen, die weldra bekend zou staan als de Know-Nothing
elke vernieuwende aanpak. Hun actie werd met succes bekroond toen de           Party en die verantwoordelijk was voor de golf van afkeer jegens de
paus, zoals we later nog zullen bespreken, in 1899 de leer van het             katholieken die weldra het gehele land zou overspoelen.
zogenoemde Amerikanisme veroordeelde. Of de paus daarbij de
Amerikaanse situatie voor ogen had of niet, is van minder belang. Het          Als de Kerk erin geslaagd is, niettegenstaande een bundeling van
gevolg van zijn optreden was een overwinning voor de conservatieve             vijandig gezinde machten, in kracht te groeien, dan kunnen daar in elk
vleugel, waardoor meteen de Ierse mentaliteit de overhand bleef houden.        geval twee redenen voor worden aangegeven. Allereerst stond de
Aan het einde van de eeuw waren vele bisschoppen van Ierse afkomst.            federale regering er altijd borg voor, dat de gewetensvrijheid van alle
                                                                               vreemdelingen werd geëerbiedigd. Elk initiatief, zowel van de APA als
Toen een Duitser, Peter Cahensly, begaan met het lot van zijn katholieke       van de Know-Nohings, dat zich in een wetstekst wilde vertalen, werd
geloofsgenoten in de V.S., voorstelde de diocesen daar niet op                 verworpen. Een tweede reden ligt in de snelle groei van de katholieke
geografische, maar op nationale gronden te organiseren (zodat leren,           bevolking (hetzij door immigratie, hetzij door de plaatselijke
Duitsers, Italianen enzovoort hun eigen parochies en priesters zouden          bevolkingsaanwas); deze klom van 1,606.000 in 1850 naar 12,041.000 in
kunnen krijgen), vonden de Ierse en de Amerikaanse bisschoppen elkaar.         1900.
Ze wisten een veroordeling van dit plan door het Vaticaan te verkrijgen,
dat in het voorstel een impliciete verloochening van de katholiciteit van      Katholiek leven
de Kerk zag.
Op de eerste bisschoppenconferentie van Baltimore (1852) waren                 In 1866 werd een tweede bisschoppenconferentie gehouden. Naast 14 in
negen in Amerika geboren bisschoppen aanwezig, tegenover 23 die een            Amerika geboren bisschoppen waren er nog 11 van Ierland, 10 van
vreemde nationaliteit vertegenwoordigden.                                      Frankrijk, 3 elk van Canada en Spanje, 1 elk van België, Oostenrijk,
                                                                               Duitsland en Zwitserland. Belangrijker dan de ontwikkeling van de
Anti-katholicisme                                                              opbouw van de hiërarchie waren de factoren die betrekking hadden op de
                                                                               katholieke levenshouding. De houding tegenover de slavernij was zo'n
Al heel vroeg in de negentiende eeuw hadden de katholieken te maken            aangelegenheid. Volgens de officiële kerkelijke leer werd in theorie
gekregen met steeds opnieuw opduikende uitingen van vijandigheid. In           slavernij niet beschouwd als strijdig met het goddelijk recht of met het
ieder geval sinds 1840 gingen deze ook gepaard met een uitgesproken            natuurrecht. Wel werd er door de Kerk de nadruk op gelegd, dat men de
afkeer van de toenemende toevloed van immigranten, van wie velen niet          morele plicht had de slaven goed te behandelen en ervoor te zorgen dat ze
wensten te integreren in de traditionele Amerikaanse samenleving. Reeds        godsdienstig onderricht kregen. De handel in slaven was volstrekt
in 1830 was het heftig                                                         onwettig.
71                                                                                                                                                  277
Francis P. Kenrick, de leidende theoloog uit die periode, blijkt het
probleem niet gezien te hebben. Na de Burgeroorlog (1861-1865) hebben             De ondergang
                                                                                  van de
de bisschoppen uit het zuiden van de V.S. zich steeds opnieuw
ingespannen, de nodige aandacht aan de zwarte bevolking te besteden. De
Mill Hill Fathers (in 1871 vanuit Engeland gekomen) wijdden zich


                                                                                  Kerkelijke Staat
uitsluitend aan de zielzorg onder de zwarte bevolking.
Op het culturele vlak stonden de katholieken niet vooraan. Misschien was
de voornaamste reden daarvoor, dat de bisschoppen zozeer in beslag
genomen werden door voor de hand liggende noden, zoals het organiseren
van een elementaire onderwijsvorm voor de niet afnemende vloed van
immigrantenkinderen, dat er maar weinig aan cultureel leven gedacht kon
worden. Pas tegen het einde van de negentiende eeuw begonnen enkele
door katholieken uitgegeven wetenschappelijke tijdschriften te
verschijnen. Bij het tot bloei brengen van het intellectuele leven onder de
katholieke gelovigen heeft de bisschop van Peoria (Illinois), John L.              Het verdrag van Wenen (1815), dat zovele veranderingen in de
Spalding, een niet onbelangrijke rol gespeeld. Hij schreef in 1880 een             staatkundige kaart van Europa aanbracht, had het voortbestaan van
baanbrekend boek over 'de religieuze opdracht van het Ierse volk en de             de Kerkelijke Staat gewaarborgd. Het zou een fictie zijn, dat als een
katholieke kolonizering' en het is mede aan hem te danken, dat in                  verdienste van de paus te beschouwen. De grote staatslieden van
november 1889 de Katholieke Universiteit in Washington haar poorten                die tijd hielden de touwtjes strak in handen: Metternich, de
kon openen. Ze was bedoeld als een leerschool die leiding diende te                kanselier van Oostenrijk, en de Franse staatsman Talleyrand. Zij
geven aan de nieuwe ontwikkelingen binnen het Amerikaanse                          zorgden ervoor - en dat uit eigenbelang - dat Italië uiteenviel in een
katholicisme.                                                                      aantal zelfstandige staatjes, waarvan de Kerkelijke Staat er een
                                                                                   was. Het Oostenrijkse overwicht oefende ook zijn invloed uit op de
Conservatieve krachten lieten echter niet na, er zich in Rome over te              Heilige Stoel. Metternich begreep maar al te goed dat het pauselijk
beklagen dat de aanpassing aan the American way of life tot een te lakse           gezag (onder de bescherming van Oostenrijk!) een dam zou
houding inzake geloof en leven leidde. De zondebok werd Father Isaac               betekenen tegen de Italiaanse eenheidsbeweging, het zogenoeurde
Hecker - als methodist geboren; overgegaan naar het katholicisme, had hij          Risorgimento.
in Nederland en Engeland op het seminarie gezeten alvorens naar
Amerika terug te keren -; het merkwaardige was, dat Hecker overigens
beslist geen ketterijen had verkondigd (hij was in 1888 al overleden); hij    De Kerkelijke Staat
had zich in woord en geschrift moeite gegeven, bij de immigranten een
gezamenlijk gevoel voor aanpassing aan het Amerikaanse leven aan te           Kardinaal Consalvi, die de Kerkelijke Staat op het Congres van Wenen
kweken en zo de spanningen tussen enerzijds Ierse en andere,                  vertegenwoordigd had, deed weliswaar enkele schuchtere pogingen tot
bijvoorbeeld                                                                  sociale hervorming, maar voor de vooruitstrevenden ging hij nog niet ver
Duitse, katholieken in Amerika en anderzijds tussen protestanten en           genoeg. In de praktijk werd metterdaad het priesterregiem hersteld: alle
katholieken in het algemeen af te zwakken; sommige van zijn uitspraken        hogere bestuursambten en de rechtspraak werden aan geestelijken
waren echter niet geheel juist overgekomen. Zijn aanpak, die - zoals reeds    toevertrouwd. Een kardinaal stond aan het hoofd van de diverse
gezegd - als 'Amerikanisme' werd bestempeld, werd in 1899 door Leo            provincies en het volk had niet de minste medezeggenschap in het bestuur
XIII met de apostolische brief Testem benevolentiae veroordeeld. We           van het land. Een aantal geestelijken was zeer rijk, maar de meeste
weten nu dat deze veroordeling het gevolg was van een verkeerde               priesters waren ronduit arm: onder de geestelijkheid bestond een echt
voorstelling van zaken.                                                       proletariaat.
                                                                              Er bestonden weinig of geen sociale voorzieningen. Armoede was er een
                                                                              ware plaag. De werken van liefdadigheid waren talrijk, maar het

72                                                                                                                                                   279
blijft een vraag of juist daardoor het aantal bedelaars en behoeftigen niet    De pausen
nog eens op zorgwekkende manier toenam. Voor technische vooruitgang
had men geen oog. Een gesloten kaste hield het land ook gesloten voor de       Tegenover de liberaliserende tendensen stond de conservatieve Gregorius
stromingen van de tijd. Begrijpelijkerwijs groeide onder de bevolking het      XVI (1831-1846) zeer vijandig. Zijn houding tegenover Lamennais had
aantal ontevredenen. Zij zullen straks de natuurlijke bondgenoten worden       dat al bewezen. Reizende tribunalen trokken van plaats tot plaats,
van hen die zich zullen inzetten voor het tot stand brengen van de             veroordeelden opstandige elementen, maar slaagden er niet in de toestand
Italiaanse eenheid. Allen samen wilden ze het verbrokkelde Italië              van oproer meester te worden. Na Gregorius' dood heerste er een
omvormen tot een machtige staat. Dat men om dat te verwezenlijken de           atmosfeer van onrust en onveiligheid. Toen Pius IX in 1846 de leiding
Kerkelijke Staat van het tapijt moest laten verdwijnen, is de tragiek          van de Kerk overnam, zag hij de noodzaak van hervormingen in. Omdat
geweest voor vele nationaal-voelende katholieken.                              hij die ook daadwerkelijk doorvoerde, verweten de tegenstanders van het
                                                                               bestaande regiem hem dat hij een liberaal was. Hij kondigde een
                                                                               algemene amnestie af voor politieke gevangenen en verving de
                                                                               conservatieve staatssecretaris Lambruschini door de soepelere kardinaal
De Italianissimi                                                               Gizzi. Er werd ook een commissie aangesteld die een program van
                                                                               administratieve hervormingen moest opstellen.
 'Italianissimi' is een verzamelnaam die gegeven werd aan allen die zich
 voor de eenheid van Italië inzetten, ook al konden ze onder elkaar grondig    De vernieuwende wind bleef echter niet waaien. Toen in heel Europa de
 van mening verschillen. De een stelde zich nog extremistischer op dan de      revolutie van 1848 uitbrak, werd de weerslag daarvan ook in Italië
 ander. Vooral de concrete houding die men diende aan te nemen ten             gevoeld. Het Quirinaal, waar de paus verbleef, werd bestormd en de paus
 aanzien van de paus en de Kerkelijke Staat (die het Italiaanse schiereiland   zag zich gedwongen naar Gaeta te vluchten, terwijl Mazzini en anderen
 middendoor sneed, van de Adriatische tot de Tyrreense Zee) was een bron       de Kerkelijke Staat tot een republiek uitriepen. Midden 1849 stuurde
 van verdeeldheid.                                                             Frankrijk een legerkorps naar Rome. De stad werd heroverd en het jaar
De Carbonari vormden een geheim genootschap, dat een zekere                    daarop was Pius IX er weer terug.
gelijkenis vertoonde met de vrijmetselarij, zonder er in wezen toe te          Het Risorgimento had echter niet aan kracht ingeboet. De beweging
behoren. Door Pius VII werden ze in 1821 veroordeeld, omdat ze moord           werd nu vooral door drie mannen uit Sardinië gedragen Victor-
en geweld als wettige middelen beschouwden voor het bereiken van hun           Emmanuel 11, de koning van Piemonte; Cavour, vanaf 1852 minister -
doel.                                                                          president, en Garibaldi, een generaal uit het Sardinische
Mazzini stichtte het meer gematigde en democratischer opererende                     Pius IX en Garibaldi (spotprent uit het Engels tijdschrift Punch.)
'Jong-Italië', dat de bedoeling had vooral door volksopvoeding de
gedachte van de Italiaanse eenheid ingang te doen vinden. Al
stelde Mazzini zich soms zeer antiklerikaal op, 'Jong-Italië' zelf was
eerder gematigd.
De Neo-Welfen waren voorstanders van een vreedzame en geleidelijke
vorming van een Italiaanse statenbond, waarvan de paus voorzitter en
scheidsrechter zou dienen te worden. Vele geestelijken sloten zich bij
deze zienswijze aan. Onder hen waren enkele bekende namen, zoals
Gioberti en Rosmini. Ook Manzoni, de auteur van het bekende boek I
Promessi Sposi (1827) was voorstander van deze oplossing. De strekking
was echter te weinig radicaal om een werkelijke kans op een doorbraak te
maken.
Al verschilden al de genoemde stromingen onderling van elkaar, alle
gaven ze blijk van een Italiaans nationalisme dat op de een of andere
manier het statuut van de Kerkelijke Staat wilde wijzigen.

73                                                                                                                                                   281
leger, die in Zuid-Amerika bij tal van revoluties betrokken was geweest.     te gaan verdedigen. Het grootste contingent kwam uit Nederland. Pieter
Zij hebben de eenwording van Italië verwezenlijkt. Dat is echter slechts     Jong uit Lutjebroek is een legendarische figuur geworden. Ook uit België
mogelijk geweest, doordat Lodewijk-Napoleon 111 een zeer passieve            werd de oproep met enthousiasme beantwoord, temeer omdat het initiatief
houding aannam. Een brochure die onder de naam van De la Gueronnière         tot het vormen van een vrijwilligerskorps van een in Rome verblijvende
gepubliceerd was, maar kennelijk door de Franse keizer geïnspireerd,         landgenoot kwam (Mgr. Xavier de Mérode), die door Pius IX tot
poneerde de stelling dat het aanzien van de paus zou toenemen naarmate       legerminister was benoemd. De Belgische bisschoppen steunden de oproep
de Kerkelijke Staat kleiner van oppervlakte zou worden. Deze stelling, die   en schreven in pathetische bewoordingen over de bedreigde paus. Van de
in onze dagen moeiteloos wordt aanvaard, had in de toenmalige context        143 Belgische vrijwilligers is de Westvlaming Amaat Vyncke, die later
een antiklerikaal accent en kwam over als een tegen de paus gerichte         Witte Pater werd, misschien de bekendste. In 1867 vertrok hij als
hetze. Pius IX en de pauselijke diplomatie moeten reeds omstreeks 1850       zeventienjarige om dienst te nemen in het pauselijke leger. Dit leger was
hebben ingezien, dat het behouden van de wereldlijke macht een hopeloze      tegen de druk van het Risorgimento niet opgewassen, vooral toen eenmaal
zaak was en dat de onvermijdelijk geworden katastrofe hoogstens nog          de Fransen vanwege het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog alle troepen
enige tijd vooruit geschoven kon worden. Wie kennis neemt van wat de         die ze nog in Italië hadden moesten terugtrekken. In 1870 werd bij de
gezanten in Rome over gesprekken met leden van de curie aan hun              Porta Pia een bres geslagen in de versterking rond Rome en de stad werd
regeringen schreven, zal toegeven dat het verzet van de paus en diens        ingenomen. Van dat ogenblik af beschouwde de paus zich als 'de
staatssecretaris Antonelli 'diplomatic pantomime and show' was (zoals een    gevangene van het Vaticaan', een situatie die zou voortduren totdat
historicus het uitdrukte). Aan deze 'pantomime and show' werd helaas wel     Mussolini in 1929 met Pius IX de Lateraanse Verdragen zou
het leven van zovele zouaven opgeofferd.                                     ondertekenen.
                                                                             De heldenmoed van de zouaven kan men slechts met grote piëteit
                                                                             gedenken. De argumentatie voor het behoud van de Kerkelijke Staat -
                                                                             namelijk dat die staat een vereiste was voor het vrij en onafhankelijk
De Zouaven                                                                   kunnen uitoefenen van het pauselijk ambt - zal wel door niemand meer
Men kan alleen maar bewondering opbrengen voor de onbaatzuchtige             worden aanvaard. Het zelf recruteren van vrijwilligers voor de verdediging
edelmoedigheid en voor de geestdrift waarmee jonge mannen uit tal van        van de wereldlijke macht van de paus is een vergissing geweest. Rome
landen zich aanboden als vrijwilligers om de Kerkelijke Staat                heeft de tekenen van de tijd niet verstaan. De door Pius IX afgewezen
                                                                             ideeën van mensen als Rosmini en Gioberti verdienen meer waardering
      Zouavenkamp, 1868 (foto Legermuseum Brussel. Doc. KADOC).              dan de blinde vasthoudendheid van een slecht-geïnspireerde paus.
                                                                             Honderden jonge mensen zijn toen uit idealisme, maar voor een
                                                                             uitzichtloze zaak gestorven.




74                                                                                                                                                 283
      Vaticanum I                                                              herhaaldelijk gepleit had voor meer vrijheid in het theologisch en
                                                                               kerkhistorisch onderzoek, werd nadrukkelijk geweerd. Eigenlijk was het


      en de pauselijke
                                                                               geheel nog een overwegend Italiaanse aangelegenheid: 30 % van de
                                                                               concilievaders en 66 % van de consultoren waren Italianen
                                                                               (ter vergelijking: bij Vaticanum II waren dat er respectievelijk 10 % en


      onfeilbaarheid
                                                                               22 %. Op 8 december 1869 werd het concilie plechtig geopend.

                                                                               Theologische activiteit
                                                                               Een eerste geloofsconstitutie (Dei Filius) werd begin 1870
                                                                               gepubliceerd. Ze bevatte een veroordeling van pantheïsme,
                                                                               materialisme en rationalisme: een stellingname tegenover wat men
      Sinds het concilie van Trente (zestiende eeuw) was er in Kerk en         toen de moderne dwalingen noemde. Het bestaan van een persoonlijke
      wereld zoveel veranderd, dat het samenroepen van een algemene            God werd uitdrukkelijk bevestigd, Schepper, maar losstaande van Zijn
      kerkvergadering geen overbodige luxe was. De Verlichting had             schepping. De menselijke rede kon het bestaan van God bewijzen en
      het traditionele denken ondermijnd                                       het geloof was vóór alles een gave van God. Tussen rede en geloof kon
      en de golven van de Franse Revolutie waren naar praktisch alle           alleen maar een schijnbare tegenstelling bestaan.
      landen uitgedeind. De oproep die Pius IX tot de bisschoppen richtte      Een tweede constitutie (Pastor Aeternus) zou handelen over de Kerk, en
      om in Rome samen te komen en er de problemen                             op aandringen van een aantal bisschoppen - hiertoe misschien
      die voor de Kerk gerezen waren te bespreken, bracht dan ook maar         aangemoedigd door Pius IX - werd in het elfde hoofdstuk van het
      weinig verwondering teweeg. Officieel was aangekondigd dat het           werkdocument een passus over de onfeilbaarheid van de paus als hoofd
      concilie gewijd zou zijn aan de Kerk van Christus'. Aanvankelijk         van de Kerk ingelast; oorspronkelijk was in het stuk alleen sprake geweest
      leefde alleen bij enkele bisschoppen nog maar het vermoeden, dat         van de onfeilbaarheid van de Kerk. De discussies daarover begonnen op
      ook de pauselijke onfeilbaarheid ter sprake zou komen.                   13 mei 1870; ze zouden op 18 juli afgesloten worden met een stemming,
                                                                               waarvan meer dan 60 bisschoppen zich onthielden, omdat ze anders `neen'
                                                                               zouden hebben moeten stemmen. De gedachtenwisselingen verliepen
Het Samenroepen                                                                overigens niet rimpelloos. Meningsverschillen kunnen gezond zijn en
                                                                               botsingen zijn onvermijdelijk waar mensen in hun discussie tot een
De voorbereiding werd omringd door een sfeer van geheimzinnigheid.             serieus resultaat wensen te komen. Vele anekdoten zijn gaan behoren tot
Een centrale commissie stelde vijf subcommissies samen, die de                 wat men 'la petite histoire' van het concilie pleegt te noemen; alleen het
werkdocumenten moesten voorbereiden. Om deze subcommissies bij te              eindresultaat van het concilie is belangrijk gebleken.
staan, werden 36 theologen uit andere landen naar Rome geroepen. De
keuze van die deskundigen was echter aan de nuntii overgelaten, met als
gevolg dat alleen uitgesproken ultramontanen werden aangezocht. Zo             Meerderheid en minderheid
waren de theologen van de Duitse universiteiten geweerd, met
uitzondering van enkelen die aan het Germanicum in Rome hadden                 Het was met name met betrekking tot de discussie over de pauselijke
gestudeerd en van wie men hoopte dat ze geen moeilijkheden zouden              onfeilbaarheid en over de interpretatie die men daaraan diende te geven
maken. Op aandringen van enkele bisschoppen werd onder meer ook nog            dat er twee stromingen ontstonden, die al spoedig de naam 'meerderheid'
Newman uitgenodigd (over hem in een later hoofdstuk meer); deze                en 'minderheid' kregen. De meerderheid was voor een positieve uitspraak
weigerde echter, officieel om gezondheidsredenen, maar in feite omdat hij      over de onfeilbaarheid, maar over de draagwijdte van die onfeilbaarheid
vreesde het Latijn onvoldoende te beheersen en zo niet in staat te zijn zich   was men het niet eens. Kardinaal Manning, de aartsbisschop van
snel in de discussies te kunnen mengen. Johann von Dóllinger, de               Westminster, was de grote voorstander van deze strekking. Voor hem was
bekende hoogleraar en kerkhistoricus uit Munchen, die                          de paus onfeilbaar, ook los van de bisschoppen. Deze opinie werd oo k
                                                                               van buiten af in de hand
75                                                                                                                                                   285
gewerkt. De Engelse bekeerling Ward was er van overtuigd, dat alle             waren) in de weg zou staan. Om zijn recht uit het hart komende
doctrinaire instructies van de paus, zoals vervat in encyclieken, in brieven   uitspraken - zoals die dat 'indien men vernieuwing wilde, men
aan individuele bisschoppen of in pauselijke toespraken, ex cathedra -         daarmee het best in Rome kon beginnen' - wordt hij vaak
uitspraken waren en derhalve onfeilbaar. L'Univers, het ultramontaanse         het enfant terrible van het concilie genoemd. Dupanloup (Orléans)
blad van Louis Veuillot, paste de hymne over de Heilige Geest toe op           behoorde tot de minderheid uit liberaal-katholieke overwegingen.
Pius IX en een Italiaans tijdschrift schreef over de paus: `Als hij            Kenrick (Saint Louis, USA) drong aan op een erkenning van
mediteert, is het God die in hem denkt'.                                       het bisschoppelijke gezag, terwijl Vérot (Saint Augustine, USA) er de
Zowel binnen als buiten het concilie bestond echter een ernstig verzet         nadruk op gelegd wilde zien dat alleen de plaatselijke bisschop oog kon
tegen een zo vergaande interpretatie. In Duitsland werd de oppositie           hebben voor de concrete noden. Met deze enkele namen moge worden
ertegen geleid door Dóllinger. Hij schreef regelmatig artikelen in de          volstaan.
Augsburger Allgemeine Zeitung, waaruit bleek dat hij bijzonder goed
was ingelicht over wat er zich in Rome afspeelde. Het is ons nu bekend          Op Vaticanum I kwamen de 800 deelnemers overwegend uit Europese landen. Op
dat zijn voornaamste informant Lord Acton was, die de zeldzame gave             Vaticanum II waren de Europeanen in de minderheid: 256 bisschoppen kwamen
bezat om de bisschoppen op vertrouwelijke wijze aan het praten te               uit Azië; 250 uit Afrika; 96 uit de Arabische wereld; 70 uit Oceanië; 601 uit Latijns-
krijgen. In Parijs verdedigde mgr. Maret, de dekaan van de theologische         Amerika; 332 uit Noord-Amerika. Deze meer dan 1600 niet-Europeanen vormden
faculteit van de Sorbonne, een neogallicaans standpunt, dat met een             de drie vierden van de stemgerechtigden.
onfeilbaarheidsverklaring niet te verzoenen was.
Op het concilie zelf bestond de 'minderheid' uit bisschoppen die, om vaak
uiteenlopende redenen, tegen de dogmaverklaring gekant waren. Dertien
van de zeventien aanwezige Duitse bisschoppen vreesden, dat de kloof           Onderwerping
tussen Kerk en cultuur er alleen maar breder door zou worden. Hefele
(Rottenburg) verzette zich op kerkhistorische gronden, evenals                 De minderheid haalde het dus niet. De tekst waarover gestemd werd gaf
Schwarzenberg (Praag), de grote beschermheer van de Duitse theologen.          de grenzen van de pauselijke onfeilbaarheid aan. De uitdrukking 'ex
Strossmayer (Djakovo - Joegoslavië) vreesde dat de groeiende                   cathedra' kreeg een nauwomlijnde betekenis. De toevoeging, dat de door
centralisatie in het Vaticaan de terugkeer naar Rome van de orthodoxe          de paus uitgesproken geloofsdefinities uit zichzelf (ex sese)
christenen (die in zijn regio vrij talrijk aanwezig                            onveranderlijk waren en niet op grond van de consensus van de Kerk,
       Vaticanum I (fragment uit een gravure van F. Thorigny).                 moet verstaan worden als een reactie tegen het gallicanisme waartegen
                                                                               men een absolute dam wilde opwerpen. Een gelukkige uitdrukking was ze
                                                                               echter niet en ze zou voor niet-katholieke christenen een struikelblok
                                                                               vormen voor de dialoog met Rome. Voor de Roomse Kerk zelf hield de
                                                                               versterkte centralisatie rond de figuur van de paus het gevaar in, dat de
                                                                               bisschoppelijke macht ondergewaardeerd zou worden.
                                                                               De Franse bisschoppen onderwierpen zich al vrij snel. In de
                                                                               Duitstalige gebieden gebeurde dit met aanmerkelijk meer tegenzin en
                                                                               soms na lange aarzeling en ten koste van een reële gewetensnood.
                                                                               Hefele voerde een bittere strijd met Rome en de curie. In
                                                                               Oostenrijk-Hongarije werd eveneens lang getalmd. De laatste die zich
                                                                               onderwierp was Strossmayer - hij had gewacht tot december 1872. Wat de
                                                                               theologen betreft: Dëllinger stelde, dat hij zich `noch als christen, noch
                                                                               als theoloog, noch als historicus' kon onderwerpen. Hij werd
                                                                               geëxcommuniceerd. Ondanks zijn smeekbede om niet altaar tegen altaar
                                                                               op te richten, deden geestelijken uit zijn omgeving een
286                                                                                                                                                               287
beroep op priesters uit de Oud-katholieke Kerk van Utrecht om te                      naar actie en contemplatie, naar studie en gebed, vorming en
voorzien in de zielzorg van hen die in geweten meenden zich niet te                   organisatie, schrijven en prediken, werken voor de Kerk en werken
kunnen onderwerpen. Dat was het begin van de Oud-katholieke Kerk in                   voor het vaderland. Dat die veelzijdigheid en die overgang van het
Duitsland, waartoe Dóllinger nooit in werkelijkheid heeft behoord, al                 ene naar het andere, te midden van successen of tegenslag, steeds
heeft hij (niet rechtstreeks) aan haar oorsprong gestaan.                             gebeurde zonder dat hij er innerlijk door verscheurd of verbitterd
Veel zakelijker stond Newman tegenover het nieuwe dogma, dat hij als                  raakte, wijst erop dat in de kern van zijn wezen een onaantastbare
inopportuun beschouwde: `Pius is niet de laatste paus - het vierde concilie           sterkte aanwezig was.
heeft wijzigingen aan het derde aangebracht, het vijfde aan het vierde (...).
De laatste definitie behoeft niet zozeer ongedaan te worden gemaakt, als        Filosoof
wel vervolledigd (...). Laat ons geduld hebben en geloof, en een nieuwe         De 58 jaren die Rosmini geschonken waren, heeft hij goed besteed. Aan
paus zal, op een opnieuw samengeroepen concilie, de lading van de boot          de universiteit van Padua studeerde hij theologie en de klassieken, maar
in evenwicht brengen'. En inderdaad zal Vaticanum II, met de nadruk die         wiskunde en natuurkunde boeiden hem al sinds zijn middelbareschool-
daar werd gelegd op de collegialiteit van de bisschoppen, het woord van         tijd. Bovendien dacht hij al vroeg aan het uitwerken van een filosofisch
                                                                                systeem, dat uiteindelijk (1830) in een driedelige studie over de
Newman komen bevestigen.                                                        oorsprong van de ideeën zou uitmonden. Zijn opvattingen waren
                                                                                oorspronkelijk; ze vormden een eerste poging om in het moderne
                                                                                katholieke denken van de negentiende eeuw tot een nieuwe filosofische
                                                                                synthese te komen, waarbij ook rekening werd gehouden met wijsgeren

      Antonio                                                                   die van het scholastieke systeem waren afgeweken en zich een plaats
                                                                                hadden verworven in het moderne Europese geestesleven. Het was een


      Rosmini
                                                                                grootse poging tot aanpassing aan het nieuwe denken. Sommige j ezuïeten
                                                                                meenden in enkele van zijn tractaten ketterijen te ontdekken en hij werd,
                                                                                door hun toedoen, in staat van beschuldiging gesteld. Vele jaren bleef
                                                                                de verdenking op hem rusten, totdat hij - in het jaar vóór zijn dood - nog
      (1797-1855)                                                               de vreugde mocht smaken te vernemen, dat het onderzoek van zijn
                                                                                geschriften had uitgewezen dat ze vrij van dwaling waren, al is het wel
                                                                                zo, dat later (in 1877) toch een veertigtal van zijn stellingen alsnog onder
                                                                                censuur werden gesteld; die censurering heeft echter tot de dag van
                                                                                vandaag kritiek opgeroepen, en een revisie ervan is eigenlijk nog te
                                                                                verwachten.



