Ontwikkeling van de leerlingbegeleiding by n6q4b0

VIEWS: 86 PAGES: 34

									       ZORGPLAN



RIENTJES MAVO
VALKENKAMP 551
3607 MJ MAARSSEN
Voorwoord
Het zorgplan voor het schooljaar 2009-2010 is weer gereed. De doelstellingen voor de
komende jaren zijn overgenomen uit het schoolplan 2008-2012. De actiepunten voor het
komende schooljaar zijn vooral beschreven in het verslag leerlingenzorg en in het
evaluatieverslag. Aan het zorgplan zijn een aantal bijlagen toegevoegd die in detail een goed
beeld geven van de zorg voor de leerlingen op de Rientjes Mavo. Daarnaast is opgenomen
het evaluatieverslag leerlingenzorg; dit verslag is opgemaakt n.a.v. een evaluatievergadering
aan het einde van het schooljaar. In deze vergadering waren de directie, betrokkenen bij de
zorg in de school en de externe deskundige aanwezig. De kwantitatieve gegevens over het
afgelopen schooljaar zijn ook in de bijlagen opgenomen.




De resultaten en de doelstellingen voor het komende schooljaar
In de meegestuurde stukken kunt u lezen wat de resultaten zijn van de het afgelopen jaar. Er
is gekozen voor het maken van een evaluatieverslag zorg op de Rientjes Mavo. Het verslag
is met de betrokken externe deskundige besproken. Het is ons voornemen jaarlijks op basis
van het zorgverslag onze zorg te evalueren en doelen te stellen voor het komende jaar.

De resultaten van enkele genoemde doelstellingen in het zorgplan van afgelopen schooljaar
zijn niet opgenomen in het zorgverslag en worden kort toegelicht.
De maatschappelijke stage in leerjaar 3 is uitgevoerd.
Het vak Leefstijl is schoolbreed dit schooljaar ingevoerd. In september 2008 hebben we een
2 daagse studie gevolgd over het toepassen van de methode leefstijl in de mentorles.
Het SVIB traject (school video interactie begeleiding) is verschillende keren ingezet in het
afgelopen schooljaar.




Ontwikkeling van de leerlingbegeleiding
De rol van de mentor zal de komende jaren mee veranderen. In de huidige school is de
mentor de spil waar alles langs verloopt betreffende begeleiding, daarin ondersteund door
specialisten. De begeleiding zal zich meer en meer gaan verplaatsen naar de klas waar de
docent een actievere rol gaat krijgen in zorg en leren. In de geïntegreerde leerlingbegeleiding
krijgt de mentor een meer coördinerende rol in het begeleidingswerk van docenten, waarbij
steeds de vraag centraal staat: krijgen de leerlingen op alle fronten wat ze nodig hebben.
Om tot bovengenoemde zorg te komen is mede een goede samenwerking tussen ouders en
school een voorwaarde, waarbij aan de kwaliteit van een goede communicatie hoge eisen
wordt gesteld. Voor een goede communicatie in de leerlingbegeleiding, zal het
leerlingvolgsysteem verder moeten worden ontwikkeld.
Ontwikkeling naar geïntegreerde leerlingbegeleiding
In de leerlingbegeleiding krijgt de docent een meer actievere rol in zorg en leren. De leerling
ontvangt hulp op de plaats waar hij tegen zijn beperking aan loopt, dat is in de les bij de
vakdocent. In geïntegreerde leerlingbegeleiding zijn 5 niveaus van zorg te onderscheiden.
Niveau 1 betreft de algemene pedagogisch-didactische begeleiding binnen klassenverband.
Op niveau 2 wordt aanvullende begeleiding door de docent geboden welke is afgestemd op
speciale behoeftes van leerlingen met leer -en/of gedragsproblemen. Niveau 3 is remediale
hulp binnen of buiten de klas. Bij niveau 4 en 5 is sprake van aanvullende begeleiding door
een externe instantie ofwel begeleiding in een speciale onderwijsvoorziening.
De ontwikkeling op de Rientjes Mavo is erop gericht om niveau 1 en 2 te versterken, zodat er
minder leerlingen behoefte hebben aan remediale hulp of externe begeleiding.
Professionalisering van docenten in hun actievere rol in zorg en leren wordt geboden door
SVIB (School Video Interactie Begeleiding), intervisie en consultatie van de Remediaal
Specialist. Daarbij is SVIB en intervisie voornamelijk gericht op het versterken van de
interactie tussen docent en leerling en het versterken van de algemene pedagogisch-
didactische begeleiding. Dat betreft onder andere het klassenmanagement en didactiek.
De Remediaal Specialist richt zich in de professionalisering van docenten meer op de
aanvullende begeleiding in de klas van leerlingen met leer- en/of gedragsproblemen.
Een uitgangspunt in de professionalisering van docenten is het versterken van de
leeromgeving, daar waar het kind zwak is. ‘Je kunt aan iemand met een leer- en/of
gedragsstoornis niet vragen geen problemen meer te hebben. Dus is de enige vraag: Wat
moet ík anders doen?’ (Ruijssenaars 2001).



Beschrijving van de huidige leerlingenzorg
Voor de eerste keer is er een totaal leerlingenzorg verslag geschreven over de geboden zorg
op de Rientjes Mavo. Het stuk is als bijlage toegevoegd aan het zorgplan.

Het onderwijs op school wordt nog erg vakgericht gegeven. Differentiatiemogelijkheden zijn
beperkt. Een goed voorbeeld van differentiatie komt voor in klas 1a. In deze klas is
samenvoeging van leerlingen die de reguliere 4 jaar doen over de school met leerlingen die
op basis van resultaten de gelegenheid krijgen om de school af te sluiten in 3 jaren. Uit de
verminderde negatieve reacties van lesgevers aan de 1a klas blijkt wel dat we stapje voor
stapje voortgang maken
Elke vorm van differentiatie wordt gezien als een belangrijk leermoment en komt de
professionalisering ten goede.

Daarnaast stimuleren wij de leerlingen in klas 3 en 4 het vakkenpakket uit te breiden met een
extra vak (extra vakken), in combinatie met een vak (vakken) waarbij de leerling goed scoort.

De school staat bekend om zijn zorg en de structuur voor leerlingen. Vanuit de
vakkenschool is het wel zo dat de zorg nog teveel buiten de klas gegeven wordt.
Leerlingen die door omstandigheden extra zorg behoeven, krijgen de nodige hulp in de vorm
van RT, sociaal emotionele ondersteuning, trainingen t.b.v. de ontwikkeling van de leerling.
De problemen kunnen komen vanuit de leerling, of door omstandigheden buiten henzelf.
Wanneer onvoldoende positief resultaat wordt geboekt bestaat de mogelijkheid de
zorgconsulent of een ambulant begeleider in te zetten voor een observatie en eventueel op
gang brengen van een groeikaart. Ouders dienen op de hoogte te zijn van deze laatste actie,
maar het komt nogal eens voor dat we achteraf ouders moeten informeren. Vanaf schooljaar
2006-2007 is de groeikaart een verantwoordelijkheid van mentor en jaarteamleider. De
groeikaart is in het schooljaar 2008-2009 verschillende keren ingezet om een leerling te
coachen op gedrag en inzet. Daarnaast wordt er ook nog gebruikt met een vereenvoudigde
vorm van de groeikaart het z.g. schriftje.

Leerlingen vallen door de structuur in de school en de kleinschaligheid snel op. Dit snel in
beeld komen wil niet zeggen dat we altijd adequaat de juiste instrumenten inzetten. We
zullen sneller en eenduidiger leerlingen individueel moeten helpen op terreinen waar die hulp
noodzakelijk is.
Door de grotere aanmelding van leerlingen met rugzak bij ons op school, maakt de school
kennis met de planmatige aanpak bij deze leerlingen. Dit kan zijn uitwerking niet missen op
de andere leerlingen in de school waarbij eenzelfde aanpak vereist is.
De verantwoordelijkheid voor het planmatig werken moet breder gedragen worden in de
school en niet blijven hangen bij mentor en zorgcoördinator. Door verantwoordelijkheden
meer te spreiden komen de verschillen tussen leerlingen en hun kwaliteiten beter tot hun
recht.

De zorg voor de leerling ligt in onze organisatie te weinig bij de docent in de klas. Mentoren
houden zich veelal bezig met de leerling en de docent in de klas met zijn vak. Docenten zijn
erg loyaal aan de adviezen door extern deskundige gegeven, maar het rendement is vaak
onvoldoende. Handelingsplannen dienen in overleg met het team tot stand te komen en de
voortgang dient regelmatig getoetst te worden. Op basis daarvan kunnen de
handelingsplannen worden bijgesteld. Het afgelopen schooljaar hebben we ook vorderingen
gemaakt met het inzetten van persoonlijke begeleiders bij rugzakleerlingen.
De zorgcoördinator zal meer een coördinerende rol moeten spelen in het aansturen van de
processen.

De eerstelijns zorg op school ligt bij de mentor en de lesgevers. In de tweede lijn bevinden
zich de interne zorgspecialisten waaronder de decaan, RT-er, leerlingbegeleider en
vertrouwenspersonen. In de derdelijns zorg wordt vaak de schoolarts als eerst persoon
geconsulteerd. Na consultatie worden deze gegevens gelegd naast onze mening om zo te
komen te een juiste advisering naar de hulpverlening buiten de school. De leerlingenzorg-
vergadering is het platform waarbij zulke adviezen gestalte krijgen.

Er bestaat een mogelijkheid dat leerlingen voor een enkel vak een aangepast programma
krijgen aangeboden. Door omstandigheden kan het zijn dat een leerling een vak niet meer
hoeft te volgen. Dan krijgt de leerling een programma aangereikt voor die lesuren en kan in
het OLC zijn aangepaste programma volgen. Er is een speciaal protocol voor opgesteld met
daarin opgenomen de afspraken rondom de aangepaste programma’s.


Een combinatie van problematiek bij de leerlingen bijvoorbeeld gedrag en leerproblemen zijn
voor school niet gemakkelijk. Als de leerresultaten verminderen dan worden de problemen
op andere gebieden ook meestal groter. Bij dit probleem loop je tegen het gegeven aan dat
de school geen mogelijkheid heeft leerlingen intern naar een lager niveau door te schakelen.
Bij de leerlingen die de school verlaten zijn in het algemeen voldoende capaciteiten
aanwezig, maar mede door de problemen op meerdere gebieden zie je dat de leerling de
eindstreep niet haalt.
Huidige situatie van bepaalde aspecten
Bij de toelating van leerlingen is de gestelde toelatingsnorm erg belangrijk; daarnaast is er
ook het advies van de basisschool. Door de jarenlange contacten met afleverende scholen
wordt hun oordeel ook als belangrijk ingeschat. Als leerlingen een onvoldoende Cito-score
hebben dan werd de NIO afgenomen.
Bij leerlingen waar duidelijk sprake is van complexe problematiek, wordt de aanname
voorgelegd aan de toelatingscommissie.