      Er zijn mensen die bewondering afdwingen door hun grondige
      kennis van een of andere specialiteit. Ze kunnen er alles                 Patriot
      over vertellen. Maar er zijn ook mensen die op tal van terreinen          Rosmini was niet een wereldvreemde filosoof. Zijn wijsgerige theorieën
      een uitdaging ervaren. Ze worden door alles geboeid. Elke zorg            beletten hem niet, daadwerkelijk begaan te zijn met de problemen van
      roept in hun hart een antwoord op en elk antwoord dwingt hen er           zijn land. De natuurlijke verzuchtingen van het Italiaanse volk lieten hem
      toe, een daad te stellen, iets te wagen, iets in het leven te roepen.     niet onbewogen. Het was de tijd van het opkomende eenheidsstreven in
      Als het mensen met veelvuldige talenten zijn, ontplooit zich een          het schiereiland. Duidelijk heeft hij ervoor gewaarschuwd, dat er
                                                                                onvermijdelijk een anticlericalisme zou opdoemen als de Kerk zich tegen
      leven van ongeëvenaarde rijkdom                                           het patriottische ideaal zou blijven verzetten. Het was voor de
      en grootheid, dat blijk geeft van een uiterste gevoeligheid voor wat      katholieken uiteraard een delicate aangelegenheid, want als ze de
      er in de wereld gaande is.                                                eenmaking van Italië zouden bevorderen, werd meteen het verdere
      Iedere periode in de geschiedenis heeft zulke mensen gekend, en als       voortbestaan van de Kerkelijke Staat onder kritiek gesteld. Voor de
      men de negentiende eeuw bekijkt, springt onmiddellijk Antonio             gelovigen was dat een dilemma;
      Rosmini in het oog. Zijn aandacht ging tegelijk uit

77                                                                                                                                                      289
er moest naar een oplossing gezocht worden. In 1848 schreef Rosmini een       elk moment van haar geschiedenis, toe gebracht kan worden de nodige
boek, waarin hij uiteenzette welke structurele hervormingen hij gewenst       energie op te brengen om haar wonden te helen. Welke waren die
achtte om een oplossing voor het brandende probleem van de eenwording         wonden?
van Italië mogelijk te maken. Pius IX vond dat hij te ver was gegaan en       De eerste was het uiteenvallen van geestelijkheid en kerkvolk door de taal
dat hij te veel op het spel had gezet; Rosmini mocht ervaren hoeveel pijn     van de liturgie. In de eucharistie waren de mensen louter passieve
het kan doen geslagen te worden door degene die men liefheeft. Het werd       toehoorders geworden. Het was geen gezamenlijke viering meer; ze waren
voor hem een tijd van duisternis en beproeving, die hij in eenzaamheid        niet langer in de cultus ingeschakeld. Het Latijn begrepen ze niet; ze
doorbracht in het huis van zijn orde in Stresa.                               konden alleen maar aanwezig zijn en luisteren naar wat ze niet begrepen.
                                                                              Rosmini voorzag, dat het niet lang meer zou duren of de mensen zouden

Stichter
                                                                              massaal uit de Kerk wegblijven.
                                                                              De tweede wonde was de gebrekkige opleiding en vorming van de
                                                                              priesters. Vaak was hun geest werelds en oppervlakkig. In de
In 1821 was Antonio priester gewijd. Getroffen door de grote lacune in        seminarieopleiding werden zovele aspecten verwaarloosd. De Heilige
het opvoedingssysteem voor de jeugd, waarbij men weinig of geen               Schrift, die in de oudheid het handboek voor de priestervorming was
rekening hield met de eigentijdse problemen, nam hij zich voor te streven     geweest en een basis voor gedachtenwisseling, werd zelden of
naar een cultuurgebonden vorming. Zijn ideeën daarover beschreef hij in       nooit meer naar voren gehaald. Bovendien richtte men zich in de
een boek over de eenheid van de opvoeding; om de theorie in de praktijk       seminaries te uitsluitend tot het intellect. De handboeken stonden wel heel
om te zetten, trachtte hij een groep van jonge priesters om zich heen te      erg ver van het leven.
verzamelen die over de vorming net zo dachten als hij en die bereid waren     De derde wonde was de onenigheid onder de bisschoppen. Vroeger
hun leven te wijden aan het lenigen van die nood. Rosmini had geen            kenden de bisschoppen elkaar; ze kwamen regelmatig samen om de
vooropgezette plannen. Eerst dacht hij alleen aan een groepering van          problemen van de tijd te bespreken, maar nu waren ze zozeer
geestesverwanten die in los verband zouden samenwerken. Uiteindelijk          met wereldse zaken begaan dat ze van hun gelovigen afgroeiden. De
werd het een religieuze congregatie, die de band tussen christendom en        vierde wonde hield daarmee verband. Het was de verstrengeling van Kerk
cultuur in de opvoeding zou nastreven. Hij richtte een aantal stichtingen     en staat, die vooral bij het benoemen van de bisschoppen parten bleef
op in Noord-Italië, Engeland en Ierland.                                      spelen. De op die manier aangestelde bisschoppen waren eerder
Een gedachte die hem niet losliet, maar die hij niet ten uitvoer kon          ambtenaren dan herders voor hun volk.
brengen, was het uitsturen van priesters naar India, waar zij zich zo in de   Tenslotte werd de aandacht nog op een vijfde wonde gevestigd: het
kennis van de Oosterse filosofie en van het Sanskriet zouden moeten           gebonden-zijn van de Kerk aan geld en goed. Een Kerk die zelf niet arm
bekwamen, dat dit een ontmoetingsplaats voor christendom en oosterse          was, kon geen vrije Kerk zijn. Zou het niet goed zijn als de bisschoppen
godsdiensten zou worden.                                                      aan hun gelovigen rekening en verantwoording aflegden van de manier
Via zijn zuster leerde Rosmini een opmerkelijke vrouw kennen die              waarop zij over hun inkomsten beschikten?
zich in Venetië en in Verona met de opvoeding van meisjes had                 Het was een moedig boek, geschreven vanuit een diepe bewogenheid. Het
beziggehouden. De gedachten die de markiezin Canossa over                     komt niet over als een bittere aanklacht of een schamper protest, maar als
eigentijdse vorming had, bleken opvallend parallel te lopen met               een pijnlijke klacht die haar oorsprong vindt in een teleurgestelde liefde.
Rosmini's opvattingen hierover. Hun samenwerking leidde tot de
stichting van de Zusters van de Voorzienigheid.                               Rosmini had het boek al klaar in 1832, maar publiceerde het niet
                                                                              onmiddellijk, omdat hij de tijd daarvoor niet rijp achtte. Toen het in 1848
De vijf wonden van de Kerk                                                    op de markt kwam, nam de curie er aanstoot aan en het jaar daarop wer d
                                                                              het op de index geplaatst. Dat was voor Rosmini een beproeving naast
Gedreven door zijn diepe bezorgdheid over de Kerk schreef Rosmini het         vele andere. Als men de laatste zeven jaar van zijn leven nog eens bekijkt,
moedige boek Delle cinque piaghe della Santa Chiesa ('Over                    staat men er verbaasd over hoeveel een mensenhart kan verdragen zonder
de vijf wonden van de Kerk'). In zijn geheel gezien was het een               eraan ten onder te gaan. Rosmini is een van de figuren uit de
opbouwend werk. De auteur beperkte zich er niet toe, een diagnose van de      kerkgeschiedenis die aantonen dat het hart van een mens zoveel sterker is
crisis te formuleren; hij toonde ook aan dat de Kerk er, op                   dan men vermoedt.

78                                                                                                                                                   291
     John                                                                     gekomen dat die ontmoeting van twee wezens, buiten welke niets
                                                                              wezenlijk is, het mogelijk moet maken alles te relativeren.
                                                                              Het is duidelijk dat Newman op die jonge leeftijd dit dubbele aspect van

     Henry
                                                                              wat hij later zijn eerste bekering heeft genoemd, nog niet met al zijn
                                                                              consequenties heeft gezien. Wel heeft hij zich twee zekerheden eigen
                                                                              gemaakt, die hij heel zijn verdere leven niet meer in discussie zal stellen:

     Newman                                                                   godsdienst moet meer zijn dan een devotioneel aanvoelen, ze moet op
                                                                              echte geloofspunten stoelen; en het belang van de interpersoonlijke
                                                                              verhouding tussen God en mens.
           (1801-1890)
                                                                              Vriendelijk licht
                                                                              Na zijn studies in de (anglicaanse) theologie werd Newman verbonden
                                                                              aan Oriel College in Oxford. Na een meningsverschil met de provost
     Het leven van John Henry Newman bestrijkt bijna de gehele
                                                                              over de draagwijdte van zijn functie als studentenbegeleider maakte
     negentiende eeuw. Tegenover de vele problemen die het kerkelijke
                                                                              Newman een reis door Zuid-Europa. Op Sicilië werd hij ernstig ziek,
     leven in Engeland in die tijd beroerden, heeft hij een standpunt
                                                                              maar hij kon na enkele weken rust naar Engeland terugreizen. Tijdens
     moeten innemen: de heroprichting van de katholieke hiërarchie
                                                                              een slapeloze nacht wandelde hij over het dek van het schip. Aan de
     (1850) en de daarop volgende antikatholieke
                                                                              mast was een klein licht vastgehecht, dat niet meer dan enkele tientallen
     hetze; de afkondiging van Quanta cura en de Syllabus (1864); de
                                                                              meters de duisternis in drong, maar het was rustig en lief en het schoof
     ondergang van de Kerkelijke Staat en de afkondiging van het
                                                                              mee met de boot, zodat men altijd voldoende licht had om veilig verder
     dogma van de pauselijke onfeilbaarheid (1870). Over
                                                                              te kunnen varen. Toen werd voor Newman alles symbool. De reis naar
     dat alles zou veel te zeggen zijn, maar we willen ons hier
                                                                              Engeland was de tocht door het leven en het kleine lichtje was het licht
     beperken tot een blik op zijn eigen religieuze ontwikkeling.
                                                                              van het geweten waardoor God hem leidde door de duisternis van het
Het ingrijpen van God                                                         aardse bestaan. Hij kende de bekoring te verlangen naar het volle licht
                                                                              van de zon; het was de bekoring alle dingen te kennen zoals God ze
Op zijn zestiende jaar kwam Newman - nog als jonge anglicaan - tot een        kent, tot aan het einde van het leven. Zo ontstond Newmans bekendste
dubbel inzicht. Twee zekerheden drongen zich onweerstaanbaar aan hem          gedicht Lead, Kindly Light (`Leid, vriend'lijk Licht, langs deze donk're
op en zij zullen hem zijn leven lang bijblijven. Allereerst was er de diepe   baan'). In de eerste strofe drukt hij een van de eenvoudigste, maar
overtuiging dat een godsdienst zonder geloofspunten alleen maar vage          tegelijk een van de diepst menselijke ervaringen uit: we weten niet waar
religiositeit kan zijn. Godsdienst moet niet een beroep doen op               het leven ons heenvoert, we zouden de gehele toekomst willen overzien.
onbestemde emoties, maar op specifieke dogmatische waarheden. Niet            Gelukkig hebben wij een veilige gids: het liefelijk licht van het geweten.
de weelde van de liturgie of de ontroering van het hart was in de eerste      Het is een vers dat vaak geciteerd wordt: "k Verzaak te schouwen in 't
plaats belangrijk, maar het geheel van de openbaringswerkelijkheid.           verschiet; geef voor één stap mij licht en stap voor stap, meer niet'.
Liturgie was alleen waardevol voorzover zij daar een uiting van was.          Newman heeft begrepen dat men zich tevreden moet stellen met het
Een tweede inzicht betrof het centrale thema dat alles zich uiteindelijk      licht van het ogenblik en zich niet moet afvragen wat de volgende
afspeelt tussen iedere individuele mens en God. Al wat daar bijkomt, zal      stappen zullen zijn. Elke stap is slechts een klein fragment van een
verdwijnen. Van onze familie en onze dierbaarste vrienden moeten wij          groter geheel. De complete tekening van ons leven is voor ons
afscheid kunnen nemen. Eens zullen we komen tot een ontmoeting                verborgen. Pas later zullen we zien, dat vele dingen waarvan wij de zin
tussen twee wezens: God en de concrete menselijke persoon, en aan die         niet zagen in de grond toch zin hebben. Het kan een vorm van
God zal de mens verantwoording moeten afleggen. Daarom is er in het           hoogmoed zijn, er aanspraak op te maken het gehele leven voor zich
menselijk hart een heiligdom waar alleen God wordt binnengelaten.             uitgestippeld te kunnen zien. Dat inzicht zal een vrede meebrengen die
Newman is tot de bevinding                                                    Newman alle nog komende jaren door met zich mee zal dragen.

79                                                                                                                                                    293
                                                                               Allereerst was daar de kwestie van de katholieke universiteit van Dublin.
De stap naar het katholicisme                                                  Het rectoraat van de nieuwe stichting was aan hem toevertrouwd. Hij
                                                                               droomde ervan, in de Ierse hoofdstad een soort katholiek Oxford op te
Eenmaal in Engeland teruggekeerd, had Newman een actief aandeel in het
                                                                               richten, waar men katholieke leken (ook uit Engeland) zou vormen, die in
op gang komen van de zogenoemde Oxford-beweging, een beweging die
                                                                               het maatschappelijke leven niet voor hun anglicaanse collega's zouden
zich ten doel stelde de zo op het oog willekeurige staatsinmenging in de
                                                                               behoeven onder te doen. De Ierse bisschoppen hadden echter een
Anglicaanse Kerk tegen te gaan en te werken aan een religieus reveil.
                                                                               universiteit voor ogen die in feite een seminarie-opleiding voor leken zou
Newman en zijn vrienden, Froude, Keble, weldra ook Pusey en anderen,
                                                                               geven. Toen de Engelse bisschoppen aan Rome voorstelden Newman, om
wilden er in de eerste plaats de geestelijken aan herinneren dat zij i n het
                                                                               het prestige van de universiteit te verhogen, de bisschoppelijke
spoor van de apostelen dienden te lopen en niet zichzelf als
                                                                               waardigheid toe te kennen, stuitte dit op een weigering van de
staatsambtenaren moesten beschouwen. De Anglicaanse Kerk zagen zij
                                                                               aartsbisschop van Dublin, die in zijn stad geen tweede mijter wenste.
als een via media, een middenweg tussen de afwijkingen van Rome en de
                                                                               Toen naast Newman een vice-rector werd benoemd, eigenlijk met de
overdrijvingen van het protestantisme. Tussen 1839 en 1841 begon voor
                                                                               bedoeling hem te controleren, begreep Newman dat men hem
Newman het beeld van de Kerk als een via media te verbleken.
                                                                               wantrouwde en bood hij in 1858 zijn ontslag aan.
Verschillende gebeurtenissen brachten hem er toe, zichzelf af te vragen of
het mogelijk was dat niet Rome, maar Engeland zich in een staat van            Bisschop Ullathorne verzocht hem toen, de zielzorg van de katholieke
schisma bevond. Was Rome afvallig geworden? Of had Engeland zich               studenten in Oxford op zich te nemen; enkele bisschoppen waren echter
van de moederkerk verwijderd? De anglicaanse kerkelijke autoriteiten           zeer allergisch voor alles wat Oxford betrof. Ze schreven hierover naar
waren van oordeel, dat hij in een tract van begin 1841 te ver was gegaan.      Rome en wisten gedaan te krijgen dat de Heilige Stoel richtlijnen
Newman zelf trok zich terug in Littlemore, een kleine parochie even            uitvaardigde die hierop neerkwamen dat katholieke ouders hun zonen
buiten Oxford, waar hij vaak op zondagen dienst had gedaan. Hij wenste         geen universitaire studies konden laten volgen. Onder deze
er te bidden om licht en de vraag te bestuderen, in welke zin een              omstandigheden had de oprichting van een verblijf voor katholieken in
ontwikkeling van het geloof mogelijk was. Welke verdere ontwikkelingen         Oxford geen zin meer.
van de oerkerk waren gewettigd en welke niet? In 1843 was hij ervan            Enkele vooruitstrevende katholieke leken hadden intussen `The Rambler'
overtuigd, niet langer het recht te hebben als vertegenwoordiger van de        opgericht, een blad waarin zij op vrijmoedige wijze allerlei toestanden,
Anglicaanse Kerk op te treden. Op 26 september, de herdenkingsdag van          ook kerkelijke, wilden behandelen en beoordelen. In het januarinummer
de inwijding van het kerkje van Littlemore, waren alle vrienden uit            van 1859 werd het onderwijsbeleid van de bisschoppen op de korrel
Oxford overgekomen. Pusey celebreerde en Newman hield er zijn                  genomen. Het tijdschrift werd van episcopale zijde met een
bekende preek over `het afscheid van de vrienden', waarin hij in pakkende      publicatieverbod bedreigd, tenzij Newman bereid zou zijn hoofdredacteur
bewoordingen zijn droefheid uitsprak over het feit dat zovelen zich van        te worden. Hij aanvaardde het verzoek, hoewel hij zich ervan bewust was
de Kerk verwijderden en vroeg om de gebeden van zijn toehoorders.              zich in een wespennest te wagen. In een genuanceerd hoofdartikel
                                                                               erkende hij enerzijds de prerogatieven van het episcopaat, maar
Nog steeds dacht hij er niet over, katholiek te worden. Dat gebeurde twee      verwachtte hij anderzijds dat de bisschoppen de gelovigen ook in
jaar later, op 6 oktober 1845. Onder de Anglicanen was de ontsteltenis en      geloofszaken zouden raadplegen, omdat ook zij de `Kerk' vormden. Toen
de ontreddering groot. Keble schreef hem dat hij het gevoel had, dat de        er boze reacties binnenkwamen, zag hij zich gdwongen in een volgend
lente uit zijn leven was weggesneden.                                          nummer op dit onderwerp terug te komen. Hij werd van ketterij
                                                                               beschuldigd, een blaam waarvan hij pas in 1867 werd gezuiverd.
Newman als katholiek
De katholieke periode uit Newmans leven was, menselijkerwijs                   De pauselijke onfeilbaarheid
gesproken, ook de pijnlijkste. Hij kreeg te maken met naijver, jaloersheid
en wrevel. Hij moest herhaaldelijk ervaren, dat waarheid en liefde niet        Hoe groot het prestige van Newman ook was, hij werd aanvankelijk door
altijd onder hetzelfde dak wonen. Men wilde zich wel van zijn prestige         de curie als onvoldoende `Rooms' beschouwd om bij de voorbereiding
bedienen, maar schonk hem weinig ruimte.                                       van het Eerste Vaticaans Concilie te worden

80                                                                                                                                                   295
betrokken. We hebben het daarover reeds gehad, maar het is goed er
iets uitvoeriger op terug te komen. Toen men er van verschillende
                                                                              Het geweten
zijden op aandrong Newman bij het grote gebeuren te betrekken, werd           Veronderstel, zo zegt hij, dat het extreme geval zich voordoet dat het
hem de gelegenheid geboden zijn bisschop, mgr. Ullathorne, als                geweten in conflict komt met een woord van de paus. In dat geval moet
raadgever naar Rome te vergezellen. Hij gaf twee redenen op om het            het geweten worden gevolgd, want de rechten van het geweten werden
aanbod van de hand te wijzen: zijn gezondheid en het feit dat hij,            door God in het hart van de schepselen geplant. Maar hij voegt er
buiten het Engels, geen enkele taal behoorlijk beheerste. Nog andere          onmiddellijk aan toe dat het begrip `geweten' precies moet worden
elementen blijken echter te hebben meegespeeld. Hij achtte zich               omschreven. Zijn geweten volgen is niet zonder meer doen wat men
onvoldoende vaardig in het redeneren, had tijd nodig om zorgvuldig            instinctief meent te moeten doen. Zoiets is als een caricatuur van het
zijn woorden te wegen en was daardoor beter in het schrijven dan in het       geweten, want naast rechten heeft het ook plichten. Het moet eerlijk
spreken. Bovendien bekende hij, dat hij niet in de eerste plaats een          rekening houden met de opperste Wetgever en Rechter. `Indien het
theoloog in de technische zin van het woord was (d.w.z. een                   geweten in een duidelijk afgegrensd geval als heilige en opperste norm
scholastieke theoloog), maar een denker die zoekend zijn weg ging.            genomen moet worden, dan moet dit - om tegen de stem van de paus te
Al was Newman dus officieel niet bij het concilie betrokken, tijdens de       kunnen opwegen - het gevolg zijn van ernstig nadenken en gebed'. Het
debatten bleef hij een graag beluisterde raadsman van zijn bisschop.          pauselijk gezag is de algemene regel. Bij iedere uitzondering moet het
Hij schreef hem onomwonden wat hij dacht. Tot zijn groot ongenoegen           geweten duidelijk kunnen maken, dat er een werkelijke reden is om tegen
kwam een van die vertrouwelijke brieven in de pers terecht. Maar juist        dit gezag in te gaan. Als men niet voor het aangezicht van God tot het
omdat zijn schrijven niet voor publicatie bestemd was, toont het ons          oprechte besluit komt dat men onmogelijk aan een pauselijk woord gevolg
precies wat hij over een eventuele onfeilbaarheidsverklaring dacht.           kan geven, is men gehouden tot gehoorzaamheid. Newman eindigt zijn
                                                                              beschouwingen over het geweten met de vaak geciteerde tekst `Mocht ik
Twee dingen zijn duidelijk. Ten eerste dat hij er niet aan twijfelde dat de   de verplichting hebben tijdens een heildronk over godsdienst te spreken
Heilige Geest blijvend de Kerk bijstaat, haar voor dwaling behoedt en         (wat wel niet helemaal op zijn plaats zou zijn), dan zou ik, als u het
dat de paus daarin een belangrijke rol moet spelen. Vervolgens, dat men       verlangt, wel bereid zijn mijn glas te heffen op de paus - maar dan eerst
zich er voor moet hoeden overhaast te werk te gaan. Het hele gedoe in         op het geweten, daarna pas op de paus'.
Rome leek hem een onverantwoorde touwtrekkerij, die bij de gelovigen          In zijn theologisch denken bouwde Newman hier verder op wat hij in
pijnlijk overkwam. Waarom tot elke prijs een officiële dogmaverklaring        1845 reeds had opgetekend over de ontwikkeling in de geloofsleer. Hij
doordrukken? Newman schreef: `Wanneer is een de fide-                         was zich er van bewust dat latere concilies aanvullingen zouden kunnen
dogmaverklaring een luxe-uiting van vroomheid geweest en niet een
harde, pijnlijke noodzaak?'                                                   doen en aan vroegere concilieuitspraken een nauwkeuriger interpretatie
                                                                              zouden kunnen geven. Hij gaf toe dat de 'meerderheid' op het concilie erin
                                                                              geslaagd was haar opinie door te drukken, maar hij was er ook van
Wat hem overigens verhinderde van harte achter een dogmaverklaring            overtuigd dat latere concilies de zaak duidelijker zouden stellen en
te staan was niet zozeer de onfeilbaarheid, als wel het feit dat men de       zouden aanvullen.
gehele kwestie inzake de ontwikkeling van de geloofsleer buiten
beschouwing scheen te laten. Newman kreeg de indruk dat men                   Van de grote gebeurtenissen die Newman heeft meegemaakt en van de
overhaast te werk ging.                                                       beproevingen waaraan het hem in de katholieke periode van zijn leven
Toen de pauselijke onfeilbaarheid uiteindelijk tot dogma werd                 niet heeft ontbroken, geeft al het bovenstaande slechts een onvolledig
uitgeroepen, verdedigde hij die tegen de Engelse politicus Gladstone,         beeld. Pas toen Leo XIII paus werd (1878), begonnen de zaken een
die de katholieken verweet dat zij de gehoorzaamheid aan een vreemd           gunstiger wending te nemen. Newman werd tot kardinaal benoemd: een
staatshoofd (de paus) boven de gehoorzaamheid aan de Britse kroon             late waardering, maar toch uiteindelijk een bekroning voor een man die
stelden. Na een overzicht te hebben gegeven van de verhouding                 de grootste persoonlijkheid van zijn tijd is geweest. En eigenlijk moest
tussen Kerk en staat door de eeuwen heen, ontwikkelde hij een van de          men nog tot het Tweede Vaticaans Concilie wachten alvorens vele van
voornaamste punten van zijn denken: de rechten van het geweten.               zijn gedachten, o.m. zijn ecclesiologie, officieel erkend te zien.


81                                                                                                                                                  297
     Vroomheid en                                                           maatschappelijke leven tegengaan. Het was zijn bedoeling, geëngageerde
                                                                            leken te vormen (vandaar ook zijn inzet voor het vrije onderwijs) die het


     religieus leven
                                                                            antiklericale offensief het hoofd konden bieden. Hij stichtte de uit geverij
                                                                            Bonne Presse en het blad La Croix, later ook de Echos d'Orient, waarin
                                                                            de activiteit van de Assumptionisten in Griekenland, Bulgarije en Turkije
                                                                            werd belicht en de problematiek van deze landen werd besproken.

                                                                            In verband met de pers moeten ook de Salvatorianen genoemd
                                                                            worden, wier orde in 1881 werd gesticht door J. B. Jordan (1848-
      Na de Franse Revolutie kreeg de Kerk in veel landen te doen met       1918), voornamelijk een self-made man met nogal originele
      een nijpend priestertekort. Talrijk waren de parochies zonder         opvattingen over apostolaat en een vernieuwende visie op het
      pastoor, een toestand die onvermijdelijk haar weerslag op de          kloosterleven.
      gelovigen moest hebben. De volksmissies bleken een goede formule      Deze opsomming is uiterst beperkt. De stichters en de talrijke Broeder -
      te zijn om onverschilligen en afvalligen terug te brengen naar de     en Zustercongregaties worden niet eens vermeld. Bovendien waren er in
      geloofspraktijk die zij hadden laten varen. De oude orden werden      nagenoeg alle bisdommen pastoors die, om de door hen bespeurde noden
      opnieuw opgericht en gereorganiseerd. Langzaamaan kwamen ook          te lenigen, jonge mannen of vrouwen bijeenbrachten en die aan de
      persoonlijkheden naar voren die naar meer aangepaste vormen van       oorsprong staan van de vele diocesane congregaties die in de negentiende
      religieus leven zochten                                               en de eerste helft van de twintigste eeuw een onvervangbare rol zouden
      om de bestaande noden beter te kunnen beantwoorden.                   spelen.

Stichters                                                                   Christus opnieuw centraal
De belangrijkste is waarschijnlijk Don Bosco (1815-1888), priester uit de   In de landen ten noorden van de Alpen deed zich een opmerkelijk
omgeving van Turijn, die voor de verwaarloosde jeugd een opvangvorm         fenomeen voor. Een Italiaans geïnspireerde spiritualiteit kwam het
wist uit te bouwen die weldra tot ver over de landsgrenzen bekendheid       jansenistische rigorisme verdringen. Misschien deed die spiritualiteit
verwierf en navolging vond. Hij was een uitstekend pedagoog, die door       oppervlakkiger aan dan wat men tot dan toe gekend had, maar ze was ook
de jongens op handen werd gedragen. Steeds drong hij er bij zijn            menselijker en volkser, ze schonk meer aandacht aan de veruitwendiging
medewerkers op aan, in de eerste plaats vrienden van de jeugd te zijn. In   van de gevoelens. Het woordgebruik en de wijze van formuleren in
1855 richtte hij de eerste 'vakantiekolonie' op. Zijn medewerkers zullen    gebeden en geestelijke literatuur wijzen in de richting van een nieuwe
de eerste Salesianen worden. Hun Regel werd voor het eerst in 1869          gevoeligheid. Christus was de `prisonnier d'amour dans le tabernacle' (de
goedgekeurd en vijf jaar later definitief bekrachtigd. Van alle             gevangene van de liefde in het tabernakel).
negentiende-eeuwse congregaties zijn het de Salesianen die de grootste      De (artistiek vaak minder verantwoorde) beelden van het H. Hart, waar de
groeikracht hebben getoond.                                                 Heer met uitgestrekte armen de wereld wil omvatten, of waar hij wijst op
In 1816 verzamelde Eugène de Mazenod (1782-1861) te Aix een groep           zijn hart `qui a tant aimé les hommes' (die de mensen zó heeft liefgehad),
priesters om zich heen met de bedoeling, in de ontkerstende gebieden van    deden in de negentiende eeuw hun intree in de huizen van de gelovigen
de Provence volksmissies te prediken. Later namen ze er de zorg voor de     die menigmaal aan het H. Hart werden toegewijd. Ook de basiliek van
Mariaheiligdommen nog bij, en toen in 1826 hun Regel werd                   Montmartre werd aan het H. Hart toegewijd en vanaf 1876 kende het
goedgekeurd, kregen ze de naam Oblaten van Maria. Bij de dood van de        heiligdom een toevloed van pelgrims. In het begin van de twintigste eeuw
energieke, maar ingoede stichter telden ze 461 leden en hadden ze zich      wordt straks in België begonnen met de bouw van de basiliek van
over vier continenten verspreid.                                            Koekelberg. De theologen lieten zien dat de devotie tot het H. Hart niets
Emmanuel d'Alzon (1810-1880), die in 1845 de Assumptionisten                anders was dan een erkennen en vereren van de liefde van God voor de
stichtte, wilde met moderne middelen de secularisering van het              mens. Het hart was het symbool van de liefde.

82                                                                                                                                                   299
                                                                               'verschijningen'. In 1830 was de H. Maagd verschenen aan Catherine
                                                                               Labouré; in 1846 aan twee jonge herderskinderen in La Salette, een klein
                                                                               gehucht in het gebergte rond Grenoble. De Lieve Vrouw die in La Salette
                                                                               verscheen weende en gaf de kinderen de opdracht de gelovigen aan te
                                                                               sporen tot grotere trouw in de zondagsplicht en in de vasten en hun te
                                                                               vragen de naam van God met eerbied te gebruiken. Deze gebeurtenis lokte
                                                                               tal van pelgrims, vooral toen eenmaal de mare de ronde deed dat enkele
                                                                               mensen op miraculeuze wijze waren genezen. La Salette werd evenwel naar
                                                                               de tweede plaats gedrongen, nadat de H. Maagd in een grot bij Lourdes
                                                                               achttien maal was verschenen aan de veertienjarige Bernadette Soubirous
                                                                               (1858). De aanvankelijk zeer gereserveerde kerkelijke autoriteiten moesten
                                                                               zich gewonnen geven, toen ook daar miraculeuze genezingen plaats
                                                                               vonden, waarvoor zelfs ongelovige rationalistische artsen geen verklaring
                                                                               hadden. Sindsdien is Lourdes uit de katholieke geloofsdevotie niet meer
                                                                               weg te denken. Er werden (en worden) bedevaarten georganiseerd en op
                                                                               vele plaatsen werden, in navolging van de Lourdesgrot, grotten ingericht
                                                                               ter ere van Maria.


                                                                               Een oordeel
      Typisch negentiende-eeuwse devotieprentjes (verzameling Averbode).
In verband met het opnieuw ontdekken van Christus moet ook iets worden
gezegd over de eucharistische vroomheid. Tegen een jansenistische tendens      Ongetwijfeld groeide in de negentiende eeuw de tendens om het
in begon men de veelvuldige communie te beklemtonen; hoezeer men er            `wonderbare' zonder veel kritische zin te aanvaarden. Wellicht was het een
echter ook de nadruk op legde dat het ontvangen van de eucharistie niet        reactie tegen het extreme scepticisme dat de Verlichting tegenover het
moest worden gezien als beloning voor een verdienstelijk leven, maar           `bovennatuurlijke' aan de dag had gelegd. Hagiografische legenden werden
vooral als steun en sterkte in de dagelijkse strijd, zal het toch nog tot de   opnieuw onder de aandacht gebracht. In Italië en in Spanje vonden ze een
twintigste eeuw moeten duren voordat de `dagelijkse' communie ingang           gretige voedingsbodem. Sommige vrome auteurs gingen uit van het
vindt. Intussen uitte de eucharistische vroomheid zich ook in de aanbidding    principe dat zelfs de meest legendarische verhalen behouden mochten
van het H. Sacrament, een gebruik dat zich in de tweede helft van de           blijven, als ze maar de devotie stimuleerden. Lichtgelovigheid is een van
negentiende eeuw snel verbreidde. In 1851 werd de `eeuwigdurende               de zwakke punten van de negentiende-eeuwse vroomheid. Dat men te zeer
aanbidding' door de paus aanbevolen en vooral door de oratoriaan Faber in      de sentimentele kant uitging, is een ander zwak punt. De terminologie die
Engeland verspreid. Het mensgeworden Woord werd vereerd in de kribbe           men gebruikte was uiteraard tijdgebonden, en dat men de romantiek erin
en de vele kruisbeelden vestigden de aandacht op het mysterie van de           weerspiegeld vond kan men haar niet euvel duiden. Het is eveneens juist
verlossing.                                                                    dat het aantal `geestelijke oefeningen' toenam en dat aan de regelmaat een
                                                                               wellicht overdreven belang werd gehecht. Anderzijds moeten de vele
Mariale vroomheid                                                              positieve kanten van de negentiende-eeuwse spiritualiteit niet uit het oog
                                                                               worden verloren. Christus werd centraal gesteld en de apostolische ijver
In 1854 had Pius IX de Onbevlekte Ontvangenis van Maria tot dogma              uitte zich in talrijke religieuze stichtingen, zowel voor de noden in eigen
uitgeroepen, na bisschoppen en gelovigen hierover te hebben                    land als voor de verre missies. Eigenlijk vraagt men zich af, hoe men deze
geraadpleegd. De meimaand werd aan Maria toegewijd; men bad de                 eeuw `de eeuw van het individualisme' heeft kunnen noemen, als men denkt
rozenkrans; Mariakapellen rezen op uit de grond en men ging er vaak en         aan de vele mensen die in een slotklooster traden en boete deden als
graag op bedevaart.                                                            eerherstel voor het kwaad dat anderen hadden bedreven.
Deze mariale devotie werd geruggesteund door een aantal

83                                                                                                                                                    301
      Het                                                                     Roothaan een oproep tot zijn paters en broeders om hun verlangen naar de
                                                                              buitenlandse missionering te stimuleren. Tal van congregaties werden


      missionaire
                                                                              gesticht met het specifieke doel missionarissen op te leiden en uit te
                                                                              zenden, terwijl de meeste reeds bestaande, die oorspronkelijk voor een
                                                                              ander doel opgericht waren, er zich rekenschap van gaven dat ze zich niet


      elan
                                                                              aan de missieroep mochten onttrekken en een deel van hun krachten ter
                                                                              beschikking van het missiewerk stelden. Enkele namen (met de
                                                                              stichtingsdatum) mogen hier voldoende zijn: de Paters van de HH. Harten
                                                                              of Picpussen (1805), de Oblaten van Maria (1816), de Pallotijnen (1835),
                                                                              de Paters van de H. Geest (vanaf 1848 verenigd met de Sociëteit van het
                                                                              H. Hart van Maria) (1841), de Assumptionisten (1845), de Missionarissen
      Pater Damiaan, Apostel van de                                           van het H. Hart (1854), de Salesianen (1855), de Missionarissen van het
      melaatsen (doe. KADOC, Leuven).                                         Onbevlekt Hart van Maria of Scheutisten (1862), de Witte Paters (1868),
                                                                              het Gezelschap van het Goddelijk Woord (1875), de Priesters van het H.
                                                                              Hart (1877), de Salvatorianen (1881). Naar het voorbeeld van de
                                                                              Missionaires Etrangères de Paris werden ook andere missionerende
                                                                              genootschappen van diocesane priesters opgericht, o.m. de Vreemde
      De godsdienstige heropleving die de negentiende eeuw                    Missies van Milaan (1850) en Saint Joseph's Society of Mill Hill (1866).
      kenmerkte, moest zich onvermijdelijk ook uiten op het terrein van       Volledigheidshalve zouden hier de stichtingen van Broeders en Zusters
      de missionering. De geografische ontsluiting van de wereld werd         aan moeten worden toegevoegd. In praktisch alle missies bleken ze al
      overigens gezien als de uitdaging van de Voorzienigheid tot het         spoedig - vooral in de sectoren van het onderwijs en de ziekenzorg - de
      uitdragen van de Blijde Boodschap. Laat het ook meteen gezegd           onmisbare hulpkrachten van de paters.
      zijn dat in het hele missiegebeuren vooral Frankrijk, Nederland
      en België een rol hebben gespeeld.
Missie-enthousiasme
                                                                              Het missionarisprofiel
Gregorius XVI (1831-1846), die vóór zijn verkiezing tot paus prefect van       De meest opvallende karakteristiek van de negentiende-eeuwse
de Congregatio de Propaganda Fide was geweest, bracht de                       missionaris is ongetwijfeld zijn uitgesproken zendingsbesef. Vanuit een
missiebeweging op gang. Hij benadrukte de noodzaak van een                     tijdgebonden ecclesiologie bestond de algemeen verbreide overtuiging
behoorlijke opleiding van een landeigen clerus, moedigde de vorming            dat niet-christelijke godsdiensten het volle heil niet konden brengen.
van goede catechisten aan, wees op de noodzaak van het regelmatig              Daarom was het prediken van het evangelie een dringende noodzaak. Aan
houden van synoden en maande de missionarissen, zich buiten                    het aantal doopsels werd veel - misschien te veel - belang gehecht. De
alle politiek te houden. Vele initiatieven groeiden echter vanuit de basis.    mensen moesten uit de onwetendheid van het heidendom worden gehaald.
In de loop van de eeuw kwamen drie grote missiegenootschappen tot              De missionarissen voelden zich aangesproken door wat zij als een
stand (die later tot pauselijke missiewerken werden verheven) : het werk       noodtoestand beschouwden en waren bereid, bovenmenselijke offers te
van de voortplanting van het geloof, in 1822 te Lyon opgericht door            brengen om in de meest ontoegankelijke oorden van de wereld de Blijde
Pauline Jaricot en al snel over een tiental landen verspreid; het werk van    Boodschap te verkondigen. Zij stelden zich weinig missietheologische
de H. Kindsheid, dat zich ten doel stelde westerse kinderen een               vragen, maar gingen met een groot hart, gedreven door een oprechte
bescheiden bijdrage te laten leveren voor niet-christelijke (oorspronkelijk
                                                                              edelmoedigheid.
Chinese, te vondeling gelegde) kinderen; het liefdewerk van de H.
Petrus, voor de opleiding van een landeigen geestelijkheid, geïnspireerd
                                                                              De missionarissen voelden zich als pioniers, en in vele gevallen waren
door de dames Bigard uit Caen.                                                zij dat ook, in alle betekenissen van het woord. Door het gelovige volk
In de oudere missionerende orden werd de missiegeest weer                     werden ze bewonderd om hun idealisme en hun heroïsche inzet. Familie
opgewekt. Zo richtte de Nederlandse Jezuïetengeneraal P. J. Ph.               en vaderland verlaten was in die tijd op zichzelf reeds een

84                                                                                                                                                 303
                                                                             Missionarissen van het H. Hart. Midden-Afrika werd toevertrouwd aan
                                                                             de Paters van de H. Geest, de Jezuïeten, de Witte Paters en de door
                                                                             Leopold 11 uitgenodigde Scheutisten. Zuidelijk Afrika was reeds in
                                                                             1853 voor een groot deel aan de Oblaten toevertrouwd.
                                                                             Een volledige opsomming zou alleen maar saai zijn. Men kan slechts met
                                                                             eerbied en ontzag terugdenken aan de vele onbekenden die, zonder zich
                                                                             daarvan bewust te zijn en zonder er prat op te gaan, een stuk
                                                                             kerkgeschiedenis hebben geschreven.


                                                                             Schaduwzijden
                                                                             Niet alles was echter licht. Daar was bijvoorbeeld de ballast van het
                                                                             kolonialisme. Voor de missionarissen was het geen goede zaak dat zij
                                                                             meestal uit het moederland van de kolonie kwamen. Rome had oog voor
                                                                             dat gevaar en Benedictus XV (1914-1922) heeft het nationalisme in het
      Missionarissen in Belgisch Congo (fotoarchief G.P.).                   missiewerk veroordeeld in de encycliek Maximum Illud (1919) . Het was
                                                                             in de praktijk echter moeilijk om weerstand te bieden aan de vele
niet gering offer. Het verblijf in onherbergzame gebieden met een            voordelen die de missie kon genieten, dankzij haar verbondenheid met het
moordend klimaat en te midden van een soms vijandige bevolking was           moederland. In de twintigste eeuw, toen het einde van het koloniale
dat niet minder. Wie de missiegeschiedenis bestudeert, wordt getroffen       tijdperk in zicht kwam, zou dat duidelijk worden.
door het grote aantal missionarissen dat overleed nog voor het
                                                                             Als een gevolg van het kolonialisme gaven de missionarissen soms de
dertigste levensjaar. Het martelaarschap was niet altijd alleen maar een
                                                                             indruk dat ze een paternalistische houding aannamen en het christendom
romantische voorstelling: soms was het harde werkelijkheid. De
                                                                             aan het Westen vastknoopten. De Europese cultuur werd als de `normale',
Nederlandse missiebisschop F. Hamer werd samen met vier andere
                                                                             de `vanzelfsprekende' beschouwd, terwijl aan de inheemse weinig waarde
bisschoppen, een kleine veertig missionarissen en zo'n 30.000
                                                                             werd gehecht. De houding van de missionaris was die van een vader
gelovigen tijdens de Boksersopstand in China (1900) gedood. In
                                                                             tegenover een kind, van overste tegenover ondergeschikte, van weldoener
Vlaanderen kreeg de figuur van pater Damiaan (Jozef de Veuster), die
                                                                             tegenover sukkelaar. Er was een neerbuigende vriendelijkheid en een
als melaatse overleed, een symbolische waarde.
                                                                             zeker oprecht bedoelde liefdadigheid, maar al te zelden was er
In Canada trokken de Oblaten vanuit drie centra op naar de                   waardering voor de 'ongelukkige onwetenden' en hun cultuur. Nog in het
Eskimobevolking. Na een wedloop met anglicaanse zendelingen (van             begin van de twintigste eeuw had men vóór alles alleen maar medelijden
oecumene was toen helemaal geen sprake) bereikte pater Grollier in 1861      met `de arme heidenen'. De Europeaan voelde zich superieur en vond
de poolcirkel. De tocht die de paters Clut en Lecorre met                    het normaal, overal een westers verpakt christendom uit te dragen.
een hondenslee en zonder enige terreinkennis naar Alaska ondernamen, is      Ook in Rome zag men onvoldoende het onderscheid tussen wat tot de
een indrukwekkend epos. Iets verder naar het zuiden leefden de               kern en wat tot de periferie van het geloof behoorde.
verschillende Indianenstammen. Naast de Oblaten waren daar ook de            Eenheid werd vaak verward met uniformiteit.
Jezuïeten werkzaam. Pater de Smet heeft, als `de grote zwartrok', een rol
gespeeld bij het recruteren van jonge kandidaat-missionarissen.              Voor de missionering is de negentiende eeuw een belangrijke periode
In de steppen van Azië werkten talrijke orden en congregaties. Th.           geweest. Toch moet men het aandurven zich af te vragen of - in
Verbist stichtte de Scheutisten met het oog op de evangelisatie in           belangrijke mate door een gebrek aan visie en door een fundamentele
Mongolië. In India bleek de aan de Jezuïeten toevertrouwde Ranchi-           onderwaardering van niet-westerse culturen - de missionering in landen
missie vruchtbaar terrein te zijn, dank zij vooral de activiteit van pater   als China, India of Japan (allemaal landen met een rijke eigen cultuur)
Lievens. In de Polynesische archipel werkten de
                                                                             niet zonder meer mislukt is. Het christendom vertegenwoordigt daar
                                                                             nauwelijks enkele procenten van de totale
85                                                                                                                                                 305
                                                                                zonder door enige staatsinmenging te worden geremd. Volgens de
                                                                                liberale principes mocht de staat zich niet bemoeien met
                                                                                de sociale vraagstukken. Dat verklaart waarom het zolang heeft
                                                                                geduurd, voordat hier en daar de staat tussenbeide is getreden. In
                                                                                Pruisen dateert de oudste wetgeving tot bescherming van de
                                                                                jeugdige fabrieksarbeiders van 1830. In Frankrijk werd pas in 1841
                                                                                wettelijk vastgelegd, dat kinderen onder de twaalfjaar niet langer
                                                                                dan acht uur per dag tewerkgesteld mochten worden. In België is
                                                                                pas eind 1909 vastgelegd dat de arbeidsduur van alle mijnwerkers
                                                                                de negen uur per dag niet mocht overschrijden en werd in 1911 het
                                                                                ondergronds werk voor kinderen onder de veertien jaar verboden.
                                                                                Nederland, dat pas vrij laat met de industriële ontwikkeling te
                                                                                maken kreeg, heeft kunnen profiteren van de in andere landen
                                                                                opgedane slechte ervaringen; reeds in 1874 was kinderarbeid
                                                                                beneden de twaalfjaar daar geheel verboden. De oppositie tegen
                                                                                een reglementerende staatsinmenging was in vele gevallen niet
                                                                                meer dan een voorwendsel om de kapitaalkrachtigen te
                                                                                bevoordelen. Spoedig zou blijken dat de arbeiders, die sinds de
      Omslagillustratie van het missietijdschrift van Scheut (1889),
                                                                                Franse Revolutie van hun beroepscorporaties (de gilden enzovoort)
      weerspiegeling van zendingsbewustzijn, maar ook van westers
                                                                                waren beroofd, in belangrijke mate aan de willekeur van de
      paternalisme.
                                                                                werkgevers waren overgeleverd.
bevolking. Vanzelfsprekend vormt cijfermateriaal niet de enige en
allerminst de voornaamste norm om over het al dan niet slagen van de      Liefdadigheid en rechtvaardigheid
missionering te oordelen, maar sommige statistieken stemmen toch tot
nadenken, vooral als men ze wil afwegen tegen de edelmoedigheid van de    Lange tijd is liefdadigheid het enige katholieke antwoord geweest op de
inzet waarmee de missionarissen het beste van zichzelf hebben gegeven.    sociale vragen, die zich langzamerhand voordeden. Wat op caritatief gebied
Werd de wezenlijke noodzaak van een inculturatie wel echt aangevoeld?     werd verwezenlijkt, is indrukwekkend. Vanuit een eerlijk en belangeloos
                                                                          religieus gevoelen kwamen initiatieven om het
                                                                          lijden van de behoeftigen te lenigen en de allesoverheersende


      De sociale kwestie
                                                                          macht van het kapitaal te breken. In 1830 stichtte Cottolengo in Turijn
                                                                          zijn Vincentini. In Parijs werden door Frédérique Ozanam 1833 de        in
                                                                          zogenoemde Vincentiusgenootschappen opgericht, een initiatief dat al
                                                                          spoedig in andere landen (ook in Nederland en België) navolging
                                                                          vond. Omstreeks 184 0 ontstond de Franciscus Xaverius-vereniging,
                                                                          die scholen voor arbeiders organiseerde, evenals plaatsingsbureaus
                                                                          voor werkzoekenden. De
      De grote wetenschappelijke ontdekkingen van de achttiende
      eeuw, vooral de uitvinding van de stoommachine en haar              eerste beroepsscholen van Don Bosco dateren uit de jaren 1840-1845. In
      toepassing op de textielnijverheid, hebben aanleiding gegeven tot   Duitsland werden vanaf 18 55 door de priester Kolping Gesellenvereine
      de grote Industriële Revolutie. Voor de werkgevers betekende        opgericht voor jongens die er een beroepsopleiding kregen.
      deze omwenteling ook een verleiding om zoveel mogelijk winst te
                                                                          Al deze verenigingen bleven echter nog een bevoogdend karakter dragen,
      maken en daarvoor alle middelen aan te wenden die binnen hun
                                                                          terwijl de arbeidersbeweging zelf zich reeds in tegengestelde richting
      bereik lagen. De economie hield geen rekening met de moraal en
                                                                          ontwikkelde. Sinds het begin van de vorige eeuw waren er
      de concurrentie speelde volop,

306                                                                                                                                             307
weliswaar stemmen opgegaan die reageerden tegen de uitbuiting van de           in zich opslorpte. De Katoenbewerkersbond werd niet alleen door de
arbeidersklasse, tegen de onderdrukking van de menselijke waardigheid          socialisten, maar ook door de katholieke burgerij met wantrouwen
door de kapitalistische industrie, tegen de ongebreidelde hebzucht van de      bekeken. Helleputte en Schollaert stichtten in 1890 de Boerenbond o m de
                                                                               belangen van de landbouwers te beschermen. In Nederland werd in 1888
rijken, het schandaal van de hongerlonen en de overdreven lange                in het bisdom Haarlem de Nederlandsche Roomsch-Katholieke
werktijden. In en buiten de Kerk hebben mensen in die zin hun mond             Volksbond opgericht, terwijl in Enschede de priester Alphonse Ariëns de
geopend, maar deze protesten waren zonder resultaat gebleven, mede             Roomsch-Katholieke Werkliedenvereniging in het leven riep; het was
door de panische angst onder industriëlen en Kerkleiders voor het              vooral Ariëns, leerling van de grote Schaepman, die de katholieke
communisme. In februari 1848 was het Communistisch Manifest                    arbeiders hun zelfbewustzijn heeft teruggegeven.
gepubliceerd, een document dat in de geschiedenis van de sociale
beweging een plaats bekleedde die vergelijkbaar was met die van de
Verklaring van de Rechten van de Mens in de geschiedenis van het
liberalisme. De auteurs, Marx en Engels, zagen de geschiedenis van de          Rerum Novarum (1891)
mensheid volgens een schema van klassenstrijd. Tegenover de                    Leo XIII, die als nuntius in België en als bisschop van Perugia met de
concentratie van kapitaal plaatsten ze de afschaffing van de privé-            sociale kwestie geconfronteerd was geweest, erkende de noodzaak er
eigendom, de familie, het onderscheid tussen de volkeren - `Proletariërs       aandacht aan te besteden. Rerum Novarum kan herleid worden tot vier
aller landen, verenigt u'. Maar ook Marx bleef in de eerste plaats een         hoofdthema's, die een synthese willen geven van onderling tegengestelde
theoreticus, al gaf zijn manifest, rechtstreeks of niet- rechtstreeks,         strekkingen. Het bezitten van eigendom wordt als natuurrecht erkend,
aanleiding tot het ontstaan van verschillende socialistische partijen die      maar ook wordt op de sociale functie ervan gewezen. Het komt aan de
rond de eeuwwisseling veel zouden bijdragen tot een verbetering van de         staat toe, zich verantwoordelijk te stellen voor privaat en publiek welzijn -
levensvoorwaarden van de arbeidende klasse. Vanuit de revolutionair            dit in afwijking van wat de liberalen stelden -, maar tevens wordt aan de
aandoende houding van deze bewegingen is het te verklaren, waarom veel         activiteit van de staat ook een grens gesteld: hij moet zich er toe beperken
christelijke organisaties aanvankelijk een sterk anti-socialistisch karakter   het persoonlijk initiatief aan te vullen. De arbeiders worden herinnerd aan
aannamen. Zo werd, wat België betreft, in 1886 de eerste                       hun plichten ten opzichte van hun werkgevers, maar deze laatsten worden
Antisocialistische Katoenbewerkersbond in Gent opgericht, een verre            er op gewezen dat ze hun ondergeschikten een rechtvaardig loon moeten
voorloper van het Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV) dat in 1912            uitbetalen, zodat dezen een menswaardig bestaan kunnen leiden. De
een aantal bestaande vakverenigingen                                           klassenstrijd wordt veroordeeld, maar aan de arbeiders wordt het recht
Twee sociaal bewogen priesters: links Adolf Daens, die het opnam voor          toegekend zich te verenigen voor de verdediging van hun rechten, zelfs
de arbeiders; rechts Jan Ferdinand Mellaerts, die zich het lot van d e         binnen groeperingen die uitsluitend uit arbeiders bestaan.
landbouwers aantrok.                                                           Zo was Rerum Novarum in feite de vrucht van ideeën en initiatieven die
                                                                               in de vijftig voorafgaande jaren her en der in de katholieke wereld de kop
                                                                               hadden opgestoken: van de redevoeringen van Ketteler in Mainz tot de
                                                                               toespraken van Mermillod in de Sainte-Chlotilde in Parijs; van de
                                                                               initiatieven van Harmel in Frankrijk tot de Opera dei Congressi in Italië.
                                                                               In zijn encycliek heeft Leo XIII het rijpste uit deze experimenten
                                                                               genomen. Niet alleen is hij boven de `dogmata' van de liberale economie
                                                                               uitgestegen, hij heeft ook erkend dat vele uitgangspunten van sociaal
                                                                               vooruitstrevende katholieken legitiem waren. De toon van de encycliek
                                                                               doet nu weliswaar ietwat paternalistisch aan en sommige vragen, zoals die
                                                                               inzake het gezinsloon, werden niet of nauwelijks aangeraakt, maar in het
                                                                               laatste decennium van de negentiende eeuw wekte het verbazing dat Rome
                                                                               had gekozen voor de meest vooruitstrevende sociale ideeën die toen onder
                                                                               de katholieken leefden.


87                                                                                                                                                     309
Christen-democraten
De encycliek had het opgenomen voor groeperingen die de
arbeidersbelangen verdedigden, zonder echter precies aan te geven of
dat nu verenigingen moesten zijn die alleen uit arbeiders bestonden              ZESDE HOOFDSTUK
(de syndicaten of vakbonden, zoals ze in het spraakgebruik worden
aangeduid), dan wel corporatief- geïnspireerde bonden waarin ook de
werkgevers vertegenwoordigd waren. Deze lacune gaf in vele landen
aanleiding tot conflicten tussen voor- en tegenstanders van de
syndicaten. In Italië neigden de Opera dei Congressi - en ook de curie
- naar het corporatisme. Toniolo, beïnvloed door de Leuvense school        DE EEUW WAARIN WIJ LEVEN
met Victor Brants, verdedigde niettemin het syndicalisme. In België
publiceerde pater Rutten in 1905 de brochure `Pourquoi nous voulons
des syndicats chrétiens?' (`Waarom willen wij christelijke
vakbonden?'), waarin hij de traditionele bezwaren tegen de syndicaten
(oorzaak van verdeeldheid, van stakingen, psychologische ophitsing
van de arbeiders) probeerde te weerleggen. Evenals de Luikse priester
Pottier slaagde hij erin, de idee van het syndicalisme op vele plaatsen
ingang te doen vinden. In Frankrijk hadden de Jezuïeten in 1903 de
Action Populaire opgericht. In Duitsland was reeds in 1894 een
christelijk, maar niet confessioneel-gebonden syndicaat opgericht
De politiek kon tegenover die ontwikkeling niet onverschillig blijven.
onder de mijnwerkers van het Rijnland.
In een aantal landen ontstond een `christendemocratie' die weldra -
o.m. in België - de `arbeidersvleugel' van de katholieke partij werd en
de sympathie van een aantal sociaal bewogen priesters kreeg. In
België verwierven vooral de priesters Daens en Fonteyne bekendheid.
Daens was een onrustige geest, maar zijn inzet voor de volksklasse
was oprecht. Hij ondervond tegenstand van de conservatieve Woeste
(uit zijn kiesdistrict Aalst), van de nuntiatuur en het Hof, en - minder
overigens dan wordt beweerd - van mgr. Stillemans, zijn bisschop, die
discreet de actie van pater Rutten en van de christendemocraat Arthur
Verhaegen bleef steunen. Fonteyne kwam in botsing met de
bisschoppen van Brugge en Mechelen. Al kan op beide priesters een
en ander worden aangemerkt, in feite probeerden ze op het sociaal-
politieke vlak de ideeën van Rerum Novarum te verdedigen. Omwille
van de als opstandig genoemde houding van sommige geestelijken
publiceerde de paus nog Graves de communi (1901), waarin het
christelijk syndicaat weliswaar niet werd veroordeeld, maar waarin
men toch de openheid en de durf van Rerum Novarum mist. Vanuit
het perspectief op de algehele ontwikkeling kon Pius XI tijdens de
audiëntie in 1925 - en meermaals nadien - aan Cardijn verklaren, dat
de Kerk in de negentiende eeuw de arbeidersstand door eigen schuld
grotendeels van zich had vervreemd.
310
      De crisis van het                                                     (F. X. Kraus) streed voor vrijheid van wetenschappelijk onderzoek en
                                                                            tegen de ultramontaanse tendens in het kerkelijke leven en in de


      modernisme
                                                                            wetenschappen, maar zeker hier kan van een doctrinaire ontsporing niet
                                                                            worden gesproken. In Nederland en in België (Leuven) kan een streven
                                                                            naar verantwoorde wetenschap vastgesteld worden, maar
                                                                            dit nam nooit extreme vormen aan.

                                                                            Ingrijpen van Rome
      Alhoewel het einde van de negentiende eeuw duidelijk een tendens
                                                                            Vanaf 1903 - het beginjaar van het pontificaat van Pius X - een aantal
      naar een nieuwe en meer wetenschappelijk gefundeerde benadering
                                                                            werken op de index geplaatst. In diverse diocesen
      van het geloof vertoonde, was het peil van de kerkelijke studies
      omstreeks de eeuwwisseling nog niet wat het had behoren te zijn. In   verschenen pastorale brieven om ervoor te pleiten, dat men zich kritisch
      nagenoeg alle takken van de kerkelijke wetenschap ontbrak een         zou opstellen tegenover vernieuwingen die, meer dan aanpassingen,
      kritische geest. Als reactie hiertegen werden in de meeste Europese   vervormingen van de leer inhielden. De eerste belangrijke tegenstap van
      landen pogingen ondernomen om meer rekening te houden met de          Rome was het decreet Lamentabili (juli 1907), met daarin een lijst van
      verworvenheden van de moderne wetenschap. Aangezien men tot           65 veroordeelde proposities, `gevaarlijke dwalingen met betrekking tot
      dat doel aanspraak maakte op meer theologische vrijheid ten           de gewijde wetenschappen, de interpretatie van de Heilige Schrift en de
      opzichte van het leerambt, werd die stroming niet zonder argwaan      voornaamste mysteries van het geloof'; nagenoeg alle proposities waren
      door Rome gevolgd.                                                    ontleend aan
                                                                            Loisy. Twee maanden later verscheen Pascendi (september 1907), een
                                                                            rationeel ingeklede encycliek die, na een uiteenzetting te hebben gegeven
                                                                            van wat voortaan `het modernisme' zou heten, een peiling gaf van de
Het modernisme                                                              oorzaken van deze dwaling. Men wees op de vrijheid van denken en
                                                                            schrijven die men zich veroorloofde, en op het schijnbare leedvermaak
Frankrijk was het eerste land waar het modernisme zich manifesteerde.       dat men er in schepte om godsdienstige volksoverleveringen of de
Naast filosofen (Laberthonniére, Hébert), die het scholastieke              authenticiteit van sommige relikwieën in twijfel te trekken. Om het
rationalisme wilden afzwakken door een beklemtonen van de religieuze        modernistische gevaar tegen te gaan werden de bisschoppen aangespoord
ervaring, waren er exegeten die de historische kritiek op de bijbel en op   ervoor te waken, dat alle studies op basis van de scholastieke filosofie en
de ontwikkeling van het vroege christendom toepasten. Alfred Loisy          theologie zouden plaatsvinden. Daarom moest de keuze van hoogleraren
betrad bovendien het pad van een algemene godsdienstfilosofie, om van       voor de seminaries met grote zorg gebeuren. Bovendien moest in ieder
daar uit de geloofswaarheden te interpreteren, zonder eigenlijk rekening    diocees een zogenoemde `Raad van Waakzaamheid' opgericht worden. In
te houden met het leerambt. In Engeland ontwikkelde George Tyrrell een      1910 zou daar nog de antimodernisten-eed aan worden toegevoegd, die
mystisch-intuïtieve denkwijze inzake de geloofsbeleving, waarbij het        moest worden afgelegd door alle in de zielzorg werkzame priesters, alle
traditioneel begrijpen van zowel dogma als openbaring op de helling         geestelijken die een hogere wijding ontvingen en alle nieuw-aangestelde
kwam te staan, terwijl von Hugel vooral bekend is als de spil waardoor de   kloosteroversten. was het modernisme zo sterk als een gesloten
                                                                            In de encycliek zelf
ideeën die in Engeland (en ook in Frankrijk) leefden naar Italië werden     systeem voorgesteld, dat niemand van de aangeklaagden zich er in
overgebracht. Hier werden de stellingen van Loisy inzake de exegese en      herkende. De modernisten hadden geen coherent systeem. Ze waren
de dogmageschiedenis in verschillende tijdschriften gepropageerd. R.        bewerkers van een stroming, een tendens, een nieuwe manier om de
Murri poogde zich op politiek-sociaal gebied los van de hiërarchie op te    problemen rond het dogma, de moraal, de exegese, de
stellen. Een pleidooi voor kerkelijke hervorming vindt men in talrijke      kerkgeschiedenis, de hagiografie te kunnen hanteren. Voor de
brochures en in Fogazzaro's roman Il Santo (1905) - geschreven onder        interpretatie van de geloofsgegevens bedienden zij zich van
invloed van A. A. Gratry. Het zogenoemde `Reformkatholizismus' in           de historische kritiek en van de nieuwe verworvenheden op het gebied
Duitsland                                                                   van de evolutie, de filosofie, de oosterse archeologie en de filologie.
89                                                                                                                                                 31
                                                                                                                                                   3
Loisy schreef een klein boekje waarin hij de paus verweet, het               landen een vertegenwoordiging had. Al wat de schijn van modernisme
modernisme tot een scholastieke constructie te hebben herleid, terwijl       had, werd aan mgr. Benigni gerapporteerd. In vele gevallen volgde dan
uitgerekend de nieuwe wetenschappelijke trend zich tegen zulke               een veroordeling. Deze Romeinse prelaat publiceerde een weekblad,
constructies afzette. Tyrrell publiceerde twee brieven in de Tinnes. In      eerst in het Italiaans, sinds 1909 in het Frans, La Correspondance
Italië verliet Minocchi de Kerk. De straffen bleven niet uit. Tyrrell werd   Roniaine. In 1912 organiseerde hij de 'Agenzia Internazionale Roma',
gesuspendeerd (22 oktober 1907), Loisy en Murri geëxcommuniceerd             een nieuwsbulletin waaraan de integralisten in de verschillende landen
(resp. 7 en 22 maart 1909). En hiermee zijn slechts enkele van de            inspiratie ontleenden. In Nederland kunnen de naam van M. A.
voornaamsten genoemd. De vrijheid van een wetenschappelijke                  Thompson en het door hem uitgegeven blad `Rome' genoemd worden.
benadering van de geloofskwesties kwam hoe langer hoe meer in de             Van Thompson heeft men gezegd dat hij een man was die niet voelde
verdrukking.                                                                 wanneer hij een ander pijn deed; de aartsbisschop van Utrecht
                                                                             distancieerde zich van hem. In België was er de Gentse advocaat A.
Integralisme                                                                 Jonckx, een Vlaamsstrijdende, religieus-conservatieve idealist, die
                                                                             sinds december 1912 onder het motto `Ubi Petrus, ibi Ecclesia' (waar
De repressie tegen het modernisme ging gepaard met felle                     Petrus is, is de Kerk') een Belgische `Correspondance catholique'
buitensporigheden. Er ontstond een klimaat van verdachtmakingen en           uitgaf. Toen er ook aanvallen op de sociale actie van pater Rutten in
(vaak anonieme) aanklachten, een hetze tegen alles wat een verzoening        voorkwamen, werd hij door Mercier, mede op verzoek van de
van geloof en wetenschap beoogde. Tegenover de zogenoemde                    nuntiatuur, ter verantwoording geroepen. Soortgelijke integralistische
modernisten kwamen diegenen te staan die zich `integraal-katholieken'        kernen bestonden verder nog in Frankrijk en Italië. Waarschijnlijk is
noemden, voorstanders van een religieus totalitarisme, dat elke vorm van     Pius X nooit van de gehele activiteit van Benigni op de hoogte
aanpassing verwierp. Ongetwijfeld hebben sommigen daarbij gehandeld          geweest. XV (1914-1922) vaardigde in 1914 de encycliek Ad Beatissimi
                                                                             Benedictus
vanuit een bezorgdheid voor de integriteit van het geloofsgoed, maar vaak    uit, waarin de integralisten op de vingers werden getikt. Lange tijd werd
ontbrak het aan een juist inzicht in de behoeften van de Kerk. Anderen       nog vastgehouden aan de antimodernisten-eed, maar ook die geraakte in
gingen niet alleen kortzichtig, maar ook onbarmhartig te werk. Veel          onbruik.
persoonlijk leed is toen veroorzaakt. Mensen die op zichzelf goede
bedoelingen hadden, kregen last met de Romeinse instanties. In Frankrijk
konden Brémond, Blondel en Lagrange daarover meepraten. De
                                                                             Een oordeel
Nederlander H. A. Poels werd uit zijn functie van hoogleraar in de           Het was nodig en goed, dat de aandacht werd gevestigd op het
exegese in Washington ontslagen (op latere leeftijd mocht hij echter         probleem van de dogma-ontwikkeling en op de waarde van de
meemaken, dat zijn belangrijke sociale werk in Nederland door het            historische methode, maar zij die de naam modernisten hebben
Vaticaan alsnog positief werd gehonoreerd). In België moest de Leuvense      gekregen gingen in hun sprongen soms al te vrij om met traditie en
hoogleraar A. van Hoonacker zich in Rome komen rechtvaardigen.               leerambt. Theologisch werd in sommige gevallen uitgegaan van
Kardinaal Mercier, die als stichter van het Hoger Instituut voor             deelaspecten (bijvoorbeeld de innerlijke religieuze ervaring, of de
Wijsbegeerte een reële openheid tegenover de wetenschap had getoond en       ontoereikendheid van dogmatische formuleringen om het
zelf al heel wat moeilijkheden had ontmoet, steunde hem hierbij, zoals hij   goddelijke uit te drukken), zodat door een eenzijdige beklemtoning
ook de verdediging op zich nam van de Jezuïeten die in Brussel de oude       ook eenzijdige perspectieven werden gecreëerd. In zijn poging om
hagiografieën kritisch bestudeerden en menigmaal tot de conclusie            afwijkingen te voorkomen is het kerkelijk magisterium echter
kwamen dat men met pure legenden van doen had. In Rome werd het              mogelijk al te strak geweest in het vasthouden van het bestaande.
werk van deze `Bollandisten' (de uitgave van de Acta Sanctorum) met vrij     Erger waren alleen integralistische kernen, die elke ontwikkeling
grote argwaan gevolgd.                                                       als een afglijden van het geloof beschouwden.
Een burcht van integralisme vormde het `Sodalitium Pianum' (in codetaal
`La Sapinière' - `het Sparrenbos' - genoemd), een vanuit Rome door mgr.
Benigni geleide internationale organisatie die in vele

90                                                                                                                                                 315
      Oktoberrevolutie                                                         oppositie. De Bolsjewiki deden in juli een eerste greep naar de macht - die
                                                                               echter mislukte -; een herhaling volgde - dit keer met succes - in november


      en bolsjewisme
                                                                               (volgens Russische tijdrekening op 25/26 oktober). De Algemene
                                                                               Vergadering die zich over de toekomstige regeringsvorm moest uitspreken
                                                                               werd verjaagd en de Bolsjewiki namen, zonder veel tegenkanting, zelf de
                                                                               macht in handen. Het was het begin van de dictatuur van het proletariaat,
                                                                               met haar arbeiders- en soldatenraden. In 1922 zou officieel de Unie van
                                                                               Socialistische Sovjetrepublieken (USSR) worden opgericht.