In het dossier van de leerlingen worden alle relevante gegevens opgenomen. Sinds een
aantal jaren is het leerlingvolgsysteem geautomatiseerd. In het ZAT overleg worden d.m.v.
het digibord de gegeven gepresenteerd. De mentor is de spil in het bijhouden van het
leerlingvolgsysteem voor zijn/haar leerlingen. Ook de absentieregistratie is geautomatiseerd.
Ouders kunnen met behulp van een code thuis op de computer de voortgang van de
resultaten volgen en kunnen ook de absentiegegevens bekijken. De contacten met de
leerplichtambtenaar uit diverse gemeente die tot ons voedingsgebied gerekend kunnen
worden zijn aangescherpt. Dat heeft geresulteerd in acties van de leerplichtambtenaar
richting de eerst verantwoordelijke in deze de ouders.

De integratie van de zorg en begeleiding in de lessen blijft voor ons een punt van aandacht.
Over de aanpak van leerlingen met zorgvragen moet meer afstemming zijn onder de
lesgevende. Het is ons doel om de zorg steeds meer aan te bieden op de plek waar de
leerling zijn lessen volgt. Vanaf de start van het afgelopen schooljaar krijgen collega’s advies
hoe om te gaan met leerproblematiek in de les. Met mentoren worden individuele
gesprekken gevoerd met de specialist op het gebied van de RT om meer en beter inzicht te
krijgen in het functioneren van de leerlingen.

De jaarteams vergaderen veelvuldig in een vast schema, waarbij altijd de ruimte is om
leerlingen en/of klassen te bespreken. Daarnaast zijn er 4 plenaire rapportbesprekingen door
het jaar heen. Halverwege de periode tussen de rapporten is er een plenaire leerling-
bespreking waarbij docenten met vragen en opmerkingen kunnen komen over leerlingen.
Het ZAT vergadert 7 maal per schooljaar in grote samenstelling. De organisatie van de
leerlingen zorgvergadering in tussentijds geëvalueerd en bijgesteld om de kwaliteit van het
overleg te vergroten. Bij de tussentijdse evaluatie spelen de externe deskundige een
belangrijke rol.

Leerlingen kunnen lopende het schooljaar adviezen krijgen om naar ander onderwijs uit te
zien aan het einde van het schooljaar. Deze adviezen worden altijd met de ouders
gecommuniceerd en om het advies van de school te onderbouwen worden testen
afgenomen bij de leerlingen. Deze verwijzingen en de communicatie met de ouders vallen
onder de verantwoordelijkheid van de mentor met op de achtergrond de teamleider en
decaan.

Van enkele leerlingen -veelal uit klas 1- wordt gezien hun problemen de mogelijkheid
besproken van een overstap naar een locatie binnen het samenwerkingsverband met extra
zorg. We hebben dit schooljaar 4 leerlingen aangemeld bij De Utrechtse School. De PCL
wordt gevraagd op basis van het onderwijskundig rapport een advies af te geven voor deze
leerlingen. Er hebben ook gesprekken op school plaatsgevonden waarbij de orthopedagoog
van de PCL aanwezig was.
Daarnaast heeft de Rientjes mavo gebruik gemaakt van de mogelijkheid leerlingen te
plaatsen op de Rebound voorziening. Met de Rebound voorziening is ook gezocht naar
alternatieve mogelijkheden om leerlingen te ondersteunen.
Bij doorverwijzing zijn de mentor, teamleider en zorgcoördinator verantwoordelijk voor de
afhandeling. Het blijkt steeds weer erg belangrijk ouders volledig erbij te betrekken wanneer
wij denken dat een overstap naar een school met extra zorg in het belang van hun kind is.
Scholing en professionalisering is steeds een punt dat de volle aandacht heeft. De plannen
liggen voor het komende jaar en daaropvolgende jaren al klaar. Ondanks de vraagtekens die
je kunt zetten bij het rendement van studie en professionalisering, blijft het een vereiste
docenten te wijzen op veranderingen binnen de didactiek en pedagogiek. Er komt steeds
weer de roep uit het team om de scholing te richten op het omgaan met leerlingen en de rol
ven de mentor in combinatie met zijn vaardigheden

Ouders worden steeds meer betrokken bij de zorg voor hun kinderen. In leerjaar 1 wordt een
handelingsplan opgesteld aan de hand van de testen die bij de start van het schooljaar zijn
afgenomen (zie bijlage).
Het betrekken van ouders bij het leerproces in de hogere leerjaren kan beter bij ons op
school. Zo willen we ook de handelingsplannen die in leerjaar 1 worden opgesteld een langer
leven geven dan alleen leerjaar 1. Ook voor de hogere leerjaren streven we naar het
opzetten van handelingsplannen voor individuele leerlingen.

De school neemt zoveel mogelijk deel aan alle activiteiten van het samenwerkingsverband.
Het doel is vooral de deskundigheidsvergroting bij personeel, door de uitwisseling
tussen scholen en het bijwonen van studiedagen. Daarnaast wordt de inzet van de
zorgconsulent op school als deskundige als prettig en nuttig ervaren. Door de
veranderingen binnen het Samenwerkingsverband is de “nieuwe” rol van de
zorgconsulent nog niet voldoende duidelijk.
Het ZAT in de school
Opbouw:
Vaste deelnemers aan de vergaderingen:
- teamleiders van de leerjaren
- zorgconsulent samenwerkingsverband
- leerlingbegeleider/zorgcoördinator (leidt de vergadering)
- schoolarts .
- Zuwe maatschappelijk werk .
- coördinatoren onderbouw en bovenbouw
- mentoren (als leerlingen van zijn/haar betreffende groep worden besproken)
- leerplichtambtenaar gemeente Maarssen .
- de ambulant begeleiders van cluster 2 en 4


Taken:
- bespreken van ingebrachte leerlingen
- geven van advies
- voorstellen doen aan de jaarteams
- voorstellen doen over op te stellen handelingsplannen
- doorverwijzing naar externe deskundigen
- adviezen uitbrengen over ambulante begeleiding
- het aanvragen van een PCL advies
- bespreken van klassen of groepen
- het geven van adviezen aan mentoren/coördinatoren rondom klassen en groepen
- het bespreken van zaken die uit het jaarteam worden ingebracht
- de directie adviseren over zaken die de leerlingenzorg betreffen

Vergaderfrequentie:
De vergaderingen worden zo gekozen dat ze vallen rondom rapportvergaderingen. Zij
worden vastgelegd in het jaardata schema. Het aantal vergaderingen blijft gehandhaafd op 7
per schooljaar.


Werkwijze:
- ouders worden stelselmatig op de hoogte gesteld als hun kind in de het ZAT besproken
  wordt.
- de uitnodigingen worden in de week vooraf aan het overleg verstuurd
- gegevens uit het geautomatiseerde leerlingvolgsysteem wordt per leerling uitgedraaid
- de te bespreken leerlingen worden vooraf gemeld bij de leerlingbegeleider
- de leerlingen worden veelal voorgedragen vanuit een jaarteamoverleg
- naast de nieuw ingebrachte leerlingen is er ook een voortgangbespreking van reeds
  eerder besproken leerlingen
- de mentor/coördinator van het betreffende leerjaar zorgt voor alle relevante informatie
  betreffende de leerling en brengt de leerling in
- als alle informatie op tafel is gekomen dan wordt er een zorgplan geformuleerd
- naast de leerlingbesprekingen kunnen er ook zaken besproken worden die op de
  algemene leerlingenzorg betrekking hebben; deze worden ook vooraf geagendeerd
- in de vergadering worden alle gegevens m.b.v. een digibord in beeld gebracht.
- van elke vergadering wordt verslag gemaakt


Maarssen
Mei 2009
Bijlage 1

Verslag leerlingzorg Rientjes Mavo 2008-2009
In dit verslag zijn alle activiteiten opgenomen die onder het kopje zorg vallen op de
Rientjes Mavo. Het is dit jaar voor het eerst dat op deze wijze verslag wordt gedaan
van alle activiteiten omtrent leerlingzorg. Het gaat hierbij vooral om de procesmatige
kant van de zorgtoepassing. Getallen en cijfers geven inzicht op welke wijze er
gebruikt gemaakt wordt van de voorzieningen en het niveau waarop een en ander
plaatsvindt.

Leerlingenzorgvergadering
Het afgelopen schooljaar is er 7keer vergaderd door het ZAT (Zorg Advies Team).
Voor dit overleg worden ook externe deskundigen uitgenodigd. In 7 vergaderingen
zijn 29 leerlingen besproken. Met alle ouders wordt vooraf contact gelegd en
toestemming gevraagd om hun zoon of dochter te bespreken in het ZAT.
Vanuit de school zijn vast aanwezig de jaarteamleiders, coördinatoren, RT-er en de
zorgcoördinator. De mentor van de besproken leerling wordt uitgenodigd en in de
gelegenheid gesteld kort de vergadering bij te wonen als zijn leerling aan de orde is.
Voor het ZAT overleg worden de volgende externe deskundigen uitgenodigd: de
leerplichtambtenaar, schoolarts, ambulant begeleiders (Cluster 2 en Cluster 4),
zorgconsulent van het samenwerkingsverband en de vertegenwoordiger van Zuwe.
Vanuit de vergadering wordt regelmatig een beroep gedaan op de schoolarts een
leerling uit te nodigen voor gesprek. Ook wordt er ondersteuning gevraagd vanuit
leerplicht. Bij een te groot en onduidelijk verzuim van de leerling wordt leerplicht op
de hoogte gesteld.
De agenda van het ZAT wordt uitgeschreven door de zorgcoördinator, na overleg
met de jaarteamleiders. Het verslag van de vergadering wordt vermenigvuldigd en
rondgedeeld.
De jaarteamleiders houden controle over de afspraken die gemaakt zijn in het ZAT.
De notulen wordt overgenomen in Magister door de administratie.
In een van de laatste vergaderingen is het proces rondom de vergadering
geëvalueerd. Het wordt verstandig geacht een procedure beschrijving voor het ZAT
overleg te ontwikkelen, Hierin wordt vooral beschreven hoe om te gaan met de wet
op de privacy.




Leerlingen met LGF (Leerling gebonden Financiering).