     In 1903 was door Lenin in Londen een marxistische partij opgericht,       De Kerk en het nieuwe regiem
     gebaseerd op het historisch materialisme. In principe werd in haar
     program de godsdienst beschouwd als een particuliere                      In 1918 werd de volledige scheiding tussen Kerk en staat ingevoerd. Onder
     aangelegenheid; in werkelijkheid werd ze belasterd als de rem op          `Kerk' dienen we hier vooral de Russisch-Orthodoxe Kerk te verstaan, al
     elke vooruitgang. Deze houding groeide uit tot een atheistische           waren er, vooral in het Westen, ook grote groepen katholieken. Alle
     ideologie die zich ontwikkelde tot godsdiensthaat, het geluk              kerkelijke bezittingen (waaronder 40.000 parochiekerken, 750 kloosters, 68
     uitsluitend in deze wereld zocht, een geloof in het hiernamaals           bisschoppelijke residenties en meer dan 40.000 scholen) werden tot
     verderfelijk achtte en de religies verweet dat ze mensen naar een         nationaal eigendom verklaard. Godsdienstonderricht en openbare
     zelfbedwelmend defaitisme leidden.                                        godsdienstoefeningen werden verboden. Bisschoppen werden gevangen
                                                                               genomen, verbannen of terechtgesteld. Priesterseminaries werden
                                                                               ontbonden. Vanwege de tegenstand van het volk werd de toepassing van
De Oktoberrevolutie                                                            deze wetgeving in de praktijk tijdens de jaren 1919-1922 enigszins

De Russische theocratie van de tsaren had een reeks van sociale                     Affiches tegen het bolsjevisme doken al snel op in onze streken (Ver-
wantoestanden laten ontstaan. Agrarische hervormingspogingen waren op
                                                                                    kiezingsaffiche uit 1925. doc. KADOC Leuven).
een mislukking uitgelopen en er was een landbouwersproletariaat
gegroeid, dat zich bij de revolutionairen aansloot. De sociaal-democraten
en de van hen afgescheiden radicalen (de Bolsjewiki) zochten hun
                                                                                 wat wil - T S OCIALISME     2
aanhang vooral onder de fabrieksarbeiders, onder wie ze een                     Onteigening door nieuwe LASTEN
grootscheepse propaganda voerden. Er werden verregaande hervormingen
geëist, die de tsaren niet bleken te willen toestaan. Toen tijdens de Eerste
Wereldoorlog ook nog bleek hoe slecht de voedselvoorziening in het
binnenland geregeld was, nam Nicolaas II zelf de teugels in handen.
Raspoetin, aan wie men - vanwege zijn invloed op de keizerlijke familie -
het merendeel van de misstanden toeschreef, werd in januari 1917
vermoord, maar nog was de ontevredenheid van het volk niet bezworen.
Stakingen in de fabrieken van Petrograd leidden in maart 1917 tot een
revolutie die weldra oversloeg op het leger. Nicolaas werd gedwongen tot
troonsafstand en samen met zijn familie naar Siberië verbannen. Een meer
liberaal gezinde regering onder de grootvorst van Lwow kwam aan het
bewind met de belofte, dat zij tegen oktober 1917 een nieuwe
regeringsvorm zou uitwerken. Na de maartrevolutie waren de leiders van
de extremisten met Lenin naar Rusland teruggekeerd en daar voerden ze
een felle
91                                                                                                                                                     317
versoepeld. In 1929 werd een nieuwe wet inzake de godsdienstige
verenigingen afgekondigd, die weliswaar de godsdienstvrijheid                   Rome en het communisme
waarborgde, maar iedere propaganda of caritatieve werkzaamheid van de           Vanwege de kritieke kerkpolitieke situatie had Benedictus XV reeds in
Kerk verbood. Wie geen achttien jaar of ouder was, mocht niet                   1917 - het jaar van de revolutie zelf - in de schoot van de curie een
deelnemen aan de cultus en godsdienstonderricht werd verboden. De               Congregatie voor Oosterse Kerken opgericht, waarbinnen `Pro Russia'
kerkgebouwen moesten van de staat gehuurd worden, maar de `huurders'            een eigen commissie vormde. Eveneens in 1917 kwam in Rome een
moesten er onvoorstelbaar hoge huursommen voor neertellen. Als                  `Oosters Instituut' tot stand. De Jezuïet pater d'Herbigny werd door Pius
logisch gevolg daarvan werden vele kerken gesloten. Een aantal andere           XI tot bisschop geconsacreerd en in 1925/1926 naar Rusland gestuurd om
werd voor andere doeleinden, bijvoorbeeld als musea, gebruikt. Van de           er onder de katholieken de kerkelijke hiërarchie opnieuw in te stellen. In
oorspronkelijk 1600 kerken en kapellen in Moskou waren er in 1936,              het geheim consacreerde hij er vier bisschoppen. Toen de
toen de nieuwe grondwet vrijheid van godsdienst erkende, nog geen               veiligheidsdienst van de Sovjetunie daarachter kwam, moest hij het land
honderd meer open. De christelijke huwelijkswetgeving werd afgeschaft.          verlaten, terwijl de nieuwgewijde bisschoppen in de gevangenis terecht
In de scholen en in de officiële communistische jeugdbeweging (de               kwamen. Het kerkelijke leven werd, zeker naar buiten toe, volledig
Komsomon werd een zeer intensieve antigodsdienstige propaganda                  lamgelegd. De activiteit van de priesters werd nauwlettend in de gaten
gevoerd. De `Bond van Strijdende Godlozen' gaf ook leiding aan zulke            gehouden en door talloze maatregelen bemoeilijkt.
propaganda in het buitenland. Tijdens het Interbellum werd de                   De veroordelingen van het communisme volgden elkaar op. We noemen
Orthodoxe Kerk in de Sovjetunie volledig ontwricht. Innerlijke                  hier alleen de encyclieken Miserantissirnus Redennptor (1928), Caritate
spanningen binnen die Kerk hebben daartoe bijgedragen. Bepaalde                 Christi (1932) en vooral Divini Redemptoris (1937), waarin de paus er
stromingen onder de clerus waren de revolutie gunstig gezind (veelal uit        nadrukkelijk op wees dat de marxistische leer die aan het communisme
sociale motieven) en niet zelden waren de volkscommissarissen gewezen           ten grondslag lag in een dialectisch materialisme wortelde en in feite een
seminaristen, soms verbitterde popenzonen. Onder de zogenoemde `witte           atheïstische levensbeschouwing huldigde. Zij beroofde de individuele
clerus' (de dorpspriesters) ontstond een reactie tegen de `zwarte clerus',      mens van zijn vrijheid en van zijn menselijke waardigheid. Overigens
dat wil zeggen de uit monniken bestaande hiërarchie, die beschuldigd            had de paus in 1930 de gehele christenheid reeds opgeroepen voor een
werd van wereldvreemdheid en aanhankelijkheid aan de gevallen                   gebedsactie tegen het communistische gevaar.
theocratie. In Oekraïne werd in 1921 een autocefale Kerk gesticht; in
1925 een tweede in Charkov. Patriarch Tychon, die zich in 1922 had              Vooral Pius XI was als het ware geobsedeerd door `het Rode Gevaar'.
verzet tegen de opeising van de kerkschatten door de staat, werd                Men moet daarbij echter wel bedenken dat onder zijn pontificaat het
gearresteerd. Een door het regiem gesteunde `Levende Kerk' (die tot             communisme in Mexico de Kerk zwaar op de proef stelde, dat in Spanje
1946 een tamelijk kunstmatig gerekt bestaan zou leiden en vervolgens            het Frente Popular een greep naar de macht deed, dat in Frankrijk het
zou ophouden te bestaan) was voor de Orthodoxe patriarchale Kerk                Volksfront, bestaande uit socialisten
oorzaak van nieuwe spanningen. Toen Tychon in 1925 overleed, werden             en communisten onder de leiding van Léon Blum, in 1936 aan het
de drie door hem aangewezen kandidaat-opvolgers hetzij verbannen,               bewind kwam en dat in de chaotische toestand van de WeimarRepubliek
hetzij achter de tralies gezet, en achttien jaar lang bleef de Kerk officieel   in Duitsland de dreiging van het communisme meer dan eens voelbaar
zonder patriarch. Omdat de Kerk tussen 1941 en 1945 het vaderland in            was. Nagenoeg overal werd het katholieke leven voor een belangrijk
woord en daad steunde tijdens de `Grote Vaderlandse Oorlog' tegen               deel bepaald door de schrik voor een niets
Duitsland, werd de metropoliet Sergij met toestemming van Stalin in             ontziend communisme. Het gevaar van kerkvervolging (dat niet
1943 `fungerend patriarch' (zonder daartoe door de Kerksynode zelf              denkbeeldig was) moest worden afgewend. Moskou werd zo de
benoemd te zijn). In september van dat jaar kwam een soort concordaat           symbolische tegenpool van Rome.
tot stand, waarbij de Kerk het recht verwierf, twee door geestelijken
geleide vormingscentra en acht seminaries voor toekomstige priesters op
te richten. Dank zij een wat mildere houding van de regering kon de
Orthodoxe Kerk zich in de Sovjetunie reorganiseren. De katholieken, die
in vergelijking met de Russisch-Orthodoxen niet zo talrijk waren,
hadden het niet minder zwaar te verduren.                                                                                                              319
92
      Godsdienstig leven                                                   1913 werd jaarlijks een Franstalige en een Nederlandstalige Liturgische
                                                                           Week georganiseerd in de abdij Keizersberg. Na de oorlog gingen, eerst


      tijdens het
                                                                           in 1920, daarna van 1922 tot 1939, de Nederlandstalige Liturgische
                                                                           Weken afwisselend in Leuven of in een andere Vlaamse stad door. Dat ze
                                                                           een gemiddelde van 150 deelnemers kenden, is mede te danken aan de


      interbellum
                                                                           bijdrage van Noord-Nederland en aan de inzet van de Liturgische Kring
                                                                           van Brugge, waarvan C. Callewaert voorzitter en bezieler was en bleef tot
                                                                           aan zijn dood in 1943. Ook liturgische tijdschriften zagen het licht,
                                                                           doorgaans in het Frans, maar al snel gevolgd door een Nederlandse
                                                                           uitgave. La vie liturgique (uit Keizersberg) bereikte op een gegeven
                                                                           ogenblik een oplage van 68.000 exemplaren, ook al omdat een
                                                                           aanzienlijk aantal lezers Nederlanders en Vlamingen waren. De abdij
     Wie de post-conciliaire stroomversnellingen in de godsdienstige       Affligem zorgde voor een Nederlandse editie, Het Kerkelijk Leven,
     beleving heeft meegemaakt, is geneigd de periode van het              verspreid in vier Vlaamse en vijf Nederlandse bisdommen. Parallel
     Interbellum als niet meer dan een tijd van stagnatie te beschouwen.   hiermee verschenen Questions Liturgiques en Liturgisch Tijdschrift, dit
     Veel van wat zich toen in de kerk heeft afgespeeld lijkt nu wel       laatste onder redactie van de abdij Affligem, die in 1919 de titel zal
     hopeloos oubollig en achterhaald. De devotievormen lijken             veranderen in Tijdschrift voor Liturgie.
     levenloos en ouderwets. Wie de twee decennia die de twee
                                                                           Naast de Benedictijnen hebben ook de Norbertijnen zich voor een
     wereldoorlogen van elkaar scheiden echter aandachtiger bekijkt,
                                                                           liturgische heropleving ingezet. Hierbij kan in de eerste plaats worden
     zal vaststellen dat er in die jaren desondanks heel wat in beweging
                                                                           gedacht aan Tongerlo, aan pater Anton van Clé en aan de Misweken.
     is gekomen, dat Vaticanum II juist mede mogelijk heeft gemaakt.
                                                                           In Oostenrijk bracht Pius Parsch (1884-1954) vanuit de abdij
                                                                           Klosterneuburg, bij Wenen, vroomheid en liturgie samen. Als eerste in
Liturgie                                                                   het Duitse taalgebied bezorgde hij in de vorm van vlugschriften de
                                                                           teksten van de zondagsliturgie aan het volk. Met zijn talrijke boeken
Aan de Benedictijnen komt als eersten de verdienste toe, dat zij de        beoogde hij een dicht bij de bijbel aansluitende vroomheid tot stand te
liturgie naar het volk hebben gebracht. Reeds voor de Eerste               brengen. Volksliturgie en zielzorg werden beschouwd als bij elkaar
Wereldoorlog hadden de abdijen van Maredsous (België) en van Beuron        behorend.
(Duitsland) een volksmissaal op de markt gebracht, om de rijke schat
van gebeden die door de priester in het Latijn werden gebeden voor de      'De Kerk ontwaakt in de zielen'
gewone gelovigen toegankelijk te maken. In volle oorlogstijd (1915)        Onder de bezieling van Romano Guardini (1885-1968) was de Duitse
zullen de Benedictijnen van Affligem het eerste Volksmisboek voor          Quickborn-jeugd tot een bloeiende beweging uitgegroeid. Ze streefde
Vlaanderen en Nederland uitgeven.                                          ernaar, van de eucharistie een ware viering te maken. In de liturgie
Op het Congres van Mechelen (1909) had Dom Lambert Beauduin van de         vonden de jongeren een vervulling van hun verlangen naar
abdij Keizersberg bij Leuven een toespraak gehouden, waarin hij er voor    gemeenschapsbeleving. Het geloof nam gestalte aan in `heilige tekenen'.
had gepleit, de liturgie niet langer als het privé-eigendom van de         In zijn vele geschriften streefde Guardini ernaar, mensen te vormen die
monniken te beschouwen, maar die ook door de gelovigen te laten            als christelijke persoonlijkheden door het leven zouden gaan. Zowel in
meebeleven. Tijdens het Interbellum zullen de te Mechelen gelanceerde      als buiten Duitsland was zijn invloed enorm groot. Hij kan worden
gedachten uitgroeien tot een liturgische beweging.                         beschouwd als de mentor van de velen die zich
In de eucharistieviering haalde men de aanwezigen uit hun passieve rol     uit de routine van de geloofspraktijken of uit de stugheid van het
en men zocht naar een actieve deelname, die heel bescheiden begon met
een gedialogeerde mis. De initiatieven die tot stand kwamen, vooral als    rubricisme (het vastzitten aan de voorgeschreven volgorde in
een gevolg van Dom Lambert's toespraak, kenden een onverwachte             het missaal met teksten voor priester - in rood (rubrum) – en voor
bloei. Van 1910 tot                                                        gemeente - in zwart) wensten terug te trekken.

93                                                                                                                                              321
Er werden zo weerbare mensen gevormd, die vanuit hun religieuze
overtuiging actief wilden meewerken aan de herkerstening van het oude
continent. Tegen het privatiseren van de godsdienst gingen zij een
offensief aan. Zonder een organisatorisch verband te vormen (zoals de
Katholieke Actie deed) bonden ze de strijd aan tegen alle stromingen
die    ze     verantwoordelijk    hielden    voor     het   groeiende
seculariseringsproces en voor het massaal verlaten van de
zondagspraktijk. Merkwaardig is alleszins - maar vanuit de historische
context wel begrijpelijk - hoe het communisme als het
allesoverheersende gevaar werd beschouwd. Priesters en leken werden
opgeroepen om deel te nemen aan een kruistocht ter verdediging van
God en van de Kerk.

Eucharistische vroomheid
Sinds het pontificaat van Pius X (1903-1914) was de klemtoon komen te
liggen op de eucharistie. De paus had gewezen op het nut van de
veelvuldige communie en hij had de leeftijd voor de eerste communie
verlaagd. Op de samenhang van eucharistieviering en communie had hij
echter niet gewezen. De veelvuldigheid van de communie werd op die
manier voor velen een doel in zichzelf, een verhouding van het individu tot
Christus, maar niet een gemeenschapsgebeuren dat een integraal deel
uitmaakte van de eucharistieviering. Aanbidding en lof brachten weliswaar
wat warmte in de vroomheid, maar hielden tegelijk het gevaar in, dat de         zijn spiritualiteit, het lijkt wel degelijk zijn bedoeling te zijn geweest de
mis uitsluitend als een offer werd gezien en niet als een delen in het          jeugd een opbouwende rol te laten spelen in de haar omringende wereld. In
lichaam en bloed van de Heer.                                                   Nederlands Brabant werd het initiatief overgenomen door mgr. Frencken.
De eucharistische congressen, die reeds vóór de Eerste Wereldoorlog
georganiseerd werden, kregen tijdens het Interbellum een triomfantelijk
karakter. In 1922 werd de reeks in Rome hervat. De hostie werd het              Heilig Hart
symbool van de eenheid onder de christenen temidden van een door de
oorlog verscheurde mensheid. Op wens van de paus werd nu regelmatig een         Het Heilig Hart, dat reeds in de negentiende eeuw met liefde vereerd werd,
wereldcongres gehouden, achtereenvolgens in Sydney (1928), Carthago             kwam tussen de beide wereldoorlogen weer op de voorgrond. De viering
(1930), Dublin (1932), Buenos Aires (1933), Madrid (1936) en Boedapest          van `de eerste vrijdag van de maand' als de vrijdag van het H. Hart,
(1938). Dat ondertussen reeds een hele weg werd afgelegd, moge blijken uit      verbonden met de communie en het bidden voor een maandelijks
het feit dat tijdens de laatste congressen niet meer de slotprocessie als het   vastgestelde pauselijke intentie, werd een kenmerkende vorm van
hoogtepunt werd gezien, maar de gemeenschappelijke eucharistieviering.          vroomheid. In diezelfde periode zochten de theologen naar een bijbels-
                                                                                patristische basis voor de H. Hartdevotie, temeer omdat hier een gevaar
Rond 1920 werd Averbode een centrum van de aldaar gestichte                     dreigde voor een sentimentele piëteit die soms op ongelukkige wijze tot
`Eucharistische Kruistocht'. De beweging gaf de abdij een nieuw elan.           uiting kwam in kitscherige beelden en prentjes. Met de encycliek
'Zonneland' is thans aan zijn 69ste jaargang toe, en het blad kreeg             Miserantissimus Redemptor (1928) werd het feest van het H. Hart
verscheidene zusteruitgaven, ook in het Frans. Edward Poppe heeft op de         verheven tot een van de liturgisch hoogste feesten van het jaar. In het begin
Eucharistische Kruistochtgedachte ingespeeld en is er de grote bezieler van     van de jaren dertig, toen de wereldcrisis overal paniek zaaide, publiceerde
geworden. Al blijkt het niet zo duidelijk uit                                   Pius Xl
94                                                                                                                                                       323
een nieuwe encycliek, Caritate Christi (1932), waarin werd opgeroepen
tot gebed en boete voor de smaad die door de goddeloosheid van de
                                                                               Organisatie
mensen aan het liefdevol Hart van Jezus werd aangedaan. Na de Tweede           De opvatting over een georganiseerde `Katholieke Actie' nam vorm
Wereldoorlog zullen tegen deze devotie een aantal bedenkingen rijzen.          aan. Ze werd gezien als een `deelname van de leken aan het
Sommigen zullen aanstoot nemen aan de concrete voorstellingen of
                                                                               hiërarchisch apostolaat', een beweging die als doel had te ijveren voor het
vereringsvormen; anderen zullen de H. Hartdevotie een historisch
                                                                               Rijk van Christus en daardoor aan de mensen het hoogste van alle
bestaansrecht toekennen (als reactie tegen het jansenistische rigorisme),
                                                                               goederen te brengen. Vanuit de visie van de paus op de Kerk als Gods
maar toch geneigd zijn de zin van deze cultusvorm voor de twintigste
                                                                               Rijk op aarde werden de gelovigen opgeroepen om het christelijk geloof
eeuw ter discussie te stellen. Met de encycliek Haurietis aquas (1956) zal
                                                                               en de christelijke levenshouding overal te verspreiden, krachtdadig te
Pius XII, mede dank zij het studiewerk van de theologen, alle
                                                                               verdedigen en beide zowel in het privéals in het openbare leven tot hun
misverstanden uit de weg ruimen. Met een verwijzing naar Schrift en
                                                                               recht te laten komen.
traditie wijst de paus er dan op, dat het hart alleen als symbool mag gelden   De concrete organisatie van de K. A. was, in het pauselijk denken,
voor de liefde van God tot de mens.                                            sterk bepaald door de situatie van de Kerk in Italië, dat toen onder
                                                                               fascistisch bewind stond en waar de staat aanspraak maakte op
                                                                               de opvoeding van de jeugd. Na een conflict met Mussolini zal
 Maria                                                                         worden overeengekomen, dat de katholieke jeugdgroepen
Een militante levenshouding kwam tot uiting in het Maria-legioen, dat in       zullen aanleunen tegen de fascistische Balilla's, maar daar zullen
1921 door Frank Duff in Dublin was opgericht en zich al snel naar alle         beschikken over hun eigen aalmoezeniers, die borg zullen mogen staan
continenten, vooral naar de missiegebieden, uitbreidde. Ook Maria-             voor de religieuze opvoeding van de jeugd. Daarnaast zag de paus een
Congregaties verspreidden zich in veel landen. In 1931 werd het feest van      `eigenlijke Katholieke Actie', die volledig a-politiek zou zijn en zonder
de H. Moeder Gods ingesteld en in 1937 verscheen een encycliek ter             enige binding met de staat vrij en onafhankelijk zou kunnen werken. Juist
bevordering van het rozenkransgebed.                                           vanwege haar religieus karakter zou ze diocesaan en parochiaal
                                                                               georganiseerd zijn en niet worden opgesplitst volgens standen en

      Katholieke actie                                                         beroepen.
                                                                               I n landen zoals Duitsland, waar katholieke verenigingen waren
                                                                               opgezet die, boven de parochies uit, volgens de standen waren
                                                                               ingedeeld (arbeiders, studenten, enzovoort), stuitte het Italiaanse
                                                                               model op tegenstand. Deze groepen waren weliswaar kerkelijk, maar de
      Pius XI (1922-1939) had bij zijn vei.' iezing tot paus een               ze genoten een relatieve zelfstandigheid tegenover bisschoppen. Het en
      wapenspreuk gekozen die een programma inhield: `De vrede van             stond hun vrij, bepaalde beslissingen te treffen opdrachten op zich te
      Christus in het Rijk van Christus'. In een toespraak die hij bij die     nemen, zonder hiervoor rechtstreeks een mandaat van de Kerk te
      gelegenheid hield verwees hij naar het algemeen priesterschap van        hebben ontvangen. Ze namen zonder aarzeling de idee van de `actio
      de gelovigen, om deze laatsten hun inzet te vragen voor de               catholica' in hun programma op, maar grepen niet wezenlijk in hun
      uitbreiding en de verspreiding van het Rijk Gods. Drie jaar later        eigen structuur in.
      kondigde hij het feest van Christus-Koning af. De gruwel van deze        Jozef Cardijn (1882-1967)
      tijd, aldus de paus, is het zogenaamde laicisme, met zijn dwalingen
      en goddeloze bedoelingen'. Hij schreef deze situatie toe aan de          Cardijn is in binnen- en buitenland een begrip geworden. In 1924 stichtte
      lauwheid en de vrees van de goeden, die de strijd niet aandurfden of     hij de Jeunesse Ouvrière Chrétienne (J.O.C.), specifiek op de arbeidende
      slechts zwakjes weerstand boden. De encycliek kwam als een               bevolking gericht. Reeds bij het begin ontstond een controverse tussen de
      mobilisatieoproep bij de leken aan. Een oproep tot lekenapostolaat.      aanhangers van een K. A., zoals die door de paus voor Italië was gewild,
                                                                               één brede organisatie voor alle standen (in België verdedigd door priester
                                                                               (later mgr.) Picard in de

95                                                                                                                                                    325
                                                                              te dringen - vooral in de Limburgse mijnstreek -, maar het was niet
                                                                              gemakkelijk het katholieke volk een offensief- apostolische
                                                                              overtuiging mee te geven. De officiële instelling van de K.A. naar
                                                                              Belgisch model vond pas in 1936 plaats.
                                                                              De K.A.J. wilde een school zijn voor godsdienstige, morele en sociale
                                                                              vorming. De jonge arbeiders werden er gewezen op hun eigen
                                                                              verantwoordelijkheid: apostelen te zijn in het eigen milieu. De beweging
                                                                              wilde haar leden leren `zien, oordelen en handelen', tot op de dag van
                                                                              vandaag de pedagogisch-verantwoorde, richtinggevende triade van de
                                                                              K.A.J. Uitgaande van de concrete materiële en morele
                                                                              levensomstandigheden werd gepoogd de jongens (en sinds
                                                                              1925 ook de meisjes) een godsdienstige levensvisie mee te geven en
                                                                              hen op die manier in staat te stellen, deze in hun levensmilieu te
                                                                              beleven en er dat milieu door te beïnvloeden.
                                                                              Van de persoon van Cardijn ging een onweerstaanbare aantrekkingskracht
                                                                              uit. Hij was een geboren redenaar en sprak de massa's toe vanuit een
                                                                              diepe overtuiging. Men voelde de oprechtheid van zijn woorden, van zijn
                                                                              opkomen voor de waardigheid van de arbeider. Na de Tweede
      Jozef Cardijn (links), stichter en bezieler van de K.A.J., Pieter van   Wereldoorlog maakte hij reizen in alle werelddelen en de K.A.J. werd
      der Meer de Walcheren (rechts), die onverdroten strijd voerde           internationaal uitgebreid. Door hem in 1965 tot kardinaal te verheffen
      tegen een loom en conventioneel christendom.                            heeft Paulus VI zijn grote verdiensten voor de Kerk in het licht willen
                                                                              stellen. Toen Cardijn, die in zo hoge mate de Katholieke
Association Catholique de la Jeunesse Belge (A.C.J.B.): een a-politieke       Arbeidersbeweging belichaamde, twee jaar later overleed, zou de
organisatie die zich tot louter religieuze aangelegenheden beperkte), en de   beweging een ernstige crisis kennen.
K. A. zoals ze door Cardijn was opgevat. In 1927 werd een compromis
bereikt. De A.C.J.B. was bereid, het specialiteitsbegrip voor de K. A.        Andere formules
onder de jeugd te erkennen. Ze aanvaardde dus een specifiek aangepaste
actie onder de jeugd van de arbeiders, landbouwers, middenstanders en         Naast de baanbrekende rol van de katholieke arbeidersjeugd, waarvan de
studenten. Cardijn, van zijn kant, stemde er mee in, dat de A.C.J.B.          apostolaatsformule al vrij snel in andere landen werd overgenomen, zou
overkoepelend zou optreden als coordinator van de diverse                     nog gesproken moeten worden over vele andere vormen van Katholieke
jeugdorganisaties. Vanaf 1928 werd die formule ook toegepast in het           Actie. De beweging onder de studenten, bij de burger- en de
Vlaamse deel van het land. Het Jeugdverbond voor Katholieke Actie             landbouwersjeugd, hebben we slechts terloops vermeld, ook al omdat
(J.V.K.A.) overkoepelde de gespecialiseerde bewegingen, waarvan de            geen daarvan een zo charismatische leidersfiguur had als de K.A.J., maar
K.A.J. de eerste en meest bekende was. Het Belgische model van de             elke beweging zou eigenlijk het bespreken waard zijn. Over de K. A.
K.A.J. werd reeds in 1926 door Frankrijk overgenomen. In Nederland            onder de universitairen in Lemen bijvoorbeeld - en over de sterke invloed
kwamen georganiseerde verenigingen die specifiek aanspraak konden             van professor Dondeyne, een man die als geen ander open stond voor de
maken op de naam Katholieke Actie minder voor. De `Heemvaart' was             dialoog tussen geloof en wereld en naar wie een hele generatie opkeek -
een methode om zich door ascese en beoefening van de mystieke tradities       zouden vele zinnige dingen gezegd kunnen worden. Er was ook een K. A.
het genadeleven meer eigen te maken. Het was een zoeken naar een eigen        voor volwassenen. En bovenop dit alles zou het behandelen van ieder
religieuze levensstijl, die verder ging dan de traditionele `geestelijke      land afzonderlijk nog zijn eigen nuancering vragen. Intussen zal wel
oefeningen', maar waarin het apostolische element onvoldoende tot zijn        duidelijk geworden zijn, dat de K. A. uit het kerkelijke leven tussen d e
recht kwam. Sommige mensen met een vooruitziende blik begrepen                twee wereldoorlogen niet meer weg te denken is.
weliswaar dat de Kerk behoefte had aan een jeugd die bereid zou zijn om
de ontkerstende wereld binnen
96                                                                                                                                                 327
 Invloedrijke leken                                                                 Kerk en fascisme
Men mag niet de indruk krijgen, dat tijdens het Interbellum invloedrijke
leken alleen in de gelederen van de K. A. aangetroffen werden. In
praktisch alle landen zijn er gelovigen geweest die nooit tot enige
                                                                                    in Italië
organisatie hebben behoord, maar die toch heel sterk
hun stempel hebben gedrukt op de wereld waarin zij leefden en niet
zelden een internationale bekendheid kregen. Hun leven en werken
getuigde van originaliteit en stuk voor stuk waren ze persoonlijkheden              Na de ineenstorting van de Kerkelijke Staat in 1870 had de paus de
tegen wie men opzag. In Engeland was er een G. K. Chesterton (1847 -                Italiaanse katholieken verboden, in het vervolg politieke mandaten
1936), een bijna legendarische figuur die de kunst verstond om diepe                te aanvaarden en zich bij verkiezingen naaide stembus te begeven.
dingen op een gekke, maar rake manier te zeggen. Zijn christen-zijn                 Na verloop van tijd moest de Kerk ervaren dat daardoor ook alle
straalde van levensvreugde. In Italië was er Giovanni Papini (1881-1956),           invloedrijke plaatsen in de handen van kerkvijandige elementen
een man die ontzag en bewondering afdwong door zijn forse taal, het                 kwamen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog sloten alle Italianen de
radicalisme van zijn overtuiging en zijn aanklacht tegen al wat de                  gelederen. De verdediging van het vaderland tegen de
authenticiteit van het christendom aantastte. Hij pleitte voor een gelovi ge        gemeenschappelijke vijand bereidde de katholieken er op voor, bij
volwassenheid. Op Nederlandstalig terrein ging een niet geringe invloed             het staken van de vijandelijkheden opnieuw politieke
uit van Anton van Duinkerken (1903-1968), die met zijn Hedendaagsche                verantwoordelijkheden op zich te nemen. Met toestemming van de
Ketterijen (1929) en De menschen hebben hun gebreken (1935) het                     Heilige Stoel richtte de priester-politicus Don Luigi Sturzo in 1919
buitenkerkelijke geestesleven van zijn tijd mild ontleedde en een pleidooi          de Partito Popolare Italiano (Italiaanse Volkspartij) op, die in de
hield voor een katholiek humanisme. In één adem met hem moet Pieter                 naoorlogse jaren een belangrijke rol zou spelen. Reeds bij de eerste
van der Meer de Walcheren (1880-1970) genoemd worden, die in opstand                verkiezingen behaalde ze meteen honderd zetels.
kwam tegen het rustige bezit van de traditionele waarden en vanaf de
jaren twintig voor een vernieuwde visie ijverde. Men zag hem wel eens
als een beeldenstormer, omdat hij tegen alle heersende opvattingen in
                                                                               Opkomst van het fascisme
nieuwe normen wilde hanteren bij het beoordelen van mensen en                  Hoewel de Volkspartij opkwam voor de katholieke belangen, wilde zij
stromingen.                                                                    niet confessioneel zijn en verklaarde zij dat zij geen richtlijnen van het
                                                                               Vaticaan wenste te ontvangen. Ze stelde een gedurfd programma op voor
                                                                               meer sociale gerechtigheid in de landbouwgebieden, ijverde samen (en
De rol van de leken in de Kerk zal tijdens Vaticanum II nog nader              ook volgens akkoorden) met de socialisten voor een achturige werkdag,
gespecificeerd worden, met name vanuit de gezichtshoek van `het
Godsvolk'.                                                                     maar slaagde er niet in een regering te vormen met de socialisten:
                                                                               meningsverschillen over de schoolkwestie bleven het grote struikelblok.

                                                                               Intussen was ook Benito Mussolini op het toneel verschenen. Tijdens de
                                                                               oorlog had hij een zwenking naar rechts gemaakt en sinds 1919 was hij
                                                                               ook politiek actief. Hij was een uitstekend redenaar en een meester in het
                                                                               tactische steekspel. In oktober 1922 was hij er - door druk langs
                                                                               buitenparlementaire weg - in geslaagd, als ministerpresident aan het
                                                                               bewind te komen. Het jaar daarop gaf hij op een aantal punten toe aan de
                                                                               Kerk, o.m. op het gebied van de interconfessionele scholen, een gebaar
                                                                               dat door de hiërarchie positief werd beoordeeld, ondanks de
                                                                               omstandigheid dat hij tegelijkertijd de Volkspartij uit zijn kabinet
                                                                               verwijderde. Onder de katholieken
328                                                                                                                                                  329
kreeg hij steeds meer sympathie, omdat hij met goed resultaat opkwam         enige officieel erkende godsdienst van Italië verklaard. Speciale
voor orde, het socialistische terrorisme onderdrukte en maatregelen trof     juridische prerogatieven werden ook toegekend aan personen en
tegen liberalisme en vrijmetselarij. Toen Mussolini bovendien liet blijken   instellingen die tot de opperste leiding van de Kerk behoorden. De
dat hij een definitieve oplossing wenste te vinden voor de nog steeds        vrijheid van conclaven en concilies werd gewaarborgd. Verder werd een
hangende `Romeinse Kwestie', distancieerde het Vaticaan zich van de          financieel akkoord gesloten. Als vergoeding voor de afgestane
innerlijk verdeelde Parlito Popolare en kon de `Duce' zonder al te veel      Kerkelijke Staat zou Italië één miljard lire in staatsleningen toekennen
moeilijkheden in 1925 de absolute macht grijpen. Pius XI, die nuntius was    en 750 miljoen lire in contanten. De vrije uitoefening van de geestelijke
geweest in Warschau en daar van dichtbij het communistische gevaar had       macht van de paus werd gewaarborgd, evenals die van de cultus en de
leren kennen, was blijkbaar minder bang voor het fascisme dan voor het       kerkelijke jurisdictie. De geestelijken kregen bovendien speciale
communisme! Hij zag ook dat het fascisme een dam zou kunnen opwerpen         privileges: ze werden vrijgesteld van militaire dienst en zouden onder
tegen het antiklerikale laïcisme, dat na de Eerste Wereldoorlog in Italië    een speciaal strafrecht ressorteren. De staat verbond zich er toe, aan
sterk was gegroeid.                                                          geëxcommuniceerde geestelijken geen openbare ambten te verlenen.
                                                                             Van hun kant moesten de geestelijken en de Katholieke Actie zich ertoe
                                                                             verplichten, zich niet met de politiek te zullen inlaten.
De Lateraanse Verdragen (1929)                                               De Lateraanse Verdragen werden door de overgrote meerderheid van de
                                                                             publieke opinie - katholieken en niet-katholieken - gunstig ontvangen. Ze
De verzoening tussen Kerk en staat is zowel door de paus als door
                                                                             zouden tot de raamovereenkomst van 1984 de verhouding Kerk-Staat in
Mussolini als het belangrijkste resultaat van hun beider ambtsperiode
                                                                             Italië blijven regelen. In 1975 werd door minister-president Aldo Moro
beschouwd. In een zeer bekend geworden parlementstoespraak op
                                                                             aangekondigd, dat er nieuwe besprekingen zouden beginnen. Ook in het
21 juni 1921 had de Duce reeds gewezen op het belang, die hangende
                                                                             Vaticaan zou men
kwestie te regelen, maar pas toen hij aan de macht was kon hij
daadwerkelijk optreden. Op 4 oktober 1926 gaf hij opdracht, de                      Ondertekening van de Lateraanse Verdragen door kardinaal
onderhandelingen met de H. Stoel te beginnen. Na twee jaar en vier                  Gasparri (links) en Mussolini (rechts).
maanden was alles rond en was men het eens geworden over een
gemeenschappelijke tekst. Vanaf het begin had de paus twee eisen
gesteld: in een tractaat moest de H. Stoel als een soevereine
staat worden erkend, en dit moest bovendien - zij het op symbolische wijze
- territoriaal uitgedrukt worden; er moest verder een concordaat komen dat
het bestaansrecht van de Kerk in Italië zou vastleggen. Aan de eerste eis
werd pas na veel aarzelen toegegeven. Met het principe van een concordaat
was Mussolini het onmiddellijk eens.
De moeilijkheden begonnen, toen het principieel overeengekomene
concreet diende te worden ingevuld. In de eerste schemata stelde Pius XI
zijn eisen zeer hoog (uit tactiek?, uit principe?). Zo wilde hij, dat
voorgeschreven zou worden dat ook in de officiële scholen de studenten en
leraren gezamenlijk hun zondagsplicht zouden vervullen. Hij wilde verder
een herziening van de handboeken voor de schoolgaande jeugd. In de loop
van de onderhandelingen zag de H. Stoel van deze eisen af; wel werd
echter vastgehouden aan andere punten, o.m. dat godsdienstlessen in het
officiële lager en middelbaar onderwijs (niet aan de universiteiten)
verplicht zouden worden en dat de burgerlijke gevolgen van het kerkelijke
huwelijk zouden worden aanvaard. De paus wist ook een grotere vrijheid te
verkrijgen bij de keuze van de bisschoppen en het katholicisme werd tot de

98                                                                                                                                                   331
langzamerhand gaan inzien, dat er sinds 1929 in de Italiaanse                    geldigheid van de gesloten huwelijken op het spel. Protestnota's en
samenleving veel was veranderd en dat een aantal bepalingen inmiddels            onderhandelingen haalden ook nu niets uit. Voor de Kerk was dat in feite
was achterhaald. Sinds enkele jaren zijn er besprekingen die een                 een nieuwe nederlaag.
overgang naar de verwezenlijking van de principiële overeenkomst van
1984 moeten regelen.                                                             Spoedig daarna zou de Tweede Wereldoorlog uitbreken; het is bekend hoe
                                                                                 na de ineenstorting van het Italiaanse leger Mussolini in 1945, na een
                                                                                 schijnproces, door partisanen werd terechtgesteld. Toen aan de
De dubbele crisis (1931 en 1938)                                                 oorlogshandelingen een einde was gekomen, zou een beperkte neo-
                                                                                 fascistische partij (de Movimento Soziale Italiano) weer opduiken, maar
In de jaren die op de Lateraanse Verdragen volgden heeft Mussolini moeten        voor een lange reeks van jaren zou het politieke leven in Italië worden
ervaren, dat de Kerk hem toch niet in alles onvoorwaardelijk volgde. De          beheerst door de Democrazia Cristiana (met eerst Alcide De Gasperi), die
crisis van 1931 betrof de jeugd. De Duce was van oordeel dat de K.A.-            in zekere zin kan worden gezien
jongeren zich ten onrechte met sociale vorming bezighielden. Op
diplomatiek vlak ontspon zich sinds april een discussie over de grenzen          als de voortzetting van de Partito Popolare van Don Sturzo.
tussen kerkelijke en niet-kerkelijke aangelegenheden. De paus eiste het
recht op, een algehele vorming te geven, inclusief een sociale, voor zover
die `wettig, nodig en onvervangbaar' was. Bovendien beklaagde hij zich
over de fascistische jeugdopleiding, die tot haat tegen en minachting voor
anderen leidde. Mussolini reageerde met een bestuursmaatregel waardoor
alle katholieke jeugd- en studentengroepen ontbonden werden. Toen een
diplomatiek protest hiertegen niets uitrichtte, publiceerde Pius XI op 29 juni
                                                                                      Nationaal-
                                                                                      socialisme in
1931 de encycliek Non abbiamo bisogno. Daarin veroordeelde hij niet het
fascisme als zodanig, maar verklaarde hij niet te kunnen dulden dat het op
een opvoedingsmonopolie aanspraak maakte. Eigenlijk werd dus een deel


                                                                                      Duitsland
van het fascistische programma aangeklaagd. In september kwam het tot
een compromis, waarbij de Kerk zich het meest toegeeflijk toonde. Reden
voor die pauselijke toegeeflijkheid was misschien het feit, dat er
eenvoudigweg geen alternatief was. Aan de Kerk werd weinig toegestaan,
in elk geval `minder' dan zij had gehoopt. Maar een alternatief zou
hoogstwaarschijnlijk `nog minder' zijn geweest. Met de feitelijke
uitschakeling van de K.A. was voor Mussolini een potentieel gevaarlijke
politieke tegenstander uitgeschakeld.
                                                                                      De jaren die op de Eerste Wereldoorlog volgden waren voor het vernederde
                                                                                      Duitsland jaren van verslagenheid en politieke onrust. Door het Verdrag
                                                                                      van Versailles, dat door de geallieerden aan Duitsland was opg elegd en
De crisis van 1938 vond plaats in een inmiddels gewijzigd politiek klimaat.           door de Duitsers als een `Diktat' werd ervaren, was een toestand geschapen
Sinds 1936 had Italië toenadering gezocht tot het nationaal-socialistische            die op een chaos afstevende. De regeringen van de
Duitsland. In de lijn van de Duitse politiek werd nu ook de Italiaanse joden          zogenoemde Weimar-Republiek kregen te maken met stakingen, inflatie en
het leven zuur gemaakt. In mei 1938 kwam Hitler in Rome op officieel                  hoge werkloosheid. De zittingen van het Duitse parlement waren woelig.
bezoek en in de herfst van datzelfde jaar werd door de fascistische regering          Tegen de machteloosheid van het parlementaire systeem, dat telkens opnieuw
gesleuteld aan de huwelijkswetgeving in een zin die aan racistische                   tot regeringscrises leidde, groeide het verlangen naar een sterk gezag dat aan
benadering deed denken. Een kerkelijk gesloten huwelijk tussen een jood               die uitzichtloze toestand het hoofd zou kunnen bieden. Op
en een katholiek verloor zijn burgerlijk effect. In feite had de nieuwe               deze situatie hebben Hitler en zijn in 1919 opgerichte uiterst rechtse partij
regeling slechts voor een paar dozijn mensen rechtstreeks gevolg; voor de             handig ingespeeld. Eind januari 1933 werd hij tot rijkskanselier benoemd .
Kerk stonden hier echter niet alleen de onaantastbaarheid van de Lateraanse
Verdragen, maar ook de

99                                                                                                                                                               333
De Duitse bisschoppen
Voor de Kerk lag de betekenis van zijn benoeming hierin, dat de leider
van een partij waarvan de ideologie niet door de Kerk was aanvaard, aan
het hoofd kwam te staan van de Duitse regering. De situatie werd nog
delicater, toen hij om volmachten vroeg en die - langs democratische
weg - ook kreeg.
De nationaal-socialisten huldigden een door de Kerk als verwerpelijk
beschouwde racistische doctrine over de superioriteit van het Germaanse
(`arische') ras. Hitler had in zijn boek Mein Kampƒ (deel 11925, deel 11
1926) zijn antisemitische ideeën reeds laten blijken. In 1930 had Alfred                                                                  Ittein     5iittrer!
Rosenberg zijn Mythus des 20. Jahrhunderts gepubliceerd met de                                                         (Dos Kina I v r i f i t : )
verheerlijking van `ras, bloed en bodem'. In de jaren 1929-1931 gaven                                                  3dt keno¢ Did! mold unb ¢abe bidt litb
sommige bisschoppen zich er rekenschap van, dat het nationaal-                                                                                        'ie Dotn unb inulttc.
socialisme meer was dan een politieke partij zoals de andere; het leek er                                              3d! mill bic immer 9 0 0 4 — jein
                                                                                                                                                     oit Dat.T unb Mutter.
veeleer op dat het zou uitgroeien tot een totalitaire levensfilosofie, een                                             Un menn id! gco§ bin, Ittife idt bic
partij met een pseudo-religieuze inslag. Sommigen - zoals mgr. Hugo van
                                                                                                                                                      mie Dates unb
Mainz - verboden hun diocesanen zelfs het lidmaatschap van die partij.                                                 niuttec, Unb fceun j o u t bu bid! an mie
                                                                                                                                                     mie Dato unb Mutter!
Franz von Papen, ooit behorend tot de rechtervleugel van de
Centrumpartij, maar al snel steun verlenend aan Hitler en sinds januari
1933 vice-kanselier, gaf zich rekenschap van het groeiende wantrouwen
                                                                             Duitse Rijk. Aangezien zo'n overeenkomst altijd deels een compromis
van het episcopaat en van het gevaar dat dit voor
                                                                             impliceert, waren er ook voor de Kerk zowel voor- als nadelen aan
de verdere doorbraak van de Fiihrer zou kunnen betekenen. Hij gaf Hitler
                                                                             verbonden. Van beide kanten werd er hier en daar toegegeven. Onder de
de raad, zich iets te matigen om de steeds meer uitgesproken
                                                                             gunstige bepalingen kunnen we noemen: de erkenning door de staat van
verontrusting van de katholieken tot bedaren te brengen. In zijn eerste
                                                                             de vrije uitoefening van de eredienst; de waarborg die aan de bisschoppen
grote regeringsverklaring als rijkskanselier op 23 maart 1933 ging Hitler
                                                                             werd gegeven om vrij en ongecontroleerd met hun gelovigen en met
daarop in. Hij verklaarde, dat hij van het christendom een van de pijlers
                                                                             Rome te kunnen onderhandelen; ook de vrijheid, priesters aan te stellen
van de staat wenste te maken en dat hij de familie als de cel van de
                                                                             waar zij dit wensten (zolang er voor de staat geen financiële implicaties
maatschappij zag. Ook wat hij zei over de noodzaak, het communisme te
                                                                             aan verbonden waren); vrije opleiding van de clerus; het recht, eigen
bestrijden, was iets dat de bisschoppen slechts kon verheugen. Drie dagen
                                                                             scholen op te richten die door de regering konden worden erkend, als
na zijn toespraak publiceerden ze een verklaring die blijk gaf van een
voorzichtig optimisme. Alle woorden waren gewikt en gewogen: `Zonder
afbreuk te doen aan de veroordeling van sommige religieuze en morele           WISKUNDE IN DIENST VAN DE
dwalingen die in vroegere verklaringen vervat waren, zijn de bisschoppen       NATIONAAL-SOCIALISTISCHE IDEOLOGIE
van oordeel dat ze het vertrouwen mogen uitdrukken dat hun                   Een mentaal gehandicapte kost aan de gemeenschap ongeveer 4 DM
waarschuwingen tegen het nazisme niet meer nodig zullen zijn'. Hoe           per dag, een gebrekkige 5,5 DM en een veroordeelde misdadiger 3,5
voorzichtig ook uitgedrukt, het woordje `vertrouwen' was gevallen en         DM. Voorzichtige ramingen leren ons dat binnen de Duitse
Hitlers partij nam in aantal en invloed toe.                                 Rijksgrenzen gemiddeld 300.000 personen in diverse openbare in-
                                                                             stellingen verpleegd worden. Hoeveel gezinnen zouden van een sub-
Het Concordaat met de H. Stoel (20 juli                                      sidie van 1000 DM per jaar kunnen genieten met de geldmiddelen die
                                                                             nu naar de instellingen gaan?
1933)
                                                                               (Vraagstuk uit een leerboek wiskunde 1936)
Het initiatief tot het sluiten van een concordaat ging uit van het 334

                                                                                                                                                                              335
ze voldeden aan de officiële normen voor het onderwijs; vrije keus van
de leerboeken.
Er waren ook twee potentiële struikelblokken. Artikel 31 betrof de
katholieke jeugdorganisaties. Ze mochten zich voortaan op geen enkele
wijze met politiek inlaten. Bovendien kwamen staatsopvoeding, sport en
openluchtactiviteiten en elke vorm van lichaamsontwikkeling toe aan de
Hitler-Jugend. Dat laatste kwam bijzonder hard aan in een land waar de
bestaande katholieke jeugdbewegingen steeds op de totale vorming van
de jongeren aanspraak hadden gemaakt. In Duitsland bestond een lange
traditie van katholieke jeugdorganisaties.

Artikel 32 verbood de clerus aan politiek te doen of lid te zijn van een
katholieke politieke partij. Ook dat druiste tegen de Duitse traditie in.
Een aanzienlijk deel van de geestelijkheid had verantwoordelijke posten
bekleed in de Centrumpartij. Dit zogenoemde Entpolitisierungsartikel
was voor Hitler echter een conditio sine qua non voor de ondertekening
van het concordaat.

                                                                                     Pater Kolbe (links) en Titus Brandsma (rechts), twee slachtoffers
Spanningen tussen Kerk en Staat                                                      van het Nazisme, allebei omgekomen in een concentratiekamp.
Onmiddellijk na het in werking treden van het concordaat begonnen de
incidenten zich reeds op te stapelen. Rosenbergs boek over de mythe van        De indoctrinatie van de jeugd nam steeds grotere vormen aan. Het
de 20e eeuw werd in Pruisen op de lijst geplaatst van verplichte boeken        traditionele kerstfeest werd vervangen door een viering van het `heilige
voor schoolbibliotheken en eind 1934 werd de auteur ervan benoemd tot          vuur' (Julfest) en bekende kerstliederen kregen racistische bewoordingen.
rijkscommissaris voor de ideologische opvoeding van de nationaal-              Neo-heidense cultusdiensten werden georganiseerd, zoals de dankzegging
socialisten. Het werd ook duidelijk dat wie geen lid van de partij was, niet   voor de oogst. Extremistische initiatieven behelsden o.m. vervangende
de minste kans maakte op promotie in het maatschappelijke leven.               ceremoniën voor doopsel, vormsel, huwelijk en begrafenis, zoals die in de
Katholieke kranten en tijdschriften kregen hoe langer hoe meer                 Kerk werden gehouden. Bij de Hitler-Jeugd lag de nadruk op de waarden
beperkingen opgelegd. Enkele bisschoppen als Faulhaber (Munchen) en            van het oud-Germaanse verleden, zoals strijdlust en trouw aan de leider.
Von Galen (Munster) protesteerden openlijk. Andere, zoals Bertram
(aartsbisschop van Breslau), verkozen langs diplomatieke weg protest aan       In de scholen werden niet alleen de geschiedenisboeken vanuit nationaal-
te tekenen. Een in stilte gehouden onderzoek wees uit, dat er bij de           socialistisch standpunt herschreven; zelfs in de wiskunde werden
gelovigen zelf een vertrouwenscrisis heerste. Om de gelovigen aan te           vraagstukken opgegeven die uiteindelijk een verheerlijking van het
moedigen en te sterken tegen de propaganda van `het nieuwe heidendom'          regiem moesten bijbrengen.
schreef het gezamenlijke episcopaat de pastorale brief Stehet fest im
Glauben (1935). Hitler stoorde zich er niet aan; reeds op 1 januari 1934
was een `wet tot preventie van erfelijk belaste nakomelingschap' van              Mit brennender Sorge (21 maart 1937)
kracht geworden. Dit sterilisatiedecreet moest de zuiverheid van het ras in
de hand werken. Daarom moesten o.a. zwangerschappen van vrouwen die            Vijf vooraanstaande leden van de Duitse katholieke hiërarchie werden op
aan bepaalde ziektes leden voorkomen worden. Vanaf 1935 werden                 onopvallende wijze naar Rome ontboden. Besloten werd, dat de paus met
geestelijken vervolgd wegens deviezensmokkel, terwijl van                      een plechtige encycliek de schendingen van het concordaat zou
zedelijkheidsprocessen gebruik werd gemaakt om een anti- katholieke            veroordelen. Kardinaal Faulhaber werd belast met het opstellen van een
propaganda te voeren.                                                          concept. Staatssecretaris Pacelli (de latere paus Pius XII) stelde de
                                                                               definitieve tekst vast. Op Palmzondag 1937 werd Mit brennender Sorge
                                                                               in alle kerken van Duitsland voorgelezen.
101                                                                                                                                                 337
De geheime staatspolitie (Gestapo) was dit pas aan de vooravond van de                ontdekt in een kloostergemeenschap in Waldbreitbach. In de
zondag aan de weet gekomen en toen was het te laat om nog te kunnen                   nationaal- socialistische pers had men dit gretig aangegrepen om
ingrijpen. Het pauselijk schrijven was eerder pastoraal dan polemisch van             alle kloosterlingen over één kam te scheren. Na de encycliek
toon, maar de tekst was duidelijk genoeg om niet verkeerd te worden                   herhaalde dat verschijnsel zich. De Gestapo trachtte alle
begrepen. Er werd verwezen naar het concordaat dat de basis had moeten                verzetshaarden uit te roeien. Onder de bisschoppen groeide echter
zijn van een verstandhouding tussen Kerk en Staat, maar dat naar                      de onenigheid over de concreet te volgen koers. Von Galen
willekeur door het Duitse staatsgezag werd genegeerd. Wat de nationaal-               (Munster) en Von Preysing (Berlijn) wilden een offensieve aanpak,
socialisten het zwaarst trof, was de veroordeling van hun                             zonder concessies; Bertram (Breslau, tevens voorzitter van de
levensbeschouwing, waarin weliswaar nu en dan het woord `God' werd                    bisschoppenconferentie van Oostelijk Duitsland in Fulda) gaf zich
gebruikt, maar die in feite was gebaseerd op `ras, bloed en bodem'. Ook               er geen rekenschap van dat democratische methodes in een
de tendens om aan religieuze begrippen als `openbaring', `geloof',                    dictatuur geen effect konden hebben en bleef ijveren voor
`onsterfelijkheid', 'erfzonde', `kruis' en dergelijke een andere betekenis te         diplomatieke acties. Toen kwam een eerste voorspel op de Tweede
geven dan de christelijke, werd veroordeeld.                                          Wereldoorlog: deannexatie van Oostenrijk.
Binnen de Romeinse curie was niet iedereen gelukkig met de encycliek.
De as Rome-Berlijn bestond sinds 1936. Duitsland en Italië vochten in
Spanje aan de zijde van Franco, tegen de communisten. Onder dit
                                                                                Het begin van de totale oorlog
perspectief vonden de tegenstanders het niet opportuun dat de encycliek         Op 13 maart 1938 staken de Duitse troepen de Oostenrijkse grens over.
gepubliceerd was, net op het ogenblik dat het communisme effectief              Hitler werd in Wenen begroet als degene die het economische wonder tot
bestreden werd.                                                                 stand had gebracht, als het staatshoofd dat het vraagstuk van de
In 1939 zou de Tweede Wereldoorlog uitbreken. Hitler zou alles op               werkloosheid en de economische depressie had weten op te lossen.
alles zetten, maar zijn politieke lot zou na enkele jaren bezegeld              Kardinaal Innitzer van Wenen verbaasde iedereen door zijn lovende
worden.                                                                         woorden over de nationaal- socialistische regering. Hij drong er bij
                                                                                kardinaal Bertram zelfs op aan, dat het Duitse episcopaat zijn houding


      Pius X11
                                                                                zou herzien en op die manier de vrede zou verzekeren voor het gehele
                                                                                groot-Duitse Rijk. Innitzer werd echter door Rome op de vingers getikt en
                                                                                moest inbinden.


      en de Tweede
                                                                                In Duitsland zelf laaide intussen het antisemitisme hoog op. Joodse
                                                                                mannen moesten op hun identiteitskaart de naam `Israel' dragen, de
                                                                                vrouwen `Sara'. Dwars over de breedte van het document werd met grote


      Wereldoorlog
                                                                                letters de naam `Jude' ingedrukt. Het hoogtepunt van de jodenhaat tijdens
                                                                                de periode vóór de oorlog was de zg. Kristallnacht van 9 op 10 november
                                                                                1938, die werd voorgesteld als een spontane reactie van de volkswoede,
                                                                                maar in feite door de nazileiding zorgvuldig was voorbereid. Ongeveer
                                                                                7.000 winkels van joden werden kort en klein geslagen en geplunderd,
                                                                                synagogen werden in brand gestoken en 91 joodse mensen gedood.
      De encycliek Mit brennender Sorge had in 1937 geleid tot een              In oktober werden de Sudetenduitsers uit Tsjecho-Slowakije `bevrijd'.
                                                                                Iets later kwam Polen aan de beurt voor een inval. In 1940 had de invasie
      harde confrontatie tussen Kerk en staat in Duitsland. Gedurende           plaats van Nederland, België, Frankrijk, Noorwegen en Denemarken.
      de eerste maanden na de publicatie van het pauselijke document            Daarna volgden nog Joegoslavië en Griekenland. In 1941 zou Duitsland
      kreeg de Kerk zware klappen te verduren. De                               een tweede front openen in Rusland.
      zedelijkheidsprocessen laaiden weer in alle hevigheid op. In 1936
      had een eerste reeks processen plaats gevonden. Aanleiding was            De oorlog voltrok zich echter niet alleen op geografisch terrein; het was
      homosexueel gedrag geweest, dat men had                                   ook een ideologische strijd. Hitlers Derde Rijk viel alles aan dat

102                                                                                                                                                   339
als staatsvijandig werd beschouwd. Om wat volgt te begrijpen, moet           De historici betwijfelen niet dat de paus veel voor de veiligheid en voor
bedacht worden dat na de dood van Pius XI in de lente van 1939 een           de ontkoming van individuele joden heeft gedaan. Aan de nuntii werden
conclaaf plaatsvond, waar Pacelli tot zijn opvolger werd gekozen: Pius       richtlijnen gegeven actief mee te werken om, waar dat mogelijk was, het
XII (1939-1958).                                                             onderduiken van joden te vergemakkelijken. In vele
                                                                             kloostergemeenschappen konden ze een schuilplaats vinden. De
                                                                             opperrabbijn van Rome vond een veilig onderkomen in het Vaticaan zelf.
De ‘Endlosung’                                                               Toen in 1943 de Duitsers Rome binnenvielen en eisten dat de joodse
                                                                             gemeenschap van Rome binnen zesendertig uur 50 kg goud bij hen zou
Speciale SS-commando's kregen de opdracht in de bezette gebieden de
                                                                             inleveren, bood de paus aan, het eventueel ontbrekende goud ter
joden uit te roeien. Uit Duitsland zelf, uit België, Nederland, Frankrijk,
                                                                             beschikking te stellen, om op die manier de met deportatie bedreigde
Hongarije, Polen en de Zuid-Europese landen werden, in elk geval sinds
                                                                             joden te redden. Waarom kwam er echter niet een officiële, plechtige
1941, joden naar de strafkampen gevoerd. Het totaal van de (met name in
                                                                             klacht tegen het uitroeiingsproject dat steeds in hevigheid toenam en
de gaskamers) om het leven gebrachte joden wordt op 6 miljoen geschat.
                                                                             steeds duidelijker het karakter van een volkerenmoord aannam?
                                                                             Het antwoord op die vraag is vrij complex. Het is niet voldoende om te
Voor een zo immens dodenoffer kan men alleen maar eerbiedig het hoofd        zeggen, dat de paus een aarzelend karakter had en dat bij, vooral als het
buigen. Maar niettemin moet hier toch ook een kerkhistorische vraag          ernstige zaken betrof, heel moeilijk tot een beslissing kwam. Evenmin
gesteld worden: welke houding heeft de katholieke Kerk aangenomen            lijkt het een afdoend antwoord, te stellen dat de paus als het ware
tegenover Hitlers `finale oplossing van het jodenvraagstuk'? Deze vraag      gebiologeerd was door de overtuiging dat het Vaticaan in de eerste plaats
                                                                             zijn diplomatieke vertegenwoordiging in Duitsland en in de door
hangt ook nog samen met een andere: in hoeverre wist men in kerkelijke       Duitsland bezette gebieden moest kunnen behouden. Wat ondubbelzinnig
kringen, wat er zich in de kampen precies afspeelde? Uit de door de H.       een doorslaggevende rol heeft gespeeld was de onzekerheid over de
Stoel zelf gepubliceerde oorlogsdocumenten blijkt, dat het Vaticaan via      vraag, wat de weerslag op de joden zelf zou kunnen zijn, wanneer de paus
de nuntiaturen vrij goed op de hoogte was van de aan de gang zijnde          de Duitse wreedheden openlijk aan de kaak zou stellen. Ook joodse
uitroeiing. Ook de meeste staatshoofden waren daar overigens van op de       historici houden daar ernstig rekening mee; het lot dat de ondergedoken
hoogte. Niemand wist echter, hoe omvangrijk en hoe radicaal de actie         joden in Nederland ten deel viel, toen het episcopaat daar een herderlijk
                                                                             schrijven over die kwestie in de kerken liet afkondigen, lijkt
precies was. Onwillekeurig vraagt men zich dan niettemin af, of een man      die stelling te bevestigen. Dat alles zal wel meegespeeld hebben bij de
als Pius XII dit onrecht (dat bekend was) niet openlijk aan de kaak had      besluitvorming van Pius XII. Het is niet ondenkbaar dat een andere paus
moeten stellen. Als algemeen geachte morele autoriteit was zijn woord        tot een andere beslissing zou zijn gekomen, maar er is geen enkele
gezaghebbend en ongetwijfeld zou het de tallozen die moesten lijden -        doorslaggevende reden voorhanden die ons er toe kan dwingen te
joden en niet-joden - een hart onder de riem hebben gestoken. Dat hij dat    concluderen dat de paus niet gewetensvol heeft gehandeld.
niet heeft gedaan, is hem naderhand van menige zijde als een verwijt
aangerekend.

                                                                             Het Duitse episcopaat verdeeld
                                                                             Het verschil van opvatting dat de Duitse bisschoppen hadden over de
                                                                             manier waarop zij zich tegenover het nazi-regiem moesten gedragen, nam
                                                                             tijdens de duur van de oorlog steeds scherpere vormen aan. Allen
                                                                             veroordeelden het racisme en de schandelijke uitwassen ervan, maar over
                                                                             de te voeren tactiek kon men het niet eens worden. Op 6 juli 1941 werd
                                                                             nog een gemeenschappelijke brief gepubliceerd waarin werd
                                                                             geprotesteerd tegen het sluiten van kerken, kloosters en scholen en waarin
                                                                             tevens protest werd aangetekend tegen het feit dat men de gelovigen er
                                                                             toe dwong te kiezen tussen de trouw aan Christus en de trouw aan het
                                                                             Duitse volk. Met de brief die het
103                                                                                                                                               341
                                                                                  Priester-arbeiders
                                                                                  !n 1943 publiceerden twee Franse priesters, H. Godin en
                                                                                  Y. Daniel, een boek dat veel ophef maakte. La France, pays de
                                                                                  mission? (`Frankrijk een zendingsterrein?'). Daarin stelden zij, dat
                                                                                  men zich geen illusies behoefde te maken over de godsdienstige
                                                                                  toestand in Frankrijk. Het proletariaat was van Kerk en
                                                                                  christendom vervreemd. Aan de hand van harde feiten werd
                                                                                  aangetoond, dat de levenssfeer van de massa heidens was
                                                                                  geworden. De auteurs kwamen tot de conclusie dat de Kerk zich
                                                                                  moest ontdoen van veel ballast, van bepaalde kapitalistische
                                                                                  vormen, van een zekere bourgeoismentaliteit, wilde zij ooit nog
                                                                                  binnendringen op die ontkerstende terreinen.

                                                                            De `Mission de Paris'
      Paus Pius XII.                       Mgr. von Galen
                                                                            de priester-arbeiders
episcopaat voor 1942 in gedachten had, gingen enkele bisschoppen (onder
wie kardinaal Bertram) niet akkoord, zodat het episcopaat zeer              In de eerste jaren na de oorlog traden voormalige krijgsgevangenen en
uiteenlopend reageerde: ieder deed wat hij meende dat het beste was. Op     soldaten de seminaries binnen, veel rijper en meer als persoonlijkheid
12 april 1943 werd in alle kerken nog eenmaal een gezamenlijke brief -      gevormd dan de andere seminaristen. Ze kenden de wereld van de niet-
`over de tien geboden' - afgekondigd. In het kader van een bespreking van   gelovigen van dichterbij dan hun professoren en ze verborgen hun
de tien geboden werden de schendingen van de regering nog eens aan de       ontevredenheid over de wereldvreemde seminarie-opleiding die ze kregen
kaak gesteld. Als enige bisschop weigerde kardinaal Bertram het             niet. Ze misten een zekere bezadigdheid, hadden niet de traditionele zorg
document te ondertekenen. In 1944 konden de bisschoppen vanwege de          om hun uiterlijke waardigheid en er groeide een neiging om de bestaande
massieve luchtaanvallen van de geallieerden en de ontwrichting van het      apostolaatsstructuren systematisch te kleineren. Het boek van Godin en
openbare leven niet meer bijeenkomen. Maar het einde van het nazi-          Daniel - en andere soortgelijke literatuur - maakte indruk op hen en ze
regiem was toen al niet ver meer af. Op 6 februari 1945 hield Hitler zijn   kwamen tot de conclusie dat het traditionele priestertype het in de
laatste grote openbare redevoering. Op 30 april maakte hij een einde aan    ontkerstende wereld niet meer zou doen. Dat de Kerk hier voor een
zijn leven en op 5 mei 1945 werd de capitulatie van de Duitse troepen een   nieuwe uitdaging stond, werd toegegeven door de aartsbisschop van
                                                                            Parijs, kardinaal Suhard, in twee pastorale brieven - Essor ou déclin de
feit.
                                                                            l’Eglise? (`Verschraling of verval van de Kerk?') (1947) en Le prêtre
Na het tekenen van de wapenstilstand kon langzaam de wederopbouw            dans la cité (`Priester in de stad') (1949) -, die zowel in gelovige als in
van Europa beginnen. Al spoedig zou ook de Kerk ervaren, dat er             niet-gelovige kringen een ongehoorde weerklank vonden.
nieuwe problemen waren gerezen en dat niets meer precies kon blijven
zoals het vroeger altijd was geweest.                                       Met toestemming van kardinaal Suhard hadden zich in Parijs in 1946 een
                                                                            tiental priesters gegroepeerd, die buiten elk parochiaal verband werkten
                                                                            en van wie de meesten als gewone arbeiders tussen de andere arbeiders
                                                                            werkzaam waren. Het initiatief vond ook in andere steden

104                                                                                                                                               343
navolging. Er leefde bij hen veel edelmoedigheid en toewijding, veel          geloofsgegeven (dat ze onvoorwaardelijk aanvaardden) op een
onthechting en zelfverloochening, maar pionierswerk verrichten trekt ook      bevattelijke manier uit te drukken, zonder de intellectuele scholastieke
avontuurlijke naturen aan. De tragiek van de priester-arbeidersbeweging       verpakking van vroeger. Professoren en seminaristen wilden, wars van
heeft dan ook hierin bestaan dat zich onder die voorhoede naast enkele
heilige idealisten ook een niet gering aantal geëxalteerden bevond.           alle conformisme, vernieuwers zijn. Daaraan zat het risico vast, dat niet
Doorgaans waren die priesters onvoldoende op hun taak voorbereid. Ze          altijd duidelijk werd onderscheiden wat pure routine (en dus ballast voor
begonnen hun apostolaat in een sfeer van klassenstrijd en het was voor        de Kerk) was en wat tot de kern van het geloof behoorde.
hen niet onmiddellijk duidelijk hoe ver ze daarin konden gaan. Alvorens
ze als enkelingen enige invloed konden uitoefenen op de massa's, was er       Aangezien het seminarie zijn studenten uit alle bisdommen recruteerde,
ook de onmiskenbare druk van de massa op hen. In tijdschriften, kranten       vormde zich onwillekeurig een soort supra-diocesane clerus, waar de
en romans werd het nieuwe priestertype gepopulariseerd: de pastoor die
de priestertoog had omgewisseld voor het werkpak, in een volksbuurt           bisschoppen weinig vat op hadden. Ook werd het verwijt gehoord, dat
woonde, en zich onderworpen had aan het helse ritme van de productie en       men zich al te zeer bekommerde om het louter menselijke geluk van de
aan wat werd aangevoeld als een uitbuiting door het kapitalisme. Gilbert      arbeider. In 1952 kwam kardinaal Liénart, aartsbisschop van Rijssel/Lille,
Cesbron vond de juiste formule in de titel die hij gaf aan zijn boek: Les     die door het Franse episcopaat met het toezicht op het experiment was
saints vont en enfer (`Heiligen gaan naar de hel') (1952). Zelf voelden die   belast, het seminarie bezoeken. Hij wees erop, dat er gestreefd mocht
priesters zich echter niet als heiligen. Wel groeide bij velen de
overtuiging dat ze, om volledig het lot van de arbeider te delen, ook lid     worden naar nieuwe vormen van apostolaat, maar dat de voornaamste
moesten zijn van een - desnoods communistisch geïnspireerde - vakbond         taak van een seminarie toch moest blijven, zich de geloofsgegevens eigen
en zelfs de taak van vrijgestelde vakbondsmilitant op zich moesten            te maken. Hij voegde er nog aan toe, dat men nooit uit het oog moest
nemen. Sommigen begonnen toen ook kritisch tegen het priestercelibaat         verliezen dat alleen de bisschoppen de officiële behoeders van het geloof
aan te kijken, omdat ze - net als de andere arbeiders - ook `de lasten van    waren en niet de professoren-theologen `quelle que soit leur autorité'
het familieleven' wensten te dragen. Door de zware arbeid had ook het         (ongeacht wat hun gezag mag zijn).
geestelijk leven te lijden: het nut van het expliciete gebed werd voor hen
een vraag, de dagelijkse eucharistie bleef op de duur achterwege, het         Met een sterk gewijzigd professorencorps verhuisde het seminarie enkele
brevier werd niet langer gebeden. De hiërarchie begon zich af te vragen       maanden later naar Limoges. De nieuwe president kon echter een verder
of bij een aantal priester-arbeiders                                          afglijden van het traditionele seminarietype niet verhinderen. Het al dan
het christelijke verlossingsideaal niet de plaats had ingeruimd voor een      niet handhaven van de stages vormde een steeds opnieuw terugkerend
louter menselijk streven naar sociale bevrijding.                             discussiepunt.