Cluster nr        Aant lln.
Cluster 1         2
Cluster 2         9
Cluster 3         1
Cluster 4         7

Gezien de grootte van de school kunnen we vaststellen dat we verhoudingsgewijs
een groot aantal leerlingen hebben met rugzak. Een rugzakleerling is lopende het
schooljaar doorgeplaatst naar een VMBO B/K. Voor verschillende leerlingen is dit
schooljaar weer een herindicatie aangevraagd.
De ambulant begeleiders (gekoppeld aan een cluster) spelen een belangrijke rol in
de school. Op een plenaire teamvergadering in de start van het schooljaar zijn alle
rugzakkers kort besproken. De afgelopen jaren hebben we steeds gezocht naar een
manier om het team optimaal te informeren over de rugzakleerlingen, maar zijn daar
nog steeds niet in geslaagd. Veel teamleden ervaren de uitleg als langdradig en niet
voor hen bedoeld (geen lesgevers).
In de zorggroep is in samenspraak met de ambulant begeleiders gekozen voor een
nieuwe opzet. In de start van het schooljaar zullen de rugzakleerlingen opgevoerd
worden op de bijzonderhedenlijst. Bij de bespreking van de genoemde lijst worden
de zorgleerlingen kort besproken.
Wij zijn er niet in geslaagd zoals afgesproken bij elke rapportvergadering aandacht te
schenken aan de rugzakleerlingen.
Het aantal leerlingen dat een persoonlijke begeleider heeft gekregen in de start of
lopende het schooljaar is ook sterk toegenomen. Aan het einde van het schooljaar
hebben 11 leerlingen een persoonlijke begeleider. In de zorggroep is regelmatig
gesproken over het inzetten van persoonlijke begeleiders op de Rientjes Mavo.
Zeker voor leerlingen met een cluster 4 beschikking zullen we sneller over moeten
gaan tot het toewijzen van een persoonlijke begeleider. Ook de procedure bij het in
gang zetten van persoonlijke begeleider moet meer aandacht hebben. Het moet
duidelijk zijn wat van de begeleider wordt verwacht en op welke wijze er
verantwoording moet worden afgelegd. Op dit moment van het schooljaar zijn 6
collega’s betrokken bij het begeleiden van rugzakleerlingen. De financiering vindt
plaats vanuit de zorggelden.
De persoonlijke begeleiders zullen ook meer betrokken worden bij de gesprekken
met ouders. In veel gevallen worden de gesprekken met ouders nog gevoerd door de
ambulant begeleiders en zorgcoördinator. Het proces rondom de begeleiding van de
rugzakleerlingen is duidelijk aan verandering onderhevig en dat zal zich verder
doorzetten het komend jaar.




Planmatig werken m.b.v. handelingsplannen
In mei jl. heeft er een gesprek plaatsgevonden met de inspectie n.a.v. een onderzoek
naar leerlingen met een LGF. Het betrof hier leerlingen van Cluster 1. In dat gesprek
werd het advies gegeven de handelingsplannen duidelijker op te stellen. De
handelingsplannen worden steeds meer een onderwerp van gesprek als er een
conflict ontstaat met ouders over de verwachtingen die zijn gewekt. In de
handelingsplannen moet goed worden aangegeven wat onze doelen zijn en wie daar
voor verantwoordelijk voor is. De doelen dienen in de handelingsplannen SMART
geformuleerd te worden.
Naast de handelingsplannen voor de rugzakleerlingen (formeel verplicht) worden er
ook voor andere leerlingen handelingsplannen opgesteld. Nadat de plannen zijn
vastgesteld worden ze veelal onvoldoende geëvalueerd en bijgesteld. De transfer
van de opgestelde doelen naar de werkvloer komen onvoldoende tot zijn recht. Wel
kan de vraag gesteld worden in hoeverre lesgevers naast de reguliere complexe taak
hier in de dagelijkse praktijk aandacht voor -kunnen- hebben. Lesgevers kunnen zich
tussentijds op de hoogte stellen van de inhoud van het handelingsplannen middels
Magister waarin de handelingsplannen zijn opgenomen.
PCL, TOV, Rebound en de Utrechtse School
Bij de PCL hebben we 4 leerlingen ingebracht voor advies. Daarnaast hebben we de
PCL gevraagd een consultatie op school te doen voor een leerling uit leerjaar 1.
Van het TOV hebben we aan de start van het schooljaar 2 leerlingen opgenomen.
Een van deze leerlingen heeft een 2e kans bij ons op school gekregen. Tot onze spijt
moeten we melden dat deze leerling voor de 2e keer teruggegaan is naar het TOV
lopende het schooljaar.
De andere leerling van het TOV -tevens een cluster 4 leerling- heeft het advies
gekregen naar een cluster 4 school over te stappen aan het einde van het
schooljaar.
Een leerling hebben we geplaatst op het TOV op advies van de PCL, bij 1 leerling is
een cluster 4 beschikking aangevraagd en toegekend. Voor een cluster 2
beschikking is nog een aanvraag in bewerking.
Tweemaal hebben we gebruik gemaakt van de Rebound voorziening binnen het
samenwerkingsverband. Dit betrof beide keren leerlingen uit het eerste leerjaar.
Van deze leerlingen is er een geplaatst bij de Rebound en de ander heeft een
alternatief traject ondergaan bij ons op school in samenspraak met de coördinator
van de Rebound voorziening.
Voor 4 leerlingen wordt er op dit moment een plaatsing voorbereid bij de nieuw op te
richten Utrechtse School. Vanuit de Rientjes Mavo zijn we blij met een voorziening
als de Utrechtse School. Op de nieuwe school is er ook weer gelegenheid voor het
behalen van een VMBO/T diploma. Daarnaast maken we veel gebruik van de
expertise die er is bij de Rebound en de PCL. Het traject voordat leerlingen zijn
aangemeld bij de PCL of Rebound vraagt veel tijd. De formulieren die ingevuld
moeten worden zijn complex en vele pagina’s lang. Het overleg met ouders is vaak
complex en tijdrovend. Het vraagt van mentoren en andere binnen de school veel
tact en geduld om ouders te overtuigen het standpunt van de school te delen.
De ambulant begeleiders van cluster 2 en 4 hebben op verzoek van de school enkele
observaties uitgevoerd in de klas. Ouders worden altijd vooraf gevraagd schriftelijk in
te stemmen met een observatie. Achteraf worden ouders op de hoogte gesteld over
de bevindingen.




Signalering leerproblemen in leerjaar 1
Bij alle leerlingen (133) is in kaart gebracht op welke gebied er sprake is van een
achterstand in de leerontwikkeling door middel van het klassikaal afnemen van de
volgende testen:
 Spelling: zinnendictee ‘Het wonderlijke weer’.
 Leestempo: Stilleestoets ‘Hoe gevaarlijk is een tekenbeet’ eventueel aangevuld
      met individuele afname van de BRUS en de Klepel voor leerlingen met een te
      laag leestempo op de Stilleestoets.
 Begrijpend lezen: Diatekst, digitale tekstbegriptoets van Hacquebord.
 Woordenschat: Diawoord, digitale woordenschattoets van Hacquebord.
 Rekenen: TTR (Tempotoets rekenen) .
 Rekenen: Toets reken/wiskunde VO.
   Engels: Signaleringsdictee

Om ook informatie te hebben op sociaal-emotioneel gebied is bij alle leerlingen
de SVL (SchoolVragenLijst) digitaal afgenomen.
Intelligentieonderzoek heeft plaatsgevonden bij leerlingen bij wie twijfel is over
VMBO-TL capaciteiten bij de aanmelding. Intelligentieonderzoek maakt geen deel uit
van testen bij aanvang van leerjaar 1.

De testen zijn klassikaal afgenomen in de maand september tijdens de lessen
Nederlands, Engels en wiskunde. De vakdocenten zijn betrokken bij de afname en
correctie van dit didactisch onderzoek. Alle testgegevens zijn per klas door de RT’er
verwerkt op een overzichtslijst, en individueel per leerling opgenomen in het
leerlingvolgsysteem Magister.
Bij rapport 1 zijn leerlingen en ouders schriftelijk geïnformeerd over de testgegevens
en op de ouderavond heeft de mentor, indien noodzakelijk, een toelichting gegeven.


In onderstaande tabel het aantal leerlingen per klas dat beneden gemiddeld en zwak
scoort ten opzicht van leeftijdgenoten op VMBO-TL niveau.


                    1A           1B    1C   1D   1E                    Totaal %
                    G-      Z    G- Z G- Z G- Z G-                 Z    G-     Z
Begrijpend lezen     0      2     0  2  0 1  0 5  0                0         7,5 %
Woordenschat         0      6     0 12 0 11 0 14 0                 6          29 %
Leestempo            6      3    13 1   8 2  9 3  4                7   30% 12%
Spelling Nederlands 10      3    14 2 13 2 12 4   6                4   41% 11 %
Spelling Engels      0      1     5  0  1 1  4 1  2                0   9% 2%
Rekenen
                     9      5    9   14    8   9    8   15    9    7   32 % 38 %
automatisering
Reken-wiskunde
                     4      2    7    4    3   6    6    9    1   10 16 % 23 %
kennis



Conclusies brugklasonderzoek:
Goede score wat betreft begrijpend lezen. Veel leerlingen op niveau. Woordenschat
blijft wel achter. Bijna 1/3 van de leerlingen in leerjaar 1 is daarin zeer zwak. Het
leestempo van bijna 40 % van de leerlingen ligt onder het gemiddelde. Meer dan het
aantal leerlingen met dyslexie in leerjaar 1. Opvallend veel uitval op het gebied van
de Nederlandse spelling. De helft van de leerlingen heeft een achterstand. Het
signaleringsdictee spelling Engels laat weinig uitval zien.
Automatiseringsproblemen in het rekenen heeft meer dan 2/3 van de leerlingen. Een
opvallend hoge score. Dit in tegenstelling tot rekenwiskunde kennis. Dat laat een iets
beter beeld zien.

Aanvullende begeleiding op macro niveau(= begeleiding binnen klassenverband voor
alle leerlingen) voor woordenschat, rekenen en spelling is wenselijk. Het belang van
het posterproject wordt door de zwakke resultaten wat betreft woordenschat
resultaten in het brugklasonderzoek nog eens bevestigd. Bij de vakken Nederlands
en wiskunde is extra aandacht voor spellingvaardigheid en rekenvaardigheid aan te
bevelen.