                                                                              Eerste tussenkomst van Rome
                                                                              In 1953 was men in Rome tot het oordeel gekomen, dat de Franse
                                                                              bisschoppen de toestand niet meer in de hand hadden. De dominicaan
                                                                              pater Philippe werd voor een canoniek bezoek naar Limoges gestuurd. In
De 'Mission de France'                                                        zijn verslag drukte hij er o.m. zijn verwondering over uit, dat
een seminarie voor priester-arbeiders                                         marxistische publicaties vrij in het seminarie konden circuleren.
                                                                              Kardinaal Pizzardo vaardigde daarop een verbod voor de seminaristen uit
Reeds tijdens de oorlog was in Lisieux een seminarie opgericht, waarin        om tijdens hun vormingsjaren nog stages te lopen. Dit was niet meer dan
vele van de latere priester-arbeiders gevormd zouden worden. Het was          een aanloop tot een veel strengere maatregel. Op 23 september 1953
een experiment, omdat het toch wel sterk afweek van het traditionele
sulpiciaanse seminarie. Het had een uitgesproken missionair karakter. Er      overhandigde de nuntius aan de bisschoppen een nota waarin de
werden sprekers uitgenodigd die bekend stonden als zeer begaan met het        heropening van het seminarie werd verboden en van de bisschoppen werd
probleem van de herkerstening van de massa en allen drukten zij - in          verlangd dat zij de priester-arbeiders die uit hun respectieve bisdommen
meerdere of mindere mate - hun stempel op de seminaristen. Deze               afkomstig waren onder hun jurisdictie zouden terugroepen. De meeste
laatsten onderbraken regelmatig hun studies en gingen dan stage lopen in      bisschoppen waren van oordeel, dat deze maatregel een ramp zou
fabrieken of op het platteland. Op theologisch gebied werd geprobeerd,
het                                                                           betekenen voor de Kerk. Een van hen drukte het aldus uit: `Wellicht was
                                                                              Rome meer onder de indruk van sommige doctrinaire

105                                                                                                                                                 345
afwijkingen en waren de bisschoppen meer gevoelig voor de dringende          onwrikbare houding van de H. Stoel; voorts de militante
nood van het apostolaat'. De kardinalen Feltin (Parijs), Gerlier (Lyon) en   onbuigzaamheid van de priester-arbeiders. Als men nu, van een afstand
Liénart (Rijssel) trokken nog naar Rome om er de voortzetting van het        van ruim dertig jaar, de talrijke oproepen leest, is duidelijk dat de
experiment te bepleiten, maar ze vonden noch bij de curie, noch bij Pius     beweging meer gebaseerd was op edelmoedigheid dan op een ernstige
XII gehoor.                                                                  analyse. Bisschoppen, priesters, theologen, allen reageerden ze op hun
Een groot aantal priester-arbeiders reageerde bitter. Ze wilden de           manier, vanuit eigen overtuiging, eigen intuïtie; maar op dat moment
solidariteit met de arbeidersklasse niet opgeven. Het zogenoemde             zelf was het moeilijk de omvang van de problemen die zich voordeden
‘groene document’, dat 73 van hen in 1954 ondertekenden, werd                te meten.
opgesteld door de meest radicale elementen en in een zeer                    De priester-arbeiders waren progressief, maar de `Action catholique
gepassioneerde sfeer. Velen kenden een gewetensstrijd, eerder dan            ouvrière' was eveneens progressief en verder dan zij ging wenste de Kerk
opstandigheid.                                                               kennelijk niet te gaan. Het experiment van de priester-arbeiders
                                                                             overschreed de gestelde lijn op twee punten: allereerst inzake het

Tweede tussenkomst van Rome
                                                                             priesterbeeld zoals het zich had gevormd sinds Trente (de priester die uit
                                                                             de mensen weggenomen was en aangesteld voor het geestelijke).
 Op 15 augustus 1954 liet Pius XII een apostolische constitutie uitgaan,     Vervolgens: door arbeider te worden nam de priester een werelds karakter
 waarmee hij de `Mission de France' een nieuwe kans wilde geven. Het         aan: hij kwam terecht in een ruimte waarvoor hij niet bestemd was.
 seminarie zou in Pontigny gevestigd worden en, als `praelatura nullius',
 onder een commissie van bisschoppen ressorteren. Kardinaal Feltin, die      Heeft Rome ingezien, dat het zich te radicaal heeft verzet? In 1965 kreeg
 bleef geloven in de noodzaak van een nieuwe vorm van priesterbeleving,      kardinaal Veuillot (Parijs) van Paulus VI toestemming om het experiment
 stelde een rapport op over de situatie onder de arbeiders, over de          onder eigen verantwoordelijkheid opnieuw te starten. Thans zijn er een
 vergeefse apostolaatspogingen en de ontoereikendheid van de K. A. In        kleine duizend priester-arbeiders in Frankrijk; in andere landen enkele
 juni 1959 trok hij naar Rome om er zijn studie voor te leggen, met de       tientallen. Maar er wordt nog maar zelden over hen gesproken. Door de
 stille hoop dat de nieuwe paus, Johannes XXIII, de door zijn voorganger     ontwikkeling van het katholicisme sindsdien lijkt het een ondergeschikt
 genomen maatregelen zou wijzigen. Die hoop bleek vergeefs. Na alle          probleem te zijn geworden.
 consultoren van het H. Officie te hebben geraadpleegd (middels twee
 samenkomsten onder leiding van kardinaal Pizzardo) deelde de paus aan


                                                                                   Oecumene
 kardinaal Feltin mee, dat het experiment definitief moest worden
 afgevoerd.
Wie naar een motivatie voor de opheffing zoekt, moet haar zowel in de
globale context van de internationale situatie zien als in de
lange geschiedenis van de Kerk. Het was de tijd van de Koude Oorlog; in
het Westen was er de strenge, onbuigzame Kerk van Pius XII met haar
autoritaire centralisatie, haar onveranderlijkheid, een machtige structuur
met een uitgebreidheid van werken, christelijke syndicaten en katholieke           In de oudheid en in de middeleeuwen hadden verschillende
actie. In het katholicisme zelf was weliswaar sinds geruime tijd een               pogingen plaats om de eenheid binnen het christendom te
gistende progressieve geest aan het werk, een zoeken naar openheid, een            herstellen. Dat die pogingen mislukten, is aan vele oorzaken te
missionaire bewogenheid. De priester-arbeiders behoorden tot die groep.            wijten. Rome stelde zich weinig soepel op en wekte de indruk, dat de
Men heeft wel beweerd dat ze in Rome zijn aangeklaagd door de                      andere Kerken van slechte wil waren. Deze andere Kerken bleven
werkgevers, de Franse regering en de integralistische katholieken. Veel            Rome een kwaad hart toedragen. Vooral Oost en West waren ver uit
eigenlijke bewijzen daarvoor zijn er niet; wel staat vast dat de `Action           elkaar gegroeid. Na de reformatie was er voor langere tijd geen
catholique ouvrière' en met haar ook Cardijn weinig sympathie voor de              sprake meer van toenaderingspogingen. In de Anglicaanse Kerk
priester-arbeiders voelden. Twee factoren hebben gezorgd voor een                  was met de Oxford-beweging in de negentiende eeuw een zekere
verstrakking van de situatie. Allereerst de                                        openheid tegenover Rome gegroeid, maar tot een werkelijk streven
                                                                                   naar hereniging was
106                                                                                                                                                347
      het niet gekomen. De katholieke Kerk bleef terughoudend; de
      andere Kerken voelden zich vanuit de hoogte bejegend. Een
      minachtende houding bestond er eigenlijk niet; eerder
      een gevoel van diepgewortelde verdeeldheid. Die verdeeldheid kon
      men overigens niet alleen vaststellen tussen Rome en de talrijke
      andere christelijke kerkgemeenschappen, maar ook tussen die
      laatste onderling.

De Wereldraad van Kerken
Het waren de niet-katholieke christenen die de pijn van de verdeeldheid
het hevigst voelden. In 1910 was de beweging `Faith and Order' (Geloof
en Kerkorde) ontstaan uit de bezorgdheid van de Amerikaanse leek
Gardiner, wiens missionaire ervaring hem had geleerd hoe ergernisgevend
een verdeeld christendom was. Hij beklemtoonde de noodzaak van een
doctrinaire geloofseenheid. Een ander initiatief was `Life and Work'
(Leven en Werk), dat meer op het concreet-praktische samengaan in actie
de nadruk legde. Volgens Nathan Sóderblom, het hoofd van de Lutherse        I
Kerk in Zweden te Uppsala, zou dit als eerste stap mogelijk moeten zijn,          Kardinaal Mercier.                  Kardinaal Willebrands.
ondanks de verscheidenheid in het geloof. Op de conferentie die hij in      dienst wensten. De grote bijeenkomsten volgden elkaar op: New
1925 in Stockholm organiseerde, waren 610 afgevaardigden aanwezig als       Delhi (1961), Uppsala (1968), Nairobi (1975), Vancouver (1983).
vertegenwoordigers van 31 kerkgenootschappen.
In 1937 besloten beide bewegingen tot samenwerking. Het jaar                Rome
daarop werd in Utrecht een `Oecumenische Raad van
Kerken' opgericht, die in Genève zou zetelen. De uitgebroken oorlog         Op de laatste bijeenkomsten waren katholieke waarnemers aanwezig
vertraagde de plannen; in augustus 1948 werd in Amsterdam officieel de      geweest. In New Delhi legde kardinaal Willebrands, het hoofd van het
Wereldraad van Kerken opgericht bij besluit van 351 gedelegeerden uit       Secretariaat voor de Eenheid der Christenen, uit waarom Rome geen
147 kerkgenootschappen. De daar benoemde secretaris-generaal, dr. W.        intercommunie toestaat: voor haar maakt de eucharistie de volheid van
A. Visser `t Hooft, was van oordeel dat de Wereldraad niets anders moest    het geloofsmysterie uit en ze is in wezen identiek met de Kerk. Aangezien
zijn dan een plaats waar de Kerken elkaar ontmoetten om samen te            ze een gave van God aan de Kerk is, hebben de kerkelijke autoriteiten er
werken en samen te bidden, opdat de nog onzichtbare Una Sancta              niet het willekeurige beschikkingsrecht over. In Uppsala werd openlijk de
uiteindelijk zichtbaar zou worden. Tegenover de katholieke Kerk, die zich   vraag gesteld, of Rome lid zou worden van de Wereldraad. Het antwoord
afzijdig van de Wereldraad had gehouden, namen de deelnemers een            kwam het jaar daarop, toen de paus een bezoek aan Genève bracht en als
verschillende houding aan. Anglicanen en Orthodoxen betreurden haar         zijn mening te kennen gaf, dat er van een toetreden vooralsnog geen
afwezigheid daar; de strikt reformatorische kerken waren er niet            sprake kon zijn. Ter gelegenheid van de bijeenkomst in Nairobi werd een
onmiddellijk op uit, Rome bij de Wereldraad te betrekken.                   gemeenschappelijk communiqué uitgegeven, waarin werd gesteld dat
Een tweede bijeenkomst vond plaats in Evanston (USA - 1954), rond           zowel de Wereldraad als de katholieke Kerk verder wilden `trachten
het thema: De christelijke hoop. Naast de onmiskenbaar aanwezige            getrouw de inspiratie te herkennen van de Heilige Geest die haar door
goede wil stuitte men op moeilijkheden, zodra men een gezamenlijke          God als een gids voor de toekomst is geschonken'. Ook de huidige paus is
eredienst wilde organiseren. Zolang het bleef bij bijbellezingen of het     niet te vinden voor een toetreding tot de Wereldraad, maar stemt er wel
zingen van psalmen liep alles perfect. De spanningen begonnen, toen         mee in dat gezamenlijk theologisch werk wordt verricht. Het grote
sommigen een eucharistische                                                 bezwaar tegen het lidmaatschap is

348                                                                                                                                             349
nog steeds, dat Rome niet de indruk wil wekken dat ze nog op zoek is         ontwaren. Op de laatste bijeenkomst (1925) werd nader ingegaan op de
naar de ene ware Kerk. Eenheid kan ze niet zien als een ontmoeting           kwestie inzake het pauselijk primaatschap. Mercier las er een door Dom
ergens in het midden. Het is een standpunt, dat op verschillende manieren    Lambert Beauduin opgesteld memorandum voor, waarin de positie van de
geïnterpreteerd kan worden. Ongetwijfeld wijst het op de ernst waarmee       Anglicaanse kerk van de toekomst werd geschetst als die van een
de Kerk het probleem van de eenheid in het geloof ziet. Anderzijds kan       autonoom patriarchaat, `verenigd met Rome,
men zich ook afvragen, of de aanwezigheid van Rome niet ook een              maar er niet door opgeslorpt'. De terughoudendheid van het
positieve invloed in die richting zou kunnen hebben. Ze is tenslotte de      Vaticaan - waar Merry del Val, de staatssecretaris, een vrij
grootste van de christelijke Kerken en het luisteren naar anderen zou haar   onduidelijke rol in speelde - werd groter en na de dood van
allicht iets kunnen leren.                                                   Mercier (1926) werd aan zijn opvolger, aartsbisschop J. E. van
                                                                             Rocy, gevraagd niet verder met de Gesprekken door te gaan.
De Mechelse Gesprekken                                                       De ARCIC-documenten
Buiten de Wereldraad om hebben in de loop van de twintigste eeuw
herhaaldelijk pogingen tot toenadering plaatsgevonden. In het begin van      Dat er de laatste decennia toch enige vooruitgang werd geboekt, moge
de jaren twintig waren de zogenoemde Mechelse Gesprekken daarvan een         blijken uit het tot stand komen van een Anglican-Roman Catholic
voorbeeld. Op de Lambeth Conference van 1920 hadden de Anglicaanse           International Commission (ARCIC), een gemengde katholieke-
bisschoppen een oproep tot eenheid en hereniging gedaan. Lord Halifax,       anglicaanse theologische studiegroep, die in 1969 door de respectieve
een geëngageerde Engelse leek, had in overleg met zijn katholieke vriend     overheden werd opgericht om bepaalde kwesties nader te bespreken en
abbé Portal contact opgenomen met D. J. kardinaal Mercier, aartsbisschop     vast te stellen, welke de punten van overeenkomst waren en welke de
van Mechelen. Toen de kardinaal zich na de dood van Benedictus XV            knelpunten bleven. Er werd een `substantiële overeenkomst' bereikt over
voor het conclaaf in Rome bevond, werd de nieuwe paus, Pius XI, op de        de Eucharistie (Windsor, 1971),
hoogte gebracht. Tegen de Gesprekken werd geen bezwaar geopperd en           over ambt en wijding (Canterbury 1973), over het gezag in de Kerk
ze kregen een semi-officiële status. De hele zaak bleef echter zeer          (Venetië, 1976; Windsor, 1981). Rome maakte echter enkele bezwaren
delicaat. De laagkerkelijke vleugel van de Anglicaanse Kerk en zelfs         tegen dit laatste document, ook nadat de Commissie haar 'Final Report'
enkele vertegenwoordigers van de `High Church' stonden huiverig              had geschreven, en vroeg om nadere uitleg, o.m. over de juiste betekenis
tegenover het initiatief van Lord Halifax, terwijl de katholieke             van `substantiële overeenkomst' en over de draagwijdte van de pauselijke
bisschoppen van Engeland hun ongenoegen niet verborgen hielden over          onfeilbaarheid.
het feit dat een niet- Engelse bisschop pogingen deed om specifiek           Niettegenstaande de nogal restrictieve houding van het Vaticaan werd in
Engelse problemen op te lossen. In 1923 had een tweede gespreksronde         1984 toch een nieuwe gespreksronde gestart (ARCIC II), waarin men het
plaats. Vooral over enkele praktische kwesties werd van gedachten            tot op heden voornamelijk heeft over de Rechtvaardiging en het Heil.
gewisseld: Zou, bij een eventuele aansluiting bij Rome, het Engels als       We hebben ons hier tot het anglicanisme beperkt. Men mag evenwel niet
liturgische taal behouden kunnen blijven? Welke zou de plaats van de         uit het oog verliezen, dat er ook met de Orthodoxen en met de Luthersen
aartsbisschop van Canterbury zijn? Wat diende er te gebeuren t.a.v. de       gesprekken aan de gang zijn en dat ook de niet- katholieke christenen
gehuwde Anglicaanse priesters ?                                              onder elkaar naar eenheid zoeken. Vastgesteld kan worden dat de
                                                                             verdeeldheid groot is en dat hereniging niet morgen al te verwachten is.
Acht maanden later werd er een meer leerstellige discussie gevoerd, die      Rome beweegt zich bovendien zeer behoedzaam - al te behoedzaam? - op
ging over de plaats van de paus in de christelijke gemeenschap. Omdat        het terrein van de oecumene.
allerlei wilde geruchten de ronde begonnen te doen, deelde Mercier in
een herderlijk schrijven (1924) mee, dat Rome voortdurend op de               Tijdens zijn reis naar Groot-Brittannië heeft paus Johannes-Paulus II
hoogte werd gehouden van het verloop van de gedachtenwisselingen.             samen met de aartsbisschop van Canterbury, Robert Runcie, op 29
Dit bracht het Vaticaan in een vervelende situatie tegenover de Engelse       mei 1982 een oecumenische woorddienst gehouden. Dit was het be-
bisschoppen; temeer omdat een harde integralistische kern binnen de           langrijkste gebaar van toenadering tussen anglicanen en katholieken
curie achter ieder oecumenisch initiatief de dreiging van een neo -           sinds 450 jaar.
modernisme meende te
108                                                                                                                                               351
      Rome en de                                                                         ontwikkelde uit de oude Antiocheense; en tenslotte 5. de Armeense,
                                                                                         eveneens afgeleid van de Antiocheense, maar een ritus die onder


      Oosterse Kerken
                                                                                         verschillende invloeden een eigen vorm aannam. Alle thans bestaande
                                                                                         riten in de Oosterse Kerken kunnen tot deze vijf hoofdsoorten herleid
                                                                                         worden.
                                                                                         De Oosterse Kerken onderscheiden zich ook door het verschil in
                                                                                         theologische opvattingen. Zo kunnen ze Nestoriaans zijn (Nestorius
                                                                                         beweerde in de vijfde eeuw, dat er in Christus twee personen waren en
                                                                                         ontkende bijgevolg ook de `hypostatische eenheid' van het mensgeworden
      In de titel van dit hoofdstuk komt al tot uiting, dat we hier te maken hebben      Woord en het goddelijk moederschap van Maria), monofysitisch (naar de
      met een complexe zaak. Er is niet één Oosterse Kerk, maar er bestaan               leer van Eutyches die in de vijfde eeuw beweerde dat Christus slechts één
      verschillende, duidelijk van elkaar afgegrensde, oorspronk elijk geografisch       natuur had, namelijk de goddelijke), orthodox (d.w.z. stammend uit de
      gebonden tradities, die men ritussen noemt. De christenen van eenzelfde ritus      breuk tussen Rome en Constantinopel in de elfde eeuw) en katholiek (dus
      zijn veelal verenigd in een patriarchaat, een zelfstandige plaatselijke (of        in gemeenschap met de zetel van Petrus in Rome).
      regionale, in elk geval niet-mondiale)
      Kerk. Het geestelijke hoofd van zo'n kerkgemeenschap is de patriarch die,          Er is tenslotte nog een derde indelingsprincipe dat ons kan helpen de
      samen met de overige bisschoppen in de Heilige Synode, de Kerk bestuurt.           situatie helder te krijgen: de liturgische taal. Vanaf het begin was er een
      In twee van die ritussen zijn om verschillende redenen in de loop van de           sterke tendens maar het behoud van de volkstaal. Dat heeft
      eeuwen meerdere patriarchaten ontstaan. Dat is met name het geval bij              tot gevolg gehad, dat waar verschillende volkeren één ritus
      de Byzantijnse en de Armeense Kerken. Aangezien de Oosterse Kerken op die          gemeenschappelijk hadden, ze soms toch verschillende kerkelijke
      manier grote, historisch verklaarbare culturele en bovendien theologische          talen kunnen hanteren.
      verschillen vertonen, is het beslist onmogelijk om van `de Kerk van het            Wie christenen uit het Oosten wil identificeren, moet zich bijgevolg drie
      Oosten' (enkelvoud) te spreken. Die veelheid va n Kerken met hun onderlinge        vragen stellen: 1. Welke ritus hebben ze? 2. Wat geloven ze? 3. Welke
      verschillen en rivaliteiten is een grote moeilijkheid voor de oecumene, want wie   is hun liturgische taal? Maar het door elkaar lopen van deze drie
      kan in een oecumenische dialoog spreken uit naam van allen ?                       indelingsprincipes kan de indruk wekken van een verwarrende doolhof.
                                                                                         En de moeilijkheden worden nog groter als men voor ogen houdt dat de
                                                                                         Oosterse Kerken, die sterk vasthouden aan hun traditie, met dezelfde
                                                                                         hardnekkigheid ook vasthouden aan de oude titels, ook als die
                                                                                         gekoppeld zijn aan steden waar ze in het geheel geen aanhang meer
Om wegwijs te worden                                                                     hebben. Zo zijn er in het Nabije Oosten vijf patriarchaten van Antiochië,
                                                                                         waarvan geen
                                                                                         enkele in Antiochië zelf zetelt. Sommige patriarchaten kunnen elkaar dus
Er zijn drie criteria die ons kunnen helpen om wegwijs te worden in de
                                                                                         overlappen, terwijl ook een klein aantal christenen uit één land over
doolhof van de Oosterse Kerken. Hun uiteenlopend karakter is allereerst
                                                                                         verschillende en van elkaar onafhankelijke jurisdicties
bepaald door de streek waar ze zijn ontstaan en zich hebben ontwikkeld.
                                                                                         verdeeld kunnen zijn.
Daar is 1. de Alexandrijnse ritus (vooral in Egypte) ; 2. de Antiocheense
of Syrische ritus (in Syrië, Mesopotamië, Perzië, Palestina en Cyprus);
omdat deze ritus op weinig strenge voorschriften berustte, kon hij de                     Patriarch Athenagoras
wortel worden voor de Byzantijnse, de Chaldeeuwse en de Armeense                          In 1948 werd Athenagoras tot patriarch van Constantinopel gekozen.
ritus. Verder is er dus 3. de Byzantijnse (uitgaande van Constantinopel -                 Dank zij zijn bezielende stuwkracht is deze Orthodoxe Kerk (van
het vroegere Byzantium waar het keizerlijke hof gevestigd was), die een                   Byzantijnse ritus) uitgegroeid tot een geestelijk middelpunt van de
ruim verspreidingsgebied vond en mede door zijn liturgische rijkdom en                    kerkelijke activiteit in het Midden-Oosten. Vanaf het ogenblik dat hij aan
hoofdstedelijk aanzien ook een overheersende positie kreeg;                               het hoofd van zijn Kerk is komen te staan, liet hij geen ogenblik onbenut
dan 4. de Chaldeeuwse of Oost-Syrische die zich zelfstandig                               om te ijveren voor meer eenheid onder de Orthodoxen en

352                                                                                                                                                             353
                                                                            bovendien moeilijk te aanvaarden, op gelijke voet met de protestanten te
                                                                            worden behandeld. De delegaties van Jeruzalem en Antiochië spraken
                                                                            zich - op grond van dogmatische en kerkrechtelijke argumenten - tegen
                                                                            het sturen van waarnemers uit. De delegaties van Rusland, Roemenië,
                                                                            Bulgarije en Tsjecho-Slowakije waren vóór het zenden van waarnemers,
                                                                            zij het om praktische redenen: het zou berichtgeving uit de eerste hand
                                                                            mogelijk maken. Het was vooral aan de activiteit van Constantinopel te
                                                                            danken, dat eenparig kon worden besloten een begin van dialoog voor te
                                                                            stellen tussen beide Kerken, op basis van gelijke voorwaarden.

                                                                            Op de Derde Conferentie van Rhodos (1964) ging men op die kwestie
                                                                            nader in. Hoe moest zo'n dialoog worden georganiseerd? Wie zou er de
                                                                            leiding van nemen? Wat betekende `op basis van gelijke voorwaarden'?
                                                                            Wie zou die voorwaarden aan Rome meedelen? Uiteindelijk werd
                                                                            besloten dat Constantinopel als officiële spreekbuis van de gezamenlijke
                                                                            Orthodoxe Kerken zou fungeren. Het verdere verloop van het concilie zou
        Ontmoeting van Paus Paulus VI en patriarch                          echter eerst worden afgewacht, om te zien hoe dat zich over de
        Athenagoras.                                                        collegialiteit zou uitspreken, een
om zijn oecumenisch streven ook naar andere Kerken, vooral naar Rome,       uitspraak die van belang kon zijn voor de verhouding tot de figuur van de
uit te breiden. Hij was de initiatiefnemer van de Pan-Orthodoxe             paus. Na het beëindigen van Rhodos III werden de metropolieten Meliton
Conferenties van Rhodos (1961, 1963, 1964). In Jeruzalem had hij een        van Heliopolis en Chrysostomos van Myra als afgevaardigden van
ontmoeting met Paulus VI (1964). Een jaar later, op 7 december 1965,        Athenagoras naar Rome gestuurd om daar de besluiten van de Conferentie
werd tegelijk in Rome door de paus en in Phanar door de patriarch de        aan de paus mee te delen.
excommunicatiebul ongedaan gemaakt waarmee in 1054 hun voorgangers
elkaar wederzijds in de ban hadden gedaan. Paulus VI moet hieraan veel
belang hebben gehecht, want in de loop van 1966 kwam hij nog tweemaal       De katholieke Kerken
terug op de betekenis van dit gebaar van verzoening. Athenagoras bezocht    van Oosterse ritus
de paus in Rome eind november 1967 opnieuw, nadat hij in oktober van
datzelfde jaar een bezoek aan de Wereldraad van Kerken in Genève had        Men vergeet wel eens dat er ook met Rome verbonden (`geunieerde')
gebracht.                                                                   christenen zijn die niet de Latijnse, maar een Oosterse ritus volgen. Tot de
                                                                            Byzantijnse ritus behoren allereerst de Melkietische patriarchaten van
                                                                            Alexandrië, Antiochië en Jeruzalem, met gelovigen in Egypte, Syrië,
De Pan-Orthodoxe Conferentie                                                Libanon, Israël en Jordanië. Verder een kleine groep gelovigen in Turkije
van Rhodos                                                                  en Griekenland, twee bisdommen in Calabrië en Sicilië, een in
                                                                            respectievelijk Joegoslavië, Slowakije, Hongarije, Bulgarije en een
Zoals gezegd, kwam het initiatief daarvoor in belangrijke mate van          Apostolische Administratuur in Polen. In de Sovjetunie en Roemenië
Athenagoras. Als we er nu nog even op terugkomen is dat vooral omdat        bestaat de Oosters-katholieke Kerk alleen ondergronds, want van
de complexiteit van de interkerkelijke relaties er op zo'n markante wijze   staatswege werden de Oosterse katholieken gekoppeld aan het orthodoxe
door tot uiting komt.                                                       patriarchaat van Moskou en Boekarest. In 1980 riep Johannes-Paulus II in
                                                                            Rome een synode samen van de katholieke Oekraïense Kerk-in-de-
De Tweede Conferentie van Rhodos (1963) was samengeroepen om te
                                                                            emigratie, die ongeveer een miljoen gelovigen telt. Dit leidde tot een
beraadslagen over het al of niet zenden van waarnemers naar het Tweede
                                                                            protest van de patriarch van Moskou, Pimen, die oordeelde dat alle
Vaticaans Concilie. De delegaties van Constantinopel en van Alexandrië
hadden in principe geen bezwaar, maar vroegen zich wel af of het zin        Oekraïense Kerken onder zijn bevoegdheid vielen.
had, aangezien ze de loop van de gebeurtenissen op het concilie toch niet   Tot de Alexandrijnse traditie behoren verder ook de
zouden kunnen beïnvloeden. Ze vonden het                                    Koptisch-katholieke en de Ethiopisch-katholieke Kerk

110                                                                                                                                                355
Geestelijk verbonden met Antiochië zijn de Syrisch-katholieken en de                en eventuele afwijkingen van de orthodoxie te veroordelen, maar
Maronieten in Syrië en Libanon, alsook de Syro-Malankaarse                          veeleer te herinneren aan de pastorale taak en de barmhartigheid
Kerk in India.                                                                      waarmee de herders naar hun kudde moesten gaan. Bij de sluiting
Tot de Oostsyrische (Jacobitische) traditie behoren de Chaldeeën,                   van het concilie lagen er zestien decreten, constituties en
vooral in Irak, en de Syro-Malabaren (ook wel Thomas-Christenen                     verklaringen op tafel, niet alle even doortimmerd, maar - in hun
genoemd) in India. Katholiek-Armeense bisdommen treft men in                        geheel gezien - tekenend voor het aanbreken van een vernieuwde
nagenoeg alle landen in het Nabije Oosten aan. Het patriarchaat is                  geest in de Kerk. Wat valt er uit deze documenten op te maken ?
gevestigd in Beyrouth.
Voor het bestuderen van de theologie, de liturgie en de geschiedenis van
deze Kerken had Pius XI in 1 9 2 2 in Rome het Oosters Instituut opgericht.   De vraag naar God
Bovendien gaf hij aan de Benedictijnen opdracht, op enkele plaatsen
eenzelfde studie als hoofdtaak te nemen. Zo ontstond in België de priorij     Volgens de heersende tijdgeest leek de mens God niet meer nodig te
van Amay- sur-Meuse ( 1 9 2 5) , in 1 9 2 9 overgebracht naar Chevetogne,     hebben. Uiteraard moest die vaststelling ook op het concilie ter
waar de liturgie in de Byzantijnse ritus wordt gevierd en de geschiedenis     sprake komen. De onkerkelijkheid was nu niet een strijdbaar
en de spiritualiteit van het Oosten worden bestudeerd. Daar wordt ook het     anti-klericalisme, maar veeleer een godsdienstige onverschilligheid. Het
gezaghebbende tijdschrift Irènikon uitgegeven, dat tot een volwaardig         was er het concilie niet in de eerste plaats om te doen, deze nieuwe vorm
oecumenisch blad is uitgegroeid.                                              van atheïsme te veroordelen; er werd vóór alles gesproken over de
                                                                              kwestie, hoe men tot de mensen over God moest spreken. Men vroeg zich
Numeriek staan de katholieken van Oosterse ritus niet zo sterk, maar op       af, of er niet iets haperde aan het getuigenis dat de Kerk over God aflegde
Vaticanum 11 is hun inbreng (o.m. in verband met de collegialiteit en de      en of zij er derhalve ook niet zelf gedeeltelijk schuld aan had, dat de
oecumene, alsook bij de opstelling van Gaudium et Spes) niet gering           hedendaagse mens de weg naar God niet meer vond. Om op die vragen te
geweest. Patriarch Maximos IV Saigh weigerde op het concilie ook,             antwoorden, werden o.m. drie paragrafen toegevoegd aan het
Latijn (`de taal van de Kerk') te spreken! De Latijnse of westerse Kerk, zo   conciliedocument over de Kerk in de wereld.
redeneerde hij, is immers ook slechts een deelkerk, een ritus van de
Catholica.                                                                    In de constitutie over de liturgie ging men uit van God, niet als de




      Vaticanum II
                                                                                    Openingsplechtigheid van Vaticanum
                                                                                    11.
                                                    (1962-1965)


      Angelo Roncalli, die bij zijn verkiezing algemeen als een
      overgangspaus werd beschouwd en die, gezien zijn reeds
      gevorderde leeftijd, wel niet de tijd zou hebben om spectaculaire
      dingen tot stand te brengen, verbaasde de wereld, toen hij op 25
      januari 1959 onverwachts bekend maakte dat hij het besluit had
      genomen, een oecumenisch concilie bijeen te roepen.