Orthopedagoge Karen van Beek van ICU heeft de resultaten uit het
brugklasonderzoek samen met RT’er bekeken, alsmede de scores van de CITO
eindtoets en de gegevens van de NIO. Deze staan eveneens op de overzichtslijsten
vermeld.
Er is bij 10 leerlingen zorg omdat zij op VMBO-TL niveau hun schoolloopbaan
voortzetten, terwijl uit de resultaten van het brugklasonderzoek, de CITO en NIO
blijkt dat dit toch wel moeilijk zou kunnen worden.
Bij 3 leerlingen is advies tot nader onderzoek naar dyslexie gegeven. Slechts bij 1
leerling hebben ouders gevolg gegeven aan dat advies en is een dyslexieverklaring
afgegeven. Bij 1 ouder hebben de hoge kosten van dyslexieonderzoek belemmerend
gewerkt. Onderzoek vindt plaats in september 2009. 1 ouder ziet af van
dyslexieonderzoek.

De informatie over leerlingen uit het brugklasonderzoek is met de mentoren van
leerjaar 1 besproken door de RT’er in het jaarteam. Schriftelijk hebben mentoren
informatie ontvangen over het interpreteren van de scores van de testen op de
overzichtslijsten en in Magister. Dit om de scores op de ouderavond duidelijk te
kunnen overbrengen naar ouders.

Bij alle leerlingen die in leerjaar 2 t/m 4 zijn ingestroomd heeft de RT’er
dossieronderzoek gedaan om te inventariseren of er sprake is van een
leerachterstand. Bij twijfel is er vervolgonderzoek gedaan door afname van testen op
het gebied van lezen en/of spelling. Bij geen enkele leerling is geadviseerd om nader
onderzoek te doen naar dyslexie.



Testen leerjaar 2
Al vele jaren worden leerlingen getest in klas 2. Dit betreft vooral leerlingen die bij de
overgang naar klas 2 al zijn opgevallen. Het kan hier gaan om vragen over
intelligentie, motivatie en werkhouding. Ouders worden altijd betrokken bij de
beslissing om hun kind te laten testen.
Bij rapport 1 wordt nog eens kritisch gekeken naar de gronden waarop getest moet
worden. Ouders worden van onze gedachten op de hoogte gebracht door de mentor
en gevraagd om toestemming. De mentor beschrijft de situatie rondom de leerling en
vult een SEV formulier in en op basis daarvan doet ICU een testvoorstel voor de
betreffende leerling.
Het afgelopen jaar zijn er 6 leerlingen uit klas 2 getest. Onze doelstelling om de
testgegevens op tijd boven tafel te krijgen is gehaald.
Ook de uitwerking van de handelingsplannen was op tijd gereed. Bij rapport 2 zijn de
gegevens met ouders besproken door de mentor. Hierbij kan zonodig intern
ondersteuning gegeven worden door jaarteamleider, remedial teacher of
zorgcoördinator. In uitzonderlijke gevallen kan er een beroep gedaan op externe
deskundigen.
Door alle gesprekken te laten voeren door mentoren met zonodige interne
ondersteuning wordt de deskundigheid in het team duidelijk bevorderd. De opgezette
handelingsplannen zijn in Magister opgenomen. Het komend jaar zal ICU weer
gevraagd worden een aantal leerlingen te testen in de periode tussen R1 en R2.

Begeleiding leerlingen met leerachterstand in leerjaar 1
Aanvullende begeleiding die in leerjaar 1 geboden wordt, kan als volgt worden
ingedeeld:

Macro niveau = begeleiding binnen klassenverband voor alle leerlingen
 Posterproject - door alle vakdocenten
 Vaste les spelling per week - tijdens de lessen Nederlands.


Meso niveau = aanvullende begeleiding door vakdocenten.
 Studielessen
   In de periode januari tot juli is in niveaugroepen gewerkt aan begrijpend lezen,
   spelling, Engels en rekenen. Leerlingen zonder leerachterstand hebben zich
   verdiept in kunst en cultuur.
   Het klassenverband is doorbroken. 5 klassen zijn 6 groepen geworden:
   Studieles spelling: 27leerlingen.
   Studieles begrijpend lezen & woordenschat: 27leerlingen.
   Studieles Engels: 18 leerlingen.
   Studieles rekenen : 41leerlingen, verdeeld over 2 groepen.
   Studieles kunst en cultuur: 20 leerlingen.


Micro- niveau = aanvullende begeleiding buiten de klas door RT’ers
 RT lessen op i-uren aan kleine groepjes leerlingen:
    5 groepen dyslexie en ICT.
    1 groep leestempo en leesmotivatie.
    1groep begrijpend lezen.
    1 groep rekenen.
    Door omstandigheden is het niet mogelijk geweest om aan een tweede groep lln.
    RT leestempo en leesmotivatie aan te bieden. In leerjaar 2 wordt aan die lln.
    indien noodzakelijk alsnog RT aangeboden.

Het meten van vorderingen ten aanzien van rekenen en taal wordt dit jaar voor het
eerst gedaan met het VAS (Volg en Advies Systeem) van Cito. De toetsen van het
VAS concentreren zich op de volgende vaardigheden:
 Nederlands leesvaardigheid
 Nederlands woordenschat
 Engels leesvaardigheid
 Rekenen-wiskunde
 Studievaardigheden
Het meten van de leerontwikkeling op gebied van spelling vindt plaats door afname
van zinnendictee Het Wonderlijke Weer. In week 25 zijn deze toetsen afgenomen.
Mede op basis van de uitslag van deze toetsen wordt aanvullende begeleiding in
leerjaar 2 vastgesteld voor de studielessen, eventueel aangevuld met RT op i-uren.
Overige RT begeleiding
 Individuele RT begeleiding aan leerlingen zonder rugzak in leerjaar 1 t/m 4
    gedurende een periode van het schooljaar op het gebied van rekenen ( 1lln.)
    begrijpend lezen (2 lln.), planning en organisatie (1 lln.) en inzetten van ICT
    middelen bij dyslecten (4 lln.)
 Individuele RT begeleiding aan leerlingen met een rugzak in leerjaar 1 t/m 4
    gedurende (een periode van) het schooljaar op het gebied van planning &
    organisatie (3 lln., Begrijpend lezen (1 lln.)




Sociaal emotionele begeleiding (SOVA, BOF, SOFA en examenvreestraining)
De trainingen worden aangeboden aan leerlingen die daarvoor in aanmerking
komen. Het betreft hier vooral leerlingen uit de onderbouw. In de periode na de
brugklasexcursie Braamt wordt er bij de leerlingen van leerjaar 1de SVL test
afgenomen. Op basis van de uitslagen van de test kan een leerling het advies krijgen
een van de cursussen te volgen. Tijdens een informatieavond wordt uitleg gegeven
over het cursusaanbod en wordt het gesprek aangegaan met ouders en kind over de
noodzaak van het volgen van een van de cursussen. Het is vooral de bedoeling om
de informatieavond in een prettige ongedwongen sfeer te laten verlopen. Wij willen
graag in samenspraak met ouders kijken wat goed is voor zoon of dochter en zeker
niet de pretentie uitstralen dat wij het wel weten. Het afgelopen jaar hebben 44
leerlingen een cursus gevolgd.
De cursussen worden gegeven door 2 docenten waarvan minimaal 1 docent een
cursus heeft gevolgd in het geven van SOVA, BOF of SOFA. Het beleid van de
school is erop gericht meer docenten bij het geven van de cursussen te betrekken.

Het afgelopen schooljaar hebben 14 leerlingen een examenvreestraining gevolgd.
Door de verandering in de schoolorganisatie is de toeloop naar de examentraining dit
schooljaar minder groot. De schoolexamens in klas 3 zijn afgeschaft en verschoven
naar leerjaar 4. Het komende schooljaar zal in september weer een test worden
afgenomen bij de leerlingen van klas 4. Van de leerlingen die positief naar voren
komen uit de test zal in overleg met ouders een examenvreestraining worden
aangeboden op school. De examentraining wordt gegeven door 2 docenten waarvan
minimaal een docent een cursus heeft gevolgd.


Voorlichting gebruik genotsmiddelen
In het afgelopen schooljaar hebben we onze voorlichtingsstrategie aangepast. Uit het
regionale onderzoek van de GGD bleek een toename van alcohol en drugs op
jongere leeftijd. In een gesprek met Stichting Voorkom zijn de mogelijkheden
bekeken om het beleid aan te passen. Stichting Voorkom verzorgt voor ons al meer
dan 20 jaar een voorlichtingsprogramma op school. Zij maken gebruik van
ervaringsdeskundigen die veel indruk maken op de leerlingen.
Het nieuwe beleid is er meer en meer op gericht kinderen op jonge leeftijd de
gevaren te laten zien van het gebruik van genotsmiddelen en de risico’s van
internetgebruik.
De leerlingen van leerjaar 1 hebben alcohol voorlichting gehad dit schooljaar.
Daarnaast is er op een van de Rientjesdagen aandacht geweest voor de risico’s van
internet gebruik.
Leerjaar 2 is voorgelicht over het gebruik van drugs en leerjaar 3 heeft dit schooljaar
ook de voorlichting gehad over het gebruik van alcohol.
Ook is er een algemene ouderavond geweest voor de genoemde leerjaren. Ouders
en leerlingen waren daarvoor gezamenlijk uitgenodigd. Hiermee wilde we bereiken
dat de gesprekken van de avond een vervolg zouden krijgen in de auto op weg naar
huis.
We waren blij met een goede opkomst op de ouderavond. Voor het komend jaar
zetten we ingezette lijn door in leerjaar 1 krijgen de leerlingen voorlichting over
alcohol en de risico’s van internet gebruik. In leerjaar 2 wordt voorlichting over drugs
gegeven. Het ligt in de bedoeling de ouderavond om de 2 jaar te houden. Vanuit
school zullen we steeds de maatschappelijk verandering t.a.v. genoemde
onderwerpen blijven volgen en de voorlichtingsprogramma’s erop afstellen.