      Bij zijn openingstoespraak in 1962 beklemtoonde hij, dat het niet
      zozeer de bedoeling van de Kerk moest zijn, de geloofswaarheden
      weer eens op polemische wijze te verdedigen

356                                                                                                                                                  357
God van de filosofen, maar als de God die begaan is met de mensen, tot in
Zijn menswording in Jezus toe. Voor de moderne mens die zozeer op een
`gebeuren' is gesteld, was dit al een gelukkig aanknopingspunt. Liturgie
wordt niet allereerst gezien als de verering van God, maar als het
handelen van God met de mensen in het dagelijks leven. Sommige
Romeinse autoriteiten, voor wie liturgie gelijk stond met `rubricisme',
gaven vóór het concilie nog snel een rubriekencodex uit voor mis en
brevier, met daarbij richtlijnen voor de uitgevers van liturgische boeken
en bepalingen voor de feestkalender van bisdommen en religieuze
gemeenschappen. Meer dan een technisch kader was dat niet en men
hoopte dat het concilie aan dat technische kader (dat uit niet minder dan
530 artikelen bestond) alleen enkele liturgische principes zou toevoegen.
Maar in het conciliedocument werden al die artikelen zonder meer van de
tafel geveegd!
Ook in de dogmatische constitutie over de openbaring werd op de vraag                  Paus Johannes XXIII
naar God verder ingegaan. Over dit document is een zeer lange discussie
gevoerd. Door een bepaalde richting in het theologische denken werd de          volledig tot de Kerk van Christus behoren die alle door haar ingestelde
openbaring gezien als het totaal van de geloofspunten, die trouw en             heilsmiddelen aanvaarden, binnen de door paus en bisschoppen geleide
ongewijzigd van de ene generatie op de andere worden doorgegeven, als           gemeenschap. Maar dan wordt niettemin de poort wijder opengegooid.
een gesloten geheel dat zo door de Kerk wordt bewaard. Een andere               Gesteld wordt, dat er ook een werkelijke eenheid van alle christenen
richting zag de openbaring niet als een afgerond systeem, maar als een          bestaat en dat die eenheid volstrekt niet louter uiterlijk is, want in alle
leven en handelen tegelijk; objectief neemt deze openbaring niet toe, maar      christenen is de Geest van God aan het werk, overal is er Zijn geloof,
door haar geworteld-zijn in de geschiedenis kent ze een groei. Voor de          Zijn hoop en Zijn liefde en bij allen betekent het breken van het brood -
mensen worden de zaken duidelijker; de Geest zorgt ervoor, dat men              ondanks de grote verscheidenheid in interpretatie - een levende
dieper in het geopenbaarde wordt binnengevoerd. Schrift en traditie             gemeenschap met Christus. Om deze reden werd ook aan de niet-
kunnen dus ook niet van elkaar gescheiden worden. Terwijl men tot aan           katholieken de naam Kerk niet ontzegd, hoewel men hen voorheen
Vaticanum II geneigd leek geweest de klemtoon sterk op de eerste                algemeen sekten placht te noemen.
richting te leggen, gaat men nu de openbaring eerder als een
heilsgeschiedenis zien, niet langer als een `systeem van waarheden', maar        Het decreet over de oecumene stelt vast, dat de scheuring `zonde aan
als een `kerygma', als verkondiging.                                             beide zijden' was en stipt daarbij aan, dat de schuld voor de scheuring
                                                                                 niet eenzijdig mag worden gezocht bij de mensen die nu feitelijk tot die
                                                                                 andere Kerken behoren. Men mag hen niet zonder meer `ketters' noemen.
Oecumene                                                                         Zelfs wordt toegegeven dat de katholieken heel wat van de niet-
                                                                                 katholieken kunnen leren, omdat deze laatsten sommige delen uit het
Oecumenische openheid is een van de opvallendste karakteristieken van
                                                                                 christelijke erfgoed beter hebben ontwikkeld dan de Katholieke Kerk
het concilie geweest. Het oprichten van het Secretariaat voor de Eenheid
                                                                                 zelf.
door Johannes XXIII was daar in belangrijke mate oorzaak van. Van                Als men daar nog aan toevoegt, dat het concilie erkende dat de Kerk
katholieke zijde betekende dit de eerste officiële stap in de richting van de    `Gods volk onderweg' is en zichzelf voortdurend moet blijven
niet-katholieke christenen. Kardinaal Ottaviani, de prefect van het Heilig       hervormen, en dat zondigheid haar niet vreemd is zolang het einddoel
Officie, had gewaarschuwd voor al te veel uitbundig optimisme.                   niet is bereikt, dan is het duidelijk dat de sfeer tussen Rome en de andere
Sommigen vroegen zich af of men misschien de voortzetting van de                 christelijke Kerken een opmerkelijke verbetering heeft ondergaan. In
contrareformatie beoogde, hoewel dan met een andere methode. Welk                plaats van aan proselytisme wordt nu gedacht aan de noodzaak van eigen
antwoord kwam er van het concilie? De constitutie over de Kerk                   bekering. Daarom heeft het decreet het ook
herhaalde, dat slechts diegenen
                                                                                                                                                          359
112
juist uitvoerig gehad over `innerlijke bekering', over `zonden tegen de      uitzonderingsgevallen en bij onoplosbare vragen trad de paus als
eenheid' : hoogmoed die weigert vergiffenis te vragen of te schenken, en     scheidsrechter op. Toen eenmaal de wereldlijke macht van de paus
die niet wil vergeven en vergeten.                                           toenam, groeide zijn figuur steeds meer uit tot die van een
                                                                             absolutistische monarch. De nadruk werd gelegd op uniformiteit. De
Godsdienstvrijheid                                                           paus was niet langer `de dienaar van de dienaren van God'. Hij heerste -
                                                                             ook over de bisschoppen; van `gelijken' was geen sprake meer. Het
                                                                             gevaar van ongeloofwaardigheid werd steeds groter.
Johannes XXIII was van oordeel, dat de verklaring over de
godsdienstvrijheid er het bewijs van moest leveren, dat de Kerk zich aan     Het was dan ook niet verwonderlijk, dat er een tegenstroming op gang
het wezenlijke van de geloofsschat kon houden en niettemin de tekenen        kwam. Er ontstonden bisschoppenconferenties. Op die horizontale
van de tijd kon verstaan. Vooral dank zij kardinaal                          verbindingslijnen tussen de bisschoppen waren de curie en de nuntii niet
Bea, hoofd van het Secretariaat voor de Eenheid (die later door kardinaal    erg gesteld. De curie erkende weliswaar, dat er een noodzaak voor
Willebrands zou worden opgevolgd), kon de - door sommigen sterk              decentralisatie bestond, maar dan eerder om technische dan om
wantrouwend bekeken - verklaring in haar geheel worden aanvaard. Dat er      principieel-theologische redenen. Op het concilie kwam het dan toch tot
nogal wat tegenstanders waren valt te begrijpen, als men bedenkt hoezeer     een decreet `over de herderlijke taak van de bisschoppen'. Maar er kwam
in de vorige eeuw de vrijheid was bestreden. Het voornaamste argument        meer. Vaticanum II had ook de uitgesproken bedoeling, een leer over de
van hen die zich ertegen verzetten bleef de stelling, dat de dwaling geen
bestaansrecht heeft. Daartegenover stond de mening dat vrijheid van          gehele Kerk, een vernieuwde ecclesiologie te brengen. Aan de plaats van
godsdienst als een burgerlijk recht moest worden beschouwd. De               de paus in de Kerk werd niet rechtstreeks getornd. Veel aandacht werd
uiteindelijke norm voor elk menselijk handelen, zo werd nu gesteld, is het   echter geschonken aan de collegialiteit van de bisschoppen die - met aan
geweten. De twee standpunten leidden tot een botsing van de klassieke        hun hoofd de paus - het leergezag van de Kerk uitmaken. Paus en
mentaliteit met het groeiende historische bewustzijn. De aanhangers van      bisschoppen werden niet tegenover elkaar geplaatst of tegen elkaar
het eerste zagen in de houding van die van het tweede liberalisme,           uitgespeeld. Op het concilie werd aangetoond dat de opvatting, volgens
subjectivisme, relativisme en een ongerechtvaardigd irenisme. De anderen     welke de jurisdictiemacht alleen van de paus uitgaat, niet verder
zagen in de houding van de eerste groep een onaanvaardbare                   terugggaat dan de tweede helft van de negentiende eeuw. De discussie
fixeringsdrang, waardoor men de ontwikkeling van de leer op een bepaald      over deze kwestie heeft zich verscheidene weken voortgesleept en de
punt vastspijkerde en weigerde het door-de-tijd-bepaalde te onderscheiden    hierdoor ontstane spanning tussen de theologische commissie en
van het wezenlijk onveranderlijke.                                           de bisschoppen heeft op bepaalde ogenblikken zeer scherpe vormen
                                                                             aangenomen. Op diplomatieke wijze is toen de paus tussenbeide gekomen.
                                                                             De samenstelling van de theologische commissie werd gewijzigd en
                                                                             kardinaal Ottaviani kreeg de aanzegging dat de commissies de uitvo erende
                                                                             organen van het concilie waren en niet de rechters ervan.
Collegialiteit
                                                                             De collegialiteit van de bisschoppen kreeg in de slotteksten veel nadruk.
De vraag naar God, de oecumene en de godsdienstvrijheid waren niet de        De paus zou niet langer de aanblik hebben van een absolutistisch
enige onderwerpen die op het concilie aan bod kwamen. Zeker even             heerser; hij zou niet méér zijn dan het hoofd van het bisschoppencollege.
belangrijk, zo niet nog belangrijker, waren de collegialiteit van de         In de praktijk bleven de gevolgen niet uit. Het Heilig Officie werd
bisschoppen en de plaats van de leek in Kerk en wereld.                      hervormd en kreeg de positieve taak, het geloof te bevorderen.
Over de structuur van de Kerk is heel veel te doen geweest. Na               Bovendien - en dat was de meest ingrijpende maatregel - zou een synode
Vaticanum I hadden de uitspraken over het primaatschap en de
onfeilbaarheid vooral de macht van de paus beklemtoond.                      of raad van bisschoppen worden opgericht, om de paus in zijn bestuur
Dat bracht een kerkbeeld met zich mee dat grondig verschilde van het         over de Kerk bij te staan. Ook zouden er over de gehele wereld
kerkbeeld van de eerste eeuwen, waarin van een uitgebouwde                   regelmatig nationale en supranationale bisschoppenconferenties moeten
centralisatie van Rome helemaal geen sprake was. Tijdens de toen             plaatsvinden. Bovendien werd aan de bisschoppen gevraagd, voortaan op
gehouden concilies stonden de bisschoppen op de voorgrond. Alles werd        een meer collegiale manier te besturen. Dat werd meteen het begin van
overheerst door de gemeenschapsgedachte. Hoogstens in                        priester- en parochieraden.

113                                                                                                                                                 361
                                                                             heeft weliswaar een religieuze opdracht, maar omdat ze ook een
                                                                             zending in de wereld heeft, moet ze een pastorale zorg voor de
                                                                             wereld tonen. Het in-de-wereld-staan mag voor de Kerk niet
                                                                             een lastige bijkomstigheid zijn; het behoort tot haar wezen. Overal waar
                                                                             mensen aan het werk zijn, is ook God werkzaam aanwezig. De Kerk
                                                                             moet het groeien van de mensen gadeslaan en mee-bewerken. Zo moet ze
                                                                             er rekening mee houden dat de mensen in een geseculariseerde wereld
                                                                             wonen, waarin ze God niet nodig lijken te hebben. De bekoring van een
                                                                             leven-zonder-God dient de Kerk zich dan ook altijd te realiseren. Het is
                                                                             dus niet zozeer een kwestie van op de brandende vragen van de tijd te
                                                                             kunnen antwoorden met een onveranderlijke leer, maar een kwestie van
                                                                             met open handen te staan, gericht naar de wereld voorzover deze naar
                                                                             een echt menszijn streeft. Misschien is het concilie er niet in geslaagd
                                                                             een volledige theologie van de aardse werkelijkheden uit te werken,
                                                                             maar wel werden er behartenswaardige dingen gezegd over huwelijk en
                                                                             liefde, wetenschap en cultuur, vrede en ontwapening.


      Paulus VI, de eerste paus die andere continenten bezocht.              Verschuiving van accenten
                                                                             Beziet men het concilie als een geheel, dan is het duidelijk dat er zich
De leek in Kerk en wereld                                                    gedurende de vier sessies opmerkelijke verschuivingen hebben
                                                                             voorgedaan. Een eerste opvallende verschuiving is die van het juridische
In de conciliedocumenten wordt herhaaldelijk over de leken gesproken.        naar het meer existentiële vlak. De conciliedocumenten overlappen
Toen in de jaren twintig de Katholieke Actie vorm aannam, zag men de         elkaar soms wel eens, maar ze vullen elkaar ook aan. Als men naar een
leken als medewerkers aan het hiërarchische apostolaat van de Kerk.          plan zou zoeken waaraan men zich systematisch heeft
Alleen het feit al dat ze daartoe, zoals dat heette, `gemandateerd'          gehouden, dan zou men bedrogen uitkomen; het was veeleer een
werden wijst er op dat de leek een taak toevertrouwd kreeg, die als het      geest, een gezindheid waardoor men zich liet leiden. Zo kan in
ware aan zijn eigenlijke opdracht werd toegevoegd.                           verscheidene documenten een oecumenische geest ontdekt worden,
                                                                             zonder dat er specifiek-disciplinaire punten inzake oecumenische
                                                                                                                                                       de
Tijdens Vaticanum II werd nagedacht over de plaats van de leek in de         contacten werden uitgevaardigd. Overal komt de dienende rol van
Kerk. Men wenste de kloof tussen clerus en leken te overbruggen. Dank        Kerk en van de priester naar voren, eerder dan hun juridische
zij de vooruitgang van het theologische denken werd de leek meer en          bevoegdheden. Een uitspraak die men tijdens de conciliedebatten
meer gezien als een volwaardig lid van het Godsvolk. Als gedoopte had        vaak kon horen, was: `Deze tekst is te juridisch'. De Oosterse Kerken,
hij deel aan de priesterlijke en profetische opdracht die Christus had. Er   waar het recht niet een even strakke ontwikkeling heeft
is slechts één christelijke volmaaktheid: liefde tot God, gekoppeld aan      doorgemaakt als in het Westen, hebben in het beklemtonen van de
liefde tot de medemensen, en daartoe zijn allen geroepen, ook de leken,      Geest een belangrijke rol gespeeld.
al leven die volop in de wereld, in familie- en maatschappijverband. Zij     Een tweede verschuiving was die van verdediging naar dialoog. Dat dit
brengen de geest van het evangelie in de wereld en dat is de wezenlijke      kon gebeuren, was niet zo vanzelfsprekend. Hoe kon men, met meer dan
opdracht van de Kerk.                                                        2.000 stemgerechtigden (die elk niet langer dan tien - later zelfs acht -
Vanuit dat perspectief moet men ook het conciliedocument over `de            minuten over eenzelfde onderwerp het woord mochten voeren) tot een
Kerk in de tegenwoordige wereld' zien. Kardinaal Suenens (Mechelen)          echte uitwisseling van gedachten komen? De belangrijke dialoog had
had in zijn programmarede aan het einde van de eerste sessie een             dan ook in feite buiten de concilie-aula plaats. In hun eigen bisdom
`Gesprek van de Kerk met de wereld' voorgesteld. De Kerk                     waren de bisschoppen mensen van gezag en aanzien, maar vaak ook
                                                                             eenzaam. In Rome stonden ze op voet
114                                                                                                                                                   36
                                                                                                                                                      3
van gelijkheid. Het kwam zo als vanzelf tot gedachtenwisselingen tussen
Zuid-Amerikanen en Afrikanen, westerlingen en oosterlingen. Alleen de             De Kerk in de
bisschoppen uit de Verenigde Staten hadden zich aanvankelijk in het
Hilton Hotel of een daarmee gelijkstaand verblijf geïsoleerd, maar ook dat
heeft de sfeer van de dialoog niet kunnen tegenhouden. Tussen de
bisschoppen hadden voortdurend contacten plaats en dat bracht met zich
                                                                                  Oostbloklanden
mee, dat ze kennis leerden nemen van wat er in andere werelddelen
leefde. Eén voorbeeld: aan het begin van de discussies over de liturgie
waren de bisschoppen uit de Verenigde Staten uitgesproken tegenstanders
van ook maar enige verandering in de traditionele liturgie. Toen het              De annexatie van Oost-Polen, Bessarabië en Oekraine door de
schema op 4 december 1964 in stemming kwam, telde men slechts vier                Sovjetunie, gedurende de Tweede Wereldoorlog, had voor
tegenstemmers. Wat was er met de zo ongeveer 250 Amerikaanse                      de katholieken in die landen vèrstrekkende gevolgen. Ook de
bisschoppen gebeurd? Toen tijdens een voltallige zitting door sommigen            militaire bezetting van Oost-Europa, bekrachtigd door de
werd verdedigd dat een oecumenische gezindheid niemand ervan ontsloeg             Akkoorden van Jalta (1945), kwam er op neer dat het gehele
onverbloemd de waarheid te verkondigen, zei bisschop De Smedt uit                 oostelijke deel van Europa aan Sovjet-invloed werd onderworpen.
Brugge namens het Secretariaat voor de Eenheid der Christenen, dat er             Voor ongeveer 70 miljoen katholieken uit elf landen begon een
inderdaad niets van de waarheid verborgen moest blijven, maar `we                 gruwelijke lijdensweg. Slechts over enkele landen kunnen we hier
moeten een taal spreken die ook door mensen die niet onze scholastieke            iets zeggen.
opleiding hebben gekregen begrepen kan worden. En we moeten ons er
voor inspannen de taal van die anderen, die wij niet begrijpen, te leren     De Sovjetunie
kennen om niet voortdurend verkeerde oordelen te vellen'.
                                                                             Het hardst werden de katholieken getroffen in de gebieden die bij de
De derde verschuiving die tijdens het concilie plaats vond was, dat het      Sovjetunie werden ingelijfd. Reeds in 1939 was de staat opgetreden tegen
vasthouden aan verstarde begrippen plaats maakte voor besef van              de geunieerde Armeniërs en de Oekraïeners (Ruthenen) die
historische ontwikkeling. Dat was allerminst een aangelegenheid van de       in het Poolse aartsbisdom Lwow (in het Duits Lemberg) en de
tweede rang. Vele `conservatieve' bisschoppen, oprecht                       suffragaanbisdommen daarvan woonden. De kerkelijke
bezorgd om de zuiverheid van het geloof, hadden het moeilijk om niet         goederen waren in beslag genomen, de priesterseminaries gesloten,
wantrouwend te staan tegenover alles wat `anders' en `nieuw' was. Het        kloosters geplunderd. Tijdens de Duitse bezetting werd de status quo
innemen van een gewijzigd standpunt leek voor hen gelijk te staan met        gewoon gehandhaafd, maar toen de Sovjets bij de terugtocht van de nazi -
het doen van concessies aan het relativisme van een voortschrijdende         troepen het gebied inpalmden, werd de kerkvervolging voortgezet en
historische ontwikkeling; het gaf de indruk dat zo iemand stelde dat de      werden de geunieerde Kerken aan strenge administratieve maatregelen
`officiële openbaring' van God niet zou zijn afgesloten met de dood van      onderworpen. Op grond van een illegale synode die na de aanhouding van
de laatste ooggetuige van Christus. De concilievaders hebben in de loop      tien bisschoppen en apostolische administratoren werd gehouden (1946)
van de sessies leren inzien, dat de Kerk hier op aarde volop in de           werden deze geunieerde Kerken ertoe gedwongen, zich aan te sluiten bij
geschiedenis staat, niet als een onvergankelijk en onveranderlijk blok,      het patriarchaat van Moskou. Voor de katholieke Kerk in de Oekraïne
maar net als de mens zelf, die weliswaar altijd dezelfde mens blijft, maar   betekende dat de genadeslag. Willekeurige bestuursmaatregelen volgden
toch ook groei en bloei kent en soms ook wel een dieptepunt. Net als het     elkaar op en bereikten een hoogtepunt bij de samensmelting van de
menselijk individu ziet ook de Kerk nieuwe situaties opdoemen; dan moet      KarpatenOekraïeners met de Orthodoxe Kerk van Moskou (1949).
zij naar nieuwe methodes uitzien en de dingen anders leren aanpakken.        Ondertussen waren reeds 67 kerken onteigend en 18 priesters
Gedurende het concilie heeft men de voorlopigheid en de betrekkelijkheid     gearresteerd.
                                                                              Toen het Vaticaan in 1963 zijn oostpolitiek wijzigde, kon de vrijlating
van veel dingen leren inzien.                                                 worden verkregen van de Oekraïense metropoliet van Lwow (Lemberg),
                                                                              mgr. Slipyj. Fundamenteel bleef de pijnlijke situatie van de Kerk in de
                                                                              gehele Sovjetunie echter ongewijzigd. Het valt

115                                                                                                                                              365
                                                                             in het westen had de Kerk onder Duitse bezetting zwaar te lijden. Een
                                                                             groot aantal bisschoppen, priesters en religieuzen (onder wie pater
                                                                             Maximilian Kolbe) kwam in concentratiekampen terecht. Na de oorlog
                                                                             werd het zwaarbeproefde land een communistische staatsstructuur
                                                                             opgedrongen. Tussen 1946 en 1948 stelde de regering pogingen in het
                                                                             werk om de Kerk uit de openbaarheid naar de `sacristie' terug te dringen.
                                                                             Haar activiteiten werden beperkt. Ook werden er pogingen ondernomen
                                                                             om verdeeldheid onder de clerus te zaaien: de zogenoemde PAX-
                                                                             priesters gingen - sommigen misschien met goede bedoelingen - een
                                                                             patriottische Kerk vormen.
                                                                             De grote strijd brak los in 1951. Kardinaal Wyszynski, de aartsbisschop
                                                                             van Warschau, was er niet op uit de geprivilegieerde positie van de
                                                                             Kerk weer terug te veroveren, maar omdat hij het stalinisme als het
                                                                             grote gevaar zag en de communistische invloed zoveel mogelijk wilde
                                                                             weren, moest het wel tot een botsing komen. Honderden priesters en
                                                                             verschillende bisschoppen kwamen in de gevangenis terecht. De
                                                                             primaat kreeg huisarrest in een klooster buiten Warschau. De regering
                                                                             slaagde erin, vertrouwenslieden van PAX als vicarissen te laten
      Kardinaal Mindszenty (links), in 1949 veroordeeld tot een lange        aanstellen. De harde vervolging werd enigszins verzacht, toen in
      gevangenisstraf in Hongarije. Lech Walesa (rechts), leider van de      oktober 1956 de meer gematigde Gomulka aan de macht kwam.
      Poolse vakbond Solidariteit.                                           Wyszynski en de gearresteerde geestelijken werden in vrijheid gesteld
                                                                             en het kwam tot een overeenkomst tussen Kerk en staat, waarbij een
momenteel af te wachten, of de meer op openheid gerichte politiek van
                                                                             zekere kerkelijke activiteit onder garanties werd toegestaan. Gomulka's
Gorbatsjov ook in de religieuze situatie enige verandering zal kunnen
                                                                             hervormingsgezinde communisme - waarbij o.m. ook het monopolie
brengen.
                                                                             van PAX werd doorbroken - bleek echter politiek niet haalbaar. Het
                                                                             Kremlin sprak zijn `njet' uit en Gomulka hing zijn huik naar de wind
Polen                                                                        die uit Moskou kwam waaien. Op Vaticanum 11 was het aandeel van de
                                                                             Poolse bisschoppen die er - een deel van de tijd - aanwezig konden zijn,
Van alle landen die door de Akkoorden van Jalta in de communistische         niet groot. Opmerkelijk is wel dat Wyszynski en Wojtyla, die ongeveer
invloedssfeer terecht kwamen, telde Polen het grootste aantal katholieken.   de voornaamste woordvoerders waren, vasthielden aan de traditionele
Hoewel er ook tijdens het Interbellum spanningen tussen Kerk en staat        visie inzake de drie grote problemen die elders de Kerk deden
geweest waren, kon het godsdienstige leven er tot bloei komen. Het land      wankelen: het celibaat van de clerus, de plaats van de vrouw in de Kerk
had een uitgesproken katholiek karakter. Tussen 1918 en 1939 groeide het     en de huwelijksmoraal.
aantal bisschoppen van 23 naar 51. Het aantal diocesane priesters steeg
met 43 %; dat van de mannelijke kloosterlingen met 62 % ! Het                 Gdansk en verder
katholieke verenigingsleven bloeide er, evenals de katholieke pers. De
katholieke theologische faculteiten van Warschau, Krakau, Lwow en             Enkele jaren later, in 1970, kwamen de arbeiders van de scheepswerf van
Wilna hadden een wetenschappelijke reputatie. De enige volledige              Gdansk in opstand, weldra gevolgd door onlusten op andere plaatsen.
katholieke universiteit was die van Lublin, gesticht kort na de Eerste        Economische problemen waren de hoofdoorzaak, maar duidelijk bleek
                                                                              ook de band tussen Kerk en volk. Gomulka moest het veld ruimen voor
Wereldoorlog.
                                                                              de meer pragmatisch ingestelde Gierek. In 1971 had deze een ontmoeting
In 1939 rukten zowel de troepen van nationaal-socialistisch Duitsland als     met Wyszynski; dat leek een begin van normalisering. De nieuwe
die van communistisch Rusland, elk van een kant, Polen binnen. Oostelijk      Oostpolitiek van het Vaticaan, waarbij mgr. Casaroli een belangrijke rol
Polen kende toen een radicale kerkvervolging, maar ook                        speelde, droeg bij tot verbetering

116                                                                                                                                                 367
van de verstandhouding, al stonden de Poolse bisschoppen vrij                   kloosterleven, in het oprichten van een katholieke pers, een
argwanend tegenover de nieuwe aanpak.                                           vernieuwing van het schoolwezen en de organisatie van tal van
In september 1976 verenigden 14 prominente Polen zich in het Comité ter         katholieke verenigingen, de Hongaarse katholiekendagen, de
verdediging van de arbeiders (KOR). KOR bracht de repressiemaatregelen          herdenking van Anna Catharina Emmerich (1930) en het
van de politie en de schendingen van de mensenrechten bij de stakingen          Eucharistisch Congres van Boedapest (1938).
aan het licht. Ook de Poolse bisschoppen drongen aan op eerbiediging van        De kwalijke gevolgen van de vervlechting van Kerk en staat uitten zich,
                                                                                toen Hongarije werd meegesleurd in het zog van het nationaal-socialisme.
de mensenrechten en riepen op tot amnestie en dialoog. Toen echter in           Slechts langzaam kon de Kerk afstand nemen van de Duitse invloed. Op
1979 een verbond werd opgericht dat Polen wilde losmaken uit het                aandringen van de pauselijke nuntius deed zij het, maar toen ook met
socialistische kamp, was de maat voor de regering vol. Oppositieleden           grote beslistheid. Het is aan het Hongaarse episcopaat te danken, dat
werden vervolgd. In juli/augustus 1980 brak er echter - opnieuw vanwege         tienduizenden Hongaarse joden tijdens de Duitse bezetting aan de dood
een verhoging van de voedselprijzen - een nieuwe stakingsgolf uit, die          hebben kunnen ontsnappen.
aanleiding gaf tot het ontstaan van de vakbond `Solidariteit'. Na de            Toen het Rode Leger in 1945 Hongarije militair kwam bezetten, bracht
akkoorden van Gdansk heeft `Solidarnosc' zich aanvankelijk strikt als een       dit in de verhouding tussen Kerk en staat wezenlijke veranderingen
vakbond gedragen, maar het werd er al spoedig toe gedreven de rol te            met zich mee. Stapsgewijs werd Hongarije een socialistische
spelen van een brede sociale en politieke oppositiebeweging. Vooral in de       volksrepubliek (1949), waarin uitsluitend de communistische partij het
lente van 1981 werd de verschuiving naar het politieke vlak duidelijk           voor het zeggen had. Reeds in april 1945 had de nuntius het land
merkbaar.                                                                       moeten verlaten. Tussen 1945 en 1950 werden tal van administratieve
                                                                                maatregelen getroffen, waardoor de Kerk werd beroofd van haar
Generaal Jaruzelski kreeg in oktober 1981 de functie van premier,               eigendommen, haar verenigingen, haar scholen en pers, terwijl
minister van defensie en partijleider. Zijn taktiek bestaat erin, door te       mannelijke en vrouwelijke religieuzen de bewegingsvrijheid ontnomen
gaan met provocaties en beschuldigingen aan het adres van `Solidarnosc'         werd. Net als in Polen ontstond daar een beweging van hen die zich
en tegelijk kritiek te leveren op de decadentie van de bureaucratie en op       `vredespriesters' noemden en zich bereid verklaarden met de
het partijdogmatisme. In hoeverre Moskou bij zijn snelle carrière               machthebbers samen te werken. Onder hen waren beslist ook
betrokken was, is niet duidelijk. Duidelijk is wèl, dat hij meer op het leger   idealisten, die zich afzetten tegen het grootgrondbezit van de Kerk,
                                                                                maar ze misten zin voor realisme waar ze meenden, op de
steunt dan op de leidende rol van de partij. Intussen is het ook manifest       communistische leiding van het land werkelijke invloed te kunnen
dat de keuze van een Pool tot paus voor de Kerk in Polen een grote              uitoefenen. Kardinaal-primaat Jozef Mindszenty en zijn
stimulans heeft betekend. Katholicisme en patriottisme zitten er sinds lang     medebisschoppen probeerden tevergeefs tegen het nieuwe regiem op te
in elkaar vervlochten. Maar ondanks alles blijft Polen een land achter het      tornen. Na een schijnproces werd Mindszenty in 1949 tot
IJzeren Gordijn...                                                              een lange gevangenisstraf veroordeeld. In het openbare leven werd de
                                                                                Kerk volledig uitgeschakeld.
Hongarije                                                                       In 1950 kwam het tot een zeer broze modus vivendi tussen Kerk en staat,
                                                                                waarbij de Kerk in feite aan de willekeur van de staat werd overgeleverd.
Sinds het verdrag van Trianon (1920) onderhoudt Hongarije                       Ook de volksopstand van 1956 kon dit proces
diplomatieke betrekkingen met het Vaticaan. Op dat ogenblik was                 niet tegenhouden. Pas met de nieuwe Oostpolitiek van het Vaticaan, die in
66,1% van de bevolking katholiek. De lands- en bisdomsgrenzen werden            het teken van de internationale ontspanning stond, kon men een lichte
in dat verdrag zodanig gewijzigd, dat de Kerk bijna de helft van haar           toenadering bespeuren. Enkele malen kon Rome tot
grondbezit verloor. Hoe onrechtvaardig sommige maatregelen ook                  bisschopsbenoemingen in Hongarije overgaan. Geen enkele
leken, ze kwamen op een bijna providentieel moment en boden de Kerk             tegemoetkoming van de zijde van het Vaticaan (zoals het verwijderen van
een gelegenheid tot innerlijke vernieuwing. Tijdens het Interbellum             Mindszenty, gevolgd door de ontzetting uit zijn ambt) kon de verdere
kwamen enkele pastoraalbewogen bisschoppen op de voorgrond, zoals               uitvoering van de communistische godsdienstpolitiek afremmen.
Tihamér Tóth en Ottokár Prohánszka. De katholieke renaissance uitte
                                                                                Achter het IJzeren Gordijn treft men bijna overal een Kerk aan met
zich verder in een groeiend aantal roepingen tot het priesterschap en tot
                                                                                toegesnoerde mond.
het
117                                                                                                                                                  369
                                                                              bevrijdingstheologie gepredikt, die tot doel had de onrechtvaardigheid van