Dyslexie
In het schooljaar 2008 -2009 zijn 118 leerlingen dyslectisch. Dat is 20% van de
schoolbevolking. Leerjaar 1 bevat 23 leerlingen met dyslexie. Leerjaar 2
38 leerlingen , leerjaar 3 36 leerlingen en leerjaar 4 21 leerlingen met dyslexie.
Alle leerlingen met dyslexie hebben een dyslexiepas waarop zij samen met de RT’er
de voor hem nuttige compenserende en/of dispenserende faciliteiten hebben
bepaald. Met name op het gebied van auditieve ondersteuning is er steeds meer
sprake van maatwerk.
Op dit moment zetten 19 leerlingen een Daisy-speler in ter compensatie, vooral bij
het leren en maken van huiswerk. 10 leerlingen werken met Kurzweil3000 thuis, in
de klas of bij het maken van proefwerken, SE’s of CSE.
Deze ontwikkeling is mede te danken aan de schoolboeken die de Rientjes levert op
Daisy CD of KES (Kurzweil3000) bestand. Ook de mogelijkheid om een Daisy-speler
via school te lenen ter kennismaking werkt stimulerend. Daar is 9 keer gebruik van
gemaakt. De beide Daisy-spelers zijn tevens ingezet bij de afname van het Centraal
Schriftelijk Eindexamen.
Er zijn 5 leerlingen die een laptop met spellingcontrole gebruiken in de klas, of bij het
maken van proefwerken, SE’s en CSE.
In leerjaar 2 hebben in de loop van het schooljaar 6 leerlingen dispensatie gekregen
voor Frans of Duits. Zij volgden tijdens die lessen een aangepast programma in het
OLC.
Naast de rechten op compensatie en/of dispensatie die staan vermeld op de
dyslexiepas, kent de leerling ook plichten. In leerjaar 3 hebben 4 leerlingen een
schriftelijke waarschuwing ontvangen met daarin de rechten die ze hebben op
compensatie en/of dispensatie, mits ze voldoen aan hun plichten. Deze staan
eveneens op de dyslexiepas vermeld. Bij 1 leerling heeft deze waarschuwing
geresulteerd in het intrekken van de dyslexiepas en de bijbehorende
dyslexiefaciliteiten.
In september 2008 is er een informatieavond georganiseerd voor de leerlingen met
dyslexie en hun ouders uit leerjaar 1 t/m 3. Tijdens deze informatieavond is
informatie gegeven over het dyslexiebeleid op de Rientjes Mavo en de begeleiding
van leerlingen met dyslexie.
Voor examenkandidaten en hun ouders is er een aparte informatieavond
georganiseerd waarin voorlichting is gegeven over de mogelijke faciliteiten tijdens SE
en CSE.



Dyscalculie
Er zijn op dit moment 3 leerlingen die in bezit zijn van een dyscalculieverklaring.
Dit jaar zijn er geen leerlingen met een ernstig en hardnekkig rekenprobleem (in het
bezit van een dyscalculieverklaring) die in leerjaar 3 een aangepast programma
wiskunde hebben gevolgd.




Het werken met leerlingvolgsysteem Magister
De zorggroep heeft zich het afgelopen schooljaar mede beziggehouden met het
optimaliseren van Magister. We werken nu ongeveer 5 jaar met Magister en de
mogelijkheden van dit programma worden nog onvoldoende benut. Het is wel zo dat
bij leerlingenoverlegsituaties altijd Magister wordt betrokken. Zeker nu we gebruik
kunnen maken van de digiborden is dat erg vergemakkelijkt. Door de zorggroep is de
indeling van het systeem in samenwerking met een medewerker van Magister
bijgesteld. Het kwadrantmodel is geactiveerd en de items waarin zaken kunnen
worden genoteerd is verminderd.
Om het voor de lesgevers duidelijk en overzichtelijker te maken wordt er door de
zorggroep gewerkt aan een procedure beschrijving. Niet alle mentoren en gebruikers
zijn even consequent in het bijwerken van Magister van de gesprekken die zijn
gevoerd.




Professionalisering RT
 Kenneth Story sluit het eerste jaar van de Master Speciale Onderwijszorg
    rekenspecialist succesvol af.
 Carola van den Hoogen heeft diverse conferenties en studiedagen over dyslexie
    bezocht. Daarin aandacht voor dyslexie en ICT en de sociaal emotionele
    begeleiding van leerlingen met dyslexie.
Ontwikkelingen en vernieuwingen
Voor 2008-2009 stonden de volgende plannen in het RT verslag van 2007 - 2008:
 Aanvullend rekenen- taalonderwijs tijdens de studieles (jan.-juli).
 RT begrijpend lezen op i-uren voor leerjaar 2
 RT mindmappen op i-uren voor lln. uit 2 t/m 4
 Aanschaf Daisy CD’s/KES bestanden door Rientjes Mavo voor leerlingen met
    dyslexie
 Werken met handelingsplannen voor alle leerlingen met leer- en/of
    gedragsstoornis.
 Afname Signaleringsdictee Engels
 Professionalisering vakdocenten: Plenaire info over brugklasonderzoek en
    ‘lezen’ en waarderen van testscores.
 Dyslexieprotocol evalueren met de Zorggroep, sectieleiders en zo nodig
    bijstellen.
 Uitgebreide RT informatie op de website
 Test begrijpend lezen in leerjaar 2 → leerlingen volgen
 Kenneth Story start Master Speciale Onderwijszorg rekenspecialist


Uit dit verslag leerlingzorg blijkt dat de cursief gedrukte doelen niet gerealiseerd zijn.
Met name de leerlingen uit leerjaar 2 t/m 4 hebbenen onvoldoende mogelijkheden
gehad om gebruik te maken van remediale ondersteuning. Dit heeft voor een groot
gedeelte te maken met de beschikbare RT tijd en de organisatie daarvan. In 2009-
2010 wordt die mogelijkheid wel gecreëerd door middel van de studiewerkplaats en
RT uren terug in het lesrooster van leerjaar 1. Op i-uren komt dan ruimte vrij om RT
aan kleine groepjes lln. Uit leerjaar 2 t/m 4 te geven voor taal en rekenen.




Ontwikkelingen en vernieuwingen in 2009-2010
   Professionaliseren ZAT: opstellen procedure en volgen leerlingen.
   De rol van de persoonlijke begeleider concretiseren.
   Werken met SMART geformuleerde handelingsplannen voor alle leerlingen
     met leer- en/of gedragsstoornis verder ontwikkelen.
   Leerlingen volgen in hun leerontwikkeling met behulp van VAS van Cito in
     leerjaar 1 en 2.
   Onderzoek door Kenneth Story tbv Master Speciale Onderwijszorg
     rekenspecialist. Dit onderzoek zal betrekking hebben op het aanbieden van
     rekenvaardigheden, op een eenduidige manier, bij meerdere vakken.
   RT uren terug in het lesrooster van leerjaar 1.
   RT voor kleine groepjes leerlingen in leerjaar 2 t/m 4 op het i-uur aanbieden.
   Studielessen ook in leerjaar 2 aanbieden.
      Wekelijks studiewerkplek tijdens i-uur voor lln. die hulp van RT’er bij het leren
       leren kunnen gebruiken. Tevens is studiewerkplek voor leerlingen met
       dyslexie die met Daisy speler of Kurzweil willen oefenen.
      Gebruik Kurzweil3000 via netwerk uitbreiden naar thuisgebruik.
      Bij aanvang schooljaar bijzondere leerlingen (ook met LGF) bespreken met
       alle lesgevers.
      Aandacht voor rugzakleerlingen tijdens alle rapportbesprekingen.
      Inhoud dyslexieprotocol bespreken met alle docenten.
      Mentoren en persoonlijk begeleiders betrekken bij contacten tussen ouders en
       zorgcoördinator.
      Nog beter gebruik maken van expertise van PCL en Rebound.
      Meer docenten betrekken bij het geven van de cursussen SOVA, BOF, SOFA
       en examenvrees.
      Optimaliseren Magister door beschrijven procedure en monitoring.
      Uitgebreide RT informatie op de website.



Kenneth Story
Bert Hilhorst
Carola van den Hoogen

Juni 2009



Bijlagen:

   A. dyslexieprotocol 2009 – 2010
   B. Voorstel brugklasonderzoek in combinatie VAS Cito.
Bijlage A (bij Verslag leerlingzorg Rientjes Mavo 2008-2009)




Dyslexieprotocol Rientjes Mavo

Wat kunt u verwachten van de Rientjes Mavo als het gaat om dyslexie?
In dit protocol informatie en afspraken voor leerlingen, ouders/verzorgers en
docenten.

Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem
met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of het
spellen op woordniveau.



    1. Inleiding
Dit protocol kan gezien worden als een verdere uitwerking van het zorgplan. Daar
wordt het dyslexiebeleid kort aangegeven. Dit protocol is een detaillering van dit
beleid.
Er zijn verschillende doelen aan te geven die het opstellen van een protocol
wenselijk maken:
      De afspraken ten behoeve van leerlingen met dyslexie zijn uniform en duidelijk voor
       de docenten.
      Voor ouders is duidelijk waar hun dyslectische kind op kan rekenen als het op de
       Rientjes Mavo lessen volgt of gaat volgen.
      Leerlingen hebben duidelijk op papier waar ze wel en niet op kunnen rekenen in hun
       dagelijkse lespraktijk. Voor leerlingen zal het ook duidelijk zijn dat ook zij een
       bepaalde inspanningsverplichting hebben t.o.v. de school.
In dit protocol en haar bijlagen zijn de algemene afspraken rond dyslexie vermeld
maar ook de afspraken per vakgroep. Het opsporen van dyslexie en de tests die
daarmee verband houden zijn geen onderwerp van dit protocol.

Een leerling krijgt de status van dyslecticus als in een officieel onderzoek door
een ter zake deskundige orthopedagoog/ GZ-psycholoog de diagnose dyslexie
is gesteld en door de ouders een geldige dyslexieverklaring overlegd wordt.
Ook het onderzoeksrapport willen we graag lezen en eventueel gebruiken.



   2. Uitgangspunten
De visie op zorg binnen het voortgezet onderwijs is veranderd. Men constateert dat
begeleiding van leerlingen niet alleen door specialisten buiten de les om, maar vooral
binnen de klas gerealiseerd moet worden “Een gemeenschappelijke visie op en
ontwikkeling van zorg wordt dan de verantwoordelijkheid van het gehele team.
Speciale hulp moet alleen worden ingezet bij ernstige problemen” (citaat uit
“Organisatie van zorg binnen het voortgezet onderwijs”, M. Haassen, 2001).
Dat betekent dat de zorg en in dit geval de zorg voor dyslectische leerlingen door het
gehele team gedragen zal moeten worden. Daarvoor kan een protocol de basis zijn.



Leerlingen met een (leer)handicap kun je op verschillende manieren benaderen:
     Accepteren van het probleem.
     Behandelen van de hiaten/specifieke problemen.
     Compenseren daar waar de omgeving/hulpmiddelen het gebrek kan/kunnen
       opvangen.
     Dispenseren, ontheffing op die gebieden waar geen andere opvang meer
       mogelijk is.
     Evalueren.
In de afgelopen jaren werd geconcludeerd dat veel leerlingen met hardnekkige lees-
en spellingproblemen op de basisschool al veel en uitgebreide begeleiding en/of
remedial teaching ontvangen hebben. Dit veelal met onvoldoende resultaat (immers,
er bestaat een hardnekkig probleem). VO-leerlingen lijken vaak “uitbehandeld”.
Verder is het zo dat binnen de remedial teaching op de Rientjes Mavo met de
beschikbare uren geen tijd vrijgemaakt is voor individuele begeleiding van dyslectici.

Dit betekent dat de nadruk op de Rientjes Mavo ligt op de andere benaderingen,
namelijk accepteren, compenseren en dispenseren. Dit protocol concretiseert en
formaliseert deze verschillende soorten benaderingen.



    3. Algemene afspraken
In algemene zin houden we als volgt rekening met dyslectische leerlingen:

3.1 Erkenning / herkenning
       Docenten zijn op de hoogte welke van hun leerlingen dyslectisch is.
       Een dyslectische leerling wordt positief benaderd. Het moet duidelijk zijn dat
        de docent op de hoogte is van het leerprobleem en de dyslecticus wil helpen.
       Huiswerk wordt altijd op het bord genoteerd.
       Op de dyslexiepas die aan de leerlingen wordt uitgereikt, staan hun op maat
        gesneden faciliteiten vermeld. Dit gaat in samenspraak met de leerling en
        wordt jaarlijks geëvalueerd en bijgesteld door de remedial teacher. Ook wordt
        het onderzoeksrapport dat de dyslexie heeft aangetoond erbij betrokken.
       Leerlingen hebben zelf de verantwoordelijkheid voor het gebruik van de
        dyslexiepas.
       Leerlingen kunnen tijdens de lessen gebruik maken van hulpmiddelen zoals
        een Daisy-speler of een laptop met tekstverwerker en/of tekst-naar-spraak
        software als in een door orthopedagogen opgesteld rapport geadviseerd
        wordt om deze hulpmiddelen toe te staan. In de praktijk is dit advies meestal
        opgenomen in een dyslexieverklaring.
       Leerlingen hebben tegenover de school een inspanningsverplichting. Indien
        de leerling daaraan niet voldoet, zullen zijn of haar faciliteiten verminderd of
        ingetrokken worden. De mate van inspanning van een leerling (huiswerk ,
        i-urenbezoek , meedoen in de les) is ter beoordeling aan de remedial teacher,
        de mentor en de betrokken vakdocenten.



3.2 Lezen
       Verlenging van tijd bij proefwerken en schriftelijke overhoringen. Leerlingen
        hebben het recht om hun werk af te maken op een door de docent geregelde
        manier. In de praktijk komt het er vaak op neer dat de leerling het werk in het
        OLC afmaakt en later in de volgende les komt. De leerling heeft dan een
        geldig excuus en hoeft geen te-laat-briefje te halen. In een pauze doorwerken
        is natuurlijk eenvoudig te regelen. Er moet wel toezicht blijven.
         Indien dit alles om organisatorische redenen niet mogelijk is, moet de
    oplossing
         gezocht worden in vermindering van het te maken werk.
     Een duidelijke lay-out bij proefwerken en schriftelijke overhoringen.
     Optische vergrotingen (van A-4 naar A-3) of teksten met lettergrootte .14.
        Leerlingen geven bij het opgeven van het proefwerk aan of ze een vergroting
        willen of niet.
    Leerlingen met dyslexie moeten niet de opdracht krijgen om onverwacht een
       stukje voor te lezen in de les.
    Het gebruik van een Daisy-speler of tekst-naar-spraak software wordt
       aanbevolen bij het leren en maken van huiswerk. Ook tijdens de lessen
       kunnen leerlingen gebruik maken van een Daisy-speler of een laptop met
       tekst-naar-spraak software om teksten in schoolboeken te luisteren met
       behulp van Daisy CD’s of Kurzweil3000 of SprintPlus. De Rientjes Mavo stelt
       geen Daisy-speler of laptop met software beschikbaar. Dat is aan ouders. De
       school levert wel studieboeken op Daisy-CD of KES ten behoeve van
       Kurzweil3000. Leerlingen die op school werken op een laptop, kunnen deze
       opbergen in een groter leerling-kluisje.


3.3 Schrijven
Leerlingen kunnen tijdens de lessen gebruik maken van een laptop met
tekstverwerker. Onder gebruik wordt verstaan:
    Het schriftelijk verwerken van opdrachten in WORD.
    Het maken van schriftelijke overhoringen en proefwerken in WORD. De
       leerling laat het werk met behulp van zijn USB- stick uitprinten in kantoor A.
    Het gebruik maken van de spellingscontrole die het
       tekstverwerkingsprogramma biedt. Het gebruik van de spellingcontrole bij
       Nederlands en de vreemde talen heeft beperkingen: Bij onderdelen waarbij
       het specifiek om de spelling gaat, mag de spellingcontrole niet gebruikt
       worden. Er zou dan immers ongelijkheid gecreëerd worden t.o.v. de andere
       leerlingen. Ter verduidelijking: Bij het schrijven van bijvoorbeeld een verhaal,
       een werkstuk, leesverslag, biref of proefwerk is spellingcontrole toegestaan.




   4. Afspraken specifiek voor moderne vreemde talen en Nederlands
   Behalve de bovengenoemde afspraken geldt hierbij het volgende:
      Spellingfouten worden bij de moderne vreemde talen niet aangerekend als
       het antwoord inhoudelijk goed is. Dat betekent dat fonetisch gespelde
       woorden niet fout worden gerekend. Bij twijfel kan de docent tijdens of (direct)
       na het SO de leerling vragen om de fout gespelde woorden uit te spreken.
       Het woord dient dan correct te worden uitgesproken. De opdrachten die als
       onderwijsdoel een juiste spelling hebben, vormen hierop een uitzondering.
      Bij Nederlands worden alleen de verwijtbare fouten geteld. Dat wil zeggen de
       spellingfouten die betrekking hebben op de getoetste spellingregel.
      Omdat ieder kind een specifieke taalzwakte kan hebben, kunnen de regels
       per kind verschillen. Ook kunnen de regels per leerjaar en vak verschillen.
       Daarom is afgesproken dat iedere vakleerkracht de leerlingen uitnodigt op
       een i-uur. Daar kunnen dan afspraken rond de aangepaste spellingnorm
       worden gemaakt en ook uitgelegd.
      Het gebruik van ICT-hulpmiddelen bij het aanleren van woordjes wordt
       gestimuleerd. (www.teach2000.nl of www.wrts.nl)
      Docenten geven hun leerling toestemming om hulpschema’s te gebruiken.
       Bedoeld worden die schema’s die “gewone” leerlingen wel weten en die geen
       direct onderdeel van de toets vormen. Voorbeeld 1: het schema van de
       vervoeging van avoir bij Frans mag natuurlijk niet bij de overhoring van het
       werkwoord avoir gebruikt worden. Voorbeeld 2: Een schema van een
       systematische aanpak van teksten is toegestaan.
      Opdrachten voor het lezen van boeken (fictie) worden lang van tevoren (meer
       dan 3 weken) opgegeven.

Indien er sprake is van zeer ernstige dyslexie is het mogelijk dat het vak Frans
of Duits (immers keuzevakken) niet meer gevolgd hoeft te worden. Een
protocol regelt de gang van zaken rondom zo’n dispensatie. Zie bijlage 2. De
tijd die vrijkomt door het niet volgen van een vak moet natuurlijk wel goed
besteed worden. Daarom is er gezorgd voor opdrachten tijdens de
vrijstellingsuren. Tijdens die lessen moet de leerling met een vrijstelling zich
melden in het OLC om aan een aangepast programma te werken. De remedial
teacher stelt dit programma op in overleg met de leerling, mentor en
vakdocenten. De toeziende docent in het OLC controleert de aanwezigheid en
inzet.
5. Afspraken specifiek voor zaakvakken en andere vakken.
Behalve de algemene afspraken geldt hierbij het volgende:
   Leerlingen krijgen meer tijd om teksten te lezen.
   Docenten leggen in hun begeleiding de nadruk op studerend lezen. Dat
    betekent o.a. dat ze gebruik maken van de structuurmiddelen die de tekst
    geeft en het oefenen in het maken van schema’s en samenvattingen.
   Spelfouten hebben geen invloed op het cijfer. Het verdient aanbeveling om ze
    wel te verbeteren.
   Een niet correct gereproduceerde definitie kan toch goedgekeurd worden als
    het met eigen woorden is omschreven.

6. Afspraken specifiek voor exacte vakken.
Behalve de algemene afspraken geldt hierbij het volgende:
 Bij de oplossing van vraagstukken met veel talige elementen kunnen
   docenten het best een oplossingsstructuur geven, die de taal zoveel mogelijk
   elimineert. Een opgave kan bijvoorbeeld vaak teruggebracht worden tot
   elementen als: probleem / gegevens / oplossing enz.
 Docenten leggen in hun begeleiding de nadruk op studerend lezen.
 Spelfouten hebben geen invloed op het cijfer. Het verdient aanbeveling om ze
   wel te verbeteren.
 Geef meer tijd bij proefwerken en SO’s als er veel leeswerk in zit.
 Oplossingsschema’s mogen als steun op de tafel liggen. Soms ook bij
   proefwerken. Dit naar inzicht van de lesgevende docent.




7. Faciliteiten bij SE en CSE.
Ouders van leerlingen die bij het SchoolExamen en het Centraal Schriftelijk
Examen van dyslexiefaciliteiten gebruik willen maken moeten vóór 1 oktober van
het examenjaar op papier (brief met ondertekening) een aparte aanvraag
indienen.
Faciliteiten die geboden worden bij het SE en CSE zijn:
 25% verlenging van tijd.
 Verlenging van tijd bij SE luistervaardigheid. De docent zorgt voor langere
    pauzes tussen de vragen.
 Optische vergrotingen van examenopgaven.
 Werken met tekstverwerker/laptop met spellingcontrole.
 CSE ingesproken op Daisy CD. Het CSE kan dan met een door de leerlingen
    zelf gekochte Daisy-speler of een laptopcomputer met juiste software
    afgespeeld worden.
 De Rientjes Mavo biedt leerlingen die gedurende hun schoolloopbaan gewerkt
    hebben met tekst-naar-spraak software zoals Kurzweil3000, deze
    mogelijkheid ook tijdens het SE en CSE.
   8. Contact
De Rientjes Mavo (mentor, vakdocent of remedial teacher) streeft ernaar om
minstens 1 x per rapportperiode contact te hebben met de ouders van een
dyslectische leerling voor signalering van knelpunten of ter evaluatie. De remedial
teacher belegt 1 keer per jaar in ieder leerjaar een bijeenkomst van leerlingen met
dyslexie om gemeenschappelijke knelpunten te inventariseren en zo mogelijk op te
lossen.
Tevens is er jaarlijks een informatieavond voor ouders en leerlingen met dyslexie uit
leerjaar 1 t/m 3. Voor de ouders en de dyslectische leerlingen uit het examenjaar is
er een aparte informatieavond over de regelingen rondom SE en CSE.
    9. Klachtenregeling
Voor ouders en leerlingen is de remedial teacher aanspreekpunt voor alle regelingen
rond de dyslexiefaciliteiten. Klachten van leerlingen en ouders over het verlenen van
faciliteiten gaan eerst naar de vakleerkracht. Komen zij niet tot een bevredigende
oplossing, dan kan men het probleem voorleggen aan de remedial teacher. Als
laatste is het verantwoordelijke directielid aanspreekbaar op dit punt.