          De jonge Kerken                                                     de maatschappelijke structuren ongedaan te maken. Daarbij ging de een
                                                                              steeds verder dan de ander. De bisschoppen, die van een aantal christenen
                                                                              het verwijt kregen te horen dat zij zich aan de zijde van de uitbuiters
                                                                              hadden geschaard (wat in zijn geheel genomen ook niet waar is),
                                                                              waarschuwden vooral tegen revolutionair geweld, maar stonden
                                                                              anderzijds niet a priori afwijzend tegenover het experiment van Allende in
      Terwijl de Kerk in de westerse landen globaal gezien aan                Chili, terwijl zij zich toch distancieerden van het autocratische regiem van
      dynamisme inboette en, zowel door het lage geboortencijfer van de       zijn opvolger Pinochet. Van de bisschoppen die resoluut de zijde van de
      welvaartsstaten als door een sterk teruggelopen geloofspraktijk, snel
                                                                              verdrukten kozen, is Helder Camara (bisschop van Recife) het symbool
      in ledental achteruitging, scheen haar toekomst hoe langer hoe meer
      buiten Europa te gaan liggen. Toch moet ook hier weer het nodige
                                                                              geworden.
      onderscheid worden gemaakt. De situatie in Latijns-Amerika, waar        In 1955 werd de Latijnsamerikaanse bisschoppenconferentie opgericht (de
      de katholieken de overgrote meerderheid van de bevolking                CELAM). Ze zou in de recentere ontwikkeling van de Kerk een voorname
      uitmaken, verschilt ingrijpend van de toestand van de                   rol spelen. Zo stond deze conferentie aan de wieg van het basisdocument
      minderheidskerken in Azië, terwijl deze laatste ook weer afwijken       dat op de Conferentie van Medellin (1968) werd afgekondigd. Deze
      van de Afrikaanse christenheden.                                        Conferentie, waaraan werd deelgenomen door 155 bisschoppen en 137
                                                                              vertegenwoordigers van priesters, religieuzen en leken, stelde vast dat in
                                                                              Latijns-Amerika `een situatie van institutioneel geweld' bestond, die een
                                                                              wettige tegenstand, maar niet een revolutie rechtvaardigde. De Kerk wilde
Latijns-Amerika                                                               het ferment zijn in de tot stand te brengen veranderingen en ze wees op de
                                                                              noodzaak van economische, sociale en andere hervormingen. Er werd
In Latijns-Amerika woont ongeveer een derde van de katholieke                 gepleit voor een betere geloofsopvoeding en voor het bevorderen van een
wereldbevolking. Hoe indrukwekkend dat getal ook mag zijn, de                 christelijke gezinspolitiek. In alle landen van het continent hebben de
innerlijke macht van de katholieken staat daarmee niet in verhouding. Als     bisschoppen pastorale brieven geschreven, om de bezieling die van
gevolg van de koloniale overheersing door Spanjaarden en Portugezen en        Medellin was uitgegaan in de eigen situatie gestalte te geven.
de sterke Europese immigratie (vooral in landen als Brazilië en               Ruim tien jaar na Medellin kwam de conferentie van Puebla (1979). Het
Argentinië) heeft het blanke bevolkingselement een grote invloed gehad        slotdocument dat pas na vier ingrijpende herschrijvingen tot stand kwam,
op de maatschappijstructuren. De oorspronkelijke inwoners werden er niet      draagt de sporen van een dubbele tendens: enerzijds een wat koele, zuiver
(zoals de Indianen) naar reservaten verdrongen, maar er ontstond een          leerstellige benadering en anderzijds een meer sociaalbewogen pastorale
mengeling van rassen, die ook tot een mengeling van christelijke              aanpak. Zoals dat met kerkelijke documenten wel eens vaker het geval is,
en heidense riten en gewoonten heeft geleid.                                  kon elke stroming zich op dat rapport beroepen.
Het grootste probleem waarmee de Kerk zich ziet geconfronteerd is de
zeer ongelijke verdeling van rijkdom en bodem. De blanke bovenlaag van
de bevolking bestaat uit grootgrondbezitters, die de vruchtbare gronden       Azië
voor zich laten exploiteren, terwijl de landarbeiders zelf het moeten
stellen met een hongerloon en geen mogelijkheden zien om hun                  De situatie van de Aziatische christenen verschilt van land tot land.
inkomsten te vergroten. Soortgelijke sociale spanningen bestaan in de         Enkele gemeenschappelijke kenmerken moeten we daarbij echter steeds
mijnstreken (bijvoorbeeld in Bolivia) en in de miljoenensteden (Sáo           voor ogen houden: het tijdperk van het kolonialisme is duidelijk voorbij
Paulo, Buenos Aires), met hun hoge werkloosheidscijfer en hun                 - de jonge naties groeien, zij het soms met veel moeite, naar de
sloppenwijken, de `slums'.                                                    volwassenheid op het internationale toneel; de evangelisatie gaat
Catechese en verkondiging zijn in de meeste landen niet toereikend. Het       langzaam maar zeker over in de handen van de inheemsen en de
aantal inheemse priesters is gering. Gedreven door de uitzichtloosheid        westerse moeten leren, een dienende rol te spelen; de Romeinse
van de sociale situatie hebben sommigen een                                   autoriteiten wijzigen hun houding inzake

370                                                                                                                                                   371
riten en gebruiken; er komt een nieuwe houding tot stand tegenover de      missionaire uitstraling van de katholieken. Momenteel telt India meer dan
grote wereldreligies als het hindoeïsme en het boeddhisme.                 80 bisdommen van Latijnse en 17 van Syro-Malabaarse ritus. De 10
Aan dat alles beantwoordt in de zogenoemde oude christelijke landen een    miljoen gelovigen vormen op de totale bevolking van het land slechts een
nieuwe missionaire spiritualiteit en een tot ontwikkeling gekomen          miniem percentage. De kloof tussen hindoeïsme en christendom is
missietheologie.                                                           overigens nog niet overbrugd. Hindoeïstische kringen blijven het
In 1948 telde China 3,276.282 katholieken, 3.015 buitenlandse en 2.676     christendom zien als een volksvreemd element.
Chinese priesters. Twee jaar later zette het communistische regiem de
strijd in tegen de Kerk. Buitenlandse missionarissen werden, vaak na       Afrika
mishandelingen en gevangenisstraf, het land uitgewezen. In 1958
verbleven ongeveer 30 Chinese bisschoppen in de gevangenis terwille van    Terwijl in de Aziatische cultuurlanden de missionering slechts moeizaam
hun trouw aan Rome. De regering probeerde het toen weer over een           - en misschien te laat - kon doorzetten, heeft Afrika een massale
andere boeg te gooien: pogingen werden gedaan om een van Rome              toetreding tot het christendom gekend, vooral nadat de banden van het
afgescheiden nationale Chinese Kerk op te bouwen. Tussen december          kolonialisme in de tweede helft van onze eeuw waren verbroken. En daar
1957 en januari 1962 werden 45 Chinese priesters zonder de toestemming     is ook niet alleen de groei van het aantal, er is ook het zoeken naar een
van het Vaticaan tot bisschop geconsacreerd. Paulus VI probeerde           eigen Afrikaanse theologie en - breder gesteld - de vraag naar een
herhaaldelijk het gesprek met communistisch China op gang te brengen.      algemene afrikanisering van het christendom. Waarnemers van wat
Vanwege de aan de gang zijnde Culturele Revolutie leverden deze            momenteel in Afrika gaande is, waarschuwen ervoor dat de Kerk in het
pogingen niets op. Na de dood van Mao Tse Toeng en de minder strakke       zwarte continent ervoor zal dienen te waken niet onder haar eigen gewicht
opstelling van de nieuwe gezagdragers is er weer wat hoop gerezen op een   te worden verpletterd. Waar in Azië de christenen kleine minderheden
normalisering van de betrekkingen en op iets meer vrijheid voor de Kerk.   vormen, groeit het aantal gelovigen in Afrika op een bijna verontrustende
Anno 1986 is inmiddels een klein aantal seminaries weer door de overheid   wijze, want de kwantiteit kan de kwaliteit schaden indien er niet
vrijgegeven voor heropening.
In Japan kwam vóór de Tweede Wereldoorlog heel weinig terecht van
een inheemse clerus. Door hun wantrouwen tegenover al wat westers                Catechist in Zaïre.
was wezen de Japanners een Kerk die geen leiders uit het eigen volk
had af. Toen in 1939 bleek dat de regering volledige controle wenste
over alle kerkgenootschappen in het land, zag Rome in dat er op
dringend korte termijn een `japanisering' van de Kerk moest komen.
Na de oorlog zag de situatie er heel anders uit. Het Shinto werd als
staatsgodsdienst afgeschaft en de vooruitzichten voor de missionering
werden gunstiger. In 1958 telden de priesterseminaries van Tokio en
Fukuoka samen 260 seminaristen. Toch waren er in datzelfde jaar op
een bevolking van 92 miljoen niet meer dan 266.000 katholieken. Het
prestige van de Kerk is de laatste jaren wel gegroeid. Het gebruik van
het Japans in de liturgie heeft de Kerk een beter imago gegeven.
In India heeft het tot na de Tweede Wereldoorlog moeten duren, voordat
de Kerk een wezenlijke groei en inplanting in eigen bodem mocht zien.
In 1944 was een Indische bisschoppenconferentie in het leven geroepen
en in 1950 had in Bangalore een plenair concilie plaats, waarop alle
bisschoppen van de toen 52 bisdommen aanwezig waren, met inbegrip
van de aartsbisschop van Goa en de bisschoppen van Oosterse ritus uit
Malabar. De decreten, die in 1952 van kracht werden, betroffen niet
slechts de zielzorg, maar ook de

119                                                                                                                                              373
scherp op wordt toegezien. De seminaries en kloosterscholen zijn
overvol. Hoeveel kandidaten zoeken - bewust of onbewust - niet in de
                                                                              De kern
eerste plaats een dienende taak in de Kerk, maar eigenlijk een sociale        In Trente had de Kerk zich op een overwegend defensief standpunt
promotie? Het is een openbaar geheim dat het celibaat de zwarte priesters     gesteld. Ongetwijfeld waren op dat concilie ook belangrijke
te zwaar valt, maar omdat Rome op dat punt onverzettelijk blijft gaan de      hervormingsmaatregelen getroffen, maar de voornaamste aandacht was er
bisschoppen het probleem liever uit de weg; want ze hebben Rome nodig         uitgegaan naar een zuiver afbakenen van het geloof. Rond de orthodoxie
- al was het maar voor financiële steun. Men heeft wel gedacht over een       werden versterkte muren opgetrokken en in de eeuwen die op Trente
Afrikaans concilie, maar ook daar lijkt Rome niet bijster op gesteld te       volgden ging de inspanning voornamelijk uit naar het verdedigen van de
zijn, misschien omdat het vreest de gevolgen ervan niet in de hand te         katholieke vesting. Met kracht heeft Pius XII dat nog gedaan door zijn
zullen kunnen houden.                                                         harde stellingname tegen de tegengestelde ideologieën die zijn tijd
                                                                              beheersten, de linkse en de rechtse dictaturen. Het was een algemeen
Of de jonge Kerken van Afrika niet alleen zullen groeien maar ook             gangbare opvatting, dat wat met de christelijke beginselen niet strookte,
bloeien, zal - menselijkerwijs gesproken - voor een groot deel afhangen
                                                                              onderdrukt en verwijderd moest worden.
van Rome, dat als taak heeft niet alleen voorzichtig maar ook open te
zijn. De verschillen van land tot land hebben we hier noodgedwongen           Het Tweede Vaticaans Concilie ging daar regelrecht tegen in. Johannes
buiten beschouwing moeten raten.                                              XXIII was een figuur die heel sterk de druk van de voortgeschreden
                                                                              historische omstandigheden voelde en dat gevoelen heeft hij aan het
                                                                              concilie meegegeven. De constituties, decreten en verklaringen zijn
                                                                              een belangrijke sprong voorwaarts geweest.

       De post-conciliaire                                                    Nu, meer dan twintig jaar na het afsluiten van het concilie, merkt men we l
                                                                              dat sommige discussiepunten weinig terzake waren en als louter
                                                                              tijdverlies kunnen worden beschouwd, maar wat toch allereerst opvalt is

       tijd                                                                   het feit dat de concilievaders massaal hebben gekozen voor een totaal
                                                                              nieuwe oriëntatie. Het concilie heeft, in evangelische trouw, gezocht naar
                                                                              een creatief antwoord op nieuw-gegroeide situaties. Het heeft zich er
                                                                              rekenschap van gegeven, dat de muren die men rond de 'civitas Dei' (de
                                                                              stad van God) had opgetrokken in feite waren ingestort en dat ze,
                                                                              voorzover ze nog bestonden, niet langer verdedigd konden worden.
      De documenten van het concilie en de geest die deze hoge
      kerkvergadering bezielden, mochten geen dode letter blijven. Alles      De taak was niet meer, zoals ooit eerder in de geschiedenis, te zorgen voor
      moest in het kerkelijke leven worden omgezet. Dat sommige mensen        een assimilatie van de `barbaren', of voor het doorzetten van de
      zich gedesoriënteerd voelden, behoeft geen verwondering te brengen.     Gregoriaanse hervorming of voor een in stand houden en uitvoeren van de
      Na elk concilie is dat het geval geweest en het zou veeleer verbazing   besluiten van Trente. Nu was het de taak, in de verdediging van het geloof
      gewekt hebben als dit ook niet zo zou zijn geweest na Vaticanum II,     rekening te houden met nieuwe culturele en historische gegevens, eigen
      waar de Kerk werd opgeroepen om uit een eeuwenlange immobiliteit        aan de twintigste eeuw: de democratie, het pluralisme, de vrijheid, de
      te treden. Het was in de eerste plaats de vraag of wat de diepe         bedreigde vrede, de waardigheid van de vrouw en de morele implicaties
      bezieling van het concilie had uitgemaakt ook in de toekomst            van een aantal wetenschappelijke ontdekkingen.
      gehandhaafd zou blijven. Zou de Kerk het onderscheid weten te maken
      tussen de vitale krachten van het evangelie en de levenloze
      bijkomstigheden die zich in de loop van de tijd hadden opgestapeld en   De verwezenlijking van de koers
      een te grote plaats waren gaan innemen ?
                                                                              Gedurende de twee decennia die sinds het concilie zijn verlopen is al het
                                                                              een en ander tot stand gekomen, waarin de conciliaire inspiratie duidelij k
                                                                              terug te vinden is: sommige hervormingen binnen de

120                                                                                                                                                 375
Romeinse curie, oecumenische initiatieven, een regelmatig samengeroepen
bisschoppensynode als uiting van collegialiteit in verbondenheid met de
bisschop van Rome, de samenstelling van een internationale theologische
commissie, een samen-bidden met leiders van christelijke en niet-
christelijke godsdiensten (men denke aan de bijeenkomst van Assisi in
oktober 1986). Wat men ook kan aanmerken op het concrete functioneren
van deze verschillende initiatieven of op de complicaties die met de
uitvoering ervan gepaard gingen, zonder de vernieuwende wind van het
concilie zouden ze niet tot stand zijn gekomen. Ook op plaatselijk vlak
werden zaken gerealiseerd die, vóór de jaren zestig, toen de piramidale
opvatting over de Kerk nog de gangbare ecclesiologie was, ondenkbaar
zouden zijn. We denken hierbij aan de diocesane priesterraden, de
pastorale parochieraden, oecumenische contacten, enkele plaatselijke
synoden die ongetwijfeld opmerkelijk genoemd mogen worden, ook al
verliep niet alles even rimpelloos. We denken hier bijvoorbeeld aan het
Nederlands Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout van 1968 tot 1970
(thans voortgezet onder de naam Landelijk Pastoraal Overleg); of aan de
werkzaamheden van het Interdiocesaan Pastoraal Beraad in Vlaanderen.
                                                                                    Twee belangrijke figuren uit de derde wereld: Dom Helder
                                                                                    Camara (links) en Moeder Teresa (rechts).
Remmingen                                                                     op een strakke zelfverzekerdheid. Zeker is, dat hij de teugels strak in
                                                                              handen houdt, dat hij orde op zaken wil houden en zeker op het oog heeft
Toen er stemmen opgingen die pleitten voor meer ingrijpende                   de kerkelijke eenheid en tucht te herstellen. De theologie van de
hervormingen in de organisatie en de levensstijl van de Kerk, opdat deze      bevrijding en de feministische strekkingen worden met een zekere
niet voor het verwijt zou komen te staan dat zij zich beperkte tot een        argwaan gevolgd. Theologen die onvoorzichtige ideeën verdedigen
waardige `conservatieve restauratie' in plaats van een moedige                worden op de vingers getikt. Terecht kan men aanvoeren dat de paus de
vernieuwing aan te pakken, heeft het kerkelijke gezag op een eerder           strijd aanbindt tegen de grote permissiviteit die in sommige landen het
strakke manier ingegrepen. We komen hier terecht bij de figuur van            godsdienstig leven ondermijnt. Anderzijds zal men zich misschien
Johannes-Paulus 11. Met zijn verkiezing begon een periode van                 afvragen of bepaalde bestuursdaden - zoals de benoeming van als
afremming. Paus Wojtyla lijkt een kerkleider die buiten alle categorieën      restauratief bekend staande bisschoppen in sommige landen - de daar
valt. Hij is een sterke persoonlijkheid met vele hoedanigheden. Het is een    reeds bestaande polarisatie niet nog meer in de hand werkt. Het
niet geringe verdienste dat hij contact heeft met het kerkvolk, dat           handhaven van de traditionele normen op gebieden waar de wetenschap
verspreid over de gehele wereld leeft. Zijn reizen zijn nauwelijks meer bij   op de moraal vooruitgelopen is, doet eveneens vragen rijzen.
te houden. Het kussen van de grond bij zijn aankomst in elk land dat hij      Ongetwijfeld is dit alles veel complexer van aard dan het op het eerste
komt bezoeken is via de media een vertrouwd beeld geworden. Men moest         gezicht lijkt, maar het blijft vooralsnog een moeilijk te beantwoorden
er wel even aan wennen, een paus te hebben van wie bekend is dat hij, nog     vraag, of men in Rome alleen de uitwassen van de `concilieijver' aan het
als seminarist, toneelstukken had geschreven en gespeeld, iemand die          afremmen is.
volksliederen zong en die ook per grammofoonplaat liet verspreiden, een

                                                                              De toekomst
paus die bergen beklom. Deels door zijn Poolse achtergrond, deels
vanwege zijn temperament en karakter staat hij aan de behoudgezinde
kant. Ooit heeft men over hem gezegd dat hij `naar velen luistert, met
enkelen spreekt, maar alléén beslist'. Men kan dit interpreteren als een      Hoe alles zich nu verder zal ontwikkelen, is niet te voorspellen. Een
goede eigenschap, maar het kan ook wijzen                                     doorslaggevende reden om pessimistisch te zijn is er niet. De

                                                                                                                                                      377
121
geschiedenis van de Kerk heeft altijd hoogte- en dieptepunten
gekend. Menselijke elementen hebben altijd meegespeeld. Perioden
van duisternis wisselden af met perioden van licht. De Kerk heeft
                                                                                                  DE
                                                                                             OECUMENISCHE
joden vervolgd en ketters op de brandstapel gebracht. Zij
heeft de inquisitie ingesteld. Voor het ontstaan van schisma's moet zij
zeker ook een deel van de schuld op zich nemen. Soms heeft het haar
aan moed ontbroken. Op dat alles kan zij niet trots zijn.

                                                                                               CONCILIES
Aan de andere kant heeft zij zelf ook vervolgingen meegemaakt. Zij telt
martelaren en heiligen. Tal van christenen zijn het slachtoffer geworden
van hun liefde voor de medemens. De Kerk heeft profeten gehad die
opkwamen voor de rechten van zwakken en verdrukten. Zo zal het wel
altijd blijven. Zonder aan doemdenken te doen, kan men voorspellen
dat er tijden zullen komen die een verzwakking van het christelijke
geloof met zich mee zullen brengen. Maar er wachten ook tijden van
grote geestelijke bloei. Pas over een halve eeuw zal het mogelijk zijn,
een oordeel te vellen over wat wij nu meemaken.                                   De eerste officiële lijst van de zogenaamde oecumenische concilies werd
                                                                                  opgesteld op het concilie van Konstanz. Men baseerde zich daarbij op een
                                                                                  apocrief document dat de titel droeg: 'Geloofsbelijdenis van Bonifatius VIII'.
Het bestuderen van de kerkgeschiedenis leert tal van zaken te                     Deze lijst vermeldde vijftien concilies, waarvan acht in het Oosten en zeven in
relativeren. Zonder historische zin zal iemand zich doodergeren - daar
zal altijd wel een reden voor aanwezig zijn. Het enige wat we kunnen              het Westen gehouden waren.
doen, is de wens uiten dat de Kerk uit haar geschiedenis mag leren.               Historici en canonisten hebben er sinds lang mee opgehouden te zoeken naar
                                                                                  de criteria die bij het opstellen van die lijst gehanteerd werden. De opsom-
                                                                                  ming van Konstanz is voor de katholieke Kerk de officiële lijst gebleven. De
                                                                                  anglicanen aanvaarden enkel de eerste vier concilies; de orthodoxen de eerste
                                                                                  zeven. Verscheidene Kerken uit de reformatie erkennen de eerste vier, voor
                                                                                  zover ze in overeenstemming zijn met de gegevens van de H. Schrift.
                                                                                  Gedurende het eerste millennium waren de concilies vooral een aangelegen-
                                                                                  heid van het Oosten. Samengeroepen door de keizers behandelden ze op de
                                                                                  eerste plaats problemen die de oosterse Kerken aanbelangden. Ze werden
                                                                                  vooral door oosterse bisschoppen bijgewoond. Gedurende die periode hielden
                                                                                  ook de westerse Kerken concilies. Vaak werden daar belangrijke problemen
                                                                                  behandeld, zoals het schisma van het Donatisme in Arles (314). Soms was het
                                                                                  aantal samengekomen bisschoppen bijzonder groot, zoals in Rimini (359); het
                                                                                  gebeurde ook dat de concilies door de paus werden voorgezeten (Rome 369
                                                                                  en 380). Geen van alle werd nochtans als oecumenisch concilie weerhouden.

                                                                                  Slechts vanaf de 12de eeuw, toen het pausdom zegevierend uit de strijd met
                                                                                  het keizerrijk was gekomen, werden ook in het Westen echte oecumenische
                                                                                  concilies gehouden, al verkoos men aanvankelijk de term 'algemeen' of 'uni-
                                                                                  verseel concilie'. De term 'oecumenisch' werd voor het eerst voor Trente
      Paus Johannes Paulus II tijdens de bijeenkomst van Assisi met leiders van   gebruikt.
      niet-christelijke godsdiensten (oktober 1986).                                Aangezien de concilies in het leven van de Kerk een zo belangrijke rol heb-

122                                                                                                                                                     379
ben gespeeld, menen we er goed aan te doen ze hier op te sommen en bondig weer                             Christus slechts één wil was, lijke wil is onderworpen aan
te geven welke besluiten er genomen werden.                                                                nl. de goddelijke?            de goddelijke.

JAARTAL EN            BEHANDELDE                                                       787                 Is het te verdedigen dat men    Volgens het concilie mag
BENAMING              KWESTIES                         BESLUITEN                       Nicea II            de beeldstormers volgt, die     men de beelden vereren in
                                                                                                           in het Oosten de voorstellin-   de mate dat men de persoon
49                    Kan een heiden christen          Op vraag van Paulus en Bar-                         gen van Christus, van de H.     die voorgesteld wordt, ver-
Jeruzalem             worden zonder eerst besne-       nabas beklemtonen Petrus en                         Maagd en de heiligen ver-       eert. Rechtstreekse aanbid-
                      den te zijn en als jood de wet   Jacobus de universaliteit van                       nietigen, omdat ze er een       ding mag alleen God als
                      van Mozes te volgen?             het heil.                                           vorm van afgoderij in zien?     voorwerp hebben.
325                   Is Christus, zoals Arius het     Driehonderd bisschoppen,        869-870             Mag Photius als wettige pa-     Photius wordt veroordeeld
Nicea 1               predikt, enkel een 'schepsel'    vooral uit het Oosten, ver-     Constantinopel IV   triarch van Constantinopel      door een concilie, samenge-
                      van God de Vader? Is Hij al      klaren dat de Zoon 'van de-                         erkend worden, gezien het       komen onder de auspiciën
                      dan niet zelf God?               zelfde natuur' is als de                            feit dat hij er werd benoemd    van de nieuwe keizer. Zijn
                                                       Vader.                                              door de keizer, die op deze     voorganger Ignatius wordt in
                                                                                                           plaats een vertrouwensman       zijn functie hersteld.
381                   Is de H. Geest evenzeer God Honderdvijftig bisschoppen                               wenste?
Constantinopel 1      als de Vader en de Zoon?    uit het Oosten promulgeren
                                                  het 'symbolum van Nicea-             1123                Kan men het akkoord goed-       Het concilie keurt het on-
                                                  Constantinopel' en bevesti-          Lateranen 1         keuren dat paus en keizer       derscheid     goed      tussen
                                                  gen dat de H. Geest, evenals                             hebben gesloten, om voor-       geestelijke wijding, gegeven
                                                  de Zoon, uit de Vader                                    taan samen de hoge dignita-     door de paus, en de toeken-
                                                  voortkomt.                                               rissen van de Kerk te benoe-    ning van beneficiën, een
                                                                                                           men      (concordaat     van    recht van de keizer. Het toe-
431                   Kan Maria 'Moeder Gods'         Niettegenstaande een woelig                          Worms, 1122)?                   dienen van de sacramenten
Efese                 genoemd worden? Is ze niet verloop van het concilie                                                                  tegen geldelijke vergoeding
                      veeleer, zoals Nestorius het wordt gesteld dat Jezus God                                                             en het wangedrag van de cle-
                      predikt, 'Moeder         van zelf is, geboren uit een vrouw.                                                         rici worden veroordeeld.
                      Christus'?
                                                                                       1139                In 1130 werden twee pausen      Het concilie verklaart dat In-
451                   Moet in de incarnatie het        Vijfhonderd    bisschoppen      Lateranen II        tegelijk gekozen. Moet men      nocentius II de wettige paus
Chalcedon             goddelijk element belangrij-     verklaren dat Jezus zowel                           Innocentius II volgen, die de   is. Opnieuw wordt herinnerd
                      ker geacht worden dan het        volledig God als volledig                           voorkeur van de H. Bernar-      aan het goede gedrag waar-
                      menselijke?                      mens is.                                            dus geniet?                     van geestelijken en religieu-
                                                                                                                                           zen blijk moeten geven.
553                   Moet keizer Justinianus ge-      Honderdvijfenzestig     bis-
Constantinopel II     volgd worden in zijn veroor-     schoppen uit het Oosten vol-    1179                Bespreking van de toestand,     De pauskeuze wordt defini-
                      deling van drie bisschoppen      gen de keizer. De paus wordt    Lateranen III       ontstaan nadat Frederik Bar-    tief geregeld: hij moet 3/4
                      uit het verleden, aangezien      geweld aangedaan en breekt                          barossa (beschermer van een     van de stemmen halen. De
                      ze door vorige concilies niet    met Justinianus.                                    aantal antipausen) militair     voorwaarden om tot het
                      werden veroordeeld?                                                                  door de wettige paus werd       priesterschap te worden toe-
                                                                                                           verslagen (1177).               gelaten, worden gepreci-
680-681               Kan men (om de monophy- In Christus is er een dubbele                                                                seerd. De ketters zullen door
Constantinopel III    sieten terug naar de Kerk te wil. De ene sluit de andere                                                             de Kerk veroordeeld en door
                      brengen) stellen dat er in   niet uit, maar de mense                                                                 de staat gestraft worden.

    123                                                                                                                                                          381
1215           De kerkhervorming moet          Dogmatische preciseringen                          stellingen van de paus be-
Lateranen IV   voortgezet worden, de           worden aangebracht in ver-                         twist kunnen worden, moet
               kruistochten hernomen, de       band met de eucharistie                            onderzocht worden.
               groeiende ketterse bewegin-     (transsubstantiatie) en talrij-
                                                                                 1431-1442        Opnieuw is er sprake van         De theologische debatten lei-
               gen (katharen) bestreden en     ke disciplinaire en morele
                                                                                 Bazel-Ferrara-   een toenadering tussen de        den tot aanvaardbare formu-
               de verhouding tot de keizer     voorschriften uitgevaardigd
                                                                                 Firenze          westerse en de oosterse          leringen over de H. Geest, de
               moet duidelijker gesteld        (jaarlijkse biecht en com-
                                                                                                  christenheid.                    eucharistie, het pauselijk
               worden.                         munie).
                                                                                                                                   primaat.
1245           Hoe moet een eind gemaakt       Het concilie veroordeelt de
Lyon I         worden aan de verdeeldheid      keizer, die ervan beschuldigd     1512-1517        Paus Julius II wil alle vreem-   Talrijke hervormingsdecreten
               die de christenheid ver-        wordt het tegen de paus op te     Lateranen V      delingen in Italië tot de orde   worden uitgevaardigd. De
               scheurt en tot uiting komt in   nemen: hij wordt afgezet.                          roepen en in de Kerk een         pauselijke diplomatie regelt
               de strijd tussen Innocentius    Enkele kerkelijke her-                             hervormingsactie door-           de politieke meningsver-
               IV en Frederik 11?              vormingen worden voor-                             voeren.                          schillen.
                                               gesteld, en de kruistocht                          Na de reformatie wenste men      Het concilie herinnert eraan
                                                                                 1545-1563
                                               wordt aanbevolen.                                  de geloofspunten die door de     dat de persoonlijke ver-
                                                                                 Trente
1274           Zal het tot een toenadering     De eenheid van de christe-                         protestanten          waren      dienste van de mens bij-
Lyon II        komen tussen de christenen      nen wordt afgekondigd. Een                         verworpen opnieuw te defi-       draagt tot zijn heil. Bij de
               van Rome en die van             akkoord wordt bereikt over                         niëren en in de katholieke       goddelijke activiteit blijft de
               Constantinopel, zoals beiden    een gemeenschappelijke ge-                         Kerk de nodige hervormin-        christen niet passief. Het ge-
               het wensen?                     loofsbelijdenis (de Grieken                        gen door te voeren.              heel van de traditionele leer
                                               aanvaarden het Filioque). De                                                        wordt opnieuw bekeken en
                                               bepalingen betreffende het                                                          bevestigd.
                                               conclaaf worden zo bij-                            Welk antwoord kan gegeven        Veel wordt gezegd over de
                                                                                 1869-1870
                                               gewerkt dat elke invloed van                       worden op de dwalingen die       leer (verhouding rede/open-
                                                                                 Vaticanum I
                                               buiten onmogelijk wordt.                           sinds de Franse Revolutie        baring), maar de aandacht
1311-1312      Wat te denken van de mis-       De orde van de Tempeliers                          verspreid worden (rede en        spitst zich toe op de kwestie
Vienne         daden die Filips de Schone      wordt ontbonden. De                                vooruitgang kunnen volstaan      van de pauselijke onfeilbaar-
               tegen de Tempeliers begaan      'exemptie' (juridische auto-                       om het heil van de mensheid      heid die, wel omschreven, tot
               zou hebben? Hoe kan men         nomie van de grote orden,                          te verzekeren)? Welke is de      dogma wordt uitgeroepen.
               een nieuwe kruistocht op        die rechtstreeks van de paus                       eigenlijke macht van de paus     Wegens de FransDuitse
               gang brengen en de hervor-      en niet van de plaatselijke                        in de Kerk?                      oorlog wordt het concilie
               ming van de Kerk door-          bisschop afhangen) wordt                                                            voortijdig afgebroken.
               zetten?                         precies omschreven.                                Hoe rekening houden met de       Van het concilie is een vol-
                                                                                 1962-1965
1414-1418      Er moet een oplossing ge-       De drie pausen die er alle        Vaticanum II     geografische en culturele        ledige vernieuwing uitge-
Konstanz       zocht worden voor het           drie aanspraak op maken                            uitbreiding van de Kerk, nu      gaan, op pastoraal, dogma-
               Westerse Schisma (Avig-         wettelijk verkozen te zijn,                        over de hele wereld ver-         tisch en liturgisch plan.
               non), dat sinds 1378 de         bieden hun ontslag aan of                          spreid? Het probleem van de
               christenheid verscheurt. Ook    worden afgezet. Martinus V                         aanpassing aan de nieuwe si-
               de thesis van Huss, dat de      wordt tot nieuwe paus geko-                        tuatie van de Kerk in de we-
               bijbel de enige bron van        zen. Huss wordt veroordeeld.                       reld wordt gesteld.
               waarheid is en dat sommige                                                               (vrij naar F. CHIOVARO in Notre Histoire, n° 17)
   382                                                                                                                                                 383

								
To top