Maarssen, juni 2009


Bijlagen:
   1. Dyslexiepas
   2. Protocol vrijstelling & aangepast programma
   3. Protocol intrekken dyslexiefaciliteiten
Bijlage 1.

Dyslexiepas




                                  Rechten

                                  ……. 1. Verlenging van tijd bij SO’s en proefwerken.

                                  ……. 2. Vergrotingen van SO’s en proefwerken.

                                  ……. 3. Meer tijd voor het lezen van boeken.

                                  ……. 4. Geen onverwachte leesbeurten in de les.

             Dyslexiepas          ……. 5. Aangepaste spellingnorm bij Talen.

                                  ……. 6. Meer mondeling overhoren

                                  ……. 7. Gebruik Laptop / tekstverwerker.

                                  ……. 8. Gebruik Daisy-speler.
      Rientjes Mavo 2009 - 2010   …….. 9. Gebruik Kurzweil3000.

                  Foto            ……. 10. Vrijstelling voor het vak………………………

                                  ……. 11…………………………………………………..
    Naam :

    Klas :                        Plichten

                                          Goede inzet tijdens de lessen, en bij het leren en maken

                                           van huiswerk.
:
                                          De nodige i-uren volgen.

                                          Bespreek met je vakdocenten je mogelijke

                                           leerproblemen.
Bijlage 2


Protocol vrijstelling & aangepast programma
Wat is een aangepast programma?
Leerlingen, die aantoonbaar extreem veel moeite hebben met een bepaald vak
kunnen op de Rientjes Mavo vrijstelling krijgen voor dat vak. Dat betekent dat ze dat
vak na het moment van de beslissing niet meer hoeven te volgen. De tijd die
daardoor vrij komt, zal gebruikt worden voor andere vakken. Er wordt dan een
aangepast onderwijsprogramma aangeboden, waar de leerling over het algemeen
zelfstandig aan werkt in het Open Leercentrum. Van de leerling wordt voldoende
inspanning verwacht ten aanzien van dit aangepast programma. Een
“vrijstellingsvak” kan bij de overgang naar een volgend schooljaar geen belemmering
vormen.

Wanneer krijgt een leerling een aangepast programma?
Leerlingen krijgen een aangepast programma als ouders, begeleiders, directie en de
leerling zelf tot de slotsom komen dat er voor een bepaald leervak totaal geen talent
te bespeuren is. De mogelijke begeleiding is ingezet, maar blijkt niet te werken. Er is
dan sprake van een ernstig en hardnekkig leerprobleem. De praktijk is dan meestal
dat het volgen van zo’n vak ondanks inzet alleen maar frustratie oplevert voor de
leerling. In mindere mate is dat ook het geval voor de begeleidende docenten en
ouders. Een basisvoorwaarde is dat een valide onderzoeksrapport of verklaring
het bovenstaande direct of indirect steunt.
De gedachte achter een aangepast programma is: ”Beter energie steken en
begeleiding geven in een ander zwak vak dan dit te verspillen aan een kansloze
zaak.” Een duidelijk voorbeeld van een aangepast programma is te vinden bij
dyslectische leerlingen die Frans of Duits niet meer volgen om met de vrijgekomen
tijd bijvoorbeeld een andere taalstudie meer aandacht te kunnen geven.
Uitsluitend verplichte vakken komen in aanmerking als vrijstellingsvak.
Voor leerlingen die instromen in leerjaar 2 en 3 kan, indien noodzakelijk, maatwerk
geboden worden betreffende vrijstelling en het volgen van een aangepast
programma.

Procedure
   1. De mentor signaleert problemen wat betreft resultaten, motivatie en belasting
      bij de Talen.
   2. De mentor bespreekt dit met de leerling, zijn ouders, de betreffende
      vakdocenten, de RT’er en aanvullende begeleiding wordt ingezet.
   3. Indien de ingezette begeleiding onvoldoende resultaat oplevert, maakt de
      mentor de mogelijkheid tot vrijstelling bespreekbaar in het jaarteam.
   4. Indien het jaarteam het voorstel tot vrijstelling voor een vak overneemt,
       bespreekt de mentor met de leerling, zijn ouders de betreffende vakdocenten
       en de RT’er voor welk vak vrijstelling wenselijk is.
   5. De leerling wordt ingebracht in een tussentijdse leerlingbespreking of
      rapportvergadering. In deze vergadering wordt het verzoek tot vrijstelling
      gedaan aan de directie en aan vakdocenten wordt gevraagd naar mogelijke
    invulling van het handelingsplan in verband met het opstellen van het
    aangepast programma.
6. De directie informeert de mentor over het al dan niet verlenen van de
    vrijstelling.
7. De mentor maakt een afspraak met de leerling, zijn ouders en de RT’er om de
    inhoud van het aangepast programma vast te stellen.
8. De RT’er maakt op basis van dit gesprek en de door hem ingewonnen
    adviezen van vakdocenten een handelingsplan waarin doelstellingen, inhoud,
    organisatie en evaluatie van het aangepast programma worden vastgelegd.
9. De RT’er bespreekt het handelingsplan aangepast programma met de leerling
    en stelt de ingangsdatum van de vrijstelling vast.
10. De RT’er informeert de teamleider, de mentor en de vakdocenten over het
    handelingsplan aangepast programma.
11. De teamleider informeert de toezichthouders in het OLC over het
    handelingsplan aangepast programma van de leerling.
12. De toezichthouder in het OLC controleert of de leerling de verplichtingen
    tijdens de vrijstellingsuren nakomt.
13. De RT’er bespreekt 1 x per 3- 4 weken de voortgang van het handelingsplan
    met leerling en stelt indien nodig het handelingsplan bij in overleg met leerling,
    ouders, mentor en betrokken vakdocenten.
Bijlage 3

Protocol intrekken dyslexiefaciliteiten
Leerlingen met dyslexie hebben naast recht op compensatie en dispensatie ook een
inspanningsverplichting. Op de dyslexiepas staan deze plichten vermeld.
Het betreft:
 Goede inzet tijdens de lessen en bij het leren en maken van huiswerk.
 De nodige i-uren volgen.
 Het bespreken van mogelijke leerproblemen met vakdocenten.

Voldoet een leerling niet aan deze inspanningsverplichting, dan kan de directeur
besluiten om geen compenserende en dispenserende faciliteiten meer te bieden
zoals vermeld staan op de dyslexiepas.

Procedure:
   1. Signalering van een negatieve werkhouding door teamleider, jaarteam,
      mentor, RT’er en/of lesgevers. Leerling en ouders worden door de mentor
      mondeling geattendeerd op de inspanningsverplichting zoals vermeld op de
      dyslexiepas. In het leerlingvolgsysteem Magister wordt daarvan een notitie
      gemaakt.
   2. Indien er na een eerste mondelinge waarschuwing geen verbetering ten
      aanzien van gedrag en inzet zichtbaar is op het rapport, wordt dit besproken in
      het jaarteam. Het jaarteam kan besluiten om over te gaan tot een schriftelijke
      waarschuwing. Hiertoe worden ouders en leerling door de mentor uitgenodigd
      op de rapportavond. De inspanningsverplichting wordt wederom besproken en
      er volgt een schriftelijke waarschuwing tav het mogelijk intrekken van
      dyslexiefaciliteiten. De standaardbrief (bij secretariaat op te vragen)
      ondertekend door de directeur en RT’er wordt meegegeven aan ouders. Dit
      wordt medegedeeld aan alle lesgevers in een plenaire vergadering.
   3. Bij het eerst volgende rapport wordt de leerling besproken in het jaarteam. Het
      jaarteam kan adviseren om tot het geheel of gedeeltelijk intrekken van
      dyslexiefaciliteiten over te gaan. De leerling wordt plenair besproken zodat alle
      lesgevers en RT’er gekend en gehoord worden in dit advies.
   4. De directeur beslist na alle betrokkenen (teamleider, jaarteam, mentor, RT,
      lesgevers) te hebben gehoord, over het intrekken van de compenserende en
      dispenserende dyslexiefaciliteiten bij de betreffende leerling.
   5. Ouders worden door de teamleider uitgenodigd voor een gesprek. Het
      intrekken van de dyslexiefaciliteiten wordt besproken en schriftelijk bevestigd
      door de directeur.
   6. Indien de werkhouding van de leerling verbeterd, is het mogelijk dat
      compenserende en dispenserende faciliteiten weer geboden worden. Het
      jaarteam adviseert de vergadering, zodat alle lesgevers daarin worden gekend
      en gehoord. De directeur beslist na alle betrokkenen (teamleider, jaarteam,
      mentor, RT, lesgevers) te hebben gehoord over het opnieuw verlenen van de
      compenserende en dispenserende dyslexiefaciliteiten.
Bijlage B (bij Verslag leerling-zorg Rientjes Mavo 2008-2009)


Brugklasonderzoek - VAS cito
Overleg ICU / Karen van Beek & Carola       12-05-2009

Huidig brugklasonderzoek voldoet, echter Rientjes Mavo wil ook einde schooljaar
leerjaar 1 en in leerjaar 2 (3) taal- en rekenontwikkeling van leerlingen meten om
leerlingen met achterstanden te (kunnen blijven) ondersteunen. (zowel in RT als in
de studielessen). Bovendien is effectmeting nodig na begeleiding in studielessen en
RT.

Karen bevestigd dat er geen testen op gebied taal en rekenen ontwikkeld zijn voor
leerlingen in leerjaar 2 en verder.
Herhaling van testen uit brugklasonderzoek kan goed in juni leerjaar 1. Voortgang is
meetbaar. Kanttekening bij spelling Engels. Erg veel leerlingen scoorden al hoog bij
dit dictee in september. Afname van dictee bij leerlingen die extra ondersteuning
krijgen in de studieles volstaat.

VAS van Cito kan goede aanvulling op brugklasonderzoek zijn. Echter rapportage
geeft niet inhoudelijke problemen van leerachterstand aan. Verdieping daarin is
noodzakelijk.
Bovendien is VAS beperkt. Spelling ontbreekt, en ook leestempo.
Testen uit Protocol dyslexie moeten worden gehandhaafd begin brugklas.
Verdieping rekenen kan goed met TTR en ABC toets bij leerlingen die zwak scoren.
Verdieping begrijpend lezen/woordenschat kan met Diataal.
Engels in het VAS is leesvaardigheid. Dit kan aangevuld worden bij aanvang
brugklas met spelling: dictee Engels.
Voorstel Carola op basis overleg Karen & info Cito:

Leerjaar 1 Begin               Leerjaar 1 Eind                  Leerjaar 2 Midden               Leerjaar 3 Eind
VAS cito:                      VAS cito:                        VAS cito:                       VAS cito:
 begrijpend lezen              begrijpend lezen                begrijpend lezen               begrijpend lezen
 Woordenschat                  Woordenschat                    Woordenschat                   Woordenschat
 Engels leesvaardigheid        Engels leesvaardigheid          Engels leesvaardigheid         Engels leesvaardigheid
 Rekenen/wiskunde              Rekenen/wiskunde                Rekenen/wiskunde               Rekenen/wiskunde
 Studievaardigheid             Studievaardigheid               Studievaardigheid              Studievaardigheid

Protocol dyslexie:
 Spelling: zinnendictee
 Leestempo: stilleestoets

   Engels Spelling: dictee

Verdieping 25% zwakste lln.:   Effectmeting 25% zwakste lln.:   Verdieping 25% zwakste lln.:
 Begrijpend lezen /            Spelling: Zinnendictee          Antwoorden VAS kopiëren
     woordenschat : Diataal     Rekenen: TTR & ABC toets           en zelf nakijken 
 Rekenen/wiskunde: TTR &       Begrijpend lezen: Diataal
     ABC toets.

Rapportage naar ouders:        Rapportage naar ouders:          Rapportage naar ouders:         Rapportage naar ouders:
 Lln. overzicht VAS            Lln. overzicht VAS              Lln. overzicht VAS             Lln. overzicht VAS
 Aangevuld info spelling &     Aangevuld info spelling bij     Aangevuld info spelling bij    Aangevuld info spelling bij
    leestempo.                     zwakke spellers (niet            zwakke spellers (niet           zwakke spellers (niet
                                   dyslecten)                       dyslecten                       dyslecten
Voordelen:
 Meer informatie over leerlingen:
         - leerlingen kunnen gevolgd worden in leerjaar 2 en 3.
         - Ook inzicht in Engels leesvaardigheid en Studievaardigheid
 Rapportage op diverse niveaus: per leerling en groepsniveau. Ook interessant
    voor directie en inspectie: schoolbreed informatie over lln.
 Aanvulling op mavo-perspectief en NIO wat betreft schoolniveau (determinatie)
 Aanzienlijke werkdrukvermindering in verwerking gegevens (correctie,
    rapportage naar ouders en koppeling met Magister mogelijk)
 Sluit aan bij ervaringen van ouders mbt leerlingvolgsysteem basisonderwijs.


Nadelen:
 Geen zicht op de onderdelen waar lln. problemen mee hebben. Het blijft
    onbekend welke vragen lln. fout hebben gemaakt. Dan moeten antwoordbladen
    zelf nagekeken worden. Optie bij 25% zwakste lln. alsnog doen. Voor insturen
    kopieën maken van antwoordbladen. Verdieping op gebied rekenen tekstbegrip
    blijft noodzakelijk.
 VAS is onvolledig. Spelling is in ontwikkeling, dat duurt nog zeker 1, 2 jaar….
 Het kost wat, maar je krijgt er wel wat voor terug.
Verslag van de zorgevaluatie 2008-2009
Datum: 2 juli 2009
Aanwezig: mevr. Cramer, mevr Van den Hoogen, mevr Van Beek (ICU), dhr de
Vroomen, dhr van der Voort, dhr Story, dhr Steinbruck (AB-er CL2) dhr Ponne
(zorgconsulent) dhr Hilhorst
Afwezig: mkg. mevr. Van de Kerkhof (AB-er CL4) en dhr. Bongers

1 Agenda wordt vastgesteld.

2 Mededelingen:
     - Mevr van de Kerkhof heeft haar opmerkingen over het zorgverslag op schrift
     gezet en lopende de vergadering wordt het rondgedeeld.
     - De zorgconsulent zal niet automatisch meer in de school zijn het komende
     schooljaar. Als de school een zorgconsulent wil inzetten zal er een verzoek
     aan het Samenwerkingverband gedaan moeten worden. Het is nog onduidelijk
     bij wie en waar dit verzoek gedaan moet worden. Het is nog niet zeker of de
     zorgconsulent lid van het ZAT blijft.
     -Dhr de Vroomen meldt dat hij blij is met het opgestelde zorgverslag over het
     schooljaar 2008-2009. En het is voor de eerste keer dat er over de zorg zo
     breed wordt geëvalueerd in de school.

3 Aandachtspunten en opmerkingen over het zorgverslag
      - De leerlingen die de laatste jaren zijn ingestroomd van het TOV hebben veel
      problemen om zich aan te passen aan de werkwijze van de Rientjes Mavo. Of
      hiermee de conclusie gerechtvaardigd is dat de problematiek van deze
      leerlingen toeneemt is de vraag?

      - Het posterproject voldoet niet aan de verwachtingen.
      We zullen het komende schooljaar op zoek gaan naar een alternatief. Het blijft
      van groot belang de woordenschat bij de leerlingen te vergroten. Tot dat er
      een alternatief gevonden is, wordt het posterproject gehandhaafd.
      De zorggroep krijgt de opdracht om hierin actie te ondernemen.

      -Bij het brugklasonderzoek worden ouders soms geadviseerd
      vervolgonderzoek te laten doen. Het komt voor dat ouders om verschillende
      reden hier niet op ingaan. Als ouders het onderzoek niet kunnen betalen, dan
      is er een “potje” beschikbaar. Er kan een verzoek gedaan worden aan de
      directie om hier geld voor vrij te maken. Er zijn ook zorgverzekeringen die
      vervolgonderzoeken bij leerlingen vergoeden.

      -Er is zorg over de opmerking dat 10 leerlingen in leerjaar 1 vermoedelijk het
      VMBO/T diploma niet zullen halen op basis van het brugklasonderzoek. In de
      discussie wordt duidelijk dat in sommige gevallen leerlingen worden
      aangenomen met een lagere Cito dan is afgesproken. In al die gevallen wordt
      een NIO afgenomen en de basisschool moet een positief advies geven. De
      kansen op succes zijn niet alleen afhankelijk van een goede Cito, de
      omgevingsfactoren bij leerlingen zijn zeker zo belangrijk.

      -De examenvreestraining moet ook vast in de bovenbouw worden ingevoerd.
      In de onderbouw hebben de trainingen meer de aandacht in verhouding tot
      bovenbouw en dat moet veranderen. De test die moet aantonen dat leerlingen
      last hebben van examenvrees, moet tegen het licht gehouden worden. De
      zorggroep zal hiermee aan de slag gaan.
      - De aanpak van de studievaardigheden bij onze leerlingen moet een
      centralere rol hebben in de school. Het is nu teveel mentor afhankelijk of er
      iets gedaan wordt aan studievaardigheden. In het algemeen worden de
      leerlingen op dat punt te snel losgelaten door de mentoren. De zorggroep zal
      zich erover buigen hoe dit te agenderen in de jaarteams.

      -Er moet regelmatig op elk niveau in de school aandacht zijn voor de privacy
      gevoeligheid van leerling gegevens. Er blijven te vaak schriftelijke info’s
      rondslingeren in de school.

      -Er heeft geen evaluatie plaatsgevonden in leerjaar 2 over de testen die zijn
      afgenomen. Ook is het jammer dat het vervolgtraject n.a.v. de testen niet
      achteraf is besproken.

4 De aandacht voor de rugzakleerlingen.
Er zal structureel meer aandacht moeten komen voor de rugzakleerlingen in de
vergaderingen van de jaarteams en de plenaire vergaderingen. Aan de jaarteams zal
gevraagd worden hoe zij geïnformeerd willen worden over de rugzakleerlingen. De
informatie zal worden opgenomen in de bijzonderhedenlijst van de leerlingen en op
28 september as. plenair worden besproken.
De vergadering is van mening, dat er een korte info naar de lesgevers moet en een
officieel handelingsplan moet worden opgesteld. In het handelingsplan moeten de
doelen SMART worden geformuleerd.
De aannamebrief voor sommige leerlingen met rugzak blijft gehandhaafd. De inhoud
van de aannamebrief moet corresponderen met het handelingsplan.
De zorgroep zal dit onderwerp ook op de agenda plaatsen het komend schooljaar.

5 De persoonlijke begeleider
Het afgelopen jaar zijn stappen gezet in het werken met persoonlijke begeleiders in
de school. Cluster 4 leerlingen krijgen een persoonlijke begeleider vanaf de start bij
ons op school. Voor de persoonlijke begeleider moet duidelijk zijn wat er van
hem/haar verwacht wordt.
De zorgcoördinator zal meer de processen moeten aansturen in samenwerking met
de ambulant begeleiders. De kennis van de AB-er moet meer ingezet worden bij de
coaching van de persoonlijke begeleiders.
Er moet een model worden voorbereid waarin duidelijk wordt aangegeven hoe de
taken en verantwoordelijkheden komen te liggen van persoonlijke begeleider in de
school. De ambulant begeleiders wordt gevraagd mee te denken over het model. De
opzet van mevr. Van de Kerkhof kan hierbij als uitgangspunt dienen.
De vergadering is het erover eens dat de persoonlijke begeleider de spil moet zijn
waar alles om draait betreffende de leerling. Hij onderhoudt het contact met ouders
en communiceert met de lesgevers. De mentor staat inhoudelijk op afstand, maar
heeft nog wel een administratieve rol als het gaat om de leerling.

6 Het Cito volg advies systeem (VAS) zal de komende jaren verder de school
ingroeien. Ouders worden regelmatig op de hoogte gehouden over de vorderingen
van hun kind.
7 Het dyslexieprotocol is aangevuld met passage over het mogelijk intrekken van de
faciliteiten bij leerlingen. Het proces om te komen tot zo’n beslissing vraagt wel een
grote zorgvuldigheid.

8 Van de rondvraag wordt geen gebruik gemaakt.


9 Sluiting




Bert Hilhorst
Maarssen, 4 juli 2009

								
To